[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Jaarlijkse voortgangsrapportage budgettair-structureel plan voor de middenlange termijn

Bijlage

Nummer: 2026D17275, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 10:11, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Budgettair-Structureel Plan voor de Middellange Termijn en de Jaarlijkse Voortgangsrapportage (2026D17273)

Preview document (🔗 origineel)


JAARLIJKSE VOORTGANGSRAPPORTAGE OP HET

BUDGETTAIR-STRUCTUREEL PLAN

VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN

NEderland

April 2026


Inhoud

Inleiding 3

Hoofstuk 1: Politieke goedkeuring en consultatieproces 4

Hoofdstuk 2: Uitgavenpad en overzicht ontwikkeling economische en budgettaire variabelen 5

2.1: Uitgavenpad 5

2.2: Samenvatting belangrijkste economische en budgettaire variabelen 6

Hoofdstuk 3: Macro-economische ontwikkelingen 7

Hoofdstuk 4: Budgettaire ontwikkelingen 10

4.1 Ontwikkeling overheidsfinanciën 10

4.2: Inkomstenmaatregelen 13

Hoofdstuk 5: Hervormingen en Investeringen 15

Hoofdstuk 6: Voorwaardelijke verplichtingen 38

Annex 1: Voortgang European Pillar of Social Rights & Sustainable Development Goals 40


Inleiding

In de Jaarlijkse voortgangsrapportage rapporteren lidstaten van de Europese Unie over de voortgang op het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn. De Jaarlijkse Voortgangsrapportage (Annual Progress Report, APR) bestaat uit de stand van zaken van het meerjarig uitgavenpad, een update van het macro-economisch beeld en de voortgang op de investeringen en hervormingen die het kabinet heeft opgenomen in het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn (Medium-Term Fiscal Structural Plan, FSP) in het kader van de landspecifieke aanbevelingen en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Europese Unie. De cijfers in deze rapportage zijn gebaseerd op de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisatiecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Dit is het laatste jaar dat het APR terugkijkt op het huidige FSP. Het nieuwe kabinet, dat op 23 februari 2026 is aangetreden, maakt gebruik van de mogelijkheid om een nieuw FSP in te dienen. De budgettaire kaders hiervan zijn vastgesteld in de Voorjaarsnota 2026. Het nieuwe FSP is gelijktijdig met het APR naar de Europese Commissie verzonden en vormt de Europese vertaling van deze Voorjaarsnota.

Het kabinet houdt met het maatregelenpakket uit het coalitieakkoord vast aan trendmatig begroten. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het kabinet vasthoudt aan de Europese referentiewaarden voor het tekort (3% bbp) en de schuld (60% bbp). Het EMU-saldo en de EMU-schuld vallen gunstiger dan eerder geraamd in de Ontwerpbegroting (Draft Budgetary Plan, DBP). Het EMU-saldo komt volgens het CBS in 2025 uit op -1,6% van het bbp en de EMU-schuld op 44,4% van het bbp.

De groei van de netto primaire uitgaven viel met 7,2% in 2025 hoger uit dan het aanbevolen uitgavenpad van 3,5%. Ondanks dat de uitgavengroei van Nederland in 2025 meer steeg dan de aanbeveling van de Raad, blijven de overheidsfinanciën binnen de Europese referentiewaarden gedurende de kabinetsperiode van het kabinet Jetten.

In 2025 en 2026 zet de groei van de economie verder door, hoewel de economische vooruitzichten onzeker zijn door geopolitieke spanningen. Naar verwachting zet de economische groei van 2025 (1,9%) door met 1,4% in 2026 en 1,1 % in 2027 en wordt deze breedgedragen door consumptie, investeringen en overheidsbestedingen. De inflatie neemt af richting de 2%-doelstelling, maar blijft hoger dan in de rest van de eurozone. De economische vooruitzichten zijn zeer onzeker door geopolitieke spanningen, zoals de oorlog in het Midden-Oosten.

Het merendeel van de hervormingen en investeringen in het kader van de landspecifieke aanbevelingen, zoals gerapporteerd in het FSP, ligt op schema of is reeds voltooid. Daarnaast adresseren de hervormingen en investeringen de Europese waarden die in de Sustainable Development Goals (SDG’s) en de European Pillars of Social Rights (EPSR) staan beschreven en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie.

De rapportage gaat eerst in op het uitgavenpad en de economische ontwikkelingen. Vervolgens worden de hervormingen en investeringen toegelicht. Hoofdstuk 1 licht het proces toe dat is gevolgd voor politieke consultatie. Hoofdstuk 2 gaat in op de ontwikkeling van het uitgavenpad, de belangrijkste sturingsvariabele onder het herziene SGP. Hoofdstuk 3 beschrijft de economische ontwikkelingen, die onderliggend zijn aan het uitgavenpad. Hoofdstuk 4 presenteert de budgettaire ontwikkelingen die horen bij het uitgavenpad. Hoofdstuk 5 gaat in op zowel de landspecifieke aanbevelingen en gedeelde prioriteiten van de Commissie als de hervormingen die het kabinet voorstelt om deze te adresseren. Tot slot beschrijft hoofdstuk 6 de voorwaardelijke financiële verplichtingen en de mogelijke budgettaire gevolgen hiervan.

Hoofstuk 1: Politieke goedkeuring en consultatieproces

Dit hoofdstuk gaat in op het proces waarmee het consultatieproces is vormgegeven.

Het APR is verzonden aan de Eerste en Tweede Kamer op 13 april 2026. Daarnaast is een concept van het APR voorgelegd aan de Raad van State en het CPB. De Afdeling Advisering van de Raad van State en het CPB zijn de Nederlandse onafhankelijke begrotingsinstellingen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de Europese begrotingsregels. Deze rol vloeit voort uit EU Verordening 2024/1263 en Richtlijn 2024/1265 en is vastgelegd in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof).

Het CPB is belast met het opstellen van onafhankelijke ramingen en analyses, terwijl de Afdeling advisering van de Raad van State verantwoordelijk is voor het onafhankelijke begrotingstoezicht. Daarmee is een duidelijke scheiding aangebracht tussen enerzijds de normatieve toetsing en (deels bestuurlijke) weging van de naleving van begrotingsafspraken en anderzijds het onafhankelijk opstellen van prognoses en analyses. De in deze rapportage gebruikte cijfers zijn gebaseerd op de meest recente raming van het CPB. Het macro-economisch beeld en de raming van de overheidsfinanciën zijn op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP). Daarnaast zijn realisatiecijfers van het CBS gebruikt. De reactie van de Raad van State zal als bijlage worden toegevoegd aan het FSP.

Ook is er een concept van het FSP en het APR voorgelegd aan de sociale partners via de Sociaal Economische Raad (SER). Een reactie van de sociale partners op de hervormingen en investeringen in het APR en FSP is als bijlage toegevoegd aan het FSP. Bij totstandkoming van het beleid dat in dit APR wordt beschreven, worden alle relevante stakeholders betrokken via de reguliere wetgevingsprocessen.

Hoofdstuk 2: Uitgavenpad en overzicht ontwikkeling economische en budgettaire variabelen

In dit hoofdstuk wordt de geraamde ontwikkeling van de netto-primaire uitgaven geschetst en vergeleken met het door de Raad voor Nederland vastgestelde uitgavenpad. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste economische en budgettaire variabelen. In de hoofdstukken hierna worden deze variabelen specifiek toegelicht.

2.1: Uitgavenpad

Het uitgavenpad wordt gedefinieerd als maximaal toegestane groei van de netto primaire uitgaven volgens de regels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Dit betreft de overheidsuitgaven exclusief rentelasten, cyclische werkloosheidsuitgaven, uitgaven die worden gedekt met middelen uit de EU-begroting, cofinanciering van Europese subsidies en tijdelijke en eenmalige uitgaven (‘one-offs’). Bij het vaststellen van de netto primaire uitgaven wordt daarnaast rekening gehouden met discretionaire inkomstenmaatregelen. Dat wil zeggen dat een beleidsmatige verhoging van de belastingen mag leiden tot hogere uitgavengroei terwijl een beleidsmatige verlaging van de belastingen moet leiden tot lagere uitgavengroei. Hierdoor behouden lidstaten flexibiliteit in de samenstelling van inkomsten en uitgaven.

Het uitgavenpad dient volgens de regels van het SGP aan een aantal eisen te voldoen. Zo moet het uitgavenpad ervoor zorgen dat de overheidsschuld van lidstaten op de middellange termijn (de tien jaar na de aanpassingsperiode) op een prudent niveau blijft onder de 60% bbp, of geloofwaardig daalt indien de schuld hoger is dan 60% bbp. Ook moet dit uitgavenpad ervoor zorgen dat het tekort onder de 3% bbp blijft op de middellange termijn. Of de schuld geloofwaardig daalt, wordt getoetst met een zogenoemde schuldhoudbaarheidsanalyse.

In dit APR wordt de ontwikkeling van de netto primaire uitgaven in 2025 nog getoetst aan het op 21 januari 2025 door de Raad van de Europese Unie aan Nederland aanbevolen uitgavenpad. De Raad van de Europese Unie (de Raad) heeft een maximum voor de uitgavengroei voor Nederland voor de periode van 2025 tot 2028 aanbevolen in de raadsaanbeveling van 21 januari 2025. Hiermee volgt de Raad de technische informatie die de Commissie heeft verstrekt voor het FSP, dat in oktober 2024 is ingediend. Volgens het door de Raad aanbevolen uitgavenpad kan Nederland, om te voldoen aan de eisen die worden gesteld aan het uitgavenpad, de netto primaire uitgaven jaarlijks met gemiddeld 3,2% laten groeien in de periode van 2025 tot 2028. Specifiek mogen de uitgaven groeien met ten hoogste 3,5% in 2025, 3,3% in 2026 en 3,0% in zowel 2027 en 2028. 2024 is een overgangsjaar van de oude naar de nieuwe Europese begrotingsregels, waarbij de Commissie de jaarlijkse uitgavengroei toetst aan de landspecifieke aanbeveling van de Raad aan Nederland voor 2024 voor de maximale groei van de netto primaire overheidsuitgaven (3,5%). Ook loopt de uitgavengroei van 2024 mee in de cumulatieve uitgavengroei. De cumulatieve uitgavengroei wordt berekend op basis van het basisjaar 2023, ook in het aanbevolen pad van de Raad. De cumulatieve groeicijfers worden gebruikt bij het toezicht op de naleving van het uitgavenpad in de controlerekening. Daarin wordt de realisatie van de uitgavengroei van 2024 ook meegenomen in de cumulatieve uitgavengroei.

De netto uitgavengroei kwam in 2024 uit op 5,9% en in 2025 op 7,2%. Hiermee voldeed Nederland niet aan de landspecifieke aanbeveling om de overheidsuitgaven in 2024 niet meer te laten groeien dan 3,5%. In 2025 overschreed de uitgavengroei de maximaal toegestane groei van 3,5% met 3,7%-punt. Dit is een grotere overschrijding dan werd geraamd bij het DBP, dat uitging van 7,0% uitgavengroei in 2025. De verwachte uitgavengroei voor 2026 is 4,7%, wat hoger is dan eerder geraamd in de MEV van het CPB (3,9%). Dit is hoger dan het aanbevolen pad van de Europese Commissie van 3,3%. Een deel van hogere uitgavengroei in 2026 dan eerder werd geraamd bij de MEV kan worden verklaard door de lagere groei in 2025. De geraamde uitgavengroei van 2024 tot en met 2026 (18,9%) overschrijdt de maximaal toegestane cumulatieve uitgavengroei (14,0%). Een overzicht is weergeven in tabel 1.

Tabel 1: jaarlijkse groei van de netto primaire uitgaven. Zowel het aanbevolen pad als de raming van het CPB.

Groei in % 2024 2025 2026
CPB: Groei van de netto primaire uitgaven per jaar – geraamd CEP 5,9 7,2 4,7
CPB: Groei van de netto primaire uitgaven cumulatief – geraamd CEP 5,9 13,5 18,9
Aanbeveling van de Raad: Groei van de netto primaire uitgaven per jaar 6,61 3,5 3,3
Aanbeveling van de Raad: Groei van de netto primaire uitgaven cumulatief 6,6 10,3 14,0
Landspecifieke aanbeveling: Groei van de netto primaire uitgaven 3,5

2.2: Samenvatting belangrijkste economische en budgettaire variabelen

Tabel 2 presenteert een samenvatting van de belangrijkste budgettaire variabelen. Het structureel saldo komt in 2025 uit op -1,0% bbp. De overheidsschuld over 2025 komt uit op 44,4% bbp. In Hoofdstuk 3 en 4 worden deze variabelen nader toegelicht.

%bbp 2023 2024 2025 2026
EMU-saldo -0,4 -0,9 -1,6 -2,6
Structureel saldo -0,9 -0,4 -1,0 -1,4
Structureel primair saldo -0,2 0,4 -0,4 -0,6
Overheidsschuld 45,2 43,7 44,4* 45,3
Verandering in overheidsschuld -3,2 -2,1 0,7* 0,9

Tabel 2: ontwikkeling van de belangrijkste variabelen

*2025 is geactualiseerd op basis van realisaties van het CBS

Hoofdstuk 3: Macro-economische ontwikkelingen

In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de belangrijkste macro-economische ontwikkelingen in 2025 en 2026 voor Nederland. Hierbij is de meest recente macro-economische raming van het CPB gebruikt.

In 2025 zette de groei van de economie verder door. De bbp-groei was in 2025 1,8%, nadat het bbp met 1,1% toenam in 2024.2 Inmiddels vonden dus weer twee jaren van groei plaats, nadat deze in 2023 stagneerde. In 2025 werd de economische groei voornamelijk gedreven door consumptie van huishoudens (+1,4%) en de overheid (+2,6%). Zie figuur 1 voor de ontwikkeling van de groeibijdragen. De investeringen stegen licht met 0,5%, nadat deze in 2024 nog daalden. Omdat de uitvoer harder steeg dan de invoer, droeg ook het handelssaldo licht bij aan de groei.

Naar verwachting zet de economische groei door met 1,4% in 2026 en 1,1% in 2027 en wordt deze breedgedragen door consumptie, investeringen en overheidsbestedingen. Het CPB raamt de economische groei van 1,4% in 2026 en 1,1% in 2027.3 Het CPB verwacht dat de consumptie van huishoudens in 2026 en 2027 doorgroeit wegens een positieve koopkrachtontwikkeling. De lonen stijgen nog steeds harder dan de inflatie. Daarnaast blijft de overheidsconsumptie groeien, hoewel in mindere mate, met name door hogere defensie-uitgaven. Investeringen zullen in 2026 (1,2% groei) en 2027 (1,5% groei) weer een groter deel van het BBP vertegenwoordigen. Dit wordt aangejaagd door de energietransitie.4 Voor het handelssaldo wordt een negatieve impact verwacht op het bbp.

Het economisch beeld is verbeterd ten opzichte van de cijfers uit de ontwerpbegroting van 2026. De bbp-groei kwam in 2025 0,3%-punt hoger uit dan geraamd in het CEP. De raming van de bbp-groei in 2026 is met 1,4% met gelijkgebleven. Op de middellange termijn heeft het CPB de ramingen voor de economische groei licht negatief bijgesteld.

Figuur 1 Groeibijdragen bestedingen

De inflatie neemt af richting de 2%-doelstelling, maar blijft hoger dan in de rest van de eurozone. De HICP-inflatie in 2025 kwam uit op 3,0%. De daling van de inflatie in 2025 wordt vooral verklaard door afnemende kerninflatie en product gebonden belastingen, waarvan de bijdrage in de afgelopen periode verdween. Hoewel het verschil kleiner wordt, blijft de inflatie daarmee hoger dan het eurozone-gemiddelde. Dit ligt aan het vraagoverschot in de economie dat zorgt voor opwaartse druk op goederen- en dienstenprijzen.5 De inflatie neemt in de komende jaren naar verwachting verder af richting de 2%-doelstelling, al zorgen geopolitieke spanningen voor onzekerheid. Het CPB raamt de inflatie (HICP) voor 2026 op 2,1% en in 2027 op 1,9%. Dat de inflatie verder wordt afgeremd voorkomt een verslechtering van de koopkracht en heeft daarmee een positief effect op de economie.

Ondanks een gematigd groeiende economie, neemt de werkloosheid licht toe. De economie groeit al een aantal jaren gestaag. De arbeidsmarkt is nog steeds krap na een aantal jaren van forse krapte, maar sinds de piek van medio 2022 neemt dit wel iets af. Eind 2025 waren er voor het eerst in vier jaar meer werklozen dan vacatures met voor elke 100 werklozen 93 vacatures. 73,2% van de beroepsbevolking was aan het werk. Op dit moment is 4,0% van de beroepsbevolking werkloos. De lonen stegen in 2025 gestaag verder, met nog steeds gemiddeld 5,0% groei van CAO-lonen.

De economische vooruitzichten zijn onzeker door geopolitieke spanningen en handelsconflicten. Economische schokken die samenhangen met geopolitieke spanningen en conflicten blijven het voornaamste risico voor de financiële stabiliteit en economische vooruitzichten. De internationale rechtsorde staat onder druk waardoor mondiale samenwerking en consistentie van beleid en regelgeving afneemt. De belangrijkste bronnen van onzekerheid in dit kader zijn de voortdurende Russische agressie in Oekraïne en de oorlog in het Midden-Oosten. De importheffingen vanuit de VS blijven ook een bron van onzekerheid. Nederland is via directe handel en via internationale waardeketens blootgesteld aan het Amerikaanse handelsbeleid.6 Daarnaast is er veel volatiliteit op financiële markten.7 Tot slot vormen ook cyber- of hybride incidenten gericht op kritieke (digitale) infrastructuur of het financiële systeem een risico voor de Nederlandse economie. Eventuele nieuwe geopolitieke schokken vormen richting de komende jaren een risico via de open economie die Nederland heeft. De Nederlandse economie heeft zich afgelopen jaar robuust getoond. Dit is mede te danken aan het aanhouden van kapitaalbuffers bij financiële instellingen en een lage overheidsschuld. Daarnaast draagt de sterke verwevenheid met de interne Europese markt juist bij aan stabiliteit. Dankzij deze goede uitgangspunten is de verwachting dan ook dat de groei de komende jaren aanhoudt.

De lange rente schommelt rond de 2,7%. In 2024 was de lange rente voor Nederland iets lager met 2,6%, in 2025 weer wat hoger met 2,8%. De ontwikkeling van de lange rente hangt af van de inflatieontwikkelingen, het rentepad van de Europese Centrale Bank en de reactie van financiële markten op de economische ontwikkelingen en -onzekerheden. Het CPB baseert de raming van de rente op marktprijzen.

De productiviteitsgroei veert op in 2025, maar de vooruitzichten blijven gematigd. De arbeidsproductiviteit voor bedrijven nam na twee jaren van krimp weer toe met 3,2% in 2025. De structurele productiviteitsgroei wordt geraamd op 0,7% per jaar voor de komende jaren. Het CPB wijst op de afgenomen groei in globalisering, het onzekere verloop van kunstmatige intelligentie, verdienstelijking van de Nederlandse economie en de afnemende groei van de scholingsgraad van de beroepsbevolking.

Tabel 3a: Overzicht van macro-economische ontwikkelingen

2023 2023 2024 2025 2026
ESA-code niveau Verandering t.o.v. voorafgaand jaar (%)
1. Reëel bbp B1*g 0,1 1,1 1,8* 1,4
2. Bbp deflator 7,3 5,7 3,2 2,9
3. Nominaal bbp B1*g 1.067,6 7,4 6,9 5,0* 4,3
Componenten van het reële bbp
4. Particuliere consumptieve bestedingen P.3 0,8 1,1 1,4 1,5
5. Consumptieve bestedingen van de overheid P.3 2,9 3,6 2,2 1,7
6. Bruto investeringen in vaste activa P.51 1,3 -0,4 0,5 1,2
7. Voorraadmutaties (% bbp) P.52 + P.53 -2,3 0,0 0,2 0,0
8. Uitvoer van goederen en diensten P.6 -0,5 -0,2 2,6 2,3
9. Invoer van goederen en diensten P.7 -1,8 0,1 2,5 2,5
Bijdragen aan reële bbp-groei
10. Finale binnenlandse vraag 1,5 1,5 1,4 1,5
11. Voorraadmutaties P.52 + P.53 -2,3 0,0 0,2 0,0
12, Extern saldo van goederen en diensten B.11 1,1 -0,2 0,4 0,1
Deflator en HICP
13. Particuliere consumptiedeflator 6,9 2,5 2,4 1,7
14. HICP 4,1 3,2 3,0 2,1
15. Overheidsconsumptie-deflator 6,1 6,0 3,7 2,8
16. Investeringsdeflator 4,1 4,7 3,7 3,0
17. Uitvoerprijsdeflator (goederen en diensten) -0,9 0,9 0,4 0,5
18. Invoerprijsdeflator (goederen en diensten) -3,4 -1,7 -0,2 -0,6
Arbeidsmarkt
19. Werkgelegenheid (1000 personen, nationale rekeningen) 10.233 1,6 1,0 0,6 0,3
20. Gemiddeld aantal jaarlijkse gewerkte uren per werkzaam persoon 1.439 -0,3 0,3 -1,5 0,3
21. Reëel bbp per werkzaam persoon -1,5 0,1 1,2 1,1
22. Reëel bbp per gewerkt uur -1,2 -0,2 2,9 0,8
23. Loonsom van werknemers (in mld.) D1 489,6 7,7 7,3 6,3 5,1
24. Loonsom per werknemer (x1000 euro) 47,800 5,9 6,3 5,6 4,7
25. Werkloosheid (% van de beroepsbevolking) 3,6 3,7 3,9 4,1
Componenten van het potentiële bbp
26. Potentieel bbp 2,3 1,8 1,7 1,4
Bijdragen aan het potentieel bbp
27. Arbeid 1,2 1,0 0,9 0,6
28. Kapitaal 0,5 0,5 0,5 0,5
29. Totale factor productiviteit 0,5 0,3 0,4 0,4
30. Output gap (% van potentieel bbp) 0,1 -0,9 -0,8 -0,8

*2025 is geactualiseerd op basis van realisaties van het CBS

Tabel 3b: Externe macro-economische ontwikkelingen

2023 2024 2025 2026
1. Korte termijn rente %, jaarlijks gemiddelde 3,4 3,6 2,2 2,0
2. Lange termijn rente %, jaarlijks gemiddelde 2,8 2,6 2,8 2,9
3. USD/EUR wisselkoers jaarlijks gemiddelde 1,1 1,1 1,1 1,2
4. Wereld reëel bbp (excl. EU) groei % 3,8 3,9 3,7 3,5
5. EU reëel bbp groei % 0,4 0,9 1,5 1,3
6. Wereld import volumes (excl. EU) groei % 2,2 5,2 5,1 3,1
7. Olieprijzen Brent, USD/vat 80,5 78,6 67,4 59,6


Hoofdstuk 4: Budgettaire ontwikkelingen

In dit hoofdstuk worden de realisaties en de ramingen van het EMU-saldo en de EMU-schuld voor 2025 en 2026 gepresenteerd en vergeleken met het DBP. Ook geeft het hoofdstuk een update van de discretionaire inkomstenmaategelen.

4.1 Ontwikkeling overheidsfinanciën

Het EMU-saldo in 2025 bedraagt naar verwachting -1,6% van het bbp, en is hiermee gunstiger dan de -1,9% bbp die geraamd werd in het DBP. Rekening houdend met het Nederlandse begrotingsproces worden deze verschillen gedetailleerd toegelicht in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2025, dat wordt gepubliceerd op 21 mei 2026.

In 2026 verslechtert het EMU-saldo naar verwachting richting -2,6% bbp. Dit valt grotendeels te verklaren door het omzetten van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen naar een kapitaaldekkingsstelsel (affinancieren), wat tot een incidentele verslechtering van het saldo van 0,7% bbp in 2026 leidt.8

Figuur 2: Realisatie en raming EMU-saldo (bron: CBS (2020-2025) en CPB (2026))

De EMU-schuld bedroeg in 2025 44,4% van het bbp, en blijft daarmee ruim onder de Europese referentiewaarde van 60%. Dit is lager dan 44,8% van het bbp dat in het DBP voor 2025 werd geraamd. Dit wordt verklaard door het gunstiger dan verwachte EMU-saldo en de hoger dan verwachte economische groei voor 2025. Ook in 2026 blijft de schuld volgens het CEP van het CPB met 45,3% naar verwachting lager dan eerder geraamd.

Figuur 3: Realisatie en raming EMU-schuld (bron: CBS (2020-2025) en CPB (2026))

Tabel 4a: Overzicht overheidsfinanciën

Budgettaire projecties 2023 2023 2024 2025 2026
Inkomsten ESA code € mld. % bbp % bbp % bbp % bbp
1. Belastingen op productie en import D.2 118,8 11,1 11,2 11,1 11,1
2. Belastingen op inkomen, vermogen etc. D.5 156,3 14,6 14,9 14,6 15,0
3. Sociale bijdragen D.61 134,6 12,6 12,6 12,9 12,7
4. Overige inkomsten (P.11+P.12+P.131)+D.39 + D.4 + D.7 44,0 4,1 4,3 4,2 4,1
5. Vermogensheffingen D.91 3,1 0,3 0,3 0,4 0,4
6. Overige kapitaalinkomsten D.92+D.99 0,5 0,0 0,0 0,0 0,0
7. Totale inkomsten (= 1+2+3+4+5+6) TR 457,4 42,8 43,5 43,3* 43,3
8. Waarvan: EU overdrachten D.7EU+D.9EU 0,5 0,0 0,2 0,1 0,1

9. Totaal inkomsten anders dan

overdrachten van de EU (= 7-8)

456,9 42,8 43,3 43,0 43,2
10. Inkomstenmaatregelen (incrementen,
exclusief door EU gefinancierde maatregelen)
3,3 0,3 0,2 -0,5 0,2
11. Eenmalige inkomsten opgenomen in de
prognoses (niveaus, exclusief door EU
gefinancierde maatregelen)
5,4 0,5 0,4 -0,1 0,0
Uitgaven € mld. % bbp % bbp % bbp % bbp
12. Beloning van werknemers D.1 88,8 8,3 8,7 8,7 8,7
13. Intermediair verbruik P.2 67,2 6,3 6,7 6,7 6,6
14. Rente-uitgaven D.41 7,3 0,7 0,7 0,7 0,8
15. Sociale uitkeringen ( exclusief sociale
overdrachten in natura)
D.62 109,9 10,3 10,5 10,7 10,8
16. Sociale overdrachten in natura
aangekochte marktproducten
D.632 108,1 10,1 10,5 10,6 10,8
17. Subsidies D.3 18,0 1,7 1,4 1,3 1,4
18. Overige uitgaven D.29 + (D.4-D.41) + D.5 + D.7 + D.8 21,6 2,0 1,8 2,0 2,2
19. Bruto-investeringen in vaste activa P.51 33,6 3,1 3,3 3,5 3,6
20. Waarvan: nationaal gefinancierde
overheidsinvesteringen
33,6 3,1 3,3 3,5 3,6
21. Kapitaaloverdrachten D.9 8,0 0,8 0,9 0,6 1,2
22. Overige kapitaaluitgaven P.52+P.53+NP -1,4 -0,1 -0,1 -0,1 -0,2

23. Totale uitgaven (= 12+13+14+15

+ 16 +17+18+19+21+22)

TE 461,2 43,2 44,4 44,9* 45,9
24. Waarvan: Uitgaven gefinancierd door EU
overdrachten (= 8)
D.7EU+D.9EU 0,5 0,0 0,2 0,1 0,1
25. Nationaal gefinancierde uitgaven (23-24) 460,7 43,2 44,2 44,6 45,8
26. Nationale co-financiering van
programmas gefinancierd door de Unie
1,2 0,1 0,0 0,0 0,0
27. Conjuncturele component van
werkloosheidsuitkeringen
-0,5 0,0 0,0 0,1 0,1
28. Eenmalige uitgaven inbegrepen in de
projecties (niveaus, exclusief EU
gefinancierde maatregelen)
0,0 0,0 0,5 0,0 0,7
29. Netto nationaal gefinancierde primaire
uitgaven (voor inkomstenmaatregelen) (=
25-26-27-28-14)
452,7 42,4 43,1 43,8 44,1
Netto primaire uitgavengroei %g %g %g %g %g
30. Netto nationaal gefinancierde primaire
uitgavengroei
7,8 5,9 7,2 4,7
Balansen € mld. % bbp % bbp % bbp % bbp
31. Netto overschot/tekort(= 7-23) B.9 -3,8 -0,4 -0,9 -1,6 -2,6
32. Primaire balans (= 31-14) B.9-D.41p 3,5 0,3 -0,2 -0,9 -1,7
Conjuncturele aanpassing
33. Structureel saldo -0,9 -0,4 -1 -1,4
34. Structureel primair saldo -0,2 0,4 -0,4 -0,6
Schuld € mld. % bbp % bbp % bbp % bbp
35. Overheidsschuld 482,2 45,2 43,7 44,4* 45,3
36. Verandering in schuld 1,1 -3,2 -2,1 0,7* 0,9
37. Bijdragen aan verandering in schuld
38. Primair saldo (= minus 32) -0,3 0,2 0,9 1,7
39. Sneeuwbaleffect -2,7 -2,3 -1,5 -1
40. Rentebetalingen (=14) 0,7 0,7 0,7 0,8
41. Groei 0,0 -0,5 -0,8 -0,6
42. Inflatie (HICP) -3,3 -2,5 -1,3 -1,2
43. Stock-flow aanpassing (= 36-38-39) -0,3 -0,1 1,3* 1,9
% % % % %
44. Impliciete rente op schuld 1,5 1,6 1,6 2,1
Defensie € mld. % bbp % bbp % bbp % bbp
45. Totale defensie uitgaven COFOG 2 14,4 1,3 1,6 1,7 1,9
46. Waarvan investeringen COFOG 2, P.51g 1,8 0,2 0,2 0,2 0,2

*2025 is geactualiseerd op basis van realisaties van het CBS

4.2: Inkomstenmaatregelen

Bij het vaststellen van het uitgavenpad wordt rekening gehouden met discretionaire inkomstenmaatregelen. In tabel 4b wordt een overzicht gegeven van de totale discretionaire inkomstenmaatregelen per jaar. Dit overzicht bevat niet alleen de maatregelen die door dit kabinet zijn getroffen, maar ook maatregelen die door vorige kabinetten zijn genomen en nog effect hebben in de komende jaren.

Voor de discretionaire inkomstenmaatregelen is het statische effect van fiscale beleidswijzigingen relevant. Het statische effect is het effect van een beleidsmatige tariefswijziging bij gelijkblijvende grondslag of het effect van een beleidsmatige grondslagwijziging bij gelijkblijvend tarief. Daar waar relevant, telt ook het eerste-orde gedragseffect mee. Dit zijn directe effecten op de grondslag van de belasting waar de maatregel betrekking op heeft. Dit leidt tot een meer realistische inschatting van de effecten van een tariefswijziging en daarmee tot een betere afweging. Ook wordt rekening gehouden met direct samenhangende fiscale kruiselasticiteiten wanneer die van toepassing zijn. Met kruiselasticiteiten tussen een beleidswijziging aan de uitgavenkant (waaronder normerende maatregelen) en de fiscaliteit wordt geen rekening gehouden tenzij dit leidt tot mogelijk ondoelmatige keuzes of onbedoelde uitkomsten. Een stimulans, zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenkant, van elektrisch rijden kan bijvoorbeeld ook (andere) auto-gerelateerde belastingen substantieel beïnvloeden.

Op het moment dat inkomstenmaatregelen in wetgeving worden omgezet, worden de budgettaire effecten van de maatregelen eenmalig herijkt. Bij het herijken worden de laatste (economische) inzichten meegenomen om te zorgen voor een zo accuraat mogelijke raming.

Tabel 4b. Verwachte impact van discretionary revenue measures (DRM’s)

Belastingsoort Eenmalig 2024 2025 2026
Bankenbelasting Nee 150 0 0
BPM Nee -102 586 557
CBAM Nee 0 0 211
CO2-heffing glastuinbouw Nee 0 52 5
CO2-heffing industrie Nee 0 0 0
Kolenbelasting Nee 0 0 0
Vennootschapsbelasting Nee 20 990 -233
Vennootschapsbelasting Ja 0 -1040 1040
Dividendbelasting Nee -265 74 115
Dividendbelasting Ja -5971 966 -483
Alcoholaccijns Nee 26 0 0
Bieraccijns Nee 41 0 0
Accijns op lichte oliën Nee -89 -77 228
Accijns op minerale oliën anders dan lichte olie Nee -16 -77 56
Tabaksaccijns Nee 361 170 0
Wijnaccijns Nee 23 0 0
Energiebelasting Nee -96 14 -198
Schenk en erfbelasting Nee 13 -13 55
ETS Nee 175 -187 152
Vliegbelasting Nee 82 24 13
Kansspelbelasting Nee 26 102 100
Premie zorgverzekeringswet Nee -1531 1250 -3050
Belasting op zware motorrijtuigen Nee 0 0 -109
Inkomensheffing box 1 Nee 2796 -1232 1706
Inkomensheffing box 2 Nee -198 -128 -272
Inkomensheffing box 2 Ja 4811 -5375 246
Inkomensheffing box 3 Nee 1591 -1787 454
Inframarginale heffing Nee 179 -179 0
Niet nader toe te rekenen Nee 0 -3 -2
Verhuurderheffing Nee -271 -399 -219
Motorrijtuigenbelasting Nee -28 30 49
Premies werknemersverzekeringen Nee 546 588 545
Overdrachtsbelasting Nee 9 -185 6
Suikerbelasting Nee 0 0 0
Opslag duurzame energie Nee 41 25 -40
Verbruiksbelasting niet-alcoholhoudende dranken Nee 396 0 0
Omzetbelasting Nee 0 -211 1195
Afvalstoffenbelasting Nee 0 0 0
Waterbelasting Nee 0 0 64
Totaal 2717 -6019 2191
Totaal (eenmalig) -1160 -5449 803
Totaal (niet eenmalig) 3878 -570 1388

Herstel- en Veerkrachtplan

Het Nederlandse Herstel en Veerkrachtplan (HVP) bestaat uit een combinatie van hervormingen en investeringen ter waarde van 5,4 miljard euro. Nederland heeft inmiddels drie betaalverzoeken ingediend die door de Europese Commissie zijn goedgekeurd en uitbetaald. Daarmee heeft Nederland inmiddels 3 miljard euro ontvangen. Nederland is voornemens in 2026 het vierde en vijfde betaalverzoek in te dienen. Nederland ontvangt geen leningen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit.

Tabel 4c: HVP-subsidies

2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026
Ontvangsten van HVP-subsidies % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp
1. HVP subsidies zoals meegenomen in de ontvangst projecties 0,00% 0,00% 0,00% 0,12% 0,10% 0,24%
2. Ontvangsten van de HVP subsidies 0,00% 0,00% 0,00% 0,12% 0,10% 0,04%
Uitgaven gefinancierd door HVP-subsidies % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp
3. Totale lopende uitgaven 0,01% 0,05% 0,06% 0,09% 0,07% 0,05% 0,04%
4. Bruto vaste kapitaalformatie 0,00% 0,02% 0,02% 0,03% 0,02% 0,02% 0,01%
5. Andere kapitaaluitgaven 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
6. Totale kapitaaluitgaven 0,00% 0,02% 0,02% 0,03% 0,02% 0,02% 0,01%
Andere kosten gefinancierd door HVP-subsidies % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp % bbp
7. Verlaging van belastinginkomsten 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
8. Andere kosten met impact op ontvangsten 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
9. Financiële transacties 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%


Hoofdstuk 5: Hervormingen en Investeringen

Nederland heeft in 2024 in het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn hervormingen en investeringen gerapporteerd, die de landspecifieke aanbevelingen en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie adresseren. In dit hoofdstuk wordt de voortgang op deze hervormingen en investeringen beschreven.

In tabel 5A is de status te lezen van de hervormingen en investeringen sinds het opstellen van het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn in het najaar van 2024 (zie laatste kopje) tot de aanstelling van het huidige kabinet. De maatregelen die worden genomen door het huidige kabinet zijn opgenomen in het nieuwe budgettair-structureel plan van 2026. Bijlage 1 bevat een nadere toelichting op de voortgang en nieuwe belangrijke ontwikkeling indien toepasbaar. Bijlage 3 geeft een overzicht van de hervormingen en investeringen die verband houden met de Sustainable Development Goals en de European Pillars of Social Rights.

Over het algemeen is Nederland goed op weg (on track) met 59 maatregelen. Er zijn 17 maatregelen afgerond (completed of fulfilled), en er zijn slechts enkele maatregelen vertraagd (delayed) of niet afgerond (not completed). Dit gaat om maatregelen 6. Per maatregel is onder de tabel toegelicht wat de voortgang is. Daarnaast erkent Nederland het belang van het voorkomen en corrigeren van macro-economische onevenwichtigheden. Nederland wacht de uitkomsten van het door de Commissie aangekondigde diepteonderzoek naar het overschot op del opende rekening en de hoge private schulden af. Dit is reeds aan de Europese Commissie gecommuniceerd, waarover de Tweede Kamer ook is geïnformeerd.9

Voor de samenhang met de vijf pijlers van de Energie Unie zijn de hervormingen/investeringen onder de noemer “Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet” relevant.

Tabel 5a : Voortgang hervormingen en investeringen

Hervormingen/investeringen HVP/MFK10 LSA11 Gemeenschappelijke prioriteit12 Status
Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet13
Duurzame landbouw
1 Hervorming: ketenaanpak verduurzaming landbouw -

2025.4.4

2024.4.2 2023.4.4 2022.4.5

Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet Not completed
2 Investering: omschakelprogramma ‘duurzame landbouw'* - 2025.4.42024.4.2 2023.4.4 2022.4.5 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
78 Hervorming: (addendum op) 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn - 2025 4.4 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
79 Startpakket uit de ministeriële commissie economie en natuurherstel (MCEN) - 2025 4.4 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On track
Transitie naar hernieuwbare energie
3 Hervorming: Landelijk Actieprogramma Netcongestie* HVP (C8-R1)

2025.4.3

2024.4.1 2023.4.2 2022.4.2

Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet, Energiezekerheid On-track
4 Investering: Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat* HVP (C8-R1)

2024.4.1

2023.4.2 2022.4.2 2020.3.4

Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
5 Investering: Programma Energiehoofdstructuur* - 2024.4.1 2023.4.2 2022.4.2 2020.3.4 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
6 Hervorming: Omgevingswet* - 2022.4.2 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet Completed
7 Hervorming: SDE ++* -

2023.4.2 2022.4.2 2020.3.4

2019.3.3

Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
8 Investering : Klimaat- en Energiefonds* -

2023.4.2 2022.4.2 2020.3.4

2019.3.3

Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track

Energie-efficiëntie, met name in de

gebouwde omgeving

9 Hervorming:
Programma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving (PVGO)*
- 2023.4.3 2022.4.3 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
10 Hervorming:
Actualisering van de Energiebesparingsplicht*
-

2023.4.3

2022.4.3

Energiezekerheid Completed
Vaardigheden t.b.v. de groene transitie
11 Hervorming: Actieplan Groene en Digitale Banen*

2025.5.2

2023.4.5

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten; een eerlijke digitale transitie; Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
Onderzoek en ontwikkeling (R&D)
12 Investering: Investeringen in onderzoek en ontwikkeling en kennisontwikkeling vanuit het Nationaal Groeifonds (NGF) (11 mld.) - 2019.3.2 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
13 Investering: Quantum Delta NL (277,9 mln. EUR, onderdeel van NGF) HVP (C2.1 I1)

2020.3.3

2020.3.5

2019.3.2

Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet Completed
Overige maatregelen
14 Investering: Strategie Digitale Economie: Generieke Instrumenten - Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
15 Investering: Strategie Digitale Economie: Specifieke Instrumenten - Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
16 Investering: Strategie Digitale Economie: Nationale Groeifonds - Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
17 Aanpassing nationale klimaatwet* Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet Completed
18 Instelling Klimaat- en Energiefonds* Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet Completed
19 Investering: Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA) 2022.4.4 Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
76 Oprichting centraal contactpunt NZIA en CRMA Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet Completed
77 Rapport groeimarkten voor Nederland Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet Completed
Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten
Belastingsysteem
20 Hervorming: belasten van inkomen uit vermogen - 2024.1.3 2023.1.5 2022.1.4 2019.1.1 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
Woningmarkt
21 Hervorming: Aanwijzing grootschalige woningbouwlocaties en NOVEX gebieden - 2024.1.4 2023.1.6 - Completed
22 Investering: Financiële ondersteuning om sneller en betaalbaarder te kunnen bouwen HVP (C3.1 R3-1, C3.1 R3-2) 2024.1.4 2023.1.6 - On-track
23 Hervorming: Wet Versterking regie Volkshuisvesting Versnellen en verkorten beroepsprocedures HVP (C3.1 R3-4) 2024.1.4 2023.1.6 - Delayed
24 Hervorming: Wet betaalbare huur: modernisering WWS, nieuwbouwopslag, afspraken met IVBN en corporatiesector over nieuwbouw middenhuur (100.000 woningen in totaal) - 2024.1.4 2023.1.6 - Completed
25 Hervorming: Wetsvoorstel Hervorming Huurtoeslag ter ondersteuning betaalbaarheid in midden- en vrije huursector. - 2024.1.4 2023.1.6 - Completed
Zorg
26 Hervorming: Tijdelijk extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijd (Nationale Zorgreserve en Sector Plan plus) HVP (C5.1 I1-3)

2020.2.1

2020.1.2

2022.3 2023.3

2024.3.3

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
27 Hervorming: SET-COVID-19 HVP (C5.1 I3) 2020.1.2 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten Completed
28 Hervorming: IC-opschaling HVP (C5.1 I2)

2020.3.3

2022.3.4

2023.3.2

2024.3.2

2020.1.2

2022.3

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
29 Hervorming: STOZ-regeling - 2020.1.2 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
30

Hervorming: Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)

Opgevolgd door: Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

- 2024.1.5 -

Completed

On-track

31 Hervorming: Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking - 2024.1.5 - On-track
32 Hervorming: Nationale dementiestrategie 2021 – 2030 - 2024.1.5 - On-track
33 Hervorming: Verbeteren en Verbreden van de Toets op het Basispakket (VVTB or ‘improving and broadening the assessment of the Dutch basic benefit package’) - 2024.1.5 - On-track
34 Hervorming: Kennisinfrastructuur in de Langdurige zorg - 2024.1.5 - On-track
Arbeidsmarkt
11 Hervorming: Actieplan Groene en Digitale Banen*

2025.5.2

2023.4.5

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten; een eerlijke digitale transitie; Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet On-track
35 Hervorming: Meer zekerheid flexwerkers

2025.5.1

2024.3.1

2023.3.1

2022.3.3

2022.3.2

2022.3.1

2020.2.2

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
36 Hervorming: Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen HVP (C4.1 R2-1)

2025.5.1

2024.3.1

2023.3.1

2022.3.3

2022.3.2

2022.3.1

2020.2.2

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten Not completed
37 Hervorming: Aanpak Arbeidsmarktkrapte

2025.5.2

2024.3.1

2023.3.1

2022.3.3

2022.3.2

2022.3.1

2020.2.2

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
38 Hervorming: Actieplan aanpak van schijnzelfstandigheid HVP (C4.1 R4)

2025.5.12024.3.1

2023.3.1

2022.3.3

2022.3.2

2022.3.1

2020.2.2

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten Not completed
39 Hervorming: Programma voor een inclusieve arbeidsmarkt

2025.5.22024.3.2

2023.3.3

2023.3.2

2022.3.5

2022.3.4

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
40 Hervorming: Regionale Mobiliteitsteams/ Regionale Werkcentra

2025.5.22024.3.2

2023.3.3

2023.3.2

2022.3.5

2022.3.4

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
41 Hervorming: Wet Breed Offensief

2025.5.2

2024.3.2

2023.3.3

2023.3.2

2022.3.5

2022.3.4

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
42 Investering: Ontwikkelpaden

2025.5.22024.3.2

2023.3.3

2023.3.2

2022.3.5

2022.3.4

2020.3.3

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
43 Investering: SLIM-regeling

2025.5.22024.3.2

2023.3.3

2023.3.2

2022.3.5

2022.3.4

2020.3.3

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
44 Hervorming: Meer uren werkt!

2025.5.22024.3.2

2023.3.3

2023.3.2

2022.3.5

2022.3.4

Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
Onderwijs
45

Hervorming: Nieuwe kerndoelen basisvaardigheden primair onderwijs en onderbouw voortgezet

onderwijs

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
46

Hervorming: Nieuwe examenprogramma’s bovenbouw voortgezet onderwijs

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
47

Investering: Subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
48

Investering: gerichte bekostiging basisvaardigheden

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten Delayed
49

Hervorming: toevoegen van het evidence-informed werken aan de wettelijke deugdelijkheidseisen funderend onderwijs

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten Delayed
50

Hervorming: verplichting leerlingvolgsystemen in de onderbouw vo

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
51

Investering: BoekStart en de Bibliotheek op school

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
52 Investering: extra ruimte voor kwalitatief goede leraren in het Onderwijsakkoord - 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
53

Investering: Regeling zij-instroom

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
54

Investering: Regeling SOOL (subsidie onderwijspersoneel opleiding tot leraar)

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
55

Investering: Regeling statushouders en de stap naar de klas

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
56

Investering: Verhoging salarissen van leraren in het primair onderwijs

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
57

Investering: Verlagen werkdruk

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
58 Investering: Professionalisering leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel - 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
59

Investering: Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs

- 2025.5.3 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
Overige maatregelen
60 Hervorming: Wet toekomst pensioenen HVP (C4.1 R3) 2022.1.5 Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On track
61 Tijdelijk extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijd (Nationale Zorgreserve en Sector Plan plus) HVP (C5.1 I1-3) Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
77 Rapport groeimarkten voor Nederland Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten Completed
78 Project Beethoven Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten On-track
Energiezekerheid
Elektriciteitsnet
3 Hervorming: Landelijke Actieprogramma Netcongestie* HVP (C8-R1)

2025.4.3

2024.4.1 2023.4.2 2022.4.2

Een eerlijke groene en digitale transitie, inclusief consistentie met de Europese Klimaatwet, Energiezekerheid On-track
Energie-efficiëntie, met name in de gebouwde omgeving
10 Hervorming:
Actualisering van de Energiebesparingsplicht*
-

2023.4.3

2022.4.3

Energiezekerheid Completed
Overige maatregelen
63 Hervorming: Nieuwe Energiewet* HVP (C1.1 R5-1)

2023.4.2

2023.4.1

2022.4.1

2022.4.2

2020.3.4

Energiezekerheid Completed
64 Hervorming: Wet Bestrijden Energieleveringscrisis - - Energiezekerheid On-track
65 Hervorming/Investering: Aanpassing Wet Voorraadvorming Aardolieproducten* - - Energiezekerheid Delayed
66 Hervorming/Investering: CER/NIS* - - Energiezekerheid On-track
67 Hervorming/Investering: Waterstof* HVP (C1.1 I2-2)

2023.4.5

2023.4.2

2023.4.1

2022.4.1

2022.4.2

2020.3.2

2020.3.5

2020.3.4

Energiezekerheid On-track
75 Aanstelling Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie Energiezekerheid Completed
76 Oprichting Nederlands Materialen Observatorium Energiezekerheid Completed
Opbouw van defensiecapaciteiten
Overige maatregelen
68

Investering 1: Investeringen Defensiebreed materieel

2024-2028 €10,96 mld.

- - de opbouw van defensiecapaciteiten On-track
69

Investering 2: Investeringen Maritiem materieel

2024-2028 €13,98 mld.

- - de opbouw van defensiecapaciteiten On-track
70

Investering 3: Investeringen Land materieel

2024-2028 €16,7 mld.

- - de opbouw van defensiecapaciteiten On-track
71

Investering 4: Investeringen Lucht materieel

2024-2028 €14,85 mld.

- - de opbouw van defensiecapaciteiten On-track
72

Investering 5: Investeringen Infrastructuur en Vastgoed

2024-2028 €8,83 mld.

- - de opbouw van defensiecapaciteiten On-track
73

Investering 6: Investeringen IT

2024-2028 €9,13 mld.

- - de opbouw van defensiecapaciteiten On-track
74 Investering 7: Investeringen nominaal en nog onverdeeld 2024-2028 €0,6 mld. On-track

Toelichting per hervorming en investering

Duurzame Landbouw

  1. Ketenaanpak verduurzaming landbouw

Deze hervorming is vervangen door hervorming 3 en 4.

  1. Omschakelprogramma ‘duurzame landbouw’

LVVN ondersteunt agrarisch ondernemers via de investeringsmaatregel ‘Investeringsfonds Duurzame Landbouw’ (IDL) bij het financieren van investeringen die worden gedaan ten behoeve van de omschakeling naar een integraal duurzame bedrijfsvoering. Via het IDL kunnen agrarisch ondernemers financiering aanvragen tegen gunstige financiële voorwaarden. Openstelling per 19 juni 2024 met een looptijd van 10 jaar (Kamerstuk 30252, nr. 170) en een budget van 130,8 mln. euro.

  1. Hervorming: (addendum op) 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn

Met het (addendum op) het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn beoogt Nederland de maatregelen te nemen om te voldoen aan de doelen van de Nitraatrichtlijn en daarmee een bijdrage te leveren aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Inmiddels wordt gewerkt aan het opstellen van een 8e actieprogramma.

  1. Hervorming: Startpakket uit de ministeriële commissie economie en natuurherstel (MCEN)

Met het startpakket dat is voortgekomen uit de MCEN beoogd Nederland bij te dragen aan de stikstofproblematiek en natuurherstel. De middelen uit deze pakketten worden gebruikt voor vrijwillige beëindigings- en extensiveringsregelingen, het inrichten van een doelsturingsmethodologie, een regionale maatwerkaanpak voor o.a. de Veluwe en de Peel, aanvullende natuurherstelmaatregelen en verbetering van de natuurmonitoring. Er wordt momenteel gewerkt aan de verschillende maatregelen, waarvan enkelen reeds ter notificatie bij de Europese Commissie zijn voorgelegd.

Transitie naar hernieuwbare energie

  1. Landelijk Actieprogramma Netcongestie

In februari 2026 is in het Coalitieakkoord “Aan de slag” het aanpakken de netcongestieproblemen de hoogste prioriteit toegekend en is crisiswetgeving aangekondigd. Regie op netcongestie voert het kabinet vooral via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN). Het LAN voert meer dan 100 acties uit langs de actielijnen Sneller Bouwen, Beter Benutten en Slimmer Inzicht.

  1. Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat

Het afgelopen jaar is bij meerdere projecten de concept- of definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) gepubliceerd. In de NRD staat beschreven welke routes of locaties voor een project worden onderzocht en op welke manier dit onderzoek zal plaatsvinden.

Ook bij de nationale CO2-opslagprojecten zijn belangrijke mijlpalen bereikt. Zo is begin 2024 begonnen met de aanleg van de infrastructuur voor het Porthos-project en zijn voor het Aramis-project het ontwerpprojectbesluit, een aantal ontwerpbesluiten en het milieueffectrapport (MER) gepubliceerd.

  1. Programma Energiehoofdstructuur

Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is in maart 2024 gepubliceerd, samen met een uitvoeringsagenda. In het PEH staan structurerende keuzes in het ruimtelijk domein voor het energiesysteem van nationaal belang. Locatiesturing op vraag en aanbod is belangrijk als dempende maatregel voor de benodigde transportinfrastructuur. Er is bijvoorbeeld berekend dat suboptimale inpassing van conversievermogen, ver van wind op zee, 10 miljard euro meer kost dan wanneer PEH wordt gevolgd en ruimte vrij wordt gemaakt naast de aanlanding van wind op zee. Belangrijke acties uit de uitvoeringsagenda liggen op schema. De wetswijziging in de Energiewet treedt in werking op 1 januari 2026 en de wijzigingen in de Omgevingswet naar aanleiding van PEH treden in werking op 1 juli 2026. Het PEH is een cyclisch, adaptief programma dat elke vier jaar wordt geactualiseerd. De Startnotitie voor de actualisatie is in juni 2025 gepubliceerd.

  1. Omgevingswet

Wet is per 1 januari 2024 in werking getreden.

  1. SDE++

De SDE++ is het belangrijkste subsidie-instrument voor de grootschalige productie van hernieuwbare energie en andere CO2-reducerende technieken. De SDE++ wordt jaarlijks opengesteld. In 2025 en in 2026 is er een budget beschikbaar van € 8 miljard. In het coalitieakkoord heeft het kabinet middelen vrijgemaakt waarmee de SDE++ tot en met 2032 voor € 8 miljard per jaar kan worden opengesteld.

  1. Klimaat- en Energiefonds

In de afgelopen jaren is 19,6 miljard euro toegekend aan klimaat- en energie investeringen via het Klimaatfonds. Voor besluitvorming over het Meerjarenprogramma 2026 resteerde nog 26,0 miljard euro, waarvan 10,9 miljard euro reeds gereserveerd was voor specifieke maatregelen. De rest van de middelen was nog niet gereserveerd voor specifieke maatregelen. Deze middelen vallen vooral onder het perceel kernenergie.

Energie-efficiëntie, met name in de gebouwde omgeving

  1. Programma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving (PVGO)

Om het nationale doel van 55% CO2 reductie in 2030 te realiseren, moet de CO2 emissie in gebouwde omgeving naar 13,2 megaton in 2030 (-56% t.o.v.. 1990).

Het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving is verder afgenomen waardoor de CO2 emissies zijn gedaald naar 17,2 megaton in 2024. Dit komt onder andere door een sterke toename van (hybride) warmtepompen. Ook de isolatie van woningen zet door. In 2024 was via de ISDE-regeling investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) circa €600 miljoen aan subsidie beschikbaar voor verduurzamingsmaatregelen, waaronder woningisolatie, en warmtepompen

Het wetsvoorstel Gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is aangenomen. Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van de wijkaanpak. Met de woningcorporatiesector zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van energie-onzuinige huurwoningen. In het kader van de verduurzaming in de utiliteitsbouw wordt EPBD IV geïmplementeerd waardoor de utiliteitsbouw energiezuiniger wordt.

De Wet collectieve warmte is aangenomen en treedt naar verwachting 1 januari 2027 in werking.. De ontwikkeling van warmtenetten verloopt stroever. Het kabinet stimuleert collectieve warmte door het oprichten van een nationale deelneming warmte via EBN, het ontwikkelen van een garantieregeling voor warmtenetten en het verstrekken en verbeteren van subsidies voor warmtenetten.

  1. Actualisering van de Energiebesparingsplicht

Deze hervorming is in 2023 voltooid.

Vaardigheden t.b.v. de groene transitie

  1. Actieplan Groene en Digitale banen

Het kabinet versterkt deze samenwerking onder andere via de Human Capital Agenda ICT, die specifiek gericht is op de tekorten van digitale professionals op de arbeidsmarkt. Het kabinet versterkt deze samenwerking onder andere via de Human Capital Agenda ICT, die specifiek gericht is op de tekorten van digitale professionals op de arbeidsmarkt. Via Techkwadraat worden o.a. leerecosystemen ondersteund. Binnen Sterk Techniek Onderwijs ligt de focus op dekkend, effectief en kwalitatief techniekonderwijs voor alle leerlingen in het beroepsgericht vmbo.

Directe aanpakken gericht op het doorbreken van deze genderstereotype denkbeelden (bijv. bij docenten) in techniek, zoals: de alliantie ‘Worden wie je bent’ (gestart in 2023) en het Klimaatfondsproject ‘Vrouwen in techniek’ (gestart in 2025).

Sinds december 2025 ontvangt VHTO subsidie vanuit EZ (opgesteld in samenwerking met OCW) om regio’s vanuit het Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent (voorheen Beethoven) te ondersteunen bij de invulling van hun regio-plannen op een inclusievere manier.

Onderzoek en ontwikkeling (R&D)

  1. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling vanuit het NGF (5,5 miljard euro voorwaardelijk toegekend of gereserveerd per eind 2023)

Binnen de RDI-pijler van het NGF zijn in drie rondes in totaal 36 projecten toegekend. Deze NGF-projecten hebben als doel om het verdienvermogen van Nederland te versterken door bij te dragen aan Research, Development en Innovation binnen de thema’s sleuteltechnologieën, landbouw & leefomgeving, gezondheid & zorg, veiligheid en digitalisering, energie en duurzame ontwikkeling en mobiliteit. De eerste NGF-projecten zijn in 2021 van start gegaan.

  1. Quantum Delta NL (277,9 miljoen euro)

Deze investering is in 2024 voltooid.

  1. Strategie Digitale Economie: Generieke Instrumenten

In het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn worden specifiek de regelingen Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), het Digital Europe Programma en Internationaal Innoveren uitgelicht. Voor de WBSO, Digital en Internationaal innoveren zijn er geen noemenswaardige wijzigingen opgetreden.

  1. Strategie Digitale Economie: Specifieke Instrumenten

De specifieke instrumenten genoemd in het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn, IPCEI CIS en IPCEI ME2, kennen geen nieuwe ontwikkelingen. Voor IPCEI CIS is 71,2 miljoen euro beschikbaar, en voor IPCEI ME2 is 250,1 miljoen euro geraamd voor de periode 2025 tot en met 2029.

  1. Strategie Digitale Economie: Nationale Groeifonds

Vanuit het NGF wordt in totaal 1,8 miljard euro geïnvesteerd in digitale projecten. Voorbeelden van projecten met een 100 procent aandeel van digitalisering zijn AINED (189 miljoen euro), Digitaliseringsimpuls onderwijs NL (560 miljoen euro), 6G Future Network Services (201 miljoen euro), en CIIIC (200 miljoen euro).

  1. Aanpassing nationale klimaatwet

De cyclus van de Klimaatwet is aangepast waardoor de Klimaat- en Energienota en de Klimaat- en Energieverkenning van PBL voortaan op Prinsjesdag verschijnt. Daarnaast is de Wetenschappelijke klimaatraad wettelijk in de Klimaatwet verankerd.

  1. Instelling Klimaat- en Energiefonds

Het Klimaatfonds is formeel ingesteld per 1 juli 2024 middels de Tijdelijke wet Klimaatfonds voor de periode tot en met 2030. Per 1 januari 2026 is de naam van het Klimaatfonds aangepast naar Klimaat- en Energiefonds middels de Tijdelijke wet Klimaat- en Energiefonds. Vooruitlopend op de formele instelling van het fonds zijn reeds uitgaven gedaan uit de voor het fonds beschikbare middelen op basis van de uitgangspunten van het wetsvoorstel.

  1. Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA)

De SPULA komt tegemoet in de investeringskosten die bedrijven maken in de aanleg van deze laadinfrastructuur. Sinds 2024 is de subsidieregeling in 3 keer opengesteld om de realisatie van publieke laadinfrastructuur voor zwaar vervoer te versnellen.

Omdat het laden van elektrische vrachtwagens in de regel op hogere vermogens plaatsvindt, kan dit uitdagingen opleveren voor de beschikbaarheid van voldoende netcapaciteit. De netcapaciteit om laadpunten werkend te krijgen heeft echter de volle aandacht. De Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) werkt aan de aanpak van netcongestie, o.a. door het Landelijk Actieplan Netcongestie (LAN) uit te voeren. Ook kijkt het Ministerie van IenW samen met het Ministerie van EZK en netbeheerders naar maatregelen die een praktische oplossing bieden voor het elektrisch laden van voertuigen in situaties van beperkte netcapaciteit.

Gemeenschappelijke prioriteit: Sociale en economische veerkracht, inclusief de Europese Pijler van Sociale Rechten

Belastingsysteem

20. Belasten van inkomen uit vermogen

De maatregel om box 3 te hervormen zoals beschreven in het stuk zal – zoals aangegeven – per 2028 geïmplementeerd worden. De maximale aftrek van de hypotheekrente is in de periode 2020-2024 verlaagd van 46% naar 37%.

Woningmarkt

21. Aanwijzing grootschalige woningbouwlocaties en NOVEX gebieden

Er zijn 21 nationaal grootschalige woningbouwgebieden vastgesteld. Daarnaast is in het Coalitieakkoord 2026-2030 de ambitie uitgesproken om dit aantal te verhogen naar 30 grootschalige nieuwbouwlocaties van nationaal belang.

22. Financiële ondersteuning om sneller en betaalbaarder te kunnen bouwen

Middelen uit het HVP op deze doelstelling zijn ingezet. Voor de periode tot en met 2035 is voor dit doel in totaal 1 miljard euro per jaar beschikbaar.

23. Wet Versterking regie Volkshuisvesting - Versnellen en verkorten beroepsprocedures

Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ligt ter behandeling in de Eerste Kamer. De inzet is er op gericht de wet per 1 juli 2026 in werking te laten treden. Het wetsvoorstel geeft sturing aan hoeveel, waar en voor wie we bouwen met meer tempo en meer kansen voor urgent woningzoekenden.

24. Wet betaalbare huur

Wetsvoorstel is in werking getreden op 1 juli 2024.

25. Wetsvoorstel Hervorming Huurtoeslag

Wetsvoorstel is in werking getreden per 2026.

Zorg

26. Tijdelijk extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijd (Nationale Zorgreserve en Sector Plan plus)

NZR heeft afgelopen jaar benut voor de verdere professionalisering van de organisatie (qua personeel, ICT/administratie, werving en opleiden van reservisten) en ligt daarmee op schema om de komende 3-5 jaar toe te groeien naar de doelstelling van 5000 direct inzetbare reservisten. Specifiek voor Sectorplanplus geldt dat de subsidie is uitgevoerd en in het kader van het Herstel en Veerkrachtplan is voldaan aan de gestelde mijlpaal om ten minste 8325 deelnemers op te leiden binnen Sectorplanplus.

27. SET-COVID-19

De maatregel SET COVID-19 is al langere tijd afgerond. De subsidieregeling was open voor aanvragen in 2020. Medio 2022 zijn alle subsidies vastgesteld.

28. IC-opschaling

Het is de afgelopen jaren niet gelukt om afspraken te maken over een Intensive Care basiscapaciteit van 1150 bedden, ondanks diverse acties. Daarom is in 2025 een verkenning naar wet- en regelgeving gestart voor het vastleggen van een basiscapaciteit. Dat neemt niet weg dat het partijen vrij staat om eerder tot een concrete oplossing voor het vraagstuk te komen.

29. STOZ-regeling

De STOZ-regeling is gesloten voor aanvragen en er zal geen nieuwe subsidieronde komen. Voor tranche 2025 bleek veel animo bij organisaties in zorg en ondersteuning: er zijn bijna 1.300 aanvragen ingediend met een totale claim van € 124 miljoen. Het subsidieplafond van €54 miljoen zal naar verwachting daarom worden overschreden.

30. Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) (opgevolgd door Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg)

Het programma was een vertaling van een al eerder ingezette beweging in het veld om de zorg voor ouderen toekomstbestendig te maken. WOZO is in 2025 afgerond en heeft een vervolg gekregen in hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) en andere beleidsprogramma’s. Het HLO bevat afspraken tussen overheid, zorg- en welzijnsorganisaties, ouderenorganisaties, beroepsverenigingen en zorgverzekeraars. Het akkoord moet ervoor zorgen dat de ouderenzorg toekomstbestendig blijft. Het akkoord zet in op langer zelfstandig wonen, vermindering van administratieve lasten en een herziening van de Wlz-zorg. Het werd in juli 2025 ondertekend en heeft twee belangrijke doelen: 1) Het verminderen van de personeelstekorten in de zorg om zo de zorg toegankelijk te houden; en 2) De ondersteuning en zorg sluit aan bij de voorkeuren en mogelijkheden van ouderen.

31. Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking

De Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking is een programma dat loopt tot en met 2026. Alle zes deelthema’s hebben acties lopen die bijdragen aan een beweging naar toekomstbestendigheid; er is geen vertraging. Bovendien is het een dynamische agenda die kan meebewegen met de actualiteit.

32. Nationale Dsssementiestrategie 2021 – 2030

De actualisatie van de nationale Dementiestrategie is in januari 2026 afgerond en vastgesteld. De NDS wordt vanaf 2026 voortgezet met herijkte doelen.

33. Verbeteren en Verbreden van de Toets op het Basispakket (VVTB or ‘improving and broadening the assessment of the Dutch basic benefit package’)

Het zorg instituut heeft verschillende kaders en handleidingen gepubliceerd waarmee partijen hun rol in het beter uitvoeren van het pakketbeheer kunnen oppakken. Hierover zijn ook eerste afspraken gemaakt.

34. Kennisinfrastructuur in de Langdurige zorg

In het licht van deze hervorming zijn verschillende activiteiten uitgevoerd en wordt ook verder gewerkt aan het versterken van de kennisbasis over LZ.

Arbeidsmarkt

35. Meer zekerheid flexwerkers

Het kabinet heeft in mei 2025 (link) het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Met deze wet krijgen werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Zo krijgen uitzendkrachten recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers. Er komen strengere regels om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen. En oproepcontracten worden vervangen door contracten met een minimumaantal uren dat je standaard wordt betaald en ingeroosterd. Studenten en scholieren met een bijbaan kunnen op oproepbasis blijven werken. Plenaire behandeling is voorzien in april 2026.

36. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

De HVP mijlpalen van de maatregel over de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid voor Zelfstandigen (BAZ) zijn vertraagd, vanwege uitdagingen in het wetgevingstraject. De Tweede Kamer is in september 2025 hierover geïnformeerd (link). In december 2025 ontving het kabinet het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel (link). Het kabinet is in gesprek met de Europese Commissie over mogelijke oplossingsrichtingen.

37. Actieplan aanpak van schijnzelfstandigheid

Het vorige kabinet heeft in december 2025 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd (link) over de voorgenomen stappen om de balans op de arbeidsmarkt te herstellen, door schijnzelfstandigheid tegen te gaan, terwijl er ruimte blijft voor zelfstandig ondernemerschap. Het gaat hierbij om een aanpak langs drie lijnen: een gelijker speelveld, verduidelijking en betere handhaving. In de kern bestaat dit uit i ) fiscale maatregelen, een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (BAZ) en goede vertegenwoordiging in de polder; ii) meer duidelijkheid door middel van wetgeving (Vbar) en communicatiecampagnes zoals "ZZP ja of nee",de webmodule beoordeling arbeidsrelatie en de website "hetjuistecontract.nl"; en iii) een betere handhaving, waarbij het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is opgeheven.

Het nieuwe kabinet heeft besloten het rechtsvermoeden onder een uurtarief van 38 euro uit wetsvoorstel Vbar zo spoedig mogelijk door te zetten (rekening houdend met Europese verplichtingen), als onderdeel van de aanpak om schijnzelfstandigheid (aan de basis van de arbeidsmarkt) tegen te gaan. Het verduidelijkingsonderdeel (Vba) is geschrapt. In plaats daarvan wil het kabinet zo snel mogelijk een Zelfstandigenwet invoeren, om zoveel mogelijk duidelijkheid te geven aan zelfstandigen en opdrachtgevers. Ook geeft het kabinet in het coalitieakkoord aan te willen stimuleren dat mensen in dienst blijven van (semi-)publieke sectoren zoals zorg en onderwijs.

38. Aanpak arbeidsmarktkrapte

In de Kamerbrief van december 2024 (link) presenteerde het Nederlandse kabinet haar nieuwste visie op het aanpakken van tekorten en regulering van de arbeidsmarkt.

Deze visie bestaat uit 1) een gerichte aanpak van tekorten op de arbeidsmarkt; 2) een brede arbeidsmarktagenda; en 3) sectorspecifieke strategieën.

De brede arbeidsmarktagenda bestaat uit 5 hoofdpijlers: i) Verbetering van de kwaliteit van banen (betere lonen, zekerheid en arbeidsomstandigheden); ii) Versterking van de economie (vermindering van regeldruk en aanpassing van arbeidsmarktbeleid); iii) Verhoging van de productiviteit (innovatie en technologische vooruitgang); iv) Verhoging van duurzame arbeidsparticipatie (onderbenutte werknemers helpen, verbetering van de balans tussen werk en privéleven); en v) Verbetering van de arbeidsmarktmatching (beter onderwijs en training om aan te sluiten bij de behoeften van de beroepsbevolking). De regering heeft in maart 2025 een top gehouden met belanghebbenden om strategieën te verfijnen. Het verslag met de belangrijkste inzichten daarvan is in mei 2025 gepubliceerd (link). Het beleid zal voortdurend worden geëvalueerd om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt effectief in evenwicht te brengen.

Om de stagnerende productiviteitsgroei aan te pakken, heeft de minister van Economische Zaken op 8 september tevens de productiviteitsagenda gepresenteerd (link). Deze agenda bevat maatregelen, verkenningen en voorstellen op onder meer het terrein van digitalisering, innovatie, onderwijs en arbeidsmarkt die bijdragen aan het versterken van de arbeidsproductiviteitsgroei. Ook kondigt het kabinet hierin de oprichting van de Productiviteitsraad aan, die in de eerste helft van 2026 aan de slag zal gaan.

39. Programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt

In 2025 publiceerde de regering de "Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving" om de arbeidsmarktpositie van vluchtelingen en asielzoekers te verbeteren. De doelstellingen op participatie in de Actieagenda haken aan op het Programma VIA. Het beleid in de Actieagenda richt zich op het wegnemen van obstakels en het bieden van passende ondersteuning, informatie en begeleiding, zodat vluchtelingen en asielzoekers sneller en duurzamer werk kunnen vinden. Het doel is om het aantal werkgevers dat vluchtelingen in dienst neemt te vergroten, onder andere door werkgevers te ondersteunen en te ontlasten bij het in dienst nemen van vluchtelingen. De pilotprojecten met "startbanen" experimenteren binnen bestaande wet- en regelgeving om betaald werk en integratie te combineren. In juli 2025 werd een update van de stand van zaken naar het parlement gestuurd (link). In dit document somt de overheid de activiteiten en budgetten op die nodig zijn voor deze beleidsdoelen binnen pijler 2 'Nieuwkomers aan het werk', waaronder: werk voor asielzoekers, startersbanen, taallessen en ondersteuning voor werkgevers.

40. Regionale Mobiliteitsteams/ Regionale Werkcentra

De geleerde lessen van de RMT's (tot 1 januari 2025 een regionale samenwerking tussen UWV, gemeenten, werknemers- en werkgeversorganisaties) en de ervaringen met andere samenwerkingen (Werkgeversservicepunten en Leerwerkloketten in de arbeidsmarktregio's) zijn gebruikt voor de hervorming van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur. Zo komt er onder andere in elke arbeidsmarktregio een Werkcentrum, om arbeidsmarktdienstverlening toegankelijker te maken. 2025 en 2026 vormen een transitieperiode. Beoogde inwerkingtreding voor benodigde wet- en regelgeving is 1 januari 2027.

In de arbeidsmarktregio gaan gemeenten, UWV, sociale partners, onderwijsinstellingen en Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) samenwerken om mensen te ondersteunen die niet zelfstandig aan het werk kunnen komen of blijven. Om de samenwerking tussen partijen op de arbeidsmarkt te verbeteren, is er één landelijk beraad en in iedere arbeidsmarktregio één regionaal beraad. Landelijk en per arbeidsmarktregio komt er één meerjarenagenda waarin de gezamenlijke inzet in de arbeidsmarktregio wordt bepaald gericht op onder andere werkzoekenden in een kwetsbare positie, cruciale kraptesectoren en aansluiting en inzet onderwijs en scholing. In alle 35 arbeidsmarktregio's zullen Werkcentra worden geopend. Werkgevers, werkzoekenden en werknemers kunnen hier terecht voor advies over werk en training (link).

41. Wet Breed Offensief

In April 2025 zijn de uitkomsten van de invoeringstoets van de Wet Breed Offensief met de Kamer gedeeld (link). Daaruit kwam naar voren hoe de wet in de praktijk uitpakt. Uit de i-toets blijkt dat het Breed Offensief grotendeels werkt zoals bedoeld. Ook werden enkele knelpunten in de uitvoering gesignaleerd. Deze zijn opgepakt en worden in de gaten gehouden. Daarnaast is in december een onderzoek naar de Kamer gegaan over hoe gemeentes hun verordeningsplicht in het kader van de Wet Breed Offensief hebben ingevuld (link).


42. Ontwikkelpaden

Afgelopen jaar is een groot aantal extra Ontwikkelpaden door de minister van SZW erkend: momenteel zijn er 41 Ontwikkelpaden verdeeld over 8 sectoren. De opleidingen uit Ontwikkelpaden worden gedeeltelijk gefinancierd door de SLIM-scholingssubsidie sinds maart 2025 zijn er ‘SLIM’ scholingssubsidies beschikbaar voor opleidingen binnen de Ontwikkelpaden voor de maatschappelijk cruciale sectoren zorg en welzijn, onderwijs, kinderopvang, techniek, bouw en energie, ICT en groen. Deze subsidies kunnen ook worden gebruikt om aanvullende taalopleidingen voor werknemers en werkzoekenden met beperkte basisvaardigheden (zoals vluchtelingen) te financieren.

43. SLIM-regeling

a. SLIM-mkb regeling

Omdat leren en ontwikkelen in het mkb niet vanzelfsprekend is, is de Stimuleringsregeling leven lang ontwikkelen in mkb bedrijven (SLIM) ontwikkeld. De SLIM-regeling is vooral bedoeld om met name het MKB te stimuleren (meer) te investeren in het versterken van hun leercultuur. De regeling financiert de ontwikkeling van structuren, systemen en producten die duurzaam worden verankerd in regulier beleid en daarna met eigen middelen in stand worden gehouden.

b. SLIM-scholingssubsidie
De SLIM scholingssubsidie heeft als doel om met scholing in- en doorstroom in maatschappelijk cruciale sectoren te stimuleren. Daarmee wordt bijgedragen aan het terugdringen van personeelstekorten in deze sectoren. De subsidie kan aangevraagd worden door een werkgever, een geregistreerd gastouderbureau of een collectief. Het eerste tijdvak voor werkgevers en geregistreerde gastouderbureaus opende op 10 maart 2025. De regeling loopt tot en met 2027.

Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar het opzetten van een publiek-private infrastructuur voor persoonlijke leer- en ontwikkelingsbudgetten, naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie voor de Regulering van Werk, de Sociaal-Economische Raad (SER) en de Europese aanbeveling hierover. De inzet is om toe te werken naar een overzichtelijk, toegankelijk en bestendig publiek-privaat LLO-stelsel met bundeling van middelen en instrumenten. Dat bijdraagt aan maatschappelijke opgaven (transities, productiviteitsagenda, talentstrategie). Gebaseerd op gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, sociale partners, opleiders, mensen zelf en andere betrokkenen.

44. Meer uren werkt!

Het kabinet voert het Nationaal Groeifondsprogramma Meer Uren Werkt! uit samen met Universiteit Utrecht en betrekt hierbij tal van consortiumpartijen in het maatschappelijk middenveld.

Onderwijs

45. Nieuwe kerndoelen basisvaardigheden primair onderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs

Per 21 november 2025 zijn de kerndoelen voor alle negen leergebieden opgeleverd. Die kerndoelen zijn niet alleen duidelijker maar ook samenhangender dan de verouderde kerndoelen die nu gelden. Zo komen lezen, schrijven en rekenen in alle leergebieden terug. De inhoudelijke aanpassing van de curriculumdocumenten vormt de eerste fase. Hierna volgt de vastlegging daarvan in wet- en regelgeving en de implementatie van de kerndoelen op scholen. Het streven is om de kerndoelen voor Nederlands en rekenen-wiskunde op 1 augustus 2026 in werking te laten treden. Voor de overige leergebieden gebeurt dit op 1 augustus 2027.

46. Nieuwe examenprogramma’s bovenbouw voortgezet onderwijs

Onder leiding van landelijk expertisecentrum voor het curriculum (SLO) worden de examenprogramma’s voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs geactualiseerd. Voor de vakken Nederlands, wiskunde (h/v), moderne vreemde talen, maatschappijleer, klassieke talen, Fries en de natuurwetenschappelijke vakken zijn de concept examenprogramma’s opgeleverd en start in september de fase van beproeving. Op basis van de concept examenprogramma’s gaat het College voor Toetsen en Examens (CvTE) aan de slag met het aanpassen van de syllabi, waarin staat beschreven over welke stof het centrale examen gaat. De actualisatie van de examenprogramma’s en de aanpassing van de referentiekaders zijn daarnaast in volle gang.

47. Subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden

In 2022 werd de subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden opengesteld voor een eerste groep van zo’n 650 scholen in het po en vo. De urgentie om de leerprestaties te verbeteren vroeg immers om het direct beschikbaar stellen van middelen en ondersteuning. Deze relatief kleine groep scholen diende daarnaast als een soort pilotgroep: in daaropvolgende tranches zijn de regeling en aanpak aangepast op basis van de in deze startfase geleerde lessen. Zo is de subsidieperiode na de eerste tranche verlengd van één naar twee jaar en werd de subsidie niet langer toegekend op basis van loting maar op basis van onderwijsachterstandsscore. Inmiddels zijn we drie jaar verder en is er flink opgeschaald. Het Masterplan bereikt inmiddels 7.800 scholen, waar leerkrachten en schoolleiders hard werken aan de basisvaardigheden van ruim 2,3 miljoen leerlingen – oftewel 95 procent van alle leerlingen in het funderend onderwijs.

Vanaf 1 januari 2027 krijgen alle scholen in het funderend onderwijs structurele bekostiging voor de basisvaardigheden.


48. Gerichte bekostiging basisvaardigheden

Er is eerder aangekondigd dat per 2026 gewerkt zal worden met een nieuw financieringsinstrument dat elementen van bekostiging en subsidie combineert. Deze nieuwe financiering is meer structureel van aard en hoeft niet aangevraagd te worden door de scholen. De planning van de gerichte bekostiging is bijgesteld en we liggen nu op schema om per 1 januari 2027 de gerichte bekostiging basisvaardigheden aan scholen uit te keren.

De eerste beoogde toepassing van gerichte bekostiging is de omzetting van de middelen uit de subsidie Verbetering basisvaardigheden naar extra structurele bekostiging voor de verbetering van basisvaardigheden. Het wetsvoorstel dat deze vorm van bekostiging mogelijk maakt, zal zo snel mogelijk voor behandeling worden aangeboden. Er is meer tijd nodig om het wetsvoorstel aan te passen zodat er recht kan worden gedaan aan de opmerkingen van de Raad van State. Dat moet zorgvuldig gebeuren. Helaas betekent dit dat de invoering van het wetsvoorstel vertraagd is en dat de eerder beoogde invoering per kalenderjaar 2027 niet meer mogelijk is.

Omdat het zo van belang is dat alle scholen per 2027 over €182 per leerling extra kunnen beschikken, zullen deze middelen in 2027 als aanvullende bekostiging aan alle scholen worden verstrekt. Dit als overgang naar de beoogde toepassing via gerichte bekostiging in 2028.


49. Toevoegen van het evidence-informed werken aan de wettelijke deugdelijkheidseisen funderend onderwijs
In het wetstraject deugdelijkheidseisen worden een aantal wettelijke eisen geconcretiseerd. Eén daarvan is het stelsel van kwaliteitszorg. Op dit moment specificeert de wet niet wat daarmee bedoeld wordt. Met de wetswijziging wordt evidence-informed werken wettelijk vastgelegd als onderdeel van het stelsel van kwaliteitszorg en daarmee stevig verankerd. In de wet wordt vastgelegd dat het stelsel van kwaliteitszorg de onderdelen planmatig en cyclisch werken, het bevorderen van een kwaliteitscultuur en het gebruikmaken van kennis uit onderzoek of praktijk bevat. Daarmee wordt een lerende cultuur op alle scholen bevorderd en uiteindelijk vanzelfsprekend. Dit komt de onderwijskwaliteit en de basisvaardigheden natuurlijk ten goede. Het wetsvoorstel loopt vertraging op in de planning door een kritisch advies vanuit de Onderwijsraad. Er is meer tijd nodig om het wetsvoorstel aan te passen zodat er recht kan worden gedaan aan de opmerkingen van de Onderwijsraad.

50. Richtlijn voor effectief leerlingvolgsysteem-gebruik in de onderbouw voortgezet onderwijs

Er is een ontwerpstudie uitgevoerd naar kwaliteitseisen en gebruikscriteria voor leerlingvolgsystemen in (de onderbouw van) het voortgezet onderwijs. De ontwerpstudie concludeert dat een groot deel van de vo-scholen al een lvs heeft. Dit is bemoedigend. Daarom is ervoor gekozen om nu in te zetten op twee sporen en enerzijds de uitbreiding van het gebruik van lvs’en te stimuleren en anderzijds te werken aan een effectievere inzet van het lvs door leraren. Het rapport laat namelijk ook zien dat er op dit vlak nog winst te behalen valt. De wijze waarop scholen het lvs inzetten, verschilt namelijk sterk. OCW zal daarom samen met de VO-raad en partijen uit de curriculum- en examenketen de komende periode gebruiken om gezamenlijk te komen tot handreikingen voor effectief lvs-gebruik.

51. BoekStart en de Bibliotheek op school

In de periode 2023-2026 is in het kader van het Masterplan basisvaardigheden € 74 miljoen geïnvesteerd in dBos en BoekStart. Dankzij deze subsidie is het aantal scholen en kinderopvangvoorzieningen dat middels deze programma’s aan leesbevordering werkt sterk gegroeid. Zo nam het aantal deelnemende poscholen tussen 2023 en 2024 met 17 procent toe. Voor het vo is dit zelfs 35 procent: een toename die, conform de subsidievoorwaarden, grotendeels uit vmbo-scholen bestaat. Ook steeg het aantal kinderen en jongeren dat lid is van de bibliotheek mede als gevolg van de investering in dBos – de ledenaantallen waren nooit eerder zo hoog. Dat is in deze tijd van ontlezing een mooi en opvallend resultaat om trots op te zijn. Vlak voor de zomer van 2025 is aangekondigd dat de tijdelijke subsidie voor dBos en Boekstart wordt omgezet in structurele financiering. In 2027 is er € 38 miljoen beschikbaar vanuit de OCW-begroting; vanaf 2028 gaat het jaarlijks om € 50 miljoen. Het geld zal vanaf 2027 worden verdeeld tussen scholen (middels de gerichte bekostiging voor basisvaardigheden) en bibliotheken. Scholen kunnen ervoor kiezen om (een deel van) de gerichte bekostiging te besteden aan dBos. Bibliotheken moeten de structurele financiering inzetten om de samenwerking met het funderend onderwijs en/of de pabo, het mbo en de kinderopvang (BoekStart) voort te zetten.

52. Extra ruimte voor kwalitatief goede leraren in het Onderwijsakkoord

Sinds april 2022 is er structureel 53 miljoen euro extra per jaar beschikbaar voor de professionele ontwikkeling van leraren, bestemd voor onder andere het verbeteren van de basisvaardigheden en het implementeren van het herziene curriculum.

Het beschikbare budget voor professionalisering in het kader van de implementatie van het nieuwe curriculum zal op verschillende manieren worden ingezet. Daarbij gaat het om onder meer de bevordering van het curriculumbewust handelen binnen scholen en bij- en nascholing op vakinhoud en -didactiek.

53. Regeling zij-instroom

De Regeling subsidie zij-instroom heeft tot doel om de instroom in het beroep van leraar te stimuleren en daarmee méér bekwame leraren met een bevoegdheid in te kunnen zetten in het onderwijs. We doen dit door subsidie beschikbaar te stellen aan werkgevers voor de kosten van scholing, begeleiding en studieverlof van zij-instromers. In 2024 is er wegens succes een wijzigingsregeling ingediend waarmee de regeling is verlengd tot 1 januari 2029.

54. Regeling SOOL (subsidie onderwijspersoneel opleiding tot leraar)

In 2024 is via een wijzing van de regeling het subsidieplafond verhoogd en verlengd tot en met 2026. Ook zijn er een aantal eerdere drempels in de subsidie losgelaten zodat schoolbesturen nog meer gebruik kunnen maken van de regeling en meer aanvragen per schoolbestuur.

55. Regeling statushouders en de stap naar de klas

In 2023 is gestart met de Subsidieregeling Statushouders en de stap naar de klas. In 2025 is er via deze regeling 2,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor aanvragen door bevoegde gezagsorganen in respectievelijk het primair en voortgezet onderwijs. Hiervan is 1 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het primair onderwijs en 1,5 miljoen euro voor het voortgezet onderwijs. Vanaf 2026 worden de subsidieregeling voor statushouders en ontheemden en de subsidieregeling voor zij-instromende schoolleiders overgedragen aan de onderwijsregio’s. Hiermee geven we gehoor aan een meer samenhangend subsidiebeleid en vraag om het aantal incidentele subsidies te verminderen.


56. Verhoging salarissen van leraren in het primair onderwijs

Het kabinet stelt jaarlijks geld beschikbaar om de salarissen in het primair onderwijs te verhogen. Hiermee is het verschil met de salarissen in het voortgezet onderwijs komen te vervallen.

Op scholen waar veel maatschappelijk problemen voorkomen, krijgen leraren extra salaris. Deze scholen voelen het lerarentekort vaak het sterkst. Met een zogenaamde ‘arbeidsmarkttoelage’ maakt het kabinet het aantrekkelijker om hier te werken.

57. Verlagen werkdruk

Om de werkdruk te verminderen, stelt het kabinet structureel geld beschikbaar. Met dit geld kunnen scholen maatregelen nemen, zodat leraren in het primair onderwijs echt verschil in de klas merken.

58. Professionalisering leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel

Op 1 januari 2024 is het programma Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren (NAPL) van start gegaan, gefinancierd uit het NGF. Dit project loopt tot en met 2033.


59. Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs

Binnen deze regeling is structureel aanvullende bekostiging beschikbaar die is bedoeld om leerlingen te ondersteunen die door hun omgeving meer risico lopen op het niet optimaal kunnen benutten van hun leerpotentie.

De middelen worden nu verdeeld op basis van een speciaal ontwikkelde achterstandscore voortgezet onderwijs (vo).

Overige maatregelen

60. Wet toekomst pensioenen

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

61. Tijdelijk extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijd (Nationale Zorgreserve en Sector Plan plus)

Zie toelichting bij nummer 26.

Gemeenschappelijke prioriteit: Energiezekerheid

Elektriciteitsnet
Dit wordt geadresseerd door maatregel 3 – Landelijk Actieprogramma Netcongestie

Energie-efficiëntie, met name in de gebouwde omgeving
Dit wordt geadresseerd door maatregel 10 – Actualisering van de Energiebesparingsplicht

Overige maatregelen

63. Nieuwe Energiewet

Dit wetsvoorstel is aangenomen door beide kamers en in werking getreden per 1 januari 2026.

64. Wetsvoorstel bestrijden energieleveringscrisis

De consultatie is afgerond en alle verplichte wettelijke toetsten zijn binnen, op de wettelijke toets van de Autoriteit Persoonsgegevens na. Na advies van de Autoriteit Persoonsgegevens kan het voorstel door naar de Afdeling Advisering van de Raad van State. Het voorstel voor de wet treedt naar verwachting op in 2028 in werking

65. Aanpassing Wet Voorraadvorming Aardolieproducten
Het traject van aanpassing van de Wet Voorraadvorming Aardolieproducten zit nog in de ontwerpfase. Inzet is om de wetswijziging in 2028 werking te laten treden.

66. Implementatie CER/NIS

Geen update.

67. Waterstof

Het kabinet heeft de budgetten voor offshore elektrolyse en inzet van waterstof in gascentrales geschrapt. Het kabinet houdt nog een reservering van circa 3 miljard euro aan voor de ondersteuning van hernieuwbare waterstof. Daarvan wil het in 2026 500 miljoen euro inzetten voor elektrolyseprojecten en 300 miljoen euro voor import via het H2Global-mechanisme. Daarnaast verwacht het dit jaar de verplichtingen voor gebruik van hernieuwbare waterstof in de industrie en mobiliteit in te kunnen voeren, mits het parlement daar goedkeuring voor geeft. De investeringen in waterstofpilots en -onderzoek met HVP-middelen gaan volgens plan, de relevante mijlpalen zijn op tijd behaald.

Gemeenschappelijke prioriteit: Opbouw van defensiecapaciteiten

Overige maatregelen

68. Investeringen Defensiebreed materieel.

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

69. Investeringen Maritiem materieel

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

70. Investeringen Land materieel

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

71. Investeringen Lucht materieel

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

72. Investeringen Infrastructuur en Vastgoed

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

73. Investeringen IT

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

74. Investeringen Nominaal en nog onverdeeld

Geen nieuwe ontwikkelingen t.o.v. het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn 2024.

75. Aanstelling Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie

De speciaal vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie is in maart 2024 gestart.

76. Oprichting Nederlands Materialen Observatorium

Het NMO is per februari 2025 in werking getreden.

76. Oprichting centraal contactpunt NZIA en CRMA

Het Centraal Contactpunt NZIA en CRMA is operationeel en wordt uitgevoerd door RVO. In de nationale uitvoeringswet kritieke grondstoffen wordt de juridische grondslag van het loket geformaliseerd. Deze uitvoeringswet ligt momenteel bij de Raad van State en wordt naar verwachting, na behandeling in de TK en EK, eind dit jaar gepubliceerd.

77. Rapport groeimarkten voor Nederland

In oktober 2025 is de kamerbrief Industriebeleid met focus gepubliceerd waarin het kabinet een nieuwe koers in het industriebeleid aankondigt in het licht van de geopolitieke en economische uitdagingen. Als onderdeel van de nieuwe koers geeft het kabinet een extra impuls aan een beperkt aantal markten die belangrijk zijn voor verdienvermogen, weerbaarheid en maatschappelijke opgaven. Het kabinet zet met gericht industriebeleid in op de verdere versterking van de Nederlandse positie op halfgeleiders, biotechnologie, aan de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (DSII) gerelateerde groeimarkten (in het bijzonder 6G, radar, lasersattelietcommunicatie, quantum), digitale diensten (met name AI), machinebouw en innovatieve chemie. Dit zijn markten die uit technologie- en marktanalyses naar voren komen (Nationale Technologiestrategie en Groeimarkten voor Nederland).

78. Project Beethoven

Onder de noemer van het project Beethoven14 is een nationale impuls aan het vestigingsklimaat voor de halfgeleidersector gegeven. De nationale impuls zorgt voor de benodigde randvoorwaarden voor bedrijven als ASML om grote investeringsbeslissingen te kunnen nemen zodat verdere groei en uitbreiding mogelijk wordt in Nederland. In totaal hebben het Rijk, de regio en de sector tot en met 2030 € 2,51 miljard uitgetrokken voor deze nationale impuls. Daarvan wordt € 1,73 miljard bijgedragen door het Rijk en € 778 miljoen door de regio en de sector.

Rijk en regio werken samen aan de ruimtelijke schaalsprong in de Brainportregio. Daarbij staat de balans tussen wonen, werken en mobiliteit centraal, met oog voor voorzieningen en randvoorwaarden zoals energie en stikstof.

Woningbouw

Naast de reeds afgesproken 45.130 woningen hebben Rijk en regio afgesproken om vóór 2030 versneld 17.000 extra woningen en 2.280 studentenwoningen te realiseren. Voor grootschalige locaties zoals Knoop XL en de Zuidwest-as/HOV4 wordt de gebiedsontwikkeling verder uitgewerkt. Om de 21 gemeenten bij de uitvoering te ondersteunen is onder regie van de Metropoolregio Eindhoven een realisatieteam ingericht, met inhoudelijke en procesmatige inbreng van BZK VRO. Voor het versnellen van woningbouw zijn in 2025 twee subsidieloketten geopend, waarmee gemeenten projecten sneller tot realisatie kunnen brengen.

Mobiliteit

In het Beethoven convenant zijn afspraken gemaakt over een stevige verbetering van de weginfrastructuur, hoogwaardig openbaar vervoer en een multimodaal mobiliteitspakket. De MIRT verkenning Multimodale Knoop Eindhoven (MMK) (busstation en stationsgebouw) is conform planning afgerond en heeft geleid tot een voorkeursalternatief dat past binnen het functionele en financiële kader. Ook voor de Spoorknoop Eindhoven (SKE) is een voorkeursbesluit genomen. De integrale MIRT-verkenning A2/N2, Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting is in mei 2025 jaar gestart. De werkzaamheden aan 6 (snel)fietspaden in de regio zijn gestart, de eerste (deel)opleveringen worden in 2026 verwacht. Verder kunnen OV-bussen op de A67 tussen Eersel en Veldhoven sinds juli op de vluchtstrook rijden om files te vermijden. Voor de A2 kunnen de bussen op korte termijn gaan rijden en voor de A50 zijn voorbereidingen gestart om ook daar de bus op de vluchtstrook te laten rijden. In 2025 is de actualisatie van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport afgerond. Het geactualiseerde MIRT-onderzoek Brainportregio geeft aan wat er voor 2040 (met een doorkijk naar 2050) nodig is op het gebied van verstedelijking (woningbouw, werken en voorzieningen), energie en mobiliteit om de schaalsprong van de Brainportregio mogelijk te maken.

Netcongestie

Om de netcongestieproblematiek aan te pakken werken KGG en EZ nauw samen met de provincie Noord-Brabant, de gemeentelijke overheden in de Brainportregio en netbeheerders TenneT en Enexis. In het kader van de bredere samenwerking op netcongestie wordt langs verschillende lijnen gewerkt. Rijk, regio en Enexis zijn samen een pilot gestart met de Stichting Data Safe House om de informatievoorziening van de industrie over de groei- en verduurzamingsplannen te verbeteren en daarmee een verbetering in de investeringsplannen van de netbeheerders te bewerkstelligen. Er is een plan uitgewerkt voor een Rijk-regio pilot gebiedsfonds om de versnellingsopgave te realiseren, met financiële bijdrages vanuit het Rijk, de Provincie en de regio zelf. Voor het nieuwe 380/150kV-station bij Wijchen is in juni 2025 het Voornemen en Participatieplan gepubliceerd. In september 2025 zijn de onderzoeken naar verschillende locatie-alternatieven gestart. De drie Enexis pilots (Kempisch BedrijvenPark, Waterlaat en De Hurk) voor Groepstransportovereenkomsten op bedrijventerreinen in de MRE lopen.

Nationaal versterkingsplan Microchip talent

In mei 2025 heeft het kabinet bekend gemaakt dat er een bedrag van 24,8 miljoen euro voor leven lang ontwikkelen beschikbaar wordt gesteld aan de regio’s Brainport, Twente, Noorden en Zuid-Holland. De toekenning is gedaan op basis van ingediende regionale plannen. Het betreft om- en bijscholing. Vooral omscholing is van belang om de talentvijver binnen de halfgeleidersector te vergroten met nieuwe doelgroepen zoals statushouders en werkzoekenden.

November 2024 heeft het kabinet al besloten om 80,9 miljoen euro aan de regio’s beschikbaar te stellen om de instroom van initiële studenten te verhogen. De toegekende middelen gaan onder andere naar aanpassing en uitbreiding van curricula (bijvoorbeeld het ontwikkelen van specifieke cursussen voor de halfgeleidersector), gerichte werving van (inter)nationale studenten en meer bedrijfsstages.


Hoofdstuk 6: Voorwaardelijke verplichtingen

Dit hoofdstuk presenteert een overzicht van de voorwaardelijke verplichtingen van de Rijksoverheid, met name de garanties en achterborgstellingen. Deze verplichtingen kunnen in de toekomst budgettaire gevolgen hebben.

Een garantie is een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement. Het totaalbedrag aan uitstaande garanties van het Rijk in 2025 bedraagt 228 miljard euro. De garantieregelingen van het Rijk in 2025 staan gepresenteerd in tabel 6a. De specifiek vermelde garanties hebben allemaal een uitstaand risico groter dan een half miljard euro en zijn verbonden met de financiële sector. Deze garanties ondersteunen via de financiële sector de reële economie in het buitenland en komen voort uit internationale afspraken, zoals NGEU, het IMF en internationale ontwikkelingsbanken. Het totaalbedrag van de overheidsgaranties in percentage van het bbp in 2025 is gedaald ten opzichte van 2024: van 19,6% bbp in 2024 naar 19,3% bbp in 2025.

Naast garanties kent Nederland ook nog andere voorwaardelijke verplichtingen, namelijk de achterborgstellingen. Bij achterborgstellingen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk, maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon in de vorm van een stichting. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen daarom niet als verplichting opgenomen. Een overzicht van de achterborgstellingen is gepresenteerd in tabel 6b. Het gaat in 2025 om een totaalbedrag van afgerond 338 miljard euro geborgd vermogen. Dit is een toename ten opzichte van 2024. Afgerond 68% van het totaal aantal achterborgstellingen bevindt zich in het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW), waar de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) onder valt.

Tabel 6a: Garantieregelingen van het Rijk (in miljoenen euro's)

Omschrijving Uitstaande garanties Verleende garanties Vervallen garanties Uitstaande garanties Jaarplafond Totaalplafond
2024 2025 2025 2025 2025
Raad van Europa 287 - - 287 - 287
Garantieregeling forensische zorg - - - - - 300
Indemniteitsregeling 132 452 252 332 - 450
Wet aansprakelijkheid kernongevallen (WAKO) 9.200 - - 9.200 - 9.200
Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO) 15.402 - 1.785 13.617 - 13.617
Garantie TenneT - - - - - 51.600
Security Action for Europe (SAFE) - 15.287 - 15.287 - 15.287
Oekraïne Faciliteit 1.999 103 - 2.102 - 2.102
Macro-Financiële Bijstand - Ukraine Loan Cooperation Mechanism (MFB-ULCM) 3.416 78 1.649 1.845 - 1.845
Kredieten EU-betalingsbalanssteun (BoP-faciliteit) 3.870 204 - 4.074 - 4.074
Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB) 1.089 57 - 1.147 - 1.147
Garantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal 5.826 - 675 5.151 - 5.151
Garantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne 100 - - 100 - 100
European Stability Mechanism (ESM) 35.339 - - 35.339 - 35.339
European Investment Bank (EIB) 11.796 - - 11.796 - 11.796
European Financial Stability Facility (EFSF) 34.154 - - 34.154 - 34.154
European Financial Stabilisation Mechnism (EFSM) 2.691 119 162 2.648 - 2.648
European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) 589 - - 589 - 589
EIB - pan Europees Garantiefonds 954 - 28 925 - 925
DNB - deelneming in kapitaal IMF 34.454 - 2.034 32.420 - 32.420
Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) 794 - 92 702 - 702
Bilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB) 215 - - 215 - 215
Next Generation EU (NGEU) 27.176 3.704 1.573 29.307 - 29.307
Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE) 5.984 - 19 5.965 - 5.965
Exportkredietverzekering 17.541 3.371 6.225 14.686 10.000 -
Borgstelling MKB kredieten (BMKB) 1.167 291 366 1.092 765 -
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) 199 19 76 142 200 -
Borgstelling MKB-Landbouwkredieten 231 13 45 199 120 -
Garantie voor natuurgebieden en landschappen 223 - 19 204 - 204
Instellingen voor de gezondheidszorg 125 2 21 107 - 107
Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF) 108 8 10 107 - 675
Garanties Inter American Development Bank (IDB) 291 - 11 280 - 280
Garanties African Development Bank (AfDB) 2.355 - 78 2.277 - 2.277
Garanties Asian Development Bank (AsDB) 1.252 - 41 1.210 - 1.210
Herplaatsingsgarantie 24 83 - 107 - 783
Nationale garanties coronacrisis 47 - 34 12 - 3.088
Overig 675 103 165 613 85 1.073
Totaal 219.705 23.894 15.361 228.238 11.170 268.917

Tabel 6b: Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro’s)

Geborgd vermogen Verleend Vervallen Geborgd vermogen Buffer kapitaal Obligo
2024 2025 2025 2025 2025 2025
Nationaal Restauratie Fonds (NRF) 409 59 57 411 82 N.v.t.
Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) 5.779 - 141 5.639 302 170
Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) 213.517 37.519 19.564 231.472 1.810 N.v.t.
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) 94.937 9.582 3.755 100.765 631 2.615
Totaal 314.642 47.160 23.516 338.287 2.825 2.785

Annex 1: Voortgang European Pillar of Social Rights & Sustainable Development Goals

Tabel A1: Rapportage van de implementatie van de European Pillar of Social Rights: voornaamste maatregelen en de geschatte impact.

Pillar Maatregel Geschatte impact van maatregel
  1. Education, training and life-long learning

1. Actieplan Groene en Digitale Banen (11)

2. Quantum Delta NL (13)

3. Ontwikkelpaden (42)

4. SLIM-regeling (43)

1. Het actieplan voor groene en digitale banen werd in 2023 ingevoerd om tekorten aan arbeidskrachten aan te pakken in sectoren die belangrijk zijn voor de dubbele transitie. Het actieplan heeft tot doel de instroom van studenten in bèta-/technische studies te vergroten en de instroom van mensen in bèta-/technische banen te behouden en te vergroten. Het opschalen van succesvolle regionale publiek-private initiatieven is een van de belangrijkste maatregelen van het actieplan. De overheid investeert 210 miljoen euro in deze publiek-private partnerschappen om bij te dragen aan het aanbieden en verwerven van vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de transities.

2. De ambitie van QDNL is om de kennispositie van Nederland in de top te versterken door jong talent op te leiden. In verschillende hubs zijn al academische leerlijnen ontwikkeld, zoals de minor 'Quantum Science and Quantum Information', het masterprogramma 'Quantum Information Science & Technology' en de master-track 'Physics for Quantum Devices and Quantum Computing' aan de Technische Universiteit Delft, of de 'Quantum Software'-tracks aan de Universiteit van Amsterdam. Via gerichte en tijdelijke impulsen worden deze tracks uitgebreid naar andere hubs en worden specifieke multidisciplinaire masterprogramma's ontwikkeld die gedurende de hele looptijd kunnen worden aangeboden in Nederland, bijvoorbeeld via de in de volgende paragraaf genoemde TLC's.

3. Sectorale Ontwikkelpaden zijn landelijk ontwikkeld in nauwe samenwerking tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van OCW en brancheorganisaties. SZW zet in nauwe samenwerking met sectoren in op het in gebruik nemen van deze Ontwikkelpaden door werkgevers, werkenden, werkzoekenden, opleiders en arbeidsmarktprofessionals.

4. De SLIM-begroting is een subsidie die bedoeld is om het MKB en zijn werknemers te stimuleren meer te investeren in onderwijs en opleiding. Op jaarbasis is een budget van € 35-40 miljoen beschikbaar, aanvragers kunnen gedurende het jaar een aanvraag indienen via speciale tijdslots. Tot 2027 is € 73 miljoen beschikbaar om werknemers op te leiden voor cruciale sectoren. Daarnaast is er een jaarlijks budget van € 1,2 miljoen beschikbaar voor bedrijven in de landbouw, de horeca en de vrijetijds-/recreatiesector, aangezien deze sectoren een beperkte leercultuur hebben.

  1. Gender equality

1. Meer uren werkt! (44)

2. Quantum Delta NL (13)

1. Meer Uren werkt! (Meer uren werkt!) heeft tot doel zichtbare en onzichtbare barrières in de sociale omgeving, bij bedrijven en bij parttimers zelf te identificeren en weg te nemen. Parttimers die meer uren willen en kunnen werken, worden dan in staat gesteld om dit te doen. Het project identificeert en pakt knelpunten aan met bewezen interventie. Denk bijvoorbeeld aan het verzetten van de werkdag, het mogelijk maken van combinatiebanen of het bespreekbaar maken van mantelzorg en het creëren van begrip. Door naar al deze zaken te kijken, wil het project tot oplossingen komen die mensen helpen om meer uren te kunnen werken. Het NGF investeert maximaal € 75 miljoen euro in het project.

2. Ondersteunen

het Women in Quantum Development-initiatief (WIQD).

  1. Equal opportunities

1. Programma voor een inclusieve arbeidsmarkt (39)

2. Wet Breed Offensief (32)3. Aanwijzing grootschalige bouwlocaties en NOVEX gebieden (21)

4. Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (23)

5. Wetsvoorstel hervorming huurtoeslag (25)

1. Het programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt heeft als doel bij te dragen aan een diverse en inclusieve arbeidsmarkt met gelijke kansen en de positie van niet-Europese migranten op de arbeidsmarkt te versterken.

2. Het doel van het Breed Offensief is het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt voor mensen met een arbeidsbeperking.

3. Zal de bouwcoördinatie versterken om de kansen voor buitenstaanders op de woningmarkt te vergroten

4. Zal de bouw versterken en versnellen om de kansen voor buitenstaanders op de woningmarkt te vergroten.

5. Ca. 100.000 huishoudens met een hoge huur krijgen recht op huurtoeslag.

  1. Active support to employment

1. Programma voor een inclusieve arbeidsmarkt (39)

2. Regionale Mobiliteitsteams/ Regionale Werkcentra (40) Regional Mobility Teams (RMT)

3. Quantum Delta NL (13)

1. Het programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt heeft als doel bij te dragen aan een diverse en inclusieve arbeidsmarkt met gelijke kansen en de positie van niet-Europese migranten op de arbeidsmarkt te versterken.

2. De geleerde lessen van de RMT's en de ervaringen met andere samenwerkingen (Werkgeversservicepunten en Leerwerkloketten in de arbeidsmarktregio's) zijn gebruikt voor de hervorming van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur. Zo komt er onder andere in elke arbeidsmarktregio een Werkcentrum, om arbeidsmarktdienstverlening toegankelijker te maken.

3. Alle wetenschappelijke en particuliere gebruikers van de cleanrooms maken deel uit van de NanoLabNL community waarin veel basiskennis is en wordt opgebouwd en gedeeld. Uit langdurige samenwerking is een uniek ecosysteem voor onderzoek, ontwikkeling en commercialisering ontstaan. Dit heeft geleid tot tal van innovaties en werkgelegenheid van duizenden mensen in high-end technische beroepen.

  1. Secure and adaptable employment

1. Wet Meer Zekerheid Flexwerkers (35)

2. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (HVP, 36)

3. Aanpak arbeidsmarktkrapte (37)

1. Het pakket bestaat uit vijf uitgebreide wetgevingsvoorstellen met als doel duurzame arbeidsverhoudingen binnen wendbare ondernemingen te bevorderen.

2. Nederland bereidt de invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen voor. Het doel is om de sociale bescherming van zelfstandigen te verbeteren.

3. De brede arbeidsmarktagenda bevat algemene en sectorspecifieke strategieën om tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken.

  1. Wages

1. Invoering van een minimumuurloon

2. Tenuitvoerlegging van de EU-richtlijn betreffende toereikende minimumlonen

3. Roep de sociale partners op om de lonen te verhogen in sectoren waar er potentieel ruimte is voor een verhoging

4. De lonen in de publieke sector volgen de lonen in de marktsectoren

1. Er is een minimumuurloon ingevoerd dat geldt voor iedereen die binnen de reikwijdte van het wettelijk minimumloon valt (link). 2. De Eerste Kamer heeft in januari 2026 ingestemd met het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn inzake toereikende minimumlonen. Dit is op 23 februari 2026 aan de Europese Commissie genotificeerd.
3. De regering roept werkgevers- en werknemersorganisaties op om de lonen in sectoren te verhogen in functie van het potentieel in die specifieke sectoren.
4. De overheid is de werkgever voor verschillende publieke sectoren. Over het algemeen volgt de loonontwikkeling in deze publieke sectoren de loonontwikkelingen die zich voordoen in marktsectoren.
  1. Information about employment conditions and protection in case of dismissals

1. Implementatierichtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

2. Ondersteuning van de sociale partners

3. Website over cao's

1. Het doel is de arbeidsomstandigheden te verbeteren door een transparantere en beter voorspelbare werkgelegenheid te bevorderen.

2. Door de sociale partners te blijven ondersteunen, bijvoorbeeld door een ondersteunend klimaat voor de sociale dialoog te creëren, de fundamentele rechten van vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen te eerbiedigen en vakbondsleden te beschermen tegen discriminatie en ontslag, wordt de sociale dialoog doeltreffend gestimuleerd.

3. De overheid verstrekt informatie over cao's en algemeen verbindende verklaringen (AVV) via de website van de Directie Uitvoering Wetgeving Arbeidsvoorwaarden (UAW).

  1. Social dialogue and involvement of workers

1. Regelmatige besprekingen met de sociale partners

2. Ondersteuning van de sociale partners

3. Stoel voor zelfstandigen

4. Quantum Delta NL (13)

1. In Nederland vindt de sociale dialoog op centraal niveau plaats in een geïnstitutionaliseerde vorm, zoals in de Stichting Arbeid (StvdA) en de Sociaal-Economische Raad (SER).

2. Door de sociale partners te blijven ondersteunen, bijvoorbeeld door een ondersteunend klimaat voor de sociale dialoog te creëren, de fundamentele rechten van vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen te eerbiedigen en vakbondsleden te beschermen tegen discriminatie en ontslag, wordt de sociale dialoog doeltreffend gestimuleerd.

3. De positie van zelfstandigen in de SER is versterkt. Twee grote organisaties die zelfstandigen vertegenwoordigen hebben een plek gekregen. Het is ook de bedoeling dat het aantal zetels wordt verhoogd om de positie van zelfstandigen verder te versterken.

4. Actiepunt Maatschappelijke Impact: helpt bij het inzetten van quantumtechnologie en de toepassingen ervan ten voordele van de samenleving. Daartoe is het Centrum voor Quantum & Society in het leven geroepen. Samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties streeft het centrum naar om ethische, juridische en maatschappelijke hindernissen voor de invoering van kwantum weg te nemen technologie en om maatschappelijk belangrijke toepassingen van kwantumtechnologie te identificeren. Dat doet het met ELSA-tools die worden ontwikkeld op basis van baanbrekend onderzoek in verschillende vakgebieden.

  1. Work-life balance

1. Betaald ouderschapsverlof 1. Ouders helpen de zorgtaken eerlijker te verdelen.
  1. Healthy, safe and well-adapted work environment and data protection

1. Herziene aanvullende risicobeoordeling en -evaluatie (ARIE-regeling)

2. Subsidie voor langdurige arbeidsparticipatie (Duurzame inzetbaarheid)

3. Voortdurende actualisering van de lijst van werken met kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen

4. Arbovisie 2040

1. Sinds 1 januari 2023 is de herziene regeling aanvullende risicobeoordeling en -evaluatie (ARIE-regeling) van kracht. Dit heeft gevolgen voor ondernemingen die reeds onderworpen waren aan ARIE en voor ondernemingen die als gevolg van de herziene verordening onderworpen worden aan ARIE.

2. Vanaf september 2023 kunnen bedrijven subsidie aanvragen om de participatie van hun werknemers op de arbeidsmarkt te verlengen.

3. Er wordt een bijgewerkte versie van de lijst van kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen gepubliceerd. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid publiceert twee keer per jaar een geactualiseerde lijst.

4. De Arbovisie 2040 brengt een visie op de toekomst met zich mee, in het bijzonder de missie, ambities en doelstellingen op het gebied van arbeidsomstandigheden richting 2040. Met de Arbovisie 2040 wil de Nederlandse overheid ervoor zorgen dat werkenden in Nederland zo gezond en veilig mogelijk werken en geen last krijgen van gezondheidsklachten door hun werk, ook niet na hun pensionering. Bij het ontwerpen van de Arbovisie 2040 werd de staat van de Nederlandse arbeidsmarkt geanalyseerd. De Arbovisie houdt ook rekening met de EU-initiatieven op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk.

  1. Childcare and support to children

1.Hervorming van het kinderopvangstelsel

2. Nationaal Plan Kindergarantie

1. Het voor ouders makkelijker maken om werk en zorg te combineren door meer betaalbare en financieel toegankelijke kinderopvang te realiseren.

2. Het nationale plan weerspiegelt de stand van zaken om kinderarmoede te bestrijden en het welzijn van kinderen te bevorderen. Voorbeelden zijn gratis ontbijt op 700 basisscholen, ongeveer 10% van het totale aantal scholen in Nederland, om leerlingen in nood te voeden. In 2023 wordt deze regeling uitgebreid naar meer scholen. Daarnaast steunt de overheid samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties programma's die kinderen in staat stellen lid te worden van sportverenigingen en gratis muzieklessen te volgen. Kinderen (0-12 jaar) worden gestimuleerd om regelmatig op controle te gaan. Sommige scholen bieden een 'schooltandarts' aan om de drempel voor kinderen te verlagen. Daarnaast worden er experimenten opgezet met zorgverleners om de betaalbaarheid van tandheelkundige zorg voor kinderen te verbeteren.

  1. Social protection

1. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (HVP, 36)

2. Participatiewet in Balans

3. Actieplan aanpak van schijnzelfstandigheid (38)

1. Nederland bereidt zich voor op de invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Het doel is om de sociale bescherming van zelfstandigen te verbeteren.

2. De Participatiewet wordt eenvoudiger van opzet en gebruik en biedt mensen passende ondersteuning om mee te doen in de samenleving, met rechten en plichten die zinvol en begrijpelijk zijn.

3. Het doel van de hervorming Aanpak schijnzelfstandigheid is het terugdringen van schijnzelfstandigheid.

  1. Unemployment benefits

1. Simplificatie Werkloosheidswet 1. Op dit moment wordt in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek gedaan naar de knelpunten op het gebied van WW-uitkeringen. Het doel van het onderzoek is om vanuit drie verschillende perspectieven, te weten de werknemer, de werkgever en de administratieve autoriteiten, inzicht te krijgen in de knelpunten die in het gebruik en de uitvoering van de WW kunnen worden gesignaleerd.
  1. Minimum income

1. Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden

2. Participatiewet in Balans

1. Voor de zomer van 2025 wordt een nationaal plan voor schuld en armoede gelanceerd. Bovendien heeft Nederland onlangs een nieuwe armoededefinitie gelanceerd, die het resultaat is van een samenwerking tussen drie onafhankelijke autoriteiten.

2. De Participatiewet wordt eenvoudiger van opzet en gebruik en biedt mensen passende ondersteuning om mee te doen in de samenleving, met rechten en plichten die zinvol en begrijpelijk zijn.

  1. Old age income and pensions

1. Wet Toekomst Pensioenen (60)

2. Experimenteren met tweedepijlerpensioen voor zelfstandigen

1. Na een kaderakkoord over de algemene beginselen voor de pensioenhervorming in 2019 bereikten de regering en de sociale partners in juni 2020 overeenstemming over een nieuwe contractstructuur van de tweede pijler. In het algemeen is de hervorming bedoeld om de belangrijkste kwetsbaarheden van het pensioenstelsel aan te pakken. Na rijp beraad heeft de Tweede Kamer op 22 december 2022 ingestemd met de Wet toekomst pensioenen. De wet is op 30 mei 2023 door de Eerste Kamer aangenomen (link). De wet trad op 1 juli 2023 in werking.

2. De overheid wil via experimenten een bredere pensioenopbouw in de tweede pijler mogelijk maken voor zelfstandigen. Aan de hand van de pilootwetgeving (die deel uitmaakt van de Wet op de toekomst van de pensioenen) kan worden nagegaan of en op welke manier in de tweede pijler ruimere en toegankelijkere mogelijkheden kunnen worden gecreëerd voor zelfstandigen om een betere pensioenopbouw te realiseren en zo de inkomensdaling bij pensionering voor deze groep te beperken.

  1. Health care

1. Toekomstagenda zorg voor mensen met een beperking

2. Nationale Zorgreserve

3. Kennisinfrastructuur langdurige zorg

1. Een betere gezondheid en kwaliteit van leven voor mensen met een beperking betekent dat zij een zinvol leven kunnen leiden door de inzet van zorg en ondersteuning. De Toekomstagenda werkt o.a. aan het verstevigen, opschalen en borgen van innovaties in de gehandicaptenzorg, meer aandacht voor eigen regie, betere toegankelijkheid en regie van zorg en ondersteuning en meer inzet van technologie, zodat passende zorg en ondersteuning ook in de toekomst beschikbaar blijft.

2. Begin vorig jaar heeft het ministerie van VWS na een aanbestedingsprocedure voor de komende 3-5 jaar aan Stichting ExtraZorg Samen een contract en middelen gegund om een professionele en toekomstbestendige reservemacht te creëren. Het doel is om deze strijdmacht te laten groeien naar 5.000 direct inzetbare zorgreservisten. De reservisten kunnen in tijden van crisis direct worden ingezet en bijdragen aan het blijven leveren van voldoende en kwalitatief goede zorg, ook in tijden van crisis, wanneer de zorgvraag toeneemt. Op deze manier draagt de NZR bij aan het doel om een goede gezondheid voor mensen te waarborgen, ook in tijden van crisis.

3. In de kennisinfrastructuur langdurige zorg wordt kennis ontwikkeld zodat zorgaanbieders in de wet langdurige zorg beter weten wat zij moeten doen om cliënten te helpen een goede kwaliteit van leven te realiseren. Op deze manier draagt de maatregel bij aan de kwaliteit van de zorg.

  1. Inclusion of people with disabilities

1. Programma voor een inclusieve arbeidsmarkt (39)

2. Wet Breed Offensief (41)

1. Het programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt heeft als doel bij te dragen aan een diverse en inclusieve arbeidsmarkt met gelijke kansen en de positie van niet-Europese migranten op de arbeidsmarkt te versterken.

2. Het doel van het Breed Offensief is het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt voor mensen met een arbeidsbeperking.

  1. Long-term care

1. Ouderenzorg (Hoofdlijnenakkoord kabinet-Schoof)

1. De komende jaren wil de overheid ervoor zorgen dat ondersteuning en zorg worden aangepast aan de voorkeuren van zorgcliënten om zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven te behouden. Hierdoor kunnen ernstige, complexe zorgvragen zo lang mogelijk worden uitgesteld of zelfs voorkomen.

2. Het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO 2025-2028), "Samen voor kwaliteit van bestaan", heeft als voornaamste doel de ouderenzorg toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar te houden. Het richt zich op het behoud van zelfstandigheid (reablement), verminderen van personeelstekorten en administratieve lasten, en betere ondersteuning voor mantelzorgers.

  1. Housing and assistance for the home less

1. Nationaal Actieplan Dakloosheid; Eerst een thuis

2. Actieplan voor kwetsbare dakloze EU-burgers

3. 'Huisvesting voor kwetsbare groepen: een thuis voor iedereen'

4. Kabinetsbeleid woningbouw

Het 'Nationaal Actieplan: Huisvesting Voorop' (2023-2030) beoogt een paradigmaverschuiving in de manier waarop we naar dakloosheid kijken en ermee omgaan. Hierin wordt de ambitie gesteld om dakloosheid fors en structureel terug te dringen, in lijn met de ambitie van de Verklaring van Lissabon om tegen 2030 een einde te maken aan dakloosheid. Het plan werkt aan deze doelstelling door middel van 6 pijlers: 1) Versterking van de bestaanszekerheid, 2) Preventie, 3) Huisvesting eerst, 4) Versterking van de uitvoeringspraktijk, 5) Kennisbasis op basis van ervaring gedurende de hele beleidscyclus, op nationaal en lokaal niveau, en 6) speciale aandacht voor specifieke groepen (bijv. dakloze jongeren, dakloze LGBTIQ+-mensen en dakloze EU-burgers).

2. In dit actieplan wordt voorgesteld de doelgroep van kwetsbare dakloze EU-burgers te differentiëren in drie groepen met een eigen aanpak. Deze verdeling betekent dat de overheid kan helpen door bescherming te bieden door middel van tijdelijke opvang in combinatie met het bieden van perspectief op werk of een terugkeer naar huis.
3. Het programma 'Huisvesting voor kwetsbare groepen: een thuis voor iedereen' is een intergouvernementeel programma dat zich richt op de huisvesting van kwetsbare groepen. Dak- en thuislozen, jongeren en volwassenen behoren tot de kwetsbare groepen binnen dit programma. Uitgangspunt hierbij is dat er naast afspraken rondom huisvesting ook afspraken worden gemaakt over de zorg en ondersteuning die nodig is. Want voor een aantal kwetsbare groepen zijn zorg en ondersteuning een voorwaarde om zelfstandig te kunnen wonen.
4. Het coalitieakkoord 2026-2030 is gericht op meer bouwen, betaalbaar bouwen, en minder belemmeringen. Doelstelling daarbij voor voldoende betaalbaar te bouwen voor middeninkomens en lage inkomens : 2/3 betaalbare woningen, 30% sociale huurwoningen en 25% betaalbare koopwoningen. Het gaat daarbij om de realisatie van woningen zowel door middel van nieuwbouw als door het beter benutten van de bestaande voorraad via splitsen, transformatie en optoppen.

  1. Access to essential services

1. SectorplanPlus (26)

2. Kennisinfrastructuur langdurige zorg (34)

1. SectorplanPlus is een meerjarige subsidie van het ministerie van VWS voor werkgevers in Zorg en Welzijn om een extra impuls te geven aan opleidingsprojecten die gericht zijn op nieuwe instroom, scholing of behoud van medewerkers in zorg en welzijn. Het opleiden van medewerkers in de gezondheidszorg draagt bij aan de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling door de kwaliteit van de zorg te verbeteren, wat essentieel is voor een goede gezondheid.

2. In de kennisinfrastructuur langdurige zorg wordt kennis ontwikkeld zodat zorgaanbieders in de Wlz-zorg beter weten wat zij moeten doen om cliënten te helpen een goede kwaliteit van leven te realiseren. Op deze manier draagt de maatregel bij aan de kwaliteit van de zorg.


Tabel A2: Rapporteren op de SDG’s: beschrijving van voornaamste maatregelen en de geschatte impact.

SDG Maatregel Geschatte impact van maatregel
  1. No poverty

1. Nationaal plan voor schuld en armoede (Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden)

2. Participatiewet in Balans

1. Voor de zomer van 2025 wordt een nationaal plan voor schuld en armoede gelanceerd. Bovendien heeft Nederland onlangs een nieuwe armoededefinitie gelanceerd, die het resultaat is van een samenwerking tussen drie onafhankelijke autoriteiten.

2. De Participatiewet wordt eenvoudiger van opzet en gebruik en biedt mensen passende ondersteuning om mee te doen in de samenleving, met rechten en plichten die zinvol en begrijpelijk zijn.

  1. Zero hunger

1. Nationaal Plan Kindergarantie 1. Het nationale plan weerspiegelt de stand van zaken om kinderarmoede te bestrijden en het welzijn van kinderen te bevorderen. Voorbeelden zijn gratis ontbijt op 700 basisscholen, ongeveer 10% van het totale aantal scholen in Nederland, om leerlingen in nood te voeden.
  1. Good health and well-being

1. De Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ, 29)

2. SET-COVID-19 (27)

3. VVTB (33)

4. Nationale dementiestrategie 2021 – 2030 (32)

1. De Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ) heeft twee doelen: enerzijds het langer thuis wonen voor mensen met een chronische ziekte of beperking en anderzijds het besparen en verlichten van het werk van medewerkers in zorg en welzijn.
2. De maatregel was gericht op het stimuleren van (de opschaling van) het gebruik van technologie voor zorg en ondersteuning op afstand, gericht op thuiswonende ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid. Digitale zorg en ondersteuning draagt bij aan de continuïteit van zorg en ondersteuning, zeker tijdens de coronacrisis, en versterkt de controle en zelfredzaamheid van cliënten.
3. VTB richt zich op de doorontwikkeling van pakketbeheer om bij te dragen aan het realiseren van passende zorg. Dit draagt bij aan de maatschappelijke opgave om de zorg toegankelijk te houden. Binnen VVTB ligt de focus op (kennis over) effectiviteit van zorg en de uitvoering daarvan. Effectiviteit van zorg draagt bij aan de uitkomsten van zorg en daarmee aan de gezondheid van patiënten.
4. De strategie draagt indirect bij aan een goede gezondheid en welzijn door betere dementiezorg. Dit verbetert de kwaliteit van leven van patiënten met dementie en zorgverleners.
  1. Quality education

1. Nieuwe kerndoelen basisvaardigheden primair onderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs (45)

2. Subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden (47)

3. Extra ruimte voor kwalitatief goede leraren in het Onderwijsakkoord (52)

1. Deze maatregel is bedoeld om tot nieuwe kerndoelen voor basisvaardigheden in primair onderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs te komen. 2. Deze maatregel is bedoeld om scholen de middelen te bieden om gericht in te zetten op het verbeteren van de basisvaardigheden (taal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid) van hun leerlingen.
3. Deze maatregel is bedoeld om leraren extra ruimte te bieden om te professionaliseren op het gebied van basisvaardigheden.
  1. Gender equality

1. Lancering Diversiteitsportaal

2. Betaald ouderschapsverlof

3. Programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt (39)
4. Quantum Delta NL (13)

1. Bedrijven die onder het vrouwenquotum vallen, moeten hun doelstellingen en plannen om de genderdiversiteit te vergroten rapporteren aan de Sociaal-Economische Raad.

2. Ouders helpen de zorgtaken eerlijker te verdelen.

3. Het programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt moet bijdragen aan een diverse en inclusieve arbeidsmarkt met gelijke kansen. Het doel van het programma VIA is om de arbeidsmarktpositie van mensen met een buiten-Europese (voorheen niet-westerse) migratieachtergrond structureel te verbeteren door te zorgen voor gelijkwaardige kansen op de arbeidsmarkt voor iedereen.

4. Ondersteunen

het Women in Quantum Development-initiatief (WIQD).

  1. Clean water and sanitation

1. Omschakelprogramma ‘duurzame landbouw’

2. (addendum op) 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn

3. Startpakket uit de ministeriële commissie economie en natuurherstel (MCEN)

1. Met het omschakelprogramma ‘duurzame landbouw’ wordt beoogd om de omschakeling naar duurzamere vormen van landbouw financieel mogelijk te maken voor agrarische ondernemers die in het kader van stikstofreductie en op basis van een levensvatbaar duurzaam bedrijfsplan willen omschakelen, maar daarbij tegen financiële belemmeringen aanlopen.

2. Met het (addendum op) het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn beoogt Nederland de maatregelen te nemen om te voldoen aan de doelen van de Nitraatrichtlijn en daarmee een bijdrage te leveren aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Inmiddels wordt gewerkt aan het opstellen van een 8e actieprogramma.

3. Met het startpakket dat is voortgekomen uit de MCEN beoogd Nederland bij te dragen aan de stikstofproblematiek en natuurherstel. De middelen uit deze pakketten worden gebruikt voor vrijwillige beëindigings- en extensiveringsregelingen, het inrichten van een doelsturingsmethodologie, een regionale maatwerkaanpak voor o.a. de Veluwe en de Peel, aanvullende natuurherstelmaatregelen en verbetering van de natuurmonitoring. Er wordt momenteel gewerkt aan de verschillende maatregelen, waarvan enkelen reeds ter notificatie bij de Europese Commissie zijn voorgelegd.

  1. Affordable and clean energy

1. Meerjarenprogramma Energie en Klimaat (MIEK, 4)

2. Landelijke Actieprogramma Netcongestie (LAN, 3)

3. Hervorming nationale klimaatwet (17)

1. Met het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) versnelt de Rijksoverheid de besluitvorming over de aanleg van de benodigde energieinfrastructuurprojecten, krijgen bepaalde projecten meer prioriteit in de investeringsplannen van de netbeheerders en worden knelpunten bij de realisatie van projecten zoveel mogelijk weggenomen.

2. Het LAN voert regie op netcongestieproblemen en de toekomstbestendigheid van het elektriciteitsnet.

  1. Decent work and economic growth

1. Wet Meer Zekerheid Flexwerkers (35)

2. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (HVP, 36)

3. Aanpak arbeidsmarktkrapte (37)
4. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling vanuit het NGF (12)

5. Groeimarkten voor Nederland

1. Het pakket bestaat uit vijf uitgebreide wetgevingsvoorstellen met als doel duurzame arbeidsverhoudingen binnen wendbare ondernemingen te bevorderen.

2. Nederland bereidt de invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen voor.

3. De brede arbeidsmarktagenda bevat algemene en sectorspecifieke strategieën om tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken.

4. Alle NGF-projecten zijn mede geselecteerd op basis van hun bijdrage aan economische groei.

5. Door in te zetten op de markten waar Nederland goed op gepositioneerd is en waar internationale groei wordt verwacht kan economische groei worden gestimuleerd.

  1. Industry, innovation and infrastructure

1. Quantum Delta NL (13)

2. Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (19)

1. Met dit programma, dat tot 2028 loopt, wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling van 3 subprogramma’s (KATs) (i) quantumcomputers, (ii) quantumnetwerken en (iii) quantumsensoren.

2. De subsidieregeling stelt bedrijven in staat om de uitrol van publiek toegankelijke laadlocaties te versnellen.

  1. Reduced inequalities

1. Belasten van inkomen uit vermogen (20)

2. Programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt (39)

3. Wet Breed Offensief (41)

1. De afgelopen periode zijn er stappen gezet om het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2- vermogen) evenwichtiger te belasten. Hierdoor wordt inkomen uit aanmerkelijk belang breder in de heffing betrokken en meer in balans gebracht met de belasting op inkomen uit arbeid.

2. Het programma Voor een inclusieve arbeidsmarkt moet bijdragen aan een diverse en inclusieve arbeidsmarkt met gelijke kansen.

  1. Sustainable cities and communities

1. Programma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving (9)

2. Wet Betaalbare Huur (24)

1. Het doel van het Programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving is een restemissie van 13,2 Mton CO₂ in 2030. Naast CO₂-doelen is er sinds de publicatie van de nieuwe Europese Energy Efficiency Directive (EED) ook meer aandacht voor het reduceren van het finale energiegebruik.

2. De Wet Betaalbare Huur is 1 juli 2024 in werking getreden. De betaalbaarheid wordt geborgd door betere handhaving van de al bestaande huurregulering via het woningwaarderingsstelsel en door het doortrekken van deze regulering naar de middenhuur bij een bewonerswissel.

  1. Responsible consumption and production

1. Aanpassing nationale klimaatwet (17) 1. Nederland heeft een nationale Klimaatwet waarin, net als in de Europese Klimaatwet, reductiedoelstellingen voor 2030 en 2050 zijn opgenomen.
  1. Climate action

1. Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK, 4)

2. Programma Energiehoofdstructuur (HVP, 5)

3. Actualisering van de Energiebesparingsplicht (10)

1. Zie: SDG 7

2. Voor de ruimtelijke planning van de energie-infrastructuur van nationaal belang richting 2050 werkt Nederland aan de uitvoering van het vastgestelde Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Deze maatregel is bedoeld om toekomstige energieprojecten sneller te kunnen realiseren.

3. De energiebesparingsplicht verplichtte bedrijven en instellingen met een jaarlijks energiegebruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgasequivalent alle mogelijke energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te treffen. Met de aanscherping van de energiebesparingsplicht naar de plicht ter verduurzaming van het energiegebruik vallen meer bedrijven en meer maatregelen onder de plicht.

  1. Life below water

1. Omschakelprogramma ‘duurzame landbouw’

2. (addendum op) 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn

3. Startpakket uit de ministeriële commissie economie en natuurherstel (MCEN)

Zie toelichting bij SDG 6.
  1. Life on land

1. Omschakelprogramma ‘duurzame landbouw’

3. (addendum op) 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn

4. Startpakket uit de ministeriële commissie economie en natuurherstel (MCEN)

5. (Voorgenomen) investeringspakket voor de landbouw, natuur en stikstofaanpak

Zie toelichting bij SDG 6.
  1. Peace, justice and strong institutions

1. Implementatie CER/NIS2 (66) 1. Om onze nationale veiligheidsbelangen en vitale processen te beschermen, werken wij op verschillende niveaus samen om de digitale, fysieke en economische weerbaarheid te versterken. Er lopen verschillende wetsvoorstellen om dit te realiseren. Hieruit volgen bepaalde (wettelijke) taken om aanbieders die deel uitmaken van de energie-infrastructuur zorg te laten om hun (digitale) systemen weerbaar en veerkrachtig te maken.
  1. Partnerships for the goals

1. Actualisering van de Energiebesparingsplicht (10)

2. Actieplan Groene en Digitale banen (11)

1. Zie: SDG 13

2. Het kabinet heeft het Actieplan Groene en Digitale Banen gepresenteerd, waarin extra inspanningen worden aangekondigd om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken in sectoren die cruciaal zijn voor energie- en klimaattransities. Het opschalen van succesvolle regionale publiek-private partnerschappen in het beroepsonderwijs is een van de belangrijkste maatregelen van het actieplan.


  1. 2024 is een overgangsjaar van de oude naar de nieuwe Europese begrotingsregels. In dit jaar is de landspecifieke aanbeveling voor de groei van de netto primaire uitgaven leidend. De aanbeveling van de raad loopt slechts mee in de (cumulatieve) controlerekening.↩︎

  2. CBS (2026)↩︎

  3. CPB (2026) Centraal Economisch Plan 2026.↩︎

  4. Soederhuizen et al. (2025). Impact energietransitie op middellangetermijnraming van investeringen. CPB↩︎

  5. DNB (2025). Najaarsraming↩︎

  6. Konietzny et al. (ESB, 2025). Nederland is via derde landen sterk blootgesteld aan handelsbeleid VS.↩︎

  7. DNB (2025). Overzicht financiële instabiliteit.↩︎

  8. De kasuitgaven van deze maatregel vallen in 2026. De overgang naar de nieuwe pensioenregeling vindt plaats in 2027. Het is op dit moment onzeker of het CBS deze uitgaven voor het EMU-saldo aan 2026 of 2027 zal toerekenen. In de raming van het CPB is aangenomen dat de uitgaven het saldo belasten in 2026.↩︎

  9. Geannoteerde Agenda Ecofinraad januari 2026, https://open.overheid.nl/documenten/ed418deb-4a34-4d8f-add9-1c34a55845cc/file↩︎

  10. Indien de maatregel tevens onderdeel is van (i) het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan of (ii) het MFK- Partnerschapsovereenkomst. Voor HVP-maatregelen wordt tussen de haakjes verwezen naar het nummer in de herziene Annex van het Raaduitvoeringsbesluit.↩︎

  11. Conform de richtlijnen van de Europese Commissie wordt gereageerd op de landspecifieke aanbevelingen die 'relevant' zijn. Dat wil zeggen, de structurele (niet-budgettaire) aanbevelingen teruggaand tot 2019 die volgens de jaarlijkse Commissiebeoordeling geen 'substantiële' of 'volledige' vooruitgang of implementatie hebben, zie Country-specific recommendations database (europa.eu) voor 2023 en eerder.↩︎

  12. De gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie cf. Artikel 13(c) Verordening 2024/1263, (i) het verwezenlijken van een eerlijke groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1119 (“Europese Klimaatwet”), (ii) sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, (iii) energiezekerheid en (iv) waar noodzakelijk, de opbouw van defensievermogens.↩︎

  13. Hervormingen en investeringen aangeduid met (*) worden ook beschreven in het Integraal Nationaal Plan Energie en Klimaat (2021-2030, update 2023). Zie: https://open.overheid.nl/documenten/105257f6-c87e-4603-8521-244feadade6a/file↩︎

  14. Kamerstuk 33009, nr. 141↩︎