Aanvullend artikel 100-brief over verlenging Nederlandse inzet in de Middellandse Zee
Nederlandse deelname aan vredesmissies
Brief regering
Nummer: 2026D15601, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 14:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Mede ondertekenaar: D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 29521 -513 Nederlandse deelname aan vredesmissies.
Onderdeel van zaak 2026Z06940:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-04-09 12:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Op 9 maart jl. informeerde het kabinet uw Kamer over de artikel 100-inzet in de Middellandse Zee, met de inzet van een Luchtverdedigings- en Commandofregat (hierna: het fregat) en de daarop aanwezige militairen, in beginsel tot begin april, voor een defensieve operatie in het oosten van de Middellandse Zee ter verdediging van de Carrier Strike Group (CSG), Cyprus en het bondgenootschappelijk grondgebied1. Met deze inzet toont Nederland bondgenootschappelijke solidariteit en draagt het bij aan Europese samenwerking in het kader van de bescherming van de internationale rechtsorde.
Gelet op de huidige omstandigheden heeft Frankrijk ervoor gekozen de operatie met een ongewijzigd – defensief – mandaat te continueren. Het oorspronkelijke Franse steunverzoek blijft onverminderd van kracht. In goed overleg met Frankijk heeft het kabinet er daarom voor gekozen ook de Nederlandse inzet te continueren. In overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet en met verwijzing naar de Kamerbrief inzake artikel 100-inzet in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29521, nr. 510 d.d. 9 maart 2026), informeert het kabinet u hierbij over het besluit de inzet van het fregat en de daarop aanwezige militairen te verlengen tot in beginsel begin mei 2026. De verlenging levert geen significante verdringingseffecten op wat betreft personeel of materieel. Aangezien de verlengde inzet binnen de kaders van het huidige mandaat blijft, verwijst het kabinet uw Kamer naar eerdergenoemde artikel 100-brief voor onder andere de contextanalyse, Nederlandse belangen, rechtsbasis, doelstellingen en risico’s van de Nederlandse inzet. De gevolgen voor de nationale veiligheid, zoals uiteengezet in de Kamerbrief (Kamerstuk 29521, nr. 510 d.d. 9 maart 2026), blijven eveneens onveranderd gelden voor deze verlengde inzet.
Financiën
De kosten voor de verlenging van de inzet van het fregat binnen het vlootverband was reeds begroot door Defensie. De kosten van verlenging zijn geraamd op EUR 5 miljoen en komen ten laste van het Budget Internationale Veiligheid. De totale inzet is daarmee geraamd op EUR 7,5 miljoen. Indien gebruik wordt gemaakt van kapitale munitie, dan komen de kosten daarvoor eveneens ten laste van het Budget Internationale Veiligheid.
Straat van Hormuz
Tevens maakt het kabinet van deze gelegenheid gebruik om stil te staan bij de ontwikkelingen bij de Straat van Hormuz. Zoals uw Kamer bekend veroordeelde Nederland op 19 maart jl., in een gezamenlijke verklaring met inmiddels meer dan dertig staten, de recente aanvallen van Iran op onbewapende commerciële vaartuigen, civiele infrastructuur, alsmede de feitelijke afsluiting van de Straat van Hormuz. (Kamerstuk 23432, nr. 669 d.d. 20 maart 2026). Mocht uit het daarmee samenhangende internationaal overleg over inzet in de volgende fase na het beëindigen van de vijandelijkheden een concreet verzoek voor een militaire bijdrage aan Nederland volgen, dan zal uw Kamer conform het Toetsingskader 2014 nader worden geïnformeerd.
De minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen |
De minister van Defensie, Dilan Yeşilgöz-Zegerius |
|---|
Zoals nader toegelicht in het commissiedebat van 11 maart jl. verwijst ‘bondgenootschappelijk grondgebied’ in deze context naar het NAVO-verdragsgebied.↩︎