Ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023
Brief regering
Nummer: 2026D18092, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-16 12:06, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Besluit houdende wijziging van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023
- Nota van toelichting
- Beslisnota bij Kamerbrief Ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023
Onderdeel van zaak 2026Z08039:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-04-22 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij biedt het kabinet u het ontwerpbesluit aan, houdende
wijziging van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 in
verband met de aanpassing van de reikwijdte en de actualisering van
voorschriften. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijst het
kabinet u naar de ontwerpnota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven
voorhangprocedure (artikel 32b, tweede lid, van de Warenwet) en biedt de
Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit
voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden
voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Op grond van artikel 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt deze termijn in verband met het meireces van de Kamer verlengd tot 1 juni 2026.
Een gelijkluidende brief heeft het kabinet gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Sophie Hermans