[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]
Datum 2026-04-08. Laatste update: 2026-04-13 10:35
Groen van Prinstererzaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

Digitale infrastructuur en economie

Opening

Verslag van een commissiedebat

De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 8 april 2026 overleg gevoerd met mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, over Digitale infrastructuur en economie.

De voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken,

Dekker

De griffier van de vaste commissie voor Digitale Zaken,

Boeve

Voorzitter: Dekker

Griffier: Muller

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van den Berg, El Boujdaini, Dekker, Kathmann, Verkuijlen, Vermeer en Zwinkels,

en mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit.

Aanvang 10.47 uur.

Digitale infrastructuur en economie

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 17 januari 2025 inzake voortgangsupdate IPCEI CIS en Gaia-X (26643, nr. 1271);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 10 maart 2025 inzake voortgangsrapportage Strategie Digitale Economie (26643, nr. 1309);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 18 april 2025 inzake uitkomsten verkenning AI-faciliteit in Nederland (26643, nr. 1330);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 27 juni 2025 inzake indiening voorstel AI-fabriek Groningen (26643, nr. 1354);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 12 augustus 2025 inzake opvolging motie van het lid Kathmann c.s. over het .nl-domein weer volledig in Nederland krijgen (26643-1317) (26643, nr. 1380);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 21 augustus 2025 inzake reactie op factsheets digitale strategische autonomie (26643, nr. 1383);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 1 september 2025 inzake uitvoering van twee moties met betrekking tot de tarieven en betaalbaarheid van internet (26643, nr. 1386);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 22 september 2025 inzake zeekabels in Europees en Caribisch Nederland (26643, nr. 1398);
  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 1 oktober 2025 inzake antwoord op de vraag, gesteld tijdens tweeminutendebat formele Telecomraad 6 juni 2025 van 2 september 2025, over de rol van de overheid in het afbouwen van digitale afhankelijkheden en de bereidheid om vanuit de overheid hiertoe maatregelen te nemen (21501-33, nr. 1160);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 13 oktober 2025 inzake honorering EU-financiering voor de AI-fabriek in Groningen (26643, nr. 1424);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 29 oktober 2025 inzake meerjarenplan Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) 2026-2030 (26643, nr. 1429);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 9 december 2025 inzake invulling van diverse moties en een toezegging, gedaan tijdens het notaoverleg van op 2 juni 2025, over de initiatiefnota "Wolken aan de horizon" (36574, nr. 18);
  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 19 december 2025 inzake voortgang AI-fabriek en AI-gigafabriekeninitiatief (26643, nr. 1451).

De voorzitter:

Een hele goede morgen. Ik open deze vergadering van de vaste commissie voor Digitale Zaken. Aan de orde is het commissiedebat Digitale infrastructuur en economie. Ik heet welkom de bewindspersoon, mevrouw Aerdts, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Aan de zijde van de Kamer zullen deelnemen aan dit commissiedebat mevrouw El Boujdaini, mevrouw Zwinkels, de heer Verkuijlen, de heer Van den Berg, de heer Vermeer en mevrouw Kathmann. We hebben in totaal drie uur voor deze vergadering. Ik stel voor om uit te gaan van vier interrupties per persoon. Een interruptie die langer duurt dan 30 seconden telt als twee, zoals u weet. Dus dan gaat het hard. Een interruptie bestaat uit een vraag en de beantwoording. Als dat nodig is, kan er ook een verduidelijkende vraag gesteld worden. We zullen zien of dat qua tijd allemaal in het spoor blijft lopen. Ik hoop van wel. Voor de tweede termijn kunnen we aan de hand van de beschikbare tijd bezien of er nog ruimte is voor aanvullende interrupties en vragen. Dat lijkt me eventjes voldoende voor de logistiek van deze vergadering. Ik wil graag het woord geven aan mevrouw El Boujdaini voor haar bijdrage.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Dank u wel, voorzitter. Toen ik vanochtend hoorde over de hack bij ChipSoft, werd weer duidelijk dat digitale infrastructuur het dagelijks leven raakt. Digitale infrastructuur is als een weg. Over deze onzichtbare weg gaan persoonsgegevens, appjes en betalingen. Maar wie bepaalt de routes en de regels van de digitale economie, waarin data een grondstof is geworden, AI het product is dat iedereen wil gebruiken en innovatie de snelheid is waarmee we vooruitkomen?

Voorzitter. Het is daarom aan ons om richting te geven aan onze digitale toekomst en om Europese en Nederlandse bedrijven het voordeel van de twijfel te geven en niet steeds de techgiganten, die een monopoliepositie hebben. De komende jaren willen wij bouwen aan een bloeiende digitale economie, met een digitale infrastructuur waar wij de regie over hebben. Van het werkveld en experts horen we dat we over de juiste kennis beschikken. En we hebben ook mooie voorbeelden. Afgelopen week in het nieuws: Centric, KPN, Info Support, Intermax, Nebul, Previder en Uniserver willen werken aan een cloud als alternatief voor big tech. EUnifyer, dat een alternatief biedt voor onder andere Outlook en Teams, gaat met pilots starten. TNO werkt samen met andere organisaties aan 6G. GPT-NL is ons eigen Nederlandse AI-model. Kortom, wij kunnen het wel. In het coalitieakkoord staat dat we als overheid moeten optreden als launching customer voor nieuwe, innovatieve technologieën. Dit onderschrijft mijn fractie ook van harte. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris: welke concrete projecten lopen er momenteel waarin de overheid al als launching customer optreedt? Zijn er al best practices die breder toepasbaar zijn binnen de overheid? Hoe gaat de staatssecretaris deze launchingcustomerrol verder invullen? Wanneer zien we daar de resultaten van?

Voorzitter. Het nieuws dat vergunningen zijn uitgegeven voor de bouw van zeven nieuwe datacentra is u vast niet ontgaan: de hyperscalers. Datacentra zijn nodig voor veilige dataopslag voor ziekenhuizen, overheid en bedrijven. Maar belangrijke randvoorwaarde is wat ons betreft wel digitale soevereiniteit. Hoe ziet het gebruik van deze megadatacentra eruit? Is er al zicht op wie hier precies gebruik van zullen maken? Gister is er ook een motie aangenomen van Zalinyan en Grinwis over een nationale aanpak voor datacenters en datakabels. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat in deze nationale aanpak ook het belang van digitale soevereiniteit wordt opgenomen? Ziet de staatssecretaris kansen om digitale soevereiniteit in de toekomst mee te nemen als criterium in vergunningsprocessen voor nieuwe datacentra?

Voorzitter. Bedrijven en overheden moeten bouwen aan een bloeiende digitale economie. Wat we vandaag investeren, bepaalt wat morgen kan groeien. We hebben vorige week een brief ontvangen van de staatssecretaris waarin staat dat er vanuit de overheid niet geïnvesteerd wordt in de AI-gigafabriek, maar zulke initiatieven wel stimuleert. Een eigen digitale infrastructuur ontwikkelen en hier regie op hebben is cruciaal voor soevereiniteit. Volgens het rapport-Wennink is dat ook nodig voor het verdien- en innovatievermogen. Dat er nu geen half miljard beschikbaar is voor een AI-gigafabriek is te begrijpen, maar ik zou wel graag toekomstperspectief willen. Hoe gaan we er als overheid dan wel voor zorgen dat we deze AI-infrastructuur, de rekenkracht die we nodig hebben voor innovatie, toch gaan stimuleren?

Voorzitter. Onze digitale economie staat of valt ook met een sterke infrastructuur. Terwijl onze afhankelijkheid van zeekabels groeit, blijven we achter en komt het eigenaarschap steeds vaker bij big tech te liggen. Dat maakt ons kwetsbaar, juist in deze geopolitieke tijden. Daarmee staat onze digitale autonomie en onze positie als digitale mainport onder druk. Welke concrete stappen zet de staatssecretaris om de aanlanding van nieuwe intercontinentale zeekabels in Nederland actief te stimuleren? Op welke wijze zet zij zich binnen Europa in voor versterking van Europees eigenaarschap op infrastructuur?

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik hoor mevrouw El Boujdaini spreken over de gigafactory. Zij zegt dat die belangrijk is, maar dat er op dit moment geen middelen voor beschikbaar zijn en dat dat begrijpbaar is. Dat volg ik niet helemaal. Ik hoor veel ambitie bij mevrouw El Boujdaini. Waarom is het dan begrijpbaar dat we geen geld besteden aan dit soort belangrijke zaken?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ik vind het heel belangrijk dat we investeren in dit soort initiatieven. Ik zeg alleen dat als we kijken naar de begroting, 500 miljoen euro op dit moment wel echt een hele grote hap is. Daarom vraag ik ook om toekomstperspectief, om te kijken: waar kunnen we dan wel naartoe werken voor wellicht de volgende begroting? Ik denk namelijk wel dat we echt moeten investeren in onze eigen digitale infrastructuur en rekenkracht in Nederland.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat ben ik helemaal met mevrouw El Boujdaini eens. Ik denk ook dat dat heel belangrijk is, zeker als die gigafactory geld kan opleveren voor onze maatschappij. Stel dat daar een bepaald rendement achter zit; is het dan niet beter om nu alsnog te investeren? Voor mijn part zijn we daar creatief in, maar laten we in ieder geval die middelen vinden, zodat die baten alsnog ten goede komen aan de maatschappij.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Als er middelen beschikbaar zijn, dan ben ik enorm voorstander van het investeren in dit soort initiatieven, maar het moet wel mogelijk zijn. Kijk, we hebben ook de AI-gigafabriek in Groningen. Die is meer voor publieke diensten beschikbaar. Daar hebben we 71 miljoen euro in geïnvesteerd als overheid, samen met de provincie. In totaal was er 200 miljoen euro voor nodig. Dat kunnen we gelukkig wel verwezenlijken. Ik ben hartstikke bereid om te kijken naar andere ideeën en plannen om een andere AI-gigafactory ook mogelijk te maken.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Mijn interruptie ligt in het verlengde van die van de heer Van den Berg. D66 zegt dat dat geld er nu niet is. Er wordt gesproken over een half miljard. Maar het gaat natuurlijk over een veel breder vraagstuk. Er is nul euro voor strategische autonomie. Er is nul euro voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Er is niet een beetje geld, maar nul euro. Ik hoor in de bijdrage van mevrouw El Boujdaini heel veel ambitie, maar hoe dan? Ik vind het eigenlijk echt nog erger dat je zulke torenhoge ambities opschrijft in een coalitieakkoord en Nederland meeneemt in "we moeten koploper zijn; we moeten dit zijn en dat zijn" en daar vervolgens nul euro voor uittrekt. Hoe rijmt mevrouw El Boujdaini dat? Ik snap wel dat mevrouw El Boujdaini op zoek is naar de plannen, maar zonder geld is er geen plan. Kan ik er ook van op aan dat D66 strijd gaat voeren om hier gewoon geld voor vrij te maken?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Als we kijken naar hoeveel geld wij jaarlijks als overheid uitgeven aan IT-diensten en -producten, dan loopt dat in de miljarden. Het ligt ook aan het volgende. We hebben het geld wel, want het geld wordt al geïnvesteerd in producten en diensten. De manier waarop we het investeren is het probleem. Er zijn nooit strategische keuzes gemaakt over wie we waarvoor willen hebben. Het gaat dus om vragen als: vinden we het oké dat Microsoft ons bedient op x, y, z of willen we toch dat Nederlandse en Europese bedrijven ons bedienen? Dat geld is al beschikbaar, maar dat moet op een andere manier uitgegeven worden. Op het moment dat we dat geld, dat al wordt uitgegeven, op een andere manier gaan uitgeven, dan kunnen we daadwerkelijk werken aan onze digitale autonomie en soevereiniteit. Ik denk echt dat we nu op het punt staan om dat te doen. Ik heb dit al eerder gezegd: we besteden jaarlijks zo enorm veel geld aan bijvoorbeeld het inhuren van IT'ers binnen de overheid. Daar gaat per jaar iets van 1,6 miljard naartoe. Als we dat soort dingen aanpakken en kennis meer in huis halen, zouden we zo bijna een miljard kunnen besparen. Dat zouden we dan bijvoorbeeld kunnen uitgeven aan de NDS. Ik denk dat het ook gewoon kijken is naar waar ons geld op dit moment heen gaat en hoe we die keuzes anders moeten gaan maken. Dat is niet alleen aan ons, aan de Kamer. Ook het kabinet moet hierop gaan sturen.

De heer Vermeer (BBB):

Mevrouw El Boujdaini haalt hier wel twee dingen door elkaar, namelijk operationele kosten en geld voor investeringen. Dat zijn toch echt heel verschillende dingen. Ik zou dus echt willen vragen of D66 gewoon haar beleidsambities vergezeld wil laten gaan van geld om te investeren. Ik zal daar straks in mijn bijdrage nog op terugkomen. We moeten die twee dingen wel uit elkaar halen, want we kunnen niet operationele kosten nu in één keer gaan besparen. Als dat gekund had, dan was dat al jaren geleden gebeurd naar mijn idee. Dit gaat gewoon om een pot geld om investeringen te kunnen doen. Is mevrouw El Boujdaini dat met mij eens?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ik haal geen dingen door elkaar. Wat ik zeg, is dat het geld dat al wordt uitgegeven op een andere manier uitgegeven moet worden en dat door daarnaar te kijken bepaalde keuzes ook in ons voordeel kunnen gaan werken. Daarbij heb ik ook iets gezegd over eventuele besparingen die we zouden kunnen doen op inhuur, dat je naar dat soort dingen kan kijken om daadwerkelijk andere innovatieve dingen te kunnen bekostigen. Daarbij wordt ook het NADI, het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovaties, opgezet, waar wel een half miljard inzit en waar ook start-ups en bedrijven met goede ideeën gebruik van kunnen maken, juist voor onze eigen innovaties. We hebben straks ook een investeringsinstelling die daaraan gaat bijdragen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zwinkels.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de staatssecretaris danken voor alle stukken. We gaan nu echt met elkaar van start. Het is inmiddels geen vraag meer of we onze digitale afhankelijkheid moeten afbouwen. Het is de vraag hoe we dit gaan doen, want het moet echt anders. Natuurlijk gaat dat niet van vandaag op morgen, maar ik wil een hoopvol perspectief schetsen. Nederlandse en Europese techondernemers werken met overtuiging aan volwaardige alternatieven en die beweging groeit. Ook overheden zetten stappen, zoals het vaak aangehaalde voorbeeld van Sleeswijk-Holstein. Het moet en kan dus echt anders en dat vraagt politieke daadkracht en moed. De Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie doet deze oproep ook: koers houden en komen tot een realistische en planmatige aanpak waarbij we Europese samenwerking versterken.

Voorzitter. Dan naar het coalitieakkoord, waarin ook gesproken wordt over digitale autonomie. De uitwerking blijft nog abstract. Daarom de vraag wanneer we concrete doelen en stappen kunnen verwachten, vooral als het gaat om het afbouwen van die afhankelijkheden en het opbouwen van capaciteiten bij Europese aanbieders. Ik heb daarvoor drie punten. Allereerst GPT-NL, een indrukwekkend publiek initiatief gebaseerd op verantwoorde data. De vervolgvraag is: hoe nu verder? Waar zien we de concrete toepassingen met maatschappelijke meerwaarde, bijvoorbeeld in de zorg, waar behoefte is aan betrouwbare AI? Hoe zorgen we dat dit initiatief wordt doorontwikkeld en echt kan renderen? Ten tweede Mijn Bureau, een opensource-samenwerkingsplatform ontwikkeld in Europees verband en al succesvol toegepast bij gemeenten. Dat laat zien dat Europese samenwerking werkt. Kan de staatssecretaris toezeggen de Kamer te informeren over hoe dit soort initiatieven verder kunnen worden opgeschaald? Ten derde de overheid als launching customer, het werd al genoemd. Via mijn eerder aangenomen motie is gevraagd om bij aanbestedingen beter in kaart te brengen welke Europese alternatieven beschikbaar zijn. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij digitale autonomie actief laat opnemen in de aanbestedingscriteria?

Voorzitter. Tot slot de AI-infrastructuur. De komst van een AI-fabriek in Groningen is een belangrijke stap, maar het succes zit niet alleen in de bouw. Dat zit ook in het gebruik. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat bedrijven, kennisinstellingen en overheden deze infrastructuur vanaf dag één benutten?

Dan de inzet op Europese AI-gigafabrieken. Het CDA kan de lijn volgen dat Nederland hier niet direct financieel in participeert. Tegelijkertijd betekent dat niet dat we achterover kunnen leunen. Juist dan is de vraag hoe we de randvoorwaarden versterken voor een krachtig Europees AI-ecosysteem dat investeringen en talent aantrekt. Minstens zo belangrijk: hoe borgen we dat Nederland goed aangesloten blijft op de toekomstige Europese rekencapaciteit binnen de EuroHPC JU, de European High Performance Computing Joint Undertaking? Ook op dit punt vindt mijn fractie de inzet van het kabinet nog te weinig concreet.

Daarmee wil ik mijn inbreng afsluiten. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik hoor hier ook het CDA spreken over het belang van onze eigen rekenkracht en de gigafactories. Er zouden vijf gigafabrieken moeten komen in Europa, waarvoor de kosten zo'n 20 miljard euro zijn. Als wij in Nederland zo'n fabriek zouden willen hebben, moeten wij daar als land zeker een miljard euro aan bijdragen. Als mevrouw Zwinkels dit wil, hoe gaan we dat dan betalen en echt realiseren? Dat hoor ik hier niet in terug.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Het antwoord is zojuist al gegeven: het geld om hier als Nederland op in te schrijven ligt op dit moment gewoon niet op de plank. Ik vind dat ook jammer. Ik had ook graag gewild dat we op een van die vijf konden inschrijven, maar dat is gewoon niet het geval. Zo realistisch moeten we met elkaar wel zijn. Daarom doe ik de oproep om met elkaar planmatig aan de slag te gaan en ervoor te zorgen dat we onze capaciteit verder wel weten op te bouwen. Laten we nu dus vooral kijken hoe we hierop kunnen samenwerken met andere Europese landen. Denk aan Duitsland, waar we wat mij betreft prima mee zouden kunnen samenwerken om ervoor te zorgen dat we de toegang tot de capaciteit in Europese handen weten te houden en minder afhankelijk worden van big tech, zoals eerder aangegeven.

De heer Van den Berg (JA21):

Nou breekt mijn klomp en ben ik het echt helemaal kwijt. Er was net een interruptie op mevrouw El Boujdaini van D66 en nu vraag ik het hier aan mevrouw Zwinkels van het CDA. Ik snap het nu echt niet meer. Er wordt gezegd: wij willen dit wel hebben en wij moeten onze eigen rekenkracht hebben. Tegelijkertijd hebben we gezien dat er geen geld is, dus dan wordt er gezegd: dan moeten we het maar aan de Duitsers overlaten. Waarom wordt hier dan richting de staatssecretaris het pleidooi gehouden dat dit toch heel belangrijk is? Want die keuze moet nu gemaakt worden. Kortom, is mevrouw Zwinkels nou voor zo'n gigafactory en gaan we daar nou iets voor regelen, of is het gewoon een loze ambitie, die niets gaat uitmaken?

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Zo'n gigafactory zoals die nu wordt geschetst, gaat, naar ik hoor, gepaard met bedragen in de orde van grootte van bijna een derde van de EZ-begroting, zeg ik om het even in perspectief te zetten. Dat is op dit moment gewoon onhaalbaar. Ik zou graag willen kijken hoe we kunnen samenwerken in publiek-private constructies, zodat we toegang tot financiering mogelijk maken voor bedrijven, en hun op die manier de kans geven om die capaciteit met ons op te bouwen, zodat de aanbieders ook meer ruimte krijgen. Ik snap dat de heer Van den Berg heel graag die gigafactory in Nederland zou willen zien landen — dat zou ik ook een mooie ambitie vinden — maar het eerlijke verhaal is dat we daar op dit moment niet het geld voor hebben. Ik ben ook benieuwd hoe de heer Van den Berg het voor zich ziet met dat geld, want op dit moment is die ruimte er helaas niet.

Tot slot, voorzitter. Ook ik zie wel heel veel mogelijkheden om binnen de bestaande budgetten van de overheid te kijken hoe we tot kostenbesparing kunnen komen, hoe we kritischer kunnen zijn op alle ICT-uitgaven die worden gedaan en hoe we ook tussen ministeries tot een veel krachtigere, sterkere aanpak kunnen komen, wat hopelijk ook veel middelen vrijspeelt, maar ik kan me ook voorstellen dat dat niet toereikend zal zijn voor deze gigafactory.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ook hier stel ik de vraag, want het CDA is onderdeel van de coalitie en ik wil het heel graag breder trekken dan de investering in deze gigafactory. Nogmaals, we hebben het hier over nul budget voor strategische digitale autonomie, over nul euro om de NDS ook maar uit te kunnen voeren, dus hoe denkt het CDA dan planmatig aan de slag te kunnen gaan? Politiek is gewoon keuzes maken, financiële keuzes maken, en nogmaals, als je zulke torenhoge ambities opschrijft in je coalitieakkoord, kun je die niet staven met nul euro. De vraag is: hoe gaan we dit oplossen en hoe gaan we wél stappen zetten?

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Gelukkig is niet alles in onze samenleving alleen maar op te lossen met een zak geld vanuit de overheid; laat ik dat vooropstellen. Dat kan ook met verantwoorde AI, toepassingen, bescherming van onze kinderen online et cetera. Als overheid hebben regelgeving en een hoop andere instrumenten om stappen te zetten in digitalisering. Daarbij ben ik juist heel erg trots op wat er in het coalitieakkoord staat over digitale autonomie. Het is nog nooit eerder vertoond dat we op deze manier met elkaar die stap vooruitzetten. We leven ook in een hele andere tijd dan een aantal jaren geleden. Ik moet eigenlijk zeggen: een andere realiteit, ook geopolitiek gezien. Ik ben heel erg blij dat dit zo veel urgentie heeft gekregen en dat we het nu gefaseerd gaan doen. Het gaat niet vandaag of morgen gebeuren, maar we gaan gefaseerd gerichte investeringen doen. Dat betekent niet dat we meteen bij de eerste grote investering van 500 miljoen gaan zeggen: dat hadden we eerder moeten doen. Als we het hebben over eerder keuzes maken, heb ik van GroenLinks-PvdA het beeld dat ze altijd overal maar extra geld voor uit willen trekken. Ik zie niet echt hoe ze daar politieke keuzes in willen maken. Volgens mij zijn er een hoop andere domeinen waarvoor GroenLinks-PvdA ook extra geld zou willen zien. Ik ben dus toch ook wel benieuwd welke keuzes dan worden gemaakt. Ik ben altijd bereid om de komende tijd te kijken hoe we samen op een verantwoorde manier die investeringen kunnen lostrekken voor de digitalisering.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ik vind het bijna zonde om een interruptie te besteden aan deze soort van wedervraag. GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft gewoon een doorgerekend programma. Wij weten onze ambities heel goed te staven met investeringen. Als wij dat niet kunnen doen, schrijven we ze ook niet op. Dat is namelijk gewoon oneerlijk. Ik kom uit de stad van "geen woorden, maar daden." In woorden kun je niet wonen. In woorden alleen kun je ook niet digitaal onafhankelijk worden. Dat vraagt gewoon om investeringen. De investeringen die nu klaarliggen zijn nul euro — nul euro! Ik stel nogmaals de concrete vraag: hoe denkt het CDA planmatig aan de slag te gaan — want dat zijn de woorden die gebruikt werden: we gaan planmatig aan de slag — met nul euro? Hoe? Ik doe namelijk graag met u mee, maar hoe?

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik zie dat probleem ook. Laat ik daarin mevrouw Kathmann dan ook gelijk geven. Ik zie ook dat daarvoor op dit moment geen aanvullend budget is geregeld in het coalitieakkoord. Tegelijkertijd zijn er wel een aantal suggesties gedaan ten aanzien van de instelling van de nationale investeringsbank en het NADI, dat net al door D66 werd aangehaald. Er zijn dus echt wel kansen voor digitale investeringen. Nogmaals, ik wil kijken hoe we binnen de overheid budgetten beter gecoördineerd en met meer centrale regie kunnen inzetten, zodat het de digitale autonomie ten goede komt. Dat is niet eenvoudig — dat ben ik ook met mijn collega's eens — maar het is op dit moment wel de situatie waar we in zitten. Ik zal altijd kijken hoe we vanuit het CDA eraan kunnen bijdragen dat er gerichte investeringen worden gedaan in die digitale autonomie. Ik zie vooral prioriteit bij de kritieke diensten die we als overheid hebben. Burgers moeten kunnen vertrouwen op bescherming van hun data et cetera.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Verkuijlen. Sorry, er is nog één interruptie van de heer Vermeer. Neemt u mij niet kwalijk.

De heer Vermeer (BBB):

Mevrouw Zwinkels zegt: het is nog nooit vertoond hoeveel stappen we hier vooruit willen zetten. Het is ook nog nooit vertoond dat er dan geen geld voor beschikbaar is. 500 miljoen is 0,1% op onze totale begroting. Het gaat gewoon helemaal nergens over. Het probleem is niet dat het een derde van de EZ-begroting is. Het probleem is dat die EZ-begroting bijna nul is. Dát is het probleem. Is mevrouw Zwinkels dat met mij eens?

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik ben dat niet met de heer Vermeer eens. Ik denk dat er heel veel kansen liggen om als Nederland te gaan investeren. Ik denk ook dat er een grote rol ligt voor ons bedrijfsleven. We moeten hen ondersteunen en de juiste randvoorwaarden bieden. Ik hoopte eigenlijk dat ik een partij als de BBB daarin aan mijn zijde zou vinden. We kunnen gewoon niet alles van de overheid verwachten als het gaat om geld. We zullen dus ook met elkaar moeten kijken waar wij als overheid een rol hebben, wanneer we een investering moeten doen en of die haalbaar is. We moeten dus gewoon iets realistischer zijn.

De heer Vermeer (BBB):

Dit gaat al om een publiek-privaat project. We zijn nettobetaler aan Europa. De bedoeling is juist dat wij een deel van dat geld weer terughalen, dat wij die regeling als een hefboom gebruiken, juist om onze private investeringen meer rendement te geven. Daar gaat het om. Ziet mevrouw Zwinkels dat echt anders? Leeft zij in een andere realiteit? Of leef ík in een parallel universum?

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik mag hopen dat we allemaal in hetzelfde universum leven en dat we de discussie met dezelfde feiten voeren. Voor ons is het belangrijk dat we naar die randvoorwaarden kijken. Nogmaals, ik vind het ook vervelend en heel erg lastig dat we niet zomaar zo'n groot bedrag op de plank hebben liggen als overheid om in zo'n samenwerking, in zo'n grote investering te stappen. Dat vind ik natuurlijk ook heel erg jammer. Maar dat is wel de werkelijkheid. Daar kan ik nu niets anders van maken. Ik wil graag de komende tijd met de heer Vermeer kijken naar welke kansen er nog meer voorbijkomen en hoe we samen met ons bedrijfsleven de juiste investeringen kunnen doen. Dat betekent dus ook dat we keuzes moeten maken. Op dit moment wordt hier niet voor gekozen. We gaan met elkaar op zoek naar waar we als Nederland wél de prioriteit gaan leggen, naar wat haalbaar is om ons te kunnen onderscheiden in deze snel veranderende technologische wereld.

De voorzitter:

Dank u wel. Nu stel ik toch echt voor dat we voortgaan met de heer Verkuijlen. Meneer Verkuijlen, het woord is aan u.

De heer Verkuijlen (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik ben nieuw in de commissie en vervang mevrouw Rajkowski. Ik zal proberen mijn bijdrage in haar lijn verder vorm te geven.

De voorzitter:

Ik zou vooral uw eigen lijn kiezen, meneer Verkuijlen.

De heer Verkuijlen (VVD):

Ja, dat zal ik doen. Maar goed, de politieke lijn is wel duidelijk.

Voorzitter. De VVD staat voor een sterke economie. Economische groei is geen luxe, maar een voorwaarde. Zonder groei kunnen we onze voorzieningen niet blijven betalen. Zonder groei verliest Nederland ook zijn positie op het wereldtoneel. Juist in deze geopolitieke tijden — het is al eerder gememoreerd — is strategische soevereiniteit van essentieel belang.

Voorzitter. Die economische groei staat of valt met iets dat nog te vaak onzichtbaar is: onze digitale infrastructuur. Juist die infrastructuur is kwetsbaarder dan we misschien willen toegeven. Want laten we eens concreet maken wat er gebeurt als die digitale infrastructuur uitvalt. Wat gebeurt er als onze netwerken worden verstoord? Dan stopt niet alleen het internet. Dan valt ons betaalverkeer stil, valt het pinnen online stil en liggen bankieren en transacties plat. Alles ligt plat. Dan kunnen bedrijven niet meer opereren. Dan stokken de logistiek, havens, transport en distributiecentra. Dan raken vitale sectoren ontregeld, van zorg tot energie.

Voorzitter. Dat terwijl we razendsnel bewegen richting een economie waarin digitalisering alles aanstuurt. Denk aan zelfrijdende voertuigen, zoals de taxi's die we nu al in China zien rijden of stilstaan. Zonder stabiele digitale infrastructuur functioneren die simpelweg niet. Sterker nog, uitval betekent direct risico's voor de veiligheid van mensen op straat. Herkent de staatssecretaris dat?

Met andere woorden, de digitale infrastructuur is geen ondersteunende factor meer; het is de ruggengraat van onze samenleving. Niet voor niets is de digitale infrastructuur opgenomen in de Europese richtlijn voor de weerbaarheid van kritieke entiteiten. Dit met het doel om kritieke sectoren hun weerbaarheid te laten verhogen om de interne markt te beschermen. Lidstaten moeten risicobeoordelingen uitvoeren. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of dergelijke risicobeoordelingen voor onze digitale infrastructuur al voorzien zijn en, indien dit nog niet aan de orde is, of zij dit wil stimuleren.

Voorzitter. De aanleg en het onderhoud van de digitale infrastructuur vragen om investeringen. In hoeverre wordt de private sector gestimuleerd om tot dergelijke investeringen over te gaan? Dat is al eerder door de vorige sprekers gememoreerd, met de vraag om concrete voorbeelden. Ik sluit mij daar graag bij aan. Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen. De VVD is blij dat de AI-fabriek in Groningen er komt, maar wil van de staatssecretaris weten hoe het ervoor staat met de ontwikkeling van deze fabriek. Als het kabinet zegt dat Nederlandse bedrijven optimaal toegang moeten krijgen tot de Europese AI-rekencapaciteit, hoe gaat het kabinet dat dan concreet regelen?

Voorzitter. Een ander punt van zorg: onze zeekabels. Een groot deel daarvan is verouderd. Vier van de acht kabels zijn ouder dan twintig jaar. Ik wil graag van de staatssecretaris weten wat de impact op de wal is als deze kabels niet langer functioneren. Zijn de kabels redundant? Wat betekent het voor de bandbreedte en de transmissiesnelheid als het dataverkeer over één in plaats van twee kabels wordt geleid? Los van het feit dat de kabels aan het einde van hun levensduur komen, blijken zij ook kwetsbaar voor sabotage. Kan de staatssecretaris concreet aangeven in hoeverre zij dat risico, met haar collega's van Defensie, tracht te voorkomen?

Voorzitter. Die kabels zijn juist slagaders van onze digitale economie. Ze hebben Nederland gemaakt tot een van de belangrijkste internetknooppunten ter wereld. Ze hebben bijgedragen aan innovatie, wetenschap en mooie, grote bedrijven. Maar die positie — dat blijkt vandaag ook in dit debat — is niet vanzelfsprekend. Ik hoor signalen uit de sector dat Nederland een belangrijke trans-Atlantische zeekabel dreigt mis te lopen. Herkent de staatssecretaris die signalen of ziet zij nog mogelijkheden? Zo ja, wat betekent dat voor onze strategische autonomie? Volgens de sector is de aanlanding van een zeekabel een cruciale stimulans voor bedrijven die hoge rekensnelheid nodig hebben en biedt een dergelijk knooppunt een land een preferente distributiepositie. Herkent de staatssecretaris die toegevoegde waarde of vraagt dit nader onderzoek? Wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat Nederland niet achterop raakt?

Voorzitter, ik sluit af. Digitale infrastructuur is geen bijzaak; het is de basis van onze economie, veiligheid en toekomst.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Kathmann. Dat is overigens wel haar laatste.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ik kan de VVD heel erg helpen, want onderzoek naar die zeekabels is niet meer nodig. Dat is al gedaan, en uitgebreid ook. Mooier nog: er liggen gewoon drie breed gesteunde, aangenomen moties van de Tweede Kamer met daarin het volgende. Ja, we willen dat er publiek geïnvesteerd gaat worden in de trans-Atlantische zeekabel, maar we willen ook dat er geïnvesteerd wordt in de zeekabel van het Caribisch deel van het Koninkrijk naar het Europese deel van het Koninkrijk. Vinden wij de VVD aan onze zijde om ervoor te gaan zorgen dat dit kabinet die drie moties ook gaat uitvoeren? Ook dat antwoord heb ik voor de VVD: voor onze digitale strategische autonomie is dat cruciaal. Als we nu niet publiek de regie pakken, dan is over een paar jaar de volledige markt in handen van een handjevol techgiganten. We hebben het hier over kabels waar 98% van het complete internetverkeer doorheen gaat.

De heer Verkuijlen (VVD):

Dank voor de vraag van mevrouw Kathmann. Die is terecht. De intentie van de moties steunen wij, maar de praktische vertaling daarvan … U heeft het net met de vorige collega's al uitgebreid gehad over de ruimte op de begroting. Dat is natuurlijk een beperkende factor daarin. Maar ja, we onderschrijven het belang daarvan. De weg daarnaartoe is even een ander verhaal, gezien de financiële implicaties die het heeft.

De voorzitter:

Dan gaan we naar de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Zeker weten, voorzitter. Nederland staat op een kruispunt als het gaat om digitalisering. Aan de ene kant zien we enorme technologische ontwikkelingen op ons af komen. Denk aan AI, 6G, kwantum en fotonica. Aan de andere kant zien we toenemende geopolitieke spanningen en cyberdreigingen. Ook dreigt Nederland achter te blijven op het gebied van investeringen en energie-infrastructuur.

Dat brengt mij bij een onderwerp dat misschien minder zichtbaar, maar wel fundamenteel is: zeekabels. Zonder zeekabels ligt Nederland digitaal stil. Ongeveer 95% van al het internetverkeer loopt via deze kabels. Het zijn de slagaders van onze digitale economie. Tegelijkertijd zien we dat deze infrastructuur kwetsbaar is. Kabels verouderen en raken beschadigd. Toch lijken de aandacht en vooral de investeringen vanuit de overheid achter te blijven.

Voorzitter. Uit onderzoek van Axiom en Terabit blijkt dat er in 2032 ten minste twee nieuwe zeekabels nodig zijn tussen Nederland en de Verenigde Staten. Ook is uitbreiding naar andere Europese landen wenselijk en moet meer dan de helft van onze huidige kabels de komende jaren worden vervangen. Daarnaast laat onderzoek van Pioneer zien dat de situatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk nog kwetsbaarder is. Kabels zijn verouderd, internetverkeer loopt via de Verenigde Staten en de markt is geconcentreerd bij één aanbieder. Tegelijkertijd hoor ik van de minister dat een aftakking naar Nederland van een nieuwe kabel richting bijvoorbeeld Japan ongeveer 100 miljoen euro kost en een directe verbinding tussen Caribisch Nederland en Europees Nederland zelfs 292 miljoen.

Voorzitter. Daar staat tegenover dat er simpelweg geen structureel budget is gereserveerd. Sterker nog, in het coalitieakkoord is helemaal niets opgenomen voor deze vitale infrastructuur. Het werd net al even genoemd: publiek-privaat is een mooie aanpak, maar dan moet je aan de publieke kant wel gaan deelnemen voordat het private geld ook vrijkomt. Dat roept bij mijn fractie dan ook de volgende vragen op. De staatssecretaris noemt bedragen van 100 miljoen euro en 292 miljoen euro voor de zeekabels. Kan zij precies onderbouwen hoe deze bedragen zijn berekend en welke risico's de overheid hierbij draagt? Als 95% van het internetverkeer via zeekabels loopt, waarom kiest het kabinet er dan voor om geen structureel budget te reserveren voor deze vitale infrastructuur? Kan de staatssecretaris bevestigen dat Nederland afhankelijk wordt van andere landen als wij niet meebetalen? Wat betekent dat voor onze digitale positie?

Voorzitter. Tot slot de AI-fabrieken. Een AI-fabriek draagt bij aan meer digitale autonomie. Door data-infrastructuur in eigen hand te houden, zijn we minder afhankelijk van andere landen en houden we meer controle over onze privacy en onze veiligheid. Tegelijkertijd roept dit project ook fundamentele vragen op. Een AI-fabriek is een grote investering in een technologie die zich zeer snel ontwikkelt. Het Ecorys-rapport laat zien dat het succes van een AI-fabriek afhangt van de beschikbare infrastructuur. Op dit moment is er nog geen onderneming die daadwerkelijk op grote schaal in Nederland geavanceerde AI-modellen kan trainen. Daarnaast vraagt zo'n fabriek natuurlijk ook om enorme hoeveelheden energie: 1,6 tot 3,2 terawattuur, dat is zo'n 3% van ons elektriciteitsverbruik. Juist in een tijd waarin het stroomnet al onder druk staat en netcongestie een groeiend probleem vormt, moeten we ons afvragen hoe realistisch en verantwoord dit soort projecten nog zijn. Aangezien het voornamelijk gaat om hernieuwbare energie, moeten we ons ook afvragen waar de energie vandaan wordt gehaald als de wind niet waait. Wellicht biedt kernenergie hier een goede oplossing voor. Tot slot moeten, nogmaals, natuurlijk ook de kosten in overweging worden genomen.

Voorzitter, ik ga afronden. De fractie van JA21 steunt innovatie, laat dat duidelijk zijn, maar niet zonder kritische blik. Zeker niet als het gaat om grote publieke investeringen zonder duidelijke dekking, samenhang en toekomstbestendigheid. Dat brengt mij als laatste nog bij de volgende vragen, en ik hou het maar even bij enkele. Kan de staatssecretaris nog toelichten waarom niet ook wordt geïnvesteerd in zeekabels, aangezien de AI-fabriek niet geheel kan functioneren zonder die zeekabels? Als laatste vraag: kan de staatssecretaris nog toelichten hoe de midterm review in 2029 concreet wordt vormgegeven en op basis van welke criteria dan wordt besloten om door te gaan dan wel bij te sturen? Dan rond ik af; dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Vermeer van de BoerBurgerBeweging.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. De Kamerbrief van vorige week is helder: dit kabinet wil niet investeren in AI-gigafabrieken. Juist dit kabinet sprak grote ambities uit op het gebied van digitalisering, maar als het erop aankomt, blijft het bij loze woorden. Geen geld, geen keuzes, geen investeringen, geen koers. BBB vindt deze keuze zorgelijk, want dit gaat over een principiële keuze over de positie van Nederland in de digitale economie van morgen.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik was wel benieuwd na deze introductie van de heer Vermeer. Het is toch zo dat we wel gewoon met elkaar die AI-fabriek in Groningen ondersteunen en daarin investeren, ook vanuit de overheid? Over die gigafabrieken ben ik het helemaal eens met de heer Vermeer; daar heeft hij gewoon een punt. Hij moet nu alleen niet alles op één hoop gaan gooien en zeggen dat we nergens in investeren en dat we alleen maar ambities op papier schrijven, want dat is gewoon niet waar. Leven we dan in dezelfde wereld, zou ik aan de heer Vermeer willen vragen.

De heer Vermeer (BBB):

Dat is juist zo interessant, want de investering in die andere fabriek is door het vorige kabinet gedaan. We zitten hier te praten over dit kabinet en over deze begroting. Dus ik ben er heel trots op dat wij in het vorige kabinet wél geleverd hebben op dit punt.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. Nederland staat aan de zijlijn toe te kijken. AI ontwikkelt zich razendsnel en de Verenigde Staten en China investeren op enorme schaal. Precies op het moment dat er een Europees initiatief ligt om die achterstand in te halen, kiest dit kabinet ervoor om niet mee te doen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is ook: welke inhoudelijke afweging ligt hieraan ten grondslag? Welk probleem weegt voor het kabinet zwaarder dan het verlies aan digitale autonomie en concurrentiekracht?

Voorzitter. In dezelfde brief erkent het kabinet dat AI-infrastructuur cruciaal is voor onze economie, voor innovatie en voor digitale autonomie. Zonder toegang tot rekenkracht, data en kennis kunnen bedrijven zich niet ontwikkelen, kunnen wetenschappers niet door en raakt Nederland nog afhankelijker van technologie van buiten. We zijn digitaal in hoge mate afhankelijk van de Verenigde Staten en China. Met dit besluit wordt die afhankelijkheid alleen maar groter. Mijn vraag is dan ook: hoe kan het toch dat het kabinet het probleem volledig erkent, maar vervolgens weigert om onderdeel van de oplossing te zijn?

Dan het financiële argument van het kabinet: er zou geen geld zijn. Geld is geen natuurverschijnsel. Deelname aan dit soort Europese initiatieven betekent juist dat je samen investeert en dat er Europese cofinanciering tegenover staat. Ik zou meer onderbouwing van de staatssecretaris willen. Met welke bedragen rekent het kabinet hiervoor? Hoeveel zou Nederland moeten bijdragen om mee te doen? Hoeveel Europese middelen lopen we mis door nu af te haken? Wat zou een eventuele investering opleveren, ook voor de staatskas, voor het verdienvermogen van Nederland? Heeft het kabinet ook gekeken naar de kosten van niets doen? Als we straks namelijk afhankelijk zijn van buitenlandse infrastructuur, betalen we daar uiteindelijk ook voor, alleen dan zonder regie en zonder autonomie. Wat hier vooral wringt, is dat dit tekentafelkabinet denkt in Excelsheets, in plaats van dat het denkt aan de toekomst van Nederland. De begroting voor volgend jaar moet kloppen, maar ondertussen wordt de economie van morgen gewoon uitgekleed. We zien dat overal terug. Er is achterstallig onderhoud aan wegen en bruggen en nu dreigt onze digitale infrastructuur hetzelfde pad op te gaan. Alles moet passen binnen het jaar, maar de toekomst betaalt de prijs.

Voorzitter. De consequenties van dit kabinetsbesluit zijn niet te onderschatten. Als Nederland niet investeert, zullen bedrijven uitwijken naar plekken waar de infrastructuur wél beschikbaar is. Start-ups trekken weg, talent volgt en innovatie vindt elders plaats. Zo simpel werkt het. En wij? Wij worden afnemer in plaats van ontwikkelaar. Hoe gaat het kabinet, tegen het licht van dit kabinetsbesluit, voorkomen dat dit gebeurt?

Voorzitter, tot slot. Dit is uiteindelijk een keuze voor de toekomst van Nederland. Blijven we aan de zijlijn staan of nemen we verantwoordelijkheid en zorgen we dat Nederland onderdeel is van de volgende generatie technologie? BBB vindt dat we die tweede keuze moeten maken. Daarom vraag ik tot slot: is de staatssecretaris bereid dit besluit te heroverwegen en met een concreet voorstel naar de Kamer te komen om alsnog aan te kunnen sluiten bij het Europese AI-gigafabriekeninitiatief? Ik hoop echt dat de brieven ondertekend kunnen blijven met "staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit", en dat ze straks niet ondertekend worden met "staatssecretaris Digitale dromen".

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vermeer. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. De belofte: we worden digitale koploper in alles, met de beste digitale infrastructuur en zeekabels voor iedereen; Nederland als AI-opschaalland van Europa. De realiteit? In de Voorjaarsnota staat geen rooie rotcent voor digitale infrastructuur. Er is niks gereserveerd voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Een simpele motie om bij Prinsjesdag wél te laten zien hoe je die belofte betaalt, wordt door de coalitie weggestemd. Als je geen geld hebt voor digitale zaken, zeg dat dan gewoon, maar beloof dan ook geen dingen die je niet waar kunt maken. Daar zit mijn frustratie.

Wanneer is Nederland een digitale koploper, zoals het coalitieakkoord belooft? Wat moet er gebeuren om dat waar te maken? Dat is gewoon een concrete vraag aan de staatssecretaris. De dingen die we doen, moeten doordacht zijn. Straks geeft de staatssecretaris wél politieke steun aan de AI-gigafabriek, maar is er geen cent om dat waar te maken. Daarmee verliezen we mogelijk de kans om stevig mee te kunnen praten over de voorwaarden. Hoeveel rekenkracht heeft Nederland in de toekomst eigenlijk nodig? Gaat dat lukken met of zonder gigafabriek? De ratrace met de Amerikanen en Chinezen op AI willen we helemaal niet winnen, maar we willen wél de Europese wedstrijd om waardevolle AI met respect voor mens en natuur winnen. Hoe winnen we die wedstrijd om waardevolle AI te bouwen? Welke rol spelen gigafabrieken daar wel of niet bij?

Zonder geld kun je geen keuzes maken; dan zitten we eigenlijk voor het zoveelste jaar op rij vast in Groundhog Day. Hoeveel geld mag deze staatssecretaris eigenlijk uitgeven? Welk budget heeft zij om keuzes te maken? Is er überhaupt ergens een potje geld, een apart budget voor digitalisering, waar ze wél over gaat? Kan ze toezeggen dat er met Prinsjesdag wél een financieel plan ligt, waarmee publieke investeringen kunnen worden gedaan?

Vorige week nam ik echt een supertof plan in ontvangst van de Open Cloud Alliantie. Dat zijn zeven Hollandse cloudboeren die gaan samenwerken om samen aanbestedingen te kunnen winnen. Samen hebben ze 13.500 medewerkers en een omzet van 6,5 miljard euro. En nee, gelukkig hebben we geen Europees Microsoft; we hebben iets beters, we hebben deze bedrijven, de open cloud voor Nederland! Volgens mij heeft de staatssecretaris het plan ook al gekregen. Ik heb hierover wat vragen. Kan de staatssecretaris dit plan schriftelijk appreciëren en concreet ingaan op alle acht aanbevelingen die erin staan? Is zij bereid dit plan te omarmen en in gesprek te gaan met de alliantie om hier zo snel mogelijk vervolg aan te geven?

Dan begin ik voor de zoveelste keer — collega's hebben het ook gedaan — over de zeekabels. Drie moties zijn aangenomen waarmee de Kamer heel breed uitspreekt: ja, we willen de Arctische kabel en de kabel tussen Europees en Caribisch Nederland. De markt gaat ze niet aanleggen. Net als vorig jaar zet het kabinet geen stappen wegens budgettaire krapte. Is dit kabinet van plan om te investeren in deze kabels? Wanneer kunnen we een officieel voorstel en een planning verwachten voor die zeekabels? Gaat dit kabinet de publieke financieringsopties die afgelopen zomer al zijn uitgewerkt daadwerkelijk inzetten en, zo ja, welke? Niks doen is ook een keuze.

De heer Vermeer (BBB):

Ik werd natuurlijk even getriggerd toen mevrouw Kathmann over "cloudboeren" begon. Zou GroenLinks-PvdA of PRO een amendement willen steunen om geld bedoeld om gewone boeren uit te kopen, te investeren in cloudboeren? Dan houden we per saldo nog veel meer boeren over.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Schoenmaker blijf bij je leest; dat is een heel groot goed. Ik wil me in dit debat, dat gaat over digitale infrastructuur, beperken tot de cloudboeren. Je kunt echt geen euro te veel in deze cloudboeren investeren. Ze zijn een open alliantie met elkaar aangegaan, dus iedere cloudondernemer in Nederland kan aanpakken. De spullen zijn er. Ik zou nogmaals willen zeggen: koop Nederlandse waar. Het is er en het doet het. Overheid, word leading launching customer.

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de bewindsvrouw: hoelang denkt u nodig te hebben?

Staatssecretaris Aerdts:

Een halfuur, alstublieft.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat wij schorsen inclusief lunchpauze. Wat zullen we doen, 12.15 uur? Is dat redelijk? Of maken we er 12.30 uur van? Ja, 12.30 uur? Dan schors ik tot 12.30 uur.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Voorzitter.

De voorzitter:

Ga uw gang.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik had het al eerder aan de collega's doorgegeven, maar ik moet helaas naar een andere vergadering toe. Ik ben er straks dus niet meer bij, maar ik zal het debat uiteraard terugkijken.

De voorzitter:

In gedachten bent u bij ons.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Zeker, in een ander universum.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, schorsen we nu tot 12.15 uur? Dat lijkt me wel schappelijk, toch?

De voorzitter:

Ja. Dan schorsen we tot 12.15 uur.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. We zijn een klein beetje uitgedund, want mevrouw Zwinkels moest naar een andere vergadering en ik begrijp dat de heer Vermeer om 12.45 uur ook naar een andere vergadering moet. Het is geen blijk van desinteresse, maar er zijn andere verplichtingen. We hebben uiterlijk tot 13.45 uur. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Aerdts:

Voorzitter, dank. Gelukkig spreek ik meestal heel snel, dus we komen vast een heel eind.

Voorzitter. Zonder onze digitale infrastructuur zijn we nergens. Het raakt aan alles wat we doen — het werd al eerder gememoreerd — als consument, als ondernemer, als overheid en als samenleving. Dank daarom voor dit debat en voor de gelegenheid om ook met uw Kamer hierover in gesprek te gaan. Als we terugkijken naar de afgelopen decennia, dan zien we hoe digitalisering ons leven stap voor stap heeft veranderd. Wat begon met de eerste computers en het internet, is uitgegroeid tot een digitaal verbonden samenleving, van de manier waarop we werken en communiceren tot hoe we winkelen, leren en zorg ontvangen. Nederland heeft zich in die revolutie ontwikkeld tot een wereldwijde voorloper. We zijn een internationaal knooppunt voor dataverkeer door onze strategische ligging, toonaangevende datacenters en zeekabels die ons verbinden met de rest van de wereld. Onze ondernemersgeest en innovatiekracht worden geroemd. Dat is vandaag.

Digitalisering vormt ook de ruggengraat van economische groei en innovatie naar de toekomst toe. Het is de motor die ervoor zorgt dat we concurrerend blijven en nieuwe kansen kunnen creëren. Het versterkt ons verdienvermogen en draagt bij aan een betere dienstverlening, duurzaamheid en kansen voor het mkb. Daarvoor moeten we onze digitale infrastructuur koesteren, het ecosysteem van zeekabels, datacenters, internetknooppunten, cloud- en hostingdiensten en telecomnetwerken. De samenhang hiervan vormt onze sterke, stabiele digitale basis. Goed functionerende clouddiensten, stabiele netwerken en datacenters zijn essentieel voor dit systeem, voor de overheid en voor mensen thuis. Investeren in het ecosysteem van de digitale infrastructuur als geheel blijft daarom een absolute prioriteit.

Maar er is een keerzijde. Recente geopolitieke ontwikkelingen maken ook duidelijk dat we kwetsbaar zijn. Maakte de Europese digitale sector in 2010 nog een kwart van de mondiale digitale economie uit, inmiddels is dat nog maar zo'n 10%. Europa neemt slechts 7% van de mondiale R&D-uitgaven aan ICT-software voor zijn rekening. Zo maken we ons afhankelijk van technologie van buiten. Deze afhankelijkheid maakt ons, samen met het gevaar van cyberaanvallen, spionage en sabotage, kwetsbaar; dat werd ook al genoemd. Gaat het fout, dan kan onze samenleving worden ontwricht. Onze economie, veiligheid en samenleving staan dan onder druk.

De centrale vraag is daarom: hoe voorkomen we dat we in de toekomst nog afhankelijker worden van andere landen? Hoe versterken we onze strategische autonomie? Strategische autonomie betekent niet dat we in Nederland alle cloud, AI en data volledig in eigen huis hebben. Het betekent wel dat we wederzijdse afhankelijkheden creëren, dat andere landen ook iets van ons nodig hebben en wij niet alleen van anderen. Het betekent dat we als overheid bewuster kiezen en sturen op de inrichting van onze digitale systemen en tegelijkertijd de openheid voor internationale handel en samenwerking koesteren. En het betekent dat we daadwerkelijk iets moeten kunnen kiezen. Daarvoor heb je voldoende Europees en Nederlands aanbod nodig. Diversificatie van het aanbod is ook geen luxe. Het is echt een randvoorwaarde, zodat wij als overheid daadwerkelijk kunnen kiezen tussen volwaardige alternatieven, in plaats van keuzes die voor ons gemaakt worden. Dat vraagt om een trendbreuk. Er is meer nodig en het moet sneller. Onze digitale weerbaarheid en concurrentiekracht versterken we langs drie lijnen: promote, protect en partner.

Eén: promote. We moeten gericht investeren in AI-infrastructuur, in cloud, cybersecurity en digitale innovatie, zoals we dat doen in de AI-fabriek in Groningen en recent met 142 miljoen euro vanuit het Nationaal Groeifonds voor het project 6G Future Network Services. De overheid moet ook zelf het goede voorbeeld gaan geven: meer regie over de eigen ICT-huishouding en een actieve rol als launching customer voor Europese digitale producten en diensten. Het aanbestedingskader moet ruimte bieden om op grond van autonomie, weerbaarheid en veiligheid te kunnen kiezen voor Europese alternatieven.

Dat brengt me bij het tweede punt: protect. De veiligheid en integriteit van onze digitale infrastructuur is essentieel voor het goed functioneren van de economie en de samenleving. We doen een aantal dingen. De zorg- en meldplicht voor telecomaanbieders in de Telecommunicatiewet wordt uitgebreid via de NIS2-richtlijn. Hiermee spreken we een bredere groep aanbieders in de digitale infrastructuur aan. Een ander aandachtspunt is de bescherming van kritieke infrastructuur op de Noordzee, waar de zeekabels lopen die ons land verbinden met de rest van de wereld. Hieraan werken we samen met de ministeries van Justitie en Veiligheid en Defensie. Daarnaast werken we met de Zeekabel Coalitie aan het vergroten van de veerkracht van het netwerk. Ook hiervoor zijn investeringen nodig. Daarnaast zet het kabinet in op het beschermen van ons .nl-domein als Nederlandse digitale identiteit. De opvolging van de motie-Kathmann is daarbij een stap in de goede richting.

Punt drie gaat over partners. Geen enkel land kan dit tenslotte alleen. We moeten intensief samenwerken met Europese lidstaten en betrouwbare internationale partners aan gezamenlijke infrastructuur, standaarden en ecosystemen, zoals we dat doen met EDIC Digital Commons, AI-fabrieken, dataspaces en de IPCEI CIS. Door gezamenlijk op te trekken, kunnen we profiteren van gedeelde vooruitgang en kunnen we onze concurrentiepositie versterken.

Tot slot, voorzitter. Digitale infrastructuur is de fundering waarop onze gehele samenleving rust. Zoals wegen, spoorlijnen en havens in de vorige eeuw de basis vormden voor economische welvaart en maatschappelijke cohesie, zo doen zeekabels, datacenters, mobiele netwerken en cloudinfrastructuur dat vandaag. Ze bepalen of bedrijven kunnen groeien, of mensen toegang hebben tot digitale diensten, of onze ziekenhuizen draaien en of onze logistieke ketens functioneren. Digitale infrastructuur is onmisbaar en daarom is er nu actie nodig. Laten we samen prioriteit geven aan het vermogen van onze concurrentiekracht, aan ons verdienvermogen en aan onze digitale weerbaarheid, en tegelijkertijd de afhankelijkheid van anderen verminderen. Nederland heeft daarvoor een uitstekende uitgangspositie. Die moeten we koesteren en uitbouwen, niet defensief, maar offensief. Dat moeten we niet doen door de wereld buiten te sluiten, maar door zelf sterker te staan, met een overheid die durft te investeren, die reguleert waar nodig, die samenwerkt waar mogelijk en die durft te kiezen. Dat is wat ik de komende periode samen met u wil doen.

Ik heb uw vragen gebundeld in een aantal onderwerpen. Ik wil maar even beginnen met het kabinetsbeleid op digitale infrastructuur en soevereiniteit. Ik wil beginnen met de vraag van mevrouw Kathmann en de heer Van den Berg hoeveel geld deze staatssecretaris eigenlijk mag uitgeven en welk budget er nou wel is. U gaf zelf al duidelijk aan — volgens mij hebben we dat tijdens het WGO ook uitgebreid met elkaar besproken — dat er in het coalitieakkoord geen extra middelen zijn vrijgemaakt voor publieke investeringen in de versterking van de digitale economie en infrastructuur. Dat betekent niet dat er geen mogelijkheden zijn, zoals een aantal van u zelf ook zei. De financiering van nieuwe initiatieven of van intensiveringen moet komen uit bestaande begrotingen, en multipliereffecten als Europese cofinanciering moeten slim ingezet worden. Voor investeringen in bijvoorbeeld zeekabels en de AI-infrastructuur kijk ik naar middelen rond de nationale investeringsinstelling, naar die middelen vanuit het coalitieakkoord voor regionale innovatie en cofinanciering en naar mogelijkheden voor investeringen in de infrastructuur vanuit een defensieoogpunt. De bestedingen van middelen uit deze bronnen worden allocatief gewogen samen met bestedingen voor andere prioriteiten. Zodra er nieuws is over aanvullende ruimte, informeer ik uw Kamer onmiddellijk, zoals dat ook gebeurd is met de financiering van de AI-fabriek. Hier speelt ook de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat mogelijk een nadrukkelijke rol in.

Mevrouw Kathmann vroeg ook wanneer Nederland digitaal koploper is, zoals in het coalitieakkoord wordt beloofd. Wat moet er dan concreet gebeuren om dat waar te maken? Ik heb niet één simpele indicator of KPI om dat aan te kunnen geven, maar voor mij betekent het dat Nederland in Europa koploper is in die digitale innovatie en sleuteltechnologieën zoals AI, dataclouds, cybersecurity en bijvoorbeeld 6G. Dit is ook de ambitie in onze Strategie Digitale Economie. Als het bijvoorbeeld gaat om connectiviteit, lopen we al voorop met een van de beste netwerken ter wereld. We blijven dan ook werken aan het behouden en het versterken van die hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur. Op het gebied van digitalisering en AI ga ik werk maken van innovatie en industriebeleid door de juiste randvoorwaarden voor die toekomstige groei te creëren. Hiervoor gebruik ik de slagkracht van die Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat en gebruik ik de overheid als een launching customer. Zo zet ik de overheid effectief in. Hiervoor is het natuurlijk belangrijk om te zoeken naar mogelijkheden en middelen om te investeren, bijvoorbeeld in die zeekabels, AI-infrastructuur of in de investeringsagenda van de NDS.

De heer Verkuijlen van de VVD gaf aan dat we razendsnel bewegen richting een digitale economie. Wat betekent dat nou als het gaat om uitval en om de risico's voor de veiligheid op straat? Ik herken het signaal dat de heer Verkuijlen geeft; die continuïteit en veiligheid van de digitale infrastructuur heeft zeker mijn prioriteit. Dat is ook een van de pijlers van de Strategie Digitale Economie die naar de Kamer is gestuurd in het kader van de voortgangsrapportage. Ik werk daarin veel samen met de sector. In het kader van de weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen zijn er bijvoorbeeld verschillende trajecten waarin we de weerbaarheid van kritieke entiteiten verder verhogen. U sprak ook over de risicobeoordelingen die volgens de richtlijnen verplicht zijn. Onder die Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zijn de bevoegde autoriteiten verplicht om risicobeoordelingen uit te voeren. Ik ben op dit moment bezig met het beoordelen van de digitale infrastructuur daarvoor.

De heer Verkuijlen vroeg ook waarom het kabinet er dan niet voor kiest om structureel budget vrij te maken voor het aanleggen van kritieke infrastructuur, zoals zeekabels. Op dit moment zijn er op de begroting van EZK en in het coalitieakkoord geen extra middelen voor gereserveerd. Dat is helaas de realiteit. Ik had natuurlijk ook heel graag een grote zak met geld meegekregen om dit direct uit te voeren, maar dat betekent wel dat we daarin creatief zullen zijn, want we erkennen natuurlijk absoluut het belang van de zeekabels. Meerdere leden van de commissie hebben dat hier vandaag heel terecht, denk ik, benadrukt. Indien we als Nederland zeekabelprojecten willen financieren, moeten we ook keuzes maken en mogelijk andere beleidsdoelstellingen bijstellen of laten vervallen. Investeringen in de digitale infrastructuur met een positieve businesscase worden zeker meegenomen in de besluitvorming rond de vorming van de investeringsinstelling waar we al over spraken.

De voorzitter:

De heer Verkuijlen wil interrumperen, maar ik wilde van tevoren even afspreken dat we in beginsel weer vier interrupties doen. Aan de staatssecretaris zou ik willen vragen wat de structuur van haar toelichting is, want dat heb ik even gemist. Zou u dat eerst kunnen aangeven?

Staatssecretaris Aerdts:

Zal ik daar eerst op ingaan? Ik ben begonnen met het kabinetsbeleid voor digitale infrastructuur en soevereiniteit. Het volgende blok zal gaan over AI en de AI-gigafabriek. Daarna komen de zeekabels, de cloud, datacenters en de digitale overheid als launching customer.

De voorzitter:

Heel goed. U bent nu bezig met het eerste blokje.

Staatssecretaris Aerdts:

Ja, ik ben bijna aan het einde van het blok over het kabinetsbeleid voor …

De voorzitter:

Zullen we de interrupties aan het einde van het blokje doen dan? Ja. Heel goed.

Staatssecretaris Aerdts:

De heer Vermeer gaf aan dat Nederland afhankelijk is van de VS en China op het gebied van basisinfrastructuur. Hij vroeg: hoe kan het dat het kabinet dit probleem wel erkent, maar toch weigert te investeren? We zijn ons wel degelijk bewust van die risicovolle afhankelijkheden op het terrein van digitale infrastructuur en technologie. Daarom investeren we op onderdelen zeker in de versterking van de infrastructuur. Er is bijvoorbeeld 142 miljoen gereserveerd uit het Groeifonds voor het vervolg van het project 6G Future Network Services. In dit project wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de volgende generatie mobiele communicatienetwerken, die naar verwachting rond 2030 op de markt zullen komen.

De laatste vraag in dit blok gaat over een punt waar mevrouw Zwinkels en de heer Verkuijlen op aansloegen: hoe versterken we de randvoorwaarden voor het ecosysteem en in hoeverre wordt de private sector gestimuleerd om over te gaan tot investeringen? Ze vroegen naar een aantal concrete voorbeelden. Op het gebied van digitalisering en AI maak ik werk van het innovatie- en industriebeleid door de juiste randvoorwaarden voor toekomstige groei te creëren met de slagkracht van de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat en ook door de rol van de overheid als launching customer effectief in te zetten. Daarnaast hebben we het meerjarige investeringsprogramma AiNed van 189 miljoen euro, uit het Nationaal Groeifonds, onder andere voor het ontwikkelen en aantrekken van talent op het gebied van AI. Ook stimuleert het kabinet met de AI-fabriek in Groningen de ontwikkeling en het testen van de AI-modellen in de precommerciële fase door wetenschappers, overheden en start-ups.

Dat is het einde van mijn eerste blok.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Verkuijlen (VVD):

Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik ben benieuwd naar de risicobeoordeling van de digitale infrastructuur die in gang gezet is. Wanneer kunnen we de resultaten daarvan verwachten? Bent u voornemens om die te delen met de Kamer?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kan de beoordeling eventueel vertrouwelijk delen met de Kamer, waarschijnlijk aan het einde van dit jaar.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat die gigafabriek wel degelijk heel belangrijk is, maar dat er op dit moment geen middelen zijn en dat wij erover geïnformeerd worden wanneer die middelen er wel zijn. Feit is wel dat hierover niets is opgenomen in de Voorjaarsnota. Dat betekent dat we hier tot de Najaarsnota geen middelen meer voor kunnen vinden, lijkt mij. De tender voor die fabrieken sluit in augustus. Kunnen we hiermee concluderen dat het dus niet gaat gebeuren?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kom hier in mijn volgende blok automatisch op terug, maar ik zal er vast voorzichtig een begin mee maken: ja, dat klopt. Zoals ik u heb geïnformeerd in de Kamerbrief, kunnen we daar op dit moment niet aan meedoen. We kunnen dus niet meedoen met deze Europese tender.

De voorzitter:

Nog meer punten over dit eerste blokje? Nee. U vervolgt uw betoog.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan ga ik verder met AI en de AI-fabriek, de AI-gigafabriek. Laat ik vooropstellen: we zijn voor een sterke AI-infrastructuur in Nederland en in Europa. Maar een AI-gigafabriek is primair een commerciële activiteit, zoals ook in het rapport-Wennink staat. Daar hoort in de eerste plaats wat mij betreft ook privaat kapitaal bij. Daar hoort niet bij dat wij als overheid vooraf al grote capaciteit gaan inkopen. Onze keuze is dus om wel te bouwen aan AI-kracht, maar om dat slim en gericht te doen, zoals bij de AI-fabriek in Groningen. We gaan niet nu al veel geld inleggen, zonder dat we zekerheid hebben over de toekomstige vraag en uitvoering. Daarnaast is er binnen de huidige begroting simpelweg geen ruimte om nu deze grote verplichting aan te gaan. Zoals ook in het rapport-Wennink staat, is dit een businesscase die privaat gefinancierd kan worden. Nadrukkelijk zijn we natuurlijk wel in gesprek met de vier partijen die hebben aangegeven mogelijk interesse te hebben in wat wij op het gebied van de randvoorwaarden voor hen zouden kunnen doen.

De heer Vermeer (BBB):

Staatssecretaris, bedankt voor dit antwoord. Eigenlijk hoor ik dat de inhoudelijke afweging is dat het geen commerciële activiteit is. Dat betekent dus dat we alle tenders van Europa in het vervolg laten gaan, ook IPCEI-projecten en zo. Die zijn namelijk ook altijd publiek-privaat en daarmee commercieel. Is de nieuwe beleidslijn om geen Europees geld meer op te halen en dat naar andere landen te laten stromen?

Staatssecretaris Aerdts:

Dit is een hele snelle conclusie van de heer Vermeer. Die deel ik niet. Ik geef aan dat voor dit specifieke project en deze tender op dit moment geen geld is in de begroting.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Staatssecretaris Aerdts:

Ja. Door de heer Verkuijlen en mevrouw Zwinkels werd gevraagd naar de laatste stand van zaken wat betreft de AI-fabriek in Groningen. Voor de zomer zullen we daar nog een uitgebreidere brief over sturen. Maar het is goed om te weten dat voor de zomer het AI-expertisecentrum van start zal gaan. Ik heb zin om in juni naar Groningen te gaan om daarbij te zijn. Naar verwachting zal de AI-supercomputer eind 2027, begin 2028 operationeel zijn. Die exacte tijdslijn hangt af van de realisatie van de AI-supercomputer, die recent in aanbesteding is gedaan door EuroHPC. Die is recent van start gegaan. Het is van belang dat de potentiële gebruikers, waaronder start-ups en onderzoekers, zo snel mogelijk aan de slag kunnen gaan met het voorbereiden van aanvragen om te kunnen gaan rekenen. De doelgroepen zouden nu ook al rekentijd kunnen inkopen of aanvragen bij de bestaande supercomputers in andere lidstaten via de EuroHPC Joint Undertaking. Dit biedt de mogelijkheid om ook al voor de ingebruikname van de Nederlandse supercomputer ervaringen op te doen, projecten voor te bereiden en te starten met het vergaren van kennis. Zo kan men daar een vliegende start mee maken.

De heer Verkuijlen vroeg: "Het kabinet zegt dat Nederlandse bedrijven optimaal toegang moeten krijgen tot de Europese AI-rekencapaciteit. Hoe gaat het kabinet dat concreet regelen?". Wij zetten in op een betere benutting van bestaande Europese voorzieningen en gerichte ondersteuning voor Nederlandse partijen. Bedrijven en instellingen uit Nederland kunnen nu al capaciteit aanvragen via de EuroHPC Joint Undertaking. Via het National Competence Centre for High Performance Computing, EuroCC Nederland, dat wordt gecoördineerd door SURF, wordt al ondersteuning geboden aan het mkb, start-ups, de industrie en de overheid. Dat gebeurt met zowel advies als toegang tot rekenfaciliteiten. Daarnaast starten we dus binnenkort met het expertisecentrum in Groningen. Dat gaat partijen concreet begeleiden bij het indienen van calls voor toegang tot rekencapaciteit bij Europese AI-fabrieken.

Mevrouw Kathmann vroeg hoeveel rekenkracht er nodig is in Nederland. "Gaat dat lukken zonder een gigafabriek? Kunnen we de wedstrijd om waardevolle AI voor mens en natuur in te zetten, nog wel winnen? Welke rol zouden gigafabrieken daarin kunnen spelen?". Ik begrijp uw vragen. In het schriftelijk overleg voor de informele Telecomraad is een soortgelijke vraag gesteld. Ik kom daar graag in die schriftelijke ronde op terug. We sturen het antwoord uiterlijk voorafgaand aan de Telecomraad aan uw Kamer. Misschien is het wel goed dat we met het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben gevraagd om heel specifiek in kaart te brengen wat de verwachting is over welke rekenkracht er de komende jaren nodig zou zijn binnen de overheid.

De heer Vermeer vroeg hoeveel middelen er nodig waren voor de AI-gigafabriek en hoeveel Europese middelen we mislopen. Bij de AI-gigafabriek gaat het om een afnameverplichting van rekencapaciteit met een financiële verplichting. De Europese Commissie kan tot 17% van de kapitaalinvestering investeren, maar het exacte bedrag is afhankelijk van de totale omvang van de AI-gigafabriek. Het is bekend dat binnen het huidige Meerjarig Financieel Kader in totaal 1 miljard beschikbaar is gesteld door de Commissie. Naar schatting gaat het dan om bedragen tussen 200 miljoen en 500 miljoen euro. Het is de bedoeling dat de bijdrage van de Commissie in ieder geval matcht met de bijdrage van de lidstaten. Als je als Nederland 5 miljoen zou inleggen, doet de Europese Commissie ook 5 miljoen. Als het gaat om 200 miljoen et cetera … Als het zou gaan om één euro, zou het dus ook gaan om één euro van de Commissie.

De heer Vermeer (BBB):

Het gaat dus om een afname van de capaciteit van die uiteindelijke fabriek. Dat zou er juist voor pleiten, ook gezien de verhalen die mevrouw El Boujdaini bijvoorbeeld naar voren bracht over de operationele kosten, die we toch al hebben en die we ook verwachten voor de toekomst … De ministeries van Financiën en Defensie vragen rekencapaciteit. Ik kan eigenlijk steeds minder begrijpen waarom er dan toch niet voor gekozen is om mee te doen en het benodigde gewoon uit toekomstige operationele kosten naar voren te trekken, wat tegenwoordig een favoriete strategie van dit kabinet is.

Staatssecretaris Aerdts:

Het antwoord op de vraag van de heer Vermeer. Ik heb geleerd dat als mensen "gewoon" in hun antwoord zeggen het vaak niet zo gewoon en zo makkelijk is. Dat geldt hier, denk ik, eigenlijk ook bij. Op dit moment moeten we die rekenkracht in kaart brengen. Het gaat om een verplichte afname, waar nu ook al financiën aan gecommitteerd moeten worden; die zijn er op dit moment niet. Ik kan het niet een-op-een op elkaar plakken. Het zou dus een hele risicovolle bijdrage zijn, die ik op dit moment gewoon niet kan matchen en waar geen aanvullend budget voor is vrijgemaakt. Vandaar dat we natuurlijk nadrukkelijk aan het ministerie van BZK hebben gevraagd om in kaart te brengen wat nou de verwachting is van de rekenkracht die afgenomen gaat worden. Ik kan me voorstellen dat als er meer zekerheid is in de toekomst daar ook mogelijkheden voor zullen bestaan. Dit zijn ook de gesprekken die we met de verschillende partijen voeren. Ik ben het helemaal met u eens: het is natuurlijk nadrukkelijk de verwachting dat de Nederlandse overheid in de toekomst rekenkracht zal gaan afnemen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog. Bent u nog steeds in het blokje AI?

Staatssecretaris Aerdts:

Ja, ik ben nog steeds in het blokje over AI-fabrieken/gigafabrieken. Mevrouw El Boujdaini vroeg hoe we als overheid die AI-infrastructuur, de rekenkracht die nodig is, kunnen gaan stimuleren. We investeren nationaal in de basis. We hebben als overheid, samen met de regio en Europa, al 200 miljoen geïnvesteerd in die AI-fabriek in Groningen. We werken intensief samen in Europees verband; ik noemde in dat kader al de EuroHPC Joint Undertaking. Op die manier bouwen we ook aan het Europese ecosysteem van rekenkracht dat ook grensoverschrijdend beschikbaar is voor onderzoek en innovatie. Tot slot willen we dus ook nadrukkelijk — ik gaf het al even aan — de randvoorwaarden voor AI-infrastructuur in Nederland gaan verbeteren. Dat doen we door met verschillende partijen in gesprek te zijn, maar ook door binnen die Taskforce Toekomstige Welvaart in te zetten op het stimuleren van private AI-infrastructuur.

Mevrouw Zwinkels vroeg nog hoe de toekomstige toepassing van GPT-NL eruit zal zien. Ik was vorige week op werkbezoek in Amsterdam, waar ik ook de server heb gezien waar GPT-NL op dit moment op draait. Ik zie GPT-NL, maar ook andere Europese taalmodellen, als een belangrijke factor om meer strategische digitale autonomie te bereiken op het gebied van AI. Momenteel start TNO de fase op waarin GPT-NL in de praktijk ook echt gebruikt gaat worden. In het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie gebeurt dat ook bij een aantal verschillende toepassingen binnen de overheid. Het gaat nu bijvoorbeeld om een virtuele gemeenteassistent, die burgers helpt antwoorden te vinden op hun vragen, een pilot met een AI-assistent op overheid.nl en een tool die helpt om brieven voor burgers en ondernemers begrijpelijker te maken. Daarmee stimuleert de overheid de doorontwikkeling van het taalmodel en de afstemming daarvan op overheidsprocessen. De resultaten van deze testfase zullen ook mede bepalen wat er verder nodig zal zijn om GPT-NL zinvol en effectief in te kunnen zetten en ook in welke processen dit waardevol en nuttig is.

De heer Van den Berg van JA21 vroeg hoe de energievoorziening van de AI-fabriek wordt gegarandeerd, ook gezien de huidige situatie van de netcongestie, en of een gigafabriek inpasbaar zou zijn in het stroomnet, dat nu al onder druk staat. Het stroomverbruik van de AI-fabriek in Groningen zal ongeveer 3 megawatt tot 4 megawatt bedragen; dat is vergelijkbaar met twee of drie kleine windmolens. De precieze inrichting van de energievoorziening is ook nog afhankelijk van de lopende aanbesteding voor het datacenter. Omdat de omvang van deze energievraag te overzien is, verwachten we daarbij geen problemen. AI-gigafabrieken zijn aanzienlijk groter en kennen daarom ook een veel hoger stroomverbruik. Het is aan de initiatiefnemers van die projecten om plannen te maken die inpasbaar zijn. Vanwege het hoge stroomverbruik en het transport daarvan is het van belang dat deze dan ook zouden worden gevestigd op geschikte locaties, zodat die negatieve effecten van netcongestie worden voorkomen. Dan kan je denken aan de nabijheid van aanlandpunten van wind op zee.

Dan heb ik de vraag van de heer Vermeer, de laatste in dit blokje. Wat zou de investering in de AI-gigafabriek opleveren voor het verdienvermogen en wat zijn ook de mogelijke kosten van niets doen? Volgens het Ecorysrapport zou een AI-gigafabriek positieve spill-overs kunnen hebben, zoals meer economische activiteit, snellere adoptie en kennisdeling. Die spill-overs zijn ook terug te vinden bij bestaande private AI-infrastructuurinitiatieven uit de markt. Tegelijkertijd signaleert het Ecorysrapport dat simpelweg een gigadatacenter voor AI bouwen niet automatisch leidt tot meer gewenste maatschappelijke en economische meerwaarde. Het hangt er onder andere natuurlijk ook van af wat daar gebeurt, dus wie de gebruikers zijn en welke ecosystemen daar verder aan verbonden zijn. Dat we nu niet meedoen met die gezamenlijke aanbesteding betekent niet dat er niets van de grond kan komen; ik gaf dat net ook al aan. In lijn met het Wenninkrapport zeg ik dat het van belang is dat AI-infrastructuur privaat van de grond kan komen in Nederland. Ik gaf ook al aan dat we daarom ook met de partijen in gesprek blijven over de randvoorwaarden van dit soort initiatieven.

De voorzitter:

De heer Vermeer mag eerst, want die moet zo weg.

De heer Vermeer (BBB):

Ik heb een kwartiertje extra gekregen van de Griffie omdat dat andere debat iets later begint.

De voorzitter:

Dan is de coulance minder, meneer Vermeer. Eigenlijk is mevrouw El Boujdaini dan aan de beurt.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ik wil de staatssecretaris graag bedanken voor haar beantwoording. Ik hoorde de staatssecretaris ook de Taskforce Toekomstige Welvaart benoemen. Ze zei dat de taskforce ook zal werken aan de AI-infrastructuur. Komt er daarvoor bijvoorbeeld een plan in de nabije toekomst? Hoe zal de Taskforce Toekomstige Welvaart hieraan werken?

Staatssecretaris Aerdts:

AI en data zijn een van de vier pijlers van de taskforce. Binnen zes maanden komt het kabinet met een uitgewerkt plan daarvoor. Dat zal dan ook met de Kamer worden gedeeld.

De voorzitter:

Dan is er een interruptie van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Wij hebben vorige week een ontbijtsessie gehad met onder andere het HCSS, dat een studie gedaan heeft. Ik ben dan toch verbaasd dat de staatssecretaris zegt dat het wel wat meer economische activiteit geeft en dat er spill-over is. Ik zou toch heel graag zien dat wij als Kamer de onderliggende berekeningen en redenaties van dit besluit eens gaan ontvangen, want ik neem aan dat er meer is dan alleen een brief. In de beslisnota staat ook niets, dus ik zou graag de onderliggende berekeningen en zo zien. Uiteraard hoeft dat niet nu; dat mag ook de komende week een keer in een brief.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kom hier graag in de tweede termijn even op terug. Ik begrijp dat u er dan niet bij bent, maar we komen er straks even op terug.

De voorzitter:

Goed. Dan is er nog een vraag van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Dan toch nog even een keer over de poen. Zonder poen kan je namelijk niks doen. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris mogelijkheden ziet om ook begrotingoverstijgend te kijken. Wat ik daarmee wil zeggen, is het volgende. Vorige week heeft het kabinet een nieuw windpark op zee aanbesteed voor 4 miljard euro. Laatst kwam ook uit dat zo'n windpark dan nog eens een keer voor 3,5 miljard euro aan netwerkkosten zorgt. Kortom, we hebben het over zo'n 7,5 miljard euro voor één zo'n windpark. Dan zou zo'n bedrag voor zo'n gigafactory eigenlijk een schijntje zijn. Kortom, ziet de staatssecretaris mogelijkheden om binnen begrotingen te schuiven om dit toch te realiseren?

Staatssecretaris Aerdts:

Dit is een beetje een ingewikkelde vergelijking, want je zou natuurlijk naar de gehele begroting kunnen gaan kijken. Ik erken natuurlijk dat er veel ambities zijn waar niet direct een matching zak geld voor gereserveerd is en daarover zou ik natuurlijk graag in gesprek gaan. Overigens moet ik daar wel iets bij bekennen. We komen zo op het blok zeekabels en daar zijn ook nog wel behoorlijk wat investeringen mee gemoeid. Als het gaat om deze AI-gigafabriek, dan blijf ik wel echt bij de woorden die ik al sprak. Ook in het rapport-Wennink wordt aangegeven dat dit in principe vanuit private middelen gefinancierd kan worden. Ik heb al aangegeven dat we aan die randvoorwaardelijke kant graag alle stappen zetten die daar mogelijk in zijn, maar daar moeten duidelijke keuzes in gemaakt worden. Wat dat betreft blijf ik erbij dat we op dit moment geen budget hebben voor die AI-gigafabriek en dat ik ook niet verwacht dat dat er opeens wel gaat komen.

De heer Van den Berg (JA21):

Dan blijft het wel de vraag of dit kabinet überhaupt bereid is om te kijken naar verschuivingen binnen de begroting om de zaken te realiseren die in het rapport-Wennink genoemd zijn en die dus goed zijn voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Ik snap het allemaal: het zit allemaal vast in de begrotingen x en y. Dat is natuurlijk prachtig, maar uiteindelijk zijn er wel plannen nodig die goed zijn voor Nederland en die ons verdienvermogen op peil houden. Ik zie dat gewoon niet gebeuren. Dus wat gaat de staatssecretaris doen om geld uit de begroting naar de juiste dingen te krijgen?

Staatssecretaris Aerdts:

Zonder direct beloftes te doen, ik hoop natuurlijk dat in de taskforce dit soort afwegingen worden gemaakt. Daar wordt ernaar gekeken en geef ons daarom een beetje tijd om met een plan te komen. Ik kom daar dan graag mee bij u terug.

De heer Van den Berg (JA21):

Afrondend, voorzitter. We hebben geen tijd! Ik zei net al dat de tender van de gigafactory verloopt. En er zijn ook nog andere zaken, want ook bij de zeekabels zie je dat er maar een beperkt tijdsvenster is voordat onze kans voorbijgaat. En dat is zo zonde voor Nederland!

Nog even door op wat we daarvoor nodig hebben. Ik hoor net dat het de eigen verantwoordelijkheid zou zijn van bijvoorbeeld zo'n gigafactory om te zorgen voor stroom. Nou, in dit geval gaat het bij de gigafactory om 250 tot 300 megawatt aan vermogen. En dat is toch weer even 1% van het vermogen van de windturbines die dit kabinet voorstelt. Er is toch zeker op een gegeven moment overheidssturing nodig om daarin te kunnen voorzien? Dat zijn toch geen zaken die de markt even zelf kan organiseren?

Staatssecretaris Aerdts:

Volgens mij heb ik dat ook niet gezegd. Dit zou voor mij nadrukkelijk onder de randvoorwaarden vallen die nodig zijn om zo'n project van de grond te krijgen. Wat ik aangaf, is dat er op dit moment geen geld is om aan die tender mee te kunnen doen en om het aan Europees geld te kunnen matchen. Ik gaf net die randvoorwaardelijkheid al aan en dat kan ook hiermee te maken hebben. Daarover gaan wij dan ook nadrukkelijk met de verschillende partijen in gesprek.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag ligt in het verlengde van de vraag van de heer Van den Berg, maar ook in het verlengde van het informatieverzoek van de heer Vermeer. Ik noemde net ook al dat het hier steeds Groundhog Day is als het over digitale zaken gaat. We blijven steeds hangen, omdat er geen integrale sturing op zit. Het windpark waar de heer Van den Berg het over heeft, heeft ook weer betrekking op die gigafabriek, omdat de initiatiefnemers zeggen: wij kunnen ook nog eens die businesscase van de grond trekken. Dus ik zeg ook helemaal niet dat het coûte que coûte moet of weet ik wat. Het is alleen een integraal vraagstuk over het complete toekomstige verdienvermogen van Nederland. Het enige wat wij als Kamer krijgen, is een brief waarin staat: het is een derde van de begroting van Economische Zaken en we gaan het nu niet doen. Dat is gewoon een hele dunne onderbouwing. Dus ik wil me heel graag aansluiten bij dat informatieverzoek van de heer Vermeer, zodat we gewoon weten hoe deze besluiten worden genomen. Want als dat zo dun blijft, dan denk ik dat er vanuit de Kamer wel wat druk komt om dit echt naar een hoger plan te tillen.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik zou dit absoluut geen dun besluit willen noemen, maar ik erken wel wat onder anderen mevrouw Kathmann aangeeft. Ik denk dat zij eigenlijk bijna de woorden uit mijn mond neemt, want dit is precies hoe we in de taskforce hiernaar gaan kijken. We gaan juist naar het héle ecosysteem kijken. AI en data zijn namelijk nadrukkelijk een van de vier pijlers van die ecosysteembenadering.

Ik heb de afgelopen zeven weken inderdaad niet 0,5 miljard kunnen vinden om in een AI-gigafabriek te investeren. Als ik dat geld wel had gevonden, was het ook nog maar de vraag geweest of het daarnaartoe was gegaan of dat we op een andere manier naar dat ecosysteem waren gaan kijken.

Ik snap dat er wordt gezegd dat we geen tijd hebben, omdat we dit liever gisteren hadden gewild. Maar dit is juist ook waarom we als kabinet in die taskforcebenadering naar het hele ecosysteem willen kijken en daar ook met een plan willen komen.

De heer Vermeer (BBB):

De reden dat we hier vooral zo op drukken is denk ik dat wij gewoon steeds zien dat dat hele kabinetsbeleid allemaal aparte silo's zijn, zeker op het gebied van de begroting. We kunnen er met z'n allen over praten, maar als dat geld er gewoon niet bij geleverd wordt of als niet duidelijk is bij welk ministerie het zit, dan blijft het gewoon bij het ministerie van Financiën op zak. Dat is de reden waarom dit voor ons ook een soort lakmoesproef is: gaat dit zo werken, ja of nee? Zo nee, dan zullen we wat ons betreft toch echt naar andere constructies toe moeten. Dus het gaat niet eens zozeer om deze case en wat er in de brief van de staatssecretaris staat. Het gaat gewoon om de vraag wat dit de komende jaren gaat betekenen voor ministerie-overstijgende projecten en portefeuilles.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik heb de heer Vermeer heel goed gehoord. Dan wil ik verdergaan naar het onderdeel over …

De voorzitter:

… zeekabels!

Staatssecretaris Aerdts:

… zeekabels. Heel goed, heel goed!

Mevrouw El Boujdaini vroeg welke stappen de staatssecretaris zet om het aanlanden van intercontinentale zeekabels te stimuleren. We zetten verschillende stappen. Zoals zij zelf ook al aangaf, benadrukt dit het belang van ons verdienvermogen, de innovatiekracht en de digitale economie. Onder meer de Zeekabel Coalitie brengt de relevante publieke en private partijen bij elkaar. Daarbij gaat het om het delen van kennis, het leggen van contacten met internationale initiatieven, zoals het IOEMA-project en het Pan-Arctic Cable System, en het verkennen van de meest kansrijke locaties voor nieuwe aanlandingen. We werken verder aan het optimaliseren van de kabeltracés en het verkennen van de aanlandlocaties in het Programma Noordzee 2028-2033.

Door de budgettaire krapte, waarover we net al spraken, was er in de besluitvorming rond de Voorjaarsnota geen ruimte voor intensivering uit de generale middelen, zoals bijvoorbeeld voor de beoogde aftakking van de Arctische route. Op dit moment is er voor die investeringen ook geen budget gereserveerd op de begroting van EZ. Als we in Nederland deze projecten willen gaan financieren, moeten we keuzes maken en zullen andere beleidsdoelen daarvoor moeten worden bijgesteld of mogelijk komen te vervallen.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Zeekabels zijn inderdaad belangrijk voor onze digitale autonomie. Ik kan me daarom voorstellen dat bijvoorbeeld ook Defensie best wel veel baat heeft bij nieuwe aanlandingen van zeekabels. Is er bijvoorbeeld een mogelijkheid dat dit soort initiatieven in gezamenlijkheid worden bekeken, bijvoorbeeld in het kader van de 1,5% van Defensie? Wellicht dat dat geld ook hiervoor ingezet zou kunnen worden.

Staatssecretaris Aerdts:

Hierover zijn we natuurlijk in gesprek met onder anderen de staatssecretaris van Defensie. Ik ben wel bang dat die 1,5% bij wijze van spreken al 100 keer is uitgegeven. Maar hier kijken we natuurlijk zeker naar.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag stond al voordat ik dus de zorgelijke uitspraak hoorde: ik denk dat die 1,5% al 100 keer is uitgegeven. In eerdere debatten hierover in de Kamer hebben we juist ook van mijn CDA-collega gehoord dat dat nou juist de pot is waarnaar gekeken wordt. Ook het antwoord op de vragen over zeekabels en investeringen vind ik bizar, want er liggen drie breedgedragen Kamermoties onder, waarin gezegd wordt: de markt faalt hier en je moet hierin willen investeren. Nogmaals, doen we dat niet, dan is over twee jaar — en dat is niet de verre toekomst — de complete markt in handen van een handjevol techgiganten. En dan kunnen we in de Kamer eigenlijk wel gewoon stoppen met praten over digitale autonomie. De publieke investeringen kosten evenveel als het aanleggen van een paar kilometer snelweg. De staatssecretaris zegt: ja, dan moeten er andere beleidsdoelstellingen vervallen. Nou, dat is blijkbaar niet gebeurd. Maar dan moet ik dus wel de conclusie trekken dat dus zeekabels of investeringen in AI-infrastructuur of in verder digitale autonomie gewoon minder belangrijk zijn en dat dat dus eigenlijk gezegd wordt over de vele ambities die in dat coalitieakkoord staan. Een andere conclusie kan ik anders gewoon niet trekken. Ik weet ook niet hoe wij als Kamer nog meer de urgentie moeten aangeven en nog meer moeten aansporen om dan inderdaad maar andere beleidsdoelstellingen te laten vervallen, omdat dit zo'n ongelooflijk groot en urgent vraagstuk is. Nogmaals, het is even duur als het aanleggen van een paar kilometer snelweg. Dat is wat de publieke investeringen vraagt. En dan is hier gewoon de vraag: is dit kabinet dan dus bereid om zijn ambities waar te maken of niet? En dat is gewoon een ja- of nee-antwoord.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik laat deze conclusie aan mevrouw Kathmann. Ik wil nadrukkelijk de urgentie aangeven, maar ik heb in de afgelopen zeven weken inderdaad geen pot met geld gevonden, waarmee ik dit direct kan gaan doen. Die moties zijn voor mij heel erg belangrijk, juist ook om dit gesprek in het kabinet aan te kunnen gaan en om naar de toekomst te kunnen kijken.

De heer Van den Berg vroeg naar het niet reserveren van structureel budget voor de zeekabels. Kan ik bevestigen dat we dan afhankelijk worden van buitenlandse bedrijven? En zo ja, wat betekent dat dan voor de digitale positie? Investeringen in zeekabels worden door consortia van verschillende Europese landen en marktpartijen gedaan. Als Nederland geen publiek geld investeert, gaat een aftakking naar Nederland van het pan-Arctische initiatief waarschijnlijk niet door. Die zal dan waarschijnlijk worden gerealiseerd zonder een aftakking naar Nederland. Dan zal de Europese afhankelijkheid en daarmee de Nederlandse afhankelijkheid afnemen, ondanks dat die vertakking niet direct naar Nederland gaat, maar naar andere Europese landen. Andere Europese landen voeren wel een intensief beleid op die zeekabels. Dit betekent dat de Nederlandse positie als digitaal knooppunt inderdaad relatief verslechtert. Bovendien worden intercontinentale zeekabels steeds meer aangelegd, ook door de bekende, grote techbedrijven.

Mevrouw Kathmann vroeg nog of het kabinet van plan is om twee zeekabels te leggen en zo ja, welk aandeel we daarin financieren. Ik ben bang dat het een beetje een grijsgedraaide plaat blijft, maar op dit moment is er geen budget op de begroting voor het aanleggen van de zeekabels. Over de Arctische route wordt u voor Prinsjesdag nog geïnformeerd. Over de Caribische route wordt u geïnformeerd nadat de Europese haalbaarheidsstudie naar de soevereine ontsluiting van het gehele Caribische gebied eind 2026 is afgerond, conform de moties van deze Kamer.

Mevrouw El Boujdaini vroeg zich nog af op welke wijze ik mij binnen Europa inzet voor de versterking van Europees eigenaarschap van de zeekabelinfrastructuur. Die staat heel hoog op de Europese agenda, zowel vanuit veiligheid alsook vanuit de digitale strategische autonomie. De Europese Commissie heeft in februari 2025 een Action Plan on Cable Security vastgesteld, wat in 2026 is uitgewerkt in een Cable Security Toolbox, een lijst van prioritaire corridors en aanvullende middelen van 347 miljoen via CEF Digital. Daarbij wordt nadrukkelijk samengewerkt met de lidstaten en het bedrijfsleven. In mijn recente gesprekken in Brussel heb ik het belang van de zeekabels en de Nederlandse positie als digitaal knooppunt benadrukt. Die inzet zal ik ook zeker voortzetten. Recent is de CPEI-lijst opgesteld. Deze lijst met Cable Projects of European Interest omvat dertien strategische corridors. Projecten die hierop aansluiten, zoals de IOEMA-kabel en het pan-Arctische kabelsysteem, kunnen prioriteit krijgen bij subsidieaanvraag, maar dat biedt geen garantie op financiering, aangezien de Europese middelen wat dat betreft beperkt zijn.

De heer Verkuijlen vroeg nog wat de impact aan wal zou zijn als de kabels niet langer functioneren. Zijn de kabels die we nu hebben redundant? Wat betekent het voor de bandbreedte en de transmissiesnelheid als dataverkeer over één in plaats van twee kabels wordt geleid? Onze zeekabels zijn onderdeel van een redundant datakabelnetwerk. Dat betekent dat op het moment dat het dataverkeer uitvalt bij een individuele kabel, het automatisch wordt omgeleid via een alternatieve route. Dat kan zowel via Nederlandse aanlandingen als via verbindingen in omliggende landen. Uitval van één kabel is daarom niet of nauwelijks merkbaar voor gebruikers. De totale beschikbare bandbreedte is in de afgelopen jaren met de gestegen vraag naar datatransport en technologische ontwikkelingen sterk toegenomen. Nieuwe kabels kunnen ook meer data verwerken. Dit vergroot de robuustheid van het netwerk. Uitval van één oudere kabel heeft daardoor geen groot effect op de totale bandbreedte of transmissiesnelheid.

U gaf aan dat zeekabels kwetsbaar zijn voor sabotage. U vroeg in hoeverre ik kan aangeven of we dat risico met collega's van Defensie trachten te voorkomen. Middels het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur werkt het kabinet aan de versterking van de maritieme veiligheid en bescherming van de kritieke infrastructuur op de Noordzee, waaronder ook zeekabels. Daarbij is het van belang om te benadrukken dat niet alleen het ministerie van Defensie dit uitvoert, maar ook alle relevante departementen en uitvoeringsorganisaties met een taak op de Noordzee. Denk bijvoorbeeld aan de Kustwacht en de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De inzet binnen dit Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur is gericht op preventie, detectie en respons. Daarbij wordt aan de ene kant gewerkt aan het verkleinen van de risico's en aan de andere kant aan het versterken van het vermogen om dreigingen tijdig te signaleren en effectief af te wenden. Dit draagt bij aan het waarborgen van de beschikbaarheid, continuïteit en veiligheid van kritieke infrastructuur op de Noordzee. Dan denken we niet alleen aan datakabels, maar bijvoorbeeld ook aan energievoorziening.

De laatste vraag van de heer Verkuijlen ging over de signalen dat Nederland een belangrijke trans-Atlantische zeekabel dreigt mis te lopen. Zouden daarin nog mogelijkheden zijn? Ik herken de signalen dat Nederland de aanlanding van de Arctische route dreigt mis te lopen. De planning van dit complexe proces is continu in beweging, maar ook hierbij zeg ik: op dit moment is er geen budget op de begroting om het bodemonderzoek uit te kunnen voeren om te kijken of de aftakking naar Nederland haalbaar is. Het initiatief gaat ondertussen gestaag door. Conform de motie van uw Kamer zal ik u voor Prinsjesdag informeren over de mogelijkheden van de Nederlandse aftakking.

De laatste vraag bij het onderwerp zeekabels is van de heer Van den Berg. We noemen bedragen van 100 miljoen en 300 miljoen voor zeekabels. Hoe zijn deze bedragen berekend en welke risico's draagt de overheid daarbij? Een directe Nederlandse aftakking van de Arctische kabel is in 2024 geraamd op 100 miljoen, waarvan 18 miljoen voor het zeebodemonderzoek en 82 miljoen voor de feitelijke aanleg. Voor het bepalen van het Nederlandse aandeel van het zeebodemonderzoek is uitgegaan van een verdeelsleutel op basis van het aantal deelnemende landen aan het memorandum of understanding voor deze zeeroute. Dat zijn zes landen in totaal. Bijdragen aan een zeebodemonderzoek geeft nog geen garantie op een kabel. Daarvoor moeten eerst de resultaten van het onderzoek worden afgewacht. Onderzoeksbureau Pioneer heeft begin 2025 een grove raming gemaakt voor de kosten van een directe zeekabel tussen het Caribische en Europese deel van Nederland. Die zijn geraamd op 292 miljoen euro. Zo kost een directe zeekabel naar Sint-Eustatius en Saba ongeveer 237 miljoen euro en tussen Sint-Eustatius, Saba en Bonaire 55 miljoen. Dit is kortgezegd een optelsom van de aanlegkosten en de afstand. Voor een besluit over een directe kabel naar Caribisch Nederland moet als eerste stap het haalbaarheidsonderzoek van de Europese Commissie worden afgerond. De verwachting is dat dit onderzoek aan het eind van het jaar afgerond is. Dan zullen we natuurlijk de Kamer informeren over mogelijke vervolgstappen.

Dan ga ik door …

De voorzitter:

Met de cloud.

Staatssecretaris Aerdts:

… met de cloud, inderdaad. De blokjes worden iets korter, hoor.

Mevrouw Zwinkels vroeg zich af wanneer we concrete doelen en stappen verwachten om capaciteiten aan te bieden bij Nederlandse aanbieders. We zetten ons in voor de concurrentiepositie van Nederlandse cloudaanbieders. We stimuleren lokale innovatie en toetreding van nieuwe partijen door middel van nationale, maar ook Europese beleidsinzet, bijvoorbeeld met de IPCEI-CIS-initiatieven. We werken in EU-verband aan nieuw beleid, waarin mogelijk het voorkeursprincipe en de soevereiniteitsdefinities bij aanbesteding van cloud worden verkend. We zijn in nauw contact met de Nederlandse cloudsector voor nauwkeuriger inzicht in uitdagingen, kansen en de randvoorwaardelijkheid waarbij wij mogelijk kunnen helpen. Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd waarmee in detail in kaart wordt gebracht hoe die sector in elkaar zit, welke lokale partijen er op welk segment van de markt actief zijn en welke obstakels en kansen zij ervaren. Dit wordt voor de zomer met uw Kamer gedeeld.

Ik denk dat het vorige mooi aansluit op de vraag van mevrouw Kathmann over het manifest van de zeven cloudbedrijven. We zijn ontzettend blij dat het Nederlandse bedrijfsleven zich zo actief inzet en met elkaar aan de slag is gegaan met het precies in kaart brengen van de bottlenecks. Voor deze belangrijke digitale voorziening zijn we als Nederland en Europa op dit moment te afhankelijk van een aantal niet-Europese spelers. We moedigen bedrijven juist heel erg aan om dit te gaan doen. We zullen dat rapport meenemen als we de Kamer verder informeren over hoe we met cloud zullen omgaan. We zijn met deze partijen ook al nadrukkelijk in gesprek.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ik had een iets gerichtere vraag over de Open Cloud Alliantie. Er staan namelijk acht aanbevelingen in het manifest. Het zou heel fijn als er concreet kan worden ingegaan op die acht aanbevelingen, zeker als de gesprekken lopen en als we daar als Kamer nog iets over te horen krijgen. Eigenlijk vroeg ik een soort schriftelijke appreciatie van dit plan. Dat laat ik even in het midden, maar het zou heel prettig zijn als er in ieder geval iets is waarin concreet wordt ingegaan op die acht aanbevelingen. Dan weten we veel beter waar de kansen liggen om met dit consortium zaken te doen, mogelijk als launching customer, en waar de obstakels zitten. Het zou dus heel prettig zijn om zoiets te krijgen.

De voorzitter:

Kan de staatssecretaris dat toezeggen?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik snap wat u zegt, maar ik heb nog een beetje tijd nodig om iets beter naar de aanbevelingen te kijken. Ik hoopte dat we dit konden samenvoegen, ook om de slagkracht daarin te versterken. Ik hoop eigenlijk dat u mij de gelegenheid wil geven om in de brief die al naar uw Kamer komt, in te gaan op de aanbevelingen met betrekking tot het cloudbeleid, in plaats van dat te doen in een aparte brief. Ik zou het graag willen koppelen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik ga verder met het blokje — ik heb het woord nu toch gebruikt terwijl ik had gehoopt dat ik het vier jaar lang kon vermijden — oftewel het volgende onderwerp, namelijk de datacenters. Mevrouw El Boujdaini vroeg: Hoe ziet het gebruik van die datacenters er nou eigenlijk uit? Hebben we zicht op wie daar precies gebruik van maken? Er is geen verplichting voor beheerders van datacentra om bij landelijke autoriteiten te melden waarvoor zij hun datacentrum gebruiken. Ik heb dus ook geen informatie tot mijn beschikking over de doeleinden waarvoor de nog te bouwen datacenters gebruikt zullen worden.

U sprak over de aangenomen motie over een nationale aanpak voor datacenters en datakabels. Kan de staatssecretaris verkennen of in deze nationale aanpak ook het belang van digitale soevereiniteit wordt opgenomen? Ja, dat doen we nadrukkelijk. We verkennen de invulling van die digitale open strategische autonomie en soevereiniteit juist ook ten aanzien van de datacenters. Dat is ook in lijn met de ambitie in het coalitieakkoord. Over de bevindingen van die verkenning zullen we rapporteren in de nationale aanpak voor datacenters. Ik trek op dit moment nauw op met mijn collega's, de minister van KGG, de staatssecretaris van KGG en met VRO. We hebben op korte termijn daar ook een gesprek over gepland.

Dan de laatste vraag van mevrouw El Boujdaini. Zij vraagt hoe ik de kansen zie om digitale soevereiniteit in de toekomst mee te nemen als criterium voor het vergunningsproces van die nieuwe datacenters. We zijn op dit moment aan het verkennen, en bij die verkenning moet ook blijken hoe dit nou precies een plek in het geheel kan krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de haalbaarheid en de technische uitvoerbaarheid.

Dan wou ik doorgaan met de rol die de overheid kan spelen als launching customer. Welke concrete projecten lopen er momenteel, vroeg mevrouw El Boujdaini, waarin de overheid als launching customer optreedt. Hoe kunnen we die rol verder invullen, en wanneer zien we daar resultaten van? Je kan het hebben over launching customer — dat was ongeveer het eerste nieuwe woord dat ik in deze rol leerde — maar eigenlijk hebben we het natuurlijk over innovatief opdrachtgeverschap, met als doel om juist als overheid samen met marktpartijen de afhankelijkheden te verminderen en om mogelijk nieuwe dienstverlening te faciliteren.

De voorzitter:

"Launching customer" is eigenlijk duidelijker, hè?

Staatssecretaris Aerdts:

Twee voorbeelden van dingen die hier lopen zijn de pilot op het gebied van open source en Nextcloud bij DICTU. Een centraal overzicht van die concrete projecten is er niet, mede omdat die dienstverlening van zo uiteenlopende aard is en vanwege de verbijzonderde wijze van het opdrachtgeverschap. Hierbij is er natuurlijk wel samenwerking met andere departementen van belang. Het opdrachtgeverschap vraagt om een nadere verkenning, onder meer met mijn collega de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, die verantwoordelijk is voor juist de realisatie binnen de digitale overheid.

Mevrouw Zwinkels stelde hier ook vraag over. Via een aangenomen motie is gevraagd welke EU-alternatieven bij aanbesteding beschikbaar zijn. Kan ik toezeggen hoe autonomie actief wordt meegenomen in de aanbestedingscriteria? U heeft het, denk ik, ook al een aantal keren in dit debat aangekaart: meerdere Nederlandse bedrijven laten van zich horen. Er lijkt al sprake te zijn van een groeiend aanbod van alternatieven voor dienstverlening. Ik ben er ontzettend blij mee. Dit is ook waarom ik zo blij ben dat deze rol ook bij het ministerie van Economische Zaken ligt, omdat we zowel met de digitale economie als met de samenleving en de overheid te maken hebben. Dat is ook omdat je dan, juist als het gaat om randvoorwaarden, een rol kan spelen. Ik ben heel blij dat ik de afgelopen weken gezien heb hoe het Nederlandse en het Europese bedrijfsleven zich daar heel actief in mengen.

Autonomie kan je natuurlijk deels via aanbestedingscriteria vormgeven. De uitdaging zit misschien niet zozeer in de techniek, maar ook in de afweging of het aanbod vanuit de markt voldoende passend is te maken. Op dit moment zijn we daarover aan het spreken en die gedachten zijn nog niet af. Ik kan me heel erg voorstellen dat je bij inkoop en aanbesteding echt een beetje gaat kijken naar een soort stappenplan: waar heb je het nou voor nodig, wat wil je zelf bereiken, wat moet je beschermen en wat heb je nodig voor de continuïteit van je bedrijfsprocessen? Dan kun je ook heel specifiek bekijken wat de rol van data is en hoe kritiek of vitaal die is, en in welke gevallen we het misschien in Nederland zouden willen houden. Maar goed, dat zijn de eerste gedachten. Daar kom ik dus graag later op terug. Ook in Europees verband wordt er gekeken naar aanpassing van de aanbestedingswetgeving. Daar is dit ook echt een onderwerp van gesprek.

Mevrouw Zwinkels vroeg nog over een opensource-samenwerkingsplatform genaamd "Mijn Bureau", dat in EU-verband wordt ontwikkeld en succesvol wordt toegepast in een gemeente. Op dit moment wordt er gebouwd aan dat opensourcealternatief Mijn Bureau. Het wordt binnen gemeenten beproefd en ook binnen de Rijksoverheid. We ontwikkelen een routekaart voor autonome en soevereine alternatieven conform de motie-Dassen waarin Mijn Bureau specifiek is opgenomen. Dit jaar informeer ik de Kamer over de manier waarop we als overheid overstappen op deze alternatieven.

Dan had ik nog een laatste vraag, van de heer Van den Berg, van JA21. We zijn nog even een beetje aan het zoeken. U gaf aan dat de midterm review wordt vormgegeven in 2029 en u vroeg op basis van welke criteria wordt besloten tot doorgaan of bijsturen. Wij waren even aan het zoeken naar de midterm review waarop u doelde. Dan komen we daar graag in tweede termijn even op terug.

De heer Van den Berg (JA21):

Als ik het goed zeg, was dat in relatie tot de gigafactory. Maar goed, die gaat er niet komen, dus ik denk dat we ons die moeite maar moeten besparen, hoe treurig dat ook is.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ik heb nog even een vraag over de launchingcustomerrol die we als overheid zouden kunnen vervullen. Hoe ziet die rol er dan precies uit? Ik hoor de staatssecretaris inderdaad zeggen dat het deels gaat over innovatief opdrachtgeverschap, maar volgens mij gaat launching customer zijn ook juist om het afnemen van wat al wordt ontwikkeld, nog voordat er een opdracht wordt gegeven. Ik ben dus benieuwd hoe de staatssecretaris dat ziet.

Staatssecretaris Aerdts:

Volgens mij gaat dat inderdaad beide kanten op. Het gaat erom dat je als launching customer ook aan kan geven waaraan iets specifiek moet voldoen. Ik noem het voorbeeld dat we bezig zijn met het ontwikkelen van een communicatieapp voor de overheid. Die moet bijvoorbeeld ook aan bepaalde vereisten voldoen als het gaat om de Wet open overheid. Om dat als massa te doen kan je dus ook aan de aanbodkant kijken wat er nodig is om het specifiek toepasbaar te maken voor de overheid, maar u heeft helemaal gelijk dat het ook nadrukkelijk gaat om de afname en de inkoop.

De heer Verkuijlen (VVD):

Toen de staatssecretaris het had over publiek-private samenwerking en met name de private investeringen, zei ze dat randvoorwaarden belangrijk zijn. Nu weet ik dat met name de regeldruk in Nederland nogal een groot probleem is, dus ik ben benieuwd: als we als Nederland die randvoorwaarden gaan aanpassen, waar moeten we dan aan denken? Kunt u daar wat concrete voorbeelden van geven, vraag ik via u, voorzitter. Hoe staan we er dan internationaal op? Daar ben ik nog even benieuwd naar. Dat hoor ik graag in de tweede termijn. Ik zou me graag aansluiten bij het betoog van mevrouw Kathmann over argumenten die ook door het platform geuit zijn. Dat hoeft niet in een specifieke brief, maar ik vind het van belang om de reactie van de staatssecretaris daarop te vernemen.

De voorzitter:

Gaat u daar nu al op in, staatssecretaris?

Staatssecretaris Aerdts:

Wat u wil. Wat betreft de randvoorwaarden kom ik al terug op de taskforce voor toekomstige welvaart en verdienvermogen, maar ook de Taskforce Slagvaardige Overheid speelt hierin als het gaat om regeldruk een heel belangrijke rol. Als je naar die randvoorwaarden gaat kijken, zie je dat netcongestie en ruimtelijke inpassing onderdelen zijn waarbij er behoefte is aan regie van de overheid.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee is uw betoog ten einde. Dan is er voor eenieder ruimte om een vraag te stellen in de tweede ronde. We kunnen nu starten met de tweede termijn, bedoel ik. Sorry.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil de staatssecretaris graag bedanken voor haar beantwoording. Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen.

In principe is voor mij de launchingcustomerrol in ieder geval heel belangrijk. Ik denk dat daarin heel veel kansen zitten om juist ook meer integraal op te kunnen treden als overheid en op verschillende plekken binnen de overheid, zodat nieuwe initiatieven, innovatieve ideeën en IT-producten en -diensten worden afgenomen van onze eigen Nederlandse en Europese bedrijven. Ik zou in ieder geval heel graag willen zien dat we daar als overheid meer op gaan inzetten. Dat gebeurt hopelijk ook met de Taskforce Toekomstige Welvaart. Als daar in de komende tijd plannen, tussentijdse bevindingen over hoe we dat als overheid beter kunnen doen of juist best practices voor zijn, zou ik de staatssecretaris willen vragen om die te delen met de Kamer, zodat we dat echt verder kunnen brengen. Dat vraag ik juist ook omdat we op dit moment niet per se gealloceerde middelen hebben, maar via die weg wel middelen kunnen inzetten. Dat is dus eigenlijk een oproep daarvoor.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Verkuijlen.

De heer Verkuijlen (VVD):

Dank, voorzitter. Dank voor de beantwoording tot zover. Het zal zeker niet aan de geestdrift van de staatssecretaris liggen. De grote uitdaging is meer: hoe komen we daar? Toch wil ik de vraag die ik net stelde, graag nog iets concreter beantwoord hebben. Hoe bevinden we ons nu in de concurrentie op dat speelveld, Europees en mondiaal, als het gaat om zorgen dat we aantrekkelijk zijn voor investeringen van de private markt?

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank, voorzitter. Ik heb het maar voor mezelf opgeschreven: de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Ik denk dat dat hier het geval is. Het staat hier vol met ambities. Ik denk dat dat goede ambities zijn. Ik hoor dat hier ook aan mijn rechter- en linkerzijde, maar het is natuurlijk wel belangrijk dat we ook boter bij de vis kunnen leveren en dat we dit echt gaan realiseren. Ik maak me er zorgen over of dat ook echt gaat gebeuren.

Ik zou de staatssecretaris van harte willen aanmoedigen om bij de eerstvolgende mogelijkheid financiering te vinden voor de zeekabels of zo'n gigafactory, maar natuurlijk ook nog veel breder. We staan namelijk aan de vooravond van een digitale revolutie die wereldwijd plaatsvindt. Wat betreft de antwoorden over de zeekabels baart het mij erg veel zorgen dat we buiten de boot vallen. Daar laat ik het voor nu bij. Ik kijk uit naar het vervolg van de beantwoording van de staatssecretaris.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan mevrouw Kathmann.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Ik wil de staatssecretaris in de eerste plaats van harte bedanken voor de beantwoording. Inderdaad, aan de ambities ligt het niet, maar ik zei al eerder dat ik uit de stad van "geen woorden maar daden" kom. Dan heb je daar dus niet zo veel aan. Ik merk ook aan de staatssecretaris dat zij die urgentie echt voelt, maar ik heb gewoon volstrekt niet het idee dat dat bij het hele kabinet aan de hand is. Anders waren er wel andere keuzes gemaakt.

Wat we vandaag voorgeschoteld krijgen over digitale infrastructuur, is dat de markt het eigenlijk moet oppakken en dat we dan vanuit de politiek marktinitiatief gaan stimuleren, maar dat is nou juist al heel lang het hele grote probleem: de markt faalt. De markt faalt bij cloud, bij AI-infrastructuur en bij de zeekabels. De publieke coördinatie is nu helaas tijdelijk gewoon nodig. Daar zit ook een tijdlijn op, dus het kan juist niet andersom, waarbij we het nu nog even met de markt doen en daarna met publieke coördinatie. Nee, want dan is het gewoon te laat. Nogmaals, dan is de hele boel gewoon binnen een paar jaar in handen van een handjevol techbedrijven. Dan kunnen we inderdaad beter gewoon ophouden met praten over digitale autonomie, want dan is het gewoon vergeven. Zolang die investeringen niet komen, wordt de urgentie door dit kabinet dus echt niet gevoeld. Ik hoop dat de staatssecretaris een weg gaat vinden om haar collega's in het kabinet aan jassen en dassen te trekken en alles te doen wat maar kan om te zorgen dat de urgentie wel gevoeld gaat worden.

Het positieve wat ik eruit kan halen, is dat de Digitale Dienst een belangrijk vehikel kan zijn. Die staat ook opgeschreven in het initiatief van de Kamer Ons Digitaal Fundament en die is opgenomen in het coalitieakkoord. Die kan echt een hefboom zijn voor meer digitale infrastructuur, maar ook voor Nederlandse en Europese cloudinitiatieven, AI en noem maar op. Wanneer gaat die Digitale Dienst lopen en wanneer gaat die de eerste projecten opleveren?

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee eindigt de tweede termijn van de Kamer. Het woord is nu aan de staatssecretaris. Wilt u een korte schorsing of kan het in één moeite door?

Staatssecretaris Aerdts:

Ja, volgens mij kunnen we doorgaan. Ik doe dan wel de volgorde zo dat ik als laatste terugkom op de vraag van de heer Verkuijlen.

Voorzitter. Eerst ga ik in op de vraag van mevrouw El Boujdaini over de rol van launching customer. Misschien hebben we het daar vandaag nog niet heel uitgebreid over gehad, maar in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is juist een regierol neergelegd om daar, natuurlijk binnen de kaders van de aanbesteding, heel specifiek naar te kijken. Dat geldt ook voor de regels die gesteld zijn voor aanbestedingen. We zijn ook in Europa in gesprek over de manier waarop soevereiniteit daarin een belangrijke rol kan spelen en of die mogelijk aangepast gaan worden. Ik kom daar sowieso op terug als we spreken over de investeringsagenda bij de NDS, maar ik zal hier ook in mijn 100 dagenbrief op terugkomen. Misschien helpt het om daar specifieker op in te gaan. Ik weet niet of u hieraan specifiek uw tweeminutendebat koppelde, maar ik kom hier in mijn 100 dagenbrief dus nog uitgebreider voor de Kamer op terug.

Ik heb de zorgen van de heer Van den Berg en mevrouw Kathmann nadrukkelijk gehoord. Misschien nog even over die Digitale Dienst. We zijn er nu mee bezig. Voor de zomer gaan we in ieder geval van start. Ik kom daar ook in mijn 100 dagenbrief op terug. Ik heb ook toegezegd om daar eind mei met de Taskforce Slagvaardige Overheid nog specifiek op terug te komen, maar voor de zomer gaan we dus van start op een lichte manier en wordt u daarover geïnformeerd.

Dan de vraag van de heer Verkuijlen over de integrale aanpak van digitalisering en de positie die we daarin hebben. In het coalitieakkoord hebben we natuurlijk gesproken over de rol die we hebben als het gaat om digitaal talent. Dat zijn ook gesprekken die we met de sector voeren: wat zou u er nou voor nodig hebben om in Nederland van start-up naar scale-up te gaan, en om hier te blijven? Daarmee lopen er dus gesprekken. En dit is ook een gesprek dat we samen met mijn collega voeren, de minister van Economische Zaken, want dit speelt natuurlijk niet alleen maar aan die digitale kant; het speelt nadrukkelijker. Dit is ook een onderwerp waar we specifiek met die Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat voor het toekomstige verdienvermogen heel uitdrukkelijk bij stilstaan. Het gaat eigenlijk om die drie sporen. De randvoorwaarden: wat is nodig als het gaat om vergunningen, stroom, ruimte? En de financieringsinstrumenten. Als we kijken naar het rapport-Wennink, maar natuurlijk ook naar die van Draghi en Letta, dan spelen die voor de Europese investeringen een belangrijke rol. En het kan gaan om concrete investeringsprojecten. We kunnen dan naar de investeringsinstellingen kijken, maar bijvoorbeeld ook naar het NADI. Het plan van aanpak is wat dat betreft in de maak. Waar ik heel blij mee ben, is dat zowel in de verschillende rapporten als in het coalitieakkoord data, AI en digitalisering, nadrukkelijk geprioriteerd zijn als een van die vier domeinen. Zo kunnen we ook die integrale weging doen waar de Kamer naar vroeg: kijk naar dat ecosysteem, niet naar losse kleine projecten, maar juist naar de integraliteit. Wij willen het ook langs die weg, op die manier, laten plaatsvinden.

Daar wou ik het bij laten.

De voorzitter:

Dank u wel. Nog een vraag van mevrouw Kathmann.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

De staatssecretaris zou nog terugkomen op het informatieverzoek van de heer Vermeer, waarbij ik me had aangesloten. Dat gaat eigenlijk over de besluitvorming rondom die AI-fabriek, want ineens lag er een brief dat we dat niet gaan doen vanwege geld. De Kamer heeft de hoop dat daar toch wel een bredere afweging onder ligt, en zou dus graag dat informatieverzoek doen om wat meer informatie te krijgen over de advisering.

Staatssecretaris Aerdts:

Dit is een besluit dat onder andere in het Ecorysrapport een aantal keren aan de orde is gekomen. Maar ik moet u eigenlijk deels bekennen dat het ook zo simpel is: dat er op dat moment geen geld was om het te doen; dat ik dat de afgelopen zeven weken ook niet heb kunnen vinden; en dat ik, als het er wel zou zijn, ook nog zou moeten kijken naar andere mogelijke investeringen die kunnen worden gedaan. De Kamer heeft op 19 december dat rapport van Ecorys gezien, waarin die meerwaarde werd onderzocht. In dat rapport werden enkele berekeningen van de economische eersteorde-effecten van een AI-gigafabriek genoemd, maar wij vonden dat op dat moment over de toekomstige vraag naar rekenkracht gewoon nog onduidelijk. Daarom is het ook erg moeilijk om die economische impact in zijn geheel door te rekenen. Er liggen geen veel uitgebreidere cijfers of andere rapporten aan ten grondslag dan dit Ecorysrapport, waar specifiek naar gekeken is.

De voorzitter:

Nog een laatste vraag van mevrouw Kathmann.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ja, want wat er natuurlijk vooral achter deze vraag schuilgaat, is of er een integrale afweging is geweest. Er wordt wel steeds gesproken over die taskforce, maar als het daar niet aan heeft gelegen of als dit niet integraal is afgewogen — wat dus niet zo is, want dit is op basis van het Ecorys-rapport en het is een derde van het EZ-budget — is dát de conclusie die getrokken moet worden: dat er geen integrale afweging is geweest, dat het gewoon was "we hebben geen potje gevonden, c'est ça".

Staatssecretaris Aerdts:

Die conclusie deel ik niet helemaal. Ecorys heeft hiernaar gekeken, en ook naar de meerwaarde. We hebben ook het rapport-Wennink, dat ook specifiek aangeeft dat de financiering van een AI-gigafabriek aan de markt overgelaten kan worden. Dat, gecombineerd met het feit dat er geen aanvullend budget beschikbaar was, heeft tot deze conclusie geleid. Dat is natuurlijk wel meer een afweging in het ecosysteem geweest. We hebben een AI-fabriek in Groningen en er gaat gekeken worden hoe je naar de rekenkracht in de toekomst kan gaan kijken. De Europese Commissie heeft aangegeven dat er behoefte zou zijn aan vijf AI-gigafabrieken in Europa. Die hoeven natuurlijk niet alleen in Nederland te staan. Daarnaast wordt in het Wenninkrapport aangegeven dat een AI-gigafabriek uit de private markt geïnvesteerd kan worden, gecombineerd met het feit dat wij niet dat aanvullende budget beschikbaar hadden. Dat is de afweging die wij hebben gemaakt.

De voorzitter:

De allerlaatste dan.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

De constatering is gewoon dat de markt faalt. Dat is ook waarom de Europese Commissie dit geld beschikbaar stelt voor een publiek-private samenwerking. Het is dus soms ook zo ingewikkeld; op basis van welke feiten kunnen wij de besluiten die worden gemaakt dan controleren? Dat geldt dus niet alleen hier bij de AI-infrastructuur. Het geldt ook bij de cloud en bij de zeekabels. De markt faalt. Dus nogmaals, dan is de afdronk van vandaag dat het kabinet het gaat gooien op de markt, terwijl de markt faalt. Dat is wat we de komende tijd kunnen verwachten.

Staatssecretaris Aerdts:

Die conclusie is voor mij iets te snel. De Europese Unie geeft aan dat er vijf AI-gigafabrieken in Europa moeten komen. Als wij aan die rekenkracht mee willen doen in Europees verband betekent dat nog niet dat wij er in Nederland een móéten hebben — voor ons heeft die soevereiniteit ook te maken met wat we in Europa kunnen regelen — om mee te kunnen blijven doen et cetera. En ik denk dat wij hier niet alles overlaten aan de markt, maar wel nadrukkelijk samenwerken om dat ecosysteem te houden — dat doe je als overheid niet alléén — maar we hopen ook heel erg dat we juist die private sector … We zien die initiatieven. De afgelopen weken hebben we die gezien als het bijvoorbeeld gaat om de cloud, maar ook bij de vier partijen die aan het onderzoeken zijn of zij een AI-gigafabriek in Nederland zouden willen openen. Dat zien wij dus ook gebeuren. Maar als we nadrukkelijk kijken naar die randvoorwaarden, zie ik daar inderdaad een hele nadrukkelijke rol voor de overheid.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor de beantwoording. Dan zal ik nu de toezeggingen opsommen die er gedaan zijn in deze vergadering, dus in het commissiedebat Digitale infrastructuur en economie. Ik moet even mijn bril opzetten.

Het lid El Boujdaini vraagt een tweeminutendebat aan.

  • De staatssecretaris EZK zegt toe de risicobeoordelingen inzake digitale infrastructuur voor het einde van het jaar in vertrouwen met de Kamer te delen.
  • De staatssecretaris zegt toe binnen zes maanden een plan te delen met de Kamer inzake het digitale ecosysteem, waarin onder andere de bevindingen van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zullen worden meegenomen.
  • De staatssecretaris zegt toe de Kamer vóór Prinsjesdag te informeren over de mogelijkheden voor een Nederlandse aftakking van de zeekabel op de Arctische route.
  • De staatssecretaris zegt toe de Kamer na een onderzoek van de Europese Commissie, dat naar verwachting aan het einde van het jaar wordt gepubliceerd, te informeren over de zeekabels met betrekking tot het Caribisch deel van Nederland.
  • De staatssecretaris zegt toe vóór de zomer een brief te delen met de Kamer inzake het cloudbeleid, waarbij ook zal worden gekeken naar de bevindingen van het Open Cloud Consortium.
  • De staatssecretaris zegt toe in de 100 dagenbrief mede terug te komen op de rol van de Nederlandse overheid als launching customer en op de te starten Digitale Dienst.

Heb ik iets gemist? Is dit compleet? Heel goed. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de beraadslaging. Ik dank de staatssecretaris, de leden van de commissie Digitale Zaken natuurlijk en de kijkers thuis. Ik sluit hierbij de vergadering. Dank u wel.

Sluiting