Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk 21501-33-1194)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D18943, datum: 2026-04-20, bijgewerkt: 2026-04-20 16:39, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (D66)
- Mede ondertekenaar: L. van der Graaf, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z08360:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-22 10:15 â Reeds geagendeerd voor de inbreng schriftelijk overleg extra ingelaste informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april, op maandag 20 april 2026. (Besluit)
- 2026-04-21 16:16 â Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-04-20 16:00 â Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-04-20 16:00: Extra ingelaste informele videoconferentie van EU-transportministers op 21 april 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-04-21 16:16: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-22 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (đ origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 | ||
| Vergaderjaar 2025-2026 | |||
| 21 501-33 |
|
||
| Nr. | VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG | ||
| Vastgesteld op âĻ 2026 | |||
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft ÊÊn fractie de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over de geannoteerde agenda van de extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk 21501-33, nr. 1194). De vragen en opmerkingen zijn op 20 april 2026 aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van ... zijn deze door hem beantwoord. |
|||
| Voorzitter van de
commissie, Huizenga |
|||
| Adjunct-griffier van de
commissie, Van der Graaf |
|||
| I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties | |||
Inhoudsopgave Inleiding GroenLinks-PvdA-fractie |
1 2 |
||
| Inleiding | |||
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda van de extra informele bijeenkomst van EU-transportministers d.d. 21 april en de Nederlandse inzet voor dit overleg. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen. GroenLinks-PvdA-fractie De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het verstandig dat de EU-lidstaten goed samenwerken op het gebied van het opvangen van de energiecrisis. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Europese Commissie het verstandig vindt dat EU-lidstaten het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren zodat inwoners vaker op een brandstof besparende wijze reizen. Deze leden juichen het toe wanneer de Europese Commissie hier voorstellen op zou doen. In de kabinetsinzet missen deze leden dit element. Aan welke voorstellen wordt door de Europese Commissie gedacht op dit punt? Graag zouden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat ook het Nederlandse kabinet nadrukkelijk het belang van het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer benadrukt en voorstellen op dit vlak doet en voorstellen van de Europese Commissie op dit vlak ondersteunt. Wanneer het openbaar vervoer meer wordt gestimuleerd, draagt dit bij aan het terugdringen van het brandstofgebruik in de EU. Graag ontvangen deze leden een reactie van het kabinet hierop. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie geven aan dat niet alleen binnen EU-lidstaten het van belang is om het gebruik van het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken. Ook tussen EU-lidstaten is het naar de mening van deze leden van belang dat het openbaar vervoer wordt verbeterd en gestimuleerd. Nog steeds zijn er dagelijks bijvoorbeeld vele korteafstandsvluchten die op een veel zuinigere manier per trein zouden kunnen worden afgelegd. Ondanks veel mooie woorden lukt het EU-lidstaten slechts beperkt om het internationale treinverkeer verder te stimuleren en aantrekkelijker te maken. Deelt het kabinet deze zorg en ziet het kabinet kansen om de huidige energiecrisis als stimulans te gebruiken om versneld ook stappen te zetten op het uitbreiden van het internationaal treinvervoer? |
|||
| II Reactie van de minister | |||