[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]
Datum 2026-02-25. Laatste update: 2026-02-25 23:54
Plenaire zaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

44e vergadering, woensdag 25 februari 2026

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 144 leden der Kamer, te weten:

El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,

en de heer Aartsen, minister van Werk en Participatie, mevrouw Aerdts, Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, de heer De Bat, Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, mevrouw Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer Boswijk, staatssecretaris van Defensie, de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, mevrouw Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Heinen, minister van Financiën, mevrouw Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat, mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn, de heer Jetten, minister-president, minister van Algemene Zaken, mevrouw Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Palmen, staatssecretaris Herstel en Toeslagen, de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mevrouw Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Van Veldhoven-van der Meer , minister van Klimaat en Groene Groei, de heer Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president.

De voorzitter:

Ik open de vergadering van woensdag 25 februari 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat de heer Brekelmans met ingang van 23 februari 2026 fractievoorzitter is van de fractie van de VVD en dat de heer Vermeer met ingang van 24 februari 2026 fractievoorzitter is van de fractie van BBB. Mevrouw Keijzer heeft mij laten weten dat zij geen deel meer uitmaakt van de fractie van BBB. Zij is met ingang van 24 februari 2026 verdergegaan als "lid Keijzer".

Beëdiging

Beëdiging

Aan de orde is de beëdiging van de leden die benoemd zijn in de vacatures die zijn ontstaan na de beëdiging van het kabinet.

De voorzitter:

Dan is nu aan de orde de beëdiging van elf nieuwe collega's. Daarvoor geef ik allereerst het woord aan de heer Ellian tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

De heer Ellian (voorzitter van de commissie):

Voorzitter, ook dat moet gebeuren. En het is op zich natuurlijk een heugelijk moment voor een aantal nieuwe collega's.

De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op:

  • de benoeming van de heer M.E.E. de Beer te Heerlen in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer E. van den Burg;
  • de benoeming van de heer B.T. Bikkers te Vlaardingen in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van mevrouw D. Yeşilgöz-Zegerius;
  • de benoeming van mevrouw M. Jagtenberg te Voorschoten in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer R.A.A. Jetten;
  • de benoeming van de heer R.M. van Leijen te Maassluis in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van mevrouw N. van Berkel;
  • de benoeming van de heer J.B. Lohman te Zaandam in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer G. van den Brink;
  • de benoeming van de heer E.J. van der Maas te Bergen in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer A.A. Aartsen;
  • de benoeming van mevrouw N.C.J. Maes te 's Gravenhage in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer S.P.A. Erkens;
  • de benoeming van de heer M. Mathlouti te Voorburg in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer J.A. Vijlbrief;
  • de benoeming van de heer W.J.H. Meulenkamp te Ambt Delden in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer V.P.G. Karremans;
  • de benoeming van mevrouw A.S. Müller te Voorburg in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer E. Heinen;
  • de benoeming van de heer A. Poortman te Zwolle in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer D.G. Boswijk.

De commissie is tot de conclusie gekomen dat de benoemde leden terecht benoemd zijn verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor om hen toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dienen zij wel eerst de eden en verklaringen en beloften zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal af te leggen. De commissie verzoekt u tot slot om de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:

Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:

Ik verzoek de leden en de overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune om, voor zover dat mogelijk is, te gaan staan. De benoemde leden zijn in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven eden of de verklaringen en beloften af te leggen. Ik verzoek de Griffier hen binnen te leiden.

(De heer De Beer, de heer Bikkers, mevrouw Jagtenberg, de heer Van Leijen, de heer Lohman, de heer Van der Maas, mevrouw Maes, de heer Mathlouti, de heer Meulenkamp, mevrouw Müller en de heer Poortman worden binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:

De door u af te leggen eden of verklaringen en beloften luiden als volgt:

"Ik zweer of verklaar dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer of verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer of beloof trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer of beloof dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

De voorzitter:

Ik wens u van harte geluk met het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Ik schors een enkel ogenblik voor de felicitaties.

(Geroffel op bankjes)

Regeringsverklaring

Regeringsverklaring

Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring.

De voorzitter:

Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring door de minister-president. Ik heet de nieuwe premier van harte welkom, net als alle ministers en staatssecretarissen, de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en iedereen thuis die dit debat volgt.

Ik deel u mee dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat vandaag niet aanwezig is vanwege zijn vaderschapsverlof. Wij wensen hem en zijn gezin een fijne kraamperiode. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat sluit later vandaag aan in verband met een uitvaart.

Het debat van vandaag markeert traditioneel de eerste ontmoeting tussen het nieuwe kabinet en de volksvertegenwoordiging. Nog meer dan eerdere keren schrijven we vandaag samen de eerste bladzijde van een nieuw hoofdstuk in onze parlementaire geschiedenis.

Zoals gebruikelijk in ons staatsbestel ligt het zwaartepunt bij het parlement. Vandaag krijgt dat nog een extra betekenis. Nederland heeft een minderheidskabinet. Dat betekent een nieuwe dynamiek tussen coalitie en oppositie, en dat het politieke proces, misschien wel meer dan ooit, hier in deze Kamer plaatsvindt. Politiek zoals politiek bedoeld is: in alle openheid en voor het oog van de kiezer.

Ik wil van dit moment gebruikmaken om iedereen te bedanken die een rol heeft gespeeld in de formatie: de verkenners, de informateurs, de formateur, de fracties en hun medewerkers. U heeft samen veel werk verzet. En u heeft daarbij ook oog gehad voor de breed gedragen wens om tempo te maken.

Voordat wij gaan luisteren naar de minister-president wil ik u eraan herinneren dat tijdens het uitspreken van de regeringsverklaring geen interrupties zijn toegestaan, ook niet achteraf. Het is mij een genoegen om het woord te geven aan de minister-president. U heeft het woord.

Minister Jetten:

Dank u wel, voorzitter. Ik realiseer me dat dit het enige moment is dat die spelregels gelden.

Ik feliciteer, ook namens het hele kabinet, de zojuist benoemde Kamerleden. Ik wens jullie heel veel succes en vooral ook plezier in het mooiste ambt dat je kunt vervullen, namelijk het zijn van een Tweede Kamerlid. Deze voltallige ploeg heeft er heel veel zin in om hier vandaag en morgen aanwezig te zijn, om inderdaad dat politieke debat in zijn pure vorm te aanschouwen, u aan te horen en ook te kijken wat we daarvan kunnen meenemen in ons dagelijks werk. Ik zag wat feedback op het tempo waarop ik de ministers en staatssecretarissen introduceerde bij de Koning. Dat was niet zozeer omdat ik daar heel veel tempo aan het maken was, maar omdat al deze mensen stonden te trappelen om die Oranjezaal binnen te komen, beëdigd te worden en aan het werk te gaan. Dat doen we heel graag vanaf vandaag.

Meneer de voorzitter. Een van de meest wijze mensen die ik ooit heb ontmoet was Jan Terlouw. Mildheid en scherpte gingen bij hem hand in hand en dat werd nog sterker naarmate hij ouder werd. Een gesprek met Terlouw voelde vaak als een warm bad en examen doen tegelijkertijd. Ik heb me de laatste tijd onwillekeurig weleens afgevraagd wat Jan zou hebben gevonden van de uitkomst van de formatie. Ongetwijfeld zou hij op onderdelen van het akkoord superkritisch zijn geweest, maar ik hoop ook dat hij er iets in zou herkennen van zijn eigen woorden na die iconische "touwtje uit de brievenbus"-toespraak. Hij zei toen tegen de aanwezige jongeren in de studio: "Ik heb een prachtig leven gehad. Ik wil dat jullie dat ook hebben." Voor mij is dat de essentie van wat politiek moet zijn. Politiek gaat over de toekomst en over hoe we die met optimisme en realisme tegemoet treden. Politiek gaat over een goed leven voor iedereen, inclusief de hoopvolle belofte dat kinderen het beter kunnen krijgen dan hun ouders.

Het klopt dat je anders kan kijken naar wat precies een goed leven is en welke politieke keuzes daarvoor nodig zijn. Toch ben ik ervan overtuigd dat de verschillen, als het erop aankomt, helemaal niet zo groot zijn. In de basis willen mensen namelijk hetzelfde: een huis en een inkomen, mee kunnen doen via een opleiding, een baan of een eigen bedrijf, een veilige omgeving, de zekerheid dat je niet meteen door het ijs zakt als het leven even tegenzit, goede en toegankelijke zorg, goed onderwijs en een duurzaam en leefbaar land voor later. Zo kan ik doorgaan, maar de kern is dat we willen bouwen aan een beter Nederland voor de politieman op straat, de onderwijzer voor de klas, de jonge boer in de melkput, de starter op de woningmarkt, de winkelier in de buurt en vul maar aan. Aan ons de opdracht om dat de komende jaren dichterbij te brengen met heldere prioriteiten, concrete veranderingen en graag ook een beetje tempo.

De keuzes daarvoor maken we in het coalitieakkoord. Dan bedoel ik allereerst de keuze voor investeringen in een sterke en innovatieve economie, in goed onderwijs, in defensie en veiligheid en in klimaat en duurzaamheid. Daarnaast maken we grote keuzes om los te trekken wat vastzit, zoals het stikstofbeleid, het migratiebeleid en de woningmarkt, zodat Nederland weer vooruit kan. Dat betekent: noodzakelijke keuzes durven maken, stoppen met problemen vooruitschuiven, zorgen dat de financiën op orde blijven, geen rekeningen doorschuiven naar later, en daar ook eerlijk over zijn, zodat goede zorg, een stevig sociaal vangnet en een fatsoenlijke oude dag ook straks nog voor iedereen beschikbaar zijn.

Voorzitter. Dan gaat het ook al snel over de beste manier om dat te bereiken. Wat ons betreft is er de komende jaren maar één manier: samenwerking in de politiek en met sociale partners, maatschappelijke organisaties, andere landen in het Koninkrijk en onze collega-overheden, de provincies, gemeenten en waterschappen. Samenwerking is de beste manier om resultaten te boeken die goed zijn voor heel Nederland, ook voor de kiezers die niet op een van de drie coalitiepartijen hebben gestemd. Met oog voor de diepgewortelde opvattingen van andere partijen, omdat democratie meer moet zijn dan de helft plus één: zo willen wij werken. Wat niet werkt, is als we in Den Haag de hele tijd alleen maar met onszelf bezig zijn. Dat hebben we nu wel lang genoeg geprobeerd. We moeten weg van de politiek van de vierkante millimeter, weg van het chagrijn, weg van elkaar constant de maat nemen. We zullen weer moeten leren luisteren, naar elkaar en vooral naar de samenleving. We willen ook gebruikmaken van die kracht van de samenleving, want er zit zo veel energie en betrokkenheid in mensen zelf. Nederland is een land van vrijwilligers, verenigingen, wijkinitiatieven en burenhulp. Dat moeten we koesteren en de ruimte geven. Dat betekent dat de overheid niet in de weg moet lopen, maar moet helpen en de juiste voorwaarden moet scheppen. Ons doel is een slagvaardige en slanke overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, een overheid die begrijpelijke taal spreekt en een menselijk gezicht laat zien. We staan dus niet tegenover mensen, maar ertussenin.

Voorzitter. Ik wil deze regeringsverklaring vooral benutten om antwoord te geven op één vraag: wat voor kabinet willen we zijn? Het korte antwoord heb ik eigenlijk al gegeven. We willen een kabinet zijn dat grote keuzes maakt voor de toekomst, op basis van heldere prioriteiten. We willen een kabinet zijn dat hervormt en noodzakelijke knopen doorhakt, ook als die ingewikkeld zijn. We willen een kabinet zijn van samenwerking.

Voordat ik daar meer over ga zeggen, ook vanuit mij een aantal woorden van dank aan Sybrand Buma en Wouter Koolmees en in het bijzonder aan Rianne Letschert. Zij heeft ons met humor, onbevangenheid en af en toe ook een vaste hand door een ingewikkeld inhoudelijk formatieproces geleid. Dank ook aan alle medewerkers van de Tweede Kamer en het Bureau Kabinetsformatie voor wie niets te veel was. Uiteraard dank ik ook de leden van het vorige kabinet voor hun inzet tot op het laatst, speciaal mijn voorganger. Dick Schoof, die op een bijzonder moment in onze parlementaire geschiedenis verantwoordelijkheid heeft genomen. Die heeft hij tot de allerlaatste dag voluit gedragen. Daaruit blijkt maar weer dat langeafstandlopers volhouders zijn. Ik wens hem het allerbeste, in het bijzonder bij het lopen van de Marathon van Sydney. Dick, dank voor de afgelopen tijd.

(Geroffel op bankjes)

Minister Jetten:

Voorzitter. Ik denk dat weinig mensen zullen betwisten dat internationale veiligheid een grote en misschien wel onze eerste prioriteit moet zijn. Voor het eerst in decennia beseffen we dat onze vrijheid en veiligheid niet in beton gegoten en ook niet gratis zijn. In Oekraïne vallen nu al vier jaar lang elke dag Russische bommen op woonwijken, energiecentrales en ziekenhuizen. Dat is geen ver-van-mijn-bedshow, maar een concrete geweldsdreiging, op slechts een paar uur vliegen. Voor het kabinet is het volstrekt duidelijk dat Nederland en Europa zich hiertegen moeten wapenen, samen met onze bondgenoten in de NAVO. Onze veiligheid is onze eigen verantwoordelijkheid. Met dit coalitieakkoord kiezen we daarom voluit voor doorgaande steun aan Oekraïne en voor grote investeringen in defensie. We gaan dat ook wettelijk vastleggen, omdat een sterke defensie niet kan zonder zekerheid voor de lange termijn.

Ook als we breder kijken, kunnen we er niet omheen: geopolitiek is in korte termijn machtspolitiek geworden. In hoog tempo wordt de naoorlogse internationale rechtsorde aangevallen en afgebroken. Oude allianties zijn minder zeker. Nederland en Europa worden geconfronteerd met de afhankelijkheid van big tech, met een ingewikkelde relatie met China en met autocratische tendensen wereldwijd, en zelfs ook binnen Europa. De vraag is: laten we ons dat overkomen of niet? Wat mij betreft is dat een retorische vraag.

De Europese Unie heeft in het verleden bewezen dat een sterke democratie en rechtsstaat dé waarborg zijn voor vrede, veiligheid en voorspoed. Rechtszekerheid staat aan de basis van een sterke Europese economie, waarin bedrijven met vertrouwen investeren, zodat 450 miljoen mensen een goed leven kunnen opbouwen. In Europa gaan waarde en welvaart samen. Er is dus geen enkele aanleiding voor calimerogedrag. Europa leert de taal van de machten spreken. Dat is ook hoognodig. Wij geloven dat een sterk Europa en een sterk Nederland in elkaars verlengde liggen. In die sterke, eensgezinde Europese Unie moet Nederland weer een drijvende kracht zijn, zoals past bij een van de zes oprichters van en de vijfde economie in de EU. Meer aandacht voor onze aanwezigheid in de wereld hoort daar ook bij, inclusief extra geld voor het postennetwerk en ontwikkelingssamenwerking. Je moet namelijk aan tafel zitten om mee te praten.

We investeren daarnaast in onze nationale veiligheid en in de kracht van onze democratische rechtsstaat. Iedereen heeft recht op een onbezorgd gevoel van veiligheid, op straat en achter de voordeur. Dat vraagt niet alleen om een goed toegeruste politie, maar ook om meer aandacht voor het tegengaan van huiselijk geweld en femicide. Het vraagt om extra inzet op cybersecurity en een weerbare samenleving, waarin mensen elkaar op buurtniveau vinden en helpen als de nood aan de man komt. We kunnen en mogen ook nooit accepteren dat onze rechtsstaat van binnenuit wordt ondermijnd door de georganiseerde misdaad of dat journalisten, advocaten en politici worden bedreigd.

We mogen ook nooit accepteren dat mensen in ons land zich uitgesloten voelen, zoals dat helaas nog te vaak het geval is. Daartegen zullen we als kabinet steeds in het geweer komen, en hopelijk doen niet alleen wij dat. In Nederland, in ons land, moet het namelijk niet uitmaken waar je woont, wat de kleur van je huid is, waar je wieg of die van je ouders stond, wat je gelooft of van wie je houdt. Dat is het fundament waarop we staan.

Voorzitter. Prioriteiten stellen en grote keuzes maken, betekent in de politiek ook geld vrijmaken voor de dingen die je belangrijk vindt. Dat zien we terug in de afspraken over wonen en infrastructuur, over landbouw, natuur en de stikstofaanpak, over energie en klimaat en over economie en onderwijs. Meer geld betekent natuurlijk niet dat alles morgen is opgelost. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen. Ik ben ervan overtuigd dat mensen dat heel goed snappen. Meer geld is meestal ook niet de enige of de hele oplossing, maar het kan wel helpen om naar die oplossingen toe te werken, zeker in combinatie met minder regels, minder procedures en minder obstakels voor burgers en bedrijven.

Dat is precies hoe we het de komende jaren willen doen. Ook hier is "samen" het toverwoord. Samen met bedrijven en kennisinstellingen willen we dus werken aan een stabiel ondernemersklimaat, dat uitnodigt om te investeren en te innoveren. Dat willen we doen door bijvoorbeeld te werken aan meer capaciteit op het elektriciteitsnet, te investeren in infrastructuur, door het makkelijker te maken voor kleine bedrijven, vaak familiebedrijven, om personeel aan te nemen en door de oprichting van een nationale investeringsbank. Alleen al vanwege de snelle opmars van AI moeten we ons opmaken voor een nieuwe economie. Ook de klimaatopgave, die zo bepalend is voor de toekomst van onze jongeren, vraagt om nieuwe kennis en nieuwe toepassingen van die kennis. De start-up van vandaag kan namelijk het ASML van morgen zijn. Daarom moet talent de ruimte krijgen. Daarom moeten zelfstandigen de ruimte krijgen. Daarom moet ondernemerschap de ruimte krijgen. In de bedrijven worden namelijk de banen gecreëerd en de euro's verdiend waarmee mensen hun boodschappen en huur betalen. Daarmee worden ook zorg, onderwijs en andere voorzieningen gefinancierd. Om al die voorzieningen op peil te houden, hebben we gezonde economische groei nodig. Een grotere koek is daarbij voor iedereen beter.

Niet minder belangrijk: een baan brengt mensen ook persoonlijke ontwikkeling, zelfvertrouwen en sociaal leven. We zullen daarom doen wat we kunnen om zo veel mogelijk mensen de kans te geven om mee te doen op de arbeidsmarkt en in de nieuwe economie. Er is nog altijd een schreeuwend tekort aan personeel, terwijl een miljoen mensen met een uitkering aan de kant staan. Laat er geen misverstand over bestaan: een goed sociaal vangnet is onmisbaar en een belangrijke verworvenheid. Tegelijk zijn er genoeg mensen die dolgraag aan de slag willen, maar nu vastzitten in een doolhof aan regelingen. Die mismatch willen we aanpakken en die knopen willen we ontwarren. We moeten van niet goed werkende stelsels naar werkende mensen. Dat begint aan de keukentafel, met extra steun aan gezinnen. Het moet makkelijker worden om werk met kinderen te combineren en we willen dat ouders meer rust en zekerheid krijgen door verschillende kindregelingen samen te voegen.

Voorzitter. In het verlengde daarvan investeren we ook in het onderwijs. Aan de voorkant van een goed functionerende arbeidsmarkt en een sterke economie en samenleving staat namelijk goed onderwijs. Kinderen en jongeren verdienen de best mogelijke start. Het land van morgen is immers hun land. Daarom investeren we over de volle breedte in hun toekomst: van de basisvaardigheden, lezen en schrijven, en een sterkere positie voor het mbo tot meer geld voor wetenschap en onderzoek.

Voorzitter. Als er twee onderwerpen zijn die Nederland nu al veel te lang op slot zetten, zijn dat wel stikstof en wonen — met alle gevolgen van dien, zeker voor jongeren: voor de jonge boer die het familiebedrijf wil overnemen, maar ook voor de jonge starter op de woningmarkt die popelt om ergens zelfstandig een leven te beginnen. Als er ergens urgentie is om de mouwen op te stropen en aan de slag te gaan, dan is het wel op deze terreinen. Daarom gaan we samen met boeren, provincies en natuurorganisaties doen wat nodig is voor een landbouwsector van de toekomst, voor natuurherstel en biodiversiteit en voor het op gang brengen van de vergunningverlening. We kunnen dat niet langer voor ons uitschuiven. De pot met geld voor de stikstofaanpak wordt weer goed gevuld. Nederlandse boeren verdienen ook een duidelijk perspectief. Ons land moet nu echt van het slot. We gaan ook samen met corporaties bouwen en met onze collega-overheden alles uit de kast halen om die doelstelling te halen van 100.000 woningen per jaar met 30 grootschalige nieuwbouwlocaties in het land. Met extra geld later in deze periode en met kortere en eenvoudigere procedures op korte termijn moet dat lukken. Dat is ook letterlijk bouwen aan een beter Nederland.

En ja, het coalitieakkoord bevat ook stevige hervormingen, zoals de verkorting van de WW-duur, de verhoging van de AOW-leeftijd per 2033 en een rem op de zorgkosten. We hebben daar al eerder uitvoerig over gedebatteerd en ik twijfel er niet aan dat deze onderwerpen ook vandaag en morgen weer uitgebreid voorbij zullen komen. Het punt is dat nu niet kiezen, op termijn nog meer pijn gaat doen. Als je mensen vraagt of onze kinderen en kleinkinderen later ook moeten kunnen genieten van hun oude dag en van goede, toegankelijke zorg, dan zegt iedereen: ja, natuurlijk willen we dat. Maar niemand vindt het fijn daarvoor nu een pas op de plaats te moeten maken. En toch, toch moeten we de zorgkosten en de kosten van de vergrijzing beheersbaar houden. Alle deskundigen zeggen ons al jaren: politiek, doe iets! Het beste moment om daarmee te beginnen was een paar jaar geleden, maar het een-na-beste moment is vandaag. Niets doen betekent immers dat we de jongeren van nu opzadelen met onmogelijke financiële lasten en onhoudbare voorzieningen. Dat wil ook niemand. Daarom willen wij het kabinet zijn dat knopen doorhakt en wél die noodzakelijke keuzes maakt. Daar gaan we vanaf dag één met u, met de zorgsector en met de sociale partners mee aan de slag. Daarover gaan we in gesprek.

Voorzitter. Het asiel- en migratiebeleid gaat ook over noodzakelijke keuzes. Het is geen geheim dat de drie partijen in deze coalitie daar van huis uit behoorlijk verschillend naar kijken. Maar hoelang houdt dit onderwerp het maatschappelijke en politieke debat al gegijzeld zonder dat er wezenlijk iets is veranderd? Hoelang weten we al dat de manier waarop het nu is georganiseerd niet werkt? Er moet iets gebeuren. We willen de komende jaren rust brengen in de asielketen door drie dingen te bereiken: een lagere instroom, fatsoenlijke opvang en zorgen dat kansrijke asielzoekers vanaf dag één mee kunnen doen door de taal te leren en te werken. Onze plannen zijn zowel streng als gericht op een asielketen die werkt. Dat begint met een lagere instroom, omdat we zien dat ongecontroleerde migratie te veel vraagt van de draagkracht van de samenleving. Natuurlijk lossen we niet ineens alle problemen op, maar we gaan er wel meteen mee beginnen. Uitvoerende organisatie zoals de IND en het COA hebben lucht nodig en ze moeten weten waar ze aan toe zijn. Gemeentes moeten zich weer gesteund voelen door Den Haag. We moeten samenwerken met landen binnen en buiten Europa om het probleem zo dicht mogelijk bij de bron aan te pakken, met als uiteindelijk doel om grip te hebben op migratie in een asielsysteem waarin er altijd plek is voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld of vervolging.

Voorzitter. Ik kom tot slot bij het kabinet van samenwerking dat we willen zijn. We realiseren ons heel goed dat de eerste verantwoordelijkheid daarvoor bij ons ligt. Wij zullen met goede voorstellen moeten komen. We zullen het gesprek opzoeken met maatschappelijke organisaties en de polder, met collega-overheden en de mensen overal in het land, en natuurlijk ook met u allen en de leden van de Eerste Kamer. We zullen goed luisteren en ons de blaren op de tong praten. Als het een keer niet lukt of het net iets anders moet, dan moeten we daar als volwassen mensen mee omgaan. Natuurlijk staan wij als coalitie gewoon voor onze plannen, maar plat gezegd moeten we hier wel zakendoen met elkaar. Goede ideeën en slimme alternatieven zijn dus welkom, als we maar met elkaar bereid zijn om te doen wat nodig is, we met elkaar maar onder ogen durven zien dat Nederland niet gebaat is bij politici die stikken in hun eigen gelijk en we met elkaar maar kunnen werken volgens de bekende woorden van Jan de Koning: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Ik geloof echt dat de mensen in Nederland daarnaar snakken. Ze snakken naar pragmatische politiek die bereid is compromissen te sluiten die ons land verder brengen. U begrijpt, voorzitter, dat de koffiemachines al staan op te warmen.

Voorzitter. Tot slot één persoonlijke notie. Er is mij de komende jaren veel aan gelegen dat mensen weer gaan voelen dat de politiek er voor hen is, juist ook de mensen die dat gevoel zo erg zijn kwijtgeraakt. Dat zijn er veel te veel. Ik hoop heel erg dat we er de komende jaren in zullen slagen om stap voor stap iets van het verloren vertrouwen in politiek en overheid terug te winnen. Jan Terlouw sprak in dat verband graag van een "vertrouwensdemocratie". Hij vond dat je door op iemand te stemmen voor vier jaar het vertrouwen geeft aan mensen zoals u en ik. Je geeft het vertrouwen dat zij — dat zijn wij hier dus — die stem voor iets goeds gebruiken. Maar dat werkte voor Terlouw wel twee kanten op.

Politici moeten omgekeerd ook laten zien dat ze vertrouwen hebben in de samenleving en dat ze begrijpen dat vertrouwen krijgen ook een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Dat betekent dat de politiek moet werken voor iedereen. Ik realiseer me heel goed dat dat snel en makkelijk gezegd is. Het is een stuk moeilijker om het waar te maken. Maar dat moet wel onze ambitie zijn. Ik hoop dat dat ook onze gezamenlijke ambitie is, van Kamer en kabinet. Ik zeg graag toe dat het nieuwe team hier in vak K zich daar maximaal voor zal inspannen en dat ik van plan ben om als premier voorop te gaan wat dat betreft. Zo gaan we aan de slag, met optimisme over de toekomst van ons land, met realisme omdat niet alle problemen morgen zijn opgelost, en vooral met het vertrouwen dat politiek met elkaar meer oplevert dan tegenover elkaar.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Ik dank de minister-president voor zijn regeringsverklaring.

Termijn inbreng

De voorzitter:

We gaan beginnen met de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Er is geen maximumaantal interrupties vandaag, maar we interrumperen wel in reeksen van maximaal drie. Ik wijs er ook op dat interrupties kort en bondig dienen te zijn, want ik hoor u liever praten dan dat ik mijzelf hoor spreken. Ik geef het woord aan de heer Klaver als eerste spreker van de zijde van de Kamer en tevens als fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij. Het woord is aan hem.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, wij horen u allemaal heel graag praten, hoor. En we vinden het ook fijn als u luistert.

Voorzitter, dank. Hartelijke felicitaties aan deze mooie kabinetsploeg. We wensen jullie heel veel succes. Er ligt een belangrijke taak voor jullie. Persoonlijk wil ik nog iets zeggen tegen de minister-president. Ik hoop dat u mij toestaat om te tutoyeren. Beste Rob, heel veel succes met de belangrijke taak die voor je ligt. Je weet dat ik je ontzettend gun dat je hier een succes van gaat maken. Dat is ook echt nodig om Nederland verder vooruit te helpen. Heel veel succes met alles.

Voorzitter. In de regeringsverklaring ging het er even over dat zoveel mensen zich in de steek gelaten voelen door de politiek en dat ze het gevoel hebben dat die er niet voor hen is. Ik denk dat dat niet alleen komt door de houding die politici misschien hebben, maar ook vooral door de keuzes die worden gemaakt. Er zijn steeds meer politieke partijen die opkomen voor de allerrijkste mensen. Ik vind dit regeerakkoord daar ook een voorbeeld van. Dat neemt het vooral op voor de mensen die het eigenlijk al heel erg goed hebben. Er zijn ook politieke partijen die vervolgens proberen die plannen iets minder erg te maken door voor de allerkwetsbaarste groepen iets te regelen. Het is niet zo dat deze mensen daar écht mee worden geholpen, maar het lijkt wél alsof er iets verandert. De hele grote brede middengroep die daartussen zit, blijft echter verweesd achter. Terecht denken die mensen: zijn de mensen in Den Haag er wel voor mij? Bij iedere verkiezing wordt er namelijk verandering beloofd, maar je krijgt te vaak meer van hetzelfde. Het is, denk ik, onze taak om ervoor te zorgen dat iedereen vooruitgaat.

De nieuwe premier had het over de "vertrouwensdemocratie"; dat vind ik mooi. Ik heb het vaak over de "belofte van vooruitgang", de "sociaaldemocratische belofte", zoals wij die noemen, waarmee je ervan op aan kan dat je het beter krijgt dan je ouders het hadden en dat je vooruit kan komen in het leven. Ik ben een product van die belofte, de belofte dat je kan opklimmen in het leven, dat het niet uitmaakt waar je wieg heeft gestaan. Ik denk dat velen van ons hier in deze zaal dat zijn. Die belofte staat echter onder druk. Het is van het grootste belang dat we dat met elkaar weten te herstellen. De wetenschap dat die belofte onder druk staat, dat mensen in dit land het moeilijk hebben om rond te komen en dat zij zich afvragen of de politiek er voor hen is, brengt ons ertoe te zeggen: wij kiezen voor verantwoordelijke oppositie. Alle grote dingen die dit land ooit heeft bereikt, zijn namelijk voor elkaar gekomen door samen te werken en door de bereidheid om over je eigen schaduw heen te stappen, compromissen te sluiten en soms dingen te doen waarvan je denkt: het is niet helemaal wat ik wil, maar op deze manier brengen we dit land vooruit.

Dat vraagt veel van de oppositie, maar vraagt misschien nog wel meer van dit kabinet, een minderheidskabinet, en ook van deze coalitie. Het vraagt om een andere cultuur. In dat kader vond ik het interessant dat coalitiepartijen in het vorige debat geen vraag gesteld hebben aan de oppositie. Er is geen vraag gesteld als: wat bedoelt u nou, meneer Eerdmans? Excuus, toen was mevrouw Nanninga erbij. "Mevrouw Nanninga, wat bedoelt meneer Eerdmans eigenlijk?" Ik had het een hele goede vraag gevonden! Misschien hadden we daar dan antwoord op gekregen. Maar het gaat over een oprechte interesse over en weer. "Wat bedoelt u nou eigenlijk?" "Zit hier echt pijn?" "Is dit politiek spel?" "Wat moet hier nu eigenlijk gebeuren?" Die houding is wel nodig, wil je met elkaar verder komen hier in het parlement.

Bij zo'n nieuwe politieke cultuur horen ook minder politieke spelletjes. Als er, terwijl hier de regeringsverklaring wordt gegeven, pushmeldingen komen met het bericht dat de minister van Financiën, niet de staatssecretaris van Financiën, aangeeft dat er iets moet veranderen in box 3, dan maakt dat mij in alle eerlijkheid een beetje cynisch. Het zou nu namelijk moeten gaan over de regeringsverklaring en niet over ander nieuws dat even gemaakt wordt door een minister die dit even zegt. Deze minister is veel te ervaren om dit een "slip of the tongue" te noemen. Dit hoort wat mij betreft niet bij de nieuwe politieke cultuur die we nastreven. Dit is even niet het moment van de minister van Financiën; dit gaat over een nieuwe premier, die probeert een boodschap af te geven namens dit kabinet. Ik vind het ronduit ongepast, zeg ik hier, zonder in te gaan op de inhoud. Dat komt later. Ik vind het ronduit ongepast.

Voorzitter. Om ervoor te zorgen dat we dit land weer vooruithelpen, is het belangrijk dat we samenwerken, maar er zijn nog een aantal andere zaken zeer belangrijk. De eerste: competent bestuur. Ik weet niet hoe jullie het gaan doen, maar ik ben wel blij dat er een nieuwe ploeg zit. Ik zie ook dat een aantal mensen die ook in het vorige kabinet zaten, een herkansing hebben gekregen. Ook dat is een sociaaldemocratische waarde: je moet mensen nieuwe kansen geven in het leven. We gaan er scherp op letten of die kansen ook worden gepakt. Ik zie de minister van Justitie schuldbewust kijken. Ik weet niet of dat bewust was, maar we gaan daar goed op letten. De minister van Financiën kijkt iets minder schuldbewust, maar ook op hem zullen we goed letten in deze periode. Dat is één.

Ik verwacht ook dat het betekent dat de rechtsstaat wordt gerespecteerd door bewindspersonen, niet alleen in woord, maar ook in hoe ze spreken over de instituties. Het moet echt afgelopen zijn met de onzin die we de afgelopen jaren hierover hebben meegemaakt.

Ten tweede: baseer je alsjeblieft op de feiten. Ga niet freewheelen over meningen of benoemen dat je zelf "beleid bent". Ik denk dat we dan al een heel stuk verder komen. Als ik het heb over de feiten, dan bedoel ik niet alleen: kijk naar de cijfers. Ze zeggen weleens: er zijn leugens, er zijn grote leugens en er zijn statistieken. Als je alleen naar de cijfers kijkt, zie je niet het totaalbeeld van wat er in de samenleving gebeurt. Veel plannen lijken achter het bureau misschien superverstandig, maar als je drie tellen langer nadenkt, zie je dat ze in de realiteit gewoon niet eerlijk uitpakken.

Ik denk dat de politiek in de afgelopen jaren veel te veel is verworden tot ... Laten we eerlijk zijn. Voor de meesten van ons, voor de mensen die hier in de zaal zitten of die in het kabinet of in colleges zitten, maakt het niet zoveel uit wat de politiek precies besluit. De belastingen gaan iets meer omhoog of omlaag. Maakt dat iets uit voor uw persoonlijke leven? Maar voor heel veel mensen in Nederland doet het er wel degelijk toe wat de politiek besluit en welke keuzes worden gemaakt. Voor hen is politiek niet alleen een uitdrukking van je culturele identiteit, een mening om je af te zetten tegen een andere groep. Voor hen bepaalt politiek hoe hun leven eruitziet. Daarom is het belangrijk om iedere keer te kijken of de plannen die worden gemaakt eigenlijk wel eerlijk zijn. Dat is ook de vraag die wij iedere keer zullen stellen, bij alle plannen die voorliggen.

Twee zaken wil ik hierbij uitlichten. Afgelopen week sprak ik met Auke. Als het in deze Kamer gaat over mensen die een uitkering krijgen, wordt vooral aan die kant van de Kamer vaak gezegd: het zijn profiteurs, het zijn mensen die niet hard werken; ze moeten maar een beetje beter hun best doen. Auke is inmiddels halverwege de 40. Hij heeft tien jaar gestudeerd en was maag-darm-leverarts. Hij heeft meer dan tien jaar lang zijn uiterste best gedaan om mensen te genezen. Hij heeft veel gewerkt met kankerpatiënten, maar op een dag was hij niet meer de dokter, maar zelf de patiënt. Hij was eigenlijk opgegeven. Door een enorme inzet van zijn collega-medici, maar vooral door zijn eigen doorzettingsvermogen, heeft hij het overleefd en is hij er nog steeds. De prijs die hij daarvoor heeft moeten betalen, is dat hij arbeidsongeschikt is geraakt.

Ik denk dat we over Auke niet kunnen zeggen dat hij niet hard heeft gewerkt, niet hard zijn best heeft gedaan. Hij is arbeidsongeschikt geraakt. Er is niks wat hij liever zou willen dan gewoon weer aan het werk gaan. Hij zit in, zoals wij dat dan noemen, de IVA-uitkering. Hij heeft meer dan de helft van zijn inkomen moeten inleveren. Als je dan zegt "maar dat is een vermogen, dat is veel", is het mooi als daarop wordt geantwoord: "Ik heb het leven. Het is prima; ik heb het leven. Dit is het. Ik heb mijn leven hierop ingericht." Maar hoe hard komt het binnen als je dan hoort dat je er met de plannen van dit kabinet straks €600 per maand op achteruitgaat? Vertel mij maar wat hier eerlijk aan is. Wat is hier eerlijk aan?

Hetzelfde geldt voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Op papier snap ik het. In theorie is het allemaal logisch. Maar wat betekent dit in de praktijk? Ga eens rondlopen in de werkplaatsen hier. Daar hebben we er vele van in Nederland. In Leidschendam zit een werkplaats van de NS. Daar wordt in ploegendiensten 24/7 gewerkt om ervoor te zorgen dat de treinen blijven rijden, zodat we allemaal naar ons werk kunnen gaan of naar school. Het werk dat daar wordt gedaan, is zwaar. Ja, er zijn vele verbeteringen doorgevoerd ten opzichte van het verleden. Ik was daar en ik mocht — "helpen" is een te groot woord — dingen vasthouden. Dat lijkt mij ook beter, want anders hadden de treinen zeker niet op tijd gereden. Hou maar eens een schokdemper vast van 30 kilo. Die moet je even zo voor je houden; je moet op één been steunen en vervolgens moet je die vastschroeven. Hou maar eens een schroeftol vast met een accu van 5 ampère; een joekel, want anders zijn ze te snel leeg. Probeer maar eens om daarmee in een hoek een schroef eruit te boren. Dat heeft een enorme impact op het fysiek van alle mensen die daar werken. Ik sprak er met een jongen van 24 jaar oud. Hij zei: "Ik moet straks doorwerken tot ik ver over de 70 ben. Weet u, meneer Klaver, in mijn familie is geen van de mannen ouder dan 70 geworden. En nu willen jullie daar in Den Haag dat we nog langer gaan werken." Vertel mij maar wat daar nu eerlijk aan is. Op zijn 17de is hij begonnen met werken. Wat is hier eerlijk aan?

Niet alleen als je pech hebt of als je je zorgen maakt — kan ik later nog wel met pensioen? — betaal je de rekening. Daar zit mijn grootste kritiek op de plannen van dit kabinet. De rekening wordt betaald door hele gewone mensen. De belastingen worden voor hen verhoogd; de zorg wordt duurder gemaakt. Dat is problematisch. Als je het vertrouwen in dit land wilt herstellen en dat écht meent, zeg ik tegen de premier, dan zorg je ervoor dat deze mensen erop vooruitgaan. Als je mensen spreekt, dan zie je dat mensen snappen dat zij offers moeten brengen. Dat is het mooie. Als de defensie-uitgaven omhooggaan, dan snappen ze dat: iedereen moet wat bijdragen, ook ik. Maar als je dan leest dat jij de enige bent, dat er van grote vermogens helemaal niets wordt gevraagd, dat er van grote bedrijven die miljardenwinsten maken helemaal niets wordt gevraagd, dan stel je je toch de vraag: wat is hier eerlijk aan? Daarom mijn vraag aan dit kabinet: is het bereid om deze plannen aan te passen? Ik doel in het bijzonder op de "Bontenbalbelasting", de "vrijheidsbijdrage", waarbij ooit bedacht was dat iedereen daaraan gaat bijdragen, maar die nu specifiek gericht is op alle werkenden hier in Nederland. Die gaan de rekening betalen. Mijn vraag is dus: bent u bereid om deze plannen aan te passen? Want wat, vraag ik aan D66, is hier progressief aan? Wat, vraag ik aan het CDA, is hier christendemocratisch aan? Wat is hier "eerlijk"?

Voorzitter. Dan de zorg. In de zorg moet van alles veranderen. Iedereen die hier naar voren komt en gaat zeggen: de zorg is goed; laat het vooral zoals het is ... Dat is gewoon niet waar. Ik neem de jeugdzorg altijd als een belangrijk voorbeeld. De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn verschrikkelijk. Tegelijkertijd zien we dat er ook kinderen in de jeugdzorg zitten waarvan je je afvraagt: moeten zij daar wel zijn? Dat vraagt om een verandering van het systeem. Als je het dan doortrekt en er eigen bijdragen betaald moeten gaan worden, is het enige effect dat mensen meer moeten betalen voor de zorg, maar dat de wachtlijsten voor de kinderen die die zorg het meest nodig hebben, blijven bestaan. Dat is een verkeerde keuze, en dat geldt voor heel veel trajecten van de zorg.

Dus ja, met ons valt er te praten over verbeteringen van de zorg, maar de platte bezuinigingen die nu voorliggen, daar gaan wij voor liggen. Die moet je niet doen. Bezuinigingen op de zorg kunnen een sluitstuk zijn, maar als je daarmee gaat beginnen, dan weet ik precies wie de rekening betaalt. De kwaliteit van de zorg gaat dan niet omhoog en de kosten gaan ook niet omlaag. Het enige is dat we het niet meer met z'n allen betalen, maar het neerleggen bij de mensen die ziek zijn. Dat is waar onze kritiek op het eigen risico zit. Dat is waar onze kritiek zit, ook als het gaat over bijvoorbeeld de instroom in de WIA. Ja, er zijn te veel mensen die arbeidsongeschikt worden. Dat is een groot probleem. Maar door te korten op uitkeringen komen er niet minder mensen in een uitkering. Hoe zorg je ervoor dat mensen langer kunnen blijven werken?

Voorzitter. Op veel punten moet het dus eerlijker, en daar zullen wij als oppositie hier in de Tweede Kamer en ook in de Eerste Kamer maximaal op inzetten. Maar op een aantal punten moet het ook behoorlijk ambitieuzer. Daar had ik echt wel meer verwacht. Ik had toch verwacht dat daar meer zou gebeuren, bijvoorbeeld op stikstof. Veel succes aan de nieuwe minister; er ligt een grote klus voor je. Maar met stikstof lijkt het er toch heel erg op dat we terug zijn bij Rutte IV. Ik hoop dat u zich herinnert dat wij die plannen steunden; wij stonden, anders dan de coalitiepartners toen, achter minister Van der Wal om de weg die zij had ingezet voort te zetten. Dat is toen door geruzie in de coalitie allemaal niet doorgegaan. Ik heb dus toch het gevoel dat we weer terug zijn bij Rutte IV, maar we zijn nu wel vijf jaar verder.

Wachten tot 2030 of 2035 duurt te lang. Dit land zit op slot. Je moet dit jaar al actie ondernemen. Dus ja, als het gaat om stikstof staan wij klaar om plannen aan meerderheden te helpen, maar als dat betekent dat we moeten wachten tot 2030 of 2035, dan niet. Dan heeft u ons helemaal niet nodig, succes! Dan verandert er helemaal niks. Dit jaar moeten die keuzes worden gemaakt. Ik wil ook tegen het kabinet zeggen: niet wij moeten besluiten nemen; júllie moeten besluiten nemen. Als jullie weer willen komen met het zoveelste advies of het zoveelste akkoord waar we niks mee kunnen: niet doen! Zélf besluiten nemen; daarvoor zijn jullie aangesteld.

Dan het klimaatbeleid. Dat vond ik onder de minister van Klimaat in Rutte III eigenlijk ambitieuzer. En als we het nu zien ... Overal hoorden we "het kan wél", maar in één zinnetje in het regeerakkoord stond: waarschijnlijk wordt het het niet, dat halen van de doelstellingen. Er komt geen extra beleid, maar dat is wel nodig, om twee redenen. Natuurlijk moet er meer CO2-reductie gerealiseerd worden. Maar er zijn ook ongelofelijk veel bedrijven in dit land die eigenlijk al heel ver vooruitlopen op wat er hier in Den Haag gebeurt, maar gewoon niet aangesloten kunnen worden op het energienetwerk. Zij wachten op vergunningen, maar lopen vast tussen het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van IenW, omdat de vergunningverlening daar niet helemaal strak verloopt. Hier is iets extra's nodig. En ja, dan zie ik mooie woorden, maar ik zie geen extra maatregelen. De vraag is: is het kabinet bereid om daarvoor een stap extra te zetten?

Dan de woningbouw. Ik weet niet of de Groep Mona Keijzer eigenlijk wel aanwezig is vandaag, maar ik denk dat die buitengewoon enthousiast is over de woningbouwplannen; die zijn een voortzetting van de plannen die er lagen. Ook hier hadden wij echt meer verwacht, specifiek op het punt van het bouwen voor de lage en middeninkomens, zowel voor de huur- als voor de koopsector. Is het kabinet bereid om ook op dit punt meer ambitie te tonen en grotere stappen te zetten?

Tot slot het punt dat ik het meest pijnlijk vind, namelijk ontwikkelingssamenwerking. Het vorige kabinet heeft de grootste bezuiniging ooit doorgevoerd. Er werd door de coalitiepartijen toch best trots gezegd dat er in ieder geval 250 miljoen euro bij komt. Wat blijkt: dat wordt nu niet ingezet voor ontwikkelingshulp, maar gewoon voor de opvang van vluchtelingen. Hier is het dus niet vergelijkbaar met wat Schoof I deed; het is gewoon nog slechter dan wat er in het vorige kabinet gebeurde. Er gaat minder geld naar ontwikkelingshulp. Het percentage van het bbp zakt nog verder. Ik vind dat pijnlijk. Juist als je zegt dat internationale samenwerking belangrijk is en juist als je zo veel investeert in defensie — wat nodig is en wat wij steunen — moet je ook durven investeren in vrede. Dat doe je door te investeren in ontwikkelingshulp. En ja, het is mooi dat de helft van de bezuinigingen op het postennetwerk wordt teruggedraaid, maar er wordt nog steeds 35 miljoen bezuinigd op diplomatie. Dat is onverstandig, zeker als je dat ziet in het licht van de miljarden die we voor defensie uittrekken. Hier moeten extra stappen worden gezet. Ook hierbij stel ik de vraag aan het kabinet: is het daartoe bereid?

Voorzitter. Op al deze punten staan wij klaar. Wij staan klaar om ervoor te zorgen dat deze plannen ambitieuzer worden, dat we samenwerken en dat er meerderheden op komen, en dat we dit land verder zullen helpen. Ik heb gelijk nadat het avontuur van deze club begon gezegd dat ik het een riskant experiment vind. Daar blijf ik bij. Dit minderheidskabinet is een riskant experiment. Het is heel wat dat dit Nederland nu wordt aangedaan. Het is een riskant experiment, in de zin dat het de voorbode is van een permanente formatie. Maar ik hoop en ben benieuwd naar het volgende: wat gaat het kabinet doen? Gaat dit kabinet van week tot week overleven? Gaat het van week tot week op zoek naar verschillende en wisselende meerderheden, en dan hopen dat het goedkomt? Of gaat het op zoek naar iets meer structurele samenwerkingen met iets meer vooruitkijken en iets meer plannen? Als je namelijk echt wil samenwerken met elkaar, is het een kwestie van geven en nemen. Je komt er best een tijdje mee door, hoor. Ik denk dat u augustus best wel redt met wat geven en nemen en overal shoppen en kijken wat u gaat doen, maar er komt een moment dat de rekening wordt betaald. Ik ben benieuwd hoe het kabinet hiertegen aankijkt en op welke wijze het deze samenwerking wil vormgeven.

Wij kiezen voor verantwoordelijke oppositie. Dat blijf ik zeggen. Dat betekent twee dingen. Eén: wij zijn niet bang om zaken tegen te houden die niet goed zijn. We zullen er alles aan doen om bezuinigingen op de zorg en op sociale zekerheid tegen te houden, maar we zijn ook niet bang om compromissen te sluiten om dit land verder te helpen, bijvoorbeeld wat betreft stikstof, klimaat en woningbouw. Wij zijn ook bereid om te praten over de toekomst van de zorg en de sociale zekerheid, maar dat mag nooit gepaard gaan met die bezuinigingen.

Tot slot wil ik eindigen met het punt dat in het vorige debat centraal stond: de AOW. Ik wil hier nog een keer benadrukken hoe belangrijk dit is voor mijn fractie, maar zoals u weet ook voor de bonden. Wij hebben een akkoord gesloten over de pensioenen. Ik vind het een voorbeeld van hoe wij in Nederland afspraken met elkaar zouden moeten maken. Ik kan u hier zeggen: toen de wet over de pensioenen hier door de Kamer moest, hebben wij hier flinke bonje over gehad in de fractie. Er waren mensen die zeiden: "Oei, moet je dit nu wel doen? Is dit inhoudelijk allemaal wel goed genoeg?" Er waren ook echt redenen om eraan te twijfelen. Moest je hier wel mee verdergaan? Als fractie hebben wij collectief gezegd: dit was een afspraak en daar houden wij ons aan. Als je in dit land vooruitgang wilt boeken, moet je je namelijk aan afspraken durven te houden. Er zitten dan goede dingen in, zoals wat we met de AOW-leeftijd hebben afgesproken, maar ook dingen waar je het minder mee eens bent. Je zet het dan toch voort.

Het feit dat het kabinet hier ongevoelig voor lijkt te zijn en dit wil doorzetten … Pas op met wat u doet, wil ik zeggen. Dit kan het draagvlak voor dit kabinet bij ons, maar ook in de samenleving, verder ondermijnen. Ik zou dat zonde vinden. Keer op uw schreden terug. Haal dit van tafel. Wij gaan hier niet over onderhandelen, zeg ik alvast. Wij hebben deze er niet in gezet. Dit was een afspraak die stond. We hebben hier al een keer over onderhandeld. Deze moet van tafel, anders blijft dit voortslepen. Dit wordt een bottleneck. Wij steken onze hand uit — ik hoop dat het kabinet dat ziet — maar doet het kabinet dat ook? Een belangrijk gebaar, iets wat ze zouden kunnen zeggen, is: "We hebben hier een fout gemaakt; sorry. Er was inderdaad een pensioenakkoord. We trekken deze maatregel terug." Wat ons betreft ligt de weg dan open voor verdere samenwerking op heel veel onderwerpen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Klaver. Het woord is aan de heer Paternotte voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van D66.

De heer Paternotte (D66):

Voorzitter. Het is een bijzondere dag. Binnen vergadert de Tweede Kamer over de regeringsverklaring van het kabinet-Jetten, buiten is het 17 graden. De terrassen zitten vol. Je zou bijna moeten erkennen dat Geert Wilders gelijk had toen hij zei: de zon gaat weer schijnen in Nederland. Wat we natuurlijk niet konden vermoeden, is dat hij eigenlijk bedoelde: de zon gaat weer schijnen in Nederland zodra het kabinet-Jetten in de Tweede Kamer zit.

Voorzitter, laat ik hier meteen een dienstmededeling aan toevoegen, want u heeft dit debat ingepland op mijn verjaardag.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Van harte gefeliciteerd, meneer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Op 26 februari, dat is dus morgen, maar het is vandaag de verjaardag van mevrouw Straatman van het CDA. Zij is 30 geworden.

(Geroffel op bankjes)

De heer Paternotte (D66):

Nu we toch bezig zijn: het is morgen ook de verjaardag van collega Ouafa Oualhadj uit mijn fractie.

(Geroffel op bankjes)

De heer Paternotte (D66):

Morgen zullen wij dus uiteraard iedereen trakteren; onze collega's, de bodes, de beveiliging en het Kamerpersoneel. Als ze zich een beetje gedragen, zullen we dat ook doen voor vak K. Ik doe deze dienstmededeling maar vast voordat de interrupties komen en ik mij ga bedenken. Vandaar dat ik dit alvast heb gezegd.

De minister-president heeft verklaard hoe hij met zijn kabinet wil regeren. Als ik naar links kijk, zie ik een frisse ploeg die duidelijk zin heeft om aan de slag te gaan met de grote opdracht die ze hebben gekregen. Dat hoeven ze wat ons betreft niet alleen te doen.

Ik zal u vertellen wat u van de D66-fractie kunt verwachten: wij willen een club zijn die meehelpt aan oplossingen, aan vooruitgang. Nederland heeft namelijk echt te lang stilgestaan. Daarom beloofden wij kiezers: we gaan fors meer bouwen, zodat iedereen een eigen betaalbaar thuis kan krijgen. We gaan weer investeren in onderwijs, zodat onze kinderen een eerlijke kans krijgen. We gaan Nederland van het stikstofslot halen en het land met schone energie van eigen bodem weer op koers brengen voor de klimaatdoelen. En we gaan investeren in onze defensie om Nederland en Europa in deze tijd veilig te houden. Die dingen staan nu ook in het coalitieakkoord. We zijn ervan overtuigd dat we ze ook kunnen realiseren, als we het anders durven te doen, als we keuzes durven te maken en als we samen de schouders eronder zetten. U kunt van ons verwachten dat wij het kabinet scherp zullen aanjagen op het behalen van resultaten, die Nederland weer vooruit brengen. En u mag van ons verwachten dat we actief de samenwerking zullen zoeken hier in de Tweede Kamer — want de bal ligt hier — om besluiten te nemen die Nederland beter maken. Dus laat dit de start zijn van een nieuwe manier van samenwerken tussen Kamer en kabinet, waarbij we niet tegenover elkaar staan, maar samen zoeken naar oplossingen voor de uitdagingen van deze tijd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Allereerst felicitaties voor de verjaardag van de heer Paternotte en de andere mensen die jarig zijn. Slim om de fractie van de Partij voor de Dieren taart in het vooruitzicht te stellen. Daar zijn wij altijd zeer gevoelig voor. We kijken dus uit naar de traktatie morgen. Ik heb toch een kritische vraag. Ik ben blij dat de heer Paternotte zegt: we moeten echt aan de slag met het reduceren van de stikstofuitstoot. We moeten de natuur beschermen en de klimaatdoelen halen. Precies op dat punt zien we dat er in het coalitieakkoord dingen zijn opgeschreven die nog slechter zijn dan onder Rutte IV.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dus de stikstofdoelen worden niet gehaald en de klimaatdoelen zijn zeer onzeker. Gaat D66 met de andere coalitiepartijen deze plannen herzien voordat we hier in de Kamer daarover doorspreken? Dus gaat u terug naar de tekentafel om de plannen wel aan de minimale wettelijke eisen te laten voldoen? Of wordt dit onderdeel van de onderhandelingen?

De heer Paternotte (D66):

De wettelijke eis staat overeind. Dat is een halvering van de uitstoot van stikstofoxide en een bijna-halvering van de ammoniakuitstoot. Dat is ook keihard nodig voor de Nederlandse natuur. De vraag is natuurlijk hoe je daar komt, maar ik ben ontzettend optimistisch, omdat ik een akkoord zie waarin veel meer concrete maatregelen staan dan we eerder op tafel hebben gehad, die echt kunnen helpen om de natuurgebieden te gaan beschermen. We hebben een minister die dat probleem niet ontkent en niet uit de weg gaat, maar vol richting oplossingen gaat en gister al zijn eerste regeling heeft aangekondigd. We kunnen het niet op dezelfde manier doen als Rutte IV. Ik ben hartstikke kritisch op het vorige kabinet. Daar ga ik vast nog wat meer over zeggen vandaag. Maar uiteindelijk hebben we het met het kabinet-Rutte IV ook niet voor elkaar gekregen om het land van het stikstofslot te halen en om de natuur beter te beschermen. Dus we moeten het op een andere manier doen. Dat zal inderdaad meer samen moeten zijn, met de natuurorganisaties en ook meer samen met de boeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ja, dat het op een andere manier moet, is wel duidelijk. Rutte IV had minister Van der Wal die probeerde de samenleving, de boeren en de Kamer mee te nemen in de urgentie en de noodzaak. En toen werd ze ondermijnd door het CDA, door haar collega in vak K, dus dat was niet heel handig. Het lijkt of de heer Paternotte zijn eigen coalitieakkoord niet goed heeft gelezen, want er is een halvering van de stikstofuitstoot in 2030 nodig. Wat nu in het coalitieakkoord staat, is een streefdoel met een bandbreedte van 23% tot 25%.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dus de helft van het wettelijke doel dat we moeten halen, is eraf. Mijn vraag is: wordt dat nog bijgesteld, nogmaals? Worden die plannen aangepast voordat we er hier in de Kamer verder over doorpraten?

De heer Paternotte (D66):

Ik vond Christianne van der Wal oneindig veel beter dan de vorige minister van Landbouw, dat moge duidelijk zijn. Dat was inderdaad ook omdat ze mensen meenam in de noodzaak om iets te doen om de natuur te beschermen in Nederland. We kunnen die natuur namelijk maar één keer beschermen, daarna is ze kapot en krijg je haar nooit meer terug. Het is onze Nederlandse natuur. Het gaat om de Veluwe, het gaat om de Peel, het gaat om de duinen, het gaat om ontzettend veel gebieden die superkwetsbaar zijn door de enorme deken van stikstof in Nederland.

Ik kan er alleen niet omheen dat we destijds ook niet echt lekker van start kwamen. Er is twee jaar compleet verloren gegaan. Het geld dat bedoeld was om de stikstofuitstoot aan te pakken, is door het ministerie van Landbouw uitgereden. We hebben het nu weer vrijgemaakt: die 20 miljard is er weer. Dat is ook waarom bijvoorbeeld Natuurmonumenten en ook Natuur & Milieu zeggen: eindelijk is er in ieder geval weer geld om het probleem aan te pakken. En inderdaad, wat mij betreft moeten die plannen snel verder concreet gemaakt worden en is er geen tijd te verliezen. Ik zie een kabinet dat dat wil gaan doen, het probleem niet ontkent, het geld ervoor heeft en met allerlei concrete maatregelen ervoor gaat zorgen dat we weer van het slot afkomen. Of het nu gaat om de zonering rond natuurgebieden, het instellen van grondgebondenheid, het gaan helpen van boeren met de omslag naar verduurzaming en als het nodig is ook het verplaatsen of het stoppen van een verouderd bedrijf.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit klinkt natuurlijk allemaal mooi, maar de heer Paternotte gaat totaal niet in op wat er in zijn eigen coalitieakkoord staat. In 2022 zei hij nog iets dat later ook nog is bevestigd door de rechter, namelijk: in 2030 moet de uitstoot 50% zijn gehalveerd. Dat wil zeggen: om en nabij. Er is een kleine bandbreedte, maar het gaat om 50%. In zijn coalitieakkoord staat nu wat mevrouw Wiersma had voorgesteld: 23% tot 25%. Dan kan je zeggen "we hebben geld, we hebben een nieuwe minister, we snappen waarom het nodig is om de natuur te herstellen", maar wat je met elkaar hebt afgesproken is een halvering van het minimale dat nodig is.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dus de vraag is toch heel reëel: wordt dat aangepast? Want anders kan je er net zo veel geld tegenaan gooien als je wil en kan de nieuwe minister van Landbouw met boeren gaan praten, maar de natuur zal nog steeds verder naar de vernieling gaan.

De heer Paternotte (D66):

Ik ben het voor een groot deel met mevrouw Ouwehand eens. Ik had ook heel graag in 2023 een andere verkiezingsuitslag gezien, waardoor niet de partij van de heer Wilders de grootste werd en er twee jaar lang eigenlijk helemaal niks gebeurde om dit probleem aan te pakken, en dat we destijds gewoon vol aan de slag konden met wat het kabinet nu eigenlijk gaat doen. Ik wilde ook dat ze daar toen al mee waren begonnen. Ik hoorde de minister-president dat net ook zeggen: het beste moment om dit aan te gaan pakken is gisteren. Het op één na beste moment is wel nú.

Er zijn twee jaren verloren gegaan, het stikstofdoel dat we toen hadden is uit het zicht geraakt. Dat is slecht nieuws voor de natuur, maar volgens mij ook voor heel veel boeren en voor de luchtkwaliteit in Nederland. Maar we gaan er nu wel vol voor en dan heeft het niet zo heel veel zin om eindeloos met elkaar te blijven praten over het doel dat we in 2022 met elkaar hadden. Dan gaat het erom: wat kan je dit jaar, wat kan je volgend jaar, wat kan je morgen voor elkaar krijgen? Ik heb gisteren al gezien dat de minister een eerste stap, een eerste regeling heeft aangekondigd waar we in feite twee jaar op hebben moeten wachten; op zijn eerste dag. Dan denk ik: die gaat aan de slag. Die gaat aan de slag om dit probleem aan te pakken. Laten we er samen aan gaan werken.

Mevrouw De Vos (FVD):

De nieuwe premier heeft een aantal jaren geleden gezegd dat stikstof "een verstikkende deken over de natuur legt, waardoor deze langzaam afsterft". Ik vroeg me af of de heer Paternotte achter die uitspraak staat of dat hij inmiddels zijn biologiekennis wat heeft bijgespijkerd.

De heer Paternotte (D66):

Ik ben een liefhebber van de wetenschap en ik sta achter die uitspraak.

Mevrouw De Vos (FVD):

Kan de heer Paternotte mij dan misschien de drie belangrijkste voedingsstoffen noemen, die voor planten onmisbaar zijn om te kunnen groeien?

De heer Paternotte (D66):

Stikstof is daar eentje van. Als je te veel stikstof hebt, verzuurt de bodem gigantisch. Dan wordt die op een gegeven moment zuurder dan cola, en dan zijn er maar heel weinig soorten die kunnen overleven, maar brandnetels en bramen doen het dan uitstekend. Dan krijg je een totale monocultuur in de natuur — dat is wat we nu op veel plekken zien gebeuren — en dan sterft de Nederlandse, Hollandse natuur af. Die zouden wij juist moeten beschermen.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw De Vos (FVD):

Dan zou ik de heer Paternotte toch willen aanraden om zijn biologiekennis iets verder bij te spijkeren, want hoe meer stikstof je hebt, hoe meer andere planten er gaan groeien. Dat kan inderdaad betekenen dat er ook bepaalde planten worden verdreven, maar het is niet zo dat de natuur afsterft. Zolang je vast blijft zitten in dit geloof, zal je ook dit soort maatregelen blijven nemen, die nu ook worden gepresenteerd in het coalitieakkoord. Maar de consequentie daarvan is dat, als je die maatregelen daadwerkelijk wil treffen en die doelen wil halen, de enige manier om dat te doen is dat je alle economische activiteit in Nederland stopzet. Ik zou de heer Paternotte het volgende willen vragen. Als dat inderdaad het doel is, als je echt die doelen wil halen, kan hij dan ook eerlijk zijn over de consequenties daarvan?

De heer Paternotte (D66):

Zeker, maar je kunt ook gewoon Nederland in gaan. Je kunt ook de natuur in lopen, zoals ik ook vaak heb gedaan. Dan zie je de bramenstruiken die velden overwoekeren. Als je op luchtfoto's kijkt, dan zie je dat er in de eikenbossen allerlei bomen al lang zijn afgestorven omdat de bodem te zuur is geworden. Je kunt zeggen dat sommige soorten, zoals de brandnetel, hartstikke goed gaan op stikstof, maar een land vol met brandnetels, zoals Forum voor Democratie bepleit, is niet zoals ik het voor me zie.

De voorzitter:

De heer Wilders. Nee, mevrouw De Vos. Drie hadden we …

Mevrouw De Vos (FVD):

Nee, maar hij is niet ingegaan op de tweede helft van mijn vraag.

De voorzitter:

Ja. Dit is het antwoord dat het is.

De heer Wilders (PVV):

Ook ik zou de heer Paternotte willen feliciteren met zijn verjaardag. Het trieste is dat de rest van Nederland nog lang niet jarig is met uw beleid. Ik had dus eigenlijk verwacht dat hij zou beginnen met … Ja, excuses zijn misschien te veel gevraagd, uw karakter kennende, maar ik had toch een beetje een mea culpa verwacht voor de ontzettende kaalslag die uw kabinet op Nederland gaat toepassen. Het is ongekend. U gaat 15 miljard euro bezuinigen op de zorg en de sociale zekerheid, van AOW tot gehandicaptenzorg, van het eigen risico tot de mensen in de WIA, noem het maar op. 15 miljard. Ongekend. De zon gaat helaas nog lang niet schijnen, zeg ik tegen de heer Jetten, via u. Bent u bereid om een beetje tot inkeer te komen, op uw verjaardag, nota bene, en toe te geven, uw excuses aan te bieden voor de puinhoop die u dadelijk over Nederland heen gooit? Mensen trekken dit niet, 15 miljard aan bezuinigingen.

De heer Paternotte (D66):

De heer Wilders noemde mij net "de heer Jetten". Het is denk ik goed om even aan te geven dat hij dáár zit. Het is ook heel goed dat hij daar zit.

De heer Wilders (PVV):

Wat is het verschil?

De heer Paternotte (D66):

Dat laat ik aan anderen ter beoordeling, maar ik vind het verder een buitengewoon compliment dat u mij net "de heer Jetten" noemde.

De voorzitter:

Uw antwoord.

De heer Wilders (PVV):

U behoort beiden tot de …

De voorzitter:

Nee, meneer Wilders, meneer Paternotte is aan het woord.

De heer Paternotte (D66):

Wij kijken hoe Nederland ervoor staat. We hebben met elkaar een hele uitgebreide verzorgingsstaat, een van de uitgebreidste van de wereld. Daar mogen we trots op zijn. Maar die heeft ook onderhoud nodig; die heeft in het verleden onderhoud nodig gehad en die heeft dat ook nu nodig. Dat betekent dat je voor een grote opgave staat. Je moet bereid zijn om keuzes te maken. Je moet stappen zetten om die verzorgingsstaat houdbaar te houden voor de toekomst, zodat ook volgende generaties — hij gaat al een tijdje mee — daar nog aanspraak op kunnen maken. Daarom worden nu die stappen gezet. Daar moet je geen excuses voor maken; daar moet je mensen in meenemen. Je moet zorgen dat de meest kwetsbaren in Nederland dat kunnen meemaken. Je moet zorgen dat de economie weer gaat groeien, dat we Nederland van het stikstofslot halen, dat er weer betaalbare huizen worden gebouwd, dat die verloren tijd van de afgelopen twee jaar wordt ingehaald. Dat is wat we nu moeten gaan doen: Nederland weer in beweging krijgen.

De heer Wilders (PVV):

Dit is echt een bijzonder zwak antwoord. Onderhoud? Het is geen onderhoud, u sloopt Nederland. U sloopt Nederland! Mensen gaan tot 500, 600 euro aan die rare vrijheidsbijdrage betalen. Mensen gaan volgens het CPB tot €500, €600 aan eigen risico betalen. U pakt de gehandicaptenzorg. U pakt de ouderenzorg. U haalt de envelop van 600 miljoen bij de ouderenzorg helemaal weg. U snijdt in de WW. Je moet bijna 24 jaar gewerkt hebben om nog 1 jaar WW te krijgen in uw plannen. De mensen die nu tv zitten te kijken, willen graag van u horen waarom u dat doet. Waarom in hemelsnaam heeft u dat extreem asociale beleid, waarmee u juist de mensen met een lager inkomen, maar ook de middeninkomens, de zieken, de gehandicapten zo hard pakt? Waarom?

De heer Paternotte (D66):

We hebben vorige week allemaal gezien dat alle inkomensgroepen er de komende jaren op vooruitgaan in hun koopkracht als de plannen die in het coalitieakkoord zijn gepresenteerd een-op-een zouden worden overgenomen. Maar wij staan ook voor de heel grote taak om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld de zorg betaalbaar blijft en dat we die kunnen blijven aanbieden. Hetzelfde geldt voor de sociale zekerheid. Als wij dit niet zouden doen, dan zouden de zorgkosten oplopen van 120 miljard nu naar zo'n 135 miljard in 2030. Dan zou een op de vier Nederlanders straks in de zorg moeten gaan werken. Die mensen zijn er niet! Wat je dan krijgt, is het recept van Wilders, namelijk meer wachtlijsten en hogere premies. In de twee jaar waarin Geert Wilders de leider van de grootste partij was, is de zorgpremie in Nederland met €240 per jaar gestegen. Daar hebben we hem nooit over gehoord, maar dat geldt wel voor iedereen. Het maar laten gebeuren en niet bereid zijn om iets te doen om ervoor te zorgen dat we én goede zorg hebben én die ook betaalbaar blijft, leidt ertoe dat de kosten voor mensen steeds hoger worden, terwijl de zorg steeds verder weg komt en de wachtlijsten langer worden.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Wilders (PVV):

Afrondend, voorzitter. Het is echt te verschrikkelijk voor woorden wat dit kabinet gaat doen. Van mij mogen zij vandaag nog vertrekken. U bent daar mede verantwoordelijk voor! U pakt juist de mensen met een lage beurs, u pakt de middeninkomens, u zorgt ervoor dat die mensen het gewoon niet meer trekken. Het lukt ze niet meer. Ze kunnen het niet meer betalen. U haalt tientallen miljarden op om ze vervolgens te kunnen besteden, maar waar besteden we dat geld dan aan? Geeft u dat dan terug aan de mensen? Nee, helemaal niet! U besteedt het aan de asielopvang. U besteedt het aan stikstof, om de boeren om zeep te helpen. Ik zag staan dat u voor het klimaatbeleid cumulatief 85 miljard reserveert in 2055. U gaat het allemaal uitgeven aan die gekke linkse hobby's, terwijl u de mensen daarvoor in hun portemonnee pakt! Dat moet u niet doen; het is asociaal en daar moet u zich voor schamen.

De heer Paternotte (D66):

Dit is wel echt een grijsgedraaide plaat aan het worden. Dit is exact hetzelfde wat Wilders altijd al deed, alleen klopt het verhaal nu totaal niet meer. Ik bedoel, geld aan asielopvang: ja, om het structureel op orde te brengen, zodat we niet meer cruiseschepen en hotels nodig hebben om mensen op te vangen. Dat is waarom het kabinet waar de heer Wilders de baas van was, meer geld uitgaf aan asielopvang dan dit kabinet gaat doen. Klimaat: ja, wij vinden dat Nederlanders een betaalbare energierekening nodig hebben. We hebben dat geprobeerd te bereiken door heel veel gas uit Rusland te halen, van Poetin. Of door het met schepen hiernaartoe te laten varen uit Qatar of uit Amerika. Subsidie voor het Midden-Oosten, "subsidie voor de sjeiks", zou je kunnen zeggen. Dat is wat de oplossing van Wilders was. Onze oplossing is anders. Betaalbare energie van eigen Hollandse bodem, of het nou windmolens op de Noordzee zijn, zonnepanelen op daken of een paar kerncentrales. Dat is wat uiteindelijk in Nederland ervoor zorgt dat we niet afhankelijk zijn van andere landen en dat we die energierekening betaalbaar kunnen krijgen.

De heer Vermeer (BBB):

De heer Paternotte laat hier wat ons betreft echt een staaltje van tekentafelpolitiek zien, want in zijn gesprek met de heer Wilders net gaf hij aan dat wij de nodige mensen helemaal niet hebben voor in de zorg. Als dat zo is, dan kan het natuurlijk niet zijn dat de zorgvraag toeneemt as je het eigen risico verlaagt. De vraag kan wel toenemen, maar de aantallen in de zorgverlening en de kosten daarvoor niet, maar dat terzijde. Wat mij veel meer triggerde, was de grote flauwekul die er net verteld werd over bramenstruiken die velden overwoekeren. Als dat al zo is, dan is de heer Paternotte gewoon op een bramenkwekerij geweest. Dit is echt de grootste flauwekul.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Vermeer (BBB):

En daar waar eikenbomen staan die volgens hem bruin worden vanwege verzuring: zij veroorzaken zelf verzuring. Droogte is het punt.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Vermeer (BBB):

Ik wil even weten waar het nieuwe beleid van dit kabinet op het gebied van landbouw en de hele stikstofproblematiek afwijkt van het afgelopen kabinet.

De heer Paternotte (D66):

Allereerst gefeliciteerd aan de heer Vermeer met zijn benoeming tot fractievoorzitter. Mooi dat we nu collega's zijn en dat we allebei, na achter de schermen te hebben gewerkt, weer iets voor de schermen gaan doen. Om eikenbomen de schuld te geven van de verzilting gaat mij wat te ver, maar het beleid verschilt allereerst in het feit dat er 20 miljard euro beschikbaar is in het stikstoffonds, om te zorgen dat we de natuur kunnen versterken en de boeren kunnen helpen met de verduurzaming. Dat geld was er eerder ook, geef ik toe, maar het vorige kabinet, onder aanvoering van BBB, heeft gezegd: we willen dat geld niet meer. Ik zie dat ook veel boerenorganisaties blij zijn dat er nu een nieuw kabinet zit. De reden daarvoor is mede dat er nu eindelijk geld is om maatregelen te kunnen nemen die weer wat lucht kunnen geven en weer wat toekomstperspectief kunnen bieden. Daarnaast is een groot verschil dat je een hele trits aan concrete maatregelen ziet in het akkoord. Ik noemde er net al een aantal. Die zijn allemaal bedoeld om de natuur en boeren te helpen en om de omslag te kunnen maken naar een landbouw waarmee we vooruit kunnen in Nederland, die weer toekomst kan bieden. Dat is, denk ik, het grote verschil met het vorige kabinet.

De heer Vermeer (BBB):

Dat eerdere fonds waar de heer Paternotte naar verwees, was een boerenoprotfonds. Dat was helemaal niet bedoeld om boeren te laten verduurzamen of om de natuur te herstellen. Dat was vooral bedoeld om boeren uit te kopen. Als dat nu ook weer de bedoeling is … De heer Paternotte kan straks ook nog mooie verhalen gaan houden over de geopolitieke situatie en wat wij allemaal nodig hebben om ons daartoe te verhouden, maar op dit moment wordt de voedselzekerheid in de wereld door deze maatregelen, door het uitkopen van nog meer boeren, sterk onder druk gezet. Hoe kijkt de heer Paternotte daarnaar?

De heer Paternotte (D66):

Dat fonds was echt niet alleen maar om uit te kopen. Er zijn behoorlijk wat boeren die vlak bij natuurgebieden zitten en die zeggen: ik wil graag weten waar ik aan toe ben en van wat voor regelingen ik gebruik kan maken. De regelingen die er waren, zijn ook volop benut. Dat fonds was er ook om bedrijven te helpen verduurzamen, om te zorgen dat je een stal kunt verbouwen of een mestvergister kunt neerzetten, of dat je iets kan doen om het bedrijf te verduurzamen zodat de natuur ernaast ook beter in stand kan blijven. Het was ook bedoeld om sommige te helpen verplaatsen, want als je vlak naast een heel kwetsbaar natuurgebied zit, kan je misschien verderop zitten, waar weer meer ruimte is. Het was ook bedoeld om de natuur te helpen versterken, zodat we de natuur in Nederland kunnen beschermen. U heeft dat geld weg laten rijden. Volgens mij was dat een verkeerde keuze. Dat vinden niet alleen wij, maar dat vinden zelfs ook heel veel boerenorganisaties. Laten we nou samenwerken om te zorgen dat we, nu het geld er wel weer is, de natuur kunnen gaan beschermen en dat de boeren eindelijk een keer weten waar ze aan toe zijn en ook wat perspectief krijgen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):

Het is duidelijk: de heer Paternotte heeft de feiten rond dat boerenoprotfonds gewoon niet op orde. Het geld dat er nu zogenaamd extra beschikbaar gesteld wordt, is niets anders dan geld dat al gepland stond naar voren halen. Dat had de heer Paternotte er eigenlijk ook bij moeten zeggen.

De heer Paternotte (D66):

Dan moet de heer Vermeer de cijfers echt even op orde brengen. Dat geld was er niet meer, dat geld was weg. Het is nu inderdaad weer terug en dat is heel hard nodig.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Morgen zal ik collega Paternotte van harte feliciteren met zijn verjaardag, met plezier, maar vandaag feliciteer ik hem ook, namelijk omdat Nederland een kabinet weer heeft, een missionair kabinet. Volgens mij snakken heel veel mensen ernaar dat er een stevige ploeg aan de slag gaat. Deze coalitie heeft plannen bedacht. Dan heb je een bepaald gevoel bij wat de uitkomsten zullen worden, ook als de doorrekeningen komen. Toen ik de doorrekeningen zag, dacht ik: het is opnieuw goed dat er geïnvesteerd wordt in defensie, maar het kan toch niet zo zijn dat er vervolgens een gat wordt geschoten in de portemonnee van de mensen die het eigenlijk al het zwaarst hebben. Hoe kijkt de heer Paternotte naar de doorrekeningen en wat zijn de momenten waarop hij dacht: oeh, daar is nog wel verbetering nodig?

De heer Paternotte (D66):

Volgens mij is in de afgelopen acht jaar de armoede in Nederland gehalveerd. Dat is op zich mooi, maar dat betekent dat er nog steeds heel veel Nederlanders zijn die in armoede leven en die elke dag niet weten hoe ze de eindjes aan elkaar moeten knopen. In de doorrekening wordt gezegd dat dat percentage in de komende vier jaar met 0,1% zou toenemen. Dan kun je het hebben over een percentage, maar het gaat gewoon om veel Nederlanders voor wie geldt dat ze dan in armoede zouden gaan leven. Dat willen wij niet, dus ik zou het kabinet ook willen vragen: ga aan de slag om dat te voorkomen. We willen dat de armoede afneemt. Ik dacht wel toen ik de doorrekeningen las: is nou echt alles hier goed in meegenomen? Het CPB moet namelijk razendsnel zo'n doorrekening maken. Er is geld voor chronisch zieken. Er is geld om armoede aan te pakken. Er is nog niet vastgelegd hoe dat wordt ingezet. Dat moet samen met gemeenten gaan gebeuren. Maar is dat nou ook meegerekend door het CPB? Ik geloof het niet, dus ik hoop ook dat als daar beter naar gekeken wordt, het beeld er beter uitziet. Maar de armoede in Nederland moet, net als de afgelopen tien jaar, wat mij betreft alleen maar omlaag en niet omhoog.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Heldere uitspraak van collega Paternotte dat dit coalitieakkoord daarmee ook een openingsbod is om te zorgen dat er op een aantal punten echt verbeteringen optreden, juist voor mensen met een kleine portemonnee. Dat begint met de armoede. Maar ik kijk ook naar de middenklasse die hard moet werken en bijna moet sappelen om rond te komen. We zien in de doorrekening dat een aantal punten nog niet bekend zijn: dat zegt collega Paternotte terecht. Neem bijvoorbeeld de stapeling van de eigen bijdrage in de zorg. Het is ieder voor zich. Misschien krijg je een keurig plaatje als je het doorrekent, maar wat betekent het voor mensen als je het stapelt? Is collega Paternotte het met mij eens dat we in het geheel der dingen wel moeten uitkijken hoe we omgaan met de middenklasse?

De heer Paternotte (D66):

Ja, eigenlijk juist omdat … Kijk bijvoorbeeld naar die vrijheidsbijdrage. Die kost Jan Modaal, om het maar even zo te noemen, €13 à €14 per maand in de belastingen. Dat is niet niks, maar tegenwoordig krijg je er ook geen Netflix-abonnement meer voor. Als ik kijk naar de hervormingen die het kabinet wil inzetten, denk ik meer: laten we heel goed kijken naar mensen die misschien buiten die koopkrachtplaatjes en die modellen zitten, voor wie het in heel veel gevallen betekent dat er voor hen iets gaat veranderen en dat ze het daardoor misschien niet meer mee kunnen maken. Ik zou daar eigenlijk vooral de aandacht op willen gaan richten, want ik denk dat we ervoor moeten gaan zorgen dat iedereen het mee kan maken.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik proef een opening en dat is ook hard nodig, want mijn grote zorg is de stapeling van de eigen bijdrage en het eigen risico die gevraagd wordt. Ik snap heel goed dat daar iets moet gebeuren, maar laten we wel wezen: voor een Kamerlid zoals de heer Paternotte of ikzelf is dat een heel ander bedrag dan voor iemand die keihard werkt, die hier de schoonmaak doet of die straks de koffie inschenkt. Bij die mensen hakt het er veel harder in. Ik zie in de CPB-doorrekeningen ook niet precies hoe die stapeling van de eigen bijdrage en het eigen risico die hier wordt neergelegd uitpakt. Maar ik weet één ding zeker: deze harde werkers mogen niet de dupe zijn. Is collega Paternotte dat met mij eens? Kunnen we dat in ieder geval repareren als ook uit nadere berekeningen blijkt dat dat niet in orde is?

De heer Paternotte (D66):

Ja, dat snap ik. Voor mij is het in die zin ook een onwennige dag, want het is voor het eerst dat ik namens een coalitiefractie spreek, terwijl de ChristenUnie niet in het kabinet zit. Dat is dus ook even wennen. Wat ik echter altijd heb gewaardeerd …

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik begrijp dat u ons mist.

De heer Paternotte (D66):

Ik moet hier niet te ver in gaan, maar wat ik in ieder geval wilde zeggen is dat ik het altijd heb gewaardeerd dat wij altijd allebei heel realistisch hebben gekeken. Maar ja, dat eigen risico bijvoorbeeld. Ik kan wel zeggen dat we het gaan halveren — het vorige kabinet heeft dat om de een of andere reden niet gedaan, maar zei dat ze dat van plan waren — maar wat zagen we in de tussentijd gebeuren? De zorgpremie liep hartstikke hard op met wel €40 per maand in de afgelopen twee jaar. Dat is, zoals ik eerder al zei, een hele stevige stijging, in de periode dat Wilders de grootste partij was. Dat komt natuurlijk omdat heel veel mensen in de zorg ook aangeven: we hebben de mensen helemaal niet. Als je het eigen risico halveert, dan neemt de druk op de zorg nog verder toe. Dat betekent meer wachtlijsten. Dat kan ook leiden tot een nog veel hogere premie.

Het is dus niet zo dat als we het eigen risico afschaffen, alles voor iedereen gratis is. Daar bent u altijd heel duidelijk en eerlijk over geweest en dat is ook een manier waarop je ernaar kunt kijken en hoe je ervoor kunt zorgen dat iedereen het mee kan maken en dat de middenklasse er ook beter uitkomt. Ik weet ook niet of dat geld nou helemaal goed in die modellen zit, maar ik denk dat 700 miljoen euro voor gezinnen aan kinderbijslag en kindgebonden budget — dat is natuurlijk op voorspraak van het CDA in het akkoord gekomen — hartstikke gaat helpen.

De heer Van Baarle (DENK):

€520. Dat is misschien wel het getal waar mensen in de afgelopen tijd het meest van geschrokken zijn. Mensen schrokken al van een eigen risico van €460 en ze lezen nu €520. De heer Paternotte zegt net: iedereen gaat erop vooruit. Dat is echt een belediging voor al die mensen in Nederland die er door dat eigen risico van €520, maar ook door al die andere belastingen zoals die Trumptaks van honderden euro's per huishouden, gewoon keihard op achteruit gaan. De armoede neemt in Nederland gewoon toe met tienduizenden mensen. De koopkrachtgroei die mensen voorzien hadden, pakt dit kabinet gewoon van mensen af. Dan kan de heer Paternotte toch niet zeggen dat iedereen erop vooruitgaat? Dat is een belediging in de richting van al die mensen die nu zien dat ze gepakt worden in hun portemonnee.

De heer Paternotte (D66):

U haalt een aantal dingen uit een rapport van het Centraal Planbureau en zegt vervolgens dat wat daar staat, niet klopt. Daar staat dat alle inkomensgroepen erop vooruitgaan. Dat is het feit waar ik op antwoord. Wat u weglaat — ik vind het best wel belangrijk dat u dat weglaat — is het volgende. Het eigen risico verhogen is voor bijvoorbeeld chronisch zieken heel vervelend, omdat zij dat hoe dan ook elk jaar moeten afrekenen. Maar dat is ook waarom er 350 miljoen euro — dat is geen klein bedrag — is vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat chronisch zieken en gehandicapten daarvoor gecompenseerd kunnen worden. Dat bedrag is hoger dan je aan eigen risico kwijt zou raken. Oftewel, daarmee kunnen we ervoor zorgen dat de mensen die dat elk jaar automatisch kwijt zijn, daar geen last van hoeven te hebben. Ik blijf het gewoon ingewikkeld vinden, want het eigen risico gaat ook deels omlaag, namelijk voor de eerste en de tweede behandeling. Nu is het zo dat je in één keer meteen €385 aftikt. Dat is de afgelopen tien jaar altijd zo geweest: één keer naar het ziekenhuis gaan, kost meteen €385 euro. Dat is voor veel mensen een reden om te zeggen: dan maar niet. Het eigen risico gaat omlaag voor de eerste en tweede keer. Dan betaal je elke keer maximaal €150. Dat betekent dat mensen niet in één keer dat eigen risico hoeven te betalen. Dat is ook het hele verhaal.

Als je zegt dat je dat eigen risico weg wil of wil halveren ... We weten wat er dan zal gebeuren. Dan gaat de premie omhoog en worden de wachtlijsten langer, want we hebben de mensen niet om dat te doen in de zorg. Laten we nuchter met elkaar kijken hoe we de zorg, die goed is in Nederland, voor zo veel mogelijk mensen bereikbaar houden. Laten we ervoor zorgen dat die wachtlijsten juist kleiner worden. Laten we daarmee verstandige dingen doen.

De heer Van Baarle (DENK):

De heer Paternotte kan hier blijven herhalen dat iedereen in Nederland erop vooruitgaat, maar dat is gewoon niet waar. Er komen tienduizenden mensen bij in de armoede in Nederland. Dat zijn mensen die door de plannen van dit kabinet in de ellende gestort worden, door dat eigen risico van €520 euro en door de verhoging van de belastingen, die Trumptaks. Als je ervoor kiest om zo veel geld uit te geven aan de NAVO-norm en wapens, laat je mensen in Nederland letterlijk verarmen. Als je ervoor zorgt dat 10.000 extra mensen in armoede terechtkomen, is dat toch asociale politiek? Dat vraag ik aan de heer Paternotte. Het kan toch niet zo zijn dat een kabinet ervoor zorgt dat er 10.000 extra mensen in armoede bij komen?

De voorzitter:

Het woord is aan heer Paternotte, die spreekt via de voorzitter.

De heer Paternotte (D66):

Nee, dat klopt. Ik vind ook dat dat helemaal niet zou moeten gebeuren. Ik vind dat de armoede omlaag moet en dat er juist minder mensen in armoede zouden moeten leven. Ik vraag ook aan het kabinet om daar met plannen voor te komen. Ik denk dat het misschien nog wel meevalt. Er is namelijk heel snel een analyse gemaakt. Daarin staat die suggestie die de heer van Baarle net doet. Daar is alleen niet in meegenomen dat er juist extra geld, 150 miljoen euro, is om mensen in armoede en schulden te helpen. Daar is niet in meegenomen dat er 350 miljoen euro is om chronisch zieken en gehandicapten te gaan helpen met bijvoorbeeld de kosten van het eigen risico. Dat is daar niet in meegenomen. Als je dat er wel in meeneemt, denk ik dat de armoede in Nederland juist zou dalen. Bovendien moeten we ervoor zorgen dat mensen beter af zijn.

Het vorige kabinet heeft fors bezuinigd op het onderwijs. Wij gaan juist extra investeren in het onderwijs. Dat doen we bijvoorbeeld met gratis schoolfruit op school. Ook gaan we in heel veel buurten waar ouders hun kinderen niet zelf naar sportles, muziekles of dat soort dingen kunnen sturen de verlengde schooldag terugbrengen. Dat wordt weer betaald en mogelijk gemaakt met een verlengde schooldag. Zo kunnen ze zich tijdens schooltijd in de klas richten op lezen, schrijven en rekenen, zodat ze betere kansen krijgen. Daar gaat het ook om. Ik denk dus dat de armoede omlaaggaat. Dat verwacht ik ook van het kabinet, zoals dat de afgelopen tien jaar is gebeurd. Laten we nu investeren in goed onderwijs, zodat mensen juist betere kansen krijgen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):

De heer Paternotte heeft het erover dat mensen beter af zouden moeten zijn. Eigenlijk is iedereen in Nederland slechter af door dit kabinet. Ze zijn slechter af omdat ze als ze naar de arts gaan in totaal misschien wel €520 moeten gaan neertellen vanwege dat eigen risico. Ze zijn slechter af omdat we zien dat, door al die belastingen om de NAVO-norm te betalen en wapens te kopen, de geraamde koopkrachtgroei voor letterlijk iedereen in Nederland verdampt en wordt afgepakt. Ze zijn slechter af volgens het Centraal Planbureau. De heer Paternotte stond hier eerst op basis van diezelfde berekening van het Centraal Planbureau het vorige kabinet te bekritiseren en nu deugt die berekening opeens niet meer. Ze zijn slechter af omdat er tienduizenden mensen in armoede bij komen.

Ik zeg tegen de heer Paternotte dat de mensen in het land er klaar mee zijn dat politiek partijen, waaronder D66, vóór de verkiezingen beloven dat iedereen erop vooruitgaat en de armoede daalt en na de verkiezingen precies het tegenovergestelde doen. Ze zorgen voor meer armoede, dat mensen in de portemonnee gepakt worden. Ik zeg tegen de heer Paternotte: stop daarmee!

De heer Paternotte (D66):

Nee, dat is gewoon niet waar. U zegt ook: u stond de vorige periode het kabinet te bekritiseren. Ik was woordvoerder Buitenlandse Zaken. Ik kon het CPB daar slecht bij gebruiken. Nogmaals, ik denk dus dat u de heer Jetten bedoelt. De heer Van Baarle zegt elke keer dat hij de investeringen in defensie helemaal niks vindt. Maar we moeten Nederland toch veilig houden met elkaar? We moeten Europa toch veilig houden met elkaar? We zien toch wat er op dit moment gebeurt in de wereld? We weten toch dat Trump niet eindeloos de betrouwbare partner gaat zijn die Amerika in het verleden was en dat hij Europa niet eindeloos een mantel van veiligheid gaat bieden? We zien toch dat er steeds meer aanslagen in Europa komen en dat er steeds meer sabotage van Russische spionnen komt? Ik snap niet hoe je kunt zeggen dat Nederland niets heeft aan investeringen in veiligheid. Dat is de basis voor alles! Als we niet veilig zijn, dan hebben we ook niks aan onze verzorgingsstaat. Laten we dus investeren in defensie. Laten we ervoor zorgen dat we de verzorgingsstaat naar de toekomst kunnen brengen. Dat kan namelijk.

De heer Dassen (Volt):

Felicitaties aan de heer Paternotte met zijn verjaardag, maar ook zeker met het nieuwe kabinet. Het is belangrijk dat deze ploeg aan de slag gaat, maar ook dat ze ervoor gaan zorgen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Waarom? Omdat we ervoor moeten zorgen dat we als samenleving als één geheel vooruit kunnen met elkaar. Dat is volgens mij ook de wens van dit kabinet, van deze coalitie. Als ik de doorrekening zie, dan voelt die voor mij toch een beetje als een omgekeerde Robin Hood, waarbij de mensen die hard werken en een laag inkomen hebben, vrij hard geraakt worden, terwijl de vermogens niet aangepakt worden.

De voorzitter:

En wat is uw vraag?

De heer Dassen (Volt):

Dan vraag ik toch aan de heer Paternotte: is er ruimte om daar nog eens kritisch naar te kijken met elkaar, en te zeggen "we willen allemaal dat werken meer gaat lonen, maar daar valt nu de rekening, terwijl vermogens op dit moment totaal ontzien worden"? Zit daar ruimte bij de heer Paternotte? Vindt hij ook dat we, zeker gezien de doorrekening, daar met elkaar mee aan de slag moeten?

De heer Paternotte (D66):

Ik lees ook heel veel plannen die juist bedoeld zijn om ervoor te zorgen dat het voor werkenden een stuk makkelijker wordt. U heeft twee kinderen. Ik heb twee kinderen. Volgens mij weten we allebei dat dat ook iets voor de rekening betekent, van schoolkosten tot kinderopvang tot de wekelijkse potten pindakaas. Het helpt nogal als je dan naar bijna gratis kinderopvang toe gaat en als je gezinnen meer gaat helpen met de kinderbijslag. Ik denk dus dat dit het voor werkenden juist een heel stuk beter maakt. Dat is ook belangrijk in Nederland. Dat betekent namelijk dat in dit geval jonge ouders makkelijker aan het werk kunnen.

De heer Dassen (Volt):

Dat zie ik natuurlijk ook. Dat is een mooie maatregel, die vorige kabinetten ook allang hebben ingezet en die elke keer vooruit wordt geschoven. Als ik kijk naar de doorrekening, dan zie ik juist dat vooral de laagste inkomens hard geraakt worden. Weerbaarheid, waar het veel over gaat vanwege de grote investeringen in defensie, is niet alleen defensie. Het is ook zorgen dat je als samenleving als geheel vooruitkomt, dus loskomt van het individualisme en ervoor zorgt dat iedereen een eerlijke en rechtvaardige bijdrage levert. Als we naar de doorrekening kijken, dan kan de heer Paternotte hier toch niet volhouden dat het op dit moment eerlijk en rechtvaardig is? De vraag die ik heb — dit is ook een beetje het aftasten dat vandaag moet gebeuren — is: zit hier ergens ruimte? Is de heer Paternotte het met mij eens dat het pakket dat nu voorligt niet eerlijk en rechtvaardig is en dat we daar wat veranderingen in moeten doorvoeren, juist om ervoor te zorgen dat we eventueel de vermogens wat harder kunnen aanpakken?

De heer Paternotte (D66):

Dit is waarom ik net zei dat armoede in Nederland juist zou moeten dalen. Zit er ruimte? We hebben een coalitie met 66 zetels. Al zou ik het een waardeloos idee vinden wat de heer Dassen hier debiteert, dan nog is het beter dat ik er wel goed naar luister. We zullen namelijk meerderheden moeten halen. Dat is misschien ook wel het mooie. We gaan naar een nieuwe politieke cultuur, waarin je het samen moet doen. Waarschijnlijk zal dat dan nooit helemaal precies zijn zoals wij het voor ogen hadden; niet in het coalitieakkoord en ook niet in gesprekken die ik met u zal hebben. We hebben het over koopkrachtplaatjes en rechtvaardigheid, die superbelangrijk is, maar ik denk alleen wel dat Nederlanders ook naar de politiek kijken met het idee van: gaan jullie nog eens wat problemen oplossen? Daar is de afgelopen jaren namelijk echt veel te weinig aan gebeurd. We zien dat het aantal woningen dat dit jaar gebouwd wordt weer lager is dan vorig jaar, dat het stikstofslot maar blijft, dat de klimaatdoelen verder uit zicht komen en dat mensen niet het idee hebben dat een betaalbare energierekening dichterbij komt. Daarvoor is heel veel actie nodig. Ik denk dat juist wat we allemaal gaan doen, met een aparte staatssecretaris om de problemen op het energienet aan te pakken, investeringen in windenergie en investeringen in betaalbare woningen, mensen gaat helpen, omdat het ervoor zorgt dat een betaalbaar huis en een betrouwbare energierekening dichterbij komen en heel veel onzekerheid kan wegnemen.

De heer Dassen (Volt):

Dit is niet helemaal een antwoord op de vraag. Wat de heer Paternotte zegt, is prima en we moeten die uitdaging zeker oplossen. Ik hoop dat het kabinet daar vol mee aan de bak gaat, maar de vraag is natuurlijk ook wie daar de rekening van gaat betalen. Als de rekening nu wordt gelegd bij mensen die het inmiddels al redelijk zwaar hebben, dan kun je je afvragen of dat de weerbaarheid is die we in de samenleving met elkaar willen hebben en of dat rechtvaardig is.

De komende jaren wordt er 240 miljard overgeheveld van de babyboomgeneratie naar hun kinderen en kleinkinderen. Over de belastingvoordeeltjes van 30 miljard die dit kabinet jaarlijks uitdeelt aan de achterban zegt iedereen dat ze niet meer doelmatig zijn. Experts zeggen: pak die aan. Hetzelfde geldt voor de hypotheekrenteaftrek. Er zijn zo veel andere zaken waar dit kabinet mee aan de slag zou kunnen gaan om ervoor zorgen dat de lasten in ieder geval iets eerlijker verdeeld worden, zodat de weerbaarheid in de samenleving niet alleen maar vanuit het oogpunt van defensie, maar ook vanuit een financieel oogpunt wordt aangevlogen. Daarover gaat mijn vraag aan de heer Paternotte. Ik ben er namelijk van overtuigd dat dan ook het vertrouwen in de politiek stijgt en dat het draagvlak voor al die andere maatregelen die de heer Paternotte terecht noemt flink gaat stijgen.

De voorzitter:

De antwoorden mogen wat bondiger.

De heer Paternotte (D66):

Ik ben sowieso superbenieuwd naar uw voorstellen, maar als ik gewoon kijk naar de plannen, dan zie ik hele grote hervormingen, waarvan ik denk dat ze nodig zijn. Voor mensen met een modaal inkomen betekent de vrijheidsbijdrage €13 à €14 per maand, zoals ik volgens mij net zei. Dat is niet niks, maar ik denk eerlijk gezegd dat we nog veel meer moeten kijken naar mensen die voor heel veel zaken afhankelijk zijn van hulp van de overheid en dat we ervoor moeten zorgen dat zij dit kunnen meemaken. Die komen in zo'n CPB-doorrekening misschien niet precies helemaal tot hun recht, want ze zitten in een heel bijzondere situatie. Ik denk dat onze aandacht daar het meeste naar uit zou moeten gaan. Als je namelijk grote veranderingen inzet en de grote problemen wilt oplossen, moet je er wel voor zorgen dat iedereen in Nederland kan meedoen.

De voorzitter:

Afrondend, meneer Dassen. O, u bent drie keer geweest.

De heer Dassen (Volt):

De heer Paternotte heeft het erover dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen kan meedoen, maar dat is precies mijn punt. De heer Paternotte … Ik hoef nog niet de opening …

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee, nee, nee. Ik heb u per ongeluk het woord gegeven.

De heer Dassen (Volt):

U gaf mij nog het woord, voorzitter.

De voorzitter:

Ja, ja. Dit is uw vierde interruptie.

De heer Dassen (Volt):

Het was uw keuze om mij het woord te geven. Ik neem …

De voorzitter:

Uw punt is helder, meneer Dassen. Dank u wel.

Mevrouw De Vos (FVD):

Ik kreeg net nog niet eens het begin van een antwoord op mijn vraag, dus ik probeer het eventjes opnieuw. De heer Paternotte beweerde net dat de natuur afsterft en er overal bramen en brandnetels gaan groeien als je meer stikstof hebt. Dat is gewoon niet waar. Als je op heide stikstof hebt, dan groeit het uit tot een loofbos. Dat is een heel natuurlijk proces. Als je de heide wil behouden, dan zal je dus iets moeten doen. Je kan dan bijvoorbeeld een paar schapen neerzetten en dan blijft de heide gewoon bestaan. Dat vind ik ook een prima idee. De heer Paternotte stelt iets anders voor en daar gaat mijn vraag over. De heer Paternotte stelt namelijk voor om stikstof te reduceren, en dan niet meer via de kritische depositiewaarde, maar via heel vergelijkbare emissiereductiedoelen. Zelfs als je alle economische activiteit in Nederland stopt, dan nog haal je die doelen niet. Met andere woorden: als je ernaar streeft om ze te halen, kun je doorgaan totdat alle economische activiteit in Nederland verdwenen is.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw De Vos (FVD):

Mijn vraag is of de heer Paternotte dat erkent.

De heer Paternotte (D66):

Nee. Neem stikstofoxide: de industrie en de mobiliteit zitten al op koers om die doelen te halen. Ik ben het dus niet met mevrouw De Vos eens.

Mevrouw De Vos (FVD):

Dan moet de heer Paternotte toch een beetje beter naar de cijfers kijken, want als je de kritische depositiewaardes wilt halen, blijkt alleen al de bijdrage uit het buitenland hoger te zijn dan de doelen. Linksom of rechtsom, je kunt die doelen dus niet halen.

De heer Paternotte (D66):

Dit is op zich ook waarom het beter is om, als het juridisch houdbaar te maken valt, naar emissiesturing toe te gaan. Dan kun je immers kijken naar wat een bedrijf uitstoot, naar hoe de Afrekenbare Stoffenbalans er precies uitziet. Daar kun je vervolgens op sturen. Wat de kritische depositiewaarde betreft: we hebben nu geen ander instrument om te kunnen sturen op het voorkomen dat de natuur kapotgaat. Het is inderdaad geen volmaakt instrument. Je weet immers niet precies waar de depositie vandaan komt. Rondom grote natuurgebieden met heel veel intensieve veehouderijen heb je heus wel een beeld, net zo goed als dat je ziet dat er meer longontstekingen zijn in de buurt van grote geitenhouderijen; het RIVM kan daar echt wel een verband zien. Maar het allerbeste is natuurlijk sturen op wat er precies uit een stal of uit een schoorsteen komt en vervolgens ervoor zorgen dat de emissies omlaaggaan.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw De Vos (FVD):

Ja, maar als je die emissie afleidt uit de kritische depositiewaarde, dan krijg je uiteindelijk hetzelfde resultaat. Ik zou de heer Paternotte op het hart willen drukken om eerlijk te zijn. Dat er hier zo om de vraag heen wordt gedraaid, zegt volgens mij heel veel over de intenties van dit kabinet.

De heer Paternotte (D66):

Ik ben het niet eens met de recensie van mevrouw De Vos.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik wil graag aan de heer Paternotte vragen wat volgens hem de lengte moet zijn van de wachtlijsten en wachttijden voor een betaalbare sociale huurwoning aan het einde van deze regeerperiode.

De heer Paternotte (D66):

Dat verschilt gigantisch. Ik heb een aantal jaren geleden met de SP in Amsterdam een coalitie mogen sluiten, waar ik nog steeds met veel plezier op terugkijk. Dat geldt geloof ik ook voor de heer Van der Burg. Waar zit hij eigenlijk? Ah, daar is hij. Toen wilden we er met elkaar voor zorgen dat er veel meer woningen kwamen, niet alleen sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen. We hebben met elkaar bouwrecords kunnen halen. Ondanks de bouwrecords die we haalden, bleven de wachtlijsten toch behoorlijk lang. Ze zijn iets korter geworden, maar ze bleven behoorlijk lang, omdat er ook zo'n gigantische vraag is. De woningnood is nu echt ongelofelijk hoog. Volgens mij moeten we in de komende tien jaar met elkaar 1 miljoen woningen bouwen. Dat zijn er 100.000 per jaar. Ik wil die wachtlijst heel graag omlaag hebben, maar ik denk niet dat we hier beloftes moeten doen waarvan je niet zeker weet of je die kan waarmaken.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dit is gewoon niet een begin van een antwoord; het zijn leuke weg-manoeuvreerbeweginkjes over coalities in Amsterdam. Het gaat hier over een van de belangrijkste verkiezingsonderwerpen van de afgelopen periode, namelijk het tekort aan betaalbare woningen voor mensen en jonge mensen, die lang thuis blijven wonen. Als je kijkt naar het beleid en de plannen van dit kabinet, dan kun je voorspellen dat die wachtlijsten gaan oplopen. U maakt van de woningmarkt namelijk nog veel meer een markt. U verkoopt sociale huurwoningen. U laat de huren stijgen. De Wet betaalbare huur is van tafel. De huisjesmelkers krijgen vrij spel.

De heer Paternotte (D66):

Nee.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Als de heer Paternotte "nee' zegt, stel ik hem nogmaals de vraag wat het op dit moment voor een woningzoekende betekent die in een van de grote steden een betaalbare sociale huurwoning zoekt en nu zeven tot tien jaar op een wachtlijst staat. Wat betekent dit aan het einde van deze periode voor die wachtlijst? Hoeveel jaar is het dan? Is het dan een jaar, twee jaar, drie jaar of nog steeds tien jaar?

De heer Paternotte (D66):

We moeten feitenvrije politiek echt aan deze kant van de zaal houden. De Wet betaalbare huur blijft gewoon. Die is inderdaad ook ongelofelijk belangrijk om ervoor te zorgen dat er geen woekerwinsten kunnen worden gemaakt met de verhuur van behoorlijk kleine woningen die we daarom in een gereguleerd segment houden. Dat geldt ook voor de Wet versterking regie volkshuisvesting, die bedoeld is om ervoor te zorgen dat we voldoende betaalbare sociale huurwoningen, maar ook betaalbare koopwoningen gaan bouwen en dat de betaalbaarheid altijd vooropstaat bij bouwprojecten.

U wilt een antwoord op een vraag over een wachtlijst voor sociale huurwoningen, terwijl we allebei hartstikke goed weten dat die wachtlijsten in Groningen, Amsterdam of een andere plaats in Nederland gigantisch verschillen. Het gaat mij erom dat we meer gaan bouwen. Er wordt dit jaar weer minder gebouwd dan vorig jaar. Dat betekent dat we met elkaar echt wat te doen hebben om die bouw weer los te trekken. Er staat een hele trits aan maatregelen in het akkoord om dat te doen. Denk aan het gelijktrekken van al die regels in heel veel gemeenten, Nederland van het stikstofslot halen, en zorgen dat er niet eindeloos doorgeprocedeerd wordt, zodat de bouw niet wordt stilgelegd en die gewoon doorgaat. Ik ben ervan overtuigd dat, als we daar vol voor gaan en we daar elke dag hard aan werken, er dan meer gebouwd en dus ook meer betaalbaar gebouwd wordt. Dan komt er dus ook voor meer mensen een betaalbare woning binnen handbereik.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

U kunt daar graag van overtuigd willen zijn en heel vaak willen herhalen dat er betaalbare huurwoningen komen, maar ik hoor nog niet een begin van een antwoord. Kijk naar de maatregelen die genomen worden: sociale huurwoningen worden verkocht en de huren worden verhoogd. De wooncrisis is een betaalbaarheidscrisis. Over al die plekken, of het nou steden of dorpen zijn, waar mensen betaalbare sociale huurwoningen zoeken, geeft u geen enkel antwoord. U zegt niet: we gaan ervoor zorgen dat die wachtlijsten deze kabinetsperiode verkort gaan worden. U kan er niet eens een antwoord op geven, terwijl de wachttijd op heel plekken nu tot tien jaar is. Wat hebben die woningzoekenden op dit moment aan uw antwoord op dé vraag over hét verkiezingsonderwerp, namelijk dat er meer betaalbare huurwoningen moeten komen voor mensen die nu op een wachtlijst staan en woningzoekend zijn? Tot nu toe heeft u hier geen enkel concreet antwoord op gegeven en heeft een woningzoekende daar dus helemaal niets aan gehad.

De heer Paternotte (D66):

Ik denk dat we die wachtlijsten korter kunnen maken doordat we veel meer gaan bouwen en zorgen dat er veel meer betaalbare woningen beschikbaar komen. Daar ben ik echt van overtuigd. Ik hoop dat we daar ook op kunnen gaan samenwerken, zoals in Amsterdam. We hebben dat niet voor niks gedaan in het verleden. Ik hoop dat de SP die rol ook pakt en niet alleen tegen dingen gaat zijn. Als u vraagt welke wachtlijst er precies is aan het einde van de kabinetsperiode: we moeten vooral heel veel gaan bouwen. Dan denk ik dat die wachtlijsten korter worden.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Een overtuiging is iets anders dan uiteindelijk concrete voorstellen en argumenten …

De voorzitter:

Meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

… en die heb ik niet gehoord.

De voorzitter:

Meneer Dijk, u kríjgt het woord; u néémt het woord niet. Meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter, dank voor het woord.

De heer Stoffer (SGP):

Ik dacht: dat is de nieuwe politieke cultuur.

De voorzitter:

U deed het al.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Een ander onderwerp: medische ethiek. Ik denk dat dat iets is wat D66 en de SGP het meest van elkaar scheidt. Wat ik de afgelopen jaren heb gezien — de heer Paternotte heeft dat ook in persoon gedaan — is dat D66 heel hard heeft gelopen om de abortuswetgeving te verruimen. Dat is gelukt. De beraadtermijn is uit de wet gehaald en ook is de abortuspil bij de huisarts verkrijgbaar. Wat we tegelijkertijd zien, is dat het aantal abortussen in die jaren is gestegen van 30.000 naar bijna 40.000. Mijn vraag aan de heer Paternotte is: hoe kijkt hij naar deze getallen? Erkent hij — volgens mij doet hij dat — dat er daardoor heel veel levens in de knop gebroken worden?

De heer Paternotte (D66):

Ik denk dat de heer Stoffer gelijk heeft dat wij op het gebied van medische ethiek heel vaak op deze manier tegenover elkaar stonden, ook onlangs nog, toen ik zelf mijn initiatiefvoorstel rondom de Embryowet verdedigde. We doen dat wel altijd met heel veel begrip voor het feit dat het gaat om hele diepe overtuigingen en dat die waardevol zijn. Als het gaat om de abortuswetgeving: ik zag het zelf niet als een verruiming, maar als een manier om meer autonomie te geven aan de artsen en aan vrouwen in een noodsituatie om samen een gesprek te voeren. Het ging namelijk om die vijf dagen verplichte bedenktijd. Wij vonden dat het opleggen van een verplichte bedenktijd, ongeacht welke omstandigheden er zijn die maken dat een vrouw zegt "ik denk dat een abortus nodig is", niet bij de rol van de overheid hoort. Arts en vrouw kunnen samen beslissen of er een bedenktijd nodig is en hoelang die dan zou moeten zijn. Ik ben er blij mee dat abortus in Nederland mogelijk en legaal is. Ik ben er ook blij mee dat het aantal abortussen in Nederland al heel lang behoorlijk laag ligt als je kijkt naar Europa. U benoemt de afgelopen twee jaren. Volgens mij is er in de afgelopen jaren niet zo'n ontwikkeling geweest. In de afgelopen twintig jaar is het ongeveer gelijk gebleven. Het is, denk ik, het allerbeste dat we goede zorg bieden voor vrouwen in een noodsituatie en dat we als overheid niet zelf die keuze voor de mensen gaan maken.

De heer Stoffer (SGP):

Ik gaf juist aan dat D66 de afgelopen jaren behoorlijk wat bereikt heeft. Vanuit ons perspectief ging dat de verkeerde kant op, bijvoorbeeld wat betreft abortuswetgeving. De getallen zou de heer Paternotte wellicht nog eens even na kunnen kijken, want er is in de afgelopen drie jaar echt een stijging geweest van 30.000 naar 40.000. Misschien zouden we elkaar in het volgende kunnen bereiken. In het akkoord van Rutte IV werd eigenlijk gekeken of in ieder geval de praktische gevolgen konden worden weggenomen en of het aantal naar beneden kon worden gehaald. Dat mis ik in dit akkoord. Mijn vraag is eigenlijk: staat de heer Paternotte open voor datgene wat in het akkoord van Rutte IV stond? D66 maakte daar ook onderdeel van uit. Ik denk dat de ChristenUnie daar een goede rol in heeft gespeeld. Is hij bereid om te kijken of we dat soort maatregelen om de aantallen terug te brengen wellicht opnieuw vorm kunnen geven?

De heer Paternotte (D66):

Ik sta er sowieso voor open om naar alles goed te kijken. Ik blijf het altijd ongemakkelijk vinden, maar je ontkomt daar ook niet aan als je dit hier als twee mannen even met elkaar staat te bespreken. Aan welke maatregelen denkt de heer Stoffer dan concreet?

De voorzitter:

Afrondend, meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Ik heb heel veel maatregelen in gedachten, maar volgens mij, als ik het juist heb, met al die jaren dat ik hier zit, worden de vragen altijd de andere kant op gesteld. Ik zou hier echter graag met de heer Paternotte over willen spreken. Mijn vraag is: is de bereidheid er om dat te doen? We hebben hier in het parlement de wetten verruimd. Je ziet dat de gevolgen zijn dat het aantal abortussen in de afgelopen jaren met 10.000 is toegenomen, 25% extra. Dat moet ons beiden volgens mij pijn doen. Of je nu man bent of vrouw: dat maakt volgens mij niet uit. We zijn ook beiden vaders. Mijn vraag is: staat de heer Paternotte ervoor open om samen het gesprek aan te gaan om te kijken wat we hier zouden kunnen doen? In Rutte IV lag er op zich op papier een goed voorstel, maar het is niet uitgewerkt. Mijn vraag is: zouden we daar misschien toch met elkaar een vervolg aan kunnen geven?

De heer Paternotte (D66):

Wat ik goed vond aan Rutte IV ... We hebben daarin ook lang tegenover de ChristenUnie gestaan. Uiteindelijk hebben we gezegd: er zijn meerdere dingen die heel erg kunnen helpen. Dat zijn de concrete maatregelen die de heer Stoffer net noemde, maar bijvoorbeeld ook de pil in het basispakket, zorgen dat die voor iedereen tot 21 jaar weer toegankelijk is, anticonceptie breed beschikbaar maken en zorgen dat iedereen weet waar je die kan krijgen. Daar op een open manier met elkaar mee omgaan is de beste manier om te zorgen dat je ongewenste zwangerschappen voorkomt en dat je, met respect voor de situatie van een vrouw in een noodsituatie, de keuze wel bij haar kan laten. Als u daar voorstellen voor doet, ga ik daar zeker aandachtig naar kijken.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik heb de heer Paternotte gemist als fractievoorzitter. Het is een genot om hem hier terug te zien. Veel succes in de komende periode.

Ik heb goed de interrupties zitten beluisteren. Ze gaan veel kanten op, maar ik zie ook een rode draad. Die rode draad is volgens mij dat er van links tot rechts grote kritiek is op wie de rekening van dit kabinet betaalt. Die rekening wordt te eenzijdig neergelegd bij werkenden. Dat wordt gezegd omdat er wordt bezuinigd op de zorg en omdat het daarmee terechtkomt bij de burgers in het land, bij hele gewone mensen, maar ook vanwege bijvoorbeeld de vrijheidsbijdrage, de Bontenbalbelasting, die gewoon via de inkomstenbelasting wordt opgehaald. De heer Paternotte heeft het de hele tijd over een nieuwe cultuur en over wat er nodig is, maar met de manier waarop hij reageert, is het toch een beetje alsof hier de fractievoorzitter staat van de grootste partij van een meerderheidscoalitie. Dat is volgens mij niet het geval. Ook hier is dus de vraag aan de heer Paternotte: vindt u de plannen die er nu liggen eerlijk en bent u bereid deze aan te passen?

De heer Paternotte (D66):

Ik heb net volgens mij drie alinea's uitgesproken, los van wat dienstmededelingen, maar ik sta hier vervolgens al een uur interrupties te beantwoorden, dus in die zin is het ook heel traditioneel, inderdaad als bij een meerderheidskabinet. Misschien moeten we daar in die zin dus ook nog iets aan doen met elkaar. Ik wilde namelijk benoemen dat ik zie wat de heer Klaver net heeft gedaan. Hij heeft net een aantal kritische noten geplaatst. Die heb ik heel goed gehoord. Ik denk dat het ook heel belangrijk is voor het kabinet om die te horen, want het zal u waarschijnlijk vaak nodig hebben. Ik heb echter ook gehoord dat u zegt: "Ik wil samenwerken. Ik ga moeilijke keuzes niet uit de weg. Ik snap wel dat er iets moet veranderen in de zorg." U heeft eerder ook gezegd: ik wil grote akkoorden sluiten. Dat vind ik heel positief. Ik hoop eerlijk gezegd ook dat ik er iets aan kan bijdragen dat we wat kunnen doen met die uitgestoken hand van u. Dat zal hard nodig zijn. Ik ben ook heel benieuwd hoe u dat concreet voor u ziet ten aanzien van akkoorden die je kan gaan sluiten om te zorgen dat je niet incidenteel — u noemde dat volgens mij "van week tot week" — maar echt voor de langere termijn aan de slag gaat. Sommige van de interrupties die ik nu heb gehoord vond ik beter dan andere, maar ik weet dat ik ze toch allemaal serieus zal moeten nemen, want we hebben 66 zetels. Dat is een mooi aantal, maar het is duidelijk geen meerderheid. Voor alles wat in het akkoord staat, zullen we partners moeten vinden en mensen moeten overtuigen; ik hoop ook u af en toe.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

De heer Paternotte en ik hebben ver, ver voordat wij hier samen in de Kamer kwamen … Toen was de heer Paternotte nog heel jong …

De heer Paternotte (D66):

Heel ver daarvoor.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Heel ver daarvoor. Toen hebben wij heel veel debatten gevoerd. De heer Paternotte is echt een perfecte debater. Dat laat hij hier nu ook weer zien door volstrekt niet in te gaan op de vraag die ik stelde en door vooral ook mij te recenseren en allerlei vragen aan mij te stellen die hij had kunnen stellen in mijn termijn. Maar nu zijn de rollen omgedraaid. Nu stel ik de vragen aan u. Ik richt mij op één heel specifiek punt. Het gaat er niet om dat u bereid bent op heel veel onderwerpen afspraken te maken; allemaal tot uw dienst. Heel specifiek gaat het erom dat wij ons allemaal zorgen maken over wat er hier gebeurt, over wat er gebeurt met de belastingen die omhooggaan voor de middeninkomens in dit land. Het is niet alleen een wens van ons. Dat leeft hier breed in de oppositie. Ik vraag u gewoon op de man af: bent u bereid om de plannen — om het heel concreet te maken: het gaat om de vrijheidsbelasting zoals die nu is vormgegeven — te veranderen? Staat u open voor alternatieven?

De heer Paternotte (D66):

Natuurlijk. Wij hebben echt niet de luxe om te zeggen: nee, het moet op deze manier. Dan kom je helemaal nergens. Zoals ik al zei: we hebben 66 zetels. Ik ben dus absoluut benieuwd naar uw alternatieven. Maar ik denk dat dit debat er ook voor is om even uit te leggen waarom ik denk dat het voorstel dat nu is gedaan, wel verstandig is en waarom ik het logisch vind dat het kabinet eerst even — ze zitten er net twee dagen — aan de slag gaat om de voorstellen uit te werken en daarover te praten met alle Kamerleden. Er wordt veel gegrapt over koppen koffie die er gedronken moeten worden. Er moet volgens mij vooral veel gaan gebeuren.

Ik vind het fijn dat u het nu de "vrijheidsbijdrage" noemt. "Bontenbalbelasting" vind ik ook weer zo'n gekke term, die we volgens mij allebei niet zouden moeten gebruiken, want dat is zo'n typisch politiek etiket. Maar als ik naar de plannen van het kabinet kijk, dan is dat iets wat in de … Ik wacht even tot de heer Klaver klaar is met zijn gesprek met de heer Bontenbal. Ik zei het net al: als ik naar de plannen van het kabinet kijk voor de vrijheidsbijdrage, dan gaat die Jan Modaal per maand zo'n €13 à €14 kosten. Een Netflixabonnement, dat u ongetwijfeld ook heeft voor de kinderen, kost een stukje meer dan dat. Ik vind dat we meer aandacht moeten hebben voor wat de hervormingen in de zorg en de sociale zekerheid betekenen voor de mensen voor wie er een stapeling is, waardoor er bij hen echt een ander verschil per maand zal zijn dan met alleen de vrijheidsbijdrage. Inderdaad, we waren de afgelopen jaren allebei geen fractievoorzitter, maar we hebben allebei heel erg goed gezien, ook bij een bezoek aan Oekraïne, waarom het heel hard nodig is dat we met elkaar een bijdrage leveren om onze defensie sterker te maken.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik vind dit echt makkelijk. Het neigt bijna een beetje naar dedain om te zeggen: weet je wat een Netflixabonnement kost? Dat weet ik toevallig. Als je voor meerdere schermen een Netflixabonnement wil, kost dat €21. Wat mensen de komende jaren aan extra belasting moeten gaan betalen, loopt in de honderden euro's. Dat was precies het punt dat ik in mijn bijdrage maakte. Voor u, voor mij of voor mensen hier in deze zaal geldt: een Netflixabonnement meer of minder, wat maakt het uit? Maar er zijn verdorie te veel mensen in dit land voor wie het wel uitmaakt, die dat abonnement überhaupt niet kunnen betalen, die er alleen maar van kunnen dromen dat ze dat abonnement hebben, die de boodschappen niet kunnen betalen. Juist voor al die mensen gaan de belastingen met honderden euro's omhoog.

Het allerergste — dat is het centrale punt — is: zelfs deze mensen zijn bereid om een bijdrage te leveren, maar als je vervolgens ziet dat er van de meest vermogende mensen in dit land en van de grote bedrijven niet iets extra's wordt gevraagd, dan knelt dat. Dat is niet eerlijk. Dat draagt niet bij aan het vertrouwen in deze samenleving. Maar ik tel ook mijn zegeningen na dit debat, want de heer Paternotte zei net heel duidelijk: wij zijn bereid om die belasting aan te passen; wij zijn bereid om te kijken naar de alternatieven waar u mee zal komen. Dat zullen we dan ook doen. Dat betekent dat er ruimte is — dat is goed nieuws — om ervoor te zorgen dat deze belasting voor al die mensen in Nederland niet doorgaat, want op deze manier ondergraven we echt het vertrouwen van mensen in de politiek.

De heer Paternotte (D66):

Laten we wel goed samenvatten. We zijn bereid om te kijken naar alle goede voorstellen, maar ik vind dat u bijvoorbeeld geen recht doet aan het feit dat wij iets doen met bijna gratis kinderopvang of 700 miljoen euro extra investeren in gezinnen. Inderdaad, als je vier kinderen hebt, dan kan ik me voorstellen dat je misschien wel twee Netflix-abonnementen nodig hebt. Maar wij doen juist alles om ervoor te zorgen dat heel veel andere dingen en andere kosten — kinderopvang, schoolkosten, een energierekening die hoger is, nieuwe kleren die je moet kopen— voor de mensen een stuk betaalbaarder worden. Dat moet u er dan ook bij vertellen. Dat zijn allemaal extra investeringen die we juist doen om mensen te helpen.

De heer Eerdmans (JA21):

Ik heb altijd de neiging om te wachten tot een bijdrage voorbij is voordat ik vragen stel, maar nu is het na drie alinea's al raak. Ik denk dat de kans groot is dat ik zo meteen weer in de wachtrij sta als ik nu mijn moment niet pak. Daarom nu mijn vraag. JA21 ziet de uitdaging waar het kabinet voor staat. Dat hebben we al eerder gezegd. Mijn vraag aan D66 is: zijn jullie bereid om ook buiten de eigen totempalen — ik noem maar het klimaatbeleid en het asielbeleid — te denken? Durven jullie dat lef te tonen en de nieuwe politieke cultuur te laten zien als JA21 zegt dat we best willen praten over een aantal belangrijke uitdagingen waar dit kabinet voor staat, maar dat daar misschien ook op die terreinen wat voor terug moet komen? Hoe kijkt D66 daarnaar?

De heer Paternotte (D66):

Dit is de eerste keer dat u asielbeleid een D66-totempaal noemt. U stelt de vraag in abstracte zin, denk ik. Ja, natuurlijk zijn wij daartoe bereid, maar ik weet niet precies wat de vervolgvraag wordt. Ik wacht dus graag even af wat de vervolgvraag is voordat ik verder antwoord.

De heer Eerdmans (JA21):

In debatten over asiel wordt vaak rond de totempaal gedanst, en dan was er heel vaak een "nee". Het maakte niet uit welke woordvoerder het was of welke minister er zat, maar er was vaak een moeilijker houding van D66 om daar iets aan te doen. Mijn punt is dit. De heer Jetten heeft in zijn rol als campagneman, lijsttrekker van D66, vrij duidelijke uitspraken over migratie gedaan: het systeem is stuk; we moeten misschien naar een Canadees model; we moeten het heft in eigen handen nemen op asiel en migratie. Dat is heel duidelijke taal. Ik denk ook dat dit wel een bonus heeft gegeven. De heer Jetten, de premier, heeft ook gelijk als hij zegt: in deze coalitie hebben wij met meer stemmen en kiezers te maken en niet alleen met degenen die op deze drie partijen hebben gestemd.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Eerdmans (JA21):

JA21 is zo'n partij die opkomt voor mensen die zeggen: het is te veel; asiel moet omlaag; de migratie moet worden ingedamd.

De voorzitter:

Uw vraag.

De heer Eerdmans (JA21):

De vraag is: kunnen we daarover praten? Of zegt D66: nee, daar zetten wij een hek omheen; we gaan het niet hebben over een asielbeleid dat nog strenger is dan het beleid dat het kabinet nu voorstelt?

De heer Paternotte (D66):

Ik denk dat wij echt iets heel goeds hebben neergelegd. Dat is mijn uitgangspunt. Het maakt de asielprocedure immers veel simpeler en het beperkt de instroom. Wij investeren in een streng Europees asielbeleid. Wij gaan er ook voor zorgen dat de asielopvang op orde komt, zodat kinderen niet meer door het hele land worden gesleept en we mensen niet in cruiseschepen en hotels moeten opvangen en vervolgens weer naar de andere kant van het land moeten verslepen. We zorgen er ook voor dat mensen veel sneller mee gaan doen, vanaf dag één de taal gaan leren en na drie maanden al aan het werk kunnen, zodat velen van hen later niet van een uitkering afhankelijk worden. Volgens mij zijn dat allemaal heel goede stappen, waarbij wij elkaar misschien wel kunnen vinden. Als u verder andere concrete voorstellen heeft … Ja, natuurlijk ben ik in alles geïnteresseerd. Wij hebben nota bene samen ooit een monsterverbond gesloten voor het onderwijs. U stond toen zelfs samen met mij op het Malieveld. Daarna konden we ervoor zorgen dat de bezuinigingen op onderwijs in ieder geval een stuk minder werden. Het kabinet stelt nu voor om die helemaal van tafel te halen. Dus ja, volgens mij hebben wij laten zien dat wij ondanks de enorme verschillen tussen onze partijen kunnen samenwerken.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Eerdmans (JA21):

Dit heel erg brede en een beetje ontwijkende antwoord ga ik maar interpreteren als: ja, daar valt wel over te praten. In het coalitieakkoord staat de zin: het kabinet zal pas ingrijpen als de druk te groot wordt. Zo staat het er ongeveer. Wij zien dat de gemiddelde wachttijd voor één asielaanvraag intussen 95 weken is. Dat is bijna twee jaar. Hoezo is de druk niet groot genoeg? Er liggen inderdaad mensen in het gras of in sporthallen. Ze verblijven in cruiseschepen. Het is dus al te veel. De vraag is in een vorig debat al gesteld door mijn collega Nanninga: wanneer is die grens dan bereikt? Mij gaat het erom of er voor JA21 ruimte is om op dit thema aanscherpingen te maken.

De heer Paternotte (D66):

Die wachttijd is nu inderdaad veel en veel te lang. Precies dat is de reden dat wij flink gaan investeren in de Immigratie- en Naturalisatiedienst, zodat die wachttijd veel korter kan worden. Dat moet ook, want het Europees Migratiepact gaat deze zomer van start. Dan krijgen we eindelijk een Europees asielbeleid. Dan moet het ook allemaal veel sneller gaan, volgens mij binnen twaalf weken. Ik wilde eigenlijk nog veel meer antwoorden gaan geven, maar …

De voorzitter:

Wilt u een beetje beknopter antwoorden? U heeft nog 22 minuten spreektijd.

De heer Paternotte (D66):

Nou, dan wil ik daar best een deel van gebruiken om de heer Eerdmans gewoon een fatsoenlijk antwoord te geven op zijn vraag.

De voorzitter:

Dan tellen we door, oké.

De heer Paternotte (D66):

Ga uw gang. Dat moet helemaal goed komen. Het is uw vergadering, voorzitter. Ik ben slechts uw nederige dienaar daarin.

Maar we gaan dus allerlei dingen doen, juist om ervoor te zorgen dat het sneller gaat. We zien al dat de instroom van de eerste asielaanvraag in Nederland best hard gedaald is, en als we er straks voor zorgen dat die aanvragen aan de Europese buitengrens worden behandeld ... Daaraan moeten wij dan ook gaan bijdragen, zodat daar ook een menswaardige opvang is. Maar dat betekent dan ook dat de asielprocedure sneller doorlopen kan worden, dat er überhaupt minder mensen in Nederland asiel aanvragen. Dus ik denk dat het kan.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik begin me toch een beetje af te vragen of de heer Paternotte met zijn fractievoorzitterschap een jongerenbeweging is begonnen, als tegenwicht voor 50PLUS. Het woord "ouderen" komt maar niet over zijn lippen, en die zijn echt in de knel komen te zitten door dit regeringsbeleid. Wij zijn voor een pact tussen jongeren en ouderen. Wat we nu zien, is dat de ouderen niet alleen in de knel komen qua zorg, waar de heer Wilders al zo terecht op wees en wat echt schrijnend aan het worden is. Ik hoor te weinig van de heer Paternotte en van de regering dat de bijna 4 miljoen AOW'ers en de bijna 5,5 miljoen 50-plussers de ruggengraat zijn van onze democratie. Zij plegen vrijwilligerswerk, zij zijn mantelzorgers, oppasmoeders, noem allemaal maar op. Ik vraag me echt af of er bij de heer Paternotte ruimte is om voor al die ouderen die in de knel zijn gekomen, aanpassingen te doen. Het is te schrijnend voor woorden wat er momenteel gebeurt. En mijn tweede vraag is: is D66 überhaupt bereid om dat generatiepact wat meer body te geven?

De heer Paternotte (D66):

Ik wilde daar ook zeker nog wat over zeggen, al was het maar vanwege die jongerenbeweging. Ik ben morgen jarig, en daarna ben ik al vrij snel zelf 50-plus — maar dan niet per se een kiezer van de heer Struijs. Maar er is alle reden om ook wat dat betreft naar de toekomst te kijken. U heeft helemaal gelijk: zo veel ouderen die mantelzorg verlenen of op kinderen passen, of in veel gevallen zelfs allebei doen, die mede de ruggengraat vormen van onze samenleving, en dat je daarom niet moet doen alsof pensioen betekent dat mensen dan alleen maar hoeven te genieten van alle rust die ze dan hebben, maar in heel veel gevallen continu bezig zijn. Dat ben ik volledig met u eens. Dus een generatiepact ... Ja, we moeten het in Nederland samen doen. Dus het klinkt voor mij heel erg mooi om dat op een manier te doen die juist generaties verbindt en niet tegenover elkaar zet. En als ik het over de AOW heb, dan is dat natuurlijk omdat dat een ongelofelijk belangrijke voorziening is die we in Nederland hebben gebouwd en die heeft gemaakt dat hier een beschaafde, leefbare oude dag voor iedereen binnen handbereik ligt. Ik ben er trots op dat we dat hebben. Maar juist omdat we dat willen behouden, moet je er soms ook iets aan veranderen, zoals we in het verleden hebben gedaan en zoals we nu inderdaad ook voorstellen om voor de toekomst te doen.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik ben niet helemaal tevreden over dat antwoord, omdat het met name bij de AOW zo'n uitzichtloosheid geeft voor 24-jarige verpleegkundigen en politiemensen om daarvoor tot ver na je 70'ste door te moeten werken. Die uitzichtloosheid doet wat met mensen. En ten tweede ... Maar goed, laat ik optimistisch eindigen. Ik voel wel ruimte voor dat er aanpassingen kunnen worden gemaakt als het gaat om de ouderenzorg. Dat is voor ons een heel zwaar punt, evenals de verhoging van de AOW.

De heer Paternotte (D66):

Dat snap ik heel goed. Ik ben blij met de manier waarop de heer Struijs de afgelopen tijd steeds in de debatten heeft gezegd: ik zit hier om dingen beter te maken, voor mijn achterban, maar ook voor Nederland. Dat is volgens mij de manier waarop we elkaar kunnen gaan vinden. Ik snap dan ook dat hij niet meteen staat te juichen bij elk voorstel dat uit de coalitie komt, maar daar ga ik heel graag met hem over in gesprek.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Voor de ChristenUnie is het altijd belangrijk om te kijken wat een regeerakkoord doet met de samenleving; welke mensvisie zit daarin, welke samenlevingsvisie en welke overheidsvisie? Mijn vraag gaat nu over de mensvisie. Het gaat tussen D66 en de ChristenUnie natuurlijk weleens over medische ethiek. Daarbij denk je dan vaak aan het begin en aan het eind van het leven. Maar volgens mij gaat het dan eigenlijk over het gehele leven; dat is helemaal een groot geschenk, en daar heb je goed mee om te gaan. Als ik dan naar dit regeerakkoord kijk, dan is er één plek waarvan ik denk: dit steekt nou net even teveel, hier zijn mensen verliezers die dat niet zouden moeten zijn. Ik denk dan aan de bezuinigingen in de gehandicaptenzorg. Heeft collega Paternotte de grote zorgen gezien die in deze sector leven? Hoe beoordeelt hij de bezuinigingen die gekozen zijn, die oplopen tot een half miljard en voor deze mensen, de meest kwetsbaren, veel te grote gevolgen hebben?

De heer Paternotte (D66):

Ja, die heb ik zeker gezien. Ik snap de zorgen daarover ook heel erg. Ook in de langdurige zorg, waaronder de gehandicaptenzorg, geldt natuurlijk dat we elk jaar een flink extra bedrag uittrekken, omdat het steeds moeilijker is om voldoende mensen te vinden om daar te laten werken. Ik denk dus dat het kabinet ook daar een opdracht heeft om ervoor te zorgen dat je dat in de toekomst betaalbaar houdt en het daarmee ook toegankelijk houdt voor de mensen die het nodig hebben. Dat gehandicapten zorg nodig hebben in ons land, staat buiten kijf. Dat die er moet zijn, is voor mij ook geen discussiepunt. Ik snap de zorgen dus inderdaad. Ik denk dat het een belangrijke opdracht voor het kabinet is om mee aan de slag te gaan.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Sorry, maar dat vind ik te vaag. Eigenlijk horen we dan namelijk opnieuw dat het kabinet aan de slag gaat. Er staat 990 miljoen structureel in de boeken om op te halen bij de wet die over deze zorg gaat. Dan moet het opgehaald worden bij ouderenzorg en gehandicaptenzorg. Mijn beeld is het volgende. Bij de eerdere bezuinigingen die in gang zijn gezet en die zich opstapelen, is er nooit doordacht welke gevolgen dit heeft voor de gehandicaptenzorg. Kan de heer Paternotte een stap concreter worden? Wil hij inderdaad dat de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg zo doorgaan, of zegt hij: nee, dat is toch echt te veel?

De heer Paternotte (D66):

Ik ga niet ineens een gat schieten in de neergelegde plannen. Wat ik wel zie, is dat er vanuit de sector zorgen zijn. Dan gaat het inderdaad om ouderenzorg, gehandicaptenzorg en ook een deel geestelijke gezondheidszorg. Het is natuurlijk de bedoeling om met de sector een akkoord te gaan sluiten, zodat je langjarige zekerheid hebt over welke financiering er is en hoe je dat op een goede manier met elkaar kan gaan organiseren. Zoals ik op een gegeven moment al heb genoemd, zijn we elk jaar meer geld kwijt aan zorg. Ook aan het einde van deze kabinetsperiode, zelfs als alle plannen van de coalitie een-op-een worden doorgevoerd, geven we per jaar 6,5 miljard euro meer uit aan zorg. Dat is zo'n €700, €800 per Nederlander, terwijl we ondertussen zien dat het steeds moeilijker is om de mensen te vinden die we nodig hebben om die zorg te kunnen bieden. Dan moet je wel bereid zijn om iets te veranderen. Maar dat moet inderdaad niet ten koste gaan van de toegang van gehandicapten in Nederland tot de zorg die zij gewoon hartstikke hard nodig hebben.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Dat de zorgkosten stijgen, is helder. Dat we daar wat aan moeten doen, is ook helder. En ook ik heb met mijn partij allerlei plannen neergelegd over hoe je dat kan doen; dat vind ik belangrijk. Maar wij deden dat dan wel altijd met oog voor de mensen om wie het gaat. Deze mensen zullen nooit … Tractors kunnen nog eens een keer naar het Malieveld rijden en een scootmobiel misschien ook, maar deze mensen komen niet op het Malieveld. Ondertussen hebben zij wel levenslang deze zorg nodig. Ik maak me grote zorgen. Ik vind echt dat het kabinet een asociale afslag zou nemen als er een half miljard bezuinigd wordt op deze groep mensen. Ik vraag dus echt aan de heer Paternotte om daarin niet alleen een proces neer te zetten, maar ook een beweging.

De heer Paternotte (D66):

Ik ken de nieuwe minister die hierover gaat, natuurlijk een beetje. Ik weet wel dat dat iemand is met een groot hart, die heel goed gaat luisteren en in gesprek gaat met de mensen voor wie dit iets kan betekenen over hoe je dit zou moeten doen. Ook voor u geldt natuurlijk dat uw fractie in de Tweede en Eerste Kamer hopelijk een hele belangrijke rol heeft om mee te denken, maar ook om alternatieven voor te leggen. We zullen daar elke keer heel goed naar moeten kijken.

De heer Jimmy Dijk (SP):

De berekening van het CPB toont ragfijn aan dat dit kabinet de armoede vergroot, de onzekerheid bij mensen laat toenemen en de ongelijkheid in Nederland vergroot. We hebben zo meteen meer mensen in armoede en meer mensen in onzekerheid over hun WW. Die wordt gehalveerd, terwijl hier politici zitten die na drie maanden Kamerlid geweest te zijn, twee jaar wachtgeld krijgen. Er zijn voorstellen van dit kabinet om topinkomens in de ambtenarij nog verder te gaan verhogen …

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Jimmy Dijk (SP):

… en om de bonussen van bankiers verder te gaan verhogen. U bezuinigt 10 miljard — 10 miljard! — op de zorg. Dat is op de gehandicaptenzorg, waar mevrouw Bikker het net over had, en op de ouderenzorg. Een op de drie ouderen krijgt al niet de zorg die ze nodig hebben.

De voorzitter:

Uw vraag, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Onze opa's en oma's liggen te wachten op wijkverpleging en u gaat de huishoudelijke zorg afschaffen. Dat betekent dat mensen langer in hun luier en in een nat bed liggen. Waarom vergroot D66 de kloof in onze samenleving zo gigantisch met dit desastreuze beleid, dat de ongelijkheid en de armoede laat toenemen en mensen in onzekerheid stort? Het CPB zegt het, de rekenmeesters.

De voorzitter:

Nu echt de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Dit is gewoon niet waar. Er is niet meegenomen dat er 350 miljoen euro wordt vrijgemaakt om juist chronisch zieken en gehandicapten te helpen met stijgende zorgkosten. We zorgen dat die mensen via de gemeenten dat extra geld krijgen, waardoor ze geen last hebben van eventuele verhogingen van het eigen risico. Hetzelfde geldt voor investeringen die we doen om mensen in armoede meer te gaan helpen.

De heer Dijk gaf net een goed voorbeeld: één op de drie ouderen heeft nu al moeite om wijkverpleging te krijgen. Ja, inderdaad, we hebben enorme tekorten aan mensen in de zorg. Meer geld ertegenaan gooien, zorgt niet dat die mensen er zijn. We worden met zijn allen in Nederland steeds ouder en dat is hartstikke mooi. Het betekent echter ook dat je meer mensen hebt die ouder zijn en van hun pensioen moeten kunnen genieten, terwijl er ondertussen minder mensen aan het werk zijn. Wij willen dat de zorg toegankelijk is. De wijkverpleging moet natuurlijk beschikbaar zijn, maar de vraag is of het altijd gratis moet zijn. Ik heb ook een verpleegkundige in mijn fractie zitten. Ik zag een bericht van een verpleegkundige die zei: ik doe best vaak dingen voor mensen die ze, als ik er een aantal keer mee help, daarna voor een deel ook zelf kunnen doen, waardoor ik er minder tijd voor nodig heb. Dat kun je ook bereiken met de maatregelen die nu zijn voorgesteld.

We moeten wel eerlijk zijn met elkaar: als we op deze manier doorgaan, moet één op de vier mensen in de zorg gaan werken. Dat gaat niet gebeuren. Volgens mij wilt u ook niet meer arbeidsmigratie naar Nederland. Kosten die oplopen waardoor mensen steeds meer geld kwijt zijn aan zorg, terwijl ze dat ook niet kunnen betalen; ook dat gaat het niet oplossen. Het eigen risico bleef de afgelopen jaren gelijk, maar de premie is met €240 per maand gestegen in de afgelopen twee jaar. Dat moeten mensen elk jaar allemaal gewoon betalen. Dus zeggen "we houden alles bij het oude" is niet de oplossing voor de zorgen die de heer Dijk heel terecht hier op tafel legt.

De voorzitter:

De heer Dijk, echt korter dan zojuist.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik vind dit zo ongelofelijk pijnlijk. U bént de kloof in Nederland. Dat bent u. U verwoordt exact de kloof in Nederland. U kunt het zich permitteren om het eigen risico naar €520 te verhogen. Voor een bouwvakker of een verpleegkundige is dat een kwart of een vijfde van het maandsalaris. U kunt dat wel betalen. U kunt dat wel. U kunt ook zelf zorg inkopen straks, geen enkel probleem, maar een wijkverpleegkundige van een vereniging gaf bij Nieuwsuur duidelijk zichtbaar aan wat er gebeurt als u op die zorg eigen bijdrages gaat heffen en als u op de huishoudelijke zorg gaat bezuinigen. Dan komen onze ouderen, die nu al in het ziekenhuis liggen omdat er niemand meer langskomt ...

De voorzitter:

Uw vraag, meneer Dijk?

De heer Jimmy Dijk (SP):

Die komen dan langer in het ziekenhuis te liggen. Daar is geen plekje voor, omdat uw kabinet, of uw partij, samen met de VVD en PvdA in Rutte II de thuiszorg bijna wegbezuinigd heeft en de bejaardenhuizen heeft gesloten. Het is het denken van welgesteld Nederland om tegen mensen in armoede te zeggen dat meer geld de problemen niet oplost.

De voorzitter:

De heer Paternotte.

De heer Jimmy Dijk (SP):

U durft het niet te halen bij de rijkste Nederlanders. U bent de kloof van Nederland.

De heer Paternotte (D66):

Het is jammer dat de heer Dijk het de hele tijd zo persoonlijk maakt. Volgens mij bereik je daar echt helemaal niks mee. Als hij zegt "u wilt de WW verkorten, terwijl er ondertussen een wachtgeldregeling is", en als hij daarmee wil zeggen "ik zou best willen praten over verkorting van de WW als we die wachtgeldregeling ook halveren", dan zeg ik: nou, laten we daarover in gesprek gaan. Maar volgens mij is dat niet wat hij hier op tafel legt. Als wij inderdaad een bijdrage vragen van Nederlanders, moeten wij dat van iedereen doen. Dat is waar ik absoluut voor sta, maar het enige wat hij doet, is heel veel problemen benoemen, waarvan ik denk: ja, die zijn er en daarom gaan wij aan de slag, om die op te lossen. Daarom willen we dingen ook veranderen met de sector. Maar je moet niet elke keer alleen maar zeggen "laat alles bij het oude", terwijl je ondertussen ziet dat daardoor de wachtlijsten langer worden en dat de zorgpremie alleen maar oploopt. Dan moet iedereen betalen, of je nou Jimmy Dijk bent of een bouwvakker.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Als je het eigen risico verhoogt, privatiseer je de zorgkosten. Dat is per definitie oneerlijk. Dan dragen de breedste schouders de zwaarste lasten niet. Wat de heer Paternotte hier probeert te doen, is doen alsof de SP de zorg niet zou willen veranderen. Als je iets wilt veranderen in de zorg, pak dan de zorgfraude aan. Daar is 10 miljard euro te behalen. Maar dat gebeurt niet. Nee, de zorg wordt weggehaald bij oude mensen. Zij mogen langer in een nat bed komen te liggen. Er wordt nog een keer bezuinigd op de gehandicaptenzorg. Al u daarheen gaat en met mensen spreekt in de gehandicaptenzorg, dan zeggen deze mensen tegen u: het kan niet. Het lukt niet. Het lukt nu al amper. We hebben meer mensen nodig. Als we het hebben over meer mensen, laten we dan een wervingscampagne starten, meneer Paternotte, die net zo stevig is als voor Defensie, met grote borden op stations: kom en blijf in de zorg werken. Weet u wat daarvoor nodig is? Meer salaris voor zorgverleners, zodat we ervoor kunnen zorgen dat jonge mensen die nu in de zorg starten, niet binnen twee jaar uitstromen. Ga met zorgverleners praten, meneer Paternotte. Ik zeg het u nogmaals: u bent de kloof.

De heer Paternotte (D66):

Ja, daar krijg je weer die persoonlijke aanval waarvan ik denk: wat bereik je daar nou mee? Zorgfraude aanpakken lijkt me terecht. Het plan is om een taskforce zorgfraude op te zetten bij de politie om ervoor te zorgen dat het vanuit de politie ook structureel gaat gebeuren. Ik geloof dat het een idee was van de heer Struijs, die aan tafel kwam bij de partijen tijdens de formatie. Dat kan inderdaad ontzettend helpen om ervoor te zorgen dat er geen misbruik wordt gemaakt van het aanbod van zorg door cowboys. Je ziet ook wat we doen op het punt van ongecontracteerde zorg, een punt dat de SP ook al langer maakt, volgens mij. Er wordt ook gekeken naar goede voorstellen van de SP. We kunnen er alleen niet omheen dat we met elkaar een hele grote opgave hebben. Laten we daar niet voor weglopen.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter, ik wil graag een persoonlijk …

De voorzitter:

Nee, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Er wordt mij verweten dat ik het heel persoonlijk maak, terwijl de heer Paternotte het uiterst persoonlijk maakt door 10 miljard op onze ouderen te gaan bezuinigen.

De voorzitter:

We beschouwen dit als een persoonlijk feit. Meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

De heer Paternotte zegt dat hij wil gaan snijden in de sociale zekerheid en de zorg omdat de wachtlijsten oplopen, zoals hij zegt. Maar om de wachtlijsten te beteugelen moet u niet snijden in de sociale zekerheid en de zorg; daarvoor moet u de oorzaak van de wachtlijsten aanpakken.

Wat heeft u de afgelopen jaren gedaan? D66 heeft in Rutte III en IV, en ook nu weer in het nieuwe kabinet, niets gedaan om de grenzen te sluiten. U heeft de grenzen open laten staan. Sinds 2015 zijn er 500.000 asielzoekers Nederland binnengekomen. Wat denkt de heer Paternotte dat er gebeurt met de wachtlijsten in de zorg? Wat denkt hij dat er gebeurt met de wachtlijsten voor woningen? Wat denkt hij dat er gebeurt met zijn eigen idee over klimaat of over stikstof? Wat voor effect heeft dat en waarom heeft hij het daar niet over? Waarom heeft hij het er niet over dat als we iets willen doen aan de wachtlijsten overal, we onze grenzen moeten sluiten en de Nederlander weer aan de beurt moeten laten komen?

De heer Paternotte (D66):

De heer Wilders heeft al heel vaak vluchtelingen de schuld van alles gegeven, ook een keer van files in Nederland, geloof ik. Nu zijn het de wachtlijsten. Files, files, misschien kwamen die ook door de vluchtelingen. Ik denk dat het goed is om weer te benoemen dat er ontzettend veel vluchtelingen zijn in Nederland die in de zorg zijn gaan werken. Van onder anderen de Syrische vluchtelingen in Nederland zijn er heel veel in de zorg gaan werken. Zij helpen juist om dat aanbod in stand te houden.

Voorzitter. Je moet wel een beetje lef hebben om dit verhaal hier te houden, als je er twee jaar lang zo'n ontzettende bende van hebt gemaakt. Ik zei het al: het enige dat u op de zorg deed, was een plan neerleggen om het eigen risico te halveren. Het is niet doorgevoerd; ik weet eigenlijk niet waarom. U heeft behoorlijk veel tijd gehad: twee jaar lang was u de grootste partij. In de tussentijd is de zorgpremie wel historisch hard gestegen, die alle Nederlanders elk jaar, ook dit jaar, gewoon betalen, terwijl de wachtlijsten inderdaad langer zijn geworden. Ja, we gaan het anders doen. Dat komt omdat we zien dat het nodig is.

De heer Wilders (PVV):

Weet u wie er hier de afgelopen tien jaar een puinhoop van heeft gemaakt? Dat is D66. U heeft niet twee jaar, maar u heeft de afgelopen tien jaar zeven jaar in een kabinet gezeten. Zeven jaar lang! U heeft de grenzen wagenwijd open laten staan. U heeft honderdduizenden vluchtelingen binnengehaald. U heeft die mensen als ze een status kregen met voorrang onze huizen gegeven. U heeft ze zorg gegeven. U heeft ze alles gegeven, waar u nu de gewone Nederlander de prijs voor laat betalen. Dat kan niet en dat mag niet. U moet bij zinnen komen. U moet zeggen: als ik daadwerkelijk wat moet doen aan het woningtekort, aan de wachtlijsten in de zorg, aan de problemen met stikstof of het klimaat, dan moeten we ervoor zorgen dat we niet ieder jaar opnieuw een stad als Deventer Nederland binnen laten komen. Een extra stad. U bouwt nieuwe steden met uw open grenzen en dat is slecht. De grenzen moeten dicht.

De heer Paternotte (D66):

Tien jaar geleden had je van de heer Wilders exact dezelfde interruptie met exact dezelfde teksten kunnen horen. Vervolgens is hij hier twee jaar lang de grootste partij geweest en komt hij met wederom exact dezelfde teksten. We gaan een aantal dingen anders doen, die te maken hebben met beperking van de instroom van asielzoekers, maar die er ook voor zorgen dat mensen sneller mee kunnen gaan doen en aan het werk kunnen, zoals ontzettend veel mensen ontzettend graag willen.

Voorzitter. Bij de wachtlijsten is het goed om het volgende te benoemen. Je kan over de zorg praten — en dat hebben we vandaag ook veel gedaan — over hoe je mensen beter maakt, hoe je mensen kan genezen in ziekenhuizen, hoe je huisartsen mensen kan laten helpen. Je kan ook aan de slag gaan om te zorgen dat we een gezondere samenleving krijgen, zodat minder mensen die zorg überhaupt nodig hebben. Denk aan ervoor zorgen dat jongeren niet beginnen met roken en de tabaksleeftijd verplaatsen naar 21, of zorgen dat er een gezonde lunch is op school — ik kijk even naar de heer Dassen — dat er schoolfruit op school is en dat er meer wordt geïnvesteerd in sport en bewegen. Dat zijn allemaal dingen die we gaan doen en die hartstikke goed zijn voor mensen. Die hadden we ook de afgelopen twee jaar kunnen gaan doen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft daarom gezegd: het akkoord dat er nu ligt, kan voor mensen leiden tot een hogere kwaliteit van leven. Dat kan ook.

De voorzitter:

Afrondend, meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Dit is weer geen begin van een antwoord. De heer Paternotte draait er wat omheen. Hij heeft het in een keer over hele andere zaken. De oorzaak van de problemen waar wij nu in zitten, is dat u tien jaar lang — niet wij de afgelopen anderhalf jaar; nee, u, zeven jaar lang en nu weer — de grenzen wagenwijd open heeft laat staan. Een asielzoeker kost €800.000 per jaar, zo is door dr. Van de Beek berekend. Weet u hoeveel het er zijn? Weet u hoeveel miljarden al die asielzoekers samen kosten? Weet u wat voor huizen we daarvoor hadden kunnen bouwen? Weet u wat we voor de zorg hadden kunnen doen qua extra salaris en zorgen dat die wachtlijsten minder worden? Weet u wat u voor uw eigen klimaat- en stikstofbeleid had kunnen doen? U laat iedere keer opnieuw honderdduizenden mensen Nederland binnen en laat de Nederlander betalen door het eigen risico te verhogen en door allerlei gekke dingen te doen. Dat moet u niet doen. Wees nou een vent en geef daar eerlijk antwoord op, in plaats van dat flauwe jij-bakken van "weer hetzelfde verhaal". Weet u waarom ik hetzelfde verhaal hou? Omdat u niets heeft geleerd van uw fouten in de afgelopen jaren. Omdat u nog steeds iedereen binnenlaat en de Nederlander daarvoor laat betalen.

De heer Paternotte (D66):

Het is natuurlijk geen €800.000. Dat is een totaal fabeltje dat de heer Wilders hier vertelt. Maar het kost inderdaad wel heel erg veel geld, en dat komt mede doordat mevrouw Faber mensen opving op cruiseschepen en in hotels die ze daarvoor moest afhuren. Wij gaan investeren in fatsoenlijke asielopvang, op een betaalbare plek, zodat mensen naar school gaan, zodat ze meteen mee gaan doen, zodat ze aan het werk gaan en kunnen bijdragen aan hun eigen asielopvang, zodat ze later niet in een uitkering zitten. Dat is wat een fatsoenlijk land doet: mensen opvangen die vluchten voor oorlog en geweld, streng zijn op de instroom, maar die mensen vervolgens wel de kans geven om mee te doen, en er niet zo'n ongelofelijke bende van maken als die we de afgelopen tijd hebben gezien.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik maak me echt zorgen over de opstelling van de heer Paternotte, eigenlijk. Op het laatste punt, over minister Faber, had hij heel erg gelijk. Maar voor de rest … Wij uiten hier allemaal zorgen over wat dit doet met de koopkracht van juist de middeninkomens. Die wuift hij weg door te zeggen: nee, maar we doen iets voor chronisch zieken en we doen iets voor de mensen die het meest in de knel zitten. Dat is precies mijn punt. Dat is wat er altijd gebeurt. Er wordt geld weggehaald bij alle werkende mensen, en vervolgens wordt er gezegd dat de aller-, allerkwetsbaarsten een regeling krijgen. Die regeling is vaak zó ingewikkeld dat het geld niet eens bij die mensen terechtkomt. Snapt de heer Paternotte dat we dát juist moeten aanpassen? Is hij ook bereid om wat fundamenteler te kijken, door bijvoorbeeld dit geld weg te halen bij vermogen of bij winsten, in plaats van bij werkende mensen?

De heer Paternotte (D66):

Ik wuif helemaal niks weg. Volgens mij heb ik net ook gezegd dat het nogal belangrijk is wat u net heeft gezegd, omdat uw partij de derde partij in deze Kamer en de grootste partij in de Eerste Kamer is. Ik vind het heel fijn dat u hier zegt: ik wil samenwerken, en ik heb bakken met kritiek, maar ik zal niet alleen maar bij die kritiek blijven. Ik wuif helemaal niks weg. Ik weet dat ik bloedserieus moet kijken naar alles wat u neerlegt. Dat is wat ik steeds zeg.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij is dat precies het punt. De heer Paternotte hoeft niet serieus naar mij of naar mijn partij te kijken. Ik wil dat u serieus kijkt naar wat er gebeurt in Nederland. Dát wuift u weg. U maakt een grapje over "ja, maar u heeft vier kinderen; dat is allemaal heel duur". Het gáát niet om mij. Het gaat niet over ons hier in deze Kamer. Het gaat over mensen in Nederland voor wie het steeds moeilijker is om de rekening te betalen, bij wie weer eenzijdig de rekening wordt neergelegd door dit kabinet. Ik wil dat u dáár serieus naar kijkt. Nogmaals heel concreet de vraag die ik stelde: bent u bereid om dit geld niet alleen weg te halen bij werkenden, maar bijvoorbeeld bij vermogen of bij grotere winsten? Is dit voor u bespreekbaar?

De heer Paternotte (D66):

Kijk naar het verleden. Alles wat we hier met elkaar bespreken, gaat over Nederland, over mensen in Nederland. Als ik het heb over uw voorstellen, dan gaat het niet over wat ik verder van u vind, maar over wat u voorstelt en wat dat betekent voor mensen in Nederland. U had het net over de vermogensbelasting. In de afgelopen vijf jaar is de box 3-belasting verhoogd, naar aanleiding van een voorstel van GroenLinks-PvdA. Dat was het amendement-Van der Lee, meen ik. Toen is die flink verhoogd. Daar hebben wij steun aan gegeven, en dat was denk ik ook rechtvaardig. Datzelfde geldt overigens voor de verhoging van het box 2-tarief naar 28,5%. De belasting voor grote bedrijven, de vennootschapsbelasting, is verhoogd van 21% naar bijna 26%. Dat zijn hele forse verhogingen van de belastingen.

Ik denk inderdaad dat er ook een grens zit aan hoeveel belastingverhoging je bijvoorbeeld bij bedrijven kunt neerleggen als je ondertussen ook een bloeiende economie wil. Maar het laat zien dat u in het verleden, ook toen u niet in een coalitie zat, erin geslaagd bent om dingen aan te passen, om dingen voor elkaar te krijgen. Ik kan ook het energieplafond noemen. Dat is knap werk geweest. Volgens mij zullen we er niet aan ontkomen om op zo'n manier met elkaar samen te werken. Ik ga u vandaag niet beloven dat ik hoe dan ook ga steunen wat het dan ook moge zijn dat u voorstelt, maar als ik zeg "ik zal er serieus naar kijken", dan zeg ik dat omdat ik snap dat het nodig is om meerderheden te halen en dat het ook goed kan zijn voor Nederland om plannen beter te maken.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dan gaan we dat doen. We gaan proberen om die plannen beter te maken en ervoor te zorgen dat de rekening niet eenzijdig bij de mensen wordt neergelegd. Ik vind het mooi hoe de heer Paternotte het bijna met hartstocht opneemt voor grote bedrijven en zegt "er is een grens aan hoeveel belasting je kan heffen over de winsten die deze bedrijven maken". We hebben het hier over miljardenwinsten. Er is een grens voordat ze weggaan, voordat ze hier last van krijgen. Maar is er in uw ogen ook een grens aan de belasting die we kunnen heffen bij gewone mensen? Dat is waar mijn fractie zich zorgen over maakt. Ook bij hen is er een grens ...

De heer Paternotte (D66):

Zeker.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

... en die grens wordt zo langzamerhand bereikt. We moeten ervoor zorgen dat deze mensen gewoon normaal worden behandeld door de politiek. Dat is cruciaal voor het vertrouwen. Ik hoor u goed. Hier gaan we de komende tijd zaken op doen. Wat mij betreft gaan we niet wachten tot augustus, maar gaan we hier sneller stappen op zetten, zodat we zekerheid geven aan Nederland.

De heer Paternotte (D66):

Ja, daar is zeker ook een grens aan. Alleen moeten we er in de politiek ook mee stoppen om mensen en bedrijven tegenover elkaar te zetten. Ik vond de verhoging van de tarieven voor bedrijven toen terecht. Ik heb er zelf over zitten meeonderhandelen, ook omdat de energietarieven hartstikke hard stegen en we mensen moesten gaan helpen. Maar ik zie ook dat er hele grote bedrijven zijn die bijvoorbeeld investeringen in de Rotterdamse haven nu niet doen, omdat ze geen stroom kunnen krijgen. Dat betekent dat er ook minder bij komt in de Nederlandse economie. In bedrijven werken mensen. Bedrijven kunnen winsten maken die ze investeren in onderzoek. Bedrijven zijn ook hartstikke belangrijk voor de Nederlandse economie. Zorgen dat werken loont, is hartstikke belangrijk voor de Nederlandse economie. Dat zijn niet dingen die tegenover elkaar staan, maar dingen die allebei heel hard nodig zijn.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik wil even terug naar migratie met de heer Paternotte, als het mag. In de campagne heeft D66 eigenlijk gezegd, en ik denk ook dat dat een deel van het verkiezingssucces was: ook wij willen wat doen aan migratie; ook wij maken ons daar zorgen over. U heeft ook beloofd tien steden te bouwen. Die belofte heeft u laten varen.

De heer Paternotte (D66):

Nee.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Maar ik zie ze niet gebouwd worden in dit ...

De heer Paternotte (D66):

Nee, ze zijn nog niet gebouwd.

De voorzitter:

De heer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dat is een goeie, maar ik vrees voor de heer Paternotte en dit kabinet dat ook de belofte om aan migratiebeperking te doen, gaat falen. En waarom? Dit kabinet zet heel erg in op dat Migratiepact. Nu keek ik vorige week naar een onverdachte bron, een uitzending van Nieuwsuur, en daarin kwam meneer Knaus aan het woord.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

De heer Knaus zegt dat het Migratiepact, waar jarenlang over onderhandeld is en waar dit kabinet op inzet omdat het de migratie zou beperken, een totale mislukking gaat worden. Ik wil graag aan de heer Paternotte vragen wat hij daarvan vindt en wat hij gaat doen als dat Migratiepact niet gaat werken. Wat gaat de heer Paternotte dan doen om de migratie toch te beperken?

De heer Paternotte (D66):

Ik heb de uitzending van Nieuwsuur niet gezien en kan er dus niet direct op ingaan, maar ik zie dat we echt ontzettend veel doen. Wij nemen een heel uitgebreide lijst van maatregelen. Dat gaat bijvoorbeeld om een simpelere asielprocedure, om strenger kijken naar eenzelfde asielaanvraag; ook krijgen kansarme asielzoekers niet langer automatisch rechtsbijstand. Dat zijn dingen die wij als D66 niet zelf hebben bedacht. Het gaat om investeren in fatsoenlijke asielopvang. En ik denk dat dat kan.

Ik denk dat het Migratiepact in elk geval een goede kans biedt om het met Europa een keer samen goed te gaan doen. Er zijn genoeg landen die nu al zeggen dat ze daar niet aan meewerken, dus ja, ik maak mij ook wel zorgen, maar ik denk wel dat het echt een kans is die wij met beide handen moeten aangrijpen, want wij als Nederland hebben ontzettend veel belang bij een sterkere Europese Unie met een gezamenlijk asielbeleid. Dan heb je aan de buitengrenzen opvangcentra, zodat mensen daar stoppen en daar de asielprocedure kunnen doorlopen en niet doorreizen naar Nederland of gaan shoppen in verschillende landen. Om dat laatste tegen te gaan, staan er ook allerlei maatregelen in. Ik ben daar dus heel optimistisch over. We hebben ook een minister die afgelopen maandag al heeft gezegd: ik wil de saaiste minister op asiel ooit worden, maar ik wil er wel voor zorgen dat de keten echt op orde komt, zodat mensen over een paar jaar de zorg die u hier adresseert, niet meer hebben. Ik heb daar veel vertrouwen in.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

De heer Paternotte doet nu precies wat die Europese expert, die trouwens de Turkijedeal heeft gemaakt, zegt dat er gebeurt. Hij zegt, en ik citeer hem letterlijk: "Publiekelijk noemen ze" — dat zijn dus de ministers, de belangrijke mensen die met dat pact bezig zijn — "dat pact een doorbraak, maar als ik dan zeg dat het een mislukking wordt, beamen ze dat in privé". Dat is precies wat de heer Paternotte nu doet.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Hij geeft hoog op ... Eén ogenblik. Het is mijn eerste interruptie. Hij geeft hoog op over dat pact en zegt dat dat gaat werken, maar het gaat dus niet werken. Ik wil graag toch een concreter antwoord, want wat meneer Paternotte net zei, zorgt niet voor een reductie van het aantal migranten, in de marge. Wij zoeken enorme reducties. Hoe gaat de heer Paternotte dat doen als het pact blijkt te falen?

De heer Paternotte (D66):

Ik heb er echt meer vertrouwen in dan één iemand — het is ongetwijfeld een expert — die dat heeft genoemd. Ik denk ook dat we daar vol in moeten investeren. Daarom staat in het akkoord ook dat we gaan bijdragen aan de opvang aan de Europese buitengrenzen, zodat het menswaardige opvang is. Ik zie dat we ook andere dingen doen, bijvoorbeeld zorgen dat we veel beter gaan samenwerken met Duitsland en België. Er waren dingen in Duitsland en België waarvan een van de andere partijen zei: dat willen wij graag doen. Wat wij bijvoorbeeld heel goed vinden, is dat in Duitsland asielzoekers veel sneller aan het werk gaan. Dat zouden we graag van hen overnemen, maar daar zijn natuurlijk ook afspraken over gemaakt. Op die manier zorg je ervoor dat we niet alleen in Europa maar ook met onze buurlanden beter samenwerken. Dan hebben we ook nog een hele trits nationale maatregelen. Ik denk dus dat we het alle drie doen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Mocht dat nou allemaal niet werken, is de heer Paternotte dan bereid om het coalitieakkoord open te breken en de minister van Asiel en Migratie naar Europa te sturen, en is hij ook in Nederland voor nog strengere maatregelen? Is de heer Paternotte bereid het coalitieakkoord op dit punt open te breken, mocht dat nodig zijn?

De heer Paternotte (D66):

Ik zou zeggen: laten we beginnen met inderdaad de minister op pad sturen om er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat het Europese asielbeleid gaat werken. Je hoort namelijk overal, ook van veel deskundigen, dat het een unieke kans is om voor elkaar te krijgen dat niet meer elk Europees land zijn eigen ding doet en dat niet, zoals Duitsland nu af en toe doet, mensen in dorpen in Limburg achtergelaten worden — dat noem je dan een "koude overdracht" — waardoor ze ineens midden in de nacht door Nederland rondwandelen. Laten we eens een keer fatsoenlijk gaan samenwerken, want dat kan prima. Dit is ook een tijd waarin iedereen in Europa heel goed beseft waarom dat keihard nodig is.

De voorzitter:

U begint uw termijn.

De heer Paternotte (D66):

Ik denk dat ik eigenlijk alles wel behandeld heb.

De voorzitter:

Ja? Dank u wel, meneer Paternotte. Ik schors voor de lunch. En ik denk dat ik namens velen spreek als ik zeg: niet alleen voor de lunch. Ooh! Ik zie allemaal mensen naar de interruptiemicrofoon komen.

De heer Paternotte (D66):

U mag ook best eerst even schorsen voor de lunch. Dan kom ik daarna met alle plezier weer terug.

De voorzitter:

Nee, we maken het gewoon even netjes af. Ik zou de leden willen verzoeken om, als er nog behoefte is aan interrupties, nu wel bij de interruptiemicrofoon te komen staan, zodat we een beetje een beeld hebben en kunnen inschatten hoe het speelveld erbij ligt. Ik geef als eerste het woord aan de heer Dassen en ik verzoek om rust in de zaal. Meneer Dassen, uw interruptie.

De heer Dassen (Volt):

Een van de tegenvallers van de afgelopen dagen was natuurlijk de internationale weerbaarheid, waaruit blijkt dat zelfs de kleine plus die dit kabinet en deze coalitie op ontwikkelingssamenwerking wilden, volledig naar asielopvang in Nederland gaat. Ik vind dat zeer kwalijk. De afgelopen jaren hebben we gezien dat er onder PVV-beleid een enorme kaalslag heeft plaatsgevonden op die internationale weerbaarheid. Daar doet deze coalitie eigenlijk amper iets aan. De kleine plus die beloofd was, en waarvan ook gezegd werd dat we weer extra gaan investeren, wordt volledig naar asielopvang in Nederland …

De voorzitter:

Uw vraag.

De heer Dassen (Volt):

Kan de heer Paternotte mij aangeven of dit veranderd kan worden, omdat we juist in deze turbulente tijd ook op die internationale weerbaarheid moeten inzetten?

De heer Paternotte (D66):

Dat geld is gewoon structureel extra geld voor ontwikkelingssamenwerking. Inderdaad, we hebben de asielopvang nog met elkaar op orde te krijgen. Ik noemde net al de cruiseschepen, de hotels en andere extreem dure crisisnoodopvang. We willen zorgen dat de eerstejaarsasielopvang op dat enorme prijsniveau niet meer nodig is. We willen dat ook in Europa gaan doen, waar we het gelukkig met elkaar natuurlijk hartstikke over eens zijn. Maar dat geld is structureel beschikbaar voor een investering in ontwikkelingssamenwerking. Kijk, na alles wat het vorige kabinet heeft gedaan, weet ik ook dat het niet het volledige bedrag is, maar in een tijd waarin bijna alle landen in Europa aan het bezuinigen zijn op ontwikkelingssamenwerking, ben ik blij dat wij dat niet doen en dat er zelfs een plus structureel in de boeken staat.

De heer Dassen (Volt):

Dit is toch wel moeilijk te verkopen. Er is de afgelopen jaren enorm veel bezuinigd. We zitten heel ver af van de 0,7%. Je ziet wat er wereldwijd gebeurt met het terugtrekken van de Verenigde Staten op het internationale toneel: dat gat wordt graag gevuld door China en Rusland. Ik heb de heer Paternotte toch ook vaak horen zeggen dat we, juist als we een stabiele wereld en een stabiele omgeving van Europa willen hebben, hierin moeten investeren.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Dassen (Volt):

Dan kan de heer Paternotte hier niet gaan verkopen dat dit voldoende is voor de komende jaren en ook niet dat dit weer in Nederland geïnvesteerd wordt, waardoor de plus eigenlijk amper besteed gaat worden aan vrouwenrechten, klimaatfinanciering en onderwijs wereldwijd. Mijn vraag aan de heer Paternotte is: kunnen we stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat we deze plus kunnen verhogen, zodat we daadwerkelijk in die internationale weerbaarheid gaan investeren?

De heer Paternotte (D66):

We bezuinigen niet op ontwikkelingssamenwerking. Er komt structureel geld bij. Dat moet de heer Dassen ook gewoon in de plaat zien. Ik ben het met u eens dat het geen compensatie is voor de bezuiniging die het vorige kabinet heeft geleverd. Ik denk dat het wel hartstikke belangrijk is, juist om de redenen die u aangeeft en om alles wat China, Rusland en Afrika doen. Er komt binnenkort een nieuw meerjarig financieel kader in Europa. Ik zou het hartstikke goed vinden als we ervoor zorgen dat er Europees, dus gezamenlijk, meer geïnvesteerd wordt in ontwikkelingssamenwerking. We zien dat Amerika zich terugtrekt. We zien dat China, met het Belt and Road Initiative, overal plekken aan het opbouwen is, snelwegen bouwt, havens opkoopt en de voetafdruk in de wereld vergroot. Dat moet Europa ook gaan doen. Dat ziet u ook in het akkoord terug. Volgens mij kunnen we daarop samenwerken.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Er is gigantisch bezuinigd. Het aandeel van het bbp zal ook lager zijn. Ten derde wordt er ook nog eens, voor de eerste keer, geld dat naar Oekraïne gaat uit het ODA-budget gehaald, terwijl we altijd als Kamer hebben gezegd: dat moeten we niet willen. Mijn vraag aan de heer Paternotte is dus: kunnen we in ieder geval daarvan zeggen dat we dat niet gaan doen en dat we dat, net als alle andere keren, uit de staatsschuld halen? Het is zo kwalijk dat juist die internationale weerbaarheid … We investeren terecht heel veel in defensie, maar doen dat niet als het gaat om vrede of om armoedebestrijding. Dat zijn juist de grote aanjagers van conflicten en van migratiestromen, waar dit kabinet ook zo graag wat aan wil doen.

De heer Paternotte (D66):

Ik vind ontwikkelingssamenwerking ontzettend belangrijk. Dat is waarom er nu structureel een kwart miljard extra in de boeken staat. Dat geldt niet alleen voor mij, maar dat geldt uiteraard gewoon voor mijn partij. Voor Oekraïne geldt hetzelfde. We hebben dat geld nodig om ervoor te zorgen dat de Oekraïners hun strijd voor vrijheid, de vrijheid van henzelf, maar ook die van de rest van Europa, kunnen doorzetten. Ik hoor u net ook zeggen: kunnen we dat dan uit de staatsschuld halen? Ik sta hier nu al een tijdje en we hebben heel veel terechte vragen gehoord over zorgen die er zijn in het land en die moeten we bloedserieus nemen. Ik heb echter, behalve de taskforce voor de aanpak van zorgfraude, nog geen voorstellen gehoord voor een precieze, concrete maatregel die ervoor kan zorgen dat we geld besparen of die geld oplevert, waardoor we dat op een andere manier kunnen investeren. Alles zal natuurlijk uiteindelijk wel betaald moeten worden. Dat geldt ook voor die staatsschuld. We hebben inderdaad een lage staatsschuld in Nederland. Dat is ook wel fijn. Vergeleken met België of Frankrijk hebben we diepe zakken waar we uit kunnen putten om mensen te helpen als het nodig is, zoals bij een coronapandemie of een energiecrisis.

De heer Van Baarle (DENK):

Premier Jetten, en volgens mij ook de heer Paternotte zelf, hebben voor de verkiezingen meegedemonstreerd tijdens de Rode Lijndemonstraties om op te komen voor de rechten van de Palestijnen. Ontzettend veel van die mensen die meedemonstreerden en die op willen komen voor de rechten van de Palestijnen zijn echt enorm teleurgesteld in dit coalitieakkoord en in het nieuwe kabinet. We zien niet dat Palestina per direct erkend wordt. We zien niet dat er eindelijk harde sancties komen tegen Netanyahu, tegen Israël. We zien niet een totaal en permanent wapenembargo. We zien geen economische sancties tegen Israël. Ik vraag aan de heer Paternotte waarom hij al die mensen op deze manier teleurstelt.

De heer Paternotte (D66):

We zien dat de sancties gewoon worden doorgezet, bijvoorbeeld die tegen de illegale nederzetting, maar ook de beperking op wapenexport. We zien dat Nederland de samenwerking met de Verenigde Naties weer gaat herstellen. Dat is essentieel, want dat is de VN-organisatie die voor ongelofelijk veel Palestijnse vluchtelingen hulp en zorg biedt, zodat ze überhaupt kunnen overleven. We hebben ook afgesproken dat we af willen van de import van wapens buiten de NAVO-landen, zoals Israël. Dat willen we gaan afbouwen. Dat zijn heel concrete stappen.

Dan de erkenning van de Palestijnse Staat. Ik had dat graag in het akkoord gehad. Dat zeg ik u ook eerlijk, want ik ben ervoor. Wat mij betreft kunnen we dat vandaag nog doen, net zoals bijvoorbeeld Frankrijk en Engeland dat hebben gedaan. Maar we zijn drie partijen die hier drie verschillende standpunten over hebben. De VVD zegt: je zou dat pas moeten doen aan het eind van een vredesproces dat leidt tot een levensvatbare Palestijnse Staat. Het CDA zegt: je zou dat kunnen doen, maar dan moet er worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Wat mij betreft zou het nu kunnen. Daar kwamen we niet uit. Dan vraag ik me ook af: je kunt er heel erg lang over doorgaan met elkaar, maar wat is daar de meerwaarde van als je 66 zetels hebt? Moet je dan niet zeggen: we hebben alle drie een duidelijk standpunt en dat dragen we uit? Dat blijven we uitdragen. Dat zal ik blijven uitdragen. Dat zullen mijn collega's blijven uitdragen. Laat de Tweede Kamer ook aangeven wat zij daarvan vindt. We zijn met 150 mensen de gekozen volksvertegenwoordiging, en niet met 66 mensen.

De heer Van Baarle (DENK):

Wat ik daarop te zeggen heb, is dat D66 voor de verkiezingen zij aan zij stond met veel mensen om te zeggen dat die Palestijnse Staat per direct erkend moet worden, en dat er nu gewoon niet wordt geleverd. Er werd gezegd dat Netanyahu een oorlogsmisdadiger zou zijn en dat Israël een genocide pleegt; die woorden werden ingeslikt. Er werd gezegd dat er sancties moesten komen tegen Netanyahu, maar daar zien we helemaal niks van terug.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Van Baarle (DENK):

Het is toch erg als D66 nu zegt dat ze dat in de onderhandelingen niet konden regelen? D66 had hierop door moeten drukken. D66 had dit als minimale ondergrens moeten neerleggen en had niet moeten accepteren dat het kabinet gewoon doorgaat met het kopen van wapens van Netanyahu en het bevorderen van economische handel met Israël.

De heer Paternotte (D66):

Als Netanyahu in het Koninkrijk der Nederlanden komt, wordt hij gearresteerd, want er loopt een arrestatiebevel tegen hem van het Internationaal Strafhof hier in Den Haag. Ik ben voor erkenning van de Palestijnse Staat. Mijn fractie is daarvoor om heel veel redenen, maar ook omdat het heel belangrijk is om de Palestijnen, die zo onderdrukt zijn de afgelopen jaren ... We hebben gezien dat er in Gaza, na die verschrikkelijke terreuraanslag van Hamas, zo ongelofelijk veel onschuldige slachtoffers zijn gemaakt. Het is belangrijk om hen wat toekomstperspectief te geven, de hoop dat de wereld hen weer ziet. Daarom ben ik ervoor, maar er is geen Kamermeerderheid voor. Je kunt mij dat dan verwijten. Je kunt ook zeggen: ik wil graag met Paternotte en anderen samenwerken om te zorgen dat er wél een Kamermeerderheid komt voor de erkenning van de Palestijnse Staat.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):

Er is ook geen Kamermeerderheid om de armoede in Nederland te laten toenemen. Dat doet D66 wél. Er is ook geen Kamermeerderheid voor een verhoging van het eigen risico naar €520. Dat doet D66 wél. D66 is de grootste politieke partij in deze coalitie en levert de premier. We zien dat deze regering Palestina niet erkent, geen keiharde sancties tegen Netanyahu treft, doorgaat met het kopen van wapens van Israël, met het leveren van wapens aan Israël en de handel met een genocidestaat blijft bevorderen. De woorden "genocide" en "oorlogsmisdaden" worden niet eens genoemd in het akkoord.

De voorzitter:

Uw vraag, meneer Van Baarle?

De heer Van Baarle (DENK):

Dat is dan gewoon slappe hap. Ik vind dat D66 zich daarvoor moet schamen.

De heer Paternotte (D66):

De heer Van Baarle luistert gewoon niet eens. Ik zeg hier net dat wij de import van wapens buiten de NAVO, bijvoorbeeld vanuit Israël, willen afbouwen. Waarom? Omdat we niet willen dat de import van wapens die wij nodig hebben tegen ons gebruikt kan worden en dat we daarmee gechanteerd kunnen worden. Daarom doen we dat. Sancties worden doorgezet. U heeft het over wapenexport. Het vorige kabinet, nota bene het kabinet-Schoof, heeft allerlei beperkingen opgelegd aan de wapenexport. Die gaan helemaal niet van tafel.

Gisteren, of eergisteren, was Artsen zonder Grenzen op bezoek bij de nieuwe minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ze zeiden dat ze heel hoopvol waren over dat gesprek, omdat ze eindelijk een kabinet zien dat er oog voor heeft dat het schandalig is. Het is schandalig dat hulporganisaties verboden dreigen te worden en dat Artsen zonder Grenzen en Oxfam Novib niet eens meer de Gazastrook in mogen om mensen te helpen, waardoor er nog meer onschuldige slachtoffers dreigen te vallen. U kunt dat ontkennen, maar dat zijn hele concrete en duidelijke veranderingen in de goede richting. Dat is heel hard nodig, want Nederland moet een land zijn dat opkomt voor mensenrechten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

We kennen de positie van D66 en zeker die van de heer Paternotte zelf. We hebben zij aan zij gestaan in het aanspreken van het vorige kabinet op het structurele onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan, tegen de internationale rechtsorde in. Dat zou dus geen onderdeel van de onderhandelingen moeten zijn. Dat is iets waar we sowieso voor moeten staan. Dan wil ik de heer Paternotte nu toch herinneren aan de woorden die de lijsttrekker van D66 in de verkiezingscampagne terecht uitsprak in de richting van mevrouw Yeşilgöz: "Dit is het thema waar ik u het meest geradicaliseerd vind". Hij noemde allemaal argumenten om te staan voor rechtvaardigheid voor de Palestijnen. Mevrouw Yeşilgöz had alleen maar smoesjes.

De voorzitter:

Uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Hij sloot af met de woorden: "Wat het vredesproces niet helpt, is als er straks niks meer is om te erkennen." Nou is D66 in een kabinet gaan zitten met de VVD en heeft het geaccepteerd dat deelname van GroenLinks-Partij van de Arbeid niet meer aan de orde was. Nu zegt de heer Paternotte tegen de Kamer: ja, maar ja, we hebben 66 zetels en er was geen meerderheid voor ons standpunt.

De voorzitter:

Uw vraag, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan gebruik je de Palestijnen als wisselgeld en gooi je al je principes over de internationale rechtsorde over boord.

De heer Paternotte (D66):

Nee, dat is onzin, want ik draag die principes hier gewoon concreet uit. Het is volgens mij helemaal niet gek dat je zegt dat je wilt dat er een meerderheid in de Tweede Kamer is die zegt: we gaan een bepaalde staat erkennen. Volgens mij hebben we dat nog nooit in de geschiedenis van Nederland op basis van steun van een minderheid gedaan. Ik noemde daarbij een meningsverschil met de VVD. U gaf net een nogal harde recensie van mevrouw Yeşilgöz. Wat ik tijdens de onderhandelingen heb gemerkt, is dat we elkaar wel degelijk kunnen vinden in het staan voor de internationale rechtsorde. U leest ook in het akkoord dat Nederland zich conformeert aan uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, waar nu inderdaad een genocidezaak loopt, en het Internationaal Strafhof, dat een arrestatiebevel tegen de Israëlische premier heeft uitgevaardigd. Dat is géén discussie geweest in de onderhandelingen. Daar staan we allebei voor. Ik denk dus dat het goed is dat we na zo'n verkiezingscampagne niet proberen de verschillen nog veel groter te maken, maar dat we samen aan de slag gaan om ervoor te zorgen dat we in Nederland een positieve bijdrage leveren aan mensenrechten, zodat er niet nog meer onschuldige slachtoffers vallen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik vond het wel mooi dat de heer Paternotte zei dat ík een nogal stevige recensie gaf van mevrouw Yeşilgöz. Dat was de heer Jetten. Ik was het met hem eens. Hij zei tijdens een verkiezingsdebat tegen mevrouw Yeşilgöz: dit is het thema waarop ik u misschien wel het meest geradicaliseerd vind. Waarom zei hij dat? Omdat de internationale rechtsorde ons al heel erg lang verplicht om in actie te komen tegen de illegale bezetting op de Westbank en zeker tegen de genocide die er plaatsvindt. Dat is in ieder geval mijn interpretatie.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat zou dus geen onderwerp van de onderhandelingen moeten zijn. Je staat voor de internationale rechtsorde of niet. Maar als je daar niet voor staat, heb je geen enkele plek in dat vak, in vak K. Dat zou dus niet afhankelijk moeten zijn van de wensen van de Tweede Kamer op dit moment. Een kabinet en een coalitiepartner die het kabinet schraagt, moet de Kamer ervan overtuigen dat we ons gewoon aan de internationale rechtsorde gaan houden — punt!

De heer Paternotte (D66):

Dat ben ik volgens mij met u eens. Ik zei het net overigens omdat u in de afgelopen tijd zelf best vaak een vrij stevige recensie over mevrouw Yeşilgöz heeft gegeven. Ik denk dat het heel positief is dat staan voor de internationale rechtsorde geen discussiepunt was bij onderhandelingen. Het is heel positief dat we met elkaar opschrijven: Nederland houdt zich aan uitspraken van het Internationaal Gerechtshof hier in Den Haag, of van het Internationaal Strafhof, dat zoals ik net zei een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd. Het is belangrijk dat we ons daaraan houden, omdat je alleen maar de stad kan zijn die opkomt voor vrede, recht en mensenrechten als je daarin ook zelf geloofwaardig bent. Ik heb er echt alle vertrouwen in dat er in de coalitie op dat punt geen licht zit tussen ons, het CDA en de VVD.

Ondertussen zorgen we ervoor dat we dingen doen die echt een verschil kunnen maken voor de Palestijnen, bijvoorbeeld door de samenwerking met de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, UNRWA, weer te herstellen. Het budget dreigde af te lopen naar bijna niks, terwijl niet alleen zij, maar ook andere hulorganisaties zeggen dat het juist de VN zijn die we nodig hebben om ervoor te zorgen dat je mensen daar in leven kunt houden. Het is de enige organisatie die de infrastructuur en de mensen heeft. Dat gaan we onder andere doen. Sancties gaan we doorzetten. Laten we er met elkaar wel recht aan doen dat er hier een duidelijke koersverandering is en dat we daar in de Tweede Kamer nog heel veel debatten over zullen voeren. U zult mij en mijn collega's dan glashelder horen uitdragen dat wij vinden dat er natuurlijk bestaansrecht is voor Israël, maar dat er ook bestaansrecht moet zijn voor een onafhankelijke Palestijnse staat en dat we die wat ons betreft kunnen gaan erkennen.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit is heel fundamenteel. Het is niet zo dat de Palestijnen nog wel even kunnen wachten op de paar stapjes die Nederland de goede kant op zet. De situatie is verslechterd en die was al decennialang verschrikkelijk voor de Palestijnen. De genocide is eroverheen gekomen. Er is een zogenaamd bestand, maar sindsdien zijn er weer 600 Palestijnen vermoord. De annexatie van de Westbank en het geweld gaat met de dag door. Dan moet je dus niet zeggen dat je in elk geval wat meer stapjes zet dan het vorige kabinet, maar dan moet je staan voor de rechtvaardigheid die de Palestijnen van Nederland eindelijk mogen verwachten. Aan de bak! De eisen van de Rode Lijndemonstratie, waar D66 in meeliep — dat vond ik goed — vinden we niet terug in het coalitieakkoord. Dat had toch wel het minimale moeten zijn. Schrijf het helder op!

De heer Paternotte (D66):

Een deel vindt u dus wel degelijk terug, zoals ik net al heb gezegd. We staan inderdaad aan de lat om daarin verschil te maken. Tegelijkertijd, als Israël een verbod oplegt aan hulporganisaties, kunnen wij straks niet militair ingrijpen om ervoor zorgen dat die alsnog de Gazastrook in komen. We kunnen ook niet doen alsof wij hier in het Nederlandse parlement de ellende daar in één keer kunnen oplossen. Dat zou ik heel graag willen, want het leed is daar verschrikkelijk, maar zo werkt het niet. We kunnen wel doen wat mogelijk is. U heeft het net terecht gehad over de uitbreiding van illegale nederzettingen en het geweld dat daar plaatsvindt. Palestijnen worden uit hun huizen verdreven. Dat is waarom het handelsembargo voor de illegale nederzettingen gewoon wordt doorgezet. Daarmee zetten we als Nederland, als een van de weinige Europese landen, in ieder geval de stap om die sancties op te leggen. Ik hoop natuurlijk dat hoe meer landen dat doen en hoe meer druk er op die manier georganiseerd wordt, hoe eerder er ook een verandering gaat komen en dat Israëliërs een andere regering krijgen die een andere koers gaat varen, zoals heel veel van hen ook willen. Dat zou heel hard nodig zijn.

De voorzitter:

Mevrouw Bikker, de heer Dijk en de heer Klaver mogen nog interrumperen. Daarna gaan we schorsen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

U moet weten dat ik eigenlijk best heb uitgekeken naar dit debat. Eindelijk weer aan de slag, focussen op de inhoud en doorbraken voor elkaar krijgen voor mensen thuis: daar heb ik zin in. Ik heb ook een aantal kritiekpunten. Laat ik er al een paar meegeven; een aantal heb ik al meegegeven. Ik verwacht dan ook een reactie van een coalitie, en van de fractievoorzitter van de grootste partij, dat er een stapje wordt gezet. Eerlijk gezegd is dat, al luisterend naar zo'n beetje het eind van het betoog van collega Paternotte, wel een reactie die ik vooral herken van meerderheidscoalities, namelijk: het is mooi dat u uw zorgen op tafel legt, maar u moet er ook een dekking bij leveren en we kunnen alleen verder praten als ik het daarmee eens ben.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Klopt dat?

De heer Paternotte (D66):

Ik heb geprobeerd het niet zo te zeggen, want dat klinkt inderdaad heel erg als iets klassieks en zoals we hier heel vaak met elkaar hebben gewisseld.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Maar het is wel nu mijn ervaring. Of het nu gaat om de middenklasse, waarover ik zeg dat ik me grote zorgen maak over hoe de stapeling zal uitpakken voor hardwerkende mensen en mensen die bijvoorbeeld plotseling een zieke thuis hebben, om de AOW, waarover een groot deel van de oppositie in het vorige debat aangaf dat die verlenging niet op deze manier gedaan moet worden — ik heb collega Paternotte er nog niet op horen terugkomen — of om de gehandicaptenzorg: bij alles wordt op zijn best voorgesteld om een proces te maken en dat we het er dan in augustus over gaan hebben, zo is mijn gevoel nu. Is dat wat u voorstelt? Ik verwacht ergens wel ... We hebben al genoeg debatten gehad met een uitgestoken hand van een premier in een meerderheidskabinet. Ik hoor net premier Jetten zeggen "wij gaan voor samenwerking", maar wat betekent die samenwerking vanaf vandaag voor deze minderheidscoalitie?

De heer Paternotte (D66):

U zei net al: aan de slag. De bewindspersonen zitten er nu twee dagen. Ze weten misschien net hoe de telefoons op hun bureaus werken. Dat is blijkbaar op orde, begrijp ik. Ze zijn nog maar twee dagen bezig. Ze moeten vooral aan de slag. Wat betekent het? Ik wil niet zeggen — daarom heb ik het volgens mij ook niet letterlijk gezegd — dat u eerst maar met een dekking moet komen als u iets heeft. Ik vind dat er veel respect nodig zal zijn. Respect is inderdaad noodzakelijk, want we hebben 66 zetels.

Tegelijkertijd is het voorstel over de AOW uiteindelijk bedoeld om 3,3 miljard euro te besparen en daarmee de AOW houdbaar te maken. Ik denk dat we allebei het probleem zien van de dubbele vergrijzing in Nederland en dat we het superbelangrijk vinden dat deze sociale voorziening blijft. Als iedereen zegt "dat wil ik niet" ... Oké, dat kan. Maar of ik er nou om vraag of de Tweede Kamer, uiteindelijk zal het ergens van betaald moeten worden. Dan is het ook niet gek dat ik zeg superbenieuwd te zijn naar uw alternatieven. Ik zal daar nog veel beter naar moeten luisteren dan in het verleden, toen we samen in een coalitie zaten, simpelweg omdat het noodzakelijk is en ook omdat ik er oprecht benieuwd naar ben. Ik gaf net voorbeelden aan de heer Klaver. Er zijn zat voorbeelden waarin de oppositie het beleid veel beter heeft gemaakt. Uiteindelijk staan we niet met 66 zetels maar met z'n allen voor de taak om Nederland te besturen. Anders kunnen deze mensen niks voor elkaar krijgen en wij allemaal ook niet. Dit is een kans om een nieuwe politieke cultuur met elkaar te bouwen.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Sterker nog, als de oppositie in meerderheid zou zeggen "wij willen die maatregel niet", dan heeft collega Paternotte alsnog een gat in de begroting, naast het gat in zijn coalitie dat hij standaard al heeft. Als ik op een aantal punten indringend aangeef "dit moet echt anders", dan stelt het mij onvoldoende gerust als ik alleen te horen krijg: we gaan het erover hebben. Want ja, ik kan met iedereen eindeloos theedrinken, tot heel ver in het leven, maar daar gaat het niet om. We willen hier dingen voor elkaar krijgen. We willen aan de slag. Ook voor de mensen die werken in de gehandicaptenzorg of gewoon voor de gemiddelde Nederlander die op dit moment hard aan het werk is, die helemaal niet naar dit debat zit te kijken en die z'n bammetjes waarschijnlijk allang op heeft, moeten er hier resultaten worden geboekt. Ik had gehoopt dat we die stap in dit debat al iets verder zouden kunnen zetten. Wat kan collega Paternotte op dat punt doen zodat we straks niet alleen een gat in de coalitie hebben, maar vooral een stevige begroting en een coalitie die meerderheden in de Kamer heeft om dingen voor elkaar te krijgen?

De heer Paternotte (D66):

Ik vind dat de armoede in Nederland moet dalen, en niet moet stijgen. Dat is ook de opdracht die ik graag aan dit kabinet wil meegeven en een verwachting die ik heel duidelijk uitspreek. U, zeg ik via de voorzitter, zei net inderdaad dat er alsnog een gat in de begroting zit als niemand het steunt. Dat klopt. Dat is inderdaad zo. Maar ik denk ook dat we dat dan allebei niet moeten willen. Dat is ook waarom het geen loze woorden zijn of kúnnen zijn dat we dat gesprek aan willen gaan en dat we hartstikke goed naar alternatieven gaan kijken. Dus ja, u kunt zeggen dat u hier te weinig beweging ziet. Het is inderdaad niet zo dat ik zeg dat ik nog eens over het gesloten coalitieakkoord heb nagedacht en dat ik vind dat daar eigenlijk hele slechte voorstellen in staan. Dat is zeker niet zo. Maar ik ben er zeker van overtuigd dat, als wij het met elkaar op een inhoudelijke manier gaan aanpakken, we het voor mensen in Nederland beter kunnen maken en dat er misschien ook wel betere voorstelen op tafel komen. Die heb ik zeker. Die heb ik in het verleden ook gezien.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Hoe betrouwbaar vindt de heer Paternotte dat het landsbestuur moet zijn?

De heer Paternotte (D66):

Heel betrouwbaar.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik stel die vraag omdat wij gisteren een bijeenkomst hadden met werkgevers, werknemers en de voorzitter van de SER. De voorzitter van de SER zei: als je een afspraak maakt, is het erg belangrijk dat iedereen zich daaraan houdt en die afspraak op waarde schat. Vervolgens zeiden de vakbonden: afspraak is afspraak. Vervolgens zeiden de werkgevers dat ook voor hen geldt: afspraak is afspraak. Het ging hierbij over de AOW-leeftijd. Dat is een afspraak die ons landsbestuur ook heeft gemaakt met al die mensen in Nederland, namelijk de afspraak dat ze op tijd kunnen stoppen met werken. Dus mijn vraag aan de heer Paternotte is: hoe betrouwbaar bent u?

De heer Paternotte (D66):

Volgens mij was dat ook een afspraak waar u tegen was. Maar het klopt dat er zeven jaar geleden een pensioenakkoord is gesloten en dat dat superbelangrijk is geweest voor Nederland. Ik was er daarom ook groot voorstander van. Velen, aan meerdere kanten van deze Kamer, hebben daar inderdaad hun nek voor uitgestoken. Ik heb gisteren ook gehoord wat daarover is gezegd. Dat lijkt me een belangrijk signaal aan het kabinet. Ik zie het alleen niet zo voor me dat je geen voorstel zou mogen doen om iets te veranderen als je ziet dat de wereld ondertussen wel verandert en dat we te maken hebben met een snelle vergrijzing. Ik zie het niet zo voor me dat je dan niet met sociale partners in gesprek zou mogen gaan om daar iets aan te verbeteren. Ik denk dat dat ook best logisch is. Het gaat nu om een pensioenakkoord van zeven jaar geleden en een voorstel om daar over zeven jaar iets aan te veranderen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dit vind ik dus uiterst onbetrouwbaar. Ik snap heel erg goed dat werknemers in Nederland, jongeren die te horen krijgen dat ze tot hun 71,5ste moeten doorwerken en onze vakbonden, maar ook werkgevers zeggen: afspraak is afspraak. En u houdt zich er nu niet aan. U heeft eerst opgeschreven dat de AOW-leeftijd verhoogd moet worden en zegt vervolgens: ga met ons in gesprek om samen te werken. Nee, dat is de verkeerde volgorde. Dat is onbetrouwbaar landsbestuur. Ik vind dat een partij als D66, de grootste partij van dit land, hier en nu heel simpel kan zeggen: afspraak is afspraak; ons landsbestuur heeft die afspraak met de vakbonden en de werkgevers gemaakt en daar gaan wij ons aan houden.

De heer Paternotte (D66):

Dit is toch heel raar? De heer Dijk is tegen het pensioenakkoord geweest en heeft elke dag gezegd: van tafel; weg ermee! Nu wil het kabinet er iets aan veranderen en daarover in gesprek gaan met sociale partners en zegt hij: dat is onbetrouwbaar. Dan bent u elke dag onbetrouwbaar geweest.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Het gaat lekker!

De heer Paternotte (D66):

Ik wil graag antwoord geven.

De voorzitter:

Nee, nee, nee.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Het was een uitroepteken, geen vraagteken.

De voorzitter:

Dat doet u ruimschoots, meneer Paternotte. Meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Wij waren betrokken bij het pensioenakkoord. Dat was namelijk anders dan eerdere akkoorden. Dat heeft Wouter Koolmees heel goed gedaan toen hij minister van Sociale Zaken was: niet alleen in de polder een afspraak maken, maar er ook voor zorgen dat er hier in de Kamer meer dan 100 zetels voor waren. Bij die gesprekken heb ik gezeten. Wat zeiden we tegen elkaar? We zorgen ervoor dat, ook als er na de verkiezingen iets verandert in de samenstelling, we zeker weten dat we hiermee doorgaan. Toen we dat deden in 2020, deden we dat met het idee dat we hiermee de komende dertig jaar voort konden gaan, en niet dat we na vijf jaar weer met allerlei aanpassingen zouden komen. De bonden, de sociale partners, zeggen: er wordt een afspraak geschonden. Wij zeggen: de afspraken worden geschonden. Bent u het ermee eens, meneer Paternotte, dat u hiermee een afspraak bij de prullenbak zet?

De heer Paternotte (D66):

De heer Klaver is net in zijn termijn hartstikke duidelijk geweest over hoe hij hiertegen aankijkt, wat hij ervan vindt en hoe hij dat weegt. Dat lijkt me een heel belangrijk signaal aan het kabinet dat hiermee aan de slag gaat en dat hierover in gesprek wil met sociale partners. Wat ik de heer Klaver eigenlijk hoor zeggen, is: het pensioenakkoord is een afspraak; je mag niet voorstellen om iets wat daarbinnen valt te veranderen. Dat kan ik niet volgen. Het klinkt alsof hij daar een 100%-principe van maakt: je mag niet voorstellen om daar iets aan te veranderen. Het pensioenakkoord is zeven jaar geleden gesloten. Het gaat nu om een voorstel om over zeven jaar iets te veranderen aan hoe we die een-op-een koppeling aan de AOW organiseren. Dat is dan veertien jaar na de start van het pensioenakkoord. Als hij dat onbetrouwbaar vindt, dan snap ik niet waarom hij in zijn verkiezingsprogramma ook een voorstel doet om dat pensioenakkoord te veranderen als het gaat om de verplichte pensioenopbouw voor zelfstandigen. Ook dat is een wijziging van het pensioenakkoord. Ik snap zijn inhoudelijke bezwaren, maar ik denk niet dat je dit kunt verheffen tot een principe waardoor je daar überhaupt niet over mag praten.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dan hebben we misschien toch een probleem. Als de heer Paternotte serieus meent dat hij hier niet ziet wat het probleem is van het schenden van deze afspraak, als hij niet inziet dat de hele verhoging van de AOW-leeftijd absoluut het springende punt is en als hij niet inziet dat dit niet iets van alleen mijn fractie is, maar van heel veel fracties hier in het parlement en, veel belangrijker nog, van vakbonden, die hierover afspraken hebben gemaakt, dan hebben we hier een fundamenteel probleem. Voorzitter, ik weet dat u haast wil maken, maar ik blijf bij dit punt stilstaan, omdat dit voor ons tamelijk cruciaal is. Het grote verschil zit 'm in het volgende. De heer Paternotte mag best bij ons terugkomen en zeggen: "Weet u wat? We hebben er nog eens over nagedacht. We zouden over de AOW-leeftijd willen praten." Er wordt echter een bezuiniging van meer dan 2 miljard in het regeerakkoord gezet en er wordt tegen ons gezegd: "Dit gaan we nu doen. O, by the way, als u iets anders wil, moet u even 2 miljard ophoesten."

De voorzitter:

Uw vraag, meneer Klaver?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dit gaan wij niet doen, never nooit niet. Voor mijn fractie is dit de lakmoesproef voor het kabinet en ook voor de coalitiefracties. Op welke wijze wilt u gaan samenwerken met het parlement? U ziet wat dit met ons doet. Dit is de lakmoesproef. Ik hoop dat u goed wilt nadenken over wat u met deze maatregel doet. Wees verstandig en haal hem van tafel.

De heer Paternotte (D66):

U uit zich hier duidelijk over. Het is helder. Het is superbelangrijk. U heeft toen inderdaad uw nek uitgestoken voor het pensioenakkoord. Dat geldt ook voor heel veel Kamerleden van de Partij van de Arbeid. Het was heel belangrijk, omdat we daarmee een breed draagvlak konden krijgen voor een hele grote herziening, die inderdaad over veel dingen ging. Alleen, u blijft hier zeggen: "Dit is zo fundamenteel; je mag er überhaupt niet over praten. Je mag wel praten over wat je met de AOW-leeftijd wil, maar niet over dit punt." Dan is het toch niet zo gek dat ik zeg dat erover valt te praten? U zegt zelf: er valt te praten over alternatieven, maar niet over dit punt. Dan is dat toch het werk dat het kabinet moet gaan doen? Dan kun je toch niet zeggen: voor ons is daar überhaupt geen gesprek over mogelijk?

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Wij gaan er niet over praten. Laat ik volstrekt helder zijn: wij gaan niet praten over deze AOW-leeftijdsverhoging en we gaan er zeker niet voor betalen. De bonden hebben precies hetzelfde aangegeven. Nu hebben we hier de hele ochtend een debat gehad waarin u zegt: "We zijn een minderheidscoalitie. We moeten goed luisteren naar anderen. We moeten tot elkaar komen." U wilt met de bonden sociale akkoorden sluiten over werknemersverzekeringen, maar de bonden zeggen: wij gaan niet praten als dit nog op tafel ligt. Onze fractie geeft aan: "We hebben hier een afspraak over gemaakt. Dat is nog maar vijf jaar geleden, maar nu gaat u hem alweer herzien?" Als u deze houding blijft aanhouden, maakt u hier een cruciale fout. Ik zou bijna willen smeken: doe het niet; dit is onverstandig. Hoe u met de AOW-leeftijdsverhoging omgaat, is de lakmoesproef voor hoe dit kabinet wil omgaan met de oppositie en met de sociale partners. Denk goed na.

De heer Paternotte (D66):

De heer Klaver heeft natuurlijk de handen totaal vrij. Hij hoeft helemaal niets te steunen wat hij niet wil steunen. Ik hoop echter dat hij wel degelijk openstaat voor een gesprek, want ik denk dat dingen beter worden als we hem er wel bij hebben aan tafel. Ik hoor hoe hij hierover praat. Ik kijk ook naar zijn eigen verkiezingsprogramma. Het is echt niet zo dat partijen in deze Kamer zeggen: wij denken nooit meer na over hoe we iets aan het pensioenakkoord zouden moeten veranderen. Het kabinet heeft letterlijk opgeschreven: dat moet samen met sociale partners. De eerste koppen koffie die de heer Vijlbrief met hen zal gaan drinken, zijn hartstikke belangrijk, maar laten we dit nou niet op deze manier verheffen. Het is niet alsof je in Nederland over alles kan praten, maar niet over dit ene punt.

De voorzitter:

Ik had gezegd dat we zouden gaan schorsen voor lunch, meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? Dit is wel een kernpunt van het debat. We zijn nu bezig met de AOW, dus ik vind echt dat u ons zou moeten toestaan om nog even door te gaan.

De voorzitter:

Laat ik dan twee interrupties per lid voorstellen voor de leden die hier vooraan staan. Dan begin ik bij de heer Dassen. Of meneer Vermeer, ging het over dit onderwerp?

De heer Vermeer (BBB):

Jazeker.

De voorzitter:

Dan is eerst de heer Vermeer en dan de heer Wilders. Twee interrupties.

De heer Vermeer (BBB):

Jazeker, voorzitter. De heer Paternotte zegt: "Het is gewoon een gesprek. We willen dat akkoord openbreken." Het wordt echter wel gewoon ingeboekt in de begroting. Waar heeft de heer Paternotte wisselgeld zitten? Ik wil heel graag weten bij welke posten dat zit, want dat wil ik ook wel gebruiken.

De heer Paternotte (D66):

Ja, wisselgeld ... We staan met elkaar voor een gigantische opgave. Het staat er natuurlijk niet voor niks in als voorstel. We zien namelijk dat de vergrijzing hard doorgaat. We willen de AOW met elkaar betaalbaar houden. Er werd net ook iets gezegd over wat het voor iemand van 20 kan betekenen. Als de levensverwachting heel hard blijft stijgen, dan zullen we ook meer mensen nodig hebben op de arbeidsmarkt. Maar we weten niet zeker of de levensverwachting zo hard blijft stijgen. Het gaat erom dat je het koppelt aan of de levensverwachting inderdaad stijgt. Het voorstel is om dat over zeven jaar in te voeren. Dus ja, wisselgeld? Ik ben hartstikke benieuwd hoe andere partijen aankijken tegen de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de AOW houdbaar houden, zodat we die voorziening, die volgens mij in de jaren vijftig ooit is begonnen en die ongelofelijk belangrijk is, ook voor een volgende generatie beschikbaar kunnen houden.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):

Ik heb helemaal geen behoefte aan een technische uitleg over waarom de heer Paternotte dat nodig vindt. Als hij zegt "het is eigenlijk gewoon maar een bespreekpunt; wij willen dat inbrengen bij de sociale partners", dan zal hij ook met iets moeten komen, want als hij dit voorstel schrapt, kost dat heel veel geld, in ieder geval in het plaatje dat dit tekentafelkabinet neergezet heeft. Dat moet wel ergens vandaan komen. Ik wil weten waar dat vandaan komt.

De heer Paternotte (D66):

De heer Vermeer is zelf ook financieel deskundig. Hij zal zelf allerlei ideeën hebben over hoe je dit zou moeten doen. Misschien is hij tegen deze maatregel. Hij was volgens mij ook tegen het pensioenakkoord. Hij zal vast denken: wat moet je dan wel doen als we het hebben over hoe we in Nederland met het geld omgaan? Misschien wil hij de staatsschuld laten oplopen. Misschien wil hij hogere belastingen. Dat kan, maar dan moeten we daar toch het gesprek over voeren?

De heer Wilders (PVV):

Ik ben het helemaal eens met de heer Klaver, die net zei: het AOW-voorstel moet 100% van tafel. Gewoon ophouden ermee. Vandaag uw verlies nemen en ermee stoppen. Maar mijn vraag — het is niet gebruikelijk hier — zou eigenlijk aan de heer Klaver zijn: wat betekenen die woorden van u? U heeft dat de vorige keer, in het debat een paar weken geleden, ook gezegd. Ik heb toen een motie van u meeondertekend. Die heeft het niet gehaald. Toen schreeuwde u ook moord en brand, zo van: "de laatste kans" en "dit moet gebeuren". U ging gewoon over tot de orde van de dag. Nu staat u er een tweede keer. Nu komt u weer naar voren. Nogmaals, ik ben het helemaal met u eens.

De voorzitter:

Wat gebeurt hier nou toch?

De heer Wilders (PVV):

GroenLinks-Partij van de Arbeid …

De heer Paternotte (D66):

Ik wil graag namens de heer Klaver antwoord gaan geven.

De voorzitter:

Wat gebeurt hier nou toch?

De heer Wilders (PVV):

Nu zegt hij weer: dit is de laatste keer …

De voorzitter:

Meneer Wilders, wat gebeurt hier nou toch?

De heer Wilders (PVV):

Wat betekent dit? Als het kabinet weer zegt "we doen het niet", wat betekent dat dan?

De heer Paternotte (D66):

Jesse Klaver …

De voorzitter:

Wacht heel even. De heer Klaver is al geweest, meneer Wilders.

De heer Paternotte (D66):

Ja, ik wilde het net zeggen.

De voorzitter:

Maar ik hoor dat de heer Paternotte wil antwoorden voor de heer Klaver. Die vindt dat goed.

De heer Wilders (PVV):

Ik heb een vraag.

De voorzitter:

Morgen heeft de heer Klaver weer een tweede termijn.

De heer Wilders (PVV):

Hij heeft net in een interruptie dingen gezegd waar ik op aansla.

De voorzitter:

Ja, zo gaat dat in een debat. U bent de nestor van de Kamer. U weet hoe dat gaat.

De heer Wilders (PVV):

Zo is dat. Daarom mag u weleens naar mij luisteren.

De voorzitter:

Ik geef toch het woord aan de heer Paternotte, want die kan dat vast.

De heer Paternotte (D66):

De heer Klaver verkondigde net aan het eind van zijn termijn eigenlijk glashelder ongeveer dezelfde boodschap als die hij net bij de interruptiemicrofoon verkondigde. Dan zou ik zeggen: let een beetje op in het debat, kom dan naar voren en stel de heer Klaver een vraag. Ik kan niet namens Jesse Klaver spreken, want dan word ik daar keihard op aangesproken, denk ik.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

De conclusie blijft dat als de heer Klaver nu voor de tweede keer het mes op de keel van dit kabinet zet als het gaat om de AOW en vervolgens accepteert dat er niets mee gebeurt, het kabinet dan de handen vrij heeft om waar dan ook te snijden, want de dreigementen van Partij van de Arbeid-GroenLinks hebben totaal geen waarde. Daarom zeg ik: dit gaat niet werken. Dit gaat niet werken. Of je bijt door, of je laat ze Nederland kapotmaken. Het is een van de twee.

De voorzitter:

Wenst u hierop te reflecteren, meneer Paternotte? Het is een bijzondere vorm. Nee. Tot slot voor de lunch, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

We hebben het nog weinig over Europa gehad. Juist in deze turbulente wereld is dat volgens mij een van de kernpunten waar we met elkaar over moeten spreken. Het vorige debat gaf enige onduidelijkheid over de zin die in het coalitieakkoord staat over Europa: als je van Europa een machtsfactor wil maken, zal er een andere mentaliteit nodig zijn. Nu zien we wel dat de 1,6 miljard aan bezuinigingen op de afdracht, nog fier overeind staan. Dat is de gebruikelijke kruideniersmentaliteit. Navraag bij het CDA en de VVD in dat debat leek duidelijk te maken dat zij er niet zo happig op waren om de afdrachtkorting die het kabinet-Schoof had ingeboekt, weg te halen.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Dassen (Volt):

Hoe gaan we ervoor zorgen dat die nieuwe mentaliteit geen kruideniersmentaliteit wordt, vraag ik aan de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Daar ben ik echt heel optimistisch over. Ja, de afdracht die we nu hebben, staat er inderdaad nog steeds in, maar daarmee is Nederland nog altijd … We zijn een land dat gigantisch profiteert van de Europese Unie, maar we zijn natuurlijk ook een nettobijdrager aan de Europese Unie. Dat blijft ook gewoon zo, ook met het plan dat in het coalitieakkoord is gezet. We zien bijvoorbeeld ook de steun voor Europese instrumenten voor defensie-investeringen, of het nou het SAFE-instrument is of de Europese obligaties die we nu in Oekraïne investeren, om daarmee ook ons continent veilig te houden. We zien de plannen voor het Europees defensiemechanisme, voor samenwerking tussen de inlichtingendiensten en het Europees Migratiepact. We zien de inzet voor een sterk MFK, dat we ook willen herprioriteren om meer te kunnen investeren in innovatie en defensie. Dat zijn allerlei dingen. Daar heeft Volt misschien niet helemaal aan meegeschreven, maar het zou hebben gekund.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Dassen (Volt):

Dat vind ik iets te optimistisch. Als je zegt dat Europa een machtsblok moet worden, dan hoort daar ook een serieuze begroting bij. Het kabinet-Schoof wilde korten op de afdracht. Ik hoop toch dat dit kabinet dat niet gaat voortzetten. Sterker nog, ik hoop dat het MFK een serieuze begroting wordt die groter wordt, juist om te kunnen investeren in defensie, in klimaat, in innovatie, in de economie, in juist al die thema's die zo belangrijk zijn. Mijn vraag is: heeft D66 met het CDA en de VVD afspraken gemaakt over wat die verhoging zou moeten zijn? Of zijn daarover geen afspraken gemaakt, wordt daar dadelijk nog over onderhandeld en blijft het, zoals de VVD al aangeeft, bij de kruideniersmentaliteit?

De heer Paternotte (D66):

Wij willen een ijzersterk Europa. Daar hebben we afspraken over gemaakt. We hebben bijvoorbeeld afgesproken dat we de helft van onze defensie-inkopen bij Nederlandse en Europese bedrijven gaan doen en gezegd dat we veel meer in Europa zelf willen gaan produceren. U had laatst een debat over clouddiensten met, toen nog, de minister van Economische Zaken. Daarin adresseerde u de kwestie dat wij in de Kamer allemaal met Amerikaanse apparatuur werken. Als we technologie nodig hebben, dan komen we steeds bij de Amerikanen terecht. We willen natuurlijk zeker niet bij de Chinezen terechtkomen. Nou, we gaan vaker projecten opsplitsen, zodat ook kleinere Europese aanbieders daarvan gebruik kunnen maken en in die markt kunnen stappen en ook zij zich kunnen ontwikkelen. We gaan de kapitaalmarktunie met elkaar bouwen. We gaan allemaal dingen doen die voor Nederland hartstikke goed zijn en die voor Europa hartstikke hard nodig zijn. Misschien moeten we dat samen doen en moet u er ook nog even voor zorgen dat daar ook een fatsoenlijke Europese vlag komt, die ik op het kantoor van de secretaris-generaal en op het kantoor van de minister-president al een stuk vaker zie.

De voorzitter:

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering tot 14.35 uur. Daarna gaan wij verder met de regeling van werkzaamheden en daarna met de voortzetting van de eerste termijn van de zijde van de Kamer in het debat over de regeringsverklaring.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor om ingevolge artikel 7.1, tweede lid, van het Reglement van Orde opnieuw als vaste commissies in te stellen:

  • de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
  • de vaste commissie voor Asiel en Migratie;
  • de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei;
  • de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van D66 bij de stemmingen op dinsdag 10 februari jongstleden over de motie-Diederik van Dijk/Boomsma (36800-XX, nr. 31) geacht wenst te worden vóór deze motie te hebben gestemd en de fractie van Volt bij de stemmingen op donderdag 12 februari jongstleden over de Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 (36859) geacht wenst te worden tegen het wetsvoorstel te hebben gestemd.

Ik stel voor dinsdag 3 maart aanstaande ook te stemmen over een brief van de commissie voor de Werkwijze (36221, nr. 26).

Ik deel aan de Kamer mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:

  • het debat over de Nationale Strategie Vrouwengezondheid;
  • het debat over het bericht dat de medische zorg aan mensen zonder zorgverzekering tekortschiet;
  • het debat over de intentieverklaring met Tata Steel;
  • het debat over de situatie van de Palestijnen;
  • het debat over de schrijfvaardigheid van scholieren;
  • het dertigledendebat over de situatie in Gaza;
  • het debat over de oprichting van een investeringsbank;
  • het debat over de hoge verkeersboetes;
  • het debat over het Nationaal AI Deltaplan;
  • het dertigledendebat over de verkorting van de duur van de WW;
  • het debat over het bericht dat meer dan de helft van de Nederlanders de verwarming niet aanzet vanwege hoge energiekosten;
  • het debat over de toenemende schulden van huishoudens;
  • het dertigledendebat over het UWV en de WIA-beoordelingen;
  • het debat over de mentale gezondheid in Nederland.

De volgende debatten zijn komen te vervallen:

  • het dertigledendebat over multinationals die via Nederland belasting ontwijken;
  • het debat over het voortbestaan van meldpunt 144;
  • het dertigledendebat over het bericht dat studentensport onbetaalbaar dreigt te worden;
  • het debat over de toekomstige inrichting van de overheid.

Op verzoek van het lid Teunissen stel ik voor haar motie op stuk nr. 91 (36812) opnieuw aan te houden.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • het tweeminutendebat Selibon (CD d.d. 12/02), met als eerste spreker het lid Ceder van de ChristenUnie;
  • het tweeminutendebat Wadden (CD d.d. 12/02), met als eerste spreker het lid Vellinga-Beemsterboer van D66;
  • het tweeminutendebat Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaak betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen, uitvoering afspraken en financiële gevolgen (35633, nr. 25), met als eerste spreker het lid Van der Plas van de BBB;
  • het tweeminutendebat Landelijk gebied, stikstof en mest (35334, nr. 415), met als eerste spreker het lid Van der Plas van de BBB;
  • het tweeminutendebat Internetconsultatie Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (28973, nr. 288), met als eerste spreker het lid Van der Plas van de BBB.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Jimmy Dijk van de SP, voor zijn eerste verzoek van de twee in deze regeling van werkzaamheden. En dat mag kort; u bent dat inmiddels misschien wel een beetje van mij gewend vandaag. Meneer Dijk, ga uw gang.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. In Trouw stond het bericht dat bijna een half miljoen mensen die door een ziekte of handicap niet kunnen werken, geen passende arbeidsongeschiktheidsverzekering ontvangen, en dat dat voornamelijk mensen zijn die onder de Participatiewet vallen. Daarvan zijn zelfs 250.000 mensen helemaal buiten beeld. Dat kan niet waar zijn. Dat kan in een welvarend land als Nederland zeker niet waar zijn, en daarom zou ik graag een debat willen aanvragen met de minister van Sociale Zaken én Werkgelegenheid — want daar gaat het hierbij uiteindelijk om.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Van Baarle (DENK):

Vanuit ons wel.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Nee, geen steun. Dat kan beter eerst in een commissiedebat.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun. Dat kan volgens mij bij het begrotingsdebat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Geen steun. Dat kan bij het begrotingsdebat.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Steun.

Mevrouw Bühler (CDA):

Geen steun.

De heer Neijenhuis (D66):

Geen steun.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Geen steun. Dat kan bij het commissiedebat Participatiewet.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ook geen steun, voorzitter. Volgens mij kan dat ook bij het begrotingsdebat worden behandeld.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik telde er wel 30, dus dan laat ik 'm even op de lijst staan, voor het geval dit nog aan de orde komt.

De voorzitter:

Dan zetten we 'm erbij.

Uw tweede verzoek.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Mijn tweede verzoek. Het bericht van de vertrekkend voorzitter van VNO-NCW, die waarschuwt voor grote reorganisaties en met name een ontslaggolf door AI. AI en technologie moeten onze wereld en ons werk vooruitbrengen. In plaats van zorgen voor meer werkloosheid, moeten die ervoor zorgen dat we beter werk hebben met minder uren en kortere werkdagen. Dat is wat AI en technologie voor onze samenleving zouden moeten kunnen betekenen. We moeten er dan wel zeggenschap en controle over hebben. Ook AI en technologie gaan dus over democratie. Daarom zou ik er graag een debat over willen aanvragen, om te voorkomen dat heel veel harde werkers op dit moment werkloos raken en in de WW en uiteindelijk in de bijstand terechtkomen. Laten we ervoor zorgen dat we deze mensen aan het werk kunnen houden op de manier waarop zij dat nu ook vol trots zijn.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ja. Steun, voorzitter.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter. Dit kan bij de begrotingsbehandelingen. In het kader van efficiëntie geldt dat wat ons betreft ook voor het volgende verzoek van de heer Dijk.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Geen steun. Dit kan wat ons betreft ook bij de begroting.

De heer Neijenhuis (D66):

Steun.

Mevrouw Bühler (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Geen steun. Dit kan bij het begrotingsdebat.

De heer Van Baarle (DENK):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ook geen steun, in het kader van het begrotingsdebat. Ik ga mee in de efficiëntieslag, dus dit geldt ook voor het volgende verzoek.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Steun.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Steun, maar ik zou dan ook een goede voorbereiding op dit thema willen hebben. Dat moeten we dan dus wel ergens anders nog even verder bespreken.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u. In het kader van de efficiëntie heb ik het volgende verzoek van de lijst gehaald.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dijk.

Dan is het woord aan de heer El Abassi voor zijn verzoek namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter, dank. De reclassering gebruikt sinds 2018 een fout en discriminerend algoritme om de herhalingskans bij verdachten in te schatten. Dat gebeurt jaarlijks zo'n 44.000 keer. In 21% van de adviezen werd het recidiverisico verkeerd berekend. Gisteren lazen we ook dat de politie in stilte af probeert te stappen van een politiesysteem met vooringenomen algoritmen die leiden tot onterechte oververtegenwoordiging. Dit raakt de kern van onze rechtsstaat. Daarom wil ik hier zo spoedig mogelijk over in debat met onze minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Geen steun. Er is op 11 maart een commissiedebat over het gevangeniswezen. Volgens mij kan dit er prima bij betrokken worden. Het is overigens een belangrijk onderwerp, maar het commissiedebat is ook echt sneller.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

De fout die is begaan, is zo groot dat die echt wel in een plenair debat moet worden behandeld, dus wat ons betreft steun voor dit verzoek.

Mevrouw Podt (D66):

Goed idee. Steun, voorzitter.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Faber (PVV):

Geen steun. Dit kan bij het commissiedebat.

Mevrouw Straatman (CDA):

Geen steun. Dit kan bij het commissiedebat.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):

Ik telde wel 30 leden, voorzitter. Ik zou 'm dus graag mee willen nemen voor een dertigledendebat.

De voorzitter:

We zetten 'm erbij.

Dan uw volgende verzoek.

De heer El Abassi (DENK):

Dan mijn volgende verzoek. In het prachtige, prachtige Den Haag, de stad van vrede en recht, zagen we wederom demonstranten met Hitlergroeten en NSB-vlaggen door de straten struinen bij een protest tegen een woonproject met statushouders. Nu, weer acht aanhoudingen en een gewonde agent verder, moeten we ons echt gaan afvragen hoe dit iedere keer weer kan gebeuren. Deze antisemitische relschoppers zorgen structureel voor haat en geweld in de straten van Nederland. Daarom wil ik hierover in debat met de minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen angstig zijn voor zo'n woonvorm. We hebben in Amsterdam gezien bij Stek Oost wat er kan gebeuren. Het geweld dat in Den Haag gebruikt is, kan natuurlijk absoluut niet; dat onderstrepen wij. We zouden dit debat wel willen ondersteunen, met name omdat we dan de woonvorm met statushouders kunnen gaan bespreken. Iedereen kan dan over z'n eigen woorden gaan. Ik steun dit debat dus.

De voorzitter:

We noteren: steun.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Geen steun. Er staan de komende weken meerdere debatten gepland over JenV waarbij we dit kunnen bespreken.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer El Abassi (DENK):

Volgens mij tellen we ook geen 30 leden, hè?

De voorzitter:

Ook niet.

Dan uw volgende verzoek.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. De benzineprijs staat inmiddels op €2,28 per liter en diesel boven de €2. Dat is het hoogste niveau sinds 2023. Voor miljoenen Nederlanders is dit een directe klap in de portemonnee. Werkenden, ondernemers en gezinnen die afhankelijk zijn van hun auto, worden opnieuw keihard geraakt, terwijl veel Nederlanders al een hele tijd in buurlanden tanken omdat dat veel goedkoper is. Daarom verzoek ik een debat met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over de stijgende brandstofprijzen.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Gelukkig kan ik het makkelijk betalen om mijn tank vol te gooien, maar ook ik schrik me elke keer kapot als ik langs benzinestations kom. Heel veel andere mensen raken op deze manier echt in geldnood, om nog maar niet te spreken over de grensondernemers die hieraan helemaal kapotgaan. Ik wil dit debat dus graag steunen, maar ik zou ook willen vragen of de minister van Financiën of de staatssecretaris Belastingen daarbij kan zijn.

De voorzitter:

We geleiden het verzoek door.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

De betaalbaarheid van het leven staat voor ontzettend veel mensen onder druk en dat geldt zeker ook wat betreft de mobiliteitskosten. Ik heb één bezwaar tegen het verzoek van de heer El Abassi, namelijk dat het alleen over de accijnzen gaat. Ik zou graag een breder debat willen over de kosten van de mobiliteit, dus over accijnzen, maar ook over openbaar vervoer. In dat geval zal ik het steunen, maar dit verzoek om het sec over brandstofaccijns te hebben, kunnen wij niet steunen.

De voorzitter:

Helder.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Bikkers (VVD):

Voorzitter. Twee weken geleden is exact hetzelfde verzoek ingediend en ingewilligd, dus wat ons betreft nu geen steun, want dat debat staat al op de lijst.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Geen steun. Het kan bij het debat van collega Heutink.

De heer Ceulemans (JA21):

Volgens mij staat inderdaad vanuit de heer Heutink letterlijk hetzelfde debat op de lijst, dus om die reden geen steun. Het onderwerp is heel erg belangrijk, maar het debat van de heer Heutink gaat gewoon gevoerd worden.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter, misschien is het slim om de lijst met niet ingeplande debatten eerst te checken, want dit debat is letterlijk aangevraagd door de heer Heutink. Geen steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Wel steun.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Steun.

Mevrouw Podt (D66):

Geen steun, voorzitter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):

Wel 30 leden, volgens mij, voorzitter, dus ik neem hem graag mee. Dan mijn laatste verzoek.

Voorzitter. In de binnenstad van Tiel is een man aangehouden die met een wapen uit een raam zwaaide en dit richtte op de vrouweningang van een moskee. Daarbij riep hij "rot op met die hoofddoekjes, rot op met die kutmoskee". Walgelijk, verschrikkelijk. Bijna wekelijks zijn moskeeën doelwit van terreur. Deze gestoorde vorm van terreur is levensgevaarlijk en jaagt een hele bevolkingsgroep angst aan. Ik wil dan ook een debat aangaan met de minister van Justitie en Veiligheid over de beveiliging van moskeeën en de bescherming van onze Nederlandse moslims.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Ik heb de datum niet scherp, maar er staat binnenkort een commissiedebat op de rol, bijvoorbeeld over politie, maar ook over terrorisme en extremisme. Het is sneller om er dan een debat over te houden. Dus geen steun voor deze specifieke aanvraag.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Geen steun. Het kan bij het commissiedebat over verward en onbegrepen gedrag.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Geen steun. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij moeten we het niet over incidenten hebben. Dus geen steun voor het voorstel om daar een debat over te voeren. Maar uiteraard steun ik de oproep van de collega ten aanzien van de beveiliging van religieuze instellingen, zoals moskeeën. Het debat daarover wil ik voeren bij het commissiedebat Terrorisme/extremisme, dat volgens mij snel staat geagendeerd.

Mevrouw Faber (PVV):

Geen steun; het kan bij het commissiedebat.

Mevrouw Straatman (CDA):

Geen steun. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Faber.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun voor het debat.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Volgens mij zijn er een aantal commissiedebatten genoemd waarin dit aan de orde kan komen, dus geen steun, helaas.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):

Een wapen richten op de vrouweningang van een moskee, in een golf van incidenten gericht op moskeeën; het is geen incident. Ik vind het verschrikkelijk, ook als Nederlandse moslim, om te horen dat hier geen steun voor is.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer El Abassi.

Het woord is aan de heer Van den Berg voor zijn verzoek namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter. In de regio's Flevoland, Gelderland en met name Utrecht is de situatie op het elektriciteitsnet zo dringend dat, als er geen maatregelen genomen worden, deze zomer ook kleinverbruikers niet kunnen worden aangesloten op het net. Dat betekent dus ook dat woningen geen aansluiting meer krijgen. Binnen deze regio spreek je al gauw over zo'n 200.000 woningen per jaar. De minister zei het laatst al: ik ben hier pissig over. Nou, voorzitter, ik ben er woedend over. Het is onacceptabel.

De voorzitter:

Uw verzoek.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik wil graag een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei en de staatssecretaris van Groene Groei.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

De Partij voor de Dieren vindt dat we het dan ook over datacenters moeten hebben, want die zorgen er ook voor dat de netcongestie niet wordt opgelost. Dus namens de Partij voor de Dieren van harte steun voor dit debat.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Een belangrijk onderwerp, waar we snel over moeten spreken, dus van harte steun.

Mevrouw Müller (VVD):

Belangrijk onderwerp waar we inderdaad snel over moeten spreken, maar we hebben een commissiedebat in april staan, dus geen steun voor een plenair debat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Jumelet (CDA):

Geen steun. Het kan wat ons betreft bij het commissiedebat.

De heer Vermeer (BBB):

Zeker steun, want dit is al jaren aan de gang en de problemen beginnen nog nijpender te worden. Dus: actie.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Kops (PVV):

Steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun, maar dan wel graag voorafgegaan door een brief, want er zijn door de vorige minister, Hermans, bij de behandeling van de KGG-begroting diverse toezeggingen gedaan. Het lijkt me dat we eerst een goede brief moeten hebben alvorens we dit debat plenair voeren.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun, het kan in het commissiedebat. Ik begrijp ook dat er een rondetafel wordt georganiseerd over dit onderwerp, dus dat zou ik dan zeker ook eerst willen afwachten.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer Van den Berg (JA21):

Geen meerderheid, onbegrijpelijk. Als we dit niet voor de zomer geregeld hebben, komen die woningen er niet, dus ik ga pleiten voor urgentie.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Boomsma voor zijn verzoek namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Onlangs verscheen het onderzoek "Grenzen verleggen" van Instituut Clingendael over het externaliseren van asielprocedures en opvang in landen buiten de EU. Daar zijn verschillende concrete varianten van uiteengezet. Het onderzoek laat ook zien dat hier absoluut mogelijkheden voor zijn. Dat is positief, wat JA21 betreft, want wij zijn hier altijd voor geweest. We moeten die opvang en de procedures verplaatsen naar buiten de EU. Dit onderwerp verdient een fundamenteel en concreet en gedegen debat. Ik verzoek dus om een debat met de minister van Asiel en Migratie over de mogelijkheid van het externaliseren van de asiel- en opvangprocedures buiten de EU, op basis van de bevindingen van het rapport van Clingendael, en graag ook met een reactie van het kabinet.

De voorzitter:

Even kijken, want u heeft een verzoek gedaan … Dit is Ceulemans …

De heer Boomsma (JA21):

O ja, ik was even namens … Ja.

De voorzitter:

Oké, dus dat is iets verderop in de lijst. Ik hoop dat de leden het volgen. Meneer Russcher, steunt u dit verzoek?

De heer Russcher (FVD):

Het verzoek was duidelijk. Steun.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Ja, steun.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Steun voor dit verzoek.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun, het kan bij de JBZ-Raad.

De heer Ellian (VVD):

Het is een heel belangrijk vraagstuk, maar het is beter om dit eerst op een ander moment te bespreken. Voor nu: geen steun.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Geen steun, want het kan inderdaad bij de JBZ-Raad of bij de discussie die we nog gaan krijgen over het Europees Migratiepact.

De heer Van Baarle (DENK):

Geen steun.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Het is belangrijk, maar dinsdag hebben we een debat over de JBZ-Raad over asiel, dus dan kunnen we het ook al bespreken.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Boomsma.

De heer Boomsma (JA21):

Helaas.

De voorzitter:

Dan zie ik een verzoek van JA21 met de minister van Klimaat en Groene Groei, maar ik weet niet wie dat gaat doen. Meneer Van den Berg, meneer Boomsma, meneer Ceulemans?

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, dank. Ik wil een debat aanvragen over het bericht dat TNO heeft opgeroepen om de gasputten in Groningen niet definitief dicht te metselen, omdat we die gasputten voor de strategische reserve nodig hebben, bijvoorbeeld wanneer de pijpleidingen naar Noorwegen opgeblazen zouden worden, zoals bij Nord Stream, of wanneer de lng-aanvoer stokt. Het is ontzettend belangrijk voor onze leveringszekerheid. Ik wil een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei.

De heer Kops (PVV):

Geen steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Jumelet (CDA):

Geen steun, voorzitter.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Graag steun, want dan kunnen we nogmaals benadrukken dat we een ereschuld hebben richting de mensen in Groningen en Noord-Drenthe, die gestand moet worden gedaan.

Mevrouw Müller (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Als Groninger: geen steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

De gasputten moeten dicht en dicht blijven. Geen steun.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Geen steun.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Dan is het woord aan de heer Van Baarle voor twee verzoeken namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Ik heb 21 minuten en 29 seconden. O, nee, dat is iets anders.

Voorzitter. Onlangs kwam het bericht naar buiten dat vorig jaar meer dan 600 Nederlanders dienden in het leger van Israël. Ik heb over het feit dat Nederlanders met het Israëlische leger meevechten al meerdere malen schriftelijke vragen gesteld, ook vorige week. Ik vind het buitengewoon ernstig dat Nederlanders meevechten met dit leger, dat misdaden pleegt. Ik zou graag, als de antwoorden op die schriftelijke vragen binnen zijn, hierover het debat voeren met de minister van Buitenlandse Zaken.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun. Ik hoop ook op steun van de rest van de Kamer.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

De heer Vermeer (BBB):

Geen steun.

Mevrouw Maes (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun.

De heer Stöteler (PVV):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer Van Baarle (DENK):

Ik zie het, voorzitter.

De voorzitter:

Uw volgende verzoek.

De heer Van Baarle (DENK):

De situatie van de Palestijnen is uiterst zorgwekkend. We zien dat Israël binnenkort hulporganisaties de toegang gaat ontzeggen. Dat is in strijd met het internationaal recht. We zien op de Westbank het illegalenederzettingenbeleid en de annexaties maar doorgaan. En dan spreken we nog niet eens over de oorlogsmisdaden die al ontzettend lang gepleegd zijn en worden tegen de Palestijnen. Ik vind dat we als Kamer moeten spreken over hoe we het internationaal recht kunnen dienen. Daarom zou ik graag het debat dat al staat, over de situatie van de Palestijnen, zo spoedig mogelijk wensen in te plannen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

De situatie is heel extreem en het kabinet lijkt niets anders, niets extra's te willen doen. Daarom ook van harte steun om heel snel een debat te voeren.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel voor deze aanvraag. Twee weken geleden stond ik hier om een debat aan te vragen over de medische evacuatie van Palestijnse kinderen. Dat is toen niet toegekend, omdat er al debatten stonden. Dan vind ik ook, omdat het toen een spoedaanvraag was, dat we dit snel moeten kunnen doen. Van harte steun.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dé Palestijnen bestaan natuurlijk niet echt, dus geen steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Een volk ontkennen …

De voorzitter:

Nee, nee. Mevrouw Mutluer.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Steun, voorzitter.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Geen steun.

Mevrouw Maes (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter, dan een punt van orde. Er is hier zojuist door een fractie, een afsplitsfractie, een volk ontkend. Ik vind het ontkennen van een volk op deze manier, namelijk door te zeggen dat de Palestijnen niet zouden bestaan, beledigend en opruiend in de richting van Palestijnen. Ik zou vinden dat een voorzitter daartegen op zou moeten treden.

De voorzitter:

Ik heb dat niet gedaan, omdat ik de heer Markuszower heb horen zeggen "dé Palestijn bestaat niet", waarmee hij zegt dat er een bepaalde heterogeniteit van het volk bestaat. Hij heeft het volk niet zodanig als geheel … Ik heb goed geluisterd, meneer Van Baarle. U heeft uw punt ook gemaakt.

Dan is het woord aan mevrouw Van Brenk voor haar verzoek namens 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. De tandartsrekening wordt opgepompt. Ik wil de klokkenluiders hartelijk bedanken voor dat bericht. Het betekent dat er steeds meer zorgfraude is. Wat ons betreft moeten we snel een debat hebben over zorgfraude. Er is minimaal 10 miljard aan zorgfraude in Nederland. Dat geld moet gewoon in de zorg blijven.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat ben ik helemaal eens met collega Van Brenk, dus steun.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Daarmee zijn wij het ook volledig eens. Van harte steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ik ben het ook eens met de aanleiding, maar we hebben binnenkort ook een commissiedebat Goed bestuur en toezicht in de zorg. Dan gaan we het ook hebben over fraude, dus ik zou het graag daar willen bespreken met mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Dobbe (SP):

Zeker steun. Het gaat, denk ik, niet alleen om fraude, maar ook over bijvoorbeeld de commercialisering en de markt van onze tandartszorg en wat dat doet met mensen. Ik denk dat het daarom belangrijk is om er een apart debat over te voeren.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Van harte steun.

De heer Bevers (VVD):

We hebben volgende week de begrotingsbehandeling. Dat lijkt me de snelste manier om een antwoord te krijgen op de vragen waar het om gaat.

De heer Krul (CDA):

Daar sluit ik me bij aan.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Mij lijkt de begrotingsbehandeling ook de juiste plek om dit beet te pakken.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Op hoeveel zetels steun of geen steun zitten we nu?

De voorzitter:

U kunt dat autonoom besluiten.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Dat klopt. Ik ben zzp'er. Ik denk dat bij het begrotingsdebat het onderwerp behandelen veel sneller gaat, maar als er ook zonder de Groep Markuszower een meerderheid is, dan kan ik me daarbij aansluiten.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Ik zie graag een reactie van het kabinet hierop en ik zal het zeker aan de orde stellen bij de begrotingsbehandeling.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden wij door naar het kabinet.

Dan is het woord aan mevrouw Lammers voor haar verzoek namens de Groep Markuszower.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Opnieuw worden hotels ingezet voor asielopvang, dit keer voor nareizigers. Luxekamers en peperdure catering. Honderden van de circa 8.000 nareizigers worden in hotels geplaatst, terwijl er nog eens ongeveer 53.000 op de wachtlijst staan. Dit dreigt uit te lopen op een totale chaos. Ondertussen wachten Nederlanders al jarenlang op een woning en moeten sommigen rondkomen van een paar euro per dag. Nederland kan dit niet meer aan.

De voorzitter:

Uw verzoek?

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Het kabinet moet vanaf dag één kiezen voor de Nederlander en daarom wil ik een plenair debat met de minister van Asiel en Migratie hierover.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Het zijn absurde praktijken, maar ze zijn niet nieuw. Minister Keijzer is hier in december al over begonnen. Ik heb hier schriftelijke vragen over gesteld. Ik denk dat het het snelst is om dit na binnenkomst van de antwoorden in het eerstvolgende commissiedebat te bespreken.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Hotels worden ingezet omdat de reguliere opvang niet op orde is. Dat is een ontzettend onwenselijke situatie; daarover hebben we ook heel kritische vragen gesteld bij de begroting. Geen steun voor dit verzoek.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Steun.

De heer Krul (CDA):

Ik sluit mij aan bij de heer Ceulemans.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik snap het punt helemaal en daar kan ik ook helemaal in meegaan. Maar dit soort onderwerpen is sneller te agenderen bij de strategische procedurevergadering. Daar kunnen ook debatten worden aangevraagd. Ik zou willen adviseren om dat daar te doen, zodat het ook snel kan.

De heer Van Baarle (DENK):

Geen steun.

De heer Ellian (VVD):

Ik sluit mij aan bij de woorden van collega Ceulemans.

Mevrouw Paulusma (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Dan is het woord aan mevrouw Dobbe voor een verzoek namens de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ziekenhuizen luiden de noodklok over de opkomst van privéklinieken. Die kapen de simpele en winstgevende behandelingen en ondergraven zo de positie van de ziekenhuizen. Het is belangrijk dat ziekenhuiszorg voor iedereen dichtbij en betaalbaar blijft, en dat komt nu in gevaar. Het lijkt mij dus goed als we daar als Kamer een fundamenteel debat over voeren. Voordat hier wordt gezegd "we hebben volgende week de begroting VWS": dit verdient echt een apart fundamenteel debat, want het gaat over het voortbestaan van onze ziekenhuizen.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik ben het helemaal eens met mevrouw Dobbe. Steun.

De heer Bevers (VVD):

Geen steun, want ik heb het vermoeden dat mevrouw Dobbe daar volgende week bij de begroting ook iets over gaat zeggen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

We hadden het net over de tandartsen. Ook daar slaan de commerciële ketens toe. We zien het bij de dierenartsen. Als het dus in een wat breder perspectief gevat kan worden, zeker steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ik snap opnieuw de zorg van mevrouw Dobbe, maar het kan volgende week bij de begroting of bij het commissiedebat over het IZA en het AZWA.

De heer Krul (CDA):

Daar sluit ik mij bij aan.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Steun.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Steun voor het verzoek.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Geen steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik sluit mij aan bij de woorden van collega Van Brenk.

De heer El Abassi (DENK):

Je kunt altijd verwijzen naar andere debatten en zeggen dat het daar besproken moet worden, maar dit verdient echt wel een apart debat, dus steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Wel 30 leden?

De voorzitter:

Ja. Dan zetten we het op de lijst.

Uw tweede verzoek.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel. De VN hebben Nederland teruggefloten — u heeft het ongetwijfeld allemaal gezien — als het gaat over de uitvoering van het Vrouwenverdrag. Nederland moet beter opkomen voor de rechten van vrouwen. Bijvoorbeeld als het gaat over huiselijk geweld en economisch geweld tegen vrouwen, de toegang tot recht voor vrouwen, zorg door vaders en abortus doet Nederland veel te weinig om discriminatie van vrouwen tegen te gaan. Binnen twee jaar willen de VN significante veranderingen en verbeteringen zien in Nederland. Dat betekent ook werk aan de winkel voor ons. Daarom zouden wij graag een debat hierover willen met de bewindspersoon voor Emancipatie en de minister van JenV.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Het is gewoon verschrikkelijk om te zien dat anno 2026 de rechten van vrouwen in Nederland nog steeds onder druk komen te staan. Wat ons betreft dus steun voor het verzoek, maar ik denk dat het handig is om naast JenV en OCW ook VWS uit te nodigen voor het debat, omdat het veel breder is dan veiligheid en ook zorg et cetera betreft.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Dit is een hartstikke belangrijk onderwerp, dus graag steun.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ontzettend belangrijk. Heel veel steun, ook voor een breder debat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ook steun namens BBB. Ik kijk even naar de Griffie plenair: op 8 maart is het Internationale Vrouwendag en het zou mooi zijn als het debat, als er een meerderheid is, ook in die week gepland kan worden.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Wat ons betreft verdient dit zeker steun, zeker als je weet dat de loonkloof voor vrouwen nog steeds prominent aanwezig is. Dat moet echt anders.

Mevrouw Müller (VVD):

Het is belangrijk om hierover te spreken, maar wat ons betreft kan het betrokken worden bij het commissiedebat met de staatssecretaris van OCW.

Mevrouw Armut (CDA):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Dobbe (SP):

Jammer. Weten we dat zeker? Niemand die nog even naar voren wil komen? Nee? Dan graag een dertigledendebat.

De voorzitter:

We zetten het erop. Dank u wel.

Meneer Diederik van Dijk krijgt het woord voor zijn verzoek.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Graag vraag ik een debat aan met de ministers van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met de staatssecretaris van Financiën over het SER-rapport Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving: een integrale aanpak voor een werkende combinatie. Voorafgaand aan dit debat zou ik graag een kabinetsreactie ontvangen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Ook wij zijn benieuwd naar die kabinetsreactie, want mantelzorg lijkt wel het duizenddingendoekje voor een heleboel ellende. Wat ons betreft dus steun voor dit debat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Voorzitter. Dit is een heel belangrijk onderwerp, dus steun voor het debat.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Van harte steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Heel veel mantelzorgers vallen om door alle hulp- en zorgtaken die ze hebben, dus van harte steun voor dit debat.

Mevrouw Wendel (VVD):

Steun voor de kabinetsreactie, maar geen steun voor het debat. Wij bespreken dit graag bij de begroting aankomende week. Graag hou ik samen met de heer Van Dijk een vinger aan de pols of het dan afdoende behandeld is, want we delen het belang van dit onderwerp.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Mantelzorgers verdienen wat ons betreft zeker een apart debat, dus van harte steun voor dit debat.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

We vinden dit een ontzettend belangrijk onderwerp, maar de snelste manier om het te behandelen is bij de begrotingsbehandeling volgende week.

Mevrouw Paulusma (D66):

Ik sluit me aan bij de woorden van de collega van de VVD, dus geen steun nu.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Steun, voorzitter.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Wel steun.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Het valt me op dat we vaak verwijzen naar andere debatten en dat als die debatten dan komen, we het er niet over hebben. Voorzitter, steun voor dit verzoek.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dan graag een dertigledendebat.

De voorzitter:

We zetten het erbij.

Het laatste verzoek is van de heer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter, dank je wel. Twee weken terug hebben we hier met een meerderheid een debat op de lijst gezet over de toeslagenouders die hun dossiers niet krijgen, terwijl ze daar wettelijk op recht hebben. We wisten op dat moment niet of er een nieuwe staatssecretaris zou aantreden. We weten nu dat de staatssecretaris doorgaat. We weten nu ook wat de reactie is van het kabinet. Die is namelijk binnengekomen. Die reactie roept zelf heel veel vragen op. Daarom lijkt het mij verstandig dat we voor al die ouders die al jarenlang hun dossiers niet krijgen en die niet weten waarom ze onterecht als fraudeur zijn weggezet, een debat inplannen met de staatssecretaris van Financiën. Het verzoek is om dat volgende week te houden.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Krul (CDA):

Daar is wat ons betreft steun voor.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Van harte steun.

De heer Vermeer (BBB):

Wel steun, maar ik weet niet of dat agendatechnisch überhaupt mogelijk is. Er is binnenkort wel een commissiedebat. Maar in principe steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

Mevrouw Paulusma (D66):

Steun. Ik sluit me aan bij de zorg van de heer Vermeer, want wanneer? Steun dus voor het debat, en dan kijk ik verder naar de Griffie en de Voorzitter.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Dat is precies ook onze zorg. Steun om het debat op korte termijn te houden, maar volgende week staan ook een aantal begrotingsdebatten gepland. Ik kan me voorstellen dat het dus lastig is om dit in te plannen, maar het moet wel zo snel mogelijk.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Steun, met dezelfde opmerkingen als mijn collega's.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid. We gaan kijken hoe dat past.

De heer Ergin (DENK):

Ik hoor het vanzelf, voorzitter.

De voorzitter:

Ja.

Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors kort, waarna we verdergaan met de eerste termijn van het debat over de regeringsverklaring.

Termijn inbreng

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden van de Kamer en de leden van het kabinet hun plaats in te nemen. Het woord is aan de heer Wilders voor zijn bijdrage in de eerste termijn namens de Partij voor de Vrijheid.

De heer Wilders (PVV):

Meneer de voorzitter. Daar zitten ze dan: het kabinet-Jetten. Ik zie een aantal bekende gezichten en ik hoor wat nieuwe namen. Ik hoorde ze gisteren op de televisie allemaal zeggen dat ze er veel zin in hebben.

Voorzitter. Ze zullen me vergeven dat ik dat niet begrijp, want het coalitieakkoord dat ze gaan uitvoeren is de sloop van Nederland. Het is niet de zon die gaat schijnen, maar een enorme orkaan die over ons land heen komt. De grenzen blijven wagenwijd open en met een structurele bezuiniging van 15 miljard euro worden onze zorg en sociale zekerheid faliekant gesloopt. Hoe eerder ze dus van het toneel verdwijnen, hoe beter.

Voorzitter. Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA lijkt geschreven door mensen van een andere planeet die geen enkel besef hebben van, of misschien zelfs lak hebben aan, de dagelijkse problemen en overlevingsstrijd van zo veel Nederlanders. Er zitten mensen in vak K die hun links-liberale dogma's over klimaat, Afrika, stikstof en asielzoekers toch op een of andere manier door de strot proberen te duwen van de gewone mensen thuis. Die mensen vragen helemaal niet om een verplichte warmtepomp, maar willen wel dolgraag een betaalbare tas met boodschappen, een lagere energierekening en minder asielzoekers, zodat ze veilig met hun gezin kunnen wonen in een dorp of in een stad. Maar het kabinet-Jetten, voorzitter, doet helemaal niets voor ze: geen lastenverlichting, maar lastenverzwaring; geen asielstop, maar open grenzen.

Voorzitter. Nederland dreigt een groot asielzoekerscentrum te worden. Terwijl we nu al bomvol zitten met vreemdelingen, komen er nog steeds iedere week, ook deze week weer, 900 nieuwe asielzoekers ons land binnen. Onze schatkist wordt geplunderd, onze huizen weggegeven aan mensen die hier nog nooit ook maar één cent hebben bijgedragen. Het wordt steeds gekker nu behalve asielzoekers ook hun nareizigers massaal worden binnengehaald en gefêteerd. Ze krijgen luxe hotelkamers met gratis verwarming, gratis eten, een uitkering en gratis zorg zonder eigen risico, in afwachting van een mooi huis, dat ze ook nog een keer met voorrang krijgen. Vind je het gek dat ze dan massaal naar Nederland komen? Er komen maar liefst nog 53.000 meer nareizigers deze kant op. Alle 322 COA-locaties die Nederland kent, zitten nu al propvol. Met de dwangwet zullen er dit jaar nog duizenden extra plekken door de strot van de Nederlanders in onze dorpen en steden worden geduwd.

Ik zeg tegen premier Jetten: u speelt met vuur. Veel Nederlanders pikken dit niet meer. De maatschappelijke onrust en volkswoede — het moet natuurlijk altijd democratisch en geweldloos — stijgen met de dag als u laf de andere kant op blijft kijken en dit allemaal laat gebeuren.

Voorzitter. Het is ook culturele zelfmoord, want het gros van de asielzoekers komt uit islamitische landen, waardoor de islamisering van ons land ook nog eens wordt gefaciliteerd. Onze waarden verdampen waar we bij staan. Onze tradities worden bij het grofvuil gezet. Onze vrouwen en dochters zijn in hun eigen wijken en steden vogelvrij verklaard. Nu al wordt de helft van de seksuele misdrijven in Nederland door allochtonen gepleegd, en vooral door niet-westerse allochtonen. Dit zijn harde cijfers. Ons land, Nederland, dreigt een dependance van de islamitische wereld te worden, waar straten inmiddels volhangen met ramadangekkigheid, terwijl het woord "kerstmis" inmiddels taboe is. Het is echt ongelofelijk. En wat doet het kabinet? Het kabinet kijkt niet alleen weg, maar houdt de deur wagenwijd open en rolt de rode loper uit voor de ondergang van onze cultuur.

Voorzitter. Als PVV vinden wij dat we onmiddellijk moeten stoppen met deze georganiseerde zelfdestructie. Er moet per direct een asielstop en een stop op gezinshereniging worden ingevoerd. Andere landen doen dat al. Grenzen dicht en geen uitzonderingen. Laat geen asielzoeker meer ons land binnen. Stuur ze direct terug aan de grens. Ze komen immers uit veilige landen. Leer van Duitsland. Duitsland heeft sinds vorig jaar ruim 46.000 mensen meteen teruggestuurd aan hun grens. Leer van Oostenrijk. Dat land heeft de gezinshereniging, binnen de Europese regels, tijdelijk stopgezet. Doe dat ook. Waarom doen wij dat niet?

De heer Van Baarle (DENK):

Dit is het verhaal van de heer Wilders dat we helaas al twintig jaar horen: het is de schuld van vluchtelingen, van Nederlanders met een migratieachtergrond, van moslims en van de islam. Het is de heer Wilders die er een puinzooi van maakt! Het is de heer Wilders die Nederlanders goedkopere boodschappen en huren beloofde, maar die niet heeft geleverd. Het is de heer Wilders die er een puinzooi van heeft gemaakt, met zijn vorige kabinet en het kabinet daarvoor! En dan geeft hij nu de schuld aan moslims, vluchtelingen en de islam. Ziet de heer Wilders dan niet in dat het niet de islam is, maar de heer Wilders die een puinhoop van Nederland maakt? Hij creëert al twintig jaar chaos en staat hier maar te roepen en naar iedereen te wijzen. Híj is het die er een puinhoop van maakt!

De heer Wilders (PVV):

Nee, integendeel. Dat zou ook niet kunnen in twaalf maanden tijd. Het zijn juist al die bestuurders die in de afgelopen decennia — ik heb het hier namelijk over tientallen jaren — de halve wereld hebben binnengelaten. Ik zei het vanmorgen al in mijn interruptie: sinds 2015 zijn er 500.000, een half miljoen, vreemdelingen en asielzoekers dit land binnengekomen. Ze zijn niet allemaal gebleven, maar wel binnengekomen. Dat kan geen land aan! Dat kunnen wij ook niet aan. Als men vorig jaar naar ons had geluisterd, toen wij voorstellen deden om die asielstop in te voeren — Duitsland doet dat nu op een bepaalde manier — of als we de gezinshereniging tijdelijk zouden stoppen zoals in Oostenrijk, dan hadden we nu niet in de penarie gezeten. Dan hadden we nu niet alleen maar overvolle azc's gehad. Dan hadden we plek en geld gehad, want dan waren die asielzoekers Nederland niet meer binnengekomen. Dat kost miljarden per jaar! Dan hadden we geld gehad om die boodschappen te verlagen.

De heer Van Baarle (DENK):

Wat er nou zo giftig is aan wat de heer Wilders doet, is dit: als je het geloof van meer dan een miljoen Nederlandse moslims een-op-een gelijkstelt aan de walgelijke dingen die de heer Wilders zegt, of als je vluchtelingen vergelijkt met natuurrampen en andere verschrikkelijke dingen, creëer je een klimaat van onveiligheid. We hebben het bericht uit Tiel gezien. We hebben gelezen dat een man een wapen heeft gericht op de vrouweningang van een moskee. In de afgelopen weken is een islamitische school bedreigd en beklad. Meerdere moskeeën hebben dreigbrieven ontvangen. Dat komt door het klimaat dat de heer Wilders zaait en door de haat die de heer Wilders zaait. Ik zou tegen de heer Wilders willen zeggen dat hij Nederland onveiliger maakt, dat hij ervoor zorgt dat deze dingen gebeuren en dat als er wat gebeurt — ik hoop dat dat niet het geval is — hij daar medeverantwoordelijk voor is. Ik vraag hem daarmee te stoppen.

De heer Wilders (PVV):

Nee, we gaan met heel veel enthousiasme door met het stoppen van de islamisering van Nederland. We doen alles, maar dan ook alles, wat in onze macht ligt om dat voor elkaar te krijgen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):

De heer Wilders vierde niet lang geleden — ik vind dat absoluut geen felicitatie waard — dat de PVV twintig jaar bestaat. In die twintig jaar hebben we gezien dat er in Nederland steeds meer moskeeën zijn opgericht door islamitische gemeenschappen verspreid door het land. We zien dat de ramadan inmiddels gevierd wordt en dat straten versierd worden omdat Nederlanders gezamenlijk de iftar verbreken. De heer Wilders kan hier twintig jaar haat blijven zaaien, maar ik zie gelukkig steeds meer mensen in Nederland die zich niets aantrekken van de boodschap van de heer Wilders, die willen samenleven, die samen wijken willen vormen, die trots zijn op hun islamitische of niet-islamitische identiteit en allemaal Nederlander zijn. Ik zou tegen de heer Wilders willen zeggen: u kunt nog twintig jaar doorgaan, maar het Nederland van diversiteit gaat winnen en uw Nederland gaat verliezen.

De heer Wilders (PVV):

Nee, mijn Nederland gaat winnen. Ik zie steeds meer mensen die het spuugzat zijn dat ze hun land kwijtraken en dat ze niet meer over Zwarte Piet, maar ook niet meer Kerstmis mogen spreken. Ik zie steeds meer mensen die mee worden gesleurd in een ramadangekte, die op alle mogelijke manieren last hebben van de massa-immigratie, die ervoor moeten betalen, die op een huis moeten wachten dat anderen met voorrang krijgen, die het oneerlijk vinden dat zij een eigen risico hebben, terwijl mensen die zomaar ons land binnenkomen dat niet hebben. Mensen worden daar knettergek van. Ik zal hiermee doorgaan, want dit is kei- en keihard nodig.

Voorzitter. Ik heb ook de volgende oproep aan het kabinet. Sluit de azc's en sluit de belachelijke voorrang voor statushouders op de woningmarkt, zodat de discriminatie van Nederlanders stopt. Gooi de wrede dwangwet vandaag nog in de prullenbak. Geef Nederlanders hun land terug. Laten we ook beginnen met grootscheepse remigratieprogramma's, bijvoorbeeld voor Syriërs. Doe dat snel. De afgelopen jaren zijn er namelijk meer dan 77.000 Syriërs genaturaliseerd tot Nederlander. Dat is echt complete waanzin. Stuur ze terug naar hun eigen land, dat ze vervolgens kunnen helpen opbouwen.

Voorzitter. Nederland heeft de grens van wat wij aankunnen al vele malen overschreden. We zijn al veel te lang het afvoerputje van de wereld geweest.

De heer Paternotte (D66):

De heer Wilders zei net dat dit kabinet asielzoekers een hotelkamer geeft, maar dat deed mevrouw Faber als minister toch ook?

De heer Wilders (PVV):

Laat ik beginnen met zeggen dat mevrouw Faber het geweldig heeft gedaan. Ik ben ontzettend trots. Daar zit ze. U kunt dadelijk misschien even de moeite nemen om haar een hand te geven om haar te bedanken voor alles wat zij voor Nederland heeft gedaan. Mevrouw Faber is elf maanden minister geweest. Dat is inderdaad te kort om de erfenis, de puinhoop op te ruimen die ze kreeg van de staatssecretaris die bekend was vanwege zijn zin "hoe meer asielzoekers, hoe beter", die volgens mij in een andere functie nu weer in vak K zit. Dat kost tijd. Daar zat zij dus mee. Tegelijkertijd heeft u gezien dat zij wat betreft Ter Apel, ik geloof op één keer na, altijd onder de aantallen is gebleven die daar gehuisvest mochten worden. Zij heeft het dus hartstikke goed gedaan, ondanks de ellende waarmee zij door tien à elf jaar VVD-beleid en D66-beleid werd opgezadeld. Als de partijen voor onze voorstellen hadden gestemd en het kabinet niet was gevallen, dan had ze nog veel meer goede dingen kunnen doen.

De heer Paternotte (D66):

Het antwoord is dus ja. Mevrouw Faber gaf asielzoekers inderdaad een hotelkamer. Er staat in het akkoord van dit kabinet dat we daarmee willen stoppen. We willen asielzoekers geen hotelkamer meer geven. We willen alleen maar normale azc's en niet meer die dure hotelkamers. Hoe kan het nou dat u dat elf maanden lang niet voor elkaar kreeg, maar wel boos bent dat dit kabinet dat in twee dagen nog niet gefikst heeft?

De heer Wilders (PVV):

Dat heb ik net gezegd. Mevrouw Faber zat met een erfenis van de VVD-staatssecretaris die iedereen binnenliet en zei: hoe meer asielzoekers, hoe beter. Dat is één. Het tweede punt is dat het ons zo ver over de schoenen loopt dat we dit gewoon niet meer aankunnen. Er zitten op dit moment 83.000 mensen in azc's, onder wie ongeveer 19.000 statushouders. We hebben de afgelopen tien jaar al 500.000 mensen ons land binnengehaald. Er komen nog 53.000 nareizigers hiernaartoe. We kunnen het niet aan. We moeten dus niet praten over hotels of asielzoekerscentra, maar we moeten ze tegenhouden. We moeten zeggen: vanaf morgen een asielstop. Duitsland doet dat op een bepaalde manier. In een jaar tijd heeft het bijna 50.000 mensen teruggestuurd. We moeten ook een stop zetten op de nareizigers. Oostenrijk doet dat ook. Het kan binnen de Europese regels. Mijn voorstel is dus niet om te praten over hotels of iets anders. Nee, mijn voorstel is: terugsturen aan de grens, Nederland weer voor de Nederlanders en de mensen niet meer ons land binnenlaten.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Paternotte (D66):

De heer Wilders zegt dat het kabinet asielzoekers een hotelkamer geeft. Vervolgens zegt hij nu twee keer dat hij het net niet wil hebben over hotels. Ik snap waarom hij het niet wil hebben over hotels, want mevrouw Faber heeft asielzoekers net zo goed een hotelkamer gegeven. Dit kabinet gaat proberen om daar een einde aan te maken.

De heer Wilders (PVV):

Nee, dat doet het niet. Dit kabinet weigert, net als het kabinet waar wij in zaten, om uiteindelijk een asielstop in te voeren. Dit kabinet weigert om een nareizigersstop in te voeren, wat Oostenrijk wel doet. Daardoor komen ze allemaal in een hotel. Dat is allemaal onnodig. Het is onnodig als we morgen een asielstop invoeren.

Voorzitter. Ik zei het al: we moeten onze euro's aan onze huizen en onze eigen mensen besteden. Ook tegen de tienduizenden Oekraïense mannen die hier in Nederland verblijven, zeg ik dus: ga naar huis, wees een vent en ga je eigen land helpen verdedigen.

Voorzitter. We moeten ook onze eigen grenzen gaan bewaken. De Europese buitengrenzen zijn namelijk niet alleen meer dan 50.000 kilometer lang, maar ook zo lek als een mandje. Het Europese Migratiepact is een gevaarlijke fata morgana. We kunnen uiteindelijk niemand vertrouwen, behalve onszelf. We kunnen de lidstaten van de Europese Unie niet vertrouwen, en Brussel zeker niet. Kijk naar Spanje. Op dit moment regeert in Spanje een premier die Pedro Sánchez heet. Hij is een beetje een kruising tussen onze eigen Jimmy Dijk en Jesse Klaver. Veel erger wordt het dus niet wat betreft asiel en immigratie. Die Sánchez gaat nu in Spanje een half miljoen illegale migranten belonen met een verblijfsvergunning, een generaal pardon. Met hun gezinsleden erbij gaat dat om meer dan een miljoen mensen. Voor je het weet staan die allemaal bij ons op de stoep, want in Nederland krijgen ze immers alles gratis. Mijn oproep aan het kabinet is dus: hou ze tegen, zet Spanje direct uit Schengen of stap er, als dat lukt niet, als Nederland zelf uit. Dat laatste zou nog beter zijn. Graag een reactie van de minister-president.

Voorzitter. Als wij nu niet ingrijpen, raken wij ons land kwijt. Ik zeg het al ruim twintig jaar en elke peiling bevestigt het weer: de grote meerderheid van de Nederlanders vindt dat de islam niet bij Nederland hoort. Niet alleen de grote meerderheid van de Nederlanders, maar ook de grote meerderheid van bijna alle grote politieke partijen in dit huis vindt dat. Het is geen religie van vrede, hoe vaak de linkse kerk dat ook predikt. Het is een totalitaire en gewelddadige ideologie die streeft naar onderwerping en dominantie. Overal waar de islam wortelt, volgen onvrijheid, chaos, dood en verderf. We zien terreuraanslagen, we zien de exploderende Jodenhaat, het antisemitisme, we zien vrouwenhaat, we zien homohaat, we zien eerwraak en een diepe afkeer van alles wat vrij, modern en westers is.

Onlangs nog werden hier in Nederland vijftien mensen aangehouden door de politie die via TikTok andere mensen opzweepten om voor Islamitische Staat terreurmisdrijven in Nederland te plegen. De islam vergiftigt zo onze samenleving van binnenuit. Het is nu al de grootste religie in Nederland onder jongeren onder de 25 jaar, nu al. Als we niet razendsnel ingrijpen, is de islam over zo'n twintig jaar de grootste religie in heel Nederland. Dan zijn er in Nederland dus meer moslims dan christenen. Ik vind dat een nachtmerrie, een nachtmerrie van barbaarsheid, gestoeld — laten we dat niet vergeten — op het voorbeeld van de profeet Mohammed, aanbeden door echt 2 miljard moslims wereldwijd. Maar het leven van die profeet was een aaneenschakeling van bruut geweld, massamoord en pedofilie.

Voorzitter. Dit land is niet van nepprofeten of imams. Het is ook niet het land van asielzoekers. Het is ook niet het land van links-liberale multiculturalisten die onze eigen identiteit haten. Dit land is ook zeker niet van Rob Jetten. Dit land is van de Nederlanders. Het is het land van onze jeugd en moet het land van onze kinderen blijven. Een land gestoeld op de joods-christelijke beschaving en niet op de verstikkende woestijnwetten uit Mekka. Dus ook hierom moeten onze grenzen op slot, moeten we inzetten op remigratie — vrijwillig, maar ook verplicht voor criminele profiteurs en illegalen. We moeten islamitische scholen sluiten. Ik vind ook dat we hoofddoekjes bij minderjarige moslimmeisjes wettelijk moeten verbieden. Er moet een verbod komen op de oproep tot het islamitisch gebed of, nog beter, op de bouw van nieuwe moskeeën.

Maar premier Jetten en zijn collega's maken deze keuzes niet. Ze doen niets aan de asieltsunami en ze faciliteren de verdere islamisering van Nederland. Ook daarom komen wij in verzet, en veel Nederlanders met ons. Dat zijn mensen die klaar zijn met de open grenzen, met de asieltsunami, met de dwangwet, met de voorrang voor statushouders op onze huizen, met de ombouw van ons land tot één groot opvangkamp en met het weggeven van Nederland aan de islam.

Voorzitter. Ook op sociaal-economisch gebied is er een crisis in Nederland. Miljoenen Nederlanders en hun gezinnen zitten financieel klem. De energierekening, de huur, de boodschappen, de sportclub van de kinderen: het is voor de ruggengraat van onze samenleving vaak onbetaalbaar geworden. Dit kabinet maakt het alleen maar erger. De koopkracht daalt voor alle groepen. De armoede stijgt. Voor veel Nederlandse gezinnen is de kassa in de Nederlandse supermarkt inmiddels een bron van angst. Elke kassabon voelt duurder dan ooit en hoger dan hun budget kan dragen. De Consumentenbond wrijft het ons ook in: in België, Duitsland, maar ook Frankrijk ben je voor je boodschappen tot 20% goedkoper uit. Veel mensen vinden dat je in Nederland aan de kassa wordt kaalgeplukt. Ze hebben gelijk. Een derde van de huishoudens heeft moeite rond te komen. Het Rode Kruis spreekt van 450.000 mensen in verborgen voedselnood. Voedselnood in Nederland! Het is toch niet te geloven? Sinds 2020 heeft het Rode Kruis hier in Nederland al een miljoen boodschappenkaarten uitgedeeld; dat zijn prepaidkaarten waarmee mensen in voedselnood zelf hun boodschappen kunnen doen. Voor een rijk land als Nederland vind ik dat een schandvlek op onze geschiedenis.

Voorzitter. Laten we eerlijk zijn. Het is toch ook onaanvaardbaar dat er wel horden asielzoekers maximaal gepamperd worden met luxediners en all-inclusiveopvang, maar dat de Nederlanders die dit land hebben opgebouwd achteraan mogen aansluiten in de rij voor een voedselbon? En wat doet deze coalitie? Wat doen al die kabinetsleden in vak K? Ze noemen het een nieuw begin. Maar de Nederlander weet wel beter. In vak K zitten niet de bouwers van een betere toekomst, maar de architecten van de afbraak. Hun koers voert rechtstreeks naar een nationaal ravijn. Dat is geen oppositieplaatje; dat is een overlevingskreet van een volk dat vindt dat het niet meer gehoord wordt. Want wat is het antwoord van premier Jetten? Het antwoord is geen lastenverlichting, maar botte bezuinigingen en lastenverzwaring, zoals de vrijheidsbijdrage: een cynische naam voor ordinaire diefstal die een gezin meer dan €500 à €600 per jaar kan kosten.

Voorzitter. De diepste en, denk ik, meest giftige wond die het kabinet-Jetten maakt, is het rigoureus en meedogenloos snijden in de zorg en de sociale zekerheid. Het gaat om maar liefst 15 miljard euro structureel. Ze bezuinigen 470 miljoen op de ouderenzorg, terwijl eenzelfde bedrag van 470 miljoen wordt uitgegeven aan de crisisopvang voor asielzoekers. Ik vraag me af hoe diep je nog kan zinken als je de belangen van asielzoekers blijkbaar belangrijker vindt dan de zorg voor onze ouders en schoonouders. Alleen al voor deze morele schandvlek verdient het kabinet vandaag een motie van wantrouwen.

Voorzitter. Ook het eigen risico gaat fors omhoog. Volgens het CPB stijgt dat naar €520 in 2030. Premier Jetten hakt ook in de ouderenzorg en in de gehandicaptenzorg — dat is toch ongelofelijk? — in de wijkverpleging en in de huishoudelijke hulp. Zelfs de aftrek van specifieke zorgkosten moet eraan geloven. Het is een ongekende veldslag tegen de meest kwetsbaren in onze samenleving, tegen mensen die zich vanwege hun leeftijd of een handicap niet meer kunnen verweren. Miljarden worden weggeroofd bij onze ouderen en gehandicapten. Het is het morele failliet van kille boekhouders, een rekensom die geen weldenkend mens kan uitleggen zonder door de grond te gaan van schaamte.

Voorzitter. Ook in de WIA, de wet voor de arbeidsongeschikten, en de WW voor de werklozen, wordt gesneden, zelfs voor bestaande gevallen. Dat gebeurt eigenlijk nooit in Nederland. Ook uitkeringen van mensen die die nu al hebben, de zogenaamde bestaande gevallen, worden gekort. Dat is valser dan vals. Je kunt mensen die hebben gerekend op hun inkomen niet zomaar tot €1.000 per maand afpakken. Ik vraag oprecht aan de premier: waarom in hemelsnaam dit soort asociale maatregelen?

Voorzitter. Dan het voorstel om de pensioenleeftijd te verhogen. Mensen moeten van het kabinet eerder tot hun 70ste doorbeulen. Doorwerken tot je 70ste. Zeg dat maar eens tegen de verpleegster die na 30 jaar nachtdiensten fysiek en mentaal is gesloopt. Zeg dat maar eens tegen de politieagenten die op hun 70ste al opgebrand zijn door het multicultureel geweld op straat. Voor al die Nederlanders is 70 geen leeftijd, maar een vonnis. Werken tot aan de rand van het graf; dat wordt het. Dat is wat premier Jetten van de Nederlander vraagt. Ik zeg: stop deze waanzin. Trek dat idiote voorstel vandaag in. Ik wil geen voorstel om terug te gaan naar de tekentafel en te kijken hoe we het verzachten. Niks verzachten. Het voorstel moet helemaal van tafel. Handen af van onze AOW.

Voorzitter. In plaats van het serieus nemen van al die noodsignalen van onze bevolking en onze eigen mensen, geven premier Jetten en zijn team wel miljarden weg aan andere zaken. Zo komen er miljoenen euro's extra voor de publieke omroep, gaan er miljarden naar extra asielopvang, gaan er miljarden naar een fonds om onze fantastische boeren de nek om te draaien, gaat er een kwart miljard extra — dat wordt, geloof ik, nog betwist tussen coalitiepartijen — naar ontwikkelingshulp voor Afrika en wordt er maar liefst 60 miljard extra voor windmolens op zee gereserveerd. 60 miljard euro voor windmolens op zee! Welke idioot — sorry, voorzitter — of welke gek verzint zoiets? De komende drie jaar gaat er ook nog eens meer dan 10 miljard euro naar Oekraïne. Oekraïne verdient natuurlijk steun — begrijp me niet verkeerd — maar in verhouding heeft Nederland echt al veel meer gegeven dan al die andere landen in Europa, zeker meer dan Griekenland, Italië en Spanje. Laat die landen nu eens extra hun portemonnee trekken; is de premier dat met me eens?

Voorzitter. Zowel werkenden als mensen met een uitkering en onze eigen ouderen en gehandicapten worden dus uiteindelijk allemaal gepakt om die asielinstroom en -opvang, de windmolens op zee en de hulp aan Afrika te kunnen betalen. Ik vraag aan u, aan de premier en via hem dus ook aan de andere architecten van het coalitieakkoord: waar is uw geweten, waar is uw moreel kompas, waar is uw fatsoen? U zou zich kapot moeten schamen. De burger krijgt van u geen maatregelen om de lasten voor de mensen die het moeilijk hebben te verlichten, maar een dikke middelvinger. Vooral de lagere en de middeninkomens zijn de klos. Zij hebben het nakijken. Zij mogen hun portemonnee trekken. Wij accepteren dit niet. Wij willen — ik zei het al — een asielstop, waarmee we miljarden kunnen besparen.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik hoorde de heer Wilders zeggen: handen af van de AOW en niet terug naar de tekentafel. Ik ben het met de heer Wilders eens dat die AOW-plannen van het kabinet niet goed waren, maar ik wilde aan de heer Wilders het volgende vragen. Er ligt een motie voor. Die wordt morgen in stemming gebracht. Dat is een motie van de SGP. Ik heb 'm mede mogen ondertekenen. Daarin is inderdaad sprake van goeie verzachtingen. Ik wil aan de heer Wilders vragen of hij die motie kan steunen. Hij kent 'm, want het is de aangehouden motie van de SGP.

De heer Wilders (PVV):

Nee, natuurlijk niet. Dat heb ik net al gezegd. We gaan niet voor een verzachting. Dan komt er nog steeds een ingreep op de AOW uit, die wij niet willen en die volgens mij niemand in Nederland met gezond verstand wil. Dan moeten we blij zijn? Zijn we helemaal gek geworden? Als het kabinet zegt dat het morgen via de belastingen de boodschappen €10.000 duurder gaat maken en daarna tegen de heer Markuszower zegt dat het geen €10.000 maar €5.000 doet, staat u dan te juichen? Wij niet.

(Geroffel op bankjes)

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dat is dus de vraag, meneer Wilders, want als we doen wat de heer Wilders wil, is het een kwestie van alles of niets.

De heer Wilders (PVV):

Zo is dat.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dan is er dus niets. Dan heeft de heer Wilders niets bereikt voor die Nederlander. Dat is ongeveer hetzelfde als toen de heer Wilders in 2010 zei: handen af van de AOW-leeftijd, die mag niet hoger worden dan 65 jaar. Het eerste wat de heer Wilders toen deed, was een inruil waardoor de AOW-leeftijd door de koppeling met de levensverwachting wél omhoog zou gaan. Daarom zitten we nu hier: omdat de heer Wilders er in 2010 niet voor heeft gevochten om die AOW-leeftijd op 65 jaar te laten, zijn er afspraken gemaakt en is er een koppeling gekomen waardoor de AOW-leeftijd met de levensverwachting meestijgt. Nu komt dit kabinet met plannen en zegt: we gaan de Nederlanders nog harder pakken. Nou komen wij met een motie die zegt: nee, ga nou terug naar de tekentafel en maak het wat zachter. Gaat de heer Wilders nou weer alles of niets spelen of gaat de heer Wilders samen met ons proberen de pijn voor de Nederlander te verzachten?

De heer Wilders (PVV):

Een ingewikkelde, lange interruptie. Ik kan die niet helemaal begrijpen, maar als ik dan toch probeer om de kern ervan te vatten, dan is mijn antwoord: handen af van de AOW. Wij gaan niet snijden in de AOW. Wij gaan ook niet zorgen dat mensen langer moeten doorwerken. Als dat wat verzacht wordt, moeten ze nog steeds langer doorwerken. Het antwoord op uw vraag is dus: in geen honderdduizend jaar.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Als de heer Wilders echt meent wat hij net zei, zal hij die motie morgen toch moeten steunen, want die zorgt ervoor dat de Nederlanders minder pijn lijden, dat die ramp niet plaatsvindt, dat de AOW-leeftijd verlaagd wordt en dat de mensen dus eerder met pensioen kunnen gaan. De heer Wilders moet morgen echt die motie steunen, want anders houdt hij die ramp niet tegen.

De heer Wilders (PVV):

Voor de 27ste keer; misschien kan de heer Markuszower zijn oren opendoen: wij gaan dat niet steunen. Wij gaan dat niet steunen, want wat we willen, is gewoon: handen af van de AOW. Als er een hele slechte ingreep ligt waarvan iedereen — van de vakbonden tot weet ik wie dan ook, ook de ouderen zelf — zegt dat dat niet kan en dat we dat niet moeten doen, gaan wij toch geen genoegen nemen met een slap aftreksel daarvan? Dat gaat immers nog steeds pijn doen in de AOW. Wij gaan dat dus niet steunen. U kunt wel iedere keer op uw knieën gaan voor dit kabinet en alle ombuigingen voor de helft accepteren, maar daar zullen de mensen ú boos op aankijken, niet ons.

(Geroffel op bankjes)

De heer Wilders (PVV):

Ik zei het al: wij willen ook geen miljarden meer voor klimaat, stikstof, asiel en andere gekke ideeën. Wij willen dat geld teruggeven aan de Nederlander via een forse lastenverlichting en voor fatsoenlijke zorg, vooral fatsoenlijke ouderenzorg en fatsoenlijke gehandicaptenzorg. Wat zou het geweldig zijn om het lage btw-tarief van 9% op boodschappen af te schaffen; dat zou zo veel mensen helpen. Dat kan ook, bijvoorbeeld als je de ontwikkelingshulp schrapt. Dat is precies hetzelfde bedrag. Wat zou het mooi zijn als we met het geld dat we zouden kunnen besparen met een asielstop én een stop op de gezinshereniging, de AOW-leeftijd helemaal zouden kunnen bevriezen of verlagen, of als we de tandarts voor volwassenen weer in het basispakket van de zorg kunnen stoppen, zodat mensen ook de tandarts weer vergoed krijgen. Er zijn duizend keuzes, maar dit kabinet doet niets van dit alles. Er zijn alleen maar lastenverzwaringen en slechte keuzes en ze laten de Nederlander ervoor betalen.

Voorzitter. Zo'n kabinet verdient geen steun, maar een snoeiharde oppositie. Het verdient ook geen dealtjes, geen achterkamertjes, geen meebuigen. De PVV zal zich met hand en tand verzetten tegen de sloop van ons land en zal dit kabinet politiek bestrijden. Met Jetten en zijn team gaat Nederland namelijk diepdonkere dagen tegemoet. Wij zullen echter niet rusten voordat we verlost zijn van dit kabinet, met al die vreselijke plannen. De Nederlander moet zijn land weer terugkrijgen en op één komen te staan, maar dat staat hij niet bij dit kabinet; dat is wel helder. Dat is onacceptabel en daarom zal ik — ik had 'm al aangekondigd — in tweede termijn een motie van wantrouwen indienen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Brekelmans voor zijn inbreng in eerste termijn namens de VVD.

De heer Brekelmans (VVD):

Dank, voorzitter. Allereerst felicitaties aan het kabinet en aan premier Jetten voor het feit dat het kabinet zo snel is gevormd en dat er een goed en enthousiast team van mensen staat om voor Nederland aan de slag te gaan.

Mensen thuis snakken er het meest naar dat Den Haag meer gaat leveren. Een groot aantal problemen dat al jarenlang op onze bureaus ligt, moet niet leiden tot meer Haags gedoe en meer ruzie, maar moet daadwerkelijk worden opgelost. Dat vraagt iets van ons allemaal, zeker met een minderheidskabinet. Dat vraagt om een open houding, veel samenwerking en veel afstemming. Ik kijk ernaar uit om dit samen met het nieuwe kabinet en met zowel de coalitie als de oppositie te gaan doen, om samen te bouwen aan een sterker Nederland. Uiteraard zal de VVD het kabinet scherp blijven controleren en controleren of er wordt uitgevoerd wat er in het regeerakkoord staat. Daarbij zal ze elke dag blijven strijden voor een veilig Nederland, een sterke economie en grip op migratie.

Voorzitter. Op vele plekken die ik in mijn vorige functie, als minister van Defensie, heb mogen bezoeken, met name in Oekraïne, maar ook in het Midden-Oosten, heb ik van dichtbij gezien wat het betekent als mensen in oorlog moeten leven. Ik heb gezien wat het betekent als je vrijheid je volledig is afgenomen, als je niet meer je eigen keuzes kunt maken, als je de hele dag alleen maar bezig bent met overleven en als je je de hele dag zorgen maakt of je familie en vrienden nog veilig zijn. Bij mensen die in oorlog leven, kun je het zien als je ze in de ogen kijkt.

Oorlog is het ergste dat er is. Er is niemand die zich dat meer realiseert dan militairen. Die hebben het niet alleen van dichtbij beleefd, maar hebben daarbij zelf ook het grootste gevaar gelopen. Militairen werken juist dagelijks aan het voorkomen van oorlog, het voorkomen van meer oorlog in Europa. Dat is de reden dat we hebben afgesproken om meer in defensie te investeren, zowel binnen het NAVO-bondgenootschap als nu ook met dit kabinet, ook in Nederland. Zo zorgen we ervoor dat de vrijheid in stand blijft die we nu al 80 jaar met elkaar vieren en dat ook onze kinderen en kleinkinderen vrij en veilig kunnen opgroeien.

De gevolgen van oorlog zijn echter breder dan alleen wat er in Oekraïne gebeurt. Het is alsof Rusland dagelijks een grote steen in het water gooit, een grote steen op Oekraïne gooit, en de rest van Europa de rimpelingen daarvan ervaart. We hebben dat de afgelopen jaren ook in Nederland gezien. Oorlog in Oekraïne en geopolitieke turbulentie raken ons allemaal. Ze zorgen ervoor dat we de afgelopen jaren allemaal geconfronteerd zijn met hogere prijzen, waardoor de energierekening hoger en de boodschappen duurder werden en voor mensen steeds moeilijker betaalbaar waren. Het leidt tot migratie van mensen naar Nederland, wat nog meer druk legt op het beperkte aantal woningen en onze voorzieningen. Het leidt tot onzekerheid bij mensen. Het leidt tot onzekerheid bij bedrijven om te investeren en bij mensen om grote levenskeuzes te maken.

Vanwege al deze redenen zijn investeringen in defensie zo belangrijk, juist nu. Ik ben trots dat wij als Nederland met het nieuwe kabinet deze investeringen doen, dat we daarmee de verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid en dat we dat ook op een manier doen waarmee we de rekening niet doorschuiven naar onze kinderen en kleinkinderen. Daar kunnen heel veel landen, ook heel veel landen in Europa, echt een voorbeeld aan nemen.

Voorzitter. Het zou zomaar eens kunnen dat ook dit kabinet weer een geopolitiek kabinet wordt. Het zou zomaar kunnen dat in de komende dagen of weken de Verenigde Staten een aanval uitvoeren op Iran. Daar heerst een vreselijk terreurregime dat ontelbare slachtoffers maakt onder vreedzame demonstranten. Het zou ook zomaar kunnen dat Rusland in de komende jaren een gerichte confrontatie uitlokt met de NAVO. Het zou ook kunnen dat China een blokkade uitvoert op Taiwan, of zelfs erger. In zulke scenario's, die niet ondenkbeeldig zijn, staat in één keer alles op zijn kop. Dan is het nodig dat we buffers hebben en die schokken kunnen opvangen. Ik vind het heel goed dat het kabinet in alle plannen die worden gemaakt ook daar rekening mee houdt. Gegeven deze dreigingen hebben wij geen tijd te verliezen bij het versterken van onze defensie en het versterken van onze weerbaarheid. Ik hoor dan ook graag van de premier welke specifieke prioriteiten en stappen hij samen met de minister van Defensie voor zich ziet.

Bij een sterk Defensie hoort ook een sterke industrie, want met een sterk leger kun je winnen op het slagveld, maar een sterke economie en industrie zorgen ervoor dat je de oorlog wint. Ik wil specifiek aandacht vragen voor de defensie-industrie, want die moet in staat zijn om veel sneller veel meer spullen te leveren. Dit vereist actieve betrokkenheid en actieve inzet van het kabinet, niet alleen van de minister van Defensie, maar breder in het kabinet. Mijn vraag is hoe het kabinet hiernaar kijkt en wat we hier op korte termijn op kunnen verwachten.

Eén ding waar defensiebedrijven, onze krijgsmacht en onze bondgenoten om vragen, is zekerheid, om langjarig grote investeringen te kunnen doen. Daarom is het zo belangrijk dat die 3,5% de komende tien jaar in onze begroting staat, maar het zou nog meer zekerheid bieden als we die ook vastleggen in de wet. De VVD ziet het wetsvoorstel, dat ook in het regeerakkoord staat, dan ook graag snel tegemoet.

Laten we daarbij geen dag uit het oog verliezen dat Oekraïne doorlopend wordt gebombardeerd en aangevallen door Rusland, dat Oekraïners aan de frontlinie elke dag onze leveringen nodig hebben om te overleven en in stand te blijven, en dat diezelfde Russische agressie ook de rest van Europa bedreigt en Oekraïne die ook voor ons tegenhoudt. Ik spoor het kabinet daarom aan om de leveringen onverminderd door te zetten en de druk op Rusland te verhogen, met daarbij tot slot een concrete vraag, die meerdere ministers raakt: wat gaat Nederland doen om de Russische schaduwvloot aan te pakken? Is het kabinet bereid om hier, net als Frankrijk, bovenop te zitten en daarnaast ook snel met een breder plan te komen voor de veiligheid op de Noordzee?

De heer Vermeer (BBB):

Ik weet niet hoeveel tijd de heer Brekelmans nog heeft. Hoelang is dat ongeveer nog?

De voorzitter:

Dertien minuten.

De heer Vermeer (BBB):

Oké. Ik wil even vragen aan de heer Brekelmans of hij het ook nog over Nederland gaat hebben.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik denk dat de heer Vermeer niet goed naar mij heeft geluisterd. Alsof investeringen in defensie niet om Nederland zouden gaan. Ik heb net uitgelegd en toegelicht dat we investeren in defensie, omdat wij willen zorgen dat agressie en oorlog niet dichterbij komen, dat de prijzen, of het nou gaat om energie of de boodschappen, niet ineens omhoogschieten, dat er niet in één keer tienduizenden of zelfs honderdduizenden migranten naar Nederland komen, en dat mensen niet in onzekerheid leven en zich afvragen of hun kinderen en kleinkinderen nog wel veilig zijn. Daar gaan al deze investeringen om. Als de heer Vermeer dat nog steeds niet begrijpt en investeringen in defensie wegzet als iets ver weg, dan zou ik hem vooral aanraden om eens met zijn collega Tuinman daarover te spreken.

De heer Vermeer (BBB):

De heer Brekelmans noemt dit allemaal, maar die energie en die boodschappen zijn al duurder geworden. Dat komt niet door de externe omstandigheden, maar onder andere door hoge netwerkkosten en door te veel investeringen in windturbines waarvan de stroom naar het buitenland gaat. Die boodschappen zijn al duurder geworden. Die asielinstroom is er al en die kunnen we al niet aan. Ik hoor de heer Brekelmans in zijn verhaal zeggen "wij hebben het hier over een geopolitiek kabinet", terwijl de heer Jetten zelf zei: ik wil een beter Nederland. Dus laten we het alsjeblieft over Nederland hebben. En dat is geen vraag.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik heb het net de hele tijd over Nederland gehad. Als de heer Vermeer denkt dat defensie en militairen iets zijn voor ver weg, dan spijt mij het heel erg, maar dan heeft hij gewoon niet begrepen hoe het werkt. Wat Nederlandse huishoudens en gezinnen, of zij nou veel of weinig verdienen, de afgelopen jaren hebben meegemaakt, is dat de prijzen in één keer heel erg toenamen door wat er in Oekraïne gebeurde en dat meer dan 100.000 Oekraïners naar Nederland zijn gekomen, omdat zij moesten vluchten. Meer dan driekwart van mijn spreektijd zal gaan over allerlei andere onderwerpen die Nederlanders natuurlijk ook heel erg raken, maar laten we niet doen alsof datgene wat in Oekraïne gebeurt of de investering in defensie iets is voor ver weg. Dat raakt de basis van ons land en de basis van iedere Nederlander.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):

Aan investeren in de Nederlandse defensiecapaciteit heeft ook Nederland iets; dat is duidelijk. Dat is echter maar een fractie van al het geld dat wordt besteed. Daarnaast is het zo dat de energieprijzen al ruim voor de inval in Oekraïne omhooggingen. Daar hebben wij destijds ook voor gewaarschuwd. De rest van de verhogingen komt door extra netwerkkosten én door accijnzen, energiebelasting et cetera. Alsjeblieft, ga nou niet doen alsof dat allemaal komt door die verschrikkelijke oorlog waarvan wij hopen dat die snel stopt.

De heer Brekelmans (VVD):

Dat heb ik ook niet gezegd. Natuurlijk heeft de snelle stijging van de energieprijzen meer oorzaken. Dat er te weinig woningen zijn heeft ook meer oorzaken. Wat je wel ziet, is dat de prijzen in één keer omhoogschieten als Rusland ineens Oekraïne binnenvalt, want daar zijn we niet op voorbereid. Ik noemde net andere voorbeelden van zaken die de komende jaren zouden kunnen gebeuren, waardoor de prijzen weer ineens omhoog kunnen schieten. Daar moet je op dat moment een buffer voor hebben. Als je ervoor zorgt dat je de defensie op orde hebt en er een sterk NAVO-bondgenootschap is, dan hebben dat soort gebeurtenissen in de wereld niet zo'n grote impact op ons. Dat is waar we elke dag mee bezig zijn.

De heer Stoffer (SGP):

De heer Brekelmans heeft het over de investeringen in defensie. Die steunen wij uiteraard van harte. Daar zijn we altijd een voorstander van geweest, ook in de tijd dat iedereen dacht dat de wereldvrede was aangebroken. Hij heeft het ook over de Nederlandse defensie-industrie. Daar gaat mijn vraag over. In het voorvorige leven van de heer Brekelmans heb ik met hem een stevige aanvaring gehad over de onderzeeboten, die niet in Nederland worden gebouwd, maar door Franse bedrijven. Ik moet nog steeds zien in hoeverre het Nederlandse bedrijfsleven daarvan meeprofiteert. Nou ja, misschien dat de opvolger van de heer Brekelmans ons dat t.z.t. nog weleens laat zien. Maar goed. Die fout heeft de heer Brekelmans een tijd gemaakt; daar kunnen we niks meer aan doen. Wat nu speelt, zijn al die investeringen die nu komen. Dan is mijn vraag: hoe gaat het Nederlandse bedrijfsleven hiervan profiteren? De afgelopen verkiezingstijd ben ik meerdere keren bij bedrijven geweest. De heer Diederik van Dijk, mijn collega, was nog vaker bij de defensie-industriebedrijven. Hij maakte zich grote zorgen: kunnen wij meeprofiteren van al die investeringen en ervoor zorgen dat dit geld hier in Nederland blijft staan? Ik ben benieuwd hoe de heer Brekelmans daartegen aankijkt. Hij heeft de afgelopen twee jaar vast een beetje bijgeleerd.

De heer Brekelmans (VVD):

De heer Stoffer weet heel goed — het is een beetje flauw dat hij dat nu zo zegt — dat de Nederlandse industrie voor minimaal 1 miljard iets voor die onderzeeboten doet. Laten we niet een heel technisch debat voeren over schepen boven het wateroppervlak en boten onder het wateroppervlak. Natuurlijk staat daarin centraal dat wij willen dat de Nederlandse bedrijven dat werk voor een heel groot deel kunnen doen. We hebben een geweldige maritieme industrie. Er moet een hele modernisering van de Nederlandse marinevloot plaatsvinden, en ik hoop dat de Nederlandse industrie daarvan het overgrote deel kan doen. De reden waarom ik dit punt aankaart, is juist dat ik nu zie dat het kabinet de komende jaren oplopend tot 19 miljard budget erbij krijgt, en ik hoop dat we dit zo veel mogelijk ook door de Nederlandse industrie kunnen laten doen. Maar tegen de heer Stoffer zeg ik daar ook bij: die industrie is er nu nog niet; als je nu iets bestelt, kost het vaak vele jaren voordat het geleverd wordt. Vandaar dat ik het kabinet aanspoor om daar ook als overheid een actieve rol in te pakken, om ervoor te zorgen dat ook de Nederlandse industrie in staat wordt om aan een heel groot deel van dat extra defensiebudget invulling te geven.

De heer Stoffer (SGP):

Ik wil niet blijven hangen in het verleden, want als je het over de industrie hebt, moet je wat dat betreft vooruitkijken. Ik hoop dus dat de heer Brekelmans en ik elkaar daarin vinden. Mijn vraag is: kunnen de VVD en de SGP, en ik hoop ook alle anderen, dit kabinet met elkaar telkens opjagen, zodat we de defensie-industrie inderdaad ook opbouwen en we voor de bedrijven die we al hebben — want er zijn er een heel aantal, en die maken zich er zorgen over of ze ook die opdrachten krijgen — schouder aan schouder staan om ervoor te zorgen dat ook het Nederlandse bedrijfsleven volop uit deze ruif kan meepikken?

De heer Brekelmans (VVD):

Zeker, daar zullen we ons samen voor inzetten. En ik kan meteen het bruggetje maken naar de heer Dassen, want die gaat me natuurlijk vragen om dat ook in Europa samen te doen. Ook dat is waar, want het is niet zo dat Nederlandse bedrijven alles kunnen doen. Het is net zo belangrijk dat wij niet alleen in Nederland de defensie-industrie opschalen, maar dat andere Europese landen dat net zozeer doen. We moeten oppassen dat we wat dat betreft geen economisch hek zetten rond ons land, maar dat we er juist voor zorgen dat we als Nederland kunnen meeprofiteren van de grote orders die Duitsland en ook Polen gaan doen. Dat vraagt om veel meer internationale samenwerking. Dus daar spoor ik het kabinet net zozeer toe aan: zorg ervoor dat we ook op Europees niveau en met buurlanden die defensie-industrie een enorme impuls geven.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Een sterk begin van de heer Brekelmans, met zijn betoog. Ik denk namelijk dat het niet te onderschatten is wat de geopolitieke situatie op dit moment voor invloed heeft op juist ook de discussie die we hier vandaag hebben over hoe we de zorg gaan betalen en onze sociale zekerheid op orde blijven houden. De heer Brekelmans zegt net dat het kabinet wellicht ook een geopolitiek kabinet wordt. Ik denk dan wel meteen aan de vraag hoe we van Europa een geopolitieke speler gaan maken. Uiteindelijk zijn wij als Nederland een klein land in die hele grote wereld en zullen we als Europa nu ook stappen moeten nemen voor die geopolitieke volwassenwording. Ik ben benieuwd welke stappen de VVD daartoe bereid is te zetten, en dan heb ik het niet over het afschaffen van het vetorecht op het buitenlandbeleid. Welke hervormingen binnen Europa zijn er volgens de VVD nu nodig om toe te werken naar, zoals Mario Draghi het zegt, dat federale Europa dat eigenlijk nodig is voor deze tijd?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik denk dat het antwoord — en dat zeg ik op basis van mijn eigen ervaring van de afgelopen anderhalf jaar — niet per se institutioneel is. Het zou inderdaad goed zijn als we ervoor zouden zorgen dat Europa veel slagvaardiger besluiten kan nemen, ook wat betreft de veto's in het buitenlandbeleid. Maar we weten ook dat dat een ontzettend moeilijke weg is, omdat een aantal landen daarin dwarsliggen en ook zullen blijven dwarsliggen. Daarom is het van belang dat we ons niet laten gijzelen door een of twee landen, maar ook dat we kijken hoe je binnen Europa nou flexibeler met elkaar zou kunnen gaan samenwerken. Daarom vind ik het ook goed dat er voor zowel de steun aan Oekraïne als de plannen die worden gemaakt voor een vredesakkoord, met een coalition of the willing wordt gewerkt, dus dat je het met een groep Europese landen die bereid zijn om daarin het voortouw te nemen, bekijkt en andere landen daarbij aanhaken. Ik denk dat je bij steeds meer geopolitieke thema's naar dat soort constructies zult moeten gaan, noodgedwongen, omdat je niet wil dat je gegijzeld wordt door een of twee landen die dwarsliggen, of het nou gaat over steun voor Oekraïne of het handhaven van het vredesakkoord.

De heer Dassen (Volt):

Die zorg deel ik natuurlijk. We hebben Orbán natuurlijk gezien de afgelopen week, die het steunpakket voor Oekraïne tegenhoudt vanwege zijn eigen belangen. Tegelijkertijd zit mijn zorg er ook wel heel erg in dat als we nu buiten de Europese Uniestructuren met elkaar gaan werken, we uiteindelijk op de langere termijn de Europese Unie gaan verzwakken. Ik zie inderdaad heel veel voorstellen van dit kabinet voor intergouvernementele samenwerking, dus tussen landen en ook buiten Europa. Maar ja, dan verzwak je wel de Europese Unie als geheel. Dus daar zit wel een hele grote zorg bij mij.

De andere vraag die ik graag aan u wil stellen — de voorzitter is mij nu namelijk aan het manen — gaat over de afdracht die we hebben richting de Europese Unie. Als je wilt dat dat een machtsblok wordt, dan moet je het ook de middelen geven om daar te komen. Eerder heeft uw voorganger in dit debat gezegd: de korting die Schoof wilde, die 1,6 miljard, willen wij overeind houden. Ik ben benieuwd of de VVD inmiddels tot het inzicht is gekomen dat dat eigenlijk onmogelijk is als je daadwerkelijk wilt dat Europa een geopolitieke speler wordt.

De heer Brekelmans (VVD):

Volgens mij is het vooral van belang dat je de Europese begroting en het MFK moderniseert. Volgens mij zijn we het namelijk met elkaar eens dat er een aantal grote prioriteiten zijn, of het nou gaat om veiligheid of om onze economie. Wat mij betreft zet het kabinet zich ook in voor het verleggen van de focus op de begroting naar wat de huidige tijd van ons vraagt. Als je onderaan de streep kijkt naar wat landen individueel afdragen en je zelfs corrigeert voor hoeveel Nederland profiteert van het onderdeel zijn van een interne markt, dan zie je dat Nederland echt gigantisch uit de pas loopt met andere landen. Het feit dat het kabinet en de minister van Financiën zich inzetten om een korting te bedingen, is volgens mij dus heel goed. Dat is in mijn ervaring ook helemaal niet iets dat in Europa gek gevonden wordt. Iedereen ziet namelijk dat Nederland relatief veel afdraagt. Als het gaat om het MFK komt ieder land op voor zijn eigen belang. Ik zou het heel goed vinden als het kabinet dat ook voor ogen houdt op het moment dat ze daar in Brussel over onderhandelen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Dassen (Volt):

Hier zit precies mijn zorg. Iedereen komt inderdaad op voor zijn eigen belang. Dat maakt de Europese Unie ook zo zwak. Dat is ook precies waarom we juist die institutionele hervormingen nodig hebben. Dan gaan we namelijk, juist in die geopolitieke wereld die de heer Brekelmans net schetst, meer denken vanuit het Europese belang. Stel namelijk dat Trump zijn handen verder van Europa aftrekt — dat is geen ondenkbaar scenario — en Poetin inderdaad doorgaat met het ondermijnen van onze democratieën en een aanval uitvoert, zoals de heer Brekelmans zelf schetst. Dan zullen we toch met elkaar in de Europese Unie heel sterk moeten staan. Dat kan niet als iedereen voor zijn eigen belang opkomt. Als je het hebt over hoe we van Europa een machtsblok gaan maken, een die ook vraagt om de nieuwe mentaliteit die in het coalitieakkoord staat, moeten we volgens mij ook af van die kruideniersmentaliteit waardoor we zeggen dat er geen extra middelen naar Europa moeten. Als je wil dat het een geopolitieke speler wordt, zal het MFK, de begroting van Europa, groter moeten worden. Dan zullen er juist meer investeringen moeten komen in economie, defensie en klimaat. Ik zie de minister van Financiën bedenkelijk kijken, maar ik ben ervan overtuigd dat als we dat niet doen, we ook niet gaan zorgen dat Europa de geopolitieke speler wordt die op dit moment nodig is.

De heer Brekelmans (VVD):

Wat we eerder hebben gezien — het is steeds een cyclus van zeven jaar — is dat wanneer er meer geld naar Brussel gaat, het dan van alles een beetje meer wordt. Dat kunnen we ons niet permitteren. We zien namelijk dat er een enorme veiligheidsdreiging op Europa afkomt. We zien ook dat Europa achter begint te lopen als het gaat om innovatie, industrie en bijvoorbeeld toegang tot grondstoffen. Je zult dus ook een stevige discussie met elkaar moeten voeren over welke prioriteiten je stelt in Europa. Ik denk dat het niet goed is voor onze positie als Nederland als wij nu zouden zeggen: hier hebt u meer geld. Iedereen in Brussel kijkt immers mee met dit soort debatten. Ook leidt dat niet tot het aanbrengen van een veel scherpere focus binnen Europa. Als het gaat om de besluitvorming, zou ik het liefst willen dat de EU in staat is om geopolitiek op te treden. Denkt u eens even in dat we ervoor hadden gekozen om de steun aan Oekraïne via de EU te laten lopen. Dan hadden we echt een enorm probleem gehad met elkaar. Stel dat wij hadden gewerkt aan veiligheidsgaranties en aan een robuuste vrede in Oekraïne via de EU. Dan hadden we een enorm probleem gehad met elkaar. Het zijn namelijk inmiddels niet meer een of twee landen die vaak dwarsliggen, maar meerdere. De realiteit is dus dat als wij voor onze veiligheid willen zorgen, we ook af en toe intensieve samenwerkingsverbanden moeten aangaan met landen die dat wél willen. Uiteindelijk vind ik het belangrijk dat we Europa veilig houden en Oekraïne steunen. Dat vind ik belangrijker dan dat je zegt: het moet altijd via de EU. Dan kunnen we onszelf in veel gevallen in de voet schieten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb een vraag over de dreiging. Een deel van de analyse van de VVD delen we wel. Poetin is natuurlijk een gevaarlijke dictator die de Oekraïners groot onrecht aandoet, en dat heeft bredere veiligheidsimplicaties. Ik ben alleen verbaasd dat in het regeerakkoord nadrukkelijk wordt gezegd dat we de VS nog als bondgenoot zien. Trump is niet bepaald een type waar je lekker van op aan kunt als het gaat om onze veiligheid. Mijn vraag gaat ook over de dreiging van binnenuit. Dat miste ik wel in het regeerakkoord. Ik zie daar helemaal geen analyse over. Ik ben benieuwd of de VVD vindt dat oprukkend radicaal rechts, uiterst rechts, ook een dreiging is waar we ons toe moeten verhouden.

De heer Brekelmans (VVD):

Zeker. Ik kom daar zo meteen nog op. Ik maak me grote zorgen over kwaadaardige regimes die proberen zich te mengen in onze samenleving, vaak op een heel doortrapte manier. Ik maak me ook zorgen over het feit dat mensen het vaak niet doorhebben, bijvoorbeeld dat er een Russisch narratief wordt verspreid, dat mensen zomaar klakkeloos overnemen. Dat vraagt ook iets van de weerbaarheid van onze samenleving, wanneer we dat zien van kwaadaardige mogendheden. Het kan soms ook gaan via andere kanalen, bijvoorbeeld weekendscholen of in sommige gevallen ook salafistische moskeeën. Daar moeten we heel scherp op zijn en we moeten ook in staat zijn om daartegen op te treden als dat nodig is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Oké, maar dat was mijn vraag niet. Mijn vraag is heel concreet: vindt de VVD ook het oprukkende uiterst rechts een probleem?

De heer Brekelmans (VVD):

Dan moeten we wel even goed de definitie hanteren, maar als het gaat om extreemrechts en als dat leidt tot racisme, tot geweld en tot affiniteit met Rusland, dan maak ik me daar zeer veel zorgen over.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat is goed om te horen. We worden namelijk wel gewaarschuwd op basis van onderzoeken. De VN-rapporteur voor armoede waarschuwt ons ook: als je de ongelijkheid in een land steeds verder uit de hand laat lopen of niet aanpakt en je bezuinigt op je sociale voorzieningen, dan zie je dat daarmee de aantrekkingskracht van uiterst rechts wordt vergroot. Dat blijkt gewoon uit onderzoek. Het tast je sociale weefsel aan. Dus als de heer Brekelmans zegt — en daar ben ik blij om — dat hij dat ook wel een zorgelijke ontwikkeling vindt, zouden zijn minister van Financiën en zijn kabinet dan niet even opnieuw moeten kijken naar die zogenaamde financiële plaat die is geschetst? De vermogens worden namelijk ontzien en mensen met weinig geld moeten wel gaan bijdragen aan onze defensie-industrie. De ongelijkheid wordt daarmee dus niet verkleind, maar vergroot.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik zou die twee onderwerpen toch uit elkaar willen houden. Ik kom er zo meteen op, maar het is van belang om de sociale zekerheid, de zorg en andere zaken beschikbaar en toegankelijk te houden voor mensen die dit nodig hebben. We moeten er ook voor zorgen dat het betaalbaar blijft, want we zien dat de kosten enorm toenemen. Er zijn mensen en groeperingen in Nederland die extremistisch gedachtegoed hebben en de Nederlandse overheid niet alleen ondermijnen, maar ook met geweld kwaad willen doen, wat leidt tot racisme en soms tot antisemitisme. Ik vind dat wij daar heel gericht keihard tegen moeten optreden en niet moeten zeggen: we kunnen dat misschien wat verminderen door bepaalde sociaaleconomische maatregelen te nemen. Wij moeten dat heel gericht aanpakken.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Brekelmans (VVD):

Dat brengt mij bij de nationale veiligheid, in aansluiting hierop. Ik vind het niet alleen belangrijk dat wij als land veilig zijn, maar ook dat alle Nederlanders zich in ons land veilig voelen, een land waar misdaad en criminaliteit worden bestraft en waar een straf ook daadwerkelijk een straf is, die wordt uitgezeten, een land waarin wij de politie de middelen bieden die zij nodig hebben. Daarom is de VVD er trots op dat dit kabinet honderden miljoenen vrijmaakt voor de politie.

Ik wil ook in een land leven waar iedereen zich veilig voelt en waar we alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes veilig over straat durven, ook 's avonds na een avondje stappen.

Ik wil ook een overheid die niet accepteert dat vreemde regimes zich met onze inwoners bemoeien. Ik wil dat iedereen die zich tegen onze vrije manier van leven keert, hard wordt aangepakt, of het nou terroristen zijn of de georganiseerde misdaad.

Ik vraag het kabinet daarom om op korte termijn duidelijkheid te geven over de besteding van het extra budget voor onze nationale veiligheid, en specifiek voor de politie, zodat agenten duidelijkheid hebben over de middelen die zij ter beschikking hebben om onze veiligheid te garanderen.

Kan het kabinet toezeggen dat de nationaal coördinator die zich bezighoudt met de aanpak van geweld tegen vrouwen nog voor de zomer aan de slag gaat? Ook zie ik graag nog voor de zomer een voorstel tegemoet om het demonstratierecht aan te passen, zodat dit belangrijke, fundamentele recht niet wordt misbruikt om de openbare orde te verstoren.

De heer Eerdmans (JA21):

Nationale veiligheid is een goed onderwerp. Ik ben er blij mee dat de coalitie heeft gezegd dat er structureel 400 tot 775 miljoen, geloof ik, wordt ingezet voor de hele keten: van politie tot en met de executie van straffen. Nu heb ik ook gehoord dat de directeur van het gevangeniswezen, de heer Saris, heeft gezegd: als we de veroordeelde criminelen die we eerder vrijlaten en los laten lopen, willen opsluiten en het cellentekort willen beperken, kost dat alleen al 500 miljoen per jaar. Dan denk ik dat we nog lang niet zijn waar we wezen moeten.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik ben in ieder geval blij dat dit kabinet extra geld heeft vrijgemaakt voor de gevangenissen. We weten ook dat er goed naar moet worden gekeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we mensen zo min mogelijk vervroegd vrijlaten, dat zal de heer Eerdmans met me eens zijn. Maar we moeten ook tot andere oplossingen komen om ervoor te zorgen dat mensen hun volledige straf uitzitten. Daar zijn nog allerlei andere maatregelen voor te bedenken. Ik ben blij dat het geld dat is vrijgemaakt een deel van de oplossing biedt, maar ik ben het met de heer Eerdmans eens dat dat het probleem niet volledig oplost. Laten we samen optrekken om te kijken welke dingen we nog meer kunnen doen om ervoor te zorgen dat mensen niet vervroegd worden vrijgelaten.

De heer Eerdmans (JA21):

Het enige antwoord daarop is toch: iets meer geld erbij. Dat is zeker, alleen al om het niet verder te laten oplopen. Maar het verhaal in Nederland is helaas dat er 4.000 criminelen gewoon loslopen op straat. Er moet meer geld bij. Ik ben wel blij als de VVD dat erkent en ten tweede als de VVD dit moment gebruikt om bijvoorbeeld met JA21 te kijken of er geld bij kan bij de Miljoenennota.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik heb de bewindspersonen die er in het vorige kabinet mee bezig zijn geweest ook vaak horen zeggen: meer geld is wel een deel van de oplossing, maar niet de enige oplossing. Als je meer geld ter beschikking hebt, heb je niet in een keer in hele korte tijd genoeg cellen gebouwd, genoeg gevangenissen gebouwd en al het onderhoud gedaan dat nodig is. Je hebt ook niet in hele korte tijd alle mensen aangenomen die daarvoor nodig zijn. Er is een tekort aan gevangenisbewakers, er zijn vacatures bij de politie. Ik zou zeggen, laten we het kabinet en de verantwoordelijke bewindspersonen de ruimte geven om te zeggen: we hebben nu extra budget, dat staat ook meerjarig in de boeken, maar we zullen ook aan al die andere elementen moeten werken. Laat hen eerst met een voorstel komen. Vervolgens bekijken wij dat samen kritisch en zeggen we of we dat voldoende vinden. Wellicht hebben uw en mijn partij ook nog andere oplossingen die we dan aan het kabinet meegeven.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik ben wel nieuwsgierig naar de houding van de VVD, want ik deel dat het mooi is dat er extra geld bij komt, maar het is bij lange na niet genoeg. De hele rechtsstaat staat onder water. Het gaat echt een hersteloperatie vergen. Kijk alleen al naar wat procureur-generaal Otte in de Kamercommissie zei, namelijk dat de ellende rond de ICT nog lang niet is opgelost. Dat leidt ertoe dat mensen soms niet worden veroordeeld en dat er binnenkort weer seponeringen komen. Kortom, deelt meneer Brekelmans de analyse dat we beginnen aan een grote hersteloperatie?

Een tweede vraag die ik wil stellen, gaat over slim investeren in defensie. Er is zo'n grote overlap. Kijk bijvoorbeeld naar cybersecurity en de aanpak daarvan. Kijk naar de georganiseerde misdaad, die regelmatig als lange arm wordt gebruikt om mensen te liquideren. Is meneer Brekelmans het met me eens dat we die slimme investeringen van defensie ook moeten gebruiken voor de samenwerking met de politie op dit soort terreinen, of om de infrastructuur te verbeteren, bijvoorbeeld? Ik zoek een weg, de komende jaren, waarbij we het geld van Defensie ook slim investeren voor onze nationale veiligheid. Ziet hij ook die overlap?

De heer Brekelmans (VVD):

Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn, natuurlijk. De heer Struijs kaart heel terecht de problemen rondom ICT aan, zowel bij de politie als bij andere organisaties in de nationale veiligheidsketen. Daar zal volop aan gewerkt moeten blijven worden. We laten op dit moment heel veel liggen door gebrekkige ICT en gebrekkige gegevensuitwisseling. Ik denk dat het daarnaast ook goed is dat we bij Defensie kijken hoe we de investeringen die we doen ook in bredere zin bijdragen aan onze veiligheid. Ik vind het zelf bijvoorbeeld heel goed dat de AIVD en de MIVD heel nauw samenwerken, omdat je ziet dat bedreigingen vanuit het buitenland steeds meer overlopen in bedreigingen in het binnenland. Hetzelfde geldt voor cyber. Ook daar kun je niet altijd direct vaststellen of er een militaire mogendheid achter zit of dat er een link is met bepaalde hackersgroepen. Laten we ook zorgen dat we daarop de krachten weten te bundelen en dat we iedere euro die we investeren, zo efficiënt mogelijk inzetten.

De heer Struijs (50PLUS):

Het gaat bij ons nog breder, want ik zie gedurende de opbouw ook samenwerkingsverbanden tussen bijvoorbeeld het gevangeniswezen en Defensie, die zelf aangeven: misschien moeten we hier en daar eens bijspringen. We doen dat natuurlijk al bij het stelsel bewaken en beveiligen, bij de statische en de dynamische beveiliging. Die samenwerkingsverbanden, DSI en dat soort dingen, zijn ook een geweldig oefenterrein voor militairen. Hoe kijkt de heer Brekelmans daartegen aan?

De heer Brekelmans (VVD):

Kijk naar bijvoorbeeld de Koninklijke Marechaussee, die een civiele en een militaire poot heeft, waar ook enige overlap in zit. Hetzelfde geldt voor de speciale teams die de heer Struijs noemt, met de politie. Dan kun je inderdaad goed kijken hoe je zorgt voor optimale samenwerking en dat er ook wederzijds capaciteiten worden opgebouwd. Waar ik geen voorstander van ben, is het beeld: laten we Nederlandse militairen zomaar overal neerzetten waar er een bepaald tekort is. Ten eerste hebben onze militairen het hartstikke druk. Die zijn iedere dag bezig om ons veilig te houden, de krijgsmacht op te bouwen en te moderniseren, en om heel veel jonge militairen die zich melden, op te leiden. Het beeld dat weleens wordt geschetst — niet door u, hoor — alsof al die militairen de hele dag niets zouden zitten te doen, is dus pertinent onjuist. Ten tweede is het ook niet het specialisme van militairen. Als wij zeggen dat we meer mensen willen inzetten voor bijvoorbeeld de bewaking in gevangenissen, dan moeten we gewoon meer gevangenisbewakers aannemen. Maar kijken naar waar de overlap zit met bijvoorbeeld de speciale interventieteams of de Koninklijke Marechaussee, uiteraard: laten we daar die synergie optimaal benutten.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Struijs (50PLUS):

Tot slot, voorzitter. Wij zijn het er voor een deel eens, maar ik wil dit kabinet ook een beetje aanjagen op integraliteit. Ik heb in het verleden te vaak gezien dat men op de ministeries zegt "wij hebben het geld binnen en dat is van ons". Ik wil stimuleren dat er gewoon intelligente overlap wordt benut. Ik nodig de heer Brekelmans er ook toe uit om daarin samen met de Kamer op te trekken.

De heer Brekelmans (VVD):

Die uitnodiging neem ik van harte aan. Dat is een heel goed punt. Ik ken de ministers van Defensie en van Justitie en Veiligheid een beetje en die kunnen heel goed met elkaar samenwerken. Die gaan die synergiën absoluut vinden.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Brekelmans (VVD):

Voorzitter. We kunnen investeren in onze veiligheid, maar als we die willen bereiken en ook de uitgaven aan onderwijs, zorg en alles wat ons zo dierbaar is in stand willen houden, dan kan dat alleen met een sterke en groeiende economie. Een sterke economie betekent in deze tijd ook een weerbare economie, zodat we met alle onrust om ons heen in staat zijn om schokken op te vangen, dat we meer onafhankelijk zijn, zeker op terreinen die ons kwetsbaar maken, zoals energie en grondstoffen. We moeten ervoor zorgen dat onze ondernemers, onze bedrijven, onze infrastructuur, klaar zijn voor de toekomst. Ik zeg tegen het kabinet, via u, voorzitter: dan hebben we nog wel het een en ander te doen, want het motorblok van ons land heeft iedere dag onderhoud nodig.

We moeten haarscherp blijven zien waar het geld en de welvaart in onze samenleving wordt verdiend, bij al die bedrijven en al die ondernemers die onze steun verdienen. Ondernemers moeten worden beloond als ze bereid zijn risico's te nemen en hun nek uit te steken. Zij verdienen dat het kabinet elke dag bezig is om het werk voor hen makkelijker te maken, door ruimte te geven en regels te schrappen; door de randvoorwaarden te scheppen zodat bedrijven kunnen en durven investeren en door de concrete obstakels die zij ervaren, stuk voor stuk op te lossen. Anders is de realiteit namelijk dat bedrijven die investeringen niet doen of, sterker nog, dat ze weggaan uit Nederland.

Voorzitter. Dat vraagt om actie van het hele kabinet, een focus op groei en op ondernemerschap. Daarom is in het coalitieakkoord ook vastgelegd dat er een concreet doel is van 1,5% groei per jaar. Mijn vraag aan het kabinet is hoe het daar naar toe wil werken. Kunnen we daar voor de zomer nog een plan op verwachten? In het vorige kabinet heeft minister Karremans een grote prioriteit gemaakt van het schrappen van regels. Ook van dit kabinet ziet de VVD graag spoedig een eerste lijst met regels die kunnen worden geschrapt, bijvoorbeeld via een vereenvoudigingswet, zoals in het coalitieakkoord is gezegd, zodat we ondernemers in ons land direct meer ruimte geven. Kan de premier toezeggen dat dit met voorrang en urgentie wordt opgepakt?

Of je nu als ondernemer een groot bedrijf leidt of zelfstandige bent, iedereen heeft meer ruimte nodig om te kunnen ondernemen. Kan het kabinet ook toezeggen dat binnen drie maanden met de zelfstandigenwet aan de slag wordt gegaan, zodat er snel duidelijkheid komt voor al onze zzp'ers en ook zij weer de zekerheid ervaren dat ze kunnen doen waar ze goed in zijn?

Voorzitter. Naast …

De voorzitter:

Er is eerst een interruptie van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Ik heb nog wel een vraag aan de heer Brekelmans over de zzp'ers. Het is heel goed dat wij ervoor zorgen dat die mensen beschermd worden, maar ook hun pensioenvoorzieningen moeten beschermd worden. Hoe kijkt de heer Brekelmans aan tegen het nieuws over box 3 dat vandaag gekomen is, namelijk dat dat onzalige plan volgens de minister nu toch maar teruggedraaid moet worden, terwijl de VVD dat zo graag door wilde zetten?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik heb natuurlijk ook gezien, en dat zult u in uw omgeving ook hebben gemerkt, dat het de afgelopen weken tot heel veel vragen en heel veel onrust heeft geleid. Er zijn ook veel voorbeelden waarin het plan zoals het er nu ligt, oneerlijk uitpakt. Ik weet dat de nieuwe staatssecretaris en ook de minister van Financiën daar vanaf dag één kritisch naar kijken en dat ze ook hebben aangegeven dat we hier nog eens heel goed naar moeten kijken. Dat betekent dat er, voordat het naar de Eerste Kamer gaat maar ook in de verdere uitwerking ervan, heel goed zal moeten worden gekeken wat het voor verschillende groepen betekent en dat het ook aangepast zal moeten worden. Volgens mij is dat heel erg goed, want zoals het er op dit moment ligt, pakt het gewoon verkeerd uit.

De heer Vermeer (BBB):

De heer Brekelmans doet nu net alsof dat inzicht in de laatste weken gekomen is, omdat mensen zich beginnen te roeren. We hebben hier meer dan anderhalf jaar een debat over gehad en hebben alles precies voorgerekend. Is de VVD gewoon niet meer in contact met de maatschappij en is het zo dat men pas op het laatste moment, als de wet bij de Eerste Kamer ligt, gaat kijken: wat vinden de mensen er nou van en wat is de impact op de burgers van Nederland?

De heer Brekelmans (VVD):

Kijk, zonder helemaal de techniek in te gaan: deze wet kent een heel lange geschiedenis. Daar hebben meerdere staatssecretarissen aan gewerkt. Op het einde is een BBB-staatssecretaris dag en nacht bezig geweest met die wet. De situatie zoals die nu is, is natuurlijk helemaal slecht. Op dit moment worden mensen belast op basis van een rendement dat er niet is, een fictief rendement. We willen allemaal naar een situatie waarin er op basis van daadwerkelijke winsten wordt belast. We weten ook dat het heel moeilijk uitvoerbaar is om dat direct te doen, dus is er gewerkt aan een tussenstap. We hebben de afgelopen tijd gezien hoe die tussenstap uitwerkt. Voor een groot aantal mensen pakt die verkeerd uit. Dan vind ik het heel goed dat nu ook een nieuw kabinet, na al die signalen gehoord te hebben, zegt "we gaan terug naar de tekentafel, we gaan het aanpassen en we gaan ervoor zorgen dat er een wet komt die wel eerlijk is", en dat dat vervolgens richting de Eerste Kamer maar ook met anderen op een zorgvuldige manier wordt uitgewerkt.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):

Ik zou met alle liefde de techniek in willen duiken, maar dat zal ik de rest hier besparen. Het is gewoon een feit dat alle argumenten die nu genoemd worden, hier drie weken geleden in amendementen voorlagen. Die zijn weggestemd, ook door deze coalitie; voor een deel, want voor één onderdeel geldt dat niet, namelijk een motie om bij het Belastingplan dingen aan te passen.

Maar nog even over het verwijt aan de BBB-staatssecretaris. Die gaf precies dezelfde nadelen aan en heeft alleen gezegd: vanwege budgetneutraliteit, vanwege het feit dat ik binnen dit kabinet daar geen enkele financiële ruimte voor krijg, kan ik niet anders dan deze tussenvorm neerzetten. Ga nou dus niet doen alsof dit bedacht is door BBB, want we weten al anderhalf jaar lang hoe wij hierover denken.

De heer Brekelmans (VVD):

De heer Vermeer begon met iets over mijn partij te zeggen. Ik probeer daarom alleen de feiten aan te geven, namelijk dat hier door meerdere kabinetten en ook uitgebreid in de Kamer over is gesproken en dat het — dat is gewoon feitelijk — op het einde de verantwoordelijkheid was van een BBB-staatssecretaris. Het is inderdaad zo dat er amendementen zijn ingediend. Zoals dat gaat als daar geen dekking voor is, en het gaat om grote bedragen, heeft de BBB-staatssecretaris die vervolgens ontraden, en dat lijkt mij heel terecht. Volgens mij is het heel goed dat, gegeven hoe het nu uitpakt ... U zegt het zelf ook terecht: er is nog tijd om aanpassingen te maken. Het zou pas op z'n vroegst in 2028 ingaan. Dus dat kan in het wetgevingstraject en het kan ook nog via het belastingplan. Er is nog ruimte om ervoor te zorgen dat dingen die nu verkeerd in de wet zitten, worden gerepareerd. Ik vind het heel goed dat ze hier met een nieuwe ploeg, met een nieuwe staatssecretaris van Financiën, die het direct heeft opgepakt, en de minister van Financiën, naar gaan kijken en dat ze alle zorgen, die eerder ook door u en andere partijen zijn geuit, daarin meenemen.

De heer Eerdmans (JA21):

Ik wil hier toch even opkomen voor collega Vermeer. Er was heel veel ophef voor nodig, tot aan de prins van Oranje aan toe, zeg ik maar, om dat onzalige verhaal van box 3 van tafel te krijgen. We zijn er onderaan de streep blij mee dat het nu wordt herzien, maar het was wel wekenlang, ook door mijn collega Hoogeveen, sleuren en trekken zonder resultaat, tot een amendement om dat niet te doen aan toe, wat nu wordt ingewilligd, denk ik. Als je mensen wilt wegjagen en ondernemers angst wilt aanjagen rond het fiscaal klimaat, dan was de box 3-wet wel echt een voltreffer. Dus ik ben blij dat dat nu van tafel is. We gaan er met elkaar naar kijken, denk ik, om dat beter te doen.

Collega Brekelmans had het over het investeringsklimaat. Dan pak je gewoon de doorrekening erbij, wat goed is. Het kabinet heeft laten zien wat er gebeurt met de cijfers en dan zie je die tabel op bladzijde 10, waar onderaan de streep — ik maak het toch heel even af, voorzitter — netto 5,5 miljard lastenverzwaring staat. We hoorden allemaal mooie verhalen, ook van de voormalige leider van de VVD, over dat er van alles gaat veranderen ten gunste van ondernemers en burgers. Echter, er komen gewoon lastenverzwaringen aan: onderaan de streep 1,7 miljard voor bedrijven en 3,8 miljard voor gezinnen. Dat is geld. Dat is veel geld. Mijn vraag is: wat gaat er nou omlaag voor de mensen? Ik geloof dat we het niet moeten hebben over: we hebben niks met de schenk- en erfbelasting gedaan, want dat is zo fijn. Nee, we willen graag dat de lasten omlaaggaan in Nederland. Wat heeft de VVD nou gedaan in dit akkoord aan die lastenverlichtingen voor mensen?

De heer Brekelmans (VVD):

Volgens mij zijn er een heleboel belangrijke zekerheden, bijvoorbeeld als het gaat om bedrijven. Die zekerheden hebben we in stand gehouden. In het verleden werd heel makkelijk gezegd: we hebben extra geld voor iets nodig, dus laten we het vpb-tarief verhogen. Dat doet dit kabinet niet. Voor een heleboel andere lasten van bedrijven, zoals hoge energielasten, zijn middelen vrijgemaakt, zodat die voor bedrijven niet omhooggaan. Zo zijn er talloze zekerheden die bedrijven nodig hebben om te investeren, in stand gehouden.

Natuurlijk is het zo dat er aan de ene kant wordt bezuinigd. Er vinden hervormingen plaats en er vinden bepaalde belastingverhogingen plaats, maar we hebben heel duidelijk ook rekening gehouden met het feit dat we willen, zoals ik net zei, dat bedrijven hier in Nederland blijven en dat ze die investeringen in Nederland doen. Onderaan de streep — dat zie je ook in de cijfers — gaat uiteindelijk de werkgelegenheid omhoog, zorgen we ervoor dat bedrijven hier in Nederland blijven en moeten we ook al die andere dingen doen die in het regeerakkoord zitten en die ook voor bedrijven van belang zijn. We moeten namelijk werken aan netcongestie, Nederland van het stikstofslot halen en ervoor zorgen dat regels worden geschrapt. Ook dat zullen we allemaal moeten doen en ik zie ook dat dat allemaal in het regeerakkoord staat.

De voorzitter:

De heer Eerdmans, dan mevrouw Bikker, dan de heer Klaver en dan de heer Dassen. De heer Eerdmans.

De heer Eerdmans (JA21):

Dat is oké. Maar je moet niet zeggen dat de lasten gaan dalen als je ook zegt dat we gelukkig hebben kunnen voorkomen dat de erf- en schenkbelasting door D66 of door wie dan ook wordt verhoogd en dat we anders nog hogere benzineaccijns zouden krijgen. Ik zou graag willen weten dat het dankzij de VVD ergens omlaaggaat. Op de vraag waar dat is gebeurd, kan ik het antwoord geven, want dat is bij één ding, namelijk de benzineaccijns. Die wordt door jullie een jaar uitgesteld. Dat is oké, maar vanaf '27 komt die dus bij die 5,5 miljard nettolastenverzwaring. Daar maakt JA21 zich gewoon zorgen over, want daar staat helemaal niks tegenover. Dat is gewoon pijnlijk, want die krabbels voor energieverrekening en compensatie zijn bij elkaar hooguit een miljard. Dus ja, daar laten jullie echt even zien dat de VVD geen voet bij stuk heeft gehouden. De VVD heeft geen voet bij stuk gehouden als het gaat om de lastendalingen voor de gewone mensen en de bedrijven.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik ga niet zeggen dat als we met elkaar grote hervormingen moeten doorvoeren, dit voor een deel met belastingverhogingen moet. Voor een groot deel zijn het inderdaad hervormingen en bezuinigingen, maar ik gaf dus ook aan dat het in het verleden, ook nog niet zo heel lang geleden, een reflex was om het merendeel van de rekening bij bedrijven neer te leggen. Dat doen we heel duidelijk niet. Er is heel goed gekeken naar welke bedrijven hier het meeste last van hebben. Bedrijven in de industrie hebben te maken met veel hogere energiekosten dan in andere landen. De heer Eerdmans kan dan zeggen "het is maar een miljard", maar het zijn wel precies de bedrijven waarvoor het essentieel is dat dat geld daarnaartoe gaat.

We zorgen er uiteindelijk voor dat onder de streep het investeringsklimaat dusdanig is dat in Nederland ook de werkgelegenheid toeneemt, dat er sprake is van economische groei en dat de werkloosheid omlaaggaat. Dat zijn allemaal hele belangrijke zaken. We hebben dat met elkaar voor elkaar weten te krijgen en ik zei net ook al dat het kabinet voor een heleboel dingen, netcongestie, stikstof, infrastructuur en allerlei andere zaken, extra investeringen doet. En dat komt direct ten goede aan de bedrijven die in Nederland willen kunnen investeren.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Eerdmans (JA21):

Dat ontken ik niet, want er wordt inderdaad geïnvesteerd en er is ook economische groei. Maar heel eerlijk, als je je handje ophoudt, dan blijft er minder over, waardoor we ten opzichte van het basispad in koopkracht omlaaggaan. En dat is juist wat ik "de kruimels" noem. De VVD beroept zich daarop en zegt: dan valt het allemaal toch wel mee. Nee! Onder de streep is dat echt een grote aanslag. Ik heb het dan dus niet alleen over de bedrijven, maar ook over Jan met de pet, de gewone man, want die moet uiteindelijk gaan betalen. Alleen al wat hij moet gaan betalen voor benzine, vind ik een van de grootste bedreigingen, want benzine gaat straks per liter gewoon €0,20 omhoog. En dat is dus echt al vanaf 2027, over een jaar. Ik hoop dat de VVD daar met JA21 tegen ten strijde gaat trekken, voor de portemonnee van al die mensen.

De heer Brekelmans (VVD):

De heer Eerdmans haalt nu een aantal dingen door elkaar. In zijn betoog noemt hij verschillende dingen, bijvoorbeeld de koopkracht. Maar we zien dat de koopkracht van alle gezinnen, weliswaar beperkt, omhooggaat. De economische indicatoren laten zien hoe de bedrijvigheid in Nederland zich ontwikkelt en de seinen staan daar uiteindelijk allemaal op groen. Maar u mag er natuurlijk op rekenen dat u de VVD aan uw zijde vindt — we zullen daarbij zelfs vooraan staan — als er gekeken moet worden wat dit alles voor bedrijven betekent. We willen ervoor zorgen dat het er onder de streep voor zorgt dat bedrijven meer kunnen ondernemen, meer kunnen investeren en voor Nederland kiezen in plaats van voor andere landen. Als je naar het hele regeerakkoord kijkt, is het onder de streep positief, maar wij zullen ons er iedere dag voor inzetten dat dat zo blijft en zo mogelijk nog beter wordt.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Even terug naar box 3. Het debat daarover is pas gevoerd in de Kamer. De Kamer kreeg in die debatten steeds twee belangrijke argumenten te horen tegen de verbetervoorstellen, voorstellen die vervolgens zijn weggestemd. De ene was "het is ontzettend belangrijk dat er op 15 maart een stabiele wet is", want daardoor zou er duidelijk zijn voor de sector. Het andere was budgetneutraliteit. De wet is aangenomen. Het protest is groot. De zorgen zijn groot bij heel veel mensen in Nederland. En de minister komt nu met de aankondiging dat het toch anders moet. Hoe kijkt de VVD naar die argumenten, namelijk de datum en de budgetneutraliteit? Hoe kijkt zij verder terug op wat er de afgelopen tijd is gebeurd en de plotselinge uitlatingen van de minister van Financiën?

De heer Brekelmans (VVD):

Het wetstraject is zo dat het nog naar de Eerste Kamer moet en de geluiden in de Eerste Kamer zijn natuurlijk vrij kritisch. Het is dus maar de vraag of het überhaupt een meerderheid zou halen als je het op deze manier naar de Eerste Kamer zou brengen. Ik denk dat we daar niet doof voor moeten zijn. Ten tweede kunnen een aantal reparaties ook nog via het Belastingplan of op andere momenten worden verwerkt. Ik denk dus dat het heel goed is dat de nieuwe staatssecretaris en de minister van Financiën, eigenlijk het kabinet, hebben gezegd dit direct op te pakken en niet te laten liggen. Er is namelijk wel degelijk urgentie. Het is niet makkelijk. Het is niet zo dat er nu hele eenvoudige oplossingen voorhanden zijn; dat zal ik absoluut niet pretenderen. Er is nog tijd. Het gaat namelijk in 2028 in en het kan bijvoorbeeld ook via het Belastingplan. Ik denk dat het heel goed is dat we de staatssecretaris en de minister aan het werk laten gaan om te kijken welke aanpassingen er mogelijk zijn en wat alle consequenties daarvan zijn. Hoe zorgen we gericht voor de mensen voor wie het oneerlijk uitpakt of bijvoorbeeld voor mensen die in bedrijven investeren? Dat zijn echt niet de grote investeerders. Dat zijn gewoon mensen die hun investeringen en bezit niet in een start-up, maar in een gewoon bedrijf hebben zitten. We moeten goed kijken hoe het voor hen uitpakt. Ik zou zeggen: laten we het kabinet daar ook de ruimte voor geven.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Volgens mij moet je dat juist doen tijdens de wetsbehandeling in de Tweede Kamer en niet op de valreep repareren voordat je iets naar de Eerste Kamer stuurt. Daar hebben we op een ander dossier ook al wat mindere ervaringen mee, zeg ik in alle vriendelijkheid en rust. Ik heb toch ook nog iets anders. De minister van Financiën zegt dit zonder daar een dekking bij te leveren. Hoe denkt de VVD dat dit betaald gaat worden? Wordt de hypotheekrenteaftrek dan opeens wel gebruikt of zijn er andere voorstellen? Op welke manier denkt de VVD deze verbetering te bekostigen? Wat vindt mijn collega van de VVD ervan dat de minister van Financiën nu opeens veranderingen aankondigt zonder daar een dekking bij te leveren?

De heer Brekelmans (VVD):

Wat ik de minister van Financiën en volgens mij ook de staatssecretaris heb horen zeggen, is het volgende: "We gaan er nog naar kijken. We gaan terug naar de tekentafel. We houden alle elementen die in die wet zitten tegen het licht. We kijken hoe die uitpakken. We kijken wat voor aanpassingen er nog mogelijk zijn en ook wat daarvan de financiële consequenties zijn." Ik heb zelf nog geen concrete voorstellen vanuit het kabinet gehoord. Volgens mij hebben ze gezegd er opnieuw naar te gaan kijken, en niet meer dan dat. Volgens mij is dit dus ook niet het moment om er zo concreet over te spreken, maar moeten we de staatssecretaris en de minister eerst de ruimte geven om nog eens kritisch naar die wet te kijken, te kijken welke aanpassingen er mogelijk zijn, wat dat dan betekent en wat daar de financiële consequenties van zijn. Vervolgens moeten we daar dan weer met elkaar het debat over hebben.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik haal hier al wel een belangrijke les uit, namelijk dat je, als je begint met budgetneutraliteit in plaats van met een visie op hoe iets er op de lange termijn uit moet zien, soms wetten in een korset gooit die een misvormt resultaat hebben. Dan kan je daarna wel weer gaan repareren, maar de gevolgen voor de samenleving zijn groot. Ik zie nu op allerlei terreinen dat het kabinet doorbraken wil. Die wil ik ook. Ik ben van de generatie politici die voor de lange termijn dingen voor elkaar wil krijgen. Dat hoeft niet allemaal volgende week, maar wel met een stukje power. Het gaat erom dat je de dingen die je voorstelt, ook daadwerkelijk gaat realiseren. Als we beginnen bij budgetneutraliteit maar geen visie hebben op hoe het uiteindelijk het beste kan gaan werken, dan krijgen we telkens de geitenpaadjes en de tussenoplossingen waar we zo graag vanaf wilden. Wat mij betreft is box 3 het laatste voorbeeld van hoe het niet moet en is het juist bij al die andere dingen die het kabinet nu voorstelt, zo belangrijk dat we niet zomaar beginnen. Natuurlijk, die rekening moet betaald worden. Mijn doorrekening klopt ook altijd, want ik hou er niet van dat de staatsschuld oploopt; dat gaan we niet doen. Maar het je moet wel eerst een goede visie hebben en dan pas de plannen maken, in plaats van andersom.

De heer Brekelmans (VVD):

Als je naar het regeerakkoord kijkt, zie je volgens mij dat dat ook gebeurt. Er ligt volgens mij een heel duidelijke visie op hele belangrijke thema's. Daar zit ook een financiële onderbouwing bij. Het kabinet zorgt er ook voor dat de overheidsfinanciën op orde zijn. Volgens mij is dat ontzettend belangrijk. In zo'n wetsbehandeling kunnen er natuurlijk terechte zorgen worden aangekaart en amendementen worden ingediend, maar ik vind wel dat we met elkaar echt de spelregel moeten vasthouden dat we pas amendementen aannemen als er een dekking tegenover staat. Volgens mij moeten we ook niet willen dat bij die wetsbehandeling was gezegd: we dienen amendementen in, daarbij gaat het om miljarden en we zien wel wanneer het kabinet het een keer oplost. Op die manier moeten we niet met elkaar willen omgaan, maar dat zegt u ook niet. Die wetsbehandeling was natuurlijk aan het einde van een kabinetsperiode. Ik kan me voorstellen dat er toen bepaalde dingen werden gezegd in de trant van: dat is aan een volgend kabinet. Volgens mij is het nu aan dit kabinet om te kijken hoe het deze wet gaat repareren, hoe het daarmee omgaat. Ik wacht af met welke voorstellen het kabinet daarvoor komt. Ik ga ervan uit dat daar dan een deugdelijke financiële onderbouwing onder zit. Ik weet zeker dat ik daar bij beide bewindspersonen op kan rekenen.

De heer Vermeer (BBB):

Mevrouw Bikker gebruikt wel heel vriendelijke woorden voor wat hier feitelijk gebeurt. Ik ben er echt pislink over. Er wordt hier steeds gedaan alsof het gaat om een uitgestoken hand, maar dit is gewoon een dikke middelvinger naar de Kamer. Toen wij namelijk drie weken geleden die amendementen indienden, was de dekking opeens relevant. We zijn nog geen drie weken verder en er wordt door het kabinet gewoon even gezegd: we gaan dat aanpassen en we gaan dat terugdraaien. Er wordt geen woord, geen letter gezegd over welke dekking dan ook. Dit is gewoon schandalig! Als u als minderheidskabinet en als minderheidscoalitie samen zaken wil doen met deze Kamer, dan heeft u haar ook te respecteren. Dan moet u niet op deze manier dit bommetje droppen, terwijl wij hier het debat voeren. Wat vindt de heer Brekelmans daarvan? Kan hij daar als fractievoorzitter eens even op reflecteren, zonder dat hij nadenkt over de consequenties voor zijn eigen kabinet?

De heer Brekelmans (VVD):

Laten we nou niet pislink zijn op elkaar. Ik zou 'm willen omdraaien. U heeft terechte punten gemaakt tijdens de wetsbehandeling. Op dat moment moest het kabinet, gegeven de ruimte die het daarvoor had, aangeven: "We snappen de onderliggende zorg die daar zit echt wel. Alleen, er is geen dekking voor, dus we moeten dit amendement ontraden." Al die kritiek gehoord hebbende, zegt een nieuw kabinet nu maar één ding, namelijk: we gaan nog eens een keer naar die wet kijken. Er is nog niet vooruitgelopen op concrete maatregelen, maar het zegt alleen: we hebben de eerdere kritiek vanuit de Kamer gehoord, we horen een heleboel signalen vanuit de samenleving en we zien dat er ook kritiek op is vanuit de Eerste Kamer. Dan zeggen twee bewindspersonen, die dat allemaal gehoord hebben, en ook de eerdere kritiek van BBB en JA21, waarvoor alle credits, dat ze het serieus nemen. Ik zou tegen de heer Vermeer zeggen dat dat wel echt een uitgestoken hand is, ook als dat niet zo overkomt, in de zin van: laten we proberen dit samen op te lossen. Het moet allemaal ordentelijk geregeld worden hoe dat er dan precies uit komt te zien en welke dekking daar dan tegenover staat. Daarom ga ik nu niet heel goedkoop zeggen: dit elementje uit de wet draaien we terug. Ik vind dat het kabinet namelijk met een weloverwogen voorstel moet komen, dat gedekt is en ook niet verkeerd uitpakt voor mensen voor wie dat heel zwaar zou uitpakken. Ik zou zeggen: geef de bewindspersonen daar even de ruimte voor en dan komen we daar later over te spreken.

De heer Vermeer (BBB):

Ik vind dit heel ingewikkeld. Volgens deze redenatie hadden we namelijk beter het kabinet nog drie weken uit kunnen stellen, want dan was er waarschijnlijk weer ergens een paar miljard gevonden om dit op te lossen. Ik vind dat echt ongekend, omdat het niet alleen om dekking ging, maar zelfs om allerlei uitvoeringsredenen en partners, zoals de banken en zo, waardoor wij steeds te horen hebben gekregen: het kan niet op een andere manier, want we moeten nu een besluit nemen. Ik vind dat er dan echt een loopje met ons wordt genomen. Ik hoop dat dit het laatste voorbeeld is dat we hier de komende jaren, of twee jaar, gaan behandelen.

De heer Brekelmans (VVD):

Nogmaals, die ingewikkeldheden en bezwaren, of het nou gaat om uitvoering door de Belastingdienst of door de banken, zijn niet in één keer weg. Die ingewikkeldheden zijn er nog steeds. Vandaar dat ik nu ook niet net doe alsof ik een heel simpel voorstel heb dat alles oplost. Het enige wat ik het kabinet heb horen zeggen, is: wij zijn niet doof voor de eerdere kritiek en ook niet voor de kritiek van de afgelopen weken; wij zijn bereid om daar als nieuw kabinet, met nieuwe bewindspersonen, nog een keer naar te kijken. Alle zaken die dit zo ingewikkeld maken, waaronder de kwestie of de Belastingdienst en de banken het kunnen uitvoeren, zijn natuurlijk niet weg. Daarom kom ik hier niet met een hele simpele oplossing waardoor mensen denken: die Brekelmans van de VVD heeft nu in één keer de waarheid in pacht. Het is nu aan het kabinet om het uit te werken en om met een goed voorstel te komen dat ook uitvoerbaar is. Dan gaan wij daar vervolgens met elkaar het debat over aan.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik heb het gevoel dat de nieuwe fractievoorzitter van de VVD zijn oude baan mist. Dat denk ik in ieder geval na het horen van het eerste deel van zijn betoog. Het was een gloedvol betoog over het belang van defensie. Ik heb er met veel plezier naar geluisterd. Mijn vraag is de volgende. Ik snap heel goed dat de VVD wil investeren in defensie; dat willen wij ook. Waarom wordt de rekening zo eenzijdig neergelegd bij al die mensen die dit land draaiende houden, bij de middenklasse?

De heer Brekelmans (VVD):

De rekening wordt daar niet eenzijdig neergelegd. Als je kijkt naar de koopkracht van mensen — ik heb het over verschillende gezinnen en verschillende inkomenscategorieën — zie je dat iedereen er, weliswaar licht, op vooruitgaat. Er zijn een heleboel dingen ter tafel geweest. Denk aan de zekerheid die mensen hebben als het gaat om een eigen woning of aan autorijden. Dat zijn dingen die direct de middenklasse zouden raken, maar niet zijn gebeurd. Aan de ene kant heb je hervormingen, maar er zijn ook extra belastingverhogingen nodig. U zult begrijpen dat ik daar als VVD'er, in welke functie dan ook, nooit blij van word, maar die zijn er ook onderdeel van. Op een of andere manier zal de totaalrekening namelijk toch betaald moeten worden. Ik vind niet dat we kunnen zeggen: we gaan de uitgaven voor defensie verhogen en we leggen de rekening neer bij onze kinderen en kleinkinderen. Dat daarbij helaas ook hoort dat er naast hervormingen ook wat belastingverhogingen nodig zijn, is de realiteit.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Die kinderen en kleinkinderen betalen nu de rekening. Het zijn die mensen die nu de rekening betalen. Net was het de heer Brekelmans die heel trots zei dat hij ontzettend blij was dat nu bijvoorbeeld niet de belasting op wind of de belastingen op vermogen omhooggaan. Daar was u allemaal heel trots op. U was heel blij dat die zaken waren tegengehouden. Maar de consequentie daarvan is dat het geld alleen maar wordt opgehaald bij werkende mensen in dit land, bij mensen die zorg moeten gebruiken en nu een hogere eigen bijdrage of een hoger eigen risico moeten betalen voor de zorg, bij mensen die als ze ouder zijn nog langer moeten doorwerken omdat de AOW-leeftijd wordt verhoogd. Dit wordt dus alleen maar opgehaald bij gewone mensen in dit land, bij die middenklasse, die de ruggengraat is van onze samenleving. Ik vraag de heer Brekelmans hetzelfde wat ik de heer Paternotte vroeg: is hij bereid om te kijken naar een andere verdeling, naar een manier waarop we misschien iets meer kunnen belasten op vermogen of op winsten van grote bedrijven, zodat het wat eerlijker verdeeld wordt?

De heer Brekelmans (VVD):

Als je kijkt naar de maatregelen die te maken hebben met de inkomstenbelasting, dan zie je dat mensen die meer verdienen, die in de hoogste schijf zitten, meer betalen. Het beeld dat we dat helemaal niet zouden doen, klopt dus niet. Ik was het volledig eens met wat de heer Paternotte hierover zei. We moeten echt oppassen dat we niet de rekening bij bedrijven neerleggen, en dat die vervolgens zeggen: dan gaan we weg uit Nederland. Dat punt is, ook door belastingverhogingen in het verleden, voor een heleboel bedrijven wel bereikt. Dat zou iedere werknemer van die bedrijven raken. Vervolgens zou dat ook alle toeleveranciers raken, net als alle werkgelegenheid daaromheen. Ik sta volledig achter het feit dat het kabinet heeft gezegd dat de economie de motor is van onze veiligheid, dat die ervoor zorgt dat we de sociale voorzieningen, maar ook het onderwijs en noem maar op, in stand kunnen houden, en dat we er dus voor moeten zorgen dat we de rekening zo verdelen dat bedrijven niet uit Nederland weggaan.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Mensen zijn de motor die dit land draaiende houden. Zij zorgen ervoor dat wij hier vooruitkomen. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat dit kabinet de rekening eenzijdig daar neerlegt en doet alsof de hoogste inkomens met de plannen van dit kabinet meer betalen. Dat is gewoon niet waar. Dat is onjuist. Het zou goed zijn als we ons gewoon bij de feiten houden. De vormgeving van de maatregelen zorgt ervoor dat juist die middenklasse het hardste wordt geraakt. Het klopt dat ook de lagere inkomens worden geraakt, maar daar gaat vast nog wel íéts voor geregeld worden in de marge. Maar juist de mensen die overal net buiten vallen, die net te veel verdienen voor een toeslag en die net te veel verdienen voor een armoederegeling, laat dit kabinet de rekening betalen. Ik had gehoopt dat de heer Brekelmans zou zeggen: dat is gewoon niet goed gegaan; het is een fout die we gaan herstellen. In plaats daarvan zegt hij: "Nee, ik sta achter de keuzes van dit kabinet. Het is goed dat bedrijven niet meer belasting hoeven te betalen. Het is goed dat we niet meer belasting uit vermogen halen." Gewone mensen in dit land kunnen niet dreigen met het verlaten van dit land. Zij mogen dus lekker de rekening betalen. Het is helder waar de VVD staat.

De heer Brekelmans (VVD):

Kijk naar alle maatregelen bij elkaar en naar de koopkracht van mensen. Je ziet dan de komende jaren bij iedereen, ongeacht of mensen nu veel of wat minder verdienen, een plus. Het is een klein plusje — dat zeg ik er eerlijk bij tegen de heer Klaver — maar het is wel een plus. Ik ben het er natuurlijk mee eens dat het de mensen binnen bedrijven zijn die samen de motor vormen van onze economie. Maar het is voor mensen het meest belangrijk om ervoor te zorgen dat werk en innovatie in Nederland plaatsvindt. Je wil niet dat bedrijven op het moment dat de belastingen weer worden verhoogd, zeggen dat ze die investeringen dan maar in het buitenland gaan doen, want dan gaan die banen dus naar het buitenland toe. Ik vind het dus ook heel goed dat dankzij dit kabinet het aantal banen toeneemt en de werkloosheid afneemt. We zorgen er ook voor dat we een heleboel dingen die voor mensen zekerheden zijn in het leven — denk aan een eigen huis of aan de kosten van autorijden — stabiel en in stand houden. Als je dan vraagt, gelet op alles waar we voor staan, of in de plannen die voorliggen het juiste evenwicht zit, dan zou mijn antwoord "ja" zijn.

De heer Dassen (Volt):

De nieuwe fractievoorzitter van de VVD heeft het in zijn hele betoog tot op heden nog niet gehad over "de hardwerkende Nederlander". Ik begrijp dat wel. Je ziet namelijk dat de lasten van de hardwerkende Nederlander op dit moment met 8 miljard verzwaard worden. Dat is nogal een bedrag. De heer Brekelmans staat hier nu ook vrolijk in de beantwoording richting de heer Klaver aan te geven dat dit allemaal niet zo erg is. Maar als je het hebt over maatschappelijke weerbaarheid, dan moet het ook gaan over de vraag waar je de rekening neerlegt. Is de heer Brekelmans dan van mening dat we 8 miljard aan rekeningen bij die hardwerkende Nederlander moeten neerleggen?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik denk toch dat de heer Dassen niet helemaal goed naar mij geluisterd heeft. Ik ben begonnen bij Defensie. Als ik iemand nou een hardwerkende Nederlander zou willen noemen, dan zijn het wel militairen. Ik heb het vervolgens gehad over de politie. Als iemand een hardwerkende Nederlander is, dan is het wel de politie. Daarna heb ik het gehad over ondernemers. Als iemand een hardwerkende Nederlander is, dan zijn zij het wel. Ik ben geëindigd met zzp'ers, die ook hardwerkende Nederlanders zijn. Dat beeld klopt dus niet. Ik heb eerder aangegeven dat iedereen een steentje moet bijdragen. De opgave die er ligt, met alle stijgende kosten die er zijn en die onhoudbaar zijn, is verdeeld. Maar uiteindelijk zie je onder de streep dat de werkgelegenheid toeneemt, dat de economie groeit en dat iedereen er in koopkracht op vooruitgaat. Dan zeg ik dat onder de streep de balans die hier gevonden is voor de hardwerkende Nederlander, als u het net als ik graag zo wil noemen, positief is.

De heer Dassen (Volt):

Ik denk dat die niet heel positief is. Je ziet dat door de maatregelen van dit kabinet de koopkracht van veel mensen er juist op achteruitgaat. Dan is de vraag: ja oké, we hebben ook arbeidstekorten; hoe zorg je er nou voor dat mensen meer gaan werken? Dat doe je juist door te zorgen dat de belasting op arbeid ook omlaaggaat. De rekening wordt nu juist bij arbeid gelegd en niet bij vermogen. Als we mensen willen laten werken, zou het dan niet verstandig zijn om ervoor te zorgen dat we de vermogens in Nederland zwaarder gaan belasten? Denk aan de schenk- en erfbelasting, de vermogensbelasting en eventueel de hypotheekrenteaftrek.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik denk dat u het antwoord al weet, meneer Dassen. Ik denk dat gegeven alles wat er gebeurt rondom woningen en ook gegeven het beperkte aantal woningen, het voor mensen heel moeilijk is om een woning te vinden. Zeker voor mensen die net een hypotheek hebben afgesloten, is het vaak kantje boord. Het is heel goed dat dit kabinet voor de komende jaren zekerheid geeft voor alles rond het eigen huis. Er zijn heel veel mensen die reizen met de trein. Er zijn ook heel veel mensen die die mogelijkheid niet hebben. Die reizen met de auto en dat brengt veel kosten met zich mee. Dit kabinet heeft gezegd: wij zorgen ervoor dat de kosten van autorijden stabiel zijn of dat er een zekerheid blijft. Volgens mij zijn er een heleboel dingen die ervoor zorgen dat mensen wel die zekerheid hebben. Uiteindelijk moeten we met z'n allen ervoor zorgen dat het totaal in balans is en dat dat sluit. Ik vind het heel goed dat het kabinet heeft gezegd: nee, we schuiven die rekening niet door naar volgende generaties; we zorgen ervoor dat het sluitend is, zodat als er iets gebeurt in de wereld wat een grote schok teweegbrengt — daar hebben we het net over gehad — we een buffer hebben om dat op te vangen.

De voorzitter:

De heer Dassen, tot slot.

De heer Dassen (Volt):

Tot slot. Ik heb hier met de heer Paternotte het debat over geprobeerd te voeren en probeer dat nu ook met de heer Brekelmans. Het is heel moeilijk om te kijken of hier ergens ruimte zit. Ik denk dat veel oppositiepartijen aangeven: hier zit een zorg; die vrijheidsbijdrage, de belasting voor middeninkomens is gewoon te hoog. Ik proefde bij de heer Paternotte niet echt ruimte en ik proef bij de heer Brekelmans niet echt ruimte. Ik vraag me dan het volgende af. Waar is de uitgestoken hand van deze coalitie? Waar zit dadelijk de ruimte? Of is die er eigenlijk niet? Ik wil die vraag aan de heer Brekelmans stellen: is hier ruimte? Of zegt de heer Brekelmans eigenlijk: nou, ik vind het wel prima als het zo is, dit is wat wij met de VVD uitonderhandeld hebben en hier gaan we ons aan houden?

De heer Brekelmans (VVD):

Vandaag staan we hier voor het debat over de regeringsverklaring. Er is een regeerakkoord waar wekenlang — ik wilde zeggen "maandenlang", maar het is gelukkig heel snel gegaan — over onderhandeld is. Volgens mij op een heleboel terreinen is de conclusie uit dit debat dat dit kabinet en deze ministers daarmee aan de slag gaan en dat ze verder gaan werken aan de uitwerking. In sommige gevallen gebeurt dat met sociale partners en in andere gevallen is daar nog geen meerderheid voor, dus zal er een meerderheid moeten worden gevonden. Natuurlijk zullen we in die uitwerking nog over een heleboel dingen te spreken komen met elkaar. Als u nu aan mij vraagt wat ik vind van wat er nu ligt, dan vind ik natuurlijk dat de balans die er nu in zit, ook als je kijkt wat dat onderaan de streep voor mensen betekent, goed is. Maar dat betekent niet dat er in de nadere uitwerking van een aantal van de maatregelen niet met de VVD of met mij te praten valt. We zullen ervoor moeten zorgen dat er in beide Kamers een meerderheid voor is. We zullen ervoor moeten zorgen dat dingen waar nog veel onduidelijk over is, in de uitwerking nader worden uitgewerkt. Daar zullen wij ook de komende tijd in gaan samenwerken, meneer Dassen.

De heer Jimmy Dijk (SP):

De VVD en de SP hebben de afgelopen jaren een wezenlijk verschil van mening gehad over de Trumpnorm, de NAVO-norm, over hoe daartegen aan te kijken. U verkondigde: daarvoor zal bezuinigd moeten worden op sociale zaken, op zorg en op AOW en pensioenen. De SP waarschuwde: het zal ten koste gaan van zorg, van sociale zekerheid en van AOW en pensioenen. Maar ik kan het u niet verwijten, want u bent er altijd eerlijk over geweest. Ik heb een vraag gekregen van een wijkverpleegkundige. Die zegt: "Steunkousen aantrekken, hulp bij dementie, het verschonen van wonden en ook een oogje in het zeil houden, dat is wat ik nu aan het doen ben voor zieke ouderen. Mensen verwaarlozen en vereenzamen nu al vaak thuis zonder dat iemand het in de gaten heeft en daardoor komen mensen in het ziekenhuis terecht." De vraag van deze wijkverpleegkundige aan mij was — ik stel 'm u graag: hoe gaan bezuinigingen op de wijkverpleging ervoor zorgen dat de deze problemen opgelost worden?

De heer Brekelmans (VVD):

We zijn het met elkaar eens dat we ervoor moeten zorgen dat de zorg in Nederland, of het nou wijkverpleging is of welke zorg dan ook, toegankelijk blijft voor mensen die die zorg nodig hebben. Als ik kijk naar hoe de zorg zich ontwikkelt, dan baart mij dat veel zorgen. Dat zult u met mij eens zijn. We zien dat de kosten echt enorm snel toenemen en dat — de cijfers werden ook al door de heer Paternotte genoemd — nu een op de zes mensen in de zorg werkt, maar dat dat als we niks doen richting een op de vier gaat. Als dat de komende jaren, tien, vijftien jaar, zo doorgaat, is dat niet houdbaar. Dus even los van alle investeringen in defensie, waar ik natuurlijk hartgrondig voor sta, vind ik dat we sowieso heel kritisch moeten kijken naar hoe we ervoor zorgen dat de zorg toegankelijk blijft voor mensen die die zorg nodig hebben, maar ook hoe we ervoor zorgen dat die betaalbaar blijft en dat we genoeg mensen hebben om die zorg uit te kunnen voeren. Het kabinet zal natuurlijk voor die verschillende onderdelen van de zorg — het voorbeeld dat u noemde, is er daar een van — gaan uitwerken hoe we hier invulling aan geven op een manier waarop we er aan de ene kant voor zorgen dat mensen die daadwerkelijk zorg nodig hebben daar toegang toe houden, maar er aan de andere kant ook voor zorgen dat het naar de toekomst houdbaar blijft.

De voorzitter:

De antwoorden mogen ook wat korter, meneer Brekelmans.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik heb net een kwartier zitten luisteren naar een bijdrage over Defensie. Ik stel één simpele vraag van een wijkverpleegkundige en er komt geen begin van een antwoord. Ik stelde u de vraag: wat lossen de bezuinigingen op de wijkverpleging op? Niets. Wat er gebeurt, is dat mensen uit zicht verdwijnen. En wat u ook nog doet — dat is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van uw partij — is de huishoudelijke zorg zo goed als afschaffen. Oudere mensen, zieke oudere mensen, worden onzichtbaar, door u. Die komen in het ziekenhuis terecht. Dat zijn kosten, meneer Brekelmans, en persoonlijk leed, drama. Dus ik stel u opnieuw de vraag: wat lost het op om op de wijkverpleging te gaan bezuinigen? Waar wordt het beter voor de ouderen en de wijkverpleegkundigen die nu aan het werk zijn? Op welke manier lost dat een probleem op?

De heer Brekelmans (VVD):

Als je kijkt naar welke vorm van zorg ook, of het nou de wijkverpleegkundige is of een andere vorm van ouderenzorg, dan zie je dat de uitgaven de komende jaren gigantisch toenemen. Dat is ook belangrijk, want mensen worden ouder en hebben die zorg nodig. Het is belangrijk dat die voor de mensen die u noemt, juist voor hen, toegankelijk blijft. Alleen, we moeten kritisch kijken naar of en hoe dat geld wordt uitgegeven. Zijn het de mensen die echt die zorg nodig hebben die het krijgen of wordt er niet ook te veel tijd besteed aan mensen die daar misschien op een andere manier invulling aan kunnen geven? Kan het ook op een andere manier gefinancierd worden? Anders ben ik bang dat die kosten de komende jaren zo veel toenemen dat de mensen over wie u het hebt de toegang tot die zorg niet meer hebben of dat dan inderdaad niet een op de zes, maar een op de vier mensen zou moeten werken in de zorg, terwijl die mensen er niet zijn, en dat dan in plaats van twee keer in de week nog maar één keer in de week of zelfs één keer in de twee weken iemand langskomt. Dus het kabinet gaat nu met nog steeds stijgende budgetten, maar iets minder stijgend dan wanneer we niks zouden doen, kijken hoe we er met alle partijen in de zorg voor kunnen zorgen dat we daar afspraken over maken, een akkoord over kunnen sluiten, zodat de mensen die u noemt, die het echt nodig hebben, wel toegang blijven houden tot die zorg.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Alleen wereldvreemde mensen zeggen dat mensen nu zorg krijgen die ze misschien niet nodig hebben en dat we zo meteen alleen maar zorg gaan geven aan mensen die het écht nodig hebben. Zijn die zorgverleners dan nu voor Piet Snot mensen aan het wassen of wonden aan het schoonmaken? U blijft de vraag ontwijken. Als je investeert in huishoudelijke zorg en investeert in wijkverpleging, dan voorkomt dat dat mensen in het ziekenhuis terechtkomen met ergere klachten. Om een Engels spreekwoord te gebruiken: het is penny wise, pound foolish om te bezuinigen op de huishoudelijke zorg en om te bezuinigen op de wijkverpleging, om vervolgens hogere kosten te gaan maken in de ziekenhuizen. Het is zeer onverstandig. Het is menselijk leed. Ik blijf de vraag herhalen. Wat levert het op en waar wordt het er beter van in de zorg als uw partij op de wijkverpleging gaat bezuinigen? Op welke manier wordt het daar beter van voor degene die de zorg verleent en voor degene die de zorg nodig heeft?

De heer Brekelmans (VVD):

De heer Dijk schetst hier het beeld dat de zorg voor mensen die afhankelijk zijn van de huishoudelijke hulp, of van welke manier van zorg dan ook, niet door zou gaan of dat ik die zou willen stopzetten. Ik maak me net zo hard voor die mensen als dat de heer Dijk dat doet. Alleen zie ik, als ik kijk naar de kosten van de zorg, dat een bepaalde kostencategorie in sommige gevallen in een paar jaar tijd met 10 miljard is toegenomen. Dat is net zo veel als de grootste investering sinds decennia die we nu in defensie doen. In de zorg gebeurt dat gewoon zonder dat we iets doen. Nou kunnen we dat ten dele verklaren door vergrijzing. Er zijn andere redenen waarmee we dat kunnen verklaren, maar ik vraag me toch echt af of op dit moment iedere euro van het geld, van die bijna 100 miljard die we besteden aan de zorg, op de juiste manier besteed wordt. U heeft zelf het voorbeeld van zorgfraude genoemd. Ik ben het er zeer mee eens om dat heel kritisch aan te pakken; laten we daar ook samen naar kijken. Maar met de stijgende budgetten in de zorg, die als dat zo doorgaat gewoon onhoudbaar zijn, lijkt het mij heel verstandig dat dit kabinet nu kijkt hoe we ervoor gaan zorgen dat we zorg, of het nou de huishoudelijke hulp of een andere vorm van zorg is, toegankelijk houden voor de mensen die die zorg echt nodig hebben. U en ik zijn het er allebei over eens dat dat moet gebeuren.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik heb de VVD veel campagne horen voeren voor de harde werkers van Nederland. We trekken al langer samen op. Ik weet ook hoezeer de VVD zich altijd inzet voor al die gewone gezinnen en gewone middeninkomens. Daar zijn mooie teksten over te vinden, ook in dit coalitieakkoord. Maar dan pak ik de financiële plaat en de doorrekening. Daarin zie ik als uitkomst dat het juist de hoogste inkomensgroep is die er het meest op vooruitgaat. Hoe reflecteert de VVD op die uitkomst?

De heer Brekelmans (VVD):

Als je kijkt naar hoe het in zijn totaliteit uitpakt, dan zie je dat het voor iedere inkomenscategorie om een plusje gaat, maar wel een klein plusje. Het gaat echt over nul komma een paar procent. Er zitten héle lichte verschillen tussen de inkomensgroepen, maar je kunt zeggen dat het ongeveer hetzelfde is voor de verschillende inkomenscategorieën. Ik vind het heel goed dat er is gezegd dat we voor de mensen die het meest kwetsbaar zijn, mensen in armoede of chronisch zieken, specifieke gelden beschikbaar stellen, voor chronisch zieken 350 miljoen en voor mensen in armoede 150 miljoen, en dat we kijken wie dat nou echt nodig heeft, zodat we mensen die net onder de armoedegrens zakken daarmee kunnen helpen. De besteding van die middelen moet nog verder worden uitgewerkt; dat zit nog niet in deze cijfers. Volgens mij is het heel goed om ook het kabinet te vragen om dat de komende tijd verder uit te werken en dat we dan met elkaar bekijken of dat voldoende in balans is. Maar als ik het nu bekijk, dan zie ik dat iedereen, of je nou veel of weinig verdient, er licht op vooruitgaat en dat de verschillen tussen verschillende inkomenscategorieën echt minimaal zijn.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Het CPB zegt ook duidelijk: een aantal dingen kunnen we nu nog niet goed doorrekenen. Er moeten dus ook nog een heel aantal effecten bekend worden; dat geef ik meteen toe. Maar het eindbeeld is nou dat het de hoogste inkomensgroepen zijn die er het meest op vooruitgaan. We weten allemaal dat het voor de middeninkomens niet alleen gaat om hoeveel je verdient, om het koopkrachtplaatje. We weten allebei dat daar een heel verhaal onder zit. Het gaat om bestaanszekerheid. Weet je wanneer je inkomen krijgt? Weet je of je een betaalbaar huis kan vinden? Weet je als je je werk verliest of je een regeling hebt waardoor je ook weer snel aan de slag kan, ja dan nee? Dat maakt allemaal uit. We weten allebei dat the fear of falling een van de redenen is dat de politiek onstuimig is geraakt in de afgelopen jaren, omdat de middenklasse dat te vaak heeft meegemaakt. Dan moet het toch een ongewenste uitkomst zijn, ook in de ogen van de VVD, ook gezien die eerdere campagne, dat het de hoogste inkomensgroep is die er nu het meest op vooruitgaat? Ik heb telkens begrepen dat dit een openingsbod is. Dan is het toch alle reden om werk aan de winkel te maken en ervoor te zorgen dat de middenklasse erop vooruitgaat?

De heer Brekelmans (VVD):

Uiteraard, wij staan allebei voor de middenklasse. We staan voor de middengroepen die elke dag naar hun werk gaan en hard werken. Typisch geldt dat het hen het hardste raakt als bepaalde belastingen worden verhoogd of bepaalde uitgaven omhooggaan. Daarom heb ik natuurlijk direct heel kritisch gekeken hoe het voor iedereen uitpakt. Ik heb gekeken of de middenklasse, hoe je die ook definieert, in de plus zit. Ik denk dat het heel goed is dat voor alle inkomenscategorieën geldt dat er sprake is van een kleine plus. Hoe dat voor verschillende mensen uitwerkt, is natuurlijk heel verschillend. Dit kabinet geeft voor de kindregeling, dus de kinderbijslag en het kindgebonden budget samen, 600 miljoen extra uit. Dat zal mevrouw Bikker als fractievoorzitter van een gezinspartij heel positief vinden. Dat betekent dat een gezin met kinderen misschien wel meer in de plus zal zitten dan in die cijfers staat. Die nuance zit alleen natuurlijk niet in de cijfers die we nu van het CPB hebben. Het kabinet zegt nu een aantal regelingen, specifiek voor bijvoorbeeld mensen met een chronische ziekte of mensen in armoede, verder uit te werken en te kijken hoe dat voor verschillende groepen uitpakt. Het zegt in de rest van het jaar te kijken of dat nog steeds voldoende in balans is. Daar moeten we natuurlijk samen naar blijven kijken.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik zal zeker een motie indienen om de armoede omlaag te krijgen; dat is heel erg nodig. Tenminste, tenzij de toezeggingen fantastisch zijn, want dat kan morgen ook gewoon gebeuren. Mijn grote zorg zit 'm er alleen nu in dat we niet duidelijk de piketpalen slaan over wat de gevolgen mogen zijn voor de middenklasse van alle maatregelen die we nemen. We weten allebei dat als je de eigen bijdrages verhoogt, dat juist het hardste terechtkomt bij de middenklasse. Voor de laagste inkomensgroep zijn er namelijk vaak weer toeslagen en allerlei tegemoetkomingen. Zij voelen die rekening helemaal. We weten allebei dat als mensen in de WW belanden, de hoogste inkomens zich vaak veel beter hebben kunnen bijverzekeren en regelingen hebben kunnen treffen waardoor de val veel minder groot is. We weten ook dat de laagste inkomens dan vaak al dicht bij het bijstandsniveau zitten. Voor de middenklasse is die val het grootst. Er zitten dus allerlei maatregelen in dit coalitieakkoord die juist grote gevolgen hebben voor mensen die op dit moment keihard werken en die de ruggengraat zijn van ons land. Ik zou dan hopen op een stevigere uitspraak van de VVD, in dit debat al. Als we nu verdergaan, moet de middenklasse er in de volgende ronde niet het minst op vooruitgaan. De hogere inkomens gaan er nu het meest op vooruit. Dat moet weer in balans komen. Dus: sta op voor de middenklasse.

De heer Brekelmans (VVD):

Mevrouw Bikker hoeft zich echt geen seconde ... Ik sta fier voor de middenklasse. Dat is het hele punt niet. Met een heleboel van wat u zegt, mevrouw Bikker, ben ik het honderd procent eens. Die maatregelen worden verder uitgewerkt. We zullen moeten kijken hoe dat voor de middenklasse uitpakt. De middenklasse is een heel breed begrip. Ik had het net over gezinnen met kinderen, maar het gaat ook om ondernemers. Het gaat om mensen, jong en oud. Voor verschillende gezinnen in de middenklasse kan het ook anders uitpakken. Maar we moeten er inderdaad voor zorgen dat de middenklasse en gezinnen er niet op achteruitgaan. Het moet in balans zijn. Als er plusjes zijn, moeten die ook op een eerlijke manier verdeeld zijn. Ik ben het er honderd procent mee eens dat de middenklasse daarin vaak vergeten wordt, omdat we ons richten op de lagere inkomens. Daarom noemde ik net het feit dat we de hypotheekrente niet aanpassen en het feit dat we ervoor zorgen dat autobezit en autorijden in stand blijft. Dat zijn allemaal dingen die in brede zin de middenklasse raken.

Het enige waar ik het niet mee eens ben, is het beeld dat de middenklasse nu harder wordt geraakt of het negatiever heeft dan andere. Dat zei mevrouw Bikker op het eind. In de koopkrachtplaatjes gaat de middenklasse er namelijk op vooruit; er is een plus voor de middenklasse. De verschillen met de wat hogere en lagere inkomens zijn echt heel miniem. Maar ik ben het helemaal met mevrouw Bikker eens dat we daar in de uitwerking van de maatregelen, als we in meer detail gaan kijken naar specifieke groepen in de middenklasse, volop aandacht voor moeten houden. Daar zullen we samen volop voor staan.

De heer Van Baarle (DENK):

Over die CPB-doorrekening. Wat staat er bij de laagste inkomstencategorie, dus de laagste 20%, met tot 107% wml, voor getal over de koopkrachtontwikkeling?

De heer Brekelmans (VVD):

+0,2, zeg ik uit mijn hoofd.

De heer Van Baarle (DENK):

Nee, er staat 0,0. De heer Brekelmans zegt nu een stuk of dertien keer dat iedereen erop vooruitgaat. Maar bij de laagste inkomenscategorie staat gewoon een dikke nul. Dan heb je het over de schoonmakers en de mensen die in de logistiek werken: de mensen met de allerlaagste inkomens in Nederland. Wat hij hier zegt, klópt toch niet?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik heb daarbij ook aangegeven dat mensen — dat zei ik net ook — ofwel licht in de plus, maar beperkt … Ik heb ook aangegeven dat er een heleboel regelingen zijn — met name voor mensen met een lager inkomen, die ik zojuist noemde — die nog moeten worden uitgewerkt en die nog niet in deze cijfers verwerkt zitten. Het armoedecijfer zat in 2025 op 2,9% en gaat naar 2,7% in 2030. Dat is ten opzichte van afgelopen jaar een lichte daling, maar we zullen inderdaad moeten kijken of er onder de streep ook nog sprake blijft van een kleine plus, weliswaar een hele kleine, als die maatregelen, ook specifiek voor lagere inkomenscategorieën, verder zijn uitgewerkt.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):

Nee, dat was niet de vraag, want de heer Brekelmans staat hier nu, op zijn Rotterdams gezegd, al een tijdje lang onzin te verkopen. Hij zegt namelijk dat iedereen erop vooruitgaat. Er staat voor de mensen met de laagste inkomens gewoon een dikke nul. Die gaan er helemaal niet op vooruit, die schoonmakers, die mensen in de logistiek en die mensen die voor de laagste inkomens vaak zware beroepen uitoefenen. Ik zeg tegen de heer Brekelmans: geef nou toe dat wat u zegt niet klopt en toon als VVD nou de bereidheid om voor die mensen, waarvoor er gewoon helemaal niets bij komt, waardoor het aantal mensen in armoede volgens de CBP-cijfers toeneemt met tienduizenden mensen, iets extra's te gaan doen en meer dan er nu in die plannen staat. Met het fooitje, met alle respect, dat er nu in staat, ga je die honderden euro's aan belastingen, waarbij gewoon doelbewust de laagste inkomenscategorie harder wordt geraakt dan de hogere inkomens, niet kunnen wegpoetsen. Mijn vraag aan hem is: geef toe dat u het mis heeft en laat zien dat u die mensen tegemoet wil komen.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik heb gezegd dat er voor alle inkomenscategorieën sprake is van een hele lichte plus. Wat de heer Van Baarle zegt, klopt inderdaad, namelijk dat er voor de laagste inkomenscategorie gemiddeld, als mediaan, 0 staat, maar vervolgens staat bij een deel daarvan +0,3 en gaat een deel daarvan licht omlaag. Ik heb ook gezegd dat een aantal regelingen die specifiek voor die categorie zijn, nog moeten worden uitgewerkt en niet in deze cijfers zitten. Ik heb net ook gezegd dat het per persoon, per gezin, heel erg kan verschillen. Het verschilt nogal of je kinderen hebt en of je kinderbijslag en het kindgebonden budget, waar samen 600 miljoen extra voor is, krijgt of niet. Het verschilt in de praktijk ook nogal of mensen die eerst tot die categorie behoorden nu een baan krijgen, want uiteindelijk neemt de werkgelegenheid ook toe en een baan is uiteindelijk de beste manier om uit de armoede te komen. Laten we dus afwachten hoe het plaatje er in het vervolg uitziet, ook meer in detail, als het kabinet dit verder uitwerkt. Als er dan bepaalde groepen zijn waarvoor geldt dat die erop achteruitgaan — dat is de zorg van de heer Van Baarle, zeker als het gaat om de laagste inkomenscategorieën — weet ik zeker dat het kabinet en de betrokken ministers daar ook verder in de uitwerking rekening mee zullen houden.

Mevrouw De Vos (FVD):

De heer Brekelmans is al ongeveer anderhalf uur aan het woord en al die tijd is het geen enkele keer gegaan over een ontzettend belangrijk onderwerp. Dan heb ik het natuurlijk over migratie. Dat snap ik ook wel, want de VVD doet zich graag voor als …

De heer Brekelmans (VVD):

Daar kom ik nog op.

Mevrouw De Vos (FVD):

Ja, wellicht dan in de laatste twee minuten van het betoog, maar ik heb toch alvast een vraag. Ik begrijp dat namelijk wel, want de VVD doet zich graag voor als een migratiekritische partij, maar in de praktijk zien we dat juist onder de VVD de afgelopen jaren, alleen al onder Rutte, 3 miljoen migranten naar Nederland zijn gekomen. Ook onder dit kabinet gaat er eigenlijk niets veranderd worden. Er worden wat punten en komma's verschoven, maar er wordt niet gesproken over remigratie. De Spreidingswet blijft in stand en aan de instroom gaat structureel niets veranderen, omdat de internationale verplichtingen blijven staan. Ik vraag me af of de heer Brekelmans erkent dat er in de praktijk eigenlijk niets gaat veranderen.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik denk dat mevrouw De Vos het regeerakkoord niet gelezen heeft of in ieder geval niet goed gelezen heeft, want er is heel duidelijk afgesproken dat de door het vorige kabinet ingediende asielwetten — minister Van Weel heeft er in de hele korte tijd dat hij minister was, voor gezorgd dat die wetten zijn uitgewerkt en in de Tweede Kamer zijn ingebracht — zullen worden uitgevoerd. Daar zitten op nationaal niveau een aantal hele wezenlijke aanscherpingen van het asielbeleid in. We gaan het Europees Migratiepact, dat ook strenger is, volledig uitvoeren. Daarnaast zeggen we op het internationale vlak dat we het vluchtelingenrecht willen moderniseren en dat we afspraken met derde landen willen maken over opvang in de regio. Op ieder niveau, zowel nationaal als Europees en internationaal, nemen we dus stevige maatregelen en er staat heel specifiek dat de asielinstroom omlaag moet. Als mevrouw De Vos het beeld wil schetsen alsof er niks zou gebeuren en alsof de VVD, het vorige kabinet en ook dit kabinet hier niet volle bak mee aan de slag zouden gaan, heeft zij het regeerakkoord volgens mij niet goed gelezen.

Mevrouw De Vos (FVD):

Ik heb het regeerakkoord wel gelezen. Daarin staat bijvoorbeeld dat dit kabinet voldoende structurele en flexibele opvangplekken gaat realiseren. Dat heeft uiteraard een aanzuigende werking op de instroom. De heer Brekelmans noemt een paar dingen die ik net heb aangeduid als "punten en komma's", want er gaat structureel niets veranderen. Nogmaals, Nederland is nog steeds gebonden aan de internationale verplichting dat wij asielaanvragen in behandeling moeten nemen en asiel moeten verlenen als dat volgens internationale regels verplicht is. Dus nogmaals de vraag. Je kan zeggen "we gaan er nu over praten of we dat misschien een beetje kunnen wijzigen", maar dan ben je ook weer afhankelijk van andere landen. Erkent de heer Brekelmans dat je niet onder de opzegging van internationale verdragen uit kan als je structureel iets zou willen doen?

De heer Brekelmans (VVD):

Er staat heel duidelijk in het regeerakkoord dat internationale verdragen gemoderniseerd moeten worden. Ik heb ook de heer Paternotte bijvoorbeeld horen zeggen dat we af moeten van het model dat mensen via levensgevaarlijke tochten vanuit Afrika of het Midden-Oosten helemaal hiernaartoe komen, met alle ellende van dien, en dat degenen die dat kunnen en kunnen betalen zich hier melden. Volgens mij willen we allemaal van dat model af. Ik zie een kabinet dat dit onderwerp enorm serieus neemt. Het zegt heel duidelijk dat de asielinstroom omlaag moet. De strengere nationale asielwetten gaan zij uitvoeren. Het Europese Migratiepact, dat hier ook aan bijdraagt, gaan ze onverkort uitvoeren. Ze gaan zich er internationaal voor inzetten om daar waar het Vluchtelingenverdrag ons in de weg zit, tot een veel beter model te komen. Daar gaan ze werk van maken.

Wat ik ook heel goed vind — dat zeg ik toch maar even — is dat alle plannen die erin staan realistisch en uitvoerbaar zijn en niet allemaal symbooldingetjes die heel leuk klinken voor de bühne, maar waarvan mensen zich op een gegeven moment ook afvragen of er daadwerkelijk wat wordt geregeld. Alles wat in het regeerakkoord staat, is uitvoerbaar. Alles zal eraan bijdragen dat we meer grip krijgen op migratie en de asielinstroom omlaaggaat. Er staat zelfs in: als dat niet gebeurt, zal dit kabinet ook kijken of er nog meer maatregelen nodig zijn.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw De Vos (FVD):

Ik hoor een heleboel woorden, maar geen daden. Dat is ook precies hoe we de VVD kennen. Het Migratiepact is een Europese spreidingswet die ervoor zorgt dat we straks aan Italië wel tienduizenden euro's per asielzoeker mogen betalen, maar ze nog steeds door kunnen lopen. Er zijn namelijk geen binnengrenzen. U kunt zeggen niet aan symboolpolitiek te doen en tenminste met realistische voorstellen te komen; ik ken een aantal andere Europese landen die daadwerkelijk met realistische daden komen. Zij zeggen gewoon: wij betalen liever een boete en er komt hier niemand meer binnen. Dat is wat Nederland nodig heeft en dat gaat er met de VVD duidelijk niet komen.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik heb het gevoel dat mevrouw De Vos niet naar mij luistert en haar interrupties al had voorbereid. Volgens mij heb ik heel duidelijk aangegeven dat op elk denkbaar niveau het kabinet zegt: wij willen dat de asielinstroom omlaaggaat, wij willen grip krijgen op migratie en wij zijn bereid daarvoor maatregelen te nemen. Het zijn allemaal realistische maatregelen. Het is geen symboolpolitiek. De interrupties die mevrouw De Vos had voorbereid kloppen gewoon niet.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog en dubbelingen mogen worden weggelaten.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik ga naar de hervormingen. Ik heb het over de veiligheid en onze economie gehad, maar wat ook enorm belangrijk is, is dat het kabinet ervoor zorgt dat problemen die al jarenlang vastzitten, eindelijk worden opgelost. Ze moeten ervoor zorgen dat het land van het stikstofslot af gaat, met haalbare doelen en realistisch beleid en met eindelijk duidelijkheid voor boeren en agrarische ondernemers, zodat zij verder kunnen en met een gerust hart kunnen investeren. Een vraag aan de nieuwe minister en staatssecretaris is: wanneer kunnen wij een concrete uitwerking verwachten om Nederland van het stikstofslot af te halen?

Daarnaast moet de overheid ervoor zorgen dat er meer huizen worden gebouwd.

De voorzitter:

Ik denk dat mevrouw Ouwehand het over het vorige onderwerp wil hebben. Gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Zeker, over stikstof. Ik ga eerst iets aardigs zeggen, dus schrik daar niet van. Het was namelijk een VVD-minister die echt de moed had om … Ik heb het dan over Christianne van der Wal. Ik vond lang niet alle plannen even goed genoeg, maar zij probeerde echt de boeren en de Kamer ervan te overtuigen dat we er nu voor moeten zorgen dat we de natuur beschermen, omdat we anders nooit van dit slot komen. Dat vond ik toen heel hoopgevend. Ik ben nu minder enthousiast over de plannen. Ik heb vooral een vraag over de billboards die de VVD heeft gemaakt over dat Lelystad Airport opengaat. De nieuwe minister van Landbouw heeft volgens mij de moeilijkste baan in dit kabinet; die moet al moeilijke gesprekken voeren met boeren over dat er verandering nodig is. De VVD heeft dan gezegd: ja, maar dat vliegveld gaat natuurlijk open. Dat zorgt ook voor stikstofuitstoot. Waar zadelt de VVD-fractie de nieuwe landbouwminister dan eigenlijk mee op?

De heer Brekelmans (VVD):

Volgens mij maakt mevrouw Ouwehand precies mijn punt duidelijk, namelijk dat we ervoor moeten zorgen dat Nederland van het stikstofslot af gaat. We hebben in Lelystad een luchthaven die helemaal klaar is. Die ligt daar klaar om gebruikt te worden. Die wordt wel enigszins gebruikt, maar die ligt daar nu toch vooral veel stof te happen. Gezien de hoeveelheid tijd en moeite die het in Nederland kost om iets te bouwen en de beperkte ruimte, is het echt heel zonde om te zeggen: dat vliegveld daar moet leeg blijven.

Voor Defensie geldt dat we meerdere locaties nodig hebben om onze luchtmacht te versterken, en dat heel goed in kaart is gebracht waar dat kan met de minste overlast voor omwonenden en de natuur; dat is in Lelystad. Als je kijkt hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de omgeving van Schiphol ontlasten doordat er ook vluchten op andere plekken plaatsvinden, zie je dat dat kan in Lelystad. De meest efficiënte manier om dat te doen is daar zowel militair als civiel en commercieel luchtverkeer te hebben. Dat betekent dat het wat betreft natuur en stikstof alleen maar van belang is dat heel snel de nodige maatregelen worden genomen, of het nou gaat om woningen, natuurherstel of luchthavens die nu leeg zijn en die we ontzettend hard nodig hebben, zodat we daar gebruik van kunnen maken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar als het goed is, weet de VVD uit de periode van Rutte IV ook goed dat de grootste stikstofbelasting natuurlijk uit de veehouderij komt — dat is die ammoniak — maar dat boeren zeggen, en daarmee hebben ze een punt: wij willen niet in ons eentje voor die opgave staan. Waarom mogen die biomassacentrales gewoon doordraaien? Waarom mag dit vliegveld gewoon open? Dat is een terechte zorg van ze: waarom worden wij wel aangepakt en worden andere stikstofuitstoters de hand boven het hoofd gehouden of, sterker nog, wordt een grotere stikstofuitstoot toegestaan? Dat wordt toch onmogelijk voor de minister die deze klus moet klaren? Ik begrijp niet dat de VVD dit heeft gedaan.

De heer Brekelmans (VVD):

Mevrouw Ouwehand weet ook dat iedere sector moet bijdragen aan de oplossing voor het stikstofprobleem en dat er doelen zijn voor de industrie, voor mobiliteit en voor andere economische sectoren. En ja, die zijn er natuurlijk ook voor de landbouw en de veeteelt, omdat daar de grootste uitstoot is. Als je kijkt naar de doelen die zijn gesteld, zie je volgens mij dat dat evenwichtig is. Iedere sector zal zijn bijdrage moeten leveren. We weten ook dat de meeste bijdrage wordt geleverd door de landbouw. Het is heel goed dat er 20 miljard is vrijgemaakt, zodat er daadwerkelijk een plan kan worden gemaakt en zodat dat concreet kan worden uitgewerkt. Dat geeft boeren ook de zekerheid en duidelijkheid waar ze al zo lang om vragen. Ik kijk er heel erg naar uit dat dat verder wordt uitgewerkt, zodat we over hopelijk niet al te lange tijd wat betreft het stikstofprobleem, dat we als land al zo lang met ons meedragen, echt tegen elkaar kunnen zeggen: we hebben Nederland uit het slot gehaald; we kunnen weer ondernemen, waar dat een probleem was kunnen we weer woningen bouwen en we kunnen leegstaande vliegvelden weer gebruiken. Vandaar dat ik het kabinet en de minister net vroeg om zo snel mogelijk te komen met een uitwerking van de plannen die nu nog op hoofdlijnen in het regeerakkoord staan.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik hoop natuurlijk hetzelfde, maar er zijn wel een paar dingen nodig. De doelen moeten wel aansluiten bij wat er daadwerkelijk nodig is om de natuur te beschermen. Anders eindig je toch weer bij de rechter en volgens mij wil je dat niemand aandoen. Het is ook nodig dat je geen beloftes doet die de boeren het gevoel geven: "Zijn ze daar betoeterd in Den Haag? Ik moet veranderen, maar er gaat wel een vliegveld open". Mijn oprechte verzoek aan de VVD-fractie is dus om de stellige belofte dat vliegveld Lelystad opengaat voor vakantievluchten, terug te nemen. Je maakt het de minister van Landbouw moeilijk en je maakt het de minister van Klimaat moeilijk, want de klimaatdoelen moeten ook nog worden gehaald. Het is zeer omstreden om te midden van een natuur- en klimaatcrisis te beloven dat vliegveld Lelystad opengaat voor vakantievluchten. Ik vind dat onverstandig. Ik snap dat de VVD haar eigen achterban wil plezieren met die billboards, maar dit doe je je coalitiegenoten toch niet aan?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik heb volgens mij net toegelicht dat het gewoon heel zonde is dat Lelystad Airport er al jarenlang ligt, ook gezien alle eerdere investeringen die daarvoor zijn gedaan, terwijl daar nu geen gebruik van wordt gemaakt. Dat is heel inefficiënt. Het kan Schiphol ontlasten, het kan ervoor zorgen dat in de regio allerlei investeringen worden gedaan die een belangrijke economische bijdrage leveren en Defensie heeft het gewoon keihard nodig. Als die vluchten met F-35's daar niet kunnen plaatsvinden, zal dat namelijk ergens anders moeten. We kunnen namelijk niet zeggen: we bewaken ons luchtruim niet omdat we daar de ruimte niet voor hebben. Dit is alleen maar weer een onderbouwing van het feit dat we Nederland van het stikstofslot moeten halen. Daarom maakt het kabinet daar ook 20 miljard voor vrij. Ik doe niet de belofte dat Lelystad morgen open is, mocht dat uw vraag zijn. Ik zie namelijk ook wel dat daar een aantal ingewikkeldheden liggen als het gaat om de vergunningen en de stikstofruimte. Het begint met het politieke besluit dat dit kabinet heeft gezegd: Lelystad Airport gaat open. En het politieke besluit is dat we Nederland van het stikstofslot gaan halen. We hebben daar 20 miljard beschikbaar voor; we gaan die plannen uitwerken. Ik zeg dan: kom snel met die uitwerking, zodat we er ook zo snel mogelijk voor kunnen zorgen dat Lelystad opengaat.

De heer Vermeer (BBB):

Er speelt nog iets rond die opening — laat ik "voorgenomen opening" zeggen — van Lelystad Airport voor burgerluchtvaart. Dat is de garantie dat die laagvliegroutes niet over de Noordwest-Veluwe gaan. Staat de heer Brekelmans daar als VVD'er ook voor? Zorgt hij er ook voor dat die garantie er komt?

De heer Brekelmans (VVD):

Voor zover ik weet zijn daar in de afgelopen jaren in de uitwerking verschillende stappen voor gezet. Er heeft een hele luchtruimherziening plaatsgevonden. Daarin is gekeken welke corridors kunnen worden gebruikt. Vanuit mijn vorige rol, bij Defensie, weet ik dat er natuurlijk ook gekeken wordt hoe dat interfereert met de militaire kant. Het lijkt me niet meer dan logisch dat er in de nadere uitwerking zo goed mogelijk gekeken wordt hoe we ervoor kunnen zorgen dat omwonenden daar zo min mogelijk last van hebben.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel. Dat is een belangrijke toezegging; daar houd ik de heer Brekelmans graag aan. Dan nog een ander punt. Hij stelde ook een vraag over stikstofdoelen en de plannen daarvoor. De heer Brekelmans heeft zelf in de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel gezeten, en hij weet ook dat daar al plannen voor liggen. Nu zien wij echter in het coalitieakkoord staan dat er voor de industrie een ammoniakdoel komt, een NH3-doel. Maar de industrie produceert vooral ook veel NOx. Wat is de reden dat er nu niet in dat akkoord staat dat er ook een NOx-doel is? Gaat de heer Brekelmans er ook voor zorgen … Gaat hij het kabinet eraan houden dat er ook op dat terrein een evenwichtige verdeling is tussen sectoren?

De heer Brekelmans (VVD):

De doelen die zijn vastgesteld zijn in die zin evenwichtig, volgens mij. Voor verschillende sectoren geldt 50%. Voor de landbouw is het, even uit mijn hoofd, 42% tot 46%, in ieder geval zoiets. Je kijkt heel gericht hoe je ervoor kunt zorgen dat de industrie daar ook een bijdrage aan kan leveren; dat lijkt mij zeer terecht. Dat moet wat mij betreft wel op een manier dat de industrie niet uit Nederland vertrekt. Kijkend naar de totalen moeten we met elkaar vaststellen dat, als je vergelijkt wat de industrie, de landbouw en andere sectoren daaraan bijdragen, het toch voor het overgrote deel om de landbouw gaat. Ik vind echter dat iedere sector daar een evenredige bijdrage aan moet leveren. Dat zit ook in de vastgestelde doelen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):

Nou, dat zit niet in die doelen, want er staat in het coalitieakkoord niets over NOx voor de industrie. Daar zullen we dan bij de uitwerking van de plannen nog op terugkomen. Ik wil nog wel teruggrijpen op één puntje: het eerste deel van het verhaal van de heer Brekelmans ging over geopolitieke belangen. Ik miste daar volledig de voedselzekerheid en de relatie met het in Nederland houden van de agrarische productie.

De heer Brekelmans (VVD):

Dat is zeer belangrijk en dat is zeker van belang als we in staat willen zijn om schokken op te vangen. Ik denk dat we ons dan ook de volgende hele kritische vraag moeten stellen. Is datgene wat we in Nederland produceren voldoende divers? Als je namelijk in overgrote mate één bepaalde voedselsoort produceert, betekent dat, als je geen toegang meer zou hebben tot ander voedsel, je allemaal met elkaar een heel eenzijdige maaltijd hebt. Als je het dus door die bril wil bekijken, door de bril van weerbaarheid en door een geopolitieke bril, laten we onszelf dan niet alleen de vraag stellen of we genoeg produceren, maar of datgene wat we produceren ook voldoende gevarieerd is. Anders zitten we straks 's ochtends, 's middags en 's avonds met een heel eenzijdige maaltijd.

De voorzitter:

Neeneenee, meneer Vermeer!

De heer Vermeer (BBB):

O, sorry.

De voorzitter:

U was al met uw derde interruptie bezig.

De heer Vermeer (BBB):

O, ja.

De voorzitter:

Uw punt was volgens mij wel heel helder.

De heer Vermeer (BBB):

Nou, ja …

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog, meneer Brekelmans.

De heer Brekelmans (VVD):

Hier komen we vast nog wel een keer op terug, voorzitter.

De voorzitter:

Dat denk ik ook wel.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik wil de nieuwe minister en het kabinet aansporen om naast het stikstofslot ook de woningbouw van het slot te halen: op alle plekken waar dat kan een schop in de grond, liever vandaag nog dan morgen. Hoe gaat de minister van VRO ervoor zorgen dat we op korte termijn regels en procedures schrappen die op dit moment acuut in de weg zitten? Hoe zorgen we voor de juiste prikkels om te bouwen en te investeren?

Voorzitter. Hetzelfde kan ik vragen over de energievoorziening. Bedrijven moeten kunnen uitbreiden en er moeten meer huizen kunnen worden gebouwd, in plaats van dat we projecten moeten stopzetten omdat er een gebrek is aan elektriciteit. De aanpak van het tekort op het stroomnet moet daarom de hoogste prioriteit hebben. Ik wil daarnaast niet dat kwaadaardige regimes de macht hebben over onze energievoorziening. Dat is ook de reden dat de VVD niet voor niets erop hamert om vaart te blijven maken met kernenergie. Hoe sneller we daarin concrete stappen zetten, hoe beter. Ik verwacht op dat terrein ambitie en urgentie van het kabinet. Ik vraag daarom ook wanneer we daarvoor een concreet plan en tijdpad kunnen verwachten.

Voorzitter. Ik zei net al in een interruptie dat de VVD uiteraard de instroom van het aantal migranten naar ons land wil terugdringen. Daar pleiten we altijd voor en daar zetten we ons altijd voor in. De asielinstroom moet omlaag en we moeten voorkomen dat kansarme migranten een lange en levensgevaarlijke overtocht naar Nederland maken. Ook moeten we kritischer omgaan met arbeids- en studiemigratie. Mensen die wij als land nodig hebben zijn uiteraard van harte welkom, maar we kunnen niet onbegrensd mensen hiernaartoe laten komen om ze hier te laten wonen, werken en studeren. Het is heel simpel: onze voorzieningen kunnen dat niet aan. Mijn vraag aan de nieuwe minister is hoe hij ervoor gaat zorgen dat de asielwetten zo snel mogelijk, en voor de zomer, in werking treden. Kan het kabinet ook zo snel mogelijk komen — we hadden het er net over — met een concreet voorstel en een concreet actieplan om tot een modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht te komen?

Voorzitter. Op al deze terreinen geldt dat er de afgelopen jaren heel veel is gepraat en gediscussieerd. We weten wat we moeten doen. De plannen liggen er en die zijn goed vastgelegd in het regeerakkoord. Nu is het vooral zaak dat ze snel en strak worden uitgevoerd. Maar er is meer nodig, want niet alleen op belangrijke thema's als migratie, wonen en stikstof en energie zijn forse ingrepen en reparaties nodig. Over de hele breedte is het noodzakelijk om voorzieningen te hervormen. Ik zei net ook al in interrupties dat de VVD wil dat goede zorg toegankelijk en beschikbaar blijft voor mensen die dat echt nodig hebben. Als je ziek bent — heel simpel gezegd — moet er snel een dokter of arts beschikbaar zijn, niet alleen vandaag en morgen maar ook in de toekomst, en ook op een manier dat mensen in staat zijn en blijven om hun ziektekosten te betalen. De VVD wil ook dat er vangnet is waar je gebruik van kunt maken als het echt even tegenzit in het leven, dat je hulp krijgt als je het echt niet zelf kunt, dat we met elkaar steeds gezonder ouder worden maar er ook oog voor hebben dat zwaar werk een zware tol kan eisen.

Voorzitter. Als het over dit soort onderwerpen gaat — we hebben het er net al over gehad — dan realiseer ik mij terdege dat er een aantal moeilijke keuzes in dit akkoord staan. Maar die keuzes zijn nodig om ervoor te zorgen dat de zorg en de sociale zekerheid, die voor mensen heel belangrijk zijn, beschikbaar en betaalbaar blijven. Dan is het ook nodig om hervormingen door te voeren. Want als wij dat als huidige generatie politici niet doen en daar niet toe in staat zijn, dan zorgen we voor het Nederland van vandaag maar leggen we een heel groot probleem neer bij het Nederland van morgen en overmorgen.

Voorzitter. U heeft misschien gemerkt dat de VVD-fractie ongeduldig is. Dat komt omdat de veiligheidsdreigingen toenemen, ondernemers meer ruimte willen en de economie van het slot moet. Ik begon met: mensen snakken naar de oplossingen waar al zo lang over wordt gesproken. Geen van deze kabinetsleden zit er om op de winkel te passen, ook niet om zich eerst een paar maanden te gaan inlezen, wel om draagvlak te vinden maar ook niet om iedereen te vriend te houden. Daarom is het motto van het regeerakkoord ook zo goed. Direct aan de slag! Als het kabinet dit direct laat zien, dan staat het daarmee aan de kant van de mensen die ons land zo sterk maken en het elke dag draaiende houden. Ik zeg tegen de heer Dassen: daar komt ie! Dat zijn de hardwerkende Nederlanders, die zo belangrijk zijn voor ons land en die zich ook inzetten voor de mensen om hen heen.

Voorzitter. Omgekeerd kan het kabinet dan ook iets van de VVD-fractie verwachten. Mijn fractie zal het kabinet uiteraard scherp houden, opdat er geleverd wordt. En waar nodig zullen we zelf met initiatieven komen en voorstellen doen. Maar bovenal zullen we met een open houding met het kabinet samenwerken. We doen dat met de ministers en de staatssecretarissen van het kabinet en uiteraard met de coalitiepartijen. Maar evenzeer zullen we dat doen met de andere partijen om tot meerderheden te komen en met alle partners en organisaties in het land die daarbij een belangrijke rol spelen.

Voorzitter. Als er iets is wat ik heb geleerd bij Defensie, dan is het hoe je als team, op elkaar vertrouwend, grootse dingen kunt doen. Dat doe je door elkaar niet tegen te werken, maar door met elkaar samen te werken. U kunt erop rekenen dat mijn fractie zich daar volop voor zal inzetten.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De heer Wilders (PVV):

De heer Brekelmans zei: mensen snakken naar actie. Maar weet u waar mensen echt naar snakken? Dat ze hun land weer terugkrijgen. Dat er een asielstop komt. Dat ze weer hun eigen huizen met voorrang kunnen krijgen. En u doet daar allemaal niets aan! U heeft een of ander kulverhaal in antwoord op de collega van Forum voor Democratie, namelijk dat u wél wat doet, maar u doet helemaal niks. U doet helemaal niets! U laat de mensen keihard in de steek. Ik zou over drie dingen die dan nog wel in het akkoord staan, een concrete vraag willen stellen. Misschien dat u daar nog iets mee kan goedmaken.

Eén. In het stuk van de coalitie staat dat u een tijdelijke asielstop voor nareizigers kan invoeren. Er komen 53.000 nareizigers aan en mijn vraag is dan ook: wanneer? Heeft u een datum waarop die stop kan worden ingevoerd? Hetzelfde geldt voor de voorrang van statushouders bij huurwoningen. Ook daar schijnt u vanaf te willen. Kunt u mij een datum geven wanneer die wordt ingetrokken, zodat statushouders geen voorrang meer krijgen? De laatste is het intrekken van die dwangwet. Ik weet nog goed dat uw voorganger, inmiddels vicepremier, een paar jaar geleden hemel en aarde heeft bewogen om die wet niet door de Eerste Kamer te krijgen. Dat is helaas mislukt. Maar toch: kunt u een datum geven wanneer die dwangwet door u of door uw kabinet wordt ingetrokken als het aan u ligt?

De heer Brekelmans (VVD):

Om iets te kunnen doen aan de nareis, is het nodig om het tweestatusstelsel in te voeren. Daarom heb ik de minister gevraagd om heel veel tempo te maken met de asielwetten die nu in de Eerste Kamer liggen. De heer Van Weel en mevrouw Keijzer, zijn voorgangers, hebben die wetten door de Tweede Kamer gebracht. Het is dan ook niet voor niks dat ik de minister aanspoor om daar tempo mee te maken.

Statushouders. Die mensen hebben een status en mogen in Nederland blijven. Die zullen ergens naartoe moeten. Je kunt nu zeggen "we verbieden de voorrang", maar dan blijven ze in de asielzoekerscentra zitten. U maakte er zelf een punt van dat er al 19.000 statushouders in een azc zitten. Het kabinet zegt: we zorgen er eerst voor dat we tussenvoorzieningen hebben, waardoor die statushouders weg kunnen uit die asielzoekerscentra en ze een plek hebben, waar ze mensen die op zoek zijn naar een sociale huurwoning niet in de weg zitten. Dat lijkt mij de juiste volgorde. Als dat goed op orde is — dat staat heel duidelijk in het regeerakkoord — zal de voorrang voor statushouders worden afgeschaft.

Tot slot zeg ik tegen de heer Wilders dat het volgens mij heel goed is dat in het regeerakkoord staat dat we de asielinstroom omlaag willen brengen. Dat kan alleen maar met maatregelen die op alle niveaus uitvoerbaar zijn: nationaal, Europees en internationaal. Maar we hebben er ook mee te maken dat we de mensen die nu hier zijn, op een zo efficiënt mogelijke manier moeten opvangen. Ze moeten weg uit cruiseschepen en weg uit hotels. En ook moet niet alles meer in Ter Apel en Budel. We moeten daarom de opvang die daarvoor nodig is op orde brengen. Volgens mij is dat het juiste om te doen en leidt dat ertoe dat alle maatregelen die hierin zitten, versneld worden uitgevoerd, ook alle strenge maatregelen waar u in het verleden voor hebt gepleit en waar uw eigen minister mee bezig is geweest.

De heer Wilders (PVV):

Dit is een ongelofelijk nietszeggende riedel. Het is geen begin van een antwoord op mijn vraag. Ik heb drie vragen gesteld. U heeft een flutakkoord ondertekend wat betreft asiel. Er gebeurt werkelijk helemaal niets op die twee wetten van uw oud-collega van de PVV in het kabinet. Er gebeurt helemaal niets. Er gebeurt echt helemaal niets, terwijl het wel kan. Duitsland doet het. Oostenrijk doet het. Binnen de Europese wetgeving een vorm van een asielstop of een stop voor nareizigers invoeren doen ze allemaal. Uw eigen D66-coalitiegenoot stemt tegen de wetten die u blijkbaar nodig heeft om iets aan de nareis te doen. Ook dat is dus onzeker. Ik herhaal de vraag toch nog maar een keer. Kunt u als VVD een datum geven waarop die tijdelijke asielstop voor nareizigers wordt ingevoerd? Misschien kunt u gewoon met een datum volstaan in plaats van weer een verhaal van vijf minuten te geven. Kunt u aangeven wanneer de voorrang voor statushouders op huurwoningen, een doorn in het oog van miljoenen Nederlanders, verdwijnt? En kunt u aangeven wanneer de dwangwet wordt ingetrokken? Gewoon drie keer een datum is genoeg.

De heer Brekelmans (VVD):

Meneer Wilders, ik ga er niet over wanneer de Eerste Kamer wetten behandelt. U doet hier net alsof ik zou kunnen zeggen wanneer het tweestatusstelsel wordt ingevoerd en wanneer er iets gedaan zou kunnen worden aan nareis. Ik spoor het kabinet aan om hier tempo mee te maken. Ik vind, kijkend naar wat er het afgelopen anderhalf jaar is gebeurd, dat de leider van de PVV nogal hoog van de toren blaast. Dat zeg ik toch even. De PVV was de grootste partij, had een regeerakkoord waar van alles in stond en heeft in de elf maanden dat ik het van dichtbij heb gezien, bar weinig geleverd. De PVV heeft discussies gevoerd over lintjes. De PVV heeft discussies gevoerd over borden in Denemarken. Iedere week zat ik in de ministerraad te wachten op de wetgeving. Die wetgeving kwam er toen de heer Van Weel en mevrouw Keijzer verantwoordelijk werden voor die wetgeving. Toen was die er ineens heel snel en is die ook heel snel door de Tweede Kamer geleid. Enige zelfreflectie over wat er de afgelopen jaren is gebeurd, enige zelfreflectie over data en wanneer dingen hadden kunnen worden ingevoerd, had u dus toch wel gesierd.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Wilders (PVV):

De heer Brekelmans heeft het moeilijk, want hij kan geen antwoord geven. Hij gaat dan maar een beetje terugschieten. Dat mag, hoor. Dat hoort allemaal bij de politiek, maar dat is niet uw sterkste eerste optreden als fractievoorzitter. Ik blijf erbij: mijn conclusie is niet anders dan dat de VVD een slap regeerakkoord heeft ondertekend en dat u ook niet kan zeggen wanneer de tijdelijke asielstop voor nareizigers wordt ingevoerd. Met andere woorden, u heeft de kiezer en de Nederlander voor de gek gehouden. U heeft geen idee wanneer de voorrang voor statushouders op huurwoningen, die discriminatie van Nederlanders, wordt afgeschaft. Ik heb drie keer om een datum gevraagd. U heeft niet het begin van een antwoord. Dan het intrekken van de dwangwet. Heel Nederland staat op zijn achterste benen, omdat er dadelijk overal azc's door de strotten van de gemeenteraden worden geduwd. Wat zegt de VVD vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen? "Ik heb geen idee wanneer." U heeft niet alleen niets gepresteerd in het regeerakkoord, maar u heeft de mensen hier drie keer faliekant laten stikken.

De heer Brekelmans (VVD):

Het leuke van de heer Wilders is dat zijn reactie wanneer je hem weerwoord geeft, altijd "het is niet uw sterkste optreden" is. Dat bevestigt volgens mij dat wat ik zei waar is en dat de heer Wilders, als ik hem dat eerlijk zou vragen, het ook met mij eens is. Hij heeft het over het antwoord dat ik geef. Kijk, ik kan heel makkelijk dingen roepen. De heer Wilders doet dat al een jaar of twintig. Ik kan heel makkelijk een datum roepen en zeggen dat het dan en dan moet gebeuren, maar ik probeer gewoon een oprecht en wat dat betreft genuanceerd antwoord te geven. Ten aanzien van tempo maken met het tweestatusstelsel: het moet eerst door de Eerste Kamer heen, en dan kan er iets aan nareis worden gedaan. Voor statushouders die nu vastzitten in azc's zullen we iets van tussenvoorzieningen moeten regelen. Er staat in het regeerakkoord dat de voorrang dan zal worden afgeschaft. Wat betreft de asielopvang zullen we ervoor moeten zorgen dat de instroom omlaag gaat. Met alle elementen in het regeerakkoord, die realistisch zijn en die u allemaal heeft laten liggen, is die Spreidingswet straks niet meer nodig. Aan al die elementen wordt met tempo gewerkt, maar ik ga hier niet makkelijk data roepen en met data strooien. Ik zou zeggen: meneer Wilders, kijkt u eerst eens even terug op wat u in die anderhalf jaar zelf heeft bereikt. Dat is helemaal niks.

(Geroffel op bankjes)

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik vind het altijd leuk dat de VVD-fractie gaat roffelen als ik begin met spreken.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, dank u wel. Dank. Dank u wel. Kijk, als dat de nieuwe verhoudingen kenmerkt, dan gaat het hier wel goedkomen. Ik heb een informatieve vraag aan de heer Brekelmans. Nog niet zo lang geleden werd de begroting van KGG hier behandeld. Toen ging het even over de vraag hoe het nou eigenlijk met de klimaatplannen en de klimaatdoelen staat. Er was even een discussie tussen de D66-woordvoerder en de VVD-woordvoerder, namelijk: is er nou wel of niet afgesproken in het regeerakkoord dat er extra maatregelen op klimaat bij komen. Wat is daarover afgesproken?

De heer Brekelmans (VVD):

Er is afgesproken wat u daarover in het regeerakkoord kunt lezen. Volgens mij vinden er een heleboel investeringen plaats die ervoor zorgen dat we ons energiesysteem klaarmaken voor de toekomst. Dat gaat om het halen van klimaatdoelen, maar ook om het minder afhankelijk worden als het gaat om onze energievoorziening. Er vinden daarvoor breed investeringen plaats. Ik ben blij dat dat ook geldt voor bijvoorbeeld kernenergie. Natuurlijk wordt er naar de klimaatdoelen gekeken en moeten we daar zo veel mogelijk aan voldoen. Maar we moeten ook realistisch zijn, want we zien bij een heleboel maatregelen die eerder waren voorgesteld, dat we geen millimeter met elkaar opschieten als het effect is dat een bedrijf de grens overgaat en vervolgens vervuilender gaat produceren. We hebben er ook niet zo veel aan als we allerlei investeringen doen, maar ons stroomnet het niet aankan, omdat het vanwege netcongestie niet lukt om huizen en bedrijven daarop aan te sluiten. Volgens mij draagt het plan dat er nu ligt dus niet alleen bij aan het halen van die doelen en het zetten van grote stappen daarin, maar is het ook realistisch. Volgens mij is dat precies hetgeen nodig is.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag was: is er afgesproken dat er extra maatregelen bij kunnen komen bovenop wat er nu is afgesproken, als we zien dat het eigenlijk niet voldoende is om de doelstellingen te halen? Begrijp ik het goed dat de heer Brekelmans op dit moment zegt: nee, wat in het regeerakkoord staat, is het; daar komt niks extra's bij?

De heer Brekelmans (VVD):

In het regeerakkoord staan de afspraken die zijn gemaakt. Voor alle maatregelen, dus ook voor maatregelen op andere terreinen, die we net ook met elkaar bespraken, geldt dat het kabinet ze verder gaat uitwerken. Als er allerlei ideeën zijn die uitvoerbaar zijn en die binnen de budgetten passen die we daarvoor hebben, dan sta ik er natuurlijk best voor open om daar met u over te spreken. Wat er in het regeerakkoord staat, zijn de afspraken die er nu zijn. Volgens mij dragen die aan de ene kant bij aan de klimaatdoelen — dat zijn grote stappen — maar is het minstens zo belangrijk dat we ervoor zorgen dat we minder afhankelijk zijn van andere landen als het gaat om onze energievoorziening, op een manier die bedrijven en mensen kunnen meemaken en waardoor bedrijven niet de grens overgaan.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dit is gewoon echt een informatieve vraag, in de zin van: hoe moet ik lezen wat hier staat? Nu begrijp ik toch dat er ruimte is om te zeggen: er zijn wel degelijk nog aanvullende afspraken te maken bovenop wat er inmiddels in het regeerakkoord staat. Dat betekent dus dat we nog wel aanvullende maatregelen op het gebied van klimaat kunnen treffen. Klopt dat?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik geef aan dat dat voor alles geldt. Het is niet zo dat we hebben gezegd: op deze terreinen mogen we geen afspraken meer maken, maar op het gebied van klimaat kunnen we nog allerlei dingen doen. Volgens mij ligt hier een goed pakket, maar voor alles geldt: er is geen meerderheid, want we zijn een minderheidscoalitie. Dus als er nog aanvullende ideeën zijn, kunnen we daarover spreken.

De heer Stoffer (SGP):

Over drie weken is het 18 maart en zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Ik ben wel benieuwd hoe erg de heer Brekelmans hecht aan de autonomie van de gemeenteraden. Wat vindt hij ervan dat we ons vanuit Den Haag echt bemoeien met zaken die ze in Blaricum, Bloemendaal of Barneveld eigenlijk heel prima zelf kunnen regelen, maar waarover wij vanuit Den Haag zeggen: daar gaan wij ons eens mee bemoeien?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik denk dat meneer Stoffer een bepaalde sluis met mij in wil waarvan ik eerst even wil weten hoe die eruitziet.

De heer Stoffer (SGP):

Wat een wantrouwen!

De heer Brekelmans (VVD):

Nee, hoor! Ik wil gewoon eerst weten wat voor mooie …

De voorzitter:

Help de heer Brekelmans uit de droom, meneer Stoffer!

De heer Stoffer (SGP):

Ik heb best verstand van sluizen, stuwen en bruggen, moet ik zeggen.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik kies mijn woorden bewust.

De heer Stoffer (SGP):

Heel verstandig!

Waar het natuurlijk om gaat — dat begrijpt de heer Brekelmans al lang — is dat de heer Kisteman, zijn fractiegenoot, onlangs het vorige kabinet heeft gevraagd om een onderzoek, een verkenning, te doen naar de openstelling van winkels op zondag. Dat is om te voorkomen dat gemeenten daar zelf over gaan en om vanuit Den Haag te bepalen dat in gemeenten als Barneveld, Katwijk en Kampen de winkels gewoon open moeten. Dan gaat de lokale democratie daar niet meer over. Wil de VVD nu echt zo over de lokale democratie heen walsen?

De heer Brekelmans (VVD):

Er zijn volgens mij een heleboel ondernemers die heel graag op zondag open zouden willen, omdat heel veel mensen juist dan willen winkelen. Tegen ons, en misschien ook wel tegen u, zeggen ze: het is voor mij echt nadelig om in deze gemeente of dit dorp mijn winkel te hebben; als ik naar een andere gemeente zou gaan, levert mij dat veel meer op. Dat is heel zonde voor die gemeente, waarvoor het winkelcentrum juist zo ontzettend belangrijk is. Mijn beeld is dat ook in de gemeente waar het meer wordt opengesteld, heel goed rekening wordt gehouden met de lokale gevoeligheden die er op dat terrein zijn. Als er in bepaalde gemeente helemaal geen behoefte is om op zondag te winkelen, of als het mensen heel erg tegen de borst stuit, zijn in heel veel gevallen de winkels ook op zondag dicht. Het standpunt van onze fractie is: geef ruimte aan ondernemers om dat te doen als dat past. Volgens mij is dat ook goed voor de winkelstraat, voor de gemeenten en voor de ondernemers. Er wordt over het algemeen goed rekening gehouden met de omwonenden. Ik ga wat dat betreft uit van vertrouwen in ondernemers. Dat is het standpunt van onze fractie, maar ik weet dat de heer Stoffer daar anders over denkt.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Stoffer (SGP):

Ik denk dat we de lokale democratie daar op lokaal niveau en democratisch over moeten laten beslissen. De VVD walst daar wat overheen. Ik wil daar nog iets bij zeggen. Dit is niet zozeer een vraag. Ik denk dat mensen in dit land niet zozeer behoefte hebben aan 24 uur per dag en 7 dagen in de week maar doorgaan. Ze hebben behoefte aan rust. Dat vind ik niet alleen: ik trek daarin bijvoorbeeld samen op met de SP, een partij die vanuit een hele andere optiek daarnaar kijkt, namelijk echt vanuit het belang van de mensen die het daar zwaar mee hebben. Ik zou tegen mensen die op 18 maart gaan stemmen willen zeggen: als je voor rust kiest, stem dan gewoon op de SGP.

De voorzitter:

Dat hoort eigenlijk niet in deze zaal, meneer Stoffer. Daar hoeft de heer Brekelmans ook niet op te reageren.

De heer Brekelmans (VVD):

Het is wel heel verleidelijk.

De voorzitter:

Nee, u gaat niet hetzelfde doen, meneer Brekelmans!

De heer Brekelmans (VVD):

Laat ik dan dit zeggen: als een ondernemer de vrijheid wil hebben om te ondernemen en als mensen graag op zondag zelf willen kunnen bepalen waar ze zin in hebben, denk dan goed na over wat u doet, in het bijzonder op 18 maart.

De voorzitter:

Heel subtiel.

De heer Dassen (Volt):

Ik luisterde net even naar het interruptiedebat tussen de heer Brekelmans en de heer Klaver. Ik pakte nog even het akkoord erbij. Daarin staat volgens mij heel duidelijk dat er additionele maatregelen zullen worden genomen op het moment dat de klimaatdoelen van 2040 niet gehaald worden. Kan ik ervan uitgaan dat de VVD daar dan ook gewoon volledig achterstaat?

De heer Brekelmans (VVD):

Dat is ook wat ik net zei. Er ligt nu een pakket. Ik zeg dat dit een stevig pakket is, dat bijdraagt aan de klimaatdoelen en ook aan onze energieonafhankelijkheid. Ik zeg dus op dit moment niet dat er meer bij moet. Zoals ik net zei, kan er bij de nadere uitwerking natuurlijk gesproken worden over de vraag of er nog meer nodig is; dat staat ook specifiek in het regeerakkoord wat betreft klimaat. Ik zeg er direct tegen de heer Dassen bij dat het niet zo veel zin heeft om bepaalde investeringen te doen als het stroomnet dat niet aankan. Het heeft niet zo veel zin om aanvullende maatregelen te nemen als dat betekent dat bedrijven de grens overgaan. Ik vind het belangrijk dat we dat realisme wel steeds voor ogen houden.

De voorzitter:

Volgens mij is dit een herhaling van het debatje met de heer Klaver; laten we dat niet doen. Meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Nou, niet helemaal volgens mij, want er staat in dat er nieuwe geborgde maatregelen nationaal genomen zullen worden als die doelen van 2040 niet gehaald worden. In de doorrekening zien we al dat je 20% aan CO2-reductie tekortkomt. De verwachting is dus dat er toch additionele maatregelen genomen moeten gaan worden. Dan ga ik er toch van uit dat de VVD van mening is dat dit ook daadwerkelijk moet gaan gebeuren.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik zei net ook dat de voornemens die in het regeerakkoord zitten, verder moeten worden uitgewerkt. Dat geldt voor alle terreinen. Denk ook aan de nadere uitwerking door de minister van KGG en de staatssecretaris KGG. Maar goed, dit onderwerp heeft allemaal raakvlakken met andere ministers. Het is niet zo dat ik op dit moment allemaal aanvullende zaken ga voorstellen, maar in de nadere uitwerking zal dat gesprek uiteraard worden vervolgd.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Brekelmans. Het woord is aan de heer Eerdmans, voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de fractie van JA1.

De heer Eerdmans (JA21):

Voorzitter, dank. Ik wil de premier, de heer Jetten, en zijn ploeg van ministers en staatssecretarissen van harte feliciteren met hun aanstelling en hen veel succes wensen met de taken die voor ze liggen. De rit zal ongetwijfeld hobbelig zijn. Aboutaleb zei het ooit zo: 20% spreek je met elkaar af en 80% kom je onderweg tegen. Denk aan tegenvallers, een epidemie, een oorlog op je continent of een nieuwe vluchtelingencrisis. Een extra uitdaging is het ophogen van het zeer magere vertrouwen in de politiek. Onder het vorige kabinet is dat weggezakt tot 4%. Volgens mij is het de hoop van veel kiezers dat dit kabinet professioneel in plaats van ruziënd aan de slag gaat. Niet kakelen, maar eieren leggen.

Voorzitter. Om hier maar even mee te starten: ik ben ook benieuwd hoe dit kabinet de rol ziet van de nieuwe minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Er is bekend geworden dat China sancties heeft ingesteld tegen de heer Sjoerdsma. De vraag is waarom het kabinet, de heer Jetten, uiteindelijk kiest voor deze portefeuille voor de heer Sjoerdsma. Want hoe je het ook wendt of keert: China staat wereldwijd in de top zes als het gaat om handelspartners voor Nederland. Het is de tweede economie. We hebben natuurlijk ook de ingewikkelde situatie rond Nexperia. Vindt er dan straks een handelsmissie met China plaats zónder de minister van Handel? Daar hoor ik graag een reflectie op van het kabinet. De minister ziet zelf in ieder geval geen enkel probleem.

Voorzitter. Het wordt zeker een spannende kabinetsperiode. Die werd maandag tijdens de bordesscene al ingeluid door een handjevol demonstranten met de nodige toeters en sirenes. Heb je eindelijk een klimaatdrammer als premier, is het nog niet goed.

Voorzitter. In de coalitie is een extra moeilijkheidsgraad ingebouwd, zo weten we allemaal, namelijk die van het bereiken van een meerderheid in het parlement. De grote vraag vandaag is: hoe ziet nou de premier het proces voor zich waarin ze met oppositiepartijen zoals JA21 zaken gaan doen? Dat is ons niet duidelijk. Het debat horend tot nu toe denk ik dat dat voor niemand heel duidelijk is. In welke vorm ziet het kabinet die samenwerking? Worden het deelakkoorden per onderwerp? Kan er over portefeuilles heen worden gestapt bij onderhandelingen? Kan het coalitieakkoord worden opengebroken voor Prinsjesdag? Dat zijn allemaal vragen die nu boven de markt hangen en waar ik heel erg benieuwd naar ben. Graag een eerste reactie van het kabinet.

Zoals bekend staat JA21 constructief in de wedstrijd. Wij zijn bereid om akkoorden te sluiten, om beleid bij te sturen en daar ook zelf onderbouwde voorstellen voor aan te leveren. Geen dichte deuren, maar ook zeker geen garanties aan de voorkant. Er zijn voor JA21 simpelweg drie categorieën. De eerste categorie is: mee eens. Dat zijn maatregelen die wij steunen, zoals het openen van Lelystad Airport, de asielwetten, investeringen in defensie of het jaarlijks schrappen van de 500 regels voor ondernemers. Categorie twee is: oneens. Wij zullen niet instemmen met eurobonds, de Spreidingswet, onhaalbare klimaatdoelen of een nieuwe autobelasting. De derde categorie is misschien wel de meest interessante categorie. Dat is de categorie waar voor de coalitie in de richting van JA21 veel te winnen valt. Dat zijn namelijk zaken zoals keuzes die wij niet zouden hebben gemaakt, maar waar wellicht met onze hulp een verbetering kan worden bereikt.

De heer Vermeer (BBB):

Ik ben blij met de ideeën van heer Eerdmans over eurobonds. Maar is hij er dan ook scherp op dat elke andere vorm van gemeenschappelijke schulden, ook al heten die schulden geen eurobonds, ook afgewezen moet worden? Hoe kijkt hij daartegen aan?

De heer Eerdmans (JA21):

Daar kijken wij zeer kritisch naar. Zoals bekend vinden wij het een definitiespel. Er is gezegd "dat zijn geen eurobonds", terwijl we weten dat mevrouw Von der Leyen alweer bezig is met een nieuw programma van miljardeninvesteringen, ook op basis van gezamenlijke schulden. Dat zijn gevaarlijke ontwikkelingen, zeggen wij. Er wordt een beetje gespeeld met de term, maar wij willen niet dat Nederland aan de lat staat voor de schulden die andere landen kunnen maken.

De heer Vermeer (BBB):

Dan ben ik toch iets confuus, want de heer Eerdmans wil de eurobonds niet en hij staat kritisch tegenover andere vormen. Of was dat een slip of the tongue en bedoelde hij ook: dat wil ik gewoon niet?

De heer Eerdmans (JA21):

Nee, wij zijn tegen eurobonds. Ik vind dat het kabinet daar soms wat schimmig over doet door te zeggen: dat zijn geen eurobonds; daar kunnen we mee instemmen. Daar is JA21 tegen. Wij zijn tegen het fenomeen van gezamenlijke schuldenopbouw waar Nederland voor aan de lat moet staan. Wij vinden het prima om gezamenlijk in Europa aanbestedingen of investeringen te doen, maar elk land staat voor zijn eigen schuld. Wij denken dat het risicovol is als dat wordt vermengd. Ook economen zijn daar kritisch over richting het kabinet. Neem bijvoorbeeld het SAFE-programma dat momenteel loopt voor militaire investeringen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):

Hoe kijkt de heer Eerdmans dan aan tegen gemeenschappelijke garanties?

De heer Eerdmans (JA21):

Dat is hetzelfde idee op het moment dat er schulden worden gemaakt. Als de Europese Commissie geld gaat lenen en dat doorleent aan lidstaten, dan zal er uiteindelijk moeten worden terugbetaald. Dat zijn hele goedkope leningen en daar wordt veel op ingeschreven. Er zijn heel veel landen die daar nu aan meedoen. Dat moet uiteindelijk wel worden terugbetaald. Gebeurt dat niet, dan staan we met z'n allen daarvoor aan de lat. Daar is JA21 tegen.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Eerdmans (JA21):

Dat is dus de derde categorie. Er worden keuzes gemaakt waar wij het niet mee eens zijn, maar waarbij wij misschien wel kunnen helpen met verbeteringen. Denk aan lagere lasten, een stevigere asielmaatregel of meer geld voor veiligheid en leefbaarheid.

Voorzitter. Net als de coalitie ziet ook JA21 dat er stappen nodig zijn om de sociale zekerheid en de zorg ook op lange termijn betaalbaar te houden. Tegelijkertijd laten doorrekeningen van het CPB zien dat daar voor werkenden en ondernemers vrij weinig tegenover staat. Op korte termijn — ik had het er al over in een interruptiedebatje met de VVD — zit er een lastenverzwaring aan te komen van structureel 5,5 miljard voor zowel ondernemers als burgers. De lage en middeninkomens worden daardoor hard getroffen. Voor JA21 staat heel duidelijk voorop dat de manier waarop werkenden en bedrijven nu worden gepakt volstrekt onvoldoende wordt gecorrigeerd door het akkoord van de coalitie. Daar moet echt meer tegenover staan.

Voor JA21 zijn vier belangrijke thema's: asiel, lasten, veiligheid en klimaat. Op asiel zien we een aantal bewegingen in de goede richting. De asielwetten worden doorgezet, overlastgevende asielzoekers worden harder aangepakt en er is een wens tot versnelling en vereenvoudiging van procedures, maar een fundamentele wijziging van het asielbeleid, zoals JA21 dat voorstaat, komt er niet. Wij willen van recht op asiel hier naar recht op asiel en opvang daar. In de praktijk is dit beleid ten opzichte van dat van het vorige kabinet een afzwakking, terwijl de asielcrisis eigenlijk alleen maar is gegroeid. Elke week komen er nog steeds bijna 1.000 asielzoekers Nederland binnen. Wij lezen niets over de terugkeerhubs en de deals met partnerlanden om onze asielopvang en de procedures elders te gaan regelen. Wij zien geen daadwerkelijke modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht, waarvan de noodzaak wel wordt erkend in het coalitieakkoord. De Spreidingswet blijft, zoals gezegd, in stand, waardoor er de komende jaren tientallen extra azc's door heel Nederland worden geplaatst met dwang richting gemeenten. De voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen blijft van kracht, evenals de verplichte taakstelling tot het huisvesten van statushouders. En we missen eigenlijk in alle opzichten afrekenbare targets voor een fors lagere instroom en een lager inwilligingspercentage van Nederland. Wat betreft die twee asielwetten: D66 in Eerste Kamer heeft inmiddels aangegeven daartegen te gaan stemmen en ook het CDA laat steun hiervoor in de Eerste Kamer in het midden. Ik wil heel graag een duidelijke reactie van de premier. Wat gaat het kabinet nou doen als die twee wetten sneuvelen in de senaat? Want regeren is wel vooruitzien.

Voorzitter. Dan de rust in de portemonnee. Die slogan gaat een heel eigen leven leiden is onze indruk. Er is één concrete lastenverlichting en dat is het uitstel van de verhoging van de brandstofaccijns voor één jaar, maar daartegenover komen de suikertaks, de tulpentaks en de vrijheidsbijdrage. Dat is dus uiteindelijk onder streep die lastenverzwaring van netto 1,7 miljard voor bedrijven en 3,5 miljard voor gezinnen. En box 3, de wet over box 3. We hadden het er al over. Dat was een rampzalig plan. Dat gaat terug naar de tekentafel, precies zoals collega Hoogeveen dat heeft betoogd. Gelukkig heeft de minister van Financiën daarop gereageerd. Ik denk dat dat echt wel schade heeft veroorzaakt, internationaal, aan het fiscale vertrouwen. We worden als onbetrouwbaar weggezet. Ik geloof zelfs dat de prins van Oranje die woorden gebruikte. Dat is best wel erg. De vraag die mevrouw Bikker stelde is natuurlijk terecht: hoe wordt dit nou betaald? Dat is een heel goede vraag, want er wordt gewijzigd en dat moet wel betaald worden. Ik ben benieuwd naar het antwoord. JA21 wil de energiebelasting omlaag. Wij willen de benzineaccijns langer of eigenlijk voor altijd in ieder geval op dezelfde hoogte houden en niet laten verhogen. Wij willen ruimte voor ondernemers door die vennootschapsbelasting te laten dalen, want Nederland draait op het bedrijfsleven en niet op steeds hogere lasten en onzekerheid.

Voorzitter. Dan ga ik naar veiligheid. Dat is een hele belangrijke voor ons. Er is een gezagscrisis gaande en dat wordt gelukkig ook door de coalitie erkend. Het is code zwart in ons gevangeniswezen. Er lopen nog steeds 4.000 veroordeelde criminelen buiten rond en het OM heeft honderden rechercheurs te weinig om zaken, zoals verkrachtingszaken, op te pakken. De politie is soms meer een vervoersbedrijf voor demonstranten dan de ogen en oren in de wijk. Gelukkig komen er nu meer crisisplekken voor verwarde figuren en komt er een aanscherping van de wetgeving rond huiselijk geweld en femicide. De vraag is alleen of dit genoeg is. Is die 400 miljoen wel voldoende? Niets in het akkoord spreekt over een koerswijziging op het interne beleid van de politie, terwijl er juist op dat vlak zo veel te winnen is om het gezag te heroveren. Daar is juist nu onvoorwaardelijk vertrouwen nodig in de politie. Stop met dure en ongewenste diversiteitsprojecten. Steek nou die manuren en het geld in de wijkagent. Geen fouilleerpalen meer die bepalen wie wel of niet gefouilleerd mag worden.

Tot slot het klimaatbeleid. Want alles wat niet kan op asiel, dat lukt hier wel en dat is bijzonder: keiharde doelstellingen, heel veel ronkende teksten en natuurlijk veel meer geld. Er komt een hele forse schep bij. De SDE++-subsidies en ook wind op zee, gigantische bedragen erbij: 4.000 windturbines. De verplichte warmtepomp is weer terug van weggeweest. Het belangrijkste is dat we vast blijven houden aan onhaalbare klimaatdoelen. Daar blijven we ons maar aan verplichten, voor 2040 en 2050. Dat betekent 22 miljard euro extra en dat is simpelweg €7.000 per gezin, per portemonnee.

Dan nog heel even over energie. U weet het: JA21 vond en vindt het definitief sluiten van de gasputten in Groningen een historische fout. Dat was dom en kortzichtig, want 83% van ons gas — mind you — komt intussen uit Noorwegen en de VS, maar ook uit Rusland. We worden qua energie steeds afhankelijker van het buitenland. Inmiddels gaan er steeds meer stemmen op die zeggen dat we die gasreserve niet definitief zouden moeten afsluiten. Zelfs TNO kwam afgelopen week met een oproep: niet dichtmetselen, die putten in Groningen, want een acuut gastekort in Nederland is denkbaar. Hou dat gasveld open. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de premier en het kabinet op de oproep van TNO.

Voorzitter. Ik sluit af. Er is een brede maatschappelijke wens tot meer migratiebeperking, meer veiligheid en meer lastendaling. Dat is ook tot uitdrukking gekomen op 29 oktober, tijdens de verkiezingen. Dat is ook de reden dat JA21 op de onderwerpen die ik heb genoemd met eigen plannen zal komen. We gaan bekijken wat de coalitie daarmee doet, want ik vond de woorden die de premier aan het begin sprak mooi: "We gaan stoppen met het gevecht en geruzie op de vierkante millimeter, we gaan luisteren en we gaan buiten de bubbel van de coalitie om kijken wat er nog meer aan wensen over is." We gaan het zien. JA21 is niet op zoek naar het conflict. Wij zijn op zoek naar de oplossing. We hopen dat het kabinet deze handschoen oppakt.

Dank je wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors een heel kort ogenblik. Daarna gaan we verder met het betoog van de heer Bontenbal. De vergadering is een heel kort ogenblik geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer Bontenbal voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van het CDA. Het woord is aan hem. Ik verzoek om stilte in de zaal.

De heer Bontenbal (CDA):

Voorzitter. Voordat ik aan mijn betoog begin, spreek ik eerst mijn waardering uit voor oud-premier Schoof. Namens het CDA bedank ik hem voor zijn inzet voor ons land. Premier Schoof verbond zich aan een moeilijke opdracht en heeft deze verantwoordelijkheid tot het einde toe willen dragen. Een marathon uitlopen, ook als er tegenwind is en er geen bloemen bij de finish worden uitgereikt, vraagt om een sterk karakter en een flinke dosis uithoudingsvermogen. Ik denk dat ik namens velen spreek als ik zeg: veel dank, Dick Schoof, dat u ons land wilde dienen. Ook bedank ik alle bewindspersonen uit het vorige kabinet voor hun inzet voor ons land.

Voorzitter. Deze week is het nieuwe kabinet beëdigd. Ik zie een team staan dat met elkaar het goede wil doen voor Nederland. We zien een team dat een frisse start wil maken, een team van mensen met de energie om Nederland weer vooruit te helpen. Tegen onze kersverse premier zeg ik het volgende. Veel wijsheid bij uw nieuwe rol. Veel dank voor de goede samenwerking de afgelopen maanden. Ik zal hier, vanuit de Tweede Kamer, uw werk constructief en kritisch volgen. Ik wens alle bewindspersonen veel sterkte, kracht en wijsheid toe. Handel in het belang van heel Nederland, zou ik hen willen meegeven. Wees een team, help elkaar en los conflicten snel op. Wees dienstbaar, want u bent dienaar van de Kroon. En — dat is het allerbelangrijkste — wees beschikbaar voor het gesprek met de Tweede Kamer, met alle fracties.

Dit kabinet is een minderheidskabinet. Het zal het moeten hebben van veel overleg met de Tweede Kamer. De opgaven waar dit kabinet voor staat, zijn groot. Er moet veel werk worden verzet. Maar dat kan niet zonder draagvlak in het parlement. Ik hoop dat deze minderheidscoalitie leidt tot een andere politieke cultuur, waarin we meer samenwerken en minder harde confrontaties zien. Nederland is groot geworden door overleg en compromis. Daar zat altijd en daar zit nog steeds onze kracht. Deze andere politieke cultuur vraagt om een andere houding van het kabinet, van de coalitie- en van de oppositiepartijen. Die vraagt om rolvastheid en voorspelbaarheid van het kabinet. Die vraagt om inschikkelijkheid en luisterbereidheid bij de coalitiepartijen en om een constructieve houding bij oppositiepartijen. Ik zal als fractievoorzitter van het CDA mijn uiterste best doen om deze andere cultuur mee te helpen vormgeven.

Voorzitter. Het is niet zo heel lang geleden dat het gevoel van optimisme overheerste in onze samenleving. We geloofden in vooruitgang. In vele opzichten ging het ons ook goed. Maar dat beeld is de afgelopen jaren gekanteld. We waanden ons veilig, maar intussen bereidde Rusland zich voor op een oorlog met Europa. We investeerden te weinig in de economie van de toekomst. Daardoor werden we te afhankelijk van andere werelddelen. We waren ook te traag met het aanpakken van problemen, zoals de woningnood, het migratievraagstuk, het stikstofprobleem en de energietransitie. Dat raakte ook de legitimiteit van de politiek zelf. De veenbrand in de samenleving die er was, en die er ook nog steeds is, werd onvoldoende serieus genomen. De politiek werd daarmee zelf het probleem. Als mensen — en we zien dit vooral bij jongeren — hun geloof in de democratische rechtsstaat zelf verliezen, kunnen extreme en totalitaire krachten weer de kop opsteken.

Vanuit deze zorg om de toekomst van ons mooie land en onze democratie zijn we als CDA de verkiezingscampagne in gegaan. We deden dat met een verhaal met drie speerpunten. Eén. We moeten orde op zaken stellen. Twee. We moeten ruimte geven aan de samenleving. Drie. We moeten investeren in de economie van de toekomst. Daarbij hebben we geprobeerd steeds zo eerlijk mogelijk te zijn over wat mogelijk is en wat nodig is.

Voorzitter. Het coalitieakkoord is gepresenteerd. We hebben daar al eerder een debat over kunnen voeren. Inmiddels heeft ook het CPB de plannen kunnen doorrekenen en een inschatting kunnen geven van de effecten van de plannen van het nieuwe kabinet. Daardoor wordt ook steeds duidelijker hoe groot de opdracht is waarvoor het kabinet staat.

Laten we eerlijk zijn over deze opdracht: de belofte om fors te investeren in defensie drukt een hele stevige stempel op het coalitieakkoord en de hervormingen die erin worden aangekondigd. De ombuigingen die nodig zijn, zijn fors groter dan die waar kabinetten de afgelopen jaren voor hebben gestaan. In de Tweede Kamer heeft een ruime meerderheid de belofte van Nederland bij de NAVO-top in Den Haag, om ten minste 3,5% van het bbp te investeren in defensie in 2035, gesteund. In deze kabinetsperiode gaan we deze belofte waarmaken.

Dat doen we met een goede reden. De afgelopen weken hebben we kunnen zien en lezen hoe Rusland Oekraïense steden blijft aanvallen. Rusland is meedogenloos. Hun oorlog is meedogenloos. Deze week herdenken we dat het vier jaar geleden is dat Rusland Oekraïne binnenviel. Het is een zinloze oorlog, die aan beide kanten honderdduizenden doden heeft gekost. Dat waren mannen en vrouwen van wie gehouden werd en die niet bestemd waren om aan een front te sterven.

Rusland ondermijnt ook direct de veiligheid van Nederland, via hybride oorlogsvoering, met cyberaanvallen, met sabotage van infrastructuur zoals zeekabels en met beïnvloeding van verkiezingen. Rusland bedreigt de veiligheid van heel Europa. We zullen ons ertegen moeten wapenen. Wat op het spel staat, is onze vrijheid. Onze manier van leven staat op het spel. De menselijke waardigheid zelf staat op het spel, voor Europa en voor Nederland zelf. Daarom investeren we fors in defensie. We investeren in onze vrijheid. Dit zijn allemaal loze woorden als we niet daadwerkelijk de daad bij het woord voegen. Dat wil deze coalitie waarmaken.

Voorzitter. Naast de investeringen in defensie wil het nieuwe kabinet ook de woningnood aanpakken, het stikstofprobleem oplossen en rust brengen in het migratiebeleid. Jongeren en ouderen vinden geen of geen passende woning. Dat heeft veel impact op het leven van mensen. Het stikstofprobleem moet worden aangepakt, zodat er binnen de milieugrenzen weer ontwikkelingen mogelijk worden voor boeren, bouwers en bedrijven. De toestroom van migranten en een asielketen die niet op orde is, zorgen terecht voor boosheid in de samenleving. De energietransitie is nodig en mogelijk, maar wordt nu belemmerd door problemen op het elektriciteitsnet en door trage vergunningsverlening. De coalitie wil deze problemen echt aanpakken. Ook die ambitie vraagt om extra investeringen die impact hebben op de begroting. Die investeringen hebben we als politieke partijen beloofd te doen in de verkiezingscampagne.

Voorzitter. Het coalitieakkoord is geen makkelijk verhaal. Het bevat namelijk ook een aantal ingrijpende hervormingen en lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven. Die hervormingen en lastenverzwaringen zijn ook tijdens de verkiezingscampagne aan de orde gekomen. Ook andere politieke partijen hebben moeilijke keuzes moeten maken in hun verkiezingsprogramma en de daaropvolgende CPB-doorrekening. Uiteraard heb ik de kritiek op een aantal maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid en de zorg goed gehoord. Ik heb ook de e-mails gelezen die mensen mij daarover de afgelopen dagen hebben gestuurd. Die heb ik allemaal gelezen. Ik wil daar een aantal opmerkingen over maken.

In de eerste plaats: ik begrijp deze zorgen. Het coalitieakkoord is een startpunt en het beleid moet nog door dit kabinet worden uitgewerkt. De precieze vormgeving van maatregelen is nog niet bekend en dat geeft ook onzekerheid. In de uitwerking zal rekening moeten worden gehouden met de uitvoerbaarheid, met de rechtvaardigheid en met het draagvlak voor de aangekondigde maatregelen. Niet voor niets staat er heel duidelijk in het coalitieakkoord dat dit kabinet in overleg treedt met sociale partners en medeoverheden.

Daarnaast is het belangrijk om de hervormingen in perspectief te zetten. Zowel de uitgaven voor de zorg als de uitgaven voor de sociale zekerheid groeien in de plannen van het nieuwe kabinet de komende jaren door, alleen minder hard dan wanneer er geen hervormingen zouden plaatsvinden. De zorguitgaven stijgen tot 2030 met ruim 5%, van 120 miljard euro naar 126 miljard euro, en de uitgaven voor sociale zekerheid stijgen met ruim 3%, van 157 miljard naar 162 miljard per jaar. Ja, we voeren stevige hervormingen door, maar die zijn afgezet tegen het totaal aan uitgaven niet onredelijk of onhaalbaar.

In de derde plaats: hervormingen in de zorg en de sociale zekerheid zijn hoe dan ook nodig vanwege niet-financiële redenen. Die zijn misschien wel belangrijker dan de financiële argumenten die ik net gaf. In de zorg gaat het tekort aan zorgpersoneel de komende jaren het grootste knelpunt zijn. Er is nu al een tekort van enkele tienduizenden zorgmedewerkers. Dat kan, als we niets doen, oplopen tot meer dan 300.000 vacatures in 2035. Dat is onhoudbaar. Op het gebied van de sociale zekerheid zien we dat ook de vakbonden zelf de noodklok luiden over de toenemende instroom in de WIA. Als deze trend doorzet, telt Nederland over vijf jaar 1 miljoen arbeidsongeschikten. Dat is onhoudbaar, aldus vakbond CNV.

Tegelijkertijd is het CDA niet doof voor de kritiek uit de oppositie en maatschappelijke organisaties. Die richt zich hoofdzakelijk op de verhoging van de AOW-leeftijd, op de inperking van de WW en de WIA en het overgangsrecht daarbij en op het risico van bezuinigen op de zorg voor gehandicapten. Over dat laatste heeft mevrouw Bikker ook al iets gezegd. In het coalitieakkoord hebben we als onderdeel van de aangekondigde hervormingen ook verzachtende maatregelen opgenomen. We investeren extra in gezinnen met kinderen. We hebben extra geld uitgetrokken voor chronisch zieken en gehandicapten. Voor degenen die huishoudelijke hulp niet zelf kunnen organiseren, blijft de gemeente dit doen. We hebben extra geld vrijgemaakt voor armoedebestrijding. We investeren in kwetsbare wijken via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. We investeren in een programma als Kansrijke Start. Daarmee willen we de meest kwetsbaren helpen.

Is dat genoeg? Met een coalitieakkoord spreken politieke partijen een commitment uit om met elkaar in de geest van het coalitieakkoord de verantwoordelijkheid te nemen om ons land te besturen. Gedurende deze reis zullen er altijd nieuwe omstandigheden komen en nieuwe inzichten zijn die het kabinet nopen om in de uitwerking van het beleid andere keuzes te maken. Dat is altijd zo geweest. We hebben nu een CPB-doorrekening met een eerste inschatting van de effecten van het beleid. Over een paar weken zal het CPB met zijn nieuwe Centraal Economisch Plan komen. Daar zullen weer een aantal nieuwe inzichten in staan die door het kabinet verwerkt zullen moeten worden. Deze coalitie is zich er goed van bewust dat zij een minderheidscoalitie is en dat we andere partijen nodig zullen hebben om onze plannen te realiseren.

Daarnaast leest u op elke pagina van het coalitieakkoord dat het kabinet zijn plannen wil uitwerken in goed overleg met de sociale partners, de polder en de medeoverheden. Dat staat er niet voor niks. Het is belangrijk dat het kabinet de signalen vanuit die sociale partners en vanuit het parlement serieus neemt en daar in de uitwerking van de plannen rekening mee houdt; de CDA-fractie zal daarop toezien. Daarbij is het wel belangrijk dat het kabinet een helder proces schetst: op welke momenten kan de Kamer bijsturen? Kan de minister-president dat proces zo helder mogelijk schetsen? Wanneer komt het kabinet langs bij de oppositiepartijen en wanneer wordt het overleg met sociale partners en medeoverheden gevoerd?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik vind het mooi dat collega Bontenbal begon met het bedanken van minister-president Schoof en ook alle andere kabinetsleden, die in de afgelopen periode keihard hebben gewerkt. Daar sluit ik me graag bij aan. In het begin van het betoog van collega Bontenbal stond hij ook terecht stil bij de ingewikkelde situatie dat er gewoon meer defensie nodig is, omdat in Oekraïne al vier jaar lang een afgrijselijke oorlog woedt en we de geopolitieke omstandigheden heel snel zien veranderen. Ik steun dat van harte. Ik weet ook dat dit soms moeilijke keuzes vraagt: hoe ga je dat betalen? We hebben te investeren in defensie. Het is ook aan deze bewindspersonen om daar op een goede manier werk van te maken, maar de coalitie doet dit met een vrijheidsbijdrage. Ik heb collega Bontenbal daar eerder voor zien pleiten en ik heb dit ook in het CDA-verkiezingsprogramma zien staan. Ik herinner me nog goed deze goede woorden: "Een bijdrage wordt gevraagd van burgers én bedrijven, evenredig en naar daadkracht". Vindt collega Bontenbal deze uitkomst voor burgers en bedrijven evenredig en naar daadkracht?

De heer Bontenbal (CDA):

Het is niet precies zoals ik het wilde. U heeft in onze CPB-doorrekening gezien hoe we 'm hebben vormgegeven. Het is niet gelukt om het precies zo te krijgen. Dus als u mij vraagt of het exact is zoals ik wilde, dan zeg ik: nee. Dat geldt overigens voor meer maatregelen uit het coalitieakkoord; ik heb helaas niet op alle punten m'n zin gekregen. Wat er wél in zit, is dezelfde verhouding als wij in onze CPB-doorrekening hadden, namelijk een derde bedrijven en twee derde burgers. Dat doen we heel vaak. Als het bijvoorbeeld over de energiebelasting gaat, dan zie je ook vaak dat de verdeling van een derde en twee derde gebruikt wordt.

Dan over de verdeling over de huishoudens. Je ziet dat we met die tabelcorrectiefactor hebben gewerkt. Sorry voor de techniek, maar dat is een percentage over de verschillende inkomensgroepen. Wij wisten toen we eraan begonnen dat het het gelijke percentage over die verschillende schijven zou zijn. Daarmee zou het dus ook gelijk, in dezelfde mate, relatief, bij alle inkomensgroepen op dezelfde manier terechtkomen. Dat zie je ook in de tabel bij de antwoorden op de feitelijke vragen. Op pagina 16 zie je ook voor verschillende huishoudens een inschatting van hoe dat uitpakt. Het is dus niet hetzelfde bedrag voor huishoudens. Twee keer modaal betaalt echt veel meer dan één keer modaal. Een alleenstaande betaalt echt minder dan iemand met twee mensen in een huishouden. Daar zit wel degelijk die draagkracht in.

In de CPB-doorrekening zie je dat alle maatregelen bij elkaar worden opgeteld. Tijdens het schrijven van het coalitieakkoord kunnen wij die doorrekening niet doen en pas na een CPB-doorrekening zie je wat de effecten daarvan zijn. Terecht is al een aantal keer opgemerkt dat het CPB ook niet alles meteen mee kan nemen. De armoede-envelop zit daar bijvoorbeeld niet goed in. Voor bijvoorbeeld het verhogen van het eigen risico is een bepaalde correctie in de inkomstenbelasting nodig. Het CPB kiest er in zijn modellen voor om dat dan in de eerste en tweede schijf te doen. Maar dat is een keuze die het CPB maakt. Ik wil hiermee het volgende zeggen. In de uitwerking zijn er nog genoeg knoppen, denk ik, waar je aan kunt draaien om de verhouding beter te krijgen. Ik heb de kersverse premier nadat het CPB-verhaal was gepresenteerd, horen zeggen: ik ga in de loop van de augustusbesluitvorming kijken of dat koopkrachtbeeld eerlijk en rechtvaardig is. Daar ga ik hem stevig aan houden.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Maar ik weet ook dat die plannen nú worden gemaakt. Dat begint vanaf vandaag. Als we vandaag hier als Kamer zeggen "alles is fantastisch en prima dat de hoogste inkomens er het meest op vooruitgaan", dan zou dat verder de uitwerking worden. Dat is denk ik niet wat de heer Bontenbal wil. Het is in ieder geval niet wat de ChristenUnie wil. Ik wil namelijk dat we ervoor zorgen dat de middeninkomens het positieve effect merken van een kabinet dat er zit en dat voor doorbraken gaat zorgen. Daar wil ik graag aan meebouwen. Maar mijn zorg als ik hiernaar kijk, is dat we nu juist zien dat de middeninkomens en de lagere inkomens de grootste lastendruk gaan ervaren, terwijl we met alles wat de heer Bontenbal schetst in de komende jaren een hele grote bijdrage van ze gaan vragen; van de veranderingen in de zorg tot aan de woningbouw. Er komt nogal wat af op de middenklasse. Dan is het zo onverstandig om juist bij de middenklasse een groot deel van de rekening te leggen. Ik doe hier echt de stevige oproep: pak dat anders aan. Kijk naar evenredigheid en naar draagkracht en zorg ervoor dat gezinnen die rekening met rust kunnen betalen. Maar het gaat niet alleen om die rekening. Het gaat ook over al die andere fronten. Dat zit niet in doorrekeningen, maar ik maak me er wel zorgen om.

De heer Bontenbal (CDA):

Ja, dat is terecht. Die zorgen deel ik ook. U noemt de bijdragen voor gezinnen, dus het extra geld dat daarvoor uitgetrokken is. We weten natuurlijk nog niet precies hoe dat allemaal uitpakt. Laten we eerlijk zijn: deze CPB-doorrekening is een eerste inschatting. Dat zegt het CPB zelf ook. Een aantal dingen is nog niet meegenomen. Tegelijkertijd, in een eerder debat kwam ook terecht naar voren dat het gemiddelde of de mediaan wel kan kloppen, maar dat dat niet wil zeggen dat er ook nog allerlei uitschieters zijn. Ik ben het met de heer Paternotte eens dat ik me natuurlijk vooral ook zorgen maak over de huishoudens waar die stapeling van maatregelen plaatsvindt. We hebben natuurlijk niet voor niets bijvoorbeeld in het pakket Zorg de 350 miljoen voor chronisch zieken en gehandicapten opgenomen. Dat is fors meer dan wat er nu beschikbaar is. We hebben niet voor niets een armoede-envelop van, ik dacht, 150 miljoen opgenomen om ook aan die kant wat extra's te doen. Dat is dus wel vanuit het besef dat daar soms gaten kunnen vallen en dat je dat moet repareren, want uiteindelijk willen wij allemaal niet dat er mensen hier door de bodem heen zakken. Dat wil niemand. Dat wil geen enkele coalitiepartij.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Als je in een auto zit naast een chauffeur die telkens de aanwijzingen van de navigatie negeert en zegt "ja, maar ik weet zeker dat daar onze bestemming is", dan kan je daar weleens onrustig van worden. Ik weet niet of collega Bontenbal dat weleens heeft meegemaakt. Als iemand maar rechtdoor blijft rijden terwijl er telkens wordt gezegd "sla rechtsaf, sla rechtsaf", dan word je daar onrustig van. Linksaf mag ook, hoor, zeg ik tegen de heer Klaver.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik probeer meestal zelf achter het stuur te zitten!

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Het maakt mij niet uit, als we maar gas geven, zeg ik dan meestal thuis. Maar terug naar die vergelijking: als die navigator zegt "sla linksaf" of "sla rechtsaf" en de bestuurder maar rechtdoor rijdt, dan maak je je zorgen. We hebben nu een aantal waarschuwingen liggen van het maatschappelijk middenveld. De gehandicaptenzorg en allerlei instanties zeggen dat deze zorgbezuinigingen te hard gaan neerslaan op een hele kwetsbare groep, maar ook op de middenklasse.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

We hebben de vakbonden, die zeggen: als u zo doorgaat, komt dat te hard terecht bij de harde werkers. Dan is mijn vraag aan collega Bontenbal: alstublieft, blijf niet doorrijden met "er komen nog wel meer rapporten", maar geef nu het heldere signaal dat de middenklasse erop vooruit moet gaan.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik ben terughoudend met dat soort uitspraken, want het beleid wordt nog uitgewerkt. Ik weet de effecten niet precies. Ik ben er in mijn campagne eerlijk over geweest dat we wel offers gaan vragen. Ik bedoel overigens niet te zeggen dat u niet eerlijk bent geweest; ik zie u knikken. Maar ik denk dat heel veel partijen in de campagne hebben aangegeven waar de pijn zit. De partijen die hun verkiezingsprogramma hebben laten doorrekenen, hebben in ieder geval laten zien waar de pijn zit. In de meeste verkiezingsprogramma's en doorrekeningen zitten hele forse bezuinigingen op de zorg, omdat we met elkaar blijkbaar ook vinden dat dat kan.

In het verhaal dat wij gehouden hebben, zat inderdaad ook bijvoorbeeld die vrijheidsbijdrage. Dat was niet omdat ik dat leuk vind of omdat het een mooi campagnepuntje was; dat was omdat ik dacht: als we zulke offers vragen en we niet alles in bezuinigingen kunnen stoppen, zullen we een extra bijdrage moeten vragen, die ook zichtbaar is. We doen dus een beroep op de samenleving en zeggen: vrijheid kost iets. Ik snap dat daar allerlei mooie termen aan gehangen worden die aan mijn naam verbonden worden. Ik ben er niet trots op dat die vrijheidsbijdrage in mijn programma stond, maar het is wel het meest eerlijke. Het is toch ook een moreel signaal dat je zegt: vrijheid is niet gratis en kost ons wat. De terechte vragen gaan over de verdeling daarvan. Daar ben ik gevoelig voor. Ik weet ook dat de premier daar gevoelig voor is, want dat heeft hij gezegd. Maar ik zou ook zeggen: geef dit kabinet even de tijd om dit uit te werken, want er zijn echt nog veel knoppen waar je aan kunt draaien. Ik zal dit kabinet meegeven: doe dit op een eerlijke en rechtvaardige manier.

De voorzitter:

De heer Dassen, de heer Klaver en dan de heer Stoffer.

De heer Dassen (Volt):

Ik vind het mooi dat de heer Bontenbal laat zien dat er bij het CDA wat twijfel zit over de precieze uitwerking die we nu van het CPB hebben teruggekregen. Hij geeft aan dat nu misschien te veel lasten bij de middeninkomens worden neergelegd en dat we dadelijk moeten kijken of dat voor mensen wel eerlijk en rechtvaardig gaat zijn. Ik proef bij de heer Bontenbal ook dat er wellicht gekeken moet worden naar andere knoppen om aan te draaien. Dan wil ik even refereren aan wat zijn oud-collega Marnix van Rij, van het CDA, ooit heeft gezegd, namelijk: er wordt elk jaar 29 miljard aan belastingvoordelen uitgedeeld waarvan iedereen zegt dat die niet doelmatig zijn; daar moet het kabinet wat aan doen. Daarvan heeft die staatssecretaris gezegd dat daar een rechte rug en harde keuzes voor nodig zijn. Ik wil de heer Bontenbal vragen of het CDA bereid is om nog eens kritisch naar die fiscale regelingen te kijken, juist om te zorgen dat we de lasten op arbeid weer kunnen verlagen.

De heer Bontenbal (CDA):

Kijk, het lastige is het volgende. Wij hebben een coalitieakkoord gesloten. Daarin staan dingen waar ik heel blij mee ben en dingen waar ik niet blij mee ben, maar ik heb mijn handtekening daaronder gezet en ik ben trouw aan de handtekening die ik zet. Dat is hoe dat werkt in coalities. Op het moment dat wij zaken veranderen in het coalitieakkoord, zullen we dat altijd met z'n drieën moeten bediscussiëren. Ik zie het zo voor me dat het minderheidskabinet met de Kamer in overleg zal moeten om er plannen doorheen te krijgen. In dat overleg tussen Kamer en kabinet, oppositie en kabinet, maar ook sociale partners en kabinet zal men tot voorstellen komen die hopelijk passen binnen het coalitieakkoord, maar die misschien soms ook net over het randje gaan. Dan is het aan het kabinet om bij de coalitiepartners terug te komen om te vragen of die dat kunnen dragen. Mijn fractie zal er, natuurlijk binnen bepaalde grenzen — wij hebben ook onze principes enzovoorts — alles aan doen om dit kabinet lang te laten zitten en om de hervormingen die nodig zijn, door te voeren. De kiezer zit namelijk niet te wachten op weer een verkiezingscampagne.

Dan concreet uw vraag: stel dat er een beroep gedaan wordt op de CDA-fractie om bijvoorbeeld dingen die wij graag zouden behouden, uit die lijst met fiscale regelingen te halen; mag daar dan over gesproken worden? Dan leg ik nergens een blokkade. Daar kan dus met ons over gesproken worden. Ik zeg niet gelijk "ja". Ik weet dat wij een minderheidskabinet zijn, en de CDA-fractie zal ervoor open moeten staan dat er af en toe keuzes worden gemaakt die niet helemaal in ons verkiezingsprogramma stonden.

De heer Dassen (Volt):

Dit is volgens mij precies de zoektocht. Ik kijk waar bij het CDA de ruimte zit. Ik snap dat het CDA dan met D66 en met de VVD wil spreken, maar ik hoop toch dat we in dit debat enige duidelijkheid krijgen over waar die ruimte dan precies zit. Ik begrijp dat er bij de fiscale regelingen ruimte zit, dat het CDA daar best wel over wil praten en dat het CDA daar misschien ook wel enkele regelingen ziet die eruit kunnen waardoor de belasting op arbeid naar beneden kan. Een vervolgvraag gaat over vermogen, over schenk- en erfbelasting. Mensen die een schenking of een erfenis ontvangen, hebben daar niks voor hoeven doen. In mijn ogen is dat iets waar we best wel wat meer kunnen vragen, zeker omdat we weten dat de komende jaren 240 miljard wordt overgedragen door de mensen van babyboomgeneratie aan hun kinderen en kleinkinderen.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Dassen (Volt):

Is dat iets waar het CDA van zegt: we moeten misschien ook eens kritisch kijken naar de schenk- en erfbelasting; misschien kunnen we daar wat mee doen zodat de lasten op arbeid voor alle Nederlanders naar beneden kunnen?

De heer Bontenbal (CDA):

Nog even over die fiscale regeling. Het is niet zo dat we niks aanpakken. Er zijn echt wel hele pijnlijke maatregelen. Neem bijvoorbeeld de sierteelt. Dat is zo'n fiscale regeling die als ondoelmatig is geëvalueerd en waar we mee stoppen. Dat doet pijn en dat hebben we geaccepteerd, wetend dat we een aantal van die fiscale regelingen moeten afbouwen. Het is dus niet zo dat we niks doen.

Over schenk- en erfbelasting: in mijn verkiezingsprogramma staat heel simpel dat we daar een schuif tussen willen, dus dat het schenken gedurende het leven makkelijker moet zijn. Dan maak je dus een schuif tussen schenk- en erfbelasting. Het staat niet in dit coalitieakkoord. Als u mij dus vraagt "wilt u het persoonlijk en bent u bereid om daarop te bewegen?", dan zeg ik "ja". Ik blijf echter wel binnen de afspraken in het coalitieakkoord. Voor we daarbuiten gaan, ga ik het gesprek aan met mijn coalitiepartners. Het kan soms zijn dat je met elkaar een nieuw arrangement moet verzinnen en dat je met elkaar ook tot een nieuwe onderhandeling komt. Ik wil heel graag in de geest van het coalitieakkoord, ook met respect voor de belangen van de andere twee partijen, daarin verder gaan. De CDA-fractie heeft geen taboes en gaat op een hele redelijke manier naar alle voorstellen kijken. Ook als er soms dingen tussen zitten die wij niet prettig vinden, zullen wij altijd het belang van Nederland bij onze keuzes zwaarder laten wegen dan ons eigen verkiezingsprogramma.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Dassen (Volt):

Dit zijn al twee dingen waar dan ieder geval met de CDA-fractie over te praten valt: fiscale regelingen — "sierteelt" is een heel klein stukje van alle miljarden — en de schenk- en erfbelasting. Dan valt met de CDA-fractie misschien ook nog over een laatste punt te praten.

De heer Bontenbal (CDA):

Het moet niet te gek worden, meneer Dassen. Ik heb al veel te veel weggegeven.

De heer Dassen (Volt):

Dit is de uitgestoken hand waar we volgens mij het hele debat al op zitten te wachten: dat we uiteindelijk ook echt daadwerkelijk kunnen gaan kijken waar we over kunnen gaan praten.

De voorzitter:

Uw laatste punt.

De heer Dassen (Volt):

De hypotheekrenteaftrek. Is dat nog iets waarvan de CDA-fractie zegt "wellicht moeten we daar ook nog wat mee doen"? Ik snap dat het lastig is voor de VVD, maar wellicht zegt de CDA-fractie: "We willen uiteindelijk ook dat de woningmarkt eerlijker wordt. We willen ook nog wel wat doen aan de hypotheekrenteaftrek."

De heer Bontenbal (CDA):

Zullen we afspreken dat u een poging doet om de VVD-fractie te overtuigen? Dan belt u mij daarna en dan fiks ik de rest.

(Hilariteit)

De heer Dassen (Volt):

Ik ga nu natuurlijk de VVD-fractie overtuigen. U ziet zo de heer Brekelmans naar achter lopen en dan …

De voorzitter:

Er is straks een dinerschorsing en dan heeft u alle tijd.

De heer Dassen (Volt):

Helemaal goed!

De heer Bontenbal (CDA):

U bent een knappe jongen als u dat binnen een uur redt.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik wilde een aantal vragen stellen, ook over de vrijheidsbelasting, de Bontenbalheffing, of hoe we 'm ook noemen.

De heer Bontenbal (CDA):

Nu doet u het weer!

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Haphap. De heer Dassen heeft daar zojuist eigenlijk al voldoende over gevraagd. Er zit ruimte en dat is ook nodig, want het moet volgens mij eerlijker om ervoor te zorgen dat de lasten eerlijker verdeeld worden. Daarom ga ik naar afspraken over de AOW. De AOW-leeftijdsverhoging stond niet in het verkiezingsprogramma van het CDA, als ik het goed heb. Volgens mij heeft het CDA altijd gezegd: handen af van de AOW. Waarom is hier toch toe besloten? Waarom verdedigt de heer Bontenbal hier bijna alsof het zijn eigen idee is dat die leeftijd toch omhoog moet? Hij weet dondersgoed dat dit een afspraak was uit het pensioenakkoord, waar al onze partijen onder stonden. Het is toch een verdraaid slecht idee om dit te doen?

De heer Bontenbal (CDA):

Ik verdedig het niet als mijn eigen idee. Ik verdedig het als een afspraak uit het coalitieakkoord. Dat is wat anders. U heeft zelf vaak in coalities gezeten. Daar zitten soms maatregelen in die je fijn vindt en soms maatregelen die je niet fijn vindt. Het klopt dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet in ons verkiezingsprogramma stond, maar met elkaar maak je een totaalplaat. Een van de dingen waarover wij lang gediscussieerd hebben — dat heeft u vast wel kunnen lezen in de constructies — betreft de financiële degelijkheid van het hele verhaal. Wij wilden niet alleen maar voor de komende jaren wat doen en zorgen dat die plaat ongeveer rondkwam, maar ook voor de langere termijn. Wat betreft de zorgquote en de uitgaven aan de sociale zekerheid loopt het te hard op als we niks doen. Dat drukt dan andere uitgaven weg die de overheid ook zou willen doen. Dat is een politieke discussie die wij hier op dat niveau met elkaar zouden moeten voeren. De zorgkosten gaan van 11% naar ik meen iets van 18% — ik weet het niet precies — in 2060 als we niks doen. Vinden we dat met elkaar politiek acceptabel? Het gaat wel ten koste van iets anders. Dat geldt ook voor de sociale zekerheid. Uiteindelijk kunnen die enorme posten, sociale zekerheid en zorg, een soort koekoeksjong zijn die andere uitgaven eruit drukken. Dat is de politieke discussie die wij moeten hebben.

De voorzitter:

Uw antwoorden kunnen wat korter, meneer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):

Daar heeft u wel gelijk in, ja.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Het viel me ook op, voorzitter!

Dit is precies wat ik bedoel met het verdedigen van de AOW-leeftijdsverhoging. "De kosten voor de sociale zekerheid lopen op en daarom gaan we nu bezuinigen op de AOW." Ik weet niet of u weet wie er ooit de aanstichter van is geweest om te zeggen: we moeten de een-op-eenkoppeling loslaten van de AOW. Wel, dat was de heer Buma. Die heeft hierover een motie ingediend in het parlement. Die heeft eigenlijk gezegd: laten we eens onderzoeken of die een-op-eenkoppeling er wel moet zijn. Dit is een ontzettend belangrijk punt geweest van de vakbeweging en mijn partij, namelijk om ervoor te zorgen dat we die een-op-eenkoppeling eraf halen. Het is nog maar vijf jaar geleden. De wereld is niet veranderd ten opzichte van toen: de levensverwachting is niet verder omhooggegaan. We hebben dit juist gedaan om te anticiperen op de stijgende kosten van de AOW. Snapt u dat dit bij ons volstrekt in het verkeerde keelgat schiet? We hadden een afspraak. Ik had gehoopt dat u het pensioenakkoord had verdedigd zoals u hier nu het regeerakkoord verdedigt. Volgens mij is dit namelijk precies wat we willen: met meer dan 76 zetels en de maatschappelijke partners afspraken maken voor niet de komende 4 jaar maar voor de komende 10, 20, 30, 40 jaar. Dat is de enige manier waarop we vooruit kunnen. Waarom is het CDA op dit punt — het spijt me om het te moeten zeggen — gewoon onbetrouwbaar?

De heer Bontenbal (CDA):

Die kwalificatie deel ik niet. Ik denk dat wij een ontzettend betrouwbare partij zijn. Ik vind dat geen fijne kwalificatie. Deze discussie heeft u net ook met de heer Paternotte gevoerd. Mijn wedervraag zou zijn: vindt u dat zo'n akkoord tot in de eeuwigheid zou moeten blijven gelden omdat er geen einddatum aan zit? Maar ik snap uw punt wel. Het is niet dat ik zeg "het is totaal onzin wat u zegt" en dat ik de pijn niet zou begrijpen die erachter zit. In het vorige debat kwam het ook naar voren. Ook de vakbonden hebben dit akkoord verdedigd. Ze hebben pijn genomen en dingen ingeleverd enzovoort. Dus ik snap dat. Maar u moet ook de worsteling snappen, want partijen willen de sociale zekerheid op de langere termijn ook gezond houden. Dit verhaal is een startpunt. Op elke bladzijde staat: we gaan in gesprek met sociale partners, medeoverheden en de Kamer. Laten we dus kijken waar we uit komen, maar ik ga deze kaart niet zomaar uit het kaartenhuis trekken. Want dan zou ik weer onbetrouwbaar zijn naar mijn coalitiepartners.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Fijn dat u betrouwbaar bent naar de coalitiepartners, maar u bent niet betrouwbaar naar de mensen met wie u afspraken heeft gemaakt over het pensioenakkoord.

De heer Bontenbal (CDA):

Maar nu gaat u weer op de man spelen. Dat vind ik niet prettig.

De voorzitter:

Meneer Bontenbal, meneer Bontenbal, u spreekt steeds door de interrumpanten heen. Dat moet u niet doen. Meneer Klaver heeft het woord.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Het is helder dat u kiest voor de afspraken die in het regeerakkoord staan. Maar ik sta hier om te benadrukken hoe zwaar dit voor ons weegt, precies om de reden die u aangeeft. Dit was voor ons het zoet in een akkoord. Dit is wat wij hebben binnengehaald. Daarvoor hebben wij afspraken geslikt uit dat pensioenakkoord die moeilijk lagen. Ik ben blij dat de gesprekken niet publiek waren die ik met mijn fractiegenoten heb moeten voeren toen de pensioenwet ter stemming voorlag in de Tweede Kamer. Er waren namelijk ook mensen die zeiden: er zijn inhoudelijke redenen om hier tegen te stemmen. Maar na het gesprek dat we toen hebben gehad in onze fractie zeiden we wel: wij stáán voor onze handtekening, want ook wij hebben zaken binnengehaald; we zouden niet willen dat dit onderuit wordt geschoffeld. Dit is precies waar de pijn bij ons zit en waar de pijn bij vakbonden zit.

En waarom is dit nou zo saillant op dit moment? Een minderheidskabinet zoekt naar bredere afspraken om doorbraken te realiseren die over meer gaan dan vier jaar. Er zijn in onze achterban ook mensen die zeggen: "Laat ze het lekker uitzoeken daar in het kabinet. Ze wilden niet met jullie, dus waarom zou je nu in vredesnaam afspraken maken?" Wat moet ik tegen hen zeggen? "Nee, dat moeten we wel doen. We gaan afspraken maken over de langere termijn"? Maar nu krijg ik terug: over vier jaar is die afspraak toch niks meer waard. Dat wil ik niet! Het zegt iets over de cultuur in dit huis en ik vind dat die moet veranderen. Een afspraak is een afspraak. Fijn dat u dat en de afspraken die u heeft gemaakt met deze coalitie hier verdedigt. Dat siert u, maar ik zou willen dat u met dezelfde hartstocht en passie de afspraken verdedigt die wij hebben gemaakt in het pensioenakkoord.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik heb u gehoord. Het eerste wat ik heb gedaan in de week na het presenteren van het coalitieakkoord, is alle vakbonden uitnodigen. Ik heb ze allemaal een-voor-een gesproken. De pijn die zij hierover hebben, hebben ze in vrij duidelijke bewoordingen bij mij op tafel gelegd. Ik zeg daarom tegen het kabinet: aan de slag. Ga aan het werk en voer het gesprek. Ik neem aan dat het kabinet met een vrij zware vertegenwoordiging met de sociale partners in de polder gaat praten. Ik vraag ze daar goed naar te luisteren.

De heer Stoffer (SGP):

Mijn inschatting is dat binnen de coalitie het CDA de partij is die het meest oog heeft voor het gezin en de gemeenschap. In het Nederlandse belastingplan zie je echter eigenlijk een soort prikkels om vaders en moeders allemaal de arbeidsmarkt op te krijgen. Of dat wel of niet kan, je hebt geen vrije keuze om zorg en werk op die manier te verdelen die het meest optimaal voor je gezin is. Dat wordt extra schrijnend in de situatie dat een vader of een moeder niet kan werken of dat er een kind is dat zo veel zorg vraagt, dat het niet kan. Het zorgt er ook voor dat vrijwilligerswerk onder druk komt te staan. Hoe kijkt de heer Bontenbal daartegen aan?

De heer Bontenbal (CDA):

In het verleden hebben we vaak samen opgetrokken op dit punt. CDA, SGP en ChristenUnie hebben dit punt samen aangekaart en we hebben daarmee ook meerdere kleine succesjes behaald. Als dat weer zou lukken, vindt u mij aan uw zijde. Ik zal dat in coalitieverband altijd netjes afstemmen.

De heer Stoffer (SGP):

Dit antwoord klinkt mij als muziek in de oren. Ik herinner mij ook nog het C3-akkoord. Minister Heinen herinnert zich dat waarschijnlijk ook, maar hij kijkt nu wel ietwat naar beneden. We hebben toen stevige gespreken gehad met een goed resultaat. Als ik hem zo hoor doet ie dat, maar ik zou graag zien dat de heer Bontenbal met mij de handschoen oppakt om bij het volgende belastingplan samen opnieuw te kijken of we iets kunnen doen aan de kloof tussen een- en tweeverdieners. Met alle zorgen daarbij die ik zojuist uitsprak, moeten we kijken of we iets kunnen doen wat goed is voor gezinnen en ook voor de gemeenschap.

De heer Bontenbal (CDA):

Daar zou ik graag één randvoorwaarde bij willen leggen: laten we ook bij alles wat we doen, streven naar vereenvoudiging. Als dat mooi gecombineerd zou kunnen worden, dan ben ik helemaal voor.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Stoffer (SGP):

Voor vereenvoudiging zijn we op zich altijd, maar het moet uiteindelijk wel het doel dienen dat die kloof minder groot wordt, dat gezinnen er beter van worden en dat de gemeenschap er beter van wordt. Maar die handschoen pakken we wat mij betreft graag op. Dus ik kom in contact met de heer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):

Er staan in het coalitieakkoord wat haakjes. Er staat ergens in de financiële paragraaf dat er een programma voor fiscale vereenvoudiging komt. Er staan wat suggesties in die tekst en het is dus ook niet zo dat de staatssecretaris Fiscaliteit de komende tijd op zijn handen kan gaan zitten.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik hoor de heer Bontenbal net zeggen dat hij de zorgen van de oppositie over de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg van 140 miljoen euro begrijpt. Maar mijn vraag is: vindt hij dat dat kan?

De heer Bontenbal (CDA):

Dat kan ik niet beoordelen. Het punt is natuurlijk dat je … Uiteindelijk zou ik zeggen: in de uitwerking van het coalitieakkoord moet er gekeken worden of die bezuinigingen haalbaar zijn. Als u vraagt of gehandicapten ontzien moeten worden en of we er gewoon voor moeten zorgen dat deze groep altijd de zorg krijgt die ze nodig heeft, dan zeg ik ja. Maar je kunt niet meteen zeggen dat er geen enkele bezuiniging mogelijk is. Dat zou u ook nooit zeggen. Ik heb het even niet over deze sector, maar als een sector niet efficiënt zou werken, dan is het gek om te zeggen dat er niet efficiënter zou kunnen worden gewerkt. Dus het is gek om te zeggen dat er nooit geld vanaf mag. Volgens mij moet het basisprincipe zijn dat de mensen die het meest kwetsbaar zijn, de zorg krijgen die ze nodig hebben en dat die zorg adequaat is.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik probeer het hele debat grote bedragen en technische discussies terug te brengen naar wat er gebeurt bij mensen. Ik heb het u de vorige keer ook voorgelegd. Als je met mensen in de gehandicaptenzorg spreekt, zeggen ze: "We zijn van vier begeleiders op een groep naar twee gegaan. Er zijn al heel veel bezuinigingen, miljoenen, op onze sector losgelaten. Het kan niet langer zo." Ik vraag aan de heer Bontenbal of hij vindt dat het wel kan. Als hij zegt dat hij het niet weet, dan verbaast mij dat enorm. U moet uw mails namelijk hebben gelezen. Daar zitten vast gehandicaptenzorgverleners in. Die zeggen massaal: dit kan niet, dus doe het niet.

De heer Bontenbal (CDA):

Het klopt dat ik die mails heb gelezen. Het is ook niet zo dat wij dit zomaar hebben gedaan. Iedereen die ooit een coalitieakkoord heeft gemaakt, weet dat je de contouren van beleid maakt. Dat moet worden uitgewerkt. Of het kan en in welke mate, of dat daar toch moet worden bijgeschaafd, is uiteindelijk — het is heel vervelend — dus toch echt aan vak K. Als de bewindspersonen uit vak K straks bij mij komen en zeggen dat het niet haalbaar is, dat het op een andere manier moet en dat ze deze groep willen ontzien, dan is het CDA uiteraard bereid om te zeggen dat deze groep gewoon de zorg moet krijgen die hij nodig heeft.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dit verbaast mij dus, omdat u zelf bij die onderhandelingen heeft gezeten. U heeft zelf getekend voor dit bedrag. Hoe kunt u tekenen voor een bedrag als u niet exact weet wat de gevolgen zijn? De mensen in de gehandicaptenzorg zeggen nu al dat het niet kan. Er zijn zichtbaar schrijnende situaties in de gehandicaptenzorg. Ik pik nu alleen de gehandicaptenzorg eruit. Ik had het ook met u willen hebben over de chronisch zieken en gehandicapten, waarover iedereen in deze zaal die een rol vervult in het minderheidskabinet zegt: maar we compenseren met 315 miljoen euro. Ja, maar aan de andere kant wordt er 618 miljoen euro afgepakt via de belastingen om je specifieke zorgkosten te kunnen kwijtschelden. Sorry, maar dan worden mensen dus gewoon harder gepakt als ze chronisch ziek of gehandicapt zijn. Het zijn al die dingen waarvoor u heeft getekend. Die dingen kloppen uiteindelijk mooi in cijfers en in spreadsheets, maar als we met mensen spreken over hoe het bij mensen thuis uitpakt, dan horen we dat het bezuinigen op de thuiszorg ervoor zal zorgen dat mensen thuis vereenzamen en vervuilen, omdat er niemand meer langskomt. Of u nou een soort maatwerkpakketje achteraf heeft om nog iets te compenseren of niet, chronisch zieken en gehandicapten gaan erop achteruit. De gehandicaptenzorg zal nog meer onder druk komen te staan als u erop gaat bezuinigen. Ik vind het bizar dat u heeft getekend voor de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg zonder dat u daadwerkelijk weet wat de effecten zijn. Dat is onbegrijpelijk!

De heer Bontenbal (CDA):

Nee, want de bezuinigingen gingen natuurlijk over een veel grotere post. Daar zitten de gehandicapten potentieel in, maar in de uitwerking zul je zien hoe die bezuiniging verdeeld wordt. Dat weet je nog niet. Het is aan het kabinet om dat uit te werken. Het kabinet zal dat doen, gehoord hebbende wat de Kamer en het zorgveld zeggen. Het is dus niet zoals u het nu zegt. Dat is uitwerking van beleid. We zijn vandaag in debat om daar sturing aan te geven.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter, ik heb een punt van orde. Het gaat over 140 miljoen euro die gewoon ingeboekt staat voor volgend jaar.

De heer Bontenbal (CDA):

Dat was het vorige kabinet.

De voorzitter:

Dat is geen punt van orde, maar we noteren het als een persoonlijk feit.

De heer Vermeer (BBB):

Ik vond het net een beetje een absurde discussie, want als je niet zeker weet of iets kan, dan ga je het niet opschrijven, lijkt mij. Dan is dit coalitieakkoord namelijk niet alleen een openingsbod, maar ook gewoon een soort pentekening, in de zin van: misschien zou dit allemaal wel kunnen. Nee. Daar sta je toch achter of niet? Het is heel vreemd als de heer Bontenbal daar nu al niet meer achter staat en het brengt als "ook maar een idee" en "we gaan het nog weleens zien". Maar dat terzijde.

Ik wilde het hier eigenlijk hebben over het feit dat de heer Bontenbal rond dat pensioenakkoord steeds verwees naar het kabinet. Ik wil heel graag weten waar de heer Bontenbal vindt dat de verantwoordelijkheid voor het akkoord, zoals het coalitieakkoord, en het vinden van meerderheden voor plannen ligt. Ligt die verantwoordelijkheid volgens de heer Bontenbal bij het kabinet of bij de coalitiepartijen?

De heer Bontenbal (CDA):

In mijn optiek moet de rolverdeling als volgt zijn. Het kabinet zoekt meerderheden in de Kamer. Het heeft altijd meer nodig dan de drie coalitiepartijen. Het liefst is de steun wat mij betreft zo breed mogelijk. Als in de uitwerking buiten de randen van het coalitieakkoord wordt gegaan, bijvoorbeeld doordat de maatregelen niet matchen of het financieel kader knelt, dan zal er met de drie coalitiepartijen over gesproken worden of dat door deze drie partijen kan worden gedragen. Dat lijkt mij de meest zuivere rolverdeling. Ik wil voorkomen dat we in dezelfde situatie komen als bij de onderhandelingen over de Onderwijsbegroting. Daar waren het de coalitiefractievoorzitters die met elkaar aan het onderhandelen waren. Ik sta nog steeds achter de deal die toen gesloten is, maar de manier waarop was niet goed. Er had een kabinet moeten zitten dat onderhandelde met de oppositie. Dat is, denk ik, de manier, want anders maak je fouten. We hebben toen ook gezien dat er fouten werden gemaakt.

De heer Vermeer (BBB):

Dat betekent dus dat uw uitnodiging aan mij om een kop koffie te drinken puur voor de vriendelijkheid en de persoonlijke contacten is, maar dat wij helemaal geen zaken kunnen doen met u, want u houdt zich aan het coalitieakkoord. Wij moeten zakendoen met het kabinet. Als het kabinet er met ons dan niet uitkomt, moet het naar u toe om weer te onderhandelen en horen wij wel weer terug wat er gaat gebeuren. Nou, ik wens u veel succes de komende tijd.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik zou allereerst willen zeggen: wat is er mis met vriendelijkheid? Over iemand die een kop koffie drinkt met een collega zou ik zeggen: waardeer het. Ik ga graag koffiedrinken met u. U suggereert ook dat er geen contact mogelijk is tussen fractievoorzitters en het kabinet. U kunt mij dingen meegeven. Ik heb toevallig best wel wat telefoonnummers in mijn telefoon staan van mensen die in vak K zitten. Het is niet zo dat ik daar geen rol in kan spelen. Ik kan heel goed naar u luisteren en uw wensen meenemen. Sterker nog, ik denk dat er in het huidige coalitieakkoord al allerlei zaken staan die niet per se uit de drie kokers van deze partijen komen. Die zijn erin gekomen door gesprekken van fractievoorzitters met ons. Er werd net gerefereerd aan iets wat de heer Struijs heeft gezegd tijdens die gesprekken, over fraude in de zorg. Dat staat er niet voor niks in. Er staat iets in over een transparantieregister, wetende dat D66, maar ook zeker de heer Dassen, daar steeds over begonnen is. Dus wij hebben in die ronde wel degelijk geluisterd naar wat anderen hebben gezegd en geprobeerd dat een plek te geven. U heeft als fractie zelf complimenten gemaakt over de stikstofparagraaf en de woonparagraaf, omdat daarbij ook geluisterd is naar uw partij. Laten we daar dus niet negatief over doen, want er wordt wel degelijk geluisterd. Ik kan daar als fractievoorzitter in de Kamer ook een rol in spelen. Dus ik ga graag koffiedrinken met u.

De voorzitter:

Afrondend, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Ik heb niet gezegd dat ik het niet waardeer. Ik heb gezegd dat het dus alleen over vriendelijkheid gaat en dat wij bij het kabinet moeten zijn als wij willen dealen over zaken, en niet bij de coalitiepartners. Daarnaast heb ik ook niet gezegd dat er geen contact is tussen fractievoorzitters en kabinet, want dat zou wel een hele vreemde figuur zijn. Dat heb ik dus ook niet gesuggereerd. Dat wilde ik graag even duidelijk stellen, want die suggestie werd hier wel gewekt.

De heer Bontenbal (CDA):

Het is duidelijk wat u ervan vindt.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik heb een paar vragen over het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Een mooi programma, maar ik zie Joke en Arie in Groenoord in Schiedam, die op een flatje wonen voor €700 huur. Die huur gaat maar omhoog en de schimmel staat al drie jaar op de muur. Ze gaan na zessen niet naar buiten, want het is echt onveilig in die wijk. Ondertussen zijn er veel klachten en hebben ze echt zorg nodig, van de wijkverpleegkundige en noem allemaal maar op. Dat is nu. Dat staat niet op zichzelf. Hier begint het echt te stapelen. Ik heb echt veel zorgen over de zorg, maar nu even over het nationaal programma. Het is wat mij betreft nog steeds te vrijblijvend. Ik zie dat er mooie dingen gebeuren, maar als je vier jaar moet wachten tot een gemeente een keer echt aan de slag gaat, nog even los van de financiën … Bent u bereid om vanuit de regering te stimuleren dat er meer coördinatie komt, dat er meer bandbreedte komt, dat er stippellijnen komen, zo van: zo doen we het hier en daarmee kunnen we voort? Er zijn namelijk nog te veel onveilige buurten. Er is te veel ellende in heel veel wijken in Nederland. Ik zoek de brug tussen regering en gemeenten.

De heer Bontenbal (CDA):

U heeft zelf in uw interruptie eerder ook gezegd dat u wilt dat departementen samenwerken, dat er over onderwerpen heen wordt gewerkt. Ik denk dat dat de kracht is van het NPLV-programma. Als u mogelijkheden ziet om dat programma steviger en effectiever te maken, sta ik daar honderd procent voor open. Ik wil wel voor één ding waken. Er zit natuurlijk heel veel wijsheid en kennis bij deze programma's zelf. Ik wil ervoor waken dat Den Haag weer gaat voorschrijven hoe zij het moeten doen, want dat gaat ook een hoop ellende opleveren. Ik zou vooral willen dat de wijsheid die in die programma's wordt opgedaan … In Leeuwarden doen ze het anders dan in Rotterdam-Zuid, Tilburg enzovoort. Ik vind het overigens een schitterend programma en ben heel blij dat we het kunnen doorzetten. Maar laten we niet vanuit Den Haag voor hen gaan bedenken hoe het moet. Als we hen kunnen stimuleren om kennis met elkaar te delen en bepaalde dingen effectief te doen, ben ik uw man.

De heer Struijs (50PLUS):

Nou, dan ben ik uw man, want ik wil de kennis van Rotterdam-Zuid, Amersfoort of Heerlen zeker delen. Alleen, het komt niet bij elkaar. Het moet bij elkaar gebracht worden, op een centraal punt. Ik heb het over meer coördinatie. Ik ben niet snel van de staatscommissies of een landelijk programma. Geef het een naam, maar wel vanuit de opgebouwde kennis en niet vanuit de sturing vanuit Den Haag; dat delen we. Maar er moet meer coördinatie en daadkracht komen, want de mensen aan het einde van de lijn zitten nog steeds met een waardeloze woning, energiekosten en veel ziektekosten. Ze durven na zessen de straat niet meer op. Daar ben ik dus op uit.

De heer Bontenbal (CDA):

Zou het dan een idee zijn dat de heer Struijs en ik een aantal managers van dit soort programma's — Marco Pastors is daar bijvoorbeeld één van — gewoon eens op de koffie vragen, om dan met elkaar dat gesprek te voeren, mee te schrijven en te kijken wat er dan beter kan? Dan kijken we of we dit samen in de Kamer een stapje verder vooruit kunnen helpen. Ik zou dat heel tof vinden.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik roep mijn collega-Kamerleden graag op om zich daarbij aan te sluiten. Dank u wel!

De heer Bontenbal (CDA):

Ja, gaan we doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb de heer Bontenbal de vorige keer ook al gevraagd waar die stikstofdoelen nou vandaan komen. Volgens mij is de wet namelijk helder, net als de uitspraak van de rechter. De heer Bontenbal paste toen eigenlijk een lelijk Haags trucje toe. De heer Stoffer vond de doelen nog te scherp. Toen zei de heer Bontenbal: als mevrouw Ouwehand vindt dat we te weinig doen en de heer Stoffer vindt dat we te veel doen, dan zal ik het wel goed hebben. Zo werkt dat toch niet? De doelen die de coalitie heeft afgesproken, zijn maar de helft van die 50% minder in 2030, terwijl die in de gerechtelijke uitspraak nog is bevestigd. Zojuist stond de heer Vermeer hier. Toen zei de heer Bontenbal letterlijk: ik heb naar uw partij geluisterd als het gaat over stikstof. Dat zien we: het zijn nu BBB-doelen. Maar je moet toch niet luisteren naar de BBB? Je moet toch eerst en vooral naar de rechter luisteren?

De heer Bontenbal (CDA):

Dat was geen Haags trucje.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

O.

De heer Bontenbal (CDA):

Dat was humor. Dat kan ook weleens in deze Kamer, mevrouw Ouwehand. Ik zou zeggen: probeer het ook eens een keer!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Oké. Haagse humor dan zeker!

De heer Bontenbal (CDA):

Sorry, mevrouw Ouwehand.

De voorzitter:

Meneer Bontenbal, was dat uw antwoord?

De heer Bontenbal (CDA):

Neeneenee, ik ben nog niet klaar.

De voorzitter:

Meneer Vermeer, volgens mij is de heer Bontenbal nog met zijn antwoord bezig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Een persoonlijk feit, zeker.

De voorzitter:

Een persoonlijk feit? Dat mag.

De heer Vermeer (BBB):

Er werd iets gezegd waar ik een persoonlijk feit over wil maken.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Als dit humor is, dan wil ik bij alles wat de heer Bontenbal zegt wel even horen of hij dat als humor bedoelt of het ook echt meent, want ik kan er anders geen touw aan vastknopen.

De voorzitter:

Jajaja, waarvan akte. Ik stel voor dat u de interruptie van mevrouw Ouwehand gaat beantwoorden, meneer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):

Mevrouw Ouwehand …

De voorzitter:

En hoewel ik dol ben op humor: graag zonder humor.

De heer Bontenbal (CDA):

… ik maak geen grappen meer! Ik ben ervan overtuigd dat datgene wat er nu staat, een hele forse stap is, die de duidelijkheid geeft die nodig is en die Nederland weer op het goede spoor zet om het land van het stikstofslot af te halen en de boeren weer perspectief te geven. Dat dit serieus is, blijkt uit het akkoord, uit de maatregelen die we bereid zijn te nemen. Er zitten een aantal maatregelen tussen die we eerder niet bereid waren te nemen. We zetten doelen in de wet en zetten er ook een flinke pot geld naast, zodat we zeker weten dat we die doelen ook kunnen halen. Ik vind het dus eigenlijk jammer dat uw evaluatie is dat het weer te weinig is en dat het niet goed is. Het is een hele forse stap ten opzichte van het vorige kabinet. U ziet en leest in dit akkoord dat hier een coalitie zit die het stikstofprobleem echt wil oplossen en de boeren weer toekomstperspectief wil geven. Laten we dus gewoon beginnen; laten we meters maken. Er is ook weer een regeling aangekondigd. We kunnen ellenlang blijven zeuren over doelen voor straks, maar ik wil een kabinet zien dat gewoon nu meters gaat maken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

"Ellenlang blijven zeuren over doelen ..." Ik heb de VVD-minister hier meermaals voor gecomplimenteerd, ook vandaag nog: het kabinet Rutte-IV probeerde uit te leggen dat er grote dingen moesten gebeuren. Het probeerde ook de boeren daarin mee te nemen. Het was toen het CDA dat weer een nieuwe discussie over doelen veroorzaakte, door een spaak in de wielen te steken. Maar er was onderbouwing voor die doelen. Die coalitie dacht echt niet: we gaan nu zó veel voor de natuur doen dat het ook nog wel gehalveerd kan worden. De heer Bontenbal heeft dus met zijn partij zelf die discussie weer laten ontstaan, maar nu zegt hij: ik ben ervan overtuigd dat dit genoeg is. Waar is die overtuiging op gebaseerd? Die is namelijk niet op basis van de ecologische analyse en ook niet op basis van de uitspraak van de rechter. Waar komt die overtuiging dan vandaan?

De heer Bontenbal (CDA):

We hebben ons laten informeren in de verschillende rondes. Daarin hebben we natuurlijk ook zelf ons huiswerk gedaan. We hebben ook gekeken hoeveel geld er nodig is. In die paragrafen staat ook heel duidelijk dat we gaan doen wat nodig is. Mocht het dus niet genoeg zijn, dan zullen we altijd bekijken wat er nog extra nodig is om die doelen wel te halen. Laten we gewoon aan de slag gaan. Ik denk dat er heel veel mogelijk is en ook dat er heel veel resultaat kan worden geboekt, als we hier in de Kamer die stappen zetten die nodig zijn en het kabinet heel snel het beleid gaat uitwerken. Er staan heel veel dingen in het coalitieakkoord waar heel duidelijk bij staat: we gaan het voor de zomer uitwerken. U ziet dus ook de haast in dit akkoord. Bij de uitwerking van het beleid zult u heel vaak hier aan de microfoon staan om het bij te sturen en te bediscussiëren. Maar laten we het uitwerken en beginnen, want volgens mij kunnen we flinke stappen zetten op het gebied van stikstof en toekomstperspectief voor boeren.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit is echt onverstandig. De heer Bontenbal gaat er volledig aan voorbij dat deze natuurcrisis heel serieus is en dat Nederland aan de lat staat om te zorgen dat natuurgebieden niet verder verslechteren. Hij zadelt een coalitiegenoot, de nieuwe minister van Landbouw, op met doelen die onvoldoende zullen zijn. Wat er minstens nodig is, is dat de hele coalitie — D66, de VVD, maar zeker ook het CDA, dat vorige keer de boel aan het ondermijnen was — gaat staan voor de doelen waarvoor de minister van Landbouw gewoon aan de bak moet om die natuurcrisis op te lossen. Als je dat niet doet, dan staat hij er alleen voor. Dan komen er weer nieuwe uitspraken van de rechter. En we weten dat de onrust hierover heel groot is, en dat snap ik heel goed. Dus doe die stap naar voren en ga als CDA staan voor die doelen, waar de rechter uitspraken over heeft gedaan. Dan hebben we een kans dat we het ook voor elkaar krijgen. Als je je doelen al halveert, dan wordt het 'm niet.

De heer Bontenbal (CDA):

Waar ik voor sta, is wat daar staat. Daar staat heel veel ambitie en tempo in. Er staat een bak van 20 miljard om het mogelijk te maken. Dat je zoveel geld uittrekt, ook voor natuur, in een tijd dat je fors moet hervormen, laat zien dat deze coalitie ambitie heeft. Ik zal ze daar ook aan houden.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik hoorde de heer Bontenbal aan het begin van zijn betoog hele mooie waarden uitspreken die me aan het hart gaan, maar er is een waarde die heet betrouwbaarheid. Ik wil het echt even hebben over de AOW. Ik heb namelijk aan die onderhandelingstafel gezeten. Ik heb daarna als voorzitter van de Politiebond in vele zalen beloofd, niet alleen aan politiemensen maar ook aan leraren: "Dit is in bloed geschreven. De regering spreekt zich echt uit: zo blijft het staan. Die 67 jaar, daar komen we niet meer aan. De AOW wordt niet verhoogd. Dat is toegezegd door de minister en de minister-president." Zo ben ik de zaal ingegaan. Ik kwam bij 50PLUS in een zaal vol mensen die zich druk maakten over hun pensioen en hun AOW. We hadden een felle strijd, want wij hebben in ons programma op laten nemen: we laten de 65 jaar los en we gaan naar 67 jaar, want wij hebben destijds een goede deal met de regering gemaakt. Het gaat over betrouwbaarheid. Is het niet zo, meneer Bontenbal, dat betrouwbaarheid ook het hoogste goed is voor deze regering en dat we de AOW nooit mogen verhogen? Het gaat toch niet waar zijn dat u alle tussenstappen die meneer Markuszower allemaal doet toch gaat steunen als CDA? Ik hoop dat u gaat inzetten op die betrouwbaarheid als het om de AOW gaat.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik zou een flauw trucje kunnen uithalen en kunnen zeggen: wat heeft meneer Markuszower dan gezegd of gedaan? U doelt vermoedelijk op een motie die is ingediend en aangepast. Op het moment dat er in die motie staat dat we met elkaar en met sociale partners kijken of er een andere manier van invulling is, dan is het niet gek, gehoord wat er hier allemaal gezegd wordt, dat je daar welwillend naar kijkt. Het zou heel gek zijn als ik daar niet welwillend naar keek, gelet op wat er hier allemaal gezegd werd. Dat zou u toch ook gek vinden, denk ik.

De heer Struijs (50PLUS):

Nee, ik vind dat juist gek omdat we een afspraak hebben met de regering. En die wordt overgenomen, nam ik altijd aan, in het kader van betrouwbaarheid. Ik vind het dus wel gek. Ik had dus gehoopt van het CDA te horen: we houden ons aan die afspraak van destijds, want dit trekt het hele pensioenstelsel omver. De betrouwbaarheid van heel veel staat op het spel, en dat is een heel hoog goed.

De heer Bontenbal (CDA):

Ja, maar dan zou mijn wedervraag zijn: vindt u dat alles in het pensioenakkoord tot in het oneindige altijd volgehouden moet worden?

De heer Struijs (50PLUS):

Nee, maar we hebben toen wel afgesproken minimaal vijftien jaar, want we hebben er ook vijftien jaar over gedaan om het voor elkaar te krijgen. Dat waren de woorden waarmee we afscheid hebben genomen van de regering midden in de nacht.

De voorzitter:

Dit was uw laatste interruptie, meneer Struijs. Meneer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):

Dan zou ik de vraag kunnen stellen: is de geldigheid van het pensioenakkoord dan volgens u vijftien jaar? Dat gaat u denk ik ook niet beamen.

De voorzitter:

We gaan geen vragen terugstellen, meneer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):

Het is een akkoord zonder einde. Mijn vraag is: is het onbetrouwbaar om dan op het moment dat je nieuwe feiten, omstandigheden, ziet daar toch een discussie over te openen, gelet op de toekomst van de sociale zekerheid en de houdbaarheid daarvan?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ook destijds was die dubbele vergrijzing al bekend en is daar ook rekening mee gehouden. Je kan zeggen over die afspraken: tot in het oneindige. Nou, ik verwacht niet dat dit in de hemel nodig is. Maar er is ook een andere kant. Die pensioenwet is er pas net doorheen en om 'm dan alweer open te breken, dat is wel heel snel.

Maar ik sta hier met een heel andere vraag en dat is de volgende. Ik heb gezien dat er geïnvesteerd gaat worden door dit kabinet in het Zuidasdok, in het openbaar vervoer. Dat is belangrijk, maar ik heb een grote zorg en dat is dat dit kabinet alleen naar de Randstad kijkt terwijl er zo veel nodig is op al die andere plekken: het vierde perron in Deventer, om een voorbeeld te geven, en de stations straks langs Nedersaksenlijn en het zorgen voor al de snelwegen waar we zien dat het vastloopt, neem tussen Papendrecht en Gorinchem. En zo kan ik nog veel meer voorbeelden geven. Vindt collega Bontenbal dat dit kabinet ervoor moet zorgen dat het als het gaat om het openbaar vervoer of de infrastructuur niet alleen naar de Randstad gaat?

De heer Bontenbal (CDA):

Daar ben ik zeer mee eens. Het Zuidasdok verbindt ook juist het oosten met andere delen van het land. Dat is de reden dat ik daar wel mijn handtekening onder heb gezet. Mensen uit, ik meen, Zwolle en Twente kunnen op die manier ook makkelijk de andere kant op en vanuit de Randstad naar Twente gaan. Het is dus niet alleen een Randstaddingetje. Het is het verbinden van heel veel regio's met elkaar. Dat is de reden waarom wij 'm zo hebben opgenomen, maar we moeten zeer zeker goed kijken naar regio's. Dat is voor ons heel belangrijk. Niet voor niks wordt ook het rapport Elke regio telt! expliciet benoemd in dit coalitieakkoord.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Als ik Den Haag uitrijd en ik rijd lekker naar het oosten naar mijn familie op de Veluwe of als ik doorrijd naar Hardenberg of naar een andere plek waar hele leuke ChristenUnie-mensen wonen, dan hoor ik één ding: wij missen de liefde voor het platteland en voor onze prachtige woonomgeving te vaak in Den Haag. En als ik dan spreek over de investeringen in het openbaar vervoer, of het nou gaat om de Lelylijn, de Nedersaksenlijn of een van die andere prachtige projecten, dan zien zij ook wel dat dat Zuidasdok helpt, maar zij zien ook dat alleen dat genoemd staat en dat al deze andere plannen het nakijken hebben. Wat gaat het CDA eraan doen om deze omissie in het regeerakkoord te herstellen?

De heer Bontenbal (CDA):

Volgens mij is er een heel lijstje — ik weet niet of dat op deze manier in het coalitieakkoord staat — met prioritaire projecten, waar dit er een van is. Als u zegt dat we moeten kijken naar een eerlijke spreiding, zodat niet alles in de Randstad terechtkomt, ben ik het daar zeer, zeer mee eens. Dat weet u ook van het CDA.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Dat is mooi gezegd, maar de financiële plaat zegt op dit moment nog iets anders, namelijk: wel het Zuidasdok en niet die andere projecten. Maar dan toch, kan ik als het gaat om woningbouw en om alle andere extra gelden die zijn neergezet op dit CDA rekenen, zodat we niet opnieuw hebben dat alleen aan het Zuidasdok of de omgeving Amsterdam wordt gedacht? Kunnen juist ook al die andere prachtige plekken in Nederland, provincies die afhankelijk zijn van de Lelylijn, het Noorden of de prachtige Veluwe — collega Stoffer staat naast me — erop rekenen dat in tegenstelling wat tot nu toe in dit regeerakkoord is gebeurd, daar wel wordt geïnvesteerd?

De heer Bontenbal (CDA):

Als u zegt "extra geïnvesteerd": wij houden ons aan de financiële kaders zoals die in het coalitieakkoord zitten. Als wij manieren vinden om daar meer geld naartoe te krijgen, valt daar met mij uiteraard over te praten. Maar dan is wel de vraag: waar halen we het dan vandaan? U mag weten dat ik woordvoerders op IenW heb die allemaal uit de regio komen. Die weten dus heel goed wat het belang is van de regio en die zullen daar ook in elk debat aandacht voor vragen.

De heer Stoffer (SGP):

Ik wil even doorgaan op de vragen die collega Bikker stelde. Ik moet zeggen dat ik vanmorgen best met enige angst keek naar het vak K, want ik dacht: minister Karremans, is die uit zijn pak geknapt? We hadden in het vorige kabinet minister Madlener, die veel te strak in zijn pak genaaid was. Die had gewoon te weinig geld voor de infrastructuur. Ik heb nog eens naar de plannen gekeken en het is opnieuw zo. Daar komt denk ik het probleem uit voort dat mevrouw Bikker ook schetst, dat er gewoon onvoldoende oog voor is dat we in de regio voldoende kunnen doen. Maar, misschien nog wel belangrijker, het gaat ons dadelijk ook echt raken: het onderhoud van onze waterwerken, de bruggen die allemaal aan het eind van hun levensduur zijn, enzovoorts. Mijn vraag is dus eigenlijk om met de woordvoerders IenW, maar ook samen met het kabinet, toch eens te kijken naar deze ramp rond de infrastructuur, die langzaam op ons afkomt, zowel in de regio alsook in de Randstad, zeg ik, en die ook onze veiligheid raakt. Het gaat echt wel vier jaar duren. Het gaat nog wel vier jaar redelijk goed. Maar ik denk dat we naar de langere termijn moeten kijken. Ik zou graag voor de komende periode willen kijken of we de ramp rond de infrastructuur die langjarig op ons afkomt met elkaar kunnen voorkomen. Mijn vraag aan de heer Bontenbal is of hij dat ook wil doen. Dat kan ook met de woordvoerders IenW en het kan natuurlijk ook samen met het kabinet.

De heer Bontenbal (CDA):

In het huidige coalitieakkoord is er natuurlijk voor gekozen om heel erg te investeren in onderhoud. Dat is dus niet zozeer in nieuwe aanleg, maar in onderhoud. Ook daar — dat weet u ook — zit een flinke opgave en een flink probleem. Laten we ook eerlijk zijn: er is niet heel veel geld beschikbaar. In die schaarste hebben wij moeten kiezen. Daar is dit het resultaat van. Als wij in een andere tijd hadden gezeten, waarin de staatsschuld er anders uitzag en het tekort niet al richting de 3% ging, dan hadden wij vermoedelijk meer geld kunnen vrijmaken voor deze infrastructuur, want die is heel belangrijk. Alleen is de vraag: ten koste waarvan? Er is geen gratis geld.

De voorzitter:

De heer Stoffer, korter dan zojuist, graag.

De heer Stoffer (SGP):

Ik doe mijn best, voorzitter. Dit is mijn oude vak, dus je kijkt daar toch altijd wel met een bepaalde liefde naar. Ik had het ook op de tafel gelegd bij de informateur. Die heeft ook echt haar best gedaan, moet ik zeggen. Toch gaat het ook op het onderhoud — ik geef het maar mee — langjarig echt mis. Deze kabinetsperiode, al zou die vier jaar duren, gaat het echt nog wel lukken, maar voor de langere termijn gaat het mis. Mijn vraag is niet om acuut hiernaar te kijken, maar wel of we dit met elkaar zullen oppakken om te kijken of we dit langjarig kunnen oppakken; ik snap namelijk de krapte in het budget. Ik zie de minister-president een beetje knikken. Die komt van oorsprong ook uit dat vak; ik kom daar morgen ook nog wel op terug. Mijn vraag aan de heer Bontenbal is dus of hij ook met ons die handschoen op wil pakken.

De heer Bontenbal (CDA):

Ja, dat wil ik, maar als de heer Jetten of een van zijn collega's zo zit te knikken, dan kan ik hem ook gelijk mooi die kant op parkeren. Ik ben slechts een eenvoudige fractievoorzitter. Daar zit een kabinet met heel veel ambtelijke ondersteuning, dat echt beter kan helpen dan deze eenvoudige jongen dat zou kunnen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Stoffer (SGP):

Als we er samen chefsache van kunnen maken, dan denk ik dat het echt goedkomt.

De heer Bontenbal (CDA):

Laten we afspreken dat ook wij twee die kop koffie gaan drinken met een van deze bewindspersonen.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Van minister van AZ naar minister van OV; het is nu al een topdag aan het worden, zou ik zeggen. Ik zie de heer Jetten ook genieten.

De heer Bontenbal heeft het erover dat alles binnen het financieel kader moet. Heb ik dat goed verstaan?

De heer Bontenbal (CDA):

Nou, ik ga het preciezer formuleren. Wij hebben een coalitieakkoord gemaakt. Daar zit een financieel kader bij. Dat is onderdeel van de afspraken. Als u zegt dat u daar anders naar kijkt … Ja, de keuzes voor dat kader zijn onderdeel van het coalitieakkoord. Daar zou u dus andere keuzes in kunnen maken. Deze keuze hebben wij gemaakt in ons coalitieakkoord.

De voorzitter:

Mag ik een beetje rust in de zaal? Het is namelijk onrustig. Meneer Eerdmans. Meneer Eerdmans, meneer Eerdmans.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Joost.

De voorzitter:

Een beetje rustiger in dat vak!

De heer Bontenbal (CDA):

Even bijblijven, Joost.

De voorzitter:

Meneer Klaver. "Het duurt zo lang", zegt meneer Eerdmans.

De heer Bontenbal (CDA):

Mand!

De voorzitter:

Meneer Klaver, breng daar verandering in.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

De concentratieboog is op bij de heer Eerdmans, begrijp ik.

De voorzitter:

Al best lang, hoor!

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Bij het vorige debat is hier in de Kamer een motie breed aangenomen. Een meerderheid van de Kamer zegt dus: het is prima dat u een financieel kader heeft gemaakt, maar dat is niet van ons. Dat is niet omdat de heer Eerdmans en ik het dan eens zijn over wat dat kader wel zou moeten zijn, maar het laat zien dat er geen meerderheid is voor het kader dat er nu ligt. Eigenlijk is mijn vraag aan de heer Bontenbal: zou het niet verstandig zijn voor het kabinet om te kijken of het met een meerderheid van deze Kamer een financieel kader zou kunnen maken waar het de komende jaren op kan sturen? Als je dat niet doet, dan is het namelijk iedere week bal. Het ging hier al even over de manier waarop je aan meerderheden gaat werken. Er is hier niemand die zegt "dit is mijn financieel kader", dus niemand gaat zich hieraan houden. Dan gaan we wisselende meerderheden vinden, waardoor we elkaar toch weten te treffen, of we laten het gewoon in het tekort lopen op allemaal wijzen. Ik kan mij voorstellen dat dat niet de meest handige manier is om de overheidsfinanciën de komende tijd te sturen. Staat de heer Bontenbal ervoor open om te kijken of we hier met een meerderheid — dan moet het kabinet zelf kiezen welke meerderheid het zoekt en of het meer naar rechts of meer naar links kijkt — toch een financieel kader kunnen maken dat kan bogen op een meerderheid in het parlement? Zou dat hier niet wat rust, reinheid en regelmaat brengen? Ik ben namelijk bang dat als u het niet doet, u keihard op een muur af rijdt.

De heer Bontenbal (CDA):

U weet dat ik voor veel opensta, meneer Klaver. Overigens zal het kabinet dat dan moeten doen. De eerste begroting is natuurlijk de lakmoesproef. Daar zit impliciet een financieel kader in. Er wordt straks onderhandeld over de begroting. Daar gaat de eerste strijd plaatsvinden, en de eerste zoektocht naar meerderheden.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat het echt een illusie is om te denken dat de Kamer op haar handen gaat zitten tot de begroting. U heeft geen meerderheid, meneer Bontenbal, en de oppositie wél. Wij gaan hier niet op onze handen zitten tot augustus. Het kabinet denkt: "Weet je wat? We zien in augustus allemaal wel welke afspraken we dan gaan maken." Zou het juist voor de betrouwbaarheid en de slagvaardigheid van het kabinet niet verstandig zijn om er al eerder afspraken over te maken? Het is namelijk niet zo dat er pas in augustus geld uitgegeven gaat worden. Dat kunnen we hier in het parlement op ieder moment van de dag doen. Ik zou dat toch in overweging willen geven. Nog één ding. Het coalitieakkoord is van de coalitiepartners. Alleen verwijzen naar het kabinet vind ik net iets te eenvoudig. Als fractievoorzitters in het parlement hebben we hierin ook onze verantwoordelijkheid. Ik ben dus benieuwd wat de heer Bontenbal ervan vindt als ik vraag of het niet goed zou zijn als er een financieel kader wordt gemaakt dat kan bogen op een meerderheid in het parlement.

De heer Bontenbal (CDA):

Kijk, ik wil heel graag rolvastheid. Daarmee bedoel ik dat het kabinet gaat praten met de Kamer, dus met de oppositiepartijen en met de coalitiepartijen, alsook met maatschappelijke organisaties en de polder. Dat bepaalt wat eruit komt en wat wel of niet gedragen wordt door de oppositie en door de coalitie. Dat kan je niet vooraf zeggen. Maar ik zou het gek vinden als wij die rol zouden pakken. Ik vind dat het kabinet in charge is. Daar zijn natuurlijk bepaalde tijdlijnen voor. Het is heel simpel. We maken begrotingen, miljoenennota's, voorjaarsnota's en najaarsnota's. Het is heel logisch om het in die cyclus mee te nemen. Als we dat niet zouden doen, zou het een rommeltje worden. We moeten er ook al heel snel aan beginnen. De voorbereidingen daarvoor worden namelijk al vrij snel getroffen. Ik ga er dus van uit dat de bewindspersonen heel snel met de oppositie praten, ook over dit soort zaken.

De voorzitter:

Meneer Dassen heeft een interruptie. Ik stel voor dat u dan weer voortgaat met uw betoog, meneer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik ben bijna klaar.

De heer Dassen (Volt):

Helemaal prima. Op de website Omzien naar elkaar van het CDA zien we dat het mooi is als mensen niet naast elkaar wonen, maar met elkaar. Nou is de kostendelersnorm een van de redenen waarom mensen soms niet met elkaar kunnen wonen, terwijl ze dat wel graag zouden willen. Ik weet dat het CDA eerder van mening was dat we hiervan af moeten. Gezien het aantal mantelzorgers dat we hebben en gezien de noodzaak die gehandicapte of zieke mensen soms voelen om samen te wonen, maar dat niet kunnen omdat ze dan gekort worden, denk ik dat we daarvan af moeten. Is de fractievoorzitter van het CDA dat met me eens? Moeten we niet kijken of we met het kabinet afspraken kunnen maken om de kostendelersnorm helemaal af te schaffen?

De heer Bontenbal (CDA):

Als de kostendelersnorm afgeschaft zou kunnen worden, zou dat mooi zijn. Maar dan ga ik toch wel weer zeggen dat ik dat alleen kan doen als ik daar met z'n drieën uitkom. Het staat namelijk niet in het coalitieakkoord. Maar persoonlijk vind ik dat we als CDA-fractie geen voorstander zijn van de kostendelersnorm.

De heer Dassen (Volt):

Volgens mij is een meerderheid in deze Kamer geen voorstander van de kostendelersnorm. Wellicht kunnen we aan het kabinet vragen om met mogelijkheden of uitwerkingen te komen, zodat we er inderdaad van af kunnen. Mijn vraag aan de heer Bontenbal is of hij van mening is dat we het kabinet met die opdracht op pad moeten sturen.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik denk dat het past bij de gemaakte afspraken over fiscale vereenvoudiging. Die staan redelijk achteraan in het coalitieakkoord. Maar of deze maatregelen door de drie coalitiepartijen worden gedragen, gaan we zien. Dat moet ik ook gewoon met ze bespreken; dat kan ik niet op voorhand zeggen. Maar de mening van de CDA-fractie is: daar zouden we best wat aan willen doen, ja.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Dassen (Volt):

Oké, maar ik ben aan het bekijken of we het kabinet met een opdracht op pad kunnen sturen, bijvoorbeeld om mogelijkheden uit te werken of om te kijken wat de consequenties ervan zijn. Dat is juist omdat de drie partijen het er zo eventueel over eens kunnen worden. Je zult namelijk een basis moeten hebben waarop je dat gaat doen. Kunnen we het kabinet een boodschap sturen dat het met een scenario moet komen waarin het als mogelijkheid wordt uitgewerkt?

De heer Bontenbal (CDA):

Ik zou zeggen: het kabinet luistert vandaag mee. Ik denk dat het kabinet meeschrijft. De verantwoordelijke bewindspersonen zullen dit gewoon op een lijstje zetten. Daar is geen koffie voor nodig. Ik denk dat ze dit zelf zullen meenemen in het programma dat ze nog moeten gaan schrijven. Maar ik zou ook zeggen: geef ze even tijd om deze fiscale hervormingen uit te werken.

De heer Vermeer (BBB):

Ik voel een motie aankomen, maar misschien heb ik het mis. Ik heb even een vraagje aan de heer Bontenbal over die begrotingsregels. Aangezien het budgetrecht hier bij de Kamer ligt, zouden wij ook gewoon als gezamenlijke fracties een alternatief begrotingsregelsvoorstel kunnen maken en dat als opdracht aan het kabinet kunnen meegeven. Is de heer Bontenbal het daarmee eens?

De heer Bontenbal (CDA):

Ik kan het er niet eens mee oneens zijn, want als de Kamer dat besluit, dan is dat gewoon de beslissing van de Kamer en heeft het kabinet het gewoon te doen. Het is niet een keuze of ik dat wel of niet … Alleen, de vraag is wat de drie coalitiepartijen doen. Het zal u niet verbazen dat die zich willen houden aan het coalitieakkoord, tenzij we goeie redenen zien om daarvan af te wijken. Dan is het de vraag of de rest van de oppositie tot overeenstemming komt. Ik denk namelijk dat er in deze Kamer ook wel veel verschil van mening is over hoe die begrotingsregels er dan uit zouden moeten zien. Ik heb net een discussie gehoord over lastenverzwaring voor burgers en bedrijven en er zijn in deze Kamer wel nogal verschillende meningen.

De heer Vermeer (BBB):

Ik zie de heer Bontenbal bijna verlangend naar die verschillen kijken. Hij denkt: dan kunnen wij ons verhaal gelijk houden. Ik denk dat er best een meerderheid te vinden is voor het openen van een aantal regels, waarbij er dan vervolgens nog een nadere invulling mogelijk is, maar daar komen we zeker op terug.

De voorzitter:

Meneer Bontenbal, u vervolgt.

De heer Bontenbal (CDA):

Voorzitter, ik rond af. Het CDA zal zich met veel energie blijven inzetten voor een land waarin iedereen meetelt en waarin we oog houden voor de meest kwetsbaren. We blijven ons inzetten voor een land waarin jongeren weer hoopvol over de toekomst kunnen zijn. We blijven ons inzetten voor een land waarin mensen naar elkaar omzien en hun verantwoordelijkheid kunnen nemen om voor iedereen een goed leven mogelijk te maken.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors. O, o, o, nog twee interrupties, drie interrupties. Het is net een markt hier. Ik heb meneer Eerdmans, ik heb meneer Wilders en dan meneer Dijk. Ik vraag nog even om wat rust in de zaal vanwege de concentratieboog van de heer Eerdmans.

De heer Eerdmans (JA21):

Ik ben weer wakker. Het ging in één keer zo snel. Drie weken geleden vroeg mijn collega Nanninga aan de heer Bontenbal hoe het eigenlijk met de CDA-fractie in de senaat staat rond die asielwetten. Wordt het spannend of niet? Toen sprak de heer Bontenbal sussende woorden: nee, die senaatsfractie van het CDA gaat gewoon uit van het verkiezingsprogramma, dus dat komt goed. Intussen hebben wij mevrouw Bakker-Klein en de heer Bovens — zo heten ze, geloof ik — uit de senaatsfractie van het CDA gehoord. Die zeggen: nou nee, we zijn niet getrouwd met het coalitieprogramma. Op zich, theoretisch, is dat wel zo, maar nou is natuurlijk wel de vraag: als de CDA-fractie tegenstemt, gaan die asielwetten het dan gewoon niet halen? Mijn vraag is echt wat het CDA dan doet.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik ga ervan uit dat die wetten het wel halen. We hebben een minister van Asiel en Migratie. Die gaat zijn stinkende best doen om die wetten met goeie argumenten door die Kamers te krijgen. Zou dat eventueel niet lukken, waar ik niet van uitga, dan is er altijd nog de implementatiewet van het Migratiepact, waarin beide wetten integraal zitten. Als het niet via de twee asielwetten lukt, lukt het dus alsnog gewoon via die andere wet.

De heer Eerdmans (JA21):

U weet: in de asielwetten zitten de illegaliteitsstrafbaarstelling, ongewenstverklaringen, dwangsommen. Dat soort elementen zit in die asielwetten. Die zitten niet in het pact. Dat zijn dus al punten die we gaan verliezen als de CDA-fractie in de Eerste Kamer daartegen stemt. Ik begrijp dat de heer Bontenbal zich nu meer zorgen maakt dan drie weken geleden, want toen was het allemaal een kwestie van "nee, geen enkel punt, want de CDA-fractie stemt gewoon voor".

De heer Bontenbal (CDA):

Nee, ik maak me daar geen zorgen over. Dat is dus een verkeerde interpretatie.

De heer Wilders (PVV):

Het CDA heeft zich er altijd op laten voorstaan een fatsoenlijke partij te zijn. Ik heb in mijn inbreng al gezegd dat ik 15 miljard aan ombuigingen op zorg en sociale zekerheid onfatsoenlijk en asociaal vind. Wat mij betreft verdwijnen die dus allemaal, maar wat ik bijzonder onfatsoenlijk vind, is dat u nu ook aan de zogenaamde bestaande gevallen komt. Dat is in Nederland eigenlijk not done. Zowel bij de WIA als bij de WW worden ook de mensen die al een uitkering hebben, dus niet alleen de nieuwe gevallen maar ook de mensen die al een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een WW-uitkering hebben, fors gepakt. Dat zijn een paar honderdduizend mensen in de verschillende regelingen en dat loopt behoorlijk op. Mijn vraag is: wat is er fatsoenlijk aan om toch te korten op de uitkering van mensen die al in een situatie zitten en daar niets meer aan kunnen doen — als je arbeidsongeschikt bent, kun je daar immers vaak niets aan doen — of om het dagloon in ieder geval zodanig te laten dalen dat ook de bestaande gevallen nu de pineut zijn? Daarbij gaat het dus ook mensen die daar met hun hypotheek of anderszins rekening mee hebben gehouden.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik denk dat we onderscheid moeten maken tussen die verschillende maatregelen. Wat WW, WIV en IVA betreft gelden de maatregelen voor nieuwe gevallen, maar ik vermoed dat u het heeft over het maximumdagloon. Ik ga daar niet omheen lopen: die maatregel is heel pijnlijk; die vind ik ook heel pijnlijk. Als u vraagt of ik ergens een flinke steen in de schoen heb, zeg ik: ja, op dat punt. Daar ga ik niet omheen lopen. Ik heb wel een coalitieakkoord getekend. Daar staat dit in. Ik kan deze kaart dus niet zomaar uit het kaartenhuis trekken, maar ik snap uw punt ook.

De heer Wilders (PVV):

Dan stel ik toch voor dat we daar wat aan doen. U was in 1993 10 jaar. U kunt het zich dus misschien niet herinneren, maar in 1993 was er het zogenaamde bami-akkoord, een deal tussen de Partij van de Arbeid en het CDA, vooral over de bestaande gevallen: moeten die ook worden gekort? Dat is uiteindelijk niet gebeurd, maar dat leidde wel tot onenigheid binnen het CDA tussen premier Lubbers en Eelco Brinkman. Lubbers zei: we moeten niet aan die bestaande gevallen komen. Brinkman zei: dat moeten we wel gaan doen. Dat leidde tot veel onrust, zodanig dat het CDA na de verkiezingen enorm op z'n lazer kreeg vanwege die bestaande gevallen, de oudere partijen in een keer acht, negen zetels kregen en de SP ook met weet ik hoeveel zetels terugkwam. Dat heeft bij uw achterban dus … Ik geef toe dat het een tijd geleden is, maar het is onfatsoenlijk om aan bestaande gevallen te komen en aan bestaande gevallen, mensen die gewoon hun leven hebben ingericht met vaste lasten en hun kinderen, wat te doen. Ik zou u dus toch nog een keer willen vragen, zeker als het een steen in uw schoen is, om met mij te kijken of we dat niet onderuit kunnen halen en of we de bestaande gevallen — honderdduizenden mensen — kunnen ontzien.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik heb een coalitieakkoord getekend waar ik niet zomaar mijn handtekening onder vandaan ga halen. U heeft zelf in een coalitie gezeten en ik heb u toen u hier stond meermaals horen zeggen: je tekent een coalitieakkoord waar ook soms nare dingen in zitten. Dit is er eentje van. Ik heb u ook steeds toen u hier stond, horen zeggen: ja jongens, ik teken een coalitieakkoord waar dingen in zitten die ik graag wil en ook dingen die ik niet graag wil. Dit is er eentje van. Als er ruimte is om dit aan te passen, zal ik dat doen, maar dat doe ik wel met drie coalitiepartijen. Ik ben met mijn collega's een commitment aangegaan en ik zal geen onbetrouwbare coalitiepartner zijn. Dan moeten we dus zoeken naar een manier om dat te verzachten. Er zit natuurlijk ook wel een reden achter dat er aan het maximale dagloon wordt gedraaid. De vraag is of dat moet in die mate waarin dat nu gebeurt. Maar het zijn natuurlijk wel de wat hogere inkomens die hierdoor geraakt worden. Daarom is er aan die knop gedraaid. De mensen met de laagste inkomens worden als het goed is ontzien, maar ik heb ook de rapporten van het CPB gelezen en weet ook wat het effect is. Ik herhaal wat ik zeg: dit vind ik geen fijne maatregel, absoluut niet.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Wilders (PVV):

Van mij hoeft het helemaal niet. Het ging mij er ook niet om of het de hoge of de lage maximale daglonen zijn. Het gaat over bestaande gevallen, over mensen die niets meer aan hun situatie kunnen veranderen. Ik hoop dat u goed bent voor uw woord en dat u op z'n minst een poging gaat doen voor alle mensen die dit debat volgen en hier last van hebben. Nogmaals, het zijn er 260.000 of zo, een hele hoop. Ik hoop dat u toch gaat kijken en gaat proberen om binnen uw eigen coalitie die mensen te ontzien.

De heer Bontenbal (CDA):

Die poging zal ik doen, maar ik zal ook een betrouwbare coalitiepartner zijn. U heeft zelf in een coalitie gezeten. U weet dat er stenen zijn in zo'n coalitieakkoord die je zelf niet fijn vindt. Er komen steeds nieuwe feiten en cijfers. Er komt straks een nieuwe CPB-doorrekening. We krijgen nieuwe koopkrachtplaatjes. Het is een huis waar regelmatig een verbouwing aan plaatsvindt. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gezien. Je gaat als coalitiepartners met elkaar een commitment aan. Als daar verschuivingen in plaatsvinden, zal dat altijd evenredig moeten zijn in wat de drie partners aan wensen hebben. Ik zal een betrouwbare coalitiepartner zijn. Maar ik snap uw punt ook heel goed. Ik voel de pijn daar ook.

De heer Jimmy Dijk (SP):

De heer Bontenbal is van de drie partijen in dit minderheidskabinet de enige niet-liberale partij. Het is de enige partij die niet het Angelsaksisch model voor zich ziet, maar het Rijnlands model, en daar ook veel waarde aan hecht. Ik kom dan toch even terug op de hele AOW-discussie. Ik heb gisteren gezien dat er drie vakbonden waren, de FNV, de VCP, maar ook CNV, die echt hebben aangegeven: wij gaan op deze manier echt niet aan tafel. Als de plannen van de AOW-verhoging niet van tafel zijn, dan komen zij niet in gesprek. Hoe gaat u dat oplossen?

De heer Bontenbal (CDA):

Ze zijn al bij mij aan tafel geweest. Ik heb ze allang uitgenodigd. Ik heb al met ze gesproken. Ik denk dat dit kabinet het ook zal doen. Ik denk dat deze vakbonden gewoon zullen komen en zullen praten. Ik weet ook dat ze heel duidelijk en heel helder hun mening op tafel leggen. Dat hebben ze bij mij ook gedaan. Ik kreeg van de heer Fortuin van CNV de afgelopen dagen ook al een appje met: we zetten het Malieveld vol. Ik weet dus hoe boos ze zijn. Ik weet ook dat ze die boosheid in het gesprek met het kabinet zullen neerleggen, maar ik verwacht niet dat ze zeggen niet te komen als ze een uitnodiging krijgen van het kabinet, waarin het kabinet met een hele serieuze delegatie met de polder en de sociale partners enzovoorts gaat praten. Dat geloof ik niet. Zij hebben ook wensen. Het CNV zegt zelf bijvoorbeeld over de WIA: het loopt uit de hand. Ook vakbonden willen een aantal dingen regelen. Ik denk dus: kom in gesprek en leg de wensen op tafel. Laten we kijken waar we komen. Alle partijen willen Nederland beter en sterker maken. Dat is in ieder geval de gezamenlijke basis. Dat lijkt mij voldoende om op een uitnodiging in te gaan.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Laat er geen misverstand over zijn: er moet een boel beter in de WIA, maar daarop korten is niet de oplossing. Het ging mij om de AOW. De vakbonden hebben inderdaad duidelijk aangegeven: we komen uit beleefdheid wel op gesprek, maar we gaan niet meewerken aan een verhoging van de AOW-leeftijd. Dan zie ik dat er hier nu voorstellen worden gedaan — Groep Markuszower zie ik nu niet meer — om dat plannetje van het kabinet een beetje af te zwakken. Ik denk dat het nog meer olie op het vuur gooien is bij de vakbonden als het CDA zo meteen met die voorstellen gaat instemmen. Ik vraag me dus af op welke manier het CDA de banden, de relaties met de vakbonden denkt te gaan verbeteren. Je kunt ze uitnodigen met het huidige plan, maar dan zijn ze snel klaar, na een kopje koffie en misschien een koekje. En dan staat daarna het Malieveld vol.

De heer Bontenbal (CDA):

Maar dan zou ik zeggen dat de heer Dijk niet voor de vakbonden hoeft op te komen. Ze zijn zelf mondig. Ze zijn erg mondig. Of zij dingen niet fijn vinden, laten ze me dus echt zelf weten. Ik vermoed dat ik als ik op mijn telefoon kijk, daar al berichten over zie. De vakbonden spreken voor zichzelf en het is aan mij om de contacten met hen te leggen en open te houden. Dat zal ik blijven doen. Ik zal dus blijven investeren in de relatie met de vakbonden. Dat heb ik ook al gedaan.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik denk dat het helemaal niet verkeerd is als politieke partijen in dit huis opkomen voor de vakbondsrechten en de vakbonden. Dat lijkt me zelfs erg goed. Als het hier steeds gaat over hardwerkende Nederlanders, dan is het nogal belangrijk dat er een vakbond is die kracht heeft en dat er politieke partijen zijn die zij aan zij met de vakbonden opkomen voor de rechten van werknemers. Het lijkt me dus heel goed als u wel opkomt voor de vakbonden.

Maar mijn punt blijft dat zij heel duidelijk hebben aangegeven, gisteren weer: afspraak is afspraak. Werknemers en werkgevers hebben dat gezegd en de voorzitter van de SER zei het ook heel duidelijk. U zet wel echt de verhoudingen tussen de vakbonden en dit kabinet op het spel als u zo meteen meegaat met de rechtse motie van Groep Markuszower om toch mee te gaan werken aan de afbraak van de AOW.

De heer Bontenbal (CDA):

Mijn ervaring met de vakbonden is dat het professionals zijn. Deze mensen weten heel goed waar ze mee bezig zijn. Die komen op voor de belangen van hun achterban. Heel veel partijen in deze Kamer luisteren daarnaar, gelukkig niet alleen die aan de linkerkant van het politieke spectrum. Het is aan hen en aan mij om die contacten goed te houden, maar dat is mijn inspanning. Ik weet dat het professionals zijn die blijven praten en die ook heel duidelijk zijn over hun mening; dat heb ik gemerkt, ja. Ze zijn heel duidelijk over wat ze vinden, maar ik heb ook gemerkt dat er altijd een redelijk gesprek met deze vakbonden mogelijk is. Ik ga er dus van uit dat dat in de komende maanden blijft plaatsvinden.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors tot 20.45 uur voor de dinerpauze. De vergadering is geschorst tot 20.45 uur.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en ik verzoek u om uw plaats in te nemen, zowel de mensen in vak K als die in de Kamer. Het woord is aan mevrouw De Vos voor haar inbreng in eerste termijn namens Forum voor Democratie. Ik verzoek om een beetje rust in de zaal.

Mevrouw De Vos (FVD):

Dank u, voorzitter. Vanaf 1977 tot aan het jongste kabinet, dat hier vandaag zit, is Nederland geregeerd door in principe twee à drie à vier partijen. We hadden de kabinetten-Van Agt met VVD, CDA, Partij van de Arbeid en D66, de kabinetten-Lubbers met VVD, CDA en PvdA, de kabinetten-Kok met VVD, D66, Partij van de Arbeid, het kabinet-Balkenende met VVD, CDA en de LPF, de kabinetten-Balkenende II, III en IV met ook weer VVD, CDA, D66, Partij van de Arbeid en eenmaal de ChristenUnie, de kabinetten-Rutte met VVD, CDA, PvdA, D66 en tweemaal de ChristenUnie. Schoof was een uitzondering met VVD, PVV, BBB en NSC. En nu vandaag zit daar dan het kabinet-Jetten, met ook weer VVD, CDA en D66. Dezelfde partijen in wisselende samenstelling regeren Nederland al minstens 50 jaar. Structurele veranderingen ten opzichte van de koers van die afgelopen 50 jaar zijn dan ook totaal onwaarschijnlijk. Wie ze wel verwacht, is volstrekt naïef. De spelers zijn gewisseld, maar het thema blijft hetzelfde. Als je naar een wedstrijd van Feyenoord gaat, moet je ook niet verrast opkijken dat je Ajax niet ziet spelen.

Voorzitter. Dit raakt aan het structurele probleem dat Nederland kent, een probleem dat Forum voor Democratie ook wel samenvat met de term "partijkartel". Het is het partijkartel van gevestigde partijen dat grosso modo dezelfde mening heeft over ieder groot onderwerp. Al deze partijen willen in meer of mindere mate migratie en klimaat- en stikstofbeleid. Allemaal pleiten ze in meer of mindere mate voor machtsoverdracht aan de Europese Unie, voor geld naar ontwikkelingshulp, en voor inmenging in buitenlandse oorlogen. Allemaal zijn ze in meer of mindere mate voorstander van hogere belastingen om dit alles te kunnen betalen.

Wat deden deze zogenaamd fatsoenlijke partijen namelijk in de afgelopen vijf decennia? Op hun lijst van markante prestaties uit die periode staan onder andere de ongeremde immigratie van miljoenen migranten. De materiële kosten — denk aan gezondheidszorg, criminaliteit, uitkeringen — bedroegen de afgelopen tien jaar maar liefst 27 miljard euro per jaar. De immateriële kosten zijn nog vele malen hoger. Het Nederland dat veel Nederlanders in de afgelopen 50 jaar steeds minder als hun thuis zijn gaan herkennen, verdwijnt alsmaar verder uit zicht. We zagen klimaatbeleid dat al honderden miljarden heeft gekost, dat ons vestigingsklimaat vernietigt en ons landschap onherkenbaar verandert. We zagen beknelling van boeren en vissers, en de gestage afbraak van de beste agrarische sector ter wereld. We zagen een stijging van de woningnood tot ongekende hoogte en vernietiging van de private huursector. In het kielzog van dit alles was er een significante verarming van modale huishoudens. Wie bijvoorbeeld in 1990 nog voor vier keer een modaal salaris een huis kon kopen, telt daar 35 jaar later minstens tien modale salarissen voor neer.

Voorzitter. Kabinet-Jetten zet in versneld tempo de koers in deze onverantwoorde richting voort. In het regeerakkoord lezen we het volgende. De massale immigratie blijft doorgaan. We blijven gecommitteerd aan internationale asielverdragen. De Spreidingswet blijft in stand. Er wordt met geen woord gerept over remigratie. We krijgen een zogeheten "vrijheidsbijdrage", een orwelliaanse benaming voor een oorlogsbelasting: dit jaar 3 miljard euro en vanaf 2027 zelfs 5 miljard euro. Dat is €600 per huishouden per jaar. De stikstofdoelen worden per wet vastgelegd. Als ze niet worden gehaald, wordt mogelijk overgegaan op korting van fosfaat- en dierenrechten. Er is sprake van krimp van de veestapel en er is 2,7 miljard voor de uitkoop van boeren en nog eens ruim 17 miljard voor aanvullende maatregelen. Het eigen risico stijgt naar €460 en zelfs naar €520 in 2030. Überhaupt gaan de belastingen verder omhoog voor huishoudens en bedrijven. Zo stijgt de inkomstenbelasting over de eerste twee schijven met bijna 1 procentpunt.

Alles wordt duurder om de idiote plannen van dit kabinet te financieren: de windturbineparken en warmtepompen in het kader van de energietransitie, de miljarden aan Oekraïne en de wapenindustrie, de opvang, verzorging en huisvesting van immigranten en hun nakomelingen. Het gaat niet alleen om asielzoekers in azc's, maar ook om statushouders, die een woning krijgen, en kleinkinderen van immigranten, die meer aanspraak maken op zorg, vaker een uitkering krijgen, meer strafbare feiten plegen enzovoort.

Voorzitter. Waarom gebeurt dit alles? Omdat dit kabinet, net als de vorige kabinetten van de afgelopen 50 jaar, bevangen is door een ideologie van oikofobie, van zelfhaat. Want niet de veiligheid van onze eigen vrouwen en meisjes en onze hele bevolking staat voorop, maar de economische wensen van mensen die van overal ter wereld hiernaartoe willen komen. Ik kan het die mensen niet kwalijk nemen, maar het is niet in ons belang om aan hun wensen toe te geven. En dus is het de taak van de mensen in deze zaal om nee te zeggen. Niet de mogelijkheid voor onze eigen kinderen om een woning te vinden en een gezin te stichten staat bovenaan de prioriteitenlijst, maar de huisvesting van honderdduizenden vreemdelingen, die geen band hebben met ons land en die enkel en alleen hiernaartoe zijn gekomen omdat onze voorzieningen beter zijn dan die van Italië of Polen.

In plaats van op een realistische en gezonde wijze om te gaan met onze natuur en economie zijn onze machthebbers in de ban van een onnavolgbare afkeer van alle vormen van menselijke groei en vooruitgang, een afkeer die zich uit in de absurde overtuiging dat de mens een funeste invloed heeft op het mondiale klimaat en dat boeren de natuur kapotmaken.

In plaats van ondernemers, onderwijzers, artsen en verpleegkundigen, zzp'ers en al die andere beroepsgroepen die Nederland draaiende houden vertrouwen te geven, worden ze aan alle kanten overspoeld door regels, controles en belastingen, die iedere vorm van creativiteit uit de samenleving drukken.

In plaats van de nationale democratie te beschermen en te versterken door bindende referenda in te voeren, wordt het mandaat van ons als volksvertegenwoordigers zonder pardon overgeheveld naar anonieme bureaucraten in de Brusselse burelen, die Nederland niet begrijpen, niet vertegenwoordigen en dus besluiten nemen die nooit in het Nederlands belang kunnen zijn.

Voorzitter. Het Nederlands belang is uiteindelijk de kern. Dat zou onze eerste prioriteit moeten zijn, maar de plannen van dit kabinet laten zien dat ook deze nieuwe ploeg de belangen van anderen belangrijker vindt, dat zelfhaat de overhand heeft. Forum voor Democratie zet daar liefde voor Nederland tegenover. Ik houd tot in mijn diepste vezels van dit land en vind het iedere dag opnieuw afschuwelijk om te zien wat het wordt aangedaan. Het doet me iedere dag opnieuw intens verdriet om te zien hoe zijn toekomst wordt geknakt. Ik zal me samen met iedereen binnen onze partij tot het uiterste inspannen om het tij te keren.

Het goede nieuws is dat de huidige koers uiteindelijk een keuze is. Forum voor Democratie zet daar andere keuzes tegenover. Wij willen allereerst een structurele besparing van 50 miljard per jaar op de overheidsuitgaven. Hoe? Door te stoppen met de massale immigratie en terugkeer te stimuleren. Opbrengsten? Pakweg 25 miljard euro per jaar. Dit kán. Hongarije kiest er bijvoorbeeld voor om Europese regels niet uit te voeren en geen asielzoekers op te vangen. Daarvoor betalen ze een dwangsom van 1 miljoen euro per dag. Maar 365 miljoen euro per jaar valt in het niet bij de 25 miljard euro die de immigratie ons nu jaarlijks kost. Door te stoppen met al het klimaat- en stikstofbeleid. Ook pakweg 25 miljard euro per jaar. Door alle bijdragen te saneren aan ontwikkelingssamenwerking, aan internationale organisaties zoals de EU en vele andere, en door geen bijdragen meer te sturen naar ngo's. Door de omvang- en apparaatskosten van de landelijke overheid en haar instituten terug te brengen met ten minste 3% per jaar. De vrijgekomen 50 miljard euro, minimaal, kunnen we dan investeren in belastingverlaging voor hardwerkende Nederlanders en in nieuwe grote projecten. Dat geeft ruimte voor een radicaal ander belastingsysteem, een systeem dat arbeidsproductiviteit en economische groei bevordert en administratieve lasten minimaliseert. Wij willen simpelere en lagere belastingen, een vlaktaks van 20% in plaats van allerlei schijven met progressieve tarieven die succes bestraffen. Wij willen een belastingvrije voet van €30.000 en geen belasting over de eerste €1.000 die met een tweede baan verdiend wordt, zodat het weer aantrekkelijk wordt om meer te werken. De btw-tarieven omlaag: het hoge tarief naar 19% en het lage tarief naar 6%. De energiebelastingen terug naar het niveau van voor 2010, het eigen risico terug naar €200 en nog heel veel meer.

Deze belastinghervormingen kunnen stapsgewijs worden doorgevoerd en gefinancierd worden uit de reductie van overheidsuitgaven en de structureel hogere belastingbasis uit koopkrachtstijging, investeringen en economische groei. Het betekent een impuls voor alle werkende Nederlanders. Daarnaast willen wij ook een ambitieus investeringsprogramma om Nederland na jarenlang interen weer klaar te maken voor de komende decennia. Wij willen investeringen in infrastructuur, mobiliteit, woningbouw, energieonafhankelijkheid en innovatieve groei van maakindustrie, diensten en de agrarische sector.

Met de genoemde besparingen op de overheidsuitgaven kun je zo 25 miljard euro per jaar beschikbaar stellen. Een selectie van de mogelijkheden: een schiphol op zee door verplaatsing van de luchthaven naar zee, zo'n tien kilometer voor de kust van IJmuiden. Voor geluidsreductie en behoud van economische groei is verplaatsing essentieel. Het oude Schiphol kan dan vrij worden gemaakt voor woningbouw en natuur. Nieuwe maasvlaktes en uitbreiding van de haven voor industrie, logistiek en energieopwekking. Een impuls voor mobiliteit, niet alleen in de vorm van noodzakelijk onderhoud, tunnels, spoorwegen, bruggen en sluizen, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van nieuwe en de verbreding van bestaande rijkswegen. Versterking van de maakindustrie via een impuls voor het mkb door middel van gerichte verlichting van belasting- en regeldruk en herstel van het vertrouwen in de ondernemer. En uiteraard herstel van onze agrarische topsector. Een einde aan de sanering en in plaats daarvan investeringen in onze leidende wereldpositie, inclusief innovatie en natuurbeheer. Energieonafhankelijkheid via serieuze inzet op kernfusie en kernenergie, heropening van Groningen, herstart van de aardgaswinning voor eigen gebruik en als strategische reserve en voor het bevingsbestendig maken van Groningen. Een volledige, ruimhartige compensatie en herstel voor de Groningers. Volledige afbouw van alle regelgeving en bureaucratie die Nederland in hun greep houden.

Voorzitter. De prioriteiten zijn helder. Dit kabinet kiest voor afbraak, voor "weg met ons" en voor alles en iedereen ter wereld, behalve voor de Nederlandse bevolking. Forum voor Democratie kiest voor creativiteit en groei, voor het Nederlandse belang en voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.

We zullen het nieuwe kabinet scherp volgen en kritisch benaderen. Daar waar wel raakvlakken zijn, kan men uiteraard rekenen op onze steun. Daar waar we van mening verschillen, en dat zal meestal het geval zijn, zullen we keihard oppositie voeren.

Ik wens het nieuwe kabinet alle wijsheid toe bij de grote verantwoordelijkheid die op zijn schouders rust.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Vos. U heeft een interruptie van de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Ik heb een bepaald onderdeel gemist en ik ben eigenlijk wel benieuwd waarom Forum voor Democratie alle gemeenten wil dwingen om op zondag de winkels open te laten gaan. Plaatsen als Kampen, Staphorst, Urk en nog veel meer andere plaatsen zitten daar compleet niet op te wachten.

Mevrouw De Vos (FVD):

Wij zijn heel groot voorstander van ruimte voor de gemeenten zelf. Wij vinden dat het aan de gemeenten is om te kiezen of zij wel of niet op zondag hun winkels open zouden willen doen.

De heer Stoffer (SGP):

Ik had de indruk dat Forum voor Democratie altijd scherp was op zaken en dat ze ook waardering had voor de joods-christelijke cultuur in Nederland. Maar ik wil Forum er dan toch aan herinneren dat de motie, waar ik het daarstraks al over had met de VVD, de motie-Kisteman, gemeenten dwingt om winkels open te stellen op zondag. Die motie heeft Forum gesteund en ik ben wel benieuwd waarom ze dat heeft gedaan.

Nu ik het over de joods-christelijke cultuur heb: als ik kijk naar de stemmingslijsten van Forum voor Democratie op het gebied van Israël en het Joodse volk, dan denk ik af en toe "het lijkt ongeveer op de stemmingslijst van DENK". Wat is er aan de hand bij Forum? Zou mevrouw De Vos daarop kunnen reflecteren?

Mevrouw De Vos (FVD):

Ik wil met alle plezier op allerlei moties reageren, maar ik weet nu natuurlijk niet precies wat de inhoud van die moties is. Bij ons is het uitgangspunt altijd dat het Nederlands belang vooropstaat. Als er internationale zaken spelen en het Nederlands belang wel of niet gebaat is bij een bepaalde motie, dan zullen wij die motie om die reden wel of niet steunen. Voor de specifieke motie over het openen van winkels geldt eigenlijk hetzelfde. Ik ken de precieze tekst van die motie niet — ik wil die graag zien — maar voor ons is het uitgangspunt dat we gemeenten in principe zo veel mogelijk ruimte geven om zelf keuzes te maken. Dat zal vermoedelijk ook gelden voor wat er wel of niet open mag op de zondag.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Stoffer (SGP):

Dit klinkt mooi, maar als ik naar het stemgedrag van Forum kijk, dan zie ik dat Forum op het gebied van Israël en het Joodse volk en wat betreft de openstelling van winkels op zondag afslagen heeft genomen die echt lijken op wat D66 doet en wat DENK doet. Ik zou zeggen: bezin u daar nog maar eens op.

Mevrouw De Vos (FVD):

Nogmaals, wij kiezen voor het Nederlands belang. Er komen ook heel vaak moties voorbij om onvoorwaardelijk een ander land, vaak Israël, te steunen. Daar gaan wij niet in mee. Wij willen met allerlei landen samenwerken. We willen ook met Israël samenwerken, maar we handelen wel vanuit het Nederlands belang. We gaan dus niet blind honderd procent steun geven aan een ander land. Dat is de overweging geweest.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Vos. Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn inbreng in de eerste termijn namens DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Ik heb in de afgelopen periode echt heel veel mensen gesproken die zich grote zorgen maken over het beleid van het nieuwe kabinet. Ze maken zich zorgen vanwege de recordbezuiniging op de zorg, de recordbezuiniging op de sociale zekerheid, het feit dat de armoede toeneemt met tienduizenden mensen, het feit dat de rijken in verhouding rijker worden en de armen armer, dat het eigen risico wordt verhoogd naar €520, dat er niks bij komt voor internationale solidariteit, dat grote vermogens en hoge winsten worden ontzien en dat de erkenning van Palestina wordt tegengehouden. Dat is beleid waar de VVD de vingers bij aflikt, maar dat voor de mensen in het land een hele grote teleurstelling is. Dit is een kabinet van en voor de rijken en de vermogenden. Dit is een kabinet dat Nederland doelbewust laat verarmen voor Trump en de NAVO. Het is hard VVD-beleid.

De mensen in het land moeten lijden. Het is gewoon niet uit te leggen. Het is gewoon niet uit te leggen dat het eigen risico wordt verhoogd naar €520. Het is niet uit te leggen dat er 3,4 miljard euro aan extra belastingen komt voor de NAVO-norm, de Trumptaks van honderden euro's per huishouden. Het is niet uit te leggen dat er 900 miljoen euro aan belastingen komt op boodschappen met suiker erin, een soort baklavabelasting van €100 per huishouden. Het is niet uit te leggen dat er 600 miljoen euro aan extra belastingen komt door minder zorgaftrekposten en dat er 950 miljoen extra belasting komt op brandstof na 2027. Er leven al honderdduizenden mensen in armoede. Er zijn kinderen afhankelijk van voedselhulp. Er zijn mensen die niet naar de dokter gaan vanwege zorgkosten. Deze regering gaat het voor deze mensen erger maken. Ze gaat ervoor zorgen dat er tienduizenden mensen in armoede bij komen.

Hoe kan dit kabinet het laten gebeuren dat de armoede in dit land toeneemt? Hoe kan dit kabinet ervoor kiezen om willens en wetens de rijken rijker te maken en de armen in verhouding armer? Ik zeg tegen minister-president Jetten: dit kunt u de mensen in Nederland niet aandoen. Deelt de minister-president dat de uitkomst nooit mag zijn dat de armoede stijgt, maar dat die armoede juist moet gaan dalen? Deelt de minister-president dat de uitkomst nooit mag zijn dat de verdeling van de welvaart nog onrechtvaardiger wordt? Deelt premier Jetten dat we nu al kunnen zien dat er echt veel meer extra geld moet zijn om te voorkomen dat mensen er financieel op achteruitgaan, om te voorkomen dat de inkomensverdeling onrechtvaardiger wordt? Is hij bereid dat te doen?

Er zit voor de gewone Nederlander ontzettend veel pijn in het beleid van deze regering. Mensen trekken het niet dat de AOW-leeftijd nog verder wordt verhoogd en dat sommige mensen tot na hun 70ste moeten doorwerken. Mensen leven vaak toe naar hun pensioen. Ze willen van hun kleinkinderen gaan genieten, of van hun rust. Die mensen voelen zich nu hard gepakt. Mensen werken zich vaak kapot om hun hoofd boven water te houden en willen gewoon van hun oude dag kunnen genieten. Ze willen niet tot bijna hun dood hoeven werken. Dit is een nog hardere klap voor al die mensen met zware beroepen: de bouwvakkers, de fabrieksarbeiders, de stukadoors, de schilders. Trek dat AOW-plan in, vraag ik aan minister-president Jetten.

Mensen trekken het ook niet dat het eigen risico zo enorm verhoogd wordt. Mensen schrokken zich al kapot toen het eigen risico naar €460 zou gaan. Mensen zijn zich helemaal te pletter geschrokken nu ze lezen dat het eigen risico volgens het Centraal Planbureau zelfs gaat stijgen naar €520. €520! Ontzettend veel mensen gaan al niet naar een arts vanwege de hoge kosten. Mensen blijven met pijn en klachten rondlopen. Dat gaat op deze manier alleen maar erger worden. Is de minister-president bereid om die absurde verhoging van het eigen risico van tafel te halen?

Een groot deel van Nederland voelt zich door dit kabinet en de coalitie belazerd. Alle coalitiepartijen beloofden Nederlandse gezinnen dat de belastingen niet omhoog zouden gaan of dat ze omlaag zouden gaan. D66 zei voor de verkiezingen: 1,6 miljard minder belastingen. De VVD zei: 6,4 miljard minder belastingen. Het CDA zei: het blijft gelijk. Na de verkiezingen worden gezinnen opgezadeld met een toename van de belastingen van 4 miljard euro. Ook was geen enkele coalitiepartij eerlijk over het eigen risico. Bij D66 zou dat gelijk blijven. Bij het CDA en de VVD zou het groeien. Maar €520? Dat heeft niemand opgeschreven. Geen enkele partij is hier eerlijk over geweest.

Alle coalitiepartijen beloofden voor de verkiezingen dat Nederlanders er niet op achteruit zouden gaan. Na de verkiezingen zorgen deze partijen ervoor dat de koopkracht bij alle Nederlanders minder wordt. Mensen in het land zijn deze politiek van voor de verkiezingen dingen beloven en na de verkiezingen exact het tegenovergestelde doen, echt zat.

Voorzitter. Het steekt DENK ook dat het kabinet van premier Jetten PVV-beleid gaat uitvoeren. Mensen hadden echt de hoop dat dit na de verkiezingen zou verdwijnen. Als de antivluchtelingenwet van Faber aangenomen wordt, dan gaat dit kabinet deze wet gewoon uitvoeren. Ook de agenda van integratiewantrouwen gaat door, met de financiering van moskeeën die aan banden gelegd moet worden, een zwarte lijst voor imams, toezicht voor Koranscholen en het extra beboeten vanwege het boerkaverbod. Al die lopende voorstellen van het PVV-kabinet lopen ook door, zoals het aan banden leggen van de gebedsoproep en het vaker kunnen afpakken van paspoorten. Het zijn allemaal maatregelen waar Geert Wilders zijn vingers bij aflikt. Waarom wordt er nog steeds gesproken over integratie, vraag ik aan premier Jetten. Deelt hij de opvatting dat alle Nederlanders die hier geboren zijn, helemaal niet meer hoeven te integreren? Snapt hij dat alle maatregelen die ik zojuist opnoemde, door Nederlanders worden gezien als de zoveelste uiting van wantrouwen in de richting van Nederlandse minderheden?

Als we kijken naar de maatregelen tegen discriminatie in het akkoord, zien we vooralsnog geen extra budget en vooral een opsomming van bestaand beleid. Wat gaat deze regering nou écht extra doen met de bestrijding van discriminatie? Komt er extra geld? Komt er een ambitieus nieuw plan, met echte doelen? Op dit punt overweegt mijn fractie een motie.

Veel mensen in ons land zijn ook teleurgesteld over de karige woorden over Palestina in het coalitieakkoord. Mensen hoopten op eindelijk harde sancties tegen Israël, hoopten dat Palestina zou worden erkend, hoopten op écht extra budget voor de Palestijnen en hoopten op een totaal wapenembargo tegen Israël. Ze zagen premier Jetten voor de verkiezingen bij de Rode Lijndemonstratie. De mensen zijn nu teleurgesteld, omdat er zo weinig voor Palestina in het beleid staat. Daarom vraag ik premier Jetten of hij vindt dat Israël een genocide pleegt in Gaza. Erkent premier Jetten dat Netanyahu een oorlogsmisdadiger is en dat Israël oorlogsmisdaden pleegt? Is premier Jetten bereid om de Palestijnse Staat te erkennen, een totaal wapenembargo tegen Israël in te stellen, de Israëlische regering tot persona non grata te verklaren en economische sancties tegen Israël in te stellen? Premier Jetten kan het lef tonen om de misdaden van Israël écht aan te pakken en om het internationaal recht na te leven. Wij zeggen tegen hem: doe dat; stel die mensen niet teleur.

Voorzitter. Het kabinet voert op heel veel vlakken VVD-beleid uit. Daarmee is dit kabinet eigenlijk niet het kabinet-Jetten I, maar het kabinet-Yeşilgöz I. Dit is vanwege de recordbezuiniging op de zorg, de recordbezuiniging op de sociale zekerheid, de belastingen voor kwetsbare mensen, het eigen risico naar €520, het langer moeten doorwerken, het later krijgen van AOW en een agenda van integratiewantrouwen die neerkomt op het onder de loep leggen van minderheden. De komende vier jaar zal DENK er alles aan doen om de plannen beter te maken en slecht beleid tegen te houden. Wij zullen elke verhoging van het eigen risico bestrijden, elke maatregel die de armoede vergroot, proberen terug te draaien, elke discriminerende integratiemaatregel aanvallen en in elk debat strijden voor de erkenning van Palestina en voor de naleving van het internationaal recht. Wij zullen amendementen indienen. We zullen moties indienen. We zullen alternatieven presenteren. Wij zullen laten zien dat het ook anders kan. Gemotiveerd en strijdbaar alternatieven bieden: dat is wat DENK gaat doen, elk debat weer, totdat het beleid beter wordt voor al die mensen in Nederland die iets beters verdienen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Stoffer, voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij in eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Het kan niet anders of onze nieuwe premier heeft hem al ontmoet in zijn tijd aan het Binnenhof. Dat moet in de hal van de oude Tweede Kamer zijn geweest. Daar stond hij namelijk altijd op een vaste plek, met zijn staf in de hand. Het is de stok waarmee hij zijn volk leidde. Hij staat trouwens op grote hoogte. Dat is ook niet meer dan terecht.

Voorzitter. U zult begrijpen dat ik het niet over een gewone Nederlandse medeburger heb. Ik bedoel de profeet Mozes, als leider van het volk Israël. Hij staat als een van de grote wetgevers op het kunstwerk in de hal van het Binnenhof. Mozes bracht het volk Israël de tien geboden over, de wet van God. Maar zelfs Mozes was een voorbijganger. Zijn opvolger, Jozua, kreeg bij zijn aantreden een heel duidelijke opdracht mee: "Wijk niet af van de wet van Mozes, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat. Dit boek met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat erin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen." Een koning in Israël moest altijd een afschrift van de wet van God bij de hand hebben.

Voorzitter. Deze week is de leidersstaf van ons volk overgedragen aan het kabinet-Jetten. We zijn uiteraard benieuwd welke wetten we zullen krijgen van premier Jetten. Welk advies kunnen we de nieuwe regering en Kamer beter geven dan op Mozes te letten, dacht ik zo. Zijn aanwezigheid in het parlement roept ons namelijk op om bij al onze plannen de wet van God niet uit het oog te verliezen. In het parlement zijn we gewend om te letten op hoger recht waaraan we gebonden zijn. Daarbij mogen we zeker het hoogste recht niet vergeten. Laat het woord van God ons beleidskompas en onze aanwijzing voor de regelgeving zijn.

Voorzitter. Daarom overhandig ik, samen met de Gereformeerde Bijbelstichting, de premier graag een exemplaar van de Statenbijbel, zoals ik die twee jaar geleden ook aan premier Schoof mocht overhandigen.

De voorzitter:

De bode zal dat voor u verzorgen.

De heer Stoffer (SGP):

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Stoffer (SGP):

Want dan heeft ook deze regering altijd een afschrift van de goede wet van God bij de hand.

Voorzitter. In de loop van de formatie heb ik het nodige gezegd over de houding van de SGP richting het nieuwe kabinet. Ik kreeg de indruk dat het kabinet dit signaal heeft opgevangen. We zullen nu moeten gaan zien hoe het kabinet er in de praktijk mee omgaat. Dat geldt ook voor de uitwerking van de voorgestelde bezuinigingen. Die zijn wat ons betreft te drastisch. Daar maken wij ons als SGP zorgen over. Denk aan diegenen die een WIA-uitkering krijgen. Denk aan hen voor wie langer doorwerken een zware belasting is. Denk aan het belang van voldoende zorg, bijvoorbeeld de beschikbaarheid van huishoudelijke hulp en kraamzorg.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau waarschuwt dat juist groepen die toch al kwetsbaar zijn, nog harder geraakt worden. Dat komt niet alleen door de losse maatregelen, maar juist ook door de stapeling ervan. Meer zorgvuldigheid is vereist om te voorkomen dat burgers in de knel raken. Hoe gaat het kabinet dit waarborgen, is onze vraag.

Ik heb tijdens het vorige debat een motie ingediend om de AOW-plannen aan te passen. Die zal ik deze week in stemming laten brengen, nu het kabinet aan de slag is gegaan. Ook vindt de SGP het belangrijk dat er voorafgaand aan eventuele bezuinigingen duidelijk in beeld is wat de gevolgen zijn voor kwetsbare groepen en hoe onwenselijke effecten worden voorkomen. Mijn vraag is: hoe pakt het kabinet dat aan?

Voorzitter. Overigens verdienen ook onze boeren, ondernemers, scholen en zorgverleners meer ruimte, want ze gaan gebukt onder te veel regels en lasten. Hoe pakt het kabinet die handschoen samen met hen op? Ik wijs dan bijvoorbeeld op de kritiek van de onderwijsinspectie dat de stapel wetten en regels te hoog is. Ziet het kabinet bijvoorbeeld ook het belang van een nationaal ondernemersakkoord?

Voorzitter. Vandaag vraagt de SGP in het bijzonder aandacht voor het leven, de zondag en het gezin. In de nadagen van het kabinet-Rutte IV is de bescherming van het leven pijnlijk verslechterd. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het afschaffen van de beraadtermijn en het makkelijker verstrekken van de abortuspil, wat ons betreft onbegrijpelijk. We zien inmiddels de hoogste aantallen abortussen ooit. Een getal van bijna 40.000 mensenlevens. Dat kan het kabinet toch niet negeren? Vindt het kabinet dan ook dat het verminderen van het aantal abortussen doelstelling van het beleid zou moeten zijn, zoals dat ook het geval was in het meest recente kabinet met deze coalitiepartijen? Is het kabinet bereid om met ons te kijken wat we kunnen doen voor kwetsbare vrouwen en kinderen?

Voorzitter. De rustdag is in de boeken van Mozes een heilige zaak. God zet deze dag apart om ieder mens werkelijk tot rust te brengen, van de hoogste heer tot de laagste loonwerker en ook de vreemdeling. En zelfs het vee, de dieren, die profiteren mee. De rustdag was een verademing na de slavernij van het volk Israël in Egypte. En wie zelf bevrijd is, mag geen systeem in stand houden dat anderen uitput. Ook nu nog is de rustdag een waarschuwing tegen vormen van moderne individualistische slavernij die de samenleving ontbinden. Een gezamenlijke rustdag stelt een grens aan een economie van 24 uur en zeven dagen. Erkent de regering in ieder geval het belang van de vrijheid van gemeenten om recht te doen aan de lokale behoeften en ook koopzondagen te kunnen beperken?

Voorzitter. Het gezin is het weefsel dat onze samenleving bijeenhoudt. Ouders en kinderen moeten voldoende tijd en aandacht voor elkaar kunnen hebben. Anders nemen klachten van stress en depressie alleen maar toe. Het is daarom alarmerend dat de keuze voor zorg in plaats van arbeid in de belastingheffing nog steeds ongenadig afgestraft wordt. Veel eenverdieners hebben gewoon geen keuze, omdat ze dagelijks veel zorg moeten en willen verlenen aan hun geliefden. Ze verdienen geen straf, maar steun. In de bestaande onrechtvaardigheid mag het kabinet wat ons betreft niet berusten. Mijn vraag is dan ook: gaat de regering de kloof tussen eenverdieners en tweeverdieners structureel verkleinen?

Voorzitter. Bij het noemen van de naam Mozes denk ik natuurlijk ook aan het Joodse volk. Het is beschamend dat Joden, bijvoorbeeld studenten aan onze universiteiten, vertrekken naar Israël omdat ze zich hier in ons Nederland niet meer veilig voelen. Maar ook de staat Israël wordt aanhoudend bedreigd, bijvoorbeeld in de spanning rond Iran. Kunnen we ervan uitgaan dat het kabinet pal staat voor de veiligheid van Israël?

Voorzitter, tot slot. Sinds de graven van Holland in Den Haag besturen, belijden we al dat de overheid regeert bij de gratie van God. Dat betekent dat mensen niet naar willekeur en eigen inzicht mogen heersen. We zijn allemaal gebonden aan het hoogste recht. Daarom wenst de SGP het kabinet van harte die bescheidenheid en afhankelijkheid van God toe. En weet dat velen in dit land voor u bidden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stoffer. Het woord is aan mevrouw Ouwehand voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren in eerste termijn. Gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Onze felicitaties aan de nieuwe minister-president en zijn ploeg, met heel wat bekende gezichten en ook een aantal nieuwe gezichten. Gefeliciteerd, heel veel wijsheid bij deze zware taak. Ik hoop u enige inzichten mee te kunnen geven.

Om te beginnen: het is niet heel erg goed nieuws, maar we leven dus in het bepalende decennium. De aarde is voor zover we weten de enige planeet in het universum waar mensen en dieren kunnen leven. Willen we dat niet verpesten, dan zullen we de klimaatcrisis móéten stoppen, net zoals het uitsterven van plant- en diersoorten. Omdat vooral rijke westerse landen weigerden dat te doen, hebben we alleen dit decennium nog, zo zijn we al gewaarschuwd, om de belangrijkste wissels om te zetten. Dat is dus de situatie waarin dit kabinet aantreedt: het bepalende decennium voor natuur en klimaat. De eerste helft is al voorbij en was allerbelabberdst. Nu staat deze ploeg aan het begin van de tweede helft en de grote vraag is: snapt deze ploeg wat er moet gebeuren en hoe groot de urgentie is?

Gezien het oprukkende antidemocratische uiterst rechts, de autoritaire krachten, het fascisme, en het tempo waarin dat gaat, is het misschien ook wel voor onze democratische samenleving het bepalende decennium. In dat licht is het denk ik van belangrijke symbolische waarde dat het kabinet vandaag zijn eerste debat heeft met de Kamer op de dag waarop we de Februaristaking herdenken, de enige openlijke grootschalige protestactie in bezet Europa tegen de razzia's op de Joodse bevolking. 85 jaar geleden stonden gewone mensen op in Amsterdam tegen dit onrecht. Zij toonden grote moed en lieten zien waartoe we als Nederlanders in staat zijn als we bereid zijn om moed te tonen en solidariteit op te brengen. Die kernwaarde zou ons hoop moeten bieden voor wat er mogelijk is.

Het is dus een bepalend tijdsgewricht. De basis van ons bestaan en van onze samenleving staat op het spel. Het komt er serieus op aan en daar komen al die andere problemen nog bij: een groot tekort aan betaalbare woonruimte, armoede en ongelijkheid, racisme en discriminatie die toenemen, dat mensen ziek worden van onze industrie, van landbouwgif, van de ongezonde voedselomgeving, de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, de onderdrukking, de mensenrechtenschendingen en genocides in Palestina, in Soedan, tegen de Koerden, in Iran en in Congo.

Het kabinet wacht een zware taak. Er is veel gezegd over de generatie politici die nu is aangetreden. Die zou dingen vast anders gaan doen. Ik weet het niet helemaal. Ik krijg toch een beetje een jarentachtiggevoel als ik naar deze coalitie kijk. Nou was ik laatst op het Grauzone Festival en daar zijn de jarentachtigvibes wel fijn, maar als je de financiële kaders ziet waar dit kabinet mee aan de slag gaat, zijn de herinneringen aan Thatcher in een nieuw jasje toch wat minder prettig. Het kettingzaagkapitalisme waar de VVD zich door laat inspireren, dat we kennen van Trump en Milei, brengt een samenleving doorgaans weinig goeds.

Dus nieuwe generatie, maar oude neoliberale ideeën. Er komt geen hogere winstbelasting. Grote bedrijven ontspringen dus de dans en vooral de opgave waar we voor aan de lat staan. Geen afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Geen miljonairsbelasting. Belasting op vervuilende bedrijven, ook niet. De CO2-heffing die er was, wordt afgeschaft. Het is dus de borrelclubelite van vastgoedjongens en dubieuze uitzendbureaus die informateur Hans Wijers pootje heeft gelicht die in dit coalitieakkoord heeft gewonnen. De rijke en grote bedrijven worden ontzien en klimaat, natuur en gewone mensen hebben het nakijken. Het gevolg hiervan is heel pijnlijk voor veel mensen die al in een kwetsbare positie zitten. De armoede zal toenemen. Mensen die arbeidsongeschikt zijn of worden dreigen aan de bedelstaf te raken. Als je je baan kwijtraakt, krijg je nog maar een jaar WW. Lage inkomens en de middenklasse worden hard geraakt door de Bontenbalbelasting. Mensen komen in onzekerheid te zitten over wanneer ze met pensioen kunnen gaan en dat is voor mensen met zware beroepen onverteerbaar. Ouderen gaan de wijkverpleging mijden omdat ze het niet kunnen betalen en er komen bezuinigingen op de gehandicaptenzorg.

Uit onderzoek blijkt dat dit soort neoliberaal beleid en bezuinigingen op sociale voorzieningen ook nog eens de voedingsbodem voor radicaal en extreemrechts vergroten. Daar waarschuwde de VN-rapporteur voor armoede onder meer voor. Zijn boodschap was: investeer in publieke en sociale voorzieningen en zie dat niet als een kostenpost, maar als een belangrijk instrument om je sociale weefsel en je democratische samenleving in stand te houden en extreemrechts geen kans te geven. Hoe reageert de premier daarop?

Voorzitter. Als gezegd: de basis van ons bestaan staat op het spel. We hebben hele grote zorgen over de doelen voor klimaat en natuur. Die voldoen niet aan de minimale ondergrens die je van het kabinet wel mag verwachten. De duiding was al: mooie woorden, weinig daden. Dat lijkt me voor een Feyenoordsupporter, wat de premier is, toch zijn eer te na. Dus de plannen voor klimaat en natuur moeten terug naar de tekentafel en minstens aan de minimale ondergrens voldoen voordat ze aan de Kamer worden gepresenteerd. Houd je aan uitspraken van de rechter, zoals in de Bonaire-uitspraak. Belast de grote vervuilers en vermogenden in plaats van hardwerkende mensen. Maak een einde aan de fossiele subsidies. Houd de CO2-heffing in stand. Open toch niet Lelystad Airport, een nieuw vliegveld voor vakantievluchten, middenin de klimaatcrisis die je maar niet weet op te lossen. Is de premier hier alsnog toe bereid?

Voorzitter. Dan nog wat uitgebreider over stikstof. Het is echt verbazingwekkend dat dit kabinet onder leiding van Jetten zegt dat het natuurlijk voor de rechtsstaat staat, maar dat de uitspraak van de rechter, die nog eens bevestigt dat de stikstofuitstoot veel harder naar beneden moet dan het kabinet nu in het coalitieakkoord heeft opgeschreven, kennelijk kan worden genegeerd. Waar zijn die nieuwe cijfers op gebaseerd? Ik heb het volgens mij de afgelopen tweeënhalf jaar niet één keer gezegd, maar mevrouw Wiersma had gewoon gelijk: dit zijn de BBB-plannen, die deze coalitie overneemt. Ook omdat de minister van Landbouw, die aan de slag moet met de plannen voor de stikstofuitstoot, een hele zware dobber gaat krijgen, kan deze coalitie a hem niet op pad sturen met plannen die onder de maat zijn en b hem er niet alleen voor laten staan. Is de minister-president dus bereid om bijvoorbeeld maandelijks een persconferentie over klimaat en natuur te geven, zodat Nederlanders ook meegenomen worden in het belang van een stabiel klimaat en een gezonde biodiversiteit, en zodat de minister van Landbouw en de minister van Klimaat en Groene Groei — welkom ook, trouwens — daar niet alleen voor komen te staan?

Wie draagvlak wil voor maatregelen om de veehouderij aan te pakken, doet er goed aan om het niet te hebben over vlees dat zo lekker is, maar over de dieren en hoe zij moeten leven in de gangbare veehouderij. Meer dan 20 miljoen dieren in Nederland komen niet eens levend de stal uit per jaar. Dat zijn er meer dan 55.000 per dag. Die hebben geen behandeling gekregen; die zijn daar gecrepeerd, vanwege longontstekingen of vanwege het feit dat ze door hun poten zijn gezakt of dat ze niet meer bij eten of drinken konden. Laat dat zien aan mensen en ze begrijpen heel goed dat we andere keuzes maken en boeren helpen omschakelen naar een meer plantaardige en duurzame landbouw. Vertel mensen dat koeien om melk te geven ieder jaar een kalfje moeten baren en dat dat kalfje vrijwel direct na de geboorte wordt weggehaald, zodat de melk naar de zuivelfabriek kan. Dat is wreed. Als mensen dat niet weten, dan zullen ze denken: ja, maar waarom moet deze koeienboer nu stoppen? We kunnen overschakelen naar een duurzamere en diervriendelijkere landbouw. Het helpt enorm als we laten zien waarom we dat doen: voor de dieren.

Voorzitter. Wat voor klimaat en natuur geldt, geldt zeker ook voor de internationale rechtsorde. Het hemeltergende onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan, vroeg al decennialang om maatregelen. Het is dus verbijsterend dat de VVD het kennelijk voor elkaar heeft gekregen dat de Rode Lijneisen niet in het coalitieakkoord terecht zijn gekomen. Is de premier bereid om alsnog te zeggen: "De groeten, wij houden ons aan de internationale rechtsorde. We erkennen Palestina. We maken trouwens ook een einde aan de schandalige belastering van de VN-rapporteur. Ik nodig haar uit op mijn werkkamer om haar te steunen bij de leugens die over haar worden verspreid"?

Voorzitter, tot slot. Terug naar de Februaristaking. Als die mensen de moed toonden om hun eigen veiligheid op het spel te zetten om het op te nemen voor de Joodse bevolking, dan moeten wij toch zeker in staat zijn om de moed te tonen om te doen wat nodig is. Maar het is ook belangrijk om op de dag van de Februaristaking te zien wat eraan vooraf is gegaan. Dat waren de razzia's, maar voor de razzia's werd de Joodse bevolking al geterroriseerd door de knokploegen van de NSB. Dat waren geen Marokkanen. De opdracht om racisme en discriminatie te bestrijden kan ook geen dag langer wachten. De plannen van het kabinet tonen geen enkele reflectie op de haatzaaierij die we de afgelopen jaren hebben gezien, laat staan dat ze zeggen: partijen die daaraan hebben meegedaan, zullen eerst moeten reflecteren.

Voorzitter. De opdrachten zijn dus groot. Dit kabinet staat voor gelijkwaardigheid en gelijkheid in een gezonde samenleving, en daar zal de Partij voor de Dieren het op afrekenen.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng in de eerste termijn.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Wat goed dat er een kabinet aan de slag kan. Nederland staat eerlijk gezegd al veel te lang in stilstand. Bouwen aan een beter Nederland gaat toch echt veel beter met een kabinet dat missionair is. Dus allereerst mijn hartelijke felicitaties aan de minister-president, aan de ministers en aan de staatssecretarissen met het mooie feit dat u aan de slag gaat en dat u ons land wil dienen. U heeft een hele mooie dag gehad, maar we weten ook dat het een zware job is. Dus: felicitaties, zet 'm op en dank u wel.

Voorzitter. Ook dank aan de drie partijen die met een coalitieakkoord zijn gekomen. Nederland heeft er namelijk behoefte aan dat we problemen echt gaan aanpakken in plaats van ze steeds vooruit te schuiven. Nederland heeft geen behoefte aan de korte termijn en aan nog meer geitenpaadjes, maar aan serieuze oplossingen. Het is eigenlijk tijd dat onze vergaderzaal weer bol staat van debatten die echt impact hebben op de toekomst van Nederland. Ik heb het over samen dingen kunnen bereiken, elkaar soms wat kunnen geven en soms resultaat halen, maar in ieder geval weten dat we problemen niet doorschuiven of dat we vooral elkaar de schuld geven. Dat zie en waardeer ik in de eerste grondtrekken van het coalitieakkoord.

Het zal iets vragen van de houding van ons allemaal, maar ook van die van de coalitiepartijen. De coalitie zegt: we gaan aan het werk; we investeren flink in defensie. Ik zeg: dat is heel goed, want het is belangrijk om je land te verdedigen. De vraag daarbij is wel wélk land je verdedigt. Een land besturen is namelijk nog geen samenleving bouwen. In de doorrekening en in het coalitieakkoord liggen wat zorgen voor de ChristenUnie. Het kabinet zal nu echt de omslag moeten maken van politieke bloedgroep naar een kabinet voor het hele land. Het gaat om vier jaar lang — dat zeg ik met nadruk; zet 'm op! — samen bouwen aan een sterker en beter Nederland met de hele Kamer.

Voorzitter. Daar zeg ik bij dat de middenklasse de ruggengraat van Nederland is. Dat zijn de harde werkers, van de thuiszorg tot de treinmachinist en van de ondernemer tot de onderwijzer. We hebben in de afgelopen decennia volop gezien wat er gebeurt als de bestaanszekerheid van dit kloppende hart van elke samenleving onder druk komt te staan. Dan gaat het niet alleen om de vraag of je genoeg verdient, maar ook om de zekerheid dat je kunt blijven rondkomen, dat je betaalbaar kunt wonen, dat je naar school kunt of dat je je kinderen naar school, de universiteit of een andere opleiding kunt sturen, dat je de zorg kunt betalen bij tegenslag en dat dat niet alleen voor jezelf zo is, maar ook voor je kinderen. In de afgelopen decennia is de ene na de andere studie verschenen die nog eens onderstreepte dat de gevolgen groot zijn als je als overheid die basis niet op orde hebt.

De fear of falling van de middenklasse is niet alleen een Amerikaans probleem. Eerlijk gezegd kraakt het ook in Nederland. Ook Jan Modaal, zoals we de gemiddelde Nederlander zijn gaan noemen, moet er zeker van zijn dat als het leven tegenzit, er een goed vangnet is. Daarom rust er een grote verantwoordelijkheid op dit kabinet. Na jaren van politieke chaos en de opkomst van populisme is de vraag of dit minderheidskabinet een antwoord kan geven dat deze tijd vraagt. Onderzoek laat zien dat de Nederlandse middenklasse nu niet massaal wegzakt, maar wel kwetsbaarder wordt. Veel mensen houden hun positie alleen vast door harder te werken, met twee inkomens en minder zekerheid. Tegelijkertijd groeit het gevoel dat de politiek, Den Haag, wij hier, hen onvoldoende ziet. Juist daardoor ontstaat onvrede en wantrouwen. Dat is de voedingsbodem voor populisme. Het versterken van de middenklasse is wat de ChristenUnie betreft daarom niet alleen oog en hart voor zo veel goede mensen hebben — dat is óók heel belangrijk — maar ook sociaal beleid. Het is cruciaal voor een sterke democratie.

Juist daarom is het belangrijk om te vereenvoudigen, om wetten weer inzichtelijk te maken voor mensen, zodat je weet waar je aan toe bent, en om het belastingstelsel en de toeslagen daadwerkelijk eenvoudig te maken. Ik mis de ambitie wel een beetje in dit coalitieakkoord.

Deze coalitie van VVD, CDA en, als grootste partij, D66 investeert in defensie. Juist daarom moet het kabinet ervoor waken om een gat te schieten in de portemonnee van de gewone middenklasse, van al die mensen die keihard werken en die de boodschappen steeds duurder zien worden. Daarom heb ik een paar vragen aan de minister-president. Welke concrete maatregelen gaat dit kabinet nemen om de middenklasse meer zekerheid te bieden en het vertrouwen in de politiek te herstellen? Waarom zouden mensen door dit beleid weer meer vertrouwen krijgen in de overheid in plaats van zich verder af te keren? De WRR heeft al eerder gewaarschuwd dat het onder druk zetten van de middenklasse een voedingsbodem kan vormen voor populisme. Waarom kiest het kabinet er dan voor om beleid te voeren dat de middenklasse eigenlijk harder raakt dan bijvoorbeeld de hogere klasse? In alle mildheid zeg ik: is dat nou wel zo verstandig? U heeft net in de interrupties wel gezien welk vuur daarachter brandt.

Voorzitter. De ChristenUnie staat volledig achter de investeringen in defensie, want vrede en veiligheid in Europa zijn helaas niet langer vanzelfsprekend. Vier jaar oorlog in Oekraïne laat zien hoe precair de geopolitieke verhoudingen zijn. Om ons heen ontstaat een nieuwe wereldorde. Juist in zo'n tijd moet Nederland pal staan voor vrede, voor recht, voor vrijheid. Dat vraagt ook dat we bereid zijn om onze defensie te versterken, maar bij elk nieuw voorstel stelt de ChristenUnie ook dezelfde vraag: wie zijn hier de verliezers en wie dragen uiteindelijk de lasten? Eerlijk gezegd maak ik mij zorgen, want het lijkt erop dat de rekening van deze plannen te vaak terechtkomt bij ouderen, bij mensen die elke dag hard werken — dat zei ik al — maar ook bij mensen die te maken hebben met ziekte. Mensen worden twee keer zo zwaar belast als het bedrijfsleven wanneer het om de vrijheidsboete gaat. Dat geeft deze plannen toch een neoliberale bijsmaak. Ze maken onze samenleving niet socialer, wel kwetsbaarder.

Voor de ChristenUnie kunnen de plannen van de coalitie alleen gaan werken als bezuinigingen niet worden afgewenteld op mensen in de meest kwetsbare omstandigheden. We hebben daar in het debat over het eindverslag van de informateur al over gesproken en we hebben toen specifiek de gehandicaptenzorg aangestipt, die keihard wordt geraakt door de bezuinigingen van dit kabinet. Dat moet anders. Is een half miljard bezuinigen op deze groep bouwen aan een beter Nederland? Ik heb een andere samenleving voor ogen. De aangehouden motie om niet op de gehandicaptenzorg te bezuinigen, breng ik daarom na dit debat in stemming. Voorzitter, ik zou ook willen vragen om die toe te voegen aan de stemmingslijst. Deze mensen mogen namelijk niet de verliezers zijn van het beleid dat dit kabinet voorstelt.

Voorzitter. Dan het belang van de regio. Dit kabinet mag geen Randstadkabinet worden, want Nederland is veel groter dan alles wat hier net rond Den Haag zit. En gelukkig maar, want dat maakt Nederland ook véél mooier, zeg ik er graag bij. De ChristenUnie maakt zich zorgen over Groningen. Het kabinet schrapt de bewindspersoon voor Groningen en vervangt die door een regeringscommissaris. Daarmee zegt het kabinet stabiliteit te willen brengen in herstel, maar tegelijkertijd verdwijnt de politieke verantwoordelijkheid van de regeringstafel. Juist vertrouwen is daar zo hard nodig. Uit een recente enquête van RTV Noord blijkt dat slechts 8% van de Groningers denkt dat het ergste voorbij is. Veel mensen vrezen nog steeds nieuwe aardbevingen. Waarom kiest het kabinet er dan voor om Groningen verder van de besluitvorming af te plaatsen in plaats van het zwaarder te laten meewegen door een minister of staatssecretaris in te zetten? Welke doorzettingsmacht heeft de regeringscommissaris zonder plek in het kabinet?

Voorzitter. Ik wil ook stilstaan bij ontwikkelingssamenwerking, want daar wringt wel iets fundamenteels. Het kabinet presenteerde met trots een regeringsverklaring en een coalitieakkoord waarin extra geld werd beloofd voor ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp, onderwijs, vrouwenrechten en stabiliteit in kwetsbare regio's. Maar als we naar de cijfers van het CPB kijken, dan is die belofte simpelweg verdwenen. De 257 miljoen die zogenaamd extra beschikbaar zou komen, wordt de komende tien jaar gebruikt om gaten in de binnenlandse begroting te vullen. Dat is niet investeren in de wereld, maar een politieke truc, een belofte op papier zonder dat er in werkelijkheid geld bij komt. Dit klinkt als, dit duikt als, dit zwemt als een PVV-begroting; ik geloof dat dit dáár wel wordt gedeeld. Daarom vraag ik het kabinet: waarom eerst beloven en dan helemaal niet doen?

Voorzitter. De ChristenUnie staat op voor heel Nederland. Elke regio telt. Als dat ergens tot uitdrukking moet komen, dan is dat wel in de investeringen in de infrastructuur, maar daar wordt maar een schijntje voor uitgetrokken; een karrespoor voor de regio. Wat betekent dat? Dat het kabinet alleen nog in de regio Amsterdam gaat investeren? Nee toch zeker? Maar waarom wordt het Zuidasdok dan wel volop genoemd in het coalitieakkoord, maar worden het vierde perron bij Deventer, station Dordrecht Leerpark, het station bij Bergentheim of een van de andere stations aan de Nedersaksenlijn daarin niet genoemd? Waarom wordt er niet geïnvesteerd in die andere stations, aan de Nedersaksenlijn, in het gecombineerde onderhoud bij Haarlem, in de nu gepauzeerde aanpak van de A2 bij Deil of in de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem? Ik kan nog wel even doorgaan. Waarom wordt niet geïnvesteerd in de broodnodige, miljarden kostende vernieuwing van de spuisluizen bij IJmuiden? Ik maak me hier grote zorgen over. Kan de premier die zorgen wegnemen?

Ik rond af. Na een lange periode van politieke onrust is het goed dat er weer een kabinet staat dat verantwoordelijkheid neemt voor ons land. Besturen in deze tijd is immers niet eenvoudig. De uitdagingen zijn groot, zowel hier in Nederland als in de wereld om ons heen. Daarom wil ik het kabinet wijsheid en kracht toewensen. Dat doe ik graag met de woorden waarmee de koning zijn troonrede vaak afsluit, woorden die wat mij betreft ook op de komende Prinsjesdag mogen klinken: "U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden." In veel kerken is deze week voor dit kabinet gebeden om wijsheid bij het maken van keuzes en om kracht om vol te houden met wijs, rechtvaardig en standvastig bestuur. En nu aan de slag!

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan Jimmy Dijk namens de SP.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. Is iedereen nog een beetje wakker? Ja? Ik zag iedereen zo whoeah een beetje wegzakken de afgelopen uren, een beetje zo hoeuh, huppa. Nee? Totaal niet? Oké, nou, mooi, dan gaan we beginnen.

Voorzitter. Ik hoorde in de regeringsverklaring van premier Rett … "Premier Rutte" wou ik zeggen. Ja, jullie lachen net zo, maar alleen het appeltje op de fiets is er niet. Ik hoorde meneer Jetten het hebben over de toekomst, die hij positief en realistisch tegemoetziet. Hij had het erover dat iedereen een goed leven moet hebben, waarbij de verschillen niet te groot zijn en waarbij mensen niet meteen door het ijs zakken als het tegenzit. Maar als ik dan naar de plannen kijk, dan zie ik dat alle plannen voor meer ongelijkheid zorgen. De zorg wordt afgebroken. Het eigen risico gaat naar €520. Onze chronisch zieken en gehandicapten worden extra hard geraakt. De thuiszorg wordt wegbezuinigd. De wijkverpleging wordt duurder. De zorg voor onze ouderen en gehandicapten wordt afgepakt. Het is het verder privatiseren van onze zorg. En dit vergroot de ongelijkheid.

De sociale zekerheid wordt onzekerheid. Mensen moeten van dit kabinet nog langer doorwerken; tot 71,5 jaar! Nu is er wel een voorstel van wat afvallige PVV'ers, maar ik zou zeggen: slappe hap. U werkt mee aan sociale afbraak. Er is niks constructiefs aan afbraak. De WW-duur wordt gehalveerd. Arbeidsongeschikten worden gekort. Het is het verder privatiseren van onze sociale zekerheid. Dit vergroot de ongelijkheid.

Hetzelfde geldt voor de woningmarkt: geen volkshuisvesting, maar wederom meer markt. De huren worden weer verhoogd. Sociale huurwoningen worden verkocht. Corporaties krijgen te weinig geld om bij te kunnen bouwen. Het is het verder privatiseren van onze volkshuisvesting. En dit vergroot de ongelijkheid.

Dan de NAVO-taks, de Bontenbalboete, de Trumpbelasting. Het is in ieder geval een inkomensbelasting die de lagere inkomens en de middeninkomens heel hard treffen. De bijdrage hiervoor van bouwvakkers, vuilnismannen en verpleegkundigen is veel hoger dan van deze ministersploeg zelf. Hoe duidelijk wilt u de ongelijkheid nog krijgen?

De allerarmsten — jullie krijgen het gewoon echt voor elkaar — de allerarmsten gaan er het meest op achteruit en de allerrijksten gaan er het meest op vooruit. Echt hoe krijg je het voor elkaar!? Dit had je toch kunnen zien bij de presentatie van het regeerakkoord? Daar heb je geen CPB-doorrekening voor nodig, hoor. Als je deze ongelijkheid bij elkaar optelt, dan is dit de uitkomst. Dus hier een beetje quasi verbaasd gaan zitten doen en doen alsof het foutjes of misverstanden waren … Dit zijn geen fouten of misverstanden. Dit is bewust politiek beleid. En iedere crisis, iedere crisis, is het exact hetzelfde verhaal. Ik vraag premier Jetten daarom: waarom moeten gewone mensen iedere keer voor de crisis betalen die de politiek veroorzaakt? Er werd decennia gewaarschuwd voor een bankencrisis. Winsten en bonussen waren al uitgedeeld. Daarna ontstond er een crisis. Wie mochten dat betalen? Wéér werd er gekeken naar de zorg. Altijd wordt er gekeken naar de zorg. Wéér werd er gekeken naar de volkshuisvesting. Altijd wordt er gekeken naar de volkshuisvesting. Wéér wordt er gekeken naar sociale zekerheid. Altijd wordt er dan gekeken naar de sociale zekerheid van de werkende mensen, die part nog deel hebben aan zo'n crisis. Dáár kunnen jullie het wel gaan halen. Dáár durven jullie het wel.

Natuurlijk: een verhoging van de AOW-leeftijd! Waarom niet? Laten we die bouwvakker en die verpleegkundige langer laten doorwerken. Mensen zijn moe, mensen zijn op. En u verplaatst de eindstreep nog een keer. Onrechtvaardiger en ongelijker wordt het niet. Een energiecrisis, winstflatie — dat is een nieuw woord, maar het bestond allang — en dikke winsten van bedrijven die geprivatiseerd zijn: het was niets nieuws. Maar wanneer kwam de politiek in actie? Toen het de hogere middenklasse in de portemonnee raakte, omdat toen de energierekeningen ook voor die klasse torenhoog waren. Toen leefden de mensen in de uitgeklede volkshuisvesting al jaren in schimmelwoningen, tochtige woningen met vocht, tocht en schimmel aan de muren in de slaapkamers. Zij betaalden al jarenlang een torenhoge energierekening. Dat is niets nieuws. Het zijn weer gewone mensen die de prijs mogen gaan betalen.

Nu is er een internationale crisis. 19 miljard euro, 19 miljard euro: ze schudden het zo uit de mouw. Het is er in één keer. Het was er nooit, niet voor de zorg, niet voor de sociale zekerheid en niet om eerder met pensioen te gaan. Want, meneer Jetten, dát is namelijk het goede leven: eerder kunnen stoppen met werken. Het leven draait namelijk niet alleen om werken. Je werkt om te leven en je leeft niet om te werken, maar u draait dat om. Iedereen mag langer gaan doorwerken, behalve natuurlijk de mensen die een dikke portemonnee hebben. Die stoppen ietsje eerder, want dat kan. Het gaat om 19 miljard euro, uit bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid, een hoger eigen risico en een NAVO-taks, wat juist de lagere en de middeninkomens harder treft. Dat komt van deze ministersploeg. Hoe krijg je het voor elkaar?

Het zijn geen foutjes, het zijn geen misverstanden; het is zeer bewust politiek beleid. Er worden namelijk wel degelijk andere belangen gediend. Vastgoedbeleggers krijgen namelijk belastingkortingen. De helft van de 12 miljard aan hypotheekrenteaftrek gaat naar de 20% rijkste Nederlanders met de grootste huizen, maar daar durven jullie nog geen cent van te vragen. En de dikke winsten van marktpartijen in de zorg? Ik zie er niets over. Muisstil is het, muisstil. En publiek geld van onze mensen, van de zorg die onze mensen horen te krijgen, dat in private zakken gaat? Ik hoor er niets over van het kabinet, helemaal niets. Het is bewust beleid: markt in de woningbouw, markt in de zorg en markt in de sociale zekerheid.

En dan nog waar mensen het meest boos over worden. Misschien merkt u ook aan mij dat ik hier geagiteerd van raak. Hoe is het mogelijk dat je de WW-duur wilt halveren terwijl je zelf een wachtgeldregeling hebt van drie jaar — drie jaar! — en twee maanden? Er is hier net iemand vertrokken die hier drie maanden zat en die nu twee jaar wachtgeld krijgt. Ga dat alstublieft uitleggen in de havens en in de industrie, waar mensen nu door AI hun baan verliezen, op staat worden gezet. Leg het ze maar uit. Het vertrouwen van mensen die dit werk doen in de politiek, is nul. Politici zetten onze schoonmakers, vuilnismannen en gevangenispersoneel op een nullijn, maar willen wel de hoogstbetaalde ambtenaren nog meer laten verdienen. Hoe legt u dit uit? Probeer het eens. Als wij coalitiepartijen hiernaar vragen, krijgen we namelijk antwoorden waaruit blijkt dat ze niet eens weten wat een schoonmaker verdient, terwijl ze daar wel beslissingen over willen nemen. Politici die bankiers meer bonussen geven, laten partijgenoten adviezen schrijven waarin zelfs wordt voorgesteld om politici 18% meer te gaan laten verdienen.

Voorzitter. Sorry, maar dit zijn geen foutjes of misverstanden; dit is zeer bewust politiek, elitair beleid. Het is ongelofelijk welke belangen hier gediend worden. Het leidt tot meer armoede, meer onzekerheid en meer ongelijkheid. Het ergste is wat hierachter zit: het zijn geen losse maatregelen, het zijn geen losse dingen. Dat zeg ik tegen de hele oppositie: hou op met shoppen. Jullie zijn geen shoppositie. Wat de linkerhand geeft, wordt door de rechterhand weer afgenomen. Jullie houden dit in het zadel: het kabinet van elitair Nederland wordt in het zadel gehouden als jullie daaraan mee blijven werken. Ik kijk ook naar de heer Markuszower. Je moet je niet op de borst kloppen alsof je een oplossing hebt gevonden voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Hou nou toch op!

Voorzitter. Dit zijn de partijen die meewerken aan elitair Nederland …

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

De heer Dijk zei net: hou nou toch op. Maar het lijkt erop dat de SP nooit is begonnen. De SP zit nu al hoelang in dit parlement? Nog nooit iets bereikt, voor niemand niet. Vanavond gaat u met deze teksten, meneer Dijk, weer niks bereiken. U vecht voor die AOW. Ik vecht voor die AOW, maar wij hebben een motie die hopelijk morgen wordt aangenomen. U schreeuwt alleen maar aan de zijlijn.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik schreeuw liever aan de zijlijn dan dat ik help met de afbraak van de AOW-leeftijd, waar zo veel mensen in mijn socialistische traditie voor hebben geknokt. Door hen zijn die sociale verworvenheden opgebouwd. Ik laat me ook niet aanleunen dat we niks voor mekaar krijgen. Ik zie daar twee Kamerleden zitten. Eentje heeft in één jaar tijd meer bereikt voor Groningen dan u als afvallige PVV'er in al die tijd. De ander heeft meer bereikt voor de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg dan u in al die tijd met kletskoek daar aan de rechterkant. Nu een beetje de toffe jongen gaan uithangen terwijl je een afgesplitste partij bent! U bent gekozen op een PVV-programma en u neemt daar afstand van, poeh!

De voorzitter:

Laten we het een beetje op de inhoud houden, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dit is behoorlijk inhoudelijk, voorzitter.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Even voor de goede orde, even voor de goede orde.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Zetelroof is het, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Alles goed en wel, maar ik heb van geen enkel programma afstand genomen. Het is een geweldig programma, dat PVV-programma. Dat heeft overigens ook raakvlakken met het SP-programma, maar voor beide partijen geldt dat je het uiteindelijk wel moet realiseren. En de vraag is, meneer Dijk: wat gaat u … Ik vraag via de voorzitter wat de heer Dijk vanavond of morgen gaat realiseren. Wat gaat hij binnenhalen?

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik ga in ieder geval niet binnenhalen dat ik, zoals u, ben gekozen op een programma voor een lagere AOW-leeftijd, dat ik zetelroof pleeg, nu een toffe jongen ga spelen, en zo meteen meewerk aan het verhogen van de AOW-leeftijd. Dat wil dit elitaire kabinet gaan doen. Dat gaat mij in ieder geval niet overkomen. Dat ga ik vandaag niet bereiken. Ik ben er ontzettend trots op dat ik dat vandaag niet ga bereiken. Maar ik kan u wel het volgende vertellen. Binnenkort gaan wij inderdaad samen met de vakbonden in de havens, in het stads- en streekvervoer, in de vervoerssector, in actie komen. Dan wil ik u nog weleens zien, zien of u nog steeds de stoere jongen bent die hier denkt dat hij iets voor mekaar kan krijgen met een flinterdunne motie. Die gaat helemaal niets bereiken, meneer Markuszower, behalve dat u een opening geeft voor dit kabinet om de AOW-leeftijd verder te gaan verhogen. Al die mensen die keihard werken, moeten door u nog langer doorwerken.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik heb het idee dat de heer Dijk die motie helemaal niet heeft gelezen.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Zeker wel.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Nou, dan is de heer Dijk blijkbaar niet in staat om 'm goed te interpreteren. De motie zegt eigenlijk tegen het kabinet: ga nou terug naar de tekentafel. Dus het plan dat er lag in het coalitieakkoord, is nu van tafel. We hebben tegen het kabinet gezegd: ga terug naar de tekentafel. Het kabinet zegt zelf: oké, wij gaan terug naar de tekentafel. De heer Dijk wéét dus nog helemaal niet of het niks inhoudt. Ik garandeer u, meneer Dijk: die motie is een hele goede motie en die gaat ervoor zorgen dat mensen die nu bang zijn dat ze langer door moeten werken, gerustgesteld worden en dat ze weten dat ze, mede door de motie, mede door de SGP en door onze fractie, dat niet hoeven. Zij kunnen dus eerder met pensioen, door ons. Niet door de SP, maar door ons.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Misschien moet u zelf die motie nog een keer goed lezen. Er staat namelijk alles in behalve dat. U kunt een aap gaan verkopen met een mooie ring, maar het is en blijft een lelijk ding. Daar laat ik het even bij. Het was een beetje een verbasterd spreekwoord, maar goed. Dat heeft toch ook zo z'n charme?

De voorzitter:

U komt tot een afronding, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik kom inderdaad tot een afronding. Ik had nog ontzettend mooie voorbeelden van hoe solidariteit georganiseerd wordt voor kinderen in armoede. Dat bewaar ik dan voor de tweede termijn.

Voorzitter. Ik zei het al: het zijn niet de losse maatregelen uit dit akkoord, maar de samenhangende visie en het mensbeeld waar de SP niet aan kan en zal meewerken. En dat hoeft ook helemaal niet, want dit is een minderheidskabinet. Wij zijn dus met meer. De verenigde oppositie kan alle sociale afbraak stoppen. Want er is niks constructiefs aan afbraak. Minder afbraak is en blijft afbraak. We moeten bouwen aan een coalitie met vakbonden, maatschappelijke organisaties en iedereen die wil werken aan een beter alternatief voor Nederland. Want dat is er wel degelijk, en dat is het alternatief van werkend Nederland in plaats van welgesteld Nederland.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dijk. Het woord is aan de heer Vermeer voor zijn inbreng namens de BBB in eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter, dank u wel. Een nieuw kabinet. De heer Jetten, Rob Jetten, de jongste premier ooit. Veel optimisme. Wij wensen dit kabinet het goede toe. Als het goed gaat met Nederland, gaat het hopelijk ook goed met de mensen om wie het gaat, de Nederlanders. Nu is optimisme in Den Haag totaal iets anders dan een goed gevoel in het land. Hoe het kabinet op het bordes staat, is een foto. Maar hoe staat het kabinet in de samenleving? Die vraag telt werkelijk.

Dit coalitieakkoord is ontworpen aan de Haagse tekentafel, maar BBB kiest voor de keukentafel, daar waar mensen echt leven. Daar spreken we boeren over hun onzekerheid. Daar luisteren we naar mensen die zich afvragen waarom de voorzieningen in hun dorp verdwijnen. Daar luisteren we naar ondernemers die worstelen om hun bedrijf draaiende te houden, en naar burgers die hun wijk zien verpauperen of veranderen op een nare manier waardoor ze zich er zelf niet meer thuis voelen.

Voorzitter. De BBB luistert naar mensen. We zien ze staan en brengen hun zorgen naar Den Haag. Opnieuw nemen we verantwoordelijkheid, maar nu vanuit de oppositie. Als dit kabinet over mensen heen walst, zullen wij fel reageren. Tegelijkertijd blijven we opbouwend daar waar goede voorstellen komen. Maar we verkopen onze huid niet goedkoop, want het gaat ons om een beter Nederland. We zien dat dit kabinet een aantal stappen zet die wij waarderen: er is oog voor innovatie, strategische autonomie en bescherming van vitale infrastructuur. Dat is verstandig. Op meerdere terreinen wordt de lijn voortgezet die wij hebben ingezet.

Voorzitter. Maar erkennen is niet hetzelfde als oplossen. Neem asiel. De hoge asielinstroom wordt erkend, maar er is geen harde instroomgrens en de Spreidingswet blijft. Statushouders krijgen voorrang op woningen terwijl gescheiden ouders in een garagebox of auto wonen en jongeren noodgedwongen bij hun ouders blijven. Dit is maatschappelijk onhoudbaar.

Over de gevolgen voor de mensen in het land wordt met geen woord gerept. Wat betekent dit voor onze cultuur en tradities, voor integratie? Wat betekent dit voor onze identiteit? Verbinding in een samenleving vraagt om een gemeenschappelijke basis voor verbinding. Dat gaat om meer dan getallen. Het gaat om wie we zijn en waar we heen willen met ons land.

Neem landbouw. Het oude denken keert terug. Stikstof wordt weer leidend. 2 miljard extra in de begroting voor de korte termijn is onder andere weggehaald bij structureel agrarisch natuurbeheer. Generieke krimp ligt op tafel. Gedwongen onteigening wordt niet uitgesloten. Voedselzekerheid ontbreekt volledig in het strategisch beleid. Dit is tekentafelpolitiek: terwijl boeren ons voeden, banen bieden en het platteland leefbaar houden, groeit hun onzekerheid. Kijk naar de werkelijke staat van de natuur en niet alleen naar modellen. Stop die onzekerheid. Geef boeren perspectief in plaats van een zak geld, een zak geld om hun erf op te geven. Boeren zorgen voor voedsel, ruimte en samenhang in onze samenleving. Zij onderhouden het landschap en houden dorpen levend. Geef ze vertrouwen en ruimte om te ondernemen. Zorg voor eerlijke regels, goede voorzieningen en bereikbaarheid. Investeer in sterke regio's, zodat mensen kunnen blijven wonen, werken en leven daar waar zij geworteld zijn.

Kijk naar de woningmarkt. Er is veel aandacht voor grootschalige projecten. Begrijpelijk, maar Nederland is meer dan plekken waar je duizenden woningen kunt stapelen. In veel regio's is geen behoefte aan megawijken, maar aan maatwerk, een paar huizen extra die een dorpje leefbaar kunnen houden, jongeren perspectief geven en voorzieningen overeind houden. Juist daar is behoefte aan investeringen, bereikbaarheid en onderhoud.

En dan de belastingen. De zogenaamde vrijheidsbijdrage om Defensie te betalen raakt werkenden en de middenklasse. De NAVO-taks van Bontenbal kost gewone huishoudens honderden euro's netto. Stel dat beiden modaal verdienen, dan leveren ze €600 in door deze sluipende belastingverhoging. Dat is het en niets anders. Verdediging van de inwoners van het land en ons grondgebied is een kerntaak van de overheid. Vrijheid krijgt een verpakking om de belastingen nog verder te kunnen verhogen. Ik acht het CDA in staat om zelfs de zon nog te belasten.

Nederland staat voor grote keuzes: vergrijzing, veiligheid, woningnood, energie en concurrentiekracht. Klimaatbeleid van de tekentafel, dat onze industrie wegjaagt, helpt niets. Wat Nederland nodig heeft, is beleid met oog voor belangen die er werkelijk toe doen. Dat zijn onze Nederlandse belangen. Beleid dat samenleving en economie ruimte geeft, zonder een verstikkende overheid die alles naar zich toe trekt. Het heet normeren, maar het is verplichten. Normeren van de warmtepomp is verplichten van de warmtepomp. Jammer dat de liberalen van de VVD daar zo blind voor zijn.

Voorzitter. BBB kiest voor wat werkt in de praktijk, voor beleid dat uitvoerbaar is, dat mensen raakt en dat hun leven verbetert. Alleen dan is beleid geloofwaardig. Wij zijn en blijven koersvast: grip op migratie, eerlijke verdeling van ruimte en sterke regio's, een economie die draait op vakmensen en familiebedrijven, opkomen voor kwetsbaren en een overheid die beleid maakt dat werkt. De theorie moet de praktijk dienen en niet andersom. De overheid is er voor haar inwoners en niet andersom.

Neem die box 3-belastingen op winsten die nooit op je bankrekening zijn gekomen en die samen met inflatie zorgen voor verdamping van zuurverdiend spaarvermogen en vertrek van kapitaal. Dat is plukken van mogelijke toekomstige inkomsten. Terwijl we dit debat voeren, melden de media dat de nieuwe vermogenstaks van het kabinet moet worden omgebouwd. Het kabinet zit er net en het eerste plan gaat terug van tekentafel naar tekentafel.

En neem de klimaatkamikaze die leidt tot extra energiearmoede met steeds hogere netwerkkosten en vertrek van bedrijven met werkloosheid en grotere afhankelijkheid van het buitenland tot gevolg. Neem het verhogen van de AOW of het zo bang maken van zzp'ers en hun opdrachtgevers voor boetes dat ze stoppen met werken en inhuren, terwijl we iedereen nodig hebben en we ook nog eens medeverantwoordelijk worden voor de schulden van andere Europese landen.

Voorzitter. Dit kabinet bezuinigt Nederland en de Nederlanders kapot. Mensen met een laag inkomen en/of een chronische ziekte staan nu al onder financiële druk door de huidige stapeling van zorgkosten. En wat betekenen de verdere maatregelen nog voor deze mensen? Wat betekent het voor mensen in de IVA, waar de uitkeringen met €900 per maand omlaaggaan? Dan kun je niet in je eigen huis blijven wonen terwijl er ook niets anders te vinden is.

Ook ons energiebeleid komt van de tekentafel in Den Haag. De transitie legt niet alleen beslag op de portemonnee van burgers en bedrijven, maar ook op het landschap. Zo daalt de vervuiling neer in de regio. Onze horizon en ons landschap worden vervuild met een kluwen aan hoogspanningsmasten, velden vol zonnepanelen en parken met windturbines. Slapeloosheid op het platteland in ruil voor groene nachtrust in de stad!

Voorzitter. Vandaag zagen we bij box 3 een VVD opereren zoals ook wij die hebben leren kennen: strikt en streng als het om begrotingsregels gaat, maar op sommige momenten via de minister van Financiën net zolang buigen en schuiven, totdat de eigen plannen financiële dekking krijgen. Dat is niet verantwoord begroten, dat is niet zorgdragen voor de staatsfinanciën, dat is partijpolitiek.

Over geld gesproken: wij hier in de Tweede Kamer gaan niet over een paar miljard heen en weer schuiven. Nee, wij gaan over 100% van de begroting, van voor tot achter. Want dit is geld van het volk en de overheid moet er zijn voor de Nederlanders, niet andersom. Deze Kamer heeft het budgetrecht. Een kabinet dat leunt op een minderheidscoalitie zal zich dat moeten realiseren en daarnaar moeten handelen, of zal er snel genoeg achter komen bij het zoeken naar meerderheden.

Voorzitter, ik rond af. Nederland en West-Europa neigen naar het Romeinse Rijk in zijn nadagen. Destijds tastte de loodvergiftiging de hersenen aan. In onze tijd staat de modellenrealiteit van de Haagse tekentafel gezond verstand in de weg. De nieuwe coalitie kijkt naar de Haagse tekentafel. BBB kijkt naar de keukentafel. We zullen alles op alles zetten om dat elke dag hier in Den Haag in beeld te krijgen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn inbreng namens de fractie van 50PLUS. Meneer Struijs, gaat uw gang.

De heer Struijs (50PLUS):

Voorzitter, regering, minister-president. Wat fijn dat 50PLUS terug in de Kamer is. Wij zijn een verrijking, gelooft u mij, want we hebben vanavond over een paar dingen niet gesproken. De keuzes die vandaag gemaakt worden, gaan niet alleen over het eerlijk verdelen van geld. Ze gaan ook over de vraag of wij bouwen aan een land dat recht doet aan wat we hebben opgebouwd, of we verstandig omgaan met ons economische en sociale kapitaal en of we erkennen dat samenhang en bestaanszekerheid de fundamenten zijn van een stabiele samenleving, van een land dat generaties verbindt en polarisatie tegengaat.

Ik wil een generatiepact afsluiten met de Kamer en deze regering. Laat ik helder zijn: ik ben het echt zat dat 50-plussers in menige discussie, ook in de media, worden weggezet als last, als dor hout, als kostenpost. De ondertoon van minachting is soms hoorbaar. Leeftijdsdiscriminatie ligt doorlopend op de loer, maar de werkelijkheid is gewoon echt anders. Miljoenen 50-plussers werken hard, zijn vrijwilliger, mantelzorger, bestuurder, oppasoma of -opa, buurtverbinder en noem het allemaal maar op. Elke sportclub of scouting in Nederland valt om op het moment dat zij stoppen met hun vrijwilligerswerk. Zie dit als een kapitaal. Zie dit als een kapitaal en laat dat ook in de doorberekeningen terugkomen. Dan krijgen we namelijk een eerlijk beeld van de lusten en de lasten.

Ervaring is het geheugen van de gemeenschap. Zonder ouderen verliest een samenleving haar herinnering. De jeugd droomt van morgen, de ouderen begrijpen gisteren en samen vormen zij het heden. Dit is de kern van een generatiepact rondom AOW, pensioenen, zorg, wonen, veiligheid en ga zo maar door. Wij hebben zorgen om de keuzes die tot nu toe zijn gemaakt, maar ik begrijp uit de ondertoon nu wel een beetje dat er toch ruimte is. Dat is hard nodig.

Wij willen ook absoluut geen verdere verhoging van de AOW-leeftijd. De uitzichtloosheid bij de jeugd is daardoor veel te groot. En we hebben een afspraak gemaakt, waar ik al eerder aan gerefereerd heb: betrouwbaarheid is een groot goed. Dat gaat ook over het behoud van inkomenszekerheid, de WIA voor arbeidsongeschikten, de verkorting van de WW en de stapeling van maatregelen bij ouderen en chronisch zieken. Zorg voor juridische houdbaarheid van de WIA-kortingen. Ik ga even stapelen, maar dit soort dingen houden je echt wakker. We worden overstroomd door meldingen hierover.

Ik noem ook de zorg. De bezuiniging op de Wet langdurige zorg, de verhoging van het eigen risico, de bijdrage voor de wijkverpleging: u moet eens weten wat dat doet. Neem ook de steun voor de mantelzorg. Er zijn 5 miljoen mantelzorgers. Laten we met de regering en deze Kamer op zoek gaan naar manieren om de mantelzorg te versterken en uit te breiden. Laten we dat soort initiatieven met elkaar zoeken.

Ik doe een beroep op de integratie van de regering: ga niet in je hok zitten. Kijk bijvoorbeeld naar de woningen. Laten we seniorenwoningen gaan bouwen, levensloopbestendig. Dat geeft een enorme doorstroom op de markt. Laten we ook creatief zijn. Ik noem het bewonen van vakantieparken en het inrichten van huizen voor twee woningen. Laten we die spelregels nou eens flink onder de loep nemen, zodat het makkelijker wordt en iedereen dadelijk weer een dak boven zijn hoofd heeft waarvoor hij gekozen heeft. Nogmaals, wonen is zo'n voorbeeld van iets waar je als een satépen doorheen kan gaan.

Ik noem het verlagen van het maximumdagloon en de afschaffing van de inkomensvoorziening voor arbeidsongeschikten. Zo kan ik wel even doorgaan. We moeten met z'n allen kijken waar de mogelijkheden liggen om het hele sociale stelsel omhoog te houden. Voor ons is de armoede, die toeneemt in Nederland, echt de ondergrens. U hoeft maar door mijn geliefde stad Rotterdam heen te lopen en je ziet het, je voelt het. Daarom doe ik ook een beroep op de samenwerking met de gemeentes. Ik heb al in een eerdere discussie aangegeven dat de leefbaarheid en veiligheid in gemeentes omhoog moeten. Er zijn hele mooie projecten, nationale projecten, maar die worden te slecht gecoördineerd. Laten we ze stimuleren aan de hand van de goede voorbeelden. Gaat u eens een keer naar een sociale woning toe. Het eerste dat ik daar te horen krijg, is: leg uw hand eens op de muur; het is hier al vier jaar vochtig aan de muur, want de isolatie blijft uit en de energiekosten gaan omhoog.

Kortom, we maken het ons wel erg moeilijk. We moeten hier met z'n allen doorheen. Natuurlijk gaat het allemaal energie kosten. Wij willen vooruit. Het kan niet zo zijn dat de betrouwbaarheid van de politiek nu helemaal door het ijs zakt. Mensen willen zien dat we iets gaan doen. Dat is hartstikke belangrijk. Uiteraard wil ik het hebben over veiligheid. Inderdaad, het gaat om wijken waar mensen na zessen de straat niet meer op gaan. Daar moeten we met z'n allen wat aan doen.

Voorzitter. Ik doe een beroep op de minister van Defensie. Die heeft geld. Laten we het geld uiteraard uitgeven aan de defensie en onze verdediging, maar we kunnen dat geld ook combineren met cybersecurity en infrastructuur. Ik doe een beroep op deze regering om het vele geld dat wij terecht uitgeven aan onze veiligheid van de buitenlandse en binnenlandse grenzen, slim te gebruiken. De rechtsstaat staat onder water en blijft onder water. Ja, we krijgen er geld bij, maar het is ook hard nodig. Ik voorspel binnen drie maanden weer een seponeringsgolf vanuit het OM. Er zijn boeven die gewoon in de gevangenis horen. Het gaat maar door, jaar op jaar.

Kortom, we hebben echt veel werk aan de winkel. Maar goed, naast armoede en al dat soort dingen, ben ik wel blij dat we even af zijn van die box 3. Dat is onorthodox gedaan door deze minister van Financiën. Dat willen we toch niet met z'n allen: fictief rendement en zo. Het is misschien niet politiek correct hoe het allemaal gegaan is, maar ik ben blij dat die maatregel teruggenomen is en weer wordt bekeken. Box 3 gaat niet alleen over grote vermogens, maar ook over die kleine belegger die naast zijn AOW daardoor zijn pensioen krijgt.

Maar er is iets anders aan de hand. Wist u dat we vanavond deze hele discussie over bezuinigingen niet eens hadden hoeven voeren? Weet u wat er echt gebeurd is? Het is onvoorstelbaar, als u zich daar echt een keertje in verdiept. Het vermogen van gepensioneerden in de pensioenfondsen — dat is overigens uitgesteld loon dat we met z'n allen bij elkaar hebben gespaard — staat nu ongeveer op 1.450 miljard. Het had 1.990 miljard kunnen zijn volgens de actuariële berekening. Wat er gebeurd is, is interessant. DNB heeft namelijk ontzettend veel invloed gehad op de beleggingen. Wat heeft DNB voornamelijk gedaan? Die heeft geadviseerd om op staatsobligaties — lees: schulden; die krijg je namelijk altijd uitbetaald, maar hebben een heel laag rendement — te investeren. Wat is er gebeurd? We hebben een soort verkapte eurobonds met z'n allen. Elke belegger — ik heb het niet over speculanten — zei: wat zijn jullie daar dom mee bezig geweest; als je gewoon had belegd zoals iedereen in de wereld adviseert, namelijk een beetje in het middengebied, hadden we al tegen de 2.000 miljard gezeten. Van die 2.000 miljard konden we eindelijk eens de indexering van de pensioenen betalen, waar we al vijftien jaar op moeten wachten. Daar betaal je dan ook weer die 30% belasting van. Als je dat omrekent, vliegen de miljarden je om de oren. We hadden een heleboel bezuinigingen die we vanavond doen, niet hoeven doen. Ik doe een dringend beroep op deze regering en de minister van Financiën om nog eens naar de spelregels van beleggen en naar de rol van DNB, die het te politiek maakt, te kijken, en om met gezond verstand het rendement weer terug te brengen. Het gaat om hartstikke veel geld; durf daarnaar te kijken. Ik hoop dat we daarin kunnen optrekken.

Ik ga langzaam maar zeker afsluiten. Waarom moet u blij zijn dat 50PLUS in de Kamer zit? Onze ervaringsdeskundigheid op relaties is ontzettend hoog, door schade en schande. Ik wil u toch even meenemen in de drie vormen van het huwelijk die wij kennen. Dat doe ik via de voorzitter, maar ik kijk daar uiteraard de minister-president en deze regering voor aan. We hebben het slechte huwelijk, het verstandshuwelijk en het liefdevolle huwelijk. In het eerste huwelijk, het slechte huwelijk, vraagt de ene partner aan de andere partner dagelijks: hoelang moeten we nog? In het verstandshuwelijk zegt de ene partner tegen de andere partner, of in het café: ik geef mijn relatie een rapportcijfer 6; we komen er wel doorheen. In een liefdevol huwelijk zeg je tegen elkaar: ik heb zo mijn gebreken, maar ik hou van je. Dat gun ik deze regering — dat gun ik de minister-president ook bij zijn huwelijk uiteraard — maar dat wordt hard werken.

Dank je wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

In de Achterhoek vouwen we dan roosjes, meneer Struijs. Dan maken we een boog. Ja, met bier, mevrouw Van der Plas! Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng in de eerste termijn namens Volt.

De heer Dassen (Volt):

Dank, voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte gefeliciteerd aan de nieuwe ploeg. De staatssecretarissen, de ministers en de minister-president wens ik veel wijsheid en succes toe in hun nieuwe rol. Ik kijk uit naar de samenwerking en ook naar wat er mogelijk is, wat we kunnen verbeteren, om Nederland en Europa uiteindelijk een stuk mooier te maken.

Voorzitter. Stelt u zich voor dat u plotseling 25 miljoen euro erft, niet door hard werken, maar omdat uw overgrootvader ooit een chemiebedrijf begon. Marlene Engelhorn snapte dat deze erfenis mogelijk was gemaakt door de samenleving. Zij gaf haar geld weg omdat ze begreep dat geld niet een doel maar een middel is: het is een middel om een rechtvaardige samenleving mee te bouwen.

De erfenis die wij moeten doorgeven, is een weerbare Europese samenleving. Want wat heeft een erfenis voor waarde als de wereld waarin je kind opgroeit instabiel, onveilig en onleefbaar is? De waarde van de erfenis van dit kabinet heeft te maken met de vraag hoe zij gaan handelen en welke keuzes zij gaan maken. Die keuzes, bijvoorbeeld rond het belasten van vermogens of het belasten van arbeid, gaan niet alleen over geld, maar over weerbaarheid. Die gaan over de vraag of we een gedeelde samenleving willen bouwen of een die uiteenvalt door individualisme. Bouwen we een samenleving die kansen geeft aan iedereen, of een die ongelijkheid en armoede alleen maar groter maakt?

Voorzitter. Weerbaarheid is namelijk niet alleen defensie, maar ook een moeder die aan het einde van de maand nog genoeg overhoudt voor haar kinderen, een scholier die online veilig wil zijn, zonder de beïnvloeding van big tech, een oma die de wereld schoner en groener wil doorgeven aan haar kleinkinderen, met duurzame banen. Het is ook een verenigd Europa dat niet wacht tot China of de Verenigde Staten de regels dicteert, maar zelf spreekt, met eigen mond, op het wereldtoneel. Dat is de essentiële weerbaarheid die nog te veel ontbreekt in het akkoord van D66, CDA en de VVD. Dat is geen detail, maar de basis voor onze samenleving en van onze toekomst.

Voorzitter. Weerbaarheid begint bij een sterk en onafhankelijk Europa. Het is goed dat het kabinet dat idee onderschrijft. De volwassenwording van Europa als machtsblok vraagt om een nieuwe mentaliteit.

De heer Struijs (50PLUS):

Meneer Dassen, waar ik nieuwsgierig naar ben, is het volgende. We hebben het te weinig over digitalisering en Europa, over die combinatie. We willen zelfstandiger worden ten opzichte van Amerika. Die digitalisering gaat ook over AI. Ziet u kansen om, samen met deze regering, AI beter te reguleren — dan heb ik het over Europese, en het liefst Nederlandse, producten — zodat we met z'n allen ook beter worden als het gaat om effectiviteit en het beslechten van bureaucratie, bijvoorbeeld ten aanzien van de rijksambtenaren? Gisteren zei een hoge politieambtenaar tegen mij: als wij AI echt zouden mogen invoeren, zouden we meer wijkagenten op straat hebben, want dan worden processen-verbaal door AI gemaakt en hoeven die alleen nog maar te worden nagekeken. Geeft u hier eens een reflectie op, want ik sla enorm aan op de digitaliseringsopmerking.

De heer Dassen (Volt):

Ik denk dat er heel veel op ons afkomt. Het is een van de grootste uitdagingen van deze tijd om kunstmatige intelligentie in goede banen te leiden. Die biedt ook enorme kansen om effectiever te worden als samenleving en om de bureaucratie tegen te gaan. Maar dan moeten we die wel op een goede manier reguleren. Ik denk dat Europa daarin een voorsprong heeft ten opzichte van andere continenten. Tegelijkertijd moeten we opletten dat we niet al onze AI bouwen op volledig Amerikaanse systemen. Dan zijn we namelijk alsnog onze hele basis aan het bouwen op de systemen van de Verenigde Staten. We hebben de laatste tijd voldoende debatten gehad over het feit dat we dat volgens mij niet meer willen. Daar zullen dus Europese alternatieven voor moeten komen. Daar zal geld voor beschikbaar moeten zijn. Ik zal daar dadelijk ook nog een paar vragen over stellen.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik vind het een fantastische uitnodiging om samen met Volt op te trekken om deze regering hiervan te overtuigen. Dankjewel.

De heer Dassen (Volt):

Graag. Dat is dat intergenerationele aspect waar de heer Struijs het volgens mij net over had: het feit dat we kennis kunnen bundelen om ervoor te zorgen dat we klaar zijn voor de toekomst. Ik ga die uitdaging dus graag aan.

Voorzitter. Ik was gebleven bij het punt dat het kabinet ook onderschrijft dat we een sterk en onafhankelijk Europa nodig hebben. In het regeerakkoord staat: "De volwassenwording van Europa als machtsblok vraagt een nieuwe mentaliteit." Maar daar horen dan ook de middelen van een machtsblok bij, en dan zien we dat de 1,6 miljard bezuinigingen op de afdracht nog fier overeind staan. Dat is de gebruikelijke kruideniersmentaliteit. We verdienen als land miljarden aan de Europese Unie. En nu moet het een grootmacht worden, maar dan wel voor een prikkie. Dat is dan geen doorbraak, maar dat is wensdenken. Mijn vraag aan het kabinet is: worden het lagere afdrachten en de EU klein houden of komt er een hogere afdracht zodat het ook echt een grotere begroting krijgt en ook echt een machtsblok kan worden? Want Europa is sterk daar waar niet 27 stamhoofden spreken, maar juist één Unie. De oproep van Mario Draghi was: alleen een federaal Europa kan een machtsfactor zijn in deze wereld. Welke hervormingen is het kabinet voornemens door te voeren om daar daadwerkelijk te komen? De Verenigde Staten spreken krachtig en eensgezind op het wereldtoneel. Dat moeten we als Europa ook. Europa kan daarbij een duurzame en innovatieve koploper zijn en een voorvechter van mensenrechten. Graag een reactie daarop.

Dat is namelijk nodig in een instabiele wereld. Van Oekraïne tot Gaza, van Iran tot Sudan: Nederland kan niet afwachten tot deze transformerende storm voorbij is. Weerbaarheid betekent nu kiezen voor defensie voordat de prijs te hoog wordt. Het is goed dat dit kabinet daarin gaat investeren. Het is cruciaal om te zorgen dat we onze onafhankelijkheid van de Verenigde Staten vergroten. Maar dat moeten we dan in grotere stapjes doen dan nu gedaan wordt, zodat we echt toewerken naar die Europese defensiemacht.

Weerbaarheid betekent ook investeren in internationale ontwikkelingssamenwerking. Wereldwijd trekken de VS zich terug, en Rusland en China vullen dit gat maar al te graag. Onder Schoof I werd onze internationale positie uitgekleed. Laat Jetten I dit PVV-beleid niet doorzetten, maar investeren in extra inzet op vrouwenrechten, onderwijs, gezondheid en voedselzekerheid. Dat maakt de wereld veiliger voor de meest kwetsbaren, maar ook voor onszelf. Graag een reactie.

Voorzitter. Er zijn meer punten waarvan wij gehoopt hadden dat die niet meer terug zouden komen, zoals de asielwetten met strafbaarstelling illegaliteit en het doorgaan van de grenscontroles. Is de minister-president het met mij eens dat die eigenlijk per direct kunnen en zouden moeten stoppen? Het is slecht voor de economie, ze hebben geen toegevoegde waarde en het is uiteindelijk ook niet per se het symbool van een sterk en verenigd Europa. Graag een reactie daarop.

Dan het morrelen aan het demonstratierecht. Dat is een grondrecht dat mensen in staat stelt om zich te laten horen als ze niet vertegenwoordigd worden, want democratie is meer dan eens in de vier jaar stemmen. Het is ook het recht om te protesteren, om te botsen, om ongemakkelijk te zijn. Graag een reactie waarom het kabinet hiermee aan de slag wil, terwijl we op verzoek van de Kamer experts hebben gevraagd, die eigenlijk aangeven: dit hoeft niet, dit is niet nodig en het is ook niet de wens die vanuit de gemeentes en de burgemeesters klinkt.

Voorzitter. Een weerbare samenleving geeft niet alleen veiligheid vandaag, maar ook hoop voor morgen. Het betekent de wereld schoon doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. Het zou de ambitie van dit kabinet moeten zijn om vol aan de slag te gaan met de "silent killer" klimaatverandering, die onze leefomgeving aantast, van vervuilde lucht tot uitgeputte bodems. Waarom wordt die niet in volle vaart aangepakt? Want het is nog onvoldoende. De doorrekening bevestigt wat iedereen vermoedde: als je de CO2-belasting weggooit, vervuilers subsidieert en een extra vliegveld opent, dan haal je de klimaatdoelen niet. Welke aanvullende maatregelen gaat het kabinet nemen om het gat te dichten? En waar zet het zich in Europa voor in, omdat die eind 2026 ook met aanvullende maatregelen zullen gaan komen? Als je namelijk vasthoudt aan het oude, dan kan het nieuwe niet geboren worden. Dat is wat de planbureaus zeiden. Dus waarom kiest het kabinet er dan niet voor om juist nu versneld te investeren in de klimaattransitie, ook als economischegroeistrategie? Welke fossiele subsidies is dit kabinet bereid op te geven om ruimte te maken voor de sectoren van de toekomst, zoals biobased materialen en groene chemie? Hoe zorgen we ook dat er ruimte gaat komen voor die groene start-ups en scale-ups van morgen?

Voorzitter. Een weerbare toekomst betekent ook digitale weerbaarheid. Gelukkig raken we ons daar steeds meer van bewust, net zoals van de gevolgen van algoritmes en social media. Digitale weerbaarheid betekent niet alleen maar limieten voor social media, maar ook echte investeringen in Europese alternatieven. Nu draait alles op Amerikaanse tech: onze telefoons, ziekenhuizen, onze overheid. Als we willen dat de Amerikaanse techbureaus niet meer over onze digitale dorpspleinen gaan, als we willen dat de Amerikaanse overheid niet door onze data gaat, dan is er een ambitieuze pot geld nodig en wat ons betreft ook een minister van Digitale Zaken. Hoe gaat het kabinet dat geld beschikbaar maken, zodat die Europese alternatieven er ook daadwerkelijk gaan komen? Want als je het hebt over nieuwe technologieën, kunstmatige intelligentie: we bouwen alles op Amerikaanse systemen en daarmee liggen onze onafhankelijkheid en onze economische weerbaarheid dadelijk weer in de handen van die grote techbedrijven. Graag een reactie daarop. Overigens een compliment aan de minister-president dat hij begonnen is met Bluesky. Dat bleek dus toch niet zo heel moeilijk. Nu nog van X af, zou ik zeggen.

Voorzitter. De weerbare samenleving valt of staat bij solidariteit en met dit akkoord wordt de kloof tussen vermogenden en niet-vermogenden groter. De komende jaren gaat 240 miljard overgeheveld worden door de babyboomgeneratie aan hun kinderen en kleinkinderen en deze kinderen en kleinkinderen hebben daar niets voor hoeven doen. Laten we daar een eerlijke bijdrage van vragen, of de hypotheekrenteaftrek of de meer dan 30 miljard belastingcadeautjes die elk jaar aan de achterban worden uitgedeeld. Want als we betere keuzes maken, kunnen we die vrijheidsbijdrage de nek omdraaien voordat die de middeninkomens de nek omdraait en zorgen we ervoor dat werken ook daadwerkelijk weer gaat lonen, een wens van alle drie de coalitiepartijen. Wat gaat het kabinet doen om deze heilige huisjes af te breken en de sociale cohesie te vergroten?

Daarbij moeten we het ook hebben over de kostendelersnorm. De gedachte is dat als mensen samenwonen, ze minder kosten hebben en daarom ook minder ondersteuning nodig hebben. Als iemand pech heeft of een ongeluk krijgt, wordt die gekort wanneer die bij een oudere broer of zus intrekt. Dit creëert drempels om woningen te delen, juist in een tijd waarin de woningnood hard aangepakt moet worden. De minister-president vroeg hier vorig jaar in zijn rol als Kamerlid nog aandacht voor en ik zie hier niks over terug in het akkoord. Ik hoor dus graag een reactie over wat hier de mogelijkheden zijn. Er is een meerderheid in de Kamer en ik denk dus dat er mogelijkheden zijn om dit nu echt aan te pakken.

Voorzitter. We zien overal om ons heen waar groeiende ongelijkheid toe leidt: concentratie van macht, kansenongelijkheid, onvrede over onrechtvaardigheid en verlies van vertrouwen. Het is een voedingsbodem voor populisme en extremisme en met het PVV-kabinet van de afgelopen jaren hebben we een sneakpreview gekregen van wat er gebeurt als zij aan de macht komen. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat het niet een tussenpaus gaat worden, zoals we dat nu in de Verenigde Staten hebben gezien? Kan de minister-president daar een reflectie op geven?

Toen Marlene Engelhorn haar erfenis weggaf, zei ze: dit geld heb ik niet verdiend, maar ik kan er wel iets mee doen dat wel verdiend wordt. Dat is precies waar weerbaarheid over gaat: niet wachten tot de rekening komt, maar nu investeren in een samenleving die niet alleen rijkdom, maar ook veiligheid, kansen en een leefbare wereld doorgeeft. Een weerbare Europese samenleving, want dat is de enige erfenis die telt voor dit kabinet.

Dus ik zou zeggen: aan de slag voor een sterk land, voor een Europa dat telt en voor een wereld die we mooi kunnen doorgeven.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dassen. Daarmee zijn we toch echt aan aanbeland bij de laatste spreker en dat is niemand minder dan de heer Markuszower, die zijn inbreng levert namens de Groep Markuszower. U heeft het woord.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Zeer veel dank, meneer de voorzitter. Vanochtend heeft de kersverse minister-president zijn regeringsverklaring uitgesproken. Onze fractie feliciteert premier Jetten met zijn benoeming als minister van Algemene Zaken en met het installeren van zijn kabinet. Wij hopen dat dit kabinet zijn eigen slogan, aan de slag, omarmt en succesvol zal zijn, want Nederland kan met de staat waarin ons land verkeert wel wat successen gebruiken. Het kabinet-Jetten I is zeer zeker niet ons kabinet en van vele beleidsvoornemens gruwelen wij. Een aantal keuzes van deze minderheidscoalitie zijn zelfs totaal onacceptabel te noemen en onze fractie zal juist tegen die keuzes ten strijde trekken. Dat zullen wij doen samen met gelijkgezinde fracties in deze Kamer. Het voordeel van een minderheidscoalitie is dat feitelijk de fracties in dit huis regeren en de leden van het kabinet de materiële uitvoeringsmachine zijn van onze Tweede Kamer. Naast de felicitaties wens ik het kabinet toe dat ze vooral dat goed in hun oren knopen. Doen ze dat niet, vergeten zij dat zij eigenlijk in dienst zijn van deze Tweede Kamer en dus van het Nederlandse volk, dan zal dit kabinet niet een lang leven beschoren zijn.

Voorzitter. Deze maand peilde het EenVandaag Opiniepanel dat bijna drie op de vier Nederlanders geen vertrouwen hebben in de politiek. Een begrijpelijk hoog cijfer, want wat hebben wij dit mooie land in de modder laten zakken. Wij hebben onze soevereiniteit laten afpakken door de bureaucraten in Brussel. Wij betalen, maar zij bepalen. Het zou precies andersom moeten zijn. We zitten vast in een zelfgecreëerde juridische gevangenis, omdat wij de afgelopen decennia als een blind paard allerlei verdragen hebben getekend, verdragen die bovendien enorm worden opgerekt door vaak wereldvreemde rechters, die helemaal in de knel zitten van de belangenverstrengelingen, of in ieder geval de schijn daarvan. Hierdoor zijn Nederlanders steeds minder baas in eigen land geworden en wordt de volksvertegenwoordiging — wij dus — gepasseerd. We hebben ons laten degraderen tot een provincie van de Europese Unie en betalen daar letterlijk elke dag de hoofdprijs voor.

Ondertussen kunnen onze bedrijven en woningen niet meer aangesloten worden op energie- en stroomnetten. Woningen kunnen niet meer gebouwd worden en onze boerenstand, en dus onze voedselzekerheid, wordt vernietigd. We hebben ons namelijk als ezels gecommitteerd aan stikstofnormen. Nederland heeft getekend voor klimaatdoelen die onbetaalbaar en onhaalbaar zijn. Of ze enig effect sorteren, kan eigenlijk niemand aantonen. Onze Nederlandse vissers bijvoorbeeld hadden een innovatieve, in Nederland ontwikkelde techniek uitgevonden, pulsvisserij. Dat was een geweldig slimme techniek, goed voor het milieu, want minder bodemverstoring, met minder bijvangst, dus veel diervriendelijker, en minder vervuilend en goedkoper, want minder brandstofverbruik. Maar die techniek werd verboden, want de landen die wél wat te vertellen hebben in de EU waren jaloers op die dekselse Nederlandse vissers. Ondertussen ploegt kabinet na kabinet ons hele land, onze hele kust en onze hele zee kapot om waanzinnige windmolens te kunnen plaatsen. Dit kabinet smijt er nog eens miljarden euro's per jaar op stuk. En waarom? Omdat ministers als Rob Jetten destijds geloven dat Nederland dan voor 0,000036 graden Celsius bijdraagt aan een mogelijke daling van de globale temperatuur. Verkeerde keuzes die wij hier maken, hebben een verwoestend effect op ons eens zo mooie land.

Wij hebben niks meer te zeggen over wie wij ons land binnenlaten en, misschien nog wel erger, over wie wij eruit willen gooien. Wij kunnen nu niet eens buitenlandse moordenaars, verkrachters en drugsbaronnen die hier in Nederland dood en verderf zaaien ons land uitzetten. Dat moet en dat kan anders. Daarom zal onze fractie binnen een maand een initiatiefwetsvoorstel indienen dat regelt dat veroordeelde criminelen met een dubbele nationaliteit na het uitzitten van hun straf ons land uitgezet worden.

Staat u mij toe, voorzitter, wat cijfers met u door te nemen die illustreren wat bijvoorbeeld de keuze om massa-immigratie toe te staan met ons land heeft gedaan. Bijna 30% van de Nederlanders heeft een migratieachtergrond. In vele wijken, met name in de grote steden, zijn Nederlanders inmiddels vreemdeling en minderheid in eigen land geworden. De netto-impact van de migratie op onze rijksbegroting is meer dan 46 miljard euro per jaar. Dat is bijna €5.500 euro per huishouden per jaar. Bijna 45% van alle sociale huurwoningen, corporatiewoningen, wordt bewoond door mensen met een migratieachtergrond. Meer dan de helft van alle verdachten in Nederland heeft een migratieachtergrond. Daders van seksuele uitbuiting zijn zelfs in 90% — 90% — van de gevallen allochtoon. Onze bijstandspot wordt vooral opgegeten door buitenlanders. Immers, 65% van alle bijstandontvangers is allochtoon.

Dit kabinet wil de AOW-leeftijd en het eigen risico verhogen. Ze willen bezuinigen op onze ouderen- en gehandicaptenzorg. Zelfs de duur van de werkloosheidsuitkering willen ze halveren. Dit kabinet snoeit dus en het snoeit hard in de verzorgingsstaat, een verzorgingsstaat die vooral door Nederlanders is opgebouwd, maar waar onevenredig veel buitenlanders gebruik van maken, mensen die er nooit één cent aan hebben bijgedragen. Mede door de enorme kostenpost die de niet-westerse migrant voor Nederland is, implodeert nu de Nederlandse verzorgingsstaat. Het is oneerlijk. Nederlanders hebben dit land opgebouwd en ten behoeve van de buitenlanders wordt het nu langzaam maar zeker afgebroken. De massa-immigratie heeft keihard ingebeukt op onze cultuur. Veel Nederlanders zijn mede daardoor ernstig in de war. Ze weten vaak niet eens meer het biologische verschil tussen man en vrouw en vinden begrippen als "God", "vaderland" en "gezin" primitief of zelfs fout. Dat terwijl juist het geloof in de Nederlandse normen en waarden, de liefde voor het mooie, soevereine land dat Nederland kan zijn en het bewustzijn dat de gewone Nederlandse gezinnen de ruggengraat van onze samenleving vormen, de ingrediënten zijn die een gezonde samenleving voeden.

Hoe ernstig die bijna permanente staat van verwarring is, werd vorige week pijnlijk duidelijk tijdens een raadsvergadering in onze hoofdstad, Amsterdam. Linkse dwaallichten, dus politici van D66, GroenLinks en PvdA, hadden bedacht dat je studenten en statushouders samen in één woonproject kon laten wonen. Het resultaat was dat veel van die statushouders de studentes gingen aanranden en verkrachten. Het debat van vorige week over dit wrede experiment ontaardde, omdat diezelfde linkse politici weigerden uit te spreken dat de verkrachters en aanranders man waren. Dat woord, "man", is namelijk niet woke. Ze weigerden al helemaal om te zeggen dat die mannelijke daders stuk voor stuk uit Afrika of het Midden-Oosten kwamen. Het niet willen en kunnen benoemen van de problemen is niet alleen een teken van verwardheid: het is levensgevaarlijk. Want zolang wij niet toegeven dat onze homo's, onze vrouwen, onze Joden, onze dochters, onze kinderen, onze normen en waarden en onze steden bezwijken door de komst van immigranten uit landen hier ver vandaan, met een cultuur ver verwijderd van de onze, zullen de problemen alleen maar toenemen.

Voorzitter. Terug naar de actuele politiek. Het debat van vandaag lijkt een herhaling van het debat van drie weken geleden. Net als drie weken geleden vindt onze fractie veel discussies prematuur. Zoals gezegd vinden ook wij veel voornemens van het kabinet niet goed. Maar wij kiezen ervoor om die inhoudelijke kritiek te geven op het moment dat het kabinet concrete voorstellen naar de Kamers stuurt. Wij kiezen ervoor om niet alleen maar vanaf de zijlijn te schreeuwen, zoals de heer Dijk, maar om daadwerkelijk ons best te doen om de slechte plannen van het kabinet beter te maken.

Een uitzondering op deze regel willen we vandaag wel maken. Dat betreft de maatregel van het verhogen van de AOW-leeftijd. Die staat wat ons betreft symbool voor de vele uiterst onverstandige en ongevoelige voornemens van het kabinet. Daarom dienen wij morgen samen met de SGP een motie in die de regering verzoekt om de aangekondigde verhoging weer terug te draaien. Ik hoop en verwacht dat de coalitiepartijen die motie gaan steunen. Dat doet recht aan al die hardwerkende Nederlanders die de afgelopen weken met pijn en verbazing kennis hebben genomen van dat onzalige plan. Dat is dan hopelijk ook een blauwdruk van de manier waarop wij in de toekomst de plannen van het kabinet ten positieve kunnen keren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer in het debat over de regeringsverklaring.

De voorzitter:

We zijn ook aan het einde gekomen van deze vergaderdag. Morgen om 10.15 uur zetten wij dit debat voort. Ik sluit de vergadering van woensdag 25 februari.

Sluiting