Fiche: Mededeling Terrorismebestrijdingsagenda EU
Brief regering
Nummer: 2026D17207, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 15:51, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z07673:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Fiche 3: Mededeling Terrorismebestrijdingsagenda EU
Algemene gegevens
Titel voorstel
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S ProtectEU: Agenda om terrorisme te voorkomen en te bestrijden
Datum ontvangst commissiedocument
26 februari 2026
Nr. Commissiedocument
COM(2026) 101
EUR-Lex
EUR-Lex - 52026DC0101 - EN - EUR-Lex
Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet van toepassing
Behandelingstraject Raad
Raad Justitie en Binnenlandse Zaken
Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Justitie en Veiligheid
Essentie voorstel
Op 26 februari 2026 publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) de EU-agenda voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme (hierna: agenda). De agenda is onderdeel van de Europese strategie voor interne veiligheid1 en bouwt voort op de terrorismebestrijdingsagenda uit 20202 en houdt rekening met de veranderende dreiging, gekenmerkt door onder meer snelle online radicalisering, een diffuus dreigingsbeeld en rekrutering van jongeren, en recente geopolitieke ontwikkelingen. Het doel van de agenda is om de strategische richting te bepalen voor een hernieuwde en omvattende aanpak van terroristische en gewelddadig extremistische dreigingen in de Europese Unie (EU). Het fundament van de agenda bestaat uit zes pijlers.
In de eerste pijler zet de Commissie in op de adequate voorbereiding op dreigingen. Daarvoor wil de Commissie informatieanalyse en veilige informatiedeling op EU-niveau ondersteunen, bijvoorbeeld door het prioriteren van verschillende onderzoeksonderwerpen die hieraan gelieerd zijn. Voorbeelden hiervan zijn vroegsignaleringscapaciteit, technologische innovatie en bescherming tegen (nieuwe) aanslagmiddelen.
In de tweede pijler zet de Commissie de maatschappijbrede aanpak voor radicaliseringspreventie voort. Het EU Kenniscentrum voor radicaliseringspreventie (hierna: Kenniscentrum) blijft belangrijk voor kennisdeling en ondersteuning van lidstaten. Minderjarigen en mentale gezondheid zijn hierin belangrijke thema’s. Ook zet de Commissie in op (online) weerbare gemeenschappen, door burgers en professionals te ondersteunen bij effectieve reacties op gewelddadig extremistische online content. Ten aanzien van het bestrijden van alle vormen van haat overweegt de Commissie een wetsinitiatief om de definitie van online haatmisdrijven te harmoniseren. Specifiek gericht op het tegengaan van antisemitisme versnelt de Commissie de implementatie van de EU Strategy on Combating Antisemitism and Fostering Jewish Life en moedigt de Commissie lidstaten aan om de aanbevelingen uit de project-based collaboration (PBC) Antisemitisme op te volgen.
In de derde pijler versterkt de Commissie de bescherming van (kwetsbare) personen en jongeren online. Lidstaten worden onder meer aangemoedigd om effectieve implementatie en naleving van de verordening Terroristische Online-Inhoud (TOI) en de wet inzake Digitale Diensten (DSA) te garanderen, waar ook de Commissie op zal inzetten. De TOI-verordening wordt geëvalueerd, versterkt en aangevuld met een nog te ontwikkelen Europese hash-sharing database waarmee lidstaten en hostingdienstverleners terroristische en gewelddadig extremistische content kunnen markeren, matchen en verwijderen. De Commissie versterkt daarnaast de samenwerking met online dienstverleners binnen het EU Internet Forum (EUIF). Dit kan specifieke acties omvatten bij het naleven en handhaven van de DSA, zoals ontwikkeling en implementatie van vrijwillige richtlijnen en gedragscodes. Daarnaast zal het EUIF de samenwerking tussen de gaming-sector en wetshandhaving bevorderen en zal het de haalbaarheid van richtlijnen ter bestrijding van rekrutering onderzoeken. Europol werkt aan gerichte capaciteit om misbruik van online gaming te monitoren en analyseren.
De vierde pijler omvat het beschermen van personen in de fysieke omgeving en het versterken van het grenstoezicht. Om de opsporing en monitoring van personen die (mogelijk) een terroristische dreiging voor de EU vormen te verbeteren, streeft de Commissie ernaar om de uitwisseling van gegevens met vertrouwde derde landen via onder meer het Schengeninformatiesysteem (SIS) te verbeteren en de samenwerking tussen lidstaten en het vrijwillig delen van informatie rondom terrorisme signaleringen te stimuleren. Ook de implementatie van de Screeningsverordening en de terugkeer van derdelanders die een veiligheidsrisico vormen heeft de aandacht van de Commissie. Tot slot onderzoekt de Commissie de mogelijkheden om het gebruik van passagiersgegevens in de strijd tegen terrorisme en ernstige criminaliteit uit te breiden naar vervoersmodaliteiten over land en zee, waar tot nu toe alleen passagiersgegevens van luchtvervoerders gebruikt worden.
Om toegang tot aanslagmiddelen te beperken, zet de Commissie in op het versterken van de wetgeving omtrent vuurwapenhandel en -misdrijven, precursoren voor explosieven en pyrotechnische artikelen. Ook presenteert de Commissie in 2026 een nieuw Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) Preparedness and Response Action Plan en heeft zij recent een EU Actionplan on Drone and Counter-Drone Security gepresenteerd.3
In de vijfde pijler wil de Commissie opsporing en vervolging binnen Europa versterken, voor een snelle en gecoördineerde respons op terroristische dreigingen en aanslagen. Hiervoor zal de Commissie het mandaat van zowel Europol als Eurojust herzien, om hun positie, analysecapaciteit en onderlinge samenwerking te versterken en operationele en forensische ondersteuning aan lidstaten te verbeteren. Daarnaast wordt verkend hoe verbeterde samenwerking tussen onder meer Eurojust, UNITAD4 en het National Centre for International Judicial Cooperation of Iraq, lidstaten kan ondersteunen bij het vervolgen van uitreizigers. Om terrorismefinanciering te traceren en bestrijden worden de mogelijkheden voor een EU-breed financieel terughaalsysteem onderzocht. De Commissie ondersteunt samenwerking met en informatiedeling tussen financiële inlichtingenafdelingen en inlichtingendiensten, om ongewenste buitenlandse financiering te bestrijden.
In de zesde pijler zet de Commissie in op het versterken van internationale samenwerking binnen alle eerdergenoemde pijlers.
Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
De veiligheid van Nederland is onlosmakelijk verbonden met die van de EU: terroristische dreigingen binnen de EU raken ook onze eigen veiligheid. Het kabinet zet zich onverminderd in voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de integrale aanpak op terrorisme die strekt van lokaal niveau tot aan internationale samenwerking, zoals beschreven in de Nationale Contraterrorisme Strategie (NCTS).5 Nederland heeft een duurzame, robuuste en wendbare aanpak, waarbij een breed scala aan zorg- en veiligheidspartners zich inzet om terrorisme en gewelddadig extremisme te voorkomen. De aanpak focust op gerichte preventie, repressie en herstel, zowel offline als online. Ook intensieve internationale samenwerking is nodig om terrorisme effectief aan te pakken. Het kabinet acht Europese samenwerking van groot belang en zet zich hier onverminderd voor in. De integrale benadering die de Commissie hanteert in de nieuwe agenda heeft veel raakvlakken met de Nederlandse aanpak.
Ten aanzien van preventiebeleid zet het kabinet in op een brede, integrale benadering. De focus ligt hierbij op de online dimensie, de lokale aanpak en jongeren. Er zijn grote zorgen over de snelle online radicalisering van jongeren.6 Bescherming van het online domein tegen terrorisme en extremisme vormt daarom een prioriteit voor Nederland. De Versterkte Aanpak Online rust op vier pijlers: een structurele en normerende dialoog met de internetsector, een sterk en toekomstbestendig wettelijk instrumentarium, handvatten voor de lokale aanpak en een actieve internationale inzet.7 Om te voorkomen dat personen (verder) radicaliseren wordt binnen de lokale aanpak radicalisering ingezet op het ondersteunen van de veerkracht van groepen en individuen die vatbaarder kunnen zijn voor extremistische denkbeelden. Om tijdig te kunnen signaleren en te handelen wordt samenwerking tussen professionals uit het sociaal-, onderwijs- en zorgdomein en het veiligheidsdomein ondersteund en versterkt. Personen die radicaliseren worden besproken in het multidisciplinaire casusoverleg. Hierin stellen lokale professionals samen een plan van aanpak op om risico’s vanuit deze personen zoveel mogelijk te verkleinen en beschermende factoren te versterken. Om radicalisering (van jongeren) tegen te gaan wordt geïnvesteerd in het versterken van weerbaarheid van jongeren, het trainen van professionals om signalen van radicalisering te herkennen en het doorontwikkelen van de detentie- en re-integratieketen.
Een belangrijk doel van het Nederlandse contraterrorismebeleid is gericht op het verstoren van dreigingen en het beschermen van personen, objecten en vitale processen. Hiertoe hecht het kabinet grote waarde aan Europese informatiesystemen en interoperabiliteit, waarbij zowel informatie-uitwisseling tussen nationale en Europese informatiesystemen, als tussen verschillende Europese informatiesystemen van belang is. In dat kader wordt hard gewerkt aan de implementatie van de grootschalige EU-informatiesystemen en de Screeningsverordening.8 In het SIS wordt onder meer informatie uitgewisseld over personen en voorwerpen die betrokken zijn bij terrorisme-gerelateerde activiteiten. Sinds maart 2021 delen landen die gebruik maken van SIS9 matches met aan terrorisme gerelateerde SIS-signaleringen ook met Europol. Nederland doet dit in beperkte mate. Het kabinet zal zorgvuldig wegen of en, zo ja, onder welke voorwaarden het delen van uit Nederland afkomstige gegevens in Europese informatiesystemen (waaronder SIS) met derde landen opportuun is, ook gelet op het waarborgen van fundamentele rechten en gegevensbescherming. SIS is een belangrijk kanaal voor onder meer contraterrorisme-onderzoeken; het Europese karakter en de veiligheid van dit kanaal moeten worden behouden voor deze doeleinden. Nederland verwerkt momenteel op basis van de Passenger Name Records (PNR)-Richtlijn10 passagiersgegevens van luchtvervoerders in de strijd tegen terrorisme en ernstige criminaliteit. Nederland heeft daarbij, in tegenstelling tot sommige andere EU-lidstaten, geen nationale wetgeving voor het gebruik van passagiersgegevens van maritieme of landvervoersbedrijven. Ten aanzien van de aanpak van modus operandi en aanslagmiddelen richt Nederland zich in de kern op het verhogen van de weerbaarheid, het faciliteren van een adequate bestrijding van terrorisme en extremistisch geweld en het beperken van de beschikbaarheid van aanslagmiddelen.
Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de EU-agenda voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme. De agenda bouwt voort op stappen die eerder gezet zijn in de aanpak van terrorisme en beoogt een brede, geïntegreerde aanpak. In dit verband is blijvende en aanvullende inzet nodig om de actuele en diffuse dreiging gericht te bestrijden. In algemene zin onderschrijft het kabinet de voorstellen van de Commissie om de weerbaarheid van de EU te vergroten tegen terrorisme, de veiligheid van mensen zowel offline als online te beschermen en de samenwerking met internationale partners te versterken. Het kabinet gaat hieronder in op een aantal specifieke thema’s, waarbij aanknopingspunten worden gezien.
Het kabinet is tevreden dat de agenda het belang onderkent van een brede aanpak en dat daarbinnen in het bijzonder aandacht is voor een aantal elementen die ook in de Nederlandse aanpak een grote rol hebben. Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie voor het beschermen van personen online. In het kader van de TOI-verordening worden momenteel verwijderverzoeken en verwijderbevelen voor schadelijke content verstuurd. In Nederland is de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) op grond van de Uitvoeringswet Terroristische Online-Inhoud (Uitvoeringswet TOI), waarmee de TOI-verordening is geïmplementeerd, bevoegd om verwijderbevelen uit te vaardigen aan online platformen ten aanzien van terroristische content. Op dit moment onderzoekt het kabinet of in Nederland ook het instrumentarium van verwijderverzoeken (weer) actief kan worden ingezet – voor gewelddadig extremistische content. Hoewel verdere verduidelijking van juridische verplichtingen wenselijk is, is het daarbij van belang dat een mogelijke vereenvoudiging van de TOI-verordening in geen geval leidt tot een vermindering van de druk op online platformen om verantwoordelijkheid te nemen. Het is daarnaast in de basis een goede ontwikkeling dat er een Europese hash-sharing database11 wordt ontwikkeld. Het kabinet zal de verdere vormgeving hiervan nauwlettend volgen, en kijkt tevens uit naar de resultaten van de Europese evaluatie van de TOI-verordening, die dit jaar worden verwacht. Deze evaluatie zal naast de uitkomsten van de nationale evaluatie van de Uitvoeringswet TOI worden gelegd om integraal te bezien waar verdere verbeteringen mogelijk of noodzakelijk zijn. Ook deze evaluatie wordt dit najaar verwacht. Uw Kamer zal hierover worden geïnformeerd.
Het is waardevol dat platformen zelf erkennen dat terrorisme en gewelddadig extremisme systeemrisico’s vormen. De DSA verplicht hen dan ook tot het nemen van mitigerende maatregelen tegen deze content. Voor een goede uitwerking van de DSA is de naleving en effectief toezicht hierop van groot belang. In dat kader verwelkomt het kabinet de nadruk op intensievere samenwerking tussen de Commissie en de digitale-diensten-coördinatoren, in Nederland de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Striktere naleving van de DSA is essentieel en vormt een centraal onderdeel van de Nederlandse Versterkte Aanpak Online. Het EUIF blijft het belangrijkste Europese gremium om in dialoog te blijven met platformen. Het kabinet zal zich blijvend inzetten voor verdere verbetering van de functionaliteit van dit forum en het behoud van de focus op online extremisme en terrorisme.
In het bijzonder verwelkomt het kabinet dat de nieuwe agenda expliciet verwijst naar de mogelijkheid om een vrijwillige gedragscode op te zetten, zoals eerder bepleit in het Nederlands-Duits-Franse non-paper.12 In dit non-paper dat op 17 december 2025 aan uw Kamer is gezonden, wordt de Commissie opgeroepen tot het treffen van aanvullende maatregelen ter bestrijding van online radicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme, in de vorm van een gedragscode. De opname van deze mogelijkheid in de agenda vormt een belangrijke stap richting meer gestructureerde en gezamenlijke afspraken met platformen over de aanpak van terroristische en extremistische content online. Het kabinet kijkt dan ook nadrukkelijk uit naar concrete voorstellen en initiatieven vanuit de Commissie om dit verder uit te werken en te operationaliseren. Het kabinet hecht eraan dat daarbij ook de effectiviteit en uitvoerbaarheid (incl. bijbehorende regeldruk) van de voorgestelde maatregelen en het belang van een werkbare definitie van gewelddadige extremistische content in acht worden genomen en zal dit nauwgezet in de gaten houden. Daar waar mogelijk zal Nederland actief bijdragen aan het komen tot een werkbare definitie conform de motie van het lid Michon-Derkzen (VVD).13 Tot slot is het positief dat er meer aandacht uitgaat naar de aanpak van borderline content, zoals ook door Europol wordt onderstreept, naar online gaming-omgevingen in de context van online radicalisering en naar de rol van AI in online radicalisering en de integratie in de bredere agenda.
Met betrekking tot het beschermen van personen in de fysieke omgeving verwelkomt het kabinet de inzet van de Commissie om werk te maken van de implementatie van verschillende EU wetsvoorstellen die de afgelopen jaren zijn aangenomen om het toezicht aan de EU-buitengrenzen te verbeteren en daarmee ook bijdragen aan het tegengaan van terroristische reisbewegingen. Later dit jaar zal het SIS ‘information alert’, waarnaar de Commissie verwijst, live gaan. Hiermee krijgt Europol een initiërende rol. Zo kunnen de lidstaten op voorstel van Europol en op basis van informatie uit betrouwbare derde landen relevante alerts in het SIS invoeren, zodat informatie over terroristen en verdachten beschikbaar is voor grens- en rechtshandhavingsautoriteiten. Het blijft aan de lidstaten om te bepalen of zij het alert in het systeem willen zetten. In algemene zin heeft de Commissie in de ProtectEU-strategie een ingrijpende herziening van het Europol-mandaat aangekondigd. Het kabinet benadrukt dat de huidige ondersteuning door Europol voldoet aan het merendeel van de vastgestelde behoeften van onze operationele diensten. Met betrekking tot verbeterde samenwerking met derde landen hecht het kabinet er aan zorgvuldig te kunnen (blijven) afwegen of en onder welke voorwaarden uit Nederland afkomstige gegevens in Europese informatiesystemen (waaronder SIS) worden gedeeld met derde landen. Het is belangrijk om fundamentele mensenrechten, EU-gegevensbescherming en veiligheidseisen hierbij in het oog te houden. Het gebruik van passagiersgegevens speelt een essentiële rol bij het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terrorisme en ernstige criminaliteit, zonder de reismogelijkheden van reguliere passagiers te belemmeren. Gezien het grensoverschrijdende karakter van terrorisme steunt het kabinet het initiatief van de Commissie om, in samenwerking met de lidstaten en de transportsector, de mogelijkheden te onderzoeken voor het verder versterken van het bestaande Europese Advance Passenger Information (API)/Passenger Name Records (PNR)-raamwerk. Dit omvat onder andere het delen van best practices op het gebied van het gebruik van passagiersgegevens binnen Europees verband. Het kabinet volgt de ontwikkelingen rondom het voornemen van de Commissie om de mogelijkheden te onderzoeken om het gebruik van passagiersgegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden uit te breiden naar maritieme en landvervoerders op de voet. Op dit moment is het kabinet niet voornemens om, vooruitlopend op de Europese ontwikkelingen, hier aanvullende nationale wetgeving voor op te stellen.
In de agenda wordt verwezen naar het EU Actionplan on Drone and Counter-Drone Security. Het kabinet verwelkomt de voorstellen uit dit actieplan en heeft de Tweede Kamer hierover in het desbetreffende BNC-fiche geïnformeerd.14 Het kabinet onderschrijft de ambitie van de Commissie om nieuwe trends en ontwikkelingen op het gebied van modus operandi en aanslagmiddelen nauwgezet te monitoren, en om onderzoek hiernaar een integraal onderdeel van deze inspanningen te laten zijn. Daarnaast spreekt het kabinet haar waardering uit voor het werk van de Commissie met betrekking tot het voorstel voor een richtlijn ter bestrijding van de illegale handel in vuurwapens en andere vormen van vuurwapencriminaliteit, de herziening van de EU-verordening over precursoren voor explosieven en het CBRN Preparedness and Response Action Plan. In deze initiatieven ziet het kabinet, naast het belang van een robuust EU-breed programma voor training en oefeningen, tevens mogelijkheden om de internationale informatie-uitwisseling verder te versterken. Een verbeterde uitwisseling van informatie kan bijdragen aan het tijdig signaleren van nieuwe trends en ontwikkelingen en ondersteunt daarmee de bredere doelstellingen van de Commissie. Tegelijkertijd wil het kabinet de aandacht vestigen op de toenemende zorgen rondom het misbruik van pyrotechnische artikelen en de momenteel beperkte controle op de beschikbaarheid van deze artikelen binnen de Europese Unie. In dit licht wil het kabinet het belang benadrukken van voortgang in het proces rond de herziening van Richtlijn 2013/29/EU. Deze richtlijn ziet op de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen. Het kabinet heeft deze zorgen reeds onder de aandacht gebracht in een brief aan de Commissie die in april 2025 is verzonden.15 In aanvulling daarop zal binnenkort een nieuwe gezamenlijke brief van de ministers van Nederland, Frankrijk en Zweden over dit onderwerp aan de Commissie worden verzonden.
Ten aanzien van de inzet van de Commissie op het tegengaan van terrorismefinanciering en ongewenste buitenlandse financiering, benadrukt het kabinet het belang om onderscheid te blijven maken tussen deze twee onderwerpen. Gerichte financiële stromen richting de EU kunnen overigens wel bijdragen aan onder andere radicalisering en polarisatie.
Het kabinet benadrukt, wat betreft het versterken van de juridische samenwerking, om in het bijzonder aandacht te hebben en blijven houden voor (samenwerking ten behoeve van) cumulatieve vervolging voor zowel terrorisme als internationale misdrijven zoals oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide. Aandacht hiervoor is van belang, omdat het zorgt voor volledige strafrechtelijke aansprakelijkheid en gerechtigheid voor slachtoffers.
In lijn met de NCTS, blijft het kabinet ook in Europees verband inzetten op gezamenlijke bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme en het versterken van onze veiligheid. Daarnaast wordt internationaal contraterrorismebeleid vormgegeven middels verschillende multilaterale fora zoals de Anti-ISIS-coalitie en het Global Counter Terrorism Forum (GCTF). Gezamenlijk kunnen nieuwe mondiale terrorismedreigingen geïdentificeerd, geduid en aangepakt worden, in lijn met onze nationale prioriteiten. Daarbij blijft het uitwisselen van informatie en de samenwerking tussen lidstaten ook bilateraal van groot belang.
Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting zal een grote meerderheid van de EU-lidstaten de agenda ondersteunen. In algemene zin onderschrijven alle lidstaten het belang van een brede aanpak van terrorisme en extremistisch geweld. De verwachting is dat lidstaten beperkt commentaar en wensen tot aanscherpingen op onderdelen zullen hebben, zoals versterking van de aanpak van de online dimensie van terrorisme en extremistisch geweld en de bescherming van kritieke infrastructuur. Naar verwachting kan de strategie op steun rekenen van het Europees Parlement.
Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief ten aanzien van de bevoegdheid. De mededeling heeft betrekking op de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Op het terrein van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, sub j, VWEU). Daarnaast bevindt een aantal van de aangekondigde plannen en maatregelen zich dicht tegen of op het terrein van nationale veiligheid. Op grond van artikel 4, lid 2, VEU dient de EU de essentiële staatsfuncties, zoals de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de nationale veiligheid te eerbiedigen.
Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief ten aanzien van de subsidiariteit. De mededeling heeft tot doel lidstaten te ondersteunen in het bestrijden van terrorisme en gewelddadig extremisme. Gezien het inherent grensoverschrijdende karakter van de relevante dreigingen, waaronder de online dreiging, kan dit niet alleen door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak nodig. Verder is de Unie het beste gepositioneerd om de agenda te bewerkstelligen gelet op de aard en de omvang ervan. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
Proportionaliteit
Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de proportionaliteit. De mededeling heeft tot doel lidstaten te ondersteunen in het bestrijden van terrorisme en gewelddadig extremisme. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, doordat de zes voorgestelde pijlers en de daarbij horende acties, namelijk het versterken van adequate voorbereiding op dreigingen, het versterken van de radicaliseringspreventie, de grotere inzet op de bescherming van (kwetsbare) personen en jongeren online, het versterken van grenstoezicht samen met zowel opsporing en vervolging in Europa als internationale samenwerking, allemaal wezenlijk bijdragen aan het bestrijden van terrorisme en gewelddadig extremisme binnen de Unie. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, doordat de mededeling bestaande samenwerking en initiatieven versterkt en nieuwe voorstellen doet zonder de ruimte van lidstaten te beperken of verdere verplichtingen op te leggen dan noodzakelijk.
Financiële gevolgen
Er wordt geen concrete informatie gegeven over eventueel verwachte financiële impact op de hoogte of uitgaven van de EU-begroting. Het kabinet is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021–2027, en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting van de EU.
Er wordt geen concrete informatie gegeven over eventueel verwachte financiële gevolgen voor de lidstaten. Vooralsnog lijkt het erop dat de agenda geen financiële gevolgen voor het Rijk heeft. Eventuele budgettaire gevolgen voor de nationale begroting worden in ieder geval ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling zelf bevat geen nieuwe wettelijke maatregelen en geeft daarmee geen aanleiding om gevolgen te verwachten op regeldruk en administratieve lasten, voor de overheid, bedrijfsleven of burgers. Enkele initiatieven die in de mededeling worden benoemd, worden nog verkend door de Commissie. Mogelijke regeldrukeffecten van deze initiatieven worden in kaart gebracht bij concretere en/of wetgevende voorstellen. De uiteindelijke regeldruk en administratieve lasten zijn afhankelijk van de specifieke invulling van de doelen in concreet aangekondigde beleidsmaatregelen. Het is niet uit te sluiten dat zowel de uitvoering van afzonderlijke beleidsmaatregelen als de uitvoering van de beleidsmaatregelen in onderling verband bezien aanleiding geven tot nieuwe regels of verhoging van de uitvoeringslasten. Bij de uitwerking van eventuele maatregelen zal het kabinet zich inspannen om onwenselijke gevolgen voor de regeldruk, administratieve lasten en andere uitvoeringslasten te voorkomen of te mitigeren. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met eventuele gevolgen voor lokale overheden. Tegen de achtergrond van de huidige geopolitieke ontwikkelingen, draagt de agenda bij aan het vergroten van de weerbaarheid van de EU tegen terroristische dreigingen die hier mogelijk het gevolg van zijn. Gelet op het gedeeltelijke transnationale karakter van de EU-inzet op terrorismebestrijding kan de agenda geopolitieke gevolgen hebben.
COM(2025) 148.↩︎
COM (2020) 795.↩︎
COM (2026) 81.↩︎
United Nations Investigative Team to Promote Accountability for Crimes Committed by Da'esh/ISIL.↩︎
De NCTS hanteert vier V’s voor de integrale aanpak: Verwerven, Voorkomen, Voorbereiden en Vervolgen. De NCTS loopt dit jaar af. Met relevante ketenpartners wordt gewerkt aan een nieuwe strategie, gebaseerd op de vier V’s.↩︎
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, december 2025↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 29754, nr. 774.↩︎
Het Europese In- en Uitreissysteem (EES), de Europese Reisautorisatie (ETIAS), het herziene Visuminformatiesysteem (VIS) en het interoperabiliteitsraamwerk.↩︎
Het SIS is operationeel in de meeste EU-landen en in de geassocieerde Schengenlanden (Zwitserland, Noorwegen, Liechtenstein en IJsland).↩︎
Richtlijn (EU) 2016/681.↩︎
Een ‘hash’ is een numerieke weergave van de oorspronkelijke inhoud van online content.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 29754 nr. 773.↩︎
Kamerstukken II, 2025-29, 29754, nr. 758.↩︎
BNC Fiche - Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones | Publicatie | Rijksoverheid.nl↩︎
Nederland en Frankrijk vragen opnieuw aandacht voor Europese aanpak van zwaar vuurwerk | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl↩︎