[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda voor de informele Raad voor Toerisme van 16 en 17 juni 2026 (Kamerstuk 21501-30-692)

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D17763, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 11:04, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07877:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het schriftelijke overleg naar aanleiding van de geannoteerde agenda voor de informele Toerismeraad op 16 en 17 april.

Heleen Herbert

Minister van Economische Zaken en Klimaat


21501-30

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

  1. De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Raad voor Concurrentievermogen (toerisme) van 16–17 april 2026. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke, innovatieve en duurzame toerismesector in Europa, waarin het midden- en kleinbedrijf (mkb) een centrale rol speelt. Tegelijkertijd zien deze leden dat de sector voor grote uitdagingen staat, onder meer op het gebied van digitalisering, verduurzaming en eerlijke concurrentie. De leden van de D66-fractie hechten eraan dat Europese initiatieven bijdragen aan een toekomstbestendige toerismesector, waarin mkb-ondernemers beter worden ondersteund bij de groene en digitale transitie en waarin kansen van de Europese interne markt beter worden benut. Deze leden hebben daarom nog enkele vragen aan de minister. De leden van de D66-fractie vragen welke concrete prioriteiten Nederland zal inbrengen bij de totstandkoming van de Europese strategie voor duurzaam toerisme.

Het kabinet heeft voor de EU-toerismestrategie specifieke prioriteiten naar voren gebracht zoals de verbinding tussen duurzame mobiliteit en toerisme, het aanpakken van klimaatrisico’s voor de toerismesector en het verminderen van regeldruk voor het mkb in de toerismesector. Daarnaast heeft het kabinet benadrukt dat binnen een EU-toerismestrategie het crosssectorale karakter van toerisme centraal moet staan. Nederland ziet het als de rol van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) om erop toe te zien dat EU-beleid, wetgevingsinitiatieven en programma’s uit andere beleidsterreinen zorgvuldig worden gemonitord op hun mogelijke positieve of negatieve effecten voor de toerismesector.

  1. Op welke wijze zet de minister zich er daarbij voor in dat mkb-ondernemers in de toerismesector beter toegang krijgen tot digitalisering, data en innovatie, en tot Europese financieringsinstrumenten om te investeren in de groene en digitale transitie?

Het kabinet zet zich in algemene zin in voor een moderne EU-begroting met de nadruk op de strategische prioriteiten concurrentievermogen, asiel en migratie, en veiligheid en defensie.1 Het kabinet kijkt daarbij kritisch naar het toevoegen van doelstellingen, minimum percentages of geoormerkte bedragen. Dit komt de flexibiliteit en modernisering van de EU-begroting niet ten goede. Dat laat onverlet dat het kabinet Nederlandse ondernemers actief stimuleert en ondersteunt om gebruik te maken van Europese financieringsinstrumenten. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) speelt daar een centrale rol in.

Generieke financieringsregelingen voor digitalisering, verduurzaming en innovatie zijn niet altijd goed toepasbaar voor de toerismesector. Daarom is er naast de online financieringswijzer van de RVO en de financieringsgids van de Kamer van Koophandel (KvK), in 2025 een sectorspecifieke financieringswijzer van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) gelanceerd. Omdat bij financieringen vanuit ondernemersbehoeften gehandeld moet worden, wordt er nu door EZK samen met brancheorganisaties, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en VNG en regionale ontwikkelingsmaatschappijen gekeken hoe financieringsinstrumenten beter kunnen aansluiten bij de ondernemer. In de tweede helft van 2026 wordt er een nieuw initiatief gelanceerd. Dit is gericht op lage drempels, focus op mkb-ers, vraaggericht en bij voorkeur digitaal. Daarnaast heeft de Commissie ook een specifieke subsidiewijzer voor de toerisme sector ontwikkeld.2

De leden van de D66-fractie vragen voorts

  1. hoe de minister binnen de agenda Eén Europa, één markt’ wil inzetten op het vereenvoudigen van grensoverschrijdend ondernemen voor mkb-bedrijven in de toerismesector, bijvoorbeeld via betere erkenning van beroepskwalificaties en het verminderen van belemmeringen voor dienstverlening binnen de EU.

Conform het Coalitieakkoord zet het kabinet in op het voltooien van de interne markt en op zo veel harmonisatie van regels die aan ondernemers raken. Het kabinet werkt aan actualisering van de kabinetsbrede interne-marktactieagenda waarover de Kamer later dit voorjaar wordt geïnformeerd. Onderdeel daarvan zijn ook acties om belemmeringen weg te nemen bij de erkenning van beroepskwalificaties en voor het vrij verkeer van diensten.

De leden van de D66-fractie vragen ook

  1. welke inzet de minister kiest om binnen de Europese strategie voor duurzaam toerisme nadrukkelijk aandacht te besteden aan het spreiden van toerisme, zodat toeristische drukte wordt verminderd en tegelijkertijd regionale mkb-economieën worden versterkt.

Het kabinet werkt via het NBTC aan initiatieven voor landelijke spreiding van toerisme. Voorbeelden hiervan zijn campagnes om bewuste reizigers te stimuleren om ook buiten de bekende hotspots en in minder drukke periodes te reizen, zoals de Slowlands-campagnes en samenwerkingen met Eurostar en Deutsche Bahn.3 Daarnaast werken regio’s en DMO’s ook zelf om binnen de regio en tijd en plaats te spreiden. Hierdoor kan drukte worden verminderd en het regionaal mkb profiteren van toerisme. Nederland deelt actief goede voorbeelden m.b.t. spreiding met andere EU-lidstaten.

De leden van de D66-fractie vragen tenslotte

  1. hoe Nederland binnen de Europese samenwerking wil bijdragen aan een eerlijker concurrentieveld in de toerismesector, bijvoorbeeld waar het gaat om de positie van mkb-bedrijven ten opzichte van grote internationale online boekings- en platformbedrijven.

Nederland onderschrijft het belang van een gelijk speelveld op digitale markten, ook wanneer het gaat om de tourismesector en de online bemiddeling die daar plaatsvindt. Gelet op de grensoverschrijdende aard van deze markt zet het kabinet zich hiervoor in via Europese wet en regelgeving, zoals de Digital Markets Act (DMA). De DMA legt aangewezen marktpartijen, zogeheten poortwachters, verschillende verboden en verplichting op. Zo moeten zij bijvoorbeeld transparantie bieden over de gehanteerde ranking in zoekresultaten en mogen zij eigen diensten of producten hierin niet bevoordelen. De DMA adresseert ook specifieke contractuele bepalingen die de commerciële vrijheid van ondernemingen kunnen inperken. Hierdoor behouden bijvoorbeeld hoteliers meer ruimte om hun prijzen op het platform en via andere verkoopkanalen zelfstandig vorm te geven. Dit draagt eraan bij dat kleinere ondernemingen beter kunnen concurreren met gevestigde platformaanbieders.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

  1. De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Toerismeraad op 16 en 17 april in Cyprus. Deze leden hebben hierover opmerkingen en een vraag. De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland zal aangeven dat het positief staat tegenover het continueren van toerismebeleid op EU-niveau. Tegelijkertijd lezen deze leden ook dat de minister als uitgangspunt hanteert dat toerisme een nationale competentie blijft. Deze leden hebben voor deze subsidiariteit in een eerder schriftelijk overleg ook aandacht gevraagd.4 Deze leden benadrukken nogmaals dit uitgangspunt van groot belang te vinden. De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat de minister ervoor wil zorgen dat flankerend beleid voor de toeristische sector op orde is, zoals met vermindering van de regeldruk. Deze leden juichen dit toe. Deze leden missen echter een duidelijke inzet van de minister met betrekking tot de strategie. Als de strategie er komt, welke Raadsconclusies ziet de minister dan graag getrokken?

Zoals ook eerder aangeven is het uitgangspunt voor het kabinet dat toerisme een nationale competentie blijft en zet het kabinet in op de vermindering van regeldruk voor het mkb in de toerismesector. Dit standpunt verdedigd Nederland dan ook tijdens de onderhandelingen over de Raadsconclusies. Nederland benadrukt dat de EU-strategie niet mag leiden tot de ontwikkeling van nieuwe, specifiek op toerisme gerichte instrumenten als generieke instrumenten ook toepasbaar zijn – bijvoorbeeld op het gebied van crisismanagement. Daarnaast heeft Nederland expliciet aangegeven dat bij de ontwikkeling van nieuwe toerismestatistieken moet worden gegarandeerd dat aanpassingen niet resulteren in extra administratieve lasten voor bedrijven in de toerismesector, maar dat er wordt ingezet op deling van reeds beschikbare data. Het kabinet zet zich actief in voor het opnemen van deze punten in de definitieve Raadsconclusies.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

  1. De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben hierbij nog enkele vragen. De leden van de PVV-fractie merken op dat het kabinet in het Verslag Raad voor Concurrentievermogen van 26 en 27 februari 20265 schrijft over de aankomende Digital Fairness Act (DFA), en dat Eurocommissaris McGrath heeft bevestigd dat bij de DFA rekening zal worden gehouden met simplificatie. De leden van de PVV-fractie maken zich zorgen over de hoeveelheid regelgeving die voortvloeit uit de Europese Unie. Deze leden vragen de minister een overzicht te geven van het voorwerk van de Europese Commissie met betrekking tot de DFA en daarbij in het bijzonder in te gaan op eventuele kritische noten van de zogenaamde Regulatory Scrutiny Board in dit proces. In hoeverre is dit voorwerk gericht ten behoeve van daadwerkelijke vereenvoudiging, en in hoeverre leidt dit juist tot nieuwe wetgeving? Daarnaast vragen deze leden of de minister expliciet kan ingaan op de publieke consultatie inzake de DFA en de reactie van VNO-NCW hierop. Tevens vragen de leden van de PVV-fractie of het voorgaande expliciet kan worden bezien in het licht van de Nederlandse inzet ten aanzien van impactassessments, en hoe deze inzet zich verhoudt tot de ontwikkeling van de DFA.

Het wetgevend voorstel voor de Digital Fairness Act (DFA) wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Stakeholders hebben op meerdere momenten in het wetgevingsproces van de Commissie inbreng kunnen leveren. Zowel tijdens de consultatie voor de fitness check van het consumentenrecht als tijdens de publieke consultatie voor de DFA zijn alle partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunten in te brengen. De uitkomsten van laatstgenoemde consultatie zijn in december jl. gepubliceerd.6 Het is aan de Commissie om al deze inbreng, waaronder die van VNO-NCW, te beoordelen en te wegen.

In aanloop naar het voorstel draagt het kabinet in algemene zin uit dat handhaving van bestaande regelgeving in de digitale economie – en ondersteuning van ondernemers bij de toepassing hiervan – belangrijk is. Eventuele nieuwe regels in de DFA moeten eenvoudig uitlegbaar en handhaafbaar zijn en moeten bestaande onduidelijkheden en hiaten opvullen. De DFA kan worden ingezet als een gerichte maatregel om specifieke online handelspraktijken aan te pakken en daarmee duidelijkheid te creëren voor consumenten en ondernemers over wat wel en niet is toegestaan. Hiermee wordt tevens fragmentatie op de Europese interne markt voorkomen.

De Regulatory Scrutiny Board (RSB) beoordeelt bij nieuwe voorstellen van de Commissie ook in hoeverre er rekening is gehouden met mogelijkheden voor simplificatie van wetgeving en kijkt tevens naar de gevolgen voor de regeldruk.7 Na publicatie van het voorstel van de Commissie wordt oordeel van de RSB op de effectbeoordeling (impact assessment) gepubliceerd.

Bij de kabinetsappreciatie (BNC-fiche) van Europese wetgeving wordt expliciet ingegaan op de uitkomsten van de effectbeoordeling (impact assessment). Hierbij kijkt het kabinet ook naar de wijze waarop administratieve en financiële lasten voor bedrijven in kaart zijn gebracht en hoe deze worden afgewogen tegen het beoogde maatschappelijke doel van de wetgeving. De Kamer zal na publicatie van het voorstel van de Commissie het BNC-fiche over de DFA ontvangen (in beginsel zes weken na publicatie).

  1. De leden van de PVV-fractie lezen in de voorliggende geannoteerde agenda dat de minister het grote economische belang van de toeristische sector benadrukt. Deze leden vragen in hoeverre de verhoging van de btw op logies schade heeft toegebracht aan de toeristische sector. Kan de minister dit kwantificeren?

Op dit moment kan dit nog niet gekwantificeerd worden. De Staatssecretaris van Financiën monitort ontwikkelingen, specifiek de prijsontwikkeling en het aantal overnachtingen, en zal de kamer hierover begin 2027 informeren.

  1. Daarnaast constateren de leden van de PVV-fractie dat steeds meer gemeenten hun begroting op orde brengen door de toeristenbelasting te verhogen. Hoe beoordeelt de minister deze ontwikkeling? Ziet de minister aanleiding om hierop landelijk maatregelen te treffen? Zo nee, waarom niet?

In de gemeentewet is geregeld dat gemeenten toeristenbelasting mogen heffen. Het is aan de gemeenten welk bedrag en/of percentage ze heffen. Het is de Raad die het bedrag of het percentage vaststelt.

De Raad kan daarbij zelf afwegen hoe de hoogte van de belasting zich verhoudt tot zaken als toeristische aantrekkelijkheid. Ook kunnen de baten en de lasten die toerisme voor inwoners met zich meebrengen zo worden meegewogen. Dat verschilt van plaats tot plaats en leent zich naar mijn mening niet voor uniformering. Ik zie dan ook geen aanleiding om hier landelijk maatregelen op te treffen.

  1. De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat deze lastenverzwaring niet alleen de hotelbranche en verblijfssector raakt, maar ook het bredere mkb dat voor een groot deel afhankelijk is van toerisme. Kan de minister ingaan op de effecten voor onder meer cafés, restaurants en andere lokale ondernemers?

De effecten van de btw-verhoging, de prijsontwikkeling en het aantal overnachtingen, worden door de staatssecretaris van Financiën gemonitord. Aanvullend hierop onderhoud ik nauw contact met de sector om zicht te houden op de bredere effecten in de praktijk. In dat kader breng ik relevante partijen, waaronder brancheorganisaties zoals Koninklijke Horeca Nederland en HISWA-RECRON, en partijen met veel kennis en data zoals NBTC en het CBS, bijeen om een zo volledig en eenduidig mogelijk beeld te krijgen van de effecten op de sector en de bredere toeristische keten.

  1. Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie hoe deze nationale lastenverzwaringen zich verhouden tot de ambitie van Eurocommissaris Tzitzikostas om Europa de belangrijkste toeristische bestemming ter wereld te laten blijven. Welke concrete maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat het mkb in Nederland weer kan profiteren van toerisme?

Het verblijfstoerisme in Nederland groeit al jaren en deze groei zet naar verwachting ook de komende jaren door. Het kabinet zet in op een goed ondernemersklimaat, onder meer via digitalisering en het verminderen van regeldruk, zodat mkb-ondernemers deze groei kunnen verzilveren.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en willen hierbij enkele aandachtspunten naar voren brengen.

Zij steunen de inzet van de Europese Commissie om te komen tot een meer samenhangende aanpak van toerisme op Europees niveau, als aanvulling op de nationale en regionale inzet van de lidstaten. Zij zien daarbij grote waarde in kennisdeling en het ontwikkelen van een gezamenlijke strategie, mits deze ruimte laat voor regionaal maatwerk en lokale initiatieven.

De leden van de CDA-fractie erkennen het belang van toerisme voor de werkgelegenheid en het bbp, zowel in Nederland als in andere lidstaten. Voor met name Zuid-Europese landen vormt toerisme een van de belangrijkste inkomstenbronnen. Tegelijkertijd zijn zij zich bewust van de negatieve neveneffecten van toerisme op leefbaarheid, milieu en klimaat. Wanneer toerisme zich te sterk concentreert op specifieke plekken of uitsluitend draait om aantallen bezoekers, kan dit het draagvlak bij lokale gemeenschappen onder druk zetten en leiden tot gevoelens van vervreemding en verdrukking.

De leden van de CDA-fractie hechten daarom groot belang aan kwalitatief toerisme, dat economische waarde creëert zonder de leefbaarheid te schaden. Zij verwelkomen de aandacht van de Europese Commissie voor het tegengaan van overtoerisme en het versterken van de positie van lokale gemeenschappen. Ook ondersteunen zij de inzet op het beter spreiden van toeristenstromen. Waar toerisme in de ene regio de leefbaarheid onder druk kan zetten, kan het in een andere regio juist kansen bieden op het gebied van werkgelegenheid en regionale ontwikkeling. In de verdere uitwerking van de plannen zien zij graag concreet terug hoe deze spreiding en het behoud van draagvlak wordt gewaarborgd en roepen zij de minister op scherp te blijven op de effecten van toerisme op leefomgeving en gemeenschappen.

De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van de minister om het mkb in brede zin te ondersteunen. Zij roepen echter op om bij de aanpak van regeldruk aandacht te blijven besteden aan toeristische ondernemingen. Daarnaast benadrukken zij dat de minister het effect van platformbedrijven op lokale mkb-verhuurders goed in de gaten moet houden, zodat een gelijk speelveld ontstaat en de positie van lokale ondernemers gewaarborgd blijft.

De leden van de CDA-fractie zien uit naar de verdere uitwerking van de Europese strategie. Zij blijven de minister constructief volgen om een toerismesector te realiseren die economisch sterk is, maar tegelijk in balans blijft met leefbaarheid, natuur en de belangen van inwoners, en oog heeft voor regionale kansen en lokale initiatieven.


  1. Kamerbrief reactie op voorstellen Meerjarig Financieel Kader en eigenmiddelenbesluit | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎

  2. Toerismesubsidies - EU-financieringsportaal↩︎

  3. Slowlands: zo reis je zonder haast door het groene Nederland - Holland.com↩︎

  4. Kamerstuk 21 501-30, nr. 673↩︎

  5. Kamerstuk 21501-30, nr. 690↩︎

  6. public_consultation_on_the_digital_fairness_act_factual_summary_report.pdf↩︎

  7. 286037c1-81c0-4df8-88cd-5519b0bd5963_en, pagina 9↩︎