[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]
Datum 2026-03-02. Laatste update: 2026-03-02 18:07
Groen van Prinstererzaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

Wetgevingsoverleg commissie Digitale Zaken ter behandeling van de ontwerpbegrotingen BZK, EZK en J&V, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken

Opening

Verslag van een wetgevingsoverleg

De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 2 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, en de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, over De ontwerpbegrotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken.

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken,

Kathmann

De griffier van de vaste commissie voor Digitale Zaken,

Boeve

Voorzitter: Kathmann

Griffier: Boeve

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Beckerman, Van den Berg, El Boujdaini, Ceder, Emiel van Dijk, Kathmann, Rajkowski en Zwinkels,

en mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, en de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.

Aanvang 10.01 uur.

Wetgevingsoverleg commissie Digitale Zaken ter behandeling van de ontwerpbegrotingen BZK, EZK en J&V, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 12 september 2025 inzake plan van aanpak Periodieke Rapportage begrotingsartikel 6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving (30985, nr. 68);
  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (36800-VII);
  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026 (36800-XIII);
  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI);
  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 3 oktober 2025 inzake verzamelbrief Digitalisering oktober 2025 (26643, nr. 1423);
  • de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (commissie Digitale Zaken) (36800-VII, nr. 13);
  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 17 november 2025 inzake stand van zaken investeringsagenda (26643, nr. 1435);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 18 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (commissie digitale zaken) (36800-XIII, nr. 11);
  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 21 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (commissie Digitale Zaken) (36800-VI, nr. 16);
  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 9 december 2025 inzake plan van aanpak aangenomen ontraden moties ingediend tijdens het Notaoverleg over de Nederlandse Digitaliserings- strategie d.d. 29 september 2025 en het Tweeminutendebat Telecomraad (informeel) d.d. 9 oktober 2025 (26643, nr. 1441);
  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 december 2025 inzake verzamelbrief digitalisering december 2025 (26643, nr. 1450).

De voorzitter:

Beste allemaal, ik open deze vergadering van de vaste commissie voor Digitale Zaken. Aan de orde is het wetgevingsoverleg over de ontwerpbegrotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken. Ik heet vandaag bijzonder van harte welkom de bewindspersonen, de staatssecretaris van EZK, mevrouw Aerdts, en de staatssecretaris van BZK, de heer Van der Burg. Wat zijn jullie toch bofkonten dat jullie een hele week hebben gehad om jullie volledig voor te bereiden op al die begrotingen!

Staatssecretaris Van der Burg:

Zelfs dat niet eens!

De voorzitter:

Nee, precies: niet eens een week, inderdaad. Dat maakt het extra fijn dat u er bent. Natuurlijk ook van harte welkom aan mijn collega-Kamerleden. We hebben vandaag in totaal zeven uur de tijd voor dit wetgevingsoverleg. Ik denk dat we in de eerste termijn beginnen met vier interrupties per fractie. Zorg ervoor dat een vervolgvraag ook echt een vervolgvraag is en houd het ook een beetje kort. Dan bepalen we aan de hand van de tijd die nog beschikbaar is voor de tweede termijn, wat we doen met de interrupties in tweede termijn, want meer dan zeven uur hebben we gewoon niet.

Het is misschien voor de kijkers thuis en de mensen op de publieke tribune niet helemaal een begrip, maar we hanteren hierbij de sprekersvolgorde van de begrotingsbehandelingen. Daarom moet ik nu even mevrouw Rajkowski van de VVD vragen om het voorzitterschap van mij over te nemen, zodat zij het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid het woord kan geven.

Voorzitter: Rajkowski

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de eerste spreker, mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA, voor haar inbreng.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De digitale wereld staat in de fik. Miljarden euro's worden doorgesluisd naar het internationale grootkapitaal, sociale media vergiftigen onze samenleving en onze hele digitale overheid wordt in de uitverkoop gedaan. Of het nou DigiD, de NS of de Belastingdienst is: Nederland draait bijna volledig op Amerikaanse computers. Bedrijven en overheden weten steeds meer van ons. Met één datalek ligt al onze informatie op straat, zoals we konden zien bij Odido en het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.

Er zijn miljoenen Nederlanders die digitaal in de steek worden gelaten, voor wie het internet ingewikkeld is, die er niet uitkomen met de lastige formulieren en websites van de overheid. Ik heb het over mensen die recht hebben op financiële steun, maar die niet krijgen omdat DigiD te ingewikkeld is, en over Nederlanders voor wie internet en een telefoontje naast alle andere hoge kosten gewoon te duur is. Kortom, we staan voor een gigantische klus met z'n allen.

Mevrouw Aerdts en meneer Van der Burg: welkom in de commissie voor Digitale Zaken! Ik zei het net al als voorzitter en nu ook nog als lid van de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het is geweldig nieuws dat u er bent. Onze digitale wereld vraagt om een kabinet met een visie, met daadkracht, met plannen, met geld en met een mandaat. Er is geen tijd te verliezen.

Tegenover u zit een commissie met leden wiens handen jeuken. Van links tot rechts hebben wij de afgelopen jaren een koers uitgestippeld. Nederland moet los van het bigtechinfuus. We hebben een sterke techindustrie nodig en we moeten Nederland digitaal veiliger maken. We knokken in Europa voor onze privacy en stevige wetten om het internet vrij en veilig te houden. We maken de overheid, de zorg en het onderwijs digitaal toegankelijk. In deze commissie is er geen gebrek aan denkkracht, durf ik wel te zeggen.

GroenLinks-Partij van de Arbeid wil graag dingen in gang zetten. Wij zitten hier niet om moeilijk te doen, maar vooral om dingen te bereiken. Daarom heb ik vandaag een aantal moties voorbereid en ook gedeeld met andere partijen, te beginnen met cyberveiligheid. Pas als dingen fout gaan, realiseren wij ons het belang van digitale veiligheid. Vorige week zijn de gegevens van miljoenen Nederlanders bruut gelekt. Het is onderwerp van gesprek geworden. Dit weekend ging het op kringverjaardagen door het land vaak over de vraag: ben jij ook Odidoklant? Mensen zijn terecht bezorgd. Nog nooit zijn er zo veel persoonsgegevens op straat terechtgekomen. Ik mag verwachten dat het kabinet er alles aan doet om slachtoffers te helpen en om ook Odido bij te staan. Een aanval op deze schaal is niet meer iets tussen een bedrijf en zijn klanten. Dit is een zaak van nationaal belang.

100% veilig bestaat natuurlijk niet. Dat weten we allemaal. Geen enkel bedrijf kan je garanderen dat er nooit een cyberaanval zal komen. Het is daarom extra belangrijk om standaard digitale hygiëne toe te passen, zodat het risico zo klein mogelijk wordt. Dat doe je door goed databeleid, handhaving van bewaartermijnen, maatregelen tegen phishing en door digitale vaardigheden te ontwikkelen op de werkvloer. Steeds meer bedrijven stellen bijvoorbeeld een digitale hulpverlener aan. Het is natuurlijk zorgwekkend dat dit kon gebeuren. Vanzelfsprekende veiligheidsmaatregelen waren niet genomen. Er waren zo veel data opgeslagen en die werden veel te lang bewaard. Mensen willen terecht weten waar ze aan toe zijn. Ik verwacht dat het kabinet open en eerlijk zal zijn over de gevolgen van de hack. Mijn vraag is: hoe blijft u Nederland hierover informeren de komende tijd?

Mensen willen meer dan alleen informatie; ze willen ook wat doen. Dat geldt met name voor kwetsbare groepen, voor wie het lekken van gegevens nog pijnlijkere gevolgen kan hebben. Denk aan vrouwen in onveilige thuissituaties van wie de privégegevens, zoals een huisadres en telefoonnummer, nu al op het darkweb staan. Dat is gewoon echt een onacceptabel risico. De Digitale Dolle Mina's, een groep vrouwen die zich inzet om de digitale wereld terug te winnen voor het publieke belang, hebben praktische tips gedeeld, namelijk: dataminimalisatie moet altijd het uitgangspunt zijn binnen organisaties, zorg voor extra beveiliging van informatie van kwetsbare groepen, stop met het opslaan van gedetailleerde verhalen over geweld en dreiging, en communiceer transparant met tips, gericht op verschillende doelgroepen. Wat ben ik blij dat je bij de Digitale Dolle Mina's terechtkan voor hulp en informatie, maar dat zou je ook van de overheid verwachten. Daarom vraag ik het kabinet om het stappenplan van de Digitale Dolle Mina's te steunen. Welke stappen gaat dit kabinet zelf zetten om na een groot datalek mensen gerust te stellen en praktische tips te geven? Kan dat ook met oog voor kwetsbare groepen wier informatie nog gevoeliger is?

De tijd is eigenlijk rijp voor een nationaal plan voor digitale veiligheid. We moeten burgers op weg helpen en laten zien dat je dingen kan doen om jezelf te beschermen. Daarom pleit GroenLinks-Partij van de Arbeid al langer voor een basispakket digitale veiligheid: een nationale voorziening voor burgers die bestaat uit een soort digitaal EHBO-pakket, met daarin een VPN, een adblocker, een wachtwoordmanager en antivirussoftware. GroenLinks-Partij van de Arbeid wil dat de overheid de touwtjes in handen neemt. Ga samen met bedrijven optrekken om iets volledig nieuws te bouwen, iets wat werkt voor iedereen, iets wat gewoon één centrale plek is voor je essentiële beveiliging. Bouw samen met Nederlandse ICT'ers een pakket met open software, veiligheidssoftware. Biedt dat centraal aan. Zorg dat het op alle apparaten beschikbaar is en dat het is gemaakt met oog voor gebruiksgemak, zodat iedereen het kan gebruiken.

Cyberveiligheid is helaas voor heel veel mensen niet bereikbaar. Het is te ingewikkeld om te installeren, er is zo veel op de markt dat je keuzestress krijgt of het is simpelweg gewoon te duur. In deze digitale wereld moet je veiligheid eigenlijk ook niet privatiseren. Daar zijn de uitdagingen gewoonweg te groot voor. Ik snap dat hier al een markt voor is, maar als die niet levert wat mensen nodig hebben om zich nu te beschermen, dan moet je wat nieuws doen. Ik vraag het kabinet om met mij mee te denken over hoe zo'n basispakket digitale veiligheid eruit zou kunnen zien en op welke manier je dat kan realiseren.

Met digitale veiligheid kan je natuurlijk niet jong genoeg beginnen. Laatst bleek uit onderzoek van onder andere Stichting HackShield dat minstens de helft van de jongeren online onveilige situaties meemaakt. Bijna 90.000 kinderen hebben meegedaan aan dat onderzoek, dus het is een ongekend grote peiling. Dat moet ons aan het denken zetten. Je gunt ieder kind namelijk een veilige online omgeving met leuk sociaal contact. Daar moet je ze bij helpen, maar voor veel mensen is het ingewikkeld om met hun kinderen over de online wereld te praten. Gelukkig zijn er organisaties zoals HackShield, die speelse lespakketten maken die honderdduizenden kinderen in het klaslokaal bereiken. Het blijkt dé manier te zijn om ingewikkelde situaties die kinderen online meemaken, bespreekbaar te maken. De grootste digitale talentjes worden ook nog beloond als cyberhero. Een aantal daarvan worden de ethische hackers van de toekomst.

Op 5 februari kwam HackShield naar de Tweede Kamer om met ons te praten. Hoewel hun werk een groot succes is, blijft het financieel een uitdaging om snel op de laatste online trends te kunnen reageren. Hoe sneller er een nieuwe les is ontwikkeld, hoe beter die aansluit op wat jongeren echt meemaken. HackShield kan per kwartaal een lespakket maken, maar dat kost geld. Momenteel krijgt HackShield alleen bijdragen van scholen, gemeenten en private fondsen. GroenLinks-Partij van de Arbeid stelt vandaag voor om vanuit verschillende ministeries een steentje bij te dragen aan deze lessen, die nu al talloze klaslokalen bereiken. Dat stellen we ook voor in de initiatiefnota Veilig online, die is ingediend door onze oud-collega's Rosemarijn Dral van de VVD en Marieke Koekkoek van Volt, en die ik binnenkort mede zal verdedigen. We pleiten daarin voor een structurele financiering van organisaties die werken aan digitale veiligheid. Laten we in de tussentijd alvast wat doen en bijdragen aan het werk van HackShield. Het ontwikkelen van een lespakket kost €250.000 per jaar. Al is dat heus een groot bedrag, we kunnen dat minstens voor het komende jaar ophoesten. In de initiatiefnota staan al voorstellen voor dekkingen, zoals onbenut geld dat bestemd is voor digitale vaardigheden, preventie en cyberveiligheid, maar ik vraag de staatssecretaris graag om mee te denken over een geschikte dekking.

We hebben online echt wat te beschermen. Om onze cyberveiligheid te vergroten, moeten we voorkomen dat er zo ontiegelijk veel data over ons rondslingeren. Privacy is niet voor niets een grondrecht. Het recht op bescherming tegen de overmacht en datahonger van grote bedrijven en de overheid is in 2026 van essentieel belang. De allergrootste bedrijven ter wereld worden schatrijk van onze data. Het stelen, koppelen en doorverkopen van onze data is hun verdienmodel. Ook de overheid kan er wat van. Soms is het uit onkunde, omdat verouderde ICT-systemen het moeilijk maken om gegevens te wissen of omdat databescherming op de werkvloer nog niet tussen de oren zit, maar te vaak is het uit onwil, omdat zo veel data van burgers verzamelen ook wel heel handig blijkt te zijn als je mensen wil profileren of surveilleren.

Een kabinet dat zegt voor digitale veiligheid te zijn, moet een visie hebben op de manier waarop we met de data van burgers omgaan. Goede databescherming is de allerbeste manier om cyberveilig te zijn. Als je dat goed wil doen, moet je dus actief opkomen voor privacy en je altijd verzetten tegen massasurveillance. In nationale wetten, in ons beleid en ook in onderhandelingen over Europese regels moet Nederland knokken voor maximale cyberveiligheid. De Kamer heeft dit al bevestigd door keer op keer te stemmen voor het recht op end-to-endencryptie en te zeggen dat deze niet omzeild mag worden, en door het kabinet de opdracht te geven om in Europa kritisch te zijn op wetten die onze privacy kapotmaken. Ik wil als Kamerlid zeker weten dat dit ook het uitgangspunt blijft van het kabinet. Ik zal daar zo ook een motie over indienen.

Het kabinet is ambitieus op het gebied van digitale zaken. Althans, op papier staan er een hele hoop goede dingen. De afgelopen jaren hebben we die in de commissie vaak genoeg gezien. We roepen dan op papier de wereldvrede uit en vervolgens verandert er in de praktijk niet heel veel. Ik wil voorkomen dat we straks allemaal weer in Groundhog Day terechtkomen. Er zijn al een hoop belangrijke debatten geweest en de Kamer heeft al duidelijk gezegd welke kant het beleid op moet. Uw voorgangers schreven ook al de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. De basis ligt er al. Ik zou zeggen: doe daar de waslijst van aangenomen Kamermoties en de initiatiefnota's van de afgelopen twee jaar bij, schiet er een nietje doorheen en ga aan de slag. Ik zal ook met een motie voorstellen om dit te doen; als het nodig is, hoor, want u kunt dat natuurlijk ook alvast zelf bestendigen.

Een laatste kopzorg die ik graag wil oplossen, zit 'm in de centen. Ik ga straks nog wat meer dingen zeggen over de begroting, maar ik verklap alvast dat GroenLinks-Partij van de Arbeid bezorgd is over het budget voor digitalisering. Er wordt al jaren geen geld vrijgemaakt voor de grote ambities voor ICT. Uw voorganger, Eddie van Marum, maakte al een berekening. Er is ongeveer 950 miljoen per jaar nodig voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Dat is hét grote plan voor een onafhankelijk digitaal Nederland. Dat wordt straks betaald door het Rijk samen met andere overheden en organisaties, maar we hebben nog geen idee wat het Rijk bereid is te betalen. Wat we eigenlijk nodig hebben, zijn digitale Deltawerken. Deze tijd vraagt om een ongelofelijke transformatie van onze ICT, zodat burgers er altijd op kunnen rekenen. Zonder investeringen blijft het bij overlegtafels en onderzoeken. Ik wil weten of dit kabinet bereid is om die keuze te maken. Met een motie zal GroenLinks-Partij van de Arbeid vragen om op Prinsjesdag duidelijk te maken welk deel van die 950 miljoen euro het Rijk zal gaan betalen en hoe we dat gaan doen. Pas als we die keuze maken, kunnen we dingen in gang zetten en Nederland digitaal veilig maken.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben dolgelukkig om hier tegenover een nieuw kabinet met frisse ideeën te zitten. Maar het allerliefst zat ik tegenover één minister van Digitale Zaken, iemand die echt de politieke eindbaas is over onze ICT en al het digitale beleid. Zij is er niet gekomen en dat is doodzonde. Je kan het ook optimistisch zien: in plaats daarvan hebben we twéé staatssecretarissen Digitale Zaken. De een gaat over het digitale beleid, de ander gaat over de digitale uitvoering. Het was een grote verrassing toen ik dat zag, moet ik bekennen. We hebben nu een staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit. Zij is verantwoordelijk voor de infrastructuur en de autonomie, de digitale overheid, de digitale samenleving en de Digitale Dienst, waar ik straks nog wat vragen over heb. Dan is er de staatssecretaris Slagvaardige Overheid. Hij is de baas over AI binnen de overheid, de informatieveiligheid, digitale toegankelijkheid en ICT-organisaties zoals SSC-ICT en Logius, toevallig precies de dingen die zijn collega juist weer mag gaan coördineren. Er is ook een minister van Justitie en Veiligheid. Die mag dan weer gaan over de cyberveiligheid, toevallig de enige digitale zaak waar wél wat geld voor lijkt te zijn. Zijn staatssecretaris gaat dan weer over het beschermen van data en de Autoriteit Persoonsgegevens.

Mijn punt is duidelijk: het is gewoon wat ingewikkeld geworden. Dit is voor mij als Kamerlid best lastig te volgen, laat staan als je als burger meekijkt. Ik ga daarom deze ene keer wat vragen stellen over hoe jullie de rollen verdeeld hebben, zodat het daarna ook gewoon duidelijk is. Hoe is deze verdeling gemaakt? Waarom zijn bepaalde dingen bij Binnenlandse Zaken belegd en andere weer bij Economische Zaken? Was het niet verstandiger geweest om zowel het beleid als de uitvoeringsorganisatie bij één bewindspersoon te beleggen, zodat één iemand helemaal de baas is? Wat zijn de voordelen van deze verdeling? Zijn er in de formatie adviezen gemaakt waarop deze verdelingen zijn gebaseerd en, zo ja, kunnen we die als Kamer dan ontvangen? Dat zou de boel namelijk een stuk duidelijker maken. Op papier oogt het allemaal niet zo slagvaardig en efficiënt, maar ik hoop dat de staatssecretarissen het tegendeel bewijzen. Ik hoop voor ons en de bewindspersonen dat we straks niet voor elk debat weer iedereen samen moeten uitnodigen of nog meer bewindspersonen moeten uitnodigen. Dat is wel gezellig hoor, en als het nodig is, zullen we dat ook zeker doen. Eén ding hebben de staatssecretarissen in ieder geval gemeen, en dat is dat ze allebei eigenlijk geen geld hebben, op de begroting niet en in de financiële bijlage van de coalitieplannen niet. Dat is jammer, want de digitale ambities vallen of staan met de centen. Ik maak me daar echt zorgen over. Hoe denkt het kabinet al die ambities waar te maken zonder geld? Wanneer kunnen we een stevig financieel voorstel verwachten?

Het lijkt hier serieus weleens Groundhog Day, want elk jaar hebben we ditzelfde gesprek. Om als Kamerlid mijn werk te doen, moet ik weten hoe het geld wordt verdeeld, maar antwoord op de grote financiële vragen krijgen we heel vaak niet, dus moeten we het doen met de kostenpost ICT, waarvan eigenlijk niemand me ooit goed kan vertellen wat die is. Ik ga het dus nog een keer proberen: wat gaan deze staatssecretarissen doen om de Kamer meer inzicht te geven in de uitgaven op het gebied van Digitale Zaken? Gaan zij hun stinkende best doen om bestaande budgetten voor digitalisering zo veel mogelijk samen te brengen en duidelijk inzicht te geven in waarvoor het wordt gebruikt? Gaat het kabinet komen met één begroting voor Digitale Zaken, zodat we politieke besluiten kunnen nemen over hoe het geld verdeeld wordt voor dit onderwerp?

Dan de autonomie. GroenLinks-Partij van de Arbeid strijdt voor een sociaal, groen en digitaal Nederland. Digitalisering is nooit een doel op zich, maar een middel om de macht in onze samenleving eerlijker te verdelen. Het is een manier om duurzame innovatie aan te jagen, om onze economie sterk en onafhankelijk te maken, zodat die werkt voor mensen en niet voor het grote geld. Over dat laatste lees ik hele mooie woorden. Nog nooit heeft een kabinet zo stellig gezegd dat we digitaal autonoom moeten worden. Dat is goed, want dat is precies waar de Kamer het van links tot rechts over eens is. Ik herken een hoop punten uit mijn initiatiefnota uit 2024, Wolken aan de horizon, die ik samen met oud-Kamerlid Jesse Six Dijkstra schreef over cloudonafhankelijkheid. Ook de brede oproep van partijen uit het stuk Ons Digitaal Fundament is heel goed aangekomen. De centrale digitale dienst die we graag willen, gaat er gewoon komen. De invulling van de digitale dienst is nog wel een uitdaging. Ik ben benieuwd hoe het kabinet dit gaat oppakken. Hoe zien de staatssecretarissen één digitale dienst voor zich? Welke competenties moeten in zo'n digitale dienst terechtkomen voor het beste resultaat? Welke ICT-organisaties gaan mogelijk op in zo'n digitale dienst? Is het aan de staatssecretaris Slagvaardige Overheid of aan de staatssecretaris Digitale Economie om dit vorm te geven? Is het kabinet bereid om verschillende opties aan de Kamer voor te leggen, zodat er een politiek debat kan zijn over de voor- en nadelen van verschillende uitwerkingen?

Over autonomie heeft de Kamer ook genoeg gezegd. Vorig jaar hebben we hier vaker debatten over gehad, met als uitkomst een stevige opdracht: maak van de overheid een marktmeester die alternatieven voor big tech inkoopt, stop met onnodige migraties naar de Amerikaanse cloud, maak een plan B en een exitstrategie voor de ICT waarvan we nog afhankelijk zijn, ga samen met Nederlandse bedrijven een veilige rijkscloud bouwen, en stel een doel; in 2029 moet 30% van de clouddiensten van de overheid in Nederlands-Europese handen zijn. Dit waren moties van mij en mijn collega's. Ik vraag het kabinet om deze uit te voeren. Kunnen de staatssecretarissen uitleggen hoe zij dat gaan doen en wat zij daadwerkelijk anders gaan doen dan hun voorgangers, zodat de plannen van de Kamer ook worden uitgevoerd?

Dan de jongeren. Het is goed dat het kabinet plannen heeft voor de onlineveiligheid van jongeren. Het internet hoort veilig, leuk en vrij te zijn, maar door de gierigheid en de machtslust van big tech raken we eigenlijk steeds meer vrijheid kwijt. De techbro's van Trump pompen sociale media vol met haat en nepnieuws. Algoritmes maken ons verslaafd aan onze telefoons, zodat er nóg meer data van ons kunnen worden gestolen. Inmiddels weten zowel de techbedrijven als de cybercriminelen alles van ons. Het is keihard nodig dat we de macht van big tech openbreken met strenge wetten in Nederland en in Europa.

GroenLinks-Partij van de Arbeid beseft volledig dat het prikken is in een wespennest, want de techlobby en de furie van Trump liggen op de loer. Jaarlijks geeft big tech zo'n 150 miljoen euro uit aan lobby in Brussel. Amerikaanse ambassades hebben de opdracht gekregen om te lobbyen tegen de Europese internetwetten. Het huis van afgevaardigden heeft zelfs de frontale aanval geopend op onze toezichthouder, de ACM, en ngo's die zich inzetten voor privacy, omdat die in strijd zijn met de belangen van Elon Musk en Mark Zuckerberg. We moeten bereid zijn om die strijd aan te gaan, want we kunnen 'm winnen. Beter nog: we móéten 'm winnen — voor de digitale veiligheid, de privacy en de vrijheid van onszelf en van onze kinderen. De Kamer is hier al heel lang duidelijk over. Er moet een Europees, en anders een Nederlands, verbod komen op verslavende algoritmes. We moeten de internetwetten volop blijven handhaven en versterken. Kom met een digitale kijkwijzer, zodat kinderen en opvoeders weten wat de risico's zijn van onlineplatforms. Kan het kabinet vertellen hoe het deze wensen van de Kamer gaat uitvoeren en wanneer we actie kunnen verwachten? Wat mist er nog? Dit waren allemaal dingen om uit te werken, wat het kabinet op papier al belooft. Helaas zijn er ook een paar dingen die ik volledig mis en waar ik aandacht voor wil vragen. Daarna is het klaar hoor.

Ik wil beginnen met digitale inclusie. Digitalisering is een kans, zolang iedereen de kans krijgt om ervan te profiteren. We weten echter dat het tegenovergestelde ook waar is. Voor zo'n 4 miljoen Nederlanders is online dingen regelen weleens lastig. Voor 2,5 miljoen mensen is dat eigenlijk structureel een probleem. Er zijn te veel mensen in Nederland die digitaal in de knel zitten.

Al jaren strijd ik voor Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO's. Dat is dé plek waar je alle vragen over het internet kunt stellen. Er zijn er al honderden van in Nederland, in allerlei bibliotheken en buurthuizen. Toen het vorige kabinet hierop wilde bezuinigen, wist de Tweede Kamer dit met veel moeite terug te draaien. Ik ben daar ongelofelijk blij mee, maar het is niet genoeg. De IDO's redden namelijk gewoon mensenlevens. Dat heb ik met mijn eigen ogen gezien toen ik een paar dagen meeliep met het IDO in Rotterdam. Er kwam een dwarsdoorsnede van Nederland binnen: jong, oud, man, vrouw, mensen met allerlei achtergronden. Eén meneer blijft me nog steeds bij. Hij was 67 en had last van een hartkwaal. Hij was soms dakloos, maar altijd thuisloos. Het lukte hem niet om digitaal een AOW aan te vragen. Dat geld had hij hard nodig. Een IDO-medewerker hielp hem die aanvraag te doen. Hij werd niet doorverwezen, maar direct geholpen. Ik ben er echt van overtuigd dat dit zijn leven heeft gered. De IDO's zijn een voorbeeld van hoe je mensen op weg helpt, zonder bureaucratisch gedoe. In die loketten wordt geweldig werk gedaan, voor een hele kleine prijs. Ik vraag daarom aan de staatssecretarissen nogmaals het volgende: hoe zien zij de rol van de IDO's in een Nederland dat steeds digitaler wordt? Heeft het kabinet de ambitie om de IDO's verder te versterken, zodat nog meer mensen hun vraag ergens kwijt kunnen en goed geholpen kunnen worden? Is het kabinet bereid om te kijken of de IDO's een plekje in de wet kunnen krijgen, zodat per wet geregeld is dat burgers recht hebben op deze dienst?

Laten we wel wezen: de digitale wereld is niet alleen ingewikkeld, maar ook nog eens flink duur. Tel het maar bij elkaar op: je eigen telefoon, alle apparaten die je kinderen nodig hebben voor school, het internetabonnement zelf en genoeg mobiele data. Voor veel gezinnen in armoede is dat echt veel te veel. Volgens GroenLinks-Partij van de Arbeid is internet een basisvoorziening, want zonder verbinding val je al snel buiten de boot. Daarom heb ik in 2024 een motie ingediend om met de internetproviders in gesprek te gaan en betaalbaar internet te regelen voor huishoudens in armoede. Is die motie inmiddels uitgevoerd? Op welke manier zorgen we ervoor dat elke Nederlander internet heeft, ongeacht de dikte van diens portemonnee? Is het kabinet het met GroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat internet een basisvoorziening is? Wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat niemand wordt buitengesloten van de digitale wereld? De digitale kloof doet zich ook voor in de cyberveiligheid. Stichting Allemaal Digitaal deelde daarover een belangrijke waarschuwing. Er is een grote groep mensen die hun toegang verliezen tot hun bankrekening en DigiD doordat Android en Apple de besturingssoftware van oude smartphones niet meer bijhouden. Een andere groep kan die updates nog wel installeren, maar vindt dat heel ingewikkeld. Kortom, wat gaat de overheid doen om mensen te laten weten dat hun telefoons mogelijk verouderd raken en dat veiligheidsupdates noodzakelijk zijn? Dit speelt nu, want het speelt in maart en het is vandaag 2 maart. Hoe zorgt dit kabinet ervoor dat nieuwe hardware, zoals een gebruiksvriendelijke telefoon om zaken met de zorg en de overheid te kunnen doen, bereikbaar is voor alle huishoudens?

Dan nog iets wat mist in de kabinetsplannen: een visie op onlinerechten. Ik had het er al over: privacy is geen luxe maar broodnodige cyberveiligheid. Dit is een onderwerp waar het kabinet en de Tweede Kamer wel vaker op botsen. Denk aan het voorstel in Brussel voor chatcontrole, oftewel de CSAM-verordening. Het is volstrekt onacceptabel dat heel Europa te maken zou krijgen met massasurveillance en dat al onze appjes gescand zouden moeten worden. De Kamer heeft meermaals gezegd: dat mag nooit gebeuren. Eind vorig jaar heeft de Kamer nog een voorbehoud gemaakt ten aanzien van de Omnibuswetten van Europa. In dit dereguleringspakket van de Europese Commissie zitten plannen om privacywetgeving en AI-regulering te verzwakken. De Kamer heeft het kabinet op pad gestuurd met harde voorwaarden om dat te voorkomen. Maar in de plannen van het kabinet lees ik niks over dingen zoals het recht op end-to-endencryptie of het beschermen van online anonimiteit. Er staat zelfs dat het kabinet de Omnibuswetten steunt, terwijl de Kamer toch duidelijk heeft gezegd dat het niet ten koste mag gaan van belangrijke rechtsbescherming. Kortom, ik vraag aan dit kabinet: wat is de visie op het recht op end-to-endencryptie en online anonimiteit, hoe kijkt dit kabinet naar de Europese CSAM-verordening, dat plan voor chatcontrole en de waarschuwing van de AIVD dat dit onze nationale veiligheid zou aantasten? En steunt dit kabinet de Omnibus Digitaal en de Omnibus AI?

Dan zijn er nog allerlei keuzes die gemaakt moeten worden over de infrastructuur. We moeten namelijk als een speer gaan investeren in nieuwe zeekabels. Niet voor niks droeg ik met Prinsjesdag de zeekabelhoed, die nu elk jaar doorgegeven gaat worden aan een ander digitaal Kamerlid. De markt heeft namelijk gefaald. Het lukt de private partijen maar niet om zeekabels aan te leggen. Als de overheid op haar handen blijft zitten, worden we door al onze buurlanden ingehaald en komt er straks nooit meer een zeekabel naar Nederland. Onze kabels zijn oud en worden binnenkort ontmanteld, dus wat gaan we doen? Gaan we staan kijken terwijl onze digitale infrastructuur in elkaar zakt of gaan we ambitieus investeren in datakabels?

De Kamer heeft allerlei moties aangenomen die oproepen om nieuwe kabels in Nederland aan te landen. Eentje spreekt uit dat we een Arctische zeekabel naar Nederland willen halen met publieke financiering, eentje vraagt om de Far North Fiber hierheen te halen en nog eentje vraagt om een plan om Caribisch en Europees Nederland te verbinden met een nieuwe zeekabel. Ik ben wel benieuwd wat het kabinet met deze aangenomen moties gaat doen. Gaat de staatssecretaris op de volgende begroting geld vrijmaken voor digitale infrastructuur en het aanleggen van deze nieuwe kabels? Zijn we het met elkaar eens dat de markt die kabels niet gaat leggen, maar dat we met publieke investeringen wel stappen kunnen zetten? Gaat het kabinet de publieke financieringsopties die zijn uitgewerkt naar aanleiding van mijn motie ook echt verder uitwerken en hiervoor gebruiken?

Ook voor AI-infrastructuur tikt de tijd maar door. In dit voorjaar worden er vijf AI-gigafabrieken aanbesteed in Europa. Dit is een enorme hoop rekenkracht, die we kunnen realiseren met Europees geld. Nederlandse spelers bereiden zich ook voor om mee te doen, maar het is onduidelijk of het Rijk ook iets gaat doen. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe zij kijkt naar de komst van een AI-gigafabriek naar Nederland, wat de rol van zo'n gigafabriek in de digitale infrastructuur in Nederland zou zijn, of het kabinet het plan steunt en wat het gaat doen om het succesvol naar Nederland te halen. Een sterke infrastructuur houdt ons veilig. Het is nodig dat Defensie ook aan tafel zit als er gepraat wordt over zeekabels en soevereine datacenters. Beter nog, de Kamer heeft met een motie ook gevraagd om Defensie structureel te betrekken bij digitalisering. Hoe gaan deze staatssecretarissen samenwerken met hun Defensiecollega's om in het nationale belang de digitale infrastructuur te versterken? Is het een optie om bepaalde …

De voorzitter:

Excuus, mevrouw Kathmann. Ik ga u toch even onderbreken. Het is een WGO, dus u mag onbeperkt spreken. Wel wil ik aangeven dat u 30 minuten had opgegeven voor de eerste en tweede termijn bij elkaar. U zit op 25 minuten. U mag natuurlijk spreken zolang u wilt, maar in het kader van verwachtingsmanagement wil ik even vragen hoeveel u ongeveer nog moet.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ik ben bijna klaar. Ik lig helemaal op schema, althans, mijn eigen schema.

De voorzitter:

Oké. Ga uw gang.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

De vraag was: hoe gaan deze staatssecretarissen samenwerken met hun Defensiecollega's om in het nationale belang de digitale infrastructuur te versterken? Is het een optie om bepaalde projecten samen met Defensie te financieren? Zo ja, welke projecten zouden dat kunnen zijn?

Ik ga afronden, maar niet voordat ik dit laatste belangrijke punt maak. In de plannen van het kabinet staat niks over digitalisering in Caribisch Nederland. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba lopen nu al tegen de limieten van de digitale infrastructuur aan. Als we goede ICT-plannen maken voor Europees Nederland, wordt elke keer eigenlijk weggekeken van hoe we die voor Caribisch Nederland ook laten werken. Kabinet na kabinet belooft dat de digitale dienstverlening in het hele Koninkrijk gelijk moet zijn — dat is gelijkwaardigheid — maar elke keer dat er een datawet of ICT-wet wordt gemaakt, wordt Caribisch Nederland vergeten. De schouders worden opgehaald, want het is duur of ingewikkeld. Daarom diende ik vorig jaar een motie in, die unaniem is aangenomen, om de privacybescherming in heel het Koninkrijk op gelijk niveau te krijgen. Dat vraagt om forse investeringen in betere ICT op de Caribische eilanden. Daarover gaan mijn laatste vragen aan het kabinet. Wat is de visie van dit kabinet op digitalisering in het hele Koninkrijk? Wat gaat het kabinet doen om de digitale infrastructuur en ICT in Caribisch Nederland te versterken? Kunnen we dan van dit kabinet verwachten dat wetgeving over digitalisering ook altijd van toepassing wordt in Caribisch Nederland?

Het moge duidelijk zijn dat dit geen saaie jaren worden. Op het gebied van digitale zaken is er nog een hele wereld te winnen. Ik kijk er oprecht naar uit om met dit kabinet samen te werken om al die goede ambities waar te maken. Ja, er bestaat wel degelijk zoiets als een linkse cloud en rechtse wifi. Het hoort ook in de politiek dat je van mening verschilt, maar in deze commissie geldt dat voor zo'n 20% van de onderwerpen. Laten we met z'n allen ook gewoon blijven kijken naar de 80% van de onderwerpen waar we van links tot rechts echt allemaal achter staan, maar die daardoor ook weleens vergeten worden of vertraging oplopen. Ik kijk ook uit naar de antwoorden van de staatssecretarissen. Ik wens u allebei, en natuurlijk alle medewerkers en alle mensen achter de schermen, heel veel succes, niet alleen met de beantwoording van de deze stapel vragen.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. Ik geef het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Kathmann.

De voorzitter:

Ja, dank u wel, voorzitter. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Rajkowski van de VVD. O, mevrouw El Boujdaini van D66, bedoel ik. Sorry, we zitten in begrotingsvolgorde; dat klopt.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ja, dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin wil ik ook graag de nieuwe bewindspersonen welkom heten. Ik kijk heel erg uit naar de constructieve samenwerking die we de komende periode gaan hebben.

Voorzitter. Technologie heeft onze samenleving ingrijpend veranderd. AI schrijft sollicitatiebrieven, algoritmes bepalen wat we zien en navigatieapps sturen het verkeer in onze steden. Steeds meer mensen delen hun leven op sociale media en met AI, maar mensen vraag zich ook af: blijft mijn baan bestaan, is wat ik zie nog echt en wie heeft de macht? Want de macht verschuift naar platforms en cloud- en AI-providers buiten onze democratische controle om. Dat vraagt om politieke sturing. Afgelopen week kwam ons ter ore dat Trump zijn diplomaten de opdracht gaf om te lobbyen tegen pogingen om digitaal soeverein te zijn. Dit baart mij zorgen. Wij gaan zelf over onze soevereiniteitsagenda, samen met de EU. Hoe kijkt de staatssecretaris naar de startende lobby tegen onze soevereiniteitsagenda? Wat kan het kabinet hiertegen doen?

Voorzitter. Nu onze digitale soevereiniteit zo onder druk staat, ben ik heel erg blij met de ontzettend ambitieuze plannen van deze coalitie. Voor het eerst heeft Nederland een staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, met het expliciete mandaat om Nederland digitaal autonoom te maken en met een heldere boodschap. Grote IT-projecten worden centraal getoetst aan IT-standaarden, en inkoop en aanbestedingen worden gestandaardiseerd en gecentraliseerd waar dat nodig is. Ook komt er een rijksbrede digitale dienst. We versterken de technische expertise van de overheid en we kiezen voor een Europees-Nederlandse techsector met een nationale aanpak voor digitale infrastructuur, een agentschap voor disruptieve innovatie en een investeringsinstelling.

Tegelijkertijd bespreken we vandaag een begroting uit een tijd waarin digitale soevereiniteit en onze digitale economie nog niet het zwaartepunt waren dat ze nu zijn, en dat terwijl het kabinet er net zeven dagen zit. Dat vraagt van ons ook om vooruit te kijken.

Voorzitter. Digitale soevereiniteit staat hoog op de politieke agenda, omdat het ons steeds duidelijker wordt dat wij de regie moeten terugpakken in deze geopolitieke context. De aandacht was al eerder gevestigd op de Belastingdienst, en afgelopen week gebeurde dat weer. Een nieuw IT-systeem dat de btw moet innen, is wéér volledig Amerikaans. Iedere keer komt er weer iets aan het licht. We verzanden steeds in dit soort incidenten. Daar moeten we een oplossing voor vinden, maar dat kan alleen als we niet meer worden overvallen en weten hoe de overheid ervoor staat. We moeten weten welke afhankelijkheden we hebben om op tijd te kunnen bijsturen. Daarom vraag ik de staatssecretaris: kan er uitgezocht worden waar onze grootste kwetsbaarheden zitten, waar we als eerste mee aan de slag moeten om zelf de regie daarop terug te pakken en goede keuzes te maken? Kan de staatssecretaris de Kamer een overzicht sturen van de grote ICT-aanbestedingen die de komende twee jaar gepland staan binnen het Rijk en uitvoeringsorganisaties? Ook heb ik de vorige staatssecretaris van BZK gevraagd om een lijst van grote IT-contracten die in de komende twee jaar aflopen. Kan het kabinet dit de Kamer nog toesturen? En kan daarbij ook worden aangegeven welke migraties of overstappen naar nieuwe cloudomgevingen op de planning staan?

Voorzitter. Dan het datalek bij Odido, waarschijnlijk het grootste datalek dat Nederland ooit heeft gekend. Dit raakt mensenlevens. Bankrekeningnummers, documentnummers van identiteitsbewijzen en zelfs zeer gevoelige informatie van slachtoffers van huiselijk geweld en stalking zwerven nu allemaal rond op het darkweb. Bedrijven zoals Odido hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit kan in de toekomst echt niet meer gebeuren. Daarom heb ik enkele vragen. Klopt het dat Odido gegevens van oud-klanten langer dan toegestaan bewaarde? Is hier daarom ook sprake van AVG-overtredingen? Welke sancties of maatregelen kan de overheid opleggen als bedrijven structureel te lang data bewaren? Wat kunnen mensen van wie de gegevens onderdeel zijn van het datalek doen om zichzelf te beschermen? Is onze bestaande wetgeving toereikend? Zou er dan beter gehandhaafd moeten worden? Of moet het toezichthouderschap misschien steviger ingericht worden? Wat kunnen we leren van dit datalek, zodat de juiste maatregelen getroffen kunnen worden om dit in de toekomst te voorkomen?

Voorzitter. AI verandert onze economie fundamenteel. Het biedt kansen voor bedrijven bij productontwikkeling, helpt processen te automatiseren en kan ook softwareontwikkeling, kennis en ideevorming democratiseren. Tegelijkertijd verschuiven de machtsverhoudingen. OpenAI, Meta en Google bepalen hoe AI redeneert en welke bronnen er worden aangesproken. We zien de schaduwkanten hiervan. Schrijvers en makers ontdekken dat hun werk zonder toestemming is gebruikt. Jonge meisjes zien naaktfoto's van zichzelf voorbijkomen die ze nooit hebben gemaakt: deepfakes. Banen veranderen sneller dan mensen kunnen bijbenen. AI is een infrastructuur geworden, en infrastructuur laat je niet volledig door anderen bepalen. Het is zo belangrijk dat we ook in Europa zelf bouwen. Daarom ben ik trots op TNO, SURF en het NFI, en op het initiatief rond GPT-NL. Want wat zou het krachtig zijn als we GPT-NL op onze scholen laten draaien, als ambtenaren ermee werken in plaats van alleen met Amerikaanse modellen en als we het kunnen opschalen naar een GPT-EU — niet door het halve internet te scrapen, maar met hoogwaardige data, respect voor auteursrechten en journalisten die eerlijk betaald worden. Dat is digitale autonomie op Nederlandse wijze. Maar dat vraagt wel om een goede data-infrastructuur en om het beter bundelen en standaardiseren van openbare data. Daarom heb ik ook hierover een aantal vragen. Wat doet het kabinet concreet om hoogwaardige publieke datasets veilig te ontsluiten voor Nederlandse AI-ontwikkeling? En ziet de staatssecretaris kansen om GPT-NL door te ontwikkelen naar GPT-EU?

Voorzitter. We moeten dus zelf bouwen en niet alleen gebruiker zijn. We moeten goede keuzes maken om strategisch in te kopen. Dat brengt mij bij mijn volgende punt: slim inkopen en gebruikmaken van de miljarden die we jaarlijks al besteden aan ICT. We moeten betere keuzes maken en richting geven. Dat betekent wat mij betreft niet dat we iedere euro tot op de cent precies inzichtelijk moeten maken, want dat gaat z'n doel voorbij. Maar de suggestie om een rijke financiële paragraaf op te nemen in projecten en programma's klinkt als een goed plan. Hoe ziet de staatssecretaris dit?

Voorzitter. Dan komen we bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie aan. Nu komt er ook zo'n financiële paragraaf voor de NDS, maar de brief van het vorige kabinet met de stand van zaken daarvan stemt mij weinig hoopvol. Het lijkt eerlijk gezegd meer op een berekening op de achterkant van een bierviltje. Ik ben het dan ook eens met de kanttekeningen van begrotingsrapporteur Kathmann. Veel dank ook voor uw werk, mevrouw Kathmann. Er ontbreken namelijk een onderbouwing van de cijfers, een prioritering en een overzicht van wat er uit bestaande middelen kan worden gedaan en welke andere financieringsbronnen er kunnen worden aangesproken. Daarom heb ik ook hierover een aantal vragen. Hoe ziet de staatssecretaris dit proces de komende periode? Welke politieke wegingen moeten er plaatsvinden? Hoe gaat de staatssecretaris dit prioriteren?

Voorzitter. Ik wil het ook hebben over de regie op onze vitale digitale infrastructuur. Deze is inmiddels net zo vitaal als onze energievoorziening en de waterkeringen. Regie betekent niet: alles nationaal doen. Het betekent vooral bewuste keuzes maken, zeker rond systemen als DigiD. Een opvolger daarvan is de European Digital Identity Wallet, ook wel de EDI-wallet genoemd. Nederland ontwikkelt daarom de NL-wallet, zodat burgers meer regie krijgen over hun gegevens. Dit biedt ook kansen voor bedrijven. Volgens de eIDAS-verordening moet eind 2026 minstens één EDI-wallet beschikbaar worden gesteld.

Daarom heb ik hier vragen over. Hoe staat het met de ontwikkeling van de NL-wallet? Wordt de deadline van eind 2026 voor het beschikbaar stellen van de NL-wallet gehaald? Zo nee, hebben we hier dan wel een plan voor? Kiest Nederland voor een overheidswallet of voor een ecosysteem met meerdere, ook private wallets met strikte certificering en eisen? Waarom kiest Nederland ervoor om onderdelen van het EDI-walletstelsel zelf te ontwikkelen? Sluit de ontwikkeling van de NL-wallet ook aan op andere EU-landen waar al gebouwd en beproefd wordt via open standaarden en herbruikbare componenten? Wordt de NL-wallet in de toekomst samen met de markt ontwikkeld? Ziet de staatssecretaris de wallet als kans voor veilige en privacyvriendelijke leeftijdsverificatie?

Voorzitter. Dan wil ik het nog graag hebben over de zeekabels, want meer dan 95% van het internationale dataverkeer loopt via onderzeese zeekabels. Regie op vitale digitale infrastructuur gaat verder dan alleen Nederland. Het gaat ook om het Caribische deel van het Koninkrijk. Zeekabels zijn ook daar cruciaal voor verbinding en digitale soevereiniteit. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Onderschrijft de staatssecretaris ook het belang van de soevereiniteit van het Caribische deel van het Koninkrijk? Ik heb hier later ook nog een voorstel over.

Tot slot, voorzitter. Ik ben ontzettend benieuwd naar de uitwerking van de ambitieuze plannen van dit kabinet. Technologie kan onze levens en economie versterken, maar ook onzekerheden over banen, veiligheid en afhankelijkheid vergroten. We staan nu echt op een kantelpunt: óf we blijven digitaal gebruiker van andermans systemen óf we gaan bouwen aan onze eigen digitale toekomst. Laten we dus zorgen dat Nederland niet alleen gebruiker is, maar ook bouwer. Aan de slag.

De voorzitter:

Ik zie geen interrupties. O, er is toch een interruptie van de heer Van den Berg van JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik wilde mevrouw El Boujdaini eerst even laten uitspreken. Ik hoor een hele hoop positieve zaken waarmee we het als JA21 eens zijn. We maken ons primair zorgen dat er ondanks de goede ambities geen budget voor staat gereserveerd. Ik vraag me af of mevrouw El Boujdaini kan toelichten hoe zij daarnaar kijkt. Hoe gaan we de ambitieuze agenda in de komende jaren ook echt realiseren?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

De afgelopen jaren hebben we echt heel veel geld uitgegeven aan ICT. Wij hebben daar nooit een aparte regel voor gehad. Wel besteden we aan en kopen we in zonder duidelijke keuzes te maken en zonder te prioriteren waaraan we het geld nou echt willen besteden. Er wordt dus echt al heel veel geld uitgegeven. Dat geld is dus al beschikbaar. Het enige wat ons echt te doen staat, is de keuzes maken. Waar gaan we het aan uitgeven? Wie willen we dat ons digitaal gezien gaat bedienen? Dat vraagt dus ook om een andere aanpak en een andere richting. Dat gaat niet alleen maar over de vraag of er een potje klaarstaat of niet.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat is helder. Inderdaad, er wordt gelukkig al een hele hoop geld besteed aan digitalisering. Maar een concreet voorbeeld is dat in het coalitieakkoord staat dat ook IT'ers marktconform beloond moeten gaan worden. Ik weet uit ervaring dat zelfs mbo'ers op ICT meer dan een ton per jaar kunnen verdienen. Wel denk ik dat het heel goed zou zijn als er een budget komt om dat ook echt te kunnen betalen, of anders een potje waar we het uit kunnen halen. Hoe kijkt mevrouw El Boujdaini daarnaar?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Per jaar geven we nu ongeveer 3,7 miljard euro uit aan inhuur, waarvan het grootste gedeelte gaat naar IT'ers, dus naar IT-inhuur. We zitten zelfs op 15% inhuur, terwijl de Roemernorm 10% is. Dat betekent dat we daar veel te veel geld aan uitgeven. Het is juist een hele mooie ontwikkeling dat we IT-talenten naar ons toe willen trekken en voor ons als overheid willen laten werken. Zo kunnen we besparen op de inhuur, waarmee geld wordt vrijgespeeld dat we inderdaad weer kunnen uitgeven aan goede IT-mensen. Ik denk dus dat er echt heel veel kansen liggen en dat we juist naar dat soort dingen moeten kijken: waar kunnen we het geld slimmer en beter inzetten? Ik denk dat zo'n IT-specialist inderdaad een heel goed voorbeeld is van een manier om dat anders te doen.

De heer Van den Berg (JA21):

Afrondend. Daar ben ik het helemaal mee eens. Dan zou ik zeggen: aan de slag met voorstellen om echt te gaan zorgen voor minder inhuur. Dat betekent wel dat we daarvoor aan de voorkant, bij de aanbestedingen, concrete regels moeten gaan vaststellen. Ik nodig de partijen dus uit voor een gezamenlijk voorstel.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ik ben er helemaal voorstander van om samen aan de slag te gaan.

De voorzitter:

Nou, dat is mooi. Dan is het woord nu aan de heer Van Dijk van de fractie van de PVV.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Voorzitter, dank u wel. De PVV-fractie wil een digitaal Nederland dat veilig en soeverein is. Digitalisering is een kans om ons land efficiënter, sterker en onafhankelijker te maken. Zonder keiharde cybersecurity en een overheid die hierop de regie pakt, wordt het echter een levensgroot risico voor burgers, bedrijven en de nationale veiligheid. Het recente datalek bij telecomprovider Odido, waarbij persoonsgegevens van ruim 6,2 miljoen klanten zijn gelekt en inmiddels op het internet zijn gezet, vormt een schrijnend voorbeeld van falend digitaal beleid en roept ernstige vragen op over de naleving van de AVG.

De inbraak die op 7 en 8 februari werd uitgevoerd door hackersgroep ShinyHunters, omvatte gevoelige informatie zoals namen, adressen, telefoonnummers, e-mailadressen, geboortedata, IBAN-nummers en identiteitsgegevens uit paspoorten of rijbewijzen. De vraag is of dit incident een schending is geweest van artikel 32 van de AVG, dat organisaties verplicht tot het nemen van passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen. Het systeem van Odido is kwetsbaar gebleken voor aanvallen. Dat wijst op onvoldoende robuuste beveiliging en monitoring. Hoe kon een bedrijf dat miljoenen privacygevoelige klantgegevens in zijn database heeft staan, deze aanval niet afweren? Dit is niet alleen een technisch manco, maar ook een strategische blunder, die de privacy van burgers op het spel heeft gezet en die de komende vele jaren kan leiden tot identiteitsdiefstal of phishingcampagnes, met alle nare gevolgen van dien.

Bovendien schiet Odido tekort in transparantie en tijdige communicatie, een kernvereiste onder de AVG. Hoewel het bedrijf de inbreuk meldde aan de Autoriteit Persoonsgegevens en zijn klanten informeerde via e-mail of sms, kwam pas na journalistiek onderzoek aan het licht dat er ook interne klantnotities met gevoelige details waren gestolen. Die informatie had Odido in eerste instantie onder de pet gehouden. Dit druist in tegen de artikelen 33 en 34 van de AVG, die stellen dat er bij een zeer hoog risico binnen 72 uur melding moet worden gemaakt aan de betrokkenen. De vertraagde erkenning van de volledige omvang van het lek suggereert de neiging om de omvang van dit fiasco te bagatelliseren. Odido beweerde zelf niet op de hoogte te zijn van de notities, hoewel de hackers hiervan een sample hadden aangeboden. Dergelijke omissies vergroten het risico voor getroffen individuen en ondermijnen het vertrouwen in de sector.

Ten slotte illustreert deze casus de bredere zwakte van het Nederlandse digitale landschap onder de AVG. Ondanks strenge regels lijken boetes en sancties onvoldoende afschrikwekkend. Odido weigerde losgeld te betalen, wat volkomen begrijpelijk is, maar de publicatie van data op het internet na het verstrijken van het ultimatum op 26 februari heeft de schade wel verergerd. De Autoriteit Persoonsgegevens moet hier een diepgaand onderzoek naar instellen. Ik begrijp dat ze dat ook aan het doen zijn. Wat de PVV betreft, moeten maximale boetes tot 4% van de wereldwijde omzet worden opgelegd om herhaling te voorkomen. Zonder strengere handhaving blijft de AVG namelijk een papieren tijger, terwijl burgers de dupe worden van corporate nonchalance. Odido's beloften van additionele maatregelen klinken hol na dergelijk grootschalig falen.

Het is tijd voor echte accountability in plaats van excuses. De PVV vindt dan ook dat gedupeerden ruimhartig tegemoet moeten worden gekomen. De tijd dat dit soort bedrijven zonder gevolgen hun klanten kunnen duperen moet maar eens afgelopen zijn. De PVV heeft dan ook een aantal vragen voor de bewindslieden. Hoe kan het dat dit grote datalek heeft plaatsgevonden onder toezicht van het Agentschap Telecom en de ACM? Kan de staatssecretaris aangeven wat hij gaat doen om te voorkomen dat grote bedrijven roekeloos privacygevoelige data, zoals paspoorten, ID-kaarten en rijbewijzen, veel langer dan noodzakelijk opslaan? Is de staatssecretaris het met de PVV eens dat deze gevoelige persoonsgegevens niet langer dan nodig mogen worden opgeslagen? In het geval van een telefoonboer als Odido betekent dit dus dat ze na het verifiëren van de identiteit die gegevens binnen 24 uur verwijderen van hun systemen. Langer hebben ze die namelijk helemaal niet nodig. En is de staatssecretaris bereid om dataminimalisatie af te dwingen? Kan de staatssecretaris aangeven of het klopt dat, nu er zo veel identiteitsbewijzen, paspoorten en rijbewijzen zijn gelekt, de overheid heeft geadviseerd om de identiteitsdocumenten van gedupeerden niet te vernieuwen? Zo ja, is de staatssecretaris dan bereid het zekere voor het onzekere te nemen en tóch klanten waarvan hun ID-gegevens op het internet liggen te adviseren een nieuw bewijs aan te vragen? En is de staatssecretaris dan ook bereid om ervoor te zorgen dat de kosten die hiermee gemoeid zijn volledig voor rekening van Odido komen?

Hetzelfde geldt eigenlijk voor alle andere schade die burgers, al dan niet in de toekomst, als gevolg van dit lek oplopen. De PVV vindt dat bedrijven hun verantwoordelijkheid moeten nemen om uiterst voorzichtig om te gaan met andermans privacy. Als dit moedwillig niet gebeurt, dan moeten daar consequenties aan zitten om bedrijven te bewegen om te kiezen voor veiligheid in plaats van voor het ongelimiteerd opslaan van allerlei privacygevoelige informatie die ze eigenlijk geen ene donder aangaat.

Voorzitter. Is de staatssecretaris het dus met de PVV eens dat, als het gaat om schadevergoedingen, de bewijslast bij het bedrijf moet komen te liggen en dat de klant geen risico's moet lopen bij het lekken van zijn informatie in plaats van dat de klant moet aantonen dat hij schade lijdt als gevolg van een lek? Het is natuurlijk de omgekeerde wereld dat als je paspoort, medische gegevens en je IBAN-nummer in een mooi pakketje op straat liggen, je de komende jaren digitaal over je schouder moet kijken of je identiteit niet wordt gestolen, je bankrekening niet wordt leeggehaald, er geen contracten op je naam worden afgesloten en je niet het doelwit wordt van phishingcampagnes, terwijl een bedrijf de handen in onschuld kan wassen en kan volhouden dat er geen schade wordt geleden. Mijn vraag is dus of de staatssecretaris bereid is om hier actie op te ondernemen.

De voorzitter:

Meneer Van Dijk, u heeft een interruptie van mevrouw Rajkowski van de VVD.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Ik kan een heel eind meegaan met de PVV als het gaat om alle zorgen rondom de mensen die in het datalek zitten en voor wat er misschien allemaal nog gaat komen, aangezien nog niet alle data is gepubliceerd. Ik hoor alleen ook een oproep om voor bepaalde bedragen te gaan beboeten. Er wordt daarmee geïnsinueerd dat er geen toezichthouder meer nodig is en dat de politiek zou gaan bepalen welke bedrijven welke boetes zouden krijgen. Heb ik dat goed begrepen? Als het antwoord ja is, heb ik namelijk nog een vervolgvraag.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Dat heeft u goed begrepen. Ik verwijs naar de 4% van het bedrag dat aan boetes kan worden opgelegd dat is opgenomen in de AVG. Uiteraard gaat de toezichthouder daarover, maar ik zou wel graag vanuit de politiek zien dat wij daarin stelling nemen. Als het gaat om 6,5 miljoen burgers die gedupeerd worden door een bedrijf, dan kan dat niet zonder consequenties blijven en kunnen wij niet zomaar overgaan tot de orde van de dag. Daar moet echt gevolg aan worden gegeven, zodat dit in de toekomst niet meer gebeurt. De enige manier waarop bedrijven dat leren, is door het krijgen van boetes en niet door ermee weg te komen.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dat ben ik zeker met de PVV eens. Daarom hebben we in Nederland zoiets moois als de rechtsstaat. Wij hebben een toezichthouder. We hebben rechters. Er kunnen allemaal rechtszaken gevoerd worden als bedrijven grove nalatigheid vertonen en mensen in de problemen brengen, terwijl dat helemaal niet nodig was geweest. Daar kan dan op geacteerd worden. Op het moment dat de politiek hier gaat bepalen welke bedrijven welke boetes opgelegd moeten krijgen, hebben we dus eigenlijk geen rechtsstaat meer nodig. Dat is het moment waarop ik op ga staan. Het is niet aan ons om te bepalen welke bedrijven hoeveel boetes krijgen. Als het goed is, kent mijn collega van de PVV niet het hele dossier, tenzij hij zelf onderdeel van de hackersgroep is. Ook de oproep daartoe vind ik dus zeer onzorgvuldig. Ik wil toch nog even gezegd hebben dat ik natuurlijk alle zorgen over Odido onderschrijf, maar laten we dit wel zo netjes en rustig mogelijk oplossen. De verantwoordelijkheid van de politiek hierin is om gedupeerden zo goed mogelijk te helpen. Als het gaat om wet- en regelgeving en beleid, hebben wij dan touwtjes in handen of knoppen waar we aan kunnen draaien om dit zo veel mogelijk te kunnen voorkomen? Daar zal ik straks in mijn spreektekst ook enkele voorstellen voor doen.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Wij maken hier met z'n allen de regels en wetten. Als wij vinden dat die regels en wetten onvoldoende uitgerust zijn om de privacy van onze burgers te beschermen en om bedrijven aan te sporen om daadwerkelijk de privacy te waarborgen, dan kunnen we hier gewoon de oproep doen dat de fouten die hier gemaakt zijn, niet zonder consequenties kunnen blijven. We moeten staan voor de privacy van de burgers en voor de rechten van die burgers en we moeten niet achter het bedrijfsleven gaan staan dat te pas en te onpas allerlei privacygevoelige data opslaat, zelfs tot medische data aan toe of data over het feit dat iemand onder toezicht staat of in de schuldhulpverlening is. Dat zijn gewoon data die het bedrijfsleven helemaal geen ene bal aangaan. Daar moeten we die bedrijven absoluut niet mee weg laten komen.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Maar dan constateer ik dat de PVV eigenlijk bedoelt dat er dus een lacune in de wetgeving is. Dat is inderdaad waar onze verantwoordelijkheid ligt, zoals de heer Van Dijk zegt. Dan verwacht ik ook dat er een voorstel komt over waar we iets kunnen verbeteren, zodat we daar met elkaar over kunnen hebben hier. Anders zijn het namelijk alleen maar oproepen om slachtoffers te helpen. Die zullen we met z'n allen onderschrijven; dat kunnen we met z'n allen ook doen. Het moeilijke aan ons werk is om vervolgens te kijken hoe we er nou met wet- en regelgeving en beleid voor kunnen zorgen dat we dit in de toekomst zo veel mogelijk voorkomen. Dan verwacht ik van een serieuze en grote partij dat die ook met ideeën voor oplossingen komt op het moment dat die zorgen uit. Die heb ik nog niet gehoord.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Dat komt omdat u met een interruptie kwam en ik mijn verhaal nog niet had afgemaakt. Ik hoor ook graag van de staatssecretarissen hoe zij dat zien. Zoals ik heb gezegd: er is geen lacune; er bestaat gewoon een mogelijkheid om tot 4% van de wereldwijde omzet aan boetes op te leggen. Daar ben ik dan ook een groot voorstander van. De wet- en regelgeving ligt er; maak er dan ook gebruik van. Laat zien dat de AVG geen papieren tijger is. Laat zien dat je het feit dat er 6,2 miljoen identiteitsbewijzen of privacygevoelige informatie van 6,2 miljoen burgers op straat komt te liggen, serieus neemt. Dat is mijn antwoord.

De voorzitter:

U kunt verder met uw betoog.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Tot slot. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer de Cyberbeveiligingswet echt in werking treedt? Welke boetes en dwangsommen die, in tegenstelling tot vrijblijvende papieren verplichtingen, wél pijn doen, zijn daarin opgenomen?

Voorzitter. Wij willen meer efficiëntie en bescherming van de burger. Gebruik AI en digitalisering om het ambtenarenapparaat fors af te slanken en de administratieve lasten voor burgers en bedrijven te verlagen. Dit mag echter niet ten koste gaan van privacy of keuzevrijheid, dus: geen digitale euro. Zorg voor de verplichte acceptatie van contant geld en zorg voor voldoende mogelijkheden voor burgers voor direct contact met de overheid. DigiD kan en mag nooit de enige toegangspoort tot overheidsdiensten worden. Er moet altijd iemand aan het loket beschikbaar zijn. Wij willen innovatie zonder naïviteit. Wij zijn voor het investeren in AI, maar met strenge eisen aan algoritmetransparantie en een stop op onbeperkte dataverzameling door bedrijven.

Voorzitter. De PVV wil een digitaal Nederland waarin burgers zich veilig voelen, waarin bedrijven kunnen innoveren zonder verstikkende Brusselse regeldruk en waarin de overheid de Nederlandse belangen vooropstelt. De Odidocasus bewijst dat het huidige beleid nog te soft, te gefragmenteerd en te afhankelijk van het buitenland is. Wij verwachten dan ook concrete harde maatregelen. Nederland verdient beter dan dat 6,2 miljoen burgers wakker worden met al hun gevoelige gegevens op het internet.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Rajkowski van de VVD.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dank, voorzitter. Ons land heeft altijd vooropgelopen in de wereld. Bluetooth, wifi, de handel in aandelen: het was er allemaal niet geweest zonder Nederlandse vindingrijkheid. Met onze handelsgeest gaan wij dan ook de hele wereld over. Denk aan de haven van Rotterdam, de grootste van Europa, of aan Wageningen, dat door alle bedrijven en instellingen in de omgeving wereldwijd koploper is op het gebied van voedsel- en landbouwtechnologie.

Er moet echter wel wat gebeuren om dit soort vaderlandse trots in de toekomst in Nederland te laten bestaan, in Nederland te laten blijven. Baanbrekende ondernemingen zoals Apple, Google, Uber en OpenAI, hebben allemaal hun oorsprong gehad in de VS, niet in Europa en niet in Nederland. In China wordt er bijvoorbeeld een fabriek voor elektrische auto's uit de grond gestampt, zo groot als de stad Breda. Het is ook niet zo dat we nergens trots op mogen zijn. We hebben namelijk een digitaal enorm vaardige bevolking en het Nederlandse internet behoort tot de beste ter wereld. Ook om onze kwantumtechnologie worden wij daadwerkelijk geroemd. Op dat gebied zijn wij concurrenten met China en de VS. Op het gebied van AI en ons digitale knooppunt moeten we echter nog wel wat stappen zetten, terwijl we de mensen, de kennis en de wil echt wel in huis hebben. Het is dus belangrijk dat we volop blijven investeren in AI, bijvoorbeeld door de bouw van een AI-fabriek in Noord-Nederland.

Het stukje over zeekabels zal ik iets inkorten. Vele collega's hebben het al genoemd: hoe staat het met de aanleg van de nieuwe zeekabels, die broodnodig zijn om onze digitale koploperspositie te behouden?

Voorzitter. Dan Odido. De hackersgroep ShinyHunters was tot voor kort onbekend bij het grote publiek, maar zorgt inmiddels voor grote onrust onder miljoenen Nederlanders. Mensen vragen zich af: "Word ik straks opgelicht? Kan ik een e-mail nog wel vertrouwen? Op welke link mag ik eigenlijk wel of niet klikken?" Het lek is nog niet voorbij. Er zouden nog miljoenen gegevens achtergehouden worden, zoals documentnummers van paspoorten, rijbewijzen en identiteitsbewijzen. Met zulke informatie is identiteitsfraude, phishing en oplichting wel heel eenvoudig. Wat deze zaak extra zorgwekkend maakt, is dat er meer gegevens op straat lijken te liggen dan je redelijkerwijs van een telecomprovider zou verwachten, zoals zeer gevoelige gegevens van slachtoffers van stalking en huiselijk geweld. Voor hen kan dit soort datalekken een direct, gevaarlijk gevolg hebben.

Voorzitter. Honderd procent veiligheid bestaat niet, ook niet online, al zou ik dat wel willen. Dat mag alleen nooit een excuus zijn om achterover te leunen. We moeten hier dus twee dingen doen: datalekken zo veel mogelijk voorkomen en klaarstaan met een stevig plan voor als het wel een keertje misgaat. Dat gaat immers nog een keer gebeuren. Het vraagt om actie van de samenleving en het bedrijfsleven, maar ook van de overheid. Daarom roep ik het kabinet op om in ieder geval op de volgende zeven punten tot actie over te gaan om datalekken te voorkomen.

De voorzitter:

Voordat u aan uw zeven punten begint, krijgt u een interruptie van de heer Ceder van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Nou, voorzitter, ik ben wel benieuwd naar die zeven punten.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Maar …

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik hoor die dus graag eerst. Misschien vervalt mijn interruptie dan.

De voorzitter:

Ik vind dat dit een heel mooi begin is van deze commissie: benieuwd zijn naar de punten van de ander! Dat onderstreep ik helemaal.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dit is een van de meest vriendelijke interrupties die ik in het afgelopen jaar van de heer Ceder heb gehad. De zeven punten. Hier komen ze.

Nummer één gaat over het versneld invoeren van de NIS2-richtlijn. Kan de staatssecretaris toezeggen dat alles op alles wordt gezet om de NIS2-richtlijn zo snel mogelijk in te voeren? Nederland loopt al hopeloos achter. Een verdere vertraging kunnen we ons echt niet veroorloven.

Het tweede punt gaat over duidelijkheid over het bewaren van restgegevens. Is de staatssecretaris bereid de toezichthouder te vragen om hierover met een helder advies te komen? Wanneer is het noodzakelijk om adresgegevens te bewaren en wanneer niet? Als je een concertticket koopt aan de balie, wordt er niet om je adres gevraagd. Als je het ticket digitaal koopt, is je adres ineens wel nodig, ook als je het digitaal ontvangt. Dit verschil verdient uitleg en begrenzing. Ik verwijs gemakshalve even naar de dataminimalisatie en de Digitale Dolle Mina's, die al door voorgaande collega's zijn genoemd.

Voorzitter. Het derde punt gaat over de modernisering van de toezichthouder. Een toezichthouder moet niet alleen handhaven, maar ook actiever richting geven vooraf. Bedrijven hebben juist behoefte aan duidelijke richtlijnen: welke data mag je wel bewaren en welke juist niet? Dat voorkomt onnodige opslag en risico's. Ik doel dus op een toezichthouder die niet alleen achteraf kan beboeten, maar die ook vooraf mee kan denken als bedrijven daarom vragen. Graag een reactie van de staatssecretaris. Ik weet even niet bij welke van de twee dit thuishoort, maar ik hoor graag hoe het zit met de ontwikkeling van de AP op dat gebied.

Voorzitter. Dan nummer vier.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik ben benieuwd hoe de VVD kijkt naar het idee om de Autoriteit Persoonsgegevens te laten helpen als bedrijven die twijfelen willen toetsen of zij iets wel volgens de regels doen. Ik hoorde zoiets als: aan de voorkant in plaats van beboeten. Dat zou je ook kunnen uitleggen als meer regels en nog meer druk op het mkb bijvoorbeeld. Ik ben dus benieuwd. Is de VVD het met mij eens dat we vooral de gelegenheid moeten geven om vooraf te toetsen?

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Ja, ik bedoel juist precies dat. Wat mevrouw Zwinkels aangeeft, kleurt al meteen in wat ik bedoelde: je moet vooraf het gesprek met elkaar kunnen aangaan en een bedrijf moet ook om hulp kunnen vragen zonder dat daar meteen een boete of zo aan vastzit.

De voorzitter:

Volgens mij was u bij punt vijf van uw stappenplan.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Vier!

De voorzitter:

O, vier.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Punt vier gaat over investeren in weerbaarheid via HackShield, voorzitter; ik denk niet dat u zou willen dat ik dat zou overslaan. Digitale weerbaarheid begint vroeg. Laten we er dus voor zorgen dat HackShield blijft bestaan, zodat kinderen op de basisschool al leren over kansen en gevaren van technologie. Zo bouwen we aan een generatie die digitaal vaardig en weerbaar is. Kan de staatssecretaris reageren op de onrust die is ontstaan over het wel of niet voortbestaan van HackShield? Heeft zij al ideeën om dit onderwerp verder aan te pakken?

Dan de aanpak van cybercriminelen. Wat is nodig om cybercriminelen zodra zij worden gepakt, daadwerkelijk achter slot en grendel te krijgen? Is hier sprake van een wettelijke lacune, waardoor cybercriminelen nu soms vrijuit gaan? Ik ken verhalen over verdachten die bijvoorbeeld gegevens op de hardware die in beslag is genomen, op afstand wissen; uiteindelijk blijkt dan in de rechtszaak dat dat mag. Overigens denk ik dat het bij het in beslag nemen van bewijs niet per se gaat om de hardware of de laptop, maar om wat daarop staat, maar dat soort dingen zorgen er dus wel voor dat cybercriminelen vrijuit kunnen gaan. Ik kan me voorstellen dat dit niet iets is waar snel een antwoord op komt. Dat begrijp ik. Als het onderzoek daarnaar een tijdje duurt, is dat dus prima, maar dat is waar ik naar zoek.

Voorzitter. Dan punt zes: de Europese sanctielijsten. Hoe staat het met de uitvoering van de moties van mijn adres om cybercriminelen op Europese sanctielijsten te plaatsen wanneer zij zich bevinden in landen zonder uitleveringsverdrag, zoals Rusland? Graag een stand van zaken.

Voorzitter. Dan zeven: een concreet handelingskader voor slachtoffers. Met alleen een naam of IBAN kan een crimineel vrij weinig, maar met een combinatie van naam, adres, rekeningnummer en documentgegevens wordt oplichting opeens een stuk eenvoudiger. Dat is niet alleen zo omdat phishingmails dan realistischer worden, maar ook omdat veel bedrijven precies deze gegevens gebruiken om iemands identiteit aan de telefoon te verifiëren. Dat deed Odido de afgelopen dagen ook nog. Een naam kan je niet zomaar veranderen. Een nieuw paspoort aanvragen kan wel — ik zou dat eerlijk gezegd doen. Een nieuwe bankrekening openen voor een nieuw IBAN-nummer kan ook. Maar een bsn-nummer vervangen is vrijwel onmogelijk. Hoe kunnen we slachtoffers dus toch nog wat meer bieden dan alleen het advies om vooral heel goed op te letten, omdat het allemaal al gebeurd is?

Daarom vraag ik dus aan beide staatssecretarissen — ik denk dat dit een gezamenlijk iets is — om met onder anderen toezichthouders, dataexperts en het bedrijfsleven te komen tot een duidelijk handelingskader voor slachtoffers van datalekken. Welke gegevens zouden vervangbaar moeten worden, en onder welke voorwaarden? Waar kan de overheid faciliteren? Hoe zorgen we ervoor dat slachtoffers snel, praktisch en effectief geholpen worden? Btw-nummers zijn ook een voorbeeld. In btw-nummers die nu bijvoorbeeld aan zzp'ers worden uitgegeven, staat het bsn niet meer. In het verleden was dat wel zo. Er is toen voor gekozen om die btw-nummers niet te vervangen. Dat is voor de zzp'ers die nu met het datalek te maken hebben zeer, zeer vervelend.

Bij dezen kondig ik ook graag aan dat ik als Tweede Kamerlid dit gesprek wil kunnen voeren met een rondetafel van experts, waarin we verschillende partijen, misschien zelfs Odido, kunnen uitnodigen om in gesprek te gaan. Ik kom nog met een voorstel richting de commissie hierover.

Voorzitter. Voorkomen is beter dan genezen, maar als gegevens eenmaal op het darkweb circuleren, moet de overheid ook naast haar burger gaan staan. Dat moet zij niet enkel met goede bedoelingen doen, maar met een concreet plan. Dat zijn we alle miljoenen Nederlanders die nu in onzekerheid zitten, verschuldigd.

Voorzitter. Dan mijn laatste punt. Dat is niet het laatste punt van mijn plan, maar gewoon van mijn inbreng.

De voorzitter:

Dan blijft de interruptie van de heer Ceder toch overeind.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dat dacht ik al.

De voorzitter:

Dan luisteren we eerst de heer Ceder, en dan naar het vervolg van uw betoog.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Volgens mij zijn dat goeie punten, die ook opvolging moeten krijgen. Het punt van Odido houdt het hele land bezig, ik denk terecht, en ook de Kamer. Ik constateer dat er een best bittere nasmaak bestaat over de wijze waarop men een schadevergoeding kan krijgen of in ieder geval gegevens kan vervangen. U geeft terecht aan dat sommige gegevens niet vervangen kunnen worden, zoals een bsn-nummer, zonder dat de overheid daarbij helpt. Maar een paspoort of rijbewijs vervangen kost ook geld. Momenteel is het zo dat je werkelijke schade eventueel zou kunnen claimen, maar dan moet je aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van misbruik van de gegevens. Veel mensen willen dat liever vóór zijn, maar daar bestaat momenteel geen handelingskader voor. Dat vind ik problematisch, omdat ik denk dat het risico bestaat dat we dit in de toekomst veel vaker gaan krijgen. Dan zou je graag willen dat mensen van tevoren gegevens kunnen veranderen en dat de vergoeding wordt neergelegd bij de partij die onvoldoende waarborgen heeft gecreëerd. Daar is wel een wetswijziging of een handelingskader voor nodig, denk ik. Mijn vraag is of u dat ook zo ziet. Zou je niet al in een veel eerder stadium, zonder dat er daadwerkelijk sprake is van fraude, je gegevens preventief moeten kunnen vervangen indien er sprake is van een datalek?

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Ja, zeker. Dat was ook precies wat ik bedoelde met het ontwikkelen van een handelingskader, juist om zaken te kunnen voorkomen. Identiteitsfraude wil je inderdaad voorkomen, want op het moment dat die al heeft plaatsgevonden, is het hartstikke moeilijk om dat aan te tonen. Voor mensen die het overkomt, zorgt het voor heel veel stress, jarenlang. Je moet maar bewijzen dat jij iets niet hebt aangevraagd of geregeld. Stel dat er allerlei abonnementen worden afgesloten waarmee allerlei criminele dingen gedaan worden. Dit kan mensen echt ruïneren. We moeten er dus voor zorgen dat ... Het liefst zou ik ervoor zorgen dat we heel snel de mogelijkheid krijgen om met heel slimme wallets te gaan werken, die ook toegankelijk zijn voor mensen die digitaal minder vaardig zijn, want dan hoef je niet al je gegevens bij al die bedrijven neer te leggen. Dat voelt nog een beetje als toekomstmuziek, dus daarom moet je preventief gegevens kunnen veranderen op het moment dat er een datalek plaatsvindt. Ik somde net een rijtje op. Verhuizen en je naam veranderen is allemaal wat lastiger. Bsn is misschien complex, maar in theorie zou het wel moeten kunnen.

Als we dit gaan doen, ben ik als Tweede Kamerlid wel nieuwsgierig of we het dan gigantisch moeilijk maken voor de overheid en of dat dan de moeite waard is, of dat we beter voor een andere route kunnen kiezen. Ik heb de afgelopen dagen contact gehad met veel banken en experts uit het betalingsverkeer over de vraag hoe makkelijk het is om een IBAN te wijzigen zonder dat je al je gegevens, spaarpotjes en al dat gedoe moet overzetten. Blijkbaar is de architectuur van de bankenwereld helemaal gericht op IBAN, dus dat is niet zo makkelijk. Ik ben dus echt op zoek. Als de heer Ceder daar creatieve ideeën voor heeft, hoor ik het graag. Daarom kwam ik erop uit om nu in dit debat niet te zeggen: deze gegevens moet je kunnen veranderen. Omdat ik de afgelopen dagen met zoveel experts heb gesproken die het eigenlijk ook niet zo goed wisten, stelde ik voor om zelf met een rondetafel te komen en aan het kabinet te vragen om ook met ons mee te denken.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat laatste ondersteun ik. Ik denk dat het goed is om met experts te praten over hoe we dit in het kader van een veilige toekomst beter kunnen regelen. Ik ben het ermee eens dat sommige dingen wat ingewikkelder zijn om te vervangen, zoals het bsn en IBAN. Daar moeten we het goed over hebben met elkaar.

Het punt waar ik nu mee zit, is het volgende. Ik vraag dit omdat ik twijfel of ik hier een voorstel over wil indienen. Het blijft in de lucht hangen wie financieel gezien verantwoordelijk is voor het preventief vervangen van gegevens. Dan heb ik het bijvoorbeeld over het vervangen van een paspoort. Dat kost tientallen euro's. U en ik kunnen dat misschien makkelijker betalen dan andere mensen. Het is best gek dat daar niets voor geregeld is. Mijn vraag is of u er muziek in ziet om te regelen dat, indien er een minimale combinatie van een aantal gegevens is waarbij fraude makkelijker aantoonbaar is, het bedrijf of de organisatie waar het lek is ontstaan in principe gehouden is om dat te vergoeden. Ik denk dat dat misschien nog makkelijker te regelen is dan het bsn of IBAN, waarbij ik alle complexiteiten begrijp. Misschien moeten we daar ook wat meer informatie over inwinnen. Hoe kijkt u tegen dat voorstel aan?

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dat is superinteressant. We zouden straks de schorsing kunnen gebruiken om daarnaar te kijken. Ik zou graag meedoen aan zo'n voorstel als de heer Ceder daarmee komt. Het lijkt mij inderdaad dat de organisatie waar het datalek heeft plaatsgevonden, verantwoordelijk is voor het betalen daarvan, zeker als het gaat over een rijbewijs of paspoort. In sommige gemeenten betaal je niet alleen de leges, maar ook nog een boete daarbovenop. In Utrecht hoeft dat niet meer — dat hebben we afgeschaft, by the way — maar in sommige gemeenten moet dat nog wel. Dat voelt gewoon heel oneerlijk, want het gaat ook niet over weinig geld. Dat vind ik dus zeker een goed idee.

De voorzitter:

U kunt verdergaan met uw betoog, mevrouw Rajkowski.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dank, voorzitter. Mijn laatste stuk dan. Dat gaat over arbeidsproductiviteit bij de Rijksoverheid. Die wil ik met AI verhogen. Nederland kan zich niet veroorloven om achterover te leunen. Onze arbeidsproductiviteit groeit al jaren te traag, terwijl de uitdagingen alleen maar groter worden. Als we minder mensen beschikbaar hebben die ook steeds minder werken, en we krijgen wel steeds meer taken, dan is er volgens mij maar één route vooruit: slimmer werken. Kunstmatige intelligentie biedt daar enorme kansen voor, niet als speeltje, maar als serieus instrument om ambtenaren te ondersteunen, processen te versnellen en het aantal fouten te verminderen. Dat leidt tot minder papier, minder dubbel werk en meer tijd voor inhoud en dienstverlening richting burgers. Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij concreet gas gaat geven op het gebied van arbeidsproductiviteit en de inzet van AI binnen de overheid?

De voorzitter:

Dank u wel. Er zijn geen interrupties. Dan is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Ik moest even omschakelen. Nogmaals dank. Voor ons ligt de begroting van Digitale Zaken. Of nou ja, digitale zaken: het zijn op dit moment de begrotingen van BZK, Justitie en Veiligheid en Economische Zaken en Klimaat. Daarin mocht gegraven worden naar delen die aan de commissie voor Digitale Zaken raken. Deze begrotingen zijn nog even geschreven door het vorige kabinet, en niet door het kabinet van deze staatssecretarissen. Het is een staatssecretaris geworden, maar we hadden eigenlijk gehoopt op een minister van Digitale Zaken. Gelukkig hebben we nu wel deze twee kundige staatssecretarissen. Daar kijk ik ook wel naar uit, maar een minister was toch wel mooi geweest voor de regie.

Voorzitter. Als u inmiddels de draad een beetje kwijt bent, dan bent u niet de enige. Daarom start ik mijn inleiding gelijk met een rondje vragen. Hoe gaat de begroting er volgend jaar uitzien? Mogen we dan weer puzzelen, of mogen we dan iets van een overzicht verwachten? Waarom is de keuze gemaakt om de portefeuille Digitale Zaken zo op te delen? De ene staatssecretaris is onder andere coördinerend op digitalisering en soevereiniteit, en heeft de digitale overheid in haar portefeuille. Staatssecretaris Van der Burg heeft onder andere ICT, Logius en human IT-capital in zijn portefeuille. Hoe moeten we dit zien? Hoe werkt dit? Kunnen de staatssecretarissen mij een rode draad geven voor hoe het er logistiek de komende jaren uit komt te zien qua Digitale Zaken?

Voorzitter. Begrotingen betekenen het kwantificeren van doelen. Hoeveel geld geef je uit aan het een, en wat geef je daarom minder of niet meer uit aan het ander? Als ik dan kijk naar het voorgaande kabinet, denk ik: hm, dat was niet per se veel wat betreft doelen, maar ook zeker niet wat betreft middelen. Om het de beide staatssecretarissen wat makkelijker te maken, zal ik ze daar op dit moment niet te veel over bevragen. We hebben nu immers een coalitieakkoord met gelukkig een aantal hele mooie doelen op Digitale Zaken. Daar ga ik vandaag mijn focus op leggen.

Voorzitter. In dat coalitieakkoord heeft het zelfs een eigen hoofdstuk, zoals al even is gezegd: Nederland koploper in een digitale wereld. Dat heb ik natuurlijk vol enthousiasme gelezen. Mooie plannen, beginnend met digitale autonomie, het versterken van technische capaciteit, een nationale aanpak voor digitale infrastructuur, publiek-private investeringen, cyberweerbaarheid — had Odido dat maar eerder gedaan — en het internet veiliger maken voor jongeren. Dit zijn echt plannen waar wij voordelen in zien.

Voorzitter. Wat wil het lot nu? Toen ik de budgettaire bijlage er nog eens bij pakte, heb ik precies nul euro kunnen vinden voor digitale zaken. Ik weet niet of u al eens heeft geprobeerd om van lucht brood te bakken, maar ik kan u vertellen dat dat verdraaid lastig is. Daarom dacht ik, toen er een vragenronde aan de minister van Financiën kwam over de budgettaire tabel: ik ga dat gewoon helemaal nalopen; misschien heb ik gewoon iets gemist. Ik neem u even mee.

Vraag 136: Welke middelen zijn gereserveerd voor de oprichting van een digitale dienst en het aantrekken van IT-talent? Antwoord: In het coalitieakkoord zijn geen additionele middelen gereserveerd voor de oprichting van een digitale dienst en het aantrekken van IT-talent. Vraag 214: Welke budgettaire consequenties worden voorzien voor de plannen voor digitalisering en ICT? Antwoord: Dit betreft een uitwerking van het coalitieakkoord en zal door het kabinet verder worden uitgewerkt. Er zijn in het coalitieakkoord geen additionele middelen hiervoor gereserveerd.

Vraag 215: Welke aanvullende middelen worden geïnvesteerd in sleuteltechnologieën zoals AI en vanuit welke budgetten wordt dit gefinancierd? Antwoord: In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelen gereserveerd voor AI. Wel zijn er bestaande budgetten die worden ingezet voor dit doel, bijvoorbeeld voor AI-pilots ter verbetering van de dienstverlening. Ik heb nog wel drie, vier, vijf of zelfs zes vragen staan die ik allemaal kan opdreunen, maar dat zal ik u voor nu besparen. U snapt de strekking: er zijn in dit coalitieakkoord geen middelen gereserveerd voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Het is nog niet duidelijk in hoeverre de Nederlandse Digitaliseringsstrategie uit bestaande middelen gefinancierd kan worden.

Voorzitter. Als ik al deze vragen zo doorlees, heb ik een korte samenvatting: er zijn gewoon geen middelen gereserveerd. Daarom heb ik de vraag aan de staatssecretarissen hoe zij hun taak gaan vervullen zonder deze middelen. Kunnen zij deze plannen van aanpak doorgeven aan andere ministeries? Moet ik het dan zo zien? Kunnen zij aan het ministerie van Financiën vragen waarom wij nog belasting heffen, als de overheid doelen kan stellen zonder middelen daarvoor op te nemen? Nee, voorzitter, alle gekheid op een stokje: de oprechte vraag is hoe de staatssecretarissen hun taken verwachten te gaan vervullen zonder deze middelen. Waar moeten de middelen daartoe dan vandaan komen, en vooral: hoeveel middelen zijn er nodig voor de gestelde doelen? Daarover denken wij natuurlijk heel graag mee.

Voorzitter. Dan nog een ander punt, dat in dit debat al heel vaak werd genoemd. Een aantal weken geleden kwam naar buiten dat bij Odido een datalek heeft plaatsgevonden. De verantwoordelijke hackergroep ShinyHunters is sinds donderdag begonnen met het in stappen lekken van gegevens van de ruim 6 miljoen gedupeerden. Een deel van deze data lijkt data te zijn die de telecomprovider niet meer had mogen hebben of soms zelfs nooit had mogen noteren. Er was een mogelijkheid voor Odido om een som te betalen en daarmee het datalek mogelijk te voorkomen. Uit berichtgeving blijkt dat Odido dat niet heeft gedaan, onder andere op advies van de overheid. Daar heb ik een aantal vragen over. Hoe frequent worden telecomproviders of bedrijven met een grote hoeveelheid gevoelige informatie gecontroleerd door het CIOT of de Autoriteit Persoonsgegevens? Wat wordt er meegenomen in een controle van het CIOT dan wel van de AP? Wat gebeurt er als een bedrijf niet aan de regels voldoet? Waarom heeft de overheid geadviseerd om niet te betalen aan de hackersgroep om de data te beschermen? Op het platform Tweakers staat dat het OM mogelijk een onderzoek start naar Odido. Kan dat worden bevestigd? Wat gaat het OM dan precies onderzoeken? Wat wordt gedupeerden aangeraden om te doen? Wordt er onderzoek naar gedaan of Odido zich aan de AVG heeft gehouden, zoals meneer Van Dijk net ook al zei? Dan heb ik een vraag met betrekking tot de gedupeerden. Kunnen gedupeerden juridisch reeds aanspraak maken op een schadevergoeding of moeten daarvoor eerst nog andere onderzoeken hebben plaatsgevonden?

Ik rond af, voorzitter. Het gaat om een hele hoop vragen. Ik wil vooral de staatssecretarissen allebei heel veel succes wensen. Ik wil vooral ook toejuichen dat er overduidelijk meer focus is gekomen op het gebied van Digitale Zaken. Ik vind het als liberaal-conservatief Kamerlid vooral fijn dat er een duidelijke focus is op de economische kansen van digitalisering en wat het onze maatschappij kan brengen. Het rapport-Wennink staat er ook helemaal vol mee. Ik wil dus bijna zeggen: laten we de komende jaren aan de slag gaan om het echt een stap verder te brengen en om niet meer alleen te kijken vanuit het dienstverlenende aspect, maar vooral ook echt vanuit de vraag waar de kansen zijn. Ik wil ze nogmaals heel veel succes wensen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dan zie ik geen interrupties. Het woord is aan mevrouw Zwinkels van het CDA.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte welkom aan de twee nieuwe staatssecretarissen, voor Digitale Economie en Soevereiniteit en voor een Slagvaardige Overheid. Ik kijk ernaar uit om de komende jaren met hen samen te werken. Vandaag is een mooie gelegenheid om de visie van de nieuwe staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit te horen. Daar ben ik heel erg benieuwd naar.

De staatssecretaris gaat aan de slag met een coalitieakkoord waarin goede afspraken zijn gemaakt over Digitale Zaken. Ik zal hieruit vandaag een aantal zaken toelichten die voor mijn partij extra belangrijk zijn, maar ik begin voor nu met de voorgenomen centrale sturing op digitalisering. Hierbij heb ik allereerst de vraag aan de staatssecretaris hoe zij invulling gaat geven aan die centrale sturing. Er liggen hierin grote kansen. Ook ben ik benieuwd naar de eerste stap die de staatssecretaris gaat zetten als het gaat om de kennisdeling tussen ministeries, en om slagvaardige besluitvorming over de digitale infrastructuur en de dienstverlening van de overheid. Kan de staatssecretaris bijvoorbeeld zorgen dat er om in aanmerking te kunnen komen voor IT-projecten boven de 5 miljoen euro vanaf deze week financieringsaanvragen moeten worden ingediend die aan centrale IT-standaarden worden getoetst?

Ik noemde het al: in het coalitieakkoord zijn mooie afspraken gemaakt over digitalisering. Een van de punten waarover ik het meest te spreken ben, is dat er een duidelijke opdracht ligt om werk te maken van de onlineveiligheid van kinderen en jongeren. We willen een Europese minimumleeftijd voor sociale media. Een ander punt in deze context — dit is voor mijn fractie echt belangrijk — is dat we gaan inzetten op strenge regulering van in-gameaankopen, zeker als kinderen pushmeldingen krijgen waarin ze aangemoedigd worden om vooral nog extra geld uit te geven aan die in-gameaankopen. Wat ons betreft pakt de staatssecretaris dit snel op. Kan de staatssecretaris toezeggen de Kamer nog voor de zomer te informeren over hoe zij hier werk van gaat maken?

Dit speelt bijvoorbeeld bij Roblox. Over dit onlinespelplatform is veel te doen geweest. Het was vorige week nog in het nieuws. Ik heb er ook mondelinge vragen over gesteld. Inmiddels loopt er een tweetal onderzoeken naar Roblox: één door de ACM en een door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ministerie laat een kinderrechtenimpactassessment uitvoeren. Eerder is er een dergelijk kinderrechtenimpactassessment gedaan naar TikTok, Snapchat en Instagram. Wat is er vervolgens gedaan met deze uitkomsten? Ik las dat deze mogelijk verwerkt worden in de digitale kijkwijzer. Klopt dit? Wat is de stand van zaken van de uitwerking van die digitale kijkwijzer? Wij maken ons ook zorgen over de whatsappkanalen, waardoor vooral filmpjes en foto's van kinderen opeens door anderen op YouTube worden gezet. Herkent de staatssecretaris dit beeld? Wordt WhatsApp meegenomen in die digitale kijkwijzer?

Als we breder naar de bescherming van mensen kijken, zijn we ook voorstander van het beter in de wet verankeren van digitale rechten van mensen, zoals het recht op transparantie en het recht op eigenaarschap van data.

Een andere prioriteit voor het CDA is het voorkomen en afbouwen van digitale afhankelijkheden. Voor het reces hebben we hier een goed debat over gehad in het kader van de overname van Solvinity. Wat het CDA betreft kunnen we niet alles in één keer afbouwen. We erkennen dat het tijd gaat kosten, maar we moeten de basis wel op orde brengen. Een startpunt hiervoor is betere sturing bij de aanbesteding en uitbesteding van digitale diensten aan marktpartijen. In het debat hebben we hier suggesties voor aangedragen en een tweetal moties over ingediend.

Zoals ik al eerder zei, kan de staatssecretaris aan de slag gaan met mooie onderwerpen. Ze krijgt het centrale stuur in handen, maar zal ook moeten samenwerken met collega-bewindspersonen van andere ministeries. Voor nu noem ik er drie. Allereerst Economische Zaken. Ten aanzien van digitale economie zijn wij benieuwd naar de geplande AI-fabriek in Groningen. In eerdere stukken werd gesteld dat deze al in 2026 in gebruik genomen zou kunnen worden. Wat is de status en hoe worden wij hierover geïnformeerd? Ten tweede digitale adoptie door het mkb, zowel wat betreft cybersecurity, waar we het net over hadden, met de Autoriteit Persoonsgegevens, als innovatie. Het mkb wordt in 2026 verder ondersteund in het digitaliseren van bedrijfsprocessen vanuit de zogenaamde Smart Industry Schaalsprong Agenda en de European Digital Innovation Hubs. Hoe gaat dit eruitzien en wat kunnen wij op dit punt verwachten?

Ten tweede Binnenlandse Zaken. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan en voor onze democratie is digitale weerbaarheid ook enorm belangrijk. Wordt er goed gemonitord of er in de campagnetijd geen sprake is van inmenging en manipulatie? We lezen over de ondersteuning die het kabinet wil bieden aan kleinere gemeenten in 2026. Zijn deze plannen al goed uitgewerkt, zodat ook de nieuw verkozen raadsleden hier snel mee geholpen zijn? Dat geldt overigens ook voor ambtenaren, gelet op het programma ten aanzien van hun digitale vaardigheden. Hierbij kunnen we ook de koppeling maken met de recente berichtgeving over AI en stemhulp.

Ten derde en tot slot de zorg. We zien dat op verschillende onderwerpen stappen gezet kunnen worden als het gaat om het gebruik van digitale innovaties. Het CDA vindt dat we zinvolle toepassingen in de praktijk moeten steunen, onder andere in de zorg. Wat het CDA betreft is er bijvoorbeeld nog een wereld te winnen met het op orde krijgen van de digitale gegevensuitwisseling. Gaat de staatssecretaris zich in het kabinet ook hardmaken voor dit soort kansen, zoals het mogelijk maken van digitale gegevensuitwisseling in de zorg?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn felicitaties aan de nieuwe bewindspersonen. Veel succes en zegen bij hun werk.

Het is mijn hoop dat het kabinet ambitieus aan de slag gaat om te zorgen voor een veilig en toegankelijk internet. Er gebeurt namelijk heel veel in de wereld. We leven niet in een tijdperk van verandering, maar een verandering van tijdperk. Ik mis soms weleens de ambitie van kabinetten — niet van dit kabinet, want dit moet nog beginnen — in zowel visie, financiële middelen als tempo. Ik hoop dat dit kabinet een goed voorbeeld gaat geven. Ik zal een aantal zaken noemen waarvan ik het gevoel heb dat een van deze onderwerpen speelt.

Allereerst de overheidsdomeinextensie. Een veilig internet gaat bijvoorbeeld over het voorkomen van misleiding, phishing. Er zijn commerciële sites actief die zich voordoen als een officiële website van de overheid en die overheidsdiensten aanbieden tegen hoge prijzen, terwijl die in werkelijkheid gratis of op z'n minst een stuk goedkoper zijn. Er vindt ook veel oplichting plaats. Dat loopt in de tienduizenden gevallen per jaar. Nog erger is het als het juist criminele namaaksites zijn die zo persoonsgegevens van burgers buitmaken. Een manier om verwarring te voorkomen en om burgers meer zekerheid te geven over het feit dat zij zich daadwerkelijk op een overheidssite bevinden, is zorgen voor een overheidsdomeinextensie, bijvoorbeeld .gov.nl. Al in 2024 nam een voorganger van deze bewindspersonen, toenmalig staatssecretaris Van Huffelen, hier een principebesluit over, namelijk "dat gaan we doen", maar sindsdien is er volgens mij bar weinig gebeurd. Kan de staatssecretaris toezeggen met vaart te gaan toewerken naar één officiële overheidsdomeinextensie? Welke stappen worden hier dit jaar nog op gezet? Ik hoop op voortvarendheid en ik overweeg ook een motie op dit punt.

Voorzitter. Dan het onderwerp leeftijdsverificatie. Een onderwerp waar onze partij zich al langer voor inzet, is online leeftijdsverificatie voor diensten waarvoor een minimumleeftijd geldt. Ik vind het goed om in het coalitieakkoord te lezen dat het kabinet wil inzetten op een handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor social media met privacyvriendelijke leeftijdsverificatie. Maar het was ook een wens van de Kamer om te komen tot nationale wetgeving voor betrouwbare en privacyvriendelijke leeftijdsverificatie, bijvoorbeeld voor het kunnen kopen van alcohol op websites, online gokken en het kunnen bekijken of kopen van diensten van verschillende websites waarvoor je volgens de wet een bepaalde minimumleeftijd moet hebben. Ik heb hier met de vorige staatssecretaris best mee geworsteld, omdat deze pertinent weigerde om de aangenomen moties voor een nationale wetswijziging uit te voeren. Ik hoop dat de Kamer deze strijd niet opnieuw met het kabinet hoeft aan te gaan. Mijn vraag is daarom: wanneer kunnen we van het kabinet nationale wetsvoorstellen over leeftijdsverificatie, zoals andere landen in Europa al doen, richting de Kamer verwachten?

Voorzitter. Dan ten aanzien van schermgebruik. Er is al wat gezegd over de richtlijnen. Het is goed dat die er zijn, maar hoe gaan we die aan de man brengen? Ik heb eerder gepleit voor een digitale schijf van vijf waarmee je de richtlijnen actief onder de aandacht brengt — dat kan ook op een andere manier — bij scholen en GGD's, waardoor kinderen maar ook ouders continu in contact komen met die richtlijnen van de overheid en we het gaan normaliseren en normeren. Kan de staatssecretaris toezeggen die richtlijnen uit te gaan werken en te zorgen dat deze op plekken terechtkomen waar kinderen en ouders vaak zijn?

Voorzitter. Dan een belangrijk onderwerp, een hardnekkig probleem rondom online kindermisbruik. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen heeft meermaals de noodklok geluid over de enorme schaal waarop online seksueel kindermisbruik plaatsvindt, en over het feit dat het aantal meldingen in de afgelopen jaren enorm is gegroeid. Het trieste feit is dat naar schatting meer dan 50% van het onlinekindermisbruik wereldwijd in Nederland wordt gehost. Ik lees in het coalitieakkoord dat onlinekindermisbruik wordt aangepakt. Dat is mooi. Maar kan de staatssecretaris meer delen over wat we nou daadwerkelijk gaan doen? In Denemarken loopt een onderzoek om te verkennen hoe financiële dienstverleners kunnen investeren in de aanpak van bijvoorbeeld verdachte transacties die kunnen duiden op betalingen voor misbruik dat via livestreams plaatsvindt. Kan de staatssecretaris toezeggen mogelijke maatregelen te verkennen en de Kamer hier in ieder geval voor het zomerreces over te informeren?

Eerder is een voorstel van mij aangenomen dat vroeg om verplichte leeftijdsverificatie op seksadvertentieplatforms, om kindermisbruik tegen te gaan. Dat betekent dat iemand die seksuele diensten aanbiedt, voordat die op een website komt, online moet verifiëren dat die de minimale leeftijd heeft voordat die wordt geplaatst. Het klinkt gek, maar die verplichting bestaat niet in Nederland, met misbruik als gevolg. Het vorige kabinet weigerde deze motie uit te voeren, met als reden dat online leeftijdsverificatie makkelijk kan worden omzeild. Dit lijkt me geen goede reden. Een meerderjarige kan ook bier kopen en dit vervolgens doorgeven aan een minderjarige, en er zijn vele manieren om bepaalde wetgeving te omzeilen, maar dat is toch geen reden om voortaan niet meer om een ID te vragen in de supermarkt? Mijn ernstige, serieuze vraag is dan ook: kan het kabinet alsnog toezeggen die motie uit te voeren, waardoor we in ieder geval aan de voorkant, als het gaat om seksadvertentieplatforms, kindermisbruik kunnen tegengaan?

Voorzitter. Ook is het van belang dat slachtoffers van seksuele uitbuiting, minderjarig of niet, de hulp krijgen die zij nodig hebben. Een belangrijk instrument hiervoor is het Online Outreach Programma. Tot en met oktober 2025 liep het Online Outreach Programma, gefinancierd door Justitie en Veiligheid. Middels dit programma werden proactief potentiële slachtoffers van seksuele uitbuiting of seksueel misbruik bereikt. Ik vind het onbegrijpelijk dat een dergelijk effectief programma niet wordt voorgezet. Ik ga daarom straks een amendement indienen om hier nog dit jaar geld voor vrij te maken. Het is niet veel geld, maar het helpt wel om een aantal mensen die in een hele kwetsbare positie zitten alsnog uit de verschrikkelijke wereld van seksuele uitbuiting te halen. Ik hoor graag de appreciatie van het kabinet.

Ten aanzien van Odido hebben we al wat uitgewisseld, dus ik sluit me aan bij de vragen van mijn voorgangers. Ik heb nog wel twee andere vragen. Is het kabinet bereid om een publiekscampagne op te starten om bijvoorbeeld tweestapsverificatie de norm te maken? Dit maakt oplichting veel lastiger voor mensen die gegevens in handen hebben. Ik heb het er al in mijn interruptie met mevrouw Rajkowski over gehad: de huidige schaderegeling is wat mij betreft niet voldoende. Je kan alleen schade claimen op het moment dat er daadwerkelijk schade is, maar preventieve maatregelen worden niet vergoed. Denk bijvoorbeeld aan paspoortvervanging. Dat lijkt me wel het minste wat we kunnen bieden; dat laat de casus-Odido ook zien. Ik zou graag willen dat de wetgeving of richtlijnen hierop aangepast worden, zodat dit mogelijk wordt en ook de norm wordt. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar?

Voorzitter. De opkomst van AI zorgt ervoor dat er allerlei nieuwe kansen ontstaan, maar er ontstaan ook uitdagingen, bijvoorbeeld rondom auteurschap. De ChristenUnie wil dat Nederlanders via het auteursrecht, naar Deens voorbeeld, copyright op hun eigen lichaam, gezichtskenmerken en stem krijgen, als vorm van bescherming van de lichamelijke integriteit. Eerder vroeg een Kamermeerderheid hier al om, maar het toenmalige kabinet wilde dit nog niet. Hoe kijkt het nieuwe kabinet hier, met de snelle ontwikkelingen rond de implementatie van AI, nu tegen aan? Is het kabinet bereid hier de nodige wetgeving of regels voor op te stellen?

Voorzitter, tot slot: toegankelijkheid. Digitale toegankelijkheid is van gigantisch belang, zeker als steeds meer overheidsdiensten digitaal plaatsvinden. Daar is dan ook vaak DigiD voor nodig. Sommige mensen hebben iemand anders, bijvoorbeeld een mantelzorger, die zaken voor hen regelt. Dat zijn mensen die handelingsonbekwaam zijn of gewoon niet meer zelf hun zaken kunnen regelen. Die hebben in de huidige systematiek dan wel een probleem. De DigiD mag immers niet door iemand anders worden gebruikt. Een motie van mij ging hier ook over, maar ik zie nog geen beweging hierin. Kan het kabinet toezeggen dat het voor het zomerreces de nodige wijzigingen naar de Kamer stuurt om mensen met een beperking daadwerkelijk te betrekken en digitale toegankelijkheid echt handen en voeten te geven?

Voorzitter. Tot zover mijn vragen. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan is het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Op 19 maart 2024 schokte het AD met het nieuws dat tientallen bekende Nederlanders, waaronder Tweede Kamerleden en leden van het Koninklijk Huis, figureren in deepfakepornovideo's. Deze zijn vaak tienduizenden keren bekeken. Wij kregen het advies: blijf stil en doe aangifte; dan komt het vast snel goed. Dat is deze maand twee jaar geleden. Ik heb vanochtend even gekeken. Nog steeds staan deze deepfakepornovideo's van mij online, op meerdere websites. Die staan niet in een onvindbaar hoekje van het internet, maar zijn eenvoudig via Google te vinden. "Blijf stil en doe aangifte" is volstrekt onvoldoende. Ja, er is één website op zwart gegaan. Voor zover we weten is er iemand aangehouden, een 73-jarige Nederlandse man. Of het OM gaat vervolgen, weten we niet. Je kunt de video's echter nog steeds gewoon bekijken. Kunt u zich voorstellen dat ik dit volstrekt onacceptabel vind?

Dit is mijn voorbeeld, maar ik noem dit omdat dit voor steeds meer meisjes en vrouwen alleen maar erger wordt. Vrouwen waren buiten en thuis al te vaak niet veilig. Nu zijn ze ook online niet veilig. Het internet wordt dag na dag onveiliger. Cijfers van Offlimits laten dat ook zien. In 2024 nam een recordaantal slachtoffers contact op met Offlimits, gemiddeld meer dan 600 meldingen per maand. In 2025 zet die stijging van het aantal meldingen zich onverminderd voort. 99% van de slachtoffers is vrouw. Veel erger is dat heel veel van hen minderjarig zijn. Kom niet met: blijf stil en doe aangifte. Hier moet veel meer gebeuren. Dit mag niet het nieuwe normaal worden. Wat gaat het nieuwe kabinet hieraan doen? Kinderporno kan binnen 24 uur offline gehaald worden. Wil het kabinet zorgen dat dat ook voor deepfakeporno gaat gebeuren? Offlimits zegt: "Extra wetgeving is niet nodig; de wet is er. Het is de handhaving die ontbreekt." Ik deed aangifte van de websites die nu online staan en kreeg te horen dat het niet opgepakt ging worden. Hoe zorgen we dat dit wél prioriteit gaat krijgen? Want het wordt alleen maar erger. Inmiddels kun je via Grok op X mensen uitkleden en kun je ook dit soort video's maken. Offlimits en Fonds Slachtofferhulp spannen een kortgeding aan tegen Grok en X: voorkom dat techbro's grensoverschrijdend gedrag gaan faciliteren. Wat gaat het kabinet hieraan doen? Mijn pleidooi vandaag is dat voor een vrij en veilig internet. Dat betekent harder ingrijpen wanneer dat niet zo is, zoals bij de opkomst van deepfakeporno, maar dat betekent ook heel veel ellende voorkomen.

Voorzitter. Ik ben de laatste spreker, dus ik kan mij bij heel veel sprekers aansluiten die zaken hebben gezegd over bijvoorbeeld Odido.

De SP pleit voor digitaal democratiseren, minder macht voor Amerikaanse techbro's en meer zelf doen. De lakmoesproef voor dit kabinet is ook heel duidelijk. Na de plannen om het bedrijf achter DigiD te verkopen aan Amerikanen en de NS die diensten wil uitbesteden, bleek het nog gekker te kunnen. De Belastingdienst gaat de btw-ICT uitbesteden aan het Amerikaanse bedrijf FAST voor software. Dit betreft software en service. Kan Trump er straks voor zorgen dat er geen btw meer binnenkomt bij de overheid? Dat vragen we aan het kabinet. Hoe dom kunnen we zijn? Wil het kabinet erkennen dat de eerste reactie, namelijk dat het allemaal wel meevalt, een fout was en dat het wel gaat bezien hoe we dit soort zaken kunnen voorkomen? Hoe kunnen we praten over soevereiniteit als we ondertussen onszelf in een wurggreep aan het worstelen zijn? Is het hier nog mogelijk in te grijpen? We begrijpen dat dat hier niet meer zo is. Deelt het kabinet onze mening dat we überhaupt moeten stoppen met het aanbesteden van dit soort diensten? Hoe gaat het kabinet dit doen? Ik vraag dit ook gelet op waar collega's al op gewezen hebben: de plannen zijn mooi en de doelen zijn mooi, maar zolang de middelen ontbreken kunnen we ook moeilijk zelf publieke alternatieven opzetten.

Een vrij en veilig internet betekent digitale autonomie, maar dat is niet hetzelfde als Europese techbro's hetzelfde laten doen als Amerikaanse techbro's. De ontwikkeling van AI moeten we niet overlaten aan commercie en techmiljardairs. Vooruitgang moet vrijheid brengen, in plaats van onzekerheid voor velen en grote winsten voor een enkeling. In Trouw is een reconstructie te lezen van hoe tijdens een etentje bij minister Karremans zes techbro's het AI-beleid van het nieuwe kabinet mochten vormgeven. Dan lijkt de hebzucht toch wel te winnen. Dit AI Deltaplan kwam er mede na een oproep van de Autoriteit Persoonsgegevens. Zij vond dat zo'n plan moest zorgen voor het "beschermen van grondrechten en fundamentele waarden" waarbij "overheid, bedrijven en burgers allemaal een rol hebben", maar dit AI Deltaplan lijkt daar haaks op te staan, met wensen als "move fast and break things", waarmee onder andere aan arbeidsrecht wordt getornd.

Ik vraag aan het kabinet of het onze mening deelt dat de voordelen van AI juist ten goede moeten komen aan werknemers en dat we niet moeten tornen aan bijvoorbeeld het ontslagrecht. Welke waarborgen bouwt het in om te voorkomen dat we met publiek geld bedrijven groot maken die vervolgens alsnog verkocht kunnen worden aan Amerikaanse partijen? Gelooft het werkelijk dat de bomen altijd tot in de hemel zullen groeien? Zo'n 95% van alle generatieve AI-projecten faalt, blijkt uit onderzoek van het MIT. Hoe voorkomt het dat we straks met publiek geld, bijvoorbeeld geld uit de pensioenpotten, een economische bubbel aan het creëren zijn, die als die barst de samenleving opzadelt met nieuwe hoge kosten?

Voorzitter. Dit is mijn laatste punt. Daar is al aandacht voor gevraagd, maar ik wil het ook expliciet benoemen. Wanneer we het hebben over digitale autonomie en digitale veiligheid, gaat het vaak over Nederland, maar niet expliciet over het Caribisch deel van het Koninkrijk, terwijl ze daar misschien nog wel kwetsbaarder zijn. De NCTV wijst op structurele afhankelijkheden, die een kwetsbaar ecosysteem vormen. Bijna al het internetverkeer loopt via zeekabels naar Puerto Rico, waar het aansluit op een internetknooppunt in de VS. Bij storingen zijn er weinig alternatieven. De NCTV pleit voor meer inzicht in afhankelijkheden en het ontwikkelen van terugvalopties. Onze vragen zijn als volgt. Hoe gaat het kabinet ook de digitale autonomie van het Caribisch deel van het Koninkrijk versterken? Wat is de laatste stand van zaken wat betreft de zeekabels? Collega's vroegen hier ook al naar. Wat is er extra nodig om ervoor te zorgen dat inwoners daar digitaal vrij en veilig kunnen zijn?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat brengt ons bij het einde van de eerste termijn van de Kamer. Er zijn veel vragen gesteld, over drie verschillende begrotingen. Volgens mij moet er ook nog heen en weer gewandeld worden en zit er een lunchpauze tussen. Ik denk dat het realistisch is om een uur te schorsen. Dat betekent: tot 12.41 uur. We kunnen er ook 12.45 uur of 12.40 uur van maken. We schorsen tot 12.45 uur.

De voorzitter:

Het is inmiddels 12.45 uur, dus we gaan verder met dit WGO Digitale Zaken. We gaan beginnen met de beantwoording door de staatssecretarissen. Het is handig als we eerst even een totaalbeeld krijgen van alle blokjes. Ik denk dat mevrouw Aerdts daarna gaat beginnen.

Staatssecretaris Aerdts:

Zeker, voorzitter. Ik heb zes onderwerpen waar ik eerst bij stil zal staan. Het coalitieakkoord, de portefeuilleverdeling en de begroting zijn nummer een. Daarna komen digitale soevereiniteit, de digitale economie, de digitale samenleving, de digitale overheid en de begroting JenV, of overig JenV. En dan is mijn collega.

Staatssecretaris Van der Burg:

Die neemt het dan over met BZK, de Carieb en overige.

De voorzitter:

Dat is heel helder. Heel veel dank. Dan is het woord aan u.

Staatssecretaris Aerdts:

Dank u wel, voorzitter. Ik voel me ontzettend vereerd dat ik vandaag en in de komende periode met uw Kamer in gesprek mag gaan over de digitale toekomst van Nederland. Vanuit mijn achtergrond in veiligheid heb ik ook ervaren dat de wereld er een aantal jaar geleden heel anders uitzag. Ik wil er allereerst heel graag bij stilstaan dat we zo veel geluk hebben met zo'n actieve en kundige digitale commissie. Wij kijken dus ontzettend uit naar die samenwerking.

Digitalisering is een transitie die ingrijpt in alle facetten van onze economie, samenleving en overheid. Het vormt de ruggengraat van allerlei vitale processen en van de benodigde economische groei en innovatie in de komende decennia. Het is dé motor die ons in staat stelt om concurrerend te blijven en nieuwe kansen te creëren. Tegelijkertijd zijn er vele uitdagingen, onder andere rond risicovolle strategische afhankelijkheden van landen buiten Europa en rond verslavende algoritmes en schadelijke content, ook in relatie tot onze democratische rechtsstaat.

Digitalisering raakt iedereen, maar jonge mensen misschien nog wel het meeste. Zij groeien op in een wereld waarin online en offline volledig met elkaar verweven zijn, waarin kansen voor ontwikkeling hand in hand gaan met risico's als desinformatie, verslaving en verlies van privacy. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat technologie hun talent versterkt in plaats van beperkt en dat zij niet alleen gebruikers zijn, maar ook medevormgevers van de digitale toekomst.

Digitale soevereiniteit betekent daarom ook investeren in digitale vaardigheden, weerbaarheid en gelijke kansen voor de volgende generatie. Als staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit ben ik verantwoordelijk voor de coördinatie over de volle breedte van digitalisering en soevereiniteit, van onze digitale economie en samenleving tot aan de digitale overheid. Bij de digitale overheid is mijn rol kaderstellend, terwijl mijn collega-staatssecretaris Eric van der Burg vanuit zijn portefeuille, Slagvaardige Overheid, gaat over de realisatie van de digitaliseringsopgave voor de Rijksoverheid. Ik ben blij met deze verantwoordelijkheid en met de ambities die in het coalitieakkoord staan over deze toekomst. Wij zijn erg blij met dat hele hoofdstuk. We kunnen er namelijk niet langer omheen draaien: het gaat niet goed met de Europese digitale positie ten opzichte van de rest van de wereld. Maakte de Europese digitale sector in 2010 nog een kwart van de wereldwijde digitale sector uit; in de afgelopen jaren is dat geslonken naar 11% in 2022 en nu zelfs naar minder dan 10%. Als we kijken naar research and development, zien we dat de EU zo'n 7% van deze uitgaven op het gebied van ICT-software voor haar rekening neemt en slechts 11% op het gebied van ICT-hardware. Deze ontwikkeling vergroot onze afhankelijkheid van andere landen, met name de Verenigde Staten en China. Onze samenleving draait feitelijk op technologie van buiten. Er zijn brede zorgen over wie mogelijk toegang heeft tot onze data; dat hebben we afgelopen week ook weer duidelijk gezien.

Als je dat combineert met de geopolitieke realiteit, weet je genoeg. Dit zet onze economie, onze veiligheid en onze samenleving onder druk. Er is een omslag nodig. We moeten als Nederland en Europa onze afhankelijkheden verkleinen. We moeten zelf meer een speler zijn en sleutelposities opbouwen: van pilotland naar opschaalland. En we moeten als overheid bewuster gaan kiezen en sturen op de inrichting van onze digitale systemen en infrastructuur, overigens zonder daarbij volledig digitaal soeverein of autonoom te zijn. Het gaat erom dat we risicovolle strategische afhankelijkheden afbouwen en waar mogelijk zelf strategische posities opbouwen. Daarvoor is een trendbreuk nodig. Onze huidige inzet is onvoldoende. We gaan te langzaam, ondanks alle goede inspanningen rond wetgeving, innovatie, de AI-fabriek en de NDS. Kortom, ik wil aan de slag. Ik zei net al: Rob geeft ons een euro voor elke keer dat we dat zeggen. Dat is niet helemaal waar, maar ik ben altijd blij als het genoeg terugkomt. Daarbij gaat het niet alleen om nieuwe visies of strategieën — in voorbereiding op dit debat heb ik voor mezelf zeker 50 plannen, strategieën en bullets genoteerd op een hele grote lijst — maar we gaan wel vooruit met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, de Strategie Digitale Economie, de Agenda DOSA en de Nederlandse Cybersecuritystrategie. Ik wil deze stukken doorvertalen naar gerichte actie en concrete resultaten.

Daarbij wil ik de volgende accenten zetten. Allereerst wil ik blijvend inzetten op de protect-maatregelen met het EU Digital Rulebook, waarmee we spelregels opstellen voor de digitale platforms en opkomende technologieën als AI en cybersecurityeisen stellen aan digitale producten en organisaties. Het kabinet wil ook extra maatregelen nemen om een minimumleeftijd voor gebruikers van sociale media te introduceren. Maar denk ook aan interventies rond 5G of bij ongewenste overnames. Kortom, die protect-agenda zetten we met extra energie voort.

Tegelijkertijd is het ook helder dat we ons tegen die afhankelijkheid niet kunnen weren met alleen wetgeving en veiligheidsmaatregelen. Er is grote noodzaak om echt werk te maken van de promote-agenda, door te investeren in ontwerp, ontwikkeling en het gebruik van Nederlandse en Europese digitale sleuteltechnologie, modellen en infrastructuur. Als je vergeet om te promoten, heb je ook niks om te protecten. Het vizier moet nadrukkelijk gericht zijn op het versterken van onze eigen digitale technologische slagkracht, zodat we concurrerend en weerbaar zijn. Het moet ook plaatsvinden op basis van Europese waarden. Overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en de financiële sector moeten hiervoor de handen ineenslaan, in Nederland, in Europa en met onze partners wereldwijd.

De overheid kan dit faciliteren, enerzijds door gericht en ambitieus beleid te maken, door alles te doen om techbedrijven hier te laten pionieren en ze vervolgens te behouden als ze groeien, nationaal en Europees, en anderzijds door zelf het goede voorbeeld te geven als een overheid die zelf digitaal autonomer wil worden, de regie neemt in de eigen ICT-huishouding en tegelijkertijd werk maakt van haar rol als launching customer. De sleutel daartoe ligt deels in Nederland en deels in Europa. Ons aanbestedingskader moet meer ruimte bieden om op grond van autonomie, weerbaarheid en veiligheid te kiezen voor Europese digitale infrastructuur, producten en diensten.

Tot slot, voorzitter. Een digitale economie en samenleving kunnen niet zonder een sterke digitale overheid. Het is onze verantwoordelijkheid om te zorgen voor een overheid die digitaal toegankelijk is voor iedereen, efficiënt werkt en weerbaar is tegen dreigingen van buitenaf. Dat betekent dat publieke dienstverlening begrijpelijk, gebruiksvriendelijk en inclusief moet zijn, zodat burgers en ondernemers daadwerkelijk profiteren van de digitalisering. Het betekent dat er meer regie komt in het inkoopbeleid om zo de ontstane ongewenste afhankelijkheden af te bouwen. Wij zullen niet alleen samenwerken, maar ook altijd in contact staan met onze collega's van bijvoorbeeld de ministeries van OCW, VWS, BZK, Defensie en Economische Zaken. U gaf dat ook al een aantal keer aan. Ik zeg daarbij wel: dit gaat niet van de ene op de andere dag. Maar het moet wel gebeuren. Alleen met een digitaal volwassen overheid, een weerbare samenleving en een excellente digitale infrastructuur met bedrijven van wereldklasse, kunnen we onze publieke waarden borgen, het vertrouwen van burgers versterken en onze digitale soevereiniteit waarmaken. Daarvoor zet ik me de komende periode vol overtuiging in.

Ik zal eerst even stilstaan bij alle vragen over het coalitieakkoord, de portefeuilleverdeling en de begroting. Allereerst de vraag van mevrouw Kathmann of er in de formatie adviezen zijn gemaakt waarop de verdeling van deze portefeuille is gebaseerd. U bent ermee bekend dat de formateur over het algemeen op sommige momenten informatie vraagt vanuit de departementen. De inhoudelijke beantwoording wordt actief openbaar gemaakt door de formateur en de informateur. Er is ook een ambtelijk advies uitgebracht over de precieze verdeling. Daarbij zijn wij helemaal nog niet betrokken geweest, want op dat moment waren wij nog niet beëdigd als staatssecretaris. Wij zoeken nog even naar de correcte manier om dat openbaar te maken: of de formateur dat zou moeten doen of dat wij dat zouden kunnen doen. We zijn echter wel voornemens om het te doen. We zullen ervoor zorgen dat dat via de goede route bij u terecht zal komen.

Een andere vraag die een aantal keer terugkwam, onder andere bij mevrouw Kathmann, de heer Van den Berg en mevrouw El Boujdaini, is hoe het kabinet denkt al deze ambities waar te kunnen maken zonder geld. "Wanneer kunnen we een stevig financieel voorstel verwachten?" Aan de ene kant snap ik soms wat u zegt: er komt geen geld bij. Dat is ook in antwoord op veel technische vragen zo verwoord. Aan de andere kant prioriteert het kabinet de versterking van de concurrentiekracht en het verdienvermogen. Digitalisering en AI hebben daarin een hele prominente rol. Ik wil mij er dan ook voor inzetten dat het kabinet echt actie gaat ondernemen. Dat doe ik bijvoorbeeld door te bevorderen dat de innovatiemiddelen van het NADI in de start- en scale-upfinanciering van de Nederlandse investeringsinstelling ook open komen te staan voor digitale Nederlandse tech-ecosystemen. Er komt structureel 100 miljoen voor de Nationale Technologiestrategie en voor innovatie. De uitwerking moet nog plaatsvinden, maar we gaan er natuurlijk op inzetten dat er ook een sterke digitale component zal zijn.

Dat er centraal geen aanvullende middelen worden gereserveerd, betekent verder niet dat er geen geld wordt uitgegeven. Overheidsorganisaties geven ieder voor zich middelen uit om genoemde kansen te realiseren en uitdagingen aan te pakken. Daarom ga ik ook in gesprek met diverse overheidsorganisaties, zoals het Rijk, dienstverleners, gemeenten, provincies en waterschappen, om te kijken hoe we onze ambities zo veel mogelijk kunnen realiseren.

Mevrouw El Boujdaini vroeg zich ook af hoe ik dit proces de komende periode voor me zie. Op dit moment wordt er interbestuurlijk gewerkt aan een volledige uitwerking van de investeringsagenda. Dat gebeurt met gemeenten, provincies, waterschappen et cetera. Daarin komt ook een nadere uitwerking en onderbouwing van de kosten. Daarin komen ook de eventuele baten van de NDS voor Nederland aan bod, evenals de voorgestelde financieringsmogelijkheden. Mijn aandacht zal de komende tijd uitgaan naar welke plannen realistisch en haalbaar zijn en waarvoor we met andere bestuurslagen de benodigde mensen en middelen zouden kunnen vrijspelen.

Mevrouw Kathmann vroeg ons wat wij gaan doen om de Kamer meer inzicht te geven in de uitgaven op het gebied van digitale zaken. We willen ons daar echt uitermate voor inspannen en u hierover op een later moment informeren. De afgelopen tijd is er op ambtelijk niveau al contact geweest met het ministerie van Financiën om de mogelijkheden hiervoor goed in kaart te brengen. Maar zoals u net ook al aangaf, zitten we nu volgens mij formeel aan het einde van week 1 of aan het begin van week 2. Ik wil me er dus echt nog even goed in verdiepen. Zo kan ik een goed voorstel doen.

Nog een vraag van mevrouw Kathmann: hoe gaan deze staatssecretarissen samenwerken met hun Defensiecollega's om het nationale belang in de digitale infrastructuur te versterken, zoals ook is gevraagd in de motie op stuk nr. 18 (36592) (#4)? Ze vroeg of het een optie is om bepaalde projecten samen met Defensie te financieren en, zo ja, waar het dan om kan gaan. Het antwoord is: jazeker. We doen het ook al. De AI-fabriek in Groningen is een concreet voorbeeld van een gezamenlijke investering om de digitale infrastructuur te versterken. Verder vindt er samenwerking met Defensie plaats rondom bijvoorbeeld de actieagenda voor cybersecuritytechnologieën, als onderdeel van de Nationale Technologiestrategie, de Nationale Cryptografiestrategie — hier gaan we al met de strategieën! — en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Dat is ter bevordering van de digitale soevereiniteit en cybersecurity.

Mevrouw El Boujdaini vroeg mij ook nog hoe ik aankijk tegen een financiële paragraaf bij projecten en programma's. Daar ben ik een groot voorstander van. Vanuit de Comptabiliteitswet is het al verplicht om bij nieuwe voornemens en voorstellen de financiële gevolgen in kaart te brengen. De complexiteit hierbij is wel dat niet altijd precies inzichtelijk gemaakt kan worden wat nou een ICT-component is, omdat die soms verweven is met andere kosten. Om het inzicht in die financiën te vergroten, loopt er al een traject om de financiële gegevens van grote ICT-projecten te verbeteren.

Dit ter afronding van mijn eerste blokje, te weten coalitie, portefeuille en begroting.

De voorzitter:

Dan geef ik even het woord aan mevrouw Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid! Zij heeft een vraag over de financiering. Dank in ieder geval voor de beantwoording. In een eerder debat was er een interruptiedebatje tussen mevrouw Zwinkels en de heer Van den Berg over financiering. Toen mevrouw Zwinkels daarin gevraagd werd naar de financiële uitdagingen, antwoordde zij dat zij ook nog wel mogelijkheden zag rond de uitbreiding van het defensiebudget en wat daaraan allemaal uitgegeven gaat worden. Dat zou misschien ook zijn weg kunnen vinden naar bepaalde aspecten van digitalisering of de NDS. Daar ben ik heel blij mee, maar wordt dat meegenomen in het plaatje dat wij krijgen? En bestaan daar al stukken over? Zijn er al gedachtewisselingen over geweest?

Staatssecretaris Aerdts:

Op dit moment bestaan daar nog geen stukken over. Dit is wel iets wat we met elkaar gaan bespreken, maar het is nu eigenlijk nog te vroeg om daarover uitspraken te doen. Maar nu wij weten dat dit voor uw commissie zo belangrijk is, zullen we dit meenemen als wij u hierover verder informeren.

De voorzitter:

Dan is er een vraag van de heer Van den Berg van JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja, daarop volgend. Kan de staatssecretaris bevestigen of die 1,5% van het NAVO-budget — daar hebben we het volgens mij over, want 3,5% is strikt genomen voor militair materieel en 1,5% is voor de ondersteunende zaken — ook echt gebruikt kan worden voor al deze digitale infra? En zo nee, kan zij dat dan uitzoeken?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kan dat nu nog niet toezeggen. Het wordt op dit moment uitgezocht, maar als we daar een update van hebben, komen we zeker bij deze commissie terug.

De voorzitter:

U kunt verder met uw tweede blokje, geloof ik. Ja.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan gaan we verder met de vragen die de commissie heeft gesteld over digitale soevereiniteit.

Mevrouw Kathmann vroeg of het kabinet, zoals de Kamer heeft gevraagd, een streefdoel gaat stellen voor wanneer we onafhankelijk moeten zijn. Dat ging onder andere over het opslaan van 30% van de cloudapplicaties in Nederland, zoals gevraagd in de motie op stuk nr. 5 (36574) (#5). Ik ben bezig met het uitvoeren van deze motie. Ik ben dus ook voornemens om in het herziene rijkscloudbeleid een streefdoel op te nemen. De begin februari gepubliceerde rijksbrede IT-sourcingstrategie en de onderliggende handreiking geven richting aan het maken van die bewuste risicogebaseerde keuzes rond onafhankelijkheid. Ik wil ook aangeven dat veel van de huidige migraties een gevolg zijn van besluitvorming van een aantal jaren geleden, net als de aanbesteding, waar we hier vandaag ook over spraken. De geopolitieke situatie zag er toen nog heel anders uit. Ik begrijp echt het gevoel van urgentie, maar een overhaaste exit kan nog wel wat risico's meebrengen voor de continuïteit. Wij wegen dat dus zorgvuldig af, maar kortgezegd zijn we bezig met het uitvoeren van de motie. Ik ben ook voornemens om een streefdoel op te nemen.

Dan de motie-Kathmann over het in principe stoppen met migraties naar de Amerikaanse cloud, tenzij enorm goed onderbouwd en goedgekeurd. Dat is de motie op stuk nr. 1315 (26643) (#6). Ik ben het helemaal met u eens dat een zorgvuldige afweging van het grootste belang is bij cloudmigratie. In het herziene rijkscloudbeleid, dat ik in het eerste halfjaar verwacht aan uw Kamer te sturen, worden deze voorwaarden dan ook verder aangescherpt, en wordt gewerkt aan het beperken van de afhankelijkheden van vooral enkele leveranciers en het inperken van de geopolitieke risico's. Zoals eerder met uw Kamer gecommuniceerd, blijft wel gelden dat departementen zelf verantwoordelijk zijn voor hun cloudbeleid en de bijbehorende risicoanalyses.

De andere motie van mevrouw Kathmann vroeg om een plan B en een snelle exitstrategie op te stellen voor alle delen van de overheid waar we afhankelijk zijn van één niet-Europese leverancier. Hoe staat het met de uitvoering van die motie? Ik onderschrijf vanzelfsprekend de noodzaak om de strategische afhankelijkheden van een beperkt aantal grote leveranciers te verminderen. Ook wordt in het herziene cloudbeleid opgenomen dat de departementen bij het gebruik van clouddiensten zowel de leveranciersafhankelijkheid als het geopolitieke risico bij die betreffende toepassingen en afwegingen moeten meenemen. Waar deze risico's aanwezig zijn, wordt ook gevraagd om een exitplan voor de korte termijn op te nemen — u zou dat plan B kunnen noemen — dat naast het plan voor geplande migratie op de lange termijn bestaat.

Dan vroeg mevrouw El Boujdaini of de staatssecretaris een integraal overzicht heeft van waar onze meest kwetsbare afhankelijkheden zitten en, zo nee, wanneer de Kamer dat overzicht kan verwachten. We zijn bezig om deze kwetsbare afhankelijkheden in kaart te brengen. De aanpak voor het in kaart brengen van die risicovolle strategische afhankelijkheden is ook vastgelegd in de Kamerbrief van 12 mei 2025. In de NDS, die zich richt op het versnellen van het inzicht in de kritieke IT-dienstverlening en de bouwstenen daarvan, verkennen we daarom al heel expliciet de uniforme methodiek en gemeenschappelijke taal om te definiëren wat die kritieke diensten dan zijn. Daarnaast verkennen we een minimale registratiestandaard voor wat verschillende lagen binnen de overheidsorganisaties lokaal vastleggen over deze diensten in hun eigen systemen.

Dan was er nog een vraag van D66. Hoe kijkt de staatssecretaris naar de lobby die de VS gaan starten tegen onze soevereiniteitsagenda? En wat kan het kabinet daartegen doen? De positie van de Verenigde Staten ten aanzien van de Europese digitale wet- en regelgeving is mij bekend. Allereerst wil ik vooropstellen dat Nederland en de EU over hun eigen wet- en regelgeving gaan en dat er geen aanpassing van regelgeving onder druk van derden mag plaatsvinden. Ik denk dat dit ontzettend belangrijk is als we over soevereiniteit praten. De VS zijn en blijven een van onze belangrijkste bondgenoten buiten de EU. Onszelf losmaken van de VS is niet in ons belang. Wel hebben de VS aangegeven dat Europa voor zijn veiligheid vaker op eigen benen moet staan en minder afhankelijk moet worden. Dat is dan ook de inzet van dit kabinet en van de EU. De digitale soevereiniteitsagenda van dit kabinet past in dat kader. Die agenda versterkt onze eigen digitale weerbaarheid, onder meer door het gericht afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden op bijvoorbeeld de cloud en door zelf te gaan investeren in Europese organisaties. Het is van belang dat we hierover in gesprek blijven met de Verenigde Staten en Amerikaanse techbedrijven. Ik zal inzetten op een spoedige kennismaking met de Amerikaanse ambassadeur om het wederzijds belang van deze agenda te benadrukken. Verder zal ik hierover in nauw contact blijven met Europese counterparts. De eerste mogelijkheid daarvoor is waarschijnlijk tijdens de informele Telecomraad op 23 en 24 maart aanstaande.

Naar aanleiding van de aanbesteding van de Belastingdienst vroeg mevrouw Beckerman of we moeten stoppen met aanbestedingen voor Europese bedrijven. Zoals ik net al zei: gelet op continuïteit en de geopolitieke situatie, zitten er natuurlijk risico's aan om dat in een keer te doen. In Europees verband wordt er nu gesproken over wat er mogelijk is rond het voorsorteren op Europese leveranciers. Dit kabinet zet zich daarnaast in Europees verband ook in voor het versterken van de cloudsoevereiniteit bij overheden, het beter kunnen sturen op strategische autonomie bij aanbestedingen en het bieden van meer mogelijkheden om risico's voor de nationale veiligheid te beperken of uit te sluiten. Ik begreep dat er volgende week een commissiedebat over deze specifieke casus is, waarin mijn collega, de staatssecretaris van Financiën, heel expliciet op deze zaak zal ingaan.

Dan kom ik aan het einde van dit blokje en gaan we door met het volgende, digitale economie. Mevrouw Zwinkels gaf aan dat in eerdere stukken werd gesteld dat de AI-fabriek al in 2026 in gebruik zou worden genomen. Zij vroeg naar de stand van zaken wat dit betreft. De start van het AI-expertisecentrum is voorzien in de zomer van 2026. De AI-supercomputer is naar verwachting eind 2027 of begin 2028 gereed voor ingebruikname. De exacte tijdlijn van de realisatie van de supercomputer is onder andere afhankelijk van de aanbesteding door de European High Performance Computing Joint Undertaking. De potentiële gebruikers, waaronder start-ups, overheden en onderzoekers, kunnen overigens nu al rekentijd aanvragen op bestaande supercomputers in andere lidstaten van die EuroHPC Joint Undertaking. Ik struikel een beetje over de naam! Ik zal uw Kamer nadrukkelijk op de hoogte houden van de voortgang van de realisatie van de AI-fabriek. Ik kijk er ook naar uit, want dit wordt een van mijn eerste werkbezoeken in het kader van dit staatssecretariaat.

Mevrouw Kathmann vroeg hoe het kabinet kijkt naar de komst van de AI-gigafabriek naar Nederland. Steunt het kabinet dit plan? Wat gaat het doen om die fabriek succesvol naar Nederland te halen? Ik steun het initiatief van de Europese AI-gigafrabrieken van harte. Dit is ontzettend belangrijk voor het verstevigen van de Europese AI-infrastructuur, maar de meerwaarde van die AI-gigafabriek hangt onder andere af van wat daar gebeurt, wie die gebruikt en welke ecosystemen daaraan verbonden zijn. Er zijn meerdere Nederlandse initiatiefnemers met plannen voor een AI-gigafabriek in Nederland. Om Nederlandse voorstellen voor de gigafabriek kansrijk te laten meedingen in de Europese call is het noodzakelijk dat de Rijksoverheid zich al vóór openstelling financieel committeert aan de afname van een substantiële hoeveelheid rekenkracht. Zoals al werd aangegeven, heeft het kabinet vooralsnog geen middelen op de rijksbegroting gereserveerd voor dit initiatief. Mocht Nederland zich niet financieel kunnen committeren, dan blijven er mogelijkheden voor consortia om privaat AI-infrastructuur te realiseren buiten de kaders van deze Europese call.

Mevrouw Kathmann vroeg ook nog wat de rol zou kunnen zijn van zo'n gigafabriek in de digitale infrastructuur van Nederland. In algemene zin spelen deze fabrieken natuurlijk een strategische rol in de digitale infrastructuur en economie. Ze zouden fysieke publiek-private infrastructuur en rekenkracht in Europa bieden, die nodig is voor het trainen en het draaien van geavanceerde AI-modellen en -toepassingen. Dit stelt onderzoekers, bedrijven en overheden in staat om AI-modellen en -toepassingen te ontwikkelen en te gebruiken op Europese infrastructuur. Tegelijkertijd hangt de precieze rol van zo'n fabriek in de digitale infrastructuur in Nederland onder andere af van wat er gebeurt, wie het gebruikt en welke systemen je daaraan hebt verbonden.

D66 vroeg nog: wat doet het kabinet nou concreet om hoogwaardige publieke datasets te ontsluiten voor Nederlandse AI-ontwikkelingen? Op het opendataplatform data.overheid.nl publiceert de overheid deze opendatasets. In 2025 is hier nog een aantal high value datasets aan toegevoegd, zoals basisregistraties, data over mobiliteit en economische data. Deze sets zijn machineleesbaar, AVG-compliant — belangrijk! — en herbruikbaar voor AI-ontwikkelingen. Enkele publieke organisaties hebben aanvullende data ter beschikking gesteld.

Mevrouw Kathmann vroeg nog hoe dit kabinet aankijkt tegen de Omnibus Digitaal- en de Omnibus AI-wetgeving en of dat een andere opvatting is dan die van het kabinet-Schoof. De opvatting van het kabinet over dit onderwerp verschilt niet noemenswaardig van die van het vorige kabinet. Ook voor dit kabinet is het verlagen van de regeldruk een belangrijke prioriteit. Daarbij blijft een belangrijk uitgangspunt bij de Omnibus Digitaal dat er geen afbreuk mag worden gedaan aan de doelen van de wetgeving of aan de bescherming van grondrechten. Dat zal de inzet van dit kabinet blijven in de onderhandelingen.

Dan gaan we er nog één krijgen om over te struikelen: mevrouw Zwinkels vroeg hoe de Smart Industry Schaalsprong Agenda en de European Digital Innovation Hubs ter ondersteuning van het mkb bij de digitalisering van de bedrijfsprocessen eruitziet en wat er nou te verwachten is. Wij zijn voornemens om de Europese Digitale Innovatie Hubs te verlengen tot en met 2028, waarbij de focus ligt op de toepassing van kunstmatige intelligentie en cybersecurity binnen het mkb. Het kabinet trekt hier samen met de EU en de provincies ongeveer 27 miljoen voor uit voor de periode tot en met 2028. Het kabinet zet ook in op het Smart Industryprogramma. Dat zet het voort tot 2028 om de digitalisering van de Nederlandse maakindustrie verder te versnellen. De focus ligt op voorlichting aan ondernemers en het ontwerpen van nieuwe methodieken, bijvoorbeeld op het gebied van AI en opleidingen, die ook kunnen worden opgeschaald in dit programma. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat trekt bijna 1 miljoen uit voor het Smart Industryprogramma. Beide programma's dragen bij aan de ambities zoals we die hebben neergelegd in de Strategie Digitale Economie.

Dan de zeekabels. Mevrouw Kathmann vroeg of we op de volgende begroting geld gaan vrijmaken voor digitale infrastructuur en de nieuwe zeekabels en of we de publieke financieringsopties hiervoor, die zijn uitgewerkt naar aanleiding van haar motie, verder gaan uitwerken.

De voorzitter:

Ik ben daar heel benieuwd naar, maar voordat u die vraag beantwoordt, gaan we naar mevrouw Zwinkels. Zij heeft een vraag.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Klopt, voorzitter. Mijn vraag gaat over de hubs voor het mkb, even kort samengevat. Ik ben heel erg benieuwd wat ondernemers nu kunnen verwachten. Ik probeer dat in begrijpelijke taal te krijgen voor ondernemers. Kunnen ze een aanvraag doen? Kunnen ze veel voorlichting verwachten? Zo ja, hoe ziet die er dan uit? Als dit debat daar niet de gelegenheid voor is, mag het ons ook toegestuurd worden per brief, maar ik vind het heel erg belangrijk dat dit heel concreet wordt gemaakt en niet in abstracte termen of programma's blijft hangen.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik snap de vraag van mevrouw Zwinkels heel goed. Het reikt voor nu te ver om dit helemaal uit te leggen, maar we zullen uw Kamer daar zeker over informeren, op korte termijn.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik zou eigenlijk bijna willen voorstellen om eens een keer een soort van harmonie in al die strategieën te gaan creëren, want ik kan me voorstellen dat de staatssecretaris het overzicht kwijtraakt; dat geldt in ieder geval wel voor mij. Ik heb vooral een vraag over de AVG. Er werd net even gesproken over de grondrechten. Ik weet dat het in het Omnibuspakket een voornemen is om bijvoorbeeld het toezicht op het melden van het lekken van informatie, zoals nu bij Odido heeft plaatsgevonden, naar Europa te verplaatsen. Hoe staat dit kabinet daar nu in, zeker gezien het subsidiariteitsbeginsel?

Staatssecretaris Aerdts:

Zoals u ziet, fluistert de persoon aan mijn linkerzijde mij nog even iets in. U moet het voor mij dus wel een keer herhalen. Deze onderhandelingen lopen nu. Onze inzet is om vast te houden aan onze eigen nationale toezichthouders en er in ieder geval voor te zorgen dat geen doublures op Europees niveau zullen ontstaan.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat ondersteunen wij.

Staatssecretaris Aerdts:

Voorzitter. Dan ga ik toch door naar de zeekabels. Dank voor de vragen. Mevrouw Rajkowski stelde hier ook een vraag over. Nieuwe strategische zeekabelverbindingen zijn inderdaad hard nodig om onze koploperspositie te behouden. Daar zet ik mij samen met de Zeekabel Coalitie hard voor in. Sinds 2019 zijn met private financiering diverse korte kabels aangelegd naar het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. De afgelopen jaren blijkt echter ook dat de markt grote moeite heeft met het rondkrijgen van een businesscase en de financiering voor de nieuwe strategische zeekabels. Een belangrijk project is de aanleg van de IOEMA-kabel. Deze zal Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Denemarken met elkaar verbinden. Ik zet ook in op een aansluiting op de Arctische route naar Azië. Met een publieke financiering zouden inderdaad stappen gezet kunnen worden. De Europese Connecting Europe Facility is hiervoor in ieder geval zeer belangrijk. Voor dergelijke investeringen is nu echter geen budget op de begroting van EZ gereserveerd; daarvoor is momenteel ook geen ruimte. Als Nederland deze projecten wil financieren, zullen we keuzes moeten maken of zullen andere beleidsdoelstellingen moeten worden bijgesteld of moeten vervallen. Ook in het coalitieakkoord zijn geen specifieke middelen voor deze kabels gereserveerd. Investeringen in digitale infrastructuur met een positieve businesscase zullen worden meegenomen in de besluitvorming rond de vorming van een investeringsinstelling.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ik hoor de staatssecretaris in ieder geval niet zeggen dat er in de toekomst geen mogelijkheden zijn. Er moet dus vooral gekeken worden of dit wellicht wel mogelijk is in andere begrotingsperiodes. Klopt dat?

Staatssecretaris Aerdts:

Wij hebben wat dit betreft nog wel veel verwachtingen van de markt. Het is niet zinvol om deze instrumenten verder uitwerken terwijl daar nú geen financiële dekking voor is, maar het kan natuurlijk een wens van uw Kamer zijn om daar in de toekomst nog meer naar te kijken.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dat begrijp ik. Als deze staatssecretaris met bepaalde financiën en opdrachten op pad wordt gestuurd, dan is 'm dat ook. De boodschap is helder; dat wordt ook zo weer teruggelegd. Ik ben dan wel nieuwsgierig: gaan wij binnenkort een belangrijke deadline missen? Een verbinding met het Verenigd Koninkrijk, Denemarken et cetera is goed, maar missen wij op korte termijn deadlines van aanbestedingen of deals over het trans-Atlantische deel doordat wij nu niks kunnen doen omdat daar geen geld voor is? Daar ben ik dan nieuwsgierig naar. Hebben we een halfjaar? Hebben we twee jaar? Wat is in dezen zo'n beetje de tijdlijn?

Staatssecretaris Aerdts:

Mag ik hier in de tweede termijn even op terugkomen? Dan kijken we hier voor u even goed naar.

De voorzitter:

De heer Van den Berg van JA21 heeft ook een vraag.

De heer Van den Berg (JA21):

Nu volg ik het even niet meer, want ik hoor de staatssecretaris enerzijds zeggen dat de markt onvoldoende beweegt, maar als wij dan vragen om toch publiek te gaan deelnemen, dan zegt zij dat zij nog heel veel verwacht van de markt. Die twee stroken volgens mij helemaal niet met elkaar. Hoe zit dat precies?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kom ook hierop in tweede termijn nog iets uitgebreider terug.

De voorzitter:

Dan heeft het lid Kathmann van GroenLinks-PvdA nog een vraag. Als de staatssecretaris hierop terugkomt in de tweede termijn, kan zij daar dan bij betrekken dat de markt ons al een paar jaar lang op het hart drukt dat er zeker een deadline is en dat, als we nu publiek niks doen, over twee jaar 100% van de markt in handen is van grote techbedrijven? We hebben het hier over kabels waar 99% van het hele internetverkeer doorheen gaat. Alle woorden over digitale autonomie die in het coalitieakkoord staan, vallen of staan dus ook een beetje met deze zeekabels. Er is ook een heel breed aangenomen motie die echt een oproep inhoudt aan de Kamer, zo van: fijn dat dit nu gesteund wordt in de lobby, maar de stap naar publieke investering is gewoon noodzakelijk om iets los te trekken.

Staatssecretaris Aerdts:

Dit zullen we inderdaad meenemen in ons antwoord in de tweede termijn.

We blijven nog heel even bij de zeekabels, namelijk die in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Mevrouw El Boujdaini gaf het al aan: 95% van het internationale dataverkeer loopt via onderzeese kabels. Regie hebben over de digitale vitale infrastructuur gaat verder dan alleen Nederland. Het gaat namelijk ook om het Caribisch deel van het Koninkrijk. Er werd gevraagd hoe wij hiernaar kijken. Wij bevestigen dat die zeekabels cruciaal zijn voor het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarom heeft mijn ministerie vorig jaar onderzoek laten doen naar de zeekabelverbindingen in het Caribisch gebied. Dat is ook met uw Kamer gedeeld. Er wordt een belangrijke stap gezet door Bonaire met het CELIA-zeekabelproject te verbinden. Dit staat gepland om operationeel te worden in de loop van 2027. Op dit moment laat de Europese Commissie een haalbaarheidsstudie doen naar de soevereine digitale ontsluiting van het Caribisch gebied. Naar verwachting is dat onderzoek eind dit jaar gereed. Dit zien wij ook als een belangrijke input voor het haalbaarheidsonderzoek dat ik zelf wil gaan uitvoeren naar de trans-Atlantische kabel tussen Europees en Caribisch Nederland, waar om werd gevraagd in de motie van mevrouw Kathmann. Met het aanleggen van die zeekabels zijn aanzienlijke bedragen gemoeid. Het vergt voor ons dus ook echt een zorgvuldig proces en goede keuzes. We zullen in de tweede termijn terugkomen op al die termijnen en op welke beslissingen er mogelijk genomen worden.

We gaan verder met het vierde onderwerp: de digitale samenleving. Allereerst de ambities als het gaat om online kinderrechten. Mevrouw Kathmann vroeg wat het kabinet gaat doen om kwetsbare groepen te ondersteunen. Mijn ambitie is dat digitale diensten veiliger worden, zeker voor kwetsbare groepen. We zien dat die digitale diensten schadelijke elementen bevatten, met name voor deze groepen. Dan gaat het bijvoorbeeld om content of om de verleiding om veel te lang online te blijven. Ik zie ook dat diensten die veilig zijn heel veel meerwaarde kunnen hebben, bijvoorbeeld voor kinderen. Daarom ga ik in de komende tijd, samen met andere departementen in het veld, kijken hoe we die digitale wereld veiliger kunnen maken voor kwetsbare groepen. Dat kun je zeker doen door te voorkomen dat ze schadelijke content kunnen zien of dat ze daar door verslavende algoritmen veel te veel in mee worden getrokken.

U stelde ook nog een vraag over het basispakket digitale veiligheid: wil het kabinet meedenken over hoe dat basispakket eruit kan zien en op welke manier dit gerealiseerd kan worden? Diverse marktpartijen bieden een veiligheidspakket aan. Een deel van de genoemde producten wordt gratis aangeboden. Ik wil graag met de aanbieders van deze producten de inhoud en de toegankelijkheid van het aanbod bezien, en ook bekijken hoe dat eventueel verbeterd kan worden. Daarbij is het belangrijk dat er een pakket blijft worden aangeboden. Wij doen dit al. Voor mkb'ers wordt subsidie beschikbaar gesteld via de regeling Mijn Cyberweerbare Zaak. Op de websites van Veiliginternetten.nl en het Nationaal Cyber Security Centrum worden burgers en bedrijven geïnformeerd over basismaatregelen die zij zelf kunnen treffen op het gebied van cyber. Mijn collega van BZK financiert in dit kader bovendien de nationale cursus Digitale Weerbaarheid, voor alle Nederlanders vanaf 12 jaar en ouder. Ook financiert BZK de cursus Digisterker voor de doelgroep senioren, specifiek ook bedoeld voor bibliotheken.

Mevrouw Zwinkels stelde nog een vraag over de concrete inzet voor de minimumleeftijd voor social media. Het kabinet onderzoekt op dit moment hoe een verbod op sociale media op Europees niveau kan worden bereikt. We willen dat graag Europees regelen. Dat heeft ermee te maken dat met een aantal landen de kans om het te omzeilen minder groot wordt. Dat is ontzettend belangrijk voor ons, maar het uitgangspunt blijft dat de gegevens van jongeren en kinderen beschermd gaan worden als zij hun leeftijd zouden moeten aantonen. We verwachten hierover dit voorjaar nog een rapport van de Universiteit van Amsterdam. Het kabinet zal voor het zomerreces uw Kamer informeren over de uitkomsten van het onderzoek en over hoe wij daar verder op zullen acteren.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Uiteraard is het altijd het slimst om dit soort dingen Europees te regelen. Ik constateer wel dat de geopolitieke situatie zodanig is dat ik me afvraag wat voor vuist Europa daadwerkelijk op dit gebied durft te maken richting de VS. Ik zie dat verschillende landen daarom juist individueel maatregelen nemen. Dan bereik je misschien hetzelfde, maar via een route die politiek wat handiger is. Zou u in de brief aan de Kamer ook mee willen nemen of u, als er op Europees niveau geen route lijkt te zijn om dit te regelen, dan een mogelijkheid ziet om met gelijkgestemde landen alsnog zoiets op poten te zetten?

Staatssecretaris Aerdts:

Dat advies neem ik graag mee.

Mevrouw Kathmann sprak over de betaalbaarheid van internet. Zij vroeg: wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat niemand wordt buitengesloten in de digitale wereld? Ik ben het helemaal met mevrouw Kathmann eens dat toegang tot internet een basisbehoefte is. Het kabinet ziet op dit moment evenwel geen aanleiding voor een landelijke aanpak of een generieke regeling voor lagere, sociale internettarieven. Uit onderzoek is namelijk ook gebleken dat de Nederlandse internetprijzen niet hoog zijn in vergelijking met andere landen. Daarnaast gaat de Autoriteit Consument & Markt strenger toezien op de informatieverplichting van telecomaanbieders richting consumenten. Dat geeft meer duidelijkheid over het aanbod dat beter bij persoonlijke omstandigheden moet passen. Voor kwetsbare huishoudens, waar bredere problematiek speelt, kan een lokale maatwerkaanpak helpen. De gemeente Rotterdam is hier een goed voorbeeld van. Denk hierbij aan huishoudens zonder geschikte apparatuur, met beperkte digitale vaardigheden en met hogere maandlasten dan nodig in relatie tot het daadwerkelijke internetgebruik.

Mevrouw Zwinkels en mevrouw Kathmann vroegen allebei wanneer we de digitale kijkwijzer officieel kunnen verwachten. Er zijn verkennende gesprekken gevoerd met het NICAM en de ministeries van BZK, VWS en OCW. Eind vorig jaar is besproken dat de uitvoering van de motie het beste past bij het mediabeleid van OCW en het jeugdbeleid van VWS. De bestaande kijkwijzer wordt namelijk deels betaald door deze twee ministeries. Het ministerie van OCW is in goed overleg met het NICAM over de plannen. Het ministerie van OCW zal de Kamer informeren als de gesprekken met het NICAM zijn afgerond. De verwachting is dat dat voor de zomer zal gebeuren.

Mevrouw Zwinkels vroeg naar de kinderrechtenimpactassessments: wat wordt er gedaan met de uitkomsten van de kinderrechtenimpactassessments die zijn uitgevoerd voor Roblox en TikTok? Worden die uitkomsten meegenomen in de digitale kijkwijzer? Die uitkomsten gebruiken we onder andere voor de gesprekken met de platforms en voor bewustwording van ouders via de publiekscampagne Blijf in Beeld. Eind vorig jaar is besproken dat de uitvoering van de motie over de digitale kijkwijzer … O, dit heb ik net al verteld. Ik zal samen met mijn collega, de staatssecretaris van OCW, bekijken hoe we de uitkomsten van de kinderrechtenimpactassessments mee kunnen nemen in de digitale kijkwijzer en beoordelen of dat nuttig is.

De heer Ceder vroeg mij: wanneer kunnen we van het kabinet wetsvoorstellen verwachten over leeftijdsverificatie?

De voorzitter:

Mevrouw Zwinkels heeft eerst nog een vraag.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Eén vraag ten aanzien van dat assessment. In gesprek met het vorige kabinet was ik in de veronderstelling dat dit wel iets meer omvatte dan alleen input voor een bewustwordingscampagne en het tweede punt dat mevrouw Aerdts maakte. Ik ben dus nog wel benieuwd of dat op zichzelf niet voldoende status heeft om, bijvoorbeeld, wat meer te reguleren als blijkt dat er een hele negatieve impact is.

Staatssecretaris Aerdts:

Mag ik hier in de tweede termijn nog iets uitgebreider op terugkomen? Fijn.

Dan de vraag van de heer Ceder: wanneer kunnen we van het kabinet wetsvoorstellen verwachten over leeftijdsverificatie? Mijn ambtsvoorganger heeft op 19 februari 2025 de Kamer geïnformeerd over motie-Ceder/Six Dijkstra en heeft een technische briefing aangeboden. Dat aanbod staat wat ons betreft nog steeds, want het gaat over complexe materie. Uw vraag was enerzijds gericht op leeftijdsverificatie bij sociale media en anderzijds op het beschermen van kinderen tegen bepaalde praktijken die bij wet verboden zijn. Ik denk dat het belangrijk is om nog te zeggen dat het uitgangspunt van dit kabinet is dat alles wat offline verboden is, online ook verboden zou moeten zijn. De brief waar ik net over sprak, heeft eigenlijk betrekking op het tweede element. Voor het eerste deel, de leeftijdsgrens voor sociale media, waar we net ook over spraken, ga ik me hardmaken, in eerste instantie op Europees niveau. Ik verwacht uw Kamer voor het zomerreces te kunnen informeren over de stand van zaken.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik ben bekend met de brief van uw voorganger. De Kamer heeft, denk ik, een of twee keer per motie gevraagd om de voorbereiding van nationale wetgeving om de voorwaarden voor digitale leeftijdsverificatie vast te leggen. De reden is dat bedrijven die dat nu doen, het op zeer omslachtige manier doen en het te omzeilen valt. We zouden daarmee ook niet het eerste land zijn. Frankrijk, Spanje, Engeland en volgens mij nog meer landen zijn daar al mee bezig. Mijn concrete vraag was eigenlijk of het kabinet-Jetten van plan is om in tegenstelling tot het kabinet-Schoof door te pakken en met specifieke nationale wetgeving te komen. Daar was namelijk een brede meerderheid voor in de Kamer en ik denk dat die er nog steeds is. Daarmee bereik je het doel dat de staatssecretaris en ik delen, namelijk dat wat offline verboden is, digitaal feitelijk ook verboden is. Dat moet je mogelijk maken. Ik maak graag gebruik van het aanbod van een technische briefing en wil graag nadenken over de vraag op welke wijze dat kan. De vraag is of het kabinet bereid is om met nationale wetgeving te komen.

Staatssecretaris Aerdts:

Het is fijn dat u wilt ingaan op het aanbod van een technische briefing. De eerste route die wij als kabinet willen volgen, is kijken of het via de Europese weg kan. Als je met z'n allen een vuist maakt, is dat natuurlijk een sterker principe, ook met het oog op omzeiling. Maar wij willen zeker ook nog een keer kijken naar wat je mogelijk in de tussentijd hier zou kunnen doen en wat daarin langs de Europese route de fasering zou kunnen zijn. Ik zei dat ook al tegen mevrouw Rajkowski. Dat zal ik meenemen en we komen daar zeker voor het zomerreces op terug.

De voorzitter:

Nog een vervolgvraag van de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Daarop terugkomend: dat zie ik als een toezegging. Ik vind het fijn dat dat in een brief terugkomt. Maar dit antwoord past bij een Europees socialmediaverbod. Ik ben er niet op tegen om dat pad te verkennen, maar dat gaat niet op bij nationale wetgeving over zaken die wij in Nederland of verboden, of beperkt hebben tot een bepaalde minimumleeftijd. Een voorbeeld: alcohol kopen is geen Europese competentie. Het verschilt per land tot welke leeftijd dat begrensd is. Hetzelfde geldt voor gokken, kijkwijzers, pornografische websites, gewelddadige websites, noem maar op. Dat zijn geen Europese competenties. Per land heeft elk parlement in zijn wijsheid bedacht wat de minimumleeftijd is voordat iemand daar gebruik van kan maken, daarnaar kan kijken of daar diensten van kan afnemen. Het blijkt heel makkelijk te omzeilen. Digitaal alcohol kopen is heel makkelijk, of je nou 8 jaar of 18 jaar bent, omdat die leeftijdsverificatie gewoon niet deugt en we verouderde wetgeving hebben. Mijn specifieke vraag is — ik stel 'm omdat ik met het vorige kabinet ruzie heb moeten maken; ik hoop dat met deze bewindspersonen niet ook te hoeven doen — of de staatssecretaris bereid is om dat op dit specifieke aspect in navolging van andere landen wettelijk te gaan borgen. Nogmaals, het is geen Europese competentie en het is ook niet logisch om het Europees te regelen omdat de minimumleeftijden per land verschillen. Als wij dat niet doen, is het alternatief dat al die diensten waarvan wij gezegd hebben dat ze niet gezond zijn voor minderjarigen, de facto wel gewoon beschikbaar zijn in de digitale leefwereld. Volgens mij wil niemand dat.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik denk dat wij dezelfde zorg met elkaar delen. Ik vind de Europese weg nog steeds wel zinvol als het gaat om het omzeilen, ook al heb je andere leeftijden met elkaar afgesproken. Als kinderen het vervolgens in België of in Duitsland wel online kunnen gaan kopen, blijf ik erbij dat die Europese weg daarin een heel belangrijke is. Maar ik zal het zeker meenemen in de uitwerking. We hadden het er net al een beetje grappend over, maar het is inderdaad week 2. Ik neem deze gedachte zeker mee. Ik hoop niet dat we al in week 2 ruzie moeten maken, maar we zullen elkaar hierop vast vaker tegenkomen.

De voorzitter:

Nog één vraag van de heer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dit is geen interruptie. Ik beschouw dit als een toezegging. Ik wil echt weten wat het kabinet gaat doen. Kunnen wij afstemmen dat dit ergens terugkomt? Ik wil namelijk heel graag dat die motie wordt uitgevoerd. Vandaar dat ik ...

De voorzitter:

Uw vraag is: is dit een toezegging?

Staatssecretaris Aerdts:

Als ik het zo mag interpreteren dat ik mij hier inderdaad verder in ga verdiepen en daar uitgebreider op terugkom, dan is het inderdaad een toezegging.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Fijn. En wanneer dan?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik moet me hier echt nog verder in verdiepen, maar ik probeer hier voor de zomer bij u op terug te komen.

De voorzitter:

Ik zie een knikkende meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik vind het meireces fijner, maar ik ga hier dan in mee. Ik beschouw het dan als een toezegging dat hierop wordt teruggekomen.

Staatssecretaris Aerdts:

Als het er sneller is, dan komt het natuurlijk ook sneller uw kant op.

Voorzitter. Om terug te komen op een vraag van mevrouw Zwinkels: gaat de staatssecretaris zich hardmaken voor kansen in de gegevensuitwisseling en AI in de zorg? Het verbeteren van die gegevensuitwisseling heeft zeker mijn aandacht. Ik gaf net al aan dat het ministerie van VWS echt een van de belangrijke partners is op deze portefeuille. Met het Federatief Datastelsel werken wij aan het makkelijker kunnen delen van gegevens die nodig zijn voor dienstverlening en maatschappelijke opgaven. Ook werken we daarbij aan het oplossen van de knelpunten in die gegevensdeling. Daarbij is er zowel aandacht voor de concrete casuïstiek alsook voor de onderliggende grondoorzaken. Mijn collega van VWS staat primair aan de lat om die kansen in eerste instantie te verzilveren, maar waar nodig ondersteun ik haar daar zeker bij.

Dan was er een vraag van de heer Ceder wat betreft het onder de aandacht brengen van de richtlijnen voor gezond schermgebruik: hoe gaan we die richtlijnen actief onder de aandacht brengen bij scholen, GGD's en ouders? We gaan die richtlijnen inderdaad actief onder de aandacht brengen. Denk daarbij aan scholen, GGD's, maar ook aan ouders. Samen met bijvoorbeeld het Nederlands Jeugdinstituut en het Netwerk Mediawijsheid wordt er nu gewerkt aan een implementatieplan voor die richtlijnen. Hierbij worden ook de GGD's, de kinderopvang en het onderwijs actief betrokken. In het implementatieplan wordt gekeken hoe we die richtlijnen op plekken kunnen laten komen waar die ouders en kinderen ook veel komen. Ze worden ook geborgd in bestaande instrumenten, zoals de MediaDiamant, die allerlei concrete tips voor ouders bevat.

De heer Ceder stelde ook nog de vraag of het mogelijk zou zijn om een publiekscampagne te starten om tweestapsverificatie de norm te maken. Recent is de campagne "Dubbel beveiligd is dubbel zo veilig" afgelopen. Deze campagne van het ministerie van Justitie en Veiligheid en BZK was specifiek gericht op het bevorderen van het instellen van die tweefactorauthenticatie voor e-mail en sociale media. In het kader van deze campagne waren er onder meer reclamespotjes te zien op tv en beschikken alle bibliotheken nu over een stappenschema voor burgers om die tweefactorauthenticatie — ik struikel over het woord — in te stellen.

Dan was er nog een vraag van mevrouw Kathmann over het investeren in weerbaarheid via HackShield. Ik hoorde ook anderen hierover spreken. Die digitale weerbaarheid begint inderdaad vroeg. Zo bouwen we aan een generatie die digitaal vaardig en weerbaar is. Dit is inderdaad een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid, die vraagt om betrokkenheid van de relevante departementen, private partijen en maatschappelijke organisaties. Het lectoraat Online Weerbaarheid van de Hogeschool Saxion voert momenteel een onafhankelijke effectenevaluatie uit naar HackShield. De uitkomsten worden aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 verwacht. Als dit positief is, kan in afstemming met de betrokken departementen naar een manier worden gezocht waarop er financiële steun aan HackShield en soortgelijke initiatieven tot 2027 kan worden vormgegeven. In aansluiting op de Nederlandse Cybersecuritystrategie worden de digitale weerbaarheidsvaardigheden in 2027 een verplicht onderdeel van het curriculum in het funderend onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Er zullen ook meer lespakketten door de onderwijsuitgevers worden ontwikkeld. Ik ben bij het einde van dit blokje aangekomen; ik wilde bijna hetzelfde nog een keer doen.

Dan kom ik bij mijn een-na-laatste mapje.

De voorzitter:

Voordat u daaraan begint, is er een vraag van mevrouw Zwinkels.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Voorzitter, vindt u het fijn als we gemiste vragen bij het blokje zelf doen of liever aan het einde?

De voorzitter:

Het handigst is het als u er meteen op ageert als u een vraag mist in een blokje. Als dat lastig is, kan het natuurlijk ook aan het einde, bijvoorbeeld als u uiteindelijk toch nog een vraag mist. Dat kan allebei.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dan ga ik mijn best doen om het meteen bij het blokje te doen. Anders komt het misschien ook nog aan het einde. Ik heb twee antwoorden gemist. Ik had een vraag gesteld over de in-gameaankopen. Die lijkt me relevant in dit blokje. Ik heb ook de vraag gemist in hoeverre de whatsappkanalen worden meegenomen in de digitale kijkwijzer. Dat zijn twee specifieke vragen waar ik nog geen antwoord op heb.

De voorzitter:

Dan is de vraag: is dat misschien nog voor een ander blokje?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik denk dat ze heel goed in dit blokje hadden gepast. Ik zie ze hier niet in zitten. Ik kom er graag in de tweede termijn sowieso even op terug. Wie weet komen we ze verrassend genoeg nu nog tegen, maar ik verwacht dat ik er in de tweede termijn even op terugkom.

De voorzitter:

Dan kunt u verder met het blokje overheid. Volgens mij zijn we daar nu. Yes.

Staatssecretaris Aerdts:

Precies. Het is mijn vijfde en een-na-laatste blokje. We starten met de Digitale Dienst; u sprak daar bijna allemaal over. In het coalitieakkoord is afgesproken dat we een compacte, deskundige digitale dienst gaan oprichten met twee competenties: het vaststellen van de kwaliteitsstandaarden en het borgen van de ontwerpkeuzes. Ik verwacht binnenkort het advies van de NDS-raad te ontvangen dat tijdens de vorige kabinetsperiode is aangevraagd. Ik ben voornemens u voor het zomerreces over de uitwerking van het advies te informeren. Op dit moment heeft het kabinet nog niet besloten of er ICT-dienstverleners in de Digitale Dienst opgaan en, zo ja, welke. Zoals ook is benoemd in het coalitieakkoord, vinden we dat die dienst compact moet zijn, maar over de uitwerking moet ik echt nog bij u terugkomen. Dat is in de eerste week nog niet gelukt. We willen natuurlijk het advies afwachten.

Dan was er nog een vraag van mevrouw El Boujdaini: kan de staatssecretaris aangeven welke migraties of overstappen naar de cloud op de planning staan? Volgens mij gaan de twee volgende vragen daar ook over. Het gaat over een overzicht van de rijksaanbestedingen. Wij gaan aan die overzichten werken en op het moment dat we die hebben, zullen we die ook met u delen.

Dan was er nog een vraag van mevrouw Zwinkels. Zij vroeg of ik ervoor kan zorgen dat vanaf deze week de financieringsaanvragen die moeten worden ingediend om in aanmerking te komen voor IT-projecten van meer dan 5 miljoen, aan de centrale IT-standaarden worden getoetst. Nee, ik kan er niet voor zorgen dat dat vanaf deze week zo is, maar ik ben de maatregel wel aan het uitwerken. Ik kijk hoe we dit zo goed mogelijk kunnen organiseren. Ik kom hier zo snel mogelijk bij u op terug, in ieder geval voor de zomer, en als het eerder kan, dan is het eerder.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank voor deze toezegging. Ik zou nog even willen vragen of daar ook een soort voorstel in kan komen voor hoe het proces eruit gaat zien ten aanzien van de besluitvorming over dit soort grote, nieuwe IT-projecten.

Staatssecretaris Aerdts:

Ja.

Mevrouw El Boujdaini vroeg nog naar de ontwikkeling van de NL-wallet. Een eerste versie van de publieke NL-wallet is in 2025 getest met bewoners van de gemeenten Amsterdam en Nijmegen. Met de inzichten die zijn opgedaan, wordt dit verder doorontwikkeld. We nemen dit jaar deel aan Europese proeven, de zogeheten European Large Scale Pilots. Er wordt ook naar gestreefd om dit jaar te starten met de certificering van de publieke NL-wallet. Hierbij wil ik nog even de vrijwilligheid benadrukken.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Betekent dat dan dat de NL-wallet op tijd af is in 2026, of is de roll-out in 2027?

Staatssecretaris Aerdts:

Om daar antwoord op te geven: nee, hij is niet volledig klaar. Daar was uw Kamer ook al over geïnformeerd door mijn voorganger. Ik geef u aan welke ontwikkelingen op dit moment spelen, maar het gaat niet lukken om dat in 2026 volledig uit te voeren.

De voorzitter:

Heeft u nog een vervolgvraag?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ja. Heeft dat dan nog bepaalde consequenties voor ons als Nederland richting de EU?

Staatssecretaris Aerdts:

We gaan even door in het setje. Mijn ambtsvoorgangers hebben de Kamer inderdaad laten weten dat het langer duurt. Dit komt mede doordat de Europese standaarden en specificaties nog beschikbaar gesteld moeten worden. Daarna is er in Nederland nog een wetswijziging nodig om de publieke wallet en het EDI-stelsel te laten functioneren. Ik streef ernaar om eind 2026 de uitvoeringswet in consultatie te brengen. Daarbij bekijken we ook nog of we additionele middelen kunnen vrijmaken om de implementatie te versnellen. Vanzelfsprekend zullen we uw Kamer daarvan op de hoogte houden.

De voorzitter:

U kunt verdergaan.

Staatssecretaris Aerdts:

In vervolg daarop ook een vraag van D66: kiest Nederland voor één overheidswallet of voor een ecosysteem met meerdere, ook private wallets met strikte eisen en certificering? Nederland realiseert een stelsel waarin zowel de publieke NL-wallet als private wallets kunnen worden gebruikt als zij aan de eisen voldoen om gecertificeerd te worden. Zo kunnen inwoners zelf kiezen of ze gebruik willen maken van een publiek of van een privaat middel. Het EDI-stelsel komt tot stand in samenwerking met overheidspartijen en private partijen. Er zijn onderdelen van het stelsel die privaat worden belegd, bijvoorbeeld vertrouwensdiensten. Onderdelen als toezicht en digitale identiteit van de burger zijn natuurlijk nadrukkelijk publieke taken. De NL-wallet zal door overheidspartijen worden gebouwd en ook publiek worden beheerd. De publieke NL-wallet wordt ook open source ontwikkeld.

Dan nog een vraag van mevrouw El Boujdaini: sluit de ontwikkeling van de NL-wallet, waaraan wordt gebouwd en welke beproefd wordt via die open standaarden en herbruikbare componenten, ook op andere EU-landen aan? Het Europese raamwerk zorgt er met die standaard voor dat de EDI-wallets in alle lidstaten van de EU gebruikt kunnen worden. Veel toepassingen worden dan ook getest in die grotere proefprojecten waar ik net al over sprak. Er wordt nauw samengewerkt met andere lidstaten. Zo wordt natuurlijk ook gekeken hoe je het beste van elkaar kunt leren en of bepaalde componenten ook hergebruikt kunnen worden.

U stelde ook nog een vraag — die sluit ook aan op een vraag van de heer Ceder — of die wallet ook een kans is voor veilige en privacyvriendelijke leeftijdsverificatie. Wij volgen de ontwikkelingen met die verschillende verificatie-instrumenten in de verschillende Europese landen met heel veel interesse. De inzet van die EDI-wallets kan daarin een van de mogelijkheden zijn. In de Europese kaders voor de wallets zijn veel maatregelen genomen die ervoor zorgen dat gebruikers juist op een veilige en privacyvriendelijke manier kunnen beschikken over hun gegevens. Daarbij is opnieuw van belang dat het gebruik van die wallets altijd vrijwillig is. Er zullen daarom ook alternatieven gevonden moeten worden voor mensen die geen EDI-wallet willen gebruiken.

Over de deadline hebben we net gesproken. Daarmee kom ik ook aan het einde van dit blokje over de digitale overheid.

Dan beginnen we met het laatste blokje, voordat ik het woord geef aan mijn collega, of eigenlijk voordat u het woord geeft aan mijn collega. We beginnen met de zorg die u eigenlijk allemaal heeft gedeeld, over Odido. Vanzelfsprekend betreuren wij natuurlijk dat die aanval heeft plaatsgevonden en dat er zó veel mensen geraakt zijn, waaronder ook de kwetsbare groepen waar u vandaag allemaal, terecht, denk ik, heel nadrukkelijk bij heeft stilgestaan. Dit laat ook zien hoe belangrijk goede omgang met die persoonsgegevens is en dat de eisen die al in de wet staan er absoluut niet voor niks zijn. Op dit moment doet de politie onder leiding van het landelijk parket een strafrechtelijk onderzoek naar de aanval en de daders. Als u daar vragen over heeft, moet u daarmee echt naar het Openbaar Ministerie; daar kunnen wij verder geen uitspraken over doen.

De toepasselijke wettelijke kaders, de zorgplicht in de Telecommunicatiewet en de AVG, zijn in principe goed uitgerust om een adequaat beschermingsniveau te waarborgen. Echter, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur is de toezichthouder op de zorgplicht uit de Telecomwet en de Autoriteit Persoonsgegevens is de toezichthouder op de AVG. Volgens het stelsel van de AVG is de verwerkingsverantwoordelijke organisatie, in dit geval Odido, verantwoordelijk voor de naleving van de AVG en dient die naleving te kunnen worden aangetoond. Op dit moment wachten wij gewoon de resultaten van het onderzoek van de AP en de RDI af, en kan ik hier eigenlijk nog geen uitspraken over doen. Dat is hoe wij het hebben ingericht, wat denk ik ook heel goed is. Daar kunnen we op dit moment dus nog geen uitspraken over doen, behalve dat wij die zorgen natuurlijk delen en dat wij in alle communicatie die wij doen mensen echt aanraden om voorzichtig te zijn. Ik deel daarbij ook de zorgen die u daarover had.

Dan was er de vraag: wat kunnen slachtoffers op dit moment zelf doen? Op de website Have I Been Pwned kunnen mensen controleren of hun gegevens bekend zijn geworden bij het datalek. Het is van belang dat mensen informatie krijgen over de risico's die zij lopen en wat zij kunnen doen. Op de sites van onder andere Odido, de politie en de Autoriteit Persoonsgegevens, www.veiliginternet.nl, is daar meer informatie over te vinden. Ik snap dat het lastig klinkt, maar betrokkenen kunnen zich toch weren door extra alert te zijn op ongebruikelijke activiteiten. Denk dan aan gekke telefoontjes, mailtjes en linkjes die je dan krijgt. Check ook op de afzender bij onverwachte berichten waarin je om actie wordt gevraagd, zoals de vraag om op een linkje te klikken.

Odido-klanten kunnen de komende twee jaar kosteloos gebruikmaken van het veiligheidspakket. Vooruitlopend daarop roept mevrouw Rajkowski het kabinet op tot actie om datalekken te voorkomen en slachtoffers te helpen. Ik ga op enkele van die punten wat uitgebreider in.

De voorzitter:

Voordat u dat doet, heeft de heer Van Dijk van de PVV een vraag voor u.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Ik had een hele heldere vraag gesteld: klopt het dat de overheid het advies heeft gegeven bij iedereen van wie identiteitsbewijzen en dergelijke gelekt zijn, dat het niet nodig is om die te vervangen? Klopt dat advies?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik zou daar wat later in dit blokje op terugkomen, maar ik zoek het er nu even bij. In eerste instantie staan op het paspoort de bsn-gegevens, die misschien ook op andere dingen staan. Met dat paspoort zelf kan niet zoveel gedaan worden. Het is natuurlijk een van de bouwstenen die criminelen kunnen gebruiken om achter die gegevens te komen. Alleen het aanvragen van een nieuw paspoort zal de getroffenen niet per definitie beschermen tegen deze schade. Daarom adviseert de overheid niet om een paspoort of identiteitskaart te vernieuwen. Met alleen zo'n paspoortnummer — dát verander je namelijk, niet je bsn-nummer — kunnen criminelen geen bankrekening openen of een telefoonabonnement op een andere naam afsluiten. De kwetsbaarheid ligt er voor getroffenen in dat zij door criminelen worden benaderd die op basis van zo'n paspoort proberen meer informatie te verkrijgen. Het is dus nadrukkelijk wel een extra haakje, maar vervangen wordt door de overheid niet aanbevolen. Criminelen kunnen die informatie vooral gebruiken voor meer gerichte phishingaanvallen om nog meer informatie te verkrijgen.

De voorzitter:

De heer Van Dijk heeft een vervolgvraag.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Het is toch wel raar natuurlijk dat de overheid zegt: "Het burgerservicenummer is bekend, maar daar kunnen ze niet zo veel mee. Phishing is inderdaad een risico, maar als je je paspoort verandert, verandert je burgerservicenummer niet. Dan loop je eigenlijk hetzelfde risico, dus waarom zou je je identiteitsbewijs veranderen?" Ik vind dat wel een beetje een gemakzuchtige houding van de overheid, zeker aangezien het gigantische gevolgen kan hebben voor de mensen van wie de data is gelekt. De overheid zegt dan dat phishing, identiteitsfraude, contracten die op je naam worden afgesloten zonder dat je er erg in hebt, allemaal niet genoeg reden zijn om te zeggen: we nemen het zekere voor het onzekere. De overheid heeft zelf een app in het leven geroepen tegen het delen van je pasfoto als je bijvoorbeeld een scan opstuurt naar de makelaar, de notaris of naar wie dan ook. Alles kan dan weggelakt en zwartgemaakt worden om identiteitsfraude, phishing en noem het maar op te voorkomen. Nu liggen er dus bijna 5 miljoen unieke documenten op straat en dan is het advies: "Phishing is vervelend. Hou in de gaten dat je niet op linkjes klikt die je niet kent, maar je hoeft niks te veranderen. Je hoeft geen nieuw paspoort of identiteitsbewijs aan te vragen". Ik vind dat echt getuigen van enorme naïviteit, als ik het zo mag zeggen.

Staatssecretaris Aerdts:

Wij delen die zorg absoluut. Ik vind het iets te makkelijk om te doen alsof we daar heel makkelijk overheen stappen. Dat is nadrukkelijk niet zo. Wij wachten op dit moment echt nog wel het onderzoek van de AP en de RDI af, om te zien wat er precies gebeurt. Ik heb er moeite mee om daarop vooruit te lopen. We hebben die toezichthouders niet voor niks, en die moeten eerst hun onderzoek kunnen doen. Maar ik deel de zorg: dit is één van de bouwsteentjes die gebruikt gaan worden door criminelen. Die zorg deel ik absoluut met u. Ik vind het een vervelend antwoord om te geven, maar de situatie waar deze miljoenen Nederlanders nu mee te maken hebben, is wel dat een deel van hun gegevens nu zo op straat ligt.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Ik heb helemaal niet gevraagd om het onderzoek niet af te wachten. Ik heb het volgende gezegd. De overheid gaat er altijd zo prat op dat ze burgers waarschuwt: "Deel niet zomaar je data, maak je bsn-nummer zwart, maak je handtekening zwart, maak je pasfoto zwart, want dat is allemaal niet nodig voor het verifiëren van je identiteit. Als iemand op basis van deze gegevens met je identiteit aan de haal gaat, bestaat het risico dat dat tot gigantische problemen in de toekomst leidt. Dat geldt niet alleen voor vandaag of gister, maar voor de komende jaren, want die paspoorten zijn vijf of tien jaar geldig, afhankelijk van wanneer je het hebt aangevraagd." Is het dan niet verstandig dat de staatssecretaris juist op dit moment zegt: "Het is een klein advies, maar neem het zekere voor het onzekere. Wij kunnen als overheid niet bemiddelen in die kosten, maar betaal die €50, €60, €80 of €100 zelf, want dat gaat je een enorme lading problemen besparen"? Is dat niet gewoon het verstandigst? Ik vind dat het bedrijf zelf, Odido, daarvoor moet gaan betalen, maar is het niet het verstandigst dat de overheid zegt: "Neem het zekere voor het onzekere, pas op met je privacy, zorg dat je in de toekomst niet in de problemen komt doordat je zoiets vandaag liever niet doet, omdat de overheid zegt dat het niet zo prangend is"?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik snap deze zorg echt. Ik zou ook graag willen dat ik hierbij kon helpen, maar de vraag is natuurlijk wel of het wisselen van het paspoort, met de kosten die daarmee gemoeid zijn, de juiste weg is. Wat betekent dat bij weer een datalek? Deze gegevens liggen natuurlijk grotendeels ... Dan gaat het alleen om het nummer van de identiteitskaart dat dan niet op straat zou liggen, maar wat gebeurt er dan in het geval van een volgende hack? De impact van wat er zal gebeuren als wij bij deze datahack allemaal ons paspoort gaan wisselen ... Ik snap echt de zorgen. Ik zou daarbij willen helpen, maar op dit moment is dit niet het advies dat wij als overheid geven.

De voorzitter:

Het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid — dat ben ik — heeft nog een vraag.

Ik snap de beantwoording van de staatssecretaris heel goed. Voor een heel groot deel kan ik daar ook in meegaan. De staatssecretaris zei zelf ook al dat er terecht door heel veel verschillende fracties aandacht is gevraagd voor de meest kwetsbare groep. Ik zei net ook al, bijvoorbeeld toen ik het had over de site van de Digitale Dolle Mina's, dat er dus gegevens op straat liggen van vrouwen die gestalkt zijn, te maken hebben met huiselijk geweld en noem maar op. Het klinkt misschien heel alarmerend, maar die zijn in gevaar. Kan specifiek deze groep wel iets extra's verwachten om hun veiligheid meer te waarborgen dan nu gebeurt? Ze worden nu, bijvoorbeeld door andere organisaties, wel doorverwezen naar bijvoorbeeld Veilig Thuis of noem maar op, maar ligt er al een aanpak? Wordt bijvoorbeeld tegen deze groep wel gezegd dat ze alles moeten vervangen en dat ze daarmee geholpen gaan worden, om zo letterlijk hun veiligheid beter te borgen?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik snap de vraag van mevrouw Kathmann heel goed. Ik kom daar heel graag in de tweede termijn even uitgebreider op terug.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik wil ook nog even een duit in het zakje doen. Als ik de staatssecretaris goed beluister, dan is het dus zo dat wanneer er een datalek plaatsvindt en je IBAN, adresgegevens, paspoortgegevens en bsn op straat komen te liggen, zoals bij Odido, je plat gezegd gewoon pech hebt en wij daar als overheid helemaal niks meer aan kunnen doen, ook niet in toekomstige gevallen. Het is dus zo dat we alleen het advies kunnen geven om voorzichtig te zijn en dat een paspoort vervangen geen zin heeft omdat je bsn hetzelfde blijft. Kortom, hoor ik nu goed dat de overheid in dit soort situaties, ook in de toekomst, eigenlijk niks kan veranderen?

Staatssecretaris Aerdts:

Laat mij anders even verdergaan met de punten van mevrouw Rajkowski waar ik op inging. Ik denk dat we op deze onderwerpen ook nog terugkomen. Het tweede punt was of ik de Autoriteit Persoonsgegevens wil vragen om met advies te komen over wanneer het noodzakelijk is om adresgegevens wel en niet te bewaren. Deze vraag geleid ik even door aan mijn collega's bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het derde punt, waarin wordt gevraagd of de AP meer vooraf kan meedenken in plaats van alleen maar achteraf beboeten.

Ik kom nog even terug op het zevende punt, waarin wordt gevraagd om samen met anderen te komen tot een duidelijk handelingskader voor de slachtoffers van datalekken. Ik ben heel graag bereid om dit samen met de staatssecretaris van JenV op te pakken en in te vullen. Ik kan nu uit de losse pols natuurlijk geen toezegging doen over hoe het er precies uit gaat zien, maar ik doe heel graag de toezegging om naar een handelingskader te kijken met mijn collega van JenV. Heel veel dank voor deze suggestie.

Er waren nog een aantal vragen gesteld over het nadeel van compensatie en losgeld. Ik snap de vragen over compensatie heel erg goed en die zorgen deel ik. Aan de andere kant is het niet aan mij als bewindspersoon om hierop te reageren. Als mensen recht menen te hebben op compensatie, dan hebben ze de mogelijkheid om de civielrechtelijke weg te volgen. Het besluit van Odido om geen losgeld te betalen, sluit aan bij de visie van de overheid. Wanneer cybercriminelen worden betaald, blijft hun verdienmodel natuurlijk levend. De uiteindelijke afweging is natuurlijk aan het gehackte bedrijf. Als ze wel zouden betalen, is het de vraag of ze er echt vanuit kunnen gaan dat die data veilig zijn. De politie weet uit onderzoek dat criminelen hun gegevens niet altijd verwijderen en soms alsnog doorverkopen of opnieuw om geld vragen.

Voorzitter. Mevrouw Rajkowski vroeg nog wat er nodig zou zijn om cybercriminelen zodra ze worden gepakt daadwerkelijk achter slot en grendel te krijgen. Ze vroeg of er sprake is van een wettelijke lacune, waardoor ze nu soms vrijuit kunnen gaan. Ik ben het helemaal met haar eens dat dit soort criminelen achter slot en grendel horen. De politie en het OM werken daar in Nederland ook hard aan. Het probleem is echter dat deze cybercriminelen zich vaak in landen bevinden waar geen rechtshulprelatie mee bestaat. Om die reden wordt ook ingezet op alternatieve interventie, zoals verstoring of cybersancties. Wanneer zij zich wel in Nederland bevinden, kunnen ze worden vervolgd. De huidige strafmaat staat niet in verhouding tot de ernst en impact van cybercriminaliteit. Om die reden werkt de minister van JenV, ook conform het coalitieakkoord, aan de verhoging van de strafmaat bij zware cybercriminaliteit.

Mevrouw Rajkowski vroeg ook nog hoe het staat met de uitvoering van moties en toezeggingen om cybercriminelen op Europese sanctielijsten te plaatsen wanneer zij zich in landen zonder uitleveringsverdrag bevinden, bijvoorbeeld Rusland. Eind juni 2024 zijn voor het eerst op Nederlands initiatief cybercriminelen op die Europese sanctielijst geplaatst. In juni '25 zijn die sancties ook verlengd. Voor het instellen van de EU-sancties is unanieme steun van alle lidstaten een voorwaarde. Daarbij spelen overwegingen als de impact van een aanval op de EU en de mate waarin de betrokkenheid van een individu met zekerheid kan worden aangewezen, een belangrijke rol. De inschatting van het Openbaar Ministerie en de politie is dat de concrete impact van sancties op cyberterrein substantieel is. De minister van JenV, de minister van Buitenlandse Zaken, de politie en het OM werken nauw samen om de mogelijkheid van cybersancties, ook op initiatief van andere lidstaten, vaker in te zetten.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik heb een vraag maar ook meer een suggestie. Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat wij deze criminelen moeilijk te pakken kunnen krijgen omdat zij zich in landen bevinden waar wij geen rechtshulprelatie mee hebben. Het is maar een idee, maar zouden wij niet bijvoorbeeld met ons Defensie Cyber Commando — ik weet dat de staatssecretaris ook wat ervaring heeft met inlichtingen — iets met een offensief kunnen doen, een soort van "play stupid games, win stupid prizes"? Dan kunnen wij als Nederland in dit soort gevallen zeggen: dit moet je niet doen; hier kunnen wij ook andere sancties dan wel acties aan koppelen.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik weet dat hier in de sector heel uitgebreid over wordt gesproken. Ik zal me hierover ook nadrukkelijk meer laten informeren en er met mijn collega's van JenV over in gesprek zal gaan. Dank.

De heer Van Dijk en mevrouw Rajkowski spraken allebei over de NIS2-richtlijn. Zij vroegen of deze zo snel mogelijk kan worden ingevoerd en welke boetes en dwangsommen daarbij zijn opgenomen. Wij delen het belang van een snelle invoering van die richtlijn. De actualiteit laat natuurlijk elke dag zien dat verdere vertraging echt geen optie is. Daarom gaan we die richtlijn ook via de Cyberbeveiligingswet invoeren. Die snelle implementatie staat expliciet in het coalitieakkoord genoemd. De implementatie vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. Het wetgevingsdebat met de minister staat op 16 maart gepland. Zo wordt ernaar gestreefd om die wet nog in het tweede kwartaal van 2026 te implementeren. Om nog even terug te komen op die boetes: het wetsvoorstel bevat een heel handhavingsinstrumentarium, waaronder het opleggen van een last onder bestuursdwang en de bestuurlijke boete.

Voorzitter. De heer Ceder zei dat er in het coalitieakkoord expliciet staat dat online misbruik wordt aangepakt. Hij vroeg: kan de minister toezeggen om de aanpak van online kindermisbruik prioriteit te geven en hier structurele middelen voor vrij te maken? We delen deze zorg over online seksueel kindermisbruik en geven hier ook zeker prioriteit aan. Het ministerie van Justitie en Veiligheid subsidieert Offlimits voor de ondersteuning van slachtoffers, de verwijdering van seksueelmisbruikmateriaal en begeleiding van mensen die zich zorgen maken over hun gevoelens richting minderjarigen. Sinds 1 juli 2024 is de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal van kracht, waarmee de Autoriteit Persoonsgegevens aanbieders kan verplichten om materiaal ontoegankelijk te maken of te verwijderen. De politie voert de strafrechtelijke aanpak uit via haar specialistische team, dat de afgelopen jaren met 26 fte is uitgebreid.

Seksueel misbruik laat diepe en blijvende sporen achter. Het kabinet vindt het zorgwekkend dat veel beeldmateriaal nog online beschikbaar is en versterkt de aanpak daarom met structurele capaciteit en middelen, waaronder extra fte's en 2 miljoen euro vanuit het vorige kabinet. Zoals in het coalitieakkoord is vastgelegd, worden er bovendien extra cyber- en zedenrechercheurs opgeleid. Het kabinet blijft de aanpak verbeteren, nationaal en internationaal, en werkt daarbij samen met experts en partners.

De voorzitter:

Mevrouw Beckerman heeft een vraag.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ja, tenzij er nog meer antwoorden komen hierover. Ja? Dan wacht ik heel eventjes.

De voorzitter:

U gaf het al aan. Sorry, mevrouw Beckerman. Dan doen we het aan het einde.

Staatssecretaris Aerdts:

Zeker. Mevrouw Kathmann vroeg ook nog: hoe kijkt het kabinet naar de CSAM-wetgeving en het plan voor chatcontrole dat de nationale veiligheid aan zou kunnen tasten? Het standpunt inzake de Europese Verordening ter bestrijding van online seksueel kindermisbruik is onveranderd. Het kabinet heeft zorgen over de bescherming van privacy, grondrechten en digitale weerbaarheid. Hoewel het advies van de AIVD een bijdrage levert aan de afweging, is het één element in de bredere overweging. Daarbij spelen ook andere elementen, zoals de bescherming van kinderen tegen de verspreiding van online kindermisbruik, privacy en grondrechten, nadrukkelijk een belangrijke rol. Vanwege het tijdelijke karakter zijn er periodiek momenten waarop de afweging kan worden herzien. Het permanent maken van de regeling betekent dat deze heroverwegingen komen te vervallen, wat de zorgen van het kabinet vergroot. Dit resulteert in de wens om ons van stemming te onthouden, maar uiteindelijk in een tegenstem ter uitvoering van de motie-Kathmann. Die tegenstem staat nog steeds. Dat neemt niet weg dat het kabinet het doel van de verordening onverminderd blijft steunen. Het verspreiden van materiaal van seksueel misbruik van kinderen is verschrikkelijk en verwerpelijk en moet zo veel mogelijk worden tegengegaan. Daarvoor is samenwerking op Europees niveau essentieel.

Dan ga ik nog even in op de vraag hierover van de heer Ceder. Hij vroeg: kan de staatssecretaris toezeggen om mogelijke maatregelen te verkennen en de Kamer hier voor het zomerreces over te informeren? Ik gaf net al aan dat wij de ambitie delen om deze afschuwelijke vorm van criminaliteit te bestrijden. Daarom zetten we in op de gezamenlijke EU-aanpak van de verordening en richtlijn tegen online seksueel misbruik, die ik net heb toegelicht. De minister van Justitie en Veiligheid is de coördinerend bewindspersoon voor de aanpak van online seksueel kindermisbruik. Hij informeert de Kamer tweejaarlijks via de voortgangsbrief over de aanpak van deze delicten.

Ik weet niet of ik hiermee ook de vraag heb beantwoord die mevrouw Beckerman mogelijk nog had. Ik kom aan het einde van het blokje.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik stelde een aantal vragen, vrij veel eigenlijk, over de deepfakes: pornoafbeeldingen van minderjarigen en volwassenen. Ik noemde ook mijn eigen voorbeeld. Al twee jaar lang staan er meerdere deepfakepornovideo's online. Je kunt ze gewoon vinden via Google. In die jaren hoor ik iedereen het verschrikkelijk vinden, maar het staat er nog steeds. Wat gaat het kabinet daaraan doen?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kom hier heel graag in de tweede termijn uitgebreid op terug. Excuus.

Mevrouw Beckerman (SP):

Maar ik heb bijna mijn hele betoog hieraan opgehangen, omdat dit gewoon echt groot is. Dit gaat niet over mij. Dit gaat over heel veel meisjes en vrouwen. De aanpak schiet tekort. We horen eigenlijk al die jaren hetzelfde. Misschien kan de staatssecretaris op mijn voorstel ingaan. Kinderporno kan binnen 24 uur offline worden gehaald. Zou het niet slim zijn om dat voor al dit soort deepfake pornografisch materiaal te doen?

Staatssecretaris Aerdts:

Mijn excuses. Wij hebben dit op dit moment laten liggen. Ik kom er echt heel graag in de tweede termijn uitgebreid op terug. Excuus.

De voorzitter:

Dan bent u aan het einde van uw blokjes. Dan gaan we naar … Nee, er liggen nog vragen. De heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik liep even weg. Ik denk niet dat mijn vraag beantwoord is, omdat hij in een ander blokje zat. Ik had nog een vraag over de seksadvertentieplatforms. Het is namelijk momenteel niet verplicht om aan de voorkant aan leeftijdsverificatie te doen voor mensen die het een goed plan vinden om online een platform te creëren waarop vrouwen seksuele diensten kunnen aanbieden. Dit maakt dat dit een van de vormen is waarin kindermisbruik, dus minderjarigen die seksuele diensten aanbieden, een mogelijkheid is in ons land. Dat kan je heel simpel voorkomen door dit soort aanbieders te verplichten om aan leeftijdsverificatie te doen. Dat doen we momenteel nog niet. Mijn vraag is of de staatssecretaris het ook een goed idee vindt om dit te regelen. Dat zal volgens mij óf een wettelijke verplichting óf iets minder zwaars vragen. Maar ik denk dat het een wettelijke verplichting vraagt. Mijn vraag was of de staatssecretaris bereid is om dat op te pakken.

Staatssecretaris Aerdts:

Volgens mij heb ik aan de heer Ceder toegezegd om voor de zomer op alle issues rond de leeftijdsverificatie terug te komen. Ik zal dit ook nadrukkelijk meenemen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat is goed. Daarbij merk ik op dat mijn eerdere punt over leeftijdsverificatie ging om diensten af te nemen. Dit specifieke punt gaat over leeftijdsverificatie om diensten aan te kunnen bieden, specifiek in het kader van kindermisbruik. Het zijn dus wel twee verschillende dingen, waarbij de staatssecretaris in haar wijsheid misschien verschillende afwegingen maakt. Het gaat wel echt om twee verschillende … "Kanten van de medaille" wil ik het niet noemen, maar het zijn wel twee verschillende dingen.

De voorzitter:

Ik zie de staatssecretaris knikken om aan te geven dat ze die twee dingen goed in het vizier heeft. Dan is er nog één resterende vraag van de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Het blokje over Odido ging wat mij betreft redelijk snel, dus misschien heb ik het gemist, maar ik had ook nog een vraag gesteld over de onvrede die leeft bij mensen die bepaalde gegevens willen vervangen. Zij kunnen de kosten daarvan nu eigenlijk niet verhalen, omdat je volgens het wettelijke systeem pas echt iets kan bij daadwerkelijk geconstateerde fraude. Mijn vraag was of het niet wijs is om te verkennen of je bij een lek, niet altijd, maar als het om een aantal cruciale gegevens gaat, die kosten preventief al ergens kan verhalen. Dat voorkomt dat mensen moeten wachten totdat ze echt slachtoffer zijn voordat ze de kosten kunnen verhalen. Ik was benieuwd hoe de staatssecretaris daarnaar kijkt.

De voorzitter:

Als ik daar eerst even antwoord op mag geven als voorzitter: volgens mij is aangegeven dat er samen met de staatssecretaris van JenV wordt opgetrokken om te kijken naar een plan van aanpak voor veel meer handelingsperspectief voor slachtoffers van lekken. Ik denk dat dit daarin wordt meegenomen. Misschien wil de staatssecretaris zelf nog iets aanvullen? Nee, zie ik. Volgens mij wordt u dus bediend, meneer Ceder.

Dan is het woord nu aan staatssecretaris Van der Burg.

Staatssecretaris Van der Burg:

Voorzitter. Ook van mijn kant eerst even een korte inleiding. Dan ga ik over op de verschillende vragen. Ik begin daarbij eerst met de BZK-zaken. Dan doe ik Koninkrijksrelaties. Dan resteert er nog één vraag die eigenlijk bij geen van ons tweeën hoort, maar die we toch gaan beantwoorden.

Ik ben staatssecretaris van BZK. Een van de belangrijkste prioriteiten daarin is een slagvaardige overheid. Daar zit een taakstelling op vanuit het coalitieakkoord. Die gaan we gewoon realiseren. Er is niets mis met een efficiënte overheid.

Voorzitter. Maar nog belangrijker is een effectieve overheid. Daar begint het wat mij betreft mee. Als je nou zou moeten zeggen wanneer mijn staatssecretariaat geslaagd is, dan is dat op het moment dat wij op belangrijke dossiers, meestal liggend bij collega's, kunnen leveren. Het gaat dan bijvoorbeeld om wonen, om de hersteloperatie Groningen, om stikstof en om veiligheid. Wat we nodig hebben, is een overheid die het Rotterdamse imago hooghoudt. Dat spreekt ongetwijfeld ook de voorzitter aan. Al bent u waarschijnlijk een Spartaan, denk ik toch aan "geen woorden maar daden". Dat is het allerbelangrijkste, denk ik.

Daarnaast is het belangrijk dat we als overheid toegankelijk en betrouwbaar zijn. Bij "toegankelijk" denk ik uiteraard aan digitalisering. Dat is ook niet gek in in deze commissie. Maar ik denk ook aan loketten. Het was de voorzitter die in haar rol van lid van GroenLinks-PvdA heel nadrukkelijk stilstond bij de 2,5 miljoen mensen voor wie de digitale wereld nog één of meerdere stappen te ver is en bij wie je ook heel nadrukkelijk moet kijken naar ondersteuning. Loketten spelen daarbij een buitengewoon belangrijke rol.

Als ik het heb over een toegankelijke en digitale overheid, heb ik het nadrukkelijk niet alleen over de Rijksoverheid. Ik heb het dan heel nadrukkelijk over de overheid als totaal. Dat zijn dus gemeenten, waterschappen, provincies en de Rijksoverheid, maar vergist u zich niet. U en ik denken ook nog weleens aan zbo's, zoals het CBR, het UWV of de Sociale Verzekeringsbank, maar voor normale Nederlanders, wat wij met z'n allen in deze ruimte niet zijn omdat we toch enigszins vervormd zijn, zijn die ook gewoon onderdeel van de overheid. Als ik het dus heb over "de overheid", dan heb ik het nadrukkelijk over dat totaal. De inzet is dus wat mij betreft, ook als het gaat om digitalisering: van Rijksoverheid naar overheid. Dat is een heel belangrijke, die ik mee wil geven.

Op het digitale vlak zijn mijn collega en ik een soort eeneiige tweeling, zoals zij daarnet ook zei. Ik weet dat het biologisch niet kan, gezien het feit dat we jongetje en meisje zijn, maar wij zijn toch een eeneiige tweeling. Daarbij is het heel simpel: de staatssecretaris van EZK stelt de kaders, en ik voer die uit als het gaat om de overheid. Dat is het allerbelangrijkste. Daarbij gaat het wat mij betreft om een aantal zaken. Het gaat dan om coördinatie. Dat is een rol die we hebben. En het gaat om regie — dan wordt ie al wat strakker — maar ook om investeren. Ook dat zie je terugkomen in de verschillende documenten die u in de afgelopen tijd heeft gekregen.

Investeren gaat over infrastructuur en over ICT. Daar zijn al opmerkingen over gemaakt, ook vanuit D66, en het klopt inderdaad dat 44% van de totale inhuur van ons als Rijksoverheid ICT is. Het gaat, even afgerond, om 1,6 miljard. Dat zijn enorme bedragen. We moeten dus investeren in infrastructuur, in ICT-kennis, in onze eigen ambtenaren als het gaat om het digitaliseren, en zeker ook in bestuurders. Ik denk dat het eerste woordje van sommigen van u niet "mama" was, maar "iPad" of "iPhone", maar toen ik naar de lagere school ging — toen heette het nog geen basisschool — had ik nog gewoon een tafeltje met een inktpotje en een vakje waarin je je kroontjespen kon leggen. Ik denk dus dat ik een hele hoop van u kan leren, maar ik vraag ook enig mededogen van u, in elk geval in dit debat maar ik vrees ook in een aantal latere debatten. U bent namelijk de meester of juf, en ik de leerling. Dat gezegd hebbend, ga ik in op een aantal vragen die zijn gesteld.

Ik begin met een vraag van het CDA. Welke stappen gaat de staatssecretaris zetten in de kennisdeling tussen de ministeries en in een slagvaardige besluitvorming over digitale infrastructuur en dienstverlening van de overheid? Alle ministeries werken natuurlijk op een aantal punten al samen. Dat we samenwerken met andere ministeries is wel bijzonder, zeg ik erbij als staatssecretaris die niet alleen gaat over digitalisering maar ook over een slagvaardige overheid. Ik kom uit de gemeentelijke overheid, zoals ook sommigen van u, waar je niet verticaal maar horizontaal denkt. We hebben dus echt nog wel slagen te maken in de samenwerking tussen verschillende ministeries, waarbij het horizontaal zou moeten gaan over de vraag hoe we bepaalde problemen oplossen. In de digitalisering trekken in ieder geval de CEO's met elkaar op in het CEO-beraad. Ze kijken bijvoorbeeld ook heel nadrukkelijk gezamenlijk hoe ze de generieke digitale infrastructuur met elkaar kunnen neerzetten.

Een van de prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is natuurlijk het ervoor zorgen dat we veel meer aansluiten bij de belevingswereld van de Nederlandse burger, die op een andere manier denkt dan hier gemiddeld wordt gedacht, in plaats van bij onze belevingswereld. Dat past heel goed bij de gedachte van één overheid. Met "onze belevingswereld" maak ik mezelf overigens te groot; het moet zijn "uw belevingswereld". Kennis delen is daarin uitermate belangrijk. Ook daarvoor geldt dat dat voor alle lagen uitermate belangrijk is, dus van gemeente tot waterschap en van provincie tot Rijksoverheid. Vanuit de VVD kwam de vraag of de staatssecretaris kan aangeven hoe hij concreet gas gaat geven op de arbeidsproductiviteit en de inzet van AI binnen de overheid.

De voorzitter:

Voordat u gaat antwoorden op die mooie vraag, is er nog een vraag van mevrouw Zwinkels van het CDA.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Het pleidooi van de staatssecretaris spreekt mij ontzettend aan. Ik kom zelf ook uit de gemeentepolitiek. Ik ben toch nog ergens benieuwd naar. Wij hebben namelijk ook echt wel signalen gekregen dat het niet zo eenvoudig is. Het is hartstikke weerbarstig om die kennisdeling goed op orde te krijgen binnen de overheid, zowel tussen ministeries als richting gemeenten. We hadden laatst nog een discussie met de VNG over bijvoorbeeld de kennisopbouw rondom digitale soevereiniteit. Ik zou daarom toch nog een extra vraag willen stellen aan de staatssecretaris. Wat is er op dit moment nodig om die kennisdeling wel te kunnen bevorderen? Waar loopt de staatssecretaris op dit moment naar verwachting tegenaan? Welke knelpunten gaat hij oplossen?

De voorzitter:

Dat zijn drie vragen.

Staatssecretaris Van der Burg:

Ja, en die vragen kan ik maar beperkt beantwoorden. Een van de prioriteiten die de minister van BZK heeft gesteld — daarmee is dat automatisch ook mijn prioriteit — is investeren in de relaties met gemeentes, provincies en waterschappen. Voor een deel gaat dat om het herstellen van datgene wat er de afgelopen jaren beschadigd is geraakt. We moeten ons er echter ook van bewust zijn dat gemeentes bovendien de eerste overheid zijn. Dat is niet alleen zo in de opbouw van ons bestel, maar de gemeente is voor heel veel mensen ook gewoon dé plek waar ze naartoe gaan als ze geconfronteerd worden met de overheid. Zij komen niet hier in de Tweede Kamer. Zij komen niet bij de ministeries. Zij komen in het gemeentehuis. Ze komen daar niet alleen omdat ze een paspoort of een rijbewijs komen ophalen, maar omdat dat voor hen hét contact met de overheid is. Ik kom straks nog terug op de informatiepunten, dus mevrouw Kathmann hoeft niet meteen in woede uit te barsten omdat ik hele rare dingen zeg. Het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat we de gemeentes weer in positie brengen. Dat is een prioriteit van ons ministerie. We gaan daar ook vol op inzetten. Daarin speelt alles wat te maken heeft met digitalisering dus ook een rol.

Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Rajkowski van de VVD. Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij concreet gas gaat geven op de arbeidsproductiviteit en de inzet van AI binnen de overheid? We hebben daar in eerste instantie de Nederlandse Digitaliseringsstrategie voor. Dat is een belangrijke. Ik noemde het net al even in mijn algemene inleiding, maar ook daarvoor geldt dat we op vier niveaus in de infrastructuur investeren wat betreft de ICT. Daarbij kijken we ook hoe we meer ICT-kwaliteit en -capaciteit kunnen trekken binnen de overheid, opdat — uw buurvrouw van D66 zal dat ook zien — de inhuur van ICT'ers in de toekomst specifiek gaat dalen. Daarnaast investeren we op dat punt ook in onze eigen ambtenaren en bestuurders. Dat is buitengewoon belangrijk. Maar we kijken ook hoe we AI nu al kunnen toepassen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de transcribeertool en de chatbots die we daarop willen inzetten. U heeft wellicht gezien dat we de vlam.ai hebben geïntroduceerd, en anders zal ik ervoor zorgen dat u daar informatie over krijgt. De ministeries van AZ, BZK, VRO, IenW, OCW, VWS en SZW gaan kijken hoe ze met die AI-assistent makkelijker alle veelvoorkomende vragen et cetera kunnen gaan beantwoorden. Als het aan de voorzitter ligt, gaan we naar meneer Van den Berg.

De voorzitter:

Ja, we gaan naar meneer Van den Berg, want ik verwacht dat hij zijn vraag door de staatssecretaris beantwoord wil zien worden en niet door AI.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja, u bent de chatbot, voorzitter! Ik hoorde het hele rijtje van de staatssecretarissen. Het ging zo snel dat ik niet zo goed weet of JenV daartussen zit. Waarom vraag ik dat? Ik denk dat er juist voor de nationale politie, voor de marechaussee of voor de boa's echt een kans ligt om bijvoorbeeld wetsvoorstellen op te zoeken, om te bekijken hoe het met bepaalde jurisprudentie zit, om te zien wat het handelingskader is of om de organisatie van de politie, boa's in haar geheel en andere organisaties veel gestroomlijnder te maken. Hoe kijkt de staatssecretaris daarnaar?

Staatssecretaris Van der Burg:

Het antwoord is nee. JenV doet daarin niet mee. JenV heeft daarvoor eigen oplossingen bedacht. Zonder dat ik daarmee ook maar enige vorm van kritiek op JenV lever, is dat overigens wel een onderwerp waar we de komende jaren naar moeten gaan kijken. Soms heb je specifieke oplossingen nodig voor specifieke organisatieonderdelen van de overheid. Soms kun je ook kijken naar generieke oplossingen, want dat draagt dan weer bij aan een slagvaardige overheid. Dan heb je inderdaad gewoon één systeem waar iedereen gebruik van kan maken of maak je systemen compatible. Op dit moment doet JenV het echter anders dan de ministeries die ik zojuist genoemd heb.

De heer Van den Berg (JA21):

Dit had een antwoord kunnen zijn dat gegenereerd is door zo'n chatbot. Ik snap de staatssecretaris in dezen wel, maar ik zou willen zien dat we dit niet in de komende jaren, maar eerder in de komende maanden gaan stroomlijnen. Hoe komen wij tot een slagvaardige overheid? Dat staat in het coalitieakkoord. JenV hoort daar natuurlijk net zo goed bij. Kortom, integratie en heel snel, als het kan!

Staatssecretaris Van der Burg:

Op zich ben ik het nadrukkelijk eens met dit principe. Ik streef naar een slagvaardige overheid. Ik streef naar één overheid en ik streef ook naar eenheid. Dat gezegd hebbende, ga ik zeggen wat mijn collega net ook een paar keer heeft gezegd, namelijk dat we inmiddels 171 uur staatssecretaris zijn, maar nog tot mei 2030 hebben te gaan, dus dat een klein beetje inwerken nog wel aan de orde is. Naarmate ik hier langer zit, bijvoorbeeld in mei 2030, mag u mij iets harder om de horen slaan dan op 2 maart 2026. Daar is het nu nog net even iets te vroeg voor. Ik hoor u vragen hoeveel uur we er tegen die tijd zitten, maar daar kunt u met AI nou heel makkelijk antwoord op krijgen, meneer Van den Berg. Daar heeft u geen staatssecretaris voor nodig.

Dat gezegd hebbende, wilde ik overgaan naar GroenLinks-PvdA. Ik had al gezegd dat de gemeente natuurlijk een centrale rol moet spelen als eerste overheid voor heel veel burgers. Wij kennen ook de verschillende voorstellen die door GroenLinks-PvdA zijn ingediend met betrekking tot de IDO's. Er is mij gevraagd hoe ik de rol van de IDO's zie in een wereld die steeds digitaler wordt. De IDO's zijn natuurlijk buitengewoon belangrijk. Daarin ligt een speciale link met de rol die bibliotheken daarin moeten spelen. Dat komt door een aangenomen motie op voorstel van mevrouw Kathmann. Tot vorige week maandag 11.00 uur was ik toevallig ook woordvoerder op het gebied van bibliotheken aan de andere kant van de tafel. Ik weet bijvoorbeeld dat de IDO's in het kader van de verandering of verbetering van de Bibliotheekwet aan de orde zouden kunnen komen en waarschijnlijk ook gaan komen. Ik zie de IDO's in ieder geval als een belangrijk instrument.

De bibliotheken zijn wat mij betreft een van die plekken. Die discussie heeft u ook gehad met mijn voorganger. Er zullen ook andere plekken zijn waar mensen informatie kunnen vinden en ophalen. Daarbij kunt u denken aan buurthuizen en scholen et cetera. Gemeentes zijn daarin weer buitengewoon belangrijk. Gemeentes moeten daarin de regie voeren. Dan kan er discussie ontstaan tussen mij en het lid Kathmann — die kan trouwens nooit ontstaan tussen mij en voorzitter Kathmann — maar ik vind in ieder geval dat de gemeentes daar een belangrijke rol in moeten spelen. Ik ben zelf in mijn vorige rol in veel bibliotheken geweest en ik zie hoe belangrijk het is. Daarbij zie je overigens ook steeds vaker dat gemeente, bibliotheek, IDO en nog een aantal functies vaak letterlijk in hetzelfde gebouw komen te zitten. Ik denk daarbij aan Hellendoorn en Harderwijk, maar ik heb het op meerdere plekken gezien. Ook hier in Den Haag is het allemaal buitengewoon geconcentreerd. Daar kun je dus wel degelijk naar kijken. De IDO's zijn buitengewoon belangrijk.

De vervolgvraag van mevrouw Kathmann hierop was: heeft het kabinet de ambitie om de IDO's nog verder te versterken, zodat nog meer mensen daar gebruik van kunnen maken? Zeker, maar wel weer in samenspraak en onder de regie van de gemeentes. We gaan nadrukkelijk kijken hoe we die positie kunnen verbeteren. Ik vond uw verhaal over die meneer met wie u gesproken had, dan wel van wie u had gezien hoe het ging, buitengewoon belangrijk. Ik denk dat we onvoldoende beseffen dat bijna 2,5 miljoen mensen worstelen met zaken die voor u, en in beperktere mate voor mij, eigenlijk vrij gewoon zijn.

Een derde vraag over IDO's: is het kabinet bereid om te kijken of de IDO's ook een plek kunnen krijgen in de wet? Ik benadruk het nu voor de derde en laatste keer en dan houd ik op over de gemeentes, want dan heb ik het punt wel duidelijk gemaakt: ook hiervoor geldt wat mij betreft dat je het moet doen met bestuurlijke afspraken met gemeentes. Ik vind echter dat we goed moeten kijken naar het wettelijk verankeren van dienstverlening, ook op dit punt. Ik vind het namelijk zo'n belangrijk punt. We moeten echt kijken of we de dienstverlening van de overheid richting de burger wettelijk kunnen verankeren.

De heer Ceder stelde een vraag. Ik zal 'm even voorlezen: "Kan de staatssecretaris toezeggen met vaart toe te streven naar één extensie? Welke vervolgstappen worden er dit jaar gezet?" U weet dat we bezig zijn met een impactonderzoek om de implicaties helder te krijgen. Dat gaat dan overigens niet alleen om overheid.nl, maar ook om gov.nl. Ik hoop dat we dat voor het eind van het eerste kwartaal — ik weet dondersgoed dat het eerste kwartaal eind deze maand eindigt — kunnen afronden, zodat ik u voor het meireces kan informeren. Materieel betekent dat dus dat u daar volgende maand over geïnformeerd zou moeten worden, via een Kamerbrief.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik ben blij dat we daar binnen nu en een paar weken informatie over krijgen. Ik ben nog wel op zoek naar het volgende. Er is in 2014 een principebesluit genomen. Ik wil graag weten of de uitkomst van de impactanalyse nog uitmaakt voor de vraag of dat principebesluit wordt hernomen of niet. Ik vraag dit omdat in de afgelopen jaren, al sinds 2019, onderzoek op onderzoek heeft plaatsgevonden waarin ook een impactanalyse is gedaan: consultantsrapporten, een adviesrapport. Ik zie hier vijf, zes rapporten die allemaal zeggen dat wij dit moeten doen. Dat staat nog even los van de vraag hoe duur en hoe ingewikkeld het is, maar dit is wel verstandig. Mede op grond daarvan heeft de voorganger van deze staatssecretaris, mevrouw Van Huffelen, hierover een principebesluit genomen. Ik wil best met de staatssecretaris meebewegen en afwachten wat hiervoor nodig is, wat de tijdlijn is en wat het gaat kosten. Dat moeten we allemaal passen en meten, maar mijn vraag is wel of het principebesluit nog staat.

Staatssecretaris Van der Burg:

Als je een onderzoek doet, moet je de uitkomsten altijd serieus nemen. Als je zegt "ik doe een onderzoek, maar de uitkomst staat van tevoren vast", dan moet je het onderzoek niet doen. Dat past niet binnen een slagvaardige overheid en het is in het algemeen vrij dom om dat te doen. In die zin moet je het onderzoek dus afwachten om je conclusies te kunnen trekken. Dat is één. Twee. Houd je het principebesluit in stand op basis van het onderzoek dat eind deze maand is afgerond, dan zul je nog steeds met elkaar een aantal zaken op een rijtje moeten zetten, bijvoorbeeld: wat gaat het kosten? Bij de vraag "wat gaat het kosten" denk ik niet alleen aan geld, maar ook aan capaciteit en aan tijd in relatie tot andere zaken die ook moeten worden geregeld. Er zijn immers ook andere zaken die prioriteit hebben. Daar kom ik zo op, als ik inga op de volgende vraag van de heer Ceder. Aan de uitkomst van het onderzoek zijn dus de volgende vragen gekoppeld: al of niet doen, en wat kost het qua tijd, geld en capaciteit? Dan kun je er pas een plan op zetten. Laat er geen misverstand over bestaan: dat principebesluit is natuurlijk niet voor niks genomen. De implicaties die in de vraag van de heer Ceder zitten, staan overeind. Dat laat onverlet dat ik nu niet kan zeggen dat we het zo, zo en zo gaan doen. Daarvoor moet ik die stukken eerst hebben ontvangen en gezien, van commentaar hebben voorzien en, zoals beloofd, voor het meireces naar u hebben gestuurd.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Om te voorkomen dat ik hier een motie over indien, vraag ik het volgende. Begrijp ik goed dat de minister bij dezen toezegt dat hij met een brief zal komen waarin hij duidelijkheid geeft over het al dan niet hernemen of voortzetten van het principebesluit en dat hij, als dat wordt voortgezet, dit koppelt aan een tijdlijn en daarbij aangeeft welke middelen daarvoor beschikbaar zijn en welke dilemma's er misschien nog zijn? Dan is er in ieder geval duidelijkheid. De Kamer vraagt hier nu al bijna twee jaar om, terwijl wij zien dat wereld om ons heen steeds aan het veranderen is en de urgentie om in ieder geval een duidelijke koers te varen misschien wel hoger is dan ooit. Ik vraag mij dus even af of al deze afwegingen in die brief terugkomen. Kan hij dat ook toezeggen?

Staatssecretaris Van der Burg:

Als de griffie één woord aanpast in deze vraag — nou, niet in de vraag, want die is al gesteld — en het woord "minister" vervangt door "staatssecretaris", dan kan dit verder als toezegging worden genoteerd.

Ik ga meteen naar de volgende vraag van de heer Ceder. Hij vroeg mij de Kamer voor het zomerreces te informeren over de digitale toegankelijkheid voor mensen met een beperking en hij vroeg mij hen daadwerkelijk te betrekken bij de oplossing daarvan. Daarbij maak ik even een kanttekening. We beginnen met kinderen. Per 1 juli 2026 zal de Bevoegdheidsverklaringsdienst ouderlijk gezag voor kinderen tot 12 jaar live gaan. Dan kunnen ouders met hun eigen DigiD de digitale dienstverlening voor hun kinderen regelen. Dat is dus stap één: kinderen eerst. Ik neem aan dat dat niet op al te veel bezwaren stuit. Daarna zal gewerkt worden aan de Bevoegdheidsverklaringsdienst voor wettelijke vertegenwoordigers. Daarmee kunnen wettelijke vertegenwoordigers met hun eigen DigiD, net als ouders dat kunnen voor hun kinderen, de digitale dienstverlening regelen voor mensen die handelingsonbekwaam zijn. Het volgende is wel een belangrijke, zeg ik er maar even bij: het gaat natuurlijk om mensen die handelingsonbekwaam zijn. Mensen met een beperking zijn niet handelingsonbekwaam; de meesten van ons hebben wel enige vorm van beperking. Als het gaat om het in de plaats treden, dan moet het echt gaan om handelingsonbekwaamheid. Uiteraard zijn we daarover in gesprek met de wettelijke vertegenwoordigers van mensen met een beperking en kijken we dan ook wat we met anderen kunnen doen.

Hiermee wil ik dit blokje meteen maar afsluiten, zodat ik samen met u kan ingaan op de Cariben, maar niet voordat …

De voorzitter:

… de heer Ceder een vraag heeft gesteld.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik heb inmiddels, na een aantal jaren, geleerd dat je even moet doorvragen om te kijken of je elkaar goed begrijpt. Dat is om te voorkomen dat we dit punt over een halfjaar weer met elkaar bespreken. Voor zover ik weet, is er een wetswijziging nodig, in ieder geval om deze zaken voor mensen die handelingsonbekwaam zijn, in werking te kunnen laten treden. Als dat niet klopt, hoor ik dat graag. Als dat wel zo is, is daar natuurlijk een traject voor nodig. Ik hoor dan ook graag wat er, even los van het informeren van de Kamer, nu precies uitgewerkt wordt. Als het namelijk een wetswijziging is, gaat daar een traject van ongeveer twee jaar aan vooraf. Als het een richtlijnaanpassing is, is dat prima, maar kunnen we dan wel een toezegging verwachten dat die aanpassing er voor het zomerreces ligt? Wat kunnen we in ieder geval voor het zomerreces verwachten van de staatssecretaris?

Staatssecretaris Van der Burg:

Zowel mijn hersenhelft links van mij als die rechts van mij heeft gezegd dat een wetswijziging niet nodig is. Dat komt doordat wettelijke vertegenwoordigers namelijk al wettelijke vertegenwoordiger zijn, en dus al mogen handelen. Het gaat hier dus meer om de techniek die erachter zit dan om de wettelijke basis. Het antwoord daarop is dus: nee, er is geen wetswijziging nodig.

Voorzitter. Dan wilde ik met u naar de Cariben gaan.

De voorzitter:

Eén laatste vervolgvraag van de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Het is fijn dat dit opgehelderd is. Als ik het goed begrijp, betekent dit dus wel dat de staatssecretaris toezegt dat de techniek voor het zomerreces live is, nadat dat punt van de kinderen geregeld is. Als ik dat verkeerd begrijp, hoor ik graag vanaf wanneer het wel in werking treedt. De reden daarvoor is dat we hier geregeld vragen over krijgen van mensen die hier elke dag mee te maken hebben. Ik hoop dus dat, als het een techniekkwestie is, we in ieder geval duidelijkheid hebben over wanneer dat dan opgelost is. Dan kunnen we mensen dit antwoord ook meegeven.

Staatssecretaris Van der Burg:

Het antwoord is wederom "nee". Op 1 juli hebben we het rond voor de categorie kinderen en ouders. Na 1 juli gaan we het regelen voor mensen met een beperking die handelingsonbekwaam zijn, zeg ik er toch nog maar bij. Dat is dus ná 1 juli. Vóór 1 juli: ouders en kinderen.

De voorzitter:

De laatste vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank voor deze opheldering. Mijn vraag blijft toch wanneer het dan wel geregeld is voor de categorieën waar ik het over heb. Ik kan er genoegen mee nemen als de staatssecretaris eventueel zou kunnen toezeggen dat het voor het kerstreces voor die categorieën geregeld is. Dat mag ook wat eerder of wat later, maar ik heb wel behoefte aan een concrete deadline. Dan kunnen we het namelijk ook communiceren. Ik maak er zelf geen gebruik van, maar er zijn veel mensen die in ieder geval wat houvast nodig hebben om te weten wanneer ze daar gebruik van kunnen maken.

Staatssecretaris Van der Burg:

Wat ik ga doen, is u op dit specifieke punt even een briefje sturen. Dan kan ik eventjes bekijken wat een realistisch tijdstip is. Ik ben meer van de categorie "underpromise, overdeliver" dan andersom. Daarom kom ik even met een briefje terug bij de heer Ceder, en daarmee uiteraard bij de hele commissie.

De voorzitter:

Heeft u toch mooi een brief toegezegd gekregen! Dan is de volgende vraag inderdaad natuurlijk ...

Staatssecretaris Van der Burg:

Voor het kerstreces! Nee, hoor: binnen twee weken.

De voorzitter:

Binnen twee weken komt er een brief. Dat staat genoteerd. Dan kunnen we nu door naar het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Staatssecretaris Van der Burg:

Ja, dan gaan we nu naar het Caribisch deel, voorzitter. Ik zei net in mijn algemene inleiding dat ik een eeneiige tweeling ben met de staatssecretaris van Economische Zaken, maar er is één iemand met wie ik een nog betere relatie heb als staatssecretaris Slagvaardige Overheid dan met de staatssecretaris van Economische Zaken: de staatssecretaris die gaat over Koninkrijksrelaties. Die is nog meer in mijzelf verenigd. U mag er dus van uitgaan dat ik vanuit die gedachte denk. Daarbij maak ik wel even een nadrukkelijk onderscheid. In de vragen liepen het "Koninkrijk" en "Caribisch Nederland" soms een beetje door elkaar heen. Als we het hebben over het Koninkrijk, dan hebben we het over de vier landen Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Nederland. Daarbij hebben we te maken met vier gelijkwaardige landen, waarbij ieder land in beginsel zelf verantwoordelijkheid kent. Je kunt er wel voor zorgen dat we elkaar helpen. De uitgangspositie voor Bonaire, Statia en Saba is anders. Daarbij hebben we het over Caribisch Nederland. We mogen ze geen "gemeenten" noemen, maar moeten ze "openbare lichamen" noemen, maar ik ga toch uit van "342 plus 3 is 345" gemeenten waarvoor we aan de lat staan. Dat is ook wel het uitgangspunt.

Mevrouw Kathmann vroeg of we van het kabinet kunnen verwachten dat de wetgeving voor digitalisering ook altijd van toepassing wordt voor Caribisch Nederland. We hebben in het coalitieakkoord heel nadrukkelijk herhaald wat ook in het verleden al is gezegd: comply or explain. Oftewel, in normaal Nederlands: voer uit of leg uit. Dat is wat mij betreft ook het uitgangspunt als het gaat om Caribisch Nederland. Dat is breder, zeg ik erbij, dan digitalisering. Het geldt gewoon in zijn algemeenheid. Dit geldt ook voor onze eilanden in de kop van Nederland. Soms heb je te maken met het feit dat het een eiland is of dat het een buitengewoon kleine gemeente dan wel openbaar lichaam is, en dan moet je maatwerk leveren. Je hebt ook te maken met de afstand; je moet ook bedenken dat de drie landen en de drie gemeentes, of openbare lichamen, zoals ik ze officieel moet noemen, niet geclusterd bij elkaar liggen. Bonaire werkt samen met de 800 kilometer verderop gelegen Saba en Statia. Dat zijn allemaal dingen waardoor je extra maatwerk moet leveren. Maar ja, dat is wel gewoon het uitgangspunt.

De vervolgvraag van mevrouw Kathmann was: wat is de visie van het kabinet op digitalisering in het hele Koninkrijk? Deze beantwoord ik even voor Caribisch Nederland, zoals ik net heb gezegd. Voor het Koninkrijk geldt nadrukkelijk dat de drie andere landen daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Uiteraard kunnen wij met elkaar samenwerken en van elkaar leren, maar ons beleid richt zich dus op Europees Nederland, inclusief Caribisch Nederland, en niet zozeer op het Koninkrijk, zeg ik er even bij ter nuancering.

Wat gaat het kabinet doen om digitale infra in Caribisch Nederland te versterken? We hebben sowieso 4 miljoen — ik zeg "we" — ter beschikking gesteld voor verdere modernisering van de vaste netwerken. De ACM heeft onderzoek gedaan naar marktordeningsmodellen, specifiek voor telecom. U weet dat er op de eilanden, breder dan alleen op het gebied van ICT, het een en ander speelt rondom telecom. In een later stadium moeten we ook de Wet telecommunicatievoorzieningen BES gaan moderniseren. De tijd gaat harder dan de wetgeving aankan. Een van de belangrijke punten bij connectiviteit — daar kom ik ook nog over te spreken met de collega's van IenW — is het openbaar vervoer of varianten daarop. Het is niet fijn om te horen voor iemand van GroenLinks-PvdA, maar daar geldt het vliegtuig als een vorm van openbaar vervoer. Zeker als het gaat om digitale infrastructuur, moet je ook naar de prijs-kwaliteitverhouding kijken. Die is anders dan hier in grote delen van Nederland. Dat speelt voor een deel ook al bij de Waddeneilanden. Het aanleggen van ICT in Amsterdam of Rotterdam is van een andere orde dan op Schiermonnikoog, laat staan op Saba.

Dan ga ik naar een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66. Zij vroeg: onderschrijft de staatssecretaris ook het belang van de soevereiniteit van het Caribisch deel van het Koninkrijk? Dan zult u denken: soevereiniteit, dat hoort toch eigenlijk bij de collega thuis? Het hoort bij ons alle twee thuis; één mond, zeg ik toch maar eventjes. We zijn natuurlijk ook aan het kijken hoe we de nationale weerbaarheidsaanpak specifiek in Caribisch Nederland kunnen vormgeven. Als je het hebt over weerbaarheid, dan gaat het al snel veel breder dan alleen digitalisering. Dan spreken we ook over meer collega's dan alleen wij tweeën. Dat speelt benedenwinds heel sterk in relatie tot bijvoorbeeld Venezuela en Amerika. Dat is iets voor een andere commissie, maar ik noem het in dit kader toch ook maar even.

Dat was het blokje over Caribisch Nederland, voorzitter. Ik zou naar de laatste vraag willen gaan, die over het laatste blokje gaat. Dat ga ik dan ook doen.

De voorzitter:

Het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft dan nog een vraag. Ik ben ongelofelijk blij met de beantwoording van de staatssecretaris wat betreft comply or explain: we willen dus gewoon complyen. Maar dat is wel al heel veel jaren toegezegd aan de Kamer, en toch gebeurde het niet. Toch gingen we elke keer maar weer explainen waarom we niet gingen complyen. Wat gaat deze staatssecretaris anders doen waardoor het nu wel gaat lukken? Wat was het? We mochten u in 2030 wat harder toespreken dan deze week?

Staatssecretaris Van der Burg:

Het betekent dat ik dat vervelende mannetje ben in de ministerraad dat bij alle wetgeving deze vragen gaat stellen. Het begint natuurlijk met complyen or explainen in de wet- en regelgeving die je voorlegt aan de ministerraad en daarmee aan de Kamer. Als het goed is, ben ik dan de horzel in de ministerraad en bent u weer de horzel richting de andere 27 maar daarmee ook richting mij, dat u tegen die andere 27 zegt "hoe zit dat?" en dat u tegen mij zegt "hé, Van der Burg, zit u wel voldoende als een bok op de haverkist?" Dat is namelijk zoals het hoort te werken, zodat wij elkaar scherp houden op dit punt. Soms zijn er ook goede redenen voor een uitzondering. Dan is dat explain ook gewoon een rechtvaardig explain. Maar uitgangspunt is wel dat we daar wat strakker op gaan zitten met elkaar.

Dan de laatste vraag die ik in mijn mapjes heb zitten, voorzitter. Dat was een vraag van mevrouw Zwinkels en die ging specifiek over monitoring desinformatie in campagnetijd. Die zit in een apart mapje, omdat die niet onder een van ons tweeën valt. Als het namelijk gaat om verkiezingen, valt het allemaal onder de minister van BZK. Hij is de hoeder van de verkiezingen en moet dat allemaal goed in de gaten houden. We hebben natuurlijk ook bij de afgelopen verkiezingen — ik vrees dat we dat de komende tijd ook zullen moeten doen — goed opgelet of er bijvoorbeeld sprake is van buitenlandse inmenging, van manipulatie. Het ingewikkeldst wordt het bij fake news en desinformatie. Want je hebt natuurlijk echte fake news en echte desinformatie, maar soms noemen we het ook gewoon "campagne". Dat is het ingewikkelde waar je altijd heel voorzichtig mee moet zijn. De minister van BZK werkt op dit moment aan een pilot over detectie voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen. Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: meer dan dat kan ik u daar niet over zeggen. Daarvoor zult u bij mijn minister moeten zijn.

De voorzitter:

Dan zijn we volgens mij aan het einde gekomen van de beantwoording. Ik kijk heel even naar mijn collega-Kamerleden of er nog vragen zijn blijven liggen. Nee. Dat brengt ons dan gelijk bij de tweede termijn van de Kamer.

Staatssecretaris Van der Burg:

Voorzitter, een punt van orde.

De voorzitter:

Jazeker.

Staatssecretaris Van der Burg:

Mag die tweede termijn van de Kamer over twee minuten beginnen?

De voorzitter:

Zeker. Ja hoor. Goed voorstel.

De voorzitter:

Dan gaan we van start met de tweede termijn van de Kamer en vraag ik even aan mevrouw Rajkowski of zij het voorzitterschap wil overnemen om het woord te kunnen geven aan het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Voorzitter: Rajkowski

De voorzitter:

Yes. Gaat uw gang, mevrouw Kathmann.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ja, dank. Ik wilde eigenlijk heel anders beginnen, maar dan zit je zo'n beetje te scrollen ... We zitten namelijk allemaal te veel op onze telefoon, ook ik. En dan komt staande deze vergadering het bericht binnen dat de VNG werkt aan een soort nieuwe raamovereenkomst met Microsoft voor 2027. Dat is dus een soort collectief samenwerkingsverband, waar wij dan lekker mee doorgaan. Ik snap dat deze staatssecretarissen er nog maar kort zitten, maar ik wil ze eigenlijk vooral meenemen in dit circus omdat dit dus altijd zo gaat. Wij schrijven dingen op, wij willen dingen en dan ben je aan het vergaderen ... Ik zei net al tegen iemand: hovenier worden of imker lijkt me ook een heel leuk beroep. Misschien moet ik dat maar eens overwegen. Hier denk ik namelijk weleens: hoeveel voorstellen kunnen we nog laten aannemen in de Tweede Kamer? Hoeveel ambitie kunnen we hebben? Hoeveel mooie woorden kunnen er worden opgeschreven in het coalitieakkoord?

Ik hoop eigenlijk vandaag van de staatssecretarissen de toezegging te krijgen dat dit bericht even flink onder de loep wordt genomen en dat er nu geen onomkeerbare stappen in de onderhandelingen worden gezet. Er moet eens opgehouden worden met het altijd maar hebben over dienstverlening versus "we moeten door met big tech". Het doet mij heel erg denken aan de tijd dat ik in de parlementaire enquêtecommissie Groningen zat, waar we elke keer als Kamer maar te horen kregen: de leveringszekerheid, de leveringszekerheid! Eigenlijk bleek dat we 30 jaar lang helemaal niet wisten wat dat betekent. Zo is het ook bij digitale dienstverlening. Er wordt altijd gelijk geroepen: we kunnen niet anders, want dan komt de dienstverlening aan burgers in gevaar. Dan zijn er allemaal mensen ongerust, maar dat is gewoon niet waar!

Ik wil eigenlijk de toezegging hebben dat wij als Kamer, als we daarover spreken, geïnformeerd worden over hoe die dienstverlening dan in gevaar komt. Er moet niet altijd maar geroepen en geschermd worden. Ik ben dat zat. Ik heb echt het idee dat we elke keer weer drie stappen teruggaan in plaats van vooruit zetten. Ik heb juist het idee dat het met het coalitieakkoord heel erg de bedoeling is om zelfs meer dan twee stappen vooruit te zetten. Dat wilde ik even zeggen over de actualiteit. Ik begrijp dat deze twee staatssecretarissen hier verder misschien ook niet al te uitgebreid op in kunnen gaan, gezien de korte periode dat zij er zitten.

Dan heb ik nog een actualiteit, waar ik ook maar gelijk een motie aan heb gewijd. Zojuist vernam ik alarmerende berichten over de Belastingdienst, namelijk dat die de btw-systematiek volledig in handen van de Amerikanen wil geven. Afgelopen vrijdag hebben we daarover ook de beantwoording van het kabinet gehad. Die informatie lijkt niet te kloppen. Ik denk dat de mensen van het kabinet die die woordvoering hebben gedaan, ook niet goed geïnformeerd zijn. Het is wel degelijk zo dat zowel het beheer als het onderhoud gewoon volledig in handen komen van de Amerikanen. Het mooie aan het laatste alarmerende bericht is dat we dit nog kunnen stoppen.

Daarom heb ik daar een motie aan gewijd. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Belastingdienst voornemens is om het beheer en het onderhoud van de btw-systematiek uit te besteden aan een Amerikaans bedrijf;

constaterende dat hierdoor de inning van ongeveer 1,5 miljard euro btw per week direct afhankelijk wordt van één Amerikaans bedrijf;

overwegende dat het nog niet te laat is om deze uitbesteding te heroverwegen, zodat de problematische afhankelijkheid van de Verenigde Staten niet toeneemt;

verzoekt de regering om het beheer en het onderhoud van de btw-systematiek van de Belastingdienst binnen Europa te houden, en geen onomkeerbare stappen te zetten in deze ICT-migratie totdat de Kamer hierover volledig is geïnformeerd en zich heeft kunnen uitspreken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.

Zij krijgt nr. 68 (36800-VII) (#7).

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Hoe weet ik nou dat die informatie niet klopt? Als je naar TenderNed gaat, dan zie je dat daar gewoon duidelijk staat dat het wel degelijk zowel over beheer als over onderhoud gaat. Welingelichte bronnen binnen de Belastingdienst zeggen nu: Tweede Kamer, jullie hoeven deze keer niet alleen maar boos en opgewonden te zijn, want we kunnen dit gewoon nog terugdraaien; de mensen die dit nu doen, zijn niet weg en de computers die het uitvoeren gelukkig ook niet.

Dan heb ik een volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er grote zorgen zijn over de veiligheid van gegevens als gevolg van het datalek bij Odido en het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, maar mensen vaak niet weten wat zij kunnen doen om zichzelf online te beschermen;

overwegende dat een publiek aangeboden basispakket digitale veiligheid cyberveiligheid toegankelijk kan maken voor mensen ongeacht hun digitale vaardigheid of inkomen;

verzoekt de regering om een basispakket digitale veiligheid te ontwikkelen, samen met Nederlandse bedrijven, met in ieder geval een VPN, een adblocker, een wachtwoordmanager en antivirussoftware;

verzoekt de regering om dit basispakket digitale veiligheid te ontwikkelen met toegankelijkheid als uitgangspunt, dit pakket publiek aan te bieden, en de Kamer in de verzamelbrieven Digitalisering periodiek te informeren over de voortgang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Ceder.

Zij krijgt nr. 69 (36800-VII) (#8).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ruim de helft van jongeren negatieve ervaringen heeft online;

overwegende dat jongeren geholpen zijn bij speelse manieren om digitaal weerbaar te worden die aansluiten bij hun leefwereld;

overwegende dat verschillende ministeries verantwoordelijk zijn voor de onlineveiligheid van jongeren, maar een centrale financiering voor publiek-private samenwerkingen in dit domein ontbreekt, zoals ook gesteld in de initiatiefnota Veilig online;

overwegende dat een stichting als HackShield nu al lespakketten voor jongeren ontwikkelt die invulling geven aan de beleidsdoelen van de betrokken ministeries, maar geen publieke financiering ontvangt;

verzoekt de regering om ontwikkelaars van lespakketten voor de digitale veiligheid van jongeren financieel tegemoet te komen en vanuit bestaande budgetten van de ministeries van BZK, JenV, EZ, VWS en OCW te komen tot een publieke financiering van minstens één jaar;

verzoekt de regering om hierbij rekening te houden met de financieringsopties die zijn voorgesteld in de initiatiefnota Veilig Online, en de Kamer over dit voorstel te informeren in de verzamelbrief Digitalisering in Q2 van 2026,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, Van den Berg en Dassen.

Zij krijgt nr. 70 (36800-VII) (#9).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer zich meermaals positief heeft uitgesproken op het gebied van onlinerechten, met duidelijke oproepen over het in stand houden van end-to-endversleuteling en onlineprivacy;

overwegende dat in de coalitieplannen geen ambities zijn opgenomen op het gebied van onlinerechten, maar het kabinet zowel in nationaal als internationaal verband beleid zal maken dat raakt aan deze rechten;

verzoekt de regering om ondubbelzinnig op te komen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy, in overeenstemming met de wens van de Kamer, en dit als uitgangspunt te hanteren in alle relevante nationale en Europese beleids- en wetgevingstrajecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 71 (36800-VII) (#10).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vorige kabinetten hun digitale ambities hebben vastgesteld in meerjarige strategieën, waaronder de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie;

overwegende dat de Kamer zelf ook met breedgedragen voorstellen is gekomen ter ondersteuning van deze ambities, waaronder de initiatiefnota Wolken aan de horizon en het document Ons Digitaal Fundament;

overwegende dat de Kamer geholpen is met een concretisering van de kabinetsambities, het actualiseren van het staande beleid en duidelijkheid over hoe aangenomen Kamermoties en -voorstellen worden uitgevoerd;

verzoekt de regering om een meerjarige digitaliseringsagenda op te stellen, gebaseerd op de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren, de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, en aangenomen Kamermoties en-voorstellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Ceder.

Zij krijgt nr. 72 (36800-VII) (#11).

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

En de laatste. Excuses, mensen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er naar verwachting 950 miljoen euro per jaar nodig is om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie uit te voeren;

overwegende dat nog onduidelijk is welke bijdrage de Rijksoverheid gaat leveren aan deze investeringsagenda en hier in de coalitieplannen geen geld voor is gereserveerd;

verzoekt de regering om met Prinsjesdag 2026 een voorstel te presenteren over de financiële bijdrage van de Rijksoverheid aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 73 (36800-VII) (#12).

Oké, dan geef ik het voorzitterschap terug. O, er is toch nog een interruptie.

De heer Van den Berg (JA21):

Allereerst zou ik nog even willen meegeven dat ik de motie over het budget voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie wel zou willen medeondertekenen als dat kan, net als die over end-to-endencryptie.

Dan even inhoudelijk over de motie die gaat over de btw-software van de Belastingdienst. Ik snap inderdaad de zorgen die er zijn. Die is natuurlijk erg belangrijk voor het op orde houden van onze begroting, maar ik vraag mij wel af of die motie niet wat prematuur is. Tegelijkertijd — dan kijk ik ook een beetje in de richting van het kabinet — vraag ik mij af of er überhaupt wel alternatieven beschikbaar zijn die net zo goed, betaalbaar, veilig enzovoort enzovoort zouden zijn.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dat zijn hele goede vragen van de heer Van den Berg. Ja, de alternatieven zijn er. Op dit moment doen we dat trouwens ook. Die mensen zijn niet weg, die computers zijn niet weg en er zijn Europese aanbieders die dit zouden kunnen. Ik heb goed ingelichte bronnen bij de Belastingdienst — maar ik kan de namen niet noemen — die ook gewoon zeggen … Daarom is dit ook het mooie en is dit niet prematuur, want we hebben heel vaak haast. Erger nog, we hebben heel vaak geen haast meer, omdat we eigenlijk voor voldongen feiten staan. Hiervan is nu gewoon gezegd: we kunnen dit nog stoppen. Daarom is het zeker niet prematuur. Daarom is het goed dat er nu geen onomkeerbare stappen gezet worden, zodat we dit nog kunnen stoppen en we niet dadelijk, over een week, twee weken of een maand weer te horen krijgen: ja, we hadden dit eigenlijk allemaal wel willen stoppen, maar helaas, u staat voor een voldongen feit. Vandaar toch mijn haast. Ik werd door deze actualiteit zelf ook voor een voldongen feit geplaatst. Wat mij nog meer haast geeft, is dat vrijdag door het kabinet is gezegd: dit is niet zo; het gebeurt allemaal door mensen van de Belastingdienst in Apeldoorn. Dat schijnt gewoon niet te kloppen, gezien de gegevens die op TenderNed staan. Dit gaat over beheer en onderhoud, dus vandaar mijn haast.

De voorzitter:

Helder. Dan nog een vervolgvraag van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Dan houd ik me toch maar even van de domme. Als die alternatieven zo goed zijn, waarom hebben ze de aanbesteding dan niet gewonnen?

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Daar heb ik niet naar kunnen kijken. Wij krijgen als Kamer heel vaak te horen dat dit de goedkoopste optie of de efficiëntste optie was, of dat er, zoals we natuurlijk al heel vaak in gesprekken hebben gehoord, geen alternatieven zijn. Nee, dat klopt, als je precies een Microsoft wil. Dat is er niet. Maar ze moeten anders gaan benchmarken en dan zijn die alternatieven er wel.

De voorzitter:

Dank. De motie op stuk nr. 73 wordt dus medeondertekend door de heer Van den Berg van JA21. De motie op stuk nr. 72 ook? Weet u het zeker?

De heer Van den Berg (JA21):

Ik ga even spieken.

De voorzitter:

Dan houd ik het even bij de motie op stuk nr. 73 en als u het zeker weet, laat u het nog even weten.

Mevrouw Kathmann, ik geef het voorzitterschap weer terug.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw El Boujdaini van D66.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik hoop eigenlijk dat we met het nieuwe kabinet dat er zit vooral dingen gaan uitvoeren. We hebben echt al heel erg veel plannen, strategieën en documenten liggen met allemaal hele goede ideeën en de stand van zaken, dus ik hoop vooral dat daar nu uitvoering aan gegeven gaat worden. Daar kijk ik in ieder geval heel erg naar uit. Tegelijkertijd, door wat mevrouw Kathmann net zei, zijn er nog steeds berichten die mij ook zorgen baren. Het voelt af en toe alsof we dweilen met de kraan open. Er is dus nog een hoop te doen op het gebied van soevereiniteit en het sterker maken van onze Nederlandse en Europese techsector.

Dat brengt mij bij het volgende. We moeten ook uitvoering geven aan het coalitieakkoord. Ik heb een drietal moties die daar hopelijk aan kunnen bijdragen. De eerste is als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat we in het gehele Koninkrijk meer werk willen maken van digitale soevereiniteit;

overwegende dat er meerdere opties zijn om het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden digitaal soeverein te maken via zeekabels die Sint-Eustatius, Sint-Maarten, Saba en Bonaire met elkaar kunnen verbinden via een directe verbinding of via Saint Lucia;

verzoekt de regering te verkennen hoe de digitale soevereiniteit van het Caribisch deel van het Koninkrijk het beste versterkt kan worden via zeekabels, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Zwinkels, Van den Berg en Kathmann.

Zij krijgt nr. 74 (36800-VII) (#13).

Mevrouw El Boujdaini (D66):

De tweede, over GPT-NL en data-infrastructuur.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met GPT-NL een soeverein en Nederlands taalmodel wordt gebouwd met respect voor auteursrechten en mensenrechten;

overwegende dat het voor het doorontwikkelen van initiatieven zoals GPT-NL van belang is om hoogwaardige publieke en private data te hebben;

overwegende dat uitgeverijen inmiddels een licentiemodel hebben opgericht om private data te ontsluiten, maar er nog grote kansen liggen om bestaande publieke data beter te ontsluiten;

verzoekt de regering te verkennen hoe bestaande publieke data beter gebundeld kunnen worden ten behoeve van initiatieven zoals GPT-NL,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Kathmann, Van den Berg en Rajkowski.

Zij krijgt nr. 75 (36800-VII) (#14).

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de commissie Digitale Zaken geen "eigen" begrotingshoofdstuk heeft maar wel samen wordt behandeld;

constaterende dat door de spreiding van de begroting het moeilijk is om het overzicht en inzicht scherp te hebben op digitaliserings- en IT-uitgaven;

overwegende dat er mogelijkheden zijn om meer overzicht en inzicht te krijgen in de uitgaven van Digitale Zaken;

verzoekt de regering om een plan te maken deze kosten voor digitale diensten en producten inzichtelijker te krijgen door in nieuwe projecten en programma's een financiële paragraaf op te nemen die dit duidelijk maakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Zwinkels, Van den Berg en Kathmann.

Zij krijgt nr. 76 (36800-VII) (#15).

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Van Dijk van de PVV.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij telecomprovider Odido de persoonsgegevens van ruim 6,2 miljoen (ex-)klanten zijn ontvreemd en openbaargemaakt, waaronder gevoelige gegevens als IBAN-bankrekeningnummers, identiteitsdocumenten en e-mailadresgegevens;

constaterende dat de Autoriteit Persoonsgegevens onderzoek doet naar mogelijke overtredingen van de AVG, in het bijzonder het te lang bewaren van persoonsgegevens van voormalige klanten;

overwegende dat de AVG strenge eisen stelt aan dataminimalisatie, opslagbeperking en passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen en dat grote datalekken bij een vitale sector als telecom de samenleving ernstig schaden;

overwegende dat effectieve en tijdige handhaving door de Autoriteit Persoonsgegevens essentieel is om burgers te beschermen en bedrijven te prikkelen tot compliance;

verzoekt de regering de Autoriteit Persoonsgegevens te instrueren tot een spoedig en volledig onderzoek naar de naleving van de AVG door Odido, met prioriteit voor de bewaartermijnen en beveiliging van de klantcontactsystemen, en waar nodig de maximale bestuurlijke boete op te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Emiel van Dijk.

Zij krijgt nr. 77 (36800-VII) (#16).

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u. Dan is het woord aan mevrouw Rajkowski van de VVD.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Dank aan beide staatssecretarissen voor de beantwoording van al mijn vragen. Ik had aanvankelijk drie moties voorbereid, maar ik heb besloten er twee niet in te dienen vanwege de goede beantwoording. Dank daarvoor. Dan heb er ik nog eentje over. Die is vooral bedoeld als steun in de rug, omdat ik verwacht dat hier veel achter weg gaat komen. Als het wat grotere dingen zijn, is het toch beter om een motie in te dienen dan om een toezegging te vragen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat hacks en datalekken zo veel mogelijk voorkomen moeten worden, maar honderd procent veiligheid niet bestaat en er ook rekening gehouden moet worden met hacks en datalekken in de toekomst waar gevoelige persoonsgegevens op straat komen te liggen;

constaterende dat met alleen een naam of een IBAN een crimineel weinig kan, maar met een combinatie van naam, adres, rekeningnummer en documentgegevens oplichting plotseling een stuk eenvoudiger wordt en organisaties deze combinaties vaak gebruiken ter verificatie van de identiteitsgegevens;

constaterende dat het veranderen van persoonsgegevens identiteitsfraude of oplichting kan voorkomen maar dat een naam of adres niet zo makkelijk te veranderen is, dus dat er wellicht gekeken moet worden naar een IBAN, btw-nummer, bsn of andere (persoons)gegevens;

verzoekt de regering om samen met toezichthouders, data-experts en het bedrijfsleven te komen tot een duidelijk handelingskader voor slachtoffers van datalekken, en de Kamer hierover uiterlijk Q4 van 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rajkowski, El Boujdaini, Zwinkels, Van den Berg en Ceder.

Zij krijgt nr. 78 (36800-VII) (#17).

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank, voorzitter. Allereerst: fijn dat we zo goed het debat hebben kunnen voeren, zo'n eerste keer. Ik wens beide staatssecretarissen nog heel veel succes met de vele uren die er nog gaan komen tot 2030. Ik heb er vertrouwen in dat jullie vast de rit gaan uitzitten en dat we over een paar jaar terugkijken naar dit moment en denken: we hebben iets goeds en moois in gang gezet. Ik ga daar nog wel twee moties voor indienen.

Voorzitter. Ik zei het al in het begin: de economische kansen van digitalisering vinden wij als JA21 ontzettend belangrijk. Het rapport-Wennink sprak al terecht over die zeekabels. Tegelijkertijd doet dat ten eerste iets met het verdienvermogen, maar ten tweede ook zeker met onze soevereiniteit. Daar wil ik dus absoluut wel versnelling in gaan aanbrengen. Daar heb ik twee moties voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen de aanleg beoogt van een pan-Arctische zeekabel tussen Europa en Azië met aanlanding in Nederland;

overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale open strategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen van Nederland;

overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding van zeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;

verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie en Europese partners, de realisatie van de pan-Arctische zeekabel met aanlanding in Nederland zo snel mogelijk te verkennen, en de Kamer uiterlijk vóór Prinsjesdag 2026 te informeren over het uitvoeringsplan en de benodigde besluitvorming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, El Boujdaini, Rajkowski, Beckerman, Kathmann en Zwinkels.

Zij krijgt nr. 79 (36800-VII) (#18).

De heer Van den Berg (JA21):

Mevrouw Rajkowski, ik hoop dat ik uw naam goed uitsprak.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Nee, maar dat komt goed.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik moet er nog een beetje op oefenen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen de aanleg beoogt van een trans-Atlantische zeekabel tussen Nederland en de Caribische landsdelen met verbinding naar Noord- en/of Zuid-Amerika;

overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale open strategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen van Nederland en de Caribische landsdelen;

overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding van zeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;

verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie en Europese partners, de realisatie van de trans-Atlantische zeekabel te versnellen, en de Kamer uiterlijk vóór Prinsjesdag 2026 te informeren over het uitvoeringsplan en de benodigde besluitvorming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 80 (36800-VII) (#19).

De heer Van den Berg (JA21):

Vooralsnog ben ik de enige. Ik kijk uit naar een reactie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Zwinkels van het CDA.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Voordat ik begin, zeg ik tegen de heer Van den Berg dat ik ook graag zijn eerste voorstel mede had willen ondertekenen. Misschien is hem dat even ontgaan. Volgens mij hoorde ik mijn naam er niet tussen staan in dat rijtje.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat is inderdaad mijn fout; mijn excuses. Ik ga het corrigeren.

De voorzitter:

Dat betekent dus dat de motie op stuk nr. 79 medeondertekend wordt door mevrouw Zwinkels. Voor de volledige administratie vraag ik aan de heer Van den Berg: ondertekent u ook de motie op stuk nr. 72 en de motie op stuk nr. 73?

De heer Van den Berg (JA21):

71 en 73.

De voorzitter:

Dat gaat goed zo. De moties op de stukken nrs. 71 en 73 worden medeondertekend door de heer Van den Berg en de motie op stuk nr. 79 wordt medeondertekend door mevrouw Zwinkels.

Dan is nu het woord aan mevrouw Zwinkels.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. We hebben de administratie weer op orde. Het is ook geen enkel probleem, zou ik richting JA21 willen zeggen.

Voorzitter. Ik dank beide staatssecretarissen voor hun beantwoording. Ik ben blij met een drietal toezeggingen. Eén: de besluitvorming rondom de financiering van grote IT-projecten bij de overheid. Twee: de uitkomsten van het onderzoek naar het vormgeven van de minimumleeftijd voor social media op Europees niveau. Drie: een concrete toelichting op welke hulp we nu bieden richting het mkb als het gaat om cybersecurity en innovatie, waaronder AI-adoptie.

Ook ik wil graag even stilstaan bij de berichtgeving — onze voorzitter kwam daar zojuist al mee — dat de VNG werkt aan een nieuwe raamovereenkomst vanaf 2027 met Microsoft. De staatssecretaris van BZK hield juist een warm pleidooi in zijn antwoord op mijn vraag waarin ik kennisdeling rondom digitale soevereiniteit met de VNG aan de orde stelde, maar dit is dus wat er inderdaad in de praktijk gebeurt. Hoe gaat er binnen de overheid onderling beter gecommuniceerd worden in zulke lopende trajecten? Dat wil ik graag van de staatssecretaris weten. En hoe ziet zijn coördinerende rol eruit?

Ik kijk ook nog uit naar de antwoorden op de vragen over in-gameaankopen, het opvolgen van de kinderrechtenimpactassessments en het opnemen van WhatsApp bij de uitwerking van de digitale kijkwijzer, waar ik in mijn eerste termijn al naar heb gevraagd.

Tot slot. Van mijn kant zijn er vandaag geen moties, maar wij steunen dus wel de diverse voorstellen van de collega's hier. Ik wil afsluiten met een duidelijke oproep: maak tempo, pak de regie, want wij willen graag actie zien.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Dank voor het debat met de nieuwe bewindspersonen. Ik begrijp dat zij lekker moeten warmlopen. Wat fijn dat dat met de gezelligste commissie van de Kamer kan. Ik ben heel blij met de toezeggingen die ik heb gekregen, maar ik zal nog wel een aantal moties voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er weinig zicht is op (minderjarige) slachtoffers van seksuele uitbuiting;

constaterende dat de Nationaal Rapporteur in de Monitor Mensenhandel 2019-2023 de aanbeveling deed om te zorgen voor mogelijkheden voor online contact met en signalering van minderjarige slachtoffers en dat ze online outreach en signalering hierbij expliciet noemde;

overwegende dat tot november 2025 het Online Outreach Programma werd gefinancierd en hierin effectief is, maar dat het nu niet wordt voortgezet;

verzoekt de regering om het Online Outreach Programma voor 2026 voort te zetten en als dekking hiervoor onderuitputting op de begroting van JenV te overwegen en tevens opties in kaart te brengen voor structurele dekking voor de begroting van 2027 en daarna,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 81 (36800-VII) (#20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het gebruik van een uniforme overheidsdomeinextensie zoals .gov.nl ervoor zorgt dat burgers weten dat ze zich op een officiële overheidssite bevinden en zo verwarring en misleiding helpt te voorkomen;

overwegende dat al in 2024 het principebesluit is genomen om te kiezen voor één overheidsdomeinextensie, maar er sindsdien weinig stappen zijn ondernomen;

spreekt uit dat het wenselijk is om snel over te gaan naar één overheidsdomeinextensie;

verzoekt de regering om nog voor het zomerreces een plan van aanpak inclusief tijdpad over het overgaan van de overheidssites naar één domeinextensie met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 82 (36800-VII) (#21).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Denemarken momenteel een onderzoek loopt om te verkennen hoe financiële dienstverleners kunnen investeren in de aanpak van verdachte transacties die kunnen duiden op betalingen voor misbruik dat via livestreams plaatsvindt;

verzoekt de regering om in overleg met relevante partijen als banken, politie en maatschappelijke organisaties te verkennen welke maatregelen genomen kunnen worden om via verdachte financiële transacties onlinemisbruik aan te pakken, en de Kamer hier voor het zomerreces van 2026 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 83 (36800-VII) (#22).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Tot slot mijn favoriete onderwerp, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie TikTok voorlopig in strijd heeft bevonden met de Digital Services Act vanwege het verslavende ontwerp van de app en uit het onderzoek voorlopig blijkt dat TikTok "niet adequaat heeft beoordeeld hoe deze verslavende eigenschappen het fysieke en mentale welzijn van haar gebruikers, waaronder minderjarigen en kwetsbare volwassenen, kunnen schaden";

constaterende dat de Commissie vindt dat TikTok het ontwerp van de app moet wijzigen, maar dat het bedrijf al heeft laten weten dat het "deze bevindingen op alle mogelijke manieren (gaat) aanvechten";

verzoekt de regering om, als de voorlopige bevindingen van de Commissie ongewijzigd blijven, het standpunt uit te dragen dat het niet veilig is om TikTok te gebruiken, zeker niet voor minderjarigen en kwetsbare volwassenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 84 (36800-VII) (#23).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Beckerman van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de bewindslieden, de tweeling. Ik weet niet of ik dat beeld nog uit mijn hoofd krijg, dus dank aan de heer Van der Burg hiervoor.

Voorzitter. We hebben het heel veel over soevereiniteit en veiligheid. Ondertussen zien we in de echte wereld dat die soevereiniteit en veiligheid helemaal niet groter worden, maar juist kleiner. Ik dacht: ik ga het bij dit debat gewoon heel concreet maken. Iedereen vindt het heel erg dat er deepfakeporno online staat. Iedereen vindt het heel erg voor meisjes en vrouwen dit dat alleen maar erger wordt. Met Grok hebben we het nu zelfs op X. Iedereen vindt het erg. Tegelijkertijd staat de deepfakeporno van mij al twee jaar online en kun je die gewoon via Google vinden. Met "gewoon" bedoel ik dat het heel ongewoon is. Je hoeft niet naar een donker hoekje van het internet. Het staat er gewoon en het staat er nog steeds. Ik vind echt dat we moeten ophouden met het heel erg vínden. We moeten hier heel erg hard wat aan doen. Daarom heb ik de volgende twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat deepfakeporno grote schade toebrengt aan slachtoffers en zich snel en blijvend online verspreidt als de beelden niet snel offline worden gehaald;

overwegende dat het probleem niet zozeer ligt in het ontbreken van wetgeving, maar in onvoldoende handhaving en prioritering;

verzoekt de regering in te zetten op het zo snel mogelijk offline halen van deepfakeporno, te zorgen voor prioritering en voor voldoende slagkracht bij alle betrokken partijen en met hen in gesprek te gaan, en aan de Kamer hierover een concreet plan van aanpak te presenteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.

Zij krijgt nr. 85 (36800-VII) (#24).

Mevrouw Beckerman (SP):

Nu komt mijn tweede motie. Die is eerder door mijn collega Van Nispen in een mildere vorm ingediend. Ik ga die nu opnieuw indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat deepfakeporno en andere vormen van online seksueel geweld snel toenemen en slachtoffers vaak langdurig geconfronteerd worden met beelden die eenvoudig online vindbaar zijn;

overwegende dat het probleem niet zozeer ligt in het ontbreken van wetgeving, maar in onvoldoende handhaving daarvan;

overwegende dat via bestuursrechtelijke verwijderbevelen illegaal onlinemateriaal binnen korte termijn, zo nodig binnen 24 uur, kan worden verwijderd om verdere verspreiding te voorkomen;

verzoekt de regering te regelen dat ook deepfakeporno en andere evident onrechtmatige seksuele beelden van volwassenen snel en effectief offline kunnen worden gehaald, en daartoe een bevoegde instantie aan te wijzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.

Zij krijgt nr. 86 (36800-VII) (#25).

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef even de bijsluiter dat we volgens mij drie begrotingen behandelen, er ook nog heen en weer gewandeld moet worden, er heel veel moties zijn ingediend en dat er misschien ook nog wel wat vragen zijn gesteld. Met die bijsluiter kijk ik even naar rechts. Hoelang is er nodig voordat we kunnen beginnen met de beantwoording?

Staatssecretaris Aerdts:

25 minuten.

De voorzitter:

Dat vind ik heel snel. Perfect. Nee, we doen 25 minuten, meneer Ceder. U bent wel heel streng vandaag! We schorsen tot 15.45 uur.

De voorzitter:

Het is precies kwart voor. U bent precies op tijd. We gaan verder met de beantwoording in de tweede termijn van het wetgevingsoverleg over de begrotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken. Ik denk dat het woord eerst aan de staatssecretaris EZ is.

Staatssecretaris Aerdts:

Voorzitter, dank u wel. Ik wil eerst even ingaan op de vragen die nog zijn blijven liggen, te beginnen bij mevrouw Beckerman. Ik deel haar zorgen volledig. Het is totaal onacceptabel dat deze deepfakes worden gegenereerd. Het is mevrouw Beckerman zelf ook overkomen, wat ik echt heel erg vind. Helaas kan het iedereen overkomen. Daarom vind ik het belangrijk dat ik hier in de tweede termijn als eerste bij stilsta. Deepfakeporno heeft een enorme impact op slachtoffers. Het kan leiden tot schaamte, stress en reputatieschade, terwijl iemand hier zelf geen enkele controle over heeft gehad. Het kabinet neemt dit uiterst serieus en vindt het belangrijk dat dit soort misbruik van technologie stevig wordt aangepakt.

Ondanks de strafrechtelijke aanpak van de gebruikers van de AI-applicaties, via de artikelen 252 en 254ba van het Wetboek van Strafrecht, blijft dit maatschappelijke probleem zich in grote mate voordoen. Wij willen slachtoffers beter kunnen beschermen tegen dit afschuwelijke gedrag. Het ministerie van JenV is daarom in gesprek met verschillende partijen om te bezien of de aanpak van uitkleedapplicaties kan worden versterkt. Hierbij worden de mogelijkheid en wenselijkheid van een verbod, nationaal dan wel Europees, meegenomen. Ik wil u ook graag toezeggen dat mijn collega een brief zal sturen waarin alle opties in kaart worden gebracht voor hoe daar nu zo snel mogelijk concreet op kan worden ingegrepen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik had een hele concrete vraag over het zo snel mogelijk offline halen. Dat kan nu al binnen 24 uur bij kinderpornografisch materiaal. Dat kunnen we juist ook uitbreiden naar deepfakeporno.

Staatssecretaris Aerdts:

Dit is nadrukkelijk een van de vragen die wordt meegenomen in de brief. Ik kan daar nu zelf geen uitspraak over doen namens de minister van Justitie en Veiligheid, maar ik zal het direct doorgeleiden, zodat dit als een van de mogelijkheden wordt meegenomen in die brief.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat snap ik, en dit kabinet is nieuw, maar tegelijkertijd horen we dit al twee jaar en staan die beelden nog steeds online. Ik denk dat je heel veel meisjes en vrouwen heel veel schade berokkend als je die status quo maar zo laat bestaan. Het wordt ook niet kleiner; het wordt groter. We zien het nu zelfs op X, met Grok. Ik vind het lastig dat de staatssecretaris daar nu geen antwoord op weet. Ik vraag haar dus wel hoe snel we daar dan een antwoord op hebben, want dit duurt echt veel en veel te lang.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik snap de opmerking van mevrouw Beckerman heel goed. Ik zal mijn collega vragen om u hierover binnen twee weken te informeren.

Voorzitter. Dan hadden we nog de vraag van mevrouw Zwinkels over in-gameaankopen: kan de staatssecretaris toezeggen om ons voor de zomer te informeren over hoe hier werk van gemaakt gaat worden? In Europees verband wordt gewerkt aan een Digital Fairness Act om schadelijke online handelspraktijken aan te pakken. Nederland pleit in dit kader al langer voor een strengere aanpak van schadelijke handelspraktijken in games, waaronder strengere regulering van in-gameaankopen. Het vorige kabinet heeft zijn inzet duidelijk gemaakt in een non-paper, waarin ook uitgebreid aandacht is voor dit onderwerp. In aanloop naar de Digital Fairness Act — het wetgevingsvoorstel wordt verwacht in het vierde kwartaal van dit jaar — zullen we hier aandacht voor blijven vragen. Ik zal de Kamer dan ook informeren over de voortgang via de geannoteerde agenda van de Raad Concurrentievermogen en het verslag daarvan.

Dan hadden we nog de vraag die zowel mevrouw Rajkowski als mevrouw Zwinkels stelde, namelijk hoe de uitkomsten van de kinderrechtenimpactassessments worden meegenomen. Ze worden sowieso gedeeld met de toezichthouders, zodat zij deze informatie kunnen meenemen in het uitvoeren van hun toezicht. Samen met het ministerie van OCW bekijk ik of de opname van de uitkomsten van de KIA's in de digitale kijkwijzer nuttig is en hoe we dat het beste vorm zouden kunnen geven als dat het geval is.

Dan had ik nog de vraag van mevrouw Zwinkels openstaan over het gebruik van WhatsApp. Dat wordt nadrukkelijk meegenomen in de digitale kijkwijzer.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Met de laatste antwoord ben ik heel erg blij. Ik ben blij om die bevestiging te horen. Ten aanzien van de kinderrechtenimpactassessments ben ik nog wel benieuwd naar het volgende. Als die worden gedeeld met de toezichthouders, zijn ze daarmee dan ook een instrument voor de handhaving om echt te kunnen optreden? Daar ben ik wel heel erg benieuwd naar.

Staatssecretaris Aerdts:

Wij delen dit nadrukkelijk, omdat wij het van belang vinden, maar uiteindelijk gaan de toezichthouders natuurlijk zelf over wat zij meenemen en hoe ze daar uitvoering aan geven. Wij geven wel aan dat wij dit een belangrijk instrument vinden en delen het op deze manier met de toezichthouders, maar uiteindelijk gaan ze hier zelf over.

De voorzitter:

Nog een vervolgvraag van mevrouw Zwinkels.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Nou, misschien meer een opmerking voor de komende tijd. Dan zal ik zelf ook nagaan hoe we die assessments daadwerkelijk kunnen aangrijpen om er ook wat aan te veranderen, want dat is uiteindelijk het achterliggende doel. Het kan via toezichthouders gaan, maar misschien kunnen we op deze manier als overheid zelf ook optreden en dit hard aanpakken.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan nog een andere openstaande vraag van mevrouw Zwinkels, namelijk wat de ondernemers concreet kunnen verwachten. Ik heb u zojuist toegezegd dat ik de Kamer zal informeren over die European Digital Innovation Hubs en wat ze concreet kunnen verwachten. Op dit moment loopt het beschikkingsproces voor de verlening van de EDIH's tot 2028. Naar verwachting wordt dit binnen twee maanden afgerond. Ook wordt er gewerkt aan een voortgangsrapportage over de Strategie Digitale Economie. Na toekenning van deze beschikkingen zal ik uw Kamer hier in de voortgangsrapportages over informeren.

Dan de kwetsbare personen. Ik gaf aan dat dat ik daar in de tweede termijn nog even op terug zou komen. Mevrouw Kathmann sprak daar in ieder geval over, en een aantal van u sloot zich daarbij aan. De politie heeft aangegeven dat slachtoffers van wie gegevens over stalking zijn gelekt, contact met haar kan opnemen om te kijken of zij direct kan helpen. In het kader van het plan van aanpak dat de VVD voorstelt, wil ik samen met mijn collega van JenV bespreken of we daarin ook kunnen bezien in hoeverre er extra eisen moeten worden gesteld aan de bescherming van extra gevoelige gegevens van kwetsbare groepen. Ik ben ook voornemens om hierin de andere adviezen van de Digitale Dolle Mina's mee te nemen.

Dan hebben we nog de zeekabels. Ik begin met de trans-Atlantische zeekabels en de huidige EZK-begroting. De aanleg van de zeekabels is een complex proces met vele stakeholders, waardoor het verloop niet altijd heel precies te voorspellen is. Voor de projecten die ik noemde is de planning al vaker opgeschoven omdat de businesscase gewoon niet helemaal rond is. Met name voor de Arctische route geldt dat de deadline steeds dichterbij komt, omdat dit in breed samenwerkingsverband wordt gerealiseerd. De huidige verwachting is dat er binnen een jaar een definitief plan inclusief financiering moet liggen om de eerder gekregen Europese subsidie, de Connecting Europe Facility, niet kwijt te raken. Voor de IOEMA geldt dit minder strikt, omdat er minder partijen bij betrokken zijn, al kan dit project ook geen doorgang vinden indien er geen publieke of private financiering beschikbaar komt.

Dan was er nog de vraag van de heer Van den Berg. Hij zei dat de markt enerzijds onvoldoende beweegt, maar dat ik anderzijds aangaf dat er ook veel verwachtingen zijn. Hoe strookt dat dan met elkaar? Zoals gezegd werk ik samen met de markt in een publiek-private samenwerking, de Zeekabel Coalitie. De financiering wordt bij een aantal kabels geheel door de markt opgepakt. Echter, bij grotere projecten met risico's zoals een hoge initiële investering of vraagrisico's — is er een partij met veel datavraag die zich vooraf aan het project wil verbinden? — en bij grotere projecten met zeer lange terugverdientijden is ondersteuning vanuit de overheid wel noodzakelijk. Ik gaf in de eerste termijn ook aan dat er vanuit de Europese Commissie geld beschikbaar is voor de financiering van strategisch belangrijke zeekabels. Dit geld kan aangevraagd worden om er een positieve businesscase van te maken. Samen met de Zeekabel Coalitie en RVO worden Nederlandse initiatieven ondersteund bij hun aanvragen voor deze Europese gelden.

De laatste vraag, van mevrouw Kathmann, ging over de zeekabels: "Als we nu niks doen, dan is over twee jaar 100% van de markt in handen van grote techbedrijven. Alle woorden in het coalitieakkoord vallen of staan met de zeekabels." Ik ben het helemaal eens met mevrouw Kathmann dat de grote techbedrijven steeds meer de grote zeekabelverbindingen aanleggen. Daarom werkt Europa aan strategische Cable Projects of European Interest. Daarvoor is er Europese publieke financiering beschikbaar. Dat is de Connecting Europe Facility waarover ik net ook sprak. Maar in het coalitieakkoord zijn er helaas geen aanvullende budgetten voor gereserveerd.

De heer Van den Berg (JA21):

Nog even over de zeekabel. U zei het al, staatssecretaris: we lopen het risico om de financiering vanuit de EU kwijt te raken. We hebben te maken met marktpartijen en natuurlijk onszelf als Staat. "Lange terugverdientijden", hoorde ik u zeggen. Nu ben ik even zoekende. Gaat het kabinet er nou wel of niet mee aan de slag om dat toch voor elkaar te krijgen? Ik ben 'm even kwijt.

Staatssecretaris Aerdts:

Als ik daar alvast op mag reageren? Ik geloof het wel, als ik kijk naar de voorzitter. Wat ik kan aangeven is dat er in het coalitieakkoord geen additioneel geld voor vrijgemaakt is. Wel steunen wij vanuit de Zeekabel Coalitie andere partijen bij het doen van aanvragen van de gelden die beschikbaar zijn gesteld door de Europese Commissie. Zo mag u het dus begrijpen.

De heer Van den Berg (JA21):

Oké, maar dan verandert er in principe dus niks aan de status quo. Ik spreek daar toch mijn zorgen over uit. Het staat niet voor niets in het rapport-Wennink. Daar staat geschreven: "Het vergroot de digitale open strategische autonomie en draagt bij aan het verdienvermogen." Ik zie juist een uitstekende kans om dit wél te doen en daar ook rendement uit te halen. Het genereert ook weer meer belastinginkomsten door middel van economische groei enzovoort. Kortom, hoe gaan we hier nou alsnog geld voor verzorgen? Kan dat wellicht via de Nederlandse Investeringsinstelling? Ik zie u al kijken, staatssecretaris.

Staatssecretaris Aerdts:

Inderdaad, de investeringsinstelling kan hier een belangrijk instrument in zijn. We spraken eerder vandaag ook al over de 1,5%. Dat zal ik ook met mijn collega gaan bespreken als we naar de Zeekabel Coalitie gaan kijken.

De voorzitter:

Nog een vraag van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Meer afrondend; het is meer een statement. We hebben in dit debat veel gesproken over het gebrek aan middelen voor de vele ambities de we hebben. Ik zal er namens mijn fractie echt scherp op blijven om hier de komende tijd financiering voor te vinden. Anders ben ik bang dat ik mijn eigen punt ga bewijzen. "Zie je wel, er is geen geld beschikbaar. We kunnen de ambities dus niet halen." Dat is precies hetgeen ik wil voorkomen. Daar blijf ik dus op drukken.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan wil ik nu overgaan tot de appreciaties van de moties. De motie op stuk nr. 68 gaat over het btw-systeem. Ik zou u willen vragen om eerst de brief van mijn collega, de staatssecretaris van Financiën, en het op 19 maart geplande commissiedebat af te wachten. Daarom zou ik willen aangeven dat de motie ontijdig is.

De voorzitter:

Daar wil het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid, die de motie heeft ingediend, een vraag over stellen. Dat gaat helaas niet. We hebben hier namelijk al tien keer, denk ik, maar misschien wel vaker, sciencefictiondebatten gevoerd waarin zowel de Kamer van links tot rechts, dus 150 man sterk, als het kabinet zegt "dit is zó'n onwenselijke situatie". Maar dan hadden we gewoon geen instrumenten om iets te stoppen. Hiervan wordt gezegd: "Hebben jullie nou effe geluk met z'n allen! Jullie willen dit niet, maar je kan het nu nog stoppen." Dan is het dus heel gek om nu weer te gaan wachten tot 19 maart, om op 19 maart waarschijnlijk te horen te krijgen: was nou maar eerder geweest, want als je dit op 2 maart had gestopt, had het nog wel gekund. Ik vind dat risico dus echt veel te groot. We hebben hier een kans om eindelijk een keer iets wat we allemaal willen, wél te laten gebeuren in plaats van niet. Ik snap er dus eigenlijk niets van dat deze motie ontijdig zou zijn.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik snap dit sentiment heel goed en ik zal dit exact zo doorgeleiden aan mijn collega-staatssecretaris van Financiën, maar ik kan hier nu verder geen uitspraken over doen. Mijn suggestie is om toch die brief af te wachten, maar ik zal dit sentiment direct na dit debat ook aan hem overbrengen. Misschien geeft dat dan ook reden om de Kamer eerder te informeren.

De voorzitter:

Maar, staatssecretaris — ik word nu wel een beetje strenger in mijn bewoordingen — waarom hebben wij dan een aparte staatssecretaris voor digitale autonomie? Daar gaat dit over. Er staan superambities in het coalitieakkoord. Het zijn echt hele mooie woorden. Er is een aparte staatssecretaris aangesteld om die mooie woorden zo veel mogelijk om te zetten in daden. Dan kan het niet zo zijn dat een motie die ik indien over digitale autonomie waar knetterveel urgentie achter zit en waarmee we iets in handen hebben waarvan gezegd wordt dat we dit er nog mee kunnen stoppen, ineens "niet aan de staatssecretaris van digitale autonomie is". Dan weet ik het namelijk ook niet meer.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik zie het juist als mijn rol als staatssecretaris van digitale autonomie om mijn collega's hierbij te assisteren. Vandaag zijn er andere feiten naar buiten gekomen, die blijkbaar niet in lijn waren met het gesprek zoals ik het met mijn collega heb gevoerd. Dat moet ik dus eerst doen. Ik wil dat liever eerst met hem persoonlijk doen dan nu door middel van een motie in uw Kamer, maar ik deel uw zorg hierover absoluut. Ik zal dit ook aan hem meegeven en hem adviseren om hierin geen onomkeerbare stappen te zetten totdat hij met uw Kamer heeft gesproken.

De voorzitter:

Dat betekent, zeg ik even als voorzitter, dat de motie op stuk nr. 68 ontijdig is. Dan is inderdaad de vraag of de indiener daar iets mee doet. Het antwoord daarop is nee!

Staatssecretaris Aerdts:

Dan ga ik verder naar de motie op stuk nr. 69, over een basispakket digitale veiligheid. Diverse marktpartijen bieden veiligheidspakketten aan. Een deel van de genoemde producten wordt gratis aangeboden. Ik wil met de aanbieders van deze producten de inhoud en de toegankelijkheid van het aanbod bezien en kijken hoe die eventueel verbeterd kunnen worden. De overheid moet wat mij betreft niet concurreren met de markt, maar het is wel belangrijk dat dergelijke pakketten door de markt worden aangeboden. Met deze uitleg geef ik de motie dan ook graag oordeel Kamer.

Dan de motie over een lespakket digitale weerbaarheid.

De voorzitter:

Excuus, staatssecretaris, ik kom even door u heen. Hier werd zonet aangestipt dat ik een taak heb als voorzitter. Ik moet namelijk bij elke motie in de microfoon de appreciatie zeggen. De motie op stuk nr. 69 krijgt oordeel Kamer. Bij dezen. En de motie op stuk nr. 68 is ontijdig. De heer Ceder heeft een vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ja, even een dubbelcheck. Er staan geen namen onder de motie op stuk nr. 69. Klopt het dat ik daar als medeondertekenaar onder sta, mevrouw Kathmann? Even een dubbelcheck.

De voorzitter:

De heer Ceder vraagt of hij inderdaad als medeondertekenaar genoteerd staat. In mijn herinnering is dat zo, en is zijn naam gewoon per abuis weggevallen. Mevrouw El Boujdaini?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Het gaat niet alleen over de medeondertekenaars, want er staat helemaal geen naam onder de motie, dus ook die van uzelf niet.

De voorzitter:

Oké, ja. Die is bij het kopiëren weggevallen. We gaan dat weer goed in orde maken. Mevrouw Rajkowski?

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Even een vraag om zeker te weten dat ik het goed begrijp. Het verzoek in de motie is, zoals ik het lees, dat ook de overheid een pakket gaat ontwikkelen. Als ik de motie naast de inbreng in het debat leg, moeten er dan ook een overheids-VPN, een overheidsadblocker et cetera komen. Maar in de appreciatie van de staatssecretaris hoor ik dat het heel goed is dat de markt dit doet. Dan snap ik dus de appreciatie oordeel Kamer niet. Voor mijn gevoel heeft de motie het namelijk in zich dat de overheid dit moet gaan ontwikkelen. Ik krijg graag toch nog even een toelichting daarop. Hoe zit dit nou in elkaar? Dan weet ik wat ik mijn fractie kan adviseren om te gaan stemmen.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik gaf aan dat de overheid daarin niet moet concurreren mét de markt. Het is dus wel belangrijk dat dergelijke pakketten dóór de markt worden aangeboden. Het is dus inderdaad niet de bedoeling dat de overheid nu zelf een apart pakket maakt. Het moet in samenspraak met de met de markt, maar wel dóór de markt worden aangeboden.

De voorzitter:

Nog even als extra informatie: het is ook heel duidelijk dat dit samen met het Nederlandse bedrijfsleven moet gebeuren. Dat staat ook in het verzoek.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dan heb ik ook nog één vraag, voorzitter. Ik zou graag willen weten of de ontwikkeling van zo'n pakket dan ook uit bestaande middelen zou kunnen komen of dat daar aanvullende middelen voor nodig zijn. Ik wil namelijk ook graag mijn fractie goed kunnen adviseren.

Staatssecretaris Aerdts:

Wij zullen nog even schriftelijk terugkomen op wat precies de implicaties zouden zijn van het aannemen van de motie zoals die hier opgeschreven staat. Ik voorzie inderdaad wel een klein beetje verwarring over wat de implicaties zijn van het verzoek aan de regering om dat samen met de Nederlandse bedrijven te ontwikkelen en wie dat dus zou moeten financieren. Daar komen we dus nog eventjes op terug.

De voorzitter:

Om mijn administratie volledig in orde te maken: de motie op stuk nr. 69 had oordeel Kamer gekregen, maar dat is nu niet meer zo, omdat er nog een schriftelijke uitleg komt? Ja, de motie wordt schriftelijk geapprecieerd. Perfect.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan ga ik verder met de motie op stuk nr. 70 over lespakketten voor de digitale weerbaarheid. Ik verzoek het Kamerlid om de motie aan te houden, omdat het lectoraat Online Weerbaarheid van de Hogeschool Saxion op dit moment een onafhankelijke effectevaluatie uitvoert naar HackShield. De uitkomst daarvan wordt aan het einde van deze maand verwacht. Als die uitkomst positief is, kan in afstemming met de betrokken departementen worden uitgezocht of er financiële steun aan HackShield en soortgelijke initiatieven kan worden gegeven en hoe die kan worden vormgegeven binnen de departementale begroting. Ik verzoek daarom om de motie aan te houden in afwachting van deze uitkomsten.

De voorzitter:

Betekent dat, even voor de scherpte, dat de motie dan ontijdig wordt verklaard?

Staatssecretaris Aerdts:

Ja, totdat de evaluatie bekend is. We hopen dat de indiener de motie aan wil houden.

De voorzitter:

Dan kijk ik even naar de mede-indieners. Het moeilijke hieraan is dat er juist expres niet is gevraagd om structurele financiering of om bijvoorbeeld zoveel jaar incidentiele financiering. Er is gevraagd om een overbrugging en expres ook om een heel klein bedrag, om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van de lespakketten die nu zo hard nodig zijn, bijvoorbeeld over grooming en AI, niet in de knel komt als er over wordt gegaan tot die structurele financiering. Dat is precies waar de motie om vraagt. Ik vraag me dan af of we niet alsnog te laat zijn als we weer een maand wachten.

Staatssecretaris Aerdts:

Voorzitter, we willen toch de resultaten van de evaluatie afwachten. Die evaluatie wordt natuurlijk niet voor niks gedaan. Ik zal dit ook met mijn collega bespreken. Als inderdaad uit die evaluatie blijkt dat het effect zo groot is dat we dit graag willen voortzetten, dan zal ik me er echt voor inspannen om samen met mijn collegae te zoeken naar die overbruggingsfinanciering.

De voorzitter:

Voor de administratie: de motie op stuk nr. 70 blijft ontijdig verklaard en de indieners kijken even wat ze met die mededeling gaan doen.

Staatssecretaris Aerdts:

Voorzitter. Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 71 over end-to-endencryptie. Gezien de manier waarop we hiernaar hebben gekeken in het debat en kijkend naar de eerdere debatten die we in deze Kamer hebben gevoerd, geef ik deze motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 71 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

De motie op stuk nr. 72 gaat over een meerjarige digitale agenda. Ook hier wil ik graag het oordeel aan de Kamer laten, als ik de motie inderdaad zo mag interpreteren dat ik uw Kamer informeer over mijn strategische inzet via een hoofdlijnenbrief, waarbij ik de genoemde initiatieven met elkaar verbind. Ik wil me op dit moment — het is de eerste dag van week twee; we maken er een beetje grappen over — nog niet vastleggen op weer een nieuwe agenda. Ik wil juist goed kijken naar wat er al ligt en ervoor zorgen dat we echt aan de slag gaan en resultaten gaan behalen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 72 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

De motie op stuk nr. 73 gaat over het geld voor de NDS. Ik ontraad deze motie. In het coalitieakkoord en de begrotingen van BZK en EZK zijn er geen aanvullende middelen toegekend of gereserveerd voor de uitvoering van de NDS. Dat betekent dat de door de vorige staatssecretaris van BZK geschatte kosten voor de NDS nu niet gedekt kunnen worden. Dat er centraal geen aanvullende middelen zijn gereserveerd, betekent overigens niet dat er geen geld wordt uitgegeven. De overheidsorganisaties geven ieder voor zich middelen uit om de genoemde kansen te realiseren en om uitdagingen aan te pakken. Ik ga daarom in gesprek met diverse overheidsorganisaties, Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen over hoe we onze ambities zo veel mogelijk kunnen realiseren. Ik wil me daarbij inspannen om de financiële bijdrage van het Rijk aan het digitaliseringsbeleid inzichtelijk te maken, in lijn met deze motie, maar ik wil me nog niet vastleggen qua vorm en timing, want dat is voor mij op dit moment gewoon te vroeg. Ik ontraad dus deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 73 is ontraden.

Staatssecretaris Aerdts:

De motie op stuk nr. 74 gaat over de over de zeekabels in het Caribisch gebied. Ik laat het oordeel hierover aan de Kamer. Wat mij betreft kan dit worden meegenomen bij de uitvoering van de motie-Kathmann over de haalbaarheidsstudie. De Europese Commissie is een haalbaarheidsstudie aan het doen naar de soevereine ontsluiting van het Caribisch gebied, waarbij de resultaten eind 2026 worden verwacht. Deze studie zie ik als een noodzakelijke input voor deze motie en die van mevrouw Kathmann c.s. van september vorig jaar.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 74 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 75 over GPT-NL en de datastructuur. Gezien het debat wil ik die ook graag oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 75 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

De motie op stuk nr. 76 gaat over inzicht krijgen in de uitgaven voor digitale diensten. De motie verzoekt de regering om een plan te maken om deze kosten voor digitale diensten en producten inzichtelijker te krijgen door in nieuwe projecten en programma's een financiële paragraaf op te nemen. Deze motie geef ik ook graag oordeel Kamer. Ik wil daarbij aangeven dat we in principe op grond van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet al verplicht zijn om bij nieuwe voorstellen financiële gegevens toe te lichten. Het is niet verplicht om daarbij een ICT-component te specificeren. Ik kan ook niet beloven dat het altijd mogelijk is, maar vanwege eerdere vragen en een motie wordt er al gewerkt aan een stappenplan om het inzicht in de uitgaven aan digitalisering te verbeteren. Dit verzoek kan daarin mee worden genomen, met de kanttekening dat het specificeren van de ICT-component niet altijd zal kunnen, dus: oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 76: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

In de motie op stuk nr. 77 wordt verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens te instrueren tot een spoedig en volledig onderzoek. Ik kan aangeven dat dat overbodig is, want de AP heeft al aangegeven bezig te zijn met een onderzoek en is onafhankelijk in de wijze waarop zij haar taken en bevoegdheden uitoefent.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 77: overbodig.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan de motie op stuk nr. 78, over een handelingskader voor slachtoffers van datalekken. In lijn met dit debat wil ik die heel graag oordeel Kamer geven. Wij zien het wat dat betreft inderdaad als een steuntje in onze rug.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 78: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan de motie op stuk nr. 79, over de Arctische zeekabel. Ook hier: oordeel Kamer. We hebben naar aanleiding van uw eerdere motie toegezegd ons daar maximaal voor in te zetten. U bent daar ook al over geïnformeerd. De planvorming is op dit moment in een vergevorderd stadium. Er is ook al Europese subsidie verkregen. Echter, zonder een publieke bijdrage zal er mogelijk geen aftakking naar Nederland gerealiseerd kunnen worden. Zoals ik in mijn eerste termijn aangaf, is die op dit moment ook niet beschikbaar, tenzij u als Kamer met een dekkingsvoorstel komt. Maar ik geef deze motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 79: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan de motie op stuk nr. 80 over de trans-Atlantische zeekabel. Op dit moment ontraad ik de motie, maar als u de motie zo kan aanpassen dat we u niet hoeven te informeren voor Prinsjesdag 2026, maar voor het begin van 2027, dan kan ik hem wel oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ik kijk voor de motie op stuk nr. 80 even naar meneer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Daar ben ik zeker toe bereid, maar waar zit het verschil dan in? Waarom kan het niet voor Prinsjesdag en wel voor het begin van 2027?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kan de heer Van den Berg het volgende melden. Er loopt een onderzoek van de Europese Commissie naar de zeekabelverbinding in het Caribisch gebied. Dat komt aan het eind van dit jaar en dat heb ik echt nodig om hier vervolgstappen in te kunnen zetten.

De heer Van den Berg (JA21):

Akkoord, dan ga ik 'm op die manier aanpassen. Ik ben even kwijt hoe dat gaat, maar ik regel het.

De voorzitter:

U gaat het dictum aanpassen.

De heer Van den Berg (JA21):

Specifiek: "de Kamer uiterlijk voor Prinsjesdag 2026 te informeren" wordt "de Kamer uiterlijk voor het begin van 2027 te informeren".

De voorzitter:

Als u dat gedaan heeft, krijgt de motie oordeel Kamer.

De heer Van den Berg (JA21):

Bij dezen.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan de motie op stuk nr. 81, over het Online Outreach Programma. Ik geef deze motie oordeel Kamer. Mag ik er dan ook op rekenen, vraag ik aan de heer Ceder, dat hij zijn amendement intrekt als de Kamer deze motie aanneemt?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat is de bedoeling. Ik trek het dan wel pas na de stemming in, omdat de Kamer dit misschien een heel onverstandig plan vindt, waar ik niet van uitga. De bedoeling is dat ik het amendement intrek als deze motie wordt aangenomen; dat klopt.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 81: oordeel Kamer. De indiener zegt: na de stemming kijk ik wat ik met het amendement doe.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ja, maar ik wil wel de duidelijkheid geven dat ik het intrek op het moment dat de motie aangenomen wordt. Dat kan ik de Kamerleden en het kabinet toezeggen.

De voorzitter:

Helder.

Staatssecretaris Van der Burg:

Mag ik even de motie op stuk nr. 82 doen, voorzitter? Dat kan ik wel achteraf doen, maar zo houden we de volgorde aan.

De voorzitter:

Zeker.

Staatssecretaris Van der Burg:

De motie op stuk nr. 82 zou ik, als ik 'm strikt uitleg, ontijdig moeten geven. Ik heb namelijk zojuist tegen de heer Ceder gezegd: "Je moet eerst het onderzoek afwachten. Pas daarna kun je zeggen dat je ermee doorgaat." Maar ik wil de Kamer natuurlijk graag tegemoetkomen, dus kijk ik de heer Ceder even aan: als ik de motie zodanig mag uitleggen dat ik u, wanneer wij een positief besluit nemen, tegelijk met de brief die ik u in de eerste termijn beloofd heb, ook meteen een tijdpad aangeef, dan kan de motie oordeel Kamer krijgen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat vind ik goed, en dat doe ik ook. Er staat ook een "spreekt uit" in. Ik vind het belangrijk dat ook de Kamer zich uitspreekt over de vraag of we dit überhaupt moeten willen. Dat staat nog los van de vraag of het kan, maar wat dat betreft ga ik mee in de beredenering van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van der Burg:

Over Kameruitspraken heb ik geen mening, voorzitter. Die laat ik dus aan de Kamer. Dan is het dus oordeel Kamer, voorzitter.

De voorzitter:

Ik zie knikkende gezichten over en weer. De motie op stuk nr. 82 krijgt oordeel Kamer.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik ben wel benieuwd of de tekst nog aangepast kan worden. Mijn fractie houdt niet zo van heel ruime interpretaties; zij houdt zich liever aan de tekst. Ik waardeer het meedenken, maar ik zou het nog prettiger vinden als de heer Ceder de tekst aanpast.

De voorzitter:

Dan kijk ik naar de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik zal in overleg met de CDA-fractie treden om te kijken welke tekst voor haar acceptabel is, waardoor een meerderheid van de fractie ermee kan instemmen hiervoor te gaan. Dat gaan we dus even afstemmen. Als het goed is, komt er dan een kleine wijziging.

Staatssecretaris Van der Burg:

Heel formeel moet ik dan nu zeggen dat ik mijn definitieve oordeel pas over de gewijzigde motie zal geven. Ik vertrouw de heer Ceder wel, maar dit is de formele reactie die ik moet geven als de motie wordt aangepast. Ik ga ervan uit dat het goed komt.

De voorzitter:

We gaan het wel even formeel zeggen. Als de motie-Ceder op stuk nr. 82 overeenkomstig de uitleg van de staatssecretaris van zonet wordt aangepast, krijgt zij oordeel Kamer. Zij wordt in overleg met de CDA-fractie aangepast.

Staatssecretaris Aerdts:

De motie-Ceder op stuk nr. 83 verzoekt de regering te verkennen welke maatregelen genomen kunnen worden om via verdachte financiële transacties onlinemisbruik aan te pakken. Als de heer Ceder mij toestaat dat ik de Kamer in Q3 van 2026 informeer in plaats van voor het zomerreces, dan kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Die coulance wil ik bieden. Moet ik dan een gewijzigde motie indienen, voorzitter, of kan de staatssecretaris de motie met deze interpretatie gewoon oordeel Kamer geven?

De voorzitter:

De motie moet gewijzigd worden.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Oké, dan doe ik dat en wel met dien verstande dat ik dit overneem.

De voorzitter:

De motie-Ceder op stuk nr. 83 krijgt na wijziging oordeel Kamer. De heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter, mij wordt hier een heel technische vraag ingefluisterd. Is dat vóór Q3 of tijdens Q3?

Staatssecretaris Aerdts:

Gedurende Q3.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Gedurende Q3. Wij zullen het aanpassen.

De voorzitter:

Nogmaals: na aanpassing krijgt de motie op stuk nr. 83 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Aerdts:

Voorzitter. De motie-Ceder op stuk nr. 84 geven we toch het oordeel ontijdig. We willen de definitieve reactie van de Commissie afwachten. Op dit moment beoordelen wij de motie daarom als ontijdig.

De voorzitter:

Motie-Ceder op stuk nr. 84: ontijdig.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan de moties van mevrouw Beckerman op stukken nrs. 85 en 86. Ik heb mevrouw Beckerman al toegezegd dat ik samen met mijn collega van JenV een brief zal opstellen waarin we een plan van aanpak zullen opnemen. Ik weet niet of dat voldoende is, maar anders kunnen wij deze moties oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie-Beckerman op stuk nr. 85 en de motie-Beckerman op stuk nr. 86 krijgen oordeel Kamer, tenzij mevrouw Beckerman de toezegging voldoende vindt. De moties houden stand, dus de moties op stukken nrs. 85 en 86 krijgen oordeel Kamer.

Dat brengt ons bijna bij het einde van de vergadering, maar eerst gaan we naar de toezeggingen. Ik kijk even naar links en rechts, want ik denk dat iedereen dit heel nauw gaat volgen. De toezeggingen.

  • De staatssecretaris van EZK zegt toe voor het zomerreces de Kamer te informeren over een Europese aanpak ten behoeve van de minimumleeftijd voor sociale media en daarbij indien nodig mogelijkheden tot samenwerking met gelijkgestemde landen te onderzoeken. Dit laatste is naar aanleiding van een vraag van mevrouw Rajkowski.
  • De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de stand van zaken bij de uitvoering van de motie-Ceder voor een leeftijdsverificatie, wettelijke borging voor online gokken en websites met pornografische content. Aanvullend wordt hierbij ingegaan op leeftijdsverificatie bij het aanbieden van onlineseksadvertentiediensten. Dit naar aanleiding van een vraag van de heer Ceder.

De heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Het gaat nu heel veel over seks, maar het heeft ook te maken met gokken, alcohol en alle diensten waar we in de wet een minimumleeftijd voor hebben besloten. Ik zeg dit om toch wat meer context te geven over de insteek van de ChristenUnie.

De voorzitter:

Bij de tweede toezegging staat ook: gokken en websites met pornografische content.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat dekt de lading niet helemaal, maar ik denk dat we inmiddels doorhebben wat daarmee bedoeld wordt.

De voorzitter:

Ja. Dan de volgende toezeggingen.

  • De staatssecretaris zegt toe de Kamer op korte termijn schriftelijk te informeren over European Digital Innovation Hubs voor het mkb en wat ondernemers daarvan kunnen verwachten. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouw Zwinkels.
  • De Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang van de AI-fabriek.

Daarbij is nog de vraag: wanneer kunnen we de voortgang over de AI-fabriek verwachten?

Staatssecretaris Aerdts:

Voor het zomerreces.

De voorzitter:

Voor het zomerreces. Ja, daar gaat iedereen akkoord mee.

Dan de volgende toezeggingen.

  • De Kamer ontvangt voor de zomer, na gesprekken met het NICAM, informatie over de ontwikkeling van de digitale kijkwijzer. Hier wordt ook de vraag van mevrouw Zwinkels meegenomen over whatsappkanalen.
  • De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de aanbesteding van grote IT-projecten. Hierbij wordt ingegaan op het proces rondom besluitvorming ten aanzien van zulke grote projecten. Dit naar aanleiding van een aanvullende vraag van mevrouw Zwinkels.
  • De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de uitwerking van het nog te ontvangen advies van de NDS-raad over de digitale dienst.
  • De Kamer wordt geïnformeerd over het preventief vergoeden van essentiële documenten in casussen zoals die van Odido. Dit naar aanleiding van een vraag van de heer Ceder.
  • De Kamer ontvangt binnen twee weken een brief over de opties voor een verbod op en het offline halen van deepfakeporno. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouw Beckerman.
  • Via de geannoteerde agenda wordt de Kamer wordt, in aanloop naar de Digital Fairness Act, geïnformeerd over de aanpak van in-gameaankopen. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouw Zwinkels.
  • De staatssecretaris zal de motie op stuk nr. 69 schriftelijk appreciëren.

Dan gaan we naar de toezeggingen van de staatssecretaris van BZK.

  • De Kamer wordt voor het meireces van 2026 geïnformeerd, na afronding van de impactanalyse dit kwartaal, over het gebruik van één extensie voor het overheidsdomein. Hierbij wordt ook ingegaan op het principebesluit met een tijdlijn, naar aanleiding van de vraag van de heer Ceder.

De staatssecretaris wil daar iets over zeggen. Hier komt-ie, hoor!

Staatssecretaris Van der Burg:

Ja, dat had ik gezegd, maar die tijdlijn komt er "indien positief".

De voorzitter:

Dat is een goede bijsluiter; dat wordt genoteerd. Ik zie de heer Ceder ook knikken.

Dan de tweede toezegging van de staatssecretaris van BZK.

  • De Kamer wordt binnen twee weken schriftelijk geïnformeerd over de tijdlijn naar aanleiding van de bevoegdheidsverklaring digitale dienstverlening van wettelijk vertegenwoordigers/mantelzorgers, naar aanleiding van de vraag van de heer Ceder.

Dat waren ze. Ik kijk even naar links om te zien of iemand nog een toezegging heeft gemist. Nee, dat is niet het geval.

Dan kijk ik even naar rechts. De staatssecretaris van EZK wil nog iets kwijt.

Staatssecretaris Aerdts:

Ja, mag ik toch nog even? Ik zei in het kader van de motie op stuk nr. 69 dat wij wel even een briefje zouden schrijven, maar dat moet er dan morgen vóór 12.00 uur zijn. Ik zou dus toch willen proberen om hier nog een mondelinge toelichting op te geven. De stemming is volgende week? Toch ga ik proberen een mondelinge toelichting te geven. Als u zich daarin kunt vinden, laten we het daarbij.

We gaven het net ook al aan: er was wat verwarring. Mevrouw Rajkowski zei het, denk ik, heel goed: we gaan niet met deze aanbieders concurreren door vanuit de overheid deze producten aan te bieden. Dat mag ook niet volgens de Wet Markt en Overheid; dat moeten we aan de markt laten. Als dat de strekking is van de motie, ontraad ik de motie. Maar ik wil met de aanbieders van deze producten wel graag de inhoud en toegankelijkheid van het aanbod bezien, en bekijken of die eventueel verbeterd kunnen worden. Ook zorgen we al dat kleine mkb'ers die er onvoldoende budget voor hebben dit met subsidie kunnen aanschaffen via de regeling Mijn Cyberweerbare Zaak. Op de websites van Veiliginternetten.nl en het NCSC worden burgers en bedrijven geïnformeerd over maatregelen die zij kunnen nemen. Ik gaf ook al aan dat mijn collega van BZK een nationale cursus Digitale Weerbaarheid financiert voor alle Nederlanders van 12 jaar en ouder. Er is ook cursusaanbod via BZK voor de doelgroep senioren, specifiek bedoeld voor bibliotheken.

De voorzitter:

Dan blijft nog wel overeind: wat is dan de appreciatie?

Staatssecretaris Aerdts:

Als ik de motie zo mag lezen — dat staat er niet, dus dan moet de motie worden aangepast — dat wij dit niet zelf gaan maken als overheid, maar dat we wel met de aanbieders gaan zitten om specifiek naar de inhoud en toegankelijkheid van het aanbod te kijken en te kijken hoe die zaken eventueel kunnen worden verbeterd, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Als de tekst blijft staan zoals die nu is, moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:

Dan wordt de motie op stuk nr. 69 aangepast met deze strekking, zodat de motie "oordeel Kamer" kan krijgen.

Dan kijk ik nogmaals naar rechts.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik wil deze commissie nog even bedanken voor dit debat. Ik mag, denk ik, ook namens mij twee-eiige wederhelft spreken. Wij voelen ons gesterkt. Het is voor ons ontzettend fijn dat we zo'n actieve, maar ook kundige commissie hebben die ook heel actief met ons wil meedenken; dat hebben we vandaag gezien. Dat waarderen wij ontzettend, dus heel veel dank.

De voorzitter:

Heel veel dank aan de staatssecretarissen voor de beantwoording en natuurlijk ook aan alle mensen die achter de schermen daaraan hebben meegeholpen. Heel veel dank ook aan de ondersteuning voor de fantastische verzorging vandaag en aan de collega's voor hun inbreng. Bij dezen sluit ik deze vergadering.

Sluiting