[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]
Datum 2026-03-25. Laatste update: 2026-03-30 14:41
Thorbeckezaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

Politie

Opening

Verslag van een commissiedebat

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 25 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, over Politie.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,

Eerdmans

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,

Burger

Voorzitter: Ellian

Griffier: Van Tilburg

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Coenradie, Diederik van Dijk, Ellian, Faber, Lammers, Mathlouti, Mutluer, Van der Plas, Straatman en Struijs,

en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.

Aanvang 10.00 uur.

Politie

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 juli 2025 inzake reactie op verzoek commissie om geen onomkeerbare stappen te zetten bij mogelijke uitbesteding meldpunt 144 (29628, nr. 1280);
  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 15 september 2025 inzake uitkomst onderzoek politie meldpunt 144 (29628, nr. 1297);
  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 december 2025 inzake voortgang veilig en gastvrij betaald voetbal 2025 (25232, nr. 92);
  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 januari 2026 inzake advies van het Adviescollege ICT-toetsing over het project FMS+ bij de politie (29350, nr. 17);
  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 maart 2026 inzake inzage in politiesystemen (29628, nr. 1314);
  • de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 10 maart 2026 inzake vervolg inzage politiesystemen (29628, nr. 1316).

De voorzitter:

Dames en heren, ik open de vergadering van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid. Op de agenda staat het commissiedebat Politie. Ik heet uiteraard alle collega's van harte welkom. Ik zal ze zo voorstellen, als ze hun inbreng doen. Ik heet uiteraard de minister van Justitie en Veiligheid en zijn ondersteuning welkom in de Kamer. Ik heet alle mensen in de zaal en alle andere geïnteresseerden die op een andere manier dit commissiedebat volgen van harte welkom. Ik wil het volgende afspreken met de collega's. We doen drie interrupties. Een interruptie is onder de 45 seconden. Ik zal daar echt op toezien. Dan zou het allemaal binnen tijd die we hebben — we hebben tot 13.00 uur — moeten passen.

We gaan snel beginnen met de eerste termijn van de PVV. Die zal mevrouw Faber uitspreken. Gaat uw gang.

Mevrouw Faber (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ik u graag bedanken dat u deze commissievergadering wil voorzitten vandaag. Dank u wel daarvoor. U bent namelijk niet de officiële voorzitter. Dank! Ik weet dat u een drukke agenda heeft.

Voorzitter. Terwijl er bommen geplaatst worden, niet alleen bij Joodse instellingen, maar ook op de Amsterdamse Zuidas, zitten politieagenten in uniform en politici gezellig te iftarren. De politie schuift niet alleen aan, maar schroomt ook niet om zelf jaarlijks iftars te organiseren. Zo was het weer raak in de lieve stad Amsterdam. Daar werd weer een grote zaal afgehuurd in de Beurs van Berlage. Ja, het mag wat kosten! Volgens de eigen berichtgeving van de Politie Eenheid Amsterdam namen hieraan honderden collega's deel. Wat kost die ongein eigenlijk? Graag een reactie van de minister. De politie in Utrecht ontpopt zich schaamteloos als een islamitisch marketingbureau. Lachende politieagenten, uiteraard in uniform, scheppen soep bij de iftar, terwijl zij de ramadan als heilige maand presenteren. Er worden flyers over de ramadan uitgedeeld, compleet met politielogo. Dit wordt allemaal gedaan van belastinggeld. Zo betaalt de argeloze belastingbetaler mee aan de islamisering van Nederland. Alsof dat nog niet genoeg is, worden bewoners door de politie aangemoedigd om deel te nemen aan de iftars in de buurt.

Ondertussen vermijden kabinetsleden het "i-woord", islam, maar laven ze zich wel aan de iftartafels. Ze willen natuurlijk hun geïmporteerde stemmen binnenhalen. Het zou allemaal gaan om het zoeken naar verbinding in de samenleving, maar het is je reinste capitulatie van angsthazen en dwazen. Er wordt namelijk geen katholieke mis georganiseerd. Waarom? Omdat de terrorist niet roept "Jezus redt" maar iets met "Allah". Dat was recent weer terug te horen in de boodschap van de islamitische organisatie die de aanslagen op de Rotterdamse synagoge, de joodse school en het atrium in de Zuidas opeist. Dat was een boodschap vol bedreigingen aan het vrije Westen en Jodenhaat. Dat alles in de naam van Allah. En maar kletsen over verbinding en diversiteit. Binnen de islam is er geen verbinding en diversiteit, alleen maar onderwerping.

Dat is het gevolg van op je knieën liggen. Het veroorzaakt enkel minachting voor het gezag, minachting voor de politie. In Overvecht was het weer zover: nadat de politie een verdachte op een scooter had aangehouden, werd de politie bekogeld door een groep van 50 personen. Een buschauffeur die bekogeld werd met brandbommen, moest rennen voor zijn leven. Wakker geworden na dit incident eiste burgemeester Dijksma een eigen ME-peloton in Utrecht. Wel stoer, hoor! Maar is ze bereid om het peloton ook daadwerkelijk in te zetten? Het verleden toont immers dat kortstondig politiegeweld Dijksma al te ver ging. Maar wat als het dan echt moeilijk gaat worden? Laat ze dan de ME de straat schoonvegen of veegt zij liever haar eigen politiek correcte straatje schoon? Mijn vraag aan de minister is: hoeveel incidenten moeten er nog plaatsvinden voordat de minister een ME-peloton in Utrecht toewijst?

Voorzitter. Lelystad wordt geteisterd door de Kempenaarbende. De geweldsgolf richt zich niet alleen op bewoners, maar ook op politieagenten, die worden geïntimideerd en bedreigd. Slachtoffers van afpersing twijfelen aan de doortastendheid van de politie. Zij vermoeden dat agenten terughoudend zijn uit angst zelf doelwit te worden. Als zelfs agenten terughoudend worden, wie zal er dan nog handhavend gaan optreden? Frappant is dat een vermeende leider, Matien H., die vastzit op verdenking van inbraak, recent met enkelband en gebiedsverbod de straat op mocht om zijn rijbewijs te halen. Wat is dat voor gekkigheid? Is deze beslissing soms voortgekomen uit dreigementen en intimidaties? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Ondanks dat deze Kamer de motie over een digitale schandpaal, ingediend door de PVV, heeft verworpen, gebruikte de politie toch deze werkwijze, en met succes. Complimenten aan de politie! De politie startte met de actie Game Over?! en opende de jacht op 100 nepagenten die zich vooral richtten op kwetsbare ouderen. Ze werden voor miljoenen opgelicht. Er werden 100 foto's van nepagenten gepubliceerd op het internet. Zij stonden er gekleurd op. Na een week zijn er veertien verdachten opgepakt. Gisteren stond de teller op 48. Dit is pas het topje van de ijsberg, want het aantal incidenten met nepagenten steeg in 2025 tot ruim 13.000 gevallen. Wat is de status van het aantal opgepakte verdachten nu? Worden er nog meer foto's gepubliceerd van verdachten? Graag een reactie van de minister.

Tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:

U ook bedankt voor uw aardige woorden. Het is altijd een voorrecht om deze mooie commissie te mogen voorzitten. Ik kijk even en zie geen interrupties. Dan gaan we naar mevrouw Coenradie voor haar eerste termijn namens JA21.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. Inderdaad ook alle dank aan u voor het waarnemen van deze rol, zeker in deze hele drukke tijden.

Voorzitter. De politie staat onder druk door falend beleid en een organisatie die de grip verliest. Er zijn te veel taken, regels en verwachtingen. Agenten worden ingezet voor problemen buiten hun kerntaak. De politie is geen zorginstelling, geen maatschappelijk vangnet en geen probleemoplosser voor elk falend systeem in dit land. Toch sturen we agenten maar af op situaties die niets met hun kerntaak te maken hebben. Daarom moeten we ook harde keuzes gaan maken. JA21 wil dat binnen een jaar de politietaken fundamenteel worden herijkt. Zorgtaken horen in de zorg, niet bij de politie. Gemeenten moeten hun crisisdiensten op orde hebben. Nieuwe taken mogen alleen nog bij de politie worden neergelegd als de Kamer daar expliciet mee instemt en agenten op straat daar actief in worden meegenomen. Deelt de minister dit en wanneer volgt actie?

Voorzitter. We hebben de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd …

De voorzitter:

Sorry, momentje. U heeft een interruptie van mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Ik deel de zorgen van mevrouw Coenradie over het feit dat de politie veel te veel tijd kwijt is aan personen met onbegrepen gedrag. Ik zie echter ook dat de politieorganisatie — ik ben al met heel veel werkbezoeken mee geweest — met allerlei pilots al jaren probeert om hier iets mee te doen. Als de zorgketen niet op orde is en de veiligheid in het geding is, moet de politie op het laatste moment ingrijpen. Hoe realistisch vindt mevrouw Coenradie, gezien alles wat de politieorganisatie al doet, een termijn van een jaar om die taken weg te halen bij de politie? Dat is toch helemaal niet realistisch?

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ik ben een resultaatgericht persoon. Met mijn ongeduld zou ik willen dat er meer mensen met ongeduld in Den Haag zouden zitten. Misschien zouden we dan wat sneller zaken bereiken. Ik heb inderdaad de ambitie om binnen een jaar zaken te herijken. Denk ik dat het realistisch is om het hele systeem vervolgens compleet op de schop te nemen? Nee, ik denk niet dat dat binnen een jaar kan, maar laten we in ieder geval eens een begin maken. Dat betekent ook dat we met elkaar moeten onderkennen dat bijvoorbeeld mensen die in de ggz thuishoren, verwarde mensen, niet in de strafrechtketen thuishoren. Daar zou ook zeker mevrouw Straatman, vanuit een coalitiepartij, heel nadrukkelijk naar moeten kijken. Ik zou dus zeggen: neem dat ook mee in het vraagstuk over de bezuinigingen in de zorg.

Mevrouw Straatman (CDA):

Ik ben het er helemaal mee eens dat we zien dat veel te veel mensen met zorgtaken de strafrechtketen ingaan. Dat zei ik ook al in het begin. Daar is dus geen discussie over. Mijn interruptie ging over die termijn van een jaar. Ik vind dat je dan geen recht doet aan de politieorganisatie en alle inzet die al wordt gepleegd. Ik was in Groningen. Daar was een spv'er mee in de auto die keek hoe dingen veel efficiënter konden. De politieorganisatie doet al heel veel. Daar gaat dit kabinet ook verder mee aan de slag. Maar laten we het debat wel realistisch voeren. Binnen een jaar dit helemaal oplossen — dat proberen we al jaren — lukt niet. Het heeft onze aandacht, maar we moeten het wel realistisch houden.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Als mevrouw Straatman goed heeft geluisterd, heb ik het woord "herijken" genoemd. Ik heb niet gezegd "dan moet het klaarstaan". Herijken betekent dat we met elkaar kijken hoe we dit binnen een jaar anders gaan organiseren. Ik denk dat dat realistisch is. Je ziet dat dat echt een heel groot vraagstuk is en heel urgent is binnen onze samenleving. Dat merk ik niet alleen vanuit het werkveld, maar ook vanuit gewone mensen die behoefte hebben aan een hele andere behandeling dan een politiecel.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Ik vind het heel fijn om het vandaag over verward en onbegrepen gedrag en de rol van de politie en zorg te hebben. We hebben nota bene vanuit de politieportefeuille een hele parlementaire verkenning gedaan naar dit onderwerp. We hebben heel veel aanbevelingen gedaan. We zien een enorme versnippering. Degenen die erover gaan, pakken hun rol niet op, waardoor de taken bij de politie terechtkomen. Daar moet wat aan gebeuren. In april hebben we daar een uitgebreid debat over. Ik hoop dan ook dat ik mij er samen met mijn collega Coenradie, die net zo ongeduldig is als ik en die als oud-staatssecretaris weet hoe weerbarstig politiek kan zijn en hoe langzaam dingen kunnen gaan, sterk voor kan maken dat dit gewoon op een goede wijze tot stand gebracht wordt. De zorg moet aan de bak, maar ook de politie moet aan de bak als het gaat om zware gevallen waar de politie ook een rol in speelt. Ziet mevrouw Coenradie dat ook zo?

De voorzitter:

U kwam later binnen, collega Mutluer, dus ik denk niet dat u het heeft meegekregen, maar boven de 45 seconden tel ik voor twee. Ik mats u, maar ik zeg tegen iedereen: dat doe ik één keer, want het risico met matsen is dat je het daarna honderd keer moet doen. Dus vooruit. Het commissiedebat waar mevrouw Mutluer op doelt, is op 9 april aanstaande.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ik denk dat we elkaar daarin kunnen vinden, omdat het geen geheim is dat ik in de hele strafrechtketen echt een enorm zware belasting zie, die juist mede veroorzaakt wordt door mensen met verward gedrag, die helemaal geen baat hebben bij een plek in de strafrechtketen, maar die wel baat hebben bij een plek in bijvoorbeeld in de ggz of op een andere manier geholpen moeten worden. Ik denk dus dat het heel goed is dat we beide debatten heel scherp voeren en dat we ook met elkaar kijken hoe we gaan zorgen dat we die zaken goed uit elkaar houden, want daar heeft iedereen baat bij. Dus ja, absoluut.

De voorzitter:

Oké. Dan continueert mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. We hebben de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd in de politie, maar het sentiment op de werkvloer is consistent hetzelfde: wij merken er niets van. De eerste vraag die bij mij oppopt, is of we het geld wel aan de juiste zaken uitgeven. Graag een reactie. Ik zal alvast een steen in de vijver gooien: dat doen we niet. Het verdwijnt te veel in een wirwar van programma's, projectleiders, consultants en managementlagen. Ondertussen staat de agent op straat met te weinig collega's en met te weinig middelen. Dat komt deels door de financiering en deels door de situatie op de arbeidsmarkt.

Dan kom ik bij de korpsleiding. Laten we eerlijk zijn: het vertrouwen van de werkvloer in de top is ernstig beschadigd en misschien wel onherstelbaar beschadigd. Agenten ervaren afstand, een gebrek aan leiderschap en een top die onvoldoende levert. Dit is een structureel probleem. Dan moeten we de vraag durven stellen die leeft op de werkvloer: is de positie van de huidige korpsleiding houdbaar? Graag een reactie. JA21 pleit voor een onafhankelijke evaluatie van de korpsleiding binnen zes maanden, waarbij niet alleen naar papieren prestaties wordt gekeken, maar juist naar het vertrouwen op de werkvloer. Gaat de minister dit oppakken?

De voorzitter:

U zag de interruptie al. Meneer Struijs, aan u.

De heer Struijs (50PLUS):

Als mevrouw Coenradie een evaluatie wil, wil zij hier dan ook een evaluatie van de minister en DG POL in meenemen? Er is namelijk wel degelijk een samenhang tussen die twee. Mijn vraag is of dat dan onderdeel wordt van deze evaluatie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Als het gaat over wat er de afgelopen periode is gebeurd en als het gaat om bijvoorbeeld die 1.700 collega's, kan ik me deze vraag heel erg goed voorstellen. Tegelijkertijd heb ik inmiddels niet alleen talloze werkbezoeken gehad bij de politie, maar heb ik inmiddels ook honderden agenten gesproken — ik ben hier echt letterlijk dag en nacht mee bezig — en hoor ik daarin veelvuldig terug dat agenten echt merken dat de kloof tussen de leiding, onder andere de korpsleiding, en de werkvloer zo ontzettend groot is. Ik denk echt dat dat probleem zo groot is, zo ontzettend sterk aanwezig is en voor zo veel problemen zorgt binnen die organisatie dat dat onhoudbaar is en dat we dus ook wel goed met elkaar moeten kijken naar wat er nu uit zo'n onderzoek komt en naar wat de minister hier dan vervolgens mee gaat doen. Maar ik heb er wel behoefte aan dat het allemaal boven tafel komt. Nu blijft het namelijk de beerput waar ik in kijk en waar ik heel veel uit hoor, en tegelijkertijd zie ik ook agenten die er moeite mee hebben om in het openbaar hun verhaal te doen uit angst voor represailles.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik herken een groot deel van uw analyse, maar ik zal er dadelijk in mijn betoog ook op komen dat het systeem, dus de organisatie, wel heel erg opgetopt is met heel veel lagen. Wil mevrouw Coenradie met mij optrekken om ook daar eens kritisch naar te kijken, zodat chefs weer operationeel gaan steunen en aansturen in plaats van met allerlei ballast te maken krijgen?

Mevrouw Coenradie (JA21):

Absoluut. Ik deel die mening heel erg. De organisatie is heel erg hiërarchisch ingedeeld en kent inderdaad heel veel lagen. Dat is voor mij ook een reden geweest om een paar weken geleden schriftelijke vragen aan de minister te stellen over hoe dat nu eigenlijk precies zit en hoe de functies zich tot elkaar verhouden. Ik heb bijvoorbeeld geen moeite met een aantal mensen op het PDC, maar ik zet vraagtekens bij de verhoudingen. Ik wil wel de feiten boven tafel krijgen. Ik heb die tot nu toe te weinig. Het komt in ieder geval steeds bovendrijven dat het huishoudboekje ergens niet op orde is en dat we gewoon te weinig inzicht hebben in hoe dat er precies uitziet. Maar ik ben wel van mening dat er te veel lagen zijn. Dat is ook precies wat ik terugkrijg. Er zijn zo veel lagen dat berichten de korpsleiding niet bereiken en dat dat andersom ook niet gebeurt. Mensen voelen zich niet gehoord en gesteund. Dat is toch echt wel de gemene deler.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik deel de verontwaardiging van mevrouw Coenradie helemaal. Ik zal daar zelf ook nog op ingaan. Mevrouw Coenradie zegt dat het — ik vat het maar even samen in één woord — onhoudbaar is. Heeft mevrouw Coenradie nog vertrouwen in de korpsleiding?

Mevrouw Coenradie (JA21):

Heel eerlijk gezegd niet. Tegelijkertijd is het verhaal ook iets genuanceerder. Eén iemand eruit betekent namelijk niet dat het probleem is opgelost. Dat wil ik hier ook niet stellen. Ik denk echt dat er rigoureus zaken veranderd moeten worden binnen de politie. Dat betekent dat de korpsleiding een pas opzij moet zetten, maar dat niet alleen. Ik denk dat er nog veel meer mensen binnen de organisatie rondlopen waar we toch wel vraagtekens bij kunnen zetten. Ik vind dat iedereen die in die organisatie rondloopt, moet weten wat er op de werkvloer speelt, moet zorgen voor een veilige werkomgeving en er echt toe moet doen. Dat is ook een reden geweest om daar uitvoerig wat vragen over te stellen richting de minister en ook om er in dit betoog het een en ander over te zeggen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

We zien wel een patroon bij de huidige korpsleiding, en zeker bij de huidige korpschef, met het voor de bus gooien van politieagenten. Ik hoor mevrouw Coenradie nu zeggen dat de korpsleiding een stap opzij moet doen. Kan ze duiden wat ze daarmee bedoelt? Moet de korpsleiding vervangen worden, of moet er iets matigers gebeuren? Kan mevrouw Coenradie dat uitleggen?

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ik denk dat de korpsleiding moet vertrekken. De schade is echt heel erg groot. Ik denk dat een herstel van het vertrouwen niet meer mogelijk is. Dat zijn in ieder geval de geluiden die ik hoor van echt ongelofelijk veel agenten. Ik hoor dat van agenten die op straat rondlopen, maar inmiddels ook van direct leidinggevenden. Het is dus echt niet mis. Tegelijkertijd wil ik ook de minister vragen om daar een oordeel over te vellen en te kijken naar wat er mogelijk is. Ik ben ook gewoon heel erg benieuwd hoe deze minister hiernaar kijkt. Heel eerlijk gezegd denk ik dat als we zaken nu niet rigoureus veranderen, onder andere door de korpsleiding en een aantal mensen daaromheen weg te sturen, we hier over een jaar hetzelfde gesprek zouden kunnen voeren. Daar wil ik voor waken.

De voorzitter:

Mevrouw Straatman, dit is dan uw laatste interruptie.

Mevrouw Straatman (CDA):

Ja, dat is goed, voorzitter. Ik wil hier toch op reageren, want ik heb wel wat moeite met de toon van dit debat. Daarmee wil ik helemaal niet zeggen dat er geen dingen misgaan. Je mag stevig zijn. Je mag stevig zijn op de korpsleiding en je mag stevig zijn op de korpschef, maar ik vind dat je dat wel op een faire manier moet doen. Dat moet als we kritiek hebben op de transparantie over de inzet van de middelen van de politie. Als er, zoals in de situatie nu, dingen misgaan met de communicatie, moeten we ze op de inhoud bevragen, maar taal doet ertoe, en de taal die wij hier in deze commissie spreken ook. Ik geloof in een politieorganisatie waarin er vertrouwen is van agenten in de korpsleiding en van de korpsleiding in agenten. Dan helpt het niet als wij als politiek roepen dat het vertrouwen niet meer te herstellen is, dat de korpsleiding weg moet en dat individuele personen weg moeten. Erkent mevrouw Coenradie dat je de politieorganisatie daarmee niet versterkt, maar eerder verzwakt? Uiteindelijk heb je namelijk iedereen in die organisatie nodig, ook de mensen in de top.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ik denk dat heel Nederland erbij gebaat is dat we geen kiekeboe spelen. Dat is precies wat ik hier doe: ik benoem de zaken. Dat doe ik echt op basis van talloze gesprekken. Ik weet gewoon waar ik het over heb, dus dit is niet uit de lucht gegrepen. Ik zou het ook mooi vinden als dat blijkt uit onderzoeken. Voor mijn part verzinnen we van alles en nog wat. Ik kom daar later in mijn betoog ook op terug met wat ideeën om dat ook feitelijk nog verder te laten duiden. Ik ga hier niet voor weglopen.

Wat betreft de toon of de woorden ben ik daar heel helder in. Het vertrouwen moet er zijn, niet alleen vanuit de korpsleiding naar de mensen toe, maar ook andersom. En dat is er gewoon niet. Uit talloze voorbeelden afgelopen week is gebleken dat de korpsleiding in ieder geval niet ondubbelzinnig achter de mensen staat, dus over welk vertrouwen hebben we het dan? Ik ben dan inderdaad heel erg duidelijk. Ik vind ook dat dat bij mijn rol hoort, zeker als het gaat om het controleren van het werk van de minister.

De voorzitter:

U bent er doorheen, mevrouw Straatman. Mevrouw Coenradie, u bent ongeveer op de helft van uw betoog, denk ik.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ja, ik denk het wel.

De voorzitter:

Oké, gaat u verder.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. De politie is een van de grootste organisaties van Nederland, maar wordt nog te vaak niet bedrijfsmatig geleid en dat moet anders. JA21 wil dat er gestuurd wordt op heldere prestaties, op inzetbaarheid, responstijden en opsporingsresultaten, dat er per eenheid transparant wordt gerapporteerd en dat er wordt ingegrepen als resultaten structureel achterblijven. Wanneer gaat de politie nu eindelijk sturen op resultaten in plaats van op processen?

Een punt dat breed leeft op de werkvloer, is de focus binnen de organisatie. De politie is er voor veiligheid, niet voor allerlei programma's rondom diversiteit en inclusie, niet voor ideologisch gedreven projecten vanuit het perspectief van een links-liberale, progressieve en Randstedelijke bovenlaag. Niemand buiten deze Randstedelijke bubbel volgt dit, echt niemand. Dit beleid zorgt voor tweespalt tussen werkvloer en top, maar ook tussen inwoners: stad versus regio, buitenwijken versus stadscentra. Kortom, het polariseert ons land. Deelt de minister dat het draagvlak voor dit soort hobbyprojecten beperkt is en is hij bereid om weer de prioriteit te leggen bij kwaliteit, inzetbaarheid en veiligheid?

Laten we ons richten op wat er echt speelt op de werkvloer: een angstcultuur binnen de politie. Agenten durven zich niet uit te spreken uit vrees voor represailles, zoals slechte roosters, gemiste promoties of uitsluiting. Deze signalen hoor ik overal. Daarom stelt JA21 een onafhankelijke meldautoriteit voor met bescherming voor melders en sancties bij intimidatie. Waarom is dit geen onderdeel van de veiligheidsagenda in wording?

Tot slot. De combinatie van sociale media en een gebrek aan vertrouwen vanuit politiek en leiding verlamt onze politie in het uitvoeren van haar geweldsmonopolie. Agenten handelen met het oog op beeldvorming, niet op veiligheid, en dat is onacceptabel. Wat gaat de minister concreet doen om deze ontwikkeling radicaal te keren?

Tot zover.

De voorzitter:

Oké. Dan gaan we over naar de eerste termijn van mevrouw Lammers namens de Groep Markuszower.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Voorzitter. Onze politiemannen en -vrouwen staan iedere dag op straat voor onze veiligheid. Zij zijn het gezicht van de Staat. De politie hanteert het zwaard van de overheid. Een grote taak rust op hun schouders. Om die taak goed te kunnen uitvoeren, moet één ding glashelder zijn: het politieapparaat krijgt volledige rugdekking en bescherming vanuit de politietop, punt uit. Neem het recente voorbeeld van de moordzaak rond Lisa. 1.700 politiemensen werden publiekelijk aangevallen omdat zij ongeoorloofd politiesystemen zouden hebben geraadpleegd. Agenten werden publiekelijk aan de schandpaal genageld. Sommigen kregen zelfs een foeibrief terwijl de feiten nog niet eens vaststonden. Ongehoord. Dit ondermijnt het aanzien van het hele politieapparaat en haalt de motivatie onderuit bij de mensen die dag in, dag uit hun leven wagen voor onze veiligheid. De gemaakte excuses zijn op hun plaats, maar eigenlijk niet genoeg.

De korpschef en de politietop moeten pal achter hun agenten gaan staan, juist nu terrorisme en straatgeweld ons land in de greep houden, want dat geweld neemt explosief toe. Op 10 maart werd de politie in Utrecht Overvecht aangevallen door een groep van 50 straatterroristen. Agenten werden bekogeld met stenen, glas en zwaar vuurwerk. De situatie was zelfs zo ernstig dat een stadsbus als schild moest worden ingezet. Dit is een regelrechte aanval op het gezag van de Nederlandse Staat. De burgemeester roept om een eigen ME-peloton. Dat is begrijpelijk, maar het is pure symptoombestrijding. Want waar komt die capaciteit vandaan? Gaat dit ten koste van andere regio's? En vooral: hoe voorkomen we dat dit zich herhaalt? De politie moet de ruimte en het vertrouwen krijgen om het gedrag te herstellen. Gebruiken straatterroristen zwaar vuurwerk tegen de politie, dan moeten zij met scherp terugschieten. Schiet gewoon terug. Zo moeilijk is dat niet. Zij bedreigen niet alleen de levens van onze dappere politiemannen en -vrouwen en van voorbijgangers, maar zij ondermijnen ook het gezag van de Staat. Graag een uitgebreide reactie van de minister.

Voorzitter. Dan wil ik de poging tot liquidatie van een politiemedewerker in Schoonhoven benoemen. Op 19 maart werd een politieman van Iraanse afkomst bij zijn eigen woning neergeschoten, een man die was gevlucht voor het vreselijke Iraanse regime. Allereerst spreek ik vanaf deze plek mijn steun uit voor deze politieman en wens ik hem een spoedig en volledig herstel. Voor zover ik weet, ligt hij nog altijd zwaargewond in het ziekenhuis en loopt de dader nog altijd vrij rond. Het lijkt erop dat de lange arm van Iran zelfs tot in Schoonhoven reikt. Nederland mag geen vrijplaats worden voor Iraanse moordcommando's. Toch lijkt het er steeds meer op dat dit wel het geval is. Iraanse dissidenten zijn schijnbaar niet veilig in Nederland. We hebben ook al meerdere aanslagen op Joodse instellingen gezien, waarbij het vermoeden bestaat dat Iran erachter zit. Wij stellen voor om onmiddellijk een tijdelijke speciale politie-eenheid op te tuigen die zich richt op de bescherming van Iraanse dissidenten en op het opsporen van Iraanse zogenoemde sleeping cells in Nederland. Is de minister bereid dit te regelen en hierover het gesprek aan te gaan met de korpschef?

Dank u wel.

De voorzitter:

Oké. U bedankt. Dan gaan we naar de eerste termijn van mevrouw Van der Plas, namens BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter, dank u wel. Je bent politieagent en je begint 's ochtends je dienst. Je bent klaar voor je briefing, maar die komt er niet eens van, want de meldkamer roept. Je moet naar een zwaar ongeval. Je bent als eerste ter plaatse. De bestuurder is niet aanspreekbaar achter het stuur. Er zitten huilende kinderen op de achterbank. Wat ga je doen? Levensreddend handelen, afzetten en het overzicht houden. Voordat je het weet, is er een volgende melding, voor een reanimatie van een man van 60 jaar oud, die niet meer te redden is. Later op de dag moet je naar de familie toe. Je staat voor de deur en moet een verschrikkelijke boodschap brengen aan de familie van deze meneer.

Voorzitter. Dit is het werk van de politieagenten. Zo kan ik nog veel meer voorbeelden noemen. Dagelijks gaan zij van huis weg en weten zij eigenlijk niet of zij 's avonds wel thuis kunnen komen. En wat gebeurt er dan aan het einde van de dag? Je zit eindelijk even bij je bureau om een hapje te eten. Je opent je mail en dan zie je een mail van de korpsleiding. Je gelooft je ogen niet. Je wordt beschuldigd van misbruik van systemen. Je wordt publiekelijk zwartgemaakt door je eigen minister en de korpsleiding, zonder hoor en wederhoor. Dan doel ik natuurlijk op de zaak van Lisa. Dit is echt woestmakend. Mensen die zich dag en nacht inzetten voor onze veiligheid worden publiekelijk afgebrand door dezelfde mensen die hen zouden moeten beschermen, steunen en helpen.

Dat is geen incident. Ik zei het net al tegen mevrouw Coenradie: dit is een patroon. Kijk bijvoorbeeld naar Utrecht. Een agent wordt belaagd tijdens een aanhouding. Hij grijpt in en nog voordat goed is gekeken naar wat er precies gebeurd is, wordt hij al publiekelijk veroordeeld door de korpsleiding. Het is de wereld op z'n kop. Wie wil er op dit moment op deze manier nog agent worden? Het is een retorische vraag.

Ik heb twee vragen aan de minister waar ik wel antwoord op zou willen krijgen. Wat gaat de minister nu echt doen om het vertrouwen van agenten terug te winnen, zodat zij voelen dat Den Haag weer achter hen staat, in plaats van dat zij bij elk incident worden afgebrand? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat politieagenten nooit meer zonder hoor en wederhoor publiekelijk worden veroordeeld? Hoe gaan de korpsleiding en de minister het door mij genoemde patroon verbreken? Is de minister bereid om de korpsleiding weg te sturen? Daarbij steun ik de woorden van mevrouw Coenradie, ook op het gebied van de evaluatie.

Voorzitter. Dan heb ik nog twee punten. We hebben het hier de hele tijd over, maar er zijn heel veel andere belangrijke zaken bij de politie waarbij wij onze politiesterkte kunnen verbeteren. Dan heb ik het bijvoorbeeld ook over de politievrijwilligers. De druk op de politiecapaciteit blijft groot. Juist daarom zijn die politievrijwilligers van zo'n grote waarde. Al sinds december 2024 ligt er een WODC-onderzoek over hun toegevoegde waarde. Dat onderzoek was hartstikke positief, maar een kabinetsreactie ontbreekt nog steeds. Deze Kamercommissie heeft de minister verzocht om alsnog met een reactie te komen voor dit debat, maar ik heb nog niks binnen zien komen. Wanneer kunnen we die reactie alsnog verwachten? Kan de minister misschien tijdens dit debat ingaan op die reactie?

Voorzitter, tot slot. BBB heeft gisteren schriftelijke Kamervragen ingediend over de Eenduidige Landelijke Afspraken rond geweld tegen mensen met een publieke taak. Die afspraken zijn er sinds 2010 en zouden geweld tegen mensen met een publieke taak keihard moeten aanpakken, maar de laatste evaluatie van het WODC, die van 2025, was glashelder: er zijn nog altijd te veel dingen die misgaan en het ministerie heeft eigenlijk helemaal niks gedaan met de evaluatie van 2020. Hoe kan dat, vraag ik de minister. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de huidige evaluatie en afspraken nu wel serieus worden genomen? Geweld tegen mensen met een publieke taak, of ze nu politieagent, van de brandweer of zorgmedewerker zijn, moet keihard worden aangepakt. Die mensen moeten eindelijk het gevoel krijgen dat wij ze beschermen.

Dank u wel.

De voorzitter:

U bedankt, mevrouw Van der Plas. We gaan naar collega Struijs, die spreekt namens 50PLUS, voor zijn eerste termijn.

De heer Struijs (50PLUS):

Voorzitter. 50PLUS heeft besloten om een reconstructie te maken van de situatie omtrent de 1.700 meldingen. Die hebben wij gisteravond laat afgemaakt. Mijn doel hierbij is de minister te bewegen om tot een grondig onderzoek te komen. Ik ken de politie als geen ander en ik heb me gelukkig van een netwerk kunnen bedienen. Ik neem u toch even kort mee in wat er gebeurd is. De politie werkt namelijk dag en nacht. Op het moment dat er zoiets ernstigs als het afschuwelijke misdrijf met Lisa gebeurt, dan kijk je in het systeem, of je nou in Friesland werkt of in Limburg. Veel politiemensen dachten: "Hé, wacht even. In Amersfoort heb ik ook een vent gehad. Die lijkt er een beetje op en die viel ook vrouwen lastig is. Ik heb daar wel beelden van. Zal ik eens kijken?" Dan kijken ze niet in de dossiers. Dan kijken ze in Blueview of in Summ-IT, de laag erop. In deze reconstructie vind ik het heel opvallend dat de politiechefs bij elkaar komen. Het gaat om de hoogste operationele laag. Die krijgen een presentatie van het landelijke hoofd voor integriteitszaken en daarin wordt erop aangedrongen om dat van die 1.700 medewerkers gelijk maar even publiekelijk te maken. Hoe komt het dat al die chefs er toch van overtuigd raken dat ze dit zo moeten doen? Ik ken een paar van die chefs en die hebben toch echt met de poten in de klei gestaan.

Dan komt de volgende stap. De minister wordt geïnformeerd. Die gaat met zijn organisatie, met DG POL, ja zitten knikken. Wat is er in die vergadering gebeurd? Ik krijg er hele verontrustende signalen over. Heeft u wel genoeg doorgevraagd? Als klap op de vuurpijl komt hij met een zeer afschuwelijke brief, waardoor we niet 1.700, maar 66.000 mensen voor de trein gooien. Dit is afschuwelijk. Al die mensen, of het nou in Friesland, Rotterdam of Amsterdam is … Het was echt toeval. U was in Amsterdam geweest en ik kwam daar een dag later met die mensen praten. De stoom kwam nog steeds uit hun oren. Dat was ook naar u, minister. We hebben het hier namelijk over de korpsleiding. We hebben hier een gemeenschappelijk probleem. Dat probleem heet een loyaliteitsprobleem. Dit zijn de mensen die, zoals mevrouw Van der Plas zo keurig omschreef, dag en nacht voor ons klaarstaan. Ook vannacht deden ze dat weer, met de plofkraken. Ze zeggen: "Ik durf eigenlijk niks meer op te vragen. Ik heb een soortgelijk geval gehad in Maastricht, maar als ik iets opvraag, dan hang ik weer." Dat is wat er momenteel aan de hand is. Die mensen staan dag en nacht voor ons klaar. We hebben een loyaliteitsprobleem. Dat vind ik schandalig. Ik wil dus dat wij de minister ertoe verzoeken om echt een reconstructie te maken van dit geheel. Ik wil de minister ertoe verzoeken om een onderzoek te doen.

Het tweede verzoek aan de minister loopt hier alvast op vooruit. Het systeem deugt niet. Chefs moeten achter de mensen staan tot het tegendeel blijkt. Ze zijn nu onderdeel van een systeem waarin ze heel snel het onderzoek moeten aankondigen, afhankelijk zijn van de kwaliteit van het onderzoek en dan ook nog de uitslag moeten beoordelen. Kortom, de slager keurt zijn eigen vlees. Ik wil professionals die weten wat er speelt in de operatiën. Dit mag niet meer gebeuren. We hebben te veel polarisatie. We staan dag en nacht aan de frontlijn. U hoort het: ik ben er echt woest over. Woest! Ik kan er niks anders van maken. Ik heb me geprobeerd in te houden als Kamerlid, maar dat gaat me echt niet lukken met wat hier gebeurd is. Kortom, ik vraag ten eerste aan de minister of hij kan reflecteren op mijn kleine reconstructie. Er is zo veel misgegaan.

Ten tweede wil ik zeggen dat in de tweede brief van de minister, met de excuses, nog te veel hiaten zaten. Ten derde wil ik dat er gekeken wordt naar het systeem, zodat het objectiever, onafhankelijker en sneller wordt en zodat de chefs achter hun mensen kunnen staan. Ten vierde wil ik dat de knip tussen beleid en uitvoering echt wordt opgeheven. Een directeur voor financiën die de operatiën moet doen in het PDC en een directeur voor strategische financiën; laten we daarmee stoppen. Overigens scheelt samenvoegen volgens onze berekeningen 10%; of laat het 8% zijn. Daarin moeten we gaan investeren. Last but not least: wilt u nou eens een keer echt serieus kijken naar de ABD? Ik zie daar namelijk mensen geplaatst worden — ik ga niet in op de affaire omtrent Simone Roos — waarover elke politieman zegt: waarom plaatst u zo'n functionaris, naar wie nog een onderzoek loopt, op zo'n belangrijke positie? Waar gaan we nu met z'n allen naartoe? Gaarne een reflectie van de minister op dit geheel.

De voorzitter:

Dat was helemaal binnen de tijd. Wij zijn ook maar mensen hè, meneer Struijs, ook al zijn we Kamerleden. Voor de mensen thuis: u zegt een paar keer DG POL …

De heer Struijs (50PLUS):

Boosheid is soms een mooie emotie.

De voorzitter:

Zo is dat. Voor de niet-ingevoerden: u bedoelt volgens mij Directoraat-Generaal Politie, toch?

De heer Struijs (50PLUS):

Ja.

De voorzitter:

Perfect. Misschien zijn er namelijk geïnteresseerden die dit kijken en denken: waar gaat dit over?

Er is een interruptie van de heer Van Dijk namens de SGP.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dit kwam uit de tenen van collega Struijs. Ik zal er ook geen woord aan afdoen. Mijn punt is wel als volgt. Volgens mij wil niemand in deze commissie kiekeboe spelen, want heel veel zorgen die nu naar boven komen, hebben we ook geuit bij het WGO Politie. Er zijn ook Kameruitspraken over aangenomen, et cetera. Er is dus geen kiekeboe. Tegelijkertijd vraag ik mij af: hoe zien wij de rol van de Kamer hier als we de organisatie niet volledig van binnenuit willen uithollen? We voeren nu bijna een openbaar functioneringsgesprek met de korpsleiding, terwijl die hier niet aanwezig zijn. Dat is funest voor elke organisatie. Ik doe dus niks af aan de inhoudelijke opmerkingen, maar mag ik een reflectie op de vraag hoe wij deze discussie ordentelijk en goed verder gaan voeren?

De heer Struijs (50PLUS):

Ik ben heel blij met deze vraag, omdat ik er echt een pleidooi voor voer dat we op korte termijn een objectieve, valide reconstructie maken en daar de Kamer mee voeden. Ik weet dat de voorgaande sprekers ook intensief onderzoek hebben gedaan, maar ik wil het geheel der dingen. Dit is voor mij geen functioneringsgesprek met de korpsleiding. Dit is een gesprek over het functioneren van de minister, het Directoraat-Generaal Politie, die hier een belangrijke rol in heeft gespeeld, en de korpschef, die in mijn beleving in de wind gaat staan, want hij gaat over strategie en beheer, terwijl de chefs eronder collectief hebben gezegd: we gaan dit doen. Ik wil het geheel der dingen. Ik wil een tableau de la troupe van feiten en omstandigheden, inclusief de loyaliteitscrisis die door menig politieman wordt gevoeld en dan gaan we verder met de stappen die we moeten of kunnen nemen. In die volgorde zou ik de dingen doen.

Mevrouw Faber (PVV):

Ik heb nog een vraag aan meneer Struijs. Stel dat er zo'n onderzoek komt en er zo'n reconstructie wordt gemaakt, hangt u daar dan ook consequenties aan, zowel voor de politietop als de minister?

De heer Struijs (50PLUS):

De als-danvraag is altijd een lastige. Dat weet u. Ik hang er consequenties aan als ik hier de plank heb misgeslagen. Dat kan ik u wel beloven. Maar ik heb die plank niet misgeslagen; laat ik daarmee beginnen. Mijn tweede punt is: natuurlijk is dat niet consequentievrij. Maar het kan ook zomaar zijn dat we misschien toch iemand, ere wie ere toekomt, wel een pluim moeten geven. Dat zou ook zomaar kunnen. Dat verwacht ik niet. Ik wil er niet op vooruitlopen, want ik wil dat de Kamer invloed heeft op de samenstelling van de commissie als de reconstructie er komt. Daar zat ik wel heel erg op. Daarna kunnen we met z'n allen kijken of het relaas dat ik heel kort geef, klopt. Dan wil ik met name ook kijken naar ieder zijn verantwoording. Want het is nogal wat als je bijvoorbeeld landelijk hoofd integriteitszaken bent en negen chefs weet te overtuigen die toch ook met de poten in de klei hebben gestaan. Wat is daar aan de hand? Hebben we met een incident te maken of hebben we met iets structureels te maken? Is het iets structureels, dan kunnen we niet bij consequenties wegblijven.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De heer Struijs is zelf heel lang politieagent geweest en heeft ook bestuurlijke functies uitgeoefend. Hij zit al lang in het vak. Ik ben eigenlijk benieuwd of de heer Struijs ooit zoiets heeft zien gebeuren in de tijd dat hij bij de politie zat.

De heer Struijs (50PLUS):

Nee, dit is een unieke situatie waarbij de politie collectief wordt aangesproken. Nogmaals, als je 1.700 mensen aanschrijft dan schrijf je 66.000 mensen aan. Dat heb ik nog niet meegemaakt. Incidenteel heb ik zat meegemaakt waarvan ik echt dacht "chefs, ga eens achter je mensen staan", ook recent weer. Dit is een vrij unieke situatie, waarvan ik vrees dat zij een structureel karakter heeft. Dan gaan we op de diepere laag komen. Hoe worden onze huidige leidinggevenden gepositioneerd? Waar zijn ze verantwoordelijk voor? Hoe worden ze opgeleid? Laten we daar ook nog maar eens even goed naar kijken. Maar goed, een eerste reconstructie moet wel even globaal zijn, want ik wil hier geen maanden mee wachten. Als het kan, wil ik het een beetje snel. Maar dit is voor mij ook een unieke situatie.

De voorzitter:

Oké. Dan gaan we door naar de eerste termijn van het CDA, die wordt uitgesproken door mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de mannen en vrouwen die dagelijks in de frontlinie staan voor onze veiligheid, zowel op straat als online. Voor die politieagenten wil het CDA pal staan. Dat is ook wat het coalitieakkoord uitstraalt, met honderden miljoenen extra voor de politie. Maar geld alleen is niet voldoende. Het CDA maakt zich zorgen over de toenemende polarisatie, ook — dat zeg ik in alle eerlijkheid — in dit debat. Een sterke politie vraagt om vertrouwen, vertrouwen tussen leiding en blauw op straat, en gezag vanuit de samenleving. Daar blijft het CDA voor strijden.

Ik licht vandaag drie punten uit. Allereerst: de flexibele inzet van de organisatie. De samenleving vraagt om een politieorganisatie die kan meebewegen met nieuwe vormen van criminaliteit, online en ook offline. Dat betekent dat basisteams ruimte moeten krijgen om in te spelen op lokale situaties. Voor het CDA kan dat betekenen dat je soms wat minder blauw op straat hebt, maar meer inzet hebt op digitale expertise. Die flexibiliteit komt echter nog onvoldoende van de grond. Het zogenoemde dubbele slot, waarbij de minister zowel het budget als de verdeling van mensen en middelen bepaalt, beperkt de bewegingsruimte van de politie. Daarom mijn vraag: hoe staat het met de uitvoering van mijn motie om deze wettelijke belemmeringen in kaart te brengen? Het CDA wil op termijn meer ruimte voor de politie om zelf middelen te verdelen, maar dat kan alleen als de politie zelf de juiste stappen zet en volledige transparantie betracht. Denk bijvoorbeeld aan het aanpakken van onderbezetting in opsporing en basisteams en het terugbrengen van overbezetting bij de niet-operationele sterkte. Kan de minister bevestigen dat aangekondigde plannen van de politie om die overbezetting aan te pakken, gewoon doorgaan ondanks de extra middelen uit het akkoord? En wat betekent de financiële opgave voor dit jaar voor de brede opsporing? Onduidelijk blijft of alleen de opsporing in de basisteams wordt ontzien, of de brede opsporing. Welke stappen zet de minister om de financiële verantwoording van de politieorganisatie te verbeteren? Ziet hij daarna op termijn ruimte om meer flexibiliteit bij de politie te beleggen?

Voorzitter. Ten tweede: politie en voetbal. Het aantal incidenten rond voetbalwedstrijden daalt gelukkig, maar de politie-inzet blijft hoog. Kan de minister inzicht geven in hoeveel capaciteit hiermee gemoeid is, zowel tijdens als rond wedstrijden? Hoe staat het met de wet die uitwisseling van stewards makkelijker maakt? Wat betreft de veiligheid in stadions zet het kabinet de huidige, wat het CDA betreft goede lijn voort, maar het CDA wil wel extra aandacht voor structurele supportersbetrokkenheid. De pilot gastvrijheid laat goede resultaten zien en verdient wat ons betreft uitbreiding. Is de minister bereid dit verder uit te rollen? Want niet alleen repressieve middelen helpen om vijandigheid uit het stadion te houden. De overlast met vuurwerk laat aan de andere kant zien dat repressieve maatregelen soms nog wel hard nodig zijn, bijvoorbeeld verhaal van schade op daders. Waarom maken nog zo weinig clubs gebruik van die taskforce van de KNVB die hen hierbij kan ondersteunen?

En dan heb je natuurlijk nog de civielrechtelijke stadionverboden. Wij zien een gebrek aan uniformiteit in de omgang met die stadionverboden. Zo hanteert een aantal clubs de mogelijkheid om stadionverboden via alternatieve trajecten in te korten als daar maatschappelijke inzet voor de club tegenover staat. Dat is een goed initiatief, maar goede initiatieven werken alleen als ze landelijk uniform zijn. Anders ontstaat er rechtsongelijkheid. Dat zien we nu: lichte vergrijpen bij de ene club kunnen tot langere stadionverboden leiden dan zware vergrijpen bij de andere club, simpelweg omdat de een wel een alternatief traject aanbiedt, maar de ander niet. Hoe ziet de minister dit? Is hij bereid om met de KNVB in gesprek te gaan om een uniforme omgang met stadionverboden af te spreken?

Voorzitter, tot slot — ik rond af — de handhaving van de openbare orde. Het rapport van de AP over TOOI en de niet-uitvoerbare motie over realtime gezichtsherkenning laten zien dat de wettelijke kaders voor de handhaving van de openbare orde nadere verduidelijking en versterking vragen. Wat gaat de minister doen om te waarborgen dat het hele belangrijke instrument van TOOI ook in de toekomst beschikbaar blijft? Is de minister het met de CDA-fractie eens dat een bredere verkenning naar uitbreiding van bevoegdheden van de politie voor handhaving van de openbare orde nodig is?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

U bedankt. Dan gaan we verder naar de heer Mathlouti namens D66 voor zijn eerste termijn.

De heer Mathlouti (D66):

Voorzitter, dank. Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid; het staat of valt met de mensen die haar elke dag waarmaken: onze vrouwen en mannen in het blauw op straat. Daarvoor verdienen zij onze waardering, elke dag opnieuw, want de werkdruk is hoog, het werk complex en de samenleving verhard. Dat vraagt om voldoende capaciteit, goede ondersteuning en duidelijke politieke keuzes. Daarom ben ik er trots op dat wij in het coalitieakkoord fors investeren in de politie en daarmee in het belang van onze nationale veiligheid. Maar hoe wordt inzichtelijk gemaakt dat deze middelen ten goede komen aan de operationele slagkracht en de organisatie van de politie? Ik ben benieuwd hoe de minister ons daar de komende tijd in mee gaat nemen, in het bijzonder als het gaat om de opleiding en inzet van cyber-, zeden- en discriminatierechercheurs.

Voorzitter. Voetbal verbindt en leeft in heel Nederland, maar diezelfde passie slaat soms om in geweld dat niets met de sport te maken heeft. Dit jaagt supporters weg en legt grote druk op de politie, die steeds vaker wordt geconfronteerd met agressie en zwaar vuurwerk. We lezen gelukkig dat er een dalende trend te zien is in het aantal incidenten in en rond stadions, maar de impact op de agenten blijft onverminderd groot. Ieder incident is er een te veel. We zien dat een kleine groep relschoppers blijft zorgen voor incidenten. Dat raakt mij als oud-voetballer met liefde voor de sport, maar voor dit debat nog veel belangrijker: ik zie wat het vraagt van de politie. Daarom zoek ik naar wat er wel kan om de druk op de politie te verminderen, zodat voetbal weer gaat om waar het om hoort te gaan, namelijk een feest voor iedereen.

Duitsland en Zweden laten bijvoorbeeld zien dat het anders kan door iedereen te betrekken en te beginnen bij de oorzaak van de incidenten, door in gesprek te gaan met de fanatieke supportersgroepen voordat hooliganisme hen opzuigt. Zijn er gesprekken met deze groepen, vraag ik de minister. Zo nee, is de minister dan bereid om deze gesprekken op te starten? Begrijp me niet verkeerd. We hoeven raddraaiers in stadions niet te pamperen of naar de mond te praten, maar kijk hoe je ze met hun invloed op de tribunes nadrukkelijker onderdeel kan laten zijn van de oplossing, want in andere landen zien we dat dat werkt.

Is de minister daarnaast bereid om Europese best practices in kaart te brengen om hooliganisme te voorkomen en vooral te kijken hoe deze passen in Nederland? Dat vraag ik temeer ook omdat ik veel lees over verschillende Europese initiatieven, maar niet concreet over of en hoe we deze in Nederland kunnen gebruiken. De KNVB deelt overigens ook ideeën over maatregelen die stadions veiliger kunnen maken en de druk op de politie kunnen verminderen. Ik ben benieuwd hoe de minister daar zelf op reflecteert.

Voorzitter. Dan TOOI. Begin maart werd duidelijk dat de AP kritisch is op de werkwijze van het TOOI en het huidige wettelijk kader ontoereikend acht. Dit betekent concreet: of werkzaamheden worden beëindigd, of er komt een wettelijke grondslag, mits daar politiek draagvlak voor is. Dat debat moeten we met elkaar voeren. Tot die tijd moet helder zijn hoe het TOOI binnen de wet kan opereren. Welke concrete stappen zet de minister hiervoor? Wat heeft hij eventueel van de Kamer nodig?

Het is een goede zaak dat de minister heeft aangekondigd met de korpschef een juridische verkenning te gaan doen naar de handelingsopties van de politie, maar dat mag wat ons betreft wat concreter. Hoe ziet het tijdspad van deze verkenning er precies uit? Hoe worden we hier als Kamer goed in meegenomen? Graag ontvang ik dit ook per brief, maar als de minister daar al iets over kan zeggen, dan horen we dat natuurlijk graag.

Tot slot, voorzitter. Palantir, het omstreden softwarebedrijf. Het Amerikaanse bedrijf wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met ernstige mensenrechtenschendingen en een antidemocratische ideologie. Zo erkent de CEO van Palantir zelf dat hun technologie de democratische machtsbalans kan verstoren en kiezers kan benadelen. Kan de minister reflecteren op het gebruik van deze software en de risico's die daarmee gepaard gaan? Daarnaast is er eerder een motie aangenomen die de regering oproept om de overheid, inclusief de politie, onafhankelijk te maken van deze software. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie? Is de minister het met mij eens dat alles in het werk moet worden gesteld om te komen tot een volwaardig nationaal of Europees alternatief, juist in deze onzekere tijden op internationaal gebied?

Voorzitter, dank.

De voorzitter:

U bedankt. We gaan naar mevrouw Mutluer voor haar eerste termijn namens GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Ook mijn waardering voor alle agenten die zich dag en nacht voor onze veiligheid inzetten, maar ik zal eerlijk zijn: ook ik maak mij zorgen over de politie. Soms heb ik het gevoel dat de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet, om nog maar niet te spreken over de financiën. Ik heb ook het gevoel dat we van incident naar incident gaan. Tegelijkertijd ga ik hier niet roepen dat de politietop moet vertrekken, want in mijn beleving moet je het systeem veranderen. Alleen maar de poppetjes veranderen, gaat het probleem niet oplossen. We hebben het hier gewoon over een van de grootste organisaties van Nederland. Juist daarom zou je de top moeten verstevigen en niet moeten verzwakken. Daar is in mijn beleving deze minister verantwoordelijk voor. Alle collega's die net riepen "de politietop moet weg", moeten volgens mij dan ook een motie van wantrouwen indienen en deze minister wegsturen, want díe gaat erover. Dat wil ik wel even gezegd hebben.

Dan het vertrouwen tussen de top en de operationele kracht. Ja, ik vind ook dat dat beter moet. Kijk naar de wijze waarop er is omgegaan met die 1.700 agenten, van wie een groot deel onterecht in verband is gebracht met het inzien van gegevens rond de vermoorde Lisa. Dat is exemplarisch. Inmiddels is duidelijk geworden dat die verwijten van de korpschef en de minister onterecht waren. Eigenlijk zijn wij gewoon onjuist geïnformeerd. Dat neem ik deze minister ook kwalijk. Ik vind het goed dat dat nu ruiterlijk is erkend en dat er gesprekken plaatsvinden met politiemensen, want dat is hard nodig. Het vertrouwen moet gewoon wel weer terug en, zoals het gezegde luidt, vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Mijn vraag aan de minister in dat opzicht is dan ook: hoe gaat hij voorkomen dat er in de toekomst zo lichtvaardig wordt omgegaan met de reputatie van politiemensen? Tegelijkertijd zie ik ook dat de echte slachtoffers de ouders zijn, de nabestaanden van Lisa, met wie ik via hun advocaat contact hebben kunnen krijgen. Hun wond is constant opengereten en daar moeten we ons heel erg van bewust zijn.

Dan het Team Openbare Orde Inlichtingen, het TOOI. Het is niet de eerste keer dat we het daarover hebben. De AP, de Autoriteit Persoonsgegevens, stelt dat het wettelijk kader voor gegevensverwerking ontoereikend is en dat er soms langdurig informatie over personen wordt verzameld, zelfs rond demonstraties. Soms gaat het over gevoelige persoonsgegevens, zoals religie en politieke overtuiging, terwijl volgens de autoriteit niet wordt voldaan aan de eis van strikte noodzaak. De minister zegt "ik ga de conclusies onderzoeken", maar in mijn beleving moet je gewoon de wet aanpassen. Ik wil dat de minister — dat vraag ik hem — hier zo snel mogelijk op terugkomt, want anders gaat je echt wettelijk schuren langs de randen van onze rechtsstaat.

Dan de bereikbaarheid van de politie. Ook in niet-spoedeisende situaties moeten mensen eenvoudig contact kunnen opnemen en als mensen lang moeten wachten of meerdere keren moeten bellen, leidt dat tot frustratie en soms zelfs tot een gevoel van onveiligheid. Het nummer dat we hebben, 0900-8844, functioneert in de praktijk onvoldoende. Wachttijden zijn te lang. Iemand die de stap zet om de politie te bellen, moet niet eindeloos in de wacht staan. Als je er uiteindelijk dan toch doorheen komt, dan is het onwenselijk dat iemand uit Maastricht een medewerker uit Leeuwarden aan de lijn krijgt die de lokale situatie niet kent. Als die dan vervolgens niet wordt teruggebeld door de politie-eenheid die er wel over gaat, dan ga je ook het vertrouwen van de burger verliezen. Mijn vraag aan de minister is wat hij wil doen om dit beter te organiseren, zodat mensen iemand uit de eigen regio kunnen spreken en het gevoel van kastje naar muur verdwijnt. Kijkt hij ook naar aanvullende contactmogelijkheden?

Tot slot, voorzitter. Daarna eindig ik. We hebben het net over Utrecht gehad. Daar kregen hulpverleners te maken met ongeregeldheden en we zagen burgemeester Sharon Dijksma roepen om een eigen peloton van de Mobiele Eenheid in de stad. Volgens de gemeente is dat nodig vanwege vergelijkbare problematiek als in andere steden. Ik wil niet straks van de minister — dan rond ik af, voorzitter — horen dat het aan de eenheid en de stad is om de beschikbare capaciteit te verdelen. Formeel klopt dat, maar daar zit juist het probleem: als je dat doet, gaat het ten koste van het blauw op straat. Dan heb je dus niet een echte oplossing. Dus graag een reactie daarop en een echte oplossing van de minister.

Dank.

De voorzitter:

U bedankt. Dan gaan we naar collega Van Dijk namens de SGP voor zijn eerste termijn.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u, voorzitter. Echte politieagenten zijn goud waard. Ze zijn de oren en ogen van de buurt en de samenleving. Ze bewaren de orde en dienen de veiligheid. Ze pakken de kleine en de grote crimineel. Petje af voor deze mensen.

Helaas zijn er ook nepagenten. Ze beroven met name ouderen, niet alleen van het terechte vertrouwen dat ze in de politie stelden en van hun veiligheid, maar ook van hun spullen of geld. Het is heel belangrijk dat de politie met de campagne Game Over?! werk maakt van dit soort criminaliteit en een duidelijk signaal afgeeft. De tronie van de 79 daders die zich niet zelf gemeld hebben, staat nu online. Laten we hopen dat dit tot nog meer vangsten leidt. Overigens schrok de SGP wel van het hoge aandeel niet-Nederlandse culturele achtergrond onder de daders. Welke plaats heeft deze werkelijkheid in het beleid van het kabinet?

Voorzitter. Via de geslaagde inzet van Game Over?! kom ik als vanzelf op het bestrijden van voetbalvandalen. Het kabinet wil een boetesysteem voor clubs als de politie in het stadion moet ingrijpen. Dat klinkt helaas nog wat te soft om de harde kern van het probleem aan te pakken. Het gaat hier om georganiseerde criminaliteit die tot binnen de organisatie van sommige clubs is doorgedrongen en de touwtjes in handen heeft. In Amsterdam gaat het om meerdere personen uit de lijst van 600. Er is sprake van productie van harddrugs en het organiseren van gevechten. Tot mijn verbazing las ik vorige week in Het Parool dat maanden na de uitbarsting van november 2025 in de ArenA nog steeds nul personen aangehouden zouden zijn, en dat terwijl binnen een week al tien tot vijftien hooligans herkend waren. Klopt dit, minister? Hoe kan het dat bepaalde aanjagers wel met naam en foto bekend zijn, maar er tegen hen niets wordt gedaan? Hoe zorgt de minister ervoor dat het echt game over is voor dit soort misstanden die de maatschappij belasten? Wanneer clubs het stuur kwijt zijn en vandalen de hand boven het hoofd houden, zijn stevigere juridische middelen nodig zijn dan enkel boetes, zo vindt de SGP.

Voorzitter. Als goed nieuws noem ik de aanpak van snelwegblokkades. Deze maand heeft de politie in Limburg door tijdig busjes van activisten te onderscheppen voorkomen dat de A2 werd geblokkeerd. Kiest het kabinet uitdrukkelijk de lijn dat voorkomen beter is dan opruimen? Hoe wordt de politie daarin ondersteund? Heeft de minister op basis van ervaringen in de afgelopen jaren de indruk dat het strafrechtelijk instrumentarium toereikend is om de opzettelijke gevaarzetting op de snelweg met succes te vervolgen?

Voorzitter. De ernstige bedreigingen van de Joodse gemeenschap komen steeds duidelijker aan het licht. Recent waren er twee aanslagen in Amsterdam en Rotterdam die voor iedereen duidelijk maken wat al langer gebeurt: vernieling, bedreiging en intimidatie. Het gaat hier om een specifiek kwaad dat om een specifieke bestrijding vraagt. Volgens het coalitieakkoord komen er meer discriminatierechercheurs, die met prioriteit zaken kunnen oppakken. De SGP vindt dat nog erg algemeen klinken. Zijn de recente aanslagen voor de minister een aansporing om specifieke capaciteit toe te wijzen aan antisemitisme? Uit de praktijk horen we nog steeds dat de interpretatie van antisemitisme bij de politie niet altijd eenduidig is. Dat bemoeilijkt een effectieve aanpak. Hoe gaat de minister aan meer eenduidigheid werken? Zou er niet een specifieke strafverzwarende categorie voor antisemitisme moeten zijn?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

U bedankt. Vindt u het goed als ik de inbreng namens de VVD doe? Ik vervang namelijk mijn collega Martens-America, die verhinderd was. Wil iemand even het voorzitterschap overnemen? Wilt u dat doen, mevrouw Faber?

De voorzitter:

Dat is goed. Dan geef ik u gelijk het woord.

De heer Ellian (VVD):

Dank. Ik ga er in vogelvlucht doorheen. Uiteraard begin ik met het uitspreken van dank aan alle mannen en vrouwen van de politie. In steeds moeilijkere omstandigheden in een wereld die steeds gevaarlijker wordt, staan jullie dag en nacht voor onze veiligheid. Dank daarvoor. Uiteraard wil ik zelf de mensen van Bewaken en Beveiligen bijzonder danken. Ik weet hoeveel mensen bezig zijn om mij en mijn familie veilig te houden. Als persoonlijk feit wil ik wel meegeven aan de minister: het is geen lolletje om in het stelsel te zitten, maar met de ingezette stelselwijziging en de komst van een lcc ... Het is niet makkelijk voor de meeste te beveiligen personen, laat ik dat meegeven.

Ook voor de politie is het een heftige tijd, nu een collega van het Politiedienstencentrum is neergeschoten. Hij woonde in Schoonhoven. Ik wil de minister echt vragen om hier maximaal op in te zetten. Zoek de schutter, maar met name: zet alsjeblieft ook in op het vinden van de mogelijke opdrachtgevers en de tussenlagen. Uit ervaring weet ik — het is ook een feit van algemene bekendheid — dat het Iraanse regime brokers gebruikt, net als verschillende tussenpersonen en organisaties. Alles op alles moet worden gezet om uiteindelijk bij die tussenlagen te komen.

Voorzitter. De VVD heeft altijd achter de politie gestaan. We staan ook achter de politie. De politie vraagt meer geld en er wordt ook meer geld vrijgemaakt. Als je een begroting hebt van inmiddels bijna 9 miljard, roept het wel de vraag op wat er nu beter gaat of wat we nu meer krijgen voor dat geld. De focus moet zijn — dat is de kern van dit debat — dat de organisatie op orde moet, zodat de politie bezig kan zijn met de kerntaken: het handhaven van de openbare orde, het opsporen van strafbare feiten en het houden van toezicht in de publieke ruimte.

Voorzitter. Achter je mensen staan betekent dat je niet meteen een hele groep hardwerkende integere politiemensen verdacht moet maken. Dat past de politie niet. Dat zou geen enkele organisatie passen. Er is veel over gezegd door diverse collega's. Ik heb vooral één vraag: wat gaat de minister doen om het vertrouwen te herstellen bij die mensen die in hun ziel geraakt zijn? Die berichten heb ik immers ook gekregen. Ze zeggen: ik doe mijn werk naar eer en geweten en dan krijg je dit! Wat gaat de minister doen om ervoor te zorgen dat die mensen zich gehoord voelen?

De heer Struijs (50PLUS):

Ik heb even wat vragen. Over die miljarden die we aan de politie geven en die ophoging: kijken we dan ook naar hoe de maatschappij is veranderd? We zien steeds meer polarisatie. We hebben het net al gehad over mensen met onbegrepen gedrag. Er komen steeds meer taken bij. Dat zou ik graag terugzien in de begrotingscyclus. Deelt u die wens? Ten tweede dit. Ik zeg dit na meerdere mensen te hebben gesproken in het stelsel van bewaken en beveiligen. Ik trek het dus los van u. Ik ben daar zeer kritisch op. Bent u het met mij eens dat daar nog eens goed naar moet worden gekeken, zodat we wel de juiste dingen doen, ook in samenhang met alle organisaties die hiermee bezig zijn? Ik heb het niet over de uitvoering, want die doet fantastisch werk. Ik heb het over de wisselwerking tussen OM, NCTV en politie. Ik denk dat die beter kan. Is het niet tijd, vraag ik ons gewaardeerde VVD-lid, om hierop te gaan herijken?

De heer Ellian (VVD):

Dank, ik waardeer beide vragen zeer. Ik pretendeer geen seconde er net zo veel van af te weten als meneer Struijs. Ik ben overigens ook niet de woordvoerder. Ik ben bovendien een subject in het stelsel. Van mij zal nooit iemand een kwaad woord horen over de uitvoering. As we speak zitten ze zelfs in de zaal, om mij veilig te houden. Ik ben gek en dol op ze en ik ben ze diep en diep dankbaar. Maar het geheel dat is opgetuigd ... Het valt mij op dat er de afgelopen twee jaar vrij weinig over gesproken is in de Kamer. Het lijkt me wel goed om dit eens tegen het licht te houden. Hebben al die goede bedoelingen die aan het nieuwe stelsel ten grondslag liggen, in de realiteit der dingen ook gebracht wat er nodig is? Of zijn TBP's opgezadeld met allerlei nieuwe vraagstukken waar ze zich helemaal niet mee bezig willen houden? Ik juich het alleen maar toe als het gesprek weer een beetje op gang komt. Het was wat dat betreft de laatste jaren vrij stil in de Kamer, vond ik.

Op uw eerste vraag: uiteraard, er is zo veel op het bord van de politie gekomen dat je het bijna niet voor mogelijk houdt. Daarbij kun je je ook afvragen of alles in het strafrecht thuishoort. Dat is een vraag die mij steeds meer bezighoudt. Ik noem maar iets: vanuit de forensische zorg wordt gezegd dat je in Nederland iets zult moeten doen met het verplicht opnemen van mensen, hoe gevoelig ook. Ik ben een liberaal, ik vind dat je iemands vrijheid niet zomaar moet inperken. Je zult echter ook naar dat soort vraagstukken moeten kijken, want de politie kan het niet bolwerken. Ik merk het Kamerbreed, van mevrouw Mutluer tot mevrouw Coenradie: de omvang van de politiebegroting is wel echt huge aan het worden. Als ik dan vanuit de rechterlijke macht hoor dat grote meervoudigekamerzittingen nu worden gevuld met kleine delicten ... Het OM brengt die zaken niet aan. Dan bel ik het OM en het OM zegt dan: de politie komt niet met grote zaken. Dat baart me wel zorgen. Waar geld nodig is om de samenleving veilig te houden, regelen we dat. Voor mij als Kamerlid is het echter wel moeilijk om te zien wat er eigenlijk wordt gedaan met die berg geld in het licht van de kerntaken.

De heer Struijs (50PLUS):

Dan heb ik nog ...

De voorzitter:

U heeft al drie interrupties gehad, meneer Struijs.

De heer Struijs (50PLUS):

Oké.

De voorzitter:

Uw laatste interruptie was ook heel lang.

De heer Ellian (VVD):

Mag ik verder, voorzitter? Dan heb ik ook meteen een deel van mijn betoog gehad. Ik had het net over het herstel van vertrouwen. Als het om de kerntaken gaat, moeten we nog steeds aan de georganiseerde criminaliteit laten zien dat we erbovenop zitten. Er zijn meerdere criminele samenwerkingsverbanden in beeld. In mijn interruptiedebatje van zonet ging het erover of er een probleem is. Hebben we een tekort bij de LO? Wat is er aan de hand? Ik mis de focus op het afbreken van die machtsstructuren. Immers, een van de kerntaken is natuurlijk het opsporen van feiten.

Voorzitter, tot slot, want ik heb al een deel gehad. Wat betreft de kerntaken kan ik de iftars niet onbenoemd laten. Het organiseren daarvan heeft wat de VVD betreft echt niets te maken met de kerntaken die ik net noemde. Belangrijker nog, de politie zou geen religieuze bijeenkomsten moeten organiseren of bijwonen. Dit is wel in toenemende mate te zien. Dat gaat de perken te buiten. Een agent die een gebed inleidt, de ramadan een heilige maand noemen, iftars uit naam van de politie organiseren waarbij de islamitische geloofsbelijdenis wordt gesproken: dit heeft niets te maken met de kerntaken van de politie. Bovenal doet dit afbreuk aan de neutraliteit. Het is ook helemaal niet nodig, want we zijn trots op de politie en dat willen we graag blijven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ellian. Dan geef ik u weer ... O, sorry mevrouw Mutluer, had u ... Nee, het gaat goed. Ik geef u het voorzitterschap weer terug.

De voorzitter:

Dan gaan we de boel weer even goed begrijpen. Mevrouw Mutluer, u had een ordevraag?

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Nee. Ik wilde even aangeven dat ik samen met mevrouw Lammers naar een ander overleg moet, waardoor we het tweede deel gaan missen. Ik wil niet de indruk wekken dat we geen interesse hebben. Dan weet u dat.

De voorzitter:

Ik waardeer het dat u dat zegt. U komt beiden ook niet meer terug? Begrijp ik dat goed? Oké. Dat is spijtig, maar we gaan ervan uit dat de antwoorden van de minister door u op een andere wijze gehoord worden. Ik begreep van de minister dat 25 minuten voldoende is. Dat is top. Dan gaan we schorsen tot 11.30 uur. Daarna gaan we verder met de eerste termijn van het kabinet. Ik schors de vergadering.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid. We zijn nog steeds bezig met het commissiedebat Politie. We zijn aanbeland bij de eerste termijn van de minister. Ik geef hem graag het woord. Ik verzoek hem — ik ken hem een beetje — geen lange inleiding te houden en, als het kan, ons mee te nemen in eventuele blokjes. Het woord is aan de minister.

Minister Van Weel:

Het feit dat u mij kent, betekent hopelijk niet dat u vindt dat ik normaal wél van de lange inleidingen ben?

De voorzitter:

Nee, juist niet! Ik weet dat u graag kort en duidelijk bent.

Minister Van Weel:

Ik heb wel een korte inleiding, voorzitter. Daarna zal ik gaan werken met de volgende blokjes. Ik begin met het blokje politieorganisatie. Daarin zitten ook alle vragen rondom de 1.700 politiemedewerkers. Ik ga daar in mijn inleiding al kort op in, maar de bulk komt in dit blokje. Daarna heb ik het blokje financiën en het blokje taakuitvoering van de politie, in brede zin.

Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn. Ik zal zo goed mogelijk proberen te antwoorden op al uw vragen. Ik ben ten eerste verheugd en vereerd dat ik opnieuw minister van Justitie en Veiligheid mag zijn in dit nieuwe kabinet. Ik was daar trots op in mijn vorige termijn. Dat deed ik toen samen met onder anderen mevrouw Coenradie. Met heel veel plezier en drive keer ik weer terug naar dit departement. Ik zal mij vol gaan inzetten voor onze veiligheid.

Wie zich ook inzetten voor onze veiligheid, zijn natuurlijk onze politiemedewerkers. Daar staan wij vandaag bij stil. Laat mij hier ook waardering uitspreken voor alle politiemedewerkers en voor het werk dat zij doen om ons hier veilig te houden. Heel specifiek wil ik mijn waardering uitspreken voor de alertheid en het snelle handelen van de politie afgelopen week bij het aanhouden van twee tieners in Heemstede, die ervan worden verdacht een explosie of brandstichting te hebben voorbereid met een terroristisch oogmerk. Ik denk dat dat, in het licht van de aanslagen die we de afgelopen weken hebben gezien op Joodse instellingen, in ieder geval getuigt van de goede maatregelen die we nemen, van de alertheid die de politie heeft, maar ook van het succes dat de politie daarmee heeft om ons veilig te houden. Dat geldt uiteraard ook voor de Joodse gemeenschap. Het is verschrikkelijk dat dat nodig is.

In relatie tot het schietincident in Schoonhoven, dat ook door een enkeling van u werd aangehaald, waar het slachtoffer een medewerker van de politie betrof, wil ik het slachtoffer en de familieleden natuurlijk alle sterkte toewensen. Laat ik hier ook gezegd hebben dat het feit dat deze man een Iraanse achtergrond had en dat hij zich online uitsprak tegen het regime, voor mij aanleiding is geweest om samen met de gezagen te kijken of er extra maatregelen nodig zijn met betrekking tot de Iraanse gemeenschap in Nederland, en, zo ja, welke. Daar waar dat relevant was, hebben we daar mensen van op de hoogte gesteld. Ik kan u vertellen dat we hier geen aparte eenheid op hebben zitten, maar dat we wel nadrukkelijk aandacht hebben voor degenen die daar mogelijk van zouden zijn. Natuurlijk zitten de politie en het OM vol op deze zaak, niet alleen om de directe dader te pakken, maar ook om te kijken of er inderdaad links te vinden zijn met een statelijke actor. We kennen de modus operandi van Iran. Die zou zowel kunnen zien op dergelijk gebruik van criminelen als op het gebruik van Telegramkanalen om eenvoudige aanslagen te plegen op Joodse instellingen. Die mogelijkheden worden nadrukkelijk onderzocht. Daar zullen we meer van horen.

Dan heel kort over de 1.700 politiemedewerkers en de gebeurtenissen rondom de brief die is gestuurd. De berichtgeving en het onderzoek zelf hebben heel veel politiemedewerkers geraakt. De heer Struijs refereerde aan Amsterdam. Daar ben ik ook geweest. Ik heb daar mensen gesproken. Ik heb de emotie gezien. Ik heb die ook op andere plekken gezien. Ik ben daarom ook blij dat de korpsleiding ruiterlijk haar excuses heeft gemaakt dat deze gang van zaken zo niet had gemoeten. Ook mijn communicatie had anders gemoeten. Ook daarvoor bied ik nogmaals ruiterlijk mijn excuses aan. Dat doe ik ook bij elk werkbezoek dat ik afleg. Dat zijn er op het moment heel veel. Dat doe ik juist om die verbinding aan te gaan. Die verbinding zal de korpsleiding ook aan moeten gaan. Wat dat betreft — een aantal van u refereerden daaraan — is die vertrouwenskloof niet alleen maar ontstaan door deze brief en deze uitspraak, maar is er een reeks geweest van incidenten dan wel uitspraken waardoor ik ook voel, als ik op bezoek ga bij medewerkers, dat zij dat vertrouwen missen, dat zij bij hun optreden op straat niet alleen maar vanuit professionaliteit nadenken, wat ze moeten doen om hun werk te doen, wat hun politietaak is, maar dat er een aantal lagen bovenop zitten.

Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt in Utrecht, met de agenten die vast hebben gezeten in Overvecht gedurende die nacht van ongeregeldheden en doodsangsten hebben uitgestaan. Er zit een laag bovenop: "Wat betekent het als ik gefilmd word, als ik in een snippet op het internet verschijn? Wat betekent dat voor mijn reputatie? Wat gaat men daar dan van vinden?" Dan doel ik op de leiding, maar ook de bevolking, want de politie staat natuurlijk vol in de wind. Voor sommigen zijn ze niet hard genoeg, voor anderen zijn ze te hard of treden ze op tegen de verkeerde groep. Dat is echt een enorme belasting voor jonge politieagenten op straat. Daarin speelt ook dat vertrouwen in de korpsleiding en in de leiding in algemene zin mee. Dat trek ik mijzelf ook aan. Daar moeten we echt wat mee.

Uiteindelijk willen we dat die agenten op basis van hun training doen wat zij denken dat op dat moment in die situatie het beste is. We willen niet dat ze denken dat dat mogelijk consequenties kan hebben, of anderszins. Dat geldt ook, zeg ik tegen de heer Struijs, voor mensen die nu niet meer in systemen durven te kijken, omdat ze bang zijn naar aanleiding van de brief die is verstuurd. Dat kan niet. Dat heb ik ook gezegd daar op het bureau; dat zeg ik hier nu in de Tweede Kamer. Dat is absoluut niet de bedoeling. Men moet zijn werk kunnen doen. Ik zie die gedrevenheid van agenten. Zij moeten op onze steun kunnen rekenen bij het werk dat ze doen.

De voorzitter:

Momentje, minister. Ik vreesde er al voor dat dit in de inleiding ter sprake zou komen. Ik snap dat er dan vragen zijn. Er zijn best wel wat vragen gesteld over vertrouwen en inzage. Komt u daar nog op terug?

Minister Van Weel:

Ja, daar kom ik nog op terug.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de collega's. Willen jullie wachten? Nee? Oké. Dan krijgen jullie weer drie interrupties per persoon. Ik hanteer 45 seconden per interruptie. Wie was er dan eerst? Maakt dat uit? Mevrouw Faber, gaat uw gang.

Mevrouw Faber (PVV):

De minister geeft aan dat de politieagenten in feite naar eigen inzicht moeten kunnen handelen. Die moeten dan gesteund worden door de korpsleiding, maar geldt dat dan ook niet voor de burgemeesters? We zien, bijvoorbeeld in een stad als Amsterdam of Utrecht, dat burgemeesters terugkrabbelen op het moment dat de politie harder gaat optreden. We hebben dat in Utrecht gezien bij de universiteit. Toen hebben ze na anderhalf uur verbindend praten anderhalve minuut iets meer geweld gebruikt. Toen zei de burgemeester van Utrecht: "Dat was in feite te hard." Op deze manier kom je er natuurlijk niet. Niet alleen de korpsleiding, maar ook de burgemeesters moeten dat dan doen.

Minister Van Weel:

Daar ben ik het helemaal mee eens. Burgemeesters zijn essentieel, want zij zijn het gezag. Ze zijn de meest directe baas die de politie heeft in een regio en in een korps. We zouden allemaal als uitgangspunt moeten nemen dat je staat achter de politieagenten die hun taak hebben uitgevoerd. Ik zal me daar hard voor maken en dat gesprek ook aangaan met burgemeesters. Natuurlijk kunnen daarbij dingen misgaan of niet goed zijn gegaan. Daarvoor hebben we nu procedures en onderzoeken. Die moeten we dan afwachten om te kijken of dat aanleiding geeft tot onderzoek, sancties, wat dan ook. In de beeldvorming is dat eerste soms achterwege gebleven of is de nadruk te veel komen te liggen op dat tweede. Ik denk dat we die balans moeten herstellen. Die zou ik zelf als agent ook willen hebben. In eerste instantie wil ik dat mijn baas ervan uitgaat dat ik naar eer en geweten mijn baan heb uitgevoerd. Tegelijkertijd weet ik dan ook als agent dat fouten gebeuren, ook in het werk op straat en in the heat of the moment. Ook dat hoort bij het werk. Ik ben het dus met mevrouw Faber eens. Ik zie deze beweging als onderdeel van het herstel van vertrouwen.

De voorzitter:

Mevrouw Faber fluistert mij in: "Dat is een toezegging." Wat is dan die toezegging?

Minister Van Weel:

Om het gesprek met de burgemeesters aan te gaan.

De voorzitter:

Zeker, maar daar moet dan een termijn aan verbonden worden.

Minister Van Weel:

Ik denk dat ik ze heel spoedig ga zien, wat mij betreft tijdens het LOVP.

De voorzitter:

Oké, want als we het moeten noteren als toezegging … We krijgen er een schriftelijke terugkoppeling van, hoor ik nu. Het woord is aan mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Daarop voortbordurend ben ik ook wel benieuwd hoe de minister ertegen aankijkt dat burgemeesters nu toch wel bepalen wat er ingezet wordt. De een beslist daar anders over dan de ander. Wordt er bijvoorbeeld wel of niet ME ingezet? Wordt er met de jaarwisseling in Amsterdam wel of niet traangas ingezet? Besluit de burgemeester geen traangas in te zetten en stuurt ze de ME dus toch, al dan niet bewust, een oorlogsgebied in? Ik heb daar héél veel moeite mee. Ik weet van de ME'ers dat zij daar ook echt ongelofelijk veel moeite mee hebben gehad. Het verschilt nu eigenlijk per regio. Ik ben dus even benieuwd of de minister dit toch ook kan meenemen in zijn gesprek met de burgemeester. Ik snap de driehoeksverhouding, maar je praat wel met de politieorganisatie, die toch de expertise heeft. Daarnaast ben ik benieuwd naar aanleiding van de brief die is verstuurd naar die 1.700 collega's. Daarin staan inderdaad excuses. Die mag als niet verzonden beschouwd worden, maar is de minister het dan wel met mij eens dat het vreemd is dat in diezelfde brief staat dat er alsnog een gesprek volgt? Het zwaard van Damocles blijft dus voor heel veel agenten toch wel hangen.

De voorzitter:

Twee vragen in een, maar vooruit.

Minister Van Weel:

Ja, het zijn twee uiteenlopende vragen ook. Ik begin bij de eerste. Ik zie het als mijn taak om alle signalen over wat de politie tekortkomt in haar taakuitvoering te horen en op te lossen, of die nu gaan over wet- en regelgeving, over instructies of over iets materieels. Als het dan gaat om de specifieke inzet in een gemeente of in een stad, dan is het aan de lokale driehoek om te bepalen wat die nu op dat moment vindt passen bij de situatie waar die in zit. Daar zullen altijd smaak- en kleurverschillen in zitten. Ik hoop dat dat in de driehoek in ieder geval open wordt bediscussieerd en zo ken ik de meeste driehoeken ook wel. Daar zitten de politie, de burgemeester en het OM echt gezamenlijk en komen zij gezamenlijk tot een besluit over welke inzet op welk moment nodig is. Bij bijvoorbeeld de situatie in Overvecht ervaar ik echt wel de steun van de burgemeester voor de politie, die daar heeft moeten optreden onder moeilijke omstandigheden. Ik kom straks nog op dat ME-peloton terug. Omdat uw tweede vraag zo anders was, ben ik die alweer vergeten.

De voorzitter:

Die ging over de excuusbrief.

Minister Van Weel:

Ah, de brief. Daar kom ik zo meteen nog op terug, want er zijn een heleboel vragen over de 1.700 en alles wat daaromheen hangt.

De voorzitter:

Dit was de inleiding? Nee? O, sorry, ga verder met de inleiding.

Minister Van Weel:

Nee, ik ben nog niet door mijn inleiding heen. Ik vertelde over wat voor zorgen agenten hebben, dat ze zich onveilig voelen als ze moeten optreden onder een enorme aanval van jongeren in zo'n gebied als Overvecht. Ja, daar hebben wij als politieke leiding iets in te doen om dat vertrouwen terug te geven. Maar het betekent ook wat voor wat er gebeurt op onze straten in sommige gebieden. Ik neem de zorgen van die agenten heel serieus. Het is niet normaal dat agenten op dagelijkse basis worden uitgescholden, bedreigd of belaagd zoals we dat hebben gezien in Utrecht, in Overvecht. Het is ook niet normaal dat hun gezag wordt ondermijnd door in dit geval jongeren in een wijk, die dat gezag tarten en uitdagen tot op het bot. Dat kunnen we niet accepteren. Ik zie het dan ook als een van mijn prioriteiten om daar wat aan te doen. Ik noem dat het herstel van het gezag van de politie. Dat is niet omdat ik vind dat de politie dat gezag niet heeft, maar omdat ik vind dat dat gezag onvoldoende wordt gerespecteerd in bepaalde gebieden in Nederland. Dat kunnen we niet accepteren. Dat gezag moet er weer zijn. Je blijft van elkaar af en ik zal daar ook regelmatig normerend over te horen zijn.

Zoals ik gezegd heb, heb ik meerdere werkbezoeken afgelegd die in dit kader staan, juist in buurten waar de politie daar erg mee worstelt. Ik zeg daar ook bij dat de politie in haar eentje daar niets kan veranderen. De politie staat hier in de voorhoede en loopt aan tegen problemen, maar in een wijk als de Hoge Vucht in Breda, waar ik ben geweest, of in Overvecht, zie je dat de problematiek veel breder is dan wat de politie in haar eentje aankan. Het is aan de maatschappij, het is aan gemeentes en het is aan buurten om hier een kentering te brengen waardoor de politie ook weer beter haar werk kan doen zoals dat bedoeld is. Ik zie dus nog steeds geen no-goarea's in Nederland. Ik loop daar ook rond. De politie heeft ook nog wel verbinding, maar die verbinding is onvoldoende om te voorkomen dat bijvoorbeeld jongeren afglijden in de richting van criminaliteit of dat er gebieden bestaan waar een alternatieve economie draait en de norm is, en waarin er mensen zijn die niet gewoon meedoen in onze eigen maatschappij. Ik zie dat probleem dus en ik kan dat niet vanuit alleen Justitie oplossen, maar het heeft wel mijn prioriteit om daar wat mee te doen.

Ik kom straks nog uitgebreid op die financiën terug, maar ik moet ook zeggen dat ik wel blij ben. Toen ik vertrok, hebben we helaas bloot moeten leggen dat er een enorm structureel tekort zat in de politiebegroting. We hebben pijnlijke maatregelen op tafel moeten leggen. Ik ben zeer blij dat er met dit coalitieakkoord in ieder geval middelen zijn om die structurele basis op orde te brengen. Ik kom zo nog even terug op hoe ik dat denk te gaan doen. Maar de politie verdient natuurlijk gewoon voldoende mensen, voldoende middelen en voldoende uitrusting. De politie verdient ook voldoende bevoegdheden om haar werk te kunnen doen en daar kom ik ook nog specifiek op terug. We praten hier bijvoorbeeld al een paar jaar over bijvoorbeeld de toegang van politie tot online gegevens in het kader van de openbare orde.

Tegelijkertijd zien we een omgekeerde beweging, waarin de AP juist grenzen stelt aan de bevoegdheden, op basis van de huidige wet- en regelgeving. Ik zie het echt als mijn taak om die weg te nemen, om ervoor te zorgen dat de politie ook daarin gewoon haar werk kan doen, ook met gebruik van technologieën als gezichtsherkenningstechnologie, die haar werk, zeker in de opsporing, zoveel kunnen helpen. We moeten daarin gewoon met onze tijd mee. We moeten, zoals beloofd in het coalitieakkoord, de gewelds- en verdedigingsmiddelen van de ME uitbreiden — mevrouw Coenradie refereerde daaraan — waar opportuun ook met de bodycams, die ook al in het coalitieakkoord werden genoemd, omdat die echt kunnen helpen om achteraf te kunnen reconstrueren bij wie het begon, op welk moment en hoe de agent werd belaagd. Ik heb dat nu ook gezien in Overvecht. Uiteindelijk is dat natuurlijk heel belangrijke bewijsvoering in die zaak. Uiteraard ga ik voor een goede besteding samen oplopen met de gezagen. Voor 2026 gaan we de voorstellen voor de oplossingsrichtingen neerzetten. U weet dat daar ook nog een tekort stond. Ik heb in mijn brief van destijds gezegd dat we voor dat tekort voor 2026 in ieder geval een aantal kaders hebben gesteld, waardoor de operationele output daar niet onder zou lijden. Ik hoop dat het resultaat over 2025 van de politie ons zal helpen om verder weg te kunnen blijven van maatregelen, maar ik kan daar nu nog niet specifiek op vooruitlopen.

Verward gedrag, laat ik dat hier nog even noemen. Ook daar hebben we het al jaren over. En ook daarbij is elke keer de conclusie: ja, de politie zal elke keer komen als er gebeld wordt en er een onveilige situatie ontstaat. Daar komen we, vrees ik, niet van weg. Ik heb ook teams gezien waarmee permanent een ggz-politieteam rondrijdt. In sommige gemeenten kan dat uit. In andere gemeenten is juist weer de klacht dat men dan permanent mensen aan deze taak kwijt is en dat het geen fulltimebaan is. We zullen daar dus echt moeten komen tot een methodiek waarbij in ieder geval de tijd die de politie eraan kwijt is, zo kort mogelijk is. Dat hoor je wel vaker: "Komen is niet het probleem, want de politie is al op straat en reageert op meldingen, maar dan ... Wat doe je met zo iemand, waar kan hij heen? Hebben we nog wel ggz-instellingen waar deze mensen in ieder geval voor een korte periode kunnen worden vastgezet?". Nou, ik weet dat er pilots draaien, onder andere in Rotterdam. Daar ben ik heel blij mee en ik hoop echt dat dat een voorbeeld gaat zijn voor de rest. Maar over dat onderwerp komen we natuurlijk op 9 april nog te spreken, dus ik wil daar niet te ver op ingaan.

Dan kom ik nu bij mijn eerste blokje.

Mevrouw Straatman (CDA):

De minister zei dat hij ook nog een blokje financiën had. Gaat het daarin ook over de financiën voor het komende jaar, 2026, of was dat de opmerking van zojuist van de minister? In dat geval heb ik nu een vraag, en anders bewaar ik die nog even.

Minister Van Weel:

Van 2026 heb ik net gezegd hoe het ervoor staat. Ik kan daarop nog niet in detail terugkomen, maar als u een specifieke vraag hebt, heb ik wellicht een antwoord.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dan doe ik mijn vraag nu. Ik begrijp goed dat de minister daar nu nog niet in detail in kan treden, maar er blijft wel telkens onduidelijkheid bestaan. De minister zegt dat in 2026 de basisteams, de gebiedsgebonden politie en de opsporing in de basisteams in ieder geval niet geraakt zullen worden. Maar opsporing is breder dan de opsporing in de basisteams; je hebt ook de districtelijke opsporing, de zedenopsporing et cetera. Kan de minister hier bevestigen dat dat deel van de opsporing ook niet geraakt wordt?

Minister Van Weel:

Ik kan dat nu nog niet, want ik ben die puzzel aan het leggen. De uitgangspunten die in de brief staan die ik destijds heb verstuurd, gelden nog. Ik voorzie wel enige verlichting. Ik noemde al even de resultaten over 2025 van de politie. Ik hoop dat dat echt gaat helpen in het lenigen van de tekorten die we nog hadden voor dat jaar. Maar ik moet nog iets van tijd nemen voordat ik dat in concreto naar buiten kan brengen.

De voorzitter:

Oké. Dan gaat de minister denk ik nu aan de slag met de blokjes.

Minister Van Weel:

Ja. Het eerste blokje gaat over de politieorganisatie in bredere zin. Ik ga nu wat dieper in op die 1.700 en op hoe dit is gelopen. In een hele korte zin heb ik in mijn brief van 9 maart, de brief waarvan ik nu zeg dat die nooit zo verzonden had mogen worden, aangegeven dat er bij de politieorganisatie signalen waren dat er gevoelige informatie uit de zaak Lisa uit het politiesysteem bij de media terecht was gekomen. Laten we vooropstellen — en hierbij zeg ik dit, via de voorzitter, ook tegen de nabestaanden — dat het natuurlijk verschrikkelijk is dat je dit soort details in de media moet teruglezen. Ik ben ook geen politieagent tegengekomen die dit niet verwerpelijk vindt en die niet zegt "dit mag natuurlijk niet".

Er waren meerdere signalen van misbruik van deze strekking en naar aanleiding daarvan heeft de politieorganisatie onderzoek gedaan naar wie er allemaal in die systemen hebben gekeken. Gelet op de aantallen heeft de politie besloten dat ze daar moeilijk een individuele benadering op kan toepassen. Besloten is dus tot een groepsbenadering. De politie wil daarmee niet impliceren dat de betrokkenen allemaal ten onrechte in die systemen hebben gekeken, maar ze wil wel het eerlijke gesprek aangaan, van: hoe ga je daarmee om? Het bericht dat die brieven uit zouden gaan naar 1.700 medewerkers bereikte mij, en daarop hebben wij besloten om dan ook in alle transparantie te melden aan de Kamer dat dit liep.

Als je nu nagaat wat daar mis is gegaan, dan denk ik dat dat op een aantal niveaus zit. Het zit op het niveau van het sturen van een brief, in plaats van het aangaan van het gesprek. Het zit ook op het niveau van mijn communicatie daarover. Je moet al hele grote vraagtekens zetten bij die 1.700 en je afvragen hoeveel daarvan uiteindelijk onterecht hebben gekeken. Dat zal blijken. Die gesprekken vinden nu plaats. Dat gebeurt niet in een beschuldigende sfeer, maar dient juist om de emoties op te halen en die mensen gerust te stellen die daar gewoon een goede aanleiding voor hadden. Daar waar sprake is geweest van lekken — en dat is ook iedere agent met ons eens — is dat onacceptabel en heeft het uiteraard consequenties.

Daar is het dus misgegaan en daar kwam vervolgens mijn communicatie overheen, wat uiteindelijk niet alleen die 1.700 heeft geraakt, maar natuurlijk de hele politieorganisatie. Iedereen wordt immers op straat potentieel aangekeken als een sensatiezoekende agent die in de systemen zit te loeren. In die zin ben ik het eens met wat de heer Struijs zei: daarmee voelen meer dan 60.000 medewerkers zich in de hoek gezet. Daarvoor heb ik, en de korpschef ook, echt oprecht mijn excuses aangeboden voor de manier waarop het is gegaan in de aanloop naar de politiechefs.

Nogmaals, dit soort dingen vinden plaats in een cascade. U noemde zelf al het overleg met alle politiechefs en ik denk dat daar op verschillende niveaus een verkeerde inschatting is gemaakt van wat uiteindelijk de impact is van de gekozen aanpak hiervoor. Ik wil dit rustig nog een keer in detail op papier laten zetten in het kader van de reconstructie. Dan nemen we dat mee in het halfjaarbericht en hebben we het helder. Maar ik zou echt willen focussen op wat mij is opgevallen van wat hierachter ligt en wat losstaat van deze 1.700 brieven.

De voorzitter:

Punt inderdaad. Ik zag een interruptie van mevrouw Van der Plas. Nog meer interrupties? Meneer Mathlouti. Ik kijk even naar meneer Struijs, want de minister beantwoordt eigenlijk een vraag van de heer Struijs als hij zegt: ik ga er in het halfjaarbericht op terugkomen en zet het een en ander op een rijtje. Voldoet dat, meneer Struijs?

De heer Struijs (50PLUS):

Als het een gedetailleerde reconstructie is wel, maar ik wil daar ook een datum aan hangen, want dit is natuurlijk de start van een wat langer proces waar we het dadelijk nog over gaan hebben.

De voorzitter:

Het halfjaarbericht komt in juni, denk ik.

De heer Struijs (50PLUS):

Dat is dan prima.

De voorzitter:

Een het detailniveau, minister?

Minister Van Weel:

Iets gedetailleerder dan wat ik hier heb gezegd, maar tegelijkertijd rekening houdend met de gevoeligheid en de genoemde niveaus. Ik kies ervoor om in de wind te gaan staan. De korpsleiding tot op zekere hoogte ook, maar op de detailniveaus daaronder moeten we ook geen openbaar functioneringsgesprek nastreven.

De voorzitter:

Dank. Dan is dat afgehandeld. We hebben dit genoteerd als toezegging, dus dat is top.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik kijk ook even mijn collega's aan, want dit is een gezamenlijke zoektocht.

De voorzitter:

Dat is mooi. We noteren als toezegging dat de minister bij het halfjaarbericht met een reconstructie komt. Dan gaan we naar mevrouw Van der Plas voor haar interruptie, want zij was eerst.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik vind wat de minister zegt toch allemaal een beetje te slap over wat er gebeurd is in de zaak Lisa en het voor de bus gooien van 1.700 politieagenten. Dat is gewoon echt te slap. Als je bij de politie komt, dan leg je een ambtseed af. Je belooft integer te zijn, betrouwbaar, onkreukbaar te handelen, de wet na te leven, vertrouwelijke informatie geheim te houden. Een incident kan natuurlijk altijd gebeuren. Iemand kan een keer de fout in gaan, maar hier worden eigenlijk collectief alle agenten van Nederland gewoon keihard voor de bus gegooid. Dan excuses aanbieden van "we hadden dat zo niet moeten communiceren, we hadden dat anders moeten doen", vind ik echt, echt veel te slap. Ik vind het heel ernstig dat eigenlijk vrijwel meteen gewoon alle agenten worden beschuldigd. Dan deugt er iets niet in de korpsleiding, want dan vertrouw je je mensen niet. Die mensen hebben allemaal de ambtseed afgelegd en zijn dan — huppakee! — zomaar even voor de bus gegooid. Heel Nederland praat over de rel met die agenten, "dat kan toch allemaal niet?" En die excuses? Niemand hoort meer die excuses, want het leed is al geschied. Ik vind echt dat er gewoon meer moet gebeuren; ik vind dat er diep door het stof gegaan moet worden om dit op te lossen. Nederlanders hebben namelijk gewoon geen vertrouwen meer in politieagenten en de politieagenten hebben geen vertrouwen meer in de korpsleiding. Om dan gewoon te zeggen "Ja, sorry, we hadden dat niet moeten doen; we hadden het eerst even moeten onderzoeken" ... De politieorganisatie is een organisatie waar per definitie onderzoek plaatsvindt, op allerlei gebieden. Dat had gewoon nooit en te nimmer mogen gebeuren! Hierin is de korpsleiding, en ik vind ook de minister, gewoon echt heel erg tekortgeschoten, en dan druk ik het nog heel erg zacht uit. Wat vindt de minister daarvan?

De voorzitter:

Die interruptie was twee minuten, mevrouw Van der Plas. Ik hoop dat u mij vergeeft dat ik 'm als twee interrupties ga noteren. De minister.

Minister Van Weel:

Ik kan niet genoeg benadrukken — en dat doe ik hier volgens mij ook ruiterlijk — dat ik mijn excuses aanbied voor hoe dit is gebeurd. Ik kan de tijd niet terugdraaien. Ik kan wel zeggen: "Wat leren we hiervan? Wat is hier misgegaan?" Maar ik zeg daar ook bij: dit komt boven op een kloof — dat heeft de korpsleiding zelf ook gezegd — die hier al lag, en deze brief heeft zout in die wonde gegooid. Daarom komt dat nu in contrast en in z'n volle omvang naar boven. Daar ben ik ook wel van geschrokken. Ik ben het met mevrouw Van der Plas eens dat we daar keihard aan moeten werken. Dat heb je niet met excuses weggepoetst. Dat vereist een langdurig traject. Er is ook echt heel stevig gesproken tussen de korpsleiding en de vakbonden hierover. Dat heeft geknetterd. Dat hebben ze zelf ook naar buiten gebracht, van: "Hoe ga je dit nog repareren? Hoe ga je dat doen?" Maar uiteindelijk zijn de vakbonden en de korpschef naar buiten gekomen en hebben zij gezegd: we gaan hier wel voor; we gaan wel werken aan dit vertrouwen. De korpschef is nu ook op heel veel werkbezoeken om die band weer te herstellen. Ik doe dat zelf ook, want ik zie het ook als een verantwoordelijkheid van mij om te helpen die kloof te dichten en achter die dienders te gaan staan.

De heer Struijs noemde het bezoek aan Amsterdam. Natuurlijk, dat zijn ook de mensen die heel dicht boven op de zaak-Lisa zaten en die ook heel veel emotie hebben over die zaak. Dan hoor je hoeveel pijn dat heeft gedaan. Maar overal waar ik kom, hoor ik over zaken als vertrouwen van de maatschappij of angst om je nek uit te steken en gedoxt te worden. Een collega in Utrecht moest onderduiken na het voorval bij het Bollendak. Dat soort zaken is een diepere beweging en ik neem het graag op mij om daar wat mee te doen.

Dat is vooruitkijken, want dat moet ik nu doen. Ik zal dat vertrouwen weer terug moeten winnen na die brief. Dat vereist heel veel werk. Dat ben ik bereid om te doen. Tegelijkertijd zie ik het als een kleine zegen dat het in ieder geval mijn ogen heeft geopend voor iets wat heel diep zit, in elke agent, en wat ik wellicht in mijn vorige periode niet zo naar de oppervlakte heb kunnen krijgen. Dat is dan toch een verschil in afstand. Dat is de kloof tussen beleid en uitvoering waarvan ik mij als oud-uitvoerende in uniform had voorgenomen om die nooit te laten bestaan. Die kloof ontstaat onvermijdelijk en onherroepelijk: je hebt hier in Den Haag nooit echt een beeld van hoe de agent op straat zich voelt. Waar loopt die tegenaan? Wat doen de woorden die hier worden gesproken met zo'n agent? Nogmaals, dat was ooit mijn aanleiding om het uniform uit te trekken en naar Den Haag te komen. Die motivatie pak ik nu weer op om hier in Den Haag ook het geluid te laten horen waarvan zij vinden dat het hier niet verteld wordt, waar zij steun missen.

De voorzitter:

U mag nog één keer, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Kamerbrieven? De mensen thuis lezen geen Kamerbrieven. Die hebben echt geen idee van zo'n Kamerbrief. Die lezen De Telegraaf en NU.nl en social media en kijken filmpjes. Op die manier krijgen zij de meeste informatie. Een Kamerbrief sturen en excuses aanbieden is dus mooi, maar er moet gewoon echt wel wat meer gebeuren, want de politieagenten in Nederland staan elke dag al in de vuurlinie; ze worden al bespuugd en beledigd en mishandeld en noem maar op. Ik vind dus echt dat daar meer voor nodig is, misschien wel heel breeduit in alle media die er zijn een groot excusespamflet dat dit nooit had mogen gebeuren en dat het ook nooit meer zal gebeuren, zodat het echt duidelijk bij de mensen in Nederland terechtkomt. Want Kamerbrieven? Mensen hebben echt geen idee van wat hier in Kamerbrieven wordt gecommuniceerd.

De voorzitter:

Ik zie dat iemand van De Telegraaf hier in de zaal meteen de afdeling marketing gaat contacteren. De minister.

Minister Van Weel:

Dat realiseren we ons natuurlijk. Daarom gaan we ook naar die agenten toe, want in eerste instantie zijn die excuses gericht aan hen en niet aan de Kamer of aan het Nederlandse publiek. Maar ik ben ook niet voor niets in een heel groot programma gaan zitten, juist om dit in een heel uitgebreide een-op-eensessie met de presentator uit de doeken te doen, en dat houdt ook niet op. Maar wat ik zeg: op een gegeven moment moeten we van excuses naar de vraag hoe we dit probleem oplossen. En dat probleem is mij nu wel heel erg duidelijk geworden. Dat zit 'm ten eerste in de kloof tussen Den Haag en de mensen op straat die het moeten doen, maar het zit 'm ook in de maatschappij en in de hardheid en polarisatie waar agenten aan worden blootgesteld, in combinatie met de risico's van social media, van doxing, waardoor ze zich ook persoonlijk onveilig gaan voelen. Dat pak ik met verve op. Dat zult u mij niet alleen maar in de Kamer horen zeggen maar ook in de media en alles.

De voorzitter:

Overigens zit ook RTL in de zaal aandachtig te luisteren. Ik help hier allen om tot elkaar te komen. Meneer Mathlouti was eerst, namens D66.

De heer Mathlouti (D66):

Wij hadden natuurlijk over de casus van die 1.700 agenten ook vragen gesteld op het moment dat het nieuws net naar buiten kwam, puur om te begrijpen hoe dat nu precies zit. De minister is daar gisteren uitvoerig op ingegaan in zijn beantwoording. Dank daarvoor. Tegelijkertijd zien we dat de emotie nog steeds heel hoog is. Ik ben blij dat de minister het vertrouwensvraagstuk serieus oppakt en zelf ook echt goed door het stof gaat, ook vandaag weer. Tegelijkertijd lezen we dat het onderzoek naar de inzage in systemen of dossiers nog steeds loopt. Kan de minister daar iets over zeggen?

De voorzitter:

Duidelijke vraag. De minister.

Minister Van Weel:

Er was wel een aanleiding om dat onderzoek te starten. Dat was een heel vervelende aanleiding en we hebben via de advocaat gehoord dat die aanleiding ook voor de familie pijnlijk is: zij hebben uit de media details moeten vernemen, heel pijnlijke details, die zij natuurlijk gewoon vanuit de organisatie zelf hadden moeten vernemen. De aanleiding voor het onderzoek waren wel degelijk concrete aanwijzingen. Ik noem er nu eentje, maar er waren er meerdere. Wat er mis is gegaan, is dat 1.700 mensen daar collectief voor verantwoordelijk zijn gehouden en dat we door vervolgens die 1.700 collectief verantwoordelijk te houden, eigenlijk 60.000 plus medewerkers verantwoordelijk hebben gehouden. Daar zit de fout in.

Dat die gesprekken nog plaatsvinden, is ook goed in het kader van het herstel van vertrouwen, geloof ik. Dat is namelijk alleen maar om de context te vernemen: hoe hebben die mensen in die systemen gekeken en wat kwam daarbij kijken? Ik heb inmiddels van agenten een heleboel voorbeelden gehad. Het werd al genoemd: een soortgelijke casus hebben gehad, iemand met hetzelfde profiel. In een heleboel gevallen gaat ons dat inzicht geven — dat gaat de korpschef ook terugrapporteren aan mij — in hoe de politiemedewerker omgaat met deze systemen en dat dat ook te goeder trouw gebeurt. Het gaat ons helpen om ook dat weer publiek te maken en hier te bespreken, om uiteindelijk meer context te geven, ook van hun verhaal.

De heer Mathlouti (D66):

Ik ga ervan uit dat u die beslissing uiteindelijk ook met ons gaat delen, eventueel in de reconstructie die u aan de heer Struijs heeft toegezegd. Ik denk namelijk dat het belangrijk is om ook hier de feiten goed op een rijtje te hebben, ondanks de emotie, die ik heel goed snap, rondom vertrouwen. Maar ik hoop dat we met die feiten ook recht blijven doen aan de situatie zoals die is. Agenten zijn te snel voor de bus gegooid. Volgens mij is dat niet de bedoeling. We moeten ook scherp zijn op dingen die niet goed zijn gegaan.

Minister Van Weel:

Absoluut.

De voorzitter:

Laat ik niet onvermeld laten — ik noemde alle journalisten die er zijn — dat ook die van NRC Handelsblad aanwezig zijn. Ik kijk even rond. Mevrouw Coenradie was eerst en dan kom ik bij de heer Van Dijk.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voordat het ten koste gaat van een interruptie, ben ik even benieuwd of de specifieke vragen hierover nog beantwoord gaan worden of dat ik nu gewoon geen antwoord heb gekregen. Het gaat namelijk over de vraag of de positie van de huidige korpsleiding houdbaar is volgens deze minister en over de vraag of de minister binnen zes maanden een onafhankelijke evaluatie van de korpsleiding wil gaan uitvoeren, waarin niet alleen naar papieren prestaties wordt gekeken, maar juist naar het vertrouwen op de werkvloer.

De voorzitter:

Dat zijn twee vragen. Ik kijk naar de minister. Komen die nog in uw betoog of beantwoordt u ze nu ter plekke?

Minister Van Weel:

Ik doe ze nu. Ze liggen ook voor me.

De voorzitter:

Dan doen we ze nu en tel ik dit niet als een interruptie.

Minister Van Weel:

Ik stelde al even dat het voor mij van belang is dat de korpsleiding hiervoor ruiterlijk excuses heeft aangeboden en daar ook voor is gaan staan, maar dat ze ook het open gesprek aangegaan is met de vakbonden. Dat was een lang en hard gesprek. Ze zijn gezamenlijk uit dat gesprek naar voren gekomen en hebben geconcludeerd dat ze samen willen gaan werken aan vertrouwen. Dat is voor mij de aanleiding om dat traject, dat bonden en korpsleiding samen hebben afgesproken, nu een kans te gunnen. Natuurlijk ga ik dat op de voet volgen. Ik vind het terugwinnen van vertrouwen, niet alleen voor mezelf maar ook voor de korpsleiding, een van de belangrijkste aandachtspunten voor de komende periode. Natuurlijk moet ik even zoeken naar een manier waarop we daarover het gesprek weer kunnen aangaan, want sommige dingen zijn meetbaar en andere weer niet. Ik verzoek dus om enige ruimte. Ik heb in ieder geval het werken aan vertrouwen en het herstel van het gezag op straat et cetera als een van mijn prioriteiten genomen, dus ik ga er sowieso over rapporteren. Daarin neem ik ook mee wat ik van de korpsleiding hoor over het traject dat zij aflopen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ook ik weet niet precies bij welk blokje de minister is in zijn beantwoording, maar waar we het nu heel lang over hebben — hoe er is omgegaan met de kwestie-Lisa en dat heel veel agenten het idee hebben dat ze rondlopen met één hand op de rug — zijn uiteindelijk toch symptomen. De kernvraag is wat mij betreft: hoe zijn we daar terechtgekomen? Is dat het systeem, de opbouw van de politieorganisatie, of zit het in personen? Ook "werken aan vertrouwen" is een heel algemene term. Als we niet echt scherp hebben waar het vandaan komt, dan maak ik me ook wel zorgen over de remedies.

Minister Van Weel:

Het is een combinatie, denk ik. Eén. De politie is een ontzettend grote organisatie. Ik werk al een heel groot deel van mijn leven bij hele grote organisaties. Daar moet je altijd scherp zijn op de vraag: vinden de signalen van de werkvloer wel hun weg naar boven en gebeurt dat voldoende ongefilterd of niet? Is er vanuit de top ook een directe lijn met de werkvloer of niet? Het is in eerste instantie aan de politieorganisatie zelf om dat in de gaten te houden. Ik weet niet of het per se aan managementlagen ligt. Een organisatie van 60.000 mensen vereist ook enige gelaagdheid, want anders zie je je chef nooit en kun je nooit een directe relatie hebben. Dat is natuurlijk iets wat ik bij "de financiële basis op orde" ook wil meenemen. We willen allemaal meer output. We willen allemaal meer blauw op straat. Dat betekent dat we moeten gaan kijken of er ergens anders efficiency mogelijk is. Dat zal 'm ook in de overhead zitten. Dat zal 'm ook in niet-operationele functies moeten gaan zitten. Die beweging was al ingezet. In het kader van het uitwerken van de begroting zie ik dat nog meer.

Maar het ligt ook niet alleen maar aan de organisatie. Het ligt ook echt aan het veranderen van de straat. Wat dat betreft: kijk naar wat er in Overvecht gebeurde op die avond. Het zal nog moeten blijken of dat uitgelokt was of niet, maar er was een achtervolging van een scooter zonder kentekenplaten en vervolgens, zodra die scooter ten val kwam en agenten uitstapten, duurde het echt geen minuten voordat er grote groepen om die agenten heen stonden. Dat was meteen dreigend en intimiderend en mondde uit in het geweld dat u heeft gezien tegen de bus en agenten, die op dat moment ook niet weg konden. Dat zit wel diep. Dat is niet de enige wijk waar agenten vertellen dat ze dit ervaren, dat ze op zich de verbinding nog wel hebben in die wijken, dat de wijkagent overdag er echt wel langskomt en de mensen kent daar op straat, maar waar op sommige momenten gewoon de vlam in de pan slaat en je in een soort oorlogsgebied komt.

Daar komt dan nog het feit bovenop dat alles gefilmd wordt en meteen online wordt gezet. Elke actie die je onderneemt als agent, staat dus meteen op Telegram of TikTok, zonder context en met duizenden reacties eronder. Ik heb er als publiek figuur al last van dat mensen een uitgesproken mening hebben over wat ik doe. Moet je je voorstellen hoe dat is als je een agent bent die zijn geweldsmonopolie inzet. Daar wordt dan vijf seconden uit geknipt en dat wordt online gegooid, en hij wordt neergezet als iemand die dat onterecht zou doen. Dat is heftig. Het zijn wel jonge mensen van 20 jaar die dan in hun eentje in de wind staan. Daar moeten we wel wat mee. Dat reikt dus breder dan alleen maar de organisatie, dat zit in onze maatschappij. Hoe beschermen we onze agenten?

De voorzitter:

Meneer Van Dijk eerst.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank voor de uitgebreide reactie. Er is heel veel gezegd, dus ik ga ook niet op alle punten reageren. Het is duidelijk een wisselwerking. Inderdaad, er verandert wat op straat; dat zal waar zijn. Tegelijkertijd hechten we toch wel zo aan zo'n hele diepgaande analyse van de achtergronden, omdat dit ook iets zegt over het gezag dat onze politie heeft. Ik weet zeker dat jongeren dit in de VS niet uithalen. Ik zeg niet dat we de VS moeten kopiëren, want daar gaan ook wel dingen echt mis, maar er is hier wel echt fundamenteel wat aan de hand.

Minister Van Weel:

Dat klopt, vandaar mijn prioriteit: herstel van het gezag op straat en van de veiligheid. Daar ga ik via een heleboel sporen uitvoering aan geven, maar het is wel juist om dit te adresseren. Ik moet daarbij zeggen dat ik ook in de VS weleens in grote steden net in de verkeerde wijk terecht ben gekomen, en daar zie je dan überhaupt geen politie meer. Ik wil wel even benadrukken dat het hier niet zo ver is. Je kunt nu overdag prima door Overvecht lopen, of door de Hoge Vucht in Breda, maar zoals ik net zei: er broeit wel wat. De vlam kan zo in de pan slaan, zoals we vorige week in Overvecht hebben gezien. Daar moeten we natuurlijk wat mee.

De voorzitter:

Ik kijk even hoe de volgorde der dingen nu ging. Wie was er eerst, mevrouw de griffier? Ik hoor mevrouw Faber zeggen dat zij eerst was en dat mevrouw Coenradie een vervolgvraag had. Meneer Mathlouti heeft ook een vraag. Dan doen we mevrouw Coenradie eerst.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ik ben toch een beetje zoekende naar hoe we dit gaan aanpakken. We doen ook allerlei voorstellen vanuit de Kamer. Ik doe dat namens JA21, bijvoorbeeld over deze filmende mensen, die toch echt de boel terroriseren en daarmee de politie in een kwaad daglicht stellen. We zien dat in landen om ons heen, zoals Spanje, het ontzag voor het gezag vele malen groter is; daarvan zijn voorbeelden aangehaald. Ik ben zoekende naar wat deze minister nodig heeft om grotere stappen vooruit te maken. Het gaat nu zo tergend langzaam. Ik heb soms het idee dat dat ook echt door de Kamer komt, vanwege de verdeeldheid over dit onderwerp. Tegelijkertijd moeten we toch niet over vijf jaar terugkijken op deze situatie en zeggen: we told you so.

Minister Van Weel:

Daar kom ik op terug, want ik wil dat niet nu allemaal verzinnen. Ik zie dit probleem. Ik ben die bezoeken juist aan het doen om dat te analyseren, om heel diep in de vezels te komen van waar we tegenaan lopen. Ik zei ook al dat het niet alleen een politieprobleem is. Er is wel meer mis in deze wijken. Ik noem maar wat: zolang criminele rolmodellen daar de dienst uitmaken, gaat er natuurlijk niemand bij de Jumbo werken voor een paar euro per uur. Dat is gewoon een realiteit in deze wijk. Dat is maar een van de aspecten, maar zo zijn er vele. Ik ben thuis geweest bij een jongen van 13 met een enkelband om. Die zat met een enkelband vanwege meerdere mishandelingen en roofovervallen en ging al een paar jaar niet naar school. Ja, die zit dan nu de hele dag binnen te gamen met zijn enkelband om. Ik vind het ook moeilijk om daar perspectief in te zien. Waar gaat dat dan heen? Ik wil daar goed over nadenken en dan wil ik met voorstellen komen. Dan heb ik natuurlijk heel graag uw steun om hier wat mee te doen.

De voorzitter:

Even kijken. Mevrouw Faber heeft een vraag op een ander punt. Het is fijn dat u dat aangeeft, mevrouw Faber. Meneer Struijs heeft een vraag op dit punt, denk ik, en meneer Mathlouti en mevrouw Straatman ook. Ik denk dat we over een minuut of 20 richting de tweede termijn moeten, dus ik zit even te kijken. Mevrouw Faber maakt het punt dat er nu wel heel veel voor haar gaan en dat dan straks de tijd om is. Neeneenee, we gaan het regelen, mevrouw Faber. Meneer Mathlouti, dit is dan meteen uw laatste interruptie.

De heer Mathlouti (D66):

Ik wil het kort houden, want ik denk dat er al heel veel is gevraagd en dat er ook redelijk is toegezegd door de minister. Ik ben het met hem eens dat het een breder probleem is dan alleen een Justitie- en Veiligheidsding. U kon nog wat ideeën en plannen aan, hoorde ik. Ik ben vooral benieuwd wanneer, zodat we dan dat gesprek met elkaar kunnen voeren. Er moet namelijk wat gebeuren. Ik denk dat er nog best wel wat verschillen zijn in de ideeën over wat er moet gebeuren, maar dit vraagt inderdaad wel een breed gesprek.

Minister Van Weel:

Stap één is mijn beleidsbrief. Die komt net als alle beleidsbrieven aan het eind van komende maand uit. Daar zal een eerste denkrichting in zitten. Er staan ook ideeën in het coalitieakkoord die hieraan te liëren zijn. Het heeft namelijk ook te maken met bevoegdheden en met geweldsmiddelen die de politie heeft en kan inzetten. Ik noemde al de bodycams, die in sommige gevallen een preventieve, en anders in ieder geval een repressieve functie hebben. In het halfjaarbericht politie zal ik elke keer rapporteren over dit aspect.

De voorzitter:

Zullen we nu naar mevrouw Faber gaan? Ja, toch? Dat gaan we gewoon doen. Mevrouw Faber, hupsakee.

Mevrouw Faber (PVV):

Even terugkomend op die 1.700 agenten. De minister gaf namelijk aan dat er wel details gelekt waren. Als je het in de tijdlijn zet, heb je een moment van lekken. Toen is er gekeken wie er in de systemen heeft gekeken. Hebben ze toen gekeken naar vóór het moment van lekken, naar daarná of naar de hele periode? Daarmee vergroot je de scope namelijk enorm. Je kan het verkleinen door te kijken naar voor het lekken. Zijn het wel mensen die gelekt hebben die in het systeem gekeken hebben of waren het mensen die al op de hoogte waren? Vormt dat aantal van 1.700 niet een methode om die groep juist op te pompen in aantallen, zodat het werkelijke onderzoek moeilijker wordt? Dat heb ik namelijk al eerder gezien bij overheden. Dan maken ze een hele grote scope en dan is er geen chocola meer van te maken. Mijn vraag aan de minister is: wilt u daarop reageren en bent u bereid om dit punt mee te nemen in het onderzoek? Het is namelijk heel fundamenteel om te kijken naar het tijdstip van lekken en dan te bekijken wie er toen in het systeem heeft gekeken. Dat wordt namelijk gelogd. Je kan zien wanneer en hoe laat iemand in het systeem heeft gekeken en wat die heeft gedaan.

Minister Van Weel:

Dat klopt. Die 1.700 is al een selectie geweest op basis van een aantal kenmerken, waaronder inderdaad tijdstip, afstand et cetera. Voor zover het geen vertrouwelijke informatie betreft, nemen we dat mee in de reconstructie zoals ik die aan de heer Struijs en anderen had toegezegd.

De voorzitter:

Het wordt meegenomen.

De heer Struijs (50PLUS):

Volgens mij zijn we bij het blokje organisatie. In de evaluatie van 50PLUS komen vanaf de werkvloer een paar nadrukkelijke dingen, waarvan ik heb begrepen dat de politieleiding ze ook wel deelt. Eén. U heeft al gezegd: beleid en uitvoering. Gaat u er nou echt werk van maken dat beleid en uitvoering dichter op elkaar komen? Heel flauw gezegd: je hebt een peloton aan beleidsmedewerkers. Als je een voornemen hebt om een weg waar heel veel onveiligheid is en ongelukken zijn, te verbeteren en de operatie zegt "doe hier toch maar een rotonde", dan wil je niet weten hoeveel beleidsmedewerkers van de politie je tegenkomt om dat voor elkaar te krijgen. Ik zeg het wat flauw, maar ik citeer nu even politiemensen. Wilt u op een hoger abstractieniveau beleid en uitvoering dichter bij elkaar brengen, waardoor er ook lagen tussenuit vallen in die NOS? Dan kunnen we ook nog tot die 7% à 8% tot 10% komen. Die gaan dan wel naar de operatie. Wilt u dat dan ook toezeggen als dit soort slagen worden gemaakt?

Een tweede. Wil de minister op organisatieniveau kijken naar "de slager keurt zijn eigen vlees"? Ik hoor van heel veel goede operationele chefs: ik wil mijn mensen steunen, maar nu moet ik ook nog een onderzoek doen en moeilijke gesprekken voeren; kan een ander dat niet doen, want ik wil mijn mensen steunen? Daar lopen we nu al jaren tegenaan. Ik heb hierover zelfs een paar oude moties teruggevonden. Wilt u nog eens een keer kritisch kijken naar het hele proces rondom disciplinaire onderzoeken, zodat die chef op het moment dat er gevochten is en er een onderzoek aankomt, zijn mensen kan steunen in plaats van onderdeel te zijn van de beoordelingscommissie?

Een derde. Wil de minister ook eens even goed kijken naar het md-beleid en dan met name naar het strategische md-beleid. Ik denk dat we de korpsleiding moeten versterken met mensen die echt empathische en operationele vermogens hebben, want daar lijkt het af en toe een beetje aan te ontbreken. In de volksmond wordt dat bij de politie "regenwormmanagement" genoemd. Als je een regenworm door het midden hakt, heb je er twee. De ABD kijkt samen met de politietop elke keer naar mensen die een beetje op henzelf lijken. Ik zou daar graag wat meer diversiteit in willen zien. Wil de minister ook daar kritisch naar kijken?

De voorzitter:

Dit was twee minuten. Maar goed, dan tel ik het maar voor twee. Meneer Struijs kennende was het ook de essentie van wat hij wilde vragen.

Minister Van Weel:

De kloof tussen beleid en uitvoering is van alle tijden. Ik vertelde het al: ooit was het mijn motivatie om vanuit de marine naar het Haagse te komen. Dus dat heeft nadrukkelijk mijn aandacht. Tegelijkertijd is het wel zo dat bij een hele grote organisatie deze valkuil altijd op de loer ligt. De oplossing is niet altijd om dan maar alle lagen ertussenuit te halen. Ik zou willen waken voor de oversimplificatie dat het de lagen zijn waardoor er ruis op de lijn zit of signalen over beleid en uitvoeren niet doorkomen.

Maar ik vind wel dat je aan de top juist altijd open moet staan voor de signalen die uit de uitvoering komen. Heel vaak zit daar een dwingende logica in, waardoor je denkt: hoe heeft dat ooit bij die organisatie kunnen leiden tot wat we nu aan het doen zijn? De toetsing van het beleid aan de uitvoering vind ik ontzettend belangrijk. Het gaat dan om vragen als: "Heeft men daar wat aan? Wil men dat hebben?" Ik zal me daar dus ook voor inspannen.

De onafhankelijkheid van integriteitsonderzoeken. Volgens mij hebben we dat separaat ingericht, maar in een volgend halfjaarbericht kom ik terug op het plaatsnemen in een beoordelingscommissie van leidinggevenden en de vraag waarom we het zo hebben ingericht.

De voorzitter:

Dan is mevrouw Straatman aan de beurt.

Mevrouw Straatman (CDA):

Ik sloeg aan op de opmerking van de minister dat we op straat steeds meer ondermijning van het gezag zien. Ik herken dat heel erg. De minister noemde zelf het voorbeeld van het filmen. Politieagenten hebben het gevoel dat ze met één hand op de rug moeten werken, omdat mensen denken agenten te pas en te onpas te kunnen filmen. We hebben te lang gedacht dat we dat op een normerende wijze, dat mensen op hun fatsoen aan te spreken, kunnen oplossen. Dat blijkt maar niet te werken en dat frustreert mijn partij enorm. Daarom ben ik samen met GroenLinks-PvdA bezig met een initiatiefwetsvoorstel. Daarmee willen we onder meer regelen dat het openbaar maken en verspreiden van beelden van ongelukken strafbaar wordt gesteld. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt en of hij nog andere juridische mogelijkheden ziet om filmen eerder strafbaar te stellen. Dan kunnen we er wellicht iets aan doen en agenten beter beschermen.

Minister Van Weel:

Dat raakt meteen aan grondrechten van mensen en dat maakt het zo lastig. We hebben ook gezien dat als er gefilmd wordt en als dat zoals in Amsterdam onwelgevallig is, dat ook kan leiden tot incidenten. Ik ben daarom altijd een beetje huiverig voor het categorisch verbieden van dingen. Daarmee neem je ook een heleboel vrijheden af die juist kunnen leiden tot het vastleggen van bewijs dat wel nuttig is in het kader van een strafzaak. We hebben natuurlijk al wel vanaf 2024 doxing strafbaar gesteld en de eerste strafzaken hebben inmiddels plaatsgevonden. Mensen die specifiek met hun naam, met hun kenmerken en met hun adres slachtoffer worden van dit soort zaken, vallen daaronder. Verder zie ik uw initiatiefwet graag tegemoet. Ik denk dat we inderdaad collectief moeten kijken hoe we hier op een creatieve manier een einde aan kunnen maken.

De voorzitter:

Ik denk dat de kern van veel inbrengen van collega's nu wel aan bod is gekomen. De minister heeft de blokjes organisatie, financiën en taakuitvoering gehad. Maar hoe snel kan de minister door de rest heen gaan?

Minister Van Weel:

Die gaat zijn best doen om dat zo snel mogelijk te doen.

De voorzitter:

Dan gaat de minister dat doen.

Minister Van Weel:

Hoe staat het met de Eenduidige Landelijke Afspraken? Dat was een vraag van mevrouw Van der Plas. De herziening loopt op dit moment en voor de zomer komen we met die herziening. Daarin zullen we ook de knelpunten en de oplossingsrichtingen meenemen.

U vroeg mij naar het WODC-onderzoek naar politievrijwilligers. Ik weet niet waarom het er zo lang heeft gelegen. U vroeg mij in een bepaalde termijn te reageren en dat is net niet gelukt, omdat ik er wel goed naar wilde kijken. Het coalitieakkoord heeft het immers ook over creatieve manieren om de slagkracht van de politie te vergroten. Ik zie politievrijwilligers ook als een van de mogelijke avenues om uit te breiden. U zei overigens terecht dat het een positief onderzoek was. De kabinetsreactie krijgt u dus aanstonds, want het is helaas net niet gelukt om dat nog voor het debat te doen.

De iftars zijn natuurlijk een jaarlijks terugkerend fenomeen. De neutraliteit van de politie staat bij mij zeer hoog in het vaandel en ik vind dan ook dat dat de meetlat is waaraan we dit soort evenementen moeten houden. Ik heb in het verleden gezegd dat ik deelname aan een iftarbijeenkomst niet per se een probleem vind. Ik refereer weer even aan de wijk Overvecht, waar de politieagenten zeggen: dit is wel een van de bijeenkomsten die we kunnen organiseren, waarbij we een groot deel van de bevolking uit de wijk binnen krijgen. Denk daarbij aan de ouders, die in het normale straatbeeld vaak afwezig zijn. De politie komt daar eigenlijk alleen jongeren tegen en een team in zo'n wijk zegt daarom: "Hier hebben wij wat aan. Dit helpt ons bij ons werk."

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij niet geneigd voel om dat te verbieden. Als u het heeft over agenten die in uniform bidden, dan ben ik daartegen. Als u het heeft over agenten die voorgaan in een gebed, dan ben ik daartegen. De heer Ellian sprak in zijn bijdrage over de geloofsbelijdenis en hoe we daarnaar moeten kijken. Daarover wil ik het gesprek nog wel aangaan om in de aanloop naar volgend jaar te kunnen kijken wat hier ons beleid is.

Nogmaals, ik vind dat de politie kerstbijeenkomsten moet houden, dat de politie outreach moet kunnen doen naar gemeenschappen en dat ze dus ook een iftarbijeenkomst moeten kunnen houden, maar de neutraliteit van de politie moet daarbij wat mij betreft wel vooropstaan

De voorzitter:

Ik ga eerst naar de heer Van Dijk. Daarna heb ik zelf ook een interruptie.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

De minister gebruikt het woord "organiseren". Is dat niet precies het punt? Ik vind het prima dat de politie allerlei bijeenkomsten bezoekt, van welke achtergrond dan ook. Dat heeft te maken met het zoeken naar verbinding en de wens dat de politie in alle haarvaten aanwezig is. Maar je gaat de grens over en je schendt, denk ik, de neutraliteit als de politie zelf een iftar gaat organiseren of welke religieuze viering dan ook. Moeten we niet veel scherper onderscheid maken tussen "deelnemen aan" of "het bezoeken van" en het zelf actief faciliteren en organiseren?

Minister Van Weel:

Ik zeg daar niet eenduidig ja op. Ik noem maar weer even het voorbeeld van de wijk Overvecht. De politie wordt daar niet per se uitgenodigd op de iftarbijeenkomsten die er daar zijn. Dan is het de vraag of je toch niet wat bereikt door zelf een avondmaaltijd te organiseren. Ik zou ook niet per se het organiseren van een kerstviering willen verbieden, maar ik vind wel dat je dan naar de invulling van zo'n bijeenkomst moet kijken om te voorkomen dat de politie gezien kan worden als … Het werd genoemd, hè. "De heilige maand." En dat is een persoonlijke belevenis van de mensen die dat geloof aanhangen.

Voor mij als niet-moslim is de ramadan geen heilige maand. En als agnost — ik geef het maar toe — geldt dat ook voor andere "heilige" feesten. Dat moet kunnen en daarom vind ik dat je daarmee voorzichtig moet zijn. Maar nogmaals, bijeenkomsten kunnen an sich nuttig zijn. Maar de crux is voor mij dus de religiositeit van de bijeenkomst.

De voorzitter:

Meneer Van Dijk is door zijn interrupties heen, maar ik ga hier nu, als u dat goedvindt, ook wat over zeggen. De minister maakt een vergelijking met kerst en zegt "ik ga hier goed naar kijken", maar het gaat erom dat er bij een kerstborrel op het bureau geen priester aanwezig is die daar het Onzevader gaat voorlezen. Er wordt dan ook niet stilgestaan bij iets religieus. De essentie is dat die geloofsbelijdenis voor iedereen die dat niet gelooft, niet bepaald heel prettig is. Ik beluister dit bij de minister, maar ik wil het toch checken, want dit vraagt wel om aandacht. Het doet namelijk echt afbreuk aan de neutraliteit. Ik zag in Utrecht bijvoorbeeld het logo van de politie naast een ander logo en iemand die het gebed dan inleidde. Dat kan nooit horen bij de neutraliteit van de politie.

Minister Van Weel:

Dit is precies waarom ik toezeg dat ik hiernaar wil kijken en we hebben daar nog elf maanden voor. Dat is trouwens niet exact; ik weet het. Maar ik wil kijken hoe we die neutraliteit kunnen borgen zonder gelijk te kiezen voor een categorisch verbod.

De voorzitter:

De minister gaat ernaar kijken en dat wordt, denk ik, door diverse collega's gewaardeerd. Ik denk dat we daar schriftelijk op enig moment …

Minister Van Weel:

Geef me daar iets van tijd voor, want het is nu niet mijn hoogste prioriteit.

De voorzitter:

Het zit ergens binnen de eerstvolgende twee halfjaarberichten. Maar kunnen we "voor het einde van het jaar" afspreken?

Minister Van Weel:

Voor het einde van het jaar.

De voorzitter:

Oké. Dan maken we er "voor het einde van het jaar" van. Dat tweede halfjaarbericht komt namelijk in december. Minister, waar bent u?

Minister Van Weel:

Ik was aan het einde van het blokje organisatie en ik ga nu naar het blokje financiën.

De voorzitter:

Ik weet dat u dat kan, minister, maar dat moet in vogelvlucht.

Minister Van Weel:

Dat kan ook.

Ik ben blij dat er middelen beschikbaar zijn gesteld in het coalitieakkoord. Dat gaat ons helpen om de politie te versterken daar waar dat nodig is. Tegelijkertijd betekent het niet dat we de trajecten en de maatregelen die we in gang hadden gezet, stop gaan zetten. Ik denk dan aan het beteugelen van de IV-kosten, die de pan uit rezen, of het stijgende aantal functies boven de formatie. Ik zie het traject "de basis op orde", dat in gang is gezet, nog steeds als essentieel. Gelukkig hebben we voor het gat dat structureel overbleef in "de basis op orde" middelen gevonden om dat gat te dichten. Daardoor hoeven we geen bezuiniging op de politieorganisatie door te voeren. We kunnen daardoor ook een intensivering hebben, want boven op geld voor dat structurele gat, hebben we ook middelen beschikbaar om te investeren in de zaken die in het coalitieakkoord genoemd zijn. Ik wil er daar eentje aan toevoegen en dat is innovatie. Ik vind namelijk echt dat de politie de ruimte moet krijgen om ook te kijken naar de politiediensten van morgen. Daarbij gaat het om drones en de inzet van AI. Ik kom zo overigens nog terug op Palantir.

De voorzitter:

De laatste interruptie van mevrouw Coenradie. Dat gaat ze kort doen!

Mevrouw Coenradie (JA21):

Zeker, voorzitter.

Kan het dan dus niet meer voorkomen, zoals nu wel het geval is, dat er kapotte auto's rondrijden en dat kapotte auto's niet meer hersteld worden? Zal het verder ook niet meer gebeuren dat er zoals in Rotterdam een doelgroepenfunctionaris wordt aangesteld en dat daarvoor op het betreffende bureau twee hoofdagenten moeten worden ontslagen? Dat zijn de praktijkvoorbeelden die ik hoor.

Minister Van Weel:

Ik kan dat onmogelijk toezeggen voor de volledige politieorganisatie. Ik geef op hoofdlijnen aan aan de korpschef waar ik verwacht dat de prioriteiten worden gelegd. Vervolgens geeft zij mij een plan waarin zij zegt: zo wil ik de IV beteugelen, zo wil ik de bedrijfsvoeringskosten beteugelen en zo wil ik de operationele sterkte ontzien. De broekriem is natuurlijk behoorlijk aangehaald om juist de operationele sterkte te ontzien. Die broekriem kan door het geld dat er nu bij komt, ietsjes losser. Tegelijkertijd wil ik wel dat die kritische houding blijft bestaan: wat moet er allemaal wel en niet? Hoe voorkomen we dat de sluizen weer opengaan en dat we weer met zo'n enorme stijging van de IV-kosten te maken krijgen? Die mentaliteit wil ik graag buiten de deur houden en het zal dus zuinig uitgeven worden.

De voorzitter:

De minister gaat verder.

Minister Van Weel:

Ik kan verder eigenlijk heel kort zijn, want ik ga hierop terugkomen in een beleidsbrief. Daarin komt een eerste invulling op hoofdlijnen te staan van wat ik ga doen met die extra gelden. Later, in de aanloop naar de begroting van politie en Justitie voor 2027, zult u meer te details te zien krijgen van hoe hier invulling aan wordt gegeven. Uiteraard neem ik daarbij het regeerakkoord als uitgangspunt.

De voorzitter:

Als de collega's het goed vinden doe ik zelf een korte interruptie, want dat scheelt me in de tweede termijn. Het is helder dat we die beleidsbrief gaan afwachten. Nogmaals, veel partijen hier staan achter de politie, ook als het gaat om de benodigdheden en de financiën, maar ik hoor nu ook iets wat mij enorme zorgen baart. Ik gaf zelf het voorbeeld van meervoudigekamerzittingen die nu gevuld worden met kleine delicten. Daarover zegt het Openbaar Ministerie: er is geen toevoer vanuit de politie. Ik word dan wel heel erg benieuwd. Meer geld? Oké. De politie zegt immers: anders krijgen we de boel niet rond. Maar ik zie ook dat de opsporing van zware criminaliteit en van veelvoorkomende criminaliteit een beetje … Hoe zal ik het netjes zeggen, want ik wil niemand tekortdoen? Dat zou beter moeten en kunnen! Wil de minister dat ook meenemen?

Minister Van Weel:

Uiteraard. Het leven is keuzes maken in schaarste. Dat is de baan van een politicus, maar ook die van een organisatie. Er is nog steeds meer criminaliteit dan we in de hele strafrechtketen kunnen aanpakken. Dat vereist dus prioriteiten stellen. Ik ben wel heel blij met bijvoorbeeld de passage in het coalitieakkoord over het kijken naar politiebeschikkingen. Daardoor kun je een aantal zaken die nu wel in de strafrechtketen terechtkomen, er op een makkelijke manier uit krijgen, waardoor je uiteindelijk de doorstroom van belangrijke zaken als zeden, zware criminaliteit et cetera meer kunt borgen. We hebben kritische rapporten van de Rekenkamer gehad over de hele strafrechtketen en de verstopping daarin. Ik heb het dus ook tot een van mijn prioriteiten gemaakt om te bekijken hoe we er nou beweging in kunnen krijgen, juist in de stadia van samenwerking en de overdracht van politie naar het OM, van het OM naar de rechtspraak, van de rechtspraak naar de DJI en van de DJI naar de reclassering. Dat vereist gewoon afstemming. Dat is moeilijk, maar dat gaan we wel doen.

De voorzitter:

Meneer Struijs, binnen 45 seconden.

De heer Struijs (50PLUS):

Wilt u in uw analyse van de criminele machtsstructuren ook de analyses van de informatiepoten meenemen? Die zeggen namelijk: dit zijn de dingen die we niet doen. Een voorbeeldje: georganiseerde misdaad stort zich op illegale medicijnen, maar wij stoppen met de analyse. Ik wil dus ook een beetje aan de voorkant wat meer inzicht zonder operationele details.

Minister Van Weel:

Of ik op het detail van illegale medicijnen ga komen kan ik u niet zeggen. Daar moeten we als Kamer, ook als politiek in het algemeen, verre van blijven, denk ik. Natuurlijk gaan we in de aanpak van die keten bekijken bij welke zaakstromen het klem loopt. Wat willen we in beweging krijgen? Welke doorlooptijden zouden we daar willen hebben? Aan dat soort vragen moet u dan denken.

De voorzitter:

Oké. Minister, gaat u verder.

Minister Van Weel:

Mevrouw Straatman vroeg nog naar haar motie en de wettelijke bepalingen die in de praktijk belemmerend werken voor de inzet van politiecapaciteit. De verkenning naar aanleiding van die motie loopt nog en in het tweede halfjaarbericht krijgt u daar uitsluitsel over.

De heer Mathlouti vroeg naar zaken waar ik dus op terugkom in de begroting voor komend jaar, daar waar het gaat om de vraag waar deze middelen terechtkomen, ook naar aanleiding van de prioriteiten in het coalitieakkoord: zeden en digitaal.

De heer Ellian vroeg nog of er een tekort is bij de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies. Nee, dat is er niet. Dan hebben we bijna al mijn prioriteiten gehad, maar de ondermijnende criminaliteit staat zeker zeer hoog op de lijst. Ik ga morgen ook langs bij de Landelijke Eenheid om me daarover te laten bijpraten. Dat geldt wat mij betreft voor de grote jongens tot aan de uithalers in de haven. Dat was het kopje financiën. Ik realiseer me dat ik dat tekort doe …

De voorzitter:

Dat moet en we gaan elkaar vaak genoeg zien. We hebben een paar minuten voor "taakuitvoering" en dan kunnen we heel snel naar de tweede termijn.

Minister Van Weel:

De taakuitvoering. Laat ik beginnen met de ME. Mevrouw Mutluer is er niet. Zij had mij verboden om aan te komen met "daar moet de burgemeester van Utrecht met de politiechef over spreken". Tegelijkertijd is het enige alternatief dat ik elders capaciteit weghaal om die aan Utrecht te geven voor een dedicated ME-peloton. Die keuzes wil ik niet maken en die kan ik niet maken. We hebben landelijk een verdeelsleutel afgesproken. Dat is waar het LOVP, dus het overleg van regioburgemeesters met politie, OM en mij, zich aan houdt. Daarbinnen moet elke regio zelf besluiten of men kiest voor een altijd paraat staand ME-peloton, of niet. Maar als je een altijd paraat staand ME-peloton wilt hebben — de heer Struijs corrigeert me vast als ik het verkeerd zeg — dan gaat dat uiteraard ten koste van andere capaciteit op straat. Die keuze ligt dus daar, maar uiteraard kan er in noodgevallen ook altijd bijstand worden gevraagd. Ik erken wel dat die op die avond in Overvecht zeer welkom was geweest. Die had de collega's eerder kunnen ontzetten uit hun benarde positie.

Mevrouw Lammers vroeg nog naar met scherp terugschieten in Overvecht. Ik kan u vertellen dat ik met die agenten gesproken heb. Ze stonden op het punt om de wapens te trekken en te gebruiken op het moment dat de stoeptegels en het vuurwerk langs hun hoofden vlogen. Zo penibel was de organisatie daar dus. Agenten zijn er natuurlijk altijd zeer terughoudend in, maar als het moet om hun eigen hachje te beschermen, dan zullen zij natuurlijk ook gepast geweld toepassen.

Mevrouw Faber vroeg naar Lelystad. De aanslagen met explosieven zijn een heel groot probleem. We zien nu ook weer dat de jongens die dat explosief bij de synagoge in Rotterdam hebben neergelegd, geen geharde criminelen zijn. Dit zijn jonge jongens die online een opdracht aannemen. Die krijgen daar wat geld voor. Het maakt ze geen bal uit waar ze dat allemaal neerleggen en waar het voor is, of dat nu terroristisch is, tegen een synagoge, of tegen een aannemer of tegen een ex. Daar hebben we dus het Strategische Offensief Tegen Explosies op zitten. Carola Schouten, als burgemeester van Rotterdam, leidt dat. We zien op dit moment in ieder geval niet meer een drastische toename in het aantal explosies, maar we zien ook nog geen afname. We zitten dus op een plateau en ik hoop dat we dat kunnen gaan ombuigen naar een afname. De daders worden overigens vrij vaak gevonden, maar zoals ik zei: dat zijn vaak niet de arrestaties waarmee je dit probleem oplost. Er zijn gewoon te veel mensen die bereid zijn om dit te doen. Een van de in Heemstede opgepakte mensen is 14 jaar oud en dus al bereid om zo'n aanslag te plegen.

Dan de inzet van politiecapaciteit bij grote evenementen zoals betaald voetbal. Er waren een hoop vragen over voetbal. Ik wil hier nu daar niet al te lang bij stilstaan. Er staan een aantal concrete initiatieven in het coalitieakkoord genoemd. Die ga ik allemaal met enthousiasme oppakken. Ik wil daar in het halfjaarbericht in juni concrete invulling aan geven. Verder gaan we gewoon door met de initiatieven die we in gang hebben gezet, zoals de stewards en de interventies die gepleegd worden.

Zijn er nul personen aangehouden na het geweld in de ArenA, was nog een vraag van de heer Van Dijk. Op dit moment loopt het onderzoek nog, en daar kan ik nog geen uitspraken over doen. Maar uiteindelijk worden deze incidenten natuurlijk gerechercheerd en wordt er ook gekeken naar wie daar kan worden gepakt.

Over het Duitse en het Zweedse voorbeeld om in gesprek te gaan met groepen. Onze ervaring hier is dat die harde kernen geen betrouwbare partners zijn om mee in te gesprek gaan. Daar kun je geen afspraken mee maken. Daar kun je dus wel mee rond de tafel gaan zitten, maar dat heeft hier nog nooit geleid tot enige vorm van betrouwbaarheid, aldus de driehoeken.

De voorzitter:

U bent door uw interrupties heen. U heeft namelijk drie interrupties gehad, meneer Mathlouti. Nee, "nog één" heb ik bij niemand toegestaan, dus dan wordt het in de tweede termijn.

Minister Van Weel:

Een vraag van de heer Van Dijk over het succesvol voorkomen van een blokkade van de A2. Ook ik ben daar erg verheugd over. U kent mij uit mijn vorige periode nog wel als een fervent tegenstander van het blokkeren van vitale infrastructuur. Demonsteren is goed, demonstreren moet, maar niet ten koste van andermans vrijheid, dan wel met het blokkeren van onze vitale infrastructuur. Daar zal ik in deze termijn ook vol op inzetten.

Dan TOOI. Daar komen we nog over te spreken. We moeten ook nog even kijken in welk gremium, omdat de brief van de AP natuurlijk vertrouwelijk aan uw Kamer en aan mij is aangeboden. Daar is een reden voor: er staan een aantal gevoelige zaken in. Ik wil hier in de openbaarheid wel even benadrukken dat de kritiek van de AP niet ziet op alle werkzaamheden van TOOI. Een heleboel werkzaamheden van TOOI worden dus niet geraakt door dit rapport van de AP, maar enkele wel. Voor die enkele ben ik nu eerst aan het kijken of er daadwerkelijk wel een wetswijziging nodig is of niet. U weet allemaal hoe lang een wetswijziging kan duren. Als die niet nodig is en ik het kan regelen, ofwel door de aanpassing van de werkzaamheden van TOOI ofwel door iets in lage regelgeving te veranderen zodat we het wel binnen de marges krijgen, dan heeft dat dus mijn voorkeur. Want het werk van TOOI — dat heb ik niemand horen bestrijden — is natuurlijk van essentieel belang voor wat wij doen. Flankerend hieraan ben ik nog steeds bezig met het wetsvoorstel …

De voorzitter:

Mevrouw Straatman heeft nog één interruptie, dus die gaat de minister iets vragen over TOOI.

Mevrouw Straatman (CDA):

Niet over TOOI, voorzitter, want ik onderstreep helemaal wat de minister zegt over het belang van dat instrument en dat we vooral naar mogelijkheden moeten zoeken om het werk nu voort te zetten. Als daar wetswijzigingen voor nodig zijn, dan is dat voor een later moment. Maar laten we nu vooral dat instrument volledig gebruiken. Mijn vraag ging nog over voetbal. Volgens mij was dat de laatste vraag van de minister. Ik begrijp in het kader van de tijd ook dat hij daar snel doorheen gaat. Ik had nog wel twee hele concrete vragen, over de inzet van politiecapaciteit rondom voetbalwedstrijden en over de uniforme omgang met civielrechtelijke stadionverboden, ook gezien die alternatieve trajecten die de ene club wel aanbiedt en de andere club niet. Zou de minister kunnen toezeggen in het halfjaarbericht in juni op die twee punten concreter in te gaan? Dan begrijp ik dat we in het kader van de tijd het nu op deze manier oplossen.

De voorzitter:

Keurige vraag, ik neem aan dat de minister …

Minister Van Weel:

Met plezier, voorzitter.

De voorzitter:

Het voetbalseizoen is dan ook afgelopen.

Minister Van Weel:

Nog even over TOOI en flankerend daaraan het wetsvoorstel Gegevensvergaring openbare orde. Naar aanleiding van onder andere de rellen in Amsterdam destijds hoop ik op heel korte termijn dit wetsvoorstel naar de Raad van State te sturen en het dus een volgende fase in te brengen.

Dan 0900-8844. We proberen voor elk kanaal van urgentie in ieder geval toegang tot de politie te regelen. Niet iedereen hoeft 112 te bellen, maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat je een halfuur in de wacht staat bij 0900-8844. Het kan inderdaad zijn dat je, om de wachttijden juist te verkorten, wordt doorgeschakeld naar een andere regio. Als je dan met een heel lokale vraag zit, word je niet geholpen. Het is wel de bedoeling dat er dan uiteindelijk lokaal wordt teruggebeld. Waar dat niet gebeurt, zullen we daar aandacht voor vragen, want het is wel hoe het in de praktijk zou moeten werken.

Dan Palantir. We werken aan het afbouwen van onze afhankelijkheden van anderen. Op dit moment wordt een systeem van Palantir alleen gebruikt voor de zware ondermijnende criminaliteit en gebeurt dat volledig afgebakend binnen de Raffinaderij, zoals dat heet, binnen de politie. Daar is op dit moment geen alternatief voor, maar de data gaan niet naar Palantir toe, dus uiteindelijk is het alleen voor politiegebruik zelf. Daar heeft het wel een toegevoegde waarde, maar dus geïsoleerd. We zien daar geen risico's, maar erkennen wel de afbouw van onze afhankelijkheid, die we natuurlijk graag willen.

Dan het punt van de discriminatieregisseur. In de vorige periode, onder het kabinet-Schoof, is er geïnvesteerd in het expertisecentrum van de politie. In het eerste halfjaarbericht zal ik uw Kamer informeren over dit team en de taakaccenten die daaronder zitten, waaronder antisemitisme. Ik zal hierbij ook de motie van het lid Bamenga meenemen over een discriminatieregisseur per eenheid. Ik kom nog terug op de vraag wat ik ga doen met de nieuwe middelen. Overigens, hoewel deze aanslagen per definitie antisemitisch van karakter zijn, want gericht tegen de Joodse gemeenschap: mocht er blijken dat er hier sprake is van opdrachtgeverschap, dan is dat natuurlijk van een ander kaliber.

Ten slotte Game Over?!; let's end on a happy note. Ik ben heel blij met deze campagne, die ook echt resultaat heeft opgeleverd. Nu al zijn er 48 herkenningen geweest. De politie gaat de campagne evalueren. Mochten er inderdaad ook geen negatieve aspecten gezeten hebben aan deze campagne, dan zullen we dit soort acties zeker vaker op deze manier herhalen. Het geeft namelijk een grote klapper. En het gaat niet alleen om die klapper, het gaat er niet alleen om om mensen vast te zetten; het gaat ook om de afschrikwekkende werking die uitgaat van het feit dat je gepakt kan worden en met je gezicht op televisie kan komen. Misschien denken mensen dan twee keer na voordat zij zich als agent voordoen.

De voorzitter:

Ik constateer, ook gezien de opmerking van mevrouw Faber buiten de microfoon, dat er een tweeminutendebat gaat komen. Ik wil iedereen oproepen om de tweede termijn van het commissiedebat vandaag dan zo veel als mogelijk te beperken. Maximaal één minuut, maar hoe korter, hoe beter.

Mevrouw Faber.

Mevrouw Faber (PVV):

Als eerste wil ik de minister bedanken voor zijn beantwoording. Ik ben blij dat hij ook positief is over Game Over?!. Ik weet dat er nog 13.000 verdachten zijn die ook dit gedrag hebben vertoond, dus ik hoop wel dat men er voortvarend mee aan de slag gaat.

Bij dezen wil ik een tweeminutendebat aanvragen.

Tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:

Perfect. Mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. Ik kijk uit naar wat daadkracht. Ik zie en hoor hier veel verwijzingen naar juni en een halfjaarbericht. De urgentie is gewoon heel erg groot, dus ik ga dit met argusogen volgen. Maar er volgt inderdaad nog een tweeminutendebat. Daar zullen wij ook met de nodige moties komen.

De voorzitter:

Kijk! Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Dank aan de minister en zijn staf voor de antwoorden. Ik wil mijn minuut gebruiken voor onze politieagenten in Nederland. Ik hoop ook dat zij zien dat in deze Kamer brede steun is voor onze agenten, die elke dag 's ochtends opstaan en werken voor onze veiligheid, die soms hele harde mededelingen moeten doen aan mensen, bijvoorbeeld als er iemand is omgekomen bij een ongeluk, en die eigenlijk nooit zeker zijn of ze 's avonds weer thuiskomen vanwege het vele geweld dat tegen hen wordt gebruikt. Ook hier in de Tweede Kamer is de politie elke dag aanwezig om te zorgen voor onze veiligheid en voor de veiligheid van de bezoekers. We hebben het gehad over de filmpjes. Ik wil de mensen in Nederland oproepen: echt jongens, bescherm elkaar nou een beetje. We hebben de politie nodig om onze samenleving veilig te houden. Diezelfde politieagent kan morgen bij jou aan de deur staan of kan misschien helpen om je oude oma van driehoog-achter die zelf niet naar beneden kan komen, mee naar beneden te helpen. Ze hebben ook een zorgtaak. Ik wil de politie een hart onder de riem steken en de samenleving oproepen om onze agenten te waarderen en goed te behandelen; ze zijn er immers ook voor jullie.

De voorzitter:

Zo is dat. Meneer Struijs.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik sluit mij helemaal aan bij collega Van der Plas.

Ik heb voor de halfjaarbrief nog één verzoekje: kunnen daarin wat woorden gewijd worden aan dat grote programma datagedreven werken? Dat is een heel groot programma. Data zijn cruciaal voor politiewerk. Kunt u daar nog wat extra aandacht aan besteden? Hoe staat het ermee?

Dank u wel.

De voorzitter:

Mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Ik denk dat we vandaag een goed debat hebben gevoerd. We constateren dat we niet helemaal zijn toegekomen aan bijvoorbeeld voetbal, een onderwerp dat ook heel belangrijk is als het gaat om de capaciteit van de politie.

De actualiteit vraagt dat we een goed debat voeren over de vertrouwenskloof. Mooi dat de minister aangeeft dat hij alles op alles zet om samen met de korpsleiding te werken aan de vertrouwensband. Dat is heel belangrijk. Ook de toon van ons debat bepaalt hoe we die kloof dichten en het vertrouwen weer herstellen. Ik doe dan ook een oproep aan iedereen: laten we allemaal bijdragen, ook in taal en woorden, aan het verder versterken van de politieorganisatie. Dat verdienen alle agenten immers.

De voorzitter:

Meneer Mathlouti.

De heer Mathlouti (D66):

Dank, voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij de woorden van de CDA-collega. Dank aan de minister voor de beantwoording.

In zijn halfjaarbrief komt hij op een aantal zaken terug. Goed dat de rechercheurs daarin nadrukkelijk worden meegenomen.

Ik heb even kort stilgestaan bij het geweld in voetbalstadions. Daar is wat mij betreft wel wat snel overheen gestapt, zeg ik in alle eerlijkheid. Dat fanatieke supporters "niet altijd even betrouwbaar zijn", is denk ik wat te kort door de bocht. Hebben er gesprekken plaatsgevonden of niet? Hoe kijkt de minister naar de goede voorbeelden in andere landen? Waarom lukt het daar wel en vooral: wat kunnen we daarvan leren? Verder heb ik gevraagd hoe de minister reflecteert op de ideeën van de KNVB zelf. Ik denk dat die belangrijk zijn, zeker omdat de bond een belangrijke partner is in het geheel van dit onderwerp.

Dan TOOI. Helemaal eens: volgens mij is het een heel belangrijk instrument voor de politie. Of er een wetswijziging nodig is, zal blijken. Die verkenning komt, maar wanneer? Wat heeft u daarvoor vanuit de Kamer nodig? Hoe brengt u ons op de hoogte van de ontwikkelingen op dat vlak? Daar ben ik benieuwd naar.

Dan Palantir. Ik heb nadrukkelijk gevraagd wat de stand van zaken is met betrekking tot de motie waarin wordt gevraagd naar alternatieven. Ik denk dat dat een wezenlijke vraag is die nog openstaat.

Dank.

De voorzitter:

Ik heb u wat respijt gegeven. Meneer Van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank, voorzitter. Dank ook aan de minister. Een aantal belangwekkende zaken gaan terugkomen in brieven — beleidsbrieven, junibrief — rondom de politie en rondom voetbalvandalisme. Dat is ook heel hard nodig, want het debat is niet klaar.

Ik ben ook heel erg benieuwd naar de brief die de minister heeft toegezegd rond de iftar, al kan dat nog eventjes duren. Ik hoop dat het een brief gaat worden zonder al te veel wensdenken. We moeten even bekijken: waar hebben we het over? Een bijeenkomst waarop expliciet de belijdenis klinkt dat er maar één god is, namelijk Allah, en dat alleen hij het recht heeft om gediend te worden, is geen verbindend feestje en is zeker niet neutraal. We kennen een lange, beproefde christelijke traditie. Daar moeten we trots op zijn. Er is wat mij betreft echt geen inhoudelijke reden te bedenken om over te stappen op islamitische hapjes.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Ten slotte spreek ik zelf, maar dan niet als voorzitter, maar als de heer Ellian van de VVD. Uiteraard dank ik de minister ook voor de beantwoording. Volgens mij was dit een grondig debat dat recht doet aan het feit dat wij allen volgens mij de politie waarderen, juist willen dat het goed gaat met de politie en ook willen dat zij kan doen wat zij moet doen. Dat zijn die kerntaken waar ik het over had. Uiteraard dank ik de staf van de minister voor het meeschrijven aan de antwoorden.

Het enige wat ik nog zou willen benoemen — dat zal niemand verbazen — is de lange arm van Teheran; die is niet nieuw. Dat geldt ook voor het gegeven dat het Iraanse regime werkt met criminele organisaties, klein en groot. Ik maak me daar zorgen over. Ik hoor in de uitlatingen van de minister van de afgelopen tijd terug dat hij ook bezorgd is. Ik behoor tot de happy few die mag rekenen op verhoogde interesse van het regime. Ik maak me heel veel zorgen om diegenen die misschien niet helemaal in beeld zijn bij de politie voor bescherming, maar mogelijk wel in gevaar zijn. Zou de minister daar iets over kunnen zeggen?

Misschien nog even een persoonlijk feit. Ik behoor tot degenen aan wie verteld wordt dat er extra aandacht voor hen is. Ik ben dankbaar voor iedereen die zich inzet om mij en anderen veilig te houden.

U kennende, minister, kunt u meteen door.

Minister Van Weel:

Yes. Ik ga ervoor zorgen dat u op tijd de vergadering kunt beëindigen, voorzitter. Dank aan de leden voor hun flexibiliteit ten aanzien van zaken waar we nog nader op terugkomen in halfjaarberichten.

We zullen aandacht besteden aan datagedreven netwerken in het volgende halfjaarbericht. Gesprekken over voetbal nemen we daar ook in mee, zeg ik tegen de heer Mathlouti.

De TOOI-verkenning komt, zoals gezegd, voor de zomer. Ik moet alleen nog even bekijken op welke wijze we het gaan doen: of dat vertrouwelijk moet of in de openbaarheid kan gebeuren. Dat ligt een beetje aan de uitkomsten van die verkenning; dat laat ik u nog weten.

Dan Palantir. Ja, we werken aan onafhankelijkheid. Nee, daar zijn we nog niet. Ik moet eerlijk zeggen — dit zeg ik ook op basis van mijn kennis uit het verleden — dat de kloof tussen de Amerikaanse en de Europese hightechbedrijven aanzienlijk is. We moeten onze crimecatchers ook niet onnodig op achterstand zetten, maar we moeten dit ondertussen wel serieus nemen en serieus meenemen.

Ten slotte richt ik mij tot de voorzitter, de heer Ellian. Ik heb verteld over de mogelijkheid — al hebben we daar nu nog geen al te concrete aanwijzingen voor — dat het Iraanse regime een hand heeft gehad in wat er in Schoonhoven is gebeurd. Alleen al het feit dat het een man betreft met een Iraanse achtergrond die zich heeft uitgelaten over het regime, is aanleiding voor mij geweest om samen met de gezagen te bekijken welke maatregelen er, zichtbaar of onzichtbaar, verder moeten worden getroffen. Ik hoop u daarmee enigszins gerust te stellen.

U sprak een woord van dank uit voor de toewijding vanuit de politieorganisatie; dat sentiment deel ik. Ik hoop dat ik duidelijk heb kunnen maken dat ik enorm veel waardering heb voor de politiemedewerkers die rondlopen op straat, gelet op de uitdagingen waar zij voor staan. Ik hoop de komende periode echt een verschil te kunnen maken ten aanzien van het herstel van de veiligheid op straat en het gezag van de politie, want dat verdienen ze.

De voorzitter:

Helder, bedankt. Als de collega's nog even kunnen wachten, dan doe ik even de toezeggingen, want het is altijd prettig als we dat met elkaar kunnen doen.

Er is een tweeminutendebat aangevraagd, met als eerste spreker het lid Faber.

  • Een toezegging aan de heer Struijs. De minister zal in het eerstvolgende halfjaarbericht — dat is dus juno 2026 — een reconstructie opnemen betreffende de inzage in de politiesystemen in de zaak-Lisa.
  • Een toezegging aan mevrouw Faber. De minister gaat in gesprek met de burgemeesters over de steun voor politiemensen. Daar worden we schriftelijk over geïnformeerd, ik denk ook in het halfjaarbericht van juno 2026.
  • Een toezegging aan de heer Struijs. In het volgende halfjaarbericht, juno 2026 dus, komt de minister terug op de integriteitsonderzoeken en op de wijze waarop die vormgegeven worden.

Volgens mij was dat de toezegging. Is dat correct? Ja. O, de minister preciseert. Dan wordt het dus: in het volgende halfjaarbericht van de politie komt de minister terug op de rol van de leidinggevende bij een integriteitsonderzoek. Dan is die ook helder.

Sorry, ik moet er af en toe aan wennen dat mijn haar lang is geworden en van links naar rechts gaat.

  • Een toezegging aan collega Van der Plas. De minister informeert de Kamer voor de zomer over de herziening van de Eenduidige Landelijke Afspraken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voor de zomer is best nog wel lang. "Zo snel mogelijk voor de zomer" dan.

Minister Van Weel:

"Zo snel mogelijk voor de zomer", daar kan ik mee leven. Maar "voor de zomer" heb ik wel nodig voor het verwachtingenmanagement, want het is echt een hele uitgebreide herziening die loopt, waarbij we ook de knelpunten willen oplossen in de reactie waarmee we komen.

De voorzitter:

De minister doet zijn best: uiterlijk voor de zomer. De minister heeft gehoord dat snelheid geboden is.

  • De minister zal uiterlijk in het tweede halfjaarbericht politie — dat is dus december 2026 — ingaan op de borging van de neutraliteit van de politie. Dat is in het licht van de iftars. Ik denk dat het goed is dat we dat scherp hebben met elkaar.
  • Uiterlijk in het tweede halfjaarbericht politie gaat de minister in op de motie-Straatman over wettelijke bepalingen die belemmeringen vormen voor de politie.

Voelt u zich natuurlijk vrij, minister: als het in het eerstvolgende halfjaarbericht kan, doet u dat dan vooral.

  • In het eerste halfjaarbericht politie — dat is dus weer juno 2026 — komt de minister terug op de vragen van mevrouw Straatman over de politie-inzet bij voetbalwedstrijden.

Ik denk dat de minister dan in algemene zin terugkomt op politie-inzet bij voetbal.

  • Tot slot. De minister komt in het volgende halfjaarbericht politie — dat is dus juno 2026 — terug op datagedreven werken.

Ik zie de minister knikken, en Kamerleden ook. Dat is fijn. Mevrouw Straatman?

Mevrouw Straatman (CDA):

De vraag ging inderdaad over de politie-inzet bij voetbalwedstrijden, maar ook over de omgang met civielrechtelijke stadionverboden en de vraag hoe we die uniform kunnen uitvoeren.

De voorzitter:

Ik zie geknik, dus dat gaat goedkomen.

Ik dank iedereen die aanwezig was: de collega's, de minister en de geïnteresseerden in de zaal, zeker natuurlijk ook de geïnteresseerde politiemensen.

Ik sluit de vergadering.

Sluiting