Eindrapportage herijking studentenreisproduct 2025
Openbaar vervoer
Brief regering
Nummer: 2026D48652, datum: 2026-10-05, bijgewerkt: 2026-10-21 10:25, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Rapportage herijking studentenreisproduct 2025
- Beslisnota bij Kamerbrief over eindrapportage herijking studentenreisproduct 2025
Onderdeel van kamerstukdossier 23645 -908 Openbaar vervoer.
Onderdeel van zaak 2026Z21089:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-11-05 10:15 ⇒ (Concept voorstel)
- 2026-10-27 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-11-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 5 oktober 2026 |
|---|---|
| Betreft | Eindrapportage herijking studentenreisproduct 2025 |
Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl |
Onze referentie 66513629 |
| Bijlagen |
| 1: Rapport herijkingsonderzoek |
Hierbij bied ik uw Kamer de publieksversie aan van het herijkingsonderzoek voor het studentenreisproduct over het jaar 2025, zoals dit ook is toegezegd in reactie op de motie Abdi/De Hoop.1 Uit het onderzoek is gebleken dat studenten gemiddeld minder reizen dan in het herijkingsonderzoek over 2023/2024. Ik start de brief met een nadere toelichting over het studentenreisproduct en de uitgaven van de overheid hieraan, om vervolgens in te gaan op het herijkingsonderzoek.
Studentenreisproduct
Voor het studentenreisproduct heeft de Staat een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten met verenigingen van ov-bedrijven2 en NS. Deze overeenkomst geldt sinds 2010 voor onbepaalde tijd. Het contract beschrijft de voorwaarden voor het studentenreisproduct, het type vervoer dat gecontracteerd is binnen het studentenreisproduct en de vergoeding die OCW jaarlijks aan de ov-bedrijven betaalt voor de geleverde diensten.
Uitgaven overheid voor het studentenreisproduct
De totale contractprijs, dus het bedrag dat OCW jaarlijks betaalt aan de ov-bedrijven, wordt grofweg beïnvloed door twee factoren:
Het aantal studenten met een geactiveerd studentenreisproduct (kaarthouders, q);
De prijs per kaart (p).
Het aantal kaarthouders hangt af van het aantal studenten. Als er meer studenten studeren, zijn er (in potentie) meer kaarthouders3. Als er minder studenten studeren, zijn er minder kaarthouders. Het aantal kaarthouders waar OCW de vergoeding over moet betalen, volgt daarmee de ontwikkeling in de studentenaantallen op mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten.
In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de prijs per kaart. Jaarlijks wordt de kaartprijs geïndexeerd en eens per drie jaar wordt via een herijkingsonderzoek de prijs aangepast op basis van het daadwerkelijke reisgedrag van studenten. Ik licht dat hierna nader toe. Vervolgens bepaalt het aantal kaarthouders maal de kaartprijs de vergoeding van OCW aan de
ov-bedrijven voor het gebruik van het studentenreisproduct en daarmee het bedrag dat studenten voorwaardelijk moeten lenen (prestatiebeurs) bij DUO voor hun studentenreisproduct.4
Herijkingsonderzoek studentenreisproduct: meten van het reisgedrag
Eens in de drie jaar laten OCW en de ov-bedrijven een zogenaamd herijkingsonderzoek uitvoeren. Dit is een afspraak uit de eerdergenoemde overeenkomst. Hiermee wordt het gemiddeld aantal gereisde kilometers per kaartcategorie5 berekend. Het aantal afgelegde kilometers wordt op basis van
ov-chipkaartdata gemeten. OCW en de ov-bedrijven laten dit onderzoek uitvoeren door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Wanneer de stijging of daling van het aantal afgelegde kilometers significant is (≥5%)6, leidt dit tot aanpassingen van de kaartprijs. Deze aanpassingen vinden plaats naast de reguliere indexatie. Hiermee wordt geborgd dat de prijs per kaart overeenkomt met het objectief gemeten reisgedrag van studenten.
Op verzoek van de ov-bedrijven is dit onderzoek over het kalenderjaar 2025 uitgevoerd, en niet over de periode juli 2025- juni 2026 conform eerdere herijkingsonderzoeken. Op deze wijze kunnen de ov-bedrijven de gevolgen van de herijking beter verwerken in hun bedrijfsvoering. In dit herijkingsonderzoek is dus gekeken naar de gemaakte reizen van alle studenten met het studentenreisproduct in het kalenderjaar 2025. De resultaten die nu bekend zijn worden verwerkt in de vergoeding die per 1 januari 2027 zal gelden.
Uit dit onderzoek blijkt dat studenten gemiddeld minder zijn gaan
reizen in elke categorie. In de verschillende categorieën gaat het om
verschillen tussen de
- 1,2% en - 10% ten opzichte van de basiskilometers na het vorige
herijkingsonderzoek.
Zoals hiervoor is aangegeven resulteren deze uitkomsten vervolgens in een lagere vergoeding die het ministerie zal betalen aan ov-bedrijven per 1 januari 2027 (exclusief de jaarlijkse indexatie). Op dit moment is nog niet bekend wat de exacte financiële impact zal zijn op de voorlopige vergoeding die ov-bedrijven over het jaar 2027 gaan ontvangen. Dat komt omdat deze vergoeding ook afhankelijk is van andere variabelen (zoals prijsontwikkelingen) die voor de jaarlijkse indexatie zorgen. Die zijn nu nog niet allemaal bekend.
Over het kalenderjaar 2028 vindt het volgende herijkingsonderzoek plaats. De resultaten van deze herijking worden verwerkt in de vergoeding per 1 januari 2030.
Kamervragen lid Stoffer (SGP) over geldigheid studentenreisproduct bij vraaggestuurd publiek vervoer en open toegang.
Tevens wil ik van deze gelegenheid gebruik maken om u verder te informeren naar aanleiding van Kamervragen van het lid Stoffer over de geldigheid van het studentenreisproduct bij vraaggestuurd publiek vervoer en open toegang.7 In antwoord daarop heb ik aangegeven uw Kamer na de zomer te informeren over de voortgang van het gesprek tussen het ministerie en de ov-bedrijven over de reikwijdte van het contract met betrekking tot open toegang-treinvervoer en de vraaggestuurd publiek vervoer. De gesprekken hierover lopen nog en ik zal op korte termijn hier nog geen conclusies aan kunnen verbinden. Zodra er meer duidelijkheid is, zal ik uw Kamer zo spoedig mogelijk informeren.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Rianne Letschert
Regionale spoorvervoerders zijn los gecontracteerd in 2010 (net als NS), maar regionale spoorvervoerders worden op dit moment vertegenwoordigd door de Vereniging Regionale Spoorvervoerders.↩︎
Een student kan er ook voor kiezen om geen studentenreisproduct te gebruiken.↩︎
Het bedrag aan prestatiebeurs dat de student krijgt toegevoegd aan de studieschuld, wordt grotendeels bepaald door het bedrag dat OCW betaalt aan de ov-bedrijven voor het studentenreisproduct. Indien de student een diploma haalt, wordt deze prestatiebeurs (tot dan toe onderdeel van de studieschuld) omgezet in een gift. Mocht de student geen diploma halen, wordt het bedrag omgezet in een lening.↩︎
Een categorie bestaat uit het opleidingsniveau (MBO 18-, MBO 18+ of HBO/WO), week/weekendkaart en vervoerscategorie.↩︎
Omdat het huidige onderzoek 1,5 jaar na het laatste herijkingsonderzoek heeft plaatsgevonden (in plaats van 3 jaar), is de grens van 5% waarbij aanpassingen van de kaartprijs worden doorgevoerd ook aangepast (naar 2,5%).↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 2026Z03652↩︎