[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Brief van de Voorbereidende groep uitvoering motie Wijen-Nass c.s. over de mogelijke verdere uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. (Kamerstuk 36221-22)

Instellen van een extern onderzoek naar aanleiding van twee anonieme brieven

Brief commissie

Nummer: 2025D48666, datum: 2025-11-27, bijgewerkt: 2025-11-28 09:41, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36221 -24 Instellen van een extern onderzoek naar aanleiding van twee anonieme brieven.

Onderdeel van zaak 2025Z20683:

Preview document (🔗 origineel)


36 221 Instellen van een extern onderzoek naar aanleiding van twee anonieme brieven

Nr. 24 BRIEF VAN DE VOORBEREIDENDE GROEP UITVOERING MOTIE WIJEN-NASS C.S.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 november 2025

De Tweede Kamer heeft op 9 september 2025 de motie Wijen-Nass c.s. (Kamerstuk 36 221, nr. 22) met algemene stemmen aangenomen. De motie was ingediend tijdens het debat op 4 september 2025 over de totstandkoming van het onderzoek naar voormalig Kamervoorzitter Arib.

Bij de regeling van werkzaamheden is dinsdag 25 november 2025 gemeld dat de uitvoering conform de motie is belegd bij een voorbereidende groep van Kamerleden, bestaande uit:

- Sneller (D66)

- Chris Jansen (PVV)

- Bevers (VVD)

- Mohandis (Groenlinks-PvdA)

- Inge van Dijk (CDA)1

- Van Meijeren (FvD)

- Van der Plas (BBB)

In verband met de recente Kamerwisseling is de voorbereidende groep direct na de installatie van de nieuwe leden definitief samengesteld. Kort daarna vond op 19 november 2025 de constituerende vergadering plaats waarbij het lid Van der Plas is benoemd tot voorzitter en het lid Bevers tot ondervoorzitter van de voorbereidende groep.

De voorbereidende groep wordt bijgestaan door een staf vanuit de ambtelijke organisatie en twee externen: de heer Van Luijk (1e plv. griffier bij de Eerste Kamer) als griffier van de voorbereidende groep, en de heer Silvis (oud PG bij de Hoge Raad) als extern adviseur.

In de constituerende vergadering heeft de voorbereidende groep gesproken over de wijze waarop zij de motie Wijen-Nass c.s. zal uitvoeren. Daarbij is onder meer besloten om bij de uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. geen andere moties mee te nemen die zijn ingediend in het kader van dit dossier en aan andere gremia zijn toegewezen. Het dictum van de motie Wijen-Nass c.s zal leidend zijn bij haar werkzaamheden.

In deze vergadering heeft de voorbereidende groep ook stilgestaan bij de samenloop van de motie Wijen-Nass c.s. en de brief met het verzoek tot het in overweging nemen van een aanklacht van het lid Markuszower c.s. (Kamerstuk 36 803, nr. 1), mede in het kader van de presidiumbrief d.d. 10 september 2025 over dit punt (Kamerstuk 36 803, nr. 3).

Op verzoek van de voorbereidende groep is een discussie voorbereid over de procedure van vervolging van (oud-) Kamerleden, mede in relatie tot het punt van ‘nieuwe bezwaren’ uit de Wet ministeriële verantwoordelijkheid (Wmv). Vervolgens heeft de voorbereidende groep in haar vergadering van 25 november 2025 geconstateerd dat de brief met het verzoek om een aanklacht in overweging te nemen op gespannen voet staat met een duidelijk tijdpad voor de uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. Immers, binnen de uiterste termijn van vijf maanden na indiening van de aanklacht die de Wmv voorschrijft (bij verlenging)2, zouden - in het geval de Kamer de aanklacht in overweging neemt - óók de werkzaamheden van een commissie van onderzoek moeten plaatsvinden.3 Zelfs met een heel krap tijdsschema zal er te weinig tijd resteren om een adequate invulling te geven aan een commissie van onderzoek die de Wmv voorschrijft.

De voorbereidende groep constateert daarbij dat de Kamer de stemming over ‘het in overweging nemen’ van de genoemde aanklacht op 23 september 2025 heeft aangehouden, en dat bij het schrijven van deze brief niet bekend was wanneer deze stemming aan de Kameragenda zal worden toegevoegd.

Gelet op het bovenstaande geeft de voorbereidende groep de Kamer drie scenario’s mee die elk een eigen uitwerking hebben op haar werkzaamheden.

- De Kamer brengt de ingediende aanklacht op korte termijn in stemming en besluit deze niet in overweging te nemen. De voorbereidende groep rondt daarna haar werkzaamheden af conform de motie Wijen-Nass c.s.

- De Kamer neemt de ingediende aanklacht in overweging en stelt vervolgens een aparte commissie van onderzoek in conform de Wmv. De maximale beschikbare tijd is beperkt: vanaf eind november 2025 nog ca. 9 weken (tot eind januari 2026) in verband met de wettelijke deadline van 4 februari 2026 voor de ingediende aanklacht.

- De Kamer houdt de stemming over de ingediende aanklacht verder aan, verlengt de lopende termijn desgewenst met twee maanden, en wacht de rapportage van de voorbereidende groep verder af. De Wmv voorziet, zoals hierboven gesteld, in de mogelijkheid dat na indiening van de aanklacht bij de Tweede Kamer niet tijdig (binnen drie maanden, eventueel verlengd met twee maanden) tot een eindbeslissing gekomen wordt. In artikel 16 Wmv is bepaald dat in dat geval de aanklacht geacht wordt te zijn verworpen. In die omstandigheid blijft alleen de regering bevoegd een opdracht te geven tot vervolging van dezelfde persoon wegens dezelfde feiten als in de aanklacht omschreven.

Namens de voorbereidende groep verzoek ik u deze brief ter kennis te brengen van de leden en de voorbereidende groep zo spoedig mogelijk te berichten hoe de Kamer de verdere uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. voor zich ziet.

De voorzitter van de voorbereidende groep,

Van der Plas

De griffier van de voorbereidende groep,

Van Luijk


  1. Het lid Inge van Dijk maakt miv 26 november 2025 deel uit van de voorbereidende groep.↩︎

  2. Er geldt een termijn van drie maanden na indiening van de aanklacht (artikel 16, eerste lid Wmv) met de mogelijkheid tot verlenging van de termijn met ten hoogste twee maanden (artikel 16, tweede lid Wmv).↩︎

  3. Een commissie van onderzoek conform de Wmv is dus een ander gremium dan de voorbereidende groep die op basis van de motie Wijen-Nass c.s. is ingesteld.↩︎