[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]
Datum 2026-03-03. Laatste update: 2026-03-04 01:03
Thorbeckezaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

JBZ-Raad (Brussel)

Opening

Verslag van een commissiedebat

De vaste commissie voor Asiel en Migratie en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 3 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over JBZ-Raad d.d. 5-6 maart 2026.

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,

Vijlbrief

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,

Erkens

De griffier van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,

Burger

Voorzitter: Boomsma

Griffier: Nouse

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Asten, Boomsma, Ellian, Kröger, Van der Plas, Russcher, Straatman en Vondeling,

en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president.

Aanvang 17.01 uur.

JBZ-Raad (Brussel)

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 27 februari 2026 inzake geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026 (32317, nr. 995);
  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken, minister van Asiel en Migratie d.d. 21 januari 2026 inzake antwoorden op vragen commissie over onder andere de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 22 en 23 januari 2026 (Kamerstuk 32317-989) (Asiel en Migratie) (32317, nr. 990);
  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 februari 2026 inzake verslag informele JBZ-Raad 22 en 23 januari 2026 (32317, nr. 994).

De voorzitter:

Dames en heren, hartelijk welkom allemaal bij deze vergadering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie. Wij vergaderen over de JBZ-Raad, die aanstaande donderdag zal plaatsvinden in Brussel. We hebben vandaag vier minuten spreektijd. Ik zal vandaag de vergadering voorzitten, maar om u gerust te stellen: ik zal dit niet blijven doen; dit is een tijdelijke rol die ik op mij heb genomen, omdat de vorige voorzitter, de heer Vijlbrief, natuurlijk minister is geworden. Binnenkort zullen wij een vaste voorzitter voor deze commissie gaan kiezen. Ik stel voor dat we beginnen. We hebben dus vier minuten spreektijd. Ik wil eerst nog even de minister van harte welkom heten. Dit is de eerste vergadering van de nieuwe minister van Asiel en Migratie, de heer Van den Brink. Hartelijk welkom. Ik zie ook een aantal nieuwe woordvoerders; ook allemaal hartelijk welkom. Ik zie uit naar de samenwerking. Ik stel voor dat we in principe proberen rond te komen met drie interrupties voor de eerste termijn.

Ik wil om te beginnen het woord geven aan mevrouw Vondeling van de PVV.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ook ik heet de minister natuurlijk van harte welkom. Het is overduidelijk dat de coalitiepartijen, D66, VVD en CDA, de Nederlandse kiezer keihard hebben voorgelogen tijdens de campagne. Er komt helemaal geen streng asielbeleid. Onder het kabinet-Jetten blijven de grenzen wagenwijd openstaan. De grootste coalitiepartij, D66, gaat tegen de asielwetten van Faber stemmen en het CDA waarschijnlijk ook. Er komt géén asielstop. Er komt ook niet onmiddellijk een stop op nareis, ondanks dat er minstens 53.000 nareizigers op het punt staan Nederland binnen te stromen. Ook de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen blijft, net als de dwangwet, die Nederland verandert in een groot azc.

Het eerste wat de nieuwe minister van Asiel in zijn functie heeft gedaan, is laten weten dat er nog eens 38.000 extra asielopvangplekken moeten komen, bovenop de tienduizenden die er al zijn. In Zuid-Holland moeten er nog meer dan 11.000 opvangplekken bij, in Noord-Holland nog 7.700, in Brabant meer dan 7.000, en ga zo maar door. Dat is een ramp voor Nederland. Vrijwel iedere dag verschijnen er berichten over overlast, onveiligheid, steekpartijen, vrouwen die worden lastiggevallen, of nog erger, die worden aangerand of verkracht door asielzoekers. Wat zegt de minister tegen al die Nederlanders die geen azc in hun stad of wijk willen hebben? Gaat hij gemeenten die weigeren een azc te openen, keihard dwingen met de Spreidingswet? Of durft hij te erkennen dat dit hele beleid faalt en Nederland kapotmaakt?

Dan het zogenaamde Europese Asiel- en Migratiepact, waar de regering van alles van lijkt te verwachten. Experts waarschuwen al dat dit nieuwe pact dreigt uit te draaien op een enorme mislukking. Er is nauwelijks voorbereiding getroffen. Het terugsturen van afgewezen asielzoekers wordt een onmogelijke opgave. Deze zomer kan het al faliekant misgaan. Ook landen aan de buitengrens, zoals Griekenland, laten er geen misverstand over bestaan: geen enkel pact doet iets tegen de aanhoudende hoge instroom. Griekenland waarschuwt openlijk dat het pact vol gaten zit en de problemen niet oplost. Deelt de minister deze kritiek van de frontlinelanden? Of blijft dit kabinet vasthouden aan de illusie dat dit pact de asielinstroom structureel gaat beperken? Alles lijkt af te hangen van dit Europese luchtkasteel, terwijl de Europese buitengrenzen meer dan 50.000 kilometer lang zijn en zo lek zijn als een mandje.

Daarnaast kunnen we niemand vertrouwen, niet de andere EU-lidstaten en al helemaal Brussel niet. Neem Spanje, waar de linkse Sánchez-regering nu doodleuk aankondigt dat ze 500.000 illegale migranten beloont met een verblijfsvergunning. Daarmee krijgen die gelukszoekers vrij baan om heel Europa rond te reizen, inclusief Nederland. Voor je het weet, staan ze hier op de stoep, want in ons land krijgen ze immers alles gratis: huisvesting, uitkeringen, zorg en noem maar op. Tegenhouden dus, zegt de PVV. En als Spanje zo doorgaat, zet ze dan uit Schengen of stap er als Nederland zelf uit. We kunnen niet langer blijven toekijken hoe zuidelijke landen de poorten openzetten en wij met de ellende blijven zitten. Europa wordt overspoeld met migranten. Wit-Rusland graaft letterlijk tunnels onder de grens met Polen om massa's migranten ongehinderd Europa in te smokkelen, met mogelijke hulp van terroristen als Hamas of IS. Wit-Rusland is niet het enige regime dat dit doet. Turkije deed dit eerder al. En terwijl Brussel slaapt en ons Europese luchtkastelen blijft verkopen, proberen vijandige regimes ons land doelbewust te overspoelen met asielzoekers om chaos en verdeeldheid te creëren. Dit bewijst eens te meer dat de Europese buitengrenzen niet alleen zo lek zijn als een mandje, maar ook actief worden gebruikt als wapen tegen ons.

Vertrouwen op Brussel of andere lidstaten is dodelijk naïef. Nederland moet nu wakker worden en zelf maatregelen nemen en zijn eigen grenzen gaan bewaken. Andere landen doen dat ook. Duitsland stuurt asielzoekers aan de grens terug en voert gedwongen uitzettingen uit. Oostenrijk heeft een stop op nareis ingevoerd. Polen heeft een asielstop aan de grens. België vangt geen alleenstaande mannelijke asielzoekers op en houdt hen systematisch buiten de opvang. Al deze landen doen concreet iets om de instroom te beperken. Waarom Nederland niet? Waarom deze slappe hap van dit kabinet?

Dat zie je ook bij het uitzetten van criminelen. Vorige week nog heeft Duitsland twintig Afghaanse criminelen met een chartervlucht vanuit Leipzig naar Kabul gedeporteerd. Niet alleen Afghaanse, maar ook Syrische criminelen worden inmiddels gedwongen uitgezet. Oostenrijk volgt hetzelfde harde spoor met deportaties. Andere Europese landen zetten vol in op het zo snel mogelijk uitzetten van dit tuig. Zweden heeft aangekondigd dat deportatie het uitgangspunt wordt bij veroordeling van criminelen. Denemarken wacht niet langer meer op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar wil buitenlandse criminelen die veroordeeld zijn voor minstens één jaar celstraf direct het land uitzetten. België voert zelfs denaturalisatie in voor zware criminelen, zodat rechters de Belgische nationaliteit kunnen afpakken bij georganiseerde criminaliteit, levens- of zedendelicten.

De voorzitter:

Kunt u afronden?

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ja, ik ben bijna klaar; sorry, voorzitter. Waarom is Nederland nog niet overgegaan tot gedwongen uitzetting van criminelen naar Syrië en Afghanistan, vraag ik de minister. Wat is het plan van deze minister om criminelen ons land uit te zetten? Is de minister bereid om net als België zware criminelen te denaturaliseren en daarvoor een wetsvoorstel naar de Kamer te sturen?

Voorzitter. Afsluitend nog over Iran. Die oorlog gaat mogelijk leiden tot nieuwe migratiestromen, waarbij oorlogsmisdadigers en terroristen onze kant op kunnen komen. Wat gaat de minister doen om die buiten Nederland te houden?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Straatman van het CDA.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn eerste commissiedebat als nieuwe woordvoerder Asiel en Migratie. Voor het CDA is het van belang dat we grip krijgen op migratie om de spanning en polarisatie uit het debat te halen, een debat dat te vaak zwart-wit wordt gemaakt, maar dat niet is. Controle op en beperking van de instroom van migranten is noodzakelijk om recht te doen aan zorgen over sociale cohesie in wijken en steden en noodzakelijk om recht te doen aan de knellende druk op de woningmarkt, de zorg en het onderwijs, maar ook om maatschappelijk draagvlak te houden voor hen die vluchten voor oorlog en geweld. Streng asielbeleid is daarom maatschappelijk zuurstof voor solidariteit en barmhartigheid. Het is daarom mooi om in het eerste debat te spreken over de Europese dimensie van migratie, want grip op migratie begint in Europa. Die vraagt een effectieve Europese aanpak, met bescherming van buitengrenzen, Europese solidariteit en gezamenlijke terugkeerdeals met derde landen.

Als allereerste die terugkeer. De cijfers laten een daling van de instroom van migranten zien. Dat is positief, maar instroom is slechts één zijde van de medaille. Een effectief asielsysteem vraagt ook om effectief terugkeerbeleid. Dat de terugkeerpercentages het afgelopen jaar gestegen zijn, is aan de ene kant hoopvol, maar de cijfers zijn nog altijd veel te laag. Dat tast de geloofwaardigheid van het systeem aan en ondermijnt het draagvlak. Voor mijn fractie is effectieve terugkeer daarom geen sluitstuk, maar een kernelement van een werkend systeem. Daarom is mijn vraag aan de minister: is de minister het met de CDA-fractie eens dat effectief terugkeerbeleid niet alleen kan leunen op maatregelen van vrijwillige terugkeer, maar dat ook maatregelen voor gedwongen terugkeer noodzakelijk zijn? Is hij bereid andere lidstaten te bevragen op de noodzaak van gedwongen terugkeer en uitvraag te doen welke andere middelen lidstaten daartoe inzetten, zodat we van elkaar kunnen leren?

Dan het tweede punt, de implementatie van het Migratiepact. Het pact bevat stevige maatregelen. Afspraken op papier zijn echter één ding; uitvoering in de praktijk is iets anders. Recent verschenen er signalen dat meerdere lidstaten nog nauwelijks voorbereid zijn op de uitvoering. Dat baart mijn fractie zorgen. Herkent de minister deze zorgen? Gaat hij tijdens de JBZ-Raad aandringen op transparantie over de implementatiestand per lidstaat, inclusief concrete mijlpalen? Onder dit punt valt ook de interoperabiliteit van systemen, zoals het Entry/Exit Systeem. Nederland kampt nog met technische uitdagingen. Kan de minister aangeven of hij tijdens de Raad zal benadrukken dat ICT-stabiliteit randvoorwaardelijk is? Krijgt Nederland voldoende ondersteuning van de Commissie om tijdig volledig operationeel te zijn? Voorziet de minister dezelfde ICT-problemen bij de implementatie van het vernieuwde Eurodacsysteem?

Tot slot de samenwerking met derde landen. Libië is opnieuw het belangrijkste transitland richting Europa. Dit onderstreept wat het CDA betreft het belang van samenwerking met derde landen voor effectief asielbeleid. Het CDA gelooft in opvang in de regio en in samenwerking, bijvoorbeeld via terugkeerhubs, maar wel altijd onder de voorwaarde dat opvang humaan is en dat mensenrechten worden gerespecteerd. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan; dat realiseer ik me. Hoe bewaakt de minister in de JBZ-Raad de lastige balans tussen noodzakelijke migratiesamenwerking aan de ene kant en het voorkomen dat Europa indirect bijdraagt aan mensenrechtenschendingen?

Voorzitter, ik rond af. De geopolitieke spanningen in de wereld, ook vandaag de dag, laten zien dat oorlog iedereen kan overkomen. Juist daarom moeten we werken aan een rechtvaardig asielbeleid mét maatschappelijk draagvlak. Dat vraagt om grip op migratie met strenge maatregelen en goede Europese samenwerking, juist om opvang te kunnen bieden aan hen die dat heel hard nodig hebben.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Asten van Democraten 66.

De heer Van Asten (D66):

Dank, voorzitter. Dit is ook mijn eerste debat in deze commissie en het eerste debat van de minister, die op een belangrijk moment is aangetreden, met onder andere het Europees Migratiepact in zicht. Ik wens de minister dan ook veel succes, wijsheid en daadkracht toe en kijk uit naar een goede samenwerking.

Voorzitter. We moeten toewerken naar een asielketen die werkt. Een keten die recht doet aan mensen die bescherming nodig hebben, maar ook helder is naar mensen die hier niet mogen blijven, een keten waarin mensen die vluchten van oorlog en geweld vanaf dag één kunnen meedoen, en bovenal een keten die uitvoerbaar is voor alle mensen die zich hier dagelijks keihard voor inzetten. Daar zal ik mij de komende tijd vanuit deze commissie voor inzetten.

Voorzitter. Dat brengt mij bij het Europees Migratiepact. In minder dan vier maanden tijd zal deze in heel Europa in werking treden. Die datum is niet vrijblijvend, maar de implementatiewet moet nog door beide Kamers. Ik denk dat ook de minister ziet dat dit vrij krap zal worden. Als wij die deadline niet halen, lopen wij als Nederland vanaf dag één achter de feiten aan, wat ook onze uitvoeringsorganisaties met onzekerheid opzadelt. Zij zijn hard bezig met het aanpassen van processen, het opleiden van medewerkers en het regelen van voldoende capaciteit. Dan mogen zij van ons verwachten dat wij daar ook klaar voor zijn. Vandaar een simpele vraag aan de minister: hoe gaat hij ervoor zorgen dat wij 12 juni daadwerkelijk gaan halen? Kan hij een concreet tijdpad schetsen van de aankomende periode en van wanneer de volgende stappen worden gezet?

Ook als Nederland op tijd is, zijn we er nog niet. De kracht van het pact schuilt in de Europese samenwerking. Dat vraagt ook dat alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen en aan de slag gaan met de implementatie. In andere EU-landen is de implementatie ook nog niet op orde, bijvoorbeeld als het gaat om de opvangcapaciteit of de noodplannen bij plotselinge instroom. Voor een goed functionerende asielketen is die ruimte en flexibiliteit ook nodig. We moeten pieken kunnen opvangen wanneer de omstandigheden in de wereld veranderen. Kan de minister ingaan op de voortgang van andere lidstaten? Hoe gaat hij zich in Europees verband inzetten voor die samenhangende aanpak? Ik wil mij ook graag aansluiten bij de vraag van mijn CDA-collega net over de opvanghubs.

Voorzitter. Dan over het onafhankelijke toezichtmechanisme op het Migratiepact. Dat is wat ons betreft geen bijzaak. Als we snelle grensprocedures willen, moet dat hand in hand gaan met goed en onafhankelijk toezicht om ervoor te zorgen dat basale grondrechten niet onder druk komen te staan. Het vorige kabinet heeft laten weten dat de Inspectie Justitie en Veiligheid en het College voor de Rechten van de Mens daar in ieder geval een rol in gaan spelen. Maar hoever zijn wij daarmee, vraag ik de minister. Is de taakverdeling inmiddels rond en zijn beide partijen ook daadwerkelijk operationeel vanaf 12 juni?

Tot slot. Met het Migratiepact worden een aantal hele goede stappen gezet, maar deze zullen alleen gaan werken als we ook daadwerkelijk mensen kunnen terugsturen wanneer zij zijn afgewezen. Juist dat onderdeel ontbreekt. Ook mijn voorgangers hebben daar al vaak op gewezen. De realiteit blijft dat er nog maar weinig tot geen landen buiten Europa bereid zijn om asielzoekers terug te nemen. Ik hoor graag welke stappen de minister hier actief op gaat zetten met zijn Europese collega's.

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Russcher van Forum voor Democratie.

De heer Russcher (FVD):

Dank, voorzitter. De implementatie van het Asiel- en Migratiepact staat op de agenda van de JBZ-Raad van 5 en 6 maart. Voor Forum voor Democratie is het duidelijk: het Europees Migratiepact gaat de migratie richting Nederland niet fundamenteel beperken, want het recht om asiel aan te vragen verandert niet, iedere aanvraag wordt nog steeds individueel beoordeeld en tegen een afwijzing kan nog steeds beroep worden ingesteld bij de rechter. Dat verandert niet met dit pact. Erkent de minister dat dit pact de instroom juridisch niet beperkt, maar vooral ziet op het organiseren en herverdelen ervan?

Dan het solidariteitsmechanisme: een mooi woord voor wat eigenlijk gewoon een Spreidingswet op Europees niveau is. Lidstaten kunnen asielzoekers immers opnemen of ongeveer €20.000 per persoon betalen, en we weten dat niet ieder land zal meewerken aan herverdeling. Zo heeft Polen zich hier al eerder tegen verzet, werkt Hongarije al jaren niet mee aan Europese verplichtingen en hebben ook Tsjechië en Slowakije zich hiertegen uitgesproken. Deze landen durven wél te handelen in het belang van hun eigen land. Wat betekent dit voor Nederland? Als alle landen liever betalen dan asielzoekers opnemen, blijft de druk liggen bij de landen aan de buitengrenzen van Europa, zoals Italië en Griekenland. Als daar de opvang volloopt, zullen asielzoekers gewoon doorreizen. Met open binnengrenzen komen zij dan alsnog in Nederland terecht. Dan betalen wij straks €20.000 per persoon om ze niet op te nemen en krijgen we via secundaire migratie alsnog instroom. Mijn vraag aan de minister is dan ook: welke garanties heeft hij dat Nederland niet zowel betaalt als alsnog die migratiedruk krijgt? En als in de praktijk blijkt dat herverdeling niet werkt en asielzoekers ondanks betalingen alsnog massaal richting Nederland komen, is hij dan bereid om te overwegen dat ook Nederland niet langer meewerkt aan dit mechanisme?

Voorzitter. Het kabinet noemt terugkeer "de hoeksteen van een werkend asielbeleid". Maar dit slechts benoemen is niet genoeg, want migratie kent ook een economische prikkel voor herkomstlanden. Volgens recente ramingen van de Wereldbank maakten migranten in 2024 wereldwijd ongeveer 669 miljard dollar over naar lage- en middeninkomenslanden. Vanuit Nederland gaat het om meer dan 4 miljard euro per jaar. In Eritrea gaat het naar schatting om 30% tot 40% van het bbp, in Somalië 20% tot 30%, in Afghanistan rond de 20% en in Syrië ongeveer 15% tot 20%. Dit bewijst dat herkomstlanden baat hebben bij migratiestromen richting westerse landen. Zij zullen hun onderdanen ook niet zomaar terugnemen, want waarom zouden ze als het deze landen zo veel geld oplevert? Mijn laatste vraag aan de minister is dan ook: als terugkeer echt de hoeksteen is, is hij dan bereid te onderzoeken of geldtransfers naar landen die structureel weigeren mee te werken aan terugname kunnen worden beperkt of gereguleerd?

Voorzitter. Zolang Nederland gebonden blijft aan het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en het Europees asielrecht blijft het recht om asiel aan te vragen in stand en het terugsturen van mensen praktisch onmogelijk. Zolang die verplichtingen blijven bestaan, verandert dit Europees Migratiepact niets fundamenteels. Als Nederland controle wil over zijn grenzen, moet het eerlijk zijn over de vraag of wij deze verdragen en Europese regels willen blijven onderschrijven of ze willen opzeggen om weer zelf te kunnen bepalen wie ons land binnenkomt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van der Plas van de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Allereerst wil ik ook de minister welkom heten in deze commissie. Ik wil ook even beginnen door de mensen in Iran en de Iraanse Nederlanders veel sterkte te wensen, maar ze toch ook een klein beetje te feliciteren met het omverwerpen — dan druk ik me zacht uit — van zo'n beetje het grootste misdadige regime dat er in de wereld bestaat.

Voorzitter. Europa staat op een kruispunt. De afgelopen jaren hebben laten zien dat een asielstelsel zonder duidelijke grenzen, zonder effectieve terugkeer en zonder handhaving uiteindelijk het draagvlak in de samenleving ondermijnt. Ik wil dan ook graag ingaan op het Migratiepact dat deze zomer ingevoerd moet worden in Nederland. BBB heeft zeer grote vraagtekens bij dit pact. Ik zou een aantal aspecten af willen lopen.

De opvangrichtlijn ziet toe op de fase voordat een beslissing over een asielaanvraag is genomen. Juist in die fase moet de overheid de regie hebben. Positief is dat opvang niet langer vrijblijvend is. Wie niet meewerkt, zich onttrekt aan toezicht of procedures frustreert, kan opvang verliezen of onder vrijheidsbeperking worden geplaatst. Maar waar gaan deze mensen allemaal naartoe, is mijn vraag aan de minister. We komen fors vtl- en pbl-locaties tekort. Een vtl is een verscherpttoezichtlocatie voor overlastgevers en een pbl-locatie is een procesbeschikbaarheidslocatie voor kansarme asielzoekers, die sober is ingericht. Dit even voor de mensen thuis, die alle afkortingen die wij hier noemen vaak niet helemaal scherp hebben. De richtlijn legt ook een minimumniveau aan opvang vast. In hoeverre kunnen wij die opvang nog versoberen of verminderen als de situatie daarom vraagt? Eigenlijk binden we onszelf nu vast aan een minimumaantal opvangplekken. Hoe wenselijk vindt de minister dat?

Dan de Kwalificatieverordening. Het onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden is terecht. Voor de mensen thuis die dat niet scherp hebben: subsidiair beschermden zijn mensen die geen vluchtelingenstatus hebben, maar wel gevaar lopen in hun eigen land om andere redenen, bijvoorbeeld de homoseksuele onderwijzer in Pakistan — ik noem maar wat — of mensen die politiek vervolgd worden. Internationale bescherming is in beginsel tijdelijk, maar zolang artikel 8 van het EVRM via de rechter ruim wordt geïnterpreteerd, dreigt het onderscheid in de praktijk te vervagen. Streng in de wet, soepel in de uitvoering. Hoe voorkomt de minister dat aangescherpt nareisbeleid via artikel 8-procedures alsnog wordt uitgehold? Het EVRM is trouwens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Ook het bandencriterium richting derde landen roept vragen op. Dit houdt als het ware in dat Nederland moet kunnen aantonen dat er een band is met een derde land om een asielzoeker daarnaartoe over te plaatsen om daar de procedure te doorlopen. Waarom wordt dit als voorwaarde gesteld? Waarom wordt een band met een derde land vereist, terwijl diezelfde persoon ook helemaal geen band met Nederland heeft? Dat is krom.

Voorzitter. Mijn allergrootste ergernis zit 'm in het feit dat landen gewoon niet meedoen met dit pact. Meerdere landen aan de oostgrens van de Europese Unie hebben al allerlei uitzonderingen gekregen, omdat ze een significante migratiesituatie hebben. Wij hebben zo'n uitzondering niet. Reden hiervoor is dat wij een hoog bbp hebben. Dat is alweer een afkorting. Het bbp is het bruto binnenlands product. Maar dat is toch raar? Ik denk dat ik niet alle problemen in de asielketen, de zorg, het onderwijs en de woningbouw hoef op te noemen. Waarom hebben wíj dan geen significante migratiesituatie? Duitsland en Frankrijk vullen het verplichte deel op met Dublinplekken, waardoor ze helemaal niets extra's realiseren. Slowakije en Hongarije doen gewoon helemaal niet mee. Wat vindt de minister hiervan? Ik wil de minister vragen om er bij de JBZ-Raad voor te pleiten dat iedereen meedoet, zonder poespas, of anders dat Nederland ook die uitzonderingen krijgt. Als dit verzoek niet gehonoreerd wordt, dan doen wij ook maar een stapje terug. Graag hoor ik van de minister hoe hij hiernaar kijkt.

Voorzitter. Ik denk dat ik, vanwege mijn uitleg over allerlei afkortingen, een beetje uit de tijd loop, maar …

De voorzitter:

Dat klopt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

… ik wil de minister nog wel even een laatste vraag stellen. Dan sla ik een stukje van mijn tekst over. Wit-Rusland zou tunnels hebben laten graven naar Polen als onderdeel van een strategie om Europa te laten overspoelen met migranten. Dit is een citaat van de Poolse autoriteiten. Mogelijk zijn deze tunnels gegraven door Hamas, IS of andere organisaties. Kan de minister ons daar een update van geven? Kan hij hier iets over zeggen? Ik ben benieuwd of dit ook aan de orde komt tijdens de JBZ-Raad in Brussel.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Dank u, voorzitter. Ik vervang collega Westerveld, want die staat in de plenaire zaal voor de begroting van VWS.

Voorzitter. Ik wil graag beginnen met de situatie in Iran. We zagen de afgelopen dagen de grootschalige aanvallen van de VS en Israël op Iran en de reactie van het Iraanse regime daarop in landen in de regio. Er is nu toch een situatie met veel chaos, onzekerheid en angst voor een regionale oorlog. De kans dat er meer mensen zullen vluchten uit Iran of uit de omgeving van Iran is groot. Op 20 februari ontving de Kamer een brief van de voorganger van deze minister, waarin staat dat het beleid voor Iraanse asielzoekers niet wordt gewijzigd naar aanleiding van de protesten in januari. Ik hoor graag van de minister hoe hij hier nu naar kijkt. Hoe wil hij omgaan met Iraanse asielzoekers, gegeven de huidige situatie in Iran?

Ik lees dat er een pauze is ingevoerd in het nemen van beslissingen over asielaanvragen van Iraniërs. Klopt dat? Is dat dan de facto een beslismoratorium? Iraniërs die zich uitspreken of hebben uitgesproken tegen het Iraanse regime lopen in hun land een reëel risico op arrestatie, mishandeling of erger. Is de minister het ermee eens dat Iraanse asielzoekers in Nederland die gevaarlopen in Iran, omdat ze zich hebben uitgesproken tegen het regime, bescherming moeten krijgen in Nederland? Hoe kijkt de minister nu naar terugkeer van mensen, in het licht van de escalerende situatie daar? Is de verwachting van de minister dat er tijdens de Raad gesproken zal worden over een voorbereiding op een eventuele toename van het aantal mensen dat vlucht uit Iran en de omringende landen? Staat dat nu met urgentie geagendeerd? Klopt het dat er een grote groep Afghanen in Iran verblijft, die in een zeer moeilijke situatie zit en mogelijk ook op de vlucht slaat? Wat gaat dat dan betekenen? Hoe kijkt de minister naar de situatie in Libanon, waar nu ook al tienduizenden mensen ontheemd zijn?

Voorzitter. Ik kan me voorstellen dat de agenda van deze Raad met de huidige situatie in Iran toch een behoorlijk andere context zal krijgen dan wellicht bij de voorbereiding van alle stukken werd verwacht. Heel graag krijg ik hiervan met urgentie een update van de minister.

Voorzitter. Dan ga ik naar een stuk dat wel op de agenda stond, namelijk de EU-lijst van veilige landen van herkomst, die recentelijk is bekrachtigd. Hierop staan landen als Egypte, Marokko, India, Bangladesh en Tunesië, maar het is bekend dat bepaalde groepen mensen, zoals lhbti'ers, journalisten en mensen die zich uitspreken tegen het zittende regime, niet in al deze landen veilig zijn. In 2024 werden in Egypte bijvoorbeeld 1.594 mensen opgepakt om politieke redenen. Is de minister van plan om zich in te zetten voor het uitzonderen van risicocategorieën op de EU-veiligelandenlijst in landen zoals Egypte, Turkije, Marokko, India, Tunesië en Bangladesh? Met name in Egypte worden namelijk zelfs gewone burgers die zich uitspreken tegen het regime in gevangenissen gezet, waar marteling plaatsvindt. Hoe kunnen deze landen geheel als veilig worden bestempeld als lhbti'ers, journalisten en politieke opponenten niet veilig zijn, en in Egypte en Tunesië zelfs actief worden vervolgd en vastgezet?

Tot slot, voorzitter. Ik weet niet hoe ik in de tijd zit? Ik zit nog goed, hoor ik. Oké. Ik had nog een aantal vragen over de Terugkeerverordening. De Raad heeft in december een nieuwe positie ingenomen met het invoegen van het nieuwe artikel 23a. Hierin staat onder andere dat autoriteiten onder meer huiszoekingen mogen uitvoeren om gedwongen terugkeer af te dwingen. Dat roept sterk de associatie op met de praktijken van ICE in de Verenigde Staten op dit moment. Mijn vraag aan de minister is de volgende. Welke voorwaarden stelt Nederland aan die huiszoekingen onder artikel 23a? Ziet hij ook dat het risico heel groot is dat mensen juist door dit soort praktijken van de radar verdwijnen, en zeker kwetsbare groepen, zoals kinderen en mensen die zorg nodig hebben?

Ten slotte staat in de Raadspositie ook dat kinderen in return hubs terecht zouden kunnen komen. Daar heeft Nederland zich eerder hard voor gemaakt. Is dit nog steeds een Nederlandse wens? En hoe verhoudt dit standpunt zich tot de rechten van kinderen en het VN-kinderverdrag?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Ellian van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

De heer Ellian (VVD):

Dank, voorzitter. Voor mij is het ook de eerste keer in deze commissie. Welkom uiteraard aan de nieuwe bewindspersonen. Ik kijk ernaar uit om samen te werken en de instroom, die broodnodig naar beneden moet, samen naar beneden te brengen.

Over Iran wil ik het volgende zeggen. Ik denk niet dat er meteen een vluchtelingenstroom op gang komt, omdat mijn … Ik hoop dat iedereen het me vergeeft, want ik voel me op en top Nederlander, maar ik zeg hier even "mijn landgenoten daar". Ik denk dat mijn landgenoten daar er alles aan zullen doen om het regime daar omver te werpen. Ik denk helemaal niet dat Iraniërs nu bezig zijn met naar Europa komen. Ik hoop dat er, als wij als Europa in staat zijn om de dappere bevolking daar te steunen, die nu met groot gevaar voor eigen leven in opstand komt, helemaal geen vluchtelingenstroom komt, want dan gaan wij hopelijk met z'n allen een biertje drinken op het Vrijheidsplein in Teheran. Dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

Voorzitter. Ik concentreer me uiteraard op de agenda van de JBZ, hoewel ik ook uitkijk naar een wat breder debat met de nieuwe minister over asiel- en vreemdelingenbeleid.

Ik begin met de denktank European Stability Initiative, die schreef dat er nog nauwelijks voorbereidingen getroffen zijn om het pact uit te voeren. Vooral wat betreft terugkeer zijn er nog veel knelpunten, en dat baart ons natuurlijk zorgen. Wat verwacht de minister van de implementatie van het pact? Het gaat natuurlijk niet alleen om Nederland, maar juist ook om wat de andere landen doen. De JBZ-Raad is natuurlijk de gelegenheid bij uitstek om daarvoor aandacht te vragen. Is de minister bekend met signalen dat de ambitie om de Dublinregels nieuw leven in te blazen, tegen problemen aan loopt omdat Zuid-Europese lidstaten hun opvang niet op orde hebben? Ook dat is bij uitstek iets wat op de JBZ-Raad geagendeerd kan worden door de minister. Wanneer verwacht de minister duidelijkheid over de terugkeerverordening? En is de minister met ons van mening dat een stevige versie wel noodzakelijk is? De triloog gaat straks beginnen, en daarin kunnen wij als Nederland natuurlijk nog een cruciale rol spelen. Treffen we nu ook voorbereidingen voor de inwerkingtreding? Uiteraard geldt ook hier weer dat andere landen dat dan ook moeten doen. Als alleen wij het doen, sorteert dat natuurlijk weinig effect. En dan de vraag die andere collega's al gesteld hebben: zijn we nu al bezig met het maken van afspraken over terugkeer en transithubs? Dat is natuurlijk superessentieel. Is de minister bereid om de Kamer hierover periodiek te informeren?

De lijst van veilige landen komt niet helemaal overeen met de Nederlandse lijst van veilige landen. Een collega refereerde daar zonet ook aan. Kan de minister daar straks al op reageren, of kunnen we daar een brief over verwachten?

Voorzitter. Dan over de lange termijn. We zijn uiteraard blij met de ambitie van het kabinet om toe te werken naar een nieuw migratiemodel, maar dat moet niet bij een ambitie blijven. Interessant was ook wat Clingendael in een lijvig rapport schreef: het internationaal recht verzet zich op zich niet tegen externalisering, maar op individueel niveau kan het wel knellen op basis van het EVRM. Ik denk dat dat het probleem waarin we gevangen zitten, heel treffend omschrijft. Ik wil de minister dus nu ook al vragen — ook hier is de JBZ-Raad volgens mij bij uitstek een podium voor — of we met andere landen binnen de Raad van Europa wat gaan doen aan de werking van het EVRM. Wellicht kan dat met het interpretatieprotocol waarmee mogelijk ook enkele andere landen werken. Als we dat niet doen, blijft dit namelijk een eeuwigdurend probleem. Het is heel simpel: dat kan Nederland niet aan.

Merci, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik een van u verzoeken om het voorzitterschap tijdelijk over te nemen. Ik kijk even rond of iemand zich daarvoor beschikbaar stelt. Ah, de heer Ellian, zie ik. Als u even het woord ...

De voorzitter:

Hoeveel spreektijd heeft u, voorzitter? U heeft acht minuten! Nee, grapje. Ik geef graag het woord aan collega Boomsma van JA21 voor zijn eerste termijn.

De heer Boomsma (JA21):

Dank u wel, voorzitter. "Het Migratiepact wordt een gigantisch fiasco" en "het is wachten op een crisis", zei de Oostenrijkse migratie-expert Gerald Knaus bij Nieuwsuur. Volgens hem bevestigen veel ministers dat in privégesprekken. We hebben natuurlijk net allemaal schriftelijk inbreng geleverd in een verslag, maar hoe vindt de minister zelf dat het gaat, met name in andere landen? Wij horen namelijk dat heel veel landen gewoon niet klaar zijn voor de grensprocedure. Hoe gaat hij dat daar aankaarten?

Daarbij zegt de heer Knaus dat echte oplossingen vereisen dat Europese landen afspraken maken over de opvang in derde landen. Dat bepleit JA21 al jaren. We moeten naar een fundamenteel ander stelsel: van recht op asiel hier naar hulp en opvang elders. Zo kunnen we zelf bepalen of en wie we eventueel hiernaartoe halen. JA21 zal dit blijven herhalen. Is de minister het daarmee eens? Hoe wil hij daar komen?

Er lopen nu allemaal verschillende sporen. Ten eerste is er het coalitieakkoord. Dat rept over "aanpassing van verdragen". Kan de minister dat gaan uitwerken tot een concreet stappenplan? Wanneer komt bijvoorbeeld die diplomatieke top? Ik wil eigenlijk graag een brief, zodat we in gesprek kunnen over hoe we dat gaan realiseren.

We wachten ook nog op een reactie op het JA21-voorstel voor de aanpassing van de EVRM-interpretatie. De heer Ellian had het daar net ook over. Wanneer komt dat? Dit is natuurlijk ook onderwerp van discussie geweest in de Raad van Europa. In mei moet in Moldavië een verklaring komen over een nieuwe interpretatie van het EVRM. Wordt er nu gewerkt aan die tekst? Kunnen wij daarin worden meegenomen? Wanneer kunnen we bespreken wat daar zal worden verklaard?

Ten derde. In het kader van de uitvoering van de motie van mevrouw Van Zanten en mijzelf is het Clingendaelrapport over externalisering opgesteld. Wanneer komt de reactie daarop?

Ook is er nu dus een groep ministers die dit gezamenlijk oppakt en die gesprekken gaat voeren met derde landen. Wanneer krijgen we een update van wat die de afgelopen tijd heeft gedaan? Wat zijn de stappen voor de komende tijd?

Over terugkeerhubs zijn ook al meerdere moties aangenomen. Bij de vorige JBZ-Raad heeft Nederland een ontbijt georganiseerd met Duitsland, Denemarken en een aantal andere landen. Dat ging erover om dat samen te gaan doen. Dat lijkt ons heel goed. Hoe loopt dat nu? Ik neem aan dat deze minister dat gewoon gaat voortzetten. Staat Uganda nu on hold? Of gaat men de gesprekken over de hervatting daarvan gewoon aan? Komt er anders een ander land?

Tot slot hebben we een motie aangenomen om maximaal gebruik te maken van de aanpassing van het bandencriterium. Dat is vanaf juni. Het wordt mogelijk om de hele asielopvang in een derde land te realiseren, zoals in de Rwandadeal. Dat is heel goed.

Er zijn dus heel veel ideeën en plannen op papier; er wordt al heel lang over gepraat. Nu moeten we dat gaan omzetten in concrete stappenplannen, in resultaten en in acties. Kan de minister aangeven hoe hij dat wil gaan doen met al die verschillende lijnen? Hoe houdt hij ons als Kamer op de hoogte? Dat kan ook per brief. Wij willen hierbovenop zitten.

Je zou andere EU-landen ook het voorstel kunnen doen om een hoge commissaris aan te wijzen om deals met allemaal derde landen te sluiten. Je hebt ook een terugkeercommissaris. Kan dat niet ook voor de bredere inzet op externalisering worden gedaan? Dat moet iemand met veel ervaring zijn. Misschien is het ook wel een goed idee voor Nederland zelf om een soort commissaris aan te wijzen om dit te gaan trekken. We willen nu namelijk gewoon echt resultaten gaan zien.

Voorzitter. Er zijn al vragen gesteld over de lijnverbinding van Libië met Wit-Rusland. Dat betreft dus instrumentalisering. Wij zijn net aan de Wit-Russische grens geweest. We hebben gezien hoe de Polen eigenlijk iedereen tegenhouden en daar feitelijk een soort asielstop hebben ingevoerd. Hoe ziet de minister dat? We moeten natuurlijk niet toelaten dat Rusland of Wit-Rusland op die manier gebruikmaakt van mensen om ons te verzwakken.

Op 29 januari is het EU-vijfjarenplan vastgesteld met vijf prioriteiten. Een daarvan riep bij ons wel vragen op en dat is die grote inzet op arbeidsmigratie en legale routes. Ik las specifiek over het hiernaartoe halen van bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs uit Egypte, Bangladesh, Pakistan en Marokko. Waarom die landen? Ik zou dat helemaal niet doen, los van het feit dat we binnenkort gewoon zelfrijdende auto's hebben. Wat vindt de minister daarvan? Komt er een soort reactie? Wat is nu precies het voorstel in dat plan? Wat wordt er dan aangepast en hoe ziet de Nederlandse regering dat?

De minister gaat ook in gesprek over de nieuwe visumstrategie. JA21 wil al veel langer dat die wordt ingezet om landen te dwingen om hun eigen burgers terug te nemen. Gaat dit nou nationaal of moet dat met de volledige EU gezamenlijk worden gedaan? Wat is nou de stand van zaken? Welke landen werken op dit moment goed mee en welke landen niet? Het visumopschortingsmechanisme is ook herzien. Waar moet dat dan worden benut?

De voorzitter:

Kunt u tot een afronding komen?

De heer Boomsma (JA21):

Dat zal ik doen, voorzitter. Mijn andere vragen, over Iran en Egypte en dergelijke, zijn al gesteld. Dus tot slot: veel succes.

Voorzitter: Boomsma

De voorzitter:

Dan zijn we bij het einde van de eerste termijn. Hoelang zullen we schorsen? Drie kwartier, hoor ik naast me. Dan kan het ook gecombineerd worden met de dinerpauze. Dan komen we weer bij elkaar om ongeveer 18.15 uur of 18.20 uur. Het wordt 18.15 uur. Dan zien we elkaar allemaal weer terug.

De voorzitter:

Welkom terug. Dan beginnen we nu met de eerste termijn van de minister, de beantwoording. Ik geef hem nu graag het woord.

Minister Van den Brink:

Dank u wel, voorzitter. Fijn om hier in de Kamer te zijn voor het eerste debat dat ik mag doen als bewindspersoon. Het is eigenlijk wel goed dat dat over Europa gaat, juist op het vlak van migratie, waarover we al veel debatten hebben gehad en waarop we heel veel stappen gaan zetten de komende tijd. Ik denk dat er de komende periode binnen en buiten Europa grote stappen gezet moeten worden om, zoals de heer Ellian zei, de instroom te beperken. Tot de opgaven van dit kabinet horen het beperken van de instroom, het op orde brengen van de asielopvang en het zorgen dat mensen sneller mee kunnen doen. Dat is precies wat dit kabinet heeft afgesproken in het coalitieakkoord en waarmee ik aan de slag ga.

We spreken vandaag over de JBZ-Raad. Naast de Raad zal ik donderdag met een aantal collega's kennismaken. Ik zal met hen bespreken hoe we hierin gezamenlijk kunnen optrekken, want we zijn ervan doordrongen dat we de EU en haar lidstaten nodig hebben om meer grip te krijgen op de migratiebewegingen naar Nederland. Niet alleen worden in de EU in belangrijke mate de kaders bepaald waarbinnen het nationale asiel- en migratiebeleid zich moet bewegen, maar ook is grip enkel mogelijk als we samenwerken met andere lidstaten. Nederland staat hierin niet alleen. Migratie staat geluk hoog op de agenda van veel van de EU-lidstaten. Er is ook een grote wil om gezamenlijk actie te ondernemen. Mijn deelname aan de Raad van donderdag zal ik gebruiken om actief op zoek te gaan naar manieren om gezamenlijk meer grip te krijgen op de instroom en terugkeer te bevorderen. Met mijn Europese collega's ga ik verkennen hoe we daarin verder kunnen samenwerken.

In Europa heb ik een aantal prioriteiten. Het pact moet volledig en tijdig worden geïmplementeerd, de terugkeerregelgeving moet worden aangescherpt en we moeten de samenwerking met landen buiten de Europese Unie verder versterken door brede partnerschappen aan te gaan. Het langetermijndoel van dit kabinet — daar is door verschillende woordvoerders naar gevraagd — is dat asielprocedures niet meer in Nederland of de EU uitgevoerd hoeven te worden. Ook hierin wil ik optrekken met mijn Europese collega's. We zullen ons daarom blijven inzetten voor de uitwerking van innovatieve oplossingen, zoals we die zijn gaan noemen, voor de versterking van het pact en de uitvoering daarvan. Tijdens de Raad zal ik ook oproepen tot terugkeer, tot het bereiken van een snel en stevig resultaat in de triloog, waar door verschillende woordvoerders naar gevraagd is, zodat die onderhandelingen worden afgerond en we de Terugkeerverordening vanaf juni kunnen gaan implementeren. We zullen ook een update geven en ontvangen van de implementatie van het pact. Daar wil ik mijn antwoord dan ook mee beginnen.

Ik wil dus beginnen met het pact. Ik wil wat vragen bij elkaar nemen die gaan over de grens, zowel de buitengrens als de grens met Polen. Dan wil ik ingaan op alle vragen over terugkeer en op de manier waarop we daarvoor bezig zijn met innovatieve oplossingen. Dan zijn er nog vragen gesteld over de actualiteit, met name over Iran. Tot slot heb ik een blok overig. Ik hoop dat iedereen zich dan herkent in mijn antwoorden, want dat is altijd de vraag als je hier antwoorden hebt gegeven.

Ik wil beginnen met het pact. De heer Van Asten van D66 en anderen vroegen hoe de voortgang er op dit moment uitziet. Voor een tijdige implementatie is, naast uiteraard een belangrijke rol voor de EU-lidstaten, een belangrijke rol weggelegd voor de Europese Commissie. De Europese Commissie spreekt de lidstaten hier met grote regelmaat op aan en brengt daar ook periodiek verslag van uit. Het volgende rapport verwachten we nog deze maand, maar misschien wordt het begin april. Dat zal ik delen met de Kamer, want daarin zie je exact de voortgang per lidstaat; daarin zie je hoe ze ervoor staan.

Het klopt, denk ik — dat hebben verschillende woordvoerders gezegd — dat een aantal lidstaten hierin nog stevige uitdagingen hebben, maar dat geldt ook voor ons, als Nederland. Mevrouw Straatman zei dat daar verschillende signalen over zijn. Die implementatie monitoren we dan ook. De Commissie vroeg bijvoorbeeld in december, tijdens de JBZ-Raad, specifiek aandacht voor de implementatie van onder andere Eurodac, de opvangcapaciteit, de screening en de asielgrensprocedures. Informatie over die voortgangsprocedure van de Commissie komt eind maart, begin april. Dan weten we beter wat de stand van zaken is. Ik zal daar donderdag mondeling met verschillende collega's over spreken, maar een totaaloverzicht is pas eind maart, begin april beschikbaar. Dan zal ik u daarover informeren.

Mevrouw Vondeling en anderen vroegen naar de kritiek die er nu al is op het pact zelf: gaat dat pact nou wel zo goed werken? Ik denk dat het daarbij vooral van belang is om even terug te kijken naar waar we vandaan komen. We hadden te maken met een Europees asielsysteem dat op geen enkele manier meer werkte, het Dublinverdrag werd niet meer nagekomen, er was geen enkele procedure aan de buitengrens en we hebben met een hele grote instroom gezeten, die we niet aankonden. Er zitten echt goede maatregelen in het Migratiepact. Die kunnen bijdragen aan meer grip op wie er naar de EU komt, ook wat betreft de secundaire migratiestromen. Ik noem bijvoorbeeld de grensprocedure die wordt ingevoerd. De gevallen van asielzoekers met een weinig kansrijk asielverzoek worden in een snelle asielgrensprocedure afgewikkeld. De grootste verbetering zit 'm echt in de asielgrensprocedure die komt, denk ik. Daarmee geven we een duidelijk signaal af dat het niet loont om naar de EU af te reizen als er geen serieuze asielmotieven zijn. Onderdeel van die betere grensprocedures zijn een veiligheidsscreening en een goede registratie in de database van Eurodac. Daarmee hebben we iedereen geregistreerd. Als iemand dan op een ander moment in een andere lidstaat alsnog asiel aanvraagt, kunnen we Dublin op die manier laten werken. Dan kunnen we dus veel makkelijker inzichtelijk maken dat diegene de aanvraag al in een andere lidstaat heeft gedaan.

Ook in Nederland hebben we nog veel te doen; de heer Van Asten vroeg naar de planning in Nederland. Ik deel die vraag zeer. Met mijn wisseling van de Tweede Kamer naar het kabinet was ik daar natuurlijk gelijk naar op zoek: hoe gaan we dat doen tot aan 12 juni? U heeft afgelopen vrijdag de inbreng van het verslag ten aanzien van het pact geleverd. Er wordt nu hard gewerkt aan de beantwoording van 450 vragen; dank u wel daarvoor. De inspanningen zijn erop gericht om de antwoorden volgende week woensdag, 11 maart, naar uw Kamer te sturen. Ik zou u willen vragen, natuurlijk met alle respect voor de procedures van de Kamer, waar u helemaal zelf over gaat, om zo snel mogelijk over te gaan tot plenaire behandeling. Ik vraag u ook om er rekening mee te houden dat er in de Eerste Kamer ook nog een procedure moet worden gevolgd, die ook voor 12 juni moet worden afgerond. Ik hoop dat we elkaar hierin kunnen helpen. Aan onze kant wordt in ieder geval zo hard mogelijk gewerkt om dit allemaal op orde te brengen.

Mevrouw Kröger vroeg mij om bepaalde risicocategorieën uit te zonderen bij landen als Egypte. Dat ging over het veiligelandenvoorstel dat is gedaan. We zijn als Nederland blij met de veiligelandenlijst die er komt. Daarmee wordt geharmoniseerd wat in Europa op heel veel plekken verschillend werd gedaan. Het klopt dat in deze regelgeving geen uitzondering is gemaakt voor bepaalde categorieën. Ieder asielverzoek zal wel individueel beoordeeld worden. Het feit dat het niet in de regelgeving is opgenomen, betekent dus niet dat er geen reden zou kunnen zijn dat iemand op individuele gronden alsnog een asielverzoek ingewilligd krijgt. Het is in die zin geen manier om asielverzoeken af te wijzen als mensen er een beroep op doen.

De heer Russcher van Forum voor Democratie zei dat meerdere landen niet willen bijdragen aan het solidariteitsmechanisme. Hij vroeg welke positie Nederland daarin heeft ingenomen. U kent de positie van het vorige kabinet. Dit kabinet heeft die positie overgenomen. Ik bedoel dat wij, zolang wij onze opvangcapaciteit niet op orde hebben, financieel tegemoetkomen. We hebben daar een keuze in. Er zijn namelijk verschillende manieren om solidariteit te betrachten: het overnemen van asielzoekers, het leveren van een financiële bijdrage of het leveren van operationele steun aan zuidelijke lidstaten.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Het probleem is natuurlijk waar de bewijslast ligt. Op het moment dat het gaat om een veilig land en er een individuele afweging gemaakt wordt, ligt de bewijslast bij iemand die moet bewijzen dat hij bijvoorbeeld lhbti'er is, terwijl dat iets is waar mensen over het algemeen juist niet voor uit kunnen komen. Maar mijn vraag is een andere: klopt het dat Nederland wel beleidsvrijheid heeft in hoe die veiligelandenlijst wordt doorvertaald in Nederland? Is het wel mogelijk om extra categorieën aan te merken?

Minister Van den Brink:

Naar ik begrijp, is het niet verboden om daar zelf maatregelen aan toe te voegen. Maar we streven wel naar harmonisatie; dat is het hele vertrekpunt van het pact. We zullen zo terughoudend mogelijk zijn in het afwijken van afspraken met onze Europese lidstaten, omdat we zo veel mogelijk harmonisatie willen. Maar in reactie op uw eerste constatering: uiteindelijk zal de IND dat in de procedure zelf moeten afwegen. Als iemand daar een beroep op doet, moet dat natuurlijk onderbouwd zijn. Dat geldt natuurlijk ook voor de IND als zij een aanvraag moeten afwijzen. Het blijft gewoon mogelijk om daar een beroep op te doen als lhbti'er, journalist of iemand anders die dat kan onderbouwen.

De voorzitter:

Gaat u verder. Excuus. Een vervolginterruptie van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Dat het mogelijk blijft, is volgens mij ook niet het euvel. De vraag is of dit voldoende bescherming biedt aan de groepen waarvoor binnen deze Kamer volgens mij ook steun is om te zorgen dat deze mensen bescherming krijgen. De vraag is ook in hoeverre het mogelijk is om voor veilige landen waarvan het evident is dat er veel politieke vluchtelingen vandaan komen, zoals uit Turkije, of voor landen waar veel lhbti-vluchtelingen vandaan komen, toch uitzonderingsgronden te maken zodat we toch ook oog hebben voor die veilige landen.

Minister Van den Brink:

Jazeker. Dat komt natuurlijk ook terug in het landenbeleid. Er is een landenbeleid waarin de aandachtspunten die spelen in een land van waaruit iemand een aanvraag doet, worden meegewogen. Als er bijvoorbeeld op een hele repressieve manier om wordt gegaan met journalisten, dan komt dat in het landenbeleid terug en zal dat ook in de toepassing van de beoordeling door de IND worden meegewogen. Uiteindelijk blijft asiel altijd een individuele afweging, en niet een categorale. In die zin zal elke keer individueel moeten worden afgewogen of daarvan sprake is.

De heer Russcher (FVD):

Ik heb een verdiepende vraag op het antwoord van de minister zojuist. Ik weet niet of hij al klaar was met de beantwoording van mijn vraag, want er kwam een interruptie tussendoor. Mijn vraag was voornamelijk welke garanties Nederland heeft dat we niet gaan betalen, dus die €20.000 per asielzoeker, dat vervolgens die opvang in Italië en andere Zuid-Europese landen vol is, en dat die mensen gezien de open binnengrenzen alsnog in Nederland terechtkomen. Wat is het kabinet van plan te gaan doen als dit herverdelingsmechanisme niet blijkt te werken en ze alsnog naar Nederland komen? Denk het kabinet er dan ook over na niet langer mee te werken aan dit herverdelingsmechanisme?

Minister Van den Brink:

Laten we er allereerst mee beginnen dat we streven naar een werkend EU-Migratiepact. Ik wil voorkomen dat we nu al in een als-danredenering terechtkomen over hoe ik afscheid kan nemen van het pact waar dit kabinet zo aan hecht en waar in Europa al zolang naar wordt uitgekeken. Het klopt wel dat er bepaalde mechanismen zijn afgesproken. Als lidstaten niet bijdragen op de afgesproken manier, dan gaat het solidariteitsmechanisme niet werken. In die zin zijn daar in het pact al afspraken over gemaakt. Een van de afspraken waar we nu aan werken, gaat over de Dublinclaimanten, dus de mensen die al eerder ergens een aanvraag hadden gedaan. Er wordt gekeken of die ook weer mee kunnen worden gewogen. Dat gesprek loopt heel specifiek met Griekenland en we hopen daarmee binnenkort tot een afronding te komen. Alles is erop gericht om dit wel te laten werken, dus ik wil voorlopig eigenlijk nog niet in het debat terechtkomen waarin ik besluit wanneer ik het pact niet meer zou willen nakomen.

Mevrouw Van der Plas vroeg mij naar de opvangrichtlijn en waar de mensen die niet door Nederland worden opgevangen, naartoe zouden gaan. Iedere lidstaat is verplicht om de asielzoekers waar die volgens de Dublincriteria voor verantwoordelijk is, op te vangen. Dat geldt dus ook voor Nederland. Het niet hebben van voldoende opvangplekken is niet voldoende om mensen op grond van dat mechanisme over te brengen naar andere landen. Of lidstaten recht hebben op solidariteit, bijvoorbeeld in de vorm van herplaatsingen, is uiteindelijk een beoordeling van de Commissie, die zij jaarlijks zal doen aan de hand van meerdere afwegingen. Je kunt dus niet zomaar eenzijdig zeggen "ik heb te weinig opvangplekken, dus ik doe even niet meer mee", om het even heel huiselijk te zeggen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De meeste mensen die hiernaartoe komen, hebben al ettelijke landen doorgereisd. Het aantal mensen dat rechtstreeks naar Nederland toe komt, als eerste land, is heel erg beperkt. Maar het gaat natuurlijk wel over de mensen die via allerlei landen Nederland binnen zijn gekomen. Mijn onderliggende vraag is eigenlijk de volgende. Ik snap dat de minister zegt "we moeten er wel wat mee om ze op te kunnen vangen", maar als wij een tekort hebben aan locaties, dan kunnen we opvangen wat we willen, maar dan nog zijn die locaties er niet. Wat gaat de minister daaraan doen? Is er al een beeld van om hoeveel mensen dat eventueel zou gaan? Worden daar al voorbereidingen voor getroffen? Waar komen die plekken dan?

Minister Van den Brink:

Dan heb ik de vraag net niet goed beantwoord, denk ik, in de zin van welke onderliggende zaken u bedoelt. Het systeem van het Migratiepact is als volgt. Als er iemand in de buitengrensprocedure is geweest, of al in een andere lidstaat is geweest en daar is gescreend, om het maar zo te zeggen, dus als iemand al in Eurodac is opgenomen, en hij zou op dat moment in Nederland asiel aanvragen, dan valt hij gewoon onder de Dublinafspraak. De Dublinafspraak is dat je teruggaat naar het eerste land van aanvraag voor de behandeling van de procedure. Dit is het spannende aan het hele pact, want we hebben gezien dat Dublin de afgelopen jaren niet gefunctioneerd heeft. De intentie is om dat pact vanaf 12 juni weer volledig te laten functioneren, inclusief Dublin. Wij gaan ervan uit, ook met de afspraken die we nu gemaakt hebben, bijvoorbeeld met een land als Griekenland, waarmee we nu bijna tot een afronding komen, dat we vanaf enig moment iemand die al in Griekenland is geweest, daar ook weer naartoe terug kunnen plaatsen. Dan hoeven wij dus ook niet de opvang te regelen. Als het systeem echt zou gaan draaien zoals we met elkaar beoogd hebben, zou dat de druk op onze eigen opvangcapaciteit enorm verlichten.

De voorzitter:

Een vervolgvraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Op papier klinkt dat allemaal hartstikke mooi, maar de werkelijkheid is natuurlijk wel anders. We hebben natuurlijk ook gezien dat een rechter België op de vingers heeft getikt omdat ze iemand naar Griekenland hebben gestuurd. Omdat de opvang niet op orde was, viel dat onder artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, een verbod op foltering. Of een opvang niet heel prettig is ... Ik kan dat niet beoordelen, maar dat lijkt me weinig met foltering te maken hebben. Of dat allemaal gaat werken, gezien de voorbeelden die ik noemde van Slowakije, Hongarije en noem maar op ... Het is echt zeer de vraag of dit zo gaat werken zoals het op papier wordt neergezet. Kan de minister daarop reageren?

De voorzitter:

Artikel 3 EVRM, het folterverbod, ziet ook op een vernederende behandeling, wil ik u mededelen. Minister, gaat uw gang.

Minister Van den Brink:

Deze aanvulling had ik zelf niet in mijn binnenzak zitten, dus ik dank de voorzitter al bij voorbaat. Ik denk dat mevrouw Van der Plas mij niet vergeeft dat ik in week één nog een hoopvolle minister ben en dat ik hoopvol kijk naar de afspraken die we gemaakt hebben. Ik denk ook wel ... Ik ben benieuwd hoe dat morgen in die gesprekken tot uitdrukking komt. Iedereen heeft behoefte aan een werkend asielsysteem in heel Europa. Deze afspraken zijn dus voor alle landen cruciaal. Niet alleen Nederland zit hierop te wachten; het is ook voor de zuidelijke lidstaten heel cruciaal. Maar grote veranderingen en de uitvoering zijn natuurlijk altijd wel spannend. Laat ik het zo zeggen: het is de kunst om het vanaf papier in de praktijk te brengen. Het is in ieder geval goed uitgedacht en ik denk ook dat het uitvoerbaar is, als het eenmaal in alle landen, met elkaar, wordt opgepakt. Voorlopig hou ik er nog aan vast dat dit een goed systeem zou moeten zijn.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Heb ik nog een interruptie over?

De voorzitter:

Ik stel voor dat we in totaal ... In de eerste termijn heeft u elkaar helemaal niet geïnterrumpeerd. Ik stel dus voor dat we er nu vier doen. Dan heeft u er nog twee.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik ga er dan toch nog eentje gebruiken. Er is een tijdje geleden ook een motie aangenomen in de Tweede Kamer om ons aan te sluiten bij andere landen die zeggen dat de verdragen misschien wat anders geïnterpreteerd moeten kunnen worden. Die verdragen en artikel 8, het recht op gezinsleven, zijn natuurlijk niet bedoeld om ervoor te zorgen dat er een stroom van immigranten ontstaat, bijvoorbeeld door het nareizen, doordat heel veel families erachteraan komen. Aanvullend wil ik dus eigenlijk nog het volgende vragen. Kan de minister hier, maar misschien ook wel in Brussel, vragen hoe het hiermee staat? Hoe gaan we hier als Nederland mee om? Want we hebben ons destijds wel achter het initiatief van de heer De Wever geschaard. Dat zou ik nog wel graag willen weten. De verdragen zijn ooit opgesteld met een hele goede bedoeling, maar de tijd is natuurlijk wel veranderd.

De voorzitter:

Dit sluit ook aan op de vraag van de heer Ellian en mijzelf. Ik neem aan dat de minister daar straks nog op terugkomt.

Minister Van den Brink:

Daar kom ik straks zeker op terug. Mevrouw Van der Plas had ook gevraagd waarom het bandencriterium tegengeworpen kan worden in relatie tot een veilig derde land. Ik kan u op dat punt geruststellen, omdat via een aanpassing van het EU-recht het bandencriterium zal worden aangepast. Dat zit in de afspraken die nu worden afgerond. Dat is de herziening van het veiligederdelandenconcept. Dan hoeft het niet meer te gelden als mensen door dat derde land zijn gereisd of wanneer we afspraken met dat derde land hebben gemaakt. Ook dit treedt in werking op 12 juni. Daardoor wordt het beter toepasbaar in de praktijk. Daarmee kun je ook echt de volgende stappen gaan zetten in het vormgeven van asielverzoeken buiten Europa, waar de heer Boomsma en de heer Ellian ook al naar vroegen.

De heer Van Asten vroeg mij naar de betrokkenheid van de inspectie en het toezichtmechanisme rondom het pact. Het kabinet onderschrijft het belang van een onafhankelijk toezichtmechanisme. De Inspectie Justitie en Veiligheid en het College voor de Rechten van de Mens zullen elk vanuit hun eigen deskundigheid en in lijn met bestaande taken onderdeel uit gaan maken van het toezichtmechanisme. De waarborgen en financiering voor beide partijen zijn geregeld. Zij zullen dus toezicht houden op het deel van de buitengrensprocedure waar Nederland verantwoordelijk voor is. Dat is met name op Schiphol. Als er sprake van zou zijn dat iemand daar asiel aanvraagt en in de buitengrensprocedure komt, wordt daar door deze twee organisaties onafhankelijk op toegezien.

Dan kom ik bij de vragen die gingen over de instrumentalisatie, de grens en Polen. Die waren van meerdere partijen. Het instrumentaliseren van asielzoekers is uiterst kwalijk. Dat is natuurlijk ook een schending van de integriteit van de Europese landen en de grens daarvan. We hebben in Europa al een aantal stappen gezet om dat het hoofd te kunnen bieden. De Commissie heeft in december 2024 een mededeling uitgebracht die de lidstaten handvatten moest bieden om die instrumentalisatie tegen te gaan, zoals het tijdelijk sluiten van grensovergangen. Ook in de nieuwe wetgeving zit een crisisbeheerverordening. Ook daarin worden nieuwe mogelijkheden geboden: lidstaten mogen de asielprocedure aan de grens verlengen, de opvangnormen tijdelijk aanpassen en versneld terugkeerprocedures uitvoeren. Op die manier wordt er dus hulp geboden. Ik denk dat dat goed is. Ik begreep dat meerdere Kamerleden onder de indruk waren van wat ze aan de grens bij Polen hebben gezien en aangetroffen. Op alle manieren proberen we Polen waar nodig te ondersteunen, want dit heeft natuurlijk niks te maken met asiel zoals we dat kennen.

De voorzitter:

Excuus, ik wil mezelf een interruptie toestaan.

Minister Van den Brink:

Dat mag.

De voorzitter:

Ja, ik ben de voorzitter, dus dat kan. Ik heb namens JA21 een vraag over het begrip "instrumentalisering". We hebben inderdaad gezien dat medewerkers van de regering van Wit-Rusland waarschijnlijk betrokken zijn bij het vervoeren van migranten naar de grens en dat zij helpen om die grens met een slijptol te vernielen et cetera. Maar is er nou sprake van instrumentalisering wanneer dat wordt gedaan door overheidsbeambten of moet het specifiek gaan om het doel van geopolitieke destabilisering en hybride oorlogsvoering? Hoe zit die definitie van instrumentalisering in elkaar?

Minister Van den Brink:

Ik begrijp van degene naast me — ik zal eerlijk zeggen dat ik dit deel van het inwerkprogramma nog niet helemaal uit had — dat er geen internationale, strakke definitie is van "instrumentalisatie". Er is alleen, zoals u ook aangeeft, wel degelijk sprake van geopolitieke drukmiddelen, met name vanuit Wit-Rusland en waarschijnlijk gesteund door Rusland, om te destabiliseren aan de grenzen van Europa. Maar er is in die zin nog geen juridische definitie die door ons gebruikt kan worden om daar op een andere juridische manier dan door middel van het asielrecht mee om te gaan. De zoektocht hoe daarmee om te gaan is ook in Europa gaande, denk ik. Misschien zal ik daar morgen ook over horen van mijn Poolse collega.

Hierbij neem ik ook de vragen mee over het EES, het grenssysteem dat ingevoerd moet gaan worden. Daar vroeg het CDA naar. We trekken daarbij natuurlijk nauw op met de Commissie en de lidstaten. Het is een enorm grote en complexe opgave. Dat merken we zelf in Nederland ook. Ik heb daar de afgelopen dagen ook tijd aan besteed. Ik heb me daarover bij laten praten en ik heb me ingelezen, want we liggen hiermee echt achter op schema. We zouden op dit moment eigenlijk al 35% en vanaf volgende week 50% van de registraties via het nieuwe systeem moeten doen, maar we zitten op dit moment op 30%. Er is dus echt nog een flinke slag te maken richting april, wanneer dit zou moeten gaan werken. We hebben alle technische zeilen bij moeten zetten om oplossingen te vinden. Die worden op dit moment getest en daarna moeten die in praktijk worden gebracht. Ik werk hierin nauw samen met de KMar, Defensie, Schiphol en IenW. We zijn ook in overleg met de Europese Commissie omdat die ons hierin ook op de radar heeft. Men weet dat we nog werk te doen hebben. We werken zo hard en zo snel mogelijk aan een volledig operationeel systeem. Mochten hierover andere mededelingen moeten volgen, dan zal ik te zijner tijd uw Kamer daarover informeren.

Dat geldt dus ook voor wat mevrouw Straatman aangaf. Ons hele Schengenbeleid is er natuurlijk van afhankelijk. We hebben hier natuurlijk oog voor, omdat we ook uit veiligheidsoverwegingen iedereen die zich in ons Schengengebied beweegt en die reist, natuurlijk goed in beeld moeten hebben. Hiermee heb ik een heel aantal vragen over "grens" beantwoord.

Nu kom ik eigenlijk bij een wel vrij groot blokje over terugkeer. Dat blokje wil ik beginnen met vragen van mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA en van de heer Ellian van de VVD. Die gaan over de duidelijkheid over de Terugkeerverordening, de inwerkperiode en de transithubs. De vraag was ook of wij daar periodiek over willen informeren. Nu de Raad zijn inzet heeft bepaald, is het wachten tot het Europees Parlement dat ook heeft gedaan. De verwachting is dat het Europees Parlement hier binnenkort over zal stemmen. We staan in goed contact met de leden uit het Europees Parlement en in het bijzonder met onze Nederlandse rapporteur Azmani, om onze Nederlandse prioriteit voor het voetlicht te brengen. We willen die onderhandeling zo voortvarend mogelijk oppakken en we zullen de Kamer periodiek informeren over de voortgang, ook via de verslagen van de JBZ-Raad. Dus mocht dat in de komende dagen tot nieuwe mededelingen kunnen leiden, dan zullen we die doen.

De heer Van Asten vraagt welke stappen we nog meer zetten op terugkeer. Het is de hoeksteen van het migratiebeleid. Het is absoluut in de afgelopen maanden, of misschien het afgelopen jaar, wel veel meer in beeld gekomen dat we daarop nog flinke stappen hebben te zetten. Mevrouw Straatman vroeg daar ook naar. We zitten met lage percentages, die we echt omhoog moeten brengen. Daarin moeten we echter ook samenwerken met andere lidstaten in Europa en met staten buiten Europa. Daarom zal ik in de Raad benadrukken dat we klaar moeten staan om de onderhandelingen over het voorstel voor de Terugkeerverordening snel ter hand te nemen. Een nieuw juridisch kader in Europa dat moet zorgen voor een effectief terugkeerbeleid: dat hebben we echt heel hard nodig. Het is daarom ook belangrijk dat we praten over Libië en Libanon en dat we erover praten op welke manier we de inzet in deze landen kunnen vergroten, hoewel het op dit moment voor Libanon natuurlijk anders is dan een week geleden. Dat zeg ik even bij een antwoord dat misschien een week geleden geschreven is. Dank dus, mevrouw Kröger, voor uw veelbetekenende blik. Ik voelde dit ook al toen ik dit antwoord uitsprak.

Mevrouw Straatman vraagt of wij het met haar eens zijn dat een effectief terugkeerbeleid niet alleen kan leunen op maatregelen van vrijwillige terugkeer, maar dat er ook maatregelen van gedwongen terugkeer noodzakelijk zijn. Jazeker. Vrijwillige en gedwongen terugkeer zijn twee kanten van de medaille. Hoewel de voorkeur natuurlijk altijd naar vrijwillige terugkeer uitgaat, is het vooruitzicht van gedwongen terugkeer nodig wanneer iemand niet meewerkt. We willen dus goede waarborgen opnemen in die Terugkeerverordening, maar er moeten ook verplichtingen komen voor personen die moeten terugkeren. Hiervoor moeten we steun zoeken, en dat doet Nederland heel actief. Dat willen we doen bij een groot deel van de lidstaten. We werken daarbij ook richting derde landen die onvoldoende meewerken aan terugkeer, om hen te bewegen hun aanpak te verbeteren.

Mevrouw Straatman vroeg ook hoe wij de balans bewaken tussen noodzakelijke samenwerking en het voorkomen dat Europa op welke manier dan ook bijdraagt aan schendingen van rechten die hier in het geding kunnen zijn. Als Nederland, en ook als EU als geheel, vinden we het van belang dat alle migratieafspraken met derde landen aan alle relevante internationale normen moeten voldoen, dus ook aan alle mensenrechtenverdragen. Dat betekent dat we niet direct of indirect kunnen bijdragen aan schendingen van mensenrechten van migranten, en dat is een positie die wij ook actief inbrengen in het debat in Europa. Wat mij betreft is migratiesamenwerking ook geen uitruil van mensenrechten; ze moeten hand in hand gaan. Het is evident dat het heel complex is. Het is ook evident dat we soms te maken hebben met landen die op een hele andere wijze kijken naar mensenrechten. We zien echter wel dat er ook met dat soort landen afspraken gemaakt moeten kunnen worden en dat we de mensenrechten daarbij kunnen borgen. We zoeken dus in samenwerking met derde landen steeds ruimte om zaken als mensenrechten en bescherming te adresseren. We richten onze brede inzet op migratie zo in dat deze in lijn is met internationaal recht en dat er oog is voor bescherming.

Ik denk dat de vraag die mevrouw Kröger stelde over de positie van artikel 23a in de Terugkeerverordening in het verlengde daarvan ligt. In de Raadspositie is vastgelegd dat er meer verplichtingen moeten kunnen komen voor personen die moeten terugkeren, dus inclusief mogelijkheden voor de uitvoeringsorganisaties om daar onderzoek naar te doen. Dat is onderdeel van de aanpak om de terugkeercijfers in Europa omhoog te brengen. Daarbij geldt wel echt uitdrukkelijk dat dit in die zin niet vergelijkbaar is met de voorbeelden die u noemt, omdat het echt individueel getoetst moet zijn en het ook noodzakelijk en proportioneel moet zijn. Ook in Nederland is terugkeer het sluitstuk van een aanpak die vrijwillig begint en die telkens dwingender wordt. Dat dwingende karakter betekent uiteindelijk dat mensen soms gedwongen moeten worden, maar dat wordt altijd individueel getoetst, ook of dat proportioneel is. Maar dit is natuurlijk ook nog een onderdeel van het gesprek dat tussen Raad en Parlement moet plaatsvinden. Dit is dus nog geen definitieve uitkomst van de Terugkeerverordening zoals die nu voorligt. Die gesprekken lopen nog, dus pas als het definitief is, kunnen we een definitief beeld geven van wat daar de eventuele toepassingen van zouden kunnen zijn en hoe dat te vergelijken is met het Nederlandse beleid op dit moment.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Dit is natuurlijk wel het moment dat de minister naar Brussel afreist om daar de Nederlandse positie in te nemen. Ik heb dan toch een vraag over artikel 23a. De minister zegt namelijk dat het geborgd is, omdat er individuele toetsing plaatsvindt. Maar bedoelt de minister dan dat er huiszoekingen kunnen komen en moet dat dan eerst via een rechter lopen? Ik probeer het even scherp te krijgen. Ik vind het namelijk nogal wat, die huiszoekingen. Ik probeer dus even scherp te krijgen waar dan volgens de minister die borging zit.

Minister Van den Brink:

De proportionaliteit moet in die zin geborgd zijn. Dus de vraag of hiervan sprake is, kan ik hier niet gelijk beantwoorden. Dat geldt ook voor de vraag of dat in de definitieve versie van de Terugkeerverordening zal zitten. De Nederlandse positie is wel dat wij steun geven aan dwingende mogelijkheden om gedwongen terugkeer van mensen mogelijk te maken. Ik denk dat ik daarover meer tekst en uitleg moet gaan geven als we hier een beter beeld van hebben. Laat ik u toezeggen dat als wij een beter beeld hebben van wat hier nou exact achter wegkomt en hoe dat te vergelijken is met het Nederlandse beleid op het punt van terugkeer, ik u daarin inzicht ga verschaffen via het verslag van de JBZ-Raad of dat ik dat doe op een volgend moment waarop ik daarover meer duidelijkheid kan geven.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Het lijkt me sowieso een goed idee om die duidelijkheid te verschaffen, maar dit gaat natuurlijk over dat deze minister naar Brussel afreist en een positie gaat innemen ten aanzien van die huiszoekingen. Dan zegt de minister: ja, ik denk dat er nog borging in zit, omdat er individueel getoetst wordt. Mijn vraag is: wat is dan de positie van Nederland? Moet het dan door een rechter toegewezen worden of gaat Nederland akkoord met die huiszoekingen? Waar staan we?

Minister Van den Brink:

Nederland is al akkoord gegaan met de verordening zoals die nu door de Raad is neergelegd. We wachten nu op de positie van het Europees Parlement en dan wordt er tussen die twee onderhandeld over een definitieve uitkomst. Ik ga niet in de komende dagen nog een gesprek voeren over de Terugkeerverordening zoals die nu voorligt. Die posities zijn ingenomen. Het is nu wachten op de definitieve uitkomst. Maar ik snap uw vraag heel goed. Ik snap dat u daar duidelijkheid over wilt. Die kan ik verschaffen op het moment dat ik weet hoe de onderhandelingen zijn verlopen en wat de uitkomst daarvan is.

Ik heb een vraag van de heer Boomsma over de visumstrategie. Wat gaat die Nederland opleveren op het gebied van terugkeer? Het kabinet is van mening dat we zo veel mogelijk instrumenten moeten gebruiken om terugkeer te bevorderen. Het visumbeleid kan op dat moment zeker ook van toevoegde waarde zijn. Daarom pleit het kabinet voor die effectieve en meer flexibele inzet van dit instrument, want daarmee kunnen ook negatieve visummaatregelen worden genomen tegen landen die onvoldoende meewerken aan terugkeer. We wachten dan ook het voorstel van de Commissie af om dit te herzien, want dat is nu alleen nog maar een soort beleidsvoornemen, maar dat is verder nog niet uitgewerkt in een echt voorstel.

De voorzitter:

Mijn vraag was ook welke landen op dit moment dan onvoldoende meewerken en bij welke landen dat beter zou kunnen. Wat is de huidige stand van zaken? Ik weet dat Marokko een tijdlang moeilijk deed. Inmiddels gaat dat beter. Hebben we er een overzicht van?

Minister Van den Brink:

Dat is niet voorradig, in de zin dat ik die landen nu niet zomaar kan noemen. Wij kunnen daar in het verslag van de JBZ-Raad misschien wel nader op ingaan. Het is namelijk een onderdeel van de JBZ-Raad. We spreken er de komende dagen over, dus in de terugkoppeling daarvan kunnen we hier zeker verder op ingaan, maar het klopt dat er verschillen tussen landen zijn en dat de positie van bijvoorbeeld Marokko veel beter is dan een tijd geleden.

Dan kom ik bij een aantal vragen die ik onder het kopje innovatief, Clingendael ...

De voorzitter:

Excuus, ik had mevrouw Vondeling over het hoofd gezien. Zij heeft nog een interruptie.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik had nog een vraag gesteld over het gedwongen uitzetten van criminele vreemdelingen. Komt u daar nog op terug? Ik weet niet of dat onder de noemer van terugkeer valt.

Minister Van den Brink:

Dat hoop ik dan wel. Ik zie iemand naast mij druk zoeken. Laat ik dan alvast zeggen wat ik daarvan weet. Wij hebben zelf ook zeker een actief beleid op het gebied van gedwongen terugkeer, maar er zijn randvoorwaarden voor wanneer en bij welke strafbaarheidsgrond daar sprake van kan zijn. Ik ken de PVV-positie en weet dat de partij die strafbaarheidsgrond om mensen uit te zetten flink naar beneden zou willen brengen. Wij hebben met dit kabinet geen voornemen om daar aanpassingen aan te doen.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dat is eigenlijk niet waar mijn vraag op zag. Ik heb het over landen als Duitsland en Oostenrijk, die Syrische criminelen rechtstreeks uitzetten naar Syrië. Mijn vraag is eigenlijk waarom het Nederlandse kabinet daar nog niet mee begonnen is.

Minister Van den Brink:

Er is op dit moment wel sprake van terugkeer naar Syrië, zowel vrijwillig als gedwongen. Daar werken we op dit moment ook aan.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik was heel even verbaasd: ook gedwongen?

Minister Van den Brink:

O, nog niet? Excuus, dan heb ik mij versproken. Ik weet wél dat de route naar Syrië op dit moment nog heel complex en lastig is, omdat er geen diplomatieke relatie is met Syrië. Alles verloopt dus via één diplomatieke post in Brussel. We zijn ons er natuurlijk wel op aan het voorbereiden, want wij willen ook dat de mensen die hier niet hoeven te blijven, weer terug kunnen en dat we mensen kunnen uitzetten die ergens voor gestraft zijn en hun asielverzoek om die reden niet ingewilligd hebben zien worden. Op dit moment hebben wij echter nog geen gedwongen terugkeer.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dan wil ik de minister toch vragen om, als hij zijn collega's ziet, daarover in gesprek te gaan, want kennelijk lukt het andere landen wél. Dan zou het Nederland ook moeten kunnen lukken, denk ik.

Minister Van den Brink:

Dat is op zich een terechte vraag. Die interesse heb ik zeker ook zelf. In die zin zal ik die vraag dus zeker stellen als ik die collega's spreek. Mocht ik daarover meer te weten komen, dan zal ik dat in het verslag van de JBZ-Raad meenemen.

Er zijn allerlei vragen gesteld over Clingendael en de positie van het kabinet ten opzichte van het aanpassen van internationale verdragen. Dat is zeker een van de speerpunten van dit kabinet. Wij willen namelijk echt inzetten op een nieuwe manier van werken. Tegelijkertijd zijn we op allerlei manieren al bezig om daarnaar toe te werken. Alles wat er in de afgelopen tijd al is gezegd over innovatieve oplossingen, zowel terugkeerhubs als het aanpassen van het bandencriterium, moet u allemaal zien onder de noemer van het vinden van een nieuwe manier om het internationaal recht vorm te geven. Tegelijkertijd moet ik er ook eerlijk over zijn dat dat niet zomaar een hele korte route zal zijn. Internationale verdragen laten zich namelijk niet op een hele korte termijn aanpassen. Het opzeggen van verdragen is zeker niet iets wat wij überhaupt van plan zijn, dus dit zal een lange route worden, met veel diplomatieke inzet en met veel overleg met landen om te kijken hoe we er kunnen komen.

Over Clingendael. Het is een zeer tijdig en bruikbaar rapport. Het sluit aan bij het doel van het kabinet om asielprocedures uiteindelijk buiten Europa af te handelen. We zijn bezig met een appreciatie. Het rapport laat inderdaad zien dat het internationaal recht niet in de weg staat aan modellen voor externalisering, zoals die heten, maar dat lidstaten daarbij in de praktijk wel mensenrechten dienen te waarborgen. Dat gaat dus om modellen waarmee asielverzoeken buiten Europa zouden kunnen worden afgedaan. Zoals u weet, is Nederland met andere lidstaten in de Raad van Europa aan het werk aan een politieke verklaring, waar ik zo meteen nog iets meer over zal zeggen. Aanstaande donderdag spreek ik met mijn collega's. We hebben daarin al een groep gevormd met Duitsland, Denemarken, Griekenland en Oostenrijk, omdat dit voor Nederland een belangrijk punt was, is en zal blijven in de komende periode. We verwachten de reactie op het rapport van Clingendael dit voorjaar aan u te kunnen sturen. Dat geldt ook voor de verdere verkenning naar verdragen, waarbij ook het voorstel van JA21 zal worden meegenomen.

De heren Ellian en Boomsma hebben vragen gesteld over het EVRM. Momenteel worden in de Steering Committee for Human Rights de elementen voorbereid voor de politieke verklaring. Het klopt wat de heer Boomsma zei, namelijk dat die op een bijeenkomst in mei in Moldavië zal worden besproken. Voorafgaand daaraan zult u daarover worden geïnformeerd, ik denk via de BuZa-commissie. Wij zullen daarin ook de afstemming zoeken, zodat de informatie parallel daaraan aan de asielcommissie zal worden gestuurd. Ik denk dat dat geen probleem hoeft te zijn. Ze zijn nu dus nog bezig met allemaal technische dingen, en daarna wordt die verklaring opgesteld. Die is in lijn met wat hier al eerder over is gezegd in de Raad van Europa. Er wordt dus gewerkt aan een interpretatief protocol, zoals het inmiddels is gaan heten.

De heer Ellian (VVD):

Over de procedure kunnen wij het zelf hebben. Aanpassingen van verdragen gaan in de regel via JenV, maar dat komt goed. Dank voor het antwoord. Het is prettig om te horen dat de minister ook hiermee echt aan de slag gaat met zijn collega's. De minister is al langer bezig met asiel en migratie dan ondergetekende, maar ik heb toch enige ervaring met de advisering aan bewindspersonen over verdragen. Zit de minister erbovenop? Het is heel gemakkelijk om te zeggen dat het verdrag niet kan worden aangepast en dat artikel 3 op een bepaalde manier moet worden uitgelegd. Ik zei zonet tegen een paar collega's dat ik de totstandkomingsgeschiedenis van het EVRM nog eens aan het nalezen was. Dat was echt een hele andere tijd dan de tijd waarin wij nu leven. Gaat de minister dus, samen met een aantal gelijkgestemde landen, ook echt proberen om dit op die manier aangepast te krijgen in dat protocol? Anders komen we namelijk nooit verder.

Minister Van den Brink:

Ja, waarbij ik op meerdere manieren ga antwoorden. De achtergrond van het protocol was natuurlijk de discussie over hoe je omgaat met criminele asielzoekers. Dat is dus stap één hierin. Stap twee werkt misschien via een iets andere route. We werken op dit moment samen in een kopgroep. Daarin werken we aan terugkeerhubs en aan externalisatie van asielverzoeken vanwege het bandencriterium. Eigenlijk is de route nu vooral dat we daarin gaan ontdekken waar we tegenaan lopen en welke afspraken er daarbij wel en niet mogelijk zijn, om dat daarna weer te gebruiken in het gesprek over wat dat betekent voor de juridische verdragen die we daarover hebben en welke aanpassing daardoor noodzakelijk zou zijn. Het is dus niet alleen een juridisch aanpassing, van: wat wil je? Het is ook: wat is er in de praktijk mogelijk en is dat überhaupt te realiseren? Dat gaat dus een beetje hand in hand. Zo zie ik nu tenminste voor me hoe we dit moeten gaan doen, na dit gesprek anderhalve week gevoerd te hebben. Ik denk het zetten van stappen met gelijkgestemde landen in Europa soms sneller gaat dan de route van de aanpassing van het verdrag, omdat we allemaal weten dat het heel erg op elkaar ingrijpt. Het is natuurlijk én het EVRM én mogelijk het Vluchtelingenverdrag, of een van beiden. In ieder geval grijpt het allemaal zo in elkaar in dat we vooral juridisch bezig zouden zijn als we alleen de juridische weg zouden bewandelen. We willen ook heel graag dingen realiseren in de praktijk, vandaar die afspraken met landen buiten Europa.

De heer Ellian (VVD):

Helder. Uiteraard is er niet alleen de juridische realiteit. Die juridische realiteit beïnvloedt wat je praktisch kan regelen, dus het ene kan niet zonder het andere, maar het is fijn om te beluisteren dat de minister op beide vol inzet, omdat je beide nodig hebt. Is hij bereid om ook het volgende mee te nemen? Dan geef ik ook een inkijk in wat men mag verwachten van mij als woordvoerder op Asiel en Migratie. Kijk naar de detentie van een strafrechtelijk veroordeelde. Daar weet ik vrij veel van. Artikel 3 werd net genoemd. Je mag in voorkomende gevallen een veroordeelde zelfs isoleren vanwege het risico voor de samenleving. Wat mij bevreemdt, is dat dit bij criminele asielzoekers niet mag. Dat is vrij vreemd, en ik hoop dat de minister dit wil meenemen. We spreken binnenkort, geloof ik, over de overlast bij Ter Apel. Dit is vrij fundamenteel, want een crimineel is een crimineel: die heeft de wet overtreden. De ene crimineel mag in detentie en de andere niet. Ik hoop dat de minister dit alvast wil meenemen. Het is een mooi punt voor deze Raad.

Minister Van den Brink:

Ik beschouw dit als een aanmoediging; dit punt wil ik zeker meenemen.

Dan de ambitie van het coalitieakkoord over de asieltop, de diplomatieke top. We gaan ons er als kabinet voor inzetten dat we het internationaal asielrecht moderniseren, met als doel dat er geen asielprocedures meer verwerkt worden in Europa. Daarvoor hebben we draagvlak nodig in internationaal verband. Daar zorgen we op verschillende manieren voor. Ik sprak net al over het Europese spoor. Ook op mondiaal vlak doen we dit, bijvoorbeeld door op te trekken met gelijkgezinde landen in het kader van het International Migration Review Forum, dat in mei 2026 zal plaatsvinden. In de Raad van Europa wordt in dat verband gewerkt aan die politieke, interpretatieve verklaring. De asieltop is onderdeel van deze internationale inzet voor het bevorderen van draagvlak. Over de precieze invulling van deze top zullen we u t.z.t. informeren.

De heer Boomsma vraagt mij …

De voorzitter:

Excuus, er is eerst nog een interruptie van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Sorry, even kijken of ik het goed hoorde. Eerder hoorde ik de minister zeggen: asielprocedures hoeven niet meer in Europa uitgevoerd te worden. Nu hoor ik hem zeggen dat de inzet is dat ze niet meer uitgevoerd worden binnen de Europese grenzen. Is dat correct?

Minister Van den Brink:

Nou, laat ik dan gewoon opnieuw beginnen met formuleren; misschien helpt dat. Het doel dat in het regeerakkoord is afgesproken, is dat we op zoek gaan naar een hervorming van het asielrecht waardoor het buiten Europa zou kunnen worden afgedaan, omdat we die hele vreselijke mensensmokkelsituatie willen zien te voorkomen, evenals het recht van de sterkste, dus van degene die de overgang kan betalen.

Dan kom ik bij de vraag van de heer Boomsma. Even kijken. Hij zei: "Echte oplossingen vragen dat EU-landen afspraken maken met derde landen over de opvang. Het is een andere manier om te kijken naar asiel. Minder recht op asiel hier, meer opvang elders. Op deze manier kunnen we ook bepalen wie we hiernaartoe halen." Dat was de vraag. Het kabinet streeft ernaar dat de asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld, zodat in Nederland geen asielprocedure meer zou hoeven te worden doorlopen. Volledige implementatie van het pact, zowel in Nederland als in andere EU-lidstaten, is een belangrijke stap om meer controle en meer grip te krijgen. Partnerschappen met derde landen kunnen dienen om internationale migratiestromen te beheersen, bijvoorbeeld door irreguliere migratie te beperken, terugkeersamenwerking te bevorderen en daarmee migranten te beschermen. Innovatieve oplossingen, waar het kabinet zich voor zal inzetten, kunnen er uiteindelijk aan bijdragen om, zoals ik net zei, de hele asielprocedure buiten Europa te laten plaatsvinden. Maar dat zijn twee dingen die moeten samengaan.

De voorzitter:

De minister zegt steeds: de procedure moet buiten Europa kunnen plaatsvinden. We hebben natuurlijk steeds gezegd dat het niet alleen om de procedure gaat, maar dat ook de opvang daarna buiten Europa plaatsvindt. Als je alleen de procedure daar doet, maar daarna alsnog mensen naar Europa haalt, schieten we daar misschien iets mee op, maar nog niet genoeg. Dat is in ieder geval onze opvatting. Daar hoort bij, zoals ik eerder heb aangegeven, dat het niet genoeg is om te zeggen: je kunt ook elders asiel aanvragen. Dan krijg je namelijk veel meer aanvragen, omdat mensen niet meer die gevaarlijke reis hoeven te ondernemen. Dat is op zich goed, maar dat kan alleen als je dan ook zegt: het kan dus niet meer als mensen illegaal naar Europa reizen om het daar ook nog eens aan te vragen. Hoe ziet de minister dat?

Minister Van den Brink:

Volgens mij zijn alle drie de partijen die dit coalitieakkoord schragen, op zoek naar een manier om de procedure buiten Europa te laten plaatsvinden, maar vinden ze wel degelijk dat lidstaten, waaronder Nederland, daarna, via hervestiging, hun verantwoordelijkheid moeten nemen om mensen die op de vlucht zijn, wel opvang te kunnen bieden. Binnen partijen zijn de posities denk ik verschillend. De een zal misschien zeggen dat het nul moet zijn en de ander dat het x moet zijn, maar er zal natuurlijk altijd een internationale verantwoordelijkheid blijven om mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, ergens opvang te bieden. Dat zal in de toekomst zo blijven, maar het systeem om daartoe te komen, willen we op een veel menswaardigere manier gaan vormgeven.

De voorzitter:

Ja, maar als je alleen maar een extra manier creëert om asiel aan te vragen door te zeggen dat mensen dat ook buiten de EU kunnen doen, is het risico dus dat heel veel meer mensen asiel gaan aanvragen. Het gaat erom dat je hier controle over hebt en dat je nee kunt zeggen. Natuurlijk, het lijkt me prima dat je sommige mensen via hervestiging hiernaartoe haalt, maar je moet wel zelf kunnen bepalen wie. Je moet kunnen zeggen "jullie hebben de hulp harder nodig" of "jullie passen goed bij onze economie" of wat dan ook, maar voor het gros moet je ook kunnen zeggen: deze groepen niet. Dat is ook de inzet van de aanpassing van het bandencriterium per juni. Je kunt straks dus al — daarom zei ik: laat het kabinet daar snel mee aan de slag gaan — afspraken maken met derde landen, want dan gaat het ook echt om het realiseren van de opvang daar. Ik hoor dat daar binnen de coalitie misschien anders over wordt gedacht, maar ik mag toch wel hopen dat het kabinet daar gewoon mee aan de slag gaat?

Minister Van den Brink:

Misschien wel even in het perspectief van de tijd. Waar wij hier over spreken, inclusief aanpassing van internationale verdragen, is echt een doel op de lange termijn. In deze kabinetsperiode gaat het om de invoering van het Migratiepact en gaat het erom, innovatieve oplossingen waarover we in gesprek zijn, in de praktijk te brengen. Maar dat gaat dan natuurlijk niet direct om alle aantallen waar we in Europa over spreken, want er zal nog steeds een functionerend pact zijn, waaronder mensen nog steeds in Europa asiel kunnen aanvragen. Wat u schetst, is dus niet iets wat binnen een of twee jaar realiteit is. Dat is echt iets voor de lange adem.

In dat kader vroeg u ook naar die andere innovatie oplossing, de terugkeerhubs. Daar zijn wij over in gesprek en daar blijven wij ook over in gesprek met de lidstaten die ik daarstraks noemde. Als daar keuzes in worden gemaakt, manieren worden gevonden of afspraken over voorliggen, zullen wij de Kamer daarover informeren. Wij zullen de Kamer dus ook meenemen in wanneer dat mogelijk ingevoerd kan worden en met welke landen dat eventueel mogelijk zou kunnen zijn.

Dan waren er vragen over specifiek de situatie die zich nu voordoet in Iran. Mevrouw Kröger vroeg hoe de minister daarnaar kijkt. Op dit moment is er al geen sprake van gedwongen uitzettingen naar Iran of gedwongen terugkeer, omdat de Iraanse autoriteiten al geen vervangende reisdocumenten verstrekten voor gedwongen vertrek. Daarnaast bezien we op dit moment de situatie en volgen we die nauwgezet, om te beoordelen of de inzet van meer formele instrumenten zoals een besluit- en vertrekmoratorium aangewezen zijn. Dat doe ik altijd op basis van een advies vanuit de IND. Zodra ik dat krijg, zal ik daar natuurlijk ook gevolg aan geven. Om die reden worden de besluiten op dit moment on hold gehouden. Formeel komt een besluit mij toe via de IND en dan zal ik de Kamer daar ook over informeren. Dat is de procedure die daarbij hoort.

Mevrouw Vondeling van de PVV vroeg mij wat we doen om de stroom vanuit Iran als gevolg van het geweld tegen te gaan. Wij volgen dus de situatie op de voet. In de EU is het crisismechanisme van de Raad geactiveerd. De ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd en indien dat nodig is, wordt ook de benodigde inzet op migratie bekeken. Maar laten we indachtig de woorden van de heer Ellian hopen dat die situatie zich zeker niet voordoet. Zijn hoop en verwachting is dat de mensen op welke manier dan ook in Iran bijdragen aan een nieuwe toekomst.

Ik heb nog twee andere vragen die hiermee in lijn zijn; deels heb ik ze net gehad. Een vraag van Forum voor Democratie gaat over migratie als verdienmodel voor herkomstlanden en hoe we daarmee omgaan. Onze aanpak is om gericht de irreguliere migratie te beperken, de terugkeersamenwerking te verbeteren en migranten te beschermen. Maar we hebben die landen zelf wel nodig om daarmee samen te werken, want zonder die landen kunnen wij geen terugkeer van mensen realiseren. Het zijn echt partnerschappen die op een bepaalde manier wederzijds zijn en die ook voor hen voordelen hebben. Daarom willen zij die afspraken ook met ons maken. Op die manier proberen we daar invulling aan te geven. De voorstellen die u daarvoor heeft gedaan, zijn daar geen onderdeel van.

Dan kom ik bij een aantal overige vragen, die meer op het nationale liggen. Daarom dacht ik: aangezien het de JBZ-Raad is, doe ik die als laatste. Dan kom ik bij mevrouw Vondeling, die mij vroeg wat ik tegen alle Nederlanders zeg. Dat is in het licht van het besluit dat ik afgelopen week heb genomen over de opvang. Dit kabinet kiest ervoor om mensen die recht hebben op opvang ook zo ordentelijk mogelijk op te vangen, omdat we daarmee juist af kunnen komen van al die dure ad hoc-noodopvang die we hebben en die ook enorm veel kosten met zich meebrengt. Dit gebeurt naast de inzet op meer grip op migratie door onder andere en goede implementatie van de nationale wetsvoorstellen, de noodmaatregelenwet en het tweestatusstelsel, waarover ik op 14 april naar de Eerste Kamer mag.

Daarnaast heb ik dat besluit afgelopen week genomen, omdat dat gewoon de wet is. Ik heb dus afgelopen vrijdag gewoon uitvoering gegeven aan een wettelijke bepaling van een wet die door dit parlement is goedgekeurd. Ik heb ook gemerkt dat dat de noodzakelijke duidelijkheid verschafte. Anders is het namelijk voor gemeenten ook niet duidelijk welke opgave er voor hen ligt.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Kijk, er komen gewoon steeds meer azc's bij. Er komen ook nog steeds heel veel asielzoekers naar Nederland. Ik merk aan deze minister en aan het kabinet dat alle ballen gericht worden op het pact, terwijl experts en partijen aan de linker- en aan de rechterkant heel veel kritiek hebben op dit pact. Zij zeggen dat het waarschijnlijk gewoon helemaal niet gaat werken. Welke nationale maatregelen neemt de minister dan? Hij heeft het over de wetten, maar er is een kans dat die de Eerste Kamer niet doorkomen. Wat doet de minister nu concreet om de instroom omlaag te krijgen? Mensen zijn het namelijk gewoon zat. Ze zijn er klaar mee. Ze hebben geen zin in een azc in hun achtertuin. Wat doet de minister om dat te beperken?

Minister Van den Brink:

Dat gebeurt vooral door langs de drie sporen die ik aan het begin gaf, duidelijkheid te verschaffen over het beperken van de instroom. Dat gaat wel degelijk met die twee wetten. U verwacht daar misschien minder van, mevrouw Vondeling, maar dit kabinet verwacht er nog steeds heel veel van. Dat is ook omdat het echt een beperking op het nareizen kan gaan geven. Dat is de eerste stap. De tweede stap is het Europees Migratiepact. Maar de duidelijkheid moet ook worden geboden door in de opvang rust en regelmaat te brengen; laat ik het zo zeggen. De opvanglocaties zoals we die nu kennen, hebben kosten van boten en andere noodopvanglocaties. Die zijn zo hoog dat het onhoudbaar is. We willen het natuurlijk met minder kosten realiseren. Daarvoor vragen we alle gemeenten om een bijdrage. Dat is volgens mij de enige manier om er een beetje rust in te brengen.

Mevrouw Vondeling (PVV):

De minister draait een beetje om mijn vragen heen. Eén. Hij zegt dat ik denk dat de wetten niet gaan werken. Ik denk inderdaad dat het niet genoeg is, maar dat was niet mijn vraag. Ik vraag de minister ook wat hij eraan gaat doen om er überhaupt voor te zorgen dat die wetten door de Eerste Kamer komen. D66 gaat namelijk tegenstemmen en CDA mogelijk ook. Dat is één. Daarnaast willen wij die dure opvang natuurlijk ook niet. Wij willen dat de instroom omlaaggaat. Dat lukt gewoon niet. Vorige week kwamen er weer 800 asielzoekers bij. Zo blijf je natuurlijk azc's bijbouwen. Vandaar mijn concrete vraag aan de minister: wat voor aanvullende maatregelen neemt hij nog?

Minister Van den Brink:

In het coalitieakkoord staan allerlei maatregelen. De basis van de nationale maatregelen zit in de twee wetsvoorstellen die ik op 14 april door de Eerste Kamer ga proberen te loodsen. Daar ben ik in ieder geval heel erg gemotiveerd voor. Ik hoop daar gewoon steun voor te krijgen in de Eerste Kamer, maar steun krijg je alleen als je een debat aangaat. Daar is nu niet op vooruit te lopen met als-dansituaties. Tot voor kort was volgens mij ook de partij van mevrouw Vondeling groot voorstander van die wetgeving. Ik hoop dat dat zo blijft, want daarmee kunnen die wetten uitgevoerd gaan worden.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Sorry, ik wil nog even verduidelijken dat ik niet heb gezegd dat ik tegen die wetten ben of dat mijn partij tegen die wetten is.

Minister Van den Brink:

Dat is heel fijn.

Dan kom ik bij een vraag van mevrouw Van der Plas. Die is niet meer in de zaal, maar luistert misschien nog ergens mee. Die vraag ging over artikel 8 van het EVRM en in hoeverre aangescherpt nareisbeleid kan worden voorkomen. De asielwetsvoorstellen beperken de mogelijkheid tot nareis voor vluchtelingen en subsidiair beschermden tot het kerngezin. Dat is een onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet. Daarnaast worden ook voorwaarden gesteld aan nareis voor subsidiair beschermden. Dat is het tweestatusstelsel. Het klopt natuurlijk dat er nog steeds in alle gevallen een beroep kan worden gedaan op artikel 8 van het EVRM, maar het is geenszins zo dat iedereen die een afwijzing krijgt, via artikel 8 van het EVRM alsnog de mogelijkheid zou krijgen. Uiteindelijk betreft het ook hier gewoon een individuele toetsing.

Mevrouw Van der Plas had ook nog gevraagd hoe het minimumniveau van opvang is vastgelegd. Kunnen we daar nog keuzes in maken? De Opvangrichtlijn geeft ruimte om de opvang sober in te richten, maar wel met de voorwaarde dat het humaan moet zijn. Ik denk dat hoe wij daar uitvoering aan geven, op dit moment in balans is.

Ten slotte vroeg de heer Boomsma nog naar het vijfjarenplan en de grote inzet op arbeidsmigratie. Wat is nou precies het voorstel? Dit betreft een aanbeveling van de Europese Commissie om talent van buiten de EU aan te trekken. Het is geen bindend voorstel. Het is een aanmoediging aan lidstaten om het aantrekken van benodigd talent gemakkelijker te maken. In het coalitieakkoord heeft het kabinet het belang van het aantrekken van talent onderschreven, maar het moet wel op een gecontroleerde en gerichte wijze. Er mogen geen nieuwe misstanden ontstaan. Het kabinet zal nog een positie innemen op dat BNC-fiche. Het is dus niet zo dat wij hier voetstoots mee zullen instemmen.

De heer Ellian had mij nog een vraag gesteld over de veilige landen en de nationale lijst. Het onderhandelingsresultaat dat er nu ligt, biedt lidstaten de mogelijkheid om naast de EU-lijst een aanvullende nationale lijst van veilige landen van herkomst te hanteren. Het is echter de vraag of het hanteren van een nationale lijst opportuun is. Dit komt doordat, naast het bestaan van een Europese lijst van veilige landen van herkomst, er met de invoering van het pact een verplichting is om personen uit herkomstlanden met een gemiddeld Europees inwilligingspercentage van minder dan 20% versneld af te doen. Dat is een speciale procedure voor mensen met minder dan 20% slagingskans. Het ligt voor de hand dat landen die kunnen worden aangemerkt als veilig, veelal ook een laag gemiddeld inwilligingspercentage kennen. Die combinatie maakt dat het daarbovenop hanteren van een eigen nationale lijst geen of beperkte toegevoegde waarde zal kunnen hebben. Vooralsnog gaan we ervan uit dat we met de Europese lijst gaan werken, zonder daar ook nog een nationale lijst aan toe te voegen.

Ik denk dat ik door een aantal antwoorden heen ben.

De voorzitter:

Er komt nog een interruptie van de heer Russcher en daarna van mevrouw Kröger.

De heer Russcher (FVD):

Ik wil nog heel even terugkomen op mijn vraag over het reguleren of inperken van de geldtransfers die naar midden- en lage-inkomenslanden gaan. Ik snap dat de minister zegt: we doen het liever in goede samenspraak en we gaan met die landen om tafel om ervoor te zorgen dat ze het terugnemen. Echter, de praktijk leert dat dit niet of nauwelijks gebeurt. Dat snap ik ook wel als voor Somalië 20% tot 30% van de economie bestaat uit dat geld. Voor Afghanistan is dat 20%. Voor Syrië is dat 15% tot 20%. Dan denken zij ook: zoek het maar uit. Wanneer komt het moment voor de minister of dit kabinet om wel te zeggen: luister, als jullie niet meewerken, zorgen we er gewoon voor dat dat geld niet meer naar jullie land toe komt en daar moeten jullie dan maar mee dealen?

Minister Van den Brink:

Het kabinet probeert in gesprek te zijn met landen waarbij wij een gezamenlijk belang zien, in de zin dat wij aan onze kant terugkeer weten te realiseren en zij aan hun kant afspraken willen maken met ons over visa of andere middelen. Dat is toch een gesprek dat wederkerigheid kent en niet op deze manier gestart gaat worden.

De voorzitter:

Een vervolgvraag.

De heer Russcher (FVD):

Ik geloof dat het niet de start van een gesprek is, maar ik denk dat, als je op een gegeven moment in het stadium komt dat een land al jaren niet meewerkt aan het terugnemen van hun onderdanen, er een punt moet zijn waarop je als Nederland of Europa zegt: "Luister, wij gaan ervoor zorgen dat dat geld niet meer jullie land binnenkomt. Dat heeft drastische gevolgen voor jullie economie. Jullie gaan nu dus gewoon jullie onderdanen terugnemen." Ik wil graag aan de minister vragen om hierop te reflecteren.

Minister Van den Brink:

De reflectie zou dan ook moeten gaan over de vraag of dit uitvoerbaar is en op welke manier dit mogelijk is. Daar wil ik niet in treden, want ik ben geen expert op het gebied van geldwisselkantoren en hoe dat zou moeten werken. Uiteindelijk is elke keer het doel om afspraken te maken over het terugnemen van mensen die werken voor ons. Elke maatregel die er per definitie voor zorgt dat je nooit meer iemand terug kan sturen, is voor mij sowieso niet een hele goede optie.

De voorzitter:

De laatste interruptie van de heer Russcher.

De heer Russcher (FVD):

De minister zegt: ik ben geen expert. Mijn vraag is dan of hij in ieder geval wel zou kunnen onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om dit wel te realiseren. Die zie ik dan graag tegemoet.

Minister Van den Brink:

Dat is op dit moment echt geen onderdeel van de wijze waarop wij dit willen vormgeven als kabinet. Daar zou ik nu dus niet op die manier mee aan de slag willen gaan.

De voorzitter:

Volgens mij had mevrouw Kröger nog een vraag gesteld over Egypte en is die nog niet beantwoord. Zij had een vraag over de situatie in Egypte en hoe de Nederlandse regering daarmee omgaat.

Minister Van den Brink:

Kan mevrouw Kröger die vraag nog even herhalen, zodat ik de tijd krijg om die vraag iets beter te laten indalen en een antwoord te kunnen geven?

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag was ... Ik had overigens een interruptie op een ander punt, voorzitter, maar het is wel fijn dat de voorzitter zich dit herinnert. De vraag over Egypte ging over het feit dat dat op de veiligelandenlijst komt, terwijl er in 2024 1.594 mensen zijn opgepakt om politieke redenen. Hoe verhouden we ons daartoe?

Minister Van den Brink:

Dat debat hebben we net wel al gehad. Dat betekent natuurlijk niet dat er nooit ... Uiteindelijk zal er altijd nog individueel getoetst worden. Dat het land veilig is, betekent in zichzelf niet dat mensen per definitie teruggestuurd gaan worden. Dat geldt voor ook voor Egypte.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Ik had mijn hand omhooggestoken voor een andere interruptie, voorzitter.

De voorzitter:

O, een andere. Ja.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Ik moest toch even kauwen op het antwoord dat de minister gaf over Iran en de asielprocedure voor vluchtelingen of mensen uit Iran op dit moment. De minister had het over een pauze. Eigenlijk is de vraag: wat houdt dat in? Wat is de implicatie daarvan voor mensen die al in de procedure zitten, mogelijk recht hebben op asiel en daardoor in grote onzekerheid terechtkomen? Is het niet mogelijk om wel een vertrekmoratorium te hebben, maar de procedures voor mensen uit Iran juist voort te zetten? Ik zou zeggen dat we daar, gegeven de situatie daar nu, ook ruimhartig in moeten zijn.

Minister Van den Brink:

Ik snap de achtergrond van deze vraag natuurlijk heel goed. Ik noemde het een soort van pauze omdat we op dit moment gewoon even aankijken wat de situatie is. Bij de situatie in Syrië hebben we de andere kant op natuurlijk gezien dat daar vrij snel duidelijkheid over ontstaat en dat we dan ook dat besluit kunnen nemen. Ik bedoel dus dat er op dit moment even geen besluiten worden genomen, maar dat betekent nog niet dat er nu een definitief moratorium is. Daarvoor heb ik advies nodig van de IND. We moeten even aankijken wat in de komende dagen en weken de situatie is, in hoeverre die stabiel is, slecht, onrustig of welke kwalificatie je er ook aan geeft. Dan kan de IND er een advies over geven en kunnen we tot een definitieve keuze komen.

De voorzitter:

Een laatste vraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Oké, maar over welk moratorium heeft de minister het dan? Heeft hij het dan over terugkeer of over het besluit over de asielprocedure? Het lijkt mij nu inderdaad moeilijk en niet wenselijk om mensen terug te laten keren in een oorlogssituatie. Maar nogmaals, het zou toch bijzonder raar zijn om nu een pauze in te bouwen bij mensen die nu in die procedure zitten, want als mensen recht hebben op asiel, zou je dat juist willen verlenen.

Minister Van den Brink:

Het gaat met name over terugkeer, zoals u noemt. Die is er al niet; er is gewoon geen gedwongen terugkeer mogelijk. De situatie is nu zo verslechterd dat dat voor de IND in zichzelf een reden is om het opnieuw te beoordelen, of dat nou betekent dat ze tot een beslismoratorium komen of dat het gelijk leidt tot een ander landenbeleid. Een ander landenbeleid duurt altijd wat langer. In die zin zijn er allerlei stadia alvorens er een definitief moratorium plaatsvindt. Dat is dus nog even afwachten. Ik kan u er in het JBZ-Raadverslag misschien wel even over informeren wat de opties hierbij zijn en hoe dat loopt in de tijd. Daar zeg ik gelijk bij dat ik het zelf ook wel prettig vind om dat even goed onder elkaar te hebben.

De voorzitter:

Goed. Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de minister. Dan wil ik snel door naar de tweede termijn van de leden. Ik geef graag het woord aan mevrouw Vondeling.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik heb eigenlijk geen vragen meer, maar er valt mij wel iets op. Ik vind het gewoon bizar dat de minister eigenlijk totaal niet openstaat voor aanvullende maatregelen om de instroom te beperken en de terugkeer te vergroten. Alles wordt afgedaan met "nee, we wachten het pact wel af" en "we doen niets extra's". Dat is ongelofelijk, want er komen nog steeds bijna duizend asielzoekers per week Nederland binnen. Ik verwacht dus dat de instroom onder dit nieuwe kabinet niet omlaaggaat, maar dat er nog meer asielzoekers naar Nederland komen. Ik vind dat jammer, al helemaal omdat de coalitiepartijen in de campagne veel beloofd hebben. De PVV zal zich hier in ieder geval tegen blijven verzetten.

De voorzitter:

Dank. Dan is het woord aan mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Van mijn kant zijn er ook geen aanvullende vragen. We volgen de voortgangsrapportage over de implementatie van het pact. We wachten ook met smart op de antwoorden voor de plenaire behandeling van het Migratiepact. Ik denk dat het goed is dat we daar snel vaart mee maken.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Van Asten.

De heer Van Asten (D66):

Dank voor de beantwoording van de vragen. De beantwoording van de meer dan 500 vragen voor 11 maart zal inderdaad wat leeswerk opleveren, maar daar zullen we snel mee aan de slag gaan. Ik had eigenlijk nog één vraag. Ik twijfelde of ik die als interruptie moest stellen, maar ik wilde 'm even laten rijpen. Het gaat over één lijst veilige landen en het verzoek dat … Sorry. Er komt één lijst van veilige landen. Vervolgens komt er een procedure aan de buitengrenzen van Europa. Mevrouw Kröger zei al: als iemand behoort tot een minderheidsgroep, bijvoorbeeld de lhbti-gemeenschap, en uit zo'n veilig land komt, wat worden dan de waarborgen om toch tot een goede afweging van iemands asielverzoek te komen? Daar maak ik me toch wel zorgen over.

De voorzitter:

De heer Russcher.

De heer Russcher (FVD):

Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk geen vragen meer aan de minister, maar wel een opmerking. Ik vind de houding van dit kabinet vrij passief en afwachtend. Er werd gezegd "we hopen dat er geen vluchtelingenstromen uit Iran naar Europa komen" en "we hopen dat het Europees Migratiepact gaat werken". Ik denk dat we hier vrij weinig aan hebben. De conclusie namens Forum voor Democratie is, denk ik: zolang wij in de Europese Unie zitten, kunnen we niets aan de migratiestromen gaan doen. We moeten er dus zo snel mogelijk uit.

De voorzitter:

Mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Eén vraag van mij is niet beantwoord, namelijk over kinderen in returnhubs. Daar heeft het vorige kabinet een positie op ingenomen. Ik ben benieuwd hoe dit kabinet daarin staat. Hoe verhoudt het vastzetten van kinderen in returnhubs zich tot de rechten van kinderen en tot het VN-Kinderrechtenverdrag?

Ik vond de beantwoording over de huiszoekingen onder de Terugkeerverordening eigenlijk verwarrend. De minister schetste: dat is nog in ontwikkeling; daar kom ik op terug. Maar ik neem aan dat Nederland zelf ook ergens staat. Welke waarborgen ziet Nederland dan dus voordat er opeens huiszoekingen gedaan mogen worden? Hoe voorkomen we dat er hier in Nederland ICE-praktijken komen?

Tot slot over de Iraniërs in procedure. Eerder, na de protesten, hebben wij gevraagd: bekijk nog goed hoe de asielprocedure nu uitpakt voor Iraniërs. Het lijkt me dat dit nu, met de chaos en het conflict, alleen maar opportuner is. Een pauze lijkt mij dus onverstandig, want dan blijven mensen juist langer in onzekerheid in de procedures zitten. Ik hoop dus dat daar snel duidelijkheid vanuit de minister over kan komen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Ellian.

De heer Ellian (VVD):

Dank, voorzitter. Ook heel kort vanuit mij. Dank uiteraard voor de beantwoording. Ik zie dat de minister gemotiveerd is, maar er is wel een hoop te doen; daarin kan ik wel aansluiten bij diverse collega's. Alle voorstellen, zowel op nationaal als op Europees niveau, mogen geen papieren realiteit zijn. De instroom moet echt naar beneden. Ik beschouw dit ook een beetje als een eerste gedachtewisseling tussen minister en Kamer, want ik hoorde zelf ook wel een paar dingen in de beantwoording waarvan ik dacht: daar kan nog wel wat meer over gezegd worden. Maar dat kan op een later moment, wat mij betreft.

Ik hoop dat de minister voor nu, voor de JBZ-Raad, meeneemt wat de partijen hier hebben aangegeven en vooral dat hij ons ervan verzekert dat hij er alles aan doet om ervoor te zorgen dat de instroom daadwerkelijk naar beneden gaat.

De voorzitter:

Dank.

De heer Boomsma (JA21):

Ook vanuit mijn kant dank aan de minister voor de beantwoording. Ik had aangegeven dat ik vind dat we vol moeten inzetten op de mogelijkheden om hulp, opvang en procedures allemaal buiten de EU te gaan doen. Ik had ook gezegd: er wordt al jaren over gesproken, er worden plannen gemaakt en er worden dingen op papier gezet — mijn allereerste motie in deze Kamer ging ook over die zogenaamde innovatieve oplossingen — maar dat moet nu worden omgezet in concrete acties. Uganda was het meest concrete wat er was voor die soort terugkeerhub. Dat is nu schijnbaar bevroren. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk wat er nu gaat gebeuren. Waar wacht het kabinet op? Hoe wordt dat opgepakt? Was er al interesse van andere EU-landen om zich daarbij aan te sluiten? Maar voor al die dingen lopen nu al die verschillende sporen, dus innovatieve oplossingen, het EVRM, de politieke verklaring, het dan ook aanpassen van verdragen misschien, de terugkeerhubs en het bandencriterium. Dat betreft echt opvang in het derde land, maar dan moet je echt nu gesprekken gaan voeren met die landen om dat te kunnen doen. Eigenlijk wilde ik dus nogmaals vragen of de minister een brief kan opstellen om over de verschillende sporen even toe te lichten wat nou de strategie en de inzet is van het kabinet en daar zo duidelijk mogelijk over te zijn. Wat is nou de tijdlijn die we voor ons zien? Is er een stappenplan te maken?

Voorzitter: Boomsma

De voorzitter:

Dat was het einde van de tweede termijn van de leden. Dan wil ik de minister vragen of hij nog even tijd nodig heeft voor de beantwoording of dat we meteen door kunnen. We kunnen meteen door, dus dan geef ik hem nu het woord.

Minister Van den Brink:

Ik loop gewoon even de woordvoerders af met de opmerkingen die gemaakt zijn.

Ik beschouw het oordeel van de PVV niet helemaal als de inzet van het kabinet, want we nemen wel degelijk allerlei initiatieven op terugkeer. Zo zal ik de komende dagen gesprekken voeren om daarvoor met nieuwe voorstellen te komen. Wij zullen er dus zeker mee door blijven gaan om het terugkeerbeleid veel sterker en effectiever te laten worden.

De vraag van D66 over veilige landen. Uiteindelijk is het geen grond … Het is een grond om in de buitengrensprocedure opgenomen te worden, maar in die buitengrensprocedure is het nog steeds gewoon een individuele toetsing. Daarmee heb je dus een verkorte procedure aan de buitengrens van Europa voor de mensen die uit zo'n veilig land of uit een land met een laag inwilligingspercentage komen. Daarbinnen is het echter gewoon een individuele toetsing. Dat zijn dezelfde waarborgen als die we nu ook kennen. Als van iemand in zo'n procedure blijkt dat die persoon achtergronden heeft die zouden kunnen kwalificeren voor een asielgrond, dan komt die gewoon weer in de reguliere procedure. Op die manier komt die dan gewoon alsnog in de langere procedure, met alle waarborgen die daarbij horen. De waarborgen zijn dus in die zin net zo sterk als ze nu ook al zijn.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Wat de minister nu schetst, klopt volgens mij niet, aangezien de bewijslast omgekeerd is als je uit een veilig land komt. De waarborg is in die zin dus minder, omdat het natuurlijk een stuk moeilijker is om zelf aan te tonen dat je bijvoorbeeld tot de lhbti-gemeenschap behoort.

Minister Van den Brink:

Ik snap de vraag. Ik ga daar in het verslag over de JBZ-Raad wel even op in. Er zit in die zin geen verschil in de waarborg. Het kwalificeert voor een verkorte procedure, maar als in die procedure blijkt dat er reden toe is om daar meer tijd voor te nemen, dan kom je gewoon in de reguliere procedure. Het is vooral bedoeld om mensen met een economisch motief zonder asielgrond snel te kunnen afdoen en te laten terugkeren, maar als mensen met een gerechtvaardigde asielgrond in zo'n procedure zitten, komen ze in de reguliere procedure terug. Dat is dus op zichzelf geen afwijzingsgrond.

Mevrouw Kröger had daarnaast nog de vraag over de positie van kinderen. Het klopt dat gezinnen met kinderen niet worden uitgezonderd van de toepassing van de terugkeerhub. Dat is ook nodig, om te voorkomen dat kinderen vooruit worden gestuurd op een levensgevaarlijke reis. In die zin wordt het gezin als één geheel beschouwd. In die hele terugkeeraanpak moet natuurlijk ook alle borging zitten voor de positie van kinderen en gezinnen. Dat is dan ook onderdeel van de gesprekken die daarover gevoerd worden. Maar we vinden het belangrijk dat er geen reden bestaat om kinderen vooruit te sturen, op welke manier dan ook. Ik zal in mijn JBZ-Raadverslag ook terugkomen op de Terugkeerverordening en of dat een nieuwe positie zou zijn ten opzichte van artikel 23a, dat u noemde.

Zo snel er over de asielprocedure en Iran iets te zeggen is, zal ik daar duidelijkheid over verschaffen. Ik zal de Kamer daarover informeren. De komende dagen zal ik met mijn collega's in Europa alles op alles zetten om nieuwe afspraken te maken. Daar zal ik verslag van doen als ik terugkom.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Ik had de vraag gesteld over het feit dat kinderen in een terugkeerhub kunnen worden vastgezet — dan gaat het om detentie — en hoe dat zich verhoudt tot de rechten van kinderen in het VN-Kinderrechtenverdrag. Misschien kan de minister daar nu mondeling of later schriftelijk op terugkomen.

Minister Van den Brink:

Er is geen sprake van detentie. Het is een terugkeervoorziening. Dat betekent niet dat het per definitie detentie is. Er wordt gezocht naar innovatieve oplossingen om mensen die op dat moment nog niet kunnen terugkeren naar een land waar we nog geen terugkeerafspraken mee hebben, in de buurt van zo'n land naar een terugkeerhub te brengen. Maar dat is geen detentie.

De voorzitter:

Een vervolgvraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Er gaat wel een bepaalde beperkende kracht uit van zo'n terugkeerhub. Ik denk dat er anders partijen zouden zijn die zich zorgen zouden maken omdat het niet beperkend is. Mijn vraag was heel specifiek hoe het zich verhoudt tot het Kinderrechtenverdrag.

Minister Van den Brink:

Alles wat wij doen, moet volgens mij getoetst zijn aan rechten. Dat zal ook voor het Kinderrechtenverdrag gelden en voor alle andere internationale verdragen die hier ook voor gelden. Dat nemen wij mee als we dat soort dingen uitwerken en naar uw Kamer sturen. In beginsel toetsen we de asielafspraken in de eerste instantie gewoon aan het Europees recht, het EVRM en het VN-Vluchtelingenverdrag.

De voorzitter:

Ik had nog die laatste vraag.

Minister Van den Brink:

Ik snap uw vraag ten aanzien van al die verschillende sporen en alle acties die u heeft ingezet vanaf dag één dat u hier in de Kamer kwam. Overigens, als het over internationale afspraken gaat: u zit nog niet zo heel lang hier in de Kamer. Het gaat al best wel snel, moet ik eerlijk zeggen, in internationaal verband, ook met de dingen waarvoor u gepleit heeft. We komen in het voorjaar op al die zaken terug, als wij een reactie geven op het Clingendaelrapport. Daarin zullen we meenemen wat overal de stand van zaken van is.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan zijn we aan het einde gekomen.

Dan rest mij nog wel even de toezeggingen door te nemen.

  • De minister heeft toegezegd het rapport van de Europese Commissie over de voortgang ten aanzien van het Migratiepact begin april naar de Kamer te sturen.
  • De minister stuurt de antwoorden op de vragen uit het verslag bij de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 volgende week woensdag naar de Kamer. Dat zijn al die honderden vragen.
  • De minister stuurt de kabinetsappreciatie van het rapport van Clingendael met de titel Grenzen verleggen: Externalisering van asiel en een breed gedragen hervormingsinitiatief, dit voorjaar naar de Kamer.
  • De toezegging is ook gedaan om terug te komen op de verschillende andere sporen ten aanzien van externalisering en dergelijke.

Dank daarvoor.

  • De minister zorgt dat de commissie voor Asiel en Migratie in het voorjaar apart wordt geïnformeerd over de gesprekken over het EVRM, zodat deze commissie ook wordt meegenomen in de positie van Nederland ten aanzien van de politieke verklaring in Moldavië.
  • De minister informeert de Kamer in het voorjaar over de invulling van de internationale asieltop.
  • De minister gaat in het verslag van de JBZ-Raad in op de volgende punten: de mate van terugkeersamenwerking met specifieke derde landen, de beoordeling van asielaanvragen van Iraniërs, de procedure en bewijslastverdeling in zaken van veiligelanders, en de bevoegdheid tot huiszoeking in het kader van terugkeer en de verhouding met het huidige Nederlandse beleid op dit punt.

Hebben we dan alles? Ja.

Ik dank u allen hartelijk. Ik sluit deze vergadering.

Sluiting