Klimaatakkoord gebouwde omgeving
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei hebben op 25 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over Klimaatakkoord gebouwde omgeving.
De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Bromet
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Zwinkels
De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
De Vos
Voorzitter: Van Asten
Griffier: Beekmans
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Asten, Beckerman, Grinwis, Van Leijen, Mooiman, Nobel, Van Oosterhout, Russcher en Steen,
en mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Aanvang 10.00 uur.
Klimaatakkoord gebouwde omgeving
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 17 maart 2026 inzake stand van zaken energieprestatie van gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV) (32847, nr. 1405);
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 9 januari 2026 inzake verduurzaming gebouwde omgeving, voortgang op diverse maatregelen, moties en toezeggingen (32847, nr. 1401);
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 9 januari 2026 inzake kabinetsreactie op het Rli-advies "Bouwen met toekomst. Werken aan woningen van duurzame materialen" (32847, nr. 1400);
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 13 november 2025 inzake stand van zaken VvE-Versnellingsagenda verduurzaming (30196, nr. 855);
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 19 september 2025 inzake opzet Periodieke rapportage artikel 2.1 VRO 2021-2025 (30983, nr. 4);
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 14 juli 2025 inzake implementatie Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) (22112, nr. 4107);
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 11 juli 2025 inzake verduurzaming gebouwde omgeving (32847, nr. 1376);
- de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 7 april 2025 inzake klimaatadaptatie gebouwde omgeving (32847, nr. 1320).
De voorzitter:
Goedemorgen, dames en heren. Welkom bij de vergadering van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Wij gaan in debat. Daarvoor heet ik allereerst de commissieleden welkom. Ik heet de minister welkom. Ik heet de mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis of vanuit werk meekijken welkom.
We hebben vandaag spreektijden van vier minuten per fractie. Ik zou willen voorstellen om af te spreken dat wij vier interrupties op elkaar en daarna vier interrupties op de minister hebben. Idealiter zijn die interrupties niet langer dan 30 seconden. Daar zullen wij enigszins op toezien. Dan houden we een beetje vaart in het debat.
Ik zou gelijk willen beginnen met dit debat Klimaatbeleid gebouwde omgeving. Ik wil daarvoor de heer Mooiman het woord geven.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het is goed dat we daar nu over spreken, zeker gelet op de voornemens van het nieuwe kabinet.
Voorzitter, ten eerste. Waar het gaat om verduurzaming zijn voor de PVV een drietal zaken leidend: daadwerkelijke verbetering van het wooncomfort, een lagere energierekening en vrijwilligheid. Voor ons staat voorop dat maatregelen om te verduurzamen efficiënt en betaalbaar moeten zijn en gedragen moeten worden. In een tijd waarin de woonlasten voor veel mensen al hoog zijn en de gemiddelde huizenprijs inmiddels de grens van een half miljoen euro is gepasseerd, is er wat ons betreft geen ruimte om vanuit ideologische overtuigingen steeds nieuwe eisen op te leggen en mensen verder op kosten te jagen. Toch lezen we in de stand van zaken energieprestatie gebouwen dat het kabinet het noodzakelijk acht om aanvullende beleidsmaatregelen te treffen om klimaatdoelen te halen, terwijl in het coalitieakkoord juist staat dat wordt ingezet op het standaardiseren van duurzaamheidsnormen en wordt doorgegaan met de inzet tegen prijsopdrijvende regels. Een vraag aan de minister is dan ook aan wat voor beleidsmaatregelen zij denkt en hoe deze in relatie staan tot het coalitieakkoord. Is de minister het met ons eens dat nieuwe duurzaamheidseisen op zichzelf onverstandig zijn en dat we ons dus niet blind moeten staren op klimaatdoelen alleen, maar ook oog moeten houden voor de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid?
We staan immers voor een enorme woningbouwopgave. Het woningtekort is opgelopen naar meer dan 410.000 woningen en we halen het doel van 100.000 woningen per jaar helaas nog steeds bij lange na niet. Extra eisen gaan dat simpelweg niet makkelijker maken. Wat ons betreft zou het dan ook verstandig zijn om in te zetten op vertrouwde methodes, zoals het verder isoleren van woningen. Isolatie kan zowel het wooncomfort verbeteren als de energierekening verlagen. Maar toch ligt juist hier een groot probleem. We zien dat de isolatiebranche al langere tijd in zwaar weer verkeert. Vooral de spouwmuurisolatie in particuliere woningen is de laatste jaren hard achteruitgegaan. In 2024 zag deze sector een terugloop in de opdrachten van ongeveer 70%. Volgens de branche zelf komt dit onder meer door versnipperd beleid, bijvoorbeeld rondom natuurbescherming. Brancheorganisaties roepen dan ook op tot meer eenduidigheid in beleid. Ze stellen dat er snel duidelijkheid moet komen over hoe woningen vergunningsvrij geïsoleerd kunnen worden en hoe er met de vleermuisproblematiek wordt omgegaan. Daar hebben we natuurlijk in de Kamer ook meermaals over gesproken. We vragen de minister hoe zij naar deze oproep kijkt en wat de stand van zaken daaromtrent inmiddels is.
Voorzitter. Daarnaast vinden wij dat verduurzaming vrijwillig tot stand moet komen. Als iets goed werkt, ontstaat er vanzelf vraag naar. We willen mensen niet opzadelen met extra kosten voor experimentele technologieën. Wat ons betreft kan er dus ook nooit dwang of drang plaatsvinden. In dat kader is onze fractie geen voorstander van het normeren van hybride warmtepompen vanaf 2029. De PVV heeft er eerder juist voor gezorgd dat een verplichting van tafel ging, maar het nieuwe kabinet lijkt die verplichting alsnog terug te brengen, terwijl veel mensen simpelweg niet het geld hebben om een warmtepomp aan te schaffen en de effecten ervan bovendien sterk kunnen verschillen per woning. Ook woningcorporatiekoepel Aedes heeft aangegeven dat de warmtepompnormering nu geen goed plan is. Volgens hen betekent normering dat corporaties gedwongen worden om te investeren op een moment dat de kosten het hoogst zijn, terwijl zij daar de financiële ruimte niet voor hebben en ook al kampen met aanzienlijke tekorten. Recent kwam ook de Woonbond met een brandbrief over het draagvlak onder huurders voor de energietransitie. Volgens de Woonbond staat dat draagvlak ernstig onder druk. Wij herkennen dat signaal. Is de minister het met ons eens dat er dus geen dwang of drang mag plaatsvinden en dat de normering die in het coalitieakkoord is opgenomen geen verplichting mag worden?
Voorzitter. Tot slot nog een punt over de circulariteit. De PVV maakt zich er zorgen over dat de huidige ambities op dit terrein ten koste kunnen gaan van de betaalbaarheid en realisatiekracht van nieuwe woningen. Een circulaire bouwsector waarin de uitstroom van materialen volledig voorziet in de behoefte aan nieuwe materialen is wat ons betreft niet realistisch. Is de minister het met de PVV eens dat doelstellingen voor circulariteit de woningbouw niet in de weg mogen zitten?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage.
De heer Nobel (VVD):
Ik dacht: ik wacht even tot collega Mooiman zijn bijdrage heeft afgerond. Voor een heel groot deel snap ik de zorgen die de PVV uit over duurzaamheideisen, namelijk dat die kunnen leiden tot een stijging van de bouwkosten. Tegelijkertijd geeft de markt zelf aan dat als duurzaamheidseisen gestandaardiseerd zijn, die wat de bouwers betreft nog wel wat verder zouden mogen gaan, zolang er maar niet allerlei gemeentelijke of regionale eisen bovenop komen. Dat zorgt er namelijk voor dat ze te maken krijgen met allerlei verschillende eisen. Dan gaat het wel in de papieren lopen en kan het niet uit. Hoe kijkt de PVV aan tegen de oproep van de markt zelf dat het best op een hoger niveau zou kunnen, met daarmee ook lagere kosten voor de bewoners, zolang er maar niet allerlei regionale duurzaamheidseisen bovenop komen?
De heer Mooiman (PVV):
Goede vraag. Ik denk dat standaardisatie een goede zaak is. Het versnipperde beleid waar we nu mee te maken hebben, leidt in veel gevallen tot hogere kosten en zorgt ervoor dat er per gemeente een andere aanpak moet komen. Dat is problematisch en dat werkt kostenverhogend. Ten aanzien van de eisen zelf en de vraag of er aan een hogere norm voldaan moet worden, zijn we het juist eens met de koers van het vorige kabinet en van de vorige minister, die heeft gezegd dat de aanscherping van de MPG van tafel gaat. Daar zijn wij ook voorstander van. We zien dat daarover verschil van inzicht is tussen marktpartijen, maar het lijkt ons in essentie belangrijk om ervoor te zorgen dat de maatregelen die we nemen, niet kostenverhogend werken. Maar we zijn natuurlijk wel voorstander van maatregelen waarmee isolatie gestimuleerd kan worden en op een betere manier kan worden vormgegeven.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie.
De heer Van Leijen (D66):
Volgens mij is het een goed betoog van de heer Mooiman over het vooropstellen van betaalbaarheid bij duurzaamheid. Dat kan ik heel goed begrijpen, maar juist vanuit die gedachte kan normstelling enorm helpen. Dat hoor je de markt ook zeggen: als we een duidelijke norm hebben waar we naartoe kunnen werken, hebben we investeringszekerheid, krijgen we schaal en kunnen we de productiekosten omlaagbrengen. De andere kant is het intrekken van zo'n norm. Denk aan de hybride warmtepomp: dan weer wel, dan weer niet. Die wiebeligheid helpt niet. Is zo'n norm met het oog op de betaalbaarheid dan niet juist een hele goede stap?
De heer Mooiman (PVV):
Ik denk dat een norm of verplichting geen goede stap is voor de betaalbaarheid, zeker niet voor de normale Nederlanders, voor de particulieren die uiteindelijk zo'n warmtepomp moeten bekostigen. Heel veel mensen hebben daar het geld niet voor. In heel veel gevallen zal het ook niet leiden tot een lagere energierekening of tot een verbetering van het wooncomfort. We horen ook dat investeerders en woningbouwcorporaties zeggen: doe dit vooral even niet; laat ons zelf de keuzes maken die wij willen maken. Dat lijkt mij de manier waarop we het moeten doen.
De heer Van Leijen (D66):
Dan toch nog een vervolgvraag. Volgens mij kunnen wij elkaar vinden in het feit dat het enorm zou helpen als de kosten voor een warmtepomp omlaag zouden gaan. Dat is ook iets waar de sector samen met Aedes mee bezig is; ze willen de kosten halveren, geloof ik. Dan helpt het toch juist als je een duidelijke stip op de horizon hebt, als je massa kunt gaan maken, als je schaal kunt gaan maken, als je voorspelbaarheid hebt als investeerder? Zo breng je die kosten omlaag.
De heer Mooiman (PVV):
Toch constateer ik dat er in heel veel gevallen wordt ingezet op experimentele toepassingen. Kijk bijvoorbeeld naar warmtenetten en ook naar de hybride warmtepomp. De kosten daarvan liggen ontzettend hoog en wegen niet op tegen de baten die ervan uit zouden moeten gaan. Ik denk dat het verstandig is dat dit soort technologieën eerst nog verder ontwikkeld worden. Nogmaals, uiteindelijk vind ik dat het ook een vrije keuze is. Het is aan mensen zelf wat ze wel en niet willen met hun woning. Een normering of een verplichting heeft daar wat ons betreft geen plaats in.
De voorzitter:
Dank. Voordat ik mevrouw Beckerman het woord geef, wil ik de commissie nog twee mededelingen doen. Allereerst graag de toestemming dat wij vandaag mevrouw Van Oosterhout in ons midden hebben. Welkom, zou ik willen zeggen. U bent officieel geen lid van de commissie. U valt in. Daarom moeten we even toestemming vragen aan de rest van de commissie of zij daarmee instemmen. Ik zie geknik, dus welkom. De tweede mededeling gaat mijzelf aan. Ik ben invalvoorzitter en ben op het laatste moment ingevallen, maar ik kan helaas maar tot 12.00 uur, dus daarna zal een van u het moeten overnemen. Dat ook voor de mensen thuis: dat zal dadelijk de voorzitterswissel worden. Na deze dienstmededelingen geef ik graag het woord aan mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ze zeggen: niets is zeker, behalve de dood en belastingen. Maar we kunnen daar een aantal zekerheden aan toevoegen. Eén. We komen keer op keer in een energiecrisis terecht. Twee. Het zijn steeds dezelfde huishoudens die in goede en in slechte tijden betalen en dezelfde Shells en co die ervan profiteren. Drie. Opeenvolgende kabinetten zijn chronisch onbetrouwbaar gebleken. Vier. Elke crisis opnieuw wordt er naar het Groningenveld gekeken door enkele rechtse partijen, terwijl dat alleen maar meer ellende oplevert.
Deze weken houden miljoenen Nederlanders hun adem in voor wat de geopolitieke crisis brengt. Het is huilen bij de pomp, het is voor velen onbetaalbaar om te stoken, wéér. Er zijn miljarden verspild aan klimaatbeleid waarvan de rijken hebben geprofiteerd, terwijl huurders en lagere inkomens betalen. Het draagvlak voor veel klimaatmaatregelen is daarmee verspeeld. En daar zitten we weer. Nog steeds afhankelijk en nog steeds zit het kabinet op zijn handen.
Vijf dingen die we vandaag moeten doen. Eén. Ik begin met de zonnepanelen. Huurders en mensen met lagere inkomens werd verteld: neem zonnepanelen, je gaat ervan profiteren. De hogere inkomens, die als eerste konden investeren, hébben kunnen profiteren. Goed. En nu anderen aan de beurt zijn, stopt ineens de salderingsregeling. Huurders met zonnepanelen betalen na 2027 vaak meer dan huurders zonder zonnepanelen. Als je als overheid belooft dat iets geld gaat opleveren en je stuurt daarna alsnog de rekening, ben je onbetrouwbaar. Dit is funest voor het vertrouwen. Als u nog iets van draagvlak wilt herwinnen, moet er nu compensatie komen voor huurders en mensen die niet jarenlang hebben kunnen profiteren van het salderen. Vraag: gaat u de aangenomen SP-motie alsnog uitvoeren en daarna een plan voor meer zon op dak en collectieve opslag maken?
Twee. Warmtenetten. Elke energiecrisis opnieuw blijkt hoe afhankelijk we zijn van gas. Warmtenetten kúnnen een oplossing zijn, maar niet zoals het nu gaat. Huurders op een warmtenet betalen gemiddeld €370 extra per jaar. Ook dat is funest voor het draagvlak. U zegt in het coalitieakkoord dat u wilt inzetten op warmtenetten, maar waar is het hiervoor benodigde geld, vraag ik de minister. Hoe gaat u zorgen dat er een echte woonlastengarantie komt?
Drie. Zeggenschap. Als je dan als overheid — ik noemde net twee voorbeelden — zo onbetrouwbaar bent en mensen keer op keer belooft dat ze profiteren, om ze achteraf de rekening te sturen, is het niet de oplossing om hun dan maar zeggenschap af te nemen. Dat is wat er nu wel te vaak gebeurt. Zo zijn er corporaties die de 70% instemming bij renovatie proberen te omzeilen door grote projecten aan te merken als groot onderhoud of de aanleg van een warmtenet als dringende werkzaamheden. Vraag aan de minister: hoe gaat zij garanderen dat huurders hun rechten behouden of, beter nog, hoe wil zij die rechten versterken?
Vier. Isoleer. Mijn voorganger sprak er ook al over. Hoe minder we hoeven te verbruiken, hoe beter. Goed dat het kabinet zegt dat het met een Isolatie Offensief komt, maar dat is niets waard als het daarvoor onvoldoende geld vrijmaakt. Hoe zorgt u dat er voldoende geld is voor de isolatie van corporatiewoningen? Gaat u het geld uit het Social Climate Fund inzetten voor energiebesparende maatregelen voor mensen met de laagste inkomens?
Vijf. Verlaag de energierekening nu. Nederland heeft de hoogste gasbelasting. Terwijl huishoudens de rekening niet kunnen betalen, verdient het kabinet op de gestegen gasprijzen en blijft het tot het najaar, zoals we nu horen, op zijn handen zitten. Dat is ongekend. Wat gaat de minister nu doen om de energierekening voor huishoudens te verlagen?
Tot slot, voorzitter. Het kan wél. Spanje doet het: 5 miljard steun aan zijn inwoners, een lagere energierekening, gerichte steun voor lagere inkomens en een huurbevriezing. Dit zijn allemaal voorstellen die wij hier zouden kunnen overnemen. Bovendien was de energierekening in Spanje al lager dan het Europees gemiddelde doordat ze hebben geïnvesteerd in groene, duurzame energie. Het kan wél. Nu u weer, minister. Als je het maar wil.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw betoog. Dan ga ik naar mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik val dus eenmalig in voor mijn collega Suzanne Kröger, die verhinderd is.
Voorzitter. Voor de tweede keer in enkele jaren laten we ons overvallen door gebeurtenissen elders op de wereld die de energiemarkt, de fossiele energiemarkt om precies te zijn, zwaar verstoren. Laten we wel wezen: de energiecrisis die op ons afkomt, is in de eerste plaats een fossiele crisis. De enige manier om onszelf structureel weerbaarder te maken tegen een steeds instabielere wereld, is door onze fossiele afhankelijkheid af te bouwen. Dat betekent dat we efficiënter moeten omgaan met energie en moeten overstappen op hernieuwbare energie. Net als bij de Oekraïnecrisis dreigen de hoge prijzen op de energiemarkt op het bordje van huishoudens te belanden. Dat is, wederom, slecht nieuws. Volgens de laatste cijfers hebben nu al ruim een half miljoen huishoudens te kampen met energiearmoede. Een op de twaalf kinderen groeit daarin op. Als we niks doen, wordt de energiearmoede alleen nog maar groter door de oorlog in Iran. Op korte termijn betekent het dat we huishoudens gericht moeten helpen als zij hun energierekening niet kunnen betalen, vandaar onze recente voorstellen om bijvoorbeeld het energienoodfonds te heropenen. Maar de structurele oplossing is om mensen te helpen hun huis te verduurzamen. Het coalitieakkoord geeft gemixte signalen af over wat de coalitie wil. Er is namelijk nogal een verschil tussen de tekst en de budgettaire bijlage. Het coalitieakkoord schrijft bijvoorbeeld over een Isolatie Offensief, maar daar is geen geld voor gereserveerd. Hoe ziet zo'n Isolatie Offensief zonder enige middelen eruit? Wat zijn de plannen van deze minister?
Gelukkig zien we dat er in veel gemeenten al stappen zijn gezet sinds de Oekraïnecrisis, maar helaas zien we ook dat de verschillen tussen gemeenten steeds groter worden, zowel in aanpak als in effectiviteit. Het Regionaal Energieloket heeft deze verschillen in beeld gebracht en concludeert dat gemeenten die effectief drempels verlagen, veel meer vaart maken in hun isolatieaanpak. Ook de SER kwam vandaag met een rapport dat stelt: ontzorg mensen met een mensgerichte aanpak. Vereenvoudig bijvoorbeeld de subsidies voor verduurzaming, zodat het van tevoren voor bewoners glashelder is welk bedrag ze aan subsidie kunnen ontvangen. Financier vooraf in plaats van achteraf. Bied mensen aan de subsidieaanvraag uit handen te nemen. Zorg voor deur-voor-deuractivatie en -advisering om mensen te informeren en te enthousiasmeren. Werk met vooraf geselecteerde uitvoerders waarvan mensen zeker weten dat ze kwaliteit leveren.
De vorige minister benadrukte steeds zich niet met gemeentelijke uitvoering te willen bemoeien. Kijkt deze minister daar net zo tegen aan? Zo niet, hoe gaat zij ervoor zorgen dat best practices common practices worden? Welke lessen van het Regionaal Energieloket wil ze gemeenten precies laten overnemen?
De heer Nobel (VVD):
Het gebeurt denk ik niet vaak, maar ik ben het volledig eens met GroenLinks-PvdA. Ik vind ook dat de minister zich steviger tegen gemeenten aan zou moeten bemoeien, met name gemeenten die allerlei duurzaamheidsambities stellen boven op het landelijk beleid. Hoe kijkt de PvdA-GroenLinksfractie daartegen aan? Heel veel woningen worden niet gebouwd doordat gemeenten hun eigen duurzaamheidsambities opleggen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we het gemeenten vrij moeten laten om, waar dat kan, extra stappen te zetten. Verduurzaming van woningen biedt niet alleen extra wooncomfort, maar zorgt er ook voor dat de energierekening structureel omlaaggaat. Het lijkt me dus heel goed om gemeenten daarin vrijheid te geven.
De heer Nobel (VVD):
Ik was al bang voor dit antwoord. Het blijkt maar weer dat GroenLinks-PvdA liever voor vogelhuisjes kiest dan voor het bouwen van echte woningen. Dat stelt de VVD enorm teleur.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik zou daar heel graag op willen reageren dat het heel belangrijk is dat we naar de lange termijn kijken en dat die twee dingen gelukkig heel goed hand in hand gaan. Ik vind het ook belangrijk om hier te benoemen dat er in gemeenten waar GroenLinks-PvdA de grootste is en wethouders levert, structureel meer wordt gebouwd dan in andere gemeenten.
De voorzitter:
De heer Nobel met zijn vierde en tevens laatste interruptie.
De heer Nobel (VVD):
Die gebruik ik graag. In de buurgemeente van de gemeente waar ik zelf woon, in Amsterdam, waren de bouwambities torenhoog. In verkiezingstijd heb ik de wethouder van GroenLinks-PvdA daar zo'n beetje iedereen de maat zien nemen, maar de bouwambities blijven daar enorm achter. U kunt toch niet ontkennen dat het in de hoofdstad, waar het meest gebouwd zou moeten worden, totaal niet van de grond komt door links beleid?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Helaas hebben we ook te maken met een rechts kabinet, dat met nationaal beleid voor flink wat problemen heeft gezorgd de afgelopen periode. We kunnen dat niet allemaal op rekening van die wethouder schrijven. Ik heb er alle vertrouwen in dat we de komende periode veel meer betaalbare woningen in Amsterdam zullen gaan zien.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog na dit interruptiedebat, dat zo mooi begon met de opmerking dat u het met elkaar eens was.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben ook wel heel erg benieuwd of de minister kan ingaan op de adviezen van de SER die vandaag naar buiten zijn gebracht. Is deze minister bereid om als eerste minister echt werk te gaan maken van waterzijdig inregelen, ook wel de vergeten groente onder de verduurzamingsmaatregelen genoemd?
Voor warmte geldt hetzelfde als voor het Isolatie Offensief. In het coalitieakkoord staat dat het kabinet vol wil inzetten op warmte én op het opkopen van bestaande private partijen. Maar ook hier staat geen geld tegenover. Voor de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen is dit jaar precies nul euro beschikbaar. Het gevolg is dat allerlei projecten stil dreigen te vallen en duizenden gezinnen moeten wachten op verduurzaming. Voor de begroting dienden wij daarom een amendement in om dit jaar alsnog 77 miljoen euro te regelen. Maar dat werd weggestemd, ondanks dat zowel deze minister als de minister van KGG de noodzaak ervan onderschreven. Wat zijn die mooie woorden in het coalitieakkoord dan waard? Vooralsnog helemaal niks. Deze coalitie laat huurders met een hoge rekening in de kou zitten. Juist nu de energieprijzen door het dak gaan, is dat ronduit schandalig. Ook voor de komende jaren ontbreekt elke financiële zekerheid. Wat zijn de prognoses van de minister wat betreft welke middelen de komende jaren nodig zijn voor de opkoop en uitrol van warmtenetten? Hoe verklaart zij de discrepantie tussen de tekst in het coalitieakkoord en de budgettaire bijlage en tussen de mooie woorden en het stemgedrag van deze coalitie?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Ik ga door naar de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Je eigen huis moet geen plek zijn die je portemonnee opslokt. Door de stijgende energieprijzen en de wispelturigheid in de wereld, wordt het steeds duidelijker dat we minder afhankelijk moeten worden van onvrije landen. De verduurzaming van gebouwen biedt daarvoor een goede kans. Het vermindert de afhankelijkheid en draagt bij aan de betaalbaarheid van de kosten voor bewoners en aan het behalen van de klimaatdoelen. In mijn bijdrage zal ik stilstaan bij drie oplossingen: het terugdringen van administratieve lasten, het stimuleren van standaardisering en het versimpelen van natuurvergunningen en energielabels.
Allereerst de administratieve lasten. Wat de VVD betreft, stapelen we stenen en geen papier. Er moet sneller en efficiënter verduurzaamd worden, bijvoorbeeld door het vereenvoudigen van vergunningen en het invoeren van duidelijke processen voor vve's en projectontwikkelaars. Hoe is de minister van plan voorspelbaar woningbeleid te voeren? Op welke manier is zij van plan om de administratieve lasten concreet te verminderen, zodat woningbouw en renovaties niet langer worden vertraagd door complexe regels? Hoeveel regels wil deze minister gaan schrappen? Hoe is zij van plan dit te behalen? Wat als die doelen niet worden behaald? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat langlopende vergunningsprocessen worden doorbroken? Kan zij aangeven hoe ze aankijkt tegen het stimuleren van standaardisering?
Voorzitter. Voor de bouwsector is verduurzaming helemaal geen vies woord. Sterker nog, volgens bouwers kunnen de duurzaamheidsambities omhoog als alle bovenwettelijke eisen die zijn opgelegd door lokale overheden, worden geschrapt. Bouwers hebben aangegeven dat zij in hun fabrieken veel sneller gestandaardiseerde onderdelen van woningen kunnen bouwen, maar dit is alleen effectief als niet elke gemeente eigen wensen en aanvullende eisen heeft. Als de ene gemeente wel een vogelhuisje wil en een andere gemeente niet, of als de ene gemeente een vogelhuisje wil voor de specht en de andere voor de zwaluw, schiet het natuurlijk niet op. Wat de VVD betreft moeten we vertraging voorkomen, juist met hoge ambities, maar wel met het oog op standaardisering. Voorspelbaarheid is daarbij de belangrijkste factor. Hoe kijkt de minister hiernaar?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat ben ik helemaal met collega Nobel eens. De ChristenUnie is ook groot fan van die gestandaardiseerde bouw in fabrieken, de fabrieksmatige bouw, en de industriële bouw. Daar missen we nu zoveel kansen. Soms kan het dan ook nodig zijn om regels landelijk te uniformeren. Sommige regels hebben we gewoon nog niet gesteld. Als ieder drinkwaterbedrijf een andere eis stelt aan de aansluiting van een drinkwaterinstallatie, dan hebben we ook een probleem. Is de heer Nobel dan ook vice versa bereid om soms landelijke regels te stellen, ook al komt er dan formeel een regel bij, om juist de industriële bouw te bevorderen in Nederland en de snelheid van de woningbouw te verhogen?
De heer Nobel (VVD):
In principe denk ik dat we de afgelopen periode zo veel hebben gereguleerd dat we echt moeten oppassen met het toevoegen van nog meer regels. Tegelijkertijd, als een regel ervoor zorgt dat de bouw versneld wordt, dan wil ik daar altijd naar kijken. Maar vanuit de VVD zeg ik wel: we hebben zoveel regels gestapeld de afgelopen periode dat ik liever wil bekijken welke regels we kunnen wegnemen om de bouw te bevorderen dan dat ik weer extra regels ga toevoegen. Maar ik ga niet dogmatisch zijn door te zeggen dat wij er niet welwillend naar kijken als iets ertoe kan leiden dat de bouw wordt versneld.
Voorzitter, misschien kan ik mijn betoog vervolgen. Ik denk namelijk dat dat hierop aansluit. Ik wil de minister namelijk vraag of zij kan reflecteren op het eventueel herzien van het Bbl en op het meer standaardiseren daarvan.
Voorzitter. Dan de energielabels. De VVD ziet dat de regels rond energielabels onduidelijk en bureaucratisch zijn, met problemen in bewijsvoering, foutieve labels en ook nog eens hoge administratieve lasten. Soms vallen energielabels lager uit dan de werkelijke prestaties, wat leidt tot onnodige kosten en onzekerheid. De VVD zou graag willen dat er duidelijke richtlijnen, betere digitale systemen en transparante informatie over toekomstige eisen zijn. Hoe gaat de minister deze onduidelijkheden structureel oplossen, de lasten verminderen en de invoering van nieuwe Europese eisen zonder extra vertraging begeleiden?
Tot slot, voorzitter. De VVD erkent het belang van natuurbescherming, maar in de praktijk zie ik onduidelijkheid en oplopende kosten voor vergunningstrajecten. Hoe wil de minister deze procedures efficiënter maken, doorlooptijden verkorten en waarborgen dat kosten en eisen proportioneel blijven, met name voor middelgrote en kleine bouwprojecten? Welke stappen neemt de minister om onduidelijkheden in de toepassing van bijvoorbeeld natuurvergunningen weg te nemen, zodat bouwers niet in langdurige procedures terechtkomen? Hoe kijkt de minister bijvoorbeeld aan tegen een algemene natuurvergunning in plaats van allemaal losse natuurvergunningen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Dan ga ik naar de heer Russcher. O, excuus! Ik had het niet gezien; het is toch een beetje de blinde hoek daar. Excuus. Er is een interruptie voor u van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik begreep dat een kwart van de huishoudens zich nu alweer zorgen maakt over de energierekening en minder verbruikt, en ik hoor een VVD die hier zit te praten over vogeltjes. De partij ging de verkiezingen in met "rust in je portemonnee". Ik wil de heer Nobel alsnog de kans geven om te reageren op de vraag hoe hij en de VVD gaan zorgen voor rust in je portemonnee, direct een lagere energierekening en wat ze gaan doen op de langere termijn.
De heer Nobel (VVD):
Volgens mij startte ik mijn betoog met het gegeven dat we op dit moment in een heel onrustige wereld leven. We zien dat de energieprijzen enorm toenemen, ook omdat we zelf heel afhankelijk zijn van onvrije landen. Ik begon met aan te geven dat we daar zo snel mogelijk vanaf moeten. De VVD heeft ook in andere commissies bepleit dat we snel moeten kijken naar onze eigen energiehuishouding. Door bijvoorbeeld kernenergie worden we minder afhankelijk van andere landen. Als de SP zich erbij aansluit dat we minder lang afhankelijk moeten blijven van andere landen, dan is de SP van harte welkom om samen met de VVD daarin op te trekken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga het toch nog één keer proberen voor "direct". Bij de vorige energiecrisis, in 2021, waren de gasprijzen hoger dan nu. Toch betalen huishoudens nu meer. Dat komt door het kabinet, waar de VVD deel van uitmaakt. De gasbelasting is nu €0,30 per kuub hoger dan in de vorige energiecrisis. De reden daarvoor was, zeiden ze, dat we huishoudens dan een prikkel geven om te verduurzamen. Heel veel mensen kúnnen niet verduurzamen. Die zitten in een huurhuis en kunnen niet zelf maatregelen nemen. Heel concreet voorstel: is de VVD bereid om daar direct iets aan te doen, zodat mensen daadwerkelijk in een warm huis kunnen zitten?
De heer Nobel (VVD):
Sorry, ik dacht dat er nog iets achteraan kwam. Alles valt of staat met de afhankelijkheid die Nederland heeft van landen waarvan we voor onze gasvoorraad en onze olie afhankelijk zijn zolang we zelf onvoldoende in staat zijn om die energierekening omlaag te brengen. Dat is het belangrijkste gegeven, denk ik. Daarnaast zijn we ook bezig met bijvoorbeeld een Isolatie Offensief. Er gaan dus al heel veel middelen naar mensen die in een huurwoning zitten. De SP vergeet voor het gemak maar even dat er ook heel veel mensen zijn, zoals ik zelf ook al zei, die een koopwoning hebben. Daarvan gaf ik namens de VVD aan dat het niet zo moet zijn dat die koopwoning ervoor zorgt dat je hele portemonnee wordt opgeslokt. De VVD richt zich dus niet alleen op de Nederlanders die in een sociale huurwoning zitten. Ik weet dat de SP alleen daar de focus op heeft. Dat is voor de VVD niet aan de orde. Morgen, of volgens mij zelfs nog vandaag, is er bijvoorbeeld ook een debat over de prijzen aan de pomp. Al die mensen die in de file staan, worden ook nog eens elke dag geconfronteerd met die hoge energieprijzen aan de pomp. Wat dat betreft is er veel meer aan de hand dan alleen de isolatie van woningen. Dat is ook wat ik bedoelde aan het begin van mijn betoog. We zullen als Nederland echt moeten nadenken over onze eigen positie in een wereld die heel erg onvrij en wispelturig is op dit moment.
De voorzitter:
Graag een iets beknopter antwoord, in verband met de tijd.
Mevrouw Beckerman (SP):
Soms heb je heel veel woorden nodig als je eigenlijk niet durft te zeggen: nee, we gaan er niks aan doen; we doen er niks aan. Mijn derde vraag voor de heer Nobel is dan de volgende. Hij zegt dat we zo afhankelijk zijn van onvrije landen. Ja, tot uw dienst. Daarom hebben heel veel partijen hier, zeker ter linkerzijde van de Kamer, in de afgelopen jaren voorstel op voorstel op voorstel gedaan — gisteren zijn er nog meerdere weggestemd — om ervoor te zorgen dat er wel geld is voor isolatie van woningen, juist ook van koopwoningen. Ook daar zie je namelijk dat mensen met lagere inkomens helemaal knel zitten door opeenvolgende VVD-kabinetten. Heel concreet dan mijn vraag. De heer Nobel zegt: het kan met een Isolatie Offensief. Oké, prima. Hoeveel geld wilt u daarvoor beschikbaar stellen? Want op dit moment is het karig.
De heer Nobel (VVD):
Volgens mij begint het met heel iets anders. Het begint met veiligheid en met als Nederland zelf in staat zijn om minder afhankelijk te worden. Daarin vindt de VVD de partijen aan de linkerzijde heel vaak niet aan haar kant, bijvoorbeeld als het gaat om miljardeninvesteringen op het gebied van defensie of om de miljarden die de VVD graag beschikbaar zou willen stellen voor kernenergie. Uiteindelijk gaat het inderdaad om woningen, maar u bent alleen bezig met de isolatie van woningen, terwijl we het grotere probleem waar ik het over heb, de onveiligheid en de mate waarin Nederland zelf in staat is om minder afhankelijk te zijn, echt met elkaar zullen moeten aanpakken. Je kunt inderdaad een Isolatie Offensief starten, en ik denk dat het heel goed is dat dat er is, maar daarmee gaan we het niet redden.
De heer Mooiman (PVV):
Ik heb een vraag aan de heer Nobel over de warmtepompen. In het vorige kabinet hebben we samen met de VVD afgesproken om de verplichting van een warmtepomp in 2029 te schrappen. Dat was een goede inzet, wat ons betreft. Tegelijkertijd zien we dat in het nieuwe kabinet, in de nieuwe coalitie, is afgesproken om daarin toch te gaan normeren. Mijn vraag aan de VVD is: vindt de VVD ook dat normeren nooit mag leiden tot verplichten, dus klopt het dat de VVD normeren ook niet ziet als een verplichting?
De heer Nobel (VVD):
Ik denk dat het, zeker met het advies van vanochtend van de SER, wel duidelijk wordt dat de Nederlander helemaal gek wordt van "wel, niet, wel, niet". Het feit dat dit kabinet zegt dat we de warmtepomp moeten gaan doen, komt in die zin tegemoet aan het advies. Tegelijkertijd denk ik dat vooral voorspelbaarheid belangrijk is — dat gaf ik eerder ook al aan bij de standaardisering voor bouwers — voor heel veel Nederlanders. Mensen willen weten: wat gebeurt er wanneer ik mijn woning ga verduurzamen, wanneer ik panelen of een warmtepomp aanschaf? Ik denk dat het belangrijk is dat de overheid vooral voorspelbaar is. Ik ga ervan uit dat de minister — maar daar kan de minister zelf op reflecteren — niemand een warmtepomp door de strot gaat duwen.
De heer Mooiman (PVV):
Toch nog een vervolgvraag. Er zijn natuurlijk een heleboel huishoudens die zo'n warmtepomp niet kunnen betalen. In het betoog van de heer Nobel hoor ik de gedeelde wens terug dat de woningen die gebouwd worden, wel betaalbaar blijven; of dat nou een sociale huurwoning, een koopwoning of een middenhuurwoning is, maakt dan even niet uit. Allerlei extra eisen zullen daar natuurlijk wel iets mee gaan doen. Uit het laatste antwoord van de heer Nobel haal ik dus dat de VVD ook vindt dat een warmtepomp niet verplicht moet worden. Dat vraag ik gewoon even om het concreet te maken.
De heer Nobel (VVD):
De VVD zal zich gewoon houden aan de afspraken in het coalitieakkoord; laat ik dat vooropstellen. Maar ik ga ervan uit — ik denk dat de minister dat straks zal bevestigen — dat de minister er heel zorgvuldig mee omgaat wanneer huishoudens in de knel komen, zeker financieel, omdat ze niet kunnen meekomen in de energietransitie. We hebben ook niet met elkaar afgesproken dat we dit van vandaag op morgen moeten realiseren. Bij nieuwbouwtrajecten is de warmtepomp eigenlijk standaard, dus daar maak ik me niet zo heel veel zorgen over. Het gaat met name om bestaande bouw.
De voorzitter:
Dank. Dan komen we nu bij de bijdrage van de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Klimaatbeleid in de gebouwde omgeving: dit commissiedebat laat eigenlijk al zien wat er misgaat. De vorige kabinetten en dit kabinet maken samen met Brussel wonen steeds duurder door hun obsessie met de klimaatideologie. Terwijl er al een woningtekort is van meer dan 400.000 woningen, worden hardwerkende Nederlanders op kosten gejaagd met Brusselse klimaatdictaten, verplichte warmtepompen en peperdure duurzaamheidseisen. Neem de EPBD IV, een EU-richtlijn die uiterlijk in 2050 moet zorgen voor een volledig emissievrije gebouwde omgeving, en de ZEB-normen, die eisen dat nieuwe gebouwen vanaf 2030 geen CO2 meer uitstoten tijdens de gebruiksfase. Per 2029 wordt ingezet op normering van hybride warmtepompen, dus mensen moeten als zij hun cv-ketel vervangen, overgaan op een hybride warmtepomp. In de praktijk betekent dit dus dat voor de meeste huishoudens er geen keuze overblijft, een verkapte verplichting dus. En dat voor peperdure systemen die in slecht geïsoleerde woningen bij wat lagere temperaturen niet functioneren. Als je ze een beetje goed wil laten werken, kunnen ze tot wel €20.000 aan extra kosten met zich meebrengen voor isolatie. Het gevolg van deze verplichting is nu dan ook al duidelijk: hogere kosten, meer onzekerheid en meer druk op huishoudens die het nu al moeilijk hebben. Bovendien hebben ze een terugverdientijd van tot wel tien jaar.
Deze groene gekte zie je bijvoorbeeld ook terug bij de VvE-Versnellingsagenda, want besluitvorming binnen vve's gaat naar 51% meerderheid voor verduurzaming in plaats van de tweederdemeerderheid nu. In de praktijk betekent dit dat een klein deel van de bewoners, 51% dus, de rest kan dwingen tot forse duurzaamheidsinvesteringen waar ze niet op zitten te wachten.
De voorzitter:
Op dit punt heb ik een interruptie voor u van de heer Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Het was op een eerder punt. Ik heb er heel eventjes op gekauwd. Klimaatgekte, hoor ik. Ik noem dat vaak juist goed klimaatbeleid. Stevige woorden van de heer Russcher. Mijn vraag aan u is: zou u hier gewoon mee willen stoppen?
De heer Russcher (FVD):
Nee, want Forum voor Democratie is tegen het klimaatbeleid. Het heeft geen enkele zin om onze hele economie en welvaart op te offeren voor mogelijk 0,000036 graden minder opwarming in 2050.
De heer Van Leijen (D66):
Dat is een helder antwoord: stoppen dus. Dan ga ik daar toch even op doorvragen. Als ik kijk naar het Nationaal Isolatieprogramma, zie ik dat daar de afgelopen jaren ongeveer een half miljoen woningen mee zijn geïsoleerd. Er wonen ongeveer twee mensen in een woning, dus dan heb je 1 miljoen Nederlanders die een lagere energierekening hebben gekregen en nu minder vatbaar zijn voor de onrust in de wereld door dat klimaatbeleid. Wilt u daar dan ook mee stoppen?
De heer Russcher (FVD):
Nee, want Forum voor Democratie is niet tegen het isoleren van woningen. Ik denk dat dit iets heel goeds is. Alleen, we zijn tegen het afbouwen van onze hele gasinfrastructuur. Het hele Groningse gasveld wordt nu volgestort met beton, de apparatuur eromheen wordt weggegeven aan Oekraïne. Dat is iets wat Forum voor Democratie niet wil. We willen doorgaan met de gaswinning, zodat Nederlanders gewoon hun huis kunnen verwarmen met gas.
De voorzitter:
U zet uw betoog voort.
De heer Russcher (FVD):
Ik pak het even op bij de 51% meerderheid die nodig is voor duurzaamheidsinvesteringen, waardoor kosten voor huishoudens op kunnen lopen tot tienduizenden euro's voor iets waar zij niet op zitten te wachten. Ik ben benieuwd hoe de minister hiernaar kijkt. Is zij het met Forum voor Democratie eens dat er voor verduurzaming, net als bij andere grote renovaties of ingrepen, gewoon minimaal tweederdemeerderheid nodig dient te zijn?
In de brief van de regering van 17 maart 2026 wordt bovendien aangegeven dat het klimaatdoel voor 2030 met het huidige beleid niet binnen bereik ligt en dat er nog een onderzoek loopt naar welke maatregelen nog meer nodig zijn. Met andere woorden, straks worden we opgezadeld met nog meer klimaatbeleid. Mijn vraag aan de minister is: wat kosten al deze huidige klimaatregelen en duurzaamheidseisen nu per woning? Wat is de totale rekening tot 2050? Wat leveren al deze eisen überhaupt op voor de mondiale temperatuur? Ziet zij in dat dit enkel resulteert in hogere kosten voor Nederlanders? Forum voor Democratie roept de regering op om tijdens deze woningcrisis gewoon te bouwen wat nodig is, zonder onzinnig klimaatbeleid en zonder zich iets aan te trekken van de Brusselse bemoeienis.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Dan ga ik nu door naar de bijdrage van de heer Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Dank, voorzitter. De komende jaren liggen er enorme kansen om de woningbouw te versnellen. Zo helpen we al die mensen die nu willen starten aan een nieuwe woning en een nieuw hoofdstuk in hun leven, waar ze nu eindeloos op moeten wachten. Tegelijkertijd maken we Nederland onafhankelijk van buitenlandse energie, zodat we de energierekening van Nederlanders kunnen verlagen. Wat D66 betreft doen we daarvoor drie dingen. We zetten vol in op warmtenetten en scheppen als Rijk duidelijkheid over of bestaande en nieuwe woningen op die netten kunnen worden aangesloten. Twee. We gaan netbewust bouwen, om te zorgen dat we niet worden afgeremd in onze ambities door netcongestie. Drie. We maken duidelijke keuzes over wat we landelijk willen doen en maken een einde aan versnipperd klimaatbeleid.
Voorzitter. Allereerst de warmtenetten. De ambitie in het coalitieakkoord is helder: we blijven volop inzetten op warmtenetten. Netbeheerders, gemeentes, woningcorporaties en bouwers zijn allemaal net zo ambitieus. Dat is ook hard nodig, al was het maar om netcongestie tegen te gaan. Zij vragen de politiek terecht om extra stappen te zetten. Daarom de volgende vragen aan de minister. Hoe kan het Rijk gemeentes, provincies en bewoners helpen door het bieden van duidelijkheid? Krijgen ze een warmtenet of krijgen ze een andere duurzaamheidsoptie? Hoe zorgen we ervoor dat gemeentes warmtenetten als goede optie zien voor hun energietransitie? Dit vraag ik gezien het feit dat ze vaak de goedkoopste optie zijn en een bredere uitrol van warmtenetten tot een daling van de kosten leidt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Terecht punt, maar als dat het pleidooi is van D66, had ik wel verwacht dat daarover het nodige stond in de budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord. Hoe ik ook zocht, warmtenetten stonden er niet in, terwijl er eigenlijk gewoon een levensgroot, enorm bekostigings- en financieringsvraagstuk op tafel ligt. Of zijn de middelen voor de decentrale overheden helemaal daarvoor bestemd? Hoe zit dat precies en wat is de inzet van de D66-fractie in dezen?
De heer Van Leijen (D66):
De inzet van de D66-fractie is gisteren duidelijk geworden, denk ik. We hebben twee uur gestemd. Het was een lange stemming. Maar de D66-fractie heeft gewoon voor het amendement gestemd dat eerder werd aangehaald om meer middelen beschikbaar te maken voor de SAH.
De voorzitter:
U zet uw betoog voort. Nee, de heer Grinwis heeft nog een vervolginterruptie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat was slechts een eenmalig amendement. Het was een — hoe zal ik het zeggen? — waardevolle poging van GroenLinks-PvdA, die wij van harte gesteund hebben, maar dat was niet voldoende. De vraagstukken rondom de financiering en de bekostiging van warmtenetten voor de komende jaren zijn immens. We hebben de wetten nu aangenomen. Stap 2 was het regelen van de financiering. Er staat niks in het coalitieakkoord. Er staat in ieder geval niks in de budgettaire bijlage. Hoe moet het nu verder?
De heer Van Leijen (D66):
Volgens mij zijn er in totaal nog 30 duurzaamheidsregelingen die openstaan tot 2030. Ik heb wel de zorg dat het na 2030 … U heeft wel de neiging om altijd te gaan hoesten en niezen als ik aan het woord ben, meneer Grinwis. Daar moeten we aan werken. Ik herhaal: ik heb wel de zorg dat die transitie na 2030 stilvalt. Daar wil ik ook graag over in gesprek met iedereen die denkt: goh, daar moeten we wat mee doen.
De voorzitter:
We wensen de heer Grinwis natuurlijk alle gezondheid toe. Mevrouw Van Oosterhout heeft een interruptie.
De heer Van Leijen (D66):
Uiteraard wens ik de heer Grinwis allereerst alle gezondheid toe. Ik had nog een vraag.
De voorzitter:
Meneer Van Leijen, mevrouw Van Oosterhout heeft een interruptie voor u.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het ging net even over het SAH-amendement, dat mijn fractie heeft voorgesteld. We zijn natuurlijk blij dat D66 wel heeft voorgestemd, maar u zit ook in een coalitie en het is u niet gelukt om de coalitiepartijen mee te krijgen. Hoe reflecteert u daarop? Is dit anderzijds niet ook iets wat eigenlijk al geregeld had moeten worden bij de onderhandelingen? Heeft u zitten slapen bij de onderhandelingen?
De heer Van Leijen (D66):
We hebben niet zitten slapen bij de onderhandelingen. Hoe de coalitiepartijen hierop reflecteren … Ze zitten hier, dus ik zou vooral zeggen: vraag het ze zelf. Ik denk dat er tijdens de coalitieonderhandelingen in ieder geval een goed pakket is neergelegd voor de periode tot 2030. We kunnen gezamenlijk kijken waar we dingen kunnen verbeteren door middel van zo'n amendement. Dat is volgens mij ook het mooie aan deze minderheidscoalitie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het mooie aan deze minderheidscoalitie is dat ik dan ook wel zou verwachten dat u zich iets meer zou inspannen om een meerderheid voor elkaar te krijgen. Maar ik heb een vraag in bredere zin. U zegt: er ligt een mooi akkoord. Maar denkt u dat het allemaal gratis is? Waar is het geld voor een Isolatie Offensief? Waar is het geld voor de warmtenetten? Hoe moet ik dat voor me zien? Dat is een vraag die ik ook aan de minister heb gesteld, maar ik ben toch wel heel erg benieuwd hoe D66 daarnaar kijkt.
De heer Van Leijen (D66):
Zoals ik eerder aangaf, staan er nog 30 regelingen open, dus er is geld tot 2030. Dat we met elkaar moeten kijken wat we daarna gaan doen, ben ik zeker met u eens. Dat is een belangrijke vraag.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we moeten concluderen dat mensen die hun woning willen verduurzamen en een lagere energierekening willen, niets hebben aan D66, want die partij vindt het óf niet belangrijk, óf kan de eigen coalitiepartijen niet aan. Dat vind ik heel spijtig om te zien. In beide gevallen betekent het wel dat de mensen thuis de pineut zijn. Ik zou D66 dus toch willen vragen om hier goed over na te denken in het vervolg.
De heer Van Leijen (D66):
Wij denken altijd overal goed over na. Ik deel de conclusie volledig niet.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het is geen conclusie die je wel of niet kunt delen; het zijn harde feiten. Huurders op een warmtenet betalen €370 meer dan huurders die niet op een warmtenet zitten. Mensen die nu zonnepanelen hebben, met de belofte dat het goedkoper wordt, zijn straks in sommige gevallen duurder uit dan wanneer ze geen zonnepanelen hadden gehad. We kunnen wel zeggen dat daar allerlei regelingen voor zijn, maar we zien nul euro extra in het coalitieakkoord, terwijl er nu al mensen zijn die de rekening betalen. Als u hier zo enthousiast over bent, maar ziet dat het draagvlak weg is … Waarom zou je als huurder op het warmtenet willen worden aangesloten als dat je alleen maar geld kost? Wat gaat D66 daaraan doen?
De heer Van Leijen (D66):
Dat heb ik volgens mij al een paar keer aangegeven. Er zijn nog bestaande regelingen tot 2030. Na 2030 moeten we goed kijken wat we gaan doen om te zorgen dat de transitie niet stilvalt. Tegelijkertijd hebben we gisteren voor het SAH-amendement gestemd; dat zou volgens mij heel erg hebben geholpen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Ik vervolg mijn betoog. Ik was bij mijn derde vraag aan de minister. Ik had het er al een paar keer over dat er heel veel verschillende soorten subsidies en regelingen zijn. Mijn vraag is: kunnen we de verschillende subsidies en regelingen niet beter op elkaar afstemmen, zodat de aanleg van warmtenetten wordt versneld?
Mijn laatste vraag over het blokje warmtenetten is: kan de minister reflecteren op de kostenstructuur bij warmtenetten? Bij uitbreiding naar het energienet zien we dat elke Nederlander daaraan meebetaalt, ook de Nederlanders die geen gebruikmaken van de elektriciteitsinfrastructuur omdat ze op een warmtenet zitten. Is het niet logischer om dezelfde methode toe te passen bij warmtenetten?
Is er een interruptie?
De voorzitter:
Nee, hoor. U gaat door met uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter. Dan het netbewust bouwen. De aangekondigde aansluitstop in Flevoland, Gelderland en Utrecht moeten we koste wat kost voorkomen. Door netbewust te bouwen kunnen we nieuwe woningen blijven aansluiten op een vol energienet, omdat de woning slim omgaat met de beschikbare capaciteit. Zo houden we het tempo in de nieuwbouw en krijgen meer mensen kans op een huis. Daarom hoor ik graag van de minister hoe wij netbewuste nieuwbouw kunnen stimuleren. Welke afweging maakt zij als het gaat om de kosten van netbewuste nieuwbouw en de kosten van het stilvallen van de bouw, dus als die niet doorgaat?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daar is een motie over aangenomen. Die moet nog uitgevoerd worden. De keuze die gemaakt zou kunnen worden, is om voor heel Nederland dezelfde regels te stellen inzake netbewuste nieuwbouw. Nu wentelen we het af op de gebieden waar ze duurder moeten bouwen. Dat betekent dat het risico bestaat dat de bouw vooral in andere regio's gaat plaatsvinden. Denkt mijn collega van D66 in dezelfde richting? Dit is namelijk het hele probleem dat we net aan de orde stelden in de interruptie op de VVD: we kunnen wel focussen op minder regels of het allemaal decentraal organiseren, maar dan krijgen we gewoon concurrentie binnen ons eigen land. Dat willen we niet. We willen vooral heel snel heel veel woningen bouwen, die inderdaad zo min mogelijk een aanslag op het net doen.
De heer Van Leijen (D66):
Ik ben het met de heer Grinwis eens dat we zo snel mogelijk meer woningen willen realiseren. Volgens mij zijn we dat allemaal met elkaar eens. Daar ging mijn laatste vraag net ook over: wat zijn de kosten van netbewuste nieuwbouw ten opzichte van de kosten als de bouw niet doorgaat? Daar zou ik graag meer inzicht in willen krijgen. Dan kan ik die vraag ook beter beantwoorden.
De heer Russcher (FVD):
Ik ben benieuwd hoe D66 kijkt naar de situatie die we nu hebben. Er is sprake van netcongestie, waardoor honderdduizenden woningen niet kunnen worden aangesloten op het stroomnet. Dat komt natuurlijk ook doordat we een gasverbod hebben ingesteld voor nieuwbouwwoningen. Ik wil daarop graag een reflecterende opmerking van D66. Zou het niet verstandig zijn om dat verbod los te laten, zodat mensen in ieder geval gewoon hun huis kunnen verwarmen?
De heer Van Leijen (D66):
Nee, dat zie ik anders. We hebben een belofte gedaan aan de Groningers en daar moeten we ons volgens mij gewoon aan houden. We zijn een fatsoenlijke overheid, dus dat moeten we dan ook gewoon doen. We hebben jaren het economisch belang voor laten gaan op het belang van de Groningers. Daar zou ik vanaf willen stappen. En als het gaat om wat verstandiger is: we hadden waarschijnlijk tien jaar eerder moeten investeren in de elektriciteitsinfrastructuur.
De heer Russcher (FVD):
Is D66 het niet met mij eens dat het ook in het belang van de Groningers kan zijn om door te gaan met de gaswinning? Het kost ongeveer 10 miljard om daar aardbevingsbestendig te bouwen, maar uiteindelijk komt het ook ten goede aan de Groningers. Zij kunnen ook een lagere energierekening hebben. Als je kijkt naar sommige onderzoeken in Groningen, zie je dat Groningers dat ook inzien. Ik ben gewoon benieuwd hoe D66 hiernaar kijkt.
De heer Van Leijen (D66):
Ik gun natuurlijk de Groningers allereerst een lagere energierekening, maar daar zit dan denk ik net het punt. Op het moment dat je wilt gaan boren in Groningen, zegt allereerst de NAM: mij niet bellen, ik heb daar geen zin in. Maar stel dat we het gaan doen. Dan breng je het gas dat je daar uit de grond haalt op een Europese markt, wat vervolgens heel weinig met de prijsstelling doet. Dus je helpt Groningers niet aan een lagere gasprijs door dat te doen.
De voorzitter:
Daar komt geen vervolginterruptie uit voort. Ik meende dat u klaar was met uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Bijna, voorzitter.
De voorzitter:
Bijna. Dan vervolgt u uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Dan mijn laatste punt: een duidelijke landelijke lijn. We kunnen efficiënter bouwen en resultaat boeken voor het klimaat als we een duidelijke landelijke lijn trekken. Allemaal verschillende organisaties, gemeenten en provincies delen hetzelfde doel, namelijk sneller verduurzamen, maar dit leidt in de praktijk toch tot een lappendeken van regels. Daarom de vraag welke stappen de minister de komende tijd kan zetten om duurzaamheidsregels door heel Nederland gelijk te trekken, zodat we sneller kunnen bouwen.
Voorzitter, ik rond af. We zijn het aan alle mensen wiens leven nu op pauze staat verplicht om elke kans aan te grijpen. Zo geven we ze de kans om te starten aan een nieuw hoofdstuk, een nieuwe studie, een nieuwe baan, een gezin en een mooie en goed geïsoleerde woning.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw betoog. Dan ga ik nu door naar het betoog van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Toen ik in 2021 als Kamerlid mocht starten, heb ik me als eerste gestort op het onderwerp isolatie van huizen, iets waar toen veel te weinig aandacht voor was en wat voor bewoners van slecht geïsoleerde huizen met een kleine of heel gewone portemonnee zo ongelofelijk belangrijk is. Bovendien, als je isolatie goed uitvoert, woon je ook nog eens comfortabeler. Samen met de collega's Bromet en Bontenbal — wie kent ze niet? — kwam ik met het Manifest Nationaal Isolatieprogramma dat vervolgens inclusief 4 miljard euro tot en met 2030 landde in het coalitieakkoord later dat jaar. Vervolgens kwam de energieprijzencrisis rond de inval van Rusland in Oekraïne en nu zitten we waarschijnlijk aan het begin van een nieuwe energieprijzencrisis. Dat roept de vraag op: moet er niet een tandje bij, bij het Nationaal Isolatieprogramma? Oké, het individuele spoor via de ISDE loopt goed, maar het had veel voeten in aarde voordat gemeenten het collectieve spoor werkend hadden. Nog steeds is de vve-aanpak, de aanpak via de verenigingen van eigenaren, een uitdaging. Hoe wil de minister de collectieve aanpak, de collectieve lijn, in het Nationaal Isolatieprogramma verder versterken? Is het bijvoorbeeld niet nodig om de SPUK LAI, de SPUK Lokale Aanpak Isolatie, aan te passen, zodat deze beter past bij de vve-structuur?
Voorzitter. De urgentie is met de aanval op Iran van 28 februari jongstleden op Iran alleen maar groter geworden. In de gebouwde omgeving zag je dan ook gelijk een reactie. Vanaf maandag 2 maart, dus gelijk na die inval, stond de telefoon bij het Nationaal Warmtefonds roodgloeiend. Het aantal aanvragen van rentevrije leningen, de 0%-regeling voor gezinnen met een laag en middeninkomen, steeg gelijk met 40% en de verwachting bij het Warmtefonds is dat dat hogere niveau van aanvragen aanhoudt. Dat zal betekenen dat het Warmtefonds vroeger of later, in ieder geval in '27 en in '28, in de knel komt. Garandeert de minister dat het Warmtefonds ja kan blijven verkopen en geen nee hoeft te verkopen, de deuren niet hoeft te sluiten in '27? Komt er zo nodig een extra storting in '27 en '28? Als dit niveau van de verhoging van het aantal aanvragen met 40% zich doorzet, is de inschatting dat er 100 miljoen per jaar bij moet in '27 en '28. Graag een reactie.
Met betrekking tot het Warmtefonds en vve's nog een paar vragen. Kan de minister een helder en stabiel financieringspakket voor vve's ontwikkelen, ook juridisch? Dat geeft vve's langjarige zekerheid, waardoor zij erop kunnen vertrouwen dat spelregels niet wijzigen tijdens hun meerjarige traject. Ik weet dat er diverse trajecten lopen bij het ministerie van VRO. Hoe staat het daarmee? Wanneer komen de uitkomsten daarvan naar de Kamer? Kan de minister garanderen dat er ook voldoende geld beschikbaar blijft in het Warmtefonds om de VvE Ledenlening te kunnen blijven verstrekken? Ik heb begrepen dat dat nu goed loopt; blijft dat zo? Daarnaast zijn er bij vve's nog ontzettend veel zorgen over de Gasketelwet. Ik heb daar schriftelijke vragen over gesteld in 2024. Wil de minister bij het toevoegen van geld voor onderhoud aan het Nationaal Warmtefonds expliciet het onderhoud van gasketels en het afvoeren bijvoorbeeld van die rookgasafvoeren meenemen, bijvoorbeeld door het maken van een apart fonds waar vve's uit kunnen putten? Graag een reactie.
Voorzitter. Warmtenetten zijn cruciaal, juist om onze afhankelijkheid van fossiele energie te verminderen, maar de aanleg van warmtenetten stokt. Om energiearmoede te voorkomen en corporatiewoningen te verduurzamen is structurele subsidiëring van het vastrecht nodig. Dat kan door de SAH, de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen, te continueren. Kan de minister aangeven welke mogelijkheden zij ziet om die regeling op de korte termijn weer open te stellen? Deze vraag klemt des te meer, nu gisteren een amendement geen meerderheid heeft gekregen. Hoe wil de minister woningbouwcorporaties en vve's helpen om een aansluiting op een warmtenet te realiseren? Hoe werkt de minister aan langetermijnzekerheid om hiermee aan de slag te gaan? En hoe hakt zij de financieringsknopen door, nu het coalitieakkoord haar geen budget meegeeft?
Voorzitter. Ons bereikte ook een zorg over de verduurzaming van ouderenwoningen op NSW-landgoederen, dus Natuurschoonwet-landgoederen. Door regels die zijn opgesteld voor deze landgoederen, is verduurzaming lastig maar wel vereist volgens het Bbl. Is de minister bereid om deze zeer specifieke categorie huurwoningen dezelfde behandeling te geven als erkende monumenten en ze op te nemen op de lijst met uitzonderingen waarop deze energieprestatie-eisen niet van toepassing zijn? De minister heeft eerder toegezegd dat zij met een brief komt over de investeringscapaciteit van woningcorporaties, onder andere in relatie tot de NPA, de nationale prestatieafspraken 2025-2035. Wil de minister hier ook concreet ingaan op het aspect verduurzaming, want dat mag niet het kind van de rekening worden als we alle focus richten op de bouw en ondertussen bewoners met een slecht geïsoleerde woning achter zouden blijven?
Dat waren mijn vragen in eerste termijn, voorzitter. Tot zover.
De voorzitter:
Ik wilde u ook bijna vragen om af te ronden, aangezien u net wat over de vier minuten heen zat. Maar u deed dat zelf al. Dank u voor uw betoog. Dan ga ik door naar mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Ik zit hier vandaag namens het CDA met een duidelijke inzet, want we willen natuurlijk dat onze huizen, scholen en bedrijfspanden energiezuiniger worden en dat dat werkt voor mensen en voor ondernemers. De actualiteit maakt dat die inzet alleen maar urgenter is geworden, want de kans dat die rekening omhooggaat is heel groot. De hoge olie- en gasprijzen door de oorlog in Iran laten zien hoe kwetsbaar we zijn. Dat merken we aan de benzinepomp en straks ook aan onze energierekening. Juist daarom moeten we werk maken van de weerbaarheid van ons energiesysteem. Dat moeten we doen in het groot als Nederland in Europa — daar gaat vandaag een debat over — maar ook heel dichtbij, te beginnen in onze woningen hier.
Voorzitter. Goed isoleren vraagt om heldere richtlijnen. De vorige minister heeft een aantal aanscherpingen van de milieuprestatie-eisen niet door willen voeren, vanwege het programma STOER, waarin ze regels wilde schrappen. Het CDA vindt regels schrappen ook heel stoer, maar we vinden ook dat we vooral heel slim moeten kijken naar de regelgeving. Er moet een goede balans zijn, zodat eisen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit wel zorgen voor een stimulans maar het de bouw en betaalbaarheid van woningen niet in de weg komt te staan. Hoe kijkt de minister daartegen aan? En in hoeverre is een aanscherping alsnog mogelijk en wenselijk? Isoleren helpt huishoudens namelijk om hun energierekening omlaag te brengen, verhoogt het wooncomfort en voorkomt dat mensen in de knel komen. Juist daarom is het zorgelijk dat terwijl er ruim 1,6 miljard beschikbaar is gesteld aan gemeenten, de uitvoering nog maar beperkt op gang is gekomen. Tot nu toe is slechts een deel van de woningen geïsoleerd, 2,5% van het doel. Collega Jumelet heeft hier eerder schriftelijke vragen over gesteld. Ik maak graag van de gelegenheid gebruik om een aantal vervolgvragen te stellen. Wat gaat de minister concreet doen om ervoor te zorgen dat gemeenten het geld dat er al ligt, ook echt sneller gaan inzetten voor isolatie? Hoe wordt daarbij ook meer gestuurd op resultaat, dus op het daadwerkelijk aantal geïsoleerde woningen in plaats van alleen op proces en praktische ondersteuning?
De minister gaf in haar antwoord op de schriftelijke vragen aan dat er nieuwe cijfers worden verwacht en dat de verwachting is dat deze flink hoger zullen liggen. Zijn deze cijfers er inmiddels al en is het aantal geïsoleerde woningen nu inderdaad veel hoger? Hoe verhouden die nieuwe cijfers zich tot het doel van de 750.000 geïsoleerde woningen in 2030? Ligt dat doel binnen bereik met het huidige tempo? Of is er meer inzet op de uitvoering nodig? Helpt het enorm gedifferentieerde aanbod aan financieringsmogelijkheden huishoudens nou écht om energiebesparende maatregelen te nemen of maakt het keuzes juist ingewikkeld en verwarrend? De minister schrijft dat er één loket komt: het energiehuis. Dat moet huishoudens helpen met duidelijke en betrouwbare informatie over energie en wonen. Wat gaan huishoudens hier straks concreet van merken? Wordt de informatie actief naar hen toe gebracht of moeten ze het zelf komen ophalen? Wat gaat de minister nog meer doen om ervoor te zorgen dat juist huishoudens die het nodig hebben, goed worden geholpen en ontzorgd, van advies tot aanvraag en uitvoering?
Ten slotte, voorzitter. We moeten slim omgaan met de ruimte die we hebben, ook om genoeg duurzame energie op te wekken. Met name bij utiliteitsdaken is er nog veel winst te behalen voor het plaatsen van zonnepanelen. Holland Solar wijst erop dat de brede uitzonderingsgronden uit de Europese EPBD ervoor kunnen zorgen dat dit potentieel lang niet volledig wordt benut. Heeft de minister deze oproep gezien en kan zij daarop reageren? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de negatieve effecten van deze uitzonderingen worden beperkt door ze gericht en zorgvuldig vorm te geven, zodat meer daken daadwerkelijk worden gebruikt voor zonne-energie?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Daarmee zijn we ... O, er is een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het CDA deze wel ziet aankomen. In het CDA-verkiezingsprogramma wordt gepleit voor collectieve warmte, en dat zagen we ook terug in het coalitieakkoord, maar toch is daar in de budgettaire bijlage geen geld voor vrijgemaakt. Dat hebben wij geprobeerd recht te zetten met een amendement, en daar heeft het CDA gisteren tegengestemd. Dus ik vroeg me af waarom het CDA huurders zo in de kou laat zitten.
Mevrouw Steen (CDA):
Dan verwijs ik ook even naar het antwoord van mijn collega van D66. Er ligt natuurlijk een prachtig en goed pakket tot 2030, om de eerste stappen te kunnen zetten om die collectieve warmte ook te realiseren. Bovendien staat er nog veel meer in de weg om die warmtenetten ook aan te leggen. Ik sluit me dus aan bij de vragen die zijn gesteld aan de minister hoe zij ervoor gaat zorgen dat, naast dat er geld komt, de uitvoeringskracht en regelgeving aangepast wordt om met al die verschillende maatregelen ook daadwerkelijk collectieve warmte te realiseren.
De voorzitter:
De heer Grinwis heeft ook vier interrupties gehad, dus we concluderen de eerste termijn van de commissie nu af. Hoeveel tijd acht de minister nodig te hebben voor de voorbereiding van de beantwoording?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
25 minuten.
De voorzitter:
Dat is wel heel lang. Mogen we daar nog iets van afhalen? Is twintig minuten mogelijk? De minister geeft aan dat ze haar best gaat doen. Dan zien we elkaar om 11.20 uur in deze zaal terug.
De voorzitter:
We hervatten het overleg over het klimaatbeleid gebouwde omgeving. Ik wil graag de minister het woord geven.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Goed om vandaag met u te spreken over de energietransitie in onze woningen en gebouwen. Want net als bij de woningbouwopgave, waar we het twee weken geleden over hadden, draait het hier om mensen en niet om abstracte doelstellingen of technieken. Om ouders die zich zorgen maken over de energierekening. Om kinderen die in een gezond huis moeten kunnen opgroeien, zonder tocht die onder de deur door kruipt. Ook hier geldt: een huis moet een thuis zijn.
Deze transitie is ook niet alleen nodig voor ons klimaat; ze is ook nodig voor onze strategische autonomie. De oorlogen en spanningen in de wereld laten zien hoe kwetsbaar we zijn als we afhankelijk blijven van gas en olie van buiten Europa. De recente situatie in het Midden-Oosten en de stijging van de gasprijs maakt opnieuw duidelijk waarom we moeten verduurzamen. Het gaat om meer dan alleen energie. Het gaat ook om comfort, gezondheid, rust en stabiliteit. Deze transitie lukt alleen als we 'm samen maken: samen met uw Kamer, met de medeoverheden, met de corporaties, met de energie- en netbedrijven, met de bouwers en de installateurs, met de banken, de verzekeraars, de energieadviseurs, buurtinitiatieven en talloze vrijwilligers. We doen het immers niet alleen voor de koplopers, dus de mensen, instellingen en de bedrijven die al weten hoe ze hun huis kunnen isoleren of een warmtepomp kunnen aanschaffen. We doen het vooral voor de mensen die het nu nog moeilijk hebben. Voor het gezin dat de thermostaat lager zet of zelfs uit, om de rekening te kunnen betalen. Voor de huurder die in een koude, vochtige woning woont en zich afvraagt wie hen kan helpen. Voor hen moet deze transitie werken.
Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen mee kan doen, of je nu een huis bezit of huurt; of je nu veel of weinig te besteden hebt. We weten wat er nodig is. We hebben de kennis, we hebben middelen en we hebben noodzaak om te handelen. Nu moeten we ervoor zorgen dat de energietransitie mensen niet overkomt maar dat zij voor mensen werkt.
De verduurzaming van onze woningen en gebouwen is in volle gang en dat zien we terug in onze cijfers. In ruim tien jaar tijd is de CO2-uitstoot bijna gehalveerd, maar we weten dat dit tempo niet hoog genoeg is. Om het doel van 13,2 megaton in 2030 te halen, moeten we versnellen. Dan nog wordt het halen van dat doel in 2030 lastig. Gelukkig zien we dat steeds meer mensen stappen zetten. Ze letten meer op hun energieverbruik, ze isoleren en ze kiezen voor een warmtepomp. Woningcorporaties verduurzamen, zoals afgesproken in de Nationale Prestatieafspraken, jaarlijks 150.000 huurwoningen, niet alleen voor een beter energielabel maar ook voor meer comfort en lagere kosten voor de huurders.
Tegelijkertijd is de opgave voor veel mensen niet eenvoudig. Dat is mij ook gebleken bij een werkbezoek aan een vereniging van eigenaren in Zoetermeer. Het is daar gelukt om een groot flatgebouw met 249 appartementen te verduurzamen, maar dat vergt een lange adem. De aanloop heeft zes jaar gekost. Het succes is bovendien mede te danken aan de tomeloze inzet van een actief bestuur van deze vve. Sommige bewoners weten simpelweg niet waar ze moeten beginnen. Anderen zien op tegen de rompslomp van offertes, subsidies en installateurs. Er zijn ook huishoudens die het financieel gewoon niet kunnen dragen. Juist voor hen moet de overheid er zijn, niet alleen met subsidies maar ook met ontzorging en begeleiding. Daarom zetten we in op lokale energiehuizen, waar bewoners terechtkunnen met hun vragen, wijkgerichte aanpakken via de gemeente en laagdrempelige ondersteuning via de energiecoaches en de buurtinitiatieven. We willen hiervoor extra aandacht gaan besteden in de NPLV-gebieden. De komende maanden werk ik deze plannen verder uit. Een interdepartementaal beleidsonderzoek brengt rond de zomer in kaart hoe we de woningvoorraad betaalbaar en haalbaar fossielvrij kunnen maken voor elke woning in elke wijk.
De komende maand nemen we ook concrete financiële beslissingen. Er zijn middelen om de transitie te versnellen. Het Klimaatfonds loopt tot 2030, hoewel we op onderdelen eerder tegen de grens dreigen aan te lopen, zoals bij het ondersteunen van de vve's en het Nationaal Warmtefonds. Maar geld alleen is niet genoeg. Het gaat bij de energietransitie van onze woningen en gebouwen altijd om mensen; om hoe wij kunnen wonen, werken en leven, om een thuis. Ik wil uw vragen aan de hand van de volgende blokken beantwoorden. Mijn blokken zijn: energiebesparing, netcongestie, bouwregelgeving en standaardisatie, en overig.
De voorzitter:
Kunt u dat wellicht nog iets rustiger herhalen, voor alle meeschrijvers?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, mijn excuses. Isolatie en energiebesparing, netcongestie, bouwregelgeving en standaardisatie, en overig.
Voorzitter. Dan begin ik met isolatie en energiebesparing. Met de huidige prijsstijging van energie is het van enorm belang dat we versneld doorgaan met het isoleren van huizen en gebouwen. De afgelopen jaren zijn al veel huizen aangepakt, onder andere met kleine maatregelen. Via de aanpak energiearmoede hebben energiecoaches en fixers bij veel huishoudens energiebesparende maatregelen aangebracht. Het gaat om ongeveer 300.000 woningen. De gemeentelijke aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma begon in 2025 echt op stoom te komen. De voorlopige cijfers laten zien dat tot nu toe bijna 80.000 woningen zijn geïsoleerd. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van het jaar hiervoor. Deze versnelling hopen we voort te zetten.
Corporaties hebben in de afgelopen jaren 130.000 woningen verduurzaamd van de in totaal 250.000 EFG-woningen. Vooral het individuele spoor loopt goed. Al een paar jaar zijn er veel ISDE-aanvragen, meer dan 200.000 per jaar. Bij de SVVE werd in 2025 36 miljoen aangevraagd, terwijl dit een aantal jaren terug nog 2,4 miljoen was. Het Nationaal Warmtefonds leende in 2025 500 miljoen euro uit aan ruim 31.000 huishoudens. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2023, maar we zijn er nog niet. Er is met name in bepaalde wijken en bij bepaalde doelgroepen, zoals de vve's, meer nodig. Dat doen we onder andere via het Nationaal Isolatie Offensief, het helpen van de wijken met de grootste energiearmoede via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, ondersteuning via lokale energiehuizen, energiecoaches en buurtinitiatieven, en wijkgerichte aanpakken in gemeenten.
Dan de vraag van de heer Mooiman en mevrouw Beckerman over de beleidsmaatregelen in relatie tot het coalitieakkoord en het verlagen van de energierekening. De prioriteiten op dit dossier gaan over zowel energiebesparing als duurzame warmte, voor een lagere energierekening, minder afhankelijkheid van andere landen en het tegengaan van klimaatverandering. Daarbij vind ik het belangrijk dat we vooral de mensen ondersteunen die dat het hardst nodig hebben. Denk hierbij aan het Nationaal Isolatie Offensief en de afspraken met de corporatiesector om huurwoningen met een laag energielabel aan te pakken. Ik ga normering voor slim aanstuurbare hybride warmtepompen uitwerken. Mijn ambitie is dat het afscheid van de huidige cv-ketel straks de normaalste zaak van de wereld is, uiteraard waar dat technisch kan. Wel blijven we inzetten op warmtenetten in die wijken waarin dat de beste oplossing is. Samen met de minister van KGG ben ik bezig de kosten naar beneden te brengen en de besluitvorming hierover te verbeteren.
Dan de vraag van de heer Grinwis over een tandje erbij voor isolatieprogramma's. Ik zie het gemeentelijke spoor van het NIP nu echt op gang komen. In de cijfers van deze maand is een verviervoudiging te zien van het aantal geïsoleerde woningen. We zitten nu op ongeveer 80.000 woningen. Deze versnelling moeten we vasthouden om het doel van 750.000 te realiseren. Het gemeentelijke spoor is belangrijk, juist om aan de mensen die het nodig hebben, extra ondersteuning te kunnen bieden. Er ligt inmiddels 1,6 miljard euro bij de gemeenten om hieraan uitvoering te geven. Met een Isolatie Offensief wil ik kijken hoe het isolatietempo verder kan worden versneld in wijken waar de prioriteit het hoogst is. Ik zal de nieuwe colleges van B en W dus oproepen om hier prioriteit aan te geven. Ook gaan we kijken welke belemmeringen we moeten wegnemen voor meer tempo. Denk bijvoorbeeld aan de vleermuizen.
Dan de vraag van de heer Grinwis of er niet een tandje bij moet. Ik zie het gemeentelijke spoor nu echt op gang komen, zoals ik u zojuist aangaf. Ook hiervoor geldt dat ik de colleges van B en W zal oproepen om prioriteit te geven aan deze versnelling en dat we zullen meekijken of er belemmeringen zijn die wij kunnen wegnemen.
De vraag van mevrouw Van Oosterhout over isolatie en de energiearmoede die alleen maar groter wordt. Voor het energienoodfonds wordt een aanvraag gedaan bij het Social Climate Fund. Met een Isolatie Offensief wil ik de huidige isolatieaanpakken versnellen in wijken waar dat de hoogste prioriteit heeft. Hoe het Isolatie Offensief er precies uit gaat zien, moet ik nader uitwerken met de minister van KGG. Ik ga met de gemeenten in gesprek over de vraag hoe we deze nodige versnelling kunnen realiseren. Gemeenten kunnen ondertussen door met hun isolatieprogramma's voor de bewoners, zodat zij zo snel mogelijk geholpen zijn aan een lagere energierekening.
De vraag van GroenLinks-PvdA over de aanbevelingen van het Rel en de SER. Ik heb de voorstellen uit de sector en van de SER ontvangen. Het is zeker zo dat er een mensgerichte aanpak nodig is, juist voor de mensen voor wie de problematiek het grootst is. Ik ga graag aan de slag met ideeën die gemeenten helpen sneller te isoleren. Met de verschillende partijen ben ik al in overleg om tot een standaardisatie van de aanpak te komen. Dit neem ik mee in de uitwerking van het Isolatie Offensief. Het vooraf financieren van subsidies kan al in de lokale isolatieaanpakken. Gemeenten kunnen de subsidies namens de bewoners aanvragen om de bewoners te ontzorgen. Zo worden subsidieaanvragen ook makkelijker.
De vraag van de PVV over vleermuizen. Ik deel de mening van de heer Mooiman dat eenduidig beleid echt nodig is voor het versneld isoleren van spouwmuren. Daarom werk ik momenteel samen met de minister van LVVN, soortenorganisaties, provincies, de VNG en de isolatiebranche aan een landelijke gedragscode. Dit spraken we vorig jaar bestuurlijk af. Deze gedragscode biedt vrijstelling van de vergunningsplicht voor flora- en fauna-activiteiten. Ik zet me maximaal in om deze gedragscode zo spoedig mogelijk af te ronden. Ik streef naar een consultatie in Q2. In de tweede helft van het jaar zou de gedragscode dan in werking moeten kunnen treden.
De vraag van mevrouw Beckerman over het isoleren bij woningcorporaties. Corporaties zijn hard op weg om de doelen te behalen en zullen dat de komende jaren blijven. Het aantal woningen met een slecht energielabel is sinds 2022 gehalveerd. Woningcorporaties zijn ook volop bezig met de volgende stappen, na EFG. In de praktijk worden huurwoningen vaak al richting energielabel B verduurzaamd. Tegelijkertijd weten we dat de sector voor de Nationale Prestatieafspraken tot 2034 een tekort kent van ongeveer 19 miljard. Met het structureel verlagen van de vennootschapsbelasting met 325 miljoen per jaar wordt het in theorie mogelijk het financiële tekort van de sector op te lossen. Ik hou hierbij een slag om de arm. Ik zal uw Kamer op een later moment informeren over de invulling van de maatregelen in het coalitieakkoord en de gevolgen voor de financiële haalbaarheid van de Nationale Prestatieafspraken.
De vraag van de heer Grinwis over de NPA over verduurzaming. Hij is er niet meer bij. Hij vroeg: gaat de minister in haar brief over de investeringscapaciteit van de woningcorporaties in relatie tot de NPA ook in op de verduurzamingsopgave? Ja. O, daar is hij. Hij hoorde vast het ja.
De voorzitter:
Maar op welke vraag was dat dan? Goed, dat mag de heer Grinwis terugkijken. U gaat door met de beantwoording.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Heel goed. Dan ga ik door met de vraag van de heer Grinwis over de uitzondering op de EFG-normering. De internetconsultatie van de ontwerpregeling om EFG uit te faseren is in december afgerond. Met het uitwerken van het definitieve besluit worden de nodige uitzonderingen tegen het licht gehouden. Ik wil in elk geval zo veel mogelijk aansluiten bij de Europese richtlijnen, maar met reële eisen. Het moet haalbaar zijn en bijdragen aan de CO2-reductie. Ik denk daarbij aan monumenten, sloopwoningen, kleine vrijstaande woningen, kleiner dan 50 vierkante meter, en woningen die maar een paar maanden per jaar gebruikt worden. Ik kom hier voor de zomer bij uw Kamer op terug.
De vraag van de SP over het afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen. Ik snap dat zonnepaneelbezitters hiervan schrikken en dat het lijkt alsof zonnepanelen niet meer zullen lonen. Tegelijkertijd blijven zonnepanelen ook vanaf 2027 zorgen voor een aanzienlijke besparing op de energierekening. Zonnepanelen blijven zich over het algemeen ruim binnen de technische levensduur terugverdienen. De motie-Beckerman verzocht om een voorstel voor het compenseren van huurders. In de brief van 9 januari 2026 is daarop ingegaan en is aangegeven dat daar geen financiële dekking voor is. Wel onderzoek ik met de huursector hoe specifiek huurders beter geïnformeerd kunnen worden over het eigen gebruik. Iedere zelf opgewekte kilowattuur die een huishouden verbruikt, hoeft een huishouden niet in te kopen bij zijn energieleverancier. Door het eigen gebruik te verhogen door de slimme inzet van elektrische apparaten zoals de wasmachine kunnen nadelige gevolgen worden beperkt.
De vraag van de ChristenUnie over de isolatie bij vve's. Vve's kunnen met de SPUK Lokale Aanpak Isolatie worden geholpen. De SPUK is hier dus al op ingericht. Alle woningen in een vve kunnen worden geïsoleerd met de middelen. Het is wel zo dat gemeentes soms meer geld willen kunnen geven aan bepaalde eigenaren in een vve, omdat die het geld meer nodig hebben. Het Instituut voor Publieke Waarden kijkt naar de mogelijkheden om gerichte extra ondersteuning te bieden, boven op de landelijke subsidies voor vve's.
Een aanvullende vraag van de ChristenUnie over de financiering van vve's. Het is inderdaad belangrijk dat vve's kunnen rekenen op vaste financieringsmogelijkheden. Die zijn er ook. Voorlopig zijn het Warmtefonds, de SVVE-subsidie en de aanpak van gemeenten beschikbaar. Ik zet mij ervoor in om voldoende budget voor de vve's beschikbaar te houden binnen de financiële kaders.
De vraag van Forum over de vve-besluitvorming. Zorgvuldige besluitvorming waarin de individuele belangen van appartementseigenaren worden meegenomen, blijft noodzakelijk. Ik zie dat vve's achterlopen op onderhoud en verduurzaming en dat versnelling voor deze doelgroep hoognodig is. Zo zag ik vorige week tijdens mijn werkbezoek aan een vve in Zoetermeer dat het veel jaren vergt om te komen tot onderhoud en verduurzamingsmaatregelen voor het gebouw. Het besluitvormingsvoorstel ziet erop dat er over onderhoud, verduurzaming en financiering makkelijker besloten kan worden, met 50% plus één van de stemmen. We behouden het quorum dat als waarborg dient voor te snelle besluitvorming. Het wetsvoorstel zal voor de zomer in consultatie worden gebracht.
De vraag van de ChristenUnie over extra geld in het Warmtefonds. Het Nationaal Warmtefonds is succesvol. Het bereikt een doelgroep die voorheen niet bezig was met energiebesparende maatregelen. De renteloze leningen voor woningeigenaren met een laag inkomen zijn populair. Het aantal verenigingen van eigenaren dat leent bij het Nationaal Warmtefonds, groeit. Twee jaar geleden groeide het bedrag nog met 66 miljoen euro en vorig jaar met 232 miljoen euro. Sinds de oorlog in het Midden-Oosten stijgt het aantal aanvragen inderdaad met 30% tot 40%. Het Warmtefonds heeft aantrekkelijke en verantwoorde leningen dankzij de bijdrage van de Rijksoverheid. Nu het Warmtefonds zo hard groeit, is er dus inderdaad een extra bijdrage nodig. Dit moeten we uiteraard beschouwen binnen de bredere financiële puzzel, waar ik nog niet op vooruit kan lopen. De heer Grinwis vroeg naar de ledenlening voor appartementseigenaren met een laag inkomen. Hiervoor zijn de komende jaren voldoende middelen beschikbaar.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben blij met het antwoord van de minister dat zij bereid is om het Warmtefonds in staat te blijven stellen om ja te blijven verkopen, want zo interpreteer ik haar antwoord eigenlijk, namelijk dat ze geen nee hoeven te verkopen, ook als het aantal aanvragen in de komende tijd hoger blijft. Voor 2026 is er geen dreiging, maar voor 2027 is de dreiging dat er bij het huidige niveau gewoon te weinig geld is om die rentevrije leningen te kunnen blijven verstrekken. De minister hoeft hier nu niet precies toe te zeggen: ik stort zo veel bij in 2027. Wil zij de Kamer hier echter geruststellen dat het Warmtefonds, als het aan haar ligt, inderdaad gewoon openblijft, niet alleen in 2026, maar ook in 2027 en 2028, zodat het zijn zegenrijke werk kan blijven doen. En een tweede vraag: is de minister bereid, als ze wél helderheid heeft over de financiële kaders en de manier waarop die puzzel wordt gelegd, daar een brief over te schrijven aan de Kamer?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik in mijn antwoord aangaf: ik ben voor dit fonds. Ik vind het een goed fonds. Ik zie ook dat er veel gebruik van wordt gemaakt. Het lijkt ook te leiden tot daadwerkelijke uitkomsten; dat is altijd plezierig als je ergens geld aan uitgeeft. Tegelijkertijd ben ik op dit moment gebonden aan de financiële kaders die ik heb, dus ik zit hier met volgens mij dezelfde insteek als u, maar tot op heden ben ik gebonden aan de financiële kaders die ik heb, zoals ik in mijn antwoord al aangaf. Maar we gaan natuurlijk niet op een blinde muur af rijden, dus als we zien dat er meer nodig is, dan zullen we dat op moeten brengen en breder moeten beschouwen binnen het kabinet. Daar zal ik me voor inzetten. Op uw vraag of ik daar een brief over kan schrijven zodra we daar met elkaar uit zijn, zeg ik: uiteraard.
De voorzitter:
Dan is even de vraag wanneer u die brief kunt sturen. Heeft u enig idee?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Na de augustusbesluitvorming.
De voorzitter:
"Voor de kerst", noemen we dat! Na de augustusbesluitvorming. Ik stel voor dat de minister dit blokje even afmaakt. Dan kijken we welke vragen daar nog over zijn.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De heer Grinwis vroeg naar gas in het Nationaal Warmtefonds. Had ik die net? Die had ik net gedaan, ja. De volgende had ik nog niet gedaan.
De heer Grinwis. Voor de vve's die onvoldoende geld gereserveerd hebben voor de renovatie of vervanging van de collectieve rookgasafvoer geldt dat die in veel gevallen hiervoor via hun gemeente een lening kunnen afsluiten bij SVn. Ook kunnen zij rechtstreeks terecht bij het Toekomstbestendig onderhoudsfonds vve's en het Nationaal Warmtefonds. Voorwaarde hierbij is dat ook verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd; dan kan het.
Dan de vraag van mevrouw Steen van het CDA over het energiehuis. Het energiehuis is bedoeld om bewoners duidelijk te ondersteunen in het gehele proces van verduurzaming. Waar binnen gemeenten vaak veel verschillende initiatieven naast elkaar bestaan, moeten die meer als één duidelijk geheel naar buiten treden. Het energiehuis wordt niet alleen een plek waar bewoners zelf informatie en advies kunnen halen, maar het energiehuis zal ook proactief naar bewoners toe gaan, zeker naar kwetsbare huishoudens. Voor de zomer stuur ik u een brief met een verdere uitwerking van hoe het energiehuis eruit gaat zien.
Een vraag van mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-Partij van de Arbeid over het SER-advies. Het is een belangrijk advies. Ik dank de SER daar ook voor. Ik ben blij dat de SER duidelijk steun uitspreekt voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ze geeft goede adviezen mee over hoe dat goed handen en voeten kan krijgen. Voor de energietransitie is het cruciaal dat iedereen mee kan doen. De heer Kim Putters wijst op de zorgtaak voor kwetsbare huishoudens; zo zie ik dat ook. Ik herken sterk de noodzaak om verduurzaming beter aan te laten sluiten bij de leefwereld van bewoners en ondernemers.
Forum vroeg naar het ibo-onderzoek. We willen in 2050 geen CO2-uitstoot meer hebben. Het ibo-onderzoek is er juist voor bedoeld om te onderzoeken welke stappen we moeten zetten om deze langetermijndoelen te behalen. Het ibo-onderzoek bekijkt langs welke weg we dat kunnen bereiken en hoe we de lasten verdelen. Een belangrijk punt daarbij is hoe we kwetsbare huishoudens meenemen. De reactie op het ibo volgt na de zomer.
Er was een vraag van GroenLinks-Partij van de Arbeid over middelen voor verduurzaming en warmtenetten. Tot 2030 zijn middelen beschikbaar om die ambities in te vullen. Dat zijn middelen voor ondersteuning van en subsidies aan huishoudens, verhuurders, gemeenten, maatschappelijke instellingen en bedrijven, ook voor warmtenetten. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord bovendien 800 miljoen per jaar gereserveerd voor gemeenten, zodat zij ook na 2030 door kunnen gaan. Tegelijk is duidelijk dat de warmtetransitie een opgave is van een lange adem en dat het belangrijk is om de blik op het einddoel van 2050 te houden, namelijk een klimaatneutraal Nederland. Ik begrijp de zorgen over morgen, maar vandaag moeten we ook gewoon aan de slag. Stilstaan gaat ons daarbij niet helpen. Elke stap in de transitie brengt ons vooruit.
Dat is dit mapje.
De voorzitter:
Dat was het blokje. Af en toe kreeg u nog wat extra tekst toegediend naar aanleiding van de vele vragen, maar u was daarmee klaar. Dan kijk ik naar de commissieleden. Eerst meneer Mooiman; mevrouw Beckerman volgt.
De heer Mooiman (PVV):
Ik wil het graag hebben over de hybride warmtepompen en de normering daarvoor. Daar hebben we ook een vraag over gesteld, waar de minister zojuist op is ingegaan. Er zijn natuurlijk ontzettend veel huiseigenaren, maar ook huurders, die zich zorgen maken over die normering. Vooral huiseigenaren vragen zich af wat het voor hen kan gaan betekenen, gezien de kosten. We willen de minister toch vragen hoe zij die normering nou echt ziet. Gaat die normering leiden tot een verplichting of is die een verplichting? Kan zij in ieder geval toezeggen dat dat absoluut niet het geval zal zijn?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het antwoord op deze vraag zit in het volgende mapje, dus als u het goed vindt, kom ik er dan op terug.
De heer Mooiman (PVV):
Ik vind het wel een beetje lastig debatteren op deze manier, omdat in de beantwoording natuurlijk de hybride warmtepomp en de vraag daarnaar is aangehaald, dus wellicht zou de minister de vraag over de hybride warmtepomp erbij kunnen pakken. Ik kijk de minister aan om te zien of dat mogelijk is.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat kan. Ik geef een aanvullend antwoord op de vraag van de heer Mooiman. Zoals we nu ook weer zien, is het belangrijk dat we als maatschappij snel minder afhankelijk willen worden van fossiele brandstoffen. Daarmee dragen we bij aan de klimaatdoelen en worden we minder afhankelijk van geopolitieke spanningen en wisselende gasprijzen. Een hybride warmtepomp levert in vrijwel alle situaties een lagere energierekening bij gelijkblijvend comfort. Het is dus logisch dat op plekken waar geen warmtenet komt de warmtepomp op termijn de norm wordt. Daarom hebben we in het coalitieakkoord afgesproken dat we warmtepompen normeren en stimuleren. Over de nadere uitwerking van die norm zal ik u in het najaar informeren. Uiteraard nemen we daarbij mee of de norm voor huishoudens haalbaar is.
De heer Mooiman (PVV):
Ik wil de minister toch het volgende vragen. In het coalitieakkoord staat, denk ik, heel bewust het woord "normeren", terwijl het natuurlijk voorheen een verplichting was. Ik hecht er toch zeer aan … Ik denk dat er heel veel mensen zijn, bijvoorbeeld die in een slecht geïsoleerde woning wonen, waarvan er nog heel veel zijn, waarvoor een warmtepomp geen bijdrage levert aan het verlagen van de energierekening of aan het wooncomfort. Maar ook komt er voor heel veel huiseigenaren toch een forse investering op hen af, waarvoor ze vaak een lening aan moeten gaan of zelfs verdere verduurzamingsmaatregelen moeten nemen. Ik ben er toch bang voor dat dit eventueel gaat leiden tot een verplichting. Dat lijkt mij zeer onverstandig. Ik zou aan de minister willen vragen om daar toch nog op te reflecteren. Ik kan me voorstellen dat het kabinet dat nu al weet. Gaat die normering nou leiden tot een verplichting, ja ofte nee?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de wens om duidelijkheid. We hebben afgesproken in het coalitieakkoord dat we warmtepompen normeren en stimuleren, maar ik wil in de uitwerking de tijd nemen om te bezien dat we dit niet op een dusdanige manier doen dat we mensen in de knoei laten draaien; vandaar zei ik dat we de norm meenemen en kijken of het haalbaar is.
De heer Mooiman (PVV):
Deze vraag gaat over een ander onderwerp waar de minister in haar beantwoording in het eerste blokje ook op terug is gekomen, namelijk de isolatieproblematiek. Zij gaf aan dat er gewerkt wordt aan een voorstel dat Q2 onze kant op komt. Daarbij wil ik de minister graag vragen of zij toe kan zeggen dat ook wordt meegenomen hoe zij ervoor kan zorgen dat de isolatiebranche, die natuurlijk faillissementen heeft meegemaakt vanwege de problemen — de orders zijn alleen al in 2024 70% teruggevallen — daadwerkelijk de capaciteit heeft om straks aan de slag te gaan.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
We zijn in gesprek met deze branche, dus we zullen heel nadrukkelijk luisteren naar hun zorgen en naar waar de kansen liggen om dit met elkaar voor elkaar te krijgen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik word een beetje onrustig. Dat komt omdat je ziet dat een kwart van de huishoudens in Nederland al zegt: we verbruiken minder. Mensen zijn in paniek over de hoge prijzen. Ze maken zich enorme zorgen. We weten dat andere landen wel ingrijpen. Spanje had meteen een maatregelenpakket. De energierekening is daar direct omlaaggegaan. Ze hebben er in de tussenliggende jaren ook voor gezorgd dat de energierekening door het investeren in duurzame energie al blijvend lager is. Ik hoor de minister eigenlijk nog niks zeggen over de korte termijn. Over de langere termijn hoor ik dingen als "na de augustusbesluitvorming", "helaas is er geen dekking voor" of "in theorie is het misschien wel mogelijk om te compenseren". Wie moet die rekening betalen, vraag ik aan de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik in mijn beantwoording aangaf, ligt er 1,6 miljard bij de gemeentes om iets doen. Maar het vraagstuk waarvoor we nu bij elkaar zitten, en dat ook mijn portefeuille betreft, gaat over woningen en isolatie. Dat kan namelijk bijdragen aan minder afhankelijkheid. Vanmiddag is er een debat waar dit bredere vraagstuk voorligt. Daar zou ik graag naar willen verwijzen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is lekker makkelijk. Deze minister gaat bijvoorbeeld ook over de warmtenetten. Huurders die op een warmtenet zitten, betalen nu gemiddeld €370 meer. Ze betalen dus hoe dan ook. Als ze wel op het warmtenet zitten, betalen ze meer, vanwege de hoge kosten, die nog steeds gekoppeld zijn aan de stijgende gasprijzen. Als ze niet op het warmtenet zitten, betalen ze ook. Daar gaat deze minister over. Ik vraag deze minister dus om een antwoord. Wat gaat zij hieraan doen? We kunnen daar namelijk direct op ingrijpen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Er zijn op dit moment voldoende middelen voor de gebouwde omgeving. In de voorjaarsbesluitvorming regelen we integraal de verschillende financiële claims die hierover gaan. De warmtenetten staan daarbij op het netvlies. Daar kan ik nu gewoon nog niet op vooruitlopen. Ondertussen werken we aan de transitiepaden richten 2040 en 2050, mede met de input van de uitkomsten van het interdepartementaal beleidsonderzoek. In het voorjaar van 2027 kijken we met het kabinet verder vooruit, naar hoe we invulling geven aan de doelen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, sorry, maar het is een beetje zonde om interrupties te verspillen. Mijn vraag is niet of er voldoende geld is bij de overheden, want dat zegt de minister. Mijn vraag is of er genoeg geld is bij de huishoudens. Het zijn de huishoudens die in de knel komen door de gestegen energierekening. Het zijn huishoudens die, of ze nou wel of niet op een warmtenet zitten, betalen, elke keer weer. Elke keer komen we weer in een energiecrisis terecht. We kunnen dat voorkomen — dat is de afgelopen jaren onvoldoende gebeurd — maar we kunnen ook nu ingrijpen. Mijn vraag is dus niet of er geld is bij de overheid. Mijn vraag is of er geld is bij de huishoudens. Ik hoop toch dat de minister daar antwoord op wil geven. Wat gaan we doen om te zorgen dat mensen hun energierekening kunnen betalen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik vrees dat ik met hetzelfde antwoord ga komen, namelijk dat hier vanmiddag een debat over is. Daar staat dit nadrukkelijk op de agenda. Dit debat en mijn portefeuille gaan over de isolatie van woningen.
De voorzitter:
Een punt van orde.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik wil daar toch een punt van orde over maken. We kunnen verwijzen naar allerlei debatten, maar deze minister gaat bijvoorbeeld over de warmtenetten. Daar heeft ze net ook antwoord over gegeven. Daar ligt een probleem, namelijk dat mensen meer betalen als ze op het warmtenet zitten. Huurders betalen bijvoorbeeld gemiddeld €370 meer. Dat is een probleem voor huishoudens.
De voorzitter:
Probeer even naar het punt van orde te werken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is het ordepunt, voorzitter. Het lijkt me heel onwenselijk als de minister niet kan antwoorden op vragen over zaken waar ze over gaat en die in haar portefeuille zitten. Als punt van orde vraag ik dus aan u, als voorzitter, om de minister te vragen om hier wel op te antwoorden en niet naar vanmiddag te wijzen. Dit is één voorbeeld, maar het gaat over meer. Bij een warmtenet zou het bijvoorbeeld ook fijn zijn als woningen verduurzaamd worden. Corporaties hebben voor dit debat een brief geschreven waarin ze zeggen: we hebben daar tekorten; hoe gaan we het oplossen? Daar krijgen we nog geen antwoord op. Zou u de minister willen aansporen om wél antwoord te geven en niet te verwijzen naar het debat van vanmiddag? Al mijn vragen hebben namelijk betrekking gehad op het debat van vandaag.
De voorzitter:
Er zit natuurlijk wel een fine line tussen wat vanmiddag wordt besproken, namelijk de acute situatie die mensen nu thuis, aan de pomp of waar dan ook meemaken, en het programma van de gebouwde omgeving en de verduurzaming daarvan op de lange termijn. Daar zit overlap in, maar die is ook beperkt. Ik snap de minister dus als ze referte maakt aan het debat van vanmiddag. Ik wil de minister nog wel één keer vragen om te kijken of er wellicht toch nog iets meer kleuring aan kan worden gegeven, maar met deze kanttekening.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zeker, voorzitter. Als de vragen over warmtenetten, isolatie en de langetermijnplanning gaan, kan ik die gewoon beantwoorden. Ik wil best vooruitlopen op het mapje overig. Dat komt nog. Daar zitten warmtenetten in. Ik wil die vraag best beantwoorden, als dat helpt.
Het betreft dus het aantrekkelijker maken van warmtenetten. Warmtenetten zijn in veel stedelijke wijken de oplossing met de laagste nationale kosten. In deze wijken is een meer collectieve aanpak ook gewenst voor de bewoners, met het oog op andere maatschappelijke opgaven. Het kabinet zet subsidies in zoals de Warmtenetten Investeringssubsidie, 1,4 miljard tot 2030, om te zorgen dat dit een oplossing wordt die ook aantrekkelijk is voor de bewoner. Zo veel mogelijk duidelijkheid voor de bewoners over de kosten en de tarieven hoort daar natuurlijk gewoon bij.
De heer Russcher (FVD):
Ik wil terugkomen op mijn vraag die ik in mijn bijdrage stelde over de 50% +1-besluitvorming in plaats van tweederdemeerderheid voor het doorvoeren van verduurzaming. De minister gaf aan dat het quorum gewoon in stand blijft. Dat begrijp ik. Ik begrijp ook dat bij bestaande vve's unaniem besloten moet worden over het wijzigen van een splitsingsakte, maar ik maak me een beetje zorgen over nog niet bestaande vve's die gaan ontstaan voor wat kleinschaligere appartementencomplexen, bijvoorbeeld met twaalf woningen. Daarbij kan het zo zijn dat bijvoorbeeld zeven woningen in bezit zijn van één eigenaar, die die woningen daar verhuurt. Ik ben benieuwd wat dat mogelijk met de financiële positie doet van de huiseigenaren, dus de eigenaren van de overige woningen, en hoe de minister die positie wil waarborgen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ook hiervoor geldt dat het besluitvormingsvoorstel ziet op de 50% +1 van de stemmen. Dat geldt dus ook bij een andere verdeling van eigenaren.
De heer Russcher (FVD):
Dat zou dus in de praktijk kunnen betekenen dat iemand met zes tiende appartementsrecht die daar zijn woningen verhuurt, die anderen kan opzadelen met tienduizenden euro's aan verduurzamingsmaatregelen waar zij niet op zitten te wachten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Er zijn twee verschillende soorten bouw: nieuwbouw en bestaande bouw. Bij nieuwbouw geldt dit niet, want daarbij is dit al meegenomen in het kader van de nieuwbouw. Als de heer Russcher verwijst naar bestaande bouw: het klopt dat het daarbij gaat om 50% +1 van de stemmen.
De heer Russcher (FVD):
Het ik het dan goed begrepen dat er geen enkele waarborg zal zijn voor de financiële positie van die 49%? Het kan toch niet zo zijn dat één iemand die een meerderheid van de woningen verhuurt, mensen die daar een woning hebben gekocht, massaal op kosten gaat jagen voor verduurzaming waar ze niet op zitten te wachten?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het voorstel dat er ligt, ziet hier inderdaad op deze manier op.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik hoorde de minister antwoord geven op de vraag van de heer Grinwis over het geld voor gemeenten. Ik interpreteer dat maar even ook als het antwoord op mijn vragen, maar ik heb iets meer vragen gesteld. Ik heb immers ook gevraagd of de minister straks gaat sturen op het resultaat bij het uitgeven van die 1,6 miljard, dus meer verduurzaamde woningen in plaats van alleen die praktische ondersteuning in het gemeentelijke programma. Ze zei ook dat er nu 80.000 woningen zijn geïsoleerd. Mijn vraag was eigenlijk of we daarmee op weg zijn naar het doel van 750.000 woningen of dat er nog meer moet gebeuren om het doel te halen. En is het tempo hoog genoeg? Hebben we meer inzicht nodig op de uitvoering of denkt de minister dat dit wel goedkomt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mevrouw Steen zegt terecht dat het antwoord op de vraag van de heer Grinwis ook voor haar vraag gold. Aanvullend naar aanleiding van haar vraag of het tempo goed genoeg is: het is verviervoudigd. Dat is nog niet genoeg. Er zal dus nog meer moeten gebeuren. Wat betreft de gelden die bij de gemeentes liggen om hierop in te zetten: zij moeten daarmee leveren. Als zij daar niet mee leveren, moet dat geld gewoon terugkomen naar de staatskas, zodat dat herverdeeld kan worden over de plekken waar dat wél gebeurt. Dat is dus de stimulans om te komen tot realisatie.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik wil helemaal niet dat dat geld teruggaat naar de staatskas. Ik wil dat dat geld gestoken wordt in de verduurzaming van die woningen. Ik denk dus dat er met name voor gezorgd moet worden dat die gemeenten op een goede manier aan de slag gaan met het inzetten van het geld. Wat is daarvoor nodig? Is er iets wat wij hier in de Kamer kunnen doen om dat verder te helpen? Mijn tweede vraag is als volgt. We zien dat de minister haar best doet om huishoudens te bereiken, ook met het energiehuis, maar we weten natuurlijk ook dat er een groep inwoners is die het moeilijk hebben en die kwetsbaar zijn. Die zijn bekend bij de gemeente. Dat zijn vaak inwoners die een uitkering krijgen en die ergens op een lijst staan. Maar juist op het punt van verduurzaming en energie is er een hele grote groep mensen die misschien geen uitkering hebben maar die het wel moeilijk hebben. Dan hebben we het ook over de middeninkomens, die straks een stap moeten zetten in het isoleren van hun huis maar waarvan het geld vastzit in hun huis. Die kunnen we veel minder makkelijk bereiken door een gemeentelijke kaartenbak open te trekken. Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat ook zij bereikt worden met al die middelen die er zijn?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Een van uw vragen is wat we kunnen doen, omdat we het geld helemaal niet terug zouden willen. Daar hebben we overeenstemming over: wij willen het ook niet terug. We willen dat ze het op de goede plek uitgeven met maximaal rendement. Ik zal de colleges dus in ieder geval een brief sturen om hier echt nadrukkelijk meer aandacht voor te vragen.
Dan uw vraag over het energiehuis. Die informatie gaat proactief naar de bewoners toe, beginnend bij de meest kwetsbaren. U heeft er gelijk in dat dat bij de middeninkomens ook zo is en dat de outreach dus ook naar hen moet gaan. Ik ben afgelopen week in Heerlen geweest. Daar zijn ze bezig met die isolatie. Ze hebben daar een voorbeeldhuis gemaakt in de wijk, waar iedereen in en uit mag lopen om te kijken hoe je huis eruit gaat zien als het is verduurzaamd. Dat is heel laagdrempelig; daar kan iedereen naar binnen. De mensen op straat praten er ook over. Dat leidt er in die wijk — daar was ik; ik zal dat dus niet extrapoleren naar heel Nederland — dus toe dat die mensen het zelf kunnen zien. Ze kunnen daar naar binnen lopen met al hun vragen en krijgen daar antwoord op, onafhankelijk van het inkomen dat ze hebben. Dit zijn volgens mij de voorbeelden die gemeentes met elkaar moeten delen om te laten zien hoe dit een positieve uitwerking heeft op de bereidheid van mensen om zich in ieder geval te oriënteren op wat wel of niet zou kunnen.
De voorzitter:
Dank. Ik schors de vergadering voor een ogenblik vanwege de aangekondigde voorzitterswissel. Ik had het blokje graag nog even afgemaakt met interrupties van in ieder geval mevrouw Van Oosterhout en de heer Nobel, maar dat zal onder een ander voorzitterschap moeten gebeuren. De vergadering is even geschorst.
De voorzitter:
Improviseren kunnen we leren, zeggen we maar. Volgens mij had mevrouw Van Oosterhout een interruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ja, want ik mis eigenlijk het gevoel van urgentie bij deze minister. We hebben het over augustus en over "voor de kerst". Is deze fossiele crisis geen reden voor de minister om er toch een schep bovenop te doen? Dan heb ik het bijvoorbeeld met name over het Isolatie Offensief.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het Isolatie Offensief is hartstikke belangrijk; dat heeft ook urgentie. We hebben ook afgesproken om de komende dagen met elkaar te spreken over hoe we daar invulling aan kunnen geven en hoe we ervoor kunnen zorgen dat, voordat de winter dit jaar weer intreedt, zo veel mogelijk mensen gebruik hebben kunnen maken van allerlei isolatiemaatregelen om ervoor te zorgen dat zij, als wat zich nu afspeelt zich doorzet, kosten kunnen reduceren door te isoleren. Dit heeft dus onze volle aandacht. We zijn daar interdepartementaal over in gesprek. Samen met de minister van KGG moet ik hiernaar kijken en zijn we aan het kijken hoe we dit zo snel mogelijk met elkaar vorm kunnen geven.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dan zal het toch ook echt heel belangrijk zijn dat daar extra middelen voor worden vrijgemaakt. Ik ben heel benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik zojuist ook tegen de heer Grinwis heb gezegd, ben ik het met u eens dat daar ook middelen voor beschikbaar moeten zijn. Op dit moment ben ik gebonden aan de financiële kaders waarbinnen ik zit. Op basis daarvan en op basis van de processen zoals we die nou eenmaal met elkaar hebben ingeregeld, zijn dat de momenten waarop ik dat kenbaar kan maken.
De heer Nobel (VVD):
Ik zou het debat graag iets verbreden. Ik ben blij dat de minister zelf aangeeft dat zij zich binnen de financiële kaders tot de ambities moet verhouden. Dat lijkt mij heel gezond. We zien ook vaak dat bedrijven- en kantorenterreinen op dit moment niet aan de energie-eisen voldoen en dat veel ontwikkelaars die panden ook niet transformeren, omdat de overdrachtsbelasting heel hoog is. Bent u ook bereid om te kijken of verduurzamingsmaatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld in de fiscaliteit, om andere gebouwde omgevingen te betrekken bij de woningbouwopgave?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben altijd bereid naar goede suggesties te kijken. Ik zal dit dus meenemen als een goede suggestie waar ik naar ga kijken.
De voorzitter:
Volgens mij hebben we daarmee het eerste blokje afgerond. We gaan naar het blokje netcongestie.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Er was een vraag van D66 over de normen van netbewuste nieuwbouw. Op de Woontop van 2024 zijn afspraken gemaakt om netbewust bouwen te stimuleren. Vanuit de FGU-crisisaanpak wordt de mogelijkheid voor normering van netbewuste nieuwbouw verder uitgewerkt, maar met alleen netbewuste nieuwbouw redden we het niet. Het versnellen van netuitbreidingen en slimmer elektriciteitsgebruik in bestaande gebouwen blijft nodig. Het probleem van netcongestie is niet op korte termijn opgelost. We zullen ons erop moeten aanpassen dat elektriciteit niet onbeperkt voor iedereen beschikbaar is. Omdat de ruimte op het net in de FGU zo schaars is, wordt er ook gewerkt aan manieren om woningbouw te kunnen blijven aansluiten op locaties waar de ruimte op het net minimaal is, bijvoorbeeld door de inzet van accu's of generatoren.
Dan een aanvullende vraag van D66 over de kosten van netbewust bouwen. In algemene zin zet dit kabinet erop in om kostenverhogende regels te voorkomen, maar gezien de schaarste op het elektriciteitsnet kijk ik naar alle mogelijkheden waarmee de woningbouw wél kan doorgaan. Samen met de sector werk ik aan een beter zicht op de kosten en opbrengsten van netbewuste nieuwbouw. Op basis daarvan kan een afweging gemaakt worden tussen de kosten en de baten.
De heer Nobel (VVD):
We hadden laatst een rondetafelgesprek waarin naar voren kwam dat het aansluiten van woningen die netbewust zijn, tot wel €10.000 kan schelen in de prijs. Toen werd ook aangegeven dat het heel vaak niet mogelijk is om die woningen op het net aan te sluiten. Ik denk dat we dan wel verkeerd bezig zijn met elkaar. Zou de minister daarop kunnen reflecteren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is een terechte vraag van de heer Nobel. Als het de keuze is tussen niet aansluiten of netbewust aansluiten, dan is dat het uiteindelijke vraagstuk dat voorligt en waar een antwoord op moet komen. Ik denk dat de keuze tussen niet aangesloten kunnen worden of op de wachtlijst komen om veel later aangesloten te worden als het gaat over de woningbouwopgave, waar we met z'n allen naar kijken, in sommige gevallen een consequentie gaat zijn van netbewust bouwen.
De voorzitter:
Ik zie een knikje van de heer Nobel. Hij is niet helemaal tevreden, maar hij gaat hier geen interruptie aan spenderen. Volgens mij kan ik dan concluderen dat u door kan naar het derde blokje, regelgeving.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het Besluit bouwwerken leefomgeving zorgt ervoor dat we in Nederland veilige, gezonde, bruikbare en duurzame gebouwen bouwen. De regels van het Bbl gelden voor alle gebouwen in heel Nederland, waarmee we een eenduidig en gelijk speelveld voor de bouw creëren. Mijn voorganger heeft dit samen met alle partners op de Woontop nogmaals bevestigd. De wet biedt geen ruimte voor extra of hogere eisen via lokale regels, vergunningen of privaatrechtelijke overeenkomsten. Het is vooral ook voor de industriële bouw van belang dat we dit gelijke speelveld bewaken. Bouwers moeten ervan uit kunnen gaan dat ze hun woningen overal in Nederland kunnen plaatsen vanuit hetzelfde technische kader. Ik hoor dat gemeenten sturen op bovenwettelijke kwaliteitsniveaus in de nieuwbouw, omdat ze van mening zijn dat het Rijk de verduurzaming van nieuwe gebouwen onvoldoende snel doorzet. De afspraak is echter dat we de duurzaamheidsregel de komende jaren volgens de lijn van de EPBD IV stap voor stap landelijk aanscherpen. Inmiddels is de Woontopafspraak afgerond om inzichtelijk te maken wat de handelingsruimte van gemeenten is. Deze bespreek ik binnenkort met alle Woontoppartners.
Een vraag van mevrouw Steen over de milieuprestatie-eisen voor nieuwbouw en scherpere eisen voor woningen. Ik geef er de voorkeur aan om voorrang te geven aan de invoering van de zogeheten WLC-GWP, volgend uit de Europese richtlijn Energieprestatie van Gebouwen boven nu een heroverweging van een scherpere milieuprestatie-eis voor woningen. Ik voer namelijk op dit moment een evaluatie uit van het instrument van de milieuprestatie. Bij deze evaluatie zal ook de vraag aan de orde komen of en hoe de MPG als eis samen kan gaan met de WLC-GWP vanaf 2030, zonder dat dit leidt tot extra administratieve lasten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Wat betekent dat dan precies? In het verleden is hier namelijk al veel over gesproken. De ambtsvoorganger van deze minister, De Jonge, heeft hier een besluit voorgehangen. Dat is niet doorgegaan omdat minister Keijzer het weer hernam. Het hele idee was om bijvoorbeeld biobased bouwen meer kans te geven in de vernieuwde MPG. Ziet het antwoord van de minister er inderdaad op toe dat bijvoorbeeld innovatieve CO2-arme manieren van bouwen, zoals biobased bouwen, aantrekkelijk worden? Daar wil ik wel graag helderheid over. Wanneer komt die helderheid er dan voor de markt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het antwoord op de vraag van de heer Grinwis is: ja, dat zit in de WLC. Op uw vraag wanneer dat op de markt komt, is het antwoord: in 2027.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Een vraag van de VVD en D66 over het herzien van de regels en het standaardiseren ervan. De bouw heeft inderdaad behoefte aan eenduidige en duidelijke regels. Voor de technische eisen hebben we landelijk het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Bbl. Zoals al is toegelicht in mijn inleiding, hebben we overal in Nederland dezelfde regels voor gebouwen. Extra eisen door gemeenten zijn zowel via vergunningen als via private contracten niet toegestaan. We stellen regels als dat nodig is vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid of duurzaamheid. Mocht er reden zijn de regels aan te passen, dan zal ik dat in samenspraak met uw Kamer doen. Daarbij is het voor mij van belang dat de regels niet nodeloos duur en beperkend zijn. Bij aanpassing van de regels zal dat dan ook mijn toetssteen zijn. In het verlengde van de kabinetsreactie op de adviescommissie STOER zal ik de grondslagen en uitgangspunten van het Bbl opnieuw onder de aandacht brengen, aangezien dat in veel gevallen niet door iedereen eenduidig wordt uitgelegd.
De heer Nobel (VVD):
Ik ben in die zin blij met het antwoord van de minister dat zij de zorgen omarmt die ik en mijn collega van D66 hebben geuit. Zij ziet ook dat de lokale eisen ervoor zorgen dat er minder wordt gebouwd. Tegelijkertijd geeft de minister aan dat dat eigenlijk niet mag; maar erkent de minister dat het op dit moment toch nog gebeurt? Wat is zij voornemens om hier dan ook direct aan te doen, aangezien het niet mag?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoor diezelfde geluiden dat het gebeurt ook, terwijl we daar met elkaar afspraken over hebben gemaakt. Ik houd mij aan het uitgangspunt "afspraken zijn afspraken, totdat je nieuwe afspraken hebt gemaakt", dus ik zal in gesprek gaan met degenen met wie we deze afspraken hebben.
De voorzitter:
Meneer Nobel, uw laatste interruptie.
De heer Nobel (VVD):
Ik hoop wel op een iets stevigere reactie dan alleen een gesprek, want op het moment dat de minister weet welke gemeenten zich hier niet aan houden, moet het niet bij een gesprek blijven, want we hebben met elkaar inderdaad afspraken gemaakt. En wat de VVD betreft geldt dan ook: afspraak is afspraak. We moeten er gewoon echt voor zorgen dat die woningbouwontwikkeling van de grond komt. Daar helpen dit soort bovenregionale eisen niet bij. Dus ik hoop dat de minister kan toezeggen dat ze meer gaat doen dan alleen in gesprek gaan, en dat ze dan ook echt gaat ingrijpen bij die overheden die dit doen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het begint altijd met een gesprek, zeker als je ze nog nooit hebt gesproken. Maar als uit dat gesprek blijkt dat er dingen plaatsvinden waar we andere afspraken over hebben gemaakt, dan zullen we het instrumentarium inzetten dat daarvoor is.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik vervolg met een vraag van de heer Mooiman over de doelstellingen circulariteit in relatie tot de woningbouw. Ik ben het met u eens dat de woningbouwopgave de allerhoogste prioriteit heeft, ook als het gaat om circulariteitsdoelstellingen waar het kabinet aan wil werken. Zie het coalitieakkoord en het Nationaal Programma Circulaire Economie. Lopend beleid, zoals industrieel bouwen, biedt niet alleen kansen om sneller en betaalbaarder te bouwen, maar ook om schoner te bouwen met minder milieu-impact. Tevens zorgt het voor meer grondstoffenbeschikbaarheid.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Mooiman voordat u verdergaat.
De heer Mooiman (PVV):
Dank aan de minister voor het antwoord. Ik denk inderdaad dat de doelstellingen omtrent circulair bouwen ertoe kunnen leiden dat uiteindelijk de slagkracht van de woningbouwambities die we met elkaar hebben, mogelijkerwijs in het geding kan komen. Ik wil de minister in ieder geval vragen of zij het met ons eens is dat die doelstellingen omtrent circulariteit er nooit toe mogen leiden dat we dus minder woningen gaan bouwen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De woningopgave heeft de hoogste prioriteit, dus we moeten er alles aan doen om de afspraken daarover te realiseren, op basis van een verstandige omgang met de regelgeving.
De voorzitter:
Gaat u door met uw betoog.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan kom ik bij de vraag van de VVD over energielabels. Het energielabel wordt steeds belangrijker in het economisch verkeer. Door alleen in te zetten op kostenverlaging kunnen we niet zorgen voor een hoogwaardig energielabel. Met de wijzigingen die vanaf mei dit jaar van kracht worden, heb ik maatregelen genomen om foutieve labels verder te beperken. Bovendien ben ik bezig om publiek toezicht toe te voegen aan dit stelsel. Daarnaast ben ik bezig met de gemoderniseerde bepalingsmethode, die vanaf 2030 van kracht wordt. Daarbij is een belangrijke randvoorwaarde dat de opname van de energieprestatie niet méér tijd gaat kosten.
Dan kom ik bij de vraag van de VVD over de administratieve lasten voor vve's. Wij werken aan een wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de besluitvorming over verduurzaming, onderhoud en financiering. Dat komt in het Burgerlijk Wetboek. Ik verwacht dat het voorstel voor de zomer in consultatie kan gaan.
Dan een vraag van GroenLinks-Partij van de Arbeid over waterzijdig inregelen. Inderdaad kan met waterzijdig inregelen een stap worden gezet naar een lagere energierekening. Het Besluit bouwwerken leefomgeving kent ook de eis dat installaties goed moeten worden ingeregeld bij ketelvervanging. De besparing is echter niet direct tastbaar, dus hikken veel mensen toch aan tegen de kosten, tussen de €500 en €750. Bij de invoering van de EPBD IV-regels ga ik het beter inregelen van installaties opnieuw onder de aandacht brengen. Er valt nog veel te winnen in de bekendheid en uitvoering van deze maatregelen. Ik ga met de techniekbranche in gesprek over hoe zij de regels hiervoor beter kunnen naleven en de voordelen voor de consument beter inzichtelijk kunnen maken.
De voorzitter:
Dat was het blokje regelgeving. Ik kijk voor de zekerheid nog even rond. Nee? Dan kunt u vervolgen met het laatste blokje, overig.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ondanks dat het blokje "overig" heet, zit warmte daar ook in. Dat onderwerp ligt primair bij de minister van KGG, maar ik heb wel een aantal antwoorden.
De SP stelt dat warmtenetten in veel stedelijke wijken een oplossing met de laagste nationale kosten zijn; in deze wijken is een meer collectieve aanpak vaak ook gewenst voor de bewoners, met het oog op andere maatschappelijke opgaven. Het kabinet zet subsidies, zoals de Warmtenetten Investeringssubsidie van 1,4 miljard tot 2030, in om te zorgen dat het ook de oplossing wordt die aantrekkelijker is voor de bewoner. Zo veel mogelijk duidelijkheid over de kosten en tarieven hoort daar uiteraard bij.
GroenLinks-PvdA had een vraag over de SAH-subsidie. Ik onderschrijf het belang van de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen voor de realisatie van warmtenetten in wijken met veel corporatiebezit. De SAH is onderdeel van de besluitvorming over de inzet van het Klimaatfonds dit jaar. De minister van KGG en ik zullen hier dus snel helderheid over geven.
Ten aanzien van uw vraag over het opkopen van warmtenetten: in overleg met de minister van KGG kijk ik hoe we de realisatie van warmtenetten kunnen versnellen. Daarvoor kijken we ook naar de opkoop van warmtenetten zoals in het regeerakkoord is benoemd. Voor meer specifieke vragen moet u bij de minister van KGG zijn.
Dan de vraag van D66 over de duidelijkheid van de verduurzamingsopties. De warmtetransitie vraagt om duidelijke keuzes op lokaal niveau. Gemeenten moeten daarom uiterlijk eind 2027 een warmteprogramma vaststellen waarin zij voor de komende tien jaar per wijk, buurt of dorpskern aangeven of en hoe overgestapt wordt op duurzame warmte. Dat geeft de bewoners duidelijkheid. Als Rijk helpen we door te zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn en gemeenten die regierol ook kunnen invullen.
Dan de vraag van GroenLinks-Partij van de Arbeid over de prognoses opkoop warmtebedrijven. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van KGG. Zij is momenteel in gesprek met de private warmtebedrijven. Voor een nadere stand van zaken verwijs ik naar haar.
Tot slot de vraag van de SP over het omzeilen van de rechten van huurders. Verduurzaming is van belang voor de huurder, niet alleen voor de huidige maar ook van de toekomstige huurder. Daarbij is draagvlak belangrijk en zijn er verschillende waarborgen voor huurders. Ik herken dan ook niet het beeld dat er wetgeving en beleidsvoorstellen zijn die dat draagvlak moedwillig willen omzeilen.
Sorry, voorzitter, ik was toch nog niet helemaal klaar. Ik heb nog twee vragen. De eerste vraag van D66 gaat over de kostenstructuur van de warmtenetten. Het socialiseren van de kosten voor het aanleggen van warmtenetten is een interessant idee. De budgettaire effecten en de effecten qua doelmatigheid worden onderzocht in het ibo Verduurzaming gebouwde omgeving. Het ibo wordt rond de zomer naar de Kamer gestuurd, gevolgd door een kabinetsreactie.
Tot slot nog een vraag van D66 over de warmtenetten. Er zijn voorbeelden dat bij de aanleg van een warmtenet gebruik wordt gemaakt van wel zeven verschillende subsidies, nationaal en lokaal. Dat geeft veel gedoe en onzekerheid en maakt het aanleggen van warmtenetten niet makkelijk. Mijn collega van KGG is bezig met het uitwerken van een clusteraanpak om de aanleg van collectieve warmte te versnellen op de plekken waar collectieve warmtenetten een robuuste keuze zijn. Daarbij ga ik in gesprek met mijn collega, de minister van KGG, om te kijken waar we het subsidielandschap voor collectieve warmte verder kunnen verbeteren.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Toch nog even over de SAH. Ik hoor de minister veelvuldig zeggen: we gaan ernaar kijken en we zijn in gesprek. Maar voor dit jaar is er nul euro beschikbaar. Dus wat gaat de minister, eventueel samen met de minister van KGG, dit jaar nog doen om ervoor te zorgen dat al die projecten niet stilvallen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit nemen we mee in de voorjaarsbesluitvorming.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout gaat haar laatste interruptie plegen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik wil nogmaals benadrukken dat het dan wel echt te laat komt. Ik mis in de hele beantwoording compleet de urgentie van al deze maatregelen waar we het vandaag over hebben. Ik zou de minister dus willen vragen om daar toch op kortere termijn duidelijkheid over te geven, want hierdoor blijven duizenden mensen in de kou zitten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De voorjaarsbesluitvorming is volgende week, dus sneller dan dat gaat mij niet lukken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Volgens mij komt de Voorjaarsnota aanstaande vrijdag al naar de Kamer, naar ik begreep. Kan de minister niet een tipje van de sluier oplichten? Wordt die regeling weer opengezet? Of blijft het bij dit procedurele antwoord?
Ik weet niet of ik nog een interruptie heb, maar dan doe ik deze er gelijk achteraan. Heb ik er nog een? Nee? Dan maak ik mijn vraag af, voorzitter. Het gaat over die warmtenetten. Vorig jaar hebben we na veel vijven en zessen, na jaren werken, eindelijke de nieuwe Warmtewet aangenomen. Dat was allemaal onder het beslag van: dit kan echt pas gaan werken, nu we het juridisch raamwerk klaar hebben staan, als er voldoende geld komt en als er ook duidelijkheid komt voor de grote bedrijven die nu de warmtenetten hebben over hoe het verdergaat met hun warmtenetten. De minister verwijst nu naar een ibo, maar dat betekent dus dat we straks weer een jaar verder zijn, zonder helderheid en zonder dat er iets gebeurt, want sinds '23 ligt eigenlijk alles stil. Wanneer kunnen we nou precies wat verwachten? Wordt er in de Voorjaarsnota ook duidelijkheid gegeven over hoe het nou verder moet met die financieringsknoop rondom de warmtenetten? Of wordt dat allemaal tot achter de ibo verschoven? Dan constateer ik dat het gewoon heel veel uitstel van …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
… executie is.
De voorzitter:
Nou minister, hebben we een spoileralert?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben gebonden aan de financiële kaders. Ja, vrijdag ligt het in de ministerraad. En dus: ja, volgende week hebben we daar meer duidelijkheid over, in ieder geval over wat de inzet is.
Uw tweede vraag neem ik even mee naar de tweede termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had een vraag op dat punt. Ik heb daar namelijk ook veel vragen over gesteld. Die laat ik dan maar even staan voor de tweede termijn. Ik weet niet of u nu een veegrondje doet met niet-beantwoorde vragen, voorzitter.
De voorzitter:
Dat kunnen we dan straks doen in de tweede termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, want die zijn allemaal in de eerste termijn gesteld. Dat is zonde.
De voorzitter:
Nou, doet u maar dan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had gevraagd: gaat u het geld uit het Social Climate Fund inzetten voor energiebesparende maatregelen voor mensen met de laagste inkomens? En ik had … Nee, die laat ik even.
De voorzitter:
Dan houden we het daarbij. De minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ja, is het antwoord op die vraag. Dat doen we voor het Warmtefonds en het energiehuis.
De voorzitter:
Goed, dat betekent dat dit ook uw laatste blokje was. Dan gaan we over naar de tweede termijn. Meneer Mooiman, u bent door uw interrupties heen, maar u kunt verdergaan met uw tweede termijn.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Gelukkig. Allereerst natuurlijk dank aan de minister voor de antwoorden. Op een aantal punten geeft de minister helaas toch aan nu geen antwoord te kunnen geven. Voor ons is het wel belangrijk om die antwoorden te krijgen. We zouden dus sowieso een tweeminutendebat aan willen vragen om ervoor te zorgen dat we als Kamer ook uitspraken kunnen doen om beleid bij te sturen en zaken voor elkaar te krijgen. Zeker waar het gaat om de hybride warmtepomp en de normering daarvan zijn wij echt van mening dat dat absoluut niet moet leiden tot een verplichting, omdat dat mensen uiteindelijk op enorme kosten kan gaan jagen.
Daar laat ik het bij, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben een beetje teleurgesteld in hoeveel antwoorden de minister überhaupt kon geven. Het is ook weinig concreet. Kijk, andere landen kunnen het wel. Ik noemde al het voorbeeld van Spanje. Een paar jaar geleden betaalden Spanjaarden nog 15% meer aan elektriciteit en gas dan het Europees gemiddelde. Vorig jaar was dat al 30% minder. Dat komt doordat ze in al die jaren gewoon heel veel ingezet hebben op zonne- en windenergie. Direct nu die energiecrisis begint, zegt Spanje heel duidelijk nee tegen de illegale oorlog van Trump en verlaagt het de energierekening verder. Dat is het soort daadkracht dat we ook van deze minister verwachten. Daar graag een reactie op.
Ik wil nog even door op de warmtenetten. De heer Grinwis en ik hebben daar vrij uitvoerig aandacht voor gevraagd. Dit is een gigantisch probleem. De minister blijft maar schermen met: dat zijn gemiddelde laagste maatschappelijke kosten. Ja, maar de huishoudens betalen wel de prijs. Daardoor ligt het stil; we komen niet verder. Huurders betalen €370 meer als ze op een warmtenet zitten dan als ze niet op een warmtenet zitten. We kunnen het antwoord op die vragen niet langer doorschuiven, want dat doen we al jarenlang. Daarmee komt het gewoon niet van de grond en gaan we elke energiecrisis opnieuw zien dat we nog steeds afhankelijk zijn van al die onvrije landen, waar we niet van afhankelijk willen zijn. Als we willen dat dit werkt …
De voorzitter:
Komt u tot een afronding?
Mevrouw Beckerman (SP):
… moeten we zorgen dat huishoudens betaalbare energie hebben. Dat kan. Andere landen doen dat ook. De vraag is alleen: is de politieke wil er?
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. Ik zei eerder in mijn bijdrage al dat het coalitieakkoord gemixte signalen geeft over wat het wil. Er is een verschil tussen de tekst en de budgettaire bijlage. Ik kan vaststellen dat deze verwarring na dit debat alleen nog maar groter is geworden. Enerzijds zegt de minister een paar keer dat er voldoende geld is. Anderzijds zegt de minister dat er meer geld nodig is, maar dat zij gebonden is aan financiële kaders. Welke van de twee is het? Als we nu echt deze fossiele crisis het hoofd willen bieden, is het cruciaal dat we er nú een schep bovenop doen en echt op hele korte termijn stappen gaan zetten. Mijn fractie verwacht dan ook op korte termijn een spoedplan van deze minister.
Daarnaast onderschrijft de minister de adviezen van de SER, maar we horen tegelijkertijd niets over wat die gaan betekenen. Ik zou de minister graag willen vragen om, vandaag of in een brief, nader te reageren op de adviezen van de SER.
Tot slot. Het is enorm belangrijk dat er toch ook nog voor dit jaar geld vrijgemaakt wordt voor de SAH, zodat de warmtenetten niet stilvallen. Wij kijken dan ook met veel belangstelling uit naar de besluitvorming in de Voorjaarsnota, waar de minister het net over had.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank. Ik wil de minister bedanken voor het beantwoorden van de vragen die ik namens de VVD heb gesteld. Ik ben blij dat de minister aangeeft dat zij wil kijken wat er bijvoorbeeld fiscaal nog mogelijk is bij de transformatie van kantoren. Ik zou de minister wel willen aansporen om bij het eerste kopje koffie dat zij met lokale overheden doet ook meteen stevig en duidelijk te zijn. Grijp de regie, want we moeten er echt voor zorgen dat de woningbouwontwikkeling van de grond komt. Alle bovenwettelijke eisen en alle regulering die erbovenop komt, gaat daar niet aan bijdragen. Namens de VVD doe ik dus de oproep: wees ook gewoon stevig in die gesprekken.
De voorzitter:
De heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik wil nogmaals aankaarten dat het voor Forum voor Democratie in ieder geval onacceptabel is dat 49% straks de rekening gaat betalen voor iets waar zij waarschijnlijk totaal niet op zitten te wachten, door die besluitvormingsregeling die naar 51% gaat. Ik zal bij het tweeminutendebat dan ook concrete voorstellen indienen om dat tegen te houden.
Daar wilde ik het bij laten.
De voorzitter:
De heer Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Ja, er ligt een enorme woningbouwopgave. Tegelijkertijd moeten we er echt voor zorgen dat de energierekening omlaaggaat en dat we minder afhankelijk worden van buitenlandse energie. Ik blijf benadrukken dat daarbij drie dingen belangrijk zijn: inzetten op warmtenetten, netbewust bouwen en duidelijke keuzes en eenduidige regels. Ook ik kijk uit naar de voorjaarsbesluitvorming, die inderdaad al overmorgen is — zo snel kan het gaan.
Daar laat ik het bij.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het is een goed verhaal, hoor, van D66: inzetten op warmtenetten en zorgen dat de energierekening omlaaggaat. Super. Dat is nu alleen niet zo. Ik noemde net heel concreet die €370 die huurders op een warmtenet gemiddeld meer betalen dan huurders die niet op een warmtenet zitten. We kunnen afwachten, maar u kunt als Kamerlid zelf ook zeggen: dit is wat ik eraan zou willen doen. Wat zou D66 hieraan willen doen?
De heer Van Leijen (D66):
Volgens mij gaan we nou een beetje een debat herhalen dat we in de eerste termijn hebben gevoerd. We hebben gisteren voor een amendement gestemd en de voorjaarsbesluitvorming komt eraan. We gaan zien wat daarin staat en dat gaan we beoordelen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mooi dat u voor dat amendement heeft gestemd. Dat was ook niet mijn vraag. Mijn vraag is de volgende. Huurders die nu op een warmtenet zitten betalen gemiddeld €370 meer dan huishoudens die daar niet op zitten. Dat slaat het draagvlak weg, want ze horen mensen zoals u zeggen: verduurzaming gaat je geld opleveren. U zegt dat net ook weer, maar dat is niet waar. Hoe gaan we dat gat vullen? Daar heeft dat amendement niks mee te maken. Hoe zou u dat gat willen vullen? Het kan namelijk wel. Het is alleen de vraag of de politieke wil er is. Waar ligt uw politieke wil hierin?
De heer Van Leijen (D66):
Daar ligt mijn politieke wil zeker. Ik denk nog steeds dat warmtenetten op termijn voor de meeste mensen de goedkoopste optie zijn, vooral in gestapelde bouw. We moeten dus echt stappen zetten om daarnaartoe te bewegen. Ik heb ook bewust de vraag gesteld of het zou helpen als je anders omgaat met de kostenstructuur. Ik ben erg benieuwd wat daarover in de ibo komt te staan. Laten we verder kijken welke stappen we daar kunnen zetten. We moeten daar echt stappen in zetten; dat ben ik wel met u eens.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar de heer Grinwis voor zijn tweede termijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording. Even op het laatste aansluitend: we kunnen wel zeggen dat we warmtenetten willen, maar daarmee zijn ze er nog niet. Het ligt al jaren stil. De crux zit 'm in de uitvoeringskracht en de financiering, de bekostiging; waar leggen we de rekening neer?
Ik wil de minister het volgende vragen. De Voorjaarsnota zal voor de korte termijn al iets van duidelijkheid geven over de regeling voor aardgasvrije huurwoningen; vol verwachting klopt ons hart. Prima, maar kan de minister misschien voor de langere termijn samen met haar collega Van Veldhoven van KGG, die primair verantwoordelijk is voor de Warmtewet — maar bij de warmtenetten raken beide verantwoordelijkheden elkaar heel erg — het volgende doen? Kan zij misschien als follow-up, nu de Wcw, de Wet collectieve warmte, is aangenomen, een brief schrijven aan de Kamer en aan de commissies van KGG en VRO over hoe wij de investeringen in de warmtenetten weer van de wal krijgen? En kan zij daarbij ook de zorg adresseren dat het voor de gebruiker inderdaad duurder wordt? Daar zijn eerder allerlei afspraken over gemaakt en moties over aangenomen. Wanneer er wordt overgegaan naar een volgende fase van bekostiging, zou het heel fijn zijn als daar helderheid over komt. Misschien kan daar voor of rond de zomer of kort na de ibo een brief over komen. Daar komt natuurlijk een kabinetsreactie op, maar ik krijg graag helderheid over deze punten, want hier maken wij ons echt wel zorgen over — niet alleen mijn fractie maar ik denk een behoorlijk deel van de Kamer.
Dat was mijn tweede termijn qua tijd.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Mag ik u vragen om heel even het voorzitterschap van mij over te nemen?
De voorzitter:
Zeker, mevrouw Steen. Hierbij geef ik u het woord namens de CDA-fractie.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Heel kort. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik zou haar op het hart willen drukken iets meer regie te houden ten aanzien van die gemeenten. Ik hoor veel zachte maatregelen als het gaat om het uitgeven van het geld: we gaan erop aandringen, we gaan zorgen dat ze met elkaar in contact komen. Ik vraag me echt af of dat voldoende is. Houdt u alstublieft in de gaten dat het snel genoeg gaat, en grijp ook in, neem regie — dat is ook uw rol — op het moment dat u ziet dat dat geld te langzaam uitgegeven wordt door die gemeenten om woningisolatie te realiseren.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
O sorry, mevrouw Steen. Ik kreeg een spoedberichtje op de app. Hierbij geef ik het voorzitterschap graag weer terug alvorens we doorgaan naar de tweede termijn van de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Heeft de minister nog tijd nodig of kunt u in een keer door?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mag ik twee minuten?
De voorzitter:
Twee minuten moet lukken.
De voorzitter:
Goed. Wij gaan door met de tweede termijn van de minister. Gaat uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Er was een vraag van de heer Grinwis, namens meer mensen dan alleen hemzelf, denk ik. Wij zien dat de ontwikkelingen op het gebied van de warmtenetten niet stilstaan. Veel gemeenten zijn hiermee bezig. Er zijn diverse middelen beschikbaar in de Voorjaarsnota binnen mijn financiële mandaat. Daar hebben we het over gehad. U doet mij uiteindelijk het verzoek of ik een brief wil schrijven voor de zomer waarin ik inga op hoe we hier dan daadwerkelijk op gaan bewegen, aangezien het al zolang stilligt. Dat kan ik toezeggen. Ik zal samen met mijn collega van KGG kijken hoe we hier een brief over kunnen opstellen die antwoorden geeft op niet alleen uw vraag, maar ook de bredere vragen die hierover zijn gesteld.
Voorzitter. Dan mijn reactie op de vraag van de SP over de bredere inkomensondersteuning. Daar gaat het vanmiddag over. Ik doel dan dus op de toeslagen, de verlaging van belastingen et cetera. Voor isolatie en de grote urgentie daarop bent u bij mij inderdaad aan het juiste adres.
Hoe activeren we de gemeentes, waar 1,6 miljard ligt? Ik ga in ieder geval een brief sturen aan de nieuwe colleges waarin ik de urgentie nogmaals onder de aandacht zal brengen. We moeten de kwestie met de vleermuizen gaan oplossen, want dat is een hinderende factor bij het komen tot isolatie van huizen. Ook op energiearmoede moet een inzet worden gepleegd. Wij zien isolatie als de beste verzekering van de huizen en van de mensen om om te kunnen gaan met de wisselingen op deze markt gezien dat wat er geopolitiek allemaal gebeurt.
Dan de vraag van Forum. Op dit moment is het inderdaad nog de meerderheid. Wij gaan dat nog nader uitwerken. Voor de zomer gaat het nog in consultatie, dus daar kan uiteraard nog bezwaar tegen worden ingediend.
Dan de oproep van het CDA en de VVD om regie te grijpen. Dat zal ik zeker doen, nadat ik het gesprek heb gevoerd. Volgens mij begint het namelijk altijd met een gesprek voordat je ingrijpt. Dat gesprek heeft nog niet plaatsgevonden. En ik zal een brief sturen aan het college, waarin ik hier alvast de opmaat toe zal maken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kom nog één keertje terug op warmtenetten en blokverwarming. Ik ga gewoon een hele concrete vraag stellen. De minister gaat een brief sturen naar de colleges. Vorige colleges hebben ons ook allerlei brieven gestuurd met: dit komt gewoon niet van de grond, want we kunnen onze bewoners onvoldoende garanderen dat ze erop vooruitgaan. We kunnen een uitgebreide correspondentie voeren onderling, maar dat is gewoon een probleem. Dat moet opgelost worden. Ik geloof dat ik daar vandaag geen antwoord op krijg. Dan ga ik een hele concrete vraag stellen aan de minister. Bij de vorige ronde van het energienoodfonds heeft het heel lang geduurd voordat mensen met blokverwarming iets kregen. Dat was een veel te ingewikkelde regeling, waardoor dat ook niet werkte. Gaat de minister daar dan in deze ronde, die nu is aangekondigd, ook voor zorgen? Anders — en dat is echt haar beleidsterrein — slaat ze namelijk nog meer draagvlak onder de energietransitie weg en dat is al een drama met de hoge kosten die het mensen geeft.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik onderken het probleem. Ik onderschrijf ook het probleem. Het energienoodfonds ligt bij Sociale Zaken. Dus dat moet echt daar geadresseerd worden. Daar kan ik geen uitspraken over doen.
De voorzitter:
Nog even mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De Kamerleden die dat rondje hebben meegemaakt in 2021/2022 en later nog in 2024/2025 herkennen dat heen en weer geslingerd worden. Deze minister is verantwoordelijk voor klimaatbeleid in de gebouwde omgeving. Deze minister zegt dat ze die warmtenetten wil, dat ze wil dat die populair blijven en dat ze wil dat mensen blij zijn als ze daarop aangesloten worden. Dat is nu niet zo in heel veel gevallen, omdat die rekening te hoog is. Het probleem met het noodfonds was de vorige keer echt groot en heeft dat draagvlak niet geholpen. Zou deze minister dit alstublieft ook willen voelen als haar probleem, omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk is, ook al ligt het bij een andere minister? U gaat geen warmtenetten verder uitrollen als dit niet wordt opgelost. Daarmee zou ik de minister toch nog één keer op het hart willen drukken dat ze dit op moet lossen. Ik doel dan op de veel te hoge rekening nu en die compensatie.
De voorzitter:
Helder. Helder. De minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik onderken het probleem. Ik probeer alleen wel zuiver te blijven. Ik doe geen uitspraken die in een andere portefeuille horen. Maar dat wil niet zeggen dat ik wat ik hier heb gehoord en de zorgen die hier ter tafel zijn gebracht niet meeneem naar mijn collega-bewindspersonen om hierover te praten. Dus ik heb u gehoord, ik neem het mee, maar ik laat ook de verantwoordelijkheid liggen waar die hoort.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Misschien heb ik het gemist, maar ik heb volgens mij nog niet op al mijn vragen antwoord gekregen. Ik vraag me af of die antwoorden nog komen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat klopt; dat is slordig. Mijn excuses daarvoor. Voor de isolatie is voorlopig voldoende geld aanwezig. Voor de warmtenetten is meer geld nodig. Daar hebben we vandaag uitvoerig bij stilgestaan en ik heb aangegeven hoe ik daarin sta.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het kan zijn dat de minister denkt dat er genoeg middelen zijn voor het Isolatie Offensief, maar dat is zeker niet het geval als daar, zoals ik de minister ook een paar keer heb horen zeggen, een schep bovenop moet. Ik zou de minister dus op het hart willen drukken om daar goed naar te kijken bij het plan dat er nog komt. En ik had ook een vraag gesteld over het advies van de SER.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
U drukt mij op het hart om mij hier hard voor te maken en om dit mee te nemen. Dat doe ik zeker; dat doe ik op de momenten waarop ik de meeste impact kan maken. Wat de SER betreft … Iemand moet nu sneller schrijven dan hij kan. Ik heb het SER-rapport gezien. Ik heb daarin eigenlijk niks gezien wat ik raar vind of wat helemaal niet overeenkomt met de zorgen die wij zelf ook hebben. Het is een ondersteunend verhaal voor wat we willen doen. Het enige wat ik nu nog kan doen, is toezeggen dat ik u een brief stuur met wat wij hiervan vinden. Dat heeft ook een tijdslijn. Wanneer kunnen we dat doen? Ik kan toezeggen dat die brief voor de zomer komt.
De voorzitter:
Die toezegging staat genoteerd. Mevrouw Van Oosterhout is voor nu tevreden.
Ik constateer dat de minister klaar is met de beantwoording in de tweede termijn. Volgens mij kunnen we dan afsluiten, maar niet dan nadat ik de toezeggingen met u heb gedeeld.
- Na de zomer ontvangt de Kamer het ibo Energietransitie van de woningvoorraad richting 2050, met aandacht voor de NPLV-gebieden.
- De Kamer ontvangt een brief van de ministers van VRO en LVVN over de landelijke gedragscodes voor soortenbescherming bij woningen.
De vraag is nog wel wanneer we die brief kunnen krijgen. Ik kijk naar de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
In het derde kwartaal.
De voorzitter:
In het derde kwartaal.
- Voor de zomer informeert de minister de Kamer over hoe zij zal omgaan met de energieprestatie-eisen voor bijzondere panden, zoals landgoederen.
- De minister zal na de augustusbesluitvorming de Kamer informeren over de financiële positie van het Nationaal Warmtefonds, zodat dat bij aanvragen in de toekomst geen nee hoeft te verkopen.
- Voor de zomer ontvangt de Kamer de uitwerking van het energiehuis, de uitgebreide variant van een energieloket.
- Dit najaar ontvangt de Kamer een brief van de minister over hoe zij uitvoering gaat geven aan de normering van de hybride warmtepompen per 2029.
- Voor de zomer zal de minister een wetsvoorstel in consultatie brengen met betrekking tot het besluitvormingsmodel in vve's bij verduurzaming.
- Voor de zomer zal de minister van VRO samen met de minister van KGG de Kamer informeren over hoe het kabinet na de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte de investeringen in warmtenetten weer van de wal krijgt zonder kostenverhoging voor de gebruiker.
- De minister komt voor de zomer met een brief over het advies van de SER over obstakels bij het verduurzamen van huizen of bedrijfspanden.
De heer Mooiman heeft een tweeminutendebat aangevraagd en zal daarbij de eerste spreker zijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb goed geluisterd, maar misschien toch niet goed genoeg. Ik mis volgens mij de toezegging dat er na de augustusbesluitvorming, dus rond of na Prinsjesdag, duidelijkheid komt over het Warmtefonds, zodat dat kan blijven functioneren. O, stond die er wel bij? Dan heb ik die gemist. Wat de landgoederen betreft heb ik een specificatie: het gaat echt over de verhuurde huizen op de landgoederen.
De voorzitter:
Dat is een goede aanvulling; die staat genoteerd. Ik zie knikken aan mijn rechterkant.
Dan rest mij niks anders dan u te bedanken voor het goede debat en de vragen en de minister te bedanken voor de aanwezigheid en de antwoorden. Ik wens u verder een goede dag.