Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft op 27 mei 2026 overleg gevoerd met de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, over Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
De voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,
Biekman
De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,
Hessing-Puts
Voorzitter: Biekman
Griffier: Hessing-Puts
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Biekman, Tijs van den Brink, Heera Dijk, Den Hollander, Nanninga en Tseggai,
en de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.
Aanvang 15.01 uur.
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 december 2025 inzake stand van zaken diverse dossiers Koninkrijksrelaties (36800-IV, nr. 30);
- de brief van de minister van Financiƫn d.d. 24 april 2025 inzake bancaire dienstverlening Saba en Sint-Eustatius (32013, nr. 305);
- de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 februari 2026 inzake voorhang stichting CariFoodFund voedselzekerheid Caribische delen Koninkrijk (36800-IV, nr. 45);
- de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 februari 2026 inzake evaluatie beleidsdeelneming Saba Statia Cable System B.V. (26643, nr. 1490);
- de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 februari 2026 inzake periodieke rapportage artikel 4 begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties "Bevorderen sociaaleconomische structuur" over de periode 2016-2023 (33189, nr. 22);
- de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 24 april 2026 inzake beleidsbrief Koninkrijksrelaties (36800-IV, nr. 56);
- de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 24 april 2026 inzake correctie integraal overzicht financiƫn Bonaire, Sint-Eustatius en Saba 2025 (36800-IV, nr. 54);
- de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 24 april 2026 inzake tweede halfjaarrapportage C(A)ft en Cft BES 2025 (36800-IV, nr. 55);
- de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 15 mei 2026 inzake rapport SEO Economisch Onderzoek "Integere Bescherming. Naar een betere bescherming van melders van integriteitsschendingen (waaronder klokkenluiders) in Caribisch Nederland" (36800-IV, nr. 58);
- de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 22 mei 2026 inzake stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen op het beleidsterrein van Koninkrijksrelaties (36800-IV, nr. 59).
De voorzitter:
Goedemiddag, bon tardi en good afternoon. Hierbij open ik deze vergadering van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties. Wij voeren vandaag een commissiedebat met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Van harte welkom, staatssecretaris Van der Burg. Ook van harte welkom aan de belangstellenden op de publieke tribune en degenen die via de livestream meekijken. En een warm welkom aan mijn collega's, aan de Tweede Kamerleden: het lid Dijk van D66, het lid Nanninga van JA21, het lid Den Hollander van de VVD, het lid Tijs van den Brink van het CDA en het lid Tseggai van GroenLinks-PvdA. Mijn naam is Anouschka Biekman en ik ben voorzitter van deze commissie.
We gaan starten met de eerste termijn en in de eerste termijn sta ik vier interrupties toe. Dan geef ik nu het woord aan het lid Dijk voor haar inbreng en haar bijdrage. U heeft daarvoor vier minuten.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin: ik doe deze bijdrage ook namens mijn collega van de ChristenUnie. Ik had al begrepen dat ik geen verdubbelaar krijg, dus ik zal me netjes houden aan de tijd. Bon dia en good morning voor de mensen die meekijken op de eilanden.
Voorzitter. We hebben het vaak over gelijkwaardigheid binnen ons Koninkrijk, maar we hebben de afgelopen tijd ook een aantal rapporten mogen ontvangen waarin het over de gelijkwaardigheid gaat tussen Europees Nederland en Bonaire, Saba en Statia en daar kan je grote vraagtekens bij zetten. Wij hebben het rapport ontvangen van de Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en Racisme. In dat rapport zijn een aantal aanbevelingen gedaan. Ik weet dat de staatssecretaris het rapport ook heeft gelezen. Daarom mijn vraag aan de staatssecretaris: welke aanbevelingen gaat u overnemen en welke hebben er de meeste prioriteit?
Dan over een ander rapport, het rapport van de Onderwijsraad. Die schrijft in zijn rapport dat het recht op goed onderwijs in Caribisch Nederland nog onvoldoende wordt geborgd. Welke concrete stappen gaat de staatssecretaris zetten om structurele problemen, zoals lerarentekorten, taalachterstanden en achterstallig onderhoud van onderwijshuisvesting, aan te pakken?
Voorzitter. De eilanden zijn kwetsbaar. Daar hebben we het al vaker over gehad. Ze zijn vrijwel volledig afhankelijk van import, terwijl spanningen, dus de geopolitieke onrust, orkanen en vulkaanuitbarstingen reƫle risico's vormen. De Algemene Rekenkamer schrijft zelfs dat op Saba al binnen ƩƩn dag een tekort aan drinkwater ontstaat wanneer de aanvoer wordt onderbroken. Bovendien constateert de Rekenkamer dat er geen strategische voorraden van drinkwater, voedsel, brandstoffen of medicijnen aanwezig zijn op de eilanden. In ben benieuwd hoe de staatssecretaris hiertegen aankijkt. Is hij bereid om een gewenst niveau aan strategische voorraden vast te leggen?
Dan klimaat. Rechtszaak of niet, uiteindelijk hebben zowel de CAS- als de BES-eilanden baat bij daadwerkelijke actie als het gaat om het tegengaan van klimaatverandering. Ik wil van de staatssecretaris weten welke gevolgen de uitspraak in de Bonairezaak concreet heeft voor zijn beleid. Naast inzetten op het terugdringen, zullen we ons ook moeten aanpassen aan een veranderend klimaat. Nog dit jaar zou er een Nationale klimaatadaptatiestrategie moeten liggen. Wanneer kunnen wij deze als Kamer verwachten en zal heel het Koninkrijk hierin worden meegenomen?
Voorzitter. We willen allemaal dat nog vele generaties kunnen genieten van onze prachtige natuur, ook op en rondom de eilanden. Daarom hebben we wereldwijd de ambitie uitgesproken om 30% van de zee en het land aan te wijzen als beschermde natuur tegen 2030. In plaats van kleine stukjes aanwijzen, zou het mooi zijn als Bonaire en CuraƧao gezamenlijk zouden kunnen komen tot een groot maritiem reservaat tussen de beide eilanden. Kan de staatssecretaris toezeggen dit voor te leggen aan zijn collega op Natuur en dit te bespreken met de eilanden en ons hierover te informeren?
Tot slot, voorzitter. In het vorige debat heeft de staatssecretaris toegezegd met UNICEF in gesprek te gaan. Dat gesprek heeft plaatsgevonden, heb ik begrepen. Ik heb ook contact gehad met UNICEF. Ik zou graag willen weten hoe het nu verdergaat, want ik heb ook begrepen dat er nog geen duidelijkheid is of er nou wel of geen financiƫle steun kan worden toegezegd en dat lijkt me heel erg belangrijk voor zo'n project van UNICEF.
Tot slot nog even iets over Selibon. Het is een complex vraagstuk, maar als je ziet waar we vandaan komen, wil ik toch een compliment geven aan de staatssecretaris voor de concrete stappen die worden gezet, maar we willen ā dit is ook namens de ChristenUnie ā toch wel iets meer weten over de tijdlijn.
Ik zie dat ik mijn microfoon uit moet doen.
De voorzitter:
Dat was keurig binnen tijd. U had nog vijf seconden over. Ik zie wel een interruptie van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik geef mevrouw Dijk graag nog wat meer spreektijd, dus ik dacht: laat ik een vraag stellen over wat ons als VVD ook bezighoudt. U heeft een heel warm pleidooi gehouden over allerlei zaken die wat u betreft nog wel wat beter kunnen op de eilanden, zeg ik via de voorzitter. Hoe kijkt de fractie van D66 aan tegen het financieel beheer van de eilanden en tegen onder andere de integriteitszaken die daar spelen?
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Mag ik dan een verhelderende vraag stellen, voorzitter? Bedoelt mevrouw Den Hollander dan alle drie de eilanden? Volgens mij gaat het op Saba best goed. Ik zou graag willen weten om welk eiland het gaat. Mag ik dat vragen, voorzitter?
De voorzitter:
Prima.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dat is natuurlijk al een deel van het antwoord, maar laten we dan bijvoorbeeld focussen op Bonaire.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Er is natuurlijk, zeg ik via de voorzitter, de afgelopen tijd veel gewisseld op Bonaire. Dat is voor de lange termijn niet fijn. Het gaat dan vooral om de financiƫle zaken en de integriteitszaken. Ik ben wel blij dat er nu een nieuwe coalitie zit. Daar kun je andere stappen mee zetten. Ik heb er dus wel vertrouwen in, zeker ook door het nieuwe kabinet dat wij hier hebben.
De voorzitter:
Ik zie een vervolgvraag van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik heb nog een tweede vraag, naar aanleiding van wat de fractie van D66 zojuist heeft ingebracht. Is de fractie van D66 ook voornemens om extra geld vrij te maken om alle ambities die geuit worden dan ook waar te maken? Waar komt dat geld dan vandaan?
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Mag ik weer een verhelderende vraag stellen, voorzitter? Welke ambities? Heeft u het dan specifiek over mijn hele lijstje? Dan kan ik daar namelijk prioriteit aan geven.
De voorzitter:
U mag daarop antwoorden, mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u, voorzitter. Mevrouw Dijk heeft het over onderwijs en klimaat gehad. Dat zijn grote opgaven, waar ook veel geld bij kan als je dat zou willen. Mijn vraag is in hoeverre u daartoe mogelijkheden ziet.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik begrijp het nu beter. We zitten hier in de KR-commissie. Wij gaan niet per se over alle budgetten. Wat betreft klimaat en wat betreft onderwijs moet het in samenspraak met die departementen gebeuren. Dat kan natuurlijk niet allemaal komen vanuit de begroting van KR, vanuit ons. Dat moet in samenspraak gebeuren.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Begrijp ik dan goed dat D66 bijvoorbeeld de Onderwijsbegroting anders zou willen gaan verdelen, zodat er een groter budget zal gaan naar wat ik gemakshalve "de eilanden" noem? Ik heb dezelfde vraag over klimaat en andere portefeuilles en begrotingen.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Zo zou je het antwoord kunnen opvatten. Er zijn gewoon grote ambities, maar ik kan natuurlijk niet zomaar zeggen: dit moet uit het onderwijspotje. Het zal altijd in samenspraak moeten gaan. We moeten kijken waar er dan wel ruimte zit. Ik ga nu niet zomaar aan de Onderwijsbegroting zitten.
De voorzitter:
Dank u wel. Ook bedankt voor uw bijdrage. Ik ga over naar mevrouw Nanninga voor haar inbreng.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter. In het vorige debat, over bestaanszekerheid in Caribisch Nederland, hebben we stilgestaan bij de kosten van levensonderhoud, koopkrachtmaatregelen, subsidies op energie, water en telecom en de inzet op voedselzekerheid via het CariFoodFund. Dat is een mooie lijn en in de afgelopen jaren is er ook veel gebeurd. Minimumlonen zijn verhoogd, uitkeringen zijn verhoogd en er zijn verschillende subsidies ingezet. Dat was ook deels noodzakelijk. Onze centrale boodschap uit dat debat wil ik hier wel nog herhalen: zorg ervoor dat de eilanden onafhankelijker en zelfstandiger worden. Geef ze geen vis, maar een hengel. Maak subsidies en gelden voorwaardelijk aan structurele verbeteringen en verantwoordingen. De staatssecretaris is wat JA21 betreft de goede richting ingeslagen. Wij hopen en verwachten dat hij deze lijn blijft doorzetten.
Voorzitter. Ik wil het hebben over Bonaire en de klimaatzaak. Wij zijn deels blij met de kabinetsreactie. Het kabinet spreekt zelf over "zwaarwegende juridische redenen" om de uitspraak opnieuw te laten toetsen. Daar zijn wij het volmondig mee eens. JA21 juicht dit besluit toe. Relevante klimaatadaptatie en bescherming tegen concrete lokale problemen zijn natuurlijk prima en ook nodig, maar dat naar een oordeel van de rechter Nederland de inwoners van Bonaire op klimaatgebied zou hebben gediscrimineerd, is vergezocht. Er is de afgelopen jaren geĆÆnvesteerd in natuurbeheer, infrastructuur, subsidies, verduurzaming en ondersteuning van de eilanden. Nederland heeft Bonaire altijd serieus genomen en substantieel ondersteund, ook op het gebied van klimaat en weerbaarheid.
Voorzitter. Er wringt nog iets fundamenteels in dit verhaal. Je kunt binnen een land simpelweg niet iedere regio hetzelfde behandelen of voor iedere regio volledig maatwerkbeleid optuigen, alsof het een aparte staat is. Nederland kent nu eenmaal verschillen in ligging, schaalgrootte, economie en kwetsbaarheid. Dat geldt niet alleen voor Bonaire, maar ook voor Texel, de Achterhoek of andere eilanden en regio's. Het enkele feit dat er ergens andere omstandigheden gelden, betekent nog niet automatisch dat er sprake is van discriminatie. Als we die redenering gaan volgen, wordt het uiteindelijk onmogelijk om algemeen nationaal beleid te voeren zonder dat iedere regio via de rechter uitzonderingen of aanvullend beleid gaat afdwingen.
De voorzitter:
Punt. U heeft een interruptie van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Nanninga zegt dat we niet elke regio hetzelfde kunnen behandelen. Op zich moeten we ook niet elke regio hetzelfde behandelen, maar wat betreft het Caribisch deel van ons Koninkrijk hebben we natuurlijk wel het "comply or explain"-principe. Hoe kijkt JA21 daar dan naar?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat vinden wij een heel mooi principe.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dan zou JA21, zeg ik via de voorzitter, er toch juist wel voorstander van moeten zijn dat inwoners van Caribisch Nederland gelijkwaardig aan inwoners van Europees Nederland worden behandeld? Dat zegt bijvoorbeeld de NCDR in zijn rapport, maar ook de rechter sloeg erop aan in zijn vonnis.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Wij zijn het volkomen eens met het gelijkwaardig behandelen van alle inwoners van het Koninkrijk. Dat lijkt mij evident. Alleen, er is sprake van discriminatie als er in gelijke gevallen sprake is van ongelijke behandeling. Hier is het precies andersom. Het zijn geen gelijke gevallen. Het is een totaal andere situatie, die je dus ook niet hetzelfde kan behandelen.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat is natuurlijk niet helemaal waar, want ook in het Caribisch deel van Nederland hebben kinderen recht op goed onderwijs. In bepaalde opzichten, zeker wat betreft voorzieningen, zijn er voor de BES-eilanden natuurlijk dezelfde standaarden als voor Woerden, Capelle aan den IJssel en ā ik noem nog eens een leuke gemeente ā Utrecht. Ik begrijp niet helemaal waarom mevrouw Nanninga dan vindt dat dit niet discriminerend is.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Het is maar goed ook dat diezelfde criteria voor onderwijs gelden. Ik had het alleen over de klimaatzaak. Daarbij is er een totaal ander speelveld dan in Europees Nederland. Derhalve is de uitspraak van de rechter naar ons oordeel erg bijzonder, omdat er een soort gelijke behandeling wordt gelegd op heel ongelijke uitgangspunten. Over de onderwijsnormen heeft u mij niets horen zeggen. U heeft me niet horen zeggen dat die even anders moeten voor het Caribisch deel van Nederland, absoluut niet.
De voorzitter:
U heeft nog ƩƩn interruptie, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
O, ik heb er nog wel ƩƩn. U overvalt me, voorzitter. Ik dacht dat ik er al drie gehad had. Ik snap dat mevrouw Nanninga niks heeft gezegd over onderwijs, maar het idee is natuurlijk dat de inwoners van de BES-eilanden gelijke bescherming verdienen tegen klimaatverandering en dat ze daar ook eerder last hebben van klimaatverandering dan wij hier in Europees Nederland. In dat geval zou je de inwoners van de BES-eilanden toch gelijke bescherming willen bieden?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat volgt dan niet uit wat mevrouw Tseggai zegt. Als haar bewering klopt dat inwoners van Bonaire daar meer last van hebben, dan zouden zij juist meer bescherming moeten krijgen dan het Nederlandse deel van het Koninkrijk. Mijn punt is dat het niet allemaal een pars pro toto kan zijn en dat een rechter dus niet een soort dekenoordeel kan leggen over wat klimaatbescherming moet zijn, terwijl dat daar heel anders is dan hier. Dat is niet omdat er minder of ongelijk behandeld wordt, maar omdat omstandigheden gewoon anders zijn.
Waar was ik? Het kan natuurlijk niet zo zijn dat iedere regio via de rechter uitzonderingen of aanvullend beleid gaat afdwingen. Dat is bestuurlijk totaal onwerkbaar en politiek onhoudbaar. Kortom, de rechter gaat hier weer eens op de stoel van de politiek zitten. Ik vind het belangrijk om dat geluid hier in de democratisch gelegitimeerde Kamer, de wetgevende macht, toch te laten klinken.
Laten we daarnaast alsjeblieft realistisch blijven. Geen enkele maatregel op Bonaire, met zijn 27.000 inwoners, gaat ook maar een milligraad verschil uitmaken in de opwarming van de aarde. Ook mag de bescherming van Bonaire, die terecht is, niet worden misbruikt als juridische hefboom om via de rechter algemeen Nederlands klimaatbeleid af te dwingen. Deze zaak ontwikkelt zich volgens het bekende Urgendastramien, namelijk: een rechter legt op basis van onzekere scenario's nationaal beleid op, dat gewoon thuishoort in het parlement. Het klimaatscenario is een modelmatige toekomstverkenning onder bepaalde aannames. Het is geen vaststaande zekerheid. Toch zien we in dit soort klimaatzaken steeds dat mogelijke, extreme of weinig waarschijnlijke toekomstbeelden leidend zijn.
Afrondend, voorzitter. Het kan niet zo zijn dat een zogenaamde collectieve belangenbehartiger en een rechter de Staat via een individuele klimaatzaak met betrekking tot Bonaire, dwingen tot algemene klimaatdoelen die in feite voor het hele Nederlandse beleid zouden moeten gelden. Dat raakt de scheiding der machten, het raakt aan democratische legitimiteit en het raakt aan de ruimte die wij hier als politiek moeten hebben om belangen tegen elkaar af te wegen.
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Zoals bekend vallen de BES-eilanden rechtstreeks onder de Nederlandse centrale overheid. Nederlandse ministers en staatssecretarissen zijn verantwoordelijk voor hun beleidsterreinen op de eilanden. Bij voorkeur wordt het beleid voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius volledig gemaakt door de verschillende vakdepartementen en in de Tweede Kamer behandeld door de vakcommissies. Maar niet alle ministeries en vakcommissies hebben de BES-eilanden goed op het netvlies, waardoor dossiers kunnen ondersneeuwen. Op welke manier gaat de staatssecretaris zich deze kabinetsperiode inzetten om hier verandering in te brengen?
Om de bestuurlijke verhoudingen en de financiƫle structuur van Caribisch Nederland te versterken, wordt er gewerkt aan de herziening van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de WolBES, en de Wet financiƫn openbare lichamen, de FinBES. De fractie van de VVD kijkt met belangstelling uit naar deze wetsvoorstellen. Voor de VVD blijven namelijk in ieder geval het financieel beheer en de begrotingsdiscipline belangrijk. Beide zaken zijn de basis voor een goede economische ontwikkeling van de BES. Een goede economische ontwikkeling is nodig voor het verbeteren van de bestaanszekerheid op de eilanden. Over dat onderwerp is onlangs tijdens een commissiedebat gesproken.
Voorzitter. Het financieel beheer van Bonaire laat nog steeds te wensen over, zo is te lezen in het rapport van het College financieel toezicht. Er waren onder andere vragen over de toename van de begrote lasten ten opzichte van de gerealiseerde lasten, de onvolledige tweede uitvoeringsrapportage en de gebrekkige toelichting op de tabellen daarin. Er lijkt een stap in de goede richting te zijn, want Bonaire erkent de knelpunten en neemt gerichte maatregelen. Wat gaat er gebeuren om het financieel beheer op Bonaire te verbeteren? Het is goed om te zien dat het op de eilanden Sint-Eustatius en Saba een stuk beter gaat met het financieel beheer.
Een ander punt waar de VVD zich zorgen over maakt, is de ons-kent-onscultuur van de eilanden. Ook in Europees Nederland is in kleinere gemeenten te zien dat iedereen elkaar kent. Maar hoe voorkom je dat er onder de tafel zaken geregeld worden? De waarborgen ontbreken veelal in Caribisch Nederland. Het rapport van het WODC stelde in 2024 al dat de samenlevingen van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba een hoge prijs betalen voor integriteitsschendingen in de vorm van minder economische groei en achterblijvende kwaliteit en kwantiteit van publieke dienstverlening. Het kabinet wil daarom aan de slag gaan met de aanpak van integriteitsschendingen, waaronder het beter beschermen van melders van integriteitsschendingen.
Ook wordt er verder gewerkt aan de invoering van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, de Wet Bibob. Kan de staatssecretaris aangeven wat er inmiddels, na het uitkomen van het rapport, veranderd is? Wanneer verwacht de staatssecretaris dat er een wetsvoorstel naar de Kamer kan worden gestuurd?
Voorzitter. De BES-eilanden kennen achterstanden op het gebied van infrastructuur, volkshuisvesting, connectiviteit, klimaatbescherming en een gezonde leefomgeving. Inwoners kunnen daar vaak niet profiteren van fondsen voor mobiliteit en infrastructuur, die wel ten goede komen aan inwoners van Europees Nederland. Wat is nodig voor verbetering van de uitvoeringscapaciteit en bestuurskracht op de BES-eilanden? Hoe kijkt de staatssecretaris naar de petitie die Bonaire op 12 mei jongstleden heeft overhandigd aan premier Jetten, om structurele rijksverantwoordelijkheid te nemen voor afval, onderwijshuisvesting, voedselzekerheid, landbouw, woningnood en de Structuurvisie Bonaire 2050?
De langslepende problemen rondom Selibon schreeuwen om een bijdrage vanuit de rijksregering voor het komen tot een oplossing. In de brief die we gister hebben ontvangen, wordt hierop ingegaan. De fractie van de VVD hoopt dat er in de berichtgeving die de Kamer uiterlijk in september van dit jaar ontvangt, een duidelijk stappenplan is om de inwoners van Bonaire zicht te geven op een oplossing. De vraag die we hierbij hebben aan de staatssecretaris is of er ook gesproken is met de regering van Aruba, gezien haar ambities om een nieuwe invulling te geven aan de olieraffinaderijlocatie. Een recycling- of verwerkingsinstallatie voor circulaire grondstoffen en reststromen lijkt hierbij een kansrijke optie. Ik ga naar mijn laatste zin.
De voorzitter:
De laatste zin van uw hele betoog? Dan laat ik u het afmaken.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Er is helaas niet voldoende tijd over om uitvoerig in te gaan op alle belangrijke zaken die spelen op de BES-eilanden. Het laatste punt dat ik wil noemen, is het gebrek aan strategische voorraden en dan met name van voedsel en drinkwater. Er is niet alleen een groot gebrek aan deze belangrijke voorzieningen, maar het ontbreekt ook aan beleid om te komen tot een oplossing. Is de staatssecretaris voornemens om de adviezen uit het rapport van de Rekenkamer over te nemen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie een interruptie van mevrouw Dijk.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik heb eigenlijk aan de collega van de VVD dezelfde vraag als zij mij stelde. Er zijn heel veel ambities. Hoe kijkt de VVD er dan tegen aan hoe we deze ambities kunnen verwezenlijken, met middelen die er wel of niet zijn? Graag een reactie.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Er is een verschil tussen de ambities die wij stellen, namelijk de boel op orde krijgen, en ambities die de fractie van D66 stelt, namelijk om heel veel dingen beter te maken. Daar zit echt een gradatie verschil in, in ieder geval in mijn beleving. De vraag is hoe wij gaan zorgen dat de inwoners van de eilanden, wat gewoon Nederlandse inwoners zijn, dezelfde kansen op ontwikkeling krijgen als die van Nederland, maar vooral wat er nodig is in het lokale bestuur om dat voor elkaar te krijgen en wat daarbij de rol van de Nederlandse regering is.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dan ben ik wel benieuwd naar wat het lokale bestuur dan kan doen volgens de VVD. Volgens mij bedoelen we toch hetzelfde. De VVD wil de boel op orde krijgen en wij willen het beter maken. Dat is potato-potato. Hoe zou het lokale bestuur daar dan aan moeten bijdragen?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
De kern van mijn verhaal zat in integriteit en financieel beheer. Wij denken dat je pas echt toe kan komen aan het verbeteren van alle andere zaken als die twee zaken op orde zijn. Op het moment dat er continu sprake is van bestuurswisselingen vanwege allerlei integriteitskwesties dan wel onenigheden dan wel allerlei andere zaken die spelen, kom je niet toe aan het beter maken van het onderwijs, het milieu of andere zaken. Ik denk dat er eerst een oplossing moet komen om de boel op orde te krijgen en dat je daarna pas echt kan bouwen aan verbetering van de omstandigheden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Van den Brink uit voor zijn bijdrage.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Bon dia, goedemiddag aan iedereen hier en op Bonaire, Statia en Saba. Goed dat we vandaag praten over de situatie in het Caribische deel van Nederland. De CDA-fractie is blij dat zowel staatssecretaris Van der Burg als premier Jetten in de wittebroodsweken van dit kabinet is afgereisd naar het Caribisch gebied om de verbondenheid met de drie openbare lichamen en de drie andere landen binnen het Koninkrijk te benadrukken. Het helpt enorm om daar geweest te zijn, zeg ik uit ervaring. En dan ben ik allen nog maar op Aruba geweest in verband met het IPKO.
In de minuten die mij zijn toebedeeld, moet ik kiezen. Daarom begin ik met een onderwerp dat voor alle drie de eilanden geldt, namelijk de noodvoorraden. Uit het onderzoek van de Rekenkamer Geen vangnet voor Caribisch Nederland blijkt dat die voorraden allesbehalve op orde zijn. Er zijn geen strategische voorraden van brandstof, medicijnen, voedsel en water voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, terwijl de situatie in de regio op zijn zachtst gezegd onrustig te noemen is. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe kan dit en kunt u met spoed in overleg met de besturen van de eilanden om ervoor te zorgen dat deze situatie ten goede verandert? Het is daarom ook van belang dat we inzetten op handel met diverse landen. Wat doet de regering daaraan en heeft het Rekenkamerrapport tot nieuwe maatregelen van de regering geleid?
Dan de vuilstort Selibon op Bonaire. We spraken er eerder over met de voorganger van de staatssecretaris en met de staatssecretaris zelf. Wat is de situatie op dit moment? In mijn motie uit maart heb ik het kabinet opgeroepen alvast met het opzetten van een rijksprogramma te starten. Die motie is overgenomen. Hoe staat het daar nu mee? Is er zicht op een doorbraak, is mijn vraag. De eilandsraad van Bonaire heeft in een petitie aan premier Jetten tijdens zijn bezoek gevraagd om structurele rijksverantwoordelijkheid op zich te nemen voor Bonaire als het gaat om afval. Uit de brief van de staatssecretaris van gisteren maken we op dat het ministerie van IenW daartoe bereid is. Wat betekent dit concreet, is mijn vraag. Het voornemen is om te stoppen met afval storten, maar capaciteit opbouwen om afval op Bonaire te verwerken is lastig. Afvalexport zal de oplossing moeten zijn. We hebben gelezen dat de export van biomedisch afval goed loopt. Welke lessen kunnen we daaruit trekken? Welke hulp kan de staatssecretaris bieden om de afvalexport van Bonaire goed op gang te krijgen?
Sowieso baart de bestuurlijke situatie op Bonaire mijn fractie zorgen. Het is een komen en gaan van bestuurders. Het lijkt onderhand Nederland wel. Welke invloed heeft dat volgens de staatssecretaris op de bestuurskracht van het eiland?
Voor Saba en Statia zijn de veerverbindingen essentieel voor toegang tot complexe zorg, om naar de bank te gaan en ook om de economie draaiend te houden. We lezen dat er voor dit jaar en volgend jaar geld is om de veerverbindingen te helpen financieren. Is al duidelijk hoeveel dat kost en hoe het kabinet dat gaat betalen? In antwoord op Kamervragen van collega Dijk en mij gaf het kabinet aan dat de resultaten van die actualisering in het tweede kwartaal van dit jaar worden verwacht. Mijn vraag is: hoe staat het daarmee en gaat u zich inzetten om dit geld ook structureel te regelen na 2027?
Tot slot ā als ik nog tijd heb, mevrouw de voorzitter ā de bancaire dienstverlening op Saba en Sint-Eustatius. De brief die vandaag op de agenda staat, laat zien dat het een lastig probleem is. Met name de beschikbaarheid van betaalrekeningen, lange doorlooptijden, hoge transactiekosten en gebrekkige geldautomaten zorgen voor problemen. Er is veel geprobeerd, maar dat heeft nog niet tot een resultaat geleid. Het is hoopgevend dat ING aangegeven heeft om op Saba en Statia fysieke kantoren te willen openen en dienstverlening gelijkwaardig aan Europees Nederland te willen aanbieden. Hoe staat het daarmee? Gaat dat lukken en wat kan de staatssecretaris doen om te helpen? Ook lezen we in de brief dat er een vestigingsvereiste geschrapt gaat worden, omdat dit een belemmering voor toetreding oplevert. Dat vonden we interessant. Is de staatssecretaris, die niet alleen van KR is, maar ook van Slagvaardige Overheid, bereid om te onderzoeken of er meer vestigingsvereisten zijn die marktfalen op de BES-eilanden in de hand werken?
Ik dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U kon ietsje rustiger praten, want u heeft nog 30 seconden over. U zat dus mooi binnen de tijd. Mevrouw Tseggai, ik nodig u uit voor uw inbreng.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Goedemiddag. Bon dia en good morning, zeg ik tegen de mensen aan de andere kant van de oceaan. Vandaag bespreken we alle zaken die spelen op de BES-eilanden. Ik vind het lastig, want het is best een breed debat en de spreektijd is beperkt, dus ook ik zal moeten kiezen.
Allereerst heb ik met interesse de beleidsbrief van het nieuwe kabinet gelezen. Ik vind het goed om te zien dat het kabinet een aantal heldere prioriteiten stelt, maar op sommige punten is de brief wat abstract en daar heb ik dus een aantal vragen over. Allereerst is het voor GroenLinks-PvdA van groot belang dat de inwoners van de BES-eilanden als volwaardige inwoners van het land Nederland worden gezien en dus ook op gelijkwaardige voorzieningen aanspraak kunnen maken. Al sinds 2010 is het "comply or explain"-principe het uitgangspunt voor Caribisch Nederland, maar toch is er op tal van vlakken nog geen sprake van comply, terwijl hier geen zwaarwegende redenen voor zijn.
De Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en Racisme, de Ombudsman en ook de rechter in de klimaatzaak Bonaire hebben de rijksoverheid opgeroepen c.q. verplicht om meer te doen, zodat de inwoners van Caribisch Nederland dezelfde bescherming en rechtszekerheid hebben als de inwoners van Europees Nederland. Met name bestaanszekerheid, gezondheidszorg, onderwijs en connectiviteit in bredere zin en de gevolgen van de klimaatverandering zijn zaken waarin de verschillen tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland onevenredig groot zijn. Mijn oud-collega Raoul White heeft hier eerder ook een motie over ingediend. Ik hoop dat het kabinet in de brief die hierover nog voor de zomer komt met concrete maatregelen en een tijdpad zou willen komen om die achterstand in te lopen. Ik zou dan ook graag een kabinetsreactie willen ontvangen op de aanbevelingen van de NCDR. Ik hoor graag hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt.
Als we het inhoudelijk over de sociale voorzieningen hebben, zien we nog steeds grote verschillen. Er is relatief veel armoede op de BES-eilanden. Bij de komende begroting zal het kabinet een maatregelenpakket presenteren. Ik zie daarnaar uit, maar ik hoor ook graag alvast van de staatssecretaris waar hij aan denkt. Ik ben ook benieuwd wat hij tijdens zijn recente kennismakingsbezoeken aan de eilanden op dit vlak heeft opgehaald.
Voorzitter, dan iets anders. In Europees Nederland spreken we vaak over de weerbaarheid van de samenleving. Ook voor Caribisch Nederland is dit denk ik van groot belang, misschien juist wel extra. Twee weken geleden kwam de Rekenkamer met het rapport waar een aantal van mijn collega's al aan refereerden. Daarin staat bijvoorbeeld dat er op Saba maar ƩƩn dag drinkwater op voorraad is. Juist omdat die eilanden erg afhankelijk zijn van import, zouden er voldoende strategische voorraden moeten zijn. De reactie van het kabinet op deze aanbevelingen verbaasde mij toch een beetje, want de aanbevelingen om strategische voorraden aan te leggen lijkt niet te worden opgevolgd. Mijn simpele vraag het kabinet is: waarom niet? Wat is het kabinet dan wel van plan om te doen om mensen op de eilanden meer weerbaar te maken in crisis- en noodsituaties?
Voorzitter. Dan kom ik als laatste bij twee punten over Bonaire. Ik begin met Selibon. Daar ging het net al even over. Gisteren ontvingen we die brief van het kabinet, waarin een aantal concrete stappen stonden. Ik ben blij dat er stappen worden gezet en ik ben ook blij dat de aanbevelingen van de Ombudsman serieus worden opgepakt. Maar eerder was er geen budget beschikbaar voor een duurzame oplossing. Kan de staatssecretaris toezeggen dat de financiƫn in ieder geval geen reden zullen zijn voor uitstel van noodzakelijke vervolgstappen, ook met het oog op de gezondheid van omwonenden?
Tot slot heb ik nog een hele concrete vraag over Bonaire. Ik vraag me af hoe het staat met de buslijn op Bonaire, en welke stappen het kabinet daarop heeft gezet.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie een vraag van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, mevrouw Tseggai, voor uw mooie verhaal. Wat betreft Selibon zitten we grotendeels op ƩƩn lijn; wat daar gebeurt, kan echt niet. Dat zouden we ook in Europees Nederland nooit toestaan. Maar wat zou een belemmerende factor kunnen zijn als het niet geld is, denkt u?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De bestuurlijke situatie op Bonaire werd al een aantal keer aangehaald. Daar heb ik ook wel zorgen over, maar ook die mag wat mij betreft geen reden zijn om niet naar een duurzame oplossing voor Selibon te zoeken. Het gaat namelijk om de gezondheid van omwonenden, die echt in gevaar komt door de situatie daar.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander, dit is uw laatste interruptie.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik weet het. Dank u, voorzitter. Via de voorzitter ā dat vergat ik net eventjes ā vraag ik hoe het dan volgens mevrouw Tseggai van GroenLinks-PvdA opgelost zou moeten worden. Wat is nou de key factor om het probleem bij Selibon, dat al jarenlang speelt, op te lossen?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Leuk dat mevrouw Den Hollander dat vraagt. Wat mij betreft zou het goed zijn als de Benedenwindse Eilanden gezamenlijk gaan kijken naar hoe ze om kunnen gaan met hun afvalverwerking. In het geval van Bonaire zou dat dan bijvoorbeeld samen met Aruba en CuraƧao kunnen. Wat mij betreft zou het goed zijn als we Selibon op termijn kunnen sluiten, of er in ieder geval voor kunnen zorgen dat het niet meer gevaarlijk is om naast Selibon te wonen. Mevrouw Den Hollander zei het zelf heel mooi: in Europees Nederland zouden we dit nooit toestaan. Wat mij betreft doen we dat op Bonaire ook niet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik schors de vergadering tot 16.00 uur. Dan komen we terug met de kabinetsreacties.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering voor de beantwoording in de eerste termijn van de staatssecretaris. Staatssecretaris, de vloer is aan u.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Vandaag staan we stil bij Bonaire, Statia en Saba. Morgen staan we stil bij CuraƧao, Aruba en Sint-Maarten. Ik probeer wel altijd een nadrukkelijke scheiding aan te brengen tussen die twee. We moeten ze niet op ƩƩn hoop gooien. Het een is nadrukkelijk een openbaar lichaam, het andere zijn nadrukkelijk de landen. Er zijn een paar uitzonderingen op. De eerste uitzondering is als we komen te spreken over het Europese beleid aangaande overzeese gebieden en territoria, want door Europa wordt het als ƩƩn gezien. Daar kom ik straks op ƩƩn punt nog specifiek op terug. In sommige gevallen, bijvoorbeeld in relatie tot 3 januari of in relatie tot de hurricane, spreek je wel over Bovenwinds en Benedenwinds, maar verder probeer ik mij toch echt te concentreren op enerzijds Bonaire, Statia en Saba en anderzijds CuraƧao, Aruba en Sint-Maarten. Die laatste gaan we morgen met elkaar bespreken.
Voorzitter, ik heb een drietal kopjes voor u. Het eerste gaat over goed bestuur, het tweede gaat over de voorraden en in het derde blokje bespreek ik alle andere belangrijke zaken die door u als commissie zijn genoemd. Ik begin even met een combinatie van comply or explain alsook het rapport van de NCDR, want daar zit een nadrukkelijke koppeling aan wat mij betreft. De NCDR schreef een rapport met de titel Gelijkwaardigheid als Grondwettelijke Opdracht. Mevrouw Dijk en ik waren bij de presentatie en ik mocht het ook in ontvangst nemen. Ik heb tijdens die bijeenkomst al gezegd dat gelijkwaardigheid als grondwettelijke opdracht niet alleen iets is van de Nationaal Coƶrdinator, maar van ons allemaal, of we nu Kamerlid of kabinetslid zijn. Het is namelijk artikel 1 van de Grondwet. Die geldt voor ons allemaal. Daar hebben we ook de eed op afgelegd. Zo dienen we ook in den brede naar ons werk te kijken, en dus ook als het gaat om Bonaire, Statia en Saba. Daarom hebben we in het kabinetsbeleid, bepaald door een deel van uw Kamer, comply or explain opgenomen, oftewel: we behandelen het beleid voor bewoners van Bonaire, Statia en Saba gelijk aan gemeentes in Nederland, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen. Ik blijf even weg bij het debatje dat ontstond tussen mevrouw Tseggai en mevrouw Nanninga, maar op zich gaat het hier voor een deel natuurlijk wel over. Soms heb je te maken met ongelijke situaties, waardoor je ongelijk beleid hebt. Als je bijvoorbeeld constateert dat er op bepaalde punten achterstanden zijn die er in Nederland niet zijn, dan neem je andere stappen dan je in Europees Nederland zou nemen. Daar kom ik straks nog op in het kader van de 30 miljoen die we specifiek hebben opgenomen voor bestaanszekerheid gerelateerd aan Bonaire, Statia en Saba.
Voorzitter. Het gaat er wat mij betreft in ieder geval om dat we kijken hoe we er als algemeen beleid voor zorgen dat wij Bonaire, Statia en Saba vergelijkbaar sterk maken aan de situatie in Europees Nederland. Dat vertaalt zich aan de ene kant in investeren in goed bestuur. Daar kom ik zo nog op terug. Dat vertaalt zich anderzijds in bijvoorbeeld het versterken van de economie, en daarmee van een deel van de weerbaarheid, waar mevrouw Tseggai het ook al over had. In die zin voel ik me ook wel aangesproken door de woorden van mevrouw Nanninga: uiteindelijk moet je geen vissen geven, maar hengels. Alleen, je hebt soms vissen nodig om ervoor te zorgen dat mensen sterk genoeg zijn om die hengel te kunnen gebruiken. Dat speelt bijvoorbeeld weer in het kader van de discussie over bestaanszekerheid.
In het rapport van de NCDR wordt een zevental zaken genoemd. Mijn hele formele reactie ā maar daarna volgt gewoon een inhoudelijke reactie ā is dat ik nog met een reactie aan uw Kamer kom op het stuk van de Nationaal Coƶrdinator, zoals het procedureel gaat. Maar u heeft er nu al vragen over gesteld, dus ik ga er nu al voor een deel op reageren. De eerste van die zeven zaken is een afdwingbaar kader voor comply or explain. Nu hebben wij comply or explain niet alleen opgenomen in het coalitieakkoord, maar ook heel nadrukkelijk in de verschillende beleidsbrieven. U bent niet alleen lid van deze commissie, maar ook van andere commissies, en u heeft dus ook andere portefeuilles. Dan ziet u ook dat diverse ministeries in hun beleidsbrieven specifiek informatie hebben opgenomen over Bonaire, Statia en Saba. Het gaat er in ieder geval om dat we, ik in het kabinet en u als leden van deze Kamer, met elkaar bewaken, stimuleren dat het ook gebeurt.
Daarbij moeten we wel met elkaar vaststellen dat er verschillen zijn. We kennen geen provinciestructuur op Bonaire, Statia en Saba. Daarbij speelt de Rijksoverheid soms een rol en soms ligt het daardoor meer bij het openbaar lichaam. Doordat we geen provinciestructuur kennen, kennen we bijvoorbeeld geen provinciale wegen. We kennen ook geen rijkswegen, dus er is eigenlijk altijd sprake van gemeentelijke infrastructuur. Kortom, dat soort zaken moeten we goed in de gaten houden, ook als het gaat om onze wet- en regelgeving. Dat geldt ook voor sommige vragen die u stelde, zeg ik plagerig tegen mevrouw Tseggai, die een vraag stelde over de bus. Als de gemeenteraad van Amsterdam besluit om een metrolijn in te korten, hoor je die vraag daar te stellen. Als er gestopt wordt met een lokale bus in Rotterdam, hoor je die vraag daar te stellen. Een vraag over de buslijn is dus eigenlijk een vraag voor het lokaal bestuur op Bonaire. Ik snap de vraag van mevrouw Tseggai wel, want wij hebben geld gegeven om dat te doen. Dan mag je er wel van uitgaan dat daarnaar gekeken wordt. Ik kom straks dus nog op de bus terug, maar laten we dat met elkaar in de gaten houden. Het "comply or explain"-principe is wat mij betreft dus in ieder geval echt de basis van het beleid van het kabinet, en van mij.
Iets anders wat de Nationaal Coƶrdinator noemt, zijn maatregelen gericht op bestaanszekerheid. Die pak ik even mee. Ik pak ook de public service obligation mee en de veerdiensten. Dat zijn nummer twee, nummer zes en nummer zeven van de zeven adviezen van de Nationaal Coƶrdinator. Die komen na de zomer terug, als we gaan spreken over de 30 miljoen. De PSO staat overigens morgen ook op de agenda van uw collega's die zich met de minister van Verkeer ā formeel moet ik "de minister van IenW" zeggen ā gaan uitspreken over de PSO, want de volgorde is: eerste de wet veranderen, dan eventueel een PSO afsluiten en dan daar geld bij plaatsen. Als morgen, of beter gezegd na de stemmingen naar aanleiding van morgen, de wet door de Kamer zo wordt aangepast dat die PSO kan, komen we na de zomer te spreken over de besteding van de 30 miljoen. Daarin kan dus geld worden uitgetrokken ten behoeve van de PSO, de veerdiensten en bestaanszekerheid.
Ik kan me nog een discussie van de vorige keer herinneren wat betreft bestaanszekerheid. Dat was toen niet met mevrouw Den Hollander, maar met de heer De Beer, die mevrouw Den Hollander verving. Toen ontstond er tussen hem en ik weet niet meer precies welke collega de discussie of je dat dan stopt in inkomensondersteuning of in economieversterking. Beide kunnen natuurlijk aan de orde komen. Daar komen we na de zomer over te spreken, op het moment dat we over die 30 miljoen spreken. Die staat uiteraard in het coalitieakkoord, maar moet zich nog wel vertalen in de begrotingsvoorstellen die wij na de zomer aan u gaan doen. Een aantal van de prioriteiten komen daar dus in terug. Uiteindelijk, zeg ik erbij, bepaalt u natuurlijk de verdeling van die 30 miljoen. U mag echter wel verwachten dat de heer Vijlbrief en ik namens het kabinet een voorstel zullen doen. Ga er dan maar van uit dat het een mix zal zijn. Reken niet op meer, want 30 miljoen is ons "gegeven" in het coalitieakkoord. U mag er uiteraard ook 300 miljoen van maken ā daar gaat u over ā maar ik heb me te houden aan de kaders van het coalitieakkoord. Dat met betrekking tot de NCDR.
De NCDR sprak ook over de gelijkwaardigheid; dan leg ik ook nog even een link met mevrouw Tseggai. Dat was natuurlijk ook een punt waar mevrouw Nanninga in haar bijdrage op inging. Er ligt natuurlijk ook de uitspraak in het kader van het klimaat. Daartegen zijn wij, zoals u weet, als kabinet in hoger beroep gegaan, maar we hebben daarbij wel gezegd dat we met de acties gewoon doorgaan. Het is dus niet zo dat we omdat we in hoger beroep gaan, niet doorgaan met het nemen van mitigerende maatregelen. Heet dat zo? Ik zie geknik. We gaan dus wel gewoon door met het beleid, maar we willen wel een principiƫlere uitspraak op dit specifieke punt van een hogere rechter. Verder geldt ook hiervoor dat die gelijkwaardigheid zich ook terugvertaalt, bijvoorbeeld als het gaat om onderwijs. Dat kwam niet alleen in uw discussietje aan de orde, maar ook in de vraagstelling. Dan gelden daar gewoon dezelfde criteria voor als in Nederland. Daar ligt wel een groot probleem op het bordje van mijn collega's van Onderwijs. Ik was vier of inmiddels vijf weken geleden op Bonaire. We zien nu dat 52% van de kinderen die instromen, anderstalig is. Dan bedoelen we anderstalig dan Papiaments dan wel Nederlands. Dat geeft enorme problemen. Een van de grote problemen die heel nadrukkelijk spelen op Bonaire, is de explosieve bevolkingsgroei, waardoor men het niet of nauwelijks aankan. Dat zijn allemaal zaken waar mijn collega's van O nderwijs mee aan de slag zijn.
Mevrouw Den Hollander vroeg terecht hoe we ervoor zorgen dat Bonaire, Statia en Saba ook echt tussen de oren komen van alle bewindspersonen. Ik zeg er meteen tegen u bij: en bij alle andere 145 Kamerleden ā sorry, voorzitter, ik bedoel 144 Kamerleden ā die niet in deze commissie het woord voeren dan wel voorzitter zijn. We hebben weliswaar een commissie Koninkrijksrelaties, maar zoals ik al heb gezegd moeten we er als het gaat om de BES eigenlijk naar streven dat deze commissie geen functie meer heeft. Dit is eigenlijk de enige keer dat ik "BES" zeg, want je moet Bonaire, Statia en Saba niet op ƩƩn hoop gooien. Dat hoort namelijk gewoon aan de orde te komen bij de desbetreffende vakcommissie, zoals dat ook het geval is met Maastricht, Delfzijl of Terneuzen. Tot nu toe kan dat nog niet, en dus moeten we dat vooral ook zo doen. Er blijft natuurlijk altijd een relatie met CuraƧao, Aruba en Sint-Maarten, die weer anders is. Maar we moeten er vooral naar streven dat heel veel van de discussies in de vakcommissies besproken worden, en dat is niet om mijn leven lichter, leuker of lekkerder te maken. Dat is vooral omdat dat gewoon goed is, tenzij het bijvoorbeeld gaat om die 30 miljoen, want dan hoort het echt hier thuis. Dan hebben we namelijk generiek beleid voor Europees Nederland en specifiek beleid voor Bonaire, Statia en Saba.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Den Hollander een interruptie heeft. Ik wil daarbij vermelden dat iedereen weer vier interrupties krijgt.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het is goed om te horen dat de staatssecretaris, net als de fractie van de VVD, vindt dat het tussen de oren moet komen. Wij hebben daar een taak toe, maar mijn vraag was ook hoe de staatssecretaris dat gaat doen. Hij zegt nu alleen dat hij dat gaat doen, maar hoe gaat hij ervoor zorgen dat de andere ministeries zich hier volwaardig mee bezighouden?
Staatssecretaris Van der Burg:
Op een aantal manieren, ten eerste gewoon door inderdaad letterlijk overleggen te hebben met mijn collega's om specifieke punten te bespreken. We komen straks bijvoorbeeld op Selibon. Althans, ik ga het daar met u over hebben. Dan zult u ook zien dat het dan snel gaat over mijn contacten met collega Bertram van IenW als het gaat om het creƫren van een type IV-situatie. Dat doe ik dus gewoon door te overleggen. Ik spreek gewoon met mijn collega's van onderwijs over de specifieke situatie die ik niet alleen aantref tijdens mijn werkbezoeken, maar die ik ook terugkrijg als ik spreek met de gezaghebbers of anderen.
Dat doe ik ten tweede door gezamenlijk met collega's bij u te gaan zitten. Als ik met u spreek over die 30 miljoen, zit ik hier samen met Hans Vijlbrief, en niet alleen. Als Hans Vijlbrief op bezoek gaat, gaan we daar samen kijken om daar samen beleid voor te maken. Dat zijn zaken die daarbij nadrukkelijk helpen. Verder heb ik natuurlijk ook gewoon ambtenaren die in de verschillende deeloverleggen aan de orde komen. Breng ik het in tijdens de Rijksministerraad of doen anderen dat? Het is heel simpel. Ik heb letterlijk tegen de drie premiers en de gezaghebbers gezegd wat zij van mij mogen verwachten. De drie premiers kennen hier een gevolmachtigde minister. Ik zei: jullie mogen ervan uitgaan dat ik ook jullie, niet officiƫle, gevolmachtigde bewindspersoon ben als ik hier in Nederland ben en er geen gevolmachtigde minister in de buurt is. Dan ben ik de ambassadeur en de boodschapper. Ik ben ook de vertegenwoordiger van de gezaghebbers in de overleggen binnen het kabinet. Ik ga soms ook gewoon een pain in the ass zijn, om het maar even in slecht Nederlands te zeggen. Dat doe ik door te prikkelen.
Een van de belangrijke punten die u noemde betreft de verbetering van de uitvoeringscapaciteit. Met "u" bedoel ik de commissie, maar het was toevallig mevrouw Den Hollander, dus in die zin sluit het ook aan. In 2024 ā dan hebben we het volgens mij over het voorvorige kabinet, al is het een beetje afhankelijk van hoe je dat meet ā heeft het kabinet natuurlijk 13,6 miljoen structureel toegevoegd voor het versterken van de uitvoeringscapaciteit van de BES-eilanden. Dat is een van de maatregelen die toen genomen zijn. Verder ligt er natuurlijk een grote verantwoordelijkheid bij de eilanden zelf, maar we coachen, sturen en helpen ze daar wel nadrukkelijk in. Ik heb vanochtend nog overleg gehad met de VNG. Dat ging onder andere over de VNG Caribendesk en de rol die de VNG daarin kan spelen. Denk ook aan het Projectbureau Caribisch Nederland en de inzet daarvan en aan de inzet van de omgevingsdiensten.
Komende maandag, tijdens het wetgevingsoverleg, komen we te spreken over de versterking van de bestuurders. Dat gaat niet alleen over de kwantitatieve component ā we gaan namelijk het aantal eilandsraadsleden, en daarmee het aantal bestuurders, uitbreiden ā maar ook over de kwalitatieve kant. Daarover gaat u ongetwijfeld maandag vragen stellen. We gaan daar ook trainingen geven, opleidingen doen en kijken naar de ambtelijke ondersteuning, om het op die manier sterker te maken.
Mevrouw Den Hollander had het bijvoorbeeld over de financiƫle component. Er zijn extra controles ingezet om daarin zaken te doen. Mijn directeur was afgelopen week toevallig op Bonaire. Nou, het was niet toevallig. Hij was daar om stil te staan bij een aantal zaken die niet alleen gingen over Selibon, maar ook over de breedte. Het is voor ons een hoofdthema. Overigens geldt dat niet alleen voor Bonaire, Statia en Saba, maar ook voor Sint-Maarten, CuraƧao en Aruba. Dat is wel in verschillende gradaties, maar daar komen we morgen over te spreken. Op alle eilanden is het voor ons een bijzondere prioriteit.
Meneer Van den Brink, het is terecht dat u de nuance maakt dat ze op de regering in Nederland beginnen te lijken. U had het over de instabiele situatie en het aantal wisselingen dat daar heeft plaatsgevonden. Dat helpt inderdaad niet. Het betekent namelijk dat je elke keer opnieuw moet beginnen. Dat is alleen natuurlijk niet anders dan bij verschillende gemeentes in Nederland, waar ook weleens colleges willen vallen en nieuwe raden willen komen. De colleges en gemeentes in Nederland functioneren alleen in een andere context. We hebben hier ook gemeentes waarvan je kunt zeggen: goh, die wisselen wel heel erg vaak. Maar dan heb je én de provincie én zitten de gemeenten vaak in allerlei gemeenschappelijke verbanden én zijn de buren dichterbij, om het zo maar eventjes te zeggen. Nou liggen de buren op zich wel dichtbij, maar een van de grootste buren van Statia en Saba is natuurlijk een ander land. Bij Bonaire hebben ze zelfs geen buurgemeentes of buurlanden, dus is de context anders. Maar het beïnvloedt het uiteraard niet positief. Tegelijkertijd betreft dit ook wel echt democratie op de eilanden en in dit specifieke geval Bonaire zelf.
Mevrouw Den Hollander verwees ook naar het WODC-rapport. Dat is vertaald in de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland. Die is vorig jaar met u gedeeld. Dat was weliswaar door een van mijn voorgangers, maar wel met u als Kamer, zal ik dan maar even zeggen. Verder wordt er gewerkt aan het verstevigen van de procedures met betrekking tot inkoop en aanbesteden en aan het bevorderen van de bewustwording aangaande integriteit. We hebben de Monitor Integriteit en Veiligheid voor Caribisch Nederland. Ook heb ik ... Ik zeg "ik", maar dat moet "de staatssecretaris" zijn. Het gaat om mij als functionaris, niet als mens. Ik heb middelen beschikbaar gesteld voor het opzetten en professionaliseren van integriteitsbureaus op de eilanden. U wordt specifiek daarover in het najaar, dus na de zomer, door mij geĆÆnformeerd middels een Kamerbrief.
Selibon was een belangrijke reden voor mijn directeur om vorige week op Bonaire te zijn. We zien dat daarop, zeker ten opzichte van vorig jaar, goede stappen zijn gezet en nu ook goede stappen lijken te worden gezet. U noemde het al in een aantal van uw vragen, bijvoorbeeld wat betreft medisch afval: dat wordt nu goed opgeslagen. Dat heb ik zelf ook gezien. We zijn er uiteraard zelf ook geweest en zijn er zelf gaan kijken. Dat gaat nu goed. Wel wordt het verscheept naar Nederland, wat natuurlijk behoorlijk duur is. Wat betreft asbest zijn er nu stappen gezet om containers daar beter te maken dan ze waren, maar het moet wel van het eiland af worden verscheept, wat ontzettend duur is. Dat is het gevolg van de specifieke situatie waarin je daar zit. Er zijn nu goede afspraken gemaakt voor de komende jaren, '26, '27 en '28, met het bestuur, maar afspraken zijn nog geen daden. Wij monitoren het dus heel sterk. Een belangrijke stap die nu wel is gezet ā dat stond ook in de brief die u gisteren heeft ontvangen ā is dat er overgegaan wordt tot type IV. Dat betekent dat het ministerie van IenW nu verantwoordelijk wordt voor de handhaving. Het gaat dus niet over het beheer van Selibon als zodanig, maar om de handhaving. Die gaat nu door IenW gedaan worden.
Ik zei al dat er belangrijke afspraken gemaakt zijn. Die moeten nog wel bevestigd worden door de bestuurscommissie. Daar wachten we op. Zodra ik daar meer informatie over heb, krijgt u die. Dat staat los van de motie waar de heer Van den Brink naar verwees. Er ligt ook nog een andere motie, namelijk de motie-Ceder/Van der Burg. Die verzocht dat ik voor de zomer schriftelijk met een verhaal moet komen. U mag ervan uitgaan dat we de uitstekende motie van die twee Kamerleden zeker zullen uitvoeren.
De heer Van den Brink en mevrouw Den Hollander spraken ook over de petitie die is aangeboden. In beginsel is afvalbeheer gewoon een taak van gemeentes, dus ook van het openbaar lichaam. We maken daarin geen onderscheid tussen wat er op Bonaire, Saba of Statia geregeld is. De bevoegdhedenstructuur is gelijk. Ook daarvoor geldt: comply or explain, dus voer uit of leg uit. We proberen qua bevoegdhedenstructuur juist zo dicht mogelijk te zitten bij hoe we het in Europees Nederland geregeld hebben. Dat past ook bij comply or explain. We zien echter wel dat het op Bonaire wat lastiger gaat, dus we zitten er dichter bovenop, ook omdat er geen provincie is die een rol kan spelen. De provincierol ligt deels bij de Rijksvertegenwoordiger, die dat doet namens het Rijk als totaal, en deels bij ons, maar in beginsel zijn zij verantwoordelijk. We hebben nu dus wel een stap gezet met betrekking tot het type IV maken. Dat gaat al helpen in het kader van handhaving. Dat ontlast ze op de handhavingscomponent, maar niet op de uitvoeringscomponent, want die ligt nog steeds daar. Ik heb wel concreet mijn hulp aangeboden aan het bestuur van Bonaire, want ik zie de problemen die daar zijn.
Ik weet dat u niet direct een vraag over financiƫn heeft gesteld, maar wellicht heeft u daar wel iets over gehoord omdat uw collega's of een van u in een andere commissierol daar twee weken geleden waren. Daar speelde financiƫn een rol. Ook daar zijn nu afspraken over gemaakt die door de bestuurscommissie worden bevestigd en uitgevoerd. Dat soort stappen kunnen in ieder geval voor '26, '27 en '28 worden gezet.
Wat betreft andere zaken die genoemd worden ā¦
De voorzitter:
Staatssecretaris, ik zie een ... O, okƩ. Mevrouw Den Hollander wacht nog even af.
Staatssecretaris Van der Burg:
Mevrouw Den Hollander had het namelijk niet alleen over Selibon, maar ook over onderwijs, huisvesting, voedselzekerheid, landbouw, wonen en structuurvisie. Die worden namelijk ook genoemd. We zijn wat die onderwerpen betreft ook aan het kijken naar specifieke situaties. Denk bijvoorbeeld aan voedselvoorziening. Daar hebben het CariFoodFund voor opgericht. Overigens hebben we dat voor zowel de drie landen als voor de openbare lichamen gedaan, want dat raakt heel erg aan voldoende voedsel op het eiland, bestaanszekerheid en voedselzekerheid. Daar hebben we dat fund voor opgericht. U ziet dat we er dichter bovenop zitten dan we zouden doen als het gaat om gemeenten in Nederland. We hebben wel veel overleggen met elkaar. Ik zeg "we", maar ik bedoel de verschillende ministeries over verschillende thematieken.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Mijn vraag is: wanneer gaat Selibon nou dicht? Want dat is wat er volgens de Ombudsman moet gebeuren.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dan moet er eerst een andere locatie zijn. Je kunt Selibon wel dichtdoen, maar het afval blijft elke dag komen. Het eilandsbestuur moet eerst een besluit nemen over waar de andere locatie komt. Dat is ƩƩn. Die andere locatie moet nog worden ingericht. Dat is twee. Drie. Dit alles zou in 2028 moeten resulteren in een nieuwe situatie. Zo lang gaat het in ieder geval duren. We hebben het nu vooral over 2026 en 2027, en deels over 2028. Het gaat dan om het beheren van de huidige locatie, want die zal dit jaar, volgend jaar en aan het begin van 2028 gewoon nog in gebruik zijn.
De voorzitter:
Ik zag ook nog ⦠O, de heer Van den Brink heeft nog een vervolgvraag.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Mijn vraag is hoe veilig of gevaarlijk het daar nu is.
Staatssecretaris Van der Burg:
Die vraag is moeilijker te beantwoorden dan te stellen, maar dat is uiteraard geen verwijt. Als het gaat om asbest en medisch materiaal, dan zijn er echt stappen gezet. Tegelijkertijd poppen er nog steeds af en toe ondergrondse branden op en dat is echt een probleem. Men is nu begonnen met het afdekken en dat kan heel erg helpen. Als je het comprimeert, dan haal je de lucht eruit. Die lucht zorgt voor een verhoogd risico op branden, dus dat helpt. Een van de problemen is dat Selibon bovenwinds ligt. Als er brand uitbreekt, dan gaat die rook dus over een deel van het eiland heen. Dat is op dit moment een gegeven dat we niet kunnen veranderen. We kunnen het niet nu verplaatsen naar benedenwinds en we kunnen ook de wind niet aanpassen. Er moet dus zo veel mogelijk worden voorkomen dat daar branden uitbreken. Ik zie wel dat er duidelijke verbeteringen zijn aangebracht. Maar nogmaals, u krijgt van ons voor de zomer een rapportage. We zitten hier bovenop richting het gemeentebestuur en de directie van Selibon.
De voorzitter:
Ik kijk nog even naar mevrouw Den Hollander. Heeft u nog een vraag?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ja. Mijn vraag gaat niet specifiek over Selibon, maar over de petitie in zijn algemeenheid. Stel dat de gemeente Nijmegen, Groningen of welke gemeente dan ook met een petitie komt waarin staat: "Rijk, kunt u de regie nemen over onze onderwijshuisvesting, onze structuurvisie en onze woningnood?" Hoe zou de Nederlandse overheid, de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, dan reageren? Wat maakt het verschil met hoe we omgaan met deze vraag? Ik beschouw dit toch een beetje als een roep om hulp vanuit Bonaire. Hoe gaan we om met zo'n hulpvraag over een zaak waar we als rijksregering eigenlijk niet over gaan?
Staatssecretaris Van der Burg:
Daar wil ik een paar dingen over zeggen. EĆ©n. In beginsel communiceert het kabinet met het bestuur van een gemeente of openbaar lichaam. Deze petitie kwam van eilandsraadsleden en niet van het bestuur van Bonaire. Om de vergelijking te maken: als het gaat om Nijmegen ā laten we even bij die gemeente blijven ā dan communiceren wij met het gemeentebestuur van Nijmegen en niet met de gemeenteraad. We zeggen hiermee overigens niks over Nijmegen. Ik gebruik alleen het voorbeeld dat mevrouw Den Hollander noemt. In beginsel zou de primaire reactie zijn: luister, vrienden in gemeente x of y, u bent conform de Gemeentewet ā in dit geval gaat het om de WolBES ā verantwoordelijk voor deze taken en die moet u uitvoeren. Als men die taken zodanig verwaarloost dat wij denken "dit kan niet langer", dan grijpen we in. Dat is ook gebeurd door de Rijksvertegenwoordiger. Die heeft aangaande Selibon op een gegeven moment gezegd: nu is het klaar; ik grijp in. Voor de helderheid: de Rijksvertegenwoordiger deed dat namens het kabinet. Maar de rechter heeft gezegd: dat mag niet; zolang er minimaal wordt geleverd, is dit een bevoegdheid waarin u niet mag treden. Dat zou ook in Nijmegen het geval zijn. Ik zeg het nogmaals voor de notulen: we hebben geen enkele aanleiding om ook maar iets te doen ten aanzien van Nijmegen. Dit was een theoretisch voorbeeld. Dat is wat hier speelt. In eerste instantie is men zelf verantwoordelijk. Tegelijkertijd zijn de bewoners van Bonaire ook uw en mijn bewoners. Je hebt een rijksverantwoordelijkheid voor alle 18 miljoen inwoners, of ze nu in Nijmegen of op Bonaire, Saba of Statia wonen. In die zin zitten we erbovenop, maar dan doel ik meer op adviseren dan op ingrijpen, want dat kan niet aan de orde zijn.
Ik vond het interessant dat mevrouw Den Hollander het had over een eventuele samenwerking met Aruba. Dat ging specifiek over Selibon. We hebben op Aruba overleg gehad met de Europese Commissie. Met "we" bedoel ik de drie landen, de drie openbare lichamen en Nederland. De Europese Commissie maakt geen onderscheid tussen landen en openbare lichamen. Die zijn gelijk, de zogeheten "OCT's". Het gaat dus over de zes plus Nederland. We hebben daar een overleg gehad. Waste management was toen een belangrijk thema. Dat werd ingebracht door Aruba, maar dat speelt ook in bredere zin. Ook op Sint-Maarten is waste management een punt, bijvoorbeeld in het kader van Irma. Sorry, ik moest het even voordoen. U zag mij de hurricane fysiek uitbeelden. Dit is een goed punt. U zag dat ik een briefje kreeg. Op Bonaire is men aan het kijken naar samenwerking met Aruba. Wij pakken dit verder op.
Voorzitter. De strategische voorraden zijn belangrijk. Die zijn door veel mensen genoemd. Of beter gezegd ... Sorry.
De voorzitter:
Ik wilde wachten totdat u uw zin had afgemaakt.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, maar ik zag mevrouw Tseggai en dan kan ik niks meer.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris wilde verdergaan met het volgende punt, maar ik wilde nog iets vragen over de afvalverwerking. Dus als dat mag ā¦
De voorzitter:
Prima.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik vroeg mij twee dingen af. EƩn: hoe ziet de staatssecretaris zijn aanjagende rol in de samenwerking tussen Aruba en Bonaire? En wordt ook CuraƧao daarbij betrokken? Want ik krijg signalen dat het bij Selikor ook niet fantastisch gaat.
Staatssecretaris Van der Burg:
Het ligt voor de hand om te kijken of je hier een drie-eenheid van kunt maken, met het verschil dat CuraƧao en Aruba landen zijn en dat Bonaire een openbaar lichaam van ons is. Dat brengt meteen bepaalde zaken met zich mee, want je hebt het dan formeel over de export van afval vanuit Nederland naar een ander land. Dat kan, want Italiƫ brengt ook een deel van zijn afval naar Nederland. Volgens mij gebeurt dat in de buurt van het huis van mevrouw Den Hollander. Het kan daarnaartoe worden geƫxporteerd. Ik zal dat altijd stimuleren. Maar ik kan dringender en drangender, of in ieder geval stimulerender, zijn als het gaat om Bonaire, want dat is een openbaar lichaam van ons. Aruba en CuraƧao zijn gelijkwaardige zusters. Dat is het verschil. Maar ik weet in ieder geval dat de heer Eman nadrukkelijk openstaat voor samenwerking. Ik zeg "meneer Eman", maar ik moet natuurlijk "premier Eman" zeggen. Het ligt voor de hand om ook naar CuraƧao te kijken.
De voorzitter:
Gaat u door met de beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Ik zou bijna willen zeggen: wie is er niet begonnen over de strategische voorraden? Van de mensen aan de overkant, is volgens mij iedereen daarover begonnen. Er is sprake van een enorme kwetsbaarheid. Daar ga ik niet omheen draaien. In Nederland hebben niet alle gemeenten een voorraad op allerlei niveaus. Onze kerosine ligt in Amsterdam en onze benzine in Rotterdam, maar daarmee kun je wel heel Nederland bedienen. Je kunt dat op Saba of Statia niet inrichten op de manier waarop je dat in Nederland kan doen, waarbij je in de buurt zit van grote terminals. Wij halen water gewoon uit de grond en hoeven het "alleen maar te zuiveren". Daar moet water letterlijk gemaakt worden. Er zijn dus grote verschillen met de situatie in Nederland. Brandstof is op dit moment een heel belangrijke. Brandstof is niet alleen noodzakelijk in het kader van energievoorziening, maar het water wordt ook gemaakt met behulp van brandstof. De brandstofvoorziening is dus de allerbelangrijkste. Wij zien op dit moment geen acute risico's als het gaat om de brandstofcomponent. Daarmee kunnen ze het water op de eilanden produceren. Bij voedsel zien we iets heel anders. Vers voedsel is een probleem. Op Saba en Statia ā ik moet ook hier weer een onderscheid maken tussen Saba, Statia en Bonaire ā komt ƩƩn keer in de week de boot met vers voedsel. Even heel praktisch: dat betekent dat je op de dag van of de dag na de boot verser voedsel hebt dan op de dag voor de boot. Dat is een aandachtspunt. Een van de dingen die we daarvoor doen, is het volgende. U weet dat we investeren in de haven op Saba. Daar kunnen dan ook koelcontainers komen. Als die koelcontainers er zijn, kun je alweer meer doen met het opslaan van vers voedsel. We kijken ook naar de terminalsituatie op Bonaire. Dat is een nadrukkelijke wens van Bonaire, die ook is ingebracht op die conferentie op Aruba. We kijken naar de mogelijkheid om naast Aruba en CuraƧao ook Bonaire beter op te nemen in de routering van schepen. De bevoorradingsmogelijkheden nemen daarmee toe.
Die voorraden zijn in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de drie openbare lichamen zelf, maar als het gaat om drinkwater moet dat altijd in samenspraak gaan met IenW, als het gaat om brandstof met EZK, als het gaat om voedsel met LVVN en als het gaat om medicatie met VWS. We pakken dat dus nadrukkelijk op. "We" zijn dan de vijf ministeries, dus niet alleen die vier ministeries, maar zeker ook BZK als coƶrdinerend ministerie. Ik onderschrijf in ieder geval de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer dat daar meer voor nodig is. Ik noemde net de vijf ministeries die hierbij betrokken zijn. Het belangrijkste ministerie is ā ik wilde zeggen "formeel gezien", maar dat klinkt alsof het materieel niks doet ā wellicht nog JenV, want die is crisisverantwoordelijke als het gaat om de BES. Wij moeten dus met z'n zessen zorgen dat dat goed gaat. Ik zie de heer Van den Brink met zijn hoofd schudden in de zin van: nou, Van der Burg, dat is weinig bevredigend. Daarmee lok ik een interruptie uit en dat moet ik niet doen.
De voorzitter:
U had al een interruptie uitgelokt, zag ik. Dit is uw tweede, mevrouw Tseggai, dus u zit nog goed qua aantal interrupties.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik zit even na te denken over wat de staatssecretaris net zei over het drinkwater. Hij zegt eigenlijk, als ik het zo mag samenvatten: drinkwater wordt gemaakt op de eilanden en daarvoor is brandstof nodig; met brandstof voorzien wij geen problemen, dus met water ook niet. Maar we hebben toch ook de EU-verplichting om strategische voorraden aan te leggen? Los van het feit dat wij als Nederland denken dat er geen acute brandstoftekorten zullen ontstaan, is het volgens EU-regelgeving toch alsnog verplicht om een strategische voorraad aan te leggen?
Staatssecretaris Van der Burg:
Laat ik hier zo op terugkomen, want anders ga ik te veel dingen uit de losse pols tegen u zeggen. Ik heb hier wel gedachten bij, maar ik zit wat minder in EU-wetgeving en water. Ik zeg het nu hardop, dus nu hebben de ambtenaren boven gehoord dat ik om hulp vraag. Als het goed is, gebeurt er zo dan wat.
De voorzitter:
Gaat u verder met de beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
De heer Van den Brink had nog een specifiek punt aangaande de handelsdiversificatie. Dat is een belangrijk punt. We zijn ook echt aan het kijken naar die routering, want hoe vaker de handelsroutes ervoor zorgen dat de boten op de verschillende plekken aanleggen ⦠In die zin gaat dit ook nog te maken hebben met de 30 miljoen. De connectiviteit is belangrijk. Hoe meer boten er komen, hoe meer bevoorrading je namelijk kunt hebben. Dat is een terecht punt van de heer Van den Brink.
Tot slot, voorzitter. Het levert niet meteen die noodzakelijke voorraden op. In het kader van de Week van de Crisisbeheersing, die komende week start, zullen de crisismanagers van de zes eilanden bijeenkomen. Dan gaan we ook gesprekken hebben over het specifieke punt van de strategische voorraden. Dat wil ik u nog graag meegeven.
Dan de vraag van mevrouw Dijk over het maritiem reservaat. Ik breng uw punt onder de aandacht bij zowel Bonaire als CuraƧao. Bij Bonaire spelen wij natuurlijk nog een rol. Bij dit soort zaken gaat het natuurlijk ook over Nederland en CuraƧao, maar in eerste instantie moeten we ook even kijken hoe dat speelt bij Bonaire. Ik zal uw punt over het groot maritiem reservaat dus onder de aandacht brengen.
Dan was er nog een vraag aangaande de klimaatzaak. Ik heb er al het een en ander over gezegd. We zijn dus wel in hoger beroep gegaan. We wachten dus niet met plannen maken. Ik wijs u er ook op dat er op 12 mei en gisteren vragen zijn gesteld, onder anderen door mevrouw Tseggai en mevrouw Van Oosterhout, aan de minister van Klimaat en Groene Groei over specifiek dit punt. Naar aanleiding van de vragen van mevrouw Tseggai en mevrouw Van Oosterhout, en trouwens ook van mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren, zal de minister van Klimaat en Groene Groei nog op dit punt antwoorden.
Wanneer komt de Nationale klimaatadaptatiestrategie, vroeg mevrouw Dijk. Deze zal, als het goed is, eind van het jaar worden vastgesteld en dan naar uw Kamer worden gestuurd.
Is het al duidelijk hoeveel de veerverbinding voor Saba en Statia gaat kosten en hoe het kabinet dit gaat financieren? Waar het hier om gaat, is of wij in het kader van verbetering van de connectiviteit daar geld voor gaan uittrekken uit die 30 miljoen. Wij gaan dat niet gratis aanbieden; dat is niet aan de orde. De vraag is of je een vaste kostprijs wil. Dan is de vraag weer of je een vaste kostprijs wil voor iedereen die reist of alleen voor eilandbewoners. Dit moeten we dus met elkaar bespreken in het kader van de besteding van die 30 miljoen. Dat komt na de zomer naar u toe. Die 30 miljoen is overigens structureel. We hebben voor '26 en '27 1,5 miljoen ter beschikking gesteld. Dan kunnen we kijken hoe we het na '27 met elkaar gaan financieren. Morgen is er een discussie met IenW over luchtvaart. Dan komt dat ook terug, ervan uitgaande dat IenW en de Kamer tot iets komen dat wetgeving heet. Dan kan die PSO komen en dan krijgt u de vraag of u daar geld aan wil besteden vanuit die 30 miljoen.
Ik zei net plagend dat de buslijnverbetering echt een gemeentetaak is. Dat is wel zo. Wij zitten daar wel achteraan richting Bonaire. Dat heb ik zelf nog aan de orde gesteld in mijn gesprek met het bestuur van Bonaire. We hebben daar namelijk geld voor ter beschikking gesteld. Ik vind daarom ook dat we moeten zorgen dat die buslijn er komt. Niet alleen is er niks mis met openbaar vervoer ā sterker nog, het is om heel veel redenen te prefereren ā maar het draagt bijvoorbeeld ook bij aan de bestaanszekerheid. Dat breng ik ook onder de aandacht van Bonaire, maar het is aan het bestuur van Bonaire om dat te regelen. Dus ik heb geen datum voor u op dit moment.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Eigenlijk ging mijn interruptie over dat laatste zinnetje. "Ik heb geen datum", zei de staatssecretaris. Welke stappen zijn er nu nog nodig voor die buslijn? Anders hebben we het de resterende drieƫnhalf jaar van deze kabinetsperiode over die buslijn, maar dan rijdt die nog steeds niet. Dus wat is er dan voor nodig dat die bus wƩl gaat rijden op Bonaire?
Staatssecretaris Van der Burg:
De besluitvorming van het bestuurscollege. Dat betekent dat zij nu stappen moeten zetten. Ik ga er wel op aandringen, omdat wij er geld voor hebben gegeven. Wij hebben gezegd: jongens, als jullie geld van mij krijgen moeten jullie dat wel besteden aan datgene waarvoor het bedoeld is. Zij zullen nu gewoon stappen moeten zetten. Het nieuwe bestuur, dat nu zes weken zit, denk ik, heeft wel aangegeven dat het nu nadrukkelijker naar die plannen zal kijken en dan snel aan de slag zal gaan. Maar "snel" is niet wat mevrouw Tseggai wil horen. Zij wil horen: datum X, 's ochtends om half acht. Zodra ik dat weet, weet u het ook.
Mevrouw Tseggai had ook een vraag over de 30 miljoen. Daar komen we echt over te spreken met elkaar na de zomer. Dan komen de heer Vijlbrief en ik met voorstellen. Normaal gesproken wordt het een mix van zowel collectiviteit, inkomenszaken en economiestimulering, om maar even drie thema's te noemen. Bij collectiviteit gaat het uiteraard niet alleen over PSO of ferry; het kan ook gaan over telecom. Maar daar komen we dus over te spreken na de zomer.
Zowel mevrouw Dijk als mevrouw Tseggai hadden een vraag over het rapport van de Onderwijsraad. De minister en de staatssecretaris van Onderwijs, zo luidt mijn formele antwoord, zijn dit rapport nu aan het bestuderen en komen nog voor de zomer met een kabinetsreactie. In deze reactie gaan ze in op de aanbevelingen uit het rapport. Daar kan ik nu niet op vooruitlopen, zo heb ik als instructie richting u meegekregen.
Mevrouw Dijk sprak over UNICEF. Ja, klopt. Ik heb de vorige keer gezegd: dat ga ik ook met ze bespreken. Dat heb ik uiteraard ook gedaan. In dat gesprek zeiden zij: wij zouden graag door willen gaan met een aantal zaken. Heel specifiek werden daarin "kindvriendelijke gemeentes" genoemd. In het Engels gaat het over "child friendly cities", maar dat werkt niet als het gaat om Saba, Statia en Bonaire, dus ik noem de Nederlandse titel "kindvriendelijke gemeentes". Ik heb aangegeven dat, aangezien ik wel keuzes moet maken, ik pas na deze commissievergadering daarover een besluit ga nemen, opdat ik ook van uw commissie kan meenemen wat uw commissie daarvan vindt. Ik heb uw mening in ieder geval gehoord. Van de andere vier zeg ik even nog wat minder, maar ik wil daarin ook de mening van de commissie mee kunnen wegen. Want als ik daar geld aan geef, kan ik ergens anders geen geld aan geven, tenzij u natuurlijk straks een tweeminutendebat aanvraagt en met een voorstel inclusief dekking komt. Maar als u dat niet doet, dan moet ik ergens geld vandaan gaan halen om het te kunnen financieren. Vandaar dat ik heb gezegd: ik wacht deze commissievergadering af, misschien komt er nog een slimme suggestie van een van u.
Ik kom zo op bancaire zaken, maar eerst even mevrouw ...
De voorzitter:
Er zijn goede suggesties gedaan, zie ik, want mevrouw Dijk wil hierop reageren.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Misschien is het goed voor de collega's ā het was een mooie pitch voor UNICEF ā als de staatssecretaris ook wat meer kan aangeven waar de commissie, als we hierover gaan beslissen, dan ja op zegt. Dat heb ik nog niet helemaal gehoord ā behalve dan die kindvriendelijke cities.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dat moet ik even niet zo uit mijn hoofd doen. Laat ik u op een andere manier even melden ā het ligt voor de hand om dat schriftelijk te doen ā wat UNICEF dan precies wil.
De voorzitter:
Ik zie dat er wordt geknikt, dat het akkoord is. U kunt dus weer doorgaan. Heeft u ook een tijd voor wanneer het schriftelijk kan? Woensdag, begrijp ik?
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, laten we zeggen volgende week.
De voorzitter:
Voor volgende week woensdag. OkƩ.
Staatssecretaris Van der Burg:
Morgen zijn de ambtenaren weer bezig met het debat van morgen ā¦
De voorzitter:
Dank u wel.
Staatssecretaris Van der Burg:
⦠en vrijdag met het debat van maandag. We zien elkaar gelukkig veel.
De laatste vraag, althans vanuit mijn kant, was van de heer Van den Brink en ging over de bancaire dienstverlening op Statia en Saba. Ik was zes weken geleden op Saba. Ik heb gezien dat de automaten er in ieder geval zijn; dat is het probleem niet meer. Er moesten nog een aantal bancaire zaken worden geregeld. De inzet is dat ik over drie weken, aangezien ik dan op Saba ben, mijn eerste geld daar uit de automaat kan trekken; ik zeg er nadrukkelijk bij: privĆ©. Dan maak ik daar een foto van en zult u het ongetwijfeld op de socials zien. Het streven is dat ik dan ā dat is over drie weken ā formeel de opening verricht door het eerste geld uit de automaat te trekken. Of het gaat lukken, weet ik niet, maar dat is in ieder geval de termijn waar we aan denken.
De voorzitter:
Er wordt hier nu het een en ander buiten de microfoon gezegd, maar ik herinner de commissie eraan dat we nog steeds via de voorzitter praten. We zullen de socials van de staatssecretaris volgen. Dat was uw laatste vraag. Dank u wel voor de beantwoording in de eerste termijn. Daarmee ronden we ook de eerste termijn af en gaan we over naar de tweede termijn. Ik kijk even wie van de Kamerleden er een inbreng heeft. Het woord is aan mevrouw Dijk.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beantwoording. Ik wil toch een tweeminutendebat aanvragen. Dat was ook een goeie tip van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat staat genoteerd bij de griffie. Mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Die was uitgebreid en deskundig, zoals we dat van hem in deze commissie gewend aan het worden zijn. Veel ambtsgenoten stelden vragen die onze fractie natuurlijk ook van belang vinden; wij kozen ervoor, ook gezien de tijd, even te focussen op het punt van de klimaatzaak. Daarover heb ik nog ƩƩn vraag. Ik maakte er natuurlijk een beetje een theoretische exercitie over beleidsruimte versus rechterlijke uitspraken van. Ik ga toch proberen de staatssecretaris een uitspraak te ontlokken over het juridische kader en de verplichtingen die de rechtbank afleidt uit de COP-besluiten. Kan de staatssecretaris aangeven hoe principieel wenselijk of onwenselijk hij, en daarmee het kabinet, het vindt dat deze COP-normen via de rechter worden omgezet in nationale verplichtingen en kan hij aangeven hoe de regering aankijkt tegen de vraag in hoeverre dat strijdig is met de scheiding der machten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Den Hollander, heeft u behoefte aan inbreng in de tweede termijn?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Ik ben ook woordvoerder Landbouw, dus ik vind ook voedselzekerheid superbelangrijk voor de BES-eilanden, en trouwens ook voor de CAS-eilanden. Ik ben nog een beetje aan het worstelen met dat water. We maken water uit zeewater. Dat is supercomplex en daar is heel veel energie voor nodig, maar volgens mij schijnt op de eilanden ook de zon vrij veel. In hoeverre kunnen er dus ook goeie circulaire oplossingen gerealiseerd worden en wat kan Nederland doen om daaraan bij te dragen?
Ik denk ook aan de vis en de hengel van mevrouw Nanninga. Als het echt lukt om die voedselzekerheid, die zelfredzaamheid en de watervoorziening daar te verbeteren, gaan we namelijk zo'n enorm verschil maken. Het zou mooi zijn als Nederland daar een rol in zou kunnen spelen. Hoe kijkt de staatssecretaris daartegen aan?
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Hartelijk dank voor de beantwoording door de staatssecretaris. Ik heb nog twee vragen. Er stond volgens mij nog ƩƩn vraag van mij open, namelijk de vraag over de vestigingsvereisten op de eilanden in relatie tot het marktfalen. Zou u die vraag nog willen beantwoorden?
Wat betreft Selibon hou ik er toch een beetje een ongemakkelijk gevoel aan over dat we daar ā wat was het? ā een halfjaar geleden ook een debat over gevoerd hebben en dat dat nog steeds weer kan gebeuren. Toen waren we allemaal ⦠Ik zou niet zeggen dat we "in paniek" waren, maar we waren echt wel heel erg bezorgd over wat daar gaande is. Kunt u mij geruststellen? Dat is eigenlijk de vraag.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank. Ook dank aan de staatssecretaris voor zijn uitgebreide beantwoording. Allereerst kijk ik uit naar de plannen die vlak voor of na de zomer gaan komen. Maar ook ik houd wat zorgen, zowel over de strategische bevoorrading, waar mevrouw Den Hollander het over heeft, als over Selibon. Wat betreft de strategische bevoorrading: de staatssecretaris heeft gezegd dat hij nog terugkomt op mijn vraag over de EU-regelgeving, maar het gaat natuurlijk ook om het ietwat onrustige geopolitieke gebied waarin de eilanden zich bevinden. Ik hoop dat de staatssecretaris mij wil geruststellen.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik wil de toorn van mevrouw Den Hollander niet opnieuw over me afroepen, voorzitter, dus ik ga gelijk door!
De voorzitter:
De staatssecretaris gaat gewoon in ƩƩn ruk door. Dat is fijn voor de commissie. Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor de beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik doe het even in de omgekeerde volgorde.
Nee, mevrouw Tseggai, ik kan u nog niet geruststellen. Dit is echt een thema waarbij we het advies van de Rekenkamer buitengewoon serieus moeten nemen. Ik vind dat we met elkaar naar de strategische voorraden moeten kijken, gezien het advies van de Rekenkamer. Er geldt aparte wetgeving voor drinkwater, namelijk de Wet elektriciteit en drinkwater BES. Die is weer anders. Maar los daarvan moeten er wel grotere strategische voorraden zijn dan nu, dus daar komen we nog bij u op terug. Ik kan u op dit moment nog niet teleur... Sorry, ik kan u wel teleurstellen, maar nog niet geruststellen.
De voorzitter:
Volgens mij is dit uw laatste interruptie, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Kan ik daaruit opmaken dat het kabinet wel het advies van de Rekenkamer gaat opvolgen om strategische voorraden aan te leggen? Want daar ging mijn vraag in de eerste termijn precies over, namelijk: waarom volgt het kabinet dat advies niet op?
Staatssecretaris Van der Burg:
Wij moeten de adviezen van de Rekenkamer altijd serieus nemen, maar dat is niet hetzelfde als alle adviezen in ƩƩn keer opvolgen. U krijgt nog van mij een reactie over wat ik vind van het advies van de Rekenkamer, zoals dat hoort.
Ook de heer Van den Brink ga ik nog niet geruststellen. Het meest nadrukkelijke probleem dat we in de afgelopen tijd hebben gezien, zijn die branden, waardoor er rook ontstaat, die over de lagune gaat. U weet waar de bewoners zitten. Er wordt van alles gedaan om dat risico te verkleinen, maar het is pas weg op het moment dat er op een nieuwe locatie een nieuwe afvalstort is geregeld. Ik zou zeggen: het liefst benedenwinds, want dan speelt dat probleem niet meer. Ik kan u nu niet geruststellen door te zeggen dat dit soort zaken niet meer zullen voorkomen, maar ik zeg wel tegen u: wij zitten er vol bovenop en ik zie ook hoe hard de directie van Selibon aan het werk is. Het bestuur van het openbaar lichaam geeft nadrukkelijk aan dat het hier grote stappen in gaat zetten in de komende tijd, maar ik ben nog niet tevreden.
De vestigingsvereiste geldt in den brede. U heeft natuurlijk gelijk: ik ga ook over een slagvaardige overheid, inclusief Bonaire, Statia en Saba. Op dit specifieke punt deed zich vorige week iets grappigs voor. Ik werd gebeld door de minister van Economische Zaken, die zei: "Ik ben bezig met de aanpak slagvaardige overheid. Wat ga jij doen om ervoor te zorgen dat er minder regels komen waar bedrijven die zich willen vestigen in Nederland of anderszins mee te maken hebben, last van hebben?" Ik zei tegen haar: het lijkt me het goede voorbeeld dat ik nu word aangesproken door mijn collega's op wat ik ga doen aan een slagvaardige overheid. Ik ben nu bezig met een tour langs de ministers onder het motto: don't ask what slagvaardige overheid can do for you, maar what you can do voor slagvaardige overheid. Ik zie in ieder geval dat de minister van Economische Zaken hier vol bovenop zit. Dit specifieke punt zal ik direct morgen ... Nee, ik jok tegen u. Ik zal dit overmorgen onder haar aandacht brengen, want ik vind het een sterk punt. Daarmee laat ik ook zien dat we haar oproep aan mij serieus nemen. Ik zal u als ā hoe zeg ik dat? ā auteur benoemen.
Mevrouw Den Hollander. Op dit moment zien we dat het op de eilanden over het algemeen al veel duurzamer gaat dan in Europees Nederland, onder andere met zonne-energie. Als u bij het eiland Saba komt aanvliegen, dan ziet u het zonnepark al meteen rechts liggen. Bij de haven wordt nu een extra zonnepark aangelegd. Op het gebied van duurzaamheid worden daar al stevige stappen gezet. Dat geldt overigens ook voor de andere twee eilanden. Je moet zeker kijken hoe je die duurzaamheid kunt vergroten. Op het moment dat je zonne-energie en windenergie gebruikt, maak je jezelf namelijk ook onafhankelijker; dan heb je minder olie nodig. Toevallig is het ook nog goed voor de klimaatopgave en voor duurzaamheid. Het is dus een verdu... Punt, punt.
De voorzitter:
OkƩ, punt.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik ben vooral op zoek naar de relatie met voedselzekerheid. Het winnen van water kost heel erg veel energie, maar het koelen voor opslag en dat soort zaken bijvoorbeeld ook. Wordt er ook specifiek ingezet op het punt hoe je de combinatie maakt van de klimaatopgave en de grote energiebehoefte die er is om de voedselzekerheid te verbeteren?
Staatssecretaris Van der Burg:
Dat is op dit moment nog niet echt langsgekomen bij mij, maar ik vind het een interessant punt om naar te kijken. We zien wel dat er juist ten aanzien van voedselzekerheid stappen worden gezet. Overigens heb je op Saba en Statia in het kader van klimaat natuurlijk het probleem van de hurricane. Daar is men dus vooral bezig met de vraag: hoe maken we onze voedselzekerheid hurricanebestendig, zodat het niet allemaal wegwaait op het moment dat er een orkaan overheen komt? Dit thema neem ik specifiek mee.
Tot slot snap ik dat mevrouw Nanninga mij wil verleiden tot een antwoord. Dat krijgt ze echter niet, omdat dit veel verder gaat dan de rol van de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties. Het thema dat mevrouw Nanninga aansnijdt, is daarvoor echt te breed. Het is eerder aan de minister van BZK of de minister van Justitie om daarop in te gaan. Mevrouw Nanninga, op dit punt vinden we elkaar dus eventjes niet.
De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris. Dan hebben we de tweede termijn heel snel afgerond. Dank daarvoor, zeker ook voor de snelle beantwoording van de staatssecretaris.
Ik zal de toezeggingen die door de staatssecretaris zijn gedaan, nog even opnoemen:
- De Kamer wordt in het najaar van 2026 geĆÆnformeerd over de opzet van een integriteitsbureau.
- De Nationale klimaatadaptatiestrategie wordt eind 2026 vastgesteld en naar de Kamer gestuurd.
- De Kamer ontvangt voor de zomer een kabinetsreactie op het rapport van de Onderwijsraad.
Tot slot.
- De Kamer wordt volgende week schriftelijk geĆÆnformeerd over de wensen van UNICEF.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Gaat die kabinetsreactie op het rapport van de Onderwijsraad naar de commissie voor OCW of ook naar deze commissie?
De voorzitter:
De toezegging is hier gedaan. Ik denk dat die dus ook naar deze commissie komt, maar ik kijk even naar de griffier.
Mevrouw Nanninga (JA21):
We krijgen die reactie ongetwijfeld onder ogen, want die stukken zijn natuurlijk openbaar. Maar misschien is het handig om die ook proactief hier te delen.
De voorzitter:
Ik vraag aan de staatssecretaris welke bewindspersoon die reactie stuurt.
Staatssecretaris Van der Burg:
In beginsel stuurt de bewindspersoon van Onderwijs het naar de commissie voor Onderwijs. Als u het wil hebben, kunnen wij dat natuurlijk gewoon faciliteren door dat ook naar u te sturen. Als ik de Kamer daarmee gelukkig maak ...
De voorzitter:
Vanuit de griffie zorgen we ervoor dat het ook in de commissie voor KR komt, als volgcommissie. Ik zie dat de heer Van den Brink en mevrouw Tseggai een vraag hebben. De heer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik had het idee dat ik een soort van toezegging had over de vestigingsvereisten. Kun u ons daar iets over laten horen als u de minister heeft aangesproken?
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja.
De voorzitter:
OkƩ, dat is dan ook een toezegging.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had opgeschreven dat de staatssecretaris nog met een kabinetsreactie komt op het rapport van de NCDR.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dat is juist.
De voorzitter:
Dan noteren we dat ook als toezegging. Volgens mij zijn de toezeggingen dan ...
Staatssecretaris Van der Burg:
Hm.
De voorzitter:
Ja, staatssecretaris?
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik wil iets zeggen over uw eerste toezegging, of eigenlijk niet úw eerste, maar de eerste toezegging die u voorlas. Ik kom met een rapportage over goed bestuur en dÔÔr zit integriteit in.
De voorzitter:
Dat staat genoteerd en wordt gecorrigeerd. Dank u wel daarvoor.
We hebben vastgesteld dat er een tweeminutendebat is aangevraagd met als eerste spreker mevrouw Dijk. Dat wordt zo snel mogelijk ingepland.
Ik wil de staatssecretaris, de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en de mensen die online meekijken, hartelijk bedanken voor hun belangstelling in deze commissie. Ik wens u nog een hele fijne dag. Ik sluit de vergadering. Dank u wel.