Beslisnota bij voortgangsbrief maatwerkafspraak Tata Steel
Bijlage
Nummer: 2026D15867, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 21:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Voortgang maatwerkafspraak Tata Steel (2026D15862)
Preview document (🔗 origineel)
Parafenroute
Aanleiding
De volgende ontwikkelingen en het plenaire debat over de Joint Letter of Intent met Tata Steel (JLoI) van 7 april a.s., geven aanleiding om, samen met de staatssecretaris van IenW, de Kamer op korte termijn te informeren over:
de afronding van de publieke consultatie van de Joint Letter of Intent (JLoI) met Tata Steel;
de oplevering van de rapportage van de werkgroep GER-TSN: “Inschatting gezondheidseffecten van een deel van de aanvullende maatregelen conform Joint Letter of Intent van Tata Steel, de provincie Noord-Holland en de Staat”;
het verzoek van de vaste commissie van Infrastructuur en Waterstaat op 26 maart jl. om een reactie te geven op de position papers van de Commissie mer en de Expertgroep Gezondheid IJmond die op 19 maart jl. aan de Kamer zijn gestuurd; en
de benoeming van de heer Asscher als ministerieel gezant Tata Steel.
Geadviseerd besluit
U kunt akkoord gaan met verzending van de brief naar de Kamer.
Kernpunten
Publieke consultatie
De hoofdlijnen van de 444 reacties op de publieke consultatie. Waarbij u benoemt dat ca. 70% overwegend instemmend heeft gereageerd op de JLoI en ca. 25% zich kritisch heeft uitgelaten.
Ook benoemt u dat – waar mogelijk – de reacties worden meegenomen, maar dat o.a. vanwege de tegenstrijdigheid van de reacties niet alles kan worden overgenomen. Voor enkele inhoudelijke onderwerpen geldt dat in de JLoI al is aangegeven dat dit nader zal worden uitgewerkt in de maatwerkafspraak, bijvoorbeeld op gebied van financiële borging en meten en monitoren.
De reacties op de consultatie worden als bijlage bij de brief met de Kamer gedeeld in de vorm van een hoofdlijnenverslag.
Rapportage werkgroep GER-TSN
Naar aanleiding van een advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond1 en de motie-Gabriëls c.s.2 is in 2024 gestart met het concretiseren van een gezondheidseffectrapportage (GER) voor de TSN-plannen. Voor de ontwikkeling van de GER heeft het ministerie van IenW een onafhankelijke werkgroep ingesteld.
De GER-TSN heeft tot doel inzicht te bieden in de effecten van de beoogde maatwerkafspraak op de gezondheid van omwonenden. De GER zal geen oordeel bevatten over de vraag of de voorgenomen maatregelen voldoende of onvoldoende zijn om de gezondheid van werknemers en omwonenden te borgen; het is een instrument om de gezondheidseffecten in kaart te brengen. De GER kan, ook na het sluiten van de maatwerkafspraak, helpen om inzichtelijk te krijgen of de doelen gehaald worden.
Vanwege de gedeelde wens van alle betrokkenen om tempo te maken en om de inzichten van de GER-TSN mee te nemen, is de werkgroep GER-TSN begonnen met een inschatting van de gezondheidseffecten van een deel van de milieumaatregelen uit de JLoI (windschermen, overkappingen). De rapportage van deze inschatting wordt met deze brief naar de Kamer verzonden. Deze rapportage wordt meegenomen in de uitwerking van de maatwerkafspraak. Eventuele tussentijdse inzichten van de GER-TSN worden ook meegenomen in het komen tot een maatwerkafspraak.
Uit de rapportage komt naar voren dat de onderzochte maatregelen (beperkte) gezondheidswinst opleveren voor de omwonenden van Tata Steel.
Komende tijd zal verder worden gewerkt aan de GER. Daarbij zet eenieder zich in om snelheid te behouden, in lijn met de wensen van de Kamer. De werkgroep heeft aangegeven dat een GER idealiter wordt opgesteld op basis van een definitieve MER, die ook beoordeeld is door de Commissie mer en het bevoegd gezag, omdat de data dan volledig gevalideerd zijn. Deze versie van het MER is nog niet beschikbaar. Doordat de GER voor het eerst wordt uitgevoerd en de uitvoering afhankelijk is van de m.e.r.-procedure, is de exacte duur van de verdere uitvoering niet geheel te voorspellen.
Position papers
Het position paper van de Commissie mer schetst de rol van de Commissie mer en de hoofdlijnen van het tussentijdse advies over het tussentijdse MER, in lijn met het wettelijk kader (de Omgevingswet). Het kabinet stelt vast dat het position paper een beschrijving bevat van de feitelijk geldende situatie. Daarmee behoeft dit geen aanvullende reactie.
Het position paper van de Expertgroep Gezondheid IJmond gaat in op de zaken die, op advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond, zijn aangescherpt in de finale JLoI ten opzichte van het concept. Dit ziet o.a. op de inspanningsverplichtingen voor ultrafijnstof en emissieplafonds voor ZZS. Daarnaast worden 3 zaken genoemd die volgens de Expertgroep nog nadere uitwerking behoeven in de maatwerkafspraak (1) de GER als structureel sturingsinstrument, (2) Ambitieuzere doelen voor (ultra)fijnstof, ZZS en VOS en (3) Betere monitoring van uitstoot en blootstelling.
Bij (1) geeft u aan de suggestie mee te nemen om elke 2 jaar een voortgangsrapportage te maken en elke 5 jaar een volledige GER uit te voeren en dit mee te wegen in het bredere potentiële instrumentarium.
Bij (2) geeft u aan dat het kabinet ook de ambitieuzere doelen of fijnstof deelt en dat dit wordt meegenomen in de maatwerkafspraak (zoals ook aangegeven in het tweeminutendebat Leefomgeving en Externe veiligheid van 18 december jl.). Voor ultrafijnstof geeft u aan dat het van belang is dat eerst meer onderzoek wordt gedaan naar het ontstaan en meten van ultrafijnstof. Bij ZZS en VOS geeft u aan dat de doelen in de JLoI een eerste stap is en dat er een wettelijke minimalisatieplicht bestaat waardoor het niet het einddoel is.
Bij (3) geeft u aan dat dit wordt meegenomen in de uitwerking van de maatwerkafspraak en wordt meegewogen in het bredere instrumentarium. U benoemt hierbij nogmaals dat afspraken over monitoring van groot belang zijn.
Ministerieel gezant
U geeft aan dat de heer Asscher voor de laatste fase de rol van ministerieel gezant zal invullen. Hij zal in deze rol namens het kabinet optreden richting het bedrijf en andere stakeholders. U benoemt dat zijn opdracht o.a. ziet op de voorbereiding van zorgvuldige besluitvorming.
Bijlage bij Kamerstuk Nummer:32813-1369↩︎
Motie van het lid Gabriëls c.s, Kamerstuk 28089, nr. 286, 4 april 2024.↩︎