Landbouw- en Visserijraad (maart)
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 25 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, over Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Steen
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Meetelen
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Jansma
Voorzitter: Steen
Griffier: De Keijzer
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bromet, Van Duijvenvoorde, Den Hollander, Chris Jansen, Kostić, Lohman, Van der Plas, Steen en Vellinga-Beemsterboer,
en de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Aanvang 14.00 uur.
Landbouw- en Visserijraad (maart)
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur d.d. 18 maart 2026 inzake geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad van 30 maart 2026, voortgang omtrent GMO-verordening en definitieve GLB-tarieven (21501-32, nr. 1766);
- de brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur d.d. 4 maart 2026 inzake verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 23 februari 2026 (21501-32, nr. 1765);
- de brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur d.d. 10 februari 2026 inzake uitvoering van de gewijzigde motie van de leden Podt en Bromet over bij de Europese Commissie pleiten voor voorstellen die de toelating van laag-risicomiddelen bevorderen (Kamerstuk 21501-32-1744) (27858, nr. 742);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 13 februari 2026 inzake fiche: Wijziging verordening biologische productie en etikettering (22112, nr. 4276);
- de brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur d.d. 9 maart 2026 inzake SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen maart 2026 (27858, nr. 744).
De voorzitter:
Beste mensen, het is 14.00 uur. Dat betekent dat wij gaan beginnen, dus wilt u allen uw plaats innemen? Ik heet u allen van harte welkom bij het commissiedebat LVVN. Hartelijk welkom aan de mensen op de publieke tribune en de mensen die via de livestream met ons meekijken. Van harte welkom aan de minister en de staatssecretaris en hun ondersteuning, en ook aan de leden van deze commissie. Dat zijn meneer Lohman van het CDA, mevrouw Den Hollander van de VVD, het lid Kostić van de Partij voor de Dieren, mevrouw Vellinga-Beemsterboer van D66 en mevrouw Bromet van GroenLinks-PvdA. Twee collega's hebben aangegeven later te komen; dat zijn de heer Jansen van de PVV en de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie. Die komen zo meteen binnen.
Dit commissiedebat duurt drie uur en we hebben een spreektijd van vier minuten per fractie. Ik stel voor om in de eerste termijn vier interrupties toe te staan. Zoals u allen weet, of misschien niet weet, tellen we de interrupties onder de 30 seconden niet mee, dus die zijn gratis. Maak daar dankbaar gebruik van, zou ik u zeggen. Laten we interrupties wel ongeveer in drieën doen, zeker als u die onder de 30 seconden houdt, zodat het debat ook door kan gaan. Houdt u daar vooral rekening mee.
Dan geef ik het woord aan de eerste spreker van vandaag, en dat is de heer Lohman van de fractie van het CDA.
De heer Lohman (CDA):
Dank u wel, voorzitter, en gefeliciteerd met uw verkiezing.
Vandaag gaan we het hebben over de Europese Visie op Landbouw en Voedsel. Als Amsterdammer in de landbouwwereld is het laveren tussen wereldbeelden van de boerenbelangen — hoe voeden we de wereld vanuit Nederland? — en de idealen van wat weleens gekscherend de "havermelkelite" wordt genoemd — hoe doen we dat binnen de draagkracht van de planeet? — niet vreemd. De komende jaren staat de Europese landbouw, visserij en voedselketen voor precies dit spanningsveld. Met toenemende onzekerheid op het wereldtoneel moet de Europese voedselvoorziening zich de komende jaren voor de zoveelste keer in de geschiedenis gaan heruitvinden. Deze transitie moet worden vormgegeven met respect en waardering voor de voedselmakers van ons continent: de boeren en vissers. Tegelijkertijd leeft het besef dat investeren in een goede bodem, het verbeteren van de natuur en het halen van klimaatdoelen geen luxe maar een noodzaak is voor een gezond en welvarend Europa. De komende jaren staan in het teken van de zoektocht naar dit evenwicht, met als voorwaarde de grote verantwoordelijkheid die we dragen richting de minst koopkrachtigen in onze samenleving om het dagelijks brood ook betaalbaar te houden.
Voorzitter. Dit is het geluid dat ik namens het CDA wil laten horen, met één been in de stad en het ander op het platteland en in het weekend regelmatig met de blik op de Noordzee. In dat perspectief heb ik enkele vragen, opgeknipt in de blokjes generatievernieuwing, eiwittransitie en visserijbeleid. Ik leer snel over de blokjes.
Generatievernieuwing. In de voorstellen voor het nieuwe GLB benadrukt de Europese Commissie het belang van jonge boeren en generatievernieuwing, maar tegelijkertijd wordt er meer ruimte gelaten aan de lidstaten voor de invulling en financiering hiervan. Kan de minister in dit geval toelichten hoe hij deze Europese voorstellen beoordeelt vanuit Nederlands perspectief? Welke kansen en risico's ziet hij voor jonge boeren en tuinders? Hoe wil hij ervoor zorgen dat generatievernieuwing daadwerkelijk een stevige plek krijgt in de Nederlandse inzet richting Brussel?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
We zijn natuurlijk beland in een periode waarin grote veranderingen voor de Nederlandse landbouw aanstaande zijn. Het is goed om de jonge boeren daarbij in ogenschouw te nemen, maar ik wil van het CDA niet alleen horen welke vragen het heeft aan de minister, maar ook hoe het CDA zelf ziet hoe dat vorm te geven met de jonge boeren.
De heer Lohman (CDA):
Ik zou graag willen reageren, maar ik snap niet helemaal precies de vraag. Wat zou vormgegeven moeten worden met de jonge boeren?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
De heer Lohman stelt allemaal vragen aan de minister, maar de vragen die hij stelt aan de minister wil ik eigenlijk aan hemzelf stellen. Het CDA heeft daar ook een opvatting over, neem ik aan.
De heer Lohman (CDA):
Helder. Volgens mij blijkt dat voor een deel uit de vraagstelling. Wij denken dat het belangrijk is dat jonge boeren een belangrijke rol aan tafel krijgen in Europa. Ik denk dat we in Nederland hebben gezien dat de strijd van de afgelopen jaren rondom de stikstofcrisis heel erg op de schouders is gekomen van de jonge boeren, die zich vanuit het NAJK stevig hebben ingezet voor het niet gelukte landbouwakkoord. Ik denk dat we eigenlijk alles moeten doen om ruimte te bieden aan de jonge boeren om een toekomst te hebben binnen Europa.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het nog niet erg concreet, maar dat komt dan misschien later wel. Is het CDA dan ook bereid om afstand te nemen van andere partijen in de agrarische sector, die soms heel andere dingen vinden dan de jonge boeren?
De heer Lohman (CDA):
Ook dit vind ik geen heel concrete vraag wat betreft de partijen waarop gedoeld wordt en waar we afstand van moeten nemen. Ik denk dat u misschien doelt op het belangenspeelveld in Nederland van welke partijen een stem hebben richting de politiek. Het is voor het CDA duidelijk dat we de stem van onder andere NAJK — er zijn natuurlijk veel meer groepen die zich georganiseerd hebben — belangrijk vinden. We hebben daar ook goede contacten mee. Ik ben ook bekend met allerlei andere netwerken, zoals Caring Farmers, waar u zelf ook vaak mee in contact bent. Ik denk dat het belangrijk is dat we in het versplinterde boerenbelangenspeelveld met alle partijen spreken, dus uiteraard LTO, NAJK en ook vernieuwende netwerken en agro-ecologische boeren. Ik denk dat dat ook bij deze tijd past. We moeten luisteren naar verschillende ideeën over de aankomende landbouwtransitie. Dat wil ik namens het CDA heel graag doen.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik denk dat de tijd van luisteren grotendeels geweest is. We weten waar iedereen staat. Het gaat nu om het nemen van beslissingen. Ik weet nog niet waar het CDA staat als het gaat over het maken van keuzes, want als je kiest voor het een, dan betekent dat soms ook dat je afscheid neemt van het ander.
De heer Lohman (CDA):
Dat ben ik met u eens. Het is tijd dat we keuzes gaan maken. Ik herken het beeld nu niet dat er verschillende groepen zijn die totaal andere vormen van landbouw zouden hebben. Er zijn verschillende vormen van landbouw. Je hebt de biologische landbouw. Je hebt boeren die met regeneratieve landbouw aan het experimenteren zijn. Die zijn allemaal ook onderdeel van de netwerken. Ook bij LTO en NAJK zitten verschillende soorten boeren, en dan hebben we het nog niet over tuinders gehad. Het is dus volgens mij niet zo dat we afscheid gaan nemen van een bepaalde groep boeren. In die tegenstelling herken ik me niet zo.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Lohman (CDA):
Volgens mij had ik het blokje generatie gehad. Dan kom ik bij de eiwittransitie. De vraag naar eiwitten blijft wereldwijd stijgen. De toekomst van eiwitten zou bestaan uit dierlijk en plantaardig, van het land en vanuit de zee. Vleesvervangers en in de toekomst wellicht kweekvlees zijn onderdeel van de oplossing. Er ligt al een Europese inzet op eiwitvoorziening, maar die is versnipperd en onvoldoende gericht op strategische autonomie. Hoe gaat de minister in de Raad sturen op een samenhangende Europese eiwitstrategie die onze afhankelijkheid van import daadwerkelijk vermindert en die niet alleen inzet op teelt, maar die ook industrie-innovatie en consumptie meeneemt?
Dan het visserijbeleid. Steeds meer organisaties pleiten ervoor om het gemeenschappelijk visserijbeleid niet open te breken, maar beter te implementeren. Tegelijkertijd horen wij van vissers uit de praktijk dat het nog te vaak vastloopt in regels die niet werken. Gaat de staatssecretaris zich in Europa inzetten voor implementatie van het GVB, zodat dit zowel leidt tot het herstel van visbestanden als tot een reëel verdienmodel voor vissers? Ik lees dat de staatssecretaris zich wil inzetten voor versnelling van de brandstoftransitie in de visserij. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat deze energietransitie breder wordt opgepakt door ook verduurzaming van vistuig en vistechniek mee te nemen?
Voorzitter, ik rond af. De vraag is niet of ons voedselsysteem verandert, zoals mevrouw Bromet ook aangeeft, maar wie die verandering vormgeeft. We moeten ons niet laten verleiden om een valse tegenstelling op te werpen in die zin dat we moeten kiezen tussen economie en ecologie of tussen koemelk en havermelk. Laten we omarmen dat het gaat over en-en en niet over of-of. Ik doe een oproep aan ons, de politiek, om gezamenlijk op te trekken en het voedselsysteem te hervormen, zodat het werkt voor boeren, vissers en consumenten.
Dank u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een mooi verhaal waar wij als Partij voor de Dieren ook veel mee kunnen. Ik heb een concrete vraag. We hebben afgelopen week gezien dat biologische boeren er last van hebben dat hun buren met landbouwgif spuiten en dus met verschillende pesticiden of bestrijdingsmiddelen; hoe je het ook wilt noemen. Mijn vraag aan collega Lohman is welke oplossing het CDA hiervoor ziet.
De heer Lohman (CDA):
Ik denk dat het noodzakelijk is dat we het gebruik van gewasbescherming over de hele linie gaan veranderen. Wij denken dat synthetische gewasbeschermingsmiddelen daar nog een onderdeel van kan zijn, maar we willen echt heel stevig erop inzetten dat die steeds minder invloed gaan hebben op het hele milieu, dus op de bodem en zeker ook op de omwonenden. Dat wordt ook in het regeerakkoord gezegd. Ik denk dat biologische boeren het voorbeeld geven, namelijk dat je ook zonder synthetische gewasbescherming hele goede oogsten kunt behalen. De vraag hoe je bijvoorbeeld in de zonering meer ruimte creëert voor de biologische landbouw, zal misschien uiteindelijk een ruimtelijkeordeningsvraagstuk worden. Daardoor zit je ook minder dicht op elkaar. Volgens mij kun je er met technologische innovaties, zoals het gebruik van een Wingssprayer, voor zorgen dat synthetische gewasbeschermingsmiddelen niet op het biologische land terechtkomen. Dat zijn oplossingsrichtingen waar we naar zouden kunnen kijken.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit klinkt natuurlijk als iets voor de langere termijn, maar het probleem is dat biologische boeren nu moeten stoppen omdat ze eigenlijk gewoon niet meer kunnen opereren omdat het gif op hun gewassen belandt en ze sowieso opdraaien voor de kosten die dat met zich meebrengt. Dat is dus een acuut probleem. Partij voor de Dieren heeft daar in de vorige kabinetsperiode vragen over gesteld. De vorige minister vond het de verantwoordelijkheid van de biologische boeren zelf om het maar op te lossen. Ik hoop toch niet dat dat de richting is die het CDA op wil. Is het CDA bereid om met ons mee te denken over hoe we hier een concrete kortetermijnoplossing voor kunnen vinden voor de biologische boeren?
De heer Lohman (CDA):
Ik kan in ieder geval …
De voorzitter:
De heer Lohman.
De heer Lohman (CDA):
Sorry, voorzitter. Ik kan in ieder geval benadrukken dat wij als CDA de biologische landbouw heel belangrijk vinden. Ik wil dus zeker meedenken over hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de ambitie die de overheid heeft om het biologische areaal te vergroten ook daadwerkelijk mogelijk gaan maken. Daar hebben we afgelopen week natuurlijk ook op meegestemd. Dit is volgens mij niet zozeer een probleem van de biologische boer of de gangbare boer an sich. Er zijn veel biologische boeren die stoppen; dat hoor ik ook. Dat heeft helaas ook vaak met marktomstandigheden te maken. Ik zie eigenlijk daar ook meer een rol voor de overheid, om te kijken hoe we meer aan die vraagkant kunnen gaan werken. Ik kan nu dus niet heel specifiek antwoord geven op dit beeldvraagstuk, maar ik wil zeker met u nadenken over wat we daar extra in zouden kunnen betekenen, want nogmaals, ik vind de biologische landbouw een heel belangrijk onderdeel van de transitie.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Lohman. Dan kijk ik naar mevrouw Den Hollander voor haar inbreng in de eerste termijn.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant uiteraard felicitaties voor uw benoeming.
Voorzitter. Wij zouden als VVD-fractie enkele aandachtspunten willen meegeven aan het kabinet voor de Landbouw- en Visserijraad die binnenkort plaatsvindt. We zouden willen starten met een blokje over de Nederlandse vissers. In de Raad zal gesproken worden over de oneerlijke concurrentie bij de makreelvangst tussen EU-vissers en vissers uit andere Europese, niet-EU-landen. Als VVD vinden wij dat visserij duurzaam moet zijn, bij voorkeur gebaseerd op wetenschappelijk advies. Tegelijkertijd mag dit er niet toe leiden dat Nederlandse vissers worden benadeeld door oneerlijke concurrentie. De huidige afspraken lijken erop neer te komen dat niet-EU-landen meer ruimte krijgen en Nederlandse vissers juist te maken hebben met strengere regels, terwijl Nederlandse vissers juist bereidheid tonen om te verduurzamen, bijvoorbeeld via innovaties zoals pulsvisserij. Deze ontwikkelingen worden al bemoeilijkt door Brusselse regelgeving. Extra beperkingen maken het voor hen nog lastiger. Het is daarom van belang dat Brussel ervoor zorgt dat duurzaamheid en eerlijke concurrentie hand in hand gaan. Ik zou daarom de volgende vragen willen stellen aan de staatssecretaris. Hoe gaat u de Europese plannen beoordelen om de visserijsector uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te maken? Wat betekent het concreet voor de Nederlandse kottervloot?
De VVD is voorstander van emissievrije en emissiearme technologieën. Wij denken dat hiermee een bijdrage kan worden geleverd aan een sterkere concurrentiepositie ten opzichte van visserij buiten de EU. Mijn vervolgvraag aan de staatssecretaris is dan ook hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze innovaties op korte termijn beschikbaar, realistisch en financieel haalbaar worden voor de Nederlandse vissers.
Voorzitter. Het tweede onderwerp dat we willen belichten is de toekomst van de landbouw en het GLB. Voor de VVD is het essentieel dat boeren kunnen rekenen op een stabiel en toekomstbestendig inkomen. Hoewel er stappen worden gezet, onder andere via gemeenschappelijk landbouwbeleid en maatregelen tegen oneerlijke handelspraktijken, blijkt de praktijk nog altijd weerbarstig. Boeren hebben te maken met grote inkomensschommelingen en een ongelijk speelveld binnen de keten. Daarom zou ik de minister willen vragen hoe hij de eerste resultaten van de Europese Visie voor Landbouw en Voedsel ziet en op welke onderdelen hij vindt dat er versnelling nodig is.
Er wordt ingezet op nieuwe verdienmodellen en op de generatiewisseling. Dat is cruciaal, want zonder jonge boeren is er geen toekomst voor de sector. Tegelijkertijd blijven toegang tot land, kapitaal en innovatie belangrijke knelpunten. Hoe gaat de minister zich binnen Europa inzetten om deze barrières daadwerkelijk te verkleinen en het ondernemerschap in de landbouw te versterken? Gaat de minister ervoor pleiten dat er in het GLB meer ruimte komt voor de eco-regeling? Dat laat zien dat deze regeling ervoor zorgt dat maatschappelijk gewenste ontwikkelingen gestimuleerd worden, zoals kruidenrijk grasland en minder inzet van gewasbescherming en kunstmest. Naast de eco-regeling moet er ook aandacht komen voor het inzetten van innovatieve technieken op het land om de bedrijfsvoering te moderniseren. Is de staatssecretaris bereid om in Brussel te pleiten voor bevordering van deze ontwikkelingen?
Gezien de tijd ga ik eerst eventjes naar de Food and Feed Safety Omnibus, want morgen vindt over dit onderwerp een rondetafelgesprek plaats. De zienswijzen die onze fractie bereiken over dit onderwerp lopen sterk uiteen. Sommige partijen zien het als beleid dat het makkelijk maakt om schadelijke en chemische bestrijdingsmiddelen op de markt te brengen en te houden, terwijl andere partijen het voorstel juist zien als een methode om risicogestuurd te kunnen beoordelen en als iets dat kansen biedt op snellere toelating van nieuwe middelen met minder milieu-impact. Kan de staatssecretaris zijn eerste indruk van de Food and Feed Safety Omnibus delen met de Kamer? Is de minister bereid om zich in Europees verband in te zetten voor een risicogebaseerde herbeoordeling mits het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu gelijk blijft?
Ten aanzien van de handel zien wij dat er recent op Europees niveau stappen zijn gezet om de positie van boeren in de voedselketen te versterken, onder meer via afspraken over contracten en strengere regels tegen oneerlijke handelspraktijken. Dit sluit aan bij de inzet van de VVD om boeren een eerlijker aandeel in de keten te geven. Tegelijkertijd blijft de vraag hoe deze maatregelen in de praktijk zullen uitpakken. Hoe beoordeelt de minister deze ontwikkelingen en wat zijn naar verwachting de concrete gevolgen voor Nederlandse boeren?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Den Hollander. Dan is het woord aan het lid Kostić van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter, en ook felicitaties vanuit mijn kant.
Ik begin met het Omnibusvoorstel van de Europese Commissie, waarmee de wetgeving ten aanzien van landbouwgif ernstig wordt afgezwakt. Dit terwijl er steeds meer zorgen zijn over landbouwgif en we zo snel mogelijk naar een gifvrije landbouw toe willen gaan, omdat dat in het belang is van de gezondheid van mens, dier, natuur en milieu, maar ook zeker van de boeren.
Daarom is het stuitend dat juist de biologische boeren, die al het goede voorbeeld geven, er de dupe van zijn dat er nog zo veel chemisch gif wordt gespoten. Zojuist vroeg ik het CDA om samen tot een oplossing te komen voor biologische boeren die nu moeten betalen voor het feit dat er veel landbouwgif van de buren op hun erf terechtkomt. Biologische boeren dragen nu de lasten. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Daarom vraag ik de staatssecretaris of hij kan aangeven hoe hij dit gaat oplossen en de biologische boeren beter gaat beschermen.
Vorig jaar nam de Kamer nog een hele duidelijke motie aan om met klem te pleiten tegen voorstellen die de status quo wat betreft de toelating van chemische en risicovolle middelen verzwakken. Erkent de staatssecretaris dat hij, in lijn met deze motie, moet pleiten tegen het Omnibusvoorstel? Kan hij aangeven hoe hij dit aanpakt?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dit punt sluit aan op wat het lid Kostić net zei. Ziet het lid Kostić het risicogestuurd herbeoordelen ook als een kans om middelen die negatief in de aandacht komen, juist eerder te kunnen herbeoordelen?
Kamerlid Kostić (PvdD):
De discussie over bestrijdingsmiddelen en landbouwgif is natuurlijk al een langlopende discussie. We lopen er steeds tegenaan dat het altijd een beetje rommelen in de marges blijft, terwijl we allemaal weten dat het eigenlijk absurd is dat we gif spuiten op ons eten en dat dit uiteindelijk overal in onze omgeving terechtkomt. We moeten dus toe naar een ander landbouwsysteem. Dat is onze prioriteit. Ik begrijp dat de VVD daarin een andere prioriteit heeft, maar volgens mij moeten we onze kostbare publieke middelen juist inzetten om de transitie in de landbouw te bewerkstelligen; dat moet dus zonder chemisch gif.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander heeft een vervolgvraag.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik bestrijd dat wij een ander einddoel in beeld hebben. Vooralsnog heb ik dat niet kunnen ontdekken, misschien alleen ten aanzien van de marsroute. Wij willen juist de snellere toelating van groene middelen mogelijk maken. Daar is die Food and Feed Safety Omnibus een prachtig instrument voor. Deelt lid Kostić dat met ons?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, dat deel ik zeker niet. Het Omnibusvoorstel is op dit moment een afzwakking van de bescherming van gezondheid en milieu. We weten ook — dat heeft het CTGB ook aangegeven — dat de huidige manier van toelating onvoldoende is om het milieu goed te beschermen. De stapelings- en cocktaileffecten en allerlei andere risico's worden onvoldoende meegenomen. Het is dus echt niet aan de orde om nu verder de kant van afzwakking en versoepeling op te gaan, zeker als je kijkt naar hoe dit nu in het land leeft; mensen maken zich ernstige zorgen. Volgens mij hebben wij hierin een verantwoordelijkheid als Kamer. Zoals ik net al zei tegen de staatssecretaris, ligt er gewoon een aangenomen motie die vraagt om tegen het Omnibusvoorstel in deze vorm te pleiten.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Onder andere FNV en de Parkinsonalliantie Nederland waarschuwen voor de schadelijke gevolgen van het Omnibuspakket voor de volksgezondheid en de natuur. Deelt de staatssecretaris deze zorgen?
Bij de herbeoordeling van landbouwgif zien we dat producenten doelbewust onvolledige dossiers aanleveren, waardoor procedures worden vertraagd of compleet vastlopen. Ondertussen blijft het gif gewoon op de markt. Het Europese Hof van Justitie is daar helder over: er moet worden gecontroleerd of producenten dit soort vertragingen veroorzaken door bewust onvolledige dossiers in te dienen. Kan de staatssecretaris aangeven hoe deze uitspraak van het Europese Hof wordt verwerkt in het Omnibusvoorstel?
Vertragingen bij EFSA en het Ctgb ontstaan mede doordat de producenten half werk aanleveren. Dat kost veel geld. Deelt de staatssecretaris dat de rekening moet worden neergelegd waar die hoort, namelijk bij de gifproducenten? Welke maatregelen overweegt de staatssecretaris om dit structureel aan te pakken? Is de staatssecretaris bereid om het beoordelingsproces meteen stop te zetten zonder kans op verlenging als een dossier niet op orde is? Want waarom zouden we blijven meebewegen met partijen die de regels niet serieus nemen?
Over gif gesproken: er wordt volop schadelijke pfas in landbouwgif verwerkt. De schade is enorm en daar betaalt de belastingbetaler nu voor. Gezien het feit dat dit kabinet de gevaren van pfas erkent en een verbod op pfas wil, zou het logisch zijn dat de staatssecretaris zich ook inzet voor een nationaal en Europees verbod op pfas in bestrijdingsmiddelen, anders komt het alsnog overal terecht.
De heer Lohman (CDA):
We hadden een discussie over wat voor soort landbouwsysteem we, of in ieder geval het CDA en in dit geval de Partij voor de Dieren, voor ons zien. Ik denk dat we het erover eens zijn dat er heel grote veranderingen nodig zijn. Er is iets waar we het wellicht niet helemaal over eens zijn en ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt. U heeft het een aantal keer gehad over een landbouwsysteem zonder het gebruik van gif. Ik wil vragen wat uw toekomstbeeld dan is. Hoe ziet een landbouwsysteem zonder chemisch gif — dat is volgens u iets anders dan niet-chemisch gif — eruit? Kunt u daarop reflecteren?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zeker. Ik denk dat we daar heel veel ervaring mee hebben in Nederland maar zeker ook buiten Nederland, namelijk in de biologische landbouw. Die laat het goede voorbeeld zien. Ik denk dan: we hebben zo veel jaar ervaring hiermee, dus waarom zou je die niet veel meer kunnen opschalen en uiteindelijk ook als standaard willen inzetten? Er wordt te veel gedacht in onmogelijkheden. Het zou allemaal te marginaal zijn en er zou onvoldoende balans in zitten. Maar dat komt ook doordat we het eerlijke verhaal niet vertellen. We zeggen niet: jongens, eigenlijk is het niet heel goed voor de omgeving dat we zo veel chemisch gif gebruiken; eigenlijk is biologisch gewoon veel beter. We zeggen: we hebben de beste landbouw ter wereld; eigenlijk is alles goed genoeg. Dan is er heel weinig prikkel, ook voor een consument met voldoende geld, om te kiezen voor biologisch. Het begint ook in de communicatie. Je verwacht ook van de staatssecretaris en de minister dat ze heel duidelijk aangeven dat biologisch de richting is die we op zouden willen. Het gangbare systeem op dit moment — met de beste bedoelingen van de boeren, want die kunnen er niks aan doen dat ze daarin vastzitten — is eigenlijk gewoon niet houdbaar.
De heer Lohman (CDA):
Twee korte vervolgvragen. Begrijp ik goed dat u zegt dat een biologische landbouw het haalbare en wenselijke eindbeeld is voor de Partij voor de Dieren? Dat is vraag één. Vraag twee is … Mag dat, voorzitter? Omdat we van dezelfde partij zijn? Nee, grapje. Omdat ik nieuw ben! Wij zien een ontwikkeling naar minder impact op het milieu, op het gebied van milieugebruikspunten, waarbij het onderscheid tussen synthetisch en niet-synthetisch minder van belang is, maar het gaat om de vraag: wat doet dit voor de staat van de natuur? Zou u daarover willen meedenken, even als teruguitnodiging na het gesprek van hiervoor?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik denk heel graag overal over mee, maar onze ervaring door de jaren heen is dat biologische landbouw gewoon goed werkt voor de omgeving. Daarin kun je ook nog veel verbeteringen inzetten, maar dat is wel iets waarmee we al superveel ervaring hebben opgedaan en wat al de positieve resultaten oplevert die we nodig hebben. Tegelijkertijd hebben we ook een beweging gezien van allemaal vage greenwashingbegrippen als "natuurinclusief", "On the way to PlanetProof" en dat soort dingen, die veel te veel vaagheid met zich meebrengen en dus de kans op greenwashing geven. Daar willen we voor waken. Wij denken: als je weet dat je een sterk merk hebt, biologisch, dat ook internationaal wordt erkend, waarom zou je dan niet daarop doorontwikkelen? Dat zijn we al die biologische boeren volgens mij ook allang verschuldigd. Ik zou, als het daarover gaat, willen meedenken en me niet zo willen laten afleiden door andere manieren, waarvan ik denk dat het risico is dat we toch weer in die groep van greenwashing gaan zitten, met alle respect.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Kan de staatssecretaris toezeggen in Europa te pleiten voor een verbod op pfas, ook in bestrijdingsmiddelen, en daarvoor bondgenoten te zoeken, bijvoorbeeld in Denemarken?
Voorzitter. Dan over de dieren. Nederland heeft gelukkig de vreselijke bontindustrie verboden, net zoals bijna elk ander land in de EU. Zo zie je ook dat een maatregel die wij in Nederland doorvoeren, ertoe kan leiden dat meer landen volgen — zeg ik ook even tegen de VVD. Maar nu staan we voor een beslissend moment in de EU. De Europese Commissie is met het onzalige plan gekomen om geen verbod in te stellen maar met dierenwelzijnsaanpassingen te komen, terwijl we uit onderzoek weten dat de bontindustrie op geen enkele manier diervriendelijk kan zijn en er ook geen draagvlak is in Europa. Is de staatssecretaris bereid om de Europese Commissaris op zeer korte termijn op te roepen om niet met aanpassingen, maar met een verbod te komen? Is hij bereid om Oostenrijk te steunen, dat een officieel verzoek wil indienen bij de Europese Commissie om met een Europees bontverbod te komen, maar daarvoor steun van andere lidstaten nodig heeft?
Voorzitter, tot slot. De Europese Commissie kwam met de belofte om in 2023 met wetgeving te komen om eindelijk te verbieden dat dieren in kooien worden gehouden, maar die belofte is niet nagekomen. Nog altijd leven meer dan 300 miljoen dieren per jaar een kort en ellendig leven tussen stalen stangen of in krappe kooien. Is de staatssecretaris bereid om zich actief in te zetten, zodat hier eindelijk een einde aan komt, en om zijn inzet zo snel mogelijk per brief terug te koppelen aan de Kamer?
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank het lid Kostić. Ik maak direct even van de gelegenheid gebruik om de heer Jansen van de PVV welkom te heten, net als mevrouw Van der Plas van de BBB en de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie. De heer Van Duijvenvoorde is geen officieel lid van deze commissie. Staat u het hem toe om het woord te voeren hier? Ik zie geen onoverkomelijke bezwaren, dus welkom aan hem. Dan geef ik het woord aan de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Natuurlijk ook van mijn zijde felicitaties met uw eervolle benoeming, zeg ik dan.
Voorzitter. De agrarische sector is de hoeksteen van onze Nederlandse voedselzekerheid en een sector waar we als land absoluut trots op mogen en moeten zijn. Voor de PVV staat één ding voorop: onze boeren en vissers moeten kunnen blijven produceren zonder verstikt te worden door Brusselse regelzucht, resulterend in een kabinetsbeleid gebaseerd op volkomen onrealistische klimaatideologieën. We bespreken vandaag de voortgang van de Europese visie op landbouw en voedsel, een jaar na de presentatie. De Europese Commissie schermt met termen als "eerlijke beloning" en "minder regeldruk". Maar wat merkt de boer daar in de praktijk van? Wat de PVV betreft is het een jaar vol loze beloften. We zien dat de sector nog steeds worstelt met complexe regelgeving en een relatief laag inkomen. Mijn vraag aan de minister is dan ook: hoe kan hij beweren dat er sprake is van vereenvoudiging, terwijl boeren dagelijks uren kwijt zijn aan administratieve verplichtingen die enkel bedoeld lijken om hen te controleren en te straffen in plaats van te faciliteren?
Daarnaast maakt de PVV zich grote zorgen over de geluiden vanuit de Wetenschappelijke EU-Klimaatraad. Er wordt gepleit voor het belasten van landbouwemissies en het dwingen van burgers om minder vlees te eten. Dat is voor ons onacceptabel. Keuzevrijheid staat wat ons betreft voorop. Mijn vraag is: kan de minister garanderen dat hij zich in Brussel met hand en tand zal verzetten tegen elke vorm van een vleestaks of extra lastenverzwaring voor onze veehouders en, zo nee, waarom niet?
Voorzitter. Er wordt gesproken door het Europees Parlement over een verhoging van het gemeenschappelijk-landbouwbeleidbudget naar 427 miljard euro, om de inflatie op te vangen. Hoewel steun voor boeren essentieel is om de klappen op te vangen, vraagt de PVV zich wel af hoeveel van dit geld daadwerkelijk bij de boer op het erf terechtkomt en hoeveel er blijft hangen in de Brusselse bureaucratie en groenetransitieprojecten. We weten allemaal dat de ngo's altijd prima raad weten met het verbrassen van dit soort bedragen. Wat de PVV betreft mag onze voedselzekerheid niet worden opgeofferd aan de digitale en groene transities waar de Commissie zo op hamert. Kijkend naar onze visserij kunnen we wel stellen dat de energietransitie bij onze vissers als een molensteen om de nek hangt. De PVV kijkt met argusogen naar de plannen voor een klimaatneutrale visserij in 2050. De kottervloot is al tot op het bot gesaneerd en in dit tempo is het de vraag of we in 2050 überhaupt nog wel een visserijsector hebben in Nederland. De technologie voor emissievrije schepen is nog lang niet uitontwikkeld en de investeringsrisico's zijn gigantisch. Is de minister het met de PVV eens dat we onze vissers niet de afgrond in moeten duwen met onhaalbare routekaarten en klimaatdoelen en hoe gaat hij dit voorkomen? Daarnaast vragen we ons af hoe de minister de concurrentiepositie van onze vissers beschermt tegenover landen buiten de EU die maling hebben aan deze dure Europese hobby's. Positief is het voorlopige akkoord dat bepaalde vleesbenamingen uitsluitend voor echt vlees mogen worden gebruikt. De PVV heeft altijd gepleit voor eerlijkheid. Een burger is van vlees en niet van soja.
Afrondend, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, rondt u af. Dan ga ik daarna het woord geven aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
De heer Chris Jansen (PVV):
Afrondend. De PVV kiest voor de boer en de visser. Geen extra belastingen op uitstoot, geen gedwongen krimp van de veestapel en geen onrealistische klimaatdoelen voor de visserij. Wij verwachten van deze minister een harde vuist in Brussel voor onze eigen Nederlandse voedselproducenten.
Dank u wel.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Er is onduidelijkheid bij mij naar aanleiding van wat ik de heer Jansen eerder in zijn betoog hoorde zeggen, namelijk dat we minder regels nodig hebben vanuit Brussel. Nu hoorde ik hem daarnet toch ook zeggen dat we meer regels nodig hebben als het gaat om namen voor vlees. Ik snap niet helemaal hoe ik die twee met elkaar moet rijmen. Zijn dat nou niet juist extra betuttelende regels?
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik dank mijn collega voor deze vraag. Het gaat niet om regels maar om duidelijkheid. Vlees is vlees. Soja is geen vlees. Zo simpel is het. Wat ons betreft gaan we met de benamingen op deze wijze daarmee om.
De voorzitter:
U heeft nog een interruptie van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik vraag me af of de heer Jansen het niet vreselijk betuttelend vindt om hier zo ingewikkeld over te doen. Ik denk: wat maakt het mij nou uit of dat ding een burger heet, want ik weet als consument toch wel wat ik koop? Vindt de heer Jansen het niet erg neerbuigend richting de Nederlandse consument om hier zo'n punt van te maken?
De heer Chris Jansen (PVV):
Nee, integendeel. Ik ben afgelopen maandag samen met andere collega's op werkbezoek geweest bij De Vegetarische Slager. Daar hebben we hier ook over gesproken. Daar werd ook voorgesteld om de producten nu niet gescheiden in de schappen van de supermarkt te leggen. Voorgesteld werd om die producten juist door elkaar heen neer te zetten. Dan loop je dus het risico dat mensen die niet goed opletten of die, zoals in mijn geval, hun bril niet op hebben, een product pakken dat achteraf gezien niet dierlijk maar plantaardig blijkt te zijn. Ik vind het dus niet betuttelend, maar juist hulpvaardig naar de mensen toe.
De voorzitter:
Er is een vervolgvraag van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Hoe erg zou het dan zijn als zo'n consument per ongeluk een sojaburger eet in plaats van een vleesburger? Is dat dan een groot probleem voor die consument? Wat denkt u, meneer Jansen?
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik mag hopen dat het geen probleem is voor de consumenten. Ik denk alleen dat de consument datgene wenst te ontvangen wat hij graag wil. Als een klant kiest voor dierlijk, dan kiest hij voor een stuk vlees. Kiest hij voor plantaardig, dan gaat hij voor de variant.
De voorzitter:
Heeft u nog een vervolgvraag, mevrouw Vellinga-Beemsterboer?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Zonder het al te ingewikkeld te willen maken, heb ik toch nog een vraag aan de heer Jansen. Wat nou als het half om half is?
De voorzitter:
We zijn in de percentages beland, meneer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Percentages zijn altijd goed. Het gaat mij heel simpel om het volgende. Zolang de klant de keuze heeft, de vrije keuze, tussen dierlijk, plantaardig of een tussenvorm, hoeveel procent dan ook, vind ik het prima. Alleen, wees daar eerlijk over! Communiceer er duidelijk over! Ik loop nu alvast vooruit op een eventuele andere vraag: ga ook niet met de prijs lopen spelen, in die zin dat je dierlijke producten duurder gaat maken om plantaardige producten interessanter te maken. Op het moment dat je een gelijk speelveld wilt, moet je aan andere knoppen draaien, maar niet aan die knop.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Vindt de PVV dat we ook pindakaas moeten verbieden, als naam, omdat daar geen kaas in zit?
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik zou het niet durven om de naam van zo'n oud-Hollands product als pindakaas te willen veranderen. Die naam is gekozen; dat is pindakaas. Dat is voor iedereen een begrip. Sommige mensen, zoals sporters, zijn er heel groot van geworden.
De voorzitter:
Volgens mij zijn we toe aan de termijn van mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Bij de Landbouw- en Visserijraad staan veel thema's op de agenda. Ik kan ze nooit allemaal langsgaan, maar ik heb er twee uit gepakt. Ik maak het gelijk heel ingewikkeld, want ik ga de minister een tegenovergestelde opdracht meegeven. Afgelopen december is er een motie aangenomen van onder andere D66 over de benaming van vegetarische producten. Die motie draagt het kabinet op om zich te verzetten tegen het wetsvoorstel van de Commissie om vleesachtige productnamen te verbieden. Ik wil deze aangenomen motie graag nog even extra onder de aandacht van de minister brengen, omdat we op dit moment links en rechts bezig zijn met allerlei vereenvoudigingen van Europese regels. Dat benadrukt eigenlijk nog meer hoe onnodig, ondoelmatig en neerbuigend dit wetsvoorstel is. Mijn vraag aan de minister is dus of hij een meerderheid voor het tegenhouden van het wetsvoorstel ziet ontstaan. Ik wens de minister heel veel succes in de discussie hierover.
Dan de visserij. De visserij is een betekenisvolle sector voor Nederland, zowel in maatschappelijk en cultuurhistorisch opzicht als voor de voedselvoorziening. We hebben in Nederland niet één soort visserij, maar heel veel verschillende ondernemers die op hun eigen manier het water op of in gaan. Dat is niet zonder uitdagingen. De Noordzee wordt drukker, de natuur is kwetsbaar en de bedrijfsvoering kan onzeker zijn, door heel veel verschillende factoren. Daarom is het belangrijk dat Europees visserijbeleid en nationaal visserijbeleid goed aansluiten bij de uitdagingen van deze sector. Daarvoor zijn drie dingen cruciaal: een gezonde natuur, koppelkansen in het ruimtegebruik en een langetermijnperspectief. Zonder een gezonde natuur hebben we überhaupt geen vis. Zonder juridische zekerheid kan geen visser investeringen doen. Daarom moeten we beschermde natuur echt beschermen, door de bodem zo veel mogelijk met rust te laten en goede afspraken te maken over waar wel en niet gevist kan worden. We moeten kansen koppelen. Bij de begroting had ik het er al over dat medegebruik van bijvoorbeeld windparken veel kansen biedt voor nieuwere methodes van voedselproductie. Als we met de sector en belangenorganisaties afspraken maken voor de lange termijn, biedt dat perspectief voor de toekomst.
Voorzitter. Dat brengt mij — het kwam al eerder voorbij — bij het gemeenschappelijk visserijbeleid, het GVB. Net als bij het landbouwbeleid is het op zich logisch dat het eens in de zoveel tijd wordt geëvalueerd en dat het waar nodig een update krijgt. Maar wat D66 betreft is het nadrukkelijk niet de bedoeling dat het GVB wordt afgezwakt of afgewaardeerd. Juist het goed implementeren van het GVB is volgens het Europees Milieuagentschap cruciaal om onze visstanden weer op orde te brengen. Kan de staatssecretaris dus toezeggen dat hij niet meegaat in het afzwakken van het GVB? Kan hij toelichten welke stappen hij gaat zetten om het GVB in Nederland en met onze Europese buren volledig te implementeren? Kan de staatssecretaris ook toelichten wat zijn inzet wordt op het bevorderen van de aquacultuurinitiatieven die we in Nederland hebben? Wat hoopt hij hiervan terug te zien in de 2040-visie voor visserij en aquacultuur, die in het derde kwartaal van dit jaar uitkomt?
Voorzitter. Ten slotte het Ocean Pact, waar het GVB onderdeel van is. Dat komt in het vierde kwartaal. Daarom wordt heel veel beleid dat te maken heeft met de zee, visserij en de kust, gebundeld. Daardoor kunnen we de zee en alles wat daarmee samenhangt beter beschermen en versterken. Wat D66 betreft is het Ocean Pact een uitgelezen kans om niet alleen Europees maar ook nationaal samenhangend beleid te voeren dat inzet op natuurherstel, het bevorderen van duurzame visserij en aquacultuur, en het versterken van kust- en eilandgemeenschappen. Met welke ambitie gaan de staatssecretaris en de minister maandag het gesprek over het Ocean Pact aan? Welke input zal er vanuit Nederland in worden gebracht? En kan daarbij specifiek worden ingegaan op het versterken van kust- en eilandgemeenschappen en het inperken van bodemberoerende visserij?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Vellinga-Beemsterboer. U heeft een interruptie van de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Als ik het CDA zo hoor, ben ik benieuwd naar het volgende. Excuus, ik bedoel D66. Is D66 van mening dat wij boven op Europees beleid, of eventueel zelfs boven op wereldafspraken, ook nog een nationale kop moeten zetten die het lastiger maakt voor onze boeren en onze visserij? Of zegt D66: laten we vooral in de pas blijven lopen en geen extra stappen zetten die niet noodzakelijk zijn?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Het is goed dat de heer Jansen dit even vraagt. Het is goed om dat, als het onduidelijk was, even toe te lichten. U heeft mij niet horen pleiten voor nationale koppen. Waar u mij voor hoort pleiten, is dat wij ons houden aan de afspraken. Het is namelijk aan alle kanten duidelijk dat het volledig uitvoeren van de afspraken die er nu al staan, niet méér maar zeker ook niet minder, in ieders voordeel gaat werken. Als wij dat gemeenschappelijke visserijbeleid goed gaan uitvoeren — aan alle kanten is duidelijk dat dat tot nu toe nog niet is gebeurd — hebben we daar allemaal voordeel van. Dan gaat de visstand omhoog en wordt de bedrijfsvoering aantrekkelijker. Dit werkt dus. Dat wordt aan alle kanten bewezen. Daar pleiten wij dus voor. Laten wij dit volledig uitvoeren, laten we ons houden aan die afspraken en laten we daar volledig onze schouders onder zetten.
De heer Chris Jansen (PVV):
Mijn collega zegt: het werkt. Maar het werkt dus niet. We moeten ook nog geduld hebben. Hoelang hebben we dan nog geduld, als het aan D66 ligt?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
"Het werkt niet." Dat is niet te zeggen en is ook niet waar. Het werkt niet, omdat we het nog niet hebben uitgevoerd. We hebben ons hier tot nu toe nog niet volledig aan gehouden. Als wij ons er wel aan gaan houden, gaat het wel werken; alle onderzoeken wijzen dat uit en iedereen adviseert dat. Laten we daar dus mee beginnen. Laten we beginnen de afspraken uit te voeren zoals we die op goede gronden hebben gemaakt. Dan gaat het werken.
De voorzitter:
Meneer Jansen, een korte vervolgvraag.
De heer Chris Jansen (PVV):
Het nadeel van de EU is natuurlijk dat er heel veel landen bij zijn aangesloten en dat elk land zijn eigen tempo hanteert of het gewoon klakkeloos naast zich neerlegt. Mijn vraagt aan D66 blijft dus: hoe gaan we daarmee om op het moment dat Nederlandse boeren of vissers worden geconfronteerd met een ongelijk speelveld omdat men er in andere landen later mee komt of het gewoon niet doet?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dat is het mooie van Europese samenwerking: die afspraken gelden voor ons en ook voor hen. Precies om die reden vroeg ik de minister daarnet om onze buren ook aan die afspraken te houden, want het is samen uit, samen thuis in de Europese Unie.
De voorzitter:
Veel dank. U heeft nog een vraag, van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Hoeveel interrupties heb ik nog?
De voorzitter:
U heeft er nog twee.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Oké, top. Waar ik bij D66 een beetje van in de war raak, is het volgende. Aan de ene kant staat in het coalitieakkoord: we omarmen al de Omnibusvoorstellen. In onze ogen vormen die Omnibusvoorstellen echt een enorm gevaar voor ons milieu en onze gezondheid. Aan de andere kant is er een motie van onder andere D66, die zegt: ga niet mee in dit Omnibusvoorstel rondom de afzwakking van de regels voor landbouwgif. Herhaalt D66 vandaag de boodschap "verzet je tegen deze vorm van het Omnibusvoorstel, bescherm onze gezondheid en ons milieu, en zorg ervoor dat er geen afzwakking komt van de regels rondom landbouwgif en de toelating daarvan" richting de staatssecretaris?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Wij staan voor een vereenvoudiging. Veel van de Omnibusvoorstellen hebben dat als basisdoelstelling. We gaan heel veel ingewikkelde regelgeving, die elkaar soms tegenwerkt, vereenvoudigen. Maar ik ben het met het lid Kostić eens dat dat natuurlijk niet moet leiden tot afzwakking. Dat is iets om heel scherp op te letten. Daarom geef ik vandaag aan de staatssecretaris en de minister mee: "Wees hier heel scherp op. Vereenvoudiging: ja, hartstikke fijn. Afzwakking: nee."
De voorzitter:
Dan ga ik naar mevrouw Bromet. O, sorry. Er is nog een korte vervolgvraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben dan wel benieuwd hoe D66 daarop gaat toetsen en er uiteindelijk voor gaat zorgen dat het er niet komt als we wel te ver gaan.
Dan mijn laatste vraag, over de bontindustrie. Is D66 het met ons eens dat we ons er in Europa echt voor moeten blijven inzetten om een einde te maken aan de bontindustrie in plaats van dat we inzetten op slappe regelgeving rondom zogenaamd dierenwelzijn?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ja.
De voorzitter:
Dat is mooi kort! Er is nog een interruptie, van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Nog even over de motie over de Omnibus, die ik met een collega van mevrouw Vellinga-Beemsterboer, mevrouw Podt, heb ingediend. Daarin hebben wij de regering verzocht om met een kopgroep van andere EU-lidstaten in Brussel te pleiten voor voorstellen die de toelating van laagrisicomiddelen bevorderen en met klem te pleiten tegen voorstellen die de status quo op de toelating van chemische en risicovolle middelen verzwakken. Is dat iets waar D66 nog steeds voor staat? Of is dat standpunt verlaten?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Daar staan we nog steeds voor. U zegt terecht: het was de motie-Podt/Bromet. Ik was bang dat ik qua tijd niet uit zou komen, dus ik had het iets ingekort, maar die was inderdaad van ons beiden. Daar staan we voor.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet, volgens mij bent u toe aan uw eerste termijn.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is goed om hier een keer met elkaar het debat te voeren. Dit is de eerste keer dat we met het nieuwe kabinet de inbreng voor de Landbouw- en Visserijraad bespreken. Meestal doen we dat schriftelijk, maar er gebeurt van alles op zee en in Brussel, dus het is goed om het ook eens live te bespreken.
GroenLinks-PvdA verwacht dat dit kabinet een sterke groene stempel zet op de Europese onderhandeling. Immers, zonder gezonde zee is er geen vis en zonder gezonde bodem en goede waterkwaliteit heeft de landbouw geen toekomst. Maar ik kijk wel met een schuin oog naar wat er nu in Brussel gebeurt. Er liggen allemaal Omnibuswetten voor ons klaar, zogenaamd om de regeldruk te verlagen. Wij maken ons daar wel zorgen over. We staan allemaal voor duidelijke regels, maar regels slopen die niet voor niets zijn ingevoerd, is geen doel op zich. Sterker nog, het maakt soms meer kapot dan het ons waard is. Het maakt van onze Europese afspraken een schietschijf waar iedereen, samen met de lobby, zijn plasje over wil doen. Kwetsbaar dus en een reden voor GroenLinks-PvdA voor een heleboel vragen.
Welke prioriteiten stelt dit nieuwe kabinet in de onderhandelingen over het gemeenschappelijk landbouwbeleid? Zijn die anders dan de prioriteiten van het vorige kabinet? Hoe kijkt de minister naar de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid? Is hij het met mij eens dat publiek geld altijd ten goede moet komen aan publieke en juridisch bindende doelen? Hoe trekken de minister en de staatssecretaris op met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat voor een gezonde bodem en waterkwaliteit moet zorgen? Hoe is IenW bij de voorbereiding van deze Raad betrokken geweest? Hoe kijkt het nieuwe kabinet naar het gemeenschappelijk visserijbeleid?
Een vraag over de Omnibus over voedsel: kunt u heel concreet maken hoe u met het nieuwe kabinet de motie-Podt/Bromet, waar het net al even over ging, gaat uitvoeren? Die motie vraagt dus om tegen voorstellen te zijn die meer chemische stoffen toelaten.
Voorzitter. De opa van mijn man was visser in Katwijk, Krijn van der Plas — vast familie van mevrouw Van der Plas — dus ook nog wat opmerkingen over visserijonderwerpen, te beginnen met het briefje van de voorganger van de minister, Rummenie, die in zijn laatste week het polderoverleg in de vuilnisbak gooide, terwijl afgesproken is dat het kabinet samen met het Noordzeeoverleg bepaalt welke gebieden in de zee moeten worden gevrijwaard van bodemberoerende visserij. In 2030 moet dat 15% van de Noordzee zijn, maar 1,2% van dit gebied is nog niet ingevuld. De heer Rummenie sloeg het advies van het Noordzeeoverleg af en schaarde zich achter het voorstel van de vissers. Dat is niet hoe wij de omgang met de polder voor ons zien. Het kabinet moet de polder serieus nemen. Kan de minister laten weten of hij het advies uit oktober van het Noordzeeoverleg steunt? Is hij van plan om het besluit van zijn voorganger terug te draaien? Wanneer horen we dat?
Voorzitter. Over de actualiteit van visserijonderwerpen: een heleboel vissers varen nu niet uit vanwege de brandstofprijzen. Slechts enkele kotters in Nederland zijn verduurzaamd, maar er is wel een subsidie van 40% beschikbaar: €550.000 per vaartuig. Hoe staat het met die subsidiepot?
Dan de visfraude door Rusland. In Het Financieele Dagblad lazen we begin maart dat er sprake is van visfraude door de Russische vloot. Met behulp van de Nederlandse reder Seatrade zou illegaal gevangen vis uit overbeviste regio's alsnog op de Europese markt belanden. Dat vinden wij onacceptabel. Hierdoor spekken we als Europese consumenten de oorlogskas van Poetin. GroenLinks-PvdA verwacht een heldere veroordeling door dit kabinet. Hoe reageert het kabinet op het bericht van Het Financieele Dagblad? Zijn de bewindspersonen bereid om deze vorm van visfraude te veroordelen? Hoe gaan zij dit aanpakken? Kunnen zij in de Landbouw- en Visserijraad pleiten voor het dichten van dit geitenpaadje, zodat de Russische Federatie de zee niet meer kan overbevissen en hun illegaal gevangen vis niet meer in onze schappen ligt?
Tot zover.
De voorzitter:
Ik dank mevrouw Bromet en ik zie dat mevrouw Van der Plas van de BBB een vraag heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vorige week werd ik al mevrouw Bromet genoemd in een debat en nu hoor ik dat we misschien, weliswaar aangetrouwd, DNA delen. Het wordt best een beetje eng, moet ik zeggen ... Ik deel al DNA met Martin Meiland — 1%, zo is een keer uitgezocht — en daar komt misschien de familie Bromet nog bij. Mijn stamboom wordt dus heel bijzonder. Maar daar gaat deze interruptie natuurlijk niet over. Mevrouw Bromet zei in het begin van haar betoog dat publiek geld ook naar publieke doelen moet. Vindt mevrouw Bromet dat voedselproductie een publiek doel is?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Als je kijkt naar de geschiedenis van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, dan moet je vaststellen dat na de Tweede Wereldoorlog de voedselvoorziening een van de primaire doelen is geweest bij het verstrekken van landbouwsubsidies. Vandaag de dag is de aardappelprijs inmiddels onder de nul euro gedaald en is er een overschot aan voedsel, terwijl we hele grote milieuproblemen hebben. Ik vind dat voedselvoorziening zeker prioriteit moet krijgen, maar wel altijd binnen de milieugrenzen, dus zonder de natuur aan te tasten, met respect voor de afspraken die in Parijs zijn gemaakt over klimaatverandering en met respect voor de afspraken die in Europa gemaakt zijn over waterkwaliteit. Dat gaat nog niet helemaal goed. Daar kunnen wij als overheid best bij helpen en dat doen we wat GroenLinks-PvdA betreft met de Europese landbouwsubsidies, maar wel altijd in die combinatie, dus voedselproductie met bescherming van het milieu.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een lang antwoord, maar ik mag hier hopelijk uit opmaken dat voedselproductie een publiek doel is. We kunnen zo veel natuur hebben als we willen, maar met een lege maag gaat niemand wandelen in de natuur. Dan ga je op zoek naar voedsel. Even over de landbouwsubsidies. Nederland betaalt jaarlijks ongeveer 7,5 miljard euro aan de EU-begroting en ongeveer 30% daarvan gaat naar het landbouwbeleid. Dat betekent dat Nederland grofweg 2 tot 2,5 miljard per jaar bijdraagt, terwijl Nederlandse boeren ongeveer 870 miljoen per jaar ontvangen. Er wordt altijd gedaan alsof boeren zo veel steun krijgen, maar eigenlijk valt dat wel mee, ook ...
De voorzitter:
Komt u tot een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sorry. In de staatjes staat Nederland qua inkomenssteun helemaal onderaan ten opzichte van andere landen. Weet mevrouw Bromet dat?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik mag hopen dat mevrouw Van der Plas ook inziet dat het juist voor de landbouw van groot belang is dat wij samenwerken in de Europese Unie en dat wij het niet op eigen houtje doen als het kleine Nederland. Als daar anders over gedacht wordt, dan verschillen wij daarover van mening. Ik vind het best dat publiek geld, geld van u en mij, van ons allemaal, uitgegeven wordt aan inkomensondersteuning, maar als het een inkomen wordt, is het een ander verhaal. Dat heb ik niet zelf bedacht. Mijn verre voorganger, Frank Futselaar van SP, zei altijd: €80.000 per jaar inkomenssteun is geen inkomenssteun maar een inkomen. Als daar tegenover staat dat er een heleboel maatschappelijke doelen worden bereikt op het gebied van natuur, water en klimaat, dan wil ik daar best voor openstaan. Ik ben niet bereid om nu met een meetlint te gaan kijken hoeveel wij afdragen als Nederland en hoeveel wij daarvoor terugkrijgen. Dat past niet bij de solidaire gedachte die GroenLinks-PvdA altijd hoog in het vaandel heeft.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas, nog een korte vervolgvraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou ja, een korte constatering. Nederlandse boeren krijgen 10% van hun inkomen uit subsidies, dus dat is geen inkomen. Dat kun je nauwelijks een inkomen noemen.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dat is een gemiddelde. Voor sommige boeren is het veel meer en voor andere veel minder. Er zijn heel veel bedrijfsgroepen in Nederland die helemaal geen subsidie krijgen en ook maatschappelijke doelen nastreven, dus ik zou zeggen: tel je zegeningen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga naar de heer Jansen van de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Mijn vraag aan mevrouw Bromet van GroenLinks-PvdA gaat over de pulskorvisserij, die een innovatieve ontwikkeling was. Nederland nam daarin het voortouw. Pulskorvisserij is goed als je kijkt naar de bodemberoering en het brandstofverbruik. Ik hoorde mevrouw Bromet net zeggen dat veel vissers niet kunnen uitvaren vanwege de gestegen brandstofprijzen. Staat mevrouw Bromet dan ook achter het pleidooi dat wij hebben gehouden tijdens de begroting vorige week om pulskorvisserij weer hoog op de agenda te zetten bij de Europese Unie?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Pulskorvisserij is ook zo'n dossier waar Nederland gewoon een potje van heeft gemaakt. Wij hebben afspraken gemaakt met Europa over proeven daarmee. Nederland is alle grenzen van die afspraken te buiten gegaan. Dat heeft geleid tot heel veel irritatie bij andere landen. Uiteindelijk is de hele pulskorvisserij daarmee de nek omgedraaid. Het gaat erom dat je als Nederland niet de brutaliteit hebt om alle afspraken naast je neer te leggen en gewoon maar te doen wat goed is voor jou, maar dat je kijkt naar wat goed is voor het geheel. Daarmee heb je ook respect voor bijvoorbeeld de kleine vissers in Frankrijk, die zich hier het slachtoffer van voelden. Het is dus niet altijd alleen maar eigen belang eerst. Ik vind het jammer dat dit experiment daarmee helemaal van tafel is gegooid. Dat is dus te wijten aan voorgaande kabinetten die meer ruimte hebben genomen dan nodig was. Als dat niet was gebeurd, was er misschien nu nog een gangbare vorm van visserij geweest, niet alleen voor Nederland, maar misschien ook wel voor andere landen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik ben blij dat mevrouw Bromet zegt dat ze gehoopt had dat het anders was. Dat deel ik met mevrouw Bromet. De waarheid ligt natuurlijk wel iets anders. Frankrijk had namelijk helemaal geen geld om te investeren in een eigen vloot gebaseerd op pulskor. Zij hebben toentertijd de deal gesloten met een aantal Oost-Europese landen dat Frankrijk die zou steunen op het gebied van landbouw op het moment dat die landen tegen de pulskorvisserij zouden stemmen. Dat is de waarheid. Ik denk dat mevrouw Bromet nog even goed moet nalezen hoe zij dat heeft beleefd, want dat is volgens mij precies de officiële manier geweest waarop de pulskorvisserij op dat moment de nek is omgedraaid.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Je kan wijzen naar andere landen. Die zullen ook heus weleens wat doen wat je niet bevalt, maar ik vind dat je altijd allereerst moet wijzen naar jezelf. Nederland heeft hier gewoon een hele slechte beurt gemaakt. Daar hebben wij invloed op. Het is ontzettend jammer dat het zo gegaan is.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Mevrouw Bromet heeft natuurlijk gelijk dat Nederland er een potje van heeft gemaakt. We hebben dat helemaal verkeerd aangepakt. We zijn veel te enthousiast gaan vissen. Dat is het verleden. Is mevrouw Bromet van mening dat we ons moeten inzetten om in de toekomst opnieuw zo'n innovatieve technologie te implementeren in de visserij, ook al hebben we dat in het verleden verkeerd aangepakt?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dat je daar best gesprekken over kan voeren in Europa, maar dat je allereerst hand in eigen boezem moet steken, ook om te laten zien dat het je spijt, zodat je weer de gunfactor krijgt. Dat geldt niet alleen voor dit dossier, maar ook voor een heleboel andere dossiers in Nederland waarbij er altijd heel makkelijk is geroepen: we doen het gewoon of we slaan met de vuist op tafel. Daardoor ontvangt Europa Nederland toch niet heel enthousiast. Het is een mooie taak voor de nieuwe minister om daar de relaties te herstellen en ook weer vertrouwen te geven. Dat is dus niet alleen nemen, maar dat is soms ook iets geven. Dat is de solidaire gedachte waar ik het net over had.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik onderschrijf deze nieuwe taak voor de minister om het in Europa weer goed te maken voor de pulsvisserij.
De voorzitter:
Akkoord. Dan ga ik naar mevrouw Van der Plas voor haar eerste termijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. We leven in enorm onzekere tijden. Oorlog laat ons op dit moment zien wat afhankelijkheid betekent. Aan de pomp en op de energierekening schieten prijzen omhoog, zonder dat we hier grip op hebben. Dat risico moeten we niet willen voor voedsel. Het is onbegrijpelijk dat onze voedselproductie in Nederland wordt afgeschaald.
Voorzitter. Ik zal het mestprobleem nog een keer helder uitleggen. Boeren mogen per hectare een vaste hoeveelheid stikstof gebruiken. Dat zijn de gebruiksnormen. Die liggen al onder het niveau van de optimale opbrengst. Die normen veranderen niet zonder derogatie. Intussen verschralen de bodems massaal. De bron van stikstof verandert wel. Dat is minder dierlijke mest, maar meer kunstmest. Ik heb het over kunstmest gemaakt me gas, dat we importeren. We ruilen hier in Nederland onze eigen waardevolle grondstoffen in voor de afhankelijkheid van het buitenland. Ik kan het niet uitleggen en niemand in Nederland snapt dit. Er wordt gezegd dat dit nodig is voor de waterkwaliteit, maar het beeld is veel genuanceerder. In grote delen van Nederland zijn er nauwelijks overschrijdingen en problemen zijn vaak lokaal en oppervlakkig. Toch wordt Nederland over één kam geschoren.
Waarom wijst de minister geen gebieden aan waar wel met meer dierlijke mest gewerkt kan worden? Kan de minister voor de eerstvolgende Landbouw- en Visserijraad een diversepunt, een agendapunt aan het einde van een vergadering dat niet op de formele agenda stond, aandragen over onze Europese afhankelijkheid van kunstmest door de gedwongen beperking van het gebruik van dierlijke mest? Kan de minister tot slot vol inzetten op het terugkrijgen van derogatie, zodat we minder afhankelijk gaan worden van kunstmest en dus van gas? Wat kan de minister nog meer doen om onze agrarische sectoren te helpen nu door de oorlog in het Midden-Oosten alle kosten oplopen?
In Europa zien we nu gelukkig een andere beweging dan in Nederland. Het Europees Parlement kiest voor innovatie, kringlopen en het benutten van dierlijke mest en niet voor gedwongen krimp. Afgelopen week heeft het Europees Parlement een rapport aangenomen dat deze koers bevestigt. Dat rapport komt mede van de hand van Jessika van Leeuwen, Europarlementariër van de BBB. Tegelijkertijd investeren landen als Roemenië miljoenen euro's Europees belastinggeld om hun veestapel uit te breiden en hun voedselproductie te versterken. Waar Nederland krimpt, wordt er in Oost-Europa op kosten van de Nederlandse belastingbetaler uitgebreid. Kan de minister dit verklaren? Kan de minister in Europa het gesprek aangaan over de opschaling van de productie in Oost-Europa ten koste van onze eigen boeren?
Voorzitter, ik kom bij de visserij. Europa zet in op een klimaatneutrale visserijsector in 2050, maar als we doorgaan met het afbreken van onze eigen sector, blijft er straks alleen nog maar importvis over; die is echt niet duurzamer dan onze eigen vis. De helft van onze vissers ligt nu al aan de kant vanwege de sterk gestegen brandstofprijzen. Als de pulsvisserij niet onterecht was verboden, dan hadden deze vissers nog gewoon kunnen blijven vissen. Waar blijft de steun voor onze vissers vanwege de sterk gestegen brandstofprijzen? Onze eigen nationale voedselvoorziening komt zo in gevaar.
Ik ben bijna klaar. Zou ik het even mogen afmaken?
De voorzitter:
Als u nog twee, drie zinnen heeft, mag dat. Daarna gaan we naar mevrouw Bromet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb nog een halve pagina met grote, 18 punts-, letters.
Voorzitter. We hebben hier een prachtige visserijsector en een duurzaam product, maar door beleid eten we straks alleen nog maar vis van de andere kant van de wereld en zijn onze visserijgemeenschappen na eeuwen verdwenen. Dat is echt niet uit te leggen. Waar blijft onze strategische voedselautonomie? Wat gaat de staatssecretaris specifiek doen om onze vissers te helpen, zeker nu de diesel zo duur is geworden? Gaat hij in Europa pleiten voor noodmaatregelen? En, tot slot, gaat de staatssecretaris zich er ook zo snel mogelijk voor inzetten om het pulsverbod terug te draaien? Wil de staatssecretaris dan de toezegging doen om álles in het werk te stellen om onze visserij te steunen met noodmaatregelen?
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Bromet, voor haar vraag aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Als je nu een elektrische auto en zonnepanelen hebt, dan rijd je gratis. Als je een visserskotter hebt die je helemaal hebt aangepast aan de klimaatdoelen, dan heb je helemaal geen probleem met de gestegen brandstofprijzen. Hoe kijkt mevrouw Van der Plas in het licht van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen van andere landen naar die verduurzaming? Zolang je afhankelijk blijft van olie voor je schip, blijf je namelijk ook afhankelijk van dit soort fluctuaties op de wereldmarkt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Begrijp ik nou goed dat mevrouw Bromet pleit voor elektrische kotters? Ik ben dan benieuwd waar op zee die laadpalen staan.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Er zijn voorbeelden van gedeeltelijk elektrische kotters die 90% minder brandstofverbruik hebben. Dat zijn echt de koplopers in de sector. Ik heb net ook al verteld dat er subsidies beschikbaar zijn tot 40%, €550.000, van de financiering. Dat zou mevrouw Van der Plas toch moeten aanspreken? Dit is de tweede energiecrisis en er zullen misschien nog wel vele volgen. Waarom zou je je afhankelijk maken van regimes in het Midden-Oosten, van Amerika en van Rusland als je het gewoon zelf kan opwekken met zon en wind?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wij gaan Nederland niet volplempen met zonnepanelen en windmolenparken. Dat lijkt mij geen goed idee. Ik hoor mevrouw Bromet ook zeggen dat het gratis is om elektrisch te rijden, maar volgens mij moet je daar gewoon voor betalen. Dat is volgens mij niet gratis. Wat betreft het afhankelijk maken, zou ik willen vragen aan mevrouw Bromet, die, net als ik, zo'n fan is van je onafhankelijk maken, waarom we ons dan afhankelijk laten maken van kunstmest? Waarom heeft iedereen hier in de Kamer, met uitzondering van een paar partijen, gezegd dat het echt geen goed idee is om derogatie af te schaffen en dat we er keihard voor moeten strijden om die derogatie te behouden? Wij ruilen nu een volledig organisch product, namelijk dierlijke mest, in voor kunstmest. Ik zou mevrouw Bromet graag aan mijn zijde vinden om ervoor te zorgen dat wij weer meer stikstof uit dierlijke mest op ons land kunnen brengen. Ik heb net al gezegd dat de bodems op dit moment massaal verschralen.
De voorzitter:
U bent door uw interrupties heen, mevrouw Bromet. Helaas. We zullen het dus nooit weten, of misschien wel, maar dan een andere keer of in de tweede termijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We gaan naar de familieverjaardag binnenkort. Dan hebben we het er nog wel over.
De voorzitter:
Nou, ik wou net zeggen: dat wordt nog gezellig. Ondertussen ga ik naar de laatste spreker van deze middag, in ieder geval in deze termijn. Dat is de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie. Ga uw gang.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Het is een beetje wennen om in dezelfde rij te zitten. Ik weet niet goed waar ik naartoe moet kijken terwijl ik praat, maar dat komt vast goed.
Voorzitter. Nederland is een land van de zee. Aan het einde van de zeventiende eeuw zijn we daar misschien iets te veel op gericht geweest, maar over het algemeen was het onze kracht. Van het verkennen van de wereld, langs de Kaap naar Indië om handel te drijven, tot de Urker, Volendammer en Katwijker die vis ving om onze bevolking te voeden en om ermee te handelen. Die traditie staat vandaag onder druk. Waar de Europese Unie de pulsvisserij slechts een kort bestaan heeft gegund — dat wordt in de toekomst beter, hopen we — staat nu ook de visserij in brede zin onder druk, met name de makreelvissers.
Voorzitter. In een periode van sterke groei van de makreelpopulatie — ik geef even een korte geschiedenis — verschoof ook het leefgebied van de makreel. De vis trok naar wateren waar hij voorheen nauwelijks voorkwam, dicht bij de kusten van Noorwegen, IJsland en verder. Dat zij dus op makreel gingen vissen, werd geaccepteerd, maar die populatie daalde weer en trok zich terug. Voor deze landen was hij inmiddels een belangrijke inkomstenbron geworden die zij niet zomaar gewonnen gaven. Daar ligt de kern van het conflict dat ik nu even ter sprake wil brengen. Om die spanning te beheersen worden er internationale afspraken gemaakt over hoeveel er gevangen mag worden. Het wetenschappelijk instituut ICES adviseert daarbij over de totale toegestane vangst, het zogeheten TAC. ICES werkt daarbij met bandbreedtes en onzekerheidsmarges in de populatieschatting. Binnen die bandbreedte kun je conservatiever of minder conservatief rekenen.
Voorzitter. In de huidige situatie heeft de ICES voor meerdere scenario's de totale toegestane vangst van makreel uitgewerkt. De EU kiest daarbij voor het negatiefste scenario, wat neerkomt op een krimp van de TAC van ongeveer 70%. Tegelijkertijd hanteren Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en verder een minder negatief scenario, met een krimp van 48%. Voor de Nederlandse vissers betekent dit concreet een quotumbeperking van circa 69%. Daarmee ontstaat een fundamenteel ongelijk speelveld. Kotters, vissers, de verwerkende industrie, de scheepsbouw en hele kustgemeenschappen worden hierdoor geraakt. De Europese visserij wordt aanzienlijk zwaarder beperkt dan de concurrentie buiten de Unie.
Het probleem zit 'm echter niet alleen in de omvang van de vangst, want tegelijkertijd staat de verdeling onder druk. Deze verdeling van vangstrechten is historisch gegroeid. Op basis daarvan heeft de EU een aandeel van ongeveer 23% in de makreelvangst. Wat zien we nu? Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de Faeröer hebben in onderlinge afspraak inmiddels 80% van de vangst naar zich toe getrokken. Daarmee blijft nog slechts 20% over voor onder andere de EU, Groenland en Rusland, dat natuurlijk ook veel meer vist dan is afgesproken. De EU heeft dus recht op 23% voor zichzelf en moet nu 20% delen met andere landen. De EU daalt feitelijk onder haar historische aandeel, terwijl andere landen daar ruim boven gaan zitten. De visserij wordt niet alleen zwaarder beperkt, maar krijgt ook nog eens een kleiner deel van de overgebleven vangst. Als vissers en bedrijven jarenlang hebben geïnvesteerd op basis van die historische rechten, als complete kustgemeenschappen daarop zijn ingericht, mag je verwachten dat de EU die positie ook verdedigt. Maar op 5 en 6 maart is er opnieuw overleg geweest, voorgezeten door de EU, en wederom was dat zonder resultaat.
Ik ga afronden. Er zijn drie dingen nodig, maar ik ga gewoon gelijk naar mijn vragen toe, want die zijn het belangrijkst. Is de staatssecretaris bereid zich in Brussel in te zetten voor bijstelling naar het minder negatieve scenario? Is hij bereid vast te houden aan het historische aandeel van 23%? Is hij bereid, als andere landen dat blijven blokkeren, om ook zwaardere maatregelen te overwegen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Nederlandse vissers hebben de afgelopen jaren al meer dan genoeg moeten inleveren. Nu is het moment om hun positie daadwerkelijk te verdedigen. Handhaaf dat historische aandeel, zorg voor een gelijk speelveld en voorkom dat de Europese visserij opnieuw eenzijdig de rekening betaalt.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Duijvenvoorde. Ik kijk even naar mevrouw Den Hollander, want zij had een vraag aan u.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik was benieuwd of de heer Van Duijvenvoorde deelt met de VVD dat het belangrijk is dat we als EU-landen gezamenlijk optrekken tegen de belangen van andere landen.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik denk dat dat niet universeel is, maar in sommige concrete gevallen kan dat belangrijk zijn. Ik denk dat het nu belangrijk is dat wij onze belangen verdedigen in de EU en dat de EU onze belangen verdedigt tegenover landen die niet bij de EU horen. Dat kan soms noodzakelijk zijn.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Klopt dan mijn veronderstelling niet dat de partij van de heer Van Duijvenvoorde eigenlijk überhaupt tegen de EU als instituut is en daarom hier ook vraagtekens bij zou moeten zetten?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik denk dat er nu twee discussies door elkaar gaan lopen. We hebben een politiek-filosofische discussie over het fundament van de EU en wat we daarvan vinden. Ik ga daar heel graag met mevrouw Den Hollander over in discussie, maar voor nu is dit gewoon het speelveld dat er is. Dit is de werkelijkheid en de politieke situatie waar we mee te maken hebben. Daarbinnen maken we op dit moment gebruik van de mogelijkheden van de EU om de Nederlandse rederijen te verdedigen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Den Hollander, over de Visserijraad en niet over de politieke filosofie van de partijen hier aan tafel.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik wilde juist constateren dat het goed is om te horen dat het belang van de EU hier gedeeld wordt, ondanks een andere politiek-filosofische inzet. Dank u wel.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Vooral het belang van onze rederijen wordt gedeeld.
De voorzitter:
Goed. Ik kijk nog even de kring rond. Er zijn geen verdere interrupties. O, toch nog eentje van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, ik heb geen interruptie op de heer Van Duijvenvoorde. Ik ben u in mijn inbreng vergeten te feliciteren met het voorzitterschap. Ik vind dat altijd wel zo netjes om te doen. Het kwam een beetje doordat ik wat later binnenkwam, maar bij dezen.
De voorzitter:
Heel hartelijk dank.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Nu kom ik natuurlijk enorm onaardig over, maar dit is ook de eerste keer dat ik een nieuwe voorzitter heb. Van harte gefeliciteerd met het voorzitterschap.
De voorzitter:
Ik dacht al: waar blijft de felicitatie van de heer Van Duijvenvoorde? Nee hoor, het is u vergeven. Van harte welkom. Ik kijk even naar de bewindspersonen. U heeft heel wat gehoord: een uur en tien minuten spreektekst en een heel aantal vragen. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Een halfuur? Ja? 15.35 uur it is. Ik zie u graag om 15.35 uur terug voor de beantwoording van de eerste termijn van de zijde van de regering.
De voorzitter:
Beste mensen, het is 15.37 uur, dus we gaan rap beginnen aan de eerste termijn van de minister. Ik ga beide bewindspersonen vragen de inleiding beknopt te houden en zo snel mogelijk over te gaan tot de beantwoording van de vragen. Ik vraag u ook om mij even te vertellen met hoeveel en welke blokjes u werkt, zodat de leden van de commissie dat mee kunnen krijgen, weten waar we zo ongeveer zitten in de routeplanning en kunnen bepalen of ze een interruptie moeten plegen of niet.
Ik kijk even naar de leden van de commissie. U heeft wederom vier interrupties. Interrupties korter dan 30 seconden gelden niet en interrupties langer dan 30 seconden tellen dubbel. Volgens mij hebben we het scoreboekje dan weer compleet. U heeft straks een minuut en twintig seconden, maar dat is pas voor zo meteen.
Ik kijk eerst naar de minister.
De heer Chris Jansen (PVV):
Voorzitter, mag ik één vraag stellen?
De voorzitter:
Zeker.
De heer Chris Jansen (PVV):
Gaat het bij die interruptie om één interruptie van 30 seconden in één termijn of gaat het om de drie termijnen bij elkaar opgeteld?
De voorzitter:
Nee, bij elke vraag die u stelt, laten we een timer meelopen. Als het korter dan 30 seconden is, telt het niet en als het langer is, telt het dubbel. Op het moment dat u de microfoon aanzet, of dat nou bij een vervolgvraag is of niet, gaat de teller lopen en hou ik u strak in de gaten, meneer Jansen. Akkoord? Goed.
Dan gaan we naar de minister.
Minister Van Essen:
Het lijkt zo bijna een spelshow, voorzitter. Ik heb vier blokjes. Ik heb een heel korte inleidende spreektekst waarin ik wat inga op het GLB en generatievernieuwing, waar wat vragen over zijn gesteld. Dan ga ik in op de vragen over de visie op landbouw en voedsel van de Europese Commissie. Daarna heb ik nog een blokje met wat overige vragen.
Staatssecretaris Erkens:
Om het compleet te maken: ik heb een nog kortere inleiding dan de minister, het blokje gewasbescherming, het blokje visserij en dan een blokje overig, waar onder andere de eiwitstrategie en de vleesbenamingen in zitten.
Minister Van Essen:
Voorzitter, gaan we timen wie de kortste inleiding heeft? Door een aantal commissieleden werd het al gezegd, maar de aanstaande Landbouw- en Visserijraad, op 30 maart, is voor de staatssecretaris en voor mijzelf de eerste kennismaking met Brussel. Wij willen als kabinet ook graag weer een constructieve en leidende rol gaan spelen in de EU, om zo samen tot bestendige oplossingen en keuzes te komen voor de landbouwsector, de visserijsector en de natuur. Op een aantal Europese dossiers, met name waar ze op het snijvlak zitten van landbouw, natuur en ruimtelijke ordening, heeft Nederland de laatste jaren onvoldoende de stappen genomen die het moest nemen. De Europese Commissie heeft ook meermaals aangegeven van Nederland te verwachten dat het zich aan afspraken en wettelijke verplichtingen zal houden.
Daarom zie ik het ook als belangrijke opgave voor mij om de relaties met de Europese Commissie te verbeteren. Ik zie er enorm naar uit om zondagavond al met de staatssecretaris richting Brussel te gaan en kennis te maken met onze collega-ministers van de EU-lidstaten. We gaan ook kennismaken met Eurocommissaris Roswall en Eurocommissaris Hansen voor Landbouw. We zetten in de EU in op een toekomstbestendige landbouw-, tuinbouw- en visserijsector, een sterke natuur en biodiversiteit en een innovatief voedselsysteem.
Voorzitter. Het is positief dat de landbouwvisie op de agenda van deze Raad staat. Daar werd al een paar keer naar gevraagd. De visie biedt wat ons betreft verdere kansen voor het versterken van de positie van de boer, voor het stimuleren van jonge boeren — daaraan werd ook al gerefereerd — en het borgen van voedselzekerheid. Om op deze onderwerpen ook stappen te kunnen zetten, is innovatie essentieel. Dat geeft de Commissie ook aan in deze visie. Ik zie het als mijn taak om bruggen te bouwen tussen lidstaten die ver uit elkaar liggen, zodat we samen tot een mooi Europees landbouw- en natuurbeleid komen. We gaan dan ook coalities smeden met andere lidstaten en we gaan, zoals ik zei, in gesprek met Eurocommissarissen, met de rapporteurs van LVVN-dossiers in het Europees Parlement en met relevante Europarlementariërs.
Voorzitter, dat was mijn blokje inleiding. Dan ga ik nu verder met de vragen over het GLB en generatievernieuwing.
De voorzitter:
Maar niet dan nadat u een aantal vragen beantwoord heeft. Ik begin bij mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het oude mantra is weer terug: Brussel is boos op ons omdat we ons niet aan de afspraken houden. Dat hebben we hier in de afgelopen jaren heel vaak gehoord, behalve in de periode dat we zelf in het kabinet zaten. Wij maken gewoon zelf afspraken die boven Europese wetgeving uitgaan en die gewoon onhaalbaar en onuitvoerbaar zijn. Dan zegt Brussel: ja, jullie hebben zelf gezegd dat je dat zou doen en nou doe je het niet, dus zoek het nu maar lekker uit. Ik zeg het even plat. Weet de minister dat?
Minister Van Essen:
Dat is een manier waarop je het neer kunt zetten. Ik heb bedoeld te zeggen: als je geeft, kun je ook af en toe wat nemen. Ik denk dat Nederland daar een andere houding en een andere rol in zal moeten aannemen. Als we laten zien wat onze plannen zijn — daar hebben we vorige week een lang debat over gehad — kunnen we van Brussel ook wat vragen. Dan kunnen we van Brussel vragen om af en toe flexibiliteit te tonen en bij voorstellen af en toe meer met Nederland mee te denken. Dat zie ik als mijn rol.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vindt de minister niet dat wij onszelf gewoon wurgen met onze eigen regel- en wetgeving en dat wij het onszelf dus moeilijk maken?
Minister Van Essen:
Nee, ik denk dat we niet voor niets gezamenlijke regels en visies hebben in Brussel. Ik zie dat als een versterking, ook voor Nederland.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Er stond van de week in het nieuws iets over Eurocommissaris Hansen die de mestregelgeving wil aanpakken. Is de minister daarvan op de hoogte en gaat hij daar ook over in gesprek met de Eurocommissaris?
Minister Van Essen:
Eurocommissaris Hansen is een van de belangrijkste figuren die ik wil ontmoeten, waar ik kennis mee wil maken. Ik wil daar uitstralen dat wij plannen hebben om de waterkwaliteit en dergelijke te verbeteren. Ik wil dus wat laten zien van Nederland. Ik zal dan ook vragen hoe hij dit artikel inschat en hoe hij naar Nederland kijkt als we ons weer van die goede kant laten zien.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dan is de vervolgvraag natuurlijk: gaat de minister dan ook weer pleiten voor een derogatiemaatregel, die ons enorm kan helpen?
Minister Van Essen:
Dat is inderdaad een discussie die de heer Jansen en ik vorige week ook hebben gehad. Mevrouw Van der Plas heeft er net ook nog naar gevraagd. Daar kom ik zo dus nog even op terug.
Dan ga ik verder met het GLB en generatievernieuwing. De heer Lohman stelde een aantal vragen over het nieuwe GLB, generatievernieuwing en de ruimte die we hebben voor invulling. In algemene zin beoordeel ik de plannen van de Commissie, ook die voor generatievernieuwing, als positief. Ik zie ook dat zij dat een belangrijke prioriteit vinden. Ook ik zet mij in voor een toekomstig GLB waarin juist bedrijfsopvolging en generatievernieuwing een topprioriteit zijn. Ik verwelkom de strategie van de Europese Commissie op dit punt, omdat generatievernieuwing ook de voedselzekerheid en de vitaliteit van het platteland op de lange termijn garandeert. Daarom steun ik de oproep om voldoende GLB-budget vrij te maken voor jonge boeren en te streven naar die 6%. Daar is het in het begrotingsdebat ook over gegaan. We geven daar zelf ook echt positieve invulling aan met vestigingssteun. Bij mijn werkbezoek in Ommen heb ik gehoord dat jonge boeren daar echt wat hebben aan die €80.000.
Er werd ook gevraagd naar de risico's. Risico's zijn hoge overnamesommen en hoge kosten voor jonge boeren in het eerste jaar na bedrijfsovername. Dat zie ik wel echt als een drempel. Het streven naar die 6% en wat we daarvoor doen, moeten we daarin dus meenemen. Dat moeten we ook onderdeel maken van onze regionale partnerschapsplannen.
Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Den Hollander over de ruimte voor de eco-regeling. Ik wil het toekomstig GLB zo veel mogelijk doelgericht inzetten. Dat is deels ook een antwoord op andere vragen, denk ik. Daar waar Europese middelen het verschil kunnen maken, wil ik ze daar ook voor gebruiken. Dan denk ik ook aan de eco-regeling. Ik noem ook nog even de motie-Holman, die in de Kamer is ingediend, over het meenemen en meekrijgen van collega's in Europa in het uitgeven van een groter deel van het GLB aan bijvoorbeeld zo'n eco-regeling. Die breng ik graag nog even in herinnering. Dat is juist omdat we boeren beter willen kunnen belonen voor de diensten die zij leveren voor natuur, milieu, klimaat en ondersteuning bij de grote opgaven die we hebben.
Dan kom ik bij de vraag van de heer Jansen over het toekomstig GLB. De vraag was hoeveel geld er daadwerkelijk bij de boeren terechtkomt. Het is geen geheim dat wij ons in willen zetten voor een efficiënte en zo goed mogelijke inzet van die Europese middelen. Het streven van dit kabinet, maar ook dat van voorgaande kabinetten, is altijd geweest om de uitvoeringskosten die daarmee gepaard gaan zo laag mogelijk te houden, zodat het geld uiteindelijk echt kan landen op het boerenerf en zodat een zo groot mogelijk deel daarvan terechtkomt bij boeren en andere begunstigden, zoals terreinbeherende organisaties en andere groepen op het platteland.
De heer Chris Jansen (PVV):
Een hele korte interruptie. Heeft de minister dan ook een streefbedrag? Welk deel van die totale 427 miljard wil hij binnenhalen namens Nederland?
Minister Van Essen:
Ik heb geen streefbedrag, maar ik heb tijdens mijn werkbezoek van deze week gezien dat bijvoorbeeld BoerenNatuur dit soort gelden ontzettend efficiënt weg kan zetten. Dat doen zij met een eigen systeem. Ik vind het heel erg mooi om de ervaringen van collectieven, die dit soort ontwikkelingen blijkbaar heel efficiënt kunnen uitvoeren, mee te nemen en die als ze geschikt zijn ook aan mijn collega's in Brussel te laten zien.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dat snap ik, maar wij zijn nettobetaler. Een van de grootste klachten is altijd dat wij meer wegbrengen dan terughalen. Hoe gaat de minister dit anders doen dan zijn voorgangers, waardoor we uiteindelijk netto meer overhouden voor onze sector?
Minister Van Essen:
Dat is geen streven van dit kabinet. Het streven van dit kabinet is om te zorgen voor een modern MFK en dus ook een moderne vormgeving van de regionale partnerschapsplannen, waarbij er oog is voor modernisering. Het is niet het doel van het kabinet om zo veel mogelijk geld naar Nederland te halen en ontevreden te zijn met hoe we het nu doen. Wat dit kabinet wil, is de manier waarop de gelden nu naar ons toe komen, moderniseren en ook scherp zijn op onze afdracht.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording, minister.
Minister Van Essen:
Dan kom ik op de vraag van mevrouw Bromet over de prioriteiten van dit nieuwe kabinet in de onderhandelingen over het nieuwe GLB. Ze vroeg of die anders zijn dan die van het vorige kabinet. We blijven van mening dat het GLB moet bijdragen aan een weerbare en economisch toekomstbestendige sector en dat we publieke gelden daar moeten inzetten waar ze het meeste verschil kunnen maken. Wat mij betreft is dat bij zaken die door de markt onvoldoende worden beloond. Dan denk ik aan natuur en milieu. De Kamer en de commissie zullen zien dat ik daar meer op in zal zetten om in lijn met de motie-Holman, zoals ik net aangaf, meer doelen te belonen die natuur en milieu ondersteunen.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
De discussie gaat dan heel vaak over de hectarepremie, dus gewoon geld omdat je grond hebt, of een tegenprestatie. Ik begrijp uit het antwoord van de minister dat het om dat laatste zal gaan.
Minister Van Essen:
Ja, dat is mijn focus, maar ik wil ook de balans bewaren met hoe andere lidstaten dat doen. Als zij daar heel veel aandacht voor hebben en heel veel geld inzetten voor inkomenssteun, moeten we daar gewag van maken. Maar mijn doel is om Europese collega's ervan te overtuigen dat juist het belonen van doelen die niet door de markt worden beloond, maximale prioriteit heeft.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat voor de inzet van de minister in Brussel, maar voor het nationaal plan in Nederland, dat gemaakt en geïmplementeerd zal moeten worden, gelden dus wel die milieudoelen?
Minister Van Essen:
Dat is inderdaad mijn focus. Daarbij wil ik in het achterhoofd houden hoe andere landen het doen, maar mijn focus is om de prestaties die door de markt onvoldoende worden beloond, in ons eigen programma zo veel mogelijk terug te laten komen.
Dan nog een vraag van mevrouw Bromet. Ze vroeg hoe we kijken naar de herziening van het GLB en of ik het met haar eens ben dat publiek geld altijd ten goede moet komen aan publieke doelen. Daar heb ik net al enigszins op proberen te antwoorden. Wat mij betreft is dat zo en moeten publieke gelden ook voor publieke doelen in aanmerking komen.
Dan ga ik naar het blokje visie op landbouw en voedsel. Mevrouw Den Hollander vroeg wat de eerste resultaten zijn van de Europese visie op voedsel en landbouw en op welke onderwerpen ik vind dat versnelling nodig is. Ik had net al aangegeven dat ik de eerste resultaten van die visie positief vind. Ik heb ook begrepen uit de verslagen van vorige schriftelijke LVR-rondes hier dat ook de commissie daar positief over is. Het is wat mij betreft belangrijk om de ogen op de bal te houden en ervoor te zorgen dat er voldoende aandacht blijft voor innovatie als onderliggende pijler van de visie. Het is wat mij betreft essentieel voor een weerbare en toekomstbestendige agrofoodsector.
Er werd net ook al even genoemd dat generatievernieuwing een belangrijke pijler is. Daar blijf ik ook oog voor houden. Het vraagt een forse inzet om de bedrijven en het platteland toekomstbestendig te houden. Er is ook aandacht voor het versterken van de positie van de boer in de keten. Daar hebben we vorige week ook het een en ander over gewisseld in het begrotingsdebat. Dat blijft van groot belang. Ik zie dat de Europese Commissie richting deze zomer nog met een herziening komt van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Mevrouw Den Hollander vroeg mij om aandacht daarvoor te hebben en dat neem ik mee.
Mevrouw Den Hollander vroeg hoe we binnen die visie barrières voor de toegang tot kapitaal, grond en innovatie verkleinen om ondernemerschap te kunnen versterken. Ik denk dat onze land- en tuinbouw bekendstaat om zijn sterke en innovatieve ondernemerschap. Ik ben het met mevrouw Den Hollander eens dat de beschikbaarheid van kapitaal en het kunnen toepassen van innovaties van groot belang zijn en blijven. Ik kijk in Europa nadrukkelijk naar innovatieregelingen bij de uitvoering van deze visie. Ik zet me ervoor in dat ondernemers gestimuleerd worden om tot vernieuwing en ontwikkeling van hun bedrijf te blijven komen. Ik vind het belangrijk dat we binnen het GLB niet alleen kijken naar subsidies, maar juist ook naar financieringsmogelijkheden voor de punten die mevrouw Den Hollander noemt, zoals de toegang tot kapitaal en grond. We doen dat nationaal al met het Groenfonds. Ik vind het belangrijk om dat binnen het GLB een duidelijke plek te geven.
Dan kom ik bij het blokje overige vragen. Mevrouw Van der Plas vroeg naar de gebieden met dierlijke mest. Het is eenieder bekend dat we vanuit de Nitraatrichtlijn een norm hebben van 170 kilo stikstof per hectare. In Nederland zijn alle gebieden aangewezen. De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet heeft een advies uitgebracht over hoe we dat in het volgende actieprogramma zouden moeten meenemen. Daar ging het vorige week ook al heel even over. Daar treffen we op dit moment de voorbereidingen voor. Dat wil ik zorgvuldig doen en daarbij betrek ik juist de aanbeveling om in specifieke gebieden of het gehele grondgebied te kijken naar aanwijzingen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zou de minister graag willen vragen of hij de historie wil lezen van de totstandkoming van die 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare. Even kort gezegd: dat aantal kilo's is ooit in Frankrijk bedacht. Daar zit helemaal geen wetenschap achter. Ik zou de minister willen vragen om dat even te lezen en om daar ofwel in de tweede termijn ofwel in een volgend debat over stikstof en mestbeleid op terug te komen.
Minister Van Essen:
Ik wil daar in een volgend debat gerust op terugkomen, zeker als mevrouw Van der Plas interessante stukken of lectuur voor mij heeft. Ik zie dat andere landen andere normen hebben en dat wij die eerder ook hadden. Ik wil nogmaals benadrukken dat die andere landen aan de Europese Commissie hebben laten zien dat ze vooruitgang hebben geboekt op het gebied van waterkwaliteit en dergelijke. Maar als mevrouw Van der Plas voor mij bepaalde lectuur heeft, dan wil ik die graag meenemen en dan zal ik daar in het volgende debat op terugkomen bij haar.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik hoorde de minister belangrijke Eurocommissarissen noemen, maar ik mis er eentje: de Eurocommissaris voor Dierenwelzijn, de heer Várhelyi. Wordt er ook met hem gesproken? Want dat is wel belangrijk.
Minister Van Essen:
Het antwoord is: ja, maar niet door mij. Daar zal de staatssecretaris zo misschien verder op ingaan. Ik begrijp dat u dat belang aanstipt.
Ik ga nog even verder met de vragen van mevrouw Van der Plas over de afhankelijkheid van kunstmest. Ik zie, net als mevrouw Van der Plas, dat kunstmest een groot negatief effect heeft rondom het gebruik van fossiele brandstoffen. Ik vind het belangrijk om stevig in te zetten op de vooruitgang en het kunnen gebruiken van gerecyclede of circulaire meststoffen, bijvoorbeeld via de opschaling van RENURE. Dat heeft mijn voorganger ook gedaan. Nederland heeft net de notificatie uitgestuurd waardoor het op korte termijn gebruikt kan worden, zodat de mest die er nu is en afgevoerd moet worden, weer gebruikt kan worden en als vervanging kan dienen voor kunstmest. Ik vind het belangrijk om ook op die innovatie in te zetten, om op die manier minder afhankelijk te worden van het gebruik van kunstmest.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kunstmest is ook vervuilender voor de waterkwaliteit dan het gebruik van dierlijke mest. Mijn vraag aan de minister is: kent hij het rapport van Herman de Boer van de Wageningen Universiteit?
Minister Van Essen:
Ja, dat rapport kennen we. Ik hoor wat mevrouw Van der Plas zegt over wat kunstmest doet voor het gebruik van fossiele brandstoffen en voor de waterkwaliteit, wat juist een hele grote opgave is. Ik benadruk nogmaals dat het heel goed is dat ook het vorige kabinet vol heeft ingezet op het mogen gebruiken van circulaire principes, zoals bij RENURE. Dat vind ik belangrijk en daar gaan wij ook volop mee door.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Landen die goud, lithium, olie of andere grondstoffen hebben waar de wereld om vraagt, zullen daar nooit afstand van doen. Wij hebben in Nederland een hele waardevolle grondstof, namelijk dierlijke mest. Vindt de minister het niet raar dat wij onze waardevolle grondstoffen verkwanselen ten behoeve van kunstmest? Wat wil de minister gaan doen om RENURE hier zo snel mogelijk geïmplementeerd te krijgen?
Minister Van Essen:
Wat betreft dat laatste: nadat de notificatie is goedgekeurd, gaan we snel nationale wetgeving invoeren, juist omdat dat een grote prioriteit is. Ik hoor mevrouw Van der Plas zeggen dat dierlijke mest versus kunstmest voor- en nadelen heeft. Maar ik wil ook benadrukken dat we als Nederland echt een grote opgave hebben om de negatieve gevolgen van die grote hoeveelheid dierlijke mest te verminderen. Dat is een belangrijke opgave voor mij.
Er wordt strak getimed, hoor ik.
De voorzitter:
Time flies when you are having fun!
Minister Van Essen:
We hebben nog kansen genoeg om elkaar te bevragen in de komende debatten.
De voorzitter:
Zo is het. De minister gaat gauw door.
Minister Van Essen:
Bij het begrotingsdebat was ik lang aan de beurt, dus de heer Erkens en ik wisselen het een beetje af.
Ik ga verder met de vraag van mevrouw Bromet over de bodembescherming binnen het Noordzeeakkoord en over de overleggen die hebben plaatsgevonden over de 1,2%. In mijn kennismakingsronde met alle mensen die bij het Noordzeeakkoord betrokken zijn, ben ik er nadrukkelijk op gewezen dat dit een gevoelig punt is. Ik heb met hen afgesproken dat ik mij hierin ga verdiepen en dat ik het besluit wil bekijken om te zien of ik me daarin kan vinden. Ik ben het met mevrouw Bromet eens dat juist zo'n Noordzeeoverleg ontzettend waardevol is. Als ik het goed zeg, heeft u op 16 april een debat over de visserij. Ik zal hier dan op terugkomen met een antwoord. Dat was een concrete vraag.
Voorzitter. Er is nog gevraagd hoe ik samenwerk met IenW. Ik heb mijn eerste overleg in week één of aan het begin van week twee gehad met de heer Karremans, de minister van IenW. Dat was het bestuurlijk overleg over de Kaderrichtlijn Water, met de provincies en de waterschappen. We kregen complimenten van de medeoverheden over hoe we samen optrekken, zowel in wat we zeggen als in hoe we de boel voorbereiden. Ik kan dus in algemene zin zeggen dat er nauw wordt samengewerkt met het ministerie van IenW, zeker op het gebied van de waterkwaliteit. Dat geldt ook voor het achtste ap. Dat staat ook centraal in dat overleg.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet wil daar meer over weten.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Zijn de minister en zijn collega Karremans nog steeds van plan om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te gaan halen?
Minister Van Essen:
Ja, die motie is door uw Kamer aangenomen bij het niet aannemen van het achtste ap eind vorig jaar. Dat waren volgens mij de moties van het lid Kostić en de heer Grinwis. Die beide moties betrekken we bij het opstellen van het achtste actieprogramma. Die moties zijn wat mij betreft duidelijk. Ik ben nog iets vergeten te zeggen wat ook interessant is. De heer Karremans en ik willen Eurocommissaris Roswall beiden ontvangen als zij naar Nederland komt, juist om een signaal af te geven. Dat was volgens mij de laatste vraag. O nee, ik heb hier nog een nieuw mapje. Het is geen apart blokje, voorzitter. De vraag was of ik me kan verzetten tegen de vleestaks. De Europese Commissie bereidt in Brussel zowel een eiwitstrategie als een veeteeltstrategie voor. Dat wijst op het belang van deze sectoren voor de autonomie en voedselvoorziening in de EU.
Naast de vleestaks vroeg de heer Jansen of er een extra lastenverzwaring komt voor onze veehouders. Lastenverzwaring is niet het uitgangspunt. Innovatie en vernieuwing zullen het uitgangspunt zijn, zoals ik net ook al aangaf. Dat wordt mijn inzet. Op dit moment liggen er ook geen concrete voorstellen in Brussel voor een EU-brede vleestaks. Het zijn ook primair nationale bevoegdheden.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dan toch een kleine vraag. Lastenverzwaring is niet de intentie — dat snap ik — maar hoe gaat de minister het dan voorkomen op het moment dat het toch op tafel komt?
Minister Van Essen:
Het zijn onze eigen bevoegdheden. Zowel de staatssecretarissen als ik hebben het op dit moment niet op onze bureaus liggen. Dan is het op dit moment ook niet aan de orde.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dan toch de daaropvolgende vraag. Welk belang gaat dan voor, het EU-belang of het Nederlandse belang?
Minister Van Essen:
Zowel in Brussel als bij ons ligt dit niet op tafel. Ik zie dus geen tegenstelling tussen ons belang en het EU-belang. Als we er zelf over gaan, maakt dat het ook mooi makkelijk.
De heer Lohman (CDA):
Een duidelijk verhaal over vleestaks. Er wordt ook weleens gesproken over een bredere vorm van prijsprikkels om gewenste consumptie te supporten. Bent u bereid om in de EU te pleiten voor pilots of samenwerkingen rondom bijvoorbeeld true pricing?
Minister Van Essen:
True value en true pricing zijn een taal die ik ook bij maatschappelijke en commerciële partijen zie. Het is een initiatief om breder te steunen. Waar dat kan, wil ik dat ook inbrengen. Qua ketenaansprakelijkheid maakt dit voor anderen namelijk heel veel duidelijk. Ik wil het dus gerust meenemen. Ik moet nog even kijken of het op deze agenda past. Anders doe ik het op een ander gezet tijdstip.
De voorzitter:
Volgens mij kunnen we dan over naar de beantwoording door de staatssecretaris. Aan u het woord, staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Dank u, voorzitter. Ook namens mij gefeliciteerd met uw voorzitterschap. Ik begreep dat het een Noord-Koreaanse uitslag was! Dat kan alleen maar veel goed beloven voor deze periode. Ik snap ook dat de portefeuilleverdeling door al het geswitch tussen de minister en mij verwarrend kan zijn voor de Kamerleden. We zullen dus proberen om niet elk debat met z'n tweeën te doen. Dan wordt het een stuk eenvoudiger, denk ik — vooral voor mij!
Zoals de minister al aangaf, zullen we tijdens de LVR in Brussel gezamenlijk kennismaken met een aantal Eurocommissarissen en collega-ministers. We hebben ook een aantal losse afspraken. Het lid Kostić vroeg daar net naar. We hebben onder anderen een afspraak met Várhelyi, van Gezondheid en Dierenwelzijn, en Kadis, van Visserij en Oceanen. Die zal ik ook nog spreken in mijn bezoek aan Brussel. Ik kijk erg uit naar de samenwerking met de collega's uit andere landen. Ook ik wil werken aan een goede relatie, om de Nederlandse belangen en prioriteiten te realiseren, onder andere op het gebied van gewasbescherming, innovatie, dierenwelzijn en visserij.
In het bijzonder wordt er bij deze Raad gesproken over de energietransitie in de visserij en de agricultuursector. Dat is een kans om te werken aan een toekomstbestendige sector. Tegelijkertijd zullen we de discussie ook voeren in het licht van de hoge energieprijzen. Ik zal in het blokje visserij nog ingaan op het standpunt van het kabinet daarover.
De blokjes zijn gewasbescherming, visserij en overig. Ik zal beginnen met gewasbescherming, want dat is het grootste mapje. Het is nog goed om te weten dat er over het BNC-fiche een schriftelijk overleg is gevoerd. Dat zal op korte termijn naar de Kamer gestuurd worden. Het vergt veel afstemming met andere departementen en het gaat richting de 40 pagina's aan beantwoording. Op die manier krijgt u nog veel vragen terug.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Heb ik nou niet opgelet of is er geen blokje dierenwelzijn?
Staatssecretaris Erkens:
In het blokje overig zitten de vragen over dierenwelzijn. Die vragen kwamen alleen van u, lid Kostić. Het was geen volledig blokje, maar het is wel het prominente onderwerp in dat blokje. Bewaar vooral een aantal interrupties voor het einde, zou ik zeggen! De voorzitter is daar heel streng op.
Over de Omnibuswetten — ik noem de Food and Feed Omnibus — zijn een paar vragen gesteld, onder anderen door de leden Kostić en Bromet, alsook andere Kamerleden. Bij mijn inzet op het voorstel leg ik prioriteit op het versimpelen van regelgeving waar dat kan. Daarbij moet de veiligheid voor mens, dier en milieu behouden blijven. Dat is ook conform het BNC-fiche dat we naar uw Kamer gestuurd hebben. Het Omnibusvoorstel voor de veiligheid van voedsel en diervoeder is een breed voorstel. Er zit veel in. De nadruk ligt wel op gewasbescherming.
Hierover heeft de Kamer inderdaad een motie aangenomen. Die is ook meegenomen in het BNC-fiche. De genoemde motie, de motie-Podt/Bromet, verzoekt de regering om met een kopgroep in Brussel te pleiten voor voorstellen die de toelating van laag-risicomiddelen bevorderen, maar met klem te pleiten tegen voorstellen die de status quo op de toelating van chemische middelen, en met name risicovolle middelen, verzwakken. Heel concreet voeren we deze motie uit door actief tekstvoorstellen aan te dragen die de toelating van laagrisicomiddelen bevorderen. Aan de andere kant dragen we op dit moment voorstellen aan die de veiligheid van het nieuwe herbeoordelingssysteem voor werkzame stoffen waarborgen en die daarmee tenminste de status quo van het beschermingsniveau zouden moeten behouden. Op die manier voeren we de motie uit.
Daarmee pleiten we niet tegen het complete voorstel, maar proberen we in het proces met andere lidstaten en verbondjes op dat vlak het voorstel te verbeteren. Daarnaast hebben we hierover contact met andere lidstaten. Dat zal ik in de komende Landbouw- en Visserijraad wederom oppakken met collega-lidstaten die ik daar spreek.
De voorzitter:
Ik ga eerst naar het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De cruciale vraag is hoe de staatssecretaris en het kabinet borgen dat er inderdaad geen extra schade van milieu en gezondheid optreedt. Hoe wordt dat getoetst?
Staatssecretaris Erkens:
Ik heb een heel blokje met beantwoordingen. Ik zou daar eerst doorheen kunnen lopen. Hopelijk zijn een aantal van de interrupties daarmee beantwoord en als dat niet zo is ... Zo bent u ook niet uw interrupties kwijt.
Voorzitter, ik ga er snel doorheen. Er zijn een aantal vragen gesteld.
De voorzitter:
Ik ga toch eerst even naar mevrouw Bromet, want zij had ook nog een vraag.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik hou hem onder de 30 seconden. Ik vind het tot nu toe een schimmig verhaal, dus ik hoop dat er zo meteen inderdaad wat concretere antwoorden komen.
De voorzitter:
Dan gaat de staatssecretaris vooral verder.
Staatssecretaris Erkens:
Dat gaan we zien, mevrouw Bromet. Er komt sowieso een schriftelijk overleg met heel veel detail, van bijna 40 pagina's. Dan wordt het hopelijk een stuk minder schimmig voor de Kamerleden.
Voorzitter. Ik kreeg een vraag van mevrouw Den Hollander over de eerste indruk. We zijn blij met het initiatief om regelgeving te versimpelen. Dat is ook hard nodig om competitief te blijven. Tegelijkertijd willen we daarbij wel het belang van de veiligheid van mens, dier en milieu waarborgen.
Mevrouw Den Hollander had ook een vraag over het zich op Europees niveau inzetten voor een risicogebaseerde herbeoordeling, mits het beschermingsniveau gelijk blijft. Ik begrijp goed dat de Commissie heeft gekeken naar het opnieuw inrichten van de herbeoordelingen van werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen. Het huidige systeem is gewoon vastgelopen en zorgt voor enorm lange wachttijden. Het remt daarmee ook innovatie in de toelating van nieuwe werkzame stoffen, ook de duurzame variant. De voorgestelde risicogestuurde herbeoordeling is dus een mooie eerste aanzet. Er zijn wel nog aanvullende waarborgen nodig, om het systeem transparanter, uitvoerbaar en veiliger te kunnen maken. Daarover gaan de tekstvoorstellen die we nu aan het doen zijn en die ik net noemde ook. Een risicogestuurd systeem kan er namelijk voor zorgen dat zaken inderdaad sneller goedgekeurd worden. De inrichting van het risicogestuurde systeem bepaalt natuurlijk wel of er voldoende waarborgen in zitten. Hoe vaak herbeoordeel je het? Wat voor eisen stel je bij het systeem? Waar baseer je de risicosturing op?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Hartelijk dank voor uw antwoord over de herbeoordeling, staatssecretaris. In aansluiting daarop: hoe kijkt de staatssecretaris naar het uitfaseren van stoffen die niet meer toegelaten zijn?
Staatssecretaris Erkens:
Dat gebeurt op dit moment op basis van de wetenschap. Een heleboel stoffen worden van tijd tot tijd opnieuw getoetst op basis van het huidige wetenschappelijke onderzoek dat bekend is. Dat doen we vooral vanuit Europa. Op het gebied van middelen kijken we daar in Nederland naar vanuit de Ctgb. Het is op dit moment ook niet een van de inzetten die we bij het Omnibusvoorstel hebben. Het gaat nu echt om het herbeoordelingssysteem dat we hebben, om het risicogestuurd zijn en om de vraag hoe we ervoor zorgen dat de waarborgen ingebouwd worden.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Aanvullend. Erkent de staatssecretaris enerzijds dat het heel belangrijk is om die uitfasering door te zetten? Je wil stoffen die niet veilig zijn, natuurlijk niet gebruiken. Erkent hij anderzijds dat er ook een risico aan kleeft dat je bepaalde ziekten niet meer kunt bestrijden? Hoe weegt u dat, staatssecretaris?
Staatssecretaris Erkens:
Nogmaals, een groot deel wordt gewogen op Europees niveau. Daar brengen we onze inbreng op. Daarbij kunnen we zeggen dat het beschermingsniveau in het risicogestuurde herbeoordelingssysteem behouden moet blijven. Dat is ook de inzet met die tekstvoorstellen. Daarnaast willen we het bijhouden op basis van de laatste stand van de wetenschap. We zien namelijk dat de wetenschap voortschrijdt en nieuwe risico's identificeert. In die voorstellen wordt dan ook gewogen hoeveel tijd er is voor de overgangsperiode om van een stof te kunnen overstappen op wat anders. Dat is inderdaad een spanningsveld in dit dossier. Aan de ene kant is gewasbescherming noodzakelijk om de oogst en de teelt te beschermen. Dan moet er iets in het middelenpakket zitten om de stof te kunnen vervangen. Tegelijkertijd willen we nadelige effecten de komende jaren wel met elkaar verminderen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Tot slot. We zijn in Nederland druk bezig met een convenant. De staatssecretaris is ook hard aan het werk om dat nog voor de zomer enige vorm en inhoud te geven. Wordt in Europa ook besproken hoe we dat in Nederland gaan doen? Gaan andere landen dat op een soortgelijke wijze aanvliegen?
Staatssecretaris Erkens:
Op dit moment hebben we het nog niet meegenomen in Europa. Ik vind het wel een goed voorstel, dus we kunnen het in die gesprekken meenemen. Dat is het mooie van het convenant en het Ctgb op dit vlak. Europa beoordeelt met name de stoffen. Op dat vlak proberen we het voorstel dus zo goed als mogelijk te versterken. Tegelijkertijd zouden we, als het voorstel aangenomen zou worden en als we ontevreden zijn met de resultaten die op dat vlak uit Europa komen, met het Ctgb, maar ook met het nationale convenant, natuurlijk nog aanvullende waarborgen in Nederland kunnen kiezen.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Erkens:
Ja, voorzitter. Een aantal vragen heb ik al beantwoord. Specifieke vragen van het lid Kostić gingen nog over maatregelen die we nemen om een aantal zorgen serieus en structureel op te pakken, onder andere vanuit milieuorganisaties. Een draaide daarbij om aanvragers die zelf verantwoordelijk blijven voor herbeoordelingen van dossiers. Dat blijft zo. Dat vinden we van belang.
Voorzitter. Dan zijn er nog een aantal vragen over pfas.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn concrete vraag hierover is nog niet beantwoord. Misschien kan de staatssecretaris kijken of daar iets meer over staat in zijn papieren.
Staatssecretaris Erkens:
Ik heb nog vragen van het lid Kostić over vertragingen door halfwerkproducenten en waar de rekening neergelegd wordt. Die komt er nog aan. Ik heb nog vragen over gewasbeschermingsmiddelen en drift naar biologische boeren. Eigenlijk alle vragen die ik nog heb, zijn van het lid Kostić.
De voorzitter:
Ik hoor dat er nog een hele hoop antwoorden aankomen.
Staatssecretaris Erkens:
Dit hele stapeltje is nog voor het lid Kostić.
De voorzitter:
Kijkt u eens aan!
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik had nog een vraag over het Europees Hof: hoe wordt de uitspraak daarvan meegenomen in het Omnibusvoorstel?
De voorzitter:
Wellicht kan de staatssecretaris dat meenemen.
Staatssecretaris Erkens:
Ja, voorzitter. Het zit er allemaal in. Zal ik ze gewoon even doorlopen?
De voorzitter:
Het zit er allemaal in. De staatssecretaris gaat heel gauw verder met de beantwoording van de vragen.
Staatssecretaris Erkens:
Het is een flinke stapel, voorzitter.
De vraag over halfwerkproducenten. "Deelt de staatssecretaris de mening dat de rekening moet worden neergelegd waar dat hoort?". Daar staat bij: "gifproducenten". Ik zou zeggen: gewasbeschermingsmiddelproducenten. Ik vind het wat dat betreft in dit dossier van belang dat we toewerken naar hetzelfde doel, namelijk het laten afnemen van de schadelijke effecten. Tegelijkertijd moeten we de gewasbeschermingsmiddelen die wel nodig zijn en die steeds minder schadelijk worden, met elkaar blijven uitleggen. Ik vind het hierbij belangrijk dat herbeoordelingen van werkzame stoffen goed en tijdig worden afgerond. Dat aanvragers wellicht doelbewust dossiers traineren, kan niet. Ik ben blij dat de Europese Commissie heeft aangekondigd om hier meer aandacht aan te geven en geen tijdelijke verlenging van de goedkeuring aan lidstaten voor te leggen wanneer een aanvrager niet levert wat verwacht mag worden.
Voorzitter. Dan de vragen over drift, het overwaaien van chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen naar een biologisch areaal. Welke maatregelen gaan wij nemen om dat te voorkomen? Het probleem is bekend. We nemen het ook serieus. We zijn in gesprek met diverse partijen om er een oplossing voor te vinden. Het is lastig om dit op heel korte termijn in één keer te kunnen oplossen, maar het heeft zeker aandacht. We zullen het daarom ook in het convenant betrekken. We zullen daarover in de brief van voor de zomer misschien de eerste richtingen delen richting de Kamer. Zo weet u naar welke oplossingsrichting we kijken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat laatste is goed, maar de boeren zitten nu al met de problemen, onder andere door hoge kosten. Het lijkt me dus goed dat het kabinet hier een prioriteit van maakt. Ik zou een richting willen geven. Misschien kunnen we kijken of we de gifproducenten wat meer kunnen laten meebetalen, om de biologische boeren te vergoeden voor de schade, in ieder geval op de korte termijn.
Staatssecretaris Erkens:
Ik ben bereid om hier met prioriteit naar te kijken. Ik snap dat het voor de biologische boeren en sector heel moeilijk uitlegbaar is. Je moet namelijk voldoen aan een aantal voorwaarden. Dan krijg je dit nieuws. Dat is allesbehalve wenselijk. Ik ga in de komende twee weken bij het Ctgb langs. Ik zal het daar ook bespreekbaar maken en kijken wat de oplossingen kunnen zijn. Ik kom er dan op terug in de Kamerbrief over het convenant.
De voorzitter:
Een korte vervolgvraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap even niet waarom het Ctgb hierbij betrokken moet worden. Het gaat erom dat landbouwgif terechtkomt bij biologische boeren. Die moeten voor de schade betalen. Volgens mij moet de minister de oplossing dus zoeken in het voorkomen ervan dan wel het vergoeden van biologische boeren. Dat over het Ctgb snap ik nog niet.
Staatssecretaris Erkens:
Het Ctgb gaat over de verschillende oplossingsrichtingen die mogelijk zouden kunnen zijn in welke gewasbescherming ingezet wordt naast de percelen, over wat voor driftreducerende technieken er mogelijk zijn et cetera. Het is dus wel een onderdeel van de puzzel, zou ik zeggen.
Dan ga ik door, voorzitter. We zien dat producenten bij herbeoordeling doelbewust onvolledige dossiers aanleveren, waardoor procedures worden vertraagd. Het Europese Hof van Justitie heeft daar een uitspraak over gedaan, zoals lid Kostić aangaf. Er moet worden gecontroleerd of dit is gebeurd. De vraag was: kan de staatssecretaris aangeven hoe de uitspraak van het Europese Hof wordt gebruikt in het Omnibusvoorstel? Ik vind het belangrijk dat herbeoordelingsdossiers goed en tijdig worden afgehandeld. Zoals ik al eerder zei, vind ik het niet kunnen dat er wat dat betreft getraineerd wordt. De Europese Commissie heeft dus toegezegd om hierop toe te zien en dus inderdaad geen tijdelijke verlengingen voor stoffen te geven als aanvragers niet hebben gedaan wat van hen verwacht mag worden. Dat nemen zij dus ook mee in de voorstellen die besproken worden. Hierin steunen wij de Europese Commissie. Dit betreft de Europese beoordeling van dossiers. Het is daarmee een Europese aangelegenheid, maar de Commissie heeft daarvoor wat ons betreft een goed voorstel gedaan. Binnen het Omnibusvoorstel zijn wij voorstander van heldere verplichtingen voor aanvragers, zodat de partijen ook weten wat er van hen verwacht mag worden.
Voorzitter, de laatste vraag gaat over pfas in bestrijdingsmiddelen: kan de staatssecretaris toezeggen te pleiten voor een verbod op pfas in bestrijdingsmiddelen en daarvoor bondgenoten zoeken, bijvoorbeeld Denemarken? Het verbod op pfas-houdende stoffen is in het coalitieakkoord breed bedoeld. Daar zetten we ook op in. We zijn al begonnen met kijken naar het verminderen van de impact bij gewasbeschermingsmiddelen, omdat daar ook wetenschappelijke aanleiding voor is. We vinden het belangrijk dat gewasbeschermingsmiddelen alleen mogen worden toegepast wanneer dat veilig kan. Dit geldt voor alle stoffen die onder de pfas-definitie vallen. Iedere stof wordt individueel bekeken. Nederland heeft hier in Europa ook nadrukkelijk voor gepleit. We pleiten nu niet voor een algeheel verbod in gewasbescherming — dat pakken we in den brede op; vooral de collega vanuit IenW gaat daarmee aan de slag — maar bij twijfels zal het Ctgb elke stof of elk middel opnieuw bekijken. Zo heeft het Ctgb aangekondigd om 46 pfas-middelen opnieuw te beoordelen op basis van de wetenschappelijke informatie uit Denemarken, die ons ook bekend is. De Kamer is hierover geïnformeerd. Ik zal uw Kamer ook informeren over de uitkomsten van de herbeoordeling zodra die bekend zijn.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
De pfas, die overal zit en waardoor je geen eitjes meer van je eigen kippen kan eten, is zeer zorgelijk. Op welke termijn kunnen we hier besluiten over verwachten? Elke dag dat we langer wachten, wordt er namelijk meer pfas over ons land uitgestrooid en verspreid.
Staatssecretaris Erkens:
Ik stel voor dat ik in tweede termijn terugkom op de tijdlijn, want dit ligt bij de collega van IenW. Die planning heb ik nu niet scherp. Ik heb wel aangegeven dat we vanuit LVVN niet stil gaan zitten, dus bij wetenschappelijk bewijs voor de schadelijkheid kijkt het Ctgb ernaar. Daarover zullen we u informeren. We zullen kijken of we voor de tweede termijn vanuit IenW te horen krijgen wat ongeveer de tijdlijnen zijn.
De voorzitter:
Als we een tweede termijn willen, moeten we wel een klein beetje opschieten, zowel aan de vragenkant als wat betreft de compactheid van de antwoorden van de staatssecretaris.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het gaat erom dat het kabinet een uitgebreid pfas-verbod wil, omdat het per definitie niet goed is. Het mankement is dat het verbod op pfas in bestrijdingsmiddelen mist. Mijn concrete vraag is dus of het kabinet bereid is om met bijvoorbeeld Denemarken op te trekken om daar een verbod voor in te stellen?
Staatssecretaris Erkens:
We zetten ons dus in op een breder verbod in Europa op het gebied van pfas. Dat ligt bij de collega van IenW, maar ik probeerde net aan te geven dat de situatie in Denemarken ook vanuit Nederland gevolgd wordt, dat we contact hebben met de collega's en dat aan de hand daarvan 46 stoffen die mogelijk schadelijk zijn, al herbeoordeeld worden. We gaan er dus mee aan de slag, maar het bredere traject ligt bij IenW.
De voorzitter:
Volgens mij kunt u beginnen aan het blokje visserij.
Staatssecretaris Erkens:
Het blokje visserij is ook vrij uitgebreid.
De voorzitter:
Wellicht kunt u het herhalen van de vragen overslaan.
Staatssecretaris Erkens:
De helft van de vragen overslaan? Dan krijg ik die via interrupties terug, voorzitter.
De voorzitter:
Het herhalen, niet de helft.
Staatssecretaris Erkens:
Dat zal ik voorkomen, voorzitter.
Er waren een aantal vragen over het gemeenschappelijk visserijbeleid, onder anderen van de heer Lohman. Gaat de minister zich inzetten voor de implementatie, zodat die leidt tot zowel herstel als een reëel verdienmodel? Van alle aspecten vormen duurzaamheid en sociaal-economische aspecten de pijlers van het GVB. Duurzaam beheer van visbestanden is gebaseerd op de zogeheten maximum sustainable yield, waardoor er in principe voldoende vissen overblijven om als bestand voor de lange duur te overleven. Alleen het surplus kan worden bevist. Tegelijkertijd is er oog voor het economische verdienvermogen van vissers en het sociale belang van die gemeenschappen. Wij gaan ons dus ook inzetten voor die pijlers van het gemeenschappelijk visserijbeleid.
De heer Lohman (CDA):
Ik heb een korte vraag ter verduidelijking. Kan ik daaruit opmaken dat u zich inzet voor het versterken en het behoud van het GVB, en dat u niet meegaat in eventuele versoepelingen daarin, zoals door sommige partijen wordt voorgesteld?
Staatssecretaris Erkens:
Het GVB bestaat nu al een heel tijdje. Er is nu inderdaad een ronde waarin lidstaten kunnen aangeven wat er mogelijk verbeterd kan worden. Aan de hand daarvan zal de Commissie in mei dit jaar, volgens mij, beslissen of er een herziening aankomt. Nederland staat open voor een herziening, maar dat zou zijn vanuit de insteek om het te verbeteren, omdat we een aantal knelpunten hebben gezien in de praktijk. We zien ook op het gebied van verduurzaming dat bijvoorbeeld schepen die langer dan 24 meter zijn, niet mogen meedoen met verduurzamingsmaatregelen. Er zitten dus ook gewoon een aantal zaken in die we als Nederland verbeterd zouden willen zien. Als de Europese Commissie besluit tot herziening, zullen we uw Kamer uiteraard tijdig informeren met een BNC-fiche, zodat we over de inzet van Nederland van gedachten kunnen wisselen.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris Erkens:
De heer Lohman vroeg ook naar de brandstoftransitie in de visserij. Zoals gesteld in het coalitieakkoord zet het kabinet in op het toekomstbestendig maken van de visserij. Een belangrijk onderdeel hiervan is het inperken van het brandstofverbruik van de vaartuigen en het inzetten op innovatie. Hiervoor zullen we in 2026 twee subsidieregelingen openstellen, waarmee de visserij- en de schepdiersector energie-efficiënte investeringen kunnen doen in vissersvaartuigen. Het doel van de regelingen is het verbeteren van de energie-efficiëntie en het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Hierbij zetten we ons ook in om in de komende jaren innovatiesubsidies voor de visserij open te stellen. Met die regelingen kunnen ook innovaties en onderzoeken gericht op verduurzaming van vistuigen en -technieken worden ondersteund, waaronder netinnovaties. Dat valt daar dus onder.
Voorzitter. Mevrouw Den Hollander vroeg naar de Europese plannen voor klimaatneutraliteit op dit vlak en wat die betekenen voor de kottervloot. De stijgende brandstofprijzen hebben nu al een enorme impact op de visserijsector. Ik zal daar dadelijk nog wat langer op terugkomen. De energietransitie is op dit vlak van belang om het brandstofverbruik te laten afnemen. De Europese Commissie is voornemens een roadmap voor de energietransitie van de visserij en aquacultuur te publiceren, samen met een visie voor 2040. Zodra deze plannen er zijn, zullen we de appreciatie daarvan wederom met de Kamer delen. Daarnaast werk ik eraan de Nederlandse situatie onder de aandacht te brengen bij de Europese Commissie. Hierbij vragen we bijvoorbeeld ook aandacht voor de belemmeringen in het huidige steunkader, mocht Nederland inderdaad die stap zetten. Dat ga ik maandag en dinsdag dus ook bij mijn collega's ter sprake brengen. Daarnaast werken we aan twee subsidieregelingen, waarover ik al heb verteld.
Het is misschien nog handig om hierbij het volgende te zeggen over klimaatneutraliteit. De heer Jansen had daar inderdaad ook nog vragen over. Hebben we dan nog een visserijsector in 2050 en moet de focus niet meer liggen op de korte termijn? Er is op dit moment nog geen volledig klimaatneutraal vaartuig voor de visserij. De sporen waarop we op dat vlak inzetten, zijn aan de ene kant die van Europese innovatie om te komen tot klimaatneutrale oplossingen. Aan de andere kant zal de focus van dit kabinet in de komende jaren heel erg liggen op de energie-efficiëntie, om het brandstofverbruik omlaag te kunnen brengen. Dat helpt met verduurzaming, maar helpt ook om ervoor te zorgen dat we in de komende jaren steeds minder kwetsbaar worden voor hoge energieprijzen.
Voorzitter. Mevrouw Den Hollander had nog meer vragen over innovaties. Die heb ik volgens mij net allemaal beantwoord bij de vragen van de heer Lohman, dus die sla ik over. De vraag van de heer Jansen heb ik net ook beantwoord.
De heer Jansen had nog een vraag over de concurrentiepositie. Ik vind het gelijke speelveld van de Nederlandse en Europese vissers hierin van groot belang, ook richting derde landen. In de verschillende relevante internationale en Europese gremia, van de Landbouw- en Visserijraad tot de werkgroepen, zet het kabinet zich hiervoor in. Hierbij wil ik specifiek aandacht vragen voor de rol die de Russische Federatie speelt, ook bij overbevissing op sommige vlakken. Ik kom daar dadelijk bij het onderwerp makreel ook op terug. De inzet van het kabinet is erop gericht om aan de ene kant het verdienvermogen van de Nederlandse visserijvloot te beschermen en aan de andere kant te kijken wat voor acties er op dat vlak mogelijk zouden zijn. Dat is best wel complex — daar zullen we dadelijk op ingaan — maar dat is iets wat ik zal meenemen naar de discussies die maandag en dinsdag in Brussel plaatsvinden.
Dan de vragen van het lid Vellinga over het GVB. Daar heb ik inderdaad het een en ander over verteld. Onze inzet zal daarbij niet zijn om het GVB af te zwakken op dit vlak, maar inderdaad wel om te kijken naar verbeteringen. Dat gaat over de aanlandplicht, die Nederland heeft geagendeerd, maar ook over verduurzaming. Ik noemde net de scheepslengte van 24 meter. Wat dat betreft is er ook het niet kunnen subsidiëren van nieuwbouw om echt te komen tot een nieuwe vloot. Er zijn dus een aantal zaken die zouden kunnen helpen met de verduurzamingsagenda op dat vlak. Mocht er een voorstel komen, dan komt er een BNC-fiche.
Voorzitter. Er zijn ook vragen gesteld over het implementeren van het huidige GVB. Daar werken we samen met andere lidstaten aan. Mijn voorganger heeft samen met andere lidstaten diverse punten ingebracht bij de Landbouw- en Visserijraad van 27 november 2025. Daarbij zijn ook aandachtspunten met de Europese Commissie gedeeld.
Voorzitter. Dan waren er vragen van het lid Vellinga over aquacultuur en mooie initiatieven op dat vlak, die zij hoopt terug te zien in de visie voor 2040 voor visserij en aquacultuur. Die komt in het derde kwartaal van dit jaar uit. Dat gaf het lid Vellinga ook aan. De aquacultuursector in Nederland is belangrijk voor duurzame aquatische voedselproductie. Ook bestaat aquacultuur in Nederland uit verschillende typen, zoals de kweek van schelpdieren in open water en de viskweek in recirculatiesystemen. Voor het bevorderen van aquacultuurinitiatieven zijn eerder al succesvol meerdere subsidieregelingen opengesteld. Deze zomer zullen we een nieuwe regeling daarvoor openstellen. Daarnaast vind ik het belangrijk dat aquacultuur een goede plek krijgt in de visie van 2040. Hiervoor hebben we inderdaad ook aandacht in de uitvoeringsagenda die we samen met de sector ontwikkelen, geheten De Nederlandse visie op voedsel uit zee en grote wateren. Spoedig, zodra die agenda rond is, hoop ik u die te doen toekomen, zodat we daarover met elkaar in debat kunnen gaan. Dat is een agenda die is opgesteld door de sector, samen met maatschappelijke partijen en onder leiding van de heer Bisschop, van de SGP. Daar staan heel veel mooie initiatieven op dit vlak in.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik heb een hele korte vraag. De staatssecretaris zegt: we gaan met name inzetten op brandstofbesparing. Dat snap ik. Dan is de vraag natuurlijk of de staatssecretaris in Brussel dan ook volle bak gaat op de pulskorvisserij, aangezien brandstofbesparing daarbij ook een grote rol speelt.
Staatssecretaris Erkens:
Dat is een goed punt van de heer Jansen. Ik heb bij de begroting gezegd dat ik bereid ben me daarvoor in te zetten. Ik denk sowieso, horende het debat hier in de Kamer, dat dit een dossier is waarvan iedereen de voordelen zou kunnen zien. Pulskorvisserij zorgt voor minder bodemberoering en zorgt ervoor dat het brandstofverbruik van de kottervisserij bijna kan halveren. Ik ben dus zeker bereid om dat te agenderen, maar ik denk dat het lid Bromet terecht aangaf dat we dat op een diplomatieke manier moeten doen. Ik zou namelijk echt willen dat we hiervoor concreet deuren open kunnen krijgen. Ik zal het ook proberen te agenderen in mijn bilaterale gesprekken met de collega's daar.
De voorzitter:
Een korte vervolgvraag van de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Waarop het mis is gegaan in het verleden, is dat wij Frankrijk zelfs tien kotters hebben aangeboden, maar dat Frankrijk gewoon geen geld had om zijn vloot te moderniseren. Dus hoe gaan we nou voorkomen dat we in dezelfde valkuil terechtkomen?
Staatssecretaris Erkens:
Dat betekent in dit geval dat ik het hierover moet hebben in het gesprek met de Franse collega. Ik denk dat de minister het net goed zei; het zal ook in het dossier van visserij een kwestie van geven en nemen moeten zijn. Als wij ruimte gaan vragen van een aantal lidstaten die hier volledig tegen waren, zullen ze andersom ook naar Nederland kunnen kijken bij dossiers die voor hen van groter belang zijn. Op die manier zal ik proberen de deur weer op een kiertje te krijgen. Er ligt hier een goede motie van mevrouw Van der Plas en mevrouw Den Hollander met het verzoek om in ieder geval met experimenten te kunnen beginnen. Daarmee starten zou het eerste houvast zijn voor mij in die gesprekken. Daarbij wil ik wel benadrukken dat pulskorvisserij, ook gezien de huidige energieprijzen, een hele mooie oplossing kan zijn voor de sector in de komende jaren. Daar wil ik me dus zeker voor inzetten.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording. O, u vervolgt niet uw beantwoording, want er is nog een korte interruptie van mevrouw Vellinga.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik kom heel kort nog even terug op de implementatie van het GVB. U zegt terecht dat u dat onder de aandacht gaat brengen, maar dat is voor mij nog wel wat vaag. Kunt u nog iets meer uitweiden over hoe u dat gaat implementeren, ook met uw Europese partners, meer dan het er alleen met elkaar over hebben?
Staatssecretaris Erkens:
Op dit moment roepen we dus op tot herziening van het GVB. Er zijn een aantal knelpunten die volledige implementatie lastig maken. We hadden het net over de aanlandplicht op dat vlak en er is nog een aantal andere knelpunten. Die hebben andere lidstaten ook. Daarop leveren we nu dus gezamenlijk input. Tegelijkertijd zijn we natuurlijk doorlopend met elkaar in gesprek over hoe we zo goed mogelijk kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Het is mij toch nog wel iets vaag. Zegt de staatssecretaris nu: "Wij gaan dit volledig implementeren; we gaan hier gewoon voor en we houden de rest daaraan"? Of zegt hij: we streven ernaar?
Staatssecretaris Erkens:
Het GVB bestaat uit heel veel onderdelen. Het zou mij dan wel helpen om specifiek te horen op welke onderdelen de zorgen op dit moment zitten, maar we streven er uiteraard naar om het GVB te implementeren in Nederland. Nu loopt de mogelijkheid tot het leveren van input voor wat er in de herziening mogelijk zou zijn, om het daarmee ook beter implementeerbaar te maken. Ik heb net al de aanlandplicht genoemd. Het is gewoon complex voor de visserij om daaraan te voldoen. Daar zitten ook nadelen aan. Tegelijkertijd is er ook een aantal zaken dat andere lidstaten moeilijk vinden bij de implementatie hiervan. Dat proberen we op die manier dus gewoon te verbeteren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit baart me zorgen. De staatssecretaris heeft het namelijk vooral over de sector, terwijl het hierbij ook heel erg gaat over de belangen van de natuur. Er is jarenlang structureel sprake van overbevissing. Nederland speelt daar een grote rol in. De Europese Unie heeft ons op de vingers getikt over de naleving van regels en het niet voldoen aan voldoende viscontroles. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus: welke rol ziet hij zelf in het borgen van de belangen van de natuur hierbij? Dat geldt ook voor dierenwelzijn, want vissen zijn helemaal niet beschermd, ondanks dat het ook gewoon dieren zijn met gevoelens. Op welke manier gaat hij die borgen?
Staatssecretaris Erkens:
Op twee manieren. De eerste gaf ik net aan. Er zit een aantal zaken in het gemeenschappelijk visserijbeleid dat gewoon heel moeilijk uitvoerbaar is in de praktijk. We leveren nu dus input aan om het voorstel te verbeteren. Tegelijkertijd heeft het lid Kostić gelijk: natuurbelangen spelen hier ook een rol in. Daarom trek ik ook samen op met de minister om daar de komende periode stappen op te kunnen zetten met elkaar.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Kan de staatssecretaris misschien met een brief komen waarin hij ingaat op de staat van de overbevissing, de rol van Nederland, de NVWA-signalen over fraude in de sector, de tik op de vingers vanuit de Europese Commissie wat betreft de naleving van viscontroles vanuit Nederland, en vooral ook wat de inzet van deze staatssecretaris zal worden voor natuur- en vissenwelzijn in combinatie met de andere belangen?
Staatssecretaris Erkens:
Ik kan toezeggen dat we in de brief voor het commissiedebat Visserij op deze punten zullen ingaan. Dat zal ik dan uiteraard ook afstemmen met mijn collega, de minister die hier zit op het gebied van Natuur.
De voorzitter:
Goed. Gaat u verder met de beantwoording.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Heel veel vragen hebben we nu al gehad. Dan waren er nog vragen van het lid Bromet over de subsidiepot van €550.000 voor duurzame vaartuigen, die niet optimaal wordt benut. De beschreven subsidie is beschikbaar voor de verduurzaming van binnenvaartschepen en niet voor visserijschepen. Er zal dit jaar dus wel een nieuwe innovatieregeling opengesteld worden met nationale middelen, om het gat deels te dichten. Er komt dus hopelijk grotendeels een oplossingsrichting voor aan. Met die regeling kunnen onder meer visserijondernemers innovatieprojecten uitvoeren op dit vlak. Daarnaast komen er investeringsregelingen voor energie-efficiëntie die worden opengesteld.
Voorzitter. Het lid Bromet had een vraag gesteld over het artikel in Het Financieele Dagblad over het veroordelen van visfraude, hoe we dat aanpakken en hoe we het geitenpaadje dichten. Laat ik beginnen met te benoemen dat wij inderdaad tegen elke vorm van illegale visserij zijn en dat ons beleid erop is gericht dat te bestrijden. Ook als ik het lees in de krant, voelt het gewoon heel ongemakkelijk, en dan druk ik me nog zachtjes uit. Illegale visserijactiviteiten worden vastgesteld op basis van de Europese visserijwetgeving. Er wordt dus op Europees of internationaal niveau besloten wanneer er sprake is van illegale visserij. Er zijn hierbij duidelijke kaders die wij als Nederland moeten hanteren om de illegale visserij tegen te gaan en te controleren.
De situatie met Rusland op dit vlak en in dit specifieke dossier is heel complex. Vermeende illegale activiteiten en sanctiemaatregelen en wat daar wel of niet onder valt, lopen hier namelijk door elkaar. Er is dus een heel grijs schemergebied in dit dossier. Dat brengt ongemak met zich mee, omdat meer doen niet altijd effectief is of ook andere gevolgen kan hebben. Er zijn dus op dit moment meerdere sancties en andere maatregelen actief die de handel in Russische visserijproducten aan banden leggen. We hebben een importverbod op het gebied van kaviaar en schelpdieren. Luxeproducten vallen dus onder de sancties. Russische schepen mogen ook niet in Nederlandse havens aanmeren. Sinds de periode die wordt beschreven in het artikel van Het Financieele Dagblad hebben we aanvullende maatregelen getroffen die de visserij hierbij treffen, ook in het kader van vermeende hybride dreigingen vanuit Rusland op dit vlak, onder andere rondom de windparken op zee.
Ten aanzien van witvis geldt in verband met de wereldwijde voedselzekerheid geen algeheel handelsverbod vanuit de Europese Unie. Het kabinet zet zich binnen de EU in voor effectieve sancties en het tegengaan van de omzeiling van die maatregelen. Uitbreiding van die sancties kan dus alleen maar in Europees verband worden besloten. We nemen wel ook de activiteiten van die Russische vaartuigen mee in de risicobeoordeling van de NVWA. Die producten controleren we ook altijd extra. Maar het blijft gewoon complex, omdat voedselzekerheid niet onder het sanctieregime valt in Brussel.
De voorzitter:
Dat maakt wat los bij mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Een lang antwoord. Ik had eigenlijk gevraagd om een heldere veroordeling, maar misschien is dit antwoord een heldere veroordeling.
Staatssecretaris Erkens:
Ik gaf volgens mij aan het begin inderdaad aan dat we elke vorm van illegaliteit hierin veroordelen. Als dat niet helder genoeg was, doe ik dat bij dezen ook nog in de bewoording van mevrouw Bromet.
De voorzitter:
Heel goed. Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Dan had het lid Van der Plas vragen over steun voor de vissers. We hebben ook vernomen dat de helft van de Nederlandse boomkorvissers niet de zee op is gegaan omdat het niet rendabel is. Ik ga zelf vrijdag ook op bezoek bij een aantal van deze boomkorvissers, om van hen te horen wat de impact ervan is op hun bedrijf. Het is begrijpelijk dat deze omstandigheden voor vissers grote zorgen en onzekerheid met zich meebrengen. Die signalen trekken we ons nadrukkelijk aan. We brengen op dit moment de situatie in kaart en we bezien wat de impact is op de korte en lange termijn. Er is nu ook een plenair debat gaande over de kabinetsbrede verkenning, met mogelijke gerichte steunmaatregelen. Daarbij nemen we uiteraard ook specifiek de maatregelen voor de visserij mee. Dat zijn wel lastige afwegingen, met name op juridisch vlak, omdat er natuurlijk heel veel in Europese kaders vastligt. Mevrouw Van der Plas heeft daarbij wel eerder aangegeven, ook bij de begroting — dat heb ik toegezegd — om dat maandag en dinsdag in Brussel bespreekbaar te maken, en om aan de hand daarvan in de terugkoppeling van de Landbouw- en Visserijraad de Kamer daarover te informeren, zodat u ook over de aangehouden motie een besluit kan nemen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Uiteindelijk zijn belastingen en accijnzen een Nederlandse aangelegenheid. Wij kunnen daar wel degelijk als Nederlandse overheid anders in bewegen, zonder dat Europa ons op de vingers gaat tikken. Kan de staatssecretaris daar dan op reflecteren?
Staatssecretaris Erkens:
Veel van het visserijbeleid is vastgelegd op Europees niveau. Er zijn gewoon heel veel regels op het gebied van staatssteun op dat vlak. Er zijn inderdaad wel manieren om daar ruimte voor te creëren. Ik zie dit als volgt. Ik moet mijn huiswerk doen richting Brussel en dat gesprek aangaan met de collega's. Het voelt natuurlijk ook heel wrang dat wij gaan praten over de energietransitie en verduurzaming terwijl de helft van de kottervisserij gewoon aan wal ligt.
De heer Chris Jansen (PVV):
Heel kort. Wij gaan toch zelf over accijnzen? Daar gaat de EU toch niet over? Daar gaan wij over.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, op het vlak van visserij is in ieder geval de diesel vrijgesteld. Dat geeft ook aan dat er niet één oplossing is om verschillende sectoren die geraakt worden door de hoge energieprijzen te helpen. De routes die er zouden kunnen zijn voor de visserij, lopen op dit moment grotendeels via Brussel. Vandaar dat ik ook zeg: laat mij dit gesprek aangaan; dan informeer ik de Kamer over de mogelijkheden die er zouden kunnen zijn. Ik kan me niet voorstellen dat andere collega's op dit moment niet met hetzelfde probleem zitten. Ik ga er dus ook niet van uit dat alleen Nederland die vraag zal stellen in Brussel.
De voorzitter:
Akkoord. Gaat u verder.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Ik ben al ingegaan op de pulskor. Mevrouw Van der Plas had er ook vragen over. Dat wil ik inderdaad zeker agenderen. Ook gezien de bredere energieprijsvraagstukken is er aanleiding om dit te agenderen bij de Europese collega's. Het kan namelijk voor zowel onze vloot als buitenlandse vloten een deel van de oplossing zijn.
Voorzitter. Dan gaan we in op de vraag van de heer Van Duijvenvoorde over makreel. Die gaf een mooie lofzang op de geschiedenis van de makreel en de scholen en de verplaatsing. Heel specifiek ging het over een serieus onderwerp, een vraagstuk, namelijk de oneerlijke verdeling en de omvang van de visserij en de makreelvangst in de Europese Unie. De vragen gingen over of ik bereid ben om in Brussel in te zetten op bijsturing naar niet het minst negatieve scenario, conform de andere staten die vissen op makreel, en op het vasthouden aan het historische aandeel van 23%, zoals hij noemde. De andere kuststaten hebben inderdaad de totale vangstmogelijkheden in hun akkoord hoger vastgesteld dan het niveau waarop de zogeheten TAC, Total Allowable Catch, van de EU was gebaseerd. Hierdoor was er geen gelijk speelveld meer voor onze rederijen.
Er ligt nu een voorstel op tafel, ook vanuit Europa, waarmee de EU zich aansluit bij die TAC-hoogte van de andere kuststaten. Dat is onder andere ook op verzoek van Nederland gebeurd. Dat is ook heel recent. Bij dezen. Daarmee steunen we dus ook het voorstel voor een gelijk speelveld. Tegelijkertijd blijf ik het wel van belang vinden dat de Commissie blijft inzetten op een alomvattend akkoord met die kuststaten, waarbij ook afspraken over die verdeelsleutel gemaakt kunnen worden. Het historische aandeel in het bestand zal daarbij voor mij ook centraal staan.
Tijdens de aankomende Landbouw- en Visserijraad zal ik dus ook aandacht vragen voor de situatie van de makreel specifiek. Dit speelt bij een aantal andere lidstaten ook heel duidelijk. Daarbij wil ik het volgende ook benadrukken. We hebben het eerder gehad over de rol van de Russische vloot hierin. Een van de redenen waarom het slecht gaat met de makreelstand is inderdaad dat Rusland hierin ver boven zijn aandeel gaat. Ook dat zal ik agenderen in Brussel, om te kijken of daar stappen op mogelijk zijn, in het belang van onze visserij en dat van de andere kuststaten die hierdoor getroffen worden.
Voorzitter. Dan is dit mijn mapje overig. Ik denk dat dat vrij snel gaat, maar het lid Kostić heeft nog interrupties en dierenwelzijn zit in dit kopje, dus ik laat het aan u, voorzitter.
De voorzitter:
Ik maak even van de gelegenheid gebruik om te zeggen dat we echt tot maximaal 17.00 uur hebben. Dat betekent dus dat ik enige discipline van u allen verwacht.
Staatssecretaris Erkens:
Ik zal proberen het bondig te houden, voorzitter. Ik praat gewoon maar heel snel om voor u binnen de tijd te blijven dit debat.
De heer Lohman vroeg: hoe gaat de minister in de Raad sturen op een eiwitstrategie die onze afhankelijkheid van import vermindert en niet alleen inzet op teelt maar ook op industriële innovatie en consumptie? De Europese Commissie is voornemens om later dit jaar met een voorstel te komen voor de Europese eiwitstrategie. Dat voorstel gaan we nog beoordelen. We zullen de Kamer informeren over onze inzet hierop, maar mijn inzet zou in den brede inderdaad zijn zoals de heer Lohman voorstelt.
De heer Lohman (CDA):
Kan ik daaruit opmaken dat het gaat over een aparte Europese eiwitstrategie, die dus samenhangend is en waarbij al die dingen worden meegenomen in plaats van dat ze worden opgeknipt in stukjes? Daar gaat u voor pleiten?
Staatssecretaris Erkens:
Ik zal daarvoor pleiten zodra de Europese eiwitstrategie eraan komt. Er komt dus een nieuwe Europese eiwitstrategie, waarbij ik ervan uitga dat die in den brede zal zijn. Zo niet, dan zal de Nederlandse inzet nog meegenomen kunnen worden.
Voorzitter. Dan de positie van de Raad inzake de vleesbenamingen, waar net ook een leuk debat over gaande was. De stemming in de Raad over de wijzigingsverordening gemeenschappelijke marktordening heeft afgelopen maandag al plaatsgevonden. Onderdeel daarvan zijn de nieuwe regels over vleesbenamingen. Een gekwalificeerde meerderheid van de Raad heeft dus al steun uitgesproken voor deze wijziging, waarmee die is aangenomen. Anderzijds dient het Parlement de uitkomst van de triloog nog te bevestigen. Zoals in de geannoteerde agenda staat, heb ik aangegeven dat Nederland tegen heeft gestemd, omdat wij geen toegevoegde waarde zien in het stellen van regels over welk woord gebruikt mag worden. Consumentenonderzoek toont ook aan dat consumenten hiervan niet in de war raken.
Voorzitter. Dan hebben we nog het verbod op bont. Dat was een punt van het lid Kostić. Ja, we blijven ons inzetten voor een verbod op de productie en verkoop van bont van pelsdieren. We zijn nog in afwachting van de reactie van de Commissie hierop. Ik hoop dat de Commissie ook overgaat tot een verbod, want de tijd is er Europees echt rijp voor. Veel lidstaten hebben er inderdaad al een verbod op, dus het is goed om dat Europees te kunnen doen. Daarbij ben ik ook bereid om het in mijn gesprek met de Eurocommissaris op te brengen. Ik wil nog één kleine slag om de arm houden over of ik de route van Oostenrijk hierin steun, omdat dat een route is die mogelijk behoorlijk zwaar is om in te zetten. Aangezien we net een discussie met elkaar gehad hebben over dat Brussel geven en nemen is en dat relaties van belang zijn, hoop ik dat het lid Kostić mij de ruimte wil geven om daar ook de wegingen te maken, omdat we als Nederland natuurlijk een heel wensenlijstje hebben op dierenwelzijn. Ik wil de inschatting kunnen maken of ik het hierop wil inzetten of dat ik het bilateraal met de Commissaris bespreekbaar maak in mijn gesprek volgende week. Ik ga het hoe dan ook agenderen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap wat de staatssecretaris bedoelt. Je kunt het ook zien als een soort escalatieladder voor als de Eurocommissaris niet meebeweegt. Hij staat niet bepaald bekend als een groot dierenwelzijnsvoorstander, dus ik verwacht daar een stevig verhaal van de staatssecretaris. Ik wil wel dat de staatssecretaris echt goed kijkt naar deze optie van Oostenrijk, want 1,5 miljoen Europeanen hebben getekend voor een bontverbod in Europa. Hier wachten we al jarenlang op. Europa laat te lang op zich wachten bij dierenwelzijnsvraagstukken, dus ik zou zeggen: zet stevig in en ga mee met Oostenrijk als de Eurocommissaris niet beweegt.
Staatssecretaris Erkens:
Ik ben ertoe bereid daar serieus naar te kijken. Ik hield net die slag om de arm omdat we onder andere ook zitten met die Transportverordening, de verlaging van de maximumtemperaturen voor transport en een aantal andere zaken die op de korte termijn ook zullen spelen. Ik wil dus even de weging maken wat we op dat vlak als Nederland zo snel mogelijk binnen kunnen krijgen en daar de inzet op richten. Maar het verbod op bont steunen wij sowieso. Daar zullen we ons voor inzetten en dat zal ik volgende week ook meenemen in Brussel.
Voorzitter. Ik heb nog de laatste vraag. Die stelt: is de staatssecretaris bereid zich actief in te zetten voor een einde aan de kleine kooien voor kippen en zijn inzet zo snel mogelijk per brief terug te koppelen? In het kader van dierwaardige veehouderij is onze inzet inderdaad gericht op het uitfaseren van die kooihuisvesting voor kippen. Rond de zomer gaat inderdaad de AMvB in voorhang. We steunen vanuit Nederland dan ook het End the Cage Age-initiatief. We zullen dit ook onderschrijven en inbrengen vanuit Nederland in reactie op de publieke consultatie van de Europese Commissie van eind afgelopen jaar. Wij gaan in Nederland sowieso naar uitfasering, via de AMvB. Tegelijkertijd betekent dat dat als Europa daar ook op inzet, we zowel iets doen voor dierenwelzijn als voor het gelijke speelveld van onze eigen pluimveehouders.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is heel goed om te horen. Zou de staatssecretaris ook per brief actief willen terugkoppelen over de inzet als hij naar Europa is gegaan? Hetzelfde geldt eigenlijk als het gaat over bont. Ik ben heel benieuwd naar de resultaten van het gesprek met de Eurocommissaris. Daar wil ik graag zo kort mogelijk na het gesprek een actieve terugkoppeling over.
Staatssecretaris Erkens:
Dat lijkt me logisch.
De voorzitter:
Wat is voor de staatssecretaris dan "zo kort mogelijk na het gesprek"?
Staatssecretaris Erkens:
Zodra we de terugkoppeling van de LVR naar de Kamer sturen. Dat is meestal vrij recent en snel na het debat.
De voorzitter:
Mooi zo. Dan dank ik de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording in eerste termijn. O, u heeft nog een vraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik heb een punt van orde. We hebben nog een kwartier. Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat we een tweeminutendebat inplannen en de tweede termijn nu laten zitten, als mijn collega's dat ook willen. Ik vind het best als de heer Lohman dan de eerste spreker is. De antwoorden die we nog verwacht hadden in de tweede termijn zouden we dan schriftelijk kunnen krijgen.
De voorzitter:
U bent mij net voor, want ik wilde net inventariseren wie van u behoefte heeft aan een korte tweede termijn.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Deze opmerking had ik eigenlijk bewaard voor de tweede termijn. Ik wil nog één vraag stellen over de Omnibus. De staatssecretaris zou die eigenlijk nog beantwoorden. In het begin had ik gevraagd hoe de staatssecretaris toetst dat die Omnibus geen schade aanricht aan natuur, milieu en gezondheid. Daar heb ik nog geen antwoord op gekregen.
Staatssecretaris Erkens:
Dat is omdat we nog de schriftelijke beantwoording gaan sturen over het Omnibusvoorstel en we er daar vrij gedetailleerd op ingaan. Mijn voorstel zou zijn dat ik daar in die korte schriftelijke beantwoording op hoofdlijnen een antwoord op naar u stuur en dat we daar uitgebreider op terugkomen in de schriftelijke beantwoording van een schriftelijk overleg. Daar kom ik dus in tweevoud op terug.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik wil het voorstel van collega Bromet graag ondersteunen, maar ik heb een vraag gesteld over het Ocean Pact. Daar heb ik nog geen antwoord op gekregen. Misschien heeft de staatssecretaris dat antwoord nog liggen; anders kan hij daar wellicht nog even schriftelijk op terugkomen.
De voorzitter:
Is dat zo? Kunt u dat direct doen?
Staatssecretaris Erkens:
Dat kan ik direct doen. Het Ocean Pact staat nu niet op de agenda van de Landbouw- en Visserijraad. Dat ligt bij de collega van IenW, dus we voorzien geen discussie daarover op dit moment.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb nog een onbeantwoorde vraag aan de minister. Mijn vraag was: kan de minister vóór de eerstvolgende Landbouw- en Visserijraad een diversenpunt aandragen over onze Europese afhankelijkheid van kunstmest door de afgedwongen beperking van het gebruik van dierlijke mest? Die vraag is volgens mij nog niet beantwoord.
De voorzitter:
Ik kijk tijdens dit geïmproviseerde veegrondje nog even naar de minister om te zien of hij daar nu antwoord op kan geven of dat dat op een later moment komt.
Minister Van Essen:
Daar kom ik nog even op terug. Ik wil even van de gelegenheid gebruikmaken om iets te zeggen over de Omnibusvoorstellen. Wij hebben in het schriftelijk overleg voor de Milieuraad aangegeven dat we niet wensen dat Omnibusvoorstellen op het gebied van milieu, gezondheid en dergelijke verslechteringen inhouden. Op het moment dat u daarop een standpunt wil waar ook LVVN bij betrokken is geweest, kunt u kijken naar de schriftelijke antwoorden op de vragen over de recente Milieuraad.
De voorzitter:
Dat is een tip. Als laatste ga ik nog even naar het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wij lezen uiteraard heel goed de stukken. Het probleem is dat er niet wordt getoetst. Je wil misschien willen dat het geen schade aanricht, maar bij ons weten wil Europa daar geen toets op doen. Dus hoe gaat Nederland ervoor zorgen dat er daadwerkelijk geen schade wordt aangericht door het Omnibusvoorstel? Alle seinen staan nu de verkeerde richting op volgens de experts.
De voorzitter:
Met die vraag gaan we straks richting een tweeminutendebat. Volgens mij kunnen we die conclusie trekken. Ik zag mevrouw Bromet daar als eerste het initiatief toe nemen en …
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, volgens mij is het de gewoonte dat de eerste spreker dat aanvraagt. Als dat de heer Lohman is, vind ik dat prima.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Lohman om te zien of hij inderdaad behoefte heeft aan een tweeminutendebat. No pressure!
De heer Lohman (CDA):
Ik word opgevoed. Maar ik wil inderdaad graag een tweeminutendebat aanvragen.
De voorzitter:
Hartstikke goed. Dat betekent dat wij een tweeminutendebat gaan inplannen. Het tweeminutendebat wordt morgen gehouden, hoor ik. Wat wilt u nog meer? U kunt dus morgen gezellig met elkaar verder in gesprek.
Voordat wij dit debat afsluiten, loop ik nog even de toezeggingen langs.
- De minister van LVVN zal zich verdiepen in het besluit inzake de 1,2% bodembescherming. Dat volgt uit het Noordzeeakkoord. Hij zal de Kamer voor het commissiedebat Visserij informeren of hij zich hierin kan vinden. Dat is een toezegging aan mevrouw Bromet van GroenLinks-PvdA.
- De Kamer zal in de brief over het convenant gewasbeschermingsmiddelen, dat voor de zomer aan de Kamer wordt gestuurd, terugkomen op het onderwerp "drift" en ingaan op eventuele oplossingsrichtingen voor biologische boeren. Dat is een toezegging aan het lid Kostić.
- De staatssecretaris van LVVN zal in de brief die voor het commissiedebat Visserij aan de Kamer wordt gestuurd, ingaan op overbevissing, signalen van de NVWA over fraude in de sector, naleving, viscontroles en de inzet op natuur- en vissenwelzijn in relatie tot andere belangen.
Dat is bijna een hele brief!
- De staatssecretaris van LVVN zal de Kamer bij het verslag van de LVR informeren over het gesprek met de Eurocommissaris.
Dat zijn de toezeggingen die ik heb opgeschreven. Mevrouw Kostić mist nog iets.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik zou dat laatste specifieker willen toespitsen met: "het gesprek met de Eurocommissaris voor Dierenwelzijn over het verbod op bont en de kooi."
De voorzitter:
Dat wordt toegevoegd en dat scheelt dan alweer. Hartstikke goed. Ik dank u allen voor het goede gesprek en ik dank in het bijzonder de bewindspersonen voor hun aanwezigheid en de beantwoording. Ik wens u verder een hele fijne middag en avond.