Humanitaire hulp
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op 1 april 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over Humanitaire hulp.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Den Hollander
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Klaver
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Prenger
Voorzitter: Stoffer
Griffier: Reinders
Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van Ark, Van Baarle, Bamenga, Ceder, Dobbe, Hoogeveen, Krƶger, Lammers, Maes, Stoffer, Stƶteler en Teunissen,
en de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aanvang 10.02 uur.
Humanitaire hulp
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 12 januari 2026 inzake de financiƫle invulling van humanitaire hulp in 2026 (36180, nr. 189);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactie sloop UNRWA-gebouwen (26150, nr. 242);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactie op de aangenomen motie van het lid Van Baarle over bezien of er vanuit de bestaande budgetten voor noodhulp een aanvullende bijdrage gedaan kan worden om de mensen in Gaza te helpen tijdens de winter (Kamerstuk 21501-02-3287) (36180, nr. 195);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 20 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over toegang van hulporganisaties tot Gaza (36180, nr. 197).
De voorzitter:
Goedemorgen. Van harte welkom bij dit commissiedebat Humanitaire hulp. Ik werd tot mijn verrassing twee minuten geleden tot voorzitter gebombardeerd, dus vergeef het me als ik even wat op moet warmen. Van harte welkom aan de collega's. Ik zal niet alle namen van de aanwezigen opnoemen, zodat we daar niet te veel tijd aan kwijt zijn. Van harte welkom aan de minister en zijn ondersteuning. Uiteraard ook van harte welkom aan alle mensen op de publieke tribune en de mensen die wellicht meekijken of meeluisteren. We hebben drie uur voor dit debat. U heeft vier minuten spreektijd. Ik wil voorstellen om te maximeren op drie interrupties, omdat we met vrij veel mensen zijn en we het anders zeker niet gaan redden. Ik heb daarnaast nog ƩƩn vraag aan de commissie. Mevrouw Lammers is geen lid van deze commissie. Staat u haar toe om mee te doen aan dit debat? Ik zie daar geen bezwaren tegen, dus dan gaan we dat doen.
Mevrouw Lammers, u mag direct beginnen met uw vier minuten spreektijd.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik met de deur in huis vallen: het is echt ongekend en ongehoord wat deze minister afgelopen week heeft gedaan. Hij heeft namelijk een dikke middelvinger opgestoken naar de Tweede Kamer, die vorige week nog voor de begroting van BHO stemde, onder de voorwaarde dat er niet meer geld naar UNRWA zou gaan. De afbouw zou blijven staan. D66 had eerst haar naam onder het amendement-Krƶger staan, voor herstel van financiƫle steun aan deze organisatie. Deze naam is eraf gehaald, zodat er steun voor de begroting zou ontstaan. Het amendement werd dan ook met een grote meerderheid verworpen: 118 leden waren tegen. Daarmee leek de kous af, maar niets bleek minder waar. Ondanks het signaal van 118 leden vorige week probeert de minister met een slinkse truc zijn voorgenomen plannen om steun aan UNRWA te herstellen alsnog door te voeren, door wat te schuiven binnen de begroting. Hij heeft hiermee onder valse voorwendselen een begroting door de Kamer geloodst en daarmee de samenwerking met de minderheidscoalitie behoorlijk ongeloofwaardig gemaakt. Hoe denkt de minister in de toekomst nog meerderheden te vinden als hij deze werkwijze voortzet? U heeft geen meerderheid, minister. Die had u vorige week niet en nu ook niet.
Naast het feit dat de minister de Kamer om de tuin heeft geleid, is hij ook nog eens nalatig geweest in de beantwoording van de schriftelijke vragen van mijn fractie: "De duediligenceprocedures zijn op orde en er bestaan geen signalen dat Nederlands of EU-geld bij terroristische organisaties terecht is gekomen". Is de minister in een vlaag van verstandsverbijstering geraakt? Er liggen tal van rapporten die precies het tegenovergestelde laten zien. Vorig jaar maakte de UN Watch bekend dat 9 van de 19 verdachte UNRWA-medewerkers betrokken waren bij de gruwelijkheden op 7 oktober, dat 118 UNRWA-medewerkers verbonden zijn aan Hamas of de islamitische jihad, dat 30 UNRWA-locaties zijn aangesloten op het tunnelnetwerk van Hamas en dat er nog eens 193 UNRWA-medewerkers geĆÆdentificeerd zijn als direct betrokken bij of als sympathisant van Hamas. Afgelopen zondag verscheen een analyse van NGO Monitor, waarin opnieuw wordt bevestigd dat Hamas hulporganisaties in Gaza controleert, beĆÆnvloedt en intimideert.
In concreto betekent dit dat humanitaire hulp in Gaza plaatsvindt onder invloed van een terroristische organisatie. Het kabinet neemt deze signalen niet serieus en baseert zich grotendeels op eigen controles en informatie van partnerorganisaties; onafhankelijk en diepgaand onderzoek ontbreekt. Sterker nog, uit eerdere gevallen is gebleken dat er met Nederlands belastinggeld zelfs salarissen zijn betaald aan betrokkenen die verantwoordelijk waren voor de moord op een jong meisje. En wat doet de minister? De minister kijkt weg en verhoogt zelfs de bijdrage. Een bedrag van 19 miljoen euro aan belastinggeld gaat niet naar de Nederlander maar naar de lange arm van Hamas. Het is een omhelzing van een terroristische organisatie. Hoe vindt de minister zelf dat het gaat?
Het moet mij dan ook van het hart dat ik de naĆÆviteit van de PVV, de SGP en JA21 betreur. Waarom hebben zij zich zo in het pak laten naaien door deze minister? Waarom hebben zij voor de begroting gestemd? Wij willen dat alle steun aan UNRWA onmiddellijk wordt stopgezet. Wij willen dat de minister de Kamer serieus neemt en de verhogingen per direct terugdraait, en liever nog naar ā¬0 brengt. We moeten geen geld sturen en geen projecten en organisaties financieren die onder invloed staan van Hamas of die zelfs puppets van Hamas zijn. Kan de minister dat hier en nu toezeggen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. Dan is het woord aan de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel. De afgelopen maand gaat in het parlement veel aandacht, en terecht ook, uit naar de oorlog in het Midden-Oosten en de economische gevolgen voor Nederlandse huishoudens en bedrijven. Het valt mij wel op dat er weinig aandacht is voor de economische gevolgen op andere plaatsen in de wereld. In Nigeria bijvoorbeeld zijn de prijzen aan de pomp met 65% gestegen en dat werkt natuurlijk door in de prijs van voedselproducten en andere diensten. Dit is slechts een van de vele voorbeelden. Ik hoop dat we die open blik ook hier in de commissie kunnen blijven houden. Juist de meest kwetsbare mensen wereldwijd worden door de oorlog en daaropvolgende energiecrisis extra hard geraakt. Denk bijvoorbeeld aan vluchtelingenkampen die voor hun elektriciteitsvoorziening volledig afhankelijk zijn van dieselaggregaten. Ziet de minister ruimte om ook op dit punt iets extra's te betekenen?
Voorzitter. Het is belangrijk om iets extra's te doen, juist in een tijd waarin je ziet dat landen wereldwijd bezuinigen, inclusief Nederland. Ik hoop op meer dan de 30 miljoen die nu in de Voorjaarsnota wordt vrijgemaakt. Dat is een mooie stap, maar staat natuurlijk in geen verhouding tot de begroting, die eigenlijk een voortzetting is van wat PVV-minister Klever als architect heeft ingezet. Ik hoop dan ook dat minister Sjoerdsma deze begroting weet op te plussen. Ik ben benieuwd naar zijn reactie daarop.
Voorzitter. Een van de weinige veranderingen in de begroting hoorden we van de minister nadat de begroting was aangenomen, namelijk dat er meer steun komt voor UNRWA. Ik vind dat proces ingewikkeld. Het amendement werd verworpen; D66 heeft zich onttrokken aan het amendement en heeft met de coalitiepartijen CDA en VVD tegengestemd. Vervolgens heeft JA21 aangegeven dat dat randvoorwaardelijk was voor steun voor de begroting. De begroting is met steun van de rechtse partijen aangenomen en een paar dagen later wordt exact dat punt heel breed in de media uitgemeten en gevierd als een overwinningspunt.
Voorzitter. Ik vraag mij af hoe de minister denkt over een paar maanden nog een meerderheid te kunnen halen in een minderheidskabinet. Wijzelf hebben de begroting niet gesteund, omdat de koppeling niet hersteld werd. Wij waren daar vorig jaar onder het kabinet-Schoof al kritisch op. Wij zijn er nog steeds kritisch over, want dit is een voortzetting daarvan. Maar ook over rechts lijkt er nu geen steun meer te zijn. Ik vind dat een ingewikkelde situatie, die ook raakt aan de vraag of er in de Kamer nog wel vertrouwen in de minister is. Ik hoop ook op een antwoord van de minister op de vraag hoe we hiermee voortaan omgaan met elkaar. Ook het gejuich, zeg ik even tegen een aantal coalitiepartijen en de minister-president, vind ik best ingewikkeld. Daarmee doel ik op het procesniveau. Over de inhoud heb ik in eerdere debatten al aangegeven wat ik precies van het amendement vind.
Voorzitter. Kan de minister aangeven hoe het vertrouwen dat volgens mij bij een aantal partijen geschonden is, hersteld kan worden? Waarom kiest de minister er niet gewoon voor om veel meer geld uit te trekken voor ontwikkelingssamenwerking in het algemeen, en niet alleen specifiek voor UNRWA?
Voorzitter. Over humanitair recht. Welke concrete inspanning van de minister kunnen wij verwachten voor het consequent toepassen van het humanitair oorlogsrecht in Gaza en Libanon, in Sudan, in Congo en op zo veel andere plekken in de wereld?
Voorzitter, deze bel duurt volgens mij ƩƩn minuut, dus ik zou even willen pauzeren.
De voorzitter:
Ja, we houden even een minuut pauze voor de bel.
Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter, zou ik een vraag mogen stellen? Heeft u gezegd hoeveel interrupties wij mogen doen?
De voorzitter:
Jazeker, drie interrupties.
De bel is weer voorbij en ik geef de heer Ceder het woord voor zijn laatste 40 seconden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Welke concrete inspanning kunnen we van de minister verwachten voor het consequent toepassen van het humanitair oorlogsrecht? Denk aan de situatie in Gaza, in Libanon, Sudan, Congo en op zo veel andere plekken in de wereld. Het gaat mij ook om het geweld tegen hulpverleners. Hoe kunnen we dat oppakken?
Voorzitter. Wij hebben eerder gepleit voor openbaarmaking van het onderzoek naar de dood van vijftien hulpverleners in Gaza. We hebben toen ook gepleit voor een onafhankelijk onderzoek. We lezen dat dat er niet is gekomen. In hoeverre kan de minister zich ook daarvoor inzetten, misschien ook in een breder gremium? Wat is aan de andere kant de Nederlandse inzet om de Libanese regering te ondersteunen bij het ontwapenen van Hezbollah?
Voorzitter. Mijn laatste seconden besteed ik aan Sudan. Sinds het laatste debat hierover is het geweld daar nog verder geƫscaleerd. Gisteren concludeerde Artsen zonder Grenzen nog dat duizenden vrouwen in Darfur het slachtoffer zijn geworden van systematisch seksueel geweld door de RSF. Hoe zorgt dit kabinet voor maximale druk op zowel de RSF als de SAF, inclusief de landen die deze partijen steunen, ook met wapenleveranties, om dit conflict te stoppen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. We gaan door naar mevrouw Krƶger voor haar vier minuten. Gaat uw gang.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. We leven in ongekende tijden. Sinds de Tweede Wereldoorlog is er niet zo veel oorlog en geweld geweest. Honderden miljoenen mensen zijn op de vlucht en zijn afhankelijk van noodhulp. Ondertussen wordt er wereldwijd stevig bezuinigd op internationale hulp, ook door Nederland. Dit werd vorige week weer bevestigd toen het minderheidskabinet met steun van rechts en radicaal-rechts de monsterbezuinigingen, waarvan 51 miljoen euro per jaar op noodhulp, doorzette.
Een regio waar pijnlijk duidelijk wordt wat dat betekent, is Sudan. Daar voltrekt zich al drie jaar de grootste humanitaire crisis ter wereld. Er is sprake van grootschalig seksueel geweld, maar de noodhospitalen waar de vrouwen terechtkunnen na een brute verkrachting, worden wegbezuinigd. Er ligt een hulpvraag van de VN voor 300 miljoen, waar pas 16% van gefinancierd is. Wat wordt de concrete inzet van Nederland bij de conferentie over Sudan in Berlijn op 15 april? Hoeveel geld brengt Nederland mee?
De financiering van noodhulp is op het laagste niveau in tien jaar. Dit kabinet maakt het eigenlijk nog erger. Waarom negeert het kabinet een aangenomen motie, gesteund door onder andere D66 en het CDA, waarin wordt verzocht om de hulp voor OekraĆÆne niet uit dit budget te halen? Die 419 miljoen euro voor OekraĆÆne is 419 miljoen euro minder voor andere acute crises. Ook mijn fractie wil natuurlijk steun voor OekraĆÆne, maar niet uit dit potje.
Voorzitter. Ondertussen worden hulpverleners steeds vaker het slachtoffer van geweld, in Sudan, maar ook in Gaza en Libanon. Het is een strategie. De minister stelde bij de ontvangst van het AIV-rapport hierover: "Normen sterven in stilte." Mijn vraag aan de minister is dus: hoe spreekt hij zich uit over wat er op dit moment in Libanon gebeurt? Dorpen worden verwoest. Er wordt door Israƫl geen onderscheid gemaakt tussen burgerdoelen en militaire doelen. Blauwhelmen worden vermoord. Gezondheidswerkers worden vermoord. Hulpverleners worden vermoord. Hoe gaat het kabinet zich hierover uitspreken en duidelijk stelling nemen over wat Israƫl op dit moment doet in Libanon, in Gaza en op de Westbank?
Voorzitter. Dan de enorme humanitaire nood in Libanon en Gaza. De enige organisatie die op grote schaal Palestijnse vluchtelingen in de regio kan helpen, is UNRWA. Het is een goed en belangrijk signaal dat deze organisatie weer steun van Nederland krijgt, maar de manier waarop is onnavolgbaar. Eerst zoekt het kabinet voor een begroting steun over rechts, met kennelijk, zo begrijpen wij, de afspraak dat UNRWA niet meer gesteund zou worden en mijn amendement het niet zou halen. Vervolgens zegt de minister nu dat hij het voornemen heeft om UNRWA wel weer te steunen, maar zonder concreet budget en eigenlijk zonder steun vanuit de Kamer. De minister zal toch moeten kiezen. Wil hij investeren in noodhulp, ook aan Palestijnen, dan zal hij steun moeten zoeken over links. Wil hij door met het sloopbeleid van zijn voorganger, dan moet hij het pad over rechts vervolgen dat hij gekozen heeft. Dan is de voorwaarde kennelijk dat er nooit steun voor UNRWA zal komen. Hier ligt een hele duidelijke keuze voor.
Tot slot, voorzitter. In Gaza is de medische infrastructuur compleet verwoest. Meer dan 4.000 Palestijnse kinderen hebben levensreddende zorg nodig die niet in de regio geboden kan worden. Zij wachten op medische evacuatie. Nederland heeft na langdurige politieke onwil en na heel veel aandringen van de Kamer in oktober vijf Palestijnse kinderen opgevangen. Heeft de minister de oproep van Nederlandse kinderartsen gezien? Zij zeggen: wij kunnen en wij willen deze kinderen helpen. We lezen in de brief dat hij welwillend gaat kijken, maar hij beschrijft dat het probleem is dat de grensovergang ā¦
De voorzitter:
Wilt u gaan afronden, mevrouw Krƶger?
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Ja, laatste zin. Hij schrijft dat het probleem is dat de grensovergang dichtzit. Nou begrijpen wij dat op 26 maart nog zeventien patiƫnten, inclusief een ambulance, de grensovergang van Gaza naar Egypte hebben gepasseerd. Het is dus mogelijk. Wat gaat de minister doen om te zorgen dat wij ook daadwerkelijk die kinderen gaan opvangen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar de heer Stƶteler, die ook vier minuten heeft.
De heer Stƶteler (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen bij de brief van het kabinet van 26 januari jongstleden, waarin het reageert op de sloop van het UNRWA-hoofdkantoor door de Israƫlische regering. Die sloop was natuurlijk een gevolg van de wet die elke activiteit van UNRWA op Israƫlisch grondgebied verbood. Die wet werd in oktober 2024 in de Knesset met 92 stemmen voor en slechts 10 stemmen tegen aangenomen. Het is een democratisch genomen besluit, maar geen woord daarover in de brief van het kabinet van 26 januari. In die brief stond ook geen woord over de gebeurtenissen die aanleiding gaven tot die wet, maar ik zal de minister daar even aan helpen herinneren.
Voorzitter. Op 7 oktober 2023 vond de bloedigste aanslag uit de Israƫlische geschiedenis plaats, waarbij 1.200 Israƫlieten op brute wijze werden vermoord en ruim 250 werden gegijzeld. Die gijzelaars werden vervolgens in Gaza gevangengehouden. Bij die aanslag waren UNRWA-medewerkers betrokken. De gegijzelden werden gevangengehouden op onder meer UNRWA-locaties. Ten minste drie ontzette gijzelaars hebben dat na kunnen vertellen. UNRWA-medewerkers prezen massaal de 7 oktoberterreur. Ook waren er Hamasterroristen docent op UNRWA-scholen. Er stond zelfs een in Libanon gedode Hamasleider op de UNRWA-loonlijst. Hoeveel meer heeft dit kabinet nodig om te zien dat UNRWA en Hamas toch wel met elkaar verweven zijn? Hoeveel meer heeft het kabinet nodig om te zeggen dat Israƫl misschien wel een punt heeft?
Voorzitter. Ik meen het serieus, want het verbaast me echt. Precies het tegenovergestelde gebeurt namelijk. De brief van het kabinet begint met de erkenning dat uitspraken van het Internationaal Gerechtshof als zodanig niet juridisch bindend zijn, om daarna drie alinea's te spenderen aan hoe die uitspraken wel moeten worden opgevolgd en nageleefd, over hoe de instituten van de Verenigde Naties moeten worden beschermd en gerespecteerd volgens het verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de VN. Welke voorrechten en immuniteiten precies, vraag ik de minister. Om terroristen op je loonlijst te hebben? Om een oogje dicht te knijpen als er Israƫlieten onder je neus gegijzeld worden gehouden? Immuniteit nadat je niets hebt gedaan in al die twintig jaar van tunnels graven, wapens verzamelen en terreur? Leg mij alsjeblieft uit hoe dat werkt.
En wie beschermt in de tussentijd IsraĆ«l? Wie beschermt IsraĆ«l tegen de oneindige stroom aan resoluties van de Organisatie van de Islamitische Samenwerking, de Arabische Liga ā niet te verwarren met de koekjes ā en de Beweging van Niet-Gebonden Landen, de Groep van 77, de Afrikaanse Unie en de hedendaagse Europese Unie? De afgelopen twee jaar hebben deze blokken de Algemene Vergadering van de VN gebruikt om het Internationaal Gerechtshof te wapenen en uitspraken te ontlokken die het recht van IsraĆ«l op zelfverdediging niet bestendigden maar aanvielen. De enige democratie in het Midden-Oosten mag zich amper nog verdedigen tegen de proxyterreur van de Islamitische Revolutionaire Garde.
Voorzitter. Deze week kwam de klap op de vuurpijl. Vorige week nog werd de begroting van deze minister vastgesteld. De afbouw van UNRWA was daar een essentieel onderdeel van. Het amendement-Krƶger/Teunissen, dat die afbouw wilde terugdraaien, werd met 118 van de 150 stemmen verworpen. Nu zegt deze D66-minister een week na die overduidelijke Kameruitspraak: ik doe het toch. Dat is wat mij betreft een dikke middelvinger naar de Kamer. Het zal best dat de minister formeel de bevoegdheid heeft om binnen zijn begroting tussen potjes te schuiven, maar deze minister weet dat hier nota bene vorige week nog uitdrukkelijk door de Kamer over is gestemd en een duidelijke uitspraak is gedaan. De minister lijkt het gewoon aan zijn laars te lappen.
Voorzitter. Of de minister nou gisteravond zelf heeft besloten om deze keutel weer half in te trekken of dat hij door zijn coalitiegenoten is teruggefloten, maakt nu weinig uit. Deze week heeft dit D66-kabinet aan heel Nederland laten zien volstrekt onbetrouwbaar te zijn. Laat dit dus een les en een waarschuwing zijn voor al die zogeheten constructieve oppositiepartijen die dit kabinet aan meerderheden willen helpen. Nu zijn het de toezeggingen aan JA21 en de SGP en uitspraken van 80% van de Kamer die aan de laars worden gelapt, maar volgende keer zijn het afspraken met u die garantie hebben tot dinsdag 16.00 uur, einde stemmingen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Er is geen humanitaire hulp zonder hulpverleners. In tien jaar tijd is het aantal hulpverleners dat ieder jaar gedood wordt bijna verdrievoudigd. De vijftien hulpverleners die werden gedood in Gaza werden begraven naast hun ambulance, we weten het allemaal nog. Het is nog steeds niet onderzocht, onafhankelijk onderzocht, zoals de heer Ceder ook al zei. Drie dagen geleden werden negen ambulancemedewerkers gedood in Libanon. We zien het ook in Sudan en we zien het in OekraĆÆne. Daarom is het goed dat het briefadvies Hulp onder vuur van de AIV en de CAVV er is. De kabinetsreactie hebben we gezien gisteren, maar wat niet terugkwam, is het in VN-verband pleiten voor een speciaal rapporteur of speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor de humanitaire ruimte. Dat is ook een aanbeveling. Hoe kijkt de minister daarnaar?
De nadruk van het advies ligt op het inzetten van het politiek kapitaal als wapen tegen geweld tegen hulpverleners. Dat betekent dus strijdende partijen consequent aanspreken op schendingen van het oorlogsrecht en daarin schiet kabinet gewoon echt tekort. Een recent voorbeeld. Amnesty International meldt dat door Israƫlische aanvallen op ziekenhuizen en ambulances 40 zorgverleners zijn gedood. Gisteren kwam er een joint statement van de minister van Buitenlandse Zaken met andere Europese ministers over Libanon en geen woord over de aanvallen van Israƫl op Libanon. "Normen sterven in stilte", dat waren de woorden van deze minister tijdens de presentatie van het adviesrapport van de AIV en de CAVV. Alle strijdende partijen aanspreken op het oorlogsrecht, waarom volgt de minister dat advies niet op?
De AIV en de CAVV zeggen ook dat stille diplomatie niet genoeg is. Dat is heel duidelijk. Zet verdergaande stappen bij grootschalige schendingen van het humanitair oorlogsrecht. We zien dat dat wel gebeurt bij andere oorlogen dan die in Gaza en in Libanon, maar niet als gaat om de Israƫlische aanvallen op Libanon. Daar zien we het niet, net zoals we dat niet zagen in Gaza. Hoe rijmt de minister het handelen van de Nederlandse regering dan met dit advies van de AIV en de CAVV? Is de minister bereid om dubbele standaarden te vermijden door een vast stappenplan of een escalatieladder te maken? We hebben het hier al twee, tweeƫnhalf jaar over gehad. Wat kan het kabinet nog meer doen om het geweld en de oorlogsmisdaden te stoppen? Is de minister bereid om daar een vast stappenplan of escalatieladder voor te maken, zodat we die dubbele standaard kunnen voorkomen?
Dan de medische evacuaties van ernstig zieke of zwaargewonde kinderen uit Gaza. We hebben maanden gewacht op een brief. Gisteren kwam die brief dan uiteindelijk en nu lezen we dat het kabinet geen verdere medische evacuaties doet vanwege grenssluitingen. Twee vragen daarover. EUBAM meldt dat via de Rafah-grensovergang mensen medisch kunnen worden geƫvacueerd. UNOCHA rapporteert ook dat vanaf 19 maart Rafah is geopend voor medische evacuaties. Hoe zit het dan met wat deze minister daar in de brief over schrijft? Dat lijkt gewoon niet te kloppen en het kan dus ook geen reden zijn, want de medische evacuaties via die grensovergangen vinden daadwerkelijk plaats. Er wachten ook nog heel veel zieke en gewonde kinderen in de regio, vooral in Egypte. Die hebben al maanden gewacht op medische evacuatie en zitten nu in Egypte zonder zorg. Waarom evacueert deze regering dan niet kinderen vanuit de regio? Welke belemmering is er om dat te doen, behalve politieke wil? En wat betekent dan "welwillend kijken", zoals deze minister schrijft in zijn brief?
Artsen zonder Grenzen publiceerde gisteren een rapport over seksueel geweld in Darfur. Wat zij beschrijven is de inzet van systematisch afschuwelijk seksueel geweld. Ik wil nu graag een reactie van het kabinet op dat rapport vragen. We lezen ook dat overlevenden worden geconfronteerd met belemmeringen voor zorg, waaronder onveiligheid en geen beschermingsdiensten. Wat kan deze minister nu doen om te zorgen dat deze vrouwen en meisjes deze zorg en hulp wel krijgen?
Dan Zuid-Sudan. Daar staat de ambassade op sluiten, maar die ambassade is wel cruciaal gezien de humanitaire situatie in Sudan en ook de humanitaire situatie in Zuid-Sudan. Welke ruimte is er om deze ambassade open te houden? Wat is ervoor nodig om dat te kunnen doen?
De voorzitter:
Zou u naar een afronding willen gaan, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Zeker. Tot slot. Goed dat de minister de humanitaire noden van de Palestijnen serieus neemt. Humanitaire hulp is keihard nodig en kan niet zonder UNRWA. Ik snap het besluit dat deze minister heeft genomen om de financiering van UNRWA te herstellen dus heel goed. De manier waarop snap ik niet zo goed, maar dat het besluit is genomen snap ik wel. Ik zou hem willen vragen om dat niet in de Najaarsnota regelen, maar nu.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Hoogeveen luisteren.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Wat een interessant schouwspel, hoe de minister de UNRWA-campagne heeft uitgerold. Tijdens de begrotingsbehandelingen in januari maakte mijn fractie duidelijk dat wij de BHO-begroting, een overblijfsel van de bezuinigingen van het vorige kabinet, alleen zouden steunen als links de boel niet zou vertimmeren. Dagen voor de stemmingen bedankte de minister ons voor onze steun, waarna ik hem wel meteen herinnerde aan het feit dat ik met "vertimmeren" had bedoeld "UNRWA-financiering". Dat was zuur voor D66, want collega Bamenga deed al mee aan een links amendement over UNRWA. Maar ja, de begroting moest via JA21 en 50PLUS door de Kamer, want links ging niet mee in de bezuinigingen. Zo verdween de heer Bamenga enkele uren voor de stemmingen plotseling onder het UNRWA-amendement vandaan en stemde de hele coalitie, inclusief D66, tandenknarsend tegen meer geld voor UNRWA. De stemverklaringen, met name die van mevrouw Kröger, hamerden op de historische bezuinigingen. En dat zelfs de partij van de heer Wilders op het allerlaatste moment vóór een Ontwikkelingshulpbegroting heeft gestemd, zie je niet elke dag in dit huis. Eindelijk eens een begroting die meer focust op handel en minder op hulp. Dagenlang regende het rouwende linkse teksten op sociale media.
Na het weekend besloot de minister ineens toch dat hij UNRWA's financiering vanaf 2026 zou herstellen. Dat een minderheidskabinet zes dagen na de stemming 180 graden tegen de Kamer ingaat, is ongehoord. De heer Stoffer en ik kregen van bijna de hele Kamer steun voor nadere opheldering en nu blijkt: het wordt een losse begroting, die ons later alsnog wordt voorgelegd. Er gaat nu nog gƩƩn extra geld naartoe. De Kamer mag er op dat moment weer over stemmen. Waarom werd dit plan dan nu al door de minister gepresenteerd? Nou, de minister en zijn partij ā waarschijnlijk getergd door het feit dat ze tegen UNRWA-financiering hadden moeten stemmen om de begroting te redden ā besloten dan maar om hun wil door te drukken. Na een aangenomen rechtse begroting, maar later voor links nog wat kruimels om voor te stemmen: het is sluw, maar ook gĆŖnant. Het roept de fundamentele vraag op hoe serieus dit minderheidskabinet begrotingsmeerderheden neemt en bij welke begrotingen dit kabinet nog meer na de stemming weer gaat terugonderhandelen. Afijn, de VVD heeft samen met het CDA nu eenmaal getekend voor deze wens van D66. We gaan erover stemmen en we zullen samen met de SGP de druk hoog houden. Hopelijk zien deze partijen de meerwaarde in van constructieve rechtse partijen. Deze streek van het minderheidskabinet zullen we in ieder geval niet vergeten.
Vragen aan de minister. Hoeveel geld gaat er dit jaar naar UNRWA volgens de geldende, eerbiedigende werking van het amendement-Eerdmans/Stoffer? Is deze werkwijze een voorbode voor hoe het minderheidskabinet opereert bij begrotingen? Was het voornemen om de UNRWA-financiering vanaf 2026 te herstellen al bekend op het moment dat over de amendementen en de begroting werd gestemd? Zo ja, waarom heeft de minister de Kamer hier dan niet vóór de stemmingen expliciet over geïnformeerd? Zo nee, wat is er dan in de dagen nÔ de stemmingen precies veranderd? Klopt het dat de minister zijn partijgenoot in de Kamer heeft verzocht om zich van het amendement terug te trekken om de begroting rond te krijgen en vervolgens een week later te beloven de UNRWA-financiering te herstellen? Begrijpt de minister dat de timing van zijn brief, enkele dagen na de stemmingen, de indruk wekt dat de Kamer is misbruikt om de begroting te redden en pas daarna met een tegengesteld beleidsvoornemen is geconfronteerd?
Tot slot, voorzitter. Er wordt ook gekeken naar alternatieve manieren van hulp voor de Gazastrook, want in de motie-Eerdmans/Stoffer staat ook dat daarop moet worden ingezet. We zien dat een organisatie als UNICEF eigenlijk de beste toegang heeft tot Gaza. Klopt het dat er vanuit de Nederlandse regering ook gesprekken zijn vanuit de headquarters in New York en vanuit de ambassade om die steun te verhogen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Keurig binnen de tijd. Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben hier vandaag heel veel te bespreken. Gisteravond laat kwam er nog een brief binnen over de medische evacuaties uit Gaza en de inzet van het kabinet daarop. Het CDA ondersteunt de welwillendheid van het kabinet hierin en het realisme, maar voor het CDA staat voorop dat alles wat we hierin doen in het belang van kinderen moet zijn. We willen de minister vragen politieke druk uit te blijven oefenen op Israƫl om de opvang in de regio te benutten, die nu ernstig verhinderd wordt. Tegelijkertijd vindt het CDA het goed dat we uitzoeken wat we hier in Nederland kunnen betekenen voor de opvang van kinderen die hoogcomplexe specialistische zorg nodig hebben en die niet in de regio kunnen worden geholpen. Ik lees dat de minister daar meer tijd voor nodig heeft. Daarbij wil ik benadrukken dat urgentie en zorgvuldigheid hierbij hand in hand moeten gaan. Mijn vraag is of de minister ook in gesprek kan gaan met maatschappelijke organisaties die hierin een rol zouden kunnen en willen spelen, in opvang of in kosten.
Dat brengt ons bij de hulpverleners in Gaza. Nederland stelt terecht dat humanitaire hulp ongehinderd toegelaten moet worden. Het kabinet heeft IsraĆ«l bilateraal en in EU-verband opgeroepen om hulp toe te laten en af te zien van een herregistratieplicht voor internationale ngo's, juist omdat die plicht ertoe heeft geleid dat organisaties worden geweerd uit de Palestijnse gebieden. De vraag is echter of dit nog voldoende is, want als toegang structureel wordt geblokkeerd, is niet alleen de humanitaire situatie onhoudbaar, maar wordt ook het humanitair oorlogsrecht uitgehold. Welke concrete ā¦
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark, u heeft een interruptie van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het gaat over de medische evacuaties. Ik hoor uit de woorden van mevrouw Van Ark dezelfde zorgen als die wij hebben over kinderen voor wie er geen plek is in de regio of die geen zorg kunnen krijgen in de regio, maar die wel zwaargewond of ernstig ziek zijn, omdat het gewoon heel schrijnend is. We weten namelijk ook dat als daar niets aan gebeurt, de opbouw van medische capaciteit in de regio te laat komt en deze kinderen dan misschien komen te overlijden, terwijl we dat hadden kunnen voorkomen. Nu lezen we in de brief, waar wij lang op hebben moeten wachten maar die we gisteren gekregen hebben, wat de voornaamste reden is om dit niet te doen. Er zijn een aantal bezwaren genoemd die politiek zijn, maar de voornaamste praktische reden om dit niet te doen, is dat er maar beperkte mogelijkheden zijn via de grensovergangen. Als nu blijkt dat die beperking ā¦
De voorzitter:
Kunt u tot de vraag komen, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
⦠er niet is of minder is, is het CDA dan bereid om te steunen dat we wel weer medische evacuaties van kinderen gaan doen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb gezegd dat we daar welwillend tegenover staan en dat we ook realistisch zijn. We zijn realistisch in de volgende zin. De minister geeft aan dat het nu al best complex is, ook in de uitvoering, maar we willen graag ook van de minister horen hoe dat mogelijk kan zijn. Daarbij wil ik ook aangeven dat voor ons het belang van het kind vooropstaat. Het moet ook voor de kinderen de goede oplossing zijn. Dat kan betekenen dat het soms een oplossing kan zijn om juist meer in te zetten op de regio, maar wat ons betreft staan we er ook welwillend tegenover om te kijken wat we in Nederland zouden kunnen doen. Vandaar de oproep van het CDA om ook met maatschappelijke organisaties daarover in gesprek te gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat dat geen aanleiding tot een vervolgvraag geeft, dus dan kunt u door met uw betoog, mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Mijn vraag over de hulpverleners in Gaza was nog welke concrete vervolgstappen nu op tafel liggen als Israƫl de toegang voor hulporganisaties verder beperkt en ngo's blijft weren.
Dan over UNRWA, voorzitter. De minister heeft de Kamer per brief laten weten dat hij voornemens is de steun aan UNRWA te herstellen. Mijn fractie steunt dit voornemen. We erkennen dat UNRWA momenteel een cruciale rol vervult in de humanitaire hulpverlening ter plaatse. Zonder UNRWA kunnen ook andere organisaties, waaronder Nederlandse organisaties binnen de Dutch Relief Alliance, hun werk niet goed uitvoeren. Juist daarom is het van belang dat deze steun wordt hervat. Tegelijkertijd heeft het CDA er vertrouwen in dat UNRWA doorgaat met het implementeren van de aanbevelingen uit het Colonnarapport, zodat de organisatie haar belangrijke werk op een zorgvuldige en verantwoorde manier kan blijven doen.
Voorzitter. Dan de bescherming van hulpverleners. Het AIV-advies is ronduit zorgelijk. Aanvallen op hulpverleners nemen al jaren toe. In 2025 kwamen 329 hulpverleners om het leven, raakten 178 mensen gewond en vonden 97 ontvoeringen plaats. Straffeloosheid dreigt de norm te worden. Hulp wordt steeds vaker gepolitiseerd. Strijdende partijen beperken toegang, criminaliseren organisaties en gebruiken bureaucratie of geweld om hulp te sturen of te blokkeren. Dan is niet alleen humanitaire hulp in gevaar, maar ook het internationale recht zelf. De AIV stelt dat alleen stille diplomatie vaak niet genoeg is. Publieke normstelling is nodig. Wie hulpverleners aanvalt, wie ziekenhuizen treft, wie hulp belemmert, moet daarop consequent en zichtbaar worden aangesproken. Als grove schendingen doorgaan, moeten ook vervolgstappen in beeld komen, juist om normvervaging tegen te gaan. Is het kabinet bereid om in lijn met het AIV-advies veel steviger en ook publiekelijk op te treden wanneer hulpverleners worden aangevallen of hulp wordt belemmerd? Hoe zorgen we ervoor dat bescherming van hulpverleners niet alleen een diplomatiek thema blijft, maar ook zichtbaar terugkomt in financiering, risicodeling en steun aan lokale partners?
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark, u heeft een interruptie van de heer Stƶteler.
De heer Stƶteler (PVV):
Ik zal bij deze vraag even aannemen dat het CDA geen onderdeel was van het om de tuin leiden van de rest van de Kamer. Mevrouw Van Ark zegt net dat het CDA voor het hervatten of op peil brengen van de steun aan UNRWA is. Vorige week stemde het nog tegen een amendement dat datzelfde wilde regelen. Wat is er in deze week veranderd? Hoe komt het dat het CDA 180 graden van mening lijkt te zijn veranderd?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Onze mening is niet veranderd. Wij hebben UNRWA altijd gesteund. We hebben in januari nog een motie van mevrouw Krƶger gesteund om de steun aan UNRWA te herstellen. Voor ons is dat belangrijk. We hebben hier ook in het coalitieakkoord afspraken over gemaakt. Wat ons betreft is er dus niets aan veranderd.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil het nu duidelijk krijgen. Het gaat me niet om de inhoud en het geld; het gaat me om het proces. We zitten namelijk in een minderheidsconstellatie. Ik ben gewoon benieuwd hoe wij de komende tijd met elkaar omgaan. Ik ga er net zoals de heer Stƶteler van uit dat het CDA niet van tevoren wist dat er een paar dagen na de stemmingen een brief zou komen en dat het daardoor welbewust tegen het amendement van mevrouw Krƶger gestemd heeft. Daar ga ik van uit. Als dat niet zo is, dan hoor ik het graag. Dan blijft echter de vraag overeind: waarom heeft de CDA-fractie besloten om tegen het UNRWA-amendement te stemmen als zij het inhoudelijk eens was met het amendement van mevrouw Krƶger?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat lijkt mij heel duidelijk. Tegen het amendement stemmen was nodig, zodat de begroting het zou halen. Dat was duidelijk en ik denk dat we daar ook niet omheen hoeven te draaien. Tegelijkertijd hebben wij hier in het coalitieakkoord gewoon een afspraak over gemaakt. Wij hadden dus het vertrouwen dat we dit ook op een andere manier konden regelen.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Het is goed dat het CDA er zo open over is, want er werd natuurlijk al door diverse partijen op gehint. Dan is toch mijn vraag aan het CDA de volgende. Deze minderheidscoalitie heeft heel duidelijk een keus: óf investeren in OS, de koppeling herstellen en investeren in noodhulp, inclusief UNRWA, en dan steun zoeken over links, óf een begroting met bezuinigingen van het vorige kabinet doorzetten en steun zoeken over rechts, maar dan kennelijk onder de harde voorwaarde van rechts en radicaal-rechts dat UNRWA niet gesteund mag worden. Die keus lag voor. Dan is toch mijn vraag aan het CDA: wat kiest het CDA?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA kiest er hier gewoon voor om het coalitieakkoord uit te voeren. In dit geval staat er in het coalitieakkoord een extra investering voor ontwikkelingssamenwerking. Er staat niet in dat we de nu de koppeling kunnen herstellen; dat hebben we gewoon niet afgesproken met elkaar. De steun aan UNRWA staat er echter wel in.
De voorzitter:
Er zijn interrupties, maar ik weet niet wie er eerder was. Was de heer Van Baarle eerder? Ja, hoor ik. Ik heb wat moeite met naar rechts kijken vandaag.
De heer Van Baarle (DENK):
Het zij u vergeven, voorzitter.
We hebben eerst een brief van de minister gelezen waarin hij schreef: ik ga schuiven in mijn budget en ik ga de financiering van UNRWA herstellen. Daarna hebben we een tweede brief van de minister gelezen, waarin staat dat we moeten wachten op goedkeuring van de Kamer, en wel in september. Mevrouw Van Ark onderkent het belang van UNRWA en onderkent dat UNRWA nodig is om noodlijdende Palestijnen van hulp te voorzien, maar UNRWA kan niet wachten tot september. Is het CDA het ermee eens dat deze minister gewoon het budget binnen de lopende bedragen kan overmaken? Waarom zouden we moeten wachten tot september? Als het in het coalitieakkoord staat, kan het gewoon nu gebeuren.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat vind ik een goede vraag. Ik ga hem toch even doorgeven aan de minister, zodat hij daarop kan reageren. Daar kan ik eigenlijk niks over zeggen. De minister heeft het voornemen. Wat mij betreft gaan we gewoon kijken wanneer het geregeld kan worden.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik waardeer de eerlijkheid van het CDA hierin. Er wordt namelijk gewoon gezegd: wij stemden tegen dit amendement, omdat wij vonden dat de begroting het moest halen. Dat creƫert in ieder geval wat duidelijkheid in plaats van de semantische spelletjes die gisteren met name door de fractieleider van D66 voor de microfoons werden gespeeld. Maar dan wil ik toch ook aan het CDA vragen: als minderheidskabinet is dit toch geen handige manier van werken? Je zoekt uiteindelijk naar een meerderheid over links dan wel over rechts. Vervolgens is die meerderheid er in de Kamer en is dat vertrouwen er in de Kamer. Dan is het aangenomen, maar gaan we toch via een soort loophole, via een soort geitenpaadjes, weer over wat kruimels heronderhandelen, over links dan wel over rechts. Dat roept toch echt vragen op over hoe dit kabinet functioneert en hoe de coalitie daarnaar kijkt. Ik wil het CDA dus toch vragen hoe het hiernaar kijkt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat is, denk ik, een terechte vraag van de heer Hoogeveen. Wat mij betreft zouden we dat een volgende keer anders moeten doen. Ja, daar ben ik gewoon heel eerlijk in. Ik had dit graag anders gezien. Ik denk dat het een goede les is voor hoe wij als minderheidskabinet in dit soort situaties moeten opereren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik ga toch nog even door op het punt dat mevrouw Krƶger maakte. Het is ontzettend goed dat het CDA zegt: we hebben de afspraak in het coalitieakkoord dat we de gelden voor UNRWA gaan herstellen; afspraak is afspraak, dus daar houden we ons aan. Dat waardeer ik heel erg. Tegelijkertijd heeft het CDA natuurlijk wel een keuze als het gaat over brede investeringen in ontwikkelingssamenwerking. In het coalitieakkoord staat: we gaan daarin investeren. Tegelijkertijd is daar geen geld voor vrijgemaakt. Dan blijft de vraag dus toch: waarom kiest het CDA ervoor om over rechts te gaan en de begroting, met desastreuze bezuinigingen, op die manier te laten goedkeuren, terwijl het CDA ook zegt te staan voor ontwikkelingssamenwerking? Waarom kiest het CDA daar dan niet voor?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA heeft eerder aangegeven ⦠We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat we 275 miljoen extra gaan investeren. Het CDA maakt zich er ook wel degelijk zorgen over of we dat bedrag dan ook echt extra investeren. Dat is de afspraak waar we de minister aan willen houden. Ik denk dat het nog wel een discussie met de minister waard is om te bespreken hoe we dat geld daadwerkelijk gaan investeren, want tot nu toe hebben we gezien dat het geld in allerlei potjes weggaat en dat we het niet daadwerkelijk vrij kunnen krijgen. Daar ga ik mij voor inzetten en daar mag u mij de komende tijd aan houden.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik vraag me dan toch nog af: wist mevrouw Van Ark van tevoren dat de minister alsnog dat geld vrij zou maken? Toen jullie voor de begroting stemden, wisten jullie toen al dat dat geld alsnog vrijgemaakt zou worden?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Nee, het CDA had het vertrouwen dat het op een andere manier geregeld had kunnen worden, gewoon zoals we in het coalitieakkoord hebben afgesproken. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Daar hebben we ook heel veel discussie over, maar ook daarvoor heb ik er vertrouwen in dat we het gewoon met deze minister gaan regelen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Zou ik de heer Ceder mogen vragen om kort het voorzitterschap over te nemen? Ik zou namelijk ook een interruptie willen plaatsen.
De heer Stoffer (SGP):
Mevrouw Van Ark heeft zojuist de bijdrage van de heer Hoogeveen gehoord. In de vorige periode had het CDA de mond vol van democratisch ethos. Zou mevrouw Van Ark daar eens kort op kunnen reflecteren? Vindt zij dit nu getuigen van democratisch ethos of is dit gewoon een politiek spel?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat is, denk ik, een goede vraag van de heer Stoffer. Daarom heb ik net tegen de heer Hoogeveen gezegd: wat mij betreft gaan we dit de volgende keer anders doen. Ik ben heel erg voor transparantie. Ik ben de politiek ingegaan en ik sta echt voor eerlijke politiek. Ik heb in dit huis inmiddels ook wel gemerkt dat er soms veel dingen achter de schermen worden geregeld. Daar ben ik niet van, dus wat mij betreft gaan we echt ⦠Ik denk dat u het CDA daar ook goed van kent: het CDA is van duidelijkheid; we draaien er niet omheen. Daar mag u ons aan blijven houden.
De voorzitter:
Heeft de heer Stoffer nog een vervolginterruptie?
De heer Stoffer (SGP):
Nee.
De voorzitter:
Dan geef ik bij dezen het voorzitterschap terug.
De voorzitter:
Ik kijk nog even rond. Mevrouw Van Ark heeft nog achttien seconden om haar bijdrage af te ronden.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dan kom ik bij mijn slotwoord.
Voorzitter. Humanitaire hulp is meer dan financiering. Het is ook steun geven in woord en daad aan humanitairehulpverleners en ons blijven uitspreken. Dat zijn we verplicht aan mensen in nood, maar ook aan de hulpverleners die hun leven riskeren om hen te bereiken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, keurig binnen de tijd. Dan gaan we naar de overkant. We gaan luisteren naar de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter. De wereld wordt helaas geteisterd door een humanitaire crisis, of het nu in Sudan, Afghanistan, Gaza, Libanon of Myanmar is. Er is meer crisis dan ooit. In zo'n wereld, met zo veel crises, zou je hopen en willen dat de internationale gemeenschap meer zou doen, maar helaas is het tegendeel waar. VN-noodhulpcoƶrdinator Tom Fletcher gaf eind vorig jaar aan slechts een derde van het benodigde budget te hebben om mensen in nood te helpen. Het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet berekende dat de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking rond 2030 kunnen leiden tot de dood van minstens 4,5 miljoen kinderen, zo schrijft de NRC.
Voorzitter. Hoe kijkt de minister hiernaar? Welke inspanningen levert hij om ervoor te zorgen dat er meer budget voor humanitaire hulp komt, zowel nationaal als internationaal? Kunnen we er nu van uitgaan dat er onder deze minister de komende jaren netto meer geld beschikbaar is voor noodhulp? Of is dit niet het geval, vanwege de toerekening aan asiel en OekraĆÆne, en het blijven bestaan van de bezuinigingen onder het kabinet-Schoof? Hoe zit dit?
Voorzitter. Dan de brief van het kabinet over het herstel van de steun aan UNRWA. Laat ik beginnen met te zeggen dat de eerste brief een juiste stap was van deze minister. Gezien de enorme humanitaire noden in Gaza is het minste wat we kunnen doen dat we herstellen wat we deden. Maar toen kwam die tweede brief, waarin deze minister de keutel eigenlijk weer een beetje leek in te trekken. Ik vind het oprecht een cynisch spel. Ik vind het oprecht een cynisch spel, aangezien we zien dat de Palestijnen op dit moment noodlijdend zijn en iedereen gewoon kan zien dat UNRWA keihard nodig is om de Palestijnen te helpen. Vervolgens besluiten we dan op basis van politiek in dit huis om tot september te wachten met het overmaken van dat geld. Daar kunnen de Palestijnen niet op wachten. Dus ik vraag deze minister om dat geld gewoon nu over te maken. Als de minister niet bereid is om dit tijdens het debat te doen, zullen we er een motie voor indienen.
Voorzitter. Gaza is door de Israƫlische genocide vernietigd. Wanneer is de minister bereid om de Kamer te informeren over de bijdrage die dit kabinet zal leveren voor de wederopbouw van Gaza? Hoe zet de minister extra druk op Israƫl om ervoor te zorgen dat Gaza volledig opengesteld wordt voor humanitaire hulp, nu de grenzen opnieuw zijn gesloten door Israƫl? Is het de minister duidelijk dat er na al die misdaden die Israƫl op dit gebied pleegt alleen maar sancties kunnen volgen?
Het is ook ongeveer een jaar geleden dat vijftien hulpverleners werden gedood tijdens hun werk in Gaza, onder wie acht van de Palestijnse Rode Halve Maan. We lezen dat daar geen onafhankelijk onderzoek naar is gedaan. Sinds oktober 2023 zijn volgens Amnesty International honderden hulpverleners in Gaza vermoord. Welke extra stappen gaat de minister zetten tegen de straffeloosheid ten aanzien van deze misdaden?
Voorzitter. We hebben ook een brief gekregen van de regering over medische evacuaties uit Gaza waar letterlijk niks concreets in staat, alleen maar dat het kabinet welwillend zou zijn. En dat terwijl bijna 20.000 mensen op de wachtlijst staan, onder wie kinderen met kanker die wachten op een behandeling. Kan deze minister toezeggen dat hij er zo snel mogelijk voor gaat zorgen dat er kinderen in Nederland behandeld gaan worden?
Voorzitter. Dezelfde zorgwekkende ontwikkelingen als in Gaza zien we nu ook in Libanon, waar ontzettend veel mensen op de vlucht zijn geslagen en verdreven worden. We zien er verschrikkelijk geweld. Is de minister bereid om dit geweld te veroordelen en ook de Israƫlische plannen voor de bezetting van Zuid-Libanon te veroordelen? Is hij bereid om ook daarom te pleiten voor sancties tegen Israƫl?
Voorzitter. Ik wil ook kort stilstaan bij de positie van de Rohingya, die in Myanmar maar ook daarbuiten in vluchtelingenkampen een verschrikkelijk leven leiden, vanwege de repressie en de onderdrukking.
De voorzitter:
Zou u naar een afronding willen gaan, meneer Van Baarle?
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou de minister willen vragen welke aandacht hij daarvoor heeft.
Tot slot. Is de minister bereid om te pleiten voor het stoppen van de onderhandelingen over het handelsakkoord tussen Europa en de Verenigde Arabische Emiraten, vanwege de steun aan de RSF door de VAE?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Dan gaan wij door naar mevrouw Maes. U heeft ook vier minuten.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Er zijn tal van landen in de wereld waar de humanitaire situatie zeer zorgwekkend is. De beschikbare middelen voor hulp zijn schaars en zijn het afgelopen jaar nog schaarser geworden, omdat een aantal grote donoren hun bijdrage drastisch verlaagd hebben. Dat betekent dat het steeds belangrijker wordt om scherpe keuzes te maken. Die keuzes zijn schrijnend, want Nederland beschikt niet over voldoende middelen om al het wereldleed te verzachten. Wat de VVD-fractie betreft moeten keuzes worden ingegeven door acute menselijke nood, maar mogen ook onze nationale belangen, zoals stabiliteit in de regio en onze nationale veiligheid, niet uit het zicht raken.
Te vaak wordt het politieke debat over humanitaire hulp gekaapt door de waan van de dag. De VVD vraagt daarom aandacht voor onderbelichte brandhaarden die van invloed zijn op de stabiliteit in Europa. De oorlog in Sudan, al een paar keer genoemd, duurt inmiddels drie jaar en het einde is niet in zicht. Gisteren was er nog een bericht over toenemend gebruik van drones. Wat zich in Sudan voltrekt, is een stille ramp die ruim 33 miljoen mensen treft. De Kamer riep eerder het kabinet op om een leidende rol te spelen in de internationale respons. Hoe geeft de minister daar concreet invulling aan, met name bij het afdwingen van humanitaire toegang tot belegerde gebieden zoals Al-Fashir?
In het Midden-Oosten hebben recente ontwikkelingen in Iran en Libanon grote impact op de gehele regio. Die ontwikkelingen zullen wederom zorgen voor veel menselijk leed. Het risico bestaat ook dat er nieuwe ongecontroleerde migratiestromen richting Europa op gang komen als gevolg van deze ontwikkelingen. De Nederlandse inzet moet gericht zijn op het verzachten van menselijk leed en op maximale ondersteuning van de regio. Kan de minister toelichten op welke wijze de Nederlandse noodhulp wordt ingezet om deze lokale opvang en zorg te versterken?
Voorzitter. Humanitaire hulp moet Gaza wat de VVD betreft onbelemmerd kunnen bereiken. Op dit moment moet dat wel via UNRWA, vanwege de benodigde infrastructuur in het gebied. Voor de VVD is daarbij belangrijk dat in Gaza ook andere organisaties worden ingeschakeld; diversificatie dus. We willen niet dat hulp aan Gazanen louter van UNRWA afhankelijk is. Wat de VVD betreft wordt de steun via UNRWA afgebouwd zodra andere organisaties in de hulp kunnen voorzien. Ook mag het geld niet bij Hamas terechtkomen en niet voor verkeerde doeleinden worden gebruikt. Kan de minister toelichten op welke wijze hij organisaties gaat screenen die in Gaza met Nederlands geld gefinancierd gaan worden?
De voorzitter:
Mevrouw Maes, u heeft een interruptie van uw rechterbuurman, de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat klopt, voorzitter. Het is goed dat de VVD nadat het al die tijd in het vorige kabinet verschrikkelijke leugens over UNRWA verspreidde nu erkent dat UNRWA noodzakelijk is voor het helpen van de Palestijnen. Tegelijkertijd is het als UNRWA noodzakelijk is voor het helpen van de Palestijnen toch wel erg cynisch om vanwege de politiek in dit huis te wachten tot september. Die Palestijnen kunnen niet wachten. Deelt de VVD dat we als we de Palestijnen moeten helpen en UNRWA daarvoor noodzakelijk is dat geld gewoon direct moeten overmaken en niet een halfjaar moeten wachten terwijl de Palestijnen niet kunnen wachten?
Mevrouw Maes (VVD):
Het moge duidelijk zijn dat de VVD altijd heel kritisch is geweest op UNRWA. Meneer Van Baarle noemt dat leugens. Nou, daar kan je over twisten. Ik denk niet dat dat leugens zijn. Ik denk dat dat serieuze zorgen zijn, die wij hebben en houden. En wat betreft zijn vraag over september: ik denk dat de minister daar het beste antwoord op kan geven.
De voorzitter:
Dan kunt u verder met uw betoog.
Mevrouw Maes (VVD):
Tot slot OekraĆÆne. De systematische Russische aanvallen op de energie-infrastructuur afgelopen winter hebben aangetoond dat ad-hocnoodhulp niet volstaat. Wij moeten nu handelen om te borgen dat de OekraĆÆense bevolking de komende winter niet opnieuw in de vrieskou komt te zitten. Kan de minister aangeven welke concrete strategische plannen er klaarliggen om de OekraĆÆense energievoorziening voor 2026/2027 winterklaar te maken en op welke wijze de expertise van de Nederlandse private sector wordt ingezet om de structurele weerbaarheid van het land te vergroten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u een interruptie van mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik ben er helemaal niet gerust op dat de VVD er ook echt op gaat inzetten om die UNRWA-gelden te herstellen, als ik het zo hoor, want ik hoor tegelijkertijd ook "afbouw op termijn" en "het geld mag niet naar Hamas gaan". Nou ligt er gewoon het rapport van Colonna. Er is geen bewijs gevonden dat er banden zijn met Hamas. Er zijn wel een aantal mogelijke verbeteringen geconstateerd en daar is UNRWA mee aan de slag gegaan. Er is dus helemaal geen bewijs van dat daar enige banden zijn met Hamas en toch wil de VVD dat nog eens even noemen. Erkent de VVD dat die gelden hersteld moeten worden in eerste instantie? Kan de VVD daar gewoon helder in zijn? Dat is ook de afspraak in het coalitieakkoord.
Mevrouw Maes (VVD):
Wij zijn ons ontzettend bewust van het leed in de regio. Wij hebben hier inderdaad in het coalitieakkoord afspraken over gemaakt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. U heeft een interruptie.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat betekent dus dat de VVD dat steunt. Dat is heel mooi. Tegelijkertijd hoor ik de VVD ook over afbouw, wordt het nu toch op de lange baan geschoven en hebben we pas bij de Najaarsnota te maken met het herstel. We zien dat UNRWA nodig is voor de noden naar. Ik kan het nog stelliger zeggen: UNRWA is gewoon de levenslijn van de Palestijnen. Alles is daar verwoest. Mensen hebben nu hulp nodig. Ziet de VVD mogelijkheden om die gelden naar voren te halen?
Mevrouw Maes (VVD):
Ik ben er heel erg blij dat in de brief van de minister heel duidelijk staat dat hij ook inzet op diversificatie. Dat vinden we gewoon heel erg belangrijk.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit was echt geen antwoord op mijn vraag.
De voorzitter:
U heeft een antwoord gekregen. Daar zult u het mee moeten doen. U heeft geen vervolgvraag, mevrouw Teunissen? U zit inderdaad aan de drie interrupties. Dan gaan we naar de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
We kennen de VVD inderdaad als een partij die ā ik heb het nog even uitgezocht ā sinds Rutte IV heeft gestemd voor een vermindering van de financiering van UNRWA, of in ieder geval tegen een verdere financiering van UNRWA. De VVD heeft onder het kabinet-Schoof I gestemd voor de huidige bezuinigingen die op UNRWA staan. We zien nu dat bij het nieuwe kabinet, waarschijnlijk als onderdeel van een compromis, er meer financiering naar UNRWA gaat. Vervolgens heeft u net als het CDA en D66 tegen een amendement gestemd en het daarmee kortom voor elkaar gebokst om via de rechtse meerderheid de begroting aan een meerderheid te helpen.
De voorzitter:
Wilt u tot uw vraag komen, meneer Hoogeveen?
De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn vraag is: hoe kijkt de VVD naar het handelen van minister Sjoerdsma in dezen? Hoe reflecteert de VVD op de dalende welwillendheid van een constructieve rechtse oppositie, waar de VVD toch wel oren naar heeft?
Mevrouw Maes (VVD):
Wij waren maandagochtend ook verrast. Ik zal daar geen geheim van maken. Ik ben heel blij met wat er daarna nog vanuit het kabinet tot ons is gekomen. Daar laat ik het even bij.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie verder geen interrupties, dus dan gaan wij luisteren naar de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. De humanitaire stand van zaken in de wereld is catastrofaal. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er wereldwijd nog nooit zo veel conflicten geweest als de afgelopen jaren. We zien geweld tegen kinderen, vrouwen, zieke mensen, hulpverleners en journalisten toenemen. Steeds meer mensen raken hun thuis, familie en leefomgeving kwijt door bombardementen. Dit debat gaat daarom over de vraag hoe we mensen die moeten overleven in oorlogsgebieden menselijkheid en perspectief kunnen bieden. Afgelopen vrijdag lazen we over een flinke meevaller op de Voorjaarsnota. Dat geld komt geen moment te vroeg. Hoe is de minister van plan om deze meevallers concreet in te zetten? Gaat dit naar acute crises of structurele versterking van humanitaire capaciteit?
Voorzitter. Het geweld tegen Palestijnen neemt verder toe. Terwijl de wereld wegkijkt en de aandacht elders vestigt, doet Israƫl er alles aan om de toegang tot humanitaire hulp in Gaza te verhinderen. Daarom ben ik ontzettend blij dat het kabinet de relatie met UNRWA nog dit jaar volledig herstelt. UNRWA is cruciaal voor het bieden van hulp, onderwijs, zorg en andere noodvoorzieningen in Gaza. Er is geen andere organisatie met zo'n uitgebreid netwerk die hulp kan bieden op de schaal die nodig is. Met dit besluit komt er een einde aan de roekeloze verdachtmakingscampagne tegen deze organisatie en spreekt het kabinet steun uit voor hun broodnodige werk onder steeds moeilijkere omstandigheden.
Mijn fractie heeft ook grote zorgen. Een rechterlijke uitspraak in Israƫl bepaalt dat ngo's binnenkort alsnog uit Gaza moeten vertrekken. Dat is meer bewijs van de campagne die de Israƫlische overheid voert om humanitaire hulp onmogelijk te maken. Kan de minister toelichten wat de stand van zaken is en hoe hij daarover in contact staat met ngo's? Wat is zijn inzet de komende weken om Israƫl op andere ideeƫn te brengen?
De heer Van Baarle (DENK):
Het ligt niet aan de heer Bamenga. De heer Bamenga weet hoe ik persoonlijk over hem denk. Tegelijkertijd heeft de tweede brief die ik van deze minister heb gezien, in tegenstelling tot de eerste brief die mij zeer gelukkig en hoopvol stemde, mij teleurgesteld. Ik vind oprecht dat als we de mogelijkheid hebben om de financiering van UNRWA direct te herstellen, we daar niet tot september mee moeten wachten. Ik heb daar nu aan twee coalitiepartijen een vraag over gesteld. Die gaven daar allebei zelf geen antwoord op, maar verwijzen naar de minister. Het is toch wel opvallend dat een Kamerlid geen mening heeft. Ik ben benieuwd wat de heer Bamenga vindt. Ik ken hem goed. Ik ben ervan overtuigd dat hij vindt dat de portemonnee gewoon direct getrokken moet worden voor UNRWA.
De heer Bamenga (D66):
Ik dank de heer Van Baarle bij dezen voor het feit dat hij het niet persoonlijk maakt. Volgens mij kent de heer Van Baarle mij en mijn partij heel erg goed. We hebben natuurlijk altijd gestreden voor herstel van de relatie met UNRWA. Als het gaat om financiering vinden wij uiteraard dat het zo snel mogelijk moet worden overgemaakt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. U kunt verder met uw betoog.
De heer Bamenga (D66):
Het Israƫlische parlement heeft een doodstrafwet aangenomen die uitsluitend Palestijnen treft. De VN zeggen dat de uitvoering van deze wet een oorlogsmisdaad zou zijn. Nederland spreekt opnieuw zorgen uit. Dat is goed, maar laten we eerlijk zijn: zorgen uiten heeft tot nu toe weinig veranderd. Als dit geen reden is om het handelshoofdstuk van het associatieakkoord op te schorten, wat dan wel? Graag een duidelijke reactie van de minister.
Voorzitter. Dan Libanon. Inmiddels zijn er daar meer dan 1.240 doden gevallen en zijn honderdduizenden onschuldige burgers op de vlucht geslagen. Terwijl de Defensieminister spreekt over een bufferzone, heeft de minister van Financiƫn het al over de nieuwe grenzen van Israƫl. Gestoord! Maar als het niet wordt tegengesproken, is het ook gevaarlijk. Graag een reflectie van de minister. Ik ben blij om te zien dat Nederland de steun aan humanitaire organisaties in Libanon opschroeft. Die is hard nodig, want er zijn deze maand al meer dan 50 hulpverleners omgekomen. Spreekt de minister zijn Israƫlische counterparts hierop aan? Hulp alleen verandert echter niets aan de verdrijving van mensen uit hun huizen, noch aan de bezettingsplannen van de Israƫlische regering. Daarom is het goed dat Nederland vanochtend steun uitsprak voor de Libanese regering en Israƫl opriep af te zien van een grondoffensief. Maar wat als dat toch gebeurt? Is de minister met medeondertekenaars in gesprek over vervolgstappen, mocht Israƫl overgaan tot een grondoffensief en een langdurige bezetting van Libanon?
Voorzitter. Tot slot ga ik naar de vergeten, of misschien wel genegeerde conflicten die wij niet mogen vergeten of negeren. In Sudan voltrekt zich nog altijd een enorme humanitaire crisis waar nu opnieuw nauwelijks aandacht voor lijkt te zijn. Ook in het oosten van Congo laait het geweld opnieuw op zonder zicht op de duurzame oplossingen. Is er binnen de meevaller ruimte om juist voor deze crisis een extra bijdrage te leveren?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Lammers.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor de heer Bamenga net over UNRWA praten. Ik ben dan toch wel benieuwd hoe de heer Bamenga alle onderzoeken die naar UNRWA zijn gedaan en alle bevindingen die daaruit zijn gekomen beoordeelt. Dan doel ik ook op alle video's die online circuleren waarin medewerkers van UNRWA zich vervolgens bewapenen et cetera, et cetera. Hoe beoordeelt de heer Bamenga dat?
De heer Bamenga (D66):
De rapporten hebben uitgewezen dat Israƫl geen bewijs heeft geleverd voor de link tussen UNRWA en terrorisme.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het OCTAS-rapport... Nee, sorry dat is van SZW. Ik kom zo op de naam van het rapport. Er is een tweede rapport geweest, niet het eerste, waaruit is voortgevloeid dat er negen mensen zijn ontslagen. Dat rapport heeft wel degelijk uitgewezen dat een verband met de aanslag op 7 oktober niet uit te sluiten was. Dat is niet mijn vraag, maar een opmerking. We zijn namelijk al twee jaar hiermee bezig en het is goed om dit debat niet feitenvrij te voeren. Ik verwijs dus allereerst naar het VN-rapport, als reactie op de vraag van mevrouw Lammers. Dan ga ik naar de tweede vraag. Ook ik vind de heer Bamenga een geweldig persoon. Dat weet hij ook. Dat staat even voorop.
De voorzitter:
Meneer Ceder, dit genoteerd hebbende, wilt u tot uw vraag komen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tegelijkertijd is er natuurlijk ook wel een olifant in de Kamer, namelijk dat de minderheidscoalitie steun heeft gezocht van de rechterflank. Daarmee heeft D66 zich onttrokken aan een aantal van de amendementen. Een paar dagen later hebben niet alleen de heer Bamenga, maar ook de minister-president de pers geĆÆnformeerd ā juichend, zeg ik er even bij ā over wat er zou gaan gebeuren. Sinds gisteren blijkt dat ā¦
De voorzitter:
Meneer Ceder, wilt u wel komen tot uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de D66-fractie voor de stemming over de begroting en het UNRWA-amendement wist dat in diezelfde week ā je hebt namelijk onderraden en ambtelijke voorbereiding ā op vrijdag het geld alsnog geregeld zou kunnen worden door de ministerraad. En wist u daarmee dat rechts in z'n hemd gezet zou worden?
De heer Bamenga (D66):
Dank voor de vraag. Dank ook voor de complimenten aan mijn persoon. Die neem ik graag aan. Volgens mij is het heel helder geweest waar we staan. We hebben heel veel debatten over UNRWA gevoerd. Onze mening daarover is absoluut niet veranderd de afgelopen periode. We zijn heel erg blij dat ook in het coalitieakkoord heel duidelijk staat dat die relatie hersteld zou moeten worden. U weet ook dat ik na de stemmingen schriftelijke vragen gesteld heb over wanneer de afspraken in het coalitieakkoord uitgevoerd gaan worden. Dus dat is in ieder geval wat ik ervan weet. Wanneer dat daadwerkelijk gebeurt, wist ik, net zoals u, zodra de brief binnen was.
De voorzitter:
Wilt u uw laatste vraag stellen? Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ga 'm toch scherp stellen. Ik heb in mijn betoog aangegeven dat het mij gaat om het proces. Ik wil weten wat ik de komende vier jaar, of korter, van het minderheidskabinet kan verwachten. Dan heb ik het niet over de ministers, maar over de coalitiepartijen. Mijn vraag is dezelfde als die aan mevrouw Van Ark werd gesteld: wist de D66-fractie van tevoren dat het geld alsnog, wetende dat het in ieder geval voor JA21 en SGP randvoorwaardelijk was voor het steunen van de begroting, op termijn vrijgemaakt zou worden, tegen de wens van die partijen in?
De heer Bamenga (D66):
Ik had er alle vertrouwen in dat het kabinet zich zou houden aan hetgeen in het coalitieakkoord staat.
De voorzitter:
Helder. EĆ©n opmerking van orde. De SGP heeft nĆĆ©t voor de begroting gestemd. Ik heb dat nu tweemaal gehoord. Het wekt wat verwarring, ook bij de minister.
Dan gaan we door met het debat. De heer Hoogeveen heeft de volgende interruptie.
De heer Hoogeveen (JA21):
De heer Bamenga heeft mijn lezing net ook aangehoord. Mijn vraag aan de heer Bamenga is: klopt mijn lezing? Klopt het dat D66 wist: we moeten nu eenmaal even deze meerderheid hebben; we pakken de pijn? Een dag later stelt de heer Bamenga al Kamervragen. Zes dagen na de stemming wordt er in de media gevierd dat de UNRWA-financiering is hersteld. Hoe reflecteert D66 nou op deze gang van zaken? Ik word niet snel boos. In de politiek moet je altijd rustig blijven. Maar als ik vervolgens zie dat er na het hosanna in de media van D66 verder eigenlijk geen reactie komt, behalve van een D66-woordvoerder, die zegt "ja, maar JA21 heeft toch ook het coalitieakkoord gelezen?", dan denk ik: zo zijn we niet getrouwd. Het is namelijk wel een minderheidscoalitie. Op deze manier gaat het natuurlijk niet werken. Als links nou een SZW-begroting met deze minderheidscoalitie aanneemt en afspraken maakt en de begroting met een Tweede Kamermeerderheid wordt aangenomen, maar er later via een omweg toch weer AOW-bezuinigingen of -hervormingen worden doorgevoerd, dan wordt het een heel lastige manier van werken. Hoe reflecteert D66 op deze gang van zaken?
De heer Bamenga (D66):
Om te beginnen ben ik blij met alle partijen die de begroting hebben gesteund. De begroting gaat ergens over. Die gaat namelijk om de allerarmste mensen in de wereld. Die gaat over onze inzet voor vrouwenrechten, onze inzet voor de rechten van kinderen en onze eigen stabiliteit, veiligheid en vrede. Dus het gaat ergens over. Op het moment dat wij deze begroting goedkeuren, stellen we veilig dat die gelden ook daarnaartoe gaan. Dus ik ben blij dat onder andere JA21 de begroting heeft gesteund.
Daarnaast is het ook zo dat iedereen in de Kamer heeft kunnen zien wat ons standpunt is ten aanzien van bijvoorbeeld UNRWA of ontwikkelingssamenwerking, waar we veel meer in willen investeren. We willen er ook alles aan doen om de begroting ā er hebben bezuinigingen plaatsgevonden ā te herstellen. Dat zullen we ook blijven doen. Dat geldt ook voor onze steun aan UNRWA. Wij zijn ontzettend blij dat die steun in het coalitieakkoord terecht is gekomen. Ik heb er altijd alle vertrouwen in gehad dat dit kabinet er alles aan gaat doen om die steun te herstellen, vandaar ook mijn vraag na het aannemen van deze begroting: hoe gaat u dat doen, hoe gaat u dat herstellen? Ik ben zelfs verder gegaan. Ik heb ook gevraagd: hoe gaat u ervoor zorgen dat er meer budget komt voor ontwikkelingssamenwerking? Dat is mijn standpunt hierin.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Maar dit is van twee walletjes eten; dit is van twee walletjes eten. Het is overduidelijk. Er is een minderheidscoalitie. Op het onderwerp ontwikkelingssamenwerking is er de keus tussen een meerderheid over rechts ā de kennelijk keiharde randvoorwaarde daarbij is dat UNRWA niet gesteund kan worden ā en een meerderheid over links met onder andere PRO, en dan gaat het om het herstel van de koppeling, om het investeren in ontwikkelingssamenwerking, zoals in het regeerakkoord staat, en om noodhulp aan Palestijnen via UNRWA. Die keuze ligt voor. Je kan niet de ene week het een kiezen en de andere week het ander. Mijn vraag aan D66 is: wat is het?
De heer Bamenga (D66):
Wat ons betreft is het belangrijk dat wij steun hebben voor de begroting. Ik heb zojuist ook uitgelegd hoe belangrijk dat is, hoeveel mensen in de wereld hiervan afhankelijk zijn. Op het moment dat we die niet steunen, is het gewoon nul. Nul voor al deze mensen die wachten op hulp, op zorg, op onderwijs, op menselijkheid en op perspectief. Wij vinden het belangrijk dat deze mensen dat krijgen. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de hulp voor de Palestijnen via UNRWA ā ze zijn daarvan afhankelijk; UNRWA is hun levenslijn ā wordt hersteld. Daar hebben wij voor gekozen.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
We hebben het over de begroting die de PVV-bezuinigingen doorzet, de monsterbezuinigingen, de grootste bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking ooit. Deze minderheidscoalitie had een keuze en is gaan slalommen. Want wat gebeurt er? Er wordt een meerderheid gezocht over rechts, met kennelijk als harde voorwaarde dat het amendement over UNRWA, dat wij samen hebben ingediend, het niet zou halen. Of er konden investeringen plaatsvinden in ontwikkelingssamenwerking en noodhulp en dus UNRWA. D66 heeft vorige week gekozen. D66 heeft ervoor gekozen om over rechts te gaan. Nu hoor ik de heer Bamenga dat zelfs vieren. Ik hoor hem zeggen dat hij blij is dat de begroting is aangenomen. Maar wat wil D66 nou? Wil D66 de koppeling herstellen en UNRWA steunen? Dan is de meerderheid over rechts verspeeld. Wat wil D66?
De heer Bamenga (D66):
Wat D66 wil, is heel erg helder. Er wordt gedaan alsof het of-of is, maar wat mij betreft is het en-en. We willen dat de begroting erdoor komt, juist om ervoor te zorgen dat al deze mensen die hulp nodig hebben, die ook krijgen en dat we welvaart brengen via handel. We willen dat dat veilig wordt gesteld. D66 wil er ook voor zorgen dat de relatie met UNRWA wordt hersteld, net als de budgetten. D66 wil ook dat wij voldoen aan de wens van bijvoorbeeld het parlement ā het amendement regelde dat niet per se ā dat er naast UNRWA ook een bijdrage geleverd kan worden aan andere organisaties. Dat zijn allemaal aspecten die wij als D66 willen. Wat ons betreft is het dus niet of-of maar en-en.
De heer Stƶteler (PVV):
Wel mooi dat de aap nu uit de mouw komt. Mevrouw Krƶger zei net dat D66 van twee walletjes probeert te eten en meneer Bamenga zegt inderdaad: ja, we willen en-en.
Ik kom even terug op het interruptiedebatje tussen meneer Ceder en meneer Bamenga. Meneer Bamenga ontkende eerder de link tussen UNRWA en Hamas of UNRWA en terreur en zei dat die er niet was, dat die nooit was aangetoond. Er is een rapport van de Verenigde Naties zelf, gepubliceerd in augustus 2024, over het UN-Office of Internal Oversight Services (OIOS). Ik zou meneer Bamenga aanraden om daar eens naar te kijken. Ik noem nog een publicatie: meneer Fateh Sharif, een Hamasleider, werd eind september 2024 in het zuiden van Libanon gedood. Hij stond op de loonlijst van UNRWA. Drie Israƫlische gijzelaars genaamd Romi, Emily en Doron die, als ik het goed zeg, tegelijk werden vrijgelaten, werden vastgehouden in de humanitaire zone van UNRWA. Ontken dan nog eens, meneer Bamenga, dat er een link was tussen UNRWA en terroristen.
De heer Bamenga (D66):
Daar waar er binnen de organisatie misstanden hebben plaatsgevonden, zijn deze aangepakt. Ik vind precies datgene wat de PVV de afgelopen periode heeft gedaan pas schandalig, namelijk verdachtmakingen uiten richting een hele organisatie die in een hele moeilijke omgeving en in moeilijke omstandigheden haar werk moet doen. Wij zouden daar waardering voor moeten uitspreken. We zouden ervoor moeten zorgen dat zij onze steun hebben. Daar waar er misstanden zijn, zouden we ze moeten helpen om die misstanden aan te pakken. Volgens mij hebben die onafhankelijke rapporten ook uitgewezen wat er verbeterd kan worden, zoals neutraliteit, onpartijdigheid enzovoorts. Al die aanbevelingen zijn door UNRWA opgepakt en worden ingevoerd.
De heer Stƶteler (PVV):
Het is allemaal leuk en aardig om de PVV dit soort dingen te verwijten, maar het was een Verenigde Naties-rapport dat dit allemaal naar buiten bracht en geen PVV-rapport. Ik haal het hier alleen maar aan. Ik verwijs naar het Verenigde Naties-rapport. Het was geen PVV-rapport. Bovendien hebben we in al die twintig jaar dat Hamas daar tunnels aan het graven was, honderden kilometers aan tunnels, slechts mondjesmaat meldingen gehad van UNRWA-sites en -medewerkers dat er ergens een schacht naar boven kwam in een school, moskee of wat voor opvang dan ook. Dat was mondjesmaat, waardoor dat ook maar incidenteel is behandeld. Zo kon Hamas honderden tunnels, misschien wel 800 kilometer aan tunnels, graven in dat kleine gebied daar in Gaza. Maak mij en niemand thuis wijs dat er geen link was tussen UNRWA en Hamas.
Voorzitter, ik heb nog ƩƩn vraag. Wist meneer Bamenga op het moment dat hij met de correctiekwast over zijn naam onder het amendement van mevrouw Krƶger ging dat de minister deze week met deze brief zou komen en dat geld aan UNRWA alsnog zou herstellen?
De heer Bamenga (D66):
Het antwoord is nee. Ik heb al eerder gezegd dat ik er wel alle vertrouwen in had dat dit kabinet zich zou houden aan het coalitieakkoord zoals we dat omschreven hebben.
De voorzitter:
Ik kijk even rond of er nog interrupties zijn.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor de heer Bamenga zeggen dat hij er vertrouwen in had dat er op het coalitieakkoord teruggegrepen zou worden. Als er steeds op het coalitieakkoord wordt teruggegrepen, dat dus geen meerderheid heeft, waarom onderhandelen we dan überhaupt nog? Dat coalitieakkoord heeft geen meerderheid. Er wordt nu naar samenwerking gezocht, maar waarom werken we eigenlijk samen als er vervolgens toch weer op dat coalitieakkoord, dat dus geen meerderheid heeft, wordt teruggegrepen? Ik begrijp dat gewoon echt niet.
De heer Bamenga (D66):
Het gaat er niet alleen om dat ik kan teruggrijpen naar een coalitieakkoord, er is ook gewoon een aangenomen motie van, onder anderen, mevrouw Krƶger, die de regering verzoekt om stevig steun uit te spreken voor het werk en het mandaat van UNRWA en om de banden te herstellen. Dus dat.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Dobbe. Als zij geen interruptie heeft, dan zou ik de heer Ceder ā¦
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb wel een interruptie, maar die gaat over iets anders.
De voorzitter:
Mag ik dan de heer Ceder vragen om het voorzitterschap even over te nemen?
De voorzitter:
Dank u wel. Ik neem het voorzitterschap even over, zodat de heer Stoffer een interruptie kan doen op de heer Bamenga.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel. Ik heb gisteren de fractievoorzitter van de heer Bamenga, de heer Paternotte, in een filmpje van GeenStijl gezien. Ik hoor vandaag de heer Bamenga. Deze minderheidscoalitie heeft behoefte aan een stukje stabiliteit voor een jaar of vier, waarin begrotingen en wetten moeten worden aangenomen. Daar moet je meerderheden voor creƫren. Ik hoor nu dat zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant mensen door de manier van werken in de gordijnen worden gejaagd. Hoe denkt de heer Bamenga dat het de komende periode verder moet? Op deze manier, en als dit de reflectie van zowel de heer Paternotte als de heer Bamenga blijft, is er toch geen partij meer die denkt: ik ga nog een begroting steunen? Je wordt een paar dagen later namelijk bij de benen genomen. Zou de heer Bamenga daarop kunnen reageren?
De heer Bamenga (D66):
Wat mij betreft zijn wij volledig transparant. Volgens mij hebben wij meerdere debatten gehad ā vanuit mij bezien was het eerste debat in januari 2024 ā over onder andere UNRWA. U weet vanaf dat moment wat mijn standpunt is, namelijk dat ik vind dat Nederland de hulp aan UNRWA absoluut niet zou moeten opschorten. U weet ook dat ik het belangrijk vind dat wij met z'n allen ā u vindt dat zelf ook; we hebben daar verschillende gesprekken over gevoerd ā meer gaan investeren in ontwikkelingssamenwerking. Dat is onze inzet. Daar zijn we ontzettend transparant over. Wij zijn ook transparant geweest over de motie die daar eerder al over aangenomen is en ook over wat er in het coalitieakkoord staat. Ja, we hebben inderdaad te maken met een begroting die in principe nog van het vorige kabinet is. Dit kabinet is er enkele weken en heeft dus enkele weken de tijd gehad om hieraan te werken. Ik prijs het werk dat ze hier tot nu toe aan hebben geleverd ontzettend, maar het zal tijd kosten om dat weer naar het juiste niveau te brengen. Ik hoop ook echt met de SGP te kunnen samenwerken om ervoor te zorgen dat de begroting van Ontwikkelingssamenwerking verbeterd wordt.
De voorzitter:
Een vervolginterruptie van de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, dit is mijn laatste, voorzitter. De heer Bamenga gaat telkens terug naar de inhoud. Dat snap ik. Hij is daar transparant over. Maar ik zou zeggen: luister de stemverklaring van JA21 vorige week bij de begrotingsbehandeling nog eens terug; die was klip-en-klaar. Als je dan een paar dagen later bij de benen wordt genomen, dan geeft dat ⦠U hoort het denk ik terug uit alle reacties: van de heer Ceder, mevrouw Kröger, de heer Hoogeveen en ook die van mij. Als een proces zo wordt ingestoken, er de volgende keer begrotingen voor bepaalde wetten komen en je de begroting steunt onder bepaalde voorwaarden, maar er vervolgens een dag of wat later iets gebeurt wat die voorwaarden totaal doorkruist, dan geeft dat vertrouwen dat te voet komt en te paard gaat. Als dit de reflectie van de heer Bamenga en de heer Paternotte blijft, geef ik maar mee dat het voor de SGP heel niet-vertrouwd voelt om met een bepaalde welwillendheid naar begrotingen te kijken. Ik zou dat toch vooral mee willen geven. De heer Bamenga moet zelf maar weten of hij daar nog een reactie op wil geven, maar ik geef deze boodschap maar mee. Dit raakt echt wel de vertrouwensvraag of je het in de toekomst nog een keer aandurft met elkaar. Denk daar alstublieft over na.
De heer Bamenga (D66):
Dank voor de vraag, of in ieder geval voor de suggestie die de heer Stoffer meegeeft. De heer Stoffer hoeft hier geen antwoord op te geven, maar ik wil wel even duidelijk maken dat het in elk geval volgens mij heel helder is hoe wij in deze kwesties staan. Het kan op geen enkele manier een verrassing zijn geweest voor de heer Stoffer dat wij graag meer willen investeren in ontwikkelingssamenwerking en dat we kritisch zijn en altijd zijn geweest wat betreft de bezuinigingen en zelfs de begroting die we nu hebben aangenomen. We zijn daar ook kritisch op. We willen graag dat die koppeling zo snel mogelijk hersteld wordt. Dat zijn allemaal dingen waar in ieder geval ik en ook mijn partij heel transparant over zijn geweest. U staat er voor een groot deel van dit hele verhaal als het goed is op dezelfde manier in. Ik hoop in ieder geval met de heer Stoffer te kunnen blijven samenwerken om ervoor te zorgen dat we niet alleen mooie dingen voor Nederland, maar voor de hele wereld kunnen bereiken.
De voorzitter:
Dank u wel. Bij dezen geef ik het voorzitterschap terug aan de heer Stoffer.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bamenga heeft nog zeventien seconden om zijn betoog af te ronden.
De heer Bamenga (D66):
Ik had het al afgerond, voorzitter.
De voorzitter:
Kijk, helder. Dan heeft u het mooi binnen de tijd gedaan. Mevrouw Dobbe heeft de kans om nog twee vragen aan u te stellen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een vraag over de medische evacuaties en de brief die daar gisteren over is gekomen. We hebben best lang moeten wachten op die brief en hadden grote verwachtingen. Er is blijkbaar ook veel discussie in het kabinet geweest om daar een antwoord op te formuleren. We lezen dat het kabinet niks extra's gaat doen op dit moment, behalve dat de uitspraak wordt gedaan om hier welwillend naar te kijken. Wij hebben eerder samen opgetrokken om te zorgen dat die medische evacuaties wel mogelijk worden. We weten dat de situatie niet beter is geworden, maar slechter. Kunnen wij op de steun van D66 blijven rekenen? Op het moment dat er in de regio geen ruimte is voor kinderen en het logistiek wel mogelijk is om ze uit de regio te halen via bijvoorbeeld Egypte of de open grensovergangen, blijft D66 dan de steun uitspreken om dat te doen waar dat kan?
De heer Bamenga (D66):
Wij staan daar welwillend in.
De voorzitter:
Dan hebben we hiermee uw termijn afgerond. We gaan luisteren naar de mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. De genocide tegen de Palestijnse bevolking gaat sluipenderwijs door. Sinds het zogenaamde staakt-het-vuren zijn er door Israƫl al meer dan 673 Palestijnen vermoord in Gaza. Alle grensovergangen met Gaza zijn op 28 februari gesloten door de Israƫlische regering. Er is slechts beperkte toegang voor humanitaire hulp, via ƩƩn gedeeltelijk geopende overgang. Als gevolg daarvan zijn er volgens de VN tussen 28 februari en 25 maart minder dan 60 vrachtwagens per dag Gaza binnengekomen. Volgens meerdere hulporganisaties zijn er minstens 500 humanitaire trucks per dag nodig. Volgens het internationaal humanitair recht is Israƫl verplicht om levensreddende hulp toe te laten, maar in de praktijk zien we het tegenovergestelde: structurele blokkades, ondercapaciteit en hulpverleners die onder extreme omstandigheden en met extreme verdachtmakingen door Israƫl hun werk moeten doen.
Het gebied is volledig verwoest, hulp is noodzakelijk en de UNRWA-gelden moeten dan ook zo snel mogelijk worden hersteld. In het gebied is UNRWA de belangrijkste organisatie en de grootste VN-organisatie in het Midden-Oosten die die hulp kan bieden. Er staat Nederland niets meer in de weg om die hulp dan ook te herstellen. Mijn vraag aan de minister is: waarom lijkt het nou toch dat hij terugtrekkende bewegingen maakt en dat we pas in de Najaarsnota die gelden kunnen verwachten? Kan de minister dat toelichten? Zijn er mogelijkheden om die steun nu in te zetten? Het is namelijk de levenslijn van de Palestijnen. Ook het geweld op de Westelijke Jordaanoever gaat intussen door, ook in het zogenoemde E1-gebied. Daardoor wordt een Palestijnse staat feitelijk onmogelijk gemaakt.
Dan zien we ook nog Libanon. Sinds 2 maart zijn er meer dan 1.200 mensen vermoord door de Israëlische aanvallen. Voor deze oorlog hadden naar schatting al 3 miljoen mensen in Libanon hulp nodig, als gevolg van onder andere eerdere aanvallen van Israël en de gevolgen van de Syrische Burgeroorlog. De Israëlische luchtaanvallen in Libanon zijn de afgelopen weken sterk geïntensiveerd. Waar eerdere evacuatiebevelen beperkt bleven tot individuele gebouwen of enkele dorpen, worden nu mensen uit complete regio's gedwongen verplaatst, waaronder het volledige gebied ten zuiden van de rivier de Litani en delen van de zuidelijke voorsteden van Beiroet. Human Rights Watch constateert dat Israël in Libanon dezelfde strategie van massale gedwongen ontheemding toepast als eerder in Gaza.
Mijn vraag aan de minister is de volgende. In het coalitieakkoord staat dat het kabinet inzet op het bevorderen van het internationaal recht. We zien dat Israƫl keer op keer het internationaal recht met voeten treedt. Mijn vraag is dus heel helder: welke extra stappen gaat deze minister nu zetten tegen Israƫl om Israƫl te dwingen zich aan het internationaal recht te houden? We hebben de wetgeving rondom de boycot van producten uit illegale nederzettingen. Hoe staat het daar nu mee? Is de minister bereid om te kijken of we die kunnen uitbreiden naar een volledige economische boycot? Hoe gaan we het namelijk handhaven voor dat ene specifieke gebied? Als we dat moeten overlaten aan de Israƫlische regering, dan kan ik al vertellen dat dat niet per se goed zal zijn.
Voorzitter. Wanneer komt het kabinet met een ondubbelzinnige veroordeling van deze oorlogsmisdaden in Libanon? En belangrijker: welke concrete maatregelen gaat Nederland nemen om hier consequenties aan te verbinden? Kortom, hoeveel rode lijnen moet Israƫl nog overschrijden voordat wij echt actie gaan ondernemen? Is de minister in dat licht ook bereid om te kijken naar het opschorten van het associatieverdrag tussen Israƫl en de EU? Welke stappen zet Nederland nu om dat mogelijk te maken?
Tot slot, voorzitter. Het is al een aantal keer gegaan over de brief over de evacuatie van kinderen naar Nederland. Mevrouw Dobbe heeft daar net ook een aantal vragen over gesteld. Het kabinet zegt dat het er welwillend tegenover staat. We hebben te maken met kinderen die in Egypte zitten, terwijl er hier ziekenhuizen zijn die allang hebben gezegd: wij kunnen die kinderen helpen. Het gaat om problematische en complexe medische problemen, zoals kanker. Die kinderen kunnen hier nu geholpen worden. Wat betekent "welwillend ertegenover staan"? Is de minister bereid om hier ook echt stappen op te zetten?
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zou de heer Ceder willen vragen of hij het voorzitterschap over wil nemen, zodat ik mijn termijn ook kan invullen.
De voorzitter:
Dat mag. Bij dezen neem ik het voorzitterschap over. Ik geef de heer Stoffer het woord.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Juist de armste landen worden het hardst geraakt door de wereldwijde energiecrisis. Ze hebben geen alternatieven voor brandstof en kunstmest via de Straat van Hormuz. De SGP roept het kabinet daarom op: haal ontwikkelingssamenwerking van de nullijn af en begin noodhulp. Het is goed dat het kabinet vasthoudt aan meerjarige ongeoormerkte financiering, zodat organisaties snel en flexibel kunnen reageren op acute noden. Kan de minister toezeggen dat hij bij de hernieuwde samenwerking met de Dutch Relief Alliance ook de gestegen kosten en inflatie meeneemt? Met een gelijkblijvend budget worden immers minder mensen bereikt.
De situatie in Burkina Faso en elders in de Sahel is ernstig, met jihadistisch geweld, massale ontheemding en grote tekorten aan voedsel en drinkwater. Wat doet het kabinet om de humanitaire situatie te verlichten? Ziet de minister mogelijkheden om binnen Europees verband samen te werken met andere landen in West-Afrika op het gebied van contraterrorisme naast het recente partnerschap met Ghana? Staat het kabinet op het standpunt dat inzet van verkenningsdrones en vliegtuigen uitsluitend mogelijk is in democratische landen of is de minister van mening dat Europa hierin onder voorwaarden pragmatischer kan optreden, zoals de Verenigde Staten doen boven Mali?
In Oost-Congo heeft M23 met steun van Rwanda zijn positie uitgebreid en een parallelle machtsstructuur opgebouwd. Vrouwen worden op grote schaal verkracht, kinderen worden uitgebuit en dorpen worden geplunderd. Door aanhoudende gevechten in Zuid-Kivu is de humanitaire situatie verder verslechterd. Duizenden mensen zijn gevlucht naar Burundi, terwijl teruggekeerde vluchtelingen volledig afhankelijk zijn van noodhulp. Mijn vraag is: wat doet het kabinet voor deze mensen? De SGP roept het kabinet op om de Verenigde Staten diplomatiek bij de les te houden, want sancties op Rwanda sorteren effect. Daarnaast: investeer in verwerkingscapaciteit voor mineralen, zoals coltan, zodat het verdienmodel van gewapende milities wordt doorbroken. Deelt de minister de opvatting dat juist de lokale bevolking de vluchten moet plukken van de Lobito-corridor en is hij bereid om zich in het kader van de Global Gateway in te zetten voor versterking van infrastructuur en toegang tot basisvoorzieningen?
Voorzitter. Volgens de VN-cijfers is Zuid-Sudan het minst ontwikkelde land ter wereld en tegelijk vangt het ruim 1 miljoen Sudanese vluchtelingen op. Opvang in de regio dus, en juist daar wil het kabinet de ambassade sluiten, ondanks beloftes in het coalitieakkoord. Kan de minister vanuit zijn verantwoordelijkheid voor fragiele staten inhoudelijk onderbouwen waarom hij niet op dit besluit terugkomt? Welk signaal geeft Nederland hiermee af?
Voorzitter. Tot slot de UNRWA-brief die de minister naar de Kamer heeft gestuurd. Hij schrijft dat hij in lijn blijft met het amendement-Stoffer/Eerdmans door ook andere VN-organisaties en het Rode Kruis en de Rode Halve Maan te financieren. Vanuit mijn optiek is dat op zijn minst maar een halve waarheid. Als de redenering zou kloppen, als het amendement alleen om diversificatie van noodhulpkanalen had gevraagd, dan is dat zo, maar het amendement van JA21 en de SGP vraagt juist om een afbouwpad voor UNRWA en om dat vast te leggen. Amendementen om dit terug te draaien zijn vorige week weggestemd. De minister handelt niet in lijn met de afspraken, maar doet het tegenovergestelde: hij verhoogt de UNRWA-bijdrage van 11 naar 19 miljoen.
In mijn beeld is minister Sjoerdsma iemand als een roker die door zijn arts noodgedwongen overstapt op nicotinepleisters en elke week een sigaret minder moet roken, maar is de kettingrokende minister zo gehecht aan zijn gewoonte dat hij voor de zekerheid maar vast een paar extra sloffen inslaat. De minister maakt zichzelf wijs dat hij goed bezig is zolang hij ook die pleisters maar gebruikt. Zo komen we nooit van UNRWA af en zou houdt het ook zijn ongezonde machtspositie. Het advies van de SGP aan het kabinet is: wees nu verstandig en verspil je goodwill als minderheidskabinet niet al tijdens je wittebroodsweken. Trek samen op met kritische landen als Italiƫ en Duitsland om alternatieve hulporganisaties op te schalen die het lijden in Gaza kunnen verlichten. Ik zeg erbij: het kan wel.
Dank u wel.
De voorzitter:
O, sorry. Ik bleef even stil bij de laatste woorden. Ik geef het voorzitterschap aan de heer Stoffer.
De voorzitter:
Dank u wel. Minister, hoe lang wilt u schorsen?
Minister Sjoerdsma:
Zo kort als mogelijk, maar er is wel een vrij breed palet aan vragen gesteld. Dus als twintig minuten kan, zou mij dat helpen.
De voorzitter:
Wij zorgen dat wij hier om 11.55 uur zitten en dan hopen wij dat u er ook bent.
De voorzitter:
Goed, het is 11.55 uur. De minister heeft hard gewerkt, en ik denk vooral ook de mensen die hem ondersteunen. We hebben nog ruim een uur staan voor dit debat. Ik heb in de schorsing even overlegd met de commissie. Er is wel behoefte aan een tweede termijn. Dat gaan we allemaal niet redden in een uur en vijf minuten, met ook interrupties daarbij, dus het voorstel is om te kijken of we volgende week donderdag 9 april 's ochtends een blok van twee uur kunnen reserveren. Er staat dan al een uur gereserveerd voor kennismaking van de commissie met de minister. Dat kunnen we wellicht wat oprekken. Daar zit dus, zonder dat ik het hard kan toezeggen, enige ruimte. Kunt u ermee instemmen dat we dat doen? Dan gaan we nu gewoon rustig van start en dan ronden we het dan af.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou het heel fijn vinden als het uitgangspunt dan is dat we het debat dan afmaken en niet alleen de tweede termijn doen, want dat zou betekenen dat we de eerste termijn nu heel snel moeten doen. Volgens mij redden we dat ook niet in een uur.
De voorzitter:
Dank voor uw opmerking. Dat is ook de bedoeling. We beginnen nu gewoon rustig met elkaar en dan hebben we nog twee uur om de boel echt goed af te maken.
Goed. Dan is het aan de minister om te beginnen met de beantwoording. Als u dat in blokjes zou doen ā ik weet niet of u dat doet ā dan geef ik elke keer aan het eind van een blokje ruimte voor interrupties. De leden hebben drie interrupties.
Minister Sjoerdsma:
Dat is goed, voorzitter. Als u mij toestaat, begin ik toch ook met een wat algemenere inleiding. Daarna zal ik de blokjes kenbaar maken, maar natuurlijk niet voordat ik uw Kamer heb bedankt voor de gestelde vragen.
Aan het begin wilde ik een aantal algemene noties noemen. Misschien allereerst over de context die onder anderen door de voorzitter in zijn rol als SGP-woordvoerder is opgebracht. Dat is de context van de sluiting van de Straat van Hormuz en de gevolgen die die met zich meebrengt. Voor het onderwerp van het debat van vandaag zijn die enorm. Het feit dat daar geen kunstmest doorheen kan, betekent dat bij ons de prijzen stijgen, maar dat elders de voedselproductie in groot gevaar komt. Dit zijn echt cruciale maanden voor die producten. De directe gevolgen van de sluiting voelen we nu wellicht nog maar een klein beetje. Met "een klein beetje" wil ik niet bagatelliseren hoe erg we het voelen, maar ik bedoel daarmee vooral te zeggen hoezeer we de gevolgen nog later dit jaar zullen voelen. Dat is een enorme uitdaging. Dat gaat voor dit kabinet, en voor een heel groot aantal landen in de wereld, een uitdaging zijn, waar we slechts een begin van een antwoord op hebben, moet ik ook eerlijk zeggen. Het gisteren vrijgemaakte geld, de 6 miljoen euro voor de DRA en het ICRC in Libanon, is omvangrijk. Het is veel geld; ik zeg het meteen. Maar tegelijkertijd is het, gelet op de omvang van de crisis, echt een druppel op de gloeiende plaat. Dat is ƩƩn.
Twee. Ik vond de steun die er in de Nederlandse samenleving is ā die brede steun proefde ik overigens ook in dit debat ā voor humanitaire hulp, voor noodhulp, hartverwarmend. Ik was bij de campagne van War Child en Radio Veronica in Utrecht. Toen ik daar hoorde hoeveel mensen liedjes aanvroegen, hoe betrokken zij waren, hoeveel steun daar was, vond ik dat hartverwarmend en ook spreken voor de solidariteit die in Nederland heerst. Dat geeft mij hoop. Dat is twee.
Ten derde misschien over de organisaties die noodhulp verlenen. Ik heb op mijn tweede dag gesproken met een aantal Nederlandse noodhulporganisaties die in Gaza actief zijn. Ik heb uitgebreid met het ICRC gesproken. Ik heb in New York met VN-organisaties gesproken. Gisteren heb ik nog met de DRA gesproken, wat echt een wereldcoalitie is. Ik kan alleen maar onder de indruk zijn van wat zij in deze tijden voor elkaar krijgen, maar ik kan ook alleen maar met afschuw kijken naar wat hun medewerkers overkomt dezer dagen en hoezeer zij doelbewust onder vuur liggen, niet meer van militaire groeperingen, paramilitaire groeperingen, terroristische groeperingen of criminele bendes, maar ook echt van staten. Als ik dat afzet tegen mijn eigen ervaringen toen ik als diplomaat bij Buitenlandse Zaken begon, dan kan ik het volgende zeggen. Ook toen leefde bij deze mensen, bij deze helden, zou ik eigenlijk willen zeggen, in Sudan of Afghanistan het sentiment en het gevoel dat ze wisten waar ze aan begonnen en dat er een risico was, maar dat risico is echt fundamenteel veranderd en dat is onacceptabel. Daarover overigens later meer, maar gewoon alleen even de cijfers: vorig jaar zijn 341 hulpverleners om het leven gekomen tijdens hun werk; 341. Dat zijn er echt 341 te veel. Ik sprak daarover met Tom Fletcher, de VN-coƶrdinator, met Lahbib, de Eurocommissaris Noodhulp, en uiteraard met de president van het ICRC: onacceptabel.
Het laatste wat ik nog wil zeggen voordat ik aan de blokjes toekom, is dit. Een groot deel van uw Kamer heeft voor de verkiezingen een stembusakkoord getekend. Ik heb het ook gezegd bij de presentatie van het AIV-rapport: aan de ene kant is het hartverwarmend om eenheid te zien, aan de andere kant is het ook megazorgwekkend dat er op dit onderwerp een stembusakkoord nodig is. Je zou dat niet willen zien, maar het is wel heel goed dat het er is, want het heeft ook geleid tot een uitstekend advies van de AIV. Ik kom daar later nog op terug, want daarover zijn een aantal vragen gesteld, onder anderen door mevrouw Dobbe. Dat advies is echt uitstekend. De afdeling binnen het ministerie heeft ontzettend haar best gedaan om voor dit debat de kabinetsreactie te sturen.
Er zijn ook wat meer politieke debatten en daar zal ik uiteraard op reageren, maar de kern die vandaag voorligt, is een vraag die de premier van Canada, Carney, opwierp: hoe komt de wereld eruit te zien als we zwijgzaam accepteren dat afspraken en basisbeginselen van medemenselijkheid verloren gaan? Dat is uiteindelijk echt de kern van dit debat. Ik herhaal die vraag. We moeten staan voor die afspraken en we moeten alles wat we kunnen doen, diplomatiek, financieel en politiek, ook doen. Richting de Kamerleden: ik realiseer mij dat wij voor het debat, ook nog vlak daarvoor, een enorme hoeveelheid brieven naar u hebben gestuurd. Daar wil ik twee dingen over zeggen. Allereerst excuses dat die brieven zo laat waren, maar ik vraag ook enige coulance, gelet op de enorme hoeveelheid aanvragen die er was. Er is echt keihard gewerkt door mijn ambtenaren om ervoor te zorgen dat alles wat u wilde hebben er ook is. Alles wat niet naar uw zin is, is volledig aan mij te wijten.
Dan de blokjes. Ik wil beginnen met de situatie in het Midden-Oosten en Libanon. Daar zit ook het AIV-advies in. Dan gaan we naar Sudan, vervolgens naar Gaza, UNRWA en medische evacuaties. Tot slot heb ik nog overig. Dat is niet vervelend bedoeld, maar in dat blokje zitten vragen die niet binnen een blokje passen.
De voorzitter:
Helder, dank. Even voor de mensen die later binnengekomen zijn, het volgende. De minister heeft zojuist een algemene inleiding gehouden. We hebben met elkaar afgesproken dat we de drie interrupties gewoon in leven houden. We krijgen het vandaag niet rond voor 13.00 uur, dus we doen een poging om volgende week donderdagochtend twee uur in te plannen om het debat af te ronden. Dat geldt dan voor deze termijn, als dat nodig is, en voor de tweede termijn, waar vrij breed behoefte aan was. Ik kijk even rond: is er een interruptie op de inleiding? Die is er, van de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Niet zozeer een interruptie op de inleiding als wel een vraag hoe we het gaan aanpakken qua interrupties. Of heb ik dat gemist?
De voorzitter:
Dat blijven er gewoon drie. We zullen ons best moeten om het rond te krijgen. Verder geen interrupties? Minister, dan kunnen we aan uw eerste blokje beginnen.
Minister Sjoerdsma:
Dank. Nog een keer voor de duidelijkheid: in dat eerste blokje doen we het Midden-Oosten, Libanon en het AIV-advies. Met betrekking tot Libanon hebben enkele van uw leden zeer terecht aandacht gevraagd voor de ontzettend zorgwekkende situatie die zich daar aan het ontvouwen is. Een land dat toch al een enorme hoeveelheid Syrische vluchtelingen heeft opgenomen, een land dat zich ontzettend solidair heeft verklaard met de ellende in de regio, ziet zich nu geconfronteerd met bijna een miljoen of misschien al meer dan een miljoen ontheemden in eigen land: Libanezen die vanuit het zuiden naar het noorden moeten vluchten. Daar is geen capaciteit voor. Ik zei net al dat de Nederlandse bijdrage is opgehoogd: via de DRA 3 miljoen en via het ICRC 3 miljoen. Ik noemde ook de omvang van de crisis en zei dat die breder is dan alleen Libanon. Ik wil wel zeggen ik echt onder de indruk ben van het werk dat onze organisaties daar doen, ook van de snelheid waarmee zij dit kunnen oppakken.
De heer Ceder vroeg mij in deze context om te kijken naar de wereldwijde economische gevolgen van de oorlog en de energiecrisis en ook extra steun te bieden aan kwetsbare groepen, bijvoorbeeld in vluchtelingenkampen, die afhankelijk zijn van dieselaggregaten. Ik hoop dat evident is dat ik die zorg deel. Het is ontzettend belangrijk dat we daar aandacht voor hebben, want de geweldsescalatie in het Midden-Oosten heeft enorme indirecte effecten op humanitaire hulp en noodhulpoperaties wereldwijd. De stijging van voedsel- en brandstofprijzen is er daar een van, de logistieke uitdaging is twee en dan heb je ook nog, drie, de groeiende beperking op het gebied van toegang. Ik zei het net al, gezien de buitengewone situatie hebben we besloten 6 miljoen extra vrij te maken. Omdat wij zo flexibel financieren ā de heer Stoffer prees dat systeem ā kunnen ook andere organisaties, die wij nu niet direct wat extra geld geven, wel flexibel inspelen op de noden die door de heer Ceder zijn genoemd.
De heer Bamenga vroeg zeer terecht aandacht voor de 50 hulpverleners die zijn omgekomen in Libanon. Laat ik heel helder zijn: ik maak me ontzettend grote zorgen over de aanvallen op deze hulpverleners, op medische faciliteiten in Libanon en uiteraard ook op de VN-missie daar, op UNIFIL. Hulpverleners moeten altijd veilig hun werk kunnen doen, waar ook ter wereld. We zullen een aantal dingen doen. Ik heb mij van de week ook uitgesproken over een van deze aanvallen. Die betrof medewerkers van de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. Wij zullen uiteraard de Libanese autoriteiten aanmoedigen eigen onderzoek te doen. Dat is cruciaal. Ook zullen wij de stevige verwachting uitspreken dat Israƫl ofwel medewerking verleent aan zulk onderzoek, ofwel parallel eigen onderzoek gaat verrichten. De Nederlandse ambassade in Beiroet is voortdurend in contact met de autoriteiten en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv zal ook bij de Israƫlische autoriteiten aandringen op medewerking. Ik zal dat in mijn eigen contacten ook doen.
De heer Van Baarle vroeg of ik van oordeel ben dat er sancties moeten volgen naar aanleiding van de misdaden van Israƫl in Libanon. Twee dingen daarover. Duidelijk is dat militair optreden alleen binnen de kaders van het internationaal recht mag plaatsvinden en dat hier een diplomatieke oplossing noodzakelijk is. Daar spreekt het kabinet Israƫl ook op aan. Even voor uw beeld: vanochtend nog sprak de minister-president met de Israƫlische president Herzog en gisteren was er een ondertekening van Nederlandse zijde van een internationaal statement waarin heel duidelijk is gemaakt hoe Nederland en andere landen aankijken tegen de voorgenomen annexatie zoals uitgesproken door Israƫlische ministers. Die is onacceptabel.
Dan een vraag van mevrouw Kröger en de heer Bamenga, die hier overigens ook deels op ziet. Eigenlijk is het in essentie dezelfde vraag. Ik zou nog een keer willen onderstrepen dat de opmerkingen over ⦠Legitieme veiligheidszorgen is één ding, maar zodra het gaat over annexatie, bezetting, wil ik benadrukken, zoals ook in het statement is verwoord door de minister van Buitenlandse Zaken, dat respect voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon essentieel en ondeelbaar is voor dit kabinet. Ik zeg het nog een keer: die boodschap is vanochtend ook door de minister-president overgebracht.
De heer Ceder vroeg verder naar de Nederlandse inzet om de Libanese regering te ondersteunen bij het ontwapenen van Hezbollah. Het is evident dat de aanvallen van Hezbollah richting Israƫl per direct moeten stoppen en dat de organisatie haar wapens dient in te leveren. Die boodschap heeft Nederland herhaald in een gezamenlijke verklaring met Frankrijk, Italiƫ en dan vergeet ik er nog ƩƩn. Ik kijk even naar rechts: het Verenigd Koninkrijk? Ja, Frankrijk, Italiƫ en het Verenigd Koninkrijk. Wij hebben natuurlijk ook onze steun uitgesproken aan Libanon en gezegd dat wij hen zullen bijstaan. Wij ondersteunen de Libanese regering en de Libanese strijdkrachten bij dat traject. Wij steunen de versterking van de Lebanese Armed Forces al enkele jaren via de capaciteitsopbouw, bijvoorbeeld op het vlak van civiel-militaire samenwerking.
De voorzitter:
Ik denk dat u nog niet binnen was toen ik het zei, maar we doen de interrupties aan het eind van het blokje, meneer Ceder.
Minister Sjoerdsma:
Ik denk dat de heer Ceder mazzel heeft, want binnen het blokje ben ik aan het einde van het deel over Libanon en ga ik naar het AIV-advies. Ik wil het voorzitterschap van de heer Stoffer uiteraard niet overnemen, maar ā¦
De voorzitter:
Dat doet nu wel een klein beetje, maar we zijn welwillend vanochtend, dus gaat u uw gang, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, op dit punt, voorzitter. De situatie in Libanon is ernstig en die is verslechterd door de aankondigingen vanuit IsraĆ«l. Ik heb eerder een motie ingediend om het mandaat van de VN opnieuw te versterken. De heer Klaver heeft dat een paar weken geleden opnieuw gedaan. Als die resolutie niet wordt uitgevoerd ā dat wil zeggen: als de VN Hezbollah niet ontwapentā is de redenatie van IsraĆ«l dat zij, als niemand het doet, zelf stappen moeten zetten om Hezbollah te ontwapenen, omdat anders het noorden van IsraĆ«l niet bewoonbaar is. Dat grijpt dus wel in op elkaar. Ik hoop dat we kunnen de-escaleren. Mijn vraag is daarom: ziet de minister, behalve dat hij zijn zorgen uitspreekt, meer mogelijkheden om die resolutie ook effectief te laten gelden, dan wel om steun of capaciteit vanuit de VN te bieden om de taak te vervullen waarover we al jaren geleden met elkaar hebben besloten? Of zegt de minister dat hij dat eigenlijk niet kan doen? Dat roept dan de vraag op wat IsraĆ«l dan wel zou moeten doen, aangezien het wel degelijk aanvallen van Hezbollah in het noorden van het gebied moet incasseren en een verantwoordelijkheid voor de eigen bewoners daar heeft.
Minister Sjoerdsma:
Een begrijpelijke vraag van de heer Ceder. Laat ik die opdelen in een aantal zaken. Allereerst, de aanvallen van Hezbollah op Noord-Israƫl zijn onacceptabel. Dat is evident. Het is duidelijk dat we die moeten stoppen. Dan het tweede. De heer Ceder heeft het over het mandaat van UNIFIL en het belang dat dit leidt tot ontwapening. Kijk, dat steunen wij uiteraard. Ik denk dat een van de belangrijkste routes die Nederland daarin kiest, is dat wij het Libanese leger willen ondersteunen bij de taak die het hierin heeft. Uiteindelijk zal dat zelf verantwoordelijk moeten zijn voor de eigen veiligheid. We weten allemaal hoelang die VN-missie daar al zit. We weten ook dat de VN-missie daar niet zomaar weg zal zijn. Maar uiteindelijk is het van cruciaal belang dat de Libanese strijdkrachten dat zelf doen. Daar zetten wij zeer op in, via civiel-militaire samenwerking en via training van grensbewaking, maar ook op het gebied van ontmijning.
De heer Stƶteler (PVV):
Kan de minister hier toegeven dat de internationale gemeenschap, in het bijzonder de Verenigde Naties, gewoon heeft gefaald richting de hele regio, en richting Israƫl in het bijzonder? De UNIFIL-missie in het zuiden van Libanon, in de zogeheten blauwe zone, had natuurlijk geen geweldsmandaat. Daardoor kon Hezbollah, dat wel gewoon wapens in bezit had, zich daar nestelen en van daaruit raketten afvuren op Israƫl. Wil en kan de minister erkennen dat de internationale gemeenschap met dat mandaat voor UNIFIL gewoon heeft gefaald, en dat er dus andere maatregelen noodzakelijk zijn om de terreur in die regio terug te dringen?
Minister Sjoerdsma:
Ik aarzel heel erg om UNIFIL te gaan recenseren net nadat zij medewerkers hebben verloren als gevolg van aanvallen. UNIFIL doet op dit moment echt wat het kan, onder ontzettend moeilijke omstandigheden en onder heel grote druk. Het is evident dat het Libanon zelf, maar ook UNIFIL, tot nu toe onvoldoende is gelukt om ervoor te zorgen dat er geen aanvallen zijn vanuit Libanon op IsraĆ«l. Tegelijkertijd moeten we ook kijken naar de huidige situatie. Dan moeten we niet vergeten ā dat ziet de heer Stƶteler denk ik ook ā dat er ook grote zorgen zijn over wat er nu in Zuid-Libanon gebeurt, waarbij de-escalatie en diplomatie van groot belang zijn. Ik denk dat dit een van de belangrijkste rollen is die Nederland en de Europese Unie kunnen spelen, om ervoor te zorgen dat de gewelddadigheden stoppen, dat de aanvallen op hulpverleners en de VN stoppen en dat Hezbollah ontwapend wordt. Dat we daar nog ver van weg zijn, is, denk ik, evident; daar is geen enkele twijfel over. Maar we moeten het wel in die balans blijven bezien.
De heer Stƶteler (PVV):
Ik hoop niet dat mij dit een interruptie kost, voorzitter. Ik wil ƩƩn ding rechtzetten. Ik heb niet UNIFIL bekritiseerd; ik heb het mandaat bekritiseerd. De internationale gemeenschap heeft daaraan niet het juiste mandaat gegeven.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb een vraag over de acties die Nederland wil ondernemen naar aanleiding van wat er met hulpverleners is gebeurd in Libanon. Ik hoor de minister dan zeggen: we verwachten dat Israël daar onderzoek naar gaat doen. Dat is hoe ik zijn antwoord heb geïnterpreteerd. We hebben natuurlijk eerder in Gaza gezien dat Israël geen bewijzen aanlevert wat betreft aanvallen op hulpverleners en dat het informatie juist verdoezelt in plaats van geeft. Mijn vraag is dus: waarop baseert de minister dat dit een goede actie is? Zou Nederland niet veel beter internationaal onafhankelijk onderzoek, zoals van de VN of het Internationaal Strafhof, veel meer moeten faciliteren in plaats van er nu op inzetten dat Israël zelf onderzoek gaat doen?
Minister Sjoerdsma:
Dank voor deze vraag, omdat die mij de gelegenheid geeft om wellicht het een en ander toe te voegen aan wat ik net zei. Er zijn hierbij, denk ik, een aantal sporen die we aflopen. Ik deel daarbij wel met mevrouw Teunissen dat het de vraag is of dat meteen of op langere termijn heel veel oplevert, maar we moeten die toch aflopen. Het eerste is in ieder geval: het begint met ons uitspreken, hetgeen ik ook heb gedaan bij de aanval op de Wereldgezondheidsorganisatie. Twee: nationaal onderzoek blijft van belang. Ik weet dat dat frustrerend is, maar dat ligt in eerste instantie bij Libanon. Het ligt in tweede instantie bij IsraĆ«l. Daar zijn we als Nederland ā ik begrijp ook hierbij de frustratie ā ontzettend vasthoudend in. Ten derde ā daar heeft mevrouw Teunissen, denk ik, gelijk in ā steunen we met financiĆ«le contributies natuurlijk best een groot aantal clubs die internationaal onafhankelijk onderzoek doen als nationaal onderzoek te laat of niet komt of faalt in de ogen van internationale organisaties. Die kijken hier zeer serieus naar en die zijn ook al in het land aanwezig.
Mevrouw Van Ark (CDA):
De minister geeft aan dat Libanon en Israƫl zelf onderzoek moeten doen. Ik heb een vraag over het onderzoek dat Israƫl heeft gedaan naar de vijftien hulpverleners van het Rode Kruis, van de Palestijnse Rode Halve Maan, die zijn omgekomen. Het onderzoek dat door Israƫl is gedaan, is niet openbaar gemaakt. Ook het Rode Kruis roept daarom op om onafhankelijk internationaal onderzoek te doen. Ik denk dus dat we daar ook wel realistisch in moeten zijn. We kunnen Israƫl of een ander land onderzoek laten doen, maar wat is zo'n onderzoek waard als dat niet openbaar wordt gemaakt? Laten we daar dus ook vooral realistisch in zijn.
Minister Sjoerdsma:
Ik heb mevrouw Van Ark hier goed gehoord. Ik kom ook nog terug op de vragen die zien op het specifieke onderzoek naar de verschrikkelijke aanval op hulpverleners in Gaza. Op dit punt ā ik hoop dat u dat net ook mocht horen in mijn antwoord ā proef ik de frustraties van de Kamer bij dit soort onderzoeken. Ik heb ook de aansporing gehoord om het internationaal te doen waar het kan en nodig is. Dat zal ik ook doen. Dat zal ik absoluut doen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wilde toch even doorvragen op wat de minister nu precies bedoelt. We hebben inderdaad ook dat rapport van de AIV en de CAVV gezien. Er zijn verschillende dingen die we kunnen doen om geweld tegen hulpverleners te voorkomen, maar het is ook belangrijk dat we altijd vragen om onafhankelijk onderzoek. Het gaat een tijd duren als de minister de volgorde wil aflopen waarbij eerst Libanon en Israƫl hier onderzoek naar gaan doen. We kennen de ervaringen met dit onderzoek. Dat hebben ze ook gedaan naar wat mevrouw Van Ark net noemde. De minister zegt ook: wij steunen ook andere organisaties die onderzoek doen; die zijn ook in het land aanwezig. Maar doen die andere organisaties die onafhankelijk onderzoek doen en die al aanwezig zijn in het land, nu ook onderzoek hiernaar? Verzamelen zij bewijs? Zijn zij daar nu mee bezig? Want als zij een jaar moeten wachten, is al het bewijs weg.
Minister Sjoerdsma:
Deze vraag snap ik ook heel goed. Het is ook een belangrijke vraag. In Libanon is bijvoorbeeld de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN. Die was al aanwezig in het land. Die monitort de situatie, maar richt zich onder andere ook op het rapporteren over mensenrechtenschendingen die nu plaatsvinden in het conflict. Het antwoord daarop is dus ja.
De voorzitter:
Wilt u een tweede interruptie plaatsen, mevrouw Dobbe? Nee? Goed. Ik denk dat u verder kunt met de AIV, minister.
Minister Sjoerdsma:
Dank. Ik heb iets gezegd over de AIV. Staat u mij toe om daar nog een paar dingen over te zeggen voordat ik de vragen beantwoord. Ik heb al gezegd dat ik dit een ontzettend belangrijk rapport vind, omdat ā meerdere van uw leden hebben daar ook over gesproken ā in het rapport wordt gesproken over "normerosie". Dat is een wat vaag begrip. Als je dat zo leest, klinkt het nog best huiselijk, maar in de werkelijkheid gaat het erover dat er eigenlijk een gerichte aanval plaatsvindt op hulpverleners wereldwijd en dat straffeloosheid de norm dreigt te worden, en dat is precies de verkeerde soort norm. Ik wil dus toch nog een keer benadrukken dat het kabinet vierkant achter deze hulpverleners en voor het internationale recht staat. Wij zijn bereid de instrumenten te gebruiken die we tot onze beschikking hebben om dit te versterken.
Dan een paar dingen die we gaan doen, die ook uit het rapport naar voren komen. We willen natuurlijk organisaties versterken die zorg dragen voor de bewijsvoering, maar we willen er ook voor zorgen dat mensen die daadwerkelijk iets op hun kerfstok hebben hun gerechtvaardigde straf niet volledig ontlopen als er van nationale rechters weinig te verwachten valt. Vanuit dat opzicht willen we ook echt kijken naar gerichte persoonsgerichte sancties. We gebruiken natuurlijk de Mensenrechtenraad om aandacht te blijven vestigen op het geweld tegen hulpverleners. We blijven investeren in de mensenrechtenpijler van de VN, maar we stimuleren ook dat meer landen zich aansluiten bij het Verdrag van Ljubljana-Den Haag, om ook te werken aan het opsporen en vervolgen van deze mensen.
Dit gaat over de oorzaken. We hebben ook te maken met de gevolgen. Zolang de oorzaken niet zijn weggenomen, moeten we ook kijken naar de gevolgen. Op praktisch niveau kijken we naar humanitaire diplomatie. We zullen daar veel voor proberen te doen, zeg ik tegen uw Kamer, maar we kunnen niet alles, altijd, overal en publiek doen. We zullen dus een beetje moeten kiezen wat op welk moment handig is, om er ook voor te zorgen dat we niet onverhoeds humanitaire toegang blokkeren door onze uitspraken. Wij zullen de komende tijd in ieder geval zeer nadrukkelijk kijken naar het openen van grenzen, het verkrijgen van visa, veilige hulpcorridors, flexibelere financiering, ondersteuning van veiligheidsvoorzieningen, risicodeling en mentale en psychosociale steun. Ik denk dat ik het daar even bij laat, ook gelet op de tijd, om ervoor te zorgen dat ik al die vragen kan beantwoorden.
Dan kom ik bij uw vragen. Mevrouw Van Ark van het CDA vroeg hoe wij ervoor zorgen dat de bescherming van hulpverleners niet alleen een diplomatiek thema blijft, maar ook zichtbaar terugkomt in de financiering, risicodeling en steun aan de lokale partners. Ik denk dat veiligheid tegenwoordig, en dat is een treurige constatering, geen sluitstuk meer kan zijn op de begroting van humanitaire hulporganisaties. Investeringen in bijvoorbeeld scherfvesten en verzekeringen zijn geen overhead, geen indirecte kosten; die zijn gewoon randvoorwaardelijk geworden voor de hulpverlening. Wij blijven dus investeren en gaan meer investeren in die informatievoorziening en veiligheidstrainingen. We gaan ook bijdragen aan het EU Protect Aid Workers-programma, dat voorziet in financiƫle en juridische ondersteuning voor hulpverleners of, in heel treurige gevallen, in de ondersteuning van hun nabestaanden als ze slachtoffer zijn geworden van geweld.
De heer Ceder, maar ook anderen, vroegen: in hoeverre is de minister bereid zich in te zetten voor het onderzoek naar de dood van vijftien hulpverleners in Gaza? Mevrouw Van Ark vroeg daar net ook naar. Laat ik allereerst toch nog een keer zeggen: wat een verschrikkelijk moment was dat. Dat was een ongelofelijk dieptepunt. Er moet ā zo heb ik uw Kamer ook gehoord ā altijd gedegen, transparant en onafhankelijk onderzoek plaatsvinden naar misdrijven, zeker ook naar deze aanval. Tijdens eerdere debatten is er ook verwezen naar het nationale IsraĆ«lische onderzoek. De laatste informatie zegt mij dat dat onderzoek nu bij de militaire aanklager ligt voor de opvolging. Het blijft dus belangrijk dat ook lopende onderzoeken via internationale mechanismen, waaronder onderzoek van het Strafhof en van de Commission of Inquiry, door blijven gaan en dat we erop blijven aandringen dat dat IsraĆ«lische onderzoek, maar ook de internationale onderzoeken, gevolgen hebben voor diegenen die hierbij betrokken zijn geweest.
DENK vroeg of we van mening zijn dat er naar aanleiding van gepleegde misdaden sancties moeten volgen. Dat is een zeer terechte vraag, ook als ik kijk naar de aanbeveling van de AIV en de CAVV. Zij zeggen dat je er eigenlijk een thematisch sanctieregime op los moet laten. Wij omarmen die aanbeveling. Wij zien EU-sancties op dit terrein als een heel belangrijk instrument om ernstige en wijdverbreide schendingen aan de kaak te stellen. We zien het ook als maatregelen gericht op gedragsverandering. Die zijn het meest effectief wanneer ze onderdeel zijn van een brede diplomatieke strategie. In samenspraak met andere EU-partners kijken we daar natuurlijk naar.
De heer Stƶteler van de PVV vroeg hoe het kabinet rechtvaardigt dat het stelt dat de uitspraken van het Gerechtshof niet juridisch bindend zijn, maar tegelijkertijd wel aangeeft dat die moeten worden opgevolgd. Het klopt dat de adviezen van het Internationaal Gerechtshof als zodanig niet juridisch bindend zijn, maar ze zijn wel een heel gezaghebbende uiteenzetting van het toepasselijk internationaal recht. Het Internationaal Gerechtshof is het voornaamste gerechtelijk orgaan van de VN.
De heer Ceder, mevrouw Dobbe en mevrouw Van Ark vroegen mij ⦠Ik zie hier een hele rij aan vragen staan, dus ik hoop niet dat ik iemand van u nu tekort ga doen, maar ik vat die samen als: wilt u zich inzetten conform de lijn van het advies van de AIV en de CAVV en welke concrete aanvullende stappen zijn we bereid te nemen? In algemene zin ā ik heb dat ook gezegd ā omarm ik dat advies, net zoals ik overigens in algemene zin vind dat er ontzettend belangrijke adviezen komen van deze instituten. Die moeten we heel serieus nemen. Het kan best zijn dat we het niet met alles eens zijn, maar de kracht van dit soort instituten in onze democratie is juist dat er ook iets komt van buiten, andere gedachten dan die alleen maar in het ministerie zelf leven.
In grote lijnen. We spreken ons uit over schendingen. We spreken strijdende partijen daarop aan. Dat doen we soms bilateraal. Dat doen we soms voor de schermen, soms achter de schermen en soms in breder verband. Dat hangt altijd af ā dat blijf ik toch benadrukken ā van wat effectief is. Wat effectief is, verschilt weer van situatie tot situatie. Dat zal misschien frustrerend zijn voor sommigen van u. Daar kan ik me ook goed in inleven; ik heb ook aan uw kant van de Kamer gezeten. Maar soms is iets stiller iets beter en iets effectiever. Maar soms kan dat niet. Soms moet ook heel helder zijn waar er een streep moet worden getrokken. Dan reken ik er ook op dat u ons bij de les houdt als wij dat als kabinet niet automatisch doen.
Datzelfde geldt een beetje voor de vraag die mevrouw Dobbe ook stelde. Zij vroeg waarom we het advies niet opvolgen om strijdende partijen consequent aan het humanitair oorlogsrecht te houden. Dat proberen we zo consequent als mogelijk te doen; dat zeg ik er maar meteen bij, een beetje langs de lijn van net. Dat blijft ook niet bij woorden: het onderzoeken van deze misdaden, of dat nu nationaal is of bijvoorbeeld via het Internationaal Strafhof, en het versterken van de onderzoekscapaciteit met 6 miljoen euro is echt cruciaal, want als daar de bewijzen zijn, kan vervolging volgen. Dat is uiteindelijk wat we willen. Ja, normerosie ga je tegen door je uit te spreken, maar de allerbelangrijkste maatregel die je kan nemen tegen normerosie is deze mensen de consequentie laten voelen van de daden die ze hebben begaan.
Voorzitter. Dan ben ik aan het eind van dit blok gekomen.
De voorzitter:
Dank u wel. We hebben in ieder geval een interruptie van de heer Van Baarle. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou de minister een vraag willen stellen over zijn antwoord op de vraag over sancties tegen Israƫl. Mijn motie is aangenomen om de regering te vragen om internationaal in Europees verband draagvlak te organiseren voor het opschorten van het associatieakkoord met Israƫl. Er is ook een mogelijkheid dat deze minister nationale maatregelen neemt op het moment dat de Europese maatregelen er niet komen. Dat betreft ook meer dan er nu in de koker zitten en waar we al heel erg lang op moeten wachten. Hoe gaat de minister nou het treffen van sancties aanjagen vanuit zijn rol, Europees, maar ook nationaal?
Minister Sjoerdsma:
Ik snap de frustratie van de heer Van Baarle over de nationale maatregelen. De Kamer vraagt al enige tijd om sommige daarvan. Tegelijkertijd wordt er echt keihard gewerkt om de wetgeving die ziet op producten vanuit nederzettingen zo snel mogelijk af te krijgen, om maar eens een voorbeeld te noemen van nationale maatregelen. Dat zeg ik hier met vol vertrouwen.
Tegelijkertijd zitten er ook wat haken en ogen aan. Ik denk dat het symbolisch ongelofelijk belangrijk is om te doen. Tegelijkertijd wil je ook voorkomen dat het louter symbolisch is en dat het niet handhaafbaar is. Ik hoor de heer Van Baarle hier dus heel goed. Die nationale maatregelen staan, ook het tot persona non grata verklaren van enkele Israëlische officials. Europees ligt de situatie ⦠Er zijn meerdere moties aangenomen. Ik noem in dit verband ook de motie-Piri. Uit mijn hoofd ziet die op artikel 2 van datzelfde associatieverdrag. Daar doen we ons best voor. Tegelijkertijd is het ook zo dat dit soort dingen in Europees verband via consensus gebeuren. Dat lukt niet altijd. De heer Van Baarle weet dat ook heel goed. Dat is soms frustrerend, want daardoor duren zaken langer dan je zou willen. Soms beknot dat onze slagkracht. Dat is ook een van de redenen waarom wij in het buitenlandbeleid graag zouden zien dat het veto eraf gaat, maar zover zijn we helaas nog niet.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb een punt van orde. Volgens mij moeten we over een halfuur stoppen. Ik heb begrepen dat we geen uitloop hebben. Er zijn meerdere blokjes en elk antwoord is even belangrijk. Ik wil het verzoek doen om het punt over UNRWA, waar het tijdens het debat over is gegaan, nu naar voren te halen, om te voorkomen dat we daar niet aan toekomen en er pas volgende week het debat over kunnen voeren. Ik denk ook dat de antwoorden hier misschien nieuwe vragen oproepen of dat we er in ieder geval berusting in vinden. Dan kunnen we daar in ieder geval op voorsorteren voor het debat van volgende week. Dat is dus even een ordeverzoek. Ik denk namelijk niet dat we het gaan redden.
De voorzitter:
Er zijn geen interrupties meer op het eerste blokje. Dan kijk ik even rond om te zien wie van de commissie het niet eens is met het voorstel van de heer Ceder.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik kan het steunen, als we een extra interruptie krijgen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat kan ik steunen.
De voorzitter:
Eerst krijgt de minister het woord.
Minister Sjoerdsma:
Ik weet dat het heel ongebruikelijk is om een ordevoorstel te doen vanuit deze kant van de zaal. Maar als de Kamer het wil, ben ik best bereid om hier een uur langer te zitten. Dat doe ik graag.
De voorzitter:
Dat hadden we inmiddels begrepen, maar het past niet in de Kamerfaciliteiten. Dat kent u als oud-Kamerlid uiteraard ook. We hebben de poging al ondernomen. Wat betreft het voorstel van mevrouw Dobbe: als we volgende week toch twee uur erbij hebben, denk ik dat het wel kan. Dan heeft iedereen nu vier interrupties in totaal. Dan gaan we volgende week door. Ik weet niet welke voorzitter ik er daarmee in luis, maar laten we het op die manier doen.
Minister, de commissie heeft gesproken. Dus als u eerst blokje drie zou willen pakken, heel graag.
Minister Sjoerdsma:
Dan misschien eerst een paar algemene opmerkingen en daarna de vragen die gesteld zijn. Ik zal dat proberen te doen binnen de door u gestelde tijd.
Allereerst de situatie op de grond. Daar is de situatie echt catastrofaal. Ondanks het staakt-het-vuren vallen er nog dagelijks slachtoffers. De bevolking leeft er echt onder ontzettend moeilijke omstandigheden. De toegang voor humanitaire hulp en basisdienstverlening is ā hier staat "ondermaats" ā ver beneden nul. Het kabinet benadrukt hier voortdurend en consequent het belang van veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang. Het kabinet staat ook volledig achter de organisaties die daar werken en achter het werk dat zij leveren. Wij roepen IsraĆ«l op om belemmeringen voor deze hulporganisaties weg te nemen. We hebben sinds de Gazacrisis meer dan 94 miljoen euro aan humanitaire hulp gegeven. Er zijn ook echt stappen gezet om druk op IsraĆ«l op te bouwen, van het ontbieden van de IsraĆ«lische ambassadeur tot de discussie die we net over het associatieverdrag hadden.
Dan uw vragen over UNRWA. Allereerst toch even iets over de reden voor die steun. Het volgende geldt overigens niet alleen in de context van Gaza, maar het geldt heel breed in de regio, namelijk ook voor Jordaniƫ, Libanon en de Westelijke Jordaanoever. Zonder UNRWA is adequate steun voor Palestijnen die in nood zijn niet mogelijk. Ik zeg het even heel plat: het is simpelweg niet mogelijk; het zit er niet in.
Ten tweede hebben velen van u gevraagd ā laat ik het als ƩƩn blokje nemen ā waarom de minister nu een brief heeft gestuurd. Ik denk dat de kern van het antwoord daarop "transparantie" is. Ik ga u ook even meenemen in een aantal dilemma's. Ik weet namelijk niet of er, welke route ik ook had gekozen, een route was geweest die wel op goedkeuring had kunnen rekenen. Maar ik neem u graag mee in die dilemma's.
EƩn dilemma is dat dat coalitieakkoord staat; dat kan, denk ik, voor niemand als een verrassing komen, wordt door niemand betwijfeld en staat voor iedereen als een paal boven water. Steun aan UNRWA staat daarin vermeld. Ik merkte naar aanleiding van de stemmingen van vorige week dat er onduidelijkheid dreigde te ontstaan over dat coalitieakkoord, dat wat mij betreft heel helder is, maar er was ook onduidelijkheid bij humanitaire hulporganisaties over wat nu precies het plan was.
Twee. Wetende dat hier op deze dag een noodhulpdebat zou plaatsvinden, had ik eigenlijk twee opties, ook wetende dat hier dan weer vragen zouden worden gesteld, zoals "staat het kabinetsvoornemen nog?" en "staat het coalitieakkoord nog?" Optie ƩƩn is geen brieven sturen en nu in dit debat vertellen wat het voornemen van dit kabinet is, namelijk wat u ook in de brief hebt kunnen lezen. Mijn eigen gevoel daarbij was ā misschien heb ik dat verkeerd ingeschat ā dat het delen van een dergelijke verrassing niet tot veel genoegen zou kunnen leiden. Ik heb dus gedacht: er moeten in ieder geval helderheid en transparantie zijn, wij moeten eerder communiceren dan dit debat en wij moeten een brief naar uw Kamer sturen om te laten zien hoe we hierover nadenken, maar ook ā dat is toch ook van groot belang ā om te laten zien hoe die balans was. Als ik een betere route had kunnen bedenken, had ik het gedaan. Het voelde voor mij een beetje als "damned if you send a letter; damned if you don't send a letter". Laat ik het maar zo zeggen. Ik snap de frustraties daarover vanuit uw Kamer.
Het tweede wat ik daarover zou willen zeggen, is dat ik in deze brieven heb geprobeerd zo goed als mogelijk aan iedereen in deze Kamer recht te doen. Ik weet dat het, zeker als het gaat om Gaza, lastig is om dat voor iedereen van links helemaal tot rechts te doen. Ik sluit niet uit dat ik daar niet geheel succesvol in ben geweest, als ik uw Kamer zo beluister, maar ik heb dat wel geprobeerd te doen. Ik neem u mee in die afwegingen. EƩn. Dat is wat ik u net genoemd heb: de situatie in Gaza is echt zodanig dat het evident is dat daar hulp via UNRWA moet plaatsvinden. Twee. In het coalitieakkoord ligt een balans verscholen die door de coalitiepartijen, denk ik, van groot belang wordt geacht. Die balans is: aan de ene kant de bijdrage aan UNRWA herstellen, maar aan de andere kant staat er ook diversificatie. Even voor de duidelijkheid: die twee dingen gaan wel hand in hand. Dat zijn niet twee losstaande zinnetjes; dat zijn dingen die gezamenlijk moeten gebeuren. Drie. De heer Stoffer heeft het gehad over het amendement-Stoffer/Eerdmans. Ook daar heb ik mij toe te verhouden en de heer Stoffer heeft natuurlijk gelijk, in die zin dat ik slechts de helft van dat amendement uitvoer, namelijk die diversificatie, maar het afbouwelement van het amendement van de heer Stoffer verhoudt zich weer niet tot het voornemen in het coalitieakkoord. Ook daarbij heb ik dus een beetje moeten schipperen.
Maar het belangrijkste in de procedure ā die opmerking heb ik namelijk ook gehoord ā is dat wij hebben geprobeerd een procedure te kiezen die ook recht doet aan de budgetpositie van uw Kamer. Ik weet heel goed dat wat in deze brief staat een voornemen is dat straks wel of niet een meerderheid gaat krijgen bij de behandeling van de tweede suppletoire begroting in het najaar. We zullen daar misschien nog wel vaker over spreken, maar dat is het moment waarop uw Kamer ja of nee kan zeggen. Sommigen van u zijn heel helder en zeggen "absoluut niet", maar ik zie ook heel veel partijen ā dat zijn partijen die ook onder de motie van volgens mij mevrouw Krƶger stonden ā die zeggen "ja, dat doen we wel". Hoe die stemming uitpakt, ligt in uw handen, maar als ik kijk naar de stemming over die motie, denk ik dat er daarbij steun is voor het voornemen dat ik nu heb gemeld.
Dat in algemene zin. Ik kan ook nog alle individuele vragen afgaan, maar wellicht heeft u zelf eerst vragen.
De voorzitter:
Ik dacht dat ik de heer Ceder als eerste zag en de heer Van Baarle als tweede. We gaan het even opschrijven. Mevrouw Lammers, de heer Stƶteler, meneer Hoogeveen en mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
De minister stelt nu voor om eerst nog een keer een vragenrondje te doen en dan te komen tot de individuele vragen, maar volgens mij is andersom wel handiger.
Minister Sjoerdsma:
Ik kan het ook andersom doen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. De heer Ceder? Ja. Minister, dan doen we eerst de antwoorden.
Minister Sjoerdsma:
Dat is prima. Het ligt in uw handen. Ik zag de heer Ceder en dacht hem daarin te bewilligen, maar misschien moet ik dat gewoon echt aan de voorzitter laten. Allereest de vragen van mevrouw Dobbe, de heer Hoogeveen en de heer Van Baarle. Die vragen zien een beetje op twee zaken. De ene kant vraagt mij: bent u bereid om de financiering niet pas in het najaar, maar per direct te regelen? De andere kant vraagt mij: waarom heeft u het voornemen tot financiering van UNRWA al gepresenteerd terwijl er hierover nog geen besluitvorming in de Kamer heeft plaatsgevonden? Ik hoop dat ik die net ook een beetje heb kunnen beantwoorden. De Voorjaarsnota is naar uw Kamer gestuurd, dus ik zal dit budgettaire voornemen in het najaar verwerken in de suppletoire begroting. Dat is overigens eerder dan de Najaarsnota, zeg ik nog maar eventjes ter verduidelijking. Ik denk dat het van belang is ā de heer Stoffer wees daarop, zag ik in de media ā dat dit besluit in gesprek met uw Kamer en na stemming in uw Kamer wordt vertaald. Daarvoor is mijns inziens de suppletoire begroting in september het juiste moment. Nogmaals, dit debat stond gepland op woensdag. Ik wist ā dat was evident ā dat ik in dit debat vragen kon verwachten over of dat voornemen uit het coalitieakkoord nog stond. Ik heb u niet willen verrassen en ik heb duidelijk willen maken dat dat voornemen inderdaad staat.
De heer Lammers vroeg ā¦
De voorzitter:
Mevrouw Lammers.
Minister Sjoerdsma:
Excuus. Sorry, ik kijk te veel naar mijn blaadje en te weinig naar de zaal. Mevrouw Lammers, excuus. Mevrouw Lammers vroeg: waarom eigenlijk UNRWA? Laat ik daar gewoon heel kort over zijn. Als er op grote schaal mensen in zeer grote nood zijn ā het maakt wat het Nederlandse kabinet betreft dan eigenlijk niet uit om wie het gaat ā moet er geholpen worden langs een aantal principes. Dat geldt ook voor Palestijnse mensen in nood. Als er geen echt alternatief is voor UNRWA, als alle basisvoorzieningen en al het werk van alle humanitaire organisaties in de regio afhankelijk zijn van deze organisatie, dan wil ik daar ook niet omheen draaien en dan denk ik niet dat we daar politiek van moeten maken, zeg ik in alle eerlijkheid. Het is gewoon te belangrijk. In deze begroting staat 11 miljoen euro aan steun. Dat is ook evident. Dat stond er al in. Dat staat erin. Dat blijft erin staan. Over die tweede 8 miljoen kan eenieder van u, elke partij, zich uitspreken bij een volgende behandeling. Daarvoor zal ik uiteraard steun blijven zoeken, maar ik proef ook bij een groot deel van uw Kamer steun daarvoor.
Mevrouw Dobbe en de heer Van Baarle vroegen of het eerder kan. Ik heb daar net iets over gezegd. Wij hebben al 11 miljoen euro overgemaakt naar UNRWA. Wij zijn een van de eerste landen geweest die dat hebben gedaan. Zodra de behandeling van de tweede suppletoire begroting is geweest en als er inderdaad een meerderheid voor is in de Tweede Kamer, dan zal die steun worden overgemaakt.
De heer Hoogeveen vroeg naar de diversificatie en of het klopt dat de Nederlandse regering gesprekken voert via onder andere UNICEF, als ik het me goed herinner. Dat klopt. Nederland maakt zich mede op voordracht, amendement, wens, van uw Kamer sterk voor de diversificatie van humanitaire hulp. Het gaat hier inderdaad ook om UNICEF. Het gaat ook om het Rode Kruis, het Internationale Rode Kruis en het WFP. Wij steunen UNICEF via een kernbijdrage, een flexibele bijdrage aan het humanitair fonds. Maar tegelijkertijd ā ik zeg het ook hier ā is de andere kant van de medaille: we kunnen werken aan die diversificatie ā dat doen we ook, omdat we dat ook echt belangrijk vinden; daartoe hoeven we, denk ik, niet aangespoord te worden ā maar het kan UNRWA niet vervangen.
De heer Stƶteler zei met zoveel woorden: hoeveel meer heeft dit kabinet nog nodig om te zien dat UNRWA en Hamas met elkaar verbonden zijn? Laat ik daar een paar dingen over zeggen. Die heb ik ook in mijn brief willen noemen, omdat het van groot belang is. Allereerst wil ik zeggen dat het kabinet er groot belang aan hecht dat Nederlandse publieke middelen onder geen enkel beding direct of indirect terroristische groeperingen zoals Hamas steunen. Als daar sprake van zou zijn, dan heeft dat altijd consequenties. Het tweede is dat internationale onafhankelijke onderzoeken, in weerwil van wat er net werd gezegd, aantonen dat er onvoldoende bewijs wordt geleverd voor de banden tussen UNRWA en Hamas. Desalniettemin, ondanks dat gebrek aan bewijs ā ik hecht er toch aan om dat hier te benadrukken ā heeft UNRWA de nodige stappen gezet, waaronder het ontslag van een tiental medewerkers. Uit het onafhankelijke onderzoek waarnaar wordt verwezen, blijkt dat UNRWA echt sterke systemen heeft rondom neutraliteit en integriteit. Daarnaast heeft UNRWA toegezegd alle aanbevelingen uit het Colonnarapport te implementeren. Daar zien wij ook actief op toe.
Mevrouw Lammers vroeg of ik kan toezeggen dat alle steun aan UNRWA wordt stopgezet. In de begroting zoals die nu aangenomen is ā overigens dank ik ook de PVV voor de steun ā zit steun aan UNRWA. O, mevrouw Lammers is van de Groep Markuszower. Ik moet nog even wennen aan de nieuwe samenstelling! Nogmaals, ook hiervoor geldt dat deze steun in de begroting is goedgekeurd. De additionele steun zoals ik die heb aangekondigd, komt later dit jaar bij u terug.
De heer Ceder vraagt waarom ik er niet voor kies om meer middelen uit te trekken voor ontwikkelingssamenwerking in het algemeen in plaats van specifiek voor UNRWA. Ik was in alle eerlijkheid even op zoek naar het doel van de vraag. Per de Voorjaarsnota komt er voor de OS-begroting voor dit jaar nog 107 miljoen beschikbaar vanuit het verdeelartikel. Dat is een soort eigen spaarpotje. Zo moet ik het maar noemen. Dat gaat voor een heel groot deel naar humanitaire hulp, is het plan. In dat opzicht doen we dus eigenlijk en-en, als ik de vraag van de heer Ceder zo mag interpreteren.
Voorzitter, dat waren alle direct aan mij gestelde vragen.
De voorzitter:
Goed. We gaan kijken hoeveel interrupties we tussen nu en 13.00 uur nog rond krijgen. We beginnen met de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Even een paar dingen. De totale begroting van UNRWA in 2025 was meer dan 500 miljoen dollar. Dat is een conservatieve schatting. Volgens mij is het meer dan 800 miljoen. De minister zoekt steun voor de begroting op rechts. Vervolgens zegt hij binnen een paar dagen dat hij de afspraken uit noodzaak schendt voor 19 miljoen ā dat is iets meer dan 2% ā omdat "UNRWA zo belangrijk is". Die redenatie volg ik niet. Die 19 miljoen meer of minder ⦠Het is belangrijk. Wij hebben ook gezegd: zorg voor diversificatie, zodat het geld in ieder geval terechtkomt in Gaza. Maar die gevolgtrekking klopt niet. Wat ook niet klopt, is dat de minister zegt een dilemma te hebben. Hij zou bij dit debat namelijk een aantal vragen krijgen en wist niet wat hij moest doen. Dat dilemma is er niet. Er is een begroting vastgesteld. Die heeft de minister uit te voeren. De minister dient de steun te behouden. Als hij dat niet kan, dan moet de minister zich afvragen of hij de juiste persoon is om de begroting verder door de Kamer heen te willen loodsen. Vervolgens zegt hij dat dit een van de enige opties was. Die gevolgtrekking volg ik niet. Ik zou de minister dus graag willen vragen of het klopt dat 19 miljoen een fractie is van wat UNRWA in totaal nodig heeft en dat het daarmee dus niet valt of staat. Ten tweede wil ik vragen of de minister erkent dat als je een afspraak maakt met de oppositie, het argument dat het coalitieakkoord daarna alsnog leidend is, de facto maakt dat er geen afspraken te maken zijn.
Minister Sjoerdsma:
Dank voor deze vragen. Misschien allereerst de vraag of deze bijdrage een fractie is en dus verwaarloosbaar is. Aan uw opstelling in de Kamer merk ik dat dat niet zo is, dat het niet zo wordt gezien. Maar het volgende is misschien nog belangrijker. Ik heb de baas van UNRWA, de heer Lazzarini, niet zo lang geleden gesproken. Hij neemt afscheid van de organisatie, omdat hij aan het eind van zijn termijn zit. Laat ik de heer Ceder, maar ook de rest van de Kamer zeggen hoe ontzettend de Nederlandse bijdrage van 11 miljoen, evenals de voorgenomen extra bijdrage van 8 miljoen, op prijs wordt gesteld. Die wordt als essentieel gezien. Wat de heer Ceder zegt, klopt: het zal op zichzelf niet het gat vullen dat UNRWA zich voorgeschoteld gekregen ziet. Maar de heer Ceder weet ook, misschien wel beter dan ik, dat de noden daar zo groot zijn dat deze middelen echt essentieel zijn. De hoop bij UNRWA is ook dat als Nederland bereid is om dit te doen, ook andere Europese lidstaten bereid zijn om dat vervolgens te volgen.
Twee. U hebt het over een afspraak, meneer Ceder. In alle eerlijkheid, mijn afspraak is dat ik het coalitieakkoord uitvoer. Ik weet dus niet zo goed over welke afspraak u het heeft; dat moet u mij misschien vertellen. Ik voer het coalitieakkoord uit zoals het er ligt. U zegt dat dit geen dilemma is, maar ik zeg nogmaals dat dit toch wel een dilemma is. Dat zeg ik in alle eerlijkheid. Er lagen al Kamervragen en vragen van humanitaire hulporganisaties. Die wilden van mij weten: staat dat of staat dat niet? Ja, dat staat. Ik heb dat willen doen op een manier die u niet zou verrassen, zodat u daar voor het debat kennis van kon nemen. Op die manier kunnen wij daar in het debat met elkaar over praten en kunt u daar ook over stemmen. Ik respecteer het budgetrecht volkomen. In de huidige begroting, die waar u over heeft gestemd, zit deze verhoging niet.
De voorzitter:
Leidt dat tot een vervolgvraag van de heer Ceder, of gaan we door?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Allereerst zei ik niet dat het bedrag verwaarloosbaar is. 19 miljoen is heel veel geld. Ik gaf aan dat de redenatie niet klopt dat dit bedrag bepaalt of UNRWA valt of staat. Ik ben blij dat de minister dat later ook aangaf. Ik maak die koppeling omdat ik me afvraag of dit, gelet op het feit dat UNRWA niet hiermee niet valt of staat, het waard is om de afspraken die met de oppositie zijn gemaakt, te schenden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
"Maar dit is van twee walletjes eten", hoor ik mevrouw Krƶger in dit fragment zeggen.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Dat is precies wat het is!
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik hoef zelf niets meer te zeggen, voorzitter!
De voorzitter:
Mevrouw Krƶger gaf de samenvatting! Ze zegt nu dat ze de telefoon erbij gaat houden, maar als het nog een keer gebeurt, neem ik de telefoon in, hoor. Dat weet u!
Goed, meneer Ceder, gaat u verder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben een beetje van mijn Ć propos, maar ik ben blij met de steunbetuiging!
Waarom ik dit vraag is omdat ik mij dit serieus afvraag, ook gelet op eenheid van kabinetsbeleid. Als de minister zegt dat hij gehouden is aan het coalitieakkoord en niet aan afspraken met de oppositie, omdat hij die niet zou hebben ā ik zag de heer Hoogeveen al een beetje vreemd opkijken, maar goed ā dan betekent dit dat het kabinet-Jetten de facto klaar is. Want het coalitieakkoord hƩƩft geen meerderheid. U zult dus afspraken met de oppositie moeten maken. U moet zich daar vervolgens aan committeren en die ook uitvoeren als u de komende vier jaar wilt volhouden. Mijn vraag is als volgt. Als de minister zegt dat hij de budgettaire kaders van het coalitieakkoord uitvoert, dan vraag ik me af hoe hij daarmee de komende jaren denkt te overleven, aangezien er geen meerderheid voor het budgettair kader is.
Minister Sjoerdsma:
Twee dingen. Ten eerste neem ik de zorg van de heer Ceder mee. Ten tweede is er op dit moment natuurlijk steun voor het budgettair kader. Er is ook steun voor de begroting. Wat wij zullen moeten doen ā voor alle duidelijkheid: dat is ook wat ik heb geprobeerd te doen ā is zoeken naar meerderheden. Ook voor dit voornemen zal ik dus moeten zoeken naar meerderheden. De heer Ceder presenteert dit als een voldongen feit ā dat snap ik ook goed ā maar het is een voornemen. Dit is wat het kabinet wil doen en wat in het coalitieakkoord staat. U heeft de gelegenheid om u daar ook in dit debat over uit te spreken. Als u het er niet mee eens bent ⦠Ik hoor u goed: u vindt het geen goed plan. Dat neem ik ook mee. Tegelijkertijd is het zo dat u de gelegenheid krijgt om daarover te stemmen. Dan ben ik afhankelijk van meerderheden; daar heeft u helemaal gelijk in. We zullen moeten zien waar die meerderheden in september liggen. Maar op dit punt heb ik, als ik deze Kamer zo rondkijk, er vertrouwen in dat die steun er is.
De voorzitter:
Wilt u uw laatste vraag stellen, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik had er vier volgens mij, voorzitter.
De voorzitter:
Dat klopt. Dit wordt de vierde. U had er al eentje gebruikt voor Libanon.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik kijk even naar de klok. Ik ga 'm toch gebruiken. Kunt u dan aangeven wat dit betekent voor de steun die oppositiepartijen geven aan de begroting? Als de minister zich vrij voelt ā dat is dus het geval ā om kort daarna, binnen een week zelfs, een andere koers in te zetten, wat verwacht de minister dan de komende tijd van de oppositie? Dit punt geldt overigens ook voor alle andere ministers van het kabinet-Jetten. Ik weet dan ook niet of ik wel zaken kan doen met de minister van SZW: waar stem ik eigenlijk mee in als ik eerst instem met een begroting en er een week later alsnog een keiharde bezuiniging op de AOW komt? Wat verwacht de minister dan van de oppositie? En wat was de verwachting van de minister toen JA21 en de PVV instemden met de begroting?
Minister Sjoerdsma:
Misschien is het goed om ook hierbij het dilemma te delen. Ik heb deze begroting geƫrfd van een vorig kabinet. Het debat over de begrotingsbehandeling is gevoerd door mijn voorgangster. De amendementen en de moties zijn door mijn voorgangster van appreciaties voorzien. Wat heb ik gedaan? Ik heb bij eenieder van u waarmee het gelukt is contact op te nemen, mijn oor te luister gelegd naar de wensen, niet meer en niet minder dan dat. Vervolgens heeft u gestemd over de begroting en besloten de begroting een meerderheid te geven. Ik heb uw partij, maar ook GroenLinks-Partij van de Arbeid en andere partijen goed gehoord. Die stemverklaringen over hoe u denkt over deze begroting in algemene zin en over wat uw voorwaarden zijn voor steun, zijn helder gehoord. Dat betekent wat mij betreft dat dat gesprek niet voorbij is. Ik ben gisteren in de Eerste Kamer geweest, waar ik overigens ook steun proefde voor dit voornemen met betrekking tot UNRWA, maar waar ook vanuit verschillende zijden helder werd neergelegd aan welke randvoorwaarden deze begroting dient te voldoen voor steun. Ik heb me te verhouden tot de randvoorwaarden die door uw beide Kamers worden neergelegd. De randvoorwaarden die er nu liggen, zijn helder. Voor de randvoorwaarden van de Eerste Kamer zal ik in de handen zijn van de Eerste Kamer. Ook daar zal ik weer uitgebreid koffiedrinken om ervoor te zorgen dat ik precies weet hoe dat zit.
De voorzitter:
Goed. Dank u wel. Ik kijk naar de klok. Ik denk dat er nog net een interruptie van de heer Van Baarle past. Wilt u dat meneer Van Baarle of wilt u het tot volgende week donderdag laten rusten? Het is aan u.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat wil ik wel.
De voorzitter:
Volgende week?
De heer Van Baarle (DENK):
Nee nu.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik zou graag een ordevoorstel willen doen als dat mag. Ik denk dat de beantwoording dan pas volgende week zou worden afgerond. Ik zou toch wel willen voorstellen om dan na de betreffende termijn meteen een tweeminutendebat in te plannen, dus eigenlijk direct na de tweede termijn, want ik denk toch wel dat UNRWA de olifant in de Kamer is en dat de Kamer zich daar op die manier meteen over kan uitspreken.
De voorzitter:
Procedureel kan dat niet. We kunnen wel kijken of er ruimte zou zijn om op diezelfde donderdag met potlood een tweeminutendebat in te plannen. Dat zullen we meegeven, maar procedureel kan het niet. Overigens zou de situatie in die tweede termijn zijn dat mevrouw Lammers dat als eerste aanvraagt, want die zit op de eerste plek. Ik heb uw voorstel gehoord. Nogmaals, procedureel kan het niet, maar we vragen de Griffie om te bekijken of we volgende week donderdag in de loop van de dag een tweeminutendebat kunnen regelen onder voorwaarde dat dit commissiedebat ook vervolgd kan worden op die donderdag. Dat is wel het eerste. Ja?
De heer Stƶteler (PVV):
Ik wil niet de heer Van Baarle dwarszitten, maar ik heb toch een punt van orde. Kan de minister de specifieke vragen voor die tijd schriftelijk beantwoorden, zodat hij de blokjes en een algemene inleiding kan doen en we dan interrupties kunnen doen? Dat is misschien efficiƫnter.
De voorzitter:
Ik kijk naar de minister om te zien of hij een aantal zaken al schriftelijk kan afhandelen op die termijn.
Minister Sjoerdsma:
De specifieke vragen die zien op UNRWA heb ik afgehandeld, maar ik kan uiteraard mijn best doen om de specifieke vragen die over andere blokjes zijn gesteld alvast schriftelijk te beantwoorden.
De voorzitter:
Laten we afspreken dat de antwoorden op de vragen bij de blokjes Sudan en overig schriftelijk naar ons toekomen. Op dit specifieke onderdeel UNRWA hebben we nu alleen interrupties staan, dus daar vervolgen we volgende week donderdag mee, als het lukt om dat debat in te plannen. Daar moeten we dan in eerste instantie ons best voor doen.
Mevrouw Maes (VVD):
Mag ik ƩƩn ding zeggen? Ik heb in mijn beleving geen antwoord op mijn vraag over UNRWA gekregen.
De voorzitter:
U kunt daar in een interruptie of in de tweede termijn op terugkomen uiteraard. Het spijt me toch, meneer Van Baarle, maar het is anderen gelukt om u die vraag niet te laten stellen. Het is 13.00 uur. We gaan afronden. U bent de volgende keer wel de allereerste.
Dank dat u hier vandaag was. Het voelt natuurlijk wat onbevredigend dat we nu zo afronden. Dat voelt u en dat voel ik ook, en ik denk dat de mensen die meekijken en de pers dat ook voelen. Het is niet anders. Even voor het punt rond het tweeminutendebat: de griffier gaf aan dat het wel even bij de regeling van werkzaamheden moet worden aangevraagd, om te kijken of dat volgende week kan. Dat moet dan op dat moment, maar we gaan proberen dat met potlood in te plannen. De griffier en ik nemen dat even op en we gaan kijken of we daar ruimte voor kunnen creĆ«ren, zodat men weet dat dat eraan komt. De heer Ceder vraagt of iemand een vooraankondiging moet doen, maar nee, dat kan niet volgende week. Informeel zullen de voorzitter ā dat ben ik formeel natuurlijk niet ā en de griffier dit bij de Griffie neerleggen, zodat die ruimte op de agenda er komt. Formeel moet het dan aangevraagd worden op het moment dat we met elkaar de tweede termijn hebben doorlopen.
Dank u wel. Ik wens u allemaal een fijne dag.