[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voortgang maatwerkafspraak Tata Steel

Gezondheid en milieu

Brief regering

Nummer: 2026D15862, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-03 09:48, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 28089 -349 Gezondheid en milieu.

Onderdeel van zaak 2026Z07031:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 29 september 2025 heeft de staat de Joint Letter of Intent (JLoI) met Tata Steel Nederland (TSN), Tata Steel Limited (TSL) en de Provincie Noord-Holland (PNH) ondertekend: een belangrijke tussenstap naar een definitieve maatwerkafspraak en het realiseren van groenere, schonere en meer circulaire staalproductie in de IJmond.

Met deze brief informeert het kabinet de Kamer, vooruitlopend op het plenaire debat over Tata Steel op 7 april a.s., over een aantal ontwikkelingen sinds de ondertekening van de JLoI, namelijk: de publieke consultatie over de JLoI met Tata Steel en de oplevering van de rapportage van de werkgroep-GER: “Inschatting gezondheidseffecten van een deel van de aanvullende maatregelen

conform Joint Letter of Intent van Tata Steel, provincie Noord-Holland en de Staat”. Ook wordt met deze brief, zoals verzocht1 door de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, gereageerd op de position papers die aan uw Kamer zijn gezonden ten behoeve van het gesprek over de gezondheidseffecten van de JLoI op 19 maart jl.

Publieke consultatie Joint Letter of Intent met Tata Steel

Van 7 november tot en met 19 december 2025 kon iedereen via een internetconsultatie reageren op de JLoI met TSN, TSL en de PNH en de hierin beoogde doelen, projecten en het steunbedrag. Met deze publieke consultatie is voldaan aan de vereisten voor het organiseren van inspraak uit het relevante Europese staatssteunkader (CEEAG) en het Verdrag van Aarhus. Het verduurzamen en het verminderen van de impact van de staalproductie bij TSN op de leefomgeving en gezondheid van omwonenden kent vele belanghebbenden. De consultatie is breed onder de aandacht gebracht bij maatschappelijke en omwonenden-organisaties, via regionale media, kanalen van de rijksoverheid en tijdens de informatiebijeenkomst voor omwonenden in de IJmond op 8 december 2025.

Verwerking van de reacties op de consultatie

In totaal zijn er 444 reacties binnengekomen op de consultatie. We zijn dankbaar dat een groot aantal belanghebbenden de tijd en moeite heeft genomen om op deze consultatie te reageren.

De reacties op deze publieke consulatie worden met deze brief met de Kamer gedeeld in de vorm van een hoofdlijnenverslag met daarin een samenvatting (zie bijlage 1). Het hoofdlijnenverslag is een weergave van de binnengekomen reacties en bevat dus enkel de meningen en opvatting van de respondenten. Eventuele feitelijke onjuistheden in de reacties zijn daarom niet gecorrigeerd in het hoofdlijnenverslag.

Beeld uit de ingediende reacties

Uit het hoofdlijnenverslag zijn, ondanks de verscheidenheid aan binnengekomen reacties, enkele hoofdlijnen te destilleren. Ongeveer 70% van de respondenten heeft overwegend instemmend gereageerd op de JLoI met TSN. Ongeveer een kwart van de respondenten laat zich kritisch uit over de JLoI met TSN.

In het hoofdlijnenverslag worden de reacties geanalyseerd aan de hand van vijf (uitgevraagde) hoofdthema’s: 1) de doelen van de maatwerkafspraak, 2) de lokale economische impact, 3) staatssteun, 4) de projecten en 5) vertrouwen en verantwoording door TSN.

De reacties onderschrijven in meerderheid de hoofddoelen van de maatwerkafspraak: vermindering van de impact van het bedrijf op het klimaat, gezondheid en leefomgeving. Dit sluit aan op de inzet van de maatwerkafspraak van het kabinet: verduurzaming en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden. Daarnaast wordt door een groot deel van de respondenten gewezen op de (regionale) economische waarde van bedrijf, bijvoorbeeld op het gebied van werkgelegenheid en de strategische positie van TSN.

Waar een meerderheid van de respondenten de doelstellingen ambitieus en realistisch vindt, is een beperkter deel van mening dat de doelstellingen ondermaats zijn en dat de economische waarde van het bedrijf wordt overschat.

De verscheidenheid aan binnengekomen reacties toont de complexiteit van de opgave en de verschillende belangen. Met de maatwerkafspraak met TSN zal niet aan ieders wensen kunnen worden voldaan. Wel wordt met de maatwerkafspraak naar verwachting een belangrijke stap gezet naar industriële vergroening en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden die ook bijdraagt aan banen in de regio.

Vervolg

De komende periode zal worden bezien welke reacties op de consultatie kunnen worden meegenomen in de maatwerkafspraak met TSN. Voor enkele inhoudelijke onderwerpen geldt dat in de JLoI is aangegeven dat dit zal worden uitgewerkt. Een grote groep respondenten roept op tot het maken van duidelijke, afdwingbare afspraken met stevige garanties. Deze oproep onderschrijft het kabinet volledig. Ook voor het kabinet staat voorop dat de doelen behaald moeten worden. De beoogde doelen uit de JLoI moeten in de maatwerkafspraak dan ook worden vastgelegd als bindende en afdwingbare resultaatsverplichtingen. Hier werkt het kabinet de komende tijd aan verder.

Ook ten aanzien van de financiële borging van de afspraken worden een aantal concrete voorstellen gedaan, zoals het verbieden van winstuitkeringen en terugbetaalconstructies. Een aantal van deze punten waren al opgenomen in de JLoI en worden verder uitgewerkt en waar mogelijk vastgelegd in de maatwerkafspraak.

Daarnaast wordt het belang van onafhankelijk meten en monitoren veelvuldig benoemd door de respondenten. Dit uitgangspunt is afgesproken in de JLoI en de reacties ziet het kabinet als verdere ondersteuning om dit uit te werken in de maatwerkafspraak. Daarbij komt dit punt ook terug in de motie-Teunissen c.s. over het onafhankelijk, continu en fijnmazig meten van gevaarlijke stoffen bij Tata Steel. Het kabinet ziet dit als een onderwerp dat niet alleen rond Tata Steel, maar in bredere zin rond industriële locaties van belang is. In de brief van 18 december 2025 over de uitkomsten van de Actieagenda Industrie en Omwonenden2 is de Kamer geïnformeerd over de stappen die het kabinet op dit gebied zet, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de motie-Teunissen c.s.

Gelet op de lopende onderhandelingen kan het kabinet nu niet in detail vooruitlopen op de uiteindelijke maatwerkafspraak. Ook is het van belang om te benadrukken dat niet alle reacties op de publieke consulatie mee kunnen worden genomen in de onderhandelingen over de maatwerkafspraak met TSN, onder andere omdat reacties onverenigbaar met elkaar zijn, maar ook omdat de maatwerkafspraak beperkingen kent in tijd en in geld, waardoor niet alles in één keer te realiseren is.

Met de consultatie konden belanghebbende reageren op de JLoI, oftewel de contouren van de definitieve maatwerkafspraak. Reacties waarbij wordt voorgesteld geen maatwerkafspraak met TSN te sluiten, maar waarin bijvoorbeeld sluiting van TSN wordt voorgesteld, vallen buiten deze scope en kunnen om die reden in het huidige proces van onderhandelingen niet worden meegenomen. De inzet van het kabinet is immers om een maatwerkafspraak met TSN te sluiten om zo tot een grote reductie van de CO2-uitstoot en forse verbetering van de gezondheid en leefomgeving te komen én de economische en strategische waarde van staalproductie in de IJmond te behouden voor Nederland en Europa.

Ten slotte zien enkele punten uit de consultatie op beleidsontwikkelingen die breder spelen dan de maatwerkafspraak met TSN, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de waterstofeconomie en het beleid rondom staalslakken. De opvolging van deze punten wordt, waar mogelijk, niet in de maatwerkafspraak, maar op andere manieren – bijvoorbeeld via generiek beleid – ter handen genomen.

Voortgang totstandkoming gezondheidseffectrapportage

Naar aanleiding van een advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond3 en de motie-Gabriëls c.s.4 is in 2024 gestart met het concretiseren van een gezondheidseffectrapportage (GER) voor de TSN-plannen. Voor het opstellen van de GER heeft het ministerie van IenW een onafhankelijke werkgroep ingesteld. Het voorzitterschap en secretariaat van de werkgroep is belegd bij ABDTOPConsult. Inhoudelijke expertise wordt geleverd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Kennemerland en een expert van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht. Het is veel en ingewikkeld werk om een nieuw instrument te ontwikkelen en het kabinet spreekt dan ook zijn dank uit aan de werkgroep voor haar inspanningen.

De GER heeft tot doel inzicht te bieden in de effecten van de beoogde maatwerkafspraak op de gezondheid van omwonenden. Het ontwikkelen en toepassen van dit nieuwe instrument onderstreept de inzet van het kabinet om gezondheid, naast CO2-reductie, een volwaardige plek te geven in de (besluitvorming over de) maatwerkafspraak. De GER is hiervoor één van de beschikbare instrumenten, maar zeker niet de enige. Eerder was onafhankelijk onderzoek beschikbaar waar de inzet van het kabinet voor gezondheid op is gebaseerd. Dit ziet onder andere op onderzoeken door het RIVM en de Expertgroep Gezondheid IJmond. Twee rapporten zijn in het bijzonder van belang geweest bij het bepalen van de doelstellingen. Dit ziet op de studie van het RIVM: “De bijdrage van Tata Steel Nederland aan de gezondheidsrisico's van omwonenden en de kwaliteit van hun leefomgeving5 en het advies: “Gezondheid geborgd, de eerste bevindingen van de Expertgroep Gezondheid IJmond”.6

Een relevante ontwikkeling is dat de GER-werkgroep – in overleg met de opdrachtgever (het ministerie van IenW) – inmiddels een inschatting van de gezondheidseffecten van een deel van de milieu- en gezondheidsmaatregelen heeft opgesteld. Het gaat dan vooral om de overkappingen en de aanvullende windschermen voor grondstoffenopslag. De GER-werkgroep heeft hierbij alleen gekeken naar de gezondheidseffecten van de blootstelling aan fijnstof. De werkgroep benadrukt dat de rapportage niet de GER is die het kabinet heeft toegezegd maar, zoals hier boven ook al staat, een deel daarvan. Naast het feit dat de rapportage niet gaat over op de effecten van de bouw van de nieuwe installatie (de DRP-EAF), zijn ook de effecten van het maatregelenpakket Roadmap+ niet meegenomen. Daarnaast merkt de werkgroep GER ook op dat de inschattingen meerdere onzekerheden kennen en dat de data afkomstig is van TSN en niet is gevalideerd. U treft de rapportage bij deze Kamerbrief. Het kabinet neemt de inzichten uit de rapportage serieus en neemt ze mee in het komen tot de maatwerkafspraak, in lijn met de afspraken hierover in de JLoI7.

Uit de rapportage komt naar voren dat de onderzochte maatregelen (beperkte) gezondheidswinst opleveren voor de omwonenden van Tata Steel. De bijdrage van TSN aan de gezondheidsrisico’s van fijnstof neemt door de maatregelen naar schatting met 11-16 procent af. Hoe dichter mensen bij de bron wonen, hoe meer baat zij hebben bij deze maatregelen en omgekeerd. Meer concreet resulteren de aanvullende maatregelen naar schatting tot een winst in de verwachte levensduur van één dag per inwoner in Heemskerk tot negen dagen per inwoner in Wijk aan Zee. Zolang de maatregelen van kracht zijn, leiden deze elk jaar tot ongeveer twaalf extra gezonde levensjaren voor alle bewoners van het gebied samen.

In tabel 2 van Annex 2 van de JLoI is zichtbaar hoe de verwachte immissiereductie, dus de reductie van de concentraties in de lucht, geacht wordt zich te ontwikkelen nadat het plan door TSN is uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de onderdelen die niet in deze rapportage zijn betrokken tot een aanzienlijke fijnstofreductie – en daarmee gezondheidswinst leiden. De inschatting van de werkgroep GER komt bovendien overeen met de imissiereductie die in de JLoI staat opgenomen bij dit deel van de maatregelen.

De uitkomsten van deze rapportage laten, wat het kabinet betreft, een beeld zien van een deel van de potentiële gezondheidswinst die met een maatwerkafspraak kan worden gerealiseerd. Het kabinet vindt het cruciaal dat die winst zo snel mogelijk wordt verzilverd met de daartoe te nemen maatregelen. Uiteraard spant het kabinet zich daarnaast in brede zin in om ook andere bronnen van luchtvervuiling aan te pakken en de Europese doelen voor luchtkwaliteit te halen. Naast TSN zijn er immers meerdere (kleinere) bronnen van luchtvervuiling die samen voor aanzienlijke gezondheidseffecten zorgen, zowel in de IJmond als in de rest van Nederland.

De werkgroep wil de komende tijd verder werken aan de GER en heeft aangegeven dat een GER idealiter wordt opgesteld op basis van een definitieve MER, die ook beoordeeld is door de Commissie mer en het bevoegd gezag, omdat de data dan volledig gevalideerd zijn. Zoals eerder gemeld is deze definitieve versie van het MER nog niet beschikbaar. Tegelijkertijd bestaat de wens om zo spoedig mogelijk een GER op te stellen. Doordat de GER voor het eerst wordt uitgevoerd en de uitvoering afhankelijk is van de m.e.r.-procedure,

is de exacte duur van de verdere uitvoering niet geheel te voorspellen, maar alle

betrokken partijen zijn zich bewust van de wens van de Kamer tot snelheid en zetten zich daarvoor in.

De GER zal geen oordeel bevatten over de vraag of de voorgenomen maatregelen voldoende of onvoldoende zijn om de gezondheid van werknemers en omwonenden te borgen; het is een instrument om de gezondheidseffecten in kaart te brengen. De GER kan, ook na het sluiten van de maatwerkafspraak, helpen om inzichtelijk te krijgen of de doelen gehaald worden. Hier wordt hieronder op ingegaan onder het kopje: “Reactie op position paper Expertgroep Gezondheid IJmond” onder “1. De GER als structureel sturingselement”.

Reactie op position papers Commissie mer en Expertgroep Gezondheid IJmond

Op 19 maart jl. vond in de Tweede Kamer een gesprek plaats met de Commissie mer en de Expertgroep Gezondheid IJmond over de gezondheidseffecten van de JLoI. Ten behoeve van dit gesprek hebben deze organisaties position papers met de Kamer gedeeld. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op 26 maart jl. om een reactie op deze position papers verzocht8. Deze reactie is hieronder opgenomen.

Reactie op position paper Commissie mer

De Kamer heeft verzocht om de – voor de overstap naar een groene staalproductie relevante – vergunningstrajecten en procedures waar mogelijk te versnellen en centraal te coördineren9. Zoals bekend, is het coördinerend bevoegd gezag voor dit traject de provincie Noord-Holland. De provincie Noord-Holland heeft reeds vergaande stappen gezet om het vergunningentraject zo snel mogelijk te doorlopen, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en de vereiste zorgvuldigheid. In dat kader is door de provincie onder andere besloten een projectbesluitprocedure te doorlopen10. Daarmee worden de procedures centraal gecoördineerd en is sprake van beroep in één instantie, wat de doorlooptijden tot een onherroepelijk besluit aanzienlijk verkort. Het Rijk steunt de inzet van de provincie en draagt in dat kader vooralsnog ca. € 19 miljoen bij aan de provincie Noord-Holland voor de uitbreiding van de capaciteit bij de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.

Het position paper van de Commissie mer schetst de rol van de Commissie mer en de hoofdlijnen van het tussentijdse advies over het tussentijdse MER, in lijn met het wettelijk kader (de Omgevingswet). De Commissie mer vervult haar adviserende taak op verzoek van het bevoegd gezag. Het kabinet stelt vast dat het position paper een beschrijving bevat van de feitelijk geldende situatie. Daarmee behoeft dit geen aanvullende reactie.

Reactie op position paper Expertgroep Gezondheid IJmond

Het position paper van de Expertgroep Gezondheid IJmond gaat in op de zaken die op advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond in de finale JLoI zijn aangescherpt ten opzichte van de concept-JLoI, zoals ook aan de Kamer gemeld bij de ondertekening van de JLoI11. Het gaat dan om het verankeren van de GER in de JLoI; het opnemen van een inspanningsverplichting om emissies van ultrafijnstof te reduceren; het vastleggen van beoogde emissieplafonds voor een aantal vluchtige organische stoffen en zeer zorgwekkende stoffen; en het aanscherpen van de beoogde emissiereductiedoelstelling voor fijnstof. Het kabinet dankt de Expertgroep Gezondheid IJmond (net als de AMVI) nogmaals voor hun waardevolle advies over de concept-JLoI en benadrukt dat deze adviezen hun beslag hebben gekregen in de definitieve JLoI, die weer het kader vormt voor de beoogde maatwerkafspraak.

Het position paper gaat vervolgens in op het feit dat drie zaken nog nadere uitwerking behoeven in de definitieve maatwerkafspraak:

  1. De GER als structureel sturingselement: het kabinet neemt deze suggestie mee bij de uitwerking van de beoogde maatwerkafspraak. Gegeven de omvang en complexiteit van de te steunen bovenwettelijke verbeteringen zijn gedegen afspraken over monitoring van de doelstellingen (zie ook punt 3 hieronder) essentieel. De suggestie om elke 2 jaar een voortgangsrapportage te maken en elke 5 jaar een volledige GER uit te voeren wordt meegewogen binnen het bredere potentiële instrumentarium.

  2. Ambitieuzere doelen voor:

    1. Fijnstof: zoals in het position paper aangegeven heeft de Kamer de motie-Zalinyan/Kostić12 aangenomen. Het kabinet deelt, zoals aangegeven in het tweeminutendebat Leefomgeving en Externe veiligheid van 18 december jl., de ambitie om ambitieuzere reductiedoelen vast te leggen in de maatwerkafspraak.

    2. Ultrafijnstof: de Expertgroep adviseert om ook voor deze emissies doelen vast te leggen en deze te monitoren. Het kabinet onderschrijft deze inzet en stelt tegelijkertijd vast dat het vastleggen van een dergelijke doelstelling – die daarmee ook een voorwaarde wordt voor subsidiebetalingen – op dit moment onhaalbaar is omdat een doelstelling alleen zin heeft als deze gemonitord kan worden. Momenteel worden de technische (on)mogelijkheden in beeld gebracht om hier invulling aan te geven, waarbij naar huidige inzichten eerst meer onderzoek nodig is naar het ontstaan en meten van ultrafijnstof voordat een doel kan worden vastgelegd. De maatwerkafspraak zou ook andere bepalingen dan concrete emissieplafonds kunnen bevatten waarmee wel degelijk afspraken worden gemaakt over het reduceren van ultrafijnstofemissies.

    3. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en vluchtige organische stoffen (VOS): de Expertgroep merkt op dat, gezien de wettelijke minimalisatieplicht voor ZZS, de doelen in de JLoI niet moeten worden gezien als einddoel, maar als eerste stap in een verbetertraject. Het kabinet ziet de maatwerkafspraak als een eerste stap om versneld de uitstoot van een aantal ZZS fors terug te dringen. Daarnaast biedt het wettelijk kader in de vorm van een vermijdings- en reductieprogramma mogelijkheden waarmee (zonder bovenwettelijke afspraak) stapsgewijs verdere reducties kunnen worden gerealiseerd.

  3. Betere monitoring van uitstoot en blootstelling: de Expertgroep Gezondheid IJmond vindt dat het huidige meetsysteem primair is ingericht op normhandhaving en onvoldoende inzicht geeft in de daadwerkelijke blootstelling van omwonenden. Daarom adviseert de Expertgroep Gezondheid IJmond uitbreiding van het bestaande meetnet. Net als bij punt 1 geldt: het kabinet neemt deze suggestie mee bij de uitwerking van de beoogde maatwerkafspraak. Gegeven de omvang en complexiteit van de te steunen bovenwettelijke verbeteringen zijn gedegen afspraken over monitoring van de doelstellingen essentieel. De mogelijkheden voor monitoring en metingen worden meegewogen binnen het bredere potentiële instrumentarium.

Ook de komende jaren is het van belang om goed zicht te houden op de kwaliteit van de leefomgeving in de IJmond, juist ook als gevolg van de transitie bij TSN. Daarom is aan het RIVM gevraagd om, in samenwerking met o.a. de GGD, een evaluatie uit te voeren van de huidige onderzoeken die in de IJmond plaatsvinden. Hiermee wordt bezien of het huidige onderzoeksportfolio voor de komende jaren passend is. Eerdere evaluaties, zoals gedaan bij het luchtmeetnet, worden hierbij betrokken. De suggesties van de Expertgroep Gezondheid IJmond zullen door het RIVM worden meegewogen. Op basis van die evaluatie kan worden besloten of aanvullend onderzoek moet worden gestart en/of welke aanpassingen nodig zijn in lopende onderzoeken.

Tot slot

Het kabinet ziet de maatwerkafspraak als een belangrijke stap om op de kortst mogelijke termijn de industriële vergroening een impuls te geven die bijdraagt aan banen in de regio en die leidt tot vermindering van de negatieve impact op de gezondheid voor de omwonenden in de omgeving en een forse CO2-reductie oplevert.

Over de JLoI met TSN, TSL en de PNH gaan we op 7 april aanstaande met elkaar in debat, waarbij de Kamer kan reageren op de inhoud van de JLoI en eventuele aandachtspunten kan meegeven aan het kabinet. Het kabinet neemt de aandachtspunten mee in de verdere onderhandeling om tot een maatwerkafspraak te komen. Voor deze laatste fase van de maatwerkafspraak zal de heer Lodewijk Asscher de rol van ministerieel gezant vervullen. In deze rol zal hij binnen de complexe dynamiek namens het kabinet optreden richting het bedrijf en nadrukkelijk ook richting andere stakeholders. Het is de inzet dat hij in zijn rol een bijdrage kan leveren aan de uitwerking van de vele belangrijke onderwerpen die in de maatwerkafspraak een plek moeten krijgen en dat ook in de laatste fase de besluitvorming zorgvuldig kan plaatsvinden.

Het kabinet vindt het van belang om de Kamer goed te blijven informeren over de voortgang van de maatwerkafspraak met Tata Steel. In de maatwerkafspraak zullen concrete doelen voor verduurzaming en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden worden vastgelegd. Zoals in eerdere Kamerbrieven aangegeven, wordt de Tweede Kamer bij een finale maatwerkafspraak meegenomen.13

Hoogachtend,

Stientje van Veldhoven-van der Meer

Minister van Klimaat en Groene Groei

Jo-Annes de Bat

Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei

Annet Bertram

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat


  1. 2026Z04965/2026D13988.↩︎

  2. Kamerstuk 28089, nr. 346↩︎

  3. Bijlage bij Kamerstuk Nummer:32813-1369↩︎

  4. Motie van het lid Gabriëls c.s, Kamerstuk 28089, nr. 286, 4 april 2024.↩︎

  5. Kamerstuk 29826, nr. 266.↩︎

  6. Ref. 2026Z04965/2026D13988.↩︎

  7. Joint Letter of Intent, artikel 11 lid 6 en lid 12 onder d↩︎

  8. Ref. 2026Z04965/2026D13988.↩︎

  9. Motie Erkens en Boucke Kamerstuk II 32813, nr. 950↩︎

  10. Brief aan PS over start procedure projectbesluit Heracless-Groen Staal.pdf↩︎

  11. Kamerstuk 29826, nr. 266.↩︎

  12. Kamerstuk 28089, nr. 342.↩︎

  13. Kamerstukken II 2023-2024 29826 nr. 209↩︎