Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met de actualisatie van de plicht ter verduurzaming van het energiegebruik
Brief regering
Nummer: 2026D40191, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 14:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
- Ontwerpbesluit actualisatie plicht verduurzaming energiegebruik 2027
- Beslisnota bij Kamerbrief over ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met de actualisatie van de plicht ter verduurzaming van het energiegebruik
Onderdeel van zaak 2026Z17558:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-09-08 17:00: Procedurevergadering commissie Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (đ origineel)
Geachte Voorzitter,
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit tot wijziging van het
Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving
in verband met de actualisatie van de plicht ter verduurzaming van het
energiegebruik. Zoals aangegeven in de Kamerbief van 10 juli 2026 jl.1 heeft de actualisatie van de
energiebesparingsplicht tot doel om de impact te vergroten en
tegelijkertijd de regeldruk te verminderen, de naleving te verhogen en
toezicht en handhaving te verbeteren. Voor de energiebesparingsplicht
wordt in dit actualisatietraject voorgesteld om de plicht te
versimpelen, te stroomlijnen en te standaardiseren en om daarnaast
toezicht en handhaving te verbeteren. Voor de inhoud van het
ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting in de
bijlage.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven
voorhangprocedure in artikel 23.5, eerste lid, van de Omgevingswet, en
biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het
ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van
State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de
Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de
Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat
het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is
overgelegd.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Stientje van Veldhoven-van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
Kamerstukken II, 2025/26, 30196, nr. 861.âŠī¸