[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op de initiatiefnota ‘Hoe de politiek richting moet geven aan AI’ van Volt

Brief regering

Nummer: 2026D46392, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-09-25 16:04, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z20091:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 18 juni 2026 heeft het lid Dassen (Volt) de Initiatiefnota 'Hoe de politiek richting moet geven aan AI' gepubliceerd. Allereerst wil ik de initiatiefnemer bedanken dat hij aandacht vraagt en aanbevelingen doet voor dit belangrijke onderwerp. Ik onderschrijf net als de initiatiefnemer dat de impact van AI op onze economie en maatschappij de komende jaren alleen nog maar zal toenemen. Het is belangrijk dat we de kansen die AI biedt voor onze economie en maatschappij benutten en daarbij grip houden op de impact die AI heeft. Zeker naarmate AI een steeds grotere rol speelt in onze economie en maatschappij moeten mensen en bedrijven erop kunnen vertrouwen dat AI veilig en verantwoord is ontwikkeld en wordt ingezet, zonder dat daarbij fundamentele rechten worden geschaad. Daarbij is het ook essentieel om onze eigen AI-capaciteiten te versterken en zo onze afhankelijkheid van niet-Europese technologieën te verminderen. Dat zorgt ook dat we beter kunnen borgen dat AI ten goede komt aan onze economie en samenleving. AI moet een technologie zijn die bijdraagt aan het vergroten van ons welzijn en onze welvaart.

Dat gaat niet vanzelf en ik onderschrijf dat de ontwikkelingen omtrent AI om urgentie vragen en politieke aandacht verdienen. Het kabinet en de Europese Commissie hebben daarom de inzet op AI de afgelopen tijd versterkt. De initiatiefnemer doet in de nota verschillende voorstellen om de inzet op AI verder te versterken. Middels deze appreciatie ontvangt uw Kamer een reactie op de initiatiefnota. Het kabinet zal later dit jaar een brief aan uw Kamer sturen met daarin een bredere visie op AI, waarin ook wordt ingegaan op de bredere ontwikkelingen omtrent AI en de implicaties voor concurrentievermogen en nationale veiligheid.

AI en Democratie

Het kabinet onderschrijft dat gezien de globale impact van AI het belangrijk is met andere landen op te trekken en afspraken te maken die zorgen dat AI wordt ontwikkeld en ingezet in lijn met onze waarden en belangen. Binnen de EU vormt de AI-verordening het essentiële kader daarvoor doordat het regels bevat die zorgen dat alleen veilige AI-systemen in Europa op de markt mogen komen en dat de transparantie over AI-systemen vergroot. Met een bredere groep landen zijn al kaders met betrekking tot veiligheid en ethiek ontwikkeld zoals het AI-kaderverdrag van de Raad van Europa en de UNESCO Recommendation on the Ethics of AI. Zoals aangegeven in de Nederlandse Internationale AI-Strategie1 zet het kabinet zich in voor een verbreding van de groep landen die zich bij deze aanpak aansluit. Tegelijk zet het kabinet in op gerichte strategische coalities met gelijkgezinde partners en multilaterale processen die de meeste kans bieden om Europese en andere normen internationaal navolging te geven.

Het kabinet zet niet in op een AI-non-proliferatieverdrag met een verificatiemechanisme, naar voorbeeld van nucleaire wapens. Het nut en de effectiviteit hiervan zijn twijfelachtig. Anders dan nucleaire wapens is er niet één duidelijk af te bakenen ‘gevaarlijke’ vorm van AI. Dezelfde AI-modellen en -toepassingen kunnen voor zowel waardevolle als gevaarlijke doeleinden worden ingezet. Daarnaast is er voor de ontwikkeling van AI niet één unieke, onvervangbare grondstof, zoals uranium bij nucleaire technologie. Alhoewel GPU-chips momenteel voor een belangrijk deel door één bedrijf worden geleverd, zijn er diverse aanbieders van AI-chips en worden er steeds meer verschillende chiptechnologieën gebruikt voor AI-ontwikkeling en -inferentie2.

Het kabinet deelt met de initiatiefnemer dat het belangrijk is dat de overheid in staat is op te treden, bijvoorbeeld wanneer bedrijven strijdig met het publieke belang handelen. De specifieke voorstellen die de initiatiefnemer daartoe doet, waarbij de overheid bij het eigenaar- en zeggenschap van een brede groep bedrijven ingrijpt zodat ze deze bedrijven proactief kan bijsturen, is echter een inperking van de ondernemingsvrijheid die niet goed te rechtvaardigen is. Het kabinet is niet voornemens zoals de initiatiefnemer voorstelt een ‘gouden aandeel’ nemen in alle AI-bedrijven die zij stimuleert via economische deelname. Het kabinet werkt alleen in specifieke gevallen met dergelijke constructies, als er bijvoorbeeld een bijzonder publiek belang mee is gemoeid, zoals recent bij de samenwerkingsovereenkomst met Intelic.

Het kabinet ziet ook dat AVG-toezichthouders in beginsel voldoende mogelijkheden hebben om op te treden tegen niet-Europese partijen, waaronder bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten en verwerkingsverboden. Het kabinet ziet daarom geen aanleiding om zoals de initiatiefnemer voorstelt de sanctiemogelijkheden onder de AVG voor partijen uit derde landen uit te breiden met de anti-coercion tool.

Het kabinet onderschrijft dat het voor het parlement en de rechterlijke macht belangrijk is voldoende expertise over digitale technologieën te hebben zodat zij hun controlerende taken goed uit kunnen voeren. Het is echter niet aan het kabinet maar aan de onafhankelijke rechterlijke macht om te bepalen hoe binnen de gerechtelijke organisaties expertise op het gebied van AI wordt opgebouwd.

AI en maatschappij

Het kabinet onderschrijft dat het voor onze weerbaarheid belangrijk is dat overheden niet sterk afhankelijk worden van niet-Europese AI en dat de overheid met haar inkoopbeleid ook de ontwikkeling van Europese AI-alternatieven kan stimuleren. Het voorstel van de initiatiefnemer om niet-Europese AI-aanbieders te weren uit overheidsdienstverlening is echter te vergaand. Gelijke toegang moet volgens het kabinet het uitgangspunt blijven binnen aanbestedingsregelgeving, ook voor gelijkgestemde handelspartners. Het uitsluiten van niet-Europese AI-aanbieders zou bovendien risico’s met zich mee kunnen brengen voor de cyberveiligheid van overheden doordat zij geen toegang hebben tot de modellen die het beste kwetsbaarheden kunnen identificeren. Wel wordt in het huidige (generatieve) AI-beleid van de overheid al een voorkeur uitgesproken voor Europese alternatieven. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) wordt het gebruik van open en Europese taalmodellen verder gestimuleerd, bijvoorbeeld door de voorkeur voor Europese en open -taalmodellen centraal te stellen in een visie op de inzet van generatieve AI-modellen en hiermee te experimenteren in de praktijk. Ook wordt in Europa momenteel gekeken naar een Europees voorkeursprincipe in strategische sectoren en technologieën. Een voorstel voor een Europees voorkeursprincipe wordt momenteel ook gedaan in de Cloud & AI Development Act. Het fiche hierover is 26 juni jl. met uw Kamer gedeeld.

Het kabinet deelt ook met de initiatiefnemer de noodzaak de energie-efficiëntie van AI te vergroten om een toekomstbestendige economie te waarborgen en dat AI kansen biedt om klimaatbeleid te versterken. Het kabinet geeft hier invulling aan vanuit het Actieprogramma Duurzame Digitalisering 2026 – 20283. Zo is Nederland vanuit dit programma aangesloten bij de internationale Sustainable AI Coalition en wordt er in Europees verband samengewerkt aan duurzame AI. Daarnaast heeft dit programma als doel om AI en digitalisering in te zetten voor verduurzaming, bijvoorbeeld door inpassing van duurzame digitalisering in het innovatiebeleid. Het kabinet ziet dan ook geen noodzaak om zoals de initiatiefnemer voorstelt een apart fonds op te richten om dit stimuleren. Het kabinet is bezig met het opzetten van twee instellingen die de kapitaalmarkt versterken, ook voor AI-bedrijven, het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Nationale Investeringsinstelling (NII). Het doel van NADI is om technologische doorbraken te realiseren voor grote maatschappelijke uitdagingen. AI die helpt klimaatproblemen tegen te gaan zou hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Het kabinet onderschrijft net als de initiatiefnemer het belang van de AI-verordening om richting te geven aan de verantwoorde ontwikkeling en gebruik van AI in de Europese Unie. Het kabinet werkt op dit moment aan een effectieve uitvoering van de AI-verordening via de nationale uitvoeringswet waarin toezichthouders worden aangewezen. Na advies van de Raad van State zal deze wet aan het parlement worden voorgelegd. Anders dan de initiatiefnemers is het kabinet tevreden met de huidige versie van de AI-verordening, die ook recentelijk op een aantal onderdelen is aangepast via de Omnibus AI.4 Het kabinet wil AI-aanbieders, AI-gebruiksverantwoordelijken, toezichthouders en andere betrokken partijen nu de gelegenheid geven om zonder nieuwe onzekerheid over aanpassingen hun organisaties verder voor te bereiden op de AI-verordening. Indien onderbouwde signalen uit de praktijk aanpassing van de verordening rechtvaardigen, dan biedt de verordening daar op bepaalde onderdelen zelf mogelijkheden toe. Daarnaast voorziet de AI-verordening in verschillende evaluaties door de Europese Commissie.

Het kabinet is van mening dat de naleving van onder andere de AI-verordening sterk afhangt van de effectiviteit van het toezicht en de handhaving. De onderdelen van de AI-verordening worden gefaseerd van kracht. Zo zijn de vereisten voor operatoren van hoog risico AI-systemen nog niet van kracht. Het is dus nog te vroeg om conclusies te trekken over de effectiviteit van het toezicht en de handhaving en sancties. Mocht tijdens de evaluatie van de Europese Commissie, die gepland staat 4 jaar na inwerkingtreding van de verordening, blijken dat deze tekortschieten dan is het kabinet bereid om andere instrumenten te verkennen.

Het kabinet ziet geen noodzaak om een verplichte nationale verzekering te introduceren voor bedrijven in de AI-sector. Hoewel verzekeraars in sommige gevallen inderdaad veiligheidsvoorwaarden stellen voordat zij bereid zijn om een risico verzekeren, is het niet passend om een verzekeringsplicht te introduceren met als doel om naleving van veiligheidsstandaarden af te dwingen. Mocht er noodzaak zijn voor optreden van de overheid om gestandaardiseerde veiligheidsnormen te introduceren en af te dwingen, dan zijn andere instrumenten daar meer geschikt voor. De initiatiefnemer verwijst naar enkele sectoren waar zowel een verzekeringsplicht als strenge veiligheidsnormen bestaan zoals luchtvaart, kenenergie en boorplatformen op zee. In al deze gevallen bestaat een verzekeringsplicht echter separaat van de veiligheidsstandaarden en is de verzekering niet bedoeld om naleving van de veiligheidsnormen te waarborgen. Die verzekeringsplichten bestaan omdat er in geval van een ongeluk sprake is van zeer directe, omvangrijke materiële schade. Te denken valt aan een vliegtuigongeluk, een kernramp of een olielekkage op zee. De schade die kan optreden bij een incident in de AI-sector is echter anders van aard. Een verzekeringsverplichting voor de AI-sector ligt ook vanuit dat oogpunt niet voor de hand. Het staat bedrijven uit de AI-sector vrij om zich te verzekeren om zo het risico op kosten van ongevallen af te dekken. Ook hebben verzekeraars mogelijkheid om naleving van bepaalde veiligheidseisen te vragen bij het afgeven van die verzekeringen. Er staat dus niets in de weg voor het tot stand komen van een verzekeringsmarkt voor de AI-sector. Hierin ligt echter geen rol voor de overheid.

De initiatiefnemer benoemt het belang van het oprichten van een AI-raad. Specifiek in het kader van het oprichten van een adviserend orgaan op AI hebben de leden Kathmann en Six Dijkstra eerder een motie ingediend.5 Eerder is er aan de Kamer gemeld6 dat in eerste instantie werd bezien welke rol de NDS-raad hierin kon vervullen. Nu besloten is om de oprichting van de raad niet te formaliseren7 is er aangegeven in de beantwoording van de schriftelijke vragen ingediend door Kamerleden El Boujdaini en Kathmann van 24 april 2026 dat er andere invullingen voor de inrichting van een adviserend orgaan op AI zal worden verkend.8 Daarbij kijken we of een AI-veiligheidsinstituut potentieel invulling kan bieden aan de behoeften voor inzicht en advies op de impact van AI voor de maatschappij en overheid. In lijn met de motie Dassen9 over het oprichten van een AI-veiligheidsinstituut loopt momenteel een verkenning. Daarbij ook wordt gekeken naar bestaande instituten, zowel nationaal als Europees, die de overheid en private partijen al van advies en expertise voorzien op het gebied van AI. Het adviesrapport zal eind dit jaar met uw Kamer worden gedeeld.

De initiatiefnemer noemt het spoedig samenstellen van een Europese AI-top. De verwachting is dat AI tijdens de informele Europese Raad in november wordt geagendeerd. Het kabinet verwelkomt de intentie om AI op het niveau van de Europese Raad te agenderen en ziet een strategisch debat tussen de lidstaten als een belangrijke stap om de Europese concurrentiekracht, digitale soevereiniteit en weerbaarheid met betrekking tot AI verder te versterken. Op EU-niveau wordt hier al invulling aan gegeven doordat AI regelmatig onderwerp van bespreking is bij o.a. de Telecomraden en de Digital 9+ en de Europese AI Board.

AI en economie

Het kabinet ziet net als de initiatiefnemer dat AI een belangrijke bouwsteen is van de nieuwe economie en daarmee voor ons toekomstige verdienvermogen. AI biedt kansen voor productiviteitsontwikkeling en het realiseren van maatschappelijke opgaven op een krappe arbeidsmarkt. Tegelijk is het belangrijk aandacht te hebben voor sociale gevolgen van AI en de gevolgen van AI op de arbeidsmarkt, en hier waar nodig op te anticiperen.

De exacte effecten van AI op de arbeidsmarkt inkomens- en vermogensverdeling zijn tegelijk nog ongewis. Of en in welke mate AI werknemers vervangt of banen verrijkt is nog niet duidelijk. Dit zal waarschijnlijk ook per sector en type werk verschillen. Een AI-belasting, afhankelijk van het type AI, voor bedrijven die hun werknemers vervangen met AI is complex en kan ook wenselijke vormen van innovatie remmen. Het hoort bij innovatie dat sommige banen veranderen of verdwijnen, terwijl er door nieuwe technologie ook nieuwe banen ontstaan. Een AI-belasting zoals de initiatiefnemer voorstelt, is daarom nu niet wenselijk. Wel is het nu al belangrijk dat mensen worden ondersteund om mee te kunnen in veranderingen van hun werk als gevolg van AI. Het kabinet werkt daarom aan Leven Lang Ontwikkelen en een goed functionerende arbeidsmarkinfrastructuur om mensen waar nodig te begeleiden naar nieuw werk10.

Het kabinet ziet net als de initiatiefnemer dat de hoge verwachtingen rond AI- en techbedrijven invloed kunnen hebben op financiële markten. De hoge beurskoersen zijn mogelijk voor een deel te verklaren door overmatig optimisme over deze sector. Ook ziet het kabinet, net als de initiatiefnemer, dat schuldfinanciering voor investeringen in AI is toegenomen, waaronder ook met niet-bancaire financiering zoals privaat krediet.11 De opkomst van privaat krediet is in meer sectoren zichtbaar en het kabinet heeft dan ook aandacht voor mogelijke risico’s voor de financiële stabiliteit die voortkomen uit de groei van deze sector en de verwevenheid van deze en andere financiële sectoren. Het kabinet ziet dat waarderingen op aandelenmarkten bijzonder hoog zijn, vooral door AI-gerelateerde ondernemingen. De Nederlandsche Bank (DNB) en het Centraal Planbureau (CPB) vroegen hier terecht aandacht voor in de laatste risicorapportages en het kabinet is in nauw contact met DNB, de Autoriteit Financiële Markten en het CPB, bijvoorbeeld via het Financieel Stabiliteitscomité.12 DNB en andere toezichthouders (Autoriteit Financiële Markten, CPB) rapporteren regelmatig over risico’s voor de financiële stabiliteit. DNB houdt daarnaast in het kader van haar reguliere toezichtstaken al toezicht op concentratierisico’s bij de financiële instellingen zoals pensioenfondsen, verzekeraars en banken. Het kabinet is van mening dat DNB en het Eurosysteem over de benodigde instrumenten beschikken om toezicht te houden op risico’s die voortvloeien uit investeringen in AI, hoge waarderingen op financiële markten en privaat krediet. Ten aanzien van privaat krediet en andere non-bancaire financiële instellingen is het kabinet wel van mening dat er verder werk nodig is, in ieder geval om betere toegang tot kwalitatief goede data te krijgen over deze sector. Het kabinet verwelkomt in dat kader het recente onderzoek van DNB naar privaat krediet in de financiële sector.13 DNB concludeert hierin dat de systeemrisico’s die gepaard gaan met private assetbeleggingen beperkt zijn, maar dat waakzaamheid geboden is. Het kabinet deelt deze conclusie, die de initiatiefnemer ook onder de aandacht brengt.

Het kabinet onderschrijft het belang van een sterke Europese AI-sector en van voldoende ruimte voor innovatieve, waardengedreven AI-oplossingen. De overheid kan hierbij als launching customer een belangrijke rol spelen. Momenteel gebeurt dat bijvoorbeeld in het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie door te werken met zogenaamde ‘buyer groups’. Dat zijn publiek-private coalities met overheden die kennis en knelpunten bundelen en marktpartijen aan de hand daarvan een oplossing laten ontwerpen. Deze aanpak zorgt voor heldere eisen aan AI-oplossingen en geeft investeringszekerheid. Daarnaast stimuleert het kabinet via het (generatieve) AI-beleid van de overheid de inzet van open of Europese AI-modellen via Europese leveranciers. Verder wordt een onderzoek opgestart waarin onder meer de vraag verkent wordt hoe de overheid kan optreden als launching customer als het gaat om AI-rekenkracht. Voor de ontwikkeling van innovatieve technologie bestaan al generieke instrumenten zoals de WBSO en de innovatiebox, die ook voor AI-ontwikkeling kunnen worden benut.

Het kabinet deelt met de initiatiefnemer dat ook publieke investeringsinstellingen een rol kunnen spelen bij het versterken van de Europese AI-industrie en dat zulke investeringsinstellingen additioneel aan de markt opereren. Het kabinet is bezig met het opzetten van het NADI en de NII. Het kabinet heeft voor de NII een initiële kapitaalstorting voorzien van circa 3,3 miljard euro. De instelling streeft naar een positief rendement, waardoor de NII revolverend kan investeren en geld mobiliseren. Tegelijkertijd krijgt de NII voldoende ruimte om additioneel aan de markt te opereren en risico te nemen. Voor NADI geldt wel dat een volledige revolverendheidsdoelstelling op gespannen voet staat met de risicotolerantie die nodig is om de organisatie effectief te laten opereren. Dit vraagstuk neemt het kabinet mee in de verdere vormgeving van NADI. Daarover zal uw Kamer spoedig worden geïnformeerd.

Het kabinet onderschrijft het belang van voldoende Europese AI-rekenkracht voor de concurrentiekracht, strategische autonomie en weerbaarheid van Nederland en Europa. Het kabinet heeft daarom ook ingezet op de realisatie van de publiek gefinancierde AI-fabriek in Groningen, waarvoor het €71 miljoen bijdraagt en die onderdeel wordt van het Europese EuroHPC-netwerk. Voor deelname aan de gezamenlijke Europese aanbesteding van rekencapaciteit voor AI-gigafabrieken acht het kabinet het op dit moment niet doelmatig om op grote schaal publieke middelen vast te leggen voor toekomstige rekenbehoeften. Dit komt mede doordat nog onvoldoende duidelijk is hoe groot de toekomstige vraag naar AI-rekenkracht vanuit de overheid zal zijn en hoe de technologie zich de komende jaren zal ontwikkelen. Het kabinet is, in lijn met het rapport-Wennink, voorstander van AI-gigafabrieken die volledig door de markt worden gefinancierd, waarbij voor het kabinet een taak ligt om de randvoorwaarden daarvoor te versterken. Het kabinet kiest daarom voor een gefaseerde aanpak, waarbij private investeringen in grootschalige AI-rekenfaciliteiten waar mogelijk worden gefaciliteerd, publieke rekeninfrastructuur met de AI-fabriek wordt versterkt en actief wordt ingezet op toegang tot Europese capaciteit via EuroHPC. Daarbij wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van energie, netcapaciteit en de ruimtelijke inpassing.14

W.J.M. Aerdts

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat


  1. Kamerstukken II 2025/2026, D35350↩︎

  2. Rogers, J. (2025). AI chips for data centers and cloud 2025–2035: Technologies, market, forecasts. IDTechEx. https://www.idtechex.com/en/research-report/ai-chips-for-data-centers-and-cloud/1095↩︎

  3. open.overheid.nl/documenten/187dd0eb-5577-4822-b875-00a29a28cf22/file↩︎

  4. Verordening 2026/1744.↩︎

  5. Kamerstukken II, 2024/25, 26643, nr. 1403. 2025Z18071&did=2025D42241">Informatie- en communicatietechnologie (ICT) | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  6. Kamerstukken II 2025/26, 26643, nr. 1441↩︎

  7. Kamerstuk 26643, nr. 1510↩︎

  8. 2026Z08988&did=2026D26341">Antwoord op vragen van de leden El Boujdaini en Kathmann over het bericht AI-model Mythos geprezen en gevreesd lijkt in handen gevallen van onbevoegden | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  9. Kamerstukken II 2025/2026, 37020, nr. 49↩︎

  10. Kamerstukken II 2025/2026, 33566, nr. 110↩︎

  11. Bank for International Settlements 2026. Financing the AI boom: from cash flows to debt. 7 January 2026.↩︎

  12. DNB 2026. Overzicht Financiële Stabiliteit Voorjaar 2026; CPB 2026. Risicorapportage Financiële Markten 2026. Zie ook het verslag van het Financieel Stabiliteitscomité van 26 juni 2026, Kamerstukken II, 2025-2026, 32 545, nr. 231.↩︎

  13. DNB 2026. Private assets en financiële stabiliteit: de rol van Nederlandse verzekeraars en pensioenfondsen.↩︎

  14. Kamerstuk 26 643, nr. 1499↩︎