Antwoord op ragen van het lid Bolhuis over het stijgend aantal mensen dat financieel in de problemen komt
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39781, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 10:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Antwoord op ragen van het lid Bolhuis over het stijgend aantal mensen dat financieel in de problemen komt
Onderdeel van zaak 2026Z16542:
- Gericht aan: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
- Gericht aan: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2828
Antwoord van minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 31 augustus 2026)
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het nieuwsbericht “Nibud: huishoudens zeggen vaker financieel in de knel te komen” van de NOS en het rapport “Geldzaken in de praktijk 2026” van het Nibud, waar dit nieuwsbericht over gaat? 1)
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Het Nibud-onderzoek laat zien dat, na jaren van een daling van geldzorgen, er voor het eerst een grotere groep is van mensen die moeite hebben om rond te komen: welke verklaringen ziet u hiervoor?
Antwoord 2
Het Nibud-onderzoek laat zien dat geldzorgen vooral zijn toegenomen bij jongvolwassenen van 18 tot 30 jaar. Voor verklaringen en maatregelen verwijs ik u naar het antwoord op vraag 4.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de stijgende zorgen over de persoonlijke financiën onder Nederlandse huishoudens problematisch en ongewenst is?
Antwoord 3
Het kabinet neemt de stijgende zorgen over de persoonlijke financiën zeer serieus. Dit doen we door gerichte maatregelen te nemen om kwetsbare groepen tijdig te signaleren en te ondersteunen. Preventie van problematische schulden en vroege bereikbaarheid van mensen met geldzorgen is daarbij essentieel. Zo zijn er verschillende projecten die gericht zijn op het versterken van de vindbaarheid van inwoners met geldzorgen, zowel binnen als buiten de gemeente, en wordt er gewerkt aan een werkgeversaanpak. Indien er toch problematische schulden ontstaan, is het noodzakelijk dat er een adequate oplossing volgt. Zo worden er verbetermaatregelen getroffen rondom vroegsignalering, en is doorverwijzing door een derde een essentieel onderdeel binnen de basisdienstverlening. Voor de uitgebreide beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beantwoording van de Kamervragen van het lid Hamstra (CDA) over het Nibud rapport geldzaken in de praktijk 2026.1
Vraag 4
In het rapport van Nibud staat dat vooral jongeren steeds meer geldproblemen hebben, het aandeel dat moeite heeft met rondkomen steeg van 40 procent in 2024 naar 54 procent in 2026, welke hoofdoorzaken ziet u hiervoor en wat zijn hun aandelen in de problematiek?
Antwoord 4
Het wel of niet kunnen rondkomen van jongvolwassenen is per situatie anders en kan verschillende
oorzaken hebben. Bij jongeren spelen onder andere hoge kosten aan wonen, energie en
boodschappen en het hebben van onzekere en wisselende inkomsten een rol. Daarbij weten
jongeren vaak niet welke financiële zaken ze precies moeten regelen of waar ze recht op hebben.
Ook zijn er diverse online en offline verleidingen die jongeren soms moeilijk kunnen weerstaan,
zoals gebruik maken van achteraf betalen. In het boek ‘financiële gezondheid van jongeren
begrijpen en versterken’ van Rosanne Oomkens (Hogeschool Utrecht, juni 2026) zijn veel
onderzoeken en inzichten over dit onderwerp gebundeld.
Ik vind het belangrijk dat jongeren weten wat ze moeten regelen met betrekking tot hun geldzaken en dat zij goed leren omgaan met geld. Daarom heeft het kabinet de afgelopen jaren subsidie aan scholen verstrekt voor het structureel inbedden van financiële educatie binnen het onderwijs. Via deze subsidie hebben scholen onder andere leerkrachten kunnen trainen en persoonlijke financiële begeleiding kunnen bieden aan jongeren met geldzorgen. Daarnaast zijn vele (gratis) lesmethodes te vinden op Geldlessen.nl en zijn er diverse websites voor jongeren met geldvragen, zoals Wijzer in geldzaken en Digidingen-desk | Uitleg en tips voor al je digitale regelzaken.
SZW houdt mediacampagnes voor jongeren om hen bewust te maken van financiële risico’s, zoals achteraf betalen, en hen te attenderen op hulp bij geldzorgen. Ook heeft SZW aan verschillende organisaties subsidie verstrekt om jongeren met geldzorgen te ondersteunen, zoals Geldfit en het opschalen van het Jongeren Perspectieffonds naar meer gemeenten. Later dit jaar ontvangt de
Kamer meer informatie over maatregelen voor jongeren, naar aanleiding van moties die hierover
zijn ingediend.2
Vraag 5
Welke oorzaak ziet u in de flinke toename van flexwerk onder jongeren en de inkomensonvoorspelbaarheid die dit meebrengt? In hoeverre vindt u flexibele contracten onder jongeren onwenselijk en welk nieuw beleid zet u in om dit terug te dringen en jongeren meer controle en zekerheid te geven?
Antwoord 5
Hoewel flexwerk onder de vermelde groep jongeren (tot 30 jaar) niet zodanig is toegenomen, is wel een (lichte) stijging te zien in de onderste helft van deze groep (18 tot 25 jaar). Hoe dan ook is het aantal flexwerkers (waaronder jongeren) in Nederland hoog. Dit is onwenselijk en daarom wordt de wet meer zekerheid flexwerkers (inwerkingtreding per 1 januari 2028) ingevoerd waardoor werknemers meer zekerheid van inkomen krijgen. Met deze wet wordt het nulurencontract afgeschaft en vervangen door het bandbreedtecontract (dat zorgt voor meer zekerheid van inkomen). Ook wordt de ketenregeling aangescherpt om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen en het perspectief op een vast contact te vergroten.
Voor bepaalde jongeren is belangrijk dat deze maatregelen niet gaan gelden. Minderjarigen, scholieren of studenten met een bijbaan (die gemiddeld 16 uur per week werken) kunnen straks bijvoorbeeld nog wel op basis van een nulurencontract blijven werken. Ook zal voor hen de aanscherping in de ketenregeling niet gelden. Dit is wenselijk om de toegang tot de arbeidsmarkt voor deze groepen niet te beperken; de bijbaan kan dienen als opstap richting de arbeidsmarkt. Bovendien is voor hen niet werk maar scholing de hoofdactiviteit. Jongeren met een contract van gemiddeld meer dan 16 uur per week hebben recht op meer zekerheid en voor hen zullen de nieuwe maatregelen dus wel gelden. Met de wet meer zekerheid flexwerkers zet ik dus in op meer zekerheid van inkomen uit werk voor werknemers met een flexibel contract, ook onder jongeren.
Vraag 6
Hoe groot is in uw ogen de bijdrage van toegenomen, gerichte verkoop en Buy Now Pay Later constructies via social media waarvan jongvolwassenen steeds meer gebruik maken en wat tot groeiende geldzorgen en betalingsmoeite leidt? Als dit niet duidelijk is, bent u dan bereid hiernaar een verdiepend onderzoek te laten uitvoeren?
Antwoord 6
Het Nibud-rapport Geldzaken in de praktijk 2026 laat zien dat financiële zorgen en betalingsproblemen onder jongvolwassenen relatief vaak voorkomen. Het rapport biedt echter geen basis om vast te stellen in welke mate online reclametargeting, gerichte verkoop en Buy Now, Pay Later (BNPL)-diensten via sociale media hieraan bijdragen.
Verkoop via social media zou het gebruikers sneller en gemakkelijker maken om een impulsaankoop te doen. Consumenten, waaronder jongvolwassenen, worden via sociale media blootgesteld aan gepersonaliseerde reclame en commerciële prikkels. Hoe groot de bijdrage is van sociale media op de geldzorgen onder jongeren is mij niet bekend. Het kabinet zet in op gerichte maatregelen tegen onder meer de verslavende ontwerpkeuzes van digitale diensten in het kader van de aankomende Digital Fairness Act.3 Voor verdere toelichting verwijs ik u naar de beantwoording van de Kamervragen van het lid van Dijk (CDA) c.s.4
Ook voor de invloed van BNPL geldt dat de precieze bijdrage aan geldzorgen onder jongeren niet is onderzocht. Wel zijn er signalen dat deze factoren van invloed kunnen zijn op financieel gedrag en dat uitgestelde betaalmogelijkheden zoals BNPL de drempel tot aankopen kunnen verlagen. Zo blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat in 2023 via betaalrekeningen op naam van minderjarigen bijna 600.000 iDEAL-transacties zijn verricht die te relateren zijn aan BNPL-aanbieders.5
Deze signalen onderstrepen het belang van consumentenbescherming, in het bijzonder voor kwetsbare groepen, waaronder jongeren. Met de inwerkingtreding van de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet, die momenteel bij uw Kamer voorligt, worden aanbieders van uitstel van betaling en bemiddelaars in uitstel van betaling streng gereguleerd. Aanbieders moeten onder meer beoordelen of een consument het krediet kan dragen. Daarnaast wordt een verbod ingevoerd op het verstrekken van uitstel van betaling aan minderjarigen en worden aanbieders verplicht de leeftijd van consumenten te verifiëren voordat het krediet wordt verstrekt. Gegeven de wijzigingen die met de Implementatiewet zullen worden doorgevoerd, acht ik verdiepend onderzoek op dit moment niet opportuun.
Vraag 7
Ervan uitgaande dat huishoudens met een wisselend inkomen en die weinig controle ervaren over hun inkomsten - 80 procent van de huishoudens met weinig controle over hun inkomen heeft moeite met rondkomen - zich volgens Nibud duidelijk vaker in een kwetsbare positie bevinden, in hoeverre wordt het wisselend inkomen veroorzaakt door flexwerk en zzp-schap en betreft het hiermee de groep werkende armen in Nederland? Hoe groot is deze groep volgens u? Welke acties zet u in in om huishoudens meer controle en zekerheid te geven over hun inkomen?
Antwoord 7
Een wisselend inkomen kan inderdaad veroorzaakt worden door flexwerk en zzp-schap. Als dit inkomen onvoldoende is om in de noodzakelijke uitgaven te voorzien betreft dit de groep werkenden die in armoede leven. In Nederland leeft 1,7% van de werknemers en 4,4% van de zzp’ers in armoede. Van alle arme werknemers in 2024 werkte ruim de helft in deeltijd onder een flexibel arbeidscontract. 18,5% van de arme werknemers werkte voltijd onder een flexibel contract, 16,8% werkte deeltijd onder een vast contract en 7,5% werkte voltijd onder een vast contract.
Zoals het Nibud al toelicht in het rapport is niet enkel de hoogte van het inkomen belangrijk, maar ook de zekerheid en voorspelbaarheid van het inkomen. Het kabinet gaat aan de slag met het vergroten van de inkomenszekerheid en vereenvoudiging, met de ambitie om één kindregeling in te voeren om zekerheid voor gezinnen te vergroten. Ook wordt er gewerkt aan de vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen.
Daarnaast boekt het kabinet voortgang op het arbeidsmarktpakket, met als doel zowel de zekerheid van werkenden als de wendbaarheid van werkgevers te verhogen. Zo zijn de wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief en de wet meer zekerheid flexwerkers recent door uw Kamer aangenomen. De eerste wet zal laagbetaalde zzp’ers beter beschermen tegen schijnzelfstandigheid en de tweede wet zorgt voor betere bescherming van oproepkrachten, uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk contract. Op deze manier wordt de zekerheid van zzp’ers en werknemers met een flexibel arbeidscontract vergroot.
Vraag 8
In het rapport van Nibud staat dat er een groot verschil is tussen de hoeveelheid zorgen en
betalingsproblemen tussen huurders en mensen met een koopwoning, vindt u dit zorgelijk? Zo ja, wat voor maatregelen gaat u treffen om juist bij huurders deze zorgen en betalingsproblemen te verminderen?
Antwoord 8
Ik deel uw zorgen. Het percentage huishoudens met een
huurwoning dat zich regelmatig tot altijd zorgen maakt over hun
financiële situatie is 43%. Bij huishoudens met een koopwoning ligt dit
percentage op 24%. Uit de analyse blijkt dat huishoudens in principe
voldoende inkomen hebben voor noodzakelijke uitgaven, mits ze: de uren
werken waar ze toe in staat zijn, alle landelijke regelingen aanvragen
waar ze recht op hebben, goed met geld omgaan en geen onvermijdbare hoge
uitgaven hebben.6 Niet alle huishoudens weten waar ze
recht op hebben, waardoor ze bijvoorbeeld huurtoeslag laten liggen. Om
dit tegen te gaan, wordt gewerkt aan een wetsvoorstel voor proactieve
dienstverlening door Dienst Toeslagen. Dit geeft een wettelijke basis om
inwoners actief te benaderen die recht hebben op huurtoeslag. Zo wordt
niet-gebruik voorkomen.7
Vraag 9
Nibud stelt dat een derde van de Nederlanders slechts 2500 euro op de spaarrekening heeft staan, een groot deel hiervan heeft minder dan 1000: welke maatregelen treft het kabinet om ervoor te zorgen dat deze mensen bij een onverwachte uitgave niet in de schulden belanden?
Antwoord 9
Het hebben van een voorspelbaar inkomen door het voorkomen en
verminderen van negatieve effecten van fouten, nabetalingen en
terugvorderingen is noodzakelijk om te voorkomen dat inwoners in de
schulden belanden. Deze zomer heeft het kabinet de voortgangsbrief van
Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning 2026 met uw Kamer
gedeeld. Hierin staat onder andere dat het Kabinet werkt aan hervorming
van het terugvordering en nabetalingen beleid, het vorderingenbeleid te
moderniseren (waaronder een recht op nabetalingen bij overheidsfouten),
en keteneffecten te verminderen.
Daarnaast verbetert het de dienstverlening via proactieve aanpak, automatische toekenning van toeslagen, en harmonisatie van betaalmomenten. Ook werkt het aan preventie door duidelijke rechten en plichten te formuleren en veelvoorkomende fouten te onderzoeken.8
Vraag 10
Hoe ziet u dit rapport in combinatie met de geplande bezuinigingen op sociale zekerheid en de zorg, die groepen extra raken die al moeite hebben met rondkomen en zich meer zorgen maken over hun financiële toekomst?
Antwoord 10
Het kabinet stelt maatregelen voor om de sociale zekerheid
toekomstbestendig te maken. Meer dan één miljoen mensen maken op dit
mensen gebruik van de sociale zekerheid, op tien miljoen werkenden. Het
systeem loopt vast, het is versnipperd en zorgt er onvoldoende voor dat
mensen weer mee gaan doen. Een eenvoudiger, beter werkende sociale
zekerheid moet juist in staat zijn om mensen zekerheid te blijven
bieden.
Het kabinet vindt het ook belangrijk om armoede en schuldenproblematiek aan te pakken. Dit doen we door gerichte maatregelen te nemen om de kwetsbare groepen te helpen. De maatregelen vindt u terug in het Nationaal Programma Armoede en Schulden.9
Vraag 11
De mediane koopkrachtcijfers voor 2026 zijn licht positief en in de loop van het jaar verbeterd, hoe verklaart u dat onder veel groepen de geldzorgen en betalingsmoeite toch zijn gestegen? Het Nibud rapporteert dat op vrijwel alle uitgavenposten het aandeel mensen dat moeite heeft met betalen is toegenomen ten opzichte van 2 jaar daarvoor. In hoeverre missen de koopkrachtcijfers de daadwerkelijke, feitelijke kosten van gewone mensen?
Antwoord 11
Het Nibud-onderzoekt hoeveel mensen moeilijk kunnen rondkomen. Dit wordt beïnvloed door verschillende ontwikkelingen, niet alleen of iemands koopkracht is verbeterd of verslechterd. Koopkrachtverlies is voor minder huishoudens dan in 2024 een reden voor moeilijk rondkomen, terwijl schulden en te makkelijk uitgeven van geld zijn toegenomen als reden voor moeilijk rondkomen.
Koopkrachtplaatjes geven goed inzicht in de verdelingseffecten van beleid en macro-economische ontwikkelingen, maar zijn niet bedoeld om een voorspelling te geven voor de koopkrachtontwikkeling van huishoudens. Het kabinet en het CPB gaan uit van ‘statische’ koopkracht, waarin de huishoudsituatie gelijk blijft ten opzichte van het voorgaande jaar. In de werkelijkheid zijn levensgebeurtenissen zoals geboorte, scheiding of baanverlies bepalend voor hoe het inkomen van huishoudens ontwikkelt. Het CBS brengt de ontwikkeling van deze ‘dynamische’ koopkracht na afloop van het jaar in kaart.10
Daarnaast noemt het Nibud dat meespeelt dat mensen dagelijks geconfronteerd worden met prijzen die structureel hoger zijn komen te liggen door de hogere inflatiecijfers sinds 2022. Dit sluit aan bij de constatering van het CBS dat de gevoelsinflatie aanzienlijk hoger ligt dan de gemeten inflatie.11
1) NOS, 23 juni 2026, Huishoudens vaker in de knel, meeste jongvolwassenen kunnen niet rondkomen
Kamerstukken II, 2025/26 - 2026Z14726↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24 515, nrs. 830 en 834↩︎
Non-paper by the Netherlands on the Digital Fairness Act, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/11/12/non-paper-digital-fairness-act.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 2026Z11803↩︎
Autoriteit Financiële Markten (2024) - https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2024/april/bnpl-marktbeeld-experiment↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 26 448, nr. 849↩︎
Wetsvoorstel Wet proactieve dienstverlening toeslagen Wet proactieve dienstverlening toeslagen | Overheid.nl | Wetgevingskalender↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 26 448, nr. 904↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 24 515, nr. 799↩︎
CBS, Koopkrachtontwikkeling personen; huishoudenskenmerken, https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83781NED/table?ts=1785761970625↩︎
CBS, Consumenten schatten inflatie flink hoger dan voor 2022, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/29/consumenten-schatten-inflatie-flink-hoger-dan-voor-2022↩︎