[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Van der Werf over Nederlandse staatsburgers in dienst van het Israëlische leger en mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D40041, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:23, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z15518:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2887

2026Z15518

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 1 september 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2602

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van Investico waaruit blijkt dat ten minste 645 Nederlandse paspoorthouders in het Israëlische leger (IDF) dienen, en dat meer dan twintig Nederlanders sinds oktober 2023 naar Israël zijn afgereisd om dienst te nemen?[1]

Antwoord op vraag 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de zorg dat, gegeven het optreden van het IDF in Gaza - dat uw ministerie meermaals heeft gekwalificeerd als in strijd met het internationaal humanitair oorlogsrecht - én de aanwezigheid van honderden Nederlandse staatsburgers in het IDF, Nederlanders mogelijk betrokken zijn geweest bij het plegen van oorlogsmisdrijven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 2

De mogelijkheid dat Nederlanders, waar dan ook ter wereld, bijdragen aan internationale misdrijven is altijd een punt van aandacht. Daarom heeft Nederland ook rechtsmacht over internationale misdrijven die door Nederlanders in het buitenland worden gepleegd.

Vraag 3

Deelt u de juridische opvatting dat voor de kwalificatie en de ernst van eventueel door Nederlanders gepleegde oorlogsmisdrijven geen relevant onderscheid bestaat op basis van het verband waarin deze zijn gepleegd, en dat de aard van de relatie die Nederland onderhoudt met het land of de organisatie in kwestie derhalve niet relevant is? Zo nee, op welke rechtsgrond maakt u dat onderscheid?

Antwoord op vraag 3

Ja. Het internationaal recht maakt alleen een relevant juridisch onderscheid tussen oorlogsmisdrijven begaan in een internationaal gewapend conflict en die begaan in een niet-internationaal gewapend conflict. Voor de ernst of strafbaarheid maakt het niet uit tot welke strijdende partij de verdachte behoort; de Wet internationale misdrijven maakt in de strafbaarstellingen geen onderscheid naar zijde van het conflict en ook de aard van de relatie die Nederland onderhoudt met het land of de partij in kwestie is juridisch niet relevant.

Vraag 4

Deelt u de opvatting dat áls Nederlandse staatsburgers betrokken zijn bij het plegen van oorlogsmisdrijven - in het IDF of in enig ander verband - het onwenselijk is dat dit straffeloos passeert, en dat daarbij geen onderscheid gemaakt mag worden op grond van de politieke relatie die Nederland met het betreffende land onderhoudt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 4

Ja. Voorop gesteld moet worden dat het kabinet vindt dat het internationaal recht door eenieder moet worden nageleefd en dat straffeloosheid voor internationale misdrijven onaanvaardbaar is, ongeacht het verband waarin deze worden gepleegd en ongeacht de politieke relatie die Nederland met het betreffende land onderhoudt. De bestrijding van straffeloosheid voor internationale misdrijven middels het strafrecht is al jaren een speerpunt van het kabinet. Dit omvat nadrukkelijk ook gevallen waarbij Nederlanders als (mogelijke) verdachten in beeld komen. Het is daarbij telkens aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of sprake is van voldoende bewijs van mogelijke individuele strafbare betrokkenheid bij internationale misdrijven en of opsporing en (vervolgens) vervolging opportuun is.

Vraag 5

Erkent u dat Nederland op grond van de Wet Internationale Misdrijven verplicht is mogelijke oorlogsmisdrijven door Nederlandse staatsburgers te onderzoeken en zo nodig te vervolgen, ongeacht waar en in wiens dienst deze zijn gepleegd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 5

De Wet internationale misdrijven verklaart de Nederlandse strafwet van toepassing op Nederlanders die buiten Nederland internationale misdrijven plegen. Daarmee kunnen mogelijke oorlogsmisdrijven gepleegd door Nederlanders worden opgespoord en vervolgd, ongeacht de locatie of in wiens dienst zij zijn gepleegd. Daarnaast vloeien uit verschillende internationale verdragen bepaalde verplichtingen voort waar het gaat om onderzoek naar personen die zich schuldig hebben gemaakt aan internationale misdrijven. Dit schept echter geen onvoorwaardelijke plicht om in elk individueel geval tot opsporing en vervolging over te gaan. Het is aan het Openbaar Ministerie om per geval te beoordelen of sprake is van mogelijk individueel strafbaar handelen, of er voldoende aanknopingspunten zijn voor strafrechtelijk onderzoek en, zo ja, of opsporing en vervolging opportuun zijn. Hierbij handelt het Openbaar Ministerie binnen de geldende wettelijke en verdragsrechtelijke kaders en met inachtneming van het opportuniteitsbeginsel.

Vraag 6

Kunt u, nu het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft bevestigd dat mediaberichtgeving kan gelden als aanleiding voor onderzoek naar mogelijke betrokkenheid van Nederlandse onderdanen bij internationale misdrijven,[2] uitleggen op welke grond de uitgebreide nationale en internationale berichtgeving over het optreden van het IDF in Gaza én de gerapporteerde aanwezigheid van enkele honderden Nederlandse staatsburgers in het IDF nog niet heeft geleid tot een proactief onderzoek naar mogelijke betrokkenheid van Nederlandse staatsburgers bij oorlogsmisdaden?

Antwoord op vraag 6

Hier kan het kabinet geen uitspraken over doen. Zie het antwoord op vraag 5.

In zijn algemeenheid kan daarnaast het volgende worden opgemerkt. Zoals ook is opgenomen in de meest recente Rapportage internationale misdrijven1, is het niet ongebruikelijk dat in het belang van het onderzoek aan het instellen van strafrechtelijk onderzoek in geval van internationale misdrijven geen ruchtbaarheid wordt gegeven. De opsporing van internationale misdrijven is complex en kan tijdrovend zijn, en vaak kan pas brede bekendheid worden gegeven aan een strafrechtelijk onderzoek als er voldoende bewijs voorhanden is om over te gaan tot aanhouding en strafvervolging.

Vraag 7

Bent u bereid om, ook in afstemming met de minister van Justitie en Veiligheid, een extra inspanning te leveren om mogelijke betrokkenheid van individuele Nederlanders bij ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Zuid-Libanon beter in beeld te krijgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 7

Zie het antwoord op vraag 5.

Vraag 8

Bent u bereid, nu de Israëlische krijgsmacht heeft geweigerd informatie te verstrekken over Nederlandse staatsburgers die in het IDF dienen of hebben gediend,[3] deze weigering aan de orde te stellen in bilateraal diplomatiek overleg met Israël en aan te dringen op alsnog verstrekking van die informatie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 8

Nee. Het kabinet merkt op dat dienstneming in de IDF door Nederlanders op zichzelf geen strafbaar feit is.

[1] Investico, 10 juni 2026, 'Een Nederlander dient in het Israëlische leger in Gaza, Libanon en op de Westelijke Jordaanoever' (https://www.platform-investico.nl/onderzoeken/een-nederlander-vecht-voor-het-israelische-leger-in-libanon-gaza-en-op-de-westelijke-jordaanoever)

[2] Kamerstuk nr. 36945-VI, Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

[3] Kamerstuk nr. 36945-V-7, Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Ministerie van Buitenlandse Zaken


  1. Kamerstukken II, 2025-2026, 36 800 VI, nr. 132.↩︎