[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Fiche: Omnibus XII energieproducten en bandenlabelling

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Brief regering

Nummer: 2026D39712, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-09-03 14:07, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4418 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.

Onderdeel van zaak 2026Z17398:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


22112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 4418 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 augustus 2026

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 7 fiches die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).

Fiche: mededeling Stop Destroying Videogames (Kamerstuk 22112, nr. 4417).

Fiche: Omnibus XII energieproducten en bandenlabelling.

Fiche: Herziening van de richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (Kamerstuk 22112, nr. 4419).

Fiche: Wijziging Verordening gegevensbescherming voor Europese instellingen (EUVG) (Kamerstuk 22112, nr. 4420).

Fiche: Omnibusrichtlijn directe belastingen (Kamerstuk 22112, nr. 4421).

Fiche: Herziening van de Administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (Kamerstuk 22112, nr. 4422).

Fiche: Mededeling OceanEye: EU-initiatief voor oceaanobservatie (Kamerstuk 22112, nr. 4423).

De minister van Buitenlandse Zaken,

T.B.W. Berendsen

Fiche: Omnibus XII energieproducten en bandenlabelling

  1. Algemene gegevens

  1. Titel voorstel

Proposal for a regulation of the European Parliament and of the council amending Regulation (EU) 2017/1369 and Regulation (EU) 2020/740 as regards simplification and better use of digital options for energy and tyre labelling (Text with EEA relevance)

  1. Datum ontvangst Commissiedocument

24 juni 2026

  1. Nr. Commissiedocument

COM(2026) 565

  1. EUR-Lex

eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52026PC0565

  1. Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing

Impact assessment SWD(2026) 565

  1. Behandelingstraject Raad

Raad Algemene Zaken

  1. Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in nauwe samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

  1. Rechtsbasis

Artikel 114 (interne markt) en Artikel 194(2) (energiebeleid) VWEU.

  1. Besluitvormingsprocedure Raad

Gekwalificeerde meerderheid

  1. Rol Europees Parlement

Medebeslissing

  1. Essentie voorstel

  1. Inhoud voorstel

    Het voorstel van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) bundelt gerichte wijzigingen van de Energielabelverordening (EU) 2017/1369 en de Bandenlabelverordening (EU) 2020/740 met als doel vereenvoudigingen en meer flexibiliteit in de informatieverstrekking over energie- en bandenlabels aan te brengen, terwijl de essentiële inhoud van de labels ongewijzigd blijft.

    Ook worden twee verouderde verordeningen ingetrokken die betrekking hadden op het Energy Star-programma, een samenwerking tussen de EU en de VS voor energiezuinige kantoorapparatuur, omdat het onderliggende akkoord in 2018 is verlopen. Het voorstel komt voort uit het Draghi-rapport (2024) ‘The future of European competitiveness’ waarin het verbeteren van de concurrentiepositie van de Europese Unie centraal staat. Dit heeft geleid tot een aantal zogenaamde Omnibusinitiatieven van de Europese Commissie dat als doel heeft om 25% minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven tegen eind 2029 te bewerkstelligen (en 35% minder voor het mkb) ter versterking van de Europese concurrentiekracht. Eerst zal worden ingegaan op de Energielabelverordening en daarna op de Bandenlabelverordening.

    De Energielabelverordening, die als doel heeft om het energieverbruik van huishoudelijke en energiegerelateerde producten te verminderen door consumenten heldere energielabels te verschaffen en fabrikanten te stimuleren om zuinigere en slimmere producten te maken, ondergaat verschillende wijzigingen om administratieve lasten te verminderen en naleving te verbeteren. Zo wordt de verplichting voor een fysiek gedrukt energielabel bij elk product afgeschaft, waarbij digitale labels de norm worden en distributeurs op verzoek binnen vijf werkdagen een gedrukt label moeten kunnen leveren aan leverancier. Productinformatiebladen (PIS) worden volledig gedigitaliseerd en alleen nog via de Europese product registratie voor energielabels (Hierna: EPREL) beschikbaar gesteld, met verplichte links naar EPREL in alle relevante documentatie en advertenties.

    Bij herschaling van energielabels, zoals de overgang van A+++ naar A-G, worden de overgangsregels vereenvoudigd. Leveranciers mogen tijdens de overgangsperiode van 4 maanden kiezen welk label zij leveren, terwijl distributeurs twaalf maanden de tijd krijgen om producten met het oude label te verkopen, mits dit consistent is met het getoonde label. Verder worden de verantwoordelijkheden in de toeleveringsketen verduidelijkt, waarbij installateurs die producten verkopen als onderdeel van hun dienstverlening expliciet als distributeurs worden aangemerkt en aan dezelfde verplichtingen moeten voldoen. Geautoriseerde vertegenwoordigers van niet-EU-leveranciers moeten een ondertekende mandaatovereenkomst in EPREL uploaden en samenwerken met markttoezichthouders bij non-compliance.

    Een belangrijke innovatie is de koppeling tussen EPREL en het Digital Product Passport (DPP), waardoor producten die al in EPREL zijn geregistreerd niet opnieuw hoeven te worden geregistreerd in het DPP-register. Dit vermindert de administratieve lasten voor bedrijven. Daarnaast worden strengere regels voor markttoezicht en handhaving geïntroduceerd, waarbij online marktplaatsen moeten controleren of producten in EPREL zijn geregistreerd voordat ze worden aangeboden. Nationale markttoezichthouders krijgen de bevoegdheid om niet-conforme producten tijdelijk onzichtbaar te maken in EPREL en waarschuwingen te tonen totdat de non-compliance is verholpen.

    De Bandenlabelverordening, met als doel het verhogen van de verkeersveiligheid, het zuiniger maken van het verkeer en het verminderen van de milieubelasting, ondergaat wijzigingen om de regelgeving te vereenvoudigen, de naleving te verbeteren en beter aan te laten sluiten bij technologische ontwikkelingen. Zo wordt de bevoegdheid van de Europese Commissie uitgebreid zodat de Commissie in de toekomst alle parameters (belangrijke prestatie eigenschappen) van het bandenlabel via gedelegeerde handelingen kan aanpassen. Momenteel staat de bandenlabelverordening de Commissie alleen toe om via gedelegeerde handelingen de waarden, berekeningsmethoden en informatievereisten op het label met betrekking tot zware sneeuw- en ijsomstandigheden aan te passen. Het gevolg hiervan is dat het huidige bandenlabel niet meer aansluit bij inmiddels aangescherpte wettelijke eisen en marktontwikkelingen voor banden. Deze wijziging sluit aan bij de aanpak van de Energielabelverordening en maakt het mogelijk om het bandenlabel sneller aan te passen aan technologische ontwikkelingen, marktveranderingen en strengere wettelijke eisen voor prestaties van banden. Dit verhoogt de relevantie en effectiviteit van het bandenlabel.

    In het voorstel worden autoverkopers vrijgesteld van de verplichting om het bandenlabel te tonen bij de verkoop van nieuwe auto’s, omdat consumenten in de meeste gevallen geen keuze hebben in de banden die op hun voertuig worden gemonteerd. Deze vereenvoudiging maakt de regelgeving minder belastend voor autoverkopers, zonder afbreuk te doen aan de informatievoorziening aan consumenten.

    Verder worden strengere registratieverplichtingen voor banden in EPREL ingevoerd. Leveranciers moeten voortaan niet alleen de basisgegevens van de banden registreren, maar ook testrapporten uploaden die de door hen aangeleverde prestaties van de banden onderbouwen. Deze testrapporten zijn al onderdeel van de verplichte gegevens van de leveranciers, maar hoefden voorheen niet in dit stadium te worden aangeleverd. Het aanleveren van de testrapporten leidt tot een verbeterde toegang en kostenbesparing voor markttoezicht. Daarnaast worden extra (informatie)categorieën toegevoegd aan EPREL om eenduidige bandenselectie mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor de toepassing van de EU-taxonomie. Deze maatregelen verbeteren de transparantie en betrouwbaarheid van de informatie in EPREL en ondersteunen zowel consumenten als markttoezichthouders bij het maken van weloverwogen keuzes.

    Verkopers van autobanden moeten voortaan in visuele advertenties, zoals online advertenties of catalogi, naast de prestatieklassen ook het EPREL-bandregistratienummer vermelden of de link of QR-code naar de bandregistratie in EPREL. Als het niet mogelijk of wenselijk is om het volledige label weer te geven, kunnen de prestatieklassen worden weergegeven door middel van een vereenvoudigd labelformaat met geneste weergave (nested display: zichtbaar met een klik of muisbeweging), bestaande uit klasse-pijlen met de prestatie indicatie, die toegang geeft tot het volledige label. Deze verplichting zorgt ervoor dat consumenten ook buiten de verkooppunten toegang hebben tot essentiële informatie over de prestaties van banden, wat hen helpt bij het maken van duurzamere en veiligere keuzes.

  2. Impact assessment Commissie

Ter voorbereiding op Omnibus XII energieproducten en bandenlabelling heeft de Commissie een impact assessment laten uitvoeren op de huidige regelgeving voor energie-etikettering en bandenlabelling. Daarin werden twee belangrijke problemen geconstateerd: 1) dat er onnodig ingewikkelde regelgeving en verplichtingen zijn voor leveranciers en verkopers voor het tonen van en de informatieverstrekking rond etiketten en labels en de informatievoorziening in EPREL en 2) dat naleving en toezicht hiervan lastig is door deels onduidelijke regels en verantwoordelijkheden in de keten.

Beleidsoptie 1 omvat 13 maatregelen die de regels en verplichtingen voor energie-etikettering en bandenlabelling vereenvoudigen, juridische concepten verduidelijken, het ’één keer registreren’-principe voor EPREL toepassen, ruimere bevoegdheden aan de Commissie delegeren voor het doen van aanpassingen in de Annexen van de bandenlabelverordening en op het bandenlabel, bandentestrapporten aan EPREL toevoegen en bandenlabelverplichtingen voor autodealers afschaffen.

Beleidsoptie 2 omvat in totaal 15 maatregelen, naast alle maatregelen van optie 1, worden hier ook maatregelen toegevoegd om met onmiddellijke ingang de Annexes bij de bandenlabelverordening aan te vullen met uitgebreide technische specificaties voor de vereenvoudigde/geneste weergave van bandenlabels en te actualiseren voor (aangescherpte) informatievereisten voor banden.

De Commissie geeft haar voorkeur aan voor beleidsoptie 2. Volgens de Commissie levert de maatregel een aanzienlijke administratieve kostenbesparingen op (85-90 miljoen euro jaarlijks), verbetert deze de naleving, vereenvoudigt het toezicht en maakt informatie voor consumenten toegankelijker en daardoor mogelijk effectiever.

De implementatiekosten voor marktpartijen zijn volgens de Commissie daarentegen beperkt (9 miljoen euro jaarlijks plus ongeveer 20 miljoen euro eenmalig). Ook de milieueffecten zijn beperkt en de maatregel zorgt wel voor minder verspilling van papieren labels en ondersteunt de verdere digitale transitie.

  1. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

  1. Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Nederland zet zich in voor het verminderen van regeldruk en het bevorderen van betere regelgeving, zoals vastgelegd in het Actieprogramma Minder Druk Met Regels (MDMR). Het kabinet richt zich op het vereenvoudigen van wet- en regelgeving, met focus op het mkb, en streeft onder andere naar het schrappen van 500 regels.

Deze inzet sluit aan bij de Omnibus-aanpak van de Europese Commissie, waar die gericht is op het vereenvoudigen van EU-wetgeving en het verminderen van administratieve lasten. Nederland ondersteunt in die gevallen deze aanpak, omdat het bijdraagt aan een coherente uitvoering van zowel nationale als Europese regelgeving, met als doel een verbetering van het ondernemingsklimaat.

De algemene kabinetsinzet rondom energielabelling en bandenlabeling is om zo streng mogelijke eisen voor energieproducten en banden te hebben, omdat dit bijdraagt aan het realiseren van beleidsdoelen op het gebied van klimaat, milieu en veiligheid. Hierbij wordt aangedrongen op snelle invoering van ambitieuze minimumeisen aan producten en nieuwe, ambitieuze labels.

  1. Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

    Het kabinet is van mening dat de Commissie een goede balans heeft gevonden tussen het behoud van de effectiviteit van de verordening en het verlichten van regeldruk.1 Er wordt nog overleg gevoerd met het bedrijfsleven om hun input te krijgen op de aannames van de impact assessment van de Commissie. Hieronder zal worden ingegaan op welke onderdelen het kabinet steunt, en waar wellicht nog aanpassingen zijn gewenst.

    De wijzigingen in de Energielabelverordening kan het kabinet het voorstel steunen om de standaardverplichting voor een gedrukt energielabel bij elk product af te schaffen en digitale labels als nieuwe norm in te voeren. Hierbij blijft het wel van belang dat consumenten op verzoek een papieren label kunnen ontvangen, zodat ook mensen met lagere digitale vaardigheden toegang houden tot deze informatie. Daarnaast steunt het kabinet de volledige digitalisering van productinformatiebladen (PIS), aangezien er in de praktijk weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om een gedrukt exemplaar op te vragen. Een directe link naar de EPREL-database wordt hierbij als voldoende beschouwd.

    Wat betreft de vereenvoudiging van de overgangsregels bij herschaling van energielabels kan het kabinet zich vinden in de voorgestelde aanpassingen, zolang het type wordt gediscontinueerd. Het risico bestaat namelijk dat wanneer een type niet wordt gediscontinueerd, bij grotere voorraden producten met een verouderd label worden verkocht, wat kan leiden tot een verkeerde inschatting van de energie-efficiëntie door de consument. Op dit moment is de inschatting van de Europese Commissie dat dit in de praktijk de verlening van de verkooptermijn weinig problemen zal opleveren doordat distributeurs doorgaans kleine voorraden aanhouden.

    Het kabinet steunt ook het voorstel om de verantwoordelijkheden in de keten verder te verduidelijken. Installateurs vervullen immers een belangrijke rol als adviseur en verkoper van producten, waardoor consumenten in deze situaties eveneens op de hoogte moeten zijn van het energielabel. Daarnaast acht het kabinet het wenselijk dat Aangemelde instanties (AR’s) een mandaatovereenkomst tekenen, omdat dit bijdraagt aan een heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheden, de naleving van de regelgeving versterkt en een juridisch kader biedt voor handhaving.

    Verder steunt het kabinet van harte de interoperabiliteit tussen het DPP en de EPREL-database, omdat dit de uitwisseling van productinformatie efficiënter en transparanter maakt. Deze interoperabiliteit kan ook helpen bij het tonen van de juiste energielabels op online marktplaatsen, wat soms uitdagend is. Het wettelijk verankeren van deze regels zal naar alle waarschijnlijkheid de naleefbaarheid verder verbeteren.

Ook de Bandenlabelverordening ondergaat enkele belangrijke wijzigingen. Het kabinet steunt het voorstel waarbij er een belangrijk aandachtspunt is. De Commissie heeft aangekondigd Ecodesign eisen voor banden te ontwikkelen onder de Ecodesignverordening,2 het voorstel hiervoor wordt begin 2027 verwacht. Het kabinet is positief over het voornemen om Ecodesign eisen voor banden te ontwikkelen, dat niet onder dit omnibusvoorstel valt. De Ecodesignverordening maakt gebruik van het DPP zodat consumenten en andere partijen in de keten geïnformeerd zijn over duurzaamheidsaspecten van het product. Op dit moment wordt er voor het bandenlabel gebruik gemaakt van het EPREL-systeem. De Commissie geeft in de omnibus aan dat er wordt gestreefd naar koppeling tussen het DPP en EPREL. Het kabinet is hier voorstander van maar vindt wel dat er goed moet worden gekeken naar welke informatie van producenten wordt gevraagd en op welk detailniveau dit wordt weergegeven en met welk doel. Dit is zeker ook een aandachtspunt voor de aankomende Ecodesign-eisen voor banden, omdat daar de voorkeur is om zo veel mogelijk gebruik te maken van het DPP.

Het kabinet verwelkomt het stroomlijnen van het energie- en bandenlabel met betrekking tot het proces van het wijzigen van de wetgeving en de bevoegdheid van de Commissie. Namelijk het voorstel om de Commissie de bevoegdheid te geven om het bandenlabel en de technische bijlagen aan te passen. Dit kan vervolgens gebruikt worden om het bandenlabel in lijn te brengen met de uitkomst van de Ecodesign-eisen.

  1. Eerste inschatting van krachtenveld

De meerderheid van lidstaten hebben tot op heden een studievoorbehoud uitgesproken maar naar verwachting zal het voorstel positief ontvangen worden.

De lidstaten die bij de Commissie commentaar op het voorstel hebben ingediend -waar onder Nederland- zijn in het algemeen voor de voorgestelde vereenvoudigingen van de regelgeving rondom het energie- en het bandenlabel en de verwachte vermindering van de administratieve lasten. Er worden een aantal voorbehouden gemaakt en suggesties gedaan m.b.t. de praktische uitvoerbaarheid, haalbaarheid en doelmatigheid van enkele specifieke onderdelen. Ondanks dat de Commissie een brede groep stakeholders heeft gesproken, waaronder de bandenfabrikanten, hebben de bandenfabrikanten zich onlangs kritisch uitgelaten over het voorstel. Zij hebben richting de Commissie bezwaren geuit in een position paper m.b.t. een verwachte verhoging van administratieve lasten voor bandenfabrikanten en (onmogelijkheid van) praktische uitvoerbaarheid van specifieke onderdelen van het voorstel.

De Commissie heeft inmiddels toegezegd om verder met de bandenfabrikanten in gesprek te gaan. Binnen het toepassingsgebied van deze verordening kent Nederland geen eigen, actieve bandenproductie meer.

Het Europees Parlement heeft ten tijde van het schrijven van dit fiche nog geen positie ingenomen. Ook is het nog niet bekend welke rapporteur dit zal oppakken.

  1. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

  1. Bevoegdheid

Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de EU handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten in de EU-verdragen zijn toegedeeld om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. Het oordeel van het kabinet is positief. Het voorstel is gebaseerd op de rechtsgrondslagen artikel 114 en artikel 194, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Het kabinet kan zich wel vinden in deze rechtsgrondslagen. Artikel 114 VWEU geeft de EU de bevoegdheid tot aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen en vormt hiervoor een passende rechtsgrondslag, omdat de voorgestelde maatregelen bijdragen aan het wegnemen van handelsbelemmeringen, het tegengaan van concurrentievervalsing en het versterken van consumentenvertrouwen door eenduidige en betrouwbare informatievoorziening. Artikel 194, tweede lid, VWEU geeft de EU de bevoegdheid om via de gewone wetgevingsprocedure maatregelen vast te stellen om de energiedoelstellingen van de Unie te verwezenlijken. Op het terrein van interne markt en energie (brandstofefficiëntie) is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten artikel 4, tweede lid, onder a en i, VWEU.

  1. Subsidiariteit

    Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet de subsidiariteit van het optreden van de Commissie. Dit houdt in dat het kabinet op de gebieden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen of wanneer sprake is van een voorstel dat gezien zijn aard enkel door de EU kan worden uitgeoefend, toetst of het overwegen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kan worden bereikt (het subsidiariteitsbeginsel). Het oordeel van het kabinet is positief. Het voorstel heeft tot doel de vereenvoudiging en digitalisering van de energie- en bandenlabelregelgeving, het verbeteren van de handhaving en naleving, en het verminderen van administratieve lasten voor bedrijven, met behoud van effectieve consumenteninformatie en marktintegratie. Gezien het feit dat het voorstel toeziet op verordeningen die raken aan de interne markt van de EU die toezien op consumenteninformatie die gelijk moet zijn in de gehele EU is een EU-aanpak nodig, omdat dit onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijkt. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd. Bovendien kan het wijzigen van bestaande EU wetgeving alleen op het niveau van de EU plaatsvinden.

  2. Proportionaliteit

    Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de inhoud en vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de EU-verdragen te verwezenlijken (het proportionaliteitsbeginsel). Het oordeel van het kabinet is positief met aandachtspunt. Het voorstel heeft tot doel de vereenvoudiging en digitalisering van de energie- en bandenlabelregelgeving, het verbeteren van de handhaving en naleving, en het verminderen van administratieve lasten voor bedrijven, met behoud van effectieve consumenteninformatie en marktintegratie. Het voorgestelde optreden is wel geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat veel van de voorgestelde maatregelen, zoals de digitalisering van labels en de integratie van EPREL, geschikt zijn om de administratieve lasten te verminderen en de naleving te verbeteren. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat veel van de voorgestelde wijzigingen, zoals de flexibilisering van de labelverstrekking en de digitalisering van productinformatiebladen, proportioneel zijn en voldoende ruimte laten voor lidstaten en bedrijven om de regels op een praktische manier toe te passen. Bijvoorbeeld, het toestaan van digitale schermen in winkels voor het tonen van labels biedt flexibiliteit aan retailers zonder afbreuk te doen aan de consumenteninformatie. Een maatregel die mogelijk leidt tot minder effectieve consumenteninformatie is de verlening van de verkooptermijn voor producten met herschaalde energielabels. Het kabinet zet in op aanpassing van de voorgestelde maatregel.

  1. Financiële consequenties, gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

  1. Consequenties EU-begroting

De Commissie krijgt extra taken zoals het beheer van EPREL, benchmarkingrapporten en juridische ondersteuning, wat naar schatting 3–5 extra FTE’s vergt. De kosten voor het uitbreiden en onderhouden van EPREL (o.a. integratie met de Digital Product Passport) zijn niet gekwantificeerd, maar vereisen IT-aanpassingen en gebruikersondersteuning. Voor de vierjaarlijkse benchmarkingrapporten over handhaving is ongeveer 1–2 FTE nodig, terwijl het wetgevingsproces (gedelegeerde handelingen, consultaties) 1–2 FTE extra vergt. De totale eenmalige kosten voor de Commissie worden geschat op €1–2 miljoen, met jaarlijkse operationele kosten van €0,5–1 miljoen voor beheer en handhaving.

Nederland is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Daarnaast moet de ontwikkeling van de administratieve uitgaven in lijn zijn met de ER-conclusies van juli 2020 over het MFK-akkoord. Het kabinet is kritisch over de stijging van het aantal ambtenaren.

  1. Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of medeoverheden

Het voorstel heeft geen directe budgettaire gevolgen voor de Nederlandse rijksoverheid of medeoverheden, maar kan indirecte kosten met zich meebrengen, met name voor markttoezichthouders (zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) of Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)) die informatie moeten leveren, zodat de Commissie elke vier jaar kan rapporteren.

De Commissie schat in dat het voorstel jaarlijks €125 miljoen aan administratieve kostenbesparingen oplevert voor bedrijven en overheden in de EU,3 maar geen additionele EU-budgettaire middelen vereist.4 De kosten voor nationale overheden zijn niet gekwantificeerd. Eventuele budgettaire gevolgen voor de Rijksbegroting worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

  1. Financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger

De Commissie heeft in het impact assessment een inschatting van de kostenbesparing gemaakt. Als deze zou worden door vertaald naar de Nederlandse markt, dan zouden de voorgestelde EU-maatregelen leiden tot een netto afname van regeldruk voor het Nederlandse bedrijfsleven, met een geschatte besparing van €3–4 miljoen per jaar. Dit is gebaseerd op het aandeel van Nederlandse bedrijven op de EU-markt (3-4% van het totale aantal verkochte producten die onder de energie- dan wel bandenlabel vallen).

Leveranciers besparen gemiddeld €0,24 per fysiek label, wat neer zou komen op een besparing voor Nederlandse leveranciers van €3 miljoen bij 12,15 miljoen producten,5 terwijl detailhandelaren tussen de €80.000 en €190.000 zouden besparen doordat zij/hij producten met een oud label langer kunnen verkopen (12 in plaats van 9 maanden). Echter geeft de Europese Commissie ook aan dat leveranciers in veel gevallen kleine voorraden aanhouden, dus dat de verlenging maar erg beperkte invloed heeft op oude energielabels. Autodealers zullen volgens de impact assessment gezamenlijk mogelijk €1,04 miljoen profiteren van afschaffing van bandenlabels gebaseerd op €2,75 per auto voor 378.000 verkochte auto’s per jaar.6 Kleine importeurs en online platforms krijgen echter extra lasten (tussen de €270.000 en €410.000) voor EPREL-registratie en testrapporten.

Voor burgers zijn er geen directe lasten, maar de digitale kloof (6% van huishoudens zonder internet) kan de toegankelijkheid van informatie beperken.

Het voorstel kent momenteel op detailniveau echter nog onderdelen, vooral m.b.t. registratieverplichtingen en bijhorende IT-infrastructuur, waarvan bandenfabrikanten verwachten dat deze in de huidige vorm de lasten (aanzienlijk) zullen verhogen. De Commissie heeft toegezegd om hier met hen nog over in gesprek te gaan. Afhankelijk van de uitkomsten en de verdere onderhandelingen zou dat tot kostenverhoging aan de kant van bandenfabrikanten kunnen leiden die dan mogelijk bij de aanschaf van banden aan de burger wordt doorberekend. Nederland kent geen actieve bandenproductie.

Het ATR is van oordeel dat het BNC-fiche de relevante aandachtspunten adequaat behandelt. Ook zijn de verwachte consequenties van het voorstel voor het Nederlandse bedrijfsleven goed weergegeven.

  1. Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

Het voorstel vloeit voort uit het Draghi-rapport (2024) ‘The future of European competitiveness’ en is in essentie bedoeld om de concurrentiepositie van Europa te verbeteren door het vereenvoudigen van en verminderen van administratieve lasten van wetgeving betreffende energiegerelateerde producten. Het voorstel vereenvoudigt de naleving voor niet-EU-fabrikanten, maar vergt wel aanpassingen zoals registratie van geautoriseerde vertegenwoordigers in EPREL. Door verdere digitalisering en harmonisatie van energie- en bandenlabels verstevigt de EU haar voortrekkersrol op het terrein van duurzaamheid en consumentenbescherming. Strengere registratie‑ en informatieverplichtingen maken het moeilijker om producten op de markt te brengen die niet aan de EU‑regels voldoen of waarvan de prestaties niet goed zijn onderbouwd. Daarmee wordt voorkomen dat dergelijke niet‑conforme, vaak goedkoper aangeboden producten een oneerlijk concurrentievoordeel hebben ten opzichte van fabrikanten die wel volledig aan de regels voldoen. Het voorstel zorgt daarmee voor eerlijkere concurrentie, versterkt de positie van Europese producenten en draagt dan ook bij aan de open strategische autonomie en het verder versterken van de interne markt. Het voorstel ondersteunt daarnaast bredere EU‑doelstellingen op het gebied van energiebesparing en klimaatneutraliteit. Er zijn geen directe gevolgen voor internationale veiligheid of de beschikbaarheid van essentiële goederen.

  1. Implicaties juridisch

  1. Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

Het voorstel heeft geen gevolgen voor decentrale regelgeving, en beperkte gevolgen voor de nationale toezichthouders NVWA en ILT. De toezichthouders krijgen de mogelijkheid om producten in EPREL minder zichtbaar te maken of waarschuwingen te tonen bij non-compliance. Dit vereist een kleine aanpassingen in nationale handhavingsprotocollen en mogelijk nieuwe digitale tools voor handhaving via EPREL. Dit verandert niets in de sanctioneringsbepaling.

In artikel 34a van de Wegenverkeerswet 1994 staat dat het verboden is om banden aan te bieden of in de handel te brengen zonder dat aan de daaraan gestelde eisen wat betreft etikettering wordt voldaan als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 9 van verordening 2020/740. Door de dynamische verwijzing in de wet is er nu geen wijziging van de wet nodig. Er is geen sprake van lex silencio positivo.

  1. Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan

Er zijn twee gedelegeerde handelingen voorzien in het voorstel. Artikel 1, lid 9, van het voorstel stelt een toevoeging voor bij artikel 16, lid 1, onder r, van Verordening (EU) 2017/1369 en artikel 2, lid 6, van het voorstel wijzigt artikel 13, lid 1, onder b, van Verordening (EU) 2020/740.

Het kabinet staat positief tegenover beide gedelegeerde handelingen, omdat flexibiliteit en snelheid nodig zijn om in te spelen op technologische ontwikkelingen, nieuwe verkoopkanalen en marktveranderingen. Deze zien op technische specificaties en aanpassingen die nodig zijn voor een effectieve uitvoering van de verordeningen, maar waarbij proportionaliteit en betrokkenheid van lidstaten gewaarborgd moeten blijven. Daarnaast komen de informatievoorschriften in lijn met het kader van Ecodesign conform verordening 2024/1781. Dit helpt consumenten betere geïnformeerde keuzes te maken op het gebied van milieu en veiligheid bij de aanschaf van nieuwe energie gerelateerde producten of banden.

Bij de bandenlabel verordening kan momenteel kan de Europese Commissie alleen via gedelegeerde handelingen de waarden voor sneeuw- en ijsprestaties van bandenlabels aanpassen. Door de wijziging van artikel 13 van verordening 2020/740 wordt deze bevoegdheid uitgebreid, zodat de Commissie in de toekomst alle parameters van het bandenlabel (bijlage I), zoals brandstofefficiëntie, grip op nat wegdek en afrolgeluidsniveau, via gedelegeerde handelingen kan aanpassen.

Het toekennen van de bevoegdheden op energielabels en bandenlabels is mogelijk, omdat het niet essentiële onderdelen van de basishandeling betreffen. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet wenselijk, omdat dit de nodige flexibiliteit biedt om aanpassingen door te voeren en de wetgevingsprocedure daarvoor niet belast hoeft te worden. Delegatie i.p.v. uitvoering ligt hier voor de hand omdat het gaat om het aanvullen of wijzigen van de basishandeling. Het kabinet acht deze bevoegdheid voldoende afgebakend.

  1. Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

De omnibus betreft de wijziging van twee verordeningen. Verordeningen zijn rechtstreeks toepasselijk op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het toezicht zal hier daarna zo spoedig mogelijk op worden aangepast. Naar verwachting is dat haalbaar.

  1. Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

In het kader van artikel 19 van de energie-etiketteringsverordening en artikel 15 van de bandelabelverordening heeft de Commissie evaluaties van de verordeningen uitgevoerd.

Op dit moment is geen nieuwe evaluatie gepland. Wel blijkt uit artikel 9 van verordening 2017/1369 dat de Commissie elke vier jaar een rapport zal publiceren over markttoezicht en het naleven van energieproductenverordeningen. Het eerste rapport moet uiterlijk op 30 juni 2032 worden gepubliceerd. Dit rapport zal informatie bevatten over het aantal en de aard van controles door markttoezichthouders, het niveau van non-compliance, opgelegde sancties, en prioriteiten voor toekomstige handhaving. Het doel van deze evaluatie is om de effectiviteit van de wetgeving te monitoren en waar nodig bij te sturen. De monitoring van de wijzigingen naar aanleiding van het bandenlabel is hierin momenteel niet gedekt.

Een evaluatiebepaling is wenselijk omdat de effectiviteit van nieuwe digitale elementen zoals digitale labels en de integratie van EPREL nog niet volledig kan worden voorspeld. Daarnaast zijn energie- en bandenlabels onderhevig aan technologische ontwikkelingen, wat periodieke aanpassingen noodzakelijk maakt. Ook biedt de evaluatie de mogelijkheid om de balans tussen kosten en baten van de maatregelen beter in kaart te brengen en eventuele tekortkomingen in handhaving aan te pakken.

Een horizonbepaling is niet opgenomen in het voorstel en is ook niet wenselijk. Het voorstel beoogt namelijk een permanent kader te bieden voor energie- en bandenlabels, en een horizonbepaling zou onzekerheid creëren voor zowel bedrijven als consumenten. Het is belangrijk dat het beleid consistent en voorspelbaar blijft om investeringen en naleving te waarborgen.

  1. Constitutionele toets

N.v.t.

  1. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving

In Nederland is de NVWA de nationale markttoezichtautoriteiten op het gebied van energielabels. De Inspectie van Leefomgeving en Transport (ILT) is dat voor bandenlabels.

De NVWA steunt het kabinetsvoornemen om de huidige uitverkooptermijn van 9 maanden voor verwarmings- en koelinstallaties te handhaven in plaats van te verlengen naar 12 maanden, en juicht het voorstel toe om consumenten beter te informeren via verplichte energielabels door installateurs, al vraagt dit extra inspanningen voor voorlichting en toezicht. De voorgestelde koppeling tussen EPREL en het DPP en de bevoegdheid om niet-conforme producten tijdelijk uit EPREL te halen, versterken het markttoezicht, maar de NVWA mist een koppeling met het Europese Information and Communication System for Market Surveillance (ICSMS) en duidelijke voorwaarden voor deze bevoegdheid. Voor effectief toezicht op online verkoop via grote digitale platforms is EU-brede samenwerking tussen toezichthouders essentieel, waarbij technische aanpassingen zoals een API nodig zijn om gegevensuitwisseling en grensoverschrijdende controle te faciliteren. Daarnaast pleiten NVWA en kabinet voor onderzoek naar centralisering van laboratoriumtesten voor energielabels bij een onafhankelijke instantie, om dubbel werk tussen lidstaten te voorkomen en de efficiëntie te verhogen, waarbij zelfs een volledig onafhankelijke beoordeling van energielabels wordt overwogen. ICSMS voor buitengrenscontrole.

De NVWA schat in dat er een uitbreiding van 1 fte nodig is om deze nieuwe werkwijze om te zetten in een risicogerichte aanpak wenselijk.

Onderdeel van het voorstel is o.a. betere toegang tot de informatie van producten voor consumenten, verkopers, dealers en toezichthouders en het vervallen van de verplichting voor autodealers om aan (potentiële) kopers van een nieuwe auto (informatie over) het bandenlabel te tonen. Dit betekent minder te controleren locaties en eenvoudigere regels kunnen het toezicht en de naleving verbeteren. In de basis is de ILT een voorstander van vereenvoudiging van regelgeving. Op het moment dat er een onderhandeld voorstel ligt zal de ILT de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets) nagaan. Daaruit wordt duidelijk welke capaciteit de ILT nodig heeft voor het uitvoeren van de taak. De ILT ziet geen problemen ten opzichte van de huidige taakuitvoering, zij kunnen binnen de huidige middelen de wettelijke taak vervullen. Wanneer er sprake is van een gelijke of vereenvoudigde taak ten opzichte van het bestaande voorziet de ILT ook geen problemen.

  1. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen.


  1. In verband met de reces periode is het nog niet mogelijk geweest om een reactie te krijgen van het bedrijfsleven of zij het eens zijn met de aannames van de impact assessment van de Commissie.↩︎

  2. In het Engels ESPR, Ecodesign for Sustainable Products Regulation.↩︎

  3. Omnibusvoorstel paragraaf 3.3 van de Explanatory Memorandum, p. 8↩︎

  4. Omnibusvoorstel paragraaf 4 Budgetary Implications, p. 37–49↩︎

  5. Dit is het gemiddelde van 10,41 miljoen (3%) en 13,88 miljoen (4%) van de 347 miljoen verkochte producten met een energielabel; zie pagina 31 van de impact assessment.↩︎

  6. Dit is het gemiddelde van 324.000 (3%) en 432.000 (4%) van de 10,8 miljoen auto’s die jaarlijks in Europa wordt gekocht↩︎