Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. het Fiche: Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030 (Kamerstuk 22112-4208)
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D15586, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 14:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C. Koorevaar, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (CDA)
- Mede ondertekenaar: L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4300 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.
Onderdeel van zaak 2026Z06922:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 2 april 2026 |
|---|---|
| Betreft | Reactie op vragen over de Mededeling van de Europese Commissie: Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030. |
Emancipatie Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 62159991 |
Uw brief 4 December 2025 |
Uw referentie |
Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 december 2025 terzake de Mededeling van de Europese Commissie: Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030.
Hoogachtend,
De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,
Judith Zs.C.M. Tielen
2025D49958 Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers1 2026-2030
Verslag van een schriftelijk overleg
Vastgesteld d.d. 4 december 2025
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de volgende brieven:
-van de minister van Buitenlandse Zaken van 14 november 2025 inzake Fiche: Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030 (Kamerstuk 22 112-4208);
-EU-voorstel van de Europese Commissie van 17 november 2025 inzake EU-voorstel: Mededeling – Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030 (Kamerstuk 2025Z19910).
Bij brief van ... heeft de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie
Van Thiel
Inhoud
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Strategie voor de Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030 om te komen tot een Unie van gelijkheid. In een tijd waarin de rechten van minderheden ook in delen van de Europese Unie onder druk staan is het van groot belang dat Nederland de vrijheid van alle Europeanen blijft verdedigen. Deze leden hebben enkele aanvullende vragen en opmerkingen.
Het is goed de successen en positieve berichten te onderstrepen alvorens we ons focussen op de vele uitdagingen die de lhbtiqa+ gemeenschap in Nederland en Europa nog kent. Want los van de positieve bevindingen in dit EU-voorstel, is er een duidelijke golf van tegengestelde beweging merkbaar in Europa. Is het kabinet dat met deze leden eens, zo vragen zij. Een van de successen van het afgelopen jaar was de ban op conversietherapie in Nederland, die gelijk opging met het Europese burgerinitiatief op zo’n zelfde ban op Europees niveau. Meer dan een miljoen mensen riepen hiertoe op. Hoe waardeert het kabinet de inzet van de Europese Commissie, vragen de leden van de D66-fractie. Is het kabinet van mening dat praten en zogenaamde structurele dialoog afdoende zijn? Welke acties onderneemt het kabinet om er bij de Europese Commissie op aan te dringen de inzet om conversiehandelingen in heel Europa een halt toe te roepen te vergroten, vragen deze leden.
De leden van de D66-fractie waarderen de oprichting van het kenniscentrum om online haat tegen te gaan. Welke vorm krijgt dit kenniscentrum en welke rol ziet het kabinet voor Nederland om hieraan bij te dragen, zo vragen deze leden. Op welke manier zorgt het kabinet ervoor dat het maatschappelijk middenveld hierbij betrokken raakt? Zijn er expertises of inzichten die Nederland kan aanreiken vanuit de NCDR2? Heeft – in die context – het kabinet bijgedragen aan het aankomende EU Actieplan tegen cyberpesten, zo vragen zij tevens.
Nederland steunt via ambassades maatschappelijke organisaties die zorgdragen voor de fundamentele rechten van de lhbtiqa+ gemeenschap op verschillende plekken in de EU en de wereld. De leden van de D66-fractie benadrukken dat het van groot belang is dat Nederland hier bilateraal en multilateraal een voortrekkersrol blijft spelen. Is het kabinet voornemens die steun weer op het oude niveau terug te brengen met het in de brief genoemde initiatief om financiële middelen beschikbaar te stellen, zo vragen deze leden.
De enorme toename van discriminatiemeldingen en gewelddadige incidenten vragen om gerichte actie en een versterking van Roze in Blauw, zoals het kabinet zelf terecht stelt. Wat houdt deze versterking van dit politienetwerk in, zo vragen de leden van de D66-fractie. En welke andere acties onderneemt het kabinet om de meldingsbereidheid te vergroten?
De organisator van de Pride in Pécs (Boedapest) is in staat van beschuldiging gesteld en wordt binnenkort naar verwachting gearresteerd. Als het kabinet in diens brief stelt zich via bilaterale en multilaterale kanalen wereldwijd in te spannen om discriminatie en geweld tegen te gaan, zich ambitieus inzet voor Europese en VN-strategieën om rechten van vrouwen en lhbtiqa’ers te beschermen, wat betekent dit dan voor de inzet van het kabinet in relatie tot verboden Prides in Europa en persoonlijke vervolgingen voor mensen die zich inzetten voor fundamentele mensenrechten, zo vragen de leden van de D66-fractie.
Nederland was het eerste land ter wereld dat het huwelijk openstelde voor paren van gelijk geslacht. Recent was er een uitspraak van het Europees Hof waaruit naar voren kwam dat de Europese Commissie andere lidstaten niet kan dwingen het huwelijk open te stellen voor paren van gelijk geslacht, maar dat lidstaten wel in andere lidstaten gesloten huwelijken moeten accepteren. Wat gaat het kabinet doen richting andere lidstaten om de voortrekkersrol van Nederland weer op te pakken, zo vragen de leden van de D66-fractie.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel belangstelling kennisgenomen van de EU-Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich, evenals het kabinet, zorgen over de toename van wetten en wetswijzigingen die afgelopen jaren zijn voorgesteld en geïntroduceerd die zich richten op de inperking van de gelijke behandeling van lhbtiqia+ personen in Europa. Deze leden hebben ook kennisgenomen van het feit dat het kabinet de rechtsstaatsontwikkelingen in Slowakije nauwgezet volgt en op bilateraal niveau hierover in dialoog is met Slowakije. Zij lezen ook dat het voor het kabinet van belang is dat de Europese Commissie snel en effectief optreedt om terugval van lidstaten op rechtsstatelijk vlak te voorkomen en aan te pakken, en daarbij gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium. Over welke instrumenten beschikt Nederland als lidstaat om in dergelijke situaties op te treden om de terugval op rechtsstatelijk vlak te voorkomen bij andere lidstaten? Welke rol ziet het kabinet voor zichzelf in dit kader?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de EU-strategie gerichte maatregelen bevat rond drie doelstellingen, gericht op het bestrijden van haat en het bevorderen van vrijheid en diversiteit in de EU en wereldwijd. Welke mogelijkheden ziet het kabinet voor het bevorderen van de inzet van discriminatierechercheurs om effectiever op te kunnen treden tegen en in te grijpen bij discriminatie of delicten met een discriminatoir aspect? Welke hiaten bestaan er volgens het kabinet momenteel in de wetgeving en handhaving wat betreft de aanpak van discriminatie?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich ernstig zorgen over de toename van online haat richting lhbtiqia+ personen en vrouwen, mede dankzij de opkomst en groei van de manosphere. Welke nationale maatregelen neemt het kabinet op dit vlak? Tevens zouden deze leden graag willen benadrukken dat bij uitstek juist ook in Europees verband er bijvoorbeeld goede afspraken gemaakt dienen te worden met sociale mediabedrijven om online haat en discriminatie tegen te gaan.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de EU-strategie zich ook richt op het in staat stellen van lhbtiqia+ personen om zonder discriminatie te leven en gelijke rechten te hebben op alle gebieden van het leven. Onlangs hebben meerdere partijen, waaronder GroenLinks-PvdA, wederom het Regenboogakkoord ondertekend, waarin ze ook hun steun voor een regeling voor meerouderschap beamen. Zou het kabinet kunnen reflecteren op de brede steun vanuit de Kamer voor meerouderschap en het uitblijven van een regeling voor meeroudergezinnen? Hoe rijmt het uitgangspunt voor het in staat stellen van lhbtiqia+ personen om gelijke rechten te hebben op alle gebieden van het leven met het uitblijven van een regeling voor meerouderschap?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tevens hoe de uitgangspunten van de nieuwe strategie rijmen met de bezuinigingen op steun aan organisaties die zich nationaal en internationaal inzetten voor de rechten van lhbtiqia+ personen. Deze leden lezen tevens dat er intensief wordt samengewerkt met het maatschappelijk middenveld. Op welke concrete manieren wordt er ingezet op (al dan niet structurele) samenwerking met deze organisaties? Kunnen ook voorbeelden aangeleverd worden van dergelijke situaties waarin er is samengewerkt met organisaties? Op welke concrete wijzen wordt ervaringsdeskundigheid ingezet bij het opzetten van emancipatiebeleid? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de huidige inzet van het kabinet veelal lijkt te rusten op reeds bestaand beleid, ondanks de alsmaar toenemende meldingen van discriminatie, haat en geweld. Deze leden maken zich zorgen dat de urgentie onvoldoende wordt gevoeld door het kabinet en dat er onvoldoende oog is voor intersectionaliteit bij de problematiek.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet meerwaarde ziet in een Europese aanpak van haatspraak en haatmisdrijven, bijvoorbeeld ter ondersteuning van nationale activiteiten. Welke nationale, concrete maatregelen zijn reeds ingezet? Welke andere mogelijke maatregelen zouden op nationaal niveau ondernomen kunnen worden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen dat het voortzetten van onderzoek en analyse van groot belang is, ook voor een uiteindelijk effectieve probleemanalyse en aanpak. Hierbij zouden zij wel graag willen zien dat er ook aandacht is voor intersectionaliteit en dat groepen die vaak onzichtbaar zijn, niet vergeten worden, zoals bijvoorbeeld bi+ vrouwen en transpersonen. Zeker als het gaat om bijvoorbeeld (seksueel) geweld.
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche EU-Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030 en hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie delen het belang van inspanningen om de rechten en emancipatie van vrouwen en lhbtiq+ personen te bevorderen. Tegelijkertijd constateren deze leden dat in enkele lidstaten zoals in Hongarije en Slowakije eerder sprake is van een omgekeerde trend. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris deze strategie in dat licht beziet. Ook vragen deze leden hoe het staat met de uitvoering van de motie van het lid Dassen3 om stappen tegen Slowakije te ondernemen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet bezig is met enkele acties rondom het verbeteren van de veiligheid van lhbtiq’ers, zoals een vervolg op het Actieplan Veiligheid lhbti 2019-2022. Deze leden vragen hoe het hiermee staat.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie voornemens is om de mogelijkheden te onderzoeken van EU-brede wetgeving tegen conversietherapie. Deze leden vragen hoe het kabinet tegen zulke mogelijke EU-brede wetgeving aankijkt, ten eerste in het licht van de subsidiariteit en ten tweede in het licht van de juridische houdbaarheid. Deze leden vragen, nu de Tweede Kamer een initiatiefwet hierover heeft aangenomen, of dit niet een nationale competentie is.
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche inzake de Europese lhbtiq-gelijkheidsstrategie 2026-2030 en maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele opmerkingen te maken en vragen te stellen.
Inleiding
In de strategie wordt verwezen naar diverse onderzoeken naar stijgende acceptatie van de lhbti+ gemeenschap. De leden van de JA21-fractie vragen of de Europese Commissie bekend is met een onderzoek (GGZ Gezondheidsmonitor 2023) dat vooral in de grote steden een dalende acceptatie in Nederland laat zien. Heeft de staatssecretaris dit onderzoek onder de aandacht gebracht van de Europese Commissie?
De leden van de JA21-fractie zien signalen dat de culturele en religieuze achtergrond van migranten een rol speelt bij de dalende acceptatie en toenemend geweld tegen de lhbti+ gemeenschap. In hoeverre heeft de Europese Commissie dit aspect meegenomen bij het opstellen van deze strategie en richt deze strategie ook tegen deze oorzaak van dalende acceptatie?
Bestrijding van schadelijke praktijken
De leden van de JA21-fractie vragen de staatssecretaris of het verbieden van conversietherapie een nationale aangelegenheid blijft of in hoeverre deze strategie de weg opent naar dwingende Europese wet- en regelgeving, en wat het standpunt van het Nederlandse kabinet inzake is. Het moge duidelijk zijn dat de JA21-fractie deze kwestie als een nationale bevoegdheid ziet waarbij de fractie de initiatiefwet tot verbod in Nederland heeft gesteund.
Waarborgen van de bescherming van lhbtiq+’ers die om internationale bescherming vragen en lhbtiq+-migranten
De leden van de JA21-fractie lezen in de strategie terechte aandacht voor lhbti+ asielmigranten. Het ontbreekt echter aan inzet op het weren, straffen en uitzetten van asielmigranten die zich schuldig maken aan lhbti+-gerelateerde misdrijven. Heeft de staatssecretaris bij het opstellen van deze strategie deze kwestie ingebracht bij de Europese Commissie? Is de staatssecretaris het met de leden van de JA21-fractie eens dat het ontbreken van deze kwestie in deze strategie een omissie is? Ziet de staatssecretaris nog mogelijkheden om dit in te brengen?
Handhaving van de wereldwijde inzet voor de eerbiediging van de mensenrechten van lhbtiq+’ers
De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie de rechten van lhbtiq+’ers blijft betrekken bij de toetredingsonderhandelingen van nieuwe lidstaten en bij associatieovereenkomsten. Deze leden vragen de staatssecretaris om meer duiding te geven wat dit concreet betekent.
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op het BNC-fiche en de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030. Deze leden onderstrepen het belang van veiligheid en bescherming tegen geweld en discriminatie. Iedereen moet zich veilig voelen en vrij kunnen leven. Deze leden hebben hierover de volgende opmerkingen en vragen.
De strategie bevat vergaande voorstellen, zoals harmonisatie van familierecht, verplichte nationale actieplannen en EU-monitoring. Dit raakt direct aan nationale soevereiniteit en lokale autonomie, kernwaarden die de leden van de BBB-fractie hoog in het vaandel hebben. Deze leden vragen het kabinet hoe wordt gewaarborgd dat Nederland zelf blijft beslissen over onderwijs, gezinsbeleid en sociale inclusie, en dat samenwerking vrijwillig blijft in plaats van bindend. Hoe voorkomt het kabinet dat deze strategie een precedent schept voor verdere EU-inmenging op sociaal-cultureel terrein?
Daarnaast constateren de leden van de BBB-fractie dat het kabinet aangeeft dat de benodigde EU-middelen gevonden moeten worden binnen de afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027 en dat niet wordt vooruitgelopen op middelen na 2027. Kan het kabinet toelichten of er Nederlandse financiële bijdragen aan deze strategie zijn en welke concrete voordelen dit oplevert voor Nederland?
Verder voorziet de strategie in structurele EU-financiering voor maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor lhbtiq-gelijkheid. Hoewel het kabinet het belang van een sterk maatschappelijk middenveld onderschrijft, roept dit vragen op over de besteding van middelen en de invloed van deze organisaties op beleid. Hoe wordt voorkomen dat NGO’s met EU-geld lobbyen voor wetgeving die primair hun eigen belangen dient, zoals we recent zagen bij het lobbyschandaal in Brussel? Kan het kabinet toelichten welke waarborgen er zijn om te voorkomen dat publieke middelen worden ingezet voor politieke beïnvloeding in plaats van voor onafhankelijke belangenbehartiging en ondersteuning van kwetsbare groepen?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie expliciet naar de subsidiariteit: waarom bemoeit de EU zich met onderwerpen die primair tot de nationale bevoegdheid behoren? Hoe beoordeelt het kabinet de noodzaak van EU-optreden op dit terrein, en deelt het kabinet de opvatting dat minder EU-bemoeienis leidt tot minder ambtenaren en lagere afdrachten?
II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs en
Emancipatie
Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen van de fracties en
de overige reacties van uw Kamer. Ik dank hen voor hun inbreng. De
antwoorden houden dezelfde volgorde aan zoals in de inbreng van de
fractie. De vragen zijn cursief weergegeven.
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet met hen van mening is dat er sprake is van een duidelijke tegengestelde beweging waarbij de gelijke rechten van lhbtiq+ personen in delen van Europa onder druk staan.
Ja. In delen van Europa is duidelijk sprake van die tegengestelde beweging. Het kabinet volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en kaart deze actief aan in Europees en bilateraal verband.
Voorts vragen de leden van de D66-fractie hoe het kabinet de inzet van de Europese Commissie waardeert op het terrein van de bestrijding van conversiehandelingen, of gesprekken en structurele dialoog hierbij afdoende zijn, en welke concrete stappen Nederland onderneemt om aan te dringen op een EU-brede aanpak tegen conversietherapie.
Het kabinet kijkt met interesse uit naar de inzichten en uitkomsten van het voorgenomen onderzoek van Europese Commissie naar de aard, prevalentie en impact van conversietherapie op lhbtiq+ personen, en de daarop volgende dialoog tussen de lidstaten en de Commissie. Conversietherapie vindt in verschillende lidstaten op verschillende manieren plaats, en is schadelijk voor de lhbtiq+ personen die dit ondergaan of hieraan worden onderworpen. In Nederland is een initiatiefvoorstel Strafbaarstelling Conversiehandelingen aangenomen door de Tweede Kamer en momenteel in behandeling in de Eerste Kamer. Het kabinet zal elk voorstel tot eventuele EU-wetgeving afzonderlijk beoordelen zodra het door de Europese Commissie wordt gepresenteerd.
Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie welke vorm het nieuwe Europese kenniscentrum tegen online haat zal krijgen, welke rol Nederland hierin kan spelen en hoe het maatschappelijk middenveld daarbij wordt betrokken. Ook vragen zij of en hoe Nederlandse expertise vanuit de NCDR wordt ingebracht en of Nederland heeft bijgedragen aan het aankomende EU-actieplan tegen cyberpesten.
Het kabinet steunt het initiatief van de Commissie om een online kenniscentrum (online knowledge hub) op te zetten waar relevante bronnen en hulpmiddelen over illegale online hate speech worden gebundeld. Het kenniscentrum zal door de Commissie zelf worden opgericht. Op dit moment is nog niet duidelijk welke vorm het zal krijgen en is Nederland niet actief betrokken bij de oprichting. Ook de NCDR is niet betrokken bij de opzet van het kenniscentrum. Wel is de NCDR bereid en in staat om zijn expertise over de aanpak van lhbtiq+ discriminatie te delen met de Europese Commissie en anderen.
Het kabinet verwelkomt het EU-actieplan tegen cyberpesten en is in een eerdere fase hierbij betrokken geweest, onder andere bij het formuleren van de definitie van cyberpesten die wordt gebruikt.
De leden van de D66-fractie vragen voorts of het kabinet voornemens is om de via ambassades geboden steun aan maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de fundamentele rechten van lhbtiq+ personen binnen en buiten de EU, met het genoemde initiatief voor financiële middelen, terug te brengen naar het eerdere niveau.
Het kabinet zet zich internationaal en op Europees niveau in voor de gelijke behandeling van individuen ongeacht hun seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Een beslissing over de hoeveelheid beschikbaar te stellen middelen via ambassades aan maatschappelijke organisaties na 2027 is aan de ministers van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Binnen het huidige Meerjarig Financieel Kader van de EU zijn middelen beschikbaar voor maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de fundamentele rechten van lhbtiq+ personen, bijvoorbeeld binnen het CERV-programma, het fonds voor Asiel en Migratie (AMF), het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA). Nederland is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027, deze dienen tevens te passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. De Europese Commissie heeft in haar voorstel voor het volgend MFK vanaf 2028 voorgesteld om zorg te dragen voor de fundamentele rechten van o.a. lhbtiq+ personen via het Global Europe Instrument en het AgoraEU-programma, de opvolger van het CERV programma. Het kabinet onderschrijft het belang van deze programma’s, maar kan niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027 gezien de lopende onderhandelingen over het volgend Meerjarig Financieel Kader. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
Daarnaast willen de leden van de D66-fractie weten wat de aangekondigde
versterking van het politienetwerk Roze in Blauw concreet inhoudt en
welke aanvullende maatregelen het kabinet neemt om de meldingsbereidheid
van discriminatie en geweld tegen lhbtiq+ personen te
vergroten.
Voor de aanpak van racisme en discriminatie zijn structurele middelen vrijgemaakt binnen de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid (€6,6 mln, art 31, 32 en 33). Onder deze aanpak valt ook het programma ‘Politie voor Iedereen’, waar diversiteitsnetwerken zoals Roze in Blauw deel van uitmaken.4 Daarnaast wordt binnen de politie het komende jaar gewerkt aan het vergroten van melding- en aangiftebereidheid onder lhbtiq+ personen, zoals ook staat beschreven in de Versterkte Aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-20295. Zo wordt extra inzet geleverd om intern voorlichting te geven en kennis te verspreiden over de verschillende doelgroepen binnen de lhbtiq+-gemeenschap. Ook wordt onderzocht of politiemedewerkers kunnen worden verplicht tot het volgen van een e-learning gericht op de bejegening van slachtoffers bij meldingen en aangiftes van discriminatie, met specifieke aandacht voor de bejegening van lhbtiq+ personen. Verder wordt er een discriminatierechercheur van het expertisecentrum aanpak discriminatie van de politie (ECAD-P), waar ook structurele middelen voor zijn vrijgemaakt, aangewezen die zich specifiek zal richten op de lhbtiq+-doelgroep.
Tot slot vragen de leden van de D66-fractie welke inzet het kabinet pleegt richting landen waar Pride-evenementen worden verboden en activisten worden vervolgd. Tevens vragen zij hoe Nederland, in het licht van recente Europese jurisprudentie over het erkennen van huwelijken tussen paren van gelijk geslacht, zijn voortrekkersrol richting andere lidstaten opnieuw vorm wil geven.
Het kabinet vindt de nieuwe anti-lhbtiq+-wetswijzigingen en beperkingen ten aanzien van het demonstratierecht in Hongarije zeer zorgelijk en is van mening dat deze, net als eerdere Hongaarse anti-lhbtiq+-wetgeving, niet stroken met diverse grondrechten uit het EU-Handvest en de mensenrechten uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Of de recente wetswijzigingen daadwerkelijk in strijd zijn met het Unierecht, waaronder het EU-Handvest, is in eerste instantie aan de Europese Commissie, als hoedster van de Verdragen, om te beoordelen. Nederland zal de Commissie oproepen om dit voortvarend te doen en actie te ondernemen als zij constateert dat het Unierecht is geschonden. Ook heeft de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de Raad van Europa op 19 maart 2025 in het Comité van Ministers een Benelux-verklaring6 uitgebracht met ernstige zorgen over de recente Hongaarse anti-lhbtiq+ wetswijzingen. Deze verklaring werd gesteund door in totaal 23 landen, waarvan 19 EU-lidstaten. Ten algemene zet het kabinet zich, waar mogelijk in samenwerking met gelijkgestemde lidstaten, in Europees verband altijd in voor de bescherming en bevordering van Europese fundamentele waarden waaronder gelijkwaardigheid en het recht op demonstratie. Ook roept het kabinet bij dergelijke mogelijke schendingen van Europese afspraken de Commissie op om haar rol als hoedster van de Verdragen in te vullen met alle middelen tot haar beschikking.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over de toename van wetgeving in sommige lidstaten die de gelijke behandeling van lhbtiq+ personen inperkt. Zij vragen welke instrumenten Nederland als lidstaat heeft om rechtsstatelijke terugval in andere lidstaten tegen te gaan en welke rol het kabinet voor zichzelf ziet in dit kader.
Wanneer een lidstaat zich niet aan het Unierecht houdt, is het primair aan de Commissie, als hoedster van de Verdragen, om hiertegen in actie te komen.7 De Commissie heeft hiervoor verschillende instrumenten tot haar beschikking.8 Het is voor het kabinet van belang dat de Commissie snel en effectief optreedt om terugval van lidstaten op rechtsstatelijk vlak te voorkomen en aan te pakken en dat de Commissie gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium. Het kabinet steunt de Commissie in haar toezicht op de naleving van het Unierecht door EU-lidstaten. Ook spreekt het kabinet zich, in beginsel samen met gelijkgezinde lidstaten, uit bij zorgen over schendingen van de waarden van de Unie, waaronder over de anti-lhbtiq+-wetswijzigingen van Hongarije tijdens de Raad Algemene Zaken van 27 mei 2025, en over de bescherming van rechten van lhbtiq+ personen naar aanleiding van de Slowaakse grondwetswijziging tijdens de Raad Algemene Zaken van 21 oktober 2025.9 Nederland neemt daarnaast samen met gelijkgezinde lidstaten deel aan EU-Hofzaken op het terrein van de rechtsstaat. Zo heeft Nederland met andere lidstaten aan de zijde van de Commissie geïntervenieerd in de EU-Hofzaken over Hongaarse anti-lhbtiq-wet en Hongaarse Soevereiniteitswet. Ook spreekt Nederland in bilateraal verband lidstaten aan bij zorgen over de eerbiediging van de rechtsstaat en fundamentele rechten.
Voorts vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hoe de aanpak van discriminatie kan worden versterkt, in het bijzonder door effectievere inzet van discriminatierechercheurs, verbeterde wetgeving en handhaving, en welke hiaten het kabinet momenteel ziet op deze terreinen.
Zoals vermeld in de Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-202910 wordt de aanpak van discriminatie en geweld tegen lhbtiq+ personen op verschillende manieren versterkt. Bijvoorbeeld door het aanwijzen van discriminatierechercheurs die zich specifiek bezighouden met discriminatie van lhbtiq+ personen, het ontwikkelen van een handreiking om handhavers te ondersteunen in het herkennen van en acteren op geweld tegen lhbtiq+ personen. Ook wordt verkend hoe lokale overheden en meldstructuren gestimuleerd kunnen worden in het verbeteren van veiligheid in de publieke ruimte. Daarnaast vervolgt het OM sinds 1 juli 2025 ook strafbare feiten met, in het geval van een discriminatoir aspect, de wettelijke strafverzwarende omstandigheid van artikel 44bis van het Wetboek van Strafrecht. Dit dwingt het OM tot duidelijke afwegingen in het beoordelingsproces.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten zorgen over toenemende online haat tegen lhbtiq+ personen en vrouwen, mede door de opkomst van de “manosphere”. Zij vragen welke nationale maatregelen het kabinet hiertegen neemt.
Het is belangrijk dat vrouwen en lhbtiq+ personen zich overal veilig voelen, ook online. De inzet van het kabinet voor de (online) veiligheid van vrouwen en lhbtiq+ personen staat uiteengezet in het kabinet haar Emancipatienota: Veilig meedoen11 en het recent verschenen Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-202912.
Afgelopen zomer heeft het kabinet ook het plan van aanpak tegen
online discriminatie, racisme en hate speech13
gepubliceerd. Dit plan geeft mandaat aan de minister van BZK om
coördinerend op te treden voor een alomvattende aanpak gericht op het
bevorderen van een veilige en inclusieve online ruimte, het tegengaan
van online discriminerende, racistische en haatdragende uitingen en het
helpen van degenen die het doelwit zijn, zoals vrouwen en lhbtiq+
personen. De coördinerend bewindspersoon van emancipatie was betrokken
bij de totstandkoming van dit plan en ziet erop toe dat de positie en
ervaringen van vrouwen en lhtbiq+ personen zijn meegenomen. De
uitvoering van het plan van aanpak vindt plaats in samenwerking met de
ministeries van BZK, SZW en J&V.
In (de uitvoering van) het plan wordt aandacht besteed aan toezicht op
en samenwerking met internetpartijen en aan het ondersteunen van
maatschappelijke organisaties, waaronder organisaties die zich inzetten
voor de online veiligheid van vrouwen en lhbtiq+ personen. Over de
voortgang wordt u voor het zomerreces door de staatssecretaris van BZK
geïnformeerd.
Daarnaast vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hoe het uitgangspunt van gelijke rechten voor lhbtiq+ personen op alle gebieden van het leven zich verhoudt tot het uitblijven van een wettelijke regeling voor meerouderschap, ondanks de brede steun hiervoor in de Kamer.
Het kabinet heeft in de kamerbrief van 10 maart 2025 geconcludeerd dat een wettelijke regeling voor meerouderschap in het belang van kinderen is die in meerouderschapsgezinnen opgroeien. Inmiddels heeft Kamerlid Michon (VVD) een initiatiefwetsvoorstel voor de introductie van juridisch meerouderschap ingediend. Ik wacht dit proces af. In deze fase is het niet aan het kabinet of aan mij om een inhoudelijk oordeel te hebben over het voorstel.
Voorts willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie weten hoe de strategische ambities zich verhouden tot bezuinigingen op organisaties die zich inzetten voor lhbtiq+-rechten. Zij vragen hoe de samenwerking met het maatschappelijk middenveld concreet vorm krijgt, of dit structureel gebeurt, welke voorbeelden hiervan bestaan en hoe ervaringsdeskundigheid wordt ingezet bij de ontwikkeling en uitvoering van emancipatiebeleid.
In het huidige Regeerprogramma zijn keuzes gemaakt om te investeren in grote maatschappelijke thema’s zoals veiligheid en defensie, én om de overheidsfinanciën gezond te houden. Dit heeft tot gevolg dat voor het emancipatiebeleid circa 155 duizend euro wordt gekort op subsidies. De coördinerende en aanjagende rol vanuit OCW zal door de taakstelling op ambtenaren noodgedwongen kleiner worden. Voor de toekomst betekent dit dat we inzetten op onderwerpen waarop onze impact het grootst of het meest nodig is.
Bij het opstellen van een nieuwe emancipatienota ga ik in gesprek met het maatschappelijk middenveld. Verder wordt de samenwerking tussen OCW en het maatschappelijk middenveld met de subsidieregeling gender- en lhbti+-gelijkheid 2022-2027 vormgegeven. Zoals toegelicht in de kamerbrief van 13 februari 2023, heeft de minister meerjarige strategische partnerschappen gesloten met acht allianties van maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor gender- en lhbtiq+-gelijkheid. Hierdoor kunnen het maatschappelijk middenveld en het kabinet elkaar versterken en aanvullen in het streven naar gendergelijkheid en lhbtiq+-gelijkheid.
De alliantie Kleurrijk en Vrij is een goed voorbeeld hiervan. De alliantie bestaat uit COC Nederland, Transgender Netwerk, NNID en BI+ Nederland. Deze alliantie adviseert bijvoorbeeld politie, OM en beleidsmakers over maatregelen tegen toenemend geweld tegen lhbtiq+ personen, en zet daarbij ook ervaringsdeskundigheid in. Mede daardoor kwam er bij de politie meer tijd en geld voor Roze in Blauw, de politieteams die lhbtiq+ personen ondersteunen als zij slachtoffer worden van discriminatie en geweld.
Een ander voorbeeld van samenwerking is de alliantie Act4Respect. De alliantie bestaat uit Atria, Rutgers en COC Nederland. Deze alliantie zet met ervaringsdeskundigen en professionals in op het verminderen van seksueel geweld en (ex)partner geweld tegen meiden, jongen vrouwen en lhbtiq+ personen, met specifieke aandacht voor cybergeweld. De alliantie werkt samen met het kabinet aan de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.
Ook internationaal steunen wij organisaties die zich Europees inzetten voor gelijke rechten en vrijheden voor lhbtiq+ personen. Deze organisaties verrichten belangrijk werk waar Nederlandse en Europese lhbtiq+-gemeenschappen bij gebaat zijn. Het gaat hier bijvoorbeeld om ILGA-Europe, een koepelorganisatie die zich internationaal inzet voor de gelijke rechten en vrijheden van Europese lhbtiq+ personen.
Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie welke concrete nationale maatregelen tegen haatspraak en haatmisdrijven reeds zijn genomen en welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn.
Op 4 juli vorig jaar is door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het plan van aanpak online discriminatie naar uw Kamer gestuurd. Het plan van aanpak volgt zes beleidslijnen die als volgt samen te vatten zijn: 1) Meer gecoördineerde aanpak online discriminatie;
2) Slachtoffers beter ondersteunen; 3) Vergroten van bewustwording; 4) Online discriminatie beter registreren; 5) Meer toezicht op en samenwerking met internetpartijen; en 6) Vaker (en meer zichtbare) consequenties voor daders. Daarnaast gelden sinds 1 juli 2025 delicten met een discriminatoir karakter (hate crimes) in Nederland als wettelijke strafverzwarende omstandigheid. De aanpak van haatspraak en haatmisdrijven maakt integraal deel uit van het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme en de werkzaamheden van de NCDR, waaronder verbetering van monitoring, registratie en meldmogelijkheden van discriminatie- en haatincidenten, zowel offline als online.
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet de EU-strategie beziet in het licht van negatieve ontwikkelingen in lidstaten zoals Hongarije en Slowakije. Ook vragen zij naar de stand van zaken van de uitvoering van de motie van het lid Dassen over het ondernemen van stappen tegen Slowakije.
Zoals aangegeven in BNC-fiche verwelkomt het kabinet de tweede strategie van de Europese Commissie voor de positie van en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen. De aangekondigde strategie komt op een moment dat de gelijke behandeling van lhbtiq+ personen, en andere gemarginaliseerde groepen, in delen van de Unie verder onder druk is komen te staan. Het kabinet heeft zorgen over de wetswijzigingen die in Hongarije en Slowakije zijn aangenomen en heeft die zorgen ook geuit in bilateraal en EU-verband, zoals in het antwoord op vraag van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie in dit Schriftelijk Overleg verder is toegelicht. Het kabinet heeft ter uitvoering van de moties Dassen en Van Campen in de Raad en aan de Commissie een duidelijk politiek signaal afgegeven over de Nederlandse zorgen rondom de Slowaakse grondwetswijziging, en de Commissie opgeroepen of Slowakije het Unierecht schendt en op basis daarvan op te treden. Nederland heeft de zorgen ook bilateraal aan Slowakije overgebracht. Op 21 november jl. is de Commissie een inbreukprocedure tegen Slowakije gestart. Het kabinet acht het mede gelet hierop niet opportuun om zelf verdere stappen, zoals een statenklachtprocedure, te zetten. De statenklachtprocedure is bedoeld voor die gevallen waarin de Commissie niet optreedt of een lidstaat het niet eens is met de handelswijze of beoordeling van de Commissie.14
Verder vragen de leden van de CDA-fractie naar de voortgang van de opvolging van het Actieplan Veiligheid lhbti 2019-2022 en de verdere inzet van het kabinet op dit terrein.
Als vervolg op het Actieplan veiligheid LHBTI 2019-202215 is op 10 december 2025 de Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-202916 aan uw Kamer aangeboden.
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet aankijkt tegen mogelijke EU-wetgeving tegen conversietherapie, bezien vanuit subsidiariteit, juridische houdbaarheid en de vraag of dit primair een nationale bevoegdheid betreft.
Het kabinet kijkt met interesse uit naar de inzichten en uitkomsten van het voorgenomen onderzoek van Europese Commissie naar de aard, prevalentie en impact van conversietherapie op lhbtiq+ personen. Conversietherapie vindt in verschillende lidstaten op verschillende manieren plaats, en is schadelijk voor de lhbtiq+ personen die dit ondergaan of hieraan worden onderworpen. In Nederland is een initiatiefvoorstel Strafbaarstelling Conversiehandelingen aangenomen door de Tweede Kamer en momenteel in behandeling in de Eerste Kamer.
Het kabinet zal elk voorstel tot eventuele EU-wetgeving afzonderlijk beoordelen zodra het door de Europese Commissie wordt gepresenteerd. Daarbij wordt, in overeenstemming met de vaste BNC-werkwijze, zorgvuldig getoetst aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, zodat nationale bevoegdheden worden gerespecteerd.
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie vragen of de Europese Commissie bekend is met het onderzoek van de GGZ Gezondheidsmonitor 2023, waaruit blijkt dat de acceptatie van lhbtiq+ personen in met name grote steden in Nederland afneemt, en of de staatssecretaris dit onderzoek onder de aandacht heeft gebracht van de Europese Commissie.
Naar aanleiding van de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 heb ik aanvullend onderzoek laten uitvoeren door de Universiteit van Amsterdam. Het eerste resultaat hiervan, de literatuurstudie17, heb ik reeds onder de aandacht laten brengen bij de Europese Commissie. Ook zal ik het tweede deelrapport, dat in maart wordt gepubliceerd, doorgeleiden naar de Europese Commissie.
Voorts vragen de leden van de JA21-fractie in hoeverre de Europese Commissie bij het opstellen van de strategie rekening heeft gehouden met de mogelijke rol van culturele en religieuze achtergronden van migranten bij dalende acceptatie en toenemend geweld tegen lhbtiq+ personen, en of de strategie zich ook op de oorzaken van dalende acceptatie richt.
De Europese Commissie baseert zich bij het opstellen van degelijke strategieën op publiek beschikbare bronnen, zoals wetenschappelijk onderzoek, en op input ontvangen in de publieke consultatiefase. Op welke wijze deze informatie vervolgens wordt verwerkt tot een strategie is aan de Europese Commissie.
Daarnaast vragen de leden van de JA21-fractie naar het standpunt van het kabinet over een eventueel Europees verbod op conversietherapie, in het licht van nationale bevoegdheden.
Zie antwoord op de vragen van de leden van de CDA-fractie over mogelijke EU-wetgeving tegen conversietherapie.
Ook vragen de leden van de JA21-fractie of het kabinet bij de Europese Commissie aandacht heeft gevraagd voor het weren, straffen en uitzetten van asielzoekers die zich vermeend schuldig maken aan lhbtiq+-gerelateerde misdrijven, of het kabinet het ontbreken hiervan in de strategie als een omissie ziet en of er mogelijkheden zijn om dit alsnog te agenderen.
Voor wat betreft het straffen van asielzoekers die zich schuldig hebben gemaakt aan lhbtiq+-gerelateerde misdrijven, zijn het OM en de strafrechter verantwoordelijk. De IND kan wel vreemdelingrechtelijke consequenties verbinden aan asielzoekers die misdrijven hebben gepleegd en daar (onherroepelijk) voor veroordeeld zijn. De IND dient de informatie uit het vonnis te betrekken bij de beoordeling.
In het geval van een openstaande aanvraag van een vreemdeling (regulier/nareis/asiel), wordt er tijdens de beoordeling altijd een check uitgevoerd op openbare-orde-aspecten. Wanneer een asielzoeker bij (onherroepelijk) rechterlijk vonnis is veroordeeld voor een misdrijf, wordt altijd onderzocht of de asielaanvraag kan worden afgewezen op grond van openbare orde. Als betrokkene moet worden aangemerkt als verdragsvluchteling, kan de vergunning alleen worden geweigerd of ingetrokken als er sprake is van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’. Daarnaast moet er ook sprake zijn van een gevaar voor de gemeenschap. Als de vreemdeling geen verdragsvluchteling is, maar wel in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, moet sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’. Een van de veroordelingen moet daarnaast betrekking hebben op een misdrijf dat naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert. Verder moet ook het Unierechtelijk openbare orde criterium worden getoetst en tot slot moet de afwijzing evenredig zijn aan de bedreiging die de vreemdeling vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Als de asielzoeker niet in aanmerking komt voor een asielvergunning, maar de aanvraag op inhoudelijke gronden al kan worden afgewezen, wordt ook onderzocht of de openbare orde ernstig genoeg is om tegen te werpen in de besluitvorming. Als daar sprake van is, wordt onderzocht of er ook een zwaar inreisverbod kan worden opgelegd aan de asielzoeker/vreemdeling.
De inhoud van het beleid is uw Kamer nader toegelicht bij brief van 18 december 2024.18 Tegen die achtergrond heeft het toespitsen op specifieke vormen van misdrijven geen meerwaarde en ziet het kabinet geen aanleiding om dit te agenderen bij de Europese Commissie.
Tot slot vragen de leden van de JA21-fractie om nadere duiding van wat het concreet betekent dat lhbtiq+-rechten worden betrokken bij toetredingsonderhandelingen en associatieovereenkomsten met derde landen.
De fundamentele rechten op non-discriminatie en op gelijke
behandeling ongeacht gender of seksuele oriëntatie maken onderdeel uit
van de eisen voor lidmaatschap van de EU. Deze eisen worden ook wel de
Kopenhagen-criteria genoemd en vormen de leidraad voor de Commissie
tijdens toetredingsonderhandelingen. In haar onderhandelingen met derde
landen ziet de Commissie erop toe dat de bescherming en bevordering van
fundamentele rechten ook onderdeel uitmaken van associatieakkoorden. Het
kabinet roept de Commissie op hierin geen concessies te doen.19
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030 bevat
vergaande voorstellen, zoals harmonisatie van familierecht, verplichte
nationale actieplannen en EU-monitoring. Dit raakt direct aan nationale
soevereiniteit en lokale autonomie, kernwaarden die de leden van de
BBB-fractie hoog in het vaandel hebben. Deze leden vragen het kabinet
hoe wordt gewaarborgd dat Nederland zelf blijft beslissen over
onderwijs, gezinsbeleid en sociale inclusie, en dat samenwerking
vrijwillig blijft in plaats van bindend. Hoe voorkomt het kabinet dat
deze strategie een precedent schept voor verdere EU-inmenging op
sociaal-cultureel terrein?
In de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030 worden zowel wetgevende als niet-wetgevende initiatieven aangekondigd. Het kabinet zal elk voorstel afzonderlijk beoordelen zodra het door de Europese Commissie wordt gepresenteerd. Daarbij wordt, conform de vaste BNC-werkwijze, zorgvuldig getoetst aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, zodat nationale bevoegdheden worden gerespecteerd. Nederland hecht aan de bescherming van fundamentele rechten binnen de Unie, maar ook aan een duidelijke afbakening van nationale en Europese verantwoordelijkheden. Eventuele vormen van samenwerking op dit terrein blijven dan ook gebaseerd op vrijwilligheid, tenzij er een rechtsgrondslag in de Europese Verdragen bestaat die een andere aanpak rechtvaardigt.
Daarnaast constateren de leden van de BBB-fractie dat het kabinet
aangeeft dat de benodigde EU-middelen gevonden moeten worden binnen de
afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027 en dat niet
wordt vooruitgelopen op middelen na 2027. Kan het kabinet toelichten of
er Nederlandse financiële bijdragen aan deze strategie zijn en welke
concrete voordelen dit oplevert voor Nederland?
Nederland draagt niet direct bij aan deze strategie, noch is er een directe link tussen de afdracht van Nederland aan de Europese Unie en deze strategie. Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie op de bescherming en bevordering van de rechtsstaat en fundamentele rechten en waarden. Het respecteren van afspraken over de rechtsstaat en fundamentele rechten door lidstaten is essentieel voor een goed functionerende Unie. Het is een randvoorwaarde voor goed bestuur, het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheidsinstellingen en voor eerbiediging van de grondrechten. Daarnaast is de strategie ook van belang bij het beschermen van burgers en bedrijven, het behoud van onze waardengemeenschap en het goed functioneren van de interne markt.
Ook vragen de leden van de BBB-fractie hoe wordt omgegaan met structurele EU-financiering voor maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor lhbtiq+ gelijkheid en welke waarborgen bestaan voor transparantie en doelmatige besteding van middelen, en hoe wordt voorkomen dat publieke middelen worden ingezet voor politieke beïnvloeding?
De Commissie gebruikt subsidieverstrekking om bepaalde EU-beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. Ook maatschappelijke organisaties kunnen zich aanmelden voor deze subsidies. Maatschappelijke organisaties vertegenwoordigen burgers en dragen bij aan het pluriforme debat dat past bij een representatieve democratie. Het is van belang dat burgers in staat zijn de activiteiten en de mogelijke invloed van deze en alle andere belangenvertegenwoordigers te volgen. Transparantie en verantwoording over deze contacten zijn essentieel om het vertrouwen van burgers in de Unie te behouden. Om deze reden hebben het Europees Parlement en de Commissie in 2011 het EU-transparantieregister ingesteld door middel van een interinstitutioneel akkoord. De Raad is in 2021 toegetreden tot dit akkoord. Het kabinet is hier voorstander van. Het akkoord biedt een kader voor een transparante en ethische interactie tussen de EU-instellingen en belangenvertegenwoordigers. De EU-instellingen hebben zich gecommitteerd alleen bepaalde interacties met belangenvertegenwoordigers aan te gaan wanneer deze zijn ingeschreven in het register.
Verder geldt dat de Commissie een eigenstandige verantwoordelijkheid heeft om met maatschappelijke organisaties subsidieovereenkomsten aan te gaan. De Commissie dient daarbij, naast de afspraken over transparantie, de voorwaarden en doelstellingen van het betreffende fonds en van het Financieel Reglement van de Unie in acht te nemen.20
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie expliciet naar de subsidiariteit: waarom bemoeit de EU zich met onderwerpen die primair tot de nationale bevoegdheid behoren? Hoe beoordeelt het kabinet de noodzaak van EU-optreden op dit terrein, en deelt het kabinet de opvatting dat minder EU-bemoeienis leidt tot minder ambtenaren en lagere afdrachten?
Zoals aangegeven in het BNC-fiche is de grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit van deze mededeling positief. De mededeling heeft tot doel om bij te dragen aan een Unie waarin iedereen vrij en veilig zichzelf kan zijn zonder risico op discriminatie, haat, uitsluiting of geweld. Het bewaken van de waarden van de Europese samenleving, zoals verwoord in de Europese Verdragen, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de Europese pijler van sociale rechten vraagt om een EU-brede aanpak. Gezien de Unie-brede toepassing van dit doel kan dit onvoldoende door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Een EU-aanpak heeft, ten aanzien van lhbtiq+-gelijkheid en gezien de internationale aard van de problematiek, toegevoegde waarde ten opzichte van een enkel nationale aanpak. Het bewaken van de waarden en normen van de Europese samenleving, waaronder het vrij en veilig verkeer van personen tussen de lidstaten, het agenderen van de positie en rechten van lhbtiq+ personen, én het – onafhankelijk van lidstaten – monitoren door middel van relevante data vindt het kabinet van groot belang. Om die redenen is optreden op het niveau van de Unie, óók met eventuele redelijke kosten, gerechtvaardigd.
Lhbtiq+ is een verzamelnaam voor een groep zeer verschillende mensen en staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, bi+ personen, transgender personen, intersekse personen en queer personen. De plus staat voor personen die een andere, niet in voorstaande termen genoemde seksuele oriëntatie of genderidentiteit hebben. Waaronder zij die non-binair of aseksueel zijn. In de strategie van de Europese Commissie worden verschillende Engelse vormen (LGBTI, LGBTIQ en LGBTIQ+) door elkaar gebruikt, afhankelijk van de terminologie die wordt gebruikt in het specifieke document, initiatief of beleidsterrein waarnaar wordt verwezen. In lijn met de Schrijfwijzer wordt in de beantwoording de afkorting lhbtiq+ gebruikt, behalve als er direct wordt verwezen naar de Engelstalige titels van de Commissie strategieën of de Nederlandse vertaling daarvan (bijvoorbeeld: lhbtiq’ers). Kamerleden maken hun eigen afweging in de keuze voor afkortingen in hun schriftelijke inbreng.↩︎
NCDR : Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.↩︎
Kamerstuk 21501-20, nr. 2299.↩︎
Kamerstuk II 2024-D33033 en vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 32.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2025, 30 420, nr. 437.↩︎
Zie ook het verslag van de Raad Algemene Zaken van 19 november 2025.↩︎
Kamerstuk 21501-02, nr. 2426↩︎
Verslag Raad Algemene Zaken van 27 mei 2025, en verslag Raad Algemene Zaken van 21 oktober 2025.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2025, 30 420, nr. 437↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 30420, nr. 418↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 30420 nr. 437↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 30950, 26643, nr. 461↩︎
Zie hiervoor ook het verslag van de Raad Algemene Zaken van 19 november 2025.↩︎
Kamerstukken II, 2018-2019, 30 420, nr. 303↩︎
Kamerstukken II, 2025-2025, 30 420, nr. 437↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 30 420, nr. 419↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, nr. 19 637↩︎
Regeerprogramma kabinet-Schoof, Hoofdstuk 9b, Europese samenwerking↩︎
Antwoord van Minister Veldkamp (Buitenlandse Zaken) op de vragen van de leden Omtzigt, Van Waveren (beiden Nieuw Sociaal Contract) en Van Campen (VVD) aan de Minister-President over het Brusselse Lobbyschandaal via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-1493.html↩︎