[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]
Datum 2026-04-23. Laatste update: 2026-04-30 17:22
Troelstrazaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

Leefstijlpreventie

Opening

Verslag van een commissiedebat

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 23 april 2026 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over Leefstijlpreventie.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Mohandis

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Esmeijer

Voorzitter: Mohandis

Griffier: Sjerp

Aanwezig zijn dertien leden der Kamer, te weten: Van Brenk, Coenradie, Dobbe, Van Houwelingen, Kostić, Lohman, Van Meetelen, Mohandis, Moinat, Synhaeve, Vliegenthart, Wendel en Wiersma,

en mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Aanvang 10.01 uur.

Leefstijlpreventie

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 2 juni 2025 inzake rapport Hitte aanpak 2025 (32793, nr. 829);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 2 juni 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de petitie Versterk hét voedselkeuzelogo Nutri-Score! (31532, nr. 297);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 13 juni 2025 inzake samenhangende preventiestrategie (32793, nr. 846);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 17 juni 2025 inzake investeringsmodel voor preventie (32793, nr. 849);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 17 juni 2025 inzake gedragseffecten accijnsverhoging tabak 2024 en pakjesraaponderzoek (32011, nr. 121);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 3 juli 2025 inzake reactie op de motie van het lid Tony van Dijck over schrappen van de nationale kop inzake etikettering uit het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen (Kamerstuk 36725-8) (36725, nr. 34);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 14 juli 2025 inzake voortgang vape- en tabaksbeleid (32011, nr. 122);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 1 september 2025 inzake reactie op verzoek commissie op de petitie met betrekking tot erkenning van obesitas als chronische ziekte en de noodzaak van toegankelijke behandeling (32793, nr. 853);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 2 oktober 2025 inzake verbod verkoop energiedrank aan minderjarigen in andere EU-landen (32793, nr. 865);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 20 oktober 2025 inzake uitvoering van de motie van het lid Daniëlle Jansen c.s. over de verkoop van nicotineproducten vanaf 2028 voorbehouden aan enkel tabaksspeciaalzaken (Kamerstuk 36541-8) (32011, nr. 124);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 23 oktober 2025 inzake rapport van de Adviescommissie richtlijn passend bewijs voor preventie (32793, nr. 869);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 12 november 2025 inzake voortgangsrapportage convenant preventie gehoorschade en de resultaten Generation R (32793, nr. 871);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 18 november 2025 inzake uitkomsten onderzoek naar impact kwantumkorting (31532, nr. 301);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 18 november 2025 inzake strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie: eerste contouren (32793, nr. 872);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 4 december 2025 inzake Gezondheidsraadadvies over richtlijnen goede voeding voor voedingsbronnen van eiwit (31532, nr. 303);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 16 december 2025 inzake afwegingskader en overige ontwikkeling investeringsmodel voor preventie (32793, nr. 878);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 18 december 2025 inzake verzamelbrief rook-, vape- en alcoholbeleid (32011, nr. 127);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 8 januari 2026 inzake uitstel toezending verkenning "vervuiler betaalt" tabaks- en nicotine-industrie (32011, nr. 128);
  • de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 5 februari 2026 inzake voortgangsbrief aanpak Gezondheid in alle Beleidsdomeinen (GiaB) (32793, nr. 880);
  • de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 10 april 2026 inzake onderzoek naar de illegale handel in vapes (32011, nr. 134);
  • de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 13 april 2026 inzake reactie op verzoek commissie over tussentijds verslag rapporteurschap tabak (32011, nr. 135);
  • de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 16 april 2026 inzake onderzoeksrapporten over voeding, alcohol en roken (31532, nr. 305).

De voorzitter:

Ik open de vergadering. Ik heet u, de Kamerleden, de minister, iedereen hier aanwezig op de tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt, van harte welkom bij het commissiedebat Leefstijlpreventie. Er is een goede opkomst van de zijde van de Kamer. Voordat ik de Kamerleden het woord geef, wil ik aangeven dat iedere fractie vier minuten spreektijd heeft. Ik wil beginnen met drie interrupties van de zijde van de Kamer. Dat heeft met de opkomst te maken. We kijken even hoe het loopt. Als er wat meer tijd is, dan weet u dat ik daar meer ruimte voor geef. Het is goed om te melden dat het lid Kostić en mevrouw Van Brenk hebben aangegeven ook een ander debat te moeten bezoeken tijdens dit debat. Dat ziet er soms gek uit, maar dat is wat het is. Zo werkt dat. Daar hebben we alle begrip voor. Ook aangeschoven is de heer Lohman. Welkom in deze commissie. Mevrouw Moinat is eveneens aangeschoven. Volgens mij is dat geen probleem. Zij is formeel geen lid van de commissie, maar volgens mij gaat de commissie niet moeilijk doen om haar dit debat te laten voeren namens Groep Markuszower. Ik heet u ook van harte welkom.

We hebben verschillende sprekers. Straks geef ik het woord aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Daarna gaan we naar mevrouw Van Brenk van de 50PLUS-partij, mevrouw Van Meetelen van de PVV-fractie, mevrouw Vliegenthart van GroenLinks-Partij van de Arbeid, mevrouw Moinat van Groep Markuszower, mevrouw Wiersma van de BBB-fractie, mevrouw Synhaeve van D66, de heer Van Houwelingen van Forum voor Democratie, mevrouw Coenradie van JA21, mevrouw Dobbe van de SP-fractie, de heer Lohman van de CDA-fractie en mevrouw Wendel van de VVD. Het woord is aan het lid Kostić. Uw vier minuten gaan in.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank, voorzitter. "We bouwen aan de gezondste generatie ooit." "Met een gezonde leefomgeving helpen we mensen om langer gezond te blijven." "We stimuleren de consumptie van biologische producten." Dat zijn prachtige woorden uit het coalitieakkoord. Als burger zag ik vroeger in de politiek veel mooie woorden, maar weinig daden. Dat schaadt het vertrouwen in de politiek. Vandaag kan de minister laten zien dat mooie woorden ook worden waargemaakt. Het gaat vandaag namelijk over de gezondheid van alle Nederlanders, en voorkomen is beter dan genezen. Dat begint bij wat er op ons bord ligt. Toch eet maar 10% volgens de Schijf van Vijf, die onlangs vernieuwd is, terwijl ongezonde voeding jaarlijks bijna 150.000 gezonde levensjaren kost. De Gezondheidsraad is duidelijk. Het is voor onze gezondheid belangrijk om veel meer plantaardig en minder dierlijk te eten, maar reclames, prijs en beschikbaarheid van gezond voedsel in de buurt sturen ons gedrag sterk de verkeerde kant op.

VWS ziet het als zijn taak om gezonde keuzes makkelijker te maken en gezonde voeding te stimuleren, maar gaat de minister daden laten zien? Daarover heb ik een aantal vragen. Hoe verwerkt de minister de adviezen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum, bijvoorbeeld in een samenhangende preventiestrategie? Welke concrete doelen stelt zij om Nederlanders te helpen bij een gezonder voedingspatroon volgens de vernieuwde adviezen? Is de minister bereid om de oproep van gemeenten, JOGG en het Voedingscentrum te beantwoorden door te komen met een verbod op kindermarketing en met een voedselwet die gemeenten in staat stelt om de voedselomgeving gezond te maken?

Er is door kabinet-Schoof flink bezuinigd op het Voedingscentrum. Het kabinet bevestigt dat dit tot afname van voorlichting aan en ondersteuning van onder andere onderwijs, zorg en burgers leidt. Kan de minister toezeggen ruim voor de Miljoenennota de Kamer te informeren over in hoeverre deze bezuinigingen van kabinet-Schoof kunnen worden teruggedraaid?

Voorzitter. Ik ga verder met pfas. Alle Nederlanders hebben te veel pfas in hun bloed. De autoriteit die bestrijdingsmiddelen toelaat, het Ctgb, concludeert dat 46 middelen met pfas erin waarschijnlijk van de markt moeten worden gehaald omdat ze ons drinkwater bedreigen. Is de minister het met ons eens dat het onwenselijk is dat schadelijke pfas via landbouwgif over ons hele land en voedsel wordt verspreid? In Denemarken geldt al een verbod op zulke middelen. Wil de minister ook inzetten op een sneller verbod in Nederland?

Dan wil ik het hebben over biologisch voedsel. Ziet de minister in lijn met het regeerakkoord kans om in het kader van preventie extra maatregelen te nemen die de consumptie van biologische groenten, peulvruchten en fruit stimuleren, aangezien dat aantoonbaar beter is voor de gezondheid van onder andere kinderen? Het kabinet wil gratis schoolfruit. Wil de minister zich ervoor inzetten dat dit biologisch schoolfruit wordt?

Tot slot ga ik naar de hitteaanpak. Ook daarvoor is actie hard nodig. In Nederland overlijden gemiddeld bijna 250 mensen per jaar extra door hitte. Dat aantal is volgens het RIVM direct toe te schrijven aan klimaatverandering. Kwetsbare groepen zoals ouderen en baby's lopen extra gezondheidsrisico's. Dit jaar dreigt er een super-El Niño los te barsten met nog meer hitte in Europa. Het vorige kabinet erkende dat meer groen helpt tegen hitte, maar kwam vooral met richtlijnen en liet de echte actie aan anderen over. Gemeenten vragen actie van het Rijk. Ziet de minister dat de landelijke overheid hier ook een verantwoordelijkheid in heeft en meer moet doen, zoals Spanje dat ook doet? Een grote boom werkt bij hitte net zo verkoelend als tien airco's. Dat is niet alleen goedkoper, maar ontlast ook het stroomnetwerk. Is de minister bereid om samen met de minister van VRO afspraken te maken over landelijke inzet van meer groen in de buurt tegen hitte als alternatief voor energieslurpende airco's? Wil zij verkennen hoe meer groen in zorginstellingen, scholen en publieke gebouwen onderdeel kan worden van preventie en gezondheidsbeleid?

Voorzitter. De Partij voor de Dieren wil daden zien. Zij wil een groene omgeving waarin gezonde, biologische en gifvrije voeding de norm is voor een groenere en dus meer weerbare samenleving tegen de hitte van morgen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u zeer. Dan komen we bij de volgende spreker van de zijde van de Kamer, mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Preventie is iets waar wij al jaren over praten, ook de coalitie in haar akkoord. Terecht, want daar is veel te halen: meer gezondheid, meer welzijn, meer productiviteit, maar ook minder zorgkosten. We zijn dan ook blij dat het besef van urgentie is toegenomen. De coalitie richt zich in de plannen vooral op preventie bij de jeugd, en dat is prima, want jong geleerd, is oud gedaan. Het is namelijk nooit te laat.

Laat ik beginnen met een mooi voorbeeld uit Brabant. Daar organiseren de seniorenbonden vitaliteitsdagen. Je kunt dan in een zaal je bloeddruk laten meten, op suikerziekte worden getest en een gesprek krijgen met een diëtiste. Ook is er een geriatrische tandarts aanwezig en wordt je risico op vallen onderzocht. Natuurlijk kun je er gesprekken voeren over eenzaamheid en je sociale netwerk. Het tegengaan van eenzaamheid en isolatie is belangrijk; anders krijg je kwalen en dat leidt tot doktersbezoek en minder gezondheid. Dit voorkomen is van groot belang.

Ik was laatst bij een rondetafel over netcongestie. Kortgezegd: het elektriciteitsnet is zo goed als vol. Er wordt in de zorg thuis steeds meer ingezet op digitale hulpmiddelen en andere hulpmiddelen die stroom vereisen. Wat gebeurt er als er een langdurige stroomstoring is en dat soort apparatuur dus uitvalt? Het is belangrijk dat in de buurt, de zorgzame buurt, bekend is wie er kwetsbaar is en dat er plan is voor wat er gebeurt met en voor deze mensen bij calamiteiten. Hoe ziet de minister dit? Is zij bereid om bij de gemeente in beeld te brengen wat er in de gemeente leeft? Is ze bereid om dit bij hen onder de aandacht te brengen?

Als we het over leefstijlpreventie hebben, dan gaat het vaak over bewegen, voeding en roken, maar er hoort ook nog iets anders bij, namelijk waardig ouder worden. In Nederland heeft ongeveer de helft van de 65-plussers te maken met urineverlies. Duizenden ouderen in Nederland zijn afhankelijk van incontinentiemateriaal. Voor hen is comfort een voorwaarde om actief te blijven, om sociale contacten te behouden en daarmee eenzaamheid te voorkomen. Ook helpt goed passend materiaal om huidproblemen en infecties te voorkomen. Dat zijn complicaties die grote gevolgen kunnen hebben voor het welbevinden en functioneren van mensen. Toch zien we dat wasbaar incontinentiemateriaal, dat comfortabeler is, minder afval veroorzaakt en beter aansluit bij een actief leven, door een slechts zeer beperkt aantal zorgverzekeraars wordt vergoed. Daarmee worden ouderen feitelijk gedwongen tot een keuze die haaks staat op alles waar leefstijlpreventie voor zou moeten staan: meedoen, zelfstandigheid en gezondheid. Waarom worden ouderen in hun keuzevrijheid beperkt terwijl er een meer duurzame en preventieve optie beschikbaar is? Leefstijlpreventie begint bij realistische en menselijke keuzes in het dagelijks leven, ook en juist voor ouderen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Wil zij zich hiervoor inzetten?

Voorzitter. Dit is ook het moment om te vragen naar de voortgang van de motie-Tielen over consultatiebureaus of wijkpoli's voor ouderen. Hoe staat het daarmee? Daar zou aandacht moeten zijn voor vaccinaties voor ouderen. Kan de minister de stand van zaken vermelden van het nieuwe type griepvaccins? Staatssecretaris Karremans zou hierover overleg hebben met het RIVM en de Kamer adviseren. Wat is er sinds februari 2025 gebeurd?

De voorzitter:

Wilt u even wachten, want de bel gaat af. U mag zo doorgaan waar u was gebleven, maar dan laten we de bel even afgaan, anders kunnen ze het vooral op opstand niet volgen. Het is heel hinderlijk. We schorsen dus even kort. Iedereen die dit voor het eerst hoort: er is niets aan de hand. U kunt gewoon blijven zitten. De plenaire vergadering begint zo dadelijk. Er zijn ook leden in deze zaal die wel weten hoe dit belletje werkt, zie ik. Mevrouw Van Brenk, u krijgt weer het woord, en de tijd.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Dank, voorzitter. Ik wil vragen of de minister wil reageren op het initiatief PRIK EENS DOOR! Ik ben ook benieuwd naar wanneer het gordelroosvaccin start, anders zijn we weer een jaar verder en hebben we weer een nieuw leeftijdscohort. In het verlengde hiervan noem ik iets anders wat ik ook heb aangedragen bij de begroting van Sociale Zaken, namelijk het sociaal pensioen. Als iedereen een jaar voordat men recht heeft op AOW al een dag in de week vrijwilligerswerk of mantelzorgwerk gaat doen — deze coalitie wil immers zorgzame wijken — dan is er kans dat men tijdens het pensioen hiermee doorgaat of dit zelfs uitbreidt. Denk aan het potentieel dat daarmee wordt aangeboord. Jonge senioren zijn vitaal en van grote waarde. Je nuttig voelen voor de maatschappij geeft een doel en gaat eenzaamheid tegen. Dat is een win-winsituatie. Wat vindt de minister hiervan?

Voorzitter. Ik ga verder met sportvelden die overdag niet gebruikt worden. Ik zie dat daar hele mooie initiatieven voor zijn onder de noemer De Derde Helft. Mijn moeder doet daar ook iedere woensdagochtend aan mee. Hoe kijkt de minister tegen dat soort initiatieven aan?

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u zeer. Dan gaan we naar de volgende spreker, mevrouw Van Meetelen van de PVV-fractie.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Voorzitter, dank. Leefstijlpreventie: van informeren naar sturen, van advies naar normering en van preventie naar leefstijlpolitiek. Dat is wat hier wringt voor de PVV. Natuurlijk is het prima om mensen goed te informeren over gezondheid. Betrouwbare informatie beschikbaar maken is ook prima, maar een vrije samenleving trekt wel een grens. De overheid is er niet om burgers stap voor stap via leefomgeving, prijsprikkels, supermarkten en werkplekken in de gewenste leefstijl te duwen. Toch is dat precies de beweging die uit de stukken op de agenda van vandaag naar voren komt. Steeds weer lezen we dezelfde formule: de gezonde keuze moet de makkelijke keuze worden. Dat klinkt vriendelijk, bijna onschuldig, maar achter die nette zin schuilt wel een politieke keuze, want wie bepaalt straks wat gezond genoeg is, wat wenselijk genoeg is en wat verantwoord genoeg is? En vooral, wie bepaalt dat voor een ander? De minister zegt niet achter de voordeur te willen komen, maar intussen schuift beleid wel steeds verder die kant op. Ik vraag de minister daarom heel concreet: waar ligt voor haar de harde grens tussen informeren en normeren? Wanneer is preventie voor haar nog hulp en wanneer wordt het gedragsbeleid? Graag een uitgebreide reflectie hierop van de minister.

Ik ga naar het onderdeel misinformatie. Niemand is voor onjuiste informatie of misleiding, maar ook hier geldt dat een juist uitgangspunt kan ontsporen in verkeerd beleid. Wie wantrouwen wil bestrijden met meer centrale regie, loopt namelijk het risico juist meer wantrouwen te veroorzaken. Dat geldt zeker als de overheid zich gaat gedragen als scheidsrechter voor de vraag welke opvattingen nog acceptabel zijn en welke opvattingen bestreden moeten worden. Mijn vraag aan de minister is dus simpel, maar wel wezenlijk. Hoe voorkomt zij dat afwijkende opvattingen niet meer worden bestreden met argumenten, maar via politiek beleid onder controle worden gebracht? Wetenschap is altijd in beweging. Inzichten veranderen en discussies ontwikkelen zich. Juist daarom moet de overheid terughoudend zijn. Is de minister bereid zich er helder over uit te spreken dat de overheid nooit de scheidsrechter van het gezondheidsdebat mag worden?

Dan ga ik naar de transitie naar meer plantaardig. Ook daar zie je dezelfde verschuiving. Voedingsadvies is één ding, maar voedselpolitiek is iets anders. Zodra gezondheid, duurzaamheid en een gewenste voedseltransitie in één pakket worden samengevoegd, krijgen burgers niet alleen te horen wat gezond voor ze is, maar ook wat zij geacht worden te eten in het belang van politiek-ideologische doelen. Ook hier is mijn vraag dus: is de minister het met de PVV eens dat voedingsvoorlichting geen verpakte heropvoeding mag worden? Wat weegt voor haar uiteindelijk zwaarder als er een keuze moet worden gemaakt: individuele gezondheid en vrijheid enerzijds of politieke ideologie anderzijds? Dat is hier namelijk de vraag.

De voorbeelden stapelen zich op. De voorgenomen suikertaks is pure Haagse geldklopperij. Het is een strafmaatregel voor hardwerkende Nederlanders die hun boodschappen nu al nauwelijks meer kunnen betalen. De overheid gebruikt gezondheid als excuus, maar in werkelijkheid gaat het gewoon om meer belasting, meer dwang en meer bemoeienis. Vervolgens wordt de nieuwe Schijf van Vijf gepresenteerd, waarin klimaatideologie overduidelijk wordt verpakt als gezondheidsadvies. Een volwassen vrouw die invult dat zij vlees en vis eet, krijgt van het Voedingscentrum alsnog een advies dat neerkomt op ongeveer 200 gram koolhydraten per dag, sojamelk drinken en slechts één keer per week dierlijke producten zoals vlees en eieren. Als je nog maar één schamel plakje kaas per dag mag eten, omdat de impact op het milieu even groot zou zijn als varkensvlees eten … Ook zou het goed zijn als fabrikanten de grootte van de plakjes zouden aanpassen. Dat staat letterlijk in de tekst. Dan zijn we echt niet meer een advies over gezondheid aan het geven maar dan wordt er ideologisch gestuurd.

Voorzitter. Als voedingsvoorlichting zichtbaar wordt misbruikt om klimaatdoelen en ideologische gedragsverandering te verkopen als een gezondheidsadvies, dan past daar ook een financiële consequentie bij. Dan moet de minister de subsidie van het Voedingscentrum vanuit VWS stopzetten. Geld van Volksgezondheid hoort namelijk naar echte gezondheid te gaan en niet naar klimaatactivisme in een gezondheidsjasje. Als het kabinet koste wat het kost aan deze voorlichting wil vasthouden, haal de subsidie dan niet langer uit VWS maar uit het potje van Klimaat. De nieuwe Schijf van Vijf hoort thuis in de categorie Klimaat en zeker niet bij het ministerie van Volksgezondheid. Betaal dit maar uit het Klimaatfonds.

Voorzitter, ik rond af. De kern van mijn betoog is niet dat de overheid niets mag zeggen. De kern is dat de overheid moet weten wanneer zij moet zwijgen en mensen met rust moet laten. Op informeren zeg ik ja, maar op vrijheid inruilen voor leefstijlpolitiek nee.

De voorzitter:

Dank u wel. U bent wel over de tijd heen, maar u kwam al tot een afronding.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Excuus.

De voorzitter:

De heer Van Houwelingen heeft een vraag.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Ik heb een korte vraag. Ik vond het een heel mooi betoog. Wij maken ons ook heel veel zorgen over de nieuwe Schijf van Vijf. Vindt de PVV wellicht ook dat we de hele gezondheidswetenschap en de Schijf van Vijf niet meer kunnen vertrouwen doordat die met ideologie gemengd zijn? De Schijf van Vijf komt straks natuurlijk weer in heel veel beleidsstukken voor. De Nutri-Scores en alles wat daarop gebaseerd is kunnen we eigenlijk ook niet meer vertrouwen. Hoe kijkt de PVV daartegen aan?

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Dat ben ik met u eens. Dat betekent niet dat wij alle wetenschap over boord gaan zetten, totaal niet. Maar op deze manier worden er andere doelen ingefietst die niks meer met de gezondheid te maken hebben. Dan heft het zichzelf op. Wat ons betreft stoppen we met het Voedingscentrum, want dat heeft op deze manier geen enkele waarde. Ik ben het dus eens met de heer Van Houwelingen.

De voorzitter:

Oké. Mevrouw Synhaeve heeft ook een vraag.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ik hoor heel veel grote woorden, maar als wij met elkaar zeggen dat we de gezonde keuze makkelijker maken, dan zegt dat helemaal niks over welke individuele afweging iemand vervolgens zelf maakt. Als jij dan heel bewust een ongezonde keuze wil maken, be my guest, maar het uitgangspunt is dat die gezonde keuze wel de makkelijke keuze moet zijn.

De voorzitter:

Ik wil bijna zeggen: ik hoorde geen vraag. Als voorzitter ben ik een beetje streng. U krijgt straks nog het woord, mevrouw Synhaeve.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil er eigenlijk geen tijd aan verspillen, maar ik doe het toch. Het Voedingscentrum en wetenschappers worden hier verdacht gemaakt en dat vind ik echt kwalijk. De mensen thuis wordt voorgespiegeld dat ze tot iets worden gedwongen en dat is pertinent onwaar. Mensen worden nu juist door reclames over beschikbaarheid van ongezond voedsel in hun buurt gedwongen om een ongezonde keuze te maken. Ik heb wel een vraag voor de PVV. Het gaat hier over leefstijlpreventie, over mensen helpen om gezond te leven. Dat wil de PVV toch ook, gezien alle ziektes die uit een ongezonde leefstijl voortkomen? Wat wil de PVV wel doen om mensen te helpen gezonder te leven en ziekten te voorkomen bij ouderen en bij kinderen? Noem drie maatregelen, alsjeblieft.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ten eerste maak ik niemand verdacht. Dat doe ik helemaal niet. Het Voedingscentrum heeft dat zelf gedaan door op deze manier de klimaatdoelen naar voren te schuiven als zijnde een gezondheidsadvies. Dat heeft het dus zelf veroorzaakt. Ik vind dat niet alleen, want er is een enorme controverse over geweest in Nederland. U kunt niet ontkennen dat een heleboel mensen denken: wat zijn we hier nu eigenlijk aan het doen? Dit gaat niet meer over gezondheid. Ik ga ook geen drie voorbeelden geven van wat we wel vinden en wat we wel willen. De PVV wil dat mensen op de juiste manier worden geïnformeerd. Ik vind het prima als er bijvoorbeeld gezegd wordt: dat en dat is misschien beter voor uw gezondheid. Maar ik vind het niet goed als er ook gezegd wordt: dan is het ook beter voor het milieu en voor het klimaat. Die twee dingen mogen niet door elkaar gehaald worden. Dat heeft niks met gezondheid te maken en dat is een onjuiste manier van informeren.

De voorzitter:

Het lid Kostić had al aangegeven dat ze naar een tweeminutendebat moet. We zijn aan het einde gekomen van de inbreng van de PVV-fractie. Dan gaan we naar de volgende spreker van de zijde van de Kamer, mevrouw Vliegenthart van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Elk kind verdient een gelijke kans op een gezonde en kansrijke start, maar helaas is dat in werkelijkheid niet het geval. Kinderen die opgroeien in armoede, hebben een grotere kans op gezondheidsproblemen, zoals ernstige astma door slechte woonomstandigheden met tocht en schimmel. Dat laat zien dat echte preventie bij bestaanszekerheid begint. Voor GroenLinks-PvdA betekent dat investeren in betaalbare en goede woningen, armoede tegengaan en ervoor zorgen dat gezonde keuzes ook echt mogelijk zijn. Preventie is namelijk geen individuele opgave, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid, juist ook om kwetsbare jongeren te beschermen.

Als we het hebben over het beschermen van kwetsbare jongeren, kunnen we niet om de gevaren heen van nicotine, tabak en vapen. Ruim een kwart van de jongeren heeft ooit gevapet en die cijfers dalen maar niet. Ik ben blij dat de minister zich inzet om die vape-epidemie in te dammen, maar ik maak me wel echt heel veel zorgen over de omvang van de illegale handel en de doelbewuste strategieën van de tabaksindustrie. Daarom zijn er wat GroenLinks-PvdA betreft scherpere maatregelen nodig, want die illegale handel verloopt via drie kanalen: online via social media en Snapchat, via fysieke winkels en via straatdealers. Wij vinden dat we op al die fronten verder moeten ingrijpen. Maar liefst 38% van de jongeren koopt nog steeds nicotineproducten in fysieke winkels ondanks het verkoopverbod, en vaak zelfs in de buurt van scholen.

De minister verhoogt de boetes met 700 tot 1.300 euro. Dat is een stap, maar voor veel winkels is dat wisselgeld. Sommige winkels krijgen tot wel veertien keer een boete en gaan gewoon door. Dat is onacceptabel. Mijn vraag aan de minister is: denkt zij dat deze verhoging daadwerkelijk afschrikkend werkt en waarop is dat gebaseerd? Recentere rapporten laten zien dat boetes en winstmarges beter in verhouding moeten zijn. Bij welk boetebedrag verwacht de minister dat dit wel het geval is? Is zij het met mij eens dat juist deze herhaaldelijke overtredingen pleiten voor snelle invoering van onze aangenomen motie voor een "three strikes out"-methode, waarbij overtreders hun tabaksverkoop tijdelijk moeten stoppen? Daarmee gaan ze pas echt die financiële consequenties voelen.

Voorzitter. Afgelopen dinsdag waren velen van ons aanwezig bij de overhandiging van de brandbrief #artsenslaanalarm. Zij zien dagelijks de schrijnende gevolgen van tabak en vapen in hun spreekkamers. Hun boodschap was helder: de overheid doet nog onvoldoende om jongeren te beschermen tegen de gevaren van nicotine. Het probleem zit niet alleen in handhaving maar ook in het systeem. Op dit moment hebben 300 scholen hun verkooppunt binnen 250 meter. Wat ons betreft is het niet uit te leggen dat jongeren in hun pauze binnen enkele minuten verleid kunnen worden om die tabak te kopen. Artsen pleiten daarom onder andere voor een vergunningsplicht voor tabakszaken. Wij delen deze grote zorgen van die artsen en willen daarom met een voorstel komen voor het invoeren van een afstandscriterium rondom scholen. Is de minister bereid deze maatregel mee te nemen in de komende wetswijziging van de Tabaks- en rookwarenwet?

Dan wil ik het hebben over die online verkoop via Snapchat. Recent bleek weer dat er steeds vaker vapes met synthetische THC worden verkocht aan jongeren. De verhalen van zwaar verslaafde tieners zijn ronduit schokkend. In de brief van 10 april lezen we dat de ACM onderzoek doet naar mogelijke overtredingen van de Digital Services Act. Mijn vraag is: hoe staat het precies met dit onderzoek en wat doet de minister in de tussentijd om deze verkoop terug te dringen?

In verschillende steden en gemeentes zien we goede voorbeelden van online jongerenwerkers die bijdragen aan de online weerbaarheid van jongeren. Zo kunnen we voorkomen dat jongeren in de val van illegale Snapchatverkoop vallen. Hoe kijkt de minister hiernaar en is zij bereid te onderzoeken hoe dit landelijk uitgevoerd kan worden?

Voorzitter. Tot slot ga ik naar Mainline. Door het killerbesluit van dit kabinet om de subsidie verder af te bouwen heeft Mainline haar deuren definitief moeten sluiten. Ongelofelijk waardevol werk voor de gezondheid van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving gaat hiermee verloren. Dat geldt ook voor hun essentiële kennis en inzicht in de drugsproblematiek. In de negatieve appreciatie op mijn amendement schreef de minister: "Op dit moment staat VWS in contact met Mainline om hen te ondersteunen om de door Mainline opgebouwde kennis en expertise te borgen." Ik heb hierover de volgende vragen. Hoe staat het met het borgen van deze kennis en expertise? Kan de minister toezeggen om voor het commissiedebat Drugspreventie van eind november een brief naar de Kamer te sturen over hoe dit wordt geborgd? Kan zij daarin ook meenemen hoe het staat met de ondersteuning van drugsverslaafden door gemeenten?

Voorzitter. Ik kan nog uren praten over een gezonde start voor ieder kind en er zijn tig onderwerpen. Ik kijk uit naar de maatregelen die dit kabinet gaat nemen om eindelijk echt te zorgen voor de gezondste generatie ooit.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker, mevrouw Moinat namens Groep Markuszower.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Dank, voorzitter. Het Voedingscentrum was altijd simpel. Het was gewoon: wat is gezond eten? Niets meer en niets minder. Maar vandaag is het iets anders geworden. Vandaag is het een instrument van de overheid. Het is geen neutrale voorlichter meer, maar een gedragscoach op kosten van de belastingbetaler. Mijn vraag hierbij is: kan de minister bevestigen dat het Voedingscentrum voor 100% wordt gefinancierd door de overheid? Laten we eerlijk zijn: dit instituut is niet onafhankelijk, maar wordt volledig, voor 100%, gefinancierd door de Staat. Dat kost jaarlijks rond de 10 miljoen euro. Dat gaat om een advies dat allang niet meer alleen over gezondheid gaat. Hoe rechtvaardigt de minister deze uitgave richting de Nederlanders die zelf zonder sturing willen bepalen wat ze eten?

Voorzitter. Het Voedingscentrum zegt het zelf. Het wil mensen sturen naar gezondere en duurzamere keuzes. Het woord "sturen" is veelzeggend. Niet informeren, niet uitleggen, maar sturen. Deelt de minister de mening dat sturen iets fundamenteel anders is dan neutrale voorlichting? Daarmee verschuift de kern van gezondheid naar politiek, want duurzaam betekent hier niet "verstandig", maar "klimaatbeleid". Kan de minister uitleggen waarom klimaatdoelen onderdeel zijn geworden van het voedingsadvies? Graag een reactie. Dat zien we namelijk terug in de adviezen: minder vlees, minder plantaardig, anders consumeren, niet alleen vanwege gezondheid, maar vanwege CO2, stikstof en klimaatdoelen. Is de minister bereid om voedingsadvies weer strikt te beperken tot gezondheid en duurzaamheid eruit te halen? Graag een reactie.

Voorzitter. Dit is de realiteit. De overheid gebruikt een voedingsinstituut om via de keukentafel gedrag te veranderen. Niet via een debat, niet via keuzes in deze Kamer, maar via folders, campagnes en de Schijf van Vijf. Dat is wat ons betreft beleid door de achterdeur. Erkent de minister dat hier sprake is van gedragsbeïnvloeding met belastinggeld? Daar betalen Nederlanders miljoenen voor. Sterker nog, belastinggeld wordt ingezet om mensen een schuldgevoel aan te praten over wat er op hun bord ligt. Alsof een gehaktbal ineens een moreel probleem is. Dat is geen voorlichting meer, maar conditionering. De boodschap is niet langer "dit is gezond", maar "eet minder, eet anders, voel u verantwoordelijk", en vooral "pas uw gedrag aan". Vindt de minister het de taak van de overheid om gedrag en moraal rond eten te sturen? Dit is wat ons betreft betutteling in optima forma. Alsof Nederlanders niet zelf kunnen nadenken. Alsof mensen niet zelf kunnen kiezen wat ze eten.

Voorzitter. De overheid hoort mensen te informeren en niet te sturen en op te voeden, en zeker niet via verkapte klimaatagenda's. Mijn vraag aan het kabinet is dus simpel en dringend: waarom financieren we met bijna 10 miljoen euro per jaar een organisatie die zich ontwikkelt van voorlichter tot gedragsstuurder? Wanneer stopt dit? Wanneer krijgen Nederlanders weer eerlijke informatie zonder te politieke bijsluiter, zonder klimaatdoelen op hun bord en zonder een overheid die zich bemoeit met wat zij eten? Is de minister bereid om het Voedingscentrum te herzien of de financiering te stoppen als deze rol niet wordt aangepast? Laat mensen vrij, ook aan de keukentafel.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u zeer. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Wiersma van de BBB-fractie.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dank, voorzitter. Gezondheid begint bij het maken van gezonde keuzes. Dat gaat al snel over wat mensen niet mogen of moeten: minder suiker, minder vet en nu minder vlees. Echte preventie begint echter niet met verboden, maar met verleiding. Het gaat om eerlijk, onbewerkt en vers voedsel dat voor iedereen beschikbaar is. Uit de hongerwinterstudie van het Amsterdam UMC blijkt dat mensen die verwekt zijn tijdens de hongerwinter en zijn blootgesteld aan ondervoeding op het moment dat organen werden aangelegd, op volwassen leeftijd twee keer zo vaak een hartinfarct hebben en zelf vier keer zo vaak borstkanker. Goede voeding met de juiste nutriënten is dus van levensbelang, zeker waar het gaat om preventie. Laten we eerlijk zijn: gezondheid begint niet in Den Haag, maar op het erf van onze boeren. Daar wordt voedsel gemaakt dat niet alleen voedt, maar ook zorgt voor gezondheid.

Het zal u niet verbazen, maar ook ik wil nu vooral iets zeggen over de Schijf van Vijf. De Schijf van Vijf is ooit bedacht met één helder doel: mensen helpen om gezondere keuzes te maken voor hun eigen lichaam, niet voor het klimaat, niet voor ideologische doelen, maar voor hun gezondheid. Juist daarom is het zorgelijk dat het Voedingscentrum nu expliciet klimaat- en duurzaamheidsdoelen heeft verwerkt in voedingsadviezen. In de nieuwe richtlijnen ligt de nadruk nu sterker op plantaardige eiwitten en wordt de hoeveelheid vlees verder beperkt, niet om gezondheidsredenen, maar zogenaamd voor het klimaat. En daar wringt het, want als je een instrument dat bedoeld is voor gezondheidsadvies gaat gebruiken om klimaatbeleid te sturen, ben je eerlijk gezegd met iets anders bezig dan waarvoor dat instrument bedoeld is. Daarmee ondermijn je je eigen wetenschappelijke geloofwaardigheid.

Mensen krijgen het gevoel dat er via de achterdeur een agenda wordt doorgedrukt, en dat is precies het soort onbetrouwbare overheid waar mensen moe van worden. Als iets gepresenteerd wordt als gezondheidsadvies, moet het ook gewoon gezondheidsadvies zijn. Punt. Als de overheid klimaatbeleid wil maken over de rug van voedselconsumptie, voer dat debat dan openlijk in deze Kamer. Vermeng dat niet met een instrument dat bedoeld is om mensen te helpen om gezond te blijven. Daarnaast zit er nog een ander probleem aan: als adviezen doorslaan in betutteling, verliezen ze draagvlak. Mensen volgen ze niet op, maar negeren ze juist en dat helpt niemand verder in zijn gezondheid. Nederlanders weten heus wel dat variatie belangrijk is en dat overconsumptie voorkomen moet worden. Groenten, fruit, granen, vlees of vis: alles moet met mate worden geconsumeerd. Veel chefs en voedingsdeskundigen zeggen precies hetzelfde: een gezond eetpatroon draait om balans en variatie, maar niet om het demoniseren van één productgroep. Sterker nog, ik durf te stellen dat dat gevaarlijk is voor de gezondheid.

Voorzitter. Als je het dan toch over duurzaamheid wil hebben, laten we het debat dan wel eerlijk voeren. Nederlandse boeren produceren voedsel onder de strengste eisen ter wereld op het gebied van dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieu. Als we mensen iets willen meegeven, dan zou een veel logischer advies zijn: kies voor producten van dichtbij, kies voor voedsel van Nederlandse bodem. Sterker nog, als je kijkt naar de milieubelasting per 100 gram verteerbaar eiwit, dan scoort Nederlands varkensvlees in veel gevallen helemaal niet slecht ten opzichte van plantaardige eiwitbronnen die van ver moeten worden geïmporteerd. De noten die wij in Nederland consumeren, komen voor vrijwel 100% uit het verre buitenland. Mijn vraag luidt: is deze minister bereid om de opdracht aan adviesorganisaties weer terug te laten gaan naar de kern? Dat houdt in: gezondheidsadvies los van ideologie. Als het antwoord nee is, waarom dan niet? Is zij ook bereid om met haar collega's in het kabinet te onderzoeken hoe educatie rondom voedsel meer verankerd en centraal gesteld kan worden in het onderwijs? Preventie begint namelijk bij een kind en dat begint bij leren over heel veel dingen, maar zeker over voedsel.

Voorzitter. We moeten oppassen dat een gezondheidsadvies niet ongemerkt verandert in een ideologisch voedselkompas. Gezond eten moet gaan over wat goed is voor mensen. Als we het hebben over duurzaamheid, laten we dan ook eerlijk zijn over de kracht van onze Nederlandse landbouw. Een sterke Nederlandse landbouwsector zorgt namelijk precies voor wat we nodig hebben: veilig, betrouwbaar en eerlijk geproduceerd voedsel voor onze eigen inwoners. Dat geldt voor ons, maar ook voor toekomstige generaties. Dat moeten we koesteren.

De voorzitter:

Ik had al het gevoel dat u tot een afronding kwam, dus ik liet u even over de vier minuten heen gaan. Dank u wel voor uw betoog. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Synhaeve van de D66-fractie.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Dank u wel, voorzitter. Het gaat hier vandaag in de kern over een simpele maar belangrijke vraag, namelijk wat voor samenleving wij willen zijn. Voor D66 is het antwoord helder. Wij willen dat deze generatie de gezondste generatie ooit wordt. Dat begint niet bij allemaal ingewikkelde regels, maar bij iets heel concreets, namelijk de gezonde keuze de makkelijke keuze maken. Daar kunnen we mee aan de slag, maar dan zijn er dus wel keuzes nodig. Die keuzes maken we in dit regeerakkoord, bijvoorbeeld door de minimale leeftijd voor de aanschaf van nicotinehoudende producten te verhogen naar 21 jaar, door extra te investeren in een kansrijke start, door te zorgen voor meer buitenspeelplekken en door gratis fruit op school.

Daarnaast wil ik drie zaken toelichten. Ten eerste: het invoeren van een suikertaks heeft voor D66 prioriteit. Uit recent nieuws blijkt dat de helft van de tieners elke week meer dan 90 suikerklontjes aan frisdrank drinkt. Dat zijn forse aantallen met gevolgen die we niet kunnen negeren. Te veel suiker zorgt namelijk voor serieuze gezondheidsproblemen zoals diabetes, obesitas en hart- en vaatziekten. Juist daarom moeten we het mensen makkelijker maken om die gezonde keuze te maken. Bovendien kan de opbrengst van die suikertaks echt een win-winsituatie zijn, met enerzijds de winst voor de gezondheid. Dat geeft ons ook de mogelijkheid om het geld dat we met die suikertaks ophalen, deels weer in te zetten om de samenleving gezonder te maken. Denk bijvoorbeeld aan investeringen in gezonde leefomgevingen, juist in wijken waar de gezondheidsverschillen het grootst zijn.

Ik heb de volgende vragen richting de minister. In verschillende landen heeft de suikertaks al succesvol geleid tot minder suikerinname. Daarom vragen we de minister hoe zij ervoor gaat zorgen dat die suikertaks ook in Nederland een succes wordt. Mijn tweede vraag is: hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de suikertaks vooral landt bij de producent en niet bij de consument? We zien dat dat in verschillende landen succesvol lukt. Het tweede punt dat ik wil toelichten is kindermarketing voor ongezonde producten. Wat ons betreft is het echt hoog tijd dat dit aan banden wordt gelegd. Hoe staat het met het wettelijk verbod op marketing van ongezond voedsel voor kinderen en wanneer verwacht de minister dat de internetconsultatie van deze nieuwe wet van start kan gaan? Wordt in die nieuwe wet ook de online leefwereld van kinderen goed meegenomen?

Voorzitter. Vorige week was het Nationaal Jeugddebat, waarin jongeren supergoede ideeën met ons hebben gedeeld en heel goede vragen hebben gesteld over hoe we samen aan de slag kunnen met de aanpak van overgewicht bij jongeren. Een van die voorstellen ging over het samenwerken met influencers en rolmodellen bij het delen van content over bewegen en gezond eten, zodat jongeren ook buiten school beter worden bereikt. Daarom vraag ik aan de minister: hoe is zij daarmee aan de slag gegaan en wat kunnen we daar de komende tijd over verwachten?

Voorzitter. Tot slot mijn derde punt. Terwijl de tabaksindustrie telkens nieuwe wegen vindt, kunnen wij het ons niet permitteren om achterover te leunen. Daarover heb ik één specifiek punt. IQOS wordt slim in de markt gezet als iets nieuws, maar het blijft gewoon een tabaksproduct. Het is echt een nieuwe vorm van sigaretten. Het is schadelijk voor de gezondheid maar zonder dezelfde accijns. Dat is moeilijk uit te leggen. Hoe kijkt de minister daarnaar? Gaat zij ook op IQOS accijnzen heffen om het gebruik ervan te ontmoedigen?

Voorzitter. "De gezondste generatie ooit" is ambitieus.

De voorzitter:

Er is een interruptie, mevrouw Synhaeve.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ik heb nog twee zinnen.

De voorzitter:

Rond u het maar af dan. Dat lijkt me goed.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Dan ga ik bij dezen afronden. Het is ambitieus, maar het kan wel. Door die keuzes te durven maken, durven we ook het verschil te maken voor jong en oud. Gezond leven moet in de eerste plaats de makkelijke keuze worden en daar gaat D66 werk van maken.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u zeer. U heeft een interruptie van mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Wij zijn zeker niet tegen een suikertaks, maar ik vraag me toch twee dingen af. Hoe zorg je ervoor dat het alleen bij de producent blijft en niet bij de consument gaat komen? Dat lijkt me heel erg moeilijk. Het vervolg van wat D66 zei, spreekt mij heel erg aan. Zij zegt: zet het dan in die wijken in en laat het geld daar terugkomen door speeltoestellen enzovoort. Maar hoe weet je dat nu en hoe ga je dat dan weer herverdelen? Wat zijn precies de beelden die D66 net geschetst heeft?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Dank u wel voor deze vraag. Deze minister is samen met het ministerie van Financiën aan de slag gegaan met de vraag: hoe kun je die suikertaks invoeren en op welke manier kan dat? Daarvoor worden verschillende scenario's uitgewerkt. Ik vraag: laten we alsjeblieft ook het scenario meenemen zoals we dat bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk zien. We zien daar dat de suikertaks primair bij de producent landt en we zien vooral dat die producent veel minder suiker gaat gebruiken. Er komen daardoor dus ook gezondere producten op de markt. Dat is deel één. Ik vind het bij preventie altijd zo ingewikkeld dat we aan het eind kijken of we nog een beetje geld hebben voor preventie, terwijl preventie eigenlijk de kern zou moeten zijn van wat we met elkaar doen als we die beweging van zorg naar gezondheid willen maken. Ik zie de suikertaks als een mooie manier om te kijken welk deel van die opbrengst stelselmatig kan worden ingezet om preventie voor elkaar te krijgen. Waar we dat dan precies aan besteden, is aan ons met elkaar om te bepalen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Goed. Dan maak ik me wel zorgen over "het is aan ons". We zien heel vaak dat gemeentes ook actie zouden moeten ondernemen in de zin van: waar zetten we dan de speeltoestellen enzovoort in? We zien dat er alleen maar bezuinigd wordt op de gelden die naar de gemeenten gaan. Ik zie het beeld van D66 niet. Ik zie alleen maar dat we dan de begroting weer proberen te dichten. Ik blijf me echt afvragen: als wij een producent gaan belasten, wordt dat dan niet meteen doorgerekend richting de consument? Zoom dan even in op wat het Verenigd Koninkrijk anders doet en waarvan we kunnen leren, zodat het niet bij de consument komt.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Dat is precies wat ik meegeef aan de minister, namelijk: laten we met elkaar kijken naar welke varianten je kunt uitwerken en of we ook lessen vanuit het buitenland kunnen halen. Daar zien we namelijk dat de producten gezonder worden en dat het primair bij de producent landt. Ik heb een heel lijstje met dingen waaraan ik dat geld voor preventie zou willen besteden. Ik wil bijvoorbeeld die buitenspeelplekken voor elkaar krijgen, maar wat mij betreft zijn dat niet alleen buitenspeelplekken voor kinderen en jongeren. Ik vind het juist heel mooi om te kijken of we daar veel meer ontmoetingsplekken van kunnen maken waar jong en oud elkaar ontmoeten. Dat zien we ook in Scandinavië. Daar heb je niet alleen een speeltuin, maar ook een tennisbaan ernaast en een paar bankjes waar je met elkaar kan barbecueën. Dat is waar ontmoeting ontstaat. Het zou heel mooi zijn als we daar beter in zouden worden.

De voorzitter:

Mevrouw Dobbe is eerst en daarna mevrouw Van Meetelen. Ik heb een heel rijtje.

Mevrouw Dobbe (SP):

Het zou inderdaad heel mooi zijn, maar niet met het beleid van D66, vrees ik. Als we namelijk kijken naar het Nationaal Sportakkoord hebben we allemaal kunnen lezen dat D66 mooie woorden heeft over preventie en bewegen, maar wel de stekker uit het Nationaal Sportakkoord trekt. En dat terwijl het Nationaal Sportakkoord in veel gemeenten de motor is om überhaupt iets te kunnen doen aan sportbeleid. Dat zeggen die gemeenten ook: op het moment dat daar de stekker uit wordt getrokken, verdwijnen die initiatieven voor sport. Het maakt dus uit in welke gemeente je woont of er sportbeleid is of niet en of er initiatieven zijn voor bijvoorbeeld sportverenigingen of de lokale ontmoetingsplekken waarover ik mevrouw Synhaeve hoorde praten. Mijn vraag aan D66 is: is het een foutje om het Nationaal Sportakkoord te schrappen? Als D66 zegt dat het wel kan, bedoelt ze dan dat het schrappen van dit soort aangetoond effectieve initiatieven wel kan? Wat bedoelt ze daar precies mee?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ik heb niet scherp wat precies ons beleid is op het Sportakkoord. Ik weet wel dat we de komende tijd veel meer in sport gaan investeren. We hebben juist gezegd dat we daar structureel 50 miljoen per jaar bovenop gaan doen. We hebben ook gezegd dat we met elkaar structureel meer gaan investeren in buitenspeelplekken. Dat geld komt erbovenop. Dat is onze lijn; dat is het uitgangspunt.

De voorzitter:

Mevrouw Van Meetelen. Nee, sorry. Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Het zou wel goed zijn als D66 zich wat meer verdiept in haar eigen beleid, want D66 maakt onderdeel uit van dit kabinet. Het is duidelijk dat er geen geld meer gaat naar het Nationaal Sportakkoord. De afgelopen week hebben zowel sportverenigingen als gemeenten daarover aan de noodbel getrokken, omdat dit dreigt te verdwijnen door het beleid van dit kabinet. D66 zegt dat zij wil investeren in sport, maar tegelijkertijd gebeurt dit. Misschien heeft mevrouw Synhaeve het niet helemaal doorgehad en misschien steunt zij dat ook helemaal niet. Misschien wil mevrouw Synhaeve samen met ons optrekken om ervoor te zorgen dat dat niet gebeurt en dat we het Nationaal Sportakkoord in stand kunnen houden?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Nogmaals, ik heb niet helemaal scherp wat … Mijn zoektocht zit veel meer in: wat zit er in dat Sportakkoord? Ik hoef niet allerlei akkoorden in de lucht te houden; ik wil de acties voor elkaar krijgen die in die akkoorden zitten. Als daarin dingen sneuvelen, vindt u ons aan uw zijde.

De voorzitter:

Oké. Dan is mevrouw Van Meetelen nu.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik heb nog een vraag aan mevrouw Synhaeve, uiteraard ook weer over die suikertaks. U neemt het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld, maar studies over Frankrijk en Hongarije laten zien dat die belasting relatief veel zwaarder drukt op lage inkomens. Waarom kiest D66 bewust voor een maatregel die de ongelijkheid vergroot?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Wij kiezen niet voor een maatregel die de ongelijkheid vergroot, maar voor een maatregel die ervoor zorgt dat de ongezonde keuze de moeilijkere keuze wordt en de gezonde keuze de makkelijke keuze. Dat is precies wat we met elkaar beogen. Dat is wat we moeten willen. We zien juist dat suikerproducenten in die landen, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, hun suikergehalte in producten omlaag doen, dus dan wordt de gezonde keuze ook de makkelijkere keuze.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Dat blijkt dus niet zo te zijn. In Zuid-Afrika bijvoorbeeld — ik ben hier natuurlijk enorm mee bezig geweest — is de suikerconsumptie na invoering van een suikertaks bijna gelijk gebleven. De obesitascijfers zijn ook niet verbeterd. Er was geen gezondheidswinst, maar wel een enorme taks, die weer neerdaalt op mensen met de laagste inkomens. Sterker nog, ze willen die taks daar ook niet meer verhogen, maar ze kunnen er niet meer vanaf omdat het nu op de begroting staat. Dat is dus exact wat dit kabinet nu gaat doen. Die gaat het op de begroting zetten. Er gaat weer een heleboel geld betaald worden door de consument. Daar gaat het uiteindelijk op neerkomen. Wat de PVV betreft komt er dus geen suikertaks. Waarom brengen we dan de btw op boodschappen niet naar nul als je echt wat wil doen? Dat zou ik willen horen van D66. Dan doe je echt wat voor de mensen.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Wij zijn ervan overtuigd dat die suikertaks gaat bijdragen aan gezondere producten en dat het gezondheidswinst oplevert voor de hele samenleving.

De voorzitter:

U mag uw laatste interruptie inzetten, mevrouw Van Meetelen.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik zet mijn joker in. Nee, hoor. Ik hoorde mevrouw Synhaeve zeggen dat het advies van de Schijf van Vijf niet dwingend is, maar in de praktijk sijpelt het advies wel door in beleid. Datzelfde geldt onder andere voor de suikertaks. Het advies is minder suiker. Het beleid is dan: belasting om het advies dwingender te maken. Dat is dan het vervolg. Voor de duidelijkheid: wij zijn wel voor gezond eten, maar je bent dan actief aan het sturen in je beleid op mensen. Schoolkantines zijn ook actief gericht op de Schijf van Vijf. Het is dus niet zo vrijblijvend als mevrouw Synhaeve zegt. Is ze dat met mij eens?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Nee. Het Voedingscentrum geeft een advies. Daar mag u naar luisteren of niet. Dat mag u meenemen in uw afweging over wat u vanavond gaat eten, of niet. Dat vind ik geen enkel probleem. We worden constant beïnvloedt. Elk jaar worden miljarden uitgegeven aan reclame voor ongezonde voeding. We worden constant beïnvloed. Ik vind het dus niet zo heel gek dat het Voedingscentrum daar een eigen advies naast zet. Vervolgens mag iedereen zelf de keuze maken die hij wil.

De voorzitter:

Ik heb mevrouw Vliegenthart en meneer Van Houwelingen nog op mijn lijstje staan, maar ik zie nu ook anderen. Ik ga even inventariseren wie er nog meer een interruptie heeft. Mevrouw Wiersma gaf aan dat zij een interruptie heeft en het lid Kostić. Dan ga ik nu naar mevrouw Vliegenthart.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Ik vind het verhaal van mevrouw Synhaeve heel mooi. We moeten alles op alles zetten voor de gezondste generatie ooit. Preventie moet de prioriteit krijgen en daar moeten we allemaal aan werken. Maar als ik kijk naar de financiële paragraaf, vraag ik me wel af waar dat verhaal precies tot uiting komt. Als we kijken naar de getallen, zien we dat deze coalitie nog niet eens de bezuiniging van het kabinet-Schoof op preventie terugdraait. Is mevrouw Synhaeve het met mij eens dat het een mooi verhaal is, maar dat we preventie en gezondheid pas echt voorop kunnen zetten en kunnen prioriteren … Het terugdraaien van de bezuiniging van kabinet-Schoof is echt niet voldoende om te gaan werken aan die gezondste generatie ooit.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ik werp van me af dat we de bezuiniging niet terugdraaien. We weten allemaal dat preventie in heel veel verschillende onderdelen van een begroting landt. Juist op die verschillende onderdelen voegen we veel geld toe, dus als het gaat om jeugd en school, als het gaat om sport en als het gaat om sterke wijken. Aan sport voegen we ook meer geld toe. Dat beeld deel ik niet. Daarnaast — dat moet me ook even van het hart — gaat het niet alleen om de financiële inzet die je levert. Je hebt juist in wet- en regelgeving heel veel instrumenten, bijvoorbeeld als het gaat om het verhogen van de leeftijd voor nicotinehoudende producten. Er zijn juist heel veel instrumenten die we kunnen inzetten om de gezondste generatie voor elkaar te krijgen, maar die gaan niet primair om geld.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Eigenlijk zijn alle voorbeelden die mevrouw Synhaeve noemt en waar ze op wil inzetten, precies de voorbeelden waar keihard op is bezuinigd in kabinet-Schoof. Het zijn precies de dingen waarin wel iets wordt geïnvesteerd, maar bij lange na niet op het niveau van voor kabinet-Schoof. Als we het dan toch hebben over die nicotine … Er is al een nicotineverkoopverbod tot en met 18 jaar. We zien nog steeds dat er talloze kinderen, tienduizenden jongeren, verslaafd zijn aan vapen. 38% van de jongeren kan gewoon vapes en tabak kopen in fysieke winkels. Die winkels staan heel dicht bij scholen. U was zelf ook aanwezig bij #artsenslaanalarm. Zij zeiden echt heel duidelijk dat de overheid niet voldoende doet om de jongeren te beschermen. We moeten wat doen aan de verkooppunten rondom scholen. Daarom is mijn vraag aan mevrouw Synhaeve: is zij het met ons eens dat we ervoor moeten zorgen dat die verkooppunten niet in de buurt van scholen zijn?

De voorzitter:

Mevrouw Synhaeve.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Daar ben ik het volledig mee eens. Het is me echt een doorn in het oog dat het voor jonge mensen zo makkelijk is om vapes en sigaretten te kunnen kopen ondanks dat er een verbod is, en al helemaal als dat dicht bij scholen gebeurt. En dat gebeurt. Daarin vindt u ons dus aan uw zijde.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Als ik mevrouw Synhaeve goed begrijp, is preventiebeleid voor D66 ontzettend belangrijk. Dat klinkt ook heel redelijk: het gaat om voorlichting, we verplichten niet; wie kan daar nou tegen zijn? Ik begin me echt af te vragen of daar voor D66 op een gegeven moment een grens aan zit, waarbij je zegt: hier moet de Staat zich niet mee bemoeien. Ik geef even een concreet voorbeeld. We hebben nu veel ouderen die vallen en dat is een probleem in huis. Dan zou de overheid met het beleid kunnen komen: doe als oudere een helm op in huis. Dat is een heel vergaand beleid. Zou D66 dan ook zeggen: dat is misschien wel een goede actie, want dit kan geen kwaad? Zit daar op een gegeven moment een grens aan? Dat is mijn vraag.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Uiteindelijk mag jij als individu de keuze maken die jij wil. Of jij thuis een helm op wil of niet, bepaal jij uiteindelijk zelf. Het enige wat wij aangeven is: zorg dan wel dat die gezonde keuze de makkelijke keuze is.

De voorzitter:

Meneer Van Houwelingen, dit is tevens uw laatste interruptie.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Ja. Dat is interessant, maar het gaat hier natuurlijk om gezondheidsbeleid. We hebben het er met de minister over. Stel dat het ministerie van Volksgezondheid zegt: "Dat is een serieus artikel. Veel ouderen vallen thuis. Dat is toch een probleem. Er zijn gezondheidskosten. Mensen lopen een ongeluk op. We gaan mensen vanaf 60 jaar adviseren om geheel vrijblijvend thuis een helm op te doen." Zou D66 dan zeggen dat ze in het kader van preventiebeleid zo'n campagne vrijblijvend steunen?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ik herhaal: individuele keuzes moet je lekker aan het individu zelf overlaten.

De voorzitter:

Mevrouw Wiersma. Daarna volgt het lid Kostić.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik ben heel erg benieuwd naar hoe mevrouw Synhaeve dit ziet. Zij zegt namelijk: laten we de gezonde keuze de gemakkelijke keuze maken. Tegelijkertijd is het voorstel op dit moment juist om bepaalde keuzes duurder te maken. Het gaat juist om de kwetsbare groep waarvan we zien dat die sociaal-economisch op achterstand staat. Weet mevrouw Synhaeve ongeveer hoeveel mensen er op dit moment in voedselnood en armoede leven in Nederland?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Die cijfers heb ik niet paraat. Ter illustratie wil ik het volgende zeggen. Een aantal weken geleden mocht ik een dag meelopen met een kinderarts die gespecialiseerd was in kinderen met overgewicht. Ik mocht de hele dag bij de gesprekken zitten die met kinderen en ouders gevoerd werden. Wat ik daar zag, was voor mij illustratief voor wat er in Nederland gebeurt. Deze ouders lopen tegen muren op, elke keer weer. Zij willen dat hun kind kansen krijgt. Zij geven ook aan: het is zo ingewikkeld om die gezonde keuze te kunnen maken, want mijn kind wordt de hele tijd verleid door invloeden van buitenaf om die ongezonde keuze te maken. Daarom zeggen wij juist dat we die gezonde keuze de makkelijke keuze willen maken.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dank, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. In Nederland leven 540.000 mensen in voedselnood. Is de oplossing dan volgens D66 om de ongezondere keuzes duurder te maken of moeten de gezonde keuzes, wat mevrouw Van Meetelen zojuist ook zei, juist goedkoper worden gemaakt? Die mensen hebben überhaupt al geen toegang tot goede, gezonde voeding. We hebben daarbij de ondersteuning van de overheid nodig. Dat doe je niet door dingen duurder te maken, maar door de gezonde keuzes goedkoper te maken. Is mevrouw Synhaeve dat met me eens?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Dat doen we juist door te zorgen dat in die ongezonde producten minder suiker terechtkomt. Dat gaan we ook met zo'n suikertaks voor elkaar krijgen.

De voorzitter:

U mag uw laatste interruptie … Nee? Oké.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik sluit me aan bij de oproep van PRO om die bezuinigingen van kabinet-Schoof terug te draaien. Dat zeg ik niet om D66 te pesten, maar ook vanuit het gevoel dat de meeste kiezers thuis hebben: mooie woorden zijn fijn, maar lever dan ook. Ik wil bij mijn collega toetsen wat "het kan wel" betekent, dus wat wel kan, op drie punten. Eén. Het kabinet-Schoof heeft flink bezuinigd op het Voedingscentrum. Het gaat om 2 miljoen euro. Zij zeggen zelf ook: we kunnen veel minder doen aan ondersteuning van burgers. Punt twee is dat 10% van de burgers zich nauwelijks aan de Schijf van Vijf kan houden of daar überhaupt de kans niet voor krijgt. Het derde punt is: er is een enorm gebrek aan groen, dat we keihard nodig hebben tegen klimaatverandering. Mijn vraag is: wil D66 samen met ons het kabinet oproepen om op al deze drie punten beweging te maken?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Als daar voorstellen toe komen, zullen wij daar heel open naar kijken.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dat is goed nieuws en dat is ook fijn. Ongezonde leefstijl alleen al kost ons als belastingbetaler bijvoorbeeld 6 miljard euro per jaar, naast dat het heel veel leed veroorzaakt bij mensen. Dan heb ik nog een laatste vraag richting D66. D66 had het net over reclames en de schadelijke invloed daarvan. Is D66 bereid om samen met de Partij voor de Dieren op te trekken om te kijken naar hoe we de reclames op ongezonde voeding meer aan banden kunnen leggen?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Dat is ook precies een van de vragen die ik aan de minister heb gesteld. Wij hebben gezegd: er komt een wet op de aanpak van kindermarketing, kunnen we daar vaart mee maken? Ik vermoed zomaar dat we daarin samen kunnen optrekken. Ik hecht er waarde aan om te zeggen: niet alleen mooie woorden, maar juist ook leveren. Dat is precies wat we aan het doen zijn. Dat is wat we gaan doen als het gaat om die kansrijke start, als het gaat om nicotinehoudende producten naar 21 jaar te krijgen en als het gaat om het makkelijker maken van gezonde keuzes.

De voorzitter:

Dan komen we bij de volgende spreker van de zijde van de Kamer, de heer Van Houwelingen. Uw tijd gaat in.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Dank u, voorzitter. Ik wil kort wat zeggen over twee onderwerpen: tabaksbeleid en de eiwittransitie, en de Schijf van Vijf, waar veel om te doen was.

Het kabinet gebruikt hoge accijnzen om tabaksgebruik te ontmoedigen. Inmiddels kost een pakje van twintig sigaretten zo'n €12. Het gevolg is dat Nederlanders massaal uitwijken naar het buitenland om daar hun tabak te kopen. We hadden hier onlangs een petitie waarbij een winkelier, een Primerahouder, in de grensstreek ons vertelde dat er zelfs mensen naar de winkel komen om hun tabak die ze in België of Duitsland hebben gekocht te versturen naar hun familie in Nederland. Het gaat dus heel ver. Uit het warenonderzoek van het RIVM blijkt dat in 2020 ongeveer 30% van de tabak uit het buitenland kwam. In 2023 was dat 38% en in 2024 60%. Dat komt nu dus uit het buitenland. Dat is een schrikbarende stijging die ten koste gaat van de Nederlandse winkeliers en, wat ik net zei, van onze schatkist.

Mijn eerste vraag aan de minister is wat zij van plan is te gaan doen met deze informatie. Ik doel op het feit dat een steeds groter deel van de tabak die in Nederland wordt gebruikt in het buitenland wordt gekocht. De anti-tabaksmaatregelen lijken vrijwel geen invloed te hebben op de rookprevalentie in ons land. Die daalt namelijk al elk jaar met gemiddeld een kleine procentpunt. De laatste vijf jaar is daarin niets veranderd, maar er is ondertussen wel sprake van een massaal uitwijken naar het buitenland, de illegale markt of goedkopere alternatieven. We lopen miljarden aan accijnsinkomsten mis. Degelijk empirisch ex-postonderzoek naar deze effecten van het ontmoedigingsbeleid ontbreekt nog. Het onderzoek waar het kabinet naar verwijst is gebaseerd op aannames en modellen. Daarom mijn volgende vraag aan de minister. Is de minister bereid om alsnog een integrale ex-postevaluatie uit te voeren waarin ook grenssubstitutie-effecten worden meegenomen? Twee. Hoe verklaart de minister dat de rookpreventie niet versneld daalt, ondanks de intensivering van het beleid? Drie. Erkent de minister dat de tabaksmaatregelen van de laatste jaren mede hebben geleid tot de sterke toename van de buitenlandse aankoop en mogelijk illegale handel? Vier. Ziet de minister de negatieve effecten van dat beleid in de praktijk? Wat is de minister van plan hiermee te doen?

Ik ga nu naar het tweede onderwerp: het vleesbeleid, de eiwittransitie en de Schijf van Vijf. Wie over leefstijlpreventie praat, praat ook over vlees en de eiwittransitie. Het gegeven dat er aangestuurd wordt op minder vleesconsumptie, heeft immers ook gevolgen voor de gezondheid van Nederlanders. Het kabinet wil consumptiegedrag beïnvloeden en aansturen op het consumeren van gezond voedsel. Onlangs hebben we nog Kamervragen gesteld over het feit dat supermarkten steeds meer plantaardige ingrediënten in vlees verwerken. Dit lijkt een direct gevolg te zijn van overheidsbeleid. Op de website van het ministerie van Landbouw staat bijvoorbeeld expliciet benoemd dat supermarkten een belangrijke rol hebben in de eiwittransitie en hoe de inname van plantaardige eiwitten, wat de overheid betreft, flink omhoog moet de komende jaren. Mijn zesde vraag aan de minister is: klopt dit? Is de eiwittransitie een beleidsdoel van deze regering of niet?

Daarom die nieuwe Schijf van Vijf. Die stuurt aan op minder vlees en meer plantaardig voedsel. Voeding wordt niet alleen een gezondheidsvraagstuk, maar ook een klimaat- en gedragsvraagstuk. Dat is ongelofelijk problematisch. Anderen hebben dat ook al terecht gezegd. De Schijf van Vijf is daarmee immers niet langer een onomstreden objectief instrument waarmee op wetenschappelijke basis gezondheidsadvies wordt gegeven. Nee, de nieuwe Schijf van Vijf is een ideologisch middel geworden om ideologisch zeer omstreden klimaatbeleid door te drukken onder het mom van volksgezondheid. Ziet de minister dit probleem? Begrijpt de minister dat hiermee ook het vertrouwen in de gezondheidswetenschap enorm ondermijnd wordt? Dat is mijn zevende en laatste vraag, voorzitter.

De nieuwe Schijf van Vijf, waar veel gezondheidsbeleid zich op baseert, is door deze vermenging van klimaat en volksgezondheid, want dat is natuurlijk wat er gebeurt, ideologisch gecorrumpeerd geraakt en niet langer te vertrouwen, in ieder geval niet in de ogen van de Nederlanders die wij hier mogen vertegenwoordigen. Die vermenging wordt ook wel One Health genoemd, waar we trouwens al heel vaak kritiek op hebben gehad.

Dierlijke eiwitten zijn belangrijk en gezond, voorzitter. Zowel rood als wit vlees leveren gunstige voedingsstoffen, waaronder eiwit, ijzer, selenium, zink en de vitamines B1, B2, B3, B6 en B12. Zeker voor kwetsbare groepen zoals jongeren, ouderen of mensen met een eenzijdig dieet, kan het terugdringen van dierlijke voeding om die reden juist een negatief gezondheidseffect hebben. Dit goedpraten, zoals de Schijf van Vijf nu doet met een verwijzing naar de klimaatideologie, is in onze ogen ongehoord en ronduit verwerpelijk.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Coenradie namens JA21.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. Iedereen in deze zaal zal het ermee eens zijn: voorkomen is beter dan genezen. Preventie verdient dan ook een stevige plek in het zorgbeleid, maar laten we eerlijk zijn over de grenzen. Waar preventie doorschiet, begint betutteling. Dat zien we bij de nieuwe Schijf van Vijf, in het beleid van overheidsinstellingen en zelfs in ziekenhuizen. Keuzevrijheid verdwijnt. Gezonde opties aanbieden is prima, maar mensen dwingen iets te eten gaat te ver. Zeker nu er plotseling ook klimaatbeleid door dit soort voedingsadviezen heenloopt, roept dat eerder irritatie en weerstand op dan draagvlak. Mensen haken af zodra preventie voelt als een moralistisch vingertje uit Den Haag. De overheid moet mensen toerusten en niet betuttelen. Zij moet helpen waar dat zin heeft, maar ook accepteren dat niet elk gezondheidsprobleem oplosbaar is via Haags beleid.

De heer Lohman (CDA):

Ik hoor mevrouw Coenradie zeggen dat mensen worden gedwongen om voedingskeuzes aan te passen. Kan zij daar een concreet voorbeeld van geven?

Mevrouw Coenradie (JA21):

We zien dat op aantal terreinen terug. Je ziet dan dat er in allerlei kantines geen mogelijkheid meer is om bijvoorbeeld vlees te eten of een ongezonde snack. Dat vindt op verschillende plekken plaats. We zien dat ook in verschillende ziekenhuizen terug. Dat betekent dus dat mensen geen vrijheid van keuze hebben — ze hebben überhaupt geen keuze — en dat zij niet anders kunnen dan dat wat er ligt, tot zich te nemen.

De voorzitter:

Mevrouw Coenradie vervolgt.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. Neem alleen al de vleesnorm in de vernieuwde Schijf van Vijf. Voor volwassen van 18 tot 50 jaar die vlees en vis eten, geldt nu: maximaal 300 gram vlees per week, waarvan niet meer dan 100 gram rood vlees. Dat is omgerekend slechts 14 gram rood vlees per dag. Met één plakje ham per dag zit je daar al overheen. Dat laat perfect zien hoe ver deze norm van het dagelijks leven van mensen af staat.

Daar komt nog bij dat deze adviezen tegenwoordig dus ook gebaseerd zijn op milieubelasting. Daar zit precies het probleem. Als de overheid een voedingsadvies neerzet dat zo ver af staat van het eetpatroon van burgers, gaan mensen dat niet meer zien als nuchtere gezondheidsvoorlichting maar als onderdeel van een opgedrongen klimaatagenda. Dan groeit de weerstand en daalt juist de bereidheid om zo'n advies op te volgen. Zo verliezen we onnodig draagvlak voor het algehele preventiebeleid.

Voorzitter. Wij hebben bovendien grote vragen bij het hanteren van de Schijf van Vijf als norm en als basis voor wetgeving. Hiermee dreigt namelijk niet alleen het voedingsadvies zelf gestuurd te worden door een politiek groene agenda, maar ook de hele wetgeving. Voor JA21 is dat onwenselijk. Ik zou graag van de minister horen of zij dit wel wenselijk acht. Gezondheidsbeleid moet toch gewoon op gezondheid worden gebaseerd? Hoe beoordeelt de minister de juridische houdbaarheid van het hanteren van de Schijf van Vijf als norm in het voorgenomen wetsvoorstel kindermarketing? Acht de minister het HFSS-model niet een veel geschikter en juridisch robuuster alternatief om wetgeving op te baseren?

Dan de kindermarketing. Natuurlijk moeten kinderen worden beschermd tegen ongezonde verleiding, maar dan moet wetgeving wel effectief juridisch houdbaar zijn. Als Nederlandse aanbieders aan banden worden gelegd terwijl buitenlandse platforms buiten schot blijven, verplaatst reclame zich gewoonweg naar sociale mediakanalen, waar jongeren juist zitten. In dit licht vragen wij de minister of verankering in de Warenwet niet verstandiger is dan in de Mediawet.

Voorzitter. Juist bij vapen moet de overheid niet preken maar handhaven. Zoete vapes zijn sinds 1 januari 2024 verboden, net als online verkoop en reclame, ook via sociale media. Toch komen jongeren er nog makkelijk aan. Daarom vragen wij de minister: zijn de aangekondigde extra middelen en bevoegdheden voor de NVWA wel voldoende? Wat zijn eventuele strengere maatregelen om de illegale handel echt te breken?

Voorzitter, tot slot. Bij ouderen gaat preventie niet alleen over voeding of beweging, maar ook over sociale verbondenheid. Eenzaamheid maakt mensen niet alleen ongelukkiger, maar ook ongezonder. Wie ouderen zo lang mogelijk zelfstandig wil laten wonen, moet ook oog hebben voor de keerzijde: isolement, minder sociaal contact en fysieke en psychische achteruitgang. De zorgkosten stijgen wel 40% tot 50% door sociale isolatie. Daarom pleit JA21 voor meer ontmoetingsplekken voor ouderen, waar zij samen kunnen komen, dicht bij hun eigen woonomgeving. Want ook dat is preventie. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt.

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u zeer. Er is een interruptie van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, voorzitter, ik ga …

De voorzitter:

O wacht. U zit al wel op drie, eigenlijk.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dit is de derde. Ik heb er maar twee gedaan.

De voorzitter:

Nou ja, gaat uw gang. Dan is dit echt de allerlaatste.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Nee, volgens mij …

De voorzitter:

Ik heb er drie genoteerd, maar gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank. Ik moet toch echt weer opmerken dat hier desinformatie wordt verspreid. Ik vind het echt kwalijk dat wetenschappers verdacht worden gemaakt. De Gezondheidsraad heeft bevestigd dat meer plantaardig eten veel gezonder is. Die wetenschap was al eerder bekend. Onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de Kamer daar al eerder over geïnformeerd. Internationaal is dit ook allang bekend. Dus dat wil ik echt even richting JA21 meegeven: stop met de desinformatie; dat is echt niet gezond voor het debat. Dat staat los van wat je daar verder ook van vindt. Mijn concrete vraag is: wat wil JA21 dan wel om de gezondheidskosten te drukken die 6 miljard euro per jaar vergen puur en alleen al door het ongezonde leven, en om mensen te helpen gezonder te leven? Wat wil JA21 wel? Noem drie voorbeelden.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ik laat mij natuurlijk niet zeggen dat ik hier desinformatie verspreid. Dit is gewoon een opvatting waarin wij van mening verschillen en dat kan. Maar iemand betichten van het verspreiden van desinformatie vind ik geen goede bijdrage aan het debat. We kijken anders naar de kwestie en dat mag. Laten we daar respect voor hebben. Ik denk dat de politiek hierin ook een voorbeeld zou kunnen stellen richting de maatschappij. Daar is het al vaker over gegaan.

Dat gezegd hebbende: als we kijken naar de zorgkosten, zien we dat die enorm uit de hand lopen. Dat onderstrepen we. Ook wij zien — dat heb ik eerder aangegeven in mijn bijdrage bij de VWS-begroting — dat er pijnlijke keuzes gemaakt zullen moeten worden, hoe vervelend ook. We kijken geregeld naar de overheid als we het hebben over de zorg die onhoudbaar is. Tegelijkertijd zeggen we dat we in dat hele zorgverhaal, en alleen de V van VWS is al een heel groot begrip, heel goed moeten kijken waar we keuzes gaan maken. Wat is verstandig en wat is houdbaar?

Als we het hebben over preventie, vind ik dat we ook heel kritisch mogen kijken naar de keuzes die worden gemaakt als het gaat om bijvoorbeeld het Sportakkoord. Ik ben er ook kritisch op dat dat er mogelijk uit gehaald wordt. Ik ben kritisch op de 50 miljoen die wel geïnvesteerd wordt. Gaat dat naar de topsporten of zien we dat ook terug in de kansengelijkheid bij sport? Ik zie ook wel dat de belasting op groenten en fruit heel hoog is en dat een patatje op dit moment goedkoper is dan een hele gezonde maaltijd. Dus ja, daar gaan wij wel heel kritisch naar kijken. Bij de komende debatten en moties die we indienen, gaan wij het kabinet daar kritisch op volgen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank in ieder geval voor de afsluiting van het betoog, waarbij mevrouw Coenradie aandacht vraagt voor oudere mensen die langer thuis moeten blijven wonen en daardoor vaker in isolement terechtkomen. Dat is inderdaad wat er gebeurt en nog meer zal gaan gebeuren als het kabinetsbeleid op dit punt doorgaat. Mevrouw Coenradie pleit daarbij voor meer ontmoetingsplekken voor ouderen om bijvoorbeeld eenzaamheid tegen te gaan, maar zou het niet veel beter zijn om de bezuinigingen terug te draaien die nu worden losgelaten op de zorg voor ouderen? Die ouderen moeten langer thuis blijven wonen en die hebben juist zorg nodig om dat daadwerkelijk te kunnen. Het gaat bijvoorbeeld over de bezuiniging op huishoudelijke zorg en wijkverpleging en de eigen bijdrage voor de wijkverpleging. Dat zijn elementen die ervoor zorgen dat meer ouderen zichzelf verwaarlozen. Zij komen bijvoorbeeld in het ziekenhuis terecht of raken in een isolement.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Daar zijn we inderdaad ook heel erg kritisch op. We verwachten als overheid aan de ene kant dat mensen langer thuis blijven wonen. Ik begrijp dat uit onderzoeken blijkt dat ouderen dat zelf ook prettig vinden. Aan de andere kant zeggen ze tegelijkertijd dat ze zich niet sociaal geïsoleerd willen voelen. Dat vraagt dus ook iets. Wat gaan we dan verder faciliteren en hoe gaan we om met de zorg? We zullen daar stappen in moeten zetten. Ik ben gewoon steeds benieuwd — dat weet deze minister ook — naar wat bepaalde bezuinigingen later voor de zorgkosten betekenen. Het verhaal dat sociaal isolement bij ouderen zorgt voor 40% tot 50% meer zorgkosten geeft al aan dat we daarin zaken niet goed doen. Dat is op meer terreinen het geval. Dus ik ben gewoon heel erg benieuwd in hoeverre we "regeren is vooruitzien" ook op dit terrein echt goed doen met elkaar.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ik wil nog even stilstaan bij een punt dat mevrouw Coenradie maakte over het verbod op kindermarketing voor ongezond voedsel. Mijn oproep richting de minister was ook: laten we nou kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat in de wet, die nog in internetconsultatie moet gaan, de onlineleefwereld van kinderen ook goed meegenomen wordt. Ik ben het namelijk met mevrouw Coenradie eens dat het te weinig zal zijn als we ons alleen richten op de fysieke omgeving. Hoe kijkt mevrouw Coenradie daarnaar?

Mevrouw Coenradie (JA21):

Dat was precies het punt in mijn betoog. Als we aan de ene kant proberen het enkel in de Mediawet te verankeren en niet in de Warenwet, terwijl buitenlandse platforms op allerlei manieren jongeren weten te bereiken, denk ik dat dit veel beter gaat dan dat we de televisie voor ze aanzetten of dat er misschien een voorlichting is op school, of op welke manier dan ook. Ik denk dat we zeker de onlinewereld mee moeten nemen en dat we er ook alles aan moeten doen om te zorgen dat elk kind daarin bereikt wordt. Het is gewoon een gemiste kans als daaraan geen aandacht besteed wordt.

De voorzitter:

Dan komen we bij de volgende spreker: mevrouw Dobbe van de SP-fractie.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel, voorzitter. De sociaal-economische gezondheidsverschillen in Nederland zijn nog steeds schrikbarend hoog. Mensen met een lager inkomen leven gemiddeld bijna 8 jaar korter en ruim 21 jaar minder lang in goede gezondheid. Het feit dat mensen ongezonder leven of eten, is geen persoonlijk falen. Talloze onderzoeken laten dat ook zien. Zwaar werk, ongezonde huizen, armoede en stress spelen bijvoorbeeld ook een rol voor mensen om bepaalde keuzes te kunnen maken.

Een van de oorzaken is bijvoorbeeld ongezond eten dat verslavend is gemaakt. Daar verdient de industrie enorm aan. Dat verdienmodel moet, wat ons betreft, worden aangepakt. Dat gaat deze industrie niet zelf doen, want hun doel is winst maken. Wij moeten er dus voor zorgen dat hiervoor strengere regels komen. Is de minister bereid dat te doen?

Sociaal-economische gezondheidsverschillen groeien ook omdat gezond eten echt moeilijker is als je minder geld hebt. Uit een onderzoek van ABN AMRO bleek nota bene dat voor 37% van de Nederlanders de prijs voor gezond eten een obstakel vormt. Dat is ontzettend veel: 37% van de Nederlanders. Ondertussen worden de prijzen voor boodschappen op dit moment, dus ook van gezonde voeding, door de oorlog in het Midden-Oosten alleen maar hoger. Dat zorgt ervoor dat sociaaleconomische gezondheidsverschillen groter worden. Wat doet deze minister eraan om dat te voorkomen? Aangenomen voorstellen om de prijzen van gezond eten te verlagen worden namelijk tot nu toe niet uitgevoerd.

Hoe en wanneer wordt de motie uitgevoerd van Jimmy Dijk om de prijsopdrijving in de voedselindustrie in kaart te brengen en met oplossingen te komen? En hoe staat het met de uitvoering van het voorstel-Dijk om de ACM het mandaat te geven de prijzen van boodschappen in Nederland te reguleren en waar nodig te blokkeren? Dit lijkt me nu extreem relevant, ook om graaiflatie te voorkomen nu de prijzen zo stijgen. Waarom schaffen we de btw op groenten en fruit niet af? Hier zijn dus alvast drie manieren om de boodschappen voor mensen betaalbaar te maken, iets wat juist nu met de gestegen prijzen zo keihard nodig is. Graag een reactie.

Een andere industrie met een verdienmodel om mensen bewust verslaafd te maken aan schadelijke producten is de tabaksindustrie. Het is nog steeds bizar makkelijk om online vapes met een smaakje te kopen. "Vandaag besteld, morgen in huis." Het heeft vieze smaken, als bananentoffee en weet ik veel wat voor rare smaken ze er allemaal aan geven. Betalen via iDEAL, bezorgen via PostNL of DHL, het kan gewoon allemaal. Ik had het gisteren kunnen bestellen, dan was het hier vandaag bezorgd.

Ruim een jaar geleden werd de motie-Dobbe/Krul aangenomen om dit aan te pakken. Hoe kan het dan dat banken en postbedrijven nog steeds deze diensten aanbieden aan bedrijven die overduidelijk illegale producten leveren? Je zou dat al kunnen zien aan de naam van de websites. Waarom worden deze websites niet geblokkeerd of op zwart gezet? Ik kijk er regelmatig naar en het wordt er niet minder ... Het is ongelofelijk hoe makkelijk dit is. Wat is nu de moeilijkheid om deze websites op zwart te zetten als ze illegale producten verkopen? Heeft de NVWA bijvoorbeeld de bevoegdheid om DNS- of IP-blokkades uit te voeren om domeinen of IP-adressen te blokkeren? Welke mogelijkheden heeft de minister om de verkoop via Snapchat aan te pakken?

Voorzitter. Ik wil het nog hebben over seksuele gezondheid. Het aantal hiv-besmettingen dreigt weer te stijgen. Investeren in laagdrempelige seksuele gezondheidszorg is nodig, want dit gaat zo niet goedkomen. Door de budgetplafonds van de CSG's kan nu maar de helft van de mensen uit de doelgroep zich daar laten testen. Daarbij krijgen we nog altijd signalen dat PrEP niet voor alle mensen uit de risicogroepen toegankelijk is. Wil de minister onderzoeken waarom sommige mensen geen PrEP gebruiken en wat we hieraan zouden kunnen doen? Hier is gewoon echt meer data nodig.

Dan, tot slot: hoe kun je trots vertellen dat je de gezondste generatie ooit wil krijgen maar tegelijkertijd het Nationaal Sportakkoord wegbezuinigen? Deze minister heeft ongetwijfeld ook de oproepen gezien van verenigingen en gemeenten. Wat zegt deze minister tegen al die gemeenten die nu lokaal sportbeleid hebben en afhankelijk zijn van het Nationaal Sportakkoord, nu dit allemaal dreigt te verdwijnen? Afhankelijk van de gemeente waar ze wonen, kunnen mensen zo meteen wel of niet sporten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De volgende spreker aan de zijde van de Kamer is de heer Lohman namens het CDA.

De heer Lohman (CDA):

Dank u wel, voorzitter. We leven in een vrij land. U mag eten en drinken wat u wil. Dat geldt ook voor alle Kamerleden hier aanwezig, de mensen op de publieke tribune en uiteraard ook voor de mensen thuis. Dat punt wilde ik even maken, want er leek hier vorige week en ook vandaag tijdens de gehaktbalgate grote verwarring over te ontstaan.

De cijfers zijn — "helaas", zou ik willen zeggen — bekend en liegen niet. De helft van de volwassen in Nederland heeft overgewicht. 15,7% heeft obesitas, meer dan een verdubbeling sinds 1990. Er zijn inmiddels meer fastfoodzaken dan traditionele restaurants in Nederland en de voedselindustrie besteedt jaarlijks 1,6 miljard euro aan reclame. Over verleiding en sturing gesproken. De huidige voedselomgeving, het aanbod dat we tegenkomen op straat, stations en onderweg, stuurt overwegend op ongezonde keuzes. Hoe ziet de minister voor zichzelf een rol weggelegd bij het gezonder maken van het straatbeeld? Hoe trekt zij daarin op met gemeentes?

Het coalitieakkoord is helder: we bouwen aan de gezondste generatie ooit. Mijn vraag aan de minister is hoe voortvarend zij van start is gegaan met het regeerakkoord. Welke concrete resultaten kunnen wij dit jaar nog tegemoetzien?

Voorzitter. Ik begon mijn betoog wat flauw over de vrijheid, maar gehaktbalgate, ofwel de kritiek op de vernieuwde Schijf van Vijf, is niet onschuldig. Als de mening van elke Instagraminfluencer of politicus in een talkshow gelijk gewogen wordt met het advies van de Gezondheidsraad, blijven de mensen thuis in verwarring achter. Door richtlijnen weg te zetten als ideologisch of betuttelend wordt het gezag van onderbouwde voedingsadviezen ondermijnd. Kan de minister aangeven wat zij wil doen om dit vertrouwen te herstellen?

Critici zeggen dat de Schijf van Vijf te politiek is geworden. De geschiedenis leert dat politiek en normatieve keuzes altijd onderdeel zijn geweest van de Schijf van Vijf: levertraan, wittebrood na de Tweede Wereldoorlog, veel Hollandse boterhammen met kaas in de afgelopen jaren, "Melk. De Witte Motor" ... Ik ben het er wel mee eens dat duidelijk zou moeten worden of en, zo ja, welke normatieve keuzes worden gemaakt bij het samenstellen van de Schijf, want daar zijn inderdaad veel vragen over: Waarom is dit zo en welke alternatieven zijn er dan voor deze keuzes? Zou de minister kunnen aangeven welke opdracht het Voedingscentrum heeft meegekregen van de betrokken ministeries bij het samenstellen van de laatste Schijf van Vijf?

De voorzitter:

Ik heb interrupties, meneer Lohman. Eerst mevrouw Wiersma.

Mevrouw Wiersma (BBB):

"Gehaktbalgate en de mening van een influencer." Ik ben blij te horen dat de heer Lohman ook van mening is dat een advies van de Gezondheidsraad betrouwbaar moet zijn. Ik ben wel heel erg benieuwd hoe de heer Lohman kijkt naar het volgende. Ik noem een voorbeeld van een recent voedingsadvies dat mensen die een behandeling voor kanker moeten ondergaan vanuit het ziekenhuis mee naar huis krijgen. Daarin staat wat zij zouden moeten consumeren omdat eiwitinname, zeker bij een kwetsbare gezondheid, van groot belang is. Ik zie dan dat zij 30 voedingsmiddelen geadviseerd krijgen, waarvan er 21 gestoeld zijn op dierlijke eiwitten. Is de heer Lohman het met mij eens dat het eenzijdig wegzetten van dierlijke eiwitten juist slecht zou kunnen zijn voor de gezondheid van de mensen in Nederland?

De heer Lohman (CDA):

Ik ben het met mevrouw Wiersma eens dat eiwitten onderdeel zijn van een gezond dieet, zeker voor mensen die ziek zijn of daar in een bepaalde levensfase misschien meer behoefte aan hebben. Ik ben het met mevrouw Wiersma oneens dat het door wie dan ook eenzijdig wordt weggezet of dat er wordt gezegd dat dat niet zo zou zijn.

De voorzitter:

Ja. Binnen de 30 seconden laat ik hem toe, dus als u nog een vervolgvraag heeft, mag dat, mevrouw Wiersma.

Mevrouw Wiersma (BBB):

We hadden het net over de mening van een influencer. Als dierlijke eiwitten op die manier worden weggezet, zou je in principe ook kunnen zeggen dat dat een mening is. Uiteindelijk wordt vanuit de ziekenhuizen het advies gegeven om juist veel dierlijke eiwitten te consumeren. We hebben het bijvoorbeeld ook gezien bij sporters die destijds bij de Olympische Spelen ook een veganistisch menu ... Nou, toen sporters daar kwamen, was dat heel snel afgelopen. Is de heer Lohman het er dus mee eens dat dierlijke eiwitten, zeker ook als het gaat om de nutriëntendichtheid die dierlijke eiwitten bieden ten opzichte van plantaardige eiwitten, essentieel zijn voor een gezond voedselpatroon?

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Lohman.

De heer Lohman (CDA):

Ik ga mijn antwoord ten dele herhalen: ja, dierlijke eiwitten zijn essentieel voor een gezond voedselpatroon. Ik denk dat de Schijf van Vijf ingezet wordt door diëtisten en waarschijnlijk ook door artsen als referentiekader, om te kijken wat de balans dan zou moeten zijn in de verschillende eiwitten die er zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat er een instantie is met honderden wetenschappers die daarover nadenken en verschillende dingen meewegen, en dat dat vertrouwd wordt. Als daar vraagtekens bij zijn, is het inderdaad belangrijk om dat in het maatschappelijk debat te bespreken.

De voorzitter:

Een herhaalde vraag en een herhaald antwoord. Het mag allemaal. Mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Wat de heer Lohman doet, is typerend voor wat we zien in de maatschappij. Den Haag staat compleet af van de belevingswereld van de inwoners. Dat blijkt wel uit: "Het Voedingscentrum geeft dit aan, dus weerstand of geen weerstand, dat heb je maar gewoon te accepteren." Daar heb ik wel vraagtekens bij, want als die weerstand er is, laten we dan vooral even alle politici zoals ik of influencers de schuld geven voor de bijdrage aan al die weerstand. Ik ben dan toch wel benieuwd hoe meneer Lohman denkt aan draagvlak te komen. Dat is namelijk wel nodig als je het hebt over voedingsadviezen, die wat mij betreft gewoon niet ideologisch moeten zijn en waar dus ook geen verwerkte klimaatagenda in zit, maar die gewoon gebaseerd moeten zijn op wetenschappelijke modellen.

De heer Lohman (CDA):

Voor een deel is dat precies de vraag die ik ook aan de minister stel: hoe zorgen we ervoor dat dit debat op een goede manier wordt gevoerd en wat zijn precies de achtergronden achter dit advies? Ik ben dus ook benieuwd naar het antwoord van de minister.

Ik deel de mening niet dat dat een ideologisch gedreven klimaatagenda ... Ik heb voldoende vertrouwen. Het is een doorlopende maatschappelijke discussie die we hebben rondom het Voedingscentrum. Het speelt echt al vanaf de Tweede Wereldoorlog. Ik heb er vertrouwen in dat dat zich aanpast aan de tijd en dat de wetenschappelijke basis daarin, die altijd natuurlijk geüpdatet kan worden, een van de richtsnoeren is, een van de dingen voor de mensen die daar behoefte aan hebben. Want nogmaals, zeg ik via de voorzitter, het staat mevrouw Coenradie volledig vrij wat zij wil eten. Als ik mijn betoog kan afmaken, zal ik zeggen wat ik denk over welke richting de Schijf wellicht op zou kunnen gaan.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Dan ben ik even benieuwd wat de heer Lohman vindt van het HFSS-model en waarom dat dan niet voldoende is.

De heer Lohman (CDA):

Ik heb even niet paraat wat het HFSS-model is.

De voorzitter:

Mevrouw Coenradie, kunt u het misschien nog even kort technisch toelichten?

Mevrouw Coenradie (JA21):

Dat is wel kwalijk, want dat is nou precies de essentie van het hele verhaal waar we het hier over hebben. Dat is namelijk een wetenschappelijk model dat gebaseerd is op zout, vet en suiker. Dat gaat erom hoe we voedsel benaderen en wat we daarvan vinden. Onderaan de streep moet daar een rekensom uitkomen: dit is wel gezond en dit niet. Dat is gewoon wetenschappelijk onderbouwd. Daar ben ik dan even benieuwd naar.

De voorzitter:

Oké. Meneer Lohman.

De heer Lohman (CDA):

Ik ben blij — ik kende dit voorbeeld niet — dat wetenschappelijke onderbouwing in ieder geval belangrijk is voor u in het komen tot goede voedingsadviezen. Ik ben ook bij het Voedingscentrum langs geweest en ik weet dat er wetenschappelijke modellen worden gebruikt om tot richtlijnen te komen. Ik denk dus dat we het daar gezamenlijk mee eens zijn.

De voorzitter:

Er is een interruptie van mevrouw Moinat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik hoor een betoog van het CDA. De vraag is eigenlijk — ik spreek via u, voorzitter — of u het met mij eens bent dat het Voedingscentrum moet gaan over een voedselkeuze die impact zou kunnen hebben op de gezondheid. Het gaat dus puur en alleen over advies over gezonde voeding en gezondheid.

De heer Lohman (CDA):

Ik ben niet zelf de opdrachtgever van het Voedingscentrum. Dat zit dus ook in mijn vraag: welke dingen worden precies meegewogen in de totstandkoming van de voedingsadviezen? Ik begrijp dat de Gezondheidsraad het eerste advies geeft en dat dit daarin wordt meegewogen. Gezondheid gaat wel iets breder dan alleen over wat je in je mond stopt; het gaat ook over leefomgeving en andere elementen.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Dat is een makkelijk antwoord. Ik ga citeren wat het Voedingscentrum als antwoord geeft op mensen die vragen hebben over wat nou precies die Schijf van Vijf is. Dan antwoord het Voedingscentrum: "Voedselkeuzes hebben niet alleen impact op onze gezondheid, maar ook op het klimaat, biodiversiteit en watergebruik. Gezond eten gaat niet alleen over ons lichaam, maar ook over de wereld waarin we leven. Als de richtlijnen alleen naar gezondheid kijken, negeren ze de gevolgen voor de toekomstige generaties. Duurzaamheid zorgt ervoor dat gezonde voeding ook beschikbaar blijft in de toekomst." Wat vindt de heer Lohman ervan dat het voedingscentrum dit soort antwoorden geeft?

De heer Lohman (CDA):

Voor een deel staat het in lijn met het antwoord dat ik gaf. De Gezondheidsraad weegt niet alleen wat je in je mond stopt, maar ook de leefomgeving. Als je dus dicht naast de snelweg woont, dan weet je dat dat mogelijk impact heeft op de gezondheid. Dat soort dingen worden dus meegewogen, begrijp ik. Volgens mij heeft het Voedingscentrum er geen geheim van gemaakt dat die brede afweging, dus inderdaad ook duurzaamheid, plaatsvindt. Daar hebben we nu een debat over. Mijn vraag aan de minister is ook: als je kijkt naar de historische ontwikkeling van de Schijf, wat is de opdracht die nu is meegegeven? En hoe kunnen we, als daar dan onrust over ontstaat, ervoor zorgen dat het vertrouwen hersteld wordt? Dat is namelijk wel een belangrijk richtsnoer voor consumenten om keuzes te kunnen maken.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Het is eigenlijk een nietszeggend antwoord, hetzelfde als wat ik net had. Ik ga u nog een stelling voorleggen. Iemand zegt op Instagram tegen het Voedingscentrum: dit was het Voedingscentrum, want kennelijk is het nu een klimaatcentrum. Het antwoord van het Voedingscentrum is: misschien moeten we onze naam dan maar aanpassen. Wat vindt de heer Lohman hiervan? Kunnen we er misschien een gesprek over voeren, dat we de subsidie dan meteen stoppen en dat we het Voedingscentrum aanpassen naar het Klimaatcentrum? Dat lijkt mij een goede, want dan kunnen we lekker de subsidie ergens anders vandaan trekken. Dit zijn de letterlijke teksten van het Voedingscentrum. We hebben het ook over mij en de minister op die manier. Zo heb ik er nog veel meer.

De voorzitter:

Oké. De heer Lohman.

De heer Lohman (CDA):

Ik ben geen medewerker van de helpdesk van het Voedingscentrum en kan ook niet weten of dat zo klopt, dus ik geloof u meteen, zeg ik via de voorzitter. Er worden twee suggesties genoemd. Het omdopen tot Klimaatcentrum lijkt mij niet iets waar ik voor zou zijn, dus het stoppen of verminderen van de subsidie ook niet.

De voorzitter:

U krijgt in ieder geval altijd de vraag gesteld als Kamerlid, het is altijd goed om even ... De heer Lohman, vervolgt u uw betoog? Mevrouw Dobbe, kan het binnen 30 seconden? Nee, dan stel ik voor dat de heer Lohman eerst zijn betoog afrondt. De heer Lohman.

De heer Lohman (CDA):

Even kijken, waar was ik?

De voorzitter:

Alles wat u heeft gezegd, heeft u gezegd, hoor.

De heer Lohman (CDA):

Wat zegt u?

De voorzitter:

Alles wat u al heeft gezegd, heeft u gezegd.

De heer Lohman (CDA):

Ik moest even kijken waar de streep stond.

De voorzitter:

Check.

De heer Lohman (CDA):

Voorzitter. Laten we niet vergeten voor wie de richtlijnen er zijn. Die zijn er niet voor de politicus in een talkshow of hier, die de persoonlijke voorkeuren ventileert en die misschien heel goed weet wat gezond is voor haarzelf, hemzelf of de mensen om hem heen. De richtlijnen zijn er voor de mensen die zoekend zijn, die willen afvallen, die sporten of kampen met gezondheidsproblemen. De opkomst van afslankpillen zoals Ozempic laat zien dat die behoefte er is. De Schijf is een ambitie en geen gebod. Het wordt ook veel gebruikt door voedingsdeskundigen en diëtisten om het advies te ondersteunen. Nogmaals, het gaat om een advies.

Voorzitter. Dan de Nutri-Score. Ik wil hier een lans voor breken. Het systeem is voor consumenten inderdaad niet altijd makkelijk te begrijpen. Daar ligt een grote communicatie-uitdaging. Maar de Nutri-Score stimuleert productverbetering aantoonbaar. Fabrikanten en retailers verlagen zout- en suikergehaltes en voegen meer groenten toe. Het zou goed zijn als grote internationale merken ook de Nutri-Score gaan invoeren. Het is namelijk een vrijwillig systeem. Wat kan de minister doen om deze bedrijven daartoe te verleiden? Is de minister bereid om consumentenvoorlichting over de Nutri-Score te versterken en zich in Europa hard te maken voor een publiek-privaat uniform systeem?

Tot slot. We weten dat sporten en bewegen helpt om ziektes te voorkomen, maar dat wordt in beleid te weinig meegewogen. Het CDA wil graag dat de minister sport opneemt in de richtlijn passend bewijs preventie, zodat er een realistische maatstaf komt voor wat we als bewijs accepteren. Hierop ook graag haar reactie.

Dan sluit ik af. Ik wens u zo meteen veel wijsheid bij het maken van uw lunchkeuze. Dank u wel.

De voorzitter:

U krijgt zo het woord, mevrouw Coenradie. Mevrouw Dobbe, binnen 30 seconden, uw allerlaatste interruptie.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik hoor het CDA zeggen dat sporten en bewegen heel belangrijk is om ziektes te voorkomen. Waarom kiest het CDA er dan voor om de stekker te trekken uit het Nationaal Sportakkoord, op het moment dat we ook de waarschuwingen zien ...

De voorzitter:

Ja, helder.

Mevrouw Dobbe (SP):

... van verenigingen en gemeenten dat dit gaat leiden tot minder mensen die aan het sporten zijn?

De voorzitter:

De vraag is duidelijk. De heer Lohman, het Nationaal Sportakkoord.

De heer Lohman (CDA):

Ik ga dit even agenderen bij degene die normaal gesproken deze portefeuille heeft. Ik heb even gekeken naar het bredere beeld van waar wij nou echt bezuinigen en of die bezuinigingen worden teruggedraaid. Volgens mij is dat een iets genuanceerder beeld dan net werd genoemd. Ik denk dat het misschien goed is om de aanmoedigingen mee te nemen van de minister om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat sport belangrijk blijft. Ik denk dat we daarmee de ambities die in het regeerakkoord staan kunnen halen.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Het is dan toch jammer dat dat hele begrip "Sportakkoord" helemaal geen lading heeft, terwijl we hier toch bij het debat over leefstijlpreventiebeleid zitten, maar goed. Ik denk dus dat het nodig en handig is als in ieder geval coalitiebreed iedereen hiervan op de hoogte is.

Ik ben ook wel even benieuwd naar het volgende. Er gaat wel 50 miljoen naar Sport, begreep ik zojuist van mevrouw Synhaeve. Waar gaat die 50 miljoen naartoe? Heeft het CDA daar wel zicht op?

De voorzitter:

Ik wijs de commissie er, even meer algemeen, op dat er van de week een sportdebat is aangevraagd. De bedoeling is om dat nog voor de zomer te hebben. Dat is goed om te weten. Er moet nog een brief komen. Maar mevrouw Coenradie heeft helemaal gelijk dat dit ook preventie raakt. Dat geef ik ook gelijk mee. De heer Lohman.

De heer Lohman (CDA):

Goed dat ik daarin ook een beetje door de voorzitter wordt ondersteund. Ik ben even buiten mijn portefeuille, maar ik begreep inderdaad dat het CDA daar een debat over heeft aangevraagd. Ik denk dus dat dit daar zeker op de agenda kan staan. Nogmaals, mijn inbreng laat zien dat wij sport belangrijk vinden. Wat dat betreft vindt u ons aan uw zijde.

De voorzitter:

U mag uw vraag nog even specificeren, want u zegt eigenlijk ...

Mevrouw Coenradie (JA21):

Mijn vraag is heel concreet: waar gaat die 50 miljoen naartoe?

De voorzitter:

Eigenlijk is de vraag: hoe wordt die 50 miljoen in het regeerakkoord ingevuld? Dat is de vraag aan de heer Lohman. Ik kan daar het antwoord op bedenken, maar dat moet u doen.

De heer Lohman (CDA):

Wilt u mij niet helpen, voorzitter? Als u gaat doorvragen op het specifieke antwoord, ga ik u dat verschuldigd blijven. Ik zit hier om iemand te vervangen. Ik kan het voor u opzoeken en dan kom ik erop terug. Ik zal dit ook meegeven aan degene die dat debat gaat doen namens het CDA. Excuses dat ik het antwoord dus niet heb, maar dat is wat ik u nu kan bieden.

De voorzitter:

Ik mag geen sportwoordvoerder zijn, want ik ben nu voorzitter, maar ik weet dat die uitwerking nog moet komen. Mevrouw Vliegenthart.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Onderzoek laat zien dat kinderen die opgroeien in armoede een slechtere gezondheid hebben. Recent was er weer een voorbeeld: kinderen in huurhuizen hebben vaker te maken met ernstige vormen van astma. Recent bleek uit onderzoek ook dat 100.000 kinderen in armoede leven. Mijn vraag aan de heer Lohman is als volgt. Als we kijken naar het coalitieakkoord en de plannen, zien we dat de armoede niet vermindert, maar juist stijgt. Is de heer Lohman het met mij eens, als wij echt willen werken aan preventie en aan die gezonde generatie, dat we ook moeten werken aan bestaanszekerheid? Hoe wil het CDA dat gaan doen?

De voorzitter:

Ja, en dat kort.

De heer Lohman (CDA):

U moet lachen, voorzitter?

De voorzitter:

Dat komt omdat het een hele brede vraag is.

De heer Lohman (CDA):

Ja, dus dit krijgt ook een breed antwoord. Ik denk dat we een gebalanceerd regeerakkoord hebben waarin, nogmaals, de investeringen in preventie voor een deel teruggeschroefd zijn. De bezuinigingen die er zijn geweest, worden voor een deel teruggedraaid. Wij vinden het belangrijk dat de rekening op een eerlijke manier verdeeld wordt. Dat hebben we gisteren ook laten zien tijdens het debat over het Midden-Oosten. Dus als er knoppen zijn waaraan we kunnen draaien om ervoor te zorgen dat de rekening inderdaad niet komt te liggen bij de mensen die dat niet kunnen betalen ... Zeker minder toebedeelde bevolkingsgroepen hebben over het algemeen te maken met de grootste druk, slechte voeding, ongezondheid en het gebrek aan toegang tot sport. Wat dat betreft ben ik het dus helemaal met u eens en wil ik graag kijken hoe we daar voortgang in kunnen brengen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn we gekomen bij de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Dat is mevrouw Wendel namens de VVD.

Mevrouw Wendel (VVD):

Dank, voorzitter. Ik zal u alvast teleurstellen: ik ga vandaag niet praten over de Schijf van Vijf. Dan weet u dat alvast.

Voorzitter. Een goede gezondheid is een voorwaarde om goed mee te kunnen komen op school en op het werk, om een bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving en om simpelweg gelukkig te kunnen zijn. Een gezonde leefstijl en leefomgeving kunnen veel gezondheidsproblemen voorkomen. Daarom zet de VVD in op preventie. Niet omdat wij ons als liberalen graag bemoeien met de manier waarop mensen hun leven inrichten, maar omdat we zien dat dit noodzakelijk is. Met de dubbele vergrijzing voor de deur hebben we simpelweg niet meer de luxe om preventie weg te zetten als betutteling. Het vorige kabinet heeft de samenhangende preventiestrategie gepresenteerd. Ik wil de minister allereerst vragen hoe zij daarnaar kijkt. Omarmt zij deze of zal ze deze wijzigen? Wanneer kan de Kamer hier meer duidelijkheid over verwachten?

Voorzitter. Zorgen voor een gezonde samenleving doet de VVD het liefst met zo min mogelijk wetgeving en zo veel mogelijk samen met onze ondernemers, waarbij we concrete stappen zetten en bedrijven die ook mee kunnen maken. In het ideale geval doet de sector aan zelfregulering. In het verleden hebben verschillende branches uitgewezen dit goed te kunnen. Denk bijvoorbeeld aan de alcoholbranche of aan het feit dat er veel minder zout in brood zit dan vroeger. Levert dat onvoldoende op, dan moet de overheid een actievere rol spelen, bijvoorbeeld door afspraken te maken met de sector. In het verleden zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt met fabrikanten en supermarkten over het gezonder maken van voeding en het meer promoten van gezonde producten. Wat de VVD betreft houden we de sector aan deze afspraken.

Een gezonde leefomgeving nodigt uit tot het maken van gezonde keuzes zonder dat we deze opleggen. De gezonde keuze moet ook de makkelijke keuze worden. Daarom wil ik de minister vragen om hierover verdere afspraken te maken met de branche. Ik doel bijvoorbeeld op de supermarkten. Bedrijven kunnen dat namelijk echt niet alleen; dat moet in gezamenlijkheid.

Voorzitter. Gemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid op het gebied van preventie. Er zijn al vele gemeenten met fantastische initiatieven. Zij worden daarin ook ondersteund. Het probleem is alleen dat het preventielandschap zo versnipperd is dat gemeenten door verschillende organisaties, ministeries en zelfs verschillende directies binnen ministeries worden ondersteund. Dit zorgt ervoor dat gemeenten struggelen met wanneer en hoe ze bepaalde zaken moeten doen, terwijl juist preventie met maatwerk bij gemeenten het beste werkt. Ik vraag de minister dan ook hoe we kunnen zorgen voor duidelijkheid bij gemeenten over wat er van hen wordt verwacht. Hoe kunnen we dit vanaf een centrale plek ondersteunen?

Tot slot, voorzitter, sociale media. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Spoiler alert. In een debat later vandaag zal ik ook beginnen over sociale media. Die hebben namelijk een enorm negatieve invloed, in het bijzonder op kinderen en jongeren. Online wordt veel desinformatie verspreid over bijvoorbeeld vaccinaties, hormonale anticonceptie en vruchtbaarheid. Algoritmen belonen deze extreme en polariserende content, waardoor die steeds maar weer blijft terugkeren.

Jongeren verliezen hierdoor de realiteit en feiten uit het oog. 85% van de artsen komt mensen tegen in hun spreekkamers die fysiek gevaarlijke keuzen maken door onlinefabels. Het condoomgebruik bij wisselende seksuele contacten keldert bijvoorbeeld razendsnel. 40% van de jongens en 46% van de meiden gebruikte geen condoom bij hun laatste losse bedpartner. Dit is een enorme terugval ten opzichte van het verleden. Daarnaast zijn er steeds meer vrouwen die geen hormonen willen gebruiken, mede vanwege angstaanjagende online-influencers die roepen dat hormonen vergif zijn en condooms onnatuurlijk. Tegelijkertijd zien we dat het aantal soa's stijgt.

Platforms gebruiken bewust verslavende algoritmes om mensen zo lang mogelijk te laten scrollen. De VVD wil dat grote platforms inzicht geven in welke algoritmes ze gebruiken. We willen ook een einde maken aan de verslavende algoritmes. Tegelijkertijd moeten de influencers die onbewezen gezondheidsclaims maken of zwaar bewerkte producten aanprijzen als gezond, een verplichte objectieve waarschuwing in beeld tonen. Medische desinformatie moet sneller door het algoritme worden weggedrukt. Ik wil de minister vragen wat zij gaat doen om desinformatie over hormonale anticonceptie en condooms tegen te gaan. Wat gaat zij doen om het gebruik van anticonceptie te bevorderen? Gaat de minister met de staatssecretaris in gesprek over de gevaren van desinformatie online over de gezondheid?

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u zeer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors een halfuur tot 12.10 uur. Ik zeg ook gelijk tegen de leden: we gaan daarna gewoon door tot het einde. Wat u ook gaat eten, eet smakelijk. Ik schors de vergadering.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. We gaan verder met het commissiedebat Leefstijlpreventie. We zijn nu gekomen bij de beantwoording van het kabinet in de eerste termijn. Ik geef minister Hermans zo het woord en zij neemt ons eerst mee in de blokken. Voor ik dat doe, stel ik maximaal drie interrupties voor zonder een vierde, dus gewoon drie. De eindtijd is 14.00 uur. Vijf minuten uitloop zou kunnen, maar dat ga ik u niet aandoen. Ik ga proberen te sturen op 14.00 uur, maar daar heb ik u ook voor nodig. Ik geef de minister het woord.

Minister Hermans:

Voorzitter, dank. Ik zal eerst de volgorde van mijn blokjes toelichten. Ik begin met een aantal algemene vragen die zijn gesteld over de preventiestrategie en het preventiebeleid. Dan kom ik op alle vragen over tabak en vapen. Daarna beantwoord ik de vragen over voeding, inclusief de Schijf van Vijf. Vervolgens kom ik bij kindermarketing en daarna heb ik een mapje overig. Daarin zitten vragen over allerlei verschillende onderwerpen, zoals de vragen over hitte van lid Kostić, de influencers en seksuele gezondheid.

De voorzitter:

Oké, dan weet u dat alvast en hoeft u niet elke keer te informeren of uw vraag nog komt. Voor de antwoorden op alle losse vragen wachten we dus op het laatste blok.

Minister Hermans:

Ik begin met de vraag van de heer Lohman over hoe ik aan de slag ben met de afspraken uit het coalitieakkoord. Daarmee beantwoord ik ook de algemene opmerkingen die zijn gemaakt over het belang van preventiebeleid en van een brede inzet daarop, omdat we met z'n allen de beweging willen maken naar gezondheid en de gezondste generatie. We willen van behandelen naar voorkomen. In het coalitieakkoord is daar een heel aantal afspraken over gemaakt. Denk aan gratis schoolfruit — ik kom zo nog op de vraag van het lid Kostić daarover — aan het wetsvoorstel Kindermarketing waarover vragen zijn gesteld, en het verhogen van de leeftijdsgrens voor nicotinehoudende producten naar 21 jaar. We zijn nu bezig met de vertaling van de beleidsvoornemens in wetgeving en regelgeving. Dat doe ik allemaal vanuit de samenhangende preventiestrategie, zeg ik ook tegen mevrouw Wendel. Ik ga daar gewoon mee door.

Ik werk vanuit de gedachte om in te zetten op de omgeving waar kinderen zijn, dus waar ze opgroeien, leven, leren en wonen, omdat je daar de grootste impact kan maken. Ik vind dat het een goede strategie is en dat is de reden dat ik het nu niet op z'n kop ga zetten of iets nieuws ga maken. De maatregelen in het coalitieakkoord passen er goed in. Daarnaast vergen preventiebeleid en de maatregelen die we hebben genomen vaak een lange adem om tot resultaten te komen. Dat is dus niet gebaat bij steeds een nieuwe strategie of een nieuwe aanpak vanuit mij. Daarom werk ik verder vanuit de samenhangende strategie. Ik kom zo op een aantal maatregelen waarnaar u gevraagd heeft. Ik denk wel dat het aan ons gezamenlijk is om te kijken met welke maatregelen we zo snel mogelijk de meeste impact kunnen maken. Dat betekent dus prioriteiten stellen en beslissen waar we als eerste op inzetten en wat later kan worden gerealiseerd.

Voorzitter. Mevrouw Van Meetelen vroeg mij op verschillende manieren naar mijn visie op het preventiebeleid en met name het normeren. Als ik het me goed herinner, vroeg ze wanneer de overheid nu een gezondheidsscheidsrechter is en wanneer normeren doorslaat naar betuttelen. Dat is volgens mij ook het woord dat mevrouw Coenradie en mevrouw Moinat gebruikten. Het preventiebeleid bestaat uit een aantal onderdelen: voorlichten, goed informeren over wat gezond is, wat gezonde keuzes zijn en hoe je die makkelijker kunt maken. Soms hoort daar ook normeren bij. Bij normeren kiezen we gericht voor ontwikkelingen in de samenleving die grote negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid of grote gezondheidsrisico's met zich meebrengen. Dan vind ik dat normeren gerechtvaardigd kan zijn. Je moet het natuurlijk altijd onderbouwen en je moet er goed over nadenken, maar ik ben er dus niet op voorhand op tegen.

We zien in onderzoeken dat mensen met een lagere sociaal-economische status — sorry voor de beleidsmatige term — minder lang in goede gezondheid leven en eerder komen te overlijden. Ik vind dat wij in een land als Nederland en een samenleving als de onze een verantwoordelijkheid hebben om daar iets aan te doen en daar maatregelen tegen te nemen. Vanuit die verantwoordelijkheid, die ik voel en zie, vul ik het preventiebeleid in langs de verschillende lijnen en assen.

Voorzitter. Vanuit mijn optiek helpt de overheid om condities te scheppen, randvoorwaarden te creëren en soms ook om te zeggen wat we wel en niet normaal vinden. Dat doen we op grond van wetenschappelijke inzichten, zodat we mensen goed kunnen informeren en op die manier in staat stellen om goedgeïnformeerd gezondheidskeuzes te maken. De wetenschap is voortdurend in beweging en kennis wordt telkens aangevuld en verbeterd. In het kader van de Schijf van Vijf zal ik daar nog nader op ingaan. Wij willen informeren op basis van actuele kennis. Dat doen we niet altijd zelf, er zijn ook heel veel andere partijen in het land bij betrokken. Het is ook goed dat zij dat doen vanuit hun onafhankelijke rol en positie.

Voorzitter. Ik kom bij de vragen over tabak en vapen. Ik begin met vapen. Mevrouw Vliegenthart begon over de grote illegale markt op het gebied van vapen; anderen noemden die ook. Twee weken geleden heb ik een onderzoek hierover naar de Kamer gestuurd. Het zijn verontrustende cijfers, die helaas passen in een trend die we al een tijd zien. Dat vraagt om maatregelen. Het zijn maatregelen die al eerder zijn aangekondigd en die opnieuw zijn bevestigd in het coalitieakkoord. We gaan samen met de minister van Justitie nog een aantal aanvullende stappen in kaart brengen, want dit vraagstuk vraagt veel van onze aandacht en inzet.

Mevrouw Coenradie vroeg mij of de bevoegdheden van de NVWA en de extra middelen die zijn aangekondigd voldoende zijn of dat er aanvullende maatregelen genomen moeten worden. We hebben 3 miljoen extra voor de NVWA. Die middelen zijn beschikbaar en gaan helpen bij de stappen die we al hebben gezet, zoals het smaakjesverbod. Daar kan dan intensiever op worden ingezet en op worden gehandhaafd. Aanvullend werken we aan een wetsvoorstel over de mogelijkheid om in te grijpen op het in voorraad hebben van vapes. Nu is die mogelijkheid er alleen als we zien, en de NVWA ook kan aantonen, dat ze worden verhandeld. Daarnaast werken we aan het verhogen van de boetes. Ik kom zo nog terug op een vraag over het bedrag en de effectiviteit daarvan

Tegen mevrouw Coenradie zeg ik: we zetten nu stappen, we werken de aanvullende maatregelen uit. Dat doe ik in heel nauw overleg met de NVWA. Het hangt ook samen met de opmerking die ik net maakte. We willen een heleboel; er zijn heel veel maatregelen die potentieel goed zijn en effect kunnen hebben, maar we kunnen niet alles tegelijk doen. Het kost ook tijd om alles uit te werken in wetgeving. We moeten daarom, in overleg met elkaar, kijken waar je het snelst de meeste impact kunt hebben en waar we met prioriteit voor gaan kiezen. Met die uitwerking ben ik nu bezig en ik zal nog voor de zomer met een brief komen waarin ik uiteenzet hoe ik de uitwerking van die maatregelen zie.

Ik zeg tegen mevrouw Vliegenthart dat ik in die brief ook zal ingaan op de moties die zij bij het tweeminutendebat heeft ingediend over de three strikes out. Ze vroeg daar net naar en ook naar de hoeveelheid van het in voorraad hebben. Dat zijn allemaal maatregelen waarvan ik me kan voorstellen dat ze effect hebben. De vraag is hoe het zit met de balans. Het vraagt een precieze en zorgvuldige weging, juist ook met de NVWA, die hierop moet kunnen handhaven. Nogmaals, voor de zomer kom ik met een brief.

Dan kom ik bij de verhoging van de boetes en de vraag bij welk boetebedrag het daadwerkelijk gaat werken. Mevrouw Vliegenthart schetste wat in een artikel van de NOS werd beschreven en wat ik zelf ook hoorde van NVWA-inspecteurs toen ik twee weken geleden mee was naar een inspectie, namelijk dat er een kosten-batenanalyse wordt gemaakt. Dat klinkt heel wrang, als ik dat zo hardop zeg, maar het is wel wat er gebeurt. Dat is een van de redenen waarom we de boetes willen verhogen, zodat ze ook echt een afschrikwekkend effect hebben.

In het wetsvoorstel waaraan we werken, moet je regelen dat je de boete maximaal kan verhogen. Vervolgens kan je in het besluit daaronder de boetes daadwerkelijk verhogen. Dat doe ik samen met de NVWA. Ik heb me wel aan het wettelijk kader te houden zoals dat in de Algemene wet bestuursrecht is geregeld. Ik kan hier daarom niet zomaar één bedrag noemen. Mevrouw Vliegenthart kan er wel van op aan dat ik, op grond van het wettelijk kader en binnen de ruimte die er is, met de NVWA het gesprek voer over wanneer het afschrikwekkend is. Daar hoort ook de handhavende capaciteit bij. Bij de inspectie waar ik bij was, werden vapes met een smaakje gevonden. Ik zag toen dat de betreffende verkoper pas aansloeg op het moment dat de boetes werden genoemd. Los van de vraag of die hoog genoeg waren, is het niet genoeg om te weten dat je een boete kan krijgen. Je moet hem ook daadwerkelijk opgelegd krijgen.

Voorzitter. In het vapevraagstuk speelt de online verkoop een rol, met name via socialmediakanalen. Mevrouw Dobbe en mevrouw Vliegenthart stelden er vragen over. Zij vroegen hoe het staat met het onderzoek van de ACM en wat we specifiek doen tegen een socialmediaplatform als Snapchat. De Europese Commissie is onlangs een formeel onderzoek gestart naar Snapchat. Ze nemen het onderzoek van de ACM over. De ACM zal wel aangehaakt blijven. In de DSA-richtlijnen staat dat de Europese Commissie formeel bevoegd is om onderzoek te doen naar de allergrootste platforms. Ik ken de exacte tijdlijn niet. Ik kan wel toezeggen dat ik de Kamer zal informeren zodra ik daar iets over hoor. Ik vind het belangrijk om dat onderzoek af te wachten, want dat geeft mij het kader voor de maatregelen die we kunnen nemen. Mevrouw Vliegenthart verwees naar wat jongerenwerkers online al doen. Dat soort initiatieven juich ik alleen maar toe en draag ik een warm hart toe, want ik denk dat we zeker niet stil kunnen zitten in de tussentijd.

Mevrouw Dobbe vroeg mij naar de websites.

De voorzitter:

Voor u verdergaat, is er een interruptie van mevrouw Vliegenthart.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Die onderzoeken duren waarschijnlijk ontzettend lang. Het zijn langdurige trajecten en dat is ook begrijpelijk. Ik vind het mooi dat de minister zegt dat jongerenwerkers daar in de tussentijd een rol in kunnen spelen, maar mijn vraag was ook welke rol de minister zelf wil spelen. Er zijn nu initiatieven van lokale jongerenwerkers om de weerbaarheid van jongeren te vergroten tegen de online verkopen. Welke rol ziet de minister voor zichzelf om het niet bij de lokale initiatieven te laten, maar het breder uit te rollen of dat in ieder geval te onderzoeken?

Minister Hermans:

Ik trek het even iets breder naar de vraag die mevrouw Synhaeve ook stelde. Volgens mij zie ik daar de fractie Geel van het jongerendebat op de tribune zitten. Klopt dat? Ja toch? Met hen heb ik vorige week een debat gevoerd dat hierover ging, maar dan breder, namelijk over de vraag hoe jongeren geholpen en ondersteund kunnen worden in het maken van de gezonde keuzes. Daar hoort ook bij: niet gaan vapen en die smaakjes niet kopen. Er werd ook gezegd: maak gebruik van influencers of mensen die voor ons een voorbeeld zijn en naar wie wij luisteren. Dat zijn niet per se wij als politici, gek genoeg. Ik heb dat in mijn oren geknoopt. Ik heb aan de fractie Geel beloofd dat ik het gesprek zal voeren met het programma Jongeren Op Gezond Gewicht en met de Gezonde School over hoe we hier invulling aan kunnen geven. Ik zeg dat ook tegen mevrouw Synhaeve. Daarnaast heb ik de fractie Geel beloofd dat we in het najaar nog een keer een gesprek met elkaar voeren over de stand van zaken. Ik zie namelijk wel een verantwoordelijkheid om hierin een rol te spelen via de programma's die we hebben.

Ik weet niet of het altijd zo is dat het nationaal ook werkt als iets lokaal goed werkt en je het opschaalt. De jongerenwerkers uit het voorbeeld van mevrouw Vliegenthart zijn sterk ingebed in structuren, in wijken en buurten. In de ene wijk kan de dynamiek anders zijn dan in de andere. Het is wel mogelijk om er algemene lessen uit te trekken en er succesvoorwaarden uit te halen die behulpzaam kunnen zijn. Als ik het zo mag toezeggen aan mevrouw Vliegenthart: ik betrek het bij wat ik vorige week in het Nationaal Jeugddebat heb toegezegd. Ik zal daar dan uiteraard ook op terugkomen.

Ik ga door naar de websites. Mevrouw Dobbe vroeg waarom ze niet worden stopgezet. Dat gebeurt. De NVWA sommeert websites om te stoppen als de NVWA constateert dat er illegale vapes worden verkocht. Er zijn websites op zwart gegaan. Het cynische is dat er heel snel op andere plekken weer andere websites oppoppen of dat ze terugkomen. Het aanpakken van buitenlandse websites is een heel lastig vraagstuk, ook voor de NVWA. Dat moet Europees worden aangepakt. Het is een van de dingen waar Nederland in Europa op inzet rond aanpassing van de tabaksproductenrichtlijn.

Mevrouw Dobbe vroeg naar de uitvoering van de motie-Dobbe/Krul over postbedrijven en pakketjes met illegale vapes en vapes met smaakjes. Vorig jaar juli heeft mijn voorganger een brief gestuurd over die motie. Naar aanleiding van de motie heeft de NVWA het volgende met de bezorgdienst afgesproken. Zodra de bezorgdienst signaleert dat er mogelijk sprake is van verboden nicotinezakjes of vapes die worden verstuurd vanuit een bepaalde afzender, geven ze dat door aan de NVWA zodat die daar actie op kan ondernemen. Ik snap dat mevrouw Dobbe zegt dat daarmee nog niet alles eruit wordt gehaald. Dat klopt, want je kunt het niet aan alle pakjes zien. Maar bij een vermoeden wordt er ingegrepen en wordt het signaal doorgegeven aan de NVWA.

De voorzitter:

Mevrouw Dobbe, u wilde interrumperen? Ja.

Mevrouw Dobbe (SP):

Het verbaast mij echt. Die motie is al een tijd geleden aangenomen. Toen heb ik al een aantal websites bezocht. Ik rook niet, ik vape niet en ik wil ook niet dat iemand dat gaat doen en ik vind die smaakjes oprecht heel smerig. Maar je kan die producten zo ontzettend makkelijk krijgen. Ik heb toen verschillende websites bekeken. Ik heb zelfs, voor de eerste en laatste keer in mijn leven, een vape besteld met een exotische wild-berrysmaak. Ik heb hem betaald met iDEAL en in de Tweede Kamer laten afleveren. Die website staat nog steeds online. Ik heb de site toen gemeld bij de NVWA, nadat ik de vape had weggegooid. Ik heb het gemeld, maar de website staat nog steeds online en je kan nog steeds betalen met iDEAL. Hoe kan het dat de website nog steeds online staat? Welke bevoegdheden heeft de NVWA dan precies? Ik snap dat ze kunnen sommeren, maar hoeveel tijd gaat eroverheen? Kunnen ze bijvoorbeeld ook snel zelf zo'n IP-adres blokkeren? En iDEAL moet natuurlijk wel een overeenkomst sluiten met een bedrijf om de diensten aan te bieden, dus waarom doet iDEAL dat en waarom doen de banken dat nog steeds? De minister ging in op de postbedrijven, maar de banken werken ook mee aan betaling van evident illegale producten.

Minister Hermans:

Ik ben het helemaal met mevrouw Dobbe eens. Als je dit voorbeeld zo beluistert, gaat er op allerlei fronten iets mis. Wij vinden het evident niet kloppen en het mag ook niet. De smaakjes zijn verboden. Kennelijk is er een construct gemaakt waarmee dingen worden omzeild. Mevrouw Dobbe vroeg me onder andere naar de snelheid waarmee de NVWA kan ingrijpen en hoe de link met de banken is gemaakt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet exact weet wat het antwoord is op die vragen. Dit voorbeeld van mevrouw Dobbe roept bij mij wel direct allerlei vragen op over wat we wel en niet doen en of hierover contact is of overleg plaatsvindt, maar ik weet het niet. Het zijn vragen die door mijn hoofd gingen. Misschien kan ik met mevrouw Dobbe afspreken dat ik deze vragen uitzoek.

Ook indachtig de reactie op de motie-Dobbe/Krul wil ik met dit voorbeeld in de hand uitzoeken of we er alles uitgehaald hebben of dat we nieuwe technieken kunnen vinden. Het cynische met al deze businessmodellen is dat er steeds nieuwe dingen worden bedacht. U en ik snijden ze de pas af door een wet of door een afspraak met de NVWA en het volgende moment wordt er alweer iets nieuws verzonnen. Als ik deze toezegging met mevrouw Dobbe kan afspreken, doe ik dat graag. Eigenlijk moet ik zeggen "liever niet", want liever zijn we hier niet mee bezig, maar het moet nu eenmaal.

De voorzitter:

De toezegging staat genoteerd. Heeft u een idee wanneer het komt? Die vraag ga ik vaker stellen, maar eigenlijk wil ik hem niet vaker stellen. U kunt gewoon steeds zeggen: het komt dan en dan.

Minister Hermans:

Voorzitter, dat weet ik, maar ik bedenk ook weleens terwijl ik antwoord dat ik iets een terecht punt vind. Daar wil ik dan graag nader op ingaan en het verder uitzoeken. Ik begrijp dat mevrouw Dobbe dan het liefst morgen die brief zou willen hebben, maar dan … Ik moet dat altijd even netjes afstemmen.

De voorzitter:

Ik vraag gewoon een redelijke termijn.

Minister Hermans:

We nemen dit mee in de tabaksbrief voor de zomer.

De voorzitter:

Oké. Check. Ja, mevrouw Dobbe, in tweede instantie.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dat is heel fijn, want ik ben zelf ook heel benieuwd hoe dit precies zit. Zoals u misschien heeft gezien, zijn we samen met de ChristenUnie bezig met initiatiefwetgeving voor gokreclames. We kijken daarbij ook naar het sneller op zwart zetten van websites. Er valt veel te leren van de methodes die worden gebruikt bij een ander en heel naar onderwerp, namelijk kinderpornowebsites. Die laten ze ook niet een halfjaar in de lucht om eerst te sommeren et cetera. Het gaat immers om evident illegale content. Het is fijn als de minister dat wil meenemen in de brief. Wellicht moeten we nog iets veranderen om dezelfde procedures toe te kunnen passen en de NVWA daar bijvoorbeeld extra bevoegdheden voor te geven. Verder ben ik geïnteresseerd in wat er precies is gedaan richting de banken en wat de minister gaat doen met iDEAL. Neemt de minister dat ook mee in de brief?

De voorzitter:

Ik heb het vermoeden dat de minister dat ook meeneemt.

Minister Hermans:

Ik wil dat even allemaal bij elkaar nemen, want dan kan ik een volledig antwoord geven. Ik zal ook de suggestie van mevrouw Dobbe overnemen over hoe het bij andere onderwerpen gaat.

Voorzitter. Dan heb ik een vraag van mevrouw Synhaeve over IQOS. Ik ben het helemaal met mevrouw Synhaeve eens dat dat ook heel schadelijk is voor de gezondheid, ook al worden er weleens andere suggesties gewekt. Het blijft een tabaksproduct, met alle gevolgen van dien. Ook voor een verhittingsapparaat en de tabaksticks die daarin gebruikt worden, gelden strenge regels. Er wordt accijns geheven op de tabaksticks. Ik dacht dat mevrouw Synhaeve mij vroeg of dat zo is, en dat is dus zo.

Mevrouw Vliegenthart vroeg naar het afstandscriterium. Zij schetste het ongemakkelijke van de situatie. Ze gebruikte er betere woorden voor, maar ik ben het er helemaal mee eens dat het niet goed voelt dat verkooppunten van tabak en vapes vlakbij scholen staan. Met een afstandscriterium kan je de vestiging inperken. Om dat te regelen, moet dat passen binnen strenge en ook Europese vestigingsregelgeving. De Dienstenrichtlijn is daarin belangrijk. Dit is een van de maatregelen waarover ik zojuist zei dat ik me er veel bij kan voorstellen en waarbij we ons goed moeten afvragen, gezien alles wat we willen regelen, wat we als eerste willen doen en wat later in de tijd kan. Ik kom hierop terug in de brief, zoals ik heb beloofd. Ik zal dan ook schetsen wat keuzes betekenen voor de snelheid en welke keuzes mogelijk een vertragend effect kunnen hebben op het indienen van het wetsvoorstel. Ik begrijp dit punt wel heel goed.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Ik wil toch nog even de urgentie hiervan benadrukken. We hadden hier dinsdag tientallen artsen staan die dagelijks in hun spreekkamers bij onze jongeren de gevolgen zien van vapen. Zij zeggen heel duidelijk dat de maatregelen die nu worden genomen goede stappen zijn, maar als we er echt voor willen zorgen dat we die kinderen niet meer in de spreekkamer zien met die afschuwelijke gevolgen, dan moeten die tabakszaken weg uit de buurt van scholen. Nogmaals, 300 scholen hebben een tabakszaak binnen 250 meter van de school. In de brief van 18 december ging het veel over de Europese regelgeving en over het vergunningsstelsel. In die brief zie ik ook staan dat het afstandscriterium met beperkende voorwaarden kan worden opgenomen in de Tabaks- en rookwarenwet. Dan is er een afstandscriterium mogelijk. Ik wilde nog extra de urgentie benadrukken. Het is zo duidelijk dat het een van de maatregelen is die echt werkt en die dus ook kan. Het gaat om keuzes over hoe we de jeugd beschermen.

Minister Hermans:

Die urgentie deel ik volledig. Ik sprak met een longarts die een aantal vreselijke voorbeelden noemde, dus ik heb de urgentie heel scherp op het netvlies. Ik vind ook dat we snel met wetgeving moeten komen om dat wat we kunnen doen en wat we aan banden kunnen leggen, zo snel mogelijk te regelen. Sommige dingen vergen in de uitwerking meer tijd, dat is mijn punt. Dit punt ken ik, ik weet het, ik heb het toegezegd en daar blijf ik bij.

Voorzitter. De heer Van Houwelingen zei dat het beleid de afgelopen jaren geïntensiveerd is, maar dat je geen versnelde daling ziet van de rookprevalentie. We zien een langjarige dalende trend in roken onder volwassenen. Die trend wil je doorzetten en daarom kunnen we het niet stilzetten. Het beleid moet doorgaan, ook beleid dat is gericht op jongeren. Een aantal van de grote maatregelen die zijn genomen en waar we voor staan, zijn maatregelen die soms wel even tijd nodig hebben om hun effect te laten zien. Ik zei dat al in mijn inleiding. We hebben het beleid dus geïntensiveerd, daar zien we de effecten van. Er is geen garantie dat het zo blijft en daarom moeten we daarop blijven inzetten.

In het verlengde hiervan merkte de heer Van Houwelingen op dat er ook veel naar het buitenland verschuift en soms richting de illegaliteit. Dat is waar, dat gebeurt ook. Dat is inherent aan het verbieden of het duurder maken van dingen, of het ingewikkelder maken om ze aan te schaffen. Afgezet tegen de effecten die we zien op de rookprevalentie en dus op gezondheid, maakt dat de weging is dat we doorgaan met het beleid. We zullen zelfs met een aantal aanvullende maatregelen komen.

Voorzitter. De heer Van Houwelingen vroeg mij nog specifiek naar de accijnsverhoging en de grenseffecten. Accijnsverhoging wordt internationaal gezien als de meest effectieve manier om tabaksgebruik terug te dringen. We zien ook dat het accijnsbeleid op tabak niet eenduidig is. Het verschilt in de landen om ons heen, met alle gevolgen van dien. Dat is een reden waarom we bij de herziening van de Europese tabaksproductenrichtlijn onder meer inzetten op hogere minimumtarieven, juist om die grenseffecten tegen te gaan.

Voorzitter. Tot slot vroeg de heer Van Houwelingen mij of ik nog bereid ben om een integrale ex-post evaluatie uit te voeren waarin ik ook de grens- en substitutie-effecten meeneem. We hebben in 2020, 2023 en 2024 een aantal accijnsverhogingen doorgevoerd. Het RIVM en de Douane hebben steeds op die momenten bij elk van die verhogingen de effecten op het gebruik en de herkomst van in Nederland gerookte sigaretten onderzocht. Dus we hebben daar een goed beeld van. Ik zie nu geen reden of aanleiding voor aanvullend onderzoek.

De voorzitter:

U bent aan het einde van het blok tabak gekomen. Dan gaan we naar het volgende blok: voeding en Schijf van Vijf. Voordat we dat doen, mevrouw Synhaeve nog?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ik dacht, ik wacht even tot het eind van het blokje. Ik wil nog even stilstaan bij die IQOS-sigaretten. Ik hoor de minister zeggen: we zien dat de tabaksindustrie steeds nieuwe dingen bedenkt. Dat betekent dat wij ook een tandje sneller moeten zijn. De minister onderschrijft dat IQOS een heel schadelijk product is. De artsen die hier afgelopen dinsdag waren, zeiden dat een pakje €6 kost. Ik kan me voorstellen dat er wellicht al een stukje accijns op geheven wordt. Maar dan is het wel een heel groot verschil tussen de kosten van één zo'n pakje met twintig IQOS-sigaretten en een gewoon pakje sigaretten. Zou de minister daar later — dat hoeft niet nu in dit debat — nog even op terug kunnen komen? Hoe kunnen we ervoor voor zorgen dat dat verschil niet meer zo groot is?

De voorzitter:

Tabaksbrief?

Minister Hermans:

Misschien mag ik er twee dingen over zeggen. We hebben tabaksaccijnzen op sigaretten per stuk en tabaksaccijns op tabak, op shag. De hoogte van die accijnzen loopt uiteen en de tabakssticks vallen onder de shagaccijns, als ik het even huiselijk mag zeggen. De afgelopen jaren is er bij de accijnsverhogingen op ingezet om dat verschil te verkleinen, maar er is nog steeds verschil. Daar heeft mevrouw Synhaeve gelijk in. Dus ja, er wordt accijns geheven, maar het is minder dan op dat pakje. Ik kan in de brief waarin ik inga op alle punten waarover ik het zojuist met mevrouw Dobbe had, hier nog nader op ingaan. Ik kan de feitelijke informatie even delen met de Kamer: wat was het verschil en waar zijn we nu?

Voorzitter. Dan kom ik bij alle vragen die aan mij zijn gesteld over voeding. Ik begin met een aantal algemene vragen en dan ga ik zo in op de Schijf van Vijf.

Ik begin met de vraag van mevrouw Wendel over de gezonde keuze en of ik daarover afspraken ga maken met de supermarkten. Wij zijn daarover in gesprek met supermarkten, omdat we zien dat de verhouding tussen gezond en ongezond aanbod en marketing van supermarkten uit balans is. Dat zorgt voor veel verleiding om voor ongezonde producten te kiezen. In samenwerking met supermarkten maken we een rapportage waarin we op een eenduidige, uniforme wijze laten zien wat het aandeel van de Schijf van Vijf-producten is en hoe dat wordt verkocht in supermarkten. Die rapportage wordt voor de zomer gepubliceerd. Die maken we op basis van bestaande data, dus het is geen nieuwe administratie of wat dan ook. We doen dat omdat ook een heel aantal supermarkten hun verantwoordelijkheid zien op dit onderwerp en hier ook mee aan de slag willen. Dat blijkt ook uit doelen die supermarkten zelf gesteld hebben voor de groei van het percentage van de Schijf van Vijf-producten in hun verkoop. Ik zie dit als onderdeel van hoe je nu die gezonde keuze gemakkelijker maakt.

Voorzitter. Mevrouw Wendel vroeg of influencers verplicht worden om waarschuwingsboodschappen te tonen bij onbewezen gezondheidsclaims. Het vorige kabinet is al begonnen met het vormgeven van een strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie. De Kamer is afgelopen november over de contouren daarvan geïnformeerd. Het VWS-deel, het volksgezondheidsdeel, is een van de onderwerpen die nader uitgewerkt moeten worden. Daar werk ik op dit moment aan. Ik sta open voor voorstellen of ideeën om de regels voor influencers aan te scherpen. Influencers kunnen een hele goede en positieve rol vervullen, zoals ik zojuist met mevrouw Vliegenthart wisselde en vorige week in het Nationaal Jeugddebat. Maar het kan natuurlijk ook de andere kant opgaan. Je moet daar een hele goede balans in vinden. Verplichte waarschuwingsboodschappen kunnen dan een vorm zijn. Ik vind ook dat platformen meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor beslissingen die zij maken bij het aanbevelen van berichten. Het kabinet heeft kortgeleden bij de Europese Commissie aandacht gevraagd voor het verduidelijken van regels voor influencers. Wij wachten nu de voorstellen van de Europese Commissie af. Ik verwacht ze in het najaar en dan kan ik er ook verder op terugkomen in het verlengde van deze vraag.

De heer Lohman (CDA):

Ik had een vraag over de supermarkten. Ik herken het beeld dat supermarkten zelf pogingen doen om een gezonder, diverser aanbod neer te leggen, zowel het plantaardige als biologische aanbod. Ze doen zelf ook pogingen om het gezondheidsaanbod te veranderen. Ik spreek met supermarkten en dan hoor ik dat er een soort van firstmoversprobleem is. Het is nodig dat ze gezamenlijk afspraken gaan maken. Want op het moment dat er ergens gestopt wordt met het stunten rondom bepaalde producten, zorgt dat voor een concurrentieverschil. Ziet de minister voor zichzelf een rol bij het weer eens met supermarkten in gesprek gaan om te kijken hoe we nu gezamenlijk die doelstellingen gelijkstellen en daar ook gezamenlijk meer resultaat in behalen?

Minister Hermans:

Wij zitten met supermarkten om de tafel. Ik denk zelf dat die monitor, of die rapportage waarover ik het had, belangrijk is. We hebben dan voor ons liggen hoe die verkoop eruitziet. Hoe kunnen we nu stappen zetten vanuit de ambitie die in ieder geval een aantal supermarkten heeft? Maar ik moet hier oppassen. Ik kan dit stimuleren, ik kan dit motiveren, ik kan dit aanjagen, maar bij het maken van afspraken kom je ook snel in een type afspraken dat ik, weer vanuit allerlei andere wet- en regelgeving, niet kan of mag maken. Omdat bij een heel aantal supermarkten de overtuiging is dat hier iets moet gebeuren, heb ik er vertrouwen in dat we hier stappen kunnen zetten. Mocht dat toch onvoldoende blijken, dan zullen we met elkaar moeten kijken hoe we daar die gezonde keuze nog beter voor elkaar kunnen krijgen.

De voorzitter:

Want u gaat ook naar de beantwoording van de vragen. Tenzij het een nieuwe vraag is, want er worden ook nog vragen beantwoord. Ik stel toch voor, omdat er heel veel vragen zijn gesteld, om de minister even te laten antwoorden voordat we er nu al bovenop springen. Minister, u mag nu nog even.

Minister Hermans:

Voorzitter, dank. De heer Lohman vroeg of ik bereid ben om de voorlichting over de Nutri-Score te versterken. Bij de invoering van die Nutri-Score in 2024 is er een publiekscampagne geweest met een positieve evaluatie. Eind 2025 is via social media landelijke voorlichting over die Nutri-Score herhaald. In afstemming met de supermarkten zijn ook nog specifieke communicatie-uitingen gemaakt om consumenten in de winkel en bij het online boodschappen doen te informeren over de Nutri-Score. Het belang en ook het positieve effect hiervan blijf ik bij supermarkten onder de aandacht brengen in dat gesprek waar ik zojuist naar verwees.

De heer Lohman vroeg mij of ik bereid ben mij in Europa hard te maken voor een verplicht, uniform systeem. Ja, dat ben ik. Zo'n verplicht, geharmoniseerd systeem van een voedselkeuzelogo maakt natuurlijk ook het vergelijken makkelijker, en zorgt ook voor een gelijk speelveld voor bedrijven op dit punt. Op dit moment laat de wetgeving alleen een vrijwillig gebruik van voedselkeuzelogo's toe. Door de Commissie is in de vorige periode een voorstel gedaan voor zo'n verplicht voedselkeuzelogo. Nederland heeft er samen met een aantal andere landen op ingezet daarmee door te gaan. Het voorstel is nog niet gepubliceerd, dus ik zal dit onder de aandacht blijven brengen. Zodra ik daar meer over weet, zal ik de Kamer erover informeren.

Mevrouw Dobbe vroeg mij of ik bereid ben om strengere regels te maken voor de voedingsindustrie. Het kabinet werkt aan de Nationale Aanpak Productverbetering. Die gaat over het verbeteren van de samenstelling van bewerkte voedingsmiddelen. Voor de zomer komen de eerste cijfers over de voortgang van die aanpak. Dan zal blijken of die inzet en die aanpak voldoende zijn om het doel te bereiken of dat er meer nodig is. Dat is even de stand van dit moment.

Voorzitter. Ik kom op de suikerbelasting. Mevrouw Synhaeve vroeg hoe we daarmee bezig zijn en hoe we ervoor gaan zorgen dat het instrument gaat doen wat het moet doen. Belangrijk uitgangspunt voor het kabinet is dat het effectief is voor wat betreft het effect op gezondheid, maar ook dat het uitvoerbaar is. Daar werk ik nu aan samen met de staatssecretaris van Financiën. We werken verschillende scenario's uit. We hebben een verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken. Houd je die nu? Moet je die omzetten naar een belasting op basis van suiker? Dat betrek ik ook allemaal in die scenario's die wij uitwerken. Ook hierover krijgt de Kamer nog voor de zomer een brief. Dat is dan nog niet een wetsvoorstel, zeg ik erbij, maar wel een aantal uitgangspunten en keuzes waar we dan voor staan.

Mevrouw Synhaeve vroeg hoe ik ervoor ga zorgen dat die suikertaks vooral landt bij de producent en niet bij de consument. Het doel van de maatregel is producten onaantrekkelijker te maken en daarmee gezondheidswinst te behalen. Bij de vormgeving houden we dat in ons achterhoofd. Ik zei al dat het effect op de gezondheid van groot belang is. In de verschillende scenario's, de verschillende opties, houden we hier rekening mee.

Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van het lid Kostić welke concrete doelen ik stel om Nederlanders te helpen bij een gezonder voedingspatroon. Een aantal van u heeft een paar keer, en heel terecht, in het debat gezegd dat gezonde voeding, gezond eten een heel belangrijk aspect is in gezond opgroeien en gezond leven. We hebben een heel breed pakket aan maatregelen nodig om daarop in te kunnen zetten. Gezonde keuzes in de supermarkt of bij wat je eet zijn daar onderdeel van. Daarom blijven we inzetten op de productverbetering — ik zei dat net in de richting van mevrouw Dobbe – op goede informatievoorziening en ook op een gezonde voedselomgeving voor kinderen. Maar andere maatregelen zijn ook de suikerbelasting, het gratis schoolfruit en de wetgeving op het gebied van kindermarketing. Ik zal daar zo nog specifieker op ingaan. Dus we zetten daar via verschillende invalshoeken stappen. Daarmee werken we aan de ambitie van de gezondste generatie.

Het lid Kostić vroeg of ik mij ervoor wil inzetten dat het gratis schoolfruit biologisch schoolfruit wordt. Dat is een begrijpelijke vraag. Wij werken nu uit hoe we dat schoolfruit, ook met het beschikbare budget, zo goed mogelijk kunnen organiseren. Daarbij gaan we natuurlijk uit van het gezondheidsperspectief, maar we moeten ook een aantal inhoudelijke en praktische overwegingen mee laten spelen. Die discussie loopt nu en ik kom er bij het lid Kostić op terug hoe dat eruit komt te zien. Ik kan niet toezeggen dat dat per definitie biologisch schoolfruit wordt. Dat wij deze regeling schoolfruit kunnen voortzetten, is echt een hele belangrijke stap in het hele vraagstuk van gezond eten en gezond opgroeien.

Mevrouw Wiersma vroeg of ik bereid ben om met collega's in het kabinet de educatie over gezond eten, de voedseleducatie in het onderwijs, meer centraal te stellen. Scholen kiezen natuurlijk zelf op welke manier zij invulling geven aan voedseleducatie op school. We stimuleren het wel vanuit verschillende programma's: het programma Gezonde School en een programma dat mevrouw Wiersma ongetwijfeld kent, Jong Leren Eten. Dit programma wordt vanuit het ministerie van Landbouw geleid. Dat Jong Leren Eten stimuleert en faciliteert voedseleducatie door het ondersteunen van de ontwikkeling van lesmateriaal en ervaringsgerichte activiteiten, zoals werken in de moestuin, kooklessen, maar ook boerderij-educatie. Voor een financieel steuntje in de rug kunnen scholen een aanvraag indienen voor een stimuleringsbijdrage. Er loopt echt al aardig wat en ik denk dat het ook goed is. Dat zeg ik in antwoord op de vraag van mevrouw Wiersma.

Mevrouw Dobbe vroeg waarom de btw op groente en fruit er niet afgaat, juist nu de prijzen stijgen. Mevrouw Dobbe is ongetwijfeld bekend met het onderzoek dat in opdracht van de ministeries van Financiën en VWS is gedaan naar het afschaffen van btw op groente en fruit. De conclusie is dat er twijfels zijn of dat ook juridisch standhoudt. De vraag is of btw nu het geschikte instrument is om gezonde voeding voor iedereen toegankelijker te maken, nog los van de budgettaire consequenties die er natuurlijk ook aan zitten. Maar ik herhaal ook hier dat het kabinet geld heeft gereserveerd voor gratis schoolfruit. Daar gaan we dus mee door.

Voorzitter. Dan de Schijf van Vijf. Daarover zijn in verschillende bewoordingen en vanuit verschillende invalshoeken opmerkingen gemaakt en vragen gesteld.

De voorzitter:

Voordat ik u het woord geef, stel ik voor om dit inderdaad eerst plaats te laten vinden, omdat er best wel veel vragen over zijn gesteld. Dan gaan we daarna met de interrupties beginnen bij mevrouw Van Meetelen, want zij was als eerste. Maar u krijgt dan allemaal het woord.

Minister Hermans:

Voorzitter. Ik ga nu verder met de Schijf van Vijf. Wat ik nu ga zeggen, is ook gelijk in reactie op wat de heer Lohman zei over het belang dat we eraan moeten hechten dat er onafhankelijke adviezen gegeven worden; in dit geval de Schijf van Vijf, maar zo zijn er veel meer voorbeelden. Dat is ook in het belang van het op een zorgvuldige manier met elkaar het debat en de discussie daarover voeren. We mogen daarbij overigens van mening verschillen; dat zei mevrouw Coenradie heel terecht. Het is wel belangrijk om met respect te spreken over de organisaties, de instellingen die voor ons onafhankelijk werk doen en adviezen geven.

Eten doen we allemaal dagelijks. Het is ook verbonden met tradities en cultuur. Het ligt dicht bij onszelf en we willen ook heel graag daarin zelf keuzes maken. Daar sta ik volledig en voor honderd procent achter. Dat het zo iets van jezelf is en ook onderdeel is van je cultuur en achtergrond, maakt het ook een gevoelig onderwerp. Dat bleek ook uit de reacties op de publicatie van de vernieuwde, "geactualiseerde" moet ik eigenlijk zeggen, Schijf van Vijf in de media maar ook hier in het debat.

Het Voedingscentrum informeert consumenten en professionals, geeft voorlichting over hoe je gezonder kunt eten, en vooral ook over hoe je dat stapsgewijs kunt doen. Het Voedingscentrum schrijft zelf op de website: begin nou met iets kleins en zet kleine stapjes. Je hoeft ook niet alles tegelijk te doen. Je hoeft niet in een keer van nul naar honderd procent. Iedereen kan zelf bepalen welke stappen hij wil zetten en welke niet. Het Voedingscentrum en de Schijf van Vijf geven je daarvoor tips en handelingsperspectief. De vernieuwing van de Schijf van Vijf is eigenlijk een reguliere werkwijze. Een keer in de tien jaar worden de richtlijnen over gezond eten en gezonde voeding aangepast door de Gezondheidsraad. Het Voedingscentrum gaat dan met die aangepaste richtlijnen aan de slag en verwerkt deze in zijn adviezen en dus ook in de Schijf van Vijf. Het Voedingscentrum zal ook in de komende tijd via zijn eigen kanalen en in zijn bijdrage aan het publieke debat blijven verduidelijken wat zijn taak en rol zijn. Ik hoop dat ik dat hier, met de woorden die ik er nu over spreek, ook heb gedaan. Het gaat erom dat wij voorlichting bieden en mensen handvatten bieden om gezonde keuzes te kunnen maken. Die richtlijn voor gezonde voeding is natuurlijk een vrij theoretische richtlijn, heel belangrijk en wetenschappelijk onderbouwd. Het Voedingscentrum koppelt daar handelingsperspectief aan.

Voorzitter. Mevrouw Van Meetelen, maar ook mevrouw Moinat, vroeg wat zwaarder weegt als er een keuze moet worden gemaakt. Mevrouw Wiersma stelde die vraag ook, volgens mij. Gaat het nu over individuele gezondheid en vrijheid of zijn het politiek ingestoken keuzes? Ik herhaal dat de Schijf van Vijf een advies is, gebaseerd op de wetenschap. Ik kan me voorstellen dat onderdelen van het advies op een heel aantal terreinen nog ver af liggen van hoe mensen op dit moment keuzes maken in wat ze eten. Nogmaals, dat mag ook, want dat zijn eigen keuzes. Maar als je denkt "ik zou best iets willen doen met gezonder eten", dan biedt die Schijf van Vijf jou daar een handvat voor. De Schijf van Vijf gaat ook over groenten, fruit en volkorenbrood in plaats van witbrood.

De voorzitter:

Ik denk dat ik nu even wat interrupties ga toestaan.

Minister Hermans:

Dat is helemaal goed, voorzitter.

De voorzitter:

Mooi moment. Mevrouw Van Meetelen. Daarna ga ik uiteraard iedereen die dat wil, af. Het moet niet.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Dan gaan we de hele rij af. Ik ben het absoluut niet eens met wat de minister nu zegt. En waarom? Het Voedingscentrum doet zelf iets anders. De PVV zegt niet dat de wetenschappers misschien geen wetenschap bedrijven. Het is niet waar dat ik ze in twijfel trek of zo, waar ik wel van werd beticht. Er staat "dat vooral vanwege de impact op het milieu van de productie van kaas" en zo gaat het overal verder. Ze bewegen zich op een ander terrein dan voeding. Het Voedingscentrum moet er zijn voor juiste voeding. Daar moet het over gaan. Daar gaat het niet over. Ze verbinden het aan klimaatdoelen en aan milieudoelen. Daar schuurt dit. Daar is de controverse over ontstaan.

De voorzitter:

En uw vraag is?

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Mijn vraag is of de minister dit ook ziet. Kan zij een voorbeeld noemen van beleid dat zij absoluut nooit zal invoeren als het bijvoorbeeld over de grens gaat van gedrag sturen. Daar ben ik namelijk wel benieuwd naar. Waar ligt voor de minister de grens als ze met iets komen in de trant van "dit is ook wel gezond of dat lijkt wel goed"? Is er ook een grens voor de minister?

Minister Hermans:

Het Voedingscentrum geeft al sinds zijn bestaan informatie over veilig, gezond en duurzaam voedsel. Dat doet het omdat dat belangrijk is voor gezond eten, maar ook voor voldoende en vooral veilig eten, nu en ook voor toekomstige generaties. De adviezen van de Schijf van Vijf worden dus gebaseerd op die Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad. Ze worden vertaald in handelingsperspectief, zoals ik net zei. In die Schijf van Vijf wordt aangegeven wat de voedingsstoffen zijn die je nodig hebt om gezond te kunnen leven. Er worden geen concessies gedaan op gezondheid. Ik zegt niet dat mevrouw Van Meetelen dat zegt, maar mocht dat idee leven of bestaan, dan neem ik dat weg.

Dan de vraag: waar ligt de grens en wanneer trek ik een grens? Dit is voorsorteren op allerlei als-dansituaties waarvan ik me niet kan voorstellen dat er hele rare dingen gaan gebeuren, want het Voedingscentrum geeft informatie en advies. Het Voedingscentrum zegt ook zelf — dat vind ik heel goed en daar sta ik ook achter — dat het uiteindelijk aan u, aan mij en aan iedereen zelf is om te bepalen wat je wel en niet eet. We reiken alleen tips en adviezen aan.

De voorzitter:

Oké, duidelijk. Mochten er nog meer vragen komen, dan graag een bondiger antwoord. En een bondige vraag mag, anders gaat u elkaar herhalen. Dus vul elkaar ook aan, zou ik zeggen. Mevrouw Van Meetelen.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik vraag dat omdat ik de minister ook hoorde over de supermarkten. Ze gaat in gesprek en als het niet lukt, dan moeten we gaan kijken. Tijdens de begroting heb ik het een beetje gechargeerd gemaakt. Ik zei: we hebben al die suikertaks; straks krijgen we nog een quinoaquotum, komt er een vleestaks en krijgen we een bewegingsboete bij het niet zetten van 10.000 stappen. Daarom vroeg ik dat. Waar ligt voor de minister de grens met adviezen? De minister zei net ook zelf bij supermarkten: ik moet kijken waar ik wel en waar ik niet naartoe kan. Dat is natuurlijk een hele dunne scheidslijn. Het is het bedrijf zelf dat dit moet inrichten. Als de Schijf van Vijf leidend gaat worden, waar al die andere ideologie achter zit, bent u aan het sturen. Dat is waar dit heel erg schuurt.

Minister Hermans:

Nee, dat ben ik niet. Ik gebruik een instrument dat adviseert, dat handelingsperspectief geeft. Supermarkten hebben zelf aangegeven dat zij meer dat gezonde aanbod willen promoten, dat dat meer door hen verkocht wordt.

Voorzitter. Even om een beeld te schetsen: 70% van wat we eten, kopen we in de supermarkt. 80% van wat daar ligt, is niet Schijf van Vijf. Dan kunnen we nu wel heel flauw allemaal dingetjes uit die Schijf van Vijf gaan halen, maar dit gaat ook gewoon over groente en fruit. Volgens mij stelt niemand hier ter discussie dat het goed is om dat in voldoende mate te eten om een gezond leven te kunnen leiden. En dan nog blijft het je eigen keus of je bananen koopt of appels of iets anders. Maar dit is wat we aan het doen zijn en dit is het gesprek dat ik met supermarkten voer: hoe kunnen jullie hierin een verantwoordelijkheid nemen? De cijfers in de rapportage waarover ik richting de heer Lohman wat zei, gaan daarvoor een handvat bieden. En nee, ik kan vanuit economische wetgeving niet zomaar overal afspraken over maken, en dat zal ik dus ook niet doen.

De voorzitter:

Ik ga het hierna wel een keer zeggen als u in herhaling valt. De laatste interruptie van de PVV-fractie.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Als je in gesprek gaat en gaat kijken wat we kunnen doen met die supermarkten en waar ze zelf mee komen, dan mogen ze dat uiteraard zelf beslissen. Het is ook aan de consumenten wat ze kopen. Maar als je er toch doelstellingen op gaat zetten of gaat kijken hoe we dat beter kunnen doen, ga je dus sturen. Dan heb je ook de kans dat een aantal artikelen veel duurder gaan worden, want dat is dan een vrijbrief om dat te gaan doen. We hebben nu al die taks en op dat moment kunnen supermarkten ook andere producten op de een of andere manier duurder maken. Als er dan ook een probleem is met bijvoorbeeld dat concurrentiebeding met die firstmovers … Het is natuurlijk niet voor niks dat bepaalde vakken meer geld opbrengen. Daar zit een hele marketingstrategie achter, dat begrijp ik wel. Maar dat kost geld. Dus dat gaat de consument geld kosten. Ziet de minister dat ook? De prijs van de boodschappen gaat voor alle mensen alleen maar omhoog.

Minister Hermans:

Dit heeft niks met prijzen te maken. Dit gaat over welke producten je meer of minder in het zicht legt, om maar een voorbeeld te noemen. Ik kom zo meteen op de kindermarketing. Hoe aantrekkelijk maak je bepaalde producten?

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik hoor de minister zeggen: er hier doorheen worstelen. Ik hoop dat ik wel een concreet antwoord krijg. In mijn betoog zei ik dat het Voedingscentrum ooit simpel was, gewoon: wat is gezond eten. Als we nu kijken naar de Schijf van Vijf, staat er letterlijk bij het Voedingscentrum "Alle doorgerekende eetpatronen zijn zo gezond mogelijk, hebben een lage milieubelasting en houden rekening met veilige grenzen. Zo zorgen we niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor de wereld om ons heen en voor toekomstige generaties. (…) Milieubelasting door broeikasgasuitstoot en watergebruik. Blootstelling aan specifieke schadelijke stoffen zoals pfas en zware metalen." Ik wil echt een antwoord van de minister hebben: is dit waar het Voedingscentrum voor bestaat? Of kunt u het met mij eens zijn dat het Voedingscentrum is doorgeslagen in zijn ideologie door dit soort dingen erbij te betrekken? En betalen wij daar dan ook voor?

Minister Hermans:

Het Voedingscentrum is in de jaren vijftig ontstaan. Toen kwam ook de eerste Schijf van Vijf. Ik geloof dat de heer Lohman al even refereerde aan levertraan. Inmiddels zitten we in 2026, is ons voedingspatroon totaal veranderd en liggen er hele andere producten in de supermarkten. Ik vind het dus helemaal niet raar dat het Voedingscentrum mee-ontwikkelt met de tijd en met wat er geproduceerd wordt in Nederland, maar ook met wat er geïmporteerd wordt aan voedsel. Ik snap ook dat we ons rekenschap geven van bredere effecten. Maar ik blijf erbij dat zij advies en tips geven over hoe u gezond kunt eten. Dat is de kern van wat het Voedingscentrum altijd gedaan heeft, vanaf de eerste Schijf van Vijf, waar nog levertraan in zat, tot de Schijf van Vijf waar we het nu over hebben.

De voorzitter:

Mevrouw Moinat in tweede instantie.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Het was een lang verhaal, maar geen antwoord op mijn vraag. Is de minister het met mij eens dat het Voedingscentrum zich bezig moet houden met voeding voor gezondheid en zich niet moet inlaten met klimaatideologie? Het is volgens mij een hele simpele vraag.

Minister Hermans:

Het Voedingscentrum geeft sinds het begin — dat heb ik net ook gezegd — informatie over voeding, over veilig, gezond en duurzaam voedsel moet ik zeggen. Dat is wat het doet. Daar lichten ze ons, consumenten en professionals, over voor. Dat is wat het doet. Het is een instrument dat je mag gebruiken, maar het hoeft niet.

De voorzitter:

Ik zeg er gelijk bij dat dit het antwoord van de minister is. Soms bent u het gewoon niet eens. Dat zou ook nog kunnen, denk ik.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik concludeer dat de minister totaal geen antwoord geeft op mijn vraag. De Schijf van Vijf betrekt duurzaamheid erin, milieubelasting, broeikasgasuitstoot en pfas. Ik krijg daar geen antwoord op. Dat vind ik zeer zorgelijk omdat wij, de Nederlandse belastingbetalers, ongeveer 10 miljoen per jaar storten in de Schijf van Vijf, die inderdaad ooit zo'n hele simpele Schijf van Vijf was. Die zou ik graag terug willen. Ik wil de minister vragen om hier nog een keer naar te kijken. Kijk dit debat terug en kom dan tot een mening over de motie die ik in ga dienen.

De voorzitter:

De motie is aangekondigd.

Minister Hermans:

Waarvan akte, voorzitter. Het kan inderdaad zo zijn dat wij het niet met elkaar eens zijn. Maar ik hecht er wel aan om te blijven benadrukken dat dit een instrument is waarmee we tips en adviezen geven. De jaren vijftig waren een wezenlijk andere tijd dan 2026, het jaar waar we nu in zitten. Ik kom zo nog op een vraag van het lid Kostić over pfas. Met dat soort elementen hebben we nu te dealen en die hebben potentieel een effect. We moeten daar dus ook wat mee doen.

De voorzitter:

Ik wil graag eerst naar mevrouw Wiersma en dan naar het lid Kostić.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik kom straks op mijn inhoudelijke punt, want ik denk dat dit echt essentieel is. Als we het hebben over afwegingen van milieu, maar ook over klimaatimpact, dan zitten daar per definitie ook politieke keuzes in. Ik ben er fundamenteel op tegen die te verweven met het advies van zo’n Voedingscentrum. Maar ik begin met de vraag aan de minister: waar moeten mensen objectieve informatie vandaan halen over wat echt gezonde voeding is?

Minister Hermans:

Ik acht de Gezondheidsraad objectief, onafhankelijk en van hele grote waarde voor het volksgezondheidsbeleid. In brede zin hè, want de Richtlijn gezonde voeding is niet het enige wat men doet. Op grond van die richtlijn gaat het Voedingscentrum aan de slag. Ik vind dat een objectieve bron waar je informatie vandaan kunt halen. Maar nogmaals, je hoeft er niets mee te doen.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Nee, oké. Maar mensen moeten beschikken over objectieve informatie en dan zal ik deze interruptie toch iets moeten uitdiepen om mijn punt aan te tonen. Ik heb natuurlijk het achtergronddocument doorgenomen; deze minister kent mij als iemand die haar stukken leest. Als we het bijvoorbeeld hebben over het advies over rood vlees, dan neem ik nu zuivel maar als voorbeeld, omdat zuivel zowel zuivelproducten produceert maar ook rood vlees daar als bijproduct bij hoort. In het achtergronddocument worden dan broeikasgasemissies — en bij melkvee kun je er wetenschappelijk over discussiëren wat de bijdrage van biogene emissies aan klimaatverandering is — landgebruik, waterverbruik, verzuring en eutrofiëring genoemd. De impact op biodiversiteit is aanzienlijk, mede door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op grasland en voedergewassen. De invloed van diergeneesmiddelen, waaronder antibiotica. Antibioticagebruik in Nederland, dat hoort bij de top van de wereld, is heel erg laag. Gewasbeschermingsmiddelengebruik op grasland is nagenoeg nihil.

De voorzitter:

Ik heb u wat voorbeelden laten geven, maar u moet wel tot uw vraag komen.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik stel dan de vraag aan de minister om wat voor waterverbruik het in deze keten gaat.

Minister Hermans:

Wij hebben een Voedingscentrum dat van de ministeries van VWS en LVVN, van beide ministeries, een instellingssubsidie krijgt. Het Voedingscentrum heeft op grond daarvan taken. Een van de taken is het voorlichten van ons, consumenten en producenten, over gezonde voeding. Dat doet men op basis van wetenschappelijke inzichten. Nogmaals, dat is die Richtlijn gezonde voeding van de Gezondheidsraad. Ik heb vertrouwen in dat systeem en in de afspraak zoals we die gemaakt hebben. Ik heb er ook vertrouwen in dat de Gezondheidsraad bij het herzien van die richtlijn, wat ze eens in de tien jaar doen, ook alle actuele wetenschappelijke inzichten gebruikt. Daarmee past het Voedingscentrum die Schijf van Vijf weer aan. Dit is hoe ik ernaar kijk. Mevrouw Wiersma kan mij nu uit het achtergronddocument allerlei voorbeelden van producten of vormen van landgebruik of watergebruik geven. Maar ik zie toe op de verantwoordelijkheid die ik heb, de keuzes die ik maak, waar wij subsidie aan geven en of op grond van die subsidie de taken worden uitgevoerd zoals wij die hebben afgesproken.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dat is nou juist mijn punt. In de zuivelsector bestaat dat namelijk voor meer dan 90% uit water. Het Voedingscentrum adviseert wel om dagelijks 30 gram noten te eten. Wereldwijd komt 80% van de notenproductie uit Californië. Voor het overgrote deel daarvan, 80%, wordt drinkwater gebruikt, blauw water om die notenproductie te produceren. Dat heeft daar een enorme impact. In het achtergronddocument wordt daarbij in principe ook uitgegaan van een transitie van die notenteelt. Tegelijkertijd raadt het Voedingscentrum wel aan allerlei boomnoten te consumeren, die op die wijze geproduceerd worden. Dat is nu precies waarom ik zeg dat de afweging van een milieuaspect van onze voeding hier in de Tweede Kamer publiekelijk, openlijk bediscussieerd zou moeten worden en niet de afweging als het gaat om gezond voedsel. Daar zou dat niet in verweven moeten worden. Dan stel ik nogmaals de vraag waar ik nog geen antwoord op heb gekregen. Is deze minister bereid om de adviesorganisaties weer echt terug te laten gaan naar de kern, namelijk het gezondheidsadvies, dat superbelangrijk is?

De voorzitter:

De minister, tot slot.

Minister Hermans:

Hoe die Schijf van Vijf uiteindelijk tot stand komt, is natuurlijk een weging van heel veel elementen en factoren. Mevrouw Wiersma noemt er daar een aantal van. Maar voedingsstoffen zijn daar onderdeel van. Het een wordt niet belangrijker gemaakt dan het ander, maar er ligt een heel pakket aan aspecten die belangrijk zijn. Opgeteld wil je dat het bijdraagt aan veilig, gezond en duurzaam voedsel voor nu en voor toekomstige generaties. Dat is de vertaalslag die vanuit het Voedingscentrum wordt gemaakt op basis van die Richtlijn gezonde voeding.

De heer Van Houwelingen (FVD):

We hebben ook het Voedingscentrum gemaild, of misschien moet ik zeggen het "klimaatcentrum". We hadden de vraag: kunnen we misschien de klassieke Schijf van Vijf, zonder die klimaatdoelen, terugkrijgen? Het antwoord van het klimaatcentrum was, ik lees het even voor "Gezonde voeding moet ook in de toekomst beschikbaar blijven. Duurzaamheid is een noodzakelijke voorwaarde om gezondheid nu en in de toekomst te kunnen blijven ondersteunen." Het Voedingscentrum zegt ook heel duidelijk dat die klimaatdoelen ertoe doen. Mijn vraag aan de minister is: zou de minister wellicht aan het klimaatcentrum kunnen vragen of ze naast die Schijf van Zes — zoals mijn buurvrouw het heel mooi noemde en waar dat klimaat dus inzit — ook de klassieke Schijf van Vijf, zonder klimaatoverwegingen, ter beschikking kunnen stellen. Een derde van de Kamer wil dat, dus ook een derde van de Nederlandse bevolking.

De voorzitter:

Van het Voedingscentrum, hè?

Minister Hermans:

Het Voedingscentrum. Ik keek vorige week even op de website van het Voedingscentrum. Je ziet dat ook de eerdere Schijven van Vijf daarop staan. Dus die informatie is beschikbaar, volgens mij. Van terug in de tijd krijg ik een beetje het "vroeger was alles mooier"-gevoel. Maar dan sluit je wel je ogen voor het gegeven dat de wereld verandert. Er gebeuren dingen ten goede en misschien iets minder ten goede waarvoor je soms compenserende maatregelen moet nemen. Ik heb over dat instrument gezegd dat het je kan helpen en advies kan geven bij het maken van gezonde keuzes. Er ligt nu een geactualiseerde Schijf van Vijf. Maar nogmaals, u kunt ook de Schijf van Vijf uit de jaren vijftig nog terugvinden. Het is helemaal aan de heer Van Houwelingen zelf om te bepalen wat hij vanavond of morgen in het karretje bij de supermarkt doet.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Dat klopt, dat is dan nog deels aan mijzelf. Het punt is natuurlijk alleen dat op die Schijf van Vijf heel veel advies wordt gebaseerd. Het is niet zomaar iets, het werkt weer door in allerlei beleid, zoals de minister weet. Daar zit onze zorg. Nogmaals, de minister heeft het nu in feite over allerlei veranderingen. Ja, er zijn veranderingen. Wat is de verandering die hieraan ten grondslag ligt? Het staat duidelijk in de stukken: dat is die eiwittransitie, waar ik ook een vraag over had. En waarom hebben we deze eiwittransitie? Die hebben we natuurlijk vanwege het klimaatbeleid. Dus dit is gelinkt. Het heeft helemaal niets met gezondheid te maken, helemaal niets. Het is klimaatbeleid waar we het hier over hebben. Dat wordt in die Schijf van Vijf gefietst. Daar heeft dus een derde van de Kamer een heel groot probleem mee. Adviezen voor de volksgezondheid-Schijf van Vijf moeten op basis van volksgezondheidsoverwegingen zijn; niet: dat klimaat is wet. Waarom wordt het gemixt en waarom kunnen we ons niet baseren op een Schijf van Vijf zonder klimaatoverwegingen?

De voorzitter:

Een herhaling van uw vraag.

Minister Hermans:

Het Voedingscentrum is een centrum dat als instelling van LVVN en VWS gezamenlijk subsidie krijgt. Gezondheid, het gezonde voedsel is, zou je kunnen zeggen, de corebusiness vanuit het ministerie van VWS. Voedselveiligheid overigens ook. We hebben het al vaker over de NVWA gehad in relatie tot vapen, maar laten we niet vergeten dat het op voedselveiligheid een ongelofelijk belangrijke rol heeft. Veilig, gezond en duurzaam voedsel is de drieslag waarop het Voedingscentrum werkt, op basis van de instellingstaak die vanuit VWS en LVVN wordt gegeven. Ik zeg er nogmaals bij: laten we er hier niet een klimaatdebat van maken. Daar heb ik er heel veel van gevoerd de afgelopen anderhalf jaar. Ik zou het met liefde doen, maar ik denk dat de voorzitter mij dan helemaal gaat afkappen. Dus ik doe het niet. Maar wij hebben ook een verantwoordelijkheid voor een veilige en gezonde voedselvoorziening en -productie voor toekomstige generaties. Daar loop ik ook niet voor weg.

De voorzitter:

Tot slot. Ja, u wilt tot slot nog?

De heer Van Houwelingen (FVD):

Het wordt langzaam een beetje duidelijk. Dat zegt het klimaatcentrum ook: we moeten op de toekomst … Uiteindelijk is het allemaal one health, daar hebben we het hier over. Het is het mixen van volksgezondheid met klimaatoverwegingen. Ik heb al heel vaak in debatten gezegd dat dat een hele enge doctrine is, die in de wetenschap zelf heel erg onder vuur ligt. Er zijn heel veel wetenschappers, dat weet de minister ook, überhaupt van mening dat er geen klimaatcrisis is en dat je die link niet zo kan leggen. Het probleem is alleen — en ik rond af, voorzitter — dat wetenschappers, ook artsen, die daar anders over denken, die dat niet zien en herkennen, dat natuurlijk niet durven zeggen. Want als ze zeggen dat dat verband er niet is — daar kan je ook een debat over voeren, zoals de voorzitter ook weet — dan worden ze vervolgd. Dat heeft het ministerie gezegd. Dan kunnen ze vervolgd worden door de gezondheidsinspectie. Het staat allemaal op beeld. Want dat is in strijd met hoofdstuk 14 van de KNMG-gedragscode. Het idee dat dit op wetenschap gebaseerd is, is al lariekoek. Het is echt een voorgeschreven werkelijkheid, die hier als wetenschap wordt verkocht. Dat is wat ons betreft de kern van het probleem.

Minister Hermans:

Aan de Gezondheidsraad zijn allerlei wetenschappers verbonden. Kenmerk van de wetenschap is dat er altijd discussie is en dat de kennis ook voortschrijdt. Dat is een heel groot goed. Op basis van dat voortschrijdende inzicht en die nieuwe en geactualiseerde kennis is de richtlijn aangepast, zoals ik al een paar keer heb gezegd. Op basis van de aangepaste richtlijn heeft het Voedingscentrum de Schijf van Vijf geactualiseerd.

De voorzitter:

Gaat u door met uw betoog.

Minister Hermans:

Voorzitter. Ik heb daarmee …

De voorzitter:

De heer Lohman nog kort?

De heer Lohman (CDA):

Wellicht wil iedereen verder, en niet meer over de Schijf van Vijf. Maar toch mijn laatste opmerking daarover. Ik concludeer namelijk dat dit een stevig debat is en er heel veel vragen zijn en kritiek is waar ik het mee eens en niet mee eens kan zijn. Ik vind het ook interessant om te zien dat het geven van goede adviezen en zeggen wat duurzaamheid in gezondheid is, ongelofelijk ingewikkeld is. Daarom laten we er ook zo veel mensen over nadenken en kunnen mensen hier met bepaalde stelligheid ook andere feiten inbrengen. Maar dat gezegd hebbende, mijn vraag, ook in eerste termijn, ging over de opdracht die is meegegeven. Zit daar echt verandering in? Dit appelleert ook een beetje aan deze discussie. Kan de minister er toch nog iets over toelichten? Ik roep haar toch op dit maatschappelijke debat wel serieus te nemen, want blijkbaar is het niet voldoende voor in ieder geval een deel van de aanwezigen in deze ruimte en ook voor consumenten om te kunnen begrijpen wat nu de achtergrond is van deze hervorming of update van de Schijf van Vijf.

De voorzitter:

Niet om uw vraag tekort te doen, maar het was een hele brede vraag om toelichting te vragen. We gaan niet in herhaling vallen. Het is aan de minister om dit kort te houden.

Minister Hermans:

Ik neem dit debat zeker serieus. Ik begon niet voor niets mijn beantwoording met dat ik heb gezien hoe in dit debat, maar ook in de media, na het verschijnen van de nieuwe Schijf van Vijf daar discussie over ontstond. Het is goed dat we die discussie voeren. Het is goed dat we respect en erkenning houden voor de wetenschappelijke adviezen die worden gegeven en voor de rol van de Gezondheidsraad. Dan even over de opdracht: ik zei al, het Voedingscentrum krijgt een instellingssubsidie vanuit VWS en LVVN en daar hangen taken onder. Voorlichting is er daar een van en daar hoort de Schijf van Vijf bij. Zoals ik het heb begrepen, wordt niet apart opdracht gegeven om de Schijf van Vijf te actualiseren. Eens in de tien jaar wordt die richtlijn herzien en die herziening moet dan worden doorvertaald naar adviezen en voorlichting.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil toch nog graag benadrukken dat de meerderheid van deze Kamer de wetenschap, waaronder het Voedingscentrum, wel accepteert. Bijna driekwart van de Nederlanders vindt juist dat er meer subsidies moeten komen voor plantaardig in plaats van voor dierlijk voedsel. Ik volg de minister in heel veel mooie woorden, dank daarvoor, maar mis concrete daden als het gaat om de conclusies van de Gezondheidsraad over plantaardige voeding. Ik wil iets meer voelen van wat de minister daar precies mee gaat doen — daar gingen mijn vragen over — want daarmee kunnen we hele grote gezondheidswinst behalen. Ik heb haar gevraagd of ze dat wil meenemen in de samenhangende preventiestrategie, en op welke manier dan, of dat ze het op een andere manier wil verwerken. Ze kan daarop ook terugkomen in een brief voor een tweeminutendebat, maar daarover wil ik wel iets meer horen.

De voorzitter:

Helder.

Minister Hermans:

Het lid Kostić en ik hebben ook samen debatten gevoerd waarin zij het niet eens was met mijn woorden. Ik tel dit toch wel even als een zegening.

Voorzitter. Ik kom bij de vragen over plantaardige voeding. Volgens mij stelde u ook een vraag in het licht van de eiwittransitie. Dat onderwerp valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Landbouw. Hij en ik moeten samen nog reageren op een advies van de Gezondheidsraad. Ik heb ergens zien staan wanneer dit komt, want dat gaat de voorzitter nu aan mij vragen, niet geheel onterecht. Ik zoek dat even op, want dan kan ik daar in die brief op terugkomen.

De voorzitter:

Dus dat punt komt terug in de tweede termijn. We noteren dat er een reactie komt op het Gezondheidsraadadvies, samen met uw collega-minister.

Minister Hermans:

Even voor de goede orde: het is dus geen reactie op de richtlijn waar het net de hele tijd over ging, maar op een apart advies waarop nog een reactie van ons moet komen.

De voorzitter:

Dan ga ik weer naar het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik hoop dat de minister dan de maatregelen, als die er extra komen, daarin meeneemt. Ik kom nog even terug op een andere toezegging van zonet, namelijk dat ze gaat kijken naar de mogelijkheden om gratis biologische fruit op scholen aan te bieden. Kan de minister er een termijn aan verbinden waarop ze er met een brief op terugkomt? En dan het liefst voor een tweeminutendebat. Dit is volgens mij namelijk het minimale wat we kunnen doen. Biologisch is de meest gezonde optie, juist ook voor kinderen. Als je als overheid dan toch besluit om groente en fruit gratis op scholen aan te bieden, doe het dan op zijn minst biologisch. Als de minister de Kamer daarover een brief wil sturen voor het tweeminutendebat, weten we in ieder geval hoe het ervoor staat en kan de Kamer eventueel wel of niet bijsturen.

Minister Hermans:

Ik had de verwachtingen wat betreft de mogelijkheden van biologisch fruit natuurlijk al een beetje getemperd. De uitwerking van hoe we dit gaan doen, komt voor de zomer, dacht ik. Ik weet dus niet of dat op tijd is voor het tweeminutendebat, maar we hebben hier even voor nodig. Ik moet dat natuurlijk ook even in overleg met mijn collega's van OCW doen. Maar ik zeg toe dat ik erop terugkom. Ik weet dus alleen niet of dat gaat lukken voor het tweeminutendebat.

De voorzitter:

We weten ook nog niet wanneer het tweeminutendebat gepland wordt. Dat weten we nog niet. Het lid Kostić? Nee, u laat het zo. Dan gaan we naar het volgende blok. Ik kijk naar alle leden. Ja, we gaan naar het blok kindermarketing. Ik vraag de minister om echt te focussen op de antwoorden.

Minister Hermans:

Ja, voorzitter. Ik had een vraag van het lid Kostić en mevrouw Synhaeve over de wet op een verbod op kindermarketing. Daaraan wordt op dit moment hard gewerkt. Ik hoop dat we daarmee snel tot een versie komen die in internetconsultatie kan. Dan doorloopt hij het proces van de Raad van State en daarna zal ik hem indienen in de Tweede Kamer. Ik verwacht dat dat begin 2027 zal zijn.

Voorzitter. Ik had een vraag van mevrouw Coenradie, die net wegloopt maar dit debat ongetwijfeld gaat terugkijken. We hebben het net natuurlijk lang over de Schijf van Vijf gehad. Als ik die nu ook ga gebruiken in het voorgenomen wetsvoorstel over kindermarketing, hoe verhoudt zich dit dan— ik zeg het even in mijn woorden — tot de discussie van zojuist, wil mevrouw Coenradie weten. Ik heb alles gezegd wat ik wilde zeggen over de onafhankelijkheid waarmee de Schijf van Vijf tot stand is gekomen. In de wet over kindermarketing grijpen wij heel gericht in op vormen van marketing en op ongezonde producten, maar dan wil je mensen natuurlijk wel toeleiden naar gezonde producten. Daar heb je dan een handvat of een instrument voor nodig.

Voorzitter. Mevrouw Coenradie vroeg mij in het verlengde daarvan of het HFSS-model niet een beter, geschikter of robuuster alternatief zou zijn om wetgeving op te baseren. Dat HFSS-model is gebaseerd op zout-, suiker- en vetgehaltes. Het is anders dan het model dat gericht is op een gezonde voedingsinname, waarop de Schijf van Vijf ziet. Het HFSS-model is overigens ook wetenschappelijk onderbouwd, maar omdat het net een andere invalshoek heeft, zie ik de Schijf van Vijf als een geschikter instrument.

Voorzitter. In het kader van kindermarketing vroeg mevrouw Coenradie mij ook nog of verankering in de Warenwet niet verstandiger is dan in de Mediawet. We moeten het allebei doen. Het is namelijk belangrijk dat kinderen niet alleen in winkels, maar ook op televisie en online minder blootgesteld worden aan kindermarketing. Daarvoor is het belangrijk dat we iets doen rondom de Mediawet of de mediaregelgeving. De Warenwet hebben we ook nodig om gericht marketingtechnieken aan te kunnen pakken.

Voorzitter. Ik kom bij mijn mapje overig, waarin dus nog een heel bont gezelschap aan vragen zit. Maar ik ga opschieten.

Er was een vraag van mevrouw Wendel over versnippering in het preventieveld en of ik dat vanaf een meer centrale plek kan ondersteunen. Er is een groep kennispartijen die hieraan concreet vorm aan het geven is. Het moet samenkomen via het zogenaamde samenwerkingsverband Nederlandse Kenniscentra voor Gezondheid en Samenleving. Kortheidshalve: ik herken de versnippering. Ik hoop dat we in de kennisdeling en -verspreiding meer concentratie kunnen brengen.

Voorzitter. Wat betreft het online jongerenwerk heb ik volgens mij gereageerd in de richting van mevrouw Vliegenthart. Ook heb ik aangegeven hoe ik daarmee omga in lijn met de toezegging aan de fractie Geel.

Mevrouw Vliegenthart vroeg ook nog naar Mainline en het borgen van de kennisoverdracht. Daarover hebben we dus afspraken gemaakt met Mainline. Nu vroeg mevrouw Vliegenthart mij of ik een brief wil toelichten hoe we dat precies gedaan hebben en of ik in die brief voor het commissiedebat Drugspreventie in het najaar kan ingaan op het onderwerp. Die toezegging wil ik graag doen.

Voorzitter. Mevrouw Van Brenk stelde mij een aantal vragen over ouderen. Het ging onder andere over De Derde Helft en over hoe ik aankijk tegen dat soort initiatieven. Ik vind dat goede initiatieven. Het is een mooi project van het Nationaal Ouderenfonds. Een ander voorbeeld is OldStars, waarvoor ook subsidies vanuit VWS beschikbaar worden gesteld. Ik zie echt het belang van deze programma's en projecten voor de mentale en fysieke gezondheid van ouderen.

Voorzitter. Mevrouw Van Brenk vroeg nog naar mantelzorg en jonge senioren. Volgens mij heeft ze het over het sociaal pensioen, als ik het mij goed herinner. Mijn collega, de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, komt voor de zomer met een mantelzorgplan. Dan zal zij ook ingaan op een aantal van de opmerkingen die mevrouw Van Brenk gemaakt heeft.

Voorzitter. Mevrouw Van Brenk stelde nog een vraag over incontinentiemateriaal. Daarover kan ik zeggen dat er vanuit het basispakket verschillende soorten materiaal vergoed kunnen worden. Dat is wegwerp- en wasbaar incontinentiemateriaal. De wet maakt daarin geen onderscheid. Je ziet wel dat wasbare incontinentiematerialen duurder zijn dan wegwerpmaterialen. Dat kan natuurlijk bij zorgverzekeraars een bepaalde kant opslaan in de afweging tussen kosten en duurzaamheid.

Dan kom ik op de centra voor ouderengezondheidszorg. Dat waren eigenlijk de consultatiebureaus voor ouderen. Daarover heeft mevrouw Van Brenk mij al eerder vragen gesteld. Daar is onderzoek naar gedaan. Daaruit komt eigenlijk dat specifieke wijkklinieken voor ouderen weinig meerwaarde hebben ten opzichte van de huidige zorg door huisartsen en vanuit de Wmo. We bekijken en betrekken dit onderwerp nog wel bij de verkenning van hoe zo'n basistakenpakket voor de publieke gezondheid eruit kan zien.

Dan kom ik op de stroomuitval en wat er gebeurt met hulpmiddelen en met mensen die daarbij afhankelijk zijn van stroom. In het WGO Gehandicaptenbeleid heeft de minister van Langdurige Zorg aangegeven dat er een marktconsultatie gestart is vanuit VWS. Hiermee brengen we in kaart op welke locaties in Nederland stroomvoorzieningen beschikbaar zijn om gebruikers van hulpmiddelen die afhankelijk zijn van stroom op te kunnen vangen. Ik moet er wel bij zeggen dat het echt een heel complex vraagstuk is, omdat het over heel veel verschillende hulpmiddelen gaat die mogelijk ook om verschillende oplossingen vragen. Voor de zomer zullen we over de uitkomst en de stand van zaken informeren.

Voorzitter. Er was een vraag van het lid Kostić over pfas in bestrijdingsmiddelen. Ik vind het onwenselijk dat schadelijke stoffen zoals pfas zich verspreiden in milieu en voedsel. Dat ben ik dus met het lid Kostić eens. Met het pfas-onderzoeksprogramma van het RIVM wordt beoogd om de blootstelling aan pfas te verminderen. Er is Deens onderzoek — ik moest even denken: er was een land waarnaar het lid Kostić verwees — dat laat zien dat verschillende pfas-stoffen afbreken tot tfa en in het grondwater terechtkomen. Op grond daarvan heeft het Ctgb besloten om 46 gewasbeschermingsmiddelen die pfas bevatten, tussentijds opnieuw te gaan beoordelen. Dat is dus wat we nu doen en dat oordeel wacht ik af. Volgens mij komt er ook nog een gewasbeschermingsdebat. Als ik het uit mijn hoofd goed zeg, zal dat voor de zomer zijn, ook samen met LVVN. Maar het kan zijn dat ik nu iets te snel gelezen heb en het niet goed zeg.

Voorzitter. Op de vraag over influencers heb ik in de richting van mevrouw Synhaeve antwoord gegeven.

Voorzitter, zoals ik al zei, gaat het vandaag over heel verschillende ontwerpen. Ik ga nu even naar seksuele gezondheid. Ik kom bij hiv en soa-preventie. Mevrouw Dobbe noemde terecht de stagnatie van de daling, en mogelijk zelfs een stijging, van nieuwe hiv-diagnoses. Ik was afgelopen maandag bij de GGD Utrecht. Daar bespraken we dit ook. Het staat natuurlijk haaks op het doel dat we hebben om hiv terug te brengen naar nul in 2040. Er is vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord structureel geld voor PrEP-zorg door GGD'en. In 2027 compenseert dat voor de eerder doorgevoerde SPUK-korting. Vanuit 2028 is er dan ook extra budget beschikbaar ten opzichte van het voorgaande budget. Aanvullend daarop hebben we in de Voorjaarsnota tijdelijk middelen besteed om een inhaalslag PrEP-zorg te kunnen verlenen. Ik hoop dus ook echt dat met de structurele en de tijdelijke middelen bij elkaar de wachttijd korter wordt. Ik hoop dat ik daarmee de PrEP-vraag beantwoord heb.

De voorzitter:

Een gerichte vraag, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank voor het antwoord. Ik denk dat wij allemaal vinden dat dit probleem moet worden tegengegaan en dat we het beleid dat dit probleem veroorzaakt, moeten stoppen. Het is goed om te horen dat er wat extra geld bij komt, maar de minister zegt ook terecht dat dat voor een deel gebruikt wordt om bezuinigingen terug te draaien. Mijn vragen waren wel wat specifieker dan die de minister nu heeft beantwoord. Is de minister bereid om onderzoek te doen naar waarom het PrEP-gebruik afneemt? Dat is natuurlijk belangrijk om er beleid op te kunnen voeren. Die cijfers zijn er nu niet. Ik had ook een vraag gesteld over de CSG's. Die hebben budgetplafonds. Daardoor kunnen ze minder mensen testen dan ze capaciteit hebben. Dat lijkt me in dit geval problematisch.

Minister Hermans:

Er lopen op dit moment verschillende onderzoeken en monitors naar het PrEP-gebruik. Ik wil mevrouw Dobbe toezeggen dat ik naga of dit voldoende is en of dit ons voldoende inzicht geeft. Ik had voorzien om in het derde kwartaal van dit jaar een brief over seksuele gezondheid te sturen. In die brief kan ik daar dan op ingaan. Als mevrouw Dobbe het goed vindt, zal ik dan ook op de CSG's ingaan. Ik ken dit vraagstuk — toevallig is het maandag ook even aan de orde geweest — maar dan kan ik er even wat meer woorden aan wijden dan in de korte tijd die ons nu nog rest. Dan doe ik het onderwerp ook meer recht. Als dat goed is voor mevrouw Dobbe, dan doe ik dat graag.

De voorzitter:

Kort nog, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Heel fijn, maar kan het niet eerder? Misschien kan het ook wel vóór de zomer. Als er op dit moment bijvoorbeeld testen achterlopen, is dat voor mensen natuurlijk wel problematisch.

De voorzitter:

Kan dat?

Minister Hermans:

Dit zijn volgens mij twee dingen. Aan de ene kant gaat het over de vraag hoe het zit met de financiering, zowel op korte als op langere termijn. Op het gebied van de wachtlijsten: als ik morgen geld beschikbaar ... Het is geen een-op-eenrelatie. Er spelen natuurlijk ook andere vragen een rol. Ik wil kijken of ik het eerder kan doen, dus of ik voor de zomer op dit specifieke onderdeel kan ingaan. Ik zoek even een brief waarin dat logisch is.

Voorzitter. Een vraag van mevrouw Wendel over desinformatie over hormonale anticonceptie en condooms. Ze vroeg of ik in gesprek wil gaan over de gevaren van online desinformatie. Dit heb ik eigenlijk gedaan. Dit kwam aan de orde in het werkbezoek van afgelopen maandag waar ik net aan refereerde. Daar was ook Rutgers aanwezig. Dat liet me een aantal voorbeelden zien van hoe het op dit moment al online desinformatie tegengaat en hoe het daar een ander verhaal tegenover stelt. Het betreft vooral het tegengaan van de negatieve gevolgen van de desinformatie. Over de algemene maatregelen op dat gebied stem ik af en heb ik overleg met de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit. Voorzitter. Ik kom op vaccinaties. Mevrouw Van Brenk vroeg naar de vernieuwde griepvaccins. Daarover hebben we een advies gekregen van de Gezondheidsraad. We zijn met het RIVM in gesprek over de uitwerking van verschillende scenario's en mogelijkheden naar aanleiding van dat advies, en over een kosteneffectiviteitsanalyse. Naar aanleiding daarvan zullen we besluiten of, en zo ja hoe, we dit advies kunnen opvolgen. In de tussentijd gaan we natuurlijk gewoon door met de bestaande griepvaccins. Het is niet dat er nu iets stilligt. Het is belangrijk dat er even bij te zeggen.

Wat vind ik van het initiatief PRIK EENS DOOR!? Ik verwelkom dat initiatief en zie dat als een waardevolle bijdrage aan het versterken van de vaccinatiezorg voor volwassenen.

De gordelroosvaccinatie start vanaf 2027. Dit is ook een vraag van mevrouw Van Brenk. Dat is het programma voor 60-jarigen. In de voorbereiding daarop zal duidelijk worden hoe de campagne er precies uit gaat zien en wanneer er exact gestart zal worden. Ik zal mevrouw Van Brenk, en uiteraard de hele Kamer, daarover blijven informeren.

Voorzitter. Dan nog een vraag van het lid Kostić over de hitte-aanpak. Ben ik bereid om samen met de minister van VRO afspraken te maken over het landelijk aanpakken van meer groen in de buurt tegen hitte? In het ontwerp van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie zijn hierover afspraken beschreven. Aan dit ontwerp wordt momenteel de laatste hand gelegd. Het is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen IenW, VWS en VRO. Daarin wordt dus op dit specifieke onderwerp ingegaan.

De voorzitter:

Geweldig.

Minister Hermans:

De verantwoordelijkheid voor meer groen in scholen ligt bij het ministerie van OCW. Ik ben wel bereid om na te vragen hoe het daarmee staat. Dat wil ik het lid Kostić uiteraard toezeggen. Er is gevraagd of ik meer landelijke inzet wil plegen zoals ook Spanje dat doet. Gemeenten en eigenaren van panden zijn de eerstverantwoordelijken. Het Rijk ondersteunt vooral door het beschikbaar stellen van kennis, denk bijvoorbeeld aan de landelijke maatlat voor groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving dat een praktisch kader biedt. Er is ook nog de handreiking Groen in en om de stad, die een systematiek biedt om de groenopgave integraal en gelijkwaardig op verschillende schaalniveaus mee te nemen in beleid en projecten.

De voorzitter:

Dank.

Minister Hermans:

Voorzitter. Ik wil hiermee niet afdoen aan het belang van dit onderwerp. Als een van mijn laatste werkbezoeken als minister van Klimaat heb ik het project bij het Centraal Station bezocht, echt een voorbeeld van groen in de stad. Ik zie absoluut de waarde daarvan. Ik begrijp de vragen en ik hoop dat het lid Kostić antwoord krijgt in de Nationale Klimaatadaptatiestrategie, of in ieder gevoel krijgt bij wat we daar verder aan gaan doen.

De voorzitter:

Ik wil gelijk door met de tweede termijn. Als er nu eerst nog vragen zijn, doe ik geen tweede termijn. We kunnen niet langer doorgaan dan tot 14.10 uur. De orde moet even aan de orde komen. We kunnen nu nog een paar vragen doen, de veegronde, maar dan doen we geen tweede termijn. Ja, dat kan ook; er zijn meer wegen naar Rome. Er komt wel een tweeminutendebat, schat ik in. Dan doen we het vervolg van de discussie in het tweeminutendebat en laten we vandaag een tweede termijn, die toch maximaal een minuut zou duren, vervallen. U krijgt straks ook nog allerlei toezeggingen. Ik doe dan nog een of twee vragenrondes, het ligt eraan of de vragen zijn beantwoord. En dan ronden we het debat af. Ik benoem dan de toezeggingen. Er zal schat ik in een tweeminutendebat worden aangevraagd en dat is dan het vervolg. Mevrouw Wendel.

Mevrouw Wendel (VVD):

Ik zou een ander voorstel willen doen: wel een tweede termijn, waarin dan de vragen die nog leven meegenomen kunnen worden. Zo kan iedereen nog wel kort de tweede termijn doen.

De voorzitter:

Dat gaat niet. Daar is geen tijd voor. We moeten de zaal uit. Ik probeer het even hardop in te schatten. Het is heel simpel: als u een tweede termijn wilt, moet er een meerderheid zijn. Als die er is, schors ik tot na het reces voor een tweede termijn. Nu een tweede termijn gaat niet, want u heeft allemaal anderhalve minuut spreektijd. Daar moet dan weer antwoord op komen en dan haal ik 14.10 uur niet. Ik moet dan ook alle toezeggingen nog voorlezen. Ik maak nu die inschatting. Als u een tweede termijn wilt, prima, volwaardig, dan doen we het na het reces. De vraag is of er behoefte is aan een tweede termijn na het reces. Ik kijk even rond. Ik zie nog niet voldoende stemmen.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Ik heb liever dat we allemaal nog een korte vraag stellen. Ik heb nog een interruptie en wil dan even doorvragen. Als we een tweede termijn na het reces doen, duurt het weer langer voordat het tweeminutendebat volgt.

De voorzitter:

Zeker. Zo gaat het. Dan doe ik nu nog een paar vragen. Sorry, lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Prima. Ik denk dat dit ook een les is voor de commissie en dat we dit in het vervolg ruimer moeten inplannen. Dat is onze schuld misschien. Ik heb twee gemiste vragen. Ik heb ze letterlijk gesteld en ook nog via de PA van de minister van tevoren doorgegeven. Ik wil die wel graag beantwoord hebben zonder dat het van mijn spreektijd afgaat.

De voorzitter:

Er is nu geen sprake van spreektijd. We gaan de laatste vragen stellen en daarop antwoorden krijgen en dan rond ik het af. Kunt u die twee vragen nu beantwoorden?

Minister Hermans:

Wil het lid Kostić de vragen even voor mij herhalen? Ik heb naar eer en geweten alles zitten meeschrijven en in de beantwoording mijn aantekeningen gevolgd.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil mijn laatste tijd niet gebruiken om de vragen te herhalen die ik al gesteld heb, maar ze gingen over de Voedselwet en over de bezuinigingen bij het Voedingscentrum.

Minister Hermans:

Over het Voedingscentrum heb ik gezegd dat wij instellingssubsidie geven en dat ik niet van plan ben daaraan iets te veranderen. Dit is wat wij hebben afgesproken. Ik kan een bezuiniging niet terugdraaien, want ik ben gehouden aan afspraken. Ik heb nu een sluitende begroting en daar houd ik het bij. Ik ga dus niks terugdraaien, maar ik ga er ook niet meer dingen afhalen dan wat erover in de begroting staat.

Aan de Voedingswet wordt ook gewerkt. Volgens mij zei ik dat in relatie tot de Wet kindermarketing. Het zijn twee aparte wetten, maar ik werk aan allebei.

De voorzitter:

Ja, dat klopt. Mevrouw Van Meetelen.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik maak het niet ingewikkeld. Ik heb voor nu geen vragen. Er komt een tweeminutendebat en daarin ga ik moties indienen. Ik wil graag dat de schriftelijke vragen die ik over de Schijf van Vijf heb gesteld vóór het tweeminutendebat beantwoord zijn.

De voorzitter:

Voor de orde: het lid Kostić heeft een tweeminutendebat aangevraagd.

Dan kom ik bij mevrouw Vliegenthart.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Ik wilde toch nog even kort terugkomen op de beantwoording van de minister over Mainline. De minister laat het lijken alsof de borging van de kennis van Mainline al achter de rug is, terwijl Mainline met haar expertise heel duidelijk zegt dat het probleem juist ligt bij de borging van de kennis, terwijl er zo veel problemen zijn rondom synthetische opioïden in de drugsscene. Kan bij de toezegging van de brief worden vermeld dat daarin de onderbouwing wordt opgenomen hoe er dan geborgd gaat worden?

De voorzitter:

Dit dus bij de toezegging meenemen.

Minister Hermans:

Even om misverstanden te voorkomen: ik heb gezegd dat we daar juist in 2026 aan werken. Dat was ook de afspraak. In het najaar kom ik met informatie over hoe we dat gedaan hebben.

De voorzitter:

Helder. Mevrouw Wiersma, als er nog vragen zijn?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik heb een vraag waarop ik graag een schriftelijke reactie krijg. Kan de minister vóór het tweeminutendebat over dit onderwerp de subsidieaanvraag en de beschikking van het Voedingscentrum aan ons doen toekomen, ook als daar in de tussentijd wijzigingen op hebben plaatsgevonden?

De voorzitter:

Ik weet niet in hoeverre dat kan worden toegezegd.

Minister Hermans:

Welke beschikking bedoelt mevrouw Wiersma?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Je krijgt nooit zomaar subsidie, dus is er correspondentie geweest over de subsidieaanvraag en de toekenning. Er zitten natuurlijk voorwaarden aan de subsidie die het Voedingscentrum krijgt. Daar zijn afspraken over gemaakt en ik zou de afspraken die op papier staan, graag willen zien vóór het tweeminutendebat.

Minister Hermans:

Het betreft hier een instellingssubsidie. Volgens mij is informatie daarover openbaar, maar wij kunnen kijken wat er is. Er worden allemaal brieven gevraagd voor het tweeminutendebat. Ik kan niet alles toezeggen, afhankelijk van wanneer het tweeminutendebat plaatsvindt. De collega's die in het zaaltje hierboven zitten, zijn ook de collega's die aan al die wetten werken die u graag zo snel mogelijk wilt ontvangen.

De voorzitter:

En we hebben nogal wat toezeggingen genoteerd.

Minister Hermans:

Ook mijn capaciteit is soms beperkt.

De voorzitter:

Alle begrip daarvoor. We weten ook niet wanneer het tweeminutendebat is. Mevrouw Synhaeve.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Voortvarend aan de slag gaan met die maatregelen die het snelst het meeste impact hebben, lijkt mij uitstekend. Ik heb geen aanvullende vragen.

Minister Hermans:

Zei u "die" of "tien" maatregelen?

De voorzitter:

Nee, nee, ik heb het woord "tien" niet gehoord, maar dat maakt niet uit. De heer Van Houwelingen.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Ik heb een heel korte vraag: is de eiwittransitie een doel van het beleid dat het ministerie van Volksgezondheid voert? Zet het ministerie zich ook in voor de eiwittransitie via voedingsadviezen enzovoort?

De voorzitter:

Als u niet gelijk kunt antwoorden, ga ik door.

Minister Hermans:

In het voorvorige kabinet is daarover al een doelstelling afgesproken. Die is door het vorige kabinet niet aangepast, en ook niet door dit kabinet.

De heer Lohman (CDA):

Ik heb nog een verdiepende vraag over supermarkten, waar deels een antwoord op is gegeven. Ik begrijp dat de minister voor een deel niet meer kan doen dan praten met supermarkten en ze bij elkaar zetten. Maar iets concreter: wanneer kunnen we iets horen over resultaten van een dergelijk gesprek? Kunt u daarover iets zeggen? En, als suggestie, misschien kunt u dat een keer gaan doen samen met de minister van LVVN, omdat we nu bezig zijn met het stikstofpakket en daarin een heel belangrijke rol is weggelegd voor zowel de keten als de supermarkten. Mijn suggestie is dus om samen in gesprek te gaan met de supermarkten.

De voorzitter:

Er is een vraag gesteld en een suggestie gedaan.

Minister Hermans:

Ik stel voor dat ik na de zomer daarop in een brief terugkom, want de eerste rapportage die we dan hebben lijkt me een goede aanleiding om dat gesprek weer eens te voeren. Ik kijk of dat dan ook een moment is om het samen met LVVN te doen of dat we dat op een andere manier vormgeven. Ik begrijp de suggestie.

Mevrouw Wendel (VVD):

Ik wil toch gezegd hebben dat ik het jammer vind dat dit debat is overschaduwd door de Schijf van Vijf. We hebben echt met z'n allen een grote opgave te doen. Kan de minister toezeggen de komende tijd ook te focussen op waar we elkaar op kunnen vinden? Er zijn zo veel organisaties en ondernemers die hier iedere dag hard aan werken dat ik het jammer zou vinden als de Schijf van Vijf de afdronk van dit debat is. Ik hoop dat de afdronk is dat we samen aan de slag moeten gaan en dat de minister dat kan beamen.

De voorzitter:

Ik dank u zeer. Wilt u daar nog op ingaan?

Minister Hermans:

Heel kort: ik deel dat helemaal. Dat is in lijn met het aan de slag gaan met "die" maatregelen, niet tien maatregelen, waarop mevrouw Synhaeve doelde. In het coalitieakkoord hebben we een heel aantal afspraken met elkaar gemaakt. De algemene inzet om die beweging naar preventie en gezondheid te maken, vraagt heel veel van ons allemaal op heel veel verschillende terreinen. Daarover zullen we ongetwijfeld op heel veel momenten nog van mening verschillen, maar er is veel werk te doen en daarmee moeten we aan de slag.

Er is nog één punt waar ik een procesmatige opmerking over moet maken. Dat gaat over de vragen die over sport zijn gesteld, want die heb ik niet beantwoord. Mevrouw Dobbe is net weg. Sport is de verantwoordelijkheid van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Zij stuurt op hele korte termijn een verzamelbrief naar de Kamer met een aantal onderwerpen daarin. Daar hoort een bijlage bij met een evaluatie van het Sportakkoord. Op al die punten wordt ingegaan en dat kan worden betrokken bij een commissiedebat Sport.

De voorzitter:

Lid Kostić nog tot slot.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Tot slot nog even over pfas. De minister zei dat ze nog wacht op het advies van het Ctgb, maar het Ctgb heeft afgelopen week al meegegeven dat die stoffen inderdaad heel schadelijk zijn en dat ze waarschijnlijk verboden zullen worden. De kwestie is alleen wanneer dit zal worden gedaan. We dreigen nu te wachten tot mid 2028, terwijl Denemarken het al verbiedt vanuit het voorzorgsbeginsel en daarop nationale regelgeving heeft bedacht. Ik verzoek de minister hierop per brief terug te komen, zo snel mogelijk en het liefst voor het tweeminutendebat, om te bekijken of zij van plan is het voorbeeld van Denemarken te volgen.

De voorzitter:

U heeft eigenlijk al geantwoord op dit punt.

Minister Hermans:

Ik moet dit formele advies toch even afwachten. Ik zal er dan natuurlijk op terugkomen. Ik dacht dat er nog een gewasbeschermingsdebat komt. Laat ik met u afspreken dat we voor die tijd een stand van zaken zullen geven. Als het advies er is, volgt natuurlijk een reactie.

De voorzitter:

Heel goed. Het is 14.00 uur. We hebben een beetje uitloop. Er vindt hierna een ander debat plaats, vandaar ook de snelheid. Ik dank u allemaal voor de medewerking daarin. Als ik kan inschatten hoeveel mensen naar het commissiedebat komen, kan ik zeker iets met de tijd, maar dat is altijd een verrassing in dit huis. Soms komen er vijf mensen en soms twaalf; zo gaat dat.

Ik dank de minister voor de uitgebreide beantwoording. Ik heb toezeggingen genoteerd en zal ze even voorlezen. Dan kunt u in ieder geval checken of ik iets ben vergeten wat belangrijk is. Het tweeminutendebat is door het lid Kostić aangevraagd. Dat geleiden we door. Dit is de stemmingsbel. Er wordt zo gestemd in de grote zaal. Dat gebeurt fractiegewijs. Dit betekent dat er een kleine groep komt. Ik zie uw haast, maar ik wacht even met het voorlezen van de toezeggingen totdat de bel over is. Vandaar dat ik daarover begon.

  • Een. Voor de zomer ontvangt de Kamer een uitgebreide tabaksbrief met onder meer uitwerkingen van verschillende maatregelen om vapen tegen te gaan. Daarin wordt tevens ingegaan op de verschillende moties inzake "three strikes out" en een mogelijk verbod op het in voorraad hebben van vapeproducten met smaakjes, de uitwerking van de motie-Dobbe/Krul inzake het tegengaan van het online aanbieden en verkopen, en de laatste stand van zaken van initiatieven op Europees niveau.
  • Twee. Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief inzake suikerbelasting en de uitwerking van diverse scenario's.
  • Drie. De Kamer wordt voor de zomer nader bericht over de uitwerking van de regeling voor schoolfruit en schoolontbijt.

Minister Hermans:

Ik heb voor de zomer gezegd, maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik niet zeker weet of dit gaat lukken.

De voorzitter:

Voor het ministerie?

Minister Hermans:

Ook.

De voorzitter:

Streven naar ...

Minister Hermans:

Ja, streven naar. Ik zal er sowieso iets mee moeten richting de Miljoenennota.

De voorzitter:

Maar goed, er is ook nog een tweeminutendebat.

Minister Hermans:

Zeker. Ik weet het. Ik heb ook heel goed gehoord wat het lid Kostić zei.

De voorzitter:

We kunnen er nog "voor het zomerreces" van maken, want dat is iets na de zomer, maar dat terzijde. Heel kort, lid Kostić, want dit is een toezegging.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil hem even concreet opgeschreven hebben, want het gaat om het aanbieden van gratis biologische groente en fruit, en om de bredere mogelijkheid die de minister van Volksgezondheid daarin ziet in het belang van de volksgezondheid.

De voorzitter:

  • Vier. De Kamer ontvangt nog een kabinetsreactie op het advies van de Gezondheidsraad. Daarin wordt tevens het vraagaspect inzake de eiwittransitie meegenomen.
  • Vijf. Naar verwachting ontvangt de Kamer begin 2027 een wetsvoorstel inzake kindermarketing.
  • Zes. Voor het commissiedebat Verslavingszorg in november wordt nadere informatie verstrekt naar aanleiding van het verzoek van mevrouw Vliegenthart.
  • Zeven. Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over mantelzorg.
  • Acht. Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over stroomuitval inzake hulpmiddelen, gebruikers et cetera.
  • Negen. In het derde kwartaal ontvangt de Kamer een brief over seksuele gezondheid waarin nader wordt ingegaan op de vraag van het lid Dobbe inzake PrEP en CSG.
  • Tien. De Kamer ontvangt nog een brief met de verdere uitwerking van het hitteplan in relatie tot diverse acties ter attentie van groen in de buurt en/of op scholen.

Wanneer volgt deze ongeveer?

Minister Hermans:

Wanneer die Nationale klimaatadaptatiestrategie komt? In elk geval voor de zomer, maar mijn inschatting is volgende maand.

De voorzitter:

U mag altijd nog iets over een termijn aan de commissie doen toekomen. Maar goed, bij dezen hebben we dat nu benoemd.

Minister Hermans:

De minister van IenW gaat hierover. Vandaar dat ik het niet exact weet.

De voorzitter:

  • Elf. De Kamer ontvangt bij voorkeur voor het tweeminutendebat het instellingsbesluit, of in ieder geval de informatie, rondom het Voedingscentrum.
  • Twaalf. De Kamer ontvangt na de zomer de uitkomst van het gesprek met de supermarktketen, alsmede de monitoring hieromtrent.

Wanneer komt de Voedselwet? Later dit jaar?

Minister Hermans:

Dat duurt nog wel wat langer. Dat wordt echt pas in de loop van volgend jaar.

De voorzitter:

Dat is wat het nu is. Oké. Mevrouw Synhaeve, tot slot. Ik wil gaan afronden.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Volgens mij zou bij de tabaksbrief ook worden ingegaan op de accijns op IQOS.

Minister Hermans:

Ja.

De voorzitter:

De toevoeging hebben we genoteerd. Mevrouw Wiersma nog?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ja, over de subsidievoorwaarden.

De voorzitter:

Ik heb het woord "subsidie" niet genoemd, maar ik heb iets gezegd over het instellingsbesluit. Check.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Prima.

De voorzitter:

U allen hier, nogmaals dank voor uw geduld. Iedereen die heeft meegekeken: dank. Ik dank de minister en alle Kamerleden.

Ik sluit de vergadering.

Sluiting