[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 4-5 juni 2026 (Kamerstuk 32317-1003)

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D25913, datum: 2026-05-29, bijgewerkt: 2026-05-29 14:51, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z10756:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


32317 JBZ-Raad

Verslag van een schriftelijk overleg

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd over de volgende brieven:

  • Geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 4-5 juni 2026 (Kamerstuk 32317, nr. 1003);

  • Verslag van de JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026 (Kamerstuk 32317, nr. 998);

  • Antwoorden op vragen commissie over de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026 (Kamerstuk 32317, nr. 9);95

  • Reactie verslag Europese Commissie evaluatie Europol (Kamerstuk 22112, nr. 4295);

  • Fiche: Richtlijn bestrijding van de illegale handel in vuurwapens (Kamerstuk 22112, nr. 4309);

  • Fiche: Mededeling Terrorismebestrijdingsagenda EU (Kamerstuk 22112, nr. 4308).

Bij brief van … heeft de minister van Justitie en Veiligheid de vragen en gemaakte opmerkingen beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Eerdmans

Adjunct-griffier van de commissie,

Burger

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties blz.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie 2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie 3
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie 3
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie 4

II Reactie van de minister

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de aanvullende stukken met betrekking tot de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 4 en 5 juni 2026. Deze leden onderstrepen het belang van effectieve Europese samenwerking op het terrein van justitie en veiligheid, maar hechten tegelijkertijd grote waarde aan de bescherming van grondrechten, waaronder privacy, en aan robuuste democratische waarborgen in de Europese samenwerking. Tegen deze achtergrond hebben de aan het woord zijnde leden nog de volgende vragen.

De leden van de D66-fractie constateren dat verschillende dossiers op de agenda, waaronder de implementatie van interoperabele IT-systemen, de terrorismebestrijdingsagenda en de versterking van Europol, gepaard gaan met een verdere intensivering van gegevensverwerking en -uitwisseling. Kan de minister uiteenzetten hoe bij de verdere uitrol van grootschalige databanken zoals het Europese inreis-uitreissysteem EES, IT-database Eurodac en ETIAS (European Travel Information and Authorisation System) wordt gewaarborgd dat persoonsgegevens uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, en hoe ‘function creep’ wordt voorkomen?

De leden van de D66-fractie lezen voorts dat in de context van de terrorismebestrijdingsagenda en de samenwerking met derde landen wordt gekeken naar het delen van gegevens buiten de EU. Welke concrete voorwaarden stelt de minister aan gegevensdeling met derde landen, in het bijzonder landen met een minder robuuste rechtsstaat? Kan de minister toelichten hoe wordt geborgd dat persoonsgegevens van EU-burgers in dergelijke gevallen een gelijkwaardig beschermingsniveau behouden?

De leden van de D66-fractie constateren over de verordening inzake Child Sexual Abuse Material (CSAM) dat er terecht door rapporteur Sippel van het Europees Parlement gewaarschuwd wordt dat in de tijdelijke stoplapwet er een gebrek aan sturing en handhaving is vanuit de Commissie, en dat de handhaving hiervan buitensporig afhankelijk is van de techbedrijven zelf. De techbedrijven hebben aangegeven zich te blijven inzetten voor het naleven van de controle op CSAM. Kan de minister de Kamer informeren over de laatste stand van zaken wat betreft de CSAM-verordening en hoe hij voorts aankijkt tegen de impasse met betrekking tot de verplichte screening op CSAM-materiaal?

De leden van de D66-fractie constateren dat de onderhandelingen over de verordening inzake grensoverschrijdende erkenning van ouderschap zich in een impasse lijken te bevinden, met name vanwege verschillen tussen lidstaten over draagmoederschap. Welke mogelijkheden ziet de minister om zich in te zetten om deze impasse te doorbreken? Voornoemde leden lezen dat ‘nauwere samenwerking’ (enhanced cooperation) als mogelijke route wordt verkend indien unanimiteit uitblijft. Bereidt de minister zich actief voor op een scenario waarin een groep lidstaten via nauwere samenwerking verdergaat met deze verordening? Is de minister voornemens om zich in een dergelijk scenario aan te sluiten bij een kopgroep van lidstaten die grensoverschrijdende erkenning van ouderschap mogelijk wil maken?


Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 4 en 5 juni 2026 en de geagendeerde BNC-fiches1. Zij stellen nog enkele vragen.

Ten aanzien van de verordening inzake de grensoverschrijdende totstandbrenging en erkenning van ouderschap achten de leden van de VVD-fractie het wenselijk dat er Europese afspraken worden gemaakt over het erkennen van ouderschap. Deze leden steunen de inzet van het kabinet voor een ruimhartige, laagdrempelige erkenningsregeling. Gelet op de moeizame onderhandelingen hierover, vragen voornoemde leden of en, zo ja, welke concessies de minister bereid is te doen om unanimiteit te bereiken. En onder welke voorwaarden en op welk moment acht de minister het opportuun om een mogelijk alternatief te bespreken als het echt niet mogelijk is unanimiteit te bereiken? Welke lidstaten blokkeren op dit moment overeenstemming en op welke punten precies?

De leden van de VVD-fractie steunen zeer het doel van de Terrorismebestrijdingsagenda om de strategische richting te bepalen voor een hernieuwde en omvattende aanpak van terroristische en gewelddadige extremistische dreigingen. Deze leden vragen bij welke gelegenheid of brief en wanneer de Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang van de gesprekken over de Europese agenda.

De leden van de VVD-fractie lezen dat er onder andere wordt gesproken over concrete voorstellen voor een werkbare definitie van gewelddadige extremistische content. Kan de minister nader verduidelijken wat de inzet van het kabinet is ten aanzien van het vaststellen van deze definitie?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie inzet op het versterken van wetgeving omtrent vuurwapenhandel en -misdrijven, precursoren voor explosieven en pyrotechnische artikelen, met als doel de toegang tot middelen te beperken waarmee aanslagen worden gepleegd. Welke initiatieven worden er op dit punt verwacht en op welke wijze dringt Nederland aan op versnelling van deze wijzigingen? Wanneer wordt de Kamer hierover nader geïnformeerd en in hoeverre zijn deze initiatieven ook prioriteit van het huidige en komende voorzitterschap?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 4 en 5 juni 2026. Deze leden maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen aan de minister hierover.

De leden van de CDA-fractie vragen of de minister een update kan geven inzake de onderhandelingen over de CSAM-verordening. Welk standpunt zal de minister innemen rondom de zogenoemde detection orders?

De leden van de CDA-fractie constateren dat de Verordening inzake de grensoverschrijdende totstandbrenging en erkenning van ouderschap al verscheen in 2022, maar dat nog geen grote doorbraken zijn geweest. Kan de minister toelichten wat de reden hiervan is? Welke lidstaten zijn kritisch op deze Verordening en zullen naar verwachting aansturen op verdere onderhandelingen?

De leden van de CDA-fractie constateren dat het Cypriotische voorzitterschap de lidstaten gaat vragen welke elementen van het voorstel voor hen essentieel zijn en wat de weg voorwaarts zou moeten zijn in dit dossier. Gaat Nederland expliciete voorstellen doen op dit punt? En kan de minister nader ingaan op wat hij bedoelt met een “ruimhartige, laagdrempelige regeling” en delen andere lidstaten dit standpunt?

De leden van de CDA-fractie lezen dat vanwege politieke gevoeligheden in dit dossier het bereiken van unanimiteit lastig zal zijn en dat het voor de hand ligt te verkennen of nauwere samenwerking tussen een deel van de lidstaten de weg voorwaarts is. Kan de minister aangeven welke zorgen er bestaan die maken dat andere lidstaten kritisch zijn op het voorstel? Is de minister van mening dat hier inderdaad voldoende animo voor is bij andere lidstaten, nu er minstens negen lidstaten voor nodig zijn en wat zal hierin het Nederlandse standpunt zijn?

De leden van de CDA-fractie vragen aan de minister of hij tijdens de lunchbespreking ook in gesprek gaat met andere lidstaten met als doel om van elkaar te leren in de aanpak van hate crimes en hate speech. Zo ja, kan de minister deze bevindingen delen? Verwacht de minister dat het voorstel van het Franse EU-voorzitterschap om hate crime en hate speech in de lijst van artikel 83 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op te nemen, binnenkort verder wordt uitgewerkt?

De leden van de CDA-fractie vragen of de minister tijdens het lunchgesprek ook aandacht zal vragen voor de noodzaak om uitingen van hate crimes, hate speech en andere extremistische uitingen offline te halen en te verkennen welke aanvullende instrumenten daarvoor nodig zijn. Tevens vragen deze leden of de minister daarbij ook aandacht wil vragen voor de verantwoordelijkheid van platforms in het modereren van deze content.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stukken van de minister. Zij hebben daarover een enkele vraag.

De leden van de BBB-fractie constateren dat het kabinet positief staat tegenover het richtlijnvoorstel inzake het tegengaan van illegale wapenhandel. Het richtlijnvoorstel stelt voor een aantal vergrijpen minimale maximumstraffen voor die de lidstaten dienen te hanteren (voor onder meer het bezit, verhandelen en vervaardigen van illegale vuurwapens). Hoe verhouden deze eisen zich tot de huidige nationale wetgeving ter zake?


II Reactie van de minister


  1. Fiche Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.↩︎