[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Moinat over het bericht dat veel ouders ondanks hogere toeslag extra betalen voor kinderopvang

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D40820, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-03 16:16, versie: 2

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z16804:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2931

2026Z16804

Antwoord van minister Aartsen (Werk en Participatie) en de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 3 september 2026)

1.Bent u bekend met het bericht van nu.nl over het feit dat veel ouders ondanks een hogere toeslag extra betalen voor kinderopvang? 1)

Ja.

2.Kunt u een overzicht geven van de totale overheidsuitgaven aan kinderopvangtoeslag vanaf 2015? Hoe verklaart u deze ontwikkeling?

Tabel 1: Kinderopvangtoeslag per jaar (miljoen euro’s)
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
1.644 2.006 2.273 2.626 3.088 3.351 3.636 3.916 4.180 4.716 5.425

Bron: SZW Jaarverslagen.

Tabel 1 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de uitgaven aan kinderopvangtoeslag (gesaldeerd met de ontvangsten) vanaf 2015. Nadat de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag in de periode voor 2015 enkele jaren afnamen door ombuigingen op de kinderopvangtoelsag en een dalend aantal kinderen dat gebruik maakte van kinderopvang, zijn de uitgaven aan kinderopvangtoeslag vanaf 2015 over de gehele periode toegenomen. Tussen 2015 en 2025 gaat het om een toename van € 3.741 miljoen. Gecorrigeerd voor prijsstijgingen bedraagt het verschil circa € 3,1 miljard (in prijzen 2025). Hiervoor zijn verschillende verklaringen. Enerzijds gaan meer kinderen met kinderopvangtoeslag naar de kinderopvang. Zo gingen in 2025 gemiddeld 922.000 kinderen met kinderopvangtoeslag naar de opvang, tegenover gemiddeld 639.000 kinderen in 2015. Ook gingen kinderen gemiddeld meer uren per week naar de opvang in 2025 (65,9 uur) dan in 2015 (58,1 uur). Anderzijds zijn de vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag meermaals verhoogd en is ook de maximum uurprijs voor de kinderopvangtoeslag enkele keren aangepast.

3.Klopt het dat de kinderopvangtoeslag wordt gefinancierd uit belastingen en premies? Zo ja, om welke belastingen en premies gaat het precies (loon- en inkomstenbelasting, btw of andere belastingen)? Wilt u graag een toelichting geven op uw antwoord?

Het klopt dat de kinderopvangtoeslag wordt gefinancierd uit belastingen en premies. Voor wat betreft de belastingen gaat het om de algemene middelen van het Rijk. Er zijn geen specifieke belastingen waarvan (een gedeelte van) de opbrengst wordt geoormerkt voor de kinderopvangtoeslag. Bij de premies gaat het om de Werkgeversbijdrage kinderopvang. Dit is een opslag op de Aof-premie (premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds) ter hoogte van 0,5% van de premieplichtige loonsom.

4.Hoeveel procent van de uitgaven aan kinderopvangtoeslag wordt gefinancierd door werknemers en hoeveel procent door werkgevers? Wilt u graag een overzicht geven van deze lastenverdeling vanaf 2015 en een toelichting op uw antwoord?

De kinderopvangtoeslag wordt deels gefinancierd uit werkgeverslaten (via een hogere Aof-premie), en deels uit de algemene middelen. Werknemers dragen niet direct financieel bij aan de kinderopvangtoeslag.

De lastenverdeling tussen overheid (algemene middelen) en werkgevers van de uitgaven aan kinderopvangtoeslag is weergegeven in onderstaande tabel:

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Overheid 34% 45% 49% 54% 59% 63% 64% 64% 62% 64% 67%
Werkgevers 66% 55% 51% 46% 41% 37% 36% 36% 38% 36% 33%
Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%

Het aandeel dat werkgevers bijdragen is afgelopen jaren gedaald naar 1/3e van het totaal in 2025. Dit komt gedeeltelijk doordat de overheid in 2025 een groter deel van de kinderopvangkosten vergoedt. De bijdrage uit de Aof-premie staat immers geheel los van het werkelijke gebruik van kinderopvang. Daarnaast is het gebruik van kinderopvang sterker gestegen dan de omvang van de werknemerspopulatie. Daardoor wordt de totale kinderopvangtoeslag hoger, terwijl daar niet direct een hogere werkgeversbijdrage tegenover staat. Hierdoor neemt het aandeel van de kinderopvangtoeslag dat uit collectieve middelen moet worden gefinancierd toe.

5.Hoe wordt de hoogte van de kinderopvangtoeslag precies bepaald: welke variabelen (inkomen, vermogen, in rekening gebrachte kosten door de opvang, aantal gewerkte uren van de vader/moeder, etc.) zijn bepalend? Wilt u u graag een toelichting geven op uw antwoord?

De hoogte van de kinderopvangtoeslag wordt in de kern bepaald door (1) de hoogte van het inkomen, (2) het soort kinderopvang dat wordt afgenomen, (3) het aantal uren kinderopvang dat wordt afgenomen en (4) het aantal kinderen waarvoor kinderopvangtoeslag wordt aangevraagd. Het vermogen of het exacte aantal gewerkte uren van de ouder(s) spelen geen rol. In detail:

  1. Toetsingsinkomen: de hoogte van het toetsingsinkomen bepaalt het percentage van de opvangkosten dat wordt vergoed. Dit is opgenomen in de toeslagtabel.1 Het toetsingsinkomen betreft het verzamelinkomen van beide ouders. Hoe hoger het inkomen, hoe lager het vergoedingspercentage. In alle gevallen betalen ouders een eigen bijdrage; het vergoedingspercentage is nooit 100%. Het vergoedingspercentage voor het eerste kind bedraagt voor 2026 minimaal 36,5% (voor de hoogste inkomens) en maximaal 96% (voor de laagste inkomens) van de jaarlijks vastgestelde maximum uurprijs. Voor tweede kinderen en verder, geldt over het algemeen een hoger toeslagpercentage, van 68,2% voor de hoogste inkomens, eveneens tot maximaal 96% voor de laagste inkomens. Hierbij geldt dat het eerste kind niet per se het eerste kind is in leeftijd, maar het duurste kind. De maximum uurprijs is het maximale bedrag waarover de kinderopvangtoeslag wordt berekend. Kinderopvangorganisaties kunnen in de praktijk een hoger uurtarief rekenen.

Ouders maken vooraf een inschatting van hun inkomen. Nadat de belastinginspecteur het inkomen definitief heeft vastgesteld, vindt de definitieve toekenning van de toeslag plaats. Dit kan ertoe leiden dat ouders een nabetaling of een terugvordering krijgen, als het door henzelf geschatte inkomen afwijkt van het definitief vastgestelde inkomen.

  1. Type opvang: de maximum uurprijs verschilt voor ieder type kinderopvang. Er zijn drie typen formele kinderopvang, te weten kinderdagopvang (voor kinderen van 0-4 jaar), buitenschoolse opvang (bso, voor kinderen van 4-12 jaar) en gastouderopvang (voor kinderen van 0-12 jaar). De maximum uurprijs voor iedere opvangsoort wordt jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld via het Besluit Kinderopvang. Uw Kamer heeft op 23 april 2025 de evaluatie van de indexeringssystematiek kinderopvangtoeslag ontvangen, waarin staat beschreven hoe de mamximum uurprijs jaarlijks wordt geïndexeerd.2

  2. Aantal opvanguren: de hoogte van de kinderopvangtoeslag is eveneens afhankelijk van het aantal uren kinderopvang dat wordt afgenomen. Ouders krijgen per uur vergoed tot een maximum van 230 uur per maand (maximaal 2.760 uur per jaar).

  3. Aantal kinderen: een ouder kan kinderopvangtoeslag aanvragen voor meerdere kinderen. Voor het eerste kind en volgende kinderen (tweede kind en verder) worden verschillende vergoedingspercentages gehanteerd. Deze percentages zijn te vinden in de toeslagtabel.3

6.Hoeveel mensen maken gebruik van kinderopvangtoeslag terwijl zij niet of niet volledig (fulltime) werken? Kunt u hiervan een overzicht vanaf 2015 geven en een toelichting hierop?

De meeste ouders die gebruik maken van kinderopvangtoeslag, hebben werk. De arbeidseis zoals omschreven in artikel 1.6 is namelijk een voorwaarde voor het recht op kinderopvangtoeslag. Soms kunnen ouders om bepaalde redenen niet voldoen aan de arbeidseis. Wanneer deze mensen niet in aanmerking zouden komen voor kinderopvangtoeslag, kan dit de arbeidsparticipatie nu of in de toekomst juist belemmeren. Daarom zijn in artikel 1.6 een aantal uitzonderingen op de arbeidseis opgenomen. De twee belangrijkste categorieën zijn 1) ouders die activiteiten uitvoeren die gericht zijn op toekomstig werk, bijvoorbeeld een opleiding of reïntegratietraject van het UWV, en 2) ouders die werken, maar een partner hebben die niet of tijdelijk niet kan voldoen aan de arbeidseis, bijvoorbeeld een partner met een Wlz-indicatie die langdurige zorg nodig heeft. Zij komen ook in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Zie ook de brief van 24 juni 2025 over de arbeidseis voor een uitgebreidere toelichting.4

Het is niet haalbaar gebleken om binnen kort tijdsbestek exact te becijferen hoeveel ouders afgelopen 10 jaar gebruik maakten van kinderopvangtoeslag dankzij een uitzondering op de arbeidseis. De reden is dat ouders die gebruik maken van een bepaalde uitzondering soms ook (gaan) werken, terwijl dit in het systeem dan niet altijd aangepast wordt. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een student naast diens studie gaat werken, maar in het systeem als student aangemerkt blijft. Het zou meer uitzoekwerk vergen om exact in beeld te brengen hoeveel ouders gebruik maken van kinderopvangtoeslag terwijl zij niet werken. Het is wel mogelijk om een indicatie te geven van het aantal ouders dat gebruik maakt van een uitzondering op de arbeidseis. Tussen 2015 en 2025 ging het om zo’n 10.000 ouders per jaar. Ongeveer 50% van deze ouders kwam in aanmerking voor kinderopvangtoeslag door een studie, 25% door een traject naar werk en 25% door het volgen van een inburgeringstraject. Ter indicatie, in totaal ontvingen tussen 2015 en 2025 jaarlijks tussen de ca. 500.000 en 720.000 huishoudens kinderopvangtoeslag.

7.Bent u het ermee eens dat de kosten van de kinderopvangtoeslag leiden tot hogere loonkosten en dat het inhuren van werknemers daardoor duurder wordt voor werkgevers? Kunt u een toelichting geven op uw antwoord?

Nee, ik ben het niet eens met deze redenering. Tot 2005 bestonden er verschillende voorzieningen voor kinderopvang. Sommige werkgevers organiseerden zelf kinderopvang voor hun werknemers. Daarnaast was er aanbod vanuit gemeenten en betaalden sommige ouders zelf alle kosten voor kinderopvang. Hierdoor waren ouders onder andere afhankelijk van waar zij woonden en wie hun werkgever was voor de eigen bijdrage die zij betaalden voor kinderopvang. Met de introductie van de kinderopvangtoeslag in 2005 kwam er voor het eerst één landelijke regeling, waar alle ouders onder dezelfde voorwaarden gebruik van konden maken. De kinderopvangtoeslag wordt deels gefinancierd uit collectieve middelen en deels uit werkgeversbijdragen. Het gaat dat om een opslag op de Aof-premie ter hoogte van 0,5% van de premieplichtige loonsom (zie het antwoord op vraag 4).

De kinderopvangtoeslag stelt ouders in staat om de zorg voor hun kinderen te combineren met werk en bevordert op deze manier de arbeidsparticipatie. De werkgever kan dus beschikken over werknemers dankzij de kinderopvangtoeslag.

8.Welke inkomensgroepen ontvangen kinderopvangtoeslag? Kunt u een overzicht verstrekken en daarbij onderscheid maken tussen verschillende inkomensgroepen (minimumloonverdieners, één keer modaal, 1,5 keer modaal, twee keer modaal, 2,5 keer modaal, drie keer modaal, vier keer modaal, vijf keer modaal, zes keer modaal of meer), maar daarin ook verschillende huishoudtypen (huurders/woningeigenaren, alleenstaand/gehuwd, fulltime/parttime werkend) opnemen? Kunt u tevens een toelichting geven op uw antwoord?

De beantwoording van deze vraag is gebaseerd op gegevens van Kinderopvangtoeslag die het Ministerie van SZW van Dienst Toeslagen ontvangt. Daarin kan enkel onderscheid worden gemaakt tussen de huishoudtypen alleenstaanden en paren. Onderstaande tabel 1 toont het aantal huishoudens in elke categorie dat in 2025 kinderopvangtoeslag heeft ontvangen. Vanwege de geringe aantallen voor alleenstaanden zijn de hoogste inkomensgroepen samengevoegd tot ‘3 x modaal en hoger’.

Tabel 1: aantal huishuishoudens met kinderopvangtoeslag in 2025, uitgesplitst naar inkomensgroep en huishoudtype (paren en alleenstaanden). Het modaal inkomen in 2025 is € 46.500.

Paren Alleenstaanden Totaal
Tot 100% Wml 5.700 31.700 37.300
100% Wml tot modaal 10.500 28.100 38.600
Modaal tot 1,5 x modaal 53.200 17.100 70.300
1,5 x modaal tot 2 x modaal 125.800 6.800 132.500
2 x modaal tot 2,5 x modaal 120.900 2.200 123.100
2,5 x modaal tot 3 x modaal 82.300 800 83.100
3 x modaal en hoger 135.200 1.000 136.200
Totaal 533.500 87.600 621.100

Bron: Dienst Toeslagen, cijferbeeld april 2026, bewerking Ministerie van SZW.

Aanvullend is hieronder voor de inkomenscategorie ‘3 keer modaal en hoger’ een nadere uitsplitsing gemaakt op totaalniveau (136.200 huishoudens):

Inkomenscategorie Totaal
3 x modaal tot 4 x modaal 82.300
4 x modaal tot 5 x modaal 29.500
5 x modaal tot 6 x modaal 12.100
6 x modaal en hoger 12.200
Totaal 136.200

De laagste inkomenscategorieën, met een gezamenlijk inkomen tot het minimumloon respectievelijk tussen 100% WML en modaal, bestaan grotendeels uit alleenstaanden. Bij een gezinnen met twee werkende ouders komt het totale inkomen al gauw boven modaal uit. Bij paren met een inkomen tot modaal komt het relatief vaak voor dat één of beide ouders zijn uitgezonderd van de arbeidseis (zie het antwoord op vraag 6). Daaronder vallen onder meer studenten en ouders die een traject naar werk volgen.


9.Hoeveel (absoluut en procentueel) van de huidige ontvangers van kinderopvangtoeslag blijft boven het sociaal minimum wanneer de kinderopvangtoeslag voor hen zou worden afgeschaft? Kunt u een overzicht vanaf 2015 geven en een toelichting op uw antwoord?

Kinderopvangtoeslag is geen vorm van inkomensondersteuning, maar een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Kinderopvangtoeslag zorgt er dus voor dat ouders te maken hebben met lagere netto-uitgaven aan kinderopvang, zodat ze de zorg voor hun kinderen kunnen combineren met werk. Ouders betalen daarbij altijd een eigen bijdrage voor kinderopvang. Zonder kinderopvangtoeslag is kinderopvang voor veel ouders te duur en is het niet aantrekkelijk om te werken. Het is niet precies bekend hoeveel ouders zouden stoppen met werken als de kinderopvangtoeslag zou worden afgeschaft en hoeveel ouders vervolgens boven het sociaal minimum zouden blijven. Andersom is het ook mogelijk dat ouders met kinderopvangtoeslag zich nu al op het sociaal minimum bevinden, bijvoorbeeld wanneer zij een opleiding volgen en nog geen betaald werk verrichten.

10.Bent u van mening dat iedereen, die op dit momentrecht heeft op kinderopvangtoeslag en ontvangt, deze toeslag ook absoluut nodig heeft om financieel het hoofd boven water te houden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Kunt u tevens een toelichting geven op uw antwoord?

Zoals aangegeven in antwoord op vraag 9, is de kinderopvangtoeslag niet bedoeld als inkomensondersteuning, maar om ouders tegemoet te komen in de kosten voor kinderopvang. Zo kunnen ouders arbeid combineren met de zorg voor hun kinderen. Zonder kinderopvangtoeslag zouden veel ouders niet in staat zijn te betalen voor kinderopvang en dus minder of niet kunnen werken, wat de bestaanszekerheid van deze ouders onder druk zou zetten. In de huidige vergrijzende samenleving hebben we bovendien iedere arbeidskracht hard nodig. Kinderen van werkende ouders hebben op deze wijze toegang tot kwalitatief goede kinderopvang met positieve effecten op de ontwikkeling tot gevolg.

11.Hoeveel euro bedragen de totale uitvoeringskosten van de kinderopvangtoeslag (exclusief de kosten voor het herstel van de schade die is veroorzaakt door het toeslagenschandaal)? Kunt u een overzicht geven vanaf 2015?

Dienst Toeslagen heeft géén inzicht in de uitvoeringskosten van de kinderopvangtoeslag, omdat de processen integraal zijn georganiseerd om de vier toeslagsoorten uit te voeren en dus niet per toeslagsoort. Hierdoor kan Dienst Toeslagen niet de gevraagde doorsnede van kinderopvangtoeslag leveren. Op dit moment is er een model in ontwikkeling dat op termijn dit inzicht voor kinderopvangtoeslag (en andere toeslagsoorten) wel kan leveren voor de jaren 2024 en verder.

12.Met hoeveel procentpunt kan het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting (box 1) voor werkenden ceteris paribus worden verlaagd als de kinderopvangtoeslag wordt afgeschaft voor mensen met een arbeidsinkomen boven het sociaal minimum? Kunt u een toelichting geven op uw
antwoord?

Een verlaging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting specifiek voor werkenden is in het huidige fiscaal stelsel niet mogelijk. Daarom is een variant doorgerekend waarin het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting voor iedereen wordt verlaagd.

Het afschaffen van de kinderopvangtoeslag voor mensen met een arbeidsinkomen boven het sociaal minimum heeft tot gevolg dat de meeste huishoudens geen aanspraak meer hebben op kinderopvangtoeslag. Structureel kan hiermee circa € 8,0 miljard op de kinderopvangtoeslag worden bespaard. Dit is zo’n 93% van de totale uitgaven aan kinderopvangtoeslag. Van deze opbrengst kan het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting met 2,02%-punt worden verlaagd5.

Deze ingreep in het belasting- en toeslagenstelsel zorgt voor een grote herverdeling van inkomen van huishoudens met jonge kinderen naar huishoudens zonder jonge kinderen. Daarnaast leidt het tot een extreem hoge marginale druk voor werkenden met kinderopvangtoeslag en een belastbaar inkomen vlak onder het sociaal minimum: wanneer hun aantal arbeidsuren of uurloon iets toeneemt gaat het recht op kinderopvangtoeslag compleet verloren. Dit kan betekenen dat iemand 1 euro meer gaat verdienen en tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag verliest. Zo zou een gezin dat zich onder het sociale minimum bevindt met twee kinderen die twee dagen naar de dagopvang gaan, zo’n € 24.700 aan kinderopvangtoeslag per jaar verliezen wanneer het gezin boven het sociale minimum uit zou komen.

13.Met hoeveel procentpunt kan het tarief in de tweede schijf van de inkomstenbelasting (box 1) voor werkenden ceteris paribus worden verlaagd als de kinderopvangtoeslag wordt afgeschaft voor mensen met een arbeidsinkomen boven het sociaal minimum? Kunt u een toelichting geven op uw antwoord?

Een verlaging van het tarief in de tweede schijf van de inkomstenbelasting specifiek voor werkenden is in het huidige fiscaal stelsel niet mogelijk. Daarom is een variant doorgerekend waarin het tarief in de tweede schijf van de inkomstenbelasting voor iedereen wordt verlaagd.

Het afschaffen van de kinderopvangtoeslag voor mensen met een arbeidsinkomen boven het sociaal minimum heeft tot gevolg dat de meeste huishoudens geen aanspraak meer hebben op kinderopvangtoeslag. Structureel kan hiermee circa € 8,0 miljard op de kinderopvangtoeslag worden bespaard. Dit is zo’n 93% van de totale uitgaven aan kinderopvangtoeslag. Van deze opbrengst kan het tarief in de tweede schijf van de inkomstenbelasting met 6,25%-punt worden verlaagd6. Het enkel verlagen van het tarief tweede schijf zorgt ervoor dat dit tarief lager uitvalt dan dat van de eerste schijf. Een gevolg hiervan zou zijn dat er een regressief belastingstelsel zou ontstaan, waarbij lagere inkomens zwaarder worden belast dan hogere inkomens. Huishoudens zouden naarmate ze meer verdienen en van de eerste schijf in de inkomstenbelasting in de tweede schijf belanden namelijk relatief minder belasting gaan betalen.

Deze ingreep in het belasting- en toeslagenstelsel zorgt voor een grote herverdeling van inkomen van huishoudens met jonge kinderen naar huishoudens zonder jonge kinderen. Daarnaast leidt het tot een extreem hoge marginale druk voor werkenden met kinderopvangtoeslag en een belastbaar inkomen vlak onder het sociaal minimum: wanneer hun aantal arbeidsuren of uurloon iets toeneemt gaat het recht op kinderopvangtoeslag compleet verloren. Dit kan betekenen dat iemand 1 euro meer gaat verdienen en tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag verliest. Zo zou een gezin dat zich onder het sociale minimum bevindt met twee kinderen die twee dagen naar de dagopvang gaan, zo’n € 24.700 aan kinderopvangtoeslag per jaar verliezen wanneer het gezin boven het sociale minimum uit zou komen.

14.Met hoeveel procentpunt kan het tarief in de derde schijf van de inkomstenbelasting (box 1) voor werkenden ceteris paribus worden verlaagd als de kinderopvangtoeslag wordt afgeschaft voor mensen met een arbeidsinkomen boven het sociaal minimum? Kunt u een toelichting geven op uw antwoord?

Een verlaging van het tarief in de derde schijf van de inkomstenbelasting specifiek voor werkenden is in het huidige fiscaal stelsel niet mogelijk. Daarom is een variant doorgerekend waarin het tarief in de derde schijf van de inkomstenbelasting voor iedereen wordt verlaagd. Het afschaffen van de kinderopvangtoeslag voor mensen met een arbeidsinkomen boven het sociaal minimum heeft tot gevolg dat de meeste huishoudens geen aanspraak meer hebben op kinderopvangtoeslag. Structureel kan hiermee circa € 8,0 miljard op de kinderopvangtoeslag worden bespaard. Dit is zo’n 93% van de totale uitgaven aan kinderopvangtoeslag. Van deze opbrengst kan het tarief in de derde schijf van de inkomstenbelasting met 16,54%-punt worden verlaagd. Het enkel verlagen van het tarief derde schijf zorgt ervoor dat dit tarief lager uitvalt dan dat van de eerste en tweede schijven. Een gevolg hiervan zou zijn dat er een regressief belastingstelsel zou ontstaan, waarbij lagere inkomens zwaarder worden belast dan hogere inkomens. Huishoudens zouden naarmate ze meer verdienen en van de tweede schijf in de inkomstenbelasting in de derde schijf belanden namelijk relatief minder belasting gaan betalen.

Deze ingreep in het belasting- en toeslagenstelsel zorgt voor een grote herverdeling van inkomen van huishoudens met jonge kinderen naar huishoudens zonder jonge kinderen en een hoog inkomen. Daarnaast leidt het tot een extreem hoge marginale druk voor werkenden met kinderopvangtoeslag en een belastbaar inkomen vlak onder het sociaal minimum: wanneer hun aantal arbeidsuren of uurloon iets toeneemt gaat het recht op kinderopvangtoeslag compleet verloren. Dit kan betekenen dat iemand 1 euro meer gaat verdienen en tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag verliest. Zo zou een gezin dat zich onder het sociale minimum bevindt met twee kinderen die twee dagen naar de dagopvang gaan, zo’n € 24.700 aan kinderopvangtoeslag per jaar verliezen wanneer het gezin boven het sociale minimum uit zou komen.

15. In welke mate leidt een afschaffing van de kinderopvangtoeslag en een gelijktijdige verhoging van de arbeidskorting met hetzelfde bedrag tot veranderingen in de arbeidsparticipatie? Kunt u een toelichting geven op uw antwoord?

De kinderopvangtoeslag is een gerichte vorm van ondersteuning in de kosten van kinderopvang zodat ouders werk kunnen combineren met de zorg voor hun kinderen. Het aantal werkende ouders is per definitie kleiner dan het totaal aantal werkenden. Het afschaffen van de kinderopvangtoeslag voor werkende ouders zal dus tot een kleinere verhoging van de arbeidskorting voor alle werkenden leiden. De verwachting is daarom dat de negatieve effecten op arbeidsparticipatie van het afschaffen van de kinderopvangtoeslag groter zijn dan de eventuele positieve arbeidsparticipatie-effecten van het verhogen van de arbeidskorting.

16.Kunt u deze vragen vóór Prinsjesdag beantwoorden?

Ja.


  1. https://www.rijksoverheid.nl/themas/belastingen-uitkeringen-en-toeslagen/kinderopvangtoeslag/bedragen-kinderopvangtoeslag-2026↩︎

  2. Kamerstukken 2024–2025, 36 708, nr. 13↩︎

  3. https://www.rijksoverheid.nl/themas/belastingen-uitkeringen-en-toeslagen/kinderopvangtoeslag/bedragen-kinderopvangtoeslag-2026↩︎

  4. Kamerstukken II, 2024/25, 31 322, nr. 559.↩︎

  5. Het tarief in de eerste schijf pakt in de structurele situatie anders uit dan in eerdere jaren door de houdbaarheidsbijdrage.↩︎

  6. Het tarief in de tweede schijf pakt in de structurele situatie anders uit dan in eerdere jaren door de houdbaarheidsbijdrage.↩︎