Maatregelen verbetering organisatie UWV
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Brief regering
Nummer: 2026D16080, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-08 16:32, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 26448 -887 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI).
Onderdeel van zaak 2026Z07128:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-04-08 13:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-21 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
26448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 887 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 april 2026
Bij de WIA-vaststelling zijn in 2024 fouten aan het licht gekomen, die te lang onopgemerkt zijn gebleven en mede daardoor een grote impact hadden op mensen die voor hun inkomen afhankelijk zijn van UWV. Als gevolg hiervan worden bij UWV in de gehele organisatie werkprocessen doorgelicht en controles heringevoerd of aangescherpt gericht op structurele verbetering van de dienstverlening. Dit brengt met zich mee dat opnieuw mogelijke fouten aan het licht kunnen komen. In de Stand van de uitvoering wordt hiervan melding gemaakt als dit zich voordoet of als er signalen zijn die nader onderzocht worden. Zo wordt in de Stand van de Uitvoering die ongeveer gelijktijdig met deze brief verschijnt melding gedaan over de vaststelling van de WW en de afbakening van de WIA-hersteloperatie.
Naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer over fouten bij de WIA-vaststelling1 zijn maatregelen in gang zijn gezet om de sturing en verantwoording te verbeteren. Ook heeft de Raad van Bestuur van UWV een organisatieverandering in gang gezet. Desalniettemin maak ik mij net als uw Kamer zorgen over de organisatie in het licht van de opgave waar UWV voor staat en meen ik dat aanvullende maatregelen nodig zijn gericht op de organisatie(cultuur) van UWV.
In het vervolg van deze brief beschrijf ik de reeds getroffen en de voorgenomen aanvullende maatregelen. Aan het eind ga ik in op de motie die het lid Patijn (GroenLinks-PvdA) heeft ingediend tijdens het tweeminutendebat WIA met het verzoek om een regeringscommissaris UWV-problematiek aan te stellen2.
In de kabinetsreactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer is uiteengezet welke maatregelen UWV en SZW treffen om de sturing en verantwoording binnen UWV en tussen SZW en UWV te verbeteren. UWV is onder meer gestart met de ontwikkelagenda sociaal-medische dienstverlening en het programma Kwaliteit op orde. In overleg met UWV werkt SZW aan aanscherpingen in de planning- en controlstructuur en de bestuurlijke overlegcyclus, het ontwikkelen van een nieuwe definitie voor rechtmatigheid, intensievere samenwerking met de Auditdienst UWV en het scherp voeren van het gesprek met de Raad van Bestuur over risico’s. Daarnaast voert UWV op dit moment een organisatieverandering door die ook van invloed is op het doorgeven van signalen, op de organisatiecultuur en op de interne besturing.
In aanvulling hierop ben ik voornemens de volgende maatregelen te treffen:
Ik bied u aan een of meer technische briefing(s) met UWV en SZW te organiseren over de organisatie-ontwikkeling bij UWV. Dit stelt de Kamer zelfstandig in staat om de organisatie-ontwikkeling bij UWV goed te volgen.
Ik zal de Raad van Bestuur van UWV de opdracht geven om de organisatie(cultuur) te verbeteren. UWV stelt hiertoe een plan op. Onderwerpen zijn onder meer hoe wordt omgegaan met signalen van de werkvloer en het organiseren van tegenspraak. De opzet en uitwerking in concrete maatregelen wordt met SZW afgestemd en in bestuurlijk overleg besproken, zowel politiek als topambtelijk. Het verbeterplan zal ik met de Kamer delen.
Ik verzoek de Raad van Bestuur van UWV mij periodiek te informeren over de voortgang van de maatregelen en over de feitelijke ontwikkeling van de organisatie. Ik verwacht dat UWV in deze voortgangsrapportages voor een belangrijk deel gebruik kan maken van bestaande instrumenten, zoals bijvoorbeeld medewerkersonderzoeken.
In de bestuurlijke overleggen tussen de Raad van Bestuur van UWV en SZW, zowel politiek als topambtelijk, wordt de organisatiecultuur een vast gespreksonderwerp om de Raad van Bestuur op te bevragen, mede op basis van de onder 3 genoemde rapportages. In de stand van de uitvoering zal ik de Kamer hierover informeren.
Ik verzoek de Raad van Bestuur van UWV om aan de Audit adviescommissie (AaC) UWV een lid toe te voegen dat zich specifiek richt op organisatiecultuur en kwaliteitsmanagement. De AaC is onafhankelijk en adviseert de Raad van Bestuur over bedrijfsvoering, risicomanagement, informatievoorziening en IT. De Raad van Bestuur weegt de adviezen van de AaC mee in de besluitvorming en rapporteert daarover aan de AaC. De voorzitter van de AaC heeft periodiek overleg met de secretaris‑generaal van het ministerie van SZW. De AaC bestaat uit externe deskundigen met diepgaande kennis en ervaring op diverse onderwerpen. Het nieuwe lid dat zich specifiek richt op organisatiecultuur en kwaliteitsmanagement kan adviseren hoe fouten sneller te signaleren, zicht te krijgen op omvang en reikwijdte en te werken aan structurele oplossingen.
Ik verzoek de Raad van Bestuur van UWV om een tijdelijke visitatiecommissie in te stellen die toetst of de organisatieveranderingen die UWV doorvoert bijdragen aan de gewenste cultuurverandering. In een kort tijdsbestek (een week) voert de commissie gesprekken binnen de organisatie en rapporteert de bevindingen aan de Raad van Bestuur. Ik kan mij voorstellen dat deze commissie dit najaar bijeenkomt en een jaar later in dezelfde samenstelling haar werkzaamheden herhaalt om te zien welke voortgang is bereikt.
Een regeringscommissaris, zoals voorgesteld in de motie Patijn, is niet opgenomen bij deze voorgenomen maatregelen. Zoals aangegeven tijdens het tweeminutendebat op 31 maart 2026 is de aanstelling van een regeringscommissaris naar mijn mening niet helpend in de gegeven situatie. Dit zou ertoe leiden dat de energie gaat zitten in het inbouwen van extra controles en het bouwen van extra lagen tussen mij als verantwoordelijk minister en UWV met een onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling tot gevolg.
Ik heb er vertrouwen in dat dit pakket maatregelen samen met de reeds getroffen maatregelen bijdraagt aan een beter functionerend UWV en daarmee aan het herwinnen van vertrouwen.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Kamerstukken II, 2025-2026, 26448, nr. 863↩︎
Kamerstukken II, 2025-206, 26448, nr. 876↩︎