[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]
Datum 2026-06-03. Laatste update: 2026-06-08 11:43
Wttewaall van Stoetwegenzaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

Arbeidsmigratie

Opening

Verslag van een commissiedebat

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 3 juni 2026 overleg gevoerd met de heer Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over Arbeidsmigratie.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Van der Lee

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Post

Voorzitter: Van der Lee

Griffier: Van den Broek

Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Boon, Tijs van den Brink, Ceder, Ceulemans, Jimmy Dijk, Flach, Van der Lee, Neijenhuis, Nobel, Patijn en Wiersma,

en de heer Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Aanvang 10.00 uur.

Arbeidsmigratie

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 9 oktober 2025 inzake tweede evaluatie detacheringsmeldplicht (29861, nr. 168);
  • de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 30 oktober 2025 inzake stand van zaken Bouwplaats-ID en inhoudingen op het minimumloon (29861, nr. 170);
  • de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 20 november 2025 inzake inhoudingen WML voor huisvesting en voortgang aanbevelingen Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten (29861, nr. 176);
  • de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 3 februari 2026 inzake voortgang arbeidsmigratiebeleid en reactie op het IBO, SER-advies en OVV-rapport (29861, nr. 187);
  • de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 12 februari 2026 inzake voortgang invoering toelatingsstelsel Wtta (36446, nr. 90);
  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 maart 2026 inzake fiche: Aanbeveling aantrekken van talent voor innovatie (22112, nr. 4299);
  • de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 12 mei 2026 inzake onderzoek detachering Europees wegvervoer (invoeringstoets en nulmeting) (36166, nr. 8).

De voorzitter:

Ik open deze vergadering van de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. We hebben een commissiedebat over arbeidsmigratie. Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en zijn ondersteuning van harte welkom. Ook welkom aan de leden die aanwezig zijn: de heer Flach van de SGP, de heer Boon van de PVV, de heer Van den Brink van het CDA, de heer Nobel van de VVD, mevrouw Patijn van GroenLinks-Partij van de Arbeid en mevrouw Wiersma van BBB.

Ik stel voor dat we in de eerste termijn de onderlinge interrupties in eerste instantie tot vier beperken. Dan zien we vervolgens bij de termijn van de minister of er misschien iets meer ruimte is. Ik geef als eerste het woord aan de heer Flach, die zijn inbreng doet namens de SGP-fractie. Gaat uw gang.

De heer Flach (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Ik kan, net als een aantal andere woordvoerders, niet het hele debat aanwezig zijn, omdat het samenvalt met het Verantwoordingsdebat. Dat gezegd hebbende.

Voorzitter. "Overheid, neem de controle over migratie terug." Dat was de boodschap van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Maar de regie bleef uit en de ongecontroleerde instroom, of het nu gaat over asiel- of arbeidsmigratie, ging voort. Het kabinet lijkt geen prioriteit te geven aan de enorme gevolgen van de demografische ontwikkeling in ons land, terwijl veel Nederlanders nu al geen woning of huisarts meer kunnen vinden. Sterker nog: het rapport lijkt in de ijskast verdwenen te zijn. Ik kom in het coalitieakkoord de term "demografie" of een variant daarvan welgeteld nul keer tegen. Zijn deze coalitie en dit kabinet dat spraakmakende advies uit 2024 vergeten? Wanneer kunnen we eindelijk opvolging hiervan verwachten, vraag ik de minister.

Voor de SGP is het helder: het migratiesaldo moet zo ver mogelijk naar beneden. Er moet een sturend richtgetal komen dat is voorzien van specifieke bandbreedtes met onder- en bovengrenzen voor arbeidsmigratie en de andere migratietypen. Bij overschrijding moet het kabinet verplicht worden om maatregelen te nemen. Er ligt een aangenomen motie-Stoffer c.s. die hierom vroeg. Hoe geeft het kabinet hier uitvoering aan en welke concrete maatregelen gaat de minister nemen om de regie terug te pakken? Laat ik nog één gratis suggestie doen: zet in de EU in op de mogelijkheid om woon- en werkvergunningen voor EU-arbeidsmigranten in te voeren.

Voorzitter. Maatregelen om de instroom qua arbeidsmigratie te beperken, blijven tot op heden uit. Het kabinet zet wel alvast de deur open voor arbeidsmigranten van buiten de EU. Dat doet het weliswaar onder strenge voorwaarden, maar toch worden mensen actief hierheen gehaald. Wat is het kabinet van plan en wanneer ontvangen we de uitgewerkte plannen van de Taskforce Asiel en Migratie? Wat de SGP betreft zetten we eerst in op het effectief verminderen van het aantal arbeidsmigranten in Nederland voordat we nog meer mensen hierheen halen. Vervolgens kijken we naar mensen binnen de EU. In het laatste geval zouden we kunnen kijken naar mensen buiten de EU, maar dan alleen voor de sectoren die cruciaal zijn voor onze toekomstige economie. Deelt de minister dat standpunt?

Voorzitter. Ik heb eerder gezegd: Nederland is verslaafd aan arbeidsmigratie. Een verslaving gaat over het algemeen niet vanzelf over. Het vraagt een intensieve behandeling, maar ook heldere keuzes: dit doe ik niet meer en daar ga ik wel voor. Nederland moet kiezen wat voor economie het wil zijn. Ook de SER onderstreept het belang hiervan. Volgens de raad sluit de huidige inzet nog onvoldoende aan bij de grote maatschappelijke opgaven en transities van Nederland. Welke gerichte keuzes maakt het kabinet ten aanzien van de economie van de toekomst? De SGP ziet een economie van waarden voor zich, die robuust, sociaal, duurzaam en innovatief is. Het ibo en de SER adviseren een sterkere inzet op arbeidsbesparende innovaties met oog voor sociale innovatie en hoogwaardig werk. In plaats daarvan wordt nu gekozen voor laagbetaalde arbeidsmigranten. Dat is onwenselijk. Wat doet het kabinet met de aanbevelingen van de SER op dit punt?

Laten we naast innovatie inzetten op het zo goed mogelijk benutten van de arbeidsmigranten die al in Nederland zijn en hier mogen blijven. Zo kan de commerciële visserij bijvoorbeeld geen gebruik maken van de tewerkstellingsvergunning, terwijl andere maritieme sectoren dat wel mogen en het tekort aan personeel er niet minder groot is. Dit soort kromme regels moeten overboord. Wil de minister hiernaar kijken?

Voorzitter. Eerder vroeg ik aandacht voor frauderende Oost-Europeanen die een WW-uitkering ontvangen terwijl ze in hun thuisland verblijven. Zo zijn er Bulgaren die in het winterseizoen in Nederland werken en 's zomers terugkeren naar huis om daar op onze kosten van de zon te genieten. Minister Van Hijum zei dat de signalen bekend waren en dat er gekeken werd hoe dit beter kan worden aangepakt. Wat is er intussen gebeurd? Ik vraag de minister hierin te duiken en een brief aan de Kamer te sturen met extra informatie. Hoe vaak gebeurt dit en welke middelen heeft het UWV om dit aan te pakken? Hoe wordt ervoor gezorgd dat het UWV meer zicht krijgt op verblijf in het herkomstland? Wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met overheidsinstanties in het land van herkomst?

Dan een vraag annex hieraan. De SGP vindt het onwenselijk dat jaarlijks miljoenen aan kinderbijslag en kindgebonden budget over de grens verdwijnen, doordat nog altijd het woonlandbeginsel niet kan worden toegepast bij kindregelingen. Wil het kabinet in een coalitie van gelijkgezinde landen prioriteit geven aan aanpassing van EU-regelgeving op dit punt?

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de heer Boon. Voordat ik hem echt het woord geef, wil ik nog even melden dat de heer Neijenhuis aanwezig is namens D66, de heer Ceulemans namens JA21 en de heer Jimmy Dijk namens de SP. Voor alle duidelijkheid: we hebben vier interrupties onderling in de eerste termijn afgesproken. Meneer Boon, gaat uw gang.

De heer Boon (PVV):

Dank u wel, voorzitter. De PVV wil fors minder arbeidsmigratie. Nederland is te afhankelijk geworden van goedkope buitenlandse arbeid, terwijl de druk op onze woningen, zorg, infrastructuur en leefbaarheid steeds verder toeneemt. Ook zien wij steeds meer problemen rond dakloze arbeidsmigranten, met overlast en criminaliteit als gevolg.

Voorzitter. Telkens wordt gezegd dat Nederland niet zonder arbeidsmigranten kan, maar als het aantal laagbetaalde banen drie keer zo hard groeit als het aantal andere banen, dan creëren we die afhankelijkheid van arbeidsmigratie zelf. Daarbij blijven megadistributiecentra en arbeidsmigrantencomplexen als paddenstoelen uit de grond schieten. Het zijn letterlijk migratiemagneten die steeds nieuwe arbeidsmigratie aantrekken. Nederland moet geen lagelonenland worden dat draait op voortdurende aanvoer van goedkope arbeidskrachten uit het buitenland. Het resultaat zien we terug in de cijfers. Inmiddels werken er ongeveer 1,7 miljoen arbeidsmigranten in ons land. Dit kabinet zit inmiddels meer dan 100 dagen en heeft zelfs een speciale Taskforce Asiel en Migratie ingesteld om meer grip te krijgen op ook arbeidsmigratie. Dus de vraag aan de minister is simpel: wat heeft dit tot nu toe concreet opgeleverd en wanneer gaat de instroom nu echt omlaag?

Voorzitter. Nederland beschikt zelf altijd nog over een miljoen aan onbenut arbeidspotentieel. Waarom slaagt het kabinet er niet in om veel meer van deze mensen aan het werk te krijgen voordat er opnieuw naar arbeidsmigratie wordt gegrepen? Dit is echt jammer. De PVV vindt dat eerst het onbenutte arbeidspotentieel binnen Nederland moet worden ingezet: niet steeds meer arbeidsmigratie, maar Nederlanders aan het werk, innovatie, automatisering en een hogere productiviteit.

Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag wie profiteert van deze vorm van arbeidsmigratie. Kijk bij mij in Brabant. Daar bezitten Luxemburgse bedrijven alleen al bijna 1,6 miljoen vierkante meter aan distributiecentra, goed voor ongeveer 318 voetbalvelden aan XXL-blokkendozen. Terwijl deze distributiecentra een enorme druk leggen op ruimte, woningen en voorzieningen, blijken via buitenlandse constructies ook nog eens miljoenen aan belasting te worden ontweken. De winsten verdwijnen naar buitenlandse investeerders, terwijl de Nederlanders met de gevolgen zitten. Kan de minister uitleggen wat Nederland hier eigenlijk per saldo mee wint?

Voorzitter. De PVV wil daarnaast harde maatregelen tegen dubieuze detacheringsconstructies. Via zulke sluiproutes worden arbeidsmigranten, ook uit derde landen, onder buitenlandse voorwaarden hier aan het werk gezet, wat leidt tot oneerlijke concurrentie, verdringing van Nederlandse werknemers en verdere druk op lonen en voorzieningen. De vorige minister trok hier samen met meerdere Europese landen over aan de bel in Europa. Gaat de minister door met deze inzet? Wanneer wordt dit nu eindelijk echt aangepakt? Ook willen wij tewerkstellingsvergunningen voor werknemers uit alle EU-landen, zodat Nederland weer meer grip krijgt op arbeidsmigratie binnen Europa. Verder wil de PVV strengere eisen voor kennismigratie, waaronder hogere looncriteria, zodat de regeling alleen, zoals bedoeld, toegankelijk blijft voor schaars en echt hoogwaardig talent met echt toegevoegde waarde voor onze economie. De regeling mag niet weer opnieuw worden misbruikt om via een achterdeur goedkope buitenlandse arbeidskrachten binnen te halen. Daarnaast zijn wij kritisch op nieuwe afspraken en samenwerkingen, zoals met India, om actief buitenlandse kenniswerkers naar Nederland te halen.

Voorzitter. De keus is heel simpel: blijven we kiezen voor steeds meer arbeidsmigratie, steeds meer distributiecentra en nog meer afhankelijkheid van goedkope arbeid terwijl de winsten verdwijnen naar buitenlandse investeerders en de rekening bij de Nederlandse samenleving wordt neergelegd of kiezen we eindelijk voor Nederlandse werknemers, voor innovatie, voor hogere productiviteit en voor een economie die niet draait op massa-arbeidsmigratie? De PVV kiest voor het laatste. De PVV kiest voor de Nederlanders.

Voorzitter, tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel. U krijgt een interruptie van de heer Flach.

De heer Flach (SGP):

Met instemming luister ik naar de afkeer van de heer Boon van de niet-aflatende de stroom van nieuwe distributiecentra. Mijn vraag is wel wat we daaraan zouden kunnen doen. Ik ben vorig jaar samen met mevrouw Patijn op werkbezoek geweest in Waalwijk, bij bol.com. We hebben daar onder anderen met de wethouder gesproken en die was echt van plan om nog tientallen hectares toe te gaan voegen, terwijl het arbeidspotentieel er eigenlijk niet is en de huisvesting ook een probleem is. Wat zouden we er vanuit de Rijksoverheid aan kunnen doen om dit af te remmen?

De heer Boon (PVV):

Dit antwoord ga ik in verschillende punten uitsplitsen. Voor nieuwe distributiecentra kan je planologisch natuurlijk eisen stellen aan provincies en gemeenten. Bij uitbreiding moet je zorgen dat je voldoende werknemers hebt en voldoende huisvesting. Maar we moeten ons ook de vraag stellen of de distributiecentra die er nu staan eigenlijk wel echt allemaal voor Nederland werken. Er wordt heel veel met dozen geschoven en dozen gaan weer door naar buiten Nederland. Ze komen alleen naar Nederland toe omdat wij bepaalde voorwaarden hebben, omdat we heel goedkoop arbeid kunnen aanbieden. Eigenlijk horen deze distributiecentra niet in Nederland te staan. Bij de distributiecentra die wel in Nederland staan, moeten we echt goed gaan kijken wat we aan innovatie kunnen gaan doen. Wat kan geautomatiseerd worden, zodat we niet telkens toenemende stroom arbeidsmigranten nodig hebben om dat aan te vullen? Ik denk dat dat de facetten zijn waar we naar moeten kijken. Die maatregelen kunnen we ook inzetten vanuit kabinet. Dat is dan ook mijn vraag aan de regering: zet dat in.

De voorzitter:

Dan gaan we door naar de heer Van den Brink. Hij voert het woord namens de CDA-fractie.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Sinds de komst van het nieuwe kabinet is er al veel gesproken over asielbeleid, zowel in de Kamer als in de samenleving. Inmiddels zijn er diverse wetten door de Eerste en Tweede Kamer geloodst. Vorige week is het Europees Migratiepact door de Eerste Kamer goedgekeurd. Vandaag spreken we pas voor het eerst echt over arbeidsmigratie. Dat is vreemd, want het grote aantal arbeidsmigranten gaat op veel plekken de draagkracht van de samenleving te boven. We kennen de verhalen allemaal: arbeidsmigranten die bij gebrek aan woonruimte buiten slapen, vooral in grote steden, wijken die uitpuilen van intensief bewoonde huizen, met alle gevolgen van dien, en scholen die hun best doen om kinderen van arbeidsmigranten op te vangen, maar bijna bezwijken onder de aantallen.

Voorzitter. Arbeidsmigratie is nodig, maar de aantallen moeten omlaag. Volgens het CBS kwamen er in 2023 bijna 70.000 arbeidsmigranten naar Nederland. In dat jaar kwamen er ook 48.000 asielzoekers. Na aftrek van de arbeidsmigranten die ons land verlieten, kom je dan op zo'n 100.000. Dat is ver boven de bandbreedte van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen voor gematigde groei, namelijk tussen 40.000 en de 68.000. En dan reken ik studiemigratie nog niet mee. Opgeteld is het te veel.

Het CDA is niet tegen mensen die hier komen werken. Zij verdienen respect en doen vaak zwaar werk, maar een economie die blijft draaien op steeds meer goedkope arbeid van elders is geen sterke economie. Dat is een economie die problemen doorschuift. De vraag moet niet alleen zijn waar we nieuwe mensen vandaan halen, maar ook waarom we voortdurend nieuwe mensen nodig hebben. Waarom investeren bedrijven niet meer in automatisering en betere arbeidsvoorwaarden? Waarom loont het soms meer om mensen van ver te halen dan om werk hier aantrekkelijker te maken?

Arbeidsmigratie moet selectief, fatsoenlijk en beheersbaar zijn. Voor vakmensen die Nederland nodig heeft moeten we ruimte houden, maar we moeten de afhankelijkheid van laagbetaald werk onder slechte omstandigheden afbouwen. De SER zegt terecht dat dit gepaard moet gaan met beter werk, betere voorwaarden en meer inzet van technologie en mensen die hier al zijn. Daarom wil het CDA dat misstanden steviger worden aangepakt. Maar liefst 200.000 arbeidsmigranten bevinden zich in een kwetsbare positie. Dat kan echt niet. Kan de minister voor de zomer met een concreet plan komen per sector: in welke sectoren willen we minder afhankelijk worden van laagbetaalde arbeidsmigratie, welke stappen kunnen er worden gezet in robotisering en in welke sectoren kunnen betere arbeidsvoorwaarden helpen?

Dan de Wtta. Het toelatingsstelsel moet malafide uitzendbureaus weren. Vanaf 2028 mogen bedrijven alleen nog met toegelaten uitleners werken. Wordt dit geen papieren werkelijkheid? Heeft de Arbeidsinspectie voldoende capaciteit en worden inleners net zo stevig aangepakt als uitzendbureaus? Want wie goedkope arbeid inkoopt, draagt ook verantwoordelijkheid.

Een ander probleem betreft derdelanders, mensen van buiten de EU met een werkvergunning in een ander EU-land, Litouwen of zo, die doorreizen naar Nederland. Dat zijn er inmiddels een kleine 30.000 per jaar. Ze zijn vaak zeer kwetsbaar. Wat doet de minister om deze constructie te stoppen?

Voorzitter. Bedrijven die arbeidsmigranten inzetten, moeten vooraf zorgen voor fatsoenlijke huisvesting, dus niet eerst groeien en daarna de gemeente opzadelen met problemen. Gaat de minister regelen dat gemeenten en provincies bedrijven kunnen afremmen als voorzieningen en de leefbaarheid niet op orde zijn?

Scholen met veel kinderen van arbeidsmigranten krijgen minder steun dan vergelijkbare scholen met asielzoekers, terwijl de opgave vergelijkbaar is. Is de minister bereid om met staatssecretaris Tielen te kijken naar betere ondersteuning? Sommige van deze scholen staat het water echt aan de lippen.

Het blijft natuurlijk wrang: de lusten van arbeidsmigratie zijn vaak voor werkgevers en consumenten en de lasten voor de samenleving. Wat het CDA betreft is het redelijk om te proberen om kosten, zoals die voor de opvang van dakloze arbeidsmigranten, te verhalen op malafide werkgevers. Wat vindt de minister van het idee dat in het ibo-rapport staat om tot een vrijwillig werkgeversfonds te komen? Ziet hij andere mogelijkheden om slechte werkgevers mee te laten betalen aan de maatschappelijke kosten? Fijn trouwens dat u de opvang voor dakloze arbeidsmigranten heeft verdubbeld, zeg ik tegen de minister.

Voorzitter. Het CDA wil af van de koppeling tussen baan en bed. Niemand mag op straat belanden als het werk stopt. Wanneer komt er betere huurbescherming, zodat de inhoudingen op het minimumloon verboden kunnen worden, zoals collega Neijenhuis en ik in een aangenomen motie hebben gevraagd?

De voorzitter:

Een ogenblik. De heer Ceulemans heeft een interruptie.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik heb een interruptie hierover aan de heer Van den Brink. Wat hij nu bepleit, lag gewoon op tafel. Minister Van Hijum had een traject ingezet om de mogelijkheid om te korten op het minimumloon voor huisvesting af te bouwen. Minister Paul heeft de dag na de verkiezingen besloten om dat weer terug te trekken. Die zei "dat blijft voorlopig bestaan", en het CDA is daar gewoon in meegegaan. Hij heeft weliswaar een motie ingediend om daar later op een andere manier op terug te komen, maar als hij dit zo belangrijk vindt, waarom heeft hij dan het plan dat klaarlag van tafel geveegd?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Omdat de huurbescherming voor arbeidsmigranten op dit moment niet op orde is. Ik heb het niet van tafel geveegd. In het voorstel van mevrouw Paul en de heer Van Hijum zat een afbouw, een geleidelijke afbouw. Die hebben we eruit gehaald. We willen dat het zo snel mogelijk, zodra die huurbescherming op orde is, alsnog wordt gestopt.

De heer Ceulemans (JA21):

Maar in het voorstel dat op tafel lag, zou meteen begonnen worden met die afbouw en dat begin is nu van tafel gehaald. Het is nu maar wachten wanneer dat wel gaat gebeuren. Ik weet dat dit de heer Van den Brink aan het hart gaat. We zijn samen op werkbezoek geweest in Utrecht. Dit onderwerp gaat hem aan het hart. Ik zie echter altijd een reflex. Als het echt op concrete maatregelen aankomt die pijnlijk zijn voor uitzendbureaus en werkgevers, dan wordt er vaak toch op de rem getrapt, wordt er toch getraineerd. Ik vraag de heer Van den Brink om dit toch echt te heroverwegen, ook omdat de Arbeidsinspectie zegt: juist deze regeling is een prikkel om buitenlands personeel in dienst te nemen in plaats van Nederlands personeel, ten koste van de samenleving.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

We zijn het erover eens dat die regeling afgebouwd moet worden. We hebben kennelijk een verschil van mening over het tempo. Wat mij betreft mag het snel, maar dan moet de huurbescherming echt op orde zijn. Want anders krijg je nog grotere problemen.

De voorzitter:

De heer Van den Brink vervolgt zijn betoog. Of nee. Er is een interruptie van mevrouw Patijn.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik heb daar toch één vraag over aan het CDA. De huurbescherming telt nu ook niet en op dit moment zie je gewoon elke dag mensen op straat gezet worden. Die huurbescherming heeft dus geen enkele zin. Op dit moment doet die er helemaal niet toe. Wat gaat er nou veranderen als die huurbescherming wel geregeld is? Als we gewoon op dit moment die inhoudingen zouden afschaffen, dan is het in ieder geval losgekoppeld. Als mensen dan geen huurbescherming hebben, kan het zijn dat ze op straat gezet worden, maar dan hebben ze in ieder geval niet meer die afhankelijkheid van die werkgever. Ik begrijp de redenering, de koppeling aan die huurbescherming helemaal niet.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Die huurbescherming moet beter. Er wordt gewerkt aan voorstellen. Mevrouw Keijzer heeft daar een voorstel over aangekondigd. Ik vraag aan de minister hoe het daarmee staat. Zodra die op orde is, kan je die koppeling losmaken.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Tot slot, registratie en taal. Je kunt mensen niet beschermen als je niet weet waar ze zijn en wie hier langer blijft, moet Nederlands leren. Dat is nodig voor veiligheid en integratie. Gaat de minister werkgevers verplichten hun verantwoordelijkheid te nemen bij de registratie van arbeidsmigranten?

Nederland heeft vakmensen nodig. Dat moet gericht en onder duidelijke voorwaarden. De pilot voor vakkrachten steunen we, maar die mag geen achterdeur worden voor nieuwe arbeidsmigratie waar we geen grip op hebben. Kan de minister garanderen dat vooraf helder is voor welke sectoren het geldt en welke eisen en voorwaarden gelden?

Voorzitter. Het CDA wil dat het kabinet keuzes maakt en uitvoert, zodat minder mensen op straat slapen, minder wijken verloederen en de druk op het onderwijs afneemt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. De heer Flach nog.

De heer Flach (SGP):

Ik hoor in het betoog van de heer Van den Brink het besef dat het afremmen van arbeidsmigratie iets betekent voor onze economie. Als SGP hebben we al meer gepleit voor economie van waarden, verder dan alleen geld: sociaal, duurzaam, innovatief en robuust. Wat is de visie van het CDA op onze economie als we naar minder arbeidsmigranten toe zullen moeten?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik vind dat u daar mooie woorden voor reserveert. Die onderschrijven wij. We moeten daar — dat zei ik ook tegen de minister — meer keuzes in maken. Welke economie willen we hier? Welke activiteiten willen we hier wel en welke niet? Het CDA heeft dan een voorkeur voor activiteiten waarvoor meer hoger opgeleide migranten uit het buitenland hiernaartoe komen en die iets toevoegen aan onze economie in plaats van sectoren waardoor veel minder wordt toegevoegd aan de economie, die vooral plekken zijn waar het wordt afgewerkt allemaal.

De heer Flach (SGP):

Lopen we daarmee dan ook niet het risico dat onze economie in een soort opwaartse spiraal wordt geduwd? Er zal altijd op alle niveaus werk moeten blijven. Is er tegelijkertijd ook niet een beweging nodig om onze jongelui op scholen al vroeger te interesseren in banen die nu nog worden ingevuld door arbeidsmigranten? In de techniek is al jaren een schreeuwend tekort. Zouden we niet ook iets sturender in het onderwijsaanbod moeten zijn?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik ben heel erg voor jonge mensen die met hun handen gaan werken en die daar goed in zijn. Die kunnen we heel goed gebruiken. We hebben nog best veel mensen die niet deelnemen aan het arbeidsproces die daar misschien ook een rol in kunnen spelen. Dus daar ben ik voor, zeker.

De heer Boon (PVV):

Ik ga een beetje door op de vraag van de heer Flach, maar net iets anders denk ik. U gaf aan in uw tekst dat bedrijven eerst moeten zorgen dat ze woonruimte hebben. Ik heb het voorbeeld genoemd van Brabant, van distributiecentra van Luxemburgse brievenbusmaatschappijen. Die bouwen ook gigantische wooncomplexen voor deze arbeidsmigranten, maar ze voegen eigenlijk niks toe aan onze economie. Nederlanders hebben echt puur de lasten. Al het geld verdwijnt naar buitenlandse investeerders. Moeten wij dan niet zeggen, ook als overheid zijnde: het is goed dat u woonruimte aanbiedt, maar uw bedrijf voegt eigenlijk niks toe aan onze economie, niks toe aan onze maatschappij, dus we gaan hier vanuit het kabinet geen toestemming voor geven? Moeten we geen regels gaan maken zodat dit soort bedrijven, die helemaal niks toevoegen, niet meer in Nederland gebouwd worden?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik ben al heel blij als alle werkgevers zorgen voor fatsoenlijke huisvesting. Dan zijn we in ieder geval al een stap verder dan we nu zijn. Daarnaast wordt het gewoon heel moeilijk om sectoren echt te verbieden om hier te komen. Zorg dat het goed is ingebed in de samenleving. Zorg dat de draagkracht van de samenleving op die plek het aankan. Als dat niet zo is, dan kunnen gemeenten en provincies wel degelijk voorwaarden stellen en ik zou het fijn vinden als ze dat doen. Het helemaal verbieden wordt volgens mij in een Europese Unie, waarin je vrij verkeer hebt van goederen en diensten, echt ingewikkeld.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik heb ook een vraag aan de heer Van den Brink. De heer Van den Brink stelt dat het CDA eigenlijk kiest voor de wat hoogwaardigere kennismigranten en eigenlijk min of meer afscheid wil nemen van de wat laagwaardigere migranten in sectoren die wat minder toevoegen aan de economie. Dat is natuurlijk best abstract. Kan de heer Van den Brink expliciteren of uitleggen welke sectoren hij daarmee bedoelt?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

In alle literatuur die ik hierover heb gelezen, komen een aantal sectoren steeds terug. Ik vraag aan het kabinet om met concrete voorstellen te komen, liefst voor de zomer nog, en aan te geven in welke sectoren het kabinet denkt dat dat mogelijk is.

Mevrouw Wiersma (BBB):

De heer Van den Brink zet net zijn standpunt uiteen, waarbij hij aangeeft dat een aantal sectoren daarin minder belangrijk zijn, althans voor het CDA. Ik wil gewoon antwoord op mijn vraag welke sectoren dat zijn.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Die ga ik u niet geven, omdat ik dat een taak vind van de regering. Er worden diverse sectoren genoemd. We hebben net de distributiecentra genoemd. U doelt ongetwijfeld op de vleessector, die ook wordt genoemd. Ik vraag aan de regering om met een aantal concrete plannen te komen per sector waarvan de regering denkt dat het beter is voor onze economie als we daar laagwaardige arbeid afbouwen.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik stel hier niet een vraag aan de regering. We voeren hier ook onderling het debat. Ik vraag dus naar het standpunt van het CDA ten aanzien van welke sectoren zij minder belangrijk achten. Ik kom tot de conclusie dat de heer Van den Brink dat gewoon niet expliciet wil uitspreken hier.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Dat klopt, omdat ik dat een taak van de regering vind.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Het is geen taak van het kabinet-Jetten om te bepalen wat de CDA-fractie vindt. Of misschien wel, maar dan hoor ik dat graag. Ik ben nu vijf jaar Kamerlid en al vijf jaar valt het mij op dat er vaak gezegd wordt dat we naar een andere economie toe moeten, maar dat het CDA het als vervolgens wordt gevraagd naar welke dan moeilijk vindt om dat aan te geven. Zo komen we niet veel verder. Ik val mevrouw Wiersma bij. Als wij hier een discussie voeren, volgens mij de eerste belangrijke tijdens het kabinet-Jetten, om te kijken welke richting we op willen en de heer Van den Brink aangeeft dat we naar een — ik parafraseer — hoogwaardiger economie moeten, waarbij een aantal arbeidsmigranten die nu in lagelonensectoren werken hier uiteindelijk geen plek meer hebben, dan heeft het CDA toch een beeld hoe die economie eruitziet en om welke sectoren het gaat? Bent u het met me eens dat het niet aan het kabinet is om het standpunt van het CDA daarin in te vullen? Wat heeft het CDA voor ogen?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Een economie waarin minder laagwaardige arbeid en meer hoogwaardige arbeid hiernaartoe gehaald wordt. Ik vraag aan het kabinet om te schetsen in welke sectoren dat zou kunnen en waar het kabinet dat ziet gebeuren en waar niet.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Volgens mij kennen we allemaal Tom en Jerry wel, die kat die de hele tijd achter die muis aan het rennen is en die hem eigenlijk nooit te pakken krijgt. Die muis is altijd net iets te slim. In dit geval zijn het vaak uitzendbureaus en werkgevers die net iets te slim zijn, en de verhuurders ook. Dan is de overheid, het kabinet, een beetje de dommige kat Tom, die een muis probeert te vangen. Dan zie je steeds dat die muis, wanneer het erop aankomt, het holletje inrent en dat die kat tegen een muur aanloopt. Ik vind het een perfecte metafoor voor iedere bijdrage die ik de afgelopen tijd heb gehoord van verschillende partijen hier: de hele tijd achter de feiten aanrennen. Zou het niet heel erg goed zijn om in plaats van de hele tijd achter die muis aan te rennen, een schot voor dat holletje te zetten waar die muis inrent en gewoon weer met werkvergunningen te gaan werken? Dat mag volgens de Europese Unie als het in Midden- en Oost-Europese landen en hier tot sociale ontwrichting leidt. Dan kunnen we een schot voor die deur neerleggen en dan is de overheid niet steeds de kat die tegen de muur aanbeukt, terwijl het muisje het holletje al is in gerend. Is het CDA het met de SP-fractie eens dat we weer met werkvergunningen kunnen gaan werken voor mensen uit Oost- en Midden-Europese landen, zodat we goede controle hebben, grip hebben …

De voorzitter:

U herhaalt zichzelf.

De heer Jimmy Dijk (SP):

… en arbeidsmigranten beschermen?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Mooie vergelijking. Ik denk dat het voor een deel klopt. De overheid is bezig om te proberen het netter en beter te doen, en telkens zie je dat werkgevers, of lelijke uitzendbureaus, toch weer manieren vinden om het te omzeilen. Ik vind dat we alles moeten doen om dat te voorkomen. Tegelijkertijd hecht mijn partij aan de vrijheid van goederen, diensten en personen in Europa. Mijn partij is op dit moment niet voor het gaatje helemaal dichtdoen, het schot ervoor zetten.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dan vind ik het echt naïeve gedachtes, want u had het net over een nieuwe economie en wat voor economie u wilt. Als u een andere economie wil, waarbij we geen uitbuiting hebben van kwetsbare personen die het slachtoffer zijn van uw gedachte van vrij verkeer van goederen, kapitaal en personen, dan blijft dit gebeuren. Dan blijven er altijd machtige of malafide bureaus die mensen uitbuiten. We zien het steeds. We zien het bij huisvesting, we zien het bij werk. Het kan toch niet waar zijn dat het CDA na 60 jaar misstanden met arbeidsmigratie nog steeds denkt dat door controle achteraf het probleem vooraf verholpen wordt? U loopt toch voortdurend achter de feiten aan, ook nu weer?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik ben nog niet eens 60 jaar. Ik ben hier nu een halfjaar, dus ik probeer grip te krijgen op deze materie. Ik ben iets optimistischer dan u. Ik denk dat er al veel verbeterd is in de afgelopen jaren. Het is absoluut niet af; dat ben ik met u eens. Ik ben op allerlei plekken geweest waar wij zien dat het misgaat. We moeten ons uiterste best doen om dat te beperken en te repareren. Tegelijkertijd moeten we ook onze economie aan de gang houden en gebruik blijven maken van goede arbeidsmigranten die hier onder fatsoenlijke omstandigheden hun werk doen. Dat is het standpunt van het CDA. En het klopt, dat wijkt af van het standpunt van de SP.

De voorzitter:

We gaan verder met de volgende spreker. Dat is de heer Nobel, die zijn bijdrage levert namens de VVD-fractie.

De heer Nobel (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Het is ook voor de VVD belangrijk om grip op migratie te krijgen. Arbeidsmigratie speelt daar een belangrijke rol in. Een deel van onze economie is gebouwd op arbeidsmigranten. In de tuinbouw, de vleessector en bijvoorbeeld de logistiek zijn de arbeidsmigranten zelfs onmisbaar geworden. Hoewel ze daar essentieel werk leveren, moeten we voorkomen dat sectoren volledig afhankelijk zijn of worden, ook omdat uiteindelijk de innovatie- en concurrentiekracht daarmee in de weg worden gezeten.

We moeten ook kijken naar de andere kant van het verhaal, want hoewel arbeidsmigranten essentieel zijn, brengt arbeidsmigratie ook een maatschappelijke druk met zich mee, onder andere op de zorg en de sociale zekerheid, maar ook op de woningmarkt. We moeten uiteindelijk wel keuzes durven te maken. Hoe organiseren we de arbeidsmigratie beter? Hoe beschermen we tegelijkertijd de arbeidsmigranten tegen misstanden?

Voorzitter. Er zijn nog te veel voorbeelden van uitbuiting en van slechte woon- en werkomstandigheden. Wat de VVD betreft moeten die harder worden aangepakt, zodat de arbeidsmigrant een normaal en goed salaris kan verdienen, en ondernemers tegelijkertijd ook eerlijk gehandeld en niet benadeeld worden. Ondernemers die zich wel aan de regels houden, worden namelijk nu heel erg benadeeld ten opzichte van partijen die zich niet aan de regels houden, wat uiteindelijk weer misbruik in de hand werkt. Het zet de eerlijke bedrijven over druk en verstoort de markt. Als een arbeidsmigrant geen degelijk salaris kan verdienen, heeft dat ook weer impact op onze economie en faciliteiten. Daarom vraag ik de minister hoe hij van plan is om het melden van misstanden laagdrempeliger te maken en ook veiliger. Hoe is de minister van plan om ervoor te zorgen dat malafide bedrijven zich toch aan de Wtta gaan houden?

De VVD maakt zich grote zorgen dat welwillende bedrijven straks de dupe worden van extra wet- en regelgeving, terwijl malafide bedrijven gewoon overal lak aan hebben. Als resultaat van deze praktijken zien we namelijk ook dat arbeidsmigranten bijvoorbeeld dakloos raken of kampen met een verslaving, onder meer in grote steden als Amsterdam en Rotterdam. Er zijn gelukkig mooie initiatieven, bijvoorbeeld voor de repatriëring van arbeidsmigranten. Zo begeleidt bijvoorbeeld Stichting Barka in Rotterdam arbeidsmigranten bij het vinden van werk of bij het vinden van een passende plek in het land van herkomst. Zo kunnen zij terugkeren naar het land van herkomst en daar re-integreren.

Voorzitter. Dat is een mooi voorbeeld van hoe het wel kan. Is de minister van plan om bijvoorbeeld deze Rotterdamse aanpak breder uit te rollen in Nederland? Hoe is hij van plan om de samenwerking tussen gemeenten beter tot stand te laten komen? Als een arbeidsmigrant uitwijkt naar een andere gemeente, dan is bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam van het probleem af, maar duikt hetzelfde probleem vervolgens in bijvoorbeeld Heerlen weer op. Dan zijn we per saldo niet zo veel met elkaar opgeschoten. Ik hoop dat de minister erover na wil denken hoe hij dat zou kunnen begeleiden. Ik hoop ook dat hij die goede voorbeelden over het hele land kan uitrollen.

Dan de kennismigrantenregeling, want deze speelt een belangrijke rol in het aantrekken van hoogopgeleide arbeidskrachten. Volgens het advies van de SER zijn we nu al te afhankelijk geworden van arbeidsmigranten en moeten wij ons meer richten op het potentieel van kennismigratie. Voor de VVD is het dan ook helder dat we de adviezen van de SER moeten opvolgen, door ons te richten op het potentieel van hoogwaardige arbeidskrachten. Wat de VVD betreft moet de kennismigrantenregeling dan ook worden behouden en het liefst ook worden versterkt. Hoe is de minister dit van plan? Hoe neemt hij regie op de groei en afhankelijkheid van laagbetaalde arbeidsmigratie? Is de minister bereid om de adviezen van de SER te volgen? Mijn collega van het CDA vroeg daar ook al naar.

Voorzitter, tot slot. In 2025 staan er nog steeds meer dan 400.000 mensen langs de kant, ook in Nederland. Hoe zou de minister deze mensen meer kunnen betrekken bij de banen die nu veelal worden opgevuld door arbeidsmigranten?

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng.

De heer Nobel (VVD):

Ik was nog niet klaar. Zal ik het nog even afmaken?

De voorzitter:

Ja, gaat u door.

De heer Nobel (VVD):

Daarom stel ik zelf in ieder geval ook voor om ook te kijken naar het binnenlandse potentieel van die 400.000 mensen die nu aan de kant staan. Ik ben ook benieuwd hoe de minister dat ziet en hoe hij dat arbeidspotentieel beter wil benutten. Met welke maatregelen zou de minister het aantrekkelijker kunnen maken om voor deze groep ook aan het werk te gaan en minder afhankelijk te worden van buitenlandse arbeidskrachten?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik was vorige week bij een bijeenkomst van Amerikaanse bedrijven in Nederland en die kaartten ook al de noodzaak aan dat er de komende jaren een wereldwijde race komt om de beste krachten wereldwijd. Als Nederland daarin niet meegaat, dan komen we achter te lopen — dat was in ieder geval hun verhaal — en zoek het dan maar uit. Er werden ook belastingvoordelen bepleit, bijvoorbeeld op een woning. De heer Nobel heeft volgens mij de unieke positie om woordvoerder te zijn op Wonen en ook op Arbeidsmigratie. We hebben de discussie gehad dat de belastingvrijstelling rondom expats de huurprijzen opdrijft, met name in de Randstad. Je ziet dat ze daar veel meer kunnen betalen en dat vaak ook vergoed krijgen door de werkgever en dat de huurprijzen de pan uit zijn gegaan. Er is dus een pleidooi geweest om die vrijstellingen af te schaffen, omdat we ook een woningbouwprobleem hebben. Volgens mij proef ik bij de heer Nobel dat hij eigenlijk wel pleit voor het behoud van die regelingen. Ik vroeg mij af hoe hij dat ziet, ook in het licht van het andere probleem dat wij hebben, namelijk de woningbouwopgave. Volgens mij hebben die twee dingen namelijk wel met elkaar te maken, in ieder geval voor een deel, als het gaat om prijsopdrijving en dergelijke.

De heer Nobel (VVD):

Ik denk dat de ChristenUnie daarin een punt heeft. Als je hoogwaardig personeel naar Nederland wilt krijgen, dan zul je ook de arbeidsvoorwaarden zo moeten inrichten dat ze willen komen. U gaf zelf ook al aan dat, toen u in gesprek was met die Amerikaanse bedrijven, die zeiden dat we mogelijk de slag verliezen. Dit kan een regeling zijn waardoor mensen denken: ja, ik wil naar Nederland toe, want dan weet ik in ieder geval dat ik een dak boven mijn hoofd heb, omdat zij dankzij die regeling in die krappe woningmarkt toch een woning kunnen vinden. Maar dat heeft wel een effect op de woningmarkt; dat zie ik ook. Tegelijkertijd denk ik dat we ook moeten kijken naar het speelveld in de landen om ons heen. De VVD wil in ieder geval niet de concurrentieslag om kennismigranten verliezen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Het is helder dat de VVD dat uiteenzet en daar een voorkeur voor heeft. Maar erkent de VVD ook dat Nederlanders die hier wonen, daarmee dus wel op de tweede plaats staan? Erkent hij dat die belastingvoordelen misschien zelfs — mogelijk gerechtvaardigd, maar toch — een discriminatoir karakter hebben? Voor mensen die hier wonen, is het vanwege de belastingen immers duurder om een woning te huren dan voor iemand die uit het buitenland komt en door een bedrijf naar Nederland gehaald is. Dat is gewoon een constatering. Is het voor de VVD inderdaad zo dat bij de weging inzake de woningnood die wij in Nederland ervaren, de balans uitslaat in het voordeel van buitenlandse vakkrachten ten opzichte van de mensen die hier al wonen?

De heer Nobel (VVD):

Ik denk dat we het nu te veel platslaan. Ja, er zal een effect zijn. In tegenstelling tot andere fiscale maatregelen, zoals de hypotheekrenteaftrek, waarvan het EIB eenduidig heeft gezegd wat dat effect ongeveer is, kan ik niet schetsen wat precies het effect hiervan is voor kennismigranten, ook al omdat het om veel minder mensen gaat. Dus ja, er zal ongetwijfeld een effect zijn, maar we moeten ook niet overdrijven hoe groot dat effect is. Het effect zou wel heel groot zijn als die kennismigranten hier niet naartoe komen. Vorige week was ik zelf op bezoek bij bol.com en zij gaven aan dat bij hun bedrijf ongeveer 3.000 mensen werken, van wie de helft in de IT of de ICT zit, en dat ze voor een heel groot deel afhankelijk zijn van kennismigranten. Dus als die mensen hier niet naartoe komen ... Wij willen ook in de toekomst een robuuste economie zijn. Dan hebben we deze mensen echt nodig, want er zijn eigenlijk in alle sectoren tekorten. We zullen dus echt hoogwaardige kennismigranten naar Nederland toe moeten halen. Daarom zou ik niet zomaar fiscale maatregelen willen afschaffen, terwijl ik niet eens het exacte effect weet op de woningmarkt. Dat is één. En twee, er zal een effect zijn. Maar ik denk dat we, om de robuustheid van de economie ook in de toekomst te kunnen garanderen, heel voorzichtig moeten zijn met de mensen die hier nog naartoe willen komen. We moeten dat niet onaantrekkelijk maken.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik ben het voor een groot deel eens met het verhaal van de heer Nobel, maar ik hoor weinig over aantallen arbeidsmigranten. Uw partij heeft het veel over asielmigranten, waarvan er wat uw partij betreft minder naar Nederland moeten komen. Geldt dat wat u betreft ook voor arbeidsmigranten?

De heer Nobel (VVD):

Ik begon mijn betoog ermee dat we de migratie willen beteugelen en dat de arbeidsmigratie daar een belangrijke rol in speelt. Er zit natuurlijk een verschil tussen arbeidsmigratie en asielmigratie, in de duur, maar ook in de landen van herkomst. Hoe passen mensen cultureel binnen de Nederlandse samenleving? Voor de ene groep gaat dat makkelijker dan voor de andere groep. Een Spanjaard zal zich in Nederland waarschijnlijk, ondanks het slechte weer en de wellicht wat middelmatige stamppot, wat makkelijker bewegen dan iemand die aan de andere kant van de wereld woont, met heel andere culturen en gebruiken. Los van de aantallen zit er dus ook cultureel wel echt verschil in. Maar ja, arbeidsmigratie is zeker belangrijk en daar moeten we iets mee. Ik gaf ook in mijn betoog al aan dat bepaalde sectoren te afhankelijk zijn geworden van arbeidsmigratie, en dat zit de innovatie uiteindelijk ook gewoon in de weg.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Nogmaals mijn vraag: betekent dat dan ook dat u vindt dat het aantal omlaag moet?

De heer Nobel (VVD):

Ja, uiteindelijk zullen we ook dat aantal omlaag moeten brengen, want als we grip willen krijgen op migratie, dan kan je niet alleen naar de asielmigratie kijken.

De voorzitter:

Dan gaan wij verder met de volgende spreker, en dat is mevrouw Patijn namens de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Laat ik eens positief beginnen. Ik was blij te lezen dat er een wetswijziging komt voor het omkeren van de bewijslast. Ik wil de minister dan ook aansporen om haast te maken met deze wet. Dagelijks zien we namelijk dat arbeidsmigranten, hun buren en de lokale overheid de dupe worden van werkgevers die onvoldoende verantwoordelijkheid nemen voor de mensen die ze naar Nederland halen. Ik ben benieuwd naar de visie, de plannen en het ambitieniveau van deze minister om deze problemen op te lossen. Hoe moedig gaat deze minister zijn? Worden er weer vooral informatiecampagnes gestart, of komen er nu eindelijk echte maatregelen ter bescherming van arbeidsmigranten? Wat gaat de minister bijvoorbeeld doen aan de inhouding op het minimumloon? Zijn voorganger besloot om deze maatregel een dag na de verkiezing in te trekken, waardoor dit onderdeel van Roemer met een vingerknip van de VVD weg was. Kunnen we alsnog wetgeving tegemoetzien die bed en werk gaat scheiden?

Hoe gaat de minister verder aan de slag met dakloosheid en de ambitie om dakloosheid in 2030 te beëindigen? Hoe denkt dit kabinet dat specifiek voor arbeidsmigranten te gaan halen? Wat worden de eisen die gesteld worden aan werkgevers van derdelanders? We krijgen brieven van werkgevers die zeggen dat het aantrekken van talent voor innovatie ontzettend belangrijk is. Maar als deze mensen zo hard nodig zijn, kunnen ze dan ook direct in dienst komen? Is de minister bereid om dit in de voorwaarden voor werkvergunningen op te nemen, zodat dit onmisbare talent ook zekerheid krijgt?

Er is een mooi actieplan van verschillende gemeenten en provincies: zo werkt arbeidsmigratie voor iedereen. Wat gaat de minister daarmee doen? Ik wil van de minister graag een schriftelijke reactie op dat actieplan krijgen.

Voorzitter. Deze minister is na minister Van Gennip, minister Van Hijum, minister Paul en minister Keijzer de vijfde minister die ik op dit dossier tegenkom. Let wel: ik ben tweeënhalf jaar Kamerlid. Vanaf minister Van Gennip wachten we op het uitzendverbod in de vleessector. Neem het verhaal van de twee mannen die via een uitzendbureau in de vleessector in Someren werkten en op een camping in Bakel woonden. Ze werkten vijf dagen per week van 5.30 uur tot 20.00 uur, zonder arbeidscontract, zonder loonstroken en vaak zonder salaris. Hun identiteitsbewijs werd aanvankelijk ingenomen. Na twee maanden werden zij onder bedreiging van de coördinator van het uitzendbureau hun huisvesting uitgezet, zonder tijd om hun spullen te pakken. Drie maanden later werden zij door een medewerker van het uitzendbureau in elkaar geslagen. Ik zeg het zo, omdat dit best vaker voorkomt. Het laatste bekende signaal is dat zij dakloos in Utrecht verblijven.

Voorzitter. Dit verhaal is geen incident in de vleessector; het is een trend. Tijdens de coronapandemie werd ook pijnlijk duidelijk dat in de vleessector uitbuiting van uitzendkrachten eerder regel is dan uitzondering. Door aangenomen moties werden er gesprekken gevoerd en de rapporten bleven zich opstapelen, van de Nederlandse Arbeidsinspectie tot SOMO. In 2023 meldde minister Van Gennip aan de Kamer dat de tijd van de sector nog een keer de kans geven voorbij is. Minister Van Hijum wilde opnieuw binnen een jaar voldoende voortgang, en anders zou er een uitzendverbod komen. Ook vlak voor het debat hoorden we nog van de Arbeidsinspectie dat zij maar geen grip krijgt op de misstanden in de vleessector: het is dweilen met de kraan open. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel zei dat er in kwetsbare sectoren rechtstreekse dienstverbanden nodig zijn en benadrukte het belang van een uitzendverbod. Wat kunnen we nu tweeënhalf jaar later van deze minister verwachten? Krijgt de sector weer een jaar? Komen er weer gesprekken? Of kunnen we snel een uitzendverbod verwachten? Het uitzendverbod als stok achter de deur, zoals in het regeerakkoord staat, gaat namelijk alleen werken als die stok nu eindelijk eens achter die deur vandaan gehaald wordt om uitzendkrachten te beschermen tegen uitbuiting.

De voorzitter:

Mag ik u even onderbreken? De heer Nobel heeft namelijk een interruptie voor u op dit punt.

De heer Nobel (VVD):

Ik denk dat mevrouw Patijn een heel schrijnend voorbeeld aanhaalt. Volgens mij willen we daar allebei een einde aan maken. Tegelijkertijd is de vleessector natuurlijk ontzettend groot. Er zijn ook partijen die het heel professioneel proberen te doen. Kan ik mevrouw Patijn dus in die zin aan mijn zijde vinden dat we ons met name gaan richten op het voorkomen van die malafide praktijken, in plaats van dat we straks de hele logistieke sector of de hele vleessector of de hele tuinbouwsector wegzetten als een sector die het in zijn geheel niet goed voorheeft met mensen die uit een ander land komen om hier te werken?

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

De vleessector is niet zo groot. Het zijn een paar hele grote bedrijven en er worden heel veel beesten geslacht en verwerkt, dat klopt. Maar het is niet zo dat er heel veel bedrijven zijn. Uit heel veel onderzoeken blijkt dat het in al die bedrijven voorkomt. In de vleessector vind ik het logisch dat je de hele sector erop aan zou spreken. Ik vind het heel logisch dat op het moment dat er iets geconstateerd wordt in één distributiecentrum, je de Arbeidsinspectie de mogelijkheid geeft om daar specifiek als maatregel een tijdelijk of langdurig uitzendverbod op te leggen. Maar van de vleessector — daarom heb ik ook zo uitgebreid toegelicht waarom het zo fout gaat — vind ik dat het er keer op keer fout gaat. Het lage inhuren is structureel. Een van de grote problemen in de vleesindustrie is dat er gewoon geen winst gemaakt wordt, en dat betekent dat er enorm op de prijs van arbeid gedrukt wordt. Hier is het gewoon logisch om deze stap te zetten. Het is niet zo dat je geen mensen meer mag krijgen; het is niet zo dat je dat bedrijf helemaal kapotmaakt. Je kan ze gewoon inhuren, je kan ze zelfs tijdelijke contracten aanbieden, maar er is een rechtstreekse verantwoordelijkheid voor het bedrijf, dat ergens staat, waar de gemeente kan aanbellen: hallo, je gooit al je mensen zomaar op straat. En er is niet een of andere duistere constructie met een uitzendbureau dat heel ver weg zit in Litouwen en waar je geen grip op hebt. Dus nee, ik ben het niet eens met meneer Nobel.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik moet hier natuurlijk toch even op reageren. Ik denk dat een exemplaar niet exemplarisch kan zijn voor zo'n hele sector. Mevrouw Patijn maakt een verschil tussen de distributiecentra, waar ze wel in wil zoomen op een incident, ten opzichte van deze sector, waar incidenten als exemplarisch voor zo'n hele sector worden weggezet. Is mevrouw Patijn ook bekend met de brancheorganisatie van de vleessector, waarbij 150 bedrijven zijn aangesloten, die eigenlijk concrete actiepunten hebben opgepakt en daar opvolging aan gegeven hebben en hebben laten zien dat ze daar grote stappen op gezet hebben? Dat heet het actieplan Gezond, veilig en eerlijk werk. De voortgangsrapportage daarvan is recent opgeleverd. Wat vindt mevrouw Patijn daarvan? Die sector neemt dus wel degelijk verantwoordelijkheid. Het gaat echt lang niet bij alle bedrijven fout, zoals mevrouw Patijn stelt. Mijn concrete vraag is wat zij van dat plan vindt en waarom zij onderscheid maakt tussen een incident in de ene sector en het incident in de andere sector.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Het incident in de vleesindustrie is geen incident, maar een trend. Dat zei ik ook net. Het zijn vooral de uitzendbureaus die leveren aan de vleessector waar het fout gaat. Daarom zeg ik: haal nou dat uitzendbureau ertussenuit en geef mensen direct contracten. Ik ken het actieplan en ik ken de vleessector. Ik heb ze niet gesproken. Ik krijg ze regelmatig op de lijn met de vraag of ik met ze wil praten, maar ik ben wel een beetje klaar met die sector, omdat ze gewoon de stappen niet willen zetten om die mensen daadwerkelijk goed te behandelen, omdat ze de stappen niet willen zetten om de verantwoordelijkheid te nemen van het werkgeverschap. Ik ben een beetje klaar met die sector, omdat ze de stappen niet willen zetten om te zorgen dat die mensen wél goed behandeld worden, om te zorgen dat die mensen niet op straat komen te staan en niet de overlast in Boxtel veroorzaken, om te zorgen dat die mensen niet dakloos raken en om te zorgen dat ze de rekening niet neerleggen bij de burgers, bij de arbeidsmigranten en bij de Staat. Nee, ze kijken gewoon weg van die feiten en zeggen: wij zijn uiteindelijk niet de werkgever; wij kunnen er ook niks aan doen dat die uitzendbureaus die mensen zo behandelen.

De voorzitter:

Mevrouw Wiersma heeft haar vier interrupties gehad. Buiten de microfoon gaan we niet debatteren. Mevrouw Patijn vervolgt haar betoog.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik heb nog een ander punt. Ik lees dat er afspraken zijn gemaakt over de gegevensuitwisseling tussen de NAU, de NLA en de Belastingdienst. Dat lijkt me belangrijk, maar ik mis hier de betrokkenheid van de gemeenten in. Kan de minister ervoor zorgen dat ook zij aan tafel komen bij de gesprekken over de gegevensdeling, niet alleen als het gaat om de Wtta, maar breder in de aanpak van misstanden?

Tot slot. Uiteindelijk gaat het steeds over het wegorganiseren van de verantwoordelijkheid naar uitzendbureaus. Uiteindelijk is daar maar één echte oplossing voor: maak de hoofdopdrachtgever aansprakelijk. Volg niet de slappe ketenaansprakelijkheid van de Wet aanpak schijnconstructies, maar zorg voor regels waar mensen echt wat aan hebben. Zorg dat hulpverleners, gemeenten, handhavers en arbeidsmigranten direct de hoofdopdrachtgever kunnen aanspreken, zodat ook daar een verantwoordelijkheid komt voor wat zij doen als werkgever.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng. De heer Van den Brink heeft nog een interruptie.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Mevrouw Patijn en ik zijn het eens dat de omstandigheden voor arbeidsmigranten beter moeten. Bent u het er ook mee eens dat het aantal arbeidsmigranten dat naar ons land komt naar beneden zou moeten?

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ja, absoluut. Naar mijn idee kan dat op twee manieren. Dat kan door te kijken naar je vestigingsbeleid en dus ook door echt industriepolitiek te gaan voeren. Dat betekent sturen, wat niet heel erg liberaal is — ik kijk maar even naar rechts — maar wel het meest voor de hand liggende. Dat is het ene. Dan het tweede deel. Op het moment dat je veel meer kijkt naar duurzame arbeidsovereenkomsten met die mensen, is het rondpompen van mensen minder. Het valt op dat heel veel van de arbeidsovereenkomsten die uitzendkrachten krijgen, niet meer dan voor 28 uur zijn. Maar die mensen willen graag een fulltimecontract. Als dat het ook zou zijn, heb je ook weer veel minder mensen nodig. Veel meer nadenken over wat de voordelen zijn als je mensen veel structureler hier een positie geeft en dus ook een veel structureler inkomen geeft, zou dus veel effectiever zijn.

De heer Nobel (VVD):

Dat triggert me, want in de bijdrage van mevrouw Patijn hoorde ik nog niet heel erg het sturende karakter waar haar partij heel erg in gelooft bij de markt. Mijn partij, de VVD, gelooft daar veel minder in, omdat de sectoren die zojuist al voorbijkwamen uiteindelijk ontzettend van economisch toegevoegde waarde zijn. Mijn vraag aan mevrouw Patijn is dus in welke van de sectoren buiten de vleessector — de tuinbouw en de logistiek zijn voorbijgekomen — zij dan zou willen sturen.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat je heel erg sterk moet gaan kijken naar laagproductieve arbeid. Je ziet bijvoorbeeld in de tuinbouw dat de innovatiekracht op dit moment echt heel groot aan het worden is. Je ziet dat bedrijven daar heel erg aan het zoeken zijn naar hoe ze minder mensen nodig kunnen hebben, onder druk van het feit dat ze die mensen ook niet meer kunnen krijgen. Ik denk dat je je sterk moet gaan richten en focussen op de sectoren waarin zeer veel laagbetaalde arbeid is.

De heer Nobel (VVD):

De VVD ziet ook de toegevoegde waarde van de tuinbouw. Als mevrouw Patijn wil gaan sturen, is ze dan niet bang dat straks de tuinbouw, die nu van heel grote economische toegevoegde waarde is, misschien kopje-onder gaat of niet meer zo innovatief is als die nu is? Mijn vraag zou ook zijn: weet u überhaupt wat de toegevoegde waarde is van onze tuinbouwsector in onze Nederlandse economie?

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik geloof niet dat je hoeft te zeggen dat sectoren weg moeten. Ik denk dat je juist moet kijken hoe je die sectoren kunt helpen om te innoveren, om productiever te zijn, om te zorgen dat ze veel minder mensen nodig hebben, veel minder arbeidskrachten nodig hebben. Dat willen ze ook heel graag. Ik heb veel tuinbouwbedrijven gesproken. Ik ben ook veel langs geweest. Het valt echt op dat die bedrijven allemaal hetzelfde zeggen: wij zijn enorm aan het investeren op dit moment, wij zijn heel erg aan het zoeken naar innovaties. Dat zie je ook trouwens. Dat heeft u vast ook gezien. Ik ben dus niet bezorgd dat die tuinbouwsector hier aan onderdoor zou gaan. Ik denk juist dat je als je stuurt dat ook positief kunt doen en kan helpen met die innovatie.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Nobel. Dat is ook uw laatste interruptie.

De heer Nobel (VVD):

Dan niet zozeer een vraag, maar wel even een constatering. De VVD is hier heel erg voorzichtig mee omdat de tuinbouwsector ongeveer 30 miljard toevoegt. De logistieke sector, waar u ook van zegt "daar moeten we dan maar in gaan sturen", is ongeveer 5% van het bbp. Dan breng ik toch maar in herinnering dat de partij van mevrouw Patijn, PRO, ontzettend veel geld wil uitgeven. Dat zullen we wel eerst met elkaar moeten verdienen. Dus als we in dit soort topsectoren heel hard gaan sturen en uiteindelijk het verdienvermogen van Nederland gaan aantasten, dan kunnen we met elkaar niet meer zo veel geld uitgeven aan bijvoorbeeld de sociale zekerheid of de zorg. Dus ik zou u willen vragen om voordat u met al te rigoureuze maatregelen komt goed na te denken over wat dit voor economische impact heeft, bijvoorbeeld op die tuinbouwsector en de logistiek.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik ben echt heel verbaasd, want volgens mij zeg ik juist precies hoe je zorgt dat die bedrijven wel kunnen blijven. Ze kunnen op dit moment geen arbeidskrachten krijgen, dus de oplossing zit niet in meer arbeidsmigratie. De oplossing zit in innovatie en het helpen met innoveren. Zo kan die sector alleen maar sterker worden, hoogproductiever worden, veel meer verdienvermogen creëren. Ik denk dat dat de kern is. Ik word er hier van beschuldigd dat wij dat niet zouden willen, maar ik zeg juist dat dat wel moet. Dat staat nog los van de logistieke sectoren. Daar vind ik wel dat je ook moet kijken naar de ruimte die het kost, naar of je daar daadwerkelijk kan innoveren en wat de toegevoegde waarde is daar. Ik vind dus wel dat je ook serieus moet kijken naar de toegevoegde waarde van bedrijven.

De voorzitter:

Dan gaan we verder met de volgende spreker. O, ik had u even niet gezien, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik zit ook aan de rechterkant van u, voorzitter. Ik snap dat.

De voorzitter:

Ja, een onverwachte hoek.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ja, het is verwarrend.

Mevrouw Patijn had het net zeer terecht over sturen, ook sturen op aantallen als het dan gaat over de arbeidsmigranten die naar Nederland worden gehaald. Een van de manieren om echt goed te sturen, is wel zo'n werkvergunning. Ik vraag me af hoe de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid over het herinvoeren van werkvergunningen denkt, met name als het gaat om Midden- en Oost-Europese landen, want die mogelijkheid is er. Het is misschien niet heel liberaal, maar het is wel degelijk een mogelijkheid.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Het is inderdaad niet heel liberaal. Wij zijn — dat weet de heer Dijk ook — altijd voorstander geweest van het vrije verkeer, want dat geeft mensen ook een bepaalde vrijheid, ook vanuit Nederland naar andere landen, en die waarderen we allemaal. Daar blijven we dus voorstander van, maar ik denk — laat ik het zo zeggen — dat het niet onverstandig is om te kijken of je daarover afspraken kunt maken met bepaalde landen. Ik ben ook echt wel geïnteresseerd in het onderzoek dat daarnaar gedaan wordt. Ik zeg niet "laten we dat nou eens even in gaan voeren" — dat vindt mijn partij ook echt niet — maar ik ben wel geïnteresseerd welke instrumenten er zijn om te sturen en of dit er een van is en, zo ja, of je dat dat dan per land moet doen of binnen Europa. Daar ben ik wel benieuwd naar.

De voorzitter:

Uw laatste interruptie, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Mevrouw Patijn had misschien kunnen verwachten dat ik deze vraag zou gaan stellen. Ik noemde net de metafoor van Tom en Jerry. Ik stel die vraag ook aan mevrouw Patijn omdat zij, als ik ga tellen, degene is die het verschil kan maken hierin. Als GroenLinks-Partij van de Arbeid met de SP zegt "goh, laten we wel kijken naar het herinvoeren van werkvergunningen om echt te kunnen sturen ten behoeve van de arbeidsmigrant en ten behoeve de gemeenschappen hier en daar", dan kunnen we echt veel beter sturen op arbeidsmigratie in plaats van dat we steeds achter de feiten aanlopen. Dus ik hoop mevrouw Patijn de komende weken nog te kunnen overtuigen of in ieder geval een stap te laten zetten, want het kan toch niet zo zijn dat een van oudsher sociaaldemocratische partij zegt: laten we de vrije markt in Europa zijn gang laten gaan? Die vrijheid betekent namelijk de vrijheid voor de wolven en de lammeren zijn daar het slachtoffer van. En dat zijn in dit geval de lammeren die in de parken en de portieken aan het slapen zijn, de arbeidsmigranten die uitgebuit worden.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik hoop niet dat we hier een wolvendiscussie gaan voeren. De vrije markt, het hardste deel van de vrije markt, is wat mij betreft vrije verkeer van diensten, waarbij de uitzendbureaus de positie hebben om die mensen zo te behandelen. Ik ben — dat is dan weer niet zo liberaal; u heeft geen interrupties meer, dus dat kan ik nu rustig zeggen — er wel echt voorstander van om uitzendbureaus eigenlijk geen rol meer te laten vervullen in de omgeving van arbeidsmigratie, maar dat kan niet op dit moment. Dus ben ik vooral voorstander van heel strenge regels om die uitzendbureaus aan te pakken en die ketens te verkorten bijvoorbeeld. Ik heb de meeste moeite met die marktwerking. Ik vind het ook leuk om te zien dat mijn buurman uit Polen hier nu aan het werk is en het naar zijn zin heeft. En die doet dat niet op een werkvergunning. Die is hier ook gekomen zonder werkvergunning. Die was gewoon nieuwsgierig. Dat heeft ook iets bijzonders, dat we dat hebben. Dus ik ben het niet met u eens dat dit per definitie de oplossing is voor de uitbuiting. De oplossing zit 'm in het verkorten van de ketens — wat mij betreft die uitzendbureaus ertussenuit en directe dienstverbanden — en zorgen dat we daar oplossingen vinden.

De heer Ceulemans (JA21):

Toch even hierop doorgaand, want het gebeurt niet vaak, maar mevrouw Patijn haalt mij rechts in op dit onderwerp. Alles wat wij hier aan het doen zijn — dat geldt ook voor de dingen die zij zegt over uitzendbureaus — betreft natuurlijk maatregelen die iets kunnen helpen, maar het blijft wel symptoombestrijding. Het grote probleem is natuurlijk dat hier ongereguleerd enorme aantallen personen naartoe kunnen komen op wie alle zicht verloren raakt, wat gewoon inherent misstanden in de hand werkt. Dus wat is erop tegen om te gaan proberen — ik weet dat het allemaal moeilijk is en dat we allemaal beren op de weg zien — dat pad van die werkvergunningen te bewandelen?

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij heb ik net uitgelegd dat ik nieuwsgierig ben naar wat je landelijk bijvoorbeeld zou kunnen, naar welke maatregelen je zou kunnen nemen. Ik zie gewoon een verschil tussen arbeidsmigratie vanuit het ene land en het andere, de kwetsbaarheid van de ene groep ten opzichte van de andere. Ik ben daar dus nieuwsgierig naar. Daar wil ik meer over weten, maar voor mij gaat het erom dat je in die keten ook daadwerkelijk wat gaat doen, dus dat je die arbeidsbureaus aanpakt en het vrije verkeer van diensten veel meer benadrukt in plaats van het vrije verkeer van personen in te perken.

De voorzitter:

Dan gaan we door naar de volgende spreker: mevrouw Wiersma namens BBB.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dank. Ik vervang mevrouw Van der Plas hier. Dit is eigenlijk haar onderwerp. Ik wil alvast melden dat ik er om 11.15 uur even tussenuit moet voor een procedurevergadering waar ik bij moet zijn. Dan wil ik nog zeggen dat ik het hartgrondig eens was met het laatste deel van de inbreng van de VVD, maar dat dat van de middelmatige stamppot wel een beetje jammer was.

Een belangrijk en voor velen ook een controversieel onderwerp: arbeidsmigratie. Het is ook ingewikkeld, want het klinkt als migratie, alsof mensen hier blijven, maar in veel gevallen gaat het om tijdelijk verblijf om hier te kunnen werken. Na vijf jaar is naar schatting tot 70% alweer vertrokken. Dat moeten we niet vergeten. In de tijd dat deze mensen hier zijn, doen ze werk in Nederland waarvoor wij simpelweg op dit moment niet genoeg mensen kunnen vinden. Sectoren als de industrie, de logistiek, de akkerbouw, de bouw en de vleessector hebben deze mensen gewoon nodig. Dus nee, arbeidsmigratie kan je niet zomaar hardhandig stopzetten of wegdenken. Als we dat doen, loopt de economie vast. Dat moeten we niet willen.

BBB kiest voor een andere route: het stimuleren van innovatie en automatisering in plaats van verboden in bepaalde sectoren. Door de snelle economische ontwikkeling en stijgende welvaart, ook in Oost-Europa, neemt het aanbod van arbeidsmigranten in ons land nu al af in bepaalde sectoren. Deze ontwikkeling zet werkgevers steeds meer onder druk om te automatiseren en te innoveren. Dat maakt de afhankelijkheid van laagbetaalde arbeidsmigratie op termijn kleiner. Laagbetaalde arbeidsmigratie is op sommige punten nu simpelweg noodzakelijk voor onze samenleving. Op termijn zullen innovaties dit overnemen. Ik sprak een tijd geleden nog een aardbeienteler, die dit onderstreepte. Hij vertelde me dat het op dit moment al heel moeilijk is om Polen te krijgen en dat het aanbod van Roemenen ook steeds minder wordt. Inmiddels werkt hij vooral met Oekraïense mensen.

Dit laat exact zien wat er speelt: de vijver droogt op. Maar waar BBB pal tegen blijft, is het scenario van Spanje: het massaal toelaten van grote groepen laagbetaalde migranten van buiten de EU om dat gat op te vullen. Dat lossen we uiteindelijk op met innovatie en niet door arbeidskrachten van buiten Europa te halen. Echter, met arbeidskrachten vanuit de Europese Unie die de komende jaren nog op Nederlandse grond willen werken, is in de basis wat ons betreft helemaal niets mis. Ik wil aan de minister vragen of hij ook ziet dat het aanbod van goedkope arbeid verschuift van binnen de EU naar buiten de EU. Deelt hij ook de visie dat een rem op ongeschoold personeel van buiten de EU de sleutel vormt tot een lagere instroom op de lange termijn, mits we belangrijke sectoren in het heden de overgangsruimte bieden om te innoveren zolang er nog aanbod vanuit Oost-Europa is?

De voorzitter:

Mag ik u even onderbreken?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Sorry?

De voorzitter:

Meneer Neijenhuis wil u graag interrumperen op dit punt.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ja.

De heer Neijenhuis (D66):

Ik wil graag interrumperen, omdat mevrouw Wiersma net in een interruptiedebat zei en ook nu zegt: wij willen eigenlijk niet zo veel beperkingen op die arbeidsmigratie vanuit de EU en ook niet zo heel veel doen aan verboden en zo; het stimuleren van innovatie is de oplossing. Die innovatie gaat toch niet gestimuleerd worden in die al die sectoren zolang we niks doen aan al die misstanden die plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vleessector, en we het allemaal maar gewoon op z'n beloop laten? Dan blijft arbeidsmigratie namelijk de manier om het werk goedkoop te laten doen, goedkoper dan het investeren in een nieuwe machine.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Nou ja, daar ben ik het hartgrondig mee oneens. Sterker nog, die innovaties zijn nu al volop bezig, ook in de tuinbouwsector. Daar is een robotiseringsprogramma. Ik zie dat heel veel ondernemers zien dat het steeds moeilijker wordt om arbeidsmigranten uit Oost-Europa binnen te halen, dat dat lastiger wordt, en dat heel veel bedrijven juist overstappen op innovatieve technieken om afhankelijkheid van migranten in de toekomst te voorkomen. Ik zei dat eigenlijk in alle sectoren waar arbeidsmigranten een rol spelen die ontwikkeling al gaande is. Alleen heeft het opvullen van dat hele gat wel tijd nodig. Ik heb heel veel partijen die nu best een stellig standpunt innemen in het verleden altijd horen zeggen: je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt. Volgens mij is dat wat arbeidsmigranten in relatie tot innovatie betreft ook het geval.

De voorzitter:

Mevrouw Wiersma, als u even uw microfoon uitzet, kan de heer Neijenhuis zijn interruptie plaatsen.

De heer Neijenhuis (D66):

Het zijn toch een beetje twee verschillende realiteiten. Alle onderzoeken en ook veel gesprekken die ik voer, laten juist zien — ik kom van de Veluwe, waar een heel groot deel van de vleessector gevestigd is — dat die innovaties dus niet plaatsvinden. Die investeringen gebeuren niet op het moment dat zij gewoon nog, juist ook door onderbetaling, door slechte omstandigheden, doordat arbeidsmigranten vaak niet op de hoogte zijn van hun rechten, veel goedkoper kunnen werken met die arbeidsmigranten. Ik zie om me heen dat die mensen in de bosjes slapen, dat die gewoon op straat worden gezet, dat die er gewoon na drie maanden weer uit worden gezet omdat ze een uitzendcontract hebben. Denkt mevrouw Wiersma dat ik gek ben of zo? Ik zie dat gebeuren in mijn buurt en volgens mevrouw Wiersma zijn dat allemaal incidenten. Hoe kan dat?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dat komt doordat ik, in tegenstelling tot een aantal mensen hier, die van alles vinden, maar zelf niet in gesprek gaan met de bedrijven die daarmee bezig zijn, wél in gesprek ga met die bedrijven. Ik zie dus wel degelijk dat daar grote stappen gezet worden. Dat is natuurlijk een heel andere discussie dan die over wat er gebeurt als zo'n arbeidsmigrant op straat komt te staan. Ik vind ook dat wij daar een zorgplicht hebben. Ook de bedrijven die arbeidsmigranten inhuren moeten daar gewoon op leveren. Ik ben het er hartgrondig mee eens dat waar misstanden zijn, die gewoon aangepakt moeten worden. Punt. We moeten goed zorgen voor de mensen die dat belangrijke werk doen hier in Nederland. Maar om te stellen dat er geen innovaties zijn? Ik zou mijn buurman uit willen nodigen om op werkbezoek te gaan bij die bedrijven om samen te kijken wat voor stappen er in al die sectoren gezet worden.

De voorzitter:

De heer Neijenhuis, nogmaals.

De heer Neijenhuis (D66):

Ik ben niet van wat mevrouw Patijn net zei, van "ik ben wel klaar met die sector". Ik ben juist heel erg bereid om in gesprek te gaan. Ik ga binnenkort langs en ik heb ook al veel gesprekken gevoerd, juist ook omdat het bij mij in de omgeving gebeurt. Ik zie het gewoon om me heen gebeuren: mensen die in de bosjes slapen. Ik spreek met de mensen bij wie die arbeidsmigranten aankloppen omdat ze geïntimideerd zijn, agressief bejegend zijn, onderbetaald worden en die dan juridische hulp nodig hebben. Dat zie ik allemaal om me heen gebeuren. Als mevrouw Wiersma zegt "we moeten de misstanden aanpakken, punt", dan vind ik dat wel erg gratuit als je vervolgens van concrete maatregelen die nu op tafel leggen, bijvoorbeeld zo'n uitzendverbod, zegt: dat moeten we sowieso niet doen. Wat heeft mevrouw Wiersma dan te bieden?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik kan mezelf herhalen, want volgens mij heb ik het antwoord al gegeven: je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt en er zijn wel degelijk innovaties gaande. Ik zie in heel veel van die sectoren echt dat er innovatieve technieken ingezet worden om juiste het lichte werk te vervangen. Tegelijkertijd kunnen we op dit moment niet zonder migranten en zullen we er dus met elkaar voor moeten zorgen dat daar goed voor gezorgd wordt. Met een uitzendverbod zadel je wat mij betreft zo'n sector direct met een heel groot probleem op. Laat ik kijken naar de vleessector, die hier zojuist een aantal malen genoemd werd. Ik heb de voortgangsrapportage gezien van hun aanpak om juist op al die punten die hier belangrijk gevonden werden te leveren en dat is volgens mij de weg die we moeten gaan. Natuurlijk moet er boter bij de vis komen. Dus ja, ik ben ook benieuwd naar de stappen die de sector komende tijd gaat zetten. Dit is een beginpunt en ik zie dat er geleverd wordt. Volgens mij moeten we samen naar de toekomst toe voor verbetering blijven zorgen.

De voorzitter:

De laatste interruptie van de heer Neijenhuis.

De heer Neijenhuis (D66):

Dan als laatste. Ik vraag niet aan mevrouw Wiersma om schoenen weg te gooien; ik vraag haar om de schoenen te repareren. Pak het nou aan! Laat de mensen die die misstanden veroorzaken niet wegkomen! Ik vraag haar dan toch om te heroverwegen en niet in de weg te gaan lopen op het moment dat er stevige maatregelen voorgesteld worden tegen de boeven die op dit moment zo veel misstanden veroorzaken, die ik gewoon om me heen zie gebeuren.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik hoor daar geen vraag in, dus ik vervolg mijn betoog.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u dat wil, maar mevrouw Patijn heeft ook nog een interruptie.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Even los van het feit dat we het niet eens zullen zijn over of er wel of niet structureel misstanden zijn: ik ben op heel veel plekken geweest rond de slachterijen. Daar heb ik met heel veel bewoners gesproken, met arbeidsmigranten, met gemeenten zelf. Daar is enorm veel overlast. Ik begrijp niet … Er wordt steeds gezegd dat we enorm in de knel komen als er geen uitzendbureaus meer ingehuurd zouden kunnen worden. Kan de BBB uitleggen wat dat knelpunt dan is?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik denk dat de structuur met die uitzendbureaus gewoon is hoe dat hele systeem op dit moment is ingericht. Ook in deze sectoren, zeker in de voedselindustrie, is het soms nodig om op korte termijn arbeid te kunnen opschalen en afschalen. Dat zijn specifieke kenmerken die in zo'n sector gelden. Ik vind een uitzendverbod echt rigide. Dat doen we ook niet in andere sectoren waar misstanden spelen. Het is er als stok achter de deur, maar ik zou de minister eigenlijk willen vragen of we die stok achter de deur niet hoeven te gebruiken als blijkt dat in al die sectoren goede stappen gezet worden om die misstanden aan te pakken. Ik zie dat die sectoren de handschoen opgepakt hebben, dat er op hele concrete punten echt geleverd wordt om die misstanden te voorkomen in de toekomst. Volgens mij moeten we in dat kader ook belonen dat dat zo voortvarend wordt opgepakt en moeten we hier niet gaan lopen dreigen, van: we doen het alsnog.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

We lopen niet te dreigen. Volgens mij zijn dit gewoon misstanden die niet pas tweeënhalf jaar maar ook al jaren daarvoor, ook in coronatijd, gaande waren. Het grote probleem zijn de uitzendbureaus, waarop nauwelijks handhaving plaatsvindt, en het gebrek aan verantwoordelijkheid in het werkgeverschap van de vleessector zelf. Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag waarom het nou via een uitzendbureau moet. Je kunt ook werven via het uitzendbureau maar mensen wel zelf direct in dienst nemen. 90% van de mensen die in de vleessector werken, werken via een uitzendbureau. Dat is niet opschalen. Dat is niet piek, ziek, weet ik veel wat. Dat is gewoon structureel werk dat ingevuld wordt door mensen die geen structurele arbeidsovereenkomsten krijgen, door mensen die zo op straat gezet kunnen worden, door mensen die nauwelijks rechten hebben. Wat is nou het bezwaar om die mensen gewoon wel direct in dienst te nemen? Dat kan met tijdelijke contracten. Dat kan ook nog steeds met flexibele contracten. Wat is er nou op tegen om ervoor te zorgen dat er een gewone werkgever is, die door de gemeente, door de bewoners en door de arbeidsmigranten aangesproken kan worden?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Volgens mij heb ik dat zojuist ook al gezegd: dit is hoe deze sector is ingericht en hoe die werkt. Sterker nog, er wordt gedeeltelijk ook wel gewerkt met vaste contracten of tijdelijke contracten. Ik zie ook wel dat er een beweging is om dat meer te doen in de toekomst. Tegelijkertijd zijn er ook heel veel arbeidsmigranten die wél vrede hebben met deze manier en die zich uiteindelijk ook niet definitief in Nederland vestigen, maar hier bijvoorbeeld een gedeelte van het jaar werken en vervolgens een aantal maanden terug naar huis gaan om daar een aantal maanden door te brengen. Op dit moment zien we bijvoorbeeld in de akkerbouw en in de tuinbouw heel vaak dat dezelfde mensen ieder seizoen weer terugkomen. Dat is wel heel erg seizoensgerelateerd; dat is anders dan in de vleessector. Zo heeft iedere sector weer zijn eigen kenmerken; dat geldt ook voor de distributiecentra. Ik vind een uitzendverbod gewoon rigide. Er zijn meerdere sectoren met misstanden. Als die misstanden door zo'n sector worden aangepakt en als er een concreet plan ligt om daarop te leveren en dat te verbeteren, dan snap ik gewoon niet waarom mevrouw Patijn zo vast blijft houden aan zo'n verbod.

De voorzitter:

Uw laatste interruptie, mevrouw Patijn.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik hou er zo aan vast omdat we in de coronatijd gezien hebben hoe het misging, omdat we gezien hebben dat de Arbeidsinspectie jaar op jaar op jaar de problemen aankaartte in de vleessector, omdat we gezien hebben dat SOMO een rapport heeft opgesteld over de problemen, omdat we gezien hebben dat FairWork alleen maar zaken krijgt uit de vleessector, omdat we gezien hebben dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel ook zegt dat dit een probleem is en dat je dit eigenlijk alleen maar op kan lossen met rechtstreekse dienstverbanden. Dat is waar het over gaat. Dat de arbeidsmigrant blij zou zijn met die rottige arbeidscontracten: nee. Ik ben er nog niet één tegengekomen die zegt: "Nou, da's fijn. Ik heb de flexibiliteit van de werkgever georganiseerd via het uitzendbureau. Daar word ik beter van." Nee, die arbeidskracht wordt er alleen maar slechter van. Dat is niet hoe het werkt. Het werkt gewoon niet zo. Die 90% van de mensen zou niet via een uitzendbureau moeten werken, maar rechtstreeks in dienst moeten zijn.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Als mevrouw Patijn geen enkele uitzendkracht in deze sector gesproken heeft die wel tevreden is over de aard en de schaal van zijn werk, dan vraag ik me oprecht af hoeveel mensen mevrouw Patijn daarin gesproken heeft, want die mensen zijn er wel degelijk. Ik hoorde verder ook geen vraag, dus met toestemming van de voorzitter vervolg ik dan nu het einde van mijn betoog.

Dat gaat ook over de discussie rondom de misstanden, want we hadden daar ook een aantal vragen over gesteld aan de minister. Die zei dat er gesprekken liepen met de vleessector. De voortgang van de aanpak van de misstanden is opgeleverd in de rapportage die door de sector, door de brancheorganisatie, is opgeleverd. We zien dat die zestien punten al gerealiseerd zijn of in ieder geval in gang gezet zijn. Ik ga ze hier niet herhalen, want ik ga ervan uit dat deze minister dat rapport ook gezien heeft. Ik wil wel één voorbeeld noemen. Een van de discussiepunten was bijvoorbeeld ook het grote aandeel van ontslag op staande voet. Dat zat een aantal jaar geleden op zo'n 70%. Mevrouw Patijn had het zojuist over de covidperiode, maar laten we hier ook wel even vaststellen dat dat inmiddels alweer jaren geleden is en er sindsdien echt stappen gezet zijn. Van 70% is dat in 2026 onder de 10% gebracht. Ik wil de minister vragen of hij ook vooruitgang ziet op basis van die voortgangsrapportage en of de Arbeidsinspectie die verbeteringen ook al teruggezien heeft in de praktijk. Als de sector aantoonbaar stappen zet en misstanden effectief worden uitgebannen — dat zei ik net ook — kan dat zwaard van Damocles, namelijk het sectoraal uitzendverbod, dan van tafel of is de minister dan bereid dat in ieder geval in de spreekwoordelijke ijskast te zetten?

Tot slot de handhaving en de cijfers van de Nederlandse Arbeidsinspectie. De inspectie zou werken op basis van meldingen en risicoanalyses. Dat betekent dat er vooral geïnspecteerd wordt waar al problemen worden vermoed. Ik vraag de minister of dat ook klopt. Zo ja, dan geeft dat een vertekend beeld, want wie zoekt en ergens een vergrootglas op zet, vindt altijd wat. Door de enorme politieke en maatschappelijke schijnwerper op juist de vleessector wordt de extra toezichtcapaciteit juist daar ingezet. Dat maakt de kans groter dat overtredingen zichtbaar worden in de vleessector of andere sectoren die als probleemsector worden aangemerkt. Niet daar iets mis mee is, maar dat is wel hoe zo'n systeem werkt.

De voorzitter:

Wilt u afronden?

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ja. De uitkomsten zeggen dus vooral iets over de plekken waar intensief gezocht wordt. Die plekken zijn niet automatisch representatief voor de hele sector in kwestie. Klopt die analyse wat de minister betreft? Ik zou daar graag een heldere reactie op willen.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. We gaan door naar de heer Neijenhuis, die zijn inbreng doet namens D66.

De heer Neijenhuis (D66):

Dank u, voorzitter. Dit debat over arbeidsmigratie gaat vooral ook over wat voor economie we willen zijn met elkaar. Willen we een economie zijn met hoge productiviteit, innovatie en werknemers die hard werken, maar wel goed betaald en behandeld worden? Of kiezen we voor een economie die het geld zoekt in laagproductieve sectoren waar we geld verdienen door telkens net wat goedkoper te zijn? De waarheid is dat je voor allebei die economieën arbeidsmigratie nodig hebt. In de eerste plaats om de strijd om talent te winnen en ervoor te zorgen dat economische vooruitgang hier plaatsvindt en in de tweede plaats omdat arbeidsmigranten die laagproductieve sectoren concurrerend houden.

Wij willen die eerste economie, D66 in ieder geval wel. Maar door het vooruitschuiven van keuzes hebben we nu die tweede, met alle gevolgen van dien. Zoals een buitenlandse werknemer aan ons, de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, schreef in februari: het is moeilijk te begrijpen dat in een land dat bekendstaat om rechtsbescherming en sociale zekerheid mensen die komen werken zo snel in volledige onzekerheid kunnen raken.

Onder de regels uitkomen is gewoon een verdienmodel; zo simpel is het. Dat moeten we aanpakken. Daarom is het goed dat het kabinet eindelijk de stilstand doorbreekt met het wettelijk aanpakken van onderbetaling, zoals deze week aangekondigd, snelle invoering van de Wtta en meer opvangplekken voor dakloze arbeidsmigranten, die misschien wel het meest schrijnende gevolg zijn van falend beleid.

Maar, voorzitter, er is meer nodig, want het gaat ook om arbeidsmigratie die we hard nodig hebben voor de economie waar we heen willen. Sinds jaar en dag schakelen Nederlandse bedrijven buitenlandse werknemers in om hier te kunnen floreren. In onze krappe arbeidsmarkt staan veel werkgevers te springen om buitenlands talent. Voor D66 is de pilot voor internationale vakkrachten dan ook een belangrijke maatregel. Door actief en vooral gericht goed geschoolde krachten naar Nederland te halen, kunnen we zelf de controle over de toekomst van arbeidsmigratie in Nederland houden. Hoe staat het met de uitwerking van deze pilot? Hoe gaat de pilot zich verhouden tot de Europese initiatieven, zoals de EU Talent Pool? Hoe staat het met de opvolging van de motie-Neijenhuis/Martens over de kennismigrantenregeling?

Structurele oplossingen voor arbeidsmigratie betekenen ook: beter gebruikmaken van de mensen die naar ons land toe komen. Als ik de cijfers erbij pak, valt het op dat slechts een klein deel van de uitzendmigranten voltijds werkt. Dat is ontzettend zonde, zeker als je je realiseert dat veel arbeidsmigranten juist veel willen werken en verdienen, maar opeens worden hun uren na een werkpiek flink verminderd. De cao voor uitzendkrachten kent een inkomensgarantie, precies om dit te ondervangen. Arbeidsmigranten krijgen dan de eerste twee maanden in ieder geval het minimumloon, ongeacht de arbeidsduur. Het regelen bij cao heeft dan wel weer als nadeel dat sommige uitzendbureaus zich aan het onttrekken zijn van deze plicht en dat handhaving lastig is. Kan de minister uitzoeken of zo'n inkomensgarantie ook wettelijk te verankeren is? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat bij de implementatie van de Wet meer zekerheid flexwerkers plotse bijstellingen van de arbeidsduur worden aangepakt?

Ten slotte, voorzitter. Als we het hebben over misstanden rond arbeidsmigratie, kennen we inmiddels een aantal usual suspects: de vleesindustrie — die kwam net al aan de orde — distributiecentra en de logistiek. Recent heeft de European Labour Authority aandacht gevraagd voor de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten in de langdurige zorg en dan met name de intensieve zorg aan huis. De ELA constateert dat er bij particuliere werkgevers, huishoudens dus, onder de radar echt veel verkeerd gaat, terwijl met name hier een risico is op onderbetaling en overtredingen van de Arbeidstijdenwet. Is het kabinet bereid om serieus te kijken of er beter zicht kan komen op die situatie van arbeidsmigranten die werken in zorg aan huis en hoe we ervoor zorgen dat mensen zich melden als zij niet goed behandeld worden?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we door naar de heer Ceulemans. Hij spreekt zijn bijdrage uit namens JA21.

De heer Ceulemans (JA21):

Klopt, voorzitter. Dank u wel. De visie van JA21 op arbeidsmigratie is helder: een bepaalde mate van arbeidsmigratie zal altijd nodig zijn en kan ook van grote meerwaarde zijn voor onze economie, maar dan wel gereguleerd, in behapbare aantallen, zonder verdringing van potentieel Nederlands personeel en bedoeld om aantoonbare tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt in te vullen. Hoe anders is het nu? Nederland is iedere grip op EU-arbeidsmigratie compleet verloren. Het is een compleet ongereguleerde vorm van massale immigratie naar ons land. Het aantal arbeidsmigranten in Nederland is naar 1,7 miljoen opgelopen, zo stelt recent onderzoek van de Intelligence Group. Uitbuiting, oneerlijke concurrentie, verloedering, woonmisstanden, dakloosheid, laagwaardig werk en complete bedrijfstakken die vrijwel volledig op arbeidsmigratie drijven, zijn aan de orde van de dag. Het is een verdienmodel voor malafide uitzendbureaus en bedrijven die simpelweg voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten en de negatieve gevolgen afwentelen op de samenleving.

Ik ben iedere dag in de wijk Carnisse in Rotterdam-Zuid en zie daar wat ongereguleerde arbeidsmigratie in de praktijk betekent: een verloederde wijk, waar iedere vorm van sociale cohesie verdwenen is, waar het straatbeeld wordt gedomineerd door Oost-Europese slijterijen om in de verslaving van vereenzaamde arbeidsmigranten te voorzien en waar een anarchistische cultuur van malafide praktijken heerst. Onlangs was in de NRC een ontluisterende reportage te lezen over wanpraktijken, tot mensenhandel aan toe, die jarenlang in Carnisse vanuit dezelfde woningen konden voortduren, ondanks vele meldingen. Controleurs worden uitgelachen. Dit is een situatie die haaks staat op alle positieve voortgangsrapportages over arbeidsmigranten en het woonbeleid, die ik als raadslid ontving van de verantwoordelijke VVD- en D66-wethouders. Mijn vraag aan de minister is: wat is zijn reactie op de reportage in de NRC, die hij ongetwijfeld heeft gelezen? In hoeverre faalt de lokale overheid hier en in hoeverre is een lokale overheid gewoon niet toegerust op misstanden van een dergelijke ernst en omvang? Hoe kan hierop bijgestuurd worden vanuit het Rijk?

Een instrument om enige sturing te kunnen uitoefenen was het afbouwen en afschaffen van de mogelijkheid om 25% van het minimumloon in te houden voor huisvesting. Minister Van Hijum heeft dit ingevoerd, maar op verkiezingsdag liet zijn opvolger, minister Paul, weten hier toch maar vanaf te zien. Dit was zeer tegen de zin van onder andere de Arbeidsinspectie, die terecht over de inhoudingsmogelijkheid spreekt als een prikkel om buitenlands personeel in dienst te nemen, in plaats van Nederlands personeel. Onlangs werd dit opnieuw bevestigd tijdens een technische briefing hierover. Hoe kijkt déze minister hiernaar? Is hij bereid alsnog direct over te gaan tot afbouw van deze regeling als zelfstandige maatregel?

We zien dat het aantal opvangplekken voor dakloze arbeidsmigranten fors wordt uitgebreid. Ik begrijp dat hier op pragmatische gronden toe overgegaan wordt. De overlast door dakloze arbeidsmigranten, die je zelf ook niet zo'n leven toewenst, is simpelweg te groot en kan inwoners en ondernemers in onze steden gewoon niet langer worden aangedaan. In Rotterdam heb ik gezien dat de opvang voor niet-rechthebbende EU-arbeidsmigranten kan werken. De situatie op straat is nog altijd zeer zorgelijk, maar de verdere achteruitgang wordt gestuit en de terugkeer naar werk, of, nog beter, naar het land van herkomst, is hoog. Vindt de minister ook dat opvang altijd gekoppeld moet zijn aan intensieve inzet, gericht op terugkeer?

Voorzitter. Het blijft natuurlijk in de kern symptoombestrijding. We weten dat dakloze EU-migranten, door het feit dat zij EU-ingezetenen zijn, moeilijk terug te sturen zijn. Hiervoor is eerst een flink aantal registraties of boetes nodig, voordat het dossier kan worden overgedragen aan de IND, waarna er nog steeds strenge voorwaarden gelden. Ziet de minister mogelijkheden om deze lat te verlagen? Deelt hij de mening dat tevens zo actief mogelijk moet worden ingezet op het stimuleren van vrijwillige terugkeer? Welke contacten heeft hij hierover met landen van herkomst?

Dan de NAU. Die is in oprichting om de Wtta te handhaven, maar staat pas op poten in 2028. Bureau Gateway benoemt de personeelstekorten en ICT als concrete risico's voor tijdige implementatie. Tot die tijd kunnen malafide uitzenders gewoon doorwerken, terwijl bonafide partijen wél aan de nieuwe eisen moeten voldoen. Er is sprake van een scheve concurrentiepositie die eerlijk ondernemerschap bestraft. Mijn vraag aan de minister is: wanneer ligt er nu een concreet versnellingsplan voor de NAU, inclusief halfjaarlijkse voortgangsrapportages aan de Kamer?

De Europese Commissie heeft een aanbeveling gepubliceerd voor het aantrekken van innovatief talent. De Commissie wil met 38 voorstellen toelatingsprocedures voor talent versimpelen, maar werkt bescherming tegen misstanden en tegen de toename van ongewenste migranten nauwelijks uit. Het kabinet zegt dit in Brussel te zullen aankaarten en kondigt tegelijkertijd zelf een nationale talentpilot aan, waarvan de hoofdlijnen al in het voorjaar van 2026 op tafel hadden moeten liggen. Waar blijven deze? Wordt hierin in ieder geval opgenomen hoe misbruik wordt voorkomen en hoe een en ander zich verhoudt tot Europese regelgeving?

Tot slot, voorzitter. Ik rond af. Uiteindelijk zijn alle maatregelen die we vandaag bespreken kleine pleisters op een gapende wond. We moeten toe naar zo fundamenteel mogelijke hervormingen, wat ons betreft in de vorm van invoering van werkvergunningen. Is het kabinet bereid hier eindelijk eens serieus naar te kijken in plaats van te vervallen in de reflex om bij voorbaat te zeggen dat iets niet kan?

Tot slot kijk ik uit naar het vervolg van het kennisthema arbeidsmigratie in deze commissie, waarvan ik in de voorbereidingsgroep heb mogen zitten. Daarin brengen we in kaart hoe andere Europese landen restrictief arbeidsmigratiebeleid uitvoeren, met name ten aanzien van de Detacheringsrichtlijn, binnen de Europese wet- en regelgeving, en wat we kunnen leren van andere landen op het terrein van huisvesting van arbeidsmigranten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. Dan ga ik door naar de heer Dijk. Hij was toch wat eerder aanwezig dan de heer Ceder. De heer Dijk spreekt namens de Socialistische Partij.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. Het was twintig jaar geleden dat de heer Rutte sprak over arbeidsmigratie en zei dat er een bovengrens zou zijn van 25.000 arbeidsmigranten in Nederland. Ondertussen zitten we op 850.000 tot 1,7 miljoen arbeidsmigranten. Er is sprake van een totaal ongereguleerde markt, waarbij mensen de dupe zijn: arbeidsmigranten, omwonenden, buurtbewoners en ook, overigens, kleine bedrijven en ondernemers in de buurten en wijken waar we het over hebben. Al 60 jaar lang, of meer, is het voor werkgevers een goedkope manier om arbeidskrachten naar Nederland te halen. Mensen worden in slechte woningen weggestopt zonder de taal te leren, zonder enige zekerheid, vaak in een hele slechte woonomstandigheid en met een slechte werkgezondheid. Het verlies van werk wordt en werd vaak gebruikt om mensen letterlijk op straat te zetten. Dan is het goed dat er nu extra opvang plaatsvindt, maar ook dit is symptoombestrijding.

Deze vorm van arbeidsmigratie, die totaal ongereguleerd is, zorgt voor ontwrichting van gemeenschappen in het land van herkomst en in onze eigen gemeenschappen, dorpen en wijken in Nederland. We zien dagelijks de misstanden. Ik had ook het voorbeeld van de wijk Carnisse, waarbij we inderdaad zien dat een op de vier bewoners arbeidsmigrant is. Er is sprake van uitbuiting, intimidatie en onderdrukking. Dat is slechts één slecht voorbeeld van wat er kan gebeuren als je dit ongereguleerd laat. Verhuurders lappen de regels aan hun laars. Arbeidsmigranten zijn bang en klagen niet. De gemeente heeft geen doorzettingsmacht. Dan is de vraag heel gerechtvaardigd: wat gaat deze minister doen? Op dit moment worden namelijk alleen werkgevers, uitzendbureaus en verhuurders hier beter van. Het was een gênante vertoning dat minister Paul de dag na de verkiezingen, gewoon een strategisch gekozen moment, het afbouwen van de inhoudingsmogelijkheid van loon voor huisvesting introk. Dan is de vraag van de SP meteen: wanneer wordt die weer ingevoerd? Kan dat vanaf 1 januari 2027? Zo niet, dan zullen we met een voorstel komen.

We willen veilige werkplaatsen, zonder illegale tewerkstelling en zonder onderbetaling. Met een Bouwplaats-ID is iedereen op de werkplaats geregistreerd en geïdentificeerd. De SP dringt hier al vanaf 2021 op aan. Vakbonden en Aannemersfederatie Nederland Bouw dringen hier ook op aan in hun brief. Ze stellen dat er geen gesprek is gevoerd met hen, terwijl ze dat wel graag willen. Ik wil graag een reactie van de minister waarom de Bouwplaats-ID onproportioneel wordt genoemd, terwijl het een hele goede maatregel is, waarbij iedereen zich aan de regels houdt en waarbij we weten wie er op de werkvloer is en of diegene de taal spreekt. Dat betekent namelijk zowel voor de arbeidsmigrant als voor de onderaannemers dat iedereen veilige werkplek heeft. Als de minister er niet aan wil, zal de SP met een voorstel komen.

Het registreren van arbeidsmigranten moet wat de SP betreft vanaf dag één gebeuren. Als we grip willen hebben op migratie en als we grip willen hebben op arbeidsmigratie, dan kan dat op twee manieren. De eerste keer dat een arbeidsmigrant in Nederland komt, moet er minimaal twee maanden fulltime aan loon betaald worden. Dat betekent ook dat er een verplichting moet komen voor arbeidsmigranten om zich binnen vijf dagen als ingezetene te melden. Dat is een stuk sneller en eerder dan nu. Dan hebben we eerder zicht op mensen. Dan hebben we ook eerder zicht als het misgaat. Is de minister dit met de SP eens? Zo niet, dan komt de SP met een voorstel.

Voor mensen uit landen in Midden- en Oost-Europa is er de mogelijkheid om via de Europese Unie weer te gaan werken met werkvergunningen. Dat is geen beperking van de vrijheid; dat is een vooruitgang van de vrijheid. Dat betekent namelijk meer zekerheid, meer rechten en meer vastigheid voor mensen die bijvoorbeeld uit Polen, Roemenië of Hongarije in Nederland willen gaan werken. Meer zekerheid, dat is echte vrijheid voor mensen die voor hun werk van heinde en verre naar een andere plek moeten verhuizen.

Ik vind het daarom heel erg bijzonder dat er partijen zijn die zichzelf progressief of links noemen en dat niet vinden. Ook zijn er christendemocraten die dat niet doen. Je zou toch verwachten dat deze partijen vinden dat vrijheid betekent dat mensen zekerheid hebben en dat je niet de vrijheid geeft aan uitbuiting, wat gewoon nu het geval is. Ik ben het daarom enorm eens met JA21. Ik vond dat u een goed verhaal had. U heeft namelijk een verhaal dat gewoon de realiteit is van mensen in buurten zoals Carnisse. Dat is het verhaal dat de SP eigenlijk al 50 jaar vertelt als het gaat over arbeidsmigratie. Dat zeg ik niet om mezelf op de borst te kloppen. Ik wil ook geen werkvergunningen invoeren om mensen hun vrijheid te ontnemen. Nee, nogmaals, zekerheid is vrijheid voor mensen, zeker voor mensen uit de werkende klasse, waar zij ook vandaan komen.

Voorzitter, tot slot. Er is nog geen enkel debat over gevoerd, maar toch heeft premier Jetten een verdrag gesloten met India voor snellere en flexibelere visa en voor meer kansen om hier te studeren en te werken. De gevolgen hiervan kunnen heel groot zijn. Hoe past dit bij het doel om meer grip te krijgen op migratie? Ik begrijp dat niet. Wat is er afgesproken over het leren van de taal, over werk, over huisvesting en over de verantwoordelijkheid voor werkgevers over hoe ze omgaan met mensen? Waarom heeft het kabinet hier niet eerst een debat over gevoerd met de Kamer?

Voorzitter. Alleen symptoombestrijding zal leiden en blijven leiden tot — ik zei het net al — de mooie cartoon van Tom en Jerry: een overheid die achter de feiten aan het aanlopen is en het muisje dat haar steeds te slim af is en dat in het holletje kruipt met een stukje kaas. Dat stukje kaas is voor de meeste werkgevers en uitzendbureaus een hele grote brok kaas. Zij worden hier beter van, de samenleving niet. Zonder echte aanpassingen aan de structuur en het fundament, komt er geen einde aan de uitbuiting van mensen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. Dan gaan we tot slot in deze eerste termijn naar de heer Ceder. Hij spreekt namens de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Arbeidsmigratie is van alle tijden, maar de mate ervan en de afhankelijkheid daarin hangt samen met de inrichting van de economie. Collega Dijk gaf al aan: toen premier Rutte een aantal stappen zette ten aanzien van arbeidsmigratie, zagen we dat er een explosieve toename ontstond; dat was politiek sturen. De staatscommissie wijst hier ook op. Ik quote: "De toekomstige arbeidsmigratie naar Nederland hangt direct samen met urgente keuzes die Nederland moet maken over onze gewenste toekomstige economische structuur." De discussie over wat voor economie we willen zijn, lijkt niet erg van de grond te komen. Er wordt vooral verwezen naar het kabinet; zie ook mijn interruptie met de heer Van den Brink, waarin de CDA-fractie ook geen duidelijke keuzes wilde maken. Wat de ChristenUnie betreft is het wel een urgente discussie. Wanneer kunnen we hier een beleidsbrief over verwachten? Is die in de maak? Wat is het plan van het kabinet-Jetten? Ik verwacht ook dat we er daarna plenair een debat over voeren. Is dat ook het uitgangspunt van de minister?

Voorzitter. Wat de ChristenUnie betreft is arbeidsmigratie welkom, maar ze is wel een sluitstuk. Dat is nu niet het geval. Arbeidsmigratie is nu vaak voor velen een eerste keus en niet de laatste. Dat zou het wel moeten zijn. Daarnaast zijn de lusten voor bedrijven, maar de lasten voor kwetsbare wijken, bijvoorbeeld in Rotterdam, maar ook op andere plekken. Daarnaast moeten mensen die niet terug kunnen en hun werk verliezen door een werkgever die onfatsoenlijk met hen omgaat, volwaardig en goed worden opgevangen. Ook dat gebeurt nu nog onvoldoende.

Voorzitter. Voor de ChristenUnie kan arbeidsmigratie alleen werken als je een overheid hebt die grip heeft op wie er uiteindelijk binnenkomt en wie bedrijven binnenhalen. Dat vraagt wat ons betreft — dat zeggen we al langer, overigens ook samen met de SP — om een modernisering van de EU-regels. Nu heeft de overheid het daarin namelijk te weinig voor het zeggen en heeft ze te weinig grip. De overheid moet ook kunnen aangeven welke toegevoegde waarde een bedrijf heeft wanneer dat zich vestigt, ook gezien de discussie rondom datacentra en de bol.com-vestigingen. Er moet ook een economie zijn die voorbereid is op razendsnelle ontwikkeling op AI, want heel veel bedrijven maken nu al stappen. Die discussie voeren we eigenlijk nog te weinig hier in de Kamer. Dan lopen we achter als we niet uitkijken.

Voorzitter. Ik ga een paar punten uitlichten. Allereerst de pilot internationale vakkrachten. Ik hoor namelijk dat het ministerie van SZW wel al in gesprek is over een pilot gericht op het inzetten van internationale vakkrachten. Inderdaad, de krapte op de arbeidsmarkt is groot, maar arbeidsmigratie is niet vanzelf het juiste antwoord op structurele tekorten. Nederland zal eerlijke keuzes moeten maken over hoe we werk organiseren, hoe we arbeid verdelen en welke sectoren we willen versterken. Ik ben het wel eens met de heer Neijenhuis: wie te snel naar goedkope arbeid grijpt, stelt daarmee ook noodzakelijke vernieuwingen uit. Hebben we door ons beleid de afgelopen jaren innovatie tegengehouden, is mijn vraag aan de minister. Ziet de minister dit ook zo? Is de minister bereid om juist in te zetten op innovatie, ook gezien de razendsnelle ontwikkeling van AI en de robotisering, in plaats van weer de mensen uit het buitenland te halen? Daarvan weten we dat waar we de mond er vol van hebben dat het een circulaire migratiestroom zou zijn, dat natuurlijk niet zo werkt. Mensen raken verliefd, mensen raken arbeidsongeschikt of mensen raken verliefd op Amsterdam; die willen hier blijven. Het is dus helemaal niet zo maakbaar als dat wij of anderen dat vaak verkopen. Hoe ziet de minister dat?

Dan de commissie-Roemer. Wie denkt aan arbeidsmigratie, denkt aan de commissie-Roemer. Onder anderen de Nationaal Rapporteur Mensenhandel roept op tot een volledige uitvoering. Hoe staat het er nu voor met de uitvoering van de aanbevelingen die nog niet zijn uitgevoerd? Wanneer kunnen we de volgende rapportage verwachten?

Voorzitter. Dan het uitzendverbod. In het coalitieakkoord lees ik dat het kabinet de verantwoordelijkheid voor arbeidsmigranten in de eerste plaats bij werkgevers legt. Ik citeer echter uit het coalitieakkoord: "Als stok achter de deur zetten we uitzendverboden in als in sectoren misstanden met tijdelijke laagbetaalde arbeidsmigranten hardnekkig blijven bestaan." Wanneer is het voor de minister de laatste druppel, zodat hij ook een beroep doet op de stok achter de deur die de coalitiepartijen hebben opgeschreven? Ziet de minister verbeteringen na eerdere dreigingen met een uitzendverbod? De conclusie van de Algemene Rekenkamer in het Verantwoordingsonderzoek is dat pogingen van de minister om arbeidsuitbuitingen te bestrijden niet veel effect hebben en dat er weinig zicht is op de slachtoffers. Is wat de minister nu doet voldoende, zodat de Algemene Rekenkamer volgend jaar met een andere conclusie komt? Zo nee, wat gaat de minister anders doen?

Voorzitter. Ik las de voortgangsbrief over de Wtta. Ik ben blij dat mijn motie tot uitvoering is gebracht en dat de gegevensdeling nu geen belemmeringen meer kent. Hoe worden gemeenten voorbereid op het gebruik ervan?

Voorzitter. Mijn collega's zeiden het al: de minister-president van India was op bezoek. Er werd ook gevierd dat er iets van migratieafspraken zouden zijn gemaakt. De Kamer is hier gewoon niet in gekend. Ik vraag me ook af wat de impact daarvan is, wat de inhoud daarvan is, hoe die zich verhouden tot Europa, maar ook tot de algehele visie van deze coalitie en hoe die daarin passen. Er wordt ook gesproken over het ondertekenen van een memorandum of understanding on migration and mobility.

De voorzitter:

Wilt u afronden?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Wat betekent dit concreet? Wordt dit ook nog behandeld in de Kamer alvorens dat definitief is? Hoe zit dat?

Tot slot, voorzitter. Ik heb me al eerder uitgelaten over een groep jongeren die in Nederland geboren en getogen is, die niet de juiste papieren heeft, die wel de taal spreekt en die een opleiding heeft gehad, maar volgens het huidige beleid nooit hier zal mogen werken, terwijl we wel mensen uit het buitenland halen die de taal niet spreken en de cultuur niet kennen. Daar zijn ook meerdere moties over aangenomen. Ik vroeg me het volgende af. Ik weet dat de minister binnenkort in gesprek gaat over startbanen rondom integratie en nieuwkomers. Mijn vraag is of in die verkenning met VNO en andere partijen ook deze groep in ieder geval in het gesprek meegenomen zou kunnen worden.

Daar wilde ik het bij laten. Dank u wel.

De voorzitter:

Oké. Dat was de eerste termijn. We gaan een halfuur schorsen. Dan gaan we om 12.10 uur verder. Ik meld wel dat we echt strikt moeten vasthouden aan de eindtijd van 14.00. Dat doe ik ook voor mezelf, want ik moet het commissiedebat over Oekraïne voorzitten en dat begint om 14.00 uur. Dat kondig ik alvast aan, maar ik denk ook dat anderen verplichtingen hebben. We gaan om 12.10 uur verder.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. We gaan door met het commissiedebat Arbeidsmigratie. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De leden kunnen in deze termijn vier interrupties plaatsen. Hou er even rekening mee dat dat waarschijnlijk in de tweede termijn niet meer het geval zal zijn, maar misschien gaat het sneller dan we nu denken, dus ik moedig de minister aan kort en bondig maar wel heel helder te antwoorden. Gaat uw gang.

Minister Vijlbrief:

Voorzitter. Ik zal mijn best doen, maar dat valt niet mee met dit onderwerp. Het gaat alle kanten op. Het is heel breed. Het is ook een ongelofelijk interessant onderwerp natuurlijk.

Ik zat te denken: hoe begin je nou de beantwoording van alle vragen het beste als je nieuw bent op dit dossier? De beste manier om dat te doen is toch om maar terug te gaan naar mijn vak. Ik ben een econoom. Het is nou eenmaal zo — iemand zei dat net ook; ik weet niet meer wie dat was — dat als je een economisch model van een land bouwt op laagbetaalde arbeid, je daar dan ook nadelen van hebt als daar vrij verkeer bij hoort; daar hoort vrij verkeer bij en wat mij betreft blijft dat er ook bij horen. Dat hebben we een aantal decennia gedaan. We hebben sinds 1982 de lonen laag gehouden om de werkgelegenheid volledig te maken, met heel veel succes. Die nadelen zijn steeds meer naar buiten gekomen. Dat betekent gewoon dat de druk op …

Dat zie je de hele tijd in dit debat hangen. Je hebt partijen die zeggen: zet maar gewoon vooral een beperking op de instroom. Dan heb je partijen die zeggen: nee, we willen de instroom niet beperken, maar we willen wel dat er heel hard gecontroleerd wordt. Dan komt er als een soort deus ex machina nog iets bij waarvan iedereen denkt dat daar misschien wel de oplossing zit, namelijk: laten we ons dan richten op het werk dat hoogbetaald en kwalitatief goed is en laten we de sectorstructuur daar dan ook op inrichten. Dat is natuurlijk sowieso een goed idee, of je nou arbeidsmigratie hebt of niet. Het is slimmer om mensen in hoogproductieve arbeid te laten werken dan in laagproductieve arbeid; dat levert meer op. Maar zo kijk ik naar dit debat.

Dat betekent dat als ik dat vanuit mijn rol als minister van Sociale Zaken ga bekijken, ik een aantal rollen te spelen heb. Ik heb de rol te spelen dat ik moet zorgen voor eerlijke beloning. Ik heb de rol te spelen dat ik moet zorgen voor gezond en veilig werk. Het geldt voor iedereen in Nederland, waar je ook vandaan komt, dat dat zo moet zijn. We hebben natuurlijk enorme misstanden met arbeidsmigranten. Die zijn er nog steeds. Ik herken de verhalen van de heer Ceulemans niet; ik kom niet in die wijk. Mijn dochter heeft een tijdje hier in Den Haag in een wijk gewoond waar ook veel arbeidsmigranten wonen. Daar kwam ik weleens. Dat zag er ongeveer zo uit als hij beschreef. We hebben dan ook het advies van Roemer gehad. Hoelang is dat geleden? Een jaar of zeven geleden inmiddels, denk ik. We hebben het SER-advies gehad. We hebben een ibo gehad. We hebben, op z'n Nederlands, iedereen en zijn moeder ernaar laten kijken.

Dat heeft ook best resultaten opgeleverd. Ik was het wel eens met iemand die hier net zei: we moeten nou ook niet allemaal net doen alsof het allemaal stilstaat. We hebben per 1 januari 2027 een toelatingsstelsel voor uitleners. Ik kom straks nog meer in detail terug op al die dingen, hoor. We hebben de recent opgerichte Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt; ik ben nog bij de opening geweest op de tweede dag dat ik minister was, dacht ik. Ik heb gisteren een brief gestuurd — daar wees mevrouw Patijn op — over een manier waarop we de onderbetaling van werknemers gaan aanpakken. We proberen mensen zo snel mogelijk aan de slag te krijgen. We proberen mensen die dakloos worden, zoals de heer Ceulemans zei, ofwel een dak boven hun hoofd aan te bieden, ofwel te helpen met terugkeer. We gaan de boetes verhogen van de arbeidsinspecties. We gaan per 1 juli de regels rondom detachering verduidelijken. We hebben dan ook nog — die stok achter de deur is natuurlijk een heel belangrijk onderdeel van dit debat geweest — de stok achter de deur van een uitzendverbod; daar kom ik straks op terug. Ik ga nog een paar andere dingen noemen. We hebben ook nog de Flexwet. Die wet is behandeld in de Tweede Kamer en ik hoop dat die nog voor de zomer in de Eerste Kamer wordt behandeld.

Dat alles doen we natuurlijk om de misstanden te beheersen. Dan komt de Kamer natuurlijk en zegt: je hebt ook nog een andere weg. Dat klopt. Dat is de weg waar ik het net over heb gehad. Je kunt ook proberen om je economie gewoon meer te richten op de hoge productiviteit. Dan heb je ook minder laagbetaalde werknemers nodig. Dan krijg je misschien ook wat minder misstanden. Daarom hebben we de talentstrategie. Daar werd om gevraagd. We hebben daar een pilot bij. Daar ga ik straks ook nog wat over zeggen. We hebben ook de kennismigrantenregeling. Dat hoort weer allemaal daar. Je kunt ook nog — dat is bij sommige partijen in deze Kamer niet heel populair — dingen doen in de fiscaliteit. Als je bijvoorbeeld — ik kijk naar mevrouw Wiersma; dat is uitlokking, hoor — het lage btw-tarief op de sierteelt afschaft, dan geef je die sector minder subsidie. Dat bekent dat die sector kleiner wordt en dat daar minder laagbetaalde arbeidskrachten gaan werken. Zo werkt de economie. Zo gaat dat. Dit zijn allemaal dingen die je kunt doen.

Je ziet gewoon in zo'n debat waar twaalf partijen aanwezig zijn het hele spectrum. Er zijn mensen die zeggen: stop met de instroom en verplicht tewerkstellingsvergunningen, ook voor mensen uit Europa, uit de Europese Unie. Excuus, dat gaat echt niet. Je kunt het zeggen. Als de heer Ceulemans het gevoel heeft dat ik dat te snel zeg of in ieder geval dat mijn voorgangers te snel hebben gezegd "kan niet, mag niet", wil ik daar best nog een keer een uitgebreide brief over schrijven. Die brief zal er echter dan toch op neerkomen dat we een interne markt hebben. Of u het nou leuk vindt of niet, daar horen ook dit soort dingen bij.

Er zijn ook de partijen — daar ga ik het nu over hebben — die zeggen: richt je nou vooral op de inrichting van je economie. Ik denk dat het vooral de heer Van de Brink was die dat zei. Daar ben ik het wel mee eens. De staatscommissie vliegt het ongeveer zo aan. Die zegt: let nou op dat je je economie zo inricht dat je niet zo heel veel van die laagbetaalde arbeid nodig hebt. De heer Van den Brink en de heer Boon vroegen allebei: waarom investeren bedrijven dan niet meer in automatisering en waarom loont het om mensen van ver te halen? Het simpele antwoord is: als je het bedrijfsmodel met laagbetaalde arbeid in stand houdt, loont het niet om te innoveren. Ook dat weten we al jaren. Ik ben geen voorstander — dat komt voort uit mijn politieke bloedgroep — van het beperken van die vijf keer. Maar ik denk wel — ik dacht dat de heer Neijenhuis dat zei — dat je als je het minder makkelijk maakt om misbruik te maken en beter zorgt voor de arbeidsvoorwaarden, zie het wml, en beter zorgt voor huisvesting et cetera, er automatisch voor zorgt dat die arbeid minder aantrekkelijk wordt. Dat betekent dat je natuurlijk ook de economie een beetje dwingt naar automatisering en betere arbeidsvoorwaarden. Dus dat kan best. Daar kun je best wat aan doen.

De heer Nobel had nog weer een andere lijn, die ook altijd, al twintig jaar, in al deze debatten zit: waarom doen we dit eigenlijk, we kunnen toch beter ons eigen arbeidspotentieel aan het werk zetten? Ja, natuurlijk. Dat vindt ook iedereen. Dit vindt iedereen. Alleen lukt het ons blijkbaar niet. Mevrouw Wiersma wees daar terecht op. Ik ben het niet altijd eens met haar conclusies, maar ze heeft er gelijk in dat bepaalde sectoren nou eenmaal draaien op dit soort arbeidskrachten. Blijkbaar lukt het ons niet, ook niet in een heel krappe arbeidsmarkt, om mensen van de bank te krijgen en in die sectoren aan het werk te krijgen. Minister Aartsen — hij gaat daarover, ik niet — is wel bezig om er alles aan te doen om mensen mee te laten doen, om mensen die hier wonen, Nederlanders, mee te laten doen en niet te laten vervangen door anderen.

Ik ga nu een paar wat specifiekere vragen in dit blokje, het grotere macroblokje, doen. Mevrouw Patijn vroeg: wat gaat de minister doen met het actieplan van gemeenten en provincies? Dat actieplan bevat een aantal maatregelen om arbeidsmigratie eerlijker, veiliger en socialer te organiseren. Aan het eind van dit jaar zal ik u informeren over de voortgang van de maatregelen die het kabinet neemt en daarin zal ik dan ook die aanbevelingen van gemeenten en provincies meenemen.

De voorzitter:

Mevrouw Patijn heeft een interruptie.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik weet niet of de minister nog echt terugkomt op enige sturing op de economie en dat soort dingen of in ieder geval de inrichting van het land. Anders heb ik daar een vraag over, als het mag. In de Nota Ruimte staat: "De overheid breidt de bestaande economische inzet op distributie, handel en mainports uit met beleid gericht op het versterken van de topsectoren, waaronder in de Brainport Eindhoven." Ik vind het zo verrassend dat dat in de Nota Ruimte staat. Dat is volgens mij de Nota Ruimte van dit kabinet. Dat uitbreiden van die distributie, waarom wordt daar nou op ingezet? Er wordt best veel gesproken over dat de distributiesector juist een van de sectoren is waar het ingewikkeld is, waar misschien wel erg veel laagbetaalde arbeid is en waar dus veel arbeidsmigranten bij komen. Waarom dan die inzet op distributie?

Minister Vijlbrief:

Ik ben een beetje in verwarring. Ik denk dat dit de Nota Ruimte van het vorige kabinet is. Er is nog geen addendum op de Nota Ruimte van dit kabinet gekomen. Ik denk dus dat het over die van het vorige kabinet gaat. Ik ben het wel met mevrouw Patijn eens dat het niet zo heel logisch is om in een hogetoegevoegdewaardestrategie heel erg op distributie te gaan zitten. Ik ben het met haar eens dat dat niet zo heel logisch is. Volgens mij moet het huidige kabinet de Nota Ruimte nog aanvullen — "invullen" is eigenlijk het betere woord, want de ruimte werd ietwat overschreven in de Nota Ruimte. Het is niet zo heel logisch om deze sector nu te noemen als … Zoals mevrouw Patijn weet, gaan wij zelf werken aan de talentstrategie en daar horen ook die pilots en zo bij. Daar kom ik straks nog even op terug. Dan is het niet logisch om te zeggen dat distributie het kernpunt van de Nederlandse economie is.

De voorzitter:

De minister vervolgt.

Minister Vijlbrief:

De heer Van den Brink vroeg naar een vrijwillig fonds. Ik ben nooit tegen vrijwillige fondsen, maar ik vrees dat het vrijwillige fonds ook iets vergt van de overheid. Wij zijn inmiddels bezig met de zogenaamde alliantie Work in Nederland. Daarbij werken publiek en privaat samen aan concrete hulp en ondersteuning voor arbeidsmigranten. We doen dus eigenlijk al een aantal dingen die daar zouden moeten gebeuren. Ik ben niet tegen dat vrijwillige fonds, maar ik denk eigenlijk dat als het een vrijwillig fonds is, het ook echt vrijwillig moet zijn. Dan moet het bedrijfsleven dat vooral doen. Maar wij hebben dus onze eigen manier waarop we hiermee omgaan, zeg ik tegen de heer Van den Brink.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Mag ik daar een vraag over stellen? De gedachte erachter is dat er heel veel maatschappelijke kosten en heel veel maatschappelijke lasten zijn, terwijl de lusten vooral bij het bedrijfsleven terechtkomen. Is er iets aan te doen om het bedrijfsleven meer mee te laten betalen? Dat kan bijvoorbeeld aan de opvang van arbeidsmigranten, maar ook in het onderwijs zien we problemen. Is daar iets aan te doen?

Minister Vijlbrief:

Een econoom zou dat "het internaliseren van externe kosten" noemen, om dit debat helemaal onaantrekkelijk te maken om naar te kijken. Dit is natuurlijk gewoon mensen verantwoordelijk maken voor de kosten die ze zelf veroorzaken. Mijn standaardantwoord als minister van Sociale Zaken zou hierop zijn: als je dat wil, moet het in het overleg tussen werkgevers en werknemers gebeuren. Het is een goed idee en een logisch idee, maar als de gedachte is om er nou weer zelf een fonds voor te gaan organiseren … Nogmaals, we zijn al bezig met een aantal dingen op dat terrein. Ik ga een paar dingen noemen. Bedrijven helpen bij beter taalonderwijs. In Noordoost-Brabant is er samenwerking tussen bedrijven en gemeenten om voor een betere basisregistratie te zorgen. In Noord-Limburg hebben gemeenten afgesproken om bedden beschikbaar te hebben voor opvang in noodsituaties. Er zijn dus al initiatieven die lijken op dit idee, denk ik toch.

De heer Flach vroeg — ik denk dat hij inmiddels slachtoffer is van het Verantwoordingsdebat — hoe het zit met de pilot voor vakkrachten. Hij vroeg wanneer de Kamer de uitgewerkte plannen ontvangt. Ik moet daar toch wat over zeggen. We moeten niet allemaal bloemen op bloemen gaan bouwen. We hebben nogal de neiging om steeds nieuwe dingen te maken. De gedachte is als volgt. Je hebt een talentstrategie, die is gebaseerd op de gedachte over welke sectoren je in Nederland wilt laten groeien en bloeien, omdat je daar de toekomst in ziet. Daar hoort bijvoorbeeld ook de kennismigrantenregeling bij. Die moet je daar natuurlijk ook op afstemmen. Die pilots zou je ook moeten richten op een beperkt aantal beroepen dat in specifieke sectoren, waar je een tekort verwacht, van belang is. Dat zou de gedachte zijn. Daarover komt dus na de zomer een voorstel naar de Kamer, zeg ik tegen de heer Flach. Ik heb daar een AMvB voor nodig. Het zal even duren voordat het echt kan, maar er komt dus een voorstel naar de Kamer.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik heb twee vragen, want ik begon hier ook over. Ik snap dat het belangrijk en goed is om inzichtelijk te maken voor welke sectoren je vakkrachten nodig hebt, maar volgens mij kan je die discussie niet volledig voeren als je niet ook nadenkt over de sectoren waarin je juist wel groei wil, maar die je door middel van robotisering, AI en op andere wijzen wil laten groeien. Het is volgens mij niet een-op-een te stellen dat waar we de sectoren willen doen groeien, we vervolgens ook extra vakkrachten willen. Die sectoren zou je namelijk ook op andere manieren kunnen doen groeien. Mijn vraag is of mijn stelling klopt en, zo ja, of dat ook staat in de brief of wat er naar de Kamer toe komt. Kan de minister toezeggen dat die afweging er ook in zit en of die in de Kamerbrief expliciet wordt opgenomen?

Minister Vijlbrief:

Ja, die redenering klopt en ja, daar zullen we op ingaan. Het klopt inderdaad precies wat de heer Ceder zegt. Zo'n sector kan ook groeien zonder extra arbeidskrachten, en er kunnen ook sectoren zijn met enorme tekorten die je niet direct tot speerpunt maakt. Hij heeft dus gelijk. Hij heeft gewoon gelijk.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik beschouw dit wel als een concrete toezegging dat daarop specifiek wordt teruggekomen, want het is voor ons belangrijk om dit te wegen in het geheel der dingen. Het tweede is dat de minister aangeeft dat het via een AMvB komt. Naar mijn weten hebben wij daar geen voorhang op. Ik vroeg me dus even af of de minister kan schetsen wat volgens hem dan nog de rol van de Kamer is.

Minister Vijlbrief:

Volgens mij is dit aan de Kamer. Als de Kamer het prettig vindt dat ik dat ding voorhang, doe ik dat.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Bij dezen.

Minister Vijlbrief:

Ik was er al bang voor!

De heer Ceder (ChristenUnie):

Nee, maar dat komt omdat het volgens mij niet wettelijk is vastgelegd, vandaar dat ik het nu even vraag. Ik heb er namelijk wel behoefte aan, en een meerderheid van de Kamer misschien ook, om het te bespreken alvorens er onomkeerbare stappen worden gezet. Wij willen dus als toezegging dat het ook in die mate met de Kamer besproken wordt.

Minister Vijlbrief:

Laat ik gewoon toezeggen dat ik het voorhang, en dat ik het niet voorhang om niks te horen van de Kamer. Dus of we dan een debat gaan voeren en zo, dat moeten we nog bekijken, want er worden veel debatten gevoerd, maar dat laat ik gewoon aan de orde van de Kamer.

De voorzitter:

Ja, we zullen dat noteren. Maar pas op met uw interrupties, meneer Ceder. U heeft er vier.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ja, voorzitter. Dit is een dubbelcheck: kan ik als toezegging noteren dat er een voorhang komt richting de Kamer …

De voorzitter:

Dat hebben we gehoord.

De heer Ceder (ChristenUnie):

… en dat het uiteraard aan de Kamer is om binnen vier weken te kijken of er een plenair debat over gevoerd moet worden?

De voorzitter:

Ja, dat is een voorhang. Die hebben we genoteerd, ja. De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Vijlbrief:

Voorzitter. De heer Neijenhuis vroeg hoe de pilot die we gaan doen zich verhoudt tot Europese initiatieven zoals de EU Talent Pool. Wij hebben nog niet besloten om daaraan deel te nemen. We gaan wel kijken in hoeverre die dingen bij elkaar aansluiten en of we er gebruik van kunnen maken.

De heer Nobel vroeg: wil de minister de kennismigrantenregeling behouden? Jazeker. Er komt na de zomer een brief met de uitwerking. Dat doe ik samen met de ministers van JenV en Economische Zaken.

De heer Flach vroeg: wil de minister kijken naar een vrijstelling voor de tewerkstellingsplicht voor de visserijsector? Ja, ik zal de Kamer daarover na de zomer informeren.

Is de minister bereid om te zorgen dat talenten op het gebied van innovatie ook in vaste dienst kunnen komen van de werkgever? Ja, dat kan nu al. Er is niets wat dat tegenhoudt. De minister van JenV is overigens bezig om uitleenconstructies uit te zonderen van het gebruik van de kennismigrantenregeling, zodat dat automatisch gebeurt. Daar is hij mee bezig, en ik zal hem aansporen — dat staat hier op mijn blaadje — om daar vaart mee te maken. Dat is nogal pedant, zeg. Ik zal aan hem vrágen of hij een beetje wil opschieten!

Dan hebben we nog de vraag van de heer Stoffer. Die heb ik, denk ik, beantwoord.

De voorzitter:

De heer Stoffer heeft niet meegedaan met dit debat.

Minister Vijlbrief:

Het was de heer Flach; ik raak helemaal in de war. Die vraag heb ik aan het begin beantwoord.

O ja, het MoU met India. Waarom is de Kamer niet geïnformeerd? Het MoU met India is gesloten als onderdeel van een strategisch partnerschap, met afspraken die breder zijn dan alleen arbeidsmigratie. Ook het visumbeleid en de terugkeersamenwerking komen aan bod. Wat arbeidsmigratie betreft, gaan de afspraken in het MoU niet verder dan de bestaande wettelijke kaders. Het past dus gewoon binnen het huidige mandaat. In het MoU wordt toelicht welke mogelijkheden er voor arbeidsmigratie bestaan binnen de bestaande wettelijke kaders, zowel voor Indiërs om in Nederland te werken als andersom. Het kabinet is tevreden met het MoU, omdat India een belangrijke partner is. Ik hoorde dat niet helemaal terug in de Kamer, maar dat kan aan mij gelegen hebben.

Dan had ik nog een vraag van de heer Neijenhuis. Hoe staat het met de opvolging van de motie-Neijenhuis/Martens? We kijken zorgvuldig naar de balans tussen de kennismigrantenregeling en het looncriterium, om zowel oneigenlijk gebruik en misbruik van de regeling tegen te gaan als recht te doen aan de belangen van het bedrijfsleven. Dat wordt natuurlijk uitgewerkt in samenspraak met degenen die er belang bij hebben. Na de zomer komt er hierover een brief, maar dat heb ik zonet al gezegd.

Dan vroeg mevrouw Wiersma nog of aanbod van goedkope arbeid van binnen de EU naar buiten de EU verschuift. Ja, dat denk ik. Je ziet in het meest recente migratiesaldo voor EU-landen een daling. Dat zou dus overeenkomen met wat mevrouw Wiersma zegt. Voor arbeidsmigratie van buiten de EU is een tewerkstellingsvergunning nodig, en voor ongeschoolde arbeid geven we die niet af. Wel zien we dat arbeid op detacheringsbasis, dus tijdelijke arbeid, een groeiende trend is. Ik denk dus puur economisch gesproken dat het klopt. Mevrouw Wiersma gaf het voorbeeld van Polen. De Poolse economie groeit als kool en dat betekent dat de lonen daar snel omhooggaan. Dat betekent dat daar andere landen voor in de plaats gaan komen; dat is hoe het gaat.

Voorzitter. Daarmee kom ik op het blokje positie van arbeidsmigranten en misstanden. Ik start bij de uitvoering van de aanbevelingen van Roemer. We zijn echt wel fors bezig. Ik kan daar ook een overzicht van geven als de Kamer dat wenst. We hebben gewoon een schema liggen met kleurtjes die staan voor hoever we zijn, maar per 1 januari 2028 komt daar dus nog de wet voor meer zekerheid voor sekswerkers bij. Dit veronderstelt dat de Eerste Kamer daarmee instemt, maar daar gaan we dan maar van uit. In de komende maanden zal ik ook een wetsvoorstel uitwerken waarbij werknemers extra worden beschermd bij onderbetaling; daar hebben we het over gehad. Er wordt een wetsvoorstel voorgelegd voor internetconsultatie om de huurbescherming te verbeteren. Daar kom ik zo even op terug, want dat heeft te maken met dat andere dossier, dat de warme interesse van de Kamer heeft. Verder wordt er hard gewerkt aan het opzetten van een toelatingsstelsel voor uitleners; dat hoef ik u niet te vertellen. Dan ligt er nog een wetsvoorstel voor ter behandeling in de Eerste Kamer waarmee de strafrechtelijke aanpak van arbeidsuitbuiting wordt vergemakkelijkt. In de loop van het jaar zullen allemaal aanbevelingen uit het rapport-Roemer langskomen. In steeds meer regio's zullen informatiepunten worden geopend waarbij arbeidsmigranten informatie krijgen. Ik wilde eigenlijk aan het eind van het jaar, als de Kamer dat goedvindt, de Kamer informeren over de vraag hoe het ervoor staat met de aanbevelingen van Roemer en — ik dacht dat de heer Van den Brink en een paar anderen daarnaar vroegen — hoe het staat met de aanbevelingen uit het SER-advies.

Dan ga ik verder met de vraag van de heer Flach over de Oost-Europese arbeidsmigranten. Mensen mogen met een WW-uitkering drie maanden naar werk zoeken in een andere EU-lidstaat. Daar zijn voorwaarden aan verbonden. Dat moet vooraf worden gemeld bij het UWV. Signalen van fraude worden onderzocht door het UWV en dat wordt gehandhaafd. Ik ben met het UWV in gesprek over de vraag hoe we ongeoorloofd verblijf buiten Nederland door mensen met een WW-uitkering verder kunnen onderzoeken. Dit loopt nog tot het einde van het jaar. Ik zal u in september op de hoogte brengen van de stand van zaken bij de uitvoering.

De heer Nobel vroeg hoe het melden van misstanden makkelijker wordt gemaakt. We proberen de Arbeidsinspectie op verschillende manieren bereikbaar te houden en nog beter bereikbaar te maken. Er kan ook meertalig worden gemeld. Dit kan 24 uur per dag. Om u een indruk te geven: in 2025 werden er bijna 15.000 klachtmeldingen ontvangen. Het gaat echt om hele grote aantallen. We hebben verder dus een aantal ondersteuningen voor arbeidsmigranten, zoals ik net al aangaf in antwoord op de vraag van de heer Van den Brink.

De heer Van den Brink vroeg ook nog: gaat de minister werkgevers verplichten hun verantwoordelijkheid te nemen bij de registratie van arbeidsmigranten? Op dit moment loopt de internetconsultatie van de zorgplicht voor werkgevers bij de registratie van arbeidsmigranten. Die plicht geldt dan voor uitleners, dus uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven. Het voorstel heeft als doel om onjuiste registratie van arbeidsmigranten in de BRP tegen te gaan. Hiermee wordt voor uitleners een zorgplicht geïntroduceerd. De gedachte is om dat per 1 januari 2027 in werking te laten treden.

Dan komt iets wat, denk ik, een van de grotere dingen in het debat is. Dat is de vraag of we direct kunnen stoppen met het verdienmodel via die inhouding op het minimumloon. Ik denk eigenlijk dat ik het eens ben met degenen die hier een verband leggen met de wet voor een betere huurbescherming. Ik was het op dit punt dus niet helemaal eens met mevrouw Patijn — ik denk dat dat verband er wél is — maar ik denk dat we wel heel veel tempo moeten maken. Daar kwam, denk ik, de echte inzet van de Kamer uit voort: kunnen we dit snel gaan doen? Het vorige kabinet besloot namelijk op de valreep om dit niet meer te doen. Ik wil dus zo veel mogelijk oplopen met die betere huurbescherming. Het streven is om dit wetsvoorstel voor de zomer in internetconsultatie te laten gaan en daarna zo snel mogelijk verder te gaan, maar ik denk dat het verstandig is dat ik de Kamer gewoon toezeg dat ik even met de minister van VRO in contact treedt om te bespreken hoe we deze twee dingen zo snel mogelijk samen kunnen laten oplopen. Als dit een normaal traject is, duurt dat nog wel een jaartje. Maar goed, de Kamer is er zelf bij. Als de Kamer op spoed aandringt, kunnen we het heel snel behandelen en doen we allebei tegelijk. Als de Kamer dat fijn vindt, kan ik dus even met minister Boekholt bespreken of we daar tempo in kunnen maken, al zouden we misschien moeten samenwerken met de beide commissies van VRO en SZW om dat te bereiken.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Als dat de enige oplossing is, namelijk dat het tegelijk met die wet moet, dan zullen we daar ook achteraan jagen, maar ik zou het toch nog wel fijn vinden om even goed uitgelegd te krijgen waarom het zo belangrijk is dat die wet er is. Waarom moet die wet er eerst zijn? Is het namelijk niet zo dat een huurder die niet meer verbonden is aan die werkgever misschien wel meer huurbescherming heeft, ook in de huidige situatie?

Minister Vijlbrief:

Dit onderwerp heeft gedurende het grootste gedeelte van de schorsing mijn hoofd in beslag genomen en ik ben er nog niet helemaal uit. Nu kan ik twee dingen gaan doen. Nu kan ik gaan freestylen; dat is over het algemeen een heel slecht idee, zeker in mijn geval. Ik denk dus dat ik gewoon toezeg dat ik een briefje aan de Kamer stuur, waarin ik uitleg wat het ene inhoudt en wat het andere inhoudt en wat het verband tussen de twee eigenlijk is en waarin ik er ook op inga volgens welk tijdsschema ik dat zou kunnen doen. Zal ik het zo doen? Dan doe ik het in z'n geheel. Een van de discussies die ik met de ambtenaren had, ging over de vraag: wie van de mensen die daar zitten te praten, heeft nou eigenlijk gelijk? Intuïtief dacht ik dat het logischer was om het samen met de huurbescherming op te laten lopen, maar als je er dieper over nadenkt, is het ook wel weer de vraag of als je het ene zonder het andere doet, dat dan per definitie tot grotere misstanden leidt. Ik heb daar namelijk ook mijn twijfels over. Zal ik daar een brief over sturen? Nu ga ik toch zitten freestylen; dat moet ik dus niet doen. Zeg dus tegen mij dat ik nu op moet houden en dat ik een brief moet sturen! Dan hou ik er tenminste mee op.

De voorzitter:

Wat is de datum, zeg maar, waarop de Kamer die gaat ontvangen?

Minister Vijlbrief:

Dat kan kort na de zomer, denk ik, want dat ding gaat in internetconsultatie, dus kort na de zomer kan dat sowieso.

De voorzitter:

Kort na de zomer. Dan noteren we die.

De heer Ceulemans (JA21):

Uiteraard ben ik geïnteresseerd in de brief. De minister heeft er de laatste tijd een dagtaak aan brieven sturen bij. Ik ben dan toch wel benieuwd naar het volgende. Deze discussie speelde een halfjaar geleden. Een halfjaar geleden hebben we dat debat gehad over het besluit van minister Paul om die afbouw terug te draaien. Daar was men erg verdeeld over en nu zitten we een halfjaar later in een commissiedebat en zegt de minister: ik ga een brief sturen over de vraag waarom het eigenlijk belangrijk is om dit in samenhang met die huurbescherming te doen, want ik moet dat nog goed uitzoeken. Maar als dat op dit moment niet helemaal duidelijk is, wat was dan destijds de reden om die afbouw terug te draaien? Dat is namelijk ook het hele argument van D66 en CDA geweest.

Minister Vijlbrief:

Dit is een hele goeie vraag, maar ik sluit me even aan bij de simpele redenering, dus de eerste redenering. Dan hou ik er echt over op en daarna ga ik het gewoon in de brief opschrijven, maar de simpele redenering van D66 en CDA kon ik volgen. Je haalt iets weg. Daardoor zouden er weleens meer misstanden kunnen ontstaan en dus is het goed als de wet over de huurbescherming aangescherpt wordt. Maar mevrouw Patijn zegt, net als meneer Ceulemans zonet zelf: die redenering klopt eigenlijk gewoon niet. Dan kunt u zeggen: daar heeft u dan een halfjaar over gedaan. Ik heb in dat halfjaar ook nog een paar andere dingen gedaan; dat is u misschien opgevallen. Ik doe ook weleens wat anders tussendoor dan brieven schrijven. Geef me dus nou even de kans om dat rustig uit te werken, want, nogmaals, anders ga ik nu een keus zitten maken. Ik begrijp de redenering van JA21 en PRO op dit punt ook, moet ik zeggen.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Stel nou dat de conclusie van die brief is dat het helemaal niks uitmaakt. Dan zou ik het wel waarderen als die wet als de wiedeweerga alsnog naar de Kamer gestuurd wordt.

Minister Vijlbrief:

Dit is een vrij eenvoudige toezegging. Als dat zo is, dus als mijn conclusie is dat het eigenlijk niet uitmaakt en de route gewoon die van de wet op zichzelf is, dan ga ik dat natuurlijk doen. Ik ben niet gek. Daarom zeg ik ook: geef me de tijd, want als de eerste redenering klopt, namelijk dat het samen met de wet over de huurbescherming moet, dan moet ik die twee wetten zo snel mogelijk samen laten oplopen en door de Kamer laten gaan. Anders is de andere route mogelijk. Mijn rechterhand zei net dat de AMvB daarvoor klaarligt, dus dat kan in principe heel snel als je dat zou willen en dat ga ik dan ook doen. Dat durf ik u rustig toe te zeggen.

De voorzitter:

De minister vervolgt zijn betoog. Of heeft de heer Van den Brink toch nog een interruptie?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

U zei net dat als de Kamer het wil, u het prima vindt om die trajecten tegelijk op te laten lopen. Ik zou dat graag als toezegging genoteerd willen zien. Daar zijn we voor. Graag!

De voorzitter:

De toezegging is volgens mij dat we een brief krijgen waarin wordt gekeken welk traject het gaat worden: samen oplopen, of iets anders als de minister tot een andere conclusie komt. Dan krijgt u die brief en kunnen we daarna als Kamer kijken wat we verder doen.

De heer Ceulemans (JA21):

Het is geen interruptie, maar ik weet ook niet of dit een ordepunt is. Ik wil dit even zeggen, anders blijft het boven de markt hangen. Er is een motie ingediend door D66 en CDA om dit gelijk te laten oplopen. Wij waren daartegen. Dat is nu de huidige stand van zaken. Ik beoordeel de toezegging van de minister zo dat hij in kaart gaat brengen of dit inderdaad wel de goede rit is en dat we het traject alsnog apart in gang gaan zetten als dat niet zo blijkt te zijn. Dat is volgens mij de toezegging van de minister.

Minister Vijlbrief:

Dit begint een heel interessante cirkelredenering te worden. Ik heb altijd geleerd dat de Kamer uiteindelijk het laatste woord heeft. Ik stuur u een brief en als u zegt "u trekt deze conclusie, maar wij trekken een hele andere conclusie", dan mag dat ook. Als u de meerderheid heeft, dan ga ik dat doen. Het blijft dus allemaal bij u. De enige toezegging die ik heb gedaan, is dat ik even afwijk van het standpunt van het kabinet tot nu toe — dat was eigenlijk het vorige kabinet, maar dat ben ik tegelijkertijd ook — dat het samen op moet lopen. Dat is best wel een toezegging. Ik wil er nog wel een keer goed naar kijken of dat nou echt waar is. Daar kom ik op terug.

De voorzitter:

De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Vijlbrief:

"Gaat de minister door met de Europese inzet op de harde maatregelen tegen dubieuze detacheringsconstructies?" Ik ga daar zeker mee door. De Europese Commissie komt in de tweede helft van 2026 met een pakket op dit terrein. Het juridisch kader voor detachering van derdelandwerknemers moet worden verduidelijkt. Ten tweede moet de Europese Arbeidsautoriteit worden versterkt. Daarnaast doe ik ook op nationaal niveau wat mogelijk is om die doordetachering tegen te gaan. Wanneer het gaat om nationale maatregelen, zal ik de maximale ruimte pakken die Europese regels bieden, rekening houdend met regeldruk, maar dat is altijd zo. Deze zomer gaan de wijzigingen in internetconsultatie. Ik zal u in het najaar verder informeren over die wijzigingen. De streefdatum voor de nieuwe Nederlandse regelgeving is 1 juli 2027, waarbij we dus binnen de Europese richtlijnen het maximale proberen te doen.

De heer Nobel vroeg: gaat de minister de Rotterdamse aanpak rondom dakloosheid landelijk uitrollen? U heeft gezien dat ik bezig ben met die dakloosheid, in het bijzonder van arbeidsmigranten. De terugkeer van EU-burgers is onderdeel van de landelijke aanpak, die sinds 2022 bestaat. Rotterdam is een van die zes gemeentes. Ik heb recent bekendgemaakt dat we van zes naar zeventien gemeentes gaan. Het antwoord is dus eigenlijk: ja, dat gaan we verder uitrollen.

"Is de minister bereid met de staatssecretaris van OCW te kijken naar betere ondersteuning voor de heer Van den Brink voor scholen met veel kinderen van arbeidsmigranten?" Ik zou graag de uitkomst van herijking van de indicator van onderwijsachterstanden van het CBS willen afwachten. Die komt heel binnenkort, in ieder geval voor het zomerreces. Dan kunnen we kijken wie het meest aandacht nodig heeft, om het nu maar zo te zeggen, volgens die indicator. Als blijkt dat dat de groepen zijn die de heer Van den Brink noemde, dan zullen we dat zeker doen.

Dan hebben we de cao voor uitzendkrachten. Die kent een inkomensgarantie van twee maanden voor arbeidsmigranten. De heer Neijenhuis vraagt: kan de minister uitzoeken of een dergelijke inkomensgarantie wettelijk te verankeren is? Het antwoord is: ja. Dat ben ik op dit moment aan het doen. Ik vind dat een sympathiek voorstel; ik ben erover in gesprek met de SER om te kijken of die wettelijke verankering juridisch houdbaar is. Het is ook goed dat sectoren er zelf afspraken over maken. Maar de vraag ging over de wettelijke verankering.

"Deelt de minister dat …"

De voorzitter:

Een ogenblik. De heer Neijenhuis en de heer Van den Brink willen interrumperen. De heer Neijenhuis was net iets sneller.

De heer Neijenhuis (D66):

Ik ben blij om te horen dat de minister daar al naar aan het kijken is. Ik merk wel dat ik deze signalen vaak krijg en dat het een flink probleem is. Ik wil dus ook even vragen of toegezegd kan worden wanneer we hier een reactie op krijgen, wanneer de resultaten van die gesprekken naar de Kamer gestuurd worden.

Minister Vijlbrief:

Voor het einde van het jaar zou dat kunnen, in de voortgangsrapportage op het rapport-Roemer, de taskforce.

De voorzitter:

Die schrijven we op. De heer Van den Brink.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Even over het onderwijs. U zegt: "Er komt een herijking van het CBS. Als daaruit blijkt dat scholen met arbeidsmigranten meer ondersteuning nodig hebben, dan zullen we dat zeker doen." Wat betekent dat?

Minister Vijlbrief:

Je hebt middelen en die verdeel je aan de hand van wie die het meest nodig heeft. Als je kijkt in die indicator waar het het meest nodig is, dan verdeel je de middelen aan de hand van die indicator. Zo begrijp ik hoe het systeem is. Ik begin me nu op het terrein van OCW te bevinden, maar het klinkt ongelofelijk logisch wat ik nu zeg. En als ze het nog niet zo doen, dan moeten ze het zo gaan doen, denk ik.

De voorzitter:

De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Vijlbrief:

De heer Ceulemans vroeg: deelt de minister dat zo actief mogelijk moet worden ingezet op het stimuleren van vrijwillige terugkeer? Ja, daar ben ik het mee eens. Dat werkt het beste. Daarom werkt de gemeente intensief samen met bijvoorbeeld de stichting Barka, het Leger des Heils en Stichting De Regenboog Groep. We praten dan met mensen in hun eigen taal. Ik ben het daar dus mee eens.

"Is het kabinet bereid om serieus te kijken of er zicht kan komen op de situatie van uitzendkrachten die werken in de zorg en in huis?" De Arbeidsinspectie herkent de risico's daar, maar de Arbeidsinspectie mag niet altijd zonder toestemming zomaar binnentreden. Ook medische geheimen beperken hier natuurlijk de mogelijkheid tot inspectie. Maar als er sprake is van arbeidsuitbuiting, kan de opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie optreden. Recent heeft de Arbeidsinspectie nog een aanhouding verricht van iemand die werd verdacht van mensensmokkel en arbeidsuitbuiting bij de inzet van twee buitenlandse werknemers voor 24 uurszorg.

De voorzitter:

De heer Ceulemans, nog op het vorige punt, denk ik.

De heer Ceulemans (JA21):

Klopt, over de terugkeer. Dat is een tweeledig verhaal, natuurlijk. Op een gegeven moment kunnen dakloze overlastgevende arbeidsmigranten gedwongen teruggestuurd worden, maar de lat daarvoor ligt echt hoog. Dat gaat om een aantal registraties die doorlopen moeten worden. Ik heb dus eigenlijk een tweeledige vraag aan de minister. Ik realiseer me dat er beperkende EU-regelgeving op van toepassing is, maar welke mogelijkheden ziet hij om de lat voor gedwongen terugkeer te verlagen? En welke mogelijkheden ziet hij om het pad richting vrijwillige terugkeer te intensiveren? Ik ben bekend met het werk van Barka, maar ziet hij nog andere opties, onder andere in overleg met landen van herkomst?

Minister Vijlbrief:

Dat moet ik even in de tweede termijn doen. Als die er niet is, dan moet het toch maar weer schriftelijk. Als er nog een tweede termijn is, kom ik er dan op terug. Ik heb het nu niet bij de hand.

De voorzitter:

In principe is er wel een tweede termijn.

Minister Vijlbrief:

Ja, daarom. Ik ga mijn best doen.

De heer Ceder zei: de Algemene Rekenkamer heeft geconcludeerd dat de aanpak om arbeidsuitbuiting tegen te gaan niet afdoende is. De Eerste Kamer bespreekt dus op 6 juli dat wetsvoorstel waar we het al over hadden, Modernisering en uitbreiding strafbaarstelling menshandel. Dat dient ertoe daders en misstanden binnen arbeidssfeer effectiever aan te pakken. In voorbereiding hierop is de capaciteit van de opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie met circa 30 fte vergroot. Het kabinet zet zich via het programma Samen tegen mensenhandel in voor het volgen van daders. Er zijn een aantal acties die we daar ondernemen.

De heer Dijk vroeg naar de Bouwplaats-ID. Daar hebben we echt vrij serieus naar gekeken, maar mijn juristen denken dat er onvoldoende juridische grond is om de Bouwplaats-ID wettelijk te verplichten. De AVG is een van de problemen daarbij. Het middel is te ongericht om de problemen op de bouwplaats op te lossen. Dat blijkt uit de juridische analyse die u blijkbaar vorig jaar in november heeft ontvangen. Die wettelijke grondslag zou een veel stevigere rechtvaardiging vragen. Er zijn een aantal alternatieven om hieraan te werken. Die ga ik omwille van de tijd allemaal niet voorlezen.

De heer Dijk vroeg ook: is de minister het ermee eens dat er een verplichting moet komen voor arbeidsmigranten om zich binnen vijf dagen al ingezetene te melden? In de Wet BRP is reeds geregeld dat personen, dus ook arbeidsmigranten, zich binnen vijf dagen moeten registreren als ze de intentie hebben om langer dan vier maanden in Nederland te verblijven. Voor verblijf van korter dan drie maanden is het op basis van EU-burgerschapsrecht niet mogelijk om een verplichting tot registratie op te leggen. Arbeidsmigranten registreren zich bij kortdurend verblijf meestal in de Registratie Niet-Ingezetenen. Ik probeer wel met de staatssecretaris van BZK het zicht op arbeidsmigranten te verbeteren.

De heer Ceulemans is inmiddels vertrokken, maar hij had gevraagd naar het artikel over de huisvesting in Carnisse. Ik las dat ook met stijgende verbazing en boosheid. Op dit moment wordt geëvalueerd hoe de Wet goed verhuurderschap in de praktijk uitpakt en hoe doeltreffend deze is. Uw Kamer wordt na de zomer geïnformeerd over de uitkomst van deze evaluatie. Ik neem aan dat dat met de minister van VRO is.

Dat was het blokje misstanden. Dat brengt mij eigenlijk bij het laatste blokje. Dat is het blokje Wtta en natuurlijk het uitzendverbod en daarmee ook de vleessector als belangrijk aandachtspunt van de Kamer. De heer Nobel vroeg: hoe is de minister van plan om ervoor te zorgen dat malafide bedrijven zich toch aan de Wtta houden? Het is een ingroeimodel. Er zal een overgangsperiode zijn waarin we uitleners geleidelijk meer gaan controleren, maar binnen dat stelsel gaan we natuurlijk wel al steekproeven nemen. Binnen dat stelsel wordt er al samengewerkt en informatie uitgewisseld. Dat betekent dus dat inleners niet zomaar achterover kunnen leunen. Dan groeien we langzaam toe naar de situatie dat er gewoon controle is.

"Wordt de Wtta dan niet een papieren werkelijkheid?" Ik zei al dat de Arbeidsinspectie er ongeveer 35 fte bij krijgt. Die heeft in haar uitvoeringstoets laten weten dat zij haar nieuwe toezichtstaak met de toegezegde fte zou moeten kunnen uitoefenen. Ik ben daar ook geweest en heb daar met hen over zitten praten bij de opening van hun kantoor.

Er werd gevraagd welke gegevensdeling mogelijk is met gemeenten. Op welke manieren worden gemeenten betrokken in de gegevensdeling tussen NAU, NLA en de Belastingdienst? Gemeenten kunnen op verzoek van de NAU of uit eigen beweging gegevens uitwisselen met de NAU. Het gaat daarbij om gegevens die zien op de naleving van regelgeving ten aanzien van huisvesting. De NAU heeft weer contact met de VNG en verschillende gemeenten.

Dat brengt mij eigenlijk bij het laatste punt. Dat is het uitzendverbod in de vleessector. Laat ik dat als uitsmijter doen. Voordat ik dat ga doen, vroeg de heer Neijenhuis nog: hoe gaat de minister ervoor zorgen dat bij de implementatie van de Wet meer zekerheid flexwerkers plotse bijstellingen van de arbeidsduur worden aangepakt? De arbeidsduur is een wezenlijke arbeidsvoorwaarde; die mag je niet eenzijdig aanpassen als werkgever. Werknemers hebben rechten om dat te voorkomen. Daar zal ik in de informatiecampagne ook aandacht aan schenken. Werknemers die dit moeilijk vinden, kunnen met vragen dus terecht bij ondersteuning, zoals het Juridisch Loket, de zogenaamde WIN-punten of bijvoorbeeld de vakbond.

Voorzitter. Dat brengt me bij de vleesketen. Daar ga ik even apart aandacht aan besteden, want dit is een belangrijk dossier. Er worden al sinds 2010 misstanden geconstateerd bij de behandeling van arbeidskrachten in de vleesketen. Daar zijn heel veel arbeidsmigranten bij; mevrouw Patijn zei dat en ook anderen. Het gaat om de volgende misstanden: te lage betaling, onjuiste arbeidstijden, onveilig werk, en intimidatie en geweld. Er zijn een paar voorbeelden die ik graag wil noemen. Bij de daklozenopvang kom je gewoon mensen tegen die door een slachterij of vleesverwerker hiernaartoe zijn gehaald, volgens de werkgever niet hard genoeg werkten en dakloos op straat kwamen. We kennen allemaal de beelden van tv van arbeidsmigranten die gewond raken en toch moeten doorwerken. Een ander voorbeeld: een jaar lang 50 uur per week werken en alleen €100 per week krijgen voor de boodschappen en na terugkomst in bijvoorbeeld Roemenië nooit meer je geld krijgen. Er zijn uitzendkrachten die moeten doorwerken tijdens ziekte en anders geen salaris krijgen enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Die misstanden worden gewoon heel breed gezien. Ik kom straks terug op wat ik allemaal heb gedaan en de weg voorwaarts hier. Het is echt zo dat deze sector aan de top zit. Ik heb een aantal weken geleden met hen gepraat. Toen heb ik me ook even verdiept in hoe het in andere sectoren zit; deze sector zit overal aan de top. Er wordt al heel lang met deze sector gesproken. Sinds 2021 zijn er maar liefst 29 gesprekken geweest over hoe zij zelf voor verbetering kunnen zorgen. Van die gesprekken waren er dus twaalf op het niveau van de minister, dus met mij of een van mijn voorgangers. Op dit moment zien wij niet de noodzakelijke vooruitgang. Mevrouw Wiersma heeft wel gelijk dat er een plan ligt — ik heb dat plan ook aangeboden gekregen — maar wij zien die vooruitgang niet. Ik ben een vrij eenvoudig mens, dus ik heb tegen de vleessector gezegd dat die tot 15 juni heeft om die vooruitgang wel te tonen en dat ik anders ga werken aan een uitzendverbod. Zo simpel is het eigenlijk. Daarmee heb ik nu dus een deadline gezet, een helder punt. Dan moeten we het weten met elkaar. Daarmee geef je de sector enerzijds wel de kans om iets te verbeteren, waar mevrouw Wiersma terecht op wijst, denk ik. Tegelijkertijd voorkomt het het gevaar waar mevrouw Patijn op wijst, namelijk dat je met ze kunt blijven praten, maar als het niet vooruitgaat, gaat het niet vooruit. Een stok achter de deur betekent dat je ook bereid moet zijn om die stok achter de deur te gebruiken. Ik doe dat overigens in het geheel niet lichtzinnig. Ik heb, nogmaals, uitgebreid met ze gepraat, een uur lang. Dat waren mensen van slagerijen tot aan de grote vleesverwerkers. Ik bedoel, ik kom helemaal geen mensen tegen die het verkeerd bedoelen of zoiets, maar ik ben in dit geval een simpel mens: ik wil gewoon de verbetering zien die nodig is, en anders ga ik deze stok achter de deur dus wél inzetten.

Ik zie een interruptie, maar mag ik het even afmaken, voorzitter? Dat is het handigste, denk ik. Ik heb hier nog maar twee blaadjes.

De voorzitter:

Ja, dat is misschien handig. Ja.

Minister Vijlbrief:

Het klopt overigens wat mevrouw Wiersma zei over wat er gebeurt als je ergens beter naar gaat kijken. Ik herken het. Het is hetzelfde als wanneer je ergens pijn hebt. Dan ga je letten op waar je pijn hebt en dan voel je veel pijn. Dat klopt allemaal. We letten dus goed op die vleessector, maar ja, daar hebben ze het ook wel een beetje zelf naar gemaakt. Ze zitten namelijk zelf echt in alle toppen van de cijfers over misstanden.

Ten slotte nog de 10% ontslag op staande voet. Mevrouw Wiersma noemde dit terecht. Ik kan het cijfer niet controleren, maar ik geloof u als u dat zegt. Dat is inderdaad sterk vooruitgegaan, maar ik noem toch maar even het volgende getal. Gemiddeld bedraagt ontslag op staande voet 0,56%. Het is dus twintig keer meer. Dit zeg ik omdat we ons toch moeten blijven realiseren wat er in die sector gebeurt.

Daar zit nog een ander aspect aan, namelijk het punt van mevrouw Patijn. En daarna hou ik hierover op. Hoe logisch is het eigenlijk om zo veel uitzendarbeid in een sector te hebben? Mevrouw Wiersma wees er terecht op dat het best kan in sectoren waarin je heel wisselende patronen hebt. Bij seizoensarbeid is het bijvoorbeeld logisch, maar hier is het niet helemaal logisch. Zij zei dat trouwens zelf ook hoor, zeg ik om haar recht te doen. Dit is dus de stand van zaken. Het is nu 3 juni. Dat betekent dat ik hierover over twaalf dagen, op 15 juni, een besluit zal nemen. Ik weet niet wat voor dag 15 juni is. Ik zal precies zijn over wat ik dan besluit, anders krijgen we daar weer verkeerde ideeën over. Ik heb de AMvB in voorbereiding, dus dan kan ik de AMvB in internetconsultatie geven, zoals dat gaat. Dat is wat ik formeel kan doen.

Ik heb hier nog het antwoord op een vraag van de heer Ceulemans, maar misschien kan ik nu beter even stoppen, anders doen we twee dingen door elkaar.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik heb een aantal vragen voor de minister op basis van zijn reactie. Hij geeft aan dat er veelvuldig overleg is. Ik vraag me dan af of hij heeft gezien wat er staat in de voortgangsrapportage over de gerealiseerde acties vanuit die sector. Daar zijn namelijk zestien actiepunten in opgenomen, waar wel degelijk op geleverd is. Een deel daarvan is in uitvoering, een deel is gerealiseerd en aan een deel wordt gewerkt. De minister stelt hier dat er geen veranderingen zichtbaar zijn. Waar zit dat dan concreet in? Volgens mij worden er namelijk op die zestien actiepunten wel degelijk belangrijke stappen gezet. Wat is dan exact het punt waarvan de minister niet kan zien dat erop geleverd wordt?

Minister Vijlbrief:

Hier zit toch het verschil tussen niveau en dynamiek, wijziging of groei. Ik denk dus dat mevrouw Wiersma gelijk heeft. Ik heb dat actieplan gezien. Ik heb het hier niet voor me liggen, dus ik ga nu niet zeggen "op dát punt en op dát punt", maar ik heb het actieplan gezien en ik constateer dat de sector van goede wil is en probeert actie te ondernemen. Maar er is ook een soort minimumniveau dat je moet bereiken, en de situatie waar die sector uit komt, was bijzonder slecht — laat ik het zo maar formuleren — in ieder geval in de ogen van de Arbeidsinspectie en van het departement. Dat betekent dat voor hen de lat heel hoog ligt. Nogmaals, ik denk dat dit gesprek ongeveer zes weken geleden heeft plaatsgevonden, maar nu moet ik gaan raden. Toen hadden ze dus om en nabij twee of drie maanden om nog verdere verbetering te tonen. Misschien word ik positief verrast. Er gaat na 15 juni ongetwijfeld iemand vragen: wat is er nou gebeurd? Misschien kan ik dan aan u rapporteren: nou, ik ben verrast en we zijn nu wel tevreden op de punten waarop we nog niet tevreden waren. Maar vooralsnog denk ik, als ik gewoon kijk naar … Nogmaals, ik ga dat niet per ding uitleggen, want dit is echt mijn werk. Ik maak mijn eigen afweging over hoe ik de boel weeg en dan mag de Kamer mij daarna weer controleren. Zo werkt het in het stelsel. Maar dat was dus onvoldoende in dat gesprek. Overigens zei de vleessector: dat klopt; we gaan nog extra dingen doen. Nou, ik ben heel benieuwd. Daarom heb ik maar een heldere deadline gesteld. Anders houd je dit — er is een woord voor, maar dat ga ik niet gebruiken — oneindige gepraat.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik vind dit eigenlijk wel een beetje flauw van de minister, moet ik zeggen, want net zei hij over een ander departement: je moet dat langs de maatlat van een indicatorenstelsel houden; dat adviseer ik hen. De minister zou dat zelf natuurlijk ook moeten doen. Ik hoor wel in het antwoord dat de minister al enigszins terugbeweegt, want in zijn eerste beantwoording gaf hij aan: er is geen beweging zichtbaar. Maar volgens mij hoor ik na mijn interruptie dat hij wel degelijk ook beweging ziet. Ik denk wel dat je dat ook per punt zou moeten beoordelen. Daar krijg ik dus graag nog een reactie op.

Daarnaast wil ik het volgende aanhalen. De minister vergelijkt zojuist het ontslag op staande voet. Daar hebben we concreet een grote beweging in gezien. Dat is significant gedaald. Maar kan de minister ook erkennen dat dat zeker in deze sector echt verschilt van heel veel andere sectoren? In de gevallen waar nog van ontslag op staande voet gebruik wordt gemaakt, gaat het namelijk vaak om personeelsleden die onbereikbaar zijn, die niet op komen dagen, die vechten of die onder invloed op het werk komen. Erkent de minister dat dat wel degelijk significant verschilt van een aantal andere sectoren?

Minister Vijlbrief:

Dat zal best verschillen. Dat kan best. Maar mevrouw Wiersma noemt nu wel een aantal dingen over die sector waarvan ik denk: nou ja, ik kan nu heel uitgebreid gaan vertellen over welke misstanden er allemaal zijn, maar vechten of te veel alcohol … Ik heb net de dingen genoemd waar wij naar kijken: de betaling, onjuiste arbeidstijden, onveilig werk, intimidatie en geweld. Dat waren de dingen. Omdat mevrouw Wiersma dat zelf noemde, heb ik bij ontslag op staande voet gezegd: de beweging is goed, maar het is nog steeds twintig keer meer. Ik wil ook best kijken of het om verzachtende omstandigheden gaat, maar laat mij dit nou gewoon netjes doen. Ik bedoel: laat mij dat nou netjes doen.

We hebben een Arbeidsinspectie. Die Arbeidsinspectie zal straks aan de hand van het rapport kijken: wat is de score? Als ik besluit om een uitzendverbod voor te hangen of in internetconsultatie aan te geven, krijgt u daar een uitgebreide brief bij over waarom we dat doen. Als ik besluit om dat niet te doen, krijgt u ook een uitgebreide brief. Dan zal ik op al deze dingen ingaan. Maar dit is het proces dat volgens mij keurig is. Ik heb naar ze geluisterd en zij kunnen nog een poging doen. Ik probeer het midden te houden tussen diegenen die zeggen "ik ben er wel klaar mee na, hoeveel was het, 21 gesprekken" en dadadadada. Tegelijkertijd ben ik medeverantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de Nederlandse en moet ik mensen niet veroordelen voordat ze veroordeeld moeten worden. Daar voel ik in mee. Ik heb ze een kans gegeven. Het was drie maanden, dacht ik. Ik ga dat gewoon zien. Ik vind het een keurig proces en ik probeer het op geen enkele manier anders te maken dan het is. Dit zijn gewoon de feiten. Zo ga ik het doen.

De voorzitter:

Die toezegging staat genoteerd.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik hoor de BBB steeds praten over het actieplan. Dat is het actieplan van de sector zelf. Daar zetten ze zelf een oordeel bij. Klopt het nou dat ik de minister hoor zeggen "nee, voor mij is wat de Arbeidsinspectie aangeeft en dat soort zaken het meetpunt"?

Minister Vijlbrief:

Vanzelfsprekend. De opmerking "de slager keurt zijn eigen vlees" is in dit geval volkomen op zijn plaats. Dat kan hier dus niet. Nee, ik zal echt moeten varen op het oordeel van de Arbeidsinspectie. Die zat ook bij mij aan tafel toen we het gesprek voerden. Die gaat mij hierbij natuurlijk adviseren. Maar ik zeg ook tegen mevrouw Patijn: uiteindelijk blijft het een politieke weging. Ze wees naar al mijn voorgangers, die die weging uiteindelijk hebben laten uitvallen in: oké, we geven ze nog tijd. Ja, ik heb ze tijd gegeven, maar ik heb wel geprobeerd om nu een keer een helder punt te markeren, zo van: laten we er dan naar kijken. Dan zeg ik toch nog een keer richting mevrouw Wiersma: de beweging kan goed zijn, maar als de niveaus niet goed zijn, dan is het toch … Daar kijkt de Arbeidsinspectie uiteindelijk naar. Dat hebben we in Nederland als standaard. De standaard is niet "of je je best doet". Dat is ook fijn, maar het moet uiteindelijk voldoen aan wat de Arbeidsinspectie goed vindt.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik heb nog even een iets algemener punt. Ik ben mijn verhaal begonnen met zeggen dat er in Nederland veel gediscussieerd wordt over migratie en dat het dan vooral over asielmigratie gaat. Mijn fractie vindt het belangrijk dat ook het aantal arbeidsmigranten echt omlaag gaat. Ik heb eigenlijk nog niet echt een reflectie gehoord van de minister daarop. Die zou ik graag horen. Ik vroeg ook om een concreet plan voor de zomer over in welke sector hij wat voor ogen ziet. Die vraag zou ik ook heel graag beantwoord hebben.

Minister Vijlbrief:

Ik denk dat we dat even uit elkaar moeten knippen. Als je de aanbeveling van de staatscommissie voor gematigde groei wilt volgen, dan zal ook de hoeveelheid arbeidsmigranten omlaag moeten. Ik denk dat dat gewoon een mathematische werkelijkheid is. Maar de manier waarop het kabinet naar dit onderwerp kijkt, is niet zo … Dat probeerde ik te zeggen in mijn verhaal, maar dat heb ik dan in het begin niet goed of helder genoeg gedaan. We proberen precies te doen op de manier die u net, dacht ik, noemde in uw eigen inbreng. We proberen dat niet te doen vanuit een kwantitatief getalletje. Dat doet de staatscommissie uiteindelijk wel, maar je probeert dat te doen door verstandig beleid te voeren. Het verstandige beleid is in mijn ogen: probeer de sectoren waarin die arbeidsmigranten heel veel worden gebruikt en misbruikt, kleiner te maken; probeer de andere sectoren met hoge productiviteit groter te maken. Dat is de gedachte.

Een van de taskforces van het kabinet — ik dacht dat die "toekomstige welvaart" heet — is met een talentstrategie et cetera. Het is bijna vloeken in de kerk voor een liberale econoom, maar ik ga het toch zeggen: daar hoort ook een soort gewenste sectorstructuur bij van wat je wel en niet wilt. Die gaat sowieso naar de Kamer komen. Wanneer precies de resultaten daarvan komen, weet ik niet. Dat kan ik nakijken. Dat weet ik gewoon nu niet. Daar kan ik in de tweede termijn misschien even antwoord op geven. Maar dat is wel de gedachte. Als de heer Van den Brink daarnaar zoekt, is het antwoord: ja, zo kijkt het kabinet ernaar. Dus ja, als je binnen de kaders van de staatscommissie-Van Zwol wil blijven, zal de arbeidsmigratie ook omlaag moeten. Maar twee: de manier waarop je dat doet, is in mijn ogen dus niet zozeer door harde kwantitatieve grenzen te stellen, maar door een beetje verstandig beleid te voeren.

De voorzitter:

U had eigenlijk al vier interrupties gebruikt, meneer Van den Brink, maar één ging meer over een toezegging. Ik ben coulant. Dit is uw laatste interruptie.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Dank u wel. Maar dat betekent dus wel dat dit kabinet ook de uitkomsten van de commissie-Van Zwol omarmt? Die staan niet in het coalitieakkoord, dus daarom vraag ik er even expliciet naar. Zou u mijn vraag of u per sector uiteen wilt zetten wat waar nodig is desnoods in de tweede termijn willen beantwoorden?

Minister Vijlbrief:

Dat komt dus terug. Die wil ik best beantwoorden, maar dan gaat de minister van Sociale Zaken nu de sectorstructuur van Nederland even heel precies definiëren. Dat komt via die taskforce naar de Kamer toe. Het resultaat daarvan komt voor de zomer, dus binnen vier weken, naar u toe — toe maar! Daarin wordt die vraag over die sectorstructuur beantwoord. Dat doe ik niet nu even snel in een debat. Dat lijkt me ordelijker.

De voorzitter:

U had nog een laatste vraag die u wilde beantwoorden.

Minister Vijlbrief:

Ja, van de heer Ceulemans. De vraag was: kunnen we de drempels voor gedwongen terugkeer verlagen? Het antwoord is nee. De Europese richtlijn geeft hiervoor vrij strikte aanwijzingen. De IND beoordeelt of het verblijfsrecht nog geldt. Gemeenten geven overigens aan dat zij met de huidige regels wel uit de voeten kunnen. De heer Ceulemans is er niet, maar die hoort het antwoord ongetwijfeld.

De voorzitter:

Dan gaan we door naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer. We gaan de minister niet meer interrumperen. Anders gaan we het toch weer dubbelop doen. De minister heeft de beantwoording niet voor zich en dan moet hij het weer uit zijn hoofd doen. Daar houdt hij niet van, heb ik van hem gehoord. Het woord is dus aan de heer Van den Brink namens het CDA voor zijn tweede termijn.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden. Er zijn veel vragen beantwoord, maar inderdaad nog niet allemaal. Ik heb nog een paar punten waar ik nog extra verheldering op zou willen. We hadden het over het onderwijs en de extra middelen. U verwees toen naar een herindexatie door het CBS. Daarnaast zijn er middelen voor nieuwkomersonderwijs. Ik heb me laten vertellen dat kinderen van arbeidsmigranten daar niet onder vallen. Zou u daar ook het gesprek met uw collega van Onderwijs over willen voeren, om te kijken of dat wel kan? Dat maakt namelijk heel veel uit. Dat is het eerste.

Het tweede punt. Ik vroeg: kunnen bedrijven, met name malafide bedrijven, meer meebetalen? U zei: iedereen mag natuurlijk doen wat die wil. Ziet u net als ik de koppeling tussen de lusten die bij het bedrijfsleven terechtkomen en de lasten die bij de samenleving terechtkomen? Is er toch niet iets vanuit de overheid te doen om dat dichter bij elkaar te brengen?

Ik heb een vraag gesteld over derdelanders. Dat zijn er inmiddels 30.000, heb ik begrepen. Is daar meer tegen te doen? Daar zou ik graag nog een reactie op hebben.

Het laatste punt dat ik nog wil maken, is het volgende. In het regeerakkoord hebben we een pilot voor drie jaar afgesproken voor een programma dat gericht is op het onder strenge voorwaarden naar Nederland halen van goedgeschoolde krachten. Hoe staat het daar op dit moment mee? Het kan zijn dat u die vraag al heeft beantwoord, maar dan heb ik uw woorden niet goed gehoord en heb ik de verkeerde term in mijn hoofd.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Patijn, uw tweede termijn.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Ik begin met de Nota Ruimte. Ik citeerde uit de conceptnota van dit kabinet. Het is nu nog een concept. Dit kwam uit de conceptnota. Ik zou het heel fijn vinden als de minister zich gaat bemoeien met wat daarin staat, maar het is natuurlijk aan het kabinet zelf om daarover te oordelen. Wij zullen ons daarmee bemoeien, zij het vanuit een andere commissie.

De minister zei: aan het eind van het jaar rapporteer ik over de voortgang met betrekking tot het SER-advies en het rapport-Roemer. Ik zou die rapportage heel graag voor het volgende debat krijgen. Anders zitten we daar weer achteraan. Ik ben heel blij dat er een brief komt over de inhouding, maar ik wil nadrukkelijk zeggen dat ik het fijn zou vinden als het een separate brief is. Ik denk dat het belangrijk is dat we daar eventueel apart kort over kunnen debatteren.

Ik heb nog geen reactie gekregen op de vraag over de sterkere ketenaansprakelijkheid. Ik vroeg hoe dat zou kunnen. Ik zou het fijn vinden als ik daar antwoord op kan krijgen.

Ik heb ook nog geen reactie gekregen op de vraag over de gegevensuitwisseling met betrekking tot gemeenten. Die heeft u wel genoemd, maar dat is de ene kant op en niet de andere kant op. Het gaat er juist om dat de gemeenten wel rustig kunnen delen met de Arbeidsinspectie, maar dat ze geen terugkoppeling kunnen krijgen. Ze weten dus ook niet wat zij er verder mee kunnen. Eigenlijk is de vraag: kunt u daar actie op ondernemen? Want het kan nu gewoon niet.

Dan de dakloosheid en de ambitie daaromtrent. De nota over dakloosheid zegt: in 2030 moet er einde zijn aan dakloosheid. Hoe gaat dat ingevuld worden voor de arbeidsmigranten?

Dan als allerlaatste over de wijk Carnisse, die werd genoemd. De mensen die die genoemd hebben, zijn er nu niet; daarom zeg ik het maar even voor hen. Ik zou het mooi vinden als er hulp gegeven wordt aan de gemeenten. De gemeenten kunnen het niet meer aan. Carnisse is maar een voorbeeld, is maar exemplarisch, maar hier moet echt harde actie op ondernomen worden. Er moet niet alleen maar een brief komen. Hier moet gewoon harde actie op ondernomen worden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. We gaan door naar mevrouw Wiersma, die spreekt namens BBB.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik wil de minister danken voor de beantwoording. Ik wil wel nog even het volgende zeggen. Ik waardeer het altijd wanneer bewindspersonen en Kamerleden vanuit hun expertise hier het een en ander inbrengen. Ik wil daar wel even bij markeren dat de btw-verhoging in de sierteelt niet per definitie zal leiden tot een kleinere sector, zoals de minister aangaf. Ik denk namelijk dat het met name de consumenten — ik heb het over de mensen die graag een bloemetje of een plant in huis hebben — zal raken. De sierteeltsector exporteert juist heel veel; dat gaat om ongeveer 12,5 miljard. Daar wordt geen btw op gerekend. De impact van de voorgestelde maatregel van de minister, is voor de consumenten, voor de mensen die heel graag thuis een bloemetje op tafel hebben staan.

Wat betreft de gewenste sectorstructuur wil ik de minister toch vragen of daarbij ook oog is voor het volgende. In dit debat is wel duidelijk geworden dat een deel van de Kamer iets vindt van een deel van de voedselsector die leunt op veel arbeidsmigranten. In geopolitiek onzekere tijden gaat het om het overeind houden van de hele voedsel- en agrifoodinfrastructuur, verantwoordelijk voor 137 miljard export voor de bv Nederland, voor het hele complex. Is de minister het met mij eens dat je voor het overeind houden van fundamentele sectoren, die iets doen voor de basisbehoeften van de mens, misschien met andere ogen moet kijken naar die fundamentele sectoren dan naar andere sectoren?

Met die laatste vraag wil ik graag afsluiten, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Neijenhuis, die spreekt namens D66.

De heer Neijenhuis (D66):

Voorzitter, dank. Mijn maidenspeech, alweer een tijdje geleden, ging over arbeidsmigratie. Die was tijdens het debat dat al een paar keer aan de orde is gekomen in dit commissiedebat. Mijn hoofdboodschap over dit soort vastgelopen dossiers, zoals arbeidsmigratie, was daar: de tijd van je best doen is over; het moet nu echt geregeld gaan worden. Ik vond het heel mooi om net die woorden van minister Vijlbrief geëchood te horen als het gaat om de misstanden in de vleessector. De tijd waarin het alleen maar gaat om je best doen en het maken van de goede beweging, is voorbij. Er moet nu ook echt een resultaat komen. Dank voor dat antwoord, maar ook dank voor alle andere antwoorden.

Dank voor de toezegging dat we nog dit jaar uitsluitsel krijgen over de wettelijke borging met betrekking tot de urengarantie.

Ik miste nog wel een antwoord op mijn vraag over de zorg, waar ik mij grote zorgen over maak. Ik denk dat daar echt veel meer aandacht voor moet komen, omdat dat nu onder de radar gebeurt. Met het oog daarop vraag ik graag een tweeminutendebat aan.

De voorzitter:

Dat staat genoteerd: een tweeminutendebat. Tot slot in deze tweede termijn: de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Dank voor het debat. Ik dank de minister voor de toezegging om de ontwikkelingen die we nu om ons heen zien gebeuren ten aanzien van AI en robotisering, mee te nemen in de beleidsbrief die eraan komt. Ik denk dat het belangrijk is dat we het fundamentele gesprek over de toekomst van de economie echt gaan voeren met dit kabinet, op zeer korte termijn.

Ik liep even weg vanwege de stemmingen, maar ik had nog één vraag. Ik weet niet of die beantwoord is. Die ging over de groep jongeren die hier geboren en getogen zijn. Zou dat punt meegenomen kunnen worden in de gesprekken rondom startbanen met VNO en andere partijen, in ieder geval om te verkennen hoe zij daarnaar kijken? Mijn vraag is of ik daar een toezegging op zou kunnen krijgen, en daarmee een terugkoppeling.

Ik wil ook graag een tweeminutendebat, maar dat is net aangevraagd. Daar sluit ik mij dus graag bij aan.

De voorzitter:

Heel goed. Ik kijk even naar de minister. Vijf minuten? Tien minuten? Vijf minuutjes. We zijn vijf minuutjes geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. We gaan door met het debat over arbeidsmigratie. De minister krijgt het woord voor zijn tweede termijn.

Minister Vijlbrief:

Voorzitter. Kunnen we al kijken naar hoe de middelen voor het nieuwkomersonderwijs worden herverdeeld? Ik zal daarover met de minister in gesprek gaan. Ik denk trouwens dat dat gesprek met de staatssecretaris is.

Dan de lusten en lasten voor bedrijven. Ik heb in de eerste termijn een aantal voorbeelden gegeven van bedrijven die dit min of meer vrijwillig en in samenwerking doen. Ik kan ze er nog een keer bij pakken, maar ik heb ze al een keer genoemd. Ik heb het gevoel dat de heer Van den Brink naar iets institutionelers op zoek is. Als hij iets wil regelen, dan ligt het voor de hand om dit in te brengen bij het overleg tussen werkgevers en werknemers. Dat heb ik ook al gezegd in mijn eerste termijn. Dat is de weg om het geïnstitutionaliseerd te doen en dus niet op vrijwillige basis.

Hij vroeg naar het aantal derdelanders van 30.000 en wat we daaraan doen. Binnen de Europese regels proberen we het doordetacheren zo veel mogelijk aan te pakken, want daar gaat het hier vooral om. We proberen de maximale ruimte te zoeken binnen de Europese regels. Ik dacht dat ik in de eerste termijn al iets gezegd had over de pilot, maar ik zal het nog een keer herhalen. Na de zomer zullen we komen met de internetconsultatie. Er komt zelfs een brief naar uw Kamer. Er komt ook een voorhang. Dat was een toezegging aan de heer Ceder. Ja, meneer Ceder, u bent nog geen vijf minuten terug en u krijgt het al! Het is fantastisch.

Voorzitter. Mevrouw Patijn vroeg of ik voor het volgende debat een antwoord kan geven over het volgen van de aanbeveling van de SER en de commissie-Roemer, het aanjaagteam. Het antwoord is ja. Komt er een aparte brief over de inhouding? Ja. Ze vroeg ook nog naar een sterkere ketenafhankelijkheid. Die is er nu al voor het loon, maar de SER adviseert om verder te gaan. Daar ben ik naar aan het kijken. Dat kunnen we misschien meenemen in de rapportage over de SER. Er komt een brief over de voortgang daarvan aan het einde van het jaar.

Hebben we al een antwoord over de gegevensuitwisseling tussen gemeenten, over de andere kant? Nee, die vraag slaan we nog even over.

Dan dakloosheid. Mevrouw Patijn heeft natuurlijk gelijk. We hebben een doel gezet voor 2030. Dat geldt ook voor arbeidsmigranten.

Dan kom ik op Carnisse, steun en hulp aan gemeenten. Ik begreep van de ambtenaren dat er een hulpstructuur is via de VNG om gemeenten die extra problemen hebben te helpen, maar ik weet niet of dat direct naar de gemeenten gaat. Ze heeft gelijk dat daar middelen voor nodig zijn.

Mevrouw Wiersma vroeg naar de sierteelt en naar waar de btw-verhoging precies neerslaat. Dat is een oud probleem in de economie. Dat weten we eigenlijk nooit. Dat hangt af van de markt, maar ze heeft gelijk: als er geëxporteerd wordt, dan werkt een hogere btw op een lager volume niet. Maar voor het bloemetje op tafel, in de interne markt, werkt het natuurlijk wel. Daar worden sommige mensen helemaal niet vrolijk van, onder wie mevrouw Wiersma, zo te horen, maar dat is wel het effect ervan.

De vraag over de sectorstructuur is interessant. Moet je daar ook naar kijken vanuit weerbaarheid? Het antwoord is ja. Alleen, dat wil nog niet zeggen, om het maar even huiselijk te zeggen ... Niet alle voedselproductie ... Laat ik het als volgt formuleren. Onze agrarische sector is zo groot dat je niet kunt volhouden dat als daar iets afgaat, de weerbaarheid van Nederland opeens afneemt. Dat bedoelt zij ook niet, maar ik kan me best voorstellen dat er in de agrarische sector, of dat nu in de land- of tuinbouw of in de veeteelt is, plukken zijn die we als land of als Europa willen behouden of in de buurt willen houden. Het moet niet alleen maar uit andere landen of andere werelddelen komen. Dat klopt. Ik moet het even checken, maar ik denk dat de Taskforce Toekomstige Welvaart daar ook naar kijkt. De term "toekomstige welvaart" geeft dat ook weer. Die gaat ook over de vraag hoe je de welvaart kunt beschermen en behouden. Maar als dat niet zo is, dan zal ik dit zelf inbrengen, want dit is een terecht punt.

Dan VWS. Ik ben met ...

De voorzitter:

Een ogenblik. Er is op dit punt nog een interruptie van mevrouw Wiersma.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ik wil hier natuurlijk nog wel even op reageren. Wat mij betreft zijn het geen "plukken" die je wilt behouden. Als je kijkt naar de geopolitieke ontwikkelingen, dan zie je dat de landen die dit heel goed in de smiezen hebben, vol inzetten op het weerbaar maken van de voedselvoorziening. Misschien kan de minister, als econoom, zeggen wat er gebeurt als je voor fundamentele basisbehoeften afhankelijk wordt van het buitenland. Ter info: in Nederland produceert de agrarische sector onvoldoende nutriënten om het eigen land te kunnen voorzien. Export is verkapte ruilhandel. We eten hier allerlei producten die niet in Nederland geproduceerd worden, maar we zijn goed in een aantal andere zaken. Ik zou de minister mee willen geven om daar echt goed oog voor te hebben. In het kader van zijn achtergrond vraag ik hem wat er gebeurt wanneer we voor die fundamentele basisbehoeften die we in Nederland hebben als mens, afhankelijk worden van het buitenland.

Minister Vijlbrief:

Volgens mij heb ik dit beantwoord. Voor dat aspect gebruiken we het modewoord "weerbaarheid", maar op dit ogenblik gebruiken we dat geloof ik overal voor, dus dat gebruik dan hier ook maar voor. Ik kijk daar meer vanuit Europees perspectief, vanuit Europese Unieperspectief naar dan vanuit Nederlands perspectief. Maar goed, dat heeft iets te maken met politieke achtergrond. Maar het is waar dat landen in toenemende mate, ongeacht of het gaat om energie, voedselproductie of staal, om maar wat zaken te noemen, anders zijn gaan kijken naar hun eigen productie in het eigen land of in het eigen werelddeel dan tien, twintig jaar geleden. Ja, dat is gewoon waar en iets waar je rekening mee moet houden. Dus ik ben het er analytisch gezien op zich mee eens, maar het is aan die taskforce om te bepalen wat dit precies betekent.

Ik heb aan de heer Neijenhuis beloofd dat ik samen met de minister van Langdurige Zorg nog beter naar de misstanden in de zorg zal kijken en daarover met haar zal spreken.

Het punt van de startbanen voor nieuwkomers, waarover de heer Ceder sprak, komt terug in het actieplan van mijn collega Aartsen. Ik dacht dat dit voor de zomer — ik denk dat dit vrij snel is — naar de Kamer komt. Daarin gaat hij helemaal in op überhaupt het meer mensen aan het werk krijgen en het meer mensen laten meedoen. Voor zover ik goed geïnformeerd ben, zit dat daarin.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Fijn. Dank voor de toezegging. Ter dubbelcheck: we hebben helder over welke doelgroep het gaat, hè? Daar is een motie over aangenomen. Die gaat niet over nieuwkomers, maar over mensen die hier geboren en getogen zijn, die volgens de huidige arbeids- en migratieregels gewoon niet mogen werken. Het is dus die doelgroep. Daar is ook een motie over aangenomen. Maar het gaat erom dat dit helder is, want anders krijgen we een brief terug waarin …

Minister Vijlbrief:

Exact. Laat mij even checken of het klopt dat dit ook in de aanpak van de heer Aartsen zit, want dit is een andere groep dan die ik bedoelde. Ik kom daarop terug. We hebben ook nog een tweeminutendebat. Maar als dat niet zo is, dan laat ik dat weten.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Goed, maar dan is de toezegging dat de heer Vijlbrief laat weten of het erin zit? Of is de toezegging dat in het plan terugkomt of dat eronder valt of niet?

De voorzitter:

Ik stel voor dat de minister hier in het tweeminutendebat even op terugkomt, want we krijgen elke keer een enorme lijst met brieven. Er komt een tweeminutendebat. Dat is aangevraagd. Daarin kan de minister deze vraag even beantwoorden. Het is immers gewoon een antwoord op een vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ja, dat is goed, mits dat daarvoor gebeurt. Ik probeer juist te voorkomen dat dit een politieke discussie wordt. Daarom vind ik het prima als het via een toezegging gaat. Ik probeer even gedetailleerd aan te geven waar het over gaat, want anders zijn we een paar maanden verder en is er alleen maar teleurstelling over en weer.

Minister Vijlbrief:

Het voorstel van de voorzitter lijkt mij uitstekend.

Dan de gegevensuitwisseling op basis van het wettelijk besluit. De gemeenten kunnen inderdaad gegevens uitwisselen met de NLA en de NAU. Dat kan ook andersom. Dus NAU en NLA kunnen actief gegevens delen met gemeenten. Dat was uw vraag toch, mevrouw Patijn? Laten we het maar duidelijk maken.

De voorzitter:

U krijgt een wedervraag, mevrouw Patijn.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Wij krijgen door van de gemeenten dat de terugkoppeling van zowel de NAU als de NLA niet kan of onvoldoende kan om de samenwerking goed te kunnen vormgeven. Daar ligt dus een probleem. Ik zou het fijn vinden als de minister daar nog even naar wil kijken.

Minister Vijlbrief:

Ook daarvoor geldt: als er geen probleem is, dan hoort mevrouw Patijn niks meer en anders meld ik het in het tweeminutendebat of aan de vooravond van dat tweeminutendebat.

De voorzitter:

Heel goed. Dat was de beantwoording in tweede termijn. Dank. Op verzoek van de heer Neijenhuis komt er een tweeminutendebat.

We hebben negen toezeggingen genoteerd, dus die moet ik allemaal even noemen.

  • De minister stuurt de Kamer aan het eind van het jaar een voortgangsbrief en neemt daarin een reactie mee op het actieplan van provincies en gemeenten. Dat is een toezegging aan mevrouw Patijn.
  • Twee. Na de zomer informeert de minister de Kamer over de pilot vakkrachten en neemt daarbij de vraag van het lid Ceder over de weging van de sectoren mee.
  • Nummer drie. De regeling over de vakkrachten zal te zijner tijd voorgehangen worden bij de Kamer.
  • Vier. De Kamer wordt na de zomer geïnformeerd over de tewerkstellingsvergunningen binnen de visserij naar aanleiding van de vraag van het lid Flach.
  • Vijf. De Kamer wordt aan het eind van het jaar geïnformeerd over de voortgang van de opvolging van het rapport-Roemer en het SER-advies. Dat is in de reguliere voortgangsrapportage.
  • Nummer zes. De minister stuurt de Kamer een brief over de samenloop tussen de Wet huurbescherming en de inhouding op het minimumloon, inclusief een tijdpad. Deze brief komt kort na de zomer.
  • Zeven. De minister neemt de vraag van het lid Neijenhuis over de wettelijke verankering van de inkomensgarantie uit de cao uitzendkrachten mee in de voortgangsrapportage-Roemer aan het eind van 2026.
  • Nummer acht. De minister stuurt de Kamer na 15 juni een brief over de vleessector waarin hij aangeeft wat hij besluit ten aanzien van het uitzendverbod. Dat gaat eigenlijk om het eventueel starten van een internetconsultatie, dus niet het direct invoeren van een verbod.
  • Negen. De resultaten van de Taskforce Toekomstige Welvaart komen voor de zomer naar de Kamer. Dat is eigenlijk meer ter informatie, denk ik, maar we noteren het even. Dit komt vanuit de taskforce, niet vanuit de minister van SZW.

Minister Vijlbrief:

Om het even lekker ingewikkeld te maken: een onderdeel van wat de taskforce aan het doen is, is de talentstrategie. Dat is een gezamenlijk project van, als ik het goed heb, mevrouw Letschert, de minister van Onderwijs, en ik.

De voorzitter:

De heer Van den Brink nog.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik heb gehoord dat de minister gaat praten met de minister of de staatssecretaris van Onderwijs over de gelden. Dat vind ik eigenlijk ook wel een toezegging.

De voorzitter:

Ja, maar dan moet er een terugkoppeling zijn. We noteren alleen maar toezeggingen …

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Dan wil ik graag een terugkoppeling van dat gesprek!

De voorzitter:

Ja, ja, ja. En de minister wil die toezegging doen?

Minister Vijlbrief:

Ja, ja, ja, Als ik nu nee zeg, krijg ik straks een motie van wantrouwen aan mijn broek!

De voorzitter:

Dan wordt deze laatste toezegging aan de heer Van den Brink toegevoegd.

  • We krijgen een terugkoppeling van dat overleg met de staatssecretaris.

Dank. Dank aan de leden, aan de bewindspersoon en zijn ondersteuning, aan de mensen op de tribune, die het geduld hadden om dit debat te volgen, en aan iedereen die dat vanaf een andere plek deed. We zijn gesloten.

Sluiting