Uitkomsten conferentie Santa Marta over de transitie weg van fossiele brandstoffen
Internationale klimaatafspraken
Brief regering
Nummer: 2026D26476, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-03 11:09, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
- Transitionawayconference Cohost takeaways on the first conference of transitioning away from fossil fuels
- Beslisnota bij Kamerbrief over Uitkomsten conferentie Santa Marta over de transitie weg van fossiele brandstoffen
Onderdeel van kamerstukdossier 31793 -302 Internationale klimaatafspraken .
Onderdeel van zaak 2026Z11602:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-16 17:00 ⇒ Agenderen voor het te zijner tijd te voeren commissiedebat Voortgang klimaatbeleid. (Besluit)
- 2026-06-03 13:05 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-03 13:05: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-16 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-09-30 14:00: Voortgang klimaatbeleid (Commissiedebat), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (đź”— origineel)
31 793 Internationale klimaatafspraken
Nr. 302 Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
Van 24 tot en met 29 april jl. vond in Santa Marta, Colombia, de eerste
internationale conferentie plaats over de afbouw van fossiele
brandstoffen. Nederland organiseerde deze conferentie samen met
Colombia, in opvolging van de aankondiging tijdens de klimaatconferentie
van de Verenigde Naties, COP30 in Belém, Brazilië. De conferentie in
Santa Marta stond in het teken van de uitvoering van de eerder gemaakte
mondiale afspraak om dit decennium versneld toe te werken naar een
transitie weg van fossiele brandstoffen.1
De wereldwijde energiecrisis die is ontstaan als gevolg van de blokkade van de Straat van Hormuz laat zien hoe kwetsbaar landen zijn voor prijsschommelingen en leveringsrisico’s van fossiele energie. De grote prijsvolatiliteit en hoge prijzen voor fossiele energie leiden tot onzekerheid en onverwachte kosten voor huishoudens en bedrijven. Landen met een hoger aandeel hernieuwbare energie zijn beter bestand tegen dergelijke schokken. Door verwevenheid van fossiele brandstoffen in onze economieën is de afbouw van fossiel geen gemakkelijke opgave. Het vergt naast analyses en maatregelen op nationaal niveau internationale samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke oplossingen. Deze conferentie heeft een grote groep landen bijeengebracht om over al deze aspecten te spreken.
In deze brief zal ik nader ingaan op de opzet en inhoud van de conferentie, de belangrijkste uitkomsten van de ministeriële bijeenkomst op 28 en 29 april en de Nederlandse inzet en vervolgstappen richting COP31, in november in Antalya, Turkije.
Doel van de conferentie
Ter voorbereiding op de tweedaagse ministeriële dialoog tussen landen gingen zo’n 1500 belanghebbenden met elkaar in gesprek, waaronder wetenschappers, parlementariërs, en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven. Bij de start van de ministeriële bijeenkomst op 28 april presenteerden deze groepen hun bevindingen. Aan de ministeriële bijeenkomst namen 57 landen deel, samen goed voor een derde van het wereldwijde fossiele energieverbruik en een vijfde van de wereldwijde fossiele productie. Ook waren de COP30- en COP31-voorzitters aanwezig, evenals Europees Commissaris Hoekstra, en de speciaal adviseur voor Klimaatactie en Rechtvaardige Transitie van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
De conferentie richtte zich op implementatie van de in Dubai (COP28) gemaakte afspraken over de transitie weg van fossiele brandstoffen. Het is nadrukkelijk géén vervanging voor het maken van mondiale klimaatafspraken met consensus, maar dient als 'buitenboordmotor’ voor versterking en versnelling van implementatie van multilaterale afspraken. Mede hierom was er geen sprake van onderhandelingen over een gemeenschappelijke eindverklaring. Wel hebben Colombia en Nederland als voorzitters een document opgesteld met voorgestelde oplossingen en vervolgstappen. Deze vindt u in de bijlage van de brief. Deze aanpak werd breed onderschreven door aanwezige partijen en het document wordt gezien als een goede weergave van de gesprekken en noodzakelijke vervolgstappen voor de coalitie van welwillende landen die in Santa Marta bijeen is gekomen. Een uitgebreid rapport namens beide covoorzitters volgt voor de zomer en zal ook met de Tweede Kamer worden gedeeld.
De belangrijkste uitkomsten van de ministeriële bijeenkomst
Gezamenlijke prioriteiten voor de transitie weg van fossiele brandstoffen
Drie thema’s stonden tijdens de gesprekken centraal: het doorbreken van economische afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, de transformatie van vraag en aanbod van fossiel naar schone energiebronnen en het versterken van internationale samenwerking en klimaatdiplomatie. Landen hebben de uitwisseling over deze thema’s als waardevol ervaren en daarom worden er drie werkstromen opgezet om deze thema's verder uit te werken.
Nederland en Colombia zullen deze werkstromen verder uitwerken samen met de genoemde organisaties en de voorzitters van de tweede conferentie, Tuvalu en Ierland. Er is gekozen om de uitvoering zoveel mogelijk door bestaande organisaties te laten doen, zodat bestaand werk kan worden opgeschaald, inspanningen elkaar versterken, overlap wordt voorkomen, en kosten worden bespaard. De werkstromen blijven open en flexibel, om ook landen en initiatieven die niet aanwezig waren op de conferentie gelegenheid te bieden aan te sluiten.
Er zal worden gewerkt aan drie thema’s:
Nationale routekaarten voor de transitie weg van fossiele brandstoffen, inclusief aandacht voor de aanbodzijde van fossiele brandstoffen. Dit zal worden ondersteund door het Science Panel for the Global Energy Transition2 en het NDC Partnership, dat landen nu al helpt hun verplichte klimaatplannen onder de Overeenkomst van Parijs te ontwikkelen.
Analyses en oplossingen voor knelpunten die voortvloeien uit macro-economische afhankelijkheden en de financiële architectuur, waaronder aandacht voor schulden, fiscale afhankelijkheden en fossiele brandstofsubsidies. Het werk wordt ondersteund door het International Institute for Sustainable Development (IISD);
Kansrijke opties om via handel en investeringen decarbonisatie en fossielvrije handelsketens te versterken, zoals bijvoorbeeld vraag- en marktcreatie voor producten en technologieën voor de energietransitie. Dit wordt ondersteund door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
Vergroten van transparantie
Nederland heeft tijdens de conferentie landen aangespoord transparanter te worden over hun fossiele brandstofsubsidies en andere fossiele voordelen. Alle aanwezige landen zullen worden uitgenodigd om deze subsidies en voordelen in kaart te brengen op basis van de methodologie die is ontwikkeld in de Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives including Subsidies (COFFIS). Zo kan beter inzicht ontstaan in de verwevenheid van fossiele brandstoffen in de economie en maatschappij, en in de aangrijpingspunten voor de afbouw daarvan. Bij het uitfaseren van fossiele brandstofsubsidies is internationale samenwerking vaak van groot belang, omdat sommige subsidies vastliggen in internationale verdragen of Europese afspraken. In Nederland geeft het kabinet via de Miljoenennota transparantie over de eigen fossiele subsidies en -voordelen.
De Nederlandse inzet en vervolgstappen richting COP31
De conferentie heeft een coalitie van welwillende landen bijeengebracht die het multilaterale COP-proces willen versterken door de uitvoering van gemaakte afspraken te versnellen. Het is dus van belang om aansluiting met het multilaterale proces te borgen. De conferentie was daarbij een mijlpaal om het momentum voor het uitfaseren van fossiele brandstoffen dat ontstond tijdens COP30 te behouden, ook richting andere relevante internationale bijeenkomsten.
Nederland en Colombia zullen de resultaten van de conferentie en de vervolgstappen op mondiaal niveau actief onder de aandacht brengen. Nederland heeft dit recent gedaan bij de Copenhagen Climate Ministerial, door bovengenoemde uitkomsten toe te lichten en landen uit te nodigen inbreng te leveren bij de werkstromen. Tijdens de London Climate Action Week eind juni verwacht ik samen met de Colombiaanse minister het officiële rapport van de covoorzitters te kunnen overhandigen aan het voorzitterschap van COP30, als input voor de wereldwijde routekaart over de transitie weg van fossiele brandstoffen die zij ontwikkelen. Bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september zullen Nederland en Colombia de uitkomsten ook aanbieden aan de Secretaris Generaal van de VN.
Voor Nederland en Colombia is het verder belangrijk dat het proces zo inclusief mogelijk blijft, en dat de coalitie van welwillende landen en andere betrokkenen verder groeit. De conferentie moet ook in de toekomst een platform blijven voor open samenwerking en het bespreken van gezamenlijke uitdagingen. In dit kader is aangekondigd dat de tweede conferentie over de transitie weg van fossiele brandstoffen in 2027 zal plaatsvinden in Tuvalu, mede georganiseerd door Ierland. Nederland en Colombia zijn voornemens het voorzitterschap tijdens COP31 officieel over te dragen aan de volgende covoorzitters.
Verder zullen de uitkomsten ook tijdens COP31 aan de orde komen. Nederland wil dat hierbij de nadruk blijft liggen op uitvoering en het daadwerkelijk versnellen van de energietransitie op verschillende plekken in de wereld. Daar is geen nieuw consensusbesluit voor vereist. Richting 2028, wanneer de volgende algemene inventarisatie van de voortgang van de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs plaatsvindt, de Global Stocktake, kan wel worden ingezet op een aanvullende onderhandelde afspraak. Hier kunnen de uitkomsten van de conferentie in Santa Marta en de volgende in 2027 aan bijdragen.
Tot slot werkt ook Nederland aan een nationale routekaart in de vorm van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en de actualisatie hiervan. De actualisatie van het NPE wordt dit jaar nog gepubliceerd met daarin een onderdeel over de Verantwoorde Afbouw van Fossiel. Het kabinet wil deze routekaart in aanloop naar COP31 ook internationaal presenteren.
Conclusie
Tegen de achtergrond van de huidige geopolitieke spanningen en de wereldwijde energiecrisis heeft de conferentie laten zien dat internationale samenwerking op de transitie weg van fossiele brandstoffen blijvend momentum en groeiend draagvlak heeft. De door Nederland en Colombia gekozen open en inclusieve aanpak heeft daarbij een positieve dynamiek op gang gebracht die ook richting de komende COPs verder zal worden versterkt. Ik blijf uw Kamer via de reguliere communicatie over COP31 informeren over de voortgang van de vervolgstappen.
De minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Afgesproken in 2023 op de VN-klimaatconferentie COP28 in Dubai. Zie ook Kamerstukken II 2025-2026, 31793, nr. 287↩︎
Het Science Panel onder leiding van de Universiteit van Sao Paulo en het Potsdam Instituut is opgericht om wetenschappelijke kennis beschikbaar te stellen voor beleidskeuzeontwikkeling rond de energietransitie.↩︎