Nader proces Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI)
Politie
Brief regering
Nummer: 2026D40385, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-04 16:26, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van kamerstukdossier 29628 -1346 Politie.
Onderdeel van zaak 2026Z17656:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 14:19 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-03 14:19: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-09 10:00: Politie (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-09-09 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Op 20 maart jl. heb ik uw Kamer per brief geïnformeerd over het proces dat wordt doorlopen naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) naar de verwerking van persoonsgegevens door het Team Openbare Orde Inlichtingen (hierna: TOOI).1 In deze brief heb ik toegezegd uw Kamer nader te informeren over het proces dat wordt gevolgd om de werkwijze van TOOI vorm te geven in het licht van het rapport van de AP. Hierbij informeer ik uw Kamer over de stappen die inmiddels zijn gezet, voor zover de vertrouwelijkheid dat toelaat.
Alvorens dit te doen, hecht ik eraan het belang van de werkzaamheden van het TOOI nogmaals te benadrukken. Het TOOI is een onderdeel van de politie dat onder gezag van de burgemeester informatie vergaart ten behoeve van de handhaving van de openbare orde. Burgemeesters hebben mij laten weten grote waarde te hechten aan de informatie van het TOOI.2 Deze informatie draagt bij aan een adequate informatiepositie van burgemeesters en de politie en stelt burgemeesters in staat betekenisvol invulling te geven aan hun gezagsrol. Zo kan op basis van onder meer TOOI-informatie tijdig worden opgeschaald om verstoringen van de openbare orde te voorkomen. Ook draagt deze informatie bij aan het waarborgen van de veiligheid van politiemedewerkers en burgers. Dit is bijvoorbeeld van belang bij voetbalwedstrijden, demonstraties en tegendemonstraties. TOOI-informatie kan eraan bijdragen dat deze veilig en ordelijk kunnen worden gefaciliteerd en de openbare orde wordt gehandhaafd.
Ik acht het daarom van groot belang dat burgemeesters en de politie over TOOI-informatie kunnen blijven beschikken, zodat zij hun informatiepositie adequaat kunnen handhaven. Hierbij moet uiteraard een zorgvuldige balans worden gevonden tussen borging van maatschappelijke veiligheid en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.
Advies van de Landsadvocaat
Zoals aangegeven in mijn brief van 20 maart jl. heb ik de Landsadvocaat gevraagd de uitkomsten van het AP-onderzoek nader juridisch te analyseren en te adviseren over aanpassingen in de werkwijze van TOOI, zodat de informatievergaring binnen het wettelijke kader van artikel 3 van de Politiewet 2012 plaatsvindt.
De Landsadvocaat ziet op onderdelen mogelijkheden om de werkwijze van het TOOI zodanig aan te passen dat deze binnen de grenzen van artikel 3 Politiewet 2012 blijft. Tegelijkertijd komt de Landsadvocaat, evenals de AP tot de conclusie dat de huidige werkwijze van het TOOI onder bepaalde omstandigheden de grenzen van artikel 3 kan overschrijden.
Evenals het rapport van de AP, is ook het advies van de Landsadvocaat vertrouwelijk. Om uw Kamer zo volledig mogelijk te informeren, wordt het advies van de Landsadvocaat vertrouwelijk ter inzage gelegd bij de griffie van uw Kamer. Ook stuur ik het vertrouwelijke advies naar de Autoriteit Persoonsgegevens.
Aanpassingen werkwijze TOOI
Met als basis het advies van de Landsadvocaat, past de politie de werkwijze van het TOOI op onderdelen aan. Vanwege de vertrouwelijkheid van deze werkwijze kan ik uw Kamer hierover slechts op hoofdlijnen informeren. De politie maakt bij de aanpassingen in de werkwijze, in lijn met de Landsadvocaat en de AP, onderscheid tussen verschillende categorieën personen: potentiële informanten, informanten, subjecten en betrokkenen. Dit onderscheid is van belang omdat de aard en mate van de toegestane inbreuk op de persoonlijke levenssfeer per categorie verschilt. Er wordt voor elk van de vier genoemde categorieën nadere afspraken gemaakt tussen politie, departement en het gezag (de burgemeesters) over de wijze waarop persoonsgegevens worden verzameld en verwerkt en welke waarborgen daarbij gelden. Bij deze aanpassingen staan de veiligheid en professionaliteit van de politiemedewerker, de veiligheid van (potentiële) informanten en een effectieve taakuitvoering, steeds binnen de grenzen van de wet, voorop.
De politie heeft geconstateerd dat een scherpere en meer uniforme toetsing van de professionele standaarden binnen het TOOI noodzakelijk en wenselijk is. Om die reden worden met de hernieuwde afspraken de professionele standaarden verder geharmoniseerd. Daarnaast wordt een centraal landelijk weegpunt ingericht dat – vooraf en tijdens - toeziet op de naleving van de aangepaste werkwijze. Ook worden peer reviews ingevoerd als aanvullende waarborg om - achteraf - de verwerking van gegevens periodiek te toetsen. Ik vind het positief dat de politie deze maatregelen neemt, omdat zij bijdragen aan een legitieme en uniforme uitvoering van de taak van het TOOI.
De politie voorziet een implementatiefase voor de aangepaste werkwijze. De voorbereidingen starten dit jaar en 2027 dient als pilotjaar. Een pilot is nodig om in de praktijk te beoordelen of de aangepaste werkwijze uitvoerbaar is en hoe deze binnen de geldende wettelijke kaders functioneert. Daarbij wordt ook bezien welke gevolgen de aangepaste werkwijze heeft voor de informatiepositie van politie en gezag en daarmee voor de effectieve handhaving van de openbare orde.
In het bijzonder wordt onderzocht of voor de taakuitvoering relevante informatie als gevolg van de aangepaste werkwijze niet langer kan worden verkregen en welke gevolgen dit heeft voor politie en burgemeesters. Indien uit de pilot blijkt dat binnen het bestaande wettelijke kader onvoldoende ruimte bestaat om informatie te verkrijgen die noodzakelijk is voor een effectieve handhaving van de openbare orde, ligt het in de rede om te verkennen of een aanvullende wettelijke grondslag nodig is. Daarbij moeten de grondrechten van burgers, waaronder het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, uiteraard in acht worden genomen.
Invulling gezagsrol
De invulling van de gezagsrol door burgemeesters en het bestuurlijk toezicht op het TOOI is in de afgelopen jaren verbeterd. Zo zijn vorig jaar in alle regionale eenheden Regionale Adviescommissies TOOI (hierna: RACT’s) ingericht. Deze adviescommissies adviseren en ondersteunen het gezag bij de invulling van de betekenisvolle gezagsrol en de uitoefening van het bestuurlijk toezicht. Uit de in april 2026 uitgevoerde nulmeting blijkt dat de eerste ervaringen positief zijn: de adviescommissies dragen bij aan een nauwere betrokkenheid van het gezag bij het werk van TOOI, ondersteunen het gezag bij de totstandkoming van beleid, de behandeling van gevoelige casuïstiek en het bestuurlijk toezicht achteraf.3
Voor zover de aangepaste werkwijze van het TOOI gevolgen heeft voor de invulling van de gezagsrol van burgemeesters, wordt bezien wat deze gevolgen zijn en wat dit betekent voor de wijze waarop burgemeesters hun gezag kunnen uitoefenen. Dit aspect wordt meegenomen in de monitoring van de pilots. Op basis van de ervaringen uit de pilots kunnen binnen de regionale eenheden nadere afspraken worden gemaakt tussen burgemeesters en politie. Ook de rol van de RACT’s wordt hierbij betrokken.
Tot slot
De politie past de werkwijze van het TOOI op onderdelen aan. De pilot moet uitwijzen hoe deze aanpassingen in de praktijk functioneren en welke gevolgen zij hebben voor de taakuitvoering en de informatiepositie van politie en gezag. De uitkomsten van deze pilot worden betrokken bij de verkenning naar de vraag of een aanvullende wettelijke grondslag noodzakelijk is. Daarbij betrek ik de politie en het gezag en blijf ik in gesprek met de Autoriteit Persoonsgegevens.
Ik ben altijd bereid het gesprek met uw Kamer over het TOOI en het vertrouwelijke advies van de Landsadvocaat in een daarvoor geëigende setting voort te zetten.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Kamerstukken II, 2025-2026, 29628 1317.↩︎
Zoals de Regioburgemeesters eerder hebben benadrukt in hun brief d.d. 6 maart 2026 aan uw Kamer als reactie op de openbare brief van de AP, zie de bijlage bij Kamerstukken II, 2025-2026, 29628 1317.↩︎
Zoals door de Regioburgemeesters omschreven in hun reactie op de openbare brief van de AP, zie bijlage bij Kamerstukken II, 2025-2026, 29628 1317. Zie voor meer informatie over de invulling van de gezagsrol door burgemeesters: TOOI - Team Openbare Orde Inlichtingen - Regioburgemeesters.↩︎