Verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026 (Kamerstuk 21501-20-2399)
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D19167, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 13:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (PVV)
- Mede ondertekenaar: J.H.R. Moonen, adjunct-griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Kamerbrief Verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026 (Kamerstuk 21501-20-2399)
Onderdeel van zaak 2026Z08543:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
21501-20 Europese Raad
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld d.d. .. 2026
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 15 april 2026 inzake de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026 (nr. 2026Z07948), de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 februari 2026 inzake het Verslag informele bijeenkomst van de Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-20, nr. 2026Z03580), en de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 februari 2026 inzake het Afschrift brief aan de Eerste Kamer inzake de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door de Eerste Kamerleden van Hattem (PVV) en Hartog (Volt) over de voorstellen COM(2025)565 en COM(2025)552 (nr. 2026Z06544)
Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
De adjunct-griffier van de commissie,
Moonen
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Europese raad van 23 en 24 april. Over de Nederlandse inzet hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete inzet de minister zal plegen om, mede in het licht van de recente ontwikkelingen rondom de verkiezingen in Hongarije, zo spoedig mogelijk de € 90 miljard aan Europese steun voor Oekraïne te deblokkeren?
Antwoord van het kabinet
Beoogd Hongaarse premier Magyar heeft aangegeven zich constructief op te willen stellen met betrekking tot opheffen blokkade op de steunlening voor Oekraïne van EUR 90 miljard. De nieuwe regering wordt naar verwachting eind mei/begin juni wordt geïnstalleerd. Het blijft daarom belangrijk om druk te houden op de zittende Hongaarse regering om haar veto op de steunlening en het 20ste sanctiepakket zo snel mogelijk op te heffen. Het kabinet blijft hierop inzetten. De Europese Commissie is hierover voortdurend in gesprek met Hongarije.
Tevens vragen deze leden welke concrete stappen de minister zal zetten om voortgang te boeken in het toetredingsproces van Oekraïne tot de Europese Unie, in het bijzonder ten aanzien van het openen van de eerste onderhandelingsclusters.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet steunt het openen van het eerste onderhandelingscluster binnen het EU-toetredingsproces van Oekraïne. Het kabinet is voornemens in te stemmen met opening wanneer dat besluit voorligt, nadat de blokkade van Hongarije is opgeheven en aan alle voorwaarden is voldaan. Wanneer cluster 1 is geopend, is het kabinet eveneens voornemens in te stemmen met het openen van de andere onderhandelingsclusters wanneer deze besluiten formeel voorliggen en ook hier aan de voorwaarden is voldaan. Tot op heden heeft Nederland de druk op Hongarije - samen met andere EU lidstaten – hooggehouden om de oneigenlijke blokkade op het openen van cluster 1 met Oekraïne op te heffen. In dit kader heeft Nederland een demarche in Boedapest geïnitieerd (december jl.) en heeft het samen met andere EU lidstaten in Europees verband opgeroepen het proces niet te bilateraliseren. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met de nieuwe Hongaarse regering en hoopt op een positievere koers van Hongarije.
Ook vragen deze leden welke concrete inzet het kabinet zal plegen om te komen tot een nieuw Europees sanctiepakket tegen Rusland.
Antwoord van het kabinet
Voor het kabinet zijn alle inspanningen gericht op aanname van het 20ste sanctiepakket tegen Rusland. Daarna wil het kabinet direct doorpakken met een nieuw sanctiepakket, gericht op het ondermijnen van het Russische verdienvermogen op de mondiale oliemarkt en verder financieel isoleren van Rusland. Hierbij liggen voor het kabinet alle opties op tafel.
In zijn overwinningsspeech benadrukte de Hongaarse beoogd premier Magyar een sterke bondgenoot voor de EU en NAVO te willen zijn. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met de nieuwe regering en hoopt op een positievere koers van Hongarije. Zodra de nieuwe Hongaarse regering is geïnstalleerd zal het kabinet de gebruikelijke diplomatieke contacten benutten om heldere verwachtingen over te brengen, waaronder ten aanzien van het 20ste sanctiepakket.
De leden van de D66-fractie vragen of de minister kan aangeven wat zijn concrete inbreng zal zijn over de schaduwvloot en wanneer de Kamer de nodige wetswijzingen zal ontvangen zodat Nederland harder kan optreden tegen de schaduwvloot op de Noordzee?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet blijft onverminderd inzetten op een robuustere aanpak van de schaduwvloot, via sancties en maatregelen die de schaduwvloot vertragen, frustreren en verstoren. Daarbij wordt ook concreet de samenwerking gezocht met landen rond de Noordzee, maar ook initiatieven genomen binnen de EU en de NAVO.
Zoals eerder toegezegd aan uw Kamer zal de minister van Infrastructuur en Water op kortst mogelijke termijn u nader informeren over de nodige wetswijzigingen die nu in voorbereiding zijn. Het kabinet blijft zich daarnaast ook binnen de huidige kaders maximaal inzetten om op te treden tegen de schaduwvloot op de Noordzee.
Midden-Oosten
De leden van de D66-fractie vragen welke inspanningen de minister gaat leveren om te komen tot een diplomatieke oplossing voor de situatie in het Midden-Oosten.
Antwoord van het kabinet
Tussen de VS en Iran ziet het kabinet vier grote obstakels: de inhoudelijke kloof, het gebrek aan concessiebereidheid, het wederzijds ontbreken van vertrouwen en de uiteenlopende onderhandelingsstijlen. Om deze kloof te helpen overbruggen, vindt er deze weken intensief diplomatiek verkeer plaats tussen Europese hoofdsteden, Washington D.C. en landen in het Midden-Oosten. Vanuit de EU ondersteunt het kabinet de positie van bemiddelaars zoals Pakistan, Turkije, Egypte en de Golfstaten. Juist die landen kunnen Iran en de VS helpen bij de diplomatieke vertaalslag – om kostbare misverstanden te voorkomen en in de zoektocht naar een werkbaar compromis. Ook Nederland onderhoudt goed contact met deze belangrijke bemiddelende partijen. Ook vanuit de EU is direct contact met de VS om te onderstrepen hoe belangrijk een diplomatieke oplossing is, en om de Europese bereidwilligheid te laten zien om concreet op de inhoud mee te denken en werken.
Het kabinet verwelkomt het recent aangekondigde staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon. Zowel in bilaterale contacten als in EU-verband zal het kabinet alle partijen blijven oproepen zich aan de gemaakte afspraken te houden. Dit geldt ook voor Hezbollah, dat formeel geen partij is bij de staakt-het-vuren overeenkomst en de onderhandelingen tussen Israël en Libanon. Het kabinet benadrukt dat de aanvallen van Hezbollah op Israël moeten stoppen. De volledige ontwapening van Hezbollah is van groot belang voor de veiligheid en stabiliteit in Libanon en de regio. Het kabinet onderstreept het belang van een diplomatieke oplossing om te komen tot een duurzame oplossing voor het conflict tussen Israël en Libanon. Het kabinet verwelkomt daarom de directe gesprekken die hierover plaatsvinden tussen Israël en Libanon onder leiding van de Verenigde Staten. Nederland is samen met Europese partners bereid deze gesprekken waar mogelijk te ondersteunen.
De leden van de D66-fractie vragen tevens of andere landen, zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, helder voor ogen hebben wat onze voorwaarden zijn voor een eventuele deelname aan een missie in de straat van Hormuz.
Antwoord van het kabinet
Nederland is met planners aangesloten bij het militaire planningspoor van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, en neemt op politiek en diplomatiek niveau deel aan bijeenkomsten van de coalitie. Nederland draagt hierbij consistent dezelfde boodschap uit voor wat betreft de uitgangspunten voor eventuele Nederlandse deelname, waaronder een einde aan de vijandelijkheden en een solide juridisch mandaat.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ter voorbereiding op de informele Europese Raad op 23-24 april 2026, hebben in dit kader enkele vragen en willen een aantal aandachtspunten onder de aandacht brengen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat er tijdens deze Raad zal worden ingegaan op de actuele situatie in Oekraïne naar aanleiding van de Russische agressie-oorlog. Deze leden merken hierbij op dat een Europese lening van € 90 miljard wordt tegengehouden door Hongarije. Welke impact verwacht de minister dat de verkiezingsoverwinning van Tisza heeft op de opstelling van Hongarije? Is de minister bereid om in contact te treden met de aanstaande regering van Hongarije om hen aan te sporen om het Hongaars veto te laten varen?
Welke strategie heeft het kabinet ten aanzien van de aanstaande regering van Hongarije en welke aanpak ten aanzien van Hongarije bepleit zij bij de Commissie?
Antwoord van het kabinet
In zijn overwinningsspeech benadrukte beoogd premier Magyar een sterke bondgenoot voor de EU en NAVO te willen zijn. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met de nieuwe regering en hoopt op een positieve koers van Hongarije binnen de EU. Magyar heeft aangegeven zich constructief op te willen stellen met betrekking tot het opheffen van de blokkade op de steunlening voor Oekraïne van EUR 90 miljard. Echter, de uitslag in Hongarije verandert op korte termijn weinig omdat de nieuwe regering naar verwachting pas eind mei/begin juni wordt geïnstalleerd. Zodra de nieuwe regering is geïnstalleerd zal het kabinet de gebruikelijke diplomatieke contacten benutten om heldere verwachtingen over te brengen ten aanzien van het EU-buitenlandbeleid, inclusief steun aan Oekraïne, en ook herstel van de rechtsstaat en daarvoor benodigde hervormingen. Duidelijk is dat hervormingen moeten plaatsvinden voordat, onder meer, de EU-fondsen kunnen worden vrijgegeven. Het kabinet zal zich daarvoor inzetten en deze boodschap ook bij de Commissie afgeven.
De leden van de VVD-fractie merken op dat er tijdens deze Europese Raad terecht veel aandacht zal zijn voor het conflict in het Midden-Oosten. Ziet de minister ruimte om hierbij ook aan te stippen dat de strijd tegen terrorisme in het Midden-Oosten niet vergeten mag worden en het onderwerp van berechting van IS-strijders een plek op de Europese agenda blijft verdienen?
Antwoord van het kabinet
De veiligheidssituatie in het Midden-Oosten, waaronder op het gebied van terrorisme en de strijd tegen ISIS, is een vaak terugkerend onderwerp op de Europese agenda het afgelopen jaar. Het kabinet deelt de mening dat de strijd tegen terrorisme in het Midden-Oosten niet vergeten mag worden. Ook benadrukt het kabinet nadrukkelijk dat berechting ISIS-strijders en de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen zoveel als mogelijk in de regio moet plaatsvinden.1
Jezidi gemeenschappen vrezen het vrijkomen van IS-strijders die misdaden zijn begaan in Syrië, nu door het toenemende conflict het moeilijker wordt op sommige plekken in de regio de gevangenissen te bewaken en het risico toeneemt op het ontstaan van nieuwe broeinesten. Met welke lidstaten kan Nederland optrekken om de strijd tegen terrorisme in de regio op de agenda te houden en een framework voor de berechting van IS-strijders te realiseren?
Antwoord van het kabinet
In aanvulling op het antwoord op vraag 8, blijft Nederland zich in multilateraal verband, waaronder de anti-ISIS coalitie en de EU, inspannen voor de strijd tegen terrorisme in de regio. Ook ondersteunt Nederland actief (inter)nationale inspanningen gericht op waarheidsvinding en transitional justice in Syrië. Zoals ook toegelicht in de Kamerbrief van 5 januari 2026 blijft Nederland de VN-bewijzenbank voor Syrië (IIIM) zowel politiek als financieel steunen.2 Voor 2024–2026 betreft dit een bedrag van EUR 1 mln. Het IIIM verzamelt en bewaart bewijsmateriaal over mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Syrië ten behoeve van (inter)nationale procedures, en heeft al een belangrijke rol gespeeld bij de opsporing en vervolging van onder meer ISIS-strijders.
Ook constateren de leden van de VVD-fractie dat de Europese Commissie naar alle waarschijnlijkheid op maandag 22 april een beleidsstuk naar buiten zal brengen waar onder andere in zal worden gegaan op de verlaging van de energiebelasting. Hoe kijkt de minister aan tegen het voorstel van de Commissie om de energiebelasting te verlagen?
Antwoord van het kabinet
De Europese Commissie heeft aangekondigd op 22 april a.s. een toolbox van tijdelijke en gerichte maatregelen te presenteren om de energie prijspieken als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten te adresseren. Op dit moment kan er nog niet met zekerheid worden gezegd welke maatregelen de Commissie zal presenteren.
Het verlagen van de energiebelasting is primair voorbehouden aan individuele lidstaten. Een verplichte reductie van de energiebelasting op elektriciteit vergt amendering van de Richtlijn Energiebelasting. De beoordeling van een voorstel van de Europese Commissie zal afhangen van de manier waarop de maatregel is vormgegeven en wat de effecten daarvan zullen zijn op onder meer de overheidsfinanciën, de lasten van verschillende groepen energieverbruikers en de uitvoerbaarheid en administratieve lasten.
Vindt de minister dat dit een keuze is die primair is voorbehouden aan individuele lidstaten, of meent de minister dat een gecoördineerde gemeenschappelijke aanpak beter past bij de omvang van het probleem?
Antwoord van het kabinet
Nederland onderstreept in EU-verband het belang van een gezamenlijke aanpak van de secundaire effecten van de escalatie. Het verlagen van de energiebelasting is primair voorbehouden aan de lidstaten. Een verplichte reductie van de energiebelasting op elektriciteit zou amendering vergen van de Richtlijn Energiebelasting.
De leden van de VVD-fractie constateren tenslotte dat er aandacht zal zijn voor het volgende MFK. Hierbij willen de leden benadrukken dat wat hen betreft Nederland moet inzetten op een sterk MFK dat bijdraagt aan de strategische doelen van Europa, waaronder primair veiligheid, defensie en innovatie. Deelt de minister deze opvatting?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet in op een sterk, toekomstbestendig en gemoderniseerd MFK dat bijdraagt aan de strategische doelen van Europa. Hierbij is herprioritering van belang naar investeringen in veiligheid, defensie, concurrentievermogen en innovatie. De begroting moet worden gemoderniseerd en meer gericht worden op het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Het kabinet zet zich in voor een acceptabele omvang van de Nederlandse afdrachten aan de EU, inclusief behoud van de bni-correctie.
Wat is de taxatie van de minister van de positie van het Europees Parlement over het MFK waar inmiddels in commissieverband over gestemd is en waarin staat dat de omvang van het MFK 10 procent hoger zou moeten zijn? Welk effect heeft dit op de algehele discussie over het MFK in Brussel?
Antwoord van het kabinet
Historisch gezien is het Europese Parlement steeds voorstander geweest van een groter MFK, en het is gebruikelijk dat zij dat in deze fase van de onderhandelingen inbrengt. Er zijn ook lidstaten die eenzelfde standpunt hebben. Dit toont de complexiteit van de MFK onderhandelingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026. Zij hopen dat er met de verkiezingsuitslag in Hongarije in de toekomst een aantal doorbraken in de Europese Raad mogelijk zijn. Deze leden hebben nog enkele opmerkingen en vragen.
Tijdens de informele Europese Raad zal worden gesproken over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Ook in dit verband vinden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het hoopvol dat de opstelling van Hongarije wellicht zal veranderen aangezien dit kansen biedt om de rechtstaatssconditionaliteit in de EU-begroting te versterken. Op welke manier wordt dit de komende tijd onderzocht? Worden er voorstellen verwacht die verder gaan dan het voorstel van de Commissie?
Antwoord van het kabinet
Samen met gelijkgezinde lidstaten zet het kabinet zich zowel in voor het behoud van de door de Europese Commissie voorgestelde versterking van de rechtsstaatconditionaliteit, als voor verdere aanscherping van de rechtsstaat- en Handvestconditionaliteiten en waarborgen in het volgend MFK, zodat lidstaten die de rechtsstaat en fundamentele waarden niet respecteren hun recht op Europees geld verliezen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er tijdens de Europese Raad wordt gesproken over de inzet in de Straat van Hormuz. Op 19 maart 2026 stelden Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië, Japan en Nederland dat zij bereid zijn om bij te dragen aan ‘passende inspanningen’ om veilige doorvaart van de Straat van Hormuz te waarborgen. Wat zijn volgens de minister ‘passende inspanningen’?
Antwoord van het kabinet
Zoals vorige week aan de Kamer gemeld onderzoekt het kabinet een mogelijke militaire bijdrage in coalitieverband. Frankrijk en het VK hebben het militair planningsproces voor een internationale coalitie gestart. Nederland is met militaire planners betrokken, en overlegt met internationale partners wat nodig is om een breed gedragen, defensieve missie ter waarborging van de veilige doorvaart van de Straat van Hormuz te ondersteunen, zoals aangekondigd in een kennisgevingsbrief aan uw Kamer van 10 april jl.3 De plannen zijn nog in ontwikkeling en eventuele activatie is pas aan de orde zodra een aantal randvoorwaarden is bereikt (zie vraag 6). Wanneer inzet van een internationale militaire presentie aanstaande lijkt, vindt nationale politieke besluitvorming over een eventuele Nederlandse inzet plaats. Uw Kamer zal daarover worden geïnformeerd conform artikel 100 van de Grondwet.
Is de minister het eens dat er zolang er geen duurzaam bestand is geen militaire inzet kan zijn in de Straat van Hormuz?
Antwoord van het kabinet
Dat is juist. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheid en wenselijkheid tot een bijdrage aan een defensieve missie ter waarborging van de veilige doorvaart van de Straat van Hormuz. De plannen zijn nog in ontwikkeling en eventuele activatie is pas aan de orde zodra een aantal randvoorwaarden is bereikt (zie vraag 6).
Op welke manier gaat Zr.Ms. De Ruyter bijdragen aan ASPIDES?
Antwoord van het kabinet
Het voornemen is dat Zr. Ms. De Ruyter associated support zal leveren aan EUNAVFOR Aspides tijdens zijn reis naar de Indo-Pacific, zoals aangekondigd in Kamerstuk 29 521-504.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen over de escalatie van geweld in Libanon. Is de minister bereid in EU-verband in te zetten op meer Europese humanitaire hulp, en politieke en diplomatieke maatregelen om te zorgen dat hulpverleners veilig kunnen bewegen en hun werk kunnen doen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de zorgen over de geweldsescalatie in Libanon in de afgelopen tijd, zoals ook eerder aan uw Kamer aangegeven. Het kabinet verwelkomt het recent overeengekomen staakt-het-vuren en roept alle partijen op zich hieraan te houden. De zorgen over de humanitaire situatie in Libanon blijven groot. Om die reden heeft het kabinet eerder al additionele financiering voor de Dutch Relief Alliance en het ICRC vrijgemaakt om hen in staat te stellen hun inzet in Libanon te intensiveren. Daarnaast draagt het kabinet, middels een bijdrage aan UNOPS, ook bij aan het initiatief van Jordanië om met humanitaire konvooien aanvullende goederen het land in te brengen. Veilige toegang voor humanitaire hulpverleners tot getroffen gemeenschappen in Libanon is van het grootste belang. Zoals uiteengezet in de kabinetsreactie op het advies van de AIV en de CAVV over veiligheid van hulpverleners4 zet het kabinet zich in voor veiligheid van hulpverleners in EU-verband alsook in directe contacten met betrokken partijen. Nederland roept in bilaterale contacten alle partijen op de veiligheid van hulpverleners te garanderen. Nederland bepleit adequate humanitaire hulpverlening in Libanon ook door Europese Commissie en EU-Lidstaten.
Worden er verdere stappen en sancties voorbereid in EU-verband wanneer Israël doorgaat met grootschalige vernietiging in Libanon?
Antwoord van het kabinet
Zoals bekend in uw Kamer onderstreept het kabinet het belang dat alle partijen zich houden aan het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht. Op dit moment is de inzet erop gericht dat partijen zich houden aan het staakt-het-vuren en dat de diplomatieke gesprekken tussen Israël en Libanon onder leiding van de Verenigde Staten tot een vreedzame oplossing komen. Het kabinet beziet voortdurend hoe het deze boodschap effectief kracht kan bijzetten.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering zich inzet om in EU-verband te komen tot een gezamenlijke aanpak van de secundaire effecten van de escalatie in Iran en de Straat van Hormuz. Gaat het kabinet de aanbevelingen overnemen om de overwinsten van energiebedrijven af te romen, gezien het feit dat grote energiebedrijven momenteel miljardenwinsten maken?
Antwoord van het kabinet
Op dit moment kan er nog niet met zekerheid worden gezegd welke maatregelen en aanbevelingen de Commissie in haar mededeling van 22 april zal presenteren.
Vanwege de relatief beperkte stijging van de aardgasprijs ziet het kabinet op dit moment geen reden om te veronderstellen dat er sprake is van overwinst op de gasmarkt. Voor de oliemarkt geldt dat een groot deel van de toegenomen marges naar verwachting niet in Nederland neerslaan. Voor de Nederlandse oliemarkt is het nog te vroeg om harde uitspraken te doen of er overwinsten worden gemaakt. Indien er hogere winsten worden gemaakt, dan wordt dit reeds belast met de vennootschapsbelasting. Het kabinet is terughoudend om hier bovenop een extra heffing in te stellen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van het kabinet op een ‘sterk en toekomstbestendig’ Meerjarig Financieel Kader. Kan de minister concreet aangeven welke totale omvang van het MFK het voor zich ziet en wat dit betekent voor de Nederlandse afdrachten, zowel in absolute zin als per inwoner?
Antwoord van het kabinet
Het is niet op voorhand te zeggen welke omvang het MFK zal moeten hebben om voor Nederland acceptabel te zijn. De Nederlandse inzet betreft, naast de benodigde modernisering van het MFK gericht op strategische prioriteiten, een stevige budgettaire inzet die met name gericht is op het beperken van de afdrachten en het effect op de nationale begroting. Daarin speelt de omvang van het MFK een rol, maar ook het behoud van de correctie op de Nederlandse bni-afdracht, de eventuele effecten van de introductie van nieuwe eigen middelen en het aandeel van de inningskosten van de invoerrechten (de perceptiekostenvergoeding) dat lidstaten mogen behouden.
Tevens vragen deze leden welke maximale bijdrage het kabinet nog acceptabel acht. De leden constateren dat de Europese Commissie inzet op een aanzienlijke verhoging van de EU-begroting. Kan het kabinet toelichten waarom een dergelijke groei noodzakelijk zou zijn en welke concrete resultaten eerdere budgetverhogingen hebben opgeleverd?
Antwoord van het kabinet
Het uitgangspunt voor het kabinet in de onderhandelingen is een afdracht die in lijn is met wat hiervoor is opgenomen in de nationale begroting voor 2028 en daarna. Daarin was reeds een stijging voorzien vanwege onder meer inflatie en economische groei, maar de toename die zou voortvloeien uit het Commissievoorstel zou aanzienlijk groter zijn. De Commissie acht een toename noodzakelijk met name op het gebied van concurrentievermogen en defensie, wat ook onderdeel is van de modernisering waar dit kabinet achter staat en die noodzakelijk is vanwege de geopolitieke ontwikkelingen en het belang van een sterke Europese economie. Echter, het kabinet is ook van mening dat scherpe budgettaire keuzes nodig zijn, net als op nationaal niveau, en dat een correctie op de bni-afdracht voor Nederland noodzakelijk blijft. De omvang van het MFK varieert al langere tijd rond de 1-1,1% bni, waardoor er eigenlijk geen sprake is van substantiële verhogingen van het budget anders dan door economische groei en inflatie. De enige uitzondering daarop is de terugbetaling van het NGEU dat werd afgesproken in reactie op de COVID-crisis.
De leden verzoeken of de minister ook kan ingaan op de effectiviteit van het huidige MFK.
Antwoord van het kabinet
De effectiviteit van het MFK kan op meerdere manieren beoordeeld worden. Er kan onder andere gekeken worden naar macro-economische impact, doelbereik per beleidsterrein, of efficiënt gebruik van middelen. De effectiviteit van de lange termijn investeringen zijn aangetoond, waarbij grensoverschrijdende investeringen op het gebied van infrastructuur en convergentie door cohesiebeleid aantoonbaar effectief zijn gebleken. Ook het Horizonbeleid wordt over het algemeen gezien als een belangrijke bijdrage aan de versterking van de Europese economie. Er zijn echter ook kanttekeningen te plaatsen bij de effectiviteit van EU-middelen, bijvoorbeeld op het gebied van transparantie en doelmatigheid. In dat kader hecht het kabinet aan het werk van de Europese Rekenkamer (ERK) en neemt het de aanbevelingen van de ERK mee in de MFK-onderhandelingen. Binnenkort ontvangt de Kamer een nadere kabinetsappreciatie van de ERK-rapporten inzake de Herstel en Veerkrachtfaciliteit en de opinies inzake het fonds voor Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP) en het kader voor het volgen van begrotingsuitgaven en prestaties (prestatiekader). De Europese Commissie probeert met haar voorstel voor het volgend MFK de effectiviteit en resultaatgerichtheid het MFK te verbeteren, bijvoorbeeld door een uniform prestatiekader voor het gehele MFK in te richten. Het MFK heeft ook aangetoond bij te kunnen dragen aan macro-economische stabilisatie in crisissituaties. Dat zagen we vooral in de context van de COVID-pandemie en de agressieoorlog tegen Oekraïne, waar ondanks de beperkte flexibiliteit van het huidige MFK er via tussentijdse herzieningen toch diverse malen via de EU-begroting is ingegrepen in crisissituaties.
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de minister de Kamer volledig en tijdig zal informeren over de onderhandelingen over het MFK. Welke mogelijkheden heeft de Kamer om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de Nederlandse inzet?
Antwoord van het kabinet
Het MFK is één van de grootste en meest complexe Europese dossiers die de komende periode tot besluitvorming moet komen en heeft aanzienlijke impact op aanpalende Europese thema’s. Uw Kamer zal gedurende het proces regulier worden geïnformeerd over het verloop van de onderhandelingen, in het bijzonder via de geannoteerde agenda’s en verslagen voor de RAZ (MFK), de Ecofinraad (EMB) en de Europese Raad (ER) als waar nodig per separate brief. In aanloop naar de ER gaat de minister-president met de Kamer in de debat over de inzet ten aanzien van het MFK voor de aankomende ER.
De leden van de PVV-fractie vragen welke financiële risico’s verbonden zijn aan langetermijnverplichtingen binnen het MFK. In hoeverre kan Nederland aansprakelijk worden gesteld voor verplichtingen van andere lidstaten?
Antwoord van het kabinet
De langetermijnverplichtingen van de Europese Unie worden gedekt uit de Europese begroting die wordt gefinancierd uit de afdrachten van alle lidstaten, conform de afspraken die hierover zijn gemaakt in het eigenmiddelenbesluit. Er is geen mechanisme voorzien waarbij lidstaten zich aan hun nationale verplichtingen met betrekking tot de afdrachten kunnen onttrekken en dat is ook nog nooit gebeurd. Er is geen sprake van situaties waarin Nederland aansprakelijk kan worden gesteld voor verplichtingen van andere lidstaten.
De leden van de PVV-fractie vragen het kabinet om per grote uitgavencategorie aan te geven wat de concrete toegevoegde waarde is van EU-uitgaven ten opzichte van nationale besteding.
De leden constateren dat er bijzonder aandacht uitgaat naar het ECF. Hoe waarborgt het kabinet dat middelen uit het ECF daadwerkelijk terechtkomen bij innovatieve en productieve sectoren, en niet verzanden in bureaucratische processen of politieke verdelingsmechanismen?
Antwoord van het kabinet
Het ECF heeft EU-meerwaarde boven nationale bestedingen. Gezien de grensoverschrijdende spillover effecten van investeringen ter versterking van het EU-concurrentievermogen, is het kabinet van oordeel dat dit onvoldoende door de lidstaten nationaal kan worden verwezenlijkt. Coördinatie en investeringen op Europees niveau bieden aantoonbaar meerwaarde omdat daarmee schaalvoordelen, toegevoegde waarde van investeringen en kostenefficiëntie worden geborgd ten opzichte van investeringen door individuele lidstaten.
Het kabinet zet binnen de vier vensters van het ECF in op een focus op de meest strategische technologieën en sectoren, waar de EU het verschil kan maken voor concurrentievermogen, weerbaarheid en maatschappelijke uitdagingen. Het is van belang dat selectie van projecten plaatsvindt op basis van excellentie en impact. Deze selectie dient plaats te vinden via open, competitieve EU-brede procedures, en niet op basis van geografische spreiding. Geografische spreiding zorgt juist voor inefficiëntere besteding van EU-middelen.
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de minister de huidige balans tussen nettobetalers en netto-ontvangers beoordeelt. In hoeverre is de minister van mening dat deze verdeling eerlijk is en welke inzet Nederland pleegt om deze balans te verbeteren?
Antwoord van het kabinet
De EU interne markt en het MFK dragen op verschillende manieren bij aan het verdienvermogen van Nederland. Nederland is, samen met andere relatief welvarende lidstaten, een nettobetaler aan de Europese Unie. Overigens geldt dit voor een groeiend aantal EU-lidstaten. Dit volgt grotendeels uit het gegeven dat een belangrijk deel van de begroting wordt gefinancierd met een sleutel gebaseerd op het bni van een lidstaat terwijl het cohesiebeleid gericht is op convergentie van de welvaart van lidstaten en regio’s, waardoor er meer middelen naar minder welvarende lidstaten gaan. Het kabinet is van mening dat er geen acceptabele reden is voor een substantieel slechtere netto-betalingspositie voor het volgend MFK. Daarom blijft het kabinet inzetten op het behoud van een correctie op de Nederlandse bni-afdracht, zodat de nettobetalingspositie van Nederland acceptabel blijft.
De leden van de PVV-fractie vragen of de minister bereid is om het Nederlandse vetorecht in te zetten bij de onderhandelingen over het MFK indien de Nederlandse financiële belangen onvoldoende worden geborgd. Onder welke omstandigheden zal het kabinet daadwerkelijk gebruik zou maken van dit veto?
Antwoord van het kabinet
Zoals aangegeven in beantwoording op 10 november jl. van vragen van uw Kamer over de kabinetsappreciatie van de Commissievoorstellen voor het volgend MFK en het EMB is het voorstel van de Europese Commissie het startschot voor de onderhandelingen die naar verwachting tot in 2027 zullen duren. In de kabinetsappreciatie van 12 september jl. heeft het kabinet haar positie met betrekking tot het voorstel van de Europese Commissie uiteengezet en dat vormt de basis voor de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen. Uw Kamer zal gedurende het proces worden geïnformeerd over het verloop van de onderhandelingen, in het bijzonder via de geannoteerde agenda’s en verslagen voor de RAZ (MFK), de Ecofinraad (EMB) en de ER. Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet haar positie bepalen op basis van het onderhandelingsresultaat.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de beschikbare stukken over de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.
Oekraïne
De leden van de CDA-fractie steunen onverminderd de brede Europese steun aan Oekraïne. Deze leden lezen dat Nederland blijft inzetten op spoedige implementatie van de steunlening aan Oekraïne, de aanname van het twintigste sanctiepakket en de aanpak van de schaduwvloot. Welke scenario’s heeft het kabinet in beeld als de Hongaarse blokkade op sancties toch blijft bestaan?
Antwoord van het kabinet
In zijn overwinningsspeech benadrukte de Hongaarse beoogd premier Magyar een sterke bondgenoot voor de EU en NAVO te willen zijn. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met de nieuwe regering en hoopt op een positieve koers van Hongarije. Zodra de nieuwe Hongaarse regering is geïnstalleerd zal het kabinet de gebruikelijke diplomatieke contacten benutten om heldere verwachtingen over te brengen, waaronder ten aanzien van het EU-buitenlandbeleid.
Spoedige aanname van het twintigste sanctiepakket is prioriteit voor het kabinet. Daarna wil het kabinet direct doorpakken met een nieuw sanctiepakket, gericht op het ondermijnen van het Russische verdienvermogen op de mondiale oliemarkt en verder financieel isoleren van Rusland. Hierbij liggen voor het kabinet alle opties op tafel. Alle inspanningen zijn hierbij gericht op een unanimiteitsbesluit. Het kabinet steunt het Cypriotische EU-voorzitterschap en de EU-instellingen in dit proces en engageert met de nieuwe Hongaarse regering.
Kan het kabinet bovendien toelichten hoe Nederland inzet op betere handhaving van sancties en op het anti-omzeilingsinstrument, zodat sancties niet via derde landen worden uitgehold?
Antwoord van het kabinet
Het tegengaan van sanctieomzeiling is een absolute prioriteit van het kabinet. Omzeiling ondermijnt de effectiviteit en draagvlak van sancties. De focus ligt hierbij op kritieke goederen voor de Russische oorlogsindustrie, zoals elektronica, kogellagers en chips.
Het is de verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven om zich aan de geldende sanctiemaatregelen te houden. Bij signalen van mogelijke sanctie-overtredingen wordt altijd onderzoek gedaan. Hier wordt waar nodig verdere opvolging aan gegeven. Het is uiteindelijk aan het Openbaar Ministerie om eventuele niet-naleving van de sancties te onderzoeken en te vervolgen.
Het kabinet doet actief onderzoek naar omzeiling en naar manieren om omzeiling tegen te gaan. Daarbij doet zij actief outreach naar bedrijven om omzeiling van hun goederen juist te voorkomen door het geven van voorlichting.
Ook het zogenaamde anti-omzeilingsinstrument behoort tot de gereedschapskist waarover de EU beschikt om omzeiling van de Ruslandsancties via derde landen aan te pakken. Wat het kabinet betreft zou dit instrument expliciet op tafel moeten liggen en, wanneer lichtere middelen zoals gerichte exportbeperkingen tegen bedrijven geen effect sorteren, ingezet moeten worden.
Midden-Oosten
De leden van de CDA-fractie maken zich grote zorgen over de bredere instabiliteit in het Midden-Oosten. Deze leden lezen dat de Europese Raad zal spreken over Iran, de blokkade van de Straat van Hormuz en de gevolgen voor veiligheid, energie, economie, migratie en scheepvaart. Kan de minister aangeven welke concrete uitkomsten Nederland op deze punten nastreeft?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet streeft naar de-escalatie van de spanningen in de regio, waarbij diplomatie centraal staat. Zo vindt er deze weken intensief diplomatiek verkeer plaats tussen Europese hoofdsteden, Washington D.C. en landen in het Midden-Oosten. Vanuit de EU ondersteunen we de positie van bemiddelaars zoals Pakistan, Turkije, Egypte en de Golfstaten.
De Nederlandse inzet in een eventuele missie in de Straat van Hormuz zal gericht zijn op het waarborgen van de veilige doorvaart door de Straat; hierover wordt momenteel met bondgenoten gesproken alsook met landen in de regio.
Daarnaast is Nederland voorzitter van de werkgroep die zich richt op economische drukmiddelen binnen de door het VK opgezette coalitie. Er is brede steun onder landen voor het inzetten van deze instrumenten richting Iran én het in kaart brengen van secundaire economische gevolgen van het huidige conflict. Ook de ontwikkelingen op het gebied van migratie worden nauwgezet gevolgd en indien dat nodig is, wordt ook de benodigde inzet op migratie bekeken. Vooralsnog zijn er geen migratiebewegingen richting de Unie waarneembaar.
Wat bedoelt de minister precies met een gezamenlijke EU-aanpak van de secundaire effecten van deze crisis?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet blijft in EU-verband pleiten voor een gezamenlijke aanpak van de secundaire effecten van de escalatie, die ook Europese belangen raken, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, energie, economie, migratie en scheepvaart. Concreet zet het kabinet zich in de EU in op maatregelen die bijvoorbeeld de energieprijzen structureel verlagen, onder meer door het versterken van de interne energiemarkt via betere energieverbindingen tussen lidstaten. Het borgen van een goed functionerende Europese markt en het inzetten op Europese leveringszekerheid is daarbij belangrijk.
De leden van de CDA-fractie vragen welke vormen van steun aan de Golfstaten in EU-verband worden besproken. Deze leden vragen daarnaast of het kabinet aan kan geven of er voldoende steun zou zijn voor het Nederlandse voorstel voor een nieuw EU-sanctieregime tegen verantwoordelijken voor het belemmeren van vrije doorvaart.
Antwoord van het kabinet
Nederland en de EU zijn solidair met de Golfstaten, die direct doelwit zijn van de Iraanse aanvallen. Het kabinet staat in nauw contact met deze landen over hun legitieme veiligheidsbehoefte en in dat kader verkent het kabinet momenteel de mogelijkheden voor aanvullende en gerichte bijdragen. Ook voor een mogelijke EU-inzet in de Straat van Hormuz zal goede coördinatie en samenwerking met de Golflanden cruciaal zijn. De EU moet de juiste instrumenten hebben om op bedreigingen voor de vrije doorvaart te kunnen reageren. Nederland heeft het initiatief genomen en samen met vier andere lidstaten een voorstel gedaan voor de mogelijkheid tot EU sancties op het gebied van vrije doorvaart, waarbij op dit moment met voorrang wordt gekeken naar maatregelen om Iraanse personen en entiteiten te listen die de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz belemmeren.
Kan de minister ook verduidelijken wat onder “passende inspanningen” wordt verstaan om veilige doorvaart in de Straat van Hormuz te waarborgen, en wanneer volgens het kabinet aan de voorwaarden voor eventueel Nederlands optreden is voldaan?
Antwoord van het kabinet
Zoals vorige week aan de Kamer gemeld onderzoekt het kabinet een mogelijke militaire bijdrage in coalitieverband. Frankrijk en het VK hebben het militair planningsproces voor een internationale coalitie gestart. Nederland is met militaire planners betrokken, en overlegt met internationale partners wat nodig is om een breed gedragen, defensieve missie ter waarborging van de veilige doorvaart van de Straat van Hormuz te ondersteunen. De plannen zijn nog in ontwikkeling en eventuele activatie is pas aan de orde zodra een aantal randvoorwaarden is bereikt (zie vraag 6). Wanneer inzet van een internationale militaire presentie aanstaande lijkt, vindt nationale politieke besluitvorming over een eventuele Nederlandse inzet plaats. Uw Kamer zal daarover worden geïnformeerd conform artikel 100 van de Grondwet.
Meerjarig Financieel Kader
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de minister aankijkt tegen voorstellen van het Europees Parlement om terugbetaling van NextGenerationEU buiten het MFK te houden en via nieuwe eigen middelen te financieren, zoals een digitale heffing op grote technologiebedrijven.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet is geen voorstander om de rentebetalingen en aflossing van de leningen van NextGenerationEU buiten het MFK te houden en verwelkomt juist het voorstel van de Commissie om deze op te nemen onder de MFK-plafonds vanaf 2028. Het MFK-plafond is belangrijk voor het goed kunnen begroten van de nationale afdrachten en daarom is het kabinet er in algemene zin voorstander van dat uitgaven onder het plafond moeten worden ingepast. In het specifieke geval van NGEU is het ook belangrijk op te merken dat er geen reden is om de rente en aflossing hiervan buiten de plafonds te plaatsen, omdat de totale budgettaire omvang van rente en aflossing samen zeer goed voorspelbaar is. Daarnaast staan volgens het kabinet nieuwe eigen middelen in beginsel los van de mate van ambitie van het MFK. De introductie van nieuwe eigen middelen leiden volgens het kabinet immers niet tot extra uitgaven(ruimte), maar zorgt slechts voor een andere verdeling in de financiering van de EU-begroting. Conform toezegging van de minister van Financiën aan lid Oosterhuis in het debat Eurogroep/Ecofinraad van maart jl., zal het kabinet voor de zomer de appreciatie over de voorgestelde nieuwe eigen middelen aan de kamer zenden.
Pact voor het Middellandse Zeegebied
De leden van de CDA-fractie zien het belang van nauwere samenwerking met de zuidelijke buurlanden van Europa, juist op het gebied van veiligheid, migratie, handel en stabiliteit. Kan de minister nader toelichten hoe het actieplan voor het Middellandse Zeegebied zich verhoudt tot bestaande initiatieven, zodat overlap en bestuurlijke drukte worden voorkomen?
Antwoord van het kabinet
Zoals in het BNC-fiche over het Pact voor het Middellandse Zeegebied (MedPact), dat reeds aan uw Kamer is toegekomen vermeld is, betreft het MedPact de nieuwe overkoepelende EU-strategie voor de samenwerking tussen de EU en de partners in de Zuidelijk Nabuurschapsregio, die Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, de Palestijnse gebieden, Syrië en Tunesië omvat.5 Met het MedPact legt de EU de strategische ambities voor deze regio vast, gericht op economische samenwerking, veiligheid, migratie en sociaal-culturele samenwerking.6 Daarnaast presenteert de Unie zich als betrouwbare partner in een veranderend geopolitiek krachtenveld. Ook biedt het MedPact een leidraad om integratie in en rond het Middellandse Zeegebied te versterken op basis van gedeeld eigenaarschap, verantwoordelijkheid en samenwerking. Voor het kabinet is het in dat kader belangrijk dat de samenhang tussen initiatieven in het MedPact en bestaande EU-instrumenten behouden blijft. Ook moet er synergie bestaan met het beleid van de lidstaten. Leidraad is dat nationale bijdragen van meerwaarde zijn op de EU-inzet en andersom. Ook Nederland kijkt naar de complementariteit tussen de bilaterale en EU inzet in deze regio.
Welke onderdelen van het pact acht de minister voor Nederland het belangrijkst? Hoe worden nationale competenties en belangen voldoende beschermd bij nieuwe partnerschappen?
Antwoord van het kabinet
De Zuidelijk Nabuurschapsregio is van groot belang voor Nederland en de EU, met name op het gebied van regionale veiligheid en stabiliteit, migratie, handel en economische samenwerking. Het kabinet is voorstander van brede en strategische partnerschappen met landen in de regio gebaseerd op wederzijds eigen belang, zoals de EU reeds aanging met bijvoorbeeld Jordanië en Tunesië. Om effectief in te spelen op de Nederlandse belangen rond veiligheid en stabiliteit is het belangrijk dat de EU inzet en de Nederlandse diplomatie, programmatische inzet en militaire en civiele inzet complementair aan elkaar zijn. Ook is het van belang dat het onderscheid tussen competenties van de lidstaten en van de Commissie helder blijft. Daarnaast is het ook zaak dat wordt gekeken welke initiatieven kunnen worden versneld of uitgebreid in reactie op regionale ontwikkelingen, zoals het huidige conflict tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten.
En op welke punten heeft Nederland nog vragen bij de uitvoerbaarheid van het actieplan?
Antwoord van het kabinet
De uitvoerbaarheid van het plan hangt voor een belangrijk deel samen met input en inzet van partnerlanden. Nederland acht het van groot belang dat partnerlanden goed en op structurele basis geconsulteerd worden ten aanzien van de implementatie van het MedPact en het Actieplan. Daarbij zijn het belang van een goede politieke dialoog over de wederzijdse belangen in de relatie, correcte monitoring door de Europese Commissie van de gemaakte afspraken, inclusief de besteding van de financiële middelen.
Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Kamerstuk 29 745, nr. 776.↩︎
Kamerstuk 27 925, nr. 1016.↩︎
Kamerstuk 11 112, nr. 4209.↩︎
Kamerstuk 22 112, nr. 4209.↩︎