Conceptverslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D19301, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-21 17:00, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-16 09:00: Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026 (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 16 april 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, over:
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 april 2026 inzake geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken van 21 april 2026 en het verslag van de informele bijeenkomst van EU-ministers van Buitenlandse Zaken in Kiev van 31 maart 2026 (21501-02, nr. 3370);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 maart 2026 inzake verslag van de informele videoconferentie Raad Buitenlandse Zaken van 5 maart 2026 (21501-02, nr. 3362);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 maart 2026 inzake non-paper met Nederlandse input voor de EU-veiligheidsstrategie (22112, nr. 4294);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 maart 2026 inzake Nederlandse inbreng voor consultatie EU Arctische Strategie (22112, nr. 4291);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 17 maart 2026 inzake Nederlandse verklaring tot interventie in zaak Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof (23432, nr. 667);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 februari 2023 inzake stand van zaken MH17 (33997, nr. 176);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 november 2022 inzake stand van zaken MH17 (33997, nr. 175);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 5 april 2022 inzake besluiten die in bezwaar zijn genomen op het verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot het Joint Investigation Team dat het neerhalen van vlucht MH17 onderzoekt (33997, nr. 173);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 maart 2026 inzake geannoteerde agenda informele bijeenkomst EU-ministers van Buitenlandse Zaken van 31 maart 2026 (21501-02, nr. 3368);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 24 maart 2026 inzake verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 (21501-02, nr. 3366);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 23 maart 2026 inzake kabinetsreactie op het bericht over verkiezingswaarnemingsmissie bij de aanstaande Hongaarse verkiezingen (36800-V, nr. 87);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 31 maart 2026 inzake uitvoering moties over Sudan (29237, nr. 257).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Klaver
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Meetelen
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Westerhoff
Voorzitter: Piri
Griffier: Westerhoff
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Ceder, Dobbe, Hoogeveen, Van Lanschot, Maes, Piri en Van der Werf,
en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken.
Aanvang 9.01 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen. Hierbij open ik de vergadering van de vaste commissie voor
Buitenlandse Zaken. Welkom aan de minister, de collega's en de mensen
die dit debat thuis volgen.
Ik heb een heel korte mededeling. Ik breng graag onder de aandacht van
de leden dat er zojuist nog een brief door de minister is gestuurd, naar
aanleiding van twee verzoeken van deze commissie. Het betreft een
kabinetsreactie op de Israëlische doodstrafwetgeving en het rapport van
Save the Children over Palestijnse kinderen in Israëlische detentie. Ik
stel voor deze twee brieven toe te voegen aan de agenda van dit debat.
Ik zie dat daar geen bezwaar tegen is.
Alle leden hebben maximaal vier minuten voor hun inbreng. We gaan de
interrupties straks tot drie beperken. Ik vraag mevrouw Dobbe van de SP
om als eerste het woord te nemen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag spreken we dus over het Midden-Oosten.
Bij dat debat zal ik daar vooral op ingaan; ik zal hier niet dezelfde
punten maken. Ik zal daarbij onder andere ingaan op het handelen van
Trump en de VS en op het feit dat Nederland zich daar veel meer tegen
moet verzetten.
Ik wil hier alvast ingaan op de verantwoordelijkheid van Nederland als
gastland van het Internationaal Strafhof. Negen rechters en aanklagers
van het Strafhof zijn getroffen door Amerikaanse sancties, met als doel
ervoor te zorgen dat het onderzoek naar oorlogsmisdaden van Israël wordt
gestopt en als reactie op het aanklagen van Netanyahu en Gallant; dat is
al enkele maanden bekend. Er staan nu ook al een aantal maanden een
aantal Palestijnse mensenrechtenorganisaties op de Amerikaanse
sanctielijst, omdat zij samenwerken met het Internationaal Strafhof voor
het verzamelen van bewijs. De VS hebben sancties tegen het hele Strafhof
aangekondigd, dus waar is Nederland als gastland terwijl dit gebeurt?
Waar zijn de statements en de inzet richting de VS om hiermee te
stoppen? Al in oktober is er in deze Kamer een motie aangenomen die de
regering verzoekt zich in EU-verband in te zetten voor toepassing van
het blocking statute. Wat is hier nu de status van en wat doet Nederland
nu om dit te activeren?
Dan de medische evacuatie van Palestijnse kinderen die ernstig gewond of
doodziek zijn en wachten op zorg. Deze groep kinderen wacht in Gaza of
in landen zoals Egypte. Zij zijn het slachtoffer van de vertraging in de
politiek hier. Dat hebben we gisteren mogen meemaken. Als het gaat om de
welwillendheid om deze kinderen te helpen via medische evacuaties, omdat
er in de regio geen zorg is, wat betekent die welwillendheid dan
precies? Wat kunnen wij, en vooral zij, verwachten van dit kabinet,
vraag ik de minister. En wanneer kunnen zij iets verwachten? Er gaan
kinderen dood terwijl ze wachten op zorg die maar niet komt. Ik vind het
echt hartverscheurend, vooral omdat wij hier bij machte zijn om het lot
van een aantal van deze kinderen te voorkomen en dit nu alleen maar niet
gebeurt vanwege politieke onwil.
Vanmiddag zal ik samen met mevrouw Piri een motie indienen om het
EU-associatieverdrag op te schorten. Dat doen we bij dat debat, omdat we
er dan nog over kunnen stemmen voordat de RBZ plaatsvindt, zodat het kan
worden meegenomen.
Voorzitter. Dan wil ik het hebben over Sudan. De oorlog gaat nu zijn
vierde jaar in. Er is al drie jaar oorlog daar. Het is de ergste
humanitaire crisis ter wereld. Er zijn 14 miljoen mensen op de vlucht.
Er is hongersnood en er wordt gruwelijk seksueel geweld ingezet als
wapen. "Een hel op aarde" noemen Sudanezen het zelf. Het wordt nog
steeds vergeten en is bijna onzichtbaar. Ik hoorde gisteren een
journalist op de radio zeggen dat zij probeert de verhalen uit Sudan
naar buiten te brengen en zichtbaar te maken wat er gebeurt, maar dat
zij zich inmiddels afvraagt voor wie ze dat eigenlijk doet, als toch
niemand kijkt of luistert. Dat moeten wij hier wel doen en blijven doen.
Wij kunnen en moeten druk zetten op strijdende partijen om het geweld
daar te stoppen.
Gisteren is de motie aangenomen om de Europese Commissie te verzoeken om
binnen het onderhandelingsmandaat de rol van de Emiraten in de oorlog in
Sudan bespreekbaar te maken en te proberen hiervoor Europese
medestanders te vinden. Hoe gaat de minister daarmee beginnen tijdens
deze komende RBZ, en wat gaat hij daar nog meer mee doen? Wat gaat deze
minister nog meer doen om de landen aan te spreken die een van de
strijdende partijen in Sudan financieren, om het geweld te stoppen? Ook
hierover zijn echt al meerdere moties aangenomen in deze Kamer.
Ik begrijp dat er ook een conferentie in Berlijn is ter ondersteuning
van het vredesproces in Sudan. Wat is daar de inzet van Nederland,
afgezien van het toegezegde geld dat al beschikbaar is gesteld voor
Sudan?
Voorzitter, tot slot. Kan de minister, wellicht samen met andere
EU-landen, zich binnen de VN inzetten om ervoor te zorgen dat de VN ook
aanwezig gaat zijn in de door de RSF gecontroleerde gebieden? Dat is
namelijk keihard nodig voor humanitaire toegang daar.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de heer Van Lanschot. Hij spreekt
namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag gaan we inderdaad spreken over het
Midden-Oosten, dus dat onderwerp zal ik dan aanstippen.
Ik zou graag willen focussen op de Hongaarse verkiezingen en de
fantastische uitslag daarvan. Die lijkt namelijk een belangrijk
kantelpunt te zijn voor Europa. Na jaren waarin Hongarije de EU van
binnenuit verzwakte, lijkt er nu een opening te ontstaan voor herstel
van vertrouwen, van rechtsstatelijkheid en van Europese slagkracht. Dat
is een goede zaak. Het is niet alleen relevant voor Boedapest, maar ook
voor de veiligheid van de hele EU en Europa. Want nog steeds blokkeert
Hongarije de EU-lening van 90 miljard voor Oekraïne en ook het
twintigste sanctiepakket tegen Rusland. Ook op andere dossiers lag
Hongarije dwars. Dat raakt onze geloofwaardigheid in Europa. Voor het
CDA geldt: we moeten hoopvol zijn, maar niet naïef. Een nieuwe toon uit
Boedapest is zeer welkom, maar woorden zijn nog geen hervormingen. De
aanstaande premier Péter Magyar zegt dat hij de banden met Brussel wil
herstellen, rechtsstatelijke hervormingen wil doorvoeren en blokkades in
Europese besluitvorming wil wegnemen. Dat klinkt goed, maar Europa moet
nu wel duidelijk zijn. Europese middelen horen pas vrij te komen als er
echte stappen zijn gezet op het gebied van rechtsstaat, onafhankelijke
rechtspraak, vrije media en corruptiebestrijding.
Daarom heb ik drie vragen aan de minister. Ten eerste: ziet het kabinet
in de uitslag van de Hongaarse verkiezingen een echte kans om de
blokkade van Oekraïnesteun en Ruslandsancties snel te doorbreken? Op
welk moment zou dat kunnen gebeuren? Is deze Raad Buitenlandse Zaken
daar nog te vroeg voor, omdat de oude regering er nog zit in Hongarije?
Ten tweede: wat doet het kabinet als de oude Hongaarse regering in de
tussenperiode alsnog blijft traineren? We hebben natuurlijk allemaal de
berichten gelezen van de huidige minister van Buitenlandse Zaken van
Hongarije. Kan de EU Hongarije ondersteunen in de onderzoeken die gedaan
worden naar het gedrag van deze minister en het doorspelen van
informatie naar Rusland? Ten derde: is Nederland bereid om in EU-verband
aan te dringen op een snelle maar strikte routekaart met de nieuwe
Hongaarse regering, waarbij hervormingen en Europese financiering hand
in hand gaan?
Voorzitter. Hongarije hoort bij Europa, maar dat betekent ook dat het
hoort bij onze waarden, bij onze verantwoordelijkheid en bij onze
solidariteit met Oekraïne. Daarom zullen we een tweeminutendebat
aanvragen — dat is al aangevraagd — en een motie indienen die ertoe
oproept om een vliegende start te maken met de nieuwe Hongaarse
regering.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U bent vandaag allemaal netjes binnen de tijd. Mevrouw Van
der Werf namens D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank u wel, voorzitter. Laat ook ik beginnen met Hongarije. Ik denk dat
velen van ons zondagavond met grote vreugde naar het nieuws en de
beelden uit Boedapest hebben gekeken. De nederlaag van Orbán markeert
een kantelpunt. Na jaren van corruptie, democratische achteruitgang en
uitholling van de rechtsstaat en het medialandschap gloort er weer hoop
voor een democratische toekomst in Hongarije. Dat is niet alleen goed
nieuws voor Hongarije; dat is ook goed nieuws voor Europa. Laten we deze
ontwikkeling dan ook niet passief aanschouwen. Mijn fractie ziet drie
concrete prioriteiten. Ten eerste Oekraïne. De EU-steun van 90 miljard
moet zo snel mogelijk worden veiliggesteld. Kan de minister aangeven op
welke termijn dit realistisch is? Want de nood is hoog en uitstel kost
levens. Ten tweede sancties. Het is van groot belang dat het twintigste
sanctiepakket tegen Rusland wordt aangenomen. Met name een verbod op
maritieme dienstverlening kan de oorlogseconomie van Poetin stevig
raken. Ten derde, misschien wel het belangrijkste voor lange termijn:
als we willen voorkomen dat één lidstaat Europese besluitvorming blijft
gijzelen, moeten we het veto op het terrein van buitenlandse zaken en
veiligheid opschorten. Ook Ursula von der Leyen heeft hier al toe
opgeroepen. Is de minister bereid om deze nieuwe wind in Brussel aan te
grijpen en de druk op dit punt op te voeren? Dit is niet het moment om
te verslappen of terug te vallen in tijdelijk comfort. Dit is het moment
om door te pakken.
Voorzitter. Dan Oekraïne. Dat werd vannacht weer zwaar getroffen door
Russische bombardementen. Het is fijn dat we Zelensky vandaag in
Nederland mogen ontvangen, want Oekraïne heeft onze steun harder nodig
dan ooit. Waar JD Vance zich er van de week nog op liet voorstaan dat
hij de financiering voor Oekraïne heeft gestopt, moeten wij juist trots
zijn op het tegenovergestelde en een stap naar voren zetten. In dat
licht komt de politieke verandering in Hongarije geen dag te vroeg. Maar
Oekraïne wordt nog altijd zwaar getroffen door Iraanse Shahed-drones,
soms honderden tegelijk. Dat geldt ook voor steden die niet in de
frontlinie liggen. Defensiecontracten kennen vaak lange doorlooptijden.
Daarom wil mijn fractie uitdrukkelijk aandacht vragen voor
burgerinitiatieven als Protect Ukraine. Via donaties weten zij zeer
effectief de Oekraïense luchtverdediging te versterken. Het project
FreedomSky is daar een heel mooi voorbeeld van. Voor ongeveer €70.000
per systeem leveren zij antidronetechnologie, die in de praktijk uiterst
effectief blijkt, vaak veel effectiever dan dure raketten. Is de
minister bereid om te verkennen of het ministerie van Buitenlandse Zaken
via gerichte financiële steun kan bijdragen aan dit soort initiatieven?
Mijn fractie is ervan overtuigd dat dit een van de snelste manieren is
om Oekraïne te beschermen tegen Russische droneterreur.
Voorzitter. Tot slot toch een blokje Midden-Oosten. We spreken hier
later vandaag natuurlijk uitgebreid over, maar ook ik wil de EU-context
alvast even markeren. Israël treedt ongekend hard op in Gaza, op de
Westelijke Jordaanoever en inmiddels ook in Libanon. Daarbij worden op
meerdere fronten het internationaal recht en verplichtingen onder het
associatieakkoord geschonden. Tegelijkertijd horen wij dat lidstaten die
eerder terughoudend waren, zoals Frankrijk en Italië, hun standpunt over
het openbreken van dit akkoord heroverwegen. De panelen schuiven. Een
gekwalificeerde meerderheid komt mogelijk in zicht. Vorig jaar heeft de
RBZ op verzoek van Nederland een rapport ontvangen over de naleving van
het internationaal humanitair recht door Israël. Dat rapport is vandaag
onverminderd relevant, zeker gezien de recente ontwikkelingen. Mijn
fractie wil dat we daar dan ook consequenties aan verbinden, zoals we in
het verleden deden, in lijn met artikel 2 van het
EU-Israël-associatieakkoord. Ik zal daar later vandaag een motie over
indienen, maar vooruitlopend daarop wil ik de minister vragen of hij
bereid is om in de RBZ te pleiten voor een update van dit rapport in het
licht van de recente ontwikkelingen. Graag een toezegging van de
minister, want wellicht kan dat al in de volgende RBZ worden
geagendeerd.
Daar laat ik het even bij.
De voorzitter:
Ik zie twee interrupties. De eerste is van de heer Maes.
De heer Van Lanschot (CDA):
De heer Van Lanschot, voorzitter. Maar dat gaat vaker fout, dus geen
enkel probleem.
De voorzitter:
Excuus, excuus.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan collega Van der Werf voor haar bevlogen pleidooi. Dingen als
Protect Ukraine en het project FreedomSky klinken inderdaad
veelbelovend. Ik hoor mevrouw Van der Werf pleiten voor middelen
daarvoor van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat zou inderdaad
een kans kunnen zijn. Ik ben benieuwd hoe zij denkt over een eventuele
samenwerking met het ministerie van Defensie op dat gebied, waar dit
mogelijk ook relevant voor zou kunnen zijn.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat lijkt mij een heel goed idee. Dat vindt de organisatie zelf ook. Ik
denk dat we alle kansen aan moeten grijpen om te kijken hoe je nou snel,
wendbaar en laagdrempelig dit soort aanvallen kan voorkomen. Heel veel
mensen denken uiteraard aan die raketten als ze de beelden in het
journaal en de verwoesting zien, maar vergeten dat er eigenlijk nog elke
nacht hele wolken van Shaheddrones over Oekraïne vliegen en dat het niet
altijd lukt om die allemaal te pakken. Die richten nog steeds heel veel
schade aan aan kraamklinieken en scholen. Dat is eigenlijk al niet eens
nieuws meer. Ik denk dus dat we naast de grote dingen en de Europese
alternatieven voor bijvoorbeeld Patriots ook moeten blijven kijken naar
hoe je nou op een laagdrempelige manier kunt bijdragen aan andere
interceptors en hoe je op een veel effectievere manier de Oekraïners dit
leed kunt besparen.
De voorzitter:
Ik zie veel geknik van de heer Van Lanschot. Dan gaan we naar een
interruptie van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit gaat over het EU-Israël-associatieakkoord, uit het kleine blokje
Midden-Oosten dat we hier vandaag in dit debat toch bespreken. Ik ben
het er helemaal mee eens. Wij vinden al veel langer dat het
EU-Israël-associatieverdrag moet worden opgeschort. Daarom doen wij ook
mee met de motie waar mevrouw Piri mee komt. We zien ook dat de sancties
van Amerika op het Internationaal Strafhof, waar ik het net over had, de
straffeloosheid vergroten voor wat er nu gebeurt in Gaza en op de
Westbank, omdat het ICC onder druk staat. Ook partnerorganisaties,
mensenrechtenorganisaties, die bewijs verzamelen voor het ICC zijn op
sanctielijsten van de Verenigde Staten gezet omdat ze bewijs leveren aan
het ICC. Dat valt onder dat sanctieregime tegen het ICC.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag is de volgende. Er was een hele goede motie van de heer
Paternotte om de blocking statutes te activeren. Daar moet Nederland
zich dan wel voor inzetten. Vindt D66 nog steeds dat we dat snel moeten
gaan doen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Absoluut. Ik zat ook al even te knikken bij uw inbreng op dit punt. Ik
denk dat het belangrijk is dat we voor onze instituties gaan staan,
zeker in de stad van vrede en recht, waar meneer Guterres vandaag op
bezoek is.
De voorzitter:
Dan gaan we door met de inbreng van de heer Hoogeveen namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Na zestien jaar is er een einde gekomen aan het
premierschap van Viktor Orbán in Hongarije. Dat markeert zonder twijfel
een Europees politiek kantelpunt. Laten we ook eerlijk zijn: dat werd
tijd. Want hoewel Orbán met het beschermen van de buitengrenzen tegen
illegale immigranten Europa heeft geholpen, was het zoeken van
toenadering met Moskou en de voortslepende discussies over vermeend
misbruik van EU-middelen niet in ons belang. Zijn opvolger Péter Magyar
belooft constructiever in de wedstrijd te zitten. Dat klinkt hoopgevend.
Ik hoor in heel Europa, van links tot rechts, al enthousiasme over zijn
plannen.
Dat is fijn, want wie goed naar zijn plannen kijkt, ziet dat zijn partij
Tisza op veel punten opvallend dicht bij JA21 ligt. Denk aan een nog net
zo strenge immigratielijn, een constructief-kritische houding richting
de EU en duidelijke steun voor de strijd van Oekraïne tegen Russische
agressie, maar geen blanco cheques en voor nu geen EU-lidmaatschap voor
Oekraïne. Bij mijn fractie roept het wel de volgende vraag op. Welke
mogelijkheden ziet de minister om samenwerking met Hongarije in
EU-verband te herijken en te versterken? Hongarije doet het economisch
ondertussen slechter dan Roemenië, dus het zou goed zijn om te kijken
hoe we dat land kunnen helpen om die economische groei weer aan te
zwengelen.
Voorzitter. De politieke veranderingen in Hongarije zullen
onvermijdelijk ook gevolgen hebben voor de oorlog in Oekraïne. Mijn
fractie blijft geen voorstander van de keuze voor de gezamenlijke
doorlening van 90 miljard euro, maar gegeven de nieuwe situatie wil ik
de minister wel vragen om een tijdspad. Wanneer verwacht hij dat een
eventuele Hongaarse blokkade formeel kan worden opgeheven?
Over de oorlog in Oekraïne gesproken: de Financial Times berichtte deze
week dat de EU haar gasimport uit Rusland heeft verhoogd. Dit vind ik
echt onbegrijpelijk. Vanuit één gaslocatie in Siberië werd zelfs 97% van
alle productie aan de EU verkocht, met een waarde van ongeveer 3 miljard
euro. Ik trek Frankrijk hier regelmatig door het slijk vanwege Macrons
hypocriete houding ten aanzien van steun aan Oekraïne en de taal die hij
verkondigt, maar nu blijkt dat Spanje dit jaar meer dan twee keer zoveel
Russisch gas heeft afgenomen als in de eerste maanden van 2025. Ik vind
dat echt stuitend. Het Spanje van premier Sánchez heeft zó'n mond als
het gaat om rechtvaardigheid in het Midden-Oosten en Oekraïne en de band
met de Verenigde Staten, maar vervolgens gaat er zes keer zoveel Spaans
geld naar Russisch gas als naar steun aan Oekraïne. Hoe kijkt het
kabinet naar deze Spaanse opstelling? Hoe denkt het kabinet de geplande
EU-uitfasering van gasimport uit Rusland nog te halen? Hoe gaat het
kabinet invulling geven aan mijn motie over het aanspreken van lidstaten
die zich hypocriet opstellen tegenover steun aan Oekraïne?
Voorzitter. Ten slotte de Europese veiligheidsstrategie. Als deze alleen
zou gaan over betere samenwerking binnen de Europese defensie-industrie,
dan zou JA21 daar nog wel brood in zien, maar dit riekt wel naar
militarisering van de EU. Daar zijn wij zeer op tegen. De Europese
Commissie mag nooit gaan beslissen over het uitzenden van Nederlandse
soldaten. De EU is nooit bedoeld als een soort romp van de NAVO. Dat
werd onlangs ook bevestigd door Bob Deen van Instituut Clingendael bij
het programma Buitenhof. In EU-verband zitten we bovendien zonder
cruciale spelers als het Verenigd Koninkrijk, Turkije, Noorwegen en
Canada, om nog maar te zwijgen van de VS. Onze majesteit de koning zei
in Philadelphia wijselijk dat onze trans-Atlantische band de beste
waarborg is voor een goede toekomst. Daarom de volgende vragen. Hoe ziet
het kabinet de afschaffing van het vetorecht in het licht van de soms
botsende belangen van grote lidstaten als Frankrijk en Duitsland
tegenover die van Nederland? Hoe ziet het kabinet de operationalisering
van artikel 42, lid 7 van het EU-verdrag precies voor zich? Dit is
namelijk precies wat ik bedoel met die militarisering van de EU. Hoe
wordt de Military Planning and Conduct Capability uitgebreid als het aan
het kabinet ligt? Hoe botst dit met NAVO-structuren? Wat is eigenlijk de
meerwaarde?
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Er is geen meneer Maes, maar wel een mevrouw Maes. Ik
geef haar het woord namens de VVD.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik zag dat het verkeerde bordje voor mijn neus
stond, maar inmiddels is dat gecorrigeerd.
Op de dag dat Zelensky de Four Freedoms Award krijgt, zou ik het ten
aanzien van de RBZ heel graag willen hebben over Oekraïne. De aandacht
voor Oekraïne mag wat mijn fractie betreft namelijk niet verslappen. Nu
Hongarije een nieuwe regering krijgt die mogelijk positiever staat
tegenover steun aan Oekraïne, moeten we dit momentum goed gebruiken,
want het verlies van Orbán is wat ons betreft een zegen voor Oekraïne —
een collega zei dat al — en komt precies op het goede moment. Oekraïne
kan niet lang meer wachten op de financiële steun die al in december is
toegezegd. Tegelijkertijd profiteert Poetin van de instabiliteit in het
Midden-Oosten; de hoge olieprijzen spekken de Russische oorlogskas
direct.
De nieuwe politieke wind in Hongarije biedt ook kansen voor ons
sanctiebeleid. We hebben te vaak gezien dat sanctiepakketten werden
vertraagd of afgezwakt omdat Orbán zich als stoorzender opstelde. Ziet
de minister mogelijkheden om in Brussel nu sneller tot nieuwe, stevige
sanctiepakketten te komen nu deze blokkade lijkt weg te vallen?
De Russische oorlogsmachine draait nog steeds op volle toeren door
slimme omwegen en sanctieontwijking via derde landen. Voor de
VVD-fractie staat vast dat we Oekraïne militair, financieel en
diplomatiek onverminderd willen steunen. In dat kader is het essentieel
dat gesprekken over vrede worden hervat. Kan de minister aangeven hoe
Nederland zich momenteel diplomatiek inzet om de positie van Oekraïne te
versterken? Ziet de minister mogelijkheden voor de EU of een coalitie
van Europese landen om een grotere rol te pakken bij toekomstige
onderhandelingen, zeker nu de aandacht van de VS deels naar het
Midden-Oosten is verschoven? In de geannoteerde agenda las ik dat de
Raad zal spreken over het belang van geïntensiveerde militaire steun en
een mogelijke bijdrage vanuit de EU aan toekomstige
veiligheidsgaranties. Kan de minister aangeven waaraan hij dan voor
Nederland denkt?
Voorzitter. We mogen niet uit het oog verliezen wat de Oekraïense
bevolking dagelijks doormaakt. Oorlog betekent dat de meest alledaagse
dingen potentieel levensgevaarlijk zijn geworden. We moeten ons blijven
realiseren hoe meedogenloos de Russische agressor te werk gaat. Nu het
front vastloopt, richten zij hun pijlen steeds vaker op onschuldige
burgers. Welke mogelijkheden ziet de minister om de internationale
aandacht voor deze Russische oorlogsmisdaden te vergroten en de druk op
het Kremlin in EU- en VN-verband verder op te voeren?
Dan de Europese veiligheidsstrategie. Ik weet niet zeker of collega
Hoogeveen en ik dezelfde Europese veiligheidsstrategie hebben gelezen,
maar dat terzijde. Ik wil de minister namelijk graag complimenteren met
het Nederlandse non-paper over de Europese veiligheidsstrategie. In het
stuk zit wat mij betreft precies de juiste balans tussen vasthouden aan
de NAVO en via EU-samenwerking de NAVO versterken. Ook de nadruk die in
het stuk wordt gelegd op de situatie in Oekraïne en hoe we als EU kunnen
bijdragen aan verbetering van die situatie, klinkt mijn fractie als
muziek in de oren. Mijn vraag aan de minister is wat de vervolgstappen
zijn. Zijn er lidstaten waarmee Nederland in dit kader kan
optrekken?
Tot slot was ik naar aanleiding van de ingelaste RBZ van 5 maart
benieuwd naar de steun die de EU van plan is te geven aan de Golfstaten.
Kan de minister toelichten waar het concreet om zou gaan en wat voor
Nederlandse bijdrage wordt verwacht? Ik ga daar straks in het
Midden-Oostendebat ook nog verder op in.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat de heer Hoogeveen een vraag heeft.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik werd toch een klein beetje gechallenged over de Europese
veiligheidsstrategie. Wij als JA21 willen ervoor waken — daarvoor gaan
steeds meer stemmen op, ook bij de Europese Commissie —dat artikel 42,
lid 7 verder wordt geoperationaliseerd. Dat is eigenlijk een artikel dat
puur in het Europese verdrag zat om eventueel te kunnen helpen met
bijvoorbeeld humanitaire hulp. Dat werd in ieder geval heel breed
geïnterpreteerd. Nu zie je dat er een soort operationalisering
plaatsvindt van dat specifieke artikel naar een verdere militarisering.
Daarbij komt dat ook meer in het vaarwater van de NAVO. Ziet de VVD ook
de mission creep van deze Europese veiligheidsstrategie, en dat het niet
zozeer complementair is, maar ook ter vervanging van
NAVO-structuren?
Mevrouw Maes (VVD):
Dat ziet de VVD dus niet. Ik denk dat dat ook wel blijkt uit mijn
verhaal. Ik zie het echt als een versterking van de EU-samenwerking
binnen de NAVO. Tegelijkertijd zien we natuurlijk ook dat er al heel
veel samenwerking tussen EU-lidstaten is op militair gebied. Ik denk dat
dat een heel goede ontwikkeling is, die we vooral vast moeten
houden.
De voorzitter:
De heer Hoogeveen? Nee? Dan gaan we door. Dank voor uw inbreng, mevrouw
Maes. We gaan door naar de heer Ceder namens de ChristenUnie. Voor
degenen die iets later zijn gekomen: iedereen heeft vier minuten
spreektijd en drie interrupties.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik zal het merendeel van de onderwerpen ten
aanzien van het Midden-Oosten tot later in de middag parkeren. Ik heb
daar wel nog een aantal punten over, maar die hebben met de EU te maken,
dus vandaar. Eerst heb ik een paar andere zaken.
Voorzitter. Hongarije krijgt een nieuwe regering. Wij waren zeer
verbolgen over de verhalen rond het afluisteren of in ieder geval het
doorgeven van informatie door de minister van Buitenlandse Zaken en
anderen. Dat ging over informatie die binnen de Europese Raad dan wel de
RBZ besproken zou worden. Dat beïnvloedt natuurlijk ook de
EU-besluitvorming. Mijn vraag is of inmiddels helder is of dit geruchten
of feiten zijn. Welke maatregelen zijn nu getroffen zodat er in
vertrouwelijkheid over sanctiemaatregelen en andere stappen gesproken
kan worden zonder dat Rusland daarvan op de hoogte is? Wat verwacht de
minister van de nieuwe meerderheid in Hongarije? Ik las dat er veel
gejuich opging, maar kijkend naar de standpunten ten aanzien van
Europees asiel en de wijze waarop de Hongaarse president gisteren
bedankt is, vraag ik me toch af hoe de minister de ontwikkelingen
beoordeelt. Laat duidelijk zijn dat ik denk dat het een goede
ontwikkeling is dat de huidige regering ook ten aanzien van de
opstelling tegenover Rusland nu een pas op de plaats maakt.
Voorzitter. Dan Sudan. Ik ben blij met de stappen van de EU. Ik heb al
eerder gepleit om de VAE scherper te betrekken als het gaat om hun rol
ten aanzien van wapenleveranties. De grootste humanitaire ramp op aarde
vindt onder onze ogen plaats en wij zijn bezig met het optuigen van een
economisch voordelig handelsakkoord. Volgens mij moeten we dat wel met
elkaar verknopen. Ik vraag me af wat, los van de stappen die nu in de EU
gezet worden, de opstelling van de minister is, ook bijvoorbeeld in
bilateraal contact.
De Raad zal ook spreken over de ontwikkelingen in de Zuidelijke
Kaukasus. Er zullen verkiezingen in Armenië zijn. Ik vraag me af hoe het
staat met de vredesonderhandelingen tussen Azerbeidzjan en Armenië. We
hopen dat die snel tot een definitief akkoord leiden. Over een paar
dagen vindt de herdenking van de Armeense genocide plaats. Wij hebben
ook dit jaar weer een motie aangenomen gekregen om die onverkort, in
ieder geval expliciet, te erkennen. Ik ga ervan uit dat de minister dat
dan ook doet. Ik vraag me af welke vorm dat in de komende weken zal
krijgen. De Raad zal een besluit nemen over de mogelijke oprichting van
een nieuwe civiele EU-missie in Armenië. Dat is mooi. Ik had nog niet
over de positie van Nederland daarin gelezen, dus ik vroeg me af of de
minister daarop een toelichting zou kunnen geven.
Voorzitter. Dan toch kort over het Midden-Oosten. Ik begrijp dat het
vredesakkoord tussen Israël en Libanon mogelijk ophanden zou zijn. Dat
zou historisch zijn. Ik vraag me af wat de rol en de opstelling van de
EU daarin zijn, mochten die er zijn, om dat voor elkaar te krijgen, ook
als het bijvoorbeeld gaat om het ontwapenen van Hezbollah.
Voorzitter. We kregen een brief over de doodstraf in Israël, iets waar
wij fel tegen zijn. Ik las dat de minister aangeeft dat er een
juridische procedure loopt. Ik vroeg me af of die al aanhangig is
gemaakt. Dat had ik niet scherp. Zo ja, maakt de minister verdere
stappen daarvan afhankelijk? Ik denk namelijk dat een procedure een paar
jaar kan duren. Of zie ik dat verkeerd? Ik vraag me af of de minister
even kan schetsen wat daarvan de implicaties zijn.
Daar laat ik het nu even bij. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van Baarle, die spreekt namens de
fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank. Ik ga de onderwerpen wat verdelen over de debatten die
we vandaag hebben.
Ik begin vandaag bij Libanon, want berichten wijzen erop dat het
Israëlische leger daar systematisch hele dorpen met de grond gelijkmaakt
door op grote schaal woningen op te blazen. Defensieminister Katz en
minister van Financiën Smotrich spraken zelfs hun wens uit dat Israël
uiteindelijk delen van Zuid-Libanon zal gaan annexeren. Kan de minister
dat veroordelen en dat benoemen voor wat het is? Als je wil annexeren,
huizen vernietigt en mensen verdrijft, dan is daar een naam voor,
namelijk "etnische zuivering". Wat gaat de minister doen om de druk op
Israël op te voeren om ervoor te zorgen dat het geweld stopt en dat er
een staakt-het-vuren komt? Deze minister moet alles op alles zetten om
ervoor te zorgen dat het associatieakkoord tussen de EU en Israël
opgeschort wordt. Er liggen al aangenomen moties die aan deze minister
vragen om daar draagvlak voor te organiseren in de EU. Hoe gaat deze
minister dat tijdens de aankomende Raad doen?
Voorzitter. Enkele tientallen kilometers verderop zien we hoe Netanyahu
zijn leger inzet om Syrisch grondgebied te annexeren. Die zogenaamde
tijdelijke bufferzone — daarvan zei ook de Nederlandse regering "we
vinden dat prima als dat tijdelijk is", een onbegrijpelijk standpunt —
duurt inmiddels al anderhalf jaar. Die wordt ook steeds verder
uitgebreid. Natuurlijk is de Golanhoogte al sinds 1967 bezet door
Israël, dus de illegale annexatie duurt al ontzettend lang. Human Rights
Watch zegt dat Israëlische troepen in die bezette delen van Zuid-Syrië
zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen, aan het
verdrijven van de Syrische bevolking. Kan de Nederlandse regering die
bezetting eindelijk klip-en-klaar veroordelen en in internationaal
verband draagvlak organiseren om Israël hard op te roepen om die
bezetting direct te beëindigen? Deelt de minister dat ook dit een reden
is om sancties in te stellen tegen Israël, omdat dit een flagrante
schending van het internationaal recht is?
Voorzitter. Voor wat betreft de medische evacuaties zou ik mij graag
willen aansluiten bij de vragen die mevrouw Dobbe heeft gesteld. Ik ben
zeer benieuwd naar het antwoord van de minister. Wat betreft het
Nederlandse beleid: Nederland moet verantwoordelijkheid nemen en het
goede voorbeeld geven, maar andere landen moeten dat ook doen. Is de
minister bereid om in Europees verband ook andere landen daartoe op te
roepen?
Voorzitter. Zuid-Afrika heeft bij het Internationaal Gerechtshof een
genocidezaak aangespannen tegen Israël, zoals u weet. De minister stelt
dat Nederland geen inhoudelijke positie inneemt en zich beperkt tot een
juridische interpretatie van het Genocideverdrag. Dat is de zogenoemde
interventie. Als Nederland dat verdrag serieus moet nemen, dan hoort
daar toch ook bij dat wij handelen als er ernstige aanwijzingen zijn dat
dit verdrag wordt geschonden? Is de minister dus bereid om buiten zo'n
strikt juridische interpretatie van het verdrag meer stelling te nemen?
Dit is immers gewoon een genocide die zich voor onze ogen ontpopt.
Voorzitter. In Sudan voltrekt zich nog altijd een van de grootste
humanitaire rampen van de wereld. Die oorlog duurt inmiddels jaren.
VN-onderzoekers zien duidelijke tekenen van genocide, gepleegd door de
RSF. Ook ik ben benieuwd wat de inbreng van de Nederlandse regering
wordt op de conferentie in Berlijn. Gisteren is een motie van mij en
mevrouw Dobbe aangenomen, waarin wordt gevraagd om het handelsakkoord
dat met de VAE wordt gesloten — wij zijn daar geen voorstander van — in
ieder geval te gebruiken om meer druk op de VAE te zetten om de steun
aan de RSF te stoppen. Ik ben benieuwd hoe de minister die motie ter
hand gaat nemen om dat ook op de komende RBZ te doen.
Tot slot …
De voorzitter:
Heel snel!
De heer Van Baarle (DENK):
… ga ik in op de transnationale repressie van Oeigoeren. Activist
Abdurehim Gheni is hardhandig tegen de grond gewerkt door Chinese
beveiligers. Heeft de minister zicht op de transnationale repressie van
Oeigoeren in Nederland die door de Chinese regering gepleegd wordt? Wat
doet hij daartegen?
De voorzitter:
Dank u wel. Ik vraag aan mevrouw Van der Werf of zij even het
voorzitterschap kan overnemen.
Voorzitter: Van der Werf
De voorzitter:
Uiteraard, oud-voorzitter. Mevrouw Piri van PRO heeft nu het
woord.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Hartelijk dank, voorzitter. Vanmiddag is er nog een uitgebreid debat
over de situatie in het Midden-Oosten, maar vóór dat debat stemmen we al
over de moties voor de RBZ. Een van de kernpunten van volgende week is
of de Europese Unie eindelijk bereid is om sancties op te leggen aan de
Israëlische regering. Vandaar dat ik van plan ben om straks bij de
plenaire afronding van de RBZ een motie hierover in te dienen. Mevrouw
Dobbe refereerde er al aan. Mijn fractie wil dat het kabinet werk maakt
van de opschorting van het handelsdeel van het associatieakkoord met
Israël. Het lijkt erop dat hier nu eindelijk een tweederdemeerderheid
voor is in Europa. Graag een reactie van de minister. Ook vraag ik hem
of hij bereid is om dit voorstel volgende week al meteen in stemming te
laten brengen.
Dan over Oekraïne. Nieuwsuur bracht naar buiten dat de grootste drone-
en raketbouwer van Oekraïne geen productielijn in Nederland gaat starten
vanwege de bureaucratie hier. Wat is hier gebeurd en wat is nu het
plan?
In aanvulling op de inbreng van mevrouw Van der Werf: ook wij krijgen
signalen dat Nederland weinig samenwerkt met maatschappelijke
organisaties die een onmisbare schakel zijn in de levering van militaire
en dual-usegoederen. Neem de grootste Nederlandse organisatie die actief
is in Oekraïne, Protect Ukraine. Dit gebeurt ondanks mijn reeds in 2024
aangenomen motie om dit soort initiatieven juist wél te ondersteunen.
Hoe kan dit, vraag ik de minister. Is de minister bereid om met Protect
Ukraine om de tafel te gaan en te bezien hoe hun belangrijke werk extra
kracht kan worden bijgezet met steun van de regering?
Voorzitter. Nu Hongaren Viktor Orbán hebben weggestemd, is de weg vrij
voor stevigere sancties tegen Rusland en meer steun voor Oekraïne.
Wanneer verwacht de minister dat de lening van 90 miljard kan worden
overgemaakt? Valt er snel een extra sanctiepakket te verwachten tegen
Rusland met sancties waartegen eerder een Hongaars veto werd
uitgesproken, zoals het op de sanctielijst zetten van de Russische
patriarch?
Op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken staat ook de situatie in
Georgië, het land dat op dit moment de meeste politieke gevangenen per
capita heeft in Europa, namelijk 120. Mijn fractie heeft eerder gepleit
voor persoonsgerichte sancties tegen de verantwoordelijken voor de
politieke repressie en geweld. Is de minister bereid hier extra werk van
te maken? Op welke manier geeft hij opvolging aan mijn motie om het werk
van belangrijke democratische watchdogs, ngo's en onafhankelijke
journalisten te ondersteunen?
Voorzitter, tot slot. Ik moet hier ook mijn grote teleurstelling en
boosheid uitspreken over wat er nu weer dreigt te gebeuren met de
Afghaanse bewakers. De afgelopen jaren heeft de Kamer drie keer met
meerderheid een motie aangenomen om een handjevol Afghaanse bewakers
over te brengen die we in gevaar hebben achtergelaten. Het CDA en D66
hebben deze moties telkens gesteund, de meest recente nog net na de
verkiezingen van oktober. De afgelopen vier jaar was het telkens de VVD
die dit binnen de coalitie wist te frustreren en blokkeren. Nu lijkt
precies dat weer te gebeuren. Waarom heeft de minister besloten om de
uitspraak van de Hoge Raad in cassatie af te wachten voor er uitvoering
wordt gegeven aan mijn aangenomen motie? Beseft de minister dat zo'n
uitspraak nog jaren kan duren, terwijl onze oud-medewerkers veelal
ondergedoken zitten en vrezen voor hun leven? Waarom niet gewoon doen
wat fatsoenlijk is, eindelijk een punt zetten achter dit dossier en de
uitspraak van de Kamer — die uitspraak wordt dan dus voor de derde keer
gedaan — respecteren?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Piri. Dan draag ik bij dezen het voorzitterschap weer aan
u over.
Voorzitter: Piri
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even naar de minister om te zien hoeveel tijd
hij nodig heeft. Ik schors de vergadering tot 10.00 uur. Dan zetten we
het debat voort.
De vergadering wordt van 9.37 uur tot 10.03 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen hierbij de vergadering van de commissie Buitenlandse Zaken.
We zouden om 10.00 uur weer starten, maar we wachten nog op de minister,
dus tot die tijd schors ik de vergadering.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de commissie voor Buitenlandse Zaken. Het
woord is aan de minister.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor de goede vragen op
velerlei onderwerpen. Ik heb een heleboel onderwerpen. Ik ga er gewoon
aan beginnen. Ik verneem het graag van de Kamer wanneer er nog iets
mist.
Allereerst Hongarije. Dat heb ik gisteren in het EU-uitbreidingsdebat
ook kort met uw Kamer besproken. De uitslag van de Hongaarse
verkiezingen is heel hoopvol. Het Hongaarse volk heeft gekozen voor
verandering. Tegelijkertijd zullen we de nieuwe regering uiteindelijk op
haar acties moeten beoordelen.
Er zijn een aantal vragen gesteld over het tijdspad voor eventuele
deblokkades in trajecten die we onder de regering-Orbán geblokkeerd
gezien hebben. Dat ziet op de lening en op sancties richting Rusland. We
hopen dat natuurlijk zo snel mogelijk te kunnen doen, maar in eerste
instantie moet de Hongaarse regering op haar plek zitten. Dat zal nog
een aantal weken duren. Voor de komende RBZ zal dat alle twee dus nog
niet het geval zijn, maar daarna hopelijk wel. Vervolgens zal het
gesprek met Hongarije gevoerd worden. Daarin hebben wij vanuit de
Europese Unie-kant natuurlijk een agenda, maar Hongarije heeft die zelf
ook. Het zal gericht zijn op het loskrijgen van alle middelen die in
Brussel bevroren op de plank liggen. Het zal ongetwijfeld deels
gelijktijdig lopen. Die gesprekken moeten gevoerd worden. Maar het mag
duidelijk zijn dat dit kabinet er samen met de Europese partners alles
aan wil doen om ervoor te zorgen dat de steun aan Oekraïne en de
sancties tegen Rusland er zo snel mogelijk doorheen komen.
Er werd een specifieke vraag gesteld over het lekken van informatie aan
Rusland. Die vraag kwam van zowel de heer Van Lanschot als, meen ik, de
heer Hoogeveen. Hij had daar ook een opmerking over. Zoals ik al eerder
heb gezegd, kunnen we geschokt zijn over het nieuws, maar moeten we er
tegelijkertijd niet naïef over zijn dat dit gebeurd is. De Hongaarse
minister heeft het ook toegegeven. Wat hij precies heeft doorgegeven, is
onzeker. Als het om vertrouwelijke informatie gaat, schaadt dat
natuurlijk de Unie. Dat ondermijnt het vertrouwen dat we onderling
hebben. Dat heeft ook impact op de wijze waarop de vergaderingen gevoerd
worden. Premier Tusk van Polen heeft daar onder andere een opmerking
over gemaakt. We hebben onze zorgen uitgesproken, ze bij EU-instellingen
aangekaart en informatie opgevraagd. De Commissie kan natuurlijk
handhavend optreden in haar rol als hoedster van de verdragen. We zullen
dit verder volgen. We hopen vooral dat er met het aantreden van de
nieuwe Hongaarse regering ook op dit gebied meer vertrouwen kan
ontstaan, dat we vergaderingen op de juiste wijze met elkaar kunnen
voeren en dat we informatie kunnen uitwisselen.
Voorzitter. Ik kom hier langs een aantal vragen over de termijn. Hoe
snel kunnen we het doen? Wij zetten in op zo snel mogelijk, ook in
contacten met Hongarije. Dat zullen we ook doen met onze Europese
partners.
Dat was het voor wat betreft Hongarije, alhoewel de lengte van deze
beantwoording wellicht geen recht doet aan de hoopvolle manier waarop we
hiernaar kijken. Tegelijkertijd zullen we Hongarije uiteindelijk
afrekenen op de daden en de stappen die gezet worden op het gebied van
die onderwerpen die we gezamenlijk van belang vinden in Europa.
Dan het blokje Oekraïne. De heer Hoogeveen vroeg hoe het kabinet
invulling gaat geven aan de motie over het aanspreken van lidstaten die
zich hypocriet opstellen ten opzichte van Oekraïne. De heer Hoogeveen
noemde Spanje. De zorg van het kabinet is inderdaad de bijdrage die de
verschillende lidstaten leveren aan financiering voor de steun aan
Oekraïne. Nederland is daarin natuurlijk een van de koplopers. We
spreken blijvend alle lidstaten die achterblijven erop aan dat ze meer
moeten doen. Dat doen we niet alleen omdat dat belangrijk is voor
Oekraïne, maar zeker ook omdat het belangrijk is om de steun in
Nederland hoog te houden. De steun die wij daarvoor hebben, is keihard
nodig voor Oekraïne. Onze steun geven aan Oekraïne is ook belangrijk.
Daarom roepen we andere lidstaten er ook toe op om dat te blijven doen.
Dat blijven we onderstrepen, ook in de volgende vergadering.
Kamerlid Piri vroeg, toen ze niet de voorzitter was, naar de grootste
dronebouwer. Om te leren van Oekraïense innovaties werkt Defensie aan
coproductie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven in het
kader van Build with Ukraine. We verwelkomen initiatieven voor
gezamenlijke productie in Nederland en we staan open voor gesprekken.
Met de betreffende producent zijn er tot op heden geen gesprekken
geweest over productie in Nederland. Defensie bekijkt de mogelijkheden
om een oriënterend gesprek aan te gaan met Fire Point.
Mevrouw Maes vroeg welke mogelijkheden we zien om de Russische
oorlogsdaden aan te blijven kaarten en aan te blijven pakken. Het is
belangrijk dat er blijvende aandacht is voor deze oorlogsmisdaden,
vooral in de door Rusland bezette regio's, maar natuurlijk ook wat
betreft de dagelijkse luchtaanvallen die we zien op Oekraïense steden.
Miljoenen Oekraïners lijden dagelijks onder de misdaden van de Russische
Federatie. We blijven hier aandacht voor vragen, in alle internationale
gesprekken, maar ook in VN-verband. We hebben een bijzondere positie als
voortrekker van het accountabilitydossier, in samenwerking met Oekraïne.
Daar blijven we mee doorgaan.
Mevrouw Maes vroeg ook naar de vredesonderhandelingen en naar onze eigen
inzet daarin, in samenwerking met Europese partners. Wij waarderen het
zeer dat de VS hun rol pakken in de vredesonderhandelingen tussen
Rusland en Oekraïne. We blijven de internationale partners oproepen om
steun aan Oekraïne te geven en om het vredesproces prioriteit te geven.
Het is van belang dat Europa vertegenwoordigd blijft in die gesprekken.
Het gaat namelijk niet alleen over de veiligheid van Europa. De
toekomstige relatie met Oekraïne wordt her en der ook betrokken in de
vredesonderhandelingen. Dat zien we in de berichten. Daarom vinden we
het belangrijk om Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te
steunen om daarbij direct betrokken te zijn. Daar blijven we mee
doorgaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel voor de beantwoording en dank aan mevrouw Maes voor het
stellen van de vraag. Zoals de minister misschien weet, willen wij al
langer dat Nederland en Europa zich veel meer inzetten voor
vredesonderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne. Wij willen dat we ons
niet helemaal afhankelijk maken van Trump. We weten immers dat het per
dag kan verschillen hoe zijn pet staat richting vrede en de belangen van
Oekraïne en Europa. Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de
beantwoording van de minister. Klopt het dat we het weer helemaal
overlaten aan Trump of zijn er ook inspanningen van Nederland of Europa
om zelf het initiatief te nemen in plaats van dat we alleen maar
proberen aan te sluiten bij de initiatieven van Trump?
Minister Berendsen:
Bij een onderhandeling is het belangrijk dat er één spoor bewandeld
wordt dat tot een bepaalde uitkomst leidt. Op dit moment zijn de
onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland onder leiding van de VS het
meest realistische spoor. Dat spoor willen wij zo veel mogelijk
ondersteunen. Maar het kabinet hecht er natuurlijk wel grote waarde aan
dat de Europese belangen daarin worden meegewogen. Dat doen we door
Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zo veel mogelijk te
ondersteunen om daarbij betrokken te zijn. Onze belangen liggen op
tafel, maar op dit moment is het proces dat nu loopt, de meest
realistische route.
Mevrouw Maes (VVD):
Ik ben benieuwd naar het volgende. In de geannoteerde agenda van de RBZ
staat dat de EU ook gaat kijken naar toekomstige veiligheidsgaranties. U
zegt dat het belangrijk is dat de EU of Europese landen daarbij
betrokken zijn. Gaat het dan over die veiligheidsgaranties of over iets
anders?
Minister Berendsen:
Die veiligheidsgaranties zijn natuurlijk een onderdeel van de gesprekken
die plaatsvinden. Op dit moment voeren wij in de structuur van de
coalition of the willing gesprekken over de manier waarop die
veiligheidsgaranties zouden kunnen worden opgepakt door de coalition of
the willing en over welke rol van de verschillende betrokken partners
verlangd zal worden. Daar voeren we het gesprek over. Nederland is
bereid om serieus aan tafel te zitten en om daaraan een bijdrage te
leveren. Dat betreft inderdaad de component van de veiligheidsgaranties
en de vraag hoe die worden vormgegeven. Die zijn onderdeel van het
proces.
De voorzitter:
Dan vervolgt de minister zijn betoog.
Minister Berendsen:
Ik heb de oorlogsmisdaden van Rusland net besproken.
Verschillende Kamerleden hebben geïnformeerd naar de Oekraïense
burgerinitiatieven, en specifiek naar het initiatief FreedomSky.
Oekraïne heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot koploper in
innovatie — dat werd net ook aangehaald — zeker op het gebied van drones
en interceptordrones. Nederland steunt Oekraïne in het verder
ontwikkelen van dit soort systemen door productiefaciliteiten op te
schalen en drone-expertise te delen. Die particuliere initiatieven
getuigen van een grote mate van betrokkenheid bij de Oekraïense
verdediging tegen de Russische agressie. Daarom heeft mijn ministerie
onlangs het subsidiekader CivicFocus voor particuliere initiatieven
opgezet. Dat staat ook open voor Oekraïne. We zijn op dit moment in
overleg met Protect Ukraine om te verkennen welke mogelijkheden er zijn
om dit soort initiatieven te ondersteunen. Daarbij betrek ik ook mijn
collega van Defensie, omdat dit deels het militaire en deels het civiele
domein betreft.
De voorzitter:
Was dit alles over Protect Ukraine?
Minister Berendsen:
Ja, en over Oekraïne.
De voorzitter:
Oké. Dan heeft mevrouw Van der Werf nog een vraag.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik waardeer het uiteraard zeer dat het kabinet hiervoor openstaat en met
hen in gesprek gaat. Het is wel goed om te zeggen dat dit al best lang
duurt. Ik spreek deze organisatie regelmatig. Hoewel zij de inzet van
het kabinet waarderen, vinden zij het ook een stroperig proces. Ik zou
het heel fijn vinden als het kabinet daar wat vaart achter kan zetten.
Ik weet niet of dat om procedures gaat of andere redenen kent, maar ik
denk dat het voor de mensen in Oekraïne heel belangrijk is, omdat zij
ook echt afhankelijk zijn van het tegenhouden van die
Shahed-drones.
Minister Berendsen:
Ik zal mij ervoor inzetten om dit gesprek te versnellen en ervoor zorgen
dat deze gesprekken zo snel mogelijk plaatsvinden.
De voorzitter:
Dat is een mooie toezegging. Dan gaan we naar een interruptie van de
heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wachtte even op het einde van het blokje Oekraïne, omdat ik hoopte
dat de minister nog zou ingaan op mijn vraag over het kopen van Russisch
lng, Russisch gas. Het gaat mij niet alleen om de hypocriete houding van
landen als Spanje en Frankrijk, die Oekraïne gewoon underfunden.
Nederland draagt in absolute termen meer bij dan landen als Spanje en
Frankrijk. Het gaat er ook om dat die landen zich nog steeds committeren
aan het kopen van Russisch gas. De Spaanse inkoop van Russisch gas is
afgelopen maand zelfs met 124% gestegen. We zien dat landen als
Frankrijk, Spanje en België meer hebben uitgegeven aan Russisch gas dan
aan steun voor Oekraïne. Nederland is het enige land dat meer heeft
gegeven aan steun voor Oekraïne dan aan de inkoop van gas uit Rusland.
Ik vind het dan toch wel moeilijk te verkroppen dat we nu op zoek zijn
naar allerlei maatregelenpakketten om Nederlandse burgers te steunen bij
hun hoge energierekening.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn vraag is wat de minister concreet gaat doen om dit in Europa aan te
kaarten en hier actie op te ondernemen, ook ten aanzien van de ambitie
van de Europese Commissie om in 2027 de hele inkoop van Russisch gas aan
banden te leggen.
De voorzitter:
De interrupties mogen iets korter.
Minister Berendsen:
Die inzet van de Europese Commissie steunen we. We moeten dus verder op
dat pad om de Russische import volledig te stoppen. Ook gevoelsmatig is
het onacceptabel dat we na al die jaren oorlog nog steeds Russisch gas
importeren in Europa. Ik denk dat de heer Hoogeveen volledig gelijk
heeft. Van een land als Spanje zie je aan de ene kant de bijdrage aan de
financiële steun voor Oekraïne en aan de andere kant de import van
Russisch gas. Dat lijkt me een uitstekend argument om op de stapel te
leggen en om de druk verder op te voeren op die landen om meer te doen,
in dit geval specifiek op Spanje, maar wellicht ook op andere landen. Ik
geef de heer Hoogeveen gelijk dat een stijging van de gasimport uit
Rusland echt het verkeerde signaal is en dat lidstaten daar gewoon niet
aan moeten beginnen.
De voorzitter:
De heer Hoogeveen heeft een vervolgvraag.
De heer Hoogeveen (JA21):
Een korte vervolgvraag. Is het een idee om dan ook te kijken hoe we het
pakket van die 90 miljard, die doorleenfaciliteit, waar Nederland ook
weer garant voor staat, kunnen inzetten om landen een incentive te geven
van "als u blijft doorgaan met het importeren van Russisch gas, mag u
hier niet aan meedoen of krijgt u zwaardere voorwaarden"?
Minister Berendsen:
Het lastige van die suggestie is het volgende. We concluderen
gezamenlijk dat de lening van 90 miljard zo snel mogelijk gegeven moet
worden en dat dit pakket er zo snel mogelijk door moet. Als we nu andere
voorwaarden stellen dan de voorwaarden die al gesteld zijn, kan dat het
proces bemoeilijken. Tegelijkertijd denk ik dat we de informatie die de
heer Hoogeveen aanhaalt over de gasimport op tafel moeten leggen bij de
lidstaten, dat we elkaar daarop moeten aanspreken en moeten bekijken hoe
we elkaar onder druk kunnen zetten of kunnen motiveren om hier zo snel
mogelijk mee te stoppen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb al langer zorgen over de hoge mate van symboolpolitiek die we in
de EU voeren, terwijl we niet het gewenste effect krijgen. Dit is er één
van. De gasimport van Spanje was hoog, maar is nog gestegen. Dat
betekent dat wij Oekraïne de facto steunen, maar ook de Russische
oorlogskas spekken. Dat wij daar zorgen over hebben, is één, maar de
facto is de EU de oorlog aan het verlengen of in ieder geval Rusland aan
het versterken. Dat is voor de ChristenUnie een onacceptabele stap. Mijn
vraag is daarom of de minister bereid is om in ieder geval Spanje er
concreet op aan te spreken dat dit niet de bedoeling kan zijn. Ik heb
het dan niet over de import, want meerdere landen maken zich schuldig
aan deze zonde. Het gaat mij om de stijging, terwijl we juist hebben
afgesproken dat we gaan afbouwen. Is de minister bereid om toe te zeggen
Spanje hierop aan te spreken? Dat kan bilateraal of hij kan het zelf
doen.
Minister Berendsen:
Ik deel die frustratie. We doen er inderdaad aan de ene kant alles aan
om Oekraïne te steunen, maar aan de andere kant zien we de import van
gas en de olie-export van Rusland. Daar verdient Rusland gewoon veel
geld mee, waarmee het de oorlogseconomie overeind kan houden. Het
element dat de heer Ceder noemt, zal ik zeker meenemen in mijn bijdrage
in de RBZ als het gaat om steun aan Oekraïne en de druk die we op
lidstaten moeten leggen.
De voorzitter:
Nog een vervolgvraag van de heer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Geen vervolgvraag, voorzitter. Ik wil dubbelchecken of dat een
toezegging is, want dan komt er ook een terugkoppeling naar de Kamer
over wat de uitwisseling heeft opgeleverd of wat de reactie daarop
was.
De voorzitter:
Ziet de minister dit als een toezegging?
Minister Berendsen:
Ja.
De voorzitter:
Oké. Dan noteren wij deze toezegging. De minister kan doorgaan met de
beantwoording.
Minister Berendsen:
Voorzitter. Er waren vragen over het vetorecht inzake het
Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. In lijn met de
motie-Klos zet het kabinet zich in voor het afschaffen van veto's op het
Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Dat is ontzettend
belangrijk voor de slagvaardigheid, voor het maken van een gezamenlijke
vuist op het wereldtoneel. We hebben gezien dat met name Hongarije het
samen kunnen maken van die vuist regelmatig heeft gefrustreerd,
geblokkeerd en gechanteerd. Het is iets van lange adem, want voor het
afschaffen van het veto is een verdragswijziging nodig en dat kun je
alleen met een unanimiteit van stemmen doen. Tegelijkertijd zet
Nederland zich in overleg met andere lidstaten ervoor in om te kijken of
dit een momentum is om dit op een andere manier, via passerelles, te
doen. Je kunt er wel met unanimiteit voor stemmen om op bepaalde
beleidsonderdelen Qualified Majority Voting toe te passen. Dit is iets
waar we met onze collega's in Europa discussie over blijven
voeren.
De heer Hoogeveen heeft nog gevraagd hoe we de afschaffing van het
vetorecht zien in het licht van de soms botsende belangen van lidstaten
zoals Frankrijk en Duitsland. Zoals ik net al zei, vinden wij het echt
belangrijk dat we op het gebied van het Gemeenschappelijk Buitenlands en
Veiligheidsbeleid toegaan naar een gekwalificeerde meerderheid. Je ziet
dat lidstaten ook zonder veto graag bereid zijn om te kijken naar
elkaars belangen en niet zomaar over zullen gaan tot stemmen omdat er
geen vetorecht is. Er wordt echt gekeken naar consensus. Het kabinet zal
zich ook blijven inzetten voor een goede handremprocedure, waardoor een
besluit aan de Europese Raad kan worden voorgelegd als dat een vitaal
nationaal belang raakt. Hoewel het kabinet zich inzet voor het
afschaffen van het vetorecht inzake het Gemeenschappelijk Buitenlands en
Veiligheidsbeleid, wil ik hier nogmaals benadrukken dat wij op andere
terreinen absoluut niet willen tornen aan het vetorecht, bijvoorbeeld
als het gaat over de meerjarenbegroting.
Voorzitter. Er waren vragen over de NAVO en de veiligheidsstrategie,
maar de stukken over de veiligheidsstrategie heb ik even niet voor me
liggen.
De heer Hoogeveen vroeg hoe de Military Planning and Conduct Capability
wordt uitgebreid, hoe dit met NAVO-structuren botst en wat de meerwaarde
is. Wij zijn voorstander van het MPCC. Zo kunnen we de nodige planning
en aansturing beter uitvoeren. Maar we willen echt waken voor
duplicering met NAVO-structuren. De NAVO is echt de pijler onder onze
veiligheid. Ik noem Command and Control. Afschrikking en verdediging van
het NAVO-grondgebied is de taak van de NAVO. Het is de taak van NATO's
Command Structure. We zijn er ook geen voorstander van dat het MPCC deze
taken overneemt of dupliceert.
De heer Hoogeveen vroeg ook naar het operationaliseren van artikel 42.7.
Met de operationalisering van artikel 42.7 doelen we gewoon op het beter
benutten van bestaande EU-crisisstructuren. Het doel is dat het artikel
sneller geactiveerd kan worden en dat de coördinatie met de NAVO beter
is geregeld. Nogmaals, de NAVO is gewoon de hoeksteen van onze
veiligheid. Het is de hoeksteen van onze collectieve afschrikking. We
zijn absoluut niet voor de duplicering van NAVO-structuren. Het gaat er
echt om hoe je complementair kunt zijn, hoe je kunt bijdragen en hoe je
kunt leveren.
Ik krijg nu een indicatie van mijn ondersteuning over waar ik het tweede
onderwerp kan vinden. Die papieren pak ik er dan meteen even bij. De
veiligheidsstrategie is hieraan gelieerd. Mevrouw Maes vroeg onder
andere naar de veiligheidsstrategieën, het vervolg en het optrekken met
andere landen. De veiligheidsstrategie wordt besproken in verschillende
raden en comités in Brussel. Wij leveren input via de EDEO en via de
Commissie langs de lijnen van onze non-paper. Dat gesprek heeft u net al
in uw interventie en ook in het korte interruptiedebatje gevoerd. Wij
trekken inderdaad op met gelijkgestemde landen: Duitsland, de Benelux en
de Nordics. Daarmee maken we samen werk van de veiligheidsstrategie. Het
is belangrijk om complementair te zijn aan wat we in de NAVO doen, zoals
ik al zei.
Mevrouw Maes (VVD):
Dit is mijn tweede interruptie, geloof ik. Veel dank voor dit antwoord.
Ik ben benieuwd naar het volgende. Als u het over de Nordics hebt,
zitten daar dan de Baltische landen bij? Wordt er ook gekeken of er
bijvoorbeeld met Polen kan worden opgetrokken?
Minister Berendsen:
Als ik de Nordics noem, zitten de Baltics daar niet bij, maar de Baltics
zijn natuurlijk inderdaad een belangrijke partner op het gebied van
veiligheid. Polen is dat natuurlijk ook. Dat betekent dat we daar
nadrukkelijk naar kijken. Het gesprek met de Nordics en de Baltics staat
binnenkort gezamenlijk met de ministers van Buitenlandse Zaken van de
Benelux gepland. Dit onderwerp bespreken we dan natuurlijk samen met die
partners.
Voorzitter. Er werden vragen gesteld over Sudan.
De voorzitter:
Excuus, ik zie nog een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Excuus, voorzitter. Ik wachtte even tot het einde van het blokje
Europese veiligheidsstrategie. De minister zegt dat we de
operationalisering van artikel 42, lid 7 niet moeten zien als een
vervanging. Hij zegt dat we ervoor moeten waken dat het de NAVO niet in
de wielen rijdt. De minister heeft echter ook in het Europees Parlement
rondgelopen. Hij weet ook hoe de Europese Commissie, waaronder
Eurocommissaris Kubilius, hierover signalen heeft gegeven. Hij heeft al
meerdere malen aangegeven dit juist wel te zien als een supplement voor
artikel 5 en ook graag te willen inzetten op het operationaliseren van
een Europees leger. We zien dus wel dat er binnen de Europese Commissie
een soort van mission creep is. Hoe gaat de Nederlandse regering zich
verhouden tot de Europese Commissie ten aanzien van deze ambities?
Minister Berendsen:
Dit kabinet deelt de zorgen van de Europese Commissie over de veiligheid
van de Europese Unie. Het gaat met name over hoe wij binnen de Europese
Unie meer verantwoordelijkheid kunnen dragen voor onze eigen veiligheid.
Dat heeft natuurlijk ook alles te maken met de zorgen die ook vanuit de
VS geuit zijn richting de Europese NAVO-bondgenoten over op welke manier
wij daaraan zelf kunnen bijdragen. Ik denk dat het dus heel goed is dat
we de discussie op Europees niveau voeren. Ik denk dat het heel goed is
dat we een discussie binnen de EU voeren over de manier waarop wij de
militaire slagkracht kunnen versterken, hoe we sneller zouden kunnen
reageren en hoe we crisisstructuren beter zouden kunnen aanwenden. Maar
nogmaals, dat is wat dit kabinet betreft complementair aan de NAVO. Ik
denk dat we het meer moeten zien als de wijze waarop we de Europese
verantwoordelijkheid, die van ons gevraagd wordt binnen de NAVO, meer
vormgeven.
De voorzitter:
Als ik het goed heb, gaat de minister door met het blokje Sudan.
Minister Berendsen:
Voorzitter. Mevrouw Dobbe heeft gevraagd naar de Berlijnconferentie. Ik
denk even na, maar dat heeft even met mijn reisschema te maken. Er staat
dat die conferentie op 15 april in Berlijn is, maar dat was volgens mij
gisteren, toch? Ja, ik wilde al zeggen! Het was een belangrijke
conferentie die uit drie onderdelen bestond: een politiek, humanitair en
civiel segment. Tijdens de middagsessie lag de nadruk op de humanitaire
financiering en op de naleving van het humanitair oorlogsrecht.
Nederland werd hierbij op hoog ambtelijk niveau vertegenwoordigd. Naast
onze financiële pledge heeft Nederland specifiek aandacht gevraagd voor
de veiligheid en bescherming van hulpverleners. Ook heeft Nederland
gewezen op de rol van lokale organisaties, inclusief
gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms. Ik heb
daarover ook nog de laatste informatie opgevraagd.
Dan kom ik op termen als de Quad- en de Quintetinspanningen. Die blijven
natuurlijk heel belangrijk om te komen tot een duurzame vrede in Sudan
door middel van onze bemiddelingspartnerschappen. Ik wilde daarbij
vermelden dat ik ook zelf volgende week onder andere naar de Verenigde
Arabische Emiraten zal gaan, dat ik daar ook zal spreken met mijn
collega's en dat dit soort onderwerpen natuurlijk onderwerp van gesprek
zijn.
Ik dacht even dat dit het was, maar dit was de eerste pagina van de
beantwoording over Sudan! Het ging even over de
Berlijnconferentie.
Mevrouw Dobbe vroeg ook hoe we landen die Sudan financieren, aan gaan
spreken. Ik heb net aangegeven dat ik volgende week het gesprek zal
voeren met de Verenigde Arabische Emiraten, dus ook Saudi-Arabië. Het
conflict in Sudan is buitengewoon complex en die veelheid aan Sudanese
en niet-Sudanese actoren speelt daarbij een rol. Vragen over wel of geen
betrokkenheid bij het conflict zijn hierdoor vaak niet helemaal
eenduidig te beantwoorden. Tegelijkertijd spreken we met al die landen
in de regio over Sudan. We spreken onze zorgen uit over de humanitaire
situatie en — dat heb ik net ook genoemd — over het belang van het
stoppen van de wapentoevoer naar Sudan en over het belang van een einde
aan het geweld. Wij pleiten ook voor versterkte diplomatieke EU-inzet
richting de relevante regionale actoren. We pleiten voor een versterkte
samenwerkingscoördinatie tussen de EU-inzet op Sudan en het werk van de
VS om een einde te maken aan het conflict. Dat doen we voornamelijk
binnen het Quad-initiatief. Ik heb al gemeld dat ik me daar ook
bilateraal voor blijf inzetten.
Mevrouw Dobbe vroeg ook hoe we ons samen met andere EU-landen inzetten
in VN-verband. Samen met de EU-lidstaten en andere landen probeert
Nederland druk te houden op strijdende partijen en de facto
autoriteiten, om humanitaire toegang mogelijk te maken. Hierbij gaat het
ook om het wegnemen van administratieve belemmeringen. In VN-verband
werkt Nederland samen met andere landen toe naar humanitaire toegang.
Dat heb ik zojuist al genoemd. We proberen druk te leggen op strijdende
partijen en supporters.
Mevrouw Dobbe, de heer Ceder en de heer Van Baarle vroegen naar het
handelsverdrag tussen de Verenigde Arabische Emiraten en Sudan. We zien
mogelijkheden om het onderwerp op te brengen in Brussel. Het meest
geschikt lijkt daarvoor de Trade Policy Committee, waar wordt gesproken
over de FTA-onderhandelingen. Daarbij zullen we verwijzen naar de
beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de EU,
waaronder de inleving van het internationaal recht.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Was dat het?
De voorzitter:
Is het blokje Sudan daarmee afgerond, vraag ik aan de minister.
Minister Berendsen:
Het blokje is van mijn kant afgerond, ja.
De voorzitter:
Dan zijn er nog wat vragen. Eerst van de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil even een dubbelcheck doen, omdat ik wat later binnenkwam. Hoeveel
interrupties hebben we?
De voorzitter:
Dat heb ik u gezegd: dat zijn er drie. U heeft er al anderhalf
opgemaakt. U gaat nu naar uw tweede.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik stel voor dat we dat naar beneden afronden.
De voorzitter:
Zeker, zeker.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Maar dan wil ik graag mevrouw Dobbe eerst aan het woord laten.
De voorzitter:
Wat een gentleman. Het woord is aan de heer Dobbe. "De heer" Dobbe!
Mevrouw Dobbe!
(Hilariteit)
Mevrouw Dobbe (SP):
Voorzitter, wat doet u nu?
Goede intenties, goede woorden: ik hoor een heleboel woorden van deze
minister, soms een beetje snel uitgesproken, maar ik ben toch even op
zoek naar wat dit concreet betekent. De minister zei wel iets waar ik
eerst even over wil doorvragen, namelijk dat het lastig is om te bepalen
wie wel of niet bij het conflict betrokken is. Over de Emiraten. Over de
rol van de Emiraten in het bewapenen en steunen van in ieder geval de
RSF zijn talloze rapporten verschenen; over Saudi-Arabië bestaan die
rapporten overigens ook. Is er bij dit kabinet dan twijfel over de
betrokkenheid van de Emiraten bij het ondersteunen van de RSF? Dat vind
ik wel even heel belangrijk om te weten, want dat betekent natuurlijk
ook iets voor de gesprekken daarover die u ingaat.
Minister Berendsen:
Ik verwees ernaar dat de conflicten complex zijn en dat Sudanese en
niet-Sudanese partijen hierbij betrokken zijn. Dat ik aangeef dat ik
hier in mijn gesprek met de Verenigde Arabische Emiraten aandacht voor
zal vragen, duidt natuurlijk ook op de wijze waarop het kabinet naar die
betrokkenheid kijkt.
De voorzitter:
Wilt u nog een vervolgvraag stellen? Dat is dan uw laatste.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat snap ik.
De voorzitter:
Oké, gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan stel ik de vraag maar. Er is dus bij dit kabinet geen twijfel over
het punt dat ik noemde? Ik neem aan dat dit antwoord dat betekent en als
dat anders is, hoor ik dat graag van de minister. Er is gisteren een
motie van de heer Van Baarle en mijzelf aangenomen. De minister
refereert aan een gesprek dat hij later met de Emiraten gaat hebben. Hoe
gaat deze minister de inhoud van deze motie, waarin wordt gevraagd naar
een zekere Europese steun hiervoor, morgen bij de RBZ aan de orde
stellen?
De voorzitter:
Ik kijk even of minister op de hoogte is van de motie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat hoop ik.
De voorzitter:
Hij was ook op reis, dus vandaar dat ik het even check.
Minister Berendsen:
Ik moet de motie nog even goed tot me nemen. In algemene zin zal deze
minister altijd zijn best doen om aangenomen moties in de praktijk te
brengen, dus dat geldt ook voor deze, maar de inhoud van de motie heb ik
op dit moment niet scherp. Wellicht is er een moment dat ik daar meer
inhoudelijk op kan antwoorden.
De voorzitter:
Dan kijken we even of de minister daar gedurende dit debat, misschien op
het eind, op terug kan komen. Anders kan hij dat misschien doen bij het
tweeminutendebat. Dan ga ik even door naar de heer Van Baarle. Dan kan
de heer Ceder nog even nadenken over zijn vraag.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik sluit me uiteraard aan bij de vraag van mevrouw Dobbe. Ik ben
inderdaad ook benieuwd hoe de minister die motie in aanloop naar zijn
bezoek aan de VAE gaat uitvoeren. Inmiddels zien we in de afgelopen tijd
echt stapels van bewijzen van verschrikkelijke misdaden die door de RSF
gepleegd worden in Sudan. Er is bijvoorbeeld een onderzoekscommissie die
aangeeft dat er gewoon aanwijzingen zijn voor genocide die door de RSF
gepleegd wordt. Ik zou aan de minister willen vragen hoe Nederland met
die verschrikkelijke, zorgelijke voorbeelden van misdaden die we daar
gepleegd zien worden, de inspanningen om straffeloosheid te voorkomen
gaat opvoeren. Hoe gaat Nederland dat niet alleen zelf doen, maar ook in
internationaal verband?
Minister Berendsen:
Dit kabinet maakt zich grote zorgen over wat er in Sudan gebeurt en ook
over de gevallen die de heer Van Baarle noemt. Ik maak me er hele grote
zorgen over dat Sudan met alles wat er in de wereld aan de hand is
eigenlijk veel te weinig aandacht krijgt en ik maak me zorgen over de
enorme humanitaire problemen en effecten die we daar zien en ook over de
gewelddadigheden die daar plaatsvinden. U kunt erop rekenen dat dit op
de agenda van het kabinet staat, ondanks dat het wellicht in de media
niet altijd dezelfde aandacht krijgt als andere conflicten in de wereld.
U kunt erop rekenen dat wij er op allerlei manieren, internationaal en
bilateraal, op inzetten om ook eventuele wandaden daar aan de kaak en
aan de orde te stellen.
De voorzitter:
Ik kijk nog even of er andere vragen over Sudan zijn. Zo niet, dan gaat
de minister door met zijn beantwoording. De heer Ceder reageert niet. Of
heeft u toch een vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Nee, ik bewaar ze.
De voorzitter:
Oké, u bewaart ze. Heel goed. Het woord is aan de minister.
Minister Berendsen:
Er werden vragen gesteld over Armenië en Azerbeidzjan. Er werd gevraagd
naar de laatste ontwikkelingen in het vredesproces. Sinds de parafering
van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan zien we een
positieve dynamiek in het vredesproces. Zo heeft Azerbeidzjan in januari
2026 een viertal Armeense gevangenen vrijgelaten en heeft Azerbeidzjan
olie-export naar Armenië gestart. Nederland steunt de maatregelen van
zowel Armenië als van Azerbeidzjan die vertrouwen geven, om de
stabiliteit in de zuidelijke Kaukasus te bevorderen. Daarnaast is er ook
steun voor de inzet van de VS. Nederland en de Europese Unie blijven
beide partijen oproepen om over te gaan tot ondertekening. Hierbij zijn
constructieve relaties met beide landen behulpzaam. Voor ondertekening
houdt Azerbeidzjan vast aan de al langer gestelde eis dat Armenië de
grondwet moet aanpassen, omdat die een indirecte claim op Karabach zou
bevatten. Op 16 maart heeft Armenië aangekondigd een draft van de nieuwe
grondwet te publiceren, ook als gebaar richting Azerbeidzjan dat de
verwijzing zal verdwijnen. Recent heb ik ook zowel met mijn Armeense als
met mijn Azerbeidzjaanse collega gesproken; ik heb mijn steun
uitgesproken voor het vredesproces en het belang van de ondertekening
benadrukt.
De heer Ceder vroeg naar besluiten over een nieuwe civiele missie in
Armenië en vroeg wat de positie van Nederland daarin is. Tijdens de Raad
ligt er een besluit voor tot oprichting van de nieuwe civiele
Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid-missie in Armenië. De
missie zal bijdragen aan de Armeense weerbaarheid tegen hybride en
cyberdreigingen. Nederland steunt de oprichting van deze nieuwe missie
en is ook bereid om aan deze missie bij te dragen, bijvoorbeeld via
detachering van Nederlandse experts.
De heer Ceder vroeg ook hoe het staat met de uitvoering van zijn motie
om niet meer te spreken van "de kwestie van de Armeense genocide". Het
vorige kabinet stuurde in april 2025 een Kamerbrief waarin is
uiteengezet dat de kabinetspositie ten aanzien van dit onderwerp niet is
gewijzigd. Die brief staat en voormalig premier Schoof heeft de Kamer
tijdens het plenaire debat van oktober 2025 toegezegd met een nieuwe
Kamerbrief te komen, na ratificatie van het vredesakkoord tussen Armenië
en Azerbeidzjan. Die toezegging staat onder dit kabinet nog steeds. De
ondertekening en ratificatie hebben nog niet plaatsgevonden; zodra dat
het geval is, kan de Kamer een brief tegemoetzien. Het kabinet
verwelkomt de positieve ontwikkelingen in het vredesproces; dat zei ik
net.
De voorzitter:
Nu eindelijk een tweede interruptie van de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik begrijp dat ook het kabinet-Jetten de motie gewoon, plat gezegd, niet
gaat uitvoeren. Dit is niet een motie die alleen nu is ingediend;
volgens mij is ze onder drie kabinetten elk jaar ingediend. Ik had
gehoopt dat dit kabinet en de coalitiepartijen de motie zouden
uitvoeren, want het is een drogreden dat de vredesonderhandelingen
tussen Azerbeidzjan en Armenië iets te maken zouden hebben met het
erkennen van het onrecht waarbij onder andere het gebied dat het huidige
Turkije is betrokken is, en dat dat de vredesgesprekken onder spanning
zou zetten. Dat is gewoon niet waar. Azerbeidzjan heeft niets met die
erkenning te maken. Dat is ook niet het gebied waar het onrecht heeft
plaatsgevonden. Daarnaast heeft de Kamer zich na die brief en na de
toezegging van het kabinet, van de minister, opnieuw uitgesproken en
gezegd dat het wil dat de motie dit jaar alsnog wordt uitgevoerd. Ik
weet wel hoe het zou kunnen, maar dat zijn zwaardere instrumenten, die
ik niet graag ingezet wil zien. Ik zou graag willen weten wat de
minister nodig heeft om de meerderheid van de Kamer, dus alle partijen
minus DENK, te respecteren en deze motie uit te voeren.
De voorzitter:
Het is duidelijk.
Minister Berendsen:
Wat betreft het eerste deel van de vraag van de heer Ceder: het kabinet
is wel van mening dat het traject dat nu loopt zich in een precaire fase
bevindt. Zowel het vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan als het
normalisatieproces tussen Armenië en Turkije bevindt zich in een
precaire fase. Ik geef dus aan dat zodra de ondertekening, de
ratificatie van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan gedaan
is, wij als kabinet met een brief zullen komen over de motie en het
verzoek van de heer Ceder. Maar ik zou wel willen vragen om dit proces
nu niet te doorkruisen.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Er werden vragen gesteld over het ICC, waar wij
gastland van zijn en waarvoor wij een verantwoordelijkheid dragen. Onder
anderen mevrouw Dobbe stelde hier vragen over. Zoals bekend keuren wij
die sancties tegen ambtsdragers af. Wij dragen dat ook consistent uit.
Dat doen we ook in gesprekken met de VS. Nederland steunde ook de
EU-verklaring en de verklaring van verdragspartijen bij het hof tijdens
de laatste jaarvergadering hierover. Daarbij ging het specifiek over
ngo's. We zetten ons ervoor in om de gevolgen van sancties voor het hof
zo goed als mogelijk te kunnen opvangen. Dat doen we niet alleen. Wij
spelen daar een belangrijke rol in, maar het is een zaak van alle 125
verdragspartijen om er gezamenlijk voor te zorgen dat het hof zo
onbelemmerd mogelijk kan blijven functioneren. Daar is ook regelmatig
overleg over met het hof en vertegenwoordigers van het hof. Als gastland
hebben we daar een bijzondere verantwoordelijkheid voor. Die blijven we
op ons nemen, zowel wat betreft de mitigerende maatregelen voor het
functioneren van het hof ondanks sancties als wat betreft het voorkomen
van verdere sancties.
Voorzitter. Er werd ook gevraagd naar het blocking statute, de
EU-antiboycotverordening. Dat is een van de instrumenten die kan worden
ingezet om de gevolgen van VS-sancties te mitigeren. Er zitten voor- en
nadelen aan dit instrument. De timing moet zeker gewogen worden. Wanneer
doe je dit? Wanneer ben je dan effectief? Welk effect bereik je daarmee?
Daarbij wordt onder andere gekeken naar de verwachte impact op de
lopende diplomatieke inzet richting de VS om te voorkomen dat er extra
sancties komen. Indien de VS nieuwe sancties afkondigen die het
functioneren van het hof naar verwachting ernstig zullen belemmeren, dan
zal het kabinet zich conform de moties in EU-verband hardmaken voor het
activeren van de antiboycotverordening.
De voorzitter:
Even iets feitelijks. Ik weet dat mevrouw Dobbe geen interrupties meer
heeft. Die motie is twee voorgangers voor deze minister aangenomen door
deze Kamer. Dat breng ik even in herinnering. Dat was dus nog bij
minister Veldkamp, die oordeel Kamer gaf. Dat was de motie om het
blocking statute in te zetten, die is aangenomen. De minister
vervolgt.
Minister Berendsen:
Ik ga eerst naar het blokje overig en dan eindig ik met het blokje dat
we straks gaan uitbreiden met een heel middagdebat.
Piri heeft gevraagd naar Georgië. Nederland is en blijft voorstander van
EU-brede sancties tegen de verantwoordelijken van geweld tegen
demonstranten, journalisten en politici in Georgië. We bekijken
voortdurend hoe we hier unanimiteit voor kunnen bereiken. Wat betreft
het leveren van steun aan het Georgisch maatschappelijk middenveld is
financiering van projecten in Georgië nagenoeg onmogelijk gemaakt door
de op het maatschappelijk middenveld gerichte restrictieve maatregelen
die in hoog tempo zijn ingevoerd. Ja, excuus voor het snelle praten,
mevrouw Dobbe. Dat besef ik. In het Europees Parlement heb ik juist
altijd geleerd om heel rustig te praten, omdat anders het maken van de
vertaling niet mogelijk was. Ik heb dat blijkbaar vrij snel van me
afgeschud! Als gevolg van de wetgeving in Georgië hebben Nederland en
internationale partners programmering moeten stopzetten of aanpassen.
Nederland blijft kijken naar de steun die past binnen de grenzen van de
Georgische wet. Een voorbeeld van nieuwe steun is het beurzenprogramma
Dutch Bridge for Georgia. Via dit beurzenprogramma zal Nederland
opleidingsmogelijkheden aanbieden aan personen uit het Georgisch
maatschappelijk middenveld.
Mevrouw Piri vroeg naar de Afghaanse bewakers. Dit kabinet houdt de
motie vooralsnog, net als het volgend kabinet, in beraad hangende de
uitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure. Dit is onlangs door
het huidige kabinet aan de Eerste Kamer kenbaar gemaakt en is door het
vorige kabinet aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. Ik begrijp dat dit
echt teleurstellend nieuws is voor deze groep ambassadebewakers. De
Staat heeft ingestemd met het verzoek van 42 bewakers om een versnelde
behandeling van het cassatieberoep.
De voorzitter:
Was dit het blokje overig?
Minister Berendsen:
Nee, ik heb nog meer.
De voorzitter:
Dan maken we dat eerst af. Dan kijk ik daarna wie er interrupties
heeft.
Minister Berendsen:
De heer Van Baarle vroeg nog naar de transnationale repressie door de
Chinese regering richting de Oeigoeren. Het kabinet is bekend met
signalen van de repressie van diasporagemeenschappen in Nederland,
inclusief Oeigoeren. We pakken ongewenste buitenlandse inmenging aan
binnen de rijksbrede aanpak die hiervoor bestaat. Daarbij hebben we ook
aandacht voor Oeigoeren. Zoals u weet, wordt er gewerkt aan het
oprichten van een centraal meldpunt voor ongewenste buitenlandse
inmenging. De verwachting is dat dat gaat helpen om beter zicht en
betere grip te krijgen op deze problematiek.
De voorzitter:
Bent u klaar met het blokje overig?
Minister Berendsen:
Ja.
De voorzitter:
Dan geef ik de gelegenheid voor interrupties.
De heer Van Baarle (DENK):
Een van de recente voorbeelden was hoe een Oeigoerse activist op heel
hardhandige wijze door Chinese beveiligers werd geweerd toen hij
probeerde te demonstreren voor de rechten van de Oeigoeren. Ik hoor heel
pijnlijke verhalen van mensen die aangeven dat families telefoontjes
krijgen vanuit China, waarin gezegd wordt: als je nog één keer naar een
bepaalde vergadering gaat, gaat je familie in China daar bepaalde
consequenties van ondervinden. Kan de minister toezeggen dat hij bereid
is om de komende tijd in gesprek te gaan met de Oeigoerse diaspora om
deze verhalen te horen en te kijken wat hij daar aanvullend aan kan
doen?
Minister Berendsen:
Het kabinet is bekend met deze signalen en de voorbeelden van repressie
richting Oeigoeren in Nederland. Zoals ik aangegeven heb, proberen we
dit met alle maatregelen die we nemen beter in beeld te krijgen om
daartegen te kunnen acteren.
De heer Van Lanschot (CDA):
Mijn vraag gaat over de Afghaanse bewakers. Als ik het goed begrijp,
heeft het kabinet gevraagd om een versnelde behandeling van de
procedure. Ik vraag me af of er al enig zicht is op een datum voor de
uitspraak, gezien die versnelde behandeling.
Minister Berendsen:
Ik begrijp van niet.
De voorzitter:
Zijn er nog andere interrupties? Nee. Dan vraag ik mevrouw Van der Werf
of zij heel even het voorzitterschap kan overnemen, zodat ik mijn
interruptie kan plaatsen.
Voorzitter: Van der Werf
De voorzitter:
Daarom zat u zo nadrukkelijk te kijken, mevrouw Piri!
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker, zeker.
De voorzitter:
Ik dacht: ik moet iets vragen. Het lid Piri heeft het woord.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zei al dat ik hierover niet alleen teleurgesteld ben, maar ook echt
boos. Dat meen ik echt oprecht. In het vorige kabinet zaten nog twee
partijen, maar alle vier de partijen die er aan het begin in zaten, zijn
er vier jaar lang tegen geweest. Nu zit er dit kabinet met het CDA en
D66, die dat besluit al een keer hadden genomen tijdens Rutte IV en die
voor deze motie hebben gestemd na de verkiezingen. Hoe kan de minister
dan met precies hetzelfde antwoord komen als kabinet-Schoof? Daarin
zaten vier partijen die tegen waren, terwijl er nu twee partijen in het
kabinet zitten die zich hier vier jaar lang keihard voor hebben
ingezet.
Minister Berendsen:
Ik heb geantwoord wat ik daarop kan antwoorden. Het kabinet houdt de
motie vooralsnog aan en we wachten de procedure af. De Hoge Raad gaat
zelf over de versnelde behandeling en hoe snel dat zal zijn. We wachten
die procedure af.
De voorzitter:
Wilt u een vervolgvraag stellen, mevrouw Piri?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja. Dit kan natuurlijk niet. Deze saga loopt al vier jaar. De Kamer
heeft hier een onderzoekscommissie voor ingesteld. De Kamer heeft in
grote meerderheid gezegd: wij nemen die aanbevelingen aan. Het gaat hier
nota bene om mensen die nu nog steeds ondergedoken zitten en wier leven
in gevaar is. Ik heb dan ook de volgende vraag aan de minister. Het
vorige kabinet heeft de motie ontraden met de redenering dat er nog een
cassatie komt. Dit wetende heeft een grote meerderheid van deze Kamer
gezegd dat die motie toch moet worden uitgevoerd. Dat is een politiek
besluit. Daarom wil ik echt uitleg van deze minister over waarom die
motie, toen ook al wetende dat er een cassatie en rechtszaken lopen,
niet gewoon wordt uitgevoerd.
Minister Berendsen:
Het kabinet heeft de positie ingenomen die het heeft ingenomen. We
willen graag het proces en het cassatieberoep afwachten. We hebben
ingestemd met het verzoek om een versnelde behandeling mogelijk te
maken. Een versnelde behandeling betekent hopelijk ook dat er snel een
uitspraak ligt. Op basis daarvan kan het kabinet vervolgens ook gaan
handelen.
De voorzitter:
Mevrouw Piri, uw laatste vraag.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, tot slot, voorzitter. Het gaat hier om mensenlevens. Ik kan hier
gewoon echt woest van worden. Cassatie kan jaren duren. Er ligt gewoon
voor de derde keer een aangenomen motie. Ik kan niet anders dan
constateren dat het, voor de derde keer en door het derde kabinet, de
VVD weer gelukt is om dit te blokkeren. De minister kan dit niet afdoen
met alleen maar: we wachten cassatie af. Ik vraag hem dus toch om met
een brief naar de Kamer te komen waarin precies staat wat de
redeneerlijn is waardoor een door de Kamer aangenomen motie opzij wordt
geschoven door het kabinet.
Minister Berendsen:
Ik ben graag bereid om een brief hierover te sturen.
De voorzitter:
Dan geef ik het voorzitterschap weer aan het lid Piri.
Voorzitter: Piri
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Berendsen:
Het laatste blokje dat ik voor me heb, betreft de situatie in het
Midden-Oosten. Daarover zullen we vanmiddag uitgebreid spreken. Een
aantal antwoorden zullen we dus ongetwijfeld vanmiddag nog uitgebreid
bediscussiëren, maar ik wil natuurlijk wel kort antwoorden op de
gestelde vragen.
Mevrouw Van der Werf en meneer Van Baarle vroegen of Nederland tijdens
de komende RBZ de evaluatie van artikel 2 gaat heragenderen. Nederland
heeft de evaluatie van artikel 2 geïnitieerd. Met steun van een
meerderheid van de lidstaten heeft de Hoge Vertegenwoordiger hier ook
een vervolg aan gegeven. Naar aanleiding van het staakt-het-vuren in
Gaza en het vredesplan van president Trump heeft Nederland, net als een
groot deel van de wereld, de diplomatieke inzet gericht op het laten
slagen van het vredesplan. De inzet van Nederland is daarbij geweest om
in EU-verband de voorgestelde maatregelen boven de markt te laten hangen
als drukmiddel. Het is evident dat de situatie nog steeds buitengewoon
ernstig is. De inschatting is dat een update van de evaluatie niet nodig
is om te kunnen spreken over maatregelen, ook omdat de Commissie het
voorgestelde pakket niet heeft ingetrokken en deze nog boven de markt
hangen. Nederland heeft tijdens de RBZ van februari onderstreept dat de
ontwikkelingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever als gevolg
van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om de door de Commissie
voorgestelde EU-maatregelen opnieuw te agenderen. Ik hoor de oproep van
een deel van uw Kamer dat het nu tijd is om maatregelen te agenderen,
maar realisme is daarbij ook gepast. Afgelopen zomer, tegen de
achtergrond van de catastrofale humanitaire situatie en aanhoudend
geweld in Gaza, lukte het de EU niet om de nodige meerderheid achter
voorstellen van de Commissie te krijgen. U mag erop rekenen dat ik
continu in contact sta met relevante partners om te bezien en te
bespreken welke inzet het meest effectief is.
Mevrouw Dobbe vroeg naar de formulering dat wij "welwillend" kijken naar
medische evacuaties.
De voorzitter:
Zullen we heel even afwachten tot het blokje klaar is? Ik zie dat er
verschillende interrupties zijn. De minister vervolgt.
Minister Berendsen:
Het kabinet heeft hierover een brief naar de Kamer gestuurd. Een
eventuele nieuwe evacuatie van patiënten moet zorgvuldig worden
uitgevoerd. Het gaat om een groep zeer kwetsbare patiënten en hun
gezinnen, die niet alleen specialistische zorg nodig hebben, maar ook
opvang, begeleiding en scholing. Dat vraagt om langjarige ondersteuning,
waarmee structurele verplichtingen met financiële consequenties zijn
gemoeid. Ook kan deze groep gebruikmaken van het recht om asiel aan te
vragen vanwege de onmogelijkheid om op dit moment terug te keren naar
Gaza. Bij besluitvorming is realisme daarom op z'n plaats. Het kabinet
zal de komende tijd benutten om te bezien in hoeverre het stappen kan
nemen om de medische capaciteit in Gaza en de regio te versterken, en
onderzoekt onder welke voorwaarden een evacuatie naar Nederland mogelijk
zou kunnen worden gemaakt. Mevrouw Dobbe vroeg ook op welke termijn we
meer horen. Het kabinet zal dit zo snel als mogelijk doen, maar we
moeten dat in alle zorgvuldigheid doen.
De heer Van Baarle vroeg naar annexatieplannen van Israël voor Libanon.
Nogmaals, we gaan er vanmiddag meer over spreken. Annexatie is per
definitie onrechtmatig en in strijd met het internationaal recht. Het
kabinet veroordeelt dan ook de oproepen van Israëlische bewindspersonen
tot annexatie van Libanees grondgebied en vindt uitspraken over
bezetting zorgwekkend. De soevereiniteit en territoriale integriteit
zijn voor het kabinet leidend. Ik heb deze zorgen ook nogmaals
overgebracht aan mijn Israëlische collega.
Meneer Ceder vroeg naar de doodstraf in Israël. Vanochtend ontving uw
Kamer een brief over de doodstraf in Israël. De wetgeving over de
doodstraf is aangenomen. Nederland heeft dit veroordeeld.
Oppositiepartijen in Israël en mensenrechtenorganisaties hebben bezwaar
aangetekend bij het hooggerechtshof. Ik sta hierover ook in contact met
partners. Indien de wet daadwerkelijk wordt uitgevoerd, zullen we kijken
naar passende stappen die we in internationaal verband kunnen
nemen.
Mevrouw Maes vroeg naar de EU-steun aan de Golfstaten. Nederland is
solidair met de Golfstaten die een direct doelwit zijn geworden van de
Iraanse aanvallen. We staan in nauw contact met deze landen over hun
veiligheidsbehoeften. Ik sprak de afgelopen weken al regelmatig met
collega's. Ik zal er enkele volgende week bezoeken. Er bestaat al
geruime tijd een goede samenwerking. In dat kader verkennen we op dit
moment mogelijkheden voor een aanvullende en gerichte bijdrage. Ook voor
een mogelijke EU-inzet in de Straat van Hormuz zal goede coördinatie met
de Golflanden cruciaal zijn. Ongetwijfeld zal mevrouw Maes begrijpen dat
ik niet al te veel kan zeggen over de exacte invulling van die
veiligheidssamenwerking.
De heer Ceder vroeg naar een eventueel vredesakkoord tussen Israël en
Libanon. Wij verwelkomen natuurlijk de historische directe gesprekken
tussen Israël en Libanon, die afgelopen dinsdag plaatsvonden en nog
steeds plaats lijken te vinden. Samen met de EU roepen we op tot een
onmiddellijk staakt-het-vuren in Libanon. Gesprekken over een
staakt-het-vuren vinden plaats onder leiding van de VS. We steunen dat
waar dat mogelijk is. Dat geldt ook voor de inzet van de Libanese
autoriteiten, die we volledig ondersteunen bij de volledige ontwapening
van Hezbollah.
De heer Van Baarle vroeg nog naar de Golanhoogvlaktebezetting. Nederland
en de EU erkennen Israëlische soevereiniteit over de door Israël bezette
Golanhoogte niet. Verschillende VN-Veiligheidsraadresoluties bevestigen
deze internationaalrechtelijke opvatting. Tegelijkertijd erkent het
kabinet de Israëlische veiligheidszorgen aan de grens met Syrië. We
hopen op een goede en veilige transitie. De toekomst is nog onzeker.
Ineenstorting van Syrië vormt natuurlijk een reële dreiging voor Israël.
Tegelijkertijd zien we daar nu hoopvolle ontwikkelingen. Wij blijven
deze situatie dus ook kritisch volgen.
Dit was het blokje opwarming voor vanmiddag.
De voorzitter:
Heel goed. We zullen het vanmiddag vervolgen, maar eerst nog een
interruptie van de heer Ceder en daarna een vraag van de heer Van Baarle
en van mevrouw Van der Werf.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik fiets deze vraag er even snel in. Mijn vraag over de doodstraf was
gericht op de procedure die in de brief wordt vermeld. Is die al
aanhangig en hoelang duurt het? Ik hoop dat u dit niet als interruptie
rekent, voorzitter. Ik hoop dat de minister daar nog een specifiek
antwoord op kan geven.
Mijn vraag gaat over de inzet van het associatieverdrag. In het verleden
hebben we het gesteund om artikel 2 tegen het licht te houden. Er is een
vertrouwelijk document naar voren gekomen met afspraken tussen de EU en
Israël. Dat heb ik ingezien. Ik weet niet of alle Kamerleden dat gedaan
hebben, dus ik kan niet vrijuit spreken over de inhoud daarvan. Maar ik
kan wel zeggen dat wat destijds is afgesproken, nu de facto niet meer
aan de orde kan zijn vanwege de aard van de afspraken. De vraag is wat
de inzet van de minister is ten aanzien van de komende RBZ-Raad. Gaat
hij opnieuw proberen ...
De voorzitter:
Ja, ja, het is duidelijk.
De heer Ceder (ChristenUnie):
… om dergelijke afspraken te maken?
De voorzitter:
Het is duidelijk. Meneer Ceder, u pleegt eerst een soort halve
interruptie die u wegzet als een procedureel vraagje en vervolgens …
Volgens mij duurt deze interruptie inmiddels al bijna twee minuten.
Afronden, graag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan rond ik het hierbij af.
De voorzitter:
Oké. Volgens mij is de vraag duidelijk.
Minister Berendsen:
Dank aan de heer Ceder voor de vraag. Zoals ik zojuist vermeld heb, is
dit natuurlijk een drukmiddel richting Israël. Je moet bezien op welke
wijze je daarover met internationale partners overeenkomsten kunt
bereiken en op welk moment je die kunt inzetten. Nederland heeft dit
geïnitieerd. Dat betekent dat we in contact blijven met de
internationale partners over wanneer een eventuele volgende stap
mogelijk is en wanneer die effectief zou zijn.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb ook een vraag over het associatieakkoord. Al een wat langere tijd
geleden is er een motie van mevrouw Piri aangenomen, die ik
medeondertekend heb. Die vraagt aan de regering: agendeer dit. Maar dat
heeft de regering vervolgens niet op een proactieve manier gedaan.
Daarna is er een motie van mij, van DENK, aangenomen die aan de regering
vraagt: organiseer Europees draagvlak voor opschorting. Maar ik hoor
vervolgens ook niet dat de regering dat proactief heeft gedaan. Ik hoor
dat de minister zegt: we moeten het als drukmiddel inzetten en we moeten
het boven de markt laten hangen. Maar dat is niet wat de Kamer vraagt.
De Kamer vraagt: wees een voorloper om opschorting te effectueren. Ik
wil van de minister horen hoe hij hier een voorloper in gaat zijn en hoe
hij die moties gaat uitvoeren.
Minister Berendsen:
Dit is steeds een onderdeel van het gesprek dat wij met onze Europese
partners voeren. Dit soort dingen kun je alleen doen binnen de Europese
Unie op het moment dat daar steun voor is. Dat gesprek voeren we
continu. Wat je nu merkt, is eigenlijk tweeledig, maar daar zullen we
vanmiddag nog langer op ingaan. Aan de ene kant zijn er wederom een
aantal concrete voorbeelden van stappen die Israël zet die wat ons
betreft onacceptabel zijn. De doodstraf is er daar een van. Dat geldt
ook voor Libanon en het groeiende aantal nederzettingen op de Westelijke
Jordaanoever. Er is een langer lijstje. Aan de andere kant zijn er
internationale partners die aangeven dat Israël nu samen met Libanon een
historische stap zet richting diplomatieke gesprekken om te komen tot
een staakt-het-vuren en hopelijk tot een duurzame oplossing. In de
gesprekken tasten we af op welke wijze landen bereid zijn om een
volgende stap te zetten en dat blijven we op dezelfde manier doen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
De minister gaf net zelf al aan dat er natuurlijk nogal wat gebeurd is
in de afgelopen maand. Denk aan de nederzettingen, Libanon en de
doodstrafwet. Ook ik heb gevraagd of de minister kan toezeggen dat
Nederland de update van het rapport in Europa proactief gaat oppakken.
Ik wil even alle onduidelijkheid van tafel hebben: is het antwoord
daarop ja?
Minister Berendsen:
Zoals ik begrepen heb, geldt de inhoud van dat rapport nog steeds en is
ook de oude versie van dat rapport zwaar genoeg om deze discussie te
voeren. Maar ik wil prima toezeggen om een update van dat rapport te
vragen. Ik denk alleen dat de consequenties van de inhoud daarvan niet
zullen wijzigen.
De voorzitter:
Dat was de vraag niet, zeg ik tegen de minister. Volgens mij ging het
niet om een update van het rapport. Klopt dat, mevrouw Van der
Werf?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik zal de exacte vraag in mijn inbreng even oplezen: "Is de minister
bereid om in de RBZ te pleiten voor een update van dit rapport?" Daar
zit dus ook een proactief element in. Met andere woorden: gaat deze
minister namens Nederland de boer op om, ook bij landen die nu zelf al
hebben aangegeven hier wat op te schuiven, te kijken of de verhoudingen
in Europa daar nu anders liggen?
Minister Berendsen:
Ik ga sowieso onze groeiende zorgen over alle stappen die Israël zet
weer aankaarten, ook samen met de internationale partners. Het voorbeeld
dat mevrouw Van der Werf geeft over de update van het rapport, kan ik
daar zeker bij gebruiken.
De voorzitter:
U bent door uw interrupties heen, meneer Ceder. Iedereen is dat, behalve
de heer Maes.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Sorry, mevrouw Maes. Ik bedoel iedereen behalve de heer Van Lanschot;
hij is de enige. Maar we hebben inderdaad nog tijd. Als u het niet erg
vindt, wil ik eerst even een procesvoorstel doen. We hebben vanmiddag
namelijk de hele middag een debat over het Midden-Oosten. Ik kan me
voorstellen dat dit een van de kernpunten van dat debat wordt. Ik wil
dus eigenlijk voorstellen dat, mocht u nog vragen hebben die heel
specifiek hierover gaan, u die even bewaart tot vanmiddag. Mochten er
nog andere uitstaande vragen of een hele urgente vraag zijn, dan geef ik
de leden de kans om er eentje te stellen, maar niet over dit onderwerp.
Ik begrijp dat u erop door wilt gaan, maar het lijkt me niet verstandig,
aangezien we er vanmiddag nog een plenair debat over gaan voeren.
De heer Ceder heeft een ordepunt.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, u bent streng doch rechtvaardig. Dat waardeer ik. Maar twee
dingen. Dit debat duurt tot 12.00 uur. We hebben dus nog 50 minuten,
waarbij dit volgens mij al een van de laatste blokjes of het laatste
blokje is. Om die reden zou ik zeggen: laten we de tijd die we hebben
goed benutten. Het leidt er ook toe dat bepaalde technische vragen in de
middag niet gesteld hoeven te worden. Het komt niet vaak voor, maar de
heer Van Baarle en ik hebben op dit punt dezelfde verwondering over wat
er nu precies gevraagd wordt door D66 en de toezegging van de minister
daarbij. Ik wil graag wat ruimte laten. Misschien moeten we de tweede
termijn hier dan achterwege laten en het debat verder plenair voeren.
Maar ik zou wel graag de 50 minuten volop willen benutten, wat er ook
toe leidt dat we in de middag minder tijd nodig hebben. Dat wil ik ter
overweging meegeven.
De voorzitter:
Uiteindelijk gaat u als commissie natuurlijk over de orde. De heer Van
Lanschot heeft ook een ordepunt.
De heer Van Lanschot (CDA):
Met waardering voor het inhoudelijke gesprek, zeg ik dat ik dat geen
goed idee vind. Het zou mij bijzonder goed uitkomen als dit overleg wat
korter is. Maar ik vind het vooral een nadeel dat als we hier al een
deel van het gesprek voeren, zo meteen in de middag niet iedereen van
hetzelfde op de hoogte is en dezelfde kennispositie heeft. Ik zou er
vooral voor willen pleiten dat dat wel zo is.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik heb eigenlijk wel antwoord gekregen op mijn vraag. De voorzitter gaf
net terecht aan dat we hier vanmiddag nog veel tijd voor hebben. Ik vond
het eerlijk gezegd ook niet zo bijster onduidelijk.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als er vragen zijn, moeten die volgens mij gewoon beantwoord kunnen
worden. Ik heb daar niet zo veel problemen mee.
De voorzitter:
De heer Van Baarle nog. Daarna neem ik een besluit.
De heer Van Baarle (DENK):
Wat de mensen die dan een kennisachterstand hebben betreft: dan hadden
ze maar naar het debat moeten komen. En wat de inbreng betreft het
volgende. We bespreken hier de inbreng van de regering tijdens de Raad.
Ik hecht eraan dat ik in ieder geval goed kan doorgronden wat de
regering tijdens de Raad op dit specifieke onderwerp gaat inbrengen. Ik
heb ook geprobeerd om mezelf te limiteren en niet het hele Midden-Oosten
in dit debat in te brengen. Als we dus een beetje respect hebben voor
die balans, gaan we er volgens mij uit komen.
De voorzitter:
Nou, weet u wat? Ik geef alle leden de kans om nog één korte vraag te
stellen. Dan bepalen ze zelf waar die over gaat. Als het goed is, kunnen
we dit debat dan ook gewoon afronden en er gedetailleerd op doorgaan in
het plenaire debat.
De heer Ceder had dus nog een vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zou wel even willen wachten tot te minister klaar is met zijn
blok.
De voorzitter:
De minister is klaar.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Is hij helemaal klaar?
De voorzitter:
Ja, helemaal nu.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, dank. Dan heb ik nog even een vraag over de inzet van de minister
tijdens de RBZ-vergadering. Ik denk een groot deel van de middag daar
ook over zal gaan, gezien de aangekondigde moties. Zegt de minister nou
dat hij naleving van dat rapport en misschien ook een update daarvan
bespreekbaar gaat maken, of zegt de minister dat hij gaat pleiten voor
een directe opschorting? Dat zijn twee verschillende zaken. De ene heeft
politiek andere consequenties dan de andere.
De voorzitter:
Duidelijk.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben heel benieuwd wat precies de insteek is van de minister volgende
week.
Minister Berendsen:
Het onderwerp Midden-Oosten staat op de agenda. Dat hebben we uitgebreid
gesproken. De zorgen die we hebben over de stappen die Israël zet,
bespreken we ook in de RBZ. Daarbij weten we dat we in het verleden ook
al geïnitieerd hebben om vervolg te geven aan artikel 2, evaluatie.
Mevrouw Van der Werf vroeg mij om in de RBZ te pleiten voor een update
van dat rapport. Ik heb aangegeven dat ik dat zeker wil betrekken bij
mijn verhaal. Tegelijkertijd is de vraag — dat heb ik al eerder gezegd —
wanneer je ergens een meerderheid voor hebt en op welke manier je dat
kunt bereiken. Ik denk dat dat uiteindelijk het doel is.
De voorzitter:
Heel even, aangezien ik de hele tijd heel streng ben op de heer Ceder.
Het is natuurlijk aan de minister wat zijn antwoorden zijn, maar volgens
mij is de vraag van de heer Ceder heel helder: is Nederland bereid, als
daar een meerderheid voor is, om het op te schorten? Dat is volgens mij
de vraag die de heer Ceder stelt.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is wat de inzet van de minister is, voorbereid, los van wat
de Kamer straks wil, ten aanzien van de RBZ.
De voorzitter:
Ik probeerde u te helpen, meneer Ceder. En volgens mij zeggen we echt
precies hetzelfde. We vinden iets anders, maar zeggen echt precies
hetzelfde.
De heer Ceder (ChristenUnie):
We gaan het in het stenogram naast elkaar leggen.
De voorzitter:
"Wat is de inzet van de Nederlandse regering in de RBZ over de
opschorting van het associatieverdrag?"
De heer Ceder (ChristenUnie):
Zo kunt u het formuleren, ja.
Minister Berendsen:
Tot op heden is er onvoldoende draagvlak. We hebben dit punt meerdere
keren opgebracht. We hebben daar aandacht voor gevraagd, maar er is op
dit moment nog onvoldoende draagvlak. Uiteindelijk is de inzet van het
kabinet om te kijken of we daar draagvlak voor kunnen krijgen. Dat
toetsen we continu met andere internationale partners en dat blijven we
doen.
De voorzitter:
Duidelijk. De heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat is gewoon niet wat de Kamer aan deze minister vraagt. De Kamer heeft
niet in meerderheid aan de minister gevraagd: kijk nog eens of er een
nieuw rapport kan komen. Dat is alleen maar weer vertraging. De Kamer
heeft ook niet gevraagd: ga maar eens even kijken of er wellicht bij
sommige landen draagvlak is. De Kamer heeft gevraagd om dit te
agenderen, om dit te bepleiten en om hier proactief in Europees verband
meerderheden voor te gaan organiseren en ik wil gewoon aan de minister
vragen om dat te doen. Dus niet dit wollige taalgebruik, maar gewoon
naar die vergadering gaan en zeggen: Nederland wil dat dat
associatieverdrag en op zijn minst het handelsonderdeel wordt
opgeschort. Is de minister bereid om dat te zeggen?
Minister Berendsen:
Wij hebben er ook al in een eerdere RBZ aandacht voor gevraagd en dat
zijn we blijven doen. We willen dat het opschorten van het handelsdeel
van het associatieakkoord op tafel komt. Dat is het standpunt van
Nederland. Dat weten andere landen ook en wij toetsen continu of we daar
uiteindelijk een meerderheid voor kunnen krijgen. Dat blijft de inzet
van dit kabinet.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij is het nieuwe aan de situatie nu dat we van een aantal
cruciale landen weten dat zij hier anders in staan. We weten dat
bijvoorbeeld Italië en Frankrijk, maar ook Duitsland op dit onderwerp
aan het schuiven zijn. Daarom is het zo relevant om het bestaande
standpunt — dat zegt de minister eigenlijk net ook al — nogmaals te
bespreken daar. Het gaat dus niet alleen maar om de inzet van Nederland,
zeg ik tegen collega Van Baarle. Het gaat er ook om of dat nu wellicht
wel een meerderheid heeft. Ik vind het belangrijk om dat punt nog even
te maken.
De voorzitter:
Dat was niet echt een vraag aan de minister, maar misschien wil de
minister daarop reageren.
Minister Berendsen:
Dat is wat we aan het doen zijn, zowel nu als richting de RBZ en tijdens
de RBZ.
De voorzitter:
Ik constateer dat er geen interrupties meer zijn. Ik zie dat de heer
Ceder ongetwijfeld weer een derde punt van orde wil gaan maken.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, we hebben nog drie kwartier. Dit gaat over enorme
geopolitieke consequenties en we gaan 40 minuten voor tijd stoppen,
omdat we willen gaan lunchen.
De voorzitter:
Meneer Ceder, helemaal niet. We hebben hier aan het begin van de
vergadering — u kwam iets te laat voor dit belangrijke overleg — met
elkaar afgesproken wat we doen. We hebben afgesproken dat we drie
interrupties doen. Ik heb u er vier gegeven. U heeft alle vragen kunnen
stellen. Vanmiddag is er nog een aantal uur een debat met deze minister
specifiek over het Midden-Oosten. Daar zullen ook andere collega's van
een aantal kleinere fracties bij aanwezig zijn die er nu niet bij zijn,
weet ik al. Ik stel dus echt voor om deze vergadering nu af te ronden.
Ik weet dat mevrouw Dobbe al een plenair tweeminutendebat heeft
aangevraagd, dus dat kan worden ingepland. Dan kan iedereen zijn eigen
moties maken en dan zien we elkaar vanmiddag nog een keer. U heeft nog
een laatste punt van orde. Daarna sluit ik echt de vergadering.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik doe een ordevoorstel. Dit is een RBZ-vergadering, met als doel de
inzet van de minister tijdens de RBZ te bespreken. Het debat van
vanmiddag gaat over de bredere inzet van het kabinet, buiten de RBZ om,
ten aanzien van het Midden-Oosten. Ik heb gewoon vragen over de inzet
van de minister. Daar is tijd voor gereserveerd. Het is belangrijk; wat
je ook doet, het heeft geopolitieke consequenties. Ik constateer dat wij
nog 40 minuten hebben. Ik doe als ordevoorstel graag een beroep op de
collega's om dit debat gewoon voort te zetten totdat iedereen een
duidelijk beeld heeft van de inzet van deze minister tijdens de RBZ,
niet daarbuiten.
De voorzitter:
Hoeveel interrupties stelt u zich daar nog bij voor? Dan breng ik het
gewoon even in stemming.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Afhankelijk van het antwoord van de minister — de minister geeft
namelijk geen klinkklare antwoorden — zou ik nog drie interrupties
willen voorstellen. Het kan ook in minder interrupties.
De voorzitter:
Ik ga het nu gewoon in stemming brengen. Het voorstel van de heer Ceder
is om door te gaan tot 12.00 uur en nog drie interrupties per persoon
toe te staan. Is daar steun voor?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vind het toch lastig. De heer Ceder heeft procedureel natuurlijk wel
gelijk, dus ik ga er ook niet vóór liggen, maar ik heb zelf geen
interrupties meer. Voor mij heeft het dus niet zoveel zin.
De heer Van Baarle (DENK):
Een middenweg kan zijn dat u gewoon de Kamerleden die behoefte hebben
aan een tweede termijn in de gelegenheid stelt om een minuut een tweede
termijn te houden. Dat zijn niet drie interrupties, maar dat is een
minuut. Dat is korter. Kamerleden die niks meer hebben, hoeven die niet
te gebruiken. Vervolgens kan de minister nog reageren op die inbreng van
een minuut. Dat is wat efficiënter, denk ik.
De voorzitter:
We hebben nog een plenaire afronding. Vandaar dat mijn aanname was dat
we niet hier nu een tweede termijn doen en dan straks nog een derde
termijn in de vorm van het tweeminutendebat. Maar ook dit voorstel leg
ik voor. Is er een meerderheid voor om dat nu te doen? Nee.
Ik sluit hierbij de vergadering. Ik dank de minister. Ik lees nog even
de toezeggingen voor.
De minister zal in het verslag van de RBZ terugkomen op het punt van de verhoogde gasimport uit Rusland en zijn toezegging om betrokken EU-lidstaten hierop aan te spreken. Dit is een toezegging aan de heren Ceder en Hoogeveen.
Klopt dat? Ja.
De tweede toezegging. De minister zegt toe de Kamer een brief te sturen over het besluit om de uitspraak van de Hoge Raad in cassatie in de zaak van de Afghaanse bewakers af te wachten alvorens de aangenomen Kamermotie hierover uit te voeren. Dat is een toezegging aan het lid Piri.
Klopt dat? Ja.
Mevrouw Dobbe heeft een tweeminutendebat aangekondigd.
Ik dank de leden. Ik dank de minister. Ik zie een groot deel van deze
commissie straks in de plenaire zaal.
Sluiting 11.21 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|