[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda formele Telecomraad van 9 juni 2026 (Kamerstuk 21501- 33-1202)

Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D25848, datum: 2026-05-29, bijgewerkt: 2026-06-02 15:04, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z10556:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

Binnen de vaste commissie voor Digitale Zaken hebben enkele fracties de behoefte om enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de brieven d.d. 28 mei ‘Verslag informele Telecomraad 29-30 april 2026’ (Kamerstuk 21501-33-1204), d.d. 21 mei 2026 ‘Geannoteerde agenda Telecomraad (Formeel, d.d. 9 juni 2026)’ (Kamerstuk 21501-33-1202), d.d. 15 mei 2026 ‘Akkoord Omnibus AI’ (Kamerstuk 22112-4343), d.d. 8 april 2026 ‘Non-paper Digitale Omnibus – AVG’ (Kamerstuk 2212-4304).

De voorzitter van de commissie,

Dekker

Adjunct-griffier van de commissie,

Muller

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

II Antwoord/reactie van de bewindspersoon


I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Telecomraad van 9 juni 2026. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke Europese digitale positie en achten het noodzakelijk dat Nederland en Europa meer regie nemen op digitale infrastructuur, cloudvoorzieningen en artificiële intelligentie (AI). Juist in geopolitiek onzekere tijden moet worden voorkomen dat strategische afhankelijkheden ontstaan die de digitale weerbaarheid, concurrentiekracht en democratische rechtsorde onder druk zetten.

Zij spreken in dat verband hun waardering uit voor het besluit van het kabinet om de overname van Solvinity tegen te houden. De leden van de D66-fractie zien daarin een belangrijk signaal dat digitale soevereiniteit en regie op kritieke digitale infrastructuur serieus worden genomen. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de discussie over Europese technologische soevereiniteit concreter kan zijn, onder meer via het aangekondigde EU Tech Soevereiniteitspakket. Zij lezen dat het kabinet openstaat voor voorkeursbeleid voor Europese aanbieders binnen kritieke sectoren. De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en vragen het kabinet nader toe te lichten welke criteria hierbij richtinggevend zouden kunnen zijn, hoe deze in de praktijk toepasbaar zijn en hoe dit zich volgens het kabinet verhoudt tot bestaande aanbestedingsprocedures.

Voorts lezen deze leden dat het kabinet wil inzetten op een Europese aanpak gericht op de gehele digitale keten. Hoewel deze ambitie steun verdient, achten zij het van belang dat binnen deze inzet duidelijke prioriteiten worden gesteld. In hoeverre is daarvan momenteel sprake? De leden van de D66-fractie vragen het kabinet voorts of het onderschrijft dat versterking van digitale soevereiniteit in het bijzonder vraagt om inzet op de cloud en toegang tot kritieke grondstoffen. In dat verband vragen deze leden ook hoe het kabinet de ontwikkeling van een duidelijke Europese definitie van een soevereine cloud beziet.

Ten aanzien van de Omnibus Digitaal lezen zij dat het kabinet van mening is dat vereenvoudiging van regelgeving niet ten koste mag gaan van het niveau van bescherming van grondrechten. De leden van de D66-fractie onderschrijven die lijn. Deze leden roepen het kabinet op zich in de verdere onderhandelingen te blijven inzetten voor behoud van privacybescherming en de Kamer te blijven informeren over de Nederlandse inzet en de voortgang. Zij lezen daarnaast dat er een akkoord is bereikt op de Omnibus AI. De leden van de D66-fractie achten het tot slot van zeer groot belang dat in de Omnibus AI een verbod op seksuele deepfakes is opgenomen.

Deze leden zijn daarnaast van mening dat nieuwe AI voorafgaand aan brede inzet beter getest zou moeten worden. Zij constateren dat bij nieuwe AI nog te vaak sprake is van een “eerst lanceren, daarna corrigeren”-benadering. De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet hiernaar kijkt. Daarnaast vragen deze leden of het kabinet bereid is in Europees verband te verkennen hoe AI voorafgaand aan marktintroductie kan worden getest.

Voorts constateren deze leden dat Europese regelgeving voor digitale diensten (Digital Services Act) al mogelijkheden biedt voor onderzoekers om toegang te krijgen tot informatie over algoritmes, terwijl een vergelijkbare transparantieverplichting in de AI Act ontbreekt. Zij achten het van belang dat inzicht bestaat in de werking van AI-systemen, bekende aandachtspunten en de wijze waarop ontwikkelaars daarmee omgaan. Hoe kijkt het kabinet aan tegen een Europese transparantienorm voor AI? En is het kabinet bereid zich hiervoor in Europees verband in te zetten?

Ten aanzien van de European Business Wallets zijn de leden van de D66-fractie zeer positief. Deze leden onderschrijven de kansen die wallets bieden voor veilige, privacyvriendelijke en grensoverschrijdende digitale dienstverlening, waarbij gebruikers meer regie krijgen over hun gegevens en minder persoonsgegevens hoeven te delen. Zij zien kansen voor ondernemers, onder meer door vermindering van administratieve lasten. De leden van de D66-fractie zijn daarom benieuwd hoe het staat met de Nederlandse uitrol van de wallets. Worden al vergunningen afgegeven zodat aanbieders daadwerkelijk wallets op de markt kunnen brengen? En acht het kabinet Nederland op schema om tijdig aan de Europese verplichtingen te voldoen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en overige stukken voor de formele Telecomraad van 9 juni 2026. Deze leden hebben hierbij nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de VVD-fractie staan voor een sterke economie. Economische groei is belangrijk. Zonder groei kunnen we namelijk niet onze voorzieningen blijven betalen zoals we deze nu kennen. Zonder groei kunnen we ook steeds minder goed onze belangen op het internationale podium verdedigen, omdat we steeds meer irrelevant zijn. Economische groei vereist dat we goede digitale infrastructuur hebben. Deze leden zijn daarom blij dat er werk wordt gemaakt van de opbouw van een sterke Europese digitale infrastructuur. Zij vragen hoe de staatssecretaris concreet optimale aansluiting wil zoeken bij AI-gigafabrieken van andere EU-landen, nu Nederland geen publiek geld beschikbaar stelt voor de bouw van een AI-gigafabriek. De leden van de VVD-fractie wijzen daarbij op recent onderzoek van PwC dat uitwijst dat één procent meer data-intensiteit samenhangt met 0,13 procentpunt hogere economische groei in het jaar erna.1

Daarnaast lezen deze leden dat het kabinet openstaat voor een gericht en proportioneel EU-voorkeursprincipe in specifieke kritieke sectoren wanneer andere instrumenten onvoldoende effectief blijken. Hoewel zij de noodzaak om strategische afhankelijkheden af te bouwen en onze digitale weerbaarheid te versterken zeer goed begrijpen, vinden de leden van de VVD-fractie tegelijkertijd dat ervoor opgepast moet worden dat dit niet doorslaat in protectionisme waar uiteindelijk het Nederlandse bedrijfsleven de rekening voor betaalt. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt. Tevens vragen zij op welke kritieke sectoren dit concreet betrekking heeft.

Dit spanningsveld zien we terugkomen in een recent artikel van de Volkskrant over satellietfrequenties.2 De EU wil Europese telecombedrijven voortrekken, wordt gesteld. Hoe zou volgens het kabinet moeten worden omgegaan met een situatie waarin Europese partijen ‘falen’, waar de expert in het artikel voor waarschuwt?

De leden van de VVD-fractie hebben daarnaast kennisgenomen van het voornemen om tijdens de Telecomraad een algemene oriëntatie aan te nemen over het voorstel voor de European Business Wallets (EBW). Deze leden zijn benieuwd naar de ontwikkeling van deze wallets. Wat is de actuele stand van zaken van dit voorstel? En hoe zorgt het kabinet ervoor dat het Nederlandse bedrijfsleven optimaal is geëquipeerd om te profiteren van dit voorstel?

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda, de update over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal, en de non-paper. Deze leden hebben hierover vragen en opmerkingen.

Zij waarderen dat er uitgebreid wordt stilgestaan bij digitale autonomie, specifiek gericht op de afhankelijkheid van Big Tech binnen de overheid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd op basis van welke inzichten en onderzoeken naar de digitale afhankelijkheden van EU-lidstaten deze discussie wordt gevoerd. Zijn er actuele cijfers over hoe afhankelijk Europa is? Kan de staatssecretaris deze stukken met de Kamer delen? Bovendien de vraag aan de staatssecretaris om expliciet te benoemen wie het “klein aantal buitenlandse spelers” zijn waar Nederland en Europa afhankelijk zijn geworden. Kan de staatssecretaris een actueel overzicht geven van hoe groot de afhankelijkheid van deze bedrijven is binnen belangrijke strategische sectoren, met name de overheid?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van enorm belang dat de inkoop- en aanbestedingsregels dusdanig worden aangepast, dat vendor lock-in kan worden voorkomen. Deze leden vragen hoe het kabinet en de EU-lidstaten waar zij mee in overleg gaan kijken naar de rol van de Rijksoverheid om als marktmeester op te treden. Is dit het uitgangspunt bij meer EU-lidstaten? Welke lidstaten slagen er al in om via inkoop en aanbestedingen een nieuwe markt te creëren voor binnenlandse of Europese IT-leveranciers? Welke lessen leert Nederland hier van? Zij ontvangen graag concrete voorbeelden van succesvolle benaderingen van andere EU-lidstaten die er in slagen om digitaal autonoom te worden. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ook benieuwd hoe groot de digitale afhankelijkheden van Nederland zijn ten opzichte van andere lidstaten. Hoe doen wij het in vergelijking met andere landen? Hoe verklaart de staatssecretaris de positie van Nederland in deze vergelijking?

Deze leden vragen de staatssecretaris om uit te leggen onder welke voorwaarden een EU-voorkeursprincipe “gericht” en “proportioneel” is. Volgens hen is het een doel op zich om minder diensten van niet-Europese grootmachten af te nemen. Deelt de staatssecretaris deze mening? Hoe brengt zij dat in bij deze beleidsdiscussie? Ook vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie om een duidelijkere uitleg over wat de staatssecretaris bedoelt met het belang van “behoud van innovatie, open handelsrelaties met gelijkgezinde partners en zorgvuldige impactanalyse van oorsprongsmaatregelen.” Kan de staatssecretaris per genoemde punt ingaan op de zorgen die zij heeft? Hoe zou een EU-voorkeursprincipe deze punten kunnen bemoeilijken? Graag een concrete uitleg.

Deze leden kijken net als de staatssecretaris uit naar de EU Tech Sovereignty Package. Zij vragen de staatssecretaris om helder te schetsen welke onderdelen dit beleidspakket bevat. Zijn er onderdelen waarvan nog onduidelijk is of ze uiteindelijk in het pakket belanden? Wat is de inzet van de staatssecretaris voor dit pakket, welke onderdelen en concrete maatregelen zijn volgens de staatssecretaris cruciaal om hierin op te nemen? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat de Tech Sovereignty Package stevige maatregelen bevat die de digitale autonomie bewezen effectief vergroten. Deze leden hopen dat er concrete, afrekenbare doelen worden opgenomen over het vergroten van het aandeel autonome digitale diensten dat Europese overheden en bedrijven afnemen. Hierbij is van groot belang dat er middelen worden vrijgemaakt om publieke investeringen te kunnen doen in de digitale infrastructuur. Verwacht de staatssecretaris dat er nieuwe middelen vrijkomen als gevolg van het pakket? Zo ja, om hoeveel geld gaat het ongeveer? Zo niet, hoe denkt de staatssecretaris dat zij zonder middelen om te investeren de doelen voor digitale autonomie kan verwezenlijken?

Zij zijn benieuwd naar het Digital Commons European Digital Infrastructure Consortium (EDIC). De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de staatssecretaris om expliciet te maken wat de rol van het EDIC is. Welke specifieke kennis en expertise levert Nederland aan dit consortium? Hoe faciliteert EDIC de afbouw van digitale afhankelijkheden? Deze leden vragen om een onderbouwing over de resultaten die het EDIC boekt op dit gebied.

Zij zijn benieuwd naar de rol van Europa en Nederland in de International Telecommunication Union (ITU). Zij kunnen zich voorstellen dat de belangen van VN-landen op dit gebied flink uiteen kunnen lopen. Hoe treedt de EU eensgezind op binnen dit gremium? Zijn er grote verschillen tussen accenten en belangen van EU-lidstaten, en hoe groot zijn die verschillen in vergelijking met de andere internationale machten die hier bij betrokken zijn? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de belangrijkste inzet van de EU en Nederland is bij de onderhandelingen voor de conferentie in 2026. Daarbij vragen deze leden ook wat de staatssecretaris bedoelt met de “internationale druk om het aandachtsgebied van ITU uit te breiden.” Om wat voor uitbreiding zou dit gaan? Zij vragen de staatssecretaris ook op welke deelgebieden samenwerking met ITU volgens haar kan bijdragen aan een waardevolle digitale transformatie. Hoe gaat de staatssecretaris dit uitdragen bij de Telecomraad? Op welke gebieden is ITU volgens de staatssecretaris niet van meerwaarde? Tot slot vragen de leden welke landen een duidelijke strategie hebben om “middels ITU-standaarden hun invloed in het wereldwijde digitale domein te vergroten.” Welke landen doelt de staatssecretaris op, en hoe ziet de strategie er in de praktijk uit? Welke zorgen heeft het kabinet over de bescherming van mensenrechten en “een duurzame en mensgerichte aanpak” bij die strategie?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het essentieel dat Europese bandbreedte van satellietfrequenties wordt behouden voor strategische Europese en nationale doeleinden. Deze leden hebben hier eerder zorgen over geuit via de Kamervragen van de leden Kathmann en Nordkamp.3 Heeft de staatssecretaris, sinds de beantwoording van de vragen, nog relevante ontwikkelingen of aanvulling op de antwoorden te melden? Volgens de leden is het “meewegen” van Europese soevereiniteit bij het nieuwe besluit over de frequentievergunningen niet genoeg. Zij zijn van mening dat Europese soevereiniteit het uitgangspunt moet zijn van dit besluit. Wat vindt de staatssecretaris op dit punt?

Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal. Ten eerste vragen deze leden of het realistisch is dat er eind juni een Raadsakkoord is bereikt over de Omnibus Digitaal. Krijgt de Kamer nog een moment om zich uit te spreken over het bereikte akkoord en de positie van de staatssecretaris mede te bepalen of beïnvloeden? Voor hen weegt de positie van de Kamer bij het behandelen van Omnibusvoorstellen zwaar. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ontvangen dan ook graag meer informatie over de ontwikkelingen in het krachtenveld rondom de Omnibus Digitaal. Kan de staatssecretaris duidelijker uitleggen wat zij met deze constatering bedoelt? Deze leden herhalen ook, nogmaals, het belang van impact assessments bij de Omnibussen. Zij vinden “politiek belang” en zwakke reden om wetgeving versneld en zonder onderbouwing ingrijpend te wijzigen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de staatssecretaris om alsnog aan te dringen op het uitvoeren van een (beperkte) impact assessment door de Europese Commissie, zodat de gevolgen van de Omnibussen te overzien is. Als de Commissie hier niet toe is bereid, ziet de staatssecretaris dan mogelijkheden om met een consortium van lidstaten een onafhankelijke assessment of wetenschapstoets uit te voeren? Is de staatssecretaris bereid om dit te verkennen bij de Telecomraad?

Deze leden zijn blij met het verzet tegen de aanpassingen aan de definities binnen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Zij steunen de inzet van het kabinet om deze aanpassing te schrappen. Ook brengen zij in dat het recht van inzage mogelijk onderhevig is aan een nieuw precedent, geschept door de Rechtbank Amsterdam. De leden Kathmann en Dassen hebben hier vragen over gesteld op 17 april 2026.4 Kan de staatssecretaris alvast een korte reactie geven op de uitspraak, vooruitlopend op de formele beantwoording? Is zij bereid om de mogelijke consequenties die de uitspraak heeft voor de interpretatie en handhaving van het inzagerecht bij de Telecomraad ter sprake te brengen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken voor de formele Telecomraad van 9 juni 2026 en hebben daarover de volgende vragen en opmerkingen.

Deze leden vinden het belangrijk dat de diverse verboden op schadelijke AI toepassingen die gelden sinds februari 2025 op basis van de EU AI Act, intact blijven en juichen de uitbreiding van het verbod op uitkleedapps toe. Zij vragen of er nog andere uitbreidingen (of beschermende randvoorwaarden) zullen volgen. Dit alles vraagt ook om AI geletterdheid binnen organisaties en de eerder besproken registratieplicht. De leden van de CDA-fractie vragen hoe deze twee zaken (AI geletterdheid en registratieplicht) nu zijn geborgd en welke inbreng Nederland levert in de Telecomraad van 9 juni.

Deze leden lezen dat het kabinet vereenvoudiging van digitale regelgeving steunt, maar tegelijk serieuze zorgen heeft over AVG-wijzigingen die het niveau van gegevensbescherming wezenlijk kunnen verminderen zonder dat daar echte lastenverlichting tegenover staat. Zij vragen welke onderdelen van de voorgestelde AVG-wijzigingen voor het kabinet nog steeds het meest problematisch zijn en op welke punten Nederland in de Raad concreet inzet op schrappen of aanpassen. Ook vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet voorkomt dat vereenvoudiging in de praktijk juist leidt tot meer juridische onduidelijkheid voor burgers, ondernemers en toezichthouders. In het bijzonder vragen deze leden hoe het kabinet aankijkt tegen de wijziging van de definitie van persoonsgegevens en de bevoegdheid van de Commissie om via uitvoeringshandelingen te specificeren wanneer gegevens voldoende gepseudonimiseerd zijn. Zij vragen of er samen met gelijkgestemde landen kan worden opgetrokken om tot een gedragen visie te komen hierop, ook als het gaat om het ‘gerechtvaardigd belang’ als grondslag voor gebruik van gegevens in AI en de uitzonderingsgrond voor residuele data (hoe deze wordt afgebakend en toegepast).

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het bereikte akkoord over de Omnibus AI. Deze leden lezen dat het kabinet eerder kritisch was op het verplaatsen van onderdelen van Annex I van de AI-verordening naar sectorale wetgeving, omdat dit tot onduidelijkheid, vertraging en lacunes in toetsing zou kunnen leiden. Zij vragen hoe het kabinet beoordeelt of de overeengekomen waarborgen rond de Machinerichtlijn voldoende zijn om dat in de praktijk te voorkomen. Ook vragen de leden van de CDA-fractie welke onderdelen van de Omnibus AI volgens het kabinet nog nadere uitleg of uitvoeringsrichtsnoeren vergen. Verder lezen deze leden dat aan het akkoord een verbod is toegevoegd op AI-systemen die seksuele deepfakes of materiaal van seksueel kindermisbruik kunnen genereren. Zij vragen hoe het kabinet de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van deze belangrijke verbodsbepaling beoordeelt en hoe de Nederlandse uitvoeringspraktijk in staat kan worden gesteld om deze verbodsbepaling effectief te handhaven.

De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens de Telecomraad een beleidsdebat plaatsvindt over technologische soevereiniteit van de overheid. Deze leden vragen wat het kabinet concreet verstaat onder een “gericht en proportioneel EU-voorkeursprincipe”, voor welke kritieke sectoren of diensten dit volgens het kabinet in beeld is, en welke criteria Nederland wil hanteren om te bepalen wanneer sprake is van een risicovolle strategische afhankelijkheid. Ook vragen zij wat het kabinet precies verstaat onder een “soevereine cloud”, en hoe wordt voorkomen dat Europese digitale autonomie in de praktijk vooral op papier bestaat terwijl feitelijke controle elders ligt. Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet wil borgen dat bij deze lijn ook ruimte blijft voor Nederlandse en Europese mkb-bedrijven en scale-ups.

Deze leden nemen kennis van het beleidsdebat over satellietconnectiviteit. Zij vragen hoe het kabinet Europese soevereiniteit en strategische weerbaarheid precies wil meewegen bij de toekomstige herverdeling van het satellietspectrum, in het bijzonder in de 2 GHz-band voor mobiele satelliettoepassingen. Ook vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet de balans beoordeelt tussen strategische autonomie, marktwerking en leveringszekerheid.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stukken voor de formele Telecomraad van 9 juni aanstaande. Deze leden hebben daarover twee vragen.

Zij vragen allereerst hoe de staatssecretaris kijkt naar het interview van ASML CEO Fouquet met Politico van 22 mei waarin hij zijn zorgen uitspreekt over concurrentiekracht in Europa, ook na de AI Omnibus. Welke acties voorziet de staatssecretaris na de omnibus en welke rol ziet zij voor Nederland weggelegd qua voortouw?

Ten tweede vragen de leden van de BBB-fractie of de staatssecretaris kan reageren op de brief van vele Europese en internationale ondernemersorganisaties getiteld "Joint Industry Statement: EU Member States and Policymakers Must Not Undermine the Ambition of the EU Digital Omnibus"5 en of zij hierbij kan ingaan op de vier specifieke inhoudelijke punten die zij aandragen en tot slot op het bredere punt dat zorgvuldigheid over snelheid moet gaan en dat niet overhaast tot een compromis overgegaan moet worden.

II Antwoord/reactie van de bewindspersoon


  1. PwC. (2026, 26 mei). Bijna een tiende van de Nederlandse economie draait op data. PwC Nederland. https://www.pwc.nl/nl/actueel-en-publicaties/themas/digitalisering/bijna-een-tiende-van-de-nederlandse-economie-draait-op-data.html.↩︎

  2. Rensen, F. (2026, 27 mei). Brussel reserveert satellietfrequenties voor Europese telecombedrijven, China en VS kritisch. de Volkskrant. https://www.volkskrant.nl/wetenschap/brussel-reserveert-satellietfrequenties-voor-europese-telecombedrijven-china-en-vs-kritisch~bee01719/.↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 597 (Kamervragen 2025Z19066). Zie 2025Z19066&did=2026D00597">hier.↩︎

  4. Kamerstukken II 2025/26, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 18546 (Kamervragen 2026Z08236). Zie 2026Z08236&did=2026D18546">hier.↩︎

  5. Japan Electronics and Information Technology Industries Association. (2026, 26 mei). Joint industry statement on digital omnibus. https://jane.or.jp/app/wp-content/uploads/2026/05/20260526_Joint-Industry-Statement-on-Digital-Omnibus.pdf.↩︎