46e vergadering, dinsdag 3 maart 2026
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 146 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Frederik Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Kƶse, KostiÄ, Krƶger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stƶteler, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn, mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 3 maart 2026.
Vragen Brekelmans
Vragen Brekelmans
Vragen van het lid Brekelmans aan de minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in Iran.
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik heet de minister van Buitenlandse Zaken van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer Brekelmans voor zijn vragen aan de minister namens de fractie van de VVD.
De heer Brekelmans (VVD):
Voorzitter. Iran, het Midden-Oosten en de wereld zijn een brute dictator en een staatsterrorist armer. Daar hoeven wij geen traan om te laten. Al tientallen jaren worden Iraniërs onderdrukt door een bruut regime dat mensen nauwelijks vrijheid gunt. Het is een regime dat Iraniërs bedreigt, vervolgt en zelfs per tienduizenden vermoordt, puur en alleen omdat zij vrij willen zijn. Het is een regime dat terreurgroepen in het Midden-Oosten financiert en daarmee de regio in brand zet. Het is een regime dat Rusland steunt met wapens tegen Oekraïne en daarmee tegen ons. Het is een regime dat nucleaire capaciteiten ontwikkelt, ballistische raketten heeft met een bereik van duizenden kilometers en daarmee een bedreiging vormt voor Europa. Het is een regime wiens lange arm tot in onze straten reikt, dat Iraniërs in Nederland intimideert en bedreigt. Ons eigen, dappere Kamerlid Ulysse Ellian weet hier helaas alles van.
Decennialang is het diplomatieke spoor bewandeld en is de politieke en economische druk opgevoerd, maar met weinig resultaat. Dan kun je op een punt komen dat afwachten gevaarlijker is dan ingrijpen. Als we afwachten tot Iran nucleaire wapens heeft, waant het regime zich onaantastbaar. Dan wordt het nog gevaarlijker dan Noord-Korea en vormt het een nog grotere dreiging voor ons allemaal. We moeten daarom duidelijk laten zien aan welke kant wij staan: aan de kant van vrijheid, aan de kant van het Iraanse volk en aan de kant van de Verenigde Staten en de partners in de regio die nu door het Iraanse regime worden aangevallen.
De eerste reactie van het kabinet was wat vlak en neutraal. In de eerste uren begrijp ik dat. Ik heb er ook begrip voor dat de minister praktisch in Oekraïne was en dat communicatie daar moeilijk is. Maar waarom duurde het meer dan 48 uur voordat het kabinet begrip uitte voor de Amerikaanse en Israëlische inzet, die in de plaats kwam van de oproep die tot dan toe was gedaan: terughoudendheid van alle partijen? Had deze reactie niet wat eerder kunnen komen? Had de bewoording ook niet steviger gekund, zoals bijvoorbeeld bondskanselier Merz heeft gedaan? Graag vraag ik de minister om hierop te reflecteren.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Berendsen:
Voorzitter, dank u wel. Ik had gehoopt alle Kamerleden in een andere context dan deze voor het eerst te spreken, maar dat hebben wij niet voor het kiezen. Ik dank het lid Brekelmans voor de vragen. Ik hoop dat ik de gelegenheid krijg om eerst in het kort iets te zeggen over de grootste zorgen die wij hebben en waar mijn grootste inzet op dit moment op gericht is, namelijk de zorgen over de Nederlandse gestrande reizigers in de regio. Er zijn op dit moment duizenden reizigers in de regio gestrand. Die maken zich grote zorgen. We zien allemaal de beelden en lezen allemaal de verhalen over de projectielen die langskomen. Ik snap ook heel goed de grote zorgen van familieleden en bezorgde naasten hier in Nederland.
Ik zeg graag tegen de Kamer dat wij er op dit moment alles aan doen om ervoor te zorgen dat mensen veilig thuis kunnen komen en dat ze informatie hebben. Mijn oproep via u, meneer de voorzitter, is ook dat al die mensen die zich in de regio bevinden, zich melden bij het ministerie en hun gegevens achterlaten, zodat we weten wie waar is en zich in welke situatie bevindt. Op dit moment bereiden we alle mogelijkheden voor. In het bijzonder wil ik even noemen dat er vanavond al een vlucht in samenwerking met de KLM gaat, om ervoor te zorgen dat een deel van de Nederlanders terug kan komen. We hebben het over duizenden Nederlanders, en dat zal niet met ƩƩn vlucht kunnen. Ik wil de KLM dan ook danken voor de samenwerking op dat gebied. Nogmaals, wij kijken naar alle mogelijkheden en bereiden ons op dit moment ook voor op mogelijke repatriƫring, in aanvulling op alle mogelijkheden die er natuurlijk ook via commerciƫle vluchten et cetera zullen zijn.
Ik snap dat ik naar de vragen moet, maar ik wil ook graag hier even mijn waardering uitspreken voor al het ambassadepersoneel, het crisiscentrum op het ministerie en al die mensen die hard aan het werk zijn om mensen te informeren en eraan bij te dragen dat mensen veilig thuiskomen.
Dan ga ik naar de vragen van de heer Brekelmans. Wij zagen afgelopen zaterdag inderdaad de situatie ontstaan dat in de eerste plaats Israël en daarna de Verenigde Staten Iraanse doelen aanvielen. Ik kan allerlei algemene inleidingen geven, maar ik kan me voorstellen dat vragen van uw collega's nog aanleiding gaan geven om op specifieke punten in te gaan, dus ik zal meteen naar uw vraag gaan. Op het moment dat de situatie ontstond, waren wij inderdaad in Oekraïne. Ik wil hier even vermelden dat ik me op dat moment heel erg bewust was van het feit dat de grootste angst van de Oekraïners is dat er iets in de wereld gebeurt waardoor onze aandacht afgeleid wordt van Oekraïne. Ik ben daar dus ook bewust bezig geweest met aandacht geven aan de gesprekken die daar waren. De situatie heeft zich gedurende de dag natuurlijk ontwikkeld. Het begon met een aantal aanvallen, waarbij onze eerste reactie was: rust en stabiliteit in de regio. Vervolgens hebben we natuurlijk ook gezien dat stap voor stap de aanvallen groter bleken te zijn en dat ook het Iraanse regime aangevallen werd en ongeveer 50 hooggeplaatste leden, in het bijzonder de opperste leider Khamenei, uitgeschakeld werden. Laat er geen twijfel over bestaan dat wij als kabinet het Iraanse regime ⦠U moet het aangeven als u vindt dat ik te lang bezig ben met mijn eerste beantwoording, voorzitter. Ik moet uw gezicht nog leren lezen.
De voorzitter:
Nou, als u tot een beantwoording van de vraag van de heer Brekelmans kan komen, dan heel graag.
Minister Berendsen:
Laat er geen twijfel zijn over wat wij vinden van het Iraanse regime. Het lid Brekelmans heeft al een aantal elementen daarvan genoemd. Het is een moorddadig regime richting de eigen inwoners en een gevaar voor de regio. Het heeft een nucleair programma en over de ontwikkeling daarvan bestaan grote zorgen. Hetzelfde geldt voor het bereik van de ballistische raketten, de steun aan allerlei proxygroepen in de regio en de steun aan Rusland voor de invasie in Oekraïne. Dat maakt dat wij er begrip voor hebben dat Israël en de VS zich genoodzaakt voelden om op basis van dat risico actie te ondernemen. Tegelijkertijd zit er enige terughoudendheid bij het kabinet. Die zit niet in het uiten van begrip, maar die hebben we wel omdat Nederland tegelijkertijd het internationaal recht hoog heeft staan en er terechte vragen zijn over de juridische basis in het internationaal recht.
De heer Brekelmans (VVD):
Het is goed dat de minister van Buitenlandse Zaken zelf ook de Nederlanders in de regio noemt. Daarover ging ook een van mijn vragen. In eerste instantie was namelijk de boodschap dat het te gevaarlijk was en dat we niks konden doen, maar complimenten aan de minister dat er wat dat betreft een been is bijgetrokken en er nu op alle mogelijke manieren wordt ingezet op het weghalen van mensen daar. Ik zou hem willen aansporen om daarin ook zo veel mogelijk Europees en met andere landen samen te werken, want de berichten dat het ene land het ene doet en het andere land het andere, zijn natuurlijk onwenselijk. Je kunt ook samen mensen terughalen op ƩƩn vlucht, dus volgens mij liggen daar enorm veel kansen.
Dat brengt mij bij een breder punt, namelijk: hoe zetten wij ons als Nederland en als Europa nu verder in? Wat is nu onze inzet? U heeft het over terughoudendheid ten opzichte van het internationaal recht, maar als er een land is dat de afgelopen jaren het internationaal recht compleet aan zijn laars heeft gelapt, dan is het wel het Iraanse regime. We moeten ons dus ook niet verschuilen achter het internationaal recht, maar ons zelf actief inzetten om nu met name de druk op Iran op te voeren om deze oorlog niet verder te laten ontsporen. Mijn vraag is wat de minister van Buitenlandse Zaken daaraan gaat doen.
Minister Berendsen:
Over de Nederlanders in de regio wil ik het volgende zeggen. Ik denk dat we met z'n allen moeten beseffen dat dit niet alleen gaat om de vraag hoe je vluchten veilig kan laten vertrekken van luchthavens die veilig zouden zijn, maar ook om de vraag hoe je mensen veilig op de plek kan krijgen vanwaar de vlucht vertrekt. Het is natuurlijk ook een zorg van het kabinet dat mensen veilig op die plek komen en niet in het wilde weg door de regio gaan reizen, wetende dat er op dit moment oorlogshandelingen in die regio plaatsvinden. Tegelijkertijd moeten we dit inderdaad doen in samenwerking met onze Europese partners. Ik ben continu in contact met onze Europese partners om gezamenlijke mogelijkheden te bekijken. Ook bekijken wij of we alle plekken gevuld krijgen en of we eventueel plekken die we niet gevuld krijgen omdat mensen nog niet op locatie zijn, kunnen laten vullen door partnerlanden van ons, zoals zij dat andersom ook voor ons zullen doen. Onze inzet en onze belangen in de regio zijn inderdaad groot. In de eerste plaats zijn er natuurlijk de zorgen over Nederlandse reizigers en überhaupt de zorgen over verdere escalatie van het conflict. Maar er zijn ook allerlei andere belangen, bijvoorbeeld economische belangen die wij in de regio hebben, die gerelateerd zijn aan de energieprijs. Onze gezamenlijke inzet zal daar ook op gericht zijn plus op het gezamenlijk druk uitoefenen op Iran om ervoor te zorgen dat het niet in het wilde weg landen om zich heen gaat beschieten. Daarover heb ik contact gehad met al die partners daar in de regio. Zij zijn verbijsterd en woedend over het feit dat Iran dat doet. Juist dat zorgt voor verdere escalatie. Daar moeten we inderdaad druk op uitoefenen.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zie dat ik nog twintig seconden heb. Ik wilde nog een vraag stellen over de oplopende energieprijzen en hoe het kabinet daar voorbereidingen voor treft, maar dat komt later. Ik zou willen eindigen door het volgende te zeggen. Ik zei vorige week: dit zou weleens een geopolitiek kabinet kunnen worden. Nou, we zien zich dat vanaf vandaag manifesteren. Ik wens de minister daarin heel veel succes. Mijn laatste woorden wil ik met name richten tot de Iraniƫrs en het Iraanse volk. Ik hoop oprecht dat na alle onderdrukking en al het geweld dat zij hebben ondergaan, dit het moment is waarop zij in staat zijn om op te staan en zelf het heft in handen te nemen voor een vrij en veilig Iran.
Dank u wel.
De heer Wilders (PVV):
In tegenstelling tot de heer Brekelmans kan ik geen enkel begrip opbrengen voor de slappe reactie van premier Jetten. Ik zou de minister van Buitenlandse Zaken willen vragen hoe dat toch kan. De bevrijding van Iran door de helden uit Amerika en Israƫl was net begonnen en de reactie van premier Jetten was een oproep tot terughoudendheid aan alle partijen. Ik kreeg echt plaatsvervangende schaamte. Wat een amateurisme. Dit is echt een slag in het gezicht van al die mensen in Iran die graag weer een vrij land willen. Het was een belediging van onze bondgenoten, want Amerika is een bondgenoot en Israƫl is ook een vriend. Kunt u dus nog eens uitleggen hoe onze nieuwe premier zo'n ontzettend amateuristische reactie kon geven?
Minister Berendsen:
Nou, "amateuristisch" is niet het woord dat bij mij opkomt als ik naar onze nieuwe premier kijk. Ik denk dat onze reactie, vanuit het kabinet, zich gaandeweg de situatie heeft ontwikkeld. Die is breder geworden en daar zijn allerlei facetten aan toegevoegd. Ik denk ook dat we met z'n allen moeten beseffen dat dit een complexe situatie is, juist als je de risico's van escalatie in de regio ziet, de grote impact die die kan hebben op de regio, op buurlanden daar en op de Iraanse bevolking, maar zeker ook op ons in Europa. Dat moeten we meewegen. Bovendien: als wij als Nederland bij conflicten die op andere plekken in de wereld ontstaan een beroep doen op het internationaal recht, kunnen we het begrip "internationaal recht" ook nooit zomaar terzijde schuiven. Ik denk dat de reactie van het kabinet duidelijk en helder is geweest, langs de lijnen die ik zojuist in het antwoord aan de heer Brekelmans schetste.
De heer Wilders (PVV):
Dat was een flutreactie, meneer de minister. Een tweede vraag die ik heb, gaat over het doel van deze operatie. Ik zou aan de minister willen vragen of hij het met me eens is dat het doel regime change moet zijn. We hebben nou eindelijk een kans om dat toch islamitische, fundamentalistische, terroristische regime van Iran kwijt te zijn. Het was voorheen, zoals u weet, een seculiere staat en dat zou het opnieuw kunnen worden, met rechten voor vrouwen, homoseksuelen, journalisten, minderheden en afvalligen. Daarvoor moeten die ayatollahs, niet alleen Khamenei maar ook die andere, weg om van Iran een net zo mooi land te maken als het was in de tijd van de sjah. Is de minister het met me eens dat regime change het doel moet zijn of durft hij dat ook niet te zeggen?
Minister Berendsen:
Dit kabinet gaat niet over de doelen die de VS en Israƫl stellen bij de acties die zij op dit moment in Iran uitvoeren. Ik ben het wel met de heer Wilders eens over het volgende. Als de uitkomst uiteindelijk is dat de Iraanse bevolking in veiligheid is en weer echte zeggenschap over de toekomst van het eigen land heeft, maakt dat dat dit kabinet zegt: ja, dan hebben we ook begrip voor de acties die uitgevoerd worden. We zien ook dat de VS en Israƫl zich, gezien de grote dreiging die van het Iraanse regime uitging, genoodzaakt voelden om deze acties te ondernemen.
De heer Flach (SGP):
De SGP is zwaar teleurgesteld in de reactie van het kabinet rond de situatie van Iran. Door te roepen om terughoudendheid en door stabiliteit op ƩƩn te zetten, geef je er als kabinet toch geen blijk van de urgentie te beseffen? De excuses die worden gebruikt dat de minister niet fysiek ter plaatse was, vind ik eigenlijk niet relevant. We weten al jaren dat we hier te maken hebben met een bloeddorstig regime dat keihard optreedt tegen de eigen bevolking en dan komt er zo'n terughoudende reactie. Wat was nou het doel van het kabinet met die reactie?
Minister Berendsen:
Dank u voor de vraag. Ik kan me niet helemaal vinden in de benaming die u aan de reactie geeft, de allereerste reactie 's ochtends, toen Israƫl heeft aangevallen. Ik denk dat het belangrijk is om hier te benadrukken dat onze oproep tot terughoudendheid met name gericht was op Iran, dat vervolgens in het wilde weg buurlanden, zelfs partners in de regio, begon te bestoken. Wij hebben er grote zorgen over dat dat escalatie in de regio veroorzaakt.
De heer Flach (SGP):
Dit antwoord klopt volgens mij niet, want er werd terughoudendheid gevraagd van Ɣlle betrokkenen. We weten toch al jaren dat dit terroristische regime, de grote externe dreiging en de moorddadige neigingen richting zijn eigen bevolking een gevaar zijn voor de stabiliteit in de regio. Ertoe oproepen dat stabiliteit de eerste prioriteit zou moeten zijn, suggereert dan toch dat je de status quo in stand houdt. Ook hier in de beantwoording zie ik de terugreizigers en de economische belangen op ƩƩn staan. Ik hoor ook bijna niks over de bevolking, die daar zo zwaar onder lijdt. Ik vraag me echt af of de prioriteiten van het kabinet in deze casus echt op orde zijn.
Minister Berendsen:
Zoals ik net ook in mijn beantwoording heb aangegeven, is het volstrekt helder hoe dit kabinet aankijkt tegen het Iraanse regime: het is een moorddadig regime en een groot gevaar voor de directe omgeving met een groot bereik van ballistische raketten, zelfs richting Europa. Het ontwikkelt een nucleair programma en ondersteunt proxy's in de regio. Daar zijn wij dus volstrekt helder over. Het is belangrijk om hier te vermelden dat ik de vragen, als zij gaan over de initiƫle reactie van het kabinet, begrijp. U heeft gezien dat die reactie zich gedurende de dag ook heeft ontwikkeld en dat inmiddels in alle breedte van alle ontwikkelingen en alle punten die in deze complexe situatie meewegen, volstrekt duidelijk is dat de reactie van het kabinet inmiddels op orde is.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De aanval op Iran en de dood van de ayatollah hebben heel veel losgemaakt, allereerst bij Iraniƫrs hier. Ik maar ook vele anderen staan al jaren zij aan zij met hen om te pleiten voor een vrij Iran, want dit regime heeft niet alleen in eigen land duizenden tot tienduizenden mensen gedood, maar heeft ook instabiliteit in het Midden-Oosten, Israƫl en Libanon en via de Houthi's aangevuurd. Het gaat maar door en door. Ik snap dat er zorgen leven over internationaal recht, maar internationaal recht kan toch niet verworden tot iets waarmee alleen maar schurkenregimes in stand worden gehouden? In dat licht vind ik de reactie van Nederland behoorlijk flets en slap, want die wekt de indruk dat daar dingen gebeuren en dat Europa een toeschouwer is, terwijl wij met de gevolgen te maken hebben. Er zitten daar Nederlanders vast en de energieprijzen stijgen. We kunnen niet alleen op Europa leunen. Nederland en het kabinet moeten ook een eigen mening hebben over waar we heen gaan met het Iraanse regime. Mijn vraag is dan ook of de minister kan aangeven wat op korte termijn en op lange termijn het Nederlandse standpunt en het Nederlandse doel zijn ten aanzien van de huidige situatie in Iran.
Minister Berendsen:
In relatie tot het eerste gedeelte van de vraag laat dit kabinet duidelijk zien dat wij in het kader dat u schetst over het Iraanse regime en de Iraanse bevolking begrip hebben voor het feit dat Israƫl en de VS zich gezien de dreiging genoodzaakt voelden om in te grijpen.
Dan onze aanpak op de korte en lange termijn. Op de korte termijn betreft dat in de eerste plaats de zorgen over de gestrande reizigers. Daar heb ik net al het een en ander over gezegd. Op de korte termijn betekent dat ook met alle partners in de regio ervoor zorgen dat de escalatie buiten Iran, naar landen in de regio, zo min mogelijk is. Als die regio veilig is, kunnen wij namelijk ook gestrande reizigers naar buiten krijgen. Inmiddels is het natuurlijk ook duidelijk dat het wel degelijk impact heeft als daar een conflict ontstaat, bijvoorbeeld op onze economische belangen, gerelateerd aan de energie. Dat wisten we natuurlijk ook van tevoren. Dus ook op dat gebied hebben we er alle baat bij dat stabiliteit ontstaat in de regio. Daar is onze kortetermijninzet op gericht. Ik zeg hier ook nadrukkelijk bij dat de impact van Nederland alleen beperkt is. In die zin moeten we juist met onze Europese partners gezamenlijk optrekken, moeten we de informatie bij elkaar leggen en kijken waar we gezamenlijk druk kunnen zetten. In contact zijn met alle landen in de regio, zodat we de informatie hebben over de situatie plus alle wegen om mensen daar veilig weg te krijgen, heeft op dit moment de prioriteit. Dat is mijn persoonlijke inzet.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zie vooral een Europa en een Nederland die in een veranderende wereld aan de zijlijn staan. Over Oekraïne wordt onderhandeld en wij staan aan de zijlijn. Ten aanzien van de situatie in Israël en Gaza staat Europa aan de zijlijn. Ook nu staan we weer aan de zijlijn, terwijl we wel met de gevolgen te maken hebben. Ik vraag dus ook om een Nederland en een kabinet met visie ten aanzien van de regio. Als het gaat over de stijgende prijzen wil ik het volgende zeggen. Al wekenlang is er een opbouw van militaire macht vanuit Amerika naar Iran, of in ieder geval naar het betreffende gebied. Europa reageert alsof het ons overkomen is, terwijl iedereen heeft zien aankomen dat een escalatie op de loer lag. Ik heb een vraag specifiek over de energieprijzen. Wat als dit conflict langer voortduurt dan we allemaal zouden willen? Welke maatregelen heeft het kabinet nu op tafel liggen als Europa, dat aan de zijlijn staat, wel de gevolgen van stijgende prijzen gaat ondervinden?
Minister Berendsen:
Ik deel absoluut het inzicht van de vraagsteller over de vraag hoe wij als Nederland in samenwerking met onze partners in Europa echt een vuist kunnen maken in de wereld. Dat is een uitdrukkelijke ambitie van dit kabinet, ook van mij op deze post, met een achtergrond in Europa. Dat is een uitdrukkelijke wens. Als we impact willen maken met ons buitenlandbeleid, moeten we dat via onze Europese partners en met onze Europese partners invullen en vormgeven. Ik denk dat dat kan. We noemen het niet voor niets optimistisch en realistisch. Maar ik geloof echt dat dat kan. We zijn geen kleine speler, maar we moeten het in samenwerking met onze partners doen.
Voor wat betreft de vraag over de energieprijzen het volgende. U heeft nu de minister van Buitenlandse Zaken voor u. Ik snap dat mijn antwoord wellicht niet uitgebreid genoeg is om uw vragen te beantwoorden. Sterker nog, mijn antwoord zal veel te kort zijn. Maar in dit geval kunt u erop rekenen dat het kabinet deze vraagstukken natuurlijk op tafel heeft liggen en op dit moment alle mogelijkheden onderzoekt om eventuele effecten te mitigeren.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mijn fractie steunt de Iraniƫrs in hun strijd voor een vrij en veilig Iran. Maar het is natuurlijk maar de vraag of een luchtaanval daartoe gaat leiden, zeker als je kijkt naar het gebrek aan een duidelijke strategie en ook een einddoel. Dus mijn vraag aan de minister is: welke stappen gaat dit kabinet zetten om concreet bij te dragen aan een toekomst waarin Iraniƫrs wel vrij zijn?
Minister Berendsen:
Dank voor de vraag. Ik laat hem even op me inwerken. Uiteindelijk denk ik dat we ook realistisch moeten zijn over de rol die Nederland op dit moment in het conflict kan spelen. De grootste nood voor de Iraanse bevolking is natuurlijk dat het moorddadige regime verdwijnt en dat de vijandigheden en het geweld in hun land stoppen. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk echt wel dingen die we kunnen doen. Daarom onderzoekt het kabinet de mogelijkheden. Wat kunnen we nu doen richting de Iraanse civil society, richting de bevolking? Hoe kunnen we er, daar waar op dit moment onze toegang beperkt is, toch voor de toekomst voor zorgen dat we de Iraanse bevolking hierin ondersteunen, met alle stappen die hopelijk hierna gaan volgen op weg naar een democratie en een toekomst die ze ook zelf in eigen handen hebben?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Zeer eens. Aanvullend daarop: ik denk dat Nederland dit niet in z'n eentje hoeft te doen. We kunnen dit in Europees verband doen. Kijk bijvoorbeeld naar radioverbindingen, satellieten en communicatie, zodat je het voor een vrije oppositie daadwerkelijk mogelijk maakt om contact te onderhouden en samen op te kunnen trekken. Ik vraag de minister om dat op te pakken.
Minister Berendsen:
Dank voor de suggestie. Dit is een van de routes die we op dit moment kunnen onderzoeken.
De heer Dassen (Volt):
We hopen natuurlijk allemaal dat het Iraanse volk verlost wordt van de misdadigheid van het regime waar het al zo lang mee te maken heeft. Tegelijkertijd merk ik dat ik veel moeite heb met het begrip dat de minister van Buitenlandse Zaken uit, terwijl hij ook zegt dat we ons aan het internationaal recht moeten houden. Hoe rijmen die twee met elkaar? Hoe kun je zeggen dat je begrip hebt voor het schenden van het internationaal recht, maar dat we ons daar ook aan moeten houden? Ik vraag dat ook omdat er totaal niet nagedacht is over een langetermijnplan. We hebben in de geschiedenis gezien dat dit leidt tot alleen maar meer slachtoffers, juist onder de Iraanse bevolking, omdat het regime deze kans aangrijpt voor nog meer repressie van de Iraanse bevolking. Hoe rijmt de minister die twee zaken?
Minister Berendsen:
Ik denk dat deze minister de afgelopen uren en dagen door dezelfde worsteling is gegaan als vele Kamerleden en vele mensen die dit debat thuis volgen. Wij zijn immers een land dat staat voor het internationaal recht en dat zich in wil zetten voor de internationale rechtsorde, die we ook proactief bevorderen. We willen een wereldorde op basis van internationaal recht. Tegelijkertijd denk ik dat we ook eerlijk en realistisch moeten zijn. We kijken op dit moment naar een wereld waarin het internationaal recht door een aantal grootmachten aan de kant geschoven wordt. Dat is de ene kant van het verhaal.
De andere kant van het verhaal is dat we zien hoe moorddadig dit regime was en hoe groot het gevaar is voor de eigen bevolking en de omgeving. Ik heb die elementen al meerdere keren benoemd. Dat betekent dat het kabinet in die afweging is gekomen tot begrip voor de noodzaak die Israƫl en de VS gevoeld hebben. Maar ik ga niet weglopen voor het feit dat dit inderdaad een discussie is en een complexe afweging die we hier met z'n allen maken. We kunnen er zeker van zijn dat we dit gesprek de komende jaren in een wereld die verandert, en in een wereldorde die verandert, vaker met elkaar zullen moeten voeren. Met welk kader en met welke mogelijkheden kijken wij als Nederland naar een wereld waarin de internationale rechtsorde niet meer zo geldt als in het verleden en zoals we dat zelf graag willen zien?
De heer Dassen (Volt):
Als je in die wereld wil kunnen opereren, is er een verenigde staten van Europa nodig. Ik vind het nogal wat als de minister van Buitenlandse Zaken nu eigenlijk zegt dat grootmachten het internationaal recht aan de kant schuiven en dat het kabinet daar begrip voor heeft. Daarmee zeg je eigenlijk dat het internationaal recht ten grave is gedragen. Dat is er dan niet meer. Dat is namelijk wat er onder Trump gebeurt. Als dat de positie is van dit kabinet, dan hoor ik dat graag. Voorzitter, ik kom tot mijn vraag. Ik wil graag weten hoe de minister dat rijmt met zijn oproep tot de-escalatie, terwijl we precies het tegenovergestelde zien gebeuren. Het gaat dan toch aan alle kanten scheef op dit moment? Je kunt niet oproepen tot de-escalatie en tegelijkertijd begrip hebben voor een schending van het internationaal recht, waarbij de Verenigde Staten hebben aangegeven nu nog harder in te zullen gaan grijpen. Dus nogmaals mijn vraag: hoe rijmt de minister dit?
Minister Berendsen:
Ik heb geen begrip voor de schending van het internationaal recht. Wij staan als Nederland voor de internationale rechtsorde. Waar dit kabinet begrip voor heeft, is dat Israƫl en de VS zich genoodzaakt voelden om in te grijpen, gezien de dreiging vanuit het Iraanse regime. Ik denk dat dat de belangrijkste elementen zijn. Dat is inderdaad een worsteling. Dat is een afweging. Dat is ook lastig, want het is niet zwart-wit. Dat is precies de discussie die we met z'n allen te voeren hebben, namelijk hoe die wereldorde er in de toekomst uit gaat zien. Dat moeten we inderdaad doen in nauwe samenwerking met de Europese landen om ons heen. Dat hoeft volgens het kabinet niet per se meteen te leiden tot de verenigde staten van Europa.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Laten we vooropstellen dat het Iraanse regime verschrikkelijk en moorddadig is en dat de Iraanse bevolking enorm onder dat regime lijdt. Er zijn al duizenden tot tienduizenden burgerdoden gevallen, vermoord door het Iraanse regime. Het regime moet dan ook weg. Maar de manier waarop de Verenigde Staten en Israƫl dit nu doen, is niet de manier. Er wordt een illegale aanval gepleegd. Ik vind de kabinetsreactie ronduit warrig. We hebben eerst terughoudendheid gezien. Daarna heeft de minister gisteravond bij Nieuwsuur begrip getoond voor de aanval en vervolgens zien we ook de minister van Defensie op Bluesky allerlei begrip tonen voor de aanval. Mijn vraag is heel helder: veroordeelt het kabinet deze aanval als een illegale aanval, in lijn met het internationaal recht? En zet het kabinet nu inderdaad in op de-escalatie?
Minister Berendsen:
De reactie van het kabinet kent vele elementen. Dat past ook bij de omvang en de complexiteit van de situatie waarmee we hier te maken hebben. Ik herhaal: wij hebben inderdaad begrip voor het feit dat Israƫl en de VS zich genoodzaakt voelden om in te grijpen, gezien de dreiging die uitgaat van het Iraanse regime. Tegelijkertijd zijn er terechte vragen te stellen bij de juridische basis in relatie tot het internationaal recht voor de VS en Israƫl om deze aanvallen uit te voeren. Die vragen zijn in de eerste plaats te beantwoorden door de VS en Israƫl. Die beide kanten van de zaak, en al die andere zaken die daar nog omheen spelen, zijn belangrijke elementen.
In mijn antwoord op een andere vraagsteller heb ik zojuist ook al aangegeven dat de de-escalatie op dit moment met name gericht is op de escalatie voorbij Iran, dus vanuit Iran naar de omgeving, die de stabiliteit in de regio ernstig onder druk zet. Daardoor kunnen ook bijvoorbeeld Nederlandse gestrande reizigers die plekken niet op een veilige manier verlaten.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit is nog steeds geen eenduidige reactie. Je kunt niet aan de ene kant begrip tonen voor de VS en Israƫl en tegelijkertijd zeggen dat alle partijen zich aan het internationaal recht moeten houden. Mijn vraag gaat dan toch over die de-escalatie, want daar lijkt de minister het ook om te draaien. Natuurlijk escaleert Iran ook, maar twee landen zijn begonnen met de aanval, namelijk de VS en Israƫl. In dit geval zijn die landen in eerste instantie begonnen met de escalatie. Is de minister het daar in ieder geval mee eens? Kan hij concreet maken wat hij bedoelt met de-escalatie? Welke stappen zet Nederland? We hebben gezien dat Israƫl nu niet alleen maar Iran binnenvalt, maar ook Libanon aanvalt en genocide pleegt in Gaza. Wordt het dan in het kader van de-escalatie niet eens tijd om ook sancties richting Israƫl in te stellen om te laten weten: hƩ, jullie moeten even afremmen?
Minister Berendsen:
De de-escalatie is in eerste instantie gericht op Iran, zoals ik net al zei, om ervoor te zorgen dat de stabiliteit in de regio niet verder onder druk komt te staan. Op die manier zijn er ook veilige mogelijkheden voor al die duizenden gestrande reizigers, ook uit Nederland, om terug te keren. Tegelijkertijd zou dit kabinet ook heel graag zo snel mogelijk een diplomatieke oplossing zien voor de situatie in Iran in het belang van de Iraanse bevolking, zodat de mensen daar de toekomst van hun land in eigen hand kunnen nemen. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn over de situatie en over de invloed van het Nederlandse kabinet op dit moment op Iran en op de VS en Israƫl. Ik wil hier nog wel aan toevoegen dat we inderdaad grote zorgen hebben over de escalatie vanuit Israƫl naar andere gebieden en zeker ook over de effecten hiervan op Gaza.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het werkt natuurlijk niet zo dat je zegt: ik ben een voorstander van het internationaal recht, maar nu even niet. Tussen al de woorden die ik nu hoor van deze minister, is dat wel de enige conclusie die hij trekt. Als er een schending is van het internationaal recht, kan het antwoord slechts zijn dat daar een veroordeling op moet volgen. Dat moet deze minister ook gaan doen. We zien nu in Iran heel veel opluchting bij de mensen. Dat snap ik ook heel goed, want zij leden en lijden onder een enorm repressief regime. Er is geen vrijheid en die vrijheid moeten ze wel krijgen. Die opluchting zagen we ook in Irak. De opluchting zagen we ook in Afghanistan en Libiƫ, maar we hebben gezien hoe de bevolking er daarna aan toe was, namelijk dat zich daar een permanente oorlog heeft ontsponnen. We zagen de aanval van Trump op Venezuela. Dat was ook een bevrijdingsactie: niet van het volk, maar van olie. We zien nu een aanval van Trump op Iran. Daar is ook veel olie. Wat denkt deze minister dat de echte motieven zijn achter deze aanval van Trump?
Minister Berendsen:
Deze minister vindt het lastig om de exacte motieven te duiden, aangezien de communicatie tussen mij en de president zeer beperkt is. Wat wij moeten doen, is ⦠Ik moet het zo zeggen: wij moeten het doen met de gecommuniceerde inzet vanuit de Verenigde Staten. Die is gericht op het leiderschap, op de raketlanceringsinstallaties en op het nucleaire programma. Dat zijn de doelstellingen. Ik deel wel de zorgen met het lid, zeg ik via u, voorzitter, dat we op dit moment natuurlijk helemaal geen zicht hebben op hoe deze situatie zich verder gaat ontwikkelen. We hebben geen zicht op hoe de situatie over een aantal weken, maanden of jaren is, voor de stabiliteit in de regio en zeker ook voor de Iraanse bevolking zelf. Wij varen wat dat betreft natuurlijk een beetje in de mist. Ik hoop dat dit in tijd en in omvang zeer beperkt is, en dat de uitkomst is dat de Iraanse bevolking haar toekomst weer in eigen hand heeft.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat hopen we allemaal. Maar mijn punt was natuurlijk ā ik vind het jammer dat deze minister dat niet wil bevestigen, want ik denk denk dat hij wel weet dat het zo is ā dat het geen bevrijdingsactie was voor het volk van Iran, maar een bevrijdingsactie voor de olie en de belangen van Trump. Ik vraag mij dus heel erg af of deze minister ā hij geeft het zelf al een beetje aan ā zicht heeft op welke gevolgen dit zal hebben voor de bevolking in Iran, en ook voor die hier in Nederland. Het ging hier net ook al over dat de energie- en olieprijzen enorm zullen gaan stijgen. Ik heb net ook goed geluisterd naar de beantwoording. Daarin bleef deze minister heel erg vaag. Hij zegt dan dat hij minister van Buitenlandse Zaken is en dat hij er dus nu niet op kan ingaan. Het zou heel erg fijn zijn als deze minister, samen met andere ministers, ons een brief namens het kabinet stuurt over wat hij verwacht dat de gevolgen van deze oorlog zijn, voor het Iraanse volk, maar ook voor de Nederlanders, inclusief de energie- en olieprijzen.
Minister Berendsen:
Ik moet even zoeken naar de juiste bewoordingen. Dat zullen velen die meer ervaring hebben in deze Kamer sneller doen dan ik. Ik heb zelf wat terughoudendheid over de impact die wij als Nederland hebben op Iran en de Iraanse bevolking in de huidige situatie. We delen allemaal dat we er met grote zorgen naar kijken, maar de vraag is wat we nu echt concreet kunnen doen. Ik wil me richten op datgene wat wij als kabinet concreet kunnen doen voor inderdaad ook de impact op Nederland. Op dit moment zijn we al die informatie aan het verzamelen. We zijn daar al een analyse op los aan het laten. We zien alle ontwikkelingen. Daaraan liggen al allerlei analyses ten grondslag, wetende dat dit niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Dat betekent dat het kabinet zich daarop voorbereidt en ook snel zal willen handelen als er mitigerende maatregelen genomen kunnen worden. De verschillende leden van het kabinet zullen daar ongetwijfeld snel over communiceren met de Kamer.
De heer Van Baarle (DENK):
Uit het internationaal recht volgen twee dingen. We steunen het Iraanse volk in de strijd voor mensenrechten. We veroordelen een illegale aanval van Israƫl en de Verenigde Staten zonder internationale legitimering en zonder aanleiding. Honderden mensen die dood zijn, bommen op een meisjesschool waardoor kinderen zijn doodgegaan, Israƫl dat nu de hele regio destabiliseert door bijvoorbeeld ook Libanon aan te vallen; als je het internationaal recht volgt, moet de minister dit toch gewoon veroordelen? Anders is hij toch niet meer geloofwaardig?
Minister Berendsen:
Zoals ik net al meerdere keren heb aangegeven, is dit geen zwart-witsituatie. Het lid doet het voorkomen als een zwart-witsituatie, maar we zitten hier echt in een hele complexe internationale situatie: een groot conflict met allerlei elementen die wij deels in beeld hebben en deels ook nog niet in beeld hebben en zo snel mogelijk aan het uitzoeken zijn. Ik heb net al gezegd ā ik zal het nog een keer herhalen ā dat dit kabinet staat voor het internationaal recht, dat wij de internationale rechtsorde ook willen bevorderen en dat wij er alles aan zullen doen om onze positie in de wereld te gebruiken om ervoor te zorgen dat we een wereldorde hebben die is gestoeld op internationaal recht. Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn. We zien dat het internationaal recht zoals wij dat voor ons zien, door allerlei grootmachten aan de kant wordt geschoven. Wij zullen ā ik herhaal het nogmaals ā met elkaar ook het gesprek moeten voeren over hoe wij ons als Nederland, ook in de toekomst, bewegen in die nieuwe wereldorde. Tegelijkertijd blijf ik melden dat, gezien de kwaadaardigheid van het Iraanse regime, het kabinet er inderdaad ook begrip voor heeft dat IsraĆ«l en de VS zich genoodzaakt voelden om in te grijpen.
De heer Van Baarle (DENK):
Heeft de minister niks geleerd van de oorlog in Irak? Honderdduizenden mensen kunnen die niet meer navertellen. Die zijn dood. Die hebben gezien dat het Midden-Oosten enorm lang is gedestabiliseerd. Dat deze minister begrip toont voor Netanyahu, een genocidepleger, en Trump, een notoire schender van het internationaal recht ⦠Hoe kunt u de motieven van deze mensen nou geloven, alsof ze een biet zouden geven om de mensen in Iran? Dit gaat om belangen, om hun eigenbelang, om hun zionistische agenda, om olie, om geld, om macht. Als dingen een schending zijn van het internationaal recht, dan moet je die veroordelen. Waarom doet de minister dat niet?
Minister Berendsen:
Ik deel de zorgen die het lid heeft over de Iraanse bevolking en haar positie, maar zeker heb ik zorgen over de rol van het kwaadaardige regime ten opzichte van zijn eigen bevolking. Er worden nu elementen bij gehaald door de vraagsteller over allerlei motivaties die er zouden kunnen zijn voor de inval. Ik wil er wel graag ƩƩn element aan toevoegen, namelijk dat we ook de beelden hebben gezien van het Iraanse regime dat de demonstranten aanviel, vermoordde et cetera, waarbij vanuit de demonstraten een roep klonk van "help ons" en "als de internationale gemeenschap niets doet, zijn wij aan ons lot overgelaten". Ook dat is onderdeel van het begrip dat wij als kabinet tonen.
De heer Vermeer (BBB):
Dit Iraanse regime is natuurlijk misdadig en daartegen passen geen halve maatregelen. Maar de Duitse veiligheidsdiensten waarschuwen voor mogelijke Iraanse vergeldingsacties, ook in Europa, waaronder het activeren van netwerken die nu nog stil zijn maar die wel aanwezig zijn. Ziet het kabinet op dit moment ook een verhoogde dreiging in Nederland? Is ook bekend welke doelen en kwetsbare doelen op dit moment het grootste risico lopen?
Minister Berendsen:
Ook de vraagsteller stelt mij vragen over allerlei informatie waar ik in mijn rol sinds zes dagen mee te maken heb. Ik hoop dat de vraagsteller er vrede mee heeft dat mijn antwoord zal zijn dat dit kabinet natuurlijk zorgen heeft over al deze analyses en daarover in contact staat met de diensten. Het kabinet brengt alle zorgen daarover in kaart en neemt vervolgens, waar mogelijk, mitigerende maatregelen. Vanzelfsprekend zijn bij het uitbreken van dit conflict precies dit soort punten ook op eigen bodem en op Europese bodem onderdeel van de veiligheidsanalyse die gemaakt wordt en eventuele acties die daarop volgen.
De heer Vermeer (BBB):
De minister is minister van Buitenlandse Zaken, maar wel van Nederland. Als hij dat antwoord nu niet paraat heeft, ga ik er dus van uit dat hij dat zo snel mogelijk schriftelijk aan ons doet toekomen. Dat geldt ook voor het volgende punt, want Iran heeft in het verleden ook in Europa en in Nederland geweld gebruikt tegen mensen die het regime zijn ontvlucht. Is er in het licht van de huidige spanningen en de waarschuwingen uit Duitsland ook extra aandacht voor de veiligheid van Iraanse Nederlanders en politieke vluchtelingen die een risico lopen? Worden zij actief beschermd tegen mogelijke intimidatie of geweld vanuit het Iraanse regime? Ik vraag de minister dit ook in zijn hoedanigheid als lid van het kabinet, niet alleen als minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Dank aan de vraagsteller. Ook ik moet wennen aan de rol die ik heb en de manier waarop ik daarmee om zou moeten gaan richting de Kamer. Al deze elementen zijn onderdeel van alle veiligheidsanalyses die op dit moment gemaakt worden. Als daar acties aan verbonden moeten worden, dan zullen die acties ook plaatshebben. Precies het element dat de vraagsteller aanhaalt, namelijk de moorden die gepleegd zijn in opdracht van het Iraanse regime op onze eigen Nederlandse bodem, zorgt dat wij ook begrip kunnen opbrengen voor het feit dat Israƫl en de VS zich genoodzaakt voelden dit Iraanse regime aan te vallen.
De heer Hoogeveen (JA21):
JA21 staat ook pal achter het Iraanse volk. Wij vonden de reactie van het kabinet wat zuinigjes, maar we zijn in ieder geval blij dat het kabinet nu ook begrip opbrengt voor de militaire interventie. We zien nu een effect van zo'n militaire interventie: de gasprijzen gaan door het dak, met 80% erbij sinds vrijdag. Qatar heeft zijn lng-leveringen opgeschort. De gasreserves in Nederland zijn al historisch laag. Het ironische was dat er vorige week een persverklaring kwam van Gasunie: het is allemaal onder controle, zolang er maar niets geks gebeurt, zoals het afsluiten van de Straat van Hormuz. En dat is gebeurd. Mijn vraag aan de minister is: is er nou een plan van aanpak van het kabinet om de effecten van deze geopolitieke ontwikkelingen te mitigeren?
Minister Berendsen:
Zoals ik net ook aan vorige vraagstellers heb gemeld, is natuurlijk onderdeel van de aanpak van het kabinet het nemen van mitigerende maatregelen op eventuele effecten die vanuit dit conflict voortvloeien. Het lid geeft terecht aan dat het feit dat de schepen niet door de Straat van Hormuz gaan, grote impact heeft op de energieprijzen. De minister van KGG, die dit in portefeuille heeft, heeft ook al gereageerd dat dit de aandacht heeft van het kabinet, maar dat er op dit gebied niet meteen zorgen zijn. Maar het heeft natuurlijk alle aandacht, want wij zijn ons er vanzelfsprekend van bewust dat precies dit element ons heel hard kan gaan raken. Laten we niet vergeten dat niet alleen de energieprijs daardoor kan stijgen, maar dat dat boven op een energierekening komt die voor heel veel mensen al veel te hoog is.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dit antwoord baart ons als JA21 wel zorgen. We zien dat de geopolitieke situatie snel verandert. We zien dat de energieleveringszekerheid onder druk staat; dat zien we al een tijdje. We zien nu dat de nood aan de man is. We vragen aan de Nederlandse bevolking: sla een noodpakket in; houd rekening met een oorlogsscenario. Uiteindelijk zien we nu dat er eigenlijk geen concreet plan van aanpak is om die gasleveringszekerheid te waarborgen. Ik lees vandaag dat er vanuit Brussel balletjes worden opgegooid om de leveringen uit Rusland weer te hervatten of daarnaar te gaan kijken. Ik vraag het kabinet dan toch echt het volgende. Wij zitten in Nederland op de grootste gasreserve van Europa. Wat is ervoor nodig om in ieder geval te zeggen "wij storten die gasputten niet dicht met beton, want als de nood aan de man is, hebben we die keihard nodig"?
Minister Berendsen:
De zorgen zijn bekend. Zoals ik net zei, heeft het conflict dat nu plaatsvindt grote impact op onze energieprijzen. Daar bestaan terecht veel zorgen over. In bredere zin is het ook zo dat de grote opdracht van dit kabinet, de grote ambitie van dit kabinet op een aantal onderdelen ligt waar wij zeer gevoelig op zijn: afhankelijkheden van anderen op het gebied van energie, veiligheid en kritieke grondstoffen, digitale diensten et cetera, zaken waar wij echt voornemens zijn om daar heel snel stappen op te zetten om die afhankelijkheden te minderen, zodat wij er als Nederland minder last van hebben als zich conflicten voordoen in de wereld. Ik begrijp zeer goed de zorg van het lid op dit gebied. Het kabinet kent die zorg en doet er ook alles aan om ervoor te zorgen dat we daar mitigerende maatregelen kunnen nemen.
De heer Van Lanschot (CDA):
We zien in dit mondelinge vragenuur tot nu toe reacties op reacties. Dat laat zien hoe moeilijk het is om in zo'n vroege fase te duiden wat hier nu aan de hand is. Vanuit het CDA vinden wij dit een risicovolle ontwikkeling, maar zien we ook kansen. Die kansen zien ook Iraniërs, die tegen mij zeggen: "Wij zijn niet naïef; wij weten ook wel dat Netanyahu en Trump niet Moeder Teresa zijn. Wij weten ook hoe het in Irak afgelopen is, maar wij zien dit wel als dé kans om regimeverandering te krijgen na al die jaren van terreur van dit regime." Kansen zijn er ook voor het land Oekraïne. Shahed-drones worden grotendeels door Iran aan Rusland geleverd voor gebruik in Oekraïne. Mijn vraag aan de minister is: wat voor implicaties ziet hij ook op een breder geopolitiek speelveld, ook in relatie tot de oorlog in Oekraïne?
Minister Berendsen:
Het is volstrekt duidelijk dat Iran Rusland volop steunde in de invasie van OekraĆÆne. Er zijn meerdere effecten te noemen. De Iraanse drones zijn daar onderdeel van. Tegelijkertijd moeten wij ons ook realiseren dat de ontwikkeling van die drones weliswaar plaatsvond in Iran, maar dat Rusland nu zelf ook de capaciteit heeft om die drones te ontwikkelen op Russische bodem. Waar ik mij zeker ook zorgen over maak, ook na mijn gesprekken met de OekraĆÆense president en anderen in OekraĆÆne, is dat daar zorgen leven over de capaciteit voor luchtafweersystemen. Die zijn nu natuurlijk overal in het Midden-Oosten hard nodig. OekraĆÆne heeft daar een tekort aan, en ook onze voorraden zijn zeer beperkt en kunnen niet overal zomaar ingezet worden. Dus ja, er is impact. Laten we hopen dat het uiteindelijk een positieve impact zal zijn als dit Iraanse kwaadaardige regime verandert, aangepakt wordt en in ieder geval niet meer de invloed gaat hebben die het in het verleden had.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht: ik sluit achter in de rij aan, in de hoop dat ik dan precies te horen krijg van de minister wat er nu eigenlijk de afgelopen dagen is veranderd. Het is me nog niet helder. Zaterdag kwam er een aantal uren na de aanval een reactie van premier Jetten. Toen wisten we al wat voor moorddadig regime er zit in Iran. Dat was natuurlijk al voor zaterdag bekend. We wisten ook al van de reactie van Iran op allerlei aanvallen op landen in de regio. We wisten dat er geen volkenrechtelijk mandaat was. Toen was de reactie van het kabinet: "de-escalatie, er moet een diplomatieke oplossing komen". Volgens mij de enige reactie die u kunt geven. Vervolgens hebben we de twee afgelopen dagen gezien dat het doel niet duidelijk is en dat de rechtvaardiging van de oorlog elk uur anders wordt. De ene keer gaat het over het nucleaire programma, de andere keer gaat het over regimechange en dan toch weer niet over regimechange. Inmiddels is vanuit de Amerikaanse inlichtingen duidelijk dat er geen acute dreiging was voor de VS vanuit Iran.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister zeggen "onze kwalificatie 'begrip' is niet vóór schending van het internationaal recht". Waar is die dan wel voor? Wat is er in die 48 uur gebeurd dat de regering is overgestapt op begrip voor de aanval die de Amerikanen en Israël hebben gepleegd?
Minister Berendsen:
Er zit wat dat betreft geen verandering in het standpunt van het kabinet. Wat we gezien hebben, is dat er een eerste reactie is gegeven op een situatie die ontstond, waar je nog niet het volledige overzicht over hebt, plus dat die situatie zich verder ontwikkelt gedurende de dag. In de reacties daarna heeft het kabinet gepoogd veel meer elementen van dit razend complexe conflict mee te nemen in z'n reactie, wetende dat daar niet alleen vragen over leven bij u in de Kamer, maar in de hele Nederlandse samenleving over al die elementen die onderdeel zijn van dit conflict. Het staat buiten kijf dat we hier te maken hebben met een moorddadig regime. De hele context van het risico dat daarvan uitgaat voor de bredere regio ā dat gaat zelfs helemaal tot Europa aan toe, want er zijn zelfs op onze eigen bodem moorden gepleegd in opdracht van het Iraanse regime ā maakt uiteindelijk dat we er begrip voor hebben dat de VS en IsraĆ«l zich genoodzaakt voelden. Maar al die andere elementen zijn ook onderdeel van de afweging en de communicatie van het kabinet.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat Iraanse regime ā dit is al gezegd ā terroriseert al decennia de eigen bevolking en is een bedreiging voor onze nationale veiligheid, maar eigenlijk ook voor de veiligheid van het hele vrije Westen. Dan is de vraag of begrip tonen voldoende is. Mijn fractie wil eigenlijk zelfs militaire steun geven. Kan deze minister vandaag gewoon zeggen dat hij in ieder geval politieke steun wil geven aan de heldhaftige acties van het Amerikaanse en IsraĆ«lische leger? Dat is wel het minimale wat Nederland kan doen: politieke steun geven aan deze geweldige acties, die dat verschrikkelijke Iraanse regime hopelijk van de kaart vegen.
Minister Berendsen:
Dank voor de vraag. Ik merk inmiddels dat de kritiek vanuit de Kamer op het standpunt van het kabinet velerlei vormen en kanten heeft. Dat snap ik, want dit is gewoon een complexe situatie, waarin allerlei elementen meespelen en afgewogen worden. Dat heeft het kabinet ook proberen te doen. Ik heb het al eerder gezegd en herhaal het hier nogmaals: dit kabinet heeft er begrip voor, gezien de enorme dreiging die van het Iraanse regime uitgaat voor de directe omgeving, voor de bredere omgeving et cetera. Daar hebben wij begrip voor. Tegelijkertijd hecht dit kabinet er echt aan om elke keer ook het internationaal recht en het belang van de internationale rechtsorde te benoemen, hoe complex de afweging ook is in situaties als deze.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb een vraag die een beetje in het verlengde ligt van die van de heer Vermeer. Er bereiken ons veel berichten over de oproepen van de nog bestaande elementen van het Iraanse regime, van de nationale garde, maar ook van Hamas en diverse bevriende groepen, om zo snel mogelijk tot actie over te gaan in Europa en met name ook in Nederland. Dat gaat dus breder dan de Iraanse mensen die hier worden bedreigd. In die oproepen worden ook met name Joodse instellingen genoemd. Concreet is mijn vraag aan de minister en de regering of ze de Kamer daar waar mogelijk actief op de hoogte willen houden over de risicoanalyse die wordt gemaakt specifiek op dit gebied.
Minister Berendsen:
Deze componenten die benoemd worden, zijn natuurlijk onderdeel van het dreigingsbeeld dat opgesteld wordt. Alle mitigerende maatregelen daarin zullen daar waar mogelijk uitgevoerd worden. Ik kan me goed voorstellen dat het kabinet de Kamer over alles wil informeren, maar specifiek op dit gebied zitten daar natuurlijk ook restricties aan, in de vorm et cetera. Ik geef gewoon toe dat ik niet exact weet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Ik wil misschien wel de bereidwilligheid uitspreken dat we de Kamer, als we dat kunnen, zullen informeren over die zorgen, die ik snap en die onderdeel zijn van het dreigingsbeeld.
De heer Dekker (FVD):
Het gaat mij vooral om de gevolgen van deze oorlog voor Nederland zelf. Mijn vraag aan de minister is als volgt. Hij is bezig met scenario's, begrijp ik. Ze zijn bezig met beoordelen wat we allemaal als Nederland zouden kunnen doen om in ieder geval de Nederlandse samenleving er zo min mogelijk last van te laten hebben. Houdt de minister rekening met de mogelijkheid dat deze oorlog langdurig is, en dus met het verleggen van allerlei stromen van die regio naar andere regio's?
Minister Berendsen:
Dit kabinet kan alleen maar rekening houden met alle mogelijke scenario's die nu op tafel komen. We hebben geen idee hoelang dit conflict zal duren. We weten ook niet wat de situatie is als dit conflict eindigt. Dat betekent inderdaad dat het kabinet zich voorbereidt op alle mogelijke scenario's, in het belang van Nederland en alle Nederlandse belangen, ook als uitvloeisel van dit conflict.
De heer Dekker (FVD):
Betekent dit ook dat we rekening houden met vluchtelingenstromen? Zo ja, wat zijn onze plannen om die enigszins te mitigeren?
Minister Berendsen:
Op dit moment is dat nog niet aan de orde, maar vanzelfsprekend zijn dat bij een langdurig conflict elementen waarop dit kabinet zich zal moeten voorbereiden. De inzet van het kabinet zal daarbij altijd zijn om eerst te kijken hoe we partners in de regio kunnen ondersteunen bij de opvang van eventuele vluchtelingen.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Buitenlandse Zaken voor de beantwoording.
Vragen El Boujdaini
Vragen El Boujdaini
Vragen van het lid El Boujdaini aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Odido betaalt geen losgeld, criminelen publiceren deel gestolen klantgegevens".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw El Boujdaini voor haar vragen aan de minister van Justitie en Veiligheid. Ze stelt haar vragen namens de fractie van D66. Ik heet de minister van harte welkom. Het woord is aan mevrouw El Boujdaini.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voorzitter. Stel je het volgende voor. Je vlucht voor je gewelddadige partner. Je hebt een veilige locatie voor jezelf, een nieuw telefoonnummer en een nieuw adres. Niemand weet waar je bent, tot vorige week. Door het datalek bij Odido liggen er nu gegevens van 10 miljoen mensen op straat. Het gaat om naam, adres, IBAN en paspoortnummer, maar ook om interne notities van klantenservicemedewerkers over stalking, huiselijk geweld, schuldhulpverlening en mensen onder bewind. Dat is informatie die Odido nooit had mogen opslaan. Die informatie is nu in handen van iedereen die er kwaad mee wil. Net is ons ook nog ter ore gekomen dat er in het lek ook informatie zit van beveiligde mensen, die extra gevaar lopen, en van ministers. Dit is een veiligheidsrisico voor heel Nederland, maar in het bijzonder voor de meest kwetsbare mensen. Mijn eerste vraag voor de minister is: wat doet de regering op dit moment om de slachtoffers van huiselijk geweld en stalking te beschermen?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Dank voor de vraag. Laat ik beginnen met te zeggen dat de regering natuurlijk ontzettend meeleeft met iedereen die slachtoffer is geworden van deze brutale hack. Laten we ook vooropstellen: de schuldigen van deze hack zijn de hackers. De afgelopen dagen lijkt dat af en toe uit beeld te zijn verdwenen, maar uiteindelijk zijn het criminelen, die onschuldige mensen in gevaar of in een kwetsbare positie brengen voor maar ƩƩn reden. Dat is om geld te verdienen over onze rug. Laat ik dus vooropstellen dat ik achter het besluit van Odido sta om niet te betalen aan dit soort groeperingen, en om te zorgen dat we dit soort criminaliteit aanpakken en niet belonen.
Dat gezegd hebbende moeten we natuurlijk kijken welke impact dit lek heeft op alle mensen wiens gegevens op straat liggen. Laat ik eerst kijken naar de mensen zelf, omdat een heleboel van wat nu kan gebeuren, ook in de handen ligt van de mensen wiens gegevens nu op straat terecht zijn gekomen. U kunt inmiddels op politie.nl zelf checken of uw gegevens daarbij zitten. Laat me ook zeggen: ga niet zelf het darkweb op. Uiteindelijk is het zelf in aanraking komen met deze gegevens ook een strafbaar feit. In die zin moeten we dus zorgen dat die gegevens niet breder worden gedeeld.
Wat u ook kunt doen, los van de tips die op de site staan, is ieder geval uw wachtwoord voor Odido aanpassen. Als dat een wachtwoord is dat u in combinatie met uw e-mailadres vaker gebruikt, dan wordt u gevraagd om dat ook op andere plekken aan te passen. Let daarnaast heel goed op phishingmails. Deze informatie gaat voornamelijk gebruikt worden door criminelen om op een heel geraffineerde manier te doen alsof ze uw bank zijn, alsof ze gegevens over u hebben en alsof ze iets van u vragen. Daarmee proberen ze toegang te krijgen tot meer gegevens en uiteindelijk vaak tot geld.
Voorzitter. Staat u mij alstublieft toe om deze oproep te doen aan iedereen die hierdoor getroffen is: zorg voor jezelf en zorg dat er in ieder geval geen grotere schade kan worden aangericht met de gegevens die buitgemaakt zijn.
Kwetsbare mensen, zoals mensen die gestalkt worden of die gevlucht zijn voor huiselijk geweld, kunnen contact opnemen met de politie. Bij de politie, waar deze mensen vaak al bekend zijn, kan aangifte worden gedaan, maar er zijn ook medewerkers zorg en veiligheid die mee kunnen kijken of hiermee een groter risico is ontstaan voor deze mensen in een kwetsbare positie. Indien nodig kunnen ze daarop maatregelen nemen. Datzelfde geldt voor te beveiligen personen of bewindslieden. Ik heb het zelf nog niet gecheckt op politie.nl en ik ga zelf ook niet het darkweb op, maar het zou zomaar kunnen dat ook mijn gegevens ertussen staan. Het grootste risico dat ik of te beveiligen personen daarmee lopen, is hetzelfde als elke andere burger, namelijk dat er met die gegevens geprobeerd kan worden om misbruik te maken, geld afhandig te maken of op een andere manier druk te zetten. Uiteraard kijkt de NCTV naar de impact op de beveiliging van deze personen, maar laat ik vooropstellen dat we er in algemene zin in de beveiliging natuurlijk van uitgaan dat gegevens zoals adresgegevens al op een of andere manier verkrijgbaar zijn. Dit is dus niet de grote breach van de beveiliging daar waar het gaat om te beveiligen personen.
Ik wil dit zeker niet bagatelliseren. Dit is een van de grootste datalekken en hacks die we de afgelopen periode hebben gezien. Het raakt ontzettend veel Nederlanders, maar laat ik ook zeggen dat u zelf heel veel kunt doen om in ieder geval te voorkomen dat u slachtoffer wordt van vervolgschade. Daartoe roep ik iedereen dan ook op.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank voor alle tips, zeg ik richting de minister, maar dat betekent dus nog steeds dat we niets doen voor al die kwetsbare vrouwen van wie de data zijn gelekt. Zij hebben fysieke bescherming nodig. Zij lopen gevaar op dit moment. Heeft de minister een plan om deze groep te beschermen tegen dit fysieke gevaar?
Minister Van Weel:
Het is niet gezegd dat iedereen van wie de gegevens in deze database zitten, ook daadwerkelijk gevaar loopt. Ik wil die illusie hier ook wegnemen, omdat we mensen anders onnodig paniek kunnen aanjagen. Ik roep de mensen die in een kwetsbare positie zitten, de mensen die via politie.nl erachter komen dat hun gegevens buit zijn gemaakt en dat daar mogelijk ook kwetsbare gegevens zoals adresgegevens bij zitten ā dat kan in het geval van huiselijk geweld of stalking natuurlijk onwenselijk zijn ā echt op om naar de politie te gaan. De politie staat daarvoor open. Bij elk lokaal bureau zitten medewerkers die alert zijn en die kunnen kijken wat er in een specifieke situatie voor mensen moet worden gedaan.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Toch wil ik de minister nog een keer op het hart drukken dat dit niet genoeg is voor de mensen van wie de fysieke veiligheid op dit moment in gevaar is. Waarom moeten zij zelf bellen met de politie? Waarom worden zij niet actief benaderd?
Minister Van Weel:
Wij hebben geen overzicht van de volledige database van Odido. We kunnen ook niet inschatten voor wie dit naar eigen mening in welke situatie gevaar oplevert. Voor sommige mensen die te maken hebben gehad met huiselijk geweld, is het geen probleem dat het adres bekend is, bijvoorbeeld omdat iemand al voor huiselijk geweld veroordeeld is of een gebiedsverbod heeft gekregen en zich daar verder aan houdt. In andere gevallen is dat niet zo. Het hangt dus echt af van de specifieke situatie. De slachtoffers zelf zijn uiteindelijk degenen die het beste kunnen inschatten welk gevaar zij denken te lopen. Dan staat de politie natuurlijk klaar om te helpen.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Erkent de minister dan niet dat er juist voor deze groep vrouwen, voor deze kwetsbare mensen, een speciale aanpak nodig is? Ik hoor u als u zegt dat mensen zichzelf kunnen beschermen en dingen meer in de gaten kunnen houden. Maar dat is op dit moment dus niet genoeg voor die hele kwetsbare groep. Ik wil dus toch nog een keer aan de minister vragen of hij erkent dat deze groep mensen juist extra bescherming nodig heeft en of hij bereid is om daar dan ook een plan voor te maken.
Minister Van Weel:
Als dat gevaar er is, dan speelt dat nu. Er is geen one-size-fits-all. We kunnen niet voor de miljoenen klanten van Odido als overheid nu een maatwerkplan maken. We kunnen er wel voor zorgen dat we loketten hebben voor iedereen die het gevoel heeft gevaar te lopen vanwege de informatie die hierin zit. Vanuit daar kunnen we meewerken om die gevaren weg te nemen of de overtuiging te creƫren dat dit acute gevaar er niet is. Zover zou de zorgplicht vanuit de overheid naar mijn mening moeten reiken.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voor mijzelf is dit toch niet toereikend genoeg. Ik ben blij dat u wel probeert mee te denken, maar ik denk dat deze kwetsbare groep mensen echt extra hulp verdient. Ik zou dan graag samen met de Kamer willen bekijken of we daar iets voor kunnen doen. Ik wil het graag hierbij laten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dit is niet alleen maar iets tussen Odido en de klanten, want er zijn 10 miljoen Nederlanders getroffen. Dit is nu echt iets tussen overheid en burgers. Mijn vraag gaat dan ook over oplossingen voor al die slachtoffers, want de overheid speelt hier een grote rol in. Dat is gewoon niet anders, aangezien het om 10 miljoen Nederlanders gaat. GroenLinks-Partij van de Arbeid vraagt ten eerste van u om zo snel als het kan een cybertelefoon op te richten. Dat moet een echt nummer zijn, waar mensen terecht kunnen met al hun vragen. Doe dat samen met Odido. Twee. Zorg dat er gecommuniceerd wordt op overheidskanalen. Dan heb ik het niet over de doorverwijzingen die daar nu te vinden zijn. Er moet daar echt gecommuniceerd worden, mensen moeten daar vragen kunnen stellen en er moeten antwoorden komen, want daar is ongelofelijk veel behoefte aan. Dat geldt zeker voor de groep vrouwen die net werd genoemd: kwetsbare publieke figuren, mensen die beveiligd worden en noem maar op. Dit is echt een zaak rond nationale veiligheid.
Minister Van Weel:
Toch wil ik even hiervoor waken. We zijn nu heel veel mensen angst aan het aanjagen. We doen hier alsof de veiligheid van 10 miljoen mensen in het geding is. Mijn reactie daarop is: dat is niet het geval. Dit is een heel erg datalek. Natuurlijk is het vervelend als persoonsgegevens op straat belanden, maar dat wil niet automatisch zeggen dat de veiligheid van mensen in het geding is. Mensen kunnen heel veel zelf doen om te voorkomen dat ze slachtoffer worden van de criminelen die uiteindelijk deze informatie vanuit het darkweb tot zich zouden kunnen nemen en daarmee acties zouden kunnen ondernemen. We communiceren ook over wat je daartegen kunt doen. Je kunt onder andere op politie.nl tips vinden. Ik zou iedereen willen oproepen om daarheen te gaan. Veiliginternetten.nl is een site waarop we deze casus helemaal hebben uitgesplitst. Voor de bijzondere gevallen, de beveiligde personen, is de NCTV natuurlijk het aanspreekpunt. Ik heb al gezegd dat we nu niet acuut een verhoging van de dreiging zien op basis van de gelekte gegevens. Kwetsbare mensen ā daar werd al door de vraagsteller op gehint ā kunnen terecht bij de politie. Dan zal worden gekeken of er inderdaad sprake is van onveiligheid en of er maatwerk moet worden gedaan. Nogmaals, het is een ontzettend vervelende hack, maar laten we niet de mensen onnodig angst aanjagen dat hun veiligheid in het geding is. In de meeste gevallen kan dat echt zelf worden voorkomen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Allereerst dank aan collega El Boujdaini voor het stellen van deze vragen. Het is goed dat er onderzoek wordt gedaan naar dit datalek en ook naar de eventuele nalatigheid ten aanzien van het opslaan van gegevens. Mijn vraag gaat ook over de communicatie. Ik hoorde inderdaad tips van de minister. Dat is begrijpelijk; het zijn terechte tips. Maar ook wij zien graag dat er iets meer gebeurt. Het is echt een heel groot datalek, misschien niet het laatste dat gaat plaatsvinden. Ik zou graag het volgende willen weten. Kunnen we als overheid toch eventueel in samenwerking met Odido kijken of we de mensen die het betreft gerichter kunnen benaderen en bereiken? En kunnen we ā dat is dan mijn vraag in aanvulling op die van de vorige spreker ā een breder plan opstellen voor de komende jaren over hoe we omgaan met dit soort datalekken en welke rol we daarin voor de overheid zien? Alleen roepen "zorg goed voor jezelf" is wat ons betreft niet de insteek.
Minister Van Weel:
Zeker. Er zijn meerdere sites waarop deze informatie is te vinden op dit moment. Dat is logischerwijs op de site van Odido. Politie.nl heb ik al genoemd. De informatie staat bij de Autoriteit Persoonsgegevens en ook op veiliginternetten.nl, een website van de campagne die wij jaarlijks houden om te voorkomen dat mensen slachtoffer worden van dit soort datalekken. U heeft in het coalitieakkoord kunnen lezen dat we extra inspanningen gaan leveren om juist onlinecriminaliteit aan te pakken, dat daar meer rechercheurs voor komen en dat er meer capaciteit komt om te zorgen dat dit soort criminelen achter slot en grendel verdwijnen. Maar we zullen dit soort lekken in de toekomst niet helemaal kunnen uitsluiten. Daarom is het belangrijk dat we nieuwe wetgeving krijgen, waaronder de Cyberbeveiligingswet, waar we op korte termijn met elkaar over gaan spreken. Dat legt nadrukkelijk een zwaardere verantwoordelijkheid bij de bedrijven om zorg te dragen voor een goede weerbaarheid en een goede omgang met persoonsgegevens. In dit geval zullen de Autoriteit Persoonsgegevens en de rijksdienst voor digitale informatie after the fact onderzoek gaan doen of dat hier goed is gebeurd en of er goed is omgegaan met de data. Alle mensen die hier nu slachtoffer van zijn geworden, hebben daar helaas niks. Die zullen het moeten doen met de tips om te voorkomen dat zij vervolgschade ondervinden.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik sluit me aan bij een groot gedeelte van de vragen die al zijn gesteld, maar ik zou het eigenlijk naar een iets hoger niveau willen tillen. Er zijn vele soortgelijke bedrijven met grote databases die zijn te vergelijken met de situatie waar we het vandaag over hebben. Kan de minister misschien iets meer schetsen over of de lessen die worden getrokken, worden gedeeld met soortgelijke bedrijven met soortgelijke klantenbestanden en welke rol de minister hier eventueel zelf in zou kunnen spelen?
Minister Van Weel:
We gaan natuurlijk kijken naar deze casus, naar wat hieruit voortkomt en naar wat we voor de toekomst als algemeen handelingskader zouden kunnen krijgen. Ik geloof dat de staatssecretaris voor Economische Zaken dat gisteren in een commissiedebat met uw Kamer al heeft toegezegd. We gaan dus zeker daarnaar kijken, zodat we in ieder geval dat handelingskader klaar hebben liggen als zoiets onverhoopt weer zou gebeuren. Ik zeg het nog ƩƩn keer. Op politie.nl, op de site van Odido, bij de Autoriteit Persoonsgegevens en op veiliginternetten.nl kunt u alle informatie vinden om u te wapenen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de minister voor zijn beantwoording en schors de vergadering een enkel ogenblik, waarna we gaan stemmen. De vergadering is geschorst voor een kort ogenblik.
Toelating van mevrouw Koning-Hoeve als lid van het Europees Parlement
Toelating van mevrouw Koning-Hoeve als lid van het Europees Parlement
Aan de orde is het verslag van de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven met betrekking tot de toelating van mevrouw W. Koning-Hoeve als lid van het Europees Parlement.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden om hun plaatsen in te nemen. Voordat we overgaan tot de stemmingen wil ik het woord geven aan de heer Ellian tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Het woord is aan de heer Ellian ⦠Daar is de heer Ellian. Als u zover bent, meneer Ellian, krijgt u het woord tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.
De heer Ellian (voorzitter van de commissie):
Excuus, voorzitter. Ik werd even opgehouden.
De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op mevrouw W. Koning-Hoeve te Oudkarspel.
De commissie is tot de conclusie gekomen dat zij terecht benoemd is verklaard tot lid van het Europees Parlement. De commissie stelt vast dat zij op grond van de nationale bepalingen tot lid van het Europees Parlement kan worden toegelaten. De commissie stelt daarom voor dit te berichten aan de voorzitter van het Europees Parlement en uiteraard aan de benoemde. Tot slot stelt de commissie voor het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)
Stemmingen moties Sport
Stemmingen moties Sport
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Sport,
te weten:
- de motie-Mohandis/Inge van Dijk over samen met NOC*NSF en RVVB de ombudsfunctie voor sportverenigingen versterken (36800-XVI, nr. 62);
- de motie-Mohandis/Inge van Dijk over ƩƩn toegankelijk loket voor sportverenigingen voor bouw, onderhoud en verduurzaming (36800-XVI, nr. 63);
- de motie-Van Meetelen over in kaart brengen hoe gemeenten invulling geven aan inspectie, onderhoud en veiligheidsnormen van openbare speelplekken (36800-XVI, nr. 64);
- de motie-Van Meetelen over ondersteuning voor topsporters zodat zij zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien (36800-XVI, nr. 65);
- de motie-Inge van Dijk over een meerjarenplan over hoe de ambitie regeldrukvermindering daadwerkelijk kan plaatsvinden (36800-XVI, nr. 66).
In stemming komt de gewijzigde motie-Mohandis c.s. (36800-XVI, nr. ??, was nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Mohandis c.s. (36800-XVI, nr. ??, was nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Meetelen (36800-XVI, nr. ??, was nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Inge van Dijk (36800-XVI, nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Kernenergie
Stemmingen moties Kernenergie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Kernenergie,
te weten:
- de motie-Flach over zorgvuldige inpassing van grote kerncentrales in Zeeland (32645, nr. 165);
- de motie-Van Oosterhout over de regionale voorwaarden als bindend kader hanteren bij de bouw van kerncentrales (32645, nr. 166);
- de motie-Van Oosterhout over strikte, afdwingbare milieunormen voor de inzet of uitbreiding van kernenergie bij de Westerschelde en omliggende natuurgebieden (32645, nr. 167);
- de motie-Peter de Groot c.s. over onderzoeken hoe SMR's zo efficiƫnt mogelijk kunnen worden ingepast in het energiesysteem (32645, nr. 168);
- de motie-Vermeer over gemeenten en provincies ondersteunen bij ontwikkeling, planvorming en realisatie van SMR's (32645, nr. 169);
- de motie-Van den Berg/Flach over verkennen hoe SMR's als langetermijnoptie kunnen worden betrokken bij de RES-cyclus vóór 2030 (32645, nr. 170);
- de motie-Van den Berg/Flach over onderzoek naar de versterking van het vlootverband en de synergie tussen reactorleveranciers, bouw, nijverheid en industrie (32645, nr. 171);
- de motie-Van den Berg/Flach over een versnellingsagenda SMR's aan de Kamer sturen met concrete mijlpalen en belemmeringen per spoor (32645, nr. 172);
- de motie-Van den Berg/Flach over het identificeren van kansrijke first-of-a-kind-SMR-technologieƫn (32645, nr. 173);
- de motie-Van den Berg/Flach over de belemmeringen in kaart brengen die pensioenfondsen ervaren bij het investeren in nieuwe Nederlandse kernenergieprojecten (32645, nr. 174);
- de motie-Teunissen over inzichtelijk maken hoe het Europese klimaatdoel van 2040 gehaald wordt (32645, nr. 175);
- de motie-Teunissen over natura 2000-gebieden uitsluiten als potentiƫle locaties voor grote kerncentrales en SMR's (32645, nr. 176).
De voorzitter:
Er is een stemverklaring van de heer Jimmy Dijk. Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Wat de SP betreft is kernenergie een doodlopende weg. Het is te duur, het duurt jarenlang, er is geen oplossing voor het afvalprobleem en mensen willen het niet in hun achtertuin. Toch zien we dat de regering de plannen voor kernenergie wil doorzetten. Daarom stemmen wij voor de moties op de stukken nrs. 165, 166 en 167 onder punt 4, die de regering opdragen om, als zij toch besluit tot kerncentrales, zich ten minste te houden aan de minimumvoorwaarden die de Zeeuwen stellen en die onze natuur beschermen.
Dank u wel.
In stemming komt de motie-Flach (32645, nr. 165).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (32645, nr. 166).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (32645, nr. 167).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (32645, nr. 168).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vermeer (32645, nr. 169).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (32645, nr. 170).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (32645, nr. 171).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (32645, nr. 172).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (32645, nr. 173).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (32645, nr. 174).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32645, nr. 175).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32645, nr. 176).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Het woord is aan mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Bij de motie op stuk nr. 167 werden wij volgens mij niet genoemd, maar hebben wij wel voorgestemd.
De voorzitter:
We nemen het op in de Handelingen.
Stemmingen moties Gasmarkt en leveringszekerheid
Stemmingen moties Gasmarkt en leveringszekerheid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid,
te weten:
- de motie-Kops over de aan te leggen noodvoorraad gas louter de leveringszekerheid van Nederlanders laten dienen (29023, nr. 629);
- de motie-Van Oosterhout over de terugverdientijd van de energiebesparingsplicht verruimen naar tien jaar (29023, nr. 631);
- de motie-Van den Berg over onderzoek naar het vergroten van de importcapaciteit en de voordelen hiervan (29023, nr. 632);
- de motie-Van den Berg over de financiering van kussengasreserves en leveringszekerheidsmaatregelen koppelen aan consumptie of import van gas per lidstaat (29023, nr. 633);
- de motie-Van den Berg over een noodwinningsplan opstellen voor het in noodsituaties beschikbaar stellen van kussengas uit gasopslag Norg (29023, nr. 634);
- de motie-Jimmy Dijk over een plan uitwerken voor een voldoende vulgraad van de gasopslagen (29023, nr. 635);
- de motie-Klos over de gevolgen in kaart brengen van het deels stoppen van de gasexport van grote exporteurs aan Nederland in 2026 en 2027 (29023, nr. 636).
In stemming komt de motie-Kops (29023, nr. 629).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (29023, nr. 632).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (29023, nr. 633).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (29023, nr. 634).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (29023, nr. 635).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Klos (29023, nr. 636).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Uitkomsten van de COP30
Stemmingen moties Uitkomsten van de COP30
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Uitkomsten van de COP30,
te weten:
- de motie-Van Oosterhout over geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uitnodigen voor de klimaatconferentie in Colombia (31793, nr. 290);
- de motie-Teunissen over de uitkomsten van de conferentie in Colombia opnemen in de Transitioning Away From Fossil Fuels Roadmap (31793, nr. 291);
- de motie-Vermeer/Van den Berg over afzien van het organiseren van een nieuwe klimaattop over het uitfaseren van fossiele brandstoffen (31793, nr. 293);
- de motie-Van den Berg over in (inter)nationaal beleid kiezen voor een realistisch en uitvoerbaar tijdpad richting klimaatneutraliteit (31793, nr. 294);
- de motie-Van den Berg/Flach over in de opvolging van COP30 inzetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix (31793, nr. 295).
De voorzitter:
Er is een stemverklaring van mevrouw De Vos.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb een stemverklaring bij de motie op stuk nr. 294 van het lid Van den Berg over in (inter)nationaal beleid kiezen voor een realistisch en uitvoerbaar tijdpad richting klimaatneutraliteit. Nu klinkt "minder klimaatbeleid" misschien beter dan "veel klimaatbeleid", maar de bewering dat realistisch en uitvoerbaar klimaatbeleid bestaat, deugt niet. Er is geen realistisch en uitvoerbaar klimaatbeleid. Daarom zullen wij tegen deze motie stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw De Vos.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (31793, nr. 290).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (31793, nr. 291).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vermeer/Van den Berg (31793, nr. 293).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (31793, nr. 294).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (31793, nr. 295).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Mijnbouw
Stemmingen moties Mijnbouw
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Mijnbouw,
te weten:
- de motie-Van Oosterhout over een standstill inlassen en geen gaswinning onder veenweidegebieden toestaan zolang het onderzoek van TNO en Deltares niet is afgerond (32849, nr. 299);
- de motie-Kops over gaswinningsbedrijven ook bij bestaande projecten tot 2 miljard kubieke meter 5% van de netto-omzet laten afdragen aan de regio (32849, nr. 300);
- de motie-Kops over regelen dat bouwkundig onderzoek naar mijnbouwschades boven ā¬10.000 niet leidt tot een vergoeding lager dan ā¬10.000 (32849, nr. 301);
- de motie-Teunissen over natuurgebieden uitsluiten van gaswinning (32849, nr. 302);
- de motie-Teunissen over veenweidegebieden expliciet uitsluiten voor gaswinning en bestaande winning stopzetten (32849, nr. 303);
- de motie-Teunissen over een zo vroeg mogelijke einddatum vaststellen voor zowel gaswinning op land als op de Noordzee (32849, nr. 304);
- de motie-Teunissen over een afbouwpad voor gaswinning in Nederland opstellen (32849, nr. 305);
- de motie-Peter de Groot/Jumelet over in gesprek met de provincie Groningen de ongewenste situatie tussen medeoverheden oplossen waarbij de maatwerkafspraken met Nobian on hold zijn komen te staan (32849, nr. 306);
- de motie-Van den Berg/Flach over een concreet pakket versnelling gaswinning Noordzee aan de Kamer sturen (32849, nr. 307);
- de motie-Jumelet/Peter de Groot over een terugwerkendekrachtbepaling opnemen bij de aanpassing van de regeling voor de afhandeling van mijnbouwschade (32849, nr. 308).
De voorzitter:
Er is een stemverklaring van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. BBB vindt dat de regio's die de lasten van de gaswinning dragen, ook moeten meedelen in de financiƫle lusten. Bij nieuwe contracten moet dat wat ons betreft vastgelegd worden. Het openbreken van huidige contracten is helaas simpelweg onuitvoerbaar. Deze motie houdt mensen voor de gek, in een regio waar het vertrouwen in de politiek al weggevaagd is. BBB steunt het helpen van Groningers en Noord-Drenten, maar de motie op stuk nr. 300, van de heer Kops, doet niets anders dan hen voor de gek houden. Daarom stemt BBB tegen deze motie.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (32849, nr. 299).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (32849, nr. 300).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (32849, nr. 301).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32849, nr. 302).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32849, nr. 303).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32849, nr. 304).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32849, nr. 305).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot/Jumelet (32849, nr. 306).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (32849, nr. 307).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jumelet/Peter de Groot (32849, nr. 308).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
Meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank u wel. De ChristenUnie wil geacht worden voor de motie op stuk nr. 299 (32849) (#1) te hebben gestemd.
De voorzitter:
We nemen het op in de Handelingen.
Stemming motie Begroting Asiel en Migratie 2026
Stemming motie Begroting Asiel en Migratie 2026
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026,
te weten:
- de gewijzigde motie-Heutink c.s. over IND-dossiers zo veel mogelijk delen met justitie en veiligheidsdiensten (36800-XX, nr. 36, was nr. 35).
In stemming komt de nader gewijzigde motie-Heutink c.s. (36800-XX, nr. ??, was nr. 36).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Vertrouwelijke informatiedeling voor de cao-onderhandelingen
Stemming motie Vertrouwelijke informatiedeling voor de cao-onderhandelingen
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Vertrouwelijke informatiedeling voor de cao-onderhandelingen,
te weten:
- de motie-Moorman over in gesprek gaan met MBO Raad, VH en UNL over de informatiedeling inzake de kabinetsbijdrage arbeidsvoorwaardenontwikkeling met de onderwijsvakbonden (27293, nr. 521).
In stemming komt de motie-Moorman (27293, nr. 521).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen
Stemmingen moties Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen,
te weten:
- de motie-Van der Plas over in gesprek gaan met gemeenten over de aanpak van lhbtiq+-discriminatie en -acceptatie onder jongeren (30420, nr. 440);
- de motie-Van der Plas over het SCP opdracht geven tot een onderzoek naar specifieke groepen en gebieden waar de acceptatie van lhbtiq+-personen het meest terugloopt (30420, nr. 441);
- de motie-Van der Plas over een wettelijk kader voor doelgericht onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbti-acceptatie en de verwerking van bijzondere persoonsgegevens (30420, nr. 442).
In stemming komt de motie-Van der Plas (30420, nr. 440).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (30420, nr. 441).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (30420, nr. 442).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
Stemming motie Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
te weten:
- de motie-Tseggai over onderzoeken met welk examen scholieren op Caribisch Nederland het vak Nederlands het beste kunnen afsluiten (36800-VIII, nr. 80).
In stemming komt de motie-Tseggai (36800-VIII, nr. 80).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering"
Stemming motie Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering"
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering",
te weten:
- de motie-Moorman over het toevoegen van het ministerie van OCW aan de Studiegroep Begrotingsruimte (36800-VIII, nr. 81).
In stemming komt de gewijzigde motie-Moorman (36800-VIII, nr. ??, was nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties
Stemming motie Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties,
te weten:
- de motie-Mohandis over met spoed een passende oplossing voor Museum Prinsenhof Delft realiseren (32820, nr. 566).
Stemming motie Digitaliserende overheid
Stemming motie Digitaliserende overheid
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Digitaliserende overheid,
te weten:
- de motie-Van den Berg/Stoffer over raamwerkafspraken voor veelvoorkomende digitale diensten (26643, nr. 1464).
In stemming komt de motie-Van den Berg/Stoffer (26643, nr. 1464).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Verkoop cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host aan een buitenlandse techgigant en cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten
Stemmingen moties Verkoop cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host aan een buitenlandse techgigant en cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het bericht dat het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host is verkocht aan een buitenlandse techgigant en over cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten,
te weten:
- de motie-Stoffer/Kathmann over inzichtelijk maken welke stappen er nodig zijn om de afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen af te bouwen (26643, nr. 1465);
- de motie-Stoffer c.s. over bevorderen dat Nederland structureel zeggenschap houdt over vitale overheidsdata en de bijbehorende infrastructuur (26643, nr. 1466);
- de motie-Stoffer c.s. over de beoogde overname van Solvinity niet toestaan zolang de risico's voor digitale soevereiniteit niet volledig zijn uitgesloten (26643, nr. 1467);
- de motie-Frederik Jansen over middels de Wet vifo een carve-out realiseren (26643, nr. 1468);
- de motie-Beckerman over onderzoeken op welke wijze een digitaal staatsbedrijf kan worden opgericht (26643, nr. 1469);
- de motie-Beckerman over een voorstel om Solvinity in publieke handen te brengen (26643, nr. 1470);
- de motie-Zwinkels/El Boujdaini over in het kader van de overname van Solvinity ook kijken naar de bepalingen "change of control" en "poison pill" (26643, nr. 1471);
- de gewijzigde motie-Zwinkels c.s. over een gapanalyse van alternatieven voor digitale dienstverlening in Europa (26643, nr. 1472);
- de motie-Kathmann over het DigiD-contract met Solvinity niet verlengen bij overname door een Amerikaans bedrijf (26643, nr. 1473);
- de motie-Kathmann c.s. over een vertrouwelijke technische briefing over het traject van Bureau Toetsing Investeringen inzake Solvinity (26643, nr. 1474);
- de motie-Kathmann c.s. over het ministerie van Algemene Zaken onafhankelijk maken van niet-Europese techdiensten (26643, nr. 1475);
- de motie-Kathmann c.s. over een interdepartementaal beleidsonderzoek naar de digitale autonomie van de Rijksoverheid (26643, nr. 1476);
- de motie-Kathmann c.s. over stresstests op ministeries door clouddiensten af te schakelen (26643, nr. 1477);
- de motie-El Boujdaini c.s. over bij aanbestedingen voor kritieke digitale infrastructuur uitgaan van "Europees, tenzij" (26643, nr. 1478);
- de motie-Dassen over een spoedwet tegen het doorgeven van gevoelige data van Europese burgers (26643, nr. 1479);
- de motie-Dassen over afnamegaranties aan Europese leveranciers bij beleid rondom digitale soevereiniteit (26643, nr. 1480);
- de motie-Dassen over een actieplan om het parlement te laten overstappen op Europese digitale initiatieven (26643, nr. 1481);
- de motie-Van den Berg c.s. over een rijksbreed dataclassificatie- en datalocatiebeleid vaststellen (26643, nr. 1482);
- de motie-Van den Berg c.s. over minimumeisen opnemen bij contractering van vitale digitale overheidsdiensten (26643, nr. 1483);
- de motie-Struijs/Kathmann over de Kamer informeren over ontwikkelingen bij en bevindingen over Kyndryl (26643, nr. 1484);
- de motie-Heutink c.s. over bij NS zorgdragen voor digitale autonomie (26643, nr. 1485);
- de motie-El Abassi over een overzicht van vitale infrastructuur die afhankelijk is van niet-Europese technologiebedrijven (26643, nr. 1486);
- de motie-El Abassi over een actieplan om vitale digitale infrastructuur onder Nederlandse of Europese zeggenschap te brengen (26643, nr. 1487);
- de motie-El Abassi over de uitbesteding van NS-automatisering toetsen op veiligheidsrisico's (26643, nr. 1488);
- de motie-El Abassi over een verplichte geopolitieke risicoanalyse bij aanbestedingen van vitale digitale infrastructuur (26643, nr. 1489).
Maar voordat we gaan stemmen, is het woord aan mevrouw Kathmann.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Daar wil ik aan toevoegen dat ik de motie op stuk nr. 1475 (26643) (#2) ook graag wil aanhouden.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
We doen 'm nog een keer.
In stemming komt de motie-Stoffer/Kathmann (26643, nr. 1465).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
We gaan er hoofdelijk over stemmen, meneer Stoffer. Of toch niet? Ik geef het woord aan de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
We stellen het een weekje uit, voorzitter.
De voorzitter:
We zijn u zeer erkentelijk, meneer Stoffer. Dank u wel.
Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (26643, nr. 1465) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (26643, nr. 1466).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (26643, nr. 1467).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Frederik Jansen (26643, nr. 1468).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (26643, nr. 1469).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman (26643, nr. ??, was nr. 1470).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Zwinkels/El Boujdaini (26643, nr. 1471).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Zwinkels c.s. (26643, nr. 1472).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kathmann c.s. (26643, nr. 1474).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kathmann c.s. (26643, nr. 1476).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kathmann c.s. (26643, nr. 1477).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Boujdaini c.s. (26643, nr. 1478).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen (26643, nr. 1479).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (26643, nr. 1480).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen (26643, nr. 1481).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (26643, nr. 1482).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (26643, nr. 1483).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Struijs/Kathmann (26643, nr. 1484).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Heutink c.s. (26643, nr. 1485).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (26643, nr. 1486).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (26643, nr. 1487).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (26643, nr. 1488).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (26643, nr. 1489).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Telecomraad (formeel) d.d. 5 december 2025
Stemming motie Telecomraad (formeel) d.d. 5 december 2025
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Telecomraad (formeel) d.d. 5 december 2025,
te weten:
- de motie-Kathmann c.s. over servers, opslag en beveiliging van diensten die op Solvinity draaien in Nederlandse of Europese handen houden (21501-33, nr. 1172).
In stemming komt de gewijzigde motie-Kathmann c.s. (21501-33, nr. ??, was nr. 1172).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Stemming motie Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Coenradie c.s. over onderzoek naar een langere tbs verlengingsperiode (36800-VI, nr. 106).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
We gaan nog een keer stemmen.
In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (36800-VI, nr. 106).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Er moet hoofdelijk over worden gestemd, mevrouw Coenradie. Wenst u een hoofdelijke stemming? Het mag volgende week, zegt mevrouw Coenradie. De motie wordt een week aangehouden. Dank u wel, mevrouw Coenradie.
Op verzoek van mevrouw Coenradie stel ik voor haar motie (36800-VI, nr. 106) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Begroting Klimaat en Groene Groei 2026
Stemmingen moties Begroting Klimaat en Groene Groei 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Klos c.s. over een eerste Nederlandse briefing klimaat, natuur en veiligheid organiseren (36800-XXIII, nr. 22);
- de motie-Kƶse/Jumelet over kwantitatieve scenario's uitwerken voor een afbouwpad van gaswinning op land (36800-XXIII, nr. 23);
- de motie-Peter de Groot/Jumelet over zo veel mogelijk van de omkeerbare werkzaamheden rond kerncentrales in gang zetten (36800-XXIII, nr. 24);
- de motie-Peter de Groot/Jumelet over een structurele overlegtafel met het bedrijfsleven voor een succesvolle aanpak van verduurzaming (36800-XXIII, nr. 25);
- de motie-Van Oosterhout c.s. over middelen voor het tenderen van een extra gigawatt wind op zee in 2026 (36800-XXIII, nr. 26);
- de motie-Van Oosterhout/Teunissen over volledige afbouw van de gaswinning op land en die niet verder uitbreiden (36800-XXIII, nr. 27);
- de motie-Vermeer over geen verbod instellen op "fossiele reclame" en reclame voor vleesproducten (36800-XXIII, nr. 28);
- de motie-Vermeer over de gevolgen van een verhoging van de ambitie voor wind op zee voor de Nederlandse visserij (36800-XXIII, nr. 29);
- de motie-Kops over alle subsidies voor en de bouw van nieuwe windturbineparken stoppen (36800-XXIII, nr. 31);
- de motie-Kops over geen gedifferentieerde nettarieven invoeren (36800-XXIII, nr. 33);
- de motie-Kops over geen cent meer uitgeven aan het opkopen van duurzame-energiepapieren in het buitenland (36800-XXIII, nr. 34);
- de motie-Kops over de kolencentrales openhouden (36800-XXIII, nr. 35);
- de motie-Kops over stoppen met de export van gas uit onze -voorraden (36800-XXIII, nr. 36);
- de motie-Jumelet c.s. over in de beleidsreactie op de KEV expliciet ingaan op het uit de PBL-analyse voortvloeiende handelingsperspectief (36800-XXIII, nr. 37);
- de motie-Jumelet c.s. over de ACM adviseren risico's als het uitblijven van biedingen voor wind op zee te betrekken bij besluitvorming (36800-XXIII, nr. 38);
- de motie-Van den Berg over een overzicht van opties om de belastingdruk op de energierekening te verlagen (36800-XXIII, nr. 39);
- de motie-Van den Berg c.s. over een herbezinning op de werking en de effecten van het ETS (36800-XXIII, nr. 40);
- de motie-Van den Berg over onderzoek naar een kussengasreserve en lng-capaciteit als (gedeeltelijk) alternatief voor strikte vulgraadverplichtingen (36800-XXIII, nr. 41);
- de motie-Flach c.s. over een voorstel voor stimulering van aardwarmteprojecten (36800-XXIII, nr. 42);
- de motie-Flach c.s. over een routekaart voor de verificatie van werkelijke CO2-emissiewaarden (36800-XXIII, nr. 43);
- de motie-Teunissen c.s. over een landelijk verbod op fossiele reclames in de openbare ruimte (36800-XXIII, nr. 44);
- de motie-Teunissen over de SDE++ openen voor natuurlijke CO2-opslag via bosaanplant en veenherstel (36800-XXIII, nr. 45);
- de motie-Grinwis c.s. over aanscherping van de huidige juridische criteria voor hyperscale datacenters (36800-XXIII, nr. 46);
- de motie-Grinwis/Flach over monitoring van de nettolastenverzwaring voor burgers en bedrijven door ETS2 (36800-XXIII, nr. 47);
- de motie-Grinwis c.s. over het voorkomen van een aansluitstop voor kleinverbruikers in Flevoland, Gelderland en Utrecht (36800-XXIII, nr. 48);
- de motie-Dassen/Grinwis over versneld investeren in grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen (36800-XXIII, nr. 49);
- de motie-Dassen c.s. over de Nederlandse veiligheidsdiensten een risicoanalyse laten maken van de risico's van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies (36800-XXIII, nr. 50);
- de motie-Dassen/Jumelet over een meerjarig publiek inkoopprogramma voor DAC en DOC (36800-XXIII, nr. 51).
In stemming komt de gewijzigde motie-Klos c.s. (36800-XXIII, nr. ??, was nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kƶse/Jumelet (36800-XXIII, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot/Jumelet (36800-XXIII, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot/Jumelet (36800-XXIII, nr. 25).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout c.s. (36800-XXIII, nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout/Teunissen (36800-XXIII, nr. 27).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vermeer (36800-XXIII, nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vermeer (36800-XXIII, nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (36800-XXIII, nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (36800-XXIII, nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (36800-XXIII, nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (36800-XXIII, nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (36800-XXIII, nr. 36).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jumelet c.s. (36800-XXIII, nr. 37).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jumelet c.s. (36800-XXIII, nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (36800-XXIII, nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (36800-XXIII, nr. 40).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (36800-XXIII, nr. 41).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Flach (36800-XXIII, nr. ??, was nr. 42).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Flach (36800-XXIII, nr. ??, was nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, FVD en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (36800-XXIII, nr. 44).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (36800-XXIII, nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-XXIII, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Flach (36800-XXIII, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-XXIII, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen/Grinwis (36800-XXIII, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen c.s. (36800-XXIII, nr. 50).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen/Jumelet (36800-XXIII, nr. ??, was nr. 51).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2026
Stemmingen moties Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Rooderkerk c.s. over met leraren spreken over de vormgeving van professionele ontwikkeling in teamverband (36800-VIII, nr. 89);
- de motie-Kisteman over onderzoeken waarom organisaties instandhoudingssubsidies ontvangen en hoe andere organisaties hierop ook aanspraak kunnen maken (36800-VIII, nr. 90);
- de motie-Rajkowski/Boomsma over een analyse van de verwachte instroom van studenten op het mbo (36800-VIII, nr. 92);
- de motie-Moorman c.s. over het bieden van inclusief onderwijs niet nadelig laten uitwerken voor de beoordeling van scholen (36800-VIII, nr. 93);
- de motie-Moorman/Beckerman over bindende afspraken om commerciƫle inhuur af te bouwen (36800-VIII, nr. 94);
- de motie-Moorman/Ergin over een analyse van de effecten van voor- en vroegschoolse educatie, kinderopvang en vroegselectie op de leerprestaties (36800-VIII, nr. 95);
- de motie-Moorman c.s. over funderend onderwijs bij de portefeuilleverdeling niet ondergeschikt maken aan hoger onderwijs (36800-VIII, nr. 96);
- de motie-Tseggai over het vrijstellingenbeleid voor generieke examens in het mbo verruimen (36800-VIII, nr. 97);
- de motie-Tseggai over starten met het opstellen van een wet voor een wettelijk verplichte stagevergoeding (36800-VIII, nr. 98);
- de motie-Tseggai over mbo-studenten op dezelfde wijze restitutie van cursus- of lesgeld geven als hbo- en wo-studenten (36800-VIII, nr. 99);
- de motie-Raijer over onderwijsinstellingen verplichten om bij antisemitische incidenten onmiddellijk disciplinaire maatregelen te nemen (36800-VIII, nr. 102);
- de motie-Raijer/Wilders over islamitische gebedsruimtes binnen scholen wettelijk verbieden (36800-VIII, nr. 103);
- de motie-Armut c.s. over de keuze voor een andere onderwijsroute niet tot een negatievere score laten leiden in het Onderwijsresultatenmodel (36800-VIII, nr. 104);
- de motie-Armut/Ceder over bij de Subsidieregeling MDT voor 2026 en volgende jaren het bestaande mdt-netwerk borgen op basis van kwaliteit (36800-VIII, nr. 105);
- de motie-Straatman c.s. over recht op studiefinanciering bij een wo-master na een hbo-bachelor (36800-VIII, nr. 106);
- de motie-Boomsma over meer ruimte voor ongebonden onderzoek (36800-VIII, nr. 109);
- de motie-Boomsma over een verkenning naar een zorgplicht voor pluriformiteit voor universiteiten en hogescholen (36800-VIII, nr. 110);
- de motie-Russcher over onderzoek naar het beperken van de rentelast voor studenten die onder het leenstelsel vielen (36800-VIII, nr. 111);
- de motie-Russcher over onderzoek naar een ruimhartigere compensatie voor studenten die tussen 2015 en 2023 onder het leenstelsel vielen (36800-VIII, nr. 112);
- de motie-Ergin over inzicht in mogelijkheden om middelen voor onderwijshuisvesting te oormerken (36800-VIII, nr. 113);
- de motie-Ergin over een betere uitvoering van het Stagepact (36800-VIII, nr. 114);
- de motie-Ergin over richting schoolbesturen uitspreken dat een algemeen gebedsverbod niet verenigbaar is met de wet (36800-VIII, nr. 115);
- de motie-Stoffer c.s. over de onderwijsinspectie bij veiligheidsonderszoeken aandacht laten besteden aan antisemitisme (36800-VIII, nr. 116);
- de motie-Ceder/Armut over ambities opstellen voor de verdere uitvoering, bestendiging en versterking van de maatschappelijke diensttijd (36800-VIII, nr. 118);
- de motie-Ceder c.s. over het welzijn van Joodse studenten en medewerkers verbeteren (36800-VIII, nr. 119);
- de motie-Ceder over de normen van de WCAG en inclusief digitaal ontwerpen opnemen in de inkoopvoorwaarden voor digitale leermiddelen, leerlingvolgsystemen en leeromgevingen, websites en apps (36800-VIII, nr. 120);
- de motie-Beckerman over een plan ter verbetering van het leerlingenvervoer (36800-VIII, nr. 121);
- de motie-Claassen/Stoffer over ƩƩn samenhangende structuur voor kwaliteitseisen aan en toezicht op zorgopleidingen (36800-VIII, nr. 122);
- de motie-Claassen over nationale, meetbare kwaliteitsstandaarden voor onderwijs en onderzoek (36800-VIII, nr. 123);
- de motie-Claassen/Stoffer over nationale basisnormen voor onveilige situaties op universiteiten (36800-VIII, nr. 124);
- de motie-Claassen over de academische vrijheid versterken (36800-VIII, nr. 125).
De voorzitter:
De heer Russcher verzoekt zijn aangehouden motie op stuk nr. 111 alsnog in stemming te brengen.
Er zijn twee stemverklaringen, namelijk van mevrouw Van der Plas en van de heer Ergin. Als eerste is het woord aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Het moet maar eens afgelopen zijn met het achterstellen van mbo-studenten op hbo- en wo-studenten ā dat laatste is wetenschappelijk onderwijs ā ook voor wat betreft het teruggeven van lesgeld aan mbo'ers als die vroegtijdig stoppen met hun studie. In een land waar bij de overheid elke dag wordt gesproken over kansengelijkheid en gelijke rechten is het belachelijk dat mbo'ers door diezelfde overheid nog steeds worden achtergesteld. Mbo-studenten krijgen tot nu toe alleen bij hoge uitzondering terugbetaling van hun cursus- of lesgeld als zij eerder stoppen met hun studie, bijvoorbeeld als zij ernstig ziek zijn. Hbo- en wo-studenten daarentegen krijgen intussen flierefluitend het collegegeld automatisch en zonder voorwaarden terug als zij eerder met hun studie stoppen. Dit is gewoon onrechtvaardig. Deze motie verzoekt de regering het mogelijk te maken dat mbo-studenten per schooljaar 2027-2028 op dezelfde wijze terugbetaling van hun cursus- of lesgeld ontvangen als het geval is bij het collegegeld van hbo- en wo-studenten. Hier zijn wij het als BBB hartgrondig mee eens. Daarom stemmen wij voor deze motie.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Ergin krijgt het woord voor zijn stemverklaring.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Mijn stemverklaring gaat over de motie-Ceder c.s. op stuk nr. 119. Onze fractie onderschrijft niet alle conclusies uit het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding, in het bijzonder niet die met betrekking tot de duiding van de leus "from the river to the sea". Daarover verschillen wij van inzicht. Tegelijkertijd onderschrijven wij wel het doel dat met deze motie wordt nagestreefd, namelijk het verbeteren van het welzijn en de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers. Dat willen we immers voor alle studenten en medewerkers, ongeacht hun achtergrond of overtuiging. Met die uitleg en met de aankondiging dat onze fractie daar aanvullende voorstellen over zal indienen, zullen wij de motie van het lid Ceder steunen.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen.
In stemming komt de motie-Rooderkerk c.s. (36800-VIII, nr. 89).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kisteman (36800-VIII, nr. 90).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Rajkowski/Boomsma (36800-VIII, nr. 92).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moorman c.s. (36800-VIII, nr. 93).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moorman/Ergin (36800-VIII, nr. 95).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Moorman c.s. (36800-VIII, nr. 96).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tseggai (36800-VIII, nr. 97).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tseggai (36800-VIII, nr. 98).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tseggai (36800-VIII, nr. 99).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Raijer (36800-VIII, nr. 102).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Raijer/Wilders (36800-VIII, nr. 103).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Armut c.s. (36800-VIII, nr. 104).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Armut/Ceder (36800-VIII, nr. 105).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Straatman c.s. (36800-VIII, nr. 106).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma (36800-VIII, nr. 109).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boomsma (36800-VIII, nr. 110).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Russcher (36800-VIII, nr. 111).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Russcher (36800-VIII, nr. 112).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ergin (36800-VIII, nr. 113).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ergin (36800-VIII, nr. 114).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ergin (36800-VIII, nr. 115).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36800-VIII, nr. 116).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder/Armut (36800-VIII, nr. 118).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder c.s. (36800-VIII, nr. 119).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (36800-VIII, nr. 120).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36800-VIII, nr. 121).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen/Stoffer (36800-VIII, nr. 122).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Claassen (36800-VIII, nr. 123).
In stemming komt de motie-Claassen (36800-VIII, nr. 123).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen/Stoffer (36800-VIII, nr. 124).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (36800-VIII, nr. 125).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Begroting Asiel en Migratie 2026
Stemming motie Begroting Asiel en Migratie 2026
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Ceder/Diederik van Dijk over adequaat omgaan met de veiligheid van bekeerlingen in azc's (36800-XX, nr. 33).
In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder/Diederik van Dijk (36800-XX, nr. ??, was nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV, FVD en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming brief Rapportage van de voorbereidende groep uitvoering motie-Wijen-Nass c.s.
Stemming brief Rapportage van de voorbereidende groep uitvoering motie-Wijen-Nass c.s.
Aan de orde is de stemming over de brief van de commissie voor de Werkwijze over de rapportage van de voorbereidende groep uitvoering motie-Wijen-Nass c.s. (36221, nr. 26).
De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van de commissie voor de Werkwijze te besluiten en in te stemmen met de aanbevelingen.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Bij agendapunt 18, de stemmingen over moties ingediend bij de behandeling van de begroting van Klimaat en Groene Groei voor 2026, hadden wij voor de motie op stuk nr. 25 moeten stemmen.
De voorzitter:
We noteren het.
Dat waren de stemmingen. Ik dank u voor de medewerking. Ik schors heel kort, waarna we verder zullen gaan met de regeling van werkzaamheden.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Ik stel voor toestemming te verlenen voor het houden van een wetgevingsoverleg met stenografisch verslag:
- aan de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, op maandag 16 maart van 15.00 uur tot 19.00 uur, over de Wet versterking regie volkshuisvesting (36881);
- aan de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op maandag 29 juni van 10.00 uur tot 18.00 uur, over de Staat van het Onderwijs 2026.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer het debat over de Voorjaarsnota 2026, daarbij de begrotingsvolgorde te hanteren en de volgende spreektijden toe te kennen aan de fracties:
- acht minuten voor D66;
- zeven minuten voor VVD, GroenLinks-PvdA, PVV en CDA;
- zes minuten voor JA21 en Forum voor Democratie;
- vijf minuten voor DENK, SGP, Partij voor de Dieren, ChristenUnie, SP, BBB, 50PLUS en Volt;
- vierenhalve minuut voor de Groep Markuszower;
- vier minuten voor het lid Keijzer.
Ik deel aan de Kamer mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:
- het debat over de groei van zelfstandige behandelcentra die de toegankelijkheid van de (ziekenhuis)zorg bedreigen;
- het dertigledendebat over de verwachte stijging van de zorgpremie;
- het debat over de nationale veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten;
- het dertigledendebat over geldzorgen onder jongeren.
Op verzoek van de fractie van de VVD benoem ik:
- in de vaste commissie voor Asiel en Migratie het lid Nobel tot lid in de bestaande vacature, het lid Bikkers tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Campen en het lid De Beer tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Becker;
- in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Meulenkamp tot lid in de bestaande vacature en het lid Nobel tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de leden Rajkowski en Maes tot leden in de bestaande vacatures en het lid Meulenkamp tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Rajkowski;
- in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken de leden Maes en Becker tot leden in de bestaande vacatures, het lid Rajkowski tot lid in plaats van het lid Kisteman en het lid Van der Maas tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Bevers;
- in de vaste commissie voor Defensie het lid De Groot tot lid in de bestaande vacature en het lid De Beer tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Digitale Zaken het lid Meulenkamp tot lid in de bestaande vacature en het lid Bikkers tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Schutz;
- in de vaste commissie voor Economische Zaken het lid Rajkowski tot lid in plaats van het lid Michon-Derkzen en het lid Bikkers tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Europese Zaken de leden Becker en Maes tot leden in de bestaande vacatures en het lid Rajkowski tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Becker;
- in de vaste commissie voor Financiƫn het lid Van der Maas tot lid in plaats van het lid Kisteman en het lid Nobel tot plaatsvervangende leden in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat het lid Bikkers tot lid in plaats van het lid Bevers en het lid Muller tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Martens-America tot lid in plaats van het lid Michon-Derkzen, het lid Michon-Derkzen tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid De Kort, het lid Maes tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature en het lid Bikkers tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Campen;
- in de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei het lid Muller tot in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties het lid Den Hollander tot lid in de bestaande vacature en het lid Maes tot lid in plaats van het lid De Groot;
- in de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het lid Meulenkamp tot lid in de bestaande vacature en het lid Muller tot lid in plaats van het lid Schutz;
- in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Muller tot lid in plaats van het lid Rajkowski, het lid Van der Maas tot lid in plaats van het lid Martens-America, het lid De Beer tot lid in plaats van het lid Bevers, het lid Meulenkamp tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature en het lid Nobel tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Campen;
- in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid De Beer tot lid in de bestaande vacature en het lid Nobel tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Wendel;
- in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid De Beer tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Campen;
- in de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het lid Nobel tot lid in plaats van het lid Schutz en het lid Muller tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Becker;
- in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid Van der Maas tot lid in plaats van het lid Schutz en het lid Schutz tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de commissie voor de Werkwijze het lid Bikkers tot lid in plaats van het lid Martens-America;
- in de Kunstcommissie het lid Van der Maas tot lid in de bestaande vacature;
- in de Bouwbegeleidingscommissie het lid Peter de Groot tot lid in de bestaande vacature.
Op verzoek van de fractie CDA benoem ik:
- in de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Krul tot lid in de bestaande vacature en het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Krul in de bestaande vacature en het lid Poortman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties de leden Van Lanschot en Krul tot lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Krul tot lid in de bestaande vacature en het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Defensie het lid Krul tot lid in de bestaande vacature en het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Europese Zaken het lid Krul tot lid in de bestaande vacature en het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het lid Lohman tot lid in de bestaande vacature en het lid Krul tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Financiƫn het lid Bontenbal tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor de Rijksuitgaven het lid Bontenbal tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Poortman tot lid in plaats van het lid Inge van Dijk en het lid Inge van Dijk tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Digitale Zaken het lid Lohman tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Asiel en Migratie het lid Poortman tot lid in de bestaande vacature en het lid Armut tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;
- in de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het lid Lohman tot lid in plaats van het lid Zwinkels en de leden Zwinkels en Poortman tot plaatsvervangende leden in de bestaande vacature.
Ingekomen is een aantal beschikkingen van de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake aanwijzing:
- in de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie het Tweede Kamerlid Rooderkerk en de Eerste Kamerleden Van Langen-Visbeek, Van Hattem, Van Kesteren, Van der Linden, Bovens en Roovers tot lid;
- in de NAVO Parlementaire Assemblee het Tweede Kamerlid Peter de Groot tot lid in plaats van het lid Ellian, het Tweede Kamerlid Maes tot plaatsvervangend lid in plaats van het Tweede Kamerlid Van der Burg, het Eerste Kamerlid Griffioen tot plaatsvervangend lid in plaats van het Eerste Kamerlid Aerdts;
- in de OVSE Parlementaire Assemblee het Tweede Kamerlid Maes tot lid in plaats van het Tweede Kamerlid Van der Burg en het Tweede Kamerlid Peter de Groot tot plaatsvervangend lid in plaats van het Tweede Kamerlid Ellian;
- in de Benelux Interparlementaire Assemblee het Tweede Kamerlid Maes tot lid in plaats van het Tweede Kamerlid Van der Burg.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Kathmann, voor haar verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
De systemen van de omzetbelasting bij de Belastingdienst worden straks beheerd en onderhouden door een Amerikaans bedrijf. Dat is dus 1,5 miljard aan belastinggeld per week in beheer bij de Amerikanen. Dit strookt niet met de ambities van de Kamer, maar ook niet met die van het kabinet. Er is goed nieuws: we kunnen dit terugdraaien. We kunnen dit in Apeldoorn beheren en dat zal blijken uit de stukken die ik vandaag ga opvragen.
Eerst vraag ik daarom een debat aan met de staatssecretaris van Financiën en de staatssecretaris Digitale Economie, om hier als Kamer een oplossing voor te vinden. Ik weet dat er op 19 maart een commissiedebat is over de Belastingdienst en daarom doe ik ook een informatieverzoek om een brief van het kabinet, met een uitleg of dit systeem in eigen beheer houden of Europese uitbesteding nog een optie is en, zo ja, wat hiervoor nodig is. Ik verzoek om in die brief ook toe te zeggen dat er geen onomkeerbare stappen gezet zullen worden totdat de Kamer volledig is geïnformeerd en zich heeft kunnen uitspreken, en om daarnaast alle relevante stukken en notities die de keuze voor de ICT-migratie onderbouwen, nog deze vrijdag te ontvangen.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik wilde eigenlijk voorstemmen, maar er waren zo veel verzoeken. Ik ben vast tegen een daarvan, dus geen steun.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het waren er zo veel; dat kan alleen maar goed zijn! Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Vermeer (BBB):
Helemaal eens met al die verzoeken, maar niet met een debataanvraag, want dat debat hebben we volgende week al. Dat is veel sneller.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Oosterhuis (D66):
Geen steun voor een apart debat. Het kan inderdaad bij het commissiedebat Belastingdienst. Ik denk wel dat het verstandig is als de staatssecretaris voor die tijd even een brief stuurt.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Steun voor het informatieverzoek. Geen steun voor het debat.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Steun voor het informatieverzoek en we willen het graag in het commissiedebat behandelen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun voor alle verzoeken en steun voor het debat.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun voor alle debataanvragen.
De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun voor het debat; het kan volgende week bij het commissiedebat.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Wel 30 leden, dus wel graag een dertigledendebat.
De voorzitter:
Ja, dat wel.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik doe dus ook een informatieverzoek voorafgaand aan het debat op 19 maart.
De voorzitter:
Dat is uw recht. Dat geleiden we door naar het kabinet.
Het woord is aan mevrouw Coenradie voor haar verzoek namens JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Er is een meisje, Insiya. Deze week wordt zij 12 jaar en inmiddels is zij alweer tien jaar in een land waar zij helemaal geen paspoort van heeft, want zij is Nederlands staatsburger en heeft een Nederlands paspoort. Er liggen moties die zijn aangenomen om dit meisje terug te halen. Er is over gesproken met de koning en de koningin, er zijn 21 rechterlijke uitspraken, en toch is dit meisje nog niet terug. Ik zou heel graag een debat willen voeren met de juiste persoon binnen het kabinet. Ik zag dat er nu wordt gekeken naar de minister van Handel, maar het kan ook met de minister van Buitenlandse Zaken, want wij moeten er alles aan doen om dit meisje gewoon terug te laten komen.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, van harte steun voor dit verzoek van collega Coenradie. Als dit meisje de dochter van de koning was, was ze allang teruggehaald.
De heer De Roon (PVV):
Het is heel goed dat de Kamer het lot van dit al jaren geleden ontvoerde meisje niet vergeet. Ik denk dat daar ook over gesproken moet worden in het kader van dat agreement met India over de handel. Ik denk dat dit het beste kan gebeuren en zo snel mogelijk in de Raad Buitenlandse Zaken en Handel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Het is wel een beetje een dilemma, want hier zit ook wel enige spoed achter. De actualiteit en hoe belangrijk deze zaak is, speelt ook. In het kader van de actualiteit en de snelheid zou ik zeggen "doe het in de Raad Buitenlandse Handel", maar we hebben binnenkort ook nog een debat over humanitaire hulp. Dat is wel sneller. Dan lijkt het alsof ik het verzoek geen steun geef omdat ik het niet belangrijk vind, maar zo is het niet. Ik geef het verzoek inderdaad geen steun, maar niet omdat ik het niet belangrijk vind, maar wel omdat het heel snel in de commissiedebatten kan.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik vind het op zich een goede suggestie om dit ook in commissieverband te doen, maar ik denk dat dit zo belangrijk is dat ik het verzoek van harte steun. Als het op meer plaatsen besproken kan worden, ook heel graag. Ik denk dat we dat meisje allemaal zo snel mogelijk terug naar Nederland willen.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik heb recent met een aantal collega's ook de moeder gesproken van Insiya. Het is hartverscheurend wat hen is overkomen en Insiya moet zo snel mogelijk terug, na zo veel jaren. Wat mij betreft komt er eerst een brief vanuit het kabinet, een eerste reactie. Dat lijkt mij het verstandigst. Daarna wordt het debat georganiseerd. Ik geef eerlijk toe dat het niet gebruikelijk is om hier over een individuele zaak te spreken, maar het lijkt mij verstandig dat wij het hierover gaan hebben. Misschien kan het iets breder ook over kinderontvoeringen gaan. Laten we dat inplannen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Voorzitter. Vreselijk wat hier gebeurd is. Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Van der Plas. In commissieverband kan het sneller, dus geen steun voor het inplannen van een extra debat. Maar het lijkt mij wel goed om een informatieverzoek te doen over wat nu eigenlijk de stand van zaken is. Het meisje moet zo snel mogelijk naar huis.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA steunt dezelfde lijn. Wat ons betreft gaan we hier snel over in debat, maar de snelste weg is om dat in een commissiedebat rondom Buitenlandse Handel te doen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Ik zou ook graag een brief willen zien, maar ook zeker steun voor het debat. Het een sluit het ander niet uit. We kunnen het in een commissie doen, maar ook zeker in een plenair debat. Dat verdient het onderwerp ook.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Wij willen ook graag de brief zien en sluiten ons aan bij de aanvraag van een plenair debat.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Van der Plas en mevrouw Rajkowski, dus geen steun voor een plenair debat, maar wel voor een commissiedebat.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Zeer zorgwekkend, dus steun om dit plenair te bespreken.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Het is inderdaad zorgwekkend, maar wat mij betreft ook zo snel mogelijk in een commissiedebat of volgende week bij de Europese top.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Wat ons betreft zo snel mogelijk bespreken, dus waar dat het eerste kan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, steun. Als ik iedereen zo hoor, dan wil iedereen dat het snel wordt gedaan. Laten we dat doen op de meest praktische manier om het te doen. Als dat hier plenair is, doen we het hier plenair. Als dat op een andere manier moet, dan denk ik dat mevrouw Coenradie dat ook okƩ vindt.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid om het in een apart plenair debat te bespreken. Het verzoek is om het in een commissiedebat te bespreken.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Dan ga ik ervan uit dat we dat in het commissiedebat goed kunnen bespreken.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer Ceulemans voor zijn verzoek namens JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen vrijdag zijn de capaciteitsraming, de provinciale opgave en het indicatieve aantal opvangplekken per gemeente voor de tweede cyclus van de Spreidingswet vastgesteld. Daaruit blijkt dat gemeenten 88.000 asielopvangplekken beschikbaar moeten hebben, waaronder tienduizenden nieuwe opvangplekken. Over de Spreidingswet zijn wij helder: die gaat wat ons betreft direct van tafel. Ongeacht wat je ervan vindt, wordt dit opnieuw een operatie waarin ontzettend veel van gemeenten wordt gevraagd en waarover in veel gemeenten veel vragen en zorgen leven. Daar moeten we het als Kamer over hebben. Ik verzoek daarom om een plenair debat met de minister van Asiel en Migratie over de tweede cyclus van de Spreidingswet. Dat verzoek doe ik mede namens collega Vondeling van de PVV.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik geef hier steun voor. Er staan ook geen commissiedebatten Asiel en Migratie gepland waar dit naartoe kan, dus steun voor dit debat.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Wij steunen het debat ook.
De voorzitter:
U heeft geen steun, meneer Ceulemans.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik weet niet of het nog uitmaakt, maar steun.
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter. Het is een heel belangrijk vraagstuk, maar we kunnen natuurlijk gewoon binnen vijf weken een commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid inplannen.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Dan ga ik dit via de procedurevergadering van de commissie regelen.
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Faber krijgt het woord voor haar verzoek namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Er gaat geen dag voorbij of er worden in Europa kerken vernield, in brand gestoken en bekladderd. Denk niet dat het aan Nederland voorbijgaat! Met de toename van het antisemitisme neemt ook het vandalisme tegen de kerken en de christelijke symbolen toe. Eind februari was het weer raak in Ede. In ƩƩn week tijd werden er drie kerken in brand gestoken. Na een inbraak werd er in een kerk brandgesticht. Bij een ander werd er door de glas-in-loodramen een molotovcocktail naar binnen gegooid. Bij een derde, een rijksmonument uit de vijftiende eeuw, werden de deuren eerst ingesmeerd met een brandbare vloeistof en daarna aangestoken. Dit zijn geen ongelukken, maar acties met voorbedachten rade. Als er een dader wordt opgepakt, houdt men angstvallig de identiteit onder de pet. Als het naar buiten komt, wordt dit verdoezeld door de autoriteiten en de mainstreammedia, die dan spreken van "personen met verward en onbegrepen gedrag". Dat is een methode om de ernst van de zaak af te zwakken.
De voorzitter:
Uw verzoek?
Mevrouw Faber (PVV):
Dikwijls is de kous hiermee af. Het kan toch niet zo zijn dat kerken worden vernield? Wat is de volgende stap? Het wordt tijd om concrete maatregelen te nemen en te beginnen met openheid van zaken. Anders los je het probleem niet op. Daar wil ik graag een debat over voeren.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Op 19 maart is er een debat Criminaliteitsbestrijding. Dat lijkt mij ook hier weer de snelste weg. Anders moet het inderdaad gewoon snel geagendeerd worden voor het commissiedebat. Dan kan dat snel.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van der Plas.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ik heb hier verschillende malen aangegeven hoe verschrikkelijk het is als religieuze instellingen aangevallen worden. Als mevrouw Faber bereid is om daar een breed debat van te maken, namelijk over alle aanvallen op religieuze instellingen, dan steun ik het verzoek.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Geen steun.
De heer Flach (SGP):
Het is zeer ernstig dat dit gebeurt, maar ik sluit me qua procedure aan bij de woorden van mevrouw Van der Plas.
De heer Dassen (Volt):
Geen steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Het is zeer ernstig dat deze kerken in Ede in brand zijn gestoken, maar het snelste kan dit besproken worden met de betrokkenen in de commissie op 19 maart.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Alleen een dertigledendebat. Ik denk dat de verbouwing eerder is gebeurd dan een dertigledendebat, toch?
De voorzitter:
Dat zou maar zo kunnen, mevrouw Faber.
Het woord is aan de heer Markuszower voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week konden we in De Telegraaf lezen dat er tussen de grens van Polen en Wit-Rusland tunnels zijn gevonden. Die tunnels zijn mogelijk met techniek of kennis van terroristische organisaties zoals Hezbollah, IS en Hamas gegraven. Die tunnels worden mogelijk niet alleen gebruikt voor illegale migratie naar Europa, dus ook naar Nederland, maar misschien komen er door die tunnels ook terroristen naar Europa, zeker als je weet dat die tunnels met kennis en techniek van terroristische organisaties zijn gegraven. Dat lijkt me toch allemaal zeer ernstig. Daarom wil ik met een trits aan ministers, waaronder die van Algemene Zaken, een debat.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is belangrijk. We moeten het zeker bespreken, maar we hebben straks het commissiedebat JBZ-Raad met de minister van Asiel en Migratie. Daar kunnen we het heel snel bespreken.
De heer Vermeer (BBB):
Geen steun. Ik ben het eens met mevrouw Vondeling. Anders kan het bij het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
De heer Ellian (VVD):
Ik wil het wel steunen, met inachtneming van het punt dat het kabinet over zijn eigen afvaardiging gaat. De minister van AenM is dus genoeg.
De heer Boomsma (JA21):
De commissie heeft net een bezoek gebracht aan de grens met Wit-Rusland. Daar hebben we dat inderdaad vernomen. We kunnen het eigenlijk zo meteen in de JBZ-Raad bespreken. We willen dit echter ook steunen, want we vinden dit zo belangrijk.
De heer Oosterhuis (D66):
Geen steun. Dit kan prima in de JBZ-Raad.
Mevrouw Straatman (CDA):
Geen steun. Ik sluit me aan bij de woorden van D66.
De voorzitter:
U hebt geen meerderheid, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Maar wel 30 leden.
De voorzitter:
U wilt vast dat we het op de lijst zetten.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik weet hoe blij ik de voorzitter maak als ik het op de lijst kan zetten.
De voorzitter:
Dan gaan we dat doen. Dank u wel, meneer Markuszower.
Het woord is aan de heer Stultiens voor zijn verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Vorige week werden we verrast door de minister van Financiƫn, die aangaf dat de box 3-wetgeving moet worden aangepast. Terwijl we maandenlang hebben gedebatteerd en er niks mogelijk was, niet qua uitvoering en niet qua geld, kon het opeens toch wƩl. Het is veelzeggend dat de minister van Financiƫn pas gaat lopen als de rijkste man ter wereld tweet. Het is ook veelzeggend dat we sindsdien niks hebben gehoord: geen brief, geen voorstel, geen deadline. Daarom is het de hoogste tijd voor een debat over dit onderwerp in de plenaire zaal.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Wij hebben volgende week een commissiedebat Nationale fiscaliteit. Daar hoort dit helemaal thuis. Dan kan alle aandacht erop gericht worden.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Geen steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Vermeer. Volgende week hebben we het debat Fiscaliteit. Laten we eerst maar eens daarin het erover hebben en kijken of het kabinet een plan heeft, dus nu geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Daar sluit ik me weer bij aan.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik sluit mij daar ook bij aan.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dan doe ik dat ook.
De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun voor het verzoek.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik wil graag kort reageren. We hebben volgende week een debat met 40 agendaonderwerpen. Dan weet je ƩƩn ding zeker: die gaan allemaal ondersneeuwen door deze actualiteit. Daarom is een los debat wƩl nodig.
De voorzitter:
U heeft het gezegd.
De heer Van Baarle krijgt het woord voor zijn verzoek. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Tijdens het vragenuur is het er al over gegaan. Het kabinet heeft inmiddels een reactie gestuurd op de aanvallen die door Israƫl en de Verenigde Staten zijn uitgevoerd op Iran. We zien dat de situatie brede implicaties heeft, in eerste instantie natuurlijk voor de mensen daar, maar ook voor de mensen hier in Nederland en mensen die op dit moment vanwege de situatie niet kunnen reizen. Ik denk dat het in brede zin goed is dat we het daar als Kamer over hebben en dat we doen met de minister-president, de minister van Defensie en de minister van Buitenlandse Zaken, zoals ook te doen gebruikelijk in situaties waarin we ons verhouden tot een oorlogssituatie. Ik zou u willen verzoeken dat debat zo spoedig mogelijk in te plannen.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik steun dit verzoek, zowel wat betreft de afvaardiging als dat er spoed bij is om het zo snel mogelijk in te plannen.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, steun, en ook om het zo snel mogelijk te doen. Ik heb wel gezien dat er meerdere aanvragen over dit onderwerp zijn, dus ik steun het verzoek van de heer Van Baarle en wat ons betreft sluit daar ook in ieder geval de minister van Klimaat en Groene Groei bij aan, en kunnen verder de ministers waar in andere verzoeken om gevraagd is, ook hierbij aansluiten.
De heer Dassen (Volt):
Steun voor dit verzoek.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Ik constateer ook dat naar aanleiding van een en dezelfde oorlog er nu drie debataanvragen op de lijst staan. Dat lijkt me wat te veel van het goede. Het zou mij logisch lijken als deze drie heren de koppen bij elkaar steken om daar ƩƩn debat van te maken. Maar ik zeg in ieder geval: als dat niet gebeurt, dan zullen we wel zien wat er gebeurt, maar de PVV zal geen drie debatten naar aanleiding van dezelfde oorlog gaan steunen op dit moment.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun voor een apart debat, voor dit verzoek.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, ook de SGP steunt dit verzoek, maar dan bewust wel apart, omdat gevolgschade zoals gastekorten en stijgende prijzen echt een ander type debat is, ook qua grootteorde. Wij zouden er dus voor pleiten om het te beperken tot internationale complicaties en de situatie in en om Iran.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun voor dit particuliere debat. Het moet echt op zichzelf staan.
De heer Oosterhuis (D66):
Steun voor het verzoek. Het is volgens mij goed gebruik dat het kabinet over de eigen afvaardiging besluit.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
Mevrouw Müller (VVD):
Steun.
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Heutink voor zijn verzoek namens Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Vorige week dinsdag maakte Gasunie zich nog geen enkele zorgen. Een woordvoerder benadrukte echter wel dat er geen onverwachte dingen moesten gebeuren. Ik ga citeren: "Er moet niet opeens een blokkade komen van de Straat van Hormuz bijvoorbeeld." Nou, dat is precies wat er gebeurd is, want terwijl onze gasvoorraad voor nog maar 10,5% gevuld is ā ik heb net gekeken ā zitten we nu al met de consequenties, die hun weerga niet kennen. Gisteren steeg onze gasprijs met 49%. Vandaag is daar nog weer 30% bij gekomen en de dag is nog niet eens om. Iedereen die vanochtend op de borden bij het tankstation keek, schrok zich het apezuur.
De voorzitter:
Wat is uw verzoek?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
De Nederlander kan dit niet opbrengen, dus moeten we ingrijpen, en snel. Daarom wil ik nog deze week een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter. Inhoudelijk ben ik het hier helemaal mee eens. Het is waanzin dat het kabinet volhardt in het volstorten van die gasputten. Maar er is net een meerderheid voor het debat van de heer Van Baarle gebleken. Wat ons betreft kan dit onderwerp daarbij gevoegd worden, als dan ook de minister van Klimaat en Groene Groei aansluit.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik sluit me aan bij die woorden. We kunnen ook nog het commissiedebat van donderdag hiervoor gebruiken.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Steun voor dit verzoek. Graag zo snel mogelijk, maar het hoeft niet per se deze week.
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Op zich zou het goed zijn om hierover te spreken, maar de reden voor de haast ontgaat mij echt. De Tweede Kamer gaat met een debat de Straat van Hormuz niet openkrijgen. Laten we dit dus nog even laten betijen en er daarna, met goede informatie, een debat over voeren, maar dus niet deze week.
De heer Mathlouti (D66):
Geen steun, voorzitter. Dit kan wat ons betreft betrokken worden bij het debat van donderdag.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun voor het verzoek, maar het lijkt me lichtelijk ambitieus om het deze week in te plannen, omdat de agenda al vol zit. We hebben natuurlijk ook al het andere debat over Iran en deze situatie staan. Wat ons betreft hoeft het dus niet per se deze week.
De heer Dassen (Volt):
Steun, maar niet voor deze week.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, volop steun hiervoor. Zoals anderen ook al hebben geconstateerd, zie ik dat het drie verzoeken zijn. Ik wil ze heel graag alle drie steunen. Wat de SP betreft trek je het uit elkaar en ga je ƩƩn debat voeren over de oorlog in het Midden-Oosten en ƩƩn debat over de directe gevolgen daarvan voor de mensen hier, de mensen die aan de pomp aan het huilen zijn als ze aan het tanken zijn en die hun energierekening door het dak zien schieten. Dat moet wƩl heel snel, want dit zijn dingen die niet kunnen wachten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik ben het wel eens met de tweedeling die de heer Jimmy Dijk voorstelt. Steun voor dit verzoek dus, maar het hoeft niet heel snel te worden ingepland. Dat lijkt me namelijk praktisch onmogelijk.
De voorzitter:
De heer Van der Lee? O nee.
U heeft geen meerderheid.
Dan is het woord aan de heer Van der Lee ⦠Althans, ik zie hier Piri/Van der Lee staan. O, dit verzoek is van mevrouw Piri. Dat was niet duidelijk! Ja, ik zie wel dat dit mevrouw Piri is, maar ik zag de heer Van der Lee net al staan, vandaar.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Er zijn twee verzoeken. Eentje is van mij, maar straks komt er ook nog een verzoek van de heer Van der Lee.
We hebben hier de afgelopen tien jaar heel veel discussies gevoerd over Hawija. Dit is het allerlaatste verzoek. Nadat de Kamer een commissie had gevraagd om hiernaar te kijken en dit te onderzoeken, bleek dat er na de oplevering van het rapport opeens nog videobeelden waren gevonden op het ministerie. Op dat rapport is nu een addendum gekomen. Om dit hoofdstuk af te kunnen sluiten, verzoek ik om een debat in te plannen met de minister van Defensie over het addendum van de commissie waar deze Kamer zelf om heeft verzocht. Dat heeft geen bloedhaast. Dat kan ergens over drie, vier of vijf weken.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u steun heeft.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Van harte steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Steun.
De heer Boon (PVV):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Oosterhuis (D66):
Steun.
De heer Van Lanschot (CDA):
Steun, voorzitter.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ook steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dit mag wat ons betreft ook in een commissiedebat. Geen steun dus.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Hoogeveen, die een vooraankondiging doet.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja. Dit is een vooraankondiging van een tweeminutendebat voor de Ecofin-Raad en de gelegenheid om over de moties te kunnen stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan daar rekening mee houden.
Dan is het woord nu wel aan de heer Van der Lee, voor zijn verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik kom met een derde verzoek naar aanleiding van de nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Helaas leert de geschiedenis dat deze oorlogen vaak langer duren dan van tevoren wordt gehoopt. Daarom zou ik van het kabinet een brief willen vragen met een inschatting van de economische gevolgen van deze oorlog. Het ging al even over energie, maar de gevolgen zijn breder. Dit heeft impact op de handel, de inflatie en mogelijk ook op de economische groei. Mijn verzoek is om naar aanleiding van die brief ā die hoeft niet deze week te komen, maar zo snel als redelijkerwijs kan ā een wat breder debat te voeren met de minister van EZ, de minister van FinanciĆ«n en de minister van SZW, om te kijken hoe we met die gevolgen om zouden moeten gaan.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden wij door naar het kabinet. Ik ga kijken of u steun heeft voor een apart debat.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, volledige steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja, steun voor het informatieverzoek en de brief. Maar ook hiervoor geldt dat er een debat is aangevraagd. De heer Van Baarle was de eerste, en dat moeten anderen dan aanvaarden. Wat ons betreft kan dit onderwerp dus betrokken worden bij het debat van de heer Van Baarle. Geen steun dus voor een debat op dit moment, wel steun voor de brief die de heer Van der Lee vraagt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Wat ons betreft verdient de situatie echt twee aparte debatten: een over de politieke situatie op dit moment en een over de economische gevolgen. Dat hoeft dan inderdaad niet per se deze week. Het kan ook op de wat langere termijn; dat zegt de heer Van der Lee ook. Van harte steun voor dit debat.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ook bij FVD zijn we van mening dat we echt twee aparte debatten moeten hebben, een over de oorlog en een over de gevolgen, dus we steunen deze aanvraag.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk inderdaad dat het goed is om twee aparte debatten te hebben. Het debat over de economische gevolgen kan gehouden worden als er iets meer zicht is op de ernst en de ontwikkelingen, zodat we daar een beeld van hebben.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Geen steun. Er is morgen een debat over economische veiligheid. Volgens mij is dat een eerste goede aftrap om erover te praten.
Mevrouw Bühler (CDA):
Van ons ook steun, maar op de wat langere termijn met wat ons betreft ook twee aparte debatten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. We zien in de huidige kabinetsplannen al dat de lagere en middeninkomens hard geraakt gaan worden. We weten dat bij ongeveer iedere crisis gewone hardwerkende mensen de rekening gaan betalen. Dat dreigt hierbij ook, dus volledige steun. Wat de SP betreft gebeurt het zo snel mogelijk. Ik kan me voorstellen dat het niet volgende week of de week daarna is, maar niet te lang hierna, want mensen hebben veel onzekerheid over hun situatie nu.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid voor het voeren van een debat, meneer Van der Lee.
Mevrouw Van der Plas krijgt het woord voor een vooraankondiging en een verzoek.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik wil graag een vooraankondiging doen van een tweeminutendebat over de JBZ-Raad van 5 en 6 maart, deze week in te plannen inclusief stemmingen.
De voorzitter:
We gaan daar rekening mee houden, mevrouw Van der Plas.
U heeft ook nog een ander verzoek. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er staat al enige tijd een dertigledendebat over de wolf op de wachtlijst. De ellende gaat maar door. Deze week lazen we weer dat zo'n beetje alle moeflons op De Hoge Veluwe zijn opgevreten dan wel zijn afgeslacht. In de snackbar die De Hoge Veluwe heet staan er inmiddels ook dassen, reekalfjes en edelherten op het menu. De wolf vernietigt daar de biodiversiteit. Daar heeft ook de directeur van Het Nationale Park De Hoge Veluwe afgelopen week aan de alarmbel over getrokken. Mijn verzoek is om het dertigledendebat om te zetten in een meerderheidsdebat in deze zaal.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. We hebben eerder in deze zaal een debat gevoerd over de vraag of een moeflon een inheems dier is of niet. De wolf is dat wel, maar GroenLinks-PvdA heeft geen behoefte aan dit debat.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Laten we de snackende wolf hier plenair in stukjes hakken. Steun.
De heer Flach (SGP):
De moeflon is geen inheems dier meer. Ze zijn allemaal op, dus dat laat de urgentie van dit debat maar zien. Ik kan niet wachten, dus ik steun dit verzoek van harte.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Geen steun.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Van harte steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Namens de heer Koorevaar van het CDA en namens mijzelf: we willen graag volgende week tijdens de begrotingsvergadering hierover spreken. Mocht het dan niet voldoende behandeld zijn, dan kunnen we daarna eventueel een debatverzoek steunen. Maar laten we eerst maar eens volgende week met elkaar om tafel gaan.
De heer Dassen (Volt):
Geen steun.
De heer Mathlouti (D66):
Geen steun, voorzitter.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee. Nou, de wolf snackt lekker verder op De Hoge Veluwe, zou ik zeggen.
De voorzitter:
We gaan het zien.
Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor zijn verzoek.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het is de afgelopen tijd erg veel gegaan over de verhoging van de AOW-leeftijd, waar veel onvrede over is in de samenleving. Maar het ging ook over het halveren van de WW, terwijl er hier politici zitten op wachtgeld van drie jaar en twee maanden, en over het korten op de WIA. Nu lopen de gesprekken tussen de bonden en dit kabinet al meteen stuk bij het allereerste begin. Ik zou daarom graag voor het meireces, dus niet nu, alvast een debat willen inplannen, zodat we in opmaat naar de Voorjaarsnota ook hierover een debat kunnen gaan voeren. Het gaat dus niet alleen maar over de AOW, maar ook over de WW, de WIA en de manier waarop er nu niet wordt samengewerkt met de vakbonden.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Steun.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
De heer Oosterhuis (D66):
Geen steun. Dit is vorige week uitgebreid aan de orde geweest. Meneer Dijk kan zelfs nog sneller debatteren, want volgende week is de begrotingsbehandeling van SZW.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik ben het eens met de collega van D66. Volgende week behandelen we de begroting van SZW en daarna gaan we het er in commissiedebatten natuurlijk nog regelmatig over hebben.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik wil hier nog wel ƩƩn opmerking over maken ā¦
De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee, nee ā¦
De heer Jimmy Dijk (SP):
Jawel, want dit gaat namelijk over de begrotingen van ā¦
De voorzitter:
Nee, meneer Dijk. Meneer Dijk, we brengen nu eerst gewoon dit voorstel in stemming.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit slaat nergens op.
De voorzitter:
Zo doen we dat met alle voorstellen. We gaan daar nu niet van afwijken.
Mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Steun.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Geen steun. Ik vind de begrotingsbehandeling van volgende week ook een mooi moment om hierover verder te praten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Van het lopende jaar.
De voorzitter:
De heer Ceulemans, de heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun. Het is hier vorige week heel uitgebreid over gegaan. Ik vind het prima als het volgende week ter sprake komt.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Geen steun. Het kan bij de begroting.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dit gaat over ⦠O, ik was even vergeten dat ik geen stem had. Steun.
De voorzitter:
Dat hoorden we we! Steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Van harte steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik wil hier nog ƩƩn opmerking over maken.
De voorzitter:
Als u het kort houdt, want u bent vrij lang van stof.
De heer Jimmy Dijk (SP):
We gaan het hebben over een begroting midden in het lopende jaar en dan moeten we dit hierbij gaan betrekken. Ik vind dat echt een argumentatie van niks.
De voorzitter:
Waarvan akte.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze regeling van werkzaamheden. Ik schors tot 16.45 uur, dus dat is enkele minuten. Daarna gaan we verder met een tweeminutendebat. De vergadering is geschorst tot 16.45 uur.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering voor het tweeminutendebat PALLAS (groot project). Ik heet de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Hermans, van harte welkom in vak K. Ik geef het woord aan mevrouw Ten Hove voor haar inbreng namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Gezien de tijd begin ik gelijk. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten ontmanteld dient te worden en het Joint Research Centre (JRC) hiervoor verantwoordelijk is;
constaterende dat in de Europese Commissie wordt gesproken over overdracht van verantwoordelijkheden rondom de ontmanteling aan lidstaten en de aanleiding hiervan voor Nederland nog steeds onduidelijk blijft;
verzoekt de regering, gezien het standpunt van het vorige kabinet dat JRC verantwoordelijk is en blijft voor de ontmanteling, niet alleen financieel maar ook organisatorisch bij het JRC te vragen hoe het invulling geeft aan zijn verantwoordelijkheid voor de ontmanteling van de HFR;
verzoekt de regering inzicht te geven in de reeds uitgevoerde onderzoeken en kostenramingen inzake de ontmanteling van de HFR,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.
Zij krijgt nr. 37 (33626) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat het nieuwe kabinet het standpunt van het vorige kabinet overneemt waarbij JRC verantwoordelijk is en blijft voor de ontmanteling van de HFR, niet alleen financieel maar ook organisatorisch, zodat er op geen enkele manier sprake is van risico-overdracht aan Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.
Zij krijgt nr. 38 (33626) (#4).
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van meneer Krul. Ik sta twee interrupties toe.
De heer Krul (CDA):
Ik ga mezelf nu even helpen. Bedoelt mevrouw Ten Hove dan dat we dat uitspreken en dat het kabinetsbeleid zich daar ook op moet richten?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat is een mooie aanvulling en inderdaad de bedoeling, meneer Krul. Dank u wel. Mooie aanvulling.
De voorzitter:
Dank u wel. We blijven bij de heer Krul, die het woord krijgt voor zijn inbreng namens de CDA-fractie.
De heer Krul (CDA):
Dank, voorzitter. Wat goed en fijn om de minister in deze rol hier te zien. Ik heb ook twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland met de bouw van de PALLAS-reactor voor het eerst sinds de jaren zeventig ervaring heeft kunnen opdoen met een grootschalig nucleair project, waarbij alle fases van vergunningverlening, aanbesteding en start van de bouw zijn doorlopen;
constaterende dat het onderzoek "Bouwen op ervaring" van bureau SEO bevestigt dat met de realisatie van de PALLAS-reactor belangrijk pionierswerk is gedaan, dat van grote waarde kan zijn voor de bouw van nieuwe kerncentrales en de ontwikkeling van small modular reactors;
overwegende dat het SEO-rapport aantoont dat de Nederlandse nucleaire ambities sneller en tegen lagere kosten gerealiseerd kunnen worden als de opgedane kennis voor Nederland behouden blijft en ingezet wordt;
overwegende dat de meerwaarde van deze kennis verder reikt dan alleen voor de isotopenproductie en van grote waarde is voor de maatschappelijke opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei om tot een duurzame en betrouwbare energievoorziening te komen;
verzoekt de minister van VWS om, samen met de bewindspersonen van Klimaat en Groene Groei en Economische Zaken en Klimaat, voor de zomer van 2026 een reactie op het SEO-rapport "Bouwen op ervaring" aan de Kamer te sturen waarin aangegeven wordt hoe de opgedane ervaring zal worden behouden en ingezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Krul.
Zij krijgt nr. 39 (33626) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de huidige Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten na de ingebruikname van de PALLAS-reactor, na 2032 ontmanteld zal moeten worden;
constaterende dat de Europese Commissie als eigenaar van de HFR verantwoordelijk is voor deze ontmanteling en bijbehorende kosten;
overwegende dat er, gezien de ontwikkelingen op het gebied van kernenergie, grote behoefte is aan opbouw van kennis en capaciteit in Nederland als het gaat om toekomstige decommissioning van nucleaire faciliteiten;
constaterende dat Nederland met de staatsdeelnemingen NRG PALLAS en COVRA kennis en kunde in huis heeft om ontmantelingen uit te voeren en er dus een unieke kans ligt om de nucleaire kennisinfrastructuur verder uit te bouwen;
verzoekt de regering om een inspanning te leveren om de kennis en ervaring over ontmanteling van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen maximaal kenbaar te maken bij de Europese Commissie, zodat die daar haar voordeel mee kan doen bij de invulling van haar verantwoordelijkheid voor de toekomstige ontmanteling van de Hoge Flux Reactor,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Krul.
Zij krijgt nr. 40 (33626) (#6).
Dank u wel, meneer Krul. Dan is het woord aan de heer Vervuurt voor zijn inbreng namens de fractie van D66.
De heer Vervuurt (D66):
Dank u wel, voorzitter. PALLAS is geen gewoon bouwproject, maar een strategische investering in medische isotopen voor duizenden patiƫnten, in innovatie en in Europese autonomie. Als rapporteur volg ik dit project kritisch. We spreken over een investering van bijna 2,5 miljard euro, met de benodigde aandacht voor kostenbeheersing, maar tegelijkertijd is PALLAS niet alleen een zorgproject maar ook economisch en strategisch van grote betekenis. Dat vraagt om een brede en stevige aansturing, niet alleen door het ministerie van VWS, maar vraagt wat ons betreft ook om meer structurele betrokkenheid van het ministerie van Financiƫn en dat van Economische Zaken. Om die gezamenlijke verantwoordelijkheid formeel te borgen, dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het groot project PALLAS een zeer omvangrijke investering betreft, met aanzienlijke financiƫle risico's tijdens de bouwfase;
constaterende dat PALLAS, bij optimale benutting van internationale en Europese samenwerking, grote economische betekenis heeft naast het zorginhoudelijke belang;
overwegende dat deze bredere financiƫle en economische dimensie specialistische expertise vergt die niet voornamelijk binnen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanwezig is;
verzoekt het kabinet de aansturings- en begrotingsverantwoordelijkheid voor het groot project PALLAS mede te beleggen bij het ministerie van Financiƫn en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vervuurt.
Zij krijgt nr. 41 (33626) (#7).
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Bushoff voor zijn inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Nee, voorzitter. In ruil voor twee interrupties zo meteen lever ik mijn twee spreekminuten nu in.
De voorzitter:
U heeft een deal. Ik schors vijf minuten, waarna we gaan luisteren naar de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef voor de appreciaties van de ingediende moties het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de motie op stuk nr. 37, van mevrouw van Ten Hove. Die motie geef ik graag oordeel Kamer. Ik ben bereid om met het JRC een gesprek te voeren over hoe zij invulling gaan geven aan de verantwoordelijkheid voor de ontmanteling van de HFR. De motie verzoekt ook nog om inzicht te geven in reeds uitgevoerde onderzoeken en kostenramingen. Ik kan inventariseren wat er is. Ik zal ook moeten kijken wat daarvan openbaar gedeeld kan worden. Er kan natuurlijk bedrijfsvertrouwelijke informatie tussen zitten. Ik zal het inventariseren en daarna zal ik met de Kamer delen wat ik daarover kan delen, wat ik mogelijk in een vertrouwelijke setting kan delen en wat ik mogelijk helemaal niet kan delen. Ik moet dat echt uitzoeken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 37: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 38 is een spreekt-uitmotie.
De motie op stuk nr. 39, van de heer Krul, die mij vraagt om samen met de bewindspersonen van KGG en EZK op het SEO-rapport te reageren, krijgt ook oordeel Kamer. Ik ga hier graag het gesprek over aan met mijn collega's. Voor de zomer zullen wij een gezamenlijke reactie geven. Dat zal ik combineren met de toezegging van mijn voorganger, met wie ik dit rapport in ontvangst heb genomen toen ik nog minister van KGG was, om het rapport als Kamerstuk toe te sturen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 39: oordeel Kamer.
We gaan door naar de motie op stuk nr. 40.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 40, ook van de heer Krul, vraagt mij om inspanning te leveren om kennis en ervaring van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen maximaal kenbaar te maken bij de Europese Commissie. Ik ben het heel erg eens met de heer Krul dat niet alleen een partij als NRG PALLAS, maar ook COVRA de Europese Commissie kunnen helpen om de ontmanteling veilig en efficiƫnt uit te voeren en dat het kan bijdragen aan het verder uitbouwen van onze nucleaire kennisinfrastructuur, een sterke internationale positie op dat gebied en minder afhankelijkheid van andere landen. Ik zal dat contact dus leggen en in dat gesprek duidelijk maken dat Nederlandse bedrijven een rol kunnen spelen. Ik zie daarin echt een link met de motie van mevrouw Ten Hove, dus ik zal die in hetzelfde gesprek onder de aandacht brengen.
De voorzitter:
Wat betekent dat voor de appreciatie?
Minister Hermans:
Oordeel Kamer, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 40: oordeel Kamer. Tot slot.
Minister Hermans:
Tot slot de motie op stuk nr. 41, van de heer Vervuurt. Die motie moet ik ontraden. Ik onderschrijf het belang van goede samenwerking. Zoals ik al zei, zal ik daarom echt samen met Economische Zaken en Klimaat en Groene Groei reageren op dat rapport. We hebben in het kader van het groot project afgesproken dat VWS op zeer regelmatige basis de Kamer hierover informeert. Daar sta ik ook helemaal achter. Ik deel namelijk dat het een groot en daarmee risicovol project is, maar ik ben er niet van overtuigd dat dit de eenduidigheid en de duidelijkheid in de aansturing, en daarmee de aanspreekbaarheid voor de Kamer, vergroot. Dat is dus mijn reden om de motie te ontraden, maar de samenwerking zal ik in de uitvoering opzoeken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 41: ontraden.
Bent u daarmee aan het einde gekomen van de beantwoording?
Minister Hermans:
Zeker.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het volgende tweeminutendebat. Dat betreft het tweeminutendebat Voortgang van het vape- en tabaksbeleid. Voordat we daarmee beginnen, heeft mevrouw Van Meetelen een verzoek aan de leden.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter, dank. Ik wil graag aan de leden vragen of ik mag deelnemen aan het debat. Mijn voorganger heeft wegens omstandigheden helaas niet kunnen deelnemen, dus ik hoop dat mijn deelname op instemming kan rekenen. Ik zie niemand.
De voorzitter:
We zien dat uw fractie wel degelijk heeft deelgenomen aan het debat, dus het staat u zelfs zonder toestemmingsverzoek volledig vrij om deel te nemen aan dit debat. We voegen u toe aan de sprekerslijst.
Mevrouw Moinat heeft mij verzocht om haar met nul minuten spreektijd toe te voegen aan de sprekerslijst. Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Ik zie dat dat niet het geval is. Dan doen we dat aldus.
Ik geef het woord aan de heer Krul voor zijn inbreng in dit tweeminutendebat namens het CDA. Gaat uw gang.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Als er nou ƩƩn onderwerp is waarover ik graag wƩl heel veel moties indien, dan is het wel dit onderwerp, maar ik ga dat nu niet doen. Ik ben vooral heel benieuwd of de minister kan schetsen hoe ze de stappen en de maatregelen in het coalitieakkoord voor zich ziet en of ze al voor zich ziet in wat voor prioritering die gaan worden uitgevoerd. Denk dan aan het strafbaar stellen van het houden van handelsvoorraad of het verhogen van de leeftijd voor het kopen van nicotinehoudende producten.
Voorzitter, als u mij toestaat, heb ik nog ƩƩn andere vraag. We zien natuurlijk dat in de herziening van het stelsel richting 2030, 2032 het aantal nicotinespeciaalzaken ineens heel erg stijgt. Dat is natuurlijk ook een soort beweging die de industrie maakt, omdat zij ziet: hƩ, op het moment dat de verkoop van nicotine op een andere manier wordt ingericht, kunnen we daarop anticiperen. Sterker nog, de signalen bereiken ons dat het toch echt met wel 100 of 200 procentpunten aan het stijgen is. Kunnen we nou richting die stelselherziening niets doen om dat te voorkomen? Het zou namelijk zonde zijn als wij klaar zijn met die herziening en we er dan zo veel nicotinespeciaalzaken bij hebben gekregen dat het doel dat we ooit beoogden met de stelselherziening niet meer bereikt kan worden. Hoe ziet de minister dat? Kunnen we dat nog repareren?
Dat was 'm.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Vliegenthart voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. De gevolgen van de vape-epidemie zijn immens. Jaarlijks hebben ruim 26.000 mensen spoedeisende hulp nodig door de gevolgen van roken en vapen. Tieners raken zo verslaafd aan vapen dat 35% van de jongeren 's nachts weleens wakker wordt om te vapen. Tegelijkertijd neemt de illegale vapehandel steeds ernstigere vormen aan. Daarom dien ik de volgende moties in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een vape-epidemie gaande is waar veel kinderen het slachtoffer van zijn;
constaterende dat de meest gebruikte vapes illegaal zijn, maar dat het bezit van grote hoeveelheden vapes niet illegaal is, waardoor dealers moeilijk gepakt kunnen worden;
overwegende dat de individuele gebruiker niet moet worden gecriminaliseerd, maar dat er wel juridisch gehandhaafd moet kunnen worden op het dealen in vapes;
verzoekt de regering een wettelijk verbod te leggen op het bezit van grote hoeveelheden vapes zodat er gehandhaafd kan worden op vapedealers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 129 (32011) (#8).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij drie overtredingen van de leeftijdsgrens voor tabaksverkoop de NVWA de maatregel "three strikes out" kan opleggen, waardoor de verkoop van tabak tijdelijk moet worden stilgelegd;
constaterende dat er voor de verkoop van illegale vapes geen "three strikes out"-maatregel bestaat en dat maar liefst 44% van de avondwinkels in herovertreding gaat na een eerste controle en het boetesysteem dus niet afdoende is;
overwegende dat er veel winkels zijn die illegale vapes verkopen, tevens vaak aan minderjarigen, en dat een "three strikes out"-maatregel kan bijdragen aan het terugdringen van het aantal verkooppunten van illegale vapes;
verzoekt de regering een voorstel uit te werken om een "three strikes out"-maatregel ook te laten gelden voor winkels die binnen 24 maanden driemaal de regels overtreden door de verkoop van illegale vapes,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 130 (32011) (#9).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wendel voor haar inbreng namens de VVD. Gaat uw gang.
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD wil allereerst het kabinet bedanken voor de beantwoording van alle vragen uit het schriftelijk overleg. Desondanks zijn er bij de VVD nog een aantal openstaande vragen. De allereerste is of er belemmeringen zijn in de gegevensuitwisselingen tussen de NVWA en andere instanties. Twee. Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel om kindomgevingen rookvrij te maken. De eerste fase zou eind 2025 al in internetconsultatie gaan; dat is de fase waarin de terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra, ruim 18.000 locaties, rookvrij worden. Dit is tot op heden nog niet gebeurd, dus ik ben benieuwd wanneer de Kamer dit wetsvoorstel kan verwachten. Drie. De verhoging van boetes voor overtredingen van de Tabaks- en rookwarenwet stond gepland per 1 juli 2026. Ik ben benieuwd of dit nieuwe kabinet dit ook gaat doorzetten. Tenslotte wil ik het kabinet vragen aandacht te hebben voor de gevolgen van tabaksontmoedigingsbeleid in grensregio's. De VVD vindt het belangrijk dat ondernemers het tabaksontmoedigingsbeleid ook kunnen meemaken, dus we moeten dit samen doen. Ik wil de minister oproepen om in het tabaksontmoedigingsbeleid zo veel mogelijk samen op te trekken met buurlanden om zo samen roken en vapen tegen te gaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wendel. Dan is het woord aan mevrouw Synhaeve voor haar inbreng namens de fractie van D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Voor D66 staat ƩƩn doel centraal: toewerken naar een gezonde, rookvrije generatie. Iedere jongere die niet begint met roken of vapen, is namelijk winst, zowel voor de jongere als voor onze samenleving als geheel. We zijn dan ook blij met de duidelijke inzet op die rookvrije generatie, zoals het terugdringen van het aantal verkooppunten en de ambitie om de minimale leeftijd voor nicotinehoudende producten te verhogen naar 21 jaar. Daarmee maken we duidelijk dat nicotine geen onschuldig product is. We willen specifiek aandacht vragen voor het aantal jongeren in de jeugdzorg die roken, want 26% van de jongeren in de residentiƫle jeugdzorg rookt dagelijks. Dat staat tegenover iets meer dan 2% bij de jongeren buiten de residentiƫle jeugdzorg. Dat is een schokkend groot verschil. Daarom dienen we de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal jongeren dat dagelijks rookt in de residentiƫle jeugdzorg vele malen hoger ligt dan bij hun leeftijdsgenoten buiten de residentiƫle jeugdzorg;
constaterende dat dit negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van deze jongeren;
overwegende dat medewerkers van jeugdzorginstanties aangeven dat het middelenbeleid van hun instelling verouderd is en dat de naleving sterk verschilt per groep of locatie;
verzoekt de regering om met jongeren en jeugdzorgorganisaties in gesprek te gaan om te kijken hoe we hen optimaal kunnen ondersteunen in een aanpak om ook jongeren in de residentiƫle jeugdzorg rookvrij te laten opgroeien,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Synhaeve.
Zij krijgt nr. 131 (32011) (#10).
Dank u wel, mevrouw Synhaeve. Dan is het woord aan mevrouw Van Meetelen als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet zij namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter, dank je wel. Eventjes een stukje verwarring, maar het lukte dus echt niet. Maar goed, de PVV is kritisch over vapen. Wij zijn niet tegen vapen en ook niet tegen roken, maar wel tegen de wijze waarop daarmee omgegaan wordt. We zien wel dat er nog steeds heel veel jongeren echt massaal en illegaal aan vapes komen. Die handel verplaatst zich steeds meer naar het illegale circuit. Daar heb ik een motie over, zodat we daar toch eens naar gaan kijken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de handel in illegale vapes en rookwaren zich grotendeels heeft verplaatst naar koeriersstromen en verborgen opslaglocaties;
overwegende dat regulering van de legale markt geen effect sorteert zolang criminele netwerken ongestoord kunnen opereren;
verzoekt de regering om de handhaving primair te richten op het opsporen en ontmantelen van illegale netwerken achter de handel in vapes en rookwaren, met specifieke prioriteit voor logistieke ketens en opslaglocaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 132 (32011) (#11).
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ik wil in het bijzonder nog een keer herhalen dat het hierbij gaat om illegale vapes en illegale rookwaren.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Meetelen. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciaties van de zijde van het kabinet van de ingediende moties.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciaties van de ingediende moties.
Termijn antwoord
Minister Hermans:
Voorzitter. Ik begin met de beantwoording van de gestelde vragen. Ik begin met de vraag van de heer Krul hoe ik de uitvoering van de ambities uit het coalitieakkoord zie. Om te beginnen: ik sta daar volledig en volmondig achter. De heer Krul vroeg ook hoe ik die ambities ga uitvoeren, vooral ook in de tijd. We zijn nu bezig om een goede planning van die verschillende maatregelen te maken. Daarover stuur ik de Kamer in april een brief. Als de heer Krul daar genoegen mee neemt, wil ik dat zo doen.
Dan de tweede vraag van de heer Krul, een beetje in het verlengde van de eerste vraag, over het nemen van stappen tegen de illegale handel in vapes en überhaupt het Actieplan tegen vapen. Het coalitieakkoord zet natuurlijk ook in op verdere uitvoering daarvan en op een strakke aanpak. Daar ga ik dus mee door. De verhoging van de boetes voor onlineverkoop en via supermarkten gaat al in per juli 2026, dus dit jaar nog. Aan het eind van het jaar komt het wetsvoorstel met aanscherpingen, zoals aangekondigd, naar de Kamer. We werken de komende jaren verder aan de inperking van het aantal verkooppunten.
Dan kom ik op de derde vraag van de heer Krul. Je ziet het aantal speciaalzaken stijgen. We willen de verkoop eigenlijk tegengaan. Ik denk dat het belangrijk is om onderscheid te maken tussen de speciaalzaak en het verkooppunt. Het aantal verkooppunten zien we daadwerkelijk drastisch naar beneden gaan de komende jaren. Zo zie ik die verhouding tot het beleid. Als de heer Krul daar prijs op stelt, kan ik in de brief waarin ik nader inga op de planning, wat meer woorden aan die verhouding wijden.
De voorzitter:
Ik zie aan zijn non-verbale uitdrukking dat hij daar prijs op stelt.
Minister Hermans:
Dan gaan we dat doen.
Dan de vragen van mevrouw Wendel. Zij vroeg of er belemmeringen zijn in de gegevensuitwisseling tussen de NVWA en andere instanties. Met de Douane heeft de NVWA een convenant afgesloten waardoor gegevensuitwisseling mogelijk is. Bij andere instanties, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst of gemeenten, moet er echt gevorderd worden om gegevens uit het toezicht op te vragen. De NVWA geeft aan belemmeringen te ervaren in het opvragen van die gegevens bij andere overheden. Ik ga met de NVWA hierover in gesprek.
Dan was er de vraag wanneer de Kamer het wetsvoorstel over de rookvrije kindomgeving kan verwachten. We streven ernaar om het wetsvoorstel in het tweede kwartaal van dit jaar in internetconsultatie te brengen. Ik verwacht dat we het begin 2027 aan de Kamer kunnen aanbieden, want na de internetconsultatie volgt natuurlijk nog het advies van de Raad van State.
Voorzitter. Tot slot de vraag van mevrouw Wendel over de verhoging van de boetes. Ik denk dat ik die beantwoord heb. De planning met als datum 1 juli 2026 gaat door. Dat betreft dus het overtreden van het verbod op verkoop op afstand, online dus, en het verbod op verkoop in supermarkten en horeca-inrichtingen. Dat waren de vragen.
Voorzitter. Dan kom ik nu bij de moties. De motie op stuk nr. 129 van mevrouw Vliegenthart gaat over het wettelijk verbod op het bezit van vapes vastleggen. Ik deel die ambitie. Aan die wet wordt nu gewerkt. Als ik de motie zo mag lezen dat het vastleggen van de betekenis van "grote hoeveelheden" onderdeel moet zijn van de verdere uitwerking, dat ik de Kamer daar uiteraard over informeer en dat ik er ook met de NVWA nog even over kan spreken, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Mevrouw Vliegenthart knikt instemmend. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 129 oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 130, van mevrouw Vliegenthart, gaat over een "three strikes out"-maatregel. Dat is een interessant principe, want hoe wil je de handhaving inrichten zodat die ook echt het effect heeft dat we beogen? Tegelijkertijd zien we ook dat elke maatregel die we nemen effect heeft op de activiteiten in het illegale circuit. Mevrouw Van Meetelen wees daar ook op. Voor deze motie geldt dat ik erover na wil denken en dat ik in kaart wil brengen wat wel en niet zou kunnen en wat daarvan de effecten zijn. We moeten dit ook juridisch goed doordenken, want het verkopen Ćs al illegaal en je kunt iets niet nog illegaler maken. Kortom, ik kan me iets voorstellen bij de gedachte, maar ik heb echt even tijd nodig voor de exacte uitwerking. Als ik het onderdeel mag maken van die wetsuitwerking, dan kan ik deze motie oordeel Kamer geven. Als mevrouw Vliegenthart echt wil dat ik het nu meteen uitwerk en dat het er onverkort in komt, dan kan ik die stap nu niet zetten.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het goed is om het mee te nemen bij het in kaart brengen, maar dan zou ik wel graag willen weten voor wanneer we daar een terugkoppeling op kunnen verwachten.
Minister Hermans:
Mag ik in de begrotingsbehandeling terugkomen op de vraag wanneer wij kunnen aangeven hoe we op hoofdlijnen die wet uitwerken? Ik moet dit namelijk gewoon even vragen. Ik kijk nu wel in de richting van mijn ondersteuning, maar zij reageren non-verbaal en ik kan het antwoord daar niet uit opmaken. Als ik dat mag doen, dan krijgt mevrouw Vliegenthart heel snel antwoord op die vraag.
De voorzitter:
Kan mevrouw Vliegenthart instemmen met de wijze van interpretatie van de motie? Daarmee krijgt die namelijk oordeel Kamer.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ja, als er dus in de begrotingsbehandeling op terug gekomen wordt op welke wijze en wanneer daar terugkoppeling op komt. Ik ga ervan uit dat daar terugkoppeling op komt.
De voorzitter:
Ja, maar ik zou denken dat we de motie dan vooralsnog wel moeten ontraden.
Minister Hermans:
Kijk, ik ga op enig moment een brief sturen over de contouren van dat wetsvoorstel. Mevrouw Vliegenthart heeft net ook nog een andere motie ingediend. De vraag is alleen even wanneer ik die brief kan sturen. Ik ga even iets proberen. Als ik zeg dat wij voor de zomer een brief op hoofdlijnen sturen, dan ⦠Ja? Wij sturen voor de zomer een brief op hoofdlijnen.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Nou, bij dezen.
De voorzitter:
Nou, opgelost. De motie op stuk nr. 130: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 131.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 131 van mevrouw Synhaeve verzoekt om in gesprek te gaan. Ik vind het belangrijk om hierover in gesprek te gaan, dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
Tot slot.
Minister Hermans:
Dan tot slot de motie op stuk nr. 132. Hoewel ik heel erg deel met mevrouw Van Meetelen dat we ook op dat illegale circuit en op wat daar gebeurt in moeten zetten, moet ik deze motie toch ontraden. De motie vraagt mij namelijk om ons in de handhaving primair te richting op het opsporen en ontmantelen van die illegale netwerken. De NVWA werkt risicogericht en richt zich daarbij op allerlei plekken waar zich mogelijk problemen kunnen voordoen. Ik laat het dus ook echt aan de NVWA om daar invulling aan te geven. Het feit dat de motie mij dus vraagt om ons daar primair op te richten, leidt ertoe dat ik deze motie moet ontraden.
De voorzitter:
Ja. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel de leden voor om meteen door te gaan met het volgende tweeminutendebat. Dat betreft het tweeminutendebat Vrouwengezondheid. Het commissiedebat heeft plaatsgevonden op 10 februari. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Vliegenthart voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Wat is het mooi dat we juist nu, tijdens de Endometriose Awareness Maand, dit debat voeren met elkaar. En dat het nodig is, blijkt maar weer uit het interview dat hoogleraar Gisela Terwindt gaf. Zij constateerde terecht hoe belangrijk de aandacht voor vrouwengezondheid op alle vlakken binnen de geneeskunde is: van gynaecologie tot abortuszorg en van cardiologie tot neurologie en nog veel verder. Zo zei Gisela ook: als ik naar mijn onderzoeksgroep en naar mijn dochter met migraine kijk, dan weet ik dat ik moet blijven strijden voor de volgende generatie; ook al lukken dingen mij soms niet, elk steentje dat je bijdraagt is er weer een voor de volgende groep.
Voorzitter. Ik dien dus de volgende motie in, omdat alle kleine steentjes bijdragen aan verbetering voor weer de volgende groep vrouwen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het burgerinitiatief My Voice, My Choice is aangereikt aan de Europese Commissie (EC);
constaterende dat dit burgerinitiatief pleit voor EU-brede toegang tot veilige abortuszorg;
constaterende dat de EC in haar reactie van 26 februari jongstleden aangaf dat het mogelijk is om aanspraak te maken op EU-gelden, vanuit het European Social Fund Plus (ESF+), om de toegang tot abortuszorg binnen lidstaten te verstevigen;
overwegende dat het van groot belang is dat abortuszorg op een veilige wijze geleverd kan worden aan vrouwen die daarvoor kiezen;
verzoekt de regering om aanspraak te maken op het ESF+ in het kader van het bevorderen van de toegang tot veilige abortuszorg voor elke vrouw die ervoor kiest om in Nederland een abortus uit te laten voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart, Dobbe, KostiÄ en Dassen.
Zij krijgt nr. 963 (31765) (#12).
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in 2025 de Nationale Strategie Vrouwengezondheid van start is gegaan;
overwegende dat het van groot belang is om vrouwen te betrekken bij kwesties aangaande hun eigen gezondheid en zorg;
overwegende dat andere landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, door middel van bijvoorbeeld consultaties de structurele betrokkenheid van en terugkoppeling van het proces aan vrouwen hebben geborgd;
overwegende dat structurele betrokkenheid van vrouwen en duidelijke terugkoppeling en verwachtingsmanagement noodzakelijk zijn voor structurele verbetering van de gezondheidszorg voor vrouwen;
verzoekt de regering om de betrokkenheid van vrouwen bij de gezondheidszorg structureel in te bedden, bijvoorbeeld door middel van periodieke consultaties, en hierbij ook rekening te houden met goede terugkoppeling naar vrouwen toe over het proces en de wijze waarop hun input verwerkt wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart en Dobbe.
Zij krijgt nr. 964 (31765) (#13).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Krul voor zijn inbreng namens het CDA.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Het gebeurt zeer zelden dat u een christendemocraat een enthousiast pleidooi hoort houden over zelfbeschikking, maar deze keer ga ik het toch doen. Dat heeft alles te maken met het feit dat vrouwen op dit moment naar aanleiding van hun bevolkingsonderzoek niet geĆÆnformeerd worden over het feit dat zij dicht borstweefsel hebben. Ik vind de redenering van het kabinet en de verschillende bewindspersonen met wie ik inmiddels hierover gesproken heb, simpelweg krom. De redenatie is dat dit de ongelijkheid in de hand zou werken, omdat er per se een behandeling aan vast moet plakken. Dit staat volgens mij het recht dat vrouwen hebben in de weg om daar zelf een geĆÆnformeerde keuze over te maken. Ze moeten zelf kunnen kiezen of ze misschien toch gaan voor een echo of een particuliere MRI. Ik wijs dan ook naar Amerika, naar Nancy Cappello, die daar al sinds 2009 knokt voor federale wetgeving op het gebied van dicht borstweefsel. Dat is in 2023 gelukt onder de Biden Administration. In Amerika hebben vrouwen nu via de Breast Density Notification regulation het recht om naar aanleiding van bevolkingsonderzoek te weten dat zij dicht borstweefsel hebben. Samen met mevrouw Paulusma dien ik hier van harte een motie over in, maar omdat ik slechts mede-indiener ben, kan ik hier alleen maar even een vraag over stellen. Ik wil namelijk gewoon gerustgesteld worden door de minister dat deze motie, als die wordt aangenomen, naar de letter wordt uitgevoerd. Is dat zo?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krul. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Vier moties, dus ik begin snel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er nu eindelijk plannen zijn om vrouwen met dicht borstweefsel een MRI-scan aan te bieden waardoor tumoren vaker kunnen worden ontdekt;
overwegende dat hier echter pas vanaf 2030 mee kan worden gestart, voornamelijk vanwege Europese aanbestedingsregels;
overwegende dat deze vertraging grote gevolgen kan hebben voor vrouwen, doordat tumoren hierdoor later worden ontdekt;
verzoekt de regering om aanbestedingsregels geen prioriteit te geven boven het doel om vrouwen met dicht borstweefsel zo snel mogelijk een MRI-scan aan te kunnen bieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 965 (31765) (#14).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat testlocaties van het bevolkingsonderzoek borstkanker (zoals de borstenbus) op meerdere plaatsen zijn verdwenen, waardoor mensen veel verder moeten reizen;
overwegende dat dit op sommige plekken heeft geleid tot een forse daling van de deelname;
van mening dat deelname aan het bevolkingsonderzoek zo laagdrempelig mogelijk zou moeten zijn;
verzoekt de regering om samen met Bevolkingsonderzoek Nederland in kaart te brengen wat ervoor nodig is om weer op meer plekken testlocaties te krijgen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker en deze stappen vervolgens te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 966 (31765) (#15).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de huidige Nationale Strategie Vrouwengezondheid loopt van 2025 tot 2030;
overwegende dat het oplossen van de gezondheidsachterstanden van vrouwen een grote uitdaging vormt, waar een langdurige inzet voor nodig is;
verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat de Nationale Strategie Vrouwengezondheid op z'n minst wordt verlengd tot 2035,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 967 (31765) (#16).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 1 op de 60 mensen een erfelijke aanleg heeft voor kanker;
overwegende dat mensen hier niet altijd goed over geĆÆnformeerd worden, ook als er bij hun familieleden een genetische aanleg voor kanker is geconstateerd;
overwegende dat onder andere vrouwen die genetisch een hogere kans hebben op borstkanker voor de screening hierop eigen risico moeten betalen;
verzoekt de regering om met een plan te komen om mensen beter te informeren over de kans dat zij te maken krijgen met erfelijke kanker;
verzoekt de regering voorts om screening op erfelijke kanker uit te zonderen van het eigen risico,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 968 (31765) (#17).
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot wil ik nog opgemerkt hebben dat ik met veel enthousiasme de motie van mevrouw Paulusma mede indien, want het kan niet zo zijn dat vrouwen met dicht borstklierweefsel daar niet over worden geĆÆnformeerd, terwijl het wel duidelijk wordt uit het bevolkingsonderzoek.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan de heer Claassen voor zijn inbreng namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Bij die laatste woorden die net zijn uitgesproken sluit ik mij aan. Ik heb zelf ook een motie, die mogelijk een bijdrage kan zijn ten aanzien van alle problemen die in vorige moties al benoemd zijn. Dus luister goed.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het bevolkingsonderzoek borstkanker een belangrijke bijdrage levert aan vroege opsporing en sterftereductie, maar dat de uitvoering onder druk staat door capaciteitsproblemen, personeelstekorten en het verdwijnen van de mobiele onderzoeksunits ("borstenbussen") in verschillende regio's;
constaterende dat hierdoor de toegankelijkheid en continuĆÆteit van screening in bepaalde gebieden afneemt, met langere reistijden, uitgestelde uitnodigingen en mogelijk een lagere deelnamegraad tot gevolg;
overwegende dat mammografie effectief is, maar beperkingen kent zoals overdiagnose, valspositieve uitslagen en beperkte sensitiviteit bij bepaalde tumortypen;
overwegende dat innovatieve bloedtesten (zoals liquid biopsy en andere moleculaire biomarkers) internationaal in ontwikkeling zijn voor vroege detectie van borstkanker en potentieel laagdrempeliger, minder belastend en beter schaalbaar kunnen zijn;
overwegende dat dergelijke testen bij bewezen betrouwbaarheid en kosteneffectiviteit kunnen bijdragen aan verbetering van toegankelijkheid, deelname en innovatie binnen het bevolkingsonderzoek;
verzoekt de regering:
- in samenwerking met RIVM, Bevolkingsonderzoek Nederland en relevante wetenschappelijke centra een landelijke pilot op te zetten waarin innovatieve bloedtesten voor vroege opsporing van borstkanker worden geƫvalueerd op sensitiviteit, specificiteit, kosteneffectiviteit en uitvoerbaarheid;
- deze pilot specifiek te richten op verbetering van toegankelijkheid in regio's waar de capaciteit van mobiele units onder druk staat;
- de Kamer binnen een vastgestelde termijn te informeren over de resultaten en, bij aantoonbaar positieve uitkomsten, te komen tot een plan voor gefaseerde en versnelde opschaling binnen het bevolkingsonderzoek,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 969 (31765) (#18).
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dank voor de coulance van de voorzitter dat ik 'm mocht afmaken.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Paulusma voor haar inbreng namens D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u wel, voorzitter. Er is volgens mij geen onderwerp dat op zo veel eensgezind draagvlak in deze Kamer kan rekenen als het verbeteren van de vrouwengezondheid. Dat is niet alleen goed voor vrouwen, maar dat is ook heel goed voor mannen. We gaan er namelijk allemaal op vooruit. Het gaat alleen niet makkelijk. Het vraagt heel veel strijd, heel veel geduld, heel veel inzet en heel veel samenwerking. Ik ben daarom ook trots om deze motie in te dienen. Ik doe dat vooral voor al die vrouwen die nu niet geĆÆnformeerd worden over hun eigen lichaam.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat:
- aanvullende MRI-screening voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel naar verwachting pas rond 2030 landelijk kan worden ingevoerd;
- het binnen de huidige borstkankerscreening in veel gevallen technisch mogelijk is om vast te stellen of sprake is van zeer dicht borstweefsel, maar vrouwen hierover op dit moment niet standaard worden geĆÆnformeerd;
overwegende dat:
- vrouwen recht hebben ā nogmaals: rĆ©cht hebben ā op volledige en begrijpelijke medische informatie over hun eigen lichaam en over gezondheidsrisico's die hen persoonlijk aangaan;
- dicht borstweefsel de effectiviteit van een mammogram kan beperken en samen kan hangen met een verhoogd risico op borstkanker;
- goede informatie vrouwen in staat stelt om samen met hun zorgverlener weloverwogen keuzes te maken over alertheid, monitoring en eventueel toekomstig aanvullend onderzoek;
verzoekt de regering:
- te bewerkstelligen dat vrouwen binnen het huidige bevolkingsonderzoek borstkanker, waar dit met bestaande onderzoeken en apparatuur mogelijk is, actief worden geĆÆnformeerd of bij hen sprake is van zeer dicht borstweefsel;
- daarbij helder te communiceren wat dit betekent voor de betrouwbaarheid van de mammografie en welke eventuele vervolgstappen in de toekomst beschikbaar kunnen komen;
- de Kamer over de uitwerking en implementatie hiervan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paulusma, Krul, Vliegenthart, Dobbe, Claassen, Van Brenk, Bevers en Maeijer.
Zij krijgt nr. 970 (31765) (#19).
Mevrouw Paulusma (D66):
De indieners zijn Ɣlle leden die hebben meegedaan aan dit commissiedebat. Zij voelen met mij de ernst van deze informatie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Paulusma. Het woord is aan mevrouw Van Brenk voor haar inbreng namens de fractie van 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Ik heb nog ƩƩn openstaande vraag, die ik graag beantwoord wil hebben: is vrouwengezondheid nu echt een nationale prioriteit? Graag antwoord daarop.
Voorzitter. Ik heb ƩƩn motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er aanwijzingen zijn dat er verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in onder andere oorzaken en ziekteverloop bij de ziekte van Alzheimer;
overwegende dat er meer onderzoek nodig is om dit helderder te krijgen, zodat er gerichter en effectiever toegewerkt kan worden naar het ontwikkelen van een medicijn tegen alzheimer;
verzoekt de regering meer onderzoek naar sekseverschillen bij het ontstaan en de behandeling van de ziekte van Alzheimer te ondersteunen en te faciliteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 971 (31765) (#20).
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Maeijer als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Dat is zij namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee vragen, eigenlijk dezelfde als in het debat, maar we hebben een andere bewindspersoon, dus wie weet komt er ook een ander antwoord. Die vragen gaan over de MRI-scan voor vrouwen met dicht borstweefsel.
Voorzitter. Het budget ligt klaar. De uitvoeringstoets laat zien dat het haalbaar is om het bevolkingsonderzoek voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel uit te breiden met een MRI. Dat dit niet meteen morgen geregeld is, begrijp ik ook, maar nu is het pas vanaf 2030 mogelijk. Dat is mooi, maar het is natuurlijk ook nog wel ontzettend ver weg. Ziet deze minister toch nog mogelijkheden om te versnellen, desnoods met een pilot?
Tot slot, voorzitter. Ik heb een vraag die aansluit bij de vraag die door meerdere collega's is gesteld en bij de motie die is ingediend. Is deze minister bereid om ervoor te zorgen dat vrouwen waar mogelijk geĆÆnformeerd worden over de dichtheid van hun borstweefsel?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering tien minuten, dus tot 17.45 uur, voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de ingediende moties. De vergadering is geschorst tot 17.45 uur.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de ingediende moties. Het woord is aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Hermans:
Voorzitter, dank. Ik begin met de vraag van mevrouw Van Brenk: is vrouwengezondheid nou een prioriteit van het kabinet? Ja, dit is een van de prioriteiten. Ik vind het zeker een belangrijk onderwerp. Ik denk dat dit tweeminutendebat dat ook laat zien. Het is ook niet voor niets dat het in het coalitieakkoord op, uit mijn hoofd, twee plekken terugkomt. Dat laat het belang dat deze coalitie hecht aan dit onderwerp dus ook zien.
Voorzitter. Dan kom ik bij de ingediende moties. Dan begin ik met de motie op stuk nr. 963 van mevrouw Vliegenthart c.s., over de mogelijkheid om, naar aanleiding van het advies van de Commissie, aanspraak te maken op de ESF+-middelen in het kader van het bevorderen van toegang tot veilige abortuszorg. Laat ik hier ook nog een keer benadrukken dat dit kabinet pal staat voor de gezondheid en de rechten van vrouwen en meisjes, inclusief keuzevrijheid en toegang tot veilige abortuszorg. Het is zeer ingrijpend als je als vrouw in jouw eigen land geen toegang hebt tot veilige abortuszorg. Ik heb kennisgenomen van het advies van de Commissie van vorige week. Dat ESF+-fonds valt onder de verantwoordelijkheid van mijn collega's van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik heb tussen afgelopen donderdag en nu nog niet de mogelijkheid gehad daar met hen een gesprek over te voeren. Ik zal dat wel doen. Ik wil dat ook graag doen, ook om te zien wat nou de mogelijkheden zijn om in de Nederlandse context invulling te geven hieraan op basis van het advies van de Commissie. Dit gezegd hebbende is deze motie eigenlijk ontijdig. Ik wil mevrouw Vliegenthart vragen om 'm even aan te houden. Ik voer dat gesprek en kom dan terug bij de Kamer.
De voorzitter:
Is mevrouw Vliegenthart daartoe bereid? Een korte interruptie.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik zou 'm zeker willen aanhouden, maar dan wel met het verzoek om voor het meireces nog terugkoppeling hierover te krijgen.
Minister Hermans:
Ja, daar ga ik mijn stinkende best voor doen.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Vliegenthart stel ik voor haar motie (31765, nr. 963) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 964.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 964, over de betrokkenheid van vrouwen en de publieksparticipatie. Dat is een hele begrijpelijke motie. Ik vind de betrokkenheid van vrouwen van groot belang, niet alleen bij de vormgeving van de strategie die we nu gemaakt hebben, maar ook bij de werkagenda die er komt en vooral ook straks de uitvoering. Het is dus belangrijk om die betrokkenheid op alle fronten structureel te borgen. Daar zal ik in die werkagenda ook aandacht aan besteden. In de motie wordt ook verwezen naar de situatie in Engeland. Als ik de motie als volgt mag vormgeven, kan ik 'm oordeel Kamer geven. Ik ga invulling geven aan die structurele betrokkenheid, maar ik wil wel echt even kijken hoe we dat doen op een manier die past bij de Nederlandse situatie, op zo'n manier dat we het ook echt kunnen invullen, dat we er ook echt wat mee kunnen doen en dat we die terugkoppeling vorm kunnen geven.
De voorzitter:
Mevrouw Vliegenthart stemt in. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 964 oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 965 van mevrouw Dobbe, over de aanbestedingsregels in het kader van de MRI-scan. Ik begrijp de oproep van mevrouw Dobbe en de wens om te versnellen, maar ik moet deze motie helaas ontraden, omdat ik hierbij gewoon gehouden ben aan de wettelijke plicht om deze MRI-capaciteit aan te besteden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 965: ontraden. De motie op stuk nr. 966.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 966 van mevrouw Dobbe. Ik ben bereid om met BVO Nederland in gesprek te gaan, maar ik moet er wel eerlijk bij zeggen: daar is gewoon sprake van een groot arbeidsmarkttekort. Dat is in de kern het probleem. Er zal dus geen eenvoudige oplossing zijn. Het is uiteindelijk ook aan BVO Nederland zelf om de keuzes hierin te maken, maar ik ben bereid om in gesprek te gaan, dus met die toelichting krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 966: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 967, ook van mevrouw Dobbe, met het verzoek de nationale strategie te verlengen tot 2035. De strategie loopt tot 2030. Mijn voorganger heeft al toegezegd ā die toezegging herhaal ik ook heel graag ā om in 2027 tussentijds te monitoren waar we staan en wat logisch is. Ik zou dan ook willen kijken hoe we die termijn na 2030 eruit laten zien. Als ik het zo mag lezen dat ik daar in 2027 op terugkom, dan geef ik de motie oordeel Kamer. Dus de vraag is of mevrouw Dobbe daartoe bereid is.
De voorzitter:
Ik denk dat we dat nu gaan horen van mevrouw Dobbe. Kort.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, maar als de minister er in 2027 op terugkomt, is het eigenlijk hetzelfde als het was. Dan kan de motie oordeel Kamer krijgen, maar betekent dat niets, want het is niet wat er in de motie staat en het is ook niet waar de motie om vraagt. Maar dat is, denk ik, ook niet nodig. Het lijkt mij heel goed om in 2027 te kijken hoe nu verder, maar ik denk dat wij hier allemaal kunnen voorspellen dat het onderzoek naar de gezondheidsverschillen tussen mannen en vrouwen en naar vrouwspecifieke aandoeningen et cetera over twee jaar nog niet afgerond zal zijn, en over vijf jaar ook niet. Met die wetenschap, omdat wij dat allemaal weten, is het toch mogelijk om nu te zeggen: als we die werkplannen gaan maken, doen we dat voor een termijn die ook daadwerkelijk iets kan betekenen voor vrouwen?
Minister Hermans:
Dat jaar 2027 waar ik naar verwees, is halverwege de looptijd. Dan is die evaluatie, om ook op deze vraag in te gaan. Daarnaast hebben we al toegezegd om terug te komen op de monitoring van de resultaten van het programma. Ik zou even moeten nagaan wanneer de eerste rapportage daarvan is. Wellicht kunnen mevrouw Dobbe en ik elkaar vinden op dat we bij die eerste monitoring kijken hoe we omgaan met de totale looptijd van het programma.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is uiteraard prima, maar wij zouden deze motie wel ingediend willen hebben zoals die nu is. Als die wordt aangenomen, verwachten we ook van de minister dat ze 'm uitvoert zoals het er staat.
De voorzitter:
Wat betekent dat voor de appreciatie van de motie?
Minister Hermans:
Ik doe hier een poging om te kijken hoe we elkaar kunnen vinden, om een strategie die net is vastgesteld, een werkagenda die nog gemaakt moet worden ... Ik heb net aan mevrouw Vliegenthart uitgelegd hoe ik daarin ook participatie, betrokkenheid en consultatie structureel wil borgen. Ik vind het een beetje gek om, terwijl we dat nog aan het uitwerken zijn, nu al te zeggen dat die sowieso tot 2035 moet lopen. Misschien zeggen we wel dat die tot 2040 moet lopen! Ik weet het gewoon nog niet. Daarmee ontraad ik de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 967 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 968.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 968 is ook van mevrouw Dobbe en verzoekt om screening op erfelijke kanker uit te zonderen van het eigen risico. Hoewel ik ook hier begrijp waar het verzoek van mevrouw Dobbe vandaan komt, moet ik de motie ontraden. Voor zorg onder de Zorgverzekeringswet, en daar valt in die gevallen ook deze screening onder, geldt het eigen risico.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 968: ontraden. De motie op stuk nr. 969.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 969 van de heer Claassen is een uitgebreide motie, mag ik wel zeggen. Ik moet 'm ontraden, want deze motie doet een aantal verzoeken waar geen dekking voor is. Er lopen al een aantal onderzoeken die ik heel nauwgezet volg. Mogelijk zijn er kansen op termijn, maar voor nu moet ik 'm ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 969: ontraden. De motie op stuk nr. 970?
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 970 van mevrouw Paulusma ...
De voorzitter:
Maar niet dan nadat de heer Claassen u nog een vervolgvraag stelt.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
De minister geeft aan: er zijn een x-aantal onderzoeken die lopen. Is de minister bereid om daar inzicht in te geven en dan in een Kamerbrief aan te geven, in de context van deze motie, welke onderzoeken lopen en wat de verwachte planning is van wanneer dit dan gaat gebeuren?
Minister Hermans:
Ja, dat kan ik doen.
De voorzitter:
Dat wijzigt overigens niets aan de appreciatie.
Minister Hermans:
Nee, de appreciatie blijft wat die is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 970.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 970 van mevrouw Paulusma en een heel aantal leden, eigenlijk iedereen aanwezig bij het debat, zoals mevrouw Paulusma ook zei. Voorzitter, staat u mij toe om hier iets meer over te zeggen. Het is namelijk een ongelofelijk belangrijk onderwerp waar al sinds lange tijd hier in de Kamer over gedebatteerd wordt. Ik denk dat, wat mevrouw Paulusma terecht aanhaalde, het echt een belangrijke mijlpaal is voor de gezondheid van veel vrouwen in Nederland dat we MRI's gaan aanbieden in het bevolkingsonderzoek borstkanker voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel. Dat is naar aanleiding van een motie van mevrouw Paulusma, die destijds ook unaniem is aangenomen. Dat was in december 2024, dus dat is al even geleden, maar die stap zetten we nu en dat is echt een belangrijke mijlpaal. We weten namelijk dat het huidige bevolkingsonderzoek voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel minder goed werkt. Die MRI biedt uitkomst en daarmee zal het bevolkingsonderzoek echt verbeteren.
Voorzitter. Vanaf het moment dat het MRI-aanbod is gerealiseerd, wordt de borstdensiteit gemeten met een mammografie en ook teruggekoppeld aan vrouwen. Tijdens het commissiedebat, en ook hier in dit tweeminutendebat, gaat het specifiek over deze stap en hoe we daarmee omgaan. Ik weet, zoals we dat allemaal weten en kennen van verhalen uit onze omgeving, van dichtbij, soms van zeer nabij, hoe belangrijk deze informatie is en waarom vrouwen deze informatie graag willen hebben. Het gaat immers om informatie over jouw eigen lichaam. Ik snap dus heel goed dat deze motie hier nu voorligt.
Er zit ook een dilemma achter. Daar wil ik een paar dingen over zeggen en misschien wil ik in eerste instantie even iets benadrukken. Het is niet zo dat we op dit moment borstdensiteit meten en die informatie achterhouden. Soms kan je wel iets zien op zo'n mammografie, maar op basis van die informatie kan de radioloog daar niet een alomvattend antwoord op geven. Daar heb je echt meer onderzoek voor nodig. Daarom kwam mevrouw Paulusma ook met de eerdere motie. Dat is dus even belangrijk om als nuance aan te brengen.
De reden ā dat is volgens mij ook uitgebreid gewisseld in het commissiedebat twee weken geleden ā dat we gezegd hebben dat je die densiteit eigenlijk pas wil meten en terugkoppelen op het moment dat je die MRI kunt aanbieden, is omdat je handelingsperspectief aan vrouwen wil kunnen geven. Als je deze informatie hebt en terugkoppelt aan vrouwen, maar nog niet dat aanbod van de MRI kan doen, is er ook potentieel een risico dat er via een andere weg druk op de zorg ontstaat, die verdringing van zorg die andere vrouwen nodig hebben, kan veroorzaken.
Dan is er nog een vraagstuk over de kwaliteitsborging als vrouwen op andere plekken zo'n MRI laten doen: hoe weten we zeker dat iedereen op dezelfde manier, met de juiste kwaliteit van zorg geholpen wordt? Dat zijn dilemma's die door ons en door mijn voorganger in het commissiedebat zijn ingebracht. Die liggen ten grondslag aan de weging of je dit nou moet doen en of je deze stap nou met zetten.
Dan zit er ook nog iets in de uitvoering. Mevrouw Paulusma zei dat eigenlijk ook in haar inbreng en in de overweging in de motie. Je hebt dit niet vandaag of morgen geregeld. Het vraagt ook in de communicatie echt wel een aantal stappen die gezet moeten worden. Daar vraagt de motie natuurlijk ook om. Als we dit gaan doen, moeten we goed bekijken wat dit dan betekent voor de planning en de start van het kunnen aanbieden van die MRI-onderzoeken. Het is echt wel aannemelijk dat we daar dan wat later mee kunnen starten.
De voorzitter:
Kunt u komen tot uw appreciatie?
Minister Hermans:
Zeker, zeker, voorzitter. Ik begrijp echt uw wens tot snelheid, maar sommige onderwerpen verdienen echt dat ik hier de bredere weging schets. Dit gaat namelijk niet over iets kleins. Dit dilemma geschetst hebbende en alles afwegende lees ik deze motie, en vooral het eerste dictum, waarin wordt verzocht om te bewerkstelligen dat we dit waar mogelijk al gaan meten en gaan terugkoppelen aan vrouwen, als een hele stevige uitspraak van de Kamer, die tegen mij zegt: kom nou met een plan van aanpak voor hoe je dit zou kunnen invoeren. Dat is eigenlijk uw derde verzoek. Die uitspraak neem ik zeer serieus. Nee, meer dan dat: die neem ik echt ter harte. Nadat wij de eerste termijn van de begrotingsbehandeling hebben gehad, ga ik terug naar het departement. Wij zullen aan een planning gaan werken. Daaronder valt ook het vragen van een advies aan de Gezondheidsraad. Als we dit gaan doen, dan breiden we het borstkankeronderzoek namelijk uit. Daarvoor moet de vergunning worden uitgebreid. Daar moet ik een advies over vragen aan de Gezondheidsraad.
Voorzitter. Ik begrijp waar deze discussie ooit in december 2024 vandaan kwam. Eigenlijk begon die natuurlijk daarvoor al, maar met die motie is die gestart. Het gaat erom dat het voor vrouwen van belang is om te kunnen weten wat er al dan niet in hun lichaam aan de hand is. Overigens, als je dat niet wil weten, dan moet je dat ook kunnen aangeven. Met alle opmerkingen die ik daarbij heb gemaakt, geef ik deze motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Tot slot.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 971. Dat is de motie van mevrouw Van Brenk over meer onderzoek naar sekseverschillen bij het ontstaan en de behandeling van de ziekte van Alzheimer. Ik steun van harte dat er onderzoek plaatsvindt naar mogelijke sekseverschillen bij het ontstaan en de behandeling van ziektes. In de Nationale Dementiestrategie houden we hier al rekening mee. De motie vraagt mij echter dit ook op geneesmiddelen te richten. Dat is voor mij een lastige situatie, want dat kan ik niet doen en daar heb ik nu ook niet de ruimte voor. Om die reden moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Eerst mevrouw Van Brenk, want het betreft haar motie.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Betekent dit dan dat als het stukje over medicijnen weg zou gaan, er in ieder geval een duidelijk onderzoek komt naar de sekseverschillen bij de behandeling van alzheimer? Is dat wat de minister toezegt?
Minister Hermans:
In het onderzoek binnen de Nationale Dementiestrategie wordt al rekening gehouden met sekseverschillen waar relevant. Ik heb nu niet paraat welke ziekten daar allemaal onder vallen en waar specifiek onderzoek naar wordt gedaan, dus dat wil ik nagaan en er dan bij mevrouw Van Brenk op terugkomen. Misschien wil zij de motie tot die tijd aanhouden. Ik kan daar dan schriftelijk op terugkomen of misschien kunnen wij daar in de begrotingsbehandeling nog wat over wisselen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Als dat voor het einde van de begrotingsbehandeling gedaan kan worden, dan weet ik wat ik met de motie kan doen. Ja.
De voorzitter:
Zegt u daarmee dat u de motie op stuk nr. 971 aanhoudt voor nu?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot die tijd, ja.
De voorzitter:
Tot slot de heer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik hoop dat de minister na het einde van deze vergadering naar huis gaat en niet naar het ministerie. Dat is ƩƩn.
De motie op stuk nr. 969 zou ik willen aanhouden.
De voorzitter:
Minister, u gaf aan dat u na deze vergadering teruggaat naar het ministerie ā¦
Minister Hermans:
Ja, voorzitter, omdat ik dan ...
De voorzitter:
⦠maar het zou weleens laat kunnen worden vanavond.
Minister Hermans:
Zeker, want dan heb ik de inbreng van u allen en ga ik daar met mijn collega's op het ministerie van VWS en de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport mee aan de slag.
De voorzitter:
U stopt ook nooit!
Minister Hermans:
Nee, zeker niet, voorzitter, maar we zijn er donderdag weer fris en fruitig bij.
Maar ik heb de tiende motie nog, van mevrouw Maeijer, die mij verzoekt om de implementatie van de MRI te versnellen, eventueel door middel van pilots.
De voorzitter:
Dat was een vraag.
Minister Hermans:
Was dat een vraag? Dat is waar! Ik zie het ook staan. Excuus, voorzitter. Het gaat dus niet om de tiende motie maar om vraag drie, van mevrouw Maeijer. Ik begrijp het verzoek. We zullen onderweg versnellen waar we dat kunnen doen, maar ik moet er ook eerlijk over zijn dat ik daar op dit moment niet heel veel verdere mogelijkheden voor zie.
Voorzitter, nu ben ik echt aan het einde van mijn beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel, minister.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel de leden voor om door te gaan met de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voor de eerste termijn van de Kamer geef ik het woord aan de heer Bushoff als eerste spreker. Dat doet hij namens de fractie van GroenLinks-PvdA. Het woord is aan hem
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb iets meer minuutjes, toch?
De voorzitter:
U heeft acht minuten in de eerste termijn en de resterende in de tweede termijn, maar als u dat zelf anders wenst in te richten, kan dat natuurlijk.
Ik begrijp dat we nog even wachten op de collega van de minister. Het is fijn dat de heer Bushoff er al is; dan kunnen we gelijk de spreektijd even met elkaar afstemmen. De vergadering is een kort ogenblik geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik heet de beide ministers van harte welkom in de Kamer.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Bushoff als eerste spreker. Dat doet hij namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het woord is aan hem.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ook welkom aan de beide nieuwe bewindspersonen in vak K. Gelet op de grote uitdagingen in de zorg die voor u liggen en ook het feit dat er al zeven voorgangers in korte tijd zijn geweest, heeft uw partij in ieder geval heel veel vertrouwen in u, denk ik. Er ligt een enorme opgave voor u en de verwachtingen zijn heel hooggespannen. Ik wens u van harte succes, want dat heeft de zorg echt nodig.
Voorzitter. Vandaag hebben we het natuurlijk over de begroting van 2026. De oplettende kijker zou dan kunnen denken: "De begroting van 2026? We zitten al in maart. Hoe zit dat nou?" Misschien is dat wel het beste symbool van de stilstand die we de afgelopen twee jaar hebben meegemaakt.
Voorzitter. De begroting van 2026 heet "beleidsarm". Dat betekent dat er in principe niet heel veel spannende voorstellen in zitten. Ik doe samen met een aantal collega's wel een aantal verbetervoorstellen. Zo doe ik samen met mijn collega Bikker een voorstel om juist in die wijken waarin de armoede relatief hoog is en er grote gezondheidsachterstanden zijn maar eigenlijk te weinig aed's en hulpverleners, meer aed's en hulpverleners te krijgen, zodat je postcode niet bepaalt wat je overlevingskansen zijn bij hartproblemen. Ik doe samen met verschillende collega's ook een voorstel om onderzoeksgeld vrij te maken voor onderzoek naar, of in ieder geval het opstellen van een agenda voor, PAIS. Dat zijn postacute infectiesyndromen zoals postcovid, Q-koorts et cetera. Het voorstel is om daar een klein budgetje voor vrij te maken dat potentieel een groot verschil kan maken in het dagelijks leven van mensen.
Voorzitter. Ik heb ook een aantal kritische vragen bij deze begroting, bijvoorbeeld over pandemische paraatheid, maar daar kom ik zo meteen op. Ik denk dat het ook wel reƫel is om te zeggen dat het vandaag zal gaan over de plannen van het nieuwe kabinet voor de zorg. Laat ik ook gelijk helder zijn: zoals ze nu voorliggen, steunt GroenLinks-PvdA die plannen niet. Maar natuurlijk is GroenLinks-PvdA wel bereid om het te hebben over de vraag hoe we de zorg beter kunnen maken. Ik doe vandaag trouwens ook de volgende oproep aan alle collega's, van oppositie tot coalitie: laten we vandaag dat gesprek aangaan, elkaar bevragen op eenieders plan en visie om de zorg beter te maken.
"Waar visie en uitzicht ontbreekt, komt het volk om", zei Joop den Uyl op 28 mei 1973 hier in het parlement tijdens zijn regeringsverklaring. Dat lijkt misschien heel lang geleden, maar ook vandaag de dag is dat nog even waar, juist voor de zorg. Ja, de zorg staat voor hele grote uitdagingen. Dat vraagt niet om het verdedigen van de status quo, maar juist om de moed om te hervormen. Maar ik zeg erbij dat dit echt iets anders is dan visieloos bezuinigen. Want welk probleem wordt er opgelost met een lagere zorgtoeslag, een hoger eigen risico en het afschaffen van de tegemoetkoming voor chronisch zieken? Wat voor antwoord geef je op de vergrijzing met het invoeren van een eigen bijdrage in de wijkverpleging, terwijl mensen langer thuis moeten blijven wonen en we nu al zien dat de spoedeisende hulp overloopt met mensen die juist die zorg thuis niet krijgen? En hoe wordt de zorg beter als je straks meer moet gaan betalen voor je eigen medicijnen en minder terugkrijgt van de Belastingdienst omdat je je zorgkosten niet meer kunt aftrekken? Waar visie ontbreekt, komt het volk om.
Voorzitter. Gisteren sprak ik Roger. Die heeft 24 jaar in de zorg gewerkt: een goed inkomen, een gelukkig gezin en zingeving, omdat hij levens redde als ambulancebroeder. Dat gold ook voor Ben, die ik gisteravond ook aan de telefoon had. Ben heeft eerst bij de marine gewerkt. Daarna werkte hij 37 jaar in de zorg, waarvan hij de laatste 28 jaar ook bij de ambulance werkte. Dat deed hij totdat hij van hulpverlener patiĆ«nt werd. Roger en Ben weten wat het is om hard te werken, willen graag hun eigen boontjes doppen en vragen niet heel veel meer dan een klein stukje zekerheid. Juist die sociale zekerheid wordt afgebroken. Zij krijgen straks tot ā¬700 minder per maand, terwijl hun zorgkosten met honderden euro's toenemen.
Voorzitter. Dat is de praktijk achter de bezuinigingen. Dat is wat er gebeurt met de mensen achter de cijfers. Wat me misschien wel het meeste raakte in die gesprekken, was het feit dat ze zeiden: "Weet je, wij hebben het misschien nog wel goed genoeg; wij kunnen al deze bezuinigingsvoorstellen misschien nog net dragen. Maar wat te denken van de mensen aan de onderkant?"
Voorzitter. Als zoon van twee moeders die in de gehandicaptenzorg werkten en een zus die nu in de ggz werkt, weet ik dat er echt dingen beter kunnen in de zorg. Sterker nog, er móéten dingen beter in de zorg. De mensen in de zorg pleiten er niet voor om alles te houden bij het oude; zij willen ook verbeteringen. Maar dat staat in zo'n schril contrast met de visieloze bezuinigingen die het kabinet nu voorstelt. Het kan zoveel beter, het kan zoveel beter. Want, zeg ik erbij en vraag ik ook aan deze bewindspersonen, wat is uw visie op het feit dat er per jaar miljarden aan publiek geld, bedoeld voor de zorg, weglekken naar private winsten en fraude? Wanneer komt de Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders naar de Tweede Kamer? Wordt die scherper dan het concept dat eerst in de Kamer lag?
Voorzitter. Als je weet dat er voor 10 miljard euro per jaar aan fraude plaatsvindt in de zorg ⦠Stel je voor, we nemen daar 1% van. We leggen deze ministers voor volgend jaar de doelstelling op dat 1% van die 10 miljard in ieder geval behouden blijft voor de zorg volgend jaar. Ik zei in het begin van mijn inbreng: we leggen de lat hoog voor deze ministers. Maar laten we gewoon schappelijk beginnen met 1% en wat dat al niet oplevert. Ik vraag het ook aan deze ministers. Wat vinden zij van het feit dat je als aandeelhouder en zorgbestuurder ver boven de WNT, de Wet normering topinkomens, kan binnenharken in de zorg? Zou niet iedereen die in de zorg werkt maximaal moeten kunnen verdienen wat toegestaan is volgens de Wet normering topinkomens? En wat te denken van medisch specialisten in loondienst nemen? Er zijn zo veel mogelijkheden om de zorg beter te maken en daarmee ook geld op te halen.
Voorzitter. Ik denk echt dat het beter moet in de zorg. Ik denk dat de zorg schreeuwt om echte hervormingen in plaats van visieloze bezuinigingen. Wat alleen al bijvoorbeeld te denken van het feit dat we graag de beweging willen zien van zorg naar gezondheid, maar dit kabinet daar eigenlijk veel te weinig aan doet en niet eens de vorige bezuinigingen op preventie terugdraait? Of neem de perverse prikkel in de zorg dat het loont om vooral lichte zorg te leveren in plaats van de complexe problematiek op te lossen. Ook die prikkel wordt niet aangepakt, en dan ben je een dief van je eigen portemonnee. Met andere woorden, het kan zoveel beter in de zorg en verbetervoorstellen kunnen ook zo veel geld opleveren.
Voorzitter, ik kom tot een afronding. Ik noemde in het begin van mijn inbreng al dat ik nog een aantal kritische vragen heb over pandemische paraatheid. Ik vind dat misschien wel het meest tonende voorbeeld van die visieloze bezuinigingen die worden voortgezet. Noem het misschien ā excusez le mot ā dom bijna. Want hoe kun je nou de infrastructuur die we hebben opgetuigd na de coronajaren nu wegbezuinigen? Dat is, zoals de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid terecht zei, zoals de brandweer wegbezuinigen omdat er nu even geen vuur is. Wat is daar de visie achter, vraag ik deze ministers.
Voorzitter, dan helemaal tot slot. Ik noemde al even het gezin waaruit ik kom en daar wil ik ook weer mee eindigen. Wat mij heel erg bijstaat, is dat mijn zus mij laatst nog vertelde: in mijn vrije tijd maak ik de gespreksverslagen, zodat ik in werktijd echt tijd heb voor de patiƫnten. Het staat mij nog bij dat mijn moeder toen ze thuiskwam altijd zei: in de auto eet ik mijn boterham op, zodat ik geen pauze hoef te nemen en meer tijd heb voor de patiƫnten. Ik moet denken aan Ben en Roger, die elke dag, dag in dag uit, in de nacht en overdag klaarstonden als ambulancebroeders. Dat zijn de mensen die ons zorgstelsel draaiende houden. Dat is de kern, de belofte van ons zorgstelsel: mensen die omkijken naar elkaar, die willen zorgen en die kiezen voor gezondheid. Dat is ook waar GroenLinks-PvdA voor staat. De vraag is: waar staat dit kabinet en waar staat deze coalitie?
De voorzitter:
Dank u wel. Ik maximeer het aantal interrupties niet, maar ik stel wel voor dat ze kort en bondig zijn en dat ze niet vaker dan in reeksen van drie worden gepleegd richting de spreker bij het spreekgestoelte. Kort en bondig, de heer Claassen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een punt van orde als het mag. Dit schijnt een gewoonte te worden, maar ik vind het zelf fijn om door te kunnen vragen op een bepaald onderwerp. Ik heb liever dat ik zes keer achter elkaar door kan vragen en vervolgens verder geen vragen kan stellen dan dat ik niet door kan vragen. Dat vind ik zelf fijn.
De voorzitter:
Ik stel toch voor om het te doen zoals ik het voorstel. Ik zie dat daarmee wordt ingestemd. Meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb het verhaal gehoord van de heer Bushoff. Ik had eigenlijk iets eerder willen interrumperen, maar ik moet zeggen dat de manier waarop de heer Bushoff het doet bewonderenswaardig is. Ik wilde hem lekker zijn verhaal laten afmaken. Uit je hoofd met passie je verhaal kunnen vertellen; daar kan menigeen wat van leren, denk ik. Maar ik hoorde GroenLinks-PvdA in het nieuws ook een harde njet zeggen. Er sijpelt toch iets van Rusland door in de fractie. Ik hoorde een harde njet tegen het kabinetsbeleid en dat delen wij. Wij delen een harde njet als het gaat over de zorg in het voorgestelde kabinetsbeleid. Het zijn harde maatregelen. Ik zal daar straks, als het al lang diep en donker is, iets over zeggen. Deze keer ben ik niet de laatste spreker.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Mijn vraag is als volgt. De heer Bushoff gaf aan dat het kabinet een beweging zal moeten maken en dat wij als Kamer zullen moeten samenwerken. Kan de heer Bushoff aan de Kamer of in ieder geval aan mij vertellen hoe die samenwerking eruit zou moeten zien om het ridicule zorgbeleid dat doorgevoerd zou moeten worden, te kunnen slechten?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank voor de vraag. Ik ga daar zo een antwoord op geven. EƩn observatie moet mij eerst even van het hart als ik de woorden van de heer Claassen hoor. Als de Groep Markuszower ook zo in de wedstrijd staat, dan betekent dat inderdaad iets voor de zorgplannen van dit kabinet. Dat schiet mij te binnen als ik de inleidende woorden hoor die u spreekt. Ik denk dat het goed is om dat hier te markeren.
U vraagt: waar valt met GroenLinks-PvdA samen te werken als het gaat om de zorg? Het simpele antwoord is: met alles wat de zorg beter maakt. Met ons valt samen te werken door het kabinet, de coalitie en de oppositie op het gebied van de zorg, maar wel met plannen die de zorg daadwerkelijk beter maken. Ik heb net een aantal voorbeelden genoemd in mijn eigen inbreng. Ik ben ervan overtuigd dat je kunt komen met voorstellen die de zorg beter maken, zodat we van zorg naar gezondheid gaan en we perverse prikkels, fraude in de zorg en exorbitante winstuitkeringen in de zorg aanpakken. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Als je alle voorbeelden die ik net noemde in plannen vat, dan maak je de zorg beter. Dat levert ook heel veel geld op. Met GroenLinks-PvdA valt dus zeker samen te werken door het kabinet, de coalitie en de oppositie met plannen die de zorg beter maken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Zeker. De Groep Markuszower wil dat ook. We willen zeker samenwerken; dat hebben we ook uitgesproken. Alle voorstellen die de zorg beter maken zijn heel goed, maar al die voorstellen zullen vragen om een dekking en volgens mij zit daar de pijn. Wij zullen als Kamer op zoek moeten gaan naar een dekking. Ik kan allerlei dingen bedenken, bijvoorbeeld minder geld naar ontwikkelingshulp of minder geld voor asiel en migratie, maar daarin gaan wij elkaar niet vinden. De opdracht die we hebben als we de plannen van dit kabinet wezenlijk willen veranderen, is dat we op zoek moeten gaan naar een dekking waarin we elkaar kunnen vinden. Mijn vervolgvraag is: heeft GroenLinks-PvdA ideeƫn over welke dekkingsvoorstellen wij als Kamer zouden kunnen dragen om die plannen te kunnen torpederen?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik ben in ieder geval blij dat ook de heer Claassen van de Groep Markuszower in niet mis te verstane bewoordingen zegt dat deze plannen van tafel moeten. Dat delen wij, want die zijn niet goed voor de zorg en die maken de zorg niet beter. Ik denk zelfs dat je er op termijn duurder mee uit bent dan dat het op korte termijn besparingen oplevert.
Ik kom bij uw vraag hoe we dit gaan betalen en of we elkaar op dat stuk kunnen vinden. Dat wordt een uitdaging, zegt de heer Claassen. Ik denk dat dat terecht is. Laat ik daar in ieder geval iets over zeggen vanuit GroenLinks-PvdA. Ik vind het bijna onbegrijpelijk dat van de meest vermogenden en van de hoogste inkomens niks extra's wordt gevraagd en dat met name de middenklasse, de middeninkomens, er minder op vooruitgaat dan de meest vermogenden. Ik denk dat daar een oplossingsrichting zit. Ik denk dat er ook een oplossingsrichting zit in het aanpakken van perverse prikkels en het tegengaan van exorbitante winstuitkeringen. We moeten ervoor zorgen dat iedereen die in de zorg werkt onder de Wet normering topinkomens valt en dat medisch specialisten in loondienst komen. Ik heb nu al een heel rijtje met maatregelen genoemd die oplopen tot honderden miljoenen, zelfs tot boven de miljard. Dat geld kunnen we ophalen en vervolgens weer gebruiken voor bijvoorbeeld de zorg.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vond het ook een mooi betoog. Volgens mij is GroenLinks-PvdA een bondgenoot van 50PLUS, omdat we ons zorgen maken over de toekomst van de zorg. Ik heb over één onderwerp niets gehoord. Misschien ligt het bij de collega's. Ik heb veertien jaar gewerkt in de wijkverpleging. Als je het signaal krijgt dat het niet zo goed gaat met de buurvrouw, dan weet ik hoe belangrijk het is dat je daar even mag aanbellen. Voordat je überhaupt binnenkomt, moet je heel vaak aangebeld hebben. Als daar dan een bedrag tegenover staat, wordt er niet meer aangebeld. Ik ben dus wel even benieuwd hoe GroenLinks-PvdA tegen de eigen bijdrage van de wijkverpleging aankijkt.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Goede vraag. Heel kort drie dingen daarover. Ten eerste verwacht ik zomaar dat een van mijn collega's daar nog langer op door zal gaan. Dat is dus alvast een soort cliffhanger, zogezegd. Ten tweede heb ik in mijn eigen bijdrage heel kort de vraag gesteld: wat lost zo'n eigen bijdrage in de wijkverpleging nou op, wetende dat steeds meer mensen langer thuis gaan blijven wonen? We zien nu al dat, juist doordat deze mensen thuis vaak te weinig goede zorg krijgen, ze op de eerste hulp belanden. Veel van de spoedeisendehulpposten in het ziekenhuis hebben te maken met personeelstekorten en toenemende druk. Veelal komt dat doordat er toch te vaak ouderen terechtkomen die misschien beter geholpen zouden zijn met iemand die vaker even aanklopt of aanbelt om te vragen hoe het met ze gaat. Zo iemand kan op tijd signaleren of er iets aan de hand is. Ik denk inderdaad dat zo'n eigen bijdrage daar niet behulpzaam bij is. Volgens mij blijkt daar heel duidelijk uit hoe GroenLinks-PvdA naar deze maatregel kijkt. Zoals ik zei: de cliffhanger is dat ik mij zomaar kan voorstellen dat een van mijn collega's daar nog veel meer inkleuring aan kan geven.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Daar kijk ik dan graag naar uit.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik heb de heer Bushoff horen ingaan op een aantal met name financiële aspecten van de zorg. Volgens mij is het grootste probleem waar we op dit moment, en met name straks in de toekomst, mee te maken hebben het personeelstekort. Op dit moment zijn er al heel veel vacatures. Als we niks doen, loopt dat personeelstekort op tot 300.000 in 2035. Mijn vraag is dus: wordt de omvang van het volume dat we als samenleving kunnen dragen niet bepaald door het aantal werkenden die kúnnen werken in de zorg?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het klopt dat de zorg voor grote uitdagingen staat, waaronder de personeelstekorten. Wat mij zo verbaasde aan de plannen van deze coalitie is dat er vooral een botte bezuiniging staat, maar er geen enkel serieus voorstel komt over hoe je de zorg daadwerkelijk beter maakt zodat de zorgvraag afneemt. Je kunt bijvoorbeeld echt inzetten op gezondheid en preventie. Dit kabinet investeert minder in preventie dan dat het kabinet-Schoof erop bezuinigde. Dan zeg je in woorden misschien "we willen van zorg naar gezondheid, om de zorgvraag af te remmen", maar in daden laat je dat nog niet zien. Mijn oproep was de volgende. Gelet op de uitdagingen waar de zorg voor staat, waar personeelstekorten een serieus probleem vormen, moet je durven hervormen, maar dan moet je er juist voor durven kiezen om te hervormen van zorg naar bijvoorbeeld gezondheid, bijvoorbeeld door die perverse prikkels in het systeem aan te pakken et cetera, et cetera. Dan moet je niet doen wat deze coalitie doet, namelijk zonder een idee plat bezuinigen. Ik denk namelijk dat het personeelstekort daarmee niet opgelost wordt.
Voorzitter. Laat me er nog eentje aan toevoegen: ik denk dat het enorm zou helpen voor de zorg en voor mensen die in de zorg willen gaan werken als we ze een stukje meer vertrouwen geven, als we ze hun werk laten doen en als we ze ook goed betalen. Dat zijn allemaal maatregelen die eraan kunnen bijdragen dat meer mensen in de zorg blijven werken. Wil je meer mensen naar de zorg trekken, zou het ook te overwegen zijn om bijvoorbeeld het Stagefonds niet af te schaffen, want dat gebeurt ook. Dus ik zie vooral maatregelen die het probleem van het arbeidsmarkttekort niet oplossen maar mogelijk zelfs erger maken. Mijn fundamentele kritiek op deze plannen van de nieuwe coalitie is dan ook dat het vooral platte en visieloze bezuinigingen zijn, zonder dat het daadwerkelijk hervormingen zijn.
De voorzitter:
De antwoorden mogen wat korter, meneer Bushoff.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
U kunt zich voorstellen dat mijn hart opsprong toen de heer Bushoff uitsprak "waar de visie ontbreekt, verwildert het volk". Want Joop den Uyl was een kenner van die prachtige oudtestamentische Bijbel, met de Spreuken die koning Salomo ooit opschreef. Dus mooi dat deze woorden hier mogen klinken en wat goed dat oude wijsheden telkens opnieuw hun toepassing kennen. Nu is het zo dat ik met collega Bushoff ā hij noemde dat ook aan het begin van zijn betoog ā geregeld optrek als het gaat om de positie van postcovidpatiĆ«nten maar ook al die andere mensen die een PAIS-ziekte hebben opgelopen. Juist daarom vind ik het extra zorgwekkend dat dit kabinet zegt: wij gaan niet meer investeren in de pandemische paraatheid en de weerbaarheid van Nederland. Daarbij gaat het om alle vormen van infectieonderzoek die je kunt doen, dus bijvoorbeeld ook de mazelen. Is collega Bushoff het met mij eens dat als je vraagt om visie, dat ook implicaties moet hebben voor hoe de komende begroting op dit punt eruitziet? Wat is dan voor collega Bushoff de harde vraag die hij voor dit kabinet heeft? Hoe moet het er anders uitzien?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
De harde vraag over pandemische paraatheid die ik stelde aan dit kabinet is welke visie erachter deze, in mijn ogen domme en visieloze, bezuiniging zit. Ik heb het niet kunnen ontdekken. Sterker nog, ik denk dat deze bezuiniging Nederland onveiliger maakt. Zoals de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid terecht zei: het is alsof je de brandweer afschaft nu er even geen vuur is. Ik vind dat heel treffend verwoord. Ik denk dat deze bezuiniging, die nu al in deze begroting zit, echt een hele pijnlijke en hele problematische is. Ik hoop dat dit kabinet ziet dat het eigenlijk zo niet verder kan en dat er een oplossing voor gevonden moet worden bij de Voorjaarsnota.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het zit als een graat in mijn keel: aan de ene kant zien we de vaccinatiegraad, met een d, omlaaggaan, maar aan de andere kant nemen we niet de maatregelen op het moment dat er opnieuw besmettelijke ziekten rondgaan. Ik heb in de afgelopen tijd gezien hoe de mazelen om zich heen grepen in allerlei gebieden, ook de stedelijke gebieden. Dat gebeurde niet alleen in de klassieke Biblebelt, waarnaar verwezen werd, maar juist ook op een hele hoop andere plekken. Hoe dom is het op lange termijn voor de gezondheidszorg als we dit laten gebeuren? Is collega Bushoff het met me eens dat we van het kabinet het volgende moeten vragen wat betreft de scenario's? We zien hoe vaak er een epidemie is ā ik heb het dan nog niet eens over een pandemie ā dus wat kost het de zorg als we dit zouden laten verwateren?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Jazeker. Ik denk dat dat een hele goede vraag is, maar het was meer een vraag aan het kabinet. Ik geleid die dus, via u, gelijk door. Dat scheelt wellicht weer voor uw spreektijd zo meteen, mevrouw Bikker. Ik zou nog ƩƩn ding toe willen voegen. Volgens mij staat deze bezuiniging, die ingezet is door mevrouw Agema en het vorige kabinet en niet gerepareerd wordt door deze coalitie en dit kabinet, symbool voor de kortzichtige plannen voor de zorg van deze coalitie, namelijk op korte termijn bezuinigen, geld ophalen. Dat zorgt ervoor dat op we op de lange termijn als samenleving misschien wel slechter af zijn en ook de schatkist slechter af is. Wat gaat het de samenleving en de schatkist kosten als we inderdaad niet goed voorbereid zijn op de volgende epidemie of, erger nog, de volgende pandemie?
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik rond kort af. Ik heb in de coronatijd het volgende geleerd. Het stompzinnigste dat je kan doen, is telkens maatregelen voorstellen waarvan je wist: als we dit goed hadden voorbereid, hadden we maar de helft van die maatregelen hoeven te nemen. We hebben wel om de effecten gevraagd. Wat voor effect hadden de schoolsluitingen wel niet op onze jongeren? Nog steeds zien we het in alle gevolgen voor de mentale gezondheid van jongeren. Wat voor gevolgen hadden de sluitingen van bedrijven wel niet voor de economie? Het is dus niet alleen een kwestie van de VWS-begroting. Het kabinet moet wat mij betreft bij zichzelf te rade gaan. Ook als je financieel redeneert, moet je breder kijken en die visie pakken. Waar de visie ontbreekt, verwildert het volk. De Bijbel heeft weer eens gelijk. Dat is heel mooi.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik voeg er niks meer aan toe.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik vind het mooi dat collega Bushoff zo'n soort gezamenlijke uitdaging over de toekomst van de zorg bij de Kamer neerlegt. Daar wil ik dus graag op reageren. De heer Bushoff rekent stevig af met de in zijn ogen botte bezuinigingen. Ik kan dat voor een deel volgen. De heer Bushoff zegt vervolgens dat er nog wel meer geld te halen is bij de vermogenden. Dat kan een keuze zijn. Tegelijkertijd zit ook daar een grens aan. Mijn vraag is vooral of de kunst 'm niet in het volgende zit. We staan allemaal voor het beteugelen van de zorgkosten, want we houden dit niet vol, maar we moeten het op zo'n manier doen dat de samenleving daarop kan inspelen. Vergt dat niet vooral een versterking van het sociaal fundament? Moeten we daar niet de kracht benutten? Kunnen we daarin ook rekenen op GroenLinks-PvdA?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Jazeker. Om te voorkomen dat we er een soort Algemene Beschouwingen van maken, zal ik mij vooral richten op het zorggedeelte en het samenlevingsgedeelte en iets minder op de vraag waar je nog meer financiƫle dekking vandaan kunt halen, bijvoorbeeld bij de vermogenden. Dat is een heel interessant debat, maar laten we het even houden bij de zorg. Ik denk inderdaad, zoals de heer Van Dijk aangeeft, dat als je slim investeert, je ervoor zorgt dat de samenleving gezond is. Als je investeert in gemeenschappen en sport, kan dat misschien wel heel veel gezondheidswinst opleveren en ervoor zorgen dat je minder geld kwijt bent aan de zorg. We kunnen elkaar daar zeker op vinden.
Tegelijkertijd denk ik dat er nog best wel een aantal andere voorstellen zijn die de zorg niet alleen beter maken, maar op termijn, misschien op heel korte termijn, zelfs geld opleveren. Ik heb die genoemd en ik kan er nog meer noemen. Ik denk dat je vooral op die manier naar de zorg moet kijken. Hoe kunnen we de zorg nou beter maken? Hoe kunnen we met name voorkomen dat mensen zorg nodig hebben? Als we dat soort maatregelen met elkaar weten te treffen, dan denk ik dat dat in de eerste plaats niet alleen goed is voor de samenleving en de mensen zelf, maar ook voor de portemonnee van ons allemaal.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Precies. Ik begrijp dus ā als ik het niet goed zeg, dan verbetert de heer Bushoff mij wel ā dat ook GroenLinks-PvdA niet alleen maar wil kijken hoe je die overheidstaak nog verder kunt uitbouwen, maar ook welke kracht de samenleving heeft en die, bijvoorbeeld via het versterken van mantel- en respijtzorg en dergelijke, ook kan benutten. Daarmee kun je aan de andere kant de zorgkosten enigszins beteugelen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij kunnen we elkaar zeker vinden in kijken hoe we de samenleving sterker kunnen maken en hoe we kunnen voorkomen dat mensen zorg nodig hebben. Ik denk dat we elkaar daarin zeker kunnen vinden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het laatste deel van uw betoog is me uit het hart gegrepen. Volgens mij delen wij allemaal de overtuiging dat die zorg grote hervormingen nodig heeft. Een onderdeel daarvan is juist die beweging van zorg naar gezondheid. U gaf dat net ook al aan, zeg ik via de voorzitter, maar als we de beweging van zorg naar gezondheid gaan maken, betekent dat juist investeren buiten de zorg. Dat is dus investeren in die sterke wijken, waar we 50 miljoen voor reserveren, in die aanpak van armoede en problematische schulden, waar we 150 miljoen voor investeren, in die leefbare wijken, waar we 135 miljoen in investeren, en in die sterke scholen, waar we voor 1,5 miljard opplussen. Is de heer Bushoff het met mij eens dat als wij die beweging van zorg naar gezondheid maken, we ook verder moeten kijken dan het zorgbudget?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik deel inderdaad met D66 dat als je de beweging wilt maken van zorg naar gezondheid, je veel verder moet kijken dan alleen naar de zorgbegroting. Je zult dan met name ook moeten kijken naar bestaanszekerheid. In dat licht bezien snap ik de plannen van deze coalitie eigenlijk niet, die zo keihard ingrijpen op de sociale zekerheid. Dat gaat om mensen die in de WIA zitten, mensen die arbeidsongeschikt zijn en mensen die door domme pech ā ik noemde twee voorbeelden, Roger en Ben ā niet meer kunnen werken. Als je daar zo hard op kort en mensen in de armoede stort, wat denk je dat er dan gebeurt? Dan krijgen mensen meer financiĆ«le stress, kunnen ze minder gezond leven en kunnen ze misschien de schimmelwoning waar ze in zitten niet aanpakken. Dan worden ze dus alleen maar ongezonder en dat zorgt er dus ook voor dat de kosten aan de zorgkant op zullen lopen. Waar je keihard snijdt in de sociale zekerheid, drijft dat mensen niet alleen in armoede, maar drijft dat uiteindelijk ook de zorgkosten op. Dit is precies uw punt: moeten we niet breder kijken dan alleen naar de zorg en naar bestaanszekerheid? Dat deel ik helemaal, maar in dat licht snap ik dus de bezuinigingen op de sociale zekerheid niet.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het is fijn dat dat punt over dat breder kijken naar de zorg en de gezondheid, dus ook juist naar die andere elementen, gedeeld wordt, want daar vinden we elkaar volgens mij. Dat geldt ook voor die grote hervormingen in de zorg, want ik voel ook de handreiking ā daar ben ik zelf ook naar op zoek ā om met elkaar te kijken wat wel passende manieren zijn om die grote hervormingen te realiseren. Die zorg loopt namelijk nu al vast: niet volgende maand of volgend jaar, maar nĆŗ krijgen de meest kwetsbare kinderen en de meest kwetsbare volwassenen al niet de zorg die ze nodig hebben.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
De analyse delen we wel, maar voor mij zit het probleem 'm in de antwoorden die deze coalitie daarop geeft, want we zien inderdaad nu al wachtlijsten en kwetsbare kinderen en kwetsbare ouderen die de zorg niet krijgen die ze nodig hebben. Maar wat gaat een eigen bijdrage in de jeugdzorg of een eigen bijdrage in de wijkverpleging daarvoor doen? Mijn collega zal daar straks meer over vertellen. Of wat gaan een verhoging van het eigen risico, een lagere zorgtoeslag en het afschaffen van de tegemoetkoming voor chronisch zieken die elk jaar hun eigen risico kwijt zijn, doen voor precies de problemen die mevrouw Synhaeve van D66 beschrijft, namelijk dat we nu al problemen hebben in de zorg en dat mensen niet de zorg krijgen die ze nodig hebben? Daarom zeg ik ook dat deze bezuinigingen die nu voorliggen vrij visieloos zijn en de problemen in de zorg niet gaan oplossen, terwijl er juist een stukje moed nodig is om daadwerkelijk te durven hervormen. Daar staat GroenLinks-PvdA echt voor open, voor hervormingen in de zorg die de zorg beter maken. Ik hoop dat we elkaar daar de komende tijd op kunnen vinden.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bushoff. Dan is het woord aan mevrouw Westerveld voor haar inbreng, eveneens namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Hervormingen in de zorg die de zorg beter maken: daar staat onze fractie voor. Dat kan ook. Het kabinet kan bijvoorbeeld flink besparen door die zorgfraude, waar 10 miljard in omgaat, eindelijk eens aan te pakken, door een verbod op winstuitkeringen of door het aanpakken van topsalarissen in de zorg. Dat zou onze volle steun hebben gekregen, maar dit kabinet legt de rekening neer bij mensen die er niet voor kiezen om ziek of gehandicapt te zijn, mensen die geen netwerk hebben in Den Haag, mensen die geen duur lobbykantoor kunnen betalen, mensen die niet naar het Malieveld kunnen komen om te staken omdat ze dan hun kinderen of de cliƫnten waar ze voor zorgen in de steek laten. Zij betalen de rekening van dit kabinet. Dit kabinet bezuinigt op mensen die soms letterlijk geen stem hebben vanwege een beperking. Ik vind dat een laffe bezuiniging.
Voorzitter. Onze nieuwe minister-president wil dat Nederland één team wordt, verwijzend naar de Nederlandse Olympiërs, maar veel mensen willen wel heel graag meedoen, maar kúnnen niet meedoen in dat team. Zo schreef Jonas vorige week in het Algemeen Dagblad: "Mijn dochter is een kostenpost." Dat ging over zijn dochter Anna, die een meervoudige beperking heeft. Dat is het verhaal van zó veel ouders die gewoon ouders willen zijn, maar die zich steeds meer manager voelen voor hun kind, omdat ze zo veel moeten plannen en zo veel moeten regelen doordat ze iedere keer weer opnieuw aanvragen moeten doen en moeten bewijzen dat hun kind nog steeds ziek is, dat het niet beter gaat worden en dat die zorg of die ondersteuning dus nog steeds nodig is. Ik sprak afgelopen week een ouder, die zei dat zijn kind in vier zorgwetten zit. Dat klinkt misschien luxe, maar dat is een hele hoop ellende, een hele hoop administratie en een hele hoop gedoe.
Voorzitter. Afgelopen zomer hoorden Jonas en zó veel andere ouders dat hun aanvraag voor meer zorg werd afgewezen. Die regeling is juist bedoeld voor mensen of kinderen waar soms 24 uur per dag naar omgekeken moet worden en die het zonder hulp niet overleven. In september kwam er ruime steun voor onze motie met een glasheldere opdracht aan het kabinet: los het op en vind een oplossing, zowel voor de korte termijn als voor de lange termijn. We zijn inmiddels een halfjaar verder en deze gezinnen zitten nog steeds in onzekerheid. Op 27 januari kwam er nóg een extra klap: ouders kregen een brief van de zorginstellingen van ExpertCare, waar ze hun kind met een gerust hart kunnen laten logeren om soms zelf even bij te komen. Die plekken gaan totaal onverwacht sluiten. Gezinnen gaan hieraan keihard onderdoor. Het is geen verrassing dat er tekorten zijn aan logeerplekken en respijtzorg. Ouders en belangenorganisaties, maar ook wij vanuit de Kamer trekken hierover al jaren aan de bel. Ik wil heel precies weten hoe dit is gelopen en wat de minister gaat doen om zo snel mogelijk een oplossing te vinden. Ik wil ook weten wie hier nou verantwoordelijk is voor zorg en voor voorzieningen voor ernstig zieke kinderen. Ik geef ook alvast aan dat ik, maar ook ouders het zat zijn dat het ministerie dan naar de NZa of de zorgkantoren verwijst en dat zij weer terugwijzen. Wie is hier nou verantwoordelijk? Klopt het dat die zorgvilla's pas gaan sluiten als er voor alle kinderen een oplossing is? Wat nou als dat niet kan, omdat personeel op zoek gaat ā dat begrijp ik heel goed ā naar een andere plek waar ze kunnen werken? Wat gaat er dan gebeuren met kinderen die soms palliatieve hulp nodig hebben of die hulp nodig hebben die ouders niet kunnen bieden? Graag een reactie van de minister. Hoe staat het ook met de uitvoering van onze breed aangenomen motie over meer zorg? Welke oplossing is er voor de korte termijn, maar ook voor de lange termijn?
Voorzitter. Er zijn meer mensen die er niet voor kiezen om ziek te zijn. Mensen kiezen er ook niet voor om mentale problemen te hebben. Recent bezocht ik mensen met psychotische klachten die gelukkig vroegtijdig gezien werden door een specialistisch team. We hadden een heel indrukwekkend gesprek met een aantal cliƫnten. We spraken met Jeffrey, die ons zijn verhaal vertelde. Hij vertelde over de stemmen in zijn hoofd die hem opdrachten gaven. Het lukte hem dan niet meer om de nuance te zien, alles was zwart of wit. Hij wist ook wel dat het steeds slechter met hem ging, hij wist alleen niet precies wat er aan de hand was. Die stemmen in zijn hoofd werden wel steeds luider en gaven hem ook de opdracht om iets heel ergs te doen, namelijk om een aanslag voor te bereiden op een politicus. Dat plan in zijn hoofd werd steeds concreter. Nou heeft Jeffrey, en wij allemaal, het geluk dat hij net op tijd gezien werd door een specialistisch team en dat hij echt een fantastische hulpverlener kreeg. Ik vond dit een heel indrukwekkend verhaal. Ik heb dat ook tegen hem gezegd. Ik heb ook gezegd: wat fijn en wat dapper dat je ons dit wil vertellen. Toen zei hij, en dat zal ik niet snel vergeten: ik heb liever dat ik het aan jullie vertel dan dat ik het echt had gedaan.
Voorzitter. Er waren meer ervaringsdeskundigen in dat gesprek die allemaal hun verhaal vertelden. Zij gaven ons allemaal ƩƩn hele duidelijke boodschap mee. Ze zeiden: "Zorg er nou voor dat dit soort hulp, de hulp die wij krijgen, voor veel meer mensen beschikbaar komt. Zorg er nou voor dat mensen niet ellenlang moeten wachten op hulp, want ze lopen vast." In uitzonderlijke gevallen leidt dit zelfs tot een dodelijke afloop. Tijdige goede hulp kan dit voorkomen.
Voorzitter. Deze begroting, deze plannen schieten tekort. Ook het nieuwe regeerakkoord schiet tekort. Twee weken geleden bleek dat de wachttijden in de ggz opnieuw zijn opgelopen. Het doel van het Integraal Zorgakkoord was om eind 2026 ā dat is dus dit jaar ā een gemiddelde wachttijd van vijf weken te hebben, maar dat wordt bij lange na niet gehaald. Er staan 100.000 mensen op de wachtlijst. Meer dan de helft wacht langer dan de afgesproken maximale treeknorm van veertien weken. Die wachttijd is het langst bij de specialistische ggz. Voor persoonlijkheidsstoornissen is het 32 weken, voor eetstoornissen 22 weken. Wachttijden kosten levens. En dan lees ik in het regeerakkoord de mooie woorden over gespecialiseerde zorg en over preventie, maar het financiĆ«le plaatje staat hier haaks op: snoeiharde bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid. Kan de minister mij uitleggen hoe deze twee dingen samengaan? Stress, ook vanwege je financiĆ«le situatie of je gezondheid, zorgt toch juist voor mentale problemen? Erkent zij dat de kabinetsplannen ertoe kunnen leiden dat meer mensen ggz-hulp nodig hebben en hoe gaat zij die leveren? Kan ze ook uitleggen waarom de NZa stopt met het analyseren van wachtlijstgegevens? Hoe houden we dan grip op die wachtlijsten?
Voorzitter. Over de ggz stond er in ieder geval nog iets in het regeerakkoord, maar dat geldt niet voor dakloosheid. Terwijl het aantal dakloze mensen en zelfs kinderen alarmerend aan het stijgen is, staat er niets ā helemaal niets ā in het regeerakkoord over het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Dat heeft als doel in 2030 nul dak- en thuisloze mensen te hebben. Ik wil het kabinet dan ook vragen of zij met ons erkennen dat dit een fout is en dat dit niet had mogen gebeuren. Zo ja, wat gaat de minister doen om deze fout te herstellen? Is het kabinet bereid om alle aanbevelingen uit het voortgangsrapport van dat Nationaal Actieplan Dakloosheid op te volgen? Welk effect verwachten ze door bezuinigingen op de WW en WIA? Zien ze ook dat mensen daardoor verder in de problemen komen, hun huur of hypotheek niet meer kunnen betalen en misschien wel op straat belanden? Bovendien heeft het vorige kabinet ook een bezuiniging van 40 miljoen ingeboekt op zorg voor onverzekerden vanaf 2027. Waarom is deze bezuiniging niet teruggedraaid? Meer partijen, ook het CDA, hadden daar felle kritiek op.
Tot slot, voorzitter. Wij hebben een aantal amendementen ingediend. Met collega Beckerman van de SP hebben we een amendement ingediend om de Nederlandse Straatdokters Groep te ondersteunen. Zij doen echt fantastisch werk. Dat willen we graag zo houden. Wij vragen in dat amendement drie ton om hun projecten voort te zetten. Met onder anderen collega Bikker van de ChristenUnie hebben we een amendement ingediend voor suĆÆcidepreventie. Ik hoop op brede steun daarvoor.
Voorzitter. Ik sluit af met een oproep. Herzie dit beleid en stop met deze domme bezuinigingen. Haal dat geld nou weg bij mensen die misbruik maken van ons systeem. Zorg ervoor dat iedereen volwaardig kan meedoen, want dan bouwen we echt aan een goed team.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Wat een mooi vlammend betoog tegen de bezuinigingen. Ik kan me daar op zich heel goed in vinden. Mevrouw Westerveld zegt: haal dat geld nou ergens anders weg. Mijn vraag is dan of het niet logisch zou zijn om dat geld misschien deels weg te halen bij defensie. Die uitgaven stijgen enorm, naar 19 miljard. Is het niet onvermijdelijk dat er helaas ook op de zorg bezuinigd moet worden als je die defensie-uitgaven, waar GroenLinks-PvdA ook voor getekend heeft, zo laat stijgen?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de indruk dat ik een beetje doorga op wat collega Bushoff al zei. We kunnen hier een soort Algemene Politieke Beschouwingen houden, maar laten we ons vooral richten op de zorgbegroting. We geven ook aan dat we zaken als bijvoorbeeld de zorgfraude, waarvan we weten dat daar naar schatting zo'n 10 miljard in omgaat, aan willen pakken. Collega Bushoff heeft ook een aantal andere voorbeelden genoemd waar wij het geld zouden willen weghalen. Die voorbeelden staan ook in de doorrekening die onze partij heeft laten maken door het onafhankelijke CPB. Zij hebben een doorrekening gemaakt van de plannen. Je ziet dan dat je kan investeren in veiligheid, maar tegelijkertijd ook in de zorg door dat geld op andere plekken weg te halen. Dat kan bijvoorbeeld door meer te vragen van mensen die heel veel verdienen of van vervuilende bedrijven. Dat zijn onze keuzes. Die staan vrij helder in dat document beschreven. Volgens mij is dat een heel helder antwoord op deze vraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Maar ja, politiek is ook keuzes maken. Als je die 19 miljard euro in beton giet ā de PvdA heeft dat gedaan ā dan moet dat ergens vandaan komen. Ik denk dat het onvermijdelijk is dat je dan naar de sociale zekerheid en naar de zorg gaat kijken, naar de typisch linkse thema's. U kunt zich dus voorstellen, voorzitter, dat ik daar gewoon oprecht verbaasd over ben. Dat is dan ook mijn vraag aan mevrouw Westerveld. Hoe kan het nou zo zijn dat die defensie-uitgaven voor GroenLinks-PvdA in beton gegoten zijn, dat dat niet onderhandelbaar is, maar dat mevrouw Westerveld nu een poging moet doen om hier en daar wat geld bij elkaar te scharrelen voor de zorg? Ik vind dat zo'n vreemde keuze.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is onze keuze glashelder. Ik zei net al dat die keuze door ons is opgeschreven in ons verkiezingsprogramma. Een heel aantal partijen ā de partij van meneer Van Houwelingen deed dat niet ā hebben die keuzes vervolgens laten doorrekenen door het CPB. Wat betekenen die keuzes nou? Zie je waar wij die keuzes leggen? Wij investeren in de zorg. Wij investeren ook in preventie. Tegelijkertijd willen we natuurlijk ook dat de zorg wordt hervormd, maar onze keuzes zijn glashelder. We proberen niet een beetje bij elkaar te schrapen. We maken onze keuzes heel duidelijk.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Westerveld. Dan zijn we aanbeland bij een heuglijk moment, namelijk de maidenspeech van mevrouw Vliegenthart. Ik geef haar daarvoor graag het woord. Zij spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik wijs erop dat er niet wordt geĆÆnterrumpeerd bij maidenspeeches. Als u zover bent, heeft u het woord.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Toen ik 16 jaar was, begon ik aan de opleiding tot verloskundige. Dat ik in de zorg zou gaan werken, was van jongs af aan al duidelijk. Samen met mijn moeder keek ik alle bevallingsprogramma's die er maar waren. Daar ontstond mijn fascinatie voor zwangerschap en geboorte. De keuze om verloskundige te worden, was dus ook snel gemaakt.
Ik startte mijn studie met een oprecht en simpel geloof: als ik mijn werk goed doe, krijgt iedere moeder en ieder kind een gelijke kans op een goede gezondheid. Al snel leerde ik hoe bijzonder mijn vak is. Ik mocht jarenlang aanwezig zijn bij de meest vormende momenten in een mensenleven. Ik kwam achter voordeuren in verschillende wijken: van een villawijk in Wassenaar tot een portiekflat in Katwijk tot een kamertje in een asielzoekerscentrum. Mensen stelden hun leven voor mij open. Hun vertrouwen lag in mijn handen. Ik leerde hen echt kennen: hun kracht, hun kwetsbaarheid en hun hoop voor de toekomst.
Maar ik zag ook iets anders. Ik zag achter die voordeuren hoe ongelijk de start voor een kind in Nederland kan zijn. Ik zag een baby die werd geboren in een huis met ernstige schimmel boven de wieg. De ouders werkten hard, maar konden geen andere woning betalen. Ook werden ze niet serieus genomen door hun verhuurder. Die baby heeft als kind een ernstig verhoogde kans op het krijgen van astma, niet door pech, niet door geƫrfde genen, maar door omstandigheden ontstaan door politieke keuzes.
Ik begeleidde ook een zwangere asielzoekster. Zij moest midden in een zeer risicovolle zwangerschap halsoverkop verhuizen door de ernstige opvangproblematiek in Nederland. Een week later beviel zij. Toen was ze 30 weken zwanger. Ze was ernstig ziek vanwege haar te vroeg geboren baby, maar zonder haar vertrouwde zorgverleners om haar heen.
Voorzitter. Aanvankelijk had ik de ietwat naĆÆeve overtuiging dat goede zorg voldoende zou moeten zijn, maar die overtuiging verdween als sneeuw voor de zon tijdens mijn werk bij Dokters van de Wereld, een medische mensenrechtenorganisatie die zorg levert aan de mensen bij wie het zorgsysteem faalt of waar het systeem mensen uitsluit. Met de Zorgbus ging ik het hele land door. We deden uitstrijkjes bij vrouwen die uitgesloten zijn van bevolkingsonderzoek in Nederland, terwijl juist zij een hogere kans hebben op het krijgen van baarmoederhalskanker. Daar zag ik mensen in de meest kwetsbare situaties, mensen die voor velen onzichtbaar blijven. Ik zag vrouwen die heel hard geraakt werden door gezondheidsachterstanden, simpelweg omdat ze dakloos of ongedocumenteerd waren of omdat ze lhbtiq'er waren. Ik zag nog meer hoe groot de impact is van politieke keuzes.
Gezondheid begint namelijk bij lange na niet in de verloskamer. Gezondheid hangt van zo veel meer af, bijvoorbeeld van de vraag of je genoeg geld in je portemonnee hebt, of je een veilig en fijn huis hebt, of je gelijk wordt behandeld door de overheid en door mensen die je zouden moeten helpen. Ook in een rijk land als Nederland is de realiteit een stuk grimmiger dan we soms durven toegeven. Want wie in armoede leeft en wie steeds weer moet vechten om gehoord te worden, begint met een achterstand nog voordat de eerste hartslag klinkt. Als we echt willen dat iedereen gelijke kans heeft op goede gezondheid, dan moeten we ƩƩn ding erkennen: gelijke behandeling is niet altijd rechtvaardig. Ongelijke situaties moeten we ook ongelijk behandelen. Want rechtvaardigheid is iets anders dan voor iedereen hetzelfde doen. Soms betekent rechtvaardigheid dat je meer doet voor wie minder heeft, dat je investeert in wijken waar de vaccinatiegraad achterblijft, dat je preventie versterkt waar gezondheidsrisico's zich opstapelen en dat je actief optreedt tegen discriminatie in de zorg. Omgekeerd geldt dus ook dat ongelijke kansen op een gezond leven ontstaan door politieke keuzes.
Voorzitter. Wie het heeft over een gezonde start, kan niet om vrouwen heen. Als verloskundige stond ik aan het begin van nieuw leven, maar ik stond ook naast vrouwen die soms al een heel leven moesten vechten om serieus genomen te worden, vrouwen bij wie pijn werd weggezet als "overdrijven", vrouwen die jarenlang langs tientallen artsen moesten voordat hun klachten eindelijk werden herkend en vrouwen die zich moesten verantwoorden voor keuzes over hun eigen lichaam. Vrouwengezondheid is de basis van onze volksgezondheid. En toch zien we dat de kennis over vrouwenaandoeningen achterblijft. Vrouwen leven gemiddeld zes jaar korter in goede gezondheid dan mannen. Dat is schrijnend. Het veroorzaakt onnodig veel leed en het kost de maatschappij ook nog eens onnodig veel geld.
Aandoeningen zoals endometriose zijn jarenlang onderbelicht geweest. Ook nu is er nog steeds geen passende behandeling. Preventieprogramma's sluiten onvoldoende aan bij alle jonge vrouwen. De toegang tot zorg, het kunnen krijgen van uitstrijkjes of een fatsoenlijke financiering voor een abortusbehandeling, blijft voor sommige groepen nog steeds kwetsbaar.
Als we spreken over gelijke kansen op gezondheid, moeten we eerlijk zijn. Vrouwen krijgen die nog steeds niet vanzelfsprekend. Dat is geen nieuw inzicht. Meer dan 100 jaar geleden zagen vrouwen al dat gezondheid, autonomie en politieke zeggenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dat je geen gelijke kansen kunt hebben als je geen gelijke rechten hebt en dat je geen regie over je gezondheid hebt als je geen stem hebt in de politiek. Dat ik hier nu achter dit spreekgestoelte sta, komt omdat ik op de schouders van reuzen mag staan. In 1918 nam Suze Groeneweg als eerste vrouw plaats in deze Kamer. Niet veel later volgde het vrouwenkiesrecht, mede dankzij de eerste vrouwelijke Nederlandse arts, Aletta Jacobs, die als geen ander wist wat het betekent als vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen lichaam. Daarna volgden vrouwen als Joke Smit en Hedy d'Ancona, die het feminisme definitief op de kaart zetten, en in hun voetsporen Lilianne Ploumen en Corinne Ellemeet, die zich nationaal en internationaal inzetten voor het recht op abortus en reproductieve vrijheid. Want zij begrepen: zonder lichamelijke autonomie geen gelijke gezondheid, en zonder politieke vertegenwoordiging geen duurzame verandering.
Die verbinding zie ik elke dag terug in de praktijk van zorg, want zolang abortus in het Wetboek van Strafrecht staat en nog steeds niet wordt erkend als zorg, zolang desinformatie wordt verspreid over anticonceptie en vaccinaties, zolang preventie van baarmoederhalskanker niet iedereen bereikt die we kunnen bereiken, zolang dat allemaal niet vanzelfsprekend is, is onze opdracht niet volbracht en zal ik de strijd van deze vrouwen voortzetten. Want wereldwijd staan rechten van vrouwen en lhbtiq-personen onder druk. Ook in Nederland ervaren minderheden vaker discriminatie in de zorg. De wachttijden in bijvoorbeeld de transzorg zijn schrijnend. Gelijke rechten zijn nooit vanzelfsprekend. Ze vragen om blijvende strijd, om bescherming en om politieke moed.
Voorzitter. Tien jaar geleden legde ik de eed van Hippocrates af. Ik beloofde dat ik het belang van mijn cliĆ«nt altijd voorop zou stellen, dat ik zou bijdragen aan toegankelijke en kwalitatieve zorg, en dat ik mijn verantwoordelijkheid zou nemen voor de samenleving. Mijn werkplek is veranderd. Waar ik eerst naast een vrouw stond tijdens haar bevalling en in een zorgbus door Nederland trok, sta ik nu achter dit spreekgestoelte. Maar mijn drijfveer is dezelfde: ik wil werken aan een land waarin gezondheid geen privilege is maar een recht voor iedereen, waar een postcode niet je levensverwachting bepaalt, waar preventie Ć©cht de prioriteit krijgt, waar vrouwen vrij zijn om keuzes te maken over hun eigen lichaam, waar de meisjes van nu niet hoeven te lijden zoals hun moeders dat hebben gedaan, en waarin we ongelijkheid niet accepteren als een gegeven maar bestrijden als onrecht. Ik zal hier mijn stem gebruiken voor degenen die te vaak niet worden gehoord. Strijdbaar wanneer het moet, verbindend waar het kan, omdat gezondheid begint bij keuzes ā keuzes die wij hier elke dag maken ā en omdat de volgende generatie niet kan wachten.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Vliegenthart. Het is mij een genoegen u als eerste te mogen feliciteren met uw prachtige maidenspeech, met alle praktijkervaring die u daarin heeft betrokken. Ik wil u vragen voor het rostrum de felicitaties in ontvangst te nemen. Ik schors tot 19.45 uur voor felicitaties en de dinerpauze.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan mevrouw Synhaeve voor haar inbreng in de eerste termijn namens de fractie van D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik zei net al tegen een aantal collega's dat ik echt een ochtendmens ben. Ik moet er dus even aan wennen dat ik hier nu om 20.00 uur 's avonds sta. Maar dat gaat vanzelf goedkomen. Allereerst natuurlijk mijn felicitaties aan collega Vliegenthart voor de indrukwekkende maidenspeech. Bij voorbaat ook mijn felicitaties voor de maidenspeech die nog zal komen.
Voorzitter. De afgelopen weken ging ik op bezoek bij verschillende zorginstellingen, bij ziekenhuizen, bij wijkteams. Ik ging in gesprek met professionals, met ouders, met jongeren. Wat mij steeds weer opvalt, is hun enorme inzet en gedrevenheid. Mensen werken met hart en ziel. Maar ik zie ook hoe het vaak vastloopt. Professionals maken keuzes die eigenlijk niemand zou moeten maken, niet omdat zij tekortschieten, maar omdat het systeem tekortschiet. Ook vanavond staat ergens in Nederland een jeugdzorgwerker alleen op een groep van zes jongeren, hopend dat er geen crisis uitbreekt. Als dat gebeurt, moet je namelijk kiezen: ga je met de jongere mee in de ambulance, wetende dat dat voor de jongere weer een zeer traumatische ervaring zal zijn, of blijf je bij de groep? In een verpleeghuis maakt een verzorgende een vergelijkbare afweging: help je een bewoner nu met douchen, of reageer je eerst op de alarmbel van iemand verderop in de gang? Wie krijgt er aandacht, en wie moet er wachten? Dat is hoe het nu veel te vaak gaat. En toch zag ik ook iets anders. Ik zie dat het anders kan. Ik zie teams die de ruimte krijgen en daardoor veel betere zorg kunnen bieden. Ik zie teams die het vertrouwen gegund wordt en die dat vertrouwen allesbehalve beschamen.
Voorzitter. In deze zaal gaat het vaak over de vraag: geven we meer of minder geld uit aan zorg? Alsof dat altijd de oplossing biedt. Feit is dat we meer geld uitgeven aan zorg dan ooit. Dat bedrag blijft stijgen, ook de komende jaren. We weten ook: meer geld gaat dit niet oplossen. We hebben nu al te weinig mensen om zorg te leveren. Als we zorg blijven leveren zoals we dat nu doen, dan zou in 2040 een op de vier mensen in Nederland in de zorg moeten werken. Ook nu zien we, nog even los van het arbeidsmarktvraagstuk, al dat juist mensen die de zorg het allerhardst nodig hebben, die nu niet krijgen. Kijk naar de voorbeelden die collega Westerveld net gaf. Als je een complexe geestelijkegezondheidszorgvraag hebt, sta je 32 weken op de wachtlijst, maar we weten allemaal dat dit zomaar de verkeerde wachtlijst zou kunnen zijn, dat je daarna naar de volgende gaat, en dat je dan zo een paar jaar verder bent en nog steeds niet geholpen bent.
Voorzitter. Als we willen dat iedereen die zorg nodig heeft die ook krijgt, dan begint dat met een andere manier van kijken naar zorg. Veel van de vragen die nu in de zorg worden opgepakt, zijn eigenlijk helemaal geen zorgvragen maar samenlevingsvragen. Dat zie ik bij mij in de buurt elke week weer. Ik woon aan zo'n autovrij plein. Daar hebben we een gedeelde buurttuin. Dat is de plek waar ik hoor dat de buurvrouw een knieoperatie krijgt en we samen bekijken wie de boodschappen doet, wie gaat koken en wie elke dag even een stukje met haar gaat wandelen. Dat is de plek waar de weduwnaar zegt: ik voel me best wel alleen. Dan kan diegene een gesprek voeren met de POH-ggz, maar het is misschien een stuk effectiever als hij af en toe 's avonds bij ons komt eten. Dat is de plek waar ik zie dat ouders met jonge kinderen aangeven dat de zorg ze even te veel wordt, en dat de buren dan zeggen: "Weet je wat? Stuur de kinderen dan maar even naar ons toe." Daar is geen beschikking voor nodig. Daar is geen indicatie voor nodig. Zelfs als de zorgvraag intensiever is, zien we nog dat je heel veel kan doen buiten de zorg om. Ik was gisteren in Leiden, waar ik gesprekken voerde met getrainde jongvolwassenen, die met andere kinderen, met jongeren en met studenten in gesprek gaan over mentale problemen die ze ervaren. Zij gaven mij juist mee: maak dat niet allemaal "zorg", want het hoort ook bij het leven. Zullen we het daar ook over hebben met elkaar?
Voorzitter. Natuurlijk zijn er momenten waarop die zorg er dan juist moet zijn en dat hebben we nu veel te weinig geregeld met elkaar. Dat betekent dat we ook kritisch moeten kijken naar hoe we het systeem hebben georganiseerd. Wat ons betreft doen we dat langs twee lijnen. Als eerste, en dat raakt aan de meest wezenlijke vraag: voor wie is die zorg bedoeld? Zorg is bedoeld voor die hulpvragen waarbij professionele hulp onmisbaar is. Dat betekent dat we ons moeten richten op de meest kwetsbare mensen. Op het moment dat wij er niet meer in slagen om onze meest kwetsbaren te beschermen, dan falen we in onze meest fundamentele opdracht: als Kamer, als organisaties, als professionals, als samenleving.
In dat kader heb ik twee vragen aan het kabinet, want het kabinet is nu aan de slag met het uitwerken van de maatregelen uit het coalitieakkoord. Ik wil eigenlijk twee toezeggingen. Ten eerste: kan het kabinet toezeggen dat in de uitwerking van de plannen van het coalitieakkoord telkens expliciet wordt bekeken wat iets betekent voor de meest kwetsbare groep, en dat dat ook wordt teruggekoppeld aan ons als Kamer? Ten tweede: ik wil graag dat in de uitwerking van de voorstellen uit het coalitieakkoord eveneens gekeken wordt wat iets betekent per sector. Daarmee wil ik ook de zorgen erkennen die leven in de verschillende sectoren, waaronder de gehandicaptensector.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor de terechte en goede vragen van collega Synhaeve en haar mooie en warme pleidooi voor een goede, betrokken samenleving, waarin men wil omzien naar elkaar. Dat herken ik. Mijn zorg is de volgende. Bij ieder apart plan van het kabinet valt een hele ratio op te bouwen, maar de stapeling van het geheel kan maken dat de rekening voor mensen hoog wordt en dat zij zorg gaan mijden. Hoe ziet collega Synhaeve dat?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik denk dat de keuzes die wij maken, althans de voorstellen die wij maken voor keuzes in het coalitieakkoord, precies de basis zijn waarvan wij zeggen: dat zijn de keuzes die wij moeten gaan maken om die zorg te kunnen hervormen, Ć©n om de zorg voor de meest kwetsbaren te regelen, Ć©n vanwege het arbeidsmarktvraagstuk. Uiteindelijk moet je dat in z'n geheel bezien en dat is natuurlijk moeilijk, want ook nu bespreken wij alleen de VWS-begroting. Wij hebben wel gezegd: we zien dat het bij een aantal groepen kan neerslaan. Daarom reserveren we die 350 miljoen voor mensen met een beperking en chronisch zieken, en daarom reserveren we ook die 150 miljoen voor een aanpak armoede en problematische schulden. Daarom willen we bovendien het eigen risico steeds trancheren op ā¬150. Maar uiteindelijk zal de balans gemaakt moeten worden op het moment dat het kabinet terugkomt met die voorstellen, en ik denk dat we het dan pas echt integraal zullen kunnen afwegen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb eerder met D66 gesproken over de zorgbegroting en over de houdbaarheid op de lange termijn. Wat mij is opgevallen, is dat iedere keer dat wij afspraken maken over bedragen, daarna de bedragen bijna meer leidend worden dan de visie ā dat zei collega Bushoff terecht ā die daaronder zou moeten liggen over hoe we de komende tien jaar een zorgzame samenleving zijn. Dat is precies de reden waarom ik zo'n moeite heb met de stapeling van bezuinigingen in de gehandicaptenzorg, om maar een voorbeeld te geven. Kan collega Synhaeve aangeven wat voor haar de piketpaaltjes zijn waar zij sowieso aan zal meten, los van die bedragen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De piketpalen zijn sowieso de twee punten die ik net genoemd heb als verzoeken aan de minister om een toezegging. Juist als we als leidend principe hanteren dat de zorg er moet zijn voor de meest kwetsbare inwoners, dan moeten wij weten dat onze plannen daar geen averechts effect op hebben. Dat zal ook mijn toetssteen zijn. Daarop kunt u mij nu en in de toekomst altijd bevragen. U zegt daarnaast: er moet een plan zijn en u moet met een visie komen die hierin leidend is. Ik denk dat we die visie hier juist heel mooi uitwerken. Ik denk dat we juist heel duidelijk aangeven dat we de beweging van zorg naar gezondheid maken. Dat betekent juist investeren buiten het zorgdomein. Daarnaast denk ik dat we heel duidelijke keuzes maken door te zeggen dat we focussen op de meest kwetsbare groepen. Beide zullen de toetssteen zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vind deze heel spannend, merk ik. Vorige week heb ik ook in het gesprek met de minister-president de langdurige zorg en de 990 miljoen die daar structureel staat ingeboekt als voorbeeld genomen. Toen ik vervolgens doorvroeg wat dat betekent voor de gehandicaptenzorg, gaf de minister-president toe: dat hebben we eigenlijk nog niet goed genoeg doordacht. Er gaat een brief komen. Ik ben daar zeer benieuwd naar, ook naar welke scenario's daarin zitten. Ergens zegt het natuurlijk iets over de visie daaronder. Wij delen dat de meest kwetsbare mensen nooit de dupe mogen worden van bezuinigingen. Dat dreigt momenteel wel te gebeuren, met het bedrag dat genoteerd is. Onderkent collega Synhaeve dat? Kunnen wij samen afspreken dat we dat sowieso gaan voorkomen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik onderken en onderschrijf volledig dat de zorg ten goede moet komen aan de meest kwetsbare groepen. Ik gaf net ook al aan dat u me daar altijd, op elk moment, op kunt aanspreken. Ik vind het heel fijn dat we volgende week met elkaar uitgebreid het debat kunnen voeren over specifiek de gehandicaptensector. Ik vind het ook heel fijn dat daar een kabinetsbrief aan ten grondslag ligt, omdat dat tot een beter debat zal leiden. In algemene zin is de gehandicaptensector als deel van de langdurige zorg echt een ander type sector. Waar we in de ouderenzorg mensen hebben die een aantal jaar op een plek leven, gaat het bij de gehandicaptensector om mensen die er soms decennialang wonen. Daar ben ik me dus heel erg van bewust, niet alleen op het moment dat we maandag het debat met elkaar voeren, maar ook in de keuzes die we hierna maken.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor mevrouw Synhaeve van D66 aan het kabinet vragen wat de maatregelen die ze hebben opgeschreven in het coalitieakkoord in de praktijk betekenen voor de meest kwetsbare mensen. Hoe kun je eerst maatregelen opschrijven in een coalitieakkoord, en dan ook nog deze maatregelen, en pas daarna aan het kabinet vragen wat het in de praktijk betekent voor de mensen in de meest kwetsbare posities? Ik zeg het nogmaals: waar visie ontbreekt, komt het volk om.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ga hier niet het debat van vorige week opnieuw doen, want dat is al gevoerd. Uit het coalitieakkoord spreekt juist een hele duidelijke visie: de visie om de beweging van zorg naar gezondheid te maken, de visie om te investeren in preventie en de visie om dus ook buiten dat zorgdomein te investeren. Dat is waarvoor ik wil staan. Daar zitten ook keuzes in waarbij we zeggen: als we de zorg voor de meest kwetsbare mensen willen regelen, dan moeten we ook aan andere knoppen durven draaien. Die hebben we in het coalitieakkoord beschreven. We hebben daar ook nog ruimte gelaten. We hebben het dus niet van a tot z dichtgetimmerd. Dat zou namelijk pretenderen dat ik het alleenrecht op goede ideeƫn zou hebben; dat geloof ik niet. Ik vind het heel logisch dat je met zo'n coalitieakkoord vervolgens aan een kabinet vraagt nu aan de slag te gaan met die uitwerking. In die keuze kan je namelijk nog heel veel andere keuzes maken.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het volstrekt onnavolgbaar dat je eerst een set aan maatregelen opschrijft, zoals tot 6 miljard bezuinigen op de sociale zekerheid en 10 miljard bezuinigen op de zorg, met enorme eigen bijdragen voor mensen, en dat je dan pas de vraag stelt wat dat in de praktijk voor mensen zou betekenen en wat dat betekent voor mensen in de meest financieel kwetsbare situaties. Ik heb voorbeelden gegeven van wat het betekent voor mensen die jaren in de zorg hebben gewerkt en nu arbeidsongeschikt zijn geraakt. Is die vraag echt niet aan de orde gekomen tijdens de coalitieonderhandelingen? Ik kan het me gewoon niet voorstellen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Natuurlijk is die aan de orde gekomen in de coalitieonderhandelingen, maar op het moment dat wij bijvoorbeeld zeggen dat er een eigen bijdrage in de wijkverpleging moet komen, dan kan je dat op tal van manieren vormgeven; ik vermoed zomaar dat daar zo nog vragen over zullen komen. Je kan bepalen hoe hoog die eigen bijdrage is. Je kan bepalen of je die vanaf de eerste keer gaat betalen of niet. Er zijn allerlei knoppen waaraan je kan draaien. Ik vind het heel passend dat wij dat als coalitie in de coalitieonderhandelingen nog niet van a tot z hebben uitgewerkt, maar dat het juist een opdracht is die we meegeven aan het kabinet.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, afrondend. Als je bijvoorbeeld mensen die chronisch ziek of arbeidsongeschikt zijn, keihard pakt met het verlagen van hun inkomsten en je een eigen bijdrage voor de wijkverpleging invoert, een hoger eigen risico vraagt, de zorgtoeslag verlaagt en het aftrekken van de zorgkosten bij de belasting afschaft, als je al dat soort maatregelen neemt, kan ik je al wel op een briefje geven wat dat in de praktijk voor deze mensen betekent, namelijk dat ze het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Ik vind het echt stuitend, echt stuitend om te horen dat die vraag blijkbaar niet is beantwoord toen deze maatregelen in het coalitieakkoord werden opgeschreven. Dat is ook precies de fundamentele kritiek die ik heb. Er zit geen visie achter. Er is niet over nagedacht. Er is gewoon gekeken: hoeveel moeten we nog ophalen? Dat heeft u bij de zorg opgehaald.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat beeld deel ik absoluut niet. De keuzes die we maken, zijn juist de keuzes om ervoor te zorgen dat zij die de zorg het allerhardst nodig hebben, die kunnen krijgen. We weten ook dat als we verdergaan op de weg die we nu zijn ingeslagen, het dus niet gaat gebeuren, want deze mensen vallen nu al tussen wal en schip en dat wordt de komende jaren alleen maar erger als we niet durven kiezen.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Het is een beetje wrang dat er inderdaad keuzes worden gemaakt, maar dat D66 doet alsof het vanzelfsprekend is dat er bezuinigd moet worden juist op mensen die het meest kwetsbaar zijn, mensen met een handicap, arbeidsongeschikten, mensen met een PAIS-ziekte, dus mensen met long covid. Dat zijn geen vanzelfsprekende keuzes. Een keuze die je ook kan maken, is zeggen: hoe worden mensen eigenlijk ziek? We hebben een enorme industrie in Nederland, die mensen ziek maakt. We hebben een enorme veehouderij met een grote veedichtheid in Nederland, die mensen ziek maakt. Waarom maakt D66 niet de keuze om daar de lasten te leggen en om dat aan te pakken, in plaats van te beknibbelen in de hoeken waar het al moeilijk is?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De afgelopen twintig jaar hebben we elk jaar meer uitgegeven aan zorg. In 2026 geven we 120 miljard uit aan zorg. In 2030 wordt dat 126 miljard. Alleen maar extra geld gaat niet de oplossing zijn. Ik deel volledig het punt dat u noemt: moeten we niet gaan kijken waarom het nou zo is dat mensen ziek worden? Dat is precies wat ook in de beweging van zorg naar gezondheid zit. Dus ja, laten we zeker kijken wat de industrie bijdraagt aan het ziek maken van mensen en kijken hoe we dat kunnen voorkomen in de toekomst.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Ten eerste weten we uit onderzoek dat de zorgkosten vooral worden opgedreven door economische groei. Hoe meer economische groei, hoe meer kosten we voor zorg maken. Zo werkt dat. D66 zou dus misschien iets moeten doen aan economische groei als ze dat volledig willen dempen. Maar in de kern gaat het erom dat je een keuze maakt om te bezuinigen op de meest kwetsbare mensen, in die hoek, in plaats van het te halen bij bedrijven en grote investeerders en de vervuilers aan te pakken.
Dan op het punt van de grote vervuilers aanpakken: dat rijmt niet met wat ik van D66 hoor. In het coalitieakkoord zie ik dat de Omnibusakkoorden, de Omnibuswetgeving van Europa, gewoon worden omarmd, terwijl experts zeggen dat die ervoor gaan zorgen dat de regels die onze gezondheid beschermen, worden versoepeld. Hoe rijmt D66 dat met de ambitie om de zorgkosten te drukken?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik wil in dit debat toch echt focussen op de VWS-begroting.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Dit Ćs VWS.
Mevrouw Synhaeve (D66):
In algemene zin kan ik herhalen wat ik net ook al zei, namelijk dat je heel goed moet gaan kijken hoe het nou komt dat mensen ziek worden en hoe we dat kunnen voorkomen met elkaar. Dat zit niet ⦠Punt.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Tot slot. Dit is dus precies het probleem van de visie van D66 op zorg. Ze zoeken het beknibbelen op de zorg in hoekjes waar al weinig te beknibbelen valt, maar zien niet dat we heel veel kosten kunnen besparen door natuur en milieu beter te beschermen, door omwonenden van de veehouderij-industrie beter te beschermen. Dan zegt ze: ik verwijs naar een ander debat. Nee, het gaat hier ook over. De minister van VWS gaat daarover. Ik wil dus heel graag nog een serieuze reactie van D66 op de vraag waarom de Omnibusvoorstellen van Europa blindelings, met ƩƩn zin, worden omarmd en waarom in het coalitieakkoord staat dat de toezichthouders misschien maar minder hard toezicht moeten houden op de grote vervuilers en minder streng moeten zijn, terwijl we weten hoe belangrijk het is om het juist strenger te doen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik zit gewoon veel minder diep in die grote vervuilers en Omnibus. Ik kan in dit debat alleen aangeven dat ik zie dat ook daar een oorzaak ligt van zorg en dat we daar ook naar moeten kijken. Ik ben in ieder geval nu niet de goede persoon om vragen aan te stellen die specifiek daarover gaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik was in aanloop naar dit debat heel benieuwd hoe D66 en de andere coalitiepartijen zouden verantwoorden en uitleggen waarom er zo enorm veel miljarden uit de zorgpot worden gepakt om Defensie te financieren, want dat is uiteindelijk wat er gebeurt. Er was geld nodig voor defensie. D66 heeft er samen met de rest van de coalitiepartijen voor gekozen om dat niet te halen bij de mensen die het meest verdienen in Nederland, maar bij de zorg. Dat zijn de feiten. Dan krijgen we een verhaal te horen om dat uit te leggen. Als je daarnaar luistert, hoor je dat er twee lijnen zijn. Maar als je dan goed luistert, komen allebei die lijnen neer op: we bezuinigen en we bezuinigen. Dat is dan de visie. Dan iets over de meest kwetsbaren. Ik heb bijvoorbeeld bezoeken afgelegd aan de gehandicaptenzorg. Ik heb met zorgverleners gesproken, maar ook met mensen die zorg nodig hebben en hun families. Ik heb het dan bijvoorbeeld over een volwassen man met de verstandelijke vermogens van iemand van 2, die niet kan communiceren en niet zelfstandig kan eten. Juist op die groep bezuinigt D66 bijna een half miljard euro structureel. Wat betekent dat nou?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik wil twee punten maken. Als eerste: ik geloof echt niet dat steeds meer geld toevoegen aan zorg, leidt tot betere zorg. Kijk naar de jeugdzorg: in tien jaar tijd is het budget van 3,6 miljard naar meer dan 8 miljard gegaan. Wie staat er nu heel lang op de wachtlijst? Dat zijn de kinderen die deze zorg het allerhardste nodig hebben. Meer geld gaat echt niet de oplossing zijn. Daar geloof ik niet in. Dan het tweede punt. Ik heb dit net in het interruptiedebat met mevrouw Bikker ook aangegeven. Voor de gehandicaptensector geldt dat we heel zorgvuldig moeten bekijken wat zoiets nou betekent voor deze groep; dat geldt trouwens voor alle sectoren, maar zeker voor de gehandicaptensector. Heel veel keuzes zijn ook nog niet helemaal uitgetekend. Dat is waar volgens mij ook de brief vanuit het kabinet iets over zal vertellen deze week. We gaan hier aankomende maandag ook een uitgebreid debat over voeren met elkaar.
Mevrouw Dobbe (SP):
Weet u wie er heel goed weten wat die halve miljard die uit de gehandicaptenzorg wordt gehaald, maar ook de miljarden die worden gegraaid uit de ouderenzorg, de ggz en alle andere zorg die Nederlanders nodig hebben, gaan betekenen? Weet u wie dat heel goed weten? De mensen die de zorg geven. Die weten dat heel goed. Die mensen zeggen: dit gaat voor ons betekenen dat de werkdruk stijgt, dat daarmee de personeelstekorten ook stijgen, dat de zorg minder goed wordt en dat mensen keihard in de knel komen. Het zou D66 sieren als zij naar die mensen zou luisteren en dit soort besluiten niet neemt voordat zij zelf ook maar enig idee heeft wat dit betekent voor mensen. Ik wil nog van D66 weten hoe zij uitlegt dat er wel 19 miljard euro gevonden kan worden voor defensie, maar niet voor de gehandicaptenzorg. Er is wel 19 miljard euro voor defensie, maar niet voor de ouderenzorg, niet voor de ggz, niet voor de ziekenhuizen en niet voor de chronische patiƫnten.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ook ik spreek die mensen in de zorg. Daar begon ik mijn bijdrage ook mee. Die mensen die in de jeugdzorg werken, zijn dezelfde mensen die vanavond hopen dat er geen crisis is. Die mensen vragen: help mij nou om ervoor te zorgen dat ik hier niet in mijn eentje sta, maar dat we met zijn tweeƫn zijn. Dat kan alleen maar als we de inloop omlaagbrengen. Dat betekent dat we aan knoppen moeten draaien. Dat is waar ik voor ga staan. Dat is echt waar ik voor ga staan de komende jaren. We zien nu namelijk dat deze zaken ten koste gaat van de groep die dit het allerhardste nodig heeft. Als we geen keuzes durven maken, dan leggen we die keuzes, die moreel-ethische dilemma's, neer bij de uitvoerende professionals omdat wij niet, of veel minder, durven te kiezen. Dat is niet wat ik de komende vier jaar ga doen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik had geloof ik een aantal vragen gesteld over hoe D66 uitlegt waarom er wel miljarden gevonden kunnen worden voor defensie, maar niet voor de zorg. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Misschien wil mevrouw Synhaeve daar wel nog een antwoord op geven, want een heleboel mensen vragen zich dat af. Mijn vraag is dan als volgt. Ik snap natuurlijk dat mevrouw Synhaeve zegt dat meer geld niet de oplossing is, want ze haalt 10 miljard uit de zorg weg. Natuurlijk zegt zij dan: meer geld is niet de oplossing. Maar hoe is minder geld dan de oplossing? Hoe is 10 miljard euro uit de zorg graaien de oplossing voor die dilemma's waar zorgverleners volgens mevrouw Synhaeve elke dag voor staan? Ik zie dat namelijk niet, en zorgverleners zien dat ook niet.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Er zijn heel veel vragen gesteld in een halve minuut. Ik sta even specifiek stil bij het punt dat nu al verschillende keren genoemd is: het budget voor defensie. Dan verwijs ik toch echt naar het debat dat vorige week gevoerd is. Dat ga ik hier echt niet opnieuw voeren.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vind het eigenlijk wel verfrissend dat een coalitiepartner zegt: de meest kwetsbaren, daarvoor sta ik aan de lat en als die in het geding komen, dan vindt u mij aan uw zijde. Ik heb een groep die best kwetsbaar is en waarvoor andere keuzes gemaakt worden. Afgelopen vrijdag zag ik een minister een reactie daarop geven die ik nogal hardvochtig vond. Het gaat over de gordelroosvaccinatie. Er wordt gezegd dat de 60-jarigen de toekomstige ouderen zijn en er wordt een keuze gemaakt om hen eerst te gaan vaccineren. Maar we weten dat juist de ouderen, de meest kwetsbare groep, die vaccinatie het hardst nodig hebben. Hoe kijkt D66 daar dan tegen aan?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Allereerst dank voor de complimenten over een verfrissende bijdrage. Ik hoop dat ik dat vier jaar lang vast kan houden. Nu een iets minder verfrissend antwoord. Ik ga voor het antwoord op deze vraag toch echt naar mijn collega Marc Vervuurt kijken, die hier straks ook bij stil zal staan. Ik kijk even schuin langs u heen met het verzoek of hij daar onmiddellijk op wil reageren in de eerste termijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dan hoop ik dat ook die helft van D66 voor de kwetsbaarsten in onze samenleving is, want dat is wel een van mijn zorgen. Ik wil graag nog een ander punt maken. Ik denk dat er zeker binnen de zorg andere keuzes te maken zijn. Volgens mij hebben meerderen dat gezegd. Er zijn heel veel mensen die werken ƔƔn de zorg in plaats van Ćn de zorg, waar volgens mij het geld naartoe zou moeten. Maar als wij toe willen gaan naar zorgzame buurten, naar mensen die naar elkaar omkijken, dan is het toch heel vaak zo dat eerst de kost voor de baat uit moet gaan. Hoe kijkt D66 daartegen aan als daar nu al op wordt bezuinigd zonder dat die zorgzame buurten er zijn?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Allereerst zijn we ƩƩn team D66. We zijn ook ƩƩn TeamNL, dus dat trekken we gewoon door. We hebben alle vertrouwen dat dat ook aan die kant dadelijk goed gaat. De kosten gaan voor de baat uit; dat was het laatste punt dat u maakte. Dat ben ik met u eens. Tezelfdertijd vertrekken we natuurlijk niet van nul. Dat blijkt ook uit mijn eigen voorbeeld dat ik net gaf. Maar ik zie ook dat je moet gaan investeren. Dat is ook de reden waarom we gezegd hebben dat we daar 50 miljoen apart voor gaan vrijmaken, juist om in die sterke wijken te investeren. Dat staat nog los van het extra geld, volgens mij 135 miljoen, dat we besteden aan het vergroten van de leefbaarheid in wijken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dan is het wel zorgelijk dat bijvoorbeeld de envelop voor ouderen geschrapt is. Daar zat nog het nodige in. Die middelen waren juist voor de ouderenzorg, de gezamenlijke seniorenwoningen die gebouwd moeten worden en de ontmoetingsruimten. Aan de ene kant wordt er weggehaald en schijnbaar aan de andere kant weer teruggebracht. Ik maak me even zorgen dat D66 wel het ene vertelt maar niet het hele plaatje laat zien.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Zoals een aantal van u weten, heb ik deze portefeuille net een week. Ik heb een poging gedaan om me goed in te lezen, maar ik heb de afgelopen jaren wel veel mogen doen, ook op dit terrein. De envelop ouderenzorg was vooral bedoeld om de oude verpleeghuizen terug te brengen. Wij hebben gezegd dat wij daar niet in geloven. Wij geloven veel meer in de zorgzame buurten en hebben daar ook geld voor gereserveerd. Dit is een onderwerp waarbij we volgens mij hetzelfde doel dienen, net als ⦠Dat zal vast voor meer onderwerpen gelden. Laten we er samen voor zorgen dat dat inderdaad tot stand komt.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoor mevrouw Synhaeve eigenlijk lachend zeggen: we zijn ƩƩn TeamNL. Een collega zei dat volgens mij ook al in haar inbreng. Ik geloof niet dat dat door iedereen zo wordt ervaren de afgelopen weken. Sinds het uitkomen van het coalitieakkoord regent het brandbrieven van organisaties en mailtjes van mensen. Die zullen ongetwijfeld iedereen hier in de zaal bereiken. Dat zijn vaak brandbrieven van organisaties die voor de meest kwetsbaren staan, waar ik u vanavond al vaak over heb gehoord. Het zijn mailtjes van mensen die behoren tot de meest kwetsbaren. Ik zou toch het volgende willen vragen. D66 zegt dat het doel is om de meest kwetsbare mensen te beschermen. Ik som even een aantal maatregelen op: het eigen risico omhoog naar ā¬520, een eigen bijdrage in de wijkverpleging, het schrappen van de tegemoetkoming voor chronisch zieken, het verdwijnen van de envelop ouderenzorg en de bezuinigingen op de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Kunt u mij per maatregel uitleggen hoe die bijdraagt aan de meest kwetsbaren in deze samenleving?
Mevrouw Synhaeve (D66):
U noemt precies de keuzes die we maken om de zorg te hervormen, juist zodat er ruimte ontstaat voor mensen met meer complexe zorgvragen. Zoals ik al eerder aangaf, worden die keuzes nu uitgewerkt door het kabinet. Ik zal er ƩƩn uitlichten. U zult het met collega Vervuurt vast nog hebben over het eigen risico. Op het moment dat je dat niet doet en de keuze maakt om het eigen risico te halveren, dan weten we dat de zorgpremie enorm stijgt. Dat raakt ons allemaal. Als we de keuze maken om het eigen risico iets te laten stijgen maar daar wel bij zeggen "u bent maximaal ā¬150 kwijt per keer", dan geloof ik dat heel veel mensen die nu de zorg mijden, wĆ©l gebruik zullen maken van de zorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Nogmaals, mijn vraag was veel breder dan alleen het eigen risico. Mevrouw Synhaeve heeft het erover dat het iets stijgt. U en ik kunnen misschien ā¬520 betalen, mocht dat nodig zijn, maar er zijn heel veel mensen die dat niet kunnen betalen. Dat zijn precies dezelfde mensen die ook worden getroffen door alle andere maatregelen die ik net opsomde. Dus nogmaals: als u, mevrouw Synhaeve, de meest kwetsbare mensen wilt beschermen, hoe doet u dat dan met deze maatregelen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Bij het eerste deel van de vraag ga ik verwijzen naar het antwoord dat ik net heb gegeven. Dat zie ik ook bij de andere keuzes die we maken. Ik hoor ook de zorgen van organisaties uit het veld over de eigen bijdrage in de wijkverpleging. Ik wil ook niet dat dat ertoe leidt dat mensen die die zorg wel degelijk nodig hebben, daar niet meer of minder snel gebruik van gaan maken. Daarom is het aan het kabinet om te kijken: wat wordt de hoogte, gaat het vanaf de eerste keer in en zit er een maximum aan? Dat doen we juist om te borgen dat dit er niet toe leidt dat de mensen die die zorg nodig hebben, daar geen gebruik meer van gaan maken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voor mij is het antwoord dat D66 ze niet beschermt. We kregen hier van de week een petitie van verpleegkundigen en verzorgenden. Er zijn meer dan 30.000 handtekeningen verzameld tegen de invoering van de eigen bijdrage. Ik vond op de website een hele mooie quote. Ik zal die zo ook nog aanhalen in mijn eigen inbreng. Een casemanager dementie zei het volgende: "Bij een eigen bijdrage zullen mensen zorg uitstellen of weigeren. Niet uit onwil, maar omdat zij de noodzaak niet ervaren of kosten willen vermijden. In de praktijk betekent dit dat mensen later in beeld komen, problemen escaleren en crisisopnames of versnelde verpleeghuisopnames vaker voorkomen." Dus nogmaals: hoe beschermt u de meest kwetsbaren, die hierop aangewezen zijn?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Nogmaals, ik deel die zorgen. Maar ik zal een ander citaat van een wijkverpleegkundige voorlezen: "Vaak hebben mensen eerst meer hulp nodig omdat je moet laten zien hoe het werkt, bijvoorbeeld met steunkousen of medicijnen. Maar daarna kunnen ze het deels zelf, al dan niet met hulpmiddelen. Zo'n eigen bijdrage kan dan helpen om ervoor te zorgen dat we straks überhaupt voldoende verpleegkundigen hebben." De vraag naar zorg zal in de komende jaren enorm gaan toenemen en we weten dat er een beperking zit aan het aantal mensen dat in de zorg kan werken. Het is weinig waarschijnlijk dat in de toekomst een op de vier Nederlanders in de zorg zal werken. We moeten dus durven kijken naar de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de wijkverpleegkundige bij diegene is die de zorg op dat moment het hardst nodig heeft?
De voorzitter:
Ik zou de leden erop willen wijzen dat we het debat vooral voeren met onze eigen bijdragen en niet met citaten van de een tegen de ander. Dat houdt het debat ook een beetje scherp, want u staat hier zelf op eigen titel.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Ik denk niet dat het veel zin heeft om in te gaan op de specifieke bezuinigingen op de meest kwetsbaren, want volgens mij is de Kamer het van links tot rechts met elkaar eens dat dit hele slechte plannen zijn en dat je het geld van de bezuinigingen niet in die hoek moet halen. Maar ik wil wel even verdiepen en weer terug naar wat die preventie betekent voor mijn collega. Ik begrijp dat ze nieuw is op dit dossier, maar het is voor mijn partij heel fundamenteel dat we het met elkaar eens zijn over wat die preventie betekent. De industrie zorgt voor 7 miljard aan gezondheidskosten en de vee-industrie voor minstens 9 miljard. Dat zijn schattingen die aan de onderkant zitten. Is mijn collega het dan met mij eens dat als we kijken naar preventie, we ook zeker die kant op moeten kijken? Dan doel ik op veel meer ingrijpen in vervuilende, ziekmakende stoffen vanuit de industrie, veehouderij en landbouw.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ben het volmondig met u eens dat we dan ook heel goed moeten kijken naar wat de rol van industrie is op ervaren gezondheid, maar ook op ziekte.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Dat is fijn. Het PBL heeft al wat cijfers over de kosten van de veehouderij en de industrie. Ik heb daar een aantal cijfers van genoemd. Ik zou tegen D66 willen zeggen: neem dat nou mee als je ergens bezuinigingen en geld zoekt en de zorgkosten wilt drukken.
Dan heb ik nog een vraag. Is D66 het met ons eens dat de minister van Volksgezondheid ook daarin een verantwoordelijkheid draagt? Vindt D66 dat de minister dus niet moet achteroverleunen en wachten totdat de minister van Economische Zaken of de minister van IenW een keer de industrie aanpakt, of tot de minister van Landbouw de uitstoot in de landbouw aanpakt? Vindt D66 dat de minister van Volksgezondheid ook hier een eigen verantwoordelijkheid in moet nemen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ja, dat ben ik met u eens en ik zie daar een parallel. De vele jongeren die ik de afgelopen tijd heb gesproken, zeggen: als het gaat over jeugd, gaat het alleen maar over jeugdzorg, terwijl ik me zorgen maak over woningen en het onderwijs dat ik wel of niet kan krijgen. Ik verwacht van deze minister dat die het er ook met collega-bewindspersonen over heeft. Dat geldt net zo goed als het gaat over gezondheid en volksgezondheid.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Ja, tot slot. Dat is heel mooi, want op basis daarvan kunnen we verder. Ik zoek het graag in die hoek, wat betreft het drukken op de zorgkosten. Ik heb dit soort debatten heel vaak gehad. Dan zegt de minister van VWS "ja, ik praat natuurlijk wel met mijn collega's". In de praktijk zien we dat als het gaat om de bescherming van omwonenden tegen landbouwgif en veehouderijen, de minister van Landbouw daar uiteindelijk een eindzegje in heeft. We zien dat als het gaat om de industrie, toch IenW en de economie aan zet zijn. De Kamer heeft vaker gezegd dat de minister van Volksgezondheid in dit soort gevallen, ook bij het voorkomen van pandemieƫn, veel meer zelf de lead moet nemen. De gezondheid staat daar namelijk centraal. Zou D66 samen met ons een oproep willen doen aan de minister van VWS om daar ook echt een eigen verantwoordelijkheid in te pakken en zelf met initiatieven te komen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging. Op het moment dat wij onderwerpen zoals gezondheid en jeugd bespreken, maar ook als het gaat om mensen met een beperking of een handicap, hebben we daar juist ook allerlei andere ministeries voor nodig. Dus ik ga ervan uit dat het kabinet daar ook zelf de verbindingen legt en dat ook aan ons terugkoppelt. Wie zij dan precies afvaardigen, is toch echt aan hen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Synhaeve had het over de wachtlijsten in de ggz. Ze zei dat heel veel mensen hulp zoeken, terwijl het eigenlijk geen zorgvragen maar samenlevingsvragen betreft. Vergelijk dat met de plannen van het kabinet. Die plannen zorgen voor een stapeling van zorgkosten en meer mensen komen in de armoede terecht. Als mensen arbeidsongeschikt zijn en hun uitkering omlaaggaat, dan zorgt dat voor veel meer financiƫle stress bij gezinnen. Mensen zijn misschien bang dat ze hun huisvestingskosten niet meer kunnen betalen. Erkent mevrouw Synhaeve dan dat dit alleen maar gaat zorgen voor meer mensen die hulp nodig hebben, voor meer stress en een groter beroep op de ggz?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Van de vragen die nu al in de ggz landen, weten we dat die voor een heel groot deel eigenlijk niet in de ggz thuishoren. Laat ik ƩƩn voorbeeld eruit lichten: we weten nu uit die eerste pilotfase dat op het moment dat een huisarts doorverwijst naar de ggz en er eerst een verkennend gesprek tussen sociale teams en ggz-aanbieders plaatsvindt, bij de helft van de doorverwijzingen blijkt dat een doorverwijzing naar de ggz niet passend is maar dat er juist sprake is van armoedeproblematiek, schuldenproblematiek en eenzaamheid. Dat kan dus veel beter op een andere plek worden opgevangen. Dat onderschrijf ik. We moeten er natuurlijk voor waken dat het complete pakket aan maatregelen niet leidt tot meer armoede en meer stress. Ik geloof dat we daar de kaders voor neerzetten.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Wat het eerste deel van het antwoord betreft: dat weet ik natuurlijk, maar dat was niet mijn punt. Mijn punt betreft het laatste deel. En dat weet mevrouw Synhaeve ook. We weten namelijk dat de plannen van het kabinet zorgen voor meer armoede. Dat blijkt gewoon uit de onafhankelijke berekening van het CPB: de plannen zorgen voor meer armoede en een stapeling van zorgkosten en brengen gezinnen in de stress. We krijgen allemaal de mails van ouders met bijvoorbeeld een kind met een beperking, maar ook van mensen die aangeven dat ze enorm veel financiƫle zorgen hebben. Mijn vraag is dus: erkent mevrouw Synhaeve dat de huidige plannen er gewoon voor gaan zorgen dat er meer beroep wordt gedaan op de mentale hulp en de ggz?
Mevrouw Synhaeve (D66):
We weten ook dat er vorige week een motie is aangenomen die zegt dat als je nu die plannen verder gaat uitwerken, het wel moet leiden tot minder armoede. We hebben ook een minister-president die dat bekrachtigd heeft. Als het niet leidt tot minder armoede, moeten we ook kijken naar de keuzes die gemaakt worden.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik hoor jullie zorgen en die deel ik. Dat is de bril waardoor ik wil kijken naar de uitwerking die er dan ligt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar dan is de logische vervolgvraag: is D66 dan bereid om af te stappen van het strakke financiƫle kader? Dat financiƫle kader zegt namelijk wel degelijk dat er keiharde bezuinigingen komen op sociale zekerheid en op de zorg. Dat staat in dat kader. Als wordt erkend dat het niet goed is dat er meer gezinnen in armoede komen, de instroom in de zorg hoger wordt en er misschien aan zorgmijding wordt gedaan, is D66 dan bereid om af te stappen van dat financiƫle kader? Dat kader leidt namelijk tot veel meer mensen in de zorg, terwijl dat juist niet de bedoeling is.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het financiƫle kader stelt juist dat we de komende jaren meer gaan uitgeven aan zorg. Dat is waarvoor ik sta. Het zal geen ongebreidelde groei zijn, ook omdat we dat niet waar kunnen maken en ook nu al niet waarmaken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is helaas niet zo dat als er een motie wordt aangenomen om armoede te verminderen, dat dan ook direct gebeurt. Ik denk dat daar wel wat meer voor nodig is. Er zijn hier meer moties aangenomen die wel wat betere uitvoering behoeven. Eentje daarvan gaat over budgetplafonds en daar wil ik het nu over hebben.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb vorige week of een paar dagen geleden ā ik weet het niet meer ā een uitzending van Radar gezien, waar mevrouw Synhaeve ook in zat. Die ging over de wachtlijsten in de ggz, waar het nu dus ook over gaat. Het ging erover dat die niet korter, maar langer worden. Daarover werd de volgende vraag gesteld. Er is een zorgplicht, een recht op zorg, dus dan kun je toch niet zeggen dat je moet wachten tot volgend jaar omdat het budgetplafond is bereikt? Mevrouw Synhaeve zei: nee, absoluut niet. Ze zei dat in de zin van: die budgetplafonds zitten dat in de weg. Ik werd er heel hoopvol van. Is mevrouw Synhaeve dan nu bereid om samen met ons op te trekken en de motie uit te voeren die is aangenomen om de budgetplafonds niet alleen uit de ggz, maar bijvoorbeeld ook uit nota bene de palliatieve zorg te halen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Die Radaruitzending ging inderdaad over het recht op zorg. Volgens mij zitten wij allemaal in deze Kamer om ervoor te zorgen dat we dat voor elkaar krijgen. De conclusie is dat ons dat nu niet lukt voor de mensen die het het hardst nodig hebben. Ik heb ook beschreven dat er een aantal knoppen zijn waaraan je kan draaien. EƩn knop is het veel meer inzetten op het bemiddelen en dat ook veel proactiever doen. De andere knop is ervoor zorgen dat je gaat kijken naar al die eindeloze exclusiecriteria, want het gaat juist om kosten van de groep die de zorg het hardst nodig heeft. Er is niet expliciet stilgestaan bij de vraag of er budgetplafonds zijn en hoe D66 daar nou precies tegen aankijkt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Er werd gevraagd: als je zorg nodig hebt, dan kun je toch niet zeggen dat je moet wachten tot volgend jaar omdat nu het plafond bereikt is? Dat ging natuurlijk specifiek over de budgetplafonds. Mevrouw Synhaeve was het met de presentator eens dat je inderdaad niet kan zeggen dat het plafond bereikt is en je dus nog maar een paar maanden en soms bijna een heel jaar moet wachten. In de palliatieve zorg zijn die budgetplafonds er ook. Meermaals heeft de Tweede Kamer gezegd dat we daarvanaf moeten. Er zijn wachtlijsten, dus dan ga je die wachtlijsten toch niet kunstmatig lang houden met dit soort perverse prikkels van zorgverzekeraars? Ik had gehoopt dat ze ons daarin zou steunen. Ik hoop dat mevrouw Synhaeve dat nu gaat zeggen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Excuses, nu begrijp ik de eerste vraag ook beter. Wat ik heb aangegeven en waar ik voor sta, is dat een budgetplafond natuurlijk niet de reden mag zijn dat je zegt: nu moet je nog een jaar wachten, want dan is het weer januari. Dat is juist de reden waarom ik vind dat de zorgverzekeraar veel actiever moet gaan bemiddelen. Die moet ook zelf de telefoon pakken en zeggen: "U staat nu al bijna veertien weken op de wachtlijst. Bij deze aanbieder gaat het nog een tijdje duren, maar op plek A, B of C is wel veel sneller plek." In dat kader vind ik dus dat we veel actiever moeten sturen. Het budgetplafond mag dan geen reden zijn om de zorg niet meer te krijgen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is natuurlijk wel een reden. Daarom vraag ik het. Daarom vragen we er al anderhalf Ć twee jaar om. We horen namelijk van zorgverleners en zorginstellingen dat zij dan geen mensen meer kunnen opnemen. In theorie wordt er dan bemiddeld en wordt er niet tegen mensen gezegd dat er geen plek is, maar in de praktijk gebeurt dat wel. Dat zeggen zorgverleners en zorgorganisaties. Het helpt mensen die zorg nodig hebben dus niet om te zeggen: er is wel een plek, maar het budgetplafond is bereikt. Dat gebeurt in de praktijk dus wel. In de wetenschap dat dat wel gebeurt, is mevrouw Synhaeve bereid om te zeggen: dat mag niet, dus die budgetplafonds doen we gewoon niet? Of laten we dan zeggen: in ieder geval niet zolang er wachtlijsten zijn.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik geloof niet dat dat de oplossing zal zijn. Het is natuurlijk aan de zorgverzekeraars om te zorgen dat er een dekkend aanbod is van zorg. Dat gebeurt nu onvoldoende, zonder twijfel. Anders zou je die wachtlijsten namelijk niet hebben en zou je niet al in april je budgetplafond bereikt kunnen hebben. Ik geloof alleen niet dat de oplossing zit in het weghalen van het budgetplafond; volgens mij zit de oplossing veel meer in zoeken naar waar dan nog wel ruimte is. Hoe kunnen we zorgen dat a zorgverzekeraar beter contracteren, zodat we een dekkend aanbod hebben, en b dat we de mensen op die wachtlijst ook veel beter begeleiden naar de plek waar op dat moment wel ruimte is? Ik geloof dat die duizenden mensen op de wachtlijst daar veel meer bij gebaat zijn dan wanneer we nu zeggen: we stoppen met dat budgetplafond.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Onnavolgbaar! Hier ontbreekt toch elke logica? Waarom is het afschaffen van die budgetplafonds geen oplossing? Dan kan er meer zorg worden ingekocht. Dat is toch volstrekt logisch? Licht eens toe.
Mevrouw Synhaeve (D66):
We zien nu volgens mij in de zorg, bijvoorbeeld als je kijkt naar de ggz, dat veel van de zorg die geboden wordt lichte vormen van zorg betreft. We zien ook dat veel zorgprofessionals in de ggz juist daar gaan werken, want dat is iets minder zware problematiek en het is veel duidelijker afgebakend, van negen tot vijf. Ik denk dat dat ten koste gaat van het beschikbare aanbod voor de complexere zorgvragen. Ik geloof dus dat op het moment dat we gewoon scherper kijken wie welke zorg nodig heeft, we daarmee ook ruimte en menskracht creƫren om beschikbaar te zijn voor mensen met juist heel complexe zorgvragen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat is wel interessant. Er is wel degelijk schaarste in de zorg. Dat weten we natuurlijk allemaal. Daarbij kan extra geld natuurlijk helpen. Mevrouw Dobbe had net ook een volkomen terechte vraag. Waarom krijgen we daar geen antwoord op van D66? Waarom heeft D66 wel onmiddellijk 19 miljard paraat voor defensie en is schraalhans keukenmeester als het om de zorg gaat en wordt er overal op beknibbeld? Waarom?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Nogmaals, ik ga hier niet het debat van vorige week overnieuw doen. Wij denken dat een veilig Europa, een veilig Nederland een randvoorwaarde is om goede zorg te kunnen leveren.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
D66 schat die dreiging dus enorm hoog in. Wat ons betreft is dat een fabeltje. Maar dan nogmaals: er gaat dus 19 miljard naar Defensie en dat kan óók niet! Dat hoor ik mevrouw Synhaeve de hele tijd zeggen: extra geld in de zorg heeft geen zin. Die 19 miljard kunnen ze bij Defensie niet eens opmaken. Het werd eind vorig jaar maar weggegeven aan Oekraïne. Waarom is meer geld bij Defensie dan wel de oplossing en niet meer geld bij de zorg, is dan mijn eindvraag. Dat is toch volstrekt onlogisch allemaal?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Nu ga ik echt in herhaling vallen. Dit zijn vragen die ik al beantwoord heb.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoor mevrouw Synhaeve zeggen dat zij staat voor de meest kwetsbare mensen en dat zij daarvoor haar best zal doen. Wie zijn dat? Wie zijn volgens haar de meest kwetsbare mensen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat is bijvoorbeeld de jongere die nu in de gesloten jeugdzorg zit, die daar getraumatiseerder uit komt dan zoals hij erin is gegaan. We weten al twintig jaar lang dat dit gebeurt en toch doen we het nog steeds. Dat is de jongere waarvoor ik hier wil staan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
OkƩ, dat is in ieder geval een categorie. Ik hoor mevrouw Synhaeve niet positief reageren op de gordelroosvaccinaties voor ouderen en ook niet op de vraag over nota bene palliatieve zorg. We weten allemaal dat die palliatieve zorg buitengewoon kwetsbaar is, omdat het daarbij vaak om mensen in hun laatste levensfase gaat. Die hoor ik haar niet noemen. Ik hoor haar nu ook niet de mensen noemen die echt op zoek zijn naar een plek om er te kunnen gaan wonen als het thuis niet meer gaat; misschien gaat ze die nu noemen. Vallen die onder die groep van kwetsbare mensen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ja, absoluut. Die vallen daaronder. Over de vraag over gordelroosvaccinaties heb ik volgens mij gezegd dat die dadelijk nog wordt beantwoord.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zag dat ze die doorschoof naar haar collega. Om in te gaan op de groep die op zoek is naar een plek om er te gaan wonen omdat het thuis niet gaat: waarom wordt die ouderenenvelop dan geschrapt? Ik hoorde mevrouw Synhaeve net zeggen dat die voor verpleeghuizen is. Dat is nou precies net niet het geval. Dit gaat juist over ouderen die ergens wonen waar het niet meer gaat en die kleiner willen gaan wonen in gezamenlijk verband. Daar zijn onrendabele toppen en daar moet in geĆÆnvesteerd worden, bijvoorbeeld door woningcorporaties. Daar zijn extra zorg en gemeenschappelijke ruimte nodig. Is dat dan de groep die zij bedoelt met "de meest kwetsbaren"? We gaan in Nederland inmiddels immers richting de 2 miljoen 80-plussers. Dat zijn mensen die echt op zoek zijn naar zo'n plek. Gaat ze daarvoor staan en wil ze dit dan uiteindelijk terug gaan draaien?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat is waar we voor staan. Dat is ook wat in het coalitieakkoord staat. We willen dat mensen, als ze dat zelf ook willen, zo lang mogelijk op een fijne plek in de buurt kunnen wonen. We zien ook dat de woonvormen daar nog onvoldoende op voorbereid zijn en dat dat deels ook in die onrendabele toppen zit. Daar vindt u mij de komende jaren dus aan uw zijde.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nou, dan voel ik een amendementje aankomen, want dat betekent dat datgene wat in de doorrekening van het coalitieakkoord staat niet kan, want met 40 miljoen red je dat niet.
De voorzitter:
Mevrouw Keijzer, u neemt een vierde interruptie; dat doen we eigenlijk niet. U vervolgt uw termijn, mevrouw Synhaeve.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik vermoed zomaar dat ik eigenlijk alles al gezegd heb, voorzitter.
De voorzitter:
Ik kan me daar iets bij voorstellen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Veel dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vervuurt, tevens namens D66 in de eerste termijn.
De heer Vervuurt (D66):
Dank u wel, voorzitter. Een tijd geleden zaten in de wijk Groenveld in mijn eigen gemeente, Venlo, zo'n 10.000 patiƫnten een jaar zonder vaste huisarts. Huisartsentekorten komen steeds vaker voor; 60% van de praktijken in Nederland had in 2024 een patiƫntenstop. Dit betekent dat honderdduizenden mensen op zoek zijn naar een nieuwe of andere huisarts. Dat brengt allerhande problemen met zich mee. Een huisarts kent de patiƫnt die tegenover deze arts zit. Een huisarts kent je voorgeschiedenis, weet wat er speelt in je leven en kan je helpen of verder helpen bij alle gezondheidsproblemen die je hebt of krijgt.
Een ander voorbeeld. Ik heb een chronische ziekte, coeliakie. Als ik dingen eet of drink waar gluten in zitten, gaat mijn dunne darm kapot. Deze ziekte is prima te behandelen met een levenslang glutenvrij dieet. Jaarlijks ga ik op controle bij de maag-darm-leverarts. Ik laat bloed prikken en er worden testen gedaan. De mdl-arts belt mij op, zegt dat alles er goed uitziet en wij gaan weer verder met ons leven. Een jaar later herhalen we dit hele riedeltje. Door dit soort zorg anders in te richten, bijvoorbeeld digitaal, kan mijn arts meer tijd besteden aan patiƫnten die zijn hulp harder nodig hebben.
Voorzitter. Waar Nederland terecht trots is op haar zorgsysteem, is de waarheid dat dit zorgsysteem onder hoge druk staat. Het huisartsentekort in mijn gemeente of mijn persoonlijke ervaringen in het ziekenhuis zijn maar twee voorbeelden. Wachttijden in de zorg lopen op. Druk op medewerkers stijgt, waardoor ze uitvallen. Cruciale medicatie is onvoldoende beschikbaar. Dit alles betekent dat mensen die zorg nodig hebben, deze niet krijgen. We moeten de zorg dus anders organiseren. Zoals mijn collega Synhaeve al zei, moet de zorg zich wat ons betreft richten op mensen die deze het hardst nodig hebben.
Een van de grote belemmeringen op dit vlak is de groeiende zorgvraag. Steeds meer mensen hebben een ondersteuningsvraag die we nu invullen met professionele zorg. Dit is niet houdbaar. Los van de vraag of we het kunnen of willen betalen, hebben we simpelweg de mensen niet. We zullen dingen dus anders moeten gaan doen, niet alleen in de langdurige zorg, maar ook in de geneeskundige zorg. Neem een patiƫnt met artrose. Iedere patiƫnt een kunstknie of -heup geven legt veel druk op het zorgsysteem. Er moet een operatiekamer vrij zijn, orthopeden en verpleegkundigen moeten ingeroosterd worden en er is de noodzaak tot nazorg en fysiotherapie et cetera. Maar veel patiƫnten kunnen net zo goed of zelfs beter geholpen worden met medicijnen, fysiotherapie en leefstijlinterventies. Het aanpassen van behandelingen aan de noden en wensen van patiƫnten is beter voor de patiƫnt en voor het systeem. Het is goedkoper en het houdt een operatiekamer en operatieteam vrij voor een patiƫnt die het harder nodig heeft.
Betere toegang tot zorg voor iedereen betekent ook dat we het eigen risico weer geleidelijk gaan verhogen. Het eigen risico is daarbij een prikkel die doet nadenken over hoe gebruik te maken van zorg.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik hoorde D66 net allemaal behandelvoorstellen doen voor mensen met een nieuwe heup of een nieuwe knie, terwijl D66 daar helemaal niet over gaat. Daar gaan de behandelaars en de orthopeden over. Die hebben daar een godsvermogen aan uitgegeven ā u gaat daarop bezuinigen; daar komen we later nog op terug ā en nu zegt D66 dat we dat anders gaan doen? De politiek bepaalt dus blijkbaar wat de beste behandelingen zijn?
De heer Vervuurt (D66):
Dat is niet het punt dat ik wil maken. Het punt dat ik wil maken is dat we het op deze manier, zoals we het nu doen, niet gaan redden. Dat is vanwege een gebrek aan geld, maar ook vanwege een gebrek aan mensen die de zorg moeten leveren. We moeten er dus voor gaan zorgen dat we bij mensen die hulp nodig hebben ā ik gaf net het voorbeeld van die artrosepatiĆ«nt ā eerder kunnen ingrijpen met bijvoorbeeld leefstijlinterventies en met hulp in de buurt, zoals mevrouw Synhaeve ook al omschreef. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat het niet zover komt dat die patiĆ«nt een nieuwe heup of nieuwe knie nodig heeft. Dan kunnen we die patiĆ«nten beter helpen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Op het moment dat iemand zich bij de huisarts meldt met artrose is leefstijlpreventie al te laat. Dat ten eerste. En als er wordt gezegd dat er een nieuwe heup nodig is, zal een patiƫnt niet zeggen: dat lijkt me niet de bedoeling, want D66 vindt dat u mij medicijnen en nog meer leefstijlpreventie moet geven omdat we te weinig personeel hebben. Dat is het verhaal dat u hier staat te verkondigen. Het is niet te bevatten dat dat hier in de Kamer wordt gezegd.
De heer Vervuurt (D66):
Nee, dat is absoluut niet wat ik heb gezegd. Ik heb gezegd dat we moeten inzetten op het terugbrengen van patiƫnten die zeer hoogspecialistische zorg nodig hebben. Dat kunnen we doen door eerder in hun ziektetraject in te grijpen. Voorkomen is beter dan genezen: dat is eigenlijk het verhaal dat ik houd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
"Voorkomen is beter dan genezen." Dat brengt me op een punt dat ook in het coalitieakkoord staat. Er wordt mega op gemikt en gegokt dat preventie de oplossing is. Maar u kunt het toch niet met uzelf eens zijn als u zegt dat leefstijlpreventie effect gaat hebben bij nieuwe heupen en overgewicht ā noem het allemaal maar op; ik ben geen arts ā want dat duurt jaren. U rekent zich volgens mij rijk door in te zetten op leefstijlpreventie, op "preventie, preventie!", om het verhaal van de bezuinigingen maar te kunnen verklaren. Kunt u toelichten hoe die preventie om nu te bezuinigen dan werkt, terwijl we de effecten misschien pas over 20 tot 30 jaar zien?
De voorzitter:
We spreken via de voorzitter, meneer Claassen.
De heer Vervuurt (D66):
Wij zetten hier de lijnen uit voor de toekomst. Wij zien dat de druk op de wachtlijsten, waar ik het al over had, enorm is. Dat betekent dat de patiƫnten die de zorg het hardst nodig hebben, die zorg niet krijgen. Aan de ene kant moeten we ervoor zorgen dat dat nu gebeurt. Dat zijn patiƫnten die hier, nu, vandaag leven; die moeten we helpen. We moeten er ook voor zorgen dat in onder andere de medische zorg die mensen voor wie dat noodzakelijk is, die zorg ook krijgen. Aan de andere kant hebben wij ook de verantwoordelijkheid als politiek om de keuzes te maken die de zorg ook op de langere termijn houdbaar houden. Die keuzes maken wij op dit moment niet. De keuzes die in dit coalitieakkoord staan, zijn een eerste aanzet. Dat is de denklijn die wij hier neerleggen, omdat wij voelen dat daar de oplossing in zit. Ik ga graag met u het debat aan over hoe u denkt dat we dat beter kunnen doen. Ik luister daarin ook graag naar uw voorstellen, maar dit is het voorstel dat wij hier neerleggen.
De voorzitter:
Ik doe geen voorstellen. De heer Claassen doet voorstellen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Gaat D66 daarom het eigen risico verhogen, omdat dat een prikkel is die aanzet tot nadenken over zorg? Ik zou D66 willen vragen hoe ze dan denken over mensen die ieder jaar hun eigen risico kwijt zijn. Zij hebben geen keuze. Zij zijn gewoon chronisch ziek. Zij zijn dat bedrag ieder jaar kwijt en zien hun zorgkosten dus verder oplopen. Dit is voor hen helemaal geen keuze. Zij hebben dit nodig. Dit zijn ook de meest kwetsbare mensen. Hoe ziet D66 dat?
De heer Vervuurt (D66):
Ik verwijs terug naar wat collega Synhaeve en ik net ook al zeiden: wij vinden dat we juist voor de mensen die dat het hardst nodig hebben, juist voor de kwetsbare mensen, die zorg moeten leveren. We doen daarom twee dingen. Aan de ene kant gaan we ervoor zorgen dat het eigen risico getrancheerd wordt. We gaan het in blokjes opdelen, zodat je per behandeling, bezoek aan de huisarts of het afhalen van medicatie maximaal een bedrag van ā¬150 kwijt bent. Aan de andere kant hebben wij een envelop met daarin 350 miljoen structureel. Die hebben wij gereserveerd. Dat is een tegemoetkoming voor mensen met een chronische ziekte, voor mensen met een beperking. Op die manier gaan wij er ook voor zorgen dat de zorg voor deze patiĆ«nten toegankelijk en betaalbaar blijft.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mensen die chronisch ziek zijn en elk jaar op 1 januari hun eigen risico kwijt zijn, hebben helemaal niets aan dat opknippen in blokjes van ā¬150. Zij zijn dit gewoon elk jaar kwijt. Zij hebben hier helemaal niets aan. Ik hoor die 350 miljoen als antwoord op ongeveer alles. We hoorden dat net de hele tijd voorbijkomen. Ik ben heel benieuwd hoe vaak die 350 miljoen wordt ingezet. Die is namelijk al vijftien keer in dit huis uitgegeven. Als ik D66 was, zou ik me niet rijk rekenen met die 350 miljoen, want die wordt overal voor ingezet. Voorzitter, meneer Vervuurt weet net zo goed als wij allemaal dat het bedrag dat wordt bezuinigd, het bedrag dat deze mensen extra gaan betalen, vele malen hoger is dan deze compensatie, die nu al heel vaak is uitgegeven.
De heer Vervuurt (D66):
Die mening deel ik niet met mevrouw Westerveld. Ik ben het wel met u, via de voorzitter, eens dat we ervoor moeten zorgen dat de zorg voor deze mensen in stand blijft en dat de kwaliteit van de zorg ook bewaakt blijft. Ik denk dat we elkaar daarin kunnen vinden. Het hele verhaal is denk ik als volgt. We hebben die pot met geld. De vraag is hoe het kabinet de plannen gaat uitwerken om ervoor te zorgen dat dat geld ook terechtkomt bij de mensen die dat nodig hebben. Ik kijk daarvoor ook naar het kabinet. Op het moment dat die plannen hier liggen, ga ik graag samen met u kijken of dat geld de mensen bereikt die het moet bereiken, of het genoeg geld is of niet en hoe we dat goed doen. Dat is de uitdaging die ik voor mijzelf zie. Ik ga graag met u die uitdaging aan.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het probleem is dat in het coalitieakkoord plannen zijn opgeschreven waar een financiƫle prijskaart aan hangt die aantoonbaar het hardst drukt op mensen die in de meest kwetsbare positie zitten. Wij noemden net al de voorbeelden. Dat zijn bijvoorbeeld de mensen met een chronische beperking die ieder jaar hun eigen risico kwijt zijn en nu zien dat dat dat nog eens wordt verhoogd. Dat weten we gewoon. Volgens mij staat dat helemaal niet ter discussie. Dat weten we gewoon. Ik vind het een heel rare, omgekeerde wereld dat D66 ook weet wat de plannen zijn, wat het financiƫle kader is, hoeveel we gaan bezuinigen en bij welke mensen dat neerkomt en nu naar het kabinet verwijst met: o, ja, maar het mag niet ten koste gaan van de meest kwetsbare mensen. Op deze manier is dat toch niet uit te leggen?
De heer Vervuurt (D66):
Volgens mij is dat ook helemaal niet wat hier ligt. Het coalitieakkoord is een denkrichting, een manier waarop wij denken dat we in de toekomst de zorg moeten inrichten om die betaalbaar en toegankelijk voor iedereen te houden. En ja, zoals dat in de politiek werkt, hangen wij daar financiƫle kaartjes aan vast. We kunnen daarover gaan soebatten en ook dat is terecht. Ik snap de vragen die mevrouw Westerveld stelt. We kunnen erover soebatten of het een drie of een vier moet zijn. Ik zou het volgende voorstellen. Dat geld ligt er nu. Het kabinet gaat aan de slag met het uitwerken van de plannen. Op het moment dat die plannen er zijn, komen die naar deze Kamer, of dat nu bij de Voorjaarsnota is of bij de begroting aan het einde van het jaar. Dan gaan wij als Kamer daar een oordeel over vellen, want deze minderheidscoalitie heeft meerderheden nodig om de begrotingen door het parlement te krijgen. Het centrale punt dat ik al vaker heb benoemd en dat mevrouw Synhaeve ook al vaker heeft benoemd is dat de zorg toegankelijk moet zijn en dat de kwaliteit van de zorg bewaakt moet blijven, juist voor de mensen die deze het hardste nodig hebben. Ik hoor dat mevrouw Westerveld ook zeggen. Ik hoop dat wij daar dan samen voor kunnen strijden.
De voorzitter:
Nu de heer Claassen en daarna vervolgt de heer Vervuurt zijn betoog.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik hoor de heer Vervuurt zeggen dat het een denkrichting is, maar volgens mij is het gewoon een coalitieakkoord. Het is geen denkrichting. De regering zegt: wij gaan gewoon bezuinigen. Als het een denkrichting was, dan gingen we hier met elkaar gezellig aan tafeltjes zitten, stickertjes plakken en kijken wat we gaan doen, maar dat is het niet. Er staan keiharde bezuinigingen op het programma voor de zorg, keiharde bezuinigingen voor de mensen die het nodig hebben. Het eigen risico is daar eentje van. Ik vraag me werkelijk af ⦠Het eigen risico gaat zorgen voor zorgmijding. We verplaatsen het probleem naar de toekomst. Mensen worden wel wat ouder, maar ze worden niet gezonder ouder. Dat betekent dat we over een paar jaar met een enorm probleem zitten door alle bezuinigingen die hier worden gedaan. Mijn vraag is: heeft D66 daarover nagedacht? Wat is dan hun oplossing daarvoor?
De heer Vervuurt (D66):
Ja, wij hebben daarover nagedacht. Dat is ook waarom we het eigen risico gaan opdelen in blokjes van ā¬150, zodat juist de mensen waar de heer Claassen aan refereert, die bijvoorbeeld een bezoekje aan de dokter of aan de fysiotherapeut ⦠Nee, die niet, want die zit in ⦠Nou ja, maakt niet uit. Maar juist voor de mensen die een bezoek aan de dokter vermijden omdat het te duur is en omdat ze de volle mep, ā¬385, moeten betalen, wordt de drempel lager. Daardoor zullen zij minder zorg gaan mijden.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Maar dat is natuurlijk flauwekul. Die dokter is een specialist. Die dokter is niet de huisarts, dus dat valt er helemaal buiten. Het is een specialist. Als je doorverwezen wordt naar een specialist, ga je daar misschien niet ƩƩn keer naartoe. Sommige mensen gaan daar de rest van hun leven naartoe, of op z'n minst drie, vier keer. Als je al die bedragen optelt, blijft het toch gewoon het eigen risico dat onder het gesternte van dit kabinet gaat oplopen tot ā¬540. Dat moet u toch niet willen? Uw verhaal houdt dan geen stand.
De heer Vervuurt (D66):
De patiĆ«nten die de heer Claassen hier beschrijft, zijn patiĆ«nten die een chronische ziekte hebben. Dan kom ik terug op het antwoord dat ik gaf aan mevrouw Westerveld. Het zijn mensen die met enige regelmaat, bijvoorbeeld met een jaarlijkse controle, gebruikmaken van medische zorg. Als daar financiĆ«le drempels in bestaan en zij zorg gaan mijden, hoop ik dat het kabinet met plannen gaat komen ā daarvoor kijk ik ook naar het kabinet; dat verwacht ik ook van het kabinet ā waarmee het geld dat in het coalitieakkoord staat wordt ingezet om ervoor te zorgen dat mensen geen zorg gaan mijden. Dat is onze inzet.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, heel kort dan. Ik had eigenlijk gedacht dat de heer Claassen zijn betoog weer zou vervolgen.
De heer Vervuurt (D66):
Hoho! We hebben wel dezelfde haardos, maar ā¦
De voorzitter:
Ik bedoelde de heer Vervuurt. Als u een heel korte interruptie plaatst, sta ik dat toe.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou willen voorkomen dat we hier met elkaar een goed gesprek hebben ⦠Ik hoor de heer Vervuurt terecht praten over de denkrichtingen in het coalitieakkoord. Ik vind het ook mooi dat hij dat wil aangaan. Maar ik zou willen voorkomen dat we vervolgens, na dat gesprek, in het financiële harnas van de minister van Financiën zitten. Ik zou aan collega Vervuurt willen vragen of hij daarop kan reflecteren, ook voor de komende tijd. Staan die bedragen? Of is het voor hem mogelijk dat we daar toch, als alle inzichten duidelijk worden, net wat anders naar gaan kijken?
De heer Vervuurt (D66):
Ik verwacht van het kabinet dat het met uitgewerkte plannen komt en dat daar ook een bepaalde inschatting in zit van wat dit betekent voor mensen. Dan herhaal ik eigenlijk wat mevrouw Synhaeve net zei. Ik ga ervan uit dat er positieve ontwikkelingen in zitten. Als er negatieve ontwikkelingen in zitten, ga ik ervan uit dat wij als Kamer daar zeer kritisch naar zullen kijken en ook kijken wat de financiƫle realiteit erachter is. HƩt voorbeeld dat wij nu al van dit kabinet hebben gezien, is de discussie die er vorige week is geweest omtrent de armoede. Volgens de berekeningen van het CPB stijgt die. Het kabinet heeft voor zover ik het heb gezien, gezegd: "OkƩ, maar dat is niet de bedoeling. Wij gaan kijken hoe dat in elkaar zit en wij gaan kijken hoe wij dat kunnen wegwerken, hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de armoede in Nederland niet stijgt." Op het moment dat de fenomenen zoals u ze omschrijft, zouden plaatsvinden, verwacht ik dat wij als Kamer daar kritisch op zijn. Maar ik verwacht ook dat het kabinet ermee aan de slag gaat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat lijkt me ook heel nodig, want los van de coalitiepartijen hoor ik dat alle andere partijen zeer bezorgd zijn over de financiƫle gevolgen en over de gevolgen die die vervolgens hebben voor het wegblijven van zorg maar ook voor de kwaliteit van zorg. Daarom doe ik op dit moment mijn interruptie. Als de zorgbegroting een financieel harnas is, gaan we zwaar weer tegemoet. Dat zou heel jammer zijn, want de zorg staat de komende jaren al voor grote uitdagingen. Dus ik hoop dat de handschoen die wordt uitgestoken, ook gaat over de financiƫn.
De heer Vervuurt (D66):
Bij de handschoen zoals u die omschrijft, heb ik meteen het beeld van een bokshandschoen in mijn hoofd. Dat is niet de intentie. Ik zou willen zeggen: de hand die daarin zit ⦠Voor zover ik het begrijp en voor zover ik begrotingen ken, komen daar heel vaak correcties op. Dat hebben we met voorjaarsnota's en met najaarsnota's. Een begroting is wat dat betreft een dynamisch document. Dat betekent niet dat het van vandaag op morgen radicaal verandert, maar het betekent wel dat wij continu met elkaar in gesprek zijn over welke besluiten genomen worden en de gevolgen die dat heeft. Het antwoord op uw vraag is dus ja.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, tot slot. Ik heb geen bokshandschoenen, dus geen zorgen.
De heer Vervuurt (D66):
Gelukkig.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is weer een andere tak van sport. Ik vind het wel belangrijk dat we ook kunnen spreken over waar het geld vandaan komt. Er wordt nu bijvoorbeeld gekozen voor het enorm verhogen van het eigen risico, wat we ook direct terug zien komen in de doorrekeningen. Je zou er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om artsen in loondienst te brengen of om andere maatregelen te nemen in de zorg. Die maatregelen raken misschien een andere groep, en mogelijk ook iets meer kiezers die betrokken zijn bij de coalitiepartijen, maar zouden in de verdeling heel goed uit kunnen vallen voor gewone huishoudens. Is daarover te praten?
De heer Vervuurt (D66):
Op dit moment zijn de plannen zoals ze er liggen ā ik wil niet zeggen dat we in dat harnas zitten waar we het net over hadden ā het verhaal van de coalitie. Nogmaals, voor de uitwerking van de plannen zoals ze er nu liggen, kijk ik naar het kabinet. Ik kan mij heel goed voorstellen dat er, vanuit het kabinet ofwel vanuit de Kamer, op een gegeven moment gezegd wordt: "Misschien moeten we dit toch anders doen. Misschien is het toch beter om wat minder aan de ene knop te draaien en wat meer aan de andere, of om het toch in een andere hoek te zoeken dan waar we het nu hebben gedaan." Volgens mij is dat ook gewoon politiek bedrijven op de manier waarop het in deze Kamer zou moeten gaan. Ik heb daar de afgelopen twee jaar natuurlijk een beetje op afstand naar mogen kijken. Volgens mij was de Kamer die manier van politiek bedrijven lange tijd verleerd, maar ik heb goede hoop dat we die praktijk weer in ere kunnen gaan herstellen.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Eerder spraken de collega's van GroenLinks-PvdA over een bedrag van 10 miljard voor de opsporing van zorgfraude. Dat is nogal een bedrag. In de brief van de minister werd later ook gezegd dat dat bedrag wat lager kan zijn. Ik heb dat een beetje geĆÆnterpreteerd als: het kan ook wel zo zijn, maar we weten het eigenlijk allemaal niet zo zeker. Is dat bedrag nu eigenlijk meegenomen in de bezuinigingen die toch ook wel spreken uit dit coalitieakkoord? Is dit bedrag meegenomen en meegerekend, ja of nee?
De heer Vervuurt (D66):
Dat durf ik u eigenlijk niet te zeggen. Dat is een vraag op detailniveau, die ik op dit moment niet kan beantwoorden. Ik weet wel dat er in dit coalitieakkoord meerdere voorstellen staan om zorgfraude te bestrijden en te bestraffen, en aan de voorkant natuurlijk ook op te sporen. Ik denk dus dat er ... Nee, dat.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik zie wat maatregelen en ik zie wederom een taskforce. Dat woord spuug ik bijna uit, als ik zie hoe vaak we taskforces hebben, want daar hopen we dan heel veel van. Maar verder zie ik geen tijdpad. We hebben helemaal geen idee bij hoe concreet het eigenlijk is. En een detail? Nou, ik vind het nogal een detail. We praten hier over waarvan we straks zaken gaan betalen. Dan kijken we naar allerlei zaken die opgehoogd moeten worden, die weggedaan worden of waarop we bezuinigen. Wij moeten daar ook echt wel een standpunt over gaan formuleren. Ik vind dit dus niet zomaar een detail. Ik vind dat er een terecht punt wordt aangekaart. De vraag is dus toch wel even om hier kritisch naar te kijken en een antwoord op te formuleren. Het kabinet zegt: we gaan ons hier echt op richten. Is dit bedrag meegenomen, ja of nee? Het gaat om 10 miljard.
De heer Vervuurt (D66):
Er staan in het coalitieakkoord meerdere voorstellen om zorgfraude te bestrijden. Laten we duidelijk zijn, klip-en-klaar: wij zijn tegen zorgfraude, en ik denk dat iedereen in deze Kamer daartegen is. Maar we zien natuurlijk ook dat, zoals u zelf al omschrijft, de realiteit weerbarstig is. Ik verwacht dus dat het kabinet, in lijn met wat er in het coalitieakkoord staat, aan de slag gaat en de plannen gaat uitwerken, en juist op dit dossier met voortvarende plannen komt om zorgfraude zo veel mogelijk te voorkomen en die te bestrijden op het moment dat die plaatsvindt.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik ga toch nog een poging wagen. We weten en horen dat er in ieder geval op z'n minst miljarden te vinden zijn. Het kabinet en de coalitie zeggen hiervan werk te gaan maken, dit geld te gaan vinden en er alles aan te gaan doen. Daarin vinden wij elkaar. Dan ben ik toch benieuwd waar dat geld blijft. Is dat geld al ergens aan uitgegeven of gaat het linea recta naar de zorg? En kunnen we dan van dit kabinet verwachten dat er minder bezuinigd gaat worden omdat we het geld blijkbaar toch ergens gevonden hebben?
De heer Vervuurt (D66):
Ik gaf in mijn eerste antwoord al aan: u stelt een vraag op een detailniveau, die ik op dit moment niet kan beantwoorden. Dat ligt misschien aan mijn nieuwigheid in deze Kamer. Misschien heb ik dat op dit moment even niet helder. Misschien kan de minister in haar eerste termijn beantwoorden hoe zij daar precies naar kijkt. Laat ik duidelijk zijn: als wij 10 miljard aan zorgfraude kunnen opsporen en verhalen op de daders, dan doe ik dat graag. Op het moment dat wij in lijn daarmee de financiƫle kaders die hierin zitten op enig vlak kunnen verlichten, doe ik dat met alle liefde. Maar u overvraagt mij op dit moment.
De voorzitter:
De heer Vervuurt vervolgt zijn betoog als vijfde spreker van de zijde van de Kamer.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Betere toegang tot zorg voor iedereen betekent ook dat we het eigen risico weer geleidelijk gaan verhogen. Het eigen risico is daarbij een prikkel die mensen laat nadenken over hoe zij gebruikmaken van zorg. Dat is an sich goed, want onnodige zorg belast het stelsel en zorgt ervoor dat mensen die echt zorg nodig hebben, deze niet krijgen. Het mag echter niet zo zijn, zoals ik al vaker heb gezegd, dat mensen noodzakelijke zorg gaan mijden omdat geld een reden wordt om niet naar de arts of de tandarts te gaan. Daarom delen we het eigen risico op. Per bezoek aan het ziekenhuis, het ophalen van medicijnen bij de apotheek en andere behandelingen betaal je maximaal ā¬150. Omdat veel mensen slechts beperkt gebruikmaken van de zorg, wordt een bezoek aan de dokter goedkoper voor deze mensen.
Sommige mensen moeten vaker naar een arts of een apotheek, bijvoorbeeld omdat ze een chronische ziekte of een beperking hebben. Ik zie de heer Claassen alweer naar de interruptiemicrofoon lopen, maar ook voor deze mensen houden we de zorg toegankelijk. We trekken structureel 350 miljoen euro per jaar uit om mensen met een chronische ziekte of een beperking tegemoet te komen in hun zorgkosten. Onze opdracht aan de minister is daarbij als volgt: garandeer dat het opdelen van het eigen risico geldt voor alle vormen van zorg. Misschien kan de minister in haar eerste termijn erop terugkomen hoe zij hiervoor gaat zorgen en welk tijdpad hierbij past.
Daarnaast gaan we het leveren van passende zorg belonen. Zorgverleners krijgen geld op basis van verleende passende zorg en niet, zoals nu het geval is, op basis van verleende zorg. Zo staan gezondheid en kwaliteit van bestaan centraal. We sturen aan op betere richtlijnen, bewezen effectieve behandelingen en meer transparantie over de kwaliteit van behandelingen. We vinden het daarbij belangrijk dat het uitgangspunt wordt dat zorgaanbieders contracten afsluiten met zorgverzekeraars. Dat zorgt voor grip op de zorg die geleverd wordt. Hierdoor kunnen we beter garanderen dat de zorg die geleverd wordt, ook bewezen effectief is. Met die inzet op passende zorg en weloverwogen eigen betalingen houden we de zorg betaalbaar en toegankelijk voor iedereen, juist voor de mensen die het het hardst nodig hebben. Op die manier zetten we in op goede gezondheid voor iedereen.
Voorzitter. Dan nog de geneesmiddelentekorten. Nog te vaak krijgen mensen die afhankelijk zijn van bloeddrukverlagers, schildkliermedicijnen of anti-epileptica te horen dat het medicijn dat zij kennen en al jaren nemen, niet beschikbaar is. Dat leidt tot onrust en paniek. Die begrijp ik volledig. We moeten er dus voor zorgen dat essentiƫle medicijnen beschikbaar zijn en blijven. Dat zit 'm wat mij betreft in twee dingen: ten eerste het dichter bij huis produceren van essentiƫle geneesmiddelen om de toeleverketens stabieler en voorspelbaarder te maken en ten tweede het efficiƫnter omgaan met medicijnen die we in Nederland hebben, bijvoorbeeld door goede medicatie die over is niet weg te gooien. Hoe gaat de minister aan de slag om die leveringszekerheid van medicijnen te garanderen?
Voorzitter, ik rond af. We staan voor grote uitdagingen om niet alleen de zorg van vandaag te verbeteren, maar ook die betere zorg voor morgen te behouden. Mijn fractie ziet een mooi akkoord met moedige en noodzakelijke hervormingen. Dat betekent dat we dingen anders moeten gaan doen, en dat is spannend. Dat begrijp ik. Ik vind dat ook spannend. Maar wij zijn wel van mening dat het anders moet om de zorg in de toekomst ook goed en toegankelijk te houden. Mijn fractie en ik gaan met alle collega's in gesprek om te kijken waar de plannen in het coalitieakkoord verbeterd kunnen worden. Wij staan open voor goede en gedekte plannen uit elke hoek van de Kamer om verbeteringen aan te brengen. Bovenal zien we uit ā ik heb het al vaker gezegd ā naar de uitwerking van het coalitieakkoord door het kabinet, want het kabinet zal in gesprek moeten met de Kamer, zowel met coalitie als oppositie. Wij zullen het kabinet daarbij zeer kritisch volgen om erop toe te zien dat het kabinet invulling geeft aan deze noodzakelijke plannen, zonder daarbij het doel dat daarachter zit, uit het oog te verliezen, namelijk de zorg meer solidair en toekomstbestendig maken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik was een beetje aan het nadenken over die tranchering, want ik heb daar veel over gehoord van D66. Meneer Jansen valt met z'n fiets op z'n hoofd, ligt op de grond, er wordt een ambulance gebeld, en de ambulance komt. Meneer Jansen wordt naar de eerste hulp gebracht en daar onderzocht. De arts zegt: we gaan meneer Jansen observeren, we gaan hem opnemen. Hoe ziet die tranchering er dan precies uit? Dat zijn drie verschillende declaraties. Het kost heel veel. De zorgverzekeraar wil gaan uitbetalen, of niet. Hoe? Wie krijgt dat geld? Wanneer? Ik ben heel erg benieuwd hoe die tranchering er dan gaat uitzien volgens D66.
De heer Vervuurt (D66):
Dat is een hele goede vraag. Die begrijp ik ook. Wat mij betreft komt het hierop neer: op het moment dat meneer Jansen valt en opgenomen moet worden en daarna gevolgd moet worden of wat dan ook, geldt dat hele systeem van medische zorg die hij ontvangt, ƩƩn keer ā¬150, om het even plat te slaan. De vraag is natuurlijk ā het wordt misschien een beetje sleets, maar ik verwijs daarvoor naar het kabinet, ook in lijn met wat mevrouw Synhaeve eerder zei ā hoe wij dit gaan uitwerken. Wat mij betreft, wat D66 betreft, is dit de inzet.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
OkƩ. Dus we gaan het eigen risico laten oplopen. De rek is daar allang uit, maar we laten het nog gewoon oplopen. We gaan de mensen lekker maken met de uitspraak "we gaan dat trancheren, het komt allemaal goed". Maar wat blijkt? D66 en het kabinet weet volgens mij nog helemaal niet hoe dat er dan uit gaat zien! Dan vind ik dat er een nogal gevaarlijke situatie ontstaat. Ik vind het ook jammer om te horen dat D66 blijkbaar, evenmin als de andere coalitiepartijen en misschien wel het kabinet als geheel, nog helemaal niet weet wat de oplossing is voor dit grote probleem.
De heer Vervuurt (D66):
Ik deel die opvatting niet. Wat wij doen als parlement, is op grote lijnen keuzes maken. Die keuzes worden vervolgens ingevuld en uitgevoerd door een kabinet. Dat is precies wat ik hier verkondig. Wij zeggen: wij willen het trancheren in lijn met hoe ik het net verwoordde. Vervolgens kijken we voor het ontwerp van de uitvoering ervan Ʃn de uitvoering ervan naar het kabinet. Dat is volgens mij hoe het hier werkt.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Naast dat de plannen voor de zorg van deze nieuwe coalitie heel veel lijken op die van het kabinet-Schoof, hetzij met iets meer bezuinigingen, lijkt het ook alsof de heer Vervuurt zich nog waant in een meerderheidscoalitie. Plannen opschrijven en vervolgens laten uitwerken door het kabinet en dan terugkomen naar een Kamer waar ik weinig steun hoor voor de plannen zoals die er nu liggen, is afrijden op een blinde muur. Hoe ziet de heer Vervuurt dat voor zich?
De heer Vervuurt (D66):
Ik heb volgens mij net vrij uitgebreid in mijn bijdrage en in reactie op de vele interrupties uitgelegd hoe ik denk dat ik het voor me zie. Dat kwam, denk ik, het beste naar voren in mijn reactie op mevrouw Bikker. Wij maken hier plannen, deze coalitie legt het coalitieakkoord hier neer, omdat wij denken dat dit het idee is. Dit is hoe wij het voor ons zien. Vervolgens gaan wij in gesprek met de Kamer. Aan de ene kant verwacht ik van het kabinet dat zij die plannen gaan uitwerken, en vervolgens gaan wij als Kamer in debat over die plannen en over de vraag of die plannen goed genoeg zijn of niet. Als die niet goed genoeg zijn, moeten wij daar als Kamer wijzigingen in aanbrengen. Ik hoor u zeggen dat ik mij in een meerderheidscoalitie zou wanen. Dat doe ik juist helemaal niet. Ik erken juist de politieke situatie waarin wij zitten en zeg: wij moeten als coalitie met de rest van de Kamer als ƩƩn geheel tot uitwerking van deze plannen komen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Laat ik dan de heer Vervuurt maar gelijk uit zijn droom helpen: als de plannen zoals ze opgeschreven zijn in het coalitieakkoord uitgewerkt worden door het kabinet en naar de Kamer komen, kunnen ze niet op steun rekenen van een meerderheid in deze Kamer. Daarom snap ik dus echt niet dat de heer Vervuurt niet al wat meer openingen biedt om hier tot andere plannen te komen, die zo hard nodig zijn. Als dit het namelijk is, als dit echt de houding is van deze minderheidscoalitie, de houding van D66, dan vraag ik mij echt af hoe dat in hemelsnaam goed moet komen met de zorgplannen? Niet zozeer met die van dit kabinet, want die stranden dan wel. Maar hoe moet het dan goedkomen met de zorg? Met die opdracht ā hoe maken we de zorg beter? ā zouden we hier namelijk moeten staan.
De heer Vervuurt (D66):
De heer Bushoff spreekt over de houding en dat vind ik een beetje vervelend. Ik erken het feit dat wij als Kamer als geheel uitvoering moeten geven aan de plannen die wij samen maken. Wij zitten in een minderheidscoalitie. Dat betekent dat we een meerderheid van de Kamer ervan moeten overtuigen dat dit goede plannen zijn. Op het moment dat dat ons niet lukt, moeten we gaan kijken met welk scenario en met welke wijzigingen we dat wel kunnen doen. Ik krijg het idee dat de heer Bushoff mij arrogantie verwijt, maar dat is in ieder geval totaal niet wat ik wil uitstralen. Ik wil de uitgestoken hand reiken, en niet, zoals mevrouw Bikker zei, de bokshandschoen. Als u zegt dat u niet kan leven met dit totaalpakket, dan ga ik heel graag met u in deze Kamer in gesprek over de vraag waar u dan wel mee kunt leven. Dat doe ik niet alleen met u, maar met ieder Kamerlid dat in deze Kamer zit.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik had het in mijn inbreng al eventjes over Roger, die ik gister aan de telefoon had, die 34 jaar in de zorg heeft gewerkt, en over Ben, die dat 37 jaar deed. Door domme pech zijn ze arbeidsongeschikt geraakt. Die zien nu de vaste grond, hun sociale vangnet, onder hun voeten verdwijnen. Aan de andere kant zien ze de zorgkosten enorm toenemen. Mijn vraag is: wat is daar nou eerlijk aan? Eigenlijk wil ik het niet eens zelf horen. Vertel het aan Roger, die meekijkt. Wat is daar rechtvaardig aan?
De heer Vervuurt (D66):
Juist voor mensen, juist voor Roger, juist voor Ben is het belangrijk dat we ook in de toekomst zorg kunnen bieden aan de mensen die dat het meeste nodig hebben. Daarvoor moeten we dingen anders gaan doen. Het is belangrijk dat we daarin ook keuzes durven te maken. Daarvoor hebben we een meerderheid van de Kamer nodig. Op het moment dat een meerderheid van de Kamer zou zeggen dat dit op deze manier niet gaat vliegen, dan gaan wij graag met de Kamer in gesprek over hoe we dit wel kunnen doen. Dat hoeft niet precies te zijn zoals in het scenario dat nu voorligt. Begrijp me goed: er is geen sprake van een ijzeren harnas of dat soort zaken. Het gaat erom dat we een manier vinden om aan de ene kant gewoon keuzes te maken om de zorg toegankelijk en houdbaar te houden in de toekomst en aan de andere kant de kwaliteit van zorg voor de mensen te kunnen garanderen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil reageren op iets wat de heer Vervuurt in zijn betoog zei over het eigen risico. Hij zei vrij stellig: het eigen risico is een prikkel om zorg die niet noodzakelijk is te vermijden. Ik heb het misschien niet helemaal letterlijk onthouden, maar volgens mij zei hij zoiets. Misschien kan hij in zijn tekst terugzoeken hoe hij het precies heeft gezegd. In ieder geval zei hij dat het eigen risico zou helpen om te zorgen dat mensen geen zorg consumeren die ze niet nodig hebben. Mijn vraag is: waar baseert hij dat op?
De heer Vervuurt (D66):
Wat ik zei had betrekking op het idee dat wij, als collectief in deze Kamer, het eigen risico gebruiken als een instrument om goed na te denken over welke zorg we gebruiken. Dat is niet omdat we mensen op kosten willen jagen, maar dat heeft te maken met het feit dat wij een beperkte capaciteit hebben om zorg te verlenen. Dat is de functie van het eigen risico.
Mevrouw Dobbe (SP):
We zien in de praktijk dat het eigen risico leidt tot zorgmijding. Het mensbeeld dat de heer Vervuurt blijkbaar heeft, is dat mensen zorg consumeren alsof het een paar schoenen betreft. In de praktijk klopt dat niet. Je ziet dat mensen zorg mijden die ze wel nodig hebben en uiteindelijk duurdere zorg nodig hebben. Kan de heer Vervuurt wat zeggen over wat volgens hem de gevolgen zijn van het verhogen van het eigen risico naar meer dan ā¬500 voor die mensen die de keuze niet hebben?
De heer Vervuurt (D66):
Wij verhogen het eigen risico niet op de manier waarop mevrouw Dobbe het omschrijft. Zoals ik ook al in het interruptiedebat met de heer Claassen zei, wordt het consumeren, het gebruikmaken van zorg, voor de meeste mensen goedkoper, juist omdat we het gaan trancheren. Op het moment dat we het hebben over mensen met een chronische ziekte of een beperking, dan kom ik weer terug bij het verhaal dat ik eerder hield: daarvoor reserveren we structureel 350 miljoen. Ik hoop dat het kabinet dat geld kan inzetten om invulling te geven aan de kosten voor mensen die structureel gebruik dienen te maken van zorg, juist om hun kwaliteit van leven te garanderen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat de heer Vervuurt voorstelt met het trancheren, is gewoon een soort betalingsregeling waarbij je je eigen risico, dat je toch moet betalen, in stukjes mag aflossen. Ik vraag mij af of D66 wel beseft welke mensen dat eigen risico nu opmaken, waarom ze dat doen en hoeveel keuze zij daarin hebben. Ikzelf heb een schildklierprobleem. Ik moet mijn medicijnen hebben. Stelt de heer Vervuurt dan voor dat ik dat niet doe, omdat ik een keuze kan maken? Heb ik dan een keuze? Of neem het eigen risico. Ik was onlangs bij een Centrum Seksueel Geweld. Vrouwen moeten het eigen risico betalen voor een medisch onderzoek nadat ze zijn verkracht. Hebben zij dan een keuze? Ook als je genitaal verminkt bent en een hersteloperatie wil, moet je het eigen risico betalen. Zeg het maar! Zeg dan maar hoe deze mensen geholpen zijn met dit asociale plan om het eigen risico tot zulke hoogte te laten stijgen.
De heer Vervuurt (D66):
Laat ik vooropstellen dat de voorbeelden die mevrouw Dobbe gebruikt, natuurlijk vreselijk zijn. Ze zijn vreselijk en dat wil ik helemaal erkennen. We moeten natuurlijk collectief een manier vinden om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld de vrouwen die u aanhaalt, de zorg kunnen ontvangen die zij nodig hebben. Dat stel ik voorop. De vraag is vervolgens, als je het hebt over mensen die ⦠Nee, even terug naar het begin. Op het moment dat dat het geval is, gaan wij het eigen risico opdelen in blokjes van ā¬150. Mensen die op incidentele basis gebruikmaken van zorg, zijn dus goedkoper uit. Op het moment dat ze structureel gebruik dienen te maken van zorg, omdat ze een chronische ziekte of een beperking hebben, hebben we de 350 miljoen euro structureel die we gereserveerd hebben. Ik hoop en ik ga ervan uit dat het kabinet met plannen komt die op een zodanige manier daaraan invulling geven dat die mensen tegemoet worden gekomen, oftewel, dat ze gecompenseerd worden in de zorgkosten die zij maken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Belofte maakt schuld. Ik had nog wat tegoed. Er was wat doorgespeeld van een secondant van D66. Dat ging over gordelroos. Hoe eerlijk is het nou dat we de 60-plussers wel vaccineren en alle mensen daarboven, die het eigenlijk het meest nodig hebben omdat ze het kwetsbaarst zijn, niet?
De heer Vervuurt (D66):
Ja, dat is een hele goede vraag van mevrouw Van Brenk. Ik begrijp dat er een advies ligt van de Gezondheidsraad, die voorstelt om ouderen op de leeftijd van 60 jaar te vaccineren. Voor zover ik het begrijp, is dat het plan dat nu ten uitvoer wordt gebracht. Of dat dan eerlijk is of niet, is een kwalificatie die ik daar niet aan wil geven, maar het is een keuze die we ergens moeten maken. Op het moment dat wij met een meerderheid in deze Kamer zeggen: dat is niet de keuze die wij willen maken ⦠Daar zitten ook een heleboel factoren achter. Ik ga ervan uit dat op het moment dat er uitvoering wordt gegeven aan dit soort plannen, er ook een soort maatschappelijke kosten-batenanalyse in zit: aan wie ga je dit geven; hoe vaak ga je prikken? Ik ken de details van dit voorstel op dit moment ook niet, maar ik kan mij voorstellen dat wij dan zeggen: luister, als Kamer maken wij hier een afweging in en zeggen wij dat we alleen de mensen vaccineren die 60 zijn. Misschien doen we dat ook bij mensen van 65 of nemen we een andere leeftijdsgroep mee. Dat zijn integrale afwegingen die je maakt om te kijken wat we wel en niet kunnen doen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het is duidelijk dat de collega van D66 hier onvoldoende duidelijk in is. Ik zal het debat met de minister aangaan. Er komt een motie. Ik hoop dat D66 daardoor meer kleur bekent.
Voorzitter. We hebben net de discussie gehad over het eigen risico. Ik denk dat het voor de mensen thuis goed is om even het rijtje van de stapeling van kosten af te lopen. We hebben het eigen risico dat omhooggaat, de eigen bijdrage voor de wijkverpleging, de aftrek van de zorgkosten ā de ouderenbonden hadden die geschat op ā¬800 op jaarbasis ā en meer medicijnen zelf betalen. We zien heel vaak dat dit hele rijtje een en dezelfde groep treft. Dat hakt er heel erg in. Sommige mensen kunnen dat niet betalen. Hoe denkt D66 dat dan op te lossen?
De heer Vervuurt (D66):
Mevrouw Synhaeve heeft een verhaal gehouden over de visie die D66 heeft om te bekijken: welke zorg kunnen wij aan de voorkant afvangen? Kunnen we investeren in preventie en ervoor zorgen dat mensen niet ziek worden? Maar sommige mensen zijn ziek. Die mensen moeten we helpen. Dat staat buiten kijf. Wat we daarin doen, is de medische kant van het verhaal waar ik het net over had. We hebben het in meerdere interruptiedebatjes gehad over het eigen risico trancheren, 350 miljoen structureel voor chronisch zieken en gehandicapten enzovoorts. Aan de andere kant investeren wij ook in het sociale domein. Wij investeren in gezonde buurten. Wij investeren 150 miljoen structureel in armoede. Wij investeren in gezond schoolfruit op basisscholen. We halen de leeftijd voor het roken omhoog. Dat zijn allemaal voorbeelden waarin wij op een meer integrale manier naar de samenleving kijken. Wij doen ook een beroep op de samenleving om zorg die niet professioneel geleverd hoeft te worden en die ook beter niet professioneel geleverd kƔn worden, niet te leveren maar in de samenleving op te lossen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik begrijp inderdaad dat er een heleboel dingen preventief, en ook veel nadrukkelijker, zouden moeten gebeuren. Dat vinden wij absoluut ook. Maar ten aanzien van al die 80-plussers die nu aangewezen zijn op de wijkverpleging enzovoorts: wij maken ons ernstige zorgen over het gegeven dat alles bij een en dezelfde groep komt te liggen, en dat dit juist de meest kwetsbaren zijn van deze maatschappij. Dat zouden we eigenlijk niet moeten willen met z'n allen. Ik hoop dat dit ook voor D66 geldt.
De heer Vervuurt (D66):
Die zorgen deel ik volledig. Daarom verwacht ik ook van het kabinet dat zij, op het moment dat zij de uitwerking van de plannen terug laten komen naar de Kamer, ook een uitsplitsing maken, bijvoorbeeld wat betreft de vraag wat dit nou betekent voor specifieke doelgroepen. Op het moment dat blijkt dat de zorgen, die wij dus delen, bewaarheid worden, dan verwacht ik dat wij daar als Kamer ook iets aan gaan doen. Daar zult u mij dan in ieder geval ook over horen.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Toch nog een vraag over het doorzetten van de bezuinigingen op pandemische paraatheid. De minister kon geen duidelijkheid geven richting de media ten aanzien van de vraag waarom die keuzes zijn gemaakt. Ik weet wel wat wij in de vorige periode samen met D66 hebben gedaan. Wij hebben namelijk keihard gestreden om die bezuinigingen op pandemische paraatheid terug te draaien, omdat wij beide wisten dat het aantal infectieziektes stijgt vanwege de manier waarop we met dieren en natuur omgaan, klimaatverandering et cetera. Dat moeten we aanpakken. Daarom moeten we ook voorbereid zijn. We moeten van corona leren. Alle experts ā denk aan de OVV, GGD's en virologen ā zeggen: "Daar mag je echt niet op bezuinigen. Dat is gewoon de basis. Dat moet je financieren. We weten dat er weer een uitbraak gaat komen; dan moet je paraat staan."
De voorzitter:
Uw vraag.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Kan D66 dan uitleggen waarom zij het heeft laten gebeuren dat die bezuinigingen zijn doorgezet?
De heer Vervuurt (D66):
Pandemische paraatheid is voor ons een integrale kijk op de keten. Wat betekent dat? We hebben kunnen zien dat we tijdens de covidpandemie heel erg overvallen waren. De verschillende partijen in de keten konden elkaar niet vinden. Dat betekent dat de verzorgingstehuizen en de verpleeghuizen overvallen waren, dat de zorg die daar nodig was, niet geleverd kon worden en dat de ic-bedden waar mensen in moesten komen te liggen, wegbezuinigd waren. Het heeft ons heel veel tijd gekost om dat allemaal weer op te schalen. De les die wij daaruit geleerd hebben, is dat wij de ervaring die vanuit de covidpandemie is opgedaan, moeten borgen. Dat zit 'm bijvoorbeeld al in die eerste lijn, in de ziekenhuizen. Wij moeten de volgende afweging maken. Aan de ene kant moeten we bekijken wat nou de capaciteit moet zijn die we reserveren. Dat is namelijk ook capaciteit die elders niet ingezet kan worden. Aan de andere kant moeten we kijken hoe we ervoor zorgen dat we wel snel kunnen opschalen op het moment dat dat nodig is.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Dat waren heel veel woorden, maar het was geen antwoord op mijn vraag. D66 heeft in juli 2025 nog een motie ingediend om de bezuinigingen op pandemische paraatheid te heroverwegen. Dat was D66 in 2025. We horen nu blijkbaar een nieuw soort D66, eentje die heel veel woorden wijdt aan bureaucratie, maar niet luistert naar alle experts. We hebben het niet over de minste, hĆØ? De OVV, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, virologen ā Partij van de Arbeid-GroenLinks fluistert mij ook nog iets in ā iedereen zegt dat dit heel onverstandig is, dat dit ons juist op hogere kosten gaat jagen en dat dit ons in gevaar brengt. Dat zijn stevige woorden, en terecht. D66 lijkt namelijk gewoon weg te kijken. Ik stel dus nogmaals deze vraag: wat is er gebeurd met D66 tussen de zomer van 2025 en nu?
De heer Vervuurt (D66):
Ik hoor de zorgen van het lid KostiÄ. Ik snap die, en tot op zekere hoogte deel ik die ook. Ik verwacht dan ook dat wij kritisch blijven bedenken, ook als Kamer, wat wij hier nou van vinden. Daarvoor kijk ik ook naar het kabinet. Ik wil via deze weg dan ook de volgende vraag aan de minister stellen: zijn wij in de huidige situatie nou voorbereid op een volgende pandemie? Hebben wij de capaciteit om snel op te schalen op het moment dat dat nodig is? Als dat niet zo is, dan moeten wij een ander gesprek gaan voeren.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Ik vind het echt wonderbaarlijk dat D66 vorig jaar heel goed wist dat we niet voorbereid zijn op een pandemie ā alle experts zeggen dat tegen ons; ik noemde net de OVV ā en nu opeens aan de minister uit de eigen coalitie moet vragen of dat nou echt zo is. Wat zijn al die experts, al die adviesorganen nog waard, vraag ik aan D66. Alsjeblieft, zeg gewoon: "Dit gaat te ver. Dit was gewoon een foutje. We hebben gewoon niet goed opgelet. We gaan met jullie meedenken om dat geld weer terug te halen en Nederland veilig te houden."
De heer Vervuurt (D66):
Wij hebben de adviescolleges en de adviesorganen van dit parlement en van deze regering in zeer hoge achting. Dat is ook de reden dat ik naar u luister en dat ik uw zorgen deel. Dat is ook de reden waarom ik die vraag stel aan het kabinet. Dat is ook waarom ik zeg dat op het moment dat blijkt dat wij niet goed voorbereid zijn, wij hier in deze Kamer een gesprek moeten voeren: welke keuzes maken we nou? Op het moment dat wij zeggen dat het anders moet, ga ik graag samen met u kijken hoe dat anders kan.
De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Vliegenthart en mevrouw Maeijer, en dan gaan we naar de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Ik wijs erop dat er nog achttien sprekers moeten komen. Mevrouw Vliegenthart.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het laatste ā hoelang is het? ā uur eens geluisterd. Het mag duidelijk zijn, ook uit de interrupties van mijn collega's, dat we deze bezuinigingen visieloos en totaal onverstandig vinden. Maar er is ƩƩn ding wat ik heb gemist het laatste uur en waarbij ik D66 wel altijd als trouwe bondgenoot vond. Dat is abortus, het strijden voor vrouwenrechten en abortuszorg. Ik heb er nu niks over gehoord. De heer Vervuurt kan zich voorstellen dat ik ontzettend verrast was dat er in het coalitieakkoord met geen enkel woord gerept wordt over abortuszorg. Hoe is dat mogelijk? Wat is er gebeurd? Zijn er afspraken gemaakt of vind ik D66 aan mijn zijde als het gaat om de beloftes die ze in hun verkiezingsprogramma hebben gemaakt?
De heer Vervuurt (D66):
Wij staan voor het recht op abortus en wij zijn voor het initiatief om abortus uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Dat is altijd onze inzet geweest. Maar wij vinden ook ā ik denk dat die mening gedeeld wordt ā dat wij in deze Kamer juist medisch-ethische kwesties op een zeer nauwgezette en gedegen manier dienen te behandelen. Dat vindt u ook terug in het coalitieakkoord. Dat is onze inzet zoals u die kent en zo gaan wij ook die gesprekken in, maar wij vinden wel dat we dat gesprek in deze Kamer goed moeten voeren met respect voor ieders opvatting en voor ieders mening.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik vind hier helemaal niks over terug in het coalitieakkoord, want ik zie geen woord over abortus. Volgens mij heb ik in uw verkiezingsprogramma gelezen dat staan voor vrouwenrechten en abortuszorg ook vraagt om politieke moed en keuzes. Ik ben het absoluut met u eens dat we hier een gedegen gesprek over moeten voeren in de Kamer. Maar als we dat gedegen gesprek voeren, als we hier een wet hebben liggen om abortus uit het strafrecht te krijgen en hier een meerderheid in de Kamer hebben, vind ik D66 dan aan mijn zijde zoals D66 dat hiervoor ook heeft gedaan?
De heer Vervuurt (D66):
Ik verwijs naar wat ik net zei. Ik vind dat we dat gesprek in deze Kamer goed moeten voeren. Dat doen we, en dat doen we ook vaker. Onze inzet daarbij is zoals u die van ons kent, maar wij moeten dat gesprek hier wel goed voeren. Het feit dat er in het coalitieakkoord niks over staat, interpreteert u op de ene manier. Ik interpreteer dat op een andere manier, namelijk dat medisch-ethische kwesties in principe een vrije keuze zijn, behoudens het idee dat we hier wel goed dat debat kunnen voeren.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik kijk ernaar uit om als onze initiatiefwet om abortus uit het strafrecht te krijgen nog voor de zomer richting de Kamer komt, hierin samen te werken met D66 en er een goed gesprek over te voeren.
De heer Vervuurt (D66):
Wij zullen die initiatiefwet zeer goed bekijken en onze opvatting daarover integraal delen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Het duurde wat lang, dus ik heb even tijd gehad om na te denken over wat de heer Vervuurt net precies zei bij de interrupties en in zijn eigen bijdrage. Ik heb hem een aantal keren horen zeggen: het is wel spannend, dit coalitieakkoord is een denkrichting en daar gaan we dan straks over soebatten. Dat zijn allemaal elementen die ik de heer Vervuurt heb horen noemen. We zijn hier natuurlijk geen biljartclub. Hier is wekenlang over nagedacht, hier is hard aan gewerkt en uiteindelijk is dit stuk naar buiten gekomen. Premier Jetten zei volgens mij bij het debat over de regeringsverklaring dat er keuzes moesten worden gemaakt en dat er geld vrijgemaakt moest worden voor zaken die jullie belangrijk vinden.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik was nog bezig aan mijn inleiding, maar ā¦
De voorzitter:
Ja, maar die duurt al bijna een minuut. Interrupties zouden kort en bondig zijn.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb me net vrij stil gehouden. Mijn conclusie is dan dat als het gaat om geld vrijmaken voor zaken die je belangrijk vindt, daar in ieder geval niet de zorg onder valt. Dat is ƩƩn.
Punt twee. Ik hoor de heer Vervuurt zeggen: het is niet de bedoeling dat mensen zorg gaan mijden. Hij hoopt op positieve ontwikkelingen. Ik heb een vergelijkbare vraag aan uw collega gesteld. Welke positieve ontwikkelingen verwacht u van het verhogen van het eigen risico, van het invoeren van een eigen bijdrage en van het afschaffen van de tegemoetkoming voor chronisch zieken? Welke positieve ontwikkelingen verwacht u nu eigenlijk?
De heer Vervuurt (D66):
Als u mij dezelfde vraag stelt als mijn collega, dan ga ik hetzelfde antwoord geven als mijn collega. Als we op deze manier doorgaan, dan is het zorgsysteem niet houdbaar. Dat betekent dat op termijn een op de vier mensen in de zorg moet gaan werken. Op die manier kan een land economisch gezien al niet draaien. We moeten dus kijken hoe we zorg kunnen leveren aan de mensen die dat het meest nodig hebben en hoe we de ondersteuningsvraag op een andere manier kunnen invullen. Aan de andere kant moeten we kijken hoe we de mensen die we hebben om dat soort dingen te doen, zo goed mogelijk kunnen inzetten.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Mensen gaan niet voor de lol naar de huisarts. Ze hebben een zorgvraag.
De heer Vervuurt (D66):
Dat heb ik ook niet gezegd.
Mevrouw Maeijer (PVV):
De huisarts zit daar als poortwachter en verwijst ze door. Met uw verhoging van het eigen risico zet u een soort boete op ziek zijn. Mensen zullen zorg gaan mijden. De heer Vervuurt zegt net dat dat niet de bedoeling is, maar wat verwacht u dan voor positieve ontwikkelingen? Nogmaals, wat verwacht u voor positieve ontwikkelingen voor de groepen mensen die nu zorg nodig hebben?
De heer Vervuurt (D66):
Het spijt me dat ik in herhaling val, maar ik heb dit volgens mij al tien keer gezegd. We gaan het eigen risico opbreken in kleinere blokjes van ā¬150 per behandeling. Dat betekent dat mensen die op incidentele basis gebruikmaken van de zorg, bijvoorbeeld een eerste of tweede bezoek aan een specialist, goedkoper uit zijn dan op dit moment. Dat is bijvoorbeeld een positieve prikkel die ik zie in dit akkoord.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Maeijer voor haar inbreng in eerste termijn namens de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik neem u even mee terug naar de regeringsverklaring, zoals vorige week uitgesproken door premier Jetten. Er werden toen overigens slechts enkele zinnen gewijd aan de zorg. Hij zei toen "er moet een rem komen op de zorgkosten" en "de zorgkosten en de kostenvergrijzing beheersbaar maken". Het was koud en kil. Het was boekhouderstaal. Ik hoorde niets over al die zorgverleners en geen woord over patiƫnten die zorg gebruiken. Zorg gaat over mensen. Uw begroting, zeg ik tegen de twee nieuwe ministers in vak K, gaat over de mensen die onze zorg overeind houden in het ziekenhuis, in de wijk, in de verpleeghuizen en de gehandicaptenzorg. Het gaat over professionals, mantelzorgers en vrijwilligers en over de mensen die zorg nodig hebben. Dat zijn vaak de meest kwetsbaren, zoals ernstig zieken, ouderen, kinderen en mensen in de laatste fase van hun leven. Daar gaat het vandaag over. Ik roep u op, ministers, om hen in al uw werk te betrekken, want zij kunnen u vertellen wat er mis is. Zij kunnen u vertellen wat ze nodig hebben en zij voelen de consequenties van de maatregelen die u voorstelt.
Voorzitter. Dit kabinet bezuinigt keihard op de zorg. De rekening van miljarden wordt neergelegd bij patiĆ«nten, bij chronisch zieken, bij ouderen en bij gehandicapten. Het eigen risico gaat omhoog naar ā¬520. Er komt een eigen bijdrage in de wijkverpleging. De tegemoetkoming voor chronisch zieken wordt afgeschaft en er komen nieuwe tariefkortingen in de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. De envelop ouderenzorg wordt wegbezuinigd. Het is een kaalslag, omdat de zorg blijkbaar geen prioriteit is. Het wordt gevangen in frames van minder en meer. Ik vraag beide ministers: wat vond u er eigenlijk van toen u dit plaatje voor u zag en wat vindt u ervan dat de rekening wordt neergelegd bij patiĆ«nten, chronisch zieken, gehandicapten en ouderen?
Voorzitter. Sinds het verschijnen van het coalitieakkoord regent het reacties van mensen en organisaties die zich grote zorgen maken. Ze maken zich zorgen over de stapeling van zorgkosten. Ze vragen zich af of ze hun zorg straks nog wel kunnen betalen of dat ze ervan af gaan zien en wat dat betekent voor hun kwaliteit van leven. De Patiƫntenfederatie voerde een peiling uit onder meer dan 6.000 mensen met een of meer chronische aandoeningen. Uit die peiling blijkt dat mensen zich grote zorgen maken over de zorgplannen van dit nieuwe kabinet. Maar liefst 80% maakt zich zorgen. 31% mijdt in de toekomst meer zorg door deze plannen. Onder de deelnemers die aangeven dat de zorgkosten nu al een grote impact hebben op hun financiƫn is dat zelfs 48%. Wat zegt u tegen al die mensen? Dat vraag ik beide ministers.
Voorzitter. In korte tijd werden door Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland meer dan 30.000 handtekeningen verzameld voor de petitie tegen de eigen bijdrage in de wijkverpleging. De heer Jansen, casemanager dementie, zei er het volgende over. Ik citeer: "Bij een eigen bijdrage zullen mensen zorg uitstellen of weigeren, niet uit onwil, maar omdat zij de noodzaak niet ervaren of kosten willen vermijden. In de praktijk betekent dit dat mensen later in beeld komen, problemen escaleren en crisisopnames of versnelde verpleeghuisopnames vaker voorkomen." Is dit wat de minister wil bereiken, mensen die zorg uitstellen of weigeren waardoor problemen escaleren? Graag een reactie.
Voorzitter. De zorg voor onze ouderen staat al jaren onder druk, met het sluiten van de verzorgingshuizen in 2013 als dieptepunt. Meer dan 800 huizen sloten de deuren. Vele ouderen willen graag zo lang mogelijk thuis wonen, maar we zien nu ook dat er een groep ouderen is die tussen wal en schip valt. Ze zijn te goed voor het verpleeghuis en eigenlijk te slecht om thuis te blijven. Hoe houdt de minister zicht op de kwaliteit van zorg die thuis geleverd wordt en of dat verantwoord is? Hoe kijkt de minister aan tegen het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg? Hoe verhoudt dat zich dan weer tot het nieuwe bestuurlijk akkoord dat de minister wil gaan sluiten? Waarom kiest u niet voor rust voor de sector in plaats van nieuwe bezuinigingen?
Voorzitter. De envelop ouderenzorg was juist bedoeld voor de groep kwetsbare ouderen en voor de ontwikkeling van moderne verzorgingshuizen. Het geld dat hiervoor was gereserveerd, wordt weggegraaid. Waarom doet u dat? Wat is uw boodschap aan deze mensen? Wat gaat u voor hƩn doen? Dat zou ik graag van de minister willen weten. Ik roep de minister op om ervoor te zorgen dat de envelop ouderenzorg beschikbaar blijft voor de ouderenzorg, want het is keihard nodig. Ouderen kunnen niet zonder een goed vangnet, van de wijkverpleging tot de huishoudelijke hulp en de mantelzorgers. Kan de minister concreet aangeven hoe zij dit vangnet gaat ondersteunen in plaats van afbreken? Hoe kijkt zij bijvoorbeeld aan tegen het idee van een mantelzorgbonus?
Voorzitter. Voor veel mensen zijn berichten over een borreltje dat niet geserveerd mag worden of de biljardtafel die weg moet een doorn in het oog. Recent moesten ook de schilderijen eraan geloven in een zorgcentrum in 's-Gravendeel. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat ouderen niet alleen brandveilig, maar ook nog eens gezellig ergens kunnen wonen?
Voorzitter. De verwachting is dat er in 2040 zo'n 500.000 mensen zijn met dementie. De impact van dementie is groot, op de persoon zelf, maar ook op de partner, kinderen en de samenleving. Hoe gaat de minister de zorg voor mensen met dementie verbeteren? Hoe stimuleert ze de mooie voorbeelden die er zijn, zoals de Odensehuizen en DemenTalent? Ook jonge mensen kunnen dementie krijgen. Het zijn er nu zo'n 15.000 onder de 65. Wat zijn uw plannen specifiek voor hen? Zij lopen weer tegen hele andere problemen aan dan oudere mensen met dementie.
Voorzitter. Ouderenmishandeling blijft vaak verborgen achter de voordeur. Met steeds meer ouderen die langer thuis wonen, is het daarom belangrijk om daar goed zicht op te houden. Hoe krijgen we daar voldoende zicht op? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die professionals, die achter de voordeur komen, iets doen met het niet-pluisgevoel als ze bij iemand thuis zijn?
Voorzitter. Het is mij een lief ding waard als spreken over de zorg aan het einde van het leven net zo vanzelfsprekend wordt als praten over geboortezorg. Dan hebben we het natuurlijk over palliatieve zorg en palliatieve terminale zorg. Ik zou graag willen weten of de minister dit met mij eens is. Wat zijn haar beleidsvoornemens om ook de palliatieve zorg weerbaar te maken voor de toekomst?
Voorzitter. Het persoonsgebonden budget, het pgb, is meer dan geld op een rekening. Ik citeer mevrouw Outjes in de Leeuwarder Courant: "Het is ruimte, tijd en adem. Dankzij die keuzevrijheid kon ik zelf iemand kiezen, die mij kende, die mijn tempo respecteerde en mij hielp om weer mens te worden in plaats van een dossier". In het coalitieakkoord lezen we nu dat zorg in natura "voorliggend" wordt op het pgb. Kan de minister toezeggen dat er keuzevrijheid blijft voor mensen die bewust kiezen voor het pgb? En zo ja, is zij van plan om verder werk te maken van het vereenvoudigen van het pgb, met oog voor wat er misgaat met de juiste besteding van het geld?
Voor deze begrotingsbehandeling ontvingen we een brandbrief van de Landelijke Eerstelijns Farmacie en de Vereniging van Jonge Apothekers over de aanhoudende medicijntekorten en de gevolgen daarvan voor patiƫnten en apotheken. Het gaat om tienduizend mensen die dagelijks worden geraakt. Weer waarschuwen zij voor patiƫnten die hun medicatie niet krijgen, vanwege het niet-beschikbaar zijn van het preferente middel. Zij vragen om een fundamentele herziening van het preferentiebeleid. Graag een reactie van de minister hierop. Wat gaat de minister in de tussentijd doen? De PVV heeft al eerder voorgesteld om bijvoorbeeld twee of drie geneesmiddelen als preferent aan te wijzen om tekorten te dempen of om apothekers meer vrijheid te geven om schaarse medicijnen met elkaar te delen. Graag een reactie.
Voorzitter. We mogen trots zijn op de zorg in Nederland. En we mogen trots zijn op al die mantelzorgers en vrijwilligers zonder wie we niet meer kunnen. Op al die professionals die dag en nacht voor ons klaar staan, die vaak onder moeilijke omstandigheden voor ieder zorgen die zorg nodig heeft. Laten we hen steunen door het schrappen van bureaucratie en managementlagen die de zorg duurder en ingewikkelder hebben gemaakt, met de slimme inzet van AI, met het geven van meer zeggenschap over hun eigen werk, en met het aanpakken van agressie en bedreigingen.
De zorg kent enorme personeelstekorten. Terwijl we Defensie in zo ongeveer elk bushokje zien adverteren, blijft het hier stil. Waar blijven de billboards om werkzoekenden te overtuigen van het mooie werk in de zorg?
Voorzitter. We moeten erop inzetten dat we de zorg voor iedereen toegankelijk houden. Daarom pleiten wij voor het afschaffen van het eigen risico, zodat mensen niet om financiƫle redenen zorg uitstellen en vervolgens zieker worden. Toegankelijke zorg betekent ook zorg in de nabijheid. Regionale ziekenhuizen zijn daarom van levensbelang. Financiƫle problemen mogen geen reden zijn om af te schalen of te sluiten. Ik hoor dan ook graag welke plannen de minister heeft om regionale zorg overeind te houden. Elke kilometer verder kan namelijk levens kosten. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat bijvoorbeeld het ziekenhuis in Heerlen volwaardig openblijft? Vandaag was er weer een oproep van de Ziekenhuisalliantie. Zij staken hun strijd niet en dat moeten wij dus ook niet doen.
Voorzitter. We houden de zorg ook toegankelijk door fraude keihard aan te pakken. De opbrengsten van de opgelegde boetes worden wat ons betreft aan de zorg besteed. Door een steentje bij te dragen aan de zorg kun je het verschil maken. Ik sluit dan ook af met een woord van dank aan alle zorgmedewerkers, mantelzorgers en vrijwilligers. Ik roep het kabinet op om af te zien van de keiharde bezuinigingen die aangekondigd zijn in het coalitieakkoord. Onze zorg verdient echt beter. Ouderen, chronisch zieken en gehandicapten verdienen beter. De bezuinigingen leveren ons geen betere zorg en geen leukere omgeving om in te werken op, maar verschraling, eenzaamheid, mensen die zorg mijden en minder kwaliteit van leven. Daar worden zorgmedewerkers en patiƫnten de dupe van. Dat kan niet.
Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat is een hartstikke mooie oproep. Door deze bezuinigingen wordt de zorg inderdaad niet beter. Ik hoor mevrouw Maeijer ook terechte kritiek uiten op de bezuinigingen op het gehandicaptenbeleid, maar die zijn ook niet van de ene op de andere dag ontstaan. Ik kijk naar wat het vorige kabinet heeft gedaan. Ik kan er wel even een krantenkop bij halen: "Staatssecretaris zet bezuiniging gehandicaptenzorg door, sector woedend". Dit ging over een bedrag van 88 miljoen euro per jaar. De staatssecretaris die dat verdedigde, was mevrouw Maeijer. Ik wil haar toch vragen wat hier dan gebeurd is. Waarom heeft ze toen ze in vak K zat er dan niet voor gezorgd dat er echt werd geĆÆnvesteerd in de sector? Nu komt ze als Kamerlid wel weer op voor de sector, maar in vak K kon ze er echt wat aan doen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dat is een terecht punt, een terecht punt. Hier maak ik het punt dat dit kabinet zo'n 10 miljard bezuinigt op de zorg en de rekening daarvan neerlegt bij patiƫnten, gehandicapten, zorgverleners en ouderen. In het vorige coalitieakkoord kozen wij voor het verlagen van het eigen risico en voor een investering in de ouderenzorg. Was ik blij met de bezuinigingen die er nog lagen op het gebied van gehandicaptenzorg? Nee, maar ik had de financiƫle ruimte niet. Vandaar dat die brief toen naar de Kamer is gestuurd. Dit was een tariefmaatregel uit Rutte IV.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij met dit antwoord, maar laten we heel eerlijk zijn: ook de halvering van het eigen risico is er natuurlijk niet gekomen. Dat geldt ook voor een heel aantal beloofde investeringen in de zorg. Ik kan nog wel even doorgaan. Ik vind wel dat als we hier vanuit de zaal kritiek kunnen hebben, we er dan vooral voor moeten zorgen dat je je beloften nakomt als je in vak K zit. Ik laat het daarbij.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoor op zich geen nieuwe vraag, maar een oproep aan degenen in vak K. Ik zeg in de richting van mevrouw Westerveld: als je in vak K terechtkomt, dan heb je niet alles voor elkaar gekregen wat je als partij zou willen. Daar ben ik heel eerlijk in. Was ik blij met de bezuiniging die er nog lag en de brief die ik moest sturen? Nee, absoluut niet. Daarom vindt u mij nu aan uw zijde om ervoor te zorgen dat we de bezuinigingen van tafel kunnen halen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb mevrouw Maeijer een aantal keren gehoord over de zorg voor de ouderen. Ik zou ook graag aandacht willen vragen voor de zorg voor ouders, en dan vooral voor jonge ouders. Kleine kinderen, baby's en hun moeders zijn zeer gebaat bij goede kraamzorg. Steeds meer professionals, maar ook gemeenten, dringen er in dat kader op aan om de eigen bijdrage voor de kraamzorg af te schaffen, zodat iedereen daarvan gebruik kan maken. Is dat een idee dat ook op steun van de PVV kan rekenen?
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dat klinkt absoluut als een heel sympathiek idee. Ik zag dat u een voorstel heeft. Bij ons werkt het dan wel zo dat ik het in de fractie ga bespreken, maar ik vind het een sympathiek idee.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maeijer. Het woord is aan mevrouw Van Meetelen voor haar eerste termijn, eveneens namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje een vreemde begroting. We spreken namelijk over een al lopende begroting, terwijl we net twee nieuwe ministers hebben, die met een coalitieakkoord zijn gekomen. We vinden hier in de Kamer ook van alles van dat akkoord, dus daar gaan we.
Voorzitter. Als we vandaag spreken over de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, spreken we in feite over de staat van ons land. Dan spreken we over hoe gezond Nederlanders zijn, over hoe vrij zij nog zijn om keuzes te maken over hun eigen lichaam en over hoever de overheid inmiddels is doorgeschoten in bemoeienis, betutteling en ideologisch gestuurd beleid. Onze gezondheidszorg is technisch indrukwekkend; die is echt geweldig. We kunnen steeds meer, maar tegelijkertijd is het systeem vastgelopen in symptoombestrijding: een pilletje erbij, nog een protocol, nog een richtlijn en nóg een medicijn, om de bijwerkingen van het vorige medicijn te onderdrukken. Chronische ziekten worden gemanaged, maar niet voorkomen, en daar zit precies de kern van het probleem.
Voorzitter. We hebben een zorgstelsel gebouwd dat draait om behandelen in plaats van voorkomen, terwijl iedereen hier weet dat de grootste gezondheidswinst, en de grootste begrotingswinst, niet te halen is in het ziekenhuis maar aan de keukentafel. Dat zit 'm in wat mensen eten en hoe ze leven, in beweging, slaap, stress en voeding. Maar dat gesprek vraagt geen nieuwe heffingen en geen nieuwe toezichthouders, maar gewoon eerlijkheid en openheid. Ja, we hebben het Gezond en Actief Leven Akkoord, we bespreken leefstijlpreventie en we hebben voedingsrichtlijnen, maar in hoeverre zijn die ideologisch ingegeven en in hoeverre zijn die eerlijk en actueel? Worden eventuele nieuwe inzichten ook meegenomen of wordt er vastgehouden aan de ingeslagen weg? Ik vraag beide ministers vandaag om daar eerlijk op te reflecteren.
Voorzitter. Leefstijl is een autonome keuze, maar wat doet deze regering? Men grijpt terug op het oude vertrouwde instrumentarium: belasting, dwang en betutteling. De voorgenomen suikertaks als een morele zweep. Alsof een extra belasting iemand gezonder maakt. Alsof je met een prijssticker gedragsverandering afdwingt zonder de oorzaak aan te pakken. Dat is geen gezondheidsbeleid; dat is gewoon geldklopperij. De PVV is tegen de voorgenomen suikertaks. Deze belasting gaat voornamelijk de mensen met de kleinste beurs raken en is een ideologisch ingegeven belasting om gaten in de begroting aan te vullen. Als dit D66-kabinet zijn zin krijgt, blijft het niet bij een suikertaks; dan is het wachten op een klimaatbelasting op je biefstuk, misschien wel een verplicht quinoaqoutum of een bewegingsboete voor iemand die minder dan 10.000 stappen per dag zet. En ja, ik weet dat ik nu overdrijf, maar een paar jaar geleden hadden we ook nooit gedacht dat we een suikerbelasting zouden krijgen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Van het begin werd ik heel enthousiast: de grootste winst is te halen aan die keukentafel. Dat denk ik namelijk ook; daar is die grootste winst te halen. Ik heb een concrete vraag. Van de suikertaks weten we dat die er op het moment dat hij wordt ingevoerd ook toe leidt dat producenten juist minder suiker aan voeding toevoegen. Zou dat dan niet juist een hele mooie prikkel kunnen zijn die zorgt dat het aan die keukentafel net wat gezonder wordt?
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ik zeg niet dat suiker niet schadelijk zou kunnen zijn. Dat kan wĆ©l en misschien is het ook best wel goed als producenten daar beter naar gaan kijken, maar daar gaat het niet om. Wij zijn principieel tegen het belasten daarvan. Er zijn allerlei onderzoeken. Wereldwijd zijn er al taksen ingevoerd. Verschillende landen zien wel dat er wat minder wordt verkocht: 6% Ć 7% minder. Het gaat overigens meestal om suikerhoudende dranken; de taks wordt niet op alles geheven. Dat daalt weer neer bij de mensen met de kleinste inkomens; die kunnen die producten dan gewoon niet meer kopen. Maar er is geen sprake van gezondheidswinst, dus dan kun je niet zeggen dat we daar wat aan winnen. Het blijft dus gewoon een belasting. Het is gewoon een belasting die we weer extra gaan heffen. We gaan weer mensen in de portemonnee raken. De boodschappen gaan weer duurder worden. Eigenlijk betoog ik hier dat wij gewoon gƩƩn extra belastingen willen. We hebben al enorme bezuinigingen ā daar heeft inmiddels iedereen het nu over gehad en na mij nog zeventien of zestien sprekers, denk ik ā maar we willen ook geen belastingverhogingen of extra of nieuwe belastingen. Dat is eigenlijk het betoog.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter. De overheid hoort mensen correct, volledig en eerlijk te informeren over gezondheidsrisico's. DƔƔr ligt haar taak, niet bij het opleggen van morele voorkeuren via extra belastingen. Zijn de ministers het daarover met de PVV eens? Als je dan met belastingen iets wilt bereiken, verlaag dan de btw op de boodschappen, zodat de mensen gewoon meer geld in de portemonnee hebben en ze alle keuzes gewoon zelf kunnen maken. Daar pleit de PVV al jaren voor en daar blijven we voor staan.
Voorzitter. De overheid denkt inmiddels overal verstand van te hebben: wat u eet, hoe u beweegt, hoeveel u drinkt, hoe u opvoedt, hoe u leeft. Maar de overheid heeft opmerkelijk genoeg geen verstand van wat er misgaat in haar eigen systemen, want als deze overheid zo graag verantwoordelijkheid wil nemen en controle wil uitoefenen, laat ze dat dan doen waar het echt, echt nodig is en dat is in de jeugdzorg. Er is sprake van een stelsel dat al decennialang bestaat uit pleister op pleister plakken, een doolhof van instanties, lagen van loketten en contracten. Daarbij worden kinderen van organisatie naar organisatie geschoven, zijn misstanden aan de orde van de dag, worden signalen gemist, verdwijnen dossiers en wordt niemand werkelijk verantwoordelijk gehouden. De huidige plannen beloven vooral dat het ooit beter wordt, terwijl kwetsbare kinderen vandaag nog steeds de prijs betalen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Recent hebben wij het wetgevingsoverleg over jeugd gehad. Toen was mevrouw Van Meetelen, als ik het goed zeg, twee of drie dagen woordvoerder op jeugd. Toen heb ik haar bevraagd op de aankomende reikwijdtewet. Ik vroeg haar, zeg ik via de voorzitter, of wij haar aan onze kant kunnen vinden als wij die reikwijdtewet straks willen invoeren om ervoor te zorgen dat jeugdzorg beschikbaar is voor de kinderen die dat het hardste nodig hebben. We zijn nu iets verder en nu wil ik vanavond van mevrouw Van Meetelen weten of ik haar aan mijn kant vind als wij straks hier staan voor de reikwijdtewet.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Inderdaad, ik was toen nog maar een paar dagen woordvoerder. Volgens mij geldt dat ook voor u; volgens mij zijn we het allebei nog niet zo heel erg lang, maar dat maakt niet uit. Ik heb me inmiddels inderdaad wel beter ingelezen. Ik ga u nu nog niet toezeggen of ik wel of niet aan uw zijde ga staan. Volgens mij moet het ook nog ter consultatie gebracht worden en dan moet het nog voorgelegd worden; wie weet komen er nog allerlei veranderingen in. Ik zie er positieve dingen in staan en ik zie er ook een aantal dingen in waar ik misschien nog vragen over heb, maar die gaan we tegen die tijd met elkaar bespreken.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter. De regering zou haar controledrift mogen loslaten op de jeugdzorg. Daar is toezicht geen betutteling, maar noodzaak. Daar is ingrijpen geen ideologie, maar bescherming. Maar dat vraagt politieke moed, want dan moet men toegeven dat het systeem faalt. Dat doet pijn. Dat vraagt om het nemen van verantwoordelijkheid en om daadkracht. Wat we nu zien, is precies het omgekeerde: een overheid die zich wel bemoeit met het avondeten van hardwerkende Nederlanders, maar wegkijkt van structurele misstanden onder haar eigen verantwoordelijkheid. Gaat deze minister, die in een minderheidskabinet zit, ook echt luisteren naar en gehoor geven aan een groot deel van de Kamer, dat wil dat er strakker en harder wordt opgetreden in de jeugdzorg? Gaat deze minister er werk van maken om te kijken hoe er meer bestuurlijke consequenties kunnen voortvloeien uit onbehoorlijk of niet adequaat bestuur, zodat er recht wordt gedaan aan kinderen, ouders en anderen die slachtoffer zijn geworden van bepaalde instanties?
Nu kom ik bij een overkoepelend punt. Volksvertegenwoordigers lijken steeds vaker te vergeten wat hun taak is. Wij zitten hier niet om de voedingsindustrie en de farmaceutische industrie te vertegenwoordigen, om internationale organisaties tevreden te houden en om Europese agenda's kritiekloos uit te voeren. We zitten hier voor het Nederlandse volk, voor Nederlandse gezinnen, voor Nederlandse kinderen, die veilig moeten opgroeien, voor burgers die zelf verantwoordelijkheid kunnen dragen als je hen serieus neemt, voor een land dat gezond wil zijn zonder betutteld te worden. Misschien is het tijd voor een nieuw uitgangspunt in het gezondheidsbeleid. Niet nog een akkoord, niet nog een alliantie, maar een simpele, bijna radicale gedachte, namelijk vertrouwen: vertrouwen in mensen en een overheid die faciliteert in kennis, vrijheid en echte preventie in plaats van dat zij stuurt met dwang, schuld en belastingen. Ik vraag de ministers dit toe te zeggen. Beperk leefstijlinterventie en preventie strikt tot voorlichting en informatievoorziening en ontwikkel geen leefstijlkeuzes voor volwassenen. Stuur niet via financiƫle prikkels, verplichtingen of sancties.
Voorzitter. Gezondheid begint niet bij een wet, niet bij een heffing en niet bij een folder. Gezondheid begint bij eerlijk beleid, bij open vragen durven stellen en bij een overheid die weet waar zij wel en niet over gaat. Dat is de koers die mijn fractie voorstaat en die we hier zullen blijven verdedigen.
Tot slot, voorzitter, want ik rond af. In de afgelopen kabinetsperiode zijn stappen gezet rond de backpayregelingen voor weduwen van KNIL-militairen en ambtenaren waarbij in de begrotingen reserveringen en een traject zijn opgenomen om zo'n regeling mogelijk te maken. We zien daar niets van terug in het huidige coalitieakkoord. De PVV vraagt de ministers om een toezegging dat deze regeling in het nieuwe kabinet alle aandacht blijft krijgen en dat de beoogde tijdlijn voor inwerkingtreding wordt gehaald. Ten slotte vragen we ook duidelijkheid over de uitvoering en de voortgang, zodat rechtvaardig herstel voor de weduwen geen verdere vertraging oploopt.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Meetelen. Het woord is aan de heer Bevers voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van de VVD.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de begroting van VWS voor 2026. Het lijkt mij een goed begin om dat nog even terug te halen. Inmiddels zijn we al een poosje aan dat jaar bezig. Deze begroting is door het vorige, demissionaire kabinet gemaakt en is, zoals het hoort, beleidsarm. Toch zitten er een aantal wijzigingen in die onder andere bij de Voorjaarsnota in 2025 zijn afgesproken. Mijn collega Hilde Wendel zal straks ingaan op zaken rond preventie, de langdurige zorg en mentale gezondheid. Ik zal een aantal zaken rond de curatieve zorg noemen en afsluiten met een aantal opmerkingen rond herdenken en vieren in het kader van oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers. Dat is essentieel in ons besef van de gevolgen van oorlog, bezetting en onderdrukking, en weer verbazend actueel deze dagen.
Voorzitter. Ten diepste wil niemand gebruikmaken van zorg, want gebruikmaken van zorg betekent dat je gezondheid te wensen overlaat, om het maar zacht uit te drukken. We willen vanzelfsprekend in goede gezondheid ons leven leiden en ouder worden. Maar toch, als het wel nodig is, willen we de allerbeste zorg: bereikbaar en beschikbaar. Daarom geven we ook dit jaar weer een groot deel van de rijksbegroting uit aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: bijna 119 miljard euro. Dat is ongeveer een kwart van al het geld dat we in dit land uitgeven. Na Sociale Zaken en Werkgelegenheid is het de tweede begroting qua omvang. Dat bedrag stijgt elk jaar. De VVD geeft al jaren aan dat we ons grote zorgen maken over die stijging. Dat is een consequente toon in ons beleid, zeker bij de begrotingsbehandelingen. Ook dit jaar stijgt deze begroting met 4% ten opzichte van 2025, nog steeds harder dus dan de verwachte economische groei. Ook na deze nieuwe kabinetsperiode zal de begroting verder gestegen zijn tot bijna 126 miljard euro, zelfs met de maatregelen die we voornemens zijn, die we hebben uitgeschreven en die we de komende tijd willen gaan nemen. De VVD neemt daarom ook verantwoordelijkheid voor de hervormingen zoals die zijn overeengekomen in het coalitieakkoord voor dit nieuwe kabinet, zodat we de toegankelijke zorg, met de heel hoge kwaliteit die we in Nederland hebben, ook kunnen behouden. Dat vraagt keuzes. Niet kiezen is geen optie meer. De VVD wil die keuzes maken op basis van uitgangspunten als passende zorg, bewezen effectieve behandelingen, preventie en een passend aanbod bij zorg en ondersteuning. De opdracht om dit verder uit te werken ligt nu bij deze nieuwe, missionaire bewindspersonen. De begroting van 2027 zal daar de eerste contouren van laten zien. Voor nu vraagt deze begroting voor 2026 nog onze aandacht.
Voorzitter. De behoefte aan zorg is het grootste als die acuut is, als er behoefte is aan spoedeisende hulp, de SEH. De minister van VWS heeft onlangs besloten om de financiering voor de spoedeisende hulp te wijzigen naar budgetbekostiging. Het is algemeen bekend dat de VVD-fractie daar geen voorstander van is geweest, maar die is wel ingevoerd. Ik ga daar toch nog een paar nieuwe vragen over stellen, mede naar aanleiding van een nogal verontrustend rapport van Gupta. Daarin worden een aantal onwenselijke gevolgen beschreven van de tussenstap die de minister voornemens is te maken in 2027. Ik heb daarover de volgende vragen. In hoeverre herkent de minister dat er een verschil ontstaat, aangezien de bijdrage vanuit het eigen risico voor een SEH-bezoek volgens het rapport van Gupta afhankelijk wordt van de keuze van een ziekenhuis? Kan de minister reageren op de opmerkingen over de dubbele betaling van het eigen risico wanneer de tranchering van het eigen risico wordt ingevoerd en die dan ook geldt voor het bezoek aan de spoedeisende hulp en, enigszins technisch, de diagnose-behandelcombinatie, de dbc? Ziet de minister ten slotte mogelijkheden om dit probleem te ondervangen in het voorstel voor de tranchering?
Voorzitter. Bij de Voorjaarsnota in 2025 is verzuimd geld te reserveren voor het Mobiel Medisch Team Oost-Nederland, kortgezegd de traumaheli, en een Mobiel Medisch Team in de regio Zuid, een grondgebonden team met een auto. Dat is niet uit te leggen. De Mobiel Medische Teams in Nederland kunnen daardoor namelijk de dekking niet garanderen. De hulp van Duitse teams is regelmatig nodig. Samen met BBB en in goed overleg met de minister hebben we een amendement opgesteld dat hiervoor op de lange termijn structureel 14,7 miljoen beschikbaar stelt. Ons amendement stelt in 2026 de eerste tranche van ā¬200.000 beschikbaar voor de organisatie, voor opleiding en voor werving en selectie. We hopen dat dat dan ook de start is voor de milieueffectrapportage voor het luchthavenbesluit dat de provincie nog moet nemen. Ons amendement zet wat dat betreft dus alle seinen op groen.
Dan aandacht voor medicijnen, met name dure medicijnen. De kosten van medicijnen zijn nog altijd een punt van discussie. Afgelopen jaar heeft de minister een drietal oncologiemedicijnen, kankermedicijnen, niet toegelaten, omdat er geen prijsafspraken gemaakt konden worden. Farmaceutische bedrijven zijn onderdeel van ons systeem. Ze zijn noodzakelijk om investeringen te doen in research and development naar nieuwe medicijnen. Ze zijn ook nodig voor de logistiek. Tegelijkertijd zijn die bedrijven vaak weinig transparant, op z'n minst, over kosten en marges, waardoor er wantrouwen ontstaat richting deze bedrijven. Overigens is de VVD altijd open geweest over de kritiek die wij hierover hebben richting de industrie. Ik zal even met mijn vragen aan de minister wachten ā¦
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Ten Hove, een interruptie.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Het ging net al even kort over het amendement over het Mobiel Medisch Team. Het is een heel mooi amendement ā ik heb het ook gezien ā maar alleen met dat amendement zijn we er nog niet, zeker wat betreft vliegveld Teuge. Daar dient het luchthavenbesluit nog veranderd te worden. Dat kan nog heel lang gaan duren. Welke oplossing heeft de heer Bevers daarvoor?
De heer Bevers (VVD):
Wij zullen aan de minister vragen om dit zo snel mogelijk in gang te zetten. De provincie heeft laten weten dat zij het proces van de vergunningverlening niet kan opstarten zolang er geen financieel besluit ligt. Dat is een-op-een aan elkaar gekoppeld. Ze hebben mij daar ook over bericht. Dat betekent dat de lichten wat dat betreft op groen staan, als wij het amendement aangenomen hebben bij de stemming. Dan kan de provincie starten met de vergunningverlening. Zoals ik al zei, moet de milieueffectrapportage nog plaatsvinden. Wij hopen dat de heli dan binnen twee jaar kan vliegen, maar daarbij moet gezegd worden dat we natuurlijk wel eerst mensen moeten werven. Dat is ook de reden waarom we daar nu mee beginnen. De organisatie moet opgezet worden. De opleidingen moeten gestart worden. Dat zal ook enige tijd duren. We hebben daar ook nog wel wat tijd voor, maar wat mij betreft moet dat zo snel mogelijk gebeuren.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Wat mij betreft hebben we die tijd niet. Elke dag dat het langer duurt totdat die traumaheli vliegt, kost dat kostbare levens. Ik kom zelf van de ambulance uit de regio van Teuge. Ik heb ervaren wat het betekent als je die heli niet krijgt. Op het moment dat deze Kamer onder het leiderschap van de minister van VWS samen met de minister van IenW besluit dat we de heli loskoppelen uit het luchthavenbesluit, kan die al heel snel vliegen. Dan hoeven we daar niet meer jaren op te wachten. Samen met het voorliggende amendement heeft de Kamer dan gezorgd voor de oplossing. Is de heer Bevers bereid om daar nog naar te kijken?
De heer Bevers (VVD):
Helder. Ik ben zeker bereid om daarnaar te kijken. Het hangt natuurlijk wel even af van de inschatting van de minister of we die loskoppeling kunnen doen. Elke dag eerder is beter! Als ik het op de een of andere manier kan versnellen door er een bijdrage aan te leveren, zal ik dat zeker doen. Ik hoor wel graag even van de minister of zij denkt dat dat mogelijk is. Als dat zo is, dan zullen wij vanzelfsprekend meedenken of daarin meegaan.
De voorzitter:
Tot slot. U vervolgt.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel. Ik ga verder met de dure medicijnen. Er zijn grenzen aan de kosten die we bereid zijn om te betalen voor medicijnen. Om de kosten van de dure medicijnen te beperken kennen we de zogenaamde sluisprocedure. Ik ga niet treden in de sluisprocedure. Het is een goed gebruik dat we ons daar niet mee bemoeien. Wij hebben die procedure juist om het zo objectief mogelijk vast te stellen. Toch heb ik daar wel een vraag over. Dat is ook iets wat terugkomt vanuit de industrie. Destijds is die procedure vooral ingericht ā ik zeg het even kort door de bocht, heel platgeslagen ā voor pillen en poeders. Voldoet deze procedure anno 2026 nog steeds? We zien namelijk steeds vaker heel dure geneesmiddelen die zeker geen pil zijn of iets anders. Denk bijvoorbeeld aan zoiets als CAR-T-celtherapie. Dat is individueel gerichte medicatie. Voldoet de sluisprocedure nog voor die ontwikkelingen? Het antwoord kan kort zijn ā "ja, dat is zo" ā maar ik wil toch die vraag stellen.
Tot slot wil ik, zoals aangekondigd, nog wat zeggen over het herdenken van de slachtoffers van de verschrikkingen in de Tweede Wereldoorlog, zowel in Nederland als in voormalig Nederlands-Indiƫ, en het vieren van de bevrijding van deze wrede onderdrukking. Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota extra geld beschikbaar gesteld voor het herdenken van de Tweede Wereldoorlog en het vieren van de bevrijding. De eerste fase van de renovatie van Kamp Westerbork kan gestart worden en de bevrijdingsfestivals kunnen doorgaan. De VVD-fractie is erg blij met deze ontwikkelingen.
Daarnaast is in de Voorjaarsnota van afgelopen jaar besloten om 50 miljoen vrij te maken voor de backpayregeling voor Indische weduwen. Volgens mij is die ook in het basispad opgenomen, dus die zal bij het aannemen van deze begroting ook doorlopen. Maar die 50 miljoen is nu, om het even technisch te maken, geplaatst op artikel 11. Dat betekent, voor de mensen thuis, dat het nog niet is gelukt om daadwerkelijk iets met dit geld te doen. Mijn concrete vraag aan de minister is: kan zij een korte update geven over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de backpayregeling voor Indische weduwen?
Tot zover, voorzitter. Collega Wendel neemt nu het stokje over. Althans, zo meteen, denk ik.
De voorzitter:
U heeft nog wel een aantal interrupties, allereerst van de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb eigenlijk maar ƩƩn vraag: is de VVD een beetje blij met de zorgplannen van het nieuwe kabinet?
De heer Bevers (VVD):
De VVD heeft zich voor de volle honderd procent ingezet voor een goed zorgakkoord. Ik heb net in mijn inleiding gezegd dat wij de afgelopen jaren heel duidelijk zijn geweest over onze grote zorgen over de oplopende zorgkosten. Ik denk dat wij erin geslaagd zijn om een beweging in gang te zetten vanuit passende zorg, waarbij er gezocht wordt naar veel meer aanpassingen in het beleid, waardoor we ook een aantal maatregelen nemen die geld opleveren. Dat is van belang om de kosten te beperken. Ik heb aan het begin ook gezegd dat de kosten de komende periode nog doorstijgen. Maar we hebben ons hard ingezet voor deze paragraaf. Wij moesten wel even nadenken ā u kent de VVD ā over hoe we omgaan met preventie. Wij vinden dat vrij snel betutteling. Maar ook daar hebben we een aantal goede stappen in kunnen zetten, denk ik. In die zin denk ik dat onze inzet goed is geweest. Ja.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat de VVD blij is met de zorgplannen van het nieuwe kabinet, zegt eigenlijk alles. Daarmee kan ik alleen maar "sterkte" zeggen tegen de zorg, de VVD en D66.
De heer Bevers (VVD):
Dat vind ik een hele vervelende insinuatie, want ik heb het woord "blij" niet gebruikt. Ik heb gezegd dat wij ons maximaal hebben ingezet om een goed zorgonderdeel neer te zetten. Daar staan wij voor. Daar neem ik ook de verantwoordelijkheid voor. Maar ik vind het niet netjes om daar woorden aan toe te voegen die ik niet gebruik, want ik snap ook dat er een aantal heel lastige, pijnlijke maatregelen in zitten. Maar ik heb ook gezegd: niet kiezen is geen optie. Wij kiezen wel. Het zullen uw keuzes misschien niet zijn. Ik hoop dat we elkaar op de lange termijn gaan vinden. Ik ga het niet hebben over een uitgestoken hand. Uw bureau ligt inmiddels vol met uitgestoken handen. Die houding is er wel, maar we treden elkaar op een serieuze manier tegemoet, want dat is oprecht mijn bedoeling.
De voorzitter:
Ook de heer Bevers spreekt via de voorzitter.
De heer Bevers (VVD):
Sorry, voorzitter.
Mevrouw Dobbe (SP):
De heer Bevers zei dat de VVD ook kritiek heeft op het gebrek aan transparantie in de farmaceutische industrie en die kritiek ook uit. Dat zien wij natuurlijk ook. Hoe worden de prijzen van geneesmiddelen bepaald? Welk deel gaat er precies naar de miljardenwinsten, die de farmaceuten ook lijken te maken over de ruggen van mensen die medicijnen nodig hebben? Wat doet de VVD met die kritiek?
De heer Bevers (VVD):
Ik heb met verschillende partijen contact. Ik uit die kritiek ook. Ik ben in gesprek. Ik zorg dat ik duidelijk ben over waar die kritiek uit bestaat. Ik snap ook dat het soms lastig is om bijvoorbeeld inzage te geven in zaken als kostprijsberekening. Dat is voor een ondernemer lastig. Maar op dit moment is het niet transparant genoeg hoe die prijzen tot stand komen. Kijk, een bedrijf heeft soms drie missers voordat er iets wordt gevonden dat goed werkt en iets oplevert. Je moet wel transparant zijn over wat dat dan is en hoe je dat verwerkt in de prijs. Als je die transparantie niet geeft ⦠Daar ben ik open en ook altijd duidelijk over geweest. De industrie zal echt een vorm moeten gaan vinden om dat op een goede manier te doen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Een industrie die heel goed in staat is om uit te rekenen hoeveel winst ze kunnen uitkeren aan aandeelhouders, weet de rest van de opbouw van het product dat ze verkopen, in dit geval medicijnen, natuurlijk ook wel. Die transparantie is er inderdaad niet. De heer Bevers zei het al: die kritiek uiten we al langere tijd. Ik vraag mij af of, als de kritiek niet leidt tot meer transparantie bij de farmaceut en bij de farmaceutische industrie, de VVD bereid is om vanuit de Tweede Kamer extra stappen te nemen bovenop het alleen in gesprek gaan.
De heer Bevers (VVD):
Ik vind dat wij daar als Tweede Kamer terughoudend in moeten zijn. Het Zorginstituut beoordeelt met name hoe die prijs tot stand komt. Zolang het Zorginstituut aangeeft nog steeds goede afwegingen te kunnen maken voordat een product wordt toegelaten, ondanks de kritiek die er wel is over de transparantie, vind ik dat het aan het Zorginstituut is om bij ons aan de bel te trekken. Ik neem daarbij dus niet het initiatief, maar ik deel de kritiek wel heel duidelijk in de contacten die ik heb.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat betekent dan wel dat die kritiek eigenlijk niet leidt tot verandering. In de Tweede Kamer hebben wij wel de keuze om er druk op te zetten. We kopen iets met publiek geld. Wij kunnen van de farmaceutische industrie eisen om openheid te geven over waar wij ons geld aan geven, en over hoeveel van ons zorggeld eigenlijk gaat naar de winsten van de farmaceuten. Ik vind het jammer dat het beperkt blijft tot die kritiek alleen hier in de Kamer uiten, en vervolgens geen stappen willen zetten om te komen tot een oplossing. Ik hoop dat de VVD dat nog eens wil heroverwegen.
De heer Bevers (VVD):
Ik uit de kritiek niet alleen in de Kamer, maar ook bij dit soort bedrijven zelf. Nogmaals, ik heb in die zin ook heel veel vertrouwen in de beoordeling door het Zorginstituut.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Over de wees- en sluisgeneesmiddelen zal ik het straks of morgen ā wanneer we dat dan ook gaan doen ā gaan hebben. Het is goed dat dit genoemd wordt. Tot nu toe ontbreekt in het debat eigenlijk het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Ik heb daar nog weinig over gehoord. Ik zie daar in het coalitieakkoord ook weinig van terug. Aan de andere kant horen we dat het wel doorgaat. Kan de heer Bevers misschien aangeven hoe ze dat denken te gaan financieren, nu het eigen risico tot belachelijke hoogte gaat stijgen en de remgelden verdwijnen? Het geld moet toch ergens vandaan komen.
De heer Bevers (VVD):
Het antwoord is heel kort en duidelijk. Wij hebben met elkaar afgesproken dat we het deel van de remgelden dat gebruikt wordt voor de uitvoering van het AZWA in stand houden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik hoor de heer Bevers hele warme woorden spreken over de herdenkingscentra. Heel mooi, want die zijn misschien wel belangrijker dan ooit. Ik hoor hem ook Kamp Westerbork noemen. Voor 2026 en 2027 is de bekostiging geregeld, voor daarna nog niet. Heel concreet vraag ik het volgende. Het is misschien boter bij de vis, maar ik heb een motie voorbereid waarin de regering wordt verzocht om bij de Voorjaarsnota een voorstel te doen voor de aanvullende financiering voor na 2027. Er staat al een meerderheid onder die motie, maar ik wil de heer Bevers er heel graag bij zetten. Is dat mogelijk?
De heer Bevers (VVD):
Dat begrijp ik. Ik ga daar even rustig naar kijken. Maar ik ben ook helder: Westerbork heeft de financiĆ«le middelen om de eerste fase te starten. Ik vind ā dat heb ik ook met hen besproken ā dat ze ook even rond kunnen kijken naar eventuele cofinanciering voordat we aan die tweede fase beginnen. Ik wil die motie dus zeker welwillend bekijken, maar ik wil de tekst wel eerst even zien.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, meneer Bevers.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ken de VVD als een partij die altijd goed opkomt voor de weerbaarheid van Nederland en stevig investeert in defensie. Wij stonden ook schouder aan schouder als het gaat om de vraag hoe we de infectieziektebestrijding met elkaar weerbaar en tot een beter niveau dan voor de coronatijd kunnen krijgen. Het kabinet-Schoof liet daar een gat vallen; dat hebben we allemaal gezien en allemaal benoemd. Ik zie minister Jan Anthonie Bruijn nog in een van zijn laatste talkshowoptredens zeggen: dat is onverstandig; we moeten dat gat repareren. Hoe heeft de VVD dat pleidooi beluisterd?
De heer Bevers (VVD):
Ik ken natuurlijk de zorgen die de afgelopen periode zijn geuit, ook door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Ik begrijp die zorgen ook. Aan de andere kant denk ik wel: we kunnen niet simpelweg bedenken hoeveel geld er nodig is en het dan in ƩƩn keer regelen. Bovendien zou ik willen kijken naar het volgende. Het klopt dat die bezuiniging is ingeboekt, maar er is ook iets bij gezegd, namelijk: laten we nou gaan kijken hoe het advies van de NCTV over dat totale pakket van een weerbare samenleving eruit gaat zien. Daar hoort weerbare zorg bij, en dus ook pandemische paraatheid. Laten we vanuit de inhoud bekijken wat er nodig is. Ik heb in de reactie van de minister gehoord dat ze de zorgen ook begrijpt en alles op alles zet om te kijken wat er dan nodig is. Daar komt natuurlijk ook de vraag bij hoe we dat gaan financieren. Maar wat mij betreft gaat het om meer dan alleen de pandemische paraatheid. Het gaat om de totale weerbaarheid, bij pandemieƫn, maar ook bij oorlogsdreigingen. Daar heeft de NCTV ook een heel uitgebreid advies over uitgebracht en tools voor aangegeven. Ik denk dat dat het uitgangspunt zou moeten zijn. Ik wil in die zin, zonder flauw te willen zijn, wel gewoon even van de minister weten hoe zij zoekt naar de mogelijkheden die er op dit onderwerp zijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nu ken ik collega Bevers als een ware Fries. Hij weet heel goed dat je het Woudagemaal niet pas weer helemaal moet gaan onderhouden op het moment dat hoogwater dreigt; dat heb je juist op orde voordat die noodsituatie er is. Nu dreigt een situatie waarin het hele Woudagemaal in stukjes ligt. Op het moment dat er een pandemie is, moeten we weer de experts gaan zoeken, weet ik veel waar vandaan, om ervoor te zorgen dat de kennis weer aan boord is. Op het moment dat de mazelen uitbreken ā dat is niet denkbeeldig ā hebben we onze complete infrastructuur afgeschaald. We moeten dan toch niet wachten op de NCTV? Dat is toch juist een verantwoordelijkheid van ons als Kamerleden die verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid? Hoe kijkt de VVD naar het voorzorgsprincipe?
De heer Bevers (VVD):
We hoeven niet te wachten op de NCTV. Er ligt een verhaal van de NCTV over hoe zij aankijken tegen die weerbaarheid. Ze zijn ook al bezig om dat uit te rollen ā dat is een vreselijk woord ā in de zin van maatschappelijke weerbaarheid. Het zou wel mijn voorkeur hebben om vanuit dat denken aan het kabinet te vragen wat er mogelijk is. Ik zie natuurlijk ook ā daar loop ik niet voor weg ā dat die bezuiniging niet is teruggedraaid. Als we daar stappen in willen nemen, zullen we daar dus mee aan de slag moeten, maar wat mij betreft doen we dat wel graag vanuit de inhoud. Welk advies ligt er? Hoe gaan we dat oplossen? Welke ruimte gaat de minister daar al dan niet voor vinden? Dan kunnen wij daar als Kamer, denk ik, ook op gaan reageren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Van de Kamerleden die nu aanwezig zijn, ben ik, samen met in ieder geval collega Westerveld en collega Van Houwelingen, een van de weinigen die hier al waren toen de coronapandemie volop aanwezig was. Mevrouw Van Brenk was er inderdaad ook. We hebben hier allemaal gestaan met onmacht, met houtje-touwtjebeleid en met het feit dat dingen niet op orde waren. We hebben allemaal gezegd: die lessen moeten we leren. Ik heb grote waardering voor collega Daan de Kort, die doorgaat met die corona-enquĆŖte. Maar het is toch van de zotte als wij moeten afwachten tot allerlei enquĆŖtes er zijn geweest, terwijl er al OVV-rapporten liggen over wat nodig is? Dat we dit dan nu niet zouden herstellen, is in ieder geval mijn eer te na. Ik heb een amendement ingediend om dit te repareren. Over alles valt te praten: over de dekking, over de manier waarop. Maar we moeten niet hebben dat, als er een volgende uitbraak van de mazelen komt of van wat dan ook, wat je in het rioolwater prima had kunnen aantonen, wij dan moeten zeggen: we wisten het niet, terwijl we het hadden kunnen weten. Deelt de heer Bevers dat?
De heer Bevers (VVD):
Ik deel de zorg. Ik ken het amendement en wil van de minister weten hoe ze daarop reageert, want het is een groot amendement. Dat weet u ook. Het gaat niet om een klein bedrag. Ik wil wel gewoon weten wat de minister daarvan vindt. Die zorg deel ik, zij het met de opmerking erbij dat we natuurlijk ook al veel hebben geleerd; er is veel bij huisartsen en in de eerste lijn terechtgekomen. Maar dat is niet voldoende, dat geef ik onmiddellijk toe. We moeten daar dus gewoon op een realistische manier naar kijken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wel mooi om te horen dat de VVD iets toegeeft. Ik was even benieuwd naar passende zorg. Dat klinkt zo lekker, maar wat is het nou? Wat verstaat de VVD onder passende zorg?
De heer Bevers (VVD):
Het moet kort, hĆØ? Passende zorg is een breed begrip, maar passende zorg is vooral dat je de zorg levert die op dat moment echt nodig is. Dat kan soms betekenen dat je geen zorg geeft, omdat je samen met je behandelaar besluit dat je dat niet meer wilt. Dat is ook passende zorg. Ik moest even denken aan het voorbeeld van de heer Bushoff eerder op deze avond, van het aanbellen bij iemand die het wellicht moeilijk heeft of eenzaam is. Dan is passende zorg wat mij betreft niet de wijkverpleegkundige, maar de sociaal werker uit het wijkteam. Dat is passende zorg. Kijken wat iemand nodig heeft en zo dicht mogelijk daarbij die persoon bieden wat die nodig heeft.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Een van de punten waar wij ons zorgen over maken, is het Generiek kompas. Daarmee hebben wij gezegd: de wijkverpleging en de verpleeghuiszorg hoeven niet meer aan te tonen wat de kwaliteit is van wat zij bieden. Dan weet je ook niet wat zij voor die centen doen, of het werkelijk kwaliteit is en of die zorg dus passend is. Hoe kijkt de VVD daartegen aan?
De heer Bevers (VVD):
Dat is een dilemma. Ik ken de discussie over het Generiek kompas. Die heeft in de vorige periode ook vrij uitgebreid gespeeld. Het is niet zo dat er in het Generiek kompas geen kwaliteitsdoelen worden gesteld; het wordt alleen op een andere manier gedaan. Je komt voor een dilemma te staan: in hoeverre vertrouwen wij de mensen die aan het bed zorg leveren en de organisaties die dat organiseren en leveren? Het Generiek kompas betekent niet dat er geen kwaliteitscontrole meer is, maar het wordt op een andere manier ingedeeld. Ik heb het vertrouwen in de mensen op de werkvloer ā dat hebben we al vaker geconstateerd ā dat zij zich op een goede manier bezighouden met hun werk. Dat zij veel minder met administratie zouden moeten doen, is een bijzin wat mij betreft.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik kom daar in mijn bijdrage nog wel op terug.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Ik ben toch wel benieuwd. De collega van de VVD had het over vanuit de inhoud praten over wat er nodig is voor de pandemische paraatheid. We weten vanuit de inhoud wat nodig is. We weten het van de OVV, we weten het vanuit de zorgsector, we weten het vanuit de virologen. Ook oud-minister Bruijn zei vorig jaar letterlijk: dit overziend zijn wij dus slechter voorbereid op een grootschalige gezondheidscrisis en hebben we de lessen van de COVID-19-pandemie niet opgevolgd. Ik kan daarom niet borgen dat de afbouw van middelen voor pandemische paraatheid geen afbreuk doet aan de continuĆÆteit van de beschikbaarheid van zorg tijdens een toekomstige pandemie. Alle feiten liggen op tafel.
De voorzitter:
Uw vraag?
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Ik vind het heel jammer dat de VVD, die oproept om vanuit de inhoud te praten, niet hierop doorgaat en gewoon zegt: wij gaan niet nog maanden wachten. We gaan als VVD nu onze verantwoordelijkheid nemen. We zijn niet voor niets een coalitie in gestapt. Dit was gewoon een omissie en wij zorgen ervoor dat dat geld er komt.
De heer Bevers (VVD):
Volgens mij ben ik heel helder geweest over het feit dat de zorgen die er zijn en datgene wat op tafel ligt, helder zijn. Bij de bezuiniging van 300 miljoen euro heeft de toenmalige minister een brief gestuurd. In die brief is inderdaad gezegd dat de NCTV met een totaaladvies over de weerbare samenleving komt en dat daar het een en ander in opgaat. Dat advies is uitgebracht. Dat is er al. Daar hoeven we dus niet maanden op te wachten. Het is een kwestie van hoe wij daarmee omgaan en hoe het kabinet daarmee omgaat. Dat vind ik wel de inhoud, want ik meen oprecht dat het verder gaat dan alleen de pandemische paraatheid. Het gaat over de weerbare samenleving, ook in de geopolitieke tijd waarin we op dit moment leven en waarin het noodzakelijk is om als samenleving weerbaar te zijn en voorbereid te zijn op wat ons mogelijk, maar hopelijk nooit, zal overkomen.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
OkƩ, dat kan. Ik hoor hierin dat er misschien nog meer geld vrijkomt, zodat we meer kunnen inzetten op preventie van allerlei mogelijke ziektes en om vervuiling te voorkomen et cetera. Dat is alleen maar positief, maar ik snap gewoon niet waarom de VVD en overigens ook andere politieke partijen zo moeilijk doen over dit punt en verwijzen naar de NCTV en mogelijke weerbaarheidsverbreding et cetera, terwijl het klip-en-klaar is wat we moeten doen.
Ten slotte heb ik nog ƩƩn vraag over die preventie, namelijk of de VVD dan ook met mij meegaat in het volgende. Ik deel de overtuiging dat het goed is om breder te kijken om de samenleving gezond en weerbaar te houden. Kan de VVD dan ook meegaan in ons punt dat wij als Kamer goed moeten borgen dat we wat betreft preventie ook kijken naar de uitstoot van de industrie en de landbouw et cetera?
De heer Bevers (VVD):
Die vraag is vaker gesteld. Ook wij als VVD hebben in ons partijprogramma heel duidelijk gezegd dat gezondheid meer is dan alleen naar de dokter gaan en zorg; daar hoort de omgeving ook bij. Dan gaat het om sociale factoren en economische factoren. Wij kijken daarin mee. Dat weet u ook. Wij kijken soms wel op een ietwat andere manier dan de Partij voor de Dieren. Dat is het verschil tussen u en mij.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw ... Meneer Van Houwelingen, kort.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik wil hier kort op aanvullen. Weerbaarheid is dus belangrijk voor de VVD als het gaat om pandemische paraatheid. Ziet de VVD dat ook als een verplichting die is aangegaan?
De heer Bevers (VVD):
Hoe bedoelt u "een verplichting"?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Zoals de heer Bevers ongetwijfeld weet, hebben we de NAVO-weerbaarheidsdoelen, die we onderschrijven. Is dat een verplichting die voortvloeit uit de Vilniusakkoorden of is dat iets wat vrijblijvend is? Hoe ziet de VVD dat?
De heer Bevers (VVD):
Daar kan ik u geen antwoord op geven. Dat zal ik in tweede termijn moeten doen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Graag.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Wendel. Heeft mevrouw Maeijer nog iets voor de heer Bevers? Daarna gaan we door naar mevrouw Wendel.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Op de valreep toch nog even over de weerbare samenleving. Defensie en zorg, VWS, zijn dan wat mij betreft communicerende vaten, want op het moment dat hier een grootschalige crisis uitbreekt, heeft Defensie die zorg nodig en dan moet die zorg er zijn. Dan gaat het niet alleen over de ziekenhuizen, maar over het hele systeem. De vraag richting de heer Bevers is: dan is het toch niet heel slim om het geld bij de zorg weg te halen?
De heer Bevers (VVD):
Nee, het gaat ook niet alleen om het weghalen van geld bij zorg. De weerbare samenleving is breed. Je kan naar verschillende ministeries en verschillende beleidsterreinen kijken. Dat is veel breder dan alleen zorg. Dat is ook de reden waarom ik zei dat het voor mij veel verder gaat dan alleen de pandemische paraatheid. De dreigingen komen op verschillende manieren op ons af. Maar dat is ook de afweging: waar komen we mee uit? Overigens heeft de NCTV daar ook een aantal dingen over gezegd. Wat mij betreft is het dus logisch dat je breder kijkt dan alleen naar de zorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan begrijpt u mijn vraag niet. Of u wilt hem gewoon anders beantwoorden; dat kan natuurlijk ook. Maar ik had het juist specifiek over de zorg. Voordat ik hier een aantal weken geleden weer als woordvoerder VWS terechtkwam, mocht ik even aan het Defensieterrein proeven. Daar is mij meerdere malen verteld dat op het moment dat er echt iets gebeurt in dit land, zoals een grootschalige crisis, een oorlogssituatie of iets in die trant, Defensie de zorg nodig heeft en dat het dan niet logisch is om die zorg nu te gaan verzwakken. Dus waarom doet u dat dan?
De heer Bevers (VVD):
De zorg waar mevrouw Maeijer het over heeft, is niet de zorg die we verstaan onder "pandemische paraatheid". Ik ken die discussie. Ik heb een oud-bewindspersoon van Defensie vrij dichtbij in de fractie. Daar hebben we het ook over gehad. Voor de zorg die nodig is op het moment dat het tot een grootschalig conflict buiten Nederland of in Nederland komt, is er een beperkte capaciteit binnen de noodhospitalen van Defensie en hetgeen zij in dat soort situaties kunnen leveren. Daarna hebben ze de capaciteit van de reguliere zorg nodig. Dat is bekend. Daarvoor is een bepaalde ic-capaciteit nodig. Ik wens ons toe dat die situatie niet gaat ontstaan, want dat vraagt bijvoorbeeld ook zaken als triage en heel ingewikkelde beslissingen, maar daarvoor hebben zij op dat moment wel de zorginfrastructuur nodig zoals we die bij VWS hebben ingericht.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bevers. Het woord is aan mevrouw Wendel voor haar inbreng namens de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. De uitdagingen in de langdurige zorg en op het gebied van preventie zijn niet minder groot dan in de curatieve zorg. We hebben te maken met dubbele vergrijzing: er komen meer ouderen en zij worden ook steeds ouder. Dat brengt uitdagingen met zich mee, maar ik wil benadrukken dat dit echt iets moois is. Dit is gewoon goed nieuws. Dit komt mede door de goede gezondheidszorg in Nederland, door al die mensen die dag in, dag uit keihard werken in de zorg.
De VVD vindt het belangrijk dat ook in de toekomst mensen in goede gezondheid oud kunnen worden. Een gezonde leefstijl en een gezonde leefomgeving kunnen veel ziekten voorkomen. Goede gezondheid is een voorwaarde om mee te kunnen komen op school en op het werk en om een bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. De VVD wil dan ook de focus verschuiven van zorg naar gezondheid. We zetten in op preventie, niet omdat wij ons als liberalen graag bemoeien met de manier waarop mensen hun leven inrichten, maar omdat we zien dat dit noodzakelijk is. Met de dubbele vergrijzing voor de deur hebben we simpelweg niet meer de luxe om preventie weg te zetten als betutteling.
Vandaag sta ik stil bij drie specifieke vormen van preventie, namelijk het tegengaan van vapen, huidkankerpreventie en valpreventie voor ouderen. Nog steeds worden er massaal vapes verkocht aan kinderen. Ik wil de minister vragen hoe zij ervoor gaat zorgen dat vapes echt niet meer bij kinderen terechtkomen. Het demissionaire kabinet heeft aangegeven de boetes voor de verkoop van vapes aan minderjarigen te verhogen. Kan de minister toezeggen dit plan voort te zetten?
Dan huidkankerpreventie. Huidkanker is de meest voorkomende en snelst stijgende vorm van kanker. Het aantal diagnoses in 2032 wordt geschat op 100.000 per jaar. Dat betekent dat elke vijf minuten iemand te horen krijgt dat hij of zij huidkanker heeft. Dat betekent dat terwijl ik hier sta, al twee mensen hebben gehoord dat zij gediagnosticeerd zijn met huidkanker. De gevolgen van huidkanker zijn groot, terwijl die relatief gemakkelijk te voorkomen is. De publiekscampagne "Voorkom huidkanker", met onder andere het Zonvenant, is dan ook van groot belang. De financiering hiervoor loopt echter in april 2026 af en er zijn geen middelen voor de rest van het jaar. Ik dien dan ook een amendement in om het Zonvenant ook in de rest van 2026 voort te zetten. Preventie is van belang voor jong en oud. Bij ouderen leidt een val vaak tot letsel, verlies van zelfstandigheid en minder kwaliteit van leven. Door maatregelen te nemen, kunnen veel valincidenten voorkomen worden. Ik wil de minister vragen wat de ervaringen zijn met de ketenaanpak valpreventie. Werkt die, of is er nog meer nodig?
Helaas is niet alle zorg te voorkomen. Steeds meer mensen leiden aan een chronische ziekte. Deze ziektes worden ook steeds ernstiger. De grootste groep chronisch zieken leidt aan dementie. De VVD vindt het belangrijk dat deze mensen op een zo fijn mogelijke manier oud kunnen worden. Ze moeten zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Innovatieve, slimme manieren om zorg te bieden, helpen daarbij. Dit zorgt voor een hogere tevredenheid bij cliƫnten. Daarnaast bespaart het personeel en geld. In de praktijk zien we dat zorginstellingen door hun bekostigingsmodellen geen prikkel hebben om over te stappen op die slimmere vormen van zorg, bijvoorbeeld omdat ze betaald worden op basis van geleverde zorg in tijd. Ik wil de minister vragen of zij dit herkent en wat zij gaat doen om wel een stimulans te bieden om over te stappen op slimmere vormen van zorg.
Dementie kan ernstige gevolgen hebben voor de kwaliteit van leven van ouderen, maar ook van hun naasten. We mogen ons daar niet bij neerleggen. We moeten meer kennis zien te krijgen over oorzaken, over hoe we zo vroeg mogelijk kunnen diagnosticeren en over hoe we dementie kunnen behandelen. Alleen zo krijgen we meer inzicht in hoe we dementie kunnen voorkomen of uitstellen. Het is dan ook teleurstellend dat het nieuwe alzheimermedicijn onvoldoende blijkt te werken en zorgt voor ernstige bijwerkingen. De vorige bewindspersonen zijn heel voortvarend aan de slag gegaan met de Nationale Dementiestrategie. Kan de minister toezeggen dat ook zij zich zal inzetten voor preventie van dementie? We mogen nu namelijk echt niet verslappen.
Dan de mentale gezondheid in Nederland. Die is de afgelopen jaren verslechterd, vooral onder jongeren. Daar maak ik me zorgen om. Ook hiervoor geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Dit kan de zorgverlener niet alleen, ook niet met hulp van de overheid. Het start met de eigen verantwoordelijkheid om de gezonde keuzes te maken, maar daar is natuurlijk wel bewustzijn en samenwerking voor nodig. De overheid kan hieraan bijdragen door de aanpak van suĆÆcidepreventie en mentale gezondheid te versterken. Voor mentale gezondheid zijn ook juist verenigingen, vrienden en buren belangrijk. Omkijken naar elkaar; noaberschap, zoals we dat in Drenthe noemen. Het initiatief van afgelopen weekend waarbij profvoetballers massaal aandacht vroegen voor mentale gezondheid bij mannen, vind ik dan ook geweldig.
De VVD vindt het belangrijk dat er meer samengewerkt wordt door de ggz, huisartsen, onderwijs, wijkteams, sportverenigingen en vele andere partijen. Ik wil de minister vragen of privacywetgeving deze samenwerking momenteel in de weg staat en wat ervoor nodig is om deze belemmering weg te nemen.
Voorzitter. Tot slot zorgfraude. We geven veel geld uit aan zorg voor mensen die die het hardste nodig hebben. Dat er dan criminelen zijn die hier misbruik van maken, vindt de VVD onacceptabel. We mogen niet tolereren dat zorggeld in de zakken van criminelen verdwijnt terwijl de mensen voor wie het geld bedoeld is, de zorg niet krijgen.
Ik zie mevrouw Westerveld staan, maar ik kom nu met een heel plan rond zorgfraude, dus wellicht ā¦
De voorzitter:
Wil mevrouw Westerveld interrumperen op het onderwerp zorgfraude? Dan stel ik namelijk voor dat we dat even afmaken. O, het gaat over het vorige punt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik vraag me af wat "eigen verantwoordelijkheid" is als je bijvoorbeeld psychotische klachten hebt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Wat ik bedoel met eigen verantwoordelijkheid bij mentale gezondheid, is dat het gezond is om bijvoorbeeld te sporten, gezond te eten en om te kijken naar elkaar; dat is dat noaberschap waar ik het over had.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
De grootste problemen en de grootste wachtlijsten spelen bij de mensen die enorm ernstige klachten hebben. Ik noemde die net al: bij persoonlijkheidsstoornissen is het 32 weken, bij eetstoornissen is het 22 weken. Dat kan je dus niet voorkomen met "eigen verantwoordelijkheid" of met "meer sporten". Dat zijn gewoon reƫle problemen. Ik ben heel bang dat die wachtlijsten alleen maar zullen toenemen als de plannen die deze coalitie nu heeft, doorgezet gaan worden.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dat ben ik met mevrouw Westerveld eens. Ik bedoel ook niet te zeggen dat je bijvoorbeeld psychoses kunt voorkomen door gezond te eten of te sporten; laat ik dat idee uit de wereld helpen. Ik vind het belangrijk dat geestelijke gezondheidszorg juist beschikbaar is voor de mensen die deze het hardste nodig hebben. Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen z'n stinkende best doet om te werken aan de mentale gezondheid van zichzelf maar ook van elkaar, zoals ik net al stelde. Dat vind ik heel erg belangrijk. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat we ervoor moeten zorgen dat de ggz beschikbaar is voor de mensen die die het allerhardste nodig hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan ben ik heel benieuwd wat er wel gedaan gaat worden, zodat die ggz beschikbaar komt voor de mensen die dit het hardst nodig hebben. Daarover lees ik dus helemaal niets in het coalitieakkoord.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dat is een terechte vraag. Daarom hebben we juist wel iets daarover opgenomen in het coalitieakkoord. Wij vinden het heel erg belangrijk om te kijken: wat is zorg die in de geestelijke gezondheidszorg thuishoort en wat is zorg die ook elders geboden kan worden? Wij denken dat we de wachtlijsten absoluut gaan verkorten door de reikwijdte aan te passen en de perverse prikkel aan te pakken die er nu is om vooral met lichte zorg bezig te zijn in plaats van met zware zorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Mevrouw Wendel had het net over mensen met dementie, een pleidooi voor meer onderzoek et cetera. Maar de casemanager dementie is vaak onderdeel van de wijkverpleging. Hoe helpt u die mensen met dementie nu met een eigen bijdrage voor de wijkverpleging?
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD ziet dat momenteel een op de zes mensen in de zorg werkt. Als we geen keuzes maken, wordt dat een op de vier. Wat de VVD doet, samen met D66 en het CDA ā ik hoop dat we elkaar hier in de Kamer daarop gaan vinden ā is keuzes maken om ervoor te zorgen dat we er kunnen blijven zijn voor de mensen die dit het hardst nodig hebben. Ja, dat.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dat is, denk ik, een beetje een ingestudeerd verhaal. Ik heb tot nu toe niet helemaal het gevoel dat we elkaar hier vandaag heel erg in vinden, maar dat terzijde. Mijn vraag ging heel specifiek over de casemanager dementie, die vaak onderdeel is van de wijkverpleging. Hoe helpt u nu die mensen met dementie waar u het net over had met het invoeren van die eigen bijdrage? Daardoor zullen er waarschijnlijk juist minder casemanagers dementie achter de voordeur komen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Wat wij belangrijk vinden, is juist dat de schaarse capaciteit die wij hebben, de relatief weinig zorgverleners die wij hebben ingezet worden voor de mensen die dat het hardst nodig hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Maar die mensen met beginnende dementie hebben dat toch hard nodig? Of begrijp ik u dan verkeerd?
Mevrouw Wendel (VVD):
Wij willen ervoor zorgen dat als mensen dat het hardst nodig hebben, er iemand in de wijkverpleging beschikbaar is. Daarom moeten we er wel voor zorgen dat we daarin keuzes maken.
De voorzitter:
U vervolgt, maar niet voordat mevrouw Keijzer nog een interruptie plaatst.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dit is toch echt wel volstrekt naast de praktijk. Mensen die dementie ontwikkelen, willen dat eigenlijk vaak niet weten. Als er dan iemand bij moet, bijvoorbeeld zo'n casemanager, en het al begint met een eigen bijdrage, dan bedankt men. Hoe gaat de VVD dat nou oplossen? Het zijn ingestudeerde praatjes.
Mevrouw Wendel (VVD):
U hoort de VVD niet zeggen, zeg ik via de voorzitter, dat wij vinden dat de wijkverpleging er niet moet zijn voor mensen met dementie, al dan niet beginnend. Wij vinden alleen niet dat dat betekent dat die zorg gratis hoeft te zijn. Daarover verschillen we wellicht van mening; dat zou natuurlijk kunnen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Niks is gratis. Dit is de Zorgverzekeringswet en daar zit ook een eigen bijdrage via de premies in, dus dat klopt niet. Uw antwoord net was: "Nee, als we een eigen bijdrage doen, dan gaan de casemanagers dementie alleen daarheen waar dat echt nodig is." Maar zo werkt het niet in de praktijk. Wanneer mensen dementie krijgen, willen ze het eigenlijk niet weten. Zo'n casemanager die dan bijvoorbeeld de partner of de kinderen kan ontlasten, komt dan niet binnen omdat er al een extra argument is om het niet te willen, namelijk een eigen bijdrage. Dus zeg gewoon dat u geld zoekt, maar kom niet aan met dit soort praatjes.
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD ziet dat er momenteel schaarse capaciteit is en dat we, zoals ik net ook al zei, keuzes moeten maken waar die zorgverlener wel heengaat en waar niet. Wat ik de afgelopen tijd veel heb gehoord van zorgverleners, is ook: alstublieft, er zijn impopulaire keuzes nodig; alstublieft, maakt u die keuzes zodat wij dat niet aan het bed hoeven te doen. Ik begrijp dat de boodschap impopulair is. Ik ben heel benieuwd naar de uitwerking daarvan door de minister, want het is natuurlijk maar heel kort neergezet in zo'n akkoord. Maar dat is wel wat het is.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik was bezig met mijn plannen op zorgfraude. Allereerst wil de VVD dat het Informatie Knooppunt Zorgfraude, het IKZ, informatie kan uitwisselen met relevante partners zoals de politie en gemeenten. In mijn werk, voordat ik Kamerlid werd, heb ik te vaak gezien dat fraude doodleuk door kon gaan door een gebrek aan gegevensuitwisseling. Cliƫnten werden uitgebuit, mishandeld en kregen niet de zorg die ze nodig hadden. Cliƫnten werden letterlijk vastgebonden. De eigenaar ging in een dikke auto de helft van het jaar lekker op vakantie. Terwijl verschillende organisaties hiervan op de hoogte waren, werd dit onder het mom van privacy onder het tapijt geschoven.
Voorzitter. Ik wil dat dit stopt. Criminelen lachen ons uit, terwijl zorgbehoevenden eraan onderdoor gaan. Zorgfraudeurs moeten vaker strafrechtelijk vervolgd worden. Ik vraag de minister dan ook of zij kan toezeggen dat het kabinet in overleg gaat met het OM om het vervolgingsbeleid te herzien, zodat zorgcriminelen vaker worden vervolgd. Tot slot moet er een taskforce zorgfraude opgericht worden bij de politie, zoals is afgesproken in het coalitieakkoord. Ik vraag de minister dan ook naar het tijdpad van deze taskforce. Wanneer kunnen we de eerste resultaten verwachten?
Voorzitter, afrondend. De VVD vindt dat zorg beschikbaar moet zijn voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. Zorggeld moet worden besteed aan het bieden van kwalitatief goede en liefdevolle zorg en mag niet verdwijnen in de zakken van criminelen. Daar zal de VVD zich altijd voor inzetten.
De voorzitter:
Er zijn interrupties van de heer Bushoff en mevrouw Maeijer. Meneer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik maakte mij eerder in het betoog van de VVD best wel zorgen. Ik dacht: ze houden wel heel strak vast aan het financiƫle kader dat ze hebben neergelegd, het financiƫle harnas, waar mevrouw Bikker het eerder ook al over had. Maar ik ga toch kijken of we elkaar ergens kunnen vinden, namelijk in het aanpakken van zorgfraude en exorbitante winstuitkeringen. Ik ben benieuwd welke doelstelling de VVD zichzelf of dit kabinet oplegt als het gaat om de geschatte 10 miljard euro aan fraude. Hoeveel geld, hoeveel procent, moet beschikbaar blijven voor de zorg en mag niet wegvloeien naar fraude volgend jaar?
Mevrouw Wendel (VVD):
Als er per jaar 10 miljard euro naar criminelen gaat en dat geld in hun zakken belandt terwijl het bedoeld is voor de meest kwetsbare mensen in onze samenleving, dan vindt de VVD, dan vind ik, dat die volle 10 miljard euro natuurlijk besteed moet worden aan de zorg. Het is echter niet zo simpel om dat morgen een-twee-drie binnengehaald te hebben. Dat is de reden waarom dit niet in onze financiƫle plaat staat, zoals het genoemd wordt. Maar wat mij betreft gaan we vanaf vandaag direct samen aan de slag om die criminelen aan te pakken en om ervoor te zorgen dat het zorggeld besteed wordt op de manier waarop het bedoeld is.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Wellicht helpt het als we ons in ieder geval een hele bescheiden doelstelling opleggen. Laten we gewoon 1% nemen. Dat is heel bescheiden. Dat lijkt mij heel goed haalbaar. Dat helpt om onszelf achter de broek aan te zitten, om te kijken of we al een beetje van die geschatte 10 miljard euro aan fraude hebben kunnen terugdringen en of we op het goede spoor zitten om resultaten te behalen. Voelt de VVD daarvoor?
Mevrouw Wendel (VVD):
Mijn persoonlijke doelstelling is om 100% van het geld terug te halen. Sterker nog, ik wilde specifiek de Kamer in omdat ik in mijn dagelijks werk zag hoe criminelen misbruik maakten van de meest kwetsbare mensen in de samenleving. Ieder debat zal u mij hier weer over horen. Mijn doel is echt om al dat geld weg te halen bij die criminelen en om het te besteden aan de mensen die het het hardst nodig hebben. Maar als de heer Bushoff vraagt of ik dat wil gebruiken als dekking voor andere uitgaven, dan zeg ik: dat kan ik helaas niet doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat de VVD dit soort goede plannen wƩl wil heroverwegen als die vanuit de oppositie komen. Dat lijkt me juist verstandig. Ik doe deze handreiking. Ik hoop dat de VVD die oppakt en daar nog eens goed naar gaat kijken.
Ik heb tot slot nog ƩƩn vraag. We bieden een aantal mogelijkheden voor criminelen en zorgfraudeurs. Er zit iets lucratiefs in de zorg, bijvoorbeeld het feit dat je je als aandeelhouder en directeur-bestuurder meer kan uitkeren dan wat in de Wet normering topinkomens staat. Dat soort dingetjes moeten we ook aanpakken. We moeten dat soort mogelijkheden dichtgooien.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik waardeer de handreiking van de heer Bushoff. Uiteraard trek ik graag samen met hem op om zorgfraude aan te pakken. Ik trek ook graag samen op met mevrouw Van Brenk van 50PLUS en met vele anderen. Ik zie ook mevrouw Coenradie staan. Ik denk dat ik haar ook aan mijn zijde kan vinden. In het coalitieakkoord spreken we een aantal specifieke zaken af om zorgfraude tegen te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het stoppen met ongecontracteerde zorg.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Toch nog even voortbordurend daarop. Ik hoor mevrouw Wendel zeggen dat zij dat elke keer gaat benoemen in debatten, maar ik heb haar nog geen kritische vragen daarover horen stellen aan het kabinet. Ik denk dat die wel terecht zijn. Want welke doelstellingen zijn er dan aan gekoppeld? Zijn er KPI's waarop we de boel kunnen afrekenen? En waar blijft het geld dat we dan vinden? Gaat dat richting minister Heinen en komt dat ergens in de schatkist terecht? Of gaan we dit echt terugstoppen in de zorg? Dat zijn misschien van die kritische vragen, die denk ik ook voor een coalitiepartij terecht zijn om te stellen. Hoe kijkt mevrouw Wendel hiernaar?
Mevrouw Wendel (VVD):
Deze vragen kan ik wellicht doorgeleiden naar de minister. Ik ben benieuwd hoe zij hiernaar kijkt. U heeft mij inderdaad twee vragen horen stellen en verder concrete voorstellen horen doen voor hoe we met elkaar de zorgfraude kunnen aanpakken. Ik ga hier ook twee moties over indienen. Ik hoop dat ik mevrouw Coenradie en andere collega's aan mijn zijde zal vinden.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Zorgfraude is een doorn in het oog, want geld voor zorg moet ook naar zorg. Maar soms lijkt iets niet crimineel, maar is het eigenlijk wel heel fout. We hebben het recent gezien bij de tandartszorg. In het totaalbedrag voor de verpleeghuizen zit geld voor tandartszorg, maar die wordt niet geleverd. Dat is dus fraude. Hoe kijkt de VVD daartegen aan?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ben blij dat mevrouw Van Brenk dit specifieke voorbeeld oppert. In alle eerlijkheid had ik dat aanvankelijk ook in mijn eigen spreektekst verwerkt, maar ik probeerde toch een soort "mand" toe te voegen aan mijn woordvoorziening en keuzes te maken over waar ik wel en niet over zou beginnen. Specifiek de mondzorg valt binnen de Wlz. Daar wordt voor betaald en dat moet ook worden geleverd. We horen nu schrijnende verhalen over bijvoorbeeld ouderen die in de keukenstoel een behandeling krijgen met allerlei apparatuur die niet deugdelijk is. Dat zal de VVD nooit steunen. Ik hoop de komende tijd echt samen op te kunnen trekken om ervoor te zorgen dat dat stopt. Want hoe oud je ook bent, of je nou thuis woont of in een verzorgingshuis zit, het is echt van belang dat je kwalitatief goede zorg krijgt. Het is niet de bedoeling dat mensen dat in hun zakken kunnen steken, zonder dat er zorg verleend wordt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij dat we daar hetzelfde over denken. Datzelfde geldt overigens voor zorg laten leveren door ongekwalificeerde mensen, want ook dat levert geld op voor organisaties. Ook daar zou ik graag de mening van de VVD over willen horen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Er zijn eisen gesteld aan wie welke zorg mag leveren. Maar we zien dat dat bij de mondzorg, waar mevrouw Van Brenk het over heeft ā die binnen de Wlz valt, wil ik even benadrukken ā niet altijd op de juiste manier gebeurt. Laat ik daarover zeggen: het is belangrijk dat mondzorg geleverd wordt door kwalitatief goed personeel, met de juiste apparatuur en op een wijze waarop dat hoort te gebeuren, en niet op een manier waardoor het geld in de zakken van mensen verdwijnt, terwijl de meest kwetsbare mensen in onze samenleving niet de zorg krijgen die zij nodig hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Wij hebben beiden een gesprek gehad met iemand die dat kwam melden en in tranen vertelde dat daar ook uitspraken werden gedaan in de trant van "deze mensen leven toch niet lang meer, dus het is niet erg." Ik hoop echt oprecht dat dat onder deze ministers tot het verleden behoort. Mensen die zulke uitspraken doen, horen ook niet in de zorg thuis. Ik hoop dat de VVD dat met mij deelt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Nogmaals dank dat mevrouw Van Brenk dit opbrengt. Ik heb inderdaad ook gesprekken gehad met verschillende mensen, zorgverleners, die ermee te maken hebben. Ik hoor dat tandartsen geïntimideerd worden en er geprobeerd wordt om hen te lozen als ze weigeren om deze zorg te verlenen omdat ze zeggen: dit is niet de manier waarop ik kwalitatief goede zorg wil verlenen. Dat is iets wat de VVD nooit zal accepteren. De komende tijd trek ik hierin dus graag samen op. Ik denk zo dat we meerdere partijen aan onze zijde gaan vinden in deze strijd, totdat dit echt beëindigd is.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Coenradie voor haar inbreng namens JA21 in de eerste termijn.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. De afgelopen decennia is zorg een vanzelfsprekend onderdeel van ons welzijn geworden. Voor vrijwel elk ongemak verwachten we behandeling en voor elk risico een voorziening. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. We hebben een sterk systeem opgebouwd, maar door oplopende kosten en groeiende tekorten is dit niet onbeperkt houdbaar. Tegelijkertijd lopen de personeelstekorten op. We staan aan de vooravond van een ongekende crisis. We staan voor een zorgvraag die stijgt als het water bij storm, maar het aantal mensen dat de dijk moet ophogen, wordt juist relatief kleiner. In de verpleging, verzorging en thuiszorg staan inmiddels 41 vacatures open per 1.000 banen. Dat is een verdubbeling ten opzichte van zeven jaar geleden. Dat betekent vandaag al 20.000 openstaande vacatures, en dat is nog maar het begin. In 2030 dreigt een tekort van 46.000 zorgmedewerkers. In 2035 zijn dat er zelfs 127.000 als we niet ingrijpen, terwijl het personeel nĆŗ al op het tandvlees loopt. Het ziekteverzuim steeg in tien jaar van 6% naar 9%. Hoe ziet dit er over tien jaar uit?
Dat betekent dat we voor fundamentele keuzes staan. We moeten hierbij ook naar het stelsel zelf kijken, want de Nederlandse burger kan dit niet alleen dragen. We moeten dus ook kijken naar de rol van zorgverzekeraars. Zijn zij voldoende transparant? Hoe zit het met hun marktmacht? Is er voldoende tegenwicht tegen hun onderhandelingspositie richting zorginstellingen en het ministerie van VWS? Dat debat moeten we ook gaan voeren. Ook zorgorganisaties moeten in de spiegel kijken: veel management, afstand tot de werkvloer, hoog verzuim en gemiddeld 0,6 fte in de verpleegzorg. Is dit wel efficiƫnt georganiseerd, met voldoende aandacht voor de medewerker? Als we de zorg houdbaar willen houden, moeten we eerlijk zijn over grenzen en bereid zijn om zowel naar de vraag als naar het systeem zelf te kijken. Alleen zo beschermen we de zorg Ʃn de mensen die die dragen.
Voorzitter. Ggz-cliënten zonder strafrechtelijke titel bezetten bedden in tbs-klinieken, terwijl de wachtlijst voor tbs oploopt. Op dit moment wachten ongeveer 270 veroordeelden op een tbs-plek, waarvan een deel gevangeniscapaciteit bezet houdt. Kortom, de strafrechtketen raakt hierdoor verstopt. Het baart mij grote zorgen dat VWS binnen de werkagenda een afwachtende houding aanneemt. Ik mis de urgentie om hier daadwerkelijk stappen op te zetten. Daarom wil ik van de minister weten welke concrete verantwoordelijkheid VWS neemt binnen deze werkagenda. Staat de inzet volgens de minister in verhouding tot wat JenV nu moet opvangen? In de meest recente Kamerbrief lezen we dat pas in het najaar van 2026 wordt onderzocht hoeveel cliënten zonder passende titel in forensische zorg verblijven. Waarom duurt dit zo lang? Waar is de urgentie om dit probleem nú inzichtelijk en oplosbaar te maken? Welke concrete maatregelen neemt de minister, nu en aanvullend, om deze mismatch te beëindigen en mensen op de juiste plek in het systeem te krijgen?
Voorzitter. De ouderenzorg is voor JA21 een kwestie van beschaving: hoe gaan wij om met de mensen die dit land hebben opgebouwd? Waardig oud worden moet kunnen, maar een afname van vijf werkenden per gepensioneerde in 1990 naar drie in 2020 en vermoedelijk nog maar twee in 2050 maakt doorgaan op dezelfde weg onbetaalbaar. Doorgaan op dezelfde weg Ćs onbetaalbaar, niet alleen kostentechnisch maar ook vanwege het tekort aan handen aan het bed. De gemiddelde arbeidsduur in de verpleging, verzorging en thuiszorg ligt al vijftien jaar stabiel rond de 24 uur per wijk. Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om dit gemiddelde te verhogen?
In 2035 stevenen we af op een tekort van 95.000 medewerkers in de verzorging en verpleging. Tegelijkertijd laten we mbo-zorgstudenten steeds meer betalen. Het collegegeld steeg van ā¬1.357 naar ⬠1.458. Als we die tekorten echt willen aanpakken, waarom maken we deze opleidingen dan niet juist aantrekkelijker, bijvoorbeeld door het collegegeld te verlagen?
JA21 is een warm voorstander van verzorgingstehuizen. Gemeenschappelijke faciliteiten, sociale contacten en zorg dichtbij zijn aspecten die wij belangrijk vinden. Hoe kijkt het kabinet naar de haalbaarheid van verzorgingstehuizen tegenover de grote personele uitdagingen?
Voorzitter. In het IZA is afgesproken dat concentratie samengaat met regionale spreiding en digitale gegevensuitwisseling. Toch reist de patiƫnt verder, terwijl gegevens niet automatisch meereizen, met risico's voor de patiƫntveiligheid. Wat gaat de minister concreet doen om spreiding en gegevensuitwisseling te versnellen? Patiƫnten moeten verder reizen, terwijl hun medische gegevens niet altijd automatisch meereizen. Je zal maar in een ander ziekenhuis een antibioticum krijgen, terwijl niemand weet dat je daarvoor allergisch bent. Dit raakt direct aan de patiƫntveiligheid. Tegelijkertijd dreigen streekziekenhuizen expertise te verliezen doordat spreiding van zorg uitblijft. Dat ondermijnt de kwaliteit en de toegankelijkheid in de regio. Deze ziekenhuizen mogen niet omvallen. Mijn vraag aan de minister is dus hoe het kan dat de randvoorwaarden nog steeds niet op orde zijn en wat zij nu concreet gaat doen om zowel regionale spreiding als gegevensuitwisseling te versnellen.
Voorzitter. Dan de rol van zorgverzekeraars in ons zorgstelsel. Neem de prijsafspraken tussen zorgverzekeraars en farmaceuten: we weten dat er wordt onderhandeld en dat er kortingen zijn, maar niet onder welke voorwaarden en hoe die doorwerken in premies en zorgkosten. Het gaat echter wel om publiek geld. Vertrouwelijkheid kan nodig zijn, maar volledige ondoorzichtigheid wringt. Daarnaast bereiken ons signalen dat zorgverzekeraars een zeer grote machtspositie hebben in het zorglandschap, soms zelfs ten opzichte van het ministerie. Is deze balans wel op orde, vraag ik aan de minister. Hoe reflecteert zij wat het evenwicht betreft op deze signalen? Hoe vaak zitten zorgverzekeraars aan tafel bij belangrijke beleids- en stelselbesprekingen en hoe vaak zitten ziekenhuizen en zorgprofessionals daarbij aan tafel?
Voorzitter. Voor JA21 staat ƩƩn principe voorop: wie ziek is, moet kunnen vertrouwen op beschikbaarheid van medicatie. Dat is een absolute basis, maar dat vertrouwen staat onder druk. Uit onderzoek van SIR en de LEF blijkt dat jaarlijks ongeveer 4 miljoen patiƫnten worden geconfronteerd met medicijntekorten. In meer dan 70% van de gevallen gaat het om preferent aangewezen middelen die simpelweg niet meer leverbaar zijn. Apothekers luiden de noodklok. Zij moeten patiƫnten steeds vaker een ander middel meegeven, laten wisselen van dosering of zelfs zonder medicatie naar huis sturen. Dat is onwenselijk en soms ronduit gevaarlijk.
Voorzitter. Filomena laat zien dat een integrale aanpak van huiselijk geweld werkt: bescherming van slachtoffers en gerichte interventie bij plegers onder ƩƩn dak. Hier heb ik twee vragen over. Filomena toont dat een integrale aanpak werkt. Is de minister bereid toe te werken naar een landelijke uitrol en wil de minister zorgen voor structurele meerjarige landelijke financiering voor Filomena, maar ook voor Veilig Thuis en de Blijf Groep, zodat zij niet langer jaarlijks hoeven te leuren om subsidie? Bovendien kunnen slachtoffers van huiselijk geweld en femicide niet altijd bellen. Voor velen is de chat de enige veilige eerste stap naar hulp. Veilig Thuis is 24/7 telefonisch bereikbaar, maar de chat stopt vaak buiten kantooruren, juist wanneer risico's toenemen. Daarom heb ik een amendement ingediend voor een 24/7-chatfunctie. Dat is noodzakelijk. Ik hoop op uw steun.
Tot zover.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor uw betoog. Er moet natuurlijk meer geld naar de huishoudelijke hulp en de ouderenzorg omdat er meer ouderen komen en we vergrijzen. Nou heeft JA21 vorige week tegen moties gestemd die wilden voorkomen dat er wordt bezuinigd op de ouderenzorg en ook tegen andere moties. Mijn vraag is: waarom heeft JA21 dat gedaan?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Hele goede vraag. Dat hebben wij bewust gedaan. We willen namelijk graag een heel pakket zien en dat hebben we nog niet gezien. Wat wij in dat pakket belangrijk vinden, is dat er sprake is van lastenverlichting en niet van lastenverzwaring. Voor ons heeft het dus ook niet zo veel zin om daar per onderdeel, bijvoorbeeld het eigen risico of de hogere bijdrage voor de regiohulp of wijkverpleging, elke keer afzonderlijk over te stemmen. Wij willen graag een heel pakket zien en geven dan een oordeel over dat pakket.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Oké, dus JA21 wil een zorgvuldige afweging maken. Maar dan verbaast het me dat JA21 eind vorig jaar, toen er nog wat geld over was en het kabinet daarom vroeg, binnen 48 uur een handtekening heeft gezet onder het overmaken van 700 miljoen naar Oekraïne. Waarom kunnen er dan ineens wel honderden miljoenen worden vrijgemaakt?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ja, dit is allemaal leuk voor de TikTok-filmpjes. Dit is de zoveelste interruptie. Elke keer komt meneer Van Houwelingen met hetzelfde verhaal over Oekraïne en defensie. Ik wist het ook al van tevoren. Ik dacht: zo meteen komt de heer Van Houwelingen weer met een interruptie. En tada! Daar hebben we 'm. Dank. Het is voorspelbaar. Ik ga hetzelfde antwoord geven als vorige keer. Wij bekijken elke keer waarin we investeren. Als we investeren in defensie of in Oekraïne, betekent dat niet dat we niet in de zorg investeren. We bekijken alles elke keer weer apart. Er is inderdaad maar één taart waar je uit kunt gaan scheppen. Zo bekijken we ook deze hele zorgbegroting en straks ook weer de Voorjaarsnota, de volgende begroting et cetera.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Afrondend, voorzitter. Fijn dat mevrouw Coenradie dat opmerkt. Ze heeft zich inderdaad kunnen voorbereiden op deze vraag, maar ze geeft geen antwoord op de vraag. Mevrouw Coenradie zegt over de zorg dat erop beknibbeld wordt en dat ze er goed naar gaat kijken, terwijl er binnen 48 uur 700 miljoen euro werd overgemaakt door JA21 naar OekraĆÆne. Daar is helemaal geen zorgvuldige afweging gemaakt. Alles kan blijkbaar. De vraag blijft dus staan. Waarom werd er aan de ene kant zo makkelijk geld weggesmeten, want zo zien wij dat, en wordt er aan de andere kant beknibbeld op de zorg voor onze eigen ouderen? Dat is toch niet logisch?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Meneer Van Houwelingen zegt terecht dat zij dat zo zien. Ja, zo ziet Forum dat, alsof wij dat zo maar eventjes heel snel doen. Wij denken over alles heel goed na. Dat doen wij binnen onze partij. Dat hebben we bij deze gelden ook gedaan.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde mevrouw Coenradie heel scherp en heel terecht de uitdagingen schetsen waar de zorg voor staat. Ik vroeg me eigenlijk af of de plannen van de coalitie in het akkoord zoals ze dat nu hebben opgesteld, in de ogen van mevrouw Coenradie en van JA21 in voldoende mate een antwoord geven op die zo goed en scherp geschetste uitdagingen in de zorg.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Hele goede vraag. Ik ben daar nog niet over uit. Ik ben kritisch op zorgfraude, zoals u gemerkt hebt. Hoe krijgen we die 10 miljard, of laat het iets minder zijn, weggezet in de tijd? Hoe moeten we dat zien? Wat kunnen we daarmee doen om bijvoorbeeld bepaalde bezuinigingen toch on hold te zetten? Ik ben daar wel scherp op. Ik ben er nog niet over uit inderdaad. Voordat wij een handtekening bij een kruisje zetten, ben ik aankomende donderdag, wanneer we antwoorden krijgen van het kabinet, benieuwd naar dit onderdeel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde mevrouw Coenradie inderdaad een heel aantal alternatieven schetsen voor de voorgestelde plannen van het kabinet. Zonet in het antwoord benoemde zij ook dat we die alternatieven wellicht kunnen gebruiken om een aantal bezuinigingen tegen te houden of ongedaan te maken. Aan welke bezuinigingen zou ik dan moeten denken?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ten eerste wil ik heel graag weten wat het geld van de zorgfraude betekent. Ik wil weten om hoeveel geld het gaat en hoe we dat moeten zien in de tijd. Dat vind ik een hele belangrijke. We gaan niet zomaar akkoord met bezuinigingen die voorgesteld worden. Tegelijkertijd ben ik ook realistisch. Als er een zak geld naar de zorg toe gaat, dan heb je ook niet ineens die 41.000 vacatures die op dit moment openstaan, opgelost. Dat is ook het eerlijke verhaal. We zullen daarin ook pijnlijke keuzes moeten maken. Zo begon ik ook mijn betoog. Daarin vindt de coalitie mij wel, met het verhaal dat we ook keuzes zullen moeten maken, want met een zak geld is het probleem in de zorg morgen niet opgelost, maar ook niet over tien of twintig jaar. En regeren is toch een beetje vooruitzien.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, afrondend. Op zich vinden we elkaar daar wel. Inderdaad, alleen met geld of alleen met de plannen van de coalitie zijn de problemen van de zorg niet opgelost. Ik zoek nog wel een beetje naar waar de pijn zit voor JA21. Zit er pijn in de plannen van deze coalitie? Of vindt u het allemaal wel goed als we iets aan zorgfraude kunnen doen?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Nee, zeker niet. Ik heb mijn ideale wereld geschetst. In onze ideale wereld hebben wij verzorgingstehuizen. In onze ideale wereld gaan wij niet inleveren op het eigen risico. Wij gaan ook niet inleveren op wijkverpleging, ondanks dat wij vorige week inderdaad tegen een motie hebben gestemd, omdat wij niet afzonderlijk al die moties willen behandelen voordat wij de uitwerking zien. Wij zien echt wel pijnlijke punten. Tegelijkertijd snappen wij dat er ergens maatregelen getroffen moeten worden. Ik ben wel benieuwd waar er nog ruimte ligt waardoor een aantal van dit soort pijnlijke maatregelen naar beneden bijgesteld kunnen worden. We hebben simpelweg af te wachten wat het kabinet hierop zegt.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
OkƩ, alstublieft.
De voorzitter:
Hoe later op de avond, des te schoner het volk, zeiden ze bij ons thuis vroeger altijd. We hadden mevrouw Coenradie, maar nu hebben we de heer Poortman uit het mooie Zwolle, die zijn maidenspeech zal brengen namens het CDA. Ik wijs er andermaal op dat interrupties niet worden toegestaan bij maidenspeeches. Meneer Poortman, u heeft het woord.
De heer Poortman (CDA):
Veel dank, voorzitter. In het boek Zorg van Lynn Berger las ik het verhaal van antropoloog Margaret Mead. Aan haar werd gevraagd welke archeologische vondst het begin van de menselijke beschaving illustreert. Een heel interessante vraag. Is dat de vondst van speren, ons wapenarsenaal? Zijn dat de ontdekte grottekeningen, kunst? Zijn dat de gevonden kleitabletten, die verwijzen naar onze taal? De vraag is: wat vormt de kern van of de aanzet tot de menselijke beschaving? Margaret Mead neemt een heel bijzonder voorbeeld. Zij wijst op de vondst van een bot van een menselijk dijbeen van 15.000 jaar oud, een bot dat duidelijk gebroken is geweest, maar geheeld is. Dat is bijzonder, want vroeger betekende een gebroken been een doodsvonnis. Met een gebroken been kun je niet vluchten en niet in je levensonderhoud voorzien. Het feit dat deze persoon de botbreuk overleefde, betekent dat er soortgenoten, stamgenoten, zijn geweest die deze persoon in bescherming hebben genomen en hebben verzorgd. Lynn Berger concludeert op basis van dit verhaal dat het vermogen om te zorgen het wezenskenmerk is van onze soort. Ik sluit me daar als christendemocraat van harte bij aan.
In een gepolariseerde samenleving is dat soms uit het zicht verdwenen. Het lijkt alsof scheidslijnen ons definiƫren. Het lijkt alsof mensen en gemeenschappen allereerst cultureel identitair bepaald zijn. Dat is niet waar. Het beeld van het geheelde dijbeen toont een ander perspectief, namelijk dat de samenleving allereerst een zorgende gemeenschap is van mensen die oog hebben voor elkaar, die verantwoordelijk zijn en voor elkaar zorgen. We zijn mensen die antwoorden op het appel van de ander.
De zorg is tegenwoordig niet langer iets van alleen de nabije omgeving. Zorg is geĆÆnstitutionaliseerd en daarmee soms ook uitbesteed. Ik denk dat we in Nederland trots mogen zijn op ons zorgstelsel. Tegelijkertijd functioneert ons zorgstelsel niet zomaar vanzelfsprekend goed. Dat moeten we ons realiseren. Toegankelijkheid en betaalbaarheid zijn niet zonder meer gewaarborgd. Juist op deze punten staan zorg en samenleving voor enorme uitdagingen. De zorgvraag stijgt. Het zorgaanbod staat onder druk en er bestaat een maatschappelijke tendens tot medicalisering. Daarom is mijn eerste vraag aan de minister hoe het staat met de staatscommissie voor de toekomst van de zorg. Wanneer mogen wij een voorstel tegemoetzien dat daar invulling aan geeft?
Voorzitter. De zorgvraag stijgt sterk, mede door de dubbele vergrijzing. Dat is vanavond al eerder genoemd. Er zijn meer ouderen, die bovendien langer leven. Dat is een prachtig iets, want velen blijven vitaal en maatschappelijk actief, bijvoorbeeld als vrijwilliger. Ouderen zijn van enorme waarde voor een samenleving. Tegelijkertijd groeit ook de druk op de zorg. Het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp van 85-plussers stijgt naar verwachting met 200%. Daarnaast zal het aantal hart- en vaatpatiƫnten ook fors stijgen richting 2035.
We moeten ook kijken naar het zorgaanbod, dat onder druk staat door de grote personeelstekorten. Daarmee komen de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van de zorg in het gedrang. Regelmatig moeten spoedeisendehulpafdelingen tijdelijk sluiten en moeten operatiekamers langere tijd dicht. Gezinnen met pasgeboren baby's wachten soms dagen op kraamzorg, terwijl kraamverzorgenden soms enorme afstanden moeten afleggen. In 2034 ā de cijfers zijn bekend ā zijn naar verwachting 265.000 extra zorgmedewerkers nodig bovenop de huidige 1,4 miljoen. Op deze manier zal in de toekomst een op de drie werkenden actief moeten zijn in de zorg. Die mensen zijn er eenvoudigweg niet, terwijl mensen de zorg maken tot wat die is, met aandacht, de handen aan het bed van verzorgenden, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals. Het zijn kale en harde cijfers, maar ze wijzen op ontwikkelingen met een grote impact op mens en omgeving, omdat we het ten diepste niet over cijfers hebben, maar over mensen.
Als derde: de maatschappelijke tolerantie voor leven met beperkingen en ongezondheid neemt af. Afwijkingen van een vermeende norm ervaren we als ongemakkelijk. Dat ongemak lossen we steeds vaker op met een medische indicatie. Let wel, het gaat me daarbij niet om het idee van een medische indicatie op zichzelf, maar om onze moeite met het accepteren van leefbaar tekort. We benaderen het leven te vaak als project, als maakbaar. Dat leidt tot overspannen verwachtingen van de gezondheidszorg. We willen voldoen aan hoge en soms, misschien wel vaak onrealistische normen van gezondheid en perfectie, maar al te vaak niet subtiel ingefluisterd door sociale media. Zo medicaliseren we maatschappelijke en existentiƫle vragen. Dat is een ontwikkeling die eerder toeneemt dan afneemt.
De politiek heeft een andere verantwoordelijkheid dan de zorgsector zelf, maar de politiek heeft zeker een verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door allereerst in te zien en te erkennen dat het stelsel vastloopt. De komende jaren moeten de uitdagingen in de zorg op de goede manier geadresseerd worden om ontwikkelingen in de zorg de juiste kant op te sturen. Niet vanaf onze Haagse tekentafel, maar samen met de zorgsector en de samenleving zelf. Met het nieuwe coalitieakkoord maken we duidelijke keuzes voor de toekomst en de houdbaarheid van de zorg. We zetten de lijn van de afgelopen jaren voort door akkoorden met de sector te sluiten en deze te ondersteunen met noodzakelijke wet- en regelgeving. Daarmee maken we passende zorg het uitgangspunt, via professionele richtlijnen, door zorgverzekeraars beter in positie te brengen bij de inkoop, en door nieuwe geneesmiddelen strenger te toetsen op effectiviteit en meerwaarde voor het basispakket. We vragen ook meer van mensen en hun omgeving. Dat is wat anders dan via bezuinigingen taken en verantwoordelijkheden over de schutting van de samenleving te knikkeren. Het gaat erom dat politiek, sector en samenleving een gedeelde en tegelijkertijd onderscheiden verantwoordelijkheid erkennen om fundamentele vragen te stellen bij de inrichting, toegankelijkheid en toekomstbestendigheid van de zorg. Niet alles kan collectief worden gefinancierd.
Voor het CDA zijn voor de uitwerking van het coalitieakkoord heldere randvoorwaarden essentieel. Die zullen we ook volgen in de uitwerking van het kabinet. Ik noem er drie. Allereerst moeten we werk maken van een verantwoordelijke, gezonde en zorgzame samenleving. Dat zal u niet verbazen van het CDA. Deze coalitie breekt met het liberale leefstijlparadigma. Een tabak- of fastfoodindustrie die miljarden pompt in het chirurgisch verleiden van kwetsbare kinderen wordt gevierd als een uiting van individuele keuzevrijheid, terwijl een overheid die mensen probeert te stimuleren om gezond te leven wordt gezien als betuttelend. Deze coalitie neemt verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van de gezondheid van jong tot oud. We investeren structureel in preventie en welzijn, te beginnen bij kinderen en jongeren. Programma's als Kansrijke Start zijn cruciaal om achterstanden vroeg te voorkomen. Vanaf 2027 komt er extra geld beschikbaar, maar ik vraag aan de minister of zij duidelijkheid kan geven over hoe Kansrijke Start in 2026 wordt voorgezet en wordt doorontwikkeld in structureel beleid. De sterke samenleving gaat ook over de moed van politiek en overheid om samenleving en zorg niet dicht te reguleren, maar ruimte en lucht te geven aan creativiteit en het zelfoplossend vermogen van zorg en samenleving, en om initiatief aan te moedigen.
In de tweede plaats moeten we nadrukkelijk oog hebben voor kwetsbare groepen. Hervormingen in de zorg mogen er niet toe leiden dat kwetsbare groepen in de knel komen. Ik denk dan aan groepen zoals chronisch zieken en mensen met een beperking. Zij hebben met veel zorgkosten te maken. Het CDA ā ik durf het bijna niet meer te zeggen, maar mevrouw Westerveld is er niet ā heeft zich ervoor sterk gemaakt om in het nieuwe coalitieakkoord 350 miljoen beschikbaar te stellen voor gemeenten om mensen te helpen. Dit is ongeveer een verdubbeling van het geld dat gemeenten hiervoor nu al krijgen. Graag hoor ik van de minister hoe zij dit verder gaat uitwerken en wanneer zij hiervoor een plan presenteert.
Ik zou ook graag de toezegging krijgen dat de minister er alles aan doet om het woud aan gemeentelijke regelingen en de enorme onderlinge verschillen tussen gemeenten terug te dringen, zodat chronisch zieken zich niet ook nog eens druk hoeven te maken over hun postcode.
In de derde plaats moet de zorg een aantrekkelijke en veilige plek om te werken zijn. Dat hangt samen met de waardering voor zorgverleners. Agressie in de zorg is bijvoorbeeld een groot probleem. 57% van de zorgverleners krijgt daarmee te maken. Ondanks meldpunten, campagnes en extra beveiliging lukt het niet om die agressie terug te dringen. Dat zorgverleners volgens het CBS gemotiveerd blijven en enthousiast zijn over hun werk, mag niet betekenen dat agressie er zomaar bij hoort.
We weten dat een samenhangende aanpak werkt: training, goede nazorg en een open cultuur waarin meldingen serieus worden genomen. Mijn vraag is of de minister bereid is te verkennen wat zorgorganisaties nodig hebben voor een effectievere aanpak. Mijn collega Straatman heeft voorgesteld om bij geweld tegen hulpverleners een educatieve maatregel op te leggen. Mijn vraag aan deze minister is om in dit onderzoek ook de situatie van zorgverleners mee te nemen.
Voorzitter, ik rond af. Verzorgenden, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals laten elke dag zien wie we als mensen zijn: zorgzame en verantwoordelijke wezens. We zijn hen enorm dankbaar voor hun werk. Ze inspireren ons om onszelf weer allereerst als een zorgende gemeenschap te zien. In dat perspectief zien we, in de woorden van de katholieke theoloog Erik Borgman, "dat de samenleving waarin wij leven, verschijnt als een fundamenteel gebrekkige en gebroken, maar niettemin reƫle aanzet tot het goede leven waarop het menselijke bestaan is gericht, dat wil dus zeggen als een plaats van hoop".
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Van harte gefeliciteerd met uw mooie maidenspeech. Ik wil u voor het rostrum uitnodigen om felicitaties in ontvangst te nemen. De vergadering is voor een kort ogenblik geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Het woord is aan mevrouw Tijmstra, eveneens namens de fractie van het CDA, voor haar eerste termijn. Gaat uw gang.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Na de mooie maidenspeech van mijn collega AndrƩ Poortman mag ik als woordvoerder op de portefeuille Langdurige Zorg het betoog houden voor de carekant.
Afgelopen maanden sprak ik met heel veel zorgverleners, bestuurders, mantelzorgers en mensen die zorg nodig hebben. We staan voor een grote opgave, maar ik zie ook heel veel energie en vernieuwing. De beweging van zorg naar gezondheid en zorgzame wijken is al in volle gang en wordt ook echt breed gedragen door iedereen die ik spreek in het veld. De veranderingen in de langdurige zorg komen niet voort uit de wens om de zorg af te bouwen, maar juist om die te beschermen, zodat de meest kwetsbare mensen ook in de toekomst kunnen rekenen op de zorg die zij nodig hebben en zorgverleners hun werk kunnen blijven doen zonder structureel overbelast te raken, met ruimte voor wat uiteindelijk echt telt in het leven: kwaliteit van leven.
Schaarste aan zorgpersoneel is geen tijdelijk probleem, maar een structurele realiteit. Dat vraagt om duidelijke maatschappelijke keuzes: niet blijven doen alsof alles kan, maar eerlijk verdelen wat wel kan en bepalen wat we als samenleving aanvaardbare zorg vinden. We moeten anders durven zorgen, met oog voor kwaliteit van leven, eigen regie en versterking van buurten en wijken, waarin mensen samenleven en naar elkaar omzien, met blijvende aandacht voor chronisch zieken en mensen met een beperking, zowel financieel als in de praktijk.
Voor deze begrotingsbehandeling heb ik ervoor gekozen om mijn inbreng niet langs de lijn van doelgroepen te doen, maar langs de lijn van een aantal gemeenschappelijke onderwerpen. Hierbij zal ik vier punten langslopen.
Het eerste punt gaat over passende zorg. Voor het CDA begint passende zorg bij ƩƩn vraag: wat heeft iemand echt nodig? Dat is niet altijd meer of zwaardere zorg en ondersteuning. Een verpleegkundige uit de gehandicaptenzorg vertelde dat samen buiten een wandeling maken bij moeilijk gedrag soms ook kan helpen. Toch is daar, vertelde zij, voor de verpleegkundige geen tijd of financiering voor, terwijl een medisch traject met een psycholoog en medicatie wel mogelijk is en dan wordt ingezet, waarbij je eerst ook nog op een wachtlijst komt. Het is duurder en niet per se beter. De kernvraag is dus: helpt ons systeem mensen of sturen we onbedoeld richting zwaardere en medische zorg?
Ook in de ouderenzorg gaan behoeften niet altijd over meer zorg. Die gaan ook over een zo goed mogelijk gelukkig leven. Die gaan over zingeving. Die gaan over je verbonden voelen met anderen en onderdeel uitmaken van een gemeenschap. Soms geeft alleen al het weten waar je terechtkunt als het even niet gaat lucht, rust en stabiliteit. Daar heb ik hele mooie voorbeelden van gezien binnen de ggz. Er is zo verschrikkelijk veel kennis te vinden in de praktijk, bij zorgverleners. Mijn oproep aan de minister is dan ook: maak gebruik van al deze kennis bij de uitwerking van de plannen.
Mijn tweede punt is de bureaucratie.
De voorzitter:
Maar eerst is er een interruptie van mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
U sprak over kwaliteit van leven en over het samen buiten lopen, bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg. In hoeverre denkt u nou eigenlijk dat die tariefkorting op de gehandicaptenzorg daarbij gaat helpen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik denk dat we met elkaar, hier, in de samenleving, onderling en tussen zorgaanbieders, vooral het gesprek moeten voeren over wat iemand echt nodig heeft. En volgens mij gaat kwaliteit van leven ook over iets persoonlijks. We moeten dus oppassen dat we niet meteen in het medische verhaal schieten, maar vooral daarnaar kijken. Ik heb ook veel verpleegkundigen gesproken die daar heel goed zicht op hebben, maar die hun werk moeten doen in een systeem waarin er geen ruimte is om te doen wat nodig is en om hun professionaliteit tot bloei te laten komen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik ben het op zich met u eens dat kwaliteit van leven niet altijd medicatie hoeft te zijn. Maar dat samen buiten lopen, dat juist zo belangrijk kan zijn maar dat tijd kost en waar een zorgverlener tijd voor moet hebben, komt mogelijk in de knel door de tariefkorting op de gehandicaptenzorg. Hoe rijmt u die twee zaken dus met elkaar? U gaf net aan dat de kwaliteit van leven zo belangrijk is, maar dat wordt mogelijk best ingewikkeld als er nog een tariefkorting overheen komt.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het valt mij eigenlijk de hele avond op dat op het moment dat we het hebben over de toekomst van de zorg, de interrupties helemaal gereduceerd worden tot ƩƩn specifieke casus. Volgens mij zijn we daarmee het verkeerde gesprek aan het voeren. Het CDA wil dat we helemaal opnieuw naar het zorgstelsel gaan kijken, om te kijken hoe we het beter kunnen doen. Op het moment dat het helpt en effectief is om een wandeling te maken met een verpleegkundige, wat vele malen goedkoper is, scheelt dat natuurlijk een behandeling in de medische zorg. Ik kan hier dus niet een-op-een het antwoord op geven. Ik zie wel dat er een beweging gaande is in de samenleving, waarbij iedereen zegt: we moeten bewegen naar de voorkant en doen wat nodig is, en we moeten zorg zo veel mogelijk voorkomen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik krijg geen antwoord op mijn vraag, voorzitter. Mevrouw Tijmstra slaat mijn vraag nu dood door te zeggen dat ik op een specifieke casus inga, maar mevrouw Tijmstra introduceert die casus zelf, als voorbeeld van een extraatje dat kwaliteit van leven kan bieden. Ik vraag haar hoe dat zich verhoudt tot die tariefkorting, waar het CDA nu achter gaat staan.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het gaat er uiteindelijk om dat wij uitzoomen naar het hele zorgstelsel en daarnaar kijken. We moeten kijken naar de hele Wet langdurige zorg in combinatie met de andere zorgwetten, en kijken hoe we het zorgstelsel in de toekomst ook overeind kunnen houden voor de mensen die zorg nodig hebben. Dat betekent een verschuiving, weg van complexe, duurdere zorg, veel meer naar de voorkant. Daar is dit een voorbeeld van. Het is een voorbeeld uit de praktijk waarmee ik hier in het debat kom, dat mij aangereikt wordt door verpleegkundigen die zeggen: we kĆŗnnen dit echt anders organiseren, maar help ons daar dan ook bij, politiek.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vind dat hele goede en terechte opmerkingen. Ik merk ook dat een heleboel mensen voorstander zijn van zorgzame wijken en ontmoetingsplekken in de buurt waar mensen elkaar kunnen vinden. Maar een van de vragen daarbij is de volgende. Die ontmoetingsruimtes komen er niet vanzelf. Het is geen zelfrijzend bakmeel dat vanzelf omhoog komt. Eigenlijk heb je daar gewoon hele goeie welzijnswerkers voor nodig. Het is VWS, met een W in het midden, en die W is af en toe bijna verdwenen. Hoe kijkt het CDA daartegen aan?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik denk dat dat een hele terechte opmerking is. Als je een verschuiving wil naar de voorkant, en als je wil investeren in sterke wijken en in omzien naar elkaar en in een plek waar mensen elkaar kennen en tegenkomen, dan zijn die plekken voor ontmoeting heel belangrijk. Ook daarvan zijn gewoon echt al hele goede voorbeelden te zien in het land. Daar zijn gemeenten en zorgaanbieders ook al heel druk mee bezig. Het is ook een groot onderdeel van de plannen in het IZA en het AZWA. In het coalitieakkoord is daarvoor onder andere in het gemeenschapsfonds 200 miljoen gereserveerd.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
In mijn bijdrage zal ik daarop terugkomen. Ik heb de afgelopen twee jaar daaraan gewerkt. Maar als ik dan kijk naar bijvoorbeeld voorzorgcirkels, waar heel veel mensen enthousiast over zijn, en terecht, kunnen die niet zonder een goede welzijnswerker die zorgt dat mensen geholpen worden als ze vastlopen, of dat er weer nieuwe mensen komen als deelnemers verhuizen of weggaan. De vraag is: in hoeverre is ook het CDA bereid om daarin te investeren?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik deel die inhoudelijke lijn helemaal met u. Daar staat het CDA ook helemaal achter, want juist dat zorgt voor sterke buurten en wijken. Maar ik denk dat de beweging ten eerste al gaande is en dat er ten tweede al in geĆÆnvesteerd wordt. Volgens mij moeten we daar nu gewoon voortvarend op doorpakken. Dat is ook wat ik de nieuwe minister wil meegeven: ga aan de slag daarmee en laten we dan even kijken wat vanaf daar nog nodig is. Tegelijkertijd moeten we natuurlijk ook aan de slag ā collega Poortman zei dat ook ā met de staatscommissie zorg, om te kijken hoe we het systeem beter kunnen maken. Dat daarmee nog veel sterker een verschuiving komt naar de voorkant, kan ik mij goed voorstellen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik geloof dat wij hetzelfde voor ogen hebben, dus dat klinkt goed. Ik wil hier nog wel een statement maken: wat ons niet voor ogen staat is de uitspraak van de voorzitter van VGZ, die investeerde in voorzorgcirkels omdat er dan geen enkele zorg meer nodig is. Volgens mij is dat een verkeerde veronderstelling.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Die veronderstelling deel ik, mevrouw Van Brenk. Ik denk namelijk juist dat dat voor heel veel mensen een oplossing kan zijn, zodat we de zorg overeind kunnen houden voor de mensen die die wel nodig hebben.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Deze coalitie heeft het vaak over de gezondste generatie tot nu toe. Ik heb dat even op een rijtje gezet. Het vorige kabinet, het kabinet-Schoof, bezuinigde in totaal 600 miljoen op preventie, op sport en op pandemische paraatheid. Deze coalitie zegt te investeren in preventie, maar als ik het optel, zie ik nog niet eens een investering van 200 miljoen. Mijn vraag aan mevrouw Tijmstra is: hoe denkt u te gaan zorgen voor de gezondste generatie ooit als u nog niet eens de bezuinigingen van het kabinet-Schoof op preventie terugdraait?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Investeren in preventie gaat niet alleen over geld en het gaat ook niet alleen over geld vanuit de VWS-begroting. Ik denk dat mevrouw Synhaeve daar ook al op ingegaan is. Het gaat ook over roken na 21 jaar en over een suikertaks. Dat is natuurlijk ook preventie. Zelf zie ik vanuit de langdurige zorg ook woningbouw als een vorm van preventie. Daar zal ik in mijn betoog nog uitgebreid bij stilstaan. Ik denk dus dat de vergelijking die u maakt, niet helemaal klopt en dat we bij preventie veel breder moeten kijken dan sec de VWS-begroting.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het er helemaal mee eens dat we breder moeten kijken. We zien waar de sociaal-economische verschillen zijn en daar is ook de gezondheid slechter. Daarom snap ik het ook niet als ze ook al bij D66 zeggen dat juist daar de sociale zekerheid volledig wordt afgebroken. Ik heb net gesproken over kinderen die geboren worden in woningen met schimmel. De armoede neemt toe onder dit kabinet. Eens met dat het meer is dan deze cijfers, maar juist dan snap ik niet zo goed hoe mevrouw Tijmstra gaat zorgen voor die gezondste generatie.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Volgens mij heb ik daar net antwoord op gegeven. Ik deel ook niet helemaal de analyse van mevrouw Vliegenthart dat er op andere terreinen niets gedaan wordt. Er wordt ook geĆÆnvesteerd in gezinnen. Er wordt ook geĆÆnvesteerd in armoedebestrijding. Ik heb de minister horen zeggen "we gaan nog eens kijken naar die armoedecijfers". Er is een motie aangenomen waar ook het CDA voor heeft gestemd. Volgens mij moeten we gewoon aan de slag.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Dat we aan de slag moeten, is zeker, want volgens mij zijn we het hier allemaal over eens dat deze bezuinigingen keihard de meest kwetsbare mensen in deze samenleving raken, ook die gezonde generatie. Als ik het zo hoor, is deze investering in preventie vooral een wassen neus, een rookgordijn voor de gigantische bezuinigingen die op VWS staan.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik heb geen vraag gehoord, maar ik vind het jammer dat het op deze manier weggezet wordt. Ik denk ook niet dat dat de samenleving verder brengt.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Hoe brengt mevrouw Tijmstra dan de samenleving verder met het realiseren van zorggeschikte woningen met gemeenschapsruimte?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nou, dat is een hele goede vraag. Er wordt in ieder geval fors geĆÆnvesteerd in woningbouw. Er staan ook woningen voor ouderen opgenomen. Op dit moment lopen er allerlei trajecten rondom het IZA en het AZWA. Daar wordt volgens mij ontzettend veel ervaring opgedaan. Domeinoverstijgende financiering is een mooi woord voor scrabble, maar in het veld hoor je heel vaak dat de problemen vooral daar zijn. Volgens mij zijn we al aan het kijken hoe het daar beter kan. Ik zie daar ook echt wel oplossingen in.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Met ervaringen opdoen bouw je geen zorggeschikte woningen en gemeenschapsruimten. Ik zal mevrouw Tijmstra helpen. In het coalitieakkoord staat er drie keer 40 miljoen voor zorg in de wijk, terwijl je het hebt over onrendabele toppen. U schrapt bijna 500 miljoen voor de ouderenenvelop. Daar bouw je nou juist die gemeenschapsruimten en die zorggeschikte woningen voor. Dus nog een keer: hoe gaat mevrouw Tijmstra dat straks betalen? Kom niet aan met de onrendabele toppen op de begroting van VRO, want die zijn daar al hard nodig.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik deel de analyse van de heer Keijzer eigenlijk niet. Ik ben in Wormerveer geweest. Daar is een heel mooi voorbeeld dat laat zien dat het wƩl kan, ook in het huidige systeem. Wat daarvoor nodig was, waren drie hele moedige bestuurders vanuit de woningbouwcorporatie, de gemeente en de zorgaanbieder die een fantastisch concept neergezet hebben waarbij het een buurthuis is voor de wijk, waarbij ouderen zelfstandig wonen en hun eigen woning huren, een woning waar je met z'n tweeƫn kan wonen als je dat wil, en waarin gemeenschapszin en zorgen voor elkaar de norm is. Als ik het nu al zie gebeuren, dan heb ik er met alle pilots die nu lopen vanuit het IZA en het AZWA, echt vertrouwen in dat we straks een grote stap naar voren gaan zetten.
De voorzitter:
Tot slot, mevróúw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u, voorzitter; je weet nooit wat er gebeurt bij de behandeling van de begroting van VWS. Ik zou toch eventjes in de gemeente Wormer gaan vragen met welke subsidiestromen dat gerealiseerd is. Je bouwt dat soort complexen namelijk niet door er alleen over te praten; daar zijn gewoon heel veel euro's voor nodig.
De voorzitter:
U vervolgt met de beantwoording.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ga toch zeggen dat ik dit totaal geen recht vind doen aan een fantastisch initiatief vanuit de samenleving. Als we ĆĆ©ts nodig hebben in het land, dan is het dĆĆ© energie. Ik heb er gewoon moeite mee dat dat dan op deze manier weggezet wordt. Dat als reactie.
Ik ga verder met mijn tweede punt. Dat gaat over de bureaucratie. Een andere stap die het CDA belangrijk vindt voor de toekomst van de zorg, is het aanpakken van de bureaucratie. Als nieuw Kamerlid valt het me op hoe ongelofelijk complex we de zorg gemaakt hebben. Dat is allemaal ontstaan vanuit goede bedoelingen, maar dat heeft er wel toe geleid dat er verschillende wetten, loketten en indicaties zijn. Die zorgen voor hoge regeldruk en frustratie, zowel bij zorgprofessionals als bij mensen die zorg nodig hebben. Nog steeds gaat ongeveer 30% van de tijd van de zorgprofessionals op aan registratie. Daar moet echt iets aan gebeuren. Als we de zorg toekomstbestendig willen maken, moeten we zowel als overheid als vanuit zorgorganisaties durven los te laten en weer werken vanuit vertrouwen in het vakmanschap van professionals. Zij weten wat nodig is.
Door de bureaucratie terug te dringen buigen we niet alleen kosten om en komt er meer tijd beschikbaar voor de zorg zelf, maar vergroten we bovenal het werkplezier en daarmee de aantrekkelijkheid van het vak. Het CDA is dan ook blij dat we iets gaan doen aan het almaar herindiceren van mensen met een levenslange beperking, zodat niemand zijn chronische ziekte meer periodiek hoeft te bewijzen. Dat zijn hele goede stappen, maar dat is niet genoeg. Welke concrete maatregelen neemt de minister de komende periode om de regeldruk merkbaar te verminderen? Mijn vraag is ook wat zij hiervoor van de Kamer nodig heeft. Hoe kan de Kamer helpen om hier echt snel stappen in te zetten?
Dan kom ik bij het derde punt: passende huisvesting en sterke buurten. Het CDA zet in op zorgzame buurten, sterke gemeenschappen en wooncomplexen die ontmoeting en onderlinge steun stimuleren. Er zijn in het land al hele mooie voorbeelden van te vinden. Ik sprak zojuist bijvoorbeeld over De Amandelbloesem in Wormerveer. De bouw van geschikte woningen voor ouderen is een belangrijke voorwaarde om de ouderenzorg anders te organiseren. Daarbij hoort ook het stimuleren van woonvormen waar jong en oud samenleven. Wij vragen de minister dit samen met de minister van Wonen voortvarend op te pakken.
Passende huisvesting is een randvoorwaarde voor goede zorg, niet alleen voor de ouderen die langer zelfstandig thuis willen wonen, maar ook voor andere kwetsbare groepen. Dak- en thuisloosheid aanpakken begint met een woning. Pas daarna kan herstel echt op gang komen en kan zorg effectief zijn. Ook in de ggz zien we hoe bepalend wonen is. De uitstroom uit beschermd wonen stokt nu vaak simpelweg door het gebrek aan beschikbare woningen, waardoor mensen onnodig lang in zwaardere zorg blijven zitten. Hetzelfde geldt voor mensen met een beperking. Ook voor hen moeten er voldoende kleinschalige woonvoorzieningen in de wijk zijn om volwaardig mee te kunnen doen. Vanuit de zorgkant wil ik hier echt extra aandacht voor vragen. Als we willen komen tot een inclusieve samenleving en sterke buurten en wijken, moet er een plek zijn voor iedereen. Je kan de zorgvraag heel vaak niet los zien van de woonvraag. Daar hebben we de verschillende ministeries echt nodig. Daar hebben de verschillende ministeries elkƔƔr echt nodig. Daarom is mijn vraag aan de minister hoe zij de samenwerking tussen deze ministeries ziet om voldoende passende huisvesting te organiseren voor iedereen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde dat dak- en thuisloosheid aanpakken begint bij een woning. Daar ben ik het uiteraard volledig mee eens. Maar dan is natuurlijk wel de vraag waarom het Nationaal Actieplan Dakloosheid niet in het coalitieakkoord staat. Ik heb daarover de vraag of mevrouw Tijmstra vindt dat dit een fout is en of de doelstelling van "niemand dakloos in 2030" nog steeds staat.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Er staat in de paragraaf over wonen wel iets over dak- en thuisloosheid. Wat ik het allerbelangrijkste vind, is dat het begint met een woning, want dan pas is zorg effectief. Daar zijn we het volgens mij ook over eens. We hebben net een rapportage van de minister gekregen over de stand van zaken van het actieplan dak- en thuisloosheid. Dat zou ik graag verder met u bespreken in het commissiedebat Wmo. Ik maak mij er ook zorgen om dat daarin geschetst wordt dat die doelstelling niet gehaald wordt. Volgens mij moeten we juist kijken wat ervoor nodig is om daar wel stappen in te zetten met elkaar.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
We weten wat er nodig is om die doelstelling te halen. Dat is namelijk ook meer investeren in woningen. Ik stel het misschien wat scherp, maar dat is omdat ik het ook een beetje zat ben dat we hier allemaal mooie woorden gebruiken, terwijl we gewoon weten dat die doelstelling van "nul mensen dakloos in 2023" niet gehaald gaat worden als er niets over staat in het coalitieakkoord en als er nul extra euro's bij komen. Dat weten we gewoon. Dat staat heel duidelijk in de brief. Dat staat heel duidelijk in de voortgangsrapportage. Mijn vraag is dus: staat die doelstelling nog en, zo ja, hoe gaan we die halen, of staat die niet? Dan weten wij ten minste waar we aan toe zijn.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Die doelstelling staat, want die staat in het actieplan. Volgens mij is het dan ook een verantwoordelijkheid van ons allemaal om daaraan te werken of in ieder geval de regering te controleren op de wijze waarop daaraan gewerkt wordt. Volgens mij gaan we dat ook met elkaar doen in het commissiedebat.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het staat in het actieplan. Als die doelstelling staat, betekent dat dus ook dat het kabinet en de coalitiepartijen ervoor moeten zorgen dat we die doelstelling halen. We weten dat wat er tot nu toe is gebeurd, die 65 miljoen per jaar, niet genoeg is. Dat staat heel duidelijk in de brief van december. Dat staat heel duidelijk in de voortgangsrapportage. Als het CDA zegt dat die doelstelling nog staat, wat gaat het CDA dan doen om ervoor te zorgen dat die doelstelling wordt gehaald? Volgens mij is dat een heel concrete vraag.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik denk niet dat ik als volksvertegenwoordiger de uitvoerder ben van het actieplan. Wij gaan de minister scherp houden op datgene wat voorligt en de voortgang daarop bewaken. Het belangrijkste is dat er meer gebouwd gaat worden. Waarom besteed ik een hele paragraaf of een paar minuten van mijn inbreng in de commissie voor VWS aan huisvesting? Juist hierom, omdat ik vind dat je dit gezamenlijk moet oppakken, omdat de echte sleutel tot succes om de aanpak hiervan te doen laten slagen, is: meer woningen bouwen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoorde mevrouw Tijmstra over passende huisvesting, ook voor ouderen. Is mevrouw Tijmstra het met mij eens dat het wegbezuinigen van de envelop ouderenzorg gewoon een grote fout was?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nee. Daar ben ik al op ingegaan in antwoord op mevrouw Keijzer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Maar het is toch te bizar voor woorden dat de middelen die nu beschikbaar worden gesteld, in geen verhouding staan tot de gelden die worden wegbezuinigd? Mevrouw Tijmstra heeft grote woorden over het vinden van passende huisvesting, ook voor de groep kwetsbare ouderen. Ik vraag het u nogmaals en ik hoop echt op een beter antwoord dan het antwoord hiervoor. Bent u het met mij eens dat dat geld gewoon terug moet naar waar het voor bedoeld was, namelijk voor passende huisvesting voor onze ouderen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nee. Ik blijf bij de beantwoording die al gegeven heb aan mevrouw Keijzer.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat mensen, ook de ouderen, in hun eigen wijk willen blijven wonen, omdat daar hun sociale netwerk is, is volgens mij voor iedereen te begrijpen. Als daar dus mooi geclusterd wonen gerealiseerd kan worden, is dat fantastisch. Wat we echter zien, is dat het ontzettend lastig is om daar betaalbaar te blijven wonen en om de huur daar betaalbaar te houden. Hoe denkt het CDA deze zaken te gaan realiseren?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Volgens mij is het heel erg belangrijk dat we gemixt gaan bouwen. Dat gaf ik ook al aan in mijn betoog. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat hier in de samenleving zelf al zo veel mooie voorbeelden van zijn. Laten we die nou bij de kop pakken en verder uitbreiden. Volgens mij is dat veel effectiever dan hier als Kamerlid een invulling te geven aan iets wat de praktijk vele malen beter kan en weet. Deze hele beweging is al gaande. Zorgaanbieders zijn hier samen met de corporaties al mee bezig. Dit Ćs de beweging naar de voorkant. Gemeenten zijn hier ook al bij aangehaakt. Ik denk dus: laten we die energie vasthouden en dit vooral een zetje geven met elkaar. Dat doen we nu met de akkoorden. In het coalitieakkoord staat ook dat we verder gaan met die akkoorden, om dit samen met het veld verder op te pakken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het klinkt toch een beetje als wensdenken. Ik zeg het eerlijk, want ik zie dat er fantastische woonzorgcomplexen komen, maar die komen er echt tegen een ongelofelijk forse prijs. Zoals mevrouw Keijzer ook al aangaf, is het ontzettend lastig om rendabel te kunnen bouwen.
De voorzitter:
Komt u tot een vraag?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat betekent echt wel dat er geld bij moet komen qua subsidie om ervoor te zorgen dat dit ook voor sociale huur kan. Heeft het CDA daar voldoende zicht op?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Volgens mij is het heel erg belangrijk dat de woningbouwcorporaties aangehaakt zijn bij dit soort concepten. Dat zie ik ook gebeuren in de praktijk. Ook zij hebben natuurlijk gewoon een opdracht, namelijk om te zorgen voor voldoende sociale huurwoningen. Volgens mij moeten we dus ook de ruimte geven om partijen te laten doen wat nodig is.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik begrijp niet dat het CDA de brandbrief van Aedes niet gelezen heeft, waarin wordt gezegd: "Voor die centen kƔn het gewoon niet. De envelop is weggehaald waarmee we dit juist wel hadden kunnen bouwen." Ik maak me dus gewoon heel grote zorgen dat hier iets volkomen misgaat.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik heb geen vraag gehoord. Dan ga ik verder.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik was bij het vierde punt aangekomen: mantelzorgondersteuning. Als we vragen van de samenleving om meer naar elkaar om te zien, dan moeten we ook mantelzorgers beter ondersteunen. Zij moeten de ruimte hebben om zorg te combineren met werk en privƩ. Werkgevers kunnen hierin echt het verschil maken, met mantelzorgvriendelijk beleid zoals flexibele roosters en thuiswerkmogelijkheden. De Sociaal-Economische Raad heeft hier onlangs een advies over uitgebracht dat duidelijk maakt dat mantelzorg geen individueel vraagstuk meer is, maar een maatschappelijke opgave. Zeker nu ouderen langer thuis wonen, moet de combinatie van werk en zorg ook echt haalbaar zijn. Het SER-advies laat zien dat hierin nog een grote stap te zetten is, en adviseert om werkenden recht te geven op acht weken betaald mantelzorgverlof.
Hierover heb ik de volgende vragen aan de minister. Wanneer kunnen we een kabinetsreactie verwachten over het SER-advies? Is de minister bereid om naar aanleiding van dit SER-rapport met haar collega-ministers, planbureaus en sociale partners te verkennen hoe de combinatie van werk en mantelzorg structureel kan worden verbeterd? Wordt de opvolging van het SER-advies ook meegenomen in het brede mantelzorgplan naar aanleiding van de aangenomen motie-Struijs c.s.?
Naast betere ondersteuning bij de combinatie van werk en zorg is het ook essentieel dat er voldoende respijtzorg beschikbaar is, zoals logeeropvang en dagbesteding. Voor ouders die dag en nacht zorgen voor een kind met een beperking of voor mensen die voor een partner zorgen, is dat geen luxe, maar een voorwaarde om de zorg vol te kunnen houden. Welke stappen zet de minister om ervoor te zorgen dat deze vormen van respijtzorg overal voldoende beschikbaar en toegankelijk zijn?
Voorzitter. Tot slot wil ik ook stilstaan bij de recente sluiting van de zorglocaties van ExpertCare, waar ook logeerzorg aangeboden werd. Veel ouders hebben ons benaderd met grote zorgen: voor deze gezinnen was dat een cruciale schakel om de zorg thuis vol te kunnen houden. In de beantwoording van de Kamervragen van verschillende partijen lezen we dat de locaties openblijven zolang er geen passende oplossing is en dat er voor de kinderen en de gezinnen naar oplossingen gezocht wordt. Tegelijkertijd roept deze zaak wel de vraag op of ExpertCare wel aan de verplichting heeft voldaan om op tijd de zorgverzekeraar en de NZa te informeren over de continuĆÆteit van zorg. Wat doen zorgverzekeraars nu precies om invulling te geven aan deze zorgplicht? Kan de minister hier nog nader op ingaan?
Ik rond af. Voor het CDA gaat zorgbeleid uiteindelijk over vertrouwen, in mensen, gezinnen, gemeenschappen en professionals, over uitgaan van eigen draagkracht en het omzien naar elkaar.
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer ⦠O, de heer Bushoff voor de 35ste interruptie van de GroenLinks-Partij van de Arbeidfractie. De 35ste. Iets minder mag ook.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
35 alweer. Dan is het toch nog een goed gesprek. Daar ben ik eigenlijk wel blij mee, maar ik zal me een beetje proberen te beperken hierna. Ik had nog een vraag. Op het einde zei het CDA: "Voor ons staat omzien naar elkaar voorop en vertrouwen vinden wij een belangrijke kernwaarde." Toen dacht ik toch even terug aan waar ik mijn betoog mee begon: die twee verpleegkundigen van de ambulance die door domme pech, nadat ze bij elkaar opgeteld meer dan 70 jaar in de zorg hebben gewerkt, nu afhankelijk zijn van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en hoge zorgkosten maken.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is dan: ziet het CDA ook om naar deze soort mensen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
We bespreken hier natuurlijk de begroting van VWS. Ik denk dat dit meer bij de begroting van Sociale Zaken hoort. Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat we in de samenleving met elkaar stilstaan bij waar de zorg nu staat, welke problemen professionals dagelijks ondervinden en waar we naartoe moeten. Wat ik zie in de samenleving, is dat er een hele grote gemene deler zit in wat er aan de hand is en waar het heen moet en dat er al mensen zijn die heel hard werken om daar te komen. Ik wil hen het vertrouwen en de ruimte geven om hun werk te doen. Ik wil hier met elkaar in vertrouwen werken, omdat ik erin geloof dat ieder Kamerlid hier met een hart voor de zorg staat om ervoor te zorgen dat het ook in de toekomst beschikbaar is en dat de druk omlaaggaat. En ja, vertrouwen is voor mij het sleutelwoord, maar vertrouwen betekent niet dat we alles tot in lengte van dagen kunnen houden zoals het nu is, want dan doen we niet het goede.
De voorzitter:
Kort en bondig, meneer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het eigenlijk een beetje een schoffering naar bijvoorbeeld die ambulanceverpleegkundigen: heel veel woorden gebruiken en totaal geen antwoord geven op de vraag. Dat zie ik nu al vaker gebeuren bij verschillende interrupties van collega's: niet serieus ingaan op de vragen die gesteld worden, maar vooral een verkooppraatje houden wat voor het CDA heel mooi en belangrijk is en hoe het nu gaat in de zorg. Maar de zorg staat voor grote uitdagingen, en dan dien je naar de zorgen van de rest van de Kamer te luisteren en daar een serieus antwoord op te geven. Ik kan mijn vraag herhalen, maar ik hoop dat u daar alsnog een serieus antwoord op wil geven.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Zeker. Als ik kijk naar de uitdagingen in de zorg, dan zie ik dat personeelskrapte een grotere uitdaging is dan welke financiƫn dan ook. In het begin van mijn betoog ben ik er nadrukkelijk op ingegaan dat wij ons daartoe te verhouden hebben. Zo staat het CDA erin. Dus ik hoop vooral dat we de komende jaren het gesprek op een hoger niveau gaan voeren: hoe kunnen we dat systeem beter draaiende krijgen zodat we met de middelen en vooral de mensen die we hebben de juiste zorg krijgen in de samenleving?
De voorzitter:
Kort.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Hier hebben de mensen waar ik het over had helemaal niks aan. Het is nog niet een begin van een antwoord op de zorgen die die mensen hebben, omdat ze aan de ene kant hun sociale zekerheid afgebroken zien worden en aan de andere kant de zorgkosten zien stijgen. En wat misschien wel het ergste daaraan is, is dat dit antwoord geen serieus antwoord is op de uitdagingen van personeelstekorten. Want er wordt geen ƩƩn suggestie gegeven hoe we dat serieuze probleem gaan aanpakken, en dat vind ik wel pijnlijk.
De voorzitter:
Mevrouw Tijmstra, wenst u daarop te reageren?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik kan er heel lang op reageren, maar ik denk dat dat voor deze avond niet verstandig is. Wij komen elkaar zeker nog te spreken in andere debatten. Ik laat het dus hierbij, omdat ik geen concrete vraag gehoord heb.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zie ook niet zo goed voor me hoe we met 10,3 miljard euro bezuinigen de personeelstekorten gaan oplossen, behalve dan dat je de zorg kapotbezuinigt en er niet meer zo veel personeel nodig is. Dat zou dan de consequentie zijn. Ik heb een vraag over de gehandicaptenzorg. Op het moment dat wij de zorg goedkoper maken omdat je hervormt en met hervormingen verbeteringen bereikt waardoor het beter en goedkoper gaat, kan dat geld opleveren. In de gehandicaptenzorg stonden een aantal hervormingen op de rol, maar die zijn geschrapt.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die besparingen gaan dus niet door, maar de bezuinigingen zijn blijven staan: bijna 250 miljoen euro aan bezuinigingen zonder dekking, die gewoon met de kaasschaaf uit de gehandicaptenzorg worden gehaald. Wat denkt het CDA dat dat betekent voor de mensen in de gezondheidszorg?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
De minister komt natuurlijk nog met een brief waarin de cijfers geduid worden en een aantal scenario's staan. Dat wachten we in ieder geval even af. Aanstaande maandag is het WGO Gehandicaptenbeleid, dus dan kunnen we het er daar uitgebreid over hebben.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het zou fijn zijn als het CDA ook zelf nadenkt over wat het hiervan vindt en in gesprek gaat met de mensen die de gehandicaptenzorg leveren, want zij weten het het beste.
Mijn tweede vraag gaat over de kraamzorg. Daarna ben ik klaar, voorzitter. Er waren vandaag kraamzorgers in de Tweede Kamer. Zij hadden het over het belang van hun werk en zeiden dat hun werk onder druk staat. Er is een crisis in de kraamzorg. De kraamzorgers kunnen hun werk niet blijven doen, omdat ze niet rond kunnen komen en omdat de werkdruk te hoog is. Wij hebben een plan gepresenteerd waarin we in ieder geval zeggen: zorg dat de eigen bijdrage voor de kraamzorg wordt afgeschaft, dat de wachtdiensten worden opgelost ā die zijn nu ā¬11 en nog wat per dag, waarvoor je geen kinderopvang kunt regelen ā dat er dekkende tarieven zijn en dat de marktwerking wordt aangepakt. Kunnen we op steun rekenen van het CDA en, zo ja, op welke concrete punten?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ga even in op de eerste vraag: als je voor 10 miljard bezuinigt, doe je dan niks aan de personeelstekorten? Dat ben ik echt niet met mevrouw Dobbe eens. Een op de zes mensen werkt in de zorg. Het perspectief is dat de samenleving eigenlijk niet meer dan dat kan leveren. Het volume aan zorg moet zich over de hele range daartoe verhouden. Je kunt vanuit de overheid op een aantal manieren sturen. EĆ©n is investeren in preventie: voorkomen dat mensen in de zorg terechtkomen. Twee is mensen leren om een aantal dingen zelf te kunnen doen: reablement. Dat staat uitgebreid in het HLO en daar zijn hele mooie voorbeelden van. Je moet naar elkaar omzien in wijken en buurten. Dat zorgt er ook voor dat de zorgvraag niet toeneemt of afneemt. Daarna kom je in de Tweede Kamer: sturen op tarieven, aanspraken of toegang. Dat zijn hele moeilijke besluiten. Dat ben ik helemaal met u eens. Ook ik vind het niet makkelijk om dat te besluiten, maar ik doe dat ā nu kom ik bij uw eerste vraag ā omdat ik met die mensen in de gehandicaptenzorg heb gesproken. Zij zeggen: "De werkdruk is skyhigh. We hebben heel veel vacatures die niet op te vullen zijn. Er zijn continu personele wisselingen, waar de cliĆ«nten maar ook wij als personeel heel veel last van hebben. Op deze manier kunnen we niet de juiste zorg bieden die nodig is." Dat is de reden waarom ik hier sta en waarom het CDA de verantwoordelijkheid wil dragen om de moeilijke keuzes te maken die al jarenlang staan opgeschreven in ieder rapport dat naar de Kamer is gestuurd.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik rond af.
De voorzitter:
Graag.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik kan u geen antwoord geven over de kraamzorg, want dat is de portefeuille van mijn collega. Ik weet het niet, dus daar komen we ongetwijfeld met mijn collega AndrƩ Poortman op een ander moment over te spreken.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dacht dat u zei dat u klaar was, mevrouw Dobbe. U zei: ik ben klaar. Nou, kort dan!
Mevrouw Dobbe (SP):
Als het CDA nu gaat antwoorden op het eerste deel van mijn interruptie met een aanvulling die halverwege is bedacht, dan vind ik het fijn om daar nog even op te kunnen reflecteren.
De voorzitter:
Kort.
Mevrouw Dobbe (SP):
We kunnen concluderen dat we in de visie van het CDA de personeelstekorten oplossen door te zorgen dat er minder zorg is, omdat we dan ook minder personeel nodig hebben. Als u 10,3 miljard euro uit de zorg graait, dan kan ik u garanderen dat het personeel gillend wegrent. Probeer er maar eens met preventieve programma's voor te zorgen dat er minder gehandicapten zijn die zorg nodig hebben. Zo werkt dat natuurlijk niet in die tak van de zorg. Probeer het daar maar eens te doen met minder personeel en minder geld. Die mensen rennen gillend de zorg uit en het personeelstekort wordt alleen maar groter. Dat is de consequentie van wat het CDA nu zegt.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nee, nee, nee, ik ben het hier echt niet mee eens. Hier zit de veronderstelling in dat mensen met een beperking niks kunnen. Daar blijf ik echt verre van. Dit zijn mensen met ontzettend veel mogelijkheden. In de gesprekken met de gehandicaptenzorg hoor je dat ook die sector bezig is met preventie. Ik ben langsgegaan bij een zorgaanbieder voor de VG7+. Die zegt: we kijken wat mensen zelf kunnen doen, we helpen de omgeving om gedrag te begrijpen en we zetten in op het afschalen van zorg. Blijven die mensen altijd een vorm van zorg houden? Ja, absoluut. Maar dat betekent niet dat het altijd het allerhoogste zorgniveau, 24 uurszorg, moet zijn. Het gebeurt nu gewoon al. Als we het hebben over preventie bij licht verstandelijk beperkten, kan het heel erg helpen als de wereld begrijpelijk is, als we als overheid in begrijpelijke taal schrijven, zodat een brief niet voelt als een dreigement. Boris van der Ham heeft daar onlangs een mooi boek over geschreven. Ook daar staat heel nadrukkelijk in waar mensen naar op zoek zijn, namelijk deelname aan het gewone leven. Ik vind echt dat de SP daar volledig aan voorbijgaat op dit moment.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tijmstra. Ik wil nu eigenlijk naar de heer Van Houwelingen gaan. Het is 23.55 uur. Er zijn fracties die al aan hun 38ste interruptie toe zijn, dus we gaan nu gewoon naar de heer Van Houwelingen. We hebben ook nog de maidenspeech van mevrouw Wiersma. Ik hoop dat we ons daar allemaal voor opladen. Dat is ook een belangrijk moment. Meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Zoals u weet moet het geld voor het zotte klimaatbeleid, voor de zinloze proxyoorlog in OekraĆÆne, voor de ons land ontwrichtende massamigratie, voor het zogenaamd vrijwillige uitkopen van onze geweldige boeren en voor het verder uitbouwen van die vreselijke Europese Unie, die ons land zo knecht en knevelt, ergens vandaan komen. Al deze in onze ogen onnozele projecten, waar Forum voor Democratie als enige partij zich tegen verzet, kosten ons immers vele tientallen miljarden euro per jaar. Tientallen miljarden euro elk jaar weer. Dat geld, dat verdwijnt in de zakken van onder andere de klimaatlobby, de asiel- en wapenindustrie, moet natuurlijk ergens vandaan komen. Daarom gaat het kabinet bruut bezuinigen op de sociale zekerheid en de zorg.
De Nederlandse burger is de klos. De Nederlander komt voor dit kabinet op de allerlaatste plaats. We bloeden en betalen voor de internationale ambities van dit kabinet; dat wil zeggen een globalistische agenda die op geen enkele wijze het Nederlandse belang dient. Integendeel: Nederlanders worden ten behoefte hiervan genadeloos uitgeperst en mogen verder hun mond houden. Vele Nederlanders stemmen inmiddels met hun voeten en zijn al geƫmigreerd of zijn van plan dit te doen.
De rekening voor de tientallen miljarden die dit kabinet per jaar wil gaan spenderen aan het klimaat, asiel en de wapenindustrie komt voor een groot deel bij de zorg terecht, waar we vandaag met elkaar over debatteren. Op de zorg wordt maar liefst 10 miljard euro bezuinigd. Zo gaat de eigen bijdrage fors omhoog, terwijl die wat Forum voor Democratie betreft juist zou moeten worden verlaagd, er komt een eigen bijdrage voor de wijkverpleging en de zorgkosten kunnen niet langer fiscaal worden afgetrokken. Zes op de tien chronische gehandicapten heeft aangegeven gebruik te maken van deze fiscale regeling en 40% van hen verwacht zorg te gaan mijden als deze regeling verdwijnt.
Dan heb ik het nog niet gehad over de voorgenomen forse bezuinigingen op de arbeidsongeschiktheid, waarover we van allerlei burgers die simpelweg niet meer kunnen werken en dus geen kant op kunnen, al veel schrijnende berichten hebben ontvangen.
Daarnaast wordt er op allerlei manieren beknibbeld op de zorg. Zo heeft het Zorginstituut onlangs geadviseerd een medicijn tegen alzheimer, dat in andere landen zoals Japan en de Verenigde Staten gewoon wordt vergoed, niet in het basispakket op te nemen. Ook gaat dit kabinet de toegang tot niet-gecontracteerde zorg nog moeilijker maken, met nog langere wachtlijsten tot gevolg. Waarom? Als dit kabinet nota bene zegt te willen inzetten op preventieve zorg, waarom is het dan voor private aanbieders in Nederland verboden zonder verwijsbrief preventieve zorg, bijvoorbeeld een darmonderzoek of bodyscan, aan te bieden? Dat heeft tot gevolg dat Nederlanders hiervoor naar het buitenland, vooral Duitsland, moeten gaan, waardoor er ook nog eens zorggeld weglekt naar het buitenland. Waarom wil dit kabinet Nederlanders zo graag goede preventieve zorg onthouden? Dit is private zorg, die niet op het zorgbudget drukt en de belastingbetaler dus nota bene geen cent kost. Welke gedachte zit hier nou toch achter? Of is het misschien wel de bedoeling dat Nederlanders zorg gaan mijden? Want blijkbaar is voor dit kabinet het faciliteren van massamigratie, het stimuleren van de wapenindustrie en het vernietigen van onze industrie en welvaart omwille van een zogenaamde klimaattransitie belangrijker dan onze volksgezondheid. Sterker nog: dit alles kan alleen maar betaald worden als er zwaar wordt bezuinigd op de zorg. Wie zorg nodig heeft moet inleveren. Wie opvang nodig heeft, krijgt roomservice. Dat lijkt het motto van dit kabinet te zijn. Aan de slag! Inderdaad, maar niet voor de Nederlandse bevolking.
De Nederlander staat op de allerlaatste plek voor deze regering. Voor ons, voor Forum voor Democratie, daarentegen telt uitsluitend en alleen het Nederlandse belang. Daarom vinden we het zo erg dat dit kabinet niet kiest voor de Nederlander en het Nederlands belang maar zich inzet voor een globalistische agenda ā en daar tientallen miljarden aan spendeert.
Dus, samengevat: wel veel geld beschikbaar stellen voor anderen, dus voor de massamigratie, een zinloze proxyoorlog in OekraĆÆne en de heilloze Europese Unie die ons land zo verwurgt, maar geen geld voor de zorg in Nederland.
Dat is het verhaal dat we vandaag vertellen. Terwijl het kabinet afgelopen december binnen 48 uur op de valreep op de lopende begroting maar liefst 700 miljoen euro wist vrij te maken voor OekraĆÆne, is er geen geld om de tandarts in het basispakket op te nemen en gaat een op de drie Nederlanders met een kleine beurs vanwege de kosten zelfs helemaal nooit naar de tandarts. Nederlanders moeten bij de apotheek onnodig lang wachten op hun medicijnen, omdat er alleen geld is om de preferente medicijnen te vergoeden, ook als die toevallig uitverkocht zijn. Dat is zo, terwijl er in een handomdraai 19 miljard euro ā 19 miljard ā extra wordt vrijgemaakt voor defensie. Dat wil zeggen, voor de Amerikaanse wapenindustrie en voor OekraĆÆne, want daar gaat dat geld vooral naartoe. In de zorg is schraalhans ondertussen keukenmeester, wordt elk dubbeltje tien keer omgedraaid, terwijl hetzelfde kabinet dus in een oogwenk miljarden weet vrij te spelen voor OekraĆÆne, de EU of het faciliteren van de massamigratie. Dat is de realiteit.
Voor dit kabinet is het niet Nederland eerst, maar zijn Nederlanders de sluitpost op een begroting die niet het Nederlandse belang maar een globalistische agenda dient, en dat is nog niet alles. Terwijl er door dit kabinet dus keihard 10 miljard wordt bezuinigd op de zorg, gaat er wel steeds meer geld naar het ministerie van VWS zelf. Deze zogenaamde "apparaatskosten", dat wil zeggen, de loonkosten en overige kosten die werken op het ministerie van VWS, zijn de afgelopen jaren dramatisch gestegen, van iets meer dan 300 miljoen euro in 2015 naar meer dan 600 miljoen euro in 2024. Dat is dus een verdubbeling in tien jaar tijd, terwijl de totale kosten voor zorg en welzijn in deze periode niet zijn verdubbeld, maar met nog geen 70% zijn gestegen, van 92 miljard euro naar 155 miljard euro. Hoe kijkt de minister hiernaar? Wat gaat de minister concreet doen om de apparaatskosten van VWS terug te dringen met minstens een kwart, van meer dan 600 miljoen euro nu naar minder dan 500 miljoen euro tegen het einde van dit decennium?
Voorzitter. Tot slot zou ik graag nog twee onderwerpen willen aanstippen. Het eerste onderwerp betreft de jeugdzorg in het algemeen en de gedwongen uithuisplaatsing in het bijzonder. We blijven vooral wat de uithuisplaatsingen betreft heel veel zorgwekkende berichten ontvangen. Daarbij horen we onder andere keer op keer dat jeugdzorg en jeugdbescherming niet geĆÆnteresseerd zijn in waarheidsvinding en het ondersteunen van het gezin, maar toeredeneren naar een uithuisplaatsing. De kinderrechter corrigeert dit vervolgens niet, omdat de kinderrechter niet aan waarheidsvinding doet maar blind lijkt te vertrouwen op het oordeel van de jeugdzorg. Kortom, het hele systeem faalt. Daarnaast spelen volgens de ouders en experts die we hebben gesproken, perverse prikkels bij uithuisplaatsingen en het niet terugplaatsen van kinderen een rol. De jeugdzorg krijgt bijvoorbeeld betaald bij een uithuisplaatsing, maar krijgt geen geld ā sterker nog, die verliest inkomen ā zodra een kind weer in het eigen gezin wordt teruggeplaatst. Een vraag aan de minister: klopt dit? Is de minister bereid om op zoek te gaan naar een financieringsmodel waarbij deze perverse prikkels geen rol spelen? Dat kan bijvoorbeeld door jeugdzorginstellingen een bonus te geven als een kind weer terug kan worden geplaatst in het ouderlijk gezin, waar het thuishoort.
Komt het voor dat pleegouders financieel afhankelijk worden van de vergoeding die ze krijgen voor hun pleegkinderen, of misschien ook wel emotioneel? Want we horen ook dat pleegouders die, hoe tragisch en begrijpelijk ook, zelf niet in staat zijn om kinderen te krijgen, de kinderen die ze onder hun hoede hebben zelf niet meer willen afstaan. Hoe kijkt de minister aan tegen de hechtingstheorie die de jeugdzorg hanteert waarbij, na een bepaalde periode in het pleeggezin, een terugplaatsing in het biologische gezin als onwenselijk wordt gezien, omdat het kind dan te veel gehecht zou zijn aan het pleeggezin? Is dit uitgangspunt dat de jeugdzorg hanteert wel acceptabel? Het beleid zou namelijk moeten zijn dat het kind zo snel mogelijk wordt teruggeplaatst in het oorspronkelijke gezin. Hoe kan het zo zijn, zoals onderzoek van professor Bruning heeft aangetoond, dat slechts 19% van mening is dat de jeugdzorg zijn best doet om kinderen weer terug te plaatsen in het oorspronkelijk gezin? Is de minister bereid, gezien al deze zorgwekkende signalen, om onderzoek te laten uitvoeren naar de ervaringen met de jeugdzorg van ouders van wie kinderen uit huis zijn geplaatst en onder kinderen die ooit, al dan niet gedwongen, uit huis zijn geplaatst? En hoe staat het met de uitwerking van onze aangenomen motie om het wettelijk kader waaronder gedwongen uithuisplaatsingen kunnen plaatsvinden, aan te scherpen? Hoe staat het daarmee? Zou het, gezien alle misstanden die al aan het licht zijn gekomen en waar we hier ook vaak over hebben gedebatteerd ā denk aan het lot van het Vlaardingse pleegmeisje en het feit dat een gedwongen uithuisplaatsing het kind en het gezin sowieso veel schade berokkent; daar twijfelt niemand aan ā wellicht verstandig kunnen zijn om in dit aangescherpte wettelijk kader als eis op te nemen dat de vader en/of moeder strafrechtelijk veroordeeld moet zijn voor kindermishandeling voordat tot gedwongen uithuisplaatsing kan worden overgegaan? Is de minister bereid deze optie op z'n minst te onderzoeken en daarover aan de Kamer te rapporteren? Weet de minister wellicht bij hoeveel procent van de gedwongen uithuisplaatsingen op dit moment de moeder en/of vader strafrechtelijk veroordeeld is of op z'n minst ā dat zou je toch verwachten ā strafrechtelijk vervolgd wordt voor kindermishandeling? Indien dit niet het geval is, zou de minister dit dan willen uitzoeken en daarover aan de Kamer willen rapporteren?
Voorzitter. Tot slot een paar vragen over een opmerkelijke onthulling afgelopen december in een podcast van De Nieuwe Wereld. Daarin liet Ruud Koornstra weten dat zowel Diederik Gommers als coronagezant Feike Sijbesma ā de heer Koornstra noemt beide heren dus bij naam ā naar aanleiding van een mogelijk medicijn voor corona, waar de heer Koornstra toen onder anderen met premier Rutte over heeft gesproken, tegen hem gezegd zouden hebben dat een dergelijk medicijn niet wenselijk zou zijn, omdat dit de vaccinatiestrategie en het verdienmodel van de farmaceutische industrie zou ondermijnen. Dit is natuurlijk een hele schokkende onthulling en, indien waar, bijzonder zorgelijk. Een zorgminister die geeft om de volksgezondheid, zou na zo'n onthulling natuurlijk op z'n minst navraag moeten doen bij de heren Koornstra, Gommers en Sijbesma. Het lijkt me dat dat voor zich spreekt. De vorige minister, hiernaar door ons gevraagd, liet echter weten dit niet zinvol te vinden. Ook weigerde hij in strijd met artikel 68 van de Grondwet de brief van de heer Koornstra aan VWS hierover alsmede het antwoord van VWS op deze brief naar de Kamer te sturen. Mijn laatste vraag aan deze minister: is zij hiertoe wel bereid?
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aanbeland bij de laatste maidenspeech van deze avond. Ik moet eigenlijk zeggen: de eerste maidenspeech van deze ochtend, van deze dag, van woensdag 4 maart. Die is van mevrouw Wiersma, die haar maidenspeech brengt namens de fractie van de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik vraag me af of het de laatste of de vroegste maidenspeech is die hier heeft plaatsgevonden, maar dank, voorzitter. Ik begin natuurlijk met het feliciteren van deze twee nieuwe bewindspersonen op dit mooie dossier. Ik heb met beiden samengewerkt op andere portefeuilles. Ik wens hun heel veel succes bij de uitdagingen die hun hier op dit domein te wachten staan.
Ik heb zelf getwijfeld over een maidenspeech, maar het hoort er toch een beetje bij. Als lid van een partij die voor behoud van tradities strijdt, moet ik er toch maar niet aan voorbijgaan.
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik opgroeide in een situatie met veel uitdagingen. Er waren psychische problemen in de thuissituatie, er waren schulden en er was geen ondersteunend en versterkend netwerk. In de tijd dat ik zelf in het sociaal domein ging werken, noemden ze dat "een kansarme situatie". Tegenwoordig spreken we liever van "kansenongelijk" oftewel een ongunstige maatschappelijke startpositie voor een kind. Dat zijn zachtere woorden, waar minder oordeel in ligt, maar in principe blijft het hetzelfde. Ook in Nederland is de kans om je te ontwikkelen als kind verre van gelijk. Dat is wat me drijft, want ik weet hoe moeilijk het is om daaruit te komen. Toch gun ik alle kinderen die kans.
Ik geloof persoonlijk, als mens, heel erg in eigen verantwoordelijkheid nemen, maar als er niemand is die je de weg wijst en helpt navigeren, is het moeilijk om op de juiste of de beste bestemming aan te komen. En niet iedereen heeft een reƫel referentiekader. Als er ƩƩn ding is dat ik uit mijn persoonlijke ervaring geleerd heb, is dat dat je, om jezelf, met welke achterstand dan ook, te ontwikkelen, die anderen nodig hebt: mensen die iets in je zien, die je stimuleren, die je zelfvertrouwen geven en die omdenken. Laag beginnen op de sociaal-maatschappelijke ladder gaat vaak gepaard met een soortgelijk zelfbeeld. Ik ben de sleutelfiguren die ik in mijn leven ben tegengekomen tot op de dag van vandaag dankbaar. Toen ik bijvoorbeeld een stage had bij de Wmo en daar een mentor kreeg, droegen wij toevallig dezelfde achternaam: Wiersma en Wiersma. Tijdens gezamenlijke werkbezoeken leidde dit soms tot verwarring. Dan deden we ons als grap weleens voor als familie wanneer cliƫnten zich dat hardop afvroegen. Waar dat als grap werd afgedaan, deed deze stagebegeleider destijds op vele vlakken wel degelijk een extra stap in het mij helpen mezelf te ontwikkelen in mijn rol als ambtenaar, meer dan redelijkerwijs vanuit professioneel oogpunt aan betrokkenheid van haar gevraagd kon worden. Ze wees mij werkmatig de weg, maar ze overtuigde mij ook van mijn eigen potentie. Die omgang met en voor elkaar is niet vanzelfsprekend. Dat is op de werkvloer niet het geval, maar ook niet in onze samenleving.
Dat brengt mij op een van de kernwaarden. Ik heb 'm vandaag eerder gehoord, ik vind het ook bij BBB en ik sta er volledig achter: noaberschap. Als Friezin denk ik dat we iets soortgelijks hebben in mijn provincie, want daar noemen we het mienskip. Het betekent omzien naar elkaar, zorg voor elkaar en dat je daar soms ook even een extra stapje voor doet, onzelfzuchtig en zonder direct eigenbelang. In een maatschappij die steeds individualistischer wordt en verhardt, waarin anderen afbreken vaak gemakkelijker gaat en is dan elkaar opbouwen, waarin fouten vaak tot publieke afstraffing leiden in plaats van dat ze een waardevol leerpunt kunnen zijn en we elkaar ruimte geven, zijn dit kernwaarden waarvan ik hoop dat we die na zullen blijven streven. Daarin wil ik benadrukken, ook vanuit mijn eigen ervaring als minister, dat we hier daarin het goede voorbeeld moeten geven. Hoe wij elkaar publiekelijk bejegenen sijpelt door in de omgangsvormen elders: fysiek, maar vooral online. Dat is de wereld waarin onze kinderen opgroeien. Omdenken voor elkaar levert ons op de lange termijn veel op. Ik heb het vandaag eerder gehoord, maar er bestaat aantoonbaar minder eenzaamheid onder ouderen in gemeenschappen waarin nog een grote sociale cohesie is. Het leidt tot snellere signalering van zorgvragen, meer beweging en participatie en een betere mentale gezondheid, en dus minder depressie. Van zorg naar positieve gezondheid ligt dus ook in het principe van omdenken en in het uitdragen daarvan in alle delen van de samenleving. Dat moeten we ook als overheid nastreven: zorg die dichtbij, toegankelijk en bereikbaar is.
Dan wil ik graag nog ingaan op het amendement dat voorligt. Dat dien ik samen met de VVD in en gaat over de financiering voor het plaatsen van een traumahelikopter op Teuge. In Oost-Nederland is op dit moment een duidelijke witte vlek in de dekking voor deze traumazorg, terwijl tijdige inzet van een mobiel medisch team letterlijk het verschil kan betekenen tussen leven en dood. Ook in die regio moet de overheid daarin haar verantwoordelijkheid nemen. Structurele inzet op Teuge is noodzakelijk om de acute zorg in deze regio op niveau te houden. De financiering komt pas later op gang, in 2027, terwijl besluitvorming over de luchthaven pas later dat jaar kan plaatsvinden. Daarmee is feitelijke inzet pas veel later mogelijk. Dat is te laat. Daar was zojuist een interruptiedebatje over. Ik heb nu de eerste vraag aan de minister. Ziet zij mogelijkheden om samen met IenW via een overbruggingsmaatregel, zoals een ministeriƫle regeling of een AMvB, ervoor te zorgen dat de traumahelikopter op Teuge toch eerder operationeel kan zijn?
Voorzitter. In deze begroting speelt ook het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord een rol. Op de uitvoering daarvan zijn in de voorliggende begroting forse schuiven toegepast. Het AZWA is juist bedoeld als kader om zorg en welzijn toekomstbestendig te gaan organiseren. Het mag niet uitgekleed worden om de afspraken die gemaakt zijn na te komen.
Dan kom ik op het bredere beeld, voorzitter. Wat het kabinet voorstelt, doet het tegenovergestelde van wat wij willen. Het is een stapeling van bezuinigingen op ziekenhuizen, langdurige zorg en het eigen risico. Dat is geen hervorming, want het leidt tot verschraling. Het raakt precies de mensen die het al zwaar hebben en die al zorgmijdend zijn. Er zijn nu al ouderen die wegkwijnen achter gesloten deuren en die soms lang moeten wachten tot ze verschoond of gewassen kunnen worden, terwijl dit basale en fundamentele behoeften en voorzieningen zijn. Ook begeleiders in de gehandicaptenzorg vroegen daar vandaag aandacht voor. Ook zij maken zich grote zorgen over de voorgenomen bezuinigingen. Gemeenten die nu juist de ruimte en het vertrouwen nodig hebben, worden opnieuw geconfronteerd met tekorten in de Wmo en de langdurige zorg. U vindt mij aan uw zijde als het gaat over de ontwikkeling van zorg naar gezondheid. Maar lukraak kosten wegbezuinigen zorgt niet voor een betere gezondheid. De kosten gaan voor de baten uit: eerst zaaien, dan oogsten.
Er moeten juist geen extra drempels opgeworpen worden voor de toegang tot zorg, omdat dat leidt tot uitgestelde zorg. Dat kost vaak juist nog veel meer. Ongericht bezuinigen leidt uiteindelijk ook tot een hogere werkdruk en mogelijk tot nog meer uitval in zorgpersoneel. Het werd al benoemd vandaag. Onze visie is: zorg dichtbij, kleinschalige woonzorglocaties, verzorgingshuizen nieuwe stijl, een sterke eerste lijn en goede steun voor mantelzorgers. Het kabinet kiest voor ombuigingen in de Wlz en het schrappen van middelen die juist voor die verzorgingstehuizen nieuwe stijl waren gereserveerd. Dat waren nou net de broodnodige eerste stappen op de goede weg. Die worden nu weer tenietgedaan. Dit lijkt op het eerste gezicht ook een besparing, maar er zitten veel extra verborgen kosten aan noodgedwongen langer thuis wonen. Dat vereist een integrale aanpak. Heeft de minister inzicht in hoe dit specifiek uitpakt, bijvoorbeeld in krimpgebieden? Daar maakt ƩƩn verpleeghuis of wijkteam het verschil tussen er kunnen blijven wonen of noodgedwongen verhuizen. Als dat inzicht er niet is, is zij dan bereid om dat inzichtelijk te maken?
Dan de ziekenhuiszorg. BBB is altijd helder geweest: basiszorg moet in de regio blijven. Streekziekenhuizen zijn onmisbaar, maar onder het mom van passende zorg wordt er gekort op medisch-specialistische zorg, lopen de marges terug en nemen bureaucratie en werkdruk toe. Hoe voorkomt de minister verdere verschraling in regio's waar mensen nu al verder moeten reizen voor spoedeisende hulp of geboortezorg?
Voorzitter. Daar komt de verhoging van het eigen risico nog bij. Dan is er de maximering per behandeling. Het wordt niet ā¬50, zoals het vorige kabinet had voorgenomen, maar ā¬150. Daarbij heb ik de concrete vraag aan de minister of de maximering per behandeling over het hele zorgtraject gaat. Of kan het gebeuren dat de bijdrage per onderdeel van het traject in rekening gebracht wordt? Ook daar hoorde ik een interruptiedebatje over, met het Kamerlid van D66, over wat de intentie is. Kan de minister dat bevestigen?
Ik moet afronden, zie ik. Dan wil ik tot slot nog iets vragen over de backpayregeling. Het lid Van Meetelen had daar een vraag over. Vorig jaar bij de voorjaarsbesluitvorming heeft de BBB 50 miljoen geregeld. Ik vraag de minister hoe het daarmee staat. Ik ben benieuwd.
Dank.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. Het is een genoegen om u als eerste te mogen feliciteren met uw mooie persoonlijke maidenspeech. Ik verzoek u daarna voor het rostrum de felicitaties in ontvangst te nemen. De vergadering is kort geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer El Abassi. Met het oog op de interrupties wijs ik op de klok. Ik wil u dus toch wel verzoeken om enige terughoudendheid te betrachten, sommige fracties wat meer dan andere. De heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Goed dat er meer aandacht is voor kwetsbaarheid en mentale gezondheid bij mannen in de sport. Aan dit thema heeft rapper Typhoon op indringende wijze een nummer gewijd. Kwetsbaarheid bij mannen zien we regelmatig terug, onder andere op de velden. Een vol stadion dat juicht wanneer je scoort en datzelfde stadion dat apengeluiden maakt wanneer je mist, is de realiteit voor zwarte voetballers: Ruud Gullit, Edgar Davids, Clarence Seedorf. En dan heb je het over de wereldtop, over Oranje, over nationale trots, maar ook over racistische spreekkoren, over vernedering, en over twijfel aan hun menselijkheid en kwetsbaarheid.
Georginio Wijnaldum stond naast zijn teamgenoot en zei: we moeten dit samen aanpakken. Waarom moeten spelers steeds hetzelfde gevecht voeren? Sifan Hassan werd Olympisch kampioen. Ze wint goud voor Nederland, maar onder haar prestaties verschijnen reacties als: waar komt ze echt vandaan? En nog veel ergere reacties, die ik hier niet ga benoemen. Alsof haar medaille minder waard is en haar Nederlanderschap voorwaardelijk is.
Voorzitter. Racisme in de sport is geen incident. Het is een systeem dat wegkijkt, dat relativeert, dat bagatelliseert. We zagen recent spelers die met de hand voor de mond praatten op het veld, die woorden zeiden die niet gehoord mogen worden. Clarence Seedorf zei het jaren geleden al: pak dat aan. Maak het transparant. Geef er desnoods een kaart voor.
Voorzitter. Kinderen kijken naar deze sporters. Wat leren zij? Dat je pas wordt geaccepteerd zolang je presteert, dat je Nederland mag vertegenwoordigen maar nooit helemaal Nederland bent. DENK gelooft in de kracht van deze mensen. DENK gelooft in de kracht van diversiteit. Erkent de minister dat racisme in de sport geen reeks incidenten is, maar een structureel probleem? Is de minister bereid structureel geld vrij te maken voor verplichte antiracismetrainingen bij sportbonden en betaaldvoetbalorganisaties? Is de minister bereid om samen met de KNVB te onderzoeken hoe de transparantie op het veld kan worden vergroot, bijvoorbeeld rond het fenomeen "hand voor de mond", zodat racistische uitingen niet buiten beeld blijven?
Voorzitter. Je zou het niet zeggen, maar 25 jaar geleden en ongeveer 25 kilo lichter mocht ik voetballen bij prachtige clubs als PSV, FC Utrecht, RKC Waalwijk en een aantal andere clubs. Ook ik had een droom, om in een vol stadion, met juichende supporters, te voetballen. Ik dacht aan stadions als de Amsterdam Arena ā niet dat ik fan ben van Ajax ā maar het is een andere arena geworden, namelijk de arena hier, niet met juichende fans, maar met Kamerleden die elkaar bespringen. Althans, dat heb ik in mijn eerste periode hier meegemaakt.
Voorzitter. Als voetballer wilde ik gezond leven, want je gezondheid is je alles. Zonder je gezondheid heb je niets. Juist daarom moet gezondheidsbeleid draaien om mensen, toegankelijkheid, betaalbaarheid, rechtvaardigheid en inclusiviteit. Vandaag bespreken we een oude begroting, met nieuwe ministers, die hun plannen gepresenteerd hebben in hun coalitieakkoord, waarvan de rekening helaas is neergelegd bij de gewone Nederlanders.
Dat begint natuurlijk bij het eigen risico. Het nieuwe kabinet-Jetten, met CDA en VVD, kiest ervoor het eigen risico vanaf 2027 met ā¬60 te verhogen. Daarnaast laat het de premie structureel stijgen, met stijgingen van ā¬12 tot ā¬15 per maand. Dit betekent dat de premies stijgen richting ā¬190 per maand. En daar blijft het niet bij. Uit de CPB-doorberekening blijkt dat het eigen risico zal doorstijgen naar ā¬520 in 2030, dus van ā¬385 nu naar ā¬520 in 2030. En zo ver is 2030 niet meer. Het is werkelijk te bizar voor woorden. Je zou denken dat de premies omlaaggaan als het eigen risico omhooggaat, maar dat is niet waar dit kabinet voor kiest. Dit kabinet wil dat onze Nederlanders een hoger eigen risico betalen waarbij hun premie stijgt. Nederlanders worden dus niet gecompenseerd, maar genaaid. Sorry, voorzitter, dat ik dit woord gebruik. Ze worden zelfs dubbel genaaid. Sorry daarvoor, meneer de voorzitter.
We weten wat een hoger eigen risico betekent: meer zorgmijding. Mensen gaan niet meer naar de huisarts, wachten met onderzoek en stellen hun medicatie uit. Voor Nederlanders met een laag inkomen is de kans op zorgmijding natuurlijk veel hoger. Erkent de minister dat met name mensen met lage inkomens en mensen met chronische aandoeningen hierdoor relatief het hardst worden geraakt? Heeft de minister laten doorrekenen wat het effect van deze verhoging is op zorgmijding en latere, duurdere zorg? En, zo ja, kan zij die cijfers met de Kamer delen?
Voorzitter. Dan de mantelzorgers. Daar heb ik het vaker over gehad in dit huis. Het is het mooiste, maar ook het zwaarste soort werk dat je kunt doen. Ik heb het zelf een tijd geleden mogen ervaren met mijn vader. Mantelzorgers zijn de stille kracht in onze samenleving. We hebben er zo'n vijf miljoen in Nederland: ouders die dag en nacht mensen verzorgen, partners die hun baan opgeven, kinderen die opgroeien met een verantwoordelijkheid die geen kind zou moeten dragen. Uit onderzoek blijkt: 46% raakt steeds vermoeider, 10% staat op omvallen en 40% loopt jaarlijks duizenden euro's mis.
Bijna de helft van deze mantelzorgers heeft ook een betaalde baan. Juist die combinatie wordt steeds moeilijker vol te houden. De SER waarschuwt dat mantelzorg zich niet laat plannen en dat de druk fysiek en mentaal alleen maar toeneemt. Als we niets doen, dan vallen mensen uit op het werk, maar ook in de zorg. De SER doet ook een aantal goede, concrete voorstellen. Is de minister bereid het advies van de SER over te nemen en wettelijk te regelen dat mantelzorgers recht krijgen op acht weken betaald mantelzorgverlof? Gaat het kabinet fiscale maatregelen treffen om werk en mantelzorg beter te combineren, waaronder het heroverwegen van de kostendelersnorm? Hoe zorgt de minister ervoor dat gemeenten overal onafhankelijke mantelzorgondersteuning aanbieden en dat respijtzorg daadwerkelijk beschikbaar en toegankelijk is? Hoe voorkomt de minister dat juist door de bezuinigingen in de zorg de druk verder verschuift naar mantelzorgers die daardoor uitvallen op de arbeidsmarkt?
Voorzitter. Dan het laatste stukje wat mij betreft: cultuursensitieve zorg. Een familie in Zaandam moest drie jaar strijden om een dementiediagnose voor hun moeder te krijgen ā drie jaar! ā omdat er onvoldoende oog was voor taalbarriĆØres, voor cultuurverschillen, voor schaamte en voor misverstanden. De moeder sprak slecht Nederlands, dus er moest telkens een tolk mee. Een arts vroeg niet door en een second opinion was nodig om uiteindelijk erkenning te krijgen.
Dit staat niet op zichzelf. Een 95-jarige Marokkaanse vrouw ā 95 jaar! ā met diabetes en dementie, volledig zorgafhankelijk, wachtte acht maanden op een beoordeling van haar Zvw-dossier door de zorgverzekeraar. Acht maanden! Een thuiswonende Iraakse man met dementie zonder Nederlands taalbegrip werd als uitbehandeld bestempeld en leefde op bijvoeding, terwijl hij feitelijk verstoken was van cultuursensitieve zorg. Pas toen die aansluiting wel werd gevonden, verbeterde zijn situatie.
Voorzitter. Het zijn allemaal schrijnende verhalen, van maandenlange doorlooptijden, mantelzorgers die verdrinken in formulieren, kleinschalige aanbieders die financieel risico lopen en geen structurele borging van cultuursensitieve zorg in opleiding en beleid. Is de minister bereid landelijk inzicht te geven in de doorlooptijden van Zvw-, Wlz- en pgb-aanvragen bij kwetsbare ouderen en daarbij te kijken naar ouderen met een migratieachtergrond? Erkent de minister dat gebrek aan cultuursensitieve expertise kan leiden tot verkeerde diagnoses of onterechte kwalificaties als "uitbehandeld"? Ten slotte: is de minister bereid een rondetafelgesprek te organiseren met patiƫntenorganisaties, mantelzorgers en kleinschalige zorgaanbieders die deze knelpunten dagelijks ervaren, zodat hun signalen direct worden betrokken bij de beleidsvorming?
Voorzitter, dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u, meneer El Abassi. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. Gaat uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ook vanaf deze plaats nog felicitaties aan de collega's Wiersma, Vliegenthart en Poortman. Misschien vraagt u zich wel af of het bij VWS-debatten altijd zo laat wordt. Ja, dat is wel gebruikelijk! Bedenk dan vooral: de tijd vliegt als je plezier hebt. Goed.
Voorzitter. "No man is an island", aldus de beroemde Engelse dichter John Donne in de zeventiende eeuw. Mensen zijn geen eilandjes. Mensen zijn relationeel geschapen, om verbonden te zijn met anderen, met de Ander, onze Schepper. We bloeien op als we ons gezien en geliefd weten, en we verpieteren als contacten met andere mensen ontbreken of als we die verwaarlozen.
Voorzitter. Het coalitieakkoord maakt stevige keuzes om de zorgkosten te beteugelen, en de SGP begrijpt dat in zichzelf. Als we niet ingrijpen, dreigt een zorginfarct. De coalitie doet daarbij een extra beroep op de eigen verantwoordelijkheid van mensen, op meer omzien naar elkaar. Hoewel de SGP dat uitgangspunt deelt, maken we ons hierover toch ook zorgen. Als je de samenleving namelijk meer verantwoordelijkheid geeft, zul je ook het sociale fundament moeten versterken. Dat gebeurt mijns inziens in het coalitieakkoord te weinig. De coalitie haalt de huishoudelijke hulp uit de Wmo, voert een eigen bijdrage in voor de wijkverpleging, bezuinigt zeer fors op de langdurige zorg, schrapt de envelop ouderenzorg en schrapt de aftrek specifieke zorgkosten. Eerdere bezuinigingen op het preventiebeleid blijven staan. Ja, er komt extra geld voor buurtvoorzieningen en mantelzorgondersteuning, maar dat is slechts tijdelijk en qua omvang zeer beperkt. Er komt een zogenaamd gemeenschapsfonds, maar ook dit is tijdelijk, en nog niet uitgewerkt. Er komt een tegemoetkoming voor chronisch zieken en mensen met een handicap, maar is dat niet meer een doekje voor het bloeden? Daarom heb ik de volgende vraag aan de minister van VWS. Denkt zij dat de samenleving dit bezuinigingspakket aankan? Hoe voorkomt zij verschraling van zorg en ondersteuning? Laat ik het concreet maken. Vorige week kwam het SER-advies over mantelzorg en werk. Er ligt een grote opgave voor het kabinet om met name overbelaste mantelzorgers te ondersteunen. Is de coalitie bereid om langjarig en substantieel te investeren in respijtzorg?
Voorzitter. Het kabinet wil werken aan zorgzame buurten en gemeenschappen. Dit zou worden bekostigd uit de envelop ouderenzorg, maar die wordt nu helemaal geschrapt. Hoe gaat het kabinet dit oplossen? En hoe wordt de ontwikkeling van nieuwe, geclusterde woonvormen en voorzieningen na 2026 alsnog gefinancierd? Tussen haakjes: mijn collega Flach heeft bij de VRO-begroting een amendement ingediend om de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting met 10 miljoen euro te verhogen. Ik heb goede hoop dat dit amendement een meerderheid mag halen.
Dan mentale gezondheid. Er wordt wel gesproken over "onze hypernerveuze samenleving", en de ggz kan dit niet alleen oplossen. In het coalitieakkoord ontbreken echter middelen voor het versterken van de mentale weerbaarheid. Is het kabinet bereid om daar alsnog werk van te maken? Ik zie ook uit naar de appreciatie van het amendement dat ik met collega's heb ingediend voor extra middelen voor suĆÆcidepreventie.
Voorzitter. Een goede start voor moeders en kinderen is cruciaal voor een gezonde ontwikkeling. Vorig jaar nam de Kamer de motie-Stoffer/Dijk aan, om de effecten in kaart te brengen van het afschaffen van de eigen bijdrage in de kraamzorg. Vanmorgen kwam de kabinetsreactie binnen. Dank daarvoor. Het afschaffen van de eigen bijdrage heeft brede steun bij professionals en gemeenten. De SGP en de SP dienden daarom een amendement in om de eigen bijdrage voor kraamhulp en poliklinisch bevallen per 1 juli af te schaffen. Graag een appreciatie.
Voorzitter. Vorige week besloot de Europese Commissie dat het Europees Sociaal Fonds gebruikt kan worden voor de financiering van abortussen, terwijl dat fonds daar helemaal niet voor bedoeld is. Sterker nog, op grond van Europese verdragen zou de EU ongeboren kinderen juist moeten beschermen. Wat vindt de minister ervan dat de Commissie voor deze dubieuze constructie kiest? En is zij bereid om zich hier namens Nederland tegen te verzetten? Ik mag toch hopen dat Nederland in ieder geval niet van dit fonds gebruik gaat maken.
Voorzitter. De coalitie wil het doorgeslagen indicatiecircus gaan stoppen. Hier is de SGP blij mee. Toegang tot zorg moet menswaardiger en eenvoudiger. Samen met collega's Bikker en Ten Hove heb ik een amendement opgesteld dat hier heel mooi bij aansluit. Wij willen geld vrijmaken voor actieonderzoek naar de toegang tot zorg voor mensen met een levenslange en brede ondersteuningsvraag. Op 1 januari is in de gemeente Eindhoven al zo'n actieonderzoek gestart. Ik noem het initiatief Mens met Naam. Met ons amendement kunnen nog vijf van zulke trajecten starten. Ik hoor graag de appreciatie van de minister.
Voorzitter. Het is belangrijk ā dat punt werd ook heel mooi gemaakt door de heer Bevers ā dat we de geschiedenis van de Jodenvervolging levend houden voor volgende generaties. De herinneringscentra spelen daarin een grote rol. Het vorige kabinet trok 15 miljoen euro uit voor de vernieuwing van Westerbork. Voor de voortgang van dit project is het nodig dat er snel duidelijkheid komt over de financiering na 2027. Ik vraag de minister om hiervoor bij de Voorjaarsnota een voorstel te doen. Op dit punt heb ik een motie voorbereid.
Voorzitter. De coalitie wil de vergoeding voor ongecontracteerde zorg volledig afschaffen. De SGP is bezorgd over wat dit betekent voor complexe zorg, maar ook over wat dit betekent voor identiteitsgebonden zorgaanbieders. Kan de minister aangeven of zo'n verbod juridisch wel kan, ook in het licht van het Europees recht? Is zij bereid om, voordat zij dat wetsvoorstel indient, eerst de consequenties daarvan in kaart te brengen, evenals alternatieven?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan lid KostiÄ, voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid KostiÄ (PvdD):
Iedereen nog een beetje wakker? Super. Yes! Bij dit debat denk ik altijd aan Gitta. Zij vertelde me hoe op een paar meter afstand van haar huis maandenlang landbouwgif wordt gespoten. Gitta moet steeds opletten of ze haar kinderen buiten kan laten spelen en of de ramen open kunnen worden gezet. Haar vrijheid in eigen huis wordt haar afgepakt. Als ze bij de overheid aanklopt, hoort ze telkens "we hechten ook zwaar aan agrarische belangen". Maar wie beschermt haar belangen? "Wat als mijn kinderen over een paar jaar kanker krijgen", vraagt ze mij. Het gevoel van onrecht en onmacht overheerst. Dat voel ik.
Voorzitter. Dat is het gevoel van veel mensen in Nederland als zij zien welke keuzes de overheid steeds maakt. Gewone burgers, omwonenden van vervuilende industrie en veehouderijen worden in de steek gelaten. De overheid beschermt hun gezondheid onvoldoende, maar dwingt burgers steeds om naar de rechter te stappen. De industrie kost de burgers minstens 7 miljard aan gezondheidsschade, de veehouderij 9 miljard, per jaar! Met dit bedrag kun je alle bezuinigingen op de zorg terugdraaien. Maar telkens weer worden grote vervuilers ontzien en gewone burgers moeten de rekening betalen. Ik hoopte echt dat dit kabinet het beter zou doen.
We zijn natuurlijk blij dat het kabinet zegt in te zetten op preventie, maar preventie vraagt om meer dan een leefstijlcampagne en mooie woorden. Je moet laten zien dat je het principe "voorkomen is beter dan genezen" serieus toepast overal waar gezondheidswinst valt te halen. Maar we zien dat het verhaal van preventie niet rijmt met het feit dat het kabinet de heffing op CO2-vervuiling afschaft en een nieuwe luchthaven opent. Het rijmt niet met het feit dat, terwijl mensen ziek worden van te veel stikstof, dit kabinet de rechterlijke uitspraak over het halveren van stikstof in 2025 niet uitvoert. Het minimale wat je in een rechtsstaat moet doen voor de gezondheid, wordt dus niet gedaan.
Het verhaal van preventie rijmt ook niet met het feit dat het coalitieakkoord klakkeloos alle Europese Omnibuswetsvoorstellen omarmt die de bescherming van de gezondheid gaan afzwakken. Een van die voorstellen leidt ertoe dat de regels rondom landbouwgif worden versoepeld, terwijl rechters al hebben geoordeeld dat de overheid de omwonenden nu al te weinig beschermt. En dit gaat dus leiden tot meer zorgkosten, zeg ik tegen de coalitie. Hoe legt de minister dit uit aan omwonenden zoals Gitta?
Voorzitter. Virologen waarschuwen al jaren dat door de klimaatcrisis en onze enorme veedichtheid de kans op uitbraken van infectieziekten en pandemieƫn toeneemt. Ze noemen Nederland "een tikkende tijdbom". Toch wordt er bezuinigd op pandemische paraatheid. Dat is alsof je de dijken verlaagt terwijl de zeespiegel stijgt. Waarom is de bezuiniging ondanks alle negatieve adviezen van experts doorgezet, vraag ik de minister. Blijkbaar heeft het kabinet niet geleerd van eerdere uitbraken, terwijl tienduizenden mensen met PAIS-ziekten zoals longcovid en Q-koorts nog dagelijks lijden aan de gevolgen en niet kunnen werken. Spreekt de minister deze mensen? Snapt ze dat er nog steeds nieuwe slachtoffers bij komen? Snapt ze dat het allemaal vermijdbare kosten zijn als je investeert in preventie? Is de minister bereid met een samenhangend plan te komen voor de preventie van infectieziekten en postinfectieuze aandoeningen?
Voorzitter. Juist de minister van Volksgezondheid, die preventie serieus neemt, zou het voortouw moeten nemen om burgers te beschermen tegen ziekmakende stoffen van industrie, luchtvaart, veehouderijen en landbouwgif, en zou het niet over moeten laten aan andere bewindspersonen. De Kamer en de Algemene Rekenkamer hebben daar al uitspraken over gedaan. Wil de minister die rol en verantwoordelijkheid pakken, vraag ik haar.
Voorzitter. We vragen de minister in het kader van preventie en volksgezondheid ook om met spoed te komen met een uitwerking van onze aangenomen motie om woningbouw en volksgezondheid altijd te prioriteren boven geitenhouderijen. We zien nu dat sommige gemeenten ondanks negatieve GGD-adviezen toch gezondheid onderaan plaatsen en woningen vlak bij geitenhouderijen bouwen, terwijl mensen daar ziek van worden. Nogmaals, hiermee kan je zorgkosten vermijden. Om de woningnood aan te pakken en de zorgkosten te dempen zullen niet woningen, maar stallen moeten wijken.
Voorzitter. Tot slot de transgenderzorg. Achter wachttijden van soms vijf jaar schuilt veel leed. Jongeren die eindelijk durven uit te spreken wie ze zijn, moeten nog jaren wachten op passende zorg. De Partij voor de Dieren vraagt de minister of ze bereid is om samen met Transvisie te verkennen hoe die wachttijden kunnen worden verkort.
Tot slot. Echte preventie begint bij een schone leefomgeving en een overheid die haar burgers beschermt, bij een overheid die de dijk ophoogt als er overstroming dreigt, in plaats van een overheid die de dijken verzwakt. Gezondheid moet geen sluitpost zijn, maar het vertrekpunt van al het beleid.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, lid KostiÄ. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Hoe mooi is het dat de Kamer zich bij een begroting over de zorg, waar mensen dag en nacht klaarstaan, ƩƩn keer een beetje solidair verklaart met al die zorgmedewerkers die ook in de nacht voor ons klaarstaan!
De voorzitter:
Ja, zo is dat!
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik feliciteer collega Vliegenthart, collega Poortman en collega Wiersma natuurlijk van harte met hun prachtige maidenspeeches. Dan op naar de inhoud! Daar heeft u vast wel zin in op dit tijdstip.
Hoe herinnert de patiƫnt met postcovid of een andere PAIS-ziekte zich dit kabinet over vier jaar? Hoe de psychiater die crisisdienst draait in de ggz, ook op dit moment? Hoe de kraamverzorgster die met hart en ziel werkt, ook op dit moment, maar die met al dat werk geen enkele hypotheek kan vinden?
Zorg gaat niet over stelsels of over spreadsheets, maar over mensen. Mensenlevens zijn geen kostenpost, maar een geschenk. Aan het begin van dit debat zou ik de minister daarom willen vragen: waar moeten we over vier jaar staan? Voor wie en voor welke sector is er over vier jaar verschil gemaakt? Op welke stelselwijziging zijn ze straks trots? Ik kijk uit naar het antwoord van beide ministers.
Mijn antwoord op deze vraag is helder. De ChristenUnie is een prolifepartij. Dat gaat voor ons niet alleen over het begin of het einde van het leven, maar over het hele leven. Daarom staan wij op voor de kraamzorg, voor de gehandicaptenzorg of voor kinderen in zorghuizen. Als we niet uitkijken, begint deze coalitie met stevig bezuinigen zonder horizon van hoe de samenleving er daarna uit moet zien. Maar de kracht van een samenleving wordt niet groter als iedereen kiest voor zichzelf. Dat wordt hij wel als we opstaan voor elkaar. De kracht van onze samenleving wordt niet groter als het alleen maar gaat om jouw toegevoegde waarde. De kracht van onze samenleving wordt wel groter als elk leven voluit van waarde is.
Voorzitter. Wat doet dit nieuwe kabinet nu met de kracht van onze samenleving? Links en rechts zijn er bezuinigingsposten gekozen, zodat er een mooi sluitend plaatje ligt. Maar als begonnen wordt met kloppende cijfers en er geen visie achter zit, dan wordt de zorg in een harnas gedrongen. Afgelopen week werd dat duidelijk in het debat met de minister-president over de gehandicaptenzorg. Mijn vraag aan de minister is daarom: wanneer legt u een visie neer op de langdurige zorg en de bezuinigingen die op stapel staan? De ChristenUnie zal namelijk niet instemmen met een cocktail van een enorme stijging van het eigen risico, stapeling van zorgkosten en ook nog eens onbekende gevolgen voor de meest kwetsbare mensen, zoals in de gehandicaptenzorg.
Voorzitter. Ik begin bij de zorg aan de start van het leven. Goede kraamzorg geeft gezinnen een sterke start, maar door personeelstekorten raakt die steeds verder uit zicht. Bovendien is de eigen bijdrage voor gezinnen met een kleine portemonnee inmiddels een obstakel om voldoende zorg te krijgen. Als we niet uitkijken, is de kraamzorg straks afgebroken. Ik heb de afgelopen tijd heel veel kraamverzorgsters gesproken. Zij maken zich grote zorgen. Herkent de minister dat door de eigen bijdrage de meest kwetsbare gezinnen niet de zorg krijgen die ze nodig hebben? Wil de minister in gesprek met gemeenten en zorgverzekeraars om een oplossing te vinden voor deze gezinnen en kijkt zij ook naar een steviger arbeidsmarktaanpak?
Voor de ChristenUnie gaat medische ethiek ook om goede zorg aan het begin van het leven. Dat geldt ook voor het ongeboren leven. Vorige week sprak de minister-president uit dat hij zich wil inzetten voor vrouwen in een kwetsbare positie om hen te helpen bij het voorkomen van herhaalabortussen en voor de inzet van anticonceptie. Hoe gaat de minister dat uitwerken? Deelt ze met de ChristenUnie dat er dan ook alternatieven moeten zijn voor een abortus? Is ze bereid met ons te kijken hoe we daar werk van kunnen maken?
Voorzitter. Ook aan het einde van het leven doet goede zorg ertoe: de palliatieve zorg en de terminale zorg die wordt gegeven in hospices en terminale zorg thuis. Daar ligt een opgave voor het kabinet, want de vraag neemt toe. Hoe gaat het kabinet dat invullen?
Voorzitter. Dan de pandemische paraatheid, want zes jaar geleden brak de coronapandemie uit. We kwamen erachter dat jaar op jaar bezuinigen op de publieke gezondheidszorg funest is voor goede zorg. Dat zagen we in te krappe ic-capaciteit en in de trage start van vaccinaties. Dijken laat je niet afkalven omdat je een paar jaar geen storm hebt gehad. Daarom is de bezuiniging op weerbare zorg een onbegrijpelijke keuze. Alles wat is opgebouwd, wordt weer afgebroken, en dat terwijl de kans op een grootschalige uitbraak van infectieziekten reƫel is. Ik vraag niet om al in dit jaar alles te fiksen, maar ik heb wel een amendement ingediend omdat ik voorzie dat we voor de komende jaren een structureel probleem hebben. Daarom vraag ik een meewerkende houding aan de minister en ook aan de collega's in de Kamer.
Voorzitter. Ik sluit me aan bij collega Van Brenk, want ik weet toevallig dat zij mooie dingen gaat zeggen over mantelzorg. Dat bespaart u wat tijd, maar het is ook om haar in het zonnetje te zetten.
Voorzitter. Ik rond af met een vraag voor de collega's. Op dit beleidsterrein gaan we heel veel mensen ontmoeten die wij niet beter kunnen maken. We gaan veel situaties zien waarin het stelsel niet voldoet. Sterker nog, langzaam maar zeker denk ik soms: de zorg is stuk. Steeds meer mensen staan op wachtlijsten, vallen tussen wal en schip, en er is niemand die zich verantwoordelijk weet. Dan kan je als volksvertegenwoordiger naar het stelsel wijzen of een andere keuze maken. Ik leerde van de Britse rabbijn Jonathan Sacks dat ieder mens een verantwoordelijkheid heeft met het oog op de heling van een verscheurde wereld. God heeft de mens namelijk geschapen om een antwoord te geven, aan Hem en aan elkaar, om een verantwoorde bijdrage te leveren aan de hele samenleving. Dan gaat het om concrete keuzes. Die zitten in kleine dingen: een goed woord op het juiste moment, dat gesproken kan worden in het leven van een ander; een goede motie, die net een nieuwe wending kan geven; een goede wet.
Voorzitter. Als wij dat in het oog houden en in het oog houden voor wie wij willen opstaan, dan geloof ik erin dat er de komende vier jaar iets heel moois kan gebeuren.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Hallo allemaal, goedemorgen! We zijn er nog. Omdat ouderen steeds langer thuis moeten blijven wonen, komen er steeds vaker ouderen verwaarloosd in het ziekenhuis terecht. Dat gebeurt nu, in ons land. Thuis gaat het niet meer of thuis is er niet genoeg hulp, niet genoeg zorg of niet genoeg ondersteuning. Ziekenhuizen melden dat ze elke dag ouderen in het ziekenhuis zien die bijvoorbeeld naar urine ruiken, vliegjes in het haar hebben, urenlang in de eigen ontlasting hebben gelegen en daardoor doorligplekken hebben, of heel lange, vuile nagels hebben. Dat is gewoon heel erg schrijnend. Ze zien dat elke week. Het is geen uitzondering meer te noemen als dit elke week gebeurt. Dan gaat er iets mis in het systeem, maar ook in de samenleving. Dit is zo verdrietig en boosmakend, vind ik. Dit zou namelijk niet gebeuren als er hier andere keuzes zouden worden gemaakt. Het zijn de onmenselijke gevolgen van de politieke keuze om mensen zo lang als mogelijk thuis te laten wonen, terwijl tegelijkertijd veel zorg en ondersteuning thuis is weggehaald. Dit kan en mag niet zo door gaan. Het kan ook anders, want datgene wat veroorzaakt wordt door foute politieke keuzes, kan ook weer opgelost worden door andere keuzes te maken. Daar gaan we het vanavond, of eigenlijk vanochtend, over hebben.
Het begint bij het schrappen van de geplande bezuinigingen op de ouderenzorg, de thuiszorg en de wijkverpleging. Er is de afgelopen jaren flink bezuinigd op de zorg. Dat gebeurt ook weer in 2026. Elke zorgverlener zal dit herkennen en zal hier de gevolgen van hebben ondervonden. Het nieuwe kabinet wil daar nog nieuwe, ongekende bezuinigingen bovenop stapelen: 10,3 miljard euro extra aan bezuinigingen op de zorg. Ik vraag u: waarom heeft u wel 19 miljard euro voor de NAVO-norm, de Trumpnorm gevonden, maar niet voor de gehandicaptenzorg? Waarom heeft u wel 19 miljard euro gevonden voor de NAVO, maar niet voor de ouderenzorg, de jeugdzorg, de ggz en de gehandicaptenzorg? Waarom heeft u wel 19 miljard gevonden voor de NAVO, maar niet voor chronisch zieken? Waarom wel 19 miljard voor de NAVO en niet voor onze ziekenhuizen? Hoe haal je het in je hoofd? Hoe is het kapotbezuinigen van de zorg ook maar ergens een oplossing voor? Graag een antwoord op al deze vragen.
Er is namelijk geen enkele realiteit waarin deze bezuinigingen doorgaan en ouderen, maar ook kinderen, de ggz, de gehandicaptenzorg, patiĆ«nten en zorgverleners deze niet keihard zullen gaan voelen, keihard de prijs zullen gaan betalen en keihard in de problemen gaan komen. Een recent voorbeeld daarvan zijn de ernstig zieke en meervoudig gehandicapte kinderen die na het sluiten van locaties van ExpertCare vanaf 31 maart ā dat is over een paar weken ā geen plek meer hebben. Wat moeten ouders van deze kinderen nu doen? Waar kunnen zij terecht? Wat zegt de minister tegen hen? Dit is hoe het eruitziet als zorg van en voor mensen wegvalt.
Dit kan ook anders: schrap die bezuinigingen. Wij hebben voorstellen gedaan en amendementen geschreven om de bezuinigingen op de ouderenzorg en de jeugdzorg te schrappen, en om geld vrij te maken om zorgverleners fatsoenlijk te belonen. Het kan ook anders door de eigen bijdrage aan de wijkverpleging van tafel te halen. Vorige week spraken we hier met wijkverpleegkundigen. Een aantal van u was daar ook bij. Die gaven een duidelijke waarschuwing: voer die eigen bijdrage niet in. Ik vraag aan het kabinet of er met wijkverpleegkundigen over deze plannen is gesproken. Dan had het namelijk nooit zo kunnen zijn dat deze onzalige plannen erdoorheen waren gekomen en waren bedacht. Wij zullen een voorstel doen om die ook van tafel te halen.
Dan de gehandicaptenzorg. Volgende week praten we daar uitgebreider over, maar ik wil daar nu ook wel wat over zeggen. Daarop worden bezuinigingen gedaan waarvan dit kabinet weet dat die niet haalbaar zijn: die zijn gebaseerd op besparingen die niet zijn doorgevoerd. Maar die bezuinigingen gaan wel door. Dat is gewoon met de kaasschaaf geld graaien uit de gehandicaptenzorg. Dit gaat oplopen tot een half miljard euro. Heeft dit kabinet enig idee hoe belangrijk de gehandicaptenzorg is voor mensen? Heeft dit kabinet enig idee hoe onmenselijk de gevolgen van deze bezuiniging zullen zijn? Dit moet van tafel. Daarom doen wij samen met mevrouw Bikker een voorstel hiertoe.
Het kan ook anders. Zorg dat er zorgbuurthuizen komen. Hoe mooi is het als je oud kunt worden in je eigen, vertrouwde buurt, met een vaste zorgverlener en vers eten en op een plek waar je samen met je partner kunt wonen en niet gedwongen wordt gescheiden? Lilian Marijnissen nam het initiatief om tot een zorgbuurthuis te komen en presenteerde dit plan al in 2017. Iedereen was toen enthousiast. Het eerste zorgbuurthuis is er gekomen, in Oss. De SP heeft een boek geschreven over de manier waarop dit tot stand is gekomen en waar men tegenaan is gelopen. Graag overhandig ik ook dit boek aan de minister; ik doe dit bij iedere begroting tegenwoordig. Ik hoop dat ze daar ook wil gaan kijken.
Er is geen gebrek aan enthousiasme bij iedereen die er komt, die er werkt of die er woont. Iedereen is enthousiast! Iedereen zegt: "Dit moeten we doen. We moeten ervoor zorgen dat dit op meer plekken gebeurt." Het probleem is alleen het zorgsysteem. Dat is bedoeld om zorg mogelijk te maken, maar zit hierbij dus vreselijk in de weg. Want het laat zien dat het anders kan, maar het gebeurt niet. Er komt nu ook een zorgbuurthuis in Heerlen aan. Op veel meer plekken moeten ouderen wat ons betreft de mogelijkheid hebben om te kiezen voor het zorgbuurthuis. Vorig jaar werd ons amendement aangenomen om drie ton vrij te maken voor een team om zorgbuurthuizen op te richten, maar waar is dat team? Wij hebben dat amendement ingediend en het is aangenomen; waar is dat team? Laten we nu zorgen dat die zorgbuurthuizen er gaan komen. Laten we hier samen, met elkaar, laten zien dat dit ook anders kan.
Waar dit kabinet de thuiszorg afbreekt en onder het mom van zelfredzaamheid een "zoek het zelf maar uit"-samenleving creƫert, willen mensen goede zorg voor elkaar. Laat ik daar een voorbeeld van geven. Voor buurten en dorpen waar ouderen thuis en in hun gemeenschap kunnen blijven wonen, is thuiszorg, ook huishoudelijke zorg, keihard nodig. Dit heeft een signalerende functie en voorkomt verwaarlozing, vervuiling en vereenzaming. De thuiszorg versterkt en ondersteunt mantelzorgers en werkt preventief. Juist die thuiszorg zorgt ervoor dat mensen zelfstandig kunnen blijven wonen en dat het ook gewoon lukt. Nu al zien we te veel ouderen die door gebrek aan voldoende thuiszorg in het ziekenhuis belanden met zwaardere klachten, zwaardere problemen en menselijk leed, en het is ook duurder. Deze zorg moet en mag niet geprivatiseerd worden, zoals dit kabinet nu wil. Dus stop de marktwerking in de thuiszorg waarbij tientallen thuiszorgbedrijven achter elkaar door de straat rijden zonder van elkaars bestaan af te weten, want dit kan ook anders, namelijk door de huishoudelijke zorg voor iedereen die het nodig heeft gewoon beschikbaar te houden en door de markt uit de zorg te halen. Gemeenten zijn niet verplicht om aan te besteden en dit circus op te tuigen, maar ze doen het wel. Laten we zorgen dat gemeenten hiermee stoppen, want we hebben hier heel veel last van en het kost ook heel veel geld. Wij zullen hier ook een voorstel voor doen.
Een ander voorbeeld van de gevolgen van de zorg die tot markt is gemaakt, is de commerciĆ«le tandartsketen Atlas Dental Care; het moet ook altijd in het Engels, hĆØ. Dental Care bleek stelselmatig niet-geleverde handelingen te declareren. ā¬90 werd gedeclareerd voor het meegeven van een tandenborstel: een hele dure tandenborstel die dan ook nog niet eens was geleverd. Eerst kwamen er ook al misstanden met commerciĆ«le tandartsketens aan het licht in de ouderenzorg en bleken tandartsketens enorm veel controles uit te voeren in verpleeghuizen, tot wel 31 keer per jaar. Zonder logische reden werden er nog veel langere consulten gedeclareerd dan er daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Wat is er nu gedaan om te voorkomen dat dit gebeurt en dat mensen gedupeerd raken? Wat is er nu gedaan om te voorkomen dat zorggeld wegvloeit via dit soort zorgfraude en via dit soort winsten die worden gemaakt door dit soort commerciĆ«le clubs? Want wil je besparen in de zorg, dan doe je dat door commerciĆ«le bedrijven uit de zorg te weren. Wil je besparen in de zorg, dan zorg je dat sprinkhaankapitalisten geen geld meer kunnen verdienen met ons zorggeld. Hier zijn al talloze voorstellen voor ingediend. Gaat deze minister deze nu uitvoeren en private equity ook uit de zorg weren? Want mensen worden er telkens weer de dupe van en dat moet afgelopen zijn. Anders zullen wij weer een voorstel doen, want dit moet anders.
Dan de ggz; daar is het hier gisteren ook al een beetje over gegaan. De wachtlijsten zijn absurd lang. Meer dan 100.000 keer lopen mensen tegen een wachtlijst aan en de wachttijd is gestegen in plaats van gedaald. Ja, hoe dan? In het ibo-rapport mentale gezondheid en ggz is eindelijk serieus gekeken naar verschillende opties, tot fundamentele stelselhervormingen waaronder centrale inkoop zonder concurrentie van ggz voor mensen met ernstige psychische problematiek. Ook MIND roept in een petitie op om de marktwerking te stoppen in de ggz, net zoals Stichting Recht Op GGZ. Laten we dit dan nu ook gaan doen, want zoals het nu gaat werkt het niet. Marktwerking heeft gefaald. Is de minister bereid om aan de slag te gaan met alternatieven zoals die in het ibo-rapport worden beschreven en om dit te gaan regelen? In juli 2025 werd onze motie al aangenomen om een einde te maken aan het gebruik van budgetplafonds in de ggz en in de palliatieve zorg. Het is nog niet te verkroppen dat jij zorg nodig hebt en er wel een plek is, zorg nodig, maar je er niet naartoe kan omdat de zorgverzekeraar zegt: het budgetplafond is al bereikt. In de palliatieve zorg, mensen! De palliatieve zorg. Daar moeten we echt van af. Er is capaciteit en dan mag het niet. Dit is niet uit te leggen. Gaat u deze motie nu uitvoeren? Want het kan anders, dus doe het dan ook.
Voorzitter, dan het eigen risico. Een kwart van de mensen mijdt zorg vanwege de zorgkosten. Waarom zou je er in vredesnaam bewust voor kiezen om nog meer mensen zorg te laten mijden door het eigen risico naar ā¬520 te laten stijgen? Wat een ontzettend slecht en asociaal idee is dat. Zorgverleners, patiĆ«nten en zorgorganisaties zeggen: doe het niet. Een boete op ziek zijn leidt tot onnodig leed bij mensen en de zorg wordt er alleen maar duurder van. De problemen worden erger, het leed wordt groter en de behandeling wordt duurder. Doe dit mensen en ons zorgsysteem niet aan.
Het kan anders, bijvoorbeeld met een nationaal zorgfonds zonder eigen risico. De plannen liggen klaar. Nu zijn de middeninkomens het grootste deel van hun inkomen kwijt aan zorgkosten, net als mensen met een laag inkomen, terwijl juist de rijkste huishoudens relatief het minst bijdragen. We hebben door het CPB laten doorrekenen wat een inkomensafhankelijke zorgpremie zou opleveren, waarbij het eigen risico wordt afgeschaft en de zorgtoeslag overbodig wordt. Wat blijkt? Volgens berekeningen van het CPB gaat 80% van de huishoudens er financieel op vooruit met dit plan, terwijl de rijkste 20% iets meer betaalt. Dat is een veel beter plan dan het eigen risico tot onmenselijke hoogte te laten stijgen. Het eigen risico moet worden afgeschaft. Het kan anders. Is de minister bereid om dit te gaan doen? Anders zullen wij ook hier een voorstel voor doen.
Voorzitter. Dan de kraamzorg. De kraamzorg staat onder druk. Al in juni vorig jaar hebben kraamverzorgenden uit het hele land een manifest aangeboden om aandacht te vragen voor de toekomst van de kraamzorg. Sindsdien is het niet verbeterd, maar wordt de situatie juist dringender. Steeds vaker kunnen kraamverzorgenden gezinnen niet de zorg bieden die ze nodig hebben. Elke kersverse ouder zal bevestigen hoe belangrijk de kraamzorg is, ikzelf ook. Ik ben onze kraamverzorgende nog steeds dankbaar voor de mooie start die wij als gezin hebben gekregen. We moeten onze kraamzorg daarom koesteren als de unieke en waardevolle zorg die het is. Daarom hebben wij samen met kraamverzorgenden een vijfpuntenplan gemaakt met dringende en fundamentele oplossingen om de crisis in de kraamzorg op te lossen. Ook dit plan wil ik graag overhandigen aan de minister. Wij roepen de minister op om de tarieven te verhogen, om de salarissen te verbeteren, om de wachtdiensten fatsoenlijk te vergoeden, om de eigen bijdrage af te schaffen en om de marktwerking in de kraamzorg te stoppen. Graag een reactie.
Vanmiddag was er een grote groep bewoners van de voormalige mijnstreek in de Tweede Kamer om met ons in gesprek te gaan. Zij strijden nu al lange tijd voor een volwaardig ziekenhuis in hun regio, de armste regio van Nederland, waar veel mensen zorg nodig hebben. Zij kijken naar ons en wat zien zij? Zij zien een Tweede Kamer die al veel voorstellen heeft gedaan en aangenomen over het behoud van ziekenhuiszorg, maar zij zien ook dat het daarbij blijft en dat er niks mee gebeurt. Wij kregen van hen een aantal oproepen mee: "Den Haag, vergeet ons niet. Wij zijn een trotse en veerkrachtige regio, maar de afbraak moet stoppen. Sta op tegen huidig onrecht en behoud het volwaardige ziekenhuis in Heerlen." Wie in het Zuiden woont, weet dat Parkstad niet zonder een spoedeisende hulp en een geboortecentrum kan. Graag een reactie op hun oproepen. Bent u bereid om onderzoek te doen naar in ieder geval kansrijke geboortezorg en naar de toegankelijkheid daarvan voor alle moeders, zoals in Zoetermeer ook is gedaan? Anders zullen wij hierover ook een voorstel indienen.
Voorzitter. Nog altijd zijn er honderdduizenden mensen die leiden aan long covid of andere postinfectieuze aandoeningen. Daar moet structureel aandacht voor blijven. Ondertussen zien we echter dat C-support en Q-support grotendeels worden wegbezuinigd. Daardoor valt er een gat in de ondersteuning van longcovid- en Q-koortspatiƫnten, zonder dat die ondersteuning wordt overgenomen door de reguliere zorg. Wat is de boodschap van de minister voor de patiƫnten die hierdoor worden geraakt?
De voorzitter:
Kunt u afronden?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, tot slot, voorzitter. De nieuwe coalitie van D66, CDA en VVD heeft geen middelen opgenomen in het coalitieakkoord voor de pandemische paraatheid. Daardoor worden de bezuinigingen van 300 miljoen euro van het vorige kabinet gewoon doorgevoerd. Het kan anders. Is het kabinet bereid om ervoor te zorgen dat hier voldoende middelen voor worden vrijgemaakt?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Brenk voor haar inbreng namens 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. De laatste twee jaar heb ik gewerkt bij het Senioren Netwerk Nederland. Ik heb heel veel respect gekregen voor al die vrijwilligers die daar werken. 10.000 vrijwilligers zijn daar actief. We hadden daar een prachtig project vanuit de IZA-gelden over hoe je je als senior kunt voorbereiden op de tijd dat je minder vitaal bent: het project Senioren zelf aan zet. We hebben inmiddels 150.000 senioren gezien en het loopt tot het eind van het jaar. Ik hoop dat de minister in staat is om een keer een van die bijeenkomsten bij te wonen. Ik weet dat staatssecretaris Maeijer dat ooit gedaan heeft. Ik kan het aanbevelen. Een van de mooie dingen is dat je ziet dat senioren actief aangezet worden om na te denken over wat je nu al kunt doen om je woning aan te passen, om na te denken over valpreventie ā er wordt les in valpreventie gegeven ā en voorzorgcirkels. Kortom: daar wordt heel actief aan de slag gegaan volgens het adagium van het ministerie: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan.
Het grote punt is echter: wat als het thuis niet meer kan? Waar kan je dan nog terecht? Zijn er zorggeschikte woningen tegen een sociale huurprijs? Aedes en ActiZ hebben al laten weten dat je een zorgwoning helemaal niet kan bouwen voor sociale huur. Dus hoe lossen we dat op, vraag ik aan de minister. Want dat is een van de randvoorwaarden voor het welslagen van al deze plannen van het kabinet. Er moeten 290.000 seniorenwoningen bij, en dan wel graag tegen een betaalbare prijs. Je gunt iedereen een eigen appartement, maar wat die redelijke prijs betreft: als je om je heen kijkt zie je heel veel duurdere appartementen. Als voorbeeld noem ik een woonzorgcentrum in Gemert. Dat kost minimaal ā¬1.245 huur, met ā¬100 aan servicekosten, terwijl de AOW toch echt ā¬1.600 is. Ja, je mag zeker een woning gaan bewonen tegen een hogere huursubsidiegrens, maar dat is vaak een keuze met de rug tegen de muur. Wij zijn dus wel benieuwd hoe de minister denkt dat dit probleem opgelost wordt.
Er zijn prachtige zorgvilla's. Voor ā¬4.500 per maand kan je fantastisch wonen. Een wit wijntje in de tuin drinken met een bitterballetje erbij, maar dat kan zeker niet iedereen betalen. Ik gun het echt de mensen die het kunnen betalen, maar als je dat nou niet kan betalen, wat dan? Kom je dan in een oud verpleeghuis, waar je geen appelmoes meer mag en waar de gangen kaal zijn omdat het allemaal brandgevaarlijk is? Wat betekent dat dan? Moet je dan je huis verkopen en al die tijd maar duur gaan wonen? En als het geld dan op is van je woning, en je alleen je AOW en misschien een klein pensioentje hebt, dan kan je die ā¬4.500 niet meer opbrengen. Wat dan? Moeten we Rob Jetten dan vragen: mag ik dan bij jou?
Voorzitter. Hoe geweldig is het als er dan wél een mooi voorbeeld is. Het is net al genoemd: Zorgbuurthuis 't Hageltje in Oss, werkelijk een geweldig voorbeeld van hoe je de ouderenzorg in Nederland ook kan organiseren. Twee vaste medewerkers, een verzorgende en een wijkverpleegkundige, organiseren voor de vijftien appartementen de zorg en de hulp in huis. Er is een ontmoetingsruimte. Ja, het is echt denk ik een droom die we met z'n allen kunnen ondersteunen. Ik kan de minister zeker aanbevelen om daar te gaan kijken. Want wij snappen niet zo goed hoe je dit nou kan vormgeven als je bij voorbaat 2 miljard weghaalt uit de langdurige zorg. Die kleinschalige voorzieningen in de buurt, zo lang mogelijk thuis wonen in je eigen buurt: daar moet in geïnvesteerd worden. Maar dat betekent echt dat er eerst kosten gemaakt worden voordat je de opbrengsten hebt. Dus graag een toelichting.
't Hageltje is het eerste zorgbuurthuis in Nederland. Er is een motie aangenomen dat er daarvan 100 gerealiseerd moeten worden. Hoe gaan we dat nou doen? Ik zei al dat het echt de moeite waard is om daar te gaan kijken. We weten dat staatssecretaris Pouw is gaan kijken, maar de bekostiging voor het zorgbuurthuis zou zij ook nog gaan bekijken. Immers, als er een goede financiƫle onderbouwing ligt, is het voor de gemeente veel makkelijker om groen licht te geven. Daar willen we dus graag een reactie op. Het is ook een ideale plek om de motie-Tielen vorm te geven. Deze aangenomen motie pleit voor een ouderenconsultatiebureau. Ik kan me voorstellen dat we het "een wijkpoli voor ouderen" gaan noemen. Het zou toch fantastisch zijn als dat in zo'n zorgbuurthuis plaatsvindt: een plek waar mantelzorgondersteuning is, waar gevaccineerd kan worden en waar medicatiebeoordeling kan plaatsvinden. Dat is een prachtig ijkpunt voor de wijk. Ik hoor graag hoe daarnaar gekeken wordt.
Ik noemde al dat wij graag willen weten welke intramurale zorg nog overblijft. Het is namelijk hartstikke mooi dat je iedereen extramuraal wilt, maar als je dan een financiƫle bijdrage vraagt voor de wijkverpleging, levert dat weer problemen op. Daar dienden wij vorige week een motie over in, die niet van harte is ondersteund door iedereen. Wijkverpleegkundigen zijn de ogen en oren in de wijk. Ik noemde net al een voorbeeld. We kregen bij de petitie vanuit de wijkverpleegkundigen het volgende te horen. Je gaat naar een deur en belt aan, omdat je van de buurvrouw te horen kreeg dat het daar niet goed gaat, en ze doen niet zomaar open, dus je moet er een paar keer naartoe, maar als het geld gaat kosten is bij voorbaat de deur dicht en blijft die dicht. Wij maken ons zorgen over zorgmijding, dus wij willen heel graag weten hoe dit vormgegeven gaat worden.
Voorzitter. Wij vragen ons ook af hoe het pakket thuis eruit gaat zien. Welke zorg gaat nou onder welke wet vallen? Dat is een belangrijk punt. Wie krijgen nou wel of niet toegang tot de huishoudelijke hulp vanuit de Wmo? Wij snappen dat mensen die genoeg geld hebben ook zelf huishoudelijke hulp kunnen betalen, maar waar komt die grens te liggen? Dat willen we heel graag weten van de minister.
Voorzitter. Dementie is een ontzettend nare ziekte. De cijfers zijn schrikbarend en nemen alleen maar toe. Op dit moment kan dat op latere leeftijd een op de vijf personen treffen. Hoe gaan we de samenleving nou dementievriendelijker maken? Ik vraag dan ook aandacht voor het onderzoek naar het verschil tussen mannen en vrouwen bij het ontstaan van de ziekte. Wij hadden het er daarstraks in het tweeminutendebat al over. O nee, dat was gisteren. Daarover willen we ook graag van de minister horen wat er allemaal mogelijk is. Ik noemde daarstraks in een interruptie ook al het Generiek kompas. Wij willen eigenlijk wel graag weten hoe mensen, de naasten van patiƫnten, kunnen zien of er kwaliteit geleverd wordt. Hoe krijgen zij daar nou zicht op? Wij zien steeds dat de kosten toenemen, maar krijgen ze voor dat geld ook kwalitatief goede zorg? Kan de minister hierop reageren? Hoe is dat nou wel inzichtelijk?
De toegankelijkheid van de zorg ā ik noemde het al ā de verhoging van het eigen risico, meer geneesmiddelen gaan betalen, de aftrek van zorgkosten, het stapelt allemaal wel op in dezelfde hoek en bij dezelfde groepen. Dat zijn vaak de groepen die minder financieel vet op de botten hebben en het zijn ook vaak mensen met een lage economische status. Dat zijn ook vaak mensen die eerder hulp nodig hebben. Hoe gaan de ministers regelen dat iedereen die zorg nodig heeft, die ook gaat ontvangen? Ik vroeg het net ook al aan de collega: wat wordt er nou precies bedoeld met "passende zorg"? We horen heel graag de reactie van de ministers hierop.
Dan mantelzorg. Mijn collega van de ChristenUnie zei het al: we moeten echt naar een cultuuromslag, zeker als we de buurt als ecosysteem nemen. Maar dat betekent dat er steeds vaker een beroep gedaan wordt op mantelzorg. Er wordt al zo veel van hen gevraagd; meer dan 5 miljoen mensen leveren al mantelzorg en die zijn heel zwaar belast. Ik zie inderdaad goede voorbeelden in het land: een laagdrempelig logeerhuis, waar gelogeerd kan worden zodat de mantelzorger even kan bijtanken, en een mantelzorgmakelaar die een netwerk heeft waarin vrijwilligers een middagje kunnen bijspringen. Maar gaat de regering een plan maken? Ik weet dat ze dat gaat doen, maar wanneer kunnen we dat tegemoetzien?
Voorzitter. Waar is welzijn? Dit is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In verpleeghuizen zien we steeds vaker dat welzijn er eigenlijk niet is. De basiszorg is al moeilijk rond te krijgen, maar de activiteiten, juist de activiteiten, zijn vaak het enige pleziertje dat er nog is. De vraag is dus in hoeverre er ook rekening is gehouden met gelden voor welzijn. Ik zei al dat welzijnswerkers onmisbaar zijn bij het opzetten en onderhouden van voorzorgcirkels en de ontmoetingsruimte in de wijk. Dus wat is de visie van de minister op het welzijn?
Dan de gordelroosvaccinatie. Ik vind het ongelofelijk verdrietig. Ik heb drie problemen met de brief die we gekregen hebben. Hoe komt het nou dat de prijs van het vaccin heel hoog is? Kan het niet goedkoper? Waarom is de keuze gemaakt om zo'n laag bedrag vrij te maken en ook de keuze om de 60-jarigen te gaan vaccineren? Ik snap dat je 5 miljoen 60-plussers niet zomaar gevaccineerd hebt, hoewel we in de coronatijd wel hele grote groepen snel konden vaccineren, maar de oudste ouderen ervaren de meeste ziektelast. Het zou dus logischer en vooral menselijker zijn om hen als eersten te vaccineren. Ik was echt teleurgesteld over de reactie van de minister. Ik hoor graag hoe zij ertegen aankijkt dat het vaccin zo duur moet zijn. Wat kan de minister daaraan doen? Zou het menselijkerwijs niet toch mogelijk zijn om de 70- of 80-jarigen of in ieder geval de mensen die in een verzorgings- of verpleeghuis zijn te vaccineren?
Fraude in de zorg: welk tempo denkt de minister te maken zodat de taskforce voor de aanpak van fraude aan het werk kan? Kan ze ons op dat punt een vergezicht geven en kunnen we er voor zorgen dat alles wat binnengehaald wordt van die 10 miljard zorgfraude, ook binnen de zorg blijft? En wil ze ook partijen betrekken die hier al jaren aandacht voor vragen, bijvoorbeeld Follow the Money, en daar informatie ophalen? We zullen over zorgfraude in ieder geval een motie indienen.
We zijn blij met de grote aandacht voor preventie. Die grote aandacht is van groot belang voor jongeren en ouderen. De zorgkosten in Nederland zijn inderdaad hoog. In tegenstelling tot de collega's aan mijn rechterzijde vragen wij ons daarom af of het niet eens tijd is om op te houden met de vrijblijvendheid. Preventie is de ultieme manier om zorgkosten structureel te verlagen. Dus graag een reactie. In dit kader willen we ook graag weten hoe het staat met de medicatiebeoordeling: staat die nog steeds goed in de steigers?
Voorzitter. Kan de minister ons nu eens haarfijn uit de doeken doen hoe het zit met de tandartszorg in verpleeghuizen? Wat is de vergoeding binnen het tarief en waarom krijgen wij zo veel signalen dat mensen in verpleeghuizen deze zorg desondanks helemaal niet krijgen? Hoe zit het met de dagelijkse tandartszorg in verpleeghuizen? We horen zelfs geluiden dat er gezegd wordt: "Het heeft toch geen nut, want ze gaan toch snel dood." Ik mag hopen dat mensen die dit soort uitspraken doen, worden geweerd. Zij hebben niets te zoeken in de zorg. Gaat de minister de fraude in de mondzorg in die verpleeghuizen nu eens uitgebreid onderzoeken en aanpakken?
De pandemische paraatheid is voor ons ook een heel belangrijk punt. De infrastructuur ligt er. Laten we in ieder geval zorgen dat die op peil blijft. Ik zag minister Hermans bij Nieuwsuur een uitspraak doen die ons niet echt geruststelt. Ze heeft er enkele nachten over kunnen slapen. Misschien denkt ze er nu iets genuanceerder over.
Voorzitter. We hebben bij de begroting van Binnenlandse Zaken gelukkig een motie aangenomen gekregen over gemeenten die gegevens kunnen delen over frauderende zorgbureaus. We hebben daarop veel positieve reacties gekregen van gemeenten. Ik hoop dat de ministers een inkijkje kunnen geven: hoe gaan ze deze motie uitvoeren? Datzelfde geldt voor onze motie over de uitbreiding van het aantal openbare toiletten. Ook daar hebben we heel veel reacties op gekregen.
Voorzitter. Als allerlaatste, ter inspiratie voor beide ministers, een kaartje van de oma van Loesje: je bent nooit te oud voor de toekomst. Ik hoop dat we daarnaar gaan handelen, ook met en na deze begrotingsbehandeling.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Het woord is aan de heer Claassen, als hij nog in het gebouw is. Ja, dat is-ie. Het woord is aan hem voor zijn inbreng namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Daarstraks hadden we het erover dat de minister nog terugging naar het ministerie. Ik weet niet of dat nog steeds zo is. Ik wens haar daar heel veel sterkte bij.
Ambtsgenoten, mensen op de publieke tribune en mensen thuis. Alhoewel dit debat formeel over de begroting voor dit jaar gaat, spreken we vandaag in werkelijkheid over wat zich buiten deze zaal voltrekt. Voor mensen die zorg nodig hebben, tekent zich een ramp af. Wie ziek wordt of al ziek is, ziet de lasten toenemen en de financiĆ«le bodem in zicht raken. Het gaat hier niet om boekhoudkundige schema's, maar over de vraag wie in dit land de rekening van ziekte betaalt. Die wordt steeds nadrukkelijker bij de patiĆ«nt gelegd. Het eigen risico stijgt van ā¬385 via ā¬460 naar ā¬530 per jaar. Dat is meer dan 20% erbij. Voor chronisch zieken is dat geen prikkel, maar een jaarlijkse aanslag, een vaste toeslag op ziek zijn.
Daar komt nog een stapeling bovenop: een hoge eigen bijdrage in de Wmo en voor wijkzorg, waardoor mensen die zorg nodig hebben, financieel klem komen te zitten. We weten dat ongeveer een kwart van de Nederlanders zorg, en dus ook noodzakelijk zorg, mijdt vanwege de kosten. Wie een drempel voor de voordeur legt, moet niet verbaasd zijn dat mensen binnenkomen wanneer ze zijn gevallen. Dan is de behandeling zwaarder, duurder en minder effectief. Zo ondermijnt het kabinet feitelijk ook zijn eigen preventiebeleid. Investeringen in preventie verdampen als mensen de noodzakelijke zorg gaan uitstellen. Dit kabinet noemt dat hervormen, maar iedereen ziet dat het een ordinaire kasschuif is. Terwijl de zorg wordt uitgeknepen, gaan er tientallen miljarden extra naar defensie en een waslijst aan linkse hobby's. Mijn vraag aan de minister is daarom: wil zij een zorgstelsel dat mensen tijdig behandelt of een stelsel dat mensen eerst afremt om daarna veel duurdere zorg te moeten gaan leveren?
Tegelijkertijd lekt er zorggeld weg alsof de kraan open staat. Jaarlijks verdwijnen miljarden door fraude en onrechtmatige declaraties, terwijl de controle versnipperd en traag blijft. Dat is alsof we het eigen risico verhogen omdat de waterrekening stijgt zonder iets aan de lekkage te doen. De Groep Markuszower wil fraudebestrijding fundamenteel omdraaien. Wij willen niet pas achteraf corrigeren, maar vooraf voorkomen dat onterechte zorg wordt gedeclareerd, zodat alleen aantoonbare zorg wordt betaald. Elke euro die zo wordt beschermd, moet beschikbaar blijven voor patiƫntenzorg. Er zijn stappen gezet: de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg en het operationele Informatieknooppunt Zorgfraude. Maar de praktijk blijft te versnipperd en grotendeels reactief met controles pas nƔ declaratie of betaling. Fraude moet je niet achteraf najagen. Fraude moet je blokkeren. Wij zien uit naar de behandeling van de Wibz, die hier allang had kunnen liggen overigens, en zullen daarbij voorstellen doen voor proactieve zorgverificatie en het tegengaan van doorgeschoten commercialisering in de zorg.
Ook over preventie wordt hier vaak gesproken alsof het de zorgkosten vanzelf zal laten dalen. We hebben genoeg voorbeelden voorbij zien komen vandaag. Alsof langer leven goedkoper is. Zo werkt het niet. Preventie zorgt er vooral voor dat mensen langer leven. Dat is winst, maar dat betekent ook dat ze later in hun leven zorg nodig hebben, vaak jarenlang. Dat zien we in Nederland. We worden ouder, maar we brengen meer jaren door met chronische ziekten. De zorg verdwijnt dus niet door preventie. De zorg schuift op en wordt uitgesmeerd over een langere levensloop. Wie dat verkoopt als een besparing rekent zich rijk.
Dan het geneesmiddelenbeleid. Voor patiƫnten voelt het Nederlandse systeem als een wachtkamer zonder klok, met gemiddeld 459 dagen wachten op nieuwe medicijnen. Vier op de tien halen het basispakket niet eens. Bij dure therapieƫn loopt dat op tot twee jaar, terwijl dezelfde middelen buiten Nederland in de door velen alom geprezen Europese Unie al levens veranderen. Daarbovenop komen tekorten door het preferentiebeleid, met vaak ƩƩn laagsteprijsleverancier. 74% van de tekorten betreft preferente middelen. In 2026 moesten bijna 930.000 patiƫnten wisselen door leveringsproblemen of preferentiewijzigingen. De beschikbaarheid moet boven de laagste prijs staan, vinden wij. We willen daarom een sluis die werkt als toegangspoort in plaats van als een stuwdam. We willen een snellere beoordeling, parallelle en transparante prijsonderhandelingen, en vroege voorwaardelijke toegang bij hoge ziektelast.
Ik refereer aan de motie van mijzelf over sluisgeneesmiddelen. Ik zou daaraan toe willen voegen dat binnen die toelating een aparte categorie komt voor weesgeneesmiddelen met langetermijnbewijs, zodat middelen met vroege plausibele effecten maar met late uitkomsten niet jarenlang buiten bereik blijven. Het medicijn Voxzogo tegen achondroplasie, dwerggroei, kan wat mij betreft bijvoorbeeld vroegtijdig ingezet worden. Dat zou als een pilot kunnen dienen om te onderzoeken of die derde stroom in het beleid zou kunnen werken. Is de minister bereid om zo'n derde toelatingsstroom te onderzoeken?
Over de arbeidsmarkt hebben we het ook al gehad. Er werd terecht gezegd dat je heel veel kunt doen aan de zorg maar dat we handen tekort hebben. Daar moet je dus ook wat aan doen. Ik denk dat dat haalbaar is. We spreken er vaak over, maar te weinig over de sturing daarop. Kijk naar de opleiding, de accreditatie en de capaciteitsplanning van zorgpersoneel. Die zijn enorm versnipperd. Ik heb het al vaker hier gezegd, en ik zal het blijven herhalen: het resultaat is een opleidingsketen die meer lijkt op een estafette zonder stokje. Iedereen beweegt, maar er is geen overdracht mogelijk. Zolang de regie verdeeld blijft, met parallelle rollen voor onder meer de NVAO en het CZO, en met beperkte afstemming tussen OCW en VWS, blijft het tekort structureel. Bundeling van sturing op zorgopleidingen binnen één verantwoordelijkheid is nodig om instroom, curriculum en zorgvraag op elkaar aan te laten sluiten. Ik herhaal mijn vraag vandaag, met een andere minister aan het roer: is de minister bereid om met de minister van OCW te komen tot geïntegreerde regie op zorgopleidingen en capaciteitsplanning?
Tot slot de diagnostiek bij dementie. Hierbij kan innovatie de zorg juist goedkoper en toegankelijker maken. We hebben daarvoor een amendement ingediend. Dat kunnen jullie allemaal lezen. Kortom, de rode draad is helder. Het zorgstelstel kan functioneren als vangnet of als hindernisbaan. Dit kabinet voegt helaas drempels toe, vertraagt toegang en laat middelen weglekken. Wij kiezen voor het tegenovergestelde: zorg zonder financiƫle drempels, zonder verspilling en zonder onnodige wachttijd.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Zijn er nog vragen?
De voorzitter:
Dat is uitlokking. Het woord is aan mevrouw Ten Hove, die het estafettestokje, dat hier wel aanwezig is, van u overneemt voor haar inbreng, tevens namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. De vergrijzing in Nederland stelt ons voor een harde realiteit: meer ouderen, minder werkenden en een snel stijgende zorgvraag. De vergrijzing in Nederland legt een zware druk op onze samenleving Ʃn op de zorg. Maar laten we wel eerlijk zijn: dit probleem komt namelijk niet alleen door de vergrijzing. Steeds meer mensen maken namelijk gebruik van onze verzorgingsstaat, zonder daar zelf ook maar iets aan bij te dragen. Nu het systeem inmiddels dreigt te bezwijken onder zijn eigen lasten, zet het beleid in op langer zelfstandig wonen, meer mantelzorg en zorgzame gemeenschappen. Hiervoor werken woningcorporaties binnen geclusterde en zorggeschikte woningen in de praktijk al veel samen met bewoners, zorgaanbieders, welzijnswerkers en deze zorgzame gemeenschappen. We hebben het er al veel over gehad. Hoe gaat de financiering van zorgzame gemeenschappen eruitzien? Het opbouwen van die gemeenschappen vraagt tijd, langdurige inzet, coƶrdinatie en domeinoverstijgende samenwerking. Terwijl de vergrijzing juist om meer van deze zorgzame woonvormen vraagt, blijft de langdurige bekostiging dus uit. Hoe rijmt het kabinet dit met het schrappen van de envelop ouderenzorg, die eerder beschikbaar zou komen voor de noodzakelijke impuls aan onder andere zorgzame gemeenschappen?
Alsof duurdere zorg, langer thuis en meer informele zorg nog niet voldoende zijn, wil het kabinet daarbovenop ook nog eens de eigen bijdrage voor de wijkverpleging invoeren. Wijkverpleegkundigen verlenen onmisbare zorg. Zij zijn essentieel voor het versterken van de eerste lijn. Groep Markuszower wil dat de invoering van deze eigen bijdrage geschrapt wordt, omdat ook dit een drempel tot zorg is en leidt tot uitgestelde zorg, meer leed en uiteindelijk tot duurdere zorg. Daarnaast rijmt voor ons deze eigen bijdrage niet met de ingeslagen weg van de beweging naar de voorkant. Hoe rijmt de minister dit met elkaar?
Net als het Sociaal en Cultureel Planbureau waarschuwen wij dat de stapeling van maatregelen kwetsbare groepen hard raakt en nieuwe kwetsbaarheden creƫert. Dat kan en mag nooit de bedoeling van beleid zijn. Gelukkig werd recent de motie-Stoffer c.s. aangenomen en zal de Kamer er scherp op toezien dat bij de hervormingen de menselijke maat behouden blijft.
Voorzitter. Er wordt steeds meer verwacht van informele zorg. Zo'n 2 miljoen Nederlanders combineren inmiddels hun betaalde baan met mantelzorg. Al ruim 436.000 mantelzorgers geven aan zwaarbelast of zelfs overbelast te zijn. Dat is een stijging van 27% ten opzichte van twee jaar geleden. Het rapport "Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving" van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving concludeert dat de samenleving is doorgeslagen in prestatiedruk en versnelling, wat het mentale welzijn ernstig bedreigt. De RVS adviseert een structurele omslag naar meer vrije tijd en rust, waarbij welzijn voorrang moet krijgen boven constante productiviteit. Hoe verhoudt dit advies zich tot mantelzorgers en de stapeling van zorgkosten?
Ook de SER wijst in het rapport Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving, dat ook al even genoemd werd, op het belang om de stijgende vraag naar mantelzorg zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door te investeren in de gezondheid van mensen. Hoe geeft het kabinet gehoor aan dit advies? Mantelzorg mag geen stilzwijgende vervanging van professionele zorg worden.
Het aantal mensen dat wacht op geestelijke gezondheidszorg en de gemiddelde wachttijden in de ggz zijn in 2025 wederom niet gedaald. Meer dan 100.000 keer liepen mensen tegen een wachtlijst aan. Gemiddeld wachten mensen zelfs 24 weken op ggz. Dat is een stijging van drie weken vergeleken met het jaar ervoor, terwijl zelfdoding doodsoorzaak nummer ƩƩn is onder jongeren, en daarnaast stressgerelateerde klachten de hoofdoorzaak zijn voor langdurig verzuim op het werk. Welke concrete plannen heeft dit kabinet om deze problematiek eindelijk eens structureel op te gaan lossen?
Voorzitter, tot slot. Nog nooit was de uitbreiding van het mmt zo dichtbij als nu, want de financiering ligt inmiddels voor middels een amendement. Alleen, voor de komst van de Lifeliner 5 vanaf vliegveld Teuge zijn we er nog niet. Daar is essentieel ā ik heb dat daarstraks bij een interruptie al een keer benoemd en dat doe ik nogmaals ā dat het nieuw te nemen luchtvaartbesluit losgekoppeld gaat worden van de komst van de traumahelikopter, zodat deze daadwerkelijk snel ingezet kan worden. Indien dat niet gebeurt, kan het nog jaren duren voordat de Lifeliner 5 de enorm belangrijke taak die die heeft, kan gaan uitvoeren. In november '25 heeft de provincie Gelderland per brief om een gesprek en om hulp van Den Haag gevraagd. Heeft dit gesprek inmiddels plaatsgevonden? Zo ja, wat was daar de conclusie van? Ik zal in de tweede termijn een motie indienen die vraagt om een overbruggingsmaatregel via een AMvB of ministeriĆ«le regeling. Ik hoop daarbij op brede steun van de Kamer, om de traumaheli op Teuge daadwerkelijk snel operationeel te hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Keijzer, als laatste spreker van de zijde van de Kamer in eerste termijn. Het woord is aan haar.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Het heet geloof ik "panta rhei". Ik ben een eenvoudig atheneummeisje, maar het gevoel dat alles stroomt, bekruipt mij vandaag nu ik hier sta om te spreken. Weliswaar gaat het over de begroting van 2026, maar feitelijk hebben we het natuurlijk over de plannen van het nieuwe kabinet. Voor mij is het cirkeltje rond, want ik waan mij weer terug in de jaren 2012, 2013 en 2014, toen ik samen met Fleur Agema van de PVV-fractie en Renske Leijten van de SP-fractie een gesloten front vormde tegen de bezuinigingen en de plannen die toen speelden. Dit coalitieakkoord lijkt gewoon weer opnieuw te beginnen. Toen de nieuwe minister van Langdurige Zorg ā laat ik het zo maar even noemen ā gepresenteerd werd, had zij op haar Instagram geschreven dat het een voorrecht was, althans, zo heb ik het maar vertaald, omdat zij, zoals zij schrijft, graag wilde werken aan liefdevolle zorg. Toen dacht ik bij mezelf: heb je wel gelezen wat je straks als minister moet doen?
Voorzitter. Het is niet namelijk mis. Als je het coalitieakkoord openslaat, zie je een werkelijkheid die niet te rijmen is met deze vriendelijke woorden. De zorg moet toegankelijk blijven, hoor ik de betrokken fracties zeggen. Er moet verstandig geĆÆnvesteerd worden. We willen goede ouderenzorg. Het moet betaalbaar blijven. En dat terwijl het een van de stevigste versoberingspakketten in jaren is. Het frame van toekomstgericht beleid, dat ook beweerd wordt omdat er anders, zoals ik ook een aantal keren vandaag heb gehoord, onvoldoende mensen zijn om in de zorg te werken, houdt alleen stand zolang je je niet afvraagt wiens toekomst dat dan is. Je ziet wat mij betreft geen gedroomde vooruitgang. Je ziet eigenlijk een koude rekensom die mensen raakt.
Het akkoord is geen onafwendbare noodzaak, maar een keuze die gemaakt wordt. Het is gewoon een politieke keuze. Die keuze zal ouderen, chronisch zieken en mantelzorgers, maar trouwens ook de zorgverleners zelf, hard raken. Waarom de zorgverleners zelf? Omdat die zien dat ze niet de zorg kunnen leveren die eigenlijk nodig is. Want ja, mensen zullen besluiten geen zorg te vragen of ze zullen het niet kunnen betalen, terwijl ze wel in een situatie zijn waarin die zorg nodig is. Het zijn keuzes die trouwens ook lijnrecht ingaan tegen afspraken en inzichten die de afgelopen jaren met het zorgveld en alle belangenorganisaties zijn opgebouwd.
Het nieuwe kabinet, en daarmee de drie dragende partijen VVD, D66 en CDA, doen alsof het niet anders kan, terwijl ze feitelijk niet anders willen. De gemaakte keuzes waren al te lezen in de verschillende verkiezingsprogramma's. Zoals dat in Den Haag gaat, zijn de keuzes, de voorstellen die het CPB, het Centraal Planbureau, van een goedkeurend vinkje voorziet, uiteindelijk ook gewoon terechtgekomen in het coalitieakkoord. Het is wat mij betreft dan ook een cafetariamodel, onder het mom van "financieel verantwoord beleid".
Even weer terug naar 2013 en 2014. Mijn ouders leefden toen alle twee nog. Ik heb inmiddels zelf ervaren hoe belangrijk het is dat die zorg er nog steeds is als mensen echt oud worden en die zorg echt nodig hebben. Nou waren wij in gelukkige omstandigheden, namelijk met twee zussen en een broer die het goed met elkaar en met hun ouders konden vinden en die ook nog eens in hetzelfde dorp woonden. Dat geldt niet voor iedereen. Sindsdien zijn er flinke veranderingen doorgevoerd in de langdurige zorg, de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Er is uitgebreid voor gewaarschuwd in die jaren, maar het moest en het zou.
Inmiddels zijn we een stuk verder. Ik zal nu niet ingaan op hoe de voorstellen die in dit coalitieakkoord staan, aansluiten bij de keuzes die in de jaren 2013 en 2014 zijn gemaakt. Ik sla dat deel over. Ik ga direct over naar een evaluatie uit 2018 door het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat heeft namelijk gekeken hoe alle beloftes uiteindelijk zijn uitgepakt die zijn gedaan bij de hervorming van de langdurige zorg in 2014. De belangrijkste bevindingen daarvan zijn de volgende.
De hervormingen hebben geleid tot meer aandacht voor eigen regie, maar niet alle cliƫnten zijn hiertoe in staat. Juist de groepen die ik net noemde zijn er niet toe in staat. De zelfredzaamheid moest toenemen, maar kwetsbare groepen blijven afhankelijk.
Dan de participatie. Kan je meepraten over de zorg die je wil? Jawel, maar alleen als je dat ook kƔn.
Kwaliteit van leven. Zolang je het prima voor elkaar hebt, is die in orde, maar juist voor de groep mensen die afhankelijk is, dus chronisch zieken, gehandicapten, ouders van kinderen met een zware zorgvraag, ouderen zelf en mensen met dementie, is de kwaliteit van leven minder. Die zal er ook niet beter op worden met deze plannen.
Voorzitter. Dan is er nog de financiƫle duurzaamheid. De hervorming heeft bijgedragen aan de beheersing van kosten, maar de structurele kostenstijging door vergrijzing gaat natuurlijk gewoon door, terwijl de problemen al zo groot zijn. Ik heb dat zonet in een interruptie gezegd. In 2030 ligt het aantal 75-plussers en 80-plussers zo rond de 1,5 miljoen mensen. Richting 2040 gaat dat richting de 2 miljoen mensen. Deze generatie heeft juist behoefte aan plekken om te wonen waar ze bij elkaar kunnen zijn, kleinschalig, met ontmoetingsruimten, en aan woningen die geschikt zijn voor het verlenen van zorg als het nodig is. Dan is het echt heel jammer dat er in de plannen van de vorige staatssecretaris geschrapt wordt. In de budgettaire tabel bij het regeerakkoord heet dit "vrijvallen resterende envelop ouderenzorg". Ik vind dit echt eeuwig jammer, temeer omdat er nu in het land voorbeelden zijn waaraan je ziet dat het zo ontzettend goed kan werken, mits je er de middelen voor hebt. Dit ging uiteindelijk om zo'n 470 miljoen structureel, en dan is het echt een complete misvatting om te denken dat je dat kunt doen met 3 keer 40 miljoen voor het versterken van wijken en buurten. Het resultaat: ouderen blijven zitten in woningen die eigenlijk veel te groot zijn en die ongeschikt zijn voor zorg, en waarbij het ook een probleem is om die ontmoeting te bereiken, die zo belangrijk is.
Voorzitter. Dan tot slot: hoe gaan we ervoor zorgen dat de ouderen die nu op ziekenhuisbedden liggen, daarvan afkomen? Elke transferverpleegkundige kan je vertellen wat voor drama het is als iemand die eigenlijk een te zware zorgbehoefte heeft voor thuis, maar een te lichte voor een ziekenhuisbed, daar toch blijft liggen, omdat er niemand thuis is om het te doen. Op beide punten wil ik de minister graag om een analyse vragen. Hoe gaat zij dit nu oplossen? Hoe gaat zij zorgen dat ouderen kunnen verhuizen naar kleinere, passende woningen met bijbehorende zorg? En hoe gaat zij ervoor zorgen dat ouderen van die ziekenhuisbedden af komen?
Voorzitter. Hier wil ik het bij laten. Ik zou nog veel meer kunnen vertellen over al die andere punten die ik heb gelezen, die niet gaan over de ouderenzorg en die uiteindelijk allemaal ingegeven zijn door het CPB-cafetariamodel, namelijk: we hebben nog een paar honderden miljoenen c.q. miljardjes nodig, waar zullen we die eens vandaan halen, zonder stil te staan bij de vraag of dat het effect bereikt dat je wilt bereiken. Wordt daarvan uiteindelijk de zorg en daarmee de volksgezondheid van Nederland beter? Ik denk het niet.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer in deze begrotingsbehandeling.
De voorzitter:
Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van deze vergaderdag. Ik wens u allen een goede nachtrust toe en een gezond weerzien morgen. De vergadering is gesloten.