Nota naar aanleiding van het verslag
Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie
Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag
Nummer: 2026D16209, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 16:34, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie (Kamerstuk 36882)
Onderdeel van kamerstukdossier 36882 -6 Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie.
Onderdeel van zaak 2026Z00825:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-02-26 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-01-28 10:15 ⇒ Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op donderdag 26 februari a.s. om 14.00 uur. (Besluit)
- 2026-01-28 10:15 ⇒ Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2026-01-21 13:10 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-01-21 13:10 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z07181:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-01-21 13:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-28 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-02-26 14:00: Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-04-22 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
36 882 Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie
Nr. 6 Nota naar aanleiding van het verslag
Ontvangen 8 april 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen in het verslag van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Graag ga ik in op de door u gestelde vragen. De beantwoording van de vragen is geplaatst in de integrale tekst van het verslag. Het verslag is cursief weergegeven.
Inhoudsopgave
Algemeen deel
Inleiding
Aanleiding en achtergrond van het voorstel
Inhoud van het wetsvoorstel
3.1 Proces van indicatiestelling door het CIZ
3.2 Overwogen aanvullende waarborgen ter bescherming van de verzekerde die niet in staat is zelf een aanvraag in te dienen
10. Evaluatie
11. Advies en consultatie
Algemeen deel
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de wijzigingen van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. De leden van de D66-fractie onderstrepen het belang van dit wetsvoorstel, dat de toegankelijkheid van de Wet langdurige zorg waarborgt door familieleden de mogelijkheid te geven een aanvraag in te dienen wanneer de verzekerde dat zelf niet meer kan en er geen wettelijk vertegenwoordiger of machtiging is geregeld.
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel met betrekking tot de Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. Op het moment hebben zij hierbij geen verdere vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. Zij hebben hier nog enkele vragen over.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van wet en de memorie van toelichting. Deze leden vinden het belangrijk dat kwetsbare mensen niet tussen wal en schip vallen door formaliteiten. Tegelijk moet het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt voorop blijven staan en mag een wetswijziging niet leiden tot extra bureaucratie of onwerkbare situaties in de uitvoering.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van Wijziging Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. De leden hebben geen vragen aan de minister.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Zij steunen de regering in dit voorstel dat al lang een wens is van cliënten, hun familie en de zorgsector. Deze leden dringen aan op een snelle behandeling en invoering van de wet. Welke datum ambieert de regering om deze wet in te laten gaan?
Het kabinet waardeert de steun van de leden van de ChristenUniefractie voor dit wetsvoorstel, dat een belangrijke belemmering voor het (tijdig) verkrijgen van Wlz-zorg wegneemt. Dit wetsvoorstel heeft een lange voorgeschiedenis. De cliëntenorganisaties Alzheimer Nederland, KansPlus, LOC Waardevolle Zorg, Sien, EMB Nederland, Ieder(in), alsmede beroepsorganisaties V&VN, Verenso, NVAVG, NVO en NIP, de brancheorganisaties ActiZ, VGN en Zorgthuisnl hebben op 25 november 2021 en op 2 maart 2022 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin zij aandacht vroegen voor de door hun ervaren knelpunten. Zij hebben daarbij de wens geuit om in de Wlz op te nemen dat de cliënt vertegenwoordigd kan worden door een persoon uit de kring van familieleden, zoals ook geregeld in de WGBO en de Wzd, voor het doen van een aanvraag voor een Wlz-indicatie.1 Ook heeft het CIZ in de Stand van de uitvoering 2024 aangegeven dat het belangrijk is de Wlz op dit punt te wijzigen.2 In 2018 waren Kamervragen gesteld over dit onderwerp door D66, CDA en GroenLinks.3
Het kabinet is het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat een snelle inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zeer wenselijk is. Onder de huidige wetgeving heeft een cliënt die zelf geen Wlz-aanvraag kan indienen omdat hij de gevolgen daarvan niet overziet en er geen wettelijke vertegenwoordiging (mentorschap/curatele) of schriftelijke machtiging is geregeld, geen toegang tot Wlz-zorg. Met dit wetsvoorstel wordt het eenvoudiger om een aanvraag te doen doordat - bij het ontbreken of niet handelen van een vertegenwoordiger of een schriftelijk gemachtigde - familieleden de aanvraag mogen ondertekenen. Het kabinet streeft dan ook naar snelle inwerkingtreding en hoopt, afhankelijk van de behandeling van het wetsvoorstel in uw Kamer en de Eerste Kamer, dat het wetsvoorstel in 2027 van kracht kan worden.
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben hier nog een enkele vraag over.
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. Genoemde leden delen de mening dat het ontbreken van deze mogelijkheid in de praktijk zorgt voor een onnodige belemmering van de toegang tot de Wlz-zorg, niet iedereen heeft immers een levenstestament of zelfgeschreven wilsverklaring. Voorkomen moet worden dat door het ontbreken van deze mogelijkheid het verkrijgen van zorg vanuit de Wlz een tijdrovend proces wordt met daarbovenop nog een toename van administratieve lasten. Daarom onderschrijven de leden van de Groep Markuszower de noodzaak van deze wetswijziging en hebben zij daarover geen nadere vragen of opmerkingen.
Inleiding
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden allereerst willen benadrukken dat zij veel waarde hechten aan de toegankelijkheid van de zorg. Zij lezen dat het onderhavige wetsvoorstel beoogt om de toegankelijkheid tot de Wlz te waarborgen en onderstrepen dit doel.
Aanleiding en achtergrond van het voorstel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de ondertekening van de aanvraag duidelijk maakt dat iemand uit vrije wil om een indicatiebesluit vraagt en overziet wat de rechten en plichten van de aanvraag zijn. Zou nader toegelicht kunnen worden op welke wijze gewaarborgd wordt dat dit uit vrije wil gebeurt en de aanvrager de rechten en plichten van de aanvraag voldoende overziet?
Indien een aanvraag voor een indicatiebesluit wordt ondertekend door een cliënt met bijvoorbeeld dementie in een verder gevorderd stadium leidt dit in de praktijk bij het CIZ vaak tot gerede twijfel over de ondertekening van de aanvraag. Bij gerede twijfel zal het CIZ de ondertekening onderzoeken. Wanneer een indicatiebesluit gevraagd wordt, vindt altijd een onderzoek in persoon plaats via (digitaal) huisbezoek of telefonisch overleg, waarbij een medewerker van het CIZ de cliënt dus zelf spreekt. Dit indicatiestellingsproces biedt voldoende waarborgen om ervoor te zorgen dat een Wlz-indicatie zorgvuldig tot stand komt en dat dit proces niet oneigenlijk wordt beïnvloed door degene die namens de cliënt de aanvraag doet.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het tijdig opstellen van een levenstestament bij de notaris, het afgeven van een schriftelijke machtiging of tijdig aanvragen van een wettelijk vertegenwoordiger aanbevelenswaardig is. Zou nader toegelicht kunnen worden op welke wijze deze aanbeveling eventueel gecommuniceerd wordt naar mensen?
Op de website van het ministerie van VWS over regelhulp4 wordt toegelicht wat een volmacht is en wat van een gevolmachtigde verwacht mag worden. Ook wordt hier uitleg gegeven over het levenstestament. Op de website van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie5 is hierover eveneens informatie te vinden. Ook de ouderenbond ANBO-PCOB verschaft via haar website6 informatie hierover. Hoewel het geen taak is van het CIZ om de cliënt te wijzen op de wettelijke vertegenwoordiging in het algemeen, wijst het CIZ de cliënt - als dit in het belang is van de cliënt en de aanvraagprocedure -, op het belang van het tijdig regelen van (wettelijke) vertegenwoordiging. Het CIZ wijst de cliënt er dan op dat bijvoorbeeld door middel van een verzoek bij de rechtbank of het opstellen van een levenstestament of een schriftelijke machtiging (wettelijke) vertegenwoordiging geregeld kan worden. Informatie hierover staat ook op de website van het CIZ7 en van Regelhulp8.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het in de huidige situatie met regelmaat voorkomt dat cliënten die thuis wonen en daarnaast veel begeleid en verzorgd worden door familieleden, maar dat deze zorg uiteindelijk niet meer voldoende is met als gevolg dat de naasten onder druk komen te staan en de zorg niet meer aankunnen. Wat zijn de eventuele gevolgen voor de druk op mantelzorgers indien dit wetsvoorstel aangenomen zou worden? Is hier ook nader onderzoek naar verricht, zoals bijvoorbeeld naar de gedragseffecten?
Dit wetsvoorstel neemt een belangrijke belemmering voor het (tijdig) verkrijgen van Wlz-zorg weg.
Ingevolge het voorliggende wetsvoorstel hoeven cliënten minder lang te wachten op Wlz-zorg die zij nodig hebben in het geval geen wettelijke vertegenwoordiging (mentorschap of curatele) of schriftelijke machtiging is geregeld. Voor mantelzorgers heeft dit tot gevolg dat hun naaste eerder de juiste zorg ontvangt en dat de mantelzorger in dat opzicht wordt ontlast. Bovendien kunnen mantelzorgers in de huidige situatie ook betrokken zijn bij het aanvragen van mentorschap bij de rechter. Deze procedure is tijdrovend, vertragend, (mogelijk) emotioneel belastend en gaat gepaard met kosten. Het wetsvoorstel zorgt er dus voor dat zowel cliënten als mantelzorgers worden ontlast doordat de aanvraag voor een Wlz-indicatie minder tijdrovend, vertragend en emotioneel belastend is en de toegang tot Wlz-zorg die de cliënt nodig heeft beter en eerder wordt geborgd.
Uit de regeldrukberekening van Sira Consulting9 blijkt dat een afname van de regeldruk voor familieleden wordt verwacht op grond van het wetsvoorstel. Nu mantelzorgers geregeld familieleden zijn, is dit ook van belang voor mantelzorgers. In het onderzoek door Sira Consulting is ook stilgestaan bij de gedragseffecten. Daaruit blijkt dat het met het wetsvoorstel voor familieleden eenvoudiger wordt om namens hun naaste op te treden, wat niet alleen hun betrokkenheid vergroot, maar ook het onderlinge contact met zorgverleners ten goede komt. Gesprekken tussen zorgmedewerkers en familieleden verlopen daardoor soepeler en zij kunnen zich richten op de inhoud van de zorg, in plaats van op juridische complicaties zoals aanvragen van het mentorschap.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de huidige praktijk indien een Wlz-aanvraag voortvloeit uit een acute ontwikkeling, zoals een beroerte, het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) de aanvraag gelet op de spoedeisende zorgbehoefte alsnog in behandeling zal nemen ondanks het ontbreken van een handtekening. Zou nader toegelicht kunnen worden aan de hand van welke criteria wordt bepaald of er sprake is van een acute ontwikkeling en/of een spoedeisende zorgbehoefte?
Het CIZ kan een aanvraag in behandeling nemen zonder dat de cliënt de aanvraag ondertekend heeft. Het moet dan gaan om een acute ontwikkeling in de zorgvraag, bijvoorbeeld als een cliënt een CVA krijgt, waardoor de cliënt niet kan ondertekenen. Daarnaast moet de individuele cliënt onevenredig nadeel oplopen als de aanvraag niet in behandeling wordt genomen vanwege het ontbreken van een handtekening. Er moet dus een noodzaak voor snelle besluitvorming bestaan.10
De leden van de PVV-fractie lezen dat het knelpunt zich voordoet wanneer een meerderjarige verzekerde de gevolgen van een aanvraag niet kan overzien en er geen wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde aanwezig is. Zij vragen hoe vaak deze situatie zich jaarlijks voordoet en hoeveel mensen hierdoor feitelijk vertraging oplopen in het krijgen van passende zorg.
Er is geen informatie beschikbaar over hoeveel mensen een aanvraag niet kunnen overzien en er geen wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde is. Wel is uit de regeldrukberekening van Sira Consulting11 gebleken dat op jaarbasis naar schatting 1.650 verzoeken tot mentorschap ten behoeve van de Wlz-aanvraag worden ingediend. Dit zijn dus situaties waarin er geen wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde is. Dit betreft een gemiddelde van de inschattingen van het CIZ en (koepels van) zorgaanbieders in de ouderenzorg. Op het aantal verzoeken tot mentorschap dat door familieleden wordt ingediend, zonder betrokkenheid van een zorgverlener, is geen zicht. Daarom constateert Sira Consulting dat het aantal verzoeken tot mentorschap dat wordt ingediend ten behoeve van de Wlz-aanvraag mogelijk nog hoger ligt.
Verder vragen zij welk deel van de problemen in de praktijk werkelijk te maken heeft met wilsonbekwaamheid en welk deel met administratieve fouten of onduidelijkheid rond handtekeningen.
Er zijn geen aanwijzingen dat administratieve fouten of onduidelijkheden rond handtekeningen leiden tot het (onnodig) aanvragen van mentorschap. Aan een dergelijke aanvraag gaat ook veel voorbereiding vooraf en zorgverleners bieden begeleiding bij het aanvragen van mentorschap.
De leden van de PVV-fractie begrijpen dat het doel is de toegang tot langdurige zorg te verbeteren. Zij vragen concreet welke verbetering in doorlooptijd wordt verwacht en hoeveel situaties van zorguitstel hiermee worden voorkomen.
Welke verbetering in doorlooptijd wordt verwacht en hoeveel situaties van zorguitstel worden voorkomen, is niet exact te zeggen. Maar het ligt in de rede dat er een verbetering zal optreden omdat een gang naar de rechter en alle daarbij komende administratieve lasten voor familieleden, zorgverleners, zorgaanbieders en het CIZ, zoals blijkt het uit het rapport van Sira Consulting12 niet meer aan de orde is, hetgeen de doorlooptijd en tijdige toegang tot langdurige zorg ten goede zal komen.
Inhoud van het wetsvoorstel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het met dit wetsvoorstel mogelijk wordt dat de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel een ander familielid de aanvraag kan doen. Zou nader toegelicht kunnen worden wat er bedoeld wordt met ‘andere levensgezel’ en wat onder dit containerbegrip zou vallen? Welke ruimte biedt dit wetsvoorstel daarmee aan niet-traditionele gezinnen of relaties, zoals bijvoorbeeld meeroudergezinnen? Welke criteria worden gehanteerd voor het bepalen wie wel of niet een aanvraag mag doen namens de cliënt en hoe rijmt dit met de rechten van personen met niet-traditionele gezinnen of relaties? Hoe wordt gereflecteerd op het risico op praktische barrières bij de toepassing van het wettelijk kader, gelet op de reikwijdte van de term ‘andere levensgezel’ in het onderhavige voorstel?
Welke eventuele praktische drempels zouden niet-traditionele gezinnen bijvoorbeeld in de praktijk alsnog kunnen ervaren en zijn er wijzen om dat te ondervangen binnen het onderhavige voorstel?
Het begrip "andere levensgezel" in de Nederlandse wetgeving verwijst naar degene met wie iemand een nauwe persoonlijke relatie onderhoudt en een gemeenschappelijke huishouding deelt, zonder dat zij getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben. Dit begrip wordt in de Nederlandse wetgeving (zowel in het privaatrecht (Burgerlijk Wetboek) als in het strafrecht), vaak naast de begrippen echtgenoot en geregistreerde partner, gebruikt om ongehuwde samenwonenden dezelfde rechten of plichten te geven als echtgenoten en geregistreerde partners.
Voor het bepalen wie een aanvraag mag doen namens de verzekerde geldt de in het voorgestelde artikel 3.2.3, tweede lid, voorgeschreven volgordelijkheid van personen. Vooralsnog zijn daarbij geen praktische problemen voorzien.
Indien er sprake is van meerdere levensgezellen zal één van hen – bij afwezigheid van een wettelijk vertegenwoordiger of schriftelijk gemachtigde - de aanvraag voor een Wlz-indicatie namens de verzekerde doen. Dit is niet anders dan bij de situatie dat de verzekerde meerdere kinderen heeft waarvan één van hen de aanvraag moet doen.
In geval van onderlinge onenigheid over wie de aanvraag namens de verzekerde mag doen, wordt als volgt gehandeld. Als een aanvraag door een familielid wordt ingediend en een ander familielid in dezelfde rangorde is het daar niet mee eens, dan wordt de aanvraag in principe in behandeling genomen. Er is dan immers een rechtsgeldige aanvraag. Het familielid dat het niet eens is met de aanvraag wordt door het CIZ wel bij de aanvraag betrokken, maar er wordt uiteindelijk een beslissing genomen op basis van de toegangscriteria. Voor de partner/levensgezel en andere familieleden geldt er een rangorde. Indien een aanvraag wordt ingediend door een kind, maar er blijkt later een partner/levensgezel die het niet eens is met de aanvraag, dan bespreekt het CIZ met de partner/levensgezel in kwestie of diegene zich achter de aanvraag schaart. Indien dit niet het geval is, neemt het CIZ de ingediende aanvraag niet verder in behandeling. Indien de partner/levensgezel het wel eens is met de aanvraag, dan bespreekt het CIZ met hem of de eerder ingediende aanvraag mag worden voortgezet, waarbij het CIZ met de betrokkenen afspraken over de communicatie maakt.
Met deze handelwijze van het CIZ zijn er geen praktische drempels die niet-traditionele gezinnen in de praktijk kunnen ervaren.
De leden van de PVV-fractie lezen dat er een volgorde geldt binnen de familiekring. Zij vragen hoe in de praktijk wordt vastgesteld wie als levensgezel wordt gezien en wat er gebeurt bij twijfel of conflict. Ook vragen zij hoe wordt gehandeld wanneer meerdere familieleden zich melden of elkaar tegenspreken en hoe vertraging voor de cliënt wordt voorkomen. Specifiek vragen zij aandacht voor situaties waarin een nauwelijks betrokken familielid een aanvraag doet terwijl andere naasten daar anders over denken.
De aanvrager geeft zelf aan op het aanvraagformulier of hij partner of levensgezel van de cliënt is. Hierbij wordt ook verklaard dat hij in lijn van volgordelijkheid mag tekenen en dat de aanvraag naar waarheid is ingevuld. Indien de aanvraag niet naar waarheid is ingevuld, maar wel is ondertekend pleegt de aanvrager valsheid in geschrifte. Dit is een misdrijf op grond van artikel 225, eerste lid, Wetboek van Strafrecht. De aanvrager wordt hierop gewezen op het aanvraagformulier.
Bij een conflict wordt als volgt gehandeld. Als een aanvraag door een familielid wordt ingediend en een ander familielid in dezelfde rangorde is het daar niet mee eens, dan wordt de aanvraag wel in behandeling genomen. Er is dan immers een rechtsgeldige aanvraag en het kan in het belang van de cliënt zijn dat de aanvraag wordt behandeld zodat hij de Wlz-zorg kan krijgen die hij nodig heeft. Het familielid dat het niet eens is met de aanvraag, wordt bij het onderzoek door het CIZ betrokken.
Een partner/levensgezel gaat in rangorde voor op andere familieleden. Als een aanvraag wordt ingediend door een kind, maar er blijkt later een partner/levensgezel die het niet eens is met de aanvraag door het kind, dan bespreekt het CIZ met de partner/levensgezel in kwestie of diegene zich achter de aanvraag schaart. Als dit niet het geval is, neemt het CIZ de ingediende aanvraag niet verder in behandeling. Als de partner/levensgezel het wel eens is met de aanvraag, dan bespreekt het CIZ of het de eerder door het kind ingediende aanvraag mag voortzetten, waarbij het CIZ met de betrokkenen afspraken over de communicatie maakt.
Om een aanvraag in behandeling te kunnen nemen, is het bepalend of het familielid bevoegd is volgens de in het wetsvoorstel aangegeven volgorde en niet volgens de mate van betrokkenheid. Andere familieleden worden wel bij het onderzoek betrokken. De onderzoeker van het CIZ beoordeelt uiteindelijk op basis van alle verkregen informatie of voldaan is aan de toegangscriteria voor de Wlz.
Verder lezen deze leden dat familie alleen kan aanvragen wanneer geen curator, mentor of gemachtigde optreedt. Zij vragen hoe het CIZ controleert dat een gemachtigde daadwerkelijk niet optreedt en hoe wordt gehandeld wanneer familie stelt dat deze onbereikbaar is terwijl zorg dringend nodig is.
Het familielid dat de aanvraag doet, geeft bij de aanvraag aan dat hij in lijn van volgordelijkheid mag tekenen en dat de aanvraag naar waarheid is ingevuld. Als de aanvraag niet naar waarheid is ingevuld, pleegt de aanvrager valsheid in geschrifte. Dit is een misdrijf op grond van artikel 225, eerste lid, Wetboek van Strafrecht. De aanvrager wordt hierop gewezen op het aanvraagformulier.
Als tijdens het onderzoek blijkt dat er toch een (wettelijk) vertegenwoordiger aanwezig is, bespreekt het CIZ met deze vertegenwoordiger of hij zich achter de aanvraag schaart. Als dit niet het geval is, neemt het CIZ de ingediende aanvraag niet verder in behandeling. Als de mentor, curator of schriftelijk gemachtigde het wel eens is met de aanvraag, dan bespreekt het CIZ met hem of de eerder ingediende aanvraag kan worden voortgezet, waarbij het CIZ afspraken met de vertegenwoordiger en de aanvrager maakt over de communicatie. Ook kan de vertegenwoordiger de ingediende aanvraag afbreken en een nieuwe aanvraag doen. De inhoudelijke informatie uit het reeds gevoerde onderzoek wordt in de nieuwe aanvraag meegenomen.
Als er sprake is van een situatie waarin een familielid een aanvraag heeft gedaan en daarbij aangeeft dat de (wettelijk) vertegenwoordiger onbereikbaar is, zal het CIZ in principe alsnog proberen deze te bereiken om te overleggen over de ingediende aanvraag. Als dit niet lukt, zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Het staat het familielid wel vrij om alsnog wettelijke vertegenwoordiging (mentorschap of curatele) te regelen. In het geval waarin zorg dringend nodig is vanwege een acute ontwikkeling in de situatie van de cliënt en een juiste ondertekening van de aanvraag niet mogelijk is, heeft het CIZ de mogelijkheid om de aanvraag zonder ondertekening in behandeling te nemen.
Proces van indicatiestelling door het CIZ
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het CIZ bij alle aanvragen onderzoek doet naar de relevante feiten en omstandigheden ter bepaling van de noodzaak van permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals dat in artikel 3.2.1, eerste en tweede lid, van de Wlz is bepaald). Zou nader toegelicht kunnen worden op welke wijze het CIZ dit onderzoek verricht en welke stukken het hiervoor in het onderzoek meeneemt?
Het CIZ onderzoekt de situatie van de cliënt via een (digitaal) huisbezoek of telefonisch overleg, waarbij het CIZ de cliënt dus zelf spreekt. Het CIZ toetst daarbij of voldaan is aan de toegangscriteria voor Wlz-zorg op de manier zoals opgenomen in de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 202613. Ook worden de bij de aanvraag aangeleverde documenten betrokken. Het gaat hier om informatie over de medische toestand en zorgbehoefte en bewijs van (wettelijke) vertegenwoordiging. Als er meer medische informatie nodig is, vraagt het CIZ die gegevens op bij de cliënt of diens vertegenwoordiger of, met toestemming van de cliënt of diens vertegenwoordiger, bij de behandelaar of bij familieleden en naasten als het om vraagstukken rond de wettelijke vertegenwoordiging gaat.
De leden van de fractie GroenLinks-PvdA lezen tevens dat bij gerede twijfel het CIZ de ondertekening / aanvraag zal onderzoeken. Wanneer is er sprake van gerede twijfel?
Indien een aanvraag voor een indicatiebesluit wordt ondertekend door een cliënt met bijvoorbeeld dementie in een verder gevorderd stadium leidt dit in de praktijk bij het CIZ vaak tot gerede twijfel over de ondertekening van de aanvraag.
Gerede twijfel of een cliënt de Wlz-aanvraag kan overzien, kan ook ontstaan in het contact met de cliënt tijdens het (digitaal) huisbezoek of telefonisch overleg of als er een discrepantie is tussen informatie in de ontvangen stukken en informatie uit het contact met de cliënt. Het CIZ zal dan in gesprek met de cliënt onderzoeken of diegene begrijpt wat het indienen van een Wlz-aanvraag inhoudt.
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast hoe wordt voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat in situaties waarin de Wlz en onvrijwillige zorg samenlopen. Zij willen weten hoe de praktijk wordt geïnformeerd zodat zorgverleners en naasten weten welke route moet worden gevolgd.
Voor gedwongen opname en het verlenen van gedwongen zorg moet de Wet zorg en dwang (Wzd) worden gevolgd.
Zorgverleners worden over de besluitvormingsprocedures van gedwongen zorg opgeleid, geïnformeerd door hun beroepsverenigingen en zijn naar aanleiding van de bestuurlijke afspraken Uitvoering Wzd14 opnieuw gewezen op de besluitvormingsprocedures van gedwongen zorg, onder andere via de nieuwsbrief over gedwongen zorg van Vilans. Bij Vilans kunnen zorgverleners ook het vernieuwde zakkaartje aanvragen waarin overzichtelijk de inhoud van de Wzd wordt samengevat en de besluitvormingsprocedures benoemd staan. Voor cliënten geldt dat een zorgaanbieder cliënten en hun naasten of vertegenwoordigers moet informeren over gedwongen opname en zorg en het recht op een
cliëntenvertrouwenspersoon wanneer gedwongen opname of zorg wordt overwogen. Voor cliënten is een cliëntenfolder beschikbaar15 en een website van de cliëntenorganisaties.16
De leden van de SP-fractie lezen dat de verlening van zorg op basis van vrijwilligheid zal plaatsvinden en dat er anders een beroep moet worden gedaan op de Wzd of Wvggz. Zij vragen hoe dit in praktijk eruit ziet als mensen niet meer zelf in staat zijn om een Wlz-aanvraag te ondertekenen. Hoe verhoudt de vrijwillige basis van opname in een zorginstelling zich tot het gebrek aan de capaciteit om hier zelf een afweging over te maken?
Als mensen niet meer zelf kunnen aangeven of een Wlz-aanvraag ondertekend mag worden of als zij zelf niet meer in staat zijn om een handtekening te zetten onder de Wlz-aanvraag dan kan in de huidige situatie familie een gecombineerde aanvraag doen (art. 3.2.3 lid 2 Wlz) voor zowel de Wlz-indicatie als de gedwongen opname op grond van de Wzd. Dit lid wordt met het voorliggende wetsvoorstel vervangen, maar ook ingevolge het wetsvoorstel blijft een gecombineerde aanvraag mogelijk omdat de regels voor aanvragen voor de Wzd en de Wlz dan meer gelijklopen.
Als een cliënt zich verzet tegen de opname dan kan de familie of de vertegenwoordiger een aanvraag voor een rechterlijke machtiging doen (art. 25 Wzd). In geval van geen bereidheid geen verzet (artikel 21 Wzd) neemt het CIZ een besluit tot opname en in geval van een rechterlijke machtiging neemt de rechter een beslissing op basis van het verzoekschrift van het CIZ. Zowel het CIZ als de rechter nemen in die afweging de criteria van de Wzd in acht (artikel 21 lid 2 Wzd en artikel 24 lid 3 Wzd). Het CIZ en de rechter waarborgen in deze situatie de rechten van cliënten.
Overwogen aanvullende waarborgen ter bescherming van de verzekerde die niet in staat is zelf een aanvraag in te dienen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er twee opties zijn overwogen als mogelijk aanvullende waarborgen ter bescherming van de verzekerde. Zijn er naast deze twee genoemde opties, nog andere mogelijkheden? Zo ja, om welke mogelijkheden gaat dit, waarom zijn deze niet meegenomen in de overwegingen en zou alsnog een toelichting met de overweging aangeleverd kunnen worden?
Als er geen sprake is van (wettelijke) vertegenwoordiging (mentorschap of curatele) of schriftelijke machtiging en de cliënt zelf niet de aanvraag kan doen omdat hij de gevolgen daarvan niet kan overzien, zijn er geen andere serieuze mogelijkheden de aanvraag in te dienen dan middels ondertekening van de aanvraag door een familielid zoals in het wetsvoorstel voorgesteld.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat naar het oordeel van de regering de verplichting voor het aangeven waarom een verzekerde niet zelf in staat is om de aanvraag te doen, in combinatie met de procedure zoals die al door het CIZ is gericht, en de mate waarin de zeggenschap van de verzekerde bij de zorgverlening wordt meegewogen, voldoende waarborgen bieden ter bescherming van de verzekerde. Zou nader toegelicht kunnen op basis waarvan de regering tot dit oordeel is gekomen? Op welke wijze heeft de regering de afweging gemaakt tussen zelfbeschikking, rechtsbescherming, toegang tot passende zorg en administratieve lasten?
Als een cliënt een aanvraag voor een Wlz-indicatie niet kan ondertekenen omdat hij de gevolgen van de aanvraag niet kan overzien, is volgens huidige wetgeving een aanvraag alleen mogelijk als er een wettelijke vertegenwoordiger (mentorschap of curatele) of schriftelijk gemachtigde is. Dit wordt door het veld als zeer tijdrovend en lastig gezien17. Naast een brief van veldpartijen over de wenselijkheid hiervan, kan worden opgemerkt dat tijdens de bijeenkomsten met veldpartijen en het CIZ in het kader van administratieve lastenverlichting door beëindiging van het systeem van herindicaties, aanpassing van het handtekeningenbeleid veelvuldig is genoemd als quick win.
Het feit dat een cliënt de aanvraag niet kan ondertekenen kan ertoe leiden dat hij veel later of helemaal geen toegang tot de juiste zorg krijgt. Zonder ondertekening kan een aanvraag bij het CIZ immers, behoudens bijzondere situaties, niet in behandeling genomen worden en krijgt de cliënt niet de Wlz-zorg die hij wel nodig heeft. In voorliggend wetsvoorstel is daarom opgenomen dat ook familieleden een aanvraag kunnen ondertekenen. Op die manier wordt de toegang tot zorg voor een cliënt die de aanvraag zelf niet kan doen, geborgd. Bij aanvraag door een familielid toetst het CIZ allereerst of het hier daadwerkelijk om een familielid gaat. De aanvrager dient op het aanvraagformulier te verklaren dat hij een familielid is en namens de cliënt mag ondertekenen.
Vervolgens toetst het CIZ aan de toegangscriteria van de Wlz op basis waarvan beoordeeld wordt of een cliënt Wlz-zorg nodig heeft. Het CIZ doet daarbij onderzoek in persoon via (digitaal) huisbezoek of telefonisch overleg en spreekt de cliënt zelf. Ook wordt er onderzoek gedaan waarbij medische informatie en documenten worden beoordeeld. Als er iets niet klopt in de documentatie vraagt het CIZ aanvullende informatie op bij de betrokken behandelaren. Ook heeft het CIZ de mogelijkheid om contact op te nemen met de op het aanvraagformulier aangegeven contactpersonen. Een Wlz-indicatie komt volgens een zorgvuldige procedure tot stand. Tegen een indicatiebesluit staat ook bezwaar en beroep open, waarmee de rechtsbescherming van de cliënt wordt geborgd.
Het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt wordt beschermd doordat slechts naaste familieleden een aanvraag kunnen indienen en alleen als de cliënt de aanvraag zelf niet kan overzien en er geen (wettelijk) vertegenwoordiger is.
Het kabinet is er bij de afweging tussen zelfbeschikking, rechtsbescherming, toegang tot passende zorg en administratieve lasten vanuit gegaan dat de toegang tot zorg die een cliënt nodig heeft het belangrijkste is. Met dit wetsvoorstel wordt de toegang tot de Wlz beter geborgd. Ook draagt dit wetsvoorstel bij aan de vermindering van administratieve lasten. Het aanvragen van mentorschap wordt als zeer lastig en tijdrovend ervaren. Dit geldt voor zowel cliënten, naasten, zorgverleners, zorgaanbieders als het CIZ.
Evaluatie
De leden van de PVV-fractie vragen of de effecten van deze wetswijziging eerder dan bij de algemene evaluatie kunnen worden gemonitord, zodat duidelijk wordt of de toegankelijkheid daadwerkelijk verbetert en of zich problemen voordoen met druk, misbruik of conflicten binnen families.
Ingevolge het kabinetsbeleid18 zal een invoeringstoets worden uitgevoerd. Daarin wordt onderzocht wat de gevolgen zijn van de invoering van het wetsvoorstel en kan meegenomen worden of de toegankelijkheid daadwerkelijk wordt verbeterd en of er zich problemen voordoen met druk, misbruik of conflicten binnen de familie.
Advies en consultatie
Tot slot lezen de leden van de PVV-fractie dat Vereniging Valente en de Nederlandse ggz specifiek aandacht vragen voor de context van de Wlz-ggz groep. Zij vragen de regering om hier nog eens nader op in te gaan.
Er is geen aanleiding om in het kader van dit wetsvoorstel apart iets te regelen voor de Wlz-ggz groep. Ook voor deze groep doet het CIZ zorgvuldig onderzoek en doet daarbij onderzoek in persoon via (digitaal) huisbezoek of telefonisch overleg, waarbij het CIZ de cliënt zelf spreekt. Er is niet gekozen voor extra waarborgen voor specifieke groepen. Het CIZ geeft aan dat dit niet uitvoerbaar is omdat er geen objectieve controle mogelijk is vanuit de uitvoeringspraktijk. Bij alle doelgroepen kunnen zich vergelijkbare situaties voordoen en zitten er voldoende waarborgen in het zorgvuldig onderzoek, waardoor enkel een Wlz-indicatie wordt afgegeven als ook de noodzaak tot deze zorg bestaat. Daarnaast blijft het mogelijk dat er een vertegenwoordiging geregeld wordt al dan niet met tussenkomst van de rechter bijvoorbeeld als familieleden niet in beeld zijn, zoals het geval kan zijn in de ggz. Voor verplichte/onvrijwillige zorg en opname is een machtiging op grond van de Wvggz of Wzd vereist. Dus als een cliënt zich verzet, kan niet in de aanvraag voorzien worden met een handtekening van een familielid.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,
W.R.C. Sterk
Kamerstuk 35943, nr. 7 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎
CIZ Stand van de uitvoering 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎
Kamervragen (Aanhangsel) 2018-2019, nr. 640 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen, Kamerstuk 35943, nr. 7 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen.↩︎
https://www.ciz.nl/wet-langdurige-zorg/wat-moet-u-weten-voordat-u-een-aanvraag-doet↩︎
https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/zorg-organiseren/wettelijke-vertegenwoordiging/bewind-mentor-curatele↩︎
Regeldrukafname door wijziging van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) - Sira Consulting↩︎
2015D25137.html">https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2015D25137.html
https://www.skipr.nl/nieuws/ciz-en-vws-maken-aanvullende-afspraken-over-ondertekening-wlz-aanvraag/↩︎
Regeldrukafname door wijziging van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) - Sira Consulting↩︎
Regeldrukafname door wijziging van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) - Sira Consulting↩︎
https://www.ciz.nl/sites/default/files/2025-12/beleidsregels_indicatiestelling_wlz_2026.pdf↩︎
Kamerstukken II 2023-2024, 25424, nr. 675↩︎
https://www.vilans.nl/kennis/stappenplan-wet-zorg-en-dwang https://www.vilans.nl/kennis/folder-leven-in-vrijheid↩︎
2024D22652&did=2024D22652">CIZ Stand van de uitvoering 2024 | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 36600 VI, nr. 12.↩︎