Programma Erfgoed en Leefomgeving Een toekomst met een verleden
Nieuwe visie cultuurbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D26888, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-08 14:45, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van kamerstukdossier 32820 -576 Nieuwe visie cultuurbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z11776:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-11 10:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-11 10:00: Erfgoed (Commissiedebat), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-06-18 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
32820 Nieuwe visie cultuurbeleid
34682 Nationale Omgevingsvisie
Nr. 576 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
Inleiding
Nederland staat aan de vooravond van grote ruimtelijke transities. Dit zal ingrijpende gevolgen hebben voor hoe ons land eruit ziet. Als minister van OCW voel ik mij er medeverantwoordelijk voor dat Nederland ook in 2050 en daarna een mooi en herkenbaar land blijft. Een land met buurten, dorpen, steden en regio’s waar we ons thuis voelen. Een toekomst met een verleden. Cultureel erfgoed en ontwerp spelen daarin een cruciale rol.
Met deze brief informeer ik u over het programma Erfgoed en Leefomgeving. Deze aanpak werd in het najaar van 2025 aangekondigd in de Ontwerp-Nota Ruimte en zal worden opgenomen in de definitieve Nota Ruimte als onderdeel van de een integrale visie op de ruimtelijke ordening tot 2050.1
Alles wat we de komende decennia een plek moeten geven in ons land grijpt direct in op wat er al is. Cultureel erfgoed, ontwerp en de opgaven in de fysieke leefomgeving zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het programma Erfgoed en Leefomgeving heeft als ambitie de waarde van het bestaande als kracht en uitgangspunt te nemen en met behulp van ontwerpkracht bij te dragen aan het met ruimtelijke kwaliteit oppakken van de opgaven. Zodat we bouwen aan een toekomstbestendig Nederland dat tegelijkertijd zichzelf blijft.
Erfgoed, cultuurlandschappen en de transities in de fysieke
leefomgeving
We kunnen zonder overdrijving stellen dat Nederland richting 2050 staat
voor de grootste ruimtelijke ontwikkelingsopgave uit haar geschiedenis.
Alleen al de woningbouwopgave van 1,65 miljoen nieuwe woningen is
omvangrijker dan tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Daar
bovenop komen de groei en transities van de economie, natuur- en
landbouwopgaven in het landelijk gebied, het klimaatbestendig maken van
het bestaand bebouwd gebied, ruimte zoeken voor defensie en het
vernieuwen en uitbreiden van bestaande infrastructuur voor energie en
mobiliteit.
Cultureel Erfgoed geeft ons en de plek waar we wonen identiteit. Daarom vormt cultureel erfgoed met inbegrip van de waardevolle cultuurlandschappen in ons land, een van de nationale belangen in de (Ontwerp) Nota Ruimte en is een goede omgang met erfgoed verankerd in de Erfgoedwet en de Omgevingswet.
De Erfgoedwet (memorie van toelichting):
Cultureel erfgoed is belangrijk voor onze sociale en fysieke
leefomgeving. Het is de bron van het verhaal over de geschiedenis van
Nederland: het maakt het verleden zichtbaar en versterkt zo ons
cultureel en historisch besef. We voelen ons door ons cultureel erfgoed
verbonden met elkaar en met het verleden en daardoor ontlenen we er ook
in belangrijke mate onze identiteit aan. Cultureel erfgoed biedt
ankerpunten om het heden te begrijpen en om over de toekomst na te
denken. Het genereert herinneringen, vertelt verhalen en maakt deze
tastbaar. Cultureel erfgoed is ook een belangrijke inspiratiebron voor
vernieuwing in vormgeving en voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Omgevingswet (memorie van toelichting):
Omdat de maatschappij meer verwacht van de fysieke leefomgeving dan veiligheid en gezondheid is ‘een goede omgevingskwaliteit’ opgenomen in de centrale doelstelling van de Omgevingswet. Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden …
Nota Ruimte, nationaal belang 13:
Cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationale betekenis.
Nederland kent een lange en rijke traditie van zorgvuldig omgaan met bestaande waarden in de fysieke leefomgeving. Als een van de snelst groeiende landen in Europa wist Nederland in de vorige eeuw de groei zodanig vorm te geven dat nieuwe ruimtelijke kwaliteit werd gecreëerd. Dat gebeurde door zowel het bestaande een nieuw leven te geven als door het nieuwe met zorg te ontwerpen. Het maakte dat Nederland tegelijk klaar was voor de toekomst én herkenbaar zichzelf bleef. Tegelijkertijd werd deze werkwijze met ons erfgoed in de Nederlandse aanpak verankerd, wat inspiratie biedt voor de toekomst.
En dat is relevanter dan ooit. Want veel meer dan voorheen zullen ontwikkeling en verandering plaatsvinden in cultuurhistorisch waardevolle dorpen, steden en landschappen. Denk aan de woningbouwopgave: nieuwe woningen die grotendeels gebouwd zullen worden in het bestaand bebouwd gebied of zullen verrijzen in de Nederlandse cultuurlandschappen. Denk ook aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied, waardoor een opgave ontstaat voor de herbestemming van agrarisch erfgoed. Klimaatverandering en -adaptatie vragen om een andere inrichting van openbare ruimten in historische binnensteden en om nieuwe oplossingen voor waterberging en ecologische structuurversterking in cultuurlandschappen. Tot slot zijn voor het oplossen van de netcongestie boven- en ondergrondse energievoorzieningen nodig, die impact zullen hebben op werelderfgoedsites, landschappen en op het archeologisch bodemarchief.
Al die veranderingen grijpen niet alleen in op bestaande waarden van
dorp, stad en landschap. Ze vragen ook veel van de samenleving.2 Uit onderzoeken en raadplegingen
blijkt hoeveel waarde Nederlanders hechten aan de kwaliteit van hun
leefomgeving. Uit de Ruimteraadpleging ‘Op de stoel van de minister’
- Participatieve Waarde Evaluatie in het kader van het Voorontwerp Nota
Ruimte blijkt dat de bescherming van historische dorpen, steden en
landschappen op de vierde plaats komt, na een aantal basisbehoeftes.3 Draagvlak voor groei en verandering
kan wegvallen als wat herkenbaar en vertrouwd is, verdwijnt.
Uw Kamer vraagt dan ook niet voor niets regelmatig aandacht voor
cultureel erfgoed, landschap en de beleving ervan bij het maken van
ruimtelijk beleid.4 Ook de erfgoedsector zelf maakt zich
zorgen over de schaal, stapeling en snelheid van de huidige transities,
zo blijkt onder andere uit de Beleidsdoorlichting Erfgoed
2023:
Ondanks de positie van erfgoed in de Omgevingswet en Nationale Omgevingsvisie (NOVI) worstelen veel gemeenten met de inbedding van erfgoed in ruimtelijke opgaven. Hierdoor valt het onderwerp geregeld van tafel. Uit de in 2025 uitgekomen inventarisatie van LYSIAS blijkt dat om erfgoed een goede plek te geven in ruimtelijke transitieopgaven, naast capaciteit en deskundigheid ook de juiste vaardigheden en competenties nodig zijn.5
Diverse partijen uit het veld vragen met klem om specifiek beleid voor erfgoed in de leefomgeving.6 Zij zien in hun dagelijkse praktijk goede maar ook minder goede ontwikkelingen. Het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) vraagt in Richting geven en wendbaar blijven. Reflectie op de Ontwerp-Nota Ruimte aandacht voor erfgoed als inspiratiebron en drager van ruimtelijke kwaliteit.
Uit de Stresstest Kwetsbare gebieden. Ruimtelijke analyse van risico’s door mogelijke stedelijke ontwikkelingen van het PBL (2026) blijkt dat ongeveer 40% van de mogelijke verstedelijking in Nederland terecht komt in kwetsbare gebieden.
Uit de Monitor Landschap 2024 die ik samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) uitvoer, blijkt dat oude patronen in het landschap, die voor de herkenbaarheid juist van belang zijn, achteruit gaan.
Programma Erfgoed en Leefomgeving: bestaande waarden als kracht en uitgangspunt
We kunnen het ons niet veroorloven om niet mee te bewegen bij het aanpakken van de grote ruimtelijke opgaven. Daarvoor is de nood te hoog. Maar de urgentie van vandaag mag niet leiden tot verlies van waarde in de toekomst. Het is mijn overtuiging dat juist wanneer we bestaande waarden als kracht en uitgangspunt nemen, we vaart kunnen maken; met behoud van maatschappelijk draagvlak en gericht op nieuwe ruimtelijke kwaliteit.
Zoals de Ontwerp-Nota Ruimte het stelt: ‘Een hoge kwaliteit van de leefomgeving is onmisbaar voor welvaart. Zowel voor individueel welbevinden en het functioneren van de samenleving, als voor het vestigingsklimaat en daarmee de economie. Ontwikkelingen in het bebouwd gebied en in het landschap moeten bijdragen aan die kwaliteit van de leefomgeving. Dat is geen luxe, maar noodzaak.’ Dat onderschrijf ik van harte.
Daarom start ik met het programma Erfgoed en Leefomgeving.7 Binnen dit programma zullen we optimaal gebruik maken van onze rijke traditie en de stevige institutionele basis voor het beschermen en benutten van erfgoed. Het moet een aanpak opleveren waarmee overheden en professionals aan de slag kunnen. Zowel het Rijk als de waterschappen, provincies, gemeenten, het erfgoedveld en andere relevante partijen. Daarvoor werk ik langs drie lijnen.
Duidelijkheid en voorspelbaarheid: geen nieuwe regels, maar bestaande regels verduidelijken
Gemeenten, ontwikkelaars en andere partijen die werken aan
ruimtelijke ontwikkelingen geven regelmatig aan dat ze behoefte hebben
aan voorspelbaarheid en transparantie. De omgang met cultureel erfgoed
is weliswaar maatwerk, maar er is ook meer voorspelbaarheid mogelijk en
gewenst.
Cultureel erfgoed en werelderfgoed maken onderdeel uit van de NOVI, de
Omgevingswet en de Ontwerp Nota Ruimte. Aanvullende regels zijn hiervoor
niet nodig. Daarom doe ik het volgende:
Ik zorg via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor duidelijke criteria voor ingrepen in en om werelderfgoedsites, (rijks)beschermde stads- en dorpsgezichten, de 30 wederopbouwgebieden van nationaal belang en de waardevolle cultuurlandschappen. Met die criteria maken we bijvoorbeeld duidelijk bij welke grootschalige ontwikkelingen het goed is om met een ontwikkelgerichte gebiedsbiografie te werken. Een gebiedsbiografie maakt inzichtelijk hoe een bepaald gebied is ontstaan, wat de kernkwaliteiten zijn waarop je bij nieuwe ontwikkelingen kunt voortborduren en welke oplossingen uit het verleden ook nu kunnen worden benut. 8 Het opstellen van een gebiedsbiografie zorgt voor onderling begrip en draagvlak.
In het verlengde van zo’n gebiedsbiografie kan een ontwerpatelier worden ingezet. Zo’n atelier kan verschillende mogelijkheden voor de gewenste ontwikkelingen in beeld brengen zodat weloverwogen voor een bepaalde oplossing kan worden gekozen. Voor het opstellen van dergelijke gebiedsbiografieën en ontwerpateliers stel ik middelen beschikbaar via het programma Erfgoed en Overheid (zie hierna).Met provincies, gemeenten, landschapsorganisaties en de ministeries van BZK, LVVN, IenW en KGG ontwikkel ik een ontwikkelgerichte aanpak voor de waardevolle cultuurlandschappen uit de Ontwerp-Nota Ruimte. Doel daarvan is het landschap niet op slot te zetten, maar ervoor te zorgen dat transformaties weloverwogen plaatsvinden. De basis hiervoor ligt mede in de verschillende Ruimtelijke Arrangementen, ofwel de ruimtelijke afspraken die het Rijk in 2025 met de provincies in het kader van de Nota Ruimte heeft gemaakt. De inzet is gericht op het benutten en versterken van de kwaliteiten op de lange termijn, het uitwisselen van kennis en het stimuleren van goede voorbeelden.
De inzet van ontwerpkracht is voor het gebruik maken van erfgoed bij grote ruimtelijke ontwikkelingen cruciaal. Ontwerp en erfgoed zijn twee kanten van dezelfde medaille van ruimtelijke kwaliteit. Ik stimuleer de samenhang tussen erfgoed en ontwerp door de samenwerking met het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs te intensiveren. Ook stimuleer ik via de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2026-2028 (ARO), samen met het ministerie van BZK, de inzet van ruimtelijk ontwerp bij complexe opgaven in de fysieke leefomgeving. Via het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (SCI) worden ontwerpende onderzoeken op lokaal niveau ondersteund, waarbij ‘erfgoedinclusief’ en met oog voor ruimtelijke kwaliteit wordt gewerkt aan oplossingsrichtingen en handelingsperspectieven.
Ik verken met welke Europese lidstaten ik kennis kan uitwisselen op het gebied van erfgoed, ontwerp en transities. Het programma New European Bauhaus en de Verklaring van Davos zetten eveneens in op een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. De uitgangspunten daarbij van integraal samenwerken, inzetten op ruimtelijke kwaliteit, gezonde leefomgeving en verduurzaming betrek ik bij dit programma Erfgoed en Leefomgeving.
Daarnaast heb ik middelen beschikbaar gesteld voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om overheden te faciliteren bij het aanvragen van subsidies bij Europese fondsen zoals New European Bauhaus.
Samenwerken en het goede voorbeeld geven
Het programma Erfgoed Deal liep eind 2025 af. Dit programma zette in op de koppeling tussen ruimtelijke ontwikkelingen en het aanwezige cultureel erfgoed op lokaal niveau. Ik schaal nu verder op en werk met een aantal departementen samen aan grootschalige voorbeeldprojecten waarbij we laten zien hoe we cultureel erfgoed kunnen benutten bij actuele opgaven in de fysieke leefomgeving. Met deze voorbeeldprojecten geef ik ook invulling aan de motie Mohandis.9 Conform deze motie werk ik integraal samen met andere departementen met expertise en middelen. Het gaat om projecten die grote impact hebben en waarbij mijn bijdrage helpt de identiteit van de betreffende gebieden te behouden en te versterken. En uiteraard werken we daarbij ook samen met de gemeenten en provincies waar de ontwikkelingen plaats vinden. Op dit moment werk ik met medebewindslieden bij de volgende showcases samen:
Ik werk interdepartementaal en interbestuurlijk samen met de provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant aan het ruimtelijk perspectief voor werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Zo kunnen we zowel de transities realiseren als de werelderfgoedwaarden in stand houden. Ik zet me daar ook richting Unesco voor in.
Het UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies ligt in en nabij de drukste stedelijke gebieden van Nederland. In dit karakteristieke gebied met forten, dijken, verboden kringen en open inundatievlaktes is ook ruimte nodig voor het transporteren van elektriciteit, recreëren, groen, stedelijke ontwikkeling en mobiliteit. Het respecteren van de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed Hollandse Waterlinie vraagt om een zorgvuldige en voorspelbare aanpak van integrale ruimtelijke afwegingen. In een vroeg stadium kijken we welke ontwikkelingen worden voorzien, wat de impact is op de uitzonderlijke universele waarde en wat alternatieve locaties, oplossingsrichtingen en inpassingen zijn die geen impact hebben op de erfgoedwaarden of de uitzonderlijke universele waarde kunnen versterken. Het Rijk werkt samen met linieprovincies binnen het ruimtelijk perspectief aan het in kaart brengen van de optelsom van de ontwikkelingen in een gebied voor een langere periode. Het effect van één ontwikkeling is te overzien, de cumulatie van verschillende losse ontwikkelingen heeft vaak een groter effect. Het Rijk brengt samen met gemeenten en provincies de verschillende opgaven, belangen en oplossingsrichtingen op tijd in beeld, werkt aan het toekomstbestendig houden van Nederland en werkt aan een perspectief om het erfgoed door te geven aan volgende generaties. Ruimtelijke arrangementen, ontwerp-ateliers en gebiedsgericht werken zijn instrumenten. die worden ingezet.
Dit jaar start het Ontwerpprogramma Grootschalige Woningbouw. Hiermee ondersteun ik met ontwerp(end) onderzoek een aantal gemeenten waar wordt gewerkt aan grote woningbouwontwikkelingen.10 Doel is om erfgoed en ontwerp te verbinden aan deze woningbouwopgaven. We creëren daarmee herkenbare aantrekkelijke woningbouwlocaties met identiteit. Ik doe dat samen met het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en het ministerie van BZK.
Met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de GasUnie werk ik aan een zorgvuldige inpassing van buisleidingen in de Delta Rhine Corridor in die gebieden waar een waardevol bodemarchief aanwezig is. EZK, OCW en de GasUnie stellen met de betreffende gemeenten in een vroeg stadium een overkoepelende aanpak op vanuit één inhoudelijke visie. Zo kunnen gerichte maatregelen worden genomen zoals de aanpassing van een buizentracé of juist een opgraving om ruimte te bieden aan zo’n tracé. De procedures worden daarmee korter waarmee de energietransitie voortvarend wordt opgepakt. Ook biedt dit de mogelijkheid om archeologische expertise daar in te zetten waar de meeste kenniswinst behaald kan worden.
In het kader van de Wet op de defensie gereedheid (Wodg) heeft het Ministerie van Defensie aangegeven graag samen te werken aan een voorbeeldproject waarbij archeologie wordt gekoppeld aan de aanleg van oefenloopgraven. We zijn hierover in gesprek en dat geldt ook voor een voorbeeldproject dat meer op het gebouwde erfgoed van Defensie is gericht.
Met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werk ik samen aan het in kaart brengen van de mogelijkheden van waterberging in het geval van piekbuien in Unesco werelderfgoed de Hollandse Waterlinies.
Ook werk ik met het ministerie van EZK samen om middels een Landsdekkende Heritage Impact Assessment (HIA) de effecten van een toekomstbestendig hoogspanningsnetwerk op werelderfgoed in kaart te brengen, zodat er goede tracékeuzes gemaakt kunnen worden, zonder de waarden van het Werelderfgoed aan te tasten.
Wat betreft de omgang met de waardevolle cultuurlandschappen uit de Ontwerp-Nota Ruimte werk ik samen met de ministeries van BZK, LVVN, IenW en KGG om te komen tot een showcase.
En met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ben ik in gesprek over een gebiedsgericht onderzoek naar hoe de opgaven voor erfgoed en gezondheid in samenhang kunnen worden opgepakt en elkaar kunnen versterken.
Kennis delen en kennis ontwikkelen
OCW heeft in de afgelopen decennia met programma’s als Belvedere, Visie Erfgoed en Ruimte en de Erfgoed Deal veel kennis gegenereerd.11 Ik vind het belangrijk dat die kennis wordt ingezet voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Nog te vaak wordt deze kennis onvoldoende of te gefragmenteerd benut.
Een recent voorbeeld is de polder Rijnenburg bij Utrecht waar in de
komende jaren een woonwijk zal verrijzen. De vele archeologische waarden
zijn al vóór de planvorming in kaart gebracht. De sporen uit het
verleden zoals de verkavelingspatronen, zijn daarna verwerkt in het
stedenbouwkundig plan. Hierdoor worden de bouwkosten lager.
Want als je in archeologisch waardevolle gebieden wilt bouwen, is
opgraven verplicht. Door in de stedenbouwkundige opzet de archeologisch
meest waardevolle plekken, een functie geven waarvoor je niet de grond
in hoeft (zoals een parkaanleg), scheelt dat substantieel in de
bouwkosten. Bovendien krijgt de wijk hierdoor een eigen karakter en
identiteit.
Met een kennisprogramma wil ik de opgedane kennis beter vindbaar en toepasbaar maken. Daarom versterk ik de erfgoeddeskundigheid verder op verschillende schaalniveaus:
Ik bundel de kennisproducten die de afgelopen jaren door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn ontwikkeld en verbeter de vindbaarheid daarvan voor ontwikkelaars en medeoverheden. Zo kunnen zoveel mogelijk partijen handreikingen en tools goed vinden en toepassen. Ik leg daarbij ook de verbinding met de handreikingen van Mooi Nederland en de kennisproducten van de Actie agenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO). 12
Naast alle kennis die in de afgelopen jaren is ontwikkeld, voorzie ik in een flexibel kennisprogramma gericht op actuele vraagstukken ten dienste van het Programma Erfgoed en Leefomgeving.
Met het programma Erfgoed en Overheid ondersteun ik gemeenten onder andere bij de inpassing van erfgoed en cultuurlandschap in ruimtelijke ontwikkelingen. Hierover heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer op 2 juni 2025 geïnformeerd.
Door de interdepartementale samenwerking bij voorbeeldprojecten wordt rijksbreed het bewustzijn en de expertise voor erfgoed in de leefomgeving versterkt.
Financiële basis
| Programma Erfgoed en Leefomgeving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
|
€ 2,5 miljoen | € 2,5 miljoen | € 2,5 miljoen | € 2,5 miljoen |
|
€ 1 miljoen | € 1 miljoen | € 1 miljoen | € 1 miljoen |
|
€ 200.000 | € 200.000 | € 200.000 | € 200.000 |
| Totaal | € 3,7 miljoen | € 3,7 miljoen | € 3,7 miljoen | € 3,7 miljoen |
Slot
Wij zijn de erflaters van alle toekomstige Nederlanders. Het is mijn wens dat over dertig jaar onze dorpen, steden en landschappen nog mooier zijn dan nu. Dat ze toekomstbestendig zijn en tegelijk voor hun bewoners en gebruikers herkenbaar zijn gebleven. Met zorgvuldig ontworpen nieuwe kwaliteit waar toekomstige generaties trots op kunnen zijn. Een toekomstig Nederland met ruimte voor ons verleden.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Ontwerp-Nota Ruimte (webversie) | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎
Zie ook het Verdrag van Faro dat Nederland in januari 2024 heeft ondertekend. Het verdrag gaat uit van het belang om iedereen in de samenleving te betrekken bij het voortdurende proces van wat erfgoed is en zet in op de waarde en het potentieel van cultureel erfgoed als bron van duurzame ontwikkeling en voor de kwaliteit van leven in een voortdurend veranderende samenleving.↩︎
Tussen 27 november 2023 en 14 januari 2024 hebben 9.553 inwoners (18 jaar en ouder) meegedaan aan de ruimteraadpleging (Participatieve Waarde Evaluatie, PWE). Op een laagdrempelige manier zijn de deelnemers in een digitale omgeving gevraagd om ‘op de stoel van de minister’ te gaan zitten. Het doel van de ruimteraadpleging was onder meer om de ontwikkeling van de Nota Ruimte te ondersteunen met inzichten in de afweging die burgers maken op vergelijkbare keuzes als die de overheid moet maken voor de Nota Ruimte. Zie: Resultaten+inwonersraadpleging+ruimtelijke+inrichting+Nederland.pdf. En hoewel de top drie prioriteit heeft, kunnen de (uiteindelijk) te maken keuzes op weinig steun rekenen als er geen rekening wordt gehouden met de andere doelen en principes zoals een goede omgang met ons erfgoed, eigenheid van regio’s en rekening houden met water en de bodem.↩︎
Motie Gabriels landschappen MVRO, kamerstuk 34 682, nr. 202, 15 oktober 2024: Constaterende dat er ingrijpende keuzes nodig zijn in de ruimtelijke ordening van Nederland om aan alle ruimteclaims te kunnen voldoen; constaterende dat veel mensen zich betrokken voelen bij hun (regionale) landschap; overwegende dat het belangrijk is om dit gevoel, de verhalen en de historie van het landschap te behouden; verzoekt de regering om erfgoed, historie en beleving in het landschap nadrukkelijker een plek te geven in de verdere uitwerking van de Nota Ruimte.↩︎
Kamerstuk 32156, nr. 140 Inventarisatie Erfgoed en Overheid. Inventarisatie, knelpunten, kansen en oplossingen bij gemeenten en provincies voor uitvoering van erfgoedtaken in de fysieke leefomgeving.↩︎
De Federatie Instandhouding Monumenten (FIM), de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK) en de branchevereniging Kunsten’92.↩︎
De basis daarvoor ligt in de internationale verdragen van Granada (architectuur), Valletta (archeologie), Unesco (werelderfgoed) en Florence (landschap). Deze zijn stevig verankerd in de ruimtelijke ordening:
Sinds 2020 vigeert de nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) waarin Erfgoed en Landschap alsmede Ruimtelijke Kwaliteit, als twee nationale belangen zijn aangemerkt. En waarin een van de drie afwegingsprincipes ervan uitgaat dat bij ontwikkelingen de kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan.
Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking die uitgaat van integraal werken bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, waar cultureel erfgoed onderdeel van uitmaakt.
Interdepartementaal wordt gewerkt aan de Nota Ruimte, de nationale omgevingsvisie waarmee de Rijksoverheid de regie in het ruimtelijk domein weer terugpakt. Cultureel erfgoed met inbegrip van cultuurlandschappen en werelderfgoed zijn daarin conform de Omgevingswet en de NOVI opgenomen.↩︎
Verleden, heden en toekomst. Evaluatie NOVEX-gebiedsbiografieën. BMC mei 2025.↩︎
Motie Mohandis erfgoed, Kamerstukken II 2024-25, 32156, nr. 130↩︎
Het gaat om nationaal grootschalige woningbouwgebieden: https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/aanpak-woningnood/grootschalige-woningbouwgebieden↩︎
Het programma Erfgoed Deal liep van 2019 tot en met 2025. Zie ook Ecorys, Evaluatie Erfgoed Deal, Rotterdam 18 april 2025.↩︎
Kamerbrief voortzetting Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.↩︎