Kabinetsreactie op het onderzoek 'De lhbtiq+-opvattingen van jongeren'
Emancipatiebeleid
Brief regering
Nummer: 2026D26370, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-03 13:19, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
- De opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen
- Managementsamenvatting rapport De lhbtiq+-opvattingen opvattingen van jongeren
- Empirisch Rapport De lhbtiq+-opvattingen van jongeren
- Beslisnota bij Kamerbrief met Kabinetsreactie op het onderzoek 'De lhbtiq+-opvattingen van jongeren'
Onderdeel van kamerstukdossier 30420 -447 Emancipatiebeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z11554:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-18 10:15 ⇒ (Concept voorstel)
- 2026-06-03 13:05 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-03 13:05: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-18 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
30 420 Emancipatiebeleid
Nr. 447 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
Gelijkwaardigheid en vrijheid zijn fundamentele waarden in onze democratische rechtsstaat. Deze waarden zijn niet onderhandelbaar. In Nederland ben je vrij om jezelf te zijn en te houden van wie je wilt. Dat is waar het kabinet voor staat. In de Nederlandse samenleving is ruimte voor een diversiteit aan opvattingen. Verschillende opvattingen kunnen naast elkaar bestaan, maar aan de gelijkwaardigheid van mensen valt niet te tornen. De vrijheid van de één mag nooit ten koste gaan van de vrijheid van de ander.
Het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (UvA) in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In deze brief geeft het kabinet een reactie op dit onderzoek. Daarmee komt het kabinet tegemoet aan het verzoek van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de kabinetsreactie vóór het Commissiedebat Emancipatie van 25 juni aanstaande te ontvangen. Deze kabinetsreactie behelst een overzicht van de onderzoeksresultaten, een reactie op het onderzoek en de vervolgstappen die dit kabinet zet voor het bevorderen van lhbtiq+-acceptatie en -veiligheid.
Daarbij bouwt het kabinet voort op de bredere inzet op emancipatiebeleid voor een Nederland waarin iedereen gelijkwaardig is en zich veilig voelt om zichzelf te zijn.
Aanleiding en resultaten van het onderzoek
De aanleiding voor het onderzoek door de UvA zijn de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023. Hieruit bleek dat het aandeel leerlingen van klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs dat homoseksualiteit normaal vindt, in enkele GGD-regio’s daalde met ongeveer 20%.1 Tegelijkertijd nam het percentage leerlingen dat homoseksualiteit verkeerd vindt toe.2 Om meer zicht te krijgen op de denkbeelden van jongeren heeft mijn ambtsvoorganger in de Kamerbrief Emancipatie3 na Kamervragen van de leden Becker (VVD)4 en Van Zanten (BBB)5 toegezegd een onderzoek te laten uitvoeren naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+ personen en de verklarende factoren die hierbij een rol kunnen spelen.
Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie6 en een empirische studie7. De empirische studie maakt gebruik van twee kwantitatieve datasets met meer dan 30.000 Nederlandse jongeren tussen de 12-18 jaar op meer dan honderd middelbare scholen. De oorspronkelijke opzet voorzag in een nieuwe dataverzameling, maar dat bleek vanwege de AVG-wetgeving niet uitvoerbaar.8
De lhbtiq+-opvattingen van jongeren over tijd
De opvattingen zijn in de periode 2021-2024 grotendeels stabiel gebleven, met een zeer kleine verschuiving naar negatievere opvattingen. De literatuurstudie legt een discrepantie bloot tussen landelijke studies en recente regionale studies. Uit landelijke studies blijkt dat er sinds 2009 sprake is van een stijgende acceptatie, waarbij jongeren over het algemeen positieve opvattingen hebben over homoseksuele en lesbische personen. Recente regionale studies laten zien dat in enkele GGD-regio’s het percentage jongeren dat homoseksualiteit normaal vindt, met ongeveer 20% is gedaald in 2023 ten opzichte van 2019/21.9 Dit zijn uitkomsten die tot zorg leiden, maar volgens de onderzoekers bieden deze cijfers onvoldoende basis om te spreken van een trend.
De opvattingen van jongeren verschillen sterk. Een meerderheid van de jongeren onderschrijft algemene waarden: 59% vindt dat iedereen gelijk is ongeacht seksuele gerichtheid, 41% onderschrijft dit niet, 65% van de jongeren vindt dat je zelf mag bepalen op wie je verliefd wordt. Jongeren hebben gemiddeld negatievere opvattingen over zichtbare thema’s rond genderidentiteit: 54% heeft negatievere opvattingen over gender, 61% over genderneutrale toiletten en 41% over Paarse Vrijdag.
Samenhang met demografische en sociale factoren
De lhbtiq+-opvattingen van jongeren zijn een complex samenspel van factoren, waarbij er niet één factor als enige aanwijsbaar is. De opvattingen van jongeren hangen samen met verschillende demografische en sociale factoren:
Conservatisme: jongeren met brede conservatieve sociaal-maatschappelijke opvattingen hebben gemiddeld negatievere lhbtiq+-opvattingen dan jongeren met progressievere sociaal-maatschappelijke opvattingen;
Geslacht: jongens denken gemiddeld negatiever over lhbtiq+-thema’s dan meiden. Dit verschil is het kleinst op het vmbo en het grootst op het vwo.
Godsdienst: religieuze jongeren hebben gemiddeld negatievere lhbtiq+-opvattingen dan niet-religieuze jongeren, ongeacht religieuze affiliatie. Onder religieuze jongeren hebben islamitische jongeren negatievere lhbtiq+-opvattingen dan christelijke en andersgelovige jongeren.
Leerweg: vmbo-leerlingen hebben negatievere lhbtiq+-opvattingen dan havo- en vwo-leerlingen.
Uit de literatuurstudie blijkt dat migratieachtergrond en leeftijd een rol spelen bij opvattingen over homoseksualiteit. De onderzoekers stellen dat er één studie is die laat zien dat jongeren met een migratieachtergrond of etnische minderheidsstatus gemiddeld minder positieve opvattingen hebben over homoseksuele personen dan jongeren zonder deze kenmerken. Studies geven geen eenduidig beeld over het effect van leeftijd op lhbtiq+-opvattingen. In tegenstelling tot de literatuurstudie vindt de empirische studie geen significant verband met migratieachtergrond en leeftijd. De signalen uit de literatuur verdienen aandacht, maar vanwege het beperkte onderzoek is voorzichtigheid geboden met het trekken van conclusies.
Aanbevelingen
Het rapport geeft aanbevelingen om lhbtiq+-acceptatie onder jongeren te bevorderen:
Stimuleren van een open dialoog en initiatieven door jongeren zelf;
Ontwikkelen van interventies op maat;
Investeren in deskundigheidsbevordering van professionals;
Verankeren van diversiteitsbeleid in praktijk en organisaties.
Kwalificatie
Het onderzoek draagt bij aan het inzicht in hoe Nederlandse jongeren denken over lhbtiq+-thema’s. Het is het eerste onderzoek dat op deze schaal de opvattingen van jongeren van 12 tot 18 jaar in kaart brengt inclusief aanwijzingen voor de samenhang met demografische en sociale factoren. De resultaten bevestigen het belang van continue landelijke monitoring. De kwalificatie van de opvattingen vraagt wel om enige terughoudendheid. De onderliggende stellingen kunnen op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Bijvoorbeeld “Alle scholen moeten Paarse Vrijdag vieren” kan betekenen dat respondenten Paarse Vrijdag wel steunen (op hun eigen school), maar niet vinden dat het een verplichting voor alle scholen moet zijn.
Betekenis van het onderzoek voor beleid
De meerderheid van de jongeren onderschrijft de gelijkwaardigheid van mensen met verschillende seksuele oriëntaties. Dat is bemoedigend. Tegelijkertijd is het zorgwekkend dat een aanzienlijk deel van de jongeren heteroseksuele en homoseksuele personen niet als gelijkwaardig beschouwt. Het kabinet erkent dat verschillende opvattingen over lhbtiq+-thema’s naast elkaar kunnen bestaan in een vrije en diverse samenleving. Dergelijke overtuigingen mogen op grond van de Nederlandse wetgeving echter nooit een rechtvaardiging vormen voor uitsluiting, discriminatie en verbaal of fysiek geweld. Het wordt dan ook problematisch wanneer opvattingen worden omgezet naar schadelijk handelen. Dit maakt het des te relevanter om opvattingen tijdig te signaleren, zodat de eventuele stap naar schadelijk handelen kan worden voorkomen.
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van ons allen om te zorgen voor een samenleving waarin we respectvol met verschillen omgaan en iedereen veilig zichzelf kan zijn. Het kabinet ziet het als zijn taak om gelijke behandeling van personen te bevorderen en de veiligheid van lhbtiq+ personen te bevorderen.
Het onderzoek laat zien dat de opvattingen en omgangsvormen van jongeren worden gevormd door contacten met ouders en leeftijdsgenoten zoals thuis, in de buurt, bij sportverenigingen of uitgaansgelegenheden, op online platforms en sociale media of bij religieuze instanties. Hier ligt een kans voor het zichtbaar uitdragen van normen gericht op het belang van gelijkwaardigheid en gelijke behandeling en het actief tegengaan van discriminatie.
Het onderzoek laat zien dat opvattingen ontstaan in een complexe samenhang van demografische en sociale factoren. Dit laat zien dat opvattingen zich niet laten herleiden tot één kenmerk. De opvattingen in de periode 2021-2024 zijn grotendeels stabiel gebleven. Dit sluit aan bij de trend die landelijke onderzoeken laten zien. De recente regionale bevindingen schetsen een zorgwekkend beeld. Ook al is het nog te vroeg om te spreken van een dalende trend, ik neem deze signalen serieus. Ze passen in een bredere context waarin de ervaren veiligheid en het welzijn van lhbtiq+ personen in Nederland onder druk staan.
Vervolg op het onderzoek
De bevindingen onderstrepen de noodzaak om blijvend in te zetten op een samenleving waarin respect voor gelijkwaardigheid, ieders seksuele oriëntatie en genderidentiteit vanzelfsprekend is. Het kabinet voert actief beleid om de acceptatie en veiligheid van lhbtiq+ personen te bevorderen. Hieronder geef ik een overzicht van het lopende beleid om acceptatie van lhbtiq+ personen te vergroten. In de Emancipatienota, die ik na de zomer naar uw Kamer stuur, worden de vervolgstappen en aanvullend beleid uiteengezet.
Veiligheid van lhbtiq+ personen verbeteren
In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36848, nr. 31) is aangekondigd dat het kabinet werkt aan de acceptatie, veiligheid en emancipatie van lhbtiq+ personen, onder meer door uitvoering van het Regenboogakkoord. Samen met de Minister van Justitie en Veiligheid werk ik daarnaast aan de uitvoering van de Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-2029, gericht op het verbeteren van de veiligheid van lhbtiq+ personen, waaronder ook jongeren. De aanpak behelst meer aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen bij instanties, het vergroten van de persoonlijke vrijheid van lhbtiq+ personen en meer aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen als maatschappelijke norm. In opvolging van de aanbevelingen van de Kinderombudsman verken ik, in overleg met de minister van JenV en waar passend de minister voor Langdurige zorg, Jeugd en Sport hoe meer oog kan worden gehouden voor de positie van jongeren binnen de Versterkte aanpak.
Hierover wordt uw Kamer geïnformeerd in de voortgangsrapportage die eind 2026 verschijnt, waarmee ik uitvoering geef aan motie Podt (D66)10. Daarnaast ondersteunt het Programma Regenboogsteden 56 gemeenten en provincies bij het bevorderen van acceptatie en veiligheid van lhbtiq+ personen. Gemeenten werken samen met de politie, horeca en anti-discriminatievoorzieningen aan de veiligheid op straat en bij het uitgaan.
Onderwijs ter ondersteuning van respect
De wettelijke burgerschapsopdracht draagt scholen in het primair en voortgezet onderwijs op om actief burgerschap en sociale cohesie onder leerlingen te bevorderen en om leerlingen kennis en respect bij te brengen van en voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en verschillen tussen mensen. Scholen zijn ook wettelijk verplicht om in het curriculum aandacht te besteden aan diversiteit, bijvoorbeeld in seksuele oriëntatie, via de kerndoelen ‘burgerschap’ en ‘mens en maatschappij’ zoals vastgelegd in wet- en regelgeving. Daarnaast hebben scholen in het primair en voortgezet onderwijs een wettelijke zorgplicht voor de sociale veiligheid van leerlingen. Om deze te versterken ligt het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs voor in uw Kamer. Met dit wetsvoorstel krijgen we beter zicht op de veiligheid, goede ondersteuning en begeleiding bij onveiligheid en een jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid. De beoogde inwerkingtreding is 1 augustus 2027. Ik ondersteun daarnaast Stichting School & Veiligheid (SSV), de landelijke expertise-organisatie voor sociale veiligheid op school. SSV ondersteunt scholen met informatie en advies voor sociale veiligheid op school, bijvoorbeeld via gendi.nl met informatie over gender- en seksuele diversiteit. Ook ondersteun ik het project Aan het begin van de Regenboog van COC Nederland, waarmee leraren in het primair onderwijs handvatten krijgen om diversiteit bespreekbaar te maken en een veilige leeromgeving voor lhbtiq+ leerlingen te bevorderen.
Gerichte samenwerking tussen maatschappelijke organisaties
De allianties Kleurrijk en Vrij, Jong Gelijk en Verandering worden ondersteund bij het bevorderen van lhbtiq+-acceptatie. Alliantie Kleurrijk en Vrij bestaat uit COC Nederland, Transgender Netwerk, NNID en Bi+ Nederland. De alliantie ondersteunt scholen, docenten en vrijwilligers bij het organiseren van Paarse Vrijdag in het voortgezet onderwijs en mbo en Gender and Sexuality Alliances (GSA’s) op scholen. Een GSA is een groep die leerlingen kunnen starten om solidariteit te tonen met lhbtiq+ leerlingen of herkenning en erkenning te vinden. Jaarlijks organiseren duizenden scholen Paarse Vrijdag en GSA’s zijn een bekend begrip in het onderwijs. Tot slot bevordert COC kennisuitwisseling en goede voorbeelden via een docentennetwerk. De alliantie Jong Gelijk is een samenwerking tussen Rutgers, Colored Qollective, Femmes for Freedom, de Nationale Jeugdraad en Stichting Plattelandsjongeren. De alliantie werkt vóór en dóór jongeren met verschillende achtergronden en zet zich in voor een samenleving waarin jongeren elkaar ruimte geven om zich vrij te ontwikkelen op het gebied van gender en seksualiteit. Tot slot bestaat de alliantie Verandering van binnenuit 2.0 uit het Consortium Zelfbeschikking, LCC+ en Movisie. Deze alliantie draagt bij aan de veiligheid en acceptatie van onder andere lhbtiq+ personen in gesloten gemeenschappen door te werken met ‘voorlopers’ uit de gemeenschappen.
Monitoring
De onderzoeksresultaten bevestigen het belang van landelijke monitoring. Het is daarom positief dat lhbtiq+-acceptatie voor het eerst landelijk wordt gemonitord in de Gezondheidsmonitor Jeugd 2026. De resultaten worden in 2027 verwacht. Daarnaast verwacht de Universiteit van Amsterdam in 2027 een nieuwe studie te publiceren met focus op de invloed van sociale media en de manosfeer ten aanzien van opvattingen van jongeren over lhbtiq+ personen. Ik kijk met grote belangstelling uit naar beide onderzoeken.
Op basis van beide onderzoeken ga ik in gesprek met gemeenten via de VNG en met scholen over de aanpak van lhbtiq+-acceptatie en discriminatie. Daarmee voer ik de motie Van der Plas (BBB) uit.11 In de tussentijd blijft het kabinet zich inzetten voor het bevorderen van lhbtiq+-acceptatie en -veiligheid. In de Emancipatienota worden de nadere vervolgstappen uiteengezet.
Tot slot
Een Nederland waarin gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit voor eenieder zijn gewaarborgd, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We kunnen niet toestaan dat op deze fundamentele waarden wordt ingeboet. Het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren bevestigt de vermoedens dat de opvattingen over de gelijkwaardigheid van lhbtiq+ personen bij een deel van de jongeren onder druk staan. Het kabinet beschouwt neemt deze signalen serieus en zet zich vol overtuiging in om basiswaarden van de democratische rechtsstaat te versterken.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
De GGD-regio’s waarin de vraag was opgenomen in de vragenlijst: Amsterdam, Gelderland Zuid, Gooi en Vechtstreek, Hollands Noorden, Noord en Oost Gelderland, Twente, Utrecht en Zaanstreek Waterland.↩︎
Tabellenboeken van de Gezondheidsmonitor Jeugd voor de bovenstaande GGD-regio’s (2019, 2021, 2023).↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 30 420, nr. 414↩︎
Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 2259↩︎
Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 421↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 30 420, nr. 419↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 30 420, nr. 446↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 30 420, nr. 438↩︎
Van de acht GGD-regio’s die in de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 opvattingen over homoseksualiteit hebben uitgevraagd, laten vier regio’s een vergelijkbare trend zien op basis van drie meetmomenten. De acceptatie van homoseksualiteit nam licht toe tussen 2015 en 2019, maar daalde deze met ongeveer 20% tussen 2019 en 2023 in de regio’s Gooi en Vechtstreek, Hollands Noorden, Gelderland Zuid en Noord Oost Gelderland.↩︎
Kamerstuk II, 2025-2026, 36 800-VIII, nr. 28↩︎
Motie Van der Plas (BBB), Kamerstuk 30 420, nr. 440↩︎