Uitkomst nationale quickscan Milieuomnibus
Brief regering
Nummer: 2026D41133, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 16:37, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Quickscan EU-Milieuomnibus
- Beslisnota bij Kamerbrief over uitkomst nationale quickscan Milieuomnibus
Onderdeel van zaak 2026Z18039:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-09 10:15 ⇒ (Concept voorstel)
- 2026-09-09 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Zoals aangegeven in het Tweeminutendebat Milieuraad van 12 maart 2026 is een quickscan uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen van de Milieuomnibus op het milieu, de gezondheid en het bedrijfsleven. Met deze brief informeer ik u over de uitkomst hiervan. Tevens bevat deze brief, zoals toegezegd,1 de kabinetsreactie op het position paper Milieuomnibus van de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie mer) van 20 mei 2026.
Als derde wordt, ook in het licht van de aangenomen motie van de leden Kostić en Zalinyan,2 de Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen op de Milieuomnibus.
Op 10 december 2025 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) het Milieuomnibus pakket gepubliceerd. Dit pakket vloeit voort uit de Europese agenda voor versterking van het concurrentievermogen en beoogt administratieve lasten substantieel te verminderen door vereenvoudiging, harmonisatie en digitalisering. Uitgangspunt van de Commissie is dat de bestaande doelstellingen voor natuur, milieu en gezondheid behouden blijven, en dat vereenvoudiging hieraan geen afbreuk doet.
Bij nieuwe wet- en regelgeving worden normaliter door de Commissie effectbeoordelingen (impact assessments) uitgevoerd om de mogelijke gevolgen voor onder meer het milieu, de volksgezondheid en het bedrijfsleven in kaart te brengen. Net als bij een aantal andere Omnibuspakketten, heeft de Commissie voorafgaand aan publicatie van de Milieuomnibus geen effectbeoordeling uitgevoerd. Om nader inzicht te krijgen in de mogelijke nationale effecten van de voorgestelde maatregelen, heeft adviesbureau Arcadis een onafhankelijke quickscan uitgevoerd. Ik heb het RIVM tevens gevraagd inhoudelijke input te leveren voor deze quickscan. De quickscanrapportage is bijgevoegd bij deze brief.
De quickscan van Arcadis biedt een overkoepelende, kwalitatieve analyse van de te verwachten effecten van de Milieuomnibus, zoals deze zijn voorgesteld door de Commissie, op het milieu, de gezondheid en het bedrijfsleven in Nederland. Volgens de quickscan kan echter, mede door het ontbreken van een effectenbeoordeling van de Europese Commissie, geen uitsluitsel worden gegeven over de gevolgen van de voorstellen voor het beschermingsniveau van milieu en natuur. Het kabinet heeft het ontbreken van een effectenbeoordeling meermaals bij de Commissie onder de aandacht gebracht.
De resultaten laten zien dat de voorgestelde maatregelen perspectief bieden op lastenverlichting, met name door het vereenvoudigen en stroomlijnen van procedures en administratieve processen. Bij de verdere uitwerking is het van belang oog te houden voor de gevolgen voor alle betrokken partijen en waar mogelijk te voorkomen dat lasten zich verplaatsen tussen bedrijven, overheden, toezichthouders en andere partijen in de keten. Voor de voorstellen op het gebied van milieubeoordelingen biedt de verdere uitwerking ruimte om nader te bezien in hoeverre de beoogde lastenverlichting in de praktijk kan worden gerealiseerd.
Position paper Commissie mer
In haar position paper benadrukt de Commissie mer dat een milieueffectrapportage primair een kwaliteitsinstrument is voor zorgvuldige, integrale en juridisch houdbare besluitvorming. Het is niet enkel een administratieve last die moet worden geminimaliseerd. Hoewel de Commissie mer positieve elementen ziet in de verbeterde online datatoegankelijkheid en de verplichting om bevoegde autoriteiten te voorzien van voldoende personeel en middelen, waarschuwt zij voor drie risico’s ten aanzien van de voorstellen.
Ten eerste stelt de Commissie mer dat de voorgestelde, zeer korte reactie- en adviestermijnen slechts minimale tijdswinst op zouden leveren (enkele weken), terwijl overhaaste besluitvorming juist de kans op vernietiging bij de bestuursrechter en dus vertraging achteraf vergroot. Ten tweede leidt de rechtstreekse werking van een nieuwe verordening met afwijkende begrippen, direct werkend naast bestaande Europese milieurichtlijnen, tot interpretatieverschillen, met rechtsonzekerheid en vertraging tot gevolg.
Ten derde stelt de Commissie mer dat uitholling van de milieubescherming dreigt, doordat bij projectwijzigingen niet langer getoetst hoeft te worden op aanzienlijke milieu- en natuureffecten, maar slechts of het effect groter is dan dat van het oorspronkelijke project. Hierdoor verdwijnt de prikkel om mitigerende maatregelen te onderzoeken.
Aangezien het position paper betrekking heeft op een specifiek deel van de Milieuomnibus en reeds is meegenomen in de quickscan, is de kabinetsreactie hierop integraal in deze brief verwerkt.
Proces
De besprekingen omtrent de Milieuomnibus zijn nog gaande in Brussel. Op 24 juni 2026 zijn in de Raad van de Europese Unie (hierna: Raad) deelakkoorden bereikt op drie van de vier Milieuomnibusvoorstellen: (1) de verordening zelf, (2) de richtlijn over vereenvoudiging en vermindering van administratieve lasten, en (3) de wijziging van de richtlijn over ruimtelijke milieu-informatie (INSPIRE). Deze deelakkoorden zijn vervolgens gepubliceerd op de website van de Raad.3 Deze deelakkoorden zijn grotendeels in lijn met de Nederlandse inzet zoals geformuleerd in het BNC-fiche.
Met het oog op de in het najaar van 2026 verwachte Circular Economy Act en uitgebreide evaluatie van de UPV-kaders (Uitgebreide Producenten-verantwoordelijkheid), zijn de onderhandelingen in de Raad over de twee UPV-voorstellen in het pakket stopgezet. Op 7 september 2026 worden de onderhandelingen over het nog resterende voorstel, de Verordening inzake het Versnellen van Milieubeoordelingen (VVMB), hervat. Het is mogelijk dat in dezelfde week al tot een voorlopig akkoord gekomen wordt in de Raad.
Ik ben blij de Kamer te kunnen informeren dat een aantal voorstellen waaraan in de quickscan mogelijke negatieve effecten worden toegeschreven voor het milieu, de gezondheid en het bedrijfsleven, tijdens de onderhandelingen in de Raad van tafel zijn gehaald. Hiervoor hebben Nederland4 en andere lidstaten zich actief ingezet.
Zo is het schrappen van de chemische inventarisatieplicht onder het Environment Management System van de Richtlijn Industriële Emissies ongedaan gemaakt, en is het onder de Batterijenverordening nog steeds mogelijk om batterijen op celniveau vervangbaar te maken, wat meer mogelijkheden biedt voor reparatie, refurbishment en circulariteit. In de Batterijenverordening was ook een nieuwe term van zeer zorgwekkende stoffen (Substances of Very High Concern) opgenomen die niet in lijn was met de definitie in de REACH-verordening en het Ecodesign-kader, en dus niet leidt tot versimpeling. Dit is inmiddels veranderd naar de term “te etiketteren stoffen”.
De quickscan signaleert een mogelijk negatieve milieu-impact van artikel 5 van de VVMB. Dit artikel leidt tot minder en beperktere milieubeoordelingen voor wijzigingen en uitbreidingen van bestaande projecten. Ook zijn nieuwe juridische begrippen als “major works” en “similar or greater effects than” gevoelig voor interpretatieverschillen. Het kabinet heeft in het verleden om verduidelijking van de begrippen gevraagd, maar heeft die niet naar tevredenheid ontvangen. Aldus bestaat een risico op verminderde bescherming van natuur en milieu. Dat is niet beoogd door de Commissie en ook niet in lijn met het kabinetsstandpunt. Het kabinet zal dit wederom inbrengen in toekomstige gesprekken.
Conform het BNC-fiche5 zal het kabinet tijdens deze onderhandelingen blijven voorstellen om het centraal contactpunt voor milieubeoordelingen, samen te voegen met de centraal contactpunten uit de CRMA, NZIA en REDIII6 om administratieve lastendruk te verminderen in het vergunningverleningsproces. Ook zet het kabinet in op voldoende lange termijnen voor milieubeoordelingen zodat deze uitvoerbaar zijn in het huidige Nederlandse stelsel, en blijft het kabinet kritisch over de zogenaamde ‘grondentrechter’ tussen de administratieve en rechterlijke fase.
De quickscan stelt daarnaast dat de effecten van artikel 8 over soortenbescherming op het milieu neutraal zijn, mits mitigatie daadwerkelijk zorgvuldig wordt geborgd. De Nederlandse inzet blijft in lijn met het BNC-fiche: Het kabinet is voorstander van de vereenvoudiging die wordt beoogd en staat positief tegenover de maatregel voor het al dan niet opzettelijk doden en/of verstoren van soorten en de daarbij behorende mitigerende maatregelen, mits dit niet leidt tot een lager beschermingsniveau qua soortenbescherming.
In algemene zin is het kabinet voorstander van het vereenvoudigen van wet- en regelgeving, en het verminderen van administratieve lasten en regeldruk. De uitkomsten van de quickscan, specifiek op de verwachte vermindering van dubbele rapportageverplichtingen voor bedrijven, de VVMB, en de wijzigingen die inmiddels in de voorstellen aangebracht zijn in de onderhandelingen, zijn positieve ontwikkelingen. Ik merk een constructieve houding van het Iers voorzitterschap en zie dan ook de verdere besprekingen over de Milieuomnibus met vertrouwen tegemoet.
Ik zal de Kamer de komende weken op de hoogte houden van de belangrijkste ontwikkelingen op dit dossier.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Annet Bertram
TZ202606-069↩︎
Kamerstukken II 21 501-08, nr. 1036↩︎
Simplification: Council agrees negotiating stance to simplify and streamline environmental rules - Consilium↩︎
Conform standpunten beschreven in het BNC-fiche Milieuomnibus.↩︎
Kamerstukken II 22 112, nr. 4278↩︎
CRMA: Critical Raw Materials Act, NZIA: Net-Zero Industry Act, REDIII: Renewable Energy Directive III↩︎