[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Kostic over de uitvoering van het aangenomen amendement over het afbouwen van belastinggeld voor apenproeven

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D00691, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 16:22, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z20174:

Preview document (🔗 origineel)


AH 841

2025Z20174

Antwoord van minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 12 januari 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 662

Vraag 1

Kunt u bevestigen dat op 28 oktober 2025 de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap door de Eerste Kamer is aangenomen, waarmee het amendement van de Partij voor de Dieren, PVV, JA21, GL-PvdA, SP, Volt en DENK over het afbouwen van subsidies voor apenproeven definitief van kracht is geworden?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Herinnert u zich dat u bij het commissiedebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven van 2 oktober 2025 heeft toegezegd dat u het amendement “onverkort” zult uitvoeren, wat betekent dat de subsidie van €12,5 miljoen per jaar stapsgewijs wordt geoormerkt zodat deze niet langer kan worden ingezet voor (het in stand houden van) apenproeven en in plaats daarvan zal worden gebruikt voor de financiering van proefdiervrije methoden, waarmee vorm wordt gegeven aan een snelle afbouw van het aantal apenproeven conform de wens van de Kamer?

Antwoord 2

Ik heb toegezegd dat ik het amendement onverkort zal uitvoeren.

Vraag 3

Herinnert u zich dat u in hetzelfde debat aangaf nog geen brief naar het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) te kunnen sturen over het stapsgewijs beëindigen van de subsidie voor apenproeven, omdat de Eerste Kamer eerst nog met het voorstel moest instemmen - hetgeen nu gebeurd is?

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Heeft u het BPRC inmiddels geïnformeerd dat de subsidie voor (het in stand houden van) apenproeven in vijf jaar tijd wordt afgebouwd naar nul, en dat deze middelen voortaan moeten worden besteed aan proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven? Zo ja, kunt u de betreffende brief of brieven naar de Tweede Kamer sturen? Zo nee, wanneer gaat u dit wél doen conform de wens van de Kamer (en waar de commissie in het genoemde debat ook op aandrong)?

Antwoord 4

Ja, zie bijgaand de brief die hierover aan BPRC is verzonden.

Vraag 5

Heeft sinds het aannemen van het amendement door de Tweede Kamer andere communicatie plaatsgevonden tussen het ministerie van OCW en/of VWS en het BPRC over het amendement en de toekomst van het centrum? Zo ja, kunt u deze communicatie naar de Tweede Kamer sturen, uiteraard met bescherming van persoonsgegevens? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Tussen 3 juli 2025, het moment dat het amendement door de Tweede Kamer is aangenomen, en 20 november, het moment dat deze schriftelijke vragen zijn ingediend, heeft er vanzelfsprekend communicatie plaatsgevonden tussen het ministerie van OCW en/of VWS en het BPRC over het amendement en de toekomst van het BPRC. De uitvoering van de toelichting van het amendement heeft verstrekkende gevolgen voor het BPRC, zoals ik ook in verschillende brieven richting de beide Kamers heb aangegeven.2 Ook de minister van VWS heeft uw Kamer een brief gestuurd over de gevolgen van amendement.3 Het behoort wat mij betreft bij mijn taak en verantwoordelijkheid als subsidieverstrekker om goed contact te hebben met het BPRC over deze gevolgen. Zie verder mijn antwoord op vraag 7.

Vraag 6

Kunt u bevestigen dat het BPRC, conform het aangenomen amendement, dit jaar minimaal €2,5 miljoen van de subsidie moet besteden aan proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven, en volgend jaar minimaal €4,5 miljoen? Hoe wordt hier uitvoering aan gegeven en hoe wordt er toezicht gehouden dat dit ook daadwerkelijk gebeurt?

Antwoord 6

De toelichting van het amendement vraagt om in 2025 € 2,5 miljoen te oormerken voor alternatieven voor proefdieronderzoek, in 2026 € 4,5 miljoen, in 2027 € 6,5 miljoen, in 2028 € 8,6 miljoen, in 2029 € 10,5 miljoen en in 2030 € 12,5 miljoen.

De verplichting om een oplopend deel van de subsidie te besteden aan proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven is een nieuw oormerk in de subsidie aan het BPRC. Het oormerk uit het amendement leidt er immers toe dat BRPC een deel van de subsidie niet meer mag besteden aan de activiteiten die al voor een lange periode de kern zijn van de activiteiten van het BPRC, namelijk onderzoek met dierproeven. Dit betekent dat voor de invoering van deze oormerking (conform artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht) een redelijke termijn in acht moet worden genomen. Met inachtneming van die redelijke termijn is 2027 het vroegst mogelijke moment waarop de oormerking kan ingaan. In de brief die ik heb gestuurd aan het BPRC, informeer ik hen over het besluit om de subsidie te oormerken vanaf het jaar 2027. Deze brief is het startpunt voor de wettelijk verplichte aankondigingstermijn. Als gevolg van deze brief kan het BPRC zich voorbereiden op het oormerk, en daarnaast is de brief het moment waarop het BPRC in bezwaar zou kunnen gaan tegen dit besluit. Na afloop van de wettelijk verplichte aankondigingstermijn kan het oormerk vervolgens vorm krijgen in de beschikking voor het jaar 2027, die eind 2026 wordt verzonden.

Het ministerie van OCW heeft een lopende afspraak met het BPRC om, in reactie op de motie Teunissen c.s.,4 in 2025 minimaal 17% van de subsidie te besteden aan proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden.5 Dit betekent dat het BPRC in 2025 minimaal € 2,2 miljoen aan proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden zal uitgeven. Ik zal in overleg treden met het BPRC over welk percentage van de exploitatiesubsidie zij in 2026 kunnen besteden aan proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en of zij hierin ambitieus kunnen zijn. Zij dienen hierbij uiteraard wel rekening te houden met reeds gemaakte langlopende afspraken over het onderzoek met niet-humane primaten.

Zoals ik heb toegezegd zal ik in 2026 een brief aan uw Kamer sturen over hoe ik uitvoering zal geven aan het amendement. Hierin zal ik ook ingaan op hoe er toezicht zal worden gehouden op de besteding van het geoormerkte geld binnen de exploitatiesubsidie.

Vraag 7

Kunt u de communicatie tussen het ministerie van OCW en het ministerie van VWS over het apenproefdiercentrum, vanaf de indiening van het amendement in de Tweede Kamer (18 juni 2025) tot heden, aan de Tweede Kamer toezenden, zodat de Kamer hiervan kennis kan nemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Ik zal uw Kamer schriftelijk informeren over de inhoud van alle communicatie tussen het ministerie van OCW en VWS. Dat zal dan een samenvatting en tijdlijn betreffen van alles wat er is gecommuniceerd tussen bovengenoemde ministeries.

Vraag 8

Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?

Antwoord 8

Het is helaas niet gelukt de vragen binnen de daarvoor gestelde termijn te beantwoorden. Op 15 december 2025 heb ik uw Kamer een uitstelbrief gestuurd.


  1. Kamerstuk 36725-VIII, nr. 11↩︎

  2. Kamerstukken II, vergaderjaar 2024-2025, 32 336, nr. 168. Kamerstukken II, vergaderjaar 2024-2025, 36 725 VIII, nr. 23.↩︎

  3. Kamerstukken II, vergaderjaar 2024-2025, 32 336/32 793, nr. 170.↩︎

  4. Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 96↩︎

  5. Kamerstukken II, vergaderjaar 2023-2024, 32 336, nr. 152↩︎