Beleidsbrief Binnenlandse Zaken
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Brief regering
Nummer: 2026D20146, datum: 2026-04-24, bijgewerkt: 2026-04-29 15:16, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit CDA kamerlid)
- Mede ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VII-97 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z09018:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-12 15:45 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-21 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (š origineel)
36800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Nr. 97 Brief van de minister en staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Nederland kent een sterke democratische rechtsstaat. De kracht daarvan zit niet alleen in instituties en wetten, maar vooral in mensen. De democratie werkt dankzij burgers die stemmen, meedenken en bijdragen aan de samenleving. Maar die betrokkenheid is geen vanzelfsprekendheid. We moeten onder ogen zien dat de democratische rechtsstaat onder druk staat, van buitenaf en van binnenuit.
Internationale spanningen, buitenlandse beĆÆnvloeding en desinformatie vormen een risico voor het democratisch proces. Ook blijft binnen Nederland het aantal bedreigingen en intimidaties van lokale bestuurders en politici zorgwekkend.
Dit vraagt om waakzaamheid. De overheid moet haar instituties versterken en haar bestuurders beschermen. Maar het is minstens zo belangrijk mensen te stimuleren om zich in te zetten voor hun dorp, stad en land.
Daarvoor zijn sterke lokale gemeenschappen nodig met inwoners die naar elkaar omzien. In steeds meer regioās staan voorzieningen onder druk: van dorpshuizen en bibliotheken tot buurtsupermarkten en buslijnen. Inwoners ontmoeten elkaar minder, waardoor de sociale samenhang afneemt. Hier ligt ook een rol voor de overheid: ruimte laten aan gemeenschappen waar dat kan, maar ook regie nemen waar nodig. Bijvoorbeeld in Groningen en Noord-Drenthe, waar de opgave bijzonder groot is. Aardbevingen veroorzaken daar nog altijd schade en onzekerheid bij inwoners. Het herstel is in volle gang, maar nog niet klaar. Het kabinet zet zich in voor een spoedig herstel en gaat koste wat het kost en zo lang als het duurt door met de schadeafhandeling en versterkingsoperatie voor de bewoners in Groningen en Noord-Drenthe en met het inlossen van de ereschuld aan de regio.
Het gaat pas goed met Nederland als het overal in ons land goed gaat. Dat is helaas geen vanzelfsprekendheid.
De regio is een plek waar overheden samenwerken aan belangrijke maatschappelijke vraagstukken en heeft om die reden een belangrijke waarde. Wij zien de regio als ƩƩn van de fundamenten voor een sterk Nederland waarin elke regio telt en zetten ons hier actief voor inzetten.
Deze opgaven vragen om een slagvaardige overheid en uitstekende interbestuurlijke samenwerking. Daarom werken we aan een moderne rijksdienst die levert, problemen aanpakt en dichter bij mensen staat. Ook maken we met gemeenten, provincies en waterschappen heldere afspraken over de onderlinge samenwerking. Uitgangspunt hierbij is een gedeelde verantwoordelijkheid en wederzijds vertrouwen. Want burgers en ondernemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid er voor hen is: in Den Haag, maar ook in hun directe omgeving.
In het coalitieakkoord hebben drie partijen - D66, VVD en CDA - afspraken gemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven zoals deze zijn daar een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om ƩƩn overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke organisaties.
Het kabinet zet daarmee in op drie prioriteiten: een weerbare democratische rechtsstaat, sterke en vitale regio's, en een slagvaardige overheid die goed samenwerkt.
Weerbare democratische rechtsstaat
Het kabinet versterkt de onafhankelijkheid van democratische instituties en verbetert de rechtsbescherming van burgers. Ook werkt het kabinet aan een aanpak tegen desinformatie en buitenlandse beĆÆnvloeding en zorgt het voor betere bescherming van ambtsdragers. Het kabinet stimuleert daarnaast actief burgerschap en democratisch bewustzijn.
Sterke en vitale regioās
Het kabinet werkt samen met regio's aan leefbaarheid en gemeenschapsvoorzieningen in dorpen en wijken, en volgt daarbij de aanbevelingen van het rapport Elke Regio Telt. Met het oprichten van het Gemeenschapsfonds zet het kabinet onder meer in op het ondersteunen van ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen en verenigingsgebouwen. Voor Groningen en Noord-Drenthe geldt een bijzondere verantwoordelijkheid. De herstel- en versterkingsoperatie gaat onverminderd door. Het kabinet benoemt een regeringscommissaris om de schadeafhandeling soepel te laten verlopen, de versterkingsoperatie zo voortvarend mogelijk af te ronden en krijgt de taak om toe te zien dat de ereschuld ingelost wordt.
Goed en slagvaardig bestuur
Het kabinet bouwt aan een overheid die levert en burgers vertrouwt. Beleid en regelgeving worden eenvoudiger en voorspelbaarder, met oog voor wat in de praktijk uitvoerbaar is. De digitale dienstverlening wordt verbeterd en de rijksdienst efficiƫnter. Dat lukt alleen als Den Haag de handen ineenslaat met gemeenten, provincies en waterschappen. Het kabinet is met medeoverheden in gesprek om tot een samenwerkingsagenda te komen die richtinggevend is voor de interbestuurlijke samenwerking. Het kabinet volgt de aanbevelingen van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen op.
Hieronder zullen we per prioriteit onze plannen uiteenzetten.
Weerbare democratische rechtsstaat
We leven in een tijd van autocratisering, waarbij ook gevestigde westerse democratieƫn onder druk staan. Zo laat het meest recente rapport van het Variƫteiten van Democratie Instituut (V-Dem) zien dat in 2025 slechts 7 procent van de wereldbevolking in een liberale democratie leefde, en dat er in 2025 meer landen autocratiseerden dan landen die democratiseerden.
Grillige geopolitiek, ongewenste buitenlandse beĆÆnvloeding, desinformatie en bedreigingen en intimidaties richting ambtsdragers ondermijnen onze democratische rechtsstaat. Dit vraagt om waakzaamheid en waar nodig versterking van onze instituties.
Het beschermen en versterken van de democratische rechtsstaat is daarom een kernopgave van dit kabinet. Dit vraagt om tempo en daadkracht. Het kabinet maakt zich sterk voor een sterke rechtsstaat, een weerbare democratie, een veerkrachtig democratisch bestel en gelijke behandeling voor iedereen. Uitgangspunt is dat een weerbare democratische rechtsstaat niet alleen steunt op goede wetten en sterke instituties, maar ook op dragers van de rechtsstaat, vertrouwen van burgers, bescherming van grondrechten en een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Het kabinet komt daarom met een samenhangende aanpak voor het versterken van de democratische rechtsstaat.
Weerbaar democratisch bestel
Voor een weerbare democratische rechtsstaat is een sterk en onafhankelijk democratisch bestel onmisbaar. Het kabinet hecht vanwege die reden veel belang aan een democratisch bestel dat transparant, onafhankelijk, integer en bestuurbaar is. Op nationaal, provinciaal en lokaal niveau. Zo streven wij naar behandeling en inwerkingtreding van de Wet op de politieke partijen per 1 januari 2028, waarmee ook een wettelijke grondslag voor de financiering voor lokale politieke partijen wordt geregeld.
Daarnaast zet het kabinet stappen om ook het functioneren van het parlementair stelsel verder te versterken. In dat kader bouwt het voort op de aanbevelingen van de staatscommissie Remkes en de kabinetsreactie daarop.1
Naar aanleiding daarvan zijn drie grondwetsvoorstellen ingediend die tot doel hebben om bij te dragen aan een heldere rolverdeling tussen de Kamers. Het gaat om een wijziging van de manier waarop de Eerste Kamer wordt gekozen, de invoering van een terugzendrecht voor de Eerste Kamer en een aanpassing van de grondwetsherzieningsprocedure. Het kabinet zal de benodigde stappen zetten om de verdere parlementaire behandeling van deze voorstellen mogelijk te maken.
Tegelijkertijd wordt bezien hoe de onafhankelijkheid van democratische instituties kan worden versterkt en hoe ongeschreven regels kunnen worden verduidelijkt, bijvoorbeeld door meer checks and balances in te bouwen in benoemingsprocedures voor de Kiesraad, de voorgenomen Nederlandse autoriteit politieke partijen (Napp) en rijksbrede adviescolleges, en door toezichthouders en inspecties van adequate middelen en bevoegdheden te voorzien.
Het kabinet staat daarbij ook voor een sterke lokale democratie waarin bestuurders en volksvertegenwoordigers dichtbij burgers staat. Dat vraagt ook om investeren in de aantrekkelijkheid van het politieke ambt langs verschillende wegen. Het gaat dan enerzijds om goede en aantrekkelijke rechtspositionele randvoorwaarden. Anderzijds moet er blijvend aandacht zijn voor themaās als werkdruk en een goede en effectieve ondersteuning van raads- en statenleden. Daarom blijven we de komende periode investeren in het versterken van deze ondersteuning door te streven naar een strategische griffie, een effectieve rekenkamer en een sterke, onafhankelijke ombudsfunctie.
Ook onderzoekt het kabinet welke verdere aanpassingen kunnen bijdragen aan de bestuurbaarheid van Nederland. Daarbij wordt in ieder geval verkend hoe in het kiesstelsel voor de Tweede Kamer voorkeursstemmen meer gewicht kunnen krijgen. Ook wordt bezien hoe dit doel zich verhoudt tot de aangenomen motie-Bikker (CU) c.s. om hier geen nieuw onderzoek naar de kiesdrempel te doen.2
Het kabinet werkt verder aan vernieuwingen van het verkiezingsproces, onder meer via versterking en digitalisering van de kandidaatstellingsprocedure, een voorstel voor een nieuw stembiljet en het voortzetten van het wetsvoorstel over bijstand in het stemhokje. Daarnaast wordt gewerkt aan betere geschilbeslechting bij verkiezingen. De hoofdlijnen hiervan worden nader uitgewerkt. Het streven is om uw Kamer hierover eind dit jaar nader te informeren. Tot slot wordt iedere verkiezing uitgebreid geƫvalueerd met als doel na te gaan welke verbeteringen in het verkiezingsproces nodig zijn. Het voornemen is de uitgebreide evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing 2025 en de gemeenteraadsverkiezingen 2026 voor het zomerreces aan uw Kamer toe te sturen.
Bij de Eerste Kamer is het initiatiefvoorstel-Van Nispen inzake het correctief bindend referendum aanhangig. Dit bevat de tweede lezing voor het wijzigen van de Grondwet in verband met de invoering van een bindend correctief referendum. Het voorstel is in eerste lezing door beide Kamers aanvaard. Na verdere behandeling van het Grondwetsvoorstel zal BZK de voorbereiding van uitvoeringswetgeving ter hand nemen.
Zo werkt het kabinet aan instituties die niet alleen stevig, zorgvuldig en onafhankelijk zijn, maar ook beter zijn toegerust op de eisen van deze tijd. Niet alleen voor Europees Nederland, maar ook voor de inwoners van Aruba, CuraƧao en Sint Maarten wordt bezien hoe deelname aan verkiezingen toegankelijker kan worden gemaakt, bijvoorbeeld bij verkiezingen voor het Europees Parlement. We gaan hierover in overleg met vertegenwoordigers van de eilanden om in kaart te brengen welke belemmeringen, en welke mogelijkheden er zijn om die weg te nemen. We zijn voornemens uw Kamer hierover voor het einde van dit jaar te informeren.
Weerbare democratie
Een weerbare democratie bestaat uit processen die onder alle omstandigheden betrouwbaar blijven functioneren en een open publiek debat waarin beweringen publiekelijk kunnen worden getoetst. Elke vorm van heimelijke, gecoördineerde beïnvloeding van democratische processen en het publieke debat is volstrekt onwenselijk. Daarom werken we aan wetgeving en de inrichting van een organisatie die buitenlandse desinformatie gericht op ondermijning van de democratische rechtsstaat structureel kan detecteren. Eind 2026 informeert het kabinet uw Kamer over de stand van zaken.
In het licht van toenemende veiligheidsdreigingen werkt het kabinet tevens aan maatregelen die continuĆÆteit van kritieke overheidsdiensten en democratische processen in tijden van crisis en nood waarborgen en de maatschappelijke weerbaarheid versterken. Daarbij kan de kracht en het potentieel van de samenleving worden benut. Daarom wordt ook gekeken naar hoe de overheid kan samenwerken met de samenleving.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Door de toenemende (digitale) dreigingen en een volatiele geopolitieke context kan onze democratische rechtsorde onder druk komen te staan. Dat vraagt om sterke en goed toegeruste inlichtingen- en veiligheidsdiensten die een veelheid aan dreigingen tegen onze nationale veiligheid tijdig kunnen onderkennen en tegengaan. Daarom zet het kabinet in op een toekomstbestendig, techniekneutraal en dreigingsgericht wettelijk kader met effectieve bevoegdheden en passende waarborgen. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben namelijk een nieuwe en versterkte wet nodig die past bij de huidige en toekomstige binnen- en buitenlandse dreigingen, geopolitieke en technologische veranderingen en de toenemende digitalisering van de samenleving. Daarnaast richt de AIVD zich op het slim inzetten van technologische toepassingen en ontwikkelingen. Technologisch vooroplopen is een essentieel onderdeel van de algehele weerbaarheid. Verder zet de AIVD in op het versterken van de eigenstandige en unieke inlichtingenpositie. Daarmee wordt bijgedragen aan de ambitie van het kabinet om de Europese strategische autonomie te verstevigen. Daar hoort ook de intensivering van de samenwerking op Europees niveau op het gebied van inlichtingen en veiligheid bij. Centraal staat het versterken van de weerbaarheid van democratische instellingen en de samenleving, onder meer tegen hybride activiteiten van (non-)statelijke actoren.
Een weerbare democratie rust tot slot niet alleen op instituties en processen, maar ook op een sterke samenleving en sociale cohesie. Daarvoor zijn plekken nodig waar mensen elkaar ontmoeten, invloed kunnen uitoefenen en zeggenschap kunnen vormgeven over beleid dat hen raakt. Daarom zet het kabinet in op de versterking van maatschappelijk initiatieven, de samenwerking met maatschappelijke organisaties en burgerschap. Ook investeert het in democratisch ethos, onder meer via burgerschapsonderwijs en ProDemos.
Weerbaar en integer bestuur
Het kabinet staat voor de veiligheid van lokale politieke ambtsdragers. Zoals in het coalitieakkoord is aangegeven, gaat het kabinet de mensen die zich inzetten voor de rechtsstaat beter beschermen. We blijven ons in dit kader uitspreken tegen agressie en intimidatie van decentrale politieke ambtsdragers. Het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur biedt doorlopend weerbaarheidssessies bij gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen door het hele land. En we maken in 2026 wederom 3 miljoen euro beschikbaar voor veilige vergaderingen en bijeenkomsten van gemeenteraden. Het kabinet beziet met de beroepsverenigingen van ambtsdragers en de partners van justitie en veiligheid welke kansen er zijn om daders minder te laten wegkomen met hun daden.
Daarnaast leggen we ons toe op het versterken van de integriteit van het openbaar bestuur, onder meer door wettelijke normen te verbeteren en lokale bestuurders te ondersteunen met kennis en hulpmiddelen. In het vierde kwartaal van dit jaar wordt de Kamer hierover geïnformeerd via de monitor integriteit en veiligheid. Tevens hebben we oog voor integriteit binnen decentrale overheden. Er is een wetsvoorstel bij uw Kamer ingediend dat het uitvoeren van een risicoanalyse integriteit voor decentrale bestuurders verplicht stelt, vastlegt welke waarborgen daarbij in acht moeten worden genomen en welke omgang met financiële belangen door bestuurders vastlegt. Ook loopt er in dat kader een traject om tot kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoek te komen. Dat traject is primair gericht op onderzoeken naar vermeende integriteitsschendingen door decentrale politieke ambtsdragers.
In dezelfde lijn zet het kabinet de modernisering van de procedure voor de vervolging van ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen voort, naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie-Fokkens. De minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken aan twee wetsvoorstellen. Het streven is om beide voorstellen in de loop van het voorjaar bij uw Kamer in te dienen.
Het kabinet zet ook in op het bevorderen van integer gedrag van rijksambtenaren. Onderdeel daarvan is het versterken van de weerbaarheid van rijksambtenaren tegen druk en verleidingen vanuit de georganiseerde criminaliteit. Hierbij hoort ook bescherming van ambtenaren die als klokkenluider een misstand melden van ernstige situaties die het maatschappelijk belang raken.
Een weerbare democratie vraagt echter niet alleen om integer bestuur, maar ook om een transparante voorstelling van zaken. Bijvoorbeeld met betrekking tot politieke beĆÆnvloeding. In dat licht is het kabinet voornemens een uitvoeringswet voor de Europese regels over transparantie en gerichte politieke reclame en een wetsvoorstel voor een lobbyregister in te dienen dat praktisch en werkbaar is voor zowel overheid als belangenbehartigers. Transparantie en toegang tot overheidsinformatie zijn ook van essentieel belang voor participatie van burgers, het kunnen controleren van de overheid en het kunnen doen van onderzoek. We blijven als kabinet daarom inzetten op een ambitieuze en betekenisvolle open overheid. Op basis van de wetsevaluatie van de Wet open overheid (Woo) gaan we werken aan een beter toepasbare en uitvoerbare Woo.
Ten slotte hecht het kabinet aan goede positionering van het lokale bestuur in het veiligheidsdomein. Veiligheid vraagt niet alleen om een landelijke of nationale aanpak. Het lokaal bestuur speelt een essentiële rol in de organisatie van de veiligheid van ons land, ook als het gaat om kleine criminaliteit of om wezenlijke dreigingen zoals georganiseerde misdaad, heimelijke beïnvloeding of de voorbereiding op langdurige maatschappelijke ontwrichting. Daarom is een goede lokale inbedding van het veiligheidsbeleid van doorslaggevend belang. Daar willen we ons komende periode voor inzetten.
Sterke rechtsstaat
Een sterke rechtsstaat is betrouwbaar, menselijk, transparant en integer, en moet zich tegelijk kunnen weren tegen dreigingen. Het kabinet zet in op een pakket van maatregelen, met bijzondere aandacht voor de Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb), rechtsbescherming en de weerbaarheid van de Rijksdienst tegen georganiseerde criminaliteit.
De Wet versterking waarborgfunctie Awb, waaronder het recht op vergissen en het gebruik van begrijpelijke taal door de overheid, maakt de dienstverlening van de overheid menselijker en toegankelijker. Na de (internet)consultatie en de uitvoeringstoetsen wordt het wetsvoorstel aangepast om de uitvoerbaarheid te verbeteren. Een toegankelijke overheid alleen is echter niet genoeg. Een sterke rechtsstaat vraagt ook om goede rechtsbescherming. Er wordt verder gewerkt aan de wijziging van artikel 120 van de Grondwet, zodat rechters wetten kunnen toetsen aan de klassieke grondrechten uit de Grondwet.
Voor beide voorstellen geldt dat na verwerking van consultatiereacties en besluitvorming over de dekking van de financiƫle gevolgen, de volgende stap het indienen is van een adviesaanvraag bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Het kabinet is, net als de rechterlijke instanties, geen voorstander van de instelling van een grondwettelijk hof en kiest dus uitsluitend voor de variant waarin het voor alle rechters mogelijk zal worden om wetten aan de klassieke grondrechten in de Grondwet te toetsen
Verder werkt het kabinet aan meer maatregelen die raken aan de weerbare democratische rechtsstaat. Het demonstratierecht is een fundamenteel onderdeel van onze democratie. We moeten dit recht waarborgen en beschermen tegen mensen die hier misbruik van maken. Om dit te waarborgen wordt onder andere gewerkt aan een aanpassing van het wettelijk kader. Zo is het kabinet voornemens om voor burgemeesters een bevoegdheid te creëren voor het verplaatsen van demonstranten en andere groepen van personen die de wet overtreden. Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om in de Wet openbare manifestaties een noodbevoegdheid voor burgemeesters in het leven te roepen, om bij ernstige verstoringen van de openbare orde beter te kunnen optreden. Ook wordt ingezet op een herziening van strafbepaling van de Wet openbare manifestaties, zodat strafbare feiten gepleegd tijdens demonstraties zwaarder worden gewogen. Uw Kamer is in december 2025 geïnformeerd over de uitkomsten van het WODC-onderzoek naar demonstratierecht en de maatregelen die lopen. Voor het zomerreces ontvangt u een uitgebreidere reactie op het rapport en inzicht in het vervolg.
Grondrechten en gelijke behandeling voor iedereen
Een weerbare democratische rechtsstaat vraagt niet alleen om sterke instituties en goede procedures, maar ook om de vanzelfsprekendheid dat iedereen gelijkwaardig wordt behandeld en volwaardig kan meedoen. Waar mensen zich uitgesloten, achtergesteld of ongelijk behandeld voelen, raakt dat de samenleving en de geloofwaardigheid van de democratie en overheid zelf.
Het kabinet blijft zich daarom onverminderd inspannen voor verdere bewustwording over het slavernijverleden, het koloniale verleden en de doorwerking daarvan in het heden. Daarnaast wordt de aanpak van discriminatie en racisme verder versterkt. Voor het zomerreces zullen we uw Kamer informeren over de wettelijke verankering van het werk van de Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en Racisme. Overheidsorganisaties worden begeleid bij het doorlopen van de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Daarnaast bereidt het kabinet een wetsvoorstel voor tot uitbreiding van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) met eenzijdig overheidshandelen. Het concept-wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie, dat op 23 maart in opengesteld voor (internet)consultatie, regelt een landelijke antidiscriminatievoorziening met fysieke loketten. Verder wordt in 2026 een publiekscampagne over het melden van discriminatie en racisme gelanceerd. Ter uitvoering van het Regenboogakkoord zal het kabinet de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Awgb en het Wetboek van Strafrecht door het vervangen van de termen āhomo- en heteroseksualiteitā door āseksuele gerichtheidā en de explicitering van de grond āgeslachtā zo snel mogelijk naar uw Kamer te zenden.
Vanuit de werkgeversverantwoordelijkheid voor sector Rijk zet het kabinet in op het bevorderen van een sociaal veilige en gelijkwaardige omgangscultuur en organisatie binnen de Rijksoverheid waarin beduidend minder ongewenst of grensoverschrijdend gedrag voorkomt (onder andere pesten, racisme, discriminatie, agressie en ongewenste seksuele aandacht of intimidatie). Ook hier geldt dat bij ernstige situaties die aan te merken zijn als een misstand en het maatschappelijk belang raken ambtenaren beschermd kunnen worden als klokkenluider. We zetten ons in voor een toegankelijke organisatie met gelijke kansen en een personeelsbestand representatief voor de Nederlandse arbeidsmarkt.
Sterke en vitale regioās
Het gaat pas goed met Nederland als het overal in ons land goed gaat; van Sluis tot Appingedam en van Harlingen tot Margraten. Dat is helaas geen vanzelfsprekendheid. Het beleid was namelijk decennialang vooral gericht op sterker maken wat al sterk is, waardoor veel minder aandacht is geweest voor andersoortige gebieden. Door Elke regio telt! is hier langzaamaan een verschuiving in te zien en wordt de kracht van de regioās beter benut. Er is meer aandacht voor regionale verschillen, brede welvaart en maatschappelijke impact bij beleidsontwikkeling en in bijvoorbeeld wetten en regelingen die worden gemaakt. Maar we zijn er zeker nog niet. Dit vergt een lange adem. Daarom onderschrijft het kabinet nadrukkelijk het adagium dat elke regio telt. Dit gedachtegoed moet structureel ingebed worden in rijksbeleid. Rekening houden met regionale verschillen en maatschappelijke effecten is geen keuze of programma, het moet het uitgangspunt zijn. Een voorbeeld hiervan is de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO). De vraag of bij nieuwe of gewijzigde taken of beleid, die gevolgen hebben voor medeoverheden, voldoende rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van en verschillen tussen regioās komt als onderdeel van de UDO aan de orde. Wij zetten ons in voor een verdere inbedding van de regioās in het rijksbeleid.
Veel maatschappelijke opgaven vragen om samenwerking over gemeentegrenzen heen. Het kabinet wil de regionale schaal steviger verankeren in de inrichting van het openbaar bestuur. Daarom wordt gewerkt aan een visie op de rol van regioās en regionale samenwerking. Deze visie moet bijdragen aan een slagvaardig en democratisch gelegitimeerd samenspel tussen overheden op regionale schaal. Voornemen is deze eind 2026 naar de Tweede Kamer te zenden.
Tegelijkertijd moet er ook goed nagedacht worden over de gevolgen van verdergaande regionalisering voor de herkenbaarheid, slagvaardigheid en democratische legitimatie van het bestuur.
In het coalitieakkoord is een drietal zaken die raken aan sterke regioās afgesproken:
1. Het kabinet zet de uitwerking van Elke Regio Telt! voort,
2. Er worden strategische agendaās met regioās gemaakt, en
3. Er wordt een Gemeenschapsfonds in het leven geroepen.
Ambtsvoorgangers hebben met het Nationaal Programma Vitale Regioās (NVPR) uitwerking gegeven aan het rapport Elke Regio Telt! en daarmee de basis gelegd voor duurzame regionale ontwikkeling en versterking van de kwaliteit van leven, wonen en werken in deze regioās. De ambitie van dit kabinet is om daar de komende periode een stap in vooruit te zetten, met expliciete aandacht voor de grensligging en de samenwerking die is opgebouwd met de buurlanden. Een belangrijk onderdeel hierbij is ook de aandacht voor passend rijksbeleid met aandacht voor regionale verschillen.
De huidige langjarige samenwerking en gezamenlijke plannen en uitvoeringsagendaās die op dit moment met 11-NPVR regioās worden gemaakt,
zijn ƩƩn van de belangrijke manieren om een extra stap te zetten. Hier ligt de prioriteit.
Hoewel we al veelvuldig samenwerken tussen Rijk en regio bijvoorbeeld in het Nationaal Programma Vitale Regioās, de NOVEX (gebieden en provincies), de Regio Deals of Agenda Stad of door de leden van dit kabinet in hun afzonderlijke portefeuilles, is het kabinet zich ervan bewust dat er andere regioās zijn met grote opgave die op dit moment met de huidige inzet in de regio of tussen rijk en regio mogelijk onvoldoende effectief kunnen worden opgepakt. Het is van belang om naast de uitdagingen in de regioās ook oog te hebben voor strategische kansen voor de toekomst en de op dit moment nog onontgonnen en/of onderbenutte economische kracht van regioās. Naast de 11 regioās binnen het NPVR wil het kabinet daarom ook met andere regioās werken aan agendaās.
In dit kader ziet het kabinet de passage uit het coalitieakkoord over het maken van strategische agendaās met regioās. Dit kabinet wil tot aan de zomer de tijd nemen om met een aantal provincies of regioās in gesprek te gaan over de bestaande inzet in de regio en of iets anders nodig is om de grote opgaven waar bepaalde regioās mee te maken hebben aan te pakken en om kansen beter te benutten. Om die reden zal het kabinet in gesprek gaan met Rivierenland, West-Brabant, FryslĆ¢n, Flevoland en Zeeland. Op basis van deze gesprekken wordt uw Kamer voor het zomerreces nader geĆÆnformeerd over de wijze van invulling aan de passage over strategische agendaās in het coalitieakkoord, tot welke andere regioās zich die eventueel kunnen uitstrekken en of we daarbij gebruik kunnen maken van bestaande structuren en samenwerkingsverbanden. Hierbij zal ook worden ingegaan op de vraag welke organisatie dat aan rijkszijde vergt.
Het Rijk werkt aan de oprichting van een Gemeenschapsfonds om, samen met overheid, samenleving en bedrijfsleven, voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht in dorpen en wijken, zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en winkels, te realiseren, duurzaam in stand te houden en om zo dragende krachten in de gemeenschap, zoals buurtverbinders en dorpsondersteuners, te versterken. Dit is essentieel voor het versterken van de samenredzaamheid van gemeenschappen en de sociale structuren in de regioās. Hierbij wordt aandacht gegeven aan regioās waar ontmoetingsplekken en gemeenschapskracht sterk onder druk staan. Dat laat onverlet dat er ook andere plekken zijn in Nederland die gebaat zijn bij versterking van de inzet, ook daar is aandacht voor.
De komende maanden wordt aan de slag gegaan met de verdere uitwerking van het fonds waarbij in ieder geval de volgende ontwerpcriteria worden meegenomen: maatschappelijke impact, doelmatigheid, doeltreffendheid en uitvoerbaarheid, samenwerking met maatschappelijke partners, hefboomwerking via cofinanciering en partnerschappen, en het wegnemen van belemmeringen in de publiek-maatschappelijke samenwerking.
Dit kabinet wil daarnaast investeren in gemeenschapsontwikkeling en zorgzame buurten waar ontmoeting centraal staat. Hiervoor is, naast het Gemeenschapsfonds, in de periode 2027 tot en met 2030 jaarlijks ⬠40 miljoen op de begroting van het ministerie van VWS gereserveerd om de sociale cohesie in wijken en buurten verder te versterken.
Wij blijven ons inzetten voor het behoud en de versterking van rijkstalen, regionale talen, erkende talen en dialecten. We ondersteunen onderzoek, onderwijs en lokale initiatieven en werken samen met provincies, gemeenten en maatschappelijke organisaties om deze talen levend en zichtbaar te houden voor huidige en toekomstige generaties.
Herstel en perspectief Groningen en Noord-Drenthe
Een slagvaardige overheid die levert en haar beloftes waarmaakt is belangrijk voor het herstel van vertrouwen in de overheid. Dit geldt ook voor de hersteloperatie in Groningen. Alleen door toezeggingen na te komen kunnen stappen gezet worden richting herstel van de regio en herstel van vertrouwen. Het kabinet blijft zich dan ook inzetten voor de gedupeerden van aardbevingen in Groningen en Noord-Drenthe. De hersteloperatie is nog volop bezig. Het Rijk werkt samen met de provincie Groningen, de vijf versterkingsgemeentes, het Instituut Mijnbouwschade Groningen en de Nationaal Coƶrdinator Groningen aan de Agenda voor Herstel. We streven naar het beter helpen en ondersteunen van bewoners door te werken als ƩƩn overheid.
Naast de hersteloperatie zal het kabinet zich ook blijven inzetten voor het inlossen van de ereschuld. Via de isolatieaanpak, de Sociale en de Economische Agenda levert het Rijk een generatie lang een bijdrage aan de brede welvaartsontwikkeling in Groningen en Noord-Drenthe. Dit wordt ook vastgelegd in de Wet Groningen die recent door uw Kamer is behandeld. In de afgelopen jaren is er door bewoners, ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen, maatschappelijke partijen, medeoverheden en het Rijk hard gewerkt om samen de sociale en economische agendaās op te stellen. Inmiddels is de uitvoering gestart. Het kabinet wil voortbouwen op dit fundament en de kracht van Groningen en Noord-Drenthe benutten Ć©n versterken. Jaarlijks zal het kabinet de voortgang en resultaten laten monitoren in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe, en hierover in gesprek gaan met bewoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden.
Om de stabiliteit in de hersteloperatie te bevorderen benoemt het kabinet een regeringscommissaris. Deze regeringscommissaris zal zich inzetten voor een soepele afhandeling van schade en een voortvarende uitvoering van de versterkingsoperatie, en krijgt de taak om toe te zien dat de ereschuld voortvarend ingelost wordt.
Goed en slagvaardig bestuur
De maatschappelijke opgaven van deze tijd vragen om goed en slagvaardig bestuur. Dat betekent een overheid die concrete resultaten levert, die luistert naar burgers, ondernemers en professionals. Een overheid die focust op wat nodig is, duidelijke keuzes maakt en eerlijk is over wat wel en niet kan. Een overheid die dat doet door samen te werken.
Wij zetten in op fundamenteel eenvoudigere wet- en regelgeving met meer aandacht voor wat in de praktijk uitvoerbaar is en tot merkbaar resultaat leidt. Tevens wil het kabinet werken met multidisciplinaire en domeinoverstijgende teams voor grote opgaven (over de Haagse muren heen), de digitale dienstverlening verbeteren en de organisatie van de Rijksdienst efficiƫnter en productiever maken, de digitale dienstverlening verbeteren en de organisatie van de Rijksdienst efficiƫnter en productiever maken. Voor het oplossen van vraagstukken is ook samenwerking nodig met medeoverheden.
Goed bestuur
Goede samenwerking tussen overheden is essentieel om grote maatschappelijke vraagstukken gezamenlijk, slagvaardig en effectief aan te pakken. Zoals ook is benadrukt in het rapport āSamen bouwen aan resultatenā van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen, vraagt dit om heldere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor uitvoering.3
Het kabinet geeft uitvoering aan de bouwstenen en adviezen uit dit rapport. Dat betekent onder meer dat vooraf, bij het ontwerp van nieuw beleid, expliciet aandacht wordt besteed aan de uitvoerbaarheid voor medeoverheden. Meer concreet dat er sprake is van een goede balans tussen de ambities, de taken en uitvoeringskracht van decentrale overheden om de met beleid beoogde effecten te realiseren. Binnen de actieagenda Goed Bestuur gaan we daarom samen met medeoverheden aan de slag met het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het vergroten van de slagkracht.
Daarbij is het van belang dat structureel overleg plaatsvindt tussen de verschillende bestuurslagen, met name op die momenten waarop de uitvoeringspraktijk hiertoe aanleiding geeft. Het met elkaar inzicht bieden in de resultaten op opgaven is hierbij van groot belang.
Dit biedt duidelijkheid en stabiliteit, zodat iedere bestuurslaag zijn rol goed kan vervullen.
Het kabinet is met provincies, waterschappen en gemeenten reeds in gesprek om dit najaar tot een samenwerkingsagenda te komen die richtinggevend is voor de interbestuurlijke samenwerking. Deze heeft de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden als uitgangspunt voor de maatschappelijke opgaven in het sociaal en fysiek domein en op het gebied van bestuur en veiligheid, economie en de regionale uitwerking daarvan. Dit in nauwe samenhang met de ministeriƫle taskforces. Een samenwerkingsagenda vormt daarbij het leidende kader voor de samenwerking en hiermee wordt uitvoering gegeven aan gezamenlijke opgaven.
Goed en slagvaardig bestuur vergt ook uitvoerbaar beleid. Een belangrijk instrument om de samenwerking tussen overheden verder te versterken, is het standaard uitvoeren van een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO). Deze UDO wordt toegepast bij nieuwe of gewijzigde taken of beleid, die gevolgen hebben voor medeoverheden, vanaf de start van de beleidsvorming. Door deze werkwijze wordt vroegtijdig inzicht verkregen in de uitvoerbaarheid, financiƫle gevolgen en organisatorische impact van beleid. Dit draagt bij aan realistische afspraken, betere beleidsuitvoering en een evenwichtige samenwerking tussen bestuurslagen.
Goed en slagvaardig bestuur is ook gediend bij een heldere inrichting en goede wetgeving. In dit kader is de afgelopen tijd de laatste hand gelegd aan het Beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur. Met dit beleidskader kan het Rijk taken en bevoegdheden aan het best passende bestuurlijke niveau toedelen, mede op basis van staatsrechtelijke kenmerken van de verschillende bestuurslichamen. Het beleidskader zal nog voor het zomerreces aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Met de voorgenomen wijziging van de Financiƫle-verhoudingswet levert het kabinet een bijdrage aan een beter passende bekostigingssystematiek en vermindering van het aantal specifieke uitkeringen, door inzet van de Bijzondere Fondsuitkering (BFU). Dit leidt mede tot minder administratieve en controlelasten en vergroting van de beleidsvrijheid voor medeoverheden. De wijziging zal voor het zomerreces aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Tenslotte: goed en slagvaardig bestuur leert ook uit de praktijk. Dat is een belangrijk uitgangspunt bij de aanpak om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter te helpen en zo overlast tegen te gaan. Dit kabinet zet onder coƶrdinatie van BZK de brede aanpak van de problematiek door. Samen met JenV, VWS, VRO en SZW wordt invulling gegeven aan deze brede aanpak, inclusief wonen en bestaanszekerheid. Er zijn daarbij vier prioritaire opgaves die de komende twee jaar politieke richting en landelijke slagkracht vergen. Dit zijn: i) meer (doorstroming van) plekken, ii) gegevensdeling, iii) landelijke regie met uitwerking in een lokale aanpak iv) betrouwbare en structurele financiering.4 Door landelijk regie te nemen op deze vraagstukken en de randvoorwaarden vast te leggen in bestuurlijke afspraken, stellen we gemeenten/regioās in staat om lokaal ook structureel regie te nemen op deze domeinoverstijgende opgave.
Slagvaardige overheid
Het kabinet bouwt aan een slanke en slagvaardige overheid die focust op wat echt nodig is. We stellen een helder doel: een overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, die slagvaardig en wendbaar opereert, die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen, een overheid die geworteld is in de samenleving en dichtbij mensen staat. We herstellen vertrouwen door te laten zien: de overheid kan wƩl leveren. Het is daarom cruciaal te komen tot ƩƩn Rijksdienst die eenvoudig functioneert, flexibel en wendbaar is georganiseerd, opgavegericht werkt en realisatiekracht heeft. We vernieuwen de Rijksdienst om zo slagvaardig te kunnen werken aan de opgaven die er toe doen.
In de Taskforce Slagvaardige Overheid werken meerdere bewindspersonen samen, onder leiding van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de opdracht voor de zomer een actieagenda op te stellen dat de koers uitzet voor de realisatie van een slagvaardige overheid. Het kabinet informeert uw Kamer middels een separate brief over de nadere uitwerking van deze Taskforce en de eerste resultaten voor het zomerreces.
Daarin wordt in ieder geval ingegaan op de onderstaande vier actielijnen waar het kabinet aan werkt.
Vereenvoudiging van beleid en regelgeving
Beleid en regelgeving worden door burgers, ondernemers en professionals als te complex en gedetailleerd ervaren. Minder en simpeler beleid en regelgeving geeft burgers en bedrijven lucht, maakt uitvoeringsorganisaties effectiever en efficiƫnter en zorgt dat de overheid betere dienstverlening kan leveren. Daarom zetten we in op zowel het beperken van het opstellen van nieuwe regels als het schrappen van overbodige regels. Het kabinet zal jaarlijks een Vereenvoudigingswet naar de Kamer sturen met voorstellen vanuit departementen, toezichthouders en uitvoeringsorganisaties. De eerste Vereenvoudigingswet zal op korte termijn gepubliceerd worden ten behoeve van internetconsultatie.
Vernieuwing en productiviteitsverhoging Rijksdienst
We voegen als Rijksoverheid zelf ook de daad bij het woord en zorgen voor minder en betere regels binnen onze eigen organisaties. We geven niet alleen burgers en bedrijven, maar ook ambtenaren en professionals meer vertrouwen. We zetten in op sterk publiek leiderschap in de top van de Rijksoverheid met nadruk op realisatiekracht, samenwerking en deskundigheid. Daarnaast uniformeren en standaardiseren we de bedrijfsvoering binnen het Rijk, en sturen op minder vrijblijvendheid. We verkennen of er zelfstandige bestuursorganen zijn die onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een minister kunnen worden gebracht. Daarnaast gaat het kabinet aan de slag met een efficiƫntere overheid en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. Dit is ook de inzet van de rijksbrede taakstelling.
Doorbreken van de Haagse muren
De grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat, kan Den Haag niet alleen oplossen. Daarvoor is een brede samenwerking nodig tussen medeoverheden, ministeries, publieke dienstverleners en maatschappelijke partners. We moeten de handen ineenslaan en samenwerken op het gebied van beleid, uitvoering, toezicht, maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en politiek.
4. Uitstekende (digitale) publieke dienstverlening
Burgers en bedrijven mogen verwachten dat de overheid toegankelijk en dienstbaar is. Die hen helpt op een manier die past bij hun situatie, en die voor mensen te begrijpen is.
Ondersteuning van de verandering
Een overheid die anders werkt en die zich anders kan organiseren als de opgave daarom vraagt, staat er niet van vandaag op morgen. Om deze beweging te richten voeren we activiteiten uit langs de volgende vier lijnen:
Van buiten naar binnen
De overheid is er voor de burgers en ondernemers in Nederland. Het is belangrijk dat hun zorgen en signalen richting geven aan de prioritering van het handelen van de overheid. We verbeteren het gestructureerd ophalen en bijeenbrengen van die zorgen en signalen, en het handelen hiernaar.
Samen en doen
Om de ambities voor een slagvaardige overheid waar te maken moet binnen de overheid op alle stappen in de actieagenda Slagvaardige overheid worden samengewerkt. We zetten hierbij consequent zo snel mogelijk de stap van denken naar doen. We maken inzichtelijk wat we doen, hoe de activiteiten zich tot elkaar verhouden en wat de effecten zijn. Op basis van deze gegevens sturen we bij.
Sturen en besluiten
De sturing op actieagenda moet bijdragen aan het gewenste tempo. Besluiten worden in gezamenlijkheid voorbereid, waarbij we de stemmen betrekken die gehoord moeten worden. Maar wanneer we besluiten genomen hebben wordt ook verwacht dat deze worden uitgevoerd.
Impact in beeld
De activiteiten die uitgevoerd worden, moeten leiden tot een slagvaardige overheid en bijdragen aan het vergroten van het vertrouwen van burgers en ondernemers in de overheid. We brengen dit in beeld en rapporteren hierover. Hierbij is er ook aandacht voor de (maatschappelijke) kosten en baten van de acties die we in het kader van de actieagenda ondernemen, en hetgeen er juist niet langer zal worden gedaan.
Ter afsluiting
In deze brief hebben wij stilgestaan bij onze prioriteiten: weerbare democratische rechtsstaat, sterke en vitale regioās en goed en slagvaardig bestuur. Wij kijken ernaar uit om ons de komende tijd in te zetten voor deze belangrijke opgaven en hierover het gesprek met uw Kamer te blijven voeren.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Planningsoverzicht
Betreft moment van indiening bij de Tweede Kamer.
Q2 2026
| Grondwetsvoorstel modernisering van de procedure voor de vervolging van ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen |
|---|
| Financiƫle verhoudingswet |
Q3 2026
| Wetsvoorstel Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties en Centraal Meldpunt Identiteitsfraude |
|---|
| Vereenvoudigingswet (eerste; volgt jaarlijks) |
Q4 2026
| Wetsvoorstel (verzamelwet) stroomlijning verkiezingsproces |
|---|
| Wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie |
Q1 2027
| Wetsvoorstel versterking en digitalisering van de kandidaatstellingsprocedure |
|---|
Q2 2027 en later
| Wetsvoorstel nieuw stembiljet |
|---|
| Wetsvoorstel oprichting detectieorgaan buitenlandse desinformatie |
| Wetsvoorstel lobbyregister |
| Wijziging van de Wet Openbare Manifestaties en de Gemeentewet (demonstratierecht) |
| Wettelijke verankering van het werk van de Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en Racisme |
| Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling in verband met eenzijdig overheidshandelen |
Zo snel mogelijk voor advies naar Raad van State na besluit over financiƫle dekking
| Wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie |
|---|
| Grondwetsvoorstel tot invoering van constitutionele toetsing |
Kamerstukken II 2025/26, 34430, nr. 10.ā©ļø
Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 52.ā©ļø
Kamerstukken II 2025/26, 29362, nr. 391.ā©ļø
Kamerstukken II 2025/26, 34477, nr. 94ā©ļø