Diverse visserijonderwerpen
Landbouw- en Visserijraad
Brief regering
Nummer: 2026D23112, datum: 2026-05-19, bijgewerkt: 2026-05-22 10:36, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 32-1809 Landbouw- en Visserijraad.
Onderdeel van zaak 2026Z10266:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-16 17:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-06-03 11:15 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni) op 16 juni 2026. (Besluit)
- 2026-05-26 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-26 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-03 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-06-16 17:00: Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni) (Commissiedebat), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
21501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 1809 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 mei 2026
Hierbij informeer ik u mede namens de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) over een aantal onderwerpen aangaande het visserijbeleid. Ik informeer u over de stand van zaken op de motie met betrekking tot aalscholvers (Kamerstuk 21501-32, nr. 1756), de verlenging van het beleid 2027-2028 voor mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s), de uitvraag passieve visserij in offshore windparken gepubliceerd in de Staatscourant en de overdraagbaarheid en vererfbaarheid van visserijdocumenten die vereist zijn voor sleepnetvisserij waar het lid Boomsma (JA21) tijdens het Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 21 januari 2026 naar gevraagd heeft.
Inzet predatie door aalscholvers
In Europa is de predatie van commerciële vissoorten door aalscholvers een terugkerend onderwerp. Met name landen rondom de Oostzee (Zweden, Finland, Estland, Letland) agenderen dit onderwerp en pleiten voor een gezamenlijke Europese aanpak voor de beheersing van de aalscholver om de ervaren predatiedruk te verlagen. Verder ondervinden onder andere Oost-Europese landen (zoals Tsjechië en Oostenrijk) ook schade door de predatie van aalscholvers bij open-pond aquacultuur.
Binnen de bestaande kaders en doelstellingen van de Vogelrichtlijn is het nu al mogelijk om onder specifieke omstandigheden aalscholverpopulaties te beheren ter voorkoming van belangrijke schade aan visserij. Provincies kunnen hier vergunning voor verlenen. Een van de belangrijke voorwaarden is wel dat er een goede onderbouwing is die het effect van aalscholvers op de visserij aantoont. In Nederland wordt hier voor visserij geen gebruik van gemaakt, al stellen vissers uit de kust- en binnenwateren wel last te hebben van predatie door aalscholvers. Uit eerder onderzoek1 naar aalscholvers in Nederland bleek dat de soort geen directe impact heeft op de bestanden van commercieel beviste soorten. Nederland heeft eerder de oproep van andere lidstaten gesteund om in Europees verband tot een onderbouwde aanpak voor het beheer van aalscholvers te komen (Kamerstuk 21501-32, nr. 1726).
Op 4 februari jl. is een motie van de leden Kostić en Bromet (Kamerstuk 21501-32, nr. 1756) aangenomen op dit onderwerp, waarbij de regering wordt verzocht zich te verzetten tegen Europese plannen om meer aalscholvers af te schieten of lidstaten te dwingen om aalscholvers te doden. In reactie hierop wil de minister benadrukken dat Nederland verplichtingen tot het afschieten van aalscholvers niet zal steunen. Bij het komen tot een gezamenlijk Europese aanpak voor de beheersing van aalscholvers is het van belang dat deze aanpak goed onderbouwd is, daar zal de minister zich voor inzetten. Daarnaast zal de beheersing van aalscholvers altijd plaats moeten vinden binnen de kaders en doelstellingen ter bescherming van de aalscholver. In Nederland is de inzet dan ook niet om de populatie actief terug te dringen. De minister ziet het verplicht afschieten van aalscholvers dan ook niet als onderdeel van een gezamenlijke Europese aanpak en zal dit uitdragen bij de totstandkoming van die aanpak.
Mosselzaadinvanginstallatie beleid 2027-2028
Op 7 december 2020 heb ik u geïnformeerd over het beleid voor mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s) in de periode 2021 – 2026 (Kamerstuk 29675, nr. 197). Het MZI-beleid is een belangrijke pijler voor de uitvoering van het mosselconvenant, waarin afspraken zijn gemaakt tussen de mosselsector, de Coalitie Wadden Natuurlijk (CWN) en het Ministerie van LVVN over een gefaseerde beëindiging van de traditionele bodemvisserij op mosselzaad in de Waddenzee. In ruil voor de beëindiging van de bodemzaadvisserij worden aan mosselkwekers zgn. MZI-locaties ter beschikking gesteld, waar installaties met touwen en netten (MZI’s) in de waterkolom worden geplaatst om het benodigde mosselzaad ten behoeve van de kweek van consumptiemosselen op mosselkweekpercelen in te kunnen vangen. Hiermee zal de mosselsector minder afhankelijk worden van de natuurlijke zaadval in de Waddenzee.
Ter voorbereiding van het nieuwe MZI-beleid vanaf 2027 is vorig jaar gestart met de evaluatie van het vigerende MZI-beleid. Op basis van zowel de resultaten van deze evaluatie als de zoektocht naar nieuwe, additionele MZI-locaties zou het (nieuwe) MZI-beleid ná 2026 worden vastgesteld.
Met name de aanwijzing van nieuwe MZI-locaties is een wezenlijk onderdeel van dit nieuwe MZI-beleid. Deze uitbreiding van nieuwe MZI-locaties is nodig, doordat op basis van de afspraken in het mosselconvenant op verschillende momenten sluitingsstappen voor de bodemzaadvisserij in de Waddenzee zijn voorzien, waarbij in ruil nieuwe MZI-locaties beschikbaar moeten komen.
Uw Kamer is op 19 december 2025 geïnformeerd over de voortgang van het mosselconvenant. Daarbij is gemeld dat de 4e sluitingsstap uit 2022 (50%-sluiting van de meest kansrijke gebieden in de Waddenzee voor het ontstaan van mosselbanken) met terugwerkende kracht niet kon worden bekrachtigd. Achteraf bleek er onvoldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van nieuwe MZI’s in de Waddenzee. Dit was het onverwachte gevolg van de uitwerking van de Omgevingsverordening van de gemeente Texel, die mede gericht is op de bescherming van archeologische bodemschatten. Deze ontwikkeling was niet bekend op het moment van overeenkomen van de aanvullende afspraken van het mosselconvenant (‘addendum’) eind 2020.
Dit heeft er mede toe geleid dat in de zoektocht naar nieuwe potentiële MZI-locaties in de Waddenzee, ondanks inspanningen van de convenantspartijen, nog onvoldoende is bereikt. Zoals ook aan uw Kamer op 13 februari 2026 is gemeld, is het zeer waarschijnlijk dat de 5e sluitingsstap naar 65% gesloten gebied, in het ‘addendum’ gepland in 2026, door het ontbreken van voldoende nieuwe additionele MZI-locaties voorlopig niet in beeld is. Dit wordt veroorzaakt door de volgende redenen:
Enkele tot en met 2026 verleende MZI-vergunningen door de gemeente Texel op basis van de Omgevingsverordening hebben betrekking op archeologisch “zeer kwetsbare gebieden”, waar mogelijk scheepswrakken in de bodem aanwezig zijn. Indien deze vergunningen niet worden verlengd zal het bestaande areaal aan MZI-locaties in de Waddenzee verder afnemen.
Hierover zal binnenkort nog afstemming plaatsvinden met de gemeente Texel.
De Coalitie Wadden Natuurlijk (CWN) wenst de invloed van de MZI’s te beperken tot de bestaande kombergingsgebieden in de westelijke Waddenzee en niet tot nieuwe, potentieel interessante kombergingsgebieden, zoals het Eierlandse Gat, onder Ameland en in de oostelijke Waddenzee;
Eventuele aanleg van nieuwe MZI-locaties in bestaande kombergingsgebieden betekent echter dat deze locaties niet langer benut kunnen worden door garnalenvissers. Hierdoor zullen extra en goede garnalenvisgebieden verloren gaan, hetgeen voor de garnalensector zeer ongewenst zou zijn.
De lopende MZI-vergunningen zijn verleend voor 6 jaar en expireren eind 2026. Zicht op nieuwe MZI-locaties, die op draagvlak van de betrokken partijen kunnen rekenen, is er vooralsnog niet. Gelet op de lange afhandelings-termijn (circa 6 maanden) zullen aanvragen voor MZI-vergunningen in het kader van de Omgevingswet omstreeks 1 juli 2026 door de betreffende mosselkwekers ingediend moeten worden. Alleen dan kunnen deze kwekers tijdig gebruik (blijven) maken van de MZI-locaties vanaf 1 januari 2027.
In verband met de benodigde afhandelingstermijn van MZI-vergunningen dient daarom ruim vóór 1 juli 2026 duidelijkheid te bestaan over het van kracht zijnde MZI-beleid vanaf 2027. Gelet hierop heb ik besloten het vigerende MZI-beleid voor maximaal twee jaar te verlengen, derhalve tot en met 31 december 2028. Dit houdt onder meer in dat de thans geldende randvoorwaarden voor de MZI’s ook in 2027 en 2028 van toepassing zullen zijn. Daarmee borg ik de bestaande MZI-capaciteit, die de basis vormt voor de transitie en reeds is gerealiseerd. Mocht de evaluatie van het MZI-beleid (inclusief aanwijzing van nieuwe MZI-locaties) tijdig vóór het einde van 2027 zijn afgerond, dan ben ik voornemens om het nieuwe MZI-beleid vanaf 1 januari 2028 vast te stellen.
In gezamenlijkheid met de convenantspartijen wordt de komende periode met veel energie en de nodige voortgang gewerkt aan meerdere acties om te komen tot een maximaal resultaat aan nieuwe MZI-locaties. Ik waardeer de inzet van alle betrokken partijen hierop. Ik zal uw Kamer in de loop van 2027 nader informeren over de voortgang.
Uitvraag Passieve Visserij in offshore windparken gepubliceerd in de Staatscourant
Het doet mij genoegen te kunnen mededelen dat ik op 8 april jl. in de Staatscourant een uitvraag passieve visserij in offshore windparken heb geplaatst. Deze is gericht aan vissers met zogeheten passieve tuigen, die hun interesse kenbaar kunnen maken om te vissen binnen twee bestaande windparken op zee. Het betreft de windparken Hollandse Kust (noord) (HKN) en Hollandse Kust (zuid) (HKZ). Geïnteresseerde vissers kunnen reageren tot uiterlijk 20 mei 2026. Voor zowel HKN als HKZ is ruimte voor maximaal 21 vissers, die met passief vistuig in de medegebruiksruimte voor passieve visserij mogen vissen. Die ruimte is respectievelijk circa 2000 (voor HKN) en 3000 hectare (voor HKZ). Er geldt een verplichting voor het monitoren van eventuele bijvangst van zeezoogdieren en vogels, en een verplichting voor registratie van de vogelaantrekkende werking van de activiteit. Na reactie van vissers zullen er - na een mogelijke selectie - nadere afspraken gemaakt worden tussen vissers, overheden en windparkexploitanten. De mogelijkheid om passief te vissen in deze windparken geldt van medio 2026 tot eind 2027. De uitvraag voor windpark Borssele volgt na vaststelling van het geëvalueerde gebiedspaspoort van dit windpark.
Overdraagbaarheid en vererfbaarheid van visserijdocumenten
die vereist zijn voor sleepnetvisserij
Tijdens het Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 21
januari 2026 heeft het lid Boomsma (JA21) gevraagd naar de
overdraagbaarheid2 en de vererfbaarheid van
visserijdocumenten die vereist zijn voor sleepnetvisserij. In deze brief
wordt uw Kamer geïnformeerd over de documenten die nodig zijn voor het
kunnen uitoefenen van sleepnetvisserij in het Nederlandse kustgebied.
Hierbij ga ik in op de overdraagbaarheid en vererfbaarheid van de
noodzakelijke documenten als ook op de privaatrechtelijke toestemmingen.
De voorwaarden en richtlijnen voor elk vereist document verschillen per
kustgebied in Nederland als gevolg van aanpassingen die in het verleden
in de gebieden zijn gedaan ten behoeve van het reguleren van de visserij
activiteiten. Ik informeer uw Kamer om deze reden per gebied3.
Sleepnetvisserij in de Waddenzee en de Oosterschelde
Sleepnetvisserij in het algemeen
Op grond van het Besluit beperking vrije visserij kustwateren is het verboden om met een sleepnet te vissen in de kustwateren zonder toestemming van de visrechthebbende4. De Staat verleent aan een vaste groep vissers een privaatrechtelijke schriftelijke toestemming voor het uitoefenen van de sleepnetvisserij (hierna: sleepnettoestemming) op het visrecht van de Staat in de Waddenzee en de Oosterschelde.
Sleepnettoestemmingen zijn aangemerkt als niet-overdraagbaar. Er geldt een zogenoemde uitsterfconstructie van deze sleeptoestemmingen in de Oosterschelde (sinds begin jaren ‘90)5 en de Waddenzee (sinds 2007)6. Dat betekent dat voor deze wateren sindsdien geen nieuwe sleepnettoestemmingen meer worden verleend.
Momenteel zijn er voor de Oosterschelde tien schriftelijke toestemmingen voor de sleepnetvisserij verleend, waarvan vijf momenteel niet worden gebruikt. In de Waddenzee zijn 53 schriftelijke toestemmingen verleend, waarvan drie momenteel niet worden gebruikt.
Er geldt geen publiekrechtelijk verbod op sleepnetvisserij in de Waddenzee. Afhankelijk van de doelsoort van de visserij kunnen echter wel aanvullende vergunningplichten of voorwaarden van toepassing zijn.
Garnalenvisserij in de Waddenzee
In de Waddenzee is een andere privaatrechtelijke schriftelijke toestemming vereist wanneer garnalen de doelsoort is. Vissers die in het bezit zijn van een garnalenvergunning voor de kustwateren (GK-vergunning), ontvangen daarbij een specifieke privaatrechtelijke schriftelijke toestemming voor de garnalenvisserij, waarmee zij alsnog het recht verkrijgen om met een sleepnet in de Waddenzee gericht op garnalen te vissen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) verleent deze toestemming. Deze toestemming kan worden overgenomen door andere vissers en is ook vererfbaar. Er geldt geen wettelijke beperking op het aantal toestemmingen, met dien verstande dat de houder in het bezit moet zijn van een ingeschreven vissersvaartuig en een GK-vergunning, waarvoor wel een maximaal aantal vastgesteld is.
Sleepnetvisserij in de Westerschelde
Voor het uitoefenen van de sleepnetvisserij in de Westerschelde zijn geen publiekrechtelijke of privaatrechtelijke beperkingen7. Hierdoor worden er geen documenten vereist voor de sleepnetvisserij in de Westerschelde. Dit geldt ook wanneer de doelsoort garnalen betreft.
Afhankelijk van de aard van de uitgeoefende visserij kunnen andere vergunningplichten of voorwaarden van toepassing zijn.
Sleepnetvisserij in de Voordelta
Wanneer een visser met een sleepnet in de Voordelta wil vissen, is een privaatrechtelijke schriftelijke toestemming voor de Voordelta vereist. RVO verleent deze toestemming op aanvraag. Of dit ook voor langere termijn voor de gehele Voordelta mogelijk blijft, is afhankelijk van het nieuwe maatregelenpakket voor natuurcompensatie in dit Natura 2000-gebied8. De overdraagbaarheid en overerfbaarheid van dit document zijn op dit moment niet aan de orde.
Er zijn momenteel 105 schriftelijke toestemmingen voor de Voordelta verleend. Deze worden gebruikt voor zowel platvis- als garnalenvisserij.
Voor het sleepnetvissen met vaartuigen groter dan tien meter in de Voordelta is, naast een privaatrechtelijke schriftelijke toestemming, tevens een publiekrechtelijke vismachtiging vereist9. Deze machtigingen zijn overdraagbaar tussen vissers waarbij een plafond geldt voor de visserij-inspanning. Voor vaartuigen van tien meter of kleiner geldt deze verplichting niet.
Sleepnetvisserij in de Visserijzone
De Visserijzone is het Nederlandse deel van de Noordzee langs de kust, aansluitend op het Noordzeegebied. Voor het uitoefenen van sleepnetvisserij in de Visserijzone is geen afzonderlijke schriftelijke sleepnettoestemming vereist, maar wel een geldige visvergunning voor de betreffende visactiviteit. Welke publiekrechtelijke vergunning vereist is, hangt af van de doelsoort en het gebruikte vaartuig. Deze vergunningen zijn zowel overdraagbaar als vererfbaar.
Ten slotte wil ik de Tweede Kamer graag mededelen dat de ingebrekestelling op het toezicht op de weging, registratie en traceerbaarheid van visserijproducten per 29 april 2026 is afgesloten. Ik ben verheugd dat de Europese Commissie dit besluit heeft genomen na alle geleverde inspanning van betrokken diensten en visserijsector. Een effectief systeem van controle en handhaving is belangrijk voor het waarborgen van een duurzame visserij en mijn inzet is hier ook op gericht. Met het afsluiten van de ingebrekestelling kan ik mij richten op de toekomst en het implementeren van onder andere de herziene controleverordening. Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat van de Landbouw- en Visserijraad van 25 maart 2026 zal ik de Tweede Kamer per brief informeren over de stand van zaken betreffende controle en handhaving van de visserij (Kamerstukken 21501-32, nr. 1794, TZ202603-211).
De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
S.P.A. Erkens
Aalscholvers in het IJsselmeergebied : concurrent of graadmeter? : vogels, vissen en visserij in duurzaam evenwicht | Rijkswaterstaat Publicatie Platform↩︎
In deze brief wordt onder ‘overdraagbaarheid’ verstaan: de mogelijkheid om een document op naam van een andere rechts- of natuurlijk persoon te stellen.↩︎
op grond van artikel 6, eerste lid, van verordening (eu) nr. 1224/2009 (de controleverordening) is voor visserijactiviteiten een geldige europese visvergunning vereist. Deze verplichting geldt voor de gehele kust die onder het gemeenschappelijk visserijbeleid valt. In nederland wordt dit aangeduid als inschrijving in het visserijregister. Artikel 92 van de uitvoeringsregeling zeevisserij verbiedt visserij zonder geldige europese visvergunning.↩︎
Artikel 1 van het Besluit beperking vrije visserij kustwateren bepaalt dat het verbod van artikel 7, eerste lid van de Visserijwet 1963 van toepassing is op de visserij in de kustwateren, voor zover het Rijk het visrecht heeft, m.u.v de gebieden genoemd in artikel 1a en 1b.↩︎
Sinds het begin van de jaren ‘90 geldt in de Oosterschelde een verbod op de sleepnetvisserij. In afwachting van een evaluatie van dit verbod is aan een beperkt aantal vissers zowel een publiekrechtelijke vergunning als een schriftelijke toestemming verleend om de sleepnetvisserij in de Oosterschelde uit te oefenen. Met ingang van 1 januari 2009 geldt echter een vrijstelling van het sleepnetverbod in de Oosterschelde (Uitvoeringsregeling Visserij, artikel 43) waardoor de publiekrechtelijke vergunning voor sleepnetvisserij niet langer vereist is. De privaatrechtelijke schriftelijke toestemming blijft echter wel vereist.↩︎
In de Planologische Kernbeslissing (PKB) Waddenzee is het aantal sleepnet vergunningen bevroren. Deze is rechtsgeldig sinds 2007.↩︎
Artikel 1, onderdeel b van het Besluit beperking vrije visserij kustwateren stelt dat het verbod van artikel 7, eerste lid van de Visserijwet 1963 niet geldt voor de visserij op de Westerschelde (voor zover gelegen ten oosten van de basislijn van de territoriale zee van Nederland).↩︎
Kamerbrief 33576, nr. 471.↩︎
Artikel 7, zesde lid, van de Verordening (EG) Nr. 1224/2009 van de raad van 20 november 2009.↩︎