Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake de Geannoteerde agenda voor de informele Raad voor Toerisme van 16 en 17 juni 2026 (Kamerstuk 21501-30-692)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D16989, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 08:25, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: H.W. Krijger, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z06596:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-09 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-04-01 13:10 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-04-01 13:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-09 14:00: (informele) Raad voor Concurrentievermogen/toerisme (16 en 17 april) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-04-14 16:45: Procedurevergadering Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
Preview document (🔗 origineel)
21501-30 Raad voor Concurrentievermogen
Nr. Verslag van een schriftelijk overleg
Vastgesteld (…)
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de minister van Economische Zaken en Klimaat over de Geannoteerde agenda voor de informele Raad voor Concurrentievermogen op 16 en 17 april 2026 (Kamerstuk 21501-30, nr. 692).
De op 9 april 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ……. 2026 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
De adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II Antwoord / Reactie van de minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Raad voor Concurrentievermogen (toerisme) van 16–17 april 2026. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke, innovatieve en duurzame toerismesector in Europa, waarin het midden- en kleinbedrijf (mkb) een centrale rol speelt. Tegelijkertijd zien deze leden dat de sector voor grote uitdagingen staat, onder meer op het gebied van digitalisering, verduurzaming en eerlijke concurrentie.
De leden van de D66-fractie hechten eraan dat Europese initiatieven bijdragen aan een toekomstbestendige toerismesector, waarin mkb-ondernemers beter worden ondersteund bij de groene en digitale transitie en waarin kansen van de Europese interne markt beter worden benut. Deze leden hebben daarom nog enkele vragen aan de minister.
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete prioriteiten Nederland zal inbrengen bij de totstandkoming van de Europese strategie voor duurzaam toerisme. Op welke wijze zet de minister zich er daarbij voor in dat mkb-ondernemers in de toerismesector beter toegang krijgen tot digitalisering, data en innovatie, en tot Europese financieringsinstrumenten om te investeren in de groene en digitale transitie?
De leden van de D66-fractie vragen voorts hoe de minister binnen de agenda ‘Eén Europa, één markt’ wil inzetten op het vereenvoudigen van grensoverschrijdend ondernemen voor mkb-bedrijven in de toerismesector, bijvoorbeeld via betere erkenning van beroepskwalificaties en het verminderen van belemmeringen voor dienstverlening binnen de EU.
De leden van de D66-fractie vragen ook welke inzet de minister kiest om binnen de Europese strategie voor duurzaam toerisme nadrukkelijk aandacht te besteden aan het spreiden van toerisme, zodat toeristische drukte wordt verminderd en tegelijkertijd regionale mkb-economieën worden versterkt.
De leden van de D66-fractie vragen tenslotte hoe Nederland binnen de Europese samenwerking wil bijdragen aan een eerlijker concurrentieveld in de toerismesector, bijvoorbeeld waar het gaat om de positie van mkb-bedrijven ten opzichte van grote internationale online boekings- en platformbedrijven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Toerismeraad op 16 en 17 april in Cyprus. Deze leden hebben hierover opmerkingen en een vraag.
De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland zal aangeven dat het positief staat tegenover het continueren van toerismebeleid op EU-niveau. Tegelijkertijd lezen deze leden ook dat de minister als uitgangspunt hanteert dat toerisme een nationale competentie blijft. Deze leden hebben voor deze subsidiariteit in een eerder schriftelijk overleg ook aandacht gevraagd.1 Deze leden benadrukken nogmaals dit uitgangspunt van groot belang te vinden.
De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat de minister ervoor wil zorgen dat flankerend beleid voor de toeristische sector op orde is, zoals met vermindering van de regeldruk. Deze leden juichen dit toe. Deze leden missen echter een duidelijke inzet van de minister met betrekking tot de strategie. Als de strategie er komt, welke Raadsconclusies ziet de minister dan graag getrokken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben hierbij nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie merken op dat het kabinet in het Verslag Raad voor Concurrentievermogen van 26 en 27 februari 2026 2 schrijft over de aankomende Digital Fairness Act (DFA), en dat Eurocommissaris McGrath heeft bevestigd dat bij de DFA rekening zal worden gehouden met simplificatie.
De leden van de PVV-fractie maken zich zorgen over de hoeveelheid regelgeving die voortvloeit uit de Europese Unie. Deze leden vragen de minister een overzicht te geven van het voorwerk van de Europese Commissie met betrekking tot de DFA en daarbij in het bijzonder in te gaan op eventuele kritische noten van de zogenaamde Regulatory Scrutiny Board in dit proces. In hoeverre is dit voorwerk gericht ten behoeve van daadwerkelijke vereenvoudiging, en in hoeverre leidt dit juist tot nieuwe wetgeving?
Daarnaast vragen deze leden of de minister expliciet kan ingaan op de publieke consultatie inzake de DFA en de reactie van VNO-NCW hierop. Tevens vragen de leden van de PVV-fractie of het voorgaande expliciet kan worden bezien in het licht van de Nederlandse inzet ten aanzien van impactassessments, en hoe deze inzet zich verhoudt tot de ontwikkeling van de DFA.
De leden van de PVV-fractie lezen in de voorliggende geannoteerde agenda dat de minister het grote economische belang van de toeristische sector benadrukt. Deze leden vragen in hoeverre de verhoging van de btw op logies schade heeft toegebracht aan de toeristische sector. Kan de minister dit kwantificeren?
Daarnaast constateren de leden van de PVV-fractie dat steeds meer gemeenten hun begroting op orde brengen door de toeristenbelasting te verhogen. Hoe beoordeelt de minister deze ontwikkeling? Ziet de minister aanleiding om hierop landelijk maatregelen te treffen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat deze lastenverzwaring niet alleen de hotelbranche en verblijfssector raakt, maar ook het bredere mkb dat voor een groot deel afhankelijk is van toerisme. Kan de minister ingaan op de effecten voor onder meer cafés, restaurants en andere lokale ondernemers?
Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie hoe deze nationale lastenverzwaringen zich verhouden tot de ambitie van Eurocommissaris Tzitzikostas om Europa de belangrijkste toeristische bestemming ter wereld te laten blijven. Welke concrete maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat het mkb in Nederland weer kan profiteren van toerisme?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en willen hierbij enkele aandachtspunten naar voren brengen.
Zij steunen de inzet van de Europese Commissie om te komen tot een meer samenhangende aanpak van toerisme op Europees niveau, als aanvulling op de nationale en regionale inzet van de lidstaten. Zij zien daarbij grote waarde in kennisdeling en het ontwikkelen van een gezamenlijke strategie, mits deze ruimte laat voor regionaal maatwerk en lokale initiatieven.
De leden van de CDA-fractie erkennen het belang van toerisme voor de werkgelegenheid en het bbp, zowel in Nederland als in andere lidstaten. Voor met name Zuid-Europese landen vormt toerisme een van de belangrijkste inkomstenbronnen. Tegelijkertijd zijn zij zich bewust van de negatieve neveneffecten van toerisme op leefbaarheid, milieu en klimaat. Wanneer toerisme zich te sterk concentreert op specifieke plekken of uitsluitend draait om aantallen bezoekers, kan dit het draagvlak bij lokale gemeenschappen onder druk zetten en leiden tot gevoelens van vervreemding en verdrukking.
De leden van de CDA-fractie hechten daarom groot belang aan kwalitatief toerisme, dat economische waarde creëert zonder de leefbaarheid te schaden. Zij verwelkomen de aandacht van de Europese Commissie voor het tegengaan van overtoerisme en het versterken van de positie van lokale gemeenschappen. Ook ondersteunen zij de inzet op het beter spreiden van toeristenstromen. Waar toerisme in de ene regio de leefbaarheid onder druk kan zetten, kan het in een andere regio juist kansen bieden op het gebied van werkgelegenheid en regionale ontwikkeling. In de verdere uitwerking van de plannen zien zij graag concreet terug hoe deze spreiding en het behoud van draagvlak wordt gewaarborgd en roepen zij de minister op scherp te blijven op de effecten van toerisme op leefomgeving en gemeenschappen.
De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van de minister om het mkb in brede zin te ondersteunen. Zij roepen echter op om bij de aanpak van regeldruk aandacht te blijven besteden aan toeristische ondernemingen. Daarnaast benadrukken zij dat de minister het effect van platformbedrijven op lokale mkb-verhuurders goed in de gaten moet houden, zodat een gelijk speelveld ontstaat en de positie van lokale ondernemers gewaarborgd blijft.
De leden van de CDA-fractie zien uit naar de verdere uitwerking van de Europese strategie. Zij blijven de minister constructief volgen om een toerismesector te realiseren die economisch sterk is, maar tegelijk in balans blijft met leefbaarheid, natuur en de belangen van inwoners, en oog heeft voor regionale kansen en lokale initiatieven.
II Antwoord / Reactie van de minister
Kamerstuk 21 501-30, nr. 673↩︎
Kamerstuk 21501-30, nr. 690↩︎