[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Kabinetsreactie op het Israëlisch wetsvoorstel over het invoeren van de doodstraf en het rapport van Save the Children over Palestijnse kinderen in Israëlische detentie

Brief regering

Nummer: 2026D17996, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-16 08:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07984:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Met deze brief ga ik in op de verzoeken van de vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken van 10 april jl. met kenmerk 2026D13860 en 13 april jl. met kenmerk 2026D17566, over respectievelijk de Israëlische doodstrafwetgeving en het rapport van Save the Children over Palestijnse kinderen in Israëlische detentie.

Uw Kamer is op 26 maart jl. geïnformeerd over het standpunt en inzet van het kabinet over de Israëlische doodstrafwetgeving.1 Het kabinet vindt de aanname van de Israëlische wet over de doodstraf door de Knesset onacceptabel. Nederland is principieel tegen de doodstraf en veroordeelt het toepassen van executies, dit wordt gezien als onmenselijk en ondoeltreffend. Daarnaast acht het kabinet het discriminatoire karakter van deze wetgeving onacceptabel. Het kabinet heeft de zorgen over en afkeur van het wetsvoorstel meermaals kenbaar gemaakt bij de Israëlische autoriteiten en opgeroepen het wetsvoorstel niet te implementeren. Het kabinet doet dit zowel publiekelijk als achter de schermen en in bilateraal als EU-verband. De minister-president heeft dit gedaan tijdens zijn gesprek met de Israëlische president Herzog op 1 april jl. en ik deed dit ook in mijn gesprek met de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Sa’ar op 15/04 jl. Momenteel loopt er een juridische procedure bij het Israëlisch Hooggerechtshof over deze wet. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwlettend en wacht deze af.

Het gesprek met de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Sa’ar heb ik ook gebruikt om de omstandigheden van Palestijnse kinderen in Israëlische detentie, zoals ook beschreven is in het recent gepubliceerde rapport van Save the Children, aan de orde te stellen. Het genoemde rapport bevat schokkende conclusies die niemand onberoerd laten. Jonge kinderen zijn kwetsbaar en verdienen juist bescherming, foltering is onacceptabel. Het verbod op foltering is absoluut, en is een regel van dwingend internationaal recht. Het kabinet wijst Israël consequent op naleving van het internationaal recht, waaronder het Antifolteringverdrag. Ook roept het kabinet Israël al langere tijd op om de detentieomstandigheden van Palestijnen in Israëlische detentiecentra te verbeteren en het ICRC ongehinderde toegang te verlenen. In het bezoek van de mensenrechtenambassadeur afgelopen november is daar uitgebreid bij stilgestaan. Het kabinet verzoekt Israël om opheldering over de aantijgingen in het rapport, en vervolging van eventuele daders.

De minister van Buitenlandse Zaken,

T.B.W. Berendsen


  1. Kamerstuk 32 735, nr. 426↩︎