Raad Buitenlandse Zaken Handel 26 en 29 maart 2026
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 19 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 26 en 29 maart 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,
Becker
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Meetelen
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,
Prenger
Voorzitter: Bamenga
Griffier: Prenger
Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Bamenga, Hoogeveen, Kröger, Lohman en Rajkowski,
en de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aanvang 13.31 uur.
Raad Buitenlandse Zaken Handel 26 en 29 maart 2026
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 12 maart 2026 inzake geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 26 en 29 maart 2026 (21501-02, nr. 3360);
- de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 27 februari 2026 inzake verslag Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19 en 20 februari 2026 (21501-02, nr. 3353);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 30 januari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over de briefing van Amnesty International over uitbuiting arbeidsmigranten in Saoedi-Arabië (32735, nr. 424);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 29 januari 2026 inzake kaderinstructie Nederlandse inzet voor de veertiende Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO MC14) (25074, nr. 202).
De voorzitter:
Oké, we gaan beginnen. Welkom aan alle aanwezige Kamerleden. Welkom aan de minister. Welkom aan de mensen op de publieke tribune, online en thuis. Aan de orde is vandaag de RBZ Handel. We hebben vier minuten spreektijd voor iedereen en vier interrupties. Direct aansluitend aan dit debat is er een tweeminutendebat aangemeld, dus we kunnen absoluut geen uitloop hebben, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het niet uit zal lopen, als ik zo de kant van de Kamer bekijk.
Ik wil graag beginnen met de eerste spreker. Dat is de heer Hoogeveen van JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel, voorzitter. We kunnen er een heel interactief debat van maken op deze manier, als we hier zo met drie personen zitten, dus dat kan nog leuk worden. Kijk, nummer vier komt net binnen.
Voorzitter. Over een week vinden er twee EU-Handelsraden plaats in Yaoundé, Kameroen. Dat is natuurlijk met goede reden, namelijk de veertiende Ministeriële Conferentie van de WHO. Zoals bekend zijn wij een vurig voorstander van vrijhandel. Je durft het tegenwoordig bijna niet meer te zeggen, maar internationale regels maken handel voorspelbaarder en efficiënter en maken ons daarmee ook allemaal welvarender. Het is ook niet voor niets dat bij ons op de fractie een portret van Hugo de Groot hangt, een van de grondleggers van juridische principes omtrent vrijhandel en het internationaal recht.
Het voortbestaan en de modernisering van de WHO is dus ook van groot belang. Drie kwart van de wereldhandel verloopt volgens WHO-richtlijnen. Tegelijkertijd is de architect van precies dat systeem, namelijk de Verenigde Staten onder president Trump, maar ook daarvoor al, niet altijd even meegaand, gezien de aanhoudende blokkades op de aanstelling van rechters in het beroepslichaam van de WHO. De druk op de WHO loopt dus op. Hoe kijkt de minister naar de VS in het wereldhandelssysteem en specifiek binnen de WHO?
De Amerikaanse ambassadeur bij de WHO schoot expliciet de hervormingsagenda al af in de media. Nu kan dit onderdeel zijn van wat onze vorige buitenlandminister Van Weel altijd de "inleidende beschietingen" noemde. Of verwacht de minister dat deze onderhandelingen echt definitief stilliggen? Hoe realistisch is het dat er vooruitgang wordt geboekt, gezien we met unanimiteit werken?
Voorzitter. Een voorbeeld van hoe fragiel het mondiale handelssysteem is, zagen we vorige week, toen de Amerikaanse regering onderzoeken aankondigde naar de vraag of handelspartners, waaronder de Europese Unie, bijdragen aan wereldwijde industriële overcapaciteit. Deze zogenaamde Section 301-onderzoeken kunnen uiteindelijk ook weer leiden tot nieuwe Amerikaanse importheffingen. Dit zal geheid ook op de conferentie voorbijkomen. Kan de minister daarop reageren?
Verder wil ik de minister vragen naar punt vier van de Nederlandse inzet, namelijk de verdere integratie van handel met milieu en klimaat. Ik steun de rest van de Koninkrijksinzet van harte, dus het beeld moet niet ontstaan dat ik bovenmatig kritisch ben, maar ik vrees wel dat de wens om overal groene en rode eisen in te fietsen kan afleiden van het toekomstbestendig maken van de WHO.
Als Nederland gaan we namelijk pleiten voor een "gelijk speelveld voor subsidies". In de inzet wordt ook expliciet het balanceren van handelsregels en klimaatsubsidies benoemd. Kan de minister dit verder toelichten? Hoe gaat Nederland pleiten voor meer klimaatsubsidies, terwijl die al snel marktverstorend of zelfs protectionistisch worden en in de inzet juist het tegenovergestelde staat? Als het antwoord luidt dat we mondiale klimaatsubsidies moeten gaan afdwingen, terwijl sommige landen hier gewoonweg niet aan willen, dan worden we door onze handelspartners al snel in het hoekje van groenkolonialisme gezet. Helpt het hervormen van de WHO als we nog meer van dit soort groene en rode steentjes in de Amerikaanse, Indiase of wellicht Chinese schoenen gooien?
Onder de kopjes "snijvlakhandel met milieu en duurzaamheid" en "sociale dimensie van handel" gaat dit door. Gelukkig willen we "er wel voor waken dat het EU-beleid niet de eigen positie in het gelijke speelveld verzwakt". Al met al ben ik dus benieuwd of de energie en deze balanceeract ons iets gaat opleveren. Ik ben sceptisch of derde landen hierop zitten te wachten. Verder wens ik de minister uiteraard alle succes met het verdedigen van vrijhandel in een wereld die zich daar steeds meer van afkeert.
Tot slot ben ik nog benieuwd of de minister een paar woorden kan wijden aan de mogelijke reis van Commissievoorzitter Von der Leyen, die volgens de verhalen naar Australië zal vliegen om daar een handelsakkoord te beklinken. Wij van JA21 denken dat dat heel positief is. In 2023 liepen de onderhandelingen ten aanzien van het handelsakkoord stuk op een aantal landbouwproducten. De vraag is wat de inzet van Nederland op dit onderwerp is.
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hoogeveen; precies op tijd. Dan wil ik graag naar mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Vrijhandel staat onder druk door handelstarieven die met de dag veranderen. Steeds meer landen bieden staatssteun aan bedrijven of voeren actieve industriepolitiek. De economie wordt ingezet als machtsmiddel. Het antwoord op deze ontwikkeling schuilt voor Nederland in het makkelijker maken van zaken doen in Europa en over de grens, en in het sluiten van nieuwe handelsakkoorden die ook in het Nederlands belang zullen zijn. Als Nederland sterk is, als Europa sterk is, zijn we beter opgewassen tegen andere landen en kunnen we de spelregels mede bepalen. Binnen de Europese Unie betekent dat: regels voor ondernemers gelijktrekken. Op dat gebied zijn er al een aantal initiatieven. Buiten de EU betekent dat: nieuwe handelsvrienden maken, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika of India. Voor de VVD is de kern dat Nederland moet handelen als een geopolitieke speler in plaats van een toeschouwer. De generaal en de koopman winnen het nu even van de dominee: realisme boven moralisme.
Voorzitter. Mijn eerste punt gaat over de WTO. Wereldwijd staan internationale instituties en verworven afspraken onder druk. Denk bijvoorbeeld aan de massale subsidie die China verleent aan eigen, vaak noodlijdende fabrieken, om daarmee de interne economie kunstmatig hoog te houden. Recentere voorbeelden zijn die uit de VS: ten tijde van Obama werd de afspraak omtrent de geschillenbank op losse schroeven gezet doordat er geen rechters meer werden aangewezen, en ik noem ook de actuele importtarieven van Trump. De VVD hoopt dat er op de MC14 een overeenkomst wordt bereikt over het herstel van het beroepslichaam, de Appellate Body, van de WTO, dat het moratorium in stand blijft en dat het lukt om de WTO-regels binnen de ASCM, de Agreement on Subsidies and Countervailing Measures, aan te scherpen. Op alle drie hoor ik graag een reactie van de minister over de Nederlandse inzet. Ik vraag expliciet of de minister bij het maken van de afspraken op de MC14 het belang van onze vrijheid en veiligheid in het achterhoofd wil houden.
Voorzitter. Dan onze eigen concurrentiepositie en bloeiende economie. Assertieve handelspolitiek is onlosmakelijk verbonden met een eigen interne markt binnen de EU. Daarom willen wij geen nieuwe nationale koppen die het verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland zullen schaden. Voorstellen daartoe zal de VVD dus ook niet steunen. Ook het klimaatbeleid moet daarom Europees zijn. Graag een toezegging van de minister, specifiek over het voorstel voor de aanstaande nationale implementatie van de CSDDD, dat nog naar de Kamer komt. Het versnellen van het maken van handelsafspraken met landen buiten de EU is geen luxe, maar geopolitieke noodzaak. Daarom kijken wij verwachtingsvol naar de aanstaande handelsafspraken met Australië — mijn collega begon hier al over — met name vanwege de zeldzame aardmetalen zoals lithium en kobalt. Op die manier kunnen we onze leveringszekerheidsrisico's een stuk verkleinen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde een opmerking over "geen nationale koppen". Ik ben benieuwd of dat punt voor de VVD voor alle beleidsterreinen geldt.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik zou ja willen zeggen, maar ik denk dat ik dan in een val trap bij een tweede interruptie. Maar "ja" dus.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het valt mij op dat, als je kijkt naar hoe het Migratiepact wordt vertaald naar Nederland, je ziet dat daar bijzonder veel nationale koppen in zitten. Dat zijn beleidskeuzes. Het zijn keuzes die het kabinet wel of niet kan maken. Ik neem aan dat die keuzes worden gemaakt omdat de VVD denkt dat Nederland daar beter van wordt. Kan de VVD zich voorstellen dat er keuzes onder CSDDD vallen waarbij het wel degelijk in het belang van Nederland is om daar nationaal extra beleidsruimte voor vrij te maken?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Voor ons is dit een beetje appels en peren. Met "geen nationale koppen" bedoelen we dat we willen voorkomen dat we onze eigen economie op slot zetten. Europa probeert zo veel mogelijk als een interne markt te fungeren. Op het moment dat wij onze ondernemers extra spelregels gaan opleggen, gaan we onszelf in de vingers snijden. Dat is dus wat wij bedoelen met die nationale koppen. Wat betreft asielwetgeving en migratieafspraken loopt Nederland eigenlijk achter op andere landen. Ik zou dus niet zeggen dat het gaat om het invoeren van extra nationale koppen, al vind ik het niet echt een vergelijking. Ik zou zeggen: de rest heeft die al ingevoerd, en nu gaan wij eindelijk ook stappen zetten. Gelukkig maar, zou ik willen zeggen.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger heeft nog een interruptie.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het is niet geheel een antwoord op mijn vraag, maar het is wel een reactie op de inleiding van mijn vraag. Mijn vraag was: kan de VVD het zich voorstellen dat het mogelijk is dat bepaalde nationale koppen of een specifieke nationale implementatie van CSDDD wel degelijk ook in het belang is van onze bedrijven en onze industrie? Als dat het geval zou zijn, zou de VVD er dan ook voor openstaan om toch maatregelen die onze industrie en onze bedrijven steunen wel degelijk in Nederland in te voeren?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik kan me nu eerlijk gezegd niet voorstellen dat er nationale koppen zullen zijn waar wij enthousiast van worden, maar dat kan er ook aan liggen dat ik de stof van CSDDD nog iets minder beheers; maar we zijn juist heel blij met wat Omnibus I oplevert, ook voor ons mkb en ook voor onze economie. Ik kan nu dus eerlijk gezegd geen nationale koppen bedenken waar wij enthousiast van worden.
De voorzitter:
Volgens mij zijn er geen interrupties meer, dus u kunt uw betoog vervolgen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Over Australië is al wat gezegd, dus dat zal ik verder skippen.
Dan had ik eigenlijk alleen nog een laatste zin. De VVD steunt de inzet van het kabinet om naast de bestaande instituties zo veel als mogelijk bilaterale en multilaterale afspraken te maken. Ik wens de minister veel succes en plezier.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Lohman.
De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. Voor een open economie als de onze is eerlijke, voorspelbare en op regels gebaseerde handel van groot belang. Dit is mijn eerste debat in de commissie Buitenlandse Handel; sta mij toe een paar zinnen te wijden aan mijn achtergrond.
De afgelopen vijftien jaar heb ik me als ondernemer vastgebeten in de verduurzaming van het voedselsysteem. Als ergens de voor- en nadelen van het multilaterale handelssysteem duidelijk worden, is het wel in de stromen van food-, feed- en uitgangsmaterialen over de wereld. Zo stond ik ooit op het platteland van Ivoorkust in een Nederlandse broederij waar Belgische kuikens, die waren gekomen via Schiphol en het vliegveld van Abidjan, uitgebroed werden voor de lokale markt van diepvrieskippen. En ik had gisteren in de supermarkt in mijn woonplaats Zaandam een voorverpakt bakje vers gesneden mango uit Zuid-Afrika in mijn hand.
Ons mondiale voedselsysteem, mede gevormd door het internationale handelssysteem en de WTO, is voor consumenten in Nederland een wonder van efficiëntie en gemak. Tegelijkertijd roept iedere hap vragen op over arbeidsomstandigheden, over wie hier nou precies wat aan verdient en of een dergelijk systeem op de lange termijn houdbaar is binnen de draagkracht van de planeet.
Voorzitter. Voor het CDA is de inzet richting de ministeriële conferentie in Yaoundé helder. Wij willen een sterke WTO, omdat een wereld zonder duidelijke handelsregels juist middelgrote landen als Nederland raakt, maar laten we ook eerlijk zijn: de WTO functioneert niet goed genoeg. Daarom steunen wij een stevige Europese inzet op WTO-hervorming. Voor ons zijn daarbij drie punten van belang.
Ten eerste is dat herstel van vertrouwen. Nederland moet blijven aandringen op een gelijk speelveld. Mijn vraag aan de minister is welke rode lijnen Nederland hanteert bij de uitkomsten die de EU op 29 maart mogelijk moet goedkeuren.
Het tweede punt is: meer slagkracht. Hoe gaat Nederland er concreet voor zorgen dat de hervormingsagenda in Yaoundé niet blijft steken in mooie woorden en hoe groot acht de minister de kans op echte voortgang bij het geschillenbeslechtingssysteem?
Het derde punt is: strategische scherpte. Door het conflict rond Iran zien we hoe kwetsbaar de wereldwijde kunstmestmarkt is, met directe gevolgen voor boeren en voedselprijzen, waar vooral armere landen en bevolkingsgroepen de dupe van zijn. Hoe kijkt de minister in dat licht naar de rol van de WTO? Vindt hij dat het huidige handelssysteem voldoende rekening houdt met strategische afhankelijkheden in essentiële productieketens zoals die van kunstmest? Zo nee, welke inzet kiest Nederland om dat in Yaoundé te agenderen?
Deze week is de motie-Bontenbal c.s. aangenomen waarin verzocht wordt waar mogelijk samen met middenmachten op te trekken in het hervormen van internationale instellingen. Op welke wijze neemt de minister de uitvoering van deze motie mee in de gesprekken over de hervorming van de WTO?
Voorzitter. Ik rond af. De uitkomst van de ministeriële conferentie is onzeker; dat zegt ook het kabinet. Juist in een onzekere wereld moeten wij als Europa duidelijk zijn: geen stilstand, maar hervorming, zodat we in de toekomst kunnen vertrouwen op een werkend handelssysteem; denk aan een kip in Ivoorkust en aan een mango in Zaandam. Dat is een kwestie van: niet alleen efficiënt, maar eerlijk en robuust.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Wat betreft de hervormingen van de WTO denk ik dat we elkaar kunnen vinden. Wat mij wel opvalt aan het CDA de laatste tijd op dit onderwerp, ten aanzien van internationale handel, is dat het steeds meer lijkt te bewegen naar een soort vorm van Europees protectionisme ten aanzien van industriebeleid, ten aanzien van bijvoorbeeld de onlangs voorgestelde "made in Europe"-eisen. Wij als JA21 hebben daar een motie over ingediend, om als Nederland ten aanzien van dat soort meer protectionistische maatregelen juist wel in te zetten op zo veel mogelijk vrijhandel en protectionistische maatregelen zo veel mogelijk tegen te gaan. Daar stemt het CDA dan toch tegen. Ik vraag me dan wel af hoe ik dit verhaal over de WTO-hervormingen, dat ik volledig kan ondersteunen, kan rijmen met toch ook weer barrières opwerpen op Europees niveau en daarmee de Europese interne markt afschermen.
De heer Lohman (CDA):
Ik denk dat het een kwestie is van balans. We zien dat het systeem dat nu in werking is eigenlijk een systeem is uit de jaren negentig in een wereld van 2015, waarin we ook veel rekening moeten houden met onze strategische autonomie. Het is dus een bepaalde mate van balanceren tussen op welke manier wij onze Europese markt beter kunnen beschermen en tegelijkertijd kunnen zorgen dat die positie internationaal gewaarborgd blijft. Ik denk dat dat een heel belangrijke afweging is waar we op dit moment voor staan. Wat altijd belangrijk is, is dat we gaan voor een gelijk speelveld. Ik heb ook in eerdere gesprekken gehoord dat de positie van bijvoorbeeld agrarische ondernemers in Europa heel erg onder druk zou staan. Ik denk dat we juist van onze kracht in Europa uit zouden moeten gaan. De regels die we op het gebied van duurzaamheid hebben, kunnen een belangrijke voorwaarde zijn om op internationaal niveau Europa goed op de kaart te zetten. Voor het CDA is het dus een afweging tussen handel en de hoge duurzaamheidseisen die we hier in Nederland hebben.
De voorzitter:
Ik zie verder geen interrupties, dus dan wil graag doorgaan naar mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Handel als wapen en de internationale rechtsorde zwaar onder druk: dat is het tijdsgewricht waarin de jaarlijkse WTO-vergadering zich volgende week afspeelt. De heer Bamenga en ik zullen als vertegenwoordigers van het parlement aanwezig zijn. Het is voor mij de eerste keer en ik ben erg benieuwd hoe de stemming daar is in een tijdsgewricht met veel geopolitieke spanning en dan toch een WTO die probeert een stap verder te zetten.
De spelregels die we ooit met elkaar overeengekomen zijn, worden nu continu geschonden en de Verenigde Staten spelen daarin een prominente en ook zeer problematische rol. Mijn vraag aan de minister is hoe de EU onder dit gesternte toch met gelijkgestemde landen gaat optrekken om de WTO te hervormen en te verstevigen en om te blijven bijdragen aan het uitvoeren van de belangrijke internationale verdragen, of het nou om mensenrechten of om het klimaat gaat. Wat is de strategie die Nederland hiervoor hanteert? Kan de minister aangeven of hij de oproep van de Canadese premier Carney heeft gehoord om als middelgrote mogendheden de handen ineen te slaan? Er werd al verwezen naar de motie die in de Kamer is aangenomen.
Bij de WTO is, net als bij andere internationale fora, zoals de klimaatonderhandelingen, gelijkwaardigheid van groot belang. In die context kijkt men dan ook hoe de situatie met de VS zich nu ontvouwt. Als Amerika zich niet aan de internationale spelregels hoeft te houden, waarom wij dan wel, vragen andere landen zich af. Ziet de minister het gevaar van dubbele standaarden en ziet hij dat het ook in ons eigen belang is dat wij als klein land afhankelijk van de internationale spelregels echt duidelijk moeten normeren bij alle schendingen?
Die dubbele standaarden zien we ook op het terrein van industriepolitiek. Juist ontwikkelingslanden kunnen vaak profiteren van een actieve industriepolitiek voor hun eigen economische ontwikkeling en om de eigen industrie te beschermen, maar werden hierin beperkt door WTO-regels. Voorbeelden zijn Mozambique, dat zijn eigen cashewindustrie wilde beschermen, en Indonesië, dat zijn eigen nikkelindustrie wilde beschermen, wat allebei niet mocht. Nu grijpen westerse landen zelf naar industriepolitiek en protectionisme. Ziet de minister die dubbele standaarden? Hoe maakt hij de weging en hoe is dat onderdeel van de Europese inzet? Zouden WTO-regels eerlijker gemaakt moeten worden en flexibeler, zodat ook ontwikkelingslanden meer beleidsruimte kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld de Afrikaanse Groep en ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken recent adviseerden? Is dat een inzet die de minister meeneemt? Hoe gaan we ervoor zorgen dat de WTO-regels juist helpen om een eerlijke groene transitie mogelijk te maken, waarbij landen waar veel belangrijke grondstoffen zitten, ook zelf daar de vruchten van kunnen plukken voor de verduurzaming en voor hun economische ontwikkeling?
Handel die wij drijven, de producten die wij consumeren en onze economische activiteit en uitstoot die daarbij horen, leiden in ontwikkelingslanden tot klimaatschade, overstromingen, uitbuiting en natuurschade door bijvoorbeeld mijnbouw. Europese wetten die dat hadden moeten verminderen, zoals de antiwegkijkwet, CSDDD, worden nu afgezwakt. Het is goed dat duurzame handel onderdeel is van de Nederlandse inzet in de WTO, maar hoe krijgt dat nu echt vorm en hoe doet deze minister dat geloofwaardig als ondertussen de Europese regels eigenlijk zo worden afgezwakt?
Naast de WTO spelen nog een aantal discussies over diverse handelsverdragen. Ook hierbij speelt denk ik het belang van normeren om de internationale rechtsorde te beschermen. In die context ben ik benieuwd hoe dit kabinet kijkt naar het verdrag met de VS, gegeven de recente ontwikkelingen, dus gegeven de gerechtelijke uitspraak in de VS over het opleggen van tarieven, de dreigementen rond Groenland en de dreigementen jegens de Spaanse premier, en het feit dat het vastzetten van de verdere afhankelijkheid van fossiel uit de VS absoluut niet wenselijk is.
Tot slot is mijn vraag hoe de minister uitvoering gaat geven aan de deze week aangenomen motie in de Kamer dat Nederland zich in Europees verband moet inzetten voor het opschorten van het handelsdeel van de associatieovereenkomst met Israël.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Aan het begin van haar betoog had mijn collega het erover dat de WTO ervoor zorgt dat de ontwikkelingslanden hun eigen sectoren en industrieën niet konden beschermen, maar dat wij ironisch genoeg nu hetzelfde doen, namelijk ook weer teruggaan naar protectionisme. Maar hoe kijkt de collega dan naar het feit dat het protectionisme dat wij nu uitvoeren, juist ook te maken heeft met zogeheten duurzaamheidseisen? Als we bijvoorbeeld kijken naar het hele ETS-systeem in combinatie met het CBAM-systeem, zijn het juist opkomende economieën die er steen en been over klagen dat voor hen de markttoegang wordt ontnomen. Dus hoe rijmt de collega die twee verhalen met elkaar?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij rijmen die twee verhalen met elkaar omdat het onderdeel is van één verhaal, namelijk: alle landen die met elkaar een klimaatverdrag van Parijs hebben getekend en stappen zetten om aan dat verdrag te voldoen. Deze minister heeft natuurlijk ook nog een andere pet, niet alleen handel, maar ook hulp, en is verantwoordelijk voor het internationale klimaatbeleid, waarbij het ongelofelijk belangrijk is dat er ook financiële steun komt aan landen om die transitie te maken naar een groene economie. Wat ons betreft zou handel ook ten dienste moeten staan om die groene transitie te maken. Dat is iets wat Europa zelf moet doen, maar ook wat onze handelspartners moeten doen. Daarom zou het ook belangrijk zijn om juist te kijken hoe wij in onze handelsinstrumenten die transities aan kunnen jagen in plaats van die tegen te werken.
De voorzitter:
Ik zie nog een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Die twee verhalen/één verhaal, zeg dat maar tegen de opkomende economieën. Neem bijvoorbeeld de inkoop van steenkool. Ik ben een keer in Zuid-Afrika geweest. Ik sprak toen met Zuid-Afrikaanse parlementariërs, die zeiden: jullie komen met CBAM en wij moeten allemaal "join the climate club". Maar uiteindelijk kwam er een Zuid-Afrikaanse parlementariër die zei: ondertussen is wel de export van steenkool naar Europa met 33% toegenomen. Hetzelfde geldt voor elektrische voertuigen. Wij beschermen onze eigen markt van elektrische voertuigen, maar wij importeren ook weer de materialen waar wij die voertuigen van moeten maken, wat uiteindelijk ook weer te maken heeft met het verhaal van mevrouw Kröger rondom mijnbouw. Dus ik vind het toch nog moeilijk om er een eenduidig antwoord uit te halen. Aan de ene kant zeggen we dat we voor iedereen een gelijk speelveld creëren, maar aan de andere kant, als het op klimaat aankomt, zetten we eigenlijk onszelf voorop en benadelen we de landen die nog niet op dat niveau zitten, verder. Dat is ook een reden dat die landen steen en been klagen. Zou mevrouw Kröger daarop kunnen reageren?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Een heel erg interessant debat, ook omdat er gevraagd wordt of Europa zich hierin vooropzet, terwijl volgens mij in andere debatten door onder andere JA21 juist gesuggereerd wordt dat Europa zich met klimaatbeleid achterop zou zetten. In mijn optiek is dat laatste geenszins het geval. We moeten allemaal die groene transitie door. Dat staat in het klimaatverdrag van Parijs, dat wij ondertekend hebben en dat vind ik ongelofelijk belangrijk. Ik denk dat Europa die stappen ook zet. Ik ben het in die zin met de heer Hoogeveen eens dat de gelijkwaardigheid daarin cruciaal is en dat het inderdaad pijnlijk is als Europa zelf wel die transitie doorgaat en materialen daarvoor importeert, maar dat misschien niet op eerlijke gronden doet. Daarom zijn wij ook een warm voorstander van CSDDD, want daarmee creëer je juist wel eerlijke handelsketens. Als Europa die transitie echter zelf maakt, zonder daarbij eerlijk bij te dragen aan de transitie in opkomende economieën, wat natuurlijk het doel is van klimaatfinanciering onder het verdrag van Parijs, dan creëert dat inderdaad een scheefheid. Dat ben ik wel met JA21 eens. Maar om die logica door te trekken, hoop ik dan ook dat JA21 voorstellen voor meer klimaatfinanciering van harte ondersteunt.
De voorzitter:
Ik kijk eventjes. Volgens mij is er nog een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil hier toch op reageren. Dan kom je namelijk in het welbekende rondpompcircus terecht. Dat is ook precies een van de kritiekpunten die wij hadden op de inzet van het kabinet bij deze WTO ministeriële conferentie. Dan zeg je namelijk: we werpen barrières op voor vrijhandel, we zorgen ervoor dat opkomende economieën minder goed met ons kunnen handelen, maar gaan die economie vervolgens wel weer subsidiëren. Dat is een niet-efficiënt systeem, een inefficiënt systeem, waarbij de prijzen voor consumenten stijgen en we de opkomende economieën in het harnas jagen, omdat we geen fijne handelspartner zijn. Dan verschuiven zij uiteindelijk hun handelsketens naar landen die minder van dat soort eisen stellen, en vervolgens moeten wij dan ook nog met een loophole de klimaattransitie gaan financieren in die landen. Is het niet veel logischer om te zeggen: wij proberen zo weinig mogelijk barrières neer te zetten en zo goed mogelijk handel te drijven met de best mogelijke standaarden, maar houden de componenten van groen en rood juist buiten die handelsverdragen en werken meer vanuit bilaterale afspraken?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het fundamentele debat dat we hier voeren, is of handel een doel of een middel is. Is vrijhandel een doel op zichzelf, of is het een middel ten dienste van bepaalde goeden zoals bredere welvaart en welzijn voor de samenleving in zijn geheel? Wat mij betreft is het dat laatste en wordt dat welzijn onder andere gedefinieerd door het feit dat wij onderdeel uitmaken van de internationale rechtsorde, waar mensenrechten gelden en waar wij ook het klimaatverdrag van Parijs hebben ondertekend en het voor het welzijn van alle landen van belang is dat wij die doelen gaan halen. Dan is de vraag hoe je die transitie op een eerlijke manier maakt. Daarvoor is het belangrijk dat Europa snel stappen zet. Wij hebben historisch veel emissies. Het is superbelangrijk om die stappen te zetten, maar wel op een manier die rechtvaardig is. Daar speelt zowel klimaatfinanciering als eerlijke handel een cruciale rol in. Maar nogmaals, het zijn allemaal bouwstenen in eenzelfde pad. Daarom is het wat ons betreft ook zo kwalijk dat CSDDD zo is uitgekleed, want dat is eigenlijk juist onderdeel van dat hele pad.
De voorzitter:
Oké, dank u wel. Ik zag net nog de heer Lohman.
De heer Lohman (CDA):
Ik wilde nog even doorgaan op deze lijn en het hebben over in hoeverre de WTO nu hervormd zou moeten worden volgens mevrouw Kröger. We zien in de huidige tijd dat de ontwikkelingen met name met een heel onzekere bondgenoot als de Verenigde Staten heel snel gaan. Ik zei het net al: de WTO is gebaseerd op een wereld die in de jaren negentig bestond, maar nu gebeurt bijna elke dag weer iets waar wij ons volgens mij allemaal in deze Kamer over verbazen. Wat zou u daar het liefst willen agenderen? Hoever moet die hervorming van de WTO gaan om een beetje klaar te zijn voor de uitdagingen van deze tijd?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ook een best open vraag. Ik denk dat de crux is of je tegelijkertijd kan zeggen "oké, we gaan in bondgenootschappen met de middle powers proberen om stappen te zetten om op bepaalde waarden vooruitgang te boeken", terwijl je ondertussen ook de multilaterale orde wilt vasthouden. Die multilaterale orde kent natuurlijk altijd een veel trager tempo. Ik denk wel dat er op het punt van de geschillenbeslechting echt een doorbraak moet komen; dat hoor ik eigenlijk alle partijen zeggen. Hoe zorg je er nou voor dat je de doelen die je hebt met de handel die je drijft, daadwerkelijk dient door de manier waarop de WTO functioneert? Neem het voorbeeld van Indonesië. Stel dat wij heel veel nikkel uit Indonesië gaan importeren omdat wij nikkel als grondstof nodig hebben in onze energietransitie, maar we Indonesië daarmee ondertussen de mogelijkheden ontnemen om die industrie zelf op te bouwen en geld te verdienen om hun eigen transitie te realiseren. Dan gaat daar iets helemaal mis. Dat is in feite het punt dat net aan de orde was. Wat mij betreft is dat dus een belangrijk onderdeel.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Lohman nog wil interrumperen.
De heer Lohman (CDA):
Ik sla nog even aan op de middle powers. Het gaat natuurlijk ook over landen in Zuid-Amerika en Afrika. In de vorige commissievergadering, die ik heb teruggekeken, ging het uitgebreid over het Mercosur-verdrag. Zou mevrouw Kröger daar nog een paar woorden aan kunnen wijden?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij zijn wij heel duidelijk geweest over onze positie met betrekking tot Mercosur. Wij vinden het belangrijk om handelsverdragen te sluiten met landen en regio's, zeker in een wereldorde die zo verstoord is geraakt, maar nu wij zien hoe Mercosur op een aantal terreinen gaat uitpakken, hebben wij wel grote zorgen. Het ligt nu voor bij het Europese Hof van Justitie. We gaan zien waar dat mee terug gaat komen.
De voorzitter:
Volgens mij zijn er geen interrupties meer. Dan wil ik graag mijn bijdrage gaan leveren. Ik zie dat mevrouw Rajkowski graag het voorzitterschap van mij wil overnemen. Bij dezen.
De voorzitter:
Dank. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bamenga voor zijn bijdrage namens D66.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Gisteren waren de gemeenteraadsverkiezingen. Ongeacht winst of verlies: het was een feest van de democratie. Vrije verkiezingen zijn niet vanzelfsprekend. Dat weten we in deze commissie maar al te goed. Daarom moeten we onze democratische waarden koesteren, vieren en doorgeven, aan de volgende generatie, maar ook elders in de wereld.
Voorzitter. De afgelopen weken hebben we gezien hoezeer onze economie verankerd is in de wijdere wereld om ons heen. Dat onderstreept nogmaals het belang van diversificatie van handelsrelaties, maar het onderstreept ook het belang van verduurzaming en inzet op mensenrechten. Het laat zien hoe belangrijk een vrije beweging van goederen en diensten is zonder fysieke of beleidsmatige obstakels. Voor een open economie als de onze is een stabiel, voorspelbaar en op regels gebaseerd handelssysteem simpelweg essentieel. Daarom is het goed dat Nederland en de EU zich tijdens de komende WTO-conferentie sterk maken voor een versterking van het multilaterale handelssysteem. We zien immers dat vrije en eerlijke handel gebaseerd op spelregels onder druk staat. China blijft de Europese markt overspoelen met goedkope goederen uit sterk gesubsidieerde industrieën. Tegelijkertijd zijn we het afgelopen jaar geconfronteerd met het tarievenbeleid van president Trump. Ik ben benieuwd naar de reflectie van de minister op deze zaken. Hoe kijkt hij daarnaar? Wat is zijn inzet op de komende RBZ om deze zaken in de Europese inbreng te krijgen?
Het op regels gebaseerde handelssysteem en de voorspelbaarheid die daaruit voortkomt, zijn van groot belang voor Europa en onze eigen handelseconomie. Mijn fractie steunt daarom de hervormingen en de prioriteiten die de EU tijdens deze conferentie wil nastreven. We zien grote waarde in verdere plurilaterale initiatieven binnen de WTO en in een betere integratie van milieu-, klimaat- en mensenrechtenvraagstukken in de handelsagenda. Dat is de weg vooruit: met gelijkgezinde middle powers bouwen aan een sterker, multilateraal systeem geworteld in recht, gedragen door waarden en gericht op vooruitgang. Ziet de minister kans om al in Yaoundé het initiatief te nemen om met gelijkgezinde landen een kopgroep te vormen die milieu-, klimaat- en mensenrechtendoelen steviger in de handelsagenda verankert?
Voorzitter. Dan over de onvoorspelbaarheid van het Amerikaans tarievenbeleid. Sinds de tarievendreigingen rond Trumps plannen met Groenland en recent nog richting Spanje staat het vertrouwen in stabiele handelsrelaties met de VS onder druk. Dat heeft het proces rond het EU-VS-handelsakkoord vertraagd. Mijn fractie heeft serieuze twijfels over de betrouwbaarheid van de VS. We vragen ons sterk af of ze na inwerkingtreding van dit akkoord daadwerkelijk zullen stoppen met eenzijdige tarievendreigingen, zeker nu opnieuw onderzoeken zijn gestart naar vermeende Europese oneerlijke handelspraktijken. Daarom een paar vragen aan de minister. Vertrouwt de minister erop dat lopende en nieuwe Amerikaanse onderzoeken niet alsnog zullen leiden tot hogere tarieven buiten deze deals om? Hoe beoordeelt het kabinet een sunrise clause, zodat de deal pas ingaat als de VS zich openlijk en aantoonbaar committeren? Op welke punten zal Nederland in de Raad nog inzetten om de risico's van eenzijdige Amerikaanse maatregelen te beperken?
Dan nog kort: het voorgenomen handelsverbod met …
De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Terechte vragen, die ik ook snap. Maar dan is mijn vraag: waar staat D66 ten opzichte van die deal? Wat ons betreft is dit een deal die tegemoetkomt aan het bullyen door Trump en die Europa weinig goeds brengt, maar hoe kijkt D66 daarnaar?
De heer Bamenga (D66):
Het lijkt mij natuurlijk heel erg belangrijk dat je deals maakt waarmee mensen in ieder geval erop vooruit kunnen, dat er rust komt in alle ketens en dat we weten wat wij kunnen verwachten van het Amerikaanse tarievenbeleid in de komende jaren, in ieder geval in de periode dat Trump daar zit. Wij vinden het in ieder geval heel erg belangrijk dat we die rust blijven hanteren. Maar ik denk dat het overall natuurlijk heel erg belangrijk is dat je op een gelijkwaardige manier handel drijft, dus het zal altijd ons streven zijn om dat mogelijk te maken.
De voorzitter:
Dat was uw laatste interruptie, mevrouw Kröger. Sorry, dat had ik beter van tevoren even kunnen aangeven. Meneer Bamenga, gaat u verder.
De heer Bamenga (D66):
Dan nog kort over het voorgenomen handelsverbod met illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Kan de minister een update geven van de stand van zaken van de uitvoering? Mijn fractie wil de minister aanmoedigen om hier tempo mee te maken. We zien dat de feitelijke annexatie iedere dag voortschrijdt. Meer actie tegen deze illegale praktijken is hard nodig.
Tot slot. Uw voorganger zei toe dat Nederland zich zou inspannen voor EU-deelname aan het vredesproces in Sudan en de Grote Merenregio en om dit structureel in de RBZ te agenderen. Staat dit ook tijdens deze top op de agenda? Zo nee, bent u bereid daar alsnog aandacht voor te vragen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Precies binnen de tijd. Dan geef ik het voorzitterschap terug aan de heer Bamenga.
De voorzitter:
Dank u wel … "voorzitter", wilde ik zeggen. Er zijn verder geen interrupties. Hoeveel minuten zullen we schorsen?
Minister Sjoerdsma:
Zouden we om 14.25 uur kunnen terugkomen? We moeten ook een stukje lopen. Dat is voldoende.
De voorzitter:
Oké, dank u wel. Ik schors tot 14.25 uur.
De voorzitter:
Welkom terug. We gaan beginnen met de eerste termijn van de minister. Er kunnen vier interrupties gepleegd worden. Wellicht kan de minister in ieder geval even aangeven welke onderwerpen langs zullen komen. Misschien is het goed om aan het einde van ieder blok te interrumperen.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Dank uiteraard aan uw leden voor de gestelde vragen. Ik wilde graag het goede voorbeeld van de voorzitter volgen door in ieder geval alle partijen te feliciteren die bij de verkiezingen zetels hebben gewonnen. Ik feliciteer alle andere partijen natuurlijk ook met hun democratische deelname. Het is altijd weer een feest om te mogen stemmen en om te zien dat die stem ook effect heeft. Ook mijn felicitaties aan de heer Lohman voor zijn eerste debat. Dat is ook een heuglijk moment, net als de persoonlijke introductie die daarbij hoorde.
Verschillende van uw leden hebben in hun introductie terecht opgemerkt dat we elkaar treffen aan de vooravond van een belangrijke WTO-bijeenkomst. Bij die WTO-bijeenkomst staat ontzettend veel op het spel. Die vindt plaats tegen de achtergrond van heel stevige geopolitieke en geo-economische spanningen. De heer Hoogeveen had het over het portret van Hugo de Groot op zijn kamer. Ik moest daar even aan denken. Ik kom net terug uit New York en daar ging het over de geopolitieke spanningen waartegen deze conferentie zich afspeelt. Bij Hugo de Groot denk je aan het zeerecht en aan een vrije doorvaart, en dat is nu net een van de zaken waarmee we een enorm probleem hebben. Dat is een van de gevolgen van hetgeen in de regio van Iran gebeurt, met hele verregaande consequenties. Het betreft 1% van onze handel. Er zitten daar een aantal zeer serieuze Nederlandse bedrijven op het gebied van baggeren, de maritieme scheepvaart, toerisme en energie. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zitten Nederlanders daar. De gevolgen voor die bedrijven zijn heel serieus.
Als je voorbij de eersteorde-effecten naar de tweedeorde-effecten kijkt, die we nu mondjesmaat zien ontstaan, dan zie je dat die heel erg groot zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de menselijke drama's in Libanon en het aantal ontheemden en vluchtelingen. Die effecten zijn met name groot vanwege iets wat ook de heer Lohman aanraakte, namelijk het feit dat kunstmest daar nu niet langs kan. Dat betekent voor Nederland en voor Europa dat de prijzen omhooggaan. Dat is niet prettig, maar het betekent ook dat er voor grote delen van de wereld geen kunstmest is. Ik noem bijvoorbeeld de Hoorn van Afrika of delen in Zuid-Azië. Dat betekent een zeer beperkte voedselproductie. Dat is een van de redenen waarom ik het in mijn gesprek met de secretaris-generaal van de VN heb gehad over het belang van een vrije doorvaart, niet alleen vanuit handelsperspectief, maar ook vanuit het bredere perspectief. We willen kijken of er toch mogelijkheden zijn om kunstmest en humanitaire goederen door die straat heen te krijgen. Ik hoef de leden niet te vertellen dat dat ongelofelijk ingewikkeld is, maar het is van cruciaal belang dat we als Koninkrijk en als Europese Unie kijken wat voor rol we daarin kunnen spelen. We kunnen in ieder geval de VN assisteren bij de rol die zij spelen. Dat wil ik gezegd hebben ter aftrap.
Voorzitter, u vroeg naar de blokjes. Dit zeg ik nog even bij wijze van introductie. Ik zal zo direct komen bij de blokjes en de beantwoording. Verschillende van uw leden hebben zeer terecht benadrukt hoe ongelofelijk belangrijk vrije en eerlijke handel is voor Nederland. Een derde van onze banen is daarvan afhankelijk. Ik hoorde een beetje een discussie over de vraag of dat een doel of een middel is. Ik zou vanuit het kabinet willen zeggen dat het een doel én een middel is. Het is een doel an sich, want handel betekent voor Nederland verdienvermogen en banen. Maar het is ook een geopolitiek instrument. Sommigen zullen het daar in meer of mindere mate mee eens zijn. Daarnaast is het een instrument als het gaat om het klimaat, milieu, arbeidsomstandigheden en dat soort zaken. Ik kom daar straks nog even op terug. Onze afhankelijkheid van open en eerlijke handel is kwetsbaarder aan het worden tegen de achtergrond van de toenemende handelsspanningen en marktverstorende maatregelen. Verschillende van uw leden hebben ook gezegd dat het multilaterale systeem hier, de Wereldhandelsorganisatie, onder druk staat. Dat is ook zo. Tegelijkertijd vindt het overgrote deel van de wereldwijde handel nog steeds plaats binnen dat systeem. Er is eigenlijk geen alternatief, ook al zijn die regels opgesteld in jaren negentig — dat is natuurlijk waar — en zijn er heel grote problemen. Ik noem gewoon maar eens even de problemen rondom de industriële subsidies, de handelsverstorende praktijken van staatsgeleide economieën. U weet echt wel over wie het gaat als we het hebben over overmatige staatssteun, over goedkope leningen, over het afschermen van de eigen markt. Het is geen geheim waar we het dan over hebben. Dat leidt gewoon tot overcapaciteit op de markt, bijvoorbeeld in de staalsector. Het belang van eerlijke handel — dat heb ik ook meegenomen, meneer Lohman — is daar cruciaal. Dat is één deel van de inzet.
Het tweede deel van de inzet — ik denk dat dat belangrijk is — is dat de besluitvorming bij de WTO flexibeler en pragmatischer wordt, omdat het bijna onmogelijk is — het is een beetje hetzelfde probleem als in het Europese buitenlandbeleid — om overeenstemming te bereiken over nieuwe handelsregels als je het daar met 166 WTO-lidstaten over eens moet zijn. Er moet sprake zijn van consensus, dus één lid kan alles tegenhouden. Wij zetten er daarom op in om vaker te werken met flexibelere verbanden, waarbij inderdaad niet alle WTO-leden kunnen meedoen.
Kortom, het is voor ons van groot belang om het systeem te hervormen, om de WTO te hervormen. Ik vond het ook goed om op te merken dat ik eigenlijk in alle bijdragen van de leden brede steun — met hier en daar een kanttekening, natuurlijk — heb gehoord voor die inzet. Die steun voelen wij niet alleen hier in de Kamer, maar ook straks fysiek in de vorm van de deelname van mevrouw Kröger en de heer Bamenga en natuurlijk ook van VNO-NCW en Both ENDS.
Voor het moderniseren van de handelsregels is onze inzet natuurlijk gericht op de aanpak van industriële subsidies in WTO-verband — ik zei dat net ook — want dat draagt bij aan een gelijk speelveld en het draagt bij aan het Nederlandse en Europese concurrentievermogen. Het kabinet acht het ook van groot belang om dat te versterken om ervoor te zorgen dat ook komende generaties in een vrij, innovatief, duurzaam en welvarend Europa kunnen leven.
De VVD, mevrouw Rajkowski, zei …
De voorzitter:
Sorry, minister. Volgens mij zijn er vragen over in welk blok u nu zit. Is dit nog de introductie?
Minister Sjoerdsma:
Ja, absoluut. Dit is nog de introductie. Het spijt me dat die iets langer duurt, maar ik dacht: misschien is het toch goed om in dit eerste debat eventjes het een en ander neer te zetten. Ik kan dat, als de voorzitter het mij toestaat, relatief snel afronden. Dan kunnen we meteen de vragen daarover meenemen. Daarna heb ik een aantal blokjes en die zal ik meteen even verklappen. Dat zijn de WTO, de handelsverdragen en het blokje overig.
De voorzitter:
Oké. Ik zie wel dat er een vraag is over de introductie. Als u klaar bent met de introductie, zal ik die vraag toelaten.
Minister Sjoerdsma:
Dat is goed, voorzitter. Ik wilde nog één opmerking maken, als u het mij permitteert, over het belang van die handelsverdragen. Het maken van afspraken met derde landen over wederzijdse toegang, goederen, diensten, aanbesteden en het wegnemen van handelsbelemmeringen helpt bedrijven om concurrerender te zijn in derde landen en ook om afzetmarkten te diversifiëren. Minstens zo belangrijk — ik had het net al over doel en middel — is dat het in die handelsakkoorden gaat om meer dan alleen handel. Die akkoorden dragen ook bij een meer waardegedreven buitenlandbeleid, omdat er afspraken worden gemaakt over arbeidsrechten, ILO-conventies, milieu en klimaat. Met die afspraken — ik neem een klein voorschot op een van de antwoorden — moeten we dus ook in plurilateraal en multilateraal verband optrekken. Het versterken van de relaties van Brazilië, Indonesië, Canada en Korea draagt daar allemaal aan bij. We zullen dat ook in WTO-verband doen.
Voorzitter, dan kom ik bij mijn blokjes, maar ik geloof dat er eerst nog vragen zijn over de inleiding.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Volgens mij zag ik mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij zijn we als Kamer niet verder geïnformeerd over het gesprek dat heeft plaatsgevonden met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, maar ik ben wel benieuwd wat daar de inzet was of wat daar de uitkomst van was, met name omtrent de situatie in de Straat van Hormuz. Ik hoor zeggen dat Europa zich in moet zetten voor vrije doorgang en dat de VN mogelijk moet assisteren. Waar denkt de minister dan aan, met name waar het gaat over hoe we gaan inzetten op de-escalatie en welke stappen daarin worden gezet?
Minister Sjoerdsma:
Ik heb daar ook even over nagedacht. Ik ben gisterochtend teruggekomen uit New York. Ik heb daar dinsdag eigenlijk de hele dag gesprekken gevoerd. Ik heb ook even overwogen om nog een korte brief te sturen, maar het leek mij beter om dat in dit debat gewoon kort met u te delen. Dat gesprek met de secretaris-generaal was eigenlijk met name ingestoken om het te hebben over het UN80, het VN-hervormingsproject. Het was overduidelijk — dat is ook niet verbazingwekkend — dat ook aan de kant van de VN de urgentie gevoeld wordt en wordt nagedacht over welke rol gespeeld kan worden en welke bijdrage geleverd kan worden ten aanzien van de blokkade van de Straat van Hormuz en de gevolgen daarvan. Ik kan niet al te veel delen over wat de intenties van de secretaris-generaal zijn op dat punt, maar het is wel duidelijk dat er wordt gezocht naar een manier om in ieder geval eerste stappen te zetten op het gebied van kunstmest en humanitaire goederen; ik noemde het net al. Als Nederland daaraan kan bijdragen, al is het maar met een kleine financiële bijdrage — vaak heb je dan ook een secretariaat of wat ondersteuning nodig — dan zullen we daar zeker naar kijken, maar ik zeg nu ook maar eventjes: dat is een beetje vooruitlopend op de zaken. Het geeft vooral de welwillendheid van het kabinet weer. Datgene wat we kunnen doen om de VN daarbij te assisteren, zullen we zeker doen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond om te zien of er nog een vervolgvraag is. Ja, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer toch gewoon even te snappen wat een secretariaat dan zou betekenen. Op welke manier gaat een secretariaat eraan bijdragen dat daar weer schepen kunnen varen? Er is actieve oorlogsvoering vanuit de VS. Het gaat toch met name om de-escalatie. Daar is een belangrijke rol in te spelen. Ik zoek dus even naar wat de rol van een secretariaat is.
Minister Sjoerdsma:
Ik snap de verwondering van mevrouw Kröger. Misschien wilde ik in mijn hoofd te snel een paar mentale stappen zetten. Als iemand, of dat nou de VN zijn of wie dan ook, een rol wil spelen in het bevorderen van de vrije doorgang, dan zal dat uiteraard in goed overleg en na een goed gesprek met de strijdende partijen moeten. Als je niet de steun van de drie partijen hebt om dat te doen, kan je daar namelijk niks bereiken. Dan moet je ook geen stappen zetten. Dat is gevaarlijk voor iedereen die erbij betrokken is. Dat is één. Ten tweede is het niet zo, zeker gelet op de enorme bezuinigingen die er zijn, dat als de VN iets willen doen, zij automatisch beschikken over de middelen om menselijke capaciteit, ondersteuningscapaciteit voor degene die zich daarmee gaat bezighouden, op tafel te leggen. Wij hebben gezegd dat wij graag inspringen op het moment dat de VN tegen problemen zouden aanlopen op het terrein van financiële middelen; dat kan uiteraard niet de bottleneck zijn. Nogmaals, dat is wel al ver doorgeredeneerd. Het was vooral zo dat aan beide zijden de noodzaak werd gevoeld dat daar iets moest gebeuren, gelet op de enorme potentiële gevolgen vanwege kunstmest en humanitaire goederen, maar natuurlijk ook voor de handel in brede zin.
De voorzitter:
Ik zie verder geen interrupties. De minister kan zijn betoog vervolgen.
Minister Sjoerdsma:
Dan komen we meteen ook bij het eerste blokje, de WTO. Er zijn een aantal vragen gesteld. Ik zal proberen die zo samenhangend mogelijk te beantwoorden. De heer Hoogeveen had een vraag over de druk van de VS op het systeem en op de WTO specifiek. Misschien moet ik daar van tevoren nog één algemene opmerking over maken, want ik proef bij uw leden een beetje dat de verwachtingen aan de ene kant niet al te hooggespannen zijn vanuit de gedachte: we weten tegen welke achtergrond deze conferentie plaatsvindt. Dat snap ik. Dat is misschien een reële inschatting. Tegelijkertijd ben ik er ook van overtuigd dat we dit niet kunnen laten slieren en dat je hier niet met halve energie achteraan kan gaan. Hier moet je echt met een ontzettende berg energie achteraan. Ik had gisteren toevallig de Britse minister van Handel op bezoek. Die zei dat ook. Hij zei: ik proef bij iedereen een gevoel van "nou, ja, hè", maar als je zo afreist naar Yaoundé, dan hoef je natuurlijk niet bijeen te komen. We gaan daar dus vol achteraan. In antwoord op deze specifieke vraag kan ik zeggen: de VS zijn natuurlijk nog steeds lid van de WTO. Daaruit blijkt dat de VS nog steeds waarde hechten aan wat de WTO doet. Ik denk dat dat een goed teken is. Je ziet ook wel de inzet op specifieke deelonderwerpen.
Sommigen van uw leden vroegen ook naar de voortzetting van het e-commercemoratorium. Daar zijn wij voorstander van, het liefst langer dan korter. Dat was volgens mij een vraag van mevrouw Rajkowski. Maar het klopt: de druk op het systeem loopt op. De handelsmaatregelen van sommige landen, waaronder de VS, dragen daaraan bij. Dat betekent dat wij op welke manier dan ook, met de Europese Unie, met de Commissie, met andere middelgrote landen, ons best zullen doen om hierin toch iets voor elkaar te krijgen. Als dat niet alleen maar binnen het WTO-kader kan, dan moet dat misschien in verschillende verbanden. Dat is ook de reden waarom ik zal spreken met mijn counterparts, niet alleen uit Europese landen natuurlijk, maar ook uit India, Turkije en China. Dat was deze vraag.
Dat beantwoordt denk ik ook de vraag van de heer Lohman over de motie-Bontenbal en de vraag van mevrouw Kröger over Carney en het belang van middenmachten om meer samen te werken. Dat is, denk ik, in deze wereld van ontzettend groot belang en het is ook van groot belang dat dat niet de usual suspects zijn, zeg ik maar op de politiek meest correcte manier mogelijk. Wij werken natuurlijk in EU-verband, maar ook breder, nauw samen met een aantal gelijkgezinde landen om te kijken of we tot een zo ambitieus mogelijk hervormingsplan kunnen komen. Dan gaat het bijvoorbeeld over het VK, maar ook over Japan, over Australië en over Canada. Natuurlijk kijken we ook nadrukkelijk naar partners in het Globale Zuiden, in Azië. Het is waar dat deze discussies voor een deel worden gedomineerd door hoe de VS en China zich opstellen, maar ook hoe India zich opstelt, heeft een doorslaggevende rol.
Mevrouw Rajkowski vroeg of wij tijdens deze conferentie ook rekening houden met het belang van onze veiligheid en van de economie. Het moge vooropstaan dat hier een ambitieus hervormingsplan centraal staat en dat dit van essentieel belang is voor onze economie. Die hervormingen zijn ook van belang voor onze economische gezondheid wereldwijd, zou ik bijna willen zeggen, voor ons concurrentievermogen en in bredere zin ook voor onze veiligheid. Laat ik het plat zeggen: hoe meer wij als land op een eerlijke manier kunnen verdienen aan de wereld, des te meer wij te besteden hebben om ook op andere terreinen onze eigen broek op te houden. Die onderwerpen zitten dus zeker in mijn achterhoofd.
Dat brengt mij bij de vraag van de heer Lohman, die terecht vroeg wat de rode lijnen zijn die Nederland hanteert bij de uitkomsten van de MC14 en hoe wij en de Europese Unie daar dan in staan. De heer Lohman heeft net zoals de andere leden de kaderinstructies gezien, die zijn opgesteld bij het Koninkrijk. Ik kan zeggen dat alles wat daarin staat, er ook in moet komen. Tegelijkertijd heb ik u net het besluitvormingskader in de WTO geschetst. Dat is dusdanig dat één iemand niets kan bepalen, behalve dat één iemand wel kan bepalen dat er helemaal niets gebeurt. Ik denk dus dat onze belangrijkste prioriteit ligt bij überhaupt een ambitieus hervormingsplan krijgen, waarbij natuurlijk het onderdeel van flexibelere besluitvorming echt essentieel randvoorwaardelijk is om daarna verdere resultaten te boeken.
Wat die rode lijnen betreft zou ik zelf zeggen: misschien plan B. Niet een plan B voor de WTO, maar een plan B voor: wat nou als je die obstructie, die blokkade tegenkomt. Als zo'n blokkade echt aanhoudt, dan kan wat Nederland betreft als aanvullende maatregel eerst worden gekeken naar een plurilateraal akkoord buiten de WTO. Maar goed, onze voorkeur gaat er natuurlijk wel naar uit om het te doen binnen de WTO.
Ik denk dat dit ook de vraag van de heer Hoogeveen beantwoordt hoe realistisch het is. Ik heb daar iets over gezegd. Realistisch gezien is het ontzettend moeilijk. Optimistisch gezien, en ik denk dat optimisme een morele plicht is, zullen we er echt alles aan moeten doen om hier iets uit te halen, ook vanwege datgene wat de heer Hoogeveen zelf in zijn introductie zei: vrijhandel is ontzettend belangrijk. Zonder vrijhandel was Nederland, denk ik, een stuk armer en ook een stuk ongelukkiger.
Mevrouw Rajkowski vroeg terecht naar een deel van de inzet als het gaat over de WTO-regels inzake subsidies. Dat gaat eigenlijk over een gelijk speelveld, want dat zie ik als de vraag achter de vraag. Zo heb ik hem ook begrepen. Ik denk dat het aanscherpen van de regels rondom industriële subsidies en het versterken van een industrieel gelijk speelveld al langere tijd een van de belangrijkere prioriteiten van Nederland in de WTO is. Dat is al langere tijd zo; het is dus niet zo dat dit een nieuwe prioriteit zou zijn sinds het aantreden van dit kabinet. Dat betekent ook dat het onze inzet is om de regels — ik moet even spieken voor de afkortingen, als u het mij vergeeft — van de agreement on Subsidies and Countervailing Measures, de ASCM, aan te scherpen, zoals mevrouw Rajkowski van de VVD voorstelt. Heel kort gezegd: lk denk dat we die inzet delen.
De heer Lohman zei iets over kunstmest. Daar heb ik in het begin iets over gezegd in de algemene context van de grote gevolgen daarvan, waarover ik met mevrouw Kröger van gedachten wisselde. Laat ik daar in algemene zin aan toevoegen dat uiteraard het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden een heel belangrijke prioriteit is voor dit kabinet. Dat zijn maatregelen die we nationaal én in EU-verband nemen, overigens ook los van het WTO-kader. Maar ik denk dat we in zekere mate de WTO-hervormingen daar óók aan kunnen toevoegen. We proberen er door middel van WTO-afspraken ook aan bij te dragen dat de wereldwijde voedselzekerheid toeneemt en dat internationale voedselmarkten bijvoorbeeld worden opengehouden. We zetten ook in op het vergroten van transparantie en het voorkomen van onnodige handelsbelemmerende maatregelen rondom agrifood-goederen. Dus ook dáár voel ik de inzet van het CDA en ik denk dat we die inzet absoluut aan boord hebben.
Mevrouw Kröger vroeg naar het gevaar van dubbele standaarden. Ik vat het even samen, zodat ik zeker weet dat ik haar goed begrijp: ontwikkelingslanden mogen geen industriepolitiek voeren, maar nu doen de Verenigde Staten en andere landen dat wel, dus hoe eerlijk is dat? In algemene zin geldt dat wij, in lijn met wat mevrouw Kröger zegt, een van de belangrijkste pleitbezorgers zijn voor een goed functionerend en eerlijk, op regels gebaseerd, handelssysteem. Daarbij hebben wij, ook dit kabinet, nadrukkelijk oog voor de positie van het globale Zuiden. Handel is in dat opzicht de motor van duurzame ontwikkeling. Het is essentieel dat al die landen ook kunnen meedraaien in het handelssysteem. In de breedte is de inzet er dus op gericht dat ook de belangen van het globale Zuiden binnen het multilaterale handelssysteem, binnen het WTO, goed worden behartigd. Dat doen we ook door soms, waar nodig, uitzonderingen voor deze landen toe te staan. Mevrouw Kröger haalt een aantal heel specifieke voorbeelden aan waarbij dat niet is gebeurd, maar wij vragen ook aandacht voor mogelijkheden waar dat wél zou kunnen.
Ik begreep de heer Hoogeveen zo — het lijkt een beetje op het debatje dat ik met zijn collega Van den Berg had in het commissiedebat Klimaat — dat hij het overgrote deel van de kabinetsinzet hier kan steunen, maar dat hij vragen stelde bij de link met klimaat, milieu en dat soort zaken. In mijn gesprek toen met de heer Van den Berg heb ik geprobeerd toch ook die brug te slaan — en ik ga dat nog een keer proberen te doen. Daarna was uw collega nog weer een stuk milder voor mij, dus ik ga kijken of me dat bij u ook lukt. Ik snap dat JA21 wat kritischer staat tegenover sommige klimaatdoelstellingen en zich afvraagt of het mogelijk is om die klimaatdoelstellingen met Nederlandse en Europese inzet te halen.
Tegelijk denk ik dat dit in het belang is van het Nederlandse bedrijfsleven in algemene zin. Een derde van onze welvaart is afhankelijk van handel. Een derde is dus simpelweg afhankelijk van ketens die, zoals de heer Lohman heel treffend zei, zich wereldwijd uitstrekken en die ontzettend gevoelig zijn voor verstoringen. Dat hebben we nu weer gezien bij de Straat van Hormuz, maar we hebben het eerder ook al gezien bij corona en allerlei andere zaken. Maar laten we heel reëel zijn: één van de zaken die onwaarschijnlijk verstoord kunnen zijn, zijn de gevolgen van klimaatverandering. U denkt misschien in eerste instantie niet aan klimaat bij dit soort zaken, maar ik denk dat als je het niet wilt doen voor onszelf, het welzijn van de planeet of het welzijn van onze kinderen, het ook bedrijfsmatig zin heeft om het wél te doen.
Voorzitter. Mevrouw Kröger heeft gevraagd hoe kritisch er nou wordt gekeken naar de negatieve impact van Europese handel, zoals mijnbouw. Mevrouw Kröger heeft volgens mij ook in de kaderinstructie gezien dat het de inzet van Nederland is om duurzaamheid te integreren in de handelsdiscussie binnen de WTO. We willen ervoor zorgen dat er binnen het WTO-recht voldoende ruimte is voor maatregelen met legitieme beleidsdoelen, terwijl voorkomen wordt dat landen protectionistisch beleid zullen voeren. Ik weet niet hoe succesvol we zullen zijn. Hoe succesvol zijn we op dit moment? Ik denk dat we dat allemaal met onze eigen ogen kunnen zien. We zullen moeten proberen om succesvoller te zijn.
De heer Bamenga had het over het grote belang van verdere plurilaterale initiatieven binnen de WTO. Net als mevrouw Kröger had hij het over het belang van de betere integratie van milieu- en klimaatvraagstukken. Dat onderschrijft het kabinet.
Dan kom ik op de vraag van mevrouw Rajkowski over e-commerceheffingen. Ik kijk heel even naar haar om te zien of ik haar vraag daarover afdoende heb beantwoord. Ja, dat is het geval.
Dan was er nog een vraag van onder anderen mevrouw Rajkowski en ik dacht de heer Lohman over het herstel van het beroepsorgaan. Volgens mij blijft het herstel en de hervorming van een volledig en bindend WTO-geschillenbeslechtingssysteem, inclusief herstel van het beroepsorgaan, een doelstelling van Nederland binnen de WTO. Ik zei net dat optimisme een plicht is. Ik ben er echt wel optimistisch over dat we hier met een stevige inzet, met een stevige Europese middenmachtinzet, naartoe gaan. Tegelijkertijd is er de aanhoudende blokkade van de VS op dit dossier.
Ik zou mijn hypotheek er niet op inzetten dat we op dit vlak iets gaan bereiken tijdens deze WTO, maar dat is wel de inzet. We gaan ervoor, maar ik zit hier meer aan de realistische dan aan de optimistische kant, vrees ik. Ik deel de inzet van de VVD en het CDA hierop echter volkomen.
Voorzitter. Dan het blokje Verenigde Staten. Dat is natuurlijk echt een belangrijk blok. Ik snap de vragen en zorgen van de leden hier. In algemene zin is onze relatie met de Verenigde Staten van heel groot belang; veiligheidstechnisch, economisch en ook op het gebied van normen. Die relatie staat onder druk. Dat is verder geen verrassing.
Ik ga in op een aantal specifieke vragen. Dat zijn heel belangrijke vragen. Ze gaan allemaal over tarieven ... Nee, dat is niet het juiste Nederlandse woord. Ze gaan over heffingen. Sorry, het kan alle twee, maar "tarief" is hier eigenlijk niet goed. Maar goed, de vragen gaan over heffingen en het Amerikaanse Section 301-onderzoek naar de structurele overcapaciteit en hoe die kan leiden tot aanvullende tarieven. Voor een deel delen we misschien de zorgen van de Verenigde Staten over de structurele overcapaciteit. Ik noemde in mijn inleiding een land dat ook voor structurele overcapaciteit zorgt, wat ons economische zorgen baart.
Ik denk dat wij een heel andere interpretatie hebben over de bronnen van overcapaciteit. Wij zien de Europese Unie niet als een bron van overcapaciteit. Wij zien onszelf als een open markt met transparant beleid en als een partner bij het aanpakken van mondiale verstoringen. Wij denken dat die verstoringen het best kunnen worden aangepakt in goed partnerschap, zoals in principe ook tot uitdrukking kwam in de gemeenschappelijke EU-VS-verklaring.
Kan dit nou leiden tot aanvullende tarieven? Ik aarzel heel erg hierover. Ik wil hier niet een glazen bol op tafel zetten en in bloed tekenen wat ik denk dat er gaat gebeuren. Ik kan binnen de vertrouwelijkheid van deze vier muren — het is natuurlijk niet heel vertrouwelijk, maar ik vraag de vertegenwoordigers van de pers om even hun oren dicht te houden — wel zeggen of delen dat we op bilateraal niveau en op het niveau van de Europese Commissie wel geruststellende signalen ontvangen, namelijk dat de VS gecommitteerd blijven aan de afspraken van Schotland.
Ik weet niet of je daar volledig op moet vertrouwen. Ik denk dat controleren hier beter is, als ik eerlijk ben. Zeker als de onderzoeken waarnaar werd gevraagd, toch resulteren in heffingen die hoger zijn dan het afgesproken niveau, dan zullen we de VS daar in EU-verband op moeten aanspreken en de nodige stappen moeten zetten om het Europese belang te verdedigen. Dat is meteen ook een antwoord op de vraag van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger vroeg ook hoe de minister de Turnberry deal met de VS ziet, ook in het licht van recente ontwikkelingen. Ik denk dat het evident is dat het kabinet echt ontevreden is met de voortdurende onzekerheid die voortkomt uit het Amerikaanse handelsbeleid. Dat heeft heel vergaande gevolgen voor het bedrijfsleven, niet alleen in Nederland en Europa, maar ook gewoon in de Verenigde Staten zelf. Wat ons betreft hadden die heffingen er natuurlijk hoeven zijn. Laat dat gewoon evident zijn!
Tegelijkertijd zullen we met de Verenigde Staten verder moeten. Ze zijn een handelspartner. Daarom denk ik ook dat het van ongelofelijk belang is dat wij onze collega's in Washington houden aan de deal die we hebben gesloten. Een deal is een deal. Dat betekent dat zij zich aan de afspraken moeten houden en wij overigens ook. Dat is een voorspelbaarheid die er hopelijk toe kan leiden dat de onvoorspelbaarheid in die relatie langzaam wordt teruggedrongen. Zoals ik al zei, mochten we toch signalen krijgen dat het anders ligt, dan zullen we op Europees niveau moeten bekijken welke stappen te nemen.
Dat is overigens ook een antwoord op de vragen van de heer Bamenga. Volgens mij geïnspireerd door de discussie die zich nu in het Europees parlement afspeelt, waarbij deze deal nog een keer is gewogen en er is gekeken naar diverse clausules, vroeg de heer Bamenga hoe het kabinet de sunrise-clausule beoordeelt, zodat de deal pas ingaat als de VS zich openlijk, aantoonbaar committeren. Wij delen met het Europese Parlement de zorgen over de volatiliteit van het Europese handelsbeleid. Tegelijkertijd moeten we proberen ervoor te zorgen dat de focus blijft op "een deal is een deal". Dat zei ik net ook al.
De uitvoering van die deal moet nu gaan plaatsvinden. Ik denk dat wij daar onze beleving over hebben. Dat proefde ik in de vragen van mevrouw Kröger en ik snap dat ook goed. Tegelijkertijd denk ik dat het goed is om te weten dat er aan Amerikaanse zijde ook een beleving is. Die beleving is dat de VS zich tot nu toe beter aan de deal heeft gehouden dan wij. Of dat in onze beleving op hetzelfde niveau wordt ingeschat, laat ik maar even aan de goede verstaander, maar het is belangrijk om die realiteit mee te nemen. Als ik de positie van het Europees Parlement mag interpreteren, dan klinkt daar in door dat wij een betrouwbare bondgenoot willen zijn, maar dat we ook wel wat mogelijkheden hebben om op de rem te staan om ervoor te zorgen dat we, mocht er van Amerikaanse zijde toch iets gebeuren, toch nog mogelijkheden hebben om iets te doen.
Dat waren de vragen over de VS. Ik kijk even of daar nog aanvullende punten over zijn.
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer dit te snappen. De minister heeft het over "een deal is een deal" en dat we een betrouwbare bondgenoot moeten zijn. Alleen is er wel nogal wat gebeurd sinds die deal is gesloten, zoals de dreigementen richting de Spaanse premier over handelstarieven en alles wat er nog is gebeurd op het gebied van handel, nog los van al het andere. In hoeverre zorgt dat ervoor dat enige voorzichtigheid en terughoudendheid van onze kant toch wel heel logisch zou zijn?
Minister Sjoerdsma:
Die nogal onverkwikkelijke ontwikkelingen zijn het kabinet en mijzelf natuurlijk niet ontgaan. Ik snap goed wat mevrouw Kröger zegt als het gaat over voorzichtigheid en terughoudendheid. Ik proef die ook wel in de opstelling van het Europees Parlement en ook bij onszelf. U hoort mij heel duidelijk zeggen: vertrouwen op de blauwe ogen is er op dit moment niet bij. We zullen er echt voor moeten zorgen dat de afspraken op het gebied van handel en ook breder worden nageleefd.
Ik kijk even of ik hier nog andere vragen over heb, maar volgens mij niet.
De voorzitter:
Ik kijk nog even rond. Volgens mij is er een vervolgvraag van mevrouw Kröger. Dat is haar laatste vraag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat realiseer ik me. De vraag is natuurlijk met welk handelen je het meeste leverage hebt op het moment dat degene met wie je onderhandelt zo onvoorspelbaar is en op zo veel manieren de grenzen opzoekt. Dat hoor ik de minister ook erkennen. Dan is de vraag of het snel vastzetten van dit handelsverdrag je de beste leverage geeft of juist niet. Ik snap eigenlijk niet dat na alles wat er gebeurd is, inclusief een juridische uitspraak in de VS die de juridische houdbaarheid van de afspraken toch wel ter discussie stelt, onze houding eigenlijk is: een deal is een deal en het is in our best interest om dit zo snel mogelijk vast te leggen.
Minister Sjoerdsma:
Ik snap dat in heel veel opzichten heel goed; laat ik daar duidelijk over zijn. Tegelijkertijd denk ik dat de kabinetsinzet zoals ik die beschrijf wel echt overeenkomt met hoe vrijwel alle Europese lidstaten hier op dit moment over denken. Die raakt eigenlijk, misschien meer dan mevrouw Kröger nu denkt, best goed aan wat zij zegt, namelijk: we doen het stap voor stap, maar niet onomkeerbaar, en als er toch onverhoeds stappen worden genomen aan de overkant van de Atlantische Oceaan, dan zal ook weer worden bezien welke stappen wij moeten nemen. Maar de eerste stap nu is om te proberen enige mate van voorspelbaarheid terug te krijgen in de relatie, ook om te voorkomen — dat zeg ik toch maar even nadrukkelijk; dit is dan even beperkt tot het handelsperspectief — dat de Europese Unie door de gevolgen van deze acties van de Verenigde Staten wereldwijd aan concurrentiekracht inboet ten opzichte van andere blokken. Dat is een gevaar dat ik hier zie.
De heer Lohman (CDA):
Ik heb mijn interruptie over de WTO eigenlijk bewaard voor nu, maar ik haak ze even aan elkaar, ook omdat de Verenigde Staten op dit moment eigenlijk overal mee te maken hebben. Mijn vraag ging over het volgende. Het doet mij deugd dat er goed nagedacht wordt over voedselzekerheid en kunstmest. De situatie roept de volgende vraag op. Op de korte termijn zijn er wellicht al problemen op het gebied van voedselzekerheid in de regio. Dat soort signalen krijgen we ook van bedrijven die bijvoorbeeld actief zijn in de zadenindustrie. Is dat iets waar de Nederlandse overheid samen met Nederlandse bedrijven misschien op de korte termijn iets aan zou kunnen gaan doen? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag luidt als volgt. Het lijkt erop dat het conflict weleens lang zou kunnen gaan duren. Wordt er nagedacht over wat een langetermijnverstoring van onder andere de Straat van Hormuz voor de voedselzekerheid zou kunnen gaan betekenen?
Minister Sjoerdsma:
Dit zijn natuurlijk uitstekende vragen en tegelijkertijd zijn het niet de makkelijkste vragen. Ik begin met de gevolgen. Ik heb die ook geprobeerd te schetsen in mijn introductie. De gevolgen die we in de regio zien, zijn natuurlijk heel breed. Ik noemde zelf al de humanitaire gevolgen. Ik noem de handelsgevolgen. Het is inderdaad zo — dat zegt de heer Lohman terecht — dat als de containerstroom in de war loopt, het conflict dan relatief kort kan duren, maar de gevolgen nog maanden voelbaar zijn. Dat zijn dan nog de "lichte logistieke gevolgen" en niet de enorme gevolgen die het feit dat sommige goederen niet meer aankomen, niet op tijd aankomen of op de verkeerde plek aankomen met zich meebrengt. Daarom is de Nederlandse inzet er ook in algemene zin op gericht om dit conflict zo snel mogelijk te de-escaleren en het liefst helemaal uit de wereld te helpen. We kunnen het namelijk hebben over het zo goed mogelijk wegnemen van de gevolgen van de eerste en de tweede orde, maar de kern is natuurlijk dat de bron van het probleem moet worden opgelost. Dat is het conflict daar en het oplossen daarvan is de inzet van het Nederlands kabinet. Tegelijkertijd ontslaat ons dat er inderdaad niet van goed te kijken naar die effecten. Dat doen we, zeg ik met een andere pet op, natuurlijk door humanitaire hulp te bieden. Nederland is een van de eerste landen die, via de Dutch Relief Alliance en het Nederlandse Rode Kruis, hulp hebben geboden. Dat is een ongelofelijk goed samenwerkingsverband, waarin op Champions Leagueniveau noodhulp wordt geboden in moeilijke situaties, maar dat zal niet voldoende zijn. Ik sprak gisteren met de Eurocommissaris die gaat over noodhulp. Ik sprak met haar over hoe belangrijk het is om voorbij morgen of volgende week te kijken. Het liefst kijk je naar volgende maand en naar wat er dan door de Europese Commissie van de Europese lidstaten wordt gevraagd. Dat is denk ik een stuk meer dan wat we nu doen.
De voorzitter:
Ik zie verder geen andere interruptie. De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Sjoerdsma:
Dank, voorzitter. Dan komen we bij het blokje overig, dat alleen maar zo heet omdat er nog een aantal vragen in zaten die ik niet kon categoriseren. De heer Hoogeveen had het over de reis van vdL — nee, ik bedoel uiteraard niet het bedrijf, hoewel dat ook mooi zou zijn, maar van Ursula von der Leyen — naar Australië. De onderhandelingen met Australië zijn volgens mij in 2025 hervat, nadat ze jaren hebben stilgelegen. Ik denk dat met het bezoek van Von der Leyen het moment nadert dat deze onderhandelingen de laatste fase ingaan.
Het kabinet denkt dat het sluiten van dit akkoord echt een heel belangrijk en positief signaal zal afgeven in onze samenwerking, maar ook een gezamenlijk vertrouwen in het internationale handelssysteem laat zien. Ik denk dat het ook een strategische kans biedt — sommige van uw leden spraken er al over — om in deze uitdagende tijd onze export wat diverser te maken, maar ook om onze afhankelijkheden af te bouwen. Australië is daarin natuurlijk echt een cruciaal land. Er zijn vaak zorgen, zeker niet altijd onterecht, over wat dit soort akkoorden betekenen voor de Nederlandse landbouwsector. Als kabinet zetten wij ons in Brussel ervoor in dat er rekening wordt gehouden met wat die akkoorden zeker voor gevoelige productgroepen als rundvlees en suiker betekenen.
De heer Bamenga vroeg nog naar de stand van zaken met betrekking tot het handelsverbod met illegale nederzettingen. Laat ik heel helder zijn: het kabinet deelt uiteraard de grote, grote zorgen over de illegale nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden. U weet ook dat het kabinet werkt aan een nationale handelspolitieke maatregel tegen producten uit de onrechtmatige nederzettingen. Dat is bij hoge uitzondering, maar zeer nodig. Ik kan tegen de heer Bamenga zeggen dat de wetgevings- en uitvoeringstoetsen momenteel in afronding zijn. We zetten er dus serieuze haast achter, maar ik durf de heer Bamenga hier niet te zeggen wanneer die toetsen helemaal afgelopen zijn. U kunt ervan op aan dat daar druk achter zit.
Mevrouw Kröger vroeg niet helemaal hetzelfde, maar we blijven wel in hetzelfde deel van de wereld. Zij vroeg om de aangenomen motie, over het opschorten van het handelsdeel van het associatieverdrag met Israël, uit te voeren. We hebben dit het meest recentelijk nog gedaan op 23 februari, indachtig de motie-Piri. We hebben toen benadrukt dat de ontwikkelingen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, als gevolg van Israëlisch handelen, het mogelijk kunnen maken om de door de commissie voorgestelde maatregelen in het kader van artikel 2 van het EU-Israël-associatieakkoord opnieuw te agenderen. Tegelijkertijd hoop ik — nee, weet ik — dat mevrouw Kröger weet hoe ingewikkeld het krachtenveld in de Europese Unie soms is en wat de uitdagingen in de besluitvorming zijn. Ik hoop dat zij weet dat wij haar aansporingen hebben gehoord, maar ik hoop dat wij die niet nodig hebben. De Europese besluitvorming hierin is niet altijd even makkelijk.
Tot slot. De laatste vraag gaat over kunstmest. Die heb ik eigenlijk al beantwoord.
Voorzitter. Ik ben aan het einde gekomen van mijn beantwoording in de eerste termijn.
De voorzitter:
Oké. Ik kijk nog even rond. Ik zie dat in ieder geval de heer Hoogeveen nog een vraag wil stellen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik bewaarde mijn interruptie even tot het laatst, want ik kon die niet echt goed in een blokje plaatsen. Zij heeft wel te maken met de Wereldhandelsorganisatie. Al een aantal keren is gezegd dat die is gebaseerd op een ouder systeem uit de jaren negentig. Toen gingen we er eigenlijk van uit dat het om vrije markten zou gaan en wat minder om de zogeheten staatskapitalistische markten. Bij de inzet in Europees verband proberen we ons daartoe te verhouden.
Landen zoals China zitten juist aan de andere kant van de medaille: verborgen subsidies, verborgen staatssteun, industriële overcapaciteit. We moeten daarom niet alleen in WTO-verband, maar ook in Europees verband nagaan hoe we een dialoog kunnen openen met de Volksrepubliek China, juist om die zaken aan te kaarten. In het verleden hebben we natuurlijk al het EU-China Comprehensive Agreement on Investment gehad. Dat is on hold gezet. Ik vroeg mij af wat de inzet van het kabinet is ten aanzien van het handelsbeleid van China, en dan voornamelijk in Europees verband.
Minister Sjoerdsma:
Deze vragen van de heer Hoogeveen zijn, denk ik, wel heel belangrijk. De Kamer is, denk ik, goed bekend met de drieslag die niet alleen door dit kabinet, maar ook door voorgaande kabinetten werd gehanteerd.
Laat ik beginnen met het kansendeel. Als er kansen zijn om met China op te trekken op het vlak van mondiale uitdagingen zoals uitdagingen op het gebied van klimaat en gezondheid, dan zullen we die moeten grijpen, want we kunnen simpelweg niet om sommige landen heen werken. Tegelijkertijd zijn de economische relatie en de handelsrelatie met China complex — de heer Hoogeveen raakte daar ook aan. Die worden in toenemende mate gekenmerkt door concurrentie en rivaliteit, maar ook door veiligheidsrisico's.
Het vinden van de balans is dus echt wel ingewikkeld. Aan de ene kant is er de bescherming en de promotie van het Nederlandse en Europese verdienvermogen. Aan de andere kant is het desbetreffende speelveld niet zoals wij het graag zouden zien en hebben wij misschien ook niet de verwachting dat dit heel snel verandert. Afgaand op de gesprekken die ik heb gevoerd met mijn Europese partners, denk ik dat die zorgen zeer breed worden gedeeld.
Ik acht het wel van belang dat wij proberen om in een zo open mogelijke dialoog met China deze handelsspanningen aan te kaarten en onze belangen te verdedigen. Dat vergt soms een wat principiële, stevige aanpak en soms een wat flexibeler aanpak, maar in deze wereld vergt dat bovenal dat de Europese Unie en de Europese lidstaten bij elkaar blijven en dat gezamenlijk doen. Dat hebben wij in Nederland ook bij andere zaken, omtrent sommige bedrijven, wel gemerkt.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Hoogeveen een vervolgvraag heeft.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat dat goed is. Ik denk dat het juist goed is om dat gezamenlijk te doen, ook gezien de kracht van de Europese interne markt, maar ik vroeg specifiek naar de Nederlandse inzet om dat in Europees verband na te streven. We zien in China nu toch wel enige economische slow-down; de vergrijzing komt eraan en de interne consumptie is er zwak. China heeft ons dus ook nodig. De manier waarop zij nu handeldrijven, drijft ons alleen maar steeds verder uit elkaar. Mijn vraag is: wat is de inzet van het Nederlandse kabinet in Europees verband om juist toe te werken naar openingen voor een meer gelijkwaardige handelsrelatie?
Minister Sjoerdsma:
Deze vraag begrijp ik ook goed, maar in alle eerlijkheid moet ik zeggen dat het niet de meest makkelijke vraag is. Het is ook een vraag die ik niet helemaal in de openbaarheid kan beantwoorden, maar misschien wel voor een deel. De heer Hoogeveen heeft gelijk: dit zijn onderwerpen die in Europees verband spelen, maar het zijn ook onderwerpen die ik zelf zal meenemen naar mijn gesprek met mijn Chinese counterpart in Yaoundé. Uiteraard zullen andere lidstaten dat ook doen.
Laat ik er gewoon één element uit pakken; ik denk dat dat het beste is. Een van de meest zorgwekkende dingen is de toenemende bereidheid vanuit Chinese zijde om afhankelijkheden in te zetten om hun zin te krijgen en dus feitelijk als economisch wapen te gebruiken. Dat kan je doen. Dat is niet waar wij op zitten te wachten en niet wat het economische systeem verder helpt. Het brengt heel veel schade met zich mee. Ik denk dat het uiteindelijke wederzijdse schade is. Als het te vaak gebeurt, gaan economieën op een gegeven moment uit elkaar groeien en worden de afhankelijkheden tussen die economieën kleiner. Dan keer je van elkaar af. Ik vraag me af of dat in China's belang is. Ik heb niet meteen al te hoge verwachtingen van een eerste gesprek of ontmoeting, maar dat zijn onder andere de boodschappen die ik zou willen overbrengen.
De voorzitter:
Dank voor de reactie. Ik kijk even of alle vragen beantwoord zijn. Ik weet in ieder geval dat er één vraag van de heer Bamenga nog niet is beantwoord. Die gaat over Sudan en het Grote Merengebied. Misschien kan de minister daarop ingaan?
Minister Sjoerdsma:
Mijn excuses aan de heer Bamenga, zeg ik via de voorzitter. Ik moet even graven. Als ik het goed heb begrepen, heeft de minister van Buitenlandse Zaken, of in ieder geval de vorige minister van Buitenlandse Zaken, de toezegging gedaan om dit op te brengen bij de Europese Raad Buitenlandse Zaken. Ik denk dat die intentie er vast nog is. In alle eerlijkheid weet ik niet helemaal of de RBZ Handel daar het beste platform voor is. Als ik de heer Bamenga zo mag begrijpen dat het gaat om de Raad Buitenlandse Zaken, dan staat het vredesproces wat betreft Sudan en het Grote Merengebied absoluut zeer helder op ons netvlies.
De voorzitter:
Oké, dank u wel. Volgens mij was het een toezegging van de staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Ik denk dat het dus een beetje onduidelijk is waar precies op het Europees niveau dit besproken moet worden.
Minister Sjoerdsma:
Dat klopt. De heer Bamenga was bij dat debat en ikzelf niet, dus ik moet zeer zorgvuldig zijn met het hem corrigeren. Het was een toezegging van mijn voorganger om dat met de minister van Buitenlandse Zaken voor ons op te pakken. Ik kan de heer Bamenga geruststellen: die toezegging is niet verloren gegaan in de overgang naar een nieuw kabinet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was het dan voor de eerste termijn vanuit de minister. Ik stel voor om meteen door te gaan naar de tweede termijn vanuit de Kamer. Ik geef de heer Hoogeveen het woord.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel meer toe te voegen. Ik denk dat het de minister een beetje prikkelde toen het ging over de zin en onzin van klimaatbeleid in handelsbeleid. Ik liet die even aan mij voorbijgaan. Ik had daar ook al een debatje met collega Kröger over gehad. Mij rest te zeggen: veel succes en dank voor de heldere beantwoording. Ook wens ik de collega's die zullen afreizen veel succes. Ik mocht zelf niet mee, maar mijn vrouw is daar nog altijd erg dankbaar voor!
(Hilariteit)
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hoogeveen. Ik ga nu naar mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Heel kort: dank voor de antwoorden. Er staan bij mij geen punten open.
De voorzitter:
Dan ga ik nu naar de heer Lohman.
De heer Lohman (CDA):
Voor mij geldt hetzelfde. Dank voor de uitgebreide beantwoording. Ik ben met name blij dat voedselzekerheid de aandacht heeft. Ik heb geen verdere vragen meer.
De voorzitter:
Dan ga ik nu naar mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik had een vooraankondiging gedaan voor een tweeminutendebat. Ik wil dat hierbij graag aankondigen. Ook dank voor de beantwoording. Ik heb wel echt zorgen over hoe we wat betreft de WTO ervoor gaan zorgen dat de handelsregels het mogelijk maken dat de transitie daadwerkelijk verder wordt aangejaagd. Daarvoor is het ook nodig dat landen bijvoorbeeld zeggen: oké, wij gaan nikkel in ons eigen land verwerken. De minister had het over uitzonderingen. Ik vraag me af of het om uitzonderingen gaat of juist meer over hoe je echt kijkt naar de rol van de WTO.
Ik maak me eigenlijk ook wel zorgen over of de positie van opkomende economieën in het Globale Zuiden echt geborgd is en over hoe Nederland zich daarvoor in gaat zetten. Ik heb daarom ook nog een vraag. Er is op een gegeven moment afgesproken dat er op nieuwe beleidsterreinen een ontwikkelingstoets gedaan wordt. Ik ben benieuwd of het kabinet voornemens is dat ook te doen voor het werkprogramma voor de hervorming van de WTO, of dat het dat wellicht al gedaan heeft. Kan de Kamer dat dan ontvangen?
Voorzitter. Tot slot over het handelsakkoord met de VS. Ik hoor de minister zeggen: een deal is een deal. Ik vind dat eigenlijk bijna een beetje naïef klinken. Het gaat namelijk om een deal met een partij die zich consequent niet aan de afspraken en de internationale orde houdt. In hoeverre is het dan reëel? Is het niet veel reëler om te zeggen dat het vastklinken van die afspraken op dit moment niet in ons belang is, en om juist te kijken hoe deze situatie zich verder ontwikkelt?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Er is een interruptie van mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Het is eigenlijk een vraag. Het is natuurlijk uw goed recht om een tweeminutendebat aan te vragen. Ook om mezelf voor te kunnen bereiden, vraag ik: wat is het heikele punt dat nog besproken moet worden?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat gaat met name om hoe wij zorgen dat we de WTO daadwerkelijk inzetten om de klimaattransitie verder te brengen.
De voorzitter:
Dat was dan de bijdrage van mevrouw Kröger. Ik heb zelf geen bijdrage voor de tweede termijn, dus ik wil naar de minister gaan voor zijn tweede termijn. Hoelang heeft de minister nodig?
Minister Sjoerdsma:
We gaan beantwoorden.
De voorzitter:
Dan gaan we meteen door.
Minister Sjoerdsma:
Dank aan uw leden, niet alleen voor de gestelde vragen en de getoonde interesse, maar ook voor de steun die het kabinet van links tot rechts voelt voor de inzet die wij meenemen naar deze WTO-conferentie en voor het bredere handelsbeleid.
Ik heb nog twee vragen van mevrouw Kröger. Over de ontwikkelingstoets gaan we nu onderhandelen en kijken of we ergens toe komen. Mochten we komen tot regels, dan gaan we die ontwikkelingstoets natuurlijk van stal halen. Het zou nu een beetje vroegtijdig zijn om dat te doen. Mochten we dus daadwerkelijk succesvol zijn, dan kijk ik zeer uit naar de ontwikkelingstoets en dan gaan we die met veel plezier doen. We moeten dan wel aan de optimistische kant van de inzet blijven.
Ik heb ook de zorgen van mevrouw Kröger over het Globale Zuiden en hoe we hen aan boord kunnen houden goed gehoord. Dat zijn zorgen die ik misschien nog wel breder deel. Als de voorzitter mij een klein zijpaadje toestaat, kan ik het volgende zeggen. Afgelopen week in New York proefde ik het risico dat er zich een splitsing voordoet. Met het belang van de ontwikkeling van het Globale Zuiden aan de ene kant, en dat van de landen die ons ook dierbaar zijn aan de andere kant. Ik zie de risico's daar dus ook.
Dan over het handelsakkoord met de VS. In alle eerlijkheid denk ik dat het meest realistische om te doen datgene is wat de Commissie, vrijwel alle Europese lidstaten en het Nederlandse kabinet nu voorstellen. Dat is namelijk om de VS aan deze deal te houden. Ik heb gemeld dat er wel signalen zijn dat dat ook de intentie is. Maar ik heb mevrouw Kröger goed verstaan, en ik kan haar vertellen dat het kabinet ook zo in de wedstrijd zit: vertrouwen is goed, controle is beter. We moeten altijd de opties en de gelegenheid openhouden om weer stappen terug te zetten en even goed te bezien of we nog op de juiste weg zijn. Het liefst waren we helemaal niet in een situatie beland waarin er dit soort heffingen zijn. Maar nu we er wel zijn, lijkt dit toch de beste strategie op de korte termijn.
Dan helemaal tot slot. Ik weet niet of ik mevrouw Rajkowski nog zie, maar ik wens haar heel veel succes, sterkte en plezier met het aankomende verlof. Wij kijken er zeer naar uit om haar na de zomer weer terug te verwelkomen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Toch even heel specifiek. Het is duidelijk dat wij hierin een andere positie hebben dan het kabinet. Ik hoor de minister de mogelijkheid schetsen om stappen terug te zetten. Dit is een eenzijdig verdrag. Het is een verdrag waarvoor de Verenigde Staten heel duidelijk de terms hebben gesteld. Sindsdien is er nogal wat gebeurd. Wat zou maken dat Nederland het belangrijk vindt om te zeggen: dit is een moment om toch weer stappen terug te zetten? Waar doelt de minister dan op?
Minister Sjoerdsma:
Ik weet ook niet of het verstandig is ons helemaal in de kaart te laten kijken. Dat doet de andere kant van de oceaan ook niet voortdurend. Maar ik denk dat het evident is welk gevaar mevrouw Kröger, een deel van de Kamer en het kabinet zien. Een deal is een deal. Als de onderzoeken die nu gaande zijn, lijken te bewegen naar iets anders dan die deal, betekent dat natuurlijk ook iets voor onze positie. Dat is echt evident, denk ik. Maar ik wil niet de verschillende stappen en tussenstappen waar je dan aan kunt denken, helemaal uitspitten. Ik hoop het volgende. Misschien is hoop naïef. Ooit werd tegen een Amerikaanse presidentskandidaat gezegd: "Hope is not a form of policy." Tegelijkertijd denk ik dat nu hieraan vasthouden de gelegenheid biedt om gesprekken te voeren met de VS om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat we op het gebied van staal en aluminiumderivaten de situatie kunnen verbeteren. Als dat gebeurt, zou je misschien — nogmaals, hoop is gevaarlijk — in een positievere spiraal terecht kunnen komen dan die waarin we nu zitten. Daarbij helpt het wel om wat eerste stappen te zetten, zoals je hebt beloofd. Maar nogmaals, we zijn waakzaam en blijven realistisch.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Tot slot op dit punt. De minister schetst dat hij de eerste stappen wil zetten die zijn beloofd. Wordt het gedrag van de VS dat we in de afgelopen maanden hebben gezien, sinds de Turnberry deal is gesloten, door Nederland gezien alsof zij de stappen zetten die zijn beloofd?
Minister Sjoerdsma:
Het moge evident zijn dat voor het Nederlandse bedrijfsleven zekerheid, voorspelbaarheid en eenduidigheid van cruciaal belang zijn. Hebben we dat de afgelopen maanden naar volle tevredenheid gezien? Ik denk niet dat dat het geval is, maar dat zal niemand verbazen. Onze inzet moet zijn om weer terug te gaan naar een situatie waarin er wel toch enige mate van voorspelbaarheid is, ook al willen wij de heffingen niet. Ik ben het met mevrouw Kröger eens: afgaand op het verleden moet je misschien niet de verwachting hebben dat de toekomst heel veel goeds gaat brengen. Tegelijkertijd zijn er signalen, waar wij ons aan vast kunnen en moeten houden, dat een deal met de Verenigde Staten een deal kan blijven. Als dat zo is, is dat voor Nederland en de Europese Unie van groot belang. Dat is voor onze onderlinge concurrentiepositie in deze wereld, Europese Unie versus andere blokken, essentieel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties meer van de leden. Dan wil ik in ieder geval aangeven dat er een tweeminutendebat is aangevraagd door mevrouw Kröger. Dat zal definitief doorgaan en staat gepland om 16.35 uur, plenair. Verder wil ik de minister bedanken voor alle reacties. Ik wil de Kamerleden bedanken voor alle reacties, in het bijzonder de heer Lohman, die voor de eerste keer zijn bijdrage kon doen. Dat was toch een soort maidenspeech. Uiteraard wens ik mevrouw Rajkowski heel veel succes. We zien haar uiteraard terug, helemaal gezond en wel. Ik wil de mensen op de publieke tribune, de mensen thuis en de mensen online bedanken. Dan sluit ik bij dezen de vergadering.