Conceptverslag Humanitaire Hulp (voortzetting van 1 april jl.)
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D16480, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-08 14:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-09 10:00: Humanitaire Hulp (voortzetting van 1 april jl.) (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Preview document (š origineel)
Tweede Kamer, Humanitaire hulp
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op 1 april 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over:
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 12 januari 2026 inzake de financiƫle invulling van humanitaire hulp in 2026 (36180, nr. 189);
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactie sloop UNRWA-gebouwen (26150, nr. 242);
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactie op de aangenomen motie van het lid Van Baarle over bezien of er vanuit de bestaande budgetten voor noodhulp een aanvullende bijdrage gedaan kan worden om de mensen in Gaza te helpen tijdens de winter (Kamerstuk 21501-02-3287) (36180, nr. 195);
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 20 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over toegang van hulporganisaties tot Gaza (36180, nr. 197);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 30 maart 2026 inzake steun aan UNRWA (26150, nr. 243);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake reactie op verzoek van het lid Dobbe over aanvallen op hulpverleners in Libanon en Gaza (23432, nr. 716);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake besluit tot herstellen financiering UNRWA (26150, nr. 244);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake medische evacuaties uit Gaza naar Nederland (23432, nr. 718);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake antwoorden op vragen commissie over stand van zaken omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio (Kamerstuk 23432-629) (23432, nr. 717).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking,
Den Hollander
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Klaver
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking,
Prenger
Voorzitter: Stoffer
Griffier: Reinders
Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van Ark, Van Baarle, Bamenga, Ceder, Dobbe, Hoogeveen, Krƶger, Lammers, Maes, Stoffer, Stƶteler en Teunissen,
en de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aanvang 10.02 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen. Van harte welkom bij dit commissiedebat Humanitaire hulp.
Ik werd tot mijn verrassing twee minuten geleden tot voorzitter
gebombardeerd, dus vergeef het me als ik even wat op moet warmen. Van
harte welkom aan de collega's. Ik zal niet alle namen van de aanwezigen
opnoemen, zodat we daar niet te veel tijd aan kwijt zijn. Van harte
welkom aan de minister en zijn ondersteuning. Uiteraard ook van harte
welkom aan alle mensen op de publieke tribune en de mensen die wellicht
meekijken of meeluisteren. We hebben drie uur voor dit debat. U heeft
vier minuten spreektijd. Ik wil voorstellen om te maximeren op drie
interrupties, omdat we met vrij veel mensen zijn en we het anders zeker
niet gaan redden. Ik heb daarnaast nog ƩƩn vraag aan de commissie.
Mevrouw Lammers is geen lid van deze commissie. Staat u haar toe om mee
te doen aan dit debat? Ik zie daar geen bezwaren tegen, dus dan gaan we
dat doen.
Mevrouw Lammers, u mag direct beginnen met uw vier minuten
spreektijd.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik met de deur in huis vallen: het is echt
ongekend en ongehoord wat deze minister afgelopen week heeft gedaan. Hij
heeft namelijk een dikke middelvinger opgestoken naar de Tweede Kamer,
die vorige week nog voor de begroting van BHO stemde, onder de
voorwaarde dat er niet meer geld naar UNRWA zou gaan. De afbouw zou
blijven staan. D66 had eerst haar naam onder het amendement-Krƶger
staan, voor herstel van financiƫle steun aan deze organisatie. Deze naam
is eraf gehaald, zodat er steun voor de begroting zou ontstaan. Het
amendement werd dan ook met een grote meerderheid verworpen: 118 leden
waren tegen. Daarmee leek de kous af, maar niets bleek minder waar.
Ondanks het signaal van 118 leden vorige week probeert de minister met
een slinkse truc zijn voorgenomen plannen om steun aan UNRWA te
herstellen alsnog door te voeren, door wat te schuiven binnen de
begroting. Hij heeft hiermee onder valse voorwendselen een begroting
door de Kamer geloodst en daarmee de samenwerking met de
minderheidscoalitie behoorlijk ongeloofwaardig gemaakt. Hoe denkt de
minister in de toekomst nog meerderheden te vinden als hij deze
werkwijze voortzet? U heeft geen meerderheid, minister. Die had u vorige
week niet en nu ook niet.
Naast het feit dat de minister de Kamer om de tuin heeft geleid, is hij
ook nog eens nalatig geweest in de beantwoording van de schriftelijke
vragen van mijn fractie: "De duediligenceprocedures zijn op orde en er
bestaan geen signalen dat Nederlands of EU-geld bij terroristische
organisaties terecht is gekomen". Is de minister in een vlaag van
verstandsverbijstering geraakt? Er liggen tal van rapporten die precies
het tegenovergestelde laten zien. Vorig jaar maakte de UN Watch bekend
dat 9 van de 19 verdachte UNRWA-medewerkers betrokken waren bij de
gruwelijkheden op 7 oktober, dat 118 UNRWA-medewerkers verbonden zijn
aan Hamas of de islamitische jihad, dat 30 UNRWA-locaties zijn
aangesloten op het tunnelnetwerk van Hamas en dat er nog eens 193
UNRWA-medewerkers geĆÆdentificeerd zijn als direct betrokken bij of als
sympathisant van Hamas. Afgelopen zondag verscheen een analyse van NGO
Monitor, waarin opnieuw wordt bevestigd dat Hamas hulporganisaties in
Gaza controleert, beĆÆnvloedt en intimideert.
In concreto betekent dit dat humanitaire hulp in Gaza plaatsvindt onder
invloed van een terroristische organisatie. Het kabinet neemt deze
signalen niet serieus en baseert zich grotendeels op eigen controles en
informatie van partnerorganisaties; onafhankelijk en diepgaand onderzoek
ontbreekt. Sterker nog, uit eerdere gevallen is gebleken dat er met
Nederlands belastinggeld zelfs salarissen zijn betaald aan betrokkenen
die verantwoordelijk waren voor de moord op een jong meisje. En wat doet
de minister? De minister kijkt weg en verhoogt zelfs de bijdrage. Een
bedrag van 19 miljoen euro aan belastinggeld gaat niet naar de
Nederlander maar naar de lange arm van Hamas. Het is een omhelzing van
een terroristische organisatie. Hoe vindt de minister zelf dat het
gaat?
Het moet mij dan ook van het hart dat ik de naĆÆviteit van de PVV, de SGP
en JA21 betreur. Waarom hebben zij zich zo in het pak laten naaien door
deze minister? Waarom hebben zij voor de begroting gestemd? Wij willen
dat alle steun aan UNRWA onmiddellijk wordt stopgezet. Wij willen dat de
minister de Kamer serieus neemt en de verhogingen per direct
terugdraait, en liever nog naar ā¬0 brengt. We moeten geen geld sturen en
geen projecten en organisaties financieren die onder invloed staan van
Hamas of die zelfs puppets van Hamas zijn. Kan de minister dat hier en
nu toezeggen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. Dan is het
woord aan de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel. De afgelopen maand gaat in het parlement veel aandacht, en
terecht ook, uit naar de oorlog in het Midden-Oosten en de economische
gevolgen voor Nederlandse huishoudens en bedrijven. Het valt mij wel op
dat er weinig aandacht is voor de economische gevolgen op andere
plaatsen in de wereld. In Nigeria bijvoorbeeld zijn de prijzen aan de
pomp met 65% gestegen en dat werkt natuurlijk door in de prijs van
voedselproducten en andere diensten. Dit is slechts een van de vele
voorbeelden. Ik hoop dat we die open blik ook hier in de commissie
kunnen blijven houden. Juist de meest kwetsbare mensen wereldwijd worden
door de oorlog en daaropvolgende energiecrisis extra hard geraakt. Denk
bijvoorbeeld aan vluchtelingenkampen die voor hun
elektriciteitsvoorziening volledig afhankelijk zijn van
dieselaggregaten. Ziet de minister ruimte om ook op dit punt iets
extra's te betekenen?
Voorzitter. Het is belangrijk om iets extra's te doen, juist in een tijd
waarin je ziet dat landen wereldwijd bezuinigen, inclusief Nederland. Ik
hoop op meer dan de 30 miljoen die nu in de Voorjaarsnota wordt
vrijgemaakt. Dat is een mooie stap, maar staat natuurlijk in geen
verhouding tot de begroting, die eigenlijk een voortzetting is van wat
PVV-minister Klever als architect heeft ingezet. Ik hoop dan ook dat
minister Sjoerdsma deze begroting weet op te plussen. Ik ben benieuwd
naar zijn reactie daarop.
Voorzitter. Een van de weinige veranderingen in de begroting hoorden we
van de minister nadat de begroting was aangenomen, namelijk dat er meer
steun komt voor UNRWA. Ik vind dat proces ingewikkeld. Het amendement
werd verworpen; D66 heeft zich onttrokken aan het amendement en heeft
met de coalitiepartijen CDA en VVD tegengestemd. Vervolgens heeft JA21
aangegeven dat dat randvoorwaardelijk was voor steun voor de begroting.
De begroting is met steun van de rechtse partijen aangenomen en een paar
dagen later wordt exact dat punt heel breed in de media uitgemeten en
gevierd als een overwinningspunt.
Voorzitter. Ik vraag mij af hoe de minister denkt over een paar maanden
nog een meerderheid te kunnen halen in een minderheidskabinet. Wijzelf
hebben de begroting niet gesteund, omdat de koppeling niet hersteld
werd. Wij waren daar vorig jaar onder het kabinet-Schoof al kritisch op.
Wij zijn er nog steeds kritisch over, want dit is een voortzetting
daarvan. Maar ook over rechts lijkt er nu geen steun meer te zijn. Ik
vind dat een ingewikkelde situatie, die ook raakt aan de vraag of er in
de Kamer nog wel vertrouwen in de minister is. Ik hoop ook op een
antwoord van de minister op de vraag hoe we hiermee voortaan omgaan met
elkaar. Ook het gejuich, zeg ik even tegen een aantal coalitiepartijen
en de minister-president, vind ik best ingewikkeld. Daarmee doel ik op
het procesniveau. Over de inhoud heb ik in eerdere debatten al
aangegeven wat ik precies van het amendement vind.
Voorzitter. Kan de minister aangeven hoe het vertrouwen dat volgens mij
bij een aantal partijen geschonden is, hersteld kan worden? Waarom kiest
de minister er niet gewoon voor om veel meer geld uit te trekken voor
ontwikkelingssamenwerking in het algemeen, en niet alleen specifiek voor
UNRWA?
Voorzitter. Over humanitair recht. Welke concrete inspanning van de
minister kunnen wij verwachten voor het consequent toepassen van het
humanitair oorlogsrecht in Gaza en Libanon, in Sudan, in Congo en op zo
veel andere plekken in de wereld?
Voorzitter, deze bel duurt volgens mij ƩƩn minuut, dus ik zou even
willen pauzeren.
De voorzitter:
Ja, we houden even een minuut pauze voor de bel.
Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter, zou ik een vraag mogen stellen? Heeft u gezegd hoeveel
interrupties wij mogen doen?
De voorzitter:
Jazeker, drie interrupties.
De bel is weer voorbij en ik geef de heer Ceder het woord voor zijn
laatste 40 seconden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Welke concrete inspanning kunnen we van de
minister verwachten voor het consequent toepassen van het humanitair
oorlogsrecht? Denk aan de situatie in Gaza, in Libanon, Sudan, Congo en
op zo veel andere plekken in de wereld. Het gaat mij ook om het geweld
tegen hulpverleners. Hoe kunnen we dat oppakken?
Voorzitter. Wij hebben eerder gepleit voor openbaarmaking van het
onderzoek naar de dood van vijftien hulpverleners in Gaza. We hebben
toen ook gepleit voor een onafhankelijk onderzoek. We lezen dat dat er
niet is gekomen. In hoeverre kan de minister zich ook daarvoor inzetten,
misschien ook in een breder gremium? Wat is aan de andere kant de
Nederlandse inzet om de Libanese regering te ondersteunen bij het
ontwapenen van Hezbollah?
Voorzitter. Mijn laatste seconden besteed ik aan Sudan. Sinds het
laatste debat hierover is het geweld daar nog verder geƫscaleerd.
Gisteren concludeerde Artsen zonder Grenzen nog dat duizenden vrouwen in
Darfur het slachtoffer zijn geworden van systematisch seksueel geweld
door de RSF. Hoe zorgt dit kabinet voor maximale druk op zowel de RSF
als de SAF, inclusief de landen die deze partijen steunen, ook met
wapenleveranties, om dit conflict te stoppen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. We gaan door naar mevrouw Krƶger voor
haar vier minuten. Gaat uw gang.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. We leven in ongekende tijden. Sinds de Tweede
Wereldoorlog is er niet zo veel oorlog en geweld geweest. Honderden
miljoenen mensen zijn op de vlucht en zijn afhankelijk van noodhulp.
Ondertussen wordt er wereldwijd stevig bezuinigd op internationale hulp,
ook door Nederland. Dit werd vorige week weer bevestigd toen het
minderheidskabinet met steun van rechts en radicaal-rechts de
monsterbezuinigingen, waarvan 51 miljoen euro per jaar op noodhulp,
doorzette.
Een regio waar pijnlijk duidelijk wordt wat dat betekent, is Sudan. Daar
voltrekt zich al drie jaar de grootste humanitaire crisis ter wereld. Er
is sprake van grootschalig seksueel geweld, maar de noodhospitalen waar
de vrouwen terechtkunnen na een brute verkrachting, worden wegbezuinigd.
Er ligt een hulpvraag van de VN voor 300 miljoen, waar pas 16% van
gefinancierd is. Wat wordt de concrete inzet van Nederland bij de
conferentie over Sudan in Berlijn op 15 april? Hoeveel geld brengt
Nederland mee?
De financiering van noodhulp is op het laagste niveau in tien jaar. Dit
kabinet maakt het eigenlijk nog erger. Waarom negeert het kabinet een
aangenomen motie, gesteund door onder andere D66 en het CDA, waarin
wordt verzocht om de hulp voor OekraĆÆne niet uit dit budget te halen?
Die 419 miljoen euro voor OekraĆÆne is 419 miljoen euro minder voor
andere acute crises. Ook mijn fractie wil natuurlijk steun voor
OekraĆÆne, maar niet uit dit potje.
Voorzitter. Ondertussen worden hulpverleners steeds vaker het
slachtoffer van geweld, in Sudan, maar ook in Gaza en Libanon. Het is
een strategie. De minister stelde bij de ontvangst van het AIV-rapport
hierover: "Normen sterven in stilte." Mijn vraag aan de minister is dus:
hoe spreekt hij zich uit over wat er op dit moment in Libanon gebeurt?
Dorpen worden verwoest. Er wordt door Israƫl geen onderscheid gemaakt
tussen burgerdoelen en militaire doelen. Blauwhelmen worden vermoord.
Gezondheidswerkers worden vermoord. Hulpverleners worden vermoord. Hoe
gaat het kabinet zich hierover uitspreken en duidelijk stelling nemen
over wat Israƫl op dit moment doet in Libanon, in Gaza en op de
Westbank?
Voorzitter. Dan de enorme humanitaire nood in Libanon en Gaza. De enige
organisatie die op grote schaal Palestijnse vluchtelingen in de regio
kan helpen, is UNRWA. Het is een goed en belangrijk signaal dat deze
organisatie weer steun van Nederland krijgt, maar de manier waarop is
onnavolgbaar. Eerst zoekt het kabinet voor een begroting steun over
rechts, met kennelijk, zo begrijpen wij, de afspraak dat UNRWA niet meer
gesteund zou worden en mijn amendement het niet zou halen. Vervolgens
zegt de minister nu dat hij het voornemen heeft om UNRWA wel weer te
steunen, maar zonder concreet budget en eigenlijk zonder steun vanuit de
Kamer. De minister zal toch moeten kiezen. Wil hij investeren in
noodhulp, ook aan Palestijnen, dan zal hij steun moeten zoeken over
links. Wil hij door met het sloopbeleid van zijn voorganger, dan moet
hij het pad over rechts vervolgen dat hij gekozen heeft. Dan is de
voorwaarde kennelijk dat er nooit steun voor UNRWA zal komen. Hier ligt
een hele duidelijke keuze voor.
Tot slot, voorzitter. In Gaza is de medische infrastructuur compleet
verwoest. Meer dan 4.000 Palestijnse kinderen hebben levensreddende zorg
nodig die niet in de regio geboden kan worden. Zij wachten op medische
evacuatie. Nederland heeft na langdurige politieke onwil en na heel veel
aandringen van de Kamer in oktober vijf Palestijnse kinderen opgevangen.
Heeft de minister de oproep van Nederlandse kinderartsen gezien? Zij
zeggen: wij kunnen en wij willen deze kinderen helpen. We lezen in de
brief dat hij welwillend gaat kijken, maar hij beschrijft dat het
probleem is dat de grensovergang ā¦
De voorzitter:
Wilt u gaan afronden, mevrouw Krƶger?
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Ja, laatste zin. Hij schrijft dat het probleem is dat de grensovergang
dichtzit. Nou begrijpen wij dat op 26 maart nog zeventien patiƫnten,
inclusief een ambulance, de grensovergang van Gaza naar Egypte hebben
gepasseerd. Het is dus mogelijk. Wat gaat de minister doen om te zorgen
dat wij ook daadwerkelijk die kinderen gaan opvangen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar de heer Stƶteler, die ook vier
minuten heeft.
De heer Stƶteler (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen bij de brief van het kabinet van
26 januari jongstleden, waarin het reageert op de sloop van het
UNRWA-hoofdkantoor door de Israƫlische regering. Die sloop was
natuurlijk een gevolg van de wet die elke activiteit van UNRWA op
Israƫlisch grondgebied verbood. Die wet werd in oktober 2024 in de
Knesset met 92 stemmen voor en slechts 10 stemmen tegen aangenomen. Het
is een democratisch genomen besluit, maar geen woord daarover in de
brief van het kabinet van 26 januari. In die brief stond ook geen woord
over de gebeurtenissen die aanleiding gaven tot die wet, maar ik zal de
minister daar even aan helpen herinneren.
Voorzitter. Op 7 oktober 2023 vond de bloedigste aanslag uit de
Israƫlische geschiedenis plaats, waarbij 1.200 Israƫlieten op brute
wijze werden vermoord en ruim 250 werden gegijzeld. Die gijzelaars
werden vervolgens in Gaza gevangengehouden. Bij die aanslag waren
UNRWA-medewerkers betrokken. De gegijzelden werden gevangengehouden op
onder meer UNRWA-locaties. Ten minste drie ontzette gijzelaars hebben
dat na kunnen vertellen. UNRWA-medewerkers prezen massaal de 7
oktoberterreur. Ook waren er Hamasterroristen docent op UNRWA-scholen.
Er stond zelfs een in Libanon gedode Hamasleider op de UNRWA-loonlijst.
Hoeveel meer heeft dit kabinet nodig om te zien dat UNRWA en Hamas toch
wel met elkaar verweven zijn? Hoeveel meer heeft het kabinet nodig om te
zeggen dat Israƫl misschien wel een punt heeft?
Voorzitter. Ik meen het serieus, want het verbaast me echt. Precies het
tegenovergestelde gebeurt namelijk. De brief van het kabinet begint met
de erkenning dat uitspraken van het Internationaal Gerechtshof als
zodanig niet juridisch bindend zijn, om daarna drie alinea's te
spenderen aan hoe die uitspraken wel moeten worden opgevolgd en
nageleefd, over hoe de instituten van de Verenigde Naties moeten worden
beschermd en gerespecteerd volgens het verdrag nopens de voorrechten en
immuniteiten van de VN. Welke voorrechten en immuniteiten precies, vraag
ik de minister. Om terroristen op je loonlijst te hebben? Om een oogje
dicht te knijpen als er Israƫlieten onder je neus gegijzeld worden
gehouden? Immuniteit nadat je niets hebt gedaan in al die twintig jaar
van tunnels graven, wapens verzamelen en terreur? Leg mij alsjeblieft
uit hoe dat werkt.
En wie beschermt in de tussentijd Israƫl? Wie beschermt Israƫl tegen de
oneindige stroom aan resoluties van de Organisatie van de Islamitische
Samenwerking, de Arabische Liga ā niet te verwarren met de koekjes ā en
de Beweging van Niet-Gebonden Landen, de Groep van 77, de Afrikaanse
Unie en de hedendaagse Europese Unie? De afgelopen twee jaar hebben deze
blokken de Algemene Vergadering van de VN gebruikt om het Internationaal
Gerechtshof te wapenen en uitspraken te ontlokken die het recht van
Israƫl op zelfverdediging niet bestendigden maar aanvielen. De enige
democratie in het Midden-Oosten mag zich amper nog verdedigen tegen de
proxyterreur van de Islamitische Revolutionaire Garde.
Voorzitter. Deze week kwam de klap op de vuurpijl. Vorige week nog werd
de begroting van deze minister vastgesteld. De afbouw van UNRWA was daar
een essentieel onderdeel van. Het amendement-Krƶger/Teunissen, dat die
afbouw wilde terugdraaien, werd met 118 van de 150 stemmen verworpen. Nu
zegt deze D66-minister een week na die overduidelijke Kameruitspraak: ik
doe het toch. Dat is wat mij betreft een dikke middelvinger naar de
Kamer. Het zal best dat de minister formeel de bevoegdheid heeft om
binnen zijn begroting tussen potjes te schuiven, maar deze minister weet
dat hier nota bene vorige week nog uitdrukkelijk door de Kamer over is
gestemd en een duidelijke uitspraak is gedaan. De minister lijkt het
gewoon aan zijn laars te lappen.
Voorzitter. Of de minister nou gisteravond zelf heeft besloten om deze
keutel weer half in te trekken of dat hij door zijn coalitiegenoten is
teruggefloten, maakt nu weinig uit. Deze week heeft dit D66-kabinet aan
heel Nederland laten zien volstrekt onbetrouwbaar te zijn. Laat dit dus
een les en een waarschuwing zijn voor al die zogeheten constructieve
oppositiepartijen die dit kabinet aan meerderheden willen helpen. Nu
zijn het de toezeggingen aan JA21 en de SGP en uitspraken van 80% van de
Kamer die aan de laars worden gelapt, maar volgende keer zijn het
afspraken met u die garantie hebben tot dinsdag 16.00 uur, einde
stemmingen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Er is geen humanitaire hulp zonder
hulpverleners. In tien jaar tijd is het aantal hulpverleners dat ieder
jaar gedood wordt bijna verdrievoudigd. De vijftien hulpverleners die
werden gedood in Gaza werden begraven naast hun ambulance, we weten het
allemaal nog. Het is nog steeds niet onderzocht, onafhankelijk
onderzocht, zoals de heer Ceder ook al zei. Drie dagen geleden werden
negen ambulancemedewerkers gedood in Libanon. We zien het ook in Sudan
en we zien het in OekraĆÆne. Daarom is het goed dat het briefadvies Hulp
onder vuur van de AIV en de CAVV er is. De kabinetsreactie hebben we
gezien gisteren, maar wat niet terugkwam, is het in VN-verband pleiten
voor een speciaal rapporteur of speciaal vertegenwoordiger van de
secretaris-generaal voor de humanitaire ruimte. Dat is ook een
aanbeveling. Hoe kijkt de minister daarnaar?
De nadruk van het advies ligt op het inzetten van het politiek kapitaal
als wapen tegen geweld tegen hulpverleners. Dat betekent dus strijdende
partijen consequent aanspreken op schendingen van het oorlogsrecht en
daarin schiet kabinet gewoon echt tekort. Een recent voorbeeld. Amnesty
International meldt dat door Israƫlische aanvallen op ziekenhuizen en
ambulances 40 zorgverleners zijn gedood. Gisteren kwam er een joint
statement van de minister van Buitenlandse Zaken met andere Europese
ministers over Libanon en geen woord over de aanvallen van Israƫl op
Libanon. "Normen sterven in stilte", dat waren de woorden van deze
minister tijdens de presentatie van het adviesrapport van de AIV en de
CAVV. Alle strijdende partijen aanspreken op het oorlogsrecht, waarom
volgt de minister dat advies niet op?
De AIV en de CAVV zeggen ook dat stille diplomatie niet genoeg is. Dat
is heel duidelijk. Zet verdergaande stappen bij grootschalige
schendingen van het humanitair oorlogsrecht. We zien dat dat wel gebeurt
bij andere oorlogen dan die in Gaza en in Libanon, maar niet als gaat om
de Israƫlische aanvallen op Libanon. Daar zien we het niet, net zoals we
dat niet zagen in Gaza. Hoe rijmt de minister het handelen van de
Nederlandse regering dan met dit advies van de AIV en de CAVV? Is de
minister bereid om dubbele standaarden te vermijden door een vast
stappenplan of een escalatieladder te maken? We hebben het hier al twee,
tweeƫnhalf jaar over gehad. Wat kan het kabinet nog meer doen om het
geweld en de oorlogsmisdaden te stoppen? Is de minister bereid om daar
een vast stappenplan of escalatieladder voor te maken, zodat we die
dubbele standaard kunnen voorkomen?
Dan de medische evacuaties van ernstig zieke of zwaargewonde kinderen
uit Gaza. We hebben maanden gewacht op een brief. Gisteren kwam die
brief dan uiteindelijk en nu lezen we dat het kabinet geen verdere
medische evacuaties doet vanwege grenssluitingen. Twee vragen daarover.
EUBAM meldt dat via de Rafah-grensovergang mensen medisch kunnen worden
geƫvacueerd. UNOCHA rapporteert ook dat vanaf 19 maart Rafah is geopend
voor medische evacuaties. Hoe zit het dan met wat deze minister daar in
de brief over schrijft? Dat lijkt gewoon niet te kloppen en het kan dus
ook geen reden zijn, want de medische evacuaties via die grensovergangen
vinden daadwerkelijk plaats. Er wachten ook nog heel veel zieke en
gewonde kinderen in de regio, vooral in Egypte. Die hebben al maanden
gewacht op medische evacuatie en zitten nu in Egypte zonder zorg. Waarom
evacueert deze regering dan niet kinderen vanuit de regio? Welke
belemmering is er om dat te doen, behalve politieke wil? En wat betekent
dan "welwillend kijken", zoals deze minister schrijft in zijn
brief?
Artsen zonder Grenzen publiceerde gisteren een rapport over seksueel
geweld in Darfur. Wat zij beschrijven is de inzet van systematisch
afschuwelijk seksueel geweld. Ik wil nu graag een reactie van het
kabinet op dat rapport vragen. We lezen ook dat overlevenden worden
geconfronteerd met belemmeringen voor zorg, waaronder onveiligheid en
geen beschermingsdiensten. Wat kan deze minister nu doen om te zorgen
dat deze vrouwen en meisjes deze zorg en hulp wel krijgen?
Dan Zuid-Sudan. Daar staat de ambassade op sluiten, maar die ambassade
is wel cruciaal gezien de humanitaire situatie in Sudan en ook de
humanitaire situatie in Zuid-Sudan. Welke ruimte is er om deze ambassade
open te houden? Wat is ervoor nodig om dat te kunnen doen?
De voorzitter:
Zou u naar een afronding willen gaan, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Zeker. Tot slot. Goed dat de minister de humanitaire noden van de
Palestijnen serieus neemt. Humanitaire hulp is keihard nodig en kan niet
zonder UNRWA. Ik snap het besluit dat deze minister heeft genomen om de
financiering van UNRWA te herstellen dus heel goed. De manier waarop
snap ik niet zo goed, maar dat het besluit is genomen snap ik wel. Ik
zou hem willen vragen om dat niet in de Najaarsnota regelen, maar
nu.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Hoogeveen luisteren.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Wat een interessant schouwspel, hoe de minister de
UNRWA-campagne heeft uitgerold. Tijdens de begrotingsbehandelingen in
januari maakte mijn fractie duidelijk dat wij de BHO-begroting, een
overblijfsel van de bezuinigingen van het vorige kabinet, alleen zouden
steunen als links de boel niet zou vertimmeren. Dagen voor de stemmingen
bedankte de minister ons voor onze steun, waarna ik hem wel meteen
herinnerde aan het feit dat ik met "vertimmeren" had bedoeld
"UNRWA-financiering". Dat was zuur voor D66, want collega Bamenga deed
al mee aan een links amendement over UNRWA. Maar ja, de begroting moest
via JA21 en 50PLUS door de Kamer, want links ging niet mee in de
bezuinigingen. Zo verdween de heer Bamenga enkele uren voor de
stemmingen plotseling onder het UNRWA-amendement vandaan en stemde de
hele coalitie, inclusief D66, tandenknarsend tegen meer geld voor UNRWA.
De stemverklaringen, met name die van mevrouw Krƶger, hamerden op de
historische bezuinigingen. En dat zelfs de partij van de heer Wilders op
het allerlaatste moment vóór een Ontwikkelingshulpbegroting heeft
gestemd, zie je niet elke dag in dit huis. Eindelijk eens een begroting
die meer focust op handel en minder op hulp. Dagenlang regende het
rouwende linkse teksten op sociale media.
Na het weekend besloot de minister ineens toch dat hij UNRWA's
financiering vanaf 2026 zou herstellen. Dat een minderheidskabinet zes
dagen na de stemming 180 graden tegen de Kamer ingaat, is ongehoord. De
heer Stoffer en ik kregen van bijna de hele Kamer steun voor nadere
opheldering en nu blijkt: het wordt een losse begroting, die ons later
alsnog wordt voorgelegd. Er gaat nu nog gƩƩn extra geld naartoe. De
Kamer mag er op dat moment weer over stemmen. Waarom werd dit plan dan
nu al door de minister gepresenteerd? Nou, de minister en zijn partij ā
waarschijnlijk getergd door het feit dat ze tegen UNRWA-financiering
hadden moeten stemmen om de begroting te redden ā besloten dan maar om
hun wil door te drukken. Na een aangenomen rechtse begroting, maar later
voor links nog wat kruimels om voor te stemmen: het is sluw, maar ook
gĆŖnant. Het roept de fundamentele vraag op hoe serieus dit
minderheidskabinet begrotingsmeerderheden neemt en bij welke begrotingen
dit kabinet nog meer na de stemming weer gaat terugonderhandelen. Afijn,
de VVD heeft samen met het CDA nu eenmaal getekend voor deze wens van
D66. We gaan erover stemmen en we zullen samen met de SGP de druk hoog
houden. Hopelijk zien deze partijen de meerwaarde in van constructieve
rechtse partijen. Deze streek van het minderheidskabinet zullen we in
ieder geval niet vergeten.
Vragen aan de minister. Hoeveel geld gaat er dit jaar naar UNRWA volgens
de geldende, eerbiedigende werking van het amendement-Eerdmans/Stoffer?
Is deze werkwijze een voorbode voor hoe het minderheidskabinet opereert
bij begrotingen? Was het voornemen om de UNRWA-financiering vanaf 2026
te herstellen al bekend op het moment dat over de amendementen en de
begroting werd gestemd? Zo ja, waarom heeft de minister de Kamer hier
dan niet vóór de stemmingen expliciet over geïnformeerd? Zo nee, wat is
er dan in de dagen nĆ” de stemmingen precies veranderd? Klopt het dat de
minister zijn partijgenoot in de Kamer heeft verzocht om zich van het
amendement terug te trekken om de begroting rond te krijgen en
vervolgens een week later te beloven de UNRWA-financiering te
herstellen? Begrijpt de minister dat de timing van zijn brief, enkele
dagen na de stemmingen, de indruk wekt dat de Kamer is misbruikt om de
begroting te redden en pas daarna met een tegengesteld beleidsvoornemen
is geconfronteerd?
Tot slot, voorzitter. Er wordt ook gekeken naar alternatieve manieren
van hulp voor de Gazastrook, want in de motie-Eerdmans/Stoffer staat ook
dat daarop moet worden ingezet. We zien dat een organisatie als UNICEF
eigenlijk de beste toegang heeft tot Gaza. Klopt het dat er vanuit de
Nederlandse regering ook gesprekken zijn vanuit de headquarters in New
York en vanuit de ambassade om die steun te verhogen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Keurig binnen de tijd. Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar mevrouw
Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben hier vandaag heel veel te bespreken.
Gisteravond laat kwam er nog een brief binnen over de medische
evacuaties uit Gaza en de inzet van het kabinet daarop. Het CDA
ondersteunt de welwillendheid van het kabinet hierin en het realisme,
maar voor het CDA staat voorop dat alles wat we hierin doen in het
belang van kinderen moet zijn. We willen de minister vragen politieke
druk uit te blijven oefenen op Israƫl om de opvang in de regio te
benutten, die nu ernstig verhinderd wordt. Tegelijkertijd vindt het CDA
het goed dat we uitzoeken wat we hier in Nederland kunnen betekenen voor
de opvang van kinderen die hoogcomplexe specialistische zorg nodig
hebben en die niet in de regio kunnen worden geholpen. Ik lees dat de
minister daar meer tijd voor nodig heeft. Daarbij wil ik benadrukken dat
urgentie en zorgvuldigheid hierbij hand in hand moeten gaan. Mijn vraag
is of de minister ook in gesprek kan gaan met maatschappelijke
organisaties die hierin een rol zouden kunnen en willen spelen, in
opvang of in kosten.
Dat brengt ons bij de hulpverleners in Gaza. Nederland stelt terecht dat
humanitaire hulp ongehinderd toegelaten moet worden. Het kabinet heeft
Israƫl bilateraal en in EU-verband opgeroepen om hulp toe te laten en af
te zien van een herregistratieplicht voor internationale ngo's, juist
omdat die plicht ertoe heeft geleid dat organisaties worden geweerd uit
de Palestijnse gebieden. De vraag is echter of dit nog voldoende is,
want als toegang structureel wordt geblokkeerd, is niet alleen de
humanitaire situatie onhoudbaar, maar wordt ook het humanitair
oorlogsrecht uitgehold. Welke concrete ā¦
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark, u heeft een interruptie van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het gaat over de medische evacuaties. Ik hoor uit de woorden van mevrouw
Van Ark dezelfde zorgen als die wij hebben over kinderen voor wie er
geen plek is in de regio of die geen zorg kunnen krijgen in de regio,
maar die wel zwaargewond of ernstig ziek zijn, omdat het gewoon heel
schrijnend is. We weten namelijk ook dat als daar niets aan gebeurt, de
opbouw van medische capaciteit in de regio te laat komt en deze kinderen
dan misschien komen te overlijden, terwijl we dat hadden kunnen
voorkomen. Nu lezen we in de brief, waar wij lang op hebben moeten
wachten maar die we gisteren gekregen hebben, wat de voornaamste reden
is om dit niet te doen. Er zijn een aantal bezwaren genoemd die politiek
zijn, maar de voornaamste praktische reden om dit niet te doen, is dat
er maar beperkte mogelijkheden zijn via de grensovergangen. Als nu
blijkt dat die beperking ā¦
De voorzitter:
Kunt u tot de vraag komen, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
⦠er niet is of minder is, is het CDA dan bereid om te steunen dat we
wel weer medische evacuaties van kinderen gaan doen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb gezegd dat we daar welwillend tegenover staan en dat we ook
realistisch zijn. We zijn realistisch in de volgende zin. De minister
geeft aan dat het nu al best complex is, ook in de uitvoering, maar we
willen graag ook van de minister horen hoe dat mogelijk kan zijn.
Daarbij wil ik ook aangeven dat voor ons het belang van het kind
vooropstaat. Het moet ook voor de kinderen de goede oplossing zijn. Dat
kan betekenen dat het soms een oplossing kan zijn om juist meer in te
zetten op de regio, maar wat ons betreft staan we er ook welwillend
tegenover om te kijken wat we in Nederland zouden kunnen doen. Vandaar
de oproep van het CDA om ook met maatschappelijke organisaties daarover
in gesprek te gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat dat geen aanleiding tot een vervolgvraag geeft,
dus dan kunt u door met uw betoog, mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Mijn vraag over de hulpverleners in Gaza was nog welke concrete
vervolgstappen nu op tafel liggen als Israƫl de toegang voor
hulporganisaties verder beperkt en ngo's blijft weren.
Dan over UNRWA, voorzitter. De minister heeft de Kamer per brief laten
weten dat hij voornemens is de steun aan UNRWA te herstellen. Mijn
fractie steunt dit voornemen. We erkennen dat UNRWA momenteel een
cruciale rol vervult in de humanitaire hulpverlening ter plaatse. Zonder
UNRWA kunnen ook andere organisaties, waaronder Nederlandse organisaties
binnen de Dutch Relief Alliance, hun werk niet goed uitvoeren. Juist
daarom is het van belang dat deze steun wordt hervat. Tegelijkertijd
heeft het CDA er vertrouwen in dat UNRWA doorgaat met het implementeren
van de aanbevelingen uit het Colonnarapport, zodat de organisatie haar
belangrijke werk op een zorgvuldige en verantwoorde manier kan blijven
doen.
Voorzitter. Dan de bescherming van hulpverleners. Het AIV-advies is
ronduit zorgelijk. Aanvallen op hulpverleners nemen al jaren toe. In
2025 kwamen 329 hulpverleners om het leven, raakten 178 mensen gewond en
vonden 97 ontvoeringen plaats. Straffeloosheid dreigt de norm te worden.
Hulp wordt steeds vaker gepolitiseerd. Strijdende partijen beperken
toegang, criminaliseren organisaties en gebruiken bureaucratie of geweld
om hulp te sturen of te blokkeren. Dan is niet alleen humanitaire hulp
in gevaar, maar ook het internationale recht zelf. De AIV stelt dat
alleen stille diplomatie vaak niet genoeg is. Publieke normstelling is
nodig. Wie hulpverleners aanvalt, wie ziekenhuizen treft, wie hulp
belemmert, moet daarop consequent en zichtbaar worden aangesproken. Als
grove schendingen doorgaan, moeten ook vervolgstappen in beeld komen,
juist om normvervaging tegen te gaan. Is het kabinet bereid om in lijn
met het AIV-advies veel steviger en ook publiekelijk op te treden
wanneer hulpverleners worden aangevallen of hulp wordt belemmerd? Hoe
zorgen we ervoor dat bescherming van hulpverleners niet alleen een
diplomatiek thema blijft, maar ook zichtbaar terugkomt in financiering,
risicodeling en steun aan lokale partners?
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark, u heeft een interruptie van de heer Stƶteler.
De heer Stƶteler (PVV):
Ik zal bij deze vraag even aannemen dat het CDA geen onderdeel was van
het om de tuin leiden van de rest van de Kamer. Mevrouw Van Ark zegt net
dat het CDA voor het hervatten of op peil brengen van de steun aan UNRWA
is. Vorige week stemde het nog tegen een amendement dat datzelfde wilde
regelen. Wat is er in deze week veranderd? Hoe komt het dat het CDA 180
graden van mening lijkt te zijn veranderd?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Onze mening is niet veranderd. Wij hebben UNRWA altijd gesteund. We
hebben in januari nog een motie van mevrouw Krƶger gesteund om de steun
aan UNRWA te herstellen. Voor ons is dat belangrijk. We hebben hier ook
in het coalitieakkoord afspraken over gemaakt. Wat ons betreft is er dus
niets aan veranderd.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil het nu duidelijk krijgen. Het gaat me niet om de inhoud en het
geld; het gaat me om het proces. We zitten namelijk in een
minderheidsconstellatie. Ik ben gewoon benieuwd hoe wij de komende tijd
met elkaar omgaan. Ik ga er net zoals de heer Stƶteler van uit dat het
CDA niet van tevoren wist dat er een paar dagen na de stemmingen een
brief zou komen en dat het daardoor welbewust tegen het amendement van
mevrouw Krƶger gestemd heeft. Daar ga ik van uit. Als dat niet zo is,
dan hoor ik het graag. Dan blijft echter de vraag overeind: waarom heeft
de CDA-fractie besloten om tegen het UNRWA-amendement te stemmen als zij
het inhoudelijk eens was met het amendement van mevrouw Krƶger?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat lijkt mij heel duidelijk. Tegen het amendement stemmen was nodig,
zodat de begroting het zou halen. Dat was duidelijk en ik denk dat we
daar ook niet omheen hoeven te draaien. Tegelijkertijd hebben wij hier
in het coalitieakkoord gewoon een afspraak over gemaakt. Wij hadden dus
het vertrouwen dat we dit ook op een andere manier konden regelen.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Het is goed dat het CDA er zo open over is, want er werd natuurlijk al
door diverse partijen op gehint. Dan is toch mijn vraag aan het CDA de
volgende. Deze minderheidscoalitie heeft heel duidelijk een keus: óf
investeren in OS, de koppeling herstellen en investeren in noodhulp,
inclusief UNRWA, en dan steun zoeken over links, óf een begroting met
bezuinigingen van het vorige kabinet doorzetten en steun zoeken over
rechts, maar dan kennelijk onder de harde voorwaarde van rechts en
radicaal-rechts dat UNRWA niet gesteund mag worden. Die keus lag voor.
Dan is toch mijn vraag aan het CDA: wat kiest het CDA?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA kiest er hier gewoon voor om het coalitieakkoord uit te voeren.
In dit geval staat er in het coalitieakkoord een extra investering voor
ontwikkelingssamenwerking. Er staat niet in dat we de nu de koppeling
kunnen herstellen; dat hebben we gewoon niet afgesproken met elkaar. De
steun aan UNRWA staat er echter wel in.
De voorzitter:
Er zijn interrupties, maar ik weet niet wie er eerder was. Was de heer
Van Baarle eerder? Ja, hoor ik. Ik heb wat moeite met naar rechts kijken
vandaag.
De heer Van Baarle (DENK):
Het zij u vergeven, voorzitter.
We hebben eerst een brief van de minister gelezen waarin hij schreef: ik
ga schuiven in mijn budget en ik ga de financiering van UNRWA
herstellen. Daarna hebben we een tweede brief van de minister gelezen,
waarin staat dat we moeten wachten op goedkeuring van de Kamer, en wel
in september. Mevrouw Van Ark onderkent het belang van UNRWA en
onderkent dat UNRWA nodig is om noodlijdende Palestijnen van hulp te
voorzien, maar UNRWA kan niet wachten tot september. Is het CDA het
ermee eens dat deze minister gewoon het budget binnen de lopende
bedragen kan overmaken? Waarom zouden we moeten wachten tot september?
Als het in het coalitieakkoord staat, kan het gewoon nu gebeuren.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat vind ik een goede vraag. Ik ga hem toch even doorgeven aan de
minister, zodat hij daarop kan reageren. Daar kan ik eigenlijk niks over
zeggen. De minister heeft het voornemen. Wat mij betreft gaan we gewoon
kijken wanneer het geregeld kan worden.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik waardeer de eerlijkheid van het CDA hierin. Er wordt namelijk gewoon
gezegd: wij stemden tegen dit amendement, omdat wij vonden dat de
begroting het moest halen. Dat creƫert in ieder geval wat duidelijkheid
in plaats van de semantische spelletjes die gisteren met name door de
fractieleider van D66 voor de microfoons werden gespeeld. Maar dan wil
ik toch ook aan het CDA vragen: als minderheidskabinet is dit toch geen
handige manier van werken? Je zoekt uiteindelijk naar een meerderheid
over links dan wel over rechts. Vervolgens is die meerderheid er in de
Kamer en is dat vertrouwen er in de Kamer. Dan is het aangenomen, maar
gaan we toch via een soort loophole, via een soort geitenpaadjes, weer
over wat kruimels heronderhandelen, over links dan wel over rechts. Dat
roept toch echt vragen op over hoe dit kabinet functioneert en hoe de
coalitie daarnaar kijkt. Ik wil het CDA dus toch vragen hoe het hiernaar
kijkt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat is, denk ik, een terechte vraag van de heer Hoogeveen. Wat mij
betreft zouden we dat een volgende keer anders moeten doen. Ja, daar ben
ik gewoon heel eerlijk in. Ik had dit graag anders gezien. Ik denk dat
het een goede les is voor hoe wij als minderheidskabinet in dit soort
situaties moeten opereren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik ga toch nog even door op het punt dat mevrouw Krƶger maakte. Het is
ontzettend goed dat het CDA zegt: we hebben de afspraak in het
coalitieakkoord dat we de gelden voor UNRWA gaan herstellen; afspraak is
afspraak, dus daar houden we ons aan. Dat waardeer ik heel erg.
Tegelijkertijd heeft het CDA natuurlijk wel een keuze als het gaat over
brede investeringen in ontwikkelingssamenwerking. In het coalitieakkoord
staat: we gaan daarin investeren. Tegelijkertijd is daar geen geld voor
vrijgemaakt. Dan blijft de vraag dus toch: waarom kiest het CDA ervoor
om over rechts te gaan en de begroting, met desastreuze bezuinigingen,
op die manier te laten goedkeuren, terwijl het CDA ook zegt te staan
voor ontwikkelingssamenwerking? Waarom kiest het CDA daar dan niet
voor?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA heeft eerder aangegeven ⦠We hebben in het coalitieakkoord
afgesproken dat we 275 miljoen extra gaan investeren. Het CDA maakt zich
er ook wel degelijk zorgen over of we dat bedrag dan ook echt extra
investeren. Dat is de afspraak waar we de minister aan willen houden. Ik
denk dat het nog wel een discussie met de minister waard is om te
bespreken hoe we dat geld daadwerkelijk gaan investeren, want tot nu toe
hebben we gezien dat het geld in allerlei potjes weggaat en dat we het
niet daadwerkelijk vrij kunnen krijgen. Daar ga ik mij voor inzetten en
daar mag u mij de komende tijd aan houden.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik vraag me dan toch nog af: wist mevrouw Van Ark van tevoren dat de
minister alsnog dat geld vrij zou maken? Toen jullie voor de begroting
stemden, wisten jullie toen al dat dat geld alsnog vrijgemaakt zou
worden?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Nee, het CDA had het vertrouwen dat het op een andere manier geregeld
had kunnen worden, gewoon zoals we in het coalitieakkoord hebben
afgesproken. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het budget voor
ontwikkelingssamenwerking. Daar hebben we ook heel veel discussie over,
maar ook daarvoor heb ik er vertrouwen in dat we het gewoon met deze
minister gaan regelen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Zou ik de heer Ceder mogen vragen om kort het
voorzitterschap over te nemen? Ik zou namelijk ook een interruptie
willen plaatsen.
Voorzitter: Ceder
De heer Stoffer (SGP):
Mevrouw Van Ark heeft zojuist de bijdrage van de heer Hoogeveen gehoord.
In de vorige periode had het CDA de mond vol van democratisch ethos. Zou
mevrouw Van Ark daar eens kort op kunnen reflecteren? Vindt zij dit nu
getuigen van democratisch ethos of is dit gewoon een politiek
spel?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat is, denk ik, een goede vraag van de heer Stoffer. Daarom heb ik net
tegen de heer Hoogeveen gezegd: wat mij betreft gaan we dit de volgende
keer anders doen. Ik ben heel erg voor transparantie. Ik ben de politiek
ingegaan en ik sta echt voor eerlijke politiek. Ik heb in dit huis
inmiddels ook wel gemerkt dat er soms veel dingen achter de schermen
worden geregeld. Daar ben ik niet van, dus wat mij betreft gaan we echt
⦠Ik denk dat u het CDA daar ook goed van kent: het CDA is van
duidelijkheid; we draaien er niet omheen. Daar mag u ons aan blijven
houden.
De voorzitter:
Heeft de heer Stoffer nog een vervolginterruptie?
De heer Stoffer (SGP):
Nee.
De voorzitter:
Dan geef ik bij dezen het voorzitterschap terug.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Ik kijk nog even rond. Mevrouw Van Ark heeft nog achttien seconden om
haar bijdrage af te ronden.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dan kom ik bij mijn slotwoord.
Voorzitter. Humanitaire hulp is meer dan financiering. Het is ook steun
geven in woord en daad aan humanitairehulpverleners en ons blijven
uitspreken. Dat zijn we verplicht aan mensen in nood, maar ook aan de
hulpverleners die hun leven riskeren om hen te bereiken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, keurig binnen de tijd. Dan gaan we naar de overkant. We gaan
luisteren naar de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter. De wereld wordt helaas geteisterd door een
humanitaire crisis, of het nu in Sudan, Afghanistan, Gaza, Libanon of
Myanmar is. Er is meer crisis dan ooit. In zo'n wereld, met zo veel
crises, zou je hopen en willen dat de internationale gemeenschap meer
zou doen, maar helaas is het tegendeel waar. VN-noodhulpcoƶrdinator Tom
Fletcher gaf eind vorig jaar aan slechts een derde van het benodigde
budget te hebben om mensen in nood te helpen. Het wetenschappelijke
tijdschrift The Lancet berekende dat de bezuinigingen op
ontwikkelingssamenwerking rond 2030 kunnen leiden tot de dood van
minstens 4,5 miljoen kinderen, zo schrijft de NRC.
Voorzitter. Hoe kijkt de minister hiernaar? Welke inspanningen levert
hij om ervoor te zorgen dat er meer budget voor humanitaire hulp komt,
zowel nationaal als internationaal? Kunnen we er nu van uitgaan dat er
onder deze minister de komende jaren netto meer geld beschikbaar is voor
noodhulp? Of is dit niet het geval, vanwege de toerekening aan asiel en
OekraĆÆne, en het blijven bestaan van de bezuinigingen onder het
kabinet-Schoof? Hoe zit dit?
Voorzitter. Dan de brief van het kabinet over het herstel van de steun
aan UNRWA. Laat ik beginnen met te zeggen dat de eerste brief een juiste
stap was van deze minister. Gezien de enorme humanitaire noden in Gaza
is het minste wat we kunnen doen dat we herstellen wat we deden. Maar
toen kwam die tweede brief, waarin deze minister de keutel eigenlijk
weer een beetje leek in te trekken. Ik vind het oprecht een cynisch
spel. Ik vind het oprecht een cynisch spel, aangezien we zien dat de
Palestijnen op dit moment noodlijdend zijn en iedereen gewoon kan zien
dat UNRWA keihard nodig is om de Palestijnen te helpen. Vervolgens
besluiten we dan op basis van politiek in dit huis om tot september te
wachten met het overmaken van dat geld. Daar kunnen de Palestijnen niet
op wachten. Dus ik vraag deze minister om dat geld gewoon nu over te
maken. Als de minister niet bereid is om dit tijdens het debat te doen,
zullen we er een motie voor indienen.
Voorzitter. Gaza is door de Israƫlische genocide vernietigd. Wanneer is
de minister bereid om de Kamer te informeren over de bijdrage die dit
kabinet zal leveren voor de wederopbouw van Gaza? Hoe zet de minister
extra druk op Israƫl om ervoor te zorgen dat Gaza volledig opengesteld
wordt voor humanitaire hulp, nu de grenzen opnieuw zijn gesloten door
Israƫl? Is het de minister duidelijk dat er na al die misdaden die
Israƫl op dit gebied pleegt alleen maar sancties kunnen volgen?
Het is ook ongeveer een jaar geleden dat vijftien hulpverleners werden
gedood tijdens hun werk in Gaza, onder wie acht van de Palestijnse Rode
Halve Maan. We lezen dat daar geen onafhankelijk onderzoek naar is
gedaan. Sinds oktober 2023 zijn volgens Amnesty International honderden
hulpverleners in Gaza vermoord. Welke extra stappen gaat de minister
zetten tegen de straffeloosheid ten aanzien van deze misdaden?
Voorzitter. We hebben ook een brief gekregen van de regering over
medische evacuaties uit Gaza waar letterlijk niks concreets in staat,
alleen maar dat het kabinet welwillend zou zijn. En dat terwijl bijna
20.000 mensen op de wachtlijst staan, onder wie kinderen met kanker die
wachten op een behandeling. Kan deze minister toezeggen dat hij er zo
snel mogelijk voor gaat zorgen dat er kinderen in Nederland behandeld
gaan worden?
Voorzitter. Dezelfde zorgwekkende ontwikkelingen als in Gaza zien we nu
ook in Libanon, waar ontzettend veel mensen op de vlucht zijn geslagen
en verdreven worden. We zien er verschrikkelijk geweld. Is de minister
bereid om dit geweld te veroordelen en ook de Israƫlische plannen voor
de bezetting van Zuid-Libanon te veroordelen? Is hij bereid om ook
daarom te pleiten voor sancties tegen Israƫl?
Voorzitter. Ik wil ook kort stilstaan bij de positie van de Rohingya,
die in Myanmar maar ook daarbuiten in vluchtelingenkampen een
verschrikkelijk leven leiden, vanwege de repressie en de
onderdrukking.
De voorzitter:
Zou u naar een afronding willen gaan, meneer Van Baarle?
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou de minister willen vragen welke aandacht hij daarvoor
heeft.
Tot slot. Is de minister bereid om te pleiten voor het stoppen van de
onderhandelingen over het handelsakkoord tussen Europa en de Verenigde
Arabische Emiraten, vanwege de steun aan de RSF door de VAE?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Dan gaan wij door naar mevrouw Maes. U
heeft ook vier minuten.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Er zijn tal van landen in de wereld waar de
humanitaire situatie zeer zorgwekkend is. De beschikbare middelen voor
hulp zijn schaars en zijn het afgelopen jaar nog schaarser geworden,
omdat een aantal grote donoren hun bijdrage drastisch verlaagd hebben.
Dat betekent dat het steeds belangrijker wordt om scherpe keuzes te
maken. Die keuzes zijn schrijnend, want Nederland beschikt niet over
voldoende middelen om al het wereldleed te verzachten. Wat de
VVD-fractie betreft moeten keuzes worden ingegeven door acute menselijke
nood, maar mogen ook onze nationale belangen, zoals stabiliteit in de
regio en onze nationale veiligheid, niet uit het zicht raken.
Te vaak wordt het politieke debat over humanitaire hulp gekaapt door de
waan van de dag. De VVD vraagt daarom aandacht voor onderbelichte
brandhaarden die van invloed zijn op de stabiliteit in Europa. De oorlog
in Sudan, al een paar keer genoemd, duurt inmiddels drie jaar en het
einde is niet in zicht. Gisteren was er nog een bericht over toenemend
gebruik van drones. Wat zich in Sudan voltrekt, is een stille ramp die
ruim 33 miljoen mensen treft. De Kamer riep eerder het kabinet op om een
leidende rol te spelen in de internationale respons. Hoe geeft de
minister daar concreet invulling aan, met name bij het afdwingen van
humanitaire toegang tot belegerde gebieden zoals Al-Fashir?
In het Midden-Oosten hebben recente ontwikkelingen in Iran en Libanon
grote impact op de gehele regio. Die ontwikkelingen zullen wederom
zorgen voor veel menselijk leed. Het risico bestaat ook dat er nieuwe
ongecontroleerde migratiestromen richting Europa op gang komen als
gevolg van deze ontwikkelingen. De Nederlandse inzet moet gericht zijn
op het verzachten van menselijk leed en op maximale ondersteuning van de
regio. Kan de minister toelichten op welke wijze de Nederlandse noodhulp
wordt ingezet om deze lokale opvang en zorg te versterken?
Voorzitter. Humanitaire hulp moet Gaza wat de VVD betreft onbelemmerd
kunnen bereiken. Op dit moment moet dat wel via UNRWA, vanwege de
benodigde infrastructuur in het gebied. Voor de VVD is daarbij
belangrijk dat in Gaza ook andere organisaties worden ingeschakeld;
diversificatie dus. We willen niet dat hulp aan Gazanen louter van UNRWA
afhankelijk is. Wat de VVD betreft wordt de steun via UNRWA afgebouwd
zodra andere organisaties in de hulp kunnen voorzien. Ook mag het geld
niet bij Hamas terechtkomen en niet voor verkeerde doeleinden worden
gebruikt. Kan de minister toelichten op welke wijze hij organisaties
gaat screenen die in Gaza met Nederlands geld gefinancierd gaan
worden?
De voorzitter:
Mevrouw Maes, u heeft een interruptie van uw rechterbuurman, de heer Van
Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat klopt, voorzitter. Het is goed dat de VVD nadat het al die tijd in
het vorige kabinet verschrikkelijke leugens over UNRWA verspreidde nu
erkent dat UNRWA noodzakelijk is voor het helpen van de Palestijnen.
Tegelijkertijd is het als UNRWA noodzakelijk is voor het helpen van de
Palestijnen toch wel erg cynisch om vanwege de politiek in dit huis te
wachten tot september. Die Palestijnen kunnen niet wachten. Deelt de VVD
dat we als we de Palestijnen moeten helpen en UNRWA daarvoor
noodzakelijk is dat geld gewoon direct moeten overmaken en niet een
halfjaar moeten wachten terwijl de Palestijnen niet kunnen
wachten?
Mevrouw Maes (VVD):
Het moge duidelijk zijn dat de VVD altijd heel kritisch is geweest op
UNRWA. Meneer Van Baarle noemt dat leugens. Nou, daar kan je over
twisten. Ik denk niet dat dat leugens zijn. Ik denk dat dat serieuze
zorgen zijn, die wij hebben en houden. En wat betreft zijn vraag over
september: ik denk dat de minister daar het beste antwoord op kan
geven.
De voorzitter:
Dan kunt u verder met uw betoog.
Mevrouw Maes (VVD):
Tot slot OekraĆÆne. De systematische Russische aanvallen op de
energie-infrastructuur afgelopen winter hebben aangetoond dat
ad-hocnoodhulp niet volstaat. Wij moeten nu handelen om te borgen dat de
OekraĆÆense bevolking de komende winter niet opnieuw in de vrieskou komt
te zitten. Kan de minister aangeven welke concrete strategische plannen
er klaarliggen om de OekraĆÆense energievoorziening voor 2026/2027
winterklaar te maken en op welke wijze de expertise van de Nederlandse
private sector wordt ingezet om de structurele weerbaarheid van het land
te vergroten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u een interruptie van mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik ben er helemaal niet gerust op dat de VVD er ook echt op gaat
inzetten om die UNRWA-gelden te herstellen, als ik het zo hoor, want ik
hoor tegelijkertijd ook "afbouw op termijn" en "het geld mag niet naar
Hamas gaan". Nou ligt er gewoon het rapport van Colonna. Er is geen
bewijs gevonden dat er banden zijn met Hamas. Er zijn wel een aantal
mogelijke verbeteringen geconstateerd en daar is UNRWA mee aan de slag
gegaan. Er is dus helemaal geen bewijs van dat daar enige banden zijn
met Hamas en toch wil de VVD dat nog eens even noemen. Erkent de VVD dat
die gelden hersteld moeten worden in eerste instantie? Kan de VVD daar
gewoon helder in zijn? Dat is ook de afspraak in het
coalitieakkoord.
Mevrouw Maes (VVD):
Wij zijn ons ontzettend bewust van het leed in de regio. Wij hebben hier
inderdaad in het coalitieakkoord afspraken over gemaakt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. U heeft een interruptie.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat betekent dus dat de VVD dat steunt. Dat is heel mooi. Tegelijkertijd
hoor ik de VVD ook over afbouw, wordt het nu toch op de lange baan
geschoven en hebben we pas bij de Najaarsnota te maken met het herstel.
We zien dat UNRWA nodig is voor de noden naar. Ik kan het nog stelliger
zeggen: UNRWA is gewoon de levenslijn van de Palestijnen. Alles is daar
verwoest. Mensen hebben nu hulp nodig. Ziet de VVD mogelijkheden om die
gelden naar voren te halen?
Mevrouw Maes (VVD):
Ik ben er heel erg blij dat in de brief van de minister heel duidelijk
staat dat hij ook inzet op diversificatie. Dat vinden we gewoon heel erg
belangrijk.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit was echt geen antwoord op mijn vraag.
De voorzitter:
U heeft een antwoord gekregen. Daar zult u het mee moeten doen. U heeft
geen vervolgvraag, mevrouw Teunissen? U zit inderdaad aan de drie
interrupties. Dan gaan we naar de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
We kennen de VVD inderdaad als een partij die ā ik heb het nog even
uitgezocht ā sinds Rutte IV heeft gestemd voor een vermindering van de
financiering van UNRWA, of in ieder geval tegen een verdere financiering
van UNRWA. De VVD heeft onder het kabinet-Schoof I gestemd voor de
huidige bezuinigingen die op UNRWA staan. We zien nu dat bij het nieuwe
kabinet, waarschijnlijk als onderdeel van een compromis, er meer
financiering naar UNRWA gaat. Vervolgens heeft u net als het CDA en D66
tegen een amendement gestemd en het daarmee kortom voor elkaar gebokst
om via de rechtse meerderheid de begroting aan een meerderheid te
helpen.
De voorzitter:
Wilt u tot uw vraag komen, meneer Hoogeveen?
De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn vraag is: hoe kijkt de VVD naar het handelen van minister Sjoerdsma
in dezen? Hoe reflecteert de VVD op de dalende welwillendheid van een
constructieve rechtse oppositie, waar de VVD toch wel oren naar
heeft?
Mevrouw Maes (VVD):
Wij waren maandagochtend ook verrast. Ik zal daar geen geheim van maken.
Ik ben heel blij met wat er daarna nog vanuit het kabinet tot ons is
gekomen. Daar laat ik het even bij.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie verder geen interrupties, dus
dan gaan wij luisteren naar de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. De humanitaire stand van zaken in de wereld is
catastrofaal. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er wereldwijd nog nooit
zo veel conflicten geweest als de afgelopen jaren. We zien geweld tegen
kinderen, vrouwen, zieke mensen, hulpverleners en journalisten toenemen.
Steeds meer mensen raken hun thuis, familie en leefomgeving kwijt door
bombardementen. Dit debat gaat daarom over de vraag hoe we mensen die
moeten overleven in oorlogsgebieden menselijkheid en perspectief kunnen
bieden. Afgelopen vrijdag lazen we over een flinke meevaller op de
Voorjaarsnota. Dat geld komt geen moment te vroeg. Hoe is de minister
van plan om deze meevallers concreet in te zetten? Gaat dit naar acute
crises of structurele versterking van humanitaire capaciteit?
Voorzitter. Het geweld tegen Palestijnen neemt verder toe. Terwijl de
wereld wegkijkt en de aandacht elders vestigt, doet Israƫl er alles aan
om de toegang tot humanitaire hulp in Gaza te verhinderen. Daarom ben ik
ontzettend blij dat het kabinet de relatie met UNRWA nog dit jaar
volledig herstelt. UNRWA is cruciaal voor het bieden van hulp,
onderwijs, zorg en andere noodvoorzieningen in Gaza. Er is geen andere
organisatie met zo'n uitgebreid netwerk die hulp kan bieden op de schaal
die nodig is. Met dit besluit komt er een einde aan de roekeloze
verdachtmakingscampagne tegen deze organisatie en spreekt het kabinet
steun uit voor hun broodnodige werk onder steeds moeilijkere
omstandigheden.
Mijn fractie heeft ook grote zorgen. Een rechterlijke uitspraak in
Israƫl bepaalt dat ngo's binnenkort alsnog uit Gaza moeten vertrekken.
Dat is meer bewijs van de campagne die de Israƫlische overheid voert om
humanitaire hulp onmogelijk te maken. Kan de minister toelichten wat de
stand van zaken is en hoe hij daarover in contact staat met ngo's? Wat
is zijn inzet de komende weken om Israƫl op andere ideeƫn te
brengen?
De heer Van Baarle (DENK):
Het ligt niet aan de heer Bamenga. De heer Bamenga weet hoe ik
persoonlijk over hem denk. Tegelijkertijd heeft de tweede brief die ik
van deze minister heb gezien, in tegenstelling tot de eerste brief die
mij zeer gelukkig en hoopvol stemde, mij teleurgesteld. Ik vind oprecht
dat als we de mogelijkheid hebben om de financiering van UNRWA direct te
herstellen, we daar niet tot september mee moeten wachten. Ik heb daar
nu aan twee coalitiepartijen een vraag over gesteld. Die gaven daar
allebei zelf geen antwoord op, maar verwijzen naar de minister. Het is
toch wel opvallend dat een Kamerlid geen mening heeft. Ik ben benieuwd
wat de heer Bamenga vindt. Ik ken hem goed. Ik ben ervan overtuigd dat
hij vindt dat de portemonnee gewoon direct getrokken moet worden voor
UNRWA.
De heer Bamenga (D66):
Ik dank de heer Van Baarle bij dezen voor het feit dat hij het niet
persoonlijk maakt. Volgens mij kent de heer Van Baarle mij en mijn
partij heel erg goed. We hebben natuurlijk altijd gestreden voor herstel
van de relatie met UNRWA. Als het gaat om financiering vinden wij
uiteraard dat het zo snel mogelijk moet worden overgemaakt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. U kunt verder met uw betoog.
De heer Bamenga (D66):
Het Israƫlische parlement heeft een doodstrafwet aangenomen die
uitsluitend Palestijnen treft. De VN zeggen dat de uitvoering van deze
wet een oorlogsmisdaad zou zijn. Nederland spreekt opnieuw zorgen uit.
Dat is goed, maar laten we eerlijk zijn: zorgen uiten heeft tot nu toe
weinig veranderd. Als dit geen reden is om het handelshoofdstuk van het
associatieakkoord op te schorten, wat dan wel? Graag een duidelijke
reactie van de minister.
Voorzitter. Dan Libanon. Inmiddels zijn er daar meer dan 1.240 doden
gevallen en zijn honderdduizenden onschuldige burgers op de vlucht
geslagen. Terwijl de Defensieminister spreekt over een bufferzone, heeft
de minister van Financiƫn het al over de nieuwe grenzen van Israƫl.
Gestoord! Maar als het niet wordt tegengesproken, is het ook gevaarlijk.
Graag een reflectie van de minister. Ik ben blij om te zien dat
Nederland de steun aan humanitaire organisaties in Libanon opschroeft.
Die is hard nodig, want er zijn deze maand al meer dan 50 hulpverleners
omgekomen. Spreekt de minister zijn Israƫlische counterparts hierop aan?
Hulp alleen verandert echter niets aan de verdrijving van mensen uit hun
huizen, noch aan de bezettingsplannen van de Israƫlische regering.
Daarom is het goed dat Nederland vanochtend steun uitsprak voor de
Libanese regering en Israƫl opriep af te zien van een grondoffensief.
Maar wat als dat toch gebeurt? Is de minister met medeondertekenaars in
gesprek over vervolgstappen, mocht Israƫl overgaan tot een
grondoffensief en een langdurige bezetting van Libanon?
Voorzitter. Tot slot ga ik naar de vergeten, of misschien wel genegeerde
conflicten die wij niet mogen vergeten of negeren. In Sudan voltrekt
zich nog altijd een enorme humanitaire crisis waar nu opnieuw nauwelijks
aandacht voor lijkt te zijn. Ook in het oosten van Congo laait het
geweld opnieuw op zonder zicht op de duurzame oplossingen. Is er binnen
de meevaller ruimte om juist voor deze crisis een extra bijdrage te
leveren?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Lammers.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor de heer Bamenga net over UNRWA praten. Ik ben dan toch wel
benieuwd hoe de heer Bamenga alle onderzoeken die naar UNRWA zijn gedaan
en alle bevindingen die daaruit zijn gekomen beoordeelt. Dan doel ik ook
op alle video's die online circuleren waarin medewerkers van UNRWA zich
vervolgens bewapenen et cetera, et cetera. Hoe beoordeelt de heer
Bamenga dat?
De heer Bamenga (D66):
De rapporten hebben uitgewezen dat Israƫl geen bewijs heeft geleverd
voor de link tussen UNRWA en terrorisme.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het OCTAS-rapport... Nee, sorry dat is van SZW. Ik kom zo op de naam van
het rapport. Er is een tweede rapport geweest, niet het eerste, waaruit
is voortgevloeid dat er negen mensen zijn ontslagen. Dat rapport heeft
wel degelijk uitgewezen dat een verband met de aanslag op 7 oktober niet
uit te sluiten was. Dat is niet mijn vraag, maar een opmerking. We zijn
namelijk al twee jaar hiermee bezig en het is goed om dit debat niet
feitenvrij te voeren. Ik verwijs dus allereerst naar het VN-rapport, als
reactie op de vraag van mevrouw Lammers. Dan ga ik naar de tweede vraag.
Ook ik vind de heer Bamenga een geweldig persoon. Dat weet hij ook. Dat
staat even voorop.
De voorzitter:
Meneer Ceder, dit genoteerd hebbende, wilt u tot uw vraag komen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tegelijkertijd is er natuurlijk ook wel een olifant in de Kamer,
namelijk dat de minderheidscoalitie steun heeft gezocht van de
rechterflank. Daarmee heeft D66 zich onttrokken aan een aantal van de
amendementen. Een paar dagen later hebben niet alleen de heer Bamenga,
maar ook de minister-president de pers geĆÆnformeerd ā juichend, zeg ik
er even bij ā over wat er zou gaan gebeuren. Sinds gisteren blijkt dat
ā¦
De voorzitter:
Meneer Ceder, wilt u wel komen tot uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de D66-fractie voor de stemming over de begroting en
het UNRWA-amendement wist dat in diezelfde week ā je hebt namelijk
onderraden en ambtelijke voorbereiding ā op vrijdag het geld alsnog
geregeld zou kunnen worden door de ministerraad. En wist u daarmee dat
rechts in z'n hemd gezet zou worden?
De heer Bamenga (D66):
Dank voor de vraag. Dank ook voor de complimenten aan mijn persoon. Die
neem ik graag aan. Volgens mij is het heel helder geweest waar we staan.
We hebben heel veel debatten over UNRWA gevoerd. Onze mening daarover is
absoluut niet veranderd de afgelopen periode. We zijn heel erg blij dat
ook in het coalitieakkoord heel duidelijk staat dat die relatie hersteld
zou moeten worden. U weet ook dat ik na de stemmingen schriftelijke
vragen gesteld heb over wanneer de afspraken in het coalitieakkoord
uitgevoerd gaan worden. Dus dat is in ieder geval wat ik ervan weet.
Wanneer dat daadwerkelijk gebeurt, wist ik, net zoals u, zodra de brief
binnen was.
De voorzitter:
Wilt u uw laatste vraag stellen? Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ga 'm toch scherp stellen. Ik heb in mijn betoog aangegeven dat het
mij gaat om het proces. Ik wil weten wat ik de komende vier jaar, of
korter, van het minderheidskabinet kan verwachten. Dan heb ik het niet
over de ministers, maar over de coalitiepartijen. Mijn vraag is dezelfde
als die aan mevrouw Van Ark werd gesteld: wist de D66-fractie van
tevoren dat het geld alsnog, wetende dat het in ieder geval voor JA21 en
SGP randvoorwaardelijk was voor het steunen van de begroting, op termijn
vrijgemaakt zou worden, tegen de wens van die partijen in?
De heer Bamenga (D66):
Ik had er alle vertrouwen in dat het kabinet zich zou houden aan hetgeen
in het coalitieakkoord staat.
De voorzitter:
Helder. EĆ©n opmerking van orde. De SGP heeft nĆĆ©t voor de begroting
gestemd. Ik heb dat nu tweemaal gehoord. Het wekt wat verwarring, ook
bij de minister.
Dan gaan we door met het debat. De heer Hoogeveen heeft de volgende
interruptie.
De heer Hoogeveen (JA21):
De heer Bamenga heeft mijn lezing net ook aangehoord. Mijn vraag aan de
heer Bamenga is: klopt mijn lezing? Klopt het dat D66 wist: we moeten nu
eenmaal even deze meerderheid hebben; we pakken de pijn? Een dag later
stelt de heer Bamenga al Kamervragen. Zes dagen na de stemming wordt er
in de media gevierd dat de UNRWA-financiering is hersteld. Hoe
reflecteert D66 nou op deze gang van zaken? Ik word niet snel boos. In
de politiek moet je altijd rustig blijven. Maar als ik vervolgens zie
dat er na het hosanna in de media van D66 verder eigenlijk geen reactie
komt, behalve van een D66-woordvoerder, die zegt "ja, maar JA21 heeft
toch ook het coalitieakkoord gelezen?", dan denk ik: zo zijn we niet
getrouwd. Het is namelijk wel een minderheidscoalitie. Op deze manier
gaat het natuurlijk niet werken. Als links nou een SZW-begroting met
deze minderheidscoalitie aanneemt en afspraken maakt en de begroting met
een Tweede Kamermeerderheid wordt aangenomen, maar er later via een
omweg toch weer AOW-bezuinigingen of -hervormingen worden doorgevoerd,
dan wordt het een heel lastige manier van werken. Hoe reflecteert D66 op
deze gang van zaken?
De heer Bamenga (D66):
Om te beginnen ben ik blij met alle partijen die de begroting hebben
gesteund. De begroting gaat ergens over. Die gaat namelijk om de
allerarmste mensen in de wereld. Die gaat over onze inzet voor
vrouwenrechten, onze inzet voor de rechten van kinderen en onze eigen
stabiliteit, veiligheid en vrede. Dus het gaat ergens over. Op het
moment dat wij deze begroting goedkeuren, stellen we veilig dat die
gelden ook daarnaartoe gaan. Dus ik ben blij dat onder andere JA21 de
begroting heeft gesteund.
Daarnaast is het ook zo dat iedereen in de Kamer heeft kunnen zien wat
ons standpunt is ten aanzien van bijvoorbeeld UNRWA of
ontwikkelingssamenwerking, waar we veel meer in willen investeren. We
willen er ook alles aan doen om de begroting ā er hebben bezuinigingen
plaatsgevonden ā te herstellen. Dat zullen we ook blijven doen. Dat
geldt ook voor onze steun aan UNRWA. Wij zijn ontzettend blij dat die
steun in het coalitieakkoord terecht is gekomen. Ik heb er altijd alle
vertrouwen in gehad dat dit kabinet er alles aan gaat doen om die steun
te herstellen, vandaar ook mijn vraag na het aannemen van deze
begroting: hoe gaat u dat doen, hoe gaat u dat herstellen? Ik ben zelfs
verder gegaan. Ik heb ook gevraagd: hoe gaat u ervoor zorgen dat er meer
budget komt voor ontwikkelingssamenwerking? Dat is mijn standpunt
hierin.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Maar dit is van twee walletjes eten; dit is van twee walletjes eten. Het
is overduidelijk. Er is een minderheidscoalitie. Op het onderwerp
ontwikkelingssamenwerking is er de keus tussen een meerderheid over
rechts ā de kennelijk keiharde randvoorwaarde daarbij is dat UNRWA niet
gesteund kan worden ā en een meerderheid over links met onder andere
PRO, en dan gaat het om het herstel van de koppeling, om het investeren
in ontwikkelingssamenwerking, zoals in het regeerakkoord staat, en om
noodhulp aan Palestijnen via UNRWA. Die keuze ligt voor. Je kan niet de
ene week het een kiezen en de andere week het ander. Mijn vraag aan D66
is: wat is het?
De heer Bamenga (D66):
Wat ons betreft is het belangrijk dat wij steun hebben voor de
begroting. Ik heb zojuist ook uitgelegd hoe belangrijk dat is, hoeveel
mensen in de wereld hiervan afhankelijk zijn. Op het moment dat we die
niet steunen, is het gewoon nul. Nul voor al deze mensen die wachten op
hulp, op zorg, op onderwijs, op menselijkheid en op perspectief. Wij
vinden het belangrijk dat deze mensen dat krijgen. Daarnaast vinden wij
het belangrijk dat de hulp voor de Palestijnen via UNRWA ā ze zijn
daarvan afhankelijk; UNRWA is hun levenslijn ā wordt hersteld. Daar
hebben wij voor gekozen.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
We hebben het over de begroting die de PVV-bezuinigingen doorzet, de
monsterbezuinigingen, de grootste bezuinigingen op
ontwikkelingssamenwerking ooit. Deze minderheidscoalitie had een keuze
en is gaan slalommen. Want wat gebeurt er? Er wordt een meerderheid
gezocht over rechts, met kennelijk als harde voorwaarde dat het
amendement over UNRWA, dat wij samen hebben ingediend, het niet zou
halen. Of er konden investeringen plaatsvinden in
ontwikkelingssamenwerking en noodhulp en dus UNRWA. D66 heeft vorige
week gekozen. D66 heeft ervoor gekozen om over rechts te gaan. Nu hoor
ik de heer Bamenga dat zelfs vieren. Ik hoor hem zeggen dat hij blij is
dat de begroting is aangenomen. Maar wat wil D66 nou? Wil D66 de
koppeling herstellen en UNRWA steunen? Dan is de meerderheid over rechts
verspeeld. Wat wil D66?
De heer Bamenga (D66):
Wat D66 wil, is heel erg helder. Er wordt gedaan alsof het of-of is,
maar wat mij betreft is het en-en. We willen dat de begroting erdoor
komt, juist om ervoor te zorgen dat al deze mensen die hulp nodig
hebben, die ook krijgen en dat we welvaart brengen via handel. We willen
dat dat veilig wordt gesteld. D66 wil er ook voor zorgen dat de relatie
met UNRWA wordt hersteld, net als de budgetten. D66 wil ook dat wij
voldoen aan de wens van bijvoorbeeld het parlement ā het amendement
regelde dat niet per se ā dat er naast UNRWA ook een bijdrage geleverd
kan worden aan andere organisaties. Dat zijn allemaal aspecten die wij
als D66 willen. Wat ons betreft is het dus niet of-of maar en-en.
De heer Stƶteler (PVV):
Wel mooi dat de aap nu uit de mouw komt. Mevrouw Krƶger zei net dat D66
van twee walletjes probeert te eten en meneer Bamenga zegt inderdaad:
ja, we willen en-en.
Ik kom even terug op het interruptiedebatje tussen meneer Ceder en
meneer Bamenga. Meneer Bamenga ontkende eerder de link tussen UNRWA en
Hamas of UNRWA en terreur en zei dat die er niet was, dat die nooit was
aangetoond. Er is een rapport van de Verenigde Naties zelf, gepubliceerd
in augustus 2024, over het UN-Office of Internal Oversight Services
(OIOS). Ik zou meneer Bamenga aanraden om daar eens naar te kijken. Ik
noem nog een publicatie: meneer Fateh Sharif, een Hamasleider, werd eind
september 2024 in het zuiden van Libanon gedood. Hij stond op de
loonlijst van UNRWA. Drie Israƫlische gijzelaars genaamd Romi, Emily en
Doron die, als ik het goed zeg, tegelijk werden vrijgelaten, werden
vastgehouden in de humanitaire zone van UNRWA. Ontken dan nog eens,
meneer Bamenga, dat er een link was tussen UNRWA en terroristen.
De heer Bamenga (D66):
Daar waar er binnen de organisatie misstanden hebben plaatsgevonden,
zijn deze aangepakt. Ik vind precies datgene wat de PVV de afgelopen
periode heeft gedaan pas schandalig, namelijk verdachtmakingen uiten
richting een hele organisatie die in een hele moeilijke omgeving en in
moeilijke omstandigheden haar werk moet doen. Wij zouden daar waardering
voor moeten uitspreken. We zouden ervoor moeten zorgen dat zij onze
steun hebben. Daar waar er misstanden zijn, zouden we ze moeten helpen
om die misstanden aan te pakken. Volgens mij hebben die onafhankelijke
rapporten ook uitgewezen wat er verbeterd kan worden, zoals
neutraliteit, onpartijdigheid enzovoorts. Al die aanbevelingen zijn door
UNRWA opgepakt en worden ingevoerd.
De heer Stƶteler (PVV):
Het is allemaal leuk en aardig om de PVV dit soort dingen te verwijten,
maar het was een Verenigde Naties-rapport dat dit allemaal naar buiten
bracht en geen PVV-rapport. Ik haal het hier alleen maar aan. Ik verwijs
naar het Verenigde Naties-rapport. Het was geen PVV-rapport. Bovendien
hebben we in al die twintig jaar dat Hamas daar tunnels aan het graven
was, honderden kilometers aan tunnels, slechts mondjesmaat meldingen
gehad van UNRWA-sites en -medewerkers dat er ergens een schacht naar
boven kwam in een school, moskee of wat voor opvang dan ook. Dat was
mondjesmaat, waardoor dat ook maar incidenteel is behandeld. Zo kon
Hamas honderden tunnels, misschien wel 800 kilometer aan tunnels, graven
in dat kleine gebied daar in Gaza. Maak mij en niemand thuis wijs dat er
geen link was tussen UNRWA en Hamas.
Voorzitter, ik heb nog ƩƩn vraag. Wist meneer Bamenga op het moment dat
hij met de correctiekwast over zijn naam onder het amendement van
mevrouw Krƶger ging dat de minister deze week met deze brief zou komen
en dat geld aan UNRWA alsnog zou herstellen?
De heer Bamenga (D66):
Het antwoord is nee. Ik heb al eerder gezegd dat ik er wel alle
vertrouwen in had dat dit kabinet zich zou houden aan het
coalitieakkoord zoals we dat omschreven hebben.
De voorzitter:
Ik kijk even rond of er nog interrupties zijn.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor de heer Bamenga zeggen dat hij er vertrouwen in had dat er op
het coalitieakkoord teruggegrepen zou worden. Als er steeds op het
coalitieakkoord wordt teruggegrepen, dat dus geen meerderheid heeft,
waarom onderhandelen we dan überhaupt nog? Dat coalitieakkoord heeft
geen meerderheid. Er wordt nu naar samenwerking gezocht, maar waarom
werken we eigenlijk samen als er vervolgens toch weer op dat
coalitieakkoord, dat dus geen meerderheid heeft, wordt teruggegrepen? Ik
begrijp dat gewoon echt niet.
De heer Bamenga (D66):
Het gaat er niet alleen om dat ik kan teruggrijpen naar een
coalitieakkoord, er is ook gewoon een aangenomen motie van, onder
anderen, mevrouw Krƶger, die de regering verzoekt om stevig steun uit te
spreken voor het werk en het mandaat van UNRWA en om de banden te
herstellen. Dus dat.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Dobbe. Als zij geen interruptie heeft, dan zou
ik de heer Ceder ā¦
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb wel een interruptie, maar die gaat over iets anders.
De voorzitter:
Mag ik dan de heer Ceder vragen om het voorzitterschap even over te
nemen?
Voorzitter: Ceder
De voorzitter:
Dank u wel. Ik neem het voorzitterschap even over, zodat de heer Stoffer
een interruptie kan doen op de heer Bamenga.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel. Ik heb gisteren de fractievoorzitter van de heer Bamenga, de
heer Paternotte, in een filmpje van GeenStijl gezien. Ik hoor vandaag de
heer Bamenga. Deze minderheidscoalitie heeft behoefte aan een stukje
stabiliteit voor een jaar of vier, waarin begrotingen en wetten moeten
worden aangenomen. Daar moet je meerderheden voor creƫren. Ik hoor nu
dat zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant mensen door de manier
van werken in de gordijnen worden gejaagd. Hoe denkt de heer Bamenga dat
het de komende periode verder moet? Op deze manier, en als dit de
reflectie van zowel de heer Paternotte als de heer Bamenga blijft, is er
toch geen partij meer die denkt: ik ga nog een begroting steunen? Je
wordt een paar dagen later namelijk bij de benen genomen. Zou de heer
Bamenga daarop kunnen reageren?
De heer Bamenga (D66):
Wat mij betreft zijn wij volledig transparant. Volgens mij hebben wij
meerdere debatten gehad ā vanuit mij bezien was het eerste debat in
januari 2024 ā over onder andere UNRWA. U weet vanaf dat moment wat mijn
standpunt is, namelijk dat ik vind dat Nederland de hulp aan UNRWA
absoluut niet zou moeten opschorten. U weet ook dat ik het belangrijk
vind dat wij met z'n allen ā u vindt dat zelf ook; we hebben daar
verschillende gesprekken over gevoerd ā meer gaan investeren in
ontwikkelingssamenwerking. Dat is onze inzet. Daar zijn we ontzettend
transparant over. Wij zijn ook transparant geweest over de motie die
daar eerder al over aangenomen is en ook over wat er in het
coalitieakkoord staat. Ja, we hebben inderdaad te maken met een
begroting die in principe nog van het vorige kabinet is. Dit kabinet is
er enkele weken en heeft dus enkele weken de tijd gehad om hieraan te
werken. Ik prijs het werk dat ze hier tot nu toe aan hebben geleverd
ontzettend, maar het zal tijd kosten om dat weer naar het juiste niveau
te brengen. Ik hoop ook echt met de SGP te kunnen samenwerken om ervoor
te zorgen dat de begroting van Ontwikkelingssamenwerking verbeterd
wordt.
De voorzitter:
Een vervolginterruptie van de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, dit is mijn laatste, voorzitter. De heer Bamenga gaat telkens terug
naar de inhoud. Dat snap ik. Hij is daar transparant over. Maar ik zou
zeggen: luister de stemverklaring van JA21 vorige week bij de
begrotingsbehandeling nog eens terug; die was klip-en-klaar. Als je dan
een paar dagen later bij de benen wordt genomen, dan geeft dat ⦠U hoort
het denk ik terug uit alle reacties: van de heer Ceder, mevrouw Krƶger,
de heer Hoogeveen en ook die van mij. Als een proces zo wordt
ingestoken, er de volgende keer begrotingen voor bepaalde wetten komen
en je de begroting steunt onder bepaalde voorwaarden, maar er vervolgens
een dag of wat later iets gebeurt wat die voorwaarden totaal doorkruist,
dan geeft dat vertrouwen dat te voet komt en te paard gaat. Als dit de
reflectie van de heer Bamenga en de heer Paternotte blijft, geef ik maar
mee dat het voor de SGP heel niet-vertrouwd voelt om met een bepaalde
welwillendheid naar begrotingen te kijken. Ik zou dat toch vooral mee
willen geven. De heer Bamenga moet zelf maar weten of hij daar nog een
reactie op wil geven, maar ik geef deze boodschap maar mee. Dit raakt
echt wel de vertrouwensvraag of je het in de toekomst nog een keer
aandurft met elkaar. Denk daar alstublieft over na.
De heer Bamenga (D66):
Dank voor de vraag, of in ieder geval voor de suggestie die de heer
Stoffer meegeeft. De heer Stoffer hoeft hier geen antwoord op te geven,
maar ik wil wel even duidelijk maken dat het in elk geval volgens mij
heel helder is hoe wij in deze kwesties staan. Het kan op geen enkele
manier een verrassing zijn geweest voor de heer Stoffer dat wij graag
meer willen investeren in ontwikkelingssamenwerking en dat we kritisch
zijn en altijd zijn geweest wat betreft de bezuinigingen en zelfs de
begroting die we nu hebben aangenomen. We zijn daar ook kritisch op. We
willen graag dat die koppeling zo snel mogelijk hersteld wordt. Dat zijn
allemaal dingen waar in ieder geval ik en ook mijn partij heel
transparant over zijn geweest. U staat er voor een groot deel van dit
hele verhaal als het goed is op dezelfde manier in. Ik hoop in ieder
geval met de heer Stoffer te kunnen blijven samenwerken om ervoor te
zorgen dat we niet alleen mooie dingen voor Nederland, maar voor de hele
wereld kunnen bereiken.
De voorzitter:
Dank u wel. Bij dezen geef ik het voorzitterschap terug aan de heer
Stoffer.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bamenga heeft nog zeventien seconden om zijn betoog
af te ronden.
De heer Bamenga (D66):
Ik had het al afgerond, voorzitter.
De voorzitter:
Kijk, helder. Dan heeft u het mooi binnen de tijd gedaan. Mevrouw Dobbe
heeft de kans om nog twee vragen aan u te stellen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een vraag over de medische evacuaties en de brief die daar
gisteren over is gekomen. We hebben best lang moeten wachten op die
brief en hadden grote verwachtingen. Er is blijkbaar ook veel discussie
in het kabinet geweest om daar een antwoord op te formuleren. We lezen
dat het kabinet niks extra's gaat doen op dit moment, behalve dat de
uitspraak wordt gedaan om hier welwillend naar te kijken. Wij hebben
eerder samen opgetrokken om te zorgen dat die medische evacuaties wel
mogelijk worden. We weten dat de situatie niet beter is geworden, maar
slechter. Kunnen wij op de steun van D66 blijven rekenen? Op het moment
dat er in de regio geen ruimte is voor kinderen en het logistiek wel
mogelijk is om ze uit de regio te halen via bijvoorbeeld Egypte of de
open grensovergangen, blijft D66 dan de steun uitspreken om dat te doen
waar dat kan?
De heer Bamenga (D66):
Wij staan daar welwillend in.
De voorzitter:
Dan hebben we hiermee uw termijn afgerond. We gaan luisteren naar de
mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. De genocide tegen de Palestijnse bevolking gaat
sluipenderwijs door. Sinds het zogenaamde staakt-het-vuren zijn er door
Israƫl al meer dan 673 Palestijnen vermoord in Gaza. Alle
grensovergangen met Gaza zijn op 28 februari gesloten door de
Israƫlische regering. Er is slechts beperkte toegang voor humanitaire
hulp, via ƩƩn gedeeltelijk geopende overgang. Als gevolg daarvan zijn er
volgens de VN tussen 28 februari en 25 maart minder dan 60 vrachtwagens
per dag Gaza binnengekomen. Volgens meerdere hulporganisaties zijn er
minstens 500 humanitaire trucks per dag nodig. Volgens het
internationaal humanitair recht is Israƫl verplicht om levensreddende
hulp toe te laten, maar in de praktijk zien we het tegenovergestelde:
structurele blokkades, ondercapaciteit en hulpverleners die onder
extreme omstandigheden en met extreme verdachtmakingen door Israƫl hun
werk moeten doen.
Het gebied is volledig verwoest, hulp is noodzakelijk en de UNRWA-gelden
moeten dan ook zo snel mogelijk worden hersteld. In het gebied is UNRWA
de belangrijkste organisatie en de grootste VN-organisatie in het
Midden-Oosten die die hulp kan bieden. Er staat Nederland niets meer in
de weg om die hulp dan ook te herstellen. Mijn vraag aan de minister is:
waarom lijkt het nou toch dat hij terugtrekkende bewegingen maakt en dat
we pas in de Najaarsnota die gelden kunnen verwachten? Kan de minister
dat toelichten? Zijn er mogelijkheden om die steun nu in te zetten? Het
is namelijk de levenslijn van de Palestijnen. Ook het geweld op de
Westelijke Jordaanoever gaat intussen door, ook in het zogenoemde
E1-gebied. Daardoor wordt een Palestijnse staat feitelijk onmogelijk
gemaakt.
Dan zien we ook nog Libanon. Sinds 2 maart zijn er meer dan 1.200 mensen
vermoord door de Israƫlische aanvallen. Voor deze oorlog hadden naar
schatting al 3 miljoen mensen in Libanon hulp nodig, als gevolg van
onder andere eerdere aanvallen van Israƫl en de gevolgen van de Syrische
Burgeroorlog. De Israƫlische luchtaanvallen in Libanon zijn de afgelopen
weken sterk geĆÆntensiveerd. Waar eerdere evacuatiebevelen beperkt bleven
tot individuele gebouwen of enkele dorpen, worden nu mensen uit complete
regio's gedwongen verplaatst, waaronder het volledige gebied ten zuiden
van de rivier de Litani en delen van de zuidelijke voorsteden van
Beiroet. Human Rights Watch constateert dat Israƫl in Libanon dezelfde
strategie van massale gedwongen ontheemding toepast als eerder in
Gaza.
Mijn vraag aan de minister is de volgende. In het coalitieakkoord staat
dat het kabinet inzet op het bevorderen van het internationaal recht. We
zien dat Israƫl keer op keer het internationaal recht met voeten treedt.
Mijn vraag is dus heel helder: welke extra stappen gaat deze minister nu
zetten tegen Israƫl om Israƫl te dwingen zich aan het internationaal
recht te houden? We hebben de wetgeving rondom de boycot van producten
uit illegale nederzettingen. Hoe staat het daar nu mee? Is de minister
bereid om te kijken of we die kunnen uitbreiden naar een volledige
economische boycot? Hoe gaan we het namelijk handhaven voor dat ene
specifieke gebied? Als we dat moeten overlaten aan de Israƫlische
regering, dan kan ik al vertellen dat dat niet per se goed zal
zijn.
Voorzitter. Wanneer komt het kabinet met een ondubbelzinnige
veroordeling van deze oorlogsmisdaden in Libanon? En belangrijker: welke
concrete maatregelen gaat Nederland nemen om hier consequenties aan te
verbinden? Kortom, hoeveel rode lijnen moet Israƫl nog overschrijden
voordat wij echt actie gaan ondernemen? Is de minister in dat licht ook
bereid om te kijken naar het opschorten van het associatieverdrag tussen
Israƫl en de EU? Welke stappen zet Nederland nu om dat mogelijk te
maken?
Tot slot, voorzitter. Het is al een aantal keer gegaan over de brief
over de evacuatie van kinderen naar Nederland. Mevrouw Dobbe heeft daar
net ook een aantal vragen over gesteld. Het kabinet zegt dat het er
welwillend tegenover staat. We hebben te maken met kinderen die in
Egypte zitten, terwijl er hier ziekenhuizen zijn die allang hebben
gezegd: wij kunnen die kinderen helpen. Het gaat om problematische en
complexe medische problemen, zoals kanker. Die kinderen kunnen hier nu
geholpen worden. Wat betekent "welwillend ertegenover staan"? Is de
minister bereid om hier ook echt stappen op te zetten?
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zou de heer Ceder willen vragen of hij het
voorzitterschap over wil nemen, zodat ik mijn termijn ook kan
invullen.
Voorzitter: Ceder
De voorzitter:
Dat mag. Bij dezen neem ik het voorzitterschap over. Ik geef de heer
Stoffer het woord.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Juist de armste landen worden het hardst geraakt
door de wereldwijde energiecrisis. Ze hebben geen alternatieven voor
brandstof en kunstmest via de Straat van Hormuz. De SGP roept het
kabinet daarom op: haal ontwikkelingssamenwerking van de nullijn af en
begin noodhulp. Het is goed dat het kabinet vasthoudt aan meerjarige
ongeoormerkte financiering, zodat organisaties snel en flexibel kunnen
reageren op acute noden. Kan de minister toezeggen dat hij bij de
hernieuwde samenwerking met de Dutch Relief Alliance ook de gestegen
kosten en inflatie meeneemt? Met een gelijkblijvend budget worden immers
minder mensen bereikt.
De situatie in Burkina Faso en elders in de Sahel is ernstig, met
jihadistisch geweld, massale ontheemding en grote tekorten aan voedsel
en drinkwater. Wat doet het kabinet om de humanitaire situatie te
verlichten? Ziet de minister mogelijkheden om binnen Europees verband
samen te werken met andere landen in West-Afrika op het gebied van
contraterrorisme naast het recente partnerschap met Ghana? Staat het
kabinet op het standpunt dat inzet van verkenningsdrones en vliegtuigen
uitsluitend mogelijk is in democratische landen of is de minister van
mening dat Europa hierin onder voorwaarden pragmatischer kan optreden,
zoals de Verenigde Staten doen boven Mali?
In Oost-Congo heeft M23 met steun van Rwanda zijn positie uitgebreid en
een parallelle machtsstructuur opgebouwd. Vrouwen worden op grote schaal
verkracht, kinderen worden uitgebuit en dorpen worden geplunderd. Door
aanhoudende gevechten in Zuid-Kivu is de humanitaire situatie verder
verslechterd. Duizenden mensen zijn gevlucht naar Burundi, terwijl
teruggekeerde vluchtelingen volledig afhankelijk zijn van noodhulp. Mijn
vraag is: wat doet het kabinet voor deze mensen? De SGP roept het
kabinet op om de Verenigde Staten diplomatiek bij de les te houden, want
sancties op Rwanda sorteren effect. Daarnaast: investeer in
verwerkingscapaciteit voor mineralen, zoals coltan, zodat het
verdienmodel van gewapende milities wordt doorbroken. Deelt de minister
de opvatting dat juist de lokale bevolking de vluchten moet plukken van
de Lobito-corridor en is hij bereid om zich in het kader van de Global
Gateway in te zetten voor versterking van infrastructuur en toegang tot
basisvoorzieningen?
Voorzitter. Volgens de VN-cijfers is Zuid-Sudan het minst ontwikkelde
land ter wereld en tegelijk vangt het ruim 1 miljoen Sudanese
vluchtelingen op. Opvang in de regio dus, en juist daar wil het kabinet
de ambassade sluiten, ondanks beloftes in het coalitieakkoord. Kan de
minister vanuit zijn verantwoordelijkheid voor fragiele staten
inhoudelijk onderbouwen waarom hij niet op dit besluit terugkomt? Welk
signaal geeft Nederland hiermee af?
Voorzitter. Tot slot de UNRWA-brief die de minister naar de Kamer heeft
gestuurd. Hij schrijft dat hij in lijn blijft met het
amendement-Stoffer/Eerdmans door ook andere VN-organisaties en het Rode
Kruis en de Rode Halve Maan te financieren. Vanuit mijn optiek is dat op
zijn minst maar een halve waarheid. Als de redenering zou kloppen, als
het amendement alleen om diversificatie van noodhulpkanalen had
gevraagd, dan is dat zo, maar het amendement van JA21 en de SGP vraagt
juist om een afbouwpad voor UNRWA en om dat vast te leggen. Amendementen
om dit terug te draaien zijn vorige week weggestemd. De minister handelt
niet in lijn met de afspraken, maar doet het tegenovergestelde: hij
verhoogt de UNRWA-bijdrage van 11 naar 19 miljoen.
In mijn beeld is minister Sjoerdsma iemand als een roker die door zijn
arts noodgedwongen overstapt op nicotinepleisters en elke week een
sigaret minder moet roken, maar is de kettingrokende minister zo gehecht
aan zijn gewoonte dat hij voor de zekerheid maar vast een paar extra
sloffen inslaat. De minister maakt zichzelf wijs dat hij goed bezig is
zolang hij ook die pleisters maar gebruikt. Zo komen we nooit van UNRWA
af en zou houdt het ook zijn ongezonde machtspositie. Het advies van de
SGP aan het kabinet is: wees nu verstandig en verspil je goodwill als
minderheidskabinet niet al tijdens je wittebroodsweken. Trek samen op
met kritische landen als Italiƫ en Duitsland om alternatieve
hulporganisaties op te schalen die het lijden in Gaza kunnen verlichten.
Ik zeg erbij: het kan wel.
Dank u wel.
De voorzitter:
O, sorry. Ik bleef even stil bij de laatste woorden. Ik geef het
voorzitterschap aan de heer Stoffer.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Dank u wel. Minister, hoe lang wilt u schorsen?
Minister Sjoerdsma:
Zo kort als mogelijk, maar er is wel een vrij breed palet aan vragen
gesteld. Dus als twintig minuten kan, zou mij dat helpen.
De voorzitter:
Wij zorgen dat wij hier om 11.55 uur zitten en dan hopen wij dat u er
ook bent.
De vergadering wordt van 11.35 uur tot 11.56 uur geschorst.
De voorzitter:
Goed, het is 11.55 uur. De minister heeft hard gewerkt, en ik denk
vooral ook de mensen die hem ondersteunen. We hebben nog ruim een uur
staan voor dit debat. Ik heb in de schorsing even overlegd met de
commissie. Er is wel behoefte aan een tweede termijn. Dat gaan we
allemaal niet redden in een uur en vijf minuten, met ook interrupties
daarbij, dus het voorstel is om te kijken of we volgende week donderdag
9 april 's ochtends een blok van twee uur kunnen reserveren. Er staat
dan al een uur gereserveerd voor kennismaking van de commissie met de
minister. Dat kunnen we wellicht wat oprekken. Daar zit dus, zonder dat
ik het hard kan toezeggen, enige ruimte. Kunt u ermee instemmen dat we
dat doen? Dan gaan we nu gewoon rustig van start en dan ronden we het
dan af.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou het heel fijn vinden als het uitgangspunt dan is dat we het debat
dan afmaken en niet alleen de tweede termijn doen, want dat zou
betekenen dat we de eerste termijn nu heel snel moeten doen. Volgens mij
redden we dat ook niet in een uur.
De voorzitter:
Dank voor uw opmerking. Dat is ook de bedoeling. We beginnen nu gewoon
rustig met elkaar en dan hebben we nog twee uur om de boel echt goed af
te maken.
Goed. Dan is het aan de minister om te beginnen met de beantwoording.
Als u dat in blokjes zou doen ā ik weet niet of u dat doet ā dan geef ik
elke keer aan het eind van een blokje ruimte voor interrupties. De leden
hebben drie interrupties.
Minister Sjoerdsma:
Dat is goed, voorzitter. Als u mij toestaat, begin ik toch ook met een
wat algemenere inleiding. Daarna zal ik de blokjes kenbaar maken, maar
natuurlijk niet voordat ik uw Kamer heb bedankt voor de gestelde
vragen.
Aan het begin wilde ik een aantal algemene noties noemen. Misschien
allereerst over de context die onder anderen door de voorzitter in zijn
rol als SGP-woordvoerder is opgebracht. Dat is de context van de
sluiting van de Straat van Hormuz en de gevolgen die die met zich
meebrengt. Voor het onderwerp van het debat van vandaag zijn die enorm.
Het feit dat daar geen kunstmest doorheen kan, betekent dat bij ons de
prijzen stijgen, maar dat elders de voedselproductie in groot gevaar
komt. Dit zijn echt cruciale maanden voor die producten. De directe
gevolgen van de sluiting voelen we nu wellicht nog maar een klein
beetje. Met "een klein beetje" wil ik niet bagatelliseren hoe erg we het
voelen, maar ik bedoel daarmee vooral te zeggen hoezeer we de gevolgen
nog later dit jaar zullen voelen. Dat is een enorme uitdaging. Dat gaat
voor dit kabinet, en voor een heel groot aantal landen in de wereld, een
uitdaging zijn, waar we slechts een begin van een antwoord op hebben,
moet ik ook eerlijk zeggen. Het gisteren vrijgemaakte geld, de 6 miljoen
euro voor de DRA en het ICRC in Libanon, is omvangrijk. Het is veel
geld; ik zeg het meteen. Maar tegelijkertijd is het, gelet op de omvang
van de crisis, echt een druppel op de gloeiende plaat. Dat is ƩƩn.
Twee. Ik vond de steun die er in de Nederlandse samenleving is ā die
brede steun proefde ik overigens ook in dit debat ā voor humanitaire
hulp, voor noodhulp, hartverwarmend. Ik was bij de campagne van War
Child en Radio Veronica in Utrecht. Toen ik daar hoorde hoeveel mensen
liedjes aanvroegen, hoe betrokken zij waren, hoeveel steun daar was,
vond ik dat hartverwarmend en ook spreken voor de solidariteit die in
Nederland heerst. Dat geeft mij hoop. Dat is twee.
Ten derde misschien over de organisaties die noodhulp verlenen. Ik heb
op mijn tweede dag gesproken met een aantal Nederlandse
noodhulporganisaties die in Gaza actief zijn. Ik heb uitgebreid met het
ICRC gesproken. Ik heb in New York met VN-organisaties gesproken.
Gisteren heb ik nog met de DRA gesproken, wat echt een wereldcoalitie
is. Ik kan alleen maar onder de indruk zijn van wat zij in deze tijden
voor elkaar krijgen, maar ik kan ook alleen maar met afschuw kijken naar
wat hun medewerkers overkomt dezer dagen en hoezeer zij doelbewust onder
vuur liggen, niet meer van militaire groeperingen, paramilitaire
groeperingen, terroristische groeperingen of criminele bendes, maar ook
echt van staten. Als ik dat afzet tegen mijn eigen ervaringen toen ik
als diplomaat bij Buitenlandse Zaken begon, dan kan ik het volgende
zeggen. Ook toen leefde bij deze mensen, bij deze helden, zou ik
eigenlijk willen zeggen, in Sudan of Afghanistan het sentiment en het
gevoel dat ze wisten waar ze aan begonnen en dat er een risico was, maar
dat risico is echt fundamenteel veranderd en dat is onacceptabel.
Daarover overigens later meer, maar gewoon alleen even de cijfers: vorig
jaar zijn 341 hulpverleners om het leven gekomen tijdens hun werk; 341.
Dat zijn er echt 341 te veel. Ik sprak daarover met Tom Fletcher, de
VN-coƶrdinator, met Lahbib, de Eurocommissaris Noodhulp, en uiteraard
met de president van het ICRC: onacceptabel.
Het laatste wat ik nog wil zeggen voordat ik aan de blokjes toekom, is
dit. Een groot deel van uw Kamer heeft voor de verkiezingen een
stembusakkoord getekend. Ik heb het ook gezegd bij de presentatie van
het AIV-rapport: aan de ene kant is het hartverwarmend om eenheid te
zien, aan de andere kant is het ook megazorgwekkend dat er op dit
onderwerp een stembusakkoord nodig is. Je zou dat niet willen zien, maar
het is wel heel goed dat het er is, want het heeft ook geleid tot een
uitstekend advies van de AIV. Ik kom daar later nog op terug, want
daarover zijn een aantal vragen gesteld, onder anderen door mevrouw
Dobbe. Dat advies is echt uitstekend. De afdeling binnen het ministerie
heeft ontzettend haar best gedaan om voor dit debat de kabinetsreactie
te sturen.
Er zijn ook wat meer politieke debatten en daar zal ik uiteraard op
reageren, maar de kern die vandaag voorligt, is een vraag die de premier
van Canada, Carney, opwierp: hoe komt de wereld eruit te zien als we
zwijgzaam accepteren dat afspraken en basisbeginselen van
medemenselijkheid verloren gaan? Dat is uiteindelijk echt de kern van
dit debat. Ik herhaal die vraag. We moeten staan voor die afspraken en
we moeten alles wat we kunnen doen, diplomatiek, financieel en politiek,
ook doen. Richting de Kamerleden: ik realiseer mij dat wij voor het
debat, ook nog vlak daarvoor, een enorme hoeveelheid brieven naar u
hebben gestuurd. Daar wil ik twee dingen over zeggen. Allereerst excuses
dat die brieven zo laat waren, maar ik vraag ook enige coulance, gelet
op de enorme hoeveelheid aanvragen die er was. Er is echt keihard
gewerkt door mijn ambtenaren om ervoor te zorgen dat alles wat u wilde
hebben er ook is. Alles wat niet naar uw zin is, is volledig aan mij te
wijten.
Dan de blokjes. Ik wil beginnen met de situatie in het Midden-Oosten en
Libanon. Daar zit ook het AIV-advies in. Dan gaan we naar Sudan,
vervolgens naar Gaza, UNRWA en medische evacuaties. Tot slot heb ik nog
overig. Dat is niet vervelend bedoeld, maar in dat blokje zitten vragen
die niet binnen een blokje passen.
De voorzitter:
Helder, dank. Even voor de mensen die later binnengekomen zijn, het
volgende. De minister heeft zojuist een algemene inleiding gehouden. We
hebben met elkaar afgesproken dat we de drie interrupties gewoon in
leven houden. We krijgen het vandaag niet rond voor 13.00 uur, dus we
doen een poging om volgende week donderdagochtend twee uur in te plannen
om het debat af te ronden. Dat geldt dan voor deze termijn, als dat
nodig is, en voor de tweede termijn, waar vrij breed behoefte aan was.
Ik kijk even rond: is er een interruptie op de inleiding? Die is er, van
de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Niet zozeer een interruptie op de inleiding als wel een vraag hoe we het
gaan aanpakken qua interrupties. Of heb ik dat gemist?
De voorzitter:
Dat blijven er gewoon drie. We zullen ons best moeten om het rond te
krijgen. Verder geen interrupties? Minister, dan kunnen we aan uw eerste
blokje beginnen.
Minister Sjoerdsma:
Dank. Nog een keer voor de duidelijkheid: in dat eerste blokje doen we
het Midden-Oosten, Libanon en het AIV-advies. Met betrekking tot Libanon
hebben enkele van uw leden zeer terecht aandacht gevraagd voor de
ontzettend zorgwekkende situatie die zich daar aan het ontvouwen is. Een
land dat toch al een enorme hoeveelheid Syrische vluchtelingen heeft
opgenomen, een land dat zich ontzettend solidair heeft verklaard met de
ellende in de regio, ziet zich nu geconfronteerd met bijna een miljoen
of misschien al meer dan een miljoen ontheemden in eigen land: Libanezen
die vanuit het zuiden naar het noorden moeten vluchten. Daar is geen
capaciteit voor. Ik zei net al dat de Nederlandse bijdrage is opgehoogd:
via de DRA 3 miljoen en via het ICRC 3 miljoen. Ik noemde ook de omvang
van de crisis en zei dat die breder is dan alleen Libanon. Ik wil wel
zeggen ik echt onder de indruk ben van het werk dat onze organisaties
daar doen, ook van de snelheid waarmee zij dit kunnen oppakken.
De heer Ceder vroeg mij in deze context om te kijken naar de wereldwijde
economische gevolgen van de oorlog en de energiecrisis en ook extra
steun te bieden aan kwetsbare groepen, bijvoorbeeld in
vluchtelingenkampen, die afhankelijk zijn van dieselaggregaten. Ik hoop
dat evident is dat ik die zorg deel. Het is ontzettend belangrijk dat we
daar aandacht voor hebben, want de geweldsescalatie in het Midden-Oosten
heeft enorme indirecte effecten op humanitaire hulp en noodhulpoperaties
wereldwijd. De stijging van voedsel- en brandstofprijzen is er daar een
van, de logistieke uitdaging is twee en dan heb je ook nog, drie, de
groeiende beperking op het gebied van toegang. Ik zei het net al, gezien
de buitengewone situatie hebben we besloten 6 miljoen extra vrij te
maken. Omdat wij zo flexibel financieren ā de heer Stoffer prees dat
systeem ā kunnen ook andere organisaties, die wij nu niet direct wat
extra geld geven, wel flexibel inspelen op de noden die door de heer
Ceder zijn genoemd.
De heer Bamenga vroeg zeer terecht aandacht voor de 50 hulpverleners die
zijn omgekomen in Libanon. Laat ik heel helder zijn: ik maak me
ontzettend grote zorgen over de aanvallen op deze hulpverleners, op
medische faciliteiten in Libanon en uiteraard ook op de VN-missie daar,
op UNIFIL. Hulpverleners moeten altijd veilig hun werk kunnen doen, waar
ook ter wereld. We zullen een aantal dingen doen. Ik heb mij van de week
ook uitgesproken over een van deze aanvallen. Die betrof medewerkers van
de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. Wij zullen uiteraard de
Libanese autoriteiten aanmoedigen eigen onderzoek te doen. Dat is
cruciaal. Ook zullen wij de stevige verwachting uitspreken dat Israƫl
ofwel medewerking verleent aan zulk onderzoek, ofwel parallel eigen
onderzoek gaat verrichten. De Nederlandse ambassade in Beiroet is
voortdurend in contact met de autoriteiten en de Nederlandse ambassade
in Tel Aviv zal ook bij de Israƫlische autoriteiten aandringen op
medewerking. Ik zal dat in mijn eigen contacten ook doen.
De heer Van Baarle vroeg of ik van oordeel ben dat er sancties moeten
volgen naar aanleiding van de misdaden van Israƫl in Libanon. Twee
dingen daarover. Duidelijk is dat militair optreden alleen binnen de
kaders van het internationaal recht mag plaatsvinden en dat hier een
diplomatieke oplossing noodzakelijk is. Daar spreekt het kabinet Israƫl
ook op aan. Even voor uw beeld: vanochtend nog sprak de
minister-president met de Israƫlische president Herzog en gisteren was
er een ondertekening van Nederlandse zijde van een internationaal
statement waarin heel duidelijk is gemaakt hoe Nederland en andere
landen aankijken tegen de voorgenomen annexatie zoals uitgesproken door
Israƫlische ministers. Die is onacceptabel.
Dan een vraag van mevrouw Krƶger en de heer Bamenga, die hier overigens
ook deels op ziet. Eigenlijk is het in essentie dezelfde vraag. Ik zou
nog een keer willen onderstrepen dat de opmerkingen over ⦠Legitieme
veiligheidszorgen is ƩƩn ding, maar zodra het gaat over annexatie,
bezetting, wil ik benadrukken, zoals ook in het statement is verwoord
door de minister van Buitenlandse Zaken, dat respect voor de
soevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon essentieel en
ondeelbaar is voor dit kabinet. Ik zeg het nog een keer: die boodschap
is vanochtend ook door de minister-president overgebracht.
De heer Ceder vroeg verder naar de Nederlandse inzet om de Libanese
regering te ondersteunen bij het ontwapenen van Hezbollah. Het is
evident dat de aanvallen van Hezbollah richting Israƫl per direct moeten
stoppen en dat de organisatie haar wapens dient in te leveren. Die
boodschap heeft Nederland herhaald in een gezamenlijke verklaring met
Frankrijk, Italiƫ en dan vergeet ik er nog ƩƩn. Ik kijk even naar
rechts: het Verenigd Koninkrijk? Ja, Frankrijk, Italiƫ en het Verenigd
Koninkrijk. Wij hebben natuurlijk ook onze steun uitgesproken aan
Libanon en gezegd dat wij hen zullen bijstaan. Wij ondersteunen de
Libanese regering en de Libanese strijdkrachten bij dat traject. Wij
steunen de versterking van de Lebanese Armed Forces al enkele jaren via
de capaciteitsopbouw, bijvoorbeeld op het vlak van civiel-militaire
samenwerking.
De voorzitter:
Ik denk dat u nog niet binnen was toen ik het zei, maar we doen de
interrupties aan het eind van het blokje, meneer Ceder.
Minister Sjoerdsma:
Ik denk dat de heer Ceder mazzel heeft, want binnen het blokje ben ik
aan het einde van het deel over Libanon en ga ik naar het AIV-advies. Ik
wil het voorzitterschap van de heer Stoffer uiteraard niet overnemen,
maar ā¦
De voorzitter:
Dat doet nu wel een klein beetje, maar we zijn welwillend vanochtend,
dus gaat u uw gang, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, op dit punt, voorzitter. De situatie in Libanon is ernstig en die is
verslechterd door de aankondigingen vanuit Israƫl. Ik heb eerder een
motie ingediend om het mandaat van de VN opnieuw te versterken. De heer
Klaver heeft dat een paar weken geleden opnieuw gedaan. Als die
resolutie niet wordt uitgevoerd ā dat wil zeggen: als de VN Hezbollah
niet ontwapentā is de redenatie van IsraĆ«l dat zij, als niemand het
doet, zelf stappen moeten zetten om Hezbollah te ontwapenen, omdat
anders het noorden van Israƫl niet bewoonbaar is. Dat grijpt dus wel in
op elkaar. Ik hoop dat we kunnen de-escaleren. Mijn vraag is daarom:
ziet de minister, behalve dat hij zijn zorgen uitspreekt, meer
mogelijkheden om die resolutie ook effectief te laten gelden, dan wel om
steun of capaciteit vanuit de VN te bieden om de taak te vervullen
waarover we al jaren geleden met elkaar hebben besloten? Of zegt de
minister dat hij dat eigenlijk niet kan doen? Dat roept dan de vraag op
wat Israƫl dan wel zou moeten doen, aangezien het wel degelijk aanvallen
van Hezbollah in het noorden van het gebied moet incasseren en een
verantwoordelijkheid voor de eigen bewoners daar heeft.
Minister Sjoerdsma:
Een begrijpelijke vraag van de heer Ceder. Laat ik die opdelen in een
aantal zaken. Allereerst, de aanvallen van Hezbollah op Noord-Israƫl
zijn onacceptabel. Dat is evident. Het is duidelijk dat we die moeten
stoppen. Dan het tweede. De heer Ceder heeft het over het mandaat van
UNIFIL en het belang dat dit leidt tot ontwapening. Kijk, dat steunen
wij uiteraard. Ik denk dat een van de belangrijkste routes die Nederland
daarin kiest, is dat wij het Libanese leger willen ondersteunen bij de
taak die het hierin heeft. Uiteindelijk zal dat zelf verantwoordelijk
moeten zijn voor de eigen veiligheid. We weten allemaal hoelang die
VN-missie daar al zit. We weten ook dat de VN-missie daar niet zomaar
weg zal zijn. Maar uiteindelijk is het van cruciaal belang dat de
Libanese strijdkrachten dat zelf doen. Daar zetten wij zeer op in, via
civiel-militaire samenwerking en via training van grensbewaking, maar
ook op het gebied van ontmijning.
De heer Stƶteler (PVV):
Kan de minister hier toegeven dat de internationale gemeenschap, in het
bijzonder de Verenigde Naties, gewoon heeft gefaald richting de hele
regio, en richting Israƫl in het bijzonder? De UNIFIL-missie in het
zuiden van Libanon, in de zogeheten blauwe zone, had natuurlijk geen
geweldsmandaat. Daardoor kon Hezbollah, dat wel gewoon wapens in bezit
had, zich daar nestelen en van daaruit raketten afvuren op Israƫl. Wil
en kan de minister erkennen dat de internationale gemeenschap met dat
mandaat voor UNIFIL gewoon heeft gefaald, en dat er dus andere
maatregelen noodzakelijk zijn om de terreur in die regio terug te
dringen?
Minister Sjoerdsma:
Ik aarzel heel erg om UNIFIL te gaan recenseren net nadat zij
medewerkers hebben verloren als gevolg van aanvallen. UNIFIL doet op dit
moment echt wat het kan, onder ontzettend moeilijke omstandigheden en
onder heel grote druk. Het is evident dat het Libanon zelf, maar ook
UNIFIL, tot nu toe onvoldoende is gelukt om ervoor te zorgen dat er geen
aanvallen zijn vanuit Libanon op Israƫl. Tegelijkertijd moeten we ook
kijken naar de huidige situatie. Dan moeten we niet vergeten ā dat ziet
de heer Stƶteler denk ik ook ā dat er ook grote zorgen zijn over wat er
nu in Zuid-Libanon gebeurt, waarbij de-escalatie en diplomatie van groot
belang zijn. Ik denk dat dit een van de belangrijkste rollen is die
Nederland en de Europese Unie kunnen spelen, om ervoor te zorgen dat de
gewelddadigheden stoppen, dat de aanvallen op hulpverleners en de VN
stoppen en dat Hezbollah ontwapend wordt. Dat we daar nog ver van weg
zijn, is, denk ik, evident; daar is geen enkele twijfel over. Maar we
moeten het wel in die balans blijven bezien.
De heer Stƶteler (PVV):
Ik hoop niet dat mij dit een interruptie kost, voorzitter. Ik wil ƩƩn
ding rechtzetten. Ik heb niet UNIFIL bekritiseerd; ik heb het mandaat
bekritiseerd. De internationale gemeenschap heeft daaraan niet het
juiste mandaat gegeven.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb een vraag over de acties die Nederland wil ondernemen naar
aanleiding van wat er met hulpverleners is gebeurd in Libanon. Ik hoor
de minister dan zeggen: we verwachten dat Israƫl daar onderzoek naar
gaat doen. Dat is hoe ik zijn antwoord heb geĆÆnterpreteerd. We hebben
natuurlijk eerder in Gaza gezien dat Israƫl geen bewijzen aanlevert wat
betreft aanvallen op hulpverleners en dat het informatie juist
verdoezelt in plaats van geeft. Mijn vraag is dus: waarop baseert de
minister dat dit een goede actie is? Zou Nederland niet veel beter
internationaal onafhankelijk onderzoek, zoals van de VN of het
Internationaal Strafhof, veel meer moeten faciliteren in plaats van er
nu op inzetten dat Israƫl zelf onderzoek gaat doen?
Minister Sjoerdsma:
Dank voor deze vraag, omdat die mij de gelegenheid geeft om wellicht het
een en ander toe te voegen aan wat ik net zei. Er zijn hierbij, denk ik,
een aantal sporen die we aflopen. Ik deel daarbij wel met mevrouw
Teunissen dat het de vraag is of dat meteen of op langere termijn heel
veel oplevert, maar we moeten die toch aflopen. Het eerste is in ieder
geval: het begint met ons uitspreken, hetgeen ik ook heb gedaan bij de
aanval op de Wereldgezondheidsorganisatie. Twee: nationaal onderzoek
blijft van belang. Ik weet dat dat frustrerend is, maar dat ligt in
eerste instantie bij Libanon. Het ligt in tweede instantie bij Israƫl.
Daar zijn we als Nederland ā ik begrijp ook hierbij de frustratie ā
ontzettend vasthoudend in. Ten derde ā daar heeft mevrouw Teunissen,
denk ik, gelijk in ā steunen we met financiĆ«le contributies natuurlijk
best een groot aantal clubs die internationaal onafhankelijk onderzoek
doen als nationaal onderzoek te laat of niet komt of faalt in de ogen
van internationale organisaties. Die kijken hier zeer serieus naar en
die zijn ook al in het land aanwezig.
Mevrouw Van Ark (CDA):
De minister geeft aan dat Libanon en Israƫl zelf onderzoek moeten doen.
Ik heb een vraag over het onderzoek dat Israƫl heeft gedaan naar de
vijftien hulpverleners van het Rode Kruis, van de Palestijnse Rode Halve
Maan, die zijn omgekomen. Het onderzoek dat door Israƫl is gedaan, is
niet openbaar gemaakt. Ook het Rode Kruis roept daarom op om
onafhankelijk internationaal onderzoek te doen. Ik denk dus dat we daar
ook wel realistisch in moeten zijn. We kunnen Israƫl of een ander land
onderzoek laten doen, maar wat is zo'n onderzoek waard als dat niet
openbaar wordt gemaakt? Laten we daar dus ook vooral realistisch in
zijn.
Minister Sjoerdsma:
Ik heb mevrouw Van Ark hier goed gehoord. Ik kom ook nog terug op de
vragen die zien op het specifieke onderzoek naar de verschrikkelijke
aanval op hulpverleners in Gaza. Op dit punt ā ik hoop dat u dat net ook
mocht horen in mijn antwoord ā proef ik de frustraties van de Kamer bij
dit soort onderzoeken. Ik heb ook de aansporing gehoord om het
internationaal te doen waar het kan en nodig is. Dat zal ik ook doen.
Dat zal ik absoluut doen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wilde toch even doorvragen op wat de minister nu precies bedoelt. We
hebben inderdaad ook dat rapport van de AIV en de CAVV gezien. Er zijn
verschillende dingen die we kunnen doen om geweld tegen hulpverleners te
voorkomen, maar het is ook belangrijk dat we altijd vragen om
onafhankelijk onderzoek. Het gaat een tijd duren als de minister de
volgorde wil aflopen waarbij eerst Libanon en Israƫl hier onderzoek naar
gaan doen. We kennen de ervaringen met dit onderzoek. Dat hebben ze ook
gedaan naar wat mevrouw Van Ark net noemde. De minister zegt ook: wij
steunen ook andere organisaties die onderzoek doen; die zijn ook in het
land aanwezig. Maar doen die andere organisaties die onafhankelijk
onderzoek doen en die al aanwezig zijn in het land, nu ook onderzoek
hiernaar? Verzamelen zij bewijs? Zijn zij daar nu mee bezig? Want als
zij een jaar moeten wachten, is al het bewijs weg.
Minister Sjoerdsma:
Deze vraag snap ik ook heel goed. Het is ook een belangrijke vraag. In
Libanon is bijvoorbeeld de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de
VN. Die was al aanwezig in het land. Die monitort de situatie, maar
richt zich onder andere ook op het rapporteren over
mensenrechtenschendingen die nu plaatsvinden in het conflict. Het
antwoord daarop is dus ja.
De voorzitter:
Wilt u een tweede interruptie plaatsen, mevrouw Dobbe? Nee? Goed. Ik
denk dat u verder kunt met de AIV, minister.
Minister Sjoerdsma:
Dank. Ik heb iets gezegd over de AIV. Staat u mij toe om daar nog een
paar dingen over te zeggen voordat ik de vragen beantwoord. Ik heb al
gezegd dat ik dit een ontzettend belangrijk rapport vind, omdat ā
meerdere van uw leden hebben daar ook over gesproken ā in het rapport
wordt gesproken over "normerosie". Dat is een wat vaag begrip. Als je
dat zo leest, klinkt het nog best huiselijk, maar in de werkelijkheid
gaat het erover dat er eigenlijk een gerichte aanval plaatsvindt op
hulpverleners wereldwijd en dat straffeloosheid de norm dreigt te
worden, en dat is precies de verkeerde soort norm. Ik wil dus toch nog
een keer benadrukken dat het kabinet vierkant achter deze hulpverleners
en voor het internationale recht staat. Wij zijn bereid de instrumenten
te gebruiken die we tot onze beschikking hebben om dit te
versterken.
Dan een paar dingen die we gaan doen, die ook uit het rapport naar voren
komen. We willen natuurlijk organisaties versterken die zorg dragen voor
de bewijsvoering, maar we willen er ook voor zorgen dat mensen die
daadwerkelijk iets op hun kerfstok hebben hun gerechtvaardigde straf
niet volledig ontlopen als er van nationale rechters weinig te
verwachten valt. Vanuit dat opzicht willen we ook echt kijken naar
gerichte persoonsgerichte sancties. We gebruiken natuurlijk de
Mensenrechtenraad om aandacht te blijven vestigen op het geweld tegen
hulpverleners. We blijven investeren in de mensenrechtenpijler van de
VN, maar we stimuleren ook dat meer landen zich aansluiten bij het
Verdrag van Ljubljana-Den Haag, om ook te werken aan het opsporen en
vervolgen van deze mensen.
Dit gaat over de oorzaken. We hebben ook te maken met de gevolgen.
Zolang de oorzaken niet zijn weggenomen, moeten we ook kijken naar de
gevolgen. Op praktisch niveau kijken we naar humanitaire diplomatie. We
zullen daar veel voor proberen te doen, zeg ik tegen uw Kamer, maar we
kunnen niet alles, altijd, overal en publiek doen. We zullen dus een
beetje moeten kiezen wat op welk moment handig is, om er ook voor te
zorgen dat we niet onverhoeds humanitaire toegang blokkeren door onze
uitspraken. Wij zullen de komende tijd in ieder geval zeer nadrukkelijk
kijken naar het openen van grenzen, het verkrijgen van visa, veilige
hulpcorridors, flexibelere financiering, ondersteuning van
veiligheidsvoorzieningen, risicodeling en mentale en psychosociale
steun. Ik denk dat ik het daar even bij laat, ook gelet op de tijd, om
ervoor te zorgen dat ik al die vragen kan beantwoorden.
Dan kom ik bij uw vragen. Mevrouw Van Ark van het CDA vroeg hoe wij
ervoor zorgen dat de bescherming van hulpverleners niet alleen een
diplomatiek thema blijft, maar ook zichtbaar terugkomt in de
financiering, risicodeling en steun aan de lokale partners. Ik denk dat
veiligheid tegenwoordig, en dat is een treurige constatering, geen
sluitstuk meer kan zijn op de begroting van humanitaire
hulporganisaties. Investeringen in bijvoorbeeld scherfvesten en
verzekeringen zijn geen overhead, geen indirecte kosten; die zijn gewoon
randvoorwaardelijk geworden voor de hulpverlening. Wij blijven dus
investeren en gaan meer investeren in die informatievoorziening en
veiligheidstrainingen. We gaan ook bijdragen aan het EU Protect Aid
Workers-programma, dat voorziet in financiƫle en juridische
ondersteuning voor hulpverleners of, in heel treurige gevallen, in de
ondersteuning van hun nabestaanden als ze slachtoffer zijn geworden van
geweld.
De heer Ceder, maar ook anderen, vroegen: in hoeverre is de minister
bereid zich in te zetten voor het onderzoek naar de dood van vijftien
hulpverleners in Gaza? Mevrouw Van Ark vroeg daar net ook naar. Laat ik
allereerst toch nog een keer zeggen: wat een verschrikkelijk moment was
dat. Dat was een ongelofelijk dieptepunt. Er moet ā zo heb ik uw Kamer
ook gehoord ā altijd gedegen, transparant en onafhankelijk onderzoek
plaatsvinden naar misdrijven, zeker ook naar deze aanval. Tijdens
eerdere debatten is er ook verwezen naar het nationale Israƫlische
onderzoek. De laatste informatie zegt mij dat dat onderzoek nu bij de
militaire aanklager ligt voor de opvolging. Het blijft dus belangrijk
dat ook lopende onderzoeken via internationale mechanismen, waaronder
onderzoek van het Strafhof en van de Commission of Inquiry, door blijven
gaan en dat we erop blijven aandringen dat dat Israƫlische onderzoek,
maar ook de internationale onderzoeken, gevolgen hebben voor diegenen
die hierbij betrokken zijn geweest.
DENK vroeg of we van mening zijn dat er naar aanleiding van gepleegde
misdaden sancties moeten volgen. Dat is een zeer terechte vraag, ook als
ik kijk naar de aanbeveling van de AIV en de CAVV. Zij zeggen dat je er
eigenlijk een thematisch sanctieregime op los moet laten. Wij omarmen
die aanbeveling. Wij zien EU-sancties op dit terrein als een heel
belangrijk instrument om ernstige en wijdverbreide schendingen aan de
kaak te stellen. We zien het ook als maatregelen gericht op
gedragsverandering. Die zijn het meest effectief wanneer ze onderdeel
zijn van een brede diplomatieke strategie. In samenspraak met andere
EU-partners kijken we daar natuurlijk naar.
De heer Stƶteler van de PVV vroeg hoe het kabinet rechtvaardigt dat het
stelt dat de uitspraken van het Gerechtshof niet juridisch bindend zijn,
maar tegelijkertijd wel aangeeft dat die moeten worden opgevolgd. Het
klopt dat de adviezen van het Internationaal Gerechtshof als zodanig
niet juridisch bindend zijn, maar ze zijn wel een heel gezaghebbende
uiteenzetting van het toepasselijk internationaal recht. Het
Internationaal Gerechtshof is het voornaamste gerechtelijk orgaan van de
VN.
De heer Ceder, mevrouw Dobbe en mevrouw Van Ark vroegen mij ⦠Ik zie
hier een hele rij aan vragen staan, dus ik hoop niet dat ik iemand van u
nu tekort ga doen, maar ik vat die samen als: wilt u zich inzetten
conform de lijn van het advies van de AIV en de CAVV en welke concrete
aanvullende stappen zijn we bereid te nemen? In algemene zin ā ik heb
dat ook gezegd ā omarm ik dat advies, net zoals ik overigens in algemene
zin vind dat er ontzettend belangrijke adviezen komen van deze
instituten. Die moeten we heel serieus nemen. Het kan best zijn dat we
het niet met alles eens zijn, maar de kracht van dit soort instituten in
onze democratie is juist dat er ook iets komt van buiten, andere
gedachten dan die alleen maar in het ministerie zelf leven.
In grote lijnen. We spreken ons uit over schendingen. We spreken
strijdende partijen daarop aan. Dat doen we soms bilateraal. Dat doen we
soms voor de schermen, soms achter de schermen en soms in breder
verband. Dat hangt altijd af ā dat blijf ik toch benadrukken ā van wat
effectief is. Wat effectief is, verschilt weer van situatie tot
situatie. Dat zal misschien frustrerend zijn voor sommigen van u. Daar
kan ik me ook goed in inleven; ik heb ook aan uw kant van de Kamer
gezeten. Maar soms is iets stiller iets beter en iets effectiever. Maar
soms kan dat niet. Soms moet ook heel helder zijn waar er een streep
moet worden getrokken. Dan reken ik er ook op dat u ons bij de les houdt
als wij dat als kabinet niet automatisch doen.
Datzelfde geldt een beetje voor de vraag die mevrouw Dobbe ook stelde.
Zij vroeg waarom we het advies niet opvolgen om strijdende partijen
consequent aan het humanitair oorlogsrecht te houden. Dat proberen we zo
consequent als mogelijk te doen; dat zeg ik er maar meteen bij, een
beetje langs de lijn van net. Dat blijft ook niet bij woorden: het
onderzoeken van deze misdaden, of dat nu nationaal is of bijvoorbeeld
via het Internationaal Strafhof, en het versterken van de
onderzoekscapaciteit met 6 miljoen euro is echt cruciaal, want als daar
de bewijzen zijn, kan vervolging volgen. Dat is uiteindelijk wat we
willen. Ja, normerosie ga je tegen door je uit te spreken, maar de
allerbelangrijkste maatregel die je kan nemen tegen normerosie is deze
mensen de consequentie laten voelen van de daden die ze hebben
begaan.
Voorzitter. Dan ben ik aan het eind van dit blok gekomen.
De voorzitter:
Dank u wel. We hebben in ieder geval een interruptie van de heer Van
Baarle. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou de minister een vraag willen stellen over zijn antwoord op de
vraag over sancties tegen Israƫl. Mijn motie is aangenomen om de
regering te vragen om internationaal in Europees verband draagvlak te
organiseren voor het opschorten van het associatieakkoord met Israƫl. Er
is ook een mogelijkheid dat deze minister nationale maatregelen neemt op
het moment dat de Europese maatregelen er niet komen. Dat betreft ook
meer dan er nu in de koker zitten en waar we al heel erg lang op moeten
wachten. Hoe gaat de minister nou het treffen van sancties aanjagen
vanuit zijn rol, Europees, maar ook nationaal?
Minister Sjoerdsma:
Ik snap de frustratie van de heer Van Baarle over de nationale
maatregelen. De Kamer vraagt al enige tijd om sommige daarvan.
Tegelijkertijd wordt er echt keihard gewerkt om de wetgeving die ziet op
producten vanuit nederzettingen zo snel mogelijk af te krijgen, om maar
eens een voorbeeld te noemen van nationale maatregelen. Dat zeg ik hier
met vol vertrouwen.
Tegelijkertijd zitten er ook wat haken en ogen aan. Ik denk dat het
symbolisch ongelofelijk belangrijk is om te doen. Tegelijkertijd wil je
ook voorkomen dat het louter symbolisch is en dat het niet handhaafbaar
is. Ik hoor de heer Van Baarle hier dus heel goed. Die nationale
maatregelen staan, ook het tot persona non grata verklaren van enkele
Israëlische officials. Europees ligt de situatie ⦠Er zijn meerdere
moties aangenomen. Ik noem in dit verband ook de motie-Piri. Uit mijn
hoofd ziet die op artikel 2 van datzelfde associatieverdrag. Daar doen
we ons best voor. Tegelijkertijd is het ook zo dat dit soort dingen in
Europees verband via consensus gebeuren. Dat lukt niet altijd. De heer
Van Baarle weet dat ook heel goed. Dat is soms frustrerend, want
daardoor duren zaken langer dan je zou willen. Soms beknot dat onze
slagkracht. Dat is ook een van de redenen waarom wij in het
buitenlandbeleid graag zouden zien dat het veto eraf gaat, maar zover
zijn we helaas nog niet.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb een punt van orde. Volgens mij moeten we over een halfuur
stoppen. Ik heb begrepen dat we geen uitloop hebben. Er zijn meerdere
blokjes en elk antwoord is even belangrijk. Ik wil het verzoek doen om
het punt over UNRWA, waar het tijdens het debat over is gegaan, nu naar
voren te halen, om te voorkomen dat we daar niet aan toekomen en er pas
volgende week het debat over kunnen voeren. Ik denk ook dat de
antwoorden hier misschien nieuwe vragen oproepen of dat we er in ieder
geval berusting in vinden. Dan kunnen we daar in ieder geval op
voorsorteren voor het debat van volgende week. Dat is dus even een
ordeverzoek. Ik denk namelijk niet dat we het gaan redden.
De voorzitter:
Er zijn geen interrupties meer op het eerste blokje. Dan kijk ik even
rond om te zien wie van de commissie het niet eens is met het voorstel
van de heer Ceder.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik kan het steunen, als we een extra interruptie krijgen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat kan ik steunen.
De voorzitter:
Eerst krijgt de minister het woord.
Minister Sjoerdsma:
Ik weet dat het heel ongebruikelijk is om een ordevoorstel te doen
vanuit deze kant van de zaal. Maar als de Kamer het wil, ben ik best
bereid om hier een uur langer te zitten. Dat doe ik graag.
De voorzitter:
Dat hadden we inmiddels begrepen, maar het past niet in de
Kamerfaciliteiten. Dat kent u als oud-Kamerlid uiteraard ook. We hebben
de poging al ondernomen. Wat betreft het voorstel van mevrouw Dobbe: als
we volgende week toch twee uur erbij hebben, denk ik dat het wel kan.
Dan heeft iedereen nu vier interrupties in totaal. Dan gaan we volgende
week door. Ik weet niet welke voorzitter ik er daarmee in luis, maar
laten we het op die manier doen.
Minister, de commissie heeft gesproken. Dus als u eerst blokje drie zou
willen pakken, heel graag.
Minister Sjoerdsma:
Dan misschien eerst een paar algemene opmerkingen en daarna de vragen
die gesteld zijn. Ik zal dat proberen te doen binnen de door u gestelde
tijd.
Allereerst de situatie op de grond. Daar is de situatie echt
catastrofaal. Ondanks het staakt-het-vuren vallen er nog dagelijks
slachtoffers. De bevolking leeft er echt onder ontzettend moeilijke
omstandigheden. De toegang voor humanitaire hulp en basisdienstverlening
is ā hier staat "ondermaats" ā ver beneden nul. Het kabinet benadrukt
hier voortdurend en consequent het belang van veilige, ongehinderde en
onvoorwaardelijke humanitaire toegang. Het kabinet staat ook volledig
achter de organisaties die daar werken en achter het werk dat zij
leveren. Wij roepen Israƫl op om belemmeringen voor deze
hulporganisaties weg te nemen. We hebben sinds de Gazacrisis meer dan 94
miljoen euro aan humanitaire hulp gegeven. Er zijn ook echt stappen
gezet om druk op Israƫl op te bouwen, van het ontbieden van de
Israƫlische ambassadeur tot de discussie die we net over het
associatieverdrag hadden.
Dan uw vragen over UNRWA. Allereerst toch even iets over de reden voor
die steun. Het volgende geldt overigens niet alleen in de context van
Gaza, maar het geldt heel breed in de regio, namelijk ook voor Jordaniƫ,
Libanon en de Westelijke Jordaanoever. Zonder UNRWA is adequate steun
voor Palestijnen die in nood zijn niet mogelijk. Ik zeg het even heel
plat: het is simpelweg niet mogelijk; het zit er niet in.
Ten tweede hebben velen van u gevraagd ā laat ik het als ƩƩn blokje
nemen ā waarom de minister nu een brief heeft gestuurd. Ik denk dat de
kern van het antwoord daarop "transparantie" is. Ik ga u ook even
meenemen in een aantal dilemma's. Ik weet namelijk niet of er, welke
route ik ook had gekozen, een route was geweest die wel op goedkeuring
had kunnen rekenen. Maar ik neem u graag mee in die dilemma's.
EƩn dilemma is dat dat coalitieakkoord staat; dat kan, denk ik, voor
niemand als een verrassing komen, wordt door niemand betwijfeld en staat
voor iedereen als een paal boven water. Steun aan UNRWA staat daarin
vermeld. Ik merkte naar aanleiding van de stemmingen van vorige week dat
er onduidelijkheid dreigde te ontstaan over dat coalitieakkoord, dat wat
mij betreft heel helder is, maar er was ook onduidelijkheid bij
humanitaire hulporganisaties over wat nu precies het plan was.
Twee. Wetende dat hier op deze dag een noodhulpdebat zou plaatsvinden,
had ik eigenlijk twee opties, ook wetende dat hier dan weer vragen
zouden worden gesteld, zoals "staat het kabinetsvoornemen nog?" en
"staat het coalitieakkoord nog?" Optie ƩƩn is geen brieven sturen en nu
in dit debat vertellen wat het voornemen van dit kabinet is, namelijk
wat u ook in de brief hebt kunnen lezen. Mijn eigen gevoel daarbij was ā
misschien heb ik dat verkeerd ingeschat ā dat het delen van een
dergelijke verrassing niet tot veel genoegen zou kunnen leiden. Ik heb
dus gedacht: er moeten in ieder geval helderheid en transparantie zijn,
wij moeten eerder communiceren dan dit debat en wij moeten een brief
naar uw Kamer sturen om te laten zien hoe we hierover nadenken, maar ook
ā dat is toch ook van groot belang ā om te laten zien hoe die balans
was. Als ik een betere route had kunnen bedenken, had ik het gedaan. Het
voelde voor mij een beetje als "damned if you send a letter; damned if
you don't send a letter". Laat ik het maar zo zeggen. Ik snap de
frustraties daarover vanuit uw Kamer.
Het tweede wat ik daarover zou willen zeggen, is dat ik in deze brieven
heb geprobeerd zo goed als mogelijk aan iedereen in deze Kamer recht te
doen. Ik weet dat het, zeker als het gaat om Gaza, lastig is om dat voor
iedereen van links helemaal tot rechts te doen. Ik sluit niet uit dat ik
daar niet geheel succesvol in ben geweest, als ik uw Kamer zo beluister,
maar ik heb dat wel geprobeerd te doen. Ik neem u mee in die afwegingen.
EƩn. Dat is wat ik u net genoemd heb: de situatie in Gaza is echt
zodanig dat het evident is dat daar hulp via UNRWA moet plaatsvinden.
Twee. In het coalitieakkoord ligt een balans verscholen die door de
coalitiepartijen, denk ik, van groot belang wordt geacht. Die balans is:
aan de ene kant de bijdrage aan UNRWA herstellen, maar aan de andere
kant staat er ook diversificatie. Even voor de duidelijkheid: die twee
dingen gaan wel hand in hand. Dat zijn niet twee losstaande zinnetjes;
dat zijn dingen die gezamenlijk moeten gebeuren. Drie. De heer Stoffer
heeft het gehad over het amendement-Stoffer/Eerdmans. Ook daar heb ik
mij toe te verhouden en de heer Stoffer heeft natuurlijk gelijk, in die
zin dat ik slechts de helft van dat amendement uitvoer, namelijk die
diversificatie, maar het afbouwelement van het amendement van de heer
Stoffer verhoudt zich weer niet tot het voornemen in het
coalitieakkoord. Ook daarbij heb ik dus een beetje moeten
schipperen.
Maar het belangrijkste in de procedure ā die opmerking heb ik namelijk
ook gehoord ā is dat wij hebben geprobeerd een procedure te kiezen die
ook recht doet aan de budgetpositie van uw Kamer. Ik weet heel goed dat
wat in deze brief staat een voornemen is dat straks wel of niet een
meerderheid gaat krijgen bij de behandeling van de tweede suppletoire
begroting in het najaar. We zullen daar misschien nog wel vaker over
spreken, maar dat is het moment waarop uw Kamer ja of nee kan zeggen.
Sommigen van u zijn heel helder en zeggen "absoluut niet", maar ik zie
ook heel veel partijen ā dat zijn partijen die ook onder de motie van
volgens mij mevrouw Krƶger stonden ā die zeggen "ja, dat doen we wel".
Hoe die stemming uitpakt, ligt in uw handen, maar als ik kijk naar de
stemming over die motie, denk ik dat er daarbij steun is voor het
voornemen dat ik nu heb gemeld.
Dat in algemene zin. Ik kan ook nog alle individuele vragen afgaan, maar
wellicht heeft u zelf eerst vragen.
De voorzitter:
Ik dacht dat ik de heer Ceder als eerste zag en de heer Van Baarle als
tweede. We gaan het even opschrijven. Mevrouw Lammers, de heer Stƶteler,
meneer Hoogeveen en mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
De minister stelt nu voor om eerst nog een keer een vragenrondje te doen
en dan te komen tot de individuele vragen, maar volgens mij is andersom
wel handiger.
Minister Sjoerdsma:
Ik kan het ook andersom doen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. De heer Ceder? Ja. Minister, dan doen we eerst de
antwoorden.
Minister Sjoerdsma:
Dat is prima. Het ligt in uw handen. Ik zag de heer Ceder en dacht hem
daarin te bewilligen, maar misschien moet ik dat gewoon echt aan de
voorzitter laten. Allereest de vragen van mevrouw Dobbe, de heer
Hoogeveen en de heer Van Baarle. Die vragen zien een beetje op twee
zaken. De ene kant vraagt mij: bent u bereid om de financiering niet pas
in het najaar, maar per direct te regelen? De andere kant vraagt mij:
waarom heeft u het voornemen tot financiering van UNRWA al gepresenteerd
terwijl er hierover nog geen besluitvorming in de Kamer heeft
plaatsgevonden? Ik hoop dat ik die net ook een beetje heb kunnen
beantwoorden. De Voorjaarsnota is naar uw Kamer gestuurd, dus ik zal dit
budgettaire voornemen in het najaar verwerken in de suppletoire
begroting. Dat is overigens eerder dan de Najaarsnota, zeg ik nog maar
eventjes ter verduidelijking. Ik denk dat het van belang is ā de heer
Stoffer wees daarop, zag ik in de media ā dat dit besluit in gesprek met
uw Kamer en na stemming in uw Kamer wordt vertaald. Daarvoor is mijns
inziens de suppletoire begroting in september het juiste moment.
Nogmaals, dit debat stond gepland op woensdag. Ik wist ā dat was evident
ā dat ik in dit debat vragen kon verwachten over of dat voornemen uit
het coalitieakkoord nog stond. Ik heb u niet willen verrassen en ik heb
duidelijk willen maken dat dat voornemen inderdaad staat.
De heer Lammers vroeg ā¦
De voorzitter:
Mevrouw Lammers.
Minister Sjoerdsma:
Excuus. Sorry, ik kijk te veel naar mijn blaadje en te weinig naar de
zaal. Mevrouw Lammers, excuus. Mevrouw Lammers vroeg: waarom eigenlijk
UNRWA? Laat ik daar gewoon heel kort over zijn. Als er op grote schaal
mensen in zeer grote nood zijn ā het maakt wat het Nederlandse kabinet
betreft dan eigenlijk niet uit om wie het gaat ā moet er geholpen worden
langs een aantal principes. Dat geldt ook voor Palestijnse mensen in
nood. Als er geen echt alternatief is voor UNRWA, als alle
basisvoorzieningen en al het werk van alle humanitaire organisaties in
de regio afhankelijk zijn van deze organisatie, dan wil ik daar ook niet
omheen draaien en dan denk ik niet dat we daar politiek van moeten
maken, zeg ik in alle eerlijkheid. Het is gewoon te belangrijk. In deze
begroting staat 11 miljoen euro aan steun. Dat is ook evident. Dat stond
er al in. Dat staat erin. Dat blijft erin staan. Over die tweede 8
miljoen kan eenieder van u, elke partij, zich uitspreken bij een
volgende behandeling. Daarvoor zal ik uiteraard steun blijven zoeken,
maar ik proef ook bij een groot deel van uw Kamer steun daarvoor.
Mevrouw Dobbe en de heer Van Baarle vroegen of het eerder kan. Ik heb
daar net iets over gezegd. Wij hebben al 11 miljoen euro overgemaakt
naar UNRWA. Wij zijn een van de eerste landen geweest die dat hebben
gedaan. Zodra de behandeling van de tweede suppletoire begroting is
geweest en als er inderdaad een meerderheid voor is in de Tweede Kamer,
dan zal die steun worden overgemaakt.
De heer Hoogeveen vroeg naar de diversificatie en of het klopt dat de
Nederlandse regering gesprekken voert via onder andere UNICEF, als ik
het me goed herinner. Dat klopt. Nederland maakt zich mede op
voordracht, amendement, wens, van uw Kamer sterk voor de diversificatie
van humanitaire hulp. Het gaat hier inderdaad ook om UNICEF. Het gaat
ook om het Rode Kruis, het Internationale Rode Kruis en het WFP. Wij
steunen UNICEF via een kernbijdrage, een flexibele bijdrage aan het
humanitair fonds. Maar tegelijkertijd ā ik zeg het ook hier ā is de
andere kant van de medaille: we kunnen werken aan die diversificatie ā
dat doen we ook, omdat we dat ook echt belangrijk vinden; daartoe hoeven
we, denk ik, niet aangespoord te worden ā maar het kan UNRWA niet
vervangen.
De heer Stƶteler zei met zoveel woorden: hoeveel meer heeft dit kabinet
nog nodig om te zien dat UNRWA en Hamas met elkaar verbonden zijn? Laat
ik daar een paar dingen over zeggen. Die heb ik ook in mijn brief willen
noemen, omdat het van groot belang is. Allereerst wil ik zeggen dat het
kabinet er groot belang aan hecht dat Nederlandse publieke middelen
onder geen enkel beding direct of indirect terroristische groeperingen
zoals Hamas steunen. Als daar sprake van zou zijn, dan heeft dat altijd
consequenties. Het tweede is dat internationale onafhankelijke
onderzoeken, in weerwil van wat er net werd gezegd, aantonen dat er
onvoldoende bewijs wordt geleverd voor de banden tussen UNRWA en Hamas.
Desalniettemin, ondanks dat gebrek aan bewijs ā ik hecht er toch aan om
dat hier te benadrukken ā heeft UNRWA de nodige stappen gezet, waaronder
het ontslag van een tiental medewerkers. Uit het onafhankelijke
onderzoek waarnaar wordt verwezen, blijkt dat UNRWA echt sterke systemen
heeft rondom neutraliteit en integriteit. Daarnaast heeft UNRWA
toegezegd alle aanbevelingen uit het Colonnarapport te implementeren.
Daar zien wij ook actief op toe.
Mevrouw Lammers vroeg of ik kan toezeggen dat alle steun aan UNRWA wordt
stopgezet. In de begroting zoals die nu aangenomen is ā overigens dank
ik ook de PVV voor de steun ā zit steun aan UNRWA. O, mevrouw Lammers is
van de Groep Markuszower. Ik moet nog even wennen aan de nieuwe
samenstelling! Nogmaals, ook hiervoor geldt dat deze steun in de
begroting is goedgekeurd. De additionele steun zoals ik die heb
aangekondigd, komt later dit jaar bij u terug.
De heer Ceder vraagt waarom ik er niet voor kies om meer middelen uit te
trekken voor ontwikkelingssamenwerking in het algemeen in plaats van
specifiek voor UNRWA. Ik was in alle eerlijkheid even op zoek naar het
doel van de vraag. Per de Voorjaarsnota komt er voor de OS-begroting
voor dit jaar nog 107 miljoen beschikbaar vanuit het verdeelartikel. Dat
is een soort eigen spaarpotje. Zo moet ik het maar noemen. Dat gaat voor
een heel groot deel naar humanitaire hulp, is het plan. In dat opzicht
doen we dus eigenlijk en-en, als ik de vraag van de heer Ceder zo mag
interpreteren.
Voorzitter, dat waren alle direct aan mij gestelde vragen.
De voorzitter:
Goed. We gaan kijken hoeveel interrupties we tussen nu en 13.00 uur nog
rond krijgen. We beginnen met de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Even een paar dingen. De totale begroting van UNRWA in 2025 was meer dan
500 miljoen dollar. Dat is een conservatieve schatting. Volgens mij is
het meer dan 800 miljoen. De minister zoekt steun voor de begroting op
rechts. Vervolgens zegt hij binnen een paar dagen dat hij de afspraken
uit noodzaak schendt voor 19 miljoen ā dat is iets meer dan 2% ā omdat
"UNRWA zo belangrijk is". Die redenatie volg ik niet. Die 19 miljoen
meer of minder ⦠Het is belangrijk. Wij hebben ook gezegd: zorg voor
diversificatie, zodat het geld in ieder geval terechtkomt in Gaza. Maar
die gevolgtrekking klopt niet. Wat ook niet klopt, is dat de minister
zegt een dilemma te hebben. Hij zou bij dit debat namelijk een aantal
vragen krijgen en wist niet wat hij moest doen. Dat dilemma is er niet.
Er is een begroting vastgesteld. Die heeft de minister uit te voeren. De
minister dient de steun te behouden. Als hij dat niet kan, dan moet de
minister zich afvragen of hij de juiste persoon is om de begroting
verder door de Kamer heen te willen loodsen. Vervolgens zegt hij dat dit
een van de enige opties was. Die gevolgtrekking volg ik niet. Ik zou de
minister dus graag willen vragen of het klopt dat 19 miljoen een fractie
is van wat UNRWA in totaal nodig heeft en dat het daarmee dus niet valt
of staat. Ten tweede wil ik vragen of de minister erkent dat als je een
afspraak maakt met de oppositie, het argument dat het coalitieakkoord
daarna alsnog leidend is, de facto maakt dat er geen afspraken te maken
zijn.
Minister Sjoerdsma:
Dank voor deze vragen. Misschien allereerst de vraag of deze bijdrage
een fractie is en dus verwaarloosbaar is. Aan uw opstelling in de Kamer
merk ik dat dat niet zo is, dat het niet zo wordt gezien. Maar het
volgende is misschien nog belangrijker. Ik heb de baas van UNRWA, de
heer Lazzarini, niet zo lang geleden gesproken. Hij neemt afscheid van
de organisatie, omdat hij aan het eind van zijn termijn zit. Laat ik de
heer Ceder, maar ook de rest van de Kamer zeggen hoe ontzettend de
Nederlandse bijdrage van 11 miljoen, evenals de voorgenomen extra
bijdrage van 8 miljoen, op prijs wordt gesteld. Die wordt als essentieel
gezien. Wat de heer Ceder zegt, klopt: het zal op zichzelf niet het gat
vullen dat UNRWA zich voorgeschoteld gekregen ziet. Maar de heer Ceder
weet ook, misschien wel beter dan ik, dat de noden daar zo groot zijn
dat deze middelen echt essentieel zijn. De hoop bij UNRWA is ook dat als
Nederland bereid is om dit te doen, ook andere Europese lidstaten bereid
zijn om dat vervolgens te volgen.
Twee. U hebt het over een afspraak, meneer Ceder. In alle eerlijkheid,
mijn afspraak is dat ik het coalitieakkoord uitvoer. Ik weet dus niet zo
goed over welke afspraak u het heeft; dat moet u mij misschien
vertellen. Ik voer het coalitieakkoord uit zoals het er ligt. U zegt dat
dit geen dilemma is, maar ik zeg nogmaals dat dit toch wel een dilemma
is. Dat zeg ik in alle eerlijkheid. Er lagen al Kamervragen en vragen
van humanitaire hulporganisaties. Die wilden van mij weten: staat dat of
staat dat niet? Ja, dat staat. Ik heb dat willen doen op een manier die
u niet zou verrassen, zodat u daar voor het debat kennis van kon nemen.
Op die manier kunnen wij daar in het debat met elkaar over praten en
kunt u daar ook over stemmen. Ik respecteer het budgetrecht volkomen. In
de huidige begroting, die waar u over heeft gestemd, zit deze verhoging
niet.
De voorzitter:
Leidt dat tot een vervolgvraag van de heer Ceder, of gaan we door?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Allereerst zei ik niet dat het bedrag verwaarloosbaar is. 19 miljoen is
heel veel geld. Ik gaf aan dat de redenatie niet klopt dat dit bedrag
bepaalt of UNRWA valt of staat. Ik ben blij dat de minister dat later
ook aangaf. Ik maak die koppeling omdat ik me afvraag of dit, gelet op
het feit dat UNRWA niet hiermee niet valt of staat, het waard is om de
afspraken die met de oppositie zijn gemaakt, te schenden.
(De telefoon van mevrouw Krƶger speelt een geluidsfragment af.)
(Hilariteit)
De heer Ceder (ChristenUnie):
"Maar dit is van twee walletjes eten", hoor ik mevrouw Krƶger in dit
fragment zeggen.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Dat is precies wat het is!
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik hoef zelf niets meer te zeggen, voorzitter!
De voorzitter:
Mevrouw Krƶger gaf de samenvatting! Ze zegt nu dat ze de telefoon erbij
gaat houden, maar als het nog een keer gebeurt, neem ik de telefoon in,
hoor. Dat weet u!
Goed, meneer Ceder, gaat u verder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben een beetje van mijn Ć propos, maar ik ben blij met de
steunbetuiging!
Waarom ik dit vraag is omdat ik mij dit serieus afvraag, ook gelet op
eenheid van kabinetsbeleid. Als de minister zegt dat hij gehouden is aan
het coalitieakkoord en niet aan afspraken met de oppositie, omdat hij
die niet zou hebben ā ik zag de heer Hoogeveen al een beetje vreemd
opkijken, maar goed ā dan betekent dit dat het kabinet-Jetten de facto
klaar is. Want het coalitieakkoord hƩƩft geen meerderheid. U zult dus
afspraken met de oppositie moeten maken. U moet zich daar vervolgens aan
committeren en die ook uitvoeren als u de komende vier jaar wilt
volhouden. Mijn vraag is als volgt. Als de minister zegt dat hij de
budgettaire kaders van het coalitieakkoord uitvoert, dan vraag ik me af
hoe hij daarmee de komende jaren denkt te overleven, aangezien er geen
meerderheid voor het budgettair kader is.
Minister Sjoerdsma:
Twee dingen. Ten eerste neem ik de zorg van de heer Ceder mee. Ten
tweede is er op dit moment natuurlijk steun voor het budgettair kader.
Er is ook steun voor de begroting. Wat wij zullen moeten doen ā voor
alle duidelijkheid: dat is ook wat ik heb geprobeerd te doen ā is zoeken
naar meerderheden. Ook voor dit voornemen zal ik dus moeten zoeken naar
meerderheden. De heer Ceder presenteert dit als een voldongen feit ā dat
snap ik ook goed ā maar het is een voornemen. Dit is wat het kabinet wil
doen en wat in het coalitieakkoord staat. U heeft de gelegenheid om u
daar ook in dit debat over uit te spreken. Als u het er niet mee eens
bent ⦠Ik hoor u goed: u vindt het geen goed plan. Dat neem ik ook mee.
Tegelijkertijd is het zo dat u de gelegenheid krijgt om daarover te
stemmen. Dan ben ik afhankelijk van meerderheden; daar heeft u helemaal
gelijk in. We zullen moeten zien waar die meerderheden in september
liggen. Maar op dit punt heb ik, als ik deze Kamer zo rondkijk, er
vertrouwen in dat die steun er is.
De voorzitter:
Wilt u uw laatste vraag stellen, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik had er vier volgens mij, voorzitter.
De voorzitter:
Dat klopt. Dit wordt de vierde. U had er al eentje gebruikt voor
Libanon.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik kijk even naar de klok. Ik ga 'm toch gebruiken. Kunt u dan aangeven
wat dit betekent voor de steun die oppositiepartijen geven aan de
begroting? Als de minister zich vrij voelt ā dat is dus het geval ā om
kort daarna, binnen een week zelfs, een andere koers in te zetten, wat
verwacht de minister dan de komende tijd van de oppositie? Dit punt
geldt overigens ook voor alle andere ministers van het kabinet-Jetten.
Ik weet dan ook niet of ik wel zaken kan doen met de minister van SZW:
waar stem ik eigenlijk mee in als ik eerst instem met een begroting en
er een week later alsnog een keiharde bezuiniging op de AOW komt? Wat
verwacht de minister dan van de oppositie? En wat was de verwachting van
de minister toen JA21 en de PVV instemden met de begroting?
Minister Sjoerdsma:
Misschien is het goed om ook hierbij het dilemma te delen. Ik heb deze
begroting geƫrfd van een vorig kabinet. Het debat over de
begrotingsbehandeling is gevoerd door mijn voorgangster. De amendementen
en de moties zijn door mijn voorgangster van appreciaties voorzien. Wat
heb ik gedaan? Ik heb bij eenieder van u waarmee het gelukt is contact
op te nemen, mijn oor te luister gelegd naar de wensen, niet meer en
niet minder dan dat. Vervolgens heeft u gestemd over de begroting en
besloten de begroting een meerderheid te geven. Ik heb uw partij, maar
ook GroenLinks-Partij van de Arbeid en andere partijen goed gehoord. Die
stemverklaringen over hoe u denkt over deze begroting in algemene zin en
over wat uw voorwaarden zijn voor steun, zijn helder gehoord. Dat
betekent wat mij betreft dat dat gesprek niet voorbij is. Ik ben
gisteren in de Eerste Kamer geweest, waar ik overigens ook steun proefde
voor dit voornemen met betrekking tot UNRWA, maar waar ook vanuit
verschillende zijden helder werd neergelegd aan welke randvoorwaarden
deze begroting dient te voldoen voor steun. Ik heb me te verhouden tot
de randvoorwaarden die door uw beide Kamers worden neergelegd. De
randvoorwaarden die er nu liggen, zijn helder. Voor de randvoorwaarden
van de Eerste Kamer zal ik in de handen zijn van de Eerste Kamer. Ook
daar zal ik weer uitgebreid koffiedrinken om ervoor te zorgen dat ik
precies weet hoe dat zit.
De voorzitter:
Goed. Dank u wel. Ik kijk naar de klok. Ik denk dat er nog net een
interruptie van de heer Van Baarle past. Wilt u dat meneer Van Baarle of
wilt u het tot volgende week donderdag laten rusten? Het is aan u.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat wil ik wel.
De voorzitter:
Volgende week?
De heer Van Baarle (DENK):
Nee nu.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik zou graag een ordevoorstel willen doen als dat mag. Ik denk dat de
beantwoording dan pas volgende week zou worden afgerond. Ik zou toch wel
willen voorstellen om dan na de betreffende termijn meteen een
tweeminutendebat in te plannen, dus eigenlijk direct na de tweede
termijn, want ik denk toch wel dat UNRWA de olifant in de Kamer is en
dat de Kamer zich daar op die manier meteen over kan uitspreken.
De voorzitter:
Procedureel kan dat niet. We kunnen wel kijken of er ruimte zou zijn om
op diezelfde donderdag met potlood een tweeminutendebat in te plannen.
Dat zullen we meegeven, maar procedureel kan het niet. Overigens zou de
situatie in die tweede termijn zijn dat mevrouw Lammers dat als eerste
aanvraagt, want die zit op de eerste plek. Ik heb uw voorstel gehoord.
Nogmaals, procedureel kan het niet, maar we vragen de Griffie om te
bekijken of we volgende week donderdag in de loop van de dag een
tweeminutendebat kunnen regelen onder voorwaarde dat dit commissiedebat
ook vervolgd kan worden op die donderdag. Dat is wel het eerste.
Ja?
De heer Stƶteler (PVV):
Ik wil niet de heer Van Baarle dwarszitten, maar ik heb toch een punt
van orde. Kan de minister de specifieke vragen voor die tijd
schriftelijk beantwoorden, zodat hij de blokjes en een algemene
inleiding kan doen en we dan interrupties kunnen doen? Dat is misschien
efficiƫnter.
De voorzitter:
Ik kijk naar de minister om te zien of hij een aantal zaken al
schriftelijk kan afhandelen op die termijn.
Minister Sjoerdsma:
De specifieke vragen die zien op UNRWA heb ik afgehandeld, maar ik kan
uiteraard mijn best doen om de specifieke vragen die over andere blokjes
zijn gesteld alvast schriftelijk te beantwoorden.
De voorzitter:
Laten we afspreken dat de antwoorden op de vragen bij de blokjes Sudan
en overig schriftelijk naar ons toekomen. Op dit specifieke onderdeel
UNRWA hebben we nu alleen interrupties staan, dus daar vervolgen we
volgende week donderdag mee, als het lukt om dat debat in te plannen.
Daar moeten we dan in eerste instantie ons best voor doen.
Mevrouw Maes (VVD):
Mag ik ƩƩn ding zeggen? Ik heb in mijn beleving geen antwoord op mijn
vraag over UNRWA gekregen.
De voorzitter:
U kunt daar in een interruptie of in de tweede termijn op terugkomen
uiteraard. Het spijt me toch, meneer Van Baarle, maar het is anderen
gelukt om u die vraag niet te laten stellen. Het is 13.00 uur. We gaan
afronden. U bent de volgende keer wel de allereerste.
Dank dat u hier vandaag was. Het voelt natuurlijk wat onbevredigend dat
we nu zo afronden. Dat voelt u en dat voel ik ook, en ik denk dat de
mensen die meekijken en de pers dat ook voelen. Het is niet anders. Even
voor het punt rond het tweeminutendebat: de griffier gaf aan dat het wel
even bij de regeling van werkzaamheden moet worden aangevraagd, om te
kijken of dat volgende week kan. Dat moet dan op dat moment, maar we
gaan proberen dat met potlood in te plannen. De griffier en ik nemen dat
even op en we gaan kijken of we daar ruimte voor kunnen creƫren, zodat
men weet dat dat eraan komt. De heer Ceder vraagt of iemand een
vooraankondiging moet doen, maar nee, dat kan niet volgende week.
Informeel zullen de voorzitter ā dat ben ik formeel natuurlijk niet ā en
de griffier dit bij de Griffie neerleggen, zodat die ruimte op de agenda
er komt. Formeel moet het dan aangevraagd worden op het moment dat we
met elkaar de tweede termijn hebben doorlopen.
Dank u wel. Ik wens u allemaal een fijne dag.
Sluiting 13.01 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|