Lijst van vragen en antwoorden over aanvullend artikel 100-brief over verlenging Nederlandse inzet in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29521-513)
Lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D18077, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-16 11:45, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: A.W. Westerhoff, griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Lijst van vragen en antwoorden over aanvullend artikel 100-brief over verlenging Nederlandse inzet in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29521-513)
Onderdeel van zaak 2026Z08030:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-04-16 21:50: Debat over de Aanvullende artikel 100-brief over de verlenging van de Nederlandse inzet in de Middellandse Zee (plenaire afronding in 1 termijn) (Plenair debat (overig)), TK
- 2026-04-23 12:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (š origineel)
29521-513 Aanvullende artikel 100-brief over verlenging Nederlandse inzet in de Middellandse Zee
nr. Lijst van vragen en antwoorden
Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn)
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 2 april 2026 inzake de Aanvullende artikel 100-brief over verlenging Nederlandse inzet in de Middellandse Zee (29521, nr. 513).
De daarop door de minister gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.
Voorzitter van de commissie,
Klaver
Griffier van de commissie,
Westerhoff
| Nr | Vraag | Bijlage | Blz. (van) | t/m |
| 1 | Zou Zr. Ms. Evertsen operationeel in staat zijn om op korte termijn elders ingezet te worden, bijvoorbeeld in de Straat van Hormuz? Zijn hier afspraken over gemaakt in het actuele vlootverband? Zo ja, welke? Antwoord Een luchtverdedigings- en commandofregat (LCF) is per definitie geschikt om ingezet te worden in een breed scala aan operatiegebieden waaronder gebieden in een hoger geweldsspectrum. Binnen het vlootverband zijn afspraken gemaakt over het operatiegebied en het defensieve mandaat. Wanneer een land voornemens is af te wijken van dit operatiegebied of defensieve mandaat, vindt hierover vooraf overleg plaats. Op basis daarvan zal het kabinet conform het artikel 100 toetsingskader wegen hoe Nederland zich verhoudt tot de voorgestelde wijziging. |
|||
| 2 | Welke veranderende dreigingsrisicoās ziet u nu de Verenigde Staten en IsraĆ«l verder escaleren in de oorlog tegen Iran? Antwoord De risicoās en de gevolgen voor de nationale veiligheid, zoals uiteengezet in de artikel 100-brief (Kamerstuk 29521, nr. 510 d.d. 9 maart 2026), blijven gelden voor de verlenging van de inzet. |
|||
| 3 | Met welke scenarioās houdt u rekening met betrekking tot escalatie waar Zr. Ms. Evertsen mee te maken kan krijgen? Antwoord De risicoās zijn gewogen bij zowel de initiĆ«le inzet als de verlenging. De volatiele situatie in de regio wordt uiteraard nauw gemonitord. De eenheid is gereed en geschikt voor de taak. |
|||
| 4 | Heeft de bemanning op Zr. Ms. Evertsen aanvullende veiligheidsinstructies ontvangen gezien de escalatie in de oorlog met Iran en zo ja, welke instructies zijn dat? Antwoord Voor aanvang van de operatie in het oostelijk deel van de Middellandse Zee heeft de eenheid een geweldsinstructie gekregen op basis van de defensieve missie die aldaar wordt uitgevoerd. |
|||
| 5 | Is het defensieve mandaat van andere schepen van het vlootverband
strikt hetzelfde als die van Zr. Ms. Evertsen of zijn daarin
veranderingen geweest? Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat. Het kabinet spreekt zich niet uit over de mandaten van bondgenoten. Binnen het vlootverband zijn afspraken gemaakt over het operatiegebied en het defensieve mandaat. Wanneer een land voornemens is af te wijken van dit operatiegebied of defensieve mandaat, vindt hierover vooraf overleg plaats. Op basis daarvan zal het kabinet conform het artikel 100 toetsingskader wegen hoe Nederland zich verhoudt tot de voorgestelde wijziging. |
|||
| 6 | Wat betekenen wijzigingen van het mandaat van andere leden van het vlootverband voor de inzet van Zr. Ms. Evertsen? Antwoord Zie het antwoord op vraag 5. |
|||
| 7 | Welke lessen zijn geleerd van de inzet van Zr. Ms. Evertsen tot nu toe en hoe worden deze lessen toegepast? Antwoord De snelle besluitvorming en daaropvolgende nieuwe opdracht voor het LCF zijn een goede les en onderstrepen de noodzaak in de huidige context in te kunnen spelen op geopolitieke ontwikkelingen. Door een hoge mate van gereedheid en wendbaarheid kunnen op operationeel en strategisch niveau handelingsperspectieven worden geboden. Deelname aan een Europees vlootverband stelt de Krijgsmacht in staat Europese militaire interoperabiliteit te vergroten en tactieken en procedures continu te verbeteren. |
|||
| 8 | Kan worden uitgesloten dat de Nederlandse bijdrage aan deze missie wordt ingezet om Amerikaans materieel te verdedigen? Zo nee, waarom niet? Welke scenarioās liggen daarvoor klaar? Antwoord Zie het antwoord op vraag 9. |
|||
| 9 | Kan worden uitgesloten dat andere leden van het vlootverband worden ingezet om Amerikaans materieel te verdedigen? Zo nee, waarom niet? Welke scenarioās liggen daarvoor klaar als het gaat om de inzet van Zr. Ms. Evertsen? Antwoord op vraag 8 en 9 Dat is niet aan de orde. Zoals vastgelegd in de artikel 100-brief van 9 maart 2026 behelst het Nederlandse mandaat de bescherming van de Carrier Strike Group (CSG), Cyprus en het bondgenootschappelijk grondgebied. Zie verder antwoord op vraag 5. |
|||
| 10 | Vindt er informatie-uitwisseling plaats tussen Zr. Ms. Evertsen en de Amerikaanse of Israƫlische regering? Zo ja, welk soort informatie betreft dit? Antwoord Israƫl is niet betrokken bij deze inzet; er vindt geen afstemming noch samenwerking plaats. Israƫl heeft geen toegang tot informatie van het LCF noch van de NAVO. Informatie over het luchtbeeld wordt met schepen binnen het vlootverband en de NAVO gedeeld om eventuele incidenten te voorkomen. |
|||
| 11 | Is er een verdere verlenging van de missie van Zr. Ms. Evertsen voorzien? Antwoord Zoals gemeld in de Kamerbrief (Kamerstuk 29521, nr. 513 d.d. 2 april 2026) is het kabinet voornemens de inzet van het LCF en de daarop aanwezige militairen te verlengen tot in beginsel begin mei 2026. Een verdere verlenging is nu niet aan de orde. In voorkomend geval wordt de Kamer tijdig conform het Toetsingskader 2014 geĆÆnformeerd over de betreffende verlenging. |