54e vergadering, dinsdag 24 maart 2026
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 149 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, de heer Jetten, minister-president, minister van Algemene Zaken, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 24 maart.
Vragen Wilders
Vragen Wilders
Vragen van het lid Wilders aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht "Kabinet zet streep door wet die voorrang voor statushouders in sociale huur moest verbieden".
De voorzitter:
Aan de orde is het vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Wilders voor zijn vragen aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ik heet haar van harte welkom in vak K. Het woord is aan de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Het is ongelofelijk, maar vorige week vrijdag zetten dit kabinet en deze minister een streep door de wet die voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen moest verbieden. Het kabinet-Jetten laat die voorrang voor statushouders dus doodleuk bestaan. Dat is niets anders dan een dolk in de rug van miljoenen Nederlanders die al jaren op een huurwoning wachten en nu dus nog langer moeten wachten, omdat gelukszoekers blijven voorgaan. Dat is een ongekende schande en pure discriminatie van Nederlanders. Het is ook ontzettend laf dat dit kabinetsbesluit twee dagen, twéé dagen, na de gemeenteraadsverkiezingen bekend is gemaakt. Bang voor een politieke afrekening als dit voor de verkiezingen bekend zou worden, hielden het kabinet en deze minister het tot na de verkiezingen onder de pet.
Voorzitter. Als er iets is waar miljoenen Nederlanders nu meteen, vandaag nog, vanaf willen, dan is het die idiote voorrangsregeling voor statushouders. Het is echt geen dag langer te verkopen dat vreemdelingen voorrang krijgen op een huurwoning, terwijl we in dit land kampen met een gigantisch woningtekort.
Voorzitter. Er zijn sinds 2010 al zo'n 200.000 huurwoningen met voorrang aan statushouders weggegeven. Dat gaat nu dus gewoon door. Dan moet de minister in haar brief niet gaan piepen dat er een te hoge instroom van asielzoekers is, want als je dat niet wil, dan moet je maar een asielstop invoeren, zoals mijn partij wil. Doe je dat niet, dan komen er ieder jaar opnieuw zo'n 100.000 asielzoekers Nederland binnen, evenveel als een stad als Alkmaar, Delft of Deventer. Die asielzoekers willen allemaal een woning en die krijgen ze ook van deze regering, en ook nog eens met voorrang. Dat moet nu stoppen. Daarom zeg ik tegen deze minister: maak vandaag nog uw besluit ongedaan om de wet in te trekken die het verbiedt om statushouders voorrang te geven. Met minder nemen wij geen genoegen. Dus niet "zodra het kan" of dat soort onzinteksten, maar nu en wel meteen. Graag een toezegging.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil iets doen aan de lange wachttijden voor mensen die wachten op een sociale huurwoning. De groep die hier nu gebruik van maakt, is te groot. Een van deze groepen zijn de statushouders. Dat is de reden dat we de voorrangspositie van statushouders net als u willen laten verdwijnen, maar wel op een manier die uitvoerbaar is en recht doet aan de grondbeginselen die we met elkaar hebben. Dat betekent dat we hier alleen toe kunnen komen als we ook nadenken over de weg ernaartoe. De weg ernaartoe betekent dat je een oplossing moet hebben voor de situatie waarin je het voorrangschap ervanaf haalt en je niet wil dat de azc's nog voller lopen en deze mensen op straat belanden of dat we crisisnoodhuisvesting moeten zoeken die dezelfde maatschappij ongelofelijk veel geld gaat kosten. We willen dus hetzelfde, maar de weg ernaartoe is anders. Ik kies voor een weg die uitvoerbaar is en die ervoor zorgt dat we met tijdelijke huisvesting de statushouders een plek kunnen geven om te wonen en ze vanuit daar een gelijke behandeling krijgen op de lijst om te komen tot een sociale huurwoning.
De heer Wilders (PVV):
We willen helemaal niet hetzelfde! Deze minister wil doorgaan met de discriminatie van Nederlanders, en dat willen wij niet. Wij zijn die discriminatie van onze eigen mensen spuugzat. Nederlandse starters, jongeren, werkende gezinnen, Henk en Ingrid, die soms tien, twaalf, vijftien, vaak zelfs twintig jaar op een wachtlijst moeten staan, hebben nu opnieuw het nakijken, terwijl Mohammed en Fatima, die net ons land zijn binnengedrongen en meteen vooraan in de rij staan, wél met voorrang een huurwoning krijgen. Zet de Nederlanders eindelijk een keer op één, mevrouw de minister! Nederlanders zijn door dit nu al waardeloze kabinet-Jetten niet alleen vreemden in hun eigen land geworden, maar ook een soort tweederangsburgers. Hoe kunt u, zeg ik tegen de minister, uw eigen mensen, Nederlanders, zo behandelen? U moet zich daarvoor kapot schamen. Tijdens de verkiezingen beloofden de coalitiepartijen allemaal minder asiel en meer woningen, maar in de praktijk laten ze onze grenzen gewoon wagenwijd openstaan voor nog meer gelukszoekers. Dit kabinet bouwt geen huizen voor Nederlanders, maar geeft onze woningen gratis cadeau aan gelukszoekers. Dit kabinet is er niet voor de Nederlander, maar is er voor de asielzoeker. Mijn fractie, de PVV, heeft daar meer dan genoeg van. Nederland wil geen asielvoorrang meer. Nederland wil Nederlanders op één. Het zijn nota bene Nederlanders. Het zou logisch zijn als we onze eigen mensen voorrang geven. Waarom geeft u de Nederlander geen voorrang en die asielzoeker wel? Als de minister voet bij stuk houdt — er komt hopelijk nog een debat — zij haar incompetentie op dit dossier laat zien en onze eigen mensen in het moeras laat zakken om statushouders te matsen, kan zij beter vandaag dan morgen haar biezen pakken.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, er moet grip komen op het asielvraagstuk. Volgens mij is dat een debat dat u ook met andere bewindspersonen voert. Zoals in het coalitieakkoord staat, is dat een van de onderwerpen die een hoge prioriteit hebben gekregen en in de taskforce nader worden behandeld.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ik kan het …
De voorzitter:
Neeneenee.
De heer Wilders (PVV):
… niet verstaan.
De voorzitter:
De minister is aan het woord, meneer Wilders.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Hier gaat het over huisvesting. Daarvoor willen we hetzelfde, namelijk dat mensen niet zo lang op een wachtlijst hoeven te staan om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Daarvoor moeten we oplossingen zoeken die uitvoerbaar zijn en waarvan de VNG, de gemeentes en Aedes zeggen: dit kunnen wij in de praktijk uitvoeren. We moeten voorkomen dat mensen op straat of in overvolle daklozencentra belanden, dat we de asielzoekerscentra nog verder vullen en dat we tot noodhuisvesting moeten komen, wat enorm veel zal vragen van het maatschappelijke geld. Ik sta voor het vinden van manieren die uitvoerbaar zijn en recht doen aan de beginselen die we nou eenmaal met elkaar hebben afgesproken in Nederland. Het is een wettelijke verplichting om ook statushouders een dak boven het hoofd te bieden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat een ambtelijk gibberish hoor ik hier. Ik hoor volledig ingestudeerde antwoorden. Het gaat erom dat de wet over het verbod op voorrang voor statushouders ómdat ze statushouders zijn, volledig recht doet aan al onze mensen in Nederland die op een andere manier spoedzoeker zijn. Bij de gemeente wordt wel tegen de gescheiden moeder gezegd: u gaat maar bij uw familie of uw vrienden wonen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Waarom kunnen we dat niet ook met statushouders doen? Tegen al onze andere mensen in Nederland wordt gewoon gezegd: ga maar ergens anders zoeken, want u bent nog niet aan de beurt. En dan geven we statushouders wel voorrang. Dat kan toch niet?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
U vraagt aan mij of er genoeg huizen zijn, en die zijn er niet. Daarom moeten we vooral huizen bijbouwen, zodat we ervoor zorgen dat al die Nederlanders die bij elkaar intrekken, aan een eigen huis kunnen komen. Daarnaast hebben we de wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat statushouders — daar gaat het hier om — in aanmerking kunnen komen voor een woning. Zij hebben in veel gevallen in Nederland niet de mogelijkheden of het netwerk om daar gebruik van te maken. Daarom zeggen we: we moeten zorgen voor tijdelijke huisvesting waar ze gebruik van kunnen maken, om vervolgens op dezelfde wachtlijst te belanden en dan aan de beurt te komen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb helemaal niet gevraagd of er genoeg huizen zijn. We weten dat er niet genoeg huizen zijn. Dat is helemaal niet mijn vraag. Mijn vraag is als volgt. Andere mensen in Nederland, die ook al jaren op een wachtlijst staan, soms wel tien tot vijftien jaar, zien een huis aan zich voorbijgaan omdat een statushouder voorrang krijgt, puur vanwege het feit dat diegene een statushouder is. Dat is alleen maar omdat diegene een statushouder is! Een statushouder kan prima aan een woning komen als die op een urgentielijst staat, bijvoorbeeld als die een medische aandoening heeft of op een andere manier urgent is. Maar dat moet wel gelijk met alle andere mensen in Nederland. Het is helemaal niet zo dat we statushouders een huis ontzeggen, maar we willen niet dat ze voorrang krijgen puur en alleen op basis van het feit dat ze statushouder zijn. De minister kan dit toch niet ontkennen?
Tot slot. De meeste mensen geven aan hiernaartoe te komen — dat is ook zo bij statushouders — omdat er al vrienden en familie in Nederland wonen. We moeten ze niet gaan behandelen alsof ze allemaal heel kwetsbaar zijn omdat ze hier niemand hebben. Heel veel mensen hebben hier gewoon vrienden en familie. Dan kunnen ze ook daar gaan wonen in de tussentijd.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik blijf erbij: dit gaat over het hebben van voldoende woonruimte zodat mensen een dak boven het hoofd kunnen hebben. Ik ben het er ook mee eens dat die voorrangspositie eraf moet. In mijn brief staat ook dat ik voor de zomer met een convenant kom waar we met Aedes en de VNG over gesproken hebben. Voor het einde van het jaar dien ik een nieuw wetsvoorstel in. Ik wil hetzelfde. Ik ben net zo begaan met al die mensen. De mensen die u spreekt, heb ik ook gesproken. We kennen allemaal de mensen over wie dit gaat. Wel wil ik het graag op een manier doen die uitvoerbaar is, langs de Raad van State komt en waarvan de VNG en de woningcorporaties zeggen: op deze manier kan het ook. Ik wil namelijk graag resultaten boeken op basis van wat we hier met elkaar afspreken of op basis van wat wij vanuit de coalitie inzetten.
De heer Van Leijen (D66):
Ik wil toch zeggen dat ik het heel bijzonder vind om de heer Wilders hier te horen klagen over een tekort van 100.000 betaalbare woningen, terwijl hij toen hij zelf aan de macht was een dubbele bouwbevriezing wilde invoeren, waarmee hij juist een streep door 150.000 betaalbare woningen zette. Dat is dus echt heel apart.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Leijen (D66):
Minister, ik ben het volledig met u eens. Volgens mij is het gewoon heel erg belangrijk dat er veel meer woningen bij komen. Dan zou er überhaupt voor niemand meer urgentie nodig zijn. Ik zou dan ook graag van u horen welke acties u gaat ondernemen om ervoor te zorgen dat er op korte termijn meer woningen bij komen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals u weet, zijn we bezig met de Wet versterking regie volkshuisvesting. Daarmee moeten we echt regie voeren op hoe we het in Nederland verdelen en hoe het tot stand komt. We gaan het aantal grootschalige woningbouwlocaties verhogen van 21 naar 30. We gaan het woningdelen stimuleren. Dat betekent dat we meer gebruik gaan maken van de bestaande bouw. Ook gaan we aansturen op minder regels en minder bezwaarmomenten. Dat is allemaal al in gang gezet door de vorige minister. Ik zet dat gewoon voort. Ik hoop dat we hier rond de zomer een positief akkoord over hebben gekregen, waardoor we regie kunnen voeren op het hele vraagstuk.
De heer Van Leijen (D66):
Hoor ik de minister nou ook zeggen dat ze tegelijkertijd gaat werken aan een alternatief voor statushouders dat wel werkt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Jazeker. Voor de zomer komt er een convenant en voor het einde van het jaar een nieuw wetsvoorstel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Na deze leuke vriendendienst over en weer heb ik toch ook een kritische vraag. Ik heb de antwoorden op de vragen van de heer Wilders gehoord. Niemand in Nederland snapt wat daar het verhaal achter is. Nederland snapt ook niet — daarom ga ik deze vraag stellen — waarom u de Nederlanders haat en waarom u de statushouders knuffelt met dit beleid. Leg het mij en de mensen in Nederland maar uit.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik rond net na 31 jaar en 8 maanden een loopbaan bij Defensie af. Ik werp "haat voor de Nederlanders" verre van mij af.
De heer Flach (SGP):
In een week tijd is de hoop van jonge mensen die nog dachten een huurwoning te kunnen krijgen compleet weggevaagd. Maandag is het amendement-Mooiman verdwenen in een discussie. Woensdag hadden we de verkiezingen. Vrijdag is de alternatieve wet die dat dan zou moeten regelen ook verdwenen. Waarom heeft de minister hier überhaupt voor gekozen, zo kort na de verkiezingen? Waarom heeft de minister er niet voor gekozen om de wet die er al lag, de wet van haar voorganger, zodanig aan te passen? Wat waren dan de grote verschillen waarom die wet niet kon worden omgebouwd? Waarom moest die wet van tafel?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het aanpassen van de wet zoals die er lag versus het indienen van een wet waarin we onmiddellijk de bezwaren kunnen meenemen van de VNG, de wooncorporaties en de Raad van State heeft eenzelfde tijdslijn. Ik kies er dan voor om met een schone lei te beginnen en dat in dezelfde tijdslijn voor elkaar te krijgen. Voor de zomer ligt er dus een convenant en voor het einde van het jaar ligt er een nieuw wetsvoorstel.
De heer Flach (SGP):
De SGP is hier echt heel teleurgesteld over. In de verkiezingscampagne komen we dit als een van de allergrootste ergernissen van de Nederlander tegen. Er ligt een wet die een heel eind gekomen is. Er is al een advies van de Raad van State over. Dan moet je de wet aanpassen of helemaal opnieuw aan een wetstraject beginnen. De minister zegt daarover dat dat even lang duurt. Dat gelooft helemaal niemand hier in de Kamer. Een nieuwe wet maken en het hele traject doorlopen, duurt namelijk per definitie langer. Dat doet toch vermoeden dat er voor de minister elementen in zaten die ze niet voor haar rekening wilde nemen, dat we dus een heel ander soort wet kunnen verwachten en dat daarmee de hoop voor mensen die al tien jaar op een wachtlijst staan opnieuw vervliegt in goede bedoelingen die nergens toe leiden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De voorrang voor de statushouders, ook met het convenant en het wetsvoorstel dat we gaan indienen, heeft dezelfde uitkomst, namelijk dat die status eraf gaat zodat er een gelijk speelveld is voor alle mensen die aanspraak maken op een sociale huurwoning. Dit is een van de groepen die ook aanspraak maakt op deze categorie. Ik heb u zojuist antwoord gegeven op de vraag, namelijk dat het dezelfde tijdslijn is. Ik kan dat antwoord nog een keer herhalen, maar wellicht is dat niet nodig.
De heer Russcher (FVD):
Voor Forum voor Democratie is het ook onacceptabel dat statushouders voorrang krijgen op Nederlanders, die vaak wel vijftien, twintig jaar op een woning moeten wachten. Het heeft mij ook verbaasd dat een optie als woningdelen werd genoemd. We hebben natuurlijk allemaal het voorbeeld van Stek Oost in Amsterdam gezien. Zo zijn er meerdere dingen voorgevallen: Nederlanders die werden bespuugd, geslagen en mishandeld en vrouwen die verkracht werden. Ik wil graag van de minister weten hoe ze gaat voorkomen dat het op de locatie die zij voorstelt, ook gaat gebeuren.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Die voorbeelden ken ik ook, maar ik ken gelukkig ook andere voorbeelden, zoals Stek West. Daar heb ik binnen mogen kijken. Zo zijn er veel meer initiatieven in Nederland waar het goed gaat, waar ze ook geleerd hebben van wat er mis is gegaan, wat overigens verschrikkelijk is, in Stek Oost. Dat zijn niet de voorbeelden die we willen kopiëren; dat willen we wél met de voorbeelden waar het goed gaat. Die willen we opschalen in Nederland. Er zijn verschillende gemeentes die hieraan willen meewerken, waar het ook goed gaat. Daar zit de oplossing voor dit vraagstuk.
De heer Russcher (FVD):
Ik hoor eigenlijk geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was wat ze concreet gaat doen. We zien nu natuurlijk al dat Nederlanders überhaupt geen woning kunnen krijgen door de massale immigratie. U gaf het zelf ook al aan: de Nederlandse bevolking groeit voor 95% door migratie en de helft van de woningen die wij bouwen, is voor migranten. En nu moeten Nederlanders ook nog eens gedwongen gaan samenwonen met statushouders. U noemt een aantal plekjes waar het goed gegaan zou zijn, maar mijn vraag is gewoon: wat gaat u concreet doen om de veiligheid van Nederlanders te waarborgen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De veiligheid van Nederland waarborgen we met elkaar. Ik ga niemand dwingen om in die tijdelijke huisvesting in te trekken. Dat zal een vrijwillige keus zijn, als daar sprake van is. Dit gaat over het vinden van tijdelijke huisvesting, zodat uiteindelijk die voorrangspositie ervan af kan. Dat lukt alleen met oplossingsrichtingen die daaraan bijdragen, en dat is ook het vinden van tijdelijke huisvesting voor statushouders, zodat zij gelijk, net als alle andere inwoners van Nederland, op de wachtlijst komen te staan.
De heer Clemminck (JA21):
Voor heel veel Nederlanders, ook voor JA21, is de voorrang voor statushouders onrechtvaardig. Ik hoor de minister tot nu toe alleen maar ambtelijk, technisch taalgebruik hanteren. Ook in de brief heeft ze het er alleen maar over dat het knelt omdat de wachtlijsten toenemen. Het knelt. Ik zou de minister willen vragen om ook eens een moreel antwoord te geven over het feit dat Nederlanders die jarenlang ingeschreven staan, links worden ingehaald door statushouders.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik leef net zo mee met al die Nederlanders als u dat doet. Ik spreek dezelfde of andere Nederlanders die in dezelfde positie zitten. Ik heb ja tegen dit ambt gezegd, omdat ik geloof dat we op het gebied van wonen echt iets te doen hebben in Nederland. De woningvoorraad is gewoon te klein voor de hoeveelheid mensen die in Nederland recht hebben op een woning. Daar zit mijn inzet.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor in dit vragenuur tot nu toe heel veel frustratie en woede. Om heel eerlijk te zijn, begrijp ik die ook. Er zijn namelijk ontzettend veel Nederlanders die wachten op een betaalbare woning, die daar niet aan toekomen. De vraag is wel: ga je alleen die woede vertalen, of ga je met elkaar zorgen voor een oplossing? Daar heb ik een vraag over aan de minister. De minister gaf zelf in haar eerste debat, over de Staat van de Volkshuisvesting, aan dat we 124.000 woningen meer zouden kunnen bouwen in Nederland als we de winstbelasting van corporaties zouden afschaffen. Ik vraag aan haar: waarom doen we dat dan niet?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb het gevoel dat ik nu in een ander debat beland. Dit gaat over de huisvesting van statushouders. Die kunnen we verzorgen door voor hen tijdelijke huisvesting te organiseren. Als we dat doen, dan kunnen we zorgen dat de voorrangspositie van statushouders eraf gaat. We moeten veel meer doen dan alleen maar aan één knop draaien. Er is niet één dominosteentje te vinden dat we een tik kunnen geven waardoor het woonprobleem in Nederland wordt opgelost en iedereen automatisch aan een woning kan komen. Daarvoor zijn er op meerdere vlakken interventies nodig. Dat doen we. Dat doen we met de Wet regie, dat doen we door naar de regelgeving te kijken, dat doen we door naar de bezwaarprocedures te kijken en dat doen we door meer locaties aan te wijzen. Dat is om te kijken op welke manier we de corporaties kunnen helpen om dingen voor elkaar te krijgen. We pakken het allemaal beet en willen met alles aan de slag. Dit is daar een onderdeel van.
Mevrouw Steen (CDA):
Het CDA heeft eigenlijk altijd gepleit voor meer mogelijkheden voor gemeenten om inwoners uit de eigen gemeente voorrang te geven op de urgentieregeling in de Huisvestingswet. De minister heeft nu nieuwe plannen aangekondigd. Kan zij iets vertellen over hoe zij die gelijkwaardigheid in haar nieuwe plannen wil organiseren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Jazeker. Dat doen we samen. Dat is ook wat we hebben afgesproken. Zowel de corporaties als de VNG hebben laten weten erg dankbaar te zijn voor het intrekken van deze wet, omdat die voor hen niet uitvoerbaar was. We hebben met hen afgesproken dat zij inspraak hebben in het convenant, dat er voor de zomer moet liggen, om samen te komen tot iets wat we daarna ook daadwerkelijk gaan uitvoeren.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Alleen een punt van orde, voorzitter. Iedereen die kritische vragen heeft gesteld, is van harte uitgenodigd om samen met mij het wetsvoorstel als initiatiefwetsvoorstel in te dienen.
De voorzitter:
Dat is geen punt van orde, mevrouw Keijzer.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ik zou via u aan de minister willen zeggen: u zit hier voor de Nederlanders; als u dat niet kan, dan moet u wegwezen. Dat zeg ik via u, meneer de voorzitter. U heeft niet de taak in dit huis om ervoor te zorgen dat, nog langer dan al het geval is, de Nederlander moet wachten. Gezinnen, jonge mensen, oude mensen, mensen die werken, mensen met een uitkering en mensen die een huis willen, komen gewoon niet aan de bak, omdat u het in uw hoofd haalt die Nederlanders te discrimineren en asielzoekers en die statushouders voorrang te geven!
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Wilders (PVV):
Als u dat echt vindt, moet u gaan, opstappen, wegwezen en hoort u niet thuis in vak K!
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Om dit vraagstuk waar de heer Wilders naar verwijst op te lossen is het nodig dat we daadwerkelijk op zoek gaan naar oplossingen. Het is nodig dat we weggaan van voortdurend groepen mensen tegenover elkaar zetten. We hebben een wettelijke verplichting om ook voor de statushouders een dak boven het hoofd te organiseren. Dat is wat we met elkaar moeten doen. Daar moeten we onze aandacht op richten, zodat die wachtlijst naar beneden gaat, die voorrangspositie ervanaf kan en alle Nederlanders die wachten op een huis, in aanmerking komen voor een huis met een kortere wachttijd.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording.
Vragen Van Meijeren
Vragen Van Meijeren
Vragen van het lid Van Meijeren aan de minister van Asiel en Migratie over het bericht "Azc Hardenberg blijft open, COA betaalt na dinsdag dwangsom".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Van Meijeren, voor zijn vraag aan de minister van Asiel en Migratie. Ook de minister heet ik van harte welkom in de Kamer. Het woord is aan de heer Van Meijeren.
De heer Van Meijeren (FVD):
Voorzitter. De ongecontroleerde massa-immigratie van de afgelopen decennia heeft ervoor gezorgd dat Nederland volledig uit zijn voegen barst. Er is een woningtekort van 400.000 woningen. De zorgkosten rijzen de pan uit. Schoolklassen worden steeds voller, met rampzalige gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs. Het socialezekerheidsstelsel staat enorm onder druk. Als we het hebben over de bijstand, komt meer dan de helft van alle uitkeringsgerechtigden uit een land buiten Europa. Ondertussen blijft de bevolking explosief groeien met ongeveer 100.000 mensen per jaar, puur en alleen door immigratie.
In plaats van de maatregelen te treffen om die instroom volledig terug te dringen en een asielstop in te voeren, kiest dit kabinet ervoor om Nederland nog verder vol te proppen met immigranten, met alle rampzalige gevolgen van dien. Volgens officiële prognoses van het CBS is het niet de vraag óf maar wannéér Nederlanders een minderheid in eigen land worden. In de grote steden is het al zover, maar als het aan dit kabinet ligt, moeten ieder dorp en iedere stad eraan geloven.
We bespreken vandaag in het bijzonder de situatie in Hardenberg. Tien jaar geleden ging de gemeente akkoord met de afspraak om een azc te plaatsen voor ten hoogste tien jaar. Dat was de afspraak. Die tien jaar zijn inmiddels verstreken; het COA houdt zich er niet aan en kiest ervoor om maar gewoon een dwangsom te betalen die oploopt tot €55.000 per dag. Dat is lekker makkelijk praten voor het COA; die dwangsommen worden betaald uit belastinggeld. De begroting van het COA is al gestegen naar 4,2 miljard, dus er is geen enkele prikkel voor het COA om afspraken na te komen. Wat zegt dit over de betrouwbaarheid van de overheid?
Dat brengt me ook bij de vragen aan deze minister. Wanneer is hij erover geïnformeerd dat de situatie dreigt dat in Hardenberg de deadline niet gehaald wordt? Wat heeft hij concreet gedaan om dit te voorkomen? Hoeveel gemeenten in Nederland zitten op dit moment in een vergelijkbaar conflict met het COA? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat het COA afspraken gaat nakomen?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van den Brink:
Voorzitter, dank u wel. Fijn om hier weer bij het vragenuur aanwezig te zijn. De gemeente Hardenberg heeft de afgelopen tien jaar veel asielzoekers opgevangen in twee asielzoekerscentra. Daarmee heeft de gemeente meer aan de opvang bijgedragen dan veel andere gemeenten in Nederland. Daarom snap ik de frustratie die er in Hardenberg en ook op andere plekken in Nederland is heel goed, nu de afspraak om op 8 maart te sluiten niet is doorgegaan. Daarom heeft de gemeente besloten een dwangsom op te leggen aan het COA. De afgelopen weken heb ik al op veel plekken buiten deze Kamer toegelicht wat daar de achtergrond van is. Daarom is het goed dat ik dat ook hier in de plenaire zaal doe.
We hebben in Nederland namelijk een groot probleem. We hebben een tekort aan opvangplekken, omdat er door gemeenten onvoldoende nieuwe plekken zijn aangeleverd. Daar is Hardenberg de dupe van. In Ter Apel is het aantal al weken niet onder de 2.000 gekomen, wat het afgesproken maximale aantal is. In meerdere gemeenten kunnen locaties niet sluiten, simpelweg omdat er geen plek is om de mensen naartoe te brengen. Laat ik daarom ook hier zeggen dat dat ook iets betekent voor de mensen ín de asielzoekerscentra. Asielzoekers die vaak al van plek zijn gebracht, moeten met hun koffers klaarstaan en krijgen een seintje om naar een andere plek gebracht te worden. Ook dat is onwenselijk.
Daarom heeft dit kabinet keuzes gemaakt die deze problemen moeten oplossen. Denk aan het beperken van de instroom en het versnellen van de terugkeer. Daarom hebben we gisteren ook een debat gehad over het Migratiepact; dat was met bijna alle partijen. Denk ook aan voldoende financiering voor het COA om daarmee langjarig opvangplekken te realiseren. De vragen die de heer Van Meijeren stelt, gaan over Hardenberg. Daar heb ik al op verschillende plekken toelichting op gegeven. De dag nadat de situatie in Hardenberg duidelijk werd, een paar dagen voor 8 maart, wat ook het moment was dat ik dat hoorde, was er al gelijk contact met de gemeente Hardenberg. De gemeente Hardenberg heeft natuurlijk bezwaar gemaakt en gezegd: wij willen dit niet; wij willen gestand doen aan de afspraak van tien jaar. Ik was daar ook een groot voorstander van geweest, maar er is gewoon geen plek. Er is in Nederland geen plek om die mensen naartoe te brengen. Dat komt doordat we de afgelopen tijd gewoon te weinig opvangplekken aangeleverd hebben gekregen. Vanuit die positie probeer ik dat te herstellen. Daarom vraag ik gemeenten op dit moment om nieuwe noodopvanglocaties beschikbaar te stellen, omdat we dit probleem alleen met elkaar kunnen oplossen. Een landelijk probleem kan niet alleen op Hardenberg worden afgewenteld en kan niet alleen op Ter Apel worden afgewenteld. We zullen dit met elkaar moeten oplossen.
De heer Van Meijeren (FVD):
De minister erkent dat er sprake is van een probleem, maar hij ziet niet de daadwerkelijke oorzaak van dit probleem. Als primaire oorzaak geeft hij aan dat er te weinig opvangplekken zijn. Er zijn te veel immigranten; er zijn te veel asielzoekers. Hoe legt deze minister aan de gemeente Hardenberg uit dat die paar honderd asielzoekers die daar al weg hadden moeten zijn, daar nog steeds zitten, terwijl er alleen in de afgelopen week alweer 1.000 nieuwe asielzoekers naar Nederland zijn gekomen? De oplossing is niet om gemeenten te dwingen om meer opvangplaatsen te realiseren. De oplossing is om die asielstroom aan te pakken. Dat gaat niet met die laffe asielwet die nu in de Eerste Kamer ligt. We moeten een asielstop invoeren. Dat moet vandaag nog, want op deze manier dreigt de situatie volledig uit de hand te lopen. Kinderen die vandaag in Nederland geboren worden, worden een minderheid in eigen land. Daar hou ik deze minister medeverantwoordelijk voor. Ik vraag me af of hij dit überhaupt een probleem vindt. Erkent hij ook dat probleem, ook met het oog op de sociale cohesie en alle spanningen die dit veroorzaakt? En is hij bereid om het probleem echt bij de bron aan te pakken door een asielstop in te voeren, de grenzen te sluiten voor asielzoekers en geen nieuwe aanvragen meer in behandeling te nemen in plaats van alleen maar gemeenten te dwingen om nog meer mensen op te vangen, terwijl die gemeenten dat niet aankunnen? Nederland kan dit niet aan.
Minister Van den Brink:
Ik denk dat het heel goed is dat de heer Van Meijeren zo zijn zorgen uit. Ik denk dat die zorgen de afgelopen jaren al zijn geuit door heel veel mensen, politiek breed, ook bij de aanvaarding van het rapport over demografie, waarin dit ook heel goed is neergelegd. Maar dit is ook de plek waar we met elkaar wetten maken. Ik hoor de heer Van Meijeren weinig aangeven over in welke wet hij dit gaat regelen of op welk moment hij daar zelf bij betrokken zou willen zijn als wij daar een debat over hebben, zoals gisteren over het Europees Migratiepact. Uiteindelijk is dit de plek waar we in Nederland wetten vaststellen die voor heel Nederland gelden. Dat geldt voor de Spreidingswet. Dat geldt voor de wet die nu in de Eerste Kamer ligt. Dat geldt voor het Europees Migratiepact. Dat zijn wetten waarmee we aan Nederland laten zien welke verantwoordelijkheid wij nemen. Op die manier ga ik ook mijn werk doen. Ik zal uitvoering geven aan wetten die hier liggen, als ze de instroom beperken en als ze de opvang mogelijk moeten maken. Maar ik doe het alleen langs die lijn en niet door te zeggen hoe het zou moeten zonder er een wet bij te leveren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Meijeren (FVD):
Dat roept de vraag op: waarom zouden gemeenten zich aan de Spreidingswet moeten houden als het COA zich niet eens aan de wet houdt? De oplossing van Forum is duidelijk: direct uit het Vluchtelingenverdrag stappen, grenscontroles uitvoeren, asielaanvragen stoppen, het voor lief nemen als de EU boetes wil opleggen, uit de EU, de instroom aanpakken en niet met dit laffe beleid komen waardoor heel Nederland te gronde wordt gericht.
Dank u wel.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik hoor de minister over het beperken van de instroom, maar wat doet de minister nu concreet om de grenzen te sluiten? Er worden meisjes van 17 en 19 jaar … In Hardenberg is er een meisje van 17 van haar fiets gesleurd en aangerand door een asielzoeker. Wat doet u nu om dit tuig uit Nederland te houden?
Minister Van den Brink:
Voor ieder tuig dat dit soort verschrikkelijke dingen doet, is er maar een plek: de cel. Vanuit die cel kan gewerkt worden aan terugkeer en dat is ook wat wij doen als we dit soort mensen aantreffen.
Mevrouw Straatman (CDA):
Er moet mij allereerst wel een ding van het hart. Wij hebben gisteren tien uur lang gedebatteerd over de grootste asielhervorming in 25 jaar tijd. Bijna alle partijen, van rechts tot links, van groot tot klein, waren daarbij aanwezig. Forum voor Democratie schitterde in afwezigheid. Tegelijkertijd hoor ik hier de heer Van Meijeren zijn zorgen uiten over wat er allemaal mis is met het systeem. Ik zou hem willen zeggen: wees dan ook aanwezig wanneer we …
De voorzitter:
Uw vraag aan de minister?
Mevrouw Straatman (CDA):
… een van de grootste asielwetten in Nederland bespreken. Verder heb ik een vraag aan de minister. Ik begrijp de zorgen en de frustraties van de Hardenbergers heel goed. Tegelijkertijd begrijp ik ook de spagaat waarin het COA zit. Mijn vraag is: hoe kunnen we de lokale gemeenschap meenemen in deze beslissingen, zodat zij niet het gevoel hebben dat zij overvallen worden met een asielzoekerscentrum dat eerst zou sluiten en nu toch langer openblijft?
Minister Van den Brink:
Dat is een terechte vraag. Ik weet ook dat er vanuit het COA richting de gemeente Hardenberg is aangegeven dat het in deze situatie niet op een goede wijze is gegaan; het werd pas op zo'n korte termijn voor de sluiting bekend. Ik heb het COA gevraagd in situaties waarin het in overmacht verkeert, dat op een nette manier, op tijd, kenbaar te maken aan gemeenten. Daarnaast proberen we dat natuurlijk ook te voorkomen door nu op zoek te gaan naar nieuwe noodopvanglocaties.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De situatie in Hardenberg baart mij zorgen. Ik heb hier ook Kamervragen over gesteld. Het gaat namelijk veel verder dan wat hier is gebeurd. Een afspraak tussen gemeenten en het COA wordt niet nagekomen. Dit is funest voor de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld de Spreidingswet, waar de minister mee aan de slag wil gaan. Het is funest voor het al lage vertrouwen in de overheid. En het weerhoudt gemeenten om überhaupt zaken te willen doen, nota bene omdat ik begrijp dat er al een persbericht was uitgestuurd dat ze gingen sluiten en de gehele gemeente en de inwoners een paar dagen van te voren overvallen werden met de boodschap dat dat toch niet doorging.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag aan de minister is hoe hij denkt deze situatie op te lossen, maar ook hoe wij voorkomen dat dit bij de uitrol van de Spreidingswet vaker gaat voorkomen. Daarbij wil ik ook graag dat de minister inzoomt op de rol van het COA. Als dit namelijk vaker gebeurt, hebben we gemeenten die het gesprek en het contract met de overheid niet willen aangaan omdat er geen vertrouwen meer is. En dat kan ik ook ergens wel begrijpen.
Minister Van den Brink:
Ik snap heel goed de vraag "als je een afspraak hebt, waarom wordt die dan niet nagekomen?". Dat is in dit geval ook echt een vorm van overmacht. Daarmee is het natuurlijk wel totaal onwenselijk en is de frustratie in Hardenberg totaal begrijpelijk. We moeten, denk ik, ook erkennen dat de gemeente Hardenberg de dupe is geworden doordat er de afgelopen jaren te weinig plekken zijn aangeleverd. Als er in een normale periode voldoende plekken zouden zijn geweest, kunnen we ook wat er is afgesproken gestand doen. Maar zolang we dat opvangprobleem niet beter oplossen en aan de andere kant de instroom niet voldoende beperken, moeten ik roeien met de riemen die we hebben. Maar in de ideale situatie, als de Spreidingswet goed functioneert, komt het COA al zijn afspraken na. Dat is ook wat het COA natuurlijk zelf wil. Het COA is wel de laatste die blij wordt van het afgeven van dit soort berichten.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik vind het antwoord nog onvoldoende, want de minister zegt: als die wet goed gaat werken, dan moet het goedkomen. Ik ben mij serieus de vraag aan het stellen of we, als de overheid, of in dit geval het COA, die afspraak niet nakomt, niet in de vicieuze cirkel belanden dat gemeenten minder gewillig zijn om contracten aan te gaan, dat er daardoor vervolgens minder opvangplekken zijn en dat we dit eigenlijk door het hele land gaan zien. Mijn vraag is dus opnieuw de volgende. Stel je voor dat er een kink in de kabel komt. Wat gaat de minister doen om het vertrouwen tussen gemeenten en het COA, en daarmee de overheid, te herstellen de komende tijd?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat het vanaf dag één dat ik deze verantwoordelijkheid heb helder is dat er op een andere manier naar gemeenten wordt gekeken en dat er op een andere manier wordt gesproken met gemeenten. Dat begint ermee dat we als één overheid optreden. We hebben een Rijksoverheid, een gemeentelijke overheid en een provinciale overheid, maar voor de burgers in dit land is dat één overheid. Die ene overheid heeft met elkaar bedacht dat er in dit land een instroomprobleem is. Dat proberen wij vanuit Den Haag te beperken. Er is een opvangprobleem en daarvoor hebben we een Spreidingswet. Daarmee proberen we het op lokaal niveau op te lossen. Pas als we dat met elkaar als één verantwoordelijkheid zien en niet als een probleem van Den Haag of als een probleem van alleen Hardenberg, dan gaan we deze problemen oplossen. Als we naar elkaar blijven kijken en iedereen zegt "doe jij je ding; ik doe effe niet mee", dan houden we dit probleem en is er geen Spreidingswet die dat gaat oplossen.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb hier schriftelijke vragen over gesteld en heb ook geprobeerd hier een plenair debat over aan te vragen. Het is dus goed dat we het er vandaag wel over hebben. Hardenberg en de inwoners van Hardenberg voelen zich namelijk enorm belazerd. Dat is ook enorm begrijpelijk wanneer een afspraak zo geschonden wordt. Tegelijkertijd zijn we nu de tweede cyclus van de Spreidingswet in gegaan. Wat ons betreft gaat die van tafel; wij hebben daar een intrekkingswet voor liggen. Maar even los daarvan: is de minister het met mij eens dat er überhaupt geen enkele sprake van kan zijn dat hij straks met de Spreidingswet in de hand gemeenten gaat aanspreken of zelfs gaat dwingen op het moment dat het COA zelf zulke harde afspraken met gemeenten met voeten treedt?
Minister Van den Brink:
Ik zou dit kwalificeren als een kip-eidiscussie, want er is natuurlijk een probleem dat we ergens moeten gaan oplossen en dat moet met de gemeente en het COA samen. Zeggen dat het COA nooit meer in zo'n situatie mag komen, kan ik dus alleen maar doen als ik weet dat er voldoende opvangplekken vanuit de gemeenten zijn om die op te lossen. Ik zal er dus voor zorgen dat dat gesprek op een goede manier verloopt. Ik zal het COA erop blijven aanspreken dat het wat het heeft afgesproken zo veel mogelijk gestand moet doen. Tegelijkertijd ga ik met al die gemeenten in gesprek om voldoende opvangplekken te realiseren.
De heer Ellian (VVD):
De minister spreekt van een overmachtssituatie, maar daar hebben de mensen in Hardenberg natuurlijk niks aan. Deze overmachtssituatie lijkt wel een permanente, waar het COA niet uit lijkt te komen. Dus wat gaat de minister dan doen om ervoor te zorgen dat ofwel de instroom meteen naar beneden gaat ofwel die overmachtssituatie opgelost wordt?
Minister Van den Brink:
We doen het allebei. We werken aan het beperken van de instroom en dat doen we ook door de afspraken die mevrouw Keijzer heeft gemaakt gestand te doen, dus dat nareizigers in hotels geplaatst worden zodat de opvanglocaties minder vol komen te zitten. We zijn op dit moment wel degelijk bezig, ook in Hardenberg, met het uitplaatsen van de mensen. Dat gaat nog lang niet snel genoeg, maar we zijn een eind op weg. Op die manier probeer ik dit probleem aan te pakken.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid en het beantwoorden van de gestelde vragen.
Vragen van Baarle
Vragen van Baarle
Vragen van het lid Van Baarle aan de minister van Buitenlandse Zaken over het bericht "Een Nederlands schip zou deze week wapens hebben afgeleverd in Israël. Is het daarom niet meer traceerbaar?".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Van Baarle voor zijn vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken namens de fractie van DENK. Ik heet ook de minister van Buitenlandse Zaken van harte welkom in het parlement. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
De minister zit er klaar voor, zie ik.
Voorzitter. Volgens berichtgeving in Trouw heeft een schip dat vaart onder de Nederlandse vlag mogelijk wapens afgeleverd in Israël. Het schip, de Rijnvliet, arriveerde waarschijnlijk in Haifa met een lading bomhulzen en patronen uit de Verenigde Staten. Voor het European Legal Support Center is het naar verluidt duidelijk dat het schip inderdaad naar Israël ging, ondanks dat er een andere bestemming werd opgegeven. Volgens deze ngo komt het vaker voor dat schepen die eigenlijk naar Israël gaan, met een zogenoemde spookbestemming varen om zodoende wapens aan Israël te kunnen blijven leveren.
Voorzitter. Israël pleegt aan de lopende band misdaden: een genocide in Gaza, verschrikkelijke onderdrukking en moorden op de Westelijke Jordaanoever, etnische zuivering, illegale bezetting, moorden in Libanon en illegale bezetting in Syrië. Deelt de minister dat er onder geen beding wapens mogen gaan naar deze misdadige staat, ook niet via spookroutes? En wat gaat de minister hiertegen doen?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de heer Van Baarle voor de vraag. De berichtgeving waarop de vragensteller de vraag baseert, is een artikel over een schip dat vanuit de Verenigde Staten naar waarschijnlijk Israël is gevaren onder Nederlandse vlag. Dat betekent dat dit schip niet door Nederland of via Nederland is gegaan, maar louter onder Nederlandse vlag vaart. Daarom is ons exportcontrolebeleid niet van toepassing. Dat richt zich namelijk alleen op de export vanuit Nederland of de eventuele doorvoer vanuit Nederland. Over schepen die onder Nederlandse vlag varen, hebben wij wel rechtsmacht, maar dat gaat dan over toezicht op de administratie en op technische en sociale zaken aan boord, en eventueel ook op het overtreden van eventuele sanctieverboden. Maar aangezien die voor Israël niet van toepassing zijn op dit moment, is dat de situatie voor wat betreft deze casus uit Trouw.
De heer Van Baarle (DENK):
Deze reactie van de minister is echt schrikken. Al die misdaden die door Israël gepleegd worden, schuift de minister maar een beetje weg, van: we hebben hier geen verantwoordelijkheid voor; we gaan er niks tegen doen. Op grond van het Genocideverdrag is Nederland verplicht om te doen wat mogelijk is om een genocide te voorkomen. Deze minister wuift het allemaal maar weg. Waarom? Waarom wuift deze minister dit weg?
Minister Berendsen:
Ik wuif helemaal niets weg. Ik richt me op de casus die ons voorgelegd is en de handelingsmogelijkheden die wij als kabinet hebben in een zaak zoals deze. Dit is de situatie zoals die is. Ons exportcontrolebeleid als het gaat om dit soort schepen varend onder Nederlandse vlag richt zich, zoals ik zojuist ook gezegd heb, alleen op de export en eventuele doorvoer via Nederland. Dat is nu niet het geval. Voor schepen varend onder Nederlandse vlag hanteren wij de criteria die ik zojuist gesteld heb.
De heer Van Baarle (DENK):
Vindt de minister het wenselijk dat een schip dat vaart onder de Nederlandse vlag wapens levert aan Israël?
Minister Berendsen:
Deze minister vindt het wenselijk dat wij het beleid en de regels die wij stellen, ook voor de maritieme scheepvaart, goed navolgen. In de casus die ons voorgelegd is via Trouw is dit de situatie. Dat betekent dat dat mijn antwoord is.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik vraag niet naar een cursus internationaal recht of scheepvaartrecht. Ik vraag naar een opvatting van deze minister. We hebben een regering die in heel veel andere gevallen prat gaat op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Vindt deze minister het wenselijk dat een schip onder de Nederlandse vlag munitie aflevert aan de staat Israël?
Minister Berendsen:
Nogmaals, deze minister vindt het wenselijk dat we het beleid dat we hebben als het gaat om maritieme scheepvaart uitvoeren. Niet gerelateerd aan deze casus, maar in algemene zin vindt dit kabinet inderdaad dat wij druk uit moeten oefenen op Israël daar waar er zorgen zijn. Dat doen we ook. We kijken ook hoe wij het internationaal recht kunnen bevorderen. Dat hebben we al op meerdere manieren gedaan. Maar dat vraagt wel een veel breder debat dan dat we op dit moment op basis van deze berichtgeving kunnen voeren.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb deze minister nu twee keer de kans gegeven om gewoon een opvatting te hebben. Als het gaat om Israël is de regering of is deze minister blijkbaar niet in staat om een opvatting te hebben. Dat verbaast mij ten zeerste. Heeft deze minister de afgelopen tijd de beelden gezien van de misdaden die gepleegd worden in Gaza en de misdaden die gepleegd zijn op de Westelijke Jordaanoever? Ik wijs ook op de etnische zuivering die zich nu voor onze ogen ontspint in Libanon. Ik vraag daarom nog één keer: heeft de minister een opvatting over het feit dat een schip onder de Nederlandse vlag wapens levert aan een staat die beschuldigd wordt van de meest verschrikkelijke misdaden?
Minister Berendsen:
Nogmaals ... Laat ik het anders formuleren. Ik heb daar natuurlijk wel degelijk een opvatting over. Dat heb ik niet alleen. Dit kabinet kijkt ook met grote zorgen naar wat plaatsvindt in Gaza, wat plaatsvindt op de Westelijke Jordaanoever en naar de ontwikkelingen die we in Libanon zien. Dit kabinet heeft daar op meerdere manieren al uiting aan gegeven. Ook in internationaal verband voeren wij daarover de gesprekken en kijken we hoe we situaties kunnen voorkomen of druk kunnen uitoefenen. Maar ik hecht er in deze casus wel waarde aan om te verwijzen naar het beleid dat wij hebben en de mogelijkheden die we hebben als het gaat om het vervoer van dit soort schepen dat onder Nederlandse vlag vaart, maar van de VS naar waarschijnlijk Israël is gevaren.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat is weer prietpraat en een college over hoe dingen werken, maar het is nog niet eens het begin van een antwoord op mijn vraag over de opvatting van het kabinet. Dus nogmaals, het kabinet is blijkbaar niet in staat om een opvatting te hebben over een schip dat onder de Nederlandse vlag wapens levert aan een staat die de meest verschrikkelijke misdaden pleegt. Is de Nederlandse regering bereid om de rederij aan te spreken en aan te geven dat dit onwenselijk is?
Minister Berendsen:
Wij voeren met heel veel bedrijven gesprekken over wat wenselijk en niet wenselijk zou zijn, maar ik hecht er wel waarde aan om dat soort gesprekken te voeren op basis van de regels die wij samen stellen. Varen onder Nederlandse vlag betekent dat we op basis van eventueel sanctiebeleid zouden moeten optreden. Dat sanctiebeleid is er op dit moment niet richting Israël als het gaat om dit soort transporten. Dat betekent dat wij handelen in lijn met de regels die er zijn.
De heer Van Baarle (DENK):
Is de minister dan op zijn minst bereid de maatschappij uit Ierland, die ook bij deze constructie betrokken is, hierop aan te spreken?
Minister Berendsen:
Wij baseren dit gesprek op berichtgeving uit een krant. Andere informatie over deze casus heb ik niet, behalve dus wat ik uit de krant moet vernemen. Dat betekent dat ik de basis waarop ik dit soort toezeggingen zou moeten doen, wel erg wankel vind, want dat is dan puur de informatie die in een krantenartikel staat.
De heer Van Baarle (DENK):
Is de minister dan bereid om met het European Legal Support Center in gesprek te gaan om de onderliggende feiten te krijgen zodat hij misschien wél mensen durft aan te spreken?
Minister Berendsen:
Ik weet ook niet ... Kijk, ik vervang mijn collega op deze plek. Als dat soort gesprekken moeten plaatsvinden, dan zal mijn collega dat moeten doen. Maar ik zal dit verzoek in ieder geval onder zijn aandacht brengen. Mag ik het misschien zo formuleren?
De heer Van Baarle (DENK):
Is de minister dan bereid om Israël hier hard op aan te spreken en om aan te geven dat het gebruik van dit soort spookbestemmingen niet te tolereren is?
Minister Berendsen:
Het veranderen of het aanpassen van bestemmingen gedurende de reis zien we vaker voorkomen in de maritieme sector. Dat is niet specifiek voor dit type bestemming. Dat geldt voor meer bestemmingen, omdat reizen kunnen veranderen door keuzes van de schepen of de rederijen zelf.
Tegelijkertijd wil ik er ook op wijzen dat als het gaat om het wapenexportbeleid — nogmaals, dat is dus niet van toepassing op deze casus, omdat het niet vanuit Nederland of via Nederland is gegaan — Nederland en dit kabinet wel degelijk een bepaalde mate van strengheid hebben richting Israël. De vergunningen die ons voorgelegd worden, mogen de facto alleen worden goedgekeurd als het voor defensief gebruik is, dus voor de Iron Dome. Allerlei andere materialen die zouden worden geëxporteerd vanuit Nederland of via Nederland, krijgen geen vergunning. Ik vind het wel belangrijk om dat beeld nog even toe te voegen, ondanks dat het bij deze casus niet van toepassing is.
De heer Van Baarle (DENK):
Het gaat om munitie in een schip onder Nederlandse vlag: munitie die mogelijk gebruikt wordt door Israël om Palestijnen af te knallen in Gaza of op de Westelijke Jordaanoever. En deze minister kan daar niet eens een opvatting over hebben? Hij komt alleen maar met colleges om de boel voor zich uit te schuiven. Nederland is verplicht alles te doen om een genocide te voorkomen, maar deze minister faalt voor die test. Dat is schandalig.
De voorzitter:
Wenst u daar nog op te reageren, minister?
Minister Berendsen:
Nee, behalve dan op het feit dat er door de spreker steeds wordt gezegd dat ik college geef. Ik wens ieder van ons en al onze studenten inhoudelijker colleges toe dan wat ik zeg in de beperkte tijd die ik heb.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De genocide in Gaza sluimert door. Israël bombardeert onschuldige burgers in Libanon. Tegelijkertijd zien we ook oorlogsmisdaden door Israël op de Westelijke Jordaanoever. Nou is er een schip met bomhulzen en patroonhulzen dat onder Nederlandse vlag vaart en waarschijnlijk richting Israël is gegaan. Hoe gaat Nederland daar nou tegen optreden? Hoe gaat de minister voorkomen dat we medeplichtig worden aan de mensenrechtenschendingen die Israël pleegt?
Minister Berendsen:
Zoals ik net al gezegd heb, is de inzet van dit kabinet op dat gebied duidelijk. Wij hebben grote zorgen over de humanitaire situatie in Gaza en grote zorgen over wat er gebeurt op de Westelijke Jordaanoever. We hebben ook grote zorgen over wat er in Libanon gebeurt, met name over de humanitaire effecten daarvan. Dat laten we op verschillende plekken en op verschillende manieren blijken. Ik denk dat de Kamer ook heeft gezien dat wij als het gaat om het bevorderen van internationaal recht ook bereid zijn om uitermate gevoelige stappen te zetten, zoals de interventie bij het Internationaal Gerechtshof. Ook die keuze hebben we gemaakt vanuit het kader van neutraliteit, dus niet ter ondersteuning van partijen, maar wel ter bevordering van het internationaal recht. Dat betekent dat we die stappen zetten. Nogmaals, de casus die voorligt gaat over een schip dat onder Nederlandse vlag vaart. Daar hebben wij een aantal mogelijkheden voor. Zolang er geen sanctiebeleid is op export naar Israël en dus ook een schip dat onder Nederlandse vlag vaart moet voldoen aan de vergunningverplichting van het land dat exporteert … In dit geval is dat de VS, als ik op de informatie over de vergunningsplicht van Trouw mag afgaan. Dat zijn de mogelijkheden die we hebben. Dat is de situatie die hier voorligt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Er wordt één ding heel erg duidelijk uit het antwoord en dat is dat het kabinet volledig duikt voor zijn verantwoordelijkheid om betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen te voorkomen. Het kabinet kan natuurlijk wel extra gaan controleren, want het is hoogst zorgelijk dat een schip onder Nederlandse vlag mogelijk bijdraagt aan oorlogsmisdaden. Mijn vraag aan de minister is heel concreet. Hij noemt nu allemaal dingen op die hij niet kan doen. Wat zijn de mogelijkheden van het kabinet om extra te controleren of inderdaad klopt wat er gemeld wordt over dit schip en of er ook meerdere schepen zijn die gewoon wapens naar Israël vervoeren
Minister Berendsen:
Dit komt zelden voor, zeg ik op basis van de informatie die wij hebben. Dat is denk ik goed om als eerste te melden. Het tweede is, zoals ik al heb gezegd, dat de mogelijkheden die wij hebben, gebaseerd zijn op het varen onder Nederlandse vlag. Dat betekent dat ze moeten voldoen aan vergunningen en moeten voldoen aan financiële en sociale verplichtingen, et cetera. Daar controleren we op. Op basis van deze casus zijn er niet heel veel meer redenen om dat schip te controleren, want dat schip vaart van de ene naar de andere bestemming. Wat daar geldt, zijn de exportvergunning van de VS en de ontvangst door, in dit geval, Israël.
Daar voeg ik aan toe dat wij natuurlijk in algemene zin met bedrijven het gesprek voeren over hun rol in geopolitieke conflicten en de eventuele effecten daarvan. In algemene zin klopt dat, maar dat wil ik niet plakken op deze specifieke zaak, vanwege de casus die voorligt.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij stelt de minister terecht dat hij zorgen heeft over wat Israël doet in Gaza, op de Westbank en in Libanon. Volgens mij erkent de minister ook dat er nog steeds de facto een wapenembargo is tegen Israël vanuit het Nederlandse kabinet. Wat mensen thuis dan niet begrijpen, denk ik, is dat de minister geen zorgen heeft als blijkt dat een Nederlands schip onder Nederlandse vlag wapens levert aan Israël. Heeft de minister daar ook zorgen over?
Minister Berendsen:
Afgezien van terechte emoties die hierbij spelen en de grote zorgen over wat zich daar afspeelt, zeg ik vanuit mijn rol als minister dat het uiteindelijk ook voor de mensen thuis belangrijk is dat ik het houd bij de mogelijkheden, het instrumentarium en het beleid dat wij hebben. In dit geval is het een schip dat vaart onder Nederlandse vlag. Dat betekent dat we op een aantal dingen kunnen controleren, maar niet per se op de lading, omdat die lading op dit moment onderdeel is van sancties. Als die lading niet zou voldoen aan het sanctiebeleid, hebben we een reden om in te grijpen. Maar als er vanuit de VS een exportvergunning wordt verleend voor de export naar Israël, hebben wij voor een schip dat vaart onder de Nederlandse vlag geen extra controlemogelijkheden in dit kader.
De heer Van Baarle (DENK):
Netanyahu is trots op deze minister, heel trots op deze minister. Waarom is deze minister bij dit onderwerp zo formalistisch, terwijl je ziet dat de Palestijnen worden afgeslacht? Waarom is deze minister niet bereid om het af te keuren en dingen te doen buiten zijn formalistische kader om een schip onder Nederlandse vlag ervan te weerhouden om patronen aan het Israëlische leger te geven? Waarom doet hij dat niet?
Minister Berendsen:
Het is mijn rol als minister om te wijzen op het beleid dat wij hebben en uitleg te geven bij de vragen die de Kamer stelt. Daarnaast word ik als minister natuurlijk gecontroleerd door de Kamer en voer ik beleid uit dat de Kamer gezamenlijk vormgeeft. Als de hele Kamer dit signaal zou geven, zou de situatie wellicht anders zijn, maar dat is natuurlijk niet het geval. Ik denk dat we ook realistisch moeten zijn over de ruimte die het kabinet heeft in samenwerking met de Kamer en de opdrachten die de Kamer aan dit kabinet geeft, ook over dit soort gevoelige geopolitieke thema's.
De heer Van Baarle (DENK):
Die genocide die Israël pleegt in Gaza en alle andere misdaden die Israël pleegt, komen niet uit de lucht vallen. Dat gebeurt omdat de internationale gemeenschap wegkijkt. Dat gebeurt omdat de internationale gemeenschap toestaat dat de misdadige regering van Israël gesteund blijft worden, financieel, met wapens en op andere manieren. De reactie van deze minister is het schoolvoorbeeld van wegkijken. Dit is niet wat een Nederlands bedrijf zou moeten doen in het kader van maatschappelijk verantwoord en ethisch ondernemen. Dan ga je geen patronen geven aan een leger dat Palestijnen afschiet.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Nogmaals in de richting van deze minister: keur het af! Doe alles wat buiten uw formele mogelijkheden ligt om dit te stoppen.
Minister Berendsen:
Ik denk dat ik duidelijk heb gemaakt waar dit kabinet staat ten aanzien van de grote zorgen die er zijn. Op basis van de wapenexportcontrolevergunningen die we op dit moment hebben, is het duidelijk dat we alleen materialen goedkeuren die bedoeld zijn voor de defensieve mogelijkheden van Israël, want Israël heeft het recht om zichzelf te verdedigen. Offensief is een andere zaak. Dat betekent dat dit kabinet doet wat het kan binnen zijn mogelijkheden. Dat doen we ook in samenwerking met de internationale partners.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid en voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde van het vragenuur gekomen. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur, waarna we gaan stemmen. De vergadering is tot 15.00 uur geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek u uw plaatsen in te nemen.
Mag ik uw aandacht voor Bert van Muijen? Voordat wij gaan stemmen, gaan we afscheid nemen van Bert van Muijen. Hij zit achter in de zaal.
Bert was sinds 1980 in verschillende functies werkzaam voor de Tweede Kamer, eerst bij de bibliotheek en de documentatiedienst, en in een minder grijs verleden bij de Facilitaire Dienst. Daar was Bert van alle markten thuis. Onder meer tijdens de verhuizing van het Binnenhof naar ons tijdelijke onderkomen heeft Bert heel veel werk verzet. Denk aan het inventariseren van kantoren en het gebruik van vergaderzalen, het nummeren van ruimtes of — je denkt er misschien niet meteen aan — het afvoeren van fietswrakken; jawel, het komt allemaal voorbij. Het zijn allemaal werkzaamheden achter de schermen, maar ze zijn van grote waarde voor het soepel draaiend houden van ons instituut.
Eind december was Berts laatste werkdag. Nu mag hij in alle rust gaan genieten van zijn pensioen. Bert, we willen je ontzettend bedanken voor al je inzet in de afgelopen jaren. We wensen je alle goeds voor de toekomst.
(Geroffel op bankjes)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
We gaan stemmen. Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Ceder (36800-VII, nr. 81).
Eerst geef ik het woord aan de heer Ceulemans, die ons wil meenemen in het al dan niet aanhouden van een motie, schat ik in. Meneer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank, voorzitter. Ik zou graag de motie op stuk nr. 65 (36800-XV) (#1), over concrete scenario's om de verplichte loondoorbetaling bij ziekte te verkorten, willen aanhouden. Deze motie is ingediend bij de begroting van SZW.
De voorzitter:
We hebben het genoteerd. Dat gaat om de motie op stuk nr. 65 onder agendapunt 4.
Op verzoek van de heer Ceulemans stel ik voor zijn motie (36800-XV, nr. 65) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
We gaan stemmen over maar liefst 25 pagina's moties en amendementen. Ik verzoek u allen de handen óf heel hoog in de lucht te houden óf heel laag, want voor u het weet heeft u per ongeluk voor de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek of de verdubbeling van het eigen risico gestemd. Ik vind alles goed als uw neutrale voorzitter, maar goed, dan zitten we later met de gebakken peren.
Stemmingen moties Begrotingen Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Diergezondheidsfonds 2026
Stemmingen moties Begrotingen Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Diergezondheidsfonds 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Bromet over een versnellingsplan voor de biologische landbouw (36800-XIV, nr. 32);
- de motie-Bromet over de voorstellen van VNO-NCW, Bouwend Nederland, Natuurmonumenten en Natuur & Milieu mee laten wegen in de nationale stikstofaanpak (36800-XIV, nr. 33);
- de motie-Bromet/Ouwehand over dierwaardigheid nadrukkelijk betrekken bij de stikstofaanpak (36800-XIV, nr. 34);
- de motie-Vellinga-Beemsterboer over een integraal en ecologisch effectief nationaal natuurherstelplan (36800-XIV, nr. 35);
- de motie-Podt/Lohman over afspraken met ketenpartners over de vergroting van het aandeel "total use" (36800-XIV, nr. 36);
- de motie-Chris Jansen over in problemen geraakte agrarische bedrijven ruimte geven in hun bedrijfsvoering (36800-XIV, nr. 37);
- de motie-Chris Jansen over binnen zes maanden alle PAS-melders legaliseren (36800-XIV, nr. 38);
- de motie-Graus over een fonds voor de opvang van verboden dieren (36800-XIV, nr. 40);
- de motie-Graus over een zwarte lijst opstellen met alle recidiverende broodfokkers en illegale dierenhandelaren (36800-XIV, nr. 41);
- de motie-Graus over een gevangenisstraf en een houdverbod opleggen aan dierenbeulen (36800-XIV, nr. 42);
- de motie-Graus over OM-richtlijnen inzake dierenmishandeling en -verwaarlozing opnemen in de oriëntatiepunten voor rechters (36800-XIV, nr. 43);
- de motie-Graus/Kostić over dierenrechters opleiden (36800-XIV, nr. 44);
- de motie-Graus/Kostić over een verbod op reptielenbeurzen (36800-XIV, nr. 45);
- de motie-Graus over voldoende centralisten bij meldpunt 144 Red een dier (36800-XIV, nr. 46);
- de motie-Graus/Kostić over borging van het voortbestaan van het Veterinair Forensisch Team (36800-XIV, nr. 47);
- de motie-Den Hollander c.s. over het onderzoeken van fiscale maatregelen ter versterking van de liquiditeitspositie van agrarische ondernemers (36800-XIV, nr. 48);
- de motie-Den Hollander c.s. over een ambitieuze innovatieagenda voor tuinbouw, zaadveredeling en biotechnologie (36800-XIV, nr. 49);
- de motie-Den Hollander c.s. over het vergroten van mogelijkheden voor mestverwerking en mestvergisting (36800-XIV, nr. 50);
- de motie-Den Hollander c.s. over een juridisch houdbare beheerstrategie voor het aanpakken van probleemwolven en probleemsituaties (36800-XIV, nr. 51);
- de motie-Den Hollander/Kostić over een pilot binnen het ANLb met castratie van vrij rondlopende katten op het agrarische erf (36800-XIV, nr. 52);
- de motie-Goudzwaard over geen nieuwe Natura 2000-gebieden aanwijzen in Nederland (36800-XIV, nr. 53);
- de motie-Goudzwaard over het gelijkwaardig wegen van natuurontwikkeling, landbouw en andere economische functies bij afspraken over natuurbeleid (36800-XIV, nr. 54);
- de motie-Boomsma/Grinwis over een integraal plan van aanpak voor de uitvoering van fase 2 van het Natuur- en milieubeleidsplan Caribisch Nederland (36800-XIV, nr. 55);
- de motie-Boomsma/Grinwis over het waarborgen van voldoende ruimte voor een integrale belangenafweging bij nieuwe natuurwetgeving (36800-XIV, nr. 56);
- de motie-Flach/Van der Plas over gegevensverstrekking over landgebruik op adresniveau weigeren (36800-XIV, nr. 57);
- de motie-Flach/Van der Plas over het verstrekken van vertrouwelijke agrarische bedrijfsgegevens inperken (36800-XIV, nr. 58);
- de motie-Flach/Den Hollander over een fiscale reserve voor investeringen in dierenwelzijn en milieu (36800-XIV, nr. 59);
- de motie-Flach/Grinwis over een vervolg op het praktijkprogramma plantgezondheid (36800-XIV, nr. 60);
- de motie-Ouwehand/Grinwis over prijsstunten met agrarische basisproducten tegengaan (36800-XIV, nr. 61);
- de motie-Kostić c.s. over een einde maken aan de handel in kortsnuitige honden uit het buitenland (36800-XIV, nr. 63);
- de motie-Kostić/Grinwis over best practices uit het buitenland inzake het reguleren en verbieden van de onlinehandel in dieren inventariseren (36800-XIV, nr. 64);
- de motie-Grinwis c.s. over specificeren op welke wijze het extra beschikbare budget voor agrarisch natuurbeheer in 2027 wordt ingezet (36800-XIV, nr. 65);
- de motie-Van der Plas c.s. over middelen voor agrarisch natuurbeheer (36800-XIV, nr. 66);
- de motie-Van der Plas over de rekenkundige ondergrens uiterlijk voor het zomerreces 2026 invoeren (36800-XIV, nr. 67);
- de motie-Van der Plas over het activeren van Europese noodsteunmechanismen voor de visserij (36800-XIV, nr. 68);
- de motie-Ten Hove/Den Hollander over reële en werkbare beoordelingskaders voor wolfwerende rasters (36800-XIV, nr. 69);
- de motie-Ten Hove over actief beheer van de wolvenpopulatie mogelijk maken (36800-XIV, nr. 70);
- de motie-Ten Hove/Schilder over voorwaarden bij loterijvergunningen ten aanzien van giften of subsidies aan organisaties die procederen tegen overheden (36800-XIV, nr. 71).
Mevrouw Van der Plas verzoekt haar aangehouden motie op stuk nr. 68 alsnog in stemming te brengen.
Mevrouw Van der Plas verzoekt ook om een hoofdelijke stemming over de moties op de stukken nrs. 51, 69 en 70.
In stemming komt de motie-Bromet (36800-XIV, nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Bromet (36800-XIV, nr. ??, was nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bromet/Ouwehand (36800-XIV, nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer (36800-XIV, nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Podt/Lohman (36800-XIV, nr. 36).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Chris Jansen (36800-XIV, nr. 37).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Chris Jansen (36800-XIV, nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus (36800-XIV, nr. 40).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus (36800-XIV, nr. 41).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus (36800-XIV, nr. 42).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus (36800-XIV, nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus/Kostić (36800-XIV, nr. 44).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus/Kostić (36800-XIV, nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (36800-XIV, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus/Kostić (36800-XIV, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Den Hollander c.s. (36800-XIV, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Den Hollander c.s. (36800-XIV, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Den Hollander c.s. (36800-XIV, nr. ??, was nr. 50).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Over de motie op stuk nr. 51 stemmen we hoofdelijk. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Ik verzoek de leden om absolute stilte, zodat we goed kunnen horen wat u stemt.
In stemming komt de motie-Den Hollander c.s. (36800-XIV, nr. 51).
Vóór stemmen de leden: Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Wiersma, Wilders, Zwinkels, El Abassi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Keijzer, Kisteman, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs en Synhaeve.
Tegen stemmen de leden: Tseggai, Vliegenthart, Westerveld, Zalinyan, Abdi, Bromet, Bushoff, Dassen, De Hoop, Kathmann, Klaver, Kostić, Kröger, Lahlah, Van der Lee, Mohandis, Moorman, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Stultiens en Teunissen.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 125 stemmen voor en 24 stemmen tegen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Den Hollander/Kostić (36800-XIV, nr. 52).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Goudzwaard (36800-XIV, nr. 53).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Goudzwaard (36800-XIV, nr. 54).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma/Grinwis (36800-XIV, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma/Grinwis (36800-XIV, nr. 56).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Flach c.s. (36800-XIV, nr. ??, was nr. 60).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ouwehand/Grinwis (36800-XIV, nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić c.s. (36800-XIV, nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić/Grinwis (36800-XIV, nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-XIV, nr. 65).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (36800-XIV, nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-XIV, nr. 67).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-XIV, nr. 68).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
De voorzitter:
Ik verzoek de griffier de namenlijst voor te lezen. Ik verzoek opnieuw om stilte in de zaal.
In stemming komt de gewijzigde motie-Ten Hove c.s. (36800-XIV, nr. ??, was nr. 69).
Vóór stemmen de leden: Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Keijzer, Kisteman, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Wiersma, Wilders, Zwinkels, El Abassi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen en Ceder.
Tegen stemmen de leden: Dassen, De Hoop, Kathmann, Klaver, Kostić, Kröger, Lahlah, Van der Lee, Mohandis, Moorman, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vliegenthart, Westerveld, Zalinyan, Abdi, Bromet en Bushoff.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met 125 stemmen voor en 24 stemmen tegen is aangenomen.
We gaan stemmen over de motie op stuk nr. 70. Dat doen we opnieuw hoofdelijk. Het betreft de gewijzigde motie-Ten Hove/Van der Plas over actief beheer van de wolvenpopulatie mogelijk maken. Mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, even een punt van orde. Dit zijn dikke meerderheden. Waarom stemmen we hier eigenlijk allemaal hoofdelijk over?
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Ja, u stelt de vraag, mevrouw Keijzer, maar het is een grondwettelijk recht dat een der leden altijd mag vragen om een hoofdelijke stemming, dus dan doen we dat.
De motie op stuk nr. 70. Een hoofdelijke stemming over de gewijzigde motie-Ten Hove/Van der Plas over …
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, ik weet dat dat een recht is. Maar wat is de reden hiervoor? Als we dit allemaal zo gaan doen, kunnen we hier bedjes neerzetten met z'n allen.
De voorzitter:
Laten we het vooral zien als een reflectieve opmerking voor ons allemaal om bij dergelijke meerderheden niet al te snel over te gaan tot het gebruikmaken van ons constitutionele recht op de hoofdelijke stemming. Maar het mag wel, en dan doen we het.
In stemming komt de gewijzigde motie-Ten Hove/Van der Plas (36800-XIV, nr. ??, was nr. 70).
Vóór stemmen de leden: Van Meijeren, Moinat, Nanninga, Van der Plas, Russcher, Schilder, Stoffer, Struijs, Vermeer, De Vos, Wiersma, Van den Berg, Bikker, Boomsma, Van Brenk, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Diederik van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Keijzer, Lammers en Markuszower.
Tegen stemmen de leden: Mathlouti, Van Meetelen, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stöteler, Straatman, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wilders, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Bevers, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Dassen, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Graus, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes en Martens-America.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met 34 stemmen voor en 115 stemmen tegen is verworpen.
In stemming komt de motie-Ten Hove/Schilder (36800-XIV, nr. 71).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Stemmingen moties Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Patijn over het verlagen en verkorten van het maximumdagloon van tafel halen voor mensen in de WW (36800-XV, nr. 43);
- de motie-Patijn over het verlagen en verkorten van het maximumdagloon van tafel halen voor mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (36800-XV, nr. 44);
- de motie-Patijn over het verlagen van het maximumdagloon van tafel halen voor mensen met recht op loondoorbetaling bij ziekte en een ziektewetuitkering (36800-XV, nr. 45);
- de motie-Patijn/Moorman over het verlagen van het maximumdagloon van tafel halen voor mensen met zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, geboorteverlof en ouderschapsverlof (36800-XV, nr. 46);
- de motie-Patijn over het verlagen van het maximumdagloon van tafel halen voor alle bestaande gevallen in alle uitkeringen (36800-XV, nr. 47);
- de motie-Patijn over de AOW-leeftijd niet versneld verhogen (36800-XV, nr. 48);
- de motie-Patijn/Bushoff over de voorgenomen afschaffing van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten terugdraaien (36800-XV, nr. 49);
- de motie-Patijn/Moorman over het bestrijden van de loonkloof (36800-XV, nr. 50);
- de motie-Lahlah c.s. over met spoed de heropening van het Tijdelijk Noodfonds Energie verkennen (36800-XV, nr. 51);
- de motie-Lahlah c.s. over het Nibud vragen om een doorrekening van de kabinetsplannen voor voorbeeldhuishoudens (36800-XV, nr. 52);
- de motie-Lahlah c.s. over een oplossing waardoor mensen met een Wajong-uitkering niet meer onterecht kwijtscheldingen mislopen (36800-XV, nr. 53);
- de motie-Neijenhuis c.s. over een samenhangend plan om arbeidsmarkttekorten te adresseren (36800-XV, nr. 54);
- de motie-Neijenhuis c.s. over meer inzicht in de onderliggende oorzaken voor de uitval van met name jonge vrouwen op de arbeidsmarkt (36800-XV, nr. 55);
- de motie-Edgar Mulder over afzien van de verlaging van het maximumdagloon (36800-XV, nr. 56);
- de motie-Edgar Mulder/Wilders over afzien van de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd (36800-XV, nr. 57);
- de motie-Edgar Mulder/Boon over het invoeren van tewerkstellingsvergunningen voor arbeidskrachten uit EU-landen (36800-XV, nr. 58);
- de motie-Edgar Mulder over de taaleis voor het verkrijgen van een uitkering in alle gemeenten handhaven (36800-XV, nr. 59);
- de motie-Edgar Mulder over het recht op een AIO-uitkering beperken tot mensen die minimaal tien jaar in Nederland wonen (36800-XV, nr. 60);
- de motie-Michon-Derkzen over het opschalen van bewezen arbeidsmarktprogramma's voor statushouders (36800-XV, nr. 61);
- de motie-Michon-Derkzen over ondernemers nadrukkelijker betrekken bij de uitwerking van de hervormde Wet verbetering poortwachter (36800-XV, nr. 62);
- de motie-Michon-Derkzen over de hervormde transitievergoeding met prioriteit uitwerken (36800-XV, nr. 63);
- de motie-De Beer c.s. over het uitwerken van een concrete terugvalmogelijkheid voor de WIA en de Wajong (36800-XV, nr. 64);
- de motie-Ceulemans over voorwaarden stellen aan de maatschappelijke participatie in de Participatiewet (36800-XV, nr. 66);
- de motie-Ceulemans over onderzoeken welke regelingen in omliggende landen bijdragen aan lager ziekteverzuim en minder instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen (36800-XV, nr. 67);
- de motie-Hamstra c.s. over in kaart brengen wat er precies nodig is voor het automatisch uitkeren van inkomensondersteuning (36800-XV, nr. 69);
- de motie-Hamstra c.s. over scenario's uitwerken voor mogelijke ontwikkelingen in energieprijzen (36800-XV, nr. 70);
- de motie-Van Ark/Neijenhuis over op korte termijn aan de slag gaan met het harmoniseren van het aantal leefvormvarianten in de AOW (36800-XV, nr. 71);
- de motie-Ergin/Ceulemans over voor het zomerreces meer richting geven aan de uitwerking van de Zelfstandigenwet (36800-XV, nr. 72);
- de motie-Ergin over de Kamer periodiek informeren over de effecten van de handhaving van schijnzelfstandigheid op de arbeidsmarkt (36800-XV, nr. 74);
- de motie-Flach/Ceulemans over alternatieven voor de verlaging van het maximumdagloon (36800-XV, nr. 75);
- de motie-Flach/Kisteman over een eenvoudige kantoren-RI&E (36800-XV, nr. 76);
- de motie-Flach over christelijke feestdagen in cao's niet inwisselen voor islamitische feestdagen (36800-XV, nr. 77);
- de motie-Ceder/Flach over bevorderen dat de verlaging van het maximumdagloon geen nadelige gevolgen heeft voor ouders (36800-XV, nr. 78);
- de motie-Ceder/Flach over de samenwerking met vrijwilligersorganisaties binnen de schuldhulpverlening versterken (36800-XV, nr. 79);
- de motie-Ceder over uitspreken dat de premieopslag moet verdwijnen (36800-XV, nr. 80);
- de motie-Ceder over het met urgentie voorzetten van de uitwerking van het collectief afbetalingsplan en de zorgplicht voor deurwaarders (36800-XV, nr. 81);
- de motie-Jimmy Dijk over de accijnzen op brandstof verlagen (36800-XV, nr. 82);
- de motie-Jimmy Dijk over de energietoeslag opnieuw invoeren (36800-XV, nr. 83);
- de motie-Jimmy Dijk over de IVA-uitkering niet afschaffen (36800-XV, nr. 84);
- de motie-Jimmy Dijk over de WW-duur niet verkorten (36800-XV, nr. 85);
- de motie-Van Brenk over het ontwikkelen van uniforme kengetallen om pensioenuitvoerders te kunnen beoordelen op de kosten van uitvoering (36800-XV, nr. 86);
- de motie-Van Brenk over bevestigen dat het Nederlandse pensioenstelsel het best gefinancierde pensioenstelsel van de eurozone is (36800-XV, nr. 88);
- de motie-Van Brenk over uitspreken dat de meest kwetsbaren ontzien zullen worden bij het maken van beleidskeuzes inzake sociale zekerheid (36800-XV, nr. 89);
- de motie-Dassen/Biekman over met gemeenten bespreken of de laptopregeling overgeheveld kan worden naar het Rijk (36800-XV, nr. 90);
- de motie-Dassen over noodpakketten beschikbaar stellen voor mensen rondom de armoedegrens (36800-XV, nr. 91);
- de motie-Dassen over onderzoeken hoe voor start-ups de risico's rond werk en inkomen gemitigeerd kunnen worden (36800-XV, nr. 92);
- de motie-Dassen over borgen dat ouders er bij opname van ouderschapsverlof netto niet op achteruitgaan (36800-XV, nr. 93);
- de motie-Dassen/Patijn over de verhoging van het minimumjeugdloon uitvoeren zoals voorgesteld in een breed aangenomen motie (36800-XV, nr. 94);
- de motie-Moinat over rekening houden met verlenging van de subsidieactiviteiten van het Armoedefonds (36800-XV, nr. 95);
- de motie-Moinat over de maximale duur van de WW-uitkering op 24 maanden houden (36800-XV, nr. 96);
- de motie-Moinat over onderzoeken hoe lasten op arbeid structureel verlaagd kunnen worden (36800-XV, nr. 97);
- de motie-Moinat over inzichtelijk maken hoeveel mensen via re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen (36800-XV, nr. 98).
Er is één stemverklaring en die is van de heer Ceulemans. Ik zie ook mevrouw Moorman. Eerst de heer Ceulemans. Ga uw gang.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb een stemverklaring over de motie-Patijn op stuk nr. 47 over het verlagen van het maximumdagloon van tafel halen voor alle bestaande gevallen en alle uitkeringen. Dat in de voorgestelde verlaging van het maximumdagloon geen eerbiedigende werking zit, zodat die dus ook geldt voor bestaande gevallen, is wat ons betreft zeer problematisch. Daar zijn we op deze manier ook geen voorstander van. Dat is de reden dat wij samen met de heer Flach een motie hebben ingediend om alle alternatieven daarvoor in kaart te brengen, met name met betrekking tot de bestaande gevallen. Het kabinet staat daarvoor open. Om die reden stemmen we op dit moment tegen de motie van mevrouw Patijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Moorman krijgt het woord voor haar stemverklaring.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. De afgelopen tijd was er veel te doen over de bevalboete. Dat leek een fout te zijn aan de onderhandeltafel: een boete op het krijgen van een kind, vermindering van je uitkering bij zwangerschap of ouderschap. We waren dan ook blij dat meerdere coalitiepartijen zeiden: dat moet van tafel. We hadden dan ook zeker verwacht dat er steun zou komen voor onze motie om die van tafel te halen, maar tot onze verbazing wordt er niet gekozen voor de progressieve route, maar voor de zeer conservatieve route van de ChristenUnie en de SGP. We zullen dan ook niet stemmen vóór de motie op stuk nr. 78. Wij vinden namelijk dat dit gewoon van tafel moet en denken niet dat het met een slappe motie weggaat.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt de motie-Patijn (36800-XV, nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn (36800-XV, nr. 44).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn (36800-XV, nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn/Moorman (36800-XV, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn (36800-XV, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn (36800-XV, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn/Bushoff (36800-XV, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn/Moorman (36800-XV, nr. 50).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Lahlah c.s. (36800-XV, nr. 51).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Lahlah c.s. (36800-XV, nr. 52).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Lahlah c.s. (36800-XV, nr. 53).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Neijenhuis c.s. (36800-XV, nr. ??, was nr. 54).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Neijenhuis c.s. (36800-XV, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36800-XV, nr. 56).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder/Wilders (36800-XV, nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder/Boon (36800-XV, nr. 58).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36800-XV, nr. 59).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36800-XV, nr. 60).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen (36800-XV, nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen (36800-XV, nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen (36800-XV, nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Beer c.s. (36800-XV, nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceulemans (36800-XV, nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceulemans (36800-XV, nr. 67).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Hamstra c.s. (36800-XV, nr. 69).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Hamstra c.s. (36800-XV, nr. 70).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Ark/Neijenhuis (36800-XV, nr. 71).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ergin/Ceulemans (36800-XV, nr. 72).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ergin (36800-XV, nr. 74).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Flach/Ceulemans (36800-XV, nr. 75).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Flach/Kisteman (36800-XV, nr. 76).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Flach (36800-XV, nr. 77).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceder/Flach (36800-XV, nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder/Flach (36800-XV, nr. 79).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (36800-XV, nr. 80).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (36800-XV, nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XV, nr. 82).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XV, nr. 83).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XV, nr. 84).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XV, nr. 85).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (36800-XV, nr. 86).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (36800-XV, nr. 88).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk/Lahlah (36800-XV, nr. ??, was nr. 89).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen/Biekman (36800-XV, nr. 90).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen (36800-XV, nr. 91).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (36800-XV, nr. 92).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (36800-XV, nr. 93).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen/Patijn (36800-XV, nr. 94).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Moinat (36800-XV, nr. 95).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moinat (36800-XV, nr. 96).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Moinat (36800-XV, nr. 97).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moinat (36800-XV, nr. 98).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Volt ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming Begroting Koning 2026
Stemming Begroting Koning 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2026) (36800-I).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begroting Staten-Generaal 2026
Stemming Begroting Staten-Generaal 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van de Staten-Generaal (IIA) voor het jaar 2026 (36800-IIA).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begroting overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad 2026
Stemming Begroting overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) voor het jaar 2026 (36800-IIB).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begrotingen Algemene Zaken, Kabinet van de Koning Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2026
Stemming Begrotingen Algemene Zaken, Kabinet van de Koning Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2026 (36800-III).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Stemming Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 (36800-IV).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Buitenlandse Zaken 2026
Stemmingen Begroting Buitenlandse Zaken 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (36800-V).
In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Stoffer/Dobbe (stuk nr. 40, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 40 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Dobbe/Ceder (stuk nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Van Baarle (stuk nr. 43) en het amendement-Dobbe/Ceder (stuk nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
De Groep Markuszower wordt aantekening verleend dat zij geacht wenst te worden tegen artikel 3 van de departementale begrotingsstaat te hebben gestemd.
Stemmingen Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Stemmingen Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI).
De voorzitter:
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius heeft op 22 februari jongstleden aangegeven haar amendement op stuk nr. 11 in te trekken.
Er zijn een aantal stemverklaringen. Als eerste geef ik daarvoor het woord aan mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. JA21 kan deze begroting niet steunen, niet omdat er geen extra geld is, maar omdat de echte hervormingen ontbreken. Meer middelen zonder koerswijziging zijn slechts pleisters. Het huishoudboekje van de politie is nog niet op orde en inzicht in prestaties binnen de strafrechtketen ontbreekt. Onze oproep tot duidelijke KPI's, onder meer via de Algemene Rekenkamer, is niet opgevolgd. Daarnaast zijn er voorstellen voor een stevigere en efficiëntere aanpak, zoals meer bevoegdheden voor de politie, een hardere aanpak van geweld tegen hulpverleners en vereenvoudiging van regels, afgewezen of genegeerd. Per saldo verandert er dus te weinig. JA21 wil een land waarin veiligheid vooropstaat, de dader verliest en de politie weer de regie heeft op straat. Dat zien wij hier niet terug. Wij blijven wel openstaan voor een constructief gesprek over echte verbeteringen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor een stemverklaring namens de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Ik heb een stemverklaring over een tweetal moties van het lid Coenradie, namelijk de moties op de stukken nrs. 38 en 40.
De voorzitter:
Amendementen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Amendementen, excuses. Wij steunen de doelen, namelijk extra recherchecapaciteit en extra capaciteit bij de zedenpolitie, en we steunen ook de dekkingen voor dit jaar die de amendementen voorstellen. Er wordt in de amendementen ook voorgesorteerd op structurele dekkingen na dit jaar. Die structurele dekkingen steunen wij dan weer niet. Omdat deze amendementen alleen gaan over dit jaar en dus niet over de structurele dekkingen, zullen we de amendementen wel steunen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt het amendement-Mutluer/Struijs (stuk nr. 78, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 78 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Mutluer/Dobbe (stuk nr. 64, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit nader gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 64 voorkomende nader gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Coenradie (stuk nr. 38, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 38 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Coenradie (stuk nr. 40, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 40 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Teunissen (stuk nr. 67, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 67 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Ellian/Dobbe (stuk nr. 69, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 69 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komen de amendementen-Ellian c.s. (stuk nrs. 135, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze amendementen hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij zijn aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van deze amendementen de overige op stuk nr. 135 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Bikker c.s. (stuk nr. 73).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Mutluer c.s. (stuk nr. 77, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 77 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Van der Werf c.s. (stuk nr. 129, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 129 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Diederik van Dijk c.s. (stuk nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Michon-Derkzen/Sneller (stuk nr. 34, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 34 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bikker c.s. (stuk nr. 124, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 124 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Struijs (stuk nr. 72, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 72 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Coenradie c.s. (stuk nr. 128, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 128 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-El Abassi (stuk nr. 68, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 68 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Teunissen (stuk nrs. 67, I en II), de amendementen-Ellian/Dobbe (stuk nrs. 69, I en II), de amendementen-Ellian c.s. (stuk nrs. 135, I tot en met IV), de amendementen-Mutluer c.s. (stuk nrs. 77, I en II), de amendementen-Van der Werf c.s. (stuk nrs. 129, I en II), het amendement-Diederik van Dijk c.s. (stuk nr. 66), de amendementen-Michon-Derkzen/Sneller (stuk nrs. 34, I en II), de gewijzigde amendementen-Bikker c.s. (stuk nrs. 124, I en II) en de amendementen-Coenradie c.s. (stuk nrs. 128, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026
Stemmingen Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (36800-VII).
In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Meulenkamp (stuk nr. 92, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 92 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Sneller/Meulenkamp (stuk nr. 93).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Clemminck/Tijs van den Brink (stuk nr. 91).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Huizenga (stuk nr. 51).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Kröger/Dassen (stuk nr. 65).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de VVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Beckerman (stuk nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bushoff c.s. (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Meulenkamp (stuk nrs. 92, I en II), het gewijzigde amendement-Sneller/Meulenkamp (stuk nr. 93), het gewijzigde amendement-Clemminck/Tijs van den Brink (stuk nr. 91), het amendement-Huizenga (stuk nr. 51) en het gewijzigde amendement-Kröger/Dassen (stuk nr. 65).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting gemeentefonds 2026
Stemmingen Begroting gemeentefonds 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2026 (36800-B).
In stemming komt het gewijzigde amendement-Clemminck/Tijs van den Brink (stuk nr. 19, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 19 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Clemminck/Tijs van den Brink (stuk nrs. 19, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begroting provinciefonds 2026
Stemming Begroting provinciefonds 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2026 (36800-C).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2026
Stemmingen Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (368000-VIII).
De voorzitter:
Er zijn stemverklaringen van het lid Kostić en van mevrouw Moorman. Eerst het lid Kostić. Ik noteer u ook voor een stemverklaring, mevrouw Moorman.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. In Nederland worden 1.000 apen gehouden voor dierproeven. Ze worden doodziek gemaakt terwijl dat nauwelijks resultaat oplevert voor de mens. De Kamer wil hier al minstens tien jaar van af. Vorig jaar heeft de Partij voor de Dieren samen met veel andere partijen in de Kamer een plan gemaakt om het belastinggeld dat nu naar apenproeven gaat, te gebruiken voor innovatief proefdiervrij onderzoek. Dat amendement werd aangenomen en het apenproefdiercentrum is inmiddels formeel op de hoogte gebracht, maar vandaag stemmen we over een amendement van de VVD waarmee dat besluit roekeloos wordt teruggedraaid en er opnieuw elk jaar miljoenen euro's aan belastinggeld naar apenproeven zullen gaan. We worden hiermee teruggegooid in de tijd. Apenproeven zijn achterhaald en juist de alternatieven bieden enorme kansen voor de gezondheid van mensen. Tientallen wetenschappers hebben zich dus ook tegen dit VVD-voorstel uitgesproken. Het is ook respectloos tegenover een belangrijk deel van de Kamer, van links tot rechts. Het afbouwplan, dat vorig jaar nog werd aangenomen, wordt hiermee gewoon geschrapt. Maar bovenal is het afschuwelijk voor de apen. De Partij voor de Dieren kiest voor vooruitgang in plaats van achteruitgang, dus wij stemmen tegen het amendement-Rajkowski.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Moorman krijgt het woord voor een stemverklaring.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Er wordt vaak gezegd dat er meer geïnvesteerd moet worden in onderwijs, omdat het niet goed gaat met ons onderwijs. Gelukkig worden een aantal bezuinigingen dan ook vanaf volgend jaar teruggedraaid. Dit geldt niet voor alle bezuinigingen, maar voor een aantal. Maar voor dit jaar staan er gewoon nog honderden miljoenen aan bezuinigingen op onderwijs in deze begroting. Het gaat hier om bezuinigingen op kinderen die onderwijs heel erg hard nodig hebben. Ik doel onder andere op bezuinigingen op onderwijsachterstandenbeleid. Dat kunnen we natuurlijk nooit goed vinden. Daarom hebben we meerdere amendementen ingediend om deze ernstige bezuinigingen op het onderwijs aan onze kinderen terug te draaien. U begrijpt dat GroenLinks-PvdA nooit voor deze begroting kan stemmen als deze amendementen niet worden aangenomen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen.
In stemming komt het amendement-Moorman/Stultiens (stuk nr. 74, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 74 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Stoffer/Rooderkerk (stuk nr. 77, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 77 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Moorman (stuk nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Moorman/Patijn (stuk nr. 86).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Ergin (stuk nr. 79, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 79 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Ergin (stuk nr. 88, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 88 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komen de gewijzigde amendementen-Ergin (stuk nrs. 128, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor deze gewijzigde amendementen hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij zijn verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van deze gewijzigde amendementen de overige op stuk nr. 128 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Tseggai (stuk nr. 138, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 138 voorkomende nader gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komen de nader gewijzigde amendementen-Abdi (stuk nrs. 137, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze nader gewijzigde amendementen hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij zijn verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van deze nader gewijzigde amendementen de overige op stuk nr. 137 voorkomende nader gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Beckerman (stuk nr. 73).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Ceder/Van der Burg (stuk nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komen de amendementen-Stoffer/Claassen (stuk nrs. 84, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze amendementen hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij zijn verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van deze amendementen de overige op stuk nr. 84 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Rajkowski (stuk nr. 83).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Stoffer/Rooderkerk (stuk nrs. 77, I en II), het amendement-Ceder/Van der Burg (stuk nr. 38) en het amendement-Rajkowski (stuk nr. 83).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begrotingen Financiën en Nationale Schuld 2026
Stemmingen Begrotingen Financiën en Nationale Schuld 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026 (36800-IX).
In stemming komt het amendement-Jimmy Dijk (stuk nr. 40).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Defensie 2026
Stemmingen Begroting Defensie 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (36800-X).
In stemming komt het amendement-Dassen (stuk nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Heite/Ceder (stuk nr. 14, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 14 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Van Baarle c.s. (stuk nr. 71, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 71 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begroting Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Stemming Begroting Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 (36800-K).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026
Stemmingen Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (36800-XII).
Er is een stemverklaring van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Deze stemverklaring gaat over het amendement van de heer Grinwis op stuk nr. 9. Dit amendement gaat over het ter beschikking stellen van middelen ten behoeve van het openbaar vervoer. Zoals iedereen weet, is BBB een groot voorstander van beter openbaar vervoer in de regio's, maar de dekking van de heer Grinwis komt er eigenlijk op neer dat de benzineaccijns niet verlaagd mag worden. BBB vindt het in deze tijd van hoge kosten voor automobilisten in een land waar het gros van de mensen afhankelijk is van de auto te bizar om geen verlichting te geven aan automobilisten door een accijnsverlaging. Dat is de reden waarom wij tegen dit amendement zullen stemmen. Was er een andere dekking gevonden, een dekking die de automobilisten in Nederland niet zou raken, dan hadden we waarschijnlijk voorgestemd.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt het amendement-De Hoop (stuk nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Grinwis (stuk nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Stoffer/Grinwis (stuk nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Huidekooper/Zwinkels (stuk nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Grinwis (stuk nr. 9), het amendement-Stoffer/Grinwis (stuk nr. 17) en het amendement-Huidekooper/Zwinkels (stuk nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Mobiliteitsfonds 2026
Stemmingen Begroting Mobiliteitsfonds 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026 (36800-A).
In stemming komt het amendement-Stoffer/Grinwis (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Stoffer/Grinwis (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begroting Deltafonds 2026
Stemming Begroting Deltafonds 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2026 (36800-J).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Economische Zaken 2026
Stemmingen Begroting Economische Zaken 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026 (36800-XIII).
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Kisteman c.s. (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Flach (stuk nr. 19) en het gewijzigde amendement-Kisteman c.s. (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Begroting Nationaal Groeifonds 2026
Stemming Begroting Nationaal Groeifonds 2026
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationaal Groeifonds voor het jaar 2026 (36800-L).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begrotingen Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Diergezondheidsfonds 2026
Stemmingen Begrotingen Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Diergezondheidsfonds 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (36800-XIV).
In stemming komt het amendement-Bromet (stuk nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bromet (stuk nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bromet/Grinwis (stuk nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bromet (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bromet (stuk nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Podt/Bromet (stuk nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Van der Plas (stuk nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bromet (stuk nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Bromet (stuk nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bromet/Grinwis (stuk nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Beckerman (stuk nr. 72, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 72 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Van der Plas (stuk nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 25, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 25 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Podt/Bromet (stuk nr. 21), het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 31), het gewijzigde amendement-Bromet (stuk nr. 30) en het amendement-Bromet/Grinwis (stuk nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, BBB wordt geacht tegen het amendement-Bromet/Grinwis op stuk nr. 29 te hebben gestemd.
De voorzitter:
Akkoord. We noteren het. Dank u wel.
Stemmingen Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Stemmingen Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (36800-XV).
In stemming komt het amendement-Ergin c.s. (stuk nr. 101).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Ergin c.s. (stuk nr. 102, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 102 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Flach/Ceder (stuk nr. 42, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 42 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Jimmy Dijk (stuk nr. 103, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 103 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Jimmy Dijk (stuk nr. 104, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 104 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Jimmy Dijk (stuk nr. 105, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 105 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Jimmy Dijk (stuk nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Ceder c.s. (stuk nr. 40, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 40 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Jimmy Dijk (stuk nr. 106, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD en DENK voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 106 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Lahlah c.s. (stuk nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Lahlah/Kröger (stuk nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Lahlah (stuk nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Flach c.s. (stuk nr. 41, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 41 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Ergin (stuk nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Ergin c.s. (stuk nr. 101), de gewijzigde amendementen-Ergin c.s. (stuk nrs. 102, I en II), de gewijzigde amendementen-Flach/Ceder (stuk nrs. 42, I en II), de amendementen-Ceder c.s. (stuk nrs. 40, I en II) en de gewijzigde amendementen-Flach c.s. (stuk nrs. 41, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026
Stemmingen Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (36800-XVI).
Er is een stemverklaring van mevrouw Coenradie. Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Wat JA21 betreft is het huidige tempo van de groei van de zorgkosten voor de lange termijn onhoudbaar voor werkende Nederlanders. Dat er iets moet gebeuren, is wat ons betreft logisch, maar ik wil wel een winstwaarschuwing geven: onze steun is niet vrijblijvend. Niet alle onderdelen van het huidige pakket waarmee het kabinet gekomen is, steunen wij. Voor nu steunen wij deze begroting, maar dit is geen garantie voor de toekomst.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Klaver/Vliegenthart (stuk nr. 88).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Bushoff c.s. (stuk nr. 31, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 31 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bikker c.s. (stuk nr. 185, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 185 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bikker c.s. (stuk nr. 95, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 95 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Vliegenthart (stuk nr. 98).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Wendel/Ten Hove (stuk nr. 86, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 86 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bevers/Wiersma (stuk nr. 79).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Coenradie (stuk nr. 32, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 32 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Jimmy Dijk/Dobbe (stuk nr. 59).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Dobbe (stuk nr. 61, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 61 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bushoff/Bikker (stuk nr. 92).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Vliegenthart c.s. (stuk nr. 99).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Diederik van Dijk/Dobbe (stuk nr. 87).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Dobbe (stuk nr. 74).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bushoff c.s. (stuk nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Diederik van Dijk c.s. (stuk nr. 94).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Westerveld/Beckerman (stuk nr. 82, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 82 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Dobbe (stuk nr. 72).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Dobbe (stuk nr. 73).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Westerveld (stuk nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Westerveld (stuk nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Westerveld (stuk nr. 75).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Synhaeve/Wendel (stuk nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Mohandis (stuk nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Van der Plas (stuk nr. 58).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, DENK, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Mohandis (stuk nr. 60).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Klaver/Vliegenthart (stuk nr. 88), de amendementen-Bushoff c.s. (stuk nrs. 31, I en II), de gewijzigde amendementen-Bikker c.s. (stuk nrs. 185, I en II), de gewijzigde amendementen-Bikker c.s. (stuk nrs. 95, I en II), de amendementen-Wendel/Ten Hove (stuk nrs. 86, I en II), het gewijzigde amendement-Bevers/Wiersma (stuk nr. 79), de amendementen-Coenradie (stuk nrs. 32, I en II), het gewijzigde amendement-Bushoff/Bikker (stuk nr. 92), het amendement-Vliegenthart c.s. (stuk nr. 99), het gewijzigde amendement-Diederik van Dijk c.s. (stuk nr. 94), de amendementen-Westerveld/Beckerman (stuk nrs. 82, I en II), het gewijzigde amendement-Westerveld (stuk nr. 75), het amendement-Synhaeve/Wendel (stuk nr. 34) en het amendement-Mohandis (stuk nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Stemmingen Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).
De voorzitter:
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius heeft op 22 februari jongstleden aangegeven haar amendement op stuk nr. 8 in te trekken.
We hebben een aantal stemverklaringen. De heer Stoffer krijgt daarvoor als eerste het woord. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. De SGP heeft meermaals gewezen op het belang van de koppeling van het ontwikkelingsbudget aan de groei van de Nederlandse economie. Geven naar draagkracht is het principe van dit 50 jaar oude begrotingsanker. Als wij rijker worden, mag onze verre naaste dat merken. Andersom daalt het budget bij economische krimp. Ontwikkelingssamenwerking is niet alleen een morele plicht, maar ook een instrument van geopolitiek, waarmee we tegenwicht bieden aan de groeiende invloed van China en Rusland. Het kabinet-Schoof legde drie aangenomen moties naast zich neer die opriepen tot herstel van de koppeling volgens de gebruikelijke systematiek. Het gaat om twee moties uit de Eerste Kamer en een uit deze Tweede Kamer. De geringe investering uit het huidige regeerakkoord gaat in 2026 volledig naar de binnenlandse asielopvang. Bovendien valt humanitaire steun voor Oekraïne in 2027 voor rekening van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget. Ondanks mooie woorden in het coalitieakkoord biedt het kabinet-Jetten geen perspectief op herstel van de koppeling, terwijl de miljardenbezuiniging van het kabinet-Schoof structureel wordt. Alles overwegende stemt de SGP daarom tegen de ontwikkelingssamenwerkingsbegroting.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen voor zijn stemverklaring namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Een stemverklaring over de BHO-begroting. In deze begroting is het beleid van het vorige kabinet, dat met bezuinigingen wijselijk inzette op een structurele overgang van hulp naar handel, nog goed terug te zien. Mijn fractie steunt dit. Nu liggen er echter meerdere amendementen die deze inzet willen terugdraaien. Hier wees ik ook op tijdens het begrotingsdebat. Mochten de amendementen over de bni-koppeling en het ongedaan maken van het amendement-Eerdmans/Stoffer over UNRWA worden aangenomen, dan zal JA21 alsnog tegen de begroting stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceder voor zijn stemverklaring namens de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. De afgelopen jaren was de ChristenUnie kritisch over de begrotingsvoorstellen van het kabinet-Schoof, omdat dit de facto de grootste bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking ooit zou zijn. Dat zou om geopolitieke redenen en om humanitaire redenen zeer onwijs zijn. Wij zien nu dat geen van de drie coalitiepartijen een dusdanige inzet heeft geleverd om de begroting van toen wezenlijk aan te passen. Dat betekent dat de begroting die voorligt, een voortzetting is van de gedachten die zijn ingezet door onder anderen minister Klever.
Voorzitter. De argumenten van de ChristenUnie van toen zijn nog steeds van kracht. Wij vinden het onverstandig. We vinden het niet humaan. Daarnaast vinden we het geopolitiek onverstandig om geld weg te trekken daar waar autocratische regimes het gat zullen opvullen. Wij hebben een amendement dat vraagt om de bni-koppeling te herstellen. Mocht dat worden aangenomen, dan zullen wij voor de begroting stemmen. Mocht het niet worden aangenomen, dan rest ons niets anders dan tegen deze voortzetting van het vorige kabinetsbeleid te stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Kröger krijgt het woord voor haar stemverklaring namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. In een tijd van wereldwijde onrust, met honderden miljoenen mensen in nood en op drift, is het niet alleen harteloos, maar ook heel onverstandig om de miljardenbezuinigingen van het PVV-kabinet door te zetten. Het zijn de grootste bezuinigingen op internationale samenwerking ooit. Wij hebben voorstellen gedaan om deze begroting te verbeteren. We hebben voorstellen gedaan om een stap te zetten richting het herstel van de koppeling en een amendement ingediend om de steun aan UNRWA te herstellen. De situatie in het Midden-Oosten is onverminderd desastreus en UNRWA is de ruggengraat van de hulp aan Palestijnse burgers. Dat is keihard nodig, zeker nu het zo escaleert in Libanon.
Als partijen ervoor kiezen om in strijd met de beloftes in het regeerakkoord dit inhumane en kortzichtige beleid toch door te zetten, kunnen wij niets anders doen dan tegen deze begroting stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt het amendement-Dassen (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Dobbe (stuk nr. 26, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 26 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Kröger (stuk nr. 27, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 27 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Kröger c.s. (stuk nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Van Ark c.s. (stuk nr. 65, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 65 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Kröger/Teunissen (stuk nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Dobbe (stuk nr. 25, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 25 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Dobbe (stuk nr. 29, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 29 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Ceder (stuk nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, de SGP en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Kröger (stuk nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Kröger c.s. (stuk nr. 61) en de amendementen-Van Ark c.s. (stuk nrs. 65, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, JA21, Lid Keijzer en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Asiel en Migratie 2026
Stemmingen Begroting Asiel en Migratie 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026 (36800-XX).
In stemming komt het amendement-Diederik van Dijk (stuk nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Diederik van Dijk (stuk nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Stemmingen Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (36800-XXII).
De voorzitter:
Voordat we gaan stemmen, geef ik de heer Van Duijvenvoorde het woord voor een punt van orde of een opmerking.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik wil een wijziging doorvoeren. Wij hebben voor het amendement-Grinwis op stuk nr. 9 gestemd, maar we hadden daartegen moeten stemmen.
De voorzitter:
Dat noteren we. Dank u wel.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Grinwis (stuk nr. 27, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 27 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Kröger/Van Oosterhout (stuk nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Flach (stuk nr. 13) en het amendement-Flach (stuk nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen Begroting Klimaat en Groene Groei 2026
Stemmingen Begroting Klimaat en Groene Groei 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (36800-XXIII).
In stemming komt het amendement-Van Oosterhout (stuk nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Van Oosterhout c.s. (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Ceder c.s. (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Teunissen (stuk nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA en de PvdD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het nader gewijzigde amendement-Van Oosterhout c.s. (stuk nr. 20) en het amendement-Ceder c.s. (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Meneer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. Wij willen graag worden geacht voor het vorige wetsvoorstel, de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor 2026, op agendapunt 29, te hebben gestemd.
De voorzitter:
Wij noteren dat. Dank u wel.
Stemmingen Begroting Klimaatfonds 2026
Stemmingen Begroting Klimaatfonds 2026
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (36800-M).
In stemming komt het amendement-Van Oosterhout/Kröger (stuk nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
We zetten de eindspurt in.
Stemmingen moties Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer
Stemmingen moties Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer,
te weten:
- de motie-Van der Plas over borgen dat Staatsbosbeheer bij het -beheer van natuurgebieden structureel samenwerkt met agrariërs en regionale partijen (29659, nr. 163);
- de motie-Van der Plas over onderzoeken of de ontwikkeling van actief hoogveen in de Engbertsdijksvenen ecologisch en hydrologisch daadwerkelijk haalbaar is (29659, nr. 164);
- de motie-Boomsma over onderzoeken op welke wijze de informatiepositie en daarmee de effectiviteit van groene boa's kan worden versterkt (29659, nr. 165).
In stemming komt de motie-Van der Plas (29659, nr. 163).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas (29659, nr. ??, was nr. 164).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Internetconsultatie landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties
Stemmingen moties Internetconsultatie landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Internetconsultatie landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties,
te weten:
- de motie-Van der Plas over bij verdere beëindigingsregelingen ook de gevolgen voor de maatschappelijke functies van agrarische bedrijven meewegen (28973, nr. 291);
- de motie-Van der Plas over inzetten op stimulering en beloning van het behoud van blijvend grasland (28973, nr. 292);
- de motie-Kostić over bij grondtransacties toetsen op de mate waarin ze bijdragen aan dierwaardigheid (28973, nr. 293);
- de motie-Chris Jansen over pas overgaan tot notificatie van beëindigingsregelingen bij de Europese Commissie nadat de Kamer heeft ingestemd met de regeling (28973, nr. 294);
- de motie-Koorevaar over de vrijwillige beëindigingsregeling zodanig vormgeven dat bij de toekenning van middelen nadrukkelijk wordt gestuurd op maximale stikstofreductie en natuurwinst (28973, nr. 295).
In stemming komt de motie-Van der Plas (28973, nr. 291).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (28973, nr. 292).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Chris Jansen (28973, nr. 294).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Koorevaar (28973, nr. 295).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Landelijk gebied, stikstof en mest
Stemmingen moties Landelijk gebied, stikstof en mest
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Landelijk gebied, stikstof en mest,
te weten:
- de motie-Van der Plas over geen generieke kortingen op productierechten of dieraantallen (35334, nr. 430);
- de motie-Van der Plas over uitspreken dat stikstofreductie niet gelijkgesteld kan worden aan natuurherstel (35334, nr. 431);
- de motie-Bromet over een maatregelenpakket voor de 2030-doelen (35334, nr. 432);
- de motie-Bromet over de natuuropgaven in samenhang bezien (35334, nr. 433);
- de motie-Kostić over de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer doorvertalen in beleid (35334, nr. 434);
- de motie-Chris Jansen over aanvullende, objectieve bewijsmiddelen toestaan voor de wintergarten (35334, nr. 435);
- de motie-Grinwis over een analyse en aanpak om de vergunningverlening in Nederland weer op gang te brengen (35334, nr. 436);
- de motie-Flach c.s. over het overleg met de waterschappen afronden en de lijst van NV-gebieden actualiseren (35334, nr. 437);
- de motie-Flach over meerjarige boomkwekerijgewassen onder het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn opnemen als rustgewas (35334, nr. 438);
- de motie-Goudzwaard over in overleg treden met provincies en gemeentes over het beoordelingskader voor RENURE-vergunningverlening (35334, nr. 439).
In stemming komt de motie-Van der Plas (35334, nr. 430).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (35334, nr. 431).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bromet (35334, nr. 433).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić (35334, nr. 434).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Chris Jansen (35334, nr. 435).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Grinwis c.s. (35334, nr. ??, was nr. 436).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Nog één keer dan.
In stemming komt de motie-Flach c.s. (35334, nr. 437).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
In stemming komt de motie-Flach c.s. (35334, nr. 437).
Vóór stemmen de leden: Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Poortman, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Tijmstra, Vermeer, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wiersma, Wilders, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van den Berg, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bühler, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Hamstra, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Jumelet, Keijzer, Koorevaar, Kops, Krul, Lammers, Van Lanschot, Lohman, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen en Van Meijeren.
Tegen stemmen de leden: Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Bevers, Biekman, Bikkers, El Boujdaini, Brekelmans, Bromet, Bushoff, Van Campen, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Ergin, Peter de Groot, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Lahlah, Van der Lee, Van Leijen, Van der Maas, Maes, Martens-America en Mathlouti.
De voorzitter:
Meneer Goudzwaard?
De heer Goudzwaard (JA21):
Wij hebben een paar moties geleden, bij de motie op stuk nr. 434 …
De voorzitter:
Ik geef u zo het woord, maar we gaan eerst iedereen uit de spanning helpen. Het gaat namelijk om de uitslag van de motie. Wat doet u nou? Het was zó mooi opgebouwd! Luister goed.
Ik constateer dat deze motie met 71 stemmen voor en 78 stemmen tegen is verworpen.
Het woord is aan de heer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Voorzitter. Een paar moties geleden, bij de motie op stuk nr. 434 van het lid Kostić, hebben wij voorgestemd. Dat moet natuurlijk tegen zijn. En ik hoorde u bij de motie op stuk nr. 295 JA21 niet noemen. Wij hebben voorgestemd. Zou u dat mee kunnen nemen?
De voorzitter:
Het wordt in de Handelingen vermeld, zeker. Dank u wel voor het doorgeven. Meneer Markuszower?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik heb eigenlijk een zeer ongebruikelijk punt van orde, maar we leven ook in ongebruikelijke tijden, want de brandstofprijs is heel hoog. Er is volgens mij vandaag per ongeluk door een fractie verkeerd gestemd. Dat hebben ze ook aangegeven. Daardoor is het amendement-Grinwis aangenomen.
De voorzitter:
Ja, maar dat gaan we nu niet …
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Daarom maak ik ook een punt van orde. De brandstofprijs gaat nu €0,05 omhoog, terwijl mensen het al niet kunnen betalen.
De voorzitter:
Uw punt van orde?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mijn punt van orde is dat ik wil vragen of de Kamer akkoord kan gaan met het idee dat u de vraag aan het kabinet doorgeleidt om met een soort herstelwet te komen, op zeer korte termijn.
De voorzitter:
Laten we het dan als volgt doen. U doet een informatieverzoek, en dat verzoek geleiden wij bij dezen door in de richting van het kabinet. Dat kan ik nu voor u betekenen. Dat is wat het is.
In stemming komt de motie-Flach (35334, nr. 438).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Goudzwaard (35334, nr. 439).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderdeel Cultuur
Stemming motie Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderdeel Cultuur
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Cultuur van de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 2026,
te weten:
- de motie-Van der Plas over de geldkraan dichtdraaien voor culturele instellingen, groepen en organisaties die Israëlische en Joodse artiesten of instellingen boycotten (36800-VIII, nr. 46).
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VIII, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals)
Stemming motie Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals)
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals),
te weten:
- de motie-Van der Plas over wolven die meer dan één keer een wolfwerend hek omzeilen als probleemwolf aanmerken (33118, nr. 314).
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas verzoekt om een hoofdelijke stemming over haar motie op stuk nr. 314. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Ik verzoek opnieuw om echte stilte in de zaal, want het is lastig te verstaan. Stilte in de zaal. Als u het woord krijgt, verzoek ik u luid en duidelijk uw stem uit te brengen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (33118, nr. 314).
Vóór stemmen de leden: Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Diederik van Dijk, Inge van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Jumelet, Keijzer, Kisteman, Koorevaar, De Kort, Krul, Lammers en Van Lanschot ...
Tegen stemmen de leden: El Boujdaini, Bromet, Bushoff, Dassen, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Ergin, Faber, Graus, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Kathmann, Klaver, Klos, Kops, Köse, Kostić, Kröger, Lahlah en Van der Lee ...
Het zal opnieuw moeten. Ja, zeker. Ik verzoek echt om stilte. Ik weet dat het een lange stemming is, maar als hier enige onduidelijkheid is, kunnen we de stemming niet goed vaststellen. Het zal dus stil moeten zijn. Als u uw stem uitbrengt, doe dat dan graag met een hoog volume. Het woord is aan de griffier.
In stemming komt de motie-Van der Plas (33118, nr. 314).
Vóór stemmen de leden: Müller, Nanninga, Nobel, Van der Plas, Poortman, Rajkowski, Russcher, Schilder, Schutz, Steen, Stoffer, Straatman, Struijs, Tijmstra, Vermeer, De Vos, Wendel, Wiersma, Zwinkels, Van Ark, Armut, Becker, De Beer, Van den Berg, Bevers, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Diederik van Dijk, Inge van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Jumelet, Keijzer, Kisteman, Koorevaar, De Kort, Krul, Lammers, Van Lanschot, Lohman, Van der Maas, Maes, Markuszower, Martens-America, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen en Moinat.
Tegen stemmen de leden: Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Neijenhuis, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Schoonis, Sneller, Stöteler, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Van der Werf, Westerveld, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Beckerman, Belhirch, Biekman, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Bromet, Bushoff, Dassen, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Ergin, Faber, Graus, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Kathmann, Klaver, Klos, Kops, Köse, Kostić, Kröger, Lahlah, Van der Lee, Van Leijen, Maeijer, Mathlouti, Van Meetelen en Mohandis.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 74 stemmen voor en 75 stemmen tegen is verworpen.
Stemmingen Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting
Stemmingen Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) (36881).
In stemming komt het amendement-Grinwis/De Hoop (stuk nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting
Stemmingen moties Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting),
te weten:
- de motie-Nobel/Flach over gemeenten stimuleren en belonen om alternatieve huisvesting te realiseren voor statushouders en andere doelgroepen die een flexibele woning nodig hebben (36881, nr. 9);
- de motie-Nobel/Steen over voorrang op bestaande regelingen voor gemeenten die de doelstelling van minimaal 25% aan betaalbare koopwoningen behalen (36881, nr. 10);
- de motie-Flach/Mooiman over de definitie van "starters" harmoniseren en het leeftijdscriterium verruimen (36881, nr. 11);
- de motie-Flach/Nobel over knelpunten inventariseren bij vergunningverlening voor (woning)bouwprojecten (36881, nr. 12);
- de motie-Mooiman over vastleggen dat ook bij betaalbare koop de minimale instandhoudingstermijn start vanaf de ingebruikname van de woning (36881, nr. 13);
- de motie-Mooiman/Flach over vastleggen dat ook uitstromende huurders van jongerenwoningen behoren tot de aandachtsgroep "starters" (36881, nr. 14);
- de motie-Mooiman over vastleggen dat door het Rijk verzamelde woongegevens ook op gemeentelijk niveau beschikbaar worden gesteld (36881, nr. 15);
- de motie-Mooiman over een haalbaarheidsonderzoek naar samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse gemeenten inzake versterking van de uitvoeringscapaciteit om woningbouw te versnellen (36881, nr. 16);
- de motie-Clemminck over het wetsvoorstel dat de mogelijkheid tot voorrang van statushouders bij sociale huurwoningen beëindigt spoedig in procedure brengen (36881, nr. 17);
- de motie-Clemminck over in het Besluit volkshuisvesting opnemen dat twee derde van de nieuwbouw betaalbaar is, waarvan 25% sociale huur (36881, nr. 18);
- de motie-Clemminck over geen rijksbijdragen voor woningbouwprojecten in gemeenten die verdergaande betaalbaarheidseisen hanteren dan de landelijke norm (36881, nr. 19);
- de motie-De Hoop/Grinwis over sturen op 30% sociale huur en 37% woningen in het middensegment als een woningbouwregio een halfjaar na inwerkingtreding van de wet nog geen afspraken heeft gemaakt (36881, nr. 20);
- de motie-Beckerman over de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid ongewijzigd nastreven en hiervoor een plan presenteren (36881, nr. 21);
- de motie-Beckerman over urgentie mogelijk maken voor mensen die volgens de ETHOS-definitie dakloos zijn of dreigen te worden (36881, nr. 22);
- de motie-Beckerman over waarborgen dat het aantal en het aandeel sociale huurwoningen niet afneemt (36881, nr. 23);
- de motie-Beckerman over gemeenten die meer sociale huurwoningen realiseren dan het landelijke minimum niet sanctioneren of financieel benadelen (36881, nr. 24).
Er is één stemverklaring, van de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank. Een stemverklaring bij de motie op stuk nr. 20. De VVD is in principe niet voor het vastleggen van percentages in woningbouwprojecten, maar wanneer afspraken over betaalbaarheidseisen niet van de grond kunnen komen omdat er bovenwettelijke eisen worden gesteld, dan wil de VVD wél ervoor zorgen dat het Rijk regie kan nemen om het landelijk streven toch te kunnen opleggen. Daarom zal de VVD voor deze motie stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt de motie-Nobel/Flach (36881, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Nobel/Steen (36881, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Flach c.s. (36881, nr. ??, was nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Flach/Nobel (36881, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (36881, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Mooiman/Flach (36881, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (36881, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (36881, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Clemminck (36881, nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (36881, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (36881, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Hoop/Grinwis (36881, nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36881, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36881, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman (36881, nr. ??, was nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36881, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter, ik wil uw leven niet onnodig moeilijk maken, maar ik wil even terug naar punt 27, de stemmingen over de begroting BHO. Mijn checkvraag is of het CDA genoemd is bij het amendement-Kröger op stuk nr. 27, I (36800-XVII).
De voorzitter:
Als dat niet zo is, dan gaan we dat in de Handelingen herstellen.
De heer Krul (CDA):
Nee, het is de bedoeling dat het niet zo is.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Oké, dan checken we dat. Als het CDA niet genoemd is, dan laten we het zo. Meestal is het andersom, meneer Krul, zoals u weet.
Stemming motie Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 26 en 29 maart 2026
Stemming motie Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 26 en 29 maart 2026
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 26 en 29 maart 2026,
te weten:
- de motie-Kröger/Bamenga over het verder integreren van klimaat- en milieustandaarden in de WTO-processen (21501-02, nr. 3364).
De voorzitter:
Tot slot. Nee, niet tot slot. Het een-na-laatste agendapunt.
In stemming komt de motie-Kröger/Bamenga (21501-02, nr. 3364).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Begrotingsonderdelen digitalisering
Stemming motie Begrotingsonderdelen digitalisering
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de begrotingsonderdelen die zien op digitalisering,
te weten:
- de motie-Ceder over het Online Outreach Programma voor 2026 voortzetten met als dekking onderuitputting op de begroting van JenV (36800-VII, nr. 81).
De voorzitter:
Echt tot slot.
In stemming komt de motie-Ceder (36800-VII, nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Dat waren de stemmingen. Hartelijk dank voor uw medewerking. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we beginnen met de regeling van werkzaamheden.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden hun plaats in te nemen.
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Ik deel aan de Kamer mee dat:
- de vaste commissie voor Europese Zaken tot haar voorzitter heeft gekozen het lid Van Meetelen en tot ondervoorzitter het lid Belhirch;
- de vaste commissie voor Economische Zaken tot haar voorzitter heeft gekozen het lid Van Eijk en tot ondervoorzitter het lid Raijer;
- de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid tot haar voorzitter heeft gekozen het lid Eerdmans en tot ondervoorzitter het lid Prickaertz;
- de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken tot haar voorzitter heeft gekozen het lid Kisteman.
Op verzoek van de fractie van het CDA benoem ik in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Hamstra tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Zwinkels.
Op verzoek van de fractie van JA21 benoem ik:
- in de contactgroep België de leden Boomsma en Clemminck tot lid;
- in de contactgroep Verenigde Staten het lid Boomsma tot lid.
Op verzoek van de fractie van D66 benoem ik in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Mathlouti tot lid in de bestaande vacature.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
- het tweeminutendebat Belastingdienst (CD d.d. 19/03), met als eerste spreker het lid Van Eijk van de VVD;
- het tweeminutendebat Staat van de infrastructuur (CD d.d. 19/03), met als eerste spreker het lid Heutink van Groep Markuszower;
- het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming (CD d.d. 19/03), met als eerste spreker het lid Prickaertz van de PVV;
- het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit (CD d.d. 19/03), met als eerste spreker het lid Coenradie van JA21;
- het tweeminutendebat Hersteloperatie kinderopvangtoeslag (CD d.d. 19/03), met als eerste spreker het lid Ergin van DENK.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Piri voor haar voorstel namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het betreft eigenlijk een informatieverzoek. Onverminderde steun aan Oekraïne is ook een van de pijlers van het Nederlandse veiligheidsbeleid, maar intussen vliegen de kasschuiven ons om de oren, waardoor het voor ons als Kamer eigenlijk steeds moeilijker wordt om precies te zien hoeveel steun er nog naar Oekraïne gaat. Daarom doe ik het verzoek om de volgende informatie, het liefst te ontvangen voor de eerste termijn van het kabinet vanavond. Het betreft een overzicht met de geraamde uitgaven voor steun, ten tweede een overzicht met alle kasschuiven met betrekking tot Oekraïne van 2022 tot en met 2029 en ten derde een overzicht met alle gerealiseerde steun. Ten vierde: kan het kabinet ten slotte ook aangeven of er een verschil is tussen de aan de Kamer gecommuniceerde gerealiseerde steun en de actuele vervangingswaarde van die steun?
De voorzitter:
We geleiden uw verzoek door naar het kabinet.
U heeft ook nog een tweede verzoek.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter. Het verzoek is om een debat over de situatie in het Midden-Oosten, waar reeds een aantal maanden geleden een meerderheid voor was, in ieder geval voor het meireces in te boeken. We zien allemaal wat er gaande is in Libanon en wat er gaande is op de Westbank. Ik vermoed dat de Kamer nog voor het meireces ook over Iran wenst te spreken. Vandaar dit verzoek.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Dassen (Volt):
Van harte steun, voorzitter.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Van harte steun, want wij stonden hier een aantal weken met een verzoek voor een debat, bijvoorbeeld over de medische evacuatie van kinderen, die toen al superurgent was. Toen zouden deze debatten snel worden ingepland, maar ze staan nog steeds niet ingepland. Wat mij betreft dus voor het meireces, maar het liefst zo snel mogelijk.
De heer Van Baarle (DENK):
Van harte steun voor dit verzoek.
De heer Goudzwaard (JA21):
Steun.
De heer Huidekooper (D66):
Steun voor dit debat voor het meireces.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Geen steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn verzoek namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank. We hebben dit onderwerp ook net besproken bij het mondelinge vragenuur. Naar de mening van mijn fractie hebben we een onbevredigend antwoord gekregen vanuit de zijde van het kabinet, dus ik zou graag een brief willen vragen van het kabinet met een reactie op het nieuwsbericht dat een schip onder de Nederlandse vlag wapens levert aan Israël en dat dit vaker voor zou komen door middel van het opgeven van een onware bestemming, dan wel spookbestemmingen. We willen graag horen wat het kabinet voornemens is daaraan te doen. Daarover zou ik graag het debat willen voeren met de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden we door en ik ga kijken of u een meerderheid heeft voor een debat.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Nee.
De voorzitter:
Geen steun.
De heer Russcher (FVD):
Wel steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun, voorzitter.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Van harte steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Geen steun. Kan eerder al tijdens een ander debat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zie het, voorzitter. We blijven het proberen.
De voorzitter:
Meneer Dassen krijgt het woord voor zijn verzoek namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Volgens mij willen we als Kamer in grote meerderheid dat we onafhankelijker worden van de Verenigde Staten. Nu zien we toch dat Defensie momenteel lijkt in te zetten op onbemande vliegtuigen die afhankelijk zijn van Amerikaanse technologie. Daar maken wij ons zorgen over, zeker ook omdat de techbedrijven die daarbij betrokken zijn, uitspraken doen die niet passen bij de Nederlandse en Europese waarden. Daarom zou ik daar graag een debat over willen met de staatssecretaris van Defensie.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Boon (PVV):
Een prachtig vliegtuig, maar geen steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Geen steun. Mag bij debat over materieel.
De heer Huidekooper (D66):
Belangrijk onderwerp, dus steun voor dit debat.
De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Geen steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
De heer Goudzwaard (JA21):
Geen steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Dassen.
Uw tweede verzoek.
De heer Dassen (Volt):
Ik weet niet of GroenLinks-PvdA nog …
De voorzitter:
Uw tweede verzoek.
De heer Dassen (Volt):
Helaas. Dan het tweede verzoek, nog bizarder. We hebben hier nog niet zo lang geleden een debat gevoerd over Solvinity. Daarbij werd gezegd dat het zeer onwaarschijnlijk zou zijn dat de Verenigde Staten verschillende gegevens zouden opvragen over ambtenaren binnen de Europese Unie. Dat lijkt nu wel het geval. Amerikaanse wetgevers die informatie opvragen bij de tien techbedrijven over informatie van binnen de Europese Unie en over ambtenaren; dat is wat mij betreft onacceptabel en daar zullen we het debat over moeten voeren met de minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik wil zelfs de heer Dassen danken voor het agenderen, want als we hier niet meer over willen debatteren, weet ik het ook niet meer. Er is echt gevraagd om informatie in encrypted communicatie, in communicatiemiddelen waar gewoon staat "delete dit meteen", en dat van ambtenaren. Dit kan echt niet langer.
De voorzitter:
Dus steun.
De heer Vermeer (BBB):
Geen steun. Kan bij de Telecomraad, waar binnenkort een so over is.
De heer Van Baarle (DENK):
Steun, voorzitter.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Geen steun. We willen wel graag eerst een brief.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Dassen (Volt):
Wel 30 leden, dus ik zou het graag op de lijst willen zetten.
De voorzitter:
Ja, we zetten het erbij.
Een verzoek van de heer Heutink namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Afgelopen week hadden we het commissiedebat Staat van de infrastructuur. De minister deed toch wel het klemmende beroep op ons als Kamer om snel te handelen als we nog wat mee willen geven wat betreft de prioritering richting de grootste onderhoudsopgave ooit. Ik heb daarom de minister beloofd om hier nog deze week een tweeminutendebat te organiseren, zodat we daar moties kunnen indienen. Daarom mijn verzoek om deze week nog een tweeminutendebat daarover te houden.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Bikkers (VVD):
Steun voor dit verzoek.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun voor dit verzoek.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Steun.
De heer Huidekooper (D66):
Steun.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Steun.
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid. We plannen dat in. Uw tweede verzoek.
Uw tweede verzoek.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Yes. Dat gaat over het debat over de economische gevolgen voor Nederland van de oorlog in het Midden-Oosten. De berichten vliegen ons om de oren. Een DNB-rapport, ministers die op televisie wat zeggen: je kunt het zo gek niet bedenken of het komt allemaal wel voorbij. Ik zou de Kamer dus willen vragen om het debat uit te breiden met twee minuten, dus naar zes minuten spreektijd, zodat we het uitgebreid met elkaar, en dus ook met de vier bewindspersonen die daar straks en morgenavond in vak K zitten, kunnen bespreken.
De voorzitter:
Alles mag. Ik zeg er alleen wel bij dat dat wat kan betekenen voor het aantal interrupties, zeker vanwege de omvang van het aantal aanwezige bewindspersonen, zoals u zelf al aangeeft.
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Geen steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
De heer Flach (SGP):
Liever meer interrupties en wat minder spreektijd.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ineens ging het snel. Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Martens-America krijgt het woord voor haar verzoek namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Het belang van economische groei en een sterke economie is steeds groter; dat blijkt ook de afgelopen weken maar weer. Na Draghi hebben wij ook een Nederlandse variant gekregen, namelijk het rapport-Wennink. Het lijkt mijn fractie dan ook ontzettend belangrijk en nuttig om dat in zijn volle breedte in alle rust hier verder te bespreken. Daarom wil ik daar graag een debat over aanvragen.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
De heer Flach (SGP):
De SGP en de ChristenUnie steunen dit allebei.
De heer Prickaertz (PVV):
Voorzitter. Dat kan ons inziens ook in een commissiedebat. Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, wel steun. We zouden graag willen vragen om een reactie van de vakbonden hierop vóór het debat, en een reactie van het kabinet daarop, zodat we hier een goed debat over kunnen voeren.
De heer Goudzwaard (JA21):
Steun.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ook steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Steun. En steun voor mevrouw Dobbe.
De heer Huidekooper (D66):
Steun voor dit debat.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, mevrouw Martens-America.
Mevrouw Moinat krijgt het woord voor haar verzoek namens Groep Markuszower. Gaat uw gang.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Dank, voorzitter. Wederom gaat het mis met de Jeugdbescherming Noord. In het AD viel te lezen: "Jongen (13) gedumpt op vakantiepark zonder begeleiding, rechter vernietigend over jeugdbescherming". In juli 2025 kwam het rapport van IGJ en de IJV met de titel Jeugdbescherming Noord - Toezicht jeugdbescherming en jeugdreclassering. Ik citeer: "De inspecties hebben er geen vertrouwen in dat Jeugdbescherming Noord erin slaagt om álle geconstateerde normafwijkingen binnen afzienbare tijd weg te nemen." En dan citeer ik weer, nu uit de voortgangsrapportage februari 2026 over het verbeterplan: "We blijven hard werken aan de verdere verbeteringen in onze organisatie en hebben er vertrouwen in dat dit steeds meer zichtbare en voor onze jeugdigen en gezinnen merkbare en voelbare resultaten zal opleveren."
Maar, voorzitter. Wat blijkt? Jeugdbescherming Noord moet nu voor 30 maart een plek zoeken voor deze jongen die zij gewoon in een vakantiehuisje hebben achtergelaten, zonder hulp.
De voorzitter:
En uw voorstel?
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Mijn voorstel is het volgende. Het gaat wederom om kwetsbare kinderen. Dit is één casus, maar het gaat nog steeds tergend vaak fout. Ik wil daarom een debat met de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Mede namens CDA en VVD geen steun voor dit verzoek. Wij willen eerst veel scherper weten waarom een gecertificeerde instelling keer op keer faalt en waarom ook verscherpt toezicht vanuit de inspectie geen effect heeft. Wij willen daarom eerst een technische briefing. Die zullen wij aanvragen via de procedurevergadering van de commissie.
De voorzitter:
U heeft geen steun, mevrouw Moinat.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Nee, ik zie het.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld, wenst u zich nog uit te spreken?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Nou, ik ben er gewoon niet zo voor om het hier in een plenair debat over individuele situaties te hebben. Laten we dus die technische briefing houden en laten we het er met elkaar over gaan hebben wat hier allemaal misgaat. Dan kunnen we wat mij betreft op basis van goede informatie op langere termijn een breder debat voeren.
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. Ik wil het voor de vorm nog wel even steunen, maar een technische briefing is prima.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Moinat.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Nee. Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Clemminck, nee, aan de heer Goudzwaard, die ongetwijfeld namens de heer Clemminck een voorstel doet namens de fractie van JA21.
De heer Goudzwaard (JA21):
Voorzitter. Dat klopt helemaal. Ik doe dit verzoek namens de heer Clemminck. Je zult maar zes, zeven of acht jaar op een wachtlijst staan voor een sociale huurwoning en vervolgens links ingehaald worden door een statushouder als je eindelijk aan de beurt bent. Voor JA21 moet er zo snel mogelijk een einde komen aan de discriminatie van Nederlanders op de woonmarkt. Daarom waren wij ook zo ontiegelijk blij met het wetsvoorstel dat daaraan een eind zou maken. Maar helaas trekt de D66-minister van Wonen dit voorstel weer keihard terug. Daarom vragen we steun voor een debat met de minister van VRO.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer Chris Jansen (PVV):
Steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Van harte steun. Het is onbegrijpelijk dat dit wetsvoorstel is ingetrokken.
De heer Huidekooper (D66):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor een vooraankondiging.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik wil graag een vooraankondiging doen voor een tweeminutendebat over de Landbouw- en Visserijraad, inclusief stemmingen, nog deze week.
De voorzitter:
Daar gaan we rekening mee houden, zoals u van ons gewend bent. Dank u wel.
Het woord is aan de heer Van Duijvenvoorde voor zijn verzoek namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen heeft aangetoond dat een meerderheid van de Nederlanders van mening is dat er geen asielzoekers meer moeten worden opgevangen. In meerdere gemeenten hebben partijen gewonnen die al gezegd hebben dat zij de Spreidingswet niet willen gaan uitvoeren. Ik heb het dan over Velsen, Epe, Terneuzen, Hoorn, Stede Broec en Venlo. Met het aannemen van de Spreidingswet ging de Nederlandse overheid een belofte aan met de gemeenten om landelijk de instroom te beperken. Deze belofte is zij niet nagekomen. Wij willen daarom graag een debat voeren met de minister van Asiel en Migratie over de houdbaarheid van de Spreidingswet, de noodzaak van sterke nationale instroommaatregelen en de dynamiek tussen de gemeenten en het Rijk.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik vind het een supergoed initiatief. Wat ons betreft is er geen genade voor de Spreidingswet. Dus steun voor het verzoek.
De heer Stöteler (PVV):
Ja, steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Geen steun.
Mevrouw Straatman (CDA):
Geen steun. Het commissiedebat over de Spreidingswet is al ingepland.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ja, vanzelfsprekend steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Er staat gewoon een commissiedebat over dit onderwerp ingepland, dus het lijkt mij niet wenselijk dat we het debat zowel hier voeren als in de commissiezaal. Bovendien is het ook niet waar wat er werd gezegd. Waar mensen in onze gemeenten wel last van hebben, is dat hier allerlei zaken worden beweerd die niet waar zijn.
De voorzitter:
We gaan hier nu niet het debat voeren. U steunt het niet.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik kan me kortheidshalve bij de vorige opmerking aansluiten. Geen steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Geen steun. Er staat al een debat ingepland.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Zo is dat, voorzitter. Laten we het bij het commissiedebat bespreken. Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Van der Plas. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Drenthe heeft een wolvenprotocol voor het geval dat een wolf wordt gezien bij een kinderopvang of een school. Wie helpt allemaal mee aan zo'n wolvenprotocol? Dat zijn de gemeenten, politie, scholen, kinderopvangorganisaties, wolvendeskundigen en het Landelijk Informatiepunt Wolven. Het is te gek voor woorden. Echt, serieus. Het is te gek voor woorden dat dit moet.
De voorzitter:
En u heeft daar een verzoek over?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, ik heb daar een verzoek over. Kinderen krijgen namelijk het advies om binnen te blijven en niet weg te rennen. Ik vraag me echt af hoelang we dit nog normaal vinden. Daarom wil ik graag een debat aanvragen met de staatssecretaris over de wolf en alles wat daarmee te maken heeft, mede omdat provincies ook vragen om snelle actie. Een debat hierover is dus echt op korte termijn noodzakelijk.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun, voorzitter. Ik ontvang graag ook een brief vooraf vanuit het kabinet. Ik zie allerlei provincies worstelen, maar daardoor wordt het steeds moeilijker om in te grijpen als het nodig is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Zeker.
De heer Goudzwaard (JA21):
Steun.
De heer Huidekooper (D66):
Wat ons betreft kan dit prima bij het commissiedebat Natuur, dus geen steun.
De heer Russcher (FVD):
Wel steun.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Van harte steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee. Ook geen 30 leden?
De voorzitter:
Nee.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee? Nou, dan gaan we hier binnenkort weer staan of we wachten gewoon af tot er echt daadwerkelijk een kind gepakt gaat worden.
De voorzitter:
Nou, nou, nou.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat gaat ooit gebeuren.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker krijgt het woord voor een verzoek. Dat doet ze namens de fractie van de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Inmiddels doe ik dat ook mede namens de SGP. Voorzitter. Gisteren werd bekend dat de abortuspil, waarvan het eerder mogelijk is gemaakt dat die verstrekt wordt door de huisarts, inmiddels ook online verstrekt gaat worden. Dat is naar de mening van mijn fractie een verder uithollen of oprekken van de Wet afbreking zwangerschap en geeft een nieuwe interpretatie aan deze wet. Met een nieuwe interpretatie van de wet vind ik het tijd dat hier eerst een debat wordt gevoerd door de wetgever. Ik vind het ontzettend onverstandig en helaas ook heel onzorgvuldig als deze zware medicatie via internet verstrekt zou worden. Daarom doe ik het verzoek om een debat.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
De heer Russcher (FVD):
Hele zorgwekkende ontwikkelingen, dus steun voor het debat.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik wil niet per se zeggen dat we het met het standpunt eens zijn, maar ik vind wel dat er een debat over gevoerd moet worden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Mede namens de VVD geen steun voor dit verzoek. We willen wel graag een brief van het kabinet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wel steun voor dit verzoek.
De heer Poortman (CDA):
Geen steun. Ik sluit me aan bij mevrouw Synhaeve.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, geen steun. Ook ik sluit me aan bij mevrouw Synhaeve.
De heer Goudzwaard (JA21):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nee, voorzitter. Dan verzoek ik ook om een brief, nadrukkelijk met uitleg over hoe dit in verhouding staat tot de wetgeving en de positie van de IGJ en het OM.
De voorzitter:
Dat geleiden we door naar het kabinet.
Het woord is aan de heer Claassen voor zijn verzoek namens Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Nota bene uit een buitenlands blad moet de Kamer vernemen wat mogelijk de ideeën zijn van de minister van VRO. Volgens die minister moeten we terug met de bouwsnelheid. Perfectie is niet haalbaar. Ze heeft het over eenvoudige, gestandaardiseerde eisen. Dat is allemaal mooi, maar het gaat betekenen dat we in een klein hutje moeten gaan wonen. Ze waarschuwt Nederland dat we niet zo door kunnen gaan. Het elektriciteitsnet is overbelast en mensen moeten hun leefstijl aanpassen aan het klimaatbeleid van deze regering. Ze vergelijkt haar ervaringen met Afghanistan: beperkte middelen dwingen tot prioriteiten stellen. Maar — ik ben er bijna, voorzitter — we wonen niet in Afghanistan. We wonen in een van de rijkste landen van de wereld. Ik wil daarom voor het meireces een debat met de minister van VRO om te achterhalen wat nou precies haar prioriteiten zijn. Ik wil dat niet vernemen uit een buitenlands blad. Ook wil ik weten of dat de prioriteiten van een Kamermeerderheid zijn.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun.
De heer Vermeer (BBB):
Steun. Ik wil een aanvullend verzoek doen. Ik wil graag een brief van het kabinet als reactie op dit artikel. Die brief wil ik graag ontvangen voordat morgen het debat begint over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor Nederland. Ik wil namelijk weten of dit een breed gedragen idee is binnen het kabinet over hoe Nederlanders wel of niet beperkt zouden moeten worden in hun leven.
De voorzitter:
Dat geleiden we door naar het kabinet.
De heer Russcher (FVD):
Ik sluit me aan bij de heer Vermeer. Steun.
De heer Huidekooper (D66):
Vanuit ons geen steun voor dit debat.
De heer Chris Jansen (PVV):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ja, dat is wat het is.
De voorzitter:
Tot slot krijgt de heer Chris Jansen het woord voor zijn verzoek namens de fractie van de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Helaas ontkomen ook onze vissers niet aan de explosieve stijging van de brandstofprijzen. We hebben vanmorgen mogen vernemen dat de helft van de Nederlandse vissers, de boomkorvissers, niet zal uitvaren, omdat de kosten gewoon te hoog worden. Dus mijn verzoek is een debat. Ik had gevraagd om de minister van IenW, maar bij nader inzien is het misschien slimmer om een debat te hebben met de staatssecretaris van LVVN, om hierover van gedachten te wisselen.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor krijgt.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Het is ongelofelijk zorgelijk, maar we hebben morgen een debat over de brandstofprijs. Ik heb net geprobeerd om de spreektijd met twee minuten te verhogen om het ook over dit soort dingen te kunnen hebben, die ook enorm belangrijk zijn. Maar goed, daar wordt geen steun voor verleend. Dus ja, nu geen steun, maar laten we het dan morgen maar proberen op een of andere manier.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter, er staat morgen een debat, dus geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Als we op het debat moeten wachten dat de heer Jansen nu aanvraagt, zijn alle vissers al failliet. Morgen is er een debat over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Daar kan iedereen dit uitgebreid bij betrekken. Er is ook nog een commissiedebat Landbouw- en Visserijraad deze week. Daar kan het ook bij betrokken worden. Dus dat is beter. Als we de vissers willen redden, moeten we dat op die manier doen en niet wachten op een debat dat over een jaar ingepland wordt, hoe sympathiek het verzoek ook is.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik denk dat iedereen hier hoopt dat het morgen allemaal is opgelost. Er is natuurlijk een kans dat het niet helemaal is opgelost. Daarom steunen we dit debat wel. Wij zouden het ook goed vinden als de minister van Financiën daarbij is.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Het heeft er alle schijn van dat dit langer gaat duren. Natuurlijk moet er morgen over gesproken worden, maar ik kan me dit verzoek heel goed voorstellen specifiek voor de visserijsector. Dus steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Geen steun.
De heer Goudzwaard (JA21):
Geen steun. Morgen een debat.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ook ik denk dat de vissers er baat bij hebben als het morgen al bij het debat besproken wordt, dus geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors de vergadering een kort ogenblik, waarna we zullen beginnen met het debat over vier jaar oorlog in Oekraïne.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over vier jaar oorlog in Oekraïne. Ik heet van harte welkom de afvaardiging van de zijde van het kabinet: de minister-president, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie. A special word of welcome, een hartelijk welkom aan een aantal vertegenwoordigers van Oekraïne: de heer Kostin, ambassadeur van Oekraïne in Nederland, mevrouw Volkova, adviseur, en de heer Tkachev, tolk bij de Oekraïense ambassade. Fijn dat u erbij bent om dit debat vandaag bij te wonen.
Dan wil ik het woord geven aan de heer Dassen, als eerste spreker van de zijde van de Kamer in eerste termijn. Dat doet hij namens de fractie van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. In het oosten van ons continent woedt een strijd voor onze vrijheid en democratie. De moedige Oekraïners hebben zich succesvol verzet tegen de Russische agressie, met daadkracht en eenheid, maar ook met veel leed en verlies. Terwijl zij bezig zijn om het Europese geluid te definiëren, staat de rest van Europa te vaak aan de zijlijn, want na vier jaar oorlog blijft de vraag: wat is nu de strategie van Europa? Waarom laten we het speelveld over aan de Verenigde Staten of aan Rusland? Ik hoor graag een reactie van de minister-president.
Voorzitter. Soms komt het gevaar van binnenuit. In mijn ogen is Orbán de grootste vijand van de Europese eensgezindheid. Het nieuws deze week dat Rusland vanuit Orbán en consorten geheime informatie doorgespeeld krijgt, is een nieuw dieptepunt. Dat premier Tusk aangeeft geen informatie meer te willen delen in de Europese Raad, lijkt mij zeer onwenselijk. Daarnaast werd een steunpakket van 90 miljard euro weer gedwarsboomd. In mijn ogen is dat een blijk van machteloosheid. Wanneer, vraag ik aan de minister-president, is het genoeg? Wanneer wordt hij uit de Raad geknikkerd? Of wanneer wordt hem in ieder geval zijn stemrecht ontnomen? Ziet de minister-president een mogelijkheid om een rechtszaak over "sincere cooperation" tegen Orbán aan te spannen vanwege deze hinderingen in onze steun aan Oekraïne? Waarom is de Hongaarse ambassadeur nog niet ontboden om opheldering te geven? Terwijl Orbán bezig is ons te verzwakken en onze veiligheid te bedreigen, staat de leider van de PVV in Hongarije een jubelverhaal te houden over hoe geweldig deze man is. Dan sta je niet aan de kant van de veiligheid van Nederlanders, maar aan de kant van de corrupte vriendjes van Viktor Orbán.
Voorzitter. De steun aan Oekraïne is onzekerder dan ooit. Er liggen in Europa een aantal voorstellen waar al lang omheen wordt gedraaid. Dat zijn voorstellen waarop het kabinet nu vol moet inzetten om te zorgen dat de oorlog sneller tot een einde komt. Hoe apprecieert de minister de screeningsverslagen van het Oekraïense toetredingsproces tot de Europese Unie? Kan de minister aangeven hoe hij het vervolg van de onderhandelingen met Oekraïne zal insteken? Zal Nederland zich aansluiten bij de oproep van acht lidstaten om een Schengenverbod op te leggen aan Russische soldaten en veteranen? Wat gaat de minister-president doen om ervoor te zorgen dat de 210 miljard aan Russische tegoeden alsnog op tafel komt? Kan de minister aangeven of zij voornemens is zich in te spannen voor de levering van deep-precision-strikewapens aan Oekraïne? Heeft de minister-president aan zijn collega Merz gevraagd wanneer de levering van de Taurusraketten komt? Kan het kabinet uitleggen waarom een breed aangenomen motie van deze Kamer, met het verzoek om 2 miljard euro extra steun aan Oekraïne te sturen, niet wordt uitgevoerd?
Voorzitter. De status van Oekraïense vluchtelingen als ontheemden loopt volgend jaar af. Momenteel hebben zij geen perspectief, terwijl er uit de maatschappij juist mooie initiatieven komen. Overweegt de minister de initiatieven voor microcredentials te steunen? Daarmee kunnen Oekraïense vluchtelingen door middel van korte opleidingen worden opgeleid om zowel hier te werken als bij te dragen aan economisch herstel in hun thuisland. Welk plan is er voor de toekomst van Oekraïense vluchtelingen in het realistische geval dat deze oorlog nog langer duurt?
Voorzitter. De oorlog in Iran heeft ook directe consequenties voor Oekraïne. We zien nu al dat de Golfstaten alle Patriotsystemen beginnen op te eisen. De premier van België riep op om de banden met Rusland te normaliseren; hij nam het wel terug, maar toch. Vanwege de energie-eisen is er ook vanuit de media inmiddels minder aandacht voor Oekraïne. Hoe gaat de minister-president ervoor zorgen dat we aandacht voor Oekraïne houden en dat de noodzakelijke militaire steun beschikbaar blijft? Hoe zorgen we ervoor dat de Verenigde Staten aan boord blijven, terwijl we zien dat ze afhaken?
Voorzitter. We zijn met 450 miljoen Europeanen. Het wordt tijd dat we ons daarnaar gaan gedragen. Een Europees leger zou groter zijn dan dat van de VS en dat van Rusland. We hebben alles in huis om een daadkrachtige stem op het wereldtoneel te hebben, een stem die het vier jaar durende leed van Oekraïne al had kunnen beëindigen.
De voorzitter:
Wilt u afronden?
De heer Dassen (Volt):
Oekraïne heeft ons vandaag nodig, maar deze oorlog moet ons vooral laten zien hoe het Europa van morgen eruitziet: met een Oekraïne dat thuis is in een sterk en onafhankelijk Europa.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen. Hij spreekt namens de fractie van JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Twee jaar voordat ik werd geboren, sprak president Ronald Reagan in Berlijn de legendarische woorden: "Mister Gorbachev, tear down this wall!" Nog geen half jaar na mijn geboorte viel die muur. Ik ben opgegroeid met het idee dat de wereld dichter naar elkaar zou groeien. Ik heb nooit geloofd in een wereld zonder grenzen, maar wel in een wereld waarin het verslaan van het communisme en de opkomst van vrijhandel zou leiden tot meer welvaart en stabiliteit. Ik geloof nog steeds dat vrijhandel leidt tot vrede, veiligheid en welvaart. Maar wat wij met Rusland hadden, was geen handelsrelatie. Onze economische band met Rusland betrof de afname van goedkope olie en gas, en kende nauwelijks de wederzijdse verwevenheid die je ziet in echte handelsrelaties. We deden alsof dat voldoende was.
Vier jaar geleden bracht de grootschalige Russische invasie een schok teweeg in heel Europa. Oekraïne was geen verre onbekende uithoek, maar een Europees land dat in 2012 nog samen met Polen succesvol het EK-voetbal organiseerde. Het was een land met grote problemen, maar ook met de ambitie zich te hervormen en een Oost-Europees succesverhaal te worden. Oekraïne houdt al vier jaar stand, met steun uit het Westen. Het land weet tot op de dag vandaag zelfs bezet gebied terug te veroveren. Kan het kabinet een toelichting geven op de laatste actualiteiten op dit gebied?
Voorzitter. De steun van Nederlanders voor Oekraïne is groot, maar we zien tekenen van vermoeidheid. Het stoppen met de invoer van Russische energie raakt onze economie, zeker gezien de huidige situatie in het Midden-Oosten en het sluiten van het Groningenveld. Bij iedere miljard dat naar Oekraïne gaat, hoor ik steeds vaker de vraag: hoelang duurt dit nog? Maar dat verandert niets aan de strategische werkelijkheid. Geen ander conflict raakt zo direct aan onze veiligheid, onze soevereiniteit en de Europese orde als deze oorlog. Hoe denkt het kabinet die boodschap effectief te blijven overbrengen aan het Nederlandse volk, nu ook de Iranoorlog en de constant stijgende benzineprijzen veel aandacht wegnemen?
Want hoe nu verder? Ik heb al vroeg gezegd dat dit conflict weleens kan eindigen zoals dat in Korea: als een gewapende wapenstilstand, een frozen conflict. De huidige staat van de oorlog in Oekraïne heeft sowieso iets weg van de laatste Koreaanse oorlogsjaren. Het eerste jaar kende grote verschuivingen: een Noord-Koreaans offensief tot aan Busan en een Zuid-Koreaanse tegenaanval tot aan de Yalu-rivier. Daarna bleef het bij zware gevechten rondom de 38ste breedtegraad, waarbij de partijen elkaar weinig ontliepen. Pas na de dood van Stalin kwam er schot in de onderhandelingen. Laten we hopen dat Poetin eerder bereid is tot het doen van concessies. Is er nog nieuws over die opgeschorte onderhandelingen bij weten van het kabinet?
Tot die tijd moeten wij Oekraïne militair, economisch en diplomatiek zo sterk mogelijk houden, zodat het aan de onderhandelingstafel iets in te brengen heeft. Dan helpt het wel als landen evenredig bijdragen aan die steun. Hoe kijkt het kabinet ernaar dat deze lasten niet eerlijk verdeeld zijn in Europa? Hoe wenselijk is het om die lasten dan maar te verwerken in verstopte eurobonds via de Europese begroting?
Voorzitter. Polen laat zien hoe een land uit Oost-Europa zich in enkele decennia kan ontwikkelen tot een economisch powerhouse. Dat potentieel heeft Oekraïne ook. Maar wat JA21 betreft betekent dat niet automatisch EU-lidmaatschap; Oekraïne is daarvoor te groot, te beschadigd en te kwetsbaar. Toetreding zou het functioneren van de Europese Unie, en ook van de Europese begrotingen, fundamenteel veranderen. We moeten, naast de emoties, dus ook rationeel blijven. Er zijn andere manieren om Oekraïne economisch bij Europa te betrekken, bijvoorbeeld door gerichte handelsliberalisatie en verbetering van het EU-Ukraine Strategic Partnership on Raw Materials. Hoe kijkt het kabinet hiernaar?
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf voor haar inbreng in de eerste termijn namens D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Laat ik beginnen met mijn diepe respect uitspreken voor al die Oekraïners die dit inmiddels al vier jaar volhouden, voor de soldaten aan het front die onder barre en beangstigende omstandigheden standhouden tegen de Russische agressiemachine, voor hun kameraden die zijn gesneuveld en ook voor de duizenden Oekraïense gevangenen die worden uitgehongerd en gemarteld in Russische gevangenissen. Maar dat geldt ook voor de duizenden ontvoerde kinderen die nu opgroeien in Poetins propagandaparadijs. Voor al die gewone Oekraïners, die ondanks een bitterkoude winter, bom na bom en het gemis van hun dierbaren, hun land draaiende weten te houden.
Voorzitter. Je zou hopen dat met de komst van de lente voor al deze mensen hoopvollere dagen aanbreken, maar net nu Oekraïne de snelste terreinwinst in drie jaar boekt, raakt de wereld in de ban van een nieuwe crisis: Trumps oorlog in Iran. Oekraïne dreigt daar wederom de dupe van te worden. We zien nu al de gevolgen. In het Midden-Oosten is op één dag meer luchtafweer verbruikt dan de VS in een jaar kunnen produceren. De Verenigde Staten hebben in vier dagen meer luchtafweerraketten ingezet dan Oekraïne in vier jaar heeft ontvangen. Er is voor miljarden aan dure Patriots ingezet tegen spotgoedkope drones. Oekraïense militairen kijken met verbijstering naar de achteloosheid waarmee schaarse middelen worden verbruikt. Tegelijkertijd zien zij hoe leveringen van die cruciale raketten, die oorspronkelijk voor Oekraïne bedoeld waren, nu naar het Midden-Oosten gaan.
We zullen dus zelf een stap naar voren moeten zetten. Er zijn goede Europese alternatieven, zoals het Frans-Italiaanse SAMP/T, en die zijn nog goedkoper ook. Maar de productie blijft achter. Daarom heb ik de volgende vragen aan het kabinet. Wat doet Nederland om de Europese productie van luchtafweer op te schalen en daarbij aan te sluiten? Wil het kabinet zich inzetten om Oekraïne te betrekken bij de productie van Patriotalternatieven zoals SAMP/T, bijvoorbeeld door te pleiten voor het delen van Frans-Italiaanse productielicenties?
Voorzitter. Misschien nog wel zorgwekkender dan het tekort aan luchtafweer is de stijging van de olieprijzen. De Russische economie, die piepte en kraakte, trekt langzaam weer aan, met zo'n 150 miljoen euro per dag, ruim 4,5 miljard euro per maand. In plaats van dat tegen te gaan, neemt Trump de onbegrijpelijke stap om sancties te verlichten, in de naïeve hoop de prijzen te drukken. Poetin is de lachende derde. Hij helpt Iran met Shahed-drones, speelt coördinaten van Amerikaanse troepen door en wordt daarvoor feitelijk beloond. Het is alsof we vergeten dat hij ondertussen nog dagelijks Oekraïense burgers onder vuur neemt en dat hij onverminderd doorgaat met zijn missie: het ondermijnen van de vrijheid, veiligheid en democratie in Europa. Maar ook dichter bij huis horen we zorgwekkende signalen. We horen hoe energieprijzen worden aangegrepen als argument voor normalisering met Rusland. Er wordt opeens gesproken over toegang tot goedkope Russische energie.
Voorzitter. Hebben we dan niks geleerd? De gevolgen van Trumps onbezonnen oorlog mogen niet leiden tot verzwakking van Oekraïne. Is het kabinet bereid uit te spreken dat Nederland niet zal instemmen met verlichting van Europese sancties tegen Rusland? België enterde recent een schaduwtanker en sleepte hem naar de kust, ogenschijnlijk zonder nieuwe nationale wetgeving. Wanneer grijpt Nederland in op de geldstroom die dagelijks langs onze kust vaart? Is daar echt nationale wetgeving voor nodig?
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw betoog?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Bijna.
De voorzitter:
U heeft nog tien seconden. Als u uw betoog afrondt, geef ik daarna mevrouw Dobbe het woord voor een interruptie.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Hoe kan het dat Nederlandse bedrijven nog altijd diensten aan Russische schepen leveren, zoals transport en overslag van Russische vis? Is Nederland bereid die Russische witvis op de sanctielijst te plaatsen?
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Dobbe. Interrupties zijn kort en bondig, en in maximaal drie keer.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik ben het eens met de analyse van mevrouw Van der Werf over de rol van Trump, de invloed die hij uitoefent en hoe dat Poetin in de kaart speelt. Er zijn namelijk meer inkomsten vanwege de gestegen olieprijzen, vanwege de oorlog in het Midden-Oosten, vanwege de aandacht die weggaat van Oekraïne. Maar dan hoor ik mevrouw Van der Werf zeggen dat wij in ieder geval zelf de sancties niet moeten verlichten. Welke stappen zou het kabinet volgens haar moeten nemen richting Trump?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij moeten wij als Europa heel erg duidelijk maken dat wij een andere koers varen en hem niet zomaar achternalopen. We moeten duidelijk maken dat het een onverstandige zet is om zonder doel zo'n aanval te beginnen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Vindt mevrouw Van der Werf dat dat voldoende is uitgesproken door dit kabinet? Het kabinet heeft het starten van die oorlog en het aanvallen van Iran niet veroordeeld; daar hebben we ook een debat over gehad in de Kamer. Ik hoor wel signalen dat het verlichten van de sancties onverstandig is, maar daar blijft het dan ook bij. Dit kabinet doet eigenlijk niks concreets om Trump aan te spreken, om zijn handelingen in ieder geval te veroordelen of daar überhaupt een oordeel over te hebben. Wat vindt mevrouw Van der Werf dan dat we moeten doen? Trump moet het namelijk toch ook wel horen van ons kabinet?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij is het kabinet heel duidelijk geweest toen er gesproken werd over de Straat van Hormuz en wat de rol van Nederland en andere landen zou moeten zijn. Toen hebben wij samen met de andere landen niet alleen maar gezegd: wij vinden dat dit niet kan en dat de manier waarop dit gedaan is, niet kan volgens het internationaal recht; daar moeten wij ons ook niet zomaar in mengen. Volgens mij is die boodschap heel goed begrepen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het zou toch ook wat zijn als we daaraan mee hadden gedaan? Trump start eerst een oorlog, vervolgens vervalt het hele Midden-Oosten in ellende en dan moeten wij helpen om het op te ruimen en zelf die oorlog afmaken. Het is natuurlijk ook heel goed dat het kabinet heeft gezegd dat we daar niet aan meedoen, maar over de andere zaken die ik net noemde, zoals het verlichten van de oliesancties tegen Rusland door Trump en de inval in Iran, hebben we dit kabinet niet gehoord. Als D66 consequent is en zegt "dit is onwenselijk, niet alleen vanwege het internationaal recht, maar ook omdat het Oekraïne echt schade toebrengt en omdat het Poetin helpt", dan moet er toch meer vanuit dit kabinet komen, ook richting Trump?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mijn partij pleit al heel lang voor een sterker en onafhankelijker Europa. Dat wij onszelf meer als een grootmacht gaan gedragen, is uiteindelijk de route om ons te weren tegen dit soort grootmachten met dit gedrag.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In december, toen D66 en CDA samen met een visiedocument kwamen — ik weet het niet meer; volgens mij werd het een "positieve agenda" genoemd — stond er een mooie zin in, namelijk: "Wij zijn voornemens om de hulp aan Oekraïne te verhogen, ook om te compenseren dat de Amerikaanse hulp is weggevallen." Wat vindt mevrouw Van der Werf er dan van dat dit kabinet ervoor kiest om de hulp aan Oekraïne te halveren?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Nou, dan heb ik goed nieuws voor collega Piri, want die hulp wordt niet gehalveerd. Onder Rutte IV is er, ook met D66, 10,4 miljard uitgetrokken voor Oekraïne. Met dit kabinet-Jetten — dat is ook een D66'er — wordt nog eens 9 miljard uitgetrokken. Dat zijn dus hele flinke bedragen. Ik heb het dan nog niet over het Europese pakket, waarvoor we, zoals we vorige week hoorden, voor 6 tot 9 miljard garant staan in Europa. Wij hebben dus heel consequent heel veel geld geregeld voor Oekraïne.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, maar dit is echt een vertekening van de waarheid. Nederland staat garant voor een Europese lening, die er trouwens nog niet eens is. Er staat daarvoor nul euro gereserveerd op de Nederlandse begroting. Ik heb gewoon een concrete vraag. Vorig jaar is er door kabinet-Schoof in totaal, qua militaire en financiële steun, 6,3 miljard gegeven. Kan mevrouw Van der Werf bevestigen dat dit kabinet er nu voor kiest, met het nieuws van gisteren erbij, om op 3,5 miljard te zitten en dat dat bijna een halvering is?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Het plaatje dat nu door collega Piri wordt geschetst, vind ik niet helemaal fair. Zij licht nu namelijk een jaar uit waarin we eenmalig hogere steun hebben geleverd omdat het gat van de Amerikanen gevuld moest worden. Vervolgens zegt dit kabinet: wij gaan jaarlijks 3 miljard leveren. Het gat dat er voor dit jaar is, wordt ook nog eens gevuld. Ik deel die analyse dus niet.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Van der Werf kan er mooi omheen praten, maar dit is gewoon een feit. Dit is geen politieke opvatting. Vorig jaar onder kabinet-Schoof: 6,3 miljard. Dit jaar onder kabinet-Jetten: 3,5 miljard. Vervolgens kunnen we politieke verschillen hebben, maar dit is een feit.
Tot slot. D66 heeft samen met mijn fractie hier in november een motie ingediend om 2 miljard extra voor het eerste kwartaal beschikbaar te stellen. Vindt D66 nog steeds dat het kabinet dat in de Voorjaarsnota moet regelen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Wij leveren wat Oekraïne nodig heeft. Als het geld te weinig blijkt, dan zullen wij daarmee over de brug komen. Wij hebben eerder al gezegd dat wij dat geld zullen leveren. Ik begrijp niet zo goed waar mevrouw Piri dan op doelt.
Mevrouw Dobbe (SP):
In de samenleving, ook in Nederland, is er heel veel steun voor het steunen van Oekraïne, zodat Oekraïne zich kan verdedigen tegen de illegale oorlog die Poetin is gestart. Die steun is er. Tegelijkertijd zien we nu dat er wordt bezuinigd op de zorg en de sociale zekerheid van mensen. Er komt bijvoorbeeld geen cent vrij om mensen te helpen hun energierekening te betalen. Snapt mevrouw Van der Werf dat mensen zien dat er wel geld voor het ene is en niet voor het andere, dat dat echt ondermijnend is voor de solidariteit, ook voor de steun aan Oekraïne, en dat dat een probleem is?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik deel met de SP dat het heel belangrijk is dat de zorg toegankelijk is voor iedereen. Dit kabinet heeft gezegd: dat willen wij wel op een andere manier gaan doen en daarom kiezen we er bewust voor om te investeren in preventie en te voorkomen dat mensen ziek worden. We nemen een aantal andere maatregelen en maken andere keuzes dan de SP zou maken. Ik vraag me af of die discussie in een zorgdebat thuishoort en of mevrouw Dobbe en ik het hier al dan niet daarover eens gaan worden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die hoort zeker wel hier thuis, want dit kabinet creëert een tegenstelling in onze samenleving. Dat zet Oekraïners tegenover de mensen hier in Nederland die zorg nodig hebben, die sociale zekerheid nodig hebben en die hun energierekening niet kunnen betalen. Mensen zien namelijk dat er wel geld is voor het ene en niet voor het andere. Ik hoef hier niet de zorgbegroting over te doen, want wij verschillen zeker heel erg van mening over 10 miljard aan bezuinigingen op de zorg, maar dat is wat mensen zien. Ziet en erkent mevrouw Van der Werf dat hier door dit kabinet, maar ook door de keuzes die D66 nu hierin maakt, een tegenstelling wordt gecreëerd?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind het ingewikkeld dat de partij van mevrouw Dobbe altijd doet alsof alles gratis is en alsof alles tegelijkertijd uitgegeven kan worden. De keuze die wij hebben gemaakt, is om die enorme groei in de zorguitgaven te remmen door dat op een verstandige manier te doen. Dat heeft niets te maken met het geld dat we in Defensie willen investeren. Wij zeggen al jaren dat we aan de NAVO-norm moeten voldoen en dat doet dit kabinet ook. Dit kabinet heeft ook aangegeven dat als mensen de rekeningen niet meer kunnen betalen als gevolg van de energiecrisis, het daarnaar gaat kijken. Daar hebben we morgen ook een debat over.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
De NAVO-norm is weer een ander debat en daar verschillen wij zeker ook over van mening. Hier gaat het over solidariteit voor Oekraïne. Ik vroeg om de erkenning door D66 dat ook de keuzes die de partij van mevrouw Van der Werf maakt, een tegenstelling creëren. Wij maken andere keuzes, precies zoals zij zegt. Dat zien mensen ook. Ze zien dat er niet wordt geïnvesteerd in de zorg. Er wordt bezuinigd; de zorg wordt afgepakt van mensen. Ze zien dat de sociale zekerheid wordt afgebroken en ze zien dat er geen steun is voor de energierekening. Ze zien dat er voor het ene wel geld is en voor het andere niet. Ik vroeg heel duidelijk om de erkenning, ook door D66, dat hier door D66 en dit kabinet een tegenstelling wordt gecreëerd. Vindt ze dat niet problematisch?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ga niet iets erkennen waar ik het gewoon niet mee eens ben. Ik vind het heel vreemd dat mevrouw Dobbe niet inziet dat deze wereld veranderd is, dat we een onafhankelijk en sterk Europa nodig hebben, dat dat geld kost en dat daar investeringen voor nodig zijn. Bij alle voorstellen, of ze nou weinig of veel geld kosten, of ze nou ver gaan of niet, krijgen wij nooit de steun van de SP. Dan ga ik ook niet erkennen dat wij het hier samen over eens gaan worden.
De heer Dassen (Volt):
Ik ga nog heel even door op de financiële steun aan Oekraïne, want mevrouw Van der Werf zei net: als Oekraïne meer nodig heeft, dan zullen wij dat geven. Volgens mij heeft Zelensky duidelijk aangegeven dat als ze niet oppassen, zij op een bepaald moment out of middelen kunnen komen, dus dat ze te weinig geld hebben voor bijvoorbeeld dronecapaciteit maar ook voor het betalen van de salarissen. Nou heeft de Kamer een motie aangenomen van de heer Klaver dat er 2 miljard extra wordt geleverd. Is dit dan ook niet het moment om te zeggen: die motie voeren we uit en we zorgen dat die financiële steun opgeschroefd wordt?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dit kabinet heeft ervoor gezorgd dat er drie jaar lang 3 miljard voor Oekraïne in de boeken staat. Het kabinet heeft ook gezegd: er zit nu een gat in die rekening; dat gaan we oplossen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat doen, maar ik denk dat het voor Oekraïne nog veel belangrijker is dat we in Europa dat grote pakket erdoor gaan krijgen en dat die 90 miljard straks naar Oekraïne gaat. Ook daar zal Nederland een bijdrage aan leveren. Als je dat bij elkaar optelt, kom je op een nog veel groter bedrag uit dan de motie waar de heer Dassen het over had.
De heer Dassen (Volt):
Nee, zeker, en als we de Russische bevroren tegoeden eindelijk op tafel leggen, dan is er een nog veel groter bedrag …
Mevrouw Van der Werf (D66):
Maar daar maakt Nederland geen deel van uit.
De voorzitter:
Ho, ho, mevrouw Van der Werf!
De heer Dassen (Volt):
Maar op dit moment is dat er niet, net als die 90 miljard. Dat is er op dit moment niet, terwijl de zorgen over de financiële tekorten in Oekraïne er wel zijn. Als hier een breed aangenomen Kamermotie ligt, waarom kiezen we er dan niet met elkaar voor om dat geld beschikbaar te maken? Waarom kiezen we er dan niet met elkaar voor om te zeggen: dat geld is nu nodig; we maken dat beschikbaar en zorgen dat het naar Oekraïne gaat?
De voorzitter:
Mevrouw Van der Werf, we laten onze collega's uitspreken.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Helemaal eens. Dit kabinet heeft in één klap 9 miljard toegezegd voor de komende jaren. Ik zeg het nog maar een keer tegen de heer Dassen. Dat is meer dan alle steun die het kabinet-Schoof ooit heeft gegeven. Daarbovenop komt er Europese steun plus eventueel nog het pakket via de Russische tegoeden. De motie waar de heer Dassen het over had, is dus ingehaald door een aantal andere feiten, die ik net heb genoemd. Er komt dus in totaal een groter bedrag.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Mevrouw Van der Werf zei net zelf: op het moment dat Oekraïne het geld nodig heeft, dan zullen wij zien of we dat leveren. Volgens mij hebben ze dat geld nu nodig. Ze geven aan dat er tekorten zijn. Is dit dan ook niet het moment om te zeggen: we doen een stap erbij en we gaan ervoor zorgen dat dat geld naar Oekraïne komt, juist om ervoor te zorgen dat zij de strijd die zij op dit moment voeren, kunnen blijven voeren en dat ze niet met tekorten komen te zitten? Er is een brede Kamermeerderheid voor.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind dit niet het moment. Ik denk dat we de druk maximaal hoog moeten houden op het pakket van de 90 miljard. Met wat ik u net zei over wanneer het nodig is, bedoel ik: mocht het niet lukken om dat pakket erdoor te krijgen, dan hebben we natuurlijk een hele nieuwe situatie en dan vindt de heer Dassen mijn partij aan zijn zijde om te kijken hoe we het dan bilateraal zouden kunnen oplossen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Er staat hier gewoon een hele andere mevrouw Van der Werf dan in december. We hebben hier gewoon een totaal andere woordvoerder van D66 staan. Er waren op dat moment in Brussel onderhandelingen gaande over 210 miljard. Dat ging over de bevroren tegoeden. Elke keer dat het kabinet-Schoof daarnaar verwees, zei de D66-woordvoerder: er wordt in Brussel gezocht naar financieringsopties, maar in Nederland moeten we niet naar andere landen wijzen en niet de hele tijd nee zeggen. Wat is er nou precies veranderd? Mevrouw Van der Werf zegt: we zijn ingehaald door andere realiteiten. Wat is er anders? Vertel.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ten eerste is er veranderd dat er een nieuw kabinet is aangetreden en dat dat beloofd heeft dat er de komende drie jaar elk jaar 3 miljard wordt vrijgemaakt voor Oekraïne. Ook is er veranderd dat er inmiddels veel concreter zicht is op een Europees pakket van 90 miljard en dat Nederland, zoals de premier vorige week ook heeft aangegeven, daar een aanzienlijke bijdrage aan gaat leveren.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dan vraag ik toch even concreet twee dingen. Ten eerste, wat betreft het kabinet: ja, dat klopt. Dit kabinet heeft er namelijk voor gekozen om Oekraïnesteun binnen het uitgavenkader te plaatsen, dus dan plaats je daarin voor elk jaar wat je daaraan wil uitgeven. Het kabinet-Schoof, waarover ik even in herinnering roep dat het vorig jaar 6,3 miljard heeft uitgegeven aan Oekraïne, had ervoor gekozen om het buiten het uitgavenkader te plaatsen. Het is dus helemaal niet iets fantastisch wat dit kabinet doet. U halveert de steun. Ten tweede heb ik een vraag over Brussel. Op dat moment … Nee, laat ik het als volgt vragen. Wat is volgens mevrouw Van der Werf de concrete Nederlandse financiële bijdrage aan het pakket van 90 miljard?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Tussen de 6 en 9 miljard, hebben wij vorige week begrepen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Waar staat dat op de begroting? Het is namelijk zo dat Nederland garant staat voor een lening. Je kunt toch niet zeggen dat garant staan voor een lening hetzelfde is als zelf financiële en militaire steun leveren aan Oekraïne? Ik weet gewoon echt niet wat er met D66 gebeurd is.
Mevrouw Van der Werf (D66):
De partij van mevrouw Piri wil de NAVO-norm niet eens halen, dus ik vind het ook vreemd dat ik met haar een discussie voer over een bedrag buiten de begroting.
De voorzitter:
U heeft het met elkaar uitgedebatteerd. Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Het woord is aan mevrouw Piri voor haar bijdrage namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik constateer in ieder geval het volgende. Een serieuze vraag wordt niet beantwoord, maar er wordt wel een sneer uitgedeeld over een totaal ander onderwerp. Dat was ook nog eens een leugen.
De voorzitter:
U heeft het gezegd. U krijgt het woord voor uw eerste termijn namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. We zijn het vijfde jaar ingegaan van de Russische grootschalige oorlog tegen Oekraïne. De afgelopen maanden stonden in het teken van onderhandelingen, geleid door de VS. Maar in plaats van vrede was dit het meest dodelijke jaar voor Oekraïense burgers. Waar Kiev op veel punten bereidheid toonde om concessies te doen, heeft Poetin niet bewogen. De VS hebben alle financiële en militaire steun aan Oekraïne stopgezet. Trump toont meer begrip voor Moskou dan voor Kiev. Echte druk op het Kremlin vanuit Washington blijft nog steeds uit. Sterker nog, de VS hebben de sancties op Russische olie opgeheven. Ik heb het dan nog niet eens over de openlijke steun vanuit het Witte Huis voor pro-Russische Europese politici zoals Viktor Orbán.
Mijn mond viel dan ook open toen ik premier Jetten op tv hoorde zeggen dat we dankbaar mogen zijn voor Trumps leiderschap wat betreft Oekraïne. "Dankbaar". We hebben hier vertegenwoordiging uit Oekraïne, met de ambassadeur. Mijn vraag aan de premier is dan ook: kan hij concreet maken waar Oekraïners president Trump dankbaar voor moeten zijn?
Voorzitter. In de Kamer is er brede steun voor Oekraïne. Het kabinet heeft in het regeerakkoord opgenomen dat het Oekraïne onverminderd zal blijven steunen. Bewindspersonen reizen een voor een af naar Kiev om die boodschap over te dragen aan president Zelensky. Maar waarom kiest het kabinet-Jetten er dan voor om de steun voor Oekraïne te halveren? Zelfs een kind begrijpt dat als je vorig jaar 6,3 miljard aan steun gaf en dat dit jaar voor slechts 3,5 miljard doet, het een gotspe is om dat "onverminderd" te noemen. Hoe viel deze boodschap in Kiev, vraag ik deze drie bewindspersonen.
Voorzitter. Deze Kamer heeft in november een motie aangenomen om 2 miljard extra steun te geven aan Oekraïne in het eerste kwartaal van dit jaar. Alle drie de coalitiepartijen die nu in deze regering zitten, hebben hier voorgestemd en nu weigeren ze de motie uit te voeren. Sterker nog, ze stellen ook nog eens dat alle extra steun aan Oekraïne voortaan bekostigd moet worden door elders te bezuinigen. Als er één manier is om het draagvlak voor Oekraïne in de samenleving snel te doen verdampen, is dit het wel. Kan het kabinet toezeggen het resterende geld van de motie-Klaver alsnog in de Voorjaarsnota op te nemen? Vanmorgen is in deze Kamer gestemd over het amendement van mijn collega Abdi om voor Oekraïense jongeren in ons land hetzelfde collegegeld te vragen als voor EU-burgers, als voor hun Nederlandse klasgenoten. Dat is weggestemd door de coalitie.
Voorzitter. Straffeloosheid is de motor die deze oorlog draaiende houdt. Nog steeds importeert de EU voor meer geld aan lng en olie uit Rusland dan het financiële steun geeft aan Oekraïne. Is het kabinet bereid om zich in Brussel in te zetten voor een versnelde afbouw? Wat heeft het kabinet gedaan om druk te zetten op de VS om de sancties op Russische olie niet op te heffen? Nu het toch gebeurd is: welke tegenmaatregel is Nederland bereid te nemen? Waarom duurt het zo tergend lang om de Russische schaduwvloot aan te pakken? Is het kabinet bereid om de artikel 7-procedure in de Raad tegen Hongarije na al die jaren eindelijk serieus af te dwingen, nu Orbán de lening van 90 miljard aan Oekraïne en een nieuw sanctiepakket tegen Moskou tegenhoudt?
Voorzitter. Niets mag ons afleiden van de grootste dreiging voor ons continent, en dat is de Russische agressie. De Oekraïners hebben niets aan mooie woorden als het kabinet niet levert.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng namens de ChristenUnie in de eerste termijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Vorig jaar liep ik met Tatjana, een vrouw van mijn leeftijd, over de militaire begraafplaats in Lviv. Ze vertelde mij dat deze begraafplaats voor de full scale war een park was, waar ze met vrienden barbecuede, waar ze het goed hadden, waar ze zich inbeeldde dat haar dochters er ooit zouden spelen. Onlangs zag ik beelden van deze begraafplaats. Toen ik er was, was die halfvol. Inmiddels is de begraafplaats helemaal vol. Ik vroeg aan Tatjana: "Wat betekent het voor jouw kinderen dat je ze zo moet opvoeden en hoe kijk jij vooruit?" Ze zei: "Ik hoop dat jullie in Europa ons zullen blijven steunen, want besef goed dat wij voor jullie vechten en dat Rusland niet zal stoppen op het moment dat zij hier de baas zijn. Zelfs als jullie dat niet doen, als jullie wel mooie woorden spreken, maar er geen daden aan koppelen, dan zal ik mijn dochters opvoeden als rebellen die staan voor diepere waarden, die staan voor ware vrijheid, voor ware gerechtigheid. Als jullie akkoord zouden gaan, onverhoopt, onverhoeds, met een vrede gedicteerd vanuit de Verenigde Staten die geen gerechtvaardigde vrede is, dan weet ik dat het conflict bevroren zal zijn en dat mijn dochters zullen vechten. Want dat zal ik ze leren. Wij zullen opstaan voor een Oekraïne waar ooit weer gespeeld kan worden door onze dochters, of de dochters van onze dochters." Dat staat op het spel.
Voorzitter. 2025 was het dodelijkste jaar voor Oekraïense burgers sinds de start van de grootschalige oorlog. Er zijn nu bepaalde partijen niet aanwezig, geloof ik. Maar ik hoor af en toe de idiote redenatie dat het aan Oekraïne ligt dat er een oorlog is en dat er zo veel burgerslachtoffers vallen. Wat is dat voor pertinente onzin? Ieder land dat een ander land aanvalt en de territoriale grenzen overschrijdt, overschrijdt daarmee al het internationaal recht. Ieder land dat daarbij niet alleen het vizier richt op militairen, maar bewust burgers doodt, begaat bewust oorlogsmisdaden. We zagen net nog dat er een drone in Lviv, in de stad waar ik Tatjana sprak, in een kerk is gekomen.
Voorzitter. Daarom heb ik drie korte vragen aan het kabinet. Als we de oorlog willen beëindigen, dan zullen we moeten beseffen dat er meer op het spel staat dan Oekraïne alleen, want Ruslands hybride oorlog gaat verder. Daarom vraag ik het kabinet: wat gaat u doen om Rusland verder onmachtig te maken? Unpower Russia. Dan gaat het om die schaduwvloot, absoluut. De aangenomen motie van collega Ceder heeft onvoldoende opvolging gehad. Maar het gaat ook om de hybride oorlog, waarmee hier geesten rijp worden gemaakt voor allerlei dingen die niet kloppen. Hoe gaat het kabinet daarmee om?
Voorzitter, de tweede vraag. Wat gaat het kabinet doen richting de Verenigde Staten en om te laten zien wat Europa waard is? Want juist nu de blik naar het Midden-Oosten verschuift en we de gevolgen daarvan zien, ook voor de Russische positie, zal het erop aankomen hoe Europa de zeilen bijzet, niet alleen in woorden, maar ook in daden. De Europese praktijk is nu te vaak nog dat we proberen te voorkomen dat Rusland wint, in plaats van dat we de woorden waarmaken die gesproken worden, namelijk dat Oekraïne moet winnen.
Voorzitter. Ik wil het kabinet danken dat men snel na aantreden naar Oekraïne is gegaan. Maar wie op pad gaat, wekt verwachtingen. Ik ga ervan uit dat u die waar wil maken.
Voorzitter. Ik wil het kabinet ook concreet vragen — dat is mijn laatste vraag — om in te gaan op de positie van Oekraïners hier in Nederland. Wat ik in Oekraïne hoor, is de angst dat deze Oekraïners niet terug zullen komen en wat dat ooit zal betekenen voor het land en de economie daar. Welke plannen heeft het kabinet op dat punt, ook in het leren van taal en cultuur aan Oekraïense kinderen hier in Nederland?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan de heer Van Lanschot voor zijn inbreng in eerste termijn namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. Vier jaar oorlog in Oekraïne. Vier jaar van Russische agressie. Vier jaar van verwoesting, kou, angst en verlies. Vier jaar van ongelofelijke moed van het Oekraïense volk. Dat verdient allereerst onze erkenning en waardering. De strijd van Oekraïne gaat namelijk niet alleen over hun vrijheid, maar ook over onze veiligheid, over Europa en over de internationale rechtsorde. Voor het CDA is het daarom helder: we mogen niet wennen aan deze oorlog. Juist daarom moeten we Oekraïne blijven steunen: militair, politiek, economisch en humanitair.
Voorzitter. Het CDA kijkt naar de internationale politiek en deze oorlog vanuit het perspectief van moraal en macht. Onze waarden doen ertoe: vrijheid, menselijke waardigheid en internationaal recht. Waarden zonder macht zijn leeg, maar macht zonder moreel kompas is gevaarlijk. Het CDA staat ook voor het vinden van het evenwicht tussen waarden en belangen, met voorrang voor principes, gestut met macht. Dat betekent dat Europa, met Oekraïne in de frontlinie, weerbaarder en sterker moet worden. Vier zaken daarover.
Ten eerste: houd de steun aan Oekraïne meerjarig vol. De brief van de regering is daar helder over. Nederland kiest terecht voor een geïntegreerde inzet: militaire steun, veiligheidsgaranties, hulp bij kritiek herstel, steun aan wederopbouw en ondersteuning richting EU-lidmaatschap. Dat is verstandig, want alleen zo kan een duurzame vrede ontstaan. Naast de lening van 90 miljard van de EU heeft Oekraïne voor de jaren 2026-2027 nog ongeveer 45 miljard euro nodig van G7-landen buiten de EU. Kan de minister aangeven wat de stand van zaken is? Welke alternatieve methode ziet de regering om de bevroren Russische tegoeden in te kunnen zetten?
Ten tweede: verhoog de druk op Rusland. Sancties werken niet altijd snel, maar ze werken wel. De druk op de Russische economie loopt op en Nederland heeft een voortrekkersrol gespeeld, onder meer bij sancties tegen de Russische schaduwvloot. Die lijn moeten we aanscherpen. Niet alleen nieuwe sancties zijn nodig, maar ook betere handhaving. Daarom vraag ik de minister: hoe staat het met het voornemen om het twintigste sanctiepakket in te stellen en wordt er gezocht naar mogelijkheden om het veto te omzeilen?
Ten derde: blijf nauw samenwerken met Oekraïne. Het trainen van Oekraïense soldaten door Nederlandse militairen is belangrijk. Nu de trainingslocaties steeds dichter naar Oekraïne lijken te verschuiven, ziet het CDA kansen om de EU-trainingsmissie in Duitsland — de minister was daar onlangs, waarvoor complimenten — te verlengen. Hoe denkt zij daarover? We overwegen een motie.
Ten vierde: zorg voor gerechtigheid. Russische agressie en oorlogsmisdaden mogen niet zonder gevolgen blijven. Daarom steunen wij bij de inzet voor gerechtigheid het agressietribunaal en de claimscommissie. Vrede zonder recht is broos en verzoening zonder waarheid houdt geen stand.
Voorzitter, ik sluit af. Ook na vier jaar oorlog blijven wij Oekraïne steunen, want Oekraïne verdedigt niet alleen zijn eigen toekomst, maar ook die van Europa en die van de vrije wereld.
Dank u wel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil eigenlijk de vraag die ik net aan D66 heb gesteld ook stellen aan het CDA. We zien dat er enorm veel steun is voor Oekraïne in onze samenleving. Maar we zien nu ook dat, onder leiding van onder andere het CDA, de zorg en de sociale zekerheid worden afgebroken. Mensen in het land zien dat er geen geld is voor hun energierekening, als ze die zelf niet kunnen betalen. Daar is geen geld voor, maar voor Oekraïne wel. Als het gaat over solidariteit in onze samenleving, wordt hier door dit beleid een tweedeling gecreëerd. Ziet het CDA dat ook? Herkent de heer Van Lanschot dat aan de geluiden die het CDA hoort vanuit onze samenleving?
De heer Van Lanschot (CDA):
Die signalen herken ik niet. Ik zie eigenlijk maar één partij die polariseert op dit onderwerp; dat is de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wauw. Wat een, ik zou bijna zeggen, onfatsoenlijk antwoord van het CDA. Ik polariseer niet. Ik zie polarisatie ontstaan op dit onderwerp, door de keuzes die onder andere door het CDA worden gemaakt. Het CDA moet toch begrijpen dat mensen dat ook zien. Ze zien dat er geen geld is voor de zorg, voor sociale zekerheid, voor hun energierekening, maar wel voor Oekraïne. Hoe denkt het CDA dat dat overkomt op die mensen? Neemt het CDA dan ook de verantwoordelijkheid voor de tweedeling die het CDA hiermee creëert in onze samenleving en voor de afbraak van de solidariteit met Oekraïne die daar het gevolg van is?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dit frame wordt door de SP gecreëerd. Gelukkig is er brede steun in de Kamer voor Oekraïne. Laten wij daar ook volmondig voor staan, in plaats van dit soort tweespalt te creëren.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, maar een frame? Er wordt toch ontzettend veel bezuinigd op de zorg? Er gaat toch 10 miljard euro van de zorg af? Dat is toch ook een keuze van het CDA? Een frame? De sociale zekerheid wordt toch afgebroken? Er is toch geen steun voor de energierekening van mensen? Dat zijn toch feiten? Feit is toch ook dat het CDA overal wel geld kan vinden, bijvoorbeeld voor Oekraïne, maar niet hiervoor? Mensen zien dat en daardoor wordt er een tweedeling gecreëerd, ook door het CDA. Dat is toch geen frame? Dat zijn toch feiten? Dit is wel een heel makkelijk antwoord van het CDA. Het zou het CDA sieren om dit ook te erkennen, zodat we samen kunnen werken en die solidariteit in onze samenleving hier niet door het CDA wordt afgebroken.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ongeveer hetzelfde punt wordt op een andere manier gemaakt, dus het antwoord blijft hetzelfde. Daar moet u het mee doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dan ga ik het op een andere manier proberen. De heer Van Lanschot moet toch erkennen wat het gevolg ervan is als het kabinet ervoor kiest om uitgaven aan Oekraïne in het uitgavenkader te plaatsen? Stel dat deze Kamer net als in november weer het initiatief zou nemen en besluit: er moet 2 miljard extra naar Oekraïne. Het antwoord van dit kabinet, in tegenstelling tot dat van het kabinet-Schoof, is dan dat dit wel ten koste moet gaan van andere zaken op de begroting. Het is toch legitiem om te zeggen dat dat de steun aan Oekraïne in onze samenleving kan gaan ondermijnen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Er worden nu eigenlijk twee punten gemaakt door mevrouw Piri. Mijn antwoord blijft hetzelfde: er is brede steun in Nederland en ook in deze Kamer voor Oekraïne. Het lijkt mij niet verstandig om heel erg te gaan polariseren en dat tegen andere bezuinigingen af te zetten.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, dat ben ik van harte met de heer Van Lanschot eens. Alleen, mijn kritiek is dat je de polarisatie juist in de hand werkt door ervoor te kiezen het in het uitgavenkader te plaatsen. Dat is een verandering ten opzichte van de laatste twee jaar. Maar goed, ik begrijp dat dit nog een aantal discussies vergt. Ik heb de heer Van Lanschot vandaag op de radio gehoord. Daar werden veel vragen gesteld over hoe het nou zit met die 2 miljard, waar het CDA altijd achter is gaan staan. Heb ik het goed begrepen uit dat interview dat de heer Van Lanschot er nog steeds voor pleit om dat gewoon in de Voorjaarsnota op te nemen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik ga de lijn die de collega van D66, mevrouw Van der Werf, net gebruikte, aan u vertellen. Dat doe ik niet omdat we dat hebben afgesproken, maar omdat die toevallig hetzelfde is. Die lijn is als volgt. Er stond ten opzichte van de motie nog 1,3 miljard open. Die aangenomen motie is een wens van de Kamer. Als je dan kijkt naar wat er in het regeerakkoord staat, dan zie je dat er 9 miljard bij gekomen is. Ik zie dat als een nettogroei. In het debat dat u net voerde, ging het over het jaar 2025. Inderdaad, als je ten opzichte van '25 kijkt, is er minder in '26. Als je daarentegen het gemiddelde neemt van '23, '24 en '25, is dat gemiddeld 3 miljard. Dat wordt nu langjarig voortgezet. Dat is een goede zaak.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, ik ben benieuwd wie hier nog iets van begrijpt. Want laten we heel eerlijk zijn: op het moment dat wij die motie aannamen, stond er in de boeken nog gewoon 3,5 miljard voor Oekraïne; dat was nog de begroting van het kabinet-Schoof. Na de verkiezingen — de heer Van Lanschot was hier dus ook al in de Kamer — kwam er een verzoek van de Kamer: er moet nu 2 miljard bij. Mijn vraag is dus nogmaals de volgende. Ik heb het niet over '27, '28 of '29. We hebben het gewoon over het verzoek vanuit de Kamer, nota bene op initiatief van de heer Derk Boswijk, dat al in september kwam en toen nog een keer in november. Vindt het CDA nog steeds dat het resterende bedrag van de motie-Klaver in de Voorjaarsnota moet worden opgenomen?
De heer Van Lanschot (CDA):
We hebben net ook het briefje kunnen lezen dat naar de Kamer is gestuurd. Daarin geeft de minister aan dat er waarschijnlijk 400 miljoen bij komt in '26. Dat lijkt ons een goede ontwikkeling. Terecht zou de collega dan kunnen opmerken: hé, dan staat er nog een deel van het bonnetje open, namelijk 900 miljoen. Dat klopt inderdaad. Daar kunnen we tegenover plaatsen dat er 9 miljard, of 9 miljard min wat er eventueel vooruit wordt geschoven, in de jaren '27, '28 en '29 staat. Dat was er eerst nog niet. Daar staat dit kabinet wel voor. Dat is goed.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Lanschot. Dan geef ik het woord aan de heer Stoffer voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Vier jaar oorlog in Oekraïne is tegelijkertijd een tragedie en een wonder. Experts voorspelden dat Kiev binnen enkele dagen zou vallen. Terwijl de Russische motor al snel haperde, toonden de Oekraïners enorme veerkracht.
Oekraïne blijft afhankelijk van steun van bondgenoten. Na vier jaar oorlog geldt dat evengoed andersom. De VS en Golfstaten maken intensief gebruik van Oekraïense methoden om goedkope Iraanse drones te onderscheppen. Ook Israël zoekt samenwerking. Door te leren van Oekraïne voorkomen we dat goud wordt verspild aan aluminium, niet alleen in de brandhaarden van vandaag, maar ook in de conflicten van morgen.
Voorzitter. Oekraïne heeft robuuste veiligheidsgaranties nodig, die politiek en juridisch bindend zijn, in overeenstemming met de Verklaring van Parijs. De SGP steunt de Nederlandse bereidheid om substantiële bijdragen te leveren aan een toekomstige multinationale troepenmacht; dit alles vanzelf onder het voorbehoud van politieke besluitvorming.
Amerikaanse steun blijft cruciaal, maar die is niet vanzelfsprekend. De VS zetten veiligheidsgaranties in als drukmiddel richting Oekraïne, alsof je op hetzelfde moment duwt en trekt, of steun biedt, maar diezelfde steun gebruikt om concessies af te dwingen. Dat ondermijnt de onderhandelingspositie van Oekraïne. Tegelijkertijd dreigt Trump steun afhankelijk te maken van de bereidheid van de Europese partners om de Straat van Hormuz open te krijgen. Dat is nogal frustrerend. De kernvraag voor de SGP is echter: hoe krijgt Europa een plek aan de onderhandelingstafel? Een akkoord gaat immers over ónze veiligheid. Een geopolitiek volwassen Europa ziet de samenhang tussen de conflicten met Iran en Rusland eerlijk onder ogen en zegt daarom niet "dit is niet onze oorlog", maar erkent dat deze dossiers met elkaar verknoopt zijn en geeft Trump vooral geen aanleiding om te zeggen dat Oekraïne niet zíjn oorlog is. Vrije doorvaart in de Straat van Hormuz is in ons eigen belang en kan de VS binden aan Oekraïne. Daarom zegt de SGP: weeg de toekomst van Oekraïne nadrukkelijk mee bij nationale besluitvorming over een militaire bijdrage aan een beschermingsmissie in de Straat van Hormuz. Graag krijg ik een reactie van het kabinet.
Voorzitter. Drones zijn niet meer weg te denken van het moderne slagveld. Het Oekraïense leger deelt momenteel enorme hoeveelheden data met het Amerikaanse Palantir om AI optimaal te benutten. Dat is logisch, omdat er geen tijd te verliezen is. Maar op termijn hebben we een Europese tegenhanger nodig en daarom vraag ik het kabinet welke rol Nederland hier gezien onze voortrekkersrol in drone- en antidronetechnologie in kan spelen. Hoe ondersteunt het kabinet start-ups zodat ze kunnen uitgroeien tot de Palantirs van de toekomst?
Voorzitter. Nederlanders voelen de oorlog in Oekraïne in hun portemonnee. Tegelijk maken de vijf grootste westerse olieconcerns bijna 500 miljard dollar winst. Die winst is uiteraard nodig voor de transitie naar hernieuwbare energie, maar de schoen wringt wanneer burgers en ondernemers een forse vrijheidsbijdrage betalen. Daarom vraag ik de minister of het niet redelijk is om te kijken naar een tijdelijke extra bijdrage van deze sector.
Tot slot. Vorig jaar boekte Rusland nauwelijks terreinwinst, maar 2025 was ook het dodelijkste jaar voor Oekraïense burgers. Ik heb nog twee vragen. Graag hoor ik van de minister hoe kleinere kerkelijke en maatschappelijke organisaties betrokken worden bij de hulp en ook bij de wederopbouw straks. Hoe geeft de minister uitvoering aan de motie-Ceder/Diederik van Dijk, waarin wordt gevraagd om partnerschappen met deze organisaties? Ook wil ik opnieuw mijn respect uitspreken voor de moedige Oekraïners aan het front. Ik noem daarbij ook graag alle burgers die hen steunen met drones, inlichtingen en protheses. Zij zijn cruciaal, maar wat gun ik ze dat hun lijden en gemis plaatsmaken voor troost, herstel en vrede. Laten we die hoop in deze lijdenstijd alstublieft levend houden, zoals het lijden van Goede Vrijdag niet het einde is maar gevolgd wordt door de opstanding met Pasen.
Voorzitter, tot slot één ding. Vanmorgen stond ik hier met 80 jonge Oekraïners. Dat was naar aanleiding van het amendement van mevrouw Abdi om jonge Oekraïners, mensen aan het einde van de middelbare school en aan het begin van hun studie, te kunnen laten studeren. Het amendement dat hier voorlag, heeft het niet gehaald. Ik zeg u — ik kijk de premier in de ogen — dat ik van plan was om tegen te stemmen, maar toen ik die jonge Oekraïners zag, dacht ik: die hoop moeten we levend houden en we moeten deze mensen perspectief bieden; die kunnen Oekraïne opbouwen. Mijn vraag is: premier, kabinet, heroverweeg dit. Het kost een paar miljoen en het geeft heel veel perspectief.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Het woord is aan de heer Brekelmans voor zijn inbreng namens de fractie van de VVD.
De heer Brekelmans (VVD):
Voorzitter. Terwijl wij hier veilig debatteren, heeft er in het westen van Oekraïne weer een massale luchtaanval plaatsgevonden, met 550 drones. Het centrum van Lviv is getroffen en een heleboel andere steden zijn getroffen. De schade is wederom enorm. Het verrast ons al niet eens meer. Het haalt de voorpagina's niet meer en het leidt niet meer tot ophef, maar we kunnen natuurlijk niet normaal gaan vinden dat dit in Oekraïne gebeurt en dat dit in Europa gebeurt. Al vier jaar lang is dit de realiteit waar Oekraïners in leven: vier jaar verwoesting en verdriet, gebroken nachten door luchtalarmen, ijskoude winters. Vier jaar lang staat bij heel veel gezinnen in de keukentafel een lege stoel, omdat mannen en zonen vechten aan het front voor iedere meter. Of familieleden zijn in de rouw of weten niet eens of hun geliefde nog leeft.
Ondanks die vier jaar is de wil van de Oekraïners nog niet gebroken. Een van de meest indrukwekkende gesprekken die ikzelf heb gehad, was met generaal Drapatyi in de Donbas. Hij vertelde dat hij al elf jaar lang leidinggaf aan de troepen en elke dag in oorlog was en dat de gevechten op dat moment intensiever waren dan ooit: meer zweefbommen, meer drones, meer artillerie. Hij vertelde dat zijn mensen na een dag vechten, wanneer de voorraad met munitie op is, maar één ding willen, namelijk dat er de ochtend daarna weer nieuwe munitie, nieuwe drones en nieuw voedsel geleverd worden. Hij vertelde ook dat ze er volledig afhankelijk van zijn dat wij als Europa en wij als Nederland die spullen leveren.
Voorzitter. De VVD staat vierkant achter Oekraïne, ook na vier jaar. Ook na vier jaar moet Oekraïne onze focus blijven houden. Kan het kabinet toezeggen dat de leveringen aan Oekraïne voluit doorgaan? Wat is nu de inzet om die 90 miljard in Europa op een zo kort mogelijke termijn los te krijgen?
Voorzitter. De Russische ambities reiken verder dan Oekraïne. De Russische dreiging vormt ook een gevaar voor ons. Wat Oekraïne doet, is het verzwakken en op afstand houden van die dreiging. Daarmee is steun aan Oekraïne niet alleen het juiste om te doen, maar ook een investering in onze eigen veiligheid. We zien ook dat Oekraïne inmiddels ver op ons voorloopt op het punt van moderne oorlogsvoering met onbemenste systemen. Mijn vraag aan de minister van Defensie is hoe we deze lessen maximaal leren. Wanneer kunnen we joint ventures tussen Oekraïense en Nederlandse bedrijven verwachten? Wat doet de minister van Buitenlandse Zaken om Nederlandse bedrijven te helpen en te stimuleren om actief te zijn in Oekraïne? Inmiddels lopen de Denen en de Britten wat dat betreft voor op ons.
Daarnaast — het is vaak gezegd — moeten we de druk op Rusland fors blijven opvoeren. Mijn vraag aan de minister van Buitenlandse Zaken is: wat doen we nu extra om sancties strenger te handhaven en ontwijking tegen te gaan? Wanneer kunnen we ook Nederlandse inzet verwachten tegen de schaduwvloot? We zien dat Frankrijk, België en Zweden inmiddels hebben ingegrepen. Even los van wat er juridisch nog moet gebeuren: is Nederland hier ook toe bereid?
Voorzitter. Diplomatiek is er stilstand, omdat Oekraïne op dit moment te weinig aandacht krijgt. Wat is nu de inzet van de coalition of the willing? Wat doet Nederland eraan om de veiligheidsgaranties voor Oekraïne vorm te geven en ervoor te zorgen dat alle plannen klaarliggen, zodat Oekraïne sterker aan de onderhandelingstafel staat? Het kan toch niet zo zijn dat we moeten wachten op Trump voordat hier weer vooruitgang plaatsvindt? Hoe zorgt de premier er ook persoonlijk voor dat we de Verenigde Staten hierin aan boord houden? Want ja, we kunnen kritiek hebben op de Verenigde Staten, maar het is Oekraïne die hier als eerste de prijs voor betaalt.
Voorzitter. Tot slot, want ik zie dat mijn tijd op is. Laten we ons realiseren dat Rusland nog geen enkel strategisch doel heeft bereikt. De Donbas is niet veroverd, Zelensky zit nog in het zadel en de NAVO is met Finland en Zweden groter dan ooit. Zolang we Oekraïne blijven steunen, blijven ze ons verrassen. Het enige wat wij hoeven doen, is spullen leveren en onze dankbaarheid aan Oekraïne tonen, voor het opstaan tegen Poetin, voor het verdedigen van onze veiligheid en voor alle offers die zij brengen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In tegenstelling tot bij heel veel andere debatten is dit een onderwerp waarbij ik het heel erg eens ben met de heer Brekelmans. Fijn om hem weer terug te zien in de Kamer met dit soort speeches. We hebben deze week gezien dat de Amerikanen de sancties voor Russische olie hebben opgeheven. We hebben ook net het bericht gezien van de Europese Commissie dat ze hebben besloten om de wetgeving uit te stellen waarmee in Europa een verbod zou gelden op de import van Russische olie. Ik denk dat de heer Brekelmans het met mij eens is dat dit zeer zorgelijk is. Wat kunnen we als Nederland doen?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zeg eerlijk: ik heb dat laatste bericht nog niet gezien. Maar ik ben het niet eens met de beweging om nu te zeggen dat sancties tegen Rusland zouden moeten worden verlicht, omdat je daarmee — dat heeft mevrouw Piri volgens mij in haar inbreng ook gezegd — de Russische oorlogsmachine financiert. Als we dat doen, krijgen we dat dubbel zo hard terug. Ook de kosten daarvan krijgen we dubbel zo hard terug. Het is ook niet voor niets dat ik net aan de minister van Buitenlandse Zaken vroeg: wat doen wij als Nederland en Europa nu extra om strenger te handhaven en ontwijking tegen te gaan nu we zien dat op andere plekken in de wereld de sanctieverlichting wordt bepleit? Ik ken het specifieke bericht niet, maar als ik dit zo hoor, zou dit niet iets zijn waar ik voorstander van ben.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat lijkt me evident. Een van de grote problemen binnen de Europese Unie is het volgende. Dat hebben we, denk ik, afgelopen week bij de Europese Raad gezien. Dat was een raad om snel weer te vergeten, want het toonde eigenlijk vooral de enorme verdeeldheid als het gaat om internationale politiek. Een van de zaken waar The Wall Street Journal, als ik me niet vergis — misschien was het The Washington Post — van de week mee kwam, was het bericht dat de heer Brekelmans vast heeft gezien, namelijk over de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Szijjártó, die voor en na de Europese overleggen altijd even belt met zijn Russische counterpart Lavrov. Hij is de afgelopen vier jaar 22 keer in Moskou geweest. Ook dit is natuurlijk een zeer zorgelijk fenomeen. Wat moeten we volgens de VVD-fractie in Europa doen als we deze constante blokkade van Hongarije zien?
De heer Brekelmans (VVD):
Wat mij betreft schieten woorden tekort om dit te veroordelen. Wat mij betreft voeren we de druk op Hongarije maximaal op om hier iets tegen te doen. Het is alleen wel een realiteit dat ze hun machtspositie, die ze ook institutioneel hebben, maximaal gebruiken. We hebben het eerder gezien met het Defensiefonds met 6 miljard voor Oekraïne, dat ze blokkeerden, terwijl ze daar zelf helemaal geen geld in hadden zitten. We zien het nu met die 90 miljard, wat natuurlijk helemaal schandalig is omdat ze zelf niet eens bijdragen aan die garanties, er al eerder mee hebben ingestemd en het nu vanwege politieke redenen blokkeren. Uiteindelijk vind ik het onderaan de streep het belangrijkste dat die steun gewoon naar Oekraïne gaat. Als het soms nodig is om dan ook met Hongarije te dealen, omdat er anders 90 miljard of 6 miljard wordt geblokkeerd, dan moet dat af en toe maar gebeuren, maar mijn opvatting over Hongarije en hoe het zich opstelt moge duidelijk zijn. Woorden schieten tekort om dat te veroordelen. Ik denk dat de realiteit is dat we vaker, net zoals nu ook gebeurt, in coalitions of the willing moeten werken met Europese landen en ook met landen buiten de EU, zoals het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen, omdat dat effectiever is dan je afhankelijk maken van iedere EU-lidstaat.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het mee eens, maar het probleem is natuurlijk dat je zo'n Europees pakket zoals die 90 miljard juist niet met een coalition of the willing doet. Ja, je kunt het wel weer met een coalition of the willing doen, maar dan krijgen we natuurlijk ook terecht de kritische vraag waarom die andere Europese landen niks doen. Szijjártó heeft vandaag in de media toegegeven dat hij niet alleen elke keer met Lavrov contact heeft, maar ook met de regering van Trump, met de regering van Netanyahu, met de regering van Erdogan en met de regering van Vucić. Dus is de VVD van mening dat we gewoon moeten kijken naar die langlopende artikel 7-procedure? Moeten we niet eigenlijk gewoon als Nederland datgene waar Mark Rutte zich ooit hard voor maakte — je kunt het bijna niet meer geloven, maar het was echt zo — in de Europese Raad doorvoeren tegen Hongarije?
De heer Brekelmans (VVD):
Ja, maar op dit moment zou ik er ook wel rekening mee willen houden dat er in Hongarije over — wat is het? — een maand verkiezingen zijn. Alles wat nu vanuit Europa gebeurt, ook vanuit landen als Nederland, gebruikt Orbán in zijn campagne om populairder te worden onder de Hongaarse bevolking. Ik zou dus ook aan mevrouw Piri willen meegeven: laten we daar ook met enige strategie naar kijken.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Brekelmans. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn inbreng namens de fractie van 50PLUS. Gaat uw gang.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Ik ga toch weer een beetje afwijken van mijn tekst, dus mijn staf zit alweer hopeloos te kijken. Maar goed. Ik benadruk dat 50PLUS achter Oekraïne en de dappere mensen in Oekraïne staat as long as it takes. Oftewel: hoelang het ook duurt. Even voor de duidelijkheid: deze oorlog duurt nu bijna langer dan de Eerste Wereldoorlog. Over twee maanden en vijftien dagen is het zo ver. Deze oorlog werd uiteindelijk, net zoals de Tweede Wereldoorlog, gewonnen dankzij een rechte rug, maar ook dankzij uithoudingsvermogen. Het is helaas een lange weg. Wij hebben makkelijk praten, want ik geef het je maar te doen als je aan dat front staat in Oekraïne. Maar er sluipt iets in. Er sluipt iets hier in het parlement en ook zeker in de mensen. Dat wordt onder de term "oorlogsmoe" besproken. Wij van 50PLUS zijn niet oorlogsmoe, maar we moeten ons er wel communicatief tegen wapenen. We moeten het verhaal blijven vertellen; we moeten blijven vertellen waarom we blijven vechten. Mijn vraag aan deze regering is dus hoe ze haar communicatiestrategie hierop aanpast, en hoe ze ervoor zorgt dat we voldoende ruimte krijgen om te blijven vertellen waarom we dit doen.
Toch wil ik ook een bijzondere invalshoek belichten. Wij steunen de regering volledig en wij vinden ook dat we die motie die destijds is aangenomen, die ik zelf heb meegetekend, wel wat krachtiger terug mogen zien in aantallen en allemaal van dat soort dingen. Maar wij vragen er, vanuit die bijzondere invalshoek die ik aangaf, aandacht voor dat in Oekraïne twee derde van de burgerslachtoffers vlak bij de frontlinie valt. Daarbij is geconstateerd dat het vooral ouderen zijn die in steden en dorpen in en rond de frontlinie achterblijven. Het is dan ook niet zo gek dat juist deze groep een van de grootste slachtoffers is in deze oorlog, zo stelt de Human Rights Monitoring Mission in Ukraine vast. 45% van de dodelijke slachtoffers is 60-plus. 28% van de slachtoffers betreft jongeren. Het Rode Kruis schat in dat in deze gebieden tienduizenden mensen in kwetsbare posities extra hulp nodig hebben en dat dit met name ouderen en gezinnen met kinderen zijn. Ik vraag de regering om hier ook aandacht aan te besteden en om daar waar het kan bijvoorbeeld instanties als het Rode Kruis bij te staan om de hulp te intensiveren. Dan hebben we het over humanitaire en medische hulp, maar ook over mentale hulp.
Dan even naar ons eigen land. Ik ben geschrokken van wat ik hoorde over de veiligheidsregio's, omdat we de hybride oorlog vanuit Rusland zien toenemen en we steeds meer aanvallen zien op ons elektriciteitsnet. Het is niet denkbeeldig dat onze elektriciteit zal wegvallen. Dan houden sommige veiligheidsregio's het maar zes tot negen uur vol, en niet alle veiligheidsregio's hebben een inventarisatie gemaakt van de ouderen en kwetsbaren in de omgeving en van wat ze daarvoor moeten doen. Er zijn mensen die thuis verzorgd worden en die afhankelijk zijn van medische apparatuur. Wil deze regering bevorderen dat ook de veiligheidsregio's betere inventarisaties maken naar aanleiding van deze oorlog, zodat we iets beter voorbereid zijn wat betreft de kwetsbare ouderen en jongeren in Nederland als er weer een hybride aanval komt?
Voorts heb ik de brief binnengekregen over de extra Patriots en alle hulpmiddelen die nodig zijn. 50PLUS gaat alles steunen waarvan Oekraïne aangeeft dat het nodig is om deze oorlog uiteindelijk te winnen. Ja, ook mijn achterban is bereid om extra offers te brengen als er meer geld moet komen en ja, we willen ook de zorg in stand laten. Dan moeten we dus kijken hoe we hier op een verstandige manier soms snel door de bocht kunnen. Wij blijven de dappere Oekraïense mensen steunen, want ze vechten voor onze vrijheid.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Dekker voor zijn inbreng namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Voorzitter. 21 miljard. Dat is het bedrag dat Nederland de afgelopen vier jaar direct heeft uitgegeven aan het in stand houden van de oorlog in Oekraïne. 21 miljard. Let wel, dit zijn nog slechts de directe kosten. Het is puur belastinggeld dat werd opgebracht door hardwerkende Nederlanders en linea recta werd overgeboekt naar de bankrekeningen van corrupte oligarchen in Kiev. Ook dit jaar wil het kabinet middels een kasschuif de militaire steun aan Oekraïne ophogen met 400 miljoen, zodat de jaarlijkse militaire bijdrage wederom 3 miljard euro bedraagt. Alsof het niets is. Daar komen dan nog de indirecte kosten bij: de opvang van meer dan 100.000 vluchtelingen, de hogere energieprijzen, de inflatie, de kosten voor exporterende bedrijven die niet meer naar Rusland kunnen exporteren, de verzwakte eigen krijgsmacht door het weggeven van ons materieel enzovoorts. Alles bij elkaar zou het me niet verbazen als we met z'n allen inmiddels al meer 100 miljard hebben verloren aan het steunen van Oekraïne in deze oorlog met Rusland. Ik heb het over 100 miljard voor Oekraïne, terwijl Nederlanders geen huis kunnen vinden, de boodschappen niet meer kunnen betalen, de energierekening door het dak zien gaan, de zorgkosten zien stijgen, de accijnzen zien oplopen enzovoorts. Waarom doen we dat? Welk ongelofelijk belangrijk doel dienen we daarmee? Wat kan er zo belangrijk zijn dat we vrijwel de hele Nederlandse economie en welvaart daarvoor willen opofferen?
Allereerst wordt hier genoemd dat het zou gaan om onze eigen veiligheid. Als we Rusland niet stoppen in Oekraïne, dan staat het Rode Leger binnenkort in Scheveningen. Dat is totale kolder, natuurlijk. Het is een absurd broodjeaapverhaal dat zelfs de meest wereldvreemde James Bondfilm niet zou halen. Het is krankjorum, gewoon. Er is werkelijk geen enkel scenario denkbaar waarin Rusland zou overwegen om Nederland te willen veroveren.
Het is dus niet in ons militaire belang. Het dient niet onze zelfverdediging. Wat is dan de reden dat we dit doen? Onze bondgenoten, zoals ze worden genoemd, zouden daarbij gebaat zijn. Maar welke bondgenoot is ons zo veel waard? Ik doel dan op 100 miljard euro, onze gehele economie en welvaart en opvang voor meer dan 100.000 Oekraïners. Werkelijk? Is dat wat we bereid zijn op te brengen voor een bondgenoot?
Voorzitter. Soms is het goed om even uit te zoomen en stil te staan bij de vraag waar dit conflict nou eigenlijk allemaal om ging en gaat. Rusland wil niet dat Oekraïne bij de NAVO komt en wil niet dat de Russische provincies van Oekraïne worden gederussificeerd. Omgekeerd willen de Amerikanen dat de Russen zolang mogelijk zoet worden gehouden in Oekraïne, zodat ze geen kracht hebben om hun belangen in het Midden-Oosten nog te verdedigen en, ten tweede, dat aan Rusland een al dan niet symbolische nederlaag wordt toegebracht, omdat Amerika nog altijd vijandschap zoekt met Rusland. Maar wat hebben wij daarmee te maken? Waarom zouden wij ons moeten mengen in dit geopolitieke schimmenspel? Waarom laten wij ons medeplichtig maken aan dit massale bloedvergieten van Europese jongens, die onder leiding van Oekraïense of Russische oligarchen elkaar naar het leven moeten staan?
Voorzitter. Het standpunt van Forum voor Democratie is helder. Dat gebeuren daar in Oekraïne, ver weg, is niet onze oorlog. Het is niet ons conflict. We hebben er niets mee te maken. Het ruïneert ons land en ons continent en we moeten stoppen met deze waanzin.
Dank u wel.
De heer Brekelmans (VVD):
We hebben de afgelopen tijd een wat gematigder Forum gezien op sommige punten, maar door wat de heer Dekker nu zegt, is het weer heel duidelijk aan welke kant Forum voor Democratie staat. Ik heb hem namelijk allerlei kritiek horen uiten op Oekraïne, maar ik heb geen enkele vorm van kritiek gehoord op Rusland. Hij heeft niet gezegd dat Rusland Oekraïne grootschalig is binnengevallen en al jarenlang massaal oorlogsmisdaden pleegt en duizenden slachtoffers maakt. Is er iets van kritiek die de heer Dekker over zijn lippen kan krijgen over Poetin en zijn regime?
De heer Dekker (FVD):
Het staat mij niet bij dat ik Rusland hier aangeprezen heb en Oekraïne heb bekritiseerd. Ik heb gezegd: dit is niet onze oorlog. We hebben niets te maken met het conflict tussen Rusland en Oekraïne en tussen Rusland en de Verenigde Staten over het inrichten van de geopolitieke verhoudingen. Dat is ons vraagstuk niet. Oekraïne is niet eens onderdeel van ons bondgenootschap in de NAVO. Dus de vraag is: wat zijn we precies aan het doen en waarom besteden we hier al onze gelden aan? Dat is mijn punt.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik kan luisteren. Dat heb ik in uw inbreng gehoord. Maar ik vraag de heer Dekker heel direct: kan hij één kritische zin over Poetin, zijn regime en wat Rusland de afgelopen jaren doet over zijn lippen krijgen? Ik hoor hem hier een beetje sputteren en een beetje eromheen praten, maar probeer nou eens één kritische zin over Rusland te uiten.
De heer Dekker (FVD):
Zowel Oekraïne als Rusland is bezig met bloedvergieten. Dat wijzen wij ten zeerste af. Dat geldt voor Rusland evenzeer.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Brekelmans (VVD):
Oekraïne en Rusland staan dus wat dat betreft voor de heer Dekker op gelijke voet. Hij erkent dus niet dat Rusland de agressor is, dat Rusland een ander land is binnengevallen en dat Rusland veel meer slachtoffers maakt en veel meer ellende aanricht dan Oekraïne ook maar zou kunnen doen? De heer Dekker laat hier weer zijn ware aard en die van zijn partij zien. Ik geef hem nog een keer de mogelijkheid om dat te herstellen, maar anders is weer duidelijk waar de sympathie van Forum ligt: bij Rusland.
De heer Dekker (FVD):
Die woorden zijn voor de rekening van de heer Brekelmans.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Wat vindt collega Dekker ervan dat ook vandaag in Lviv allerlei burgerdoelen zijn bestookt? Kerken zijn ernstig beschadigd. We zien al een jaar lang dat vooral vanuit Rusland de drones en raketten op burgerdoelen terechtkomen. Wat vindt hij daarvan?
De heer Dekker (FVD):
Daar is mij niets van bekend. Natuurlijk is men bij oorlogshandelingen gericht op het verzwakken van elkaars militaire infrastructuur. Ongetwijfeld gaat er weleens iets mis. Ik weet niet precies wat de situatie in Lviv met zich meebrengt. Andersom spelen dezelfde situaties, heb ik begrepen. Dat is, denk ik, een beetje het risico van zo'n conflict. Het is altijd vreselijk als burgerdoelen geraakt worden; laat dat duidelijk zijn. Dat geldt aan beide kanten. Daar ben ik natuurlijk bepaald niet blij mee.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Collega Dekker doet een beetje alsof er twee kemphanen zijn. Maar ik heb ooggetuigenverslagen gehoord — zelf, rechtstreeks — van een moeder uit Boetsja. Dat is een plek waar de Russische verschrikkingen zich voordeden, waar de lichamen op de straten lagen. Toen deze moeder na een vlucht door de bossen later terug kon naar Boetsja, was het eerste wat ze haar kinderen moest leren dat ze geen speelgoed moesten oppakken, omdat de Russen daar munitie in hadden verstopt. Wat vindt collega Dekker van dergelijke oorlogsmisdaden? Blijft hij er dan bij weg om Rusland daarop aan te spreken? Dat zal toch niet?
De heer Dekker (FVD):
Dit zijn gruwelijke anekdotes. Als ze waar zijn, zijn het zonder enige twijfel oorlogsmisdaden. Daar is geen twijfel over. Er zijn alleen zo veel verhalen van beide kanten dat het heel lastig is in deze oorlogssituatie om daar betrouwbare uitspraken over te doen. Met alle respect, casuïstiek is toch heel moeilijk te beoordelen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voor u staat een volksvertegenwoordiger die naar eer en geweten zelf op pad is gegaan, die zelf met de mensen heeft gesproken en die dit verhaal voorlegt. Dat dat dan wordt afgedaan als casuïstiek, als "er kunnen verschillende verhalen zijn", is de waarheid buiten haken zetten en willen blijven gaan voor je eigen wereldbeeld. Maar laat ik dan nog één vraag stellen. Als de Russen daar oorlogsmisdaden begaan, vindt collega Dekker dan dat we in ieder geval een strafhof zullen moeten hebben dat al die oorlogsmisdaden, zeker die in Boetsja, zal berechten? Vindt hij dat de Nederlandse overheid daaraan moet bijdragen en er geld voor moet vrijmaken?
De heer Dekker (FVD):
Ik vind dat altijd moeilijk. Zo'n speciaal tribunaal voor dat soort omstandigheden is vaak vreselijk biased in een bepaalde richting. Er zijn ook verhalen over gruwelijke misdaden die juist de Oekraïners hebben gepleegd tegen de oorspronkelijke bevolking. Wordt dat dan ook meegenomen? Dat is één vraag. En het tweede punt is een beetje: is dit nu op de lijn van Nederland? Moet Nederland zich hier nu mee bezighouden? We hebben genoeg problemen van onszelf.
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Dekker doet net alsof er verhalen van de een tegenover verhalen van de ander zijn. Onze eigen mensen van de Koninklijke Marechaussee, die daar heel gespecialiseerd in zijn, hebben al meerdere missies in Oekraïne gehad. Ze hebben daar minutieus vastgelegd welke oorlogsmisdaden daar hebben plaatsgevonden en dragen bij aan de bewijsbank die daarvoor wordt opgezet. Beweert de heer Dekker hier nou dat datgene wat onze Koninklijke Marechaussee, onze specialisten, daar vastlegt, zomaar een verhaal is? Als dat zo is, kan de heer Dekker dan tonen welk bewijs hij heeft om te kunnen zeggen dat het een verhaal is dat op gelijke voet staat met wat er aan Russische zijde wordt gezegd?
De heer Dekker (FVD):
Wanneer je met een bepaalde missie het veld in wordt gestuurd, is het altijd een groot risico dat je vindt wat je wil vinden. Als de missie andersom was geweest, had je waarschijnlijk andere dingen kunnen vinden. Dus ik vind het inderdaad heel riskant om op basis van die gegevens, waarbij je heel gericht zoekt naar een bepaald soort misdrijven, algemene conclusies te trekken. Dat vind ik inderdaad heel moeilijk te zeggen. In zijn algemeenheid vind ik overigens dat de informatie die wij krijgen ongelofelijk gekleurd is. Het is één grote propagandaoorlog, waarbij we één kant van de zaak voortdurend voor de voeten krijgen en de andere kant überhaupt niet. Ik denk dat er op die manier een weinig gebalanceerde informatiestroom op gang komt.
De heer Brekelmans (VVD):
Niet alleen is de heer Dekker hier gewoon Russische propaganda, het Russische narratief, aan het verspreiden, hij trekt ook de integriteit van onze Koninklijke Marechaussee en de mensen die naar eer en geweten hun werk doen in heel moeilijke omstandigheden, in twijfel, alsof zij niet eerlijk zouden rapporteren over wat zij daar zien en wat zij daar hebben ervaren, en dat niet eerlijk zouden vastleggen. Dus ik vraag de heer Dekker nogmaals het volgende. Hij beweert hier dat datgene wat vanuit Russische zijde wordt gezegd op gelijke voet staat met datgene wat onze specialisten en onze experts vastleggen. Welk bewijs heeft hij daarvoor?
De heer Dekker (FVD):
Ik heb niet beweerd dat vergelijkbare verhalen aan de Russische kant bewijsbaar zijn. Ik weet dat niet. Ik weet alleen wel dat wanneer je een aantal marechaussees een kant op stuurt om informatie te verzamelen van een bepaald type, ze dat zonder enige twijfel naar eer en geweten zullen vinden. Of dat een representatieve weergave is van de hele situatie, is heel moeilijk te zeggen. In zijn algemeenheid geldt dat je, als je een missie hebt in een bepaalde richting, niet snel zaken in een andere richting gaat opzoeken en tegenkomen. Overigens werp ik verre van mij dat ik hier Russische propaganda sta te verkondigen, zoals de heer Brekelmans zegt. Ik probeer gewoon een objectief, gebalanceerd beeld te krijgen van wat er aan de hand is. Ik stel vast dat dat heel moeilijk is in deze propagandaoorlog. Bovendien, zeg ik nogmaals, is deze oorlog niet onze oorlog.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Brekelmans (VVD):
Laat ik dan nog één voorbeeld noemen uit het betoog van de heer Dekker waarmee hij Russische propaganda verspreidt. Hij zei dat de steun die Nederland geeft — hij noemde bedrag van meer dan 20 miljard — in de zakken van corrupte oligarchen zou verdwijnen. Bij de steun die Nederland direct geeft aan Oekraïense bedrijven zijn Nederlandse auditors betrokken geweest. Die hebben de administratie en de boeken volledig doorgenomen. Ook hebben zij de afgesloten contracten tot op de letter en tot in detail bestudeerd. Welk bewijs heeft de heer Dekker voor de bewering dat Nederland op die manier zou bijdragen aan corruptie?
De heer Dekker (FVD):
Oekraïne staat nog steeds zéér hoog op de lijst van de meest corrupte landen ter wereld. Vandaag de dag is het misschien nog wel erger dan ooit, omdat er enorme financiële stromen binnenkomen, natuurlijk niet alleen vanuit Nederland, maar vanuit het hele Westen. Die worden voor een groot deel niet eens geaudit, dus men weet gewoon niet waar deze gebleven zijn. Er is reden te over om aan te nemen dat er bepaald geen sluitende audittrail bestaat.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Eén ding is in ieder geval positief: de gemeenteraadsverkiezingen zijn voorbij en Forum voor Democratie neemt weer deel aan debatten over buitenlands beleid. Dat is goed nieuws; nu kunnen we eindelijk kritische vragen stellen. Ik hoor het betoog van de heer Dekker. Hier in Den Haag hebben we het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Dat laatste heeft een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Poetin voor het plegen van oorlogsmisdaden: Oekraïense kinderen zijn ontvoerd, er zijn massagraven — daar is bewijs te over van, bijvoorbeeld in Boetsja — en mensen zijn verkracht. Vindt de heer Dekker dat Nederland er alles aan moet doen om ervoor te zorgen dat de heer Poetin hier berecht wordt?
De heer Dekker (FVD):
Het antwoord is nee. Dat is wat mij betreft een zeer politiek onderzoek. Nogmaals, waarheidsvinding is in deze context naar mijn overtuiging heel moeilijk. Iedere partij is maximaal met propaganda bezig. Je kunt al die zaken niet goed onderzoeken. Wat mij betreft is het absurd om Poetin hier voor het gerecht te willen dagen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit zegt eigenlijk alles over Forum voor Democratie. Laten we het dan ontleden: ontkent Forum dat Rusland massaal oorlogsmisdaden pleegt in Oekraïne?
De heer Dekker (FVD):
Forum kan niet beoordelen of er massale oorlogsmisdaden worden gepleegd in Oekraïne. Dat er veel verhalen over bestaan, is ongetwijfeld waar, maar nogmaals, dat geldt ook voor de andere kant. Of dat werkelijk het geval is, kan ik niet beoordelen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik snap dat de heer Dekker dit niet persoonlijk geverifieerd kan beoordelen. Ik zou wel zeggen: ga eens een keer mee als de Kamer op zo'n reis naar Oekraïne gaat. Daar zou Forum het ook met eigen ogen kunnen zien. Heel veel collega's in deze zaal hebben dat gedaan. Maar er zijn rapporten van onze eigen mensen, van onze eigen inlichtingendiensten, van de VN en van de Europese Unie die deze oorlogsmisdaden gewoon bevestigen. Net zagen we de berichten over Lviv: er worden duidelijk burgerdoelen getarget. Mag ik dan het volgende vragen: als Forum zegt dat het Internationaal Strafhof een zeer politiek orgaan is, wat vindt Forum dan wél objectieve organisaties?
De heer Dekker (FVD):
Op dit moment zijn rondom dit onderwerp bijna alle supranationale organisaties heel sterk in één hoek terug te vinden: de anti-Ruslandhoek. Daar word ik achterdochtig van, omdat ik denk: nu wordt maar één kant belicht; waar is de andere kant? Er is altijd een balans in die verhalen. Dat kan ik inderdaad niet vaststellen, dus ik zou het eerlijk gezegd niet weten.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Vier jaar lang aanvallen, geweld, vernietiging, oorlogsmisdaden en slachtoffers door de illegale invasie van Rusland in Oekraïne. Naar schatting gaat het om 600.000 Oekraïners. 1,2 miljoen Russen zijn door Poetin naar het slagveld gestuurd; zij zijn verwond, gedood of vermist. Het is niet te bevatten. Deze oorlog moet zo snel mogelijk stoppen. Om deze oorlog te stoppen moet er onderhandeld worden.
De inzet voor onderhandelingen is eerder door het kabinet en door bijna de hele Kamer volledig overgelaten aan Trump. Daarvoor hebben we altijd gewaarschuwd. We zien nu ook, in plaats van inzet voor vrede, dat Trump juist de oorlog van Poetin voedt. We zien namelijk dat, door de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran, de aandacht voor Oekraïne wegschuift. We zien dat de Russische staatskas en Russische oliebedrijven flink profiteren van de gestegen olieprijzen door de aanvallen van Trump. Poetin kan nu zo'n 150 miljoen dollar extra per dag uitgeven aan oorlogswapens. Daarbovenop verlicht Trump ook nog de sancties tegen Rusland. Aan de ene kant krijgt Poetin dus bakken met extra geld door olie en door het opheffen van sancties door de VS. Aan de andere kant moeten wij dan meer wapens en geld gaan leveren aan Oekraïne, zodat die zich hiertegen kan bewapenen.
Wat vindt het kabinet er nu van dat de VS de oorlog van Poetin op deze manier financiert? Wat doet het kabinet richting de VS om dit te stoppen, al dan niet via de EU of zelf? Of is er nog steeds enkel en alleen steun en begrip voor alles wat de Verenigde Staten en Trump doen? Gaat het kabinet nu met de EU, of met landen zoals India of Brazilië, een stappenplan maken om tot vrede te komen en om ook zelf het initiatief te nemen? Wat doet het kabinet nu eigenlijk heel concreet zelf, of in de EU, om zich in te zetten voor vrede, onderhandelingen en diplomatie?
Er stond voor dit jaar al 2,6 miljard euro aan steun voor Oekraïne in de begroting. Nu lezen we, net ook in de brief, dat daar mogelijk 400 miljoen bij komt. Dat is vooruitgeschoven uit 2029. Welke garantie hebben we dan dat er straks niet wéér honderden miljoenen worden weggehaald bij de zorg en bij sociale zekerheid? Ziet het kabinet wel dat het, door steun te geven aan Oekraïne en tegelijkertijd te bezuinigen op sociale zekerheid en zorg, een tegenstelling creëert? Iedereen in Nederland ziet namelijk dat er wel geld is voor Oekraïne, maar niet voor mensen die zorg of sociale zekerheid nodig hebben en ook niet voor de energierekening van mensen. Dat is de tegenstelling die door dit kabinet wordt gecreëerd. Er is geen geld om mensen te helpen de energierekening te betalen en geen geld voor zorg, maar deze 400 miljoen euro voor Oekraïne weet het kabinet wel weer supersnel te vinden. Waarom het een wel en het ander niet? Erkent het kabinet de tweedeling die het hier zelf mee creëert? Ziet het kabinet welke gevolgen dat heeft voor de solidariteit in onze samenleving met Oekraïne? En wat gaat het kabinet hier dan aan doen?
Voorzitter. Tot slot de tienduizenden Oekraïense kinderen die door Rusland zijn ontvoerd. Kun je het je voorstellen? Het gaat door merg en been. Ons voorstel is aangenomen om organisaties te steunen die deze kinderen opsporen en met hun ouders herenigen. We lezen dat het kabinet zich hiervoor inzet, maar hoe effectief is dat nu? Lukt het om kinderen op te sporen en te herenigen met hun ouders? Lukt het om dit te doen? En wat kunnen we eventueel nog meer doen om dit te bespoedigen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Tot slot is het woord aan de heer De Roon als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Ik stel voor daarna te schorsen voor de dinerpauze.
De heer De Roon (PVV):
Dank, voorzitter. De oorlog in Oekraïne heeft al bijna 2 miljoen slachtoffers geëist en hele dorpen en steden verwoest. Deze oorlog heeft ook ontzettend veel welvaart gekost, allemaal doordat Poetin zijn fantasieën over de heropleving van het Russische Rijk vier jaar geleden niet in bedwang kon houden. Wie de agressor is, en wie daarmee ook onze belangen schaadt, is dan ook zo helder als kristal. Daarom blijft mijn fractie Oekraïne steunen tegen de Russische militaire agressie, die trouwens mede mogelijk wordt gemaakt door China. Het valt op dat we het kabinet eigenlijk helemaal niet horen over die rol, of in ieder geval verrassend weinig. Mijn vraag is dan ook: waarom is dat zo? Waarom spreekt het kabinet zich niet uit over de rol van China bij wat er gebeurt in Oekraïne? Is er soms Europese verdeeldheid ten aanzien van hoe we met China moeten omgaan, of is er überhaupt een gebrek aan strategie op dit punt? Ik hoor graag een toelichting van het kabinet.
Voorzitter. Na vier jaar zijn er ook wel lichtpuntjes te ontwaren. De Russen hebben het moeilijk in Oekraïne en betalen een enorm hoge prijs, met militaire, economische en menselijke slachtoffers. Toch mogen we er niet van uitgaan dat Rusland zal instorten in deze strijd. Daarom moeten we blijven investeren in onze krijgsmacht en de NAVO, juist ook voor onze Nederlandse veiligheid. De berichten dat Rusland probeert het Iraanse regime overeind te houden met inlichtingen en steun, laten zien aan welke kant Poetin staat: aan de zijde van het kwaad en dus tegenover ons.
Voorzitter. Rusland blijft vasthouden aan Poetins absoluut absurde doelstellingen. De onderhandelingen zitten daardoor muurvast. Ook mogen we van Oekraïne niet verwachten dat het gedwongen territoriale concessies doet. Dat zouden wij ook niet accepteren als het over Nederlands grondgebied zou gaan. Dan zouden wij ook als leeuwen vechten voor elke vierkante meter en dat niet willen opgeven. De PVV wil dus ook hierover geen appeasementpolitiek. De druk die er hier en daar ontstaat om concessies te doen, ook territoriaal, om tot vrede te komen, moet vooral op Poetins bord worden geschoven. Is het kabinet dat met mij eens? Ik zie dat mevrouw Piri iets wil zeggen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wil vooral iets vragen aan de heer De Roon, als dat mag. Wat een teksten — hartstikke goed! Ik hoor u over het verhogen van de druk op Poetin. De PVV wijst hier, in tegenstelling tot Forum, heel duidelijk de agressor aan. Nou was de heer Wilders dit weekend weer bij CPAC in Hongarije. Ik kom straks op de nogal kinderlijke tweet over de premier, maar eerst over het onderwerp van vandaag. Orbán is degene die een nieuw Europees sanctiepakket tegen Rusland en de 90 miljard aan steun, die lening, tegenhoudt. Wat vindt de PVV daarvan?
De heer De Roon (PVV):
Wij hebben in het Europees Parlement al tegen die lening, zoals u terecht zegt, van 90 miljard gestemd. Die willen wij niet. Wij willen financieel niet zwaarder in de knel komen hierdoor. Ik ga daar dadelijk verder op in.
Wij vinden niet alles wat Orbán doet geweldig, maar hij doet wel dingen die wij wel geweldig vinden. Denk aan het feit dat hij zich niet door de Europese Unie laat ringeloren en nastreeft om op te komen voor de belangen van zijn eigen land. Dan hebben we het bijvoorbeeld over de levering van Russische olie die hij zegt nodig te hebben voor zijn land. Daar kun je van alles van vinden, maar wij waarderen het dat Orbán daarvoor vecht. Hij doet ook andere dingen die de PVV waardeert, zoals het tegenhouden van asielzoekersstromen. Dat doet hij met veel succes. We zien dat de criminaliteitscijfers in Hongarije beduidend lager zijn dan hier. Dan kun je wel zeggen: Orbán doet ook dingen die wij niet goed vinden. Dat is misschien ook wel zo. Maar dat laat onverlet dat wij achter Oekraïne staan en van onze kant zullen doen wat wij denken dat wij moeten doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Laat ik in dit warrige betoog in ieder geval een lichtpuntje zien. De PVV neemt op het punt van de blokkade van Hongarije ten aanzien van sanctiemaatregelen tegen Rusland in ieder geval afstand van premier Orbán. Dat hoorde ik de heer De Roon net zeggen. Ik zag dat als een lichtpuntje, maar ik hoor al dat het weer de donkere ruimte in gaat. Ik wil graag het volgende vragen. Ik hoor de heer De Roon net zeggen dat een van de dingen die hij wel goed vond van Orbán, het blijven afnemen van Russische olie is.
De heer De Roon (PVV):
Ik zeg niet dat …
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nu komt de vraag. Vindt de PVV dat Nederland dat ook zou moeten doen?
De heer De Roon (PVV):
Nee, want wij krijgen onze olie ergens anders vandaan. Ik wil helemaal geen Russische olie. Dat moeten we ook niet doen. Orbán vindt dat hij dat wel moet doen. Hij vindt dat dat het beste is voor zijn land en daar vecht hij voor. Dát kunnen we binnen de EU waarderen. Daarom zeggen wij ook niet: je moet Orbán onthanden binnen de EU, want hij doet niet wat wij willen. Hongarije is een vrij land en laat hem dan ook in dezen vrij zijn. Dat betekent niet dat wij steunen wat hij doet, maar hij laat wel zien dat hij voor zijn land opkomt. Het zou een goede zaak zijn als wij dat in Nederland ook zouden doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mooie laatste zinnen van de PVV: we steunen niet wat hij doet, maar hij mag het wel doen. Nou, daar zijn we het natuurlijk van harte over eens.
Tot slot zou ik graag, nu we de kans hebben, de volgende vraag willen stellen. We zagen dit weekend een superkinderachtige tweet, in het Engels, van de heer Wilders over onze premier, gericht aan president Trump, die waarschijnlijk niet eens weet wie Geert Wilders is. Moet dit nou zo? Wat was daar nou de bedoeling van? Kan de PVV dat uitleggen?
De heer De Roon (PVV):
Dat zal mevrouw Piri toch echt aan de heer Wilders moeten vragen. Hij bepaalt zelf wat hij tweet. Dat overlegt hij niet met mij. Ik ga die tweets ook niet recenseren, want daar heb ik helemaal geen belang bij. Dat ga ik dus ook gewoon niet doen.
De heer Dassen (Volt):
De heer De Roon houdt hier een verhaal dat we op moeten komen voor Oekraïne — daar ben ik heel erg blij om — en dat Rusland de agressor is. Maar ik wil toch even doorgaan op de vraag van mevrouw Piri. Ik kan het namelijk niet rijmen met de heer Wilders die ik dit weekend hartjes zie uitdelen aan Viktor Orbán en die ik hoor zeggen dat Orbán de leeuw van Europa is, dat wordt geleid door schapen. In datzelfde weekend zien we dat diens minister van Buitenlandse Zaken geheime informatie over Europa levert aan Rusland. Hoe rijmt de heer De Roon die twee dingen met elkaar?
De heer De Roon (PVV):
Ik heb dat laatste waar de heer Dassen nu naar verwijst nog niet gehoord. Er zijn verhalen over; dat is waar. Dat moet dan maar goed uitgezocht en aangetoond worden. Ik heb het aantonen van dat verhaal nog niet gezien. Als dat gebeurd is, dan zijn we daar natuurlijk tegen. Dat mag niet gebeuren. Dan veroordelen we dat.
De heer Dassen (Volt):
Hij heeft het zelf gezegd. Hij heeft zelf bevestigd dat hij dit gedaan heeft.
De heer De Roon (PVV):
Ik zou …
De heer Dassen (Volt):
Dat is toch onacceptabel? De leider van de PVV, de heer Wilders, staat dit weekend op dat podium en zegt hoe goed Orbán is, terwijl hij en zijn consorten niks anders doen dan de veiligheid en vrijheid van Europa tegenwerken door de steunpakketten voor Oekraïne tegen te houden en op hetzelfde moment geheime informatie over de Europese Unie en onze veiligheid aan Rusland door te spelen. Dat is dan toch niet te verenigen met elkaar?
De voorzitter:
Meneer De Roon.
De heer De Roon (PVV):
Als meneer Orbán bepaalde dingen doet die hij voor zijn land van belang vindt en zich daarbij tegengewerkt voelt door de Europese Unie of door andere Europese landen, dan mag hij opkomen voor zijn visie. Dat mag hij gewoon doen. Dat doet hij met verve. Dat doet hij sterk. Dat leidt soms ook tot resultaat. Dat waarderen wij. Moet je dat nou met hartjes waarderen? Ik laat het graag aan iedereen voor zichzelf over om daar een mening over te hebben. Maar dat is gewoon een keihard punt. Dat betekent niet dat we alles wat Orbán doet altijd waarderen. Dat is natuurlijk niet waar het om gaat. Het gaat erom dat we de dingen waarderen die hij goed doet voor zijn land. Daar blijf ik bij.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Het was Orbán die vorig jaar bij Poetin op het podium stond. Het is de regering van Orbán die nu informatie over de Europese Unie doorspeelt aan de Russen. Dit gaat rechtstreeks in tegen het belang van alle Nederlanders, van alle Nederlanders die verwachten dat wij opkomen voor hun vrijheid en veiligheid en dat wij daarbij Oekraïne steunen, zoals de heer De Roon zelf ook zegt. Dat is niet verenigbaar met het optreden van de leider van de PVV, de heer Wilders, die op deze manier steun blijft betuigen, en met de heer De Roon, die hier vandaag ook geen afstand kan nemen en dit niet keihard kan veroordelen. Dit is namelijk niet in het belang van Nederland.
De heer De Roon (PVV):
Ik heb zojuist gezegd dat ik het veroordeel als er geheime informatie is gedeeld. Als de persoon die het betreft dat zelf zegt — ik had dat nog niet gehoord, maar ik ga af op wat u daarover zegt — dan lijkt me dat reden voor een strafrechtelijk onderzoek. Laten we dat dus vooral proberen te bewerkstelligen en dan zien we wel hoe dat afloopt. Ik kan dat nu hier, zonder dat ik al die informatie tot mij heb genomen, namelijk niet goed beoordelen. Maar als het waar is, dan deugt dat van geen kanten.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Oekraïne politiek en militair steunen is natuurlijk nog wel wat anders dan alleen maar steeds doen wat Oekraïne wil. De PVV wil dat ook niet doen. Daarom blijven we het standpunt innemen dat Oekraïne niet mag toetreden tot de EU en de NAVO. De recente discussie over versnelde toetreding van Oekraïne tot de EU vinden wij dan ook niet oké, maar ook extreem voorbarig, ten eerste omdat er op dit moment totaal geen zicht is op de beëindiging van de oorlog en ten tweede — daar heb ik nog niks over gehoord — omdat er geen enkel benul is van wat dit ons als Nederland zou gaan kosten. Is het kabinet het daarom met mij eens dat van EU-toetreding, versneld of gedeeltelijk, op dit moment geen sprake mag zijn? Hoe ziet het kabinet dat?
Voorzitter. Wat Oekraïne zou helpen, is als andere landen in Europa meer gaan doen aan militaire steun. Bijvoorbeeld als deze landen meer steun geven aan dat Prioritized Ukraine Requirements List-initiatief van de NAVO, waarmee Amerikaanse luchtafweerraketten gekocht worden voor Oekraïne. Hoe bestaat het dat sommige grotere NAVO-lidstaten niet of nauwelijks bijdragen aan dat initiatief? Wat zegt dat dan eigenlijk over de bondgenootschappelijke solidariteit?
Voorzitter. Nederland heeft al ver boven zijn kracht gebokst om steeds maar weer financiën op te leveren voor Oekraïne. Daar hebben we altijd achter gestaan, maar we staan nu wel voor 20 miljard aan de lat. Daarom wil de PVV nu geen cent meer uitgeven ten behoeve van Oekraïne, want wij vinden, nogmaals, dat andere Europese lidstaten die nu de bal laten liggen op dit punt, in actie moeten komen. De vraag is dus ook: gaat het nieuwe kabinet op zoek naar mogelijkheden om meer druk te zetten op de achterblijvers, zoals Italië en Spanje?
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Roon. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering tot 20.20 uur voor de dinerpauze.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van het kabinet bij het debat over vier jaar oorlog in Oekraïne. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de minister-president.
Termijn antwoord
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Ongetwijfeld zijn er deze dagen heel veel andere belangrijke debatten in de Kamer, bijvoorbeeld over de oorlog in Iran of over de nationale impact van alles wat er in de wereld gaande is. We zijn als kabinet echter ook heel erkentelijk dat uw Kamer vandaag zo uitgebreid stilstaat bij vier jaar oorlog in Oekraïne. Deze oorlog mogen we namelijk echt niet uit het oog verliezen en hij moet ook onze volle prioriteit hebben.
Het is ook mooi dat de ambassadeur van Oekraïne, de heer Kostin, hier vandaag aanwezig is, zoals hij dat altijd is bij debatten over zijn land. Ik reisde nu tweeënhalve week geleden met hem samen naar Kyiv om daar gesprekken te voeren met de president en de premier van Oekraïne, maar vooral ook om met eigen ogen weer te zien wat die voortdurende Russische agressie voor impact heeft op de Oekraïense samenleving, al vier jaar lang.
Niet alleen Oekraïense militairen die aan het front hun leven wagen voor de vrijheid en veiligheid van alle Oekraïners, maar ook veel gewone burgers ondervinden de ellende van deze oorlog. Zo bezochten we samen een woonwijk in Kyiv waar niet zo lang geleden een appartementencomplex was geraakt. In dat appartementencomplex sloegen Russische raketten in, en toen de hulpverleners daar ter plaatse waren, werd daar een tweede golf van Russische raketten op afgevuurd. Daarbij lieten 28 bewoners het leven. Van het gebouw was bijna niets meer over. Je zou bijna vergeten dat het een van de vele, vele aanvallen is waarbij Oekraïense burgers om het leven komen. Omwonenden wilden dat echter niet laten gebeuren, dus die hadden een herinneringsbord geplaatst in de modderige sneeuw. Daarop zag je foto's van alle slachtoffers uit die buurt, onder wie een 14-jarig meisje dat duidelijk trots met haar nieuwe Pumatrui aan zelfverzekerd in de camera kijkt, of een 7-jarig jongetje met in zijn handen een zelfgemaakte tekening van een onderwaterwereld, of een jong stel op een foto, nog gemaakt tijdens een vakantie, denk ik, op een boot, met een 2-jarige peuter op de arm. Voorbeelden van heel jonge gezinnen die het leven laten, omdat de Russische agressor ook burgerdoden maakt, elke dag weer, in Oekraïne.
Deze winter zagen we ook voortdurende aanvallen op de Oekraïense energie-infrastructuur, waardoor die toch al koude en barre winter nog zwaarder werd. Over zeven maanden staat de volgende winter in Oekraïne alweer voor de deur. We lopen het risico dat we in alle andere zorgelijke geopolitieke ontwikkelingen moe worden van deze slepende oorlog en dat die nieuwe oorlog al onze aandacht opeist, maar dat mogen we niet laten gebeuren. Ik ben heel blij om te horen dat dat vanavond ook breed in deze Kamer wordt gedeeld. Het is onze opdracht om niet toe te geven aan die vermoeidheid, onze aandacht niet te laten verslappen en er alles aan te doen om als Nederland en Europa Oekraïne te helpen om in deze oorlog overeind te blijven.
Dan kom ik bij een aantal vragen die daarover zijn gesteld. Wat is dan de strategie die Europa inzet om Oekraïne daar zo goed mogelijk in te ondersteunen en ervoor te zorgen dat ze in de onderhandelingen voor het Oekraïense belang kunnen opkomen? Nederland, de NAVO en de EU steunen Oekraïne in die continue strijd. Daarbij zijn twee strategieën van belang. Eén is ervoor zorgen dat met voldoende militaire en non-militaire steun Oekraïne de strijd aan het front kan voortzetten en dat de impact van de aanvallen op de energie-infrastructuur beperkt blijft, door die elke keer weer op te lappen en met nieuwe innovatieve oplossingen te zoeken naar manieren om toch goed de winter door te komen en de economie draaiend te houden.
De tweede strategie moet volledig gericht zijn op het opvoeren van de druk op Rusland zodat er vredesbesprekingen kunnen starten die ook serieus zijn. Oekraïne moet daarbij zelf kunnen bepalen wanneer die vredesbesprekingen tot een succesvol eind zijn gekomen. Op dit moment spelen de Verenigde Staten daar een belangrijke rol in. De afgelopen dagen zijn er weer gesprekken gevoerd. Daarover gaf president Zelensky aan dat het ingewikkelde gesprekken zijn, maar dat hij positief gestemd is over het feit dat die gesprekken überhaupt plaatsvinden en dat ze daar heel voorzichtig voortgang in kunnen boeken. Het is ook belangrijk om de Amerikanen daarbij echt betrokken te houden, want zij zullen uiteindelijk een cruciale partner zijn bij het sluiten van een eventuele vredesdeal.
Tegelijkertijd zoeken we als Europa ook naar mogelijkheden om een plek aan tafel te krijgen. De inspanningen daarvoor doen we samen met Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Commissie. Dat doen we omdat Europa, als belangrijke steunpilaar van Oekraïne, na het sluiten van zo'n vredesakkoord waarschijnlijk een hele belangrijke rol heeft te spelen in het bewaken van zo'n vredesdeal en in het helpen bij de wederopbouw. We zien dat Oekraïne zich ondanks de tegenwerkingen van Rusland constructief blijft opstellen en bereid is om compromissen te sluiten, maar wel zolang dat het Oekraïense belang dient. Tot nu toe zien we dat helaas niet van Russische zijde. Er zijn eigenlijk weinig tot geen serieuze stappen vanuit Rusland, vanuit Poetin, om tot een fatsoenlijk vredesproces te komen. Zolang die Russische houding voortduurt, kiest Nederland, kiest Europa, voor een voortzetting van het isolatiebeleid richting Rusland en het verder opvoeren van de druk op Rusland.
Terecht werd er ook gevraagd hoe Europa ervoor kan zorgen dat er met extra Europese sancties meer wordt ingegrepen in de economie van Rusland, die zwaar onder druk staat maar nog altijd wel functioneert. Door internationaal toenemende energieprijzen ziet die economie nu ook weer een kleine opleving. Daarom is het ook zo belangrijk dat we ons blijven inzetten voor het twintigste sanctiepakket en dat we daarnaast blijven nadenken over wat er op een gegeven moment aan aanvullende sancties bij kan komen. De 90 miljard die in Europa is afgesproken om Oekraïne ook dit jaar volop financieel te steunen, is cruciaal. Het gaat niet alleen om militaire steun, maar ook om non-militaire steun voor Oekraïne.
Het feit dat Hongarije die steun nu probeert te blokkeren, is volstrekt onacceptabel. Dat is niet alleen onacceptabel omdat die 90 miljard voor Oekraïne zo belangrijk is, maar ook omdat Orbán daarmee eigenlijk lak heeft aan de wijze waarop we in de Europese Raad tot besluitvorming komen. Ik was er toen nog niet bij. Het was mijn voorganger, premier Schoof, die bij de Europese Raad was. Er is daar overeenstemming bereikt over de 90 miljard, als alternatief voor de bevroren Russische tegoeden. Het kan niet zo zijn dat één regeringsleider vervolgens bij de implementatie van de Europese besluitvorming alsnog via veto's gaat proberen om het tegen te houden. Dat is namelijk echt de bijl aan de wortel van hoe we in de Europese Raad met elkaar zakendoen. Vorige week is er tijdens de Europese Raad stevig met Orbán over gesproken. De druk blijft maximaal hoog om ervoor te zorgen dat dit geld in de komende weken en maanden alsnog vrij kan komen, als een hele positieve steun in de rug voor Oekraïne.
Er werd ook heel specifiek gevraagd naar informatiedeling vanuit Hongarije met Rusland en of dat leidt tot een verzwakking van de Europese positie. We zijn niet naïef over de mogelijkheid dat Hongarije informatie deelt met de Russische Federatie. Tegelijkertijd moet nu nog formeel worden bewezen dat het gaat om het lekken van vertrouwelijke informatie. Het zal heel moeilijk zijn om dat formeel te bewijzen. We hebben via de geëigende kanalen bij de Europese instellingen onze zorgen uitgesproken en aanvullende informatie opgevraagd. Het is in eerste instantie aan de Raad om te beoordelen of de geheimhoudingsplicht is geschonden en of er vervolgstappen moeten worden ondernomen tegen Hongarije. Als de berichtgeving klopt, dan is dat natuurlijk volledig onacceptabel en zullen we dat bilateraal bij Hongarije opbrengen. Er werden vanuit de Kamer ook een aantal suggesties gedaan voor rechtszaken die eventueel moeten worden aangespannen. Ik vrees alleen dat zo'n juridische optie op de korte termijn geen enkele oplossing biedt. Ik denk dat maximale politieke druk en diplomatieke druk op de korte termijn het meest in het Oekraïense belang is, niet alleen om informatiedeling te voorkomen, maar ook om de 90 miljard zo snel mogelijk vrij te krijgen.
De rol van de VS is natuurlijk een cruciale. Ik zal even pauzeren, voorzitter, want ik zie dat mevrouw Piri een interruptie heeft.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even op dit punt. De verkiezingen in Hongarije zijn op 12 april. Ik denk dat we kunnen stellen dat het uitgesloten is dat er voor 12 april iets gaat gebeuren in Oekraïne. Als Orbán herkozen wordt, is de kans aanwezig dat dit niet alleen tot 12 april gaat duren, maar nog vele maanden langer. Welke opties ziet de premier voor zich?
Minister Jetten:
Laat ik daar twee dingen over zeggen, waarvan één specifiek over de Oekraïnesteun. Ik denk dat het weetje van mevrouw Piri weleens zou kunnen kloppen en dat er dus geen beweging gaat komen zolang de Hongaarse verkiezingscampagne loopt. Tegelijkertijd spelen er wel ook twee andere zaken mee, namelijk de niet zo zorgvuldig gekozen woorden van president Zelensky over Hongarije en het hele issue rondom de Droezjba-pijpleiding. Daar hebben we gelukkig met maximale druk op beide partijen kunnen zorgen dat er een technische inspectie van die pijpleiding plaatsvindt, dat er herstelwerkzaamheden plaatsvinden en dat er waarschijnlijk op korte termijn ook weer olie doorheen gaat stromen. Daarmee is ook het inhoudelijke argument om die 90 miljard te blokkeren binnen een paar weken van tafel. Daardoor is mijn inschatting nu dat medio april de ruimte ontstaat om die 90 miljard toch te implementeren en Oekraïne daarmee te ondersteunen.
Mocht Orbán worden herkozen, dan is er denk ik ook een hele reële kans dat het niet bij dit ene voorbeeld blijft. We hebben eerder ook al voorbeelden gezien. Er komen vast weer nieuwe konijnen uit de hoge hoed. Dat is ook de reden waarom wij als kabinet voorstander zijn van een modernisering van de artikel 7-procedure van het treffen van maatregelen als partijen zich niet houden aan de afspraken binnen de Europese Raad. We zijn ook voorstander van maximale druk blijven zetten op Hongarije met alle andere regeringsleiders, omdat Hongarije hier het Europese belang aan het schaden is.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Wij zagen ook berichten uit Slowakije over Robert Fico, die zeer, zeer zorgelijk zijn. Hij zegt eigenlijk: als Orbán het niet doet, dan veto ik het. Nou zijn daar helaas geen verkiezingen. Dit is dus iets waar we structureel tegen aanlopen. Als ik me niet vergis, lopen in juni ook een aantal sancties af. Er is weer unanimiteit nodig om die sancties tegen Rusland te verlengen. Ik snap dat er geen makkelijke oplossingen zijn. Volgens mij zei Mark Rutte een keer, ook over Hongaarse veto's: we moeten de EU gewoon een keer opheffen en de volgende dag weer oprichten, en dan zonder Mark … Nee, niet zonder Mark Rutte, maar zonder Viktor Orbán. Mark Rutte zit er ook niet meer bij. Dit is natuurlijk een structureel probleem in de Europese Unie, onze enorme verdeeldheid door dit soort leiders. Is de premier bereid om te kijken hoe we daar nou eens nieuwe stappen in kunnen zetten, zodat we niet elke keer op dit punt belanden?
Minister Jetten:
Ik ben het zeer eens met mevrouw Piri. Dit is ook in lijn met inbrengen van anderen net in de eerste termijn. Europa functioneert gewoon niet goed genoeg in dit geopolitieke wereldspel. Het duurt veel te lang voordat we in actie komen, en als we dan in actie komen, dan zitten we mekaar aan te kijken en kan één land of kunnen enkele landen de situatie verder gijzelen. Wij zetten ons als kabinet samen met een paar gelijkgestemde landen echt in om te komen tot modernisering van hoe we in Europa tot besluitvorming komen als het gaat om dit soort buitenlandthema's. Het is echt in ons aller belang dat we van de huidige spelregels naar moderne spelregels gaan, maar zolang deze spelregels gelden, vind ik het ook wel mijn taak om te kijken hoe je toch elke keer weer zo pragmatisch mogelijk een doorbraak kan forceren. Ik heb dus ook tijdens mijn bezoek aan Oekraïne met de president en premier van Oekraïne gesproken en gezegd: ik snap alle frustraties, maar hoe kunnen we met elkaar toch, bijvoorbeeld rondom die pijpleiding, een oplossing zien te vinden, om ook de argumenten bij Slowakije uit handen te slaan? Daar proefde ik overigens vorige week een wat constructievere houding dan we alleen in de media hebben gelezen.
De heer Dassen (Volt):
Deze discussie hebben we natuurlijk vaker in het parlement. Hoe kunnen we dit verder brengen? Hoe kunnen we de Europese Unie zo hervormen dat we niet elke keer gegijzeld worden door Orbán? Van de artikel 7-procedure en die modernisering ben ik heel benieuwd hoe we die voor elkaar kunnen krijgen. Ik heb tot nu toe elke keer begrepen dat het verder brengen van artikel 7 op dit moment strandt omdat heel veel andere landen van mening zijn dat het niet opportuun is om dat nu te doen. Ik ben dus even benieuwd of de minister-president wat meer duiding kan geven over hoe die discussie nu in Europa ligt.
Minister Jetten:
Dat sluit even aan bij de eerste opmerking van mevrouw Piri dat veel Europese landen nu wegen en afwachten hoe de Hongaarse verkiezingen gaan verlopen en op basis van de uitslag met elkaar willen afstemmen over een nieuwe tactiek, over hoe verder te gaan.
De heer Dassen (Volt):
Dan toch nog even terug naar wat die minister van Buitenlandse Zaken zelf ook heeft aangegeven. Hij heeft zelf aangegeven: ik heb met Lavrov gebeld voor die meetings en na die meetings. Dat roept bij mij natuurlijk meteen de vraag op: wat bespreek je daar dan? Waarom doe je dat? Hij zegt: dat is de essentie van diplomatie. Dat is natuurlijk een mooie manier om het te verpakken. Is het niet logisch om te zeggen: hier maken wij ons zulke grote zorgen over, dat wij dit gesprek in ieder geval ook gaan voeren met de ambassadeur van Hongarije in Nederland, om die zorgen te delen?
Minister Jetten:
Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat die zorgen gewoon direct worden overgebracht in de gesprekken die de minister van BZ met zijn counterpart heeft, zoals ik die ook heb met de premier van Hongarije. Daar hebben we de ambassadeur niet voor nodig. Dat zeggen we gewoon onder vier ogen en direct tegen elkaar.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Dat is goed om te horen, want dit is, denk ik, een van de knelpunten waar we zo ongeveer elk debat in de Tweede Kamer tegenaan blijven lopen. We hopen natuurlijk allemaal vurig dat de verkiezingen in Hongarije verandering gaan brengen. Tegelijkertijd zien we ook in andere landen dat daar mensen aan de macht zijn die van mening zijn dat ze Europa kunnen blokkeren en ons daarmee kunnen blijven gijzelen. Ik ben dus benieuwd welke andere opties de minister-president nog ziet. Zo is er bijvoorbeeld een optie om te zeggen: in het Hof, waar nu alleen landen kunnen procederen, kunnen ook individuen procederen over nationale wetgeving als die in strijd is met Europese verdragen. Dat zijn ook manieren om te kijken hoe je dit kunt doorbreken. Ik ben dus benieuwd of de minister-president ook nog andere mogelijkheden ziet dan de gebaande paden die we nu eigenlijk altijd met elkaar bewandelen.
Minister Jetten:
Ik denk toch dat veel van de gebaande paden ook opnieuw uitgelopen kunnen worden door dat met hernieuwde kracht te doen en door met een aantal Europese partners te kijken hoe we die druk maximaal kunnen opvoeren. Ik denk dat halverwege april een beter moment is om met elkaar te kijken wat het meest effectief gaat zijn. Anders zijn we een beetje roepende in de woestijn. Dat zou zonde zijn. Ik doe dat liever gezamenlijk met een aantal andere partners.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Het ging in de eerste termijn ook al even over het bericht van Euronews dat een wetsvoorstel om Russische olie definitief uit de EU te weren als gevolg van de stijgende prijzen is uitgesteld. Ik las dat artikel net en daar schrok ik toch een beetje van. Gaan we nou daadwerkelijk een andere houding richting Rusland aannemen vanwege de stijgende energieprijzen?
Minister Jetten:
Ik moet eerlijk zeggen dat ik, toen ik de berichtgeving vanmiddag zag, ook dacht: dit is hopelijk niet waar. Wij willen als Nederland namelijk gewoon maximale druk op Rusland. Ik wil zelf ook even begrijpen of de enige weging van de Commissie nu is dat ze het pauzeren vanwege stijgende prijzen, of dat ze bang zijn dat ze hier onvoldoende steun voor gaan krijgen bij andere EU-lidstaten. Zelf ben ik in ieder geval de komende dagen in Finland voor de JEF-meeting met een aantal van de Scandinavische EU-landen om door te praten over hoe we gezamenlijk druk kunnen blijven zetten op aanvullende sancties om de Russische oorlogskas te raken.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Jetten:
Voorzitter. De collega's zullen zo meteen nog het een en ander zeggen over alles wat raakt aan Defensie, de schaduwvloot en de verdere diplomatieke verhoudingen met Oekraïne, ook in het licht van de EU-uitbreiding. Ik focus me nu dus tot slot op de financiële vragen die nog zijn gesteld.
Ik begin bij de kleinste, maar niet minder belangrijke, vraag van de heer Stoffer over studiefinanciering voor Oekraïense studenten. Laat ik vooropstellen dat goed onderwijs natuurlijk voor iedereen belangrijk is, maar zeker ook voor Oekraïense kinderen en jongeren die zich in Nederland bevinden omdat ze met familieleden of anderen hebben moeten vluchten toen de oorlog uitbrak of de druk in hun regio de afgelopen tijd enorm toenam. Oekraïense studenten vallen momenteel onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor ontheemden uit Oekraïne. Op basis van die richtlijn hebben Oekraïense ontheemden, net als alle andere EU-studenten, recht op toegang tot het hbo- en wo-onderwijs, maar hebben ze inderdaad geen recht op het wettelijke collegegeld. Het amendement is vandaag door de Kamer verworpen. Omdat wij wel de intentie van het amendement onderschrijven, zullen wij als kabinet in ieder geval afwegen hoe we de komende jaren omgaan met het beleid ten aanzien van Oekraïense ontheemden. Ook zullen we kijken hoe we in het langetermijnbeleid rekening kunnen houden met de belangen van Oekraïense studenten. Dat betekent dat wij als kabinet daarop zullen terugkomen bij de Miljoenennota.
De heer Stoffer (SGP):
Eén: dank voor het antwoord Maar twee: vanochtend stonden hier 80 jonge mensen. Mevrouw Abdi — ze zit daar — heeft ervoor gezorgd dat zij naar dit huis kwamen. Voor deze mensen is de deadline 1 mei, want dan moet je je inschrijven. Mijn vraag is dus heel specifiek, mede namens mevrouw Abdi: kunnen we alstublieft voor deze groep dit jaar iets doen? Dan maar een keer maatwerk, maar we kunnen hen niet laten zakken. De opbouw van Oekraïne gaat niet alleen over de dingen straks, maar gaat over de mensen nú. Ze zijn strak en stevig gemotiveerd om die opleiding te doen en te helpen in Oekraïne om daar dadelijk de boel op te bouwen. Dan proberen ze ook nog eens ervoor te zorgen dat de Nederlandse economie daar een voordeel van kan hebben. Kom zulke jongelui van 15 tot 20 jaar maar eens tegen. Mijn dringende oproep, mede namens mevrouw Abdi en uiteraard mevrouw Piri, is dus: alstublieft, laten we hier iets van een coulanceregeling neerzetten.
Minister Jetten:
Ik zou allereerst het woord willen herhalen dat de heer Stoffer in zijn inbreng gebruikte, namelijk veerkracht. Ik ben nu in een jaar tijd twee keer in Oekraïne geweest. Ik ben elke keer weer onder de indruk van de veerkracht van het Oekraïense volk. Ondanks vier jaar oorlog — eigenlijk veel langer, maar het is nu vier jaar sinds de grootschalige invasie — vinden zij elke keer weer wegen om de samenleving draaiende te houden. Voor al die jonge mensen die zich nu in Nederland bevinden, geldt inderdaad dat heel veel van hen heel graag terug willen naar Oekraïne om, zodra dat weer veilig kan, een bijdrage te leveren aan de wederopbouw van hun land. Een opleiding in Nederland kan ook een manier zijn om straks nog meer terug te kunnen doen voor je moederland. Daarom heb ik ook waardering voor de poging om met dat amendement voor een deel van die studenten al een oplossing te vinden. Als kabinet hebben wij ons ook te verhouden tot het feit dat de Kamer dat amendement vandaag heeft weggestemd, maar, zoals ik net al aangaf, onderschrijven we wel de intentie. We gaan als kabinet dus ook gewoon verder zoeken. Of dat voor 1 mei lukt, durf ik eerlijk gezegd niet te zeggen. Wij moeten namelijk ook in een breder perspectief kijken hoe we de komende jaren omgaan met Oekraïense ontheemden in Nederland, want de kans dat deze oorlog binnen een paar maanden is afgerond en mensen massaal terug kunnen, schatten we, denk ik, allemaal heel laag in. Hoe gaan we dus om met de opvang van Oekraïners? Hoe gaan we om met onderwijs voor Oekraïners? Hoe gaan we om met werk voor Oekraïners? Al die zaken willen we als kabinet in één keer heel goed wegen, maar ik hoor wat de heer Stoffer zegt. Ook zie ik de strenge blik van mevrouw Piri, voorzitter.
De heer Stoffer (SGP):
Eén: dank dat er gekeken wordt naar die wat langere termijn. Ik zou toch graag willen dat de minister-president zegt dat hij samen met de minister van Onderwijs, die volgens mij een warm hart heeft voor jonge mensen, wil toezeggen dat hij zich inspant om te voorkomen dat zij de inschrijving per 1 mei mislopen. Het gaat over een paar miljoen. Laten we kijken of we dat op de een of andere manier met elkaar kunnen fiksen.
Minister Jetten:
We gaan ernaar kijken, maar ik ga hier niks beloven waarvan ik niet zeker weet dat ik het kan waarmaken. Het amendement ziet op 1.000 studenten als ik het goed heb, maar er zijn er waarschijnlijk ook meer. Dus laten we dit ook even in de volle breedte wegen. Dat ga ik met de minister van Onderwijs oppakken. Ik kan me voorstellen dat het nuttig is dat zij daar nog met een aparte brief bij uw Kamer op terugkomt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Heel helder. Ik snap natuurlijk dat de minister-president hier niet zomaar carte blanche kan geven, maar dit doet goed. Als de minister-president zich daar samen met de minister van Onderwijs achter zet, dan kan het haast niet anders dan dat we met elkaar iets goeds gaan zoeken. Als GroenLinks-PvdA en de SGP elkaar hierop vinden, dan kan het toch niet anders dan een heel goed idee zijn.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zo is het. Ik zie dat de premier daar niet op reageert. Even heel concreet waar we het over hebben. We hebben het over jongeren die hier vaak al vier jaar zijn en die gewoon naar de middelbare school gingen met hun Nederlandse klasgenoten, en daarna verder zouden kunnen studeren. Zij zijn in Nederland en kunnen niet terug. Die Nederlandse klasgenoten kunnen dat doen tegen betaling van het Nederlandse collegegeld, maar die Oekraïners moeten €8.000 tot €16.000 per jaar gaan betalen. Dat is het collegegeld voor mensen van buiten de EU. Dat is toch oneerlijk? Die mensen kunnen nu niet studeren. Ik heb de afgelopen maanden zelf ook met die studenten gesproken. Overigens hebben we ons altijd hand in hand met D66 hard gemaakt voor deze groep. Als we het nu niet regelen, moeten deze Oekraïense jongeren weer een heel studiejaar werken of thuiszitten en kunnen ze niet aan hun toekomst werken.
Minister Jetten:
En tegelijkertijd is ook waar dat we in Europa afspraken hebben gemaakt over hoe we omgaan met Oekraïense ontheemden in Europa. Nederland houdt zich nu netjes aan de afspraken. Hoe erg ik ook meeleef met de intenties achter het amendement: we zijn in de volle breedte aan het kijken hoe we de komende jaren op een zorgvuldige manier verdergaan als dit beleid voor de opvang van Oekraïense ontheemden afloopt.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, maar daar laat ik de premier niet mee wegkomen. Onder die Europese richtlijn hebben landen als Polen, Frankrijk en Spanje namelijk gezegd: wij laten nationaal gelden — dat kan gewoon onder die richtlijn — dat we hetzelfde collegegeld dat we van een Poolse of Nederlandse student vragen, gaan regelen voor de Oekraïners. Dit ligt dus niet aan Brussel. Dit is een nationale keuze. Nederland kan ervoor kiezen, vooral voor studenten die nu al drie jaar niet verder kunnen. Dit is de investering die wij moeten doen en die wij kunnen doen, die ons, maar ook de mensen die straks hard bezig moeten met de wederopbouw van Oekraïne, iets oplevert. Ik hou dus toch nog een pleidooi bij de premier: kijkt u hiernaar; regel dit alsjeblieft voor mei. Het is jammer dat het niet gewoon gelukt is op de manier waarop het hoort, tijdens een begroting, doordat de coalitiepartijen tegenstemden. Kom snel alsnog met de oplossing.
Minister Jetten:
Ik ga niet zelf in herhaling vallen, maar ik zie het pleidooi van mevrouw Piri als een stevige onderstreping van wat de heer Stoffer mij net al meegaf.
Mevrouw Dobbe (SP):
We zijn nu naar het blokje Nederland gegaan. Ik wacht eigenlijk nog op de antwoorden van de premier over de Verenigde Staten en de rol van de Verenigde Staten. Ik heb de premier namelijk een aantal dingen horen zeggen over hoe belangrijk de Verenigde Staten zijn voor vredesonderhandelingen en over de rol die de Verenigde Staten kunnen spelen. Ik heb hem echter nog niks horen zeggen over het feit dat de Verenigde Staten nu gewoon een hele foute rol spelen door een illegale aanval in Iran te starten, waardoor de olieprijzen stijgen en waardoor Poetin extra inkomsten heeft om een oorlog te voeren, en door vervolgens de sancties op Poetin te verlichten; dat doet Trump nu allemaal. Dat is ook een rol die de Verenigde Staten spelen. Het gevolg is dat Poetin meer geld heeft voor wapentuig, dat er meer doden zullen vallen in deze oorlog en dat wij meer steun moeten geven aan Oekraïne om zich weer tegen die extra wapens, die ze van dat oliegeld kunnen kopen, te bewapenen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat gaat de heer Jetten, de premier, hieraan doen?
Minister Jetten:
Voor Nederland, maar voor bijna alle Europese partners, geldt dat we continu in onze contacten met Amerika wijzen op het belang van voortdurende steun voor Oekraïne, dus ook van Amerikaanse financiële steun en van wapenleveranties vanuit de Verenigde Staten aan Oekraïne om op het slagveld de strijd tegen Rusland te kunnen voortzetten, en ook op het belang van voortdurende sancties op de Russische Federatie om Poetins oorlogskas te raken. Daarbij proberen we ook aan de Amerikanen over te brengen dat elke verlichting van sancties inderdaad leidt tot een versterking van de Russische positie, niet alleen op het slagveld, maar ook aan de onderhandelingstafel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik moet even goed luisteren naar de woorden die de premier hier gebruikt. De premier probeert het "over te brengen", maar ik denk dat er toch wel een beetje krachtiger houding van ons kabinet hierin verwacht kan worden. Waar is de veroordeling dan door dit kabinet van al de zaken die Trump nu doet? Die helpen Oekraïne in de problemen. Ze helpen Poetin ook. Vervolgens helpen ze allerlei landen in de problemen, zoals in Iran met de illegale oorlogen die daar gevoerd worden, en in het hele Midden-Oosten, dat in ongeluk wordt gestort. Waar is dan de concrete actie en waar zijn de maatregelen die deze premier treft, behalve aandringen en een gesprek voeren, wat vooralsnog geen effect lijkt te hebben?
Minister Jetten:
Dit is ook wat we met onze Europese partners en met Oekraïne afstemmen: hoe zorgen we ervoor dat de Amerikaanse betrokkenheid bij Oekraïne maximaal blijft, ondanks dat er nu ook elders in de wereld een nieuwe oorlog snel is geëscaleerd? Het is echt in het Oekraïense en in het Europese belang dat we de VS aangehaakt houden bij alle inspanningen die Oekraïne pleegt op het slagveld en bij de vredesonderhandelingen. Daarom ben ik ook blij om van president Zelensky te horen dat hoe moeilijk het ook is, hij toch ook weer iets positiever gestemd is nu, na de gesprekken die volgens mij in Florida hebben plaatsgevonden. Continu dat belang onderstrepen is, denk ik, het allerbelangrijkste wat wij als Europese regeringsleiders en als Europese Commissie nu kunnen doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het lijkt mij ook dat als er kritiek te formuleren is op een regime zoals dat van Trump op dit moment, het belangrijk is dat onze premier dat ook doet. Dus heeft deze premier ook maar een woord van kritiek geuit tegenover de Amerikaanse president vanwege al deze acties die zijn vernomen? Of heeft hij alleen maar aangedrongen op "doe dit niet" of "het is beter om Oekraïne te blijven steunen"? Is er überhaupt een woord van kritiek geweest op die aanval op Iran, op het verlichten van de sancties of op het feit dat Poetin nu wegloopt met meer geld dan hij had door het handelen van Trump? Welke kritiek is er dan geweest vanuit het kabinet? Of lopen we hier met allerlei begrip nog steeds achter de VS aan?
Minister Jetten:
We hebben volgens mij vorige week een uitvoerig debat over de oorlog in Iran gevoerd, waarin wij drieën ook uitgebreid zijn ingegaan op de Nederlandse en Europese positie in die oorlog. Het verlichten van sancties — daar ben ik heel helder over — is echt zéér onverstandig en helpt uiteindelijk de Russische oorlogskas. Dat moeten we niet doen; punt. Daar hoef je niet heel veel meer woorden aan vuil te maken.
De voorzitter:
U rondt uw beantwoording af.
Minister Jetten:
Voorzitter. Het kabinet heeft ervoor gekozen om de financiële steun aan Oekraïne nu meerjarig in te plannen. Dat is ook naar aanleiding van verschillende Kamerdebatten die eind vorig jaar hebben plaatsgevonden, waarbij er terechte zorgen over waren of de militaire en non-militaire steun die Oekraïne vanuit Nederland kan ontvangen voldoende voorspelbaar is. We gaan de komende jaren, van 2027 tot en met 2029, 3,4 miljard per jaar aan Oekraïne uitgeven. Dat is in deze kabinetsperiode ongeveer 9 miljard voor militaire steun en 1,2 miljard voor non-militaire steun.
Daarnaast spannen we er ons richting andere partners binnen en buiten Europa voor in dat zij een been bijtrekken in hun financiële bijdrage, want de lasten van die financiële steun voor Oekraïne komen nu vooral bij een aantal landen terecht. Nederland zit in de top van financiële donoren. Er zijn zeker ook een aantal EU-lidstaten die veel meer zouden kunnen en moeten doen om Oekraïne financieel bij te staan. De 90 miljard waar ik net ook al het een en ander over heb gezegd, komt daarbij; die kan een grote verlichting van de Oekraïense druk opleveren zodra die wordt vrijgegeven.
Ook werkt het kabinet momenteel aan de Startnota, zeg maar de eerste Voorjaarsnota van dit kabinet. In die Startnota wordt het coalitieakkoord budgettair verwerkt op de rijksbegroting; u wordt daar op een hele korte termijn over geïnformeerd. Vandaag heeft uw Kamer ook bij de regeling van werkzaamheden nog om aanvullende informatie gevraagd. Die zal zo snel mogelijk met uw Kamer worden gedeeld, zodat u dat totaaloverzicht hebt. Het belang voor ons hierbij is dat we Oekraïne onverminderd blijven steunen en dat we altijd kijken naar de noden die er aan Oekraïense zijde voor het grootste deel zijn. Dat heb ik ook tijdens mijn bezoek aan Kyiv overgebracht aan de president en de premier en die hebben ons ook bedankt voor het feit dat we die financiële steun nu meerjarig hebben ingeboekt.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het is goed dat het kabinet bezig is om de druk op andere landen in Europa om hun financiële steun te vergroten, op te voeren. Ik vraag dit ook aan de premier omdat hij twee weken geleden nog in Frankrijk was, op bezoek bij president Macron. Heeft de premier toen ook aangekaart dat Frankrijk toch echt achterloopt in de bilaterale steun aan Oekraïne?
Minister Jetten:
Ja, ik heb in alle bilaterale contacten die ik tot nu toe met EU-partners heb gehad, gewezen op het belang van meer financiële steun aan Oekraïne. Daarbij geef ik dan ook aan wat dit kabinet doet, met brede steun in de Tweede Kamer, en dat we dus ook van onze EU-bondgenoten verwachten dat zij een been bijtrekken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Helder, dank, maar dan is het ook van belang om dat specifiek ook bij Frankrijk te benadrukken. Frankijk is toch een land dat graag aangeeft dat de oorlog in Oekraïne ook "onze oorlog" is. "L'Ukraine, c'est aussi notre sécurité!" hoor ik Macron nog zeggen. Kijkend per persoon geeft Nederland €600 aan steun. Voor Frankrijk is dat ongeveer €115 per persoon. Ik vind dat toch echt moeilijk te verkopen. Ik hoop echt dat de premier hier iets meer over kan loslaten dan president Macron in zijn reactie op het feit dat Nederland zoveel bijdraagt, maar dat een land als Frankrijk met 50 miljoen meer inwoners in absolute termen minder bijdraagt dan Nederland.
Minister Jetten:
Het Frans van de heer Hoogeveen is beter dan dat van mij, zoals hij misschien heeft gezien bij de persconferentie daar, maar u mag er echt op rekenen dat ik dat niet alleen bij Frankrijk doe, maar ook bij Italië, Spanje en al die andere landen die verhoudingsgewijs minder hebben gedaan. U zult begrijpen dat ik hier voor mij hou wat de reactie van die regeringsleiders is in onze een-op-eengesprekken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan een laatste vraag daarover. We zien dus dat de landen die bilateraal uiteindelijk niet leveren, een grote mond hebben over het feit dat er een Europese solidariteit moet zijn. Nu zijn we bezig met het erdoorheen loodsen van die 90 miljard, waarbij je ook weer bezig bent in al die Europese machinaties; we zien hoe stroperig dat verloopt. Het is uiteindelijk veel beter om tegen Europese partners te zeggen dat als iedereen zou leveren zoals Nederland, die Europese gemeenschappelijke constructies, of je die nou "eurobonds" noemt of niet, helemaal niet nodig zouden zijn. Ik zou het kabinet dus toch willen meegeven om dit echt te blijven benadrukken in Europees verband.
Minister Jetten:
Zeker, dat zal ik blijven doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Kan de minister-president bevestigen dat er ten opzichte van vorig jaar, het laatste jaar van het kabinet-Schoof, in het eerste budgettaire jaar van het kabinet-Jetten voor wordt gekozen om de hulp voor Oekraïne bijna te halveren?
Minister Jetten:
Ik vind dat een valse tegenstelling. Vanaf de start van de oorlog en de grootschalige invasie in 2022 zit datgene wat Nederland de afgelopen jaren financieel heeft bijgedragen, gemiddeld ongeveer op het bedrag dat dit kabinet nu meerjarig in de boeken heeft staan. Daarmee is Nederland een voorspelbare partner, die ook goed kan antwoorden op hulpverzoeken die vanuit Oekraïne komen op militair vlak, maar zeker ook op non-militair vlak. Die laatste poot wordt steeds belangrijker, ook gezien de enorme Russische aanvallen die deze winter op de energie-infrastructuur hebben plaatsgevonden.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit is volgens mij gewoon een feitelijke constatering, maar laat de premier dan vooral zeggen wat er niet klopt aan wat ik zeg. Vorig jaar heeft kabinet-Schoof in totaal, met €700.000 erbij van de motie-Klaver, 6,3 miljard aan militaire en financiële steun gegeven aan Oekraïne. Dit kabinet — de minister zei het zelf — kiest voor 3,4 miljard. Dat is toch niet "onverminderd"? Dat is toch "veel minder"?
Minister Jetten:
Vorig jaar — toen stond ik aan de andere kant — heeft de Kamer, heel begrijpelijk, aan het toenmalige kabinet gevraagd om op dat moment acuut meer te doen, omdat er op dat moment ook acuut meer nodig was, onder andere door het wegvallen van de enorme Amerikaanse steun aan Oekraïne. Om dat mogelijk te maken is daar ook deels geld voor de komende jaren voor naar voren gehaald. Wij hebben er in de kabinetsformatie heel bewust voor gekozen om nu ook meerjarige zekerheid te bieden, zodat je daarmee ook makkelijker kan plannen op de militaire of non-militaire steun die daar moet worden gegeven. Daarmee lopen we nu in Nederland vanaf de start van de oorlog in 2022 eigenlijk heel erg geleidelijk in de pas en zijn we een van de topdonoren. Sinds het debat waar de genoemde motie is ingediend, is erbij gekomen dat in Europa overeenstemming is bereikt over die 90 miljard steun. Ja, die moet nog worden geëffectueerd, maar dat is echt wel een ander speelveld dan ten tijde van het debat eind vorig jaar. Daarmee is onze inschatting dat we nu als Nederland echt heel veel doen. Maar we kijken onder andere ook naar de suggestie om nog wat geld voor dit jaar naar voren te halen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat het goed continu doorloopt. Daar heeft de minister van Defensie tijdens haar begrotingsbehandeling uitgebreid bij stilgestaan. Zoals u net ook in de brief heeft gelezen, zullen we daar ook bij de Startnota op terugkomen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Is dit mijn derde interruptie? Ja? Ik heb vandaag iets met tellen, maar niet als het gaat om die miljarden, want die kloppen.
De voorzitter:
Dat geeft niets.
Minister Jetten:
Ja, daar telt u goed.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit was volgens mij een bevestiging. Het was een heel lang antwoord van de minister-president, maar hij ontkent niet wat ik zeg. Vorig jaar was het 6,3 miljard en dit jaar 3,4 miljard. Dat is gewoon bijna een halvering van de Oekraïnesteun. De premier zegt: vorig jaar kwam de Kamer met de vraag door het wegvallen van Amerikaanse steun. Met alle respect: de Amerikaanse steun is niet hersteld, die is nog steeds weg. De afgelopen maanden is de Kamer ook daarom in actie gekomen, met steun van alle drie de coalitiepartijen. In het eerste kwartaal, uiterlijk bij de Voorjaarsnota, moet er 2 miljard bij. Tot slot is mijn vraag aan de premier: kunnen wij in die fabuleuze Startnota uiteindelijk het geld waar de Kamer om heeft gevraagd, en waar al deze drie partijen voor hebben gestemd — ik zie vertegenwoordigers van alle drie partijen in vak K zitten — terugzien in de Voorjaarsnota?
Minister Jetten:
We kijken ook bij de Startnota weer wat mogelijk is. Maar nogmaals: we kiezen voor meerjarige financiering van 3,4 miljard per jaar, ook in het licht van de 90 miljard aan Europese steun die erbij is gekomen.
De heer Dassen (Volt):
Als reactie op dat laatste: die is er natuurlijk nog niet, maar daar wacht Oekraïne nog steeds op. Overigens complimenten voor het gegeven dat het kabinet ervoor kiest om langjarig te financieren. Ik denk dat dat heel goed en verstandig is. Ik hoop ook dat meer landen dat voorbeeld zullen volgen, zodat Oekraïne zelf ook weet dat ze voor de komende jaren gesteund zijn door de Europese bondgenoten. Tegelijkertijd is het wel wrang dat het kabinet van een motie uit de Kamer die vraagt om extra middelen zegt: omdat wij hier langjarige steun geven, zijn wij niet meer bereid om die motie uit te voeren.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Dassen (Volt):
Daarin wringt het wel een beetje, omdat Oekraïne nu op korte termijn die financiering juist heel hard nodig heeft.
Minister Jetten:
Ik zeg dit ook even als een van de onderhandelaars tijdens de kabinetsformatie. We hebben daar heel serieus gekeken naar deze Kameruitspraak. Deze ligt er. Wat betekent dat voor de opdracht die er voor zo'n regeerakkoord ligt? Dat hebben we doorvertaald naar een meerjarige financiering. Daarmee willen we ook afkomen van de continue ad-hocdiscussies dat er extra geld bij moet komen. Nu organiseren we dat in één keer goed meerjarig, zodat er ook veel meer voorspelbaarheid zit in de financiering van de militaire en non-militaire steun.
De heer Dassen (Volt):
Maar het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten. We hebben te maken met een oorlog en we hebben te maken met wegvallende steun, van de Verenigde Staten bijvoorbeeld. We zien nu dat die 90 miljard geblokkeerd wordt, dus we zullen elke keer de afweging moeten maken of er meer geld bij moet of niet. De Kamer heeft afgelopen jaar een afweging gemaakt en gezegd: "Er moet meer geld bij op korte termijn. Waarom? Omdat Oekraïne het op dít moment nodig heeft." Dan kun je dat niet wegstrepen en zeggen dat de Kameruitspraak is dat we dat langjarig moesten gaan financieren. Dat houdt in mijn ogen geen stand. De minister-president kan dan dus zeggen: "We voeren deze motie niet uit. We hebben de Kamer wel gehoord, maar we hebben een andere keuze gemaakt." Dat zou ik een slechte zaak vinden, want dan leg je de motie van de Kamer naast je neer. En anders moet hij zeggen: we zijn toch bereid om dat geld alsnog beschikbaar te stellen.
Minister Jetten:
Ik denk dat we, in de geest van al die Kamerdebatten van het afgelopen jaar, een hele serieuze stap hebben gezet met het coalitieakkoord. Wij blijven ook als kabinet steeds nauwlettend in de gaten houden wat de behoefte in Oekraïne is waar het gaat om materiële steun of om non-militaire steun. Daarom zetten we nu juist volle druk op die 90 miljard, omdat dat ook in het kader van de burden sharing de snelste manier is om eerlijke financiële steun aan Oekraïne te kunnen geven. Maar mocht er in dit jaar of volgend jaar of het jaar erna — hopelijk duurt die oorlog niet zo lang — meer nodig zijn, dan gaan we dat elke keer serieus wegen.
De voorzitter:
Kort en bondig.
De heer Dassen (Volt):
Maar de signalen uit Oekraïne zijn dat ze op korte termijn dat geld nodig hebben, omdat ze anders niet in staat zijn om bepaalde betalingen te doen of om de defensie-industrie verder uit te breiden of om drones te kunnen ontwikkelen. Dat geld is dus nu nodig. Zegt de minister-president dan nu naar die 90 miljard te gaan kijken en dat hij, als dat niet lukt, pas het komende jaar verder gaat kijken? Dan is dat toch te laat?
Minister Jetten:
Je kunt Nederland, denk ik, veel verwijten — dat doet de heer Dassen niet, hoor — maar wij zijn in Europa toch een van de landen die de meeste steun verlenen. Ook in dat licht is het gesprek met de Europese partners hier dus continu van belang, zodat iedereen voldoende doet. Het is soms niet alleen maar met geld dat die extra Oekraïnesteun kan worden vormgegeven. Volgens mij hebben de beide collega's bij hun bezoek aan Oekraïne namelijk ook uitgebreid stilgestaan bij een verdere intensivering van de samenwerking op industrieel gebied. Er zijn hele goede kansen om Oekraïense bedrijven en Nederlandse bedrijven veel nauwer te laten samenwerken in de opschaling van een hele hoop productie van materieel en middelen die dan op hele korte termijn op het slagveld door Oekraïense militairen kunnen worden ingezet. Naast de financiële steun die in de begroting staat kijken we dus ook continu hoe we daar op andere manieren de capaciteiten verder kunnen uitbouwen.
De heer Struijs (50PLUS):
Momenteel zijn er nog steeds veel vrijwilligers die transporten naar Oekraïne doen om humanitaire hulp te bieden. Daar ga ik toch even wat extra aandacht voor vragen. Ik verzoek deze minister-president via de voorzitter namelijk om bij die 1,2 miljard non-militaire hulp steeds extra aandacht te geven aan de noden die hoog zijn in Oekraïne, zeker bij de mensen die in het gebied van de frontlinie wonen en die daar bewust of onbewust moeten blijven. Mijn vraag is of de minister-president bereid is om daar namens de regering samen met zijn partners elke keer extra aandacht voor te vragen. Er is behoefte aan medicijnen, water: noem het allemaal maar op. We hebben het hier veel over oorlogsmateriaal, dus raketten en noem het allemaal maar op, en dat is meer dan terecht, maar we verliezen dit weleens uit het oog. Mensen hebben het daar moeilijk, dus wil de minister zich inspannen om dat op de agenda te blijven zetten en daar ook bij de verdeling van gelden naar te kijken?
Minister Jetten:
Ik ben zelf vorig jaar met een van die Nederlandse ngo's naar Oekraïne toe gereisd om ambulances, medicijnen et cetera te brengen. Het is geweldig dat vrijwilligers vanuit Nederland en allerlei andere landen daar veel tijd en energie in steken. Ik zal de minister van Buitenlandse Handel en OS vragen om nog eens goed te kijken of al die Nederlandse ngo's daar voldoende ondersteuning krijgen.
Misschien mag ik nog even van dit moment gebruikmaken. Het was de heer Struijs die aandacht vroeg voor de vele gemiddeld oudere Oekraïners die achterblijven in frontdorpen en -steden. Dat is een zeer terecht punt. Mevrouw Dobbe en mevrouw Van der Werf hebben eerder hard gewerkt voor meer ondersteuning voor het terughalen van ontvoerde kinderen. En het was volgens mij mevrouw Yeşilgöz die zich als Kamerlid nog hard maakte voor feitenonderzoek op de grond om mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden goed in kaart te brengen, zodat uiteindelijk kan worden overgegaan tot het vervolgen van oorlogsmisdadigers. In die volle breedte blijven we ons ook inzetten. Als de heer Struijs hele specifieke signalen heeft van zaken die niet goed gaan, vraag ik hem om dat te laten weten aan mij of aan de minister van BHOS. Dan gaan wij daar gericht op af.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank. Daar ga ik zeker gebruik van maken, want het gaat soms juist om de kleine noden. Er zijn door de Oekraïense regering en de Oekraïense burgers hele lijsten opgemaakt van zaken die ze nu nodig hebben. Daar zouden we meer oog voor kunnen hebben. Het is vergeleken met de grote bedragen echt klein bier. Het gaat niet om geld, maar om het op het juiste moment aandacht geven aan de mensen die heel veel last hebben van de oorlog. Ik beschouw dit dus als een mooi gebaar naar aanleiding van mijn interruptie. Dank u wel.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik maak mij grote zorgen over de diplomatieke stilstand. Men heeft daar nu net een hele zware winter achter de rug. Dit voorjaar zou het moment moeten zijn om iets van momentum te creëren om aan de ene kant Rusland aan de onderhandelingstafel te dwingen en er ook voor te zorgen dat Oekraïne sterk aan die onderhandelingstafel zit, met de juiste troeven op tafel. Ik zie vanuit de coalition of the willing, waarbinnen eerst is gewerkt aan veiligheidsgaranties, eigenlijk nauwelijks vooruitgang. Het werk is niet volledig klaar en we moeten er ook voor zorgen dat er weer momentum gaat ontstaan. Mijn vraag is dus hoe de premier zich hiervoor persoonlijk wil inzetten.
Minister Jetten:
Dat is een goede vraag. Eerst één opmerking over de diplomatieke stilstand. De afgelopen maanden hebben we gezien dat de Amerikaanse onderhandelaars die met Oekraïne bezig zouden moeten zijn, ook heel veel tijd kwijt waren aan andere conflicten in de wereld. Het is namelijk een heel klein team, dat meerdere conflicten moet bedienen. Het is, denk ik, voorzichtig positief nieuws dat er de afgelopen dagen in ieder geval weer gesprekken met de Oekraïners hebben plaatsgevonden. Ik ben het ook zeer eens met de heer Brekelmans dat de coalition of the willing wel door moet gaan met al het huiswerk dat nodig is voor het moment dat er eventueel een vredesdeal komt. De komende anderhalve dag ben ik bij de JEF, niet per se in dezelfde samenstelling als die van de coalition of the willing, maar daar staat wel heel nadrukkelijk op de agenda om met elkaar ook bij te praten en te kijken hoe die voorbereidingen verlopen, wat we doen aan de planning en of daar voldoende gebeurt. Mijn inzet is dat er eigenlijk meer moet gebeuren. Nederland wil daar ook weer een actievere betrokkenheid bij, omdat we de afgelopen tijd ook zagen dat er tussen een aantal grote landen wel heel veel overleg was, maar niet in die volle breedte van de coalition of the willing.
De heer Brekelmans (VVD):
Dat lijkt me inderdaad heel belangrijk. We zien heel duidelijk de aandacht voor het Midden-Oosten. We zien ook dat de Verenigde Staten daar hun aandacht op richten, ook met het onderhandelingsteam. Maar je wil volgens mij niet dat daar, wanneer ze de blik weer richten op Oekraïne, de perceptie is dat we maandenlang een stilstand hebben gehad en Europa zijn huiswerk nog niet heeft gedaan. Volgens mij is het goed dat de premier hier ook toezegt dat hij zich hier ook persoonlijk voor inzet, want alleen op leiderschapsniveau, leaders' level, kun je dit volgens mij lostrekken. Ik hoop dus dat de premier zich daar ook echt persoonlijk voor wil inspannen.
Minister Jetten:
Ja, dat zal ik doen. Daar speelt één ander ding mee naast de coalition of the willing en dat is: wat is de toekomst van Oekraïne in de Europese familie? Er zijn verwachtingen gewekt in het verleden die niet realistisch zijn waar te maken. Ook daar zal dus moeten worden gezocht naar een alternatief, waardoor er ook voor de Oekraïense president voldoende perspectief is om aan zijn bevolking terug te geven, zodat hij kan zeggen: ik sluit een vredesdeal en dit is wat we daarvoor terugkrijgen. Ook voor dat punt geldt dus dat Europa niet moet gaan zitten wachten totdat de onderhandelingen een keer klaar zijn. We zullen ook met een kopgroep van Europese landen moeten nadenken over wat we Oekraïne dan te bieden hebben en hoe dat onderdeel kan worden van die vredesonderhandelingen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Brekelmans (VVD):
Mijn laatste vraag. We weten dat de Amerikaanse president nogal gevoelig is voor het tonen van loyaliteit en dat hij nogal heftig kan reageren als hij daar een gebrek aan ervaart. Nou zei de Finse president Stubb laatst: als wij bereidwilligheid tonen om ook in het Midden-Oosten bij te dragen aan veiligheid en stabiliteit, mogen we daar ook iets van de Amerikanen voor terugvragen als het gaat om Oekraïne. Hij vond die gedachte helemaal niet gek.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Brekelmans (VVD):
Mijn vraag is eigenlijk of de minister-president op zo'n zelfde manier denkt.
Minister Jetten:
Nederland zit als het gaat om de Straat van Hormuz in weer een andere coalitie van gelijkgestemde landen om te kijken hoe we kunnen helpen om die straat weer vrij te krijgen voor de scheepvaart zodra de vijandigheden daar in de regio afnemen of stoppen. Dat is van belang voor de hele wereldeconomie. Het is denk ik een heel belangrijk signaal dat wij als Nederland met een aantal andere landen bereid zijn om onze verantwoordelijkheid ook in het Midden-Oosten te nemen als dat op een gegeven moment kan. Dan mag je daar ook weer wat tegenoverstellen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Op dat punt acht ik het niet heel waarschijnlijk dat mijn fractie dit soort toeren gaat steunen, maar dat zien we tegen die tijd. Ik heb toch nog even een punt ter afronding. We hadden het nog over het financiële deel. Het is mij nog niet helemaal duidelijk. Het is me wel duidelijk dat er een voorjaarsnota aan komt. Het is ook duidelijk dat er een Kamermotie is geweest. Zegt de premier nou dat die niet wordt uitgevoerd, zegt hij dat hij ons gaat verrassen en dat we zullen zien of zij wordt uitgevoerd, of zegt hij dat er gekeken gaat worden hoe dat in de Voorjaarsnota komt te staan?
Minister Jetten:
In de Startnota zult u zien hoe wij als kabinet invulling geven aan de financiële steun op korte termijn.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dus dat is de middenvariant? We worden verrast en zullen zien of de motie wel of niet wordt uitgevoerd. Is dat de conclusie?
Minister Jetten:
Aan dat woordenspel ga ik niet deelnemen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat is geen woordenspel. De heer Jetten, de premier, heeft veel meer ervaring hier in de Kamer dan ikzelf. Hij weet dat het helemaal niet zo raar is om op aangenomen moties gewoon te vragen aan het kabinet: bent u van plan dit uit te voeren? Dus ik stel nog één keer duidelijk de vraag: bent u van plan als kabinet de motie-Klaver over 2 miljard extra steun in het eerste kwartaal, waar twee mensen in vak K als Kamerlid nog voor hebben gestemd, uit te voeren?
Minister Jetten:
Dan ga ik toch herhalen wat ik net al heb gezegd. Met de aangenomen motie in het achterhoofd is tijdens de kabinetsformatie bekeken hoe we in de komende jaren tot stabiele financiering voor Oekraïne kunnen komen. We zijn uitgekomen op die 3,4 miljard militaire en non-militaire steun voor 2027, 2028 en 2029. Zoals de minister bij de begrotingsbehandeling van Defensie al heeft toegezegd, bezien we hoe we op korte termijn extra kunnen leveren.
De voorzitter:
Ik dank de minister-president voor de beantwoording. Dan geef ik het woord aan … Nee, mevrouw Dobbe nog. Tot slot, als laatste interrumpant in de eerste termijn van de minister-president.
Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, ik zag even niet aankomen dat dit al het einde was. Ik had in mijn inbreng volgens mij vrij uitgebreide vragen gesteld aan de minister-president. Wij en mensen in het land zien nu dat er wél geld is voor Oekraïne. We hebben net een briefje gehad waarin staat dat dit kabinet gaat kijken of er nog 400 miljoen extra te vinden is. Dat moet nog extra gevonden worden. Mensen zien dat. Maar mensen zien ook dat de zorg wordt afgebroken, dat er geen geld is voor sociale zekerheid en dat die wordt afgebroken en dat er geen geld is voor de energierekening. De vraag die ik meermaals heb gesteld in mijn inbreng is of de minister-president erkent dat hij nu bezig is met het creëren van een tweedeling in de samenleving.
Minister Jetten:
Heel eerlijk: ik vind dat deze teksten die tweedeling creëren, niet de inzet van het kabinet.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat vind ik echt te makkelijk. Het is toch heel logisch dat mensen dat zo zien? Zij zien toch dat er 10 miljard euro wordt bezuinigd op de zorg? Zij zien toch dat er enorm wordt bezuinigd op sociale zekerheid? Ze merken toch dat de energierekening omhooggaat en dat het kabinet er niks voor over heeft om dat te compenseren? Aan de andere kant zien zij dat er wel altijd geld is voor Oekraïne. Ook dit jaar wordt er weer geld gezocht; er wordt gezocht naar geld om 400 miljoen bij te kunnen plussen. Ze zien ook dat daar nauwelijks discussie over is. Daar is nauwelijks twijfel over bij dit kabinet. Dat zien mensen toch? Dat is toch een besluit van dit kabinet? Daarmee creëert dit kabinet toch een tweedeling? Met het feit dat ik die feiten opsom, doe ik dat toch niet? Dat doet de minister-president toch?
Minister Jetten:
Nee, ik leg geen enkele verbinding tussen die dossiers. Wij zijn niet aan het bezuinigen om geld aan Oekraïne te geven. Dat is onzin. Dat ga ik me ook niet laten aanpraten, ook niet in dit debat. Wij steunen Oekraïne onverminderd, omdat hun continue strijd tegen de Russische agressie ook een strijd is voor Europese normen en waarden, voor onze vrede en veiligheid. In de Nederlandse samenleving is er ook enorme steun voor om dat te blijven doen.
Daarnaast investeren we fors in de Defensiebegroting, omdat we als Europa in deze geopolitieke wereld, die nogal op zijn kop staat, ook beter voor onze eigen veiligheid moeten kunnen zorgen. Dat vraagt extra geld, maar ook betere Europese defensiesamenwerking. Daarnaast is het kabinet bezig om op het terrein van de zorg en de sociale zekerheid met hervormingen te kijken hoe we de verzorgingsstaat ook op de langere termijn voor iedereen toegankelijk en betaalbaar kunnen houden. Die realiteiten staan naast elkaar, net als dat we als kabinet de effecten van de oorlog in Iran continu wegen. We werken heel veel maatregelen uit, zodat we die ook direct kunnen inzetten zodra we dat gericht kunnen doen voor de mensen die echt het hardst geraakt worden door de ontwikkeling van de energieprijzen wereldwijd.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar het is wel wegkijken van wat mensen op dit moment ervaren, ook in Nederland. De minister-president kan toch niet ontkennen dat mensen de gevolgen merken van het beleid van dit kabinet en de keuzes die dit kabinet en deze minister-president maken? De zorg wordt afgebroken. De sociale zekerheid wordt afgebroken. De energierekening stijgt en er is nauwelijks compensatie voor, ondanks de mooie woorden van het kabinet. Mensen hebben nog niks gezien. Als ze wat zien, is het veel te laat, want mensen zitten nu al in de problemen. Aan de andere kant is er wel ruimte voor geld voor Oekraïne. Ik zeg niet dat deze minister-president niet moet knokken voor geld voor Oekraïne. Ik zeg dat deze minister-president meer moet knokken voor geld voor de zorg en de sociale zekerheid van de mensen in dit land. Dat hij niet erkent dat dit een tweedeling creëert, vind ik heel zorgelijk. Ik vraag hem dus om ook te knokken voor de sociale zekerheid en de zorg en om die niet af te breken, want daarmee breekt hij ook de steun voor Oekraïne af die hij net omschreef.
Minister Jetten:
We moeten natuurlijk knokken voor alles wat in Nederland speelt. Er leven zorgen bij heel veel Nederlanders over de betaalbaarheid van de maand. Maar het is ook een politieke verantwoordelijkheid dat je als politicus niet zegt, als mensen je erop aanspreken, dat we in Oekraïne wél extra geld kunnen uitgeven. Want dat is wat mevrouw Dobbe nu in dit debat doet, namelijk in dezelfde zin de bezuinigingen en hervormingen op het sociale domein verbinden aan geld voor Oekraïne. Je kunt ook als politieke leider zeggen: nee, die tegenstelling bestaat niet; die twee zaken kunnen allebei waar zijn. We steunen Oekraïne onverminderd én we zorgen ervoor dat mensen in Nederland geholpen worden op de momenten dat het moet. Dat is een keuze die je als politicus zelf kunt maken.
De heer Dassen (Volt):
Daar sluit ik me volledig bij aan. Ik weet niet of de vragen bij de minister-president liggen of bij andere bewindspersonen, dus ik check het even. Ik heb nog vragen gesteld over de ontheemdenstatus van Oekraïense vluchtelingen. Welk plan ligt er, aangezien volgend jaar die status afloopt?
Minister Jetten:
We kijken daar in de volle breedte naar. Die status loopt Europees af, maar de oorlog is overduidelijk niet voorbij. Dus er is structureler beleid nodig voor Oekraïense ontheemden. Daar wordt u binnenkort uitgebreider over geïnformeerd.
De heer Dassen (Volt):
Dan had ik nog de vraag of de premier in het gesprek met Merz heeft gesproken over de levering van Taurusraketten. Ik had ook een bredere vraag hierover. Die zal de minister van Defensie beantwoorden, maar u heeft Merz zelf gesproken. Dan komen we daar nog op terug.
Mijn laatste vraag ging over de microcredentials. Je ziet nu veel alternatieven in het land waarmee Oekraïners korte opleidingen krijgen waarvoor ze certificaten krijgen. Daarmee kunnen ze in Nederland een bijdrage leveren, maar kunnen ze mogelijk ook in de toekomst aan de slag in Oekraïne. Is het kabinet bereid om dat soort initiatieven te steunen?
Minister Jetten:
Dat komt zo meteen bij de minister van BZ terug.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik had een vraag gesteld over het tv-optreden van de premier bij Eva Jinek waarin hij zei: we moeten dankbaar zijn voor de steun van president Trump ten aanzien van Oekraïne. Toen viel mijn mond open, maar ik heb de premier er nog niet op horen reflecteren.
Minister Jetten:
Ik heb de uitzending nog niet kunnen terugkijken, maar volgens mij legt mevrouw Piri mij nu de woorden van de heer Rutte in de mond. Zij heeft wellicht wel het hele transcript van het interview. Zoals ik het mij herinner, vroeg de interviewster aan mij, nadat ze de heer Rutte citeerde, of ik het met hem eens was. Toen heb ik geantwoord, zoals eigenlijk ook wel in dit debat naar voren kwam, dat de rol van de Amerikanen en de Amerikaanse president om te komen tot voortdurende steun voor Oekraïne nu en tot uiteindelijk een vredesdeal op langere termijn, onontbeerlijk is. Dat is wat ik daar heb proberen te zeggen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké. "Wat ik heb proberen te zeggen." Ik zal heel even citeren wat de premier zei. De vraag was: bent u het eens met de uitspraak van NAVO-secretaris-generaal Rutte dat we Trump dankbaar mogen zijn voor zijn leiderschap? De premier zei daarop: als het aankomt op een aantal zaken rondom steun aan Oekraïne, zeker. Natuurlijk is het parafraseren, maar volgens mij hoor ik de heer Jetten zeggen: we moeten dankbaar zijn voor de steun aan Oekraïne. Ik vroeg gewoon om concrete voorbeelden, en niet om "het zou belangrijk zijn", "stel, in de toekomst" of "met veiligheidsgaranties". Ik bedoel gewoon nu, als we zien wat de Amerikanen doen. Vorige week ging het nog over het opheffen van de sancties. In de clashes hebben we een aantal keer gezien dat president Trump toch meer begrip lijkt te hebben voor president Poetin dan voor Zelensky. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Waar was die uitspraak op gebaseerd? Of zegt u eigenlijk: ik had het anders moeten zeggen?
Minister Jetten:
Ik zet er gewoon een komma achter. Er zijn namelijk ook een hele hoop zaken die veel beter kunnen. Daar spreken we de Amerikanen dus ook op aan, zoals: hef geen sancties op of versoepel geen sancties, want dat helpt de oorlogskas van Poetin, en zorg dat je bij de onderhandelingen volledig aan de kant van de Oekraïense president staat in plaats van zijn onderhandelingspositie te verzwakken. Als je wilt dat er veiligheidsgaranties voor Oekraïne komen en als de coalition of the willing, die met name bestaat uit Europese landen, bereid is daar een hele grote rol in te vervullen, dan zullen we ook de Amerikanen nodig hebben om die veiligheidsgaranties goed vorm te geven. Wat betreft de betrokkenheid van de Amerikaanse president en zijn wens om als onderhandelaar of mediator een hele belangrijke rol te spelen: dat is een rol die hij kan vervullen. De Europese Unie kan die rol nu overduidelijk niet vervullen. Dat moeten we dus ook koesteren. Tegelijkertijd moeten we de Amerikaanse bondgenoot scherp houden en duidelijk maken dat er meer nodig is dan wat we de afgelopen tijd hebben gezien.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat de premier met deze uitspraak deze boodschap over drie weken in het Witte Huis heel duidelijk kan overbrengen, inclusief het tweede deel.
Minister Jetten:
Dat zal ik mede namens u doen.
De voorzitter:
Ik dank de minister-president en geef het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Op 28 februari jongstleden stapten de minister van Defensie en ik samen uit de trein in Oekraïne en begon de zon te schijnen. Dat laatste zou ik niet per se willen toeschrijven aan ons beiden, maar het deed wel heel veel met de Oekraïners. Voor hun gevoel betekende dat dat ze wederom een winter hadden overleefd, dat de Russen hen er weer niet onder hadden gekregen en dat ze inmiddels al vier jaar lang volhouden en vechten. Dat hebben ze ook uitgesproken. Ze doen dat niet alleen voor hun veiligheid, maar ook voor onze veiligheid.
Vlak voor dit debat sprak ik mijn collega Andrii Sybiha. Naast zijn dankbaarheid voor de steun meldt hij ons ook dat zij alweer bezig zijn zich voor te bereiden op een nieuwe oorlogswinter en dat zij onze steun daar goed bij kunnen gebruiken. Ik zie het als een opdracht aan onszelf, aan de hele politiek in Nederland, om de grote steun die er is voor Oekraïne samen te omarmen en er met de toon die we kiezen naar buiten voor te zorgen dat we de publieke steun die er is met z'n allen weten vast te houden. Het is namelijk echt in ons belang.
Voorzitter. Ik heb een aantal mapjes voor me liggen, waarvan al een heleboel vragen beantwoord zijn. Ondanks het lijstje met vragen in de hand van de heer Dassen, wist ik toch nog een vraag te ontwaren die hij net niet van zijn lijstje stelde. Die ging over de 210 miljard aan bevroren tegoeden. Zoals in het coalitieakkoord is aangegeven, is het standpunt van dit kabinet dat we ons in internationaal verband blijven inzetten om die tegoeden te gebruiken. Ik zie dat ik wat heb uitgelokt, want ik zie de heer Dassen naar voren komen; ik ben nog steeds lerende, zoals u ziet. Op dit moment heeft de 90 miljard de prioriteit. Zoals bij de Europese Raad in december bleek, is er geen consensus over de manier waarop deze tegoeden ingezet moeten worden. Tegelijkertijd blijven wij, en ook de Europese Commissie, expliciet van mening dat we moeten blijven proberen om die geïmmobiliseerde Russische tegoeden in te zetten. Dat blijft ook de inzet van dit kabinet.
De voorzitter:
Was dat het blokje Dassen?
De heer Dassen (Volt):
Dat is goed om te horen, maar ik wil het wel even verduidelijken. Ik heb nog meer vragen gesteld, maar dit waren de vragen waarvan ik dacht dat de minister-president ze mogelijk zou beantwoorden.
Minister Berendsen:
Wellicht komt er nog iets langs, maar het zit niet in een speciaal blokje.
De voorzitter:
Ik denk dat het goed is als de minister van Buitenlandse Zaken enigszins vordert met zijn beantwoording en dat we daarna op een natuurlijk moment wat interrupties toestaan. De minister vangt aan met zijn beantwoording.
Minister Berendsen:
Ik denk dat de minister-president ook al gesproken heeft over die 90 miljard en hoe we die zo snel mogelijk, op korte termijn, loskrijgen. Daarvoor zijn een aantal stappen benoemd. Ik wil in aanvulling daarop nog benoemen dat we in de Raad Buitenlandse Zaken en ook in de Europese Raad wel echt merken dat de toon van collega's, en ook die van onszelf, richting Hongarije echt aan het veranderen is. We merken ook dat de druk daar echt opgevoerd wordt richting een hopelijk zo spoedig mogelijke oplossing.
Dan de stand van zaken wat betreft de benodigde 45 miljard van de G7-landen. Wij beogen als EU inderdaad twee derde van de macrofinanciële en militaire noden van Oekraïne te dekken met de lening. Tegelijkertijd zijn er andere gremia, zoals het Ukraine Donor Platform en de Ukraine Defense Contact Group, waarin andere landen bijdragen. Wij motiveren hen ook om dat te doen. Noorwegen, Japan, Canada en Zweden hebben recent begrotingssteun toegezegd aan Oekraïne. Maar — dit heeft de minister-president ook gezegd — ook wij voeren continu, ook bilateraal, het gesprek over dat wij de publieke steun in Nederland voor de bijdrage die wij doen, alleen overeind kunnen houden als andere landen ook meer gaan bijdragen. Ik denk dat dat ook heel reëel is.
Dan de screeningsverslagen wat betreft Oekraïne. Wij onderschrijven het oordeel van de Commissie dat alle onderhandelingsclusters geopend kunnen worden. Wij zijn bereid om die stappen te nemen. Helaas kunnen we door de blokkade van Hongarije de clusters nog steeds niet formeel openen. Wat ons betreft is dat totaal onacceptabel. Wij moeten bijvoorbeeld in de praktijk een ontbijt vóór de vergadering organiseren om hierover te kunnen spreken met Oekraïne, omdat Hongarije de formele stappen blokkeert.
De heer Hoogeveen vroeg of we ook kijken naar alternatieven voor samenwerking met Oekraïne. Het kabinet is van mening dat de toekomst van Oekraïne in de Europese Unie ligt. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk allerlei mogelijkheden zijn om Oekraïne ook op een strategische manier te verbinden aan gezamenlijke initiatieven en aan gezamenlijke belangen. Het Strategic Partnership on Raw Materials werd genoemd. Ik denk dat dat ook een hele belangrijke is.
De vragen over druk op Spanje en Italië voor meer steun aan Oekraïne et cetera heeft de minister-president zojuist beantwoord. Dan heb ik het blokje afgerond dat we "EU-zaken" hebben genoemd.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Als we kijken naar Oekraïne en het pad richting de Europese Unie, zien wij als JA21 sowieso wat bezwaren, alleen al als het gaat om de institutionele inrichting van de Europese Unie en de macht die Oekraïne dan zal kunnen uitoefenen in de Raad en het Europees Parlement; die is behoorlijk zwaar. Maar het zal ook voor druk zorgen op de Europese begroting, de Cohesiefondsen en de Landbouwfondsen. Het kabinet heeft al aangegeven dat het nu nog geen tijd is voor een datum voor het lidmaatschap van Oekraïne, maar hoe kijkt het kabinet dan naar alternatieve manieren, bijvoorbeeld naar de discussie over een Europa van verschillende snelheden?
Minister Berendsen:
Het antwoord over de toetreding van Oekraïne is volstrekt helder: geen datum vaststellen en vasthouden aan de Kopenhagencriteria. De positie van het kabinet is "strikt, eerlijk en betrokken", oftewel een goede vertaling van "strict, fair and engaged". Dat betekent dat we aan de criteria vasthouden; die zijn echt leidend. Voor de structuur en de onderbouwing van wat wij in Europa samen doen, is het ook echt belangrijk dat we ons daaraan houden. Tegelijkertijd zijn we ook bilateraal bij Oekraïne betrokken om te bekijken of we kunnen bijdragen aan het doorlopen van de stappen. Ik denk dat de heer Hoogeveen het terechte punt opwerpt dat het bij uitbreiding de komende jaren niet alleen zal gaan over de vraag of Oekraïne en eventuele andere kandidaat-lidstaten er klaar voor zijn om toe te treden tot de Europese Unie, maar ook over de vraag: zijn we als Europese Unie voldoende klaar voor verdere toetredingen? Dat zit precies in een aantal onderwerpen die de heer Hoogeveen aandraagt. Het gaat om het besluitvormingsmechanisme en de vraag hoe we budgetten inzetten. Het cohesiebudget is daar een goed voorbeeld van. Ik denk, zeg ik ook namens het kabinet, dat deze onderwerpen op tafel moeten liggen in dat hele proces, juist vanwege de wens van een aantal lidstaten over verdere uitbreiding.
De voorzitter:
Welke kopjes volgen nog? Want dan kunnen we dat ...
Minister Berendsen:
Ik wil natuurlijk niet allerlei dingen uitlokken. Ik heb nu een kopje vredesbesprekingen, voorzitter.
De voorzitter:
Ja.
Minister Berendsen:
Tegelijkertijd wil ik de verwachtingen niet dusdanig hoog opschroeven dat wordt gedacht dat ik daar nu in detail op kan ingaan. Goed nieuws is dat Oekraïne en de Verenigde Staten afgelopen weekend weer hebben gesproken over het vredesproces. We zien ook dat Rusland op dit moment op geen enkele manier bereid is om een serieuze stap te zetten. Dat betekent dat het kabinet van mening is dat de druk op Rusland nog steeds verder opgevoerd zal moeten worden.
De coalition of the willing is besproken door de minister-president.
Mevrouw Dobbe vroeg nog of er andere landen zijn, zoals India en Brazilië, die we kunnen betrekken bij het maken van een stappenplan om tot vrede te komen. Het vredesproces wordt op dit moment geleid door de VS. Samen met Rusland en Oekraïne begeven zij zich in dat proces. Als kabinet roepen we deze landen continu op, ook in onze bilaterale contacten, om hun verantwoordelijkheid te nemen, om in de eerste plaats druk op Rusland te houden, om Oekraïne te steunen. Uiteindelijk gaat dit namelijk niet alleen om het Europese continent, maar om geopolitieke implicaties die ook die landen zullen ondervinden. Wij hopen op hun blijvende betrokkenheid daarbij.
De heer De Roon vroeg: is het kabinet het ermee eens dat de druk ten aanzien van de territoriale concessies bij Poetin moet worden gelegd? Daar is het kabinet het volstrekt mee eens. Ik ben ook blij dat deze opmerking gemaakt wordt. De druk moet op Poetin liggen. We kunnen niet van Oekraïne verwachten dat het land dit soort beslissingen neemt over zijn eigen grondgebied.
De voorzitter:
U rondt het onderdeel vredesbesprekingen af en dan is er ruimte voor interrupties.
Minister Berendsen:
Dat heb ik zojuist gedaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Begrijp ik het goed dat dit kabinet en deze minister van Buitenlandse Zaken alle initiatieven voor vredesbesprekingen nog steeds volledig overlaten aan Trump?
Minister Berendsen:
Dat vind ik een wat strikte interpretatie van wat ik zojuist heb gezegd. Uw vraag was of er andere landen zijn, zoals India en Brazilië, die we kunnen betrekken bij vredesbesprekingen en het vlot trekken van het vredesproces. Zo heb ik de vraag geïnterpreteerd. Ik heb aangegeven dat we hopen dat het vredesproces dat nu loopt tot een goed einde komt. Ik heb ook aangegeven dat wij in bilaterale gesprekken andere landen in de wereld oproepen betrokken te zijn bij dit conflict en bij een goede uitkomst daarvan. Wat ik daaraan kan toevoegen, is dat wij ook zelf … Een aantal elementen die op tafel liggen in dat vredesproces gaan over de Europese Unie, over Europa, over ons continent. Daar willen wij als Europa natuurlijk bij aan tafel zitten. Dat begint, ook in relatie tot de coalition of the willing, met de vraag: zijn wij bereid om mee verantwoordelijkheid te nemen voor het proces, voor de situatie daarna en voor eventuele veiligheidsgaranties?
Mevrouw Dobbe (SP):
Kijk, wij vragen al een jaar of twee of dit kabinet meer initiatief wil nemen om zelf een rol te spelen in de vredesbesprekingen. Ik hoorde net het antwoord van premier Jetten daarop: "Wij proberen een rol te krijgen aan de onderhandelingstafel." Welke tafel is dat dan? Dat is de tafel van Trump. We hebben eerder al gezegd dat je het vredesproces daar niet afhankelijk van moet maken. We weten dat die vredesbesprekingen vooral zullen gaan om de belangen van Trump, het Amerikaanse bedrijfsleven, de wapenindustrie en oliebedrijven. Dat zijn de belangen die daar spelen, niet de belangen van Oekraïne. We weten dat ook. Het is ook van de ene op de andere dag: soms heeft Trump zin en soms niet. Dat zien we ook. We zouden toch veel meer zelf het initiatief moeten nemen, binnen Europa of samen met die andere landen, om zelf een onderhandelingstafel te creëren, zodat er echt kan worden gewerkt aan vrede? Is de minister van Buitenlandse Zaken bereid om dat te doen?
Minister Berendsen:
De onderhandelingen die nu lopen, worden geleid door de VS en zijn samen met Oekraïne en Rusland. Wij hopen van harte dat die de goede kant op gaan en dat daar vervolgens een duurzame vrede voor Oekraïne uit komt. Tegelijkertijd is dit kabinet zich volledig bewust van het feit dat daar onderwerpen op tafel liggen waar wij groot belang bij hebben. Er is geen open uitnodiging voor een onderhandelingstafel en er wordt ook geen andere onderhandelingstafel naast gezet. Wat wij kunnen doen, waar we ook continu op inzetten, is het volgende. Hoe zorgen we ervoor dat we onze positie versterken, dat we bijdragen aan eventuele veiligheidsgaranties in de toekomst, dat we daarvoor aan tafel zitten? Hoe zorgen we ervoor dat we dus ook als Europese partners laten zien dat het menens is en dat we verantwoordelijkheid willen nemen voor alles wat er in het proces loopt en eventueel na het proces gaat plaatsvinden?
De voorzitter:
Afrondend, kort en bondig.
Mevrouw Dobbe (SP):
Vindt de minister van Buitenlandse Zaken het daadwerkelijk een goed idee om de enige onderhandelingstafel die er is om tot vrede te komen, die zo ontzettend belangrijk is om een einde te maken aan deze oorlog, waarbij elke dag weer doden vallen, helemaal over te laten aan Trump? "Er is geen andere onderhandelingstafel", zegt u. Dan moet de minister van Buitenlandse Zaken zich daar toch voor gaan inzetten, zodat die andere onderhandelingstafel er gaat komen? Als Trump er nu mee ophoudt, is er geen onderhandelingstafel. Dan moeten we dat toch proberen te doen, of met Europa, of met die andere landen, of samen?
Minister Berendsen:
Dat wij daar graag een grotere rol in willen spelen, is volstrekt duidelijk. Ik denk dat mevrouw Dobbe hier wellicht onderschat welke rol de VS spelen in Oekraïne en in de steun aan Oekraïne; daar moeten we met z'n allen realistisch over zijn. Op het moment dat de VS wegvallen, hebben we een enorm probleem op ons eigen continent. Ik denk dat het voor een duurzame vrede erg onverstandig zou zijn om hier de suggestie te doen dat de VS daar geen rol in zouden moeten spelen of dat er een onderhandelingstafel zou moeten zijn naast wat de VS op dit moment doen.
De voorzitter:
U vervolgt met sancties. Dan bedoel ik: het onderdeel sancties.
Minister Berendsen:
Uw informatie klopt, voorzitter. Inderdaad: sancties. Op de schaduwvloot gaat de minister van Defensie zo dadelijk in. Wat doen we extra om sancties strenger te handhaven en ontwijking tegen te gaan? Dat heeft bijzondere prioriteit voor het kabinet. Er wordt ingezet op analyse van handelsstromen en samenwerking tussen ketenpartners. Ook in de Voorjaarsnota 2025 is structureel 36 miljoen extra uitgetrokken om de handhaving te intensiveren. Ik en mijn collega's in het kabinet merken dat er ook een nieuw momentum ontstaat. Weliswaar komt dat door wat we in het Midden-Oosten zien gebeuren, maar ook in de Golfstaten, die toch her en der een rol spelen in eventuele ontwijking, gaat er wellicht meer steun ontstaan om er gezamenlijk voor te zorgen dat de ontwijking van sancties wordt tegengegaan.
Voorzitter. Willen we Russische witvis in de EU sanctioneren? Wat het kabinet betreft liggen alle opties op tafel. Het kabinet spant zich ook in Europees verband al langer in voor meer sanctiemaatregelen tegen de Russische vis. Wij blijven daar continu mee bezig. We zijn inmiddels in gesprek over het twintigste sanctiepakket en over eventuele stappen daarna. U kunt erop rekenen dat dit de inzet blijft van het kabinet.
De Russische strijders. Wij delen de constatering dat voormalige strijders een veiligheidsrisico vormen. We onderschrijven ook de wens om daar in de EU iets tegen te doen en de EU daartegen te beschermen. Er worden verschillende opties bekeken. Het probleem is dat het gaat om de toevoeging van honderdduizenden namen aan de SIS-lijst als je een Schengenban instelt voor alle Russische strijders. Dat lijkt ons op dit moment juridisch onuitvoerbaar. We kijken dus naar stappen om dit ook in gezamenlijkheid met andere landen tegen te gaan, om te kijken hoe we ons daartegen kunnen beschermen. De Schengenban voor die honderdduizenden namen is op dit moment een lastige weg om te begaan. Het gesprek blijven we voeren.
Ik heb hier nog iets over de relatie met het Midden-Oosten. Dat sla ik niet over, maar daar is de minister-president al volop op ingegaan.
Dan heb ik nog een mapje humanitaire wederopbouw. Ik denk dat de heer Struijs een terecht punt maakte over de kwetsbare mensen aan het front en in dorpen bij het front. Wij delen uw zorg. Nederland steunt ook Oekraïense inspanningen om goede geestelijke en psychosociale zorg te bieden. Nou snap ik dat die mensen vooral behoefte hebben aan bescherming, maar tegelijkertijd zijn er natuurlijk mensen die niet weg willen of niet weg kunnen. Dat betekent dat dit soort ondersteuning wel van belang is. Ook stelt het kabinet het Rode Kruis in staat om humanitaire hulp te verlenen aan mensen in Oekraïne die het hardst door de oorlog worden getroffen. Daar valt deze groep absoluut onder.
Wat doet het kabinet om Nederlandse bedrijven … Nou, ik moet het anders zeggen. Hier staat: wat doet de minister van Buitenlandse Zaken om Nederlandse bedrijven te helpen en te stimuleren om actief te zijn in Oekraïne? Dat is natuurlijk een belangrijk punt, waar steeds meer druk op komt en steeds meer ruimte voor komt. Daar liggen ook gewoon kansen voor Oekraïne, maar ook voor ons bedrijfsleven. We ondersteunen het Nederlandse bedrijfsleven actief, met wederopbouw via handelsmissies en publiek-private samenwerking op allerlei onderwerpen. Ook via het instrumentarium voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking — dat valt onder mijn collega — zijn diverse financierings- en ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar. Daar zetten we vol op in en ook dragen we via internationale financiële instellingen bij aan grootschalige wederopbouwprogramma's, waar ook Nederlandse bedrijven gebruik van kunnen maken.
De heer Stoffer vroeg nog hoe kerkelijke en maatschappelijke organisaties betrokken worden bij de hulp en wederopbouw. Ook de heer Struijs gaf aan dat er een aantal initiatieven zijn en vroeg hoe we die kunnen ondersteunen. Daar hechten we veel waarde aan, zeker ook aan het betrekken van dit soort particuliere initiatieven. Op 1 januari is daarom het programma CivicFocus van start gegaan. Van het hele programmabudget gaat 5 miljoen naar initiatieven gericht op Oekraïne. Ook kleinere maatschappelijke organisaties, kerkelijke organisaties en religieuze organisaties kunnen van dit programma gebruikmaken. We hopen dat dat in de loop van 2026 verder op gang komt.
Dan nog over een onderwerp dat niet alleen dit kabinet, maar velen echt aan het hart gaat, namelijk die tienduizenden ontvoerde Oekraïense kinderen. Daar heeft de minister-president hier net al iets over gezegd. Er werd ook nog specifiek gevraagd hoe het daar nou eigenlijk mee staat en of we daar een beetje inzicht in hebben. Dat is het enige wat ik nog wil toevoegen. Volgens Oekraïense cijfers zijn er 2.000 kinderen teruggekomen. Dat is helaas natuurlijk een fractie van het totaalaantal ontvoerde kinderen. Dat onderstreept alleen maar het belang van onze inzet.
Dan heb ik nog het illustere mapje overig. Er werd gevraagd naar de rol van China in de oorlog in Oekraïne. Dit kabinet stelt dit steeds aan de orde, ook bij onze Chinese bilaterale contacten. De band tussen China en Rusland en de wijze waarop China er ook aan bijdraagt dat die oorlog kan voortduren, is ook voor ons een zorg. Er zijn niet voor niets in het negentiende sanctiepakket ook een aantal maatregelen genomen tegen een aantal Chinese bedrijven die hierbij betrokken zijn.
Over Oekraïense vluchtelingen is zojuist gesproken.
Een vraag over de Nederlandse veiligheidsregio's, waarbij ik uitdrukkelijk wil zeggen dat ik daar als minister van Buitenlandse Zaken natuurlijk wat verder vanaf sta, maar dat ik deze vraag wel namens het kabinet zal beantwoorden. Netbeheerders en regionale distributienetwerken zorgen voor de beschikbaarheid van elektriciteit in Nederland. Ieder beleidsdepartement draagt zelf zorg voor de vitale infrastructuur, waarbij nagekeken moet worden wat de impact is bij bijvoorbeeld stroomuitval. Het Crisisplan Elektriciteit is daarnaast een samenwerking tussen het ministerie van JenV en het ministerie van KGG. Gezien het feit dat de veiligheidsrisico's onder het ministerie van JenV vallen, verwijs ik voor verdere beantwoording naar de minister van JenV.
Dan de microcredentials, voorzitter. Ik ben bang dat ik door mijn signalen aan de minister-president zojuist de verwachtingen over de beantwoording van deze vraag misschien wat hoog heb opgeschroefd, maar ik moet daarbij melden dat bij het kabinet geen initiatieven voor microcredentials bekend zijn die steun behoeven. Maar mocht een dergelijk verzoek vanuit Oekraïne komen, dan zullen we dat vanzelfsprekend bestuderen.
Dat was de beantwoording, in ieder geval van het stapeltje dat ik onder mijn verantwoordelijkheid heb gekregen.
De voorzitter:
Ik zie nog een interruptie van mevrouw Dobbe. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het gaat over die tienduizenden Oekraïense kinderen. Ik hoor nu dat er ongeveer 2.000 zijn teruggekomen en dus een veelvoud daarvan niet. Ik snap dat het heel lastig is. Natuurlijk is dat lastig, maar je kan hier ook niet al te lang mee wachten. Mijn vraag was wat we nog meer kunnen doen, want dit is inderdaad best een bedroevend resultaat. Niet alles is onze handen, maar wat kunnen we nog meer doen? Het resultaat is namelijk inderdaad bedroevend.
Minister Berendsen:
Het kabinet wil zich daar absoluut voor inspannen. Ik denk dat we, zoals ik al zei, een gezamenlijke zorg hebben. We zetten ons in voor een onafhankelijk feitenonderzoek, het versterken van de onderzoekscapaciteit voor misdaden tegen kinderen, het sanctioneren van de betrokken personen en het bieden van psychosociale steun. Vorige maand kondigde het kabinet ook 2 miljoen extra aan voor een project dat wordt uitgevoerd door UNDP, voor capaciteitsversterking van de Oekraïense nationale politie om hier ook aan bij te dragen. Het kabinet steunt ook de International Commission on Missing Persons met 2 miljoen voor versterking van forensische capaciteit voor het vinden van vermisten, waaronder kinderen. Ik wil daaraan toevoegen dat voor elk initiatief dat door partnerlanden ingezet of genomen wordt of voor elke vraag vanuit Oekraïne om hier verder in te ondersteunen geldt dat het kabinet van harte bereid is om te kijken hoe we dat kunnen ondersteunen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, dan kunnen we daar misschien op voort, want ik heb natuurlijk gelezen wat het kabinet allemaal doet, maar ik heb ook geconstateerd dat het niet genoeg is. Dat constateert de minister natuurlijk zelf ook. Als deze minister er open voor staat om initiatieven die er eventueel nog zijn of verzoeken die er zouden kunnen komen, nog te steunen, zouden we die dan actiever kunnen opzoeken, zodat we kunnen kijken welke extra inspanning we op dit gebied kunnen leveren? Die inspanning is namelijk overduidelijk nodig.
Minister Berendsen:
Het kabinet is bereid om ieder voorstel te bestuderen. Tegelijkertijd denk ik dat we heel realistisch moeten zijn. De conclusie is dat het niet zomaar lukt om die kinderen terug te halen als die zich op Russische bodem bevinden. Dat betekent dat onze inspanning moet blijven. Tegelijkertijd is het zolang deze oorlog woedt zeer de vraag of die kinderen inderdaad allemaal terug kunnen komen, hoe graag we dat ook anders zouden willen zien.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat snap ik ook, minister. Ik snap ook dat het ontzettend lastig is als die kinderen zich niet alleen op Russische bodem bevinden, maar soms zelfs ook in kampen in Noord-Korea, zo heb ik begrepen. Dat snap ik dus allemaal wel, maar mijn vraag is of deze minister dan wacht tot nieuwe initiatieven zich aandienen. Of zou ik van deze minister kunnen vragen om een actieve inspanning te leveren in het daarnaar op zoek gaan? Kan hij ons informeren over wat er eventueel nog extra mogelijk is, zodat we niet alleen maar afwachten en reageren, maar als Kamer ook kunnen kijken naar wat er echt nog extra mogelijk is?
Minister Berendsen:
Ik ondersteun deze oproep van harte. Dit gaat ons allemaal aan het hart. Ik ben zeker bereid om een inspanning te leveren om te kijken wat we op dit gebied nog meer zouden kunnen doen.
De heer Brekelmans (VVD):
Er liggen echt grote mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven om in Oekraïne te werken. Dat zijn mogelijkheden die goed zijn voor zowel Oekraïne als Nederlandse bedrijven. Oekraïners zeggen zelf: waarom zien we niet meer Nederlandse bedrijven die hier actief zijn? De Britten doen dat op grote schaal. De Denen hebben er allerlei initiatieven voor. Er zijn uiteraard allerlei belemmeringen die te maken hebben met reisadvies, verzekeringen en dat soort zaken, maar ik zou graag zien dat het kabinet daar nog veel actiever een rol in speelt, om ervoor te zorgen dat Nederlandse bedrijven die kant op kunnen. De minister van Buitenlandse Zaken gaf een wat algemeen antwoord. Zou hij iets specifieker kunnen zijn over welke beperkingen hij wil wegnemen en hoe hij dit verder wil stimuleren?
Minister Berendsen:
Het beste antwoord daarop is dat ik van harte bereid ben om met het bedrijfsleven in gesprek te gaan om te bekijken welke belemmeringen zij dan zien. We zien het bedrijfsleven uit andere landen dat inderdaad al actiever oppakken. Er zijn natuurlijk een aantal belemmeringen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het reisadvies. Dat heeft ook te maken met verzekeringen. Ik ben van harte bereid om het gesprek met het bedrijfsleven te voeren over welke belemmeringen er zijn om de kansen te pakken, niet alleen voor Oekraïne, maar zeker ook voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ik wil graag de toezegging doen om dat verder uit te zoeken.
De heer Brekelmans (VVD):
Veel dank daarvoor. Het is natuurlijk een discussie die al een hele tijd speelt. Ik denk dat er al heel veel informatie is. We zijn echt de boot aan het missen. Dat is niet alleen voor Oekraïne heel zonde, maar ook voor onszelf. Zou de minister dan ook willen toezeggen om in een brief samen te vatten wat hij daaraan wil doen? Kan hij die brief voor het meireces naar de Kamer doen toekomen?
Minister Berendsen:
Die toezegging wil ik zeker doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Misschien heeft de minister vandaag ook tijd gehad om even te kijken naar het Clingendaelpaper, dat ook naar ons is gestuurd. Zo niet, dan wil ik de minister in ieder geval drie voorstellen voorleggen, in drie verschillende interrupties, om te kijken hoe het kabinet daarnaar kijkt. De eerste is: breng maximale schade toe aan de Russische economie. Dan hebben we het niet alleen over de schaduwvloot, maar ook over sanctieontwijking en het echt stoppen met het aankopen van gas, olie en andere delfstoffen uit Rusland. Steunt het kabinet die aanbeveling?
Minister Berendsen:
Die steunen we. In Europees verband werken we natuurlijk toe naar een definitieve stop van de import van Russische olie en gas. We zetten ons inderdaad ook in voor sterkere en strengere sancties. Zoals ik in de beantwoording aan andere Kamerleden al aangaf, zetten we ons ook in voor het tegengaan van omzeiling van sancties.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Wat betreft militaire steun is een van de dingen die natuurlijk op tafel ligt het veel meer helpen van Oekraïne met deep strike capabilities. Dat gaat dus niet alleen om de Taurusraketten, maar ook om veel meer samenwerking tussen Europa en Oekraïne op het gebied van inlichtingen, ook om minder afhankelijk te worden van de Amerikanen. Staat het kabinet daar ook positief tegenover?
Minister Berendsen:
Zeker als het gaat om kijken wat we daar kunnen doen, maar die specifieke vraag over de Taurusraket laat ik aan de minister van Defensie.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké. Inlichtingen laat u ook aan de minister van Defensie? Sorry, dat is niet de derde. Excuus. Nu komt de derde.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nu komt de derde. Zo gaat het elke keer mis, voorzitter.
De voorzitter:
Neeneenee! Neeneenee, ik tel met u mee!
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Neeneenee, het gaat dit keer niet mis! Nu komt de derde eraan. Een van de opties die natuurlijk ook op tafel ligt, is dat wij als Europa gewoon zeggen dat wij geen enkele oplossing gaan accepteren als de VS ermee instemmen dat Oekraïens grondgebied opeens wordt erkend als Russisch grondgebied. Is dat iets waarvan het kabinet ook zegt: "Dat gaan wij gewoon niet doen. Op het moment dat er een akkoord uitkomt, afgedwongen door de Amerikanen, waarbij van de hele Donbas wordt gezegd dat dat vanaf nu Russisch soeverein gebied is, gaan we dat gewoon niet erkennen"?
Minister Berendsen:
Het is volstrekt helder dat het kabinet een duurzame vrede steunt en dat we ook alleen datgene zouden kunnen steunen wat de Oekraïners kunnen steunen in een uiteindelijke vredesdeal. Daar zijn dit soort aspecten onderdeel van.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Ik geef het woord aan de minister van Defensie voor haar beantwoording in de eerste termijn.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. Er is al heel veel gezegd, dus ik zal het compact houden. Ik wil de Kamer danken dat die in deze tijden, waarbij onze aandacht helemaal afgeleid zou kunnen zijn van Oekraïne, vandaag toch ruim de tijd neemt om stil te staan bij alles wat wij als Nederland kunnen betekenen en kunnen blijven betekenen voor Oekraïne. Ik heet natuurlijk ook wederom de ambassadeur en zijn staf van harte welkom.
Voorzitter. De situatie aan het front. Ondanks enkele lichtpuntjes — Oekraïne heroverde enkele weken terug zo'n 400 vierkante kilometer, meer dan Rusland in maanden was gelukt — is de situatie aan het front kritiek. Elke dag wordt er zwaar gevochten en sterven er honderden mensen in kapotgeschoten bomenrijen, modderige velden en de ruïnes van wat vroeger vredige steden en dorpen waren, oftewel de huidige kill zone, waar iedere beweging onherroepelijk de aandacht van drones trekt. Wij weten dat Oekraïne niet alleen de eigen vrijheid en veiligheid verdedigt, maar ook die van ons hier in Nederland en Europa. Poetin is vastbesloten om zijn wil aan anderen op te leggen en kijkt niet op van een miljoen doden meer of minder. Daarom blijven wij Oekraïne ook steunen. Oekraïne is onze first line of defence. Daar zal ik mij uiteraard met mijn collega's, en met een grote meerderheid in de Kamer, elke dag voor blijven inzetten.
Voorzitter. Ik wilde direct door naar de vragen en antwoorden. Ik heb niet echt blokjes, dus ik kan meteen beginnen, denk ik. Ik wil beginnen met de heer Struijs. Hij vroeg hoe we omgaan met potentiële of huidige oorlogsmoeheid. Het is ontzettend belangrijk, weten wij hier, voor onze veiligheid dat we Oekraïne blijven steunen. Dan hebben we wel draagvlak nodig van Nederlanders, zodat zij ons daar weer in steunen, want anders werkt het niet. De beste manier waarop wij ons kunnen inzetten en dat ook zichtbaar kunnen maken, is door trainingen, materieel, economische steun en andere niet-militaire steun, denk ik. Wij zijn ervan overtuigd, en ik ben ervan overtuigd in al mijn gesprekken, dat Nederlanders dat ook heel goed begrijpen en voelen. Het zit in ons DNA dat we weten wat het is om opeens bezet te zijn en onze vrijheid en veiligheid kwijt te zijn. Gelukkig hebben velen dat niet meer meegemaakt — de generaties van nu groeien op in vrijheid — maar we hebben daar een collectief bewustzijn in.
De situatie is en blijft kritiek. Elke dag blijft Rusland aandringen om met grof geweld Oekraïens grondgebied in te nemen. Ik zal mijn best doen vanuit mijn rol om mij in te zetten voor deze boodschap. Ik zal ook defensiebreed, zeker als het over Oekraïne gaat, continu terugvertalen naar mijn buurvrouw, naar de mensen op straat, waarom het zo belangrijk is dat we Oekraïne blijven steunen en dat het ook echt gaat om onze vrijheid en veiligheid. Veel vragen zijn al gesteld aan mijn collega's. In die strijd en in die investering in onze defensie zorgen we ervoor dat onze defensie-industrie groeit. We zorgen ervoor dat we leren van wat Oekraïners daar leren en meemaken en dat we dat verwerken in onze eigen aanpak en industrie. In die zin biedt het ons land op verschillende plekken vooruitgang, en ik hoop dat dat ook geldt voor de rest van Europa, en zeker voor Oekraïne.
Dan had ik verschillende vragen over ... Eigenlijk moet ik zeggen dat ik van verschillende partijen dezelfde vraag kreeg, namelijk: wat doen we om de Russische schaduwvloot aan te pakken? Dat zijn dus Russische schepen die worden ingezet om onze sancties, westerse sancties, te omzeilen. Dat is terecht een grote zorg van de Kamer, en ook van ons. Ik heb eerder aangegeven dat we die urgentie niet alleen delen, maar nu volop bezig zijn — dat doe ik samen met mijn collega's van Justitie en Veiligheid en IenW — om ervoor te zorgen dat we met goede wetgeving komen en ook in de tussentijd kunnen handelen. Ik zal ervoor zorgen dat we op korte termijn met een brief naar uw Kamer komen over wat dat betekent en wat de termijn is voor wetgeving. Ook in de tussentijd, voor zover we dat in detail kunnen delen, kunnen we de Kamer meegeven dat we niet stilzitten en niet stil gaan zitten.
Voorzitter. Ik zei het al: het is ontzettend belangrijk om mensen te blijven trainen. Laten we eerst kijken naar de laatste militaire vorderingen in Oekraïne. De heer Hoogeveen had daar een vraag over. Vandaag meldde de Oekraïense opperbevelhebber Syrsky dat het Russische lenteoffensief is begonnen. Naar verwachting zal Moskou zich focussen op de zogenoemde "fortengordel", de Oekraïense defensieve linie in de oblast Donetsk. De druk uit Rusland blijft dus heel erg groot. Elke dag wordt er zwaar gevochten. Dat kost met name aan Russische zijde tienduizenden slachtoffers per maand. Ondertussen blijft Oekraïne het initiatief pakken.
Tijdens mijn introductie net gaf ik al aan dat het Oekraïense leger onlangs 400 vierkante kilometer heroverde. Op andere plaatsen aan het front houdt Oekraïne ook stand, onder andere vanwege de dronelinie, een ontzettend belangrijke inzet die wordt gerealiseerd met Nederlandse steun. Toen ik daar was met de minister van Buitenlandse Zaken heb ik daar lang gezeten met mijn collega-minister van Defensie. Hij heeft laten zien hoe dat eruitziet. Het is met onze steun gerealiseerd en zeer geavanceerd en zeer effectief. Dat helpt ze echt overeind te blijven. Dat zijn lichtpuntjes. Denk ook aan de succesvolle aanvallen met langeafstandsraketten diep in Rusland, tegen de Russische militairen en energie-infrastructuur. Kortom, de situatie is kritiek. Oekraïne heeft alle steun nodig die het kan krijgen. Wij zullen dat natuurlijk blijven doen vanuit onze rol.
Dan over het trainen van mensen. Daar had de heer Van Lanschot van het CDA een vraag over: hoe denkt de regering over het verlengen van de EU-trainingsmissie in Duitsland? De afkorting daarvan is EUMAM. Ik probeer afkortingen zo veel mogelijk te vermijden, maar laten we deze maar gebruiken. We dragen actief bij aan die missie. Ik ben er onlangs geweest. Het is zeer, zeer indrukwekkend om dat te zien. Daarvoor worden Oekraïense mannen naar Berlijn gebracht, waar wij ze samen met onze bondgenoten trainen. Je weet: binnen een paar weken gaan deze mannen direct door naar de frontlinie en staan ze oog in oog met de Russische agressie. Ik krijg kippenvel als ik eraan denk, omdat je ook weet dat niet alle mannen het overleven. Wat daar gebeurt, is dus cruciaal. Ik was diep onder de indruk van wat onze militairen daar doen. Zaken als loopgraven ... Ik dacht dat dat iets was uit films. Die zijn nu helaas weer helemaal actueel. Die worden gebruikt. Daar worden ze getraind om in die loopgraven te overleven, te schuilen en zich te bewegen.
Er was een vraag over Interflex. Dat is hoe we in Engeland trainen. EUMAM is hoe we in Duitsland Oekraïense soldaten trainen. In augustus 2025 is Interflex met een jaar verlengd tot eind 2026. Momenteel zijn we aan het kijken of de Nederlandse bijdrage mogelijk efficiënter ingezet kan worden als onderdeel van de Nederlandse bijdrage in Duitsland. Hetzelfde doel en dezelfde inzet, maar we willen kijken of het daar wellicht efficiënter kan. Dat bespreken we natuurlijk ook met onze bondgenoten. Mochten dat soort wijzigingen inderdaad plaatsvinden, dan zullen we de Kamer natuurlijk snel informeren. Precies daar zijn we nu naar aan het kijken.
Voorzitter, dan de wapens. Die hebben al deze mensen hard nodig. De heer Dassen vroeg mij: gaat Nederland zich inspannen voor de levering van deep-precision-strikewapens aan Oekraïne? Wij steunen Oekraïne volop op allerlei manieren: door zelf materieel te leveren, door de Oekraïense defensie-industrie te steunen en die zich verder te laten ontwikkelen, of door partners aan te sporen bepaalde capaciteiten te leveren. Wij hebben deze wapens zelf niet tot onze beschikking, dus kunnen we deze niet aan Oekraïne leveren. Ik zeg wel tegen de heer Dassen: u kunt erop rekenen dat we alles op alles zetten om Oekraïne bij te staan bij kritieke materiële noden, ook op dit gebied dus. We kunnen natuurlijk zelf bijdragen aan de versterking van de Oekraïense luchtmacht, zoals we als Nederland hebben gedaan. We doen daar dus wat we kunnen, wil ik maar zeggen.
Dan ga ik naar de vraag van de heer Dassen over de Duitse Taurusraketten. Het kabinet spoort internationale partners aan om de steun aan Oekraïne op alle mogelijke manieren te intensiveren. Dat is zojuist ook langsgekomen bij mijn collega's. We hebben een aantal keren specifiek aandacht gevraagd voor het leveren van deze raketten. Het wel of niet leveren ligt natuurlijk aan de capaciteit en de interne afweging in Duitsland. Op de vraag of Nederland zich inzet om ervoor te zorgen dat hier aandacht voor is, is het antwoord: jazeker. Gelukkig is Oekraïne ook niet meer volledig afhankelijk van buitenlandse langeafstandswapens en heeft het eigen capaciteiten ontwikkeld om Rusland achter de frontlinie aan te vallen. Zo zie je dat in een oorlog die tergend lang duurt — we zitten in het vijfde jaar — en waarvan niemand had verwacht dat die zo lang zou duren, het Oekraïne ondertussen lukt om te blijven innoveren en zelf wapens te produceren, zodat ze overeind kunnen blijven met eigen materieel. Ik vind dat zelf erg indrukwekkend.
De voorzitter:
Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat de minister van Defensie haar beantwoording afrondt, zodat we daarna nog gelegenheid kunnen geven voor interrupties.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Nog een paar, voorzitter.
De voorzitter:
Nog een paar? Dan houden we dat nog even vol. Gaat uw gang.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Oké. Dan had ik een vraag van mevrouw Van der Werf. Zij zei: er zijn goede EU-alternatieven voor Patriotraketten, maar de productie blijft achter; wat doen we om die te vergroten? De beschikbaarheid en geschiktheid van Europese wapensystemen die passen bij het optreden van onze krijgsmacht heeft natuurlijk onze volle aandacht, want dit is ontzettend belangrijk. Dat geldt ook voor de geïntegreerde lucht- en raketverdediging. Dat is ook een van de prioritaire capaciteitsgebieden in de NAVO en in de EU. Een Europees raketschild kan niet alleen worden opgebouwd uit in Europa geproduceerde systemen. Voor de voorzienbare termijn betreft dit systemen van zowel Europese makelij als systemen die buiten Europa worden geproduceerd. Het is dus voorlopig nog een combinatie. Wij en andere Europese landen beschikken over onder meer Patriotsystemen en hebben orders uitstaan voor aanvullende leveringen. Dat betekent dat we voorlopig ook dit systeem blijven gebruiken.
Ik ga denk ik nog even verder? Yes? Volgens mij moet ik nog even verder.
De voorzitter:
Nee, mevrouw Van der Werf. De minister van Defensie beëindigt eerst haar beantwoording en daarna geef ik nog ruimte voor interrupties.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik had nog een vraag van mevrouw Van der Werf, dus dan kan zij ze nog even opsparen. Zij vroeg of het kabinet zich wil inzetten om Oekraïne te betrekken bij de productie van Patriotalternatieven. Ja, natuurlijk. Wij spreken continu met internationale partners over manieren om Oekraïne van meer luchtverdedigingsmiddelen te voorzien. Dat doen we ook met onze Franse en Italiaanse collega's, waar mevrouw Van der Werf volgens mij aandacht voor vroeg. Waar mogelijk zullen we in die gesprekken aandacht besteden aan het vrijgeven van benodigde licenties door betrokken overheden en bedrijven.
De heer Stoffer vroeg welke rol Nederland kan spelen bij drone- en antidronetechnologie en of Nederland start-ups daarin ondersteunt. Ja. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik tijdens mijn bezoek aan Oekraïne heel scherp zag dat wij een heel belangrijke rol spelen in de drone- en antidronetechnologie voor Oekraïne. Ik denk dat de woordvoerders hier dat wellicht al heel scherp in beeld hadden, maar daar zag ik de toegevoegde waarde van Nederland, de hoeveelheid aan kennis en informatie die we uitwisselen en hoe snel de omlooptijd is: direct vanuit het veld direct terug naar de backoffice en dan weer die drones aanpassen. Dat gaat in een echt indrukwekkend tempo — en redt levens.
Via het Nederlandse model investeert Nederland direct in de Oekraïense drone-industrie, zonder tussenkomst van de Oekraïense overheid, onder andere via het Drone Line Initiative, waarmee meerdere Oekraïense bedrijven worden ondersteund bij een massale droneproductie om de frontlinie te beschermen. Daarnaast dragen we actief bij aan de Drone Capability Coalition, waarin landen samenkomen om Oekraïne niet alleen van drones te voorzien, maar waarin ook gewerkt wordt aan technologische innovatie en het versterken van toeleveringsketens. Ik heb daar veel ondernemers gesproken. Op mijn vraag "wat kan ik voor jullie betekenen?" — het antwoord verbaasde me voor een land midden in een oorlog; dat is trouwens hetzelfde als wat ik hier hoor — zei men: help ons met de bureaucratie, met de regels en met het sneller kunnen functioneren. Dat is een van mijn ambities, niet alleen in Nederland, maar ook met mijn collega's in Oekraïne.
Voorzitter. De investeringen die ik zojuist vermeldde en de inzet die we daarop tonen, versterken ook onze eigen Nederlandse drone-industrie. Wij leren ook fors daarvan. We zorgen ook dat we op die manier continu steeds meer samen innoveren. Ik zal ook mijn best doen om voor de zomer wat meer informatie daarover met de Kamer te delen om het meer inzichtelijk te maken, zodat Kamerleden ook een wat beter gevoel kunnen hebben bij waar het over gaat.
Ik eindig met de heer Brekelmans, zie ik; dat is per ongeluk. Die zei wel: hoe kunnen we nou lessen leren over moderne oorlogsvoering met onbemande systemen? Dat is eigenlijk een vergelijkbare vraag als die van de heer Stoffer. Ook vroeg hij: wanneer kunnen we joint ventures tussen verschillende bedrijven uit Nederland en Oekraïne verwachten? Zoals ik net al aangaf, leren wij echt belangrijke lessen uit deze oorlog. Wij geven onze expertise mee waar we kunnen, maar ik weet dat de heer Brekelmans weet dat we ook alles op alles zetten om te leren en dat we ook actief leren van de inzet van drones. We gebruiken de opgedane kennis in onze warfarecentra. We hebben ook een lessons-learnedcel ingericht. Die haalt lessen op en zorgt voor verspreiding in onze organisaties, zodat concepten, technieken, materieelaanschaf en ontwikkeling daarop kunnen worden aangepast. Dat is een continu proces. Ook op het gebied van technologie leren we heel veel, zowel Defensie als de Nederlandse defensie-industrie. De voortdurende innovatie in Oekraïne op het gebied van drones, AI en elektronische oorlogsvoering en de lessons learned direct van het slagveld bieden ons als land natuurlijk de kans om kennis toe te passen binnen de eigen industrie en krijgsmacht. Ik zal richting de zomer, natuurlijk samen met de staatssecretaris, ervoor zorgen dat we de Kamer steeds meer inzicht en gevoel daarover geven, zodat de collega's, nee, niet de collega's, sorry, de Kamerleden — ik moet ook nog even wennen — echt weten waar dit over gaat, zodat ze er wat beelden bij hebben.
Dat was 'm.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Nog even over die luchtafweer van net. Mijn punt is ook niet dat we die Patriots helemaal overboord moeten gooien en nooit meer moeten gebruiken. Mijn punt is meer: volgens mij kan je een betere mix maken, waardoor je minder afhankelijk bent van de Amerikaanse leveranties, mede omdat we dus weten dat ze heel snel opraken, maar ook omdat ze gewoon een stuk duurder zijn, ook al kunnen daar in sommige gevallen ook goede redenen voor zijn. Maar dit is nou zo'n punt waarover je kunt zeggen: laat die Europese defensie-industrie zich van haar beste kant zien en niet licenties in de weg zitten.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Dat vindt mevrouw Van der Werf vast fijn om te horen, maar dan wil ze weten: wat doe je dan? We zullen dat richting de zomer met de Defensienota en ook als de staatssecretaris en ik weer samen hiernaartoe komen met wat we nou binnen die industrie doen, steeds inzichtelijker maken. Dit is echter ook absoluut de inzet vanuit Defensie. Sowieso investeren we niet zo veel in onze eigen Defensie om dan maar afhankelijk te blijven van anderen. We willen dus onze eigen industrie in Europa opbouwen. Dan kom je tot een mooie mix, waar mevrouw Van der Werf het ook over heeft. Helemaal mee eens.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter, ik doe meteen even alle vragen. Ik had ook nog iets openstaan over de schaduwvloot. Wij zaten nog even te kijken naar de beantwoording over de RBZ, die deze keer schriftelijk was gegaan. Over het geënterde schip in België geeft het kabinet aan: de juridische grondslag die België in staat stelt om te handelen is UNCLOS artikel 110d, waardoor boarding is toegestaan wanneer het schip niet over een nationaliteit beschikt. Nou, wij onderschrijven UNCLOS, dat VN-zeevaartverdrag, volgens mij ook. Maar dan geldt die wetgeving toch ook voor Nederland?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Daarom gaf ik ook aan dat ik snel met een brief kom, in ieder geval vanuit Justitie en Veiligheid, IenW en Defensie, maar daar zullen meer collega's bij betrokken zijn, om onze eigen wetgeving strak te krijgen. Er zijn toch verschillende interpretaties vanuit België en … De Belgen hebben dit samen met de Fransen gedaan. Er zit dus een complexiteit in de wetgeving. Nou ja, in hun geval ruimte en in ons geval complexiteit, maar ik zei expliciet: we gaan in de tussentijd niet stilzitten. We zijn dus precies aan het bekijken waar wij ruimte zien en waar wij kunnen handelen, want we weten hoelang het soms kan duren om wetgeving voor elkaar te krijgen. Ondertussen is dit wel gaande en wil niemand dit. We komen dus snel met een brief, waarin we ook dit punt van mevrouw Van der Werf zullen adresseren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Gaat Nederland dan ook in de tussentijd al actie ondernemen? Of gaan we dan eerst nog wachten op die brief?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De brief komt snel. We gaan nergens op wachten, maar ik zal ervoor zorgen dat we de Kamer goed informeren. We zullen alles op alles zetten, binnen de kaders van ons recht, voor wat we daarop kunnen doen. In die brief zal meer staan. Ik kan niet precies zeggen wanneer die komt, maar we zullen ervoor zorgen dat die heel veel duidelijkheid biedt over wat mevrouw Van der Werf zei. We gaan nergens op wachten, maar we willen wel graag dat het ook stand houdt op het moment dat we handelen. Dat proberen we nu in kaart te krijgen.
De heer Dassen (Volt):
Ik had nog een vervolgvraag over de Taurusraketten. Er ligt natuurlijk een aangenomen motie vanuit de Kamer waarin staat dat Nederland daar een actieve rol in speelt. Ik had aan de minister-president gevraagd of hij Merz daar ook op aangesproken had. Ik ben dus benieuwd hoe we inderdaad proberen los te krijgen waar in Duitsland nog steeds de tegenstand zit.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Vanuit Nederland is verschillende keren aandacht gevraagd bij onze buren. Het is daar een interne aangelegenheid. De heer Dassen wees er in zijn inbreng en bij al zijn vragen ook op dat het goed zou zijn als al onze buren natuurlijk alles op alles zetten om Oekraïne te steunen en ook leveren wat ze toezeggen. Wij spreken iedereen daarop aan. Nederland is een van de leidende landen, dus wij blijven ook andere landen aanspreken. Ik weet zeker dat als mijn collega's en ik weer contact met onze Duitse collega's hebben, we hier ook aandacht voor vragen. De heer Dassen vraagt: hebben jullie dat scherp en leggen jullie dat op tafel? Het antwoord is: jazeker.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Defensie voor haar beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik stel voor om meteen door te gaan met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Daarvoor geef ik graag het woord aan de heer Dassen voor zijn inbreng namens de fractie van Volt.
Termijn inbreng
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de bewindspersonen voor de beantwoording van de vragen. Ik heb een drietal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Estland, Finland, Duitsland, Letland, Polen, Roemenië, Litouwen en Zweden de Europese Commissie hebben opgeroepen om te onderzoeken hoe Russische militairen en veteranen een Schengenverbod opgelegd kunnen krijgen;
verzoekt de regering om zich bij deze oproep aan te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Brekelmans.
Zij krijgt nr. 271 (36045) (#27).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de MBO Raad vaststelt dat met microcredentials in korte tijd kwalificaties en vaardigheden bijgebracht kunnen worden;
overwegende dat Oekraïense vluchtelingen perspectief geboden dient te worden om duurzame terugkeer naar Oekraïne mogelijk en succesvol te maken middels kortstondig mbo-onderwijs;
verzoekt de regering om te onderzoeken of en hoe de overheid financieel kan bijdragen aan initiatieven in het mbo-onderwijs die Oekraïense vluchtelingen middels microcredentials op korte termijn opleiden om aan economisch herstel van hun thuisland te kunnen werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Stoffer.
Zij krijgt nr. 272 (36045) (#28).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oekraïne behoefte heeft aan deep-precision-strikewapens om legitieme strategische doelen in Rusland te kunnen bereiken, zoals logistieke hubs, productiefaciliteiten en energiecentrales;
constaterende dat Europese en Oekraïense defensie-start-ups op korte termijn opgeschaald kunnen worden om in deze behoefte te voorzien;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de ontwikkeling van verschillende Europese en Oekraïense dps-systemen versneld kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen, Piri, Van der Werf, Stoffer, Struijs en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 273 (36045) (#29).
De heer Dassen (Volt):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan de heer Hoogeveen, die spreekt namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor de beantwoording. Het was een goed debat, denk ik. Ik wil nog wel iets zeggen over betere samenwerking met Oekraïne en dan met name over waar ik het over had in mijn bijdrage, namelijk het partnership op het gebied van raw materials. Ik las onlangs een rapport van de Europese Rekenkamer waarin stond dat dat eigenlijk helemaal niet van de grond komt. Daarom dus de volgende motie, ook met het oog op het feit dat de Verenigde Staten hier ook druk mee bezig zijn.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Unie en Oekraïne sinds 2021 een strategisch partnerschap hebben op het gebied van kritieke grondstoffen;
overwegende dat de Europese Rekenkamer constateert dat strategische partnerschappen op dit terrein nauwelijks tastbare resultaten opleveren en dat Oekraïne, ondanks significante voorraden, momenteel een beperkte rol speelt in Europese grondstoffenketens;
verzoekt het kabinet om zich in Europees verband in te zetten voor een meer resultaatgerichte inzet van het EU-Ukraine Strategic Partnership on Raw Materials, gericht op het prioriteren van kansrijke samenwerkingsprojecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 274 (36045) (#30).
De heer Hoogeveen (JA21):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland relatief veel bilaterale steun aan Oekraïne levert;
constaterende dat meerdere (grote) EU-lidstaten in hun relatieve bijdrage achterblijven;
overwegende dat gezamenlijke Europese leningen in de toekomst niet bedoeld mogen worden als vervanging van de nationale verantwoordelijkheid die landen hebben om hun steun aan Oekraïne op peil te houden;
verzoekt de regering om EU-lidstaten die achterblijven in hun bilaterale steun aan Oekraïne, hierop aan te spreken alvorens nieuwe gezamenlijke Europese leningen te overwegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 275 (36045) (#31).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf namens D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de escalatie in het Midden-Oosten heeft geleid tot tekorten aan Amerikaanse luchtafweersystemen en -raketten;
constaterende dat herroutering van geplande leveringen ertoe kan leiden dat Europese bestellingen, waaronder die bestemd voor Oekraïne, aanzienlijke vertraging oplopen of mogelijk geen doorgang vinden;
overwegende dat het voor de veiligheid van Oekraïne en Europa noodzakelijk is om op korte termijn aanvullende productiecapaciteit voor Europese luchtafweersystemen te realiseren;
overwegende dat Oekraïne heeft aangegeven op korte termijn grootschalige productie van luchtafweersystemen en -componenten te kunnen faciliteren;
verzoekt de regering zich actief in te zetten voor versnelde opschaling van de productie van Europese luchtafweersystemen en bijbehorende raketten, waaronder SAMP/T en Aster, in Oekraïne, en daartoe in Europees en bilateraal verband aan te dringen op het vrijgeven van benodigde licenties door betrokken overheden en bedrijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Belhirch, Van Lanschot, Dassen, Struijs en Piri.
Zij krijgt nr. 276 (36045) (#32).
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij de recente escalaties in het Midden-Oosten grote hoeveelheden Amerikaanse luchtafweermunitie zijn verbruikt;
constaterende dat de Verenigde Staten prioriteit geven aan het aanvullen van voorraden in het Midden-Oosten, wat kan leiden tot langdurige tekorten in de Europese luchtverdedigingscapaciteit;
overwegende dat daarmee de Nederlandse en Europese veiligheid onder druk komen te staan;
overwegende dat Europese systemen zoals SAMP/T een alternatief vormen voor Amerikaanse systemen;
verzoekt de regering aansluiting te zoeken bij Europese luchtafweerinitiatieven, waaronder SAMP/T,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Belhirch, Van Lanschot, Dassen, Struijs en Piri.
Zij krijgt nr. 277 (36045) (#33).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri voor haar inbreng namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de premier en de ministers voor dit debat, een debat dat we helaas ieder jaar rond deze periode moeten voeren. Ik hoop echt van harte — dat zeg ik ook tegen de Oekraïense ambassadeur en zijn collega's achterin, die dit debat vandaag gevolgd hebben — dat we volgend jaar een ander debat kunnen hebben, waarbij er een duurzame en eerlijke vrede is voor Oekraïners, want zij verdienen dat.
Voorzitter. Ik heb een aantal moties meegetekend. Ik dien er nog eentje in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oekraïense studenten in het hoger en wetenschappelijk onderwijs nu niet in aanmerking komen voor het verlaagde wettelijke collegegeldtarief;
van mening dat de Nederlandse solidariteit met Oekraïne tot uitdrukking komt óók in het bieden van studiefaciliteiten aan Oekraïense studenten en daarmee ook aan de wederopbouw van Oekraïne;
verzoekt de regering om voor 1 mei mogelijk te maken dat aan een h.o.- of wo-instelling ingeschreven Oekraïense studenten in aanmerking komen voor het verlaagde wettelijke collegegeldtarief,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Abdi en Stoffer.
Zij krijgt nr. 278 (36045) (#34).
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter. Sinds ik in de Kamer zit, is dat tot nu toe altijd in de oppositie. Dat was bij Rutte IV en bij Schoof I. Met Rutte IV hadden we zeker punten waarover we het niet eens waren. Met Schoof I hadden we heel veel punten waarover we het niet eens waren. Maar over één zaak waren we het altijd eens. Dat is steun voor Oekraïne. Wat dat betreft hoop ik dat ook in de komende jaren te kunnen vinden. Ik vind het op dit moment teleurstellend dat het kabinet-Jetten eigenlijk ten opzichte van vorig jaar komt met een bijna halvering van het budget voor Oekraïne. Ik hoop echt in de Voorjaarsnota de uitwerking van de motie-Klaver te zien.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Dank aan de premier en de ministers. Ik sluit me aan bij de mooie woorden van collega Piri over de intenties voor volgend jaar. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Europese trainingsmissie EUMAM, EU Military Assistance Mission, een van de pijlers is van de EU-steun aan Oekraïne, maar dat deze EU-missie vooralsnog medio november 2026 afloopt;
verzoekt de regering te verkennen of en onder welke voorwaarden de Europese trainingsmissie EUMAM verlengd kan worden, en de Kamer hier voor de zomer van 2026 over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 279 (36045) (#35).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer namens de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ook van mij uit dank aan de premier en de ministers voor de beantwoording van de vele vragen. We zijn het niet over alles eens, maar ik sluit me geheel aan bij de afsluiting van mevrouw Piri. Laat ik daar maar gewoon "bis" op zeggen. Ik heb nog één motie en die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er samenhang is tussen het conflict tussen de VS en Iran enerzijds, en het conflict tussen Oekraïne en Rusland anderzijds;
overwegende dat de president van de VS voortdurend geopolitieke dossiers verknoopt en het risico niet denkbeeldig is dat Amerikaanse steun aan Oekraïne verder afkalft bij achterblijvende samenwerking door Europese NAVO-partners;
overwegende dat een vrije doorvaart in de Straat van Hormuz in ons eigen belang is én deelname van Europese landen aan een missie in de Straat van Hormuz de VS kan binden aan Oekraïne;
verzoekt de regering de toekomst van Oekraïne nadrukkelijk mee te wegen bij besluitvorming over een militaire bijdrage aan een eventuele beschermingsmissie in de Straat van Hormuz,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Bikker.
Zij krijgt nr. 280 (36045) (#36).
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Dan is het woord aan de heer Brekelmans namens de VVD. Gaat uw gang.
De heer Brekelmans (VVD):
Dank, voorzitter. We voeren dit debat helaas voor het vierde jaar op rij. We hopen natuurlijk ieder jaar weer dat er geen volgende keer zal komen, maar zolang de oorlog voortduurt, moeten we de waarde van dit debat niet onderschatten. Want ook al krijgt Oekraïne helaas veel minder aandacht dan het verdient, het feit dat wij dit in het parlement bespreken en breed onze steun laten zien, en ook het kabinet weer aangeeft dat het zijn inspanningen voor Oekraïne onverminderd voortzet, wordt wel degelijk gezien. Het is heel belangrijk om dit te doen. Om die steun ook vanuit de Kamer nogmaals te uiten, dien ik een hele simpele motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit Oekraïne te steunen tegenover Rusland in de grootschalige oorlog,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Brekelmans, Van der Werf, Van Lanschot, Hoogeveen, Bikker, Stoffer, Dassen, Piri, Struijs en Dobbe.
Zij krijgt nr. 281 (36045) (#37).
De heer Brekelmans (VVD):
Verder heb ik de motie van de heer Dassen medeondertekend over voormalige Russische militairen, die we niet in onze straten willen zien.
Ik dank de minister van Buitenlandse zaken voor de toezegging dat hij binnen een aantal weken duidelijk zal aangeven hoe we gaan stimuleren dat er meer Nederlandse bedrijven actief worden in Oekraïne.
Ik dank de minister-president voor de toezegging dat hij zich er ook persoonlijk voor zal inspannen dat er diplomatieke voortgang wordt geboekt, ook in de coalition of the willing. Als we dit voorjaar namelijk het momentum verliezen, hebben we een serieus probleem. Dank dus daarvoor.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Struijs namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Tegen de ambassadeur en tegen het Oekraïense volk, en zeker ook tegen onze regering zeg ik: we gaan gezamenlijk moedig voorwaarts en zullen niet verzaken. Ik heb nog één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de meeste burgerslachtoffers als gevolg van de oorlog in Oekraïne in steden en dorpen rond de frontlinie vallen en het merendeel van de personen die achterblijven, vaak oudere en kwetsbare mensen zijn;
constaterende dat een organisatie als Human Rights Monitoring Mission in Ukraine vast heeft gesteld dat zo'n 45% van de dodelijke slachtoffers in 2025 60-plusser is en ook het Rode Kruis aangeeft dat tienduizenden mensen, met name ouderen en gezinnen met kinderen, extra hulp nodig hebben in deze gebieden;
verzoekt de regering om in de humanitaire hulp bijzondere aandacht te vragen voor ouderen en gezinnen die vlak bij de frontlinie wonen en leven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Struijs en Van der Werf.
Zij krijgt nr. 282 (36045) (#38).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is 400 miljoen euro Nederlands belastinggeld uit de begroting 2029 over te hevelen naar 2026 om de militaire steun aan Oekraïne te verhogen van 2,6 miljard naar 3 miljard euro;
overwegende dat internationale onrust en economische instabiliteit geen ruimte toelaten om (extra) geld uit te geven aan projecten buiten onze landsgrenzen;
constaterende dat er in Nederland voldoende noden zijn waaraan deze miljarden goed besteed zouden zijn;
verzoekt de regering om de 3 miljard euro steun aan Oekraïne niet te verstrekken en in te zetten in Nederland in de vorm van lastenverlichting en accijnsverlaging op brandstof,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 283 (36045) (#39).
De heer Dekker (FVD):
Dan de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet middels een kasschuif voornemens is dit kalenderjaar de steun aan Oekraïne met 400 miljoen euro te verhogen van 2,6 miljard naar 3 miljard euro;
constaterende dat dit een gat in de begroting achterlaat;
overwegende dat brandstof en boodschappen voor Nederlanders alsmaar duurder worden, terwijl tevens de lasten stijgen;
verzoekt de regering om af te zien van de verhoging van 400 miljoen euro extra steun,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 284 (36045) (#40).
De heer Dekker (FVD):
En dan de laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in een periode van enorme internationale onrust geen ruimte is voor escalatie in een nodeloze en onwinbare oorlog;
verzoekt de regering te stimuleren gesprekken te openen, via de EU of bilateraal, met Rusland, zodat er eindelijk zicht komt op het einde van het bloedvergieten in Oekraïne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 285 (36045) (#41).
Dank u wel. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Dobbe namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de VS sancties op Rusland hebben verlicht;
constaterende dat Rusland hiervan profiteert en dit betekent dat Rusland meer middelen heeft om de oorlog in Oekraïne te financieren;
verzoekt de regering het besluit van de VS om de sancties op Rusland te verlichten te veroordelen;
verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor een EU-brede veroordeling en diplomatieke acties om de druk op Rusland door de VS te intensiveren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 286 (36045) (#42).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet extra middelen voor Oekraïne wil vrijmaken voor 2026;
constaterende dat momenteel al grote bezuinigingen op publieke en sociale voorzieningen, zoals gezondheidszorg en sociale zekerheid, worden doorgevoerd;
verzoekt de regering te garanderen dat de steun aan Oekraïne niet ten koste zal gaan van publieke en sociale voorzieningen zoals zorg en sociale zekerheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 287 (36045) (#43).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het onwenselijk is om vrede in Oekraïne uitsluitend van Poetin en Trump af te laten hangen;
verzoekt de regering om in Europees verband en/of in samenspraak met niet-westerse landen, zoals Brazilië, Zuid-Afrika of India, te komen tot initiatieven voor onderhandelingen en vrede tussen Rusland en Oekraïne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 288 (36045) (#44).
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn laatste seconden wil ik nog gebruiken om het kabinet te bedanken. Ook wil ik de minister van Buitenlandse Zaken vragen of er nog meer nodig is om de bereidheid die hij net heeft getoond om actief te kijken naar andere mogelijkheden voor het opsporen en helpen van ontvoerde kinderen, om te zetten in een toezegging die zo concreet is dat we ook daadwerkelijk een terugkoppeling daarop krijgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors de vergadering tien minuten en dan gaan we verder met de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister-president voor de appreciaties van de ingediende moties.
Termijn antwoord
Minister Jetten:
Voorzitter. Ik zal de moties pakken die met name gaan over de binnenlandse zaken. De motie-Dassen/Stoffer op stuk nr. 272: er zijn nu nog geen microcredentials bij het mbo, maar in de geest van de motie willen we hier wel mee aan de slag, dus de motie op stuk nr. 272 geef ik oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 278 van mevrouw Piri en de heer Stoffer, maar eigenlijk van mevrouw Abdi, als ik dat zo mag zeggen. Ik heb er net in het debat uitgebreid bij stilgestaan. Ik moet eigenlijk heel formeel nu zeggen dat ik de motie moet ontraden, omdat er geen dekking bij de motie zit. Ik kan 'm ook ontijdig verklaren. Laat ik nog een keer benadrukken wat ik net ook al in het debat heb gezegd: wij gaan er echt nog een keer heel goed naar kijken. Mochten we een oplossing vinden, dan komen we eerst bij u terug, want dat vind ik wel zo netjes, gezien de inzet die u erop heeft gepleegd. Wellicht wilt u met die toezegging de motie nog even aanhouden, zodat wij als kabinet dit nog een keer kunnen bezien.
De voorzitter:
Mevrouw Piri, tweede interruptie.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat zullen wij doen. Ik waardeer het dat de premier bereid is om hier nog een keer serieus naar te kijken.
Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 281 is een spreekt-uitmotie. Daar hebben wij natuurlijk geen oordeel over, maar ik kan wel de warme woorden uit de motie namens het kabinet volledig ondersteunen.
De motie op stuk nr. 283 ontraad ik, met verwijzing naar het debat.
De motie op stuk nr. 284 ontraad ik ook, met verwijzing naar dit debat en het debat dat morgenavond plaatsvindt.
Dan de motie op stuk nr. 287. Of deze twee zaken zo met elkaar samenhangen, daar maken we echt een andere weging in, dus ook die motie ontraad ik. Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Voorzitter. De motie-Dassen/Brekelmans op stuk nr. 271 geven we oordeel Kamer.
De motie-Hoogeveen op stuk nr. 274, over het EU-Ukraine Strategic Partnership on Raw Materials, krijgt oordeel Kamer.
De motie-Hoogeveen op stuk nr. 275 ontraden we. We denken dat het en-en moet zijn. Het is beide nodig, bilaterale steun én een gezamenlijke inzet via de EU.
De motie-Stoffer op stuk nr. 280, over de toekomst van Oekraïne meewegen bij de besluitvorming over een eventuele beschermingsmissie in de Straat van Hormuz, krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 282, van de heer Struijs, krijgt ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 285 ontraden we, met verwijzing naar het debat en de woorden "nodeloze en onwinbare oorlog".
Dan de motie op stuk nr. 286, over het veroordelen van de sanctieverlichting. Zoals we in het debat hebben gemeld, spreken we de VS hier ook op aan. We geven ook aan dat wij dit onwenselijk vinden, maar veroordelen in de termen zoals wordt voorgesteld in de motie helpt daar niet bij.
De voorzitter:
Daarmee krijgt die de appreciatie "ontraden"?
Minister Berendsen:
Ja, sorry, ontraden.
De motie op stuk nr. 288 ontraden we ook; dan begin ik daarmee, voorzitter. Dat heeft er alles mee te maken dat het kabinet het realistisch acht dat de VS nog steeds een sleutelspeler blijven, hoewel ik ook in het debat heb aangegeven dat we er natuurlijk zo veel mogelijk internationale partners bij willen betrekken.
Dan nog de suggestie of er een toezegging zou kunnen zijn over meer actie voor de ontvoerde kinderen. Ik verwijs natuurlijk graag naar de 2 miljoen euro die we al uitgeven ten behoeve van de ontvoerde kinderen. Dus als ik het zo mag lezen dat we graag kijken hoe we het geld het beste inzetten en welke actie we het beste kunnen ondernemen, dan zijn we van harte bereid om een brief naar de Kamer te sturen over welke inzet we kunnen doen. Maar ik geef daarbij wel de winstwaarschuwing dat meer geld op dit moment helaas niet mogelijk is.
De voorzitter:
Even voor de administratie. Gaat dit over een motie?
Minister Berendsen:
Nee, dit was mijn vrije interpretatie van de vraag die mevrouw Dobbe stelde over welke toezegging eventueel toegeschreven zou kunnen worden aan mijn antwoord op de vraag over actie voor de ontvoerde kinderen.
De voorzitter:
En welke appreciatie krijgt de motie op stuk nr. 288?
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 288 krijgt de appreciatie "ontraden".
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb toch een vraag over de appreciatie van mijn motie, de motie op stuk nr. 275. Deze is ontraden met de motivatie: het is en-en, dus én gezamenlijke Europese leningen én nationale verantwoordelijkheid. Ten eerste strookt dat niet helemaal met de beantwoording die ik van de premier heb gekregen. De motie verzoekt om landen aan te spreken die niet leveren, alvorens we overgaan tot nieuwe Europese gemeenschappelijke leningen, of dat nu in eurobonds is of in andere semantische discussies. Maar in de motie staat niet dat het een het ander uitsluit. Er staat: spreek landen aan op hun nationale verantwoordelijkheid om hun steun op peil te houden; het nalaten van die steun mag niet leiden tot meer gemeenschappelijke schulden.
Minister Berendsen:
Wat ons betreft zit het 'm in het woord "alvorens". Op dit moment spreken wij internationale partners in bilaterale contacten continu aan om meer te doen. Zoals wij de motie lezen, hebben wij wat zorgen over het woord "alvorens". Het gebeurt nu namelijk al. Er liggen ook al nieuwe gezamenlijke Europese pakketten op tafel om dingen voor elkaar te krijgen. Dat betekent dat het woord "alvorens" hier niet passend is. Als de indiener dat wenst aan te passen, ben ik van harte bereid er nog naar te kijken, maar dat is de redenering vanuit het kabinet.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Buitenlandse Zaken. Ik geef tot slot het woord aan de minister van Defensie voor de appreciatie van de resterende moties.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u, voorzitter. De motie op stuk nr. 273 van de heer Dassen en een aantal collega's krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 276 van mevrouw Van der Werf en anderen krijgt oordeel Kamer. Daar hebben we het in het debat ook over gehad, dus als u het goedvindt, wil ik met tempo doorgaan.
De motie op stuk nr. 277 van mevrouw Van der Werf en collega's krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 279 van de heer Van Lanschot gaat over EUMAM. Deze krijgt ook oordeel Kamer.
Heb ik daarmee alles gehad, voorzitter? Ik denk het wel.
De voorzitter:
Ik denk het wel. Ik dank ook de minister van Defensie.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van het kabinet. Ik dank de bewindspersonen voor hun aanwezigheid en hun beantwoording, de aanwezige leden voor het gevoerde debat en natuurlijk de ambassadeur en zijn ondersteuning voor hun aanwezigheid.
De voorzitter:
Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van de plenaire vergaderdag van dinsdag 24 maart. Ik sluit de vergadering.