[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Definitieve tenderregelingen voor IJmuiden Ver GammaA en GammaB

Stimulering duurzame energieproductie

Brief regering

Nummer: 2026D29258, datum: 2026-06-12, bijgewerkt: 2026-06-16 15:09, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31239 -459 Stimulering duurzame energieproductie .

Onderdeel van zaak 2026Z12962:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


31 239 Stimulering duurzame energieproductie

33 561 Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ)

Nr. 459 Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 2026

Het kabinet investeert volgens het op 16 september van 2025 gepubliceerde Actieplan windenergie op zee in 2026 in 2 GW windenergie op zee door de kavels van IJmuiden Ver Gamma-A (1 GW) en IJmuiden Ver Gamma-B (1 GW) met een procedure met subsidie te vergunnen (“tender”).1 Deze windparken op zee zijn een investering in schone en betaalbare energie van eigen bodem voor huidige en toekomstige generaties, dragen bij aan de klimaatdoelstellingen en vergroten de weerbaarheid van ons energiesysteem bij geopolitieke onrust. Windenergie op zee is de motor van de energietransitie en draagt bij aan een duurzaam Nederland.

Het kabinet heeft de Kamer eerder geïnformeerd over de conceptregelingen, waarna een marktconsultatie heeft plaatsgevonden.2 Via deze brief informeer ik de Kamer over definitieve tenderregelingen, waarmee het kabinet een volgende belangrijke stap in de ontwikkeling van deze windparken op zee zet. De tenderregelingen worden eerdaags in de Staatscourant gepubliceerd.

Daarnaast geef ik via deze brief uitvoering aan een aantal moties, namelijk: een motie van het lid Jumelet c.s. over het invoedingstarief3, een motie van het lid van Oosterhout c.s. over ecologische en circulaire criteria voor wind op zee4, een motie van de leden Kröger en Thijssen over een binnenlandse vraagverplichting5, een motie van het lid van Oosterhout c.s. over het Noordzeepact6 en een motie van het lid Klos c.s. over het wetsvoorstel voor contracts for difference7. Tot slot beantwoordt het kabinet in deze brief een vraag van het lid Vermeer over de verantwoordelijkheden van verschillende ministers op het gebied van medegebruik, specifiek passieve visserij.

Verhoging maximale tenderbedrag vanwege onzekerheid invoedingstarief

Voor de vaststelling van het maximale tenderbedrag heeft het kabinet advies gevraagd aan het Planbureau voor de Leefomgeving (hierna: PBL). Het PBL heeft geadviseerd over het maximaal tenderbedrag waarvoor verwacht wordt dat het merendeel van de markt een positieve businesscase heeft8, en maakt daarbij gebruik van een raming van de businesscase voor windparkontwikkelaars, een raming van de verwachte energieprijzen, een marktconsultatie en een inschatting van de concurrentie. Het PBL heeft in het advies niet het effect op de kosten van windparkontwikkelaars kunnen betrekken door het invoedingstarief zoals voorgenomen door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM), omdat daarvoor een verdere uitwerking van het invoedingstarief nodig is. Ook het kabinet kan geen inschatting geven van de verhoogde kosten. Daardoor kan het PBL geen geactualiseerde raming maken van het effect van het invoedingstarief op de businesscase voor windparkontwikkelaars. Daarnaast heeft het PBL aangegeven op korte termijn geen nieuwe inschatting van de concurrentie en het effect op de elektriciteitsprijzen te kunnen geven. Het PBL is daarom niet gevraagd een nieuwe exercitie uit te voeren.

Het risico van het invoedingstarief maakt de kans op een positieve businesscase binnen de budgettaire ruimte van de tenders kleiner. De marktinteresse kan hierdoor dalen, wat de concurrentie beperkt met mogelijk mislukte tenders tot gevolg. Het mislukken van de tenders zou leiden tot verdere vertraging van het behalen van de klimaatdoelstellingen en het versterken van de energieonafhankelijkheid. Ook zorgt een mislukte tender voor hoge maatschappelijke kosten door vertraging bij TenneT en negatieve gevolgen voor de (Nederlandse) toeleveringsketen die sterk met de economie is vervlochten.

Het kabinet hecht veel waarde aan de continuering van de uitrol van windparken op zee.9 Het kabinet heeft daarom besloten om, gelet op het risico en de onzekerheden van het invoedingstarief voldoende budgettaire ruimte te blijven bieden voor twee competitieve tenders voor windenergie op zee door het maximale tenderbedrag voor Gamma-A van € 104/MWh op te hogen naar € 117/MWh, en voor Gamma-B van € 103/MWh op te hogen naar € 116/MWh. De geboden budgettaire ruimte draagt naar verwachting bij aan toenemende competitie, wat kan bijdragen aan een lager winnend tenderbedrag10 en daarmee lagere kosten voor de Rijksoverheid.

Het kabinet is blij met de steun en interesse van de sector voor deze tenders door hun enthousiaste en constructieve bijdrage voor, tijdens en na de consultatie van de tenderregelingen.

Het risico van het invoedingstarief

De ACM onderzoekt sinds 2023 de invoering van een producententarief, waarbij niet alleen de afnemer, maar ook de producent betaalt voor het elektriciteitsnet; het invoedingstarief. In een persbericht van 30 april 2026 bevestigt de ACM door te gaan met de ontwikkeling van een invoedingstarief.11 Er is echter op dit moment nog geen duidelijkheid over de vormgeving, werking en verwachte hoogte van het tarief. Hierdoor is er onzekerheid in de markt voor elektriciteitsproducenten, die de slagingskans van de windenergie op zee tenders vanaf 2026 onder druk zet. Door de onduidelijkheid is het immers voor een windparkontwikkelaar moeilijk te beoordelen hoe het invoedingstarief ingeprijsd moet worden in de businesscase. Hierdoor kunnen zij hiervoor ofwel een (te) hoge risicopremie hanteren waardoor de businesscase negatief uit kan vallen en de slagingskans van de tender afneemt of het risico van oversubsidiëring ontstaat, ofwel een te lage risicopremie hanteren waardoor het risico toeneemt dat er na het verkrijgen van de vergunning uiteindelijk geen finale investeringsbeslissing kan worden genomen.

De ACM zal in de komende maanden een ontwerpbesluit voorbereiden met daarin de keuzes over de vormgeving van het invoedingstarief, een overgangsperiode en het eventueel uitzonderen van bepaalde producenten. Voor een maximale hoogte zal ACM ook kijken naar het Duitse invoedingstarief. Deze informatie komt te laat voor de vaststelling van de definitieve tenderregelingen voor Gamma-A en Gamma-B waarmee windparkontwikkelaars een aanvraag kunnen voorbereiden. Wel draagt zoveel mogelijk informatie van de ACM vóór het sluiten van de tender bij aan het beter kunnen inprijzen van het risico door de markt en daarmee verkleining van de hiervoor genoemde risico’s. Ik heb de ACM per brief gewezen op het effect dat deze onzekerheid heeft op deze tenders voor windenergie op zee, alsook op de openstelling van de SDE++ in 2026. Deze brief is bijgevoegd. Hiermee geef ik invulling aan de motie van het lid Jumelet c.s.12 De ACM heeft aangegeven voornemens te zijn zo snel als mogelijk helderheid te scheppen over de hoogte en de vorm van een invoedingstarief.

De invoering van een invoedingstarief kan ook effect hebben op de businesscase van reeds vergunde windparken. Ik ben met de ACM in gesprek zodat de ACM de consequenties hiervan overziet en dit kan meewegen in de vormgeving van een eventueel invoedingstarief.

Opgehoogde maximale tenderbedrag

Het ophogen van het maximale tenderbedrag voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B biedt de markt de ruimte het risico van het invoedingstarief in te prijzen. Van marktpartijen wordt verwacht dat zij het risico van de voorzienbare ontwikkeling van het invoedingstarief meenemen in de aanvraag. Na de vergunningverlening is er geen ruimte om met de overheid in gesprek te gaan over eventuele compensatie wanneer er meer bekend is geworden over de vormgeving en hoogte van het invoedingstarief.

Het verhoogde maximale tenderbedrag leidt tot de volgende verwachte kasuitgaven en het subsidieplafond voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B in vergelijking met de tenderbedragen zoals opgenomen in de conceptregelingen:

IJmuiden Ver Gamma- A Kasreservering incl 10% prijsrisicobuffer Subsidieplafond
Bij €104/MWh €2,379 mld €3,978 mld
Bij €117/MWh €3,159 mld €4,758 mld
Verschil + €0,780 mld + €0,780 mld
IJmuiden Ver Gamma- B Kasreservering incl 10% prijsrisicobuffer Subsidieplafond
Bij €103/MWh €2,271 mld €3,918 mld
Bij €116/MWh €3,051 mld €4,698 mld
Verschil + €0,780 mld + €0,780 mld

Het openstellingsbudget is gelijk aan het verplichtingenbudget, wat overeenkomt met het maximaal uit te keren subsidiebedrag. Het openstellingsbudget is gebaseerd op de maximale verplichting, dus het bedrag dat de ontvanger op basis van de beschikking maximaal kan ontvangen. Hier is alleen sprake van bij een langjarige zeer lage elektriciteitsprijs en hoge elektriciteitsproductie. De ophoging met € 1,560 mld. van het verplichtingenbudget voor TOWOZ in 2027 (het moment van beschikken) zal budgettair worden verwerkt in de Ontwerpbegroting 2027.

De verwachte kasuitgaven zijn naar verwachting aanzienlijk lager, omdat bij hogere prijzen het uit te keren subsidiebedrag wordt gecorrigeerd voor inkomsten uit de markt voor het leveren van elektriciteit. De verwachte kasuitgaven zijn geraamd op basis van de meerjarige raming van de elektriciteitsprijzen. De daadwerkelijke kasuitgaven die gedurende de looptijd van de subsidie worden gedaan, worden net als bij de SDE++ gecorrigeerd voor de daadwerkelijke elektriciteitsprijzen.

In de Kamerbrief over IJmuiden Ver Gamma-A van 16 januari 202613 is benoemd dat de subsidie-intensiteit €220/ton CO2 is bij een tenderbedrag van €104/MWh. Met €117/MWh is de subsidie-intensiteit €278/ton CO2. Bij de berekening van de subsidie-intensiteit is geen rekening gehouden met de investeringen van TenneT in het net op zee. De subsidie-intensiteit kan lager uitvallen als het winnende tenderbedrag lager is en/of als tijdens de looptijd de subsidiebetaling lager uitvalt door hoger dan geraamde elektriciteitsprijzen.

Dekking maximaal tenderbedrag

Door de ophoging van het maximale tenderbedrag is er in totaal een reservering van ca. € 6,21 mld. nodig voor de tenders van IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B. Voor deze tenders stond € 4,744 mld. gereserveerd. In de reservering van het Actieplan wind op zee zat nog circa € 93 mln. Voor het restant van € 1,466 mld. zal gebruik worden gemaakt van de middelen die bij het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitrol van windenergie op zee tot 40 GW. Dit betekent dat het ophogen van het maximale tenderbedrag niet ten koste gaat van andere doelen van het kabinet. Dit zal worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2027.

Ten tijde van de reservering bij het coalitieakkoord voor de 40 GW windenergie op zee is uitgegaan van maximaal tenderbedragen van € 104/MWh en € 103/MWh voor respectievelijk IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B. Het ophogen van het maximale tenderbedrag voor deze 2 GW kan daarmee ten koste gaan van de openstelling van toekomstige tenders voor windparken op zee als het winnend tenderbedrag uiteindelijk hoger ligt dan respectievelijk €104/MWh en €103/MWh. Indien de winnende biedingen voor IJmuiden Ver Gamma-A en B het opgehoogde maximum evenaren, neemt door deze eenmalige ophoging het doelbereik in theorie met 0,6 GW af ten opzichte van de 40 GW. Het betekent dat prijsondersteuning voor toekomstige tenders goedkoper moet worden dan waar de reservering op is gebaseerd, of dat er minder kavels met prijsondersteuning kunnen worden vergund. Het kabinet verwacht echter dat het winnende tenderbedrag lager zal zijn dan het maximum vanwege de toegenomen marktinteresse en concurrentie door de geboden budgettaire ruimte. In dat geval is het effect op het doelbereik kleiner. Daarnaast is deze reservering gebaseerd op de marktomstandigheden ten tijde van het sluiten van het coalitieakkoord. Ontwikkelingen in de elektriciteitsvraag, de elektriciteitsprijzen en de productiekosten zullen de komende jaren nog van invloed zijn op de per GW benodigde middelen en het doelbereik van windenergie op zee. Het daadwerkelijke effect van deze ophoging op de hoogte van toekomstige tenderbedragen is daarmee nog niet te bepalen. Voorafgaand aan elke tenderronde zal het PBL worden gevraagd om te adviseren over de maximale tenderbedragen voor die ronde, rekening houdend met de actuele omstandigheden. Het kabinet is voornemens eind dit jaar de nieuwe routekaart voor windenergie op zee met de Kamer te delen en zal dan ook verder ingaan op het doelbereik van windenergie op zee.

Ecologische en circulaire maatregelen voor windparken op zee

Voor deze windparken op zee schrijft het kabinet ambitieuze ecologische en circulaire maatregelen voor. Ecologische maatregelen zijn nodig om de negatieve effecten op de natuur te beperken en waar mogelijk de natuur te versterken. Zo heeft het kabinet in de kavelbesluiten voor deze kavels verplichte voorschriften opgenomen waarmee het effect op de natuur zoveel mogelijk wordt beperkt, zoals een norm om het onderwatergeluid bij heiwerkzaamheden te minimaliseren, en de natuur wordt versterkt, zoals natuurinclusief bouwen. Het kabinet blijft ook inzetten op kennisontwikkeling, zodat de nieuwste kennis kan worden meegenomen in de vergunningverlening.

In de tenderregelingen heeft het kabinet circulaire vereisten opgenomen, zoals dat alle rotorbladen voor ten minste 70% recyclebaar moeten zijn. Daarnaast werkt het kabinet samen met de windsector aan een circulaire routekaart voor windenergie op zee, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke vervolgstappen kunnen worden gezet voor de circulaire uitrol van windenergie op zee.

Tot slot blijft het kabinet zich binnen EU- en NSEC-verband inzetten voor circulaire en ecologische maatregelen voor windparken op zee, bijvoorbeeld in gesprekken over de implementatie van de Net Zero Industry Act voor wind op zee tenders. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan de motie van Oosterhout c.s. over dit ecologische en circulaire criteria.14

Procedure

De ontwerp-tenderregelingen voor beide kavels zijn openbaar geconsulteerd. Naar aanleiding van de ontvangen reacties zijn er diverse wijzigingen en verduidelijkingen gemaakt in de definitieve tenderregelingen, met name met betrekking tot de eisen uit de Europese Net Zero Industry Act (NZIA). Na de verzending van deze Kamerbrief worden de definitieve tenderregelingen voor beide kavels in de Staatscourant gepubliceerd.

Vervolgens zal de formele notificatie voor staatssteungoedkeuring bij de Europese Commissie worden ingediend. Staatssteungoedkeuring wordt enkele maanden daarna verwacht.

Beide tenders openen donderdag 26 november en sluiten donderdag 10 december om 17:00 uur. Het kabinet verwacht de vergunningen in het eerste kwartaal van 2027 te kunnen verlenen. Windparken IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B zullen naar verwachting in 2032 in gebruik worden genomen.

Motie over binnenlandse vraagverplichting

In deze Kamerbrief geeft het kabinet ook invulling aan de motie van de leden Kröger en Thijssen.15 Het kabinet heeft onderzocht in welke mate een binnenlandse vraagverplichting effectief zou zijn om vraagcreatie nationaal aan te jagen, waaronder de mogelijkheden die de overheid zelf op alle lagen heeft om de vraag naar windenergie te vergroten. Het kabinet heeft hierover verkennende gesprekken gevoerd met Gasunie en NS, twee publieke partijen die veel elektriciteit verbruiken. Daarnaast heeft het kabinet met netbeheerders gesproken over de mogelijkheden om de inkoop van netverliezen te vergroenen.

Een belangrijk afweging hierbij is dat het stellen van maatregelen voor groene vraagcreatie passend zijn op EU-niveau, zoals nu gebeurt met lead markets en niet op nationaal niveau.

Een inschatting van het totale elektriciteitsverbruik van de publieke sector in Nederland is dat deze minder dan 10% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik bedraagt en daarmee een significante bijdrage kan leveren aan nationale vraagcreatie. Een aanzienlijk deel van het elektriciteitsverbruik van de publieke sector wordt ingevuld met duurzame elektriciteit. Dit kan worden aangetoond met ‘garanties van oorsprong’ van binnen en buiten Nederland en is dus niet vanzelfsprekend of uitsluitend afkomstig uit bijvoorbeeld Nederlandse windparken op zee. Momenteel verkennen netbeheerders voor elektriciteit of de netverliezen kunnen worden vergroend met o.a. elektriciteit uit Nederlandse windparken op zee. Het kabinet staat er positief tegenover dat netbeheerders actief de mogelijkheden bekijken om hun netverliezen verder te vergroenen.

Een binnenlandse vraagverplichting naar windenergie op zee staat op gespannen voet met andere doelstellingen en verplichtingen van de overheid. Zo hebben de overheid en organisaties die taken namens de overheid uitvoeren bij de inkoop van energie meestal te maken met aanbestedingen en EU-aanbestedingsregels om transparantie en concurrentie te bevorderen. Een voorkeur voor windenergie van Nederlandse windparken op zee ten opzichte van andere duurzame energie is juridisch complex en uitdagend. Daarnaast past dit niet binnen de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt om de uitwisseling van elektriciteit te vergroten en de elektriciteitsmarkten verder met elkaar te integreren. Bovendien is dit mogelijk in strijd met het vrij verkeer van goederen en diensten in de Europese Unie.

Een van de oorzaken van de verslechterde marktomstandigheden van windenergie op zee is het achterblijvende tempo in de verwachte ontwikkeling van grootschalige vraag. Met het coalitieakkoord, waaronder de inzet op subsidie (TOWOZ) en contract-for-differences, investeert het kabinet in windenergie op zee op de korte en lange termijn. Ook zet het kabinet, in samenwerking met Invest-NL, in op de ontwikkeling van een cPPA-garantiefonds (corporate Power Purchase Agreement-garantiefonds).16 Dit garantiefonds stelt meer bedrijven in staat om een overeenkomst te sluiten met bijvoorbeeld een windpark voor de afname van elektriciteit. De eerste pilot(s) worden voorzien in 2027. Tevens worden via de SDE++ openstellingsrondes verduurzaming, waaronder grootschalige elektrificatie, gestimuleerd. In de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem, die in september aan de Kamer wordt gestuurd, gaat het kabinet in op de ontwikkeling van zowel elektriciteitsvraag als -aanbod.

Medegebruik binnen windparken
Kamerlid Vermeer (BBB) heeft in het begrotingsbehandelingsdebat van KGG op 12 februari jl. een vraag gesteld over passieve visserij.17 Deze vraag luidt: ‘Wat zijn de verschillende verantwoordelijkheden van de ministeries (KGG, I&W en LVVN) op het gebied van medegebruik, specifiek passieve visserij, en welke stappen zijn er nu al gezet?

In het ruimtelijke ordeningsproces van de Noordzee wordt gestreefd naar een balans tussen de energietransitie, de voedseltransitie en natuur in samenhang met ander gebruik. De Minister van Klimaat en Groene Groei is verantwoordelijk voor het beleid en de vergunningen voor windenergie op zee. De ruimte tussen de windturbines, met in achtneming van een veiligheidszone rondom de turbines, is geen onderdeel van de vergunning voor het windpark, maar is medegebruiksruimte. Gebruik van de Noordzee, waaronder medegebruik, moet passen binnen de ecologische draagkracht van de Noordzee. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening op de Noordzee. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat coördineert daarmee het algemeen beleid voor medegebruik. De beleidsontwikkeling van de medegebruiksvormen aquacultuur, passieve visserij en natuur vallen onder de verantwoordelijkheid van de Minister en Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De beleidsontwikkeling van de medegebruiksvorm andere vormen van duurzame energieopwerk en -opslag valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groene Groei.

Om medegebruik binnen windparken op zee te faciliteren wordt voor alle windparken uit de Routekaart een zogeheten handreiking gebiedspaspoort opgesteld. Voor windenergiegebied Borssele, Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord zijn deze beschikbaar. Op deze manier wordt er ruimte geboden voor onder andere passieve visserij.

Op 8 april 2026 is door de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een uitvraag gepubliceerd in de Staatscourant voor mogelijkheden voor experimentele passieve visserij in de windparken Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord.18 Ook voor windenergiegebied Borssele zal een uitvraag voor passieve visserij volgen. Binnen windenergiegebied Borssele is na een evaluatieproces namelijk meer ruimte beschikbaar gekomen voor passieve visserij. Zoals aangekondigd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het Programma Noordzee 2028-203319 wordt er beoogd in het Programma Noordzee 2028-2033 de overgang te markeren van passieve visserij als experiment naar een beroepsmatige uitrol van passieve visserij.

Noordzeepact

De Kamer heeft verzocht om geïnformeerd te worden over de gesprekken die gevoerd worden in het kader van een Noordzeepact (motie van het lid van Oosterhout c.s.).20 Het kabinet onderschrijft het belang dat elektriciteitsvraag, -aanbod en -infrastructuur in samenhang met elkaar worden ontwikkeld. De actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem gaat in meer detail in op deze afstemming. Deze actualisatie wordt in september met de Kamer gedeeld. Parallel daaraan verkent het kabinet samen met brancheverenigingen van zowel vraag als aanbodzijde en met netbeheerders welke aanvullende mogelijkheden er zijn om vraag, aanbod en infrastructuur op elkaar af te stemmen. Deze gesprekken worden uitgebreid met een bredere vertegenwoordiging van belanghebbenden. Het kabinet gaat met natuurorganisaties in gesprek om te verkennen of zij hier ook een rol in kunnen spelen. De Tweede Kamer zal uiterlijk eind 2026 nader worden geïnformeerd over de aanknopingspunten die deze aanpak biedt.

Tot slot

Het slagen van de tenders voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B is belangrijk voor de energieonafhankelijkheid, de bijdrage aan de klimaatdoelstellingen, de verduurzaming van de industrie en het behouden van een robuuste toeleveringsketen die sterk met de Nederlandse economie is vervlochten.

Het kabinet blijft stappen zetten voor een continue en realistische uitrol van windenergie op zee. Dat geldt ook bij de toekomstige vergunningverlening van windparken op zee middels contracts for difference.21 Het kabinet verwacht het wetsvoorstel dat contracts for difference mogelijk maakt voor de zomer naar de Kamer te sturen. Hiermee geeft het kabinet invulling aan de motie van het lid Klos c.s.22 Het kabinet biedt de Kamer hierbij alvast graag een technische briefing over dit wetsvoorstel aan. Ten behoeve van spoedige behandeling van het wetsvoorstel kan deze technische briefing op korte termijn, bijvoorbeeld nog voor of kort na het zomerreces, plaatsvinden. Dit is ook in lijn met de wens van de Kamer zoals aangegeven in het debat over hernieuwbare energie en energiebesparing op 15 april.

De minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven-van der Meer


Bijlage 1: Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie conform Comptabiliteitswet 3.1.1

Onderdeel Toelichting
Doelen

Windenergie op zee levert een grote maatschappelijke bijdrage. Zo draagt het bij aan energieonafhankelijkheid, Nederlandse economie, verduurzaming van Nederland en de toeleveringsketen. Met de Routekaart van ca. 21 GW windenergie op zee rond 2030 is een uitrolpad geschetst voor de ontwikkeling van windenergie op zee dat zo bij moet dragen aan de investeringsbeslissingen in windenergie op zee en de verduurzaming van de industrie. Ook volgt uit het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee dat er een robuuste 30 GW in 2040 geldt als ondergrens voor windenergie op zee die nodig is om de verduurzamingsplannen van Nederland en de industrie mogelijk te maken.

De uitrol van windenergie op zee volgens het voorziene pad uit de Routekaart windenergie op zee staat de laatste jaren echter onder druk als gevolg van sterk gestegen ontwikkelkosten en gedaalde en onzekere opbrengsten voor windparkontwikkelaars. Dit leidt tot een direct gevolg voor het behalen van klimaatdoelstellingen, energieonafhankelijkheid, zet een rem op de economie, vertraagt of leidt tot afstel van verduurzaming van de industrie, en heeft nadelige gevolgen voor de toeleveringsketen.

Beleidsinstrumenten

Het instrument is de vergunningverlening van windenergie op zee met de procedure van subsidie. Dit betekent dat een winnende aanvraag in de tender een vergunning verkrijgt op grond van de Wet windenergie op zee en een subsidiebeschikking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie waarmee de SDE++-systematiek wordt gevolgd.

De subsidie voor windenergie op zee werkt volgens dezelfde systematiek als de SDE++-regeling, waarmee de Minister van Klimaat en Groene Groei bedrijven ondersteunt die duurzame energie opwekken of technieken toepassen die CO₂-uitstoot verminderen. De Minister vergoedt daarbij het onrendabele deel van een project: het verschil tussen de kosten van de duurzame techniek en de opbrengsten uit de markt. Als de marktprijs lager is dan het tenderbedrag van de aanvraag wordt subsidie uitgekeerd. Bij hogere elektriciteitsprijzen daalt de hoeveelheid kasuitgaven. De uitbetaling gebeurt op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde productie. Hierdoor zorgt deze systematiek ervoor dat bedrijven ondersteuning ontvangen voor het financieel haalbaar maken van duurzame projecten financieel op een zo kosteneffectief mogelijke manier.

Een dergelijke vorm van ondersteuning kan nog ingezet worden tot halverwege 2027. Vanaf juli 2027 vereist de Europese Commissie dat prijszekerheidsondersteuning voor projecten voor hernieuwbare elektriciteit enkel in de vorm van Contract for Difference. Dit is verplicht vanuit Europese regelgeving en een al veel toegepast instrument in het buitenland. CfD wordt momenteel nog uitgewerkt in de nationale wetgeving. CfD biedt de mogelijkheid voor ook terugvloeiende gelden naar de Staat als de elektriciteitsprijs boven de strike price ligt, het niveau waarop een ontwikkelaar een rendabele businesscase heeft.

Financiële gevolgen voor het Rijk Op basis van het maximale tenderbedrag van
€ 117/MWh zijn de verwachte kasuitgaven geraamd op ca. € 3,159 mld. (over de periode 2032-2046) en een verplichtingenbudget/subsidieplafond van € 4,758 mld. De reservering en de raming vallen lager uit als het winnende tenderbedrag lager is het maximale tenderbedrag. De daadwerkelijke uitgaven zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs tijdens de subsidiabele periode van 15 jaar vanaf inbedrijfname van het windpark op zee.
Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren Door zoveel als mogelijk continuïteit te bieden in de uitrol van windenergie op zee worden de vertragingskosten van TenneT, die landen in de nettarieven, zoveel als mogelijk beperkt.
Nagestreefde doeltreffendheid De sterk gestegen ontwikkelkosten en gedaalde en onzekere opbrengsten voor windparkontwikkelaars hebben ertoe geleid dat een onrendabele top is ontstaan die snel groter is geworden. Daarvoor wordt subsidie ter beschikking gesteld op basis van de daadwerkelijke productie. De subsidie wordt achteraf uitgekeerd op basis van de jaargemiddelde elektriciteitsprijs.
Nagestreefde doelmatigheid

De subsidie dekt alleen de onrendabele top af, het verschil tussen de marktprijs voor energie en de kostprijs voor de opwek door het windpark. Daarnaast wordt een basiselektriciteitsprijs gehanteerd. Wanneer de elektriciteitsprijs onder de basiselektriciteitsprijs valt, wordt geen extra subsidie uitgekeerd.

Met het maximale tenderbedrag van € 117/MWh komt de subsidie-intensiteit voor deze tender uit op
€ 278/ton CO2. Dit is lager dan de maximale subsidie-intensiteit die voor de SDE++ van € 300/ton CO2. Dit kan lager uitvallen naarmate het winnende tenderbedrag lager is. De uiteindelijke uitgaven tijdens de looptijd zijn vervolgens afhankelijk van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen. Ter illustratie is de gemiddelde subsidie-intensiteit van de aanvragen in de categorieën windenergie op land in de SDE++ 2025-ronde gemiddeld ca. € 163/ton CO2. Daarbij moet in acht worden genomen dat de productiekosten van windenergie op zee t.o.v. windenergie op land hoger zijn vanwege de locatie.

De toepassing van een prijszekerheidsmechanisme is in lijn met mondiale ontwikkelingen. Hoewel de tenders in het buitenland niet een-op-een kunnen worden vergeleken met de Nederlandse tenders, geven deze tenders een goede indicatie van de uitdagende marktomstandigheden die op dit moment wereldwijd gelden voor windenergie op zee.

Evaluatie Met het starten van de internetconsultatie van de ontwerpregeling kan eenieder reageren op de regeling. Dit biedt gelegenheid de ontwerpregeling aan te passen naar definitieve regeling. Ook biedt de consultatie een graadmeter voor de bereidwilligheid en de kans van slagen van de tender. Nadat de tender is gesloten zullen de resultaten en het succes van de tender worden geëvalueerd om daar voor opvolgende tenders van te leren qua budgetreservering en tenderontwerp. Deze lessen worden ook zoveel als mogelijk meegenomen in de uitwerking van de Contract for Difference die vanaf halverwege 2027 toegepast moet worden.

  1. Actieplan wind op zee, 16 september 2026, bijlage bij Kamerstuk 33561, nr. 91.↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/26, 33 561, nr. 99 en Kamerstukken II 2025/26, 33 561, nr. 101.↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XXIII, nr. 38.↩︎

  4. Kamerstukken II 2025/26, 31239, nr. 448.↩︎

  5. Kamerstukken II 2025/2026, 31239, nr. 432.↩︎

  6. Kamerstukken II, 2025/2026, 31239 nr. 447.↩︎

  7. Kamerstukken II 2025/26, 31239, nr. 455.↩︎

  8. Planbureau van de Leefomgeving, 16 januari 2026, Advice offshore wind tender 2026, Maximum tender amount for the TOWOZ-concept.↩︎

  9. Actieplan wind op zee, 16 september 2025, nummer 2025D39426.↩︎

  10. Planbureau van de Leefomgeving, 16 januari 2026, Advice offshore wind tender 2026, Maximum tender amount for the TOWOZ-concept, p. 14.↩︎

  11. https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-geleidelijke-introductie-invoedingstarief-moet-bijdragen-aan-efficienter-gebruik-elektriciteitsnet↩︎

  12. Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XXIII, nr. 38.↩︎

  13. Kamerstukken II 2025/26, 33 561, nr. 99.↩︎

  14. Kamerstukken II 2025/26, 31239, nr. 448.↩︎

  15. Kamerstukken II 2025/2026, 31239, nr. 432.↩︎

  16. In het Actieplan windenergie op zee (Kamerstuk II 2025/2026, 33561, nr. 91) is het garantiefonds voor ‘corporate Power Purchase Agreements’ in detail beschreven.↩︎

  17. Bij passieve visserij is het de vis die in het net zwemt of toehapt. in een haakje hapt. Voorbeelden zijn de visserij met korven, staandwant en handlijnenvisserij. Actieve visserij gaat om methoden waarbij het net wordt voorbewogen om vis te vangen.↩︎

  18. Nieuwe versie Handreiking gebiedspaspoort Borssele | Noordzeeloket↩︎

  19. Notitie Reikwijdte en Detailniveau Programma Noordzee 2028 - 2033↩︎

  20. Kamerstukken II, 2025/2026, 31239 nr. 447.↩︎

  21. Minister van Economische Zaken en Klimaat, Kamerbrief tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen zon-PV en windenergie, 20 maart 2026 (Kamerstuk 31239, nr. 445).↩︎

  22. Kamerstukken II 2025/26, 31239, nr. 455.↩︎