[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Conceptverslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026

Verslag van een commissiedebat

Nummer: 2026D19301, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-21 17:00, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer, Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026

VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 16 april 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, over:

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 april 2026 inzake geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken van 21 april 2026 en het verslag van de informele bijeenkomst van EU-ministers van Buitenlandse Zaken in Kiev van 31 maart 2026 (21501-02, nr. 3370);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 maart 2026 inzake verslag van de informele videoconferentie Raad Buitenlandse Zaken van 5 maart 2026 (21501-02, nr. 3362);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 maart 2026 inzake non-paper met Nederlandse input voor de EU-veiligheidsstrategie (22112, nr. 4294);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 maart 2026 inzake Nederlandse inbreng voor consultatie EU Arctische Strategie (22112, nr. 4291);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 17 maart 2026 inzake Nederlandse verklaring tot interventie in zaak Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof (23432, nr. 667);

  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 februari 2023 inzake stand van zaken MH17 (33997, nr. 176);

  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 november 2022 inzake stand van zaken MH17 (33997, nr. 175);

  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 5 april 2022 inzake besluiten die in bezwaar zijn genomen op het verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot het Joint Investigation Team dat het neerhalen van vlucht MH17 onderzoekt (33997, nr. 173);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 maart 2026 inzake geannoteerde agenda informele bijeenkomst EU-ministers van Buitenlandse Zaken van 31 maart 2026 (21501-02, nr. 3368);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 24 maart 2026 inzake verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 (21501-02, nr. 3366);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 23 maart 2026 inzake kabinetsreactie op het bericht over verkiezingswaarnemingsmissie bij de aanstaande Hongaarse verkiezingen (36800-V, nr. 87);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 31 maart 2026 inzake uitvoering moties over Sudan (29237, nr. 257).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Klaver

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Meetelen

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Westerhoff

Voorzitter: Piri
Griffier: Westerhoff

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Ceder, Dobbe, Hoogeveen, Van Lanschot, Maes, Piri en Van der Werf,

en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken.

Aanvang 9.01 uur.

De voorzitter:
Goedemorgen. Hierbij open ik de vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. Welkom aan de minister, de collega's en de mensen die dit debat thuis volgen.

Ik heb een heel korte mededeling. Ik breng graag onder de aandacht van de leden dat er zojuist nog een brief door de minister is gestuurd, naar aanleiding van twee verzoeken van deze commissie. Het betreft een kabinetsreactie op de Israëlische doodstrafwetgeving en het rapport van Save the Children over Palestijnse kinderen in Israëlische detentie. Ik stel voor deze twee brieven toe te voegen aan de agenda van dit debat. Ik zie dat daar geen bezwaar tegen is.

Alle leden hebben maximaal vier minuten voor hun inbreng. We gaan de interrupties straks tot drie beperken. Ik vraag mevrouw Dobbe van de SP om als eerste het woord te nemen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag spreken we dus over het Midden-Oosten. Bij dat debat zal ik daar vooral op ingaan; ik zal hier niet dezelfde punten maken. Ik zal daarbij onder andere ingaan op het handelen van Trump en de VS en op het feit dat Nederland zich daar veel meer tegen moet verzetten.

Ik wil hier alvast ingaan op de verantwoordelijkheid van Nederland als gastland van het Internationaal Strafhof. Negen rechters en aanklagers van het Strafhof zijn getroffen door Amerikaanse sancties, met als doel ervoor te zorgen dat het onderzoek naar oorlogsmisdaden van Israël wordt gestopt en als reactie op het aanklagen van Netanyahu en Gallant; dat is al enkele maanden bekend. Er staan nu ook al een aantal maanden een aantal Palestijnse mensenrechtenorganisaties op de Amerikaanse sanctielijst, omdat zij samenwerken met het Internationaal Strafhof voor het verzamelen van bewijs. De VS hebben sancties tegen het hele Strafhof aangekondigd, dus waar is Nederland als gastland terwijl dit gebeurt? Waar zijn de statements en de inzet richting de VS om hiermee te stoppen? Al in oktober is er in deze Kamer een motie aangenomen die de regering verzoekt zich in EU-verband in te zetten voor toepassing van het blocking statute. Wat is hier nu de status van en wat doet Nederland nu om dit te activeren?

Dan de medische evacuatie van Palestijnse kinderen die ernstig gewond of doodziek zijn en wachten op zorg. Deze groep kinderen wacht in Gaza of in landen zoals Egypte. Zij zijn het slachtoffer van de vertraging in de politiek hier. Dat hebben we gisteren mogen meemaken. Als het gaat om de welwillendheid om deze kinderen te helpen via medische evacuaties, omdat er in de regio geen zorg is, wat betekent die welwillendheid dan precies? Wat kunnen wij, en vooral zij, verwachten van dit kabinet, vraag ik de minister. En wanneer kunnen zij iets verwachten? Er gaan kinderen dood terwijl ze wachten op zorg die maar niet komt. Ik vind het echt hartverscheurend, vooral omdat wij hier bij machte zijn om het lot van een aantal van deze kinderen te voorkomen en dit nu alleen maar niet gebeurt vanwege politieke onwil.

Vanmiddag zal ik samen met mevrouw Piri een motie indienen om het EU-associatieverdrag op te schorten. Dat doen we bij dat debat, omdat we er dan nog over kunnen stemmen voordat de RBZ plaatsvindt, zodat het kan worden meegenomen.

Voorzitter. Dan wil ik het hebben over Sudan. De oorlog gaat nu zijn vierde jaar in. Er is al drie jaar oorlog daar. Het is de ergste humanitaire crisis ter wereld. Er zijn 14 miljoen mensen op de vlucht. Er is hongersnood en er wordt gruwelijk seksueel geweld ingezet als wapen. "Een hel op aarde" noemen Sudanezen het zelf. Het wordt nog steeds vergeten en is bijna onzichtbaar. Ik hoorde gisteren een journalist op de radio zeggen dat zij probeert de verhalen uit Sudan naar buiten te brengen en zichtbaar te maken wat er gebeurt, maar dat zij zich inmiddels afvraagt voor wie ze dat eigenlijk doet, als toch niemand kijkt of luistert. Dat moeten wij hier wel doen en blijven doen. Wij kunnen en moeten druk zetten op strijdende partijen om het geweld daar te stoppen.

Gisteren is de motie aangenomen om de Europese Commissie te verzoeken om binnen het onderhandelingsmandaat de rol van de Emiraten in de oorlog in Sudan bespreekbaar te maken en te proberen hiervoor Europese medestanders te vinden. Hoe gaat de minister daarmee beginnen tijdens deze komende RBZ, en wat gaat hij daar nog meer mee doen? Wat gaat deze minister nog meer doen om de landen aan te spreken die een van de strijdende partijen in Sudan financieren, om het geweld te stoppen? Ook hierover zijn echt al meerdere moties aangenomen in deze Kamer.

Ik begrijp dat er ook een conferentie in Berlijn is ter ondersteuning van het vredesproces in Sudan. Wat is daar de inzet van Nederland, afgezien van het toegezegde geld dat al beschikbaar is gesteld voor Sudan?

Voorzitter, tot slot. Kan de minister, wellicht samen met andere EU-landen, zich binnen de VN inzetten om ervoor te zorgen dat de VN ook aanwezig gaat zijn in de door de RSF gecontroleerde gebieden? Dat is namelijk keihard nodig voor humanitaire toegang daar.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de heer Van Lanschot. Hij spreekt namens het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag gaan we inderdaad spreken over het Midden-Oosten, dus dat onderwerp zal ik dan aanstippen.

Ik zou graag willen focussen op de Hongaarse verkiezingen en de fantastische uitslag daarvan. Die lijkt namelijk een belangrijk kantelpunt te zijn voor Europa. Na jaren waarin Hongarije de EU van binnenuit verzwakte, lijkt er nu een opening te ontstaan voor herstel van vertrouwen, van rechtsstatelijkheid en van Europese slagkracht. Dat is een goede zaak. Het is niet alleen relevant voor Boedapest, maar ook voor de veiligheid van de hele EU en Europa. Want nog steeds blokkeert Hongarije de EU-lening van 90 miljard voor Oekraïne en ook het twintigste sanctiepakket tegen Rusland. Ook op andere dossiers lag Hongarije dwars. Dat raakt onze geloofwaardigheid in Europa. Voor het CDA geldt: we moeten hoopvol zijn, maar niet naïef. Een nieuwe toon uit Boedapest is zeer welkom, maar woorden zijn nog geen hervormingen. De aanstaande premier Péter Magyar zegt dat hij de banden met Brussel wil herstellen, rechtsstatelijke hervormingen wil doorvoeren en blokkades in Europese besluitvorming wil wegnemen. Dat klinkt goed, maar Europa moet nu wel duidelijk zijn. Europese middelen horen pas vrij te komen als er echte stappen zijn gezet op het gebied van rechtsstaat, onafhankelijke rechtspraak, vrije media en corruptiebestrijding.

Daarom heb ik drie vragen aan de minister. Ten eerste: ziet het kabinet in de uitslag van de Hongaarse verkiezingen een echte kans om de blokkade van Oekraïnesteun en Ruslandsancties snel te doorbreken? Op welk moment zou dat kunnen gebeuren? Is deze Raad Buitenlandse Zaken daar nog te vroeg voor, omdat de oude regering er nog zit in Hongarije? Ten tweede: wat doet het kabinet als de oude Hongaarse regering in de tussenperiode alsnog blijft traineren? We hebben natuurlijk allemaal de berichten gelezen van de huidige minister van Buitenlandse Zaken van Hongarije. Kan de EU Hongarije ondersteunen in de onderzoeken die gedaan worden naar het gedrag van deze minister en het doorspelen van informatie naar Rusland? Ten derde: is Nederland bereid om in EU-verband aan te dringen op een snelle maar strikte routekaart met de nieuwe Hongaarse regering, waarbij hervormingen en Europese financiering hand in hand gaan?

Voorzitter. Hongarije hoort bij Europa, maar dat betekent ook dat het hoort bij onze waarden, bij onze verantwoordelijkheid en bij onze solidariteit met Oekraïne. Daarom zullen we een tweeminutendebat aanvragen — dat is al aangevraagd — en een motie indienen die ertoe oproept om een vliegende start te maken met de nieuwe Hongaarse regering.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. U bent vandaag allemaal netjes binnen de tijd. Mevrouw Van der Werf namens D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank u wel, voorzitter. Laat ook ik beginnen met Hongarije. Ik denk dat velen van ons zondagavond met grote vreugde naar het nieuws en de beelden uit Boedapest hebben gekeken. De nederlaag van Orbán markeert een kantelpunt. Na jaren van corruptie, democratische achteruitgang en uitholling van de rechtsstaat en het medialandschap gloort er weer hoop voor een democratische toekomst in Hongarije. Dat is niet alleen goed nieuws voor Hongarije; dat is ook goed nieuws voor Europa. Laten we deze ontwikkeling dan ook niet passief aanschouwen. Mijn fractie ziet drie concrete prioriteiten. Ten eerste Oekraïne. De EU-steun van 90 miljard moet zo snel mogelijk worden veiliggesteld. Kan de minister aangeven op welke termijn dit realistisch is? Want de nood is hoog en uitstel kost levens. Ten tweede sancties. Het is van groot belang dat het twintigste sanctiepakket tegen Rusland wordt aangenomen. Met name een verbod op maritieme dienstverlening kan de oorlogseconomie van Poetin stevig raken. Ten derde, misschien wel het belangrijkste voor lange termijn: als we willen voorkomen dat één lidstaat Europese besluitvorming blijft gijzelen, moeten we het veto op het terrein van buitenlandse zaken en veiligheid opschorten. Ook Ursula von der Leyen heeft hier al toe opgeroepen. Is de minister bereid om deze nieuwe wind in Brussel aan te grijpen en de druk op dit punt op te voeren? Dit is niet het moment om te verslappen of terug te vallen in tijdelijk comfort. Dit is het moment om door te pakken.

Voorzitter. Dan Oekraïne. Dat werd vannacht weer zwaar getroffen door Russische bombardementen. Het is fijn dat we Zelensky vandaag in Nederland mogen ontvangen, want Oekraïne heeft onze steun harder nodig dan ooit. Waar JD Vance zich er van de week nog op liet voorstaan dat hij de financiering voor Oekraïne heeft gestopt, moeten wij juist trots zijn op het tegenovergestelde en een stap naar voren zetten. In dat licht komt de politieke verandering in Hongarije geen dag te vroeg. Maar Oekraïne wordt nog altijd zwaar getroffen door Iraanse Shahed-drones, soms honderden tegelijk. Dat geldt ook voor steden die niet in de frontlinie liggen. Defensiecontracten kennen vaak lange doorlooptijden. Daarom wil mijn fractie uitdrukkelijk aandacht vragen voor burgerinitiatieven als Protect Ukraine. Via donaties weten zij zeer effectief de Oekraïense luchtverdediging te versterken. Het project FreedomSky is daar een heel mooi voorbeeld van. Voor ongeveer €70.000 per systeem leveren zij antidronetechnologie, die in de praktijk uiterst effectief blijkt, vaak veel effectiever dan dure raketten. Is de minister bereid om te verkennen of het ministerie van Buitenlandse Zaken via gerichte financiële steun kan bijdragen aan dit soort initiatieven? Mijn fractie is ervan overtuigd dat dit een van de snelste manieren is om Oekraïne te beschermen tegen Russische droneterreur.

Voorzitter. Tot slot toch een blokje Midden-Oosten. We spreken hier later vandaag natuurlijk uitgebreid over, maar ook ik wil de EU-context alvast even markeren. Israël treedt ongekend hard op in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en inmiddels ook in Libanon. Daarbij worden op meerdere fronten het internationaal recht en verplichtingen onder het associatieakkoord geschonden. Tegelijkertijd horen wij dat lidstaten die eerder terughoudend waren, zoals Frankrijk en Italië, hun standpunt over het openbreken van dit akkoord heroverwegen. De panelen schuiven. Een gekwalificeerde meerderheid komt mogelijk in zicht. Vorig jaar heeft de RBZ op verzoek van Nederland een rapport ontvangen over de naleving van het internationaal humanitair recht door Israël. Dat rapport is vandaag onverminderd relevant, zeker gezien de recente ontwikkelingen. Mijn fractie wil dat we daar dan ook consequenties aan verbinden, zoals we in het verleden deden, in lijn met artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord. Ik zal daar later vandaag een motie over indienen, maar vooruitlopend daarop wil ik de minister vragen of hij bereid is om in de RBZ te pleiten voor een update van dit rapport in het licht van de recente ontwikkelingen. Graag een toezegging van de minister, want wellicht kan dat al in de volgende RBZ worden geagendeerd.

Daar laat ik het even bij.

De voorzitter:
Ik zie twee interrupties. De eerste is van de heer Maes.

De heer Van Lanschot (CDA):
De heer Van Lanschot, voorzitter. Maar dat gaat vaker fout, dus geen enkel probleem.

De voorzitter:
Excuus, excuus.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan collega Van der Werf voor haar bevlogen pleidooi. Dingen als Protect Ukraine en het project FreedomSky klinken inderdaad veelbelovend. Ik hoor mevrouw Van der Werf pleiten voor middelen daarvoor van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat zou inderdaad een kans kunnen zijn. Ik ben benieuwd hoe zij denkt over een eventuele samenwerking met het ministerie van Defensie op dat gebied, waar dit mogelijk ook relevant voor zou kunnen zijn.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat lijkt mij een heel goed idee. Dat vindt de organisatie zelf ook. Ik denk dat we alle kansen aan moeten grijpen om te kijken hoe je nou snel, wendbaar en laagdrempelig dit soort aanvallen kan voorkomen. Heel veel mensen denken uiteraard aan die raketten als ze de beelden in het journaal en de verwoesting zien, maar vergeten dat er eigenlijk nog elke nacht hele wolken van Shaheddrones over Oekraïne vliegen en dat het niet altijd lukt om die allemaal te pakken. Die richten nog steeds heel veel schade aan aan kraamklinieken en scholen. Dat is eigenlijk al niet eens nieuws meer. Ik denk dus dat we naast de grote dingen en de Europese alternatieven voor bijvoorbeeld Patriots ook moeten blijven kijken naar hoe je nou op een laagdrempelige manier kunt bijdragen aan andere interceptors en hoe je op een veel effectievere manier de Oekraïners dit leed kunt besparen.

De voorzitter:
Ik zie veel geknik van de heer Van Lanschot. Dan gaan we naar een interruptie van mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit gaat over het EU-Israël-associatieakkoord, uit het kleine blokje Midden-Oosten dat we hier vandaag in dit debat toch bespreken. Ik ben het er helemaal mee eens. Wij vinden al veel langer dat het EU-Israël-associatieverdrag moet worden opgeschort. Daarom doen wij ook mee met de motie waar mevrouw Piri mee komt. We zien ook dat de sancties van Amerika op het Internationaal Strafhof, waar ik het net over had, de straffeloosheid vergroten voor wat er nu gebeurt in Gaza en op de Westbank, omdat het ICC onder druk staat. Ook partnerorganisaties, mensenrechtenorganisaties, die bewijs verzamelen voor het ICC zijn op sanctielijsten van de Verenigde Staten gezet omdat ze bewijs leveren aan het ICC. Dat valt onder dat sanctieregime tegen het ICC.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag is de volgende. Er was een hele goede motie van de heer Paternotte om de blocking statutes te activeren. Daar moet Nederland zich dan wel voor inzetten. Vindt D66 nog steeds dat we dat snel moeten gaan doen?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Absoluut. Ik zat ook al even te knikken bij uw inbreng op dit punt. Ik denk dat het belangrijk is dat we voor onze instituties gaan staan, zeker in de stad van vrede en recht, waar meneer Guterres vandaag op bezoek is.

De voorzitter:
Dan gaan we door met de inbreng van de heer Hoogeveen namens JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Na zestien jaar is er een einde gekomen aan het premierschap van Viktor Orbán in Hongarije. Dat markeert zonder twijfel een Europees politiek kantelpunt. Laten we ook eerlijk zijn: dat werd tijd. Want hoewel Orbán met het beschermen van de buitengrenzen tegen illegale immigranten Europa heeft geholpen, was het zoeken van toenadering met Moskou en de voortslepende discussies over vermeend misbruik van EU-middelen niet in ons belang. Zijn opvolger Péter Magyar belooft constructiever in de wedstrijd te zitten. Dat klinkt hoopgevend. Ik hoor in heel Europa, van links tot rechts, al enthousiasme over zijn plannen.

Dat is fijn, want wie goed naar zijn plannen kijkt, ziet dat zijn partij Tisza op veel punten opvallend dicht bij JA21 ligt. Denk aan een nog net zo strenge immigratielijn, een constructief-kritische houding richting de EU en duidelijke steun voor de strijd van Oekraïne tegen Russische agressie, maar geen blanco cheques en voor nu geen EU-lidmaatschap voor Oekraïne. Bij mijn fractie roept het wel de volgende vraag op. Welke mogelijkheden ziet de minister om samenwerking met Hongarije in EU-verband te herijken en te versterken? Hongarije doet het economisch ondertussen slechter dan Roemenië, dus het zou goed zijn om te kijken hoe we dat land kunnen helpen om die economische groei weer aan te zwengelen.

Voorzitter. De politieke veranderingen in Hongarije zullen onvermijdelijk ook gevolgen hebben voor de oorlog in Oekraïne. Mijn fractie blijft geen voorstander van de keuze voor de gezamenlijke doorlening van 90 miljard euro, maar gegeven de nieuwe situatie wil ik de minister wel vragen om een tijdspad. Wanneer verwacht hij dat een eventuele Hongaarse blokkade formeel kan worden opgeheven?

Over de oorlog in Oekraïne gesproken: de Financial Times berichtte deze week dat de EU haar gasimport uit Rusland heeft verhoogd. Dit vind ik echt onbegrijpelijk. Vanuit één gaslocatie in Siberië werd zelfs 97% van alle productie aan de EU verkocht, met een waarde van ongeveer 3 miljard euro. Ik trek Frankrijk hier regelmatig door het slijk vanwege Macrons hypocriete houding ten aanzien van steun aan Oekraïne en de taal die hij verkondigt, maar nu blijkt dat Spanje dit jaar meer dan twee keer zoveel Russisch gas heeft afgenomen als in de eerste maanden van 2025. Ik vind dat echt stuitend. Het Spanje van premier Sánchez heeft zó'n mond als het gaat om rechtvaardigheid in het Midden-Oosten en Oekraïne en de band met de Verenigde Staten, maar vervolgens gaat er zes keer zoveel Spaans geld naar Russisch gas als naar steun aan Oekraïne. Hoe kijkt het kabinet naar deze Spaanse opstelling? Hoe denkt het kabinet de geplande EU-uitfasering van gasimport uit Rusland nog te halen? Hoe gaat het kabinet invulling geven aan mijn motie over het aanspreken van lidstaten die zich hypocriet opstellen tegenover steun aan Oekraïne?

Voorzitter. Ten slotte de Europese veiligheidsstrategie. Als deze alleen zou gaan over betere samenwerking binnen de Europese defensie-industrie, dan zou JA21 daar nog wel brood in zien, maar dit riekt wel naar militarisering van de EU. Daar zijn wij zeer op tegen. De Europese Commissie mag nooit gaan beslissen over het uitzenden van Nederlandse soldaten. De EU is nooit bedoeld als een soort romp van de NAVO. Dat werd onlangs ook bevestigd door Bob Deen van Instituut Clingendael bij het programma Buitenhof. In EU-verband zitten we bovendien zonder cruciale spelers als het Verenigd Koninkrijk, Turkije, Noorwegen en Canada, om nog maar te zwijgen van de VS. Onze majesteit de koning zei in Philadelphia wijselijk dat onze trans-Atlantische band de beste waarborg is voor een goede toekomst. Daarom de volgende vragen. Hoe ziet het kabinet de afschaffing van het vetorecht in het licht van de soms botsende belangen van grote lidstaten als Frankrijk en Duitsland tegenover die van Nederland? Hoe ziet het kabinet de operationalisering van artikel 42, lid 7 van het EU-verdrag precies voor zich? Dit is namelijk precies wat ik bedoel met die militarisering van de EU. Hoe wordt de Military Planning and Conduct Capability uitgebreid als het aan het kabinet ligt? Hoe botst dit met NAVO-structuren? Wat is eigenlijk de meerwaarde?

Voorzitter, tot zover.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Er is geen meneer Maes, maar wel een mevrouw Maes. Ik geef haar het woord namens de VVD.

Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik zag dat het verkeerde bordje voor mijn neus stond, maar inmiddels is dat gecorrigeerd.

Op de dag dat Zelensky de Four Freedoms Award krijgt, zou ik het ten aanzien van de RBZ heel graag willen hebben over Oekraïne. De aandacht voor Oekraïne mag wat mijn fractie betreft namelijk niet verslappen. Nu Hongarije een nieuwe regering krijgt die mogelijk positiever staat tegenover steun aan Oekraïne, moeten we dit momentum goed gebruiken, want het verlies van Orbán is wat ons betreft een zegen voor Oekraïne — een collega zei dat al — en komt precies op het goede moment. Oekraïne kan niet lang meer wachten op de financiële steun die al in december is toegezegd. Tegelijkertijd profiteert Poetin van de instabiliteit in het Midden-Oosten; de hoge olieprijzen spekken de Russische oorlogskas direct.

De nieuwe politieke wind in Hongarije biedt ook kansen voor ons sanctiebeleid. We hebben te vaak gezien dat sanctiepakketten werden vertraagd of afgezwakt omdat Orbán zich als stoorzender opstelde. Ziet de minister mogelijkheden om in Brussel nu sneller tot nieuwe, stevige sanctiepakketten te komen nu deze blokkade lijkt weg te vallen?

De Russische oorlogsmachine draait nog steeds op volle toeren door slimme omwegen en sanctieontwijking via derde landen. Voor de VVD-fractie staat vast dat we Oekraïne militair, financieel en diplomatiek onverminderd willen steunen. In dat kader is het essentieel dat gesprekken over vrede worden hervat. Kan de minister aangeven hoe Nederland zich momenteel diplomatiek inzet om de positie van Oekraïne te versterken? Ziet de minister mogelijkheden voor de EU of een coalitie van Europese landen om een grotere rol te pakken bij toekomstige onderhandelingen, zeker nu de aandacht van de VS deels naar het Midden-Oosten is verschoven? In de geannoteerde agenda las ik dat de Raad zal spreken over het belang van geïntensiveerde militaire steun en een mogelijke bijdrage vanuit de EU aan toekomstige veiligheidsgaranties. Kan de minister aangeven waaraan hij dan voor Nederland denkt?

Voorzitter. We mogen niet uit het oog verliezen wat de Oekraïense bevolking dagelijks doormaakt. Oorlog betekent dat de meest alledaagse dingen potentieel levensgevaarlijk zijn geworden. We moeten ons blijven realiseren hoe meedogenloos de Russische agressor te werk gaat. Nu het front vastloopt, richten zij hun pijlen steeds vaker op onschuldige burgers. Welke mogelijkheden ziet de minister om de internationale aandacht voor deze Russische oorlogsmisdaden te vergroten en de druk op het Kremlin in EU- en VN-verband verder op te voeren?

Dan de Europese veiligheidsstrategie. Ik weet niet zeker of collega Hoogeveen en ik dezelfde Europese veiligheidsstrategie hebben gelezen, maar dat terzijde. Ik wil de minister namelijk graag complimenteren met het Nederlandse non-paper over de Europese veiligheidsstrategie. In het stuk zit wat mij betreft precies de juiste balans tussen vasthouden aan de NAVO en via EU-samenwerking de NAVO versterken. Ook de nadruk die in het stuk wordt gelegd op de situatie in Oekraïne en hoe we als EU kunnen bijdragen aan verbetering van die situatie, klinkt mijn fractie als muziek in de oren. Mijn vraag aan de minister is wat de vervolgstappen zijn. Zijn er lidstaten waarmee Nederland in dit kader kan optrekken?

Tot slot was ik naar aanleiding van de ingelaste RBZ van 5 maart benieuwd naar de steun die de EU van plan is te geven aan de Golfstaten. Kan de minister toelichten waar het concreet om zou gaan en wat voor Nederlandse bijdrage wordt verwacht? Ik ga daar straks in het Midden-Oostendebat ook nog verder op in.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat de heer Hoogeveen een vraag heeft.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik werd toch een klein beetje gechallenged over de Europese veiligheidsstrategie. Wij als JA21 willen ervoor waken — daarvoor gaan steeds meer stemmen op, ook bij de Europese Commissie —dat artikel 42, lid 7 verder wordt geoperationaliseerd. Dat is eigenlijk een artikel dat puur in het Europese verdrag zat om eventueel te kunnen helpen met bijvoorbeeld humanitaire hulp. Dat werd in ieder geval heel breed geïnterpreteerd. Nu zie je dat er een soort operationalisering plaatsvindt van dat specifieke artikel naar een verdere militarisering. Daarbij komt dat ook meer in het vaarwater van de NAVO. Ziet de VVD ook de mission creep van deze Europese veiligheidsstrategie, en dat het niet zozeer complementair is, maar ook ter vervanging van NAVO-structuren?

Mevrouw Maes (VVD):
Dat ziet de VVD dus niet. Ik denk dat dat ook wel blijkt uit mijn verhaal. Ik zie het echt als een versterking van de EU-samenwerking binnen de NAVO. Tegelijkertijd zien we natuurlijk ook dat er al heel veel samenwerking tussen EU-lidstaten is op militair gebied. Ik denk dat dat een heel goede ontwikkeling is, die we vooral vast moeten houden.

De voorzitter:
De heer Hoogeveen? Nee? Dan gaan we door. Dank voor uw inbreng, mevrouw Maes. We gaan door naar de heer Ceder namens de ChristenUnie. Voor degenen die iets later zijn gekomen: iedereen heeft vier minuten spreektijd en drie interrupties.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik zal het merendeel van de onderwerpen ten aanzien van het Midden-Oosten tot later in de middag parkeren. Ik heb daar wel nog een aantal punten over, maar die hebben met de EU te maken, dus vandaar. Eerst heb ik een paar andere zaken.

Voorzitter. Hongarije krijgt een nieuwe regering. Wij waren zeer verbolgen over de verhalen rond het afluisteren of in ieder geval het doorgeven van informatie door de minister van Buitenlandse Zaken en anderen. Dat ging over informatie die binnen de Europese Raad dan wel de RBZ besproken zou worden. Dat beïnvloedt natuurlijk ook de EU-besluitvorming. Mijn vraag is of inmiddels helder is of dit geruchten of feiten zijn. Welke maatregelen zijn nu getroffen zodat er in vertrouwelijkheid over sanctiemaatregelen en andere stappen gesproken kan worden zonder dat Rusland daarvan op de hoogte is? Wat verwacht de minister van de nieuwe meerderheid in Hongarije? Ik las dat er veel gejuich opging, maar kijkend naar de standpunten ten aanzien van Europees asiel en de wijze waarop de Hongaarse president gisteren bedankt is, vraag ik me toch af hoe de minister de ontwikkelingen beoordeelt. Laat duidelijk zijn dat ik denk dat het een goede ontwikkeling is dat de huidige regering ook ten aanzien van de opstelling tegenover Rusland nu een pas op de plaats maakt.

Voorzitter. Dan Sudan. Ik ben blij met de stappen van de EU. Ik heb al eerder gepleit om de VAE scherper te betrekken als het gaat om hun rol ten aanzien van wapenleveranties. De grootste humanitaire ramp op aarde vindt onder onze ogen plaats en wij zijn bezig met het optuigen van een economisch voordelig handelsakkoord. Volgens mij moeten we dat wel met elkaar verknopen. Ik vraag me af wat, los van de stappen die nu in de EU gezet worden, de opstelling van de minister is, ook bijvoorbeeld in bilateraal contact.

De Raad zal ook spreken over de ontwikkelingen in de Zuidelijke Kaukasus. Er zullen verkiezingen in Armenië zijn. Ik vraag me af hoe het staat met de vredesonderhandelingen tussen Azerbeidzjan en Armenië. We hopen dat die snel tot een definitief akkoord leiden. Over een paar dagen vindt de herdenking van de Armeense genocide plaats. Wij hebben ook dit jaar weer een motie aangenomen gekregen om die onverkort, in ieder geval expliciet, te erkennen. Ik ga ervan uit dat de minister dat dan ook doet. Ik vraag me af welke vorm dat in de komende weken zal krijgen. De Raad zal een besluit nemen over de mogelijke oprichting van een nieuwe civiele EU-missie in Armenië. Dat is mooi. Ik had nog niet over de positie van Nederland daarin gelezen, dus ik vroeg me af of de minister daarop een toelichting zou kunnen geven.

Voorzitter. Dan toch kort over het Midden-Oosten. Ik begrijp dat het vredesakkoord tussen Israël en Libanon mogelijk ophanden zou zijn. Dat zou historisch zijn. Ik vraag me af wat de rol en de opstelling van de EU daarin zijn, mochten die er zijn, om dat voor elkaar te krijgen, ook als het bijvoorbeeld gaat om het ontwapenen van Hezbollah.

Voorzitter. We kregen een brief over de doodstraf in Israël, iets waar wij fel tegen zijn. Ik las dat de minister aangeeft dat er een juridische procedure loopt. Ik vroeg me af of die al aanhangig is gemaakt. Dat had ik niet scherp. Zo ja, maakt de minister verdere stappen daarvan afhankelijk? Ik denk namelijk dat een procedure een paar jaar kan duren. Of zie ik dat verkeerd? Ik vraag me af of de minister even kan schetsen wat daarvan de implicaties zijn.

Daar laat ik het nu even bij. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van Baarle, die spreekt namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank. Ik ga de onderwerpen wat verdelen over de debatten die we vandaag hebben.

Ik begin vandaag bij Libanon, want berichten wijzen erop dat het Israëlische leger daar systematisch hele dorpen met de grond gelijkmaakt door op grote schaal woningen op te blazen. Defensieminister Katz en minister van Financiën Smotrich spraken zelfs hun wens uit dat Israël uiteindelijk delen van Zuid-Libanon zal gaan annexeren. Kan de minister dat veroordelen en dat benoemen voor wat het is? Als je wil annexeren, huizen vernietigt en mensen verdrijft, dan is daar een naam voor, namelijk "etnische zuivering". Wat gaat de minister doen om de druk op Israël op te voeren om ervoor te zorgen dat het geweld stopt en dat er een staakt-het-vuren komt? Deze minister moet alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat het associatieakkoord tussen de EU en Israël opgeschort wordt. Er liggen al aangenomen moties die aan deze minister vragen om daar draagvlak voor te organiseren in de EU. Hoe gaat deze minister dat tijdens de aankomende Raad doen?

Voorzitter. Enkele tientallen kilometers verderop zien we hoe Netanyahu zijn leger inzet om Syrisch grondgebied te annexeren. Die zogenaamde tijdelijke bufferzone — daarvan zei ook de Nederlandse regering "we vinden dat prima als dat tijdelijk is", een onbegrijpelijk standpunt — duurt inmiddels al anderhalf jaar. Die wordt ook steeds verder uitgebreid. Natuurlijk is de Golanhoogte al sinds 1967 bezet door Israël, dus de illegale annexatie duurt al ontzettend lang. Human Rights Watch zegt dat Israëlische troepen in die bezette delen van Zuid-Syrië zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen, aan het verdrijven van de Syrische bevolking. Kan de Nederlandse regering die bezetting eindelijk klip-en-klaar veroordelen en in internationaal verband draagvlak organiseren om Israël hard op te roepen om die bezetting direct te beëindigen? Deelt de minister dat ook dit een reden is om sancties in te stellen tegen Israël, omdat dit een flagrante schending van het internationaal recht is?

Voorzitter. Voor wat betreft de medische evacuaties zou ik mij graag willen aansluiten bij de vragen die mevrouw Dobbe heeft gesteld. Ik ben zeer benieuwd naar het antwoord van de minister. Wat betreft het Nederlandse beleid: Nederland moet verantwoordelijkheid nemen en het goede voorbeeld geven, maar andere landen moeten dat ook doen. Is de minister bereid om in Europees verband ook andere landen daartoe op te roepen?

Voorzitter. Zuid-Afrika heeft bij het Internationaal Gerechtshof een genocidezaak aangespannen tegen Israël, zoals u weet. De minister stelt dat Nederland geen inhoudelijke positie inneemt en zich beperkt tot een juridische interpretatie van het Genocideverdrag. Dat is de zogenoemde interventie. Als Nederland dat verdrag serieus moet nemen, dan hoort daar toch ook bij dat wij handelen als er ernstige aanwijzingen zijn dat dit verdrag wordt geschonden? Is de minister dus bereid om buiten zo'n strikt juridische interpretatie van het verdrag meer stelling te nemen? Dit is immers gewoon een genocide die zich voor onze ogen ontpopt.

Voorzitter. In Sudan voltrekt zich nog altijd een van de grootste humanitaire rampen van de wereld. Die oorlog duurt inmiddels jaren. VN-onderzoekers zien duidelijke tekenen van genocide, gepleegd door de RSF. Ook ik ben benieuwd wat de inbreng van de Nederlandse regering wordt op de conferentie in Berlijn. Gisteren is een motie van mij en mevrouw Dobbe aangenomen, waarin wordt gevraagd om het handelsakkoord dat met de VAE wordt gesloten — wij zijn daar geen voorstander van — in ieder geval te gebruiken om meer druk op de VAE te zetten om de steun aan de RSF te stoppen. Ik ben benieuwd hoe de minister die motie ter hand gaat nemen om dat ook op de komende RBZ te doen.

Tot slot …

De voorzitter:
Heel snel!

De heer Van Baarle (DENK):
… ga ik in op de transnationale repressie van Oeigoeren. Activist Abdurehim Gheni is hardhandig tegen de grond gewerkt door Chinese beveiligers. Heeft de minister zicht op de transnationale repressie van Oeigoeren in Nederland die door de Chinese regering gepleegd wordt? Wat doet hij daartegen?

De voorzitter:
Dank u wel. Ik vraag aan mevrouw Van der Werf of zij even het voorzitterschap kan overnemen.

Voorzitter: Van der Werf

De voorzitter:
Uiteraard, oud-voorzitter. Mevrouw Piri van PRO heeft nu het woord.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Hartelijk dank, voorzitter. Vanmiddag is er nog een uitgebreid debat over de situatie in het Midden-Oosten, maar vóór dat debat stemmen we al over de moties voor de RBZ. Een van de kernpunten van volgende week is of de Europese Unie eindelijk bereid is om sancties op te leggen aan de Israëlische regering. Vandaar dat ik van plan ben om straks bij de plenaire afronding van de RBZ een motie hierover in te dienen. Mevrouw Dobbe refereerde er al aan. Mijn fractie wil dat het kabinet werk maakt van de opschorting van het handelsdeel van het associatieakkoord met Israël. Het lijkt erop dat hier nu eindelijk een tweederdemeerderheid voor is in Europa. Graag een reactie van de minister. Ook vraag ik hem of hij bereid is om dit voorstel volgende week al meteen in stemming te laten brengen.

Dan over Oekraïne. Nieuwsuur bracht naar buiten dat de grootste drone- en raketbouwer van Oekraïne geen productielijn in Nederland gaat starten vanwege de bureaucratie hier. Wat is hier gebeurd en wat is nu het plan?

In aanvulling op de inbreng van mevrouw Van der Werf: ook wij krijgen signalen dat Nederland weinig samenwerkt met maatschappelijke organisaties die een onmisbare schakel zijn in de levering van militaire en dual-usegoederen. Neem de grootste Nederlandse organisatie die actief is in Oekraïne, Protect Ukraine. Dit gebeurt ondanks mijn reeds in 2024 aangenomen motie om dit soort initiatieven juist wél te ondersteunen. Hoe kan dit, vraag ik de minister. Is de minister bereid om met Protect Ukraine om de tafel te gaan en te bezien hoe hun belangrijke werk extra kracht kan worden bijgezet met steun van de regering?

Voorzitter. Nu Hongaren Viktor Orbán hebben weggestemd, is de weg vrij voor stevigere sancties tegen Rusland en meer steun voor Oekraïne. Wanneer verwacht de minister dat de lening van 90 miljard kan worden overgemaakt? Valt er snel een extra sanctiepakket te verwachten tegen Rusland met sancties waartegen eerder een Hongaars veto werd uitgesproken, zoals het op de sanctielijst zetten van de Russische patriarch?

Op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken staat ook de situatie in Georgië, het land dat op dit moment de meeste politieke gevangenen per capita heeft in Europa, namelijk 120. Mijn fractie heeft eerder gepleit voor persoonsgerichte sancties tegen de verantwoordelijken voor de politieke repressie en geweld. Is de minister bereid hier extra werk van te maken? Op welke manier geeft hij opvolging aan mijn motie om het werk van belangrijke democratische watchdogs, ngo's en onafhankelijke journalisten te ondersteunen?

Voorzitter, tot slot. Ik moet hier ook mijn grote teleurstelling en boosheid uitspreken over wat er nu weer dreigt te gebeuren met de Afghaanse bewakers. De afgelopen jaren heeft de Kamer drie keer met meerderheid een motie aangenomen om een handjevol Afghaanse bewakers over te brengen die we in gevaar hebben achtergelaten. Het CDA en D66 hebben deze moties telkens gesteund, de meest recente nog net na de verkiezingen van oktober. De afgelopen vier jaar was het telkens de VVD die dit binnen de coalitie wist te frustreren en blokkeren. Nu lijkt precies dat weer te gebeuren. Waarom heeft de minister besloten om de uitspraak van de Hoge Raad in cassatie af te wachten voor er uitvoering wordt gegeven aan mijn aangenomen motie? Beseft de minister dat zo'n uitspraak nog jaren kan duren, terwijl onze oud-medewerkers veelal ondergedoken zitten en vrezen voor hun leven? Waarom niet gewoon doen wat fatsoenlijk is, eindelijk een punt zetten achter dit dossier en de uitspraak van de Kamer — die uitspraak wordt dan dus voor de derde keer gedaan — respecteren?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank, mevrouw Piri. Dan draag ik bij dezen het voorzitterschap weer aan u over.

Voorzitter: Piri

De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even naar de minister om te zien hoeveel tijd hij nodig heeft. Ik schors de vergadering tot 10.00 uur. Dan zetten we het debat voort.

De vergadering wordt van 9.37 uur tot 10.03 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen hierbij de vergadering van de commissie Buitenlandse Zaken. We zouden om 10.00 uur weer starten, maar we wachten nog op de minister, dus tot die tijd schors ik de vergadering.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de commissie voor Buitenlandse Zaken. Het woord is aan de minister.

Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor de goede vragen op velerlei onderwerpen. Ik heb een heleboel onderwerpen. Ik ga er gewoon aan beginnen. Ik verneem het graag van de Kamer wanneer er nog iets mist.

Allereerst Hongarije. Dat heb ik gisteren in het EU-uitbreidingsdebat ook kort met uw Kamer besproken. De uitslag van de Hongaarse verkiezingen is heel hoopvol. Het Hongaarse volk heeft gekozen voor verandering. Tegelijkertijd zullen we de nieuwe regering uiteindelijk op haar acties moeten beoordelen.

Er zijn een aantal vragen gesteld over het tijdspad voor eventuele deblokkades in trajecten die we onder de regering-Orbán geblokkeerd gezien hebben. Dat ziet op de lening en op sancties richting Rusland. We hopen dat natuurlijk zo snel mogelijk te kunnen doen, maar in eerste instantie moet de Hongaarse regering op haar plek zitten. Dat zal nog een aantal weken duren. Voor de komende RBZ zal dat alle twee dus nog niet het geval zijn, maar daarna hopelijk wel. Vervolgens zal het gesprek met Hongarije gevoerd worden. Daarin hebben wij vanuit de Europese Unie-kant natuurlijk een agenda, maar Hongarije heeft die zelf ook. Het zal gericht zijn op het loskrijgen van alle middelen die in Brussel bevroren op de plank liggen. Het zal ongetwijfeld deels gelijktijdig lopen. Die gesprekken moeten gevoerd worden. Maar het mag duidelijk zijn dat dit kabinet er samen met de Europese partners alles aan wil doen om ervoor te zorgen dat de steun aan Oekraïne en de sancties tegen Rusland er zo snel mogelijk doorheen komen.

Er werd een specifieke vraag gesteld over het lekken van informatie aan Rusland. Die vraag kwam van zowel de heer Van Lanschot als, meen ik, de heer Hoogeveen. Hij had daar ook een opmerking over. Zoals ik al eerder heb gezegd, kunnen we geschokt zijn over het nieuws, maar moeten we er tegelijkertijd niet naïef over zijn dat dit gebeurd is. De Hongaarse minister heeft het ook toegegeven. Wat hij precies heeft doorgegeven, is onzeker. Als het om vertrouwelijke informatie gaat, schaadt dat natuurlijk de Unie. Dat ondermijnt het vertrouwen dat we onderling hebben. Dat heeft ook impact op de wijze waarop de vergaderingen gevoerd worden. Premier Tusk van Polen heeft daar onder andere een opmerking over gemaakt. We hebben onze zorgen uitgesproken, ze bij EU-instellingen aangekaart en informatie opgevraagd. De Commissie kan natuurlijk handhavend optreden in haar rol als hoedster van de verdragen. We zullen dit verder volgen. We hopen vooral dat er met het aantreden van de nieuwe Hongaarse regering ook op dit gebied meer vertrouwen kan ontstaan, dat we vergaderingen op de juiste wijze met elkaar kunnen voeren en dat we informatie kunnen uitwisselen.

Voorzitter. Ik kom hier langs een aantal vragen over de termijn. Hoe snel kunnen we het doen? Wij zetten in op zo snel mogelijk, ook in contacten met Hongarije. Dat zullen we ook doen met onze Europese partners.

Dat was het voor wat betreft Hongarije, alhoewel de lengte van deze beantwoording wellicht geen recht doet aan de hoopvolle manier waarop we hiernaar kijken. Tegelijkertijd zullen we Hongarije uiteindelijk afrekenen op de daden en de stappen die gezet worden op het gebied van die onderwerpen die we gezamenlijk van belang vinden in Europa.

Dan het blokje Oekraïne. De heer Hoogeveen vroeg hoe het kabinet invulling gaat geven aan de motie over het aanspreken van lidstaten die zich hypocriet opstellen ten opzichte van Oekraïne. De heer Hoogeveen noemde Spanje. De zorg van het kabinet is inderdaad de bijdrage die de verschillende lidstaten leveren aan financiering voor de steun aan Oekraïne. Nederland is daarin natuurlijk een van de koplopers. We spreken blijvend alle lidstaten die achterblijven erop aan dat ze meer moeten doen. Dat doen we niet alleen omdat dat belangrijk is voor Oekraïne, maar zeker ook omdat het belangrijk is om de steun in Nederland hoog te houden. De steun die wij daarvoor hebben, is keihard nodig voor Oekraïne. Onze steun geven aan Oekraïne is ook belangrijk. Daarom roepen we andere lidstaten er ook toe op om dat te blijven doen. Dat blijven we onderstrepen, ook in de volgende vergadering.

Kamerlid Piri vroeg, toen ze niet de voorzitter was, naar de grootste dronebouwer. Om te leren van Oekraïense innovaties werkt Defensie aan coproductie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven in het kader van Build with Ukraine. We verwelkomen initiatieven voor gezamenlijke productie in Nederland en we staan open voor gesprekken. Met de betreffende producent zijn er tot op heden geen gesprekken geweest over productie in Nederland. Defensie bekijkt de mogelijkheden om een oriënterend gesprek aan te gaan met Fire Point.

Mevrouw Maes vroeg welke mogelijkheden we zien om de Russische oorlogsdaden aan te blijven kaarten en aan te blijven pakken. Het is belangrijk dat er blijvende aandacht is voor deze oorlogsmisdaden, vooral in de door Rusland bezette regio's, maar natuurlijk ook wat betreft de dagelijkse luchtaanvallen die we zien op Oekraïense steden. Miljoenen Oekraïners lijden dagelijks onder de misdaden van de Russische Federatie. We blijven hier aandacht voor vragen, in alle internationale gesprekken, maar ook in VN-verband. We hebben een bijzondere positie als voortrekker van het accountabilitydossier, in samenwerking met Oekraïne. Daar blijven we mee doorgaan.

Mevrouw Maes vroeg ook naar de vredesonderhandelingen en naar onze eigen inzet daarin, in samenwerking met Europese partners. Wij waarderen het zeer dat de VS hun rol pakken in de vredesonderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne. We blijven de internationale partners oproepen om steun aan Oekraïne te geven en om het vredesproces prioriteit te geven. Het is van belang dat Europa vertegenwoordigd blijft in die gesprekken. Het gaat namelijk niet alleen over de veiligheid van Europa. De toekomstige relatie met Oekraïne wordt her en der ook betrokken in de vredesonderhandelingen. Dat zien we in de berichten. Daarom vinden we het belangrijk om Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te steunen om daarbij direct betrokken te zijn. Daar blijven we mee doorgaan.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel voor de beantwoording en dank aan mevrouw Maes voor het stellen van de vraag. Zoals de minister misschien weet, willen wij al langer dat Nederland en Europa zich veel meer inzetten voor vredesonderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne. Wij willen dat we ons niet helemaal afhankelijk maken van Trump. We weten immers dat het per dag kan verschillen hoe zijn pet staat richting vrede en de belangen van Oekraïne en Europa. Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de beantwoording van de minister. Klopt het dat we het weer helemaal overlaten aan Trump of zijn er ook inspanningen van Nederland of Europa om zelf het initiatief te nemen in plaats van dat we alleen maar proberen aan te sluiten bij de initiatieven van Trump?

Minister Berendsen:
Bij een onderhandeling is het belangrijk dat er één spoor bewandeld wordt dat tot een bepaalde uitkomst leidt. Op dit moment zijn de onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland onder leiding van de VS het meest realistische spoor. Dat spoor willen wij zo veel mogelijk ondersteunen. Maar het kabinet hecht er natuurlijk wel grote waarde aan dat de Europese belangen daarin worden meegewogen. Dat doen we door Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zo veel mogelijk te ondersteunen om daarbij betrokken te zijn. Onze belangen liggen op tafel, maar op dit moment is het proces dat nu loopt, de meest realistische route.

Mevrouw Maes (VVD):
Ik ben benieuwd naar het volgende. In de geannoteerde agenda van de RBZ staat dat de EU ook gaat kijken naar toekomstige veiligheidsgaranties. U zegt dat het belangrijk is dat de EU of Europese landen daarbij betrokken zijn. Gaat het dan over die veiligheidsgaranties of over iets anders?

Minister Berendsen:
Die veiligheidsgaranties zijn natuurlijk een onderdeel van de gesprekken die plaatsvinden. Op dit moment voeren wij in de structuur van de coalition of the willing gesprekken over de manier waarop die veiligheidsgaranties zouden kunnen worden opgepakt door de coalition of the willing en over welke rol van de verschillende betrokken partners verlangd zal worden. Daar voeren we het gesprek over. Nederland is bereid om serieus aan tafel te zitten en om daaraan een bijdrage te leveren. Dat betreft inderdaad de component van de veiligheidsgaranties en de vraag hoe die worden vormgegeven. Die zijn onderdeel van het proces.

De voorzitter:
Dan vervolgt de minister zijn betoog.

Minister Berendsen:
Ik heb de oorlogsmisdaden van Rusland net besproken.

Verschillende Kamerleden hebben geïnformeerd naar de Oekraïense burgerinitiatieven, en specifiek naar het initiatief FreedomSky. Oekraïne heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot koploper in innovatie — dat werd net ook aangehaald — zeker op het gebied van drones en interceptordrones. Nederland steunt Oekraïne in het verder ontwikkelen van dit soort systemen door productiefaciliteiten op te schalen en drone-expertise te delen. Die particuliere initiatieven getuigen van een grote mate van betrokkenheid bij de Oekraïense verdediging tegen de Russische agressie. Daarom heeft mijn ministerie onlangs het subsidiekader CivicFocus voor particuliere initiatieven opgezet. Dat staat ook open voor Oekraïne. We zijn op dit moment in overleg met Protect Ukraine om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om dit soort initiatieven te ondersteunen. Daarbij betrek ik ook mijn collega van Defensie, omdat dit deels het militaire en deels het civiele domein betreft.

De voorzitter:
Was dit alles over Protect Ukraine?

Minister Berendsen:
Ja, en over Oekraïne.

De voorzitter:
Oké. Dan heeft mevrouw Van der Werf nog een vraag.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik waardeer het uiteraard zeer dat het kabinet hiervoor openstaat en met hen in gesprek gaat. Het is wel goed om te zeggen dat dit al best lang duurt. Ik spreek deze organisatie regelmatig. Hoewel zij de inzet van het kabinet waarderen, vinden zij het ook een stroperig proces. Ik zou het heel fijn vinden als het kabinet daar wat vaart achter kan zetten. Ik weet niet of dat om procedures gaat of andere redenen kent, maar ik denk dat het voor de mensen in Oekraïne heel belangrijk is, omdat zij ook echt afhankelijk zijn van het tegenhouden van die Shahed-drones.

Minister Berendsen:
Ik zal mij ervoor inzetten om dit gesprek te versnellen en ervoor zorgen dat deze gesprekken zo snel mogelijk plaatsvinden.

De voorzitter:
Dat is een mooie toezegging. Dan gaan we naar een interruptie van de heer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wachtte even op het einde van het blokje Oekraïne, omdat ik hoopte dat de minister nog zou ingaan op mijn vraag over het kopen van Russisch lng, Russisch gas. Het gaat mij niet alleen om de hypocriete houding van landen als Spanje en Frankrijk, die Oekraïne gewoon underfunden. Nederland draagt in absolute termen meer bij dan landen als Spanje en Frankrijk. Het gaat er ook om dat die landen zich nog steeds committeren aan het kopen van Russisch gas. De Spaanse inkoop van Russisch gas is afgelopen maand zelfs met 124% gestegen. We zien dat landen als Frankrijk, Spanje en België meer hebben uitgegeven aan Russisch gas dan aan steun voor Oekraïne. Nederland is het enige land dat meer heeft gegeven aan steun voor Oekraïne dan aan de inkoop van gas uit Rusland. Ik vind het dan toch wel moeilijk te verkroppen dat we nu op zoek zijn naar allerlei maatregelenpakketten om Nederlandse burgers te steunen bij hun hoge energierekening.

De voorzitter:
En uw vraag is?

De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn vraag is wat de minister concreet gaat doen om dit in Europa aan te kaarten en hier actie op te ondernemen, ook ten aanzien van de ambitie van de Europese Commissie om in 2027 de hele inkoop van Russisch gas aan banden te leggen.

De voorzitter:
De interrupties mogen iets korter.

Minister Berendsen:
Die inzet van de Europese Commissie steunen we. We moeten dus verder op dat pad om de Russische import volledig te stoppen. Ook gevoelsmatig is het onacceptabel dat we na al die jaren oorlog nog steeds Russisch gas importeren in Europa. Ik denk dat de heer Hoogeveen volledig gelijk heeft. Van een land als Spanje zie je aan de ene kant de bijdrage aan de financiële steun voor Oekraïne en aan de andere kant de import van Russisch gas. Dat lijkt me een uitstekend argument om op de stapel te leggen en om de druk verder op te voeren op die landen om meer te doen, in dit geval specifiek op Spanje, maar wellicht ook op andere landen. Ik geef de heer Hoogeveen gelijk dat een stijging van de gasimport uit Rusland echt het verkeerde signaal is en dat lidstaten daar gewoon niet aan moeten beginnen.

De voorzitter:
De heer Hoogeveen heeft een vervolgvraag.

De heer Hoogeveen (JA21):
Een korte vervolgvraag. Is het een idee om dan ook te kijken hoe we het pakket van die 90 miljard, die doorleenfaciliteit, waar Nederland ook weer garant voor staat, kunnen inzetten om landen een incentive te geven van "als u blijft doorgaan met het importeren van Russisch gas, mag u hier niet aan meedoen of krijgt u zwaardere voorwaarden"?

Minister Berendsen:
Het lastige van die suggestie is het volgende. We concluderen gezamenlijk dat de lening van 90 miljard zo snel mogelijk gegeven moet worden en dat dit pakket er zo snel mogelijk door moet. Als we nu andere voorwaarden stellen dan de voorwaarden die al gesteld zijn, kan dat het proces bemoeilijken. Tegelijkertijd denk ik dat we de informatie die de heer Hoogeveen aanhaalt over de gasimport op tafel moeten leggen bij de lidstaten, dat we elkaar daarop moeten aanspreken en moeten bekijken hoe we elkaar onder druk kunnen zetten of kunnen motiveren om hier zo snel mogelijk mee te stoppen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb al langer zorgen over de hoge mate van symboolpolitiek die we in de EU voeren, terwijl we niet het gewenste effect krijgen. Dit is er één van. De gasimport van Spanje was hoog, maar is nog gestegen. Dat betekent dat wij Oekraïne de facto steunen, maar ook de Russische oorlogskas spekken. Dat wij daar zorgen over hebben, is één, maar de facto is de EU de oorlog aan het verlengen of in ieder geval Rusland aan het versterken. Dat is voor de ChristenUnie een onacceptabele stap. Mijn vraag is daarom of de minister bereid is om in ieder geval Spanje er concreet op aan te spreken dat dit niet de bedoeling kan zijn. Ik heb het dan niet over de import, want meerdere landen maken zich schuldig aan deze zonde. Het gaat mij om de stijging, terwijl we juist hebben afgesproken dat we gaan afbouwen. Is de minister bereid om toe te zeggen Spanje hierop aan te spreken? Dat kan bilateraal of hij kan het zelf doen.

Minister Berendsen:
Ik deel die frustratie. We doen er inderdaad aan de ene kant alles aan om Oekraïne te steunen, maar aan de andere kant zien we de import van gas en de olie-export van Rusland. Daar verdient Rusland gewoon veel geld mee, waarmee het de oorlogseconomie overeind kan houden. Het element dat de heer Ceder noemt, zal ik zeker meenemen in mijn bijdrage in de RBZ als het gaat om steun aan Oekraïne en de druk die we op lidstaten moeten leggen.

De voorzitter:
Nog een vervolgvraag van de heer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Geen vervolgvraag, voorzitter. Ik wil dubbelchecken of dat een toezegging is, want dan komt er ook een terugkoppeling naar de Kamer over wat de uitwisseling heeft opgeleverd of wat de reactie daarop was.

De voorzitter:
Ziet de minister dit als een toezegging?

Minister Berendsen:
Ja.

De voorzitter:
Oké. Dan noteren wij deze toezegging. De minister kan doorgaan met de beantwoording.

Minister Berendsen:
Voorzitter. Er waren vragen over het vetorecht inzake het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. In lijn met de motie-Klos zet het kabinet zich in voor het afschaffen van veto's op het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Dat is ontzettend belangrijk voor de slagvaardigheid, voor het maken van een gezamenlijke vuist op het wereldtoneel. We hebben gezien dat met name Hongarije het samen kunnen maken van die vuist regelmatig heeft gefrustreerd, geblokkeerd en gechanteerd. Het is iets van lange adem, want voor het afschaffen van het veto is een verdragswijziging nodig en dat kun je alleen met een unanimiteit van stemmen doen. Tegelijkertijd zet Nederland zich in overleg met andere lidstaten ervoor in om te kijken of dit een momentum is om dit op een andere manier, via passerelles, te doen. Je kunt er wel met unanimiteit voor stemmen om op bepaalde beleidsonderdelen Qualified Majority Voting toe te passen. Dit is iets waar we met onze collega's in Europa discussie over blijven voeren.

De heer Hoogeveen heeft nog gevraagd hoe we de afschaffing van het vetorecht zien in het licht van de soms botsende belangen van lidstaten zoals Frankrijk en Duitsland. Zoals ik net al zei, vinden wij het echt belangrijk dat we op het gebied van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid toegaan naar een gekwalificeerde meerderheid. Je ziet dat lidstaten ook zonder veto graag bereid zijn om te kijken naar elkaars belangen en niet zomaar over zullen gaan tot stemmen omdat er geen vetorecht is. Er wordt echt gekeken naar consensus. Het kabinet zal zich ook blijven inzetten voor een goede handremprocedure, waardoor een besluit aan de Europese Raad kan worden voorgelegd als dat een vitaal nationaal belang raakt. Hoewel het kabinet zich inzet voor het afschaffen van het vetorecht inzake het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, wil ik hier nogmaals benadrukken dat wij op andere terreinen absoluut niet willen tornen aan het vetorecht, bijvoorbeeld als het gaat over de meerjarenbegroting.

Voorzitter. Er waren vragen over de NAVO en de veiligheidsstrategie, maar de stukken over de veiligheidsstrategie heb ik even niet voor me liggen.

De heer Hoogeveen vroeg hoe de Military Planning and Conduct Capability wordt uitgebreid, hoe dit met NAVO-structuren botst en wat de meerwaarde is. Wij zijn voorstander van het MPCC. Zo kunnen we de nodige planning en aansturing beter uitvoeren. Maar we willen echt waken voor duplicering met NAVO-structuren. De NAVO is echt de pijler onder onze veiligheid. Ik noem Command and Control. Afschrikking en verdediging van het NAVO-grondgebied is de taak van de NAVO. Het is de taak van NATO's Command Structure. We zijn er ook geen voorstander van dat het MPCC deze taken overneemt of dupliceert.

De heer Hoogeveen vroeg ook naar het operationaliseren van artikel 42.7. Met de operationalisering van artikel 42.7 doelen we gewoon op het beter benutten van bestaande EU-crisisstructuren. Het doel is dat het artikel sneller geactiveerd kan worden en dat de coördinatie met de NAVO beter is geregeld. Nogmaals, de NAVO is gewoon de hoeksteen van onze veiligheid. Het is de hoeksteen van onze collectieve afschrikking. We zijn absoluut niet voor de duplicering van NAVO-structuren. Het gaat er echt om hoe je complementair kunt zijn, hoe je kunt bijdragen en hoe je kunt leveren.

Ik krijg nu een indicatie van mijn ondersteuning over waar ik het tweede onderwerp kan vinden. Die papieren pak ik er dan meteen even bij. De veiligheidsstrategie is hieraan gelieerd. Mevrouw Maes vroeg onder andere naar de veiligheidsstrategieën, het vervolg en het optrekken met andere landen. De veiligheidsstrategie wordt besproken in verschillende raden en comités in Brussel. Wij leveren input via de EDEO en via de Commissie langs de lijnen van onze non-paper. Dat gesprek heeft u net al in uw interventie en ook in het korte interruptiedebatje gevoerd. Wij trekken inderdaad op met gelijkgestemde landen: Duitsland, de Benelux en de Nordics. Daarmee maken we samen werk van de veiligheidsstrategie. Het is belangrijk om complementair te zijn aan wat we in de NAVO doen, zoals ik al zei.

Mevrouw Maes (VVD):
Dit is mijn tweede interruptie, geloof ik. Veel dank voor dit antwoord. Ik ben benieuwd naar het volgende. Als u het over de Nordics hebt, zitten daar dan de Baltische landen bij? Wordt er ook gekeken of er bijvoorbeeld met Polen kan worden opgetrokken?

Minister Berendsen:
Als ik de Nordics noem, zitten de Baltics daar niet bij, maar de Baltics zijn natuurlijk inderdaad een belangrijke partner op het gebied van veiligheid. Polen is dat natuurlijk ook. Dat betekent dat we daar nadrukkelijk naar kijken. Het gesprek met de Nordics en de Baltics staat binnenkort gezamenlijk met de ministers van Buitenlandse Zaken van de Benelux gepland. Dit onderwerp bespreken we dan natuurlijk samen met die partners.

Voorzitter. Er werden vragen gesteld over Sudan.

De voorzitter:
Excuus, ik zie nog een interruptie van de heer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Excuus, voorzitter. Ik wachtte even tot het einde van het blokje Europese veiligheidsstrategie. De minister zegt dat we de operationalisering van artikel 42, lid 7 niet moeten zien als een vervanging. Hij zegt dat we ervoor moeten waken dat het de NAVO niet in de wielen rijdt. De minister heeft echter ook in het Europees Parlement rondgelopen. Hij weet ook hoe de Europese Commissie, waaronder Eurocommissaris Kubilius, hierover signalen heeft gegeven. Hij heeft al meerdere malen aangegeven dit juist wel te zien als een supplement voor artikel 5 en ook graag te willen inzetten op het operationaliseren van een Europees leger. We zien dus wel dat er binnen de Europese Commissie een soort van mission creep is. Hoe gaat de Nederlandse regering zich verhouden tot de Europese Commissie ten aanzien van deze ambities?

Minister Berendsen:
Dit kabinet deelt de zorgen van de Europese Commissie over de veiligheid van de Europese Unie. Het gaat met name over hoe wij binnen de Europese Unie meer verantwoordelijkheid kunnen dragen voor onze eigen veiligheid. Dat heeft natuurlijk ook alles te maken met de zorgen die ook vanuit de VS geuit zijn richting de Europese NAVO-bondgenoten over op welke manier wij daaraan zelf kunnen bijdragen. Ik denk dat het dus heel goed is dat we de discussie op Europees niveau voeren. Ik denk dat het heel goed is dat we een discussie binnen de EU voeren over de manier waarop wij de militaire slagkracht kunnen versterken, hoe we sneller zouden kunnen reageren en hoe we crisisstructuren beter zouden kunnen aanwenden. Maar nogmaals, dat is wat dit kabinet betreft complementair aan de NAVO. Ik denk dat we het meer moeten zien als de wijze waarop we de Europese verantwoordelijkheid, die van ons gevraagd wordt binnen de NAVO, meer vormgeven.

De voorzitter:
Als ik het goed heb, gaat de minister door met het blokje Sudan.

Minister Berendsen:
Voorzitter. Mevrouw Dobbe heeft gevraagd naar de Berlijnconferentie. Ik denk even na, maar dat heeft even met mijn reisschema te maken. Er staat dat die conferentie op 15 april in Berlijn is, maar dat was volgens mij gisteren, toch? Ja, ik wilde al zeggen! Het was een belangrijke conferentie die uit drie onderdelen bestond: een politiek, humanitair en civiel segment. Tijdens de middagsessie lag de nadruk op de humanitaire financiering en op de naleving van het humanitair oorlogsrecht. Nederland werd hierbij op hoog ambtelijk niveau vertegenwoordigd. Naast onze financiële pledge heeft Nederland specifiek aandacht gevraagd voor de veiligheid en bescherming van hulpverleners. Ook heeft Nederland gewezen op de rol van lokale organisaties, inclusief gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms. Ik heb daarover ook nog de laatste informatie opgevraagd.

Dan kom ik op termen als de Quad- en de Quintetinspanningen. Die blijven natuurlijk heel belangrijk om te komen tot een duurzame vrede in Sudan door middel van onze bemiddelingspartnerschappen. Ik wilde daarbij vermelden dat ik ook zelf volgende week onder andere naar de Verenigde Arabische Emiraten zal gaan, dat ik daar ook zal spreken met mijn collega's en dat dit soort onderwerpen natuurlijk onderwerp van gesprek zijn.

Ik dacht even dat dit het was, maar dit was de eerste pagina van de beantwoording over Sudan! Het ging even over de Berlijnconferentie.

Mevrouw Dobbe vroeg ook hoe we landen die Sudan financieren, aan gaan spreken. Ik heb net aangegeven dat ik volgende week het gesprek zal voeren met de Verenigde Arabische Emiraten, dus ook Saudi-Arabië. Het conflict in Sudan is buitengewoon complex en die veelheid aan Sudanese en niet-Sudanese actoren speelt daarbij een rol. Vragen over wel of geen betrokkenheid bij het conflict zijn hierdoor vaak niet helemaal eenduidig te beantwoorden. Tegelijkertijd spreken we met al die landen in de regio over Sudan. We spreken onze zorgen uit over de humanitaire situatie en — dat heb ik net ook genoemd — over het belang van het stoppen van de wapentoevoer naar Sudan en over het belang van een einde aan het geweld. Wij pleiten ook voor versterkte diplomatieke EU-inzet richting de relevante regionale actoren. We pleiten voor een versterkte samenwerkingscoördinatie tussen de EU-inzet op Sudan en het werk van de VS om een einde te maken aan het conflict. Dat doen we voornamelijk binnen het Quad-initiatief. Ik heb al gemeld dat ik me daar ook bilateraal voor blijf inzetten.

Mevrouw Dobbe vroeg ook hoe we ons samen met andere EU-landen inzetten in VN-verband. Samen met de EU-lidstaten en andere landen probeert Nederland druk te houden op strijdende partijen en de facto autoriteiten, om humanitaire toegang mogelijk te maken. Hierbij gaat het ook om het wegnemen van administratieve belemmeringen. In VN-verband werkt Nederland samen met andere landen toe naar humanitaire toegang. Dat heb ik zojuist al genoemd. We proberen druk te leggen op strijdende partijen en supporters.

Mevrouw Dobbe, de heer Ceder en de heer Van Baarle vroegen naar het handelsverdrag tussen de Verenigde Arabische Emiraten en Sudan. We zien mogelijkheden om het onderwerp op te brengen in Brussel. Het meest geschikt lijkt daarvoor de Trade Policy Committee, waar wordt gesproken over de FTA-onderhandelingen. Daarbij zullen we verwijzen naar de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de EU, waaronder de inleving van het internationaal recht.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Was dat het?

De voorzitter:
Is het blokje Sudan daarmee afgerond, vraag ik aan de minister.

Minister Berendsen:
Het blokje is van mijn kant afgerond, ja.

De voorzitter:
Dan zijn er nog wat vragen. Eerst van de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil even een dubbelcheck doen, omdat ik wat later binnenkwam. Hoeveel interrupties hebben we?

De voorzitter:
Dat heb ik u gezegd: dat zijn er drie. U heeft er al anderhalf opgemaakt. U gaat nu naar uw tweede.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik stel voor dat ​we dat naar beneden afronden.

De voorzitter:
Zeker, zeker.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Maar dan wil ik graag mevrouw Dobbe eerst aan het woord laten.

De voorzitter:
Wat een gentleman. Het woord is aan de heer Dobbe. "De heer" Dobbe! Mevrouw Dobbe!

(Hilariteit)

Mevrouw Dobbe (SP):
Voorzitter, wat doet u nu?

Goede intenties, goede woorden: ik hoor een heleboel woorden van deze minister, soms een beetje snel uitgesproken, maar ik ben toch even op zoek naar wat dit concreet betekent. De minister zei wel iets waar ik eerst even over wil doorvragen, namelijk dat het lastig is om te bepalen wie wel of niet bij het conflict betrokken is. Over de Emiraten. Over de rol van de Emiraten in het bewapenen en steunen van in ieder geval de RSF zijn talloze rapporten verschenen; over Saudi-Arabië bestaan die rapporten overigens ook. Is er bij dit kabinet dan twijfel over de betrokkenheid van de Emiraten bij het ondersteunen van de RSF? Dat vind ik wel even heel belangrijk om te weten, want dat betekent natuurlijk ook iets voor de gesprekken daarover die u ingaat.

Minister Berendsen:
Ik verwees ernaar dat de conflicten complex zijn en dat Sudanese en niet-Sudanese partijen hierbij betrokken zijn. Dat ik aangeef dat ik hier in mijn gesprek met de Verenigde Arabische Emiraten aandacht voor zal vragen, duidt natuurlijk ook op de wijze waarop het kabinet naar die betrokkenheid kijkt.

De voorzitter:
Wilt u nog een vervolgvraag stellen? Dat is dan uw laatste.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat snap ik.

De voorzitter:
Oké, gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dan stel ik de vraag maar. Er is dus bij dit kabinet geen twijfel over het punt dat ik noemde? Ik neem aan dat dit antwoord dat betekent en als dat anders is, hoor ik dat graag van de minister. Er is gisteren een motie van de heer Van Baarle en mijzelf aangenomen. De minister refereert aan een gesprek dat hij later met de Emiraten gaat hebben. Hoe gaat deze minister de inhoud van deze motie, waarin wordt gevraagd naar een zekere Europese steun hiervoor, morgen bij de RBZ aan de orde stellen?

De voorzitter:
Ik kijk even of minister op de hoogte is van de motie.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat hoop ik.

De voorzitter:
Hij was ook op reis, dus vandaar dat ik het even check.

Minister Berendsen:
Ik moet de motie nog even goed tot me nemen. In algemene zin zal deze minister altijd zijn best doen om aangenomen moties in de praktijk te brengen, dus dat geldt ook voor deze, maar de inhoud van de motie heb ik op dit moment niet scherp. Wellicht is er een moment dat ik daar meer inhoudelijk op kan antwoorden.

De voorzitter:
Dan kijken we even of de minister daar gedurende dit debat, misschien op het eind, op terug kan komen. Anders kan hij dat misschien doen bij het tweeminutendebat. Dan ga ik even door naar de heer Van Baarle. Dan kan de heer Ceder nog even nadenken over zijn vraag.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik sluit me uiteraard aan bij de vraag van mevrouw Dobbe. Ik ben inderdaad ook benieuwd hoe de minister die motie in aanloop naar zijn bezoek aan de VAE gaat uitvoeren. Inmiddels zien we in de afgelopen tijd echt stapels van bewijzen van verschrikkelijke misdaden die door de RSF gepleegd worden in Sudan. Er is bijvoorbeeld een onderzoekscommissie die aangeeft dat er gewoon aanwijzingen zijn voor genocide die door de RSF gepleegd wordt. Ik zou aan de minister willen vragen hoe Nederland met die verschrikkelijke, zorgelijke voorbeelden van misdaden die we daar gepleegd zien worden, de inspanningen om straffeloosheid te voorkomen gaat opvoeren. Hoe gaat Nederland dat niet alleen zelf doen, maar ook in internationaal verband?

Minister Berendsen:
Dit kabinet maakt zich grote zorgen over wat er in Sudan gebeurt en ook over de gevallen die de heer Van Baarle noemt. Ik maak me er hele grote zorgen over dat Sudan met alles wat er in de wereld aan de hand is eigenlijk veel te weinig aandacht krijgt en ik maak me zorgen over de enorme humanitaire problemen en effecten die we daar zien en ook over de gewelddadigheden die daar plaatsvinden. U kunt erop rekenen dat dit op de agenda van het kabinet staat, ondanks dat het wellicht in de media niet altijd dezelfde aandacht krijgt als andere conflicten in de wereld. U kunt erop rekenen dat wij er op allerlei manieren, internationaal en bilateraal, op inzetten om ook eventuele wandaden daar aan de kaak en aan de orde te stellen.

De voorzitter:
Ik kijk nog even of er andere vragen over Sudan zijn. Zo niet, dan gaat de minister door met zijn beantwoording. De heer Ceder reageert niet. Of heeft u toch een vraag, meneer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Nee, ik bewaar ze.

De voorzitter:
Oké, u bewaart ze. Heel goed. Het woord is aan de minister.

Minister Berendsen:
Er werden vragen gesteld over Armenië en Azerbeidzjan. Er werd gevraagd naar de laatste ontwikkelingen in het vredesproces. Sinds de parafering van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan zien we een positieve dynamiek in het vredesproces. Zo heeft Azerbeidzjan in januari 2026 een viertal Armeense gevangenen vrijgelaten en heeft Azerbeidzjan olie-export naar Armenië gestart. Nederland steunt de maatregelen van zowel Armenië als van Azerbeidzjan die vertrouwen geven, om de stabiliteit in de zuidelijke Kaukasus te bevorderen. Daarnaast is er ook steun voor de inzet van de VS. Nederland en de Europese Unie blijven beide partijen oproepen om over te gaan tot ondertekening. Hierbij zijn constructieve relaties met beide landen behulpzaam. Voor ondertekening houdt Azerbeidzjan vast aan de al langer gestelde eis dat Armenië de grondwet moet aanpassen, omdat die een indirecte claim op Karabach zou bevatten. Op 16 maart heeft Armenië aangekondigd een draft van de nieuwe grondwet te publiceren, ook als gebaar richting Azerbeidzjan dat de verwijzing zal verdwijnen. Recent heb ik ook zowel met mijn Armeense als met mijn Azerbeidzjaanse collega gesproken; ik heb mijn steun uitgesproken voor het vredesproces en het belang van de ondertekening benadrukt.

De heer Ceder vroeg naar besluiten over een nieuwe civiele missie in Armenië en vroeg wat de positie van Nederland daarin is. Tijdens de Raad ligt er een besluit voor tot oprichting van de nieuwe civiele Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid-missie in Armenië. De missie zal bijdragen aan de Armeense weerbaarheid tegen hybride en cyberdreigingen. Nederland steunt de oprichting van deze nieuwe missie en is ook bereid om aan deze missie bij te dragen, bijvoorbeeld via detachering van Nederlandse experts.

De heer Ceder vroeg ook hoe het staat met de uitvoering van zijn motie om niet meer te spreken van "de kwestie van de Armeense genocide". Het vorige kabinet stuurde in april 2025 een Kamerbrief waarin is uiteengezet dat de kabinetspositie ten aanzien van dit onderwerp niet is gewijzigd. Die brief staat en voormalig premier Schoof heeft de Kamer tijdens het plenaire debat van oktober 2025 toegezegd met een nieuwe Kamerbrief te komen, na ratificatie van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan. Die toezegging staat onder dit kabinet nog steeds. De ondertekening en ratificatie hebben nog niet plaatsgevonden; zodra dat het geval is, kan de Kamer een brief tegemoetzien. Het kabinet verwelkomt de positieve ontwikkelingen in het vredesproces; dat zei ik net.

De voorzitter:
Nu eindelijk een tweede interruptie van de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik begrijp dat ook het kabinet-Jetten de motie gewoon, plat gezegd, niet gaat uitvoeren. Dit is niet een motie die alleen nu is ingediend; volgens mij is ze onder drie kabinetten elk jaar ingediend. Ik had gehoopt dat dit kabinet en de coalitiepartijen de motie zouden uitvoeren, want het is een drogreden dat de vredesonderhandelingen tussen Azerbeidzjan en Armenië iets te maken zouden hebben met het erkennen van het onrecht waarbij onder andere het gebied dat het huidige Turkije is betrokken is, en dat dat de vredesgesprekken onder spanning zou zetten. Dat is gewoon niet waar. Azerbeidzjan heeft niets met die erkenning te maken. Dat is ook niet het gebied waar het onrecht heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft de Kamer zich na die brief en na de toezegging van het kabinet, van de minister, opnieuw uitgesproken en gezegd dat het wil dat de motie dit jaar alsnog wordt uitgevoerd. Ik weet wel hoe het zou kunnen, maar dat zijn zwaardere instrumenten, die ik niet graag ingezet wil zien. Ik zou graag willen weten wat de minister nodig heeft om de meerderheid van de Kamer, dus alle partijen minus DENK, te respecteren en deze motie uit te voeren.

De voorzitter:
Het is duidelijk.

Minister Berendsen:
Wat betreft het eerste deel van de vraag van de heer Ceder: het kabinet is wel van mening dat het traject dat nu loopt zich in een precaire fase bevindt. Zowel het vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan als het normalisatieproces tussen Armenië en Turkije bevindt zich in een precaire fase. Ik geef dus aan dat zodra de ondertekening, de ratificatie van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan gedaan is, wij als kabinet met een brief zullen komen over de motie en het verzoek van de heer Ceder. Maar ik zou wel willen vragen om dit proces nu niet te doorkruisen.

De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Er werden vragen gesteld over het ICC, waar wij gastland van zijn en waarvoor wij een verantwoordelijkheid dragen. Onder anderen mevrouw Dobbe stelde hier vragen over. Zoals bekend keuren wij die sancties tegen ambtsdragers af. Wij dragen dat ook consistent uit. Dat doen we ook in gesprekken met de VS. Nederland steunde ook de EU-verklaring en de verklaring van verdragspartijen bij het hof tijdens de laatste jaarvergadering hierover. Daarbij ging het specifiek over ngo's. We zetten ons ervoor in om de gevolgen van sancties voor het hof zo goed als mogelijk te kunnen opvangen. Dat doen we niet alleen. Wij spelen daar een belangrijke rol in, maar het is een zaak van alle 125 verdragspartijen om er gezamenlijk voor te zorgen dat het hof zo onbelemmerd mogelijk kan blijven functioneren. Daar is ook regelmatig overleg over met het hof en vertegenwoordigers van het hof. Als gastland hebben we daar een bijzondere verantwoordelijkheid voor. Die blijven we op ons nemen, zowel wat betreft de mitigerende maatregelen voor het functioneren van het hof ondanks sancties als wat betreft het voorkomen van verdere sancties.

Voorzitter. Er werd ook gevraagd naar het blocking statute, de EU-antiboycotverordening. Dat is een van de instrumenten die kan worden ingezet om de gevolgen van VS-sancties te mitigeren. Er zitten voor- en nadelen aan dit instrument. De timing moet zeker gewogen worden. Wanneer doe je dit? Wanneer ben je dan effectief? Welk effect bereik je daarmee? Daarbij wordt onder andere gekeken naar de verwachte impact op de lopende diplomatieke inzet richting de VS om te voorkomen dat er extra sancties komen. Indien de VS nieuwe sancties afkondigen die het functioneren van het hof naar verwachting ernstig zullen belemmeren, dan zal het kabinet zich conform de moties in EU-verband hardmaken voor het activeren van de antiboycotverordening.

De voorzitter:
Even iets feitelijks. Ik weet dat mevrouw Dobbe geen interrupties meer heeft. Die motie is twee voorgangers voor deze minister aangenomen door deze Kamer. Dat breng ik even in herinnering. Dat was dus nog bij minister Veldkamp, die oordeel Kamer gaf. Dat was de motie om het blocking statute in te zetten, die is aangenomen. De minister vervolgt.

Minister Berendsen:
Ik ga eerst naar het blokje overig en dan eindig ik met het blokje dat we straks gaan uitbreiden met een heel middagdebat.

Piri heeft gevraagd naar Georgië. Nederland is en blijft voorstander van EU-brede sancties tegen de verantwoordelijken van geweld tegen demonstranten, journalisten en politici in Georgië. We bekijken voortdurend hoe we hier unanimiteit voor kunnen bereiken. Wat betreft het leveren van steun aan het Georgisch maatschappelijk middenveld is financiering van projecten in Georgië nagenoeg onmogelijk gemaakt door de op het maatschappelijk middenveld gerichte restrictieve maatregelen die in hoog tempo zijn ingevoerd. Ja, excuus voor het snelle praten, mevrouw Dobbe. Dat besef ik. In het Europees Parlement heb ik juist altijd geleerd om heel rustig te praten, omdat anders het maken van de vertaling niet mogelijk was. Ik heb dat blijkbaar vrij snel van me afgeschud! Als gevolg van de wetgeving in Georgië hebben Nederland en internationale partners programmering moeten stopzetten of aanpassen. Nederland blijft kijken naar de steun die past binnen de grenzen van de Georgische wet. Een voorbeeld van nieuwe steun is het beurzenprogramma Dutch Bridge for Georgia. Via dit beurzenprogramma zal Nederland opleidingsmogelijkheden aanbieden aan personen uit het Georgisch maatschappelijk middenveld.

Mevrouw Piri vroeg naar de Afghaanse bewakers. Dit kabinet houdt de motie vooralsnog, net als het volgend kabinet, in beraad hangende de uitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure. Dit is onlangs door het huidige kabinet aan de Eerste Kamer kenbaar gemaakt en is door het vorige kabinet aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. Ik begrijp dat dit echt teleurstellend nieuws is voor deze groep ambassadebewakers. De Staat heeft ingestemd met het verzoek van 42 bewakers om een versnelde behandeling van het cassatieberoep.

De voorzitter:
Was dit het blokje overig?

Minister Berendsen:
Nee, ik heb nog meer.

De voorzitter:
Dan maken we dat eerst af. Dan kijk ik daarna wie er interrupties heeft.

Minister Berendsen:
De heer Van Baarle vroeg nog naar de transnationale repressie door de Chinese regering richting de Oeigoeren. Het kabinet is bekend met signalen van de repressie van diasporagemeenschappen in Nederland, inclusief Oeigoeren. We pakken ongewenste buitenlandse inmenging aan binnen de rijksbrede aanpak die hiervoor bestaat. Daarbij hebben we ook aandacht voor Oeigoeren. Zoals u weet, wordt er gewerkt aan het oprichten van een centraal meldpunt voor ongewenste buitenlandse inmenging. De verwachting is dat dat gaat helpen om beter zicht en betere grip te krijgen op deze problematiek.

De voorzitter:
Bent u klaar met het blokje overig?

Minister Berendsen:
Ja.

De voorzitter:
Dan geef ik de gelegenheid voor interrupties.

De heer Van Baarle (DENK):
Een van de recente voorbeelden was hoe een Oeigoerse activist op heel hardhandige wijze door Chinese beveiligers werd geweerd toen hij probeerde te demonstreren voor de rechten van de Oeigoeren. Ik hoor heel pijnlijke verhalen van mensen die aangeven dat families telefoontjes krijgen vanuit China, waarin gezegd wordt: als je nog één keer naar een bepaalde vergadering gaat, gaat je familie in China daar bepaalde consequenties van ondervinden. Kan de minister toezeggen dat hij bereid is om de komende tijd in gesprek te gaan met de Oeigoerse diaspora om deze verhalen te horen en te kijken wat hij daar aanvullend aan kan doen?

Minister Berendsen:
Het kabinet is bekend met deze signalen en de voorbeelden van repressie richting Oeigoeren in Nederland. Zoals ik aangegeven heb, proberen we dit met alle maatregelen die we nemen beter in beeld te krijgen om daartegen te kunnen acteren.

De heer Van Lanschot (CDA):
Mijn vraag gaat over de Afghaanse bewakers. Als ik het goed begrijp, heeft het kabinet gevraagd om een versnelde behandeling van de procedure. Ik vraag me af of er al enig zicht is op een datum voor de uitspraak, gezien die versnelde behandeling.

Minister Berendsen:
Ik begrijp van niet.

De voorzitter:
Zijn er nog andere interrupties? Nee. Dan vraag ik mevrouw Van der Werf of zij heel even het voorzitterschap kan overnemen, zodat ik mijn interruptie kan plaatsen.

Voorzitter: Van der Werf

De voorzitter:
Daarom zat u zo nadrukkelijk te kijken, mevrouw Piri!

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker, zeker.

De voorzitter:
Ik dacht: ik moet iets vragen. Het lid Piri heeft het woord.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zei al dat ik hierover niet alleen teleurgesteld ben, maar ook echt boos. Dat meen ik echt oprecht. In het vorige kabinet zaten nog twee partijen, maar alle vier de partijen die er aan het begin in zaten, zijn er vier jaar lang tegen geweest. Nu zit er dit kabinet met het CDA en D66, die dat besluit al een keer hadden genomen tijdens Rutte IV en die voor deze motie hebben gestemd na de verkiezingen. Hoe kan de minister dan met precies hetzelfde antwoord komen als kabinet-Schoof? Daarin zaten vier partijen die tegen waren, terwijl er nu twee partijen in het kabinet zitten die zich hier vier jaar lang keihard voor hebben ingezet.

Minister Berendsen:
Ik heb geantwoord wat ik daarop kan antwoorden. Het kabinet houdt de motie vooralsnog aan en we wachten de procedure af. De Hoge Raad gaat zelf over de versnelde behandeling en hoe snel dat zal zijn. We wachten die procedure af.

De voorzitter:
Wilt u een vervolgvraag stellen, mevrouw Piri?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja. Dit kan natuurlijk niet. Deze saga loopt al vier jaar. De Kamer heeft hier een onderzoekscommissie voor ingesteld. De Kamer heeft in grote meerderheid gezegd: wij nemen die aanbevelingen aan. Het gaat hier nota bene om mensen die nu nog steeds ondergedoken zitten en wier leven in gevaar is. Ik heb dan ook de volgende vraag aan de minister. Het vorige kabinet heeft de motie ontraden met de redenering dat er nog een cassatie komt. Dit wetende heeft een grote meerderheid van deze Kamer gezegd dat die motie toch moet worden uitgevoerd. Dat is een politiek besluit. Daarom wil ik echt uitleg van deze minister over waarom die motie, toen ook al wetende dat er een cassatie en rechtszaken lopen, niet gewoon wordt uitgevoerd.

Minister Berendsen:
Het kabinet heeft de positie ingenomen die het heeft ingenomen. We willen graag het proces en het cassatieberoep afwachten. We hebben ingestemd met het verzoek om een versnelde behandeling mogelijk te maken. Een versnelde behandeling betekent hopelijk ook dat er snel een uitspraak ligt. Op basis daarvan kan het kabinet vervolgens ook gaan handelen.

De voorzitter:
Mevrouw Piri, uw laatste vraag.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, tot slot, voorzitter. Het gaat hier om mensenlevens. Ik kan hier gewoon echt woest van worden. Cassatie kan jaren duren. Er ligt gewoon voor de derde keer een aangenomen motie. Ik kan niet anders dan constateren dat het, voor de derde keer en door het derde kabinet, de VVD weer gelukt is om dit te blokkeren. De minister kan dit niet afdoen met alleen maar: we wachten cassatie af. Ik vraag hem dus toch om met een brief naar de Kamer te komen waarin precies staat wat de redeneerlijn is waardoor een door de Kamer aangenomen motie opzij wordt geschoven door het kabinet.

Minister Berendsen:
Ik ben graag bereid om een brief hierover te sturen.

De voorzitter:
Dan geef ik het voorzitterschap weer aan het lid Piri.

Voorzitter: Piri

De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Berendsen:
Het laatste blokje dat ik voor me heb, betreft de situatie in het Midden-Oosten. Daarover zullen we vanmiddag uitgebreid spreken. Een aantal antwoorden zullen we dus ongetwijfeld vanmiddag nog uitgebreid bediscussiëren, maar ik wil natuurlijk wel kort antwoorden op de gestelde vragen.

Mevrouw Van der Werf en meneer Van Baarle vroegen of Nederland tijdens de komende RBZ de evaluatie van artikel 2 gaat heragenderen. Nederland heeft de evaluatie van artikel 2 geïnitieerd. Met steun van een meerderheid van de lidstaten heeft de Hoge Vertegenwoordiger hier ook een vervolg aan gegeven. Naar aanleiding van het staakt-het-vuren in Gaza en het vredesplan van president Trump heeft Nederland, net als een groot deel van de wereld, de diplomatieke inzet gericht op het laten slagen van het vredesplan. De inzet van Nederland is daarbij geweest om in EU-verband de voorgestelde maatregelen boven de markt te laten hangen als drukmiddel. Het is evident dat de situatie nog steeds buitengewoon ernstig is. De inschatting is dat een update van de evaluatie niet nodig is om te kunnen spreken over maatregelen, ook omdat de Commissie het voorgestelde pakket niet heeft ingetrokken en deze nog boven de markt hangen. Nederland heeft tijdens de RBZ van februari onderstreept dat de ontwikkelingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever als gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen opnieuw te agenderen. Ik hoor de oproep van een deel van uw Kamer dat het nu tijd is om maatregelen te agenderen, maar realisme is daarbij ook gepast. Afgelopen zomer, tegen de achtergrond van de catastrofale humanitaire situatie en aanhoudend geweld in Gaza, lukte het de EU niet om de nodige meerderheid achter voorstellen van de Commissie te krijgen. U mag erop rekenen dat ik continu in contact sta met relevante partners om te bezien en te bespreken welke inzet het meest effectief is.

Mevrouw Dobbe vroeg naar de formulering dat wij "welwillend" kijken naar medische evacuaties.

De voorzitter:
Zullen we heel even afwachten tot het blokje klaar is? Ik zie dat er verschillende interrupties zijn. De minister vervolgt.

Minister Berendsen:
Het kabinet heeft hierover een brief naar de Kamer gestuurd. Een eventuele nieuwe evacuatie van patiënten moet zorgvuldig worden uitgevoerd. Het gaat om een groep zeer kwetsbare patiënten en hun gezinnen, die niet alleen specialistische zorg nodig hebben, maar ook opvang, begeleiding en scholing. Dat vraagt om langjarige ondersteuning, waarmee structurele verplichtingen met financiële consequenties zijn gemoeid. Ook kan deze groep gebruikmaken van het recht om asiel aan te vragen vanwege de onmogelijkheid om op dit moment terug te keren naar Gaza. Bij besluitvorming is realisme daarom op z'n plaats. Het kabinet zal de komende tijd benutten om te bezien in hoeverre het stappen kan nemen om de medische capaciteit in Gaza en de regio te versterken, en onderzoekt onder welke voorwaarden een evacuatie naar Nederland mogelijk zou kunnen worden gemaakt. Mevrouw Dobbe vroeg ook op welke termijn we meer horen. Het kabinet zal dit zo snel als mogelijk doen, maar we moeten dat in alle zorgvuldigheid doen.

De heer Van Baarle vroeg naar annexatieplannen van Israël voor Libanon. Nogmaals, we gaan er vanmiddag meer over spreken. Annexatie is per definitie onrechtmatig en in strijd met het internationaal recht. Het kabinet veroordeelt dan ook de oproepen van Israëlische bewindspersonen tot annexatie van Libanees grondgebied en vindt uitspraken over bezetting zorgwekkend. De soevereiniteit en territoriale integriteit zijn voor het kabinet leidend. Ik heb deze zorgen ook nogmaals overgebracht aan mijn Israëlische collega.

Meneer Ceder vroeg naar de doodstraf in Israël. Vanochtend ontving uw Kamer een brief over de doodstraf in Israël. De wetgeving over de doodstraf is aangenomen. Nederland heeft dit veroordeeld. Oppositiepartijen in Israël en mensenrechtenorganisaties hebben bezwaar aangetekend bij het hooggerechtshof. Ik sta hierover ook in contact met partners. Indien de wet daadwerkelijk wordt uitgevoerd, zullen we kijken naar passende stappen die we in internationaal verband kunnen nemen.

Mevrouw Maes vroeg naar de EU-steun aan de Golfstaten. Nederland is solidair met de Golfstaten die een direct doelwit zijn geworden van de Iraanse aanvallen. We staan in nauw contact met deze landen over hun veiligheidsbehoeften. Ik sprak de afgelopen weken al regelmatig met collega's. Ik zal er enkele volgende week bezoeken. Er bestaat al geruime tijd een goede samenwerking. In dat kader verkennen we op dit moment mogelijkheden voor een aanvullende en gerichte bijdrage. Ook voor een mogelijke EU-inzet in de Straat van Hormuz zal goede coördinatie met de Golflanden cruciaal zijn. Ongetwijfeld zal mevrouw Maes begrijpen dat ik niet al te veel kan zeggen over de exacte invulling van die veiligheidssamenwerking.

De heer Ceder vroeg naar een eventueel vredesakkoord tussen Israël en Libanon. Wij verwelkomen natuurlijk de historische directe gesprekken tussen Israël en Libanon, die afgelopen dinsdag plaatsvonden en nog steeds plaats lijken te vinden. Samen met de EU roepen we op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren in Libanon. Gesprekken over een staakt-het-vuren vinden plaats onder leiding van de VS. We steunen dat waar dat mogelijk is. Dat geldt ook voor de inzet van de Libanese autoriteiten, die we volledig ondersteunen bij de volledige ontwapening van Hezbollah.

De heer Van Baarle vroeg nog naar de Golanhoogvlaktebezetting. Nederland en de EU erkennen Israëlische soevereiniteit over de door Israël bezette Golanhoogte niet. Verschillende VN-Veiligheidsraadresoluties bevestigen deze internationaalrechtelijke opvatting. Tegelijkertijd erkent het kabinet de Israëlische veiligheidszorgen aan de grens met Syrië. We hopen op een goede en veilige transitie. De toekomst is nog onzeker. Ineenstorting van Syrië vormt natuurlijk een reële dreiging voor Israël. Tegelijkertijd zien we daar nu hoopvolle ontwikkelingen. Wij blijven deze situatie dus ook kritisch volgen.

Dit was het blokje opwarming voor vanmiddag.

De voorzitter:
Heel goed. We zullen het vanmiddag vervolgen, maar eerst nog een interruptie van de heer Ceder en daarna een vraag van de heer Van Baarle en van mevrouw Van der Werf.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik fiets deze vraag er even snel in. Mijn vraag over de doodstraf was gericht op de procedure die in de brief wordt vermeld. Is die al aanhangig en hoelang duurt het? Ik hoop dat u dit niet als interruptie rekent, voorzitter. Ik hoop dat de minister daar nog een specifiek antwoord op kan geven.

Mijn vraag gaat over de inzet van het associatieverdrag. In het verleden hebben we het gesteund om artikel 2 tegen het licht te houden. Er is een vertrouwelijk document naar voren gekomen met afspraken tussen de EU en Israël. Dat heb ik ingezien. Ik weet niet of alle Kamerleden dat gedaan hebben, dus ik kan niet vrijuit spreken over de inhoud daarvan. Maar ik kan wel zeggen dat wat destijds is afgesproken, nu de facto niet meer aan de orde kan zijn vanwege de aard van de afspraken. De vraag is wat de inzet van de minister is ten aanzien van de komende RBZ-Raad. Gaat hij opnieuw proberen ...

De voorzitter:
Ja, ja, het is duidelijk.

De heer Ceder (ChristenUnie):
… om dergelijke afspraken te maken?

De voorzitter:
Het is duidelijk. Meneer Ceder, u pleegt eerst een soort halve interruptie die u wegzet als een procedureel vraagje en vervolgens … Volgens mij duurt deze interruptie inmiddels al bijna twee minuten. Afronden, graag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan rond ik het hierbij af.

De voorzitter:
Oké. Volgens mij is de vraag duidelijk.

Minister Berendsen:
Dank aan de heer Ceder voor de vraag. Zoals ik zojuist vermeld heb, is dit natuurlijk een drukmiddel richting Israël. Je moet bezien op welke wijze je daarover met internationale partners overeenkomsten kunt bereiken en op welk moment je die kunt inzetten. Nederland heeft dit geïnitieerd. Dat betekent dat we in contact blijven met de internationale partners over wanneer een eventuele volgende stap mogelijk is en wanneer die effectief zou zijn.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb ook een vraag over het associatieakkoord. Al een wat langere tijd geleden is er een motie van mevrouw Piri aangenomen, die ik medeondertekend heb. Die vraagt aan de regering: agendeer dit. Maar dat heeft de regering vervolgens niet op een proactieve manier gedaan. Daarna is er een motie van mij, van DENK, aangenomen die aan de regering vraagt: organiseer Europees draagvlak voor opschorting. Maar ik hoor vervolgens ook niet dat de regering dat proactief heeft gedaan. Ik hoor dat de minister zegt: we moeten het als drukmiddel inzetten en we moeten het boven de markt laten hangen. Maar dat is niet wat de Kamer vraagt. De Kamer vraagt: wees een voorloper om opschorting te effectueren. Ik wil van de minister horen hoe hij hier een voorloper in gaat zijn en hoe hij die moties gaat uitvoeren.

Minister Berendsen:
Dit is steeds een onderdeel van het gesprek dat wij met onze Europese partners voeren. Dit soort dingen kun je alleen doen binnen de Europese Unie op het moment dat daar steun voor is. Dat gesprek voeren we continu. Wat je nu merkt, is eigenlijk tweeledig, maar daar zullen we vanmiddag nog langer op ingaan. Aan de ene kant zijn er wederom een aantal concrete voorbeelden van stappen die Israël zet die wat ons betreft onacceptabel zijn. De doodstraf is er daar een van. Dat geldt ook voor Libanon en het groeiende aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Er is een langer lijstje. Aan de andere kant zijn er internationale partners die aangeven dat Israël nu samen met Libanon een historische stap zet richting diplomatieke gesprekken om te komen tot een staakt-het-vuren en hopelijk tot een duurzame oplossing. In de gesprekken tasten we af op welke wijze landen bereid zijn om een volgende stap te zetten en dat blijven we op dezelfde manier doen.

Mevrouw Van der Werf (D66):
De minister gaf net zelf al aan dat er natuurlijk nogal wat gebeurd is in de afgelopen maand. Denk aan de nederzettingen, Libanon en de doodstrafwet. Ook ik heb gevraagd of de minister kan toezeggen dat Nederland de update van het rapport in Europa proactief gaat oppakken. Ik wil even alle onduidelijkheid van tafel hebben: is het antwoord daarop ja?

Minister Berendsen:
Zoals ik begrepen heb, geldt de inhoud van dat rapport nog steeds en is ook de oude versie van dat rapport zwaar genoeg om deze discussie te voeren. Maar ik wil prima toezeggen om een update van dat rapport te vragen. Ik denk alleen dat de consequenties van de inhoud daarvan niet zullen wijzigen.

De voorzitter:
Dat was de vraag niet, zeg ik tegen de minister. Volgens mij ging het niet om een update van het rapport. Klopt dat, mevrouw Van der Werf?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik zal de exacte vraag in mijn inbreng even oplezen: "Is de minister bereid om in de RBZ te pleiten voor een update van dit rapport?" Daar zit dus ook een proactief element in. Met andere woorden: gaat deze minister namens Nederland de boer op om, ook bij landen die nu zelf al hebben aangegeven hier wat op te schuiven, te kijken of de verhoudingen in Europa daar nu anders liggen?

Minister Berendsen:
Ik ga sowieso onze groeiende zorgen over alle stappen die Israël zet weer aankaarten, ook samen met de internationale partners. Het voorbeeld dat mevrouw Van der Werf geeft over de update van het rapport, kan ik daar zeker bij gebruiken.

De voorzitter:
U bent door uw interrupties heen, meneer Ceder. Iedereen is dat, behalve de heer Maes.

(Hilariteit)

De voorzitter:
Sorry, mevrouw Maes. Ik bedoel iedereen behalve de heer Van Lanschot; hij is de enige. Maar we hebben inderdaad nog tijd. Als u het niet erg vindt, wil ik eerst even een procesvoorstel doen. We hebben vanmiddag namelijk de hele middag een debat over het Midden-Oosten. Ik kan me voorstellen dat dit een van de kernpunten van dat debat wordt. Ik wil dus eigenlijk voorstellen dat, mocht u nog vragen hebben die heel specifiek hierover gaan, u die even bewaart tot vanmiddag. Mochten er nog andere uitstaande vragen of een hele urgente vraag zijn, dan geef ik de leden de kans om er eentje te stellen, maar niet over dit onderwerp. Ik begrijp dat u erop door wilt gaan, maar het lijkt me niet verstandig, aangezien we er vanmiddag nog een plenair debat over gaan voeren.

De heer Ceder heeft een ordepunt.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, u bent streng doch rechtvaardig. Dat waardeer ik. Maar twee dingen. Dit debat duurt tot 12.00 uur. We hebben dus nog 50 minuten, waarbij dit volgens mij al een van de laatste blokjes of het laatste blokje is. Om die reden zou ik zeggen: laten we de tijd die we hebben goed benutten. Het leidt er ook toe dat bepaalde technische vragen in de middag niet gesteld hoeven te worden. Het komt niet vaak voor, maar de heer Van Baarle en ik hebben op dit punt dezelfde verwondering over wat er nu precies gevraagd wordt door D66 en de toezegging van de minister daarbij. Ik wil graag wat ruimte laten. Misschien moeten we de tweede termijn hier dan achterwege laten en het debat verder plenair voeren. Maar ik zou wel graag de 50 minuten volop willen benutten, wat er ook toe leidt dat we in de middag minder tijd nodig hebben. Dat wil ik ter overweging meegeven.

De voorzitter:
Uiteindelijk gaat u als commissie natuurlijk over de orde. De heer Van Lanschot heeft ook een ordepunt.

De heer Van Lanschot (CDA):
Met waardering voor het inhoudelijke gesprek, zeg ik dat ik dat geen goed idee vind. Het zou mij bijzonder goed uitkomen als dit overleg wat korter is. Maar ik vind het vooral een nadeel dat als we hier al een deel van het gesprek voeren, zo meteen in de middag niet iedereen van hetzelfde op de hoogte is en dezelfde kennispositie heeft. Ik zou er vooral voor willen pleiten dat dat wel zo is.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik heb eigenlijk wel antwoord gekregen op mijn vraag. De voorzitter gaf net terecht aan dat we hier vanmiddag nog veel tijd voor hebben. Ik vond het eerlijk gezegd ook niet zo bijster onduidelijk.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als er vragen zijn, moeten die volgens mij gewoon beantwoord kunnen worden. Ik heb daar niet zo veel problemen mee.

De voorzitter:
De heer Van Baarle nog. Daarna neem ik een besluit.

De heer Van Baarle (DENK):
Wat de mensen die dan een kennisachterstand hebben betreft: dan hadden ze maar naar het debat moeten komen. En wat de inbreng betreft het volgende. We bespreken hier de inbreng van de regering tijdens de Raad. Ik hecht eraan dat ik in ieder geval goed kan doorgronden wat de regering tijdens de Raad op dit specifieke onderwerp gaat inbrengen. Ik heb ook geprobeerd om mezelf te limiteren en niet het hele Midden-Oosten in dit debat in te brengen. Als we dus een beetje respect hebben voor die balans, gaan we er volgens mij uit komen.

De voorzitter:
Nou, weet u wat? Ik geef alle leden de kans om nog één korte vraag te stellen. Dan bepalen ze zelf waar die over gaat. Als het goed is, kunnen we dit debat dan ook gewoon afronden en er gedetailleerd op doorgaan in het plenaire debat.

De heer Ceder had dus nog een vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zou wel even willen wachten tot te minister klaar is met zijn blok.

De voorzitter:
De minister is klaar.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Is hij helemaal klaar?

De voorzitter:
Ja, helemaal nu.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, dank. Dan heb ik nog even een vraag over de inzet van de minister tijdens de RBZ-vergadering. Ik denk een groot deel van de middag daar ook over zal gaan, gezien de aangekondigde moties. Zegt de minister nou dat hij naleving van dat rapport en misschien ook een update daarvan bespreekbaar gaat maken, of zegt de minister dat hij gaat pleiten voor een directe opschorting? Dat zijn twee verschillende zaken. De ene heeft politiek andere consequenties dan de andere.

De voorzitter:
Duidelijk.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben heel benieuwd wat precies de insteek is van de minister volgende week.

Minister Berendsen:
Het onderwerp Midden-Oosten staat op de agenda. Dat hebben we uitgebreid gesproken. De zorgen die we hebben over de stappen die Israël zet, bespreken we ook in de RBZ. Daarbij weten we dat we in het verleden ook al geïnitieerd hebben om vervolg te geven aan artikel 2, evaluatie. Mevrouw Van der Werf vroeg mij om in de RBZ te pleiten voor een update van dat rapport. Ik heb aangegeven dat ik dat zeker wil betrekken bij mijn verhaal. Tegelijkertijd is de vraag — dat heb ik al eerder gezegd — wanneer je ergens een meerderheid voor hebt en op welke manier je dat kunt bereiken. Ik denk dat dat uiteindelijk het doel is.

De voorzitter:
Heel even, aangezien ik de hele tijd heel streng ben op de heer Ceder. Het is natuurlijk aan de minister wat zijn antwoorden zijn, maar volgens mij is de vraag van de heer Ceder heel helder: is Nederland bereid, als daar een meerderheid voor is, om het op te schorten? Dat is volgens mij de vraag die de heer Ceder stelt.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is wat de inzet van de minister is, voorbereid, los van wat de Kamer straks wil, ten aanzien van de RBZ.

De voorzitter:
Ik probeerde u te helpen, meneer Ceder. En volgens mij zeggen we echt precies hetzelfde. We vinden iets anders, maar zeggen echt precies hetzelfde.

De heer Ceder (ChristenUnie):
We gaan het in het stenogram naast elkaar leggen.

De voorzitter:
"Wat is de inzet van de Nederlandse regering in de RBZ over de opschorting van het associatieverdrag?"

De heer Ceder (ChristenUnie):
Zo kunt u het formuleren, ja.

Minister Berendsen:
Tot op heden is er onvoldoende draagvlak. We hebben dit punt meerdere keren opgebracht. We hebben daar aandacht voor gevraagd, maar er is op dit moment nog onvoldoende draagvlak. Uiteindelijk is de inzet van het kabinet om te kijken of we daar draagvlak voor kunnen krijgen. Dat toetsen we continu met andere internationale partners en dat blijven we doen.

De voorzitter:
Duidelijk. De heer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat is gewoon niet wat de Kamer aan deze minister vraagt. De Kamer heeft niet in meerderheid aan de minister gevraagd: kijk nog eens of er een nieuw rapport kan komen. Dat is alleen maar weer vertraging. De Kamer heeft ook niet gevraagd: ga maar eens even kijken of er wellicht bij sommige landen draagvlak is. De Kamer heeft gevraagd om dit te agenderen, om dit te bepleiten en om hier proactief in Europees verband meerderheden voor te gaan organiseren en ik wil gewoon aan de minister vragen om dat te doen. Dus niet dit wollige taalgebruik, maar gewoon naar die vergadering gaan en zeggen: Nederland wil dat dat associatieverdrag en op zijn minst het handelsonderdeel wordt opgeschort. Is de minister bereid om dat te zeggen?

Minister Berendsen:
Wij hebben er ook al in een eerdere RBZ aandacht voor gevraagd en dat zijn we blijven doen. We willen dat het opschorten van het handelsdeel van het associatieakkoord op tafel komt. Dat is het standpunt van Nederland. Dat weten andere landen ook en wij toetsen continu of we daar uiteindelijk een meerderheid voor kunnen krijgen. Dat blijft de inzet van dit kabinet.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij is het nieuwe aan de situatie nu dat we van een aantal cruciale landen weten dat zij hier anders in staan. We weten dat bijvoorbeeld Italië en Frankrijk, maar ook Duitsland op dit onderwerp aan het schuiven zijn. Daarom is het zo relevant om het bestaande standpunt — dat zegt de minister eigenlijk net ook al — nogmaals te bespreken daar. Het gaat dus niet alleen maar om de inzet van Nederland, zeg ik tegen collega Van Baarle. Het gaat er ook om of dat nu wellicht wel een meerderheid heeft. Ik vind het belangrijk om dat punt nog even te maken.

De voorzitter:
Dat was niet echt een vraag aan de minister, maar misschien wil de minister daarop reageren.

Minister Berendsen:
Dat is wat we aan het doen zijn, zowel nu als richting de RBZ en tijdens de RBZ.

De voorzitter:
Ik constateer dat er geen interrupties meer zijn. Ik zie dat de heer Ceder ongetwijfeld weer een derde punt van orde wil gaan maken.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, we hebben nog drie kwartier. Dit gaat over enorme geopolitieke consequenties en we gaan 40 minuten voor tijd stoppen, omdat we willen gaan lunchen.

De voorzitter:
Meneer Ceder, helemaal niet. We hebben hier aan het begin van de vergadering — u kwam iets te laat voor dit belangrijke overleg — met elkaar afgesproken wat we doen. We hebben afgesproken dat we drie interrupties doen. Ik heb u er vier gegeven. U heeft alle vragen kunnen stellen. Vanmiddag is er nog een aantal uur een debat met deze minister specifiek over het Midden-Oosten. Daar zullen ook andere collega's van een aantal kleinere fracties bij aanwezig zijn die er nu niet bij zijn, weet ik al. Ik stel dus echt voor om deze vergadering nu af te ronden. Ik weet dat mevrouw Dobbe al een plenair tweeminutendebat heeft aangevraagd, dus dat kan worden ingepland. Dan kan iedereen zijn eigen moties maken en dan zien we elkaar vanmiddag nog een keer. U heeft nog een laatste punt van orde. Daarna sluit ik echt de vergadering.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik doe een ordevoorstel. Dit is een RBZ-vergadering, met als doel de inzet van de minister tijdens de RBZ te bespreken. Het debat van vanmiddag gaat over de bredere inzet van het kabinet, buiten de RBZ om, ten aanzien van het Midden-Oosten. Ik heb gewoon vragen over de inzet van de minister. Daar is tijd voor gereserveerd. Het is belangrijk; wat je ook doet, het heeft geopolitieke consequenties. Ik constateer dat wij nog 40 minuten hebben. Ik doe als ordevoorstel graag een beroep op de collega's om dit debat gewoon voort te zetten totdat iedereen een duidelijk beeld heeft van de inzet van deze minister tijdens de RBZ, niet daarbuiten.

De voorzitter:
Hoeveel interrupties stelt u zich daar nog bij voor? Dan breng ik het gewoon even in stemming.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Afhankelijk van het antwoord van de minister — de minister geeft namelijk geen klinkklare antwoorden — zou ik nog drie interrupties willen voorstellen. Het kan ook in minder interrupties.

De voorzitter:
Ik ga het nu gewoon in stemming brengen. Het voorstel van de heer Ceder is om door te gaan tot 12.00 uur en nog drie interrupties per persoon toe te staan. Is daar steun voor?

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vind het toch lastig. De heer Ceder heeft procedureel natuurlijk wel gelijk, dus ik ga er ook niet vóór liggen, maar ik heb zelf geen interrupties meer. Voor mij heeft het dus niet zoveel zin.

De heer Van Baarle (DENK):
Een middenweg kan zijn dat u gewoon de Kamerleden die behoefte hebben aan een tweede termijn in de gelegenheid stelt om een minuut een tweede termijn te houden. Dat zijn niet drie interrupties, maar dat is een minuut. Dat is korter. Kamerleden die niks meer hebben, hoeven die niet te gebruiken. Vervolgens kan de minister nog reageren op die inbreng van een minuut. Dat is wat efficiënter, denk ik.

De voorzitter:
We hebben nog een plenaire afronding. Vandaar dat mijn aanname was dat we niet hier nu een tweede termijn doen en dan straks nog een derde termijn in de vorm van het tweeminutendebat. Maar ook dit voorstel leg ik voor. Is er een meerderheid voor om dat nu te doen? Nee.

Ik sluit hierbij de vergadering. Ik dank de minister. Ik lees nog even de toezeggingen voor.

  • De minister zal in het verslag van de RBZ terugkomen op het punt van de verhoogde gasimport uit Rusland en zijn toezegging om betrokken EU-lidstaten hierop aan te spreken. Dit is een toezegging aan de heren Ceder en Hoogeveen.

Klopt dat? Ja.

  • De tweede toezegging. De minister zegt toe de Kamer een brief te sturen over het besluit om de uitspraak van de Hoge Raad in cassatie in de zaak van de Afghaanse bewakers af te wachten alvorens de aangenomen Kamermotie hierover uit te voeren. Dat is een toezegging aan het lid Piri.

Klopt dat? Ja.

Mevrouw Dobbe heeft een tweeminutendebat aangekondigd.

Ik dank de leden. Ik dank de minister. Ik zie een groot deel van deze commissie straks in de plenaire zaal.

Sluiting 11.21 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag CD van 16 april 2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl